← België

Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing

Kort samengevat

Dit Koninklijk Besluit wijzigt de regels voor de bedrijfsvoorheffing, wat neerkomt op de manier waarop belastingen op inkomsten aan de bron worden ingehouden. Het doel is om de berekening van deze voorheffing aan te passen voor inkomsten die vanaf 1 januari 2010 worden betaald of toegekend.

Wat het reguleert

Wie het betreft

Kernpunten

📄 Wettekst
3 DECEMBER 2009. - Koninklijk besluit tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 : - artikel 245, derde lid, ingevoegd bij de programmawet (I) van 24 december 2002; - artikel 271, gewijzigd bij de wet van 6 juli 1994, bij het koninklijk besluit van 20 december 1996, bij de programmawet (I) van 24 december 2002 en bij de wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2008 pub. 18/02/2009 numac 2009003025 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 2008 sluiten; - artikel 275, §§ 1 en 2; - artikel 469, gewijzigd bij de wet van 15 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten en bij de programmawet (I) van 24 december 2002; Gelet op het KB/WIB 92 : - artikel 80, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 4 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten2; - artikel 87, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 27 augustus 1993, 22 oktober 1993, 10 januari 1997, 20 mei 1997, 5 december 1997, 24 juni 1999, 15 december 2003, 23 januari 2004 en 14 april 2009; - artikel 88; - artikel 93, vervangen bij het koninklijk besluit van 3 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten5 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten6; - bijlage III, vervangen bij het koninklijk besluit van 5 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten7 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 2 februari 2009, 14 april 2009 en 22 juni 2009; Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, artikel 3, § 1; Gelet op de dringende noodzakelijkheid; Overwegende : - dat dit besluit van toepassing moet zijn op de vanaf 1 januari 2010 betaalde of toegekende inkomsten; - dat het ten spoedigste ter kennis moet worden gebracht van de schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing; - dat dit besluit dus dringend moet worden getroffen; Op de voordracht van Onze Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : Artikel 1.Bijlage III van het KB/WIB 92, vervangen door het koninklijk besluit van 5 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten7 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 2 februari 2009, 14 april 2009 en 22 juni 2009 wordt vervangen door de bijlage van dit besluit. Art. 2.Artikel 1 is van toepassing op de vanaf 1 januari 2010 betaalde of toegekende inkomsten. Art. 3.Onze Minister die bevoegd is voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit. Gegeven te Brussel, 3 december 2009. ALBERT Van Koningswege : De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, D. REYNDERS Nota (1) Verwijzingen naar het Belgisch Staatsblad : Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 10 april 1992, Belgisch Staatsblad van 30 juli 1992. Wet van 6 juli 1994, Belgisch Staatsblad van 16 juli 1994. Wet van 15 maart 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten, Belgisch Staatsblad van 27 maart 1999. Programmawet (I) van 24 december 2002, Belgisch Staatsblad van 31 december 2002 (1e uitgave). Wet van 22 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 22/12/2008 pub. 18/02/2009 numac 2009003025 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole Wet houdende eerste aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 2008 sluiten, Belgisch Staatsblad van 29 december 2008 (4e uitgave). Koninklijk besluit van 20 december 1996, Belgisch Staatsblad van 31 december 1996 (4e uitgave). Koninklijk besluit van 27 augustus 1993Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021175 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende het generatiepact type wet prom. 23/12/2005 pub. 19/09/2013 numac 2013000592 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het generatiepact Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1 tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, Belgisch Staatsblad van 13 september 1993. Koninklijk besluit van 22 oktober 1993, Belgisch Staatsblad van 29 oktober 1993. Koninklijk besluit van 10 januari 1997, Belgisch Staatsblad van 11 februari 1997. Koninklijk besluit van 20 mei 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 20/05/1997 pub. 05/06/1997 numac 1997003261 bron ministerie van financien Koninklijk besluit tot vastlegging van het model van het aangifteformulier inzake rechtspersonenbelasting voor het aanslagjaar 1997 type koninklijk besluit prom. 20/05/1997 pub. 20/06/1997 numac 1997016149 bron ministerie van middenstand en landbouw Koninklijk besluit houdende vereenvoudiging van de loopbaan van sommige ambtenaren van het Belgisch Interventie- en Restitutiebureau type koninklijk besluit prom. 20/05/1997 pub. 05/08/1997 numac 1997012233 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 25 april 1995, gesloten in het Paritair Comité voor de schoomaak- en ontsmettingsondernemingen, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst van 28 juni 1993, betreffende het bedrag en toekennings- en uitkeringsmodaliteiten van de aanvullende voordelen ten laste van het "Sociaal Fonds voor de schoonmaak- en ontsmettingsondernemingen" type koninklijk besluit prom. 20/05/1997 pub. 05/08/1997 numac 1997012259 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 juni 1995, gesloten in het Paritair Comité voor de uitzendarbeid, tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 36bis, gesloten op 27 november 1981 in de Nationale Arbeidsraad, betreffende de oprichting van een Fonds voor bestaanszekerheid van de uitzendkrachten en vaststelling van zijn statuten type koninklijk besluit prom. 20/05/1997 pub. 06/08/1997 numac 1997012277 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 1995, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende het brugpensioen in uitvoering van het centraal akkoord 1995-1996 type koninklijk besluit prom. 20/05/1997 pub. 17/10/1997 numac 1997012280 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 26 juni 1995, gesloten in het Paritair Subcomité voor de elektriciens : installatie en distributie, betreffende een buitengewone bijdrage aan het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de sector der elektriciens" type koninklijk besluit prom. 20/05/1997 pub. 08/07/1997 numac 1997011232 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit betreffende de toekenning van de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie aan sommige personeelsleden van de Dienst Kijk- en Luistergeld bij het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie sluiten, Belgisch Staatsblad van 10 juni 1997. Koninklijk besluit van 5 december 1997Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 05/12/1997 pub. 30/12/1997 numac 1997010070 bron ministerie van justitie Koninklijk besluit tot vaststelling van de procedure van voordracht van de kandidaten bepaald in artikel 27, vijfde lid, van de faillissementswet van 8 augustus 1997 sluiten, Belgisch Staatsblad van 31 december 1997. Koninklijk besluit van 24 juni 1999Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten0, Belgisch Staatsblad van 14 augustus 1999. Koninklijk besluit van 4 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten2, Belgisch Staatsblad van 17 december 2003 (1e uitgave). Koninklijk besluit van 15 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten3, Belgisch Staatsblad van 23 december 2003 (2e uitgave). Koninklijk besluit van 23 januari 2004Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten4, Belgisch Staatsblad van 4 februari 2004 (2e uitgave). Koninklijk besluit van 3 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten5, Belgisch Staatsblad van 14 juni 2007 (2e uitgave). Koninklijk besluit van 7 december 2007Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten6, Belgisch Staatsblad van 17 december 2007. Koninklijk besluit van 5 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten7, Belgisch Staatsblad van 9 december 2008 (2e uitgave), err. 12 december 2008. Koninklijk besluit van 2 februari 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten9, Belgisch Staatsblad van 6 februari 2009. Koninklijk besluit van 14 april 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten8, Belgisch Staatsblad van 20 april 2009 (4e uitgave). Koninklijk besluit van 22 juni 2009Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021175 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende het generatiepact type wet prom. 23/12/2005 pub. 19/09/2013 numac 2013000592 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het generatiepact Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0, Belgisch Staatsblad van 22 juni 2009 (2e uitgave). Wetten op de Raad van State, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 12 januari 1973, Belgisch Staatsblad van 21 maart 1973. Bijlage bij het koninklijk besluit van 3 december 2009 Bijlage III van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 Schalen en regels die van toepassing zijn om de bedrijfsvoorheffing vast te stellen bij de bron verschuldigd op inkomsten betaald of toegekend vanaf 1 januari 2010 (Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, artikel 88) TOEPASSINGSREGELS 1. HOOFDSTUK I.- Algemeen Afdeling 1. - Grondslag 1.1 Aftrekken A. De bedrijfsvoorheffing op beroepsinkomsten (hoofdstukken II tot V, afdelingen 1 tot 3) wordt vastgesteld op grondslag van de werkelijk betaalde of toegekende bruto inkomsten, verminderd met de verplichte inhoudingen ter uitvoering van de sociale wetgeving of van een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut. B. De bruto bezoldigingen van werknemers en ermede gelijkgestelde inkomsten (hoofdstukken II en V, afdeling 1) worden bovendien verminderd met de buitengewone beroepskosten als vermeld in artikel 89 van dit besluit. C. De bedrijfsvoorheffing op maandelijkse bezoldigingen van bedrijfsleiders (nrs. 3.3 tot 3.6, 5.15 tot 5.19) die onderworpen zijn aan het sociaal statuut van de zelfstandigen wordt vastgesteld op grondslag van de werkelijk betaalde of toegekende bruto inkomsten, verminderd zoals aangegeven in de onderstaande tabel : Bruto bedrag van de maandelijkse bezoldigingen Vermindering Tot 1005,00 EUR 305,00 EUR Van 1005,01 EUR tot 4.330,00 EUR 305,00 EUR + 23 pct. op de schijf boven 1.005,00 EUR Van 4.330,01 EUR tot 6.345,00 EUR 1069,75 EUR + 14,50 pct. op de schijf boven 4.330,00 EUR Boven 6.345,00 EUR 1.361,93 EUR 1.2 Gehuwden en echtgenoten - wettelijk samenwonenden De wettelijk samenwonenden worden gelijkgesteld met gehuwden, en een wettelijk samenwonende wordt gelijkgesteld met een echtgenoot. 1.3 Voordelen van alle aard A. De waarde van de voordelen van alle aard wordt aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen naar het volgende onderscheid : 1° de voordelen worden door de werkgever of door diens tussenkomst aan de verkrijger toegekend of geacht toegekend te zijn : de waarde van de voordelen wordt : - toegevoegd aan het bedrag van de bezoldigingen wanneer zij gelijktijdig met de betaling of toekenning van bezoldigingen worden toegekend of geacht worden toegekend te zijn; - behandeld als in nr. 2.9, A, vermelde exceptionele vergoedingen in het andere geval. 2° de voordelen worden, zonder tussenkomst van de werkgever, door een derde persoon aan de verkrijger toegekend of geacht toegekend te zijn : de waarde van de voordelen wordt aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen volgens de regels en het tarief van nr.2.17. B. Voordelen wegens leningen tegen gunstvoorwaarden worden voor het jaar waarin de lening begint te lopen, voor het vaststellen van de bedrijfsvoorheffing en zolang de Koning de voor dat jaar in aanmerking te nemen referentierentevoeten niet heeft bepaald, berekend op basis van het verschil tussen de referentierentevoet die geldt voor het laatste vorige jaar en de werkelijk aangerekende rentevoet. 1.4 Fooien Voor werknemers wier bezoldiging geheel of gedeeltelijk uit fooien bestaat, moet, voor de toepassing van nr. 1.1, onder bruto inkomsten worden verstaan : a) wanneer de fooien worden berekend op de ontvangsten, ongeacht of die fooien al dan niet begrepen zijn in de door de klanten betaalde prijs : het bedrag van de vaste bezoldiging verhoogd met het aandeel van de werknemer in de fooien (waarbij het totaal van die fooien ten minste gelijk moet zijn aan het product verkregen door vermenigvuldiging van de ontvangsten die aanleiding gaven tot de inning van fooien met het percent dat in de onderneming gewoonlijk wordt toegepast) of, indien dit hoger is, het bedrag van de forfaitaire bezoldigingen die tot grondslag hebben gediend voor de berekening van de bijdragen welke door die werknemers en hun werkgever ter uitvoering van de wetgeving betreffende de sociale zekerheid verschuldigd zijn;b) in de andere gevallen : het bedrag van de forfaitaire bezoldigingen die tot grondslag hebben gediend voor de berekening van de bijdragen welke die werknemers en hun werkgever ter uitvoering van de wetgeving betreffende de sociale zekerheid verschuldigd zijn. 1.5 Cumulatie van bepaalde pensioenen of renten (nrs. 4.1 tot 4.5 en 4.8) A. In geval van cumulatie van pensioenen of renten verleend ter uitvoering van een wettelijk of reglementair statuut ten laste van eenzelfde schuldenaar van bedrijfsvoorheffing, wordt de bedrijfsvoorheffing per verkrijger overeenkomstig de regels van de nrs. 4.1 tot 4.5 vastgesteld op het totaalbedrag van de gecumuleerde pensioenen of renten. B. In geval van cumulatie van pensioenen of renten als vermeld in punt A, betaald : - ofwel door de Rijksdienst voor Pensioenen (hierna de Rijksdienst) en de Pensioendienst voor de overheidssector (hierna de Dienst); - ofwel door de Rijksdienst en/of de Dienst en door een andere instelling vermeld in artikel 68, § 1, l, van de wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/03/1994 pub. 07/02/2012 numac 2012000056 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 30/03/1994 pub. 27/01/2015 numac 2015000029 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen sluiten houdende sociale bepalingen, wordt het percentage van de per verkrijger op elk pensioen of rente in te houden bedrijfsvoorheffing vastgesteld en medegedeeld door de Rijksdienst of door de Dienst, naar analogie van de artikelen 68 tot 68quinquies van voormelde wet. In geval van cumulatie van een of meerdere pensioenen of renten verleend ter uitvoering van een wettelijk of reglementair statuut, waarvan tenminste een wordt betaald door de Rijksdienst of door de Dienst, met één of meerdere pensioenen of renten die niet worden verleend ter uitvoering van dergelijk statuut, is het eerste lid eveneens van toepassing voor de vaststelling van het percentage van de per verkrijger op elk pensioen of rente verleend ter uitvoering van een wettelijk of reglementair statuut in te houden bedrijfsvoorheffing. Het percentage wordt berekend op grond van het bedrag van de bedrijfsvoorheffing verkregen door toepassing van de nrs. 4.1 tot 4.5 op het verschil tussen : - eensdeels, het totale bruto bedrag van de wettelijke pensioenen en aanvullende voordelen als vermeld in artikel 68, § 1, a en c, van voormelde wet van 30 maart 1994Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/03/1994 pub. 07/02/2012 numac 2012000056 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen type wet prom. 30/03/1994 pub. 27/01/2015 numac 2015000029 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende sociale bepalingen sluiten, met uitzondering van de in de vorm van kapitaal uitbetaalde voordelen, zoals dat bedrag voor de toepassing van de artikelen 68 tot 68quinquies van dezelfde wet werd medegedeeld; - anderdeels, de verplichte sociale inhoudingen vermeld in nr. 1.1, A, of een forfait van 5 pct. Dit percentage wordt afgerond tot het hogere of lagere tiende van een punt naargelang het cijfer van de honderdsten van een punt al dan niet 5 bereikt. Bij wijziging van het percentage moet de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing de nieuwe toestand in aanmerking nemen zodra hij daarover is ingelicht. 1.6 Pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen die aan beide echtgenoten samen worden betaald of toegekend (gezinspensioenen). Voor de berekening van de bedrijfsvoorheffing worden pensioenen, renten en als zodanig geldende toelagen die aan beide echtgenoten samen worden betaald of toegekend, aangemerkt als inkomsten van de echtgenoot in wiens beroepswerkzaamheid zij voor het geheel of voor het grootste gedeelte hun oorsprong vinden. Afdeling 2. - Verminderingen wegens gezinslasten 1.7 Gezinstoestand Voor de toepassing van de bedrijfsvoorheffing wordt verstaan : 1° onder echtgenoten : de gehuwden die zich niet in een van de in sub 2°, b vermelde gevallen bevinden;2° onder alleenstaanden : a) de ongehuwde personen;b) de gehuwde personen : - voor het jaar van het huwelijk of van de verklaring van wettelijke samenwoning; - voor het jaar waarin de wettelijk samenwonenden met elkaar in het huwelijk treden, worden zij als gehuwden aangemerkt, tenzij de verklaring van wettelijke samenwoning tijdens hetzelfde jaar is afgelegd; - vanaf het jaar na dat waarin de feitelijke scheiding heeft plaatsgevonden, voor zover die scheiding in het belastbare tijdperk niet ongedaan is gemaakt; - voor het jaar van de ontbinding van het huwelijk of van de scheiding van tafel en bed of van de beëindiging van de wettelijke samenwoning; - die rijksinwoners zijn, indien de echtgenoot beroepsinkomsten heeft van meer dan 9.280 EUR per jaar die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en die niet in aanmerking komen voor de berekening van de belasting op de andere inkomsten van het gezin; - die niet-inwoners zijn, indien slechts één van de echtgenoten in België aan de belasting onderworpen inkomsten verkrijgt en de andere echtgenoot binnenlandse beroepsinkomsten die bij overeenkomst zijn vrijgesteld of buitenlandse beroepsinkomsten heeft van meer dan 9.280 EUR per jaar. Om de vermindering van de bedrijfsvoorheffing wegens gezinslasten vast te stellen, moet de gezinstoestand van de verkrijger van de inkomsten in aanmerking worden genomen zoals die zich voordoet op 1 januari van het jaar waarin de inkomsten worden betaald of toegekend. De schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing : - mag echter, bij wijziging van de gezinstoestand in de loop van het jaar, de nieuwe toestand in aanmerking nemen zodra hij daarover is ingelicht; - moet evenwel rekening houden met de gezinstoestand die hem door de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit zou zijn medegedeeld en zulks vanaf de eerste betaling of toekenning van inkomsten tijdens de tweede maand die op de mededeling volgt. 1.8 Gezinslasten A. Wanneer beide echtgenoten beroepsinkomsten verkrijgen, worden de verminderingen wegens gezinslasten, behalve die voor de gehandicapte echtgenoot aan de door hen gekozen echtgenoot toegekend. Die keuze moet worden uitgedrukt door middel van een attest waarvan het model is vastgesteld door de bevoegde administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën. De vermindering voor de gehandicapte echtgenoot, wordt aan de betrokkene zelf toegekend. B. Wanneer een kind ten laste of een in artikel 136, 2° tot 4°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde persoon ten laste overlijdt, wordt de vermindering voor dat kind of die persoon verder toegestaan tot het einde van het jaar van overlijden. C. Met betrekking tot de vermindering bepaald in nr. 2.2, A, b, 6 en 7, en met betrekking tot de afwijking bepaald in nrs. 2.2,B, 2.4,B, 3.3,B, 3.5,B, 4.1,B en 4.3,B, dienen de grenzen inzake beroepsinkomsten van respectievelijk 195 EUR, 390 EUR en 117 EUR NETTO per maand als volgt te worden vastgesteld : - de bruto beroepsinkomsten verminderen met de verplichte inhoudingen of bijdragen ter uitvoering van de sociale wetgeving of van een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut; - vervolgens het verschil verminderen met 20 pct. 1.9 Gehandicapten A. Gehandicapt kind Onder "gehandicapt kind" wordt verstaan : - het kind dat tot ten minste 66 pct. is getroffen door ontoereikende of verminderde lichamelijke of geestelijke geschiktheid wegens één of meer aandoeningen; - het kind van wie, ongeacht de leeftijd, is vastgesteld dat ingevolge feiten overkomen en vastgesteld vóór de leeftijd van 65 jaar : a) ofwel zijn lichamelijke of geestelijke toestand zijn verdienvermogen heeft verminderd tot één derde of minder van wat een valide persoon door een of ander beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen;b) ofwel zijn gezondheidstoestand een volledig gebrek aan, of een vermindering van zelfredzaamheid van ten minste 9 punten tot gevolg heeft, gemeten volgens de handleiding en de medisch-sociale schaal van toepassing in het kader van de wetgeving met betrekking tot de tegemoetkomingen aan gehandicapten;c) ofwel, na de periode van primaire ongeschiktheid bepaald in artikel 87 van de gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, zijn verdienvermogen is verminderd tot een derde of minder, zoals bepaald in artikel 100 van dezelfde gecoördineerde wet;d) ofwel hij, ingevolge een administratieve of gerechtelijke beslissing, tot ten minste 66 pct.blijvend lichamelijk of geestelijk gehandicapt of arbeidsongeschikt is verklaard. B. Gehandicapte andere persoon Onder "gehandicapte andere persoon" wordt verstaan : - diegene van wie vóór 1 januari 1989 is vastgesteld dat hij tot ten minste 66 pct. is getroffen door ontoereikende of verminderde lichamelijke of geestelijke geschiktheid wegens één of meer aandoeningen; - diegene van wie, ongeacht de leeftijd, is vastgesteld dat ingevolge feiten overkomen en vastgesteld vóór de leeftijd van 65 jaar : a) ofwel zijn lichamelijke of geestelijke toestand zijn verdienvermogen heeft verminderd tot één derde of minder van wat een valide persoon door een of ander beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen;b) ofwel zijn gezondheidstoestand een volledig gebrek aan of een vermindering van zelfredzaamheid van ten minste 9 punten tot gevolg heeft, gemeten volgens de handleiding en de medisch-sociale schaal van toepassing in het kader van de wetgeving met betrekking tot de tegemoetkomingen aan gehandicapten;c) ofwel, na de periode van primaire ongeschiktheid bepaald in artikel 87 van de gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, zijn verdienvermogen is verminderd tot een derde of minder, zoals bepaald in artikel 100 van dezelfde gecoördineerde wet;d) ofwel hij, ingevolge een administratieve of gerechtelijke beslissing, tot ten minste 66 pct.blijvend lichamelijk of geestelijk gehandicapt of arbeidsongeschikt is verklaard. Afdeling 3. - Afronding 1.10 Het bedrag van de bedrijfsvoorheffing wordt steeds op de lagere cent afgerond. 2. HOOFDSTUK II.- Bezoldigingen van werknemers en ermede gelijkgestelde inkomsten 2.1 Dit hoofdstuk is van toepassing op : A. Rijksinwoners B. Niet-inwoners die gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis hebben behouden C. Niet-inwoners die niet gedurende het volledige belastbare tijdperk in België een tehuis hebben behouden maar die bezoldigingen verkrijgen : - voor in België geleverde arbeidsprestaties; - ingevolge één of meerdere arbeidsovereenkomsten die het volledige kalenderjaar bestrijken; - en voor zover die arbeidsprestaties ten minste 75 pct. van de wettelijk voorziene arbeidsduur per overeenkomst bedragen. Afdeling 1. - Maandelijkse bruto bezoldigingen tot 7.500 EUR 2.2 De verkrijger van de inkomsten is een alleenstaande OF de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft eveneens beroepsinkomsten (schaal I) A. Wanneer de maandelijkse bruto bezoldigingen niet hoger zijn dan 7.500 EUR wordt de bedrijfsvoorheffing vastgesteld volgens schaal I. Van de bedrijfsvoorheffing vastgesteld volgens die schaal mogen vervolgens nog de volgende verminderingen worden afgetrokken : a) Vermindering voor kinderen ten laste Aantal kinderen ten laste (1) Vermindering 1 31,00 EUR 2 84,00 EUR 3 224,00 EUR 4 410,00 EUR 5 605,00 EUR 6 801,00 EUR 7 996,00 EUR 8 1.206,00 EUR meer dan 8 1.206,00 EUR verhoogd met 217,00 EUR per kind ten laste boven het achtste. (1) het gehandicapte kind ten laste wordt voor twee gerekend.b) Verminderingen voor andere gezinslasten Grond van de vermindering Vermindering (1) 1.De verkrijger van de inkomsten is een alleenstaande (behalve wanneer zijn inkomsten uit PENSIOENEN of BRUGPENSIOENEN bestaan : 22,00 EUR 2. De verkrijger van de inkomsten is een niet hertrouwde weduwnaar (weduwe) of een ongehuwde vader(moeder), met één of meer kinderen ten laste : 31,00 EUR 3.De verkrijger van de inkomsten is zelf gehandicapt : 31,00 EUR 4. De verkrijger van de inkomsten heeft in artikel 136, 2° en 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde personen ten laste die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt, per persoon (2) : 63,00 EUR 5.De verkrijger van de inkomsten heeft in artikel 136, 2° tot 4°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde personen, andere dan diegenen vermeld onder punt 4 hiervoor, ten laste, per persoon (2) : 31,00 EUR 6. De echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft persoonlijke beroepsinkomsten, andere dan pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten, die niet meer bedragen dan 195,00 EUR NETTO per maand(3) : 97,50 EUR 7.De echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft persoonlijke beroepsinkomsten die uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten en die niet meer bedragen dan 390,00 EUR NETTO per maand(3) : 195,00 EUR (1) alle verminderingen mogen worden samengevoegd (2) de gehandicapte persoon ten laste wordt voor twee gerekend (3) de netto beroepsinkomsten worden vastgesteld volgens de regels van nr.1.8, C c) Vermindering voor groepsverzekering en voor extrawettelijke verzekering tegen ouderdom of vroegtijdige dood Na toekenning van de onder sub a en b vermelde verminderingen wordt de bedrijfsvoorheffing nog verminderd met 30 pct.van : - de verplichte inhoudingen ter uitvoering van een groepsverzekeringscontract; - de verplichte inhoudingen ter uitvoering van een extrawettelijke voorzorgsregeling van verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood; - de inhoudingen die betrekking hebben op de individuele voortzetting van een pensioentoezegging overeenkomstig artikel 1453, derde lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. d) Vermindering voor bezoldigingen ingevolge het presteren van overwerk dat recht geeft op een overwerktoeslag. Er wordt een vermindering verleend aan de werknemers die gedurende het belastbare tijdperk overwerk hebben gepresteerd dat, overeenkomstig artikel 29 van de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten of artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983 betreffende de arbeidsduur in de ondernemingen die onder het paritair comité voor het bouwbedrijf ressorteren, recht geeft op een overwerktoeslag en die : 1° hetzij onderworpen zijn aan de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten en tewerkgesteld door een werkgever onderworpen aan de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;2° hetzij als contractuele of statutaire werknemers tewerkgesteld zijn door één van de volgende autonome overheidsbedrijven : de naamloze vennootschap van publiek recht Belgacom, de naamloze vennootschap van publiek recht De Post, de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS-Holding, de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS en de naamloze vennootschap van publiek recht Infrabel. Deze vermindering is slechts van toepassing op de berekeningsgrondslag voor de overwerktoeslag betreffende de eerste 130 uren die de werknemer als overwerk heeft gepresteerd. De vermindering wordt toegepast na de onder sub a, b en c vermelde verminderingen en bedraagt : - voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 50 of 100 pct. van toepassing is : 57,75 pct.; - voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 20 pct. van toepassing is : 66,81 pct., van het "sociale bruto bedrag" van de bezoldigingen (dit is vóór aftrek van de verplichte inhoudingen ter uitvoering van de sociale wetgeving of van een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut), dat als berekeningsgrondslag heeft gediend voor de berekening van de overwerktoeslag. e) Vermindering van de bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen van werknemers met een laag of gemiddeld inkomen die recht hebben op de verhoogde belastingvrije som Deze vermindering is van toepassing wanneer de belastbare bezoldiging in hoofde van de betrokken werknemer maximum 2.038,70 EUR bedraagt. De vermindering wordt toegepast na de onder a tot d vermelde verminderingen en bedraagt 5,79 EUR. B. In afwijking van punt A wordt de bedrijfsvoorheffing vastgesteld volgens de regels van nr. 2.3 wanneer de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten persoonlijke beroepsinkomsten heeft die uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten waarvan het bedrag niet hoger is dan 117 EUR NETTO per maand. De netto beroepsinkomsten worden vastgesteld volgens de regels van nr. 1.8, C. 2.3 De echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft geen beroepsinkomsten (schaal II) Wanneer de maandelijkse bruto bezoldigingen niet hoger zijn dan 7.500 EUR wordt de bedrijfsvoorheffing vastgesteld volgens schaal II. Van de bedrijfsvoorheffing volgens die schaal mogen vervolgens de volgende verminderingen worden afgetrokken : a) Vermindering voor kinderen ten laste Aantal kinderen ten laste (1) Vermindering 1 31,00 EUR 2 84,00 EUR 3 224,00 EUR 4 410,00 EUR 5 605,00 EUR 6 801,00 EUR 7 996,00 EUR 8 1.206,00 EUR meer dan 8 1.206,00 EUR verhoogd met 217,00 EUR per kind ten laste boven het achtste. (1) het gehandicapte kind ten laste wordt voor twee gerekend b) Verminderingen voor andere gezinslasten Grond van de vermindering Vermindering (1) 1.De verkrijger van de inkomsten is zelf gehandicapt : 31,00 EUR 2. De echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten is gehandicapt : 31,00 EUR 3.De verkrijger van de inkomsten heeft in artikel 136, 2° en 3°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde personen die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt, ten laste, per persoon (2) : 63,00 EUR 4. De verkrijger van de inkomsten heeft in artikel 136, 2° tot 4°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 vermelde personen, andere dan diegenen vermeld onder punt 3 hiervoor, ten laste, per persoon (2) : 31,00 EUR (1) Alle verminderingen mogen worden samengevoegd (2) De gehandicapte persoon ten laste wordt voor twee gerekend c) Vermindering voor groepsverzekering en voor extrawettelijke verzekering tegen ouderdom of vroegtijdige dood Na toekenning van de onder sub a en b vermelde verminderingen wordt de bedrijfsvoorheffing nog verminderd met 30 pct.van : - de verplichte inhoudingen ter uitvoering van een groepsverzekeringscontract; - de verplichte inhoudingen ter uitvoering van een extrawettelijke voorzorgsregeling van verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood; - de inhoudingen die betrekking hebben op de individuele voortzetting van een pensioentoezegging overeenkomstig artikel 1453, 3e lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992. d) Vermindering voor bezoldigingen ingevolge het presteren van overwerk dat recht geeft op een overwerktoeslag. Er wordt een vermindering verleend aan de werknemers die gedurende het belastbare tijdperk overwerk hebben gepresteerd dat, overeenkomstig artikel 29 van de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten of artikel 7 van het koninklijk besluit nr. 213 van 26 september 1983 betreffende de arbeidsduur in de ondernemingen die onder het paritair comité voor het bouwbedrijf ressorteren, recht geeft op een overwerktoeslag en die : 1° hetzij onderworpen zijn aan de arbeids wet van 16 maart 1971Relevante gevonden documenten type wet prom. 16/03/1971 pub. 28/10/1998 numac 1998000346 bron ministerie van binnenlandse zaken Arbeidswet - Duitse vertaling sluiten en tewerkgesteld door een werkgever onderworpen aan de wet van 5 december 1968Relevante gevonden documenten type wet prom. 05/12/1968 pub. 22/05/2009 numac 2009000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;2° hetzij als contractuele of statutaire werknemers tewerkgesteld zijn door één van de volgende autonome overheidsbedrijven : de naamloze vennootschap van publiek recht Belgacom, de naamloze vennootschap van publiek recht De Post, de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS-Holding, de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS en de naamloze vennootschap van publiek recht Infrabel. Deze vermindering is slechts van toepassing op de berekeningsgrondslag voor de overwerktoeslag betreffende de eerste 130 uren die de werknemer als overwerk heeft gepresteerd. De vermindering wordt toegepast na de onder sub a, b en c vermelde verminderingen en bedraagt : - voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 50 of 100 pct. van toepassing is : 57,75 pct.; - voor een gepresteerd uur waarop een wettelijke overwerktoeslag van 20 pct. van toepassing is : 66,81 pct., van het "sociale bruto bedrag" van de bezoldigingen (dit is vóór aftrek van de verplichte inhoudingen ter uitvoering van de sociale wetgeving of van een ermede gelijkgesteld wettelijk of reglementair statuut), dat als berekeningsgrondslag heeft gediend voor de berekening van de overwerktoeslag. e) Vermindering van de bedrijfsvoorheffing op de bezoldigingen van werknemers met een laag of gemiddeld inkomen die recht hebben op de verhoogde belastingvrije som Deze vermindering is van toepassing wanneer de belastbare bezoldiging in hoofde van de betrokken werknemer maximum 2.038,70 EUR bedraagt. De vermindering wordt toegepast na de onder a tot d vermelde verminderingen en bedraagt 5,79 EUR. Afdeling 2. - Maandelijkse bruto bezoldigingen boven 7.500 EUR 2.4 De verkrijger van de inkomsten is een alleenstaande OF de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft eveneens beroepsinkomsten A. Wanneer de maandelijkse bruto bezoldigingen hoger zijn dan 7.500 EUR wordt de bedrijfsvoorheffing als volgt vastgesteld : a) de maandelijkse bruto bezoldigingen afronden op het lagere veelvoud van 15 EUR; b) de bedrijfsvoorheffing op dat afgeronde bedrag is gelijk aan 3.382,76 EUR verhoogd met 53,50 pct. van het gedeelte van de maandelijkse bruto bezoldiging boven 7.500 EUR; c) van de bedrijfsvoorheffing berekend overeenkomstig b mogen vervolgens de verminderingen worden afgetrokken die zijn vermeld in nr.2.2, A, a tot d. B. In afwijking van punt A wordt de bedrijfsvoorheffing vastgesteld volgens de regels van nr. 2.5 wanneer de echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten persoonlijke beroepsinkomsten heeft die uitsluitend bestaan uit pensioenen, renten of ermede gelijkgestelde inkomsten waarvan het bedrag niet hoger is dan 117 EUR NETTO per maand. De netto beroepsinkomsten worden vastgesteld volgens de regels van nr. 1.8, C. 2.5 De echtgenoot van de verkrijger van de inkomsten heeft geen beroepsinkomsten Wanneer de maandelijkse bruto bezoldigingen hoger zijn dan 7.500 EUR wordt de bedrijfsvoorheffing als volgt vastgesteld : a) de maandelijkse bruto bezoldiging afronden op het lagere veelvoud van 15 EUR; b) de bedrijfsvoorheffing op dat afgeronde bedrag is gelijk aan 3.060,11 EUR verhoogd met 53,50 pct. van het gedeelte van de maandelijkse bruto bezoldiging boven 7.500 EUR; c) van de bedrijfsvoorheffing berekend overeenkomstig punt b mogen vervolgens de verminderingen worden afgetrokken die zijn vermeld in nr.2.3, a tot d. Afdeling 3. - Bijzondere regels 2.6 Betalingen per veertien dagen Voor de per veertien dagen betaalde bezoldigingen bedraagt de bedrijfsvoorheffing de helft van de voorheffing die volgens de regels van nrs. 2.2 tot 2.5 per maand verschuldigd is op tweemaal de bezoldiging per veertien dagen. 2.7 Betalingen per week Voor de per week betaalde bezoldigingen bedraagt de bedrijfsvoorheffing het vierde van de voorheffing die volgens de regels van nrs. 2.2 tot 2.5 per maand verschuldigd is op viermaal de bezoldiging per week. 2.8 Betalingen per werkdag Voor de per werkdag betaalde bezoldigingen bedraagt de bedrijfsvoorheffing het twintigste van de voorheffing die volgens de regels van nrs. 2.2 tot 2.5 per maand verschuldigd is op twintigmaal de bezoldiging per werkdag. 2.9 Exceptionele vergoedingen A. Voor andere exceptionele vergoedingen en toelagen dan opzeggingsvergoedingen die een werkgever, buiten de normale bezoldigingen aan leden van zijn personeel betaalt (toevallige commissielonen op een geheel van verrichtingen, bijzondere en exceptionele vergoedingen, vakantiegeld, enz.), wordt de bedrijfsvoorheffing vastgesteld volgens het in punt a vermelde tarief, gelet op het jaarbedrag van de normale bruto bezoldigingen van de verkrijger van de inkomsten. Wanneer echter het jaarbedrag van de normale bruto bezoldiging niet meer bedraagt dan het grensbedrag dat volgens het aantal kinderen ten laste vermeld is in tabel b, wordt de exceptionele vergoeding vrijgesteld ten belope van het verschil tussen het voornoemde grensbedrag en het jaarbedrag van de normale bruto bezoldiging. Wanneer de verkrijger van een exceptionele vergoeding niet meer dan vijf kinderen ten laste heeft en het jaarbedrag van zijn normale bruto bezoldiging niet hoger is dan het bedrag dat -volgens het aantal kinderen ten laste- in kolom 3 van tabel c vermeld is, wordt een vermindering toegekend op de bedrijfsvoorheffing die volgens de twee vorige leden op de exceptionele vergoeding is verschuldigd; die vermindering wordt volgens het aantal kinderen ten laste berekend met het percent vermeld in kolom 2 van tabel c. a) Tarief jaarbedrag van de normale bruto bezoldigingen percent als bedrijfsvoorheffing verschuldigd op vakantiegeld andere vergoedingen en toelagen 1 2 3 tot 6.460,00 EUR 0 0 van 6.460,01 EUR tot 8.015,00 EUR 19,17 23,22 van 8.015,01 EUR tot 9.970,00 EUR 21,20 25,23 van 9.970,01 EUR tot 11.830,00 EUR 26,25 30,28 van 11.830,01 EUR tot 13.765,00 EUR 31,30 35,33 van 13.765,01 EUR tot 15.725,00 EUR 34,33 38,36 van 15.725,01 EUR tot 19.570,00 EUR 36,34 40,38 van 19.570,01 EUR tot 21.505,00 EUR 39,37 43,41 van 21.505,01 EUR tot 29.300,00 EUR 42,39 46,44 van 29.300,01 EUR tot 39.035,00 EUR 47,44 51,48 boven 39.035,00 EUR 53,50 b) Vrijstelling wegens kinderlast Aantal kinderen ten laste (1) Grensbedrag 1 2 1 8.467,00 EUR 2 10.828,00 EUR 3 15.428,00 EUR 4 20.485,00 EUR 5 25.505,00 EUR 6 30.526,00 EUR 7 35.546,00 EUR 8 40.567,00 EUR 9 45.588,00 EUR 10 50.608,00 EUR 11 55.629,00 EUR 12 60.650,00 EUR (1) het gehandicapte kind ten laste wordt voor twee gerekend c) Vermindering wegens kinderlast Aantal kinderen ten laste (1) Percent van de vermindering Jaarbedrag van de normale bruto bezoldigingen waarboven geen vermindering wordt verleend 1 2 3 1 7,5 19.480,00 EUR 2 20 19.480,00 EUR 3 35 21.425,00 EUR 4 55 25.320,00 EUR 5 75 27.270,00 EUR (1) het gehandicapte kind ten laste wordt voor twee gerekend B.In afwijking van punt A : a) wordt de bedrijfsvoorheffing eenvormig op 16,15 pct.(zonder vrijstelling) vastgesteld voor de eindejaarspremies die in één keer worden uitbetaald en afhankelijk zijn van prestaties die per stuk of taak worden bezoldigd; b) is geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd wanneer het twaalfde van het totaal van het jaarbedrag van de normale bruto bezoldigingen en de exceptionele vergoedingen en toelagen volgens de regels van nr.2.2 (schaal I) of nr. 2.3 (schaal II) inzake per maand betaalde bezoldigingen geen aanleiding geeft tot bedrijfsvoorheffing. 2.10 Achterstallen A. Voor achterstallige bezoldigingen (onder meer bezoldigingen waarvan de uitbetaling of de toekenning door toedoen van de overheid of wegens het bestaan van een geschil slechts heeft plaatsgehad na het verstrijken van het belastbare tijdperk waarop zij in werkelijkheid betrekking hebben) wordt de bedrijfsvoorheffing vastgesteld volgens het in punt a vermelde tarief, gelet op de referentiebezoldiging, d.w.z. het jaarbedrag van de normale bruto bezoldiging die onmiddellijk vóór het jaar waarop de achterstallen betrekking hebben aan de verkrijger van de inkomsten is betaald. In afwijking van hetgeen voorafgaat, is de referentiebezoldiging gelijk aan de normale bruto bezoldigingen van het laatste jaar van normale activiteit dat het jaar van de betaling van de achterstallen voorafgaat, mits de verkrijger hiervan het bewijs levert. Wanneer echter de referentiebezoldiging niet meer bedraagt dan het grensbedrag dat volgens het aantal kinderen ten laste vermeld is in tabel b, worden de achterstallige bezoldigingen vrijgesteld ten belope van het verschil tussen het voornoemde grensbedrag en de referentiebezoldiging. a) Tarief Referentiebezoldiging Percent als bedrijfsvoorheffing verschuldigd op achterstallen tot 7.980,00 EUR 0,00 van 7.980,01 EUR tot 9.585,00 EUR 2,68 van 9.585,01 EUR tot 10.640,00 EUR 6,57 van 10.640,01 EUR tot 12.775,00 EUR 10,77 van 12.775,01 EUR tot 13.845,00 EUR 13,55 van 13.845,01 EUR tot 15.435,00 EUR 16,55 van 15.435,01 EUR tot 18.095,00 EUR 19,17 van 18.095,01 EUR tot 23.415,00 EUR 24,92 van 23.415,01 EUR tot 28.735,00 EUR 29,93 van 28.735,01 EUR tot 37.255,00 EUR 31,30 van 37.255,01 EUR tot 42.040,00 EUR 36,90 van 42.040,01 EUR tot 47.895,00 EUR 38,96 van 47.895,01 EUR tot 55.875,00 EUR 40,93 van 55.875,01 EUR tot 67.055,00 EUR 42,92 van 67.055,01 EUR tot 84.080,00 EUR 44,99 van 84.080,01 EUR tot 96.855,00 EUR 46,47 van 96.855,01 EUR tot 113.880,00 EUR 47,48 boven 113.880,00 EUR 48,00 b) Vrijstelling wegens kinderlast Aantal kinderen ten laste (1) Grensbedrag 1 8.467,00 EUR 2 10.828,00 EUR 3 15.428,00 EUR 4 20.485,00 EUR 5 25.505,00 EUR 6 30.526,00 EUR 7 35.546,00 EUR 8 40.567,00 EUR 9 45.588,00 EUR 10 50.608,00 EUR 11 55.629,00 EUR 12 60.650,00 EUR (1) het gehandicapte kind ten laste wordt voor twee gerekend B.In afwijking van punt A is geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd wanneer het twaalfde van de referentiebezoldiging volgens de regels van nr. 2.2 (schaal I) of nr. 2.3 (schaal II) inzake per maand betaalde bezoldigingen geen aanleiding geeft tot bedrijfsvoorheffing. 2.11 A) Opzeggingsvergoedingen Opzeggingsvergoedingen worden als volgt aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen : a) wanneer zij bruto niet meer dan 850 EUR bedragen, de opzeggingsvergoedingen als een maandbezoldiging beschouwen en de bedrijfsvoorheffing vaststellen volgens de regels van nr.2.2 (schaal I) of nr. 2.3 (schaal II); b) wanneer zij bruto meer dan 850 EUR bedragen, de bedrijfsvoorheffing vaststellen volgens de regels van nr.2.10, A, met dien verstande dat voor het bepalen van het tarief van de bedrijfsvoorheffing de in aanmerking te nemen referentiebezoldiging die is welke tot grondslag diende voor het vaststellen van de vergoeding of, bij gebreke daaraan, de bezoldiging die de verkrijger heeft ontvangen tijdens de laatste periode van normale activiteit in dienst van de werkgever die de vergoeding uitbetaalt. In afwijking van punt b, is de referentiebezoldiging gelijk aan de normale bruto bezoldigingen van het laatste jaar van normale activiteit dat het jaar van de betaling van de opzeggingsvergoedingen voorafgaat, mits de verkrijger hiervan het bewijs levert. B) Inschakelingsvergoedingen De bedrijfsvoorheffing op inschakelingsvergoedingen bedoeld in Titel IV, Hoofdstuk 5, Afdeling 3, van de wet van 23 december 2005Relevante gevonden documenten type wet prom. 23/12/2005 pub. 30/12/2005 numac 2005021175 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet betreffende het generatiepact type wet prom. 23/12/2005 pub. 19/09/2013 numac 2013000592 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het generatiepact Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende het generatiepact, wordt vastgesteld volgens de regels van nr. 2.10, A, met dien verstande dat voor het bepalen van het tarief van de bedrijfsvoorheffing de in aanmerking te nemen referentiebezoldiging die is welke tot grondslag diende voor het vaststellen van de vergoeding of, bij gebreke daaraan, de bezoldiging die de verkrijger heeft ontvangen tijdens de laatste periode van normale activiteit in dienst van de werkgever die de vergoeding uitbetaalt. In afwijking van hetgeen voorafgaat, is de referentiebezoldiging gelijk aan de normale bruto bezoldigingen van het laatste jaar van normale activiteit dat het jaar van de betaling van de inschakelingsvergoedingen voorafgaat, mits de verkrijger hiervan het bewijs levert. 2.12 Schadeloosstelling van tijdelijke derving van bezoldigingen, winst of baten A. Wettelijke of extrawettelijke vergoedingen betaald of toegekend als schadeloosstelling van een tijdelijke derving van bezoldiging bijvoorbeeld ingevolge ongeval, ziekte, invaliditeit of andere soortgelijke gebeurtenissen, zijn aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen naar het volgende onderscheid : 1° wanneer de vergoedingen door de werkgever of door diens tussenkomst : a) samen met de normale bezoldigingen van éénzelfde periode aan de verkrijger worden betaald of toegekend : volgens de regels van nrs. 2.2 tot 2.8 op het totaalbedrag van de normale bezoldigingen en de vergoedingen in kwestie; b) niet samen met de normale bezoldigingen van éénzelfde periode aan de verkrijger worden betaald of toegekend : - volgens de regels van nr.2.9, A, gelet op de referentiebezoldiging, d.w.z. de normale jaarbezoldiging die tot grondslag voor het berekenen van de schadeloosstelling heeft gediend; - bij gebreke aan voormelde referentiebezoldiging bedraagt de bedrijfsvoorheffing 26,75 pct. (zonder vermindering); 2° wanneer die vergoedingen, zonder tussenkomst van de werkgever, door een verzekeringsinstelling of door een andere instelling of een andere tussenpersoon aan de verkrijger worden betaald : tegen het tarief van 11,11 pct.of 22,20 pct. (zonder vermindering) naargelang het gaat om wettelijke of om extrawettelijke vergoedingen. B. In afwijking van punt A wordt, in de hiernavolgende gevallen, de bedrijfsvoorheffing respectievelijk overeenkomstig de volgende regels vastgesteld : 1. Primaire ongeschiktheid a) Wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen betaald of toegekend gedurende de periode van primaire arbeidsongeschiktheid bepaald in artikel 87 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, zijn aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen tegen het tarief van 11,11 pct.(zonder vermindering), voor zover die periode van primaire ongeschiktheid aanvangt na 31 december 2003. b) De overeenkomstig sub a berekende bedrijfsvoorheffing mag er evenwel niet toe leiden dat het bedrag van de uiteindelijk verschuldigde uitkering minder bedraagt dan het bedrag van de minimuminvaliditeitsuitkering vermeld in artikel 93bis van voormelde gecoördineerde wet, behalve wanneer die uitkering wordt gecumuleerd met inkomsten als vermeld in artikel 104 van dezelfde wet of wanneer prestaties worden geweigerd of verminderd krachtens artikel 136, § 2, van dezelfde wet. Voor de toepassing van het eerste lid wordt tijdens de eerste zes maanden van de primaire arbeidsongeschiktheid evenwel enkel rekening gehouden met het bedrag van de minimuminvaliditeitsuitkering voor een gerechtigde met gezinslast, vermeld in artikel 93bis van voormelde gecoördineerde wet. c) - Wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen betaald of toegekend gedurende de eerste 6 maanden van de periode van primaire arbeidsongeschiktheid bepaald in artikel 87, derde lid, van dezelfde wet en die aansluit op een periode van volledige of gedeeltelijke werkloosheid als vermeld in nr.2.13, A, zijn aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen tegen het tarief van 10,09 pct. (zonder vermindering). - Er moet evenwel geen bedrijfsvoorheffing worden ingehouden op wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen betaald of toegekend gedurende de eerste 6 maanden van de hiervoor bedoelde periode van primaire arbeidsongeschiktheid, aan volledig werkloze werknemers als vermeld in nr. 2.13, B. - Vanaf de 1ste dag van de 7e maand van diezelfde periode van primaire arbeidsongeschiktheid, zijn de onder het eerste en tweede streepje vermelde uitkeringen aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen tegen het tarief van 11,11 pct. (zonder vermindering). 2. Wachtgeld ingevolge disponibiliteit wegens ziekte Wachtgelden die krachtens artikel 66 van afdeling 3 van hoofdstuk IX van het koninklijk besluit van 19 november 1998Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom. 19/11/1998 pub. 28/11/1998 numac 1998002123 bron ministerie van ambtenarenzaken Koninklijk besluit betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen type koninklijk besluit prom. 19/11/1998 pub. 14/02/2008 numac 2008000104 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de verloven en afwezigheden toegestaan aan de personeelsleden van de rijksbesturen, worden betaald of toegekend aan ambtenaren in disponibiliteit wegens ziekte, zijn aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen tegen het tarief van 11,11 pct.(zonder vermindering), voor zover de periode van disponibiliteit aanvangt na 31 december 2003. 3. Zeelieden Uitkeringen betaald of toegekend krachtens artikel 88 van het koninklijk besluit van 24 oktober 1936 houdende wijziging en samenordening van de statuten der Hulp- en Voorzorgskas voor Zeevarenden, zijn aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen tegen het tarief van 11,11 pct.(zonder vermindering), voor zover de werkongeschiktheidsperiode aanvangt na 31 december 2003. 4. Overzeese sociale zekerheid Uitkeringen betaald of toegekend krachtens artikel 35, § 1, van de wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid, zijn aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen tegen het tarief van 11,11 pct. (zonder vermindering), voor zover de periode van primaire arbeidsongeschiktheid aanvangt na 31 december 2003. 5. Moederschapsbescherming Uitkeringen betaald of toegekend krachtens artikel 113 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, zijn aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen tegen het tarief van 11,11 pct. (zonder vermindering), voor zover de periode van moederschapsbescherming aanvangt na 31 december 2003. 6. Borstvoedingspauze Uitkeringen betaald of toegekend krachtens artikel 116bis van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14 juli 1994, zijn aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen tegen het tarief van 11,11 pct. (zonder vermindering), voor zover de borstvoedingspauze aanvangt na 31 december 2003. 7. Vaderschapsverlof Uitkeringen betaald of toegekend krachtens artikel 30, § 2, 3de lid, van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten, zijn aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen tegen het tarief van 11,11 pct. (zonder vermindering), voor zover de periode van vaderschapsverlof aanvangt na 31 december 2003. 8. Adoptieverlof Uitkeringen betaald of toegekend krachtens artikel 30, § 3, 3de lid, van de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom. 03/07/1978 pub. 03/07/2008 numac 2008000527 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten type wet prom. 03/07/1978 pub. 12/03/2009 numac 2009000158 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de arbeidsovereenkomsten sluiten betreffende de arbeidsovereenkomsten, zijn aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen tegen het tarief van 11,11 pct. (zonder vermindering), zover de periode van adoptieverlof aanvangt na 31 december 2003. 9. Wettelijke onderbrekingsuitkeringen a) Wettelijke onderbrekingsuitkeringen betaald of toegekend aan werknemers die voltijds hun beroepsloopbaan onderbreken, zijn aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen tegen het tarief van 10,13 pct. (zonder vermindering). b) Wettelijke onderbrekingsuitkeringen betaald of toegekend aan werknemers die deeltijds hun beroepsloopbaan onderbreken, zijn aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen tegen het tarief van 17,15 pct. (zonder vermindering). Dit tarief van 17,15 pct. wordt verhoogd tot 35 pct. in geval van : 1. een 1/5e loopbaanvermindering, in toepassing van de artikelen 5 en 6 van het koninklijk besluit van 12 december 2001Relevante gevonden documenten type wet prom. 15/03/1999 pub. 27/03/1999 numac 1999003180 bron ministerie van financien Wet betreffende de beslechting van fiscale geschillen sluiten1 tot uitvoering van hoofdstuk IV van de wet van 10 augustus 2001 betreffende verzoening van werkgelegenheid en kwaliteit van het leven betreffende het stelsel van tijdskrediet, loopbaanvermindering en vermindering van de arbeidsprestaties tot een halftijdse betrekking, die aanvangt vanaf 1 juni 2007, of eenzelfde loopbaanvermindering in toepassing van de artikelen 5 en 6 van het koninklijk besluit van 10 juni 2002 betreffende de toekenning van onderbrekingsuitkeringen aan de personeelsleden van de overheidsbedrijven die in toepassing van de wet van 21 maart 1991 houdende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven bestuursautonomie verkregen hebben.Deze maatregel geldt niet voor de werknemers in 1/5e loopbaanvermindering die uitsluitend samenwonen met één of meerdere kinderen die zij ten laste hebben; 2. halftijds tijdskrediet of halftijdse loopbaanonderbreking dat ingaat op 1 januari 2009 voor de belastingplichtigen die 50 jaar of ouder dan 50 jaar zijn.Deze maatregel geldt niet voor de werknemers die alleen wonen of die uitsluitend samenwonen met één of meer kinderen die zij ten laste hebben en voor de belastingplichtigen die genieten van een thematisch verlof (ouderschapsverlof, medische bijstand, palliatief verlof). Het tarief van 17,15 pct. wordt echter verhoogd tot 30 pct. in geval van halftijds tijdskrediet of halftijdse loopbaanonderbreking dat ingaat op 1 januari 2009 voor de belastingplichtigen van minder dan 50 jaar. Deze maatregel geldt niet voor de werknemers die alleen wonen of die uitsluitend samenwonen met één of meer kinderen die zij ten laste hebben en voor de belastingplichtigen die genieten van een thematisch verlof (ouderschapsverlof, medische bijstand, palliatief verlof). 10. Halftijdse vervroegde uittreding Wettelijke premies toegekend aan de personeelsleden van overheidsdiensten ter gelegenheid van hun halftijdse vervroegde uittreding, zijn aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen tegen het tarief van 17,15 pct.(zonder vermindering). C. Zelfstandigen en meewerkende echtgenoten 1. Primaire ongeschiktheid a) Wettelijke ziekte- en invaliditeitsuitkeringen betaald of toegekend geduren …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.