{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">In het raam van de controlebevoegdheid die voortvloeit uit voormeld decreet van 1 februari 1993, worden de besluiten van de werkzaamheden van het overlegorgaan aangenomen bij tweederde meerderheid van zowel de vertegenwoordigers van de inrichtende machten als van de vertegenwoordigers van het personeel. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-81\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 81</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 9 van hetzelfde besluit wordt het woord « regelmatig » geschrapt. HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen aan de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen in de onderwijswetgeving Art. 82.In artikel 3, § 2, zevende lid, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen in de onderwijswetgeving worden de woorden « Hij kan dit aantal slechts wijzigen na eensluidend advies van de Planningscommissie » geschrapt. HOOFDSTUK VIII. - Wijzigingen aan het koninklijk besluit van 30 maart 1982 betreffende de scholengemeenschappen voor secundair onderwijs en houdende het rationalisatie- en programmatieplan van het secundair onderwijs met volledig leerplan Art. 83.In artikel 1 van het koninklijk besluit van 30 maart 1982 betreffende de scholengemeenschappen voor secundair onderwijs en houdende het rationalisatie- en programmatieplan van het secundair onderwijs met volledig leerplan worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in het eerste lid worden de woorden « en het alternerend onderwijs » gevoegd na de woorden « met volledig leerplan »;2° het tweede lid wordt opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-84\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 84</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 17, 1°, c), van hetzelfde besluit worden de woorden « 125 » vervangen door de woorden « 50 »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-85\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 85</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk II van hetzelfde besluit wordt een artikel 17bis ingevoegd, luidend als volgt : « Artikel 17bis . § 1. In het gesubsidieerd vrij onderwijs wordt een overlegorgaan opgericht tussen de inrichtende machten en de representatieve vakorganisaties op het niveau van de scholengemeenschap voor secundair onderwijs Dit overlegorgaan is bevoegd in statutaire aangelegenheden in de gevallen bedoeld in het decreet van 1 februari 1993 tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd personeel van het gesubsidieerd vrij onderwijs en in het besluit van de Franse Gemeenschapsregering van 28 augustus 1995 tot regeling van de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie en de toekenning van een wachtweddetoelage in het gesubsidieerd vrij kunstonderwijs en gewoon en buitengewoon secundair onderwijs. § 2. Ieder overlegorgaan bestaat uit zes stemgerechtigde vertegenwoordigers van de inrichtende machten en zes stemgerechtigde vertegenwoordigers van het personeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ieder werkend lid heeft een plaatsvervanger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het overlegorgaan wordt voorgezeten door een vertegenwoordigers van de inrichtende macht die, uit hun midden, gekozen wordt door de delegatie van de inrichtende machten. Het secretariaat van het overlegorgaan wordt toevertrouwd aan een lid van de vakbondsdelegatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De algemene overlegvergadering omvat alle inrichtende machten en alle vakbondsdelegaties van de secundaire onderwijsgemeenschap. Ze wordt voorgezeten door de voorzitter van het overlegorgaan. § 3. De vertegenwoordigers van de inrichtende machten in het overlegorgaan worden aangesteld door het comité van afgevaardigden van de inrichtende machten van de scholengemeenschap voor secundair onderwijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vertegenwoordigers van het personeel in het overlegorgaan worden aangesteld volgens de wijzen bepaald door de Regering op de voordracht van de personeelsgroeperingen van het vrij gesubsidieerd onderwijs, aangesloten bij een vakorganisatie die zetelt in de Nationale Arbeidsraad. § 4. In het raam van de beslissingsbevoegdheid die voorvloeit uit voormeld besluit van de Franse Gemeenschapsregering van 28 augustus 1995 wordt elke beslissing genomen bij tweederde meerderheid van zowel de vertegenwoordigers van de inrichtende macht als van vertegenwoordigers van het personeel. Als deze dubbele meerderheid niet gehaald wordt, wordt het niet-akkoord vastgesteld en worden de standpunten van beide partijen verzonden aan de zonale reaffectatiecommissie die beslist. § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het raam van de controlebevoegdheid die voortvloeit uit voormeld decreet van 1 februari 1993, wordt het verslag waarin de besluiten bestaan van de werkzaamheden van het overlegorgaan, en ook de eventuele uiteenlopende standpunten, aangenomen bij tweederde meerderheid van zowel de vertegenwoordigers van de inrichtende machten als van de vertegenwoordigers van het personeel. § 6. Het overlegorgaan komt bijeen op initiatief van de voorzitter of op verzoek van minstens tweederde van de vertegenwoordigers van de inrichtende machten of van het personeel. § 7. De algemene overlegvergadering komt eenmaal per jaar bijeen op initiatief van haar voorzitter. De vergadering kan een tweede maal samengeroepen worden door de voorzitter op verzoek van minstens tweederde van de vertegenwoordigers van de inrichtende machten of van het personeel. » HOOFDSTUK IX. - Wijzigingen aan het decreet van 30 juni 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/1998 numac 1998029332 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie sluiten dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie Art. 86.Artikel 18, derde lid, van het decreet van 30 juni 1998Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/1998 numac 1998029332 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie sluiten dat erop gericht is alle leerlingen gelijke kansen op sociale emancipatie te geven, inzonderheid door de invoering van maatregelen voor positieve discriminatie wordt vervangen door de volgende bepaling : « In het gesubsidieerd vrij onderwijs wordt de voorrang bedoeld in artikel 29quater , 2°, van het decreet van 1 februari 1993 tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd personeel van het gesubsidieerd vrij onderwijs gegeven aan de leden van het personeel die aangeworven zijn in een wervingsambt en die, gedurende minstens tien jaar, in dienst zijn geweest in een inrichting bedoeld in artikel 4 alsook deze bedoeld in artikel 64. ». HOOFDSTUK X. - Overgangs- en slotbepalingen Art. 87.De ondernemingsraad, het plaatselijk overlegorgaan of, bij ontstentenis, de inrichtende macht samen met de vakbondsdelegatie, kunnen, wat betreft de anciënniteit vereist in het raam van het decreet van 1 februari 1993 tot vaststelling van het statuut van de leden van het gesubsidieerd vrij onderwijs, de diensten valideren die zijn gepresteerd vóór de inwerkingtreding van dit decreet, hetzij als gesubsidieerd contractueel ambtenaar, hetzij in een ambt ten laste van de inrichtende macht, voor zover het personeelslid een ambt heeft uitgeoefend dat gelijk staat met een ambt dat in aanmerking komt voor een toelage en voor zover hij alle voorwaarden vervult bedoeld in artikel 30 van voornoemd decreet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-88\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 88</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een betrekking moet worden toegewezen welke, tijdens de periode tussen 1 januari en 30 juni 2003, definitief of tijdelijk vacant is geworden voor een ononderbroken periode van minstens vijftien weken, is de voorwaarde van de kandidaatstelling overeenkomstig artikel 34bis niet van toepassing ingeval artikel 29quater , 6°, 7°, 11° en 12° van toepassing is</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-89\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 89</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tot en met 31 december 2003 zijn, voor het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs, de meest representatieve groeperingen van de inrichtende machten bedoeld in artikel 80 van voornoemd decreet van 1 februari 1993 de organen die zijn erkend als vertegenwoordigings- en coördinatieorganen van de inrichtende machten met toepassing van artikel 74, § 1, van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/07/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren. Art. 90.Artikel 91 van het decreet van 1 februari 1993 wordt vervangen door de volgende bepaling : « Art. 91.§ 1. Na raadpleging van de meest representatieve groeperingen van de inrichtende machten en van de vertegenwoordigings- en coördinatieorganen en van de groeperingen van het personeel van het vrij gesubsidieerd onderwijs, aangesloten bij een vakorganisatie die is vertegenwoordigd in de Nationale Arbeidsraad, stelt de Regering : 1° voor het confessioneel vrij onderwijs : a) een centrale paritaire commissie in, bevoegd voor alle onderwijsniveaus;b) andere paritaire commissies in, bevoegd voor een of meer onderwijsniveaus.2° voor het niet-confessioneel vrij onderwijs : a) een centrale paritaire commissie in, bevoegd voor alle onderwijsniveaus;b) andere paritaire commissies in, bevoegd voor een of meer onderwijsniveaus Het besluit van de Regering tot instelling van een paritaire commissie vermeldt de benaming, de bevoegdheid en de samenstelling van de paritaire commissie. § 2. De meest representatieve groeperingen van de inrichtende machten zenden de lijst van de inrichtende machten die zij vertegenwoordigen naar de centrale paritaire commissie van hun karakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inrichtende machten die niet zijn aangesloten bij een van deze organen brengen de voorzitter van de betrokken paritaire commissie op de hoogte van het feit dat ze ervan willen afhangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoniet beslist de Regering, na elkeen van de paritaire commissies te hebben geraadpleegd, van welke paritaire commissie de betrokken inrichtende macht afhangt. § 3. In het gewoon en buitengewoon basis- en secundair onderwijs zijn de meest representatieve groeperingen van de inrichtende machten, vermeld in voorgaande paragrafen, de organen die zijn erkend als vertegenwoordigings- en coördinatieorganen van de inrichtende machten met toepassing van artikel 74 van het decreet van 24 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/07/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/09/1997 numac 1997029337 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren sluiten dat de prioritaire taken bepaalt van het basisonderwijs en van het secundair onderwijs en de structuren organiseert die het mogelijk maken ze uit te voeren. » Art. 91.Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2003, met uitzondering van artikelen 50 en 55 welke in voege treden op 1 januari 2004 en van artikel 90 welk in voege treedt op 1 januari 2003 en zal ophouden te bestaan op 31 december 2003.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verkondigen dit decreet, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad moet verschijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel, 19 december 2002.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister-President, belast met Internationale Betrekkingen, H. HASQUIN De Minister van Cultuur, Begroting, Openbaar Ambt, Jeugdzaken en Sport, R. DEMOTTE De Minister van Kinderwelzijn, belast met het Basisonderwijs, de Opvang en de opdrachten toegewezen aan de « ONE », J.-M. NOLLET De Minister van Secundair en Buitengewoon Onderwijs, P. HAZETTE De Minister van Hoger Onderwijs, Onderwijs voor sociale promotie en Wetenschappelijk Onderzoek, Mevr. F. DUPUIS De Minister van Kunsten en Letteren en van de Audiovisuele Sector, R. MILLER De Minister van Jeugdbijstand en Gezondheidszorg, Mevr. N. MARECHAL. _______ Nota (1) Zitting 2002-2003. Stukken van de Raad. - Ontwerpdecreet, nr. 330-1. - Commissieamendementen, nr. 330-2. - Verslag, nr. 330-3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal verslag. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 11 december 2002.</p></div>", "next": 0}