{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Over de vordering wordt uitspraak gedaan niettegenstaande vervolging wegens dezelfde feiten voor enig strafgerecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande elk rechtsmiddel en zonder borgtocht, tenzij de rechter enige borgtocht heeft bevolen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Los van de beëindiging van de omstreden handeling kan de voorzitter van de rechtbank van koophandel de bekendmaking van de gehele of gedeeltelijke tekst van het vonnis op de door hem geschikt geachte wijze bevelen, op kosten van de overtreder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien kan de overtreder bestraft worden met inbeslagneming van de onwettige installaties of, in voorkomend geval, indien hij die onwettige installaties reeds vervreemd heeft, met betaling van een bedrag ten belope van de waarde van de onwettige installaties. » Art. 79.In titel 7 van hetzelfde decreet wordt na afdeling 3, ingevoegd bij artikel 77, een afdeling 4 met het opschrift \"Afdeling 4 - Procedurebepalingen\" ingevoegd. Art. 80.In afdeling 4, ingevoegd bij artikel 79, wordt een artikel 127.2 ingevoegd, luidende : « Artikel 127.2. Procedurebepalingen. § 1. Zodra de Mediaraad kennis heeft van een bezwaar of een daad die een in de artikelen 120 of 121 genoemde inbreuk of niet-naleving zou kunnen inhouden, stelt het auditoraat een procedure in en beslist het over de ontvankelijkheid van de handeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de handeling ontvankelijk, dan stelt het auditoraat vervolging in.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het auditoraat kan de zaak seponeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het auditoraat brengt de beslissingskamer regelmatig op de hoogte van de dossiers die bij de Mediaraad zijn ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissingskamer kan de beslissingen van het auditoraat over niet-ontvankelijkheid en seponering naar zich toe trekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verslag wordt aan de beslissingskamer bezorgd. § 2. De beslissingskamer stelt de overtreder in kennis van zijn middelen en van het verslag. De overtreder heeft één maand de tijd om het dossier in te kijken en zijn schriftelijke opmerkingen in te dienen. § 3. De overtreder wordt verzocht te verschijnen op de datum die het dagelijks bestuur van de Mediaraad heeft vastgelegd en die per aangetekende brief ter kennis is gebracht. Hij kan zich laten vertegenwoordigen. De beslissingskamer kan elke persoon horen die haar nuttige inlichtingen kan verschaffen. § 4. De beslissingskamer doet een met redenen omklede uitspraak binnen zestig dagen na sluiting van de behandeling ter zitting. Die uitspraak wordt per aangetekende brief ter kennis gebracht. De beslissingskamer kan uitspraak doen bij verstek. § 5. Indien uitspraak wordt gedaan bij verstek, kan de overtreder binnen vijftien dagen na aangetekende kennisgeving van de beslissing van de beslissingskamer verzet aantekenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een nieuwe zittingsdag bepaald. Indien de overtreder opnieuw verstek laat gaan, kan hij geen verzet meer aantekenen. » Art. 81.Artikel 129 van hetzelfde decreet wordt aangevuld met een vierde lid, luidende : « Het mandaat van de leden van de beslissingskamer en van de leden en de plaatsvervangende leden van de advieskamer, die op 30 april 2011 in functie waren, eindigt vier jaar na de vergadering d.d. 5 mei 2010 van die leden. » Art. 82.In hetzelfde decreet wordt een artikel 129.1 ingevoegd, luidende : « Artikel 129.1. Herziening van de beperkingen op bestaande rechten. § 1. Gedurende een periode van vijf jaar, die ingaat op 25 mei 2011, mogen houders van rechten op het gebruik van radiofrequenties die vóór die datum zijn verleend en die voor een periode van ten minste vijf jaar na die datum geldig zullen blijven, bij de beslissingskamer een aanvraag indienen om de beperkingen die overeenkomstig artikel 49, §§ 4 en 5, op hun rechten zijn gesteld, opnieuw te onderzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alvorens de beslissingskamer een beslissing neemt, stelt zij de houder van het recht in kennis van haar hernieuwde toetsing van de beperkingen, waarbij zij haar bevindingen aangaande de omvang van dit recht vermeldt, en kent zij de houder een redelijke termijn toe om zijn verzoek in voorkomend geval in te trekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de houder zijn verzoek intrekt, blijft het recht ongewijzigd tot het verstrijken ervan en uiterlijk tot het eind van de periode van vijf jaar, waarbij de vroegste datum doorslaggevend is. § 2. Na de in § 1 bedoelde periode van vijf jaar neemt de beslissingskamer alle passende maatregelen om ervoor te zorgen dat alle resterende algemene machtigingen of individuele gebruiksrechten en spectrumtoewijzingen voor elektronische-communicatiediensten die op 25 mei 2011 bestonden, voldoen aan het bepaalde in artikel 49, §§ 4 en 5. § 3. Bij de toepassing van dit artikel neemt de beslissingskamer passende maatregelen om een eerlijke mededinging te bevorderen. § 4. Maatregelen die overeenkomstig dit artikel zijn genomen, houden geen toekenning van nieuwe gebruiksrechten in. » Art. 83.In hetzelfde decreet wordt een artikel 129.2 ingevoegd, luidende : « Artikel 129.2. Bestaande vergunningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 129.1 worden algemene machtigingen en individuele gebruiksrechten die reeds op 31 december 2009 bestonden uiterlijk op 19 december 2011 in overeenstemming gebracht met de artikelen 45 tot 61.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de toepassing van het eerste lid leidt tot een beperking van de rechten of een verzwaring van de verplichtingen in het kader van reeds bestaande algemene machtigingen of individuele gebruiksrechten, wordt de geldigheid van die rechten of machtigingen verlengd tot uiterlijk 30 september 2012, mits dit geen afbreuk doet aan de rechten van andere ondernemingen krachtens het recht van de Europese Unie. De beslissingskamer stelt de Europese Commissie in kennis van deze verlengingen en de redenen daarvoor. » Wij kondigen dit decreet af en bevelen dat het door het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eupen, 13 februari 2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister-President, Minister van Lokale Besturen, K.-H. LAMBERTZ De Minister van Onderwijs, Opleiding en Werkgelegenheid, O. PAASCH De Minister van Cultuur, Media en Toerisme, Mevr. I. WEYKMANS De Minister van Gezin, Gezondheid en Sociale Aangelegenheden, H. MOLLERS _______ Nota Zitting 2011-2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">Parlementaire stukken : 97 (2011-2012), nr. 1 Ontwerp van decreet. 97 (2011-2012), nr. 2 Voorstellen tot wijziging. 97 (2011-2012), nr. 3 Verslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Integraal verslag : 13 februari 2012, nr. 34 Bespreking en aanneming.</p></div>", "next": 0}