{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">sluiten betreffende cosmetica, is gehouden een retributie van 125 EUR te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. HOOFDSTUK IX. - Detergenten Art. 12.Iedere persoon die, overeenkomstig het artikel 5 van de verordening (EG) nr. 648/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de detergenten, een aanvraag tot afwijking indient bij de bevoegde Belgische overheid, is gehouden een retributie van 1.000 EUR te betalen. HOOFDSTUK X. - Bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten Art. 13.§ 1. Iedere persoon die een dossier voorlegt aan de FOD VVL, met het oog op het verkrijgen van een certificaat of een vergunning, in toepassing van het koninklijk besluit van 9 april 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/06/2003 numac 2003022498 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/10/2007 numac 2007000885 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer. - Duitse vertaling sluiten inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer, is gehouden een retributie te betalen aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten waarvan het bedrag als volgt is vastgesteld : 1° voor elke aanvraag voor een certificaat voor dierlijke specimen : 12,50 EUR per soort;2° voor elke aanvraag voor een invoer- of uitvoervergunning of een wederuitvoercertificaat voor dierlijke specimen : 25,00 EUR per soort met een maximum van 125,00 EUR per aanvraag;3° voor elke aanvraag voor een certificaat voor plantaardige specimen : 12,50 EUR per genus;4° voor elke aanvraag voor een invoer- of uitvoervergunning of een wederuitvoercertificaat voor plantaardige specimen : 25,00 EUR per genus met een maximum van 125,00 EUR per aanvraag. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking op § 1, dient de retributie niet betaald te worden : 1° door de wetenschappelijke instellingen, geregistreerd bij de FOD VVL overeenkomstig artikel 7.4 van Verordening 338/97/EG van de Raad van 9 december 1996 inzake de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten door controle op het desbetreffende handelsverkeer; 2° door de instellingen of verenigingen bedoeld bij artikel 19 van het in § 1 vermelde koninklijk besluit;3° door de universitaire inrichtingen, in het kader van onderzoeksprogramma's betreffende de bescherming van de soort;4° door de diensten en organismen die afhangen van ministeriële departementen;5° voor de aanvragen betreffende soorten die niet zijn opgenomen in een van de bijlagen bij de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES). § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De administratieve geldboetes in het kader van de wet van 28 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/07/1981 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/02/2009 numac 2009000048 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantesoorten, en van de Bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de Wijziging van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende goedkeuring van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES), en van de Bijlagen, opgemaakt te Washington op 3 maart 1973, alsmede van de wijziging van de Overeenkomst, aangenomen te Bonn op 22 juni 1979, worden betaald aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten. § 4. De opbrengst van de openbare verkoop van specimens opgenomen in de bijlagen van de Overeenkomst inzake de internationale handel in bedreigde in het wild levende dier- en plantensoorten (CITES), die verbeurd verklaard zijn of afgestaan aan de Schatkist, worden gestort in het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten, na aftrek van de onkosten verbonden aan deze verkoop en aan de bewaring van de specimens en, in voorkomend geval, van de op die specimens verschuldigde belastingen wegens invoer. HOOFDSTUK XI. - Slotbepalingen Art. 14.De aanvragen en de dossiers bedoeld in de artikelen 1, 4, 5, 6, 8, 9, 10, 11, 12 en 13 zijn slechts ontvankelijk nadat het bewijs van de betaling van de retributie werd geleverd. Art. 15.Het koninklijk besluit van 14 januari 2004Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/01/2004 numac 2004003022 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/02/2004 numac 2004022076 bron federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17 maart 1997 houdende organisatie van het epidemiologisch toezicht op overdraagbare spongiforme encefalopathieën bij herkauwers type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/01/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/01/2004 numac 2003000917 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van sommige bepalingen van de wet van 23 januari 2003 houdende harmonisatie van de geldende wetsbepalingen met de wet van 10 juli 1996 tot afschaffing van de doodstraf en tot wijziging van de criminele straffen sluiten tot vaststelling van de retributies en bijdragen verschuldigd aan het Begrotingsfonds voor de grondstoffen en de producten wordt opgeheven. Art. 16.De Minister bevoegd voor Volksgezondheid en de Minister bevoegd voor Klimaat en Energie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gegeven te Brussel, 13 november 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">ALBERT Van Koningswege : De Minister van Volksgezondheid, Mevr. L. ONKELINX De Minister van Klimaat en Energie, P. MAGNETTE</p></div>", "next": 0}