{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Indien de aangeslotene echter naderhand wederom zou toetreden tot onderhavig pensioenstelsel, dan zal de ten tijde van de uittreding in hoofde van de aangeslotene gevormde reserve uit het financieringsfonds worden gehaald om opnieuw te worden toegewezen aan de bewuste aangeslotene. Indien de aangeslotene opnieuw zou uittreden, dan zal deze procedure worden herhaald indien de totale aansluitingstermijn van de betrokkene de 12 maanden niet overschrijdt. De aangeslotene behoudt in voorkomend geval zijn latente rechten in het kader van de drie andere hiervoor vermelde sectorale pensioenstelsels. Afdeling 3. - Financiering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het bestaande ondernemingsstelsel dient te worden verhoogd met de bijdrage zoals voorzien in artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel en dit vanaf de daarin voorziene datum van inwerkingtreding. § 2. Deze bijdrage kan enkel aangewend worden als premie voor een verzekering in de combinatie \"uitgesteld kapitaal met tegenverzekering van de reserve\". Afdeling 4. - Beperking van de kosten en de integrale winstverdeling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De in het ondernemingspensioenstelsel aangerekende kosten en de winstverdeling van het pensioenstelsel dienen te voldoen aan de bepalingen van artikel 11, § 1, 4° van de W.A.P.. Afdeling 5. - Rendementsgarantie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de in artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007 voorziene bijdrage, dient een resultaatsverbintenis te worden aangegaan dat deze op een zodanige manier zal worden opgerent dat minimaal steeds voldaan zal zijn aan de bepalingen van artikel 24, § 2 van de W.A.P.. Afdeling 6. - Vastgoedverrichtingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zolang de aangeslotene via een arbeidsovereenkomst verbonden is met de werkgever die gebruik gemaakt heeft van de opting-out-mogelijkheid zoals bedoeld in artikel 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007, kan hij geen voorschot bekomen op zijn contract, noch het afkopen, noch het voordeel ervan afstaan of in pand geven. Afdeling 7. - Toezichtscomité</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Indien de pensioeninstelling aan wie het beheer van het ondernemingsstelsel werd toevertrouwd niet op paritaire wijze beheerd wordt, dient er een toezichtcomité te worden opgericht in uitvoering van artikel 41, § 2 van de W.A.P. § 2. Het aan de basis van het ondernemingsstelsel liggende pensioenreglement vermeldt deze verplichting en de wijze waarop het toezichtcomité samengesteld wordt. Afdeling 8. - Afkoopwaarden</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De theoretische en praktische afkoopwaarden bedragen in alle gevallen 100 pct. van de opgebouwde reserves met inbegrip van 100 pct. van de al toegekende winstdeling. HOOFDSTUK II. - Informatie Art. 9.§ 1. Een werkgever die gebruik gemaakt heeft van de opting-outmogelijkheid zoals bedoeld in artikel 6 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 5 juli 2002, alsook - in voorkomend geval - van de collectieve arbeidsovereenkomst(en) tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, deelt minstens eenmaal per jaar een lijst van de aangeslotenen van het ondernemingsstelsel die voldoen aan de aansluitingsvoorwaarden zoals bedoeld in artikel 4 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel, mee aan de inrichter. § 2 Daarenboven zal de hiervoor vermelde werkgever de inrichter op de hoogte houden van elke wijziging die doorgevoerd wordt aan het ondernemingsstelsel door middel van het opsturen van een afschrift van het gewijzigde pensioenreglement binnen de twee maanden te rekenen vanaf de begindatum van het gewijzigde ondernemingsstelsel. § 3. De pensioeninstelling die het ondernemingsstelsel beheert dient bij deze gelegenheid een verklaring op te stellen dat de rechten van de aangeslotenen in het kader van het gewijzigde ondernemingsstelsel minstens evenwaardig zijn aan deze van de aangeslotenen van het sectorstelsel (zie hierna). § 4. Tenslotte zal de werkgever op eenvoudig verzoek van de inrichter aan deze laatste alle gegevens overmaken die hem toelaten om de juiste uitvoering van de verplichtingen zoals voorzien in de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel te (laten) controleren.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK III. - Minimale evenwaardigheid van rechten Art. 10.§ 1. Het wijzigen van het ondernemingspensioenstelsel kan enkel via een collectief akkoord of een collectieve arbeidsovereenkomst op ondernemingsvlak en mag er niet toe leiden dat de rechten van de aangeslotenen van het ondernemingsstelsel minder zouden bedragen dan deze van de aangeslotenen van het sectorstelsel. § 2. Dit houdt in dat : - voor vaste bijdragen stelsels, de jaarlijks te storten bijdrage niet minder kan bedragen dan de bijdrage zoals voorzien in artikel 5 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel; - voor vaste prestatie stelsels, de verworven reserves op geen enkel ogenblik lager mogen zijn dan de verworven reserves die voortvloeien uit het sectoraal pensioenstelsel. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inrichter heeft het recht om de evenwaardigheid te (laten) controleren. HOOFDSTUK IV. - Procedure ingeval van niet-betaling van de premies of van stopzetting van het ondernemingspensioenstelsel Art. 11.§ 1. Het ondernemingsstelsel dient te voorzien in een procedure die ingeval van niet-betaling van de premies door de werkgever die gebruik gemaakt heeft van de opting-outmogelijkheid zoals bedoeld in artikel 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007, minstens de volgende elementen voorziet : - ingeval van nietbetaling van de premies binnen een termijn van 30 dagen na de vervaldag ervan, zal de bewuste werkgever door de pensioeninstelling door middel van een aangetekend schrijven in gebreke gesteld worden en aangemaand worden om over te gaan tot betaling van de premies; - indien de premies binnen een termijn van 60 dagen na de vervaldag ervan nog niet betaald zijn, zal de bewuste werkgever door de pensioeninstelling door middel van een aangetekend schrijven nogmaals in gebreke gesteld worden en aangemaand worden om over te gaan tot betaling van de premies.</p>\n<p class=\"lf-p\">De pensioeninstelling brengt de inrichter hiervan schriftelijk op de hoogte; - indien de premies binnen een termijn van 90 dagen na de vervaldag ervan nog niet betaald zijn, zal de bewuste werkgever door de pensioeninstelling door middel van een aangetekend schrijven op de hoogte worden gesteld dat de contracten binnen de drie weken premievrij zullen worden gemaakt. De pensioeninstelling brengt de inrichter, alsook de aangeslotenen van het ondernemingspensioenstelsel hiervan schriftelijk op de hoogte. § 2. Ingeval van blijvende niet-betaling van de in het kader van het ondernemingsstelsel verschuldigde premies, of ingeval van stopzetting van het ondernemingsstelsel, is de werkgever verplicht om vanaf het tijdstip van de stopzetting van de premiebetaling of van het ondernemingsstelsel, aan te sluiten bij het sectorale pensioenstelsel.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK V. - Procedure Art. 12.§ 1. De werkgever die in uitvoering van artikel 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel wenst gebruik te maken van de opting-out-mogelijkheid, dient volgende procedure te volgen : Afdeling 1. - Inlichting te verstrekken aan de inrichter</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-2\"><span class=\"lf-art-num\">§ 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ter controle en goedkeuring dienen een aantal documenten te worden voorgelegd aan de inrichter bij wege van een aangetekend schrijven uiterlijk binnen een tijdsspanne van 9 maanden te rekenen vanaf het tijdstip waarop men startte met de activiteiten die behoren tot het ressort van het voormelde paritair comité. § 3. Het gaat meer bepaald over de volgende stukken : - de collectieve arbeidsovereenkomst of het collectief akkoord waarop het vóór 31 december 2000 bestaande ondernemingspensioenstelsel gebaseerd is, alsook het bijhorende pensioenreglement; - de collectieve arbeidsovereenkomst waarin de sociale partners op ondernemingsniveau - in uitvoering van artikel 7 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel - ervoor opteren om de uitvoering van het pensioenstelsel zelf te organiseren; - en het nieuwe pensioenreglement dat voldoet aan de voorwaarden van de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. Afdeling 2. - Beraadslaging door de inrichter</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-4\"><span class=\"lf-art-num\">§ 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de twee maanden na de hiervoor vermelde kennisgeving door de werkgever, laat de inrichter ofwel zijn akkoord ofwel zijn weigering ofwel een vraag om meer inlichtingen geworden aan de werkgever. § 5. De inrichter kan enkel een aanvraag tot opting-out van een werkgever weigeren indien niet voldaan is aan de voorwaarden die terzake worden gesteld door de collectieve arbeidsovereenkomst van 4 september 2007 tot wijziging en coördinatie van het sociaal sectoraal pensioenstelsel. Art. 13.Enige geschillen terzake zullen worden voorgelegd aan de voorzitter van het Paritair Comité voor het garagebedrijf Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 2 juli 2008.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vice-Eerste Minister en Minister van Werk en Gelijke Kansen, Mevr. J. MILQUET</p></div>", "next": 0}