← België

Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financier

Kort samengevat

Deze wet wijzigt de wet van 11 januari 1993 om het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme te voorkomen, en wijzigt ook het Wetboek van vennootschappen. Het doel is om de Belgische wetgeving in lijn te brengen met Europese richtlijnen op dit gebied.

Wat het regelt

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
18 JANUARI 2010. - Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld sluiten4 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, en het Wetboek van vennootschappen (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2. - Bepalingen tot wijziging van de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld sluiten4 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme Art. 2.In artikel 1 van de wet van 11 januari 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld sluiten4 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme worden de woorden « de richtlijn toe van de Raad 91/308/EEG van 10 juni 1991, tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld » vervangen door de woorden « Richtlijn 2005/60/EG toe van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, alsook Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie van 1 augustus 2006 tot vaststelling van uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de definitie van politiek prominente personen en wat betreft de technische criteria voor vereenvoudigde klantenonderzoeksprocedures en voor vrijstellingen op grond van occasionele of zeer beperkte financiële activiteiten ». Art. 3.Artikel 2 van dezelfde wet, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 24 maart 1995, 28 december 1999, 21 september 2004, 15 december 2005, 1 mei 2006 en 25 februari 2007, alsook bij de wetten van 10 augustus 1998 en 12 januari 2004, wordt vervangen als volgt : « Art. 2.§ 1. De bepalingen van deze wet zijn van toepassing op de hierna vermelde ondernemingen en personen : 1° de Nationale Bank van België;2° de Deposito- en Consignatiekas;3° de Post voor haar financiële postdiensten;4° de kredietinstellingen naar Belgisch recht bedoeld in artikel 1 van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de in België gevestigde bijkantoren van kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van een ander land van de Europese Economische Ruimte bedoeld in Titel III van dezelfde wet, en de bijkantoren van kredietinstellingen die ressorteren onder het recht van landen die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte bedoeld in Titel IV van dezelfde wet; 4°bis de vereffeningsinstellingen als bedoeld in artikel 23, § 1, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten; 5° de makelaars in bank- en beleggingsdiensten bedoeld in artikel 4, 4°, van de wet van 22 maart 2006Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld sluiten0 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;6° de in België gevestigde verzekeringsondernemingen die, met toepassing van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld sluiten5 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, gemachtigd zijn om het levensverzekeringsbedrijf uit te oefenen;7° de verzekeringsbemiddelaars bedoeld in de wet van 27 maart 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 27/03/1995 pub. 24/08/2006 numac 2006000484 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen. - Duitse vertaling sluiten betreffende de verzekerings- en herverzekeringsbemiddeling en de distributie van verzekeringen, die hun beroepsactiviteiten buiten elke exclusieve agentuurovereenkomst uitoefenen in de groep van activiteiten « leven » bedoeld in de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld sluiten5 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;8° de ondernemingen naar Belgisch recht waarvan de werkzaamheden bestaan in het verlenen van beleggingsdiensten of het uitoefenen van beleggingsactiviteiten in de zin van artikel 46, 1°, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld sluiten3 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen die, krachtens artikel 47, § 1, van dezelfde wet, een vergunning dienen te verkrijgen als : a.beursvennootschap; b. vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies;9° de door beleggingsondernemingen gevestigde bijkantoren in België : a.die vallen onder het recht van een ander land van de Europese Economische Ruimte, bedoeld in artikel 110 van voormelde wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld sluiten3; b. die vallen onder het recht van landen die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte, bedoeld in artikel 111 van voormelde wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld sluiten3;10° de instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht die geregeld zijn bij statuten bedoeld in artikel 6 van de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 11/04/2008 numac 2008003129 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles - Erratum type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, voor zover en in de mate waarin deze instellingen instaan voor de verhandeling van hun effecten in de zin van artikel 3, 9°, c), en 14°, van dezelfde wet, zonder een beroep te doen op een derde entiteit met toepassing van de artikelen 41 of 43 van dezelfde wet;11° de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht bedoeld in Deel III, Boek II, van voormelde wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 11/04/2008 numac 2008003129 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles - Erratum type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten, met uitsluiting van die welke uitsluitend een vergunning hebben voor het uitoefenen van de beheertaken voor instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 3, 9°, b), van dezelfde wet;12° de in België gevestigde bijkantoren van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging : a.die ressorteren onder het recht van een ander land van de Europese Economische Ruimte, bedoeld in artikel 203 van voormelde wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 11/04/2008 numac 2008003129 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles - Erratum type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten; b. die ressorteren onder het recht van landen die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte, bedoeld in artikel 204 van voormelde wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 20/07/2004 pub. 09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom. 20/07/2004 pub. 11/04/2008 numac 2008003129 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles - Erratum type wet prom. 20/07/2004 pub. 10/08/2004 numac 2004003323 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop sluiten;13° de in België gevestigde personen bedoeld in artikel 139, eerste lid, 1°, van voormelde wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld sluiten3, die beroepshalve verrichtingen uitvoeren als bedoeld in de artikelen 137, tweede lid, en 139bis, tweede lid, van dezelfde wet;14° de in België gevestigde hypotheekondernemingen bedoeld in artikel 37 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet;15° de marktondernemingen die de Belgische gereglementeerde markten organiseren bedoeld in de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, behalve wat hun opdrachten van publiekrechtelijke aard betreft;16° de natuurlijke of rechtspersonen bedoeld in artikel 1, 2°, van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet;17° de natuurlijke of rechtspersonen die kredietkaarten uitgeven of beheren;18° de ondernemingen bedoeld in artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit nr.55 van 10 november 1967 tot regeling van het juridisch statuut der ondernemingen gespecialiseerd in financieringshuur; 19° de vastgoedmakelaars bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 6 september 1993 tot bescherming van de beroepstitel en van de uitoefening van het beroep van vastgoedmakelaar, die de in artikel 3 van hetzelfde besluit bedoelde activiteiten uitoefenen en de landmeters-experten bedoeld in artikel 3 van de wet van 11 mei 2003 tot oprichting van federale raden van landmeters-experten wanneer zij de gereglementeerde activiteiten van vastgoedmakelaar uitoefenen met toepassing van artikel 3 van het voormelde koninklijk besluit van 6 september 1993;20° de bewakingsondernemingen bedoeld in artikel 1, § 1, van de wet van 10 april 1990Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/04/1990 pub. 08/04/2000 numac 2000000153 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet op de bewakingsondernemingen, de beveiligingsondernemingen en de interne bewakingsdiensten . - Duitse vertaling sluiten tot regeling van de private en bijzondere veiligheid, die diensten verstrekken van toezicht op en bescherming bij het vervoer van waarden bedoeld in de bepaling onder 3° van hetzelfde artikel;21° de handelaren in diamant bedoeld in artikel 169, § 3, van de programma wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom. 02/08/2002 pub. 14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom. 02/08/2002 pub. 04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen sluiten. § 2. De natuurlijke of rechtspersonen die slechts occasioneel of in zeer beperkte mate financiële activiteiten ontplooien als bedoeld in artikel 3, § 2, 2) tot 12) en 14), van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, kunnen door de Koning worden vrijgesteld van de toepassing van de bepalingen van deze wet, onder de voorwaarden die Hij vaststelt overeenkomstig artikel 37, § 2, eerste lid, 1°. » Art. 4.In artikel 2bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld sluiten en gewijzigd bij de wetten van 22 april 1999 en 7 mei 1999 en bij het koninklijk besluit van 21 april 2007, dat artikel 3 wordt, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt : « 3° de natuurlijke personen of entiteiten die in België activiteiten uitoefenen en die geregistreerd zijn in de hoedanigheid van bedrijfsrevisor in het openbaar register van het Instituut van de Bedrijfsrevisoren overeenkomstig artikel 11 van de wet van 22 juli 1953 houdende de oprichting van een Instituut van de Bedrijfsrevisoren en tot organisatie van het publieke toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor, gecoördineerd op 30 april 2007 »;b) in de bepaling onder 4° worden de woorden « op de lijst » vervangen door de woorden « in het register » en worden de woorden « alsook de natuurlijke personen en rechtspersonen » vervangen door de woorden « alsook de natuurlijke personen of rechtspersonen »;c) de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt : « 5° de advocaten : a) wanneer zij hun cliënt bijstaan bij het voorbereiden of uitvoeren van verrichtingen in verband met : 1° de aan- of verkoop van onroerend goed of bedrijven;2° het beheren van diens geld, effecten of andere activa;3° de opening of het beheer van bank-, spaar- of effectenrekeningen;4° het organiseren van inbreng die nodig is voor de oprichting, de uitbating of het beheer van vennootschappen;5° de oprichting, uitbating of het beheer van vennootschappen, trusts, fiducieën of soortgelijke juridische constructies;b) of wanneer zij optreden in naam en voor rekening van hun cliënt in enigerlei financiële verrichtingen of verrichtingen in onroerend goed. » Art. 5.Artikel 2ter van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 12 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/01/2004 pub. 23/01/2004 numac 2004003033 bron federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, en de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs sluiten, dat artikel 4 wordt, wordt vervangen als volgt : « Art 4. Waar uitdrukkelijk vermeld, zijn de bepalingen van deze wet eveneens van toepassing op de natuurlijke personen of rechtspersonen die één of meer kansspelen van klasse I exploiteren, bedoeld in de wet van 7 mei 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/12/1999 numac 1999010222 bron ministerie van justitie Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers type wet prom. 07/05/1999 pub. 30/11/2010 numac 2010000668 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten op de kansspelen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers. » Art. 6.In artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 7 april 1995, 12 januari 2004 en 20 maart 2007, dat artikel 5 wordt, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° paragraaf 1bis, dat paragraaf 2 wordt, wordt vervangen als volgt : « § 2.Voor de toepassing van deze wet wordt onder financiering van terrorisme verstaan : de verstrekking of verzameling van fondsen, op welke wijze ook, rechtstreeks of onrechtstreeks, met de bedoeling of wetende dat deze geheel of gedeeltelijk zullen worden gebruikt door een terrorist of een terroristische organisatie of voor het plegen van een of meerdere terroristische daden. »; 2° in paragraaf 2, dat paragraaf 3 wordt, worden in de Franse tekst van de bepaling onder 1°, zesde streepje, de woorden « au trafic d'êtres humains » vervangen door de woorden « à la traite des êtres humains », wordt in de Nederlandse tekst van de bepaling onder 1°, twaalfde streepje, het woord « omkoping » vervangen door het woord « corruptie » en worden in de bepaling onder 3°, de woorden « met geweld of bedreiging » opgeheven. Art. 7.In artikel 3, § 3, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 12 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/01/2004 pub. 23/01/2004 numac 2004003033 bron federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, en de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs sluiten, dat artikel 6 wordt, worden de woorden « in de artikelen 2, 2bis en 2ter » vervangen door de woorden « in de artikelen 2, § 1, 3 en 4 » en worden de woorden « om alle daden van witwassen van geld en van financiering van terrorisme te identificeren » vervangen door de woorden « door alle nodige middelen in te zetten om daden van witwassen van geld en van financiering van terrorisme te identificeren. » Art. 8.Het opschrift van hoofdstuk II van dezelfde wet wordt vervangen als volgt : « Hoofdstuk II. Klantenonderzoek ten aanzien van de cliënten en de uiteindelijke begunstigden, ten aanzien van de verrichtingen en de zakelijke relaties, en interne organisatie van de ondernemingen en personen bedoeld in de artikelen 2, § 1, 3 en 4. » Art. 9.Artikel 4 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 12 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/01/2004 pub. 23/01/2004 numac 2004003033 bron federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, en de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs sluiten, dat artikel 7 wordt en wordt opgenomen onder een afdeling 1 met als opschrift : « Klantenonderzoek ten aanzien van de cliënten en de uiteindelijke begunstigden, en bewaring van de gegevens en documenten », wordt vervangen als volgt : « Art. 7.§ 1. De in de artikelen 2, § 1, en 3 bedoelde ondernemingen en personen moeten hun cliënten identificeren en hun identiteit verifiëren aan de hand van een bewijsstuk waarvan een afschrift wordt gemaakt op papier of op een elektronische informatiedrager : 1° wanneer de cliënt een zakelijke relatie wenst aan te gaan waardoor hij een gewone cliënt wordt;2° wanneer de cliënt, buiten een zakelijke relatie als bedoeld in de bepaling onder 1° hierboven, wenst over te gaan tot het uitvoeren van een verrichting : a.voor een bedrag van 10 000 euro's of meer, ongeacht of zij wordt uitgevoerd in één of meerdere verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan; of b. die bestaat in een geldovermaking in de zin van Verordening (EG) nr.1781/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler; 3° wanneer er, in de andere gevallen dan bedoeld in de bepalingen onder 1° en 2° hierboven, een vermoeden van witwassen van geld of financiering van terrorisme bestaat;4° wanneer wordt betwijfeld of de eerder verkregen identificatiegegevens over een reeds geïdentificeerde cliënt waarheidsgetrouw of juist zijn. Voor de toepassing van het eerste lid, 2°, b., wordt een in België uitgevoerde geldovermaking voor een bedrag gelijk aan of minder dan 1.000 euro op de rekening van de ontvanger van de betaling niet beschouwd als een geldovermaking in de zin van Verordening (EG) nr. 1781/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 15 november 2006 betreffende bij geldovermakingen te voegen informatie over de betaler, op voorwaarde dat : 1° de overmaking een betaling is ter uitvoering van een overeenkomst tot levering van goederen of diensten, die is afgesloten tussen de opdrachtgever en de ontvanger van het overgemaakte geld;2° de rekening van de ontvanger geopend werd teneinde de betaling voor de levering van de goederen of diensten mogelijk te maken;3° de betalingsdienstaanbieder van de ontvanger onderworpen is aan de verplichtingen van deze wet;en 4° deze betalingsdienstaanbieder in staat is om, aan de hand van een unieke identificatiecode, via de ontvanger van de betaling, terug te gaan tot de opdrachtgever. Voor natuurlijke personen hebben de identificatie en de identiteitsverificatie betrekking op hun naam, voornaam, geboortedatum en geboorteplaats. Daarnaast moet tevens, in de mate van het mogelijke, relevante informatie worden ingewonnen over het adres van de geïdentificeerde personen. Voor rechtspersonen, trusts, fiducieën en soortgelijke juridische constructies hebben de identificatie en de identiteitsverificatie betrekking op de maatschappelijke naam, de maatschappelijke zetel, de bestuurders en de kennisneming van de bepalingen inzake de bevoegdheid om de rechtspersoon, trust, fiducie of soortgelijke juridische constructie te verbinden. Bij de identificatie wordt ook informatie ingewonnen over het doel en de verwachte aard van de zakelijke relatie. § 2. De in de artikelen 2, § 1, en 3 bedoelde ondernemingen en personen moeten de lasthebbers van hun cliënten identificeren en hun identiteit verifiëren aan de hand van een bewijsstuk waarvan een afschrift wordt gemaakt op papier of op een elektronische informatiedrager, vooraleer deze lasthebbers, in het kader van een zakelijke relatie of een in § 1, eerste lid, bedoelde verrichting, gebruik maken van hun bevoegdheid waardoor ze de cliënt die zij vertegenwoordigen verbinden. Het derde en vierde lid van paragraaf 1 zijn van toepassing. § 3. Naargelang de risicogevoeligheid actualiseren de in de artikelen 2, § 1, en 3 bedoelde ondernemingen en personen de identificatiegegevens van hun gewone cliënten en van de lasthebbers van deze cliënten als blijkt dat de informatie die zij over hen bezitten niet langer actueel is. Daartoe verrichten zij een nieuwe identiteitsverificatie van de betrokken cliënten of hun lasthebbers overeenkomstig de paragrafen 1 en 2. § 4. Indien de in de artikelen 2, § 1, en 3 bedoelde ondernemingen en personen geen klantenonderzoek kunnen verrichten overeenkomstig de paragrafen 1, 2 en 3, mogen zij met de betrokken cliënt geen zakelijke relatie aangaan noch in stand houden, noch verrichtingen voor hem uitvoeren. In dat geval maken zij uit of een melding aan de Cel voor financiële informatieverwerking zich opdringt overeenkomstig de artikelen 23 tot 28. § 5. De in artikel 3, 5°, bedoelde personen zijn niet onderworpen aan de verplichtingen van paragraaf 4 wanneer zij de rechtspositie van hun cliënt bepalen, dan wel wanneer zij hem in of in verband met een rechtsgeding verdedigen of vertegenwoordigen, met inbegrip van advies in het licht van een dergelijke procedure en in het bijzonder over het instellen of vermijden van een rechtsgeding. § 6. De in artikel 2, § 1, 21°, bedoelde personen leven eveneens de in de paragrafen 1 tot 4 opgelegde verplichtingen na ten aanzien van deze van hun diamantleveranciers waarvoor aankoopverrichtingen leiden tot betalingen die geheel of gedeeltelijk, rechtstreeks of onrechtstreeks, anders worden verricht dan door overschrijving naar bankrekeningen gehouden bij kredietinstellingen bedoeld in artikel 10, § 1, 1°. » Art. 10.Artikel 5 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 12 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/01/2004 pub. 23/01/2004 numac 2004003033 bron federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, en de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs sluiten, dat artikel 8 wordt en wordt opgenomen in dezelfde afdeling, wordt vervangen als volgt : « Art. 8.§ 1. In voorkomend geval moeten de in de artikelen 2, § 1, en 3 bedoelde ondernemingen en personen de uiteindelijke begunstigde of begunstigden van de cliënt identificeren en passende, op het risico afgestemde maatregelen nemen om hun identiteit te verifiëren. In de zin van deze wet wordt onder uiteindelijke begunstigden de natuurlijke persoon of personen verstaan voor wier rekening of ten voordele van wie een verrichting wordt uitgevoerd of een zakelijke relatie wordt aangegaan, of die de uiteindelijke eigenaar zijn van of de uiteindelijke controle hebben over de cliënt. In de zin van deze wet worden in het bijzonder als uiteindelijke begunstigden beschouwd : 1° indien de cliënt een vennootschap is : a.de natuurlijke persoon of personen die de uiteindelijke eigenaar zijn van meer dan 25 % van de aandelen of stemrechten van die vennootschap, of die dit percentage rechtstreeks of onrechtstreeks houden; b. de natuurlijke persoon of personen die op een andere wijze de controle hebben over het bestuur van de vennootschap. Indien de cliënt of de houder van een controledeelneming een vennootschap is die genoteerd is op een gereglementeerde markt in de zin van Richtlijn 2004/ 39/EG in een land van de Europese Economische Ruimte of in een derde land aangeduid door de Koning krachtens artikel 37, § 2, eerste lid, 3°, waar openbaarmakingsvereisten gelden die in overeenstemming zijn met de Gemeenschapswetgeving, moeten de aandeelhouders niet worden geïdentificeerd en moet hun identiteit niet worden geverifieerd; 2° indien de cliënt een rechtspersoon is, met uitzondering van een vennootschap, zoals een stichting of een vereniging zonder winstoogmerk, dan wel een trust, een fiducie of een soortgelijke juridische constructie, die gelden beheert of uitkeert : a.als de toekomstige begunstigden reeds werden aangewezen, de natuurlijke persoon of personen die de begunstigden zijn van 25 % of meer van het vermogen van de rechtspersoon of van de juridische constructie; b. als de natuurlijke personen die de begunstigden van de rechtspersoon of van de juridische constructie zijn, nog niet zijn aangewezen, de in abstracto gedefinieerde groep van personen in wier belang de rechtspersoon of de juridische constructie hoofdzakelijk werd opgericht of hoofdzakelijk werkzaam is;c. de natuurlijke persoon of personen die de controle hebben over 25 % of meer van het vermogen van de rechtspersoon of de juridische constructie. Voor de uiteindelijke begunstigde heeft de identificatie betrekking op zijn naam en voornaam, alsook, in de mate van het mogelijke, op zijn geboortedatum en zijn geboorteplaats. Daarnaast moet tevens, in de mate van het mogelijke, relevante informatie worden ingewonnen over zijn adres. Bovendien moeten passende en op het risico afgestemde maatregelen worden getroffen om deze gegevens te verifiëren. In het in het derde lid, 2°, b), bedoelde geval heeft de identificatie evenwel betrekking op de bepaling in abstracto van de betrokken groep van personen. § 2. Naargelang de risicogevoeligheid actualiseren de in de artikelen 2, § 1, en 3 bedoelde ondernemingen en personen de identificatiegegevens van de uiteindelijke begunstigden van een cliënt met wie zij een zakelijke relatie hebben, als blijkt dat de informatie die zij over hen bezitten niet langer actueel is. § 3. De in § 1, derde lid, bedoelde vennootschappen, rechtspersonen en juridische constructies moeten aan de in de artikelen 2, § 1, en 3 bedoelde ondernemingen en personen waarmee zij een in artikel 7, § 1, eerste lid, 1°, bedoelde zakelijke relatie wensen aan te gaan of een in artikel 7, § 1, eerste lid, 2°, bedoelde verrichting wensen uit te voeren, de identiteit meedelen van hun uiteindelijke begunstigden. Zij moeten hun tevens, op verzoek, een geactualiseerde versie van deze inlichtingen bezorgen om hen in staat te stellen aan de in paragraaf 2 opgelegde verplichting te voldoen. De in de artikelen 2, § 1, en 3 bedoelde ondernemingen en personen verifiëren of de hun aldus meegedeelde inlichtingen pertinent en geloofwaardig zijn. § 4. Indien de in de artikelen 2, § 1, en 3 bedoelde ondernemingen en personen geen klantenonderzoek kunnen verrichten overeenkomstig de paragrafen 1 en 2, mogen zij geen zakelijke relatie aangaan of in stand houden met de betrokken cliënt, noch verrichtingen voor hem uitvoeren. Dit geldt tevens wanneer hun in paragraaf 3 bedoelde cliënten nalaten om hun de vereiste inlichtingen te verstrekken of hun informatie verstrekken die niet afdoende of geloofwaardig lijkt te zijn. In dat geval maken de betrokken ondernemingen en personen uit of een melding aan de Cel voor financiële informatieverwerking zich opdringt overeenkomstig de artikelen 23 tot 28. § 5. De in artikel 3, 5°, bedoelde personen zijn niet onderworpen aan de verplichtingen van paragraaf 4 wanneer zij de rechtspositie van hun cliënt bepalen, dan wel hem in of in verband met een rechtsgeding verdedigen of vertegenwoordigen, met inbegrip van advies in het licht van een dergelijke procedure en in het bijzonder over het instellen of vermijden van een rechtsgeding. § 6. De in artikel 2, § 1, 21°, bedoelde personen leven de in de paragrafen 1 tot 4 opgelegde verplichtingen eveneens na ten aanzien van deze van hun diamantleveranciers waarvoor aankoopverrichtingen leiden tot betalingen die geheel of gedeeltelijk, rechtstreeks of onrechtstreeks, anders worden verricht dan door overschrijving naar bankrekeningen gehouden bij kredietinstellingen bedoeld in artikel 10, § 1, 1°. » Art. 11.Artikel 5bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld sluiten en gewijzigd bij de wet van12 januari 2004, dat artikel 9 wordt en wordt opgenomen in dezelfde afdeling, wordt vervangen als volgt : Art. 9.De in artikel 4 bedoelde personen moeten hun cliënten identificeren en de identiteit verifiëren aan de hand van een bewijsstuk, waarvan een afschrift wordt gemaakt op papier of op een elektronische informatiedrager, indien deze cliënten een financiële verrichting in verband met het spel wensen uit te voeren voor een bedrag van ten minste 1.000 euro, ongeacht of zij plaatsvindt in één of meerdere verrichtingen waartussen een verband lijkt te bestaan, of voor een bedrag van minder dan 1.000 euro zodra er een vermoeden van witwassen van geld of financiering van terrorisme rijst. Artikel 7, § 1, derde en vierde lid, en § 4, evenals artikel 8, §§ 1, 3 en 4, zijn van toepassing. » Art. 12.Artikel 6 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 10 augustus 1998Relevante gevonden documenten type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs type wet prom. 10/08/1998 pub. 15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld sluiten, het koninklijk besluit van 20 juli 2000 en de wet van 12 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/01/2004 pub. 23/01/2004 numac 2004003033 bron federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, en de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs sluiten, dat artikel 10 wordt en wordt opgenomen in dezelfde afdeling, wordt vervangen als volgt : « Art. 10.§ 1. Onverminderd de gevallen waarin een beroep wordt gedaan op lasthebbers en onderaannemers die volgens hun instructies, alsook onder hun toezicht en verantwoordelijkheid handelen, mogen de in de artikelen 2, § 1, 3 en 4 bedoelde ondernemingen en personen het klantenonderzoek bedoeld in de artikelen 7, §§ 1, 2 en 3, 8, §§ 1 en 2, en 9 laten uitvoeren door een derde zaakaanbrenger, voor zover die : 1° een kredietinstelling of een financiële instelling is als bedoeld in artikel 2, § 1, punten 1 en 2, van Richtlijn 2005/60/EG, die in België of in een ander land van de Europese Economische Ruimte is gevestigd, of een gelijkwaardige instelling die gevestigd is in een derde land aangeduid door de Koning krachtens artikel 37, § 2, eerste lid, 2°, waarvan de wetgeving gelijkwaardige verplichtingen en controles oplegt als die waarin Richtlijn 2005/60/EG voorziet en die zijn onderworpen aan een verplichte professionele registratie, erkend bij wet;2° een bedrijfsrevisor, een externe accountant, een extern belastingconsulent, een erkend boekhouder, een erkend boekhouder-fiscalist, een notaris of een andere onafhankelijke beoefenaar van juridische beroepen is als bedoeld in artikel 2, § 1, punt 3, a) en b), van Richtlijn 2005/60/EG, die in België of in een ander land van de Europese Economische Ruimte is gevestigd, of in een derde land aangeduid door de Koning krachtens artikel 37, § 2, eerste lid, 4°, waarvan de wetgeving gelijkwaardige verplichtingen en controles oplegt als die waarin Richtlijn 2005/60/EG voorziet en die zijn onderworpen aan een verplichte professionele registratie, erkend bij wet. De in de artikelen 2, § 1, 3 en 4 bedoelde ondernemingen en personen die overeenkomstig het eerste lid een beroep doen op een derde zaakaanbrenger, vereisen van deze laatste dat hij hen onmiddellijk de inlichtingen doorgeeft die hij bezit over de identiteit van de cliënt en, in voorkomend geval, van diens lasthebbers en uiteindelijke begunstigden. Zij eisen tevens van de derde zaakaanbrenger dat hij zich ertoe verbindt om hen, zodra zij daarom verzoeken, onmiddellijk een afschrift te bezorgen van de bewijsstukken aan de hand waarvan hij de identiteit van die personen heeft gecontroleerd. Onder de voorwaarden bepaald in het eerste lid, mogen de in de artikelen 2, § 1, 3 en 4 bedoelde ondernemingen en personen de uitkomst aanvaarden van het klantenonderzoek dat is uitgevoerd door een derde zaakaanbrenger die in een land van de Europese Economische Ruimte of in een derde land is gevestigd, ook al verschillen de gegevens of de bewijsstukken die betrekking hebben op de identificatie of identiteitsverificatie van die welke vereist zijn door deze wet of door de ter uitvoering van deze wet genomen maatregelen. De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het nakomen van de klantenonderzoeksvereisten blijft berusten bij de in de artikelen 2, § 1, 3 en 4 bedoelde ondernemingen en personen die een beroep doen op een derde zaakaanbrenger als bedoeld in het eerste lid. § 2. Indien de in § 1, eerste lid, 1° en 2°, bedoelde ondernemingen en personen optreden als derde zaakaanbrenger, stellen zij de informatie waarover zij beschikken met toepassing van de artikelen 7 en 8 onmiddellijk ter beschikking van de ondernemingen of personen bij wie de cliënt is aangebracht. Indien de in België of in het buitenland gevestigde ondernemingen of personen bij wie de cliënt is aangebracht, een afschrift vragen van de documenten die betrekking hebben op de identificatie en identiteitsverificatie, bezorgen de in het eerste lid bedoelde ondernemingen en personen hun dit onverwijld. » Art. 13.Artikel 6bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 12 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 12/01/2004 pub. 23/01/2004 numac 2004003033 bron federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, en de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs sluiten, dat artikel 11 wordt en wordt opgenomen in dezelfde afdeling, wordt vervangen als volgt : « Art. 11.§ 1. De in de artikelen 2, § 1, en 3 bedoelde ondernemingen en personen zijn niet verplicht de in de artikelen 7 en 8 bedoelde identificatie en identiteitsverificatie uit te voeren voor de volgende personen : 1° een cliënt of een uiteindelijke begunstigde die een kredietinstelling of een financiële instelling is als bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2005/60/EG, die in België of in een ander land van de Europese Economische Ruimte is gevestigd, of een gelijkwaardige instelling die gevestigd is in een derde land aangeduid door de Koning krachtens artikel 37, § 2, eerste lid, 2°, waarvan de wetgeving gelijkwaardige verplichtingen en controles oplegt als die waarin Richtlijn 2005/60/EG voorziet;2° een cliënt of een uiteindelijke begunstigde die een beursgenoteerde vennootschap is waarvan de effecten in een land van de Europese Economische Ruimte zijn toegelaten tot de handel op een gereglementeerde markt in de zin van Richtlijn 2004/39/ EG, of een vennootschap die op de beurs is genoteerd in een derde land aangeduid door de Koning krachtens artikel 37, § 2, eerste lid, 3°, waar openbaarmakingsvereisten gelden die in overeenstemming zijn met de Gemeenschapswetgeving;3° de uiteindelijke begunstigden van gezamenlijke rekeningen aangehouden door notarissen en andere beoefenaren van onafhankelijke juridische beroepen die gevestigd zijn in België, in een ander land van de Europese Economische Ruimte of in een derde land aangeduid door de Koning krachtens artikel 37, § 2, eerste lid, 4°, waar zij onderworpen zijn aan verplichtingen die in overeenstemming zijn met de internationale normen ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, en waar er toezicht wordt uitgeoefend op de naleving van deze verplichtingen, in zoverre de informatie over de identiteit van de uiteindelijke begunstigden op verzoek beschikbaar is voor de instellingen die optreden als depositaris van de gezamenlijke rekeningen;indien de cliënt een persoon is als bedoeld in artikel 3, 5°, die gebonden is door het beroepsgeheim en derhalve de gevraagde informatie niet mag verstrekken, is artikel 8, § 4, niet van toepassing indien hij aan de bewarende instelling schriftelijk of elektronisch bevestigt dat de uiteindelijke begunstigden van de betrokken gezamenlijke rekening uitsluitend cliënten zijn met wie hij een relatie heeft om hun rechtspositie te bepalen, dan wel die hij in of in verband met een rechtsgeding verdedigt of vertegenwoordigt, met inbegrip van advies over het instellen of vermijden van een rechtsgeding; 4° een cliënt of een uiteindelijke begunstigde die een Belgische overheidsinstantie is;5° cliënten die Europese publieke autoriteiten of instellingen zijn, opgenomen in de door de Koning overeenkomstig artikel 37, § 2, eerste lid, 5°, opgemaakte lijst;6° cliënten die behoren tot de categorieën personen en instellingen aangeduid door de Koning krachtens artikel 37, § 2, eerste lid, 6°. § 2. De in de artikelen 2, § 1, en 3 bedoelde ondernemingen en personen zijn niet verplicht de in de artikelen 7 en 8 bedoelde identificatie en identiteitsverificatie uit te voeren voor volgende producten of verrichtingen : 1° levensverzekeringsovereenkomsten, wanneer het bedrag van de te betalen jaarlijkse premie 1.000 euro of minder bedraagt, of wanneer het bedrag van de eenmalige premie 2.500 euro of minder bedraagt; 2° pensioenverzekeringsovereenkomsten, mits deze overeenkomsten geen afkoopclausule omvatten en niet als waarborg kunnen worden gebruikt;3° een pensioenstelsel, een pensioenfonds of een soortgelijk stelsel dat pensioenen uitkeert aan werknemers, waarbij de bijdragen worden ingehouden op het loon en de regels van het stelsel de deelnemers niet toestaan hun rechten uit hoofde van het stelsel over te dragen; 4° elektronisch geld in de zin van artikel 3, § 1, 7°, van de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, voor zover het maximumbedrag dat op de drager is opgeslagen niet meer dan 150 euro bedraagt indien de elektronische drager niet kan worden heropgeladen, of, indien de drager kan worden heropgeladen, een limiet van 2.500 euro geldt voor het totaalbedrag van de verrichtingen die in een kalenderjaar worden verricht. De artikelen 7 en 8 zijn echter wel van toepassing indien de houder, met toepassing van artikel 5quater van voormelde wet van 22 maart 1993, in de loop van datzelfde kalenderjaar, de terugbetaling vraagt van een bedrag van 1.000 euro of meer; 5° de producten en verrichtingen die een laag risico op witwassen van geld of financiering van terrorisme inhouden en zijn opgenomen in de door de Koning overeenkomstig artikel 37, § 2, eerste lid, 7°, opgemaakte lijst. § 3. De in de artikelen 2, § 1, en 3 bedoelde ondernemingen en personen verzamelen in elk geval voldoende gegevens om vast te stellen of de cliënt aan de voorwaarden voldoet om een afwijking te kunnen genieten als bedoeld in § 1. De in de paragrafen 1 en 2 bedoelde afwijkingen van de verplichting om een klantenonderzoek te verrichten, zijn niet van toepassing wanneer er een vermoeden van witwassen van geld of financiering van terrorisme bestaat. » Art. 14.Artikel 7 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 10 augustus 1998 en 12 januari 2004, dat artikel 12 wordt en wordt opgenomen onder dezelfde afdeling, wordt vervangen als volgt : « Art. 12.§ 1. Onverminderd de in de artikelen 7 tot 9 opgelegde verplichtingen passen de in de artikelen 2, § 1, 3 en 4 bedoelde ondernemingen en personen, naargelang de risicogevoeligheid, verscherpte klantenonderzoeksmaatregelen toe in situaties die omwille van hun aard een hoger risico op witwassen van geld of financiering van terrorisme kunnen inhouden, en ten minste in de hieronder beschreven situaties. § 2. Onverminderd de in de artikelen 7 tot 9 opgelegde verplichtingen, nemen de in de artikelen 2, § 1, 3 en 4 bedoelde ondernemingen en personen specifieke en passende maatregelen om tegemoet te komen aan het hogere risico op witwassen van geld of financiering van terrorisme dat ontstaat wanneer zij een zakelijke relatie aangaan met of een verrichting uitvoeren voor een cliënt die bij de identificatie niet fysiek aanwezig is. § 3. Onverminderd de in de artikelen 7 tot 9 opgelegde verplichtingen, nemen de in de artikelen 2, § 1, 3 en 4 bedoelde ondernemingen en personen de onderstaande specifieke maatregelen wanneer ze zakelijke relaties aangaan of verrichtingen uitvoeren met of voor rekening van : 1° politiek prominente personen die in het buitenland wonen, namelijk natuurlijke personen die een prominente publieke functie bekleden of hebben bekleed;2° directe familieleden van de in 1° bedoelde personen;3° of naaste geassocieerden van de in 1° bedoelde personen. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder « natuurlijke personen die een prominente publieke functie bekleden of hebben bekleed », de volgende personen verstaan : 1° staatshoofden, regeringsleiders, ministers, afgevaardigde ministers en staatssecretarissen;2° parlementsleden;3° leden van hooggerechtshoven, grondwettelijke hoven en andere hoge rechterlijke instanties die doorgaans beslissingen nemen waartegen geen verder beroep mogelijk is;4° leden van rekenkamers en van directies van centrale banken;5° ambassadeurs, zaakgelastigden en hoge leger-officieren;6° leden van bestuursorganen, leidinggevende of toezichthoudende organen van overheidsbedrijven. Functies van een middelbaar of ondergeschikt niveau vallen niet onder de in het tweede lid genoemde categorieën. Onder de in het tweede lid genoemde categorieën vallen, waar toepasselijk, de functies uitgeoefend op Europees en internationaal niveau. Onder voorbehoud van de toepassing van de verscherpte klantenonderzoeksmaatregelen afhankelijk van de risicogevoeligheid van de cliënten, dienen de in de artikelen 2, § 1, 3 en 4 bedoelde ondernemingen en personen, een persoon die zijn prominente publieke functie in de zin van het tweede lid reeds ten minste één jaar heeft beëindigd, niet langer te beschouwen als een politiek prominent persoon. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder « directe familieleden van de in het eerste lid, 1 ° bedoelde personen », de volgende personen verstaan : 1° de echtgenoot of echtgenote;2° een partner die naar het nationale recht van de in het eerste lid, 1°, bedoelde persoon als gelijkwaardig met een echtgenoot of echtgenote wordt aangemerkt;3° de kinderen en hun echtgenoten of partners;4° de ouders. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder « naaste geassocieerden van de in het eerste lid, 1°, bedoelde personen », de volgende personen verstaan : 1° elke natuurlijke persoon van wie bekend is dat deze met een in het in eerste lid, 1 °, genoemde persoon de gezamenlijke uiteindelijke begunstigde is van juridische entiteiten of juridische constructies, of met de genoemde persoon verbonden is door andere nauwe zakelijke relaties;2° elke natuurlijke persoon die de enige uiteinde-lijke begunstigde is van een rechtspersoon of juridische constructie waarvan geweten is dat deze de facto opgericht werd ten voordele van een persoon bedoeld in het eerste lid, 1°. De vereiste specifieke maatregelen omvatten : 1° het in werking stellen van passende en geschikte procedures in functie van het risico om uit te maken of een cliënt of zijn uiteindelijke begunstigde een politiek prominent persoon is;2° het verkrijgen van toestemming van personen op een passend hiërarchisch niveau alvorens zakelijke relaties met dergelijke cliënten aan te gaan;3° het nemen van passende maatregelen naargelang de risicogevoeligheid, om de herkomst van het vermogen en van de fondsen vast te stellen die bij de zakelijke relatie of verrichting worden gebruikt;4° het doorlopend verscherpt controleren van de zakelijke relatie. § 4. Onverminderd de in de artikelen 7 en 8 bedoelde verplichtingen en de in artikel 11, § 1, 1 °, bedoelde afwijkingen, moeten de in artikel 2, § 1, bedoelde ondernemingen en personen die grensoverschrijdende correspondentbankrelaties aangaan met respondentinstellingen uit derde landen : 1° voldoende informatie over de betrokken respondentinstelling verzamelen om een volledig beeld te krijgen van de aard van haar activiteiten en om, op basis van openbaar beschikbare informatie, haar reputatie in te schatten alsook de kwaliteit van het toezicht dat op haar wordt uitgeoefend;2° de controles ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme van de respondentinstelling beoordelen;3° toestemming verkrijgen van personen op een passend hiërarchisch niveau alvorens nieuwe relaties aan te gaan;4° de verantwoordelijkheden van de respectieve instellingen schriftelijk vastleggen;5° met betrekking tot transitrekeningen (« payable-through accounts »), zich ervan vergewissen dat de respondentinstelling de identiteit heeft geverifieerd van en doorlopende doorlichting toepast ten aanzien van de cliënten die rechtstreeks toegang hebben tot de rekeningen van de correspondentinstelling en dat de respondentinstelling in staat is om op verzoek de relevante gegevens betreffende de klantenonderzoeksmaatregelen te verstrekken aan de correspondentinstelling. Zij mogen geen correspondentbankrelatie aangaan of in stand houden met een schermbank en moeten passende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat zij geen correspondentbankrelaties aangaan of in stand houden met een bank waarvan bekend is dat deze schermbanken toestaat gebruik te maken van haar rekeningen. » Art. 15.Artikel 8 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 10 augustus 1998 e …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.