{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Meting van CO2-emissies De richtsnoeren voor metingen van hoofdstuk I van deze bijlage moeten worden toegepast. 9. Specifieke richtsnoeren voor installaties voor de vervaardiging van keramische producten 9.1. Grenzen en volledigheid Er zijn geen specifieke aspecten betreffende grenzen van toepassing. 9.2. Bepaling van CO2-emissies In installaties voor de vervaardiging van keramische producten zijn de CO2-emissies afkomstig van de volgende bronnen : - het branden van kalksteen en dolomiet in de grondstoffen - kalksteen voor het reduceren van luchtverontreinigende stoffen - conventionele fossiele brandstoffen voor ovens - alternatieve brandstoffen en grondstoffen voor ovens op fossiele basis - biobrandstoffen voor ovens (biomassa-afval) - overige brandstoffen - organisch materiaal in de grondstof klei - toeslagmaterialen ter bevordering van poreusheid, bv. zaagsel of polystyrol - rookgasreiniging. 9.2.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Berekening van CO2-emissies 9.2.1.1. Verbrandingsemissies Verbrandingsprocessen in installaties voor de vervaardiging van keramische producten moeten worden bewaakt en gerapporteerd in overeenstemming met hoofdstuk I van deze bijlage. 9.2.1.2. Procesemissies Tijdens het branden van de grondstof in de oven komt CO2 vrij en ook bij het neutraliseren van HF, HCl en SO2 in de rookgassen met behulp van kalksteen of andere carbonaten. Emissies afkomstig van zowel de ontbinding van carbonaten tijdens het branden als van de rookgasreiniging moeten worden gezien als bestanddeel van de emissies van de installatie. Deze moeten bij de totale emissie worden opgeteld, maar indien mogelijk wel afzonderlijk worden gerapporteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De berekening moet als volgt worden uitgevoerd : CO2-emissiestotaal [t] = CO2-emissiesuitgangsmaterialen + CO2-emissiesgasreiniging [t] 9.2.1.2.1. CO2 afkomstig van uitgangsmaterialen De hoeveelheid CO2 afkomstig van carbonaten en van koolstof in andere uitgangsmaterialen moet worden berekend op basis van de in het proces omgezette hoeveelheid carbonaten in de grondstof (voornamelijk kalksteen, dolomiet) (rekenmethode A ), of op basis van de hoeveelheid alkalioxiden in de vervaardigde keramische producten (rekenmethode B ). De twee methoden worden als gelijkwaardig beschouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rekenmethode A : carbonaten De berekening is gebaseerd op de hoeveelheid carbonaat in de uitgangsmaterialen, met inbegrip van de hoeveelheid kalksteen die wordt gebruikt om HF, HCl en SO2 in de rookgassen te neutraliseren, alsmede op de hoeveelheid koolstof in toeslagmaterialen. Dubbeltelling door het interne hergebruik van stof moet worden voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de berekening moet de volgende formule worden toegepast : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Verklaring : a) Activiteitsgegevens Activiteitsgegevenscarbonaat is de hoeveelheid [t] CaCO3, MgCO3 of andere alkali- of aardalkalicarbonaten die in de verslagperiode wordt verwerkt via de grondstoffen (kalksteen, dolomiet) en het gehalte aan CO32- daarin, alsmede de hoeveelheid [t] koolstofhoudende toeslagmaterialen. Niveau 1 De massa CaCO3, MgCO3of andere alkali- of aardalkalioxiden [t], alsmede de hoeveelheid [t] koolstofhoudende toeslagmaterialen in de uitgangsmaterialen tijdens de verslagperiode wordt bepaald door weging door de exploitant of de leverancier en vertoont een maximale toelaatbare meetonzekerheid van + 2,5 %. De samenstelling wordt bepaald op grond van richtsnoeren voor de goede industriële praktijk voor de specifieke productcategorie voor zover zij door de bevoegde overheid worden aanvaard na advies van de administratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niveau 2 De massa CaCO3, MgCO3of andere alkali- of aardalkalioxiden [t], alsmede de hoeveelheid [t] koolstofhoudende toeslagmaterialen in de uitgangsmaterialen tijdens de verslagperiode wordt bepaald door weging door de exploitant of de leverancier en vertoont een maximale toelaatbare meetonzekerheid van + 1,0 %. De samenstelling wordt bepaald op grond van de bepalingen van punt 6 van hoofdstuk I van deze bijlage. b) Emissiefactor Niveau 1 Carbonaten : De stoichiometrische verhoudingen van carbonaten in uitgangsmaterialen en eindmaterialen van het proces zijn weergegeven in onderstaande tabel 1. Tabel 1 : Stoichiometrische emissiefactoren Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Deze waarden moeten worden bijgesteld op grond van het vochtgehalte en het gehalte aan ganggesteente in de toegepaste carbonaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toeslagmaterialen : Specifieke emissiefactoren worden bepaald in overeenstemming met de bepalingen van punt 6 van hoofdstuk I van deze bijlage. c) Conversiefactor Niveau 1 Conversiefactor : 1 Rekenmethode B : alkalioxiden De hoeveelheid CO2 die bij het branden uit carbonaten vrijkomt, wordt berekend op basis van de hoeveelheid vervaardigde keramische producten en het gehalte aan CaO, MgO en andere alkali- of aardalkalioxiden in de keramische producten (activiteitsgegevensEINDMATERIALEN).De emissiefactor wordt bijgesteld voor het gehalte aan reeds gebrand Ca, Mg en andere alkali- of aardalkalioxiden die de oven in gaan (activiteitsgegevensUITGANGSMATERIALEN), bijvoorbeeld alternatieve brandstoffen en grondstoffen met een relevant gehalte aan CaO of MgO.</p>\n<p class=\"lf-p\">Emissies ten gevolge van de reductie van HF, HCl of SO2 moeten worden berekend op basis van het uitgangsmateriaal carbonaat volgens rekenmethode A. Voor de berekening moet de volgende formule worden toegepast : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Verklaring : a) Activiteitsgegevens De term \"activiteitsgegevensEINDMATERIALEN - activiteitsgegevens UITGANGSMATERIALEN\" geeft de totale hoeveelheid [t] CaO, MgO of andere alkali- of aardalkalioxiden weer die tijdens de verslagperiode uit de bijbehorende carbonaten worden omgezet. Niveau 1 De massa CaO, MgO of andere alkali- of aardalkalioxiden [t] in de uitgangsmaterialen en eindmaterialen tijdens de verslagperiode wordt bepaald door weging door de exploitant en vertoont een maximale toelaatbare meetonzekerheid van + 2,5 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">De samenstelling wordt bepaald op grond van richtsnoeren voor de goede industriële praktijk inzake de samenstelling van desbetreffende producttypen en grondstoffen voorzover zij door de bevoegde overheid worden aanvaard na advies van de administratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niveau 2 De massa van CaO, MgO of andere alkali- of aardalkalioxiden [t] in de uitgangsmaterialen en eindmaterialen tijdens de verslagperiode wordt bepaald door weging door de exploitant en vertoont een maximale toelaatbare meetonzekerheid van + 1,0 %. De samenstelling wordt bepaald op grond van de bepalingen van punt 6 van hoofdstuk I van deze bijlage. b) Emissiefactor Niveau 1 De stoichiometrische verhoudingen van oxiden in uitgangsmaterialen en eindmaterialen zijn weergegeven in onderstaande tabel 2. Tabel 2 : Stoichiometrische emissiefactoren Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld c) Conversiefactor Niveau 1 Conversiefactor : 1 9.2.1.2.2. CO2 afkomstig van rookgasreiniging De hoeveelheid CO2die vrijkomt uit rookgasreiniging moet worden berekend op basis van de hoeveelheid CaCO3-uitgangsmateriaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de berekening moet de volgende formule worden toegepast : CO2-emissie [tCO2] = activiteitsgegevens * emissiefactor * conversiefactor Verklaring : a) Activiteitsgegevens Niveau 1 De hoeveelheid [t] tijdens de verslagperiode gebruikt droog CaCO3, bepaald door weging door de exploitant of leverancier, met een maximale toelaatbare meetonzekerheid van minder dan + 2,5 %. Niveau 2 De hoeveelheid [t] tijdens de verslagperiode gebruikt droog CaCO3, bepaald door weging door de exploitant of leverancier, met een maximale toelaatbare meetonzekerheid van minder dan + 1 %. b) Emissiefactor Niveau 1 De stoichiometrische verhoudingen van CaCO3. Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld c) Conversiefactor Niveau 1 : Conversiefactor : 1 9.2.2. Meting van CO2-emissies De richtsnoeren voor metingen van hoofdstuk I van deze bijlage moeten worden toegepast. 10. Specifieke richtsnoeren voor installaties voor de vervaardiging van pulp en papier 10.1. Grenzen en volledigheid Indien uit de installatie CO2 wordt overgedragen dat afkomstig is van fossiele brandstoffen, bijvoorbeeld naar een nabijgelegen installatie met precipitatie van calciumcarbonaat (PCC), mogen deze afgevoerde materialen niet in de emissies van de installatie worden meegeteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer rookgasreiniging in de installatie wordt toegepast en de daaruit voortvloeiende emissies niet worden meegerekend als bestanddeel van de procesemissies van de installatie, moeten deze worden berekend in overeenstemming met hoofdstuk I van deze bijlage. 10.2. Bepaling van CO2-emissies De processen in pulp- en papierfabrieken van waaruit CO2-emissies kunnen plaatsvinden, zijn onder andere : - krachtketels, gasturbines en andere verbrandingstoestellen die stoom of elektriciteit voor de fabriek opwekken - terugwininstallaties (\"recovery\") en andere toestellen waarin residuloog wordt verbrand - verbrandingsovens - kalk- en gloeiovens - rookgasreiniging. - met gas of andere fossiele brandstoffen gestookte drogers (zoals infrarooddrogers).</p>\n<p class=\"lf-p\">De behandeling van afvalwater en stortplaatsen, inclusief anaërobe afvalwaterbehandeling of slibgisting en stortplaatsen waar afvalstoffen van papierfabrieken worden gestort, zijn niet genoemd in artikel 1 van dit besluit. Dientengevolge vallen de emissies daarvan niet onder dit besluit. 10.2.1. Berekening van CO2-emissies 10.2.1.1. Verbrandingsemissies Emissies van verbrandingsprocessen die plaatsvinden in pulp- en papierfabrieken, moeten worden bewaakt in overeenstemming met hoofdstuk I van deze bijlage. 10.2.1.2. Procesemissies Emissies worden veroorzaakt door het gebruik van carbonaten als aanvullende chemicaliën voor de vervaardiging van pulp. Hoewel verliezen van natrium en calcium uit de terugwininstallatie (\"recovery\") en uit de basische ontsluiting van vezels gewoonlijk worden aangevuld met andere chemicaliën dan carbonaten, worden er soms toch kleine hoeveelheden calciumcarbonaat (CaCO3) en natriumcarbonaat (Na2CO3) toegepast, die CO2-emissies tot gevolg hebben. Dekoolstof in deze chemische stoffen is gewoonlijk van fossiele oorsprong, maar kan soms uit biomassa zijn gewonnen (bv. wanneer Na2CO3 wordt gekocht die afkomstig is van semi-chemische procédés op basis van soda).</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt van uitgegaan dat de koolstof in deze chemicaliën als CO2 uit de kalkoven of terugwininstallatie (\"recovery\") vrijkomt. Bij de bepaling van deze emissies wordt aangenomen dat alle koolstof in de CaCO3 en Na2CO3die in de terugwininstallatie en bij de basische ontsluiting van vezels wordt gebruikt, in de atmosfeer wordt uitgestoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangezien er bij de basische ontsluiting van vezels verliezen optreden, moet er calcium worden aangevuld, meestal in de vorm van calciumcarbonaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">CO2-emissies moeten als volgt worden berekend : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld a) Activiteitsgegevens : De activiteitsgegevenscarbonaat geven de hoeveelheden weer van in het proces gebruikte CaCO3 en Na22O3. Niveau 1 Hoeveelheden [t] van de in het proces gebruikte CaCO3en Na22O3, bepaald door weging door de exploitant of leverancier, met een maximale toelaatbare meetonzekerheid van minder dan + 2,5 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niveau 2 Hoeveelheden [t] van de in het proces gebruikte CaCO3en Na22O3, bepaald door weging door de exploitant of leverancier, met een maximale toelaatbare meetonzekerheid van minder dan + 1 %. b) Emissiefactor Niveau 1 De stoichiometrische verhoudingen [tCO2/t] en [tCO2/t Na2CO3] voor carbonaten die niet van biomassa afkomstig zijn, worden weergegeven in onderstaande tabel 1.Uit biomassa afkomstige carbonaten worden gewogen met een emissiefactor 0 [tCO2/t carbonaat].</p>\n<p class=\"lf-p\">Tabel 1 : Stoichiometrische emissiefactoren Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Deze waarden moeten worden bijgesteld op grond van het vochtgehalte en het gehalte aan ganggesteente in de toegepaste carbonaten. c) Conversiefactor Niveau 1 Conversiefactor : 1 10.2.2. Meting van CO2-emissies De richtsnoeren voor metingen van hoofdstuk I van deze bijlage moeten worden toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 10 november 2005 tot bepaling van de sectorale voorwaarden betreffende de bedrijven die een activiteit met CO2-emissies uitoefenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Namen, 10 november 2005.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister-President, E. DI RUPO De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN Bijlage II. - Periode 2005-2007 : Vaststelling van de bewakingsmethodiek De kolommen \"A\" bevatten de voorgeschreven niveaus voor grote bronnen in installaties waarvan de totale jaarlijkse emissies 50 kton of minder bedragen. De kolommen \"B\" bevatten de voorgeschreven niveaus voor grote bronnen in installaties waarvan de totale jaarlijkse emissies meer dan 50 kton maar niet meer dan 500 kton bedragen. De kolommen \"C\" bevatten de voorgeschreven niveaus voor grote bronnen in installaties waarvan de totale jaarlijkse emissies meer dan 500 kton bedragen. De in de tabel gehanteerde drempelwaarden voor de omvang van de installaties hebben betrekking op de totale jaarlijkse emissies van de installatie als geheel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 10 november 2005 tot bepaling van de sectorale voorwaarden betreffende de bedrijven die een activiteit met CO2-emissies uitoefenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Namen, 10 november 2005.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister-President, E. DI RUPO De Minister van Landbouw, Landelijke Aangelegenheden, Leefmilieu en Toerisme, B. LUTGEN</p></div>", "next": 0}