📄 Wettekst
22 JUNI 1998. - Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden inzake aanleg en exploitatie van openbare telecommunicatienetwerken
VERSLAG AAN DE KONING Sire, De
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/03/1991
pub.
09/01/2013
numac
2012000673
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven bepaalt in artikel 92bis zoals gewijzigd door de wet van 19 december 1997 tot wijziging van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/03/1991
pub.
09/01/2013
numac
2012000673
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven teneinde het reglementaire kader aan te passen aan de verplichtingen die inzake vrije mededinging en harmonisatie op de markt voor telecommunicatie, voortvloeien uit de van kracht zijnde beslissingen van de Europese Unie, dat de aanleg en exploitatie van openbare telecommunicatienetwerken onderworpen is aan een vergunning.
Dit besluit regelt de uitvoering en de praktische uitwerking van dit artikel.
Sinds de liberalisering van de telecommunicatie op 1 januari 1998 kunnen netwerken door verschillende marktoperatoren worden geleverd.
Het is dus van belang om het gemeenschappelijke kader vast te stellen dat door de verschillende operatoren moet worden nageleefd opdat de te vervullen verplichtingen billijk zijn en de kwaliteit die aan de consument wordt verstrekt, over het gehele grondgebied gelijk is. Dit is het doel van het besluit dat U heden wordt voorgelegd.
Dit besluit vervangt grotendeels het koninklijk besluit van 28 oktober 1996 betreffende de voorwaarden waaronder afgeweken kan worden van artikel 92, § 1 van
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/03/1991
pub.
09/01/2013
numac
2012000673
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven aan het gewijzigde reglementaire kader. Dit laatste besluit regelde immers een gedeeltelijke liberalisatie van de telecommunicatie-infrastructuur in die zin dat het voor openbare netwerken beperkt werd tot bestaande infrastructuren. In onderhavig besluit wordt de volledige liberalisering voor wat betreft de aanleg en de exploitatie van openbare telecommunicatienetwerken ingevoerd en wordt uitvoering gegeven aan het nieuwe artikel 92bis van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/03/1991
pub.
09/01/2013
numac
2012000673
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten.
Artikelsgewijze commentaar Artikel 1 verduidelijkt de terminologie die in dit besluit wordt gebruikt.
Artikel 2 omschrijft uitdrukkelijk het begrip bestek. In dit bestek moeten die voorwaarden verstaan worden waaraan een vergunninghouder zich moet houden bij de aanleg en exploitatie van zijn net.
Artikel 3 legt aan de operator de verplichting op om technisch, economisch, financieel en qua personeel de nodige middelen in te zetten zodat hij de voorwaarden die in dit bestek worden opgelegd, kan naleven. Tevens moet uit het ondernemingsplan blijken dat de operator een duurzaam netwerk beoogt. Als antwoord op het advies van de Raad van State wordt erop gewezen dat richtlijn 97/13/EG het daadwerkelijk mogelijk maakt om, in gerechtvaardigde gevallen en met naleving van het principe van proportionaliteit het uitbaten van openbare netten te onderwerpen aan eisen met betrekking tot de financiële en technische capaciteit. Daar openbare telecommunicatienetten ertoe dienen aan het publiek diensten te leveren is het gerechtvaardigd dat zij een zekere omvang moeten hebben. De criteria inzake minimale investering of minimumniveau van ontplooiing moeten in het artikel behouden blijven om de doorzichtigheid en juridische zekerheid te garanderen en om discriminatie te vermijden.
Met « werkingskosten » wordt in dit artikel bedoeld : alle kosten die nodig zijn voor het aanleggen en het instandhouden van het netwerk.
Artikel 4 behoeft geen commentaar.
Artikel 5 legt een informatieplicht op van operator naar klant toe in verband met de reglementering van het gebruik van eindapparaten. Een algemene vaststelling is immers dat heel wat eindgebruikers niet op de hoogte zijn van het feit dat eindapparaten enkel mogen gebruikt worden op openbare telecommunicatienetwerken wanneer zij goedgekeurd zijn. De band tussen operator en klant is voor het verspreiden van deze reglementen een uiterst geschikt informatiekanaal.
Wanneer een eindapparaat goedgekeurd is en niet valt onder de bepalingen van artikel 95 van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/03/1991
pub.
09/01/2013
numac
2012000673
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten (het eindapparaat stemt dus overeen met het oorspronkelijk goedgekeurde type, het beantwoordt aan de van kracht zijnde specificaties, het veroorzaakt geen storingen, berokkent geen schade aan de openbare telecommunicatieinfrastructuur en betekent geen gevaar voor de gebruikers of het personeel van de operatoren en de voorwaarden waaronder de goedkeuring is verleend en die betrekking hebben op het gebruik waarvoor het eindapparaat is goedgekeurd, worden nageleefd), dan kan de operator zich niet verzetten tegen de aansluiting van dergelijk apparaat. In de praktijk zal deze bepaling voornamelijk van belang zijn voor de operatoren die de toegang tot de eindgebruiker controleren.
Aangezien niet-goedgekeurde apparatuur of apparatuur die valt onder de bepalingen van artikel 95 van de wet de goede werking van het netwerk in het gedrang kan brengen, geeft dit artikel de operator de mogelijkheid om zich tegen het aansluiten van dergelijke apparatuur te verzetten. Bovendien kan de operator vragen om dergelijke apparatuur, indien ze reeds aangesloten is, af te koppelen. Is de klant onbereikbaar of weigert de klant op deze vraag in te gaan dan kan de operator de toegang tot het net schorsen. De operator moet de klant natuurlijk op de hoogte stellen van de schorsing. Hierbij kan nog opgemerkt worden dat de operator ten allen tijde de controlediensten van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (het Instituut) op de hoogte kan brengen van het feit dat niet goedgekeurde apparatuur is aangesloten op zijn netwerk. Deze diensten kunnen dan optreden op grond van artikel 110 van de wet.
Als antwoord op de opmerking van de Raad van State, kan worden benadrukt dat de klant wiens eindtoestel afgekoppeld werd, beroep kan aantekenen bij de ombudsdienst.
Artikel 6, § 1 legt, ter bescherming van de belangen van de eindgebruikers, de nadruk op het belang van het verzorgen van een eind-tot-eind kwaliteit van de dienst in geïnterconnecteerde netwerken en op het respect voor de reglementering van de bescherming van gegevens.
Artikel 6, § 2 vereist dat de operator duidelijk maakt in het kader van interconnectie met een andere operator welke maatregelen hij voorzien heeft die de continuïteit van de dienst zullen verzekeren in geval de installaties of de infrastructuur die in normale omstandigheden de dienst verzorgen niet naar behoren functioneren.
Artikel 6, § 3 voorziet een tussenkomst van de Kamer voor interconnectie, bijzondere toegang en gedeeld gebruik in geval een interconnectie met een derde de goede werking van het netwerk van de operator in het gedrang brengt en dit niet alleen wat betreft de aspecten vervat in de essentiële eisen, maar eveneens wat de hogere functies in het netwerk aangaat.
Artikel 6, § 4 geeft de operator de mogelijkheid om, wanneer een storing gevaar oplevert voor personen of voor installaties, de interconnectie onmiddellijk te schorsen. Het spreekt immers voor zich dat een dergelijke storing zo snel mogelijk verholpen moet worden.
Inzake interconnectie mag niet uit het oog verloren worden dat wanneer een operator zijn installaties wijzigt in die zin dat de geïnterconnecteerde operator gedwongen wordt zijn installaties eveneens te wijzigen, deze operatoren onderworpen zijn aan het koninklijk besluit tot regeling van de termijnen en principes die van toepassing zijn op de commerciële onderhandelingen die worden gevoerd om interconnectieakkoorden te sluiten.
Artikel 7 behoeft geen commentaar.
De bedoeling van artikel 8 is dat de operator ervoor zorgt dat het netwerk permanent operationeel is. Dit betekent niet dat er zich geen onderbrekingen of storingen kunnen voordoen. Dergelijke mankementen zijn immers onvermijdbaar. Het is de operator echter niet toegelaten de werking van het net te onderbreken bijvoorbeeld bij wijze van « pauze ». Om defecten te vermijden past de operator de nodige bescherming en redundantie toe om de instandhouding of het herstel van de toegang tot zijn netwerk te garanderen in geval van onderbreking of storing als gevolg van een defect van de installaties of infrastructuren of in geval van overmacht.
Artikel 9 legt de operator de verplichting op om erop toe te zien dat de wettelijke bepalingen met betrekking tot de bescherming van het privé-leven worden nageleefd. De operator is gemachtigd om alle nodige en redelijke maatregelen te nemen om die naleving te garanderen.
Artikel 10 bepaalt dat, ter bescherming van de belangen van de eindgebruiker, goedgekeurde eindapparatuur binnen de voorwaarden bepaald door goedkeuringsspecificaties, probleemloos toegang moet kunnen nemen tot het netwerk ongeacht het openbare net waar het op aangesloten wordt. De samenwerking tussen het Instituut en de operator, heeft tot doel in problematische gevallen de gewenste overdraagbaarheid te bereiken. Deze samenwerking houdt onder andere ook in dat de operator noodzakelijke informatie zoals de netwerkspecificaties ter beschikking stelt van het Instituut en dit reeds bij de aanvraag voor het bekomen van een individuele vergunning.
Artikel 11 behoeft geen commentaar.
De artikels 12 tot 16 regelen de rechten die betaald moeten worden voor een vergunning. Deze bepalingen zijn grotendeels overgenomen uit het
koninklijk besluit van 18 juni 1997Relevante gevonden documenten
type
koninklijk besluit
prom.
18/06/1997
pub.
30/07/1997
numac
1997014149
bron
ministerie van verkeer en infrastructuur
Koninklijk besluit betreffende de dossierkosten verbonden aan de aanvraag en het beheer van een vergunning voor het uitbaten van verbindingen voor het al dan niet zelf aanbieden van openbare telecommunicatiediensten
sluiten betreffende de dossierkosten verbonden aan de aanvraag en het beheer van een vergunning voor het uitbaten van verbindingen voor het al dan niet zelf aanbieden van openbare telecommunicatiediensten. Als antwoord op de opmerking van de Raad van State is verduidelijkt dat de bedragen pas na de uitreiking van de vergunning verschuldigd zijn.
De bedragen die in dit besluit worden voorgesteld zijn hoger dan deze in het eerdervernoemde besluit daar door de algehele liberalisatie inzake het aanleggen en exploiteren van netwerken veel meer dossiers door het Instituut onderzocht zullen moeten worden. Het besluit van 18 juni 1997 was immers beperkt tot bestaande openbare infrastructuren waardoor het aantal dossiers eerder gering was.
Als antwoord op de opmerking van de Raad van State zijn de kosten voor het beheer van het dossier voor operatoren met een sterke marktpositie hoger omdat zal moeten worden nagegaan of zij hebben voldaan aan de meer omvangrijke verplichtingen die op hen rusten.
Artikel 17 komt tegemoet aan een verplichting van richtlijn 90/388/EEG van de Commissie van 28 juni 1990 betreffende de mededinging op de markten voor telecommunicatiediensten, inzonderheid artikel 4quinquies, ingevoegd bij richtlijn 96/19/EG van 13 maart 1996.
Dit artikel kent aan de operatoren dezelfde rechten toe als deze voorzien in de wet. Niettemin kan, als antwoord op de opmerking van de Raad van State, gesteld worden dat dit artikel nuttig is daar het de operatoren duidelijk wijst op hun rechten en plichten terzake.
Bovendien past dit artikel in een overzichtelijke uitvoering van artikel 92bis, § 1 a) tot r) van de wet.
Artikel 18 legt de operator de verplichting op om het Instituut regelmatig de nodige gegevens ter beschikking te stellen zodat het Instituut kan nagaan of de operator voldoet aan de bepalingen van zijn vergunning.
Als antwoord op het advies van de Raad van State moet worden benadrukt dat het Instituut krachtens artikel 75 § 3 belast is met een algemene controleopdracht. Het eerste lid van artikel 18 geeft uitvoering aan die bepaling.
Artikel 19 is geherformuleerd om tegemoet te komen aan het advies van de Raad van State.
Artikel 20 behoeft geen commentaar.
Artikel 21 (het vroegere artikel 24) behandelt de sancties ingeval van niet-naleving van de vergunning. Nadat het Instituut de inbreuk heeft vastgesteld, hoort het de operator en maant hem eventueel aan om binnen een maand de tekortkomingen te verhelpen; het deelt hem tevens de boete mee die hij zal moeten betalen wanneer de overtreding blijft bestaan. Die boete zal worden vastgesteld volgens artikel 109quater van de wet en kan dus gaan van 0,5 % tot 5 % van de omzet van de operator in de sector waarin de overtreding zich heeft voorgedaan.
Indien de operator zich niet voegt naar het verzoek van het Instituut legt dit na de operator te hebben gehoord, hem de voorgestelde sanctie op. De beslissing van het Instituut moet worden genomen voor het einde van de tweede maand die volgt op de eerste ingebrekestelling. Die beslissing wordt binnen een week aan de operator meegedeeld. Indien de operator na afloop van de daaropvolgende maand nog steeds in gebreke blijft, kan de Minister op advies van het Instituut hetzij de vergunning schorsen, hetzij de vergunning intrekken. Uiteraard zal de Minister vooraleer hij tot een dergelijke beslissing overgaat, de betrokken operator horen. § 1 geeft aan het BIPT de mogelijkheid om zelf de termijn te bepalen waarbinnen de operator de tekortkomingen moet verhelpen. De door de Raad van State voorgestelde termijn van één maand kan in een aantal gevallen immers te lang zijn : wanneer bijvoorbeeld het slecht functioneren van het netwerk de goede werking van bepaalde diensten of van een ander netwerk al te zeer in het gedrang brengt, of de operator laat storende niet-goedgekeurde apparatuur op zijn netwerk toe. In dergelijke flagrante gevallen moet het euvel binnen de kortst mogelijke tijd verholpen worden.Bovendien wordt in dit artikel, in tegenstelling tot in het voorstel van de Raad van State, uitdrukkelijk verwezen naar artikel 109quater van de wet, dit omwille van de rechtszekerheid.
De strafsancties waarin artikel 114 van de wet voorziet kunnen echter cumulatief toegepast worden met de sancties van dit artikel.
Artikel 22 bepaalt dat de operator als enige aansprakelijk is tegenover zijn klanten voor fouten van het netwerk. Deze bepaling beoogt de klanten te beschermen in die zin dat een klant die geconfronteerd wordt met een slecht functionerende netwerk zich rechtstreeks tot zijn operator kan wenden en van deze een schadevergoeding kan verkrijgen. Indien deze operator niet of niet geheel verantwoordelijk is voor de verstoring van het netwerk kan hij de schadevergoeding die hij aan zijn klant heeft betaald, geheel respectievelijk gedeeltelijk verhalen op diegene die verantwoordelijk is voor de betreffende fout. Als antwoord op het advies van de Raad van State, geeft deze maatregel wel degelijk uitvoering aan de bepalingen van Hoofdstuk IXter van Titel III van de wet over de bescherming van de gebruikers en in het bijzonder artikel 105octies met betrekking tot de regelingen voor schadeloosstelling.
Artikel 23 herinnert de operator aan de verplichtingen en mogelijkheden inzake universele dienstverlening.
Artikel 24 behoeft geen commentaar.
Artikel 25 is de uitvoering van artikel 87, s) van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/03/1991
pub.
09/01/2013
numac
2012000673
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten (ingevoegd door de wet van (...)). Het bepaalt dat van de jaaromzet inzake de activiteit die gedekt is door de vergunning 0,70 % gaat naar onderzoek en ontwikkeling, 0, 15 % ten goede komt aan de terbeschikkingstelling van informatietechnologieën in KMO's en 0,15 % aan jongeren en sociaal minder begunstigden. Bijgevolg moeten de operatoren 1 % van hun jaaromzet aanwenden om de algemene ontwikkeling van de informatiemaatschappij zo harmonieus mogelijk te laten verlopen. Deze bepaling beoogt in feite dat, in een geest van partnership met de ondernemingen, een driedubbele waarborg zou geconcretiseerd worden : - in de eerste plaats, de waarborg dat de liberalisering van de markt zal gebeuren met eerbiediging van de consumentenbelangen. Dit houdt in dat, door onderzoek en ontwikkeling, de operatoren elk op hun niveau, een blijvend proces op gang brengen en verderzetten voor de verbetering van hun producten en diensten, in aansluiting op de behoeften en verwachtingen van de consumenten; - vervolgens past het te waken over een harmonieuze spreiding van de economische weerslag van de ontwikkeling van de telecommunicatiesector. Met andere woorden, de kleine en middelgrote ondernemingen, als belangrijke vector bij de tewerkstellingsontwikkeling, mogen het slachtoffer niet zijn van een verstoord evenwicht of van vertragingen bij de toegang tot de integratie van de diensten die voortvloeien uit de informatietechnologieën; - ten slotte zou het ondenkbaar en onaanvaardbaar zijn dat de liberalisering van de telecommunicatiemarkt zou leiden tot een verscherping van de sociale uitsluiting. Daarom, teneinde een dergelijke perverse weerslag te voorkomen, zal elke operator in zijn bewerkingen een sociale dimensie moeten inbouwen om het verwekken van sociaal onrecht te vermijden. Deze dimensie zal gericht zijn op de toegang van kwetsbare sociale groepen tot de informatiemaatschappij.
Als antwoord op het advies van de Raad van State moet worden benadrukt dat andere Europese landen soortgelijke bepalingen in hun reglementering opnemen.
Artikel 26 heeft betrekking op de reciprociteit van de interconnectierechten van binnenlandse operatoren ten overstaan van buitenlandse operatoren.
Als antwoord op het advies van de Raad van State is verduidelijkt dat de internationale overeenkomsten die België ondertekend heeft, uiteraard zullen worden nageleefd. De leden 2 en 3 van artikel 26 specificeren de nadere regels volgens dewelke het Instituut de gelijke behandeling van Belgische en buitenlandse operatoren zal nagaan op gebied van interconnectie, met name via het onderzoek van de verdeel- en ontvangsttaksen.
Artikel 27 bepaalt de nadere regels die betrekking hebben op het aanvragen van de vergunning. In § 1 wordt vastgesteld wie de vergunning kan aanvragen terwijl § 2 de formele regels van de aanvraag vastlegt. In §§ 3 en 4 wordt bepaald welke informatie de aanvraag moet bevatten en hoe deze moet gepresenteerd worden.
Bovendien legt § 4 een procedure vast voor het geval dat de verstrekte informatie ontoereikend zou zijn.
In antwoord op het advies van de Raad van State moet opgemerkt worden dat de gevraagde informatie noodzakelijk is om te kunnen nagaan of de operator redelijkerwijze aan alle wettelijke en reglementaire verplichtingen zal kunnen voldoen.
Artikel 28 bepaalt hoe de vergunning formeel en binnen welke termijnen tot stand komt : 1. het Instituut onderzoekt het dossier;2. binnen een termijn van 60 dagen formuleert het Instituut een aanbeveling;3. deze aanbeveling wordt overgemaakt aan de aanvrager en aan de Minister;indien de aanbeveling gunstig is neemt zij de vorm aan van een ontwerp-vergunning; 4. de Minister neemt binnen de 30 dagen na ontvangst van de aanbeveling een beslissing;Hij is niet gebonden door het advies van het Instituut.
Bij punt 2 moet opgemerkt worden dat deze termijn wordt geschorst indien het Instituut van oordeel is dat het dossier onvolledig is of wanneer bijkomende inlichtingen noodzakelijk zijn. Deze schorsing kan hoogstens 30 dagen duren. Indien het dossier binnen deze periode niet vervolledigd of verduidelijkt is, wordt de aanvraag geweigerd.
Als antwoord op het advies van de Raad van State wordt erop gewezen dat richtlijn 97/13/EG inzake vergunningen in een mogelijkheid voorziet om de termijn in gerechtvaardigde gevallen uit te breiden tot vier maanden. Een verlenging van de termijn voor openbare telecommunicatienetten wordt gerechtvaardigd door het belang van die netten voor de Belgische economie en door het feit dat het belangrijk is te vermijden dat onbetrouwbare operatoren hun intrede doen op de markt, hetgeen een grondig onderzoek van de kandidatuurdossiers rechtvaardigt. In elk geval is de termijn van vier maanden een maximumtermijn die enkel maar in gerechtvaardigde gevallen zal worden toegepast.
Als antwoord op het advies van de Raad van State wat artikel 29 betreft, wordt erop gewezen dat de verwijzing naar de vrijwaring van een onvervalste marktstructuur behouden is omdat die betekent dat het industriële project dat door de kandidaat-operator wordt voorgesteld, verenigbaar moet zijn met de mededingingsregels die door het Verdrag en de nationale reglementering zijn uitgevaardigd.
Artikel 30 legt de regels vast waaraan de operator moet voldoen bij een wijziging van zijn vergunning. Een dergelijke wijziging dringt zich immers op bij elke wijziging van het netwerk.
De Minister heeft de mogelijkheid om, op voorstel van het Instituut, de vergunning eenzijdig te wijzigen indien een wijziging nodig is om aan de bepalingen van de artikelen 107 (toegang tot huurlijnen) en 108 (publicatie van de technische kenmerken) van de wet te voldoen.
Artikel 31 : om tegemoet te komen aan de opmerkingen van de Raad van State inzake de bijkomende werklast die dergelijke dossiers voor het BIPT met zich meebrengen, en inzake de gelijke behandeling van de operatoren, brengt de overdracht van de vergunning de betaling van een éénmalig dossierrecht met zich mee.
Artikel 32 laat het gebruik van frequenties toe bij het tot stand brengen van verbindingen. Voor het verkrijgen en het gebruik van deze frequenties wordt verwezen naar het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen.
Artikel 33 behoeft geen commentaar.
Vergunningen die verkregen werden voor de inwerkingtreding van dit besluit, of aangiften die rechtsgeldig gedaan werden voor deze datum, worden in artikel 34 geregulariseerd.
Operatoren die reeds over een vergunning voor openbare netwerken beschikken op basis van een andere reglementaire tekst dan onderhavige, worden verplicht aan het Instituut een dossier in de zin van artikel 30 van dit besluit over te maken. De bedoeling hiervan is dat het Instituut voor iedere netwerkoperator over een gelijkaardig dossier beschikt. Na ontvangst van het dossier zal het Instituut aan de betreffende operator een vergunning op grond van dit besluit afleveren.
De artikelen 35 tot 37 behoeven geen commentaar.
Als antwoord op het advies van de Raad van State wat betreft het volume van de informatie die wordt gevraagd in de bijlage tot vaststelling van de vorm en de inhoud van de aanvragen voor een individuele vergunning, zij erop gewezen dat de ervaring met de procedures voor de toekenning van voorlopige vergunningen het belang aantoont om over al die inlichtingen te beschikken en dat vooral voor de kandidaat-operator die op die manier verplicht is om de aard, de omvang en de implicaties van zijn industrieel project beter te verduidelijken.
Aan alle opmerkingen van de Raad van State is tegemoetgekomen, met uitzondering van die welke in het verslag aan de Koning becommentarieerd zijn.
Ik heb de eer te zijn, Sire, van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaar, De Minister van Telecommunicatie, E. DI RUPO
ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling wetgeving, vierde kamer, op 3 februari 1998 door de Minister van Telecommunicatie verzocht hem van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit « betreffende de aanleg en exploitatie van openbare telecommunicatienetwerken, heeft op 18 maart 1998 het volgende advies gegeven : Algemene opmerking Overeenkomstig artikel 2, lid 4, en artikel 3, vijfde alinea, van richtlijn 90/388/EEG van de Commissie van 28 juni 1990 betreffende de mededinging op de markten voor telecommunicatiediensten, is van het ontwerp kennis gegeven aan de Commissie die haar opmerkingen bij brief van 18 december 1997 heeft meegedeeld.
De afdeling wetgeving kan echter niet anders dan vaststellen dat daarmee geenszins rekening is gehouden in de tekst van het ontwerp dat haar op 3 februari 1998 is voorgelegd, wat de gemachtigde ambtenaar trouwens heeft bevestigd.
Bijzondere opmerkingen Opschrift Teneinde het opschrift in overeenstemming te brengen met de bewoordingen van artikel 92bis van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/03/1991
pub.
09/01/2013
numac
2012000673
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, welk artikel de rechtsgrond van het ontworpen besluit vormt, wordt voorgesteld om het opschrift als volgt te redigeren « koninklijk besluit betreffende de voorwaarden inzake aanleg en exploitatie van openbare telecommunicatienetten », zoals dat opschrift overigens in de bijlage bij het ontworpen besluit wordt geciteerd.
Aanhef Eerste lid In plaats van te verwijzen naar de wijzigingsrichtlijn, behoort de oorspronkelijke richtlijn te worden vermeld (1). Er behoort ook te worden verwezen naar het precieze artikel van die tekst met toepassing waarvan het ontworpen besluit wordt uitgevaardigd. Het lid zou dan ook als volgt moeten worden gesteld : « Gelet op richtlijn 90/388/EEG van de Commissie van 28 juni 1990 betreffende de mededinging op de markten voor telecommunicatiediensten, inzonderheid op artikel 3, vervangen bij richtlijn 96/19/EG van de Commissie van 13 maart 1996; ».
Tweede lid Er behoort te worden geschreven : « inzonderheid op artikel 92bis, ingevoegd door het koninklijk besluit van 28 oktober 1996 en vervangen bij de wet van 19 december 1997 » in plaats van « inzonderheid op artikel 92bis, ingevoegd bij de wet tot wijziging van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/03/1991
pub.
09/01/2013
numac
2012000673
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven om het reglementaire kader aan te passen aan de verplichtingen inzake vrije mededinging en harmonisatie op de markten voor telecommunicatiediensten, die voortvloeien uit de van kracht zijnde richtlijnen van de Commissie van de Europese Unie ».
Vijfde lid Om zich te gedragen naar het bepaalde in artikel 5 van het koninklijk besluit van 16 november 1994 betreffende de administratieve en begrotingscontrole, dient men te schrijven : « Gelet op het akkoord van de Minister van Begroting van 20 november 1997 ».
Zesde lid (nieuw) Er dient een als volgt luidend nieuw lid te worden ingevoegd : « Gelet op het advies van de Europese Commissie; ».
Bepalend gedeelte Voorafgaande opmerkingen Wat de nummering betreft van de hoofdstukken en afdelingen, alsook het opschrift ervan, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerkingen : 1. In het Nederlands worden alle hoofdstukken, afdelingen en onderafdelingen genummerd met hoofdtelwoorden in Romeinse cijfers. Deze regel geldt ook voor het Frans, met uitzondering weliswaar van hoofdstuk I, afdeling I en onderafdeling I, die als « Chapitre premier », « Section première » en « Sous-section première » moeten worden aangeduid, waarbij « premier » en « première » met een kleine letter worden geschreven. 2. Men dient erop toe te zien dat de opschriften van hoofdstukken en afdelingen bij elkaar aansluiten.Men dient ofwel te opteren voor het gebruik van het bepaald lidwoord (zoals bijvoorbeeld in hoofdstuk II, afdelingen 7 tot 12, 14 tot 16 en 18) ofwel af te zien van het gebruik van het bepaald lidwoord (zoals in hoofdstuk II, afdelingen 1 tot 6, 13 en 17), en zich ervoor te hoeden die beide werkwijzen door elkaar te gebruiken.
In het Nederlands is het gebruikelijk geen bepaald lidwoord te bezigen. 3. Men behoort ervoor te zorgen dat de opschriften van de afdelingen in hoofdstuk II zo goed mogelijk overeenstemmen met de bewoordingen van artikel 92bis, § 1, tweede lid, a) tot r) van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/03/1991
pub.
09/01/2013
numac
2012000673
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven of er op zijn minst op toe te zien dat de bewoordingen van die opschriften stroken met de teneur van de bepalingen die in het voormelde artikel 92bis, § 1, tweede lid, staan. Zo bijvoorbeeld zou men ervoor moeten zorgen dat het opschrift van afdeling 14 van hoofdstuk II overeenstemt met punt n) van het voormelde artikel 92bis, § 1, tweede lid.
Hoofdstuk I Het aantal artikelen waaruit dit hoofdstuk bestaat en de aard van de daarin behandelde aangelegenheden zijn geen reden om het in afdelingen op te splitsen (2). Er wordt voorgesteld dit hoofdstuk niet in afdelingen op te splitsen en het als opschrift « Definities » te geven.
Artikel 1 In onderdeel 3 schrijve men : « afgekort : als « B.I.P.T » in plaats van « afgekort : « B.I.P.T ». ».
De definitie die in onderdeel 4 wordt gegeven, hoort veeleer vooraan in hoofdstuk II thuis. Het eerste artikel van dat hoofdstuk zou kunnen bepalen dat het bestek alle voorwaarden bevat waaraan een persoon moet voldoen om een vergunning voor de exploitatie van een openbaar telecommunicatienetwerk te kunnen verkrijgen.
Artikel 2 Deze bepaling is niets meer dan een parafrase van artikel 92bis van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/03/1991
pub.
09/01/2013
numac
2012000673
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven.
Die bepaling behoort dan ook als overbodig te vervallen.
Artikelen 3 en 4 Er wordt voorgesteld deze beide artikelen te laten vervallen.
Artikel 4 bevat immers geen enkele nieuwe regel en de in artikel 3 vervatte bepaling kan worden opgenomen in de definitie van de individuele vergunning die in artikel 1, 6°, wordt gegeven.
Hoofdstuk II In het opschrift dient het woord « voor » te worden ingevoegd tussen het woord « bestek » en de woorden « openbare telecommunicatienetwerken ». Afdeling I
1. Er wordt verwezen naar de voorafgaande opmerking betreffende de nummering van de afdelingen. Met het oog op de overeenstemming met de bewoordingen van artikel 92bis, § 1, tweede lid, a) van de voormelde
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/03/1991
pub.
09/01/2013
numac
2012000673
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, dient in de Franse tekst « compétence technique » in het enkelvoud te worden geschreven.
Artikel 5 Er wordt verwezen naar de opmerkingen die infra over artikel 32 van het ontwerp worden gemaakt.
Onder voorbehoud van een en ander schrijve men in het tweede lid, tweede streepje, « totstandbrenging » in plaats van « ontplooiing », dat in deze context ongebruikelijk is.
Wat het derde lid betreft, zou het woord « residentieel », dat in het ontwerp een betekenis heeft die niet overeen lijkt te komen met de betekenis die er in de woordenboeken aan wordt gegeven, beter vervangen worden door het woord « particulier ». Voorts schrijve men « in het vorige lid » in plaats van « in vorig lid ».
Artikel 6 Artikel 107, § 3, van de voornoemde
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/03/1991
pub.
09/01/2013
numac
2012000673
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten bevat drie leden. Wellicht verwijst de steller van het ontwerp bij vergissing respectievelijk naar het tweede en het eerste lid van die bepaling, in plaats van naar het derde en het tweede lid ervan.
Artikel 7 Deze bepaling, die in wezen voorschrijft dat de operator zich ertoe verbindt artikel 13 van het ontwerp na te leven, heeft geen eigen verordenende waarde en behoort dus te vervallen.
Artikel 8 Over deze bepaling kan men in de commentaar van de Europese Commissie op het onderhavige ontworpen koninklijk besluit het volgende lezen : « L'article 8 du projet d'arrêté permet à l'opérateur de deconnecter du reseau public un utilisateur qui aurait connecte au reseau public un equipement non agréé. L'article 13, § 1er, de la directive amendant la directive 95/62/CE prévoit une telle éventualité, mais dispose qu,une procédure spécifique « d'urgence » doit. être mise en oeuvre par l'ARN dans ce type de cas, « sans préjudice de la procédure de reglement national des litiges prévue à l'article 26 § 1 ». Cette procédure doit prévoir « un processus de décision transparent et respectant le droit des parties ». Ni la Loi telle que modifiee par le projet de loi ni le projet d'arrete ne semblent toutefois prévoir une telle procédure, necessaire pour permettre à l'utilisateur concerné de faire entendre son point de vue, le cas échéant. ».
Artikel 13, lid 1, waarvan hierboven sprake is, is artikel 13 van het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake de toepassing van Open Network Provision (ONP) op spraaktelefonie en de universele telecommunicatiedienst in een door concurrentie gekenmerkt klimaat (ter vervanging van richtlijn 95/62/EG van het Europees Parlement en de Raad), een artikel dat als volgt luidt : « Onverminderd de procedure voor de beslechting van geschillen op nationaal niveau overeenkomstig artikel 26, § 1), beschikken de nationale regelgevende instanties over procedures om situaties het hoofd te bieden waarin organisaties die vaste openbare telefoonnetwerken en/of vaste openbare telefoondiensten aanbieden, of althans die organisaties die spraaktelefoniediensten aanbieden en die een aanzienlijke macht op de markt bezitten of overeenkomstig artikel 5 zijn aangewezen en een aanzienlijke macht op de markt hebben, maatregelen nemen zoals onderbreking, beëindiging, aanzienlijke wijziging of beperking van de dienst op zijn minst ten aanzien van organisaties die telecommunicatienetwerken en/of -diensten leveren. ».
Het interne recht zal moeten worden herzien teneinde rekening te houden met deze nieuwe bepaling van gemeenschapsrecht, die zeer binnenkort zal worden aangenomen.
Overigens dienen in het eerste lid de woorden « is verplicht om... op de hoogte te brengen » te worden vervangen door de woorden « brengt... op de hoogte », overeenkomstig de formulering van artikel 5.
Artikel 9 1. In paragraaf 1 schrijve men : « De operator neemt de maatregelen die hij in zijn interconnectieovereenkomsten vermeldt teneinde de naleving van de essentiële eisen te garanderen,... ».
Wat onderdeel 4 betreft, wordt erop gewezen dat het Franse « données à caractère personnel » op twee verschillende manieren is weergegeven.
Men schrijve tweemaal « persoonsgegevens ». 2. Vooraan in paragraaf 2 schrijve men « De operator » in plaats van « Hij ».3. Paragraaf 3, waarin aan het Instituut de bevoegdheid wordt opgedragen de operator te machtigen zijn interconnectie met een derde te schorsen, strookt niet met de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/03/1991
pub.
09/01/2013
numac
2012000673
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. Krachtens artikel 75, § 8, van die wet kan het Instituut immers alleen als bemiddelaar optreden in geval van geschillen tussen personen die telecommunicatienetwerken exploiteren of telecommunicatiediensten aanbieden.
Overigens wordt in artikel 79ter, § 2, van dezelfde wet, aan de « Kamer voor Interconnectie, biizondere toegang en gedeeld gebruik » de bevoegdheid toegekend een administratieve beslissing te nemen bij geschillen inzake interconnectie.
Artikel 79ter, paragraaf 4, van de voormelde wet bepaalt dat « (de Kamer, in geval van een zware en onmiddellijke inbreuk op de voorschriften die de telecommunicatiesector regelen... (,) na de betrokken partijen te hebben gehoord (,) bewarende maatregelen (kan) opleggen met name met het oog op de garantie van de continuïteit van de werking van de telecommunicatiediensten ».
Ten slotte bepaalt artikel 109ter, § 5, van de voornoemde wet dat de betrokken partijen een overeenkomst betreffende de interconnectie sluiten. In principe staat het dan ook aan de partijen de voorwaarden te regelen waarop een interconnectie kan worden geschorst. De Koning kan weliswaar, ofwel op basis van artikel 87, § 2, tweede lid, k), ofwel op basis van artikel 109ter, § 5, van de wet clausules vaststellen die zeker in die interconnectieovereenkomsten moeten voorkomen. Hij kan dan ook eisen dat die overeenkomsten regels bevatten die gelden voor de schorsing van de interconnectie als die de goede werking van de dienst of de naleving van de « essentiële eisen » in het gedrang brengt.
Het ontworpen artikel 9, § 3, behoort dan ook te worden opgesteld op basis van de wettelijke bepalingen waaraan hierboven herinnerd is en de vorm aan te nemen van een verplichting die de operator in de interconnectieovereenkomsten die hij met derden sluit, moet naleven.
Artikel 11 1. In het tweede lid zijn de woorden « moet de nodige maatregelen treffen opdat de permanentie bepaald in lid 1 van dit artikel gegarandeerd blijft » overbodig in het licht van het eerste lid.Het feit dat het netwerk continu operationeel moet zijn, houdt immers in dat de operator daartoe de noodzakelijke maatregelen moet treffen.
Voor dit lid wordt dan ook de volgende redactie voorgesteld : « De operator verhelpt zo spoedig mogelijk elk defect van het netwerk. ». 2. De draagwijdte van het derde lid is geenszins duidelijk in het licht van het tweede lid.Heeft het derde lid tot doel aan te geven welke specifieke verplichtingen de operator in geval van overmacht dient na te komen ? Als dat het geval is, zou het derde lid anders moeten worden geformuleerd en zou de overmacht moeten worden benadrukt. Anders valt niet goed in te zien in welk opzicht het derde lid aan het tweede lid iets toevoegt.
Artikel 13 Paragraaf 1 1. De woorden « die, in uitvoering van het huidig bestek, de van toepassing zijnde normen moet respecteren » dienen als overbodig te vervallen.Met het oog op een eenvoudiger formulering wordt voorgesteld om van de eerste twee zinnen eén enkele zin te maken, luidende : « De installaties die in het netwerk van de operator worden gebruikt, moeten beantwoorden aan de in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakte Europese normen betreffende « Open Network Provision » of, bij ontstentenis van zulke normen, aan Europese normen die... of, bij ontstentenis van zulke normen, aan internationale normen... ». 2. Voorts dient in dezelfde paragraaf richtlijn 90/387/EEG te worden vermeld met opgave van de datum en het volledige opschrift ervan, namelijk « richtlijn 90/387/EEG van de Raad van 28 juni 1990 betreffende de totstandkoming van de interne markt voor telecommunicatiediensten door middel van de tenuitvoerlegging van Open Network Provision (ONP) ». 3. In de laatste zin van die paragraaf behoort te worden geschreven : « Het gebruik van installaties die beantwoorden aan andere technische specificaties... kan pas na... » in plaats van « Het gebruik van andere technische specificaties... kan slechts na... ».
Paragraaf 2 In de Franse tekst dient het woord « les » te worden ingevoegd tussen de woorden « notifier à l'Institut » en het woord « caractéristiques ».
In de Nederlandse tekst behoren de woorden « bekend » en « maken » aan elkaar te worden geschreven.
Paragraaf 3 Deze paragraaf is nodeloos ingewikkeld gesteld doordat daarin kruisverwijzingen voorkomen. De redactie van deze paragraaf behoort dan ook te worden herzien.
Artikel 14 Men dient de datum te vermelden van het koninklijk besluit betreffende het beheer van het nummeringsplan dat voor of uiterlijk tegelijk met dit besluit moet worden bekendgemaakt.
Artikelen 15 en 16 1. De Europese Commissie heeft in haar commentaar verscheidene opmerkingen gemaakt over de artikelen 15 en 16 van dit ontwerp.Die opmerkingen zijn de volgende : « L'article 15 du projet d'arrêté fixe le montant de la redevance à payer pour couvrir les frais d' examen du dossier (500 000 FB), et l'article 16, la redevance annuellé pour la gestion de la licence (350 000 FB). L'article 19 précise que ces paiements sont « sans préjudice de ceux applicables en vertu de la loi du 30 juillet 1979 relative aux radiocommunications. ».
Ces disposit ions semblent conformes à cel les de l'article 11 de la directive 97/13/CE. Toutefois, aux termes de l'article 11 paragraphe 1 de cette directive, il est précisé que « les taxes applicables a une licence individuel le sont proport ionnel les au volume de travail requis (...) ».
En tout état de cause, les articles 15 et 16 du projet d'arrêté ne distinguent pas le cas des opérateurs puissants ou opérateurs soumis à une obligation de fourniture du service universel, lesquels sont néanmoins soumis à nombre d'obligations supplémentaires, dont le contrôle devrait occasionner une charge de travail supplémentaire.
L'application effective de la disposition susmentionnée de la directive 97/13/CE devrait entraîner l'imposition de redevances d'un montant inférieur pour les opérateurs qu i ne sont ni puissants, ni opérateurs de service universel. Des clarifications sur ce point seraient nécessaires.
En outre, les articles 15 et 16 du projet augmentent les redevances dues pour la délivrance, la gestion et le contrôle de tels réseaux respectivement de 275 000 à 500 000 FB et de 275 000 à 350 000 FB par rapport à l'arrêté royal du 18 juin 1997 relatif aux frais de dossiers. Dans le rapport au Roi concernant les réseaux publics, cette augmentation est expliquée ainsi : « à cause de la libéralisation globale en ce qui concerne l'établissement et l'exploitation de réseaux, l'Institut sera appelé à examiner beaucoup plus de dossiers ». Cette justification plaiderait plutôt pour une baisse des redevances, compte tenu des économies d'échelle qui doivent pouvoir être réalisées du fait de la spécialisation au sein du personnel de l'IBPT que cela permettra. En l'occurrence, il convient de rappeler qu'en vertu de l'article 6 de la directive 90/388/CEE les redevances doivent être basées sur des critères objectifs. ».
Met die opmerkingen is geen rekening gehouden. 2. In tegenstelling tot de artikelen 87 en 89 van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/03/1991
pub.
09/01/2013
numac
2012000673
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, die voor de vergunningen voor de exploitatie van respectievelijk een spraaktelefoondienst of een aan het publiek aangeboden mobiele telefoondienst voorzien in zowel ``verschuldigde rechten voor de uitreiking, het beheer en het toezicht op de vergunning'' als in een « recht (verschuldigd) voor het onderzoek van de kandidatuurdossiers », voorziet artikel 92bis, dat de rechtsgrond van het onderhavige ontwerp vormt, niet in het laatstgenoemde recht. In artikel 15 zou dan ook moeten worden bepaald dat het daarin vermelde recht slechts verschuldigd is als de vergunning wordt afgegeven.
Voor het overige heeft het geen zin om in artikel 15 en in artikel 16, § 1 (dat het eerste lid wordt), te preciseren dat het om Belgische frank gaat.
In paragraaf 2, die het tweede lid wordt, schrijve men « geschiedt » in plaats van « gebeurt ». Een soortgelijke opmerking geldt voor heel het ontwerp.
Artikel 17 De vraag rijst of het niet verkieslijk is om als referentie-indexcijfer een recenter indexcijfer te gebruiken dan dat van november 1995 (bij wijze van voorbeeld : het indexcijfer gebruikt in het ontwerp van koninklijk besluit betreffende het bestek van toepassing op de spraaktelefoondienst en de procedure inzake de toekenning van individuele vergunningen is dat van november 1997).
Artikel 19 In de Franse tekst schrijve men « Les redevances... de celles » in plaats van « ceux ».
In de Nederlandse tekst behoort « bepaald » te worden geschreven in plaats van « voorzien », alsook « met toepassing van » in plaats van « in toepassing van ».
Artikel 20 Deze bepaling houdt voor de operatoren geen verplichting in. Ze kent hen geen enkel ander recht toe dan de rechten waarin de wet reeds voorziet. Het is dan ook verkieslijk de bepaling te laten vervallen.
Artikel 21 1. Het eerste lid is overbodig en behoort te vervallen.2. Het is verkieslijk de Franse tekst van het derde lid te laten beginnen met « Selon », in plaats van « Avec ». In de Nederlandse tekst schrijve men : « Zo frequent als het Instituut bepaalt, deelt... ». 3. In het vierde lid behoort het woord « verantwoordelijke » te vervallen. De wending « aanwijzen... onder », die letterlijk uit het Frans vertaald is, wordt niet als correct aangemerkt. Men schrijve : « ... benoemt uit de leden van zijn personeel... ».
Artikel 22 1. De redactie van paragraaf 1 is onbegrijpelijk, doordat niet is aangegeven waarvan de rechten en plichten inzake interconnectie afhangen.Bovendien heeft artikel 109ter, § 4, derde lid, waarnaar wordt verwezen, alleen betrekking op de organisaties met een sterke marktpositie. 2. In verband met paragraaf 2 geeft de Europese Commissie de volgende commentaar : « L'article 22 paragraphe 2 du projet d'arrêté dispose que la licence « précise les droits et obligations en matière d'interconnexion de l'opérateur, notamment en tenant compte de la couverture de son réseau et les relations avec d'éventuels droits et obligations en matière d'interconnexion liés à une autre autorisation ».Cette disposition devrait être clarifiee. En tout état de cause, toute distinction opéree doit être basée sur des critères objectifs et ne peut avoir d'effets discriminatoires. ».
Met die opmerking is geen rekening gehouden.
Artikel 23 Men schrijve « modelcontracten » in plaats van « typecontracten ».
Artikel 24 Om artikel 9, lid 4, van de voormelde richtlijn 97/13/CE en het algemene beginsel van de rechten van verdediging in acht te nemen, wordt voorgesteld de procedure als volgt aan te passen : 1° Na de betrokken operator te hebben gehoord, maant het Instituut hem aan de vastgestelde tekortkomingen te herstellen binnen een termijn van één maand en stelt het hem in kennis van de boete die hem kan worden opgelegd indien hij de voorwaarden niet nakomt.2° Indien de operator na afloop van de termijn van één maand nog steeds in gebreke is, legt het Instituut, na hem te hebben gehoord, de aangekondigde sanctie op, voor het einde van de tweede maand die volgt op de eerste ingebrekestelling.Het Instituut stelt de operator in kennis van zijn beslissing binnen een termijn van één week te rekenen vanaf de beslissing. 3° Indien de operator binnen de maand die volgt op de kennisgeving van de beslissing de tekortkomingen nog steeds niet heeft hersteld, kan het Instituut aan de minister voorstellen de vergunning te schorsen of in te trekken.Die schorsing of intrekking wordt uitgesproken door de minister, nadat hij de operator heeft gehoord.
De in paragraaf 2 bepaalde mogelijkheid om bij de minister beroep aan te tekenen heeft geen zin. Het Instituut is immers een instelling van openbaar nut van categorie A, die door de minister vertegenwoordigd en beheerd wordt, zodat het hem toebehoort, behoudens delegatie, de beslissing te nemen om de in dit artikel bepaalde sancties op te leggen.
Hij kan hoe dan ook niet de beroepsinstantie zijn die onafhankelijk is van de nationale regelgevende instantie, die genoemd wordt in artikel 9, lid 4, van de voormelde richtlijn 97/13/EG. De operatoren beschikken over de mogelijkheden van beroep waarin de gecoördineerde wetten op de Raad van State voorzien.
In paragraaf 4, die het vierde lid wordt, schrijve men « artikelen » in plaats van « artikels ».
Artikel 25 Deze bepaling houdt een regeling inzake aansprakelijkheid in en geen maatregel die de naleving waarborgt van de bepalingen van de hoofdstukken IXter en X van titel II van de bovengenoemde
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/03/1991
pub.
09/01/2013
numac
2012000673
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten. Het artikel behoort dan ook te vervallen.
Artikel 28 In haar commentaar schrijft de Europese Commissie het volgende : « A la lecture de l'article 28 du présent projet d'arrêté relatif à la contribution de l' opérateur à la recherche scientifique dans le domaine des télécommunications et à l'amélioration de l'acces de certaines catégories aux services de télécommunications (PME et jeunes et groupes sociaux défavorisés), la Commission confirme que l'imposition de telles obligations n'est conforme ni à l'article 3 de la directive 90/388/CEE amendée par la directive 96/19/CE, ni à la directive 97/13/CE, qui ne prévoient pas de conditions de cette nature. ».
In de ontworpen bepaling wordt geen rekening gehouden met die opmerking van de Commissie.
Artikel 29 De Europese Commissie heeft de volgende commentaar gegeven bij het eerste lid van dat artikel : « L'article 29, 1er alinéa, du projet d'arrêté subordonne l'obligation d'interconnexion avec un opérateur autorisé dans un autre Etat à une clause de réciprocité de traitement. II est toutefois précisé que tout « refus de conclure un tel accord doit être préalablement approuvé par l'Institut ». Une telle disposition semble contraire aux dispositions de l'article 6 de la directive 97/33/CE qui interdit toute discrimination pour ce qui est de l'interconnexion avec un opérateur autorisé dans un autre Etat membre. Le même principe de non-discrimination devrait, en principe, être appliqué aux opérateurs en provenance d'Etats tiers signataires des accords de l'OMC... ».
Voor het overige wordt in het ontwerp niets toegevoegd aan het bepaalde in artikel 109ter, § 6, van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/03/1991
pub.
09/01/2013
numac
2012000673
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten.
Die bepaling behoort dan ook te vervallen.
Artikel 30 1. In paragraaf 1 zijn de woorden « behoudens andere internationale overeenkomsten » dubbelzinnig.Ze behoren te worden vervangen door de woorden « of in een Staat waarmee België te dien einde een internationale overeenkomst heeft gesloten. ». 2. De tweede zin van paragraaf 2 behoort als volgt te worden herschreven : « ... ondertekend zijn door de persoon die de verbindingen wenst te exploiteren of door de persoon die handelt in diens naam ». Indien het de bedoeling van de steller van de ontworpen tekst is het als bijlage bij het ontworpen besluit gevoegde model op te leggen voor het indienen van een aanvraag om individuele vergunning, moet die bedoeling in die paragraaf worden aangegeven (3). 3. In haar commentaar op artikel 30 van het ontwerp van, besluit merkt de Europese Commissie op dat « het aantal (aan de operatoren) gevraagde inlichtingen en de details ervan niet afgestemd lijken op het beoogde doel » en acht ze het nuttig eraan te herinneren dat in artikel 9, lid 3, van richtlijn 97/13/EG uitsluitend sprake is van « de informatie die redelijkerwijs nodig is om aan te tonen dat de aanvrager voldoet aan de voorwaarden ». Een andere vaststelling : in paragraaf 4 wordt bepaald dat indien het Instituut van oordeel is dat de aanvraag onvolledig is of bijkomende inlichtingen of verduidelijkingen wenst en de aanvrager zijn aanvraag niet heeft aangepast binnen dertig dagen, die aanvraag « als onbestaande wordt beschouwd » (4), terwijl in artikel 9, lid 3, van de voormelde richtlijn 97/13/EG wordt bepaald dat indien de aanvrager niet de informatie verstrekt die redelijkerwijs nodig is om aan te tonen dat hij voldoet aan de voorwaarden, de vergunning geweigerd mag worden.
Al is het denkbaar dat de vergunning geweigerd wordt indien de aanvraag onvolledig is, ondanks een verzoek om ze aan te vullen, kan daarentegen niet worden aangenomen dat de aanvraag als niet bestaande wordt beschouwd om de eenvoudige reden dat bijkomende informatie die het Instituut heeft gevraagd, niet verstrekt zou zijn. Indien de aanvraag volledig is, mag de vergunning alleen geweigerd worden indien niet voldaan is aan een van de voorwaarden voor de toekenning van de vergunning.
In ieder geval mag de vergunning dan ook alleen geweigerd worden na afloop van een procedure die de aanvrager in de gelegenheid heeft gesteld zijn standpunt te doen gelden.
Onder voorbehoud van de hierboven gemaakte opmerkingen schrijve men in paragraaf 3, die het derde lid wordt, in onderdeel 1°, « exploitatie » in plaats van « uitbating ». Een soortgelijke opmerking geldt voor heel het ontwerp. In verband met onderdeel 3 wordt erop geattendeerd dat het Franse « plan d'affaires » in de Nederlandse versie van het ontwerp twee tegenhangers heeft, namelijk « ondernemingsplan » en « businessplan ». In onderdeel 4 van dezelfde paragraaf schrijve men telkens « ten aanzien van » in plaats van « in hoofde van », dat als niet correct beschouwd wordt.
Artikel 31 1. De Commissie heeft in haar commentaar opgemerkt dat de termijn voor de behandeling van de aanvragen (maximaal zes weken, behoudens objectief gerechtvaardigde gevallen, waarin die mag worden verlengd met vier maanden), welke termijn bepaald is in artikel 9, lid 2, van de voormelde richtlijn 97/13/EG, niet wordt nageleefd.2. Bovendien is paragraaf 4, die bepaalt dat het ontwerp van individuele vergunning in werking treedt indien de minister geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van dertig dagen, in strijd met artikel 87 van de
wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
21/03/1991
pub.
09/01/2013
numac
2012000673
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, volgens hetwelk de vergunning wordt verleend door de minister, wat een stilzwijgende vergunning uitsluit.3. In de paragrafen 1, 3 en 4, ten slotte, dienen de woorden « ten hoogste » als overbodig te vervallen. Artikel 32 De Europese Commissie geeft de volgende commentaar op die bepaling : « Aux termes de l'article 32 du projet d'arrêté cette licence peut etre refusée « dans la mesure requise : - par « la sauvegarde de l`ordre public, les besoins de la défense ou de la sécurité publique »; - « la sauvegarde d'une structure de marché non faussée et d'accès non discriminatoire des utilisateurs »; - « ou (lorsque le demandeur) a fait l'objet d'une des sanctions visées a l'article 24 du présent arrêté »; - « ou lors qu e le demandeur n'a pas la capacité technique ou financière de faire face durablement aux obligations résultant des conditions d'exercice de son activité ». A cet égard, l'article 5 du présent projet d'arrêté précise que l'opérateur doit démontrer dans son dossier de demande d'autorisation qu'il dispose des capacités techniques et financières nécessaires « à l'installation, à l'exploitation et à la pérennité du réseau », et que la pérennité ne peut être établie « que si le plan d'affaires prévoit pour les trois premières années : soit un investissement d'au moins 400 millions de francs en moyens de transmissions et de commutation en Belgique (ou de 200 millions sur 5 ans si l'opérateur prouve « que le réseau pour le quel il demande une autorisation individuelle est en mesure de servir 50 % des besoins du marché résidentiel dans la zone de couverture du réseau »); soit le déploiement d'au moins 500 km de liaison en Belgique ».
En outre, il est précisé dans l'annexe que « l'absence de propositions d'un demandeur pour un des suj ets abordés dans la présente annexe (...) peut constituer un motif de refus aux termes de l'article 28 paragraphe 2 du présent arrêté » (cette référence n'est par ailleurs pas claire).
En ce qui concerne la condition liée à la sauvegarde de la structure du marché, il semble utile de rappeler, de façon liminaire, que conformément aux dispositions de la directive 90/388/CEE et de la directive 97/13/CE, le nombre de licences pour une catégorie de services donnée ne peut être limité qu'en liaison avec les exigences essentielles applicables dans la mesure nécessaire pour garantir une utilisation efficace du spectre des fréquences. A cet égard, il semble nécessaire de souligner qu'en aucun cas « la sauvegarde d'une structure de marché non faussée et d'accès non discriminatoire des utilisateurs » ne sauraient permettre au régulateur de limiter, de facto, le nombre des opérateurs de réseaux publics de télécommunications. Ce critère devrait donc être abandonné dans la version finale de l'arrêté.
Compte tenu du mode d'application envisagé à l'article 5 du critère relatif à la capacité de l'opérateur de faire face durablement à ses obligations, ce critère n'est pas davantage acceptable, en ce qu'il impose des conditions disproportionnées et injustifiees au regard de l'objectif poursuivi, à savoir, la pérennité du réseau. Conformément au point 4.8 de l'annexe de la directive 97/13/CE, les opérateurs soumis à licence individuelle peuvent en effet être soumis à des exigences « touchant notamment aux capacités financières et techniques du candidat », mais, ainsi que le précise le point 4 de la même annexe, ces exigences ne doivent être imposées que « dans les cas justifiés et dans le respect du principe de proportionnalité ». En tout état de cause, un tel critère ne devrait pas être appliqué de telle sorte qu'il conduise à écarter des opérateurs nouveaux entrants de petite taille. Si la Belgique devait refuser d'autoriser des opérateurs d'infrastructures publiques qui envisagent d'établir de tels réseaux, elle enfreindrait l'obligation de libéraliser l'établissement et la fourniture d'infrastructures publiques prescrite par l'article 2 de la directive 90/388/CEE, telle qu'amendée par la directive 96/19/CE. Enfin, en ce qui concerne la possibilité de refuser un …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.