{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De in paragraaf 2 bedoelde verzoekschriften worden gestaafd met een officieel afschrift van de uitvoerbare titel, waar nodig vergezeld van een officieel afschrift van elke administratieve of rechterlijke beslissing die kracht van gewijsde heeft verworven.4. Met betrekking tot belastingvorderingen die nog vatbaar zijn voor beroep, mag de bevoegde autoriteit van een overeenkomstsluitende Staat, om zijn rechten te vrijwaren, de bevoegde autoriteit van de andere overeenkomstsluitende Staat verzoeken de conservatoire maatregelen te nemen waarin de wetgeving van die andere Staat voorziet.De bepalingen van de paragrafen 1 tot 3 zijn mutatis mutandis op die maatregelen van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-28-43\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Leden van diplomatieke zendingen en consulaire posten 1. De bepalingen van deze Overeenkomst tasten in geen enkel opzicht de fiscale voorrechten aan die leden van diplomatieke zendingen of consulaire posten ontlenen aan de algemene regelen van het volkenrecht of aan de bepalingen van bijzondere overeenkomsten.2. Voor de toepassing van de Overeenkomst worden de leden van diplomatieke zendingen of consulaire posten van een overeenkomstsluitende Staat, die in de andere overeenkomstsluitende Staat of in een derde Staat geaccrediteerd zijn en die de nationaliteit van de zendstaat bezitten, geacht inwoner te zijn van de zendstaat indien zij aldaar ter zake van belastingen naar het inkomen en naar het vermogen aan dezelfde verplichtingen onderworpen zijn als de inwoners van die Staat.3 De Overeenkomst is niet van toepassing op internationale organisaties, hun organen of hun ambtenaren, noch op personen die lid zijn van diplomatieke zendingen of consulaire posten van een derde Staat, indien deze in een overeenkomstsluitende Staat verblijven en inzake belastingen naar het inkomen of naar het vermogen in de ene of de andere overeenkomstsluitende Staat niet als inwoners worden behandeld. HOOFDSTUK VII. - Slotbepalingen Artikel 29 Inwerkingtreding 1. Elke overeenkomstsluitende Staat zal de andere overeenkomstsluitende Staat in kennis stellen van de voltooiing van de procedures die door zijn wetgeving voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst is vereist.De Overeenkomst zal in werking treden vanaf de datum waarop de laatste van deze kennisgevingen werd ontvangen. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van de Overeenkomst zullen van toepassing zijn : a) op de bij de bron verschuldigde belastingen op inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld op of na 1 januari van het jaar dat onmiddellijk volgt op dat waarin de Overeenkomst in werking is getreden;b) op de andere belastingen geheven naar inkomsten van belastbare tijdperken die beginnen op of na 1 januari van het jaar dat onmiddellijk volgt op dat waarin de Overeenkomst in werking is getreden;c) op belastingen naar het vermogen geheven van bestanddelen van het vermogen die bestaan op 1 januari van elk jaar dat volgt op dat waarin de Overeenkomst in werking is getreden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-30-44\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 30</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beëindiging Deze Overeenkomst blijft van kracht totdat zij door een overeenkomstsluitende Staat is opgezegd, maar elk van de overeenkomstsluitende Staten kan de Overeenkomst langs diplomatieke weg opzeggen door aan de andere overeenkomstsluitende Staat, uiterlijk op 3 0 juni van elk kalenderjaar na het vijfde jaar dat volgt op het jaar waarin de Overeenkomst in werking is getreden, schriftelijk kennis te geven van de beëindiging. In geval van opzegging vóór 1 juli van zodanig jaar, houdt de Overeenkomst op van toepassing te zijn : a) op de bij de bron verschuldigde belastingen op inkomsten die zijn toegekend of betaalbaar gesteld vanaf 1 januari van het jaar dat onmiddellijk volgt op dat waarin de kennisgeving van de beëindiging is gedaan;b) op de andere belastingen geheven naar inkomsten van belastbare tijdperken die beginnen op of na 1 januari van het jaar dat onmiddellijk volgt op dat waarin de kennisgeving van de beëindiging is gedaan;c) op belastingen naar het vermogen geheven van bestanddelen van het vermogen die bestaan op 1 januari van enig jaar dat volgt op dat waarin de kennisgeving van de beëindiging is gedaan Ten blijke waarvan de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd door hun respectieve regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedaan in tweevoud te Kigali, op 16 april 2007, in de Engelse taal.</p>\n<p class=\"lf-p\">PROTOCOL Bij de ondertekening van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Rwanda tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontduiken en het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen zijn de ondergetekenden de volgende bepalingen overeengekomen die een integrerend deel van de Overeenkomst vormen. 1. Met betrekking tot artikel 10, paragraaf 2, subparagraaf 2 : Er is overeengekomen dat de uitdrukking « bijzondere maatregelen voor het bevorderen van de economische ontwikkeling » uitsluitend verwijst naar bijzondere maatregelen die in Rwanda worden genomen om de economische ontwikkeling in Rwanda te bevorderen.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot artikel 11, paragraaf 3 : Er is overeengekomen dat de bepaling van subparagraaf b) in elk geval van toepassing is op : a) wat België betreft : i.interest betaald uit hoofde van een lening of krediet waarvoor financiële steun werd verleend na advies van het Comité voor Financiële Steun aan de Export (« Finexpo »); ii. interest betaald uit hoofde van een lening of een krediet dat werd toegestaan door de Vereniging voor de Coördinatie van de Financiering op halflange termijn van Belgische Uitvoer (« Creditexport »); iii. interest betaald uit hoofde van een lening of een krediet dat is verzekerd door de Delcrederedienst. b) Wat Rwanda betreft : i.interest betaald ter zake van de regelingen ter ondersteuning van de landelijke sector; ii. interest betaald uit hoofde van een lening of krediet dat werd toegestaan in het kader van het fonds voor de bevordering van de uitvoer; iii. interest betaald ter zake van elke gelijkaardige regeling voor de bevordering van de uitvoer waarvoor de bevoegde autoriteiten van beide overeenkomstsluitende Staten hun goedkeuring hebben gegeven. 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot artikel 15, paragraaf 1 : Een dienstbetrekking wordt uitgeoefend in een overeenkomstsluitende Staat wanneer de werkzaamheid waarvoor de lonen, salarissen en andere soortgelijke beloningen betaald worden, daadwerkelijk in die Staat wordt uitgeoefend.Dit betekent dat de werknemer fysiek aanwezig is in die Staat om er de activiteit uit te oefenen. 4. Met betrekking tot artikel 21, paragraaf 3 en artikel 23, paragraaf 2, a) : Voor de toepassing van artikel 21, paragraaf 3 en van artikel 23, paragraaf 2, a) zijn inkomsten belast wanneer ze daadwerkelijk zijn opgenomen in de belastbare grondslag op basis waarvan de belasting wordt berekend.Inkomsten zijn bijgevolg niet belast wanneer ze C nadat ze het gewone belastingstelsel hebben ondergaan dat op die inkomsten van toepassing is C hetzij niet belastbaar zijn hetzij van belasting vrijgesteld zijn. 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot artikel 23, paragraaf 2, b) en d), tweede subparagraaf : De bepalingen van paragraaf 2, b) en van de tweede subparagraaf van paragraaf 2, d) van artikel 23 zijn niet van toepassing op een inwoner van België wiens werkzaamheden of investeringen in Rwanda voornamelijk als doel hebben om onrechtmatig voordeel te halen uit voornoemde bepalingen, dit wil zeggen wanneer vaststaat dat voornoemde werkzaamheden of investeringen niet beantwoorden aan rechtmatige financiële of economische behoeften.Dit is in het bijzonder het geval wanneer een onderneming C die in de zin van artikel 9 verbonden is, naar het geval, met die inwoner van België of van Rwanda C de werkzaamheden van de eerstbedoelde vennootschap of vaste inrichting overneemt vooraleer of nadat de periode is verstreken tijdens dewelke de in die bepalingen bedoelde vrijstelling van Rwandese belasting verleend wordt aan een vennootschap die inwoner is van Rwanda of aan een vaste inrichting die een inwoner van België in Rwanda heeft, en dit met als doel om in Rwanda een nieuwe periode van vrijstelling te verkrijgen ter zake van de winst die uit die werkzaamheden werd behaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze bepaling vormt het feit dat een onderneming uit België werkzaamheden uitoefent in Rwanda met behulp van een vaste inrichting of kapitaal investeert in een vennootschap die inwoner is van Rwanda en dat de inkomsten die worden behaald uit de bedrijfswerkzaamheden die door die vaste inrichting of die vennootschap in Rwanda worden uitgeoefend, geregeld het voordeel genieten van een tijdelijke vrijstelling van Rwandese belasting, op zichzelf geen voldoende reden om te oordelen dat het belangrijkste doel van zulke werkzaamheden of investeringen erin bestond onrechtmatig voordeel te halen uit de bepalingen van paragraaf 2, b) of van de tweede subparagraaf van paragraaf 2, d) van artikel 23.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitdrukking « bijzondere maatregelen voor het bevorderen van de economische ontwikkeling in Rwanda » in artikel 23, 2, b) en d) slaat op de artikelen 41 en 42 van de wet nr. 16/2005 van 18 augustus 2005 inzake Directe Belastingen op Inkomsten en op elke andere in wezen gelijke bepaling van de wetgeving van Rwanda die de artikelen 41 en 42 uitbreidt en/of wijzigt op voorwaarde dat zulke wezenlijke gelijkenis goedgekeurd is door de bevoegde autoriteiten van beide overeenkomstsluitende Staten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten blijke waarvan de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gevolmachtigd door hun respectieve regeringen, dit Protocol hebben ondertekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedaan in tweevoud te Kigali op 16 april 2007, in de Engelse taal.</p></div>", "next": 0}