{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De onderhoudswerken kunnen zijn : - om de begroeiing te verjongen, de vergrassing te remmen, de bovengrondse biomassa te verminderen en de boomopslag tegen te gaan kan men de heide laten begrazen; met een veebezetting van ten hoogste1 grootvee-eenheid per 3 ha; - om vergrassing door pijpestrootje terug de dringen kan men de begroeiing laten begrazen tijdens het groeiseizoen (mei tot september) door drie of meer schapen per hectare; is het aandeel heidesoorten nog aanzienlijk dan vermindert men het aantal grazers tijdens de herfst en, de winter om de heidesoorten te sparen; - om de begroeiing te verjongen kan men de heide maaien en het maaisel afvoeren; men gebruikt hierbij doorgaans een bosmaaier, maaibalk en tractor; de maaifrequentie bedraagt 8 tot 10 jaar; het maaitijdstip ligt vroeg in het voorjaar; - vergrassing door pijpestrootje dringt men terug door laat in het groeiseizoen (augustus) te maaien en het maaisel af te voeren; - vooral om sterke vergrassing terug te dringen of om natte pioniersvegetaties te bekomen, kan men de heide plaggen, dit wil zeggen de bovengrondse biomassa en een dun gedeelte van de bovenste bodemlaag verwijderen; plaggen is mogelijk hetzij (a) manueel met de plagschop, hetzij mechanisch (b) met een rotorkopeg en bermvijzel, (c) met een maaikneuzer, (d) met een cirkelmaaier, (e) met een tractorschop; vooraleer te plaggen maait men best de heide op een ogenblik dat de grassen nog geen zaad hebben gezet; het plaggen zelf kan best begin juli plaatsvinden; men plagt stroken met een beperkte breedte en per keer slechts een beperkt deel van het hele heidegebied; men plagt stroken die niet jaar na jaar aanliggen om barrière-effecten te vermijden en om de structuurrijkdom van de heide te bevorderen. 1.3.6 Historisch permanent grasland Wat ? Historisch permanent grasland is een halfnatuurlijke vegetatie bestaande uit grasland gekenmerkt door het langdurige grondgebruik als graasweide, hooiland of wisselweide met ofwel cultuurhistorische waarde, ofwel een soortenrijke vegetatie van kruiden en grassoorten waarbij het milieu wordt gekenmerkt door aanwezigheid van sloten, greppels, poelen, uitgesproken microreliëf, bronnen of kwelzones.</p>\n<p class=\"lf-p\">Karteringseenheden BWK De overeenstemmende karteringseenheden van de Biologische Waarderingskaart van België zijn : - Hc : vochtig, lichtbemest grasland (`dotterbloemhooiland') - Hj : vochtig, lichtbemest grasland gedomineerd door russen - Hf : natte ruigte met Moerasspirea - Hm : onbemest, vochtig pijpestrootjesgrasland - Hmo : onbemest, vochtig pijpestrootjesgrasland-oligotroof type - Hmm : onbemest, vochtig pijpestrootjesgrasland-mesotroof type - Hme : onbemest, vochtig pijpestrootjesgrasland-eutroof type basiclien - Hk : kalkgrasland - Hd : kalkrijk duingrasland - Hv : zinkgrasland - Hu : mesofiel hooiland - Hpr : weilandcomplex met veel sloten en/of microreliëf - Hp* : soortenrijk permanent cultuurgrasland met relicten van halfnatuurlijke graslanden - Hp+Mr : Soortenrijk permanent cultuurgrasland met elementen van rietland - Hp+Hc(Kn) : soortenrijk permanent cultuurgrasland met elementen van dotterbloemhooiland al dan niet met veedrinkpoel - Hp met overdruk (fauna) : soortenrijk permanent cultuurgrasland met belang voor avifauna Normale onderhoudswerken De normale onderhoudswerken van historisch permanent grasland omvatten : - men behandelt het grasland niet met bestrijdingsmiddelen; - men scheurt, freest of doorzaait het grasland niet; - men brandt het grasland niet; - men plagt het grasland niet af; - men wijzigt de waterhuishouding niet rechtstreeks of onrechtstreeks door drainage, ontwatering, dichten en men wijzigt het overstromingsregime van de vegetatie niet; - men wijzigt het reliëf van het graslandperceel (inbegrepen het micro-reliëf) niet; - men vernietigt of beschadigt de grasmat en de perceelsrandbegroeiing niet of doet ze niet afsterven met mechanische of chemische middelen; - als algemene richtlijn voor het onderhoud blijft men het graslandgebruik verderzetten dat tot de soortenrijke toestand heeft geleid; - als maaien het normale graslandgebruik is, dan houdt men een normale (1 of 2x/jaar) of extensieve (Gezien om gevoegd te worden bij omzendbrief LNW/98/01 van 10 november 1998.</p>\n<p class=\"lf-p\">Th. KELCHTERMANS, Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 2. - Adressenlijst Kabinet van de Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling Graaf de Ferrarisgebouw Emiel Jacqmainlaan 156 bus 1 1000 Brussel Afdeling Natuur Hoofdbestuur Afdeling Natuur Graaf de Ferrarisgebouw Emiel Jacqmainlaan 156 bus 8 1000 Brussel Buitendiensten - Afdeling Natuur Antwerpen Vlaams Administratief Centrum Copernicuslaan 1 2018 Antwerpen - Afdeling Natuur Limburg Taxandria-Center Gouverneur Roppesingel 25 3500 Hasselt - Afdeling Natuur Oost-Vlaanderen Gebr. Van Eyckstraat 4-6 9000 Gent - Afdeling Natuur Vlaams-Brabant Waaistraat 1 3000 Leuven - Afdeling Natuur West-Vlaanderen Zandstraat 255 bus 3 8200 Brugge (Sint-Andries) Administratie Milieu-, Natuur-, Land- en Waterbeheer (AMINAL) Graaf de Ferrarisgebouw Emile Jacqmainlaan 156 bus 8 1000 Brussel Vlaamse Landmaatschappij (VLM) Gulden-Vlieslaan 72 1060 Brussel (Sint-Gillis) Instituut voor Natuurbehoud Kliniekstraat 25 1070 Brussel Gezien om gevoegd te worden bij omzendbrief LNW/98/01 van 10 november 1998.</p>\n<p class=\"lf-p\">Th. KELCHTERMANS, Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling</p></div>", "next": 0}