{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Rekening houdend met het beperkt aantal subsidietoekenningen, bepaalt artikel 33 ook nog dat de aanvragen worden behandeld in de volgorde van het versturen ervan, met de poststempel als bewijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 34 bepaalt dat de werkgever een werkzoekende in dienst moet nemen, die beantwoordt aan de voorwaarden als bovenbepaald, binnen een termijn van 4 maanden. Bij gebreke gaat het voordeel van de beslissing tot toekenning van de tegemoetkoming verloren. De toekenningsbeslissing heeft uitwerking te rekenen van de indienstneming gedurende maximum twee jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij verbreking van de arbeidsovereenkomst van de in dienst genomen werknemer gaat het voordeel van de subsidie verloren, behoudens wanneer de verbreking van de arbeidsovereenkomst voortvloeit uit het ontslag van de werknemer. In dat geval kan de werkgever de werknemer vervangen door een werkloze werkzoekende die beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in artikel 32.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 35 geeft een nadere bepaling van de voorwaarden en de nadere regels voor de vereffening van de FOREm-subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 36 bepaalt dat de onterecht door FOREm vereffende subsidie bij elk rechtsmiddel teruggevorderd wordt Ten slotte bepaalt artikel 37 dat de subsidie bedoeld in artikel 30 samengevoegd mag worden met de tegemoetkoming \"Impulsion 12 mois +\". Afdeling 5. - Maatregelen betreffende de \"verhoogde toelagen sociale economie\" voor tewerkstellingen in het kader van artikel 60, § 7 van de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn Artikel 38 beoogt een OCMW dat tegemoetkomingen krijgt voor \"ART60 majoré économie sociale\" in de mogelijkheid te stellen zijn werknemers werk toe te wijzen bij een werkgever die niet onder de sociale economie valt als de voorgevoelde werknemer of werknemers (sociale economie) wegens de COVID-crisis niet in staat zijn om de betrokken werknemers onder ART60 (verder) aan het werk te houden. HOOFDSTUK VII. - Maatregelen betreffende vrijstellingen van beschikbaarheid op de arbeidsmarkt Artikel 39 stelt de werkloze tijdelijk vrij van de controle op zijn beschikbaarheid op de arbeidsmarkt enerzijds en van de verplichting tot het volgen van studies en vormingen tijdens de opschortingsperiode ervan wegens de gezondheidscrisis en anderzijds van de verplichting tot het verstrekken van aanwezigheidsbewijzen voor deze vormingen en/of studies. HOOFDSTUK VIII. - Maatregelen betreffende het betaald educatief verlof Artikel 40 stelt in het kader van de toekenning van het betaald educatief verlof de lesuren in afstandsonderrichting gelijk met lesuren met fysieke aanwezigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lessen die recht geven op betaald educatief verlof voor het schooljaar 2020-2021 kunnen tot 30 september 2021 gevolgd worden. In dat geval hebben ze geen gevolg voor het uurquota in het betaald educatief verlof voor het schooljaar 2021-2022.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 42 acht dat de vormingsuren in afstandsonderrichting waarvoor geen aanwezigheidsbewijs werd verstrekt door de inrichtingen en opleidingenverstrekkers wegens de gezondheidscrisis gevolgd zijn. HOOFDSTUK IX. - Slotbepalingen Artikel 43 behoeft geen commentaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">ADVIES VAN DE RAAD VAN STATE NR. 68.298/2-4 Afdeling Wetgeving Tweede - en vierde kamer De aanvraag tot adviesverlening ingediend op 16 november 2020 door de Vice-Minister-President en de Minister van Tewerkstelling, Vorming, Gezondheid, Sociale Actie, Gelijke Kansen en Vrouwenrechten van het Waals Gewest in verband met een ontwerp-besluit van de Waalse Regering houdende bijzondere machten nr. ... `betreffende verschillende bepalingen die in het kader van het \"plan rebond COVID\" zijn genomen inzake werkgelegenheid en socioprofessionele inschakeling, sociale economie inbegrepen' werd op 23 november 2020 overeenkomstig artikel 84, § 4, lid 2, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, van de rol geschrapt.</p></div>", "next": 0}