{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Slotakte De gevolgmachtigden van : HET KONINKRIJK BELGIE HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE HELLEENSE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK SPANJE, DE FRANSE REPUBLIEK, IERLAND, DE ITALIAANSE REPUBLIEK, HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN, DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, DE PORTUGESE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK FINLAND, HET KONINKRIJK ZWEDEN, HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIE EN NOORD-IERLAND, Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de EUROPESE GEMEENSCHAP, het Verdrag tot oprichting van de EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR KOLEN EN STAAL en het Verdrag tot oprichting van de EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE, hierna \"de Lid-Staten\" te noemen, en van de EUROPESE GEMEENSCHAP, de EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR KOLEN EN STAAL en de EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE, hierna \"de Gemeenschap\" te noemen, enerzijds, en de gevolmachtigden van de REPUBLIEK ARMENI|$$|ADE anderzijds, bijeengekomen te Luxemburg, de tweeëntwintigste april negentienhonderd zesennegentig, voor de ondertekening van de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, hierna \"de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst\" te noemen, hebben de volgende teksten aangenomen : De Overeenkomst, waaronder de bijlagen en het volgende protocol : Het Protocol betreffende wederzijdse bijstand in douanezaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Republiek Armenië hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen, die aan deze Slotakte zijn gehecht : Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 4 Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 6 Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 15 Gemeenschappelijke verklaring betreffende het begrip \"zeggenschap\" in artikel 25, onder b), en artikel 36 Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 35 Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 42 Gemeenschappelijke verklaring betreffende artikel 95 De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Republiek Armenië hebben ook nota genomen van de volgende briefwisseling, die aan deze Slotakte is gehecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Briefwisseling tussen de Gemeenschap en de Republiek Armenië met betrekking tot de vestiging van vennootschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevolmachtigden van de Lid-Staten en van de Gemeenschap en de gevolmachtigden van de Republiek Armenië hebben voorts kennis genomen van de volgende aan deze Slotakte gehechte verklaring : Verklaring van de Franse Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE ARTIKEL 4 Bij het in artikel 3 bis genoemde overleg over veranderende omstandigheden in de Republiek Armenië bespreken de Partijen belangrijke veranderingen die een aanzienlijk effect kunnen hebben op de toekomstige ontwikkeling van Armenië. Hiertoe zouden kunnen behoren de toetreding van Armenië tot de WTO, de Raad van Europa of andere internationale lichamen, de toetreding tot een regionale douane-unie of een regionale integratie-overeenkomst in welke vorm dan ook.</p>\n<p class=\"lf-p\">GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE ARTIKEL 6 Indien de partijen menen dat de omstandigheden ontmoetingen op het hoogste niveau nodig maken, dan kunnen deze op ad hoc basis worden georganiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE ARTIKEL 15 Tot de Republiek Armenië toetreedt tot de WTO overleggen de Partijen binnen het Samenwerkingscomité over hun beleid inzake invoertarieven, met inbegrip van veranderingen in de tariefbescherming. In het bijzonder voorafgaand aan een verhoging van de tariefbescherming wordt dergelijk overleg aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE HET BEGRIP \"ZEGGENSCHAP\" IN ARTIKEL 25, ONDER b), EN ARTIKEL 36 1. De partijen bevestigen dat zij onderling zijn overeengekomen dat \"zeggenschap\" afhangt van de feitelijke omstandigheden van elk geval.2. Een onderneming wordt bij voorbeeld geacht onder \"zeggenschap\" van een andere onderneming te staan, en dus een dochteronderneming van de betrokken onderneming te zijn, indien : - de andere onderneming rechtstreeks of middellijk beschikt over een meerderheid van de stemrechten, of - de andere partij het recht heeft een meerderheid van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan aan te stellen of af te zetten, en terzelfder tijd aandeelhouder of lid van de dochteronderneming is.3. Beide partijen beschouwen de in punt 2 vermelde criteria niet als een limitatieve opsomming. GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE ARTIKEL 35 Het feit dat een visum wordt vereist voor natuurlijke personen van bepaalde partijen en niet voor die van andere, wordt niet op zichzelf beschouwd als iets dat uit een specifieke verbintenis voortvloeiende voordelen teniet doet of daaraan afbreuk kan doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE ARTIKEL 42 De partijen komen overeen dat intellectuele, industriële en commerciële eigendom voor de toepassing van de Overeenkomst inzonderheid het volgende omvat : auteursrechten, met inbegrip van de auteursrechten op computerprogramma's, en naburige rechten, de rechten voor octrooien, industriële ontwerpen, geografische aanduidingen, met inbegrip van benamingen van oorsprong, warenmerken en dienstmerken, topografieën van geïntegreerde schakelingen, alsmede bescherming tegen oneerlijke mededinging als bedoeld in artikel 10 bis van het Verdrag van Parijs voor de bescherming van industriële eigendom en bescherming van niet-openbaargemaakte informatie over know-how.</p>\n<p class=\"lf-p\">GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING BETREFFENDE ARTIKEL 95 1. De partijen komen met het oog op de juiste interpretatie en toepassing overeen dat onder de in artikel 95 van de Overeenkomst bedoelde \"bijzonder dringende gevallen\" wordt verstaan : gevallen van wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst door één van de partijen. Wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst houdt in : a) afwijzing van de Overeenkomst die niet in overeenstemming is met de algemene regels van het volkenrecht, of b) schending van de essentiële onderdelen van de Overeenkomst als vermeld in artikel 2.2. De partijen komen overeen dat onder de in artikel 95 genoemde \"passende maatregelen\" wordt verstaan maatregelen die in overeenstemming zijn met het internationaal recht.Indien een partij een maatregel in een bijzonder dringend geval zoals bedoeld in artikel 95 neemt, kan de andere partij een beroep doen op de procedure voor geschillenbeslechting.</p>\n<p class=\"lf-p\">BRIEFWISSELING TUSSEN DE GEMEENSCHAP EN DE REPUBLIEK ARMENIE MET BETREKKING TOT DE VESTIGING VAN VENNOOTSCHAPPEN A. Brief van de regering van de Republiek Armenië Mijnheer, Hierbij verwijs ik naar de op 15.XII.1995 geparafeerde Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de onderhandelingen heb ik erop gewezen dat de Republiek Armenië communautaire vennootschappen die zich in de Republiek Armenië vestigen en er activiteiten uitoefenen, in bepaalde opzichten een voorkeursbehandeling verleent. Ik heb daarbij opgemerkt dat hiermee uitvoering wordt gegeven aan het Armeense beleid om met alle middelen de vestiging van communautaire vennootschappen in de Republiek Armenië te bevorderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent naar mijn oordeel dat de Republiek Armenië in de periode tussen de datum van parafering van deze Overeenkomst en de inwerkingtreding van de desbetreffende artikelen inzake de vestiging van vennootschappen, geen maatregelen of voorschriften zal vaststellen tot invoering of verzwaring van discriminatie van communautaire vennootschappen ten opzichte van Armeense vennootschappen of vennootschappen van een derde land in vergelijking met de situatie op de datum van parafering van deze Overeenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik moge U verzoeken mij de ontvangst van deze brief te willen bevestigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de regering van de Republiek Armenië B. Brief van de Europese Gemeenschap Mijnheer, Ik dank U voor Uw brief van heden welke als volgt luidt : « Mijnheer, Hierbij verwijs ik naar de op 15.XII.1995 geparafeerde Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de onderhandelingen heb ik erop gewezen dat de Republiek Armenië communautaire vennootschappen die zich in de Republiek Armenië vestigen en er activiteiten uitoefenen, in bepaalde opzichten een voorkeursbehandeling verleent. Ik heb daarbij opgemerkt dat hiermee uitvoering wordt gegeven aan het Armeense beleid om met alle middelen de vestiging van communautaire vennootschappen in de Republiek Armenië te bevorderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent naar mijn oordeel dat de Republiek Armenië in de periode tussen de datum van parafering van deze Overeenkomst en de inwerkingtreding van de desbetreffende artikelen inzake de vestiging van vennootschappen, geen maatregelen of voorschriften zal vaststellen tot invoering of verzwaring van discriminatie van communautaire vennootschappen ten opzichte van Armeense vennootschappen of vennootschappen van een derde land in vergelijking met de situatie op de datum van parafering van deze Overeenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik moge U verzoeken mij de ontvangst van deze brief te willen bevestigen. » .</p>\n<p class=\"lf-p\">Ik bevestig U de ontvangst van deze brief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelieve, Mijnheer, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Namens de Europese Gemeenschappen VERKLARING VAN DE FRANSE REGERING De Franse Republiek neemt er nota van dat de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst met de Republiek Armenië niet van toepassing is op de landen en gebieden overzee die krachtens het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap met de Europese Gemeenschap zijn geassocieerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedaan te Luxemburg, de tweeëntwintigste april negentienhonderd zesennegentig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brief van de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten aan de regering van de Republiek Armenië Naar aanleiding van het verzoek van de Armeense autoriteiten betreffende het opnemen van bepalingen voor bijstand op het gebied van nucleaire veiligheid in de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst leggen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten de volgende verklaring af : - De Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten betreuren het besluit van de Armeense autoriteiten om Eenheid 2 van de kerncentrale Medzamor te heropenen in november 1995, hetgeen zij beschouwen als afwijkend van de algemene doelstelling van de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten om de nucleaire veiligheid wereldwijd te vergroten, en met name in de landen van Midden- en Oost-Europa en van de voormalige Sovjet-Unie, waar zich kerncentrales bevinden waarbij aanzienlijke tekortkomingen van het ontwerp zijn vastgesteld, - Op grond van het feit dat de kerncentrale Medzamor niet op een niveau kan worden gebracht dat overeenkomt met internationaal erkende veiligheidsnormen, menen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten dat de centrale niet geschikt is om op lange termijn in bedrijf te blijven en dat gestreefd moet worden naar een sluiting op een zo kort mogelijke, praktisch haalbare termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarom is het van het grootste belang dat alternatieve energiebronnen worden gevonden en gebruikt. De EG is bereid Armenië te helpen bij het opstellen en uitvoeren van een allesomvattende energiestrategie op lange termijn, overeenkomstig artikel 54 van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst, via het Tacis-programma (in samenwerking met de internationale financiële instellingen), - Onverminderd bovengenoemde doelstelling van de sluiting van de kerncentrale en rekening houdend met de huidige situatie, kan de EG op verzoek van Armenië overwegen beperkte steun te verlenen, in overeenstemming met het huidige kader van Tacis-middelen en -prioriteiten, voor veiligheidsmaatregelen op de korte termijn in het kader van het Tacis-programma voor Technische bijstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot deze maatregelen kunnen behoren : - steun voor de veiligheidsautoriteiten - operationele veiligheidsbijstand voor de exploitant - waar dit nodig is voor de uitvoering van deze taken, beperkte levering van dringend noodzakelijke uitrusting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedaan te Luxemburg, de tweeêntwintigste april negentienhonderd zesennegentig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lijst der Gebonden Staten Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Deze overeenkomst is nog niet in werking getreden. De datum van inwerkingtreding zal later gepubliceerd worden.</p></div>", "next": 0}