{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2 indien het een bedreiging betreft met een aanslag waarop een straf van niveau 4 tot 8 is gesteld. Betreft het een aanslag waarop een straf van niveau 2 of 3 is gesteld, wordt het misdrijf bestraft met een straf van niveau 1. Art. 235.Het verspreiden van ogenschijnlijk gevaarlijke stoffen Het verspreiden van ogenschijnlijk gevaarlijke stoffen is het op om het even welke wijze opzettelijk verspreiden van stoffen die, zonder op zichzelf gevaar in te houden, de indruk geven gevaarlijk te zijn en waarvan men weet of moet weten dat hierdoor ernstige gevoelens van vrees kunnen worden teweeggebracht voor een aanslag op personen of op eigendommen waarop een straf van ten minste niveau 2 is gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 236.Verzwarende factor Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in deze afdeling neemt de rechter in overweging dat het slachtoffer een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand is en dat het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde \"eer\". Afdeling 2. Belaging</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-237\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 237</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Belaging Belaging is het opzettelijk ernstig verstoren van de rust van een persoon zelfs al is het eenmalig of bestaat het uit een enkele handeling terwijl men wist of had moeten weten dat men door dit gedrag de rust van die bewuste persoon ernstig zou verstoren Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 238.Verzwaarde belaging Belaging wordt bestraft met een straf van niveau 3 indien: 1° het slachtoffer een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand is;2° het misdrijf werd gepleegd door een persoon die zich in een gezags- of vertrouwenspositie bevindt ten opzichte van het slachtoffer;3° het misdrijf werd gepleegd door twee of meer personen. Art. 239.Verzwarende factoren Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in deze afdeling neemt de rechter in overweging het feit dat: 1° het misdrijf erop gericht is een niet-consensuele seksuele handeling te stellen of te laten stellen op de persoon van het slachtoffer;2° het misdrijf werd gepleegd in het bijzijn van een minderjarige;3° het misdrijf werd gepleegd omwille van culturele drijfveren, gewoontes, tradities, religie of de zogenaamde \"eer\". Afdeling 3. Laster en belediging</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-240\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 240</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Laster Laster is het in het openbaar met kwaadwillig opzet aan een persoon een bepaald feit ten laste leggen dat zijn eer kan krenken of hem aan de openbare verachting kan blootstellen Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen laster indien de van laster betichte persoon door enig middel geloofwaardig maakt dat het ten laste gelegde feit aannemelijk is. Dit kan niet wanneer de aantijging van een bepaald feit geschied is met het oogmerk om te schaden zonder enige reden van openbaar of privaat belang. Art. 241.Schorsing vervolging wegens laster Indien het ten laste gelegde feit het voorwerp is van een strafvervolging of een aangifte waarover nog geen uitspraak is gedaan, wordt de vordering wegens laster geschorst tot een in kracht van gewijsde getreden vonnis of arrest of tot de eindbeslissing van de bevoegde overheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo de strafvordering of de tuchtvordering met betrekking tot het ten laste gelegde feit vervallen is, wordt het betrokken dossier bij het dossier van het geding wegens laster gevoegd en wordt de vordering wegens laster hervat.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van een beslissing van seponering of buitenvervolgingstelling betreffende de vordering met betrekking tot het ten laste gelegde feit, wordt de vordering wegens laster hervat, onverminderd een schorsing van deze vordering wanneer het onderzoek met betrekking tot het ten laste gelegde feit een nieuwe gerechtelijke ontwikkeling kent. Art. 242.Lasterlijke aangifte Lasterlijke aangifte is het met kwaadwillig opzet schriftelijk een lasterlijke aangifte indienen bij de overheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Art. 243.Lasterlijke aantijging tegen een ondergeschikte Lasterlijke aantijging tegen een ondergeschikte is het met kwaadwillig opzet met welk middel ook melden aan een persoon van lasterlijke aantijgingen tegen zijn ondergeschikte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Art. 244.Belediging Belediging is het met kwaadwillig opzet en met welk middel ook in het openbaar beledigen van een bepaald persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Art. 245.Verzwarende factor Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in deze afdeling neemt de rechter in overweging dat het slachtoffer een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand is. Art. 246.Bijzondere grond van onschendbaarheid Vóór de rechtbank gesproken woorden of aan de rechtbank overlegde geschriften, geven geen aanleiding tot strafvervolging wanneer die woorden of die geschriften op de zaak of op de partijen betrekking hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Lasterlijke of beledigende tenlasteleggingen die aan de zaak of aan de partijen vreemd zijn, kunnen aanleiding geven hetzij tot een strafvordering hetzij tot burgerlijke rechtsvordering van de partijen of van derden. Afdeling 4. Smaad</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-247\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 247</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Smaad Smaad is het met het oogmerk de beschermde persoon belachelijk te maken, smaden door daden, woorden, gebaren of bedreigingen van een minister of staatssecretaris, een parlementslid, een magistraat, een juridisch medewerker van een rechtscollege of het openbaar ministerie, een persoon met een openbare functie, een getuige, een jurylid, een bedienaar van de eredienst of een voorganger in plechtigheden van een niet-confessionele levensbeschouwing, indien het misdrijf is gepleegd naar aanleiding van de uitoefening van deze functie Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Art. 248.Verzwarende factor Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in deze afdeling neemt de rechter de volgende omstandigheden in overweging dat het misdrijf werd gepleegd in een wetgevende vergadering of op de terechtzitting van een hof of van een rechtbank.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 7. Schendingen van de persoonlijke waardigheid en misbruik van de kwetsbare positie van het slachtoffer Afdeling 1. Misdrijven inzake de bestraffing van de discriminatie, de aanzetting tot haat en het negationisme Art. 249.Definitie van discriminatie Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder discriminatie verstaan elke vorm van directe opzettelijke discriminatie, indirecte opzettelijke discriminatie, opdracht tot discriminatie, intimidatie of seksuele intimidatie op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in het tweede lid, alsook de weigering om redelijke aanpassingen te treffen ten voordele van een persoon met een handicap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beschermde criteria zijn: zogenaamd ras, huidskleur, afkomst, nationale of etnische afstamming, nationaliteit, geslacht, zwangerschap, bevalling, het geven van borstvoeding, medisch begeleide voortplanting, moederschap, gezinsverantwoordelijkheden, medische of sociale transitie, genderidentiteit, genderexpressie, seksekenmerken, seksuele oriëntatie, burgerlijke staat, geboorte, leeftijd, vermogen, geloof of levensbeschouwing, gezondheidstoestand, handicap, taal, politieke overtuiging, syndicale overtuiging, fysieke of genetische eigenschap of sociale afkomst of toestand, ongeacht of dit criterium daadwerkelijk aanwezig is of slechts vermeend is door de dader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze beschermde criteria kunnen werkelijke of vermeende, eigen of bij associatie toegekende beschermde criteria zijn, en kunnen alleenstaand zijn, of worden gecombineerd met een of meer van de beschermde criteria bedoeld in het tweede lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-250\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 250</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanzetting tot discriminatie of rassenhaat De aanzetting tot discriminatie of rassenhaat is het aannemen van een van de volgende gedragingen in het openbaar: 1° aanzetten tot discriminatie jegens een persoon op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid;2° aanzetten tot haat of geweld jegens een persoon op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid;3° aanzetten tot discriminatie of segregatie jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid;4° aanzetten tot haat of geweld jegens een groep, een gemeenschap of de leden ervan op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid;5° feiten overeenstemmend met een misdaad van genocide bedoeld in artikel 82, een misdaad tegen de mensheid bedoeld in artikel 83 of een oorlogsmisdaad bedoeld in artikelen 84 tot 88, en als dusdanig vastgesteld door een eindbeslissing van een internationaal gerecht, ontkennen, schromelijk minimaliseren, pogen te rechtvaardigen of goedkeuren, wetende of verondersteld zijnde te weten dat dit gedrag hetzij een persoon, hetzij een groep, een gemeenschap of leden ervan zou kunnen blootstellen aan discriminatie, haat of geweld wegens een van een or meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid, of godsdienst, in de zin van artikel 1, § 3, van het kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie van 28 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-251\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 251</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verspreiding van raciale denkbeelden De verspreiding van raciale denkbeelden is het in het openbaar verspreiden van denkbeelden gegrond op rassenhaat of rassuperioriteit Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 252.Deelneming aan een groepering die discriminatie of segregatie verkondigt De deelneming aan een groepering die discriminatie of segregatie verkondigt, is het behoren tot een groepering of een vereniging, dan wel er medewerking aan verlenen, terwijl die groepering of vereniging kennelijk en herhaaldelijk discriminatie of segregatie verkondigt in het openbaar op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 253.Discriminatie gepleegd door een persoon die een openbare functie uitoefent of in zijn naam gepleegd door middel van een valse handtekening § 1. De discriminatie gepleegd door een persoon die een openbare functie uitoefent is het plegen van een discriminatie jegens een persoon, een groep, een gemeenschap of de leden ervan op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid, door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. § 2. Indien de dader bewijst dat hij heeft gehandeld op bevel van zijn meerderen, in zaken die tot hun bevoegdheid behoren en waarin hij hun als ondergeschikte gehoorzaamheid verschuldigd was, worden de straffen enkel toegepast op de meerderen die het bevel hebben gegeven. § 3. Indien personen met een openbare functie ervan beticht worden een van voormelde daden van willekeur te hebben bevolen, toegelaten of vergemakkelijkt, en zij beweren dat hun handtekening bij verrassing is verkregen, zijn zij in voorkomend geval verplicht de daad van willekeur te doen ophouden en de schuldige aan te geven; anders worden zij zelf vervolgd. § 4. Indien een van voormelde daden van willekeur wordt gepleegd door middel van de valse handtekening van een persoon met een openbare functie, worden de daders van de valsheid en zij die er kwaadwillig of bedrieglijk gebruik van maken, bestraft met een straf van niveau 3. Art. 254.Discriminatie bij de toegang tot goederen of diensten Discriminatie bij de toegang tot goederen of diensten is het bij de toegang tot goederen of diensten en het aanbod van goederen of diensten die publiekelijk beschikbaar zijn, plegen van discriminatie jegens een persoon, een groep, een gemeenschap of de leden ervan op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 255.Discriminatie binnen de arbeidsrelaties Discriminatie binnen de arbeidsrelaties is het binnen de arbeidsrelaties, plegen van discriminatie jegens een persoon, een groep, een gemeenschap of de leden ervan op grond van een of meer beschermde criteria bedoeld in artikel 249, tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 256.Negationisme Negationisme is het ontkennen, schromelijk minimaliseren, pogen te rechtvaardigen of goedkeuren, in het openbaar, van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaalsocialistische regime is gepleegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechter kan bovendien de bekendmaking van de beslissing bevelen overeenkomstig artikel 58.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van het eerste lid wordt de term genocide begrepen in de zin van artikel 2 van het Internationaal Verdrag van 9 december 1948 inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide. Art. 257.Seksisme Seksisme is het in het openbaar aannemen van elk gebaar of handeling die klaarblijkelijk bedoeld is om minachting uit te drukken jegens een persoon wegens zijn geslacht, of deze, om dezelfde reden, als minderwaardig te beschouwen of te reduceren tot diens geslachtelijke dimensie, en die een ernstige aantasting van de waardigheid van deze persoon tot gevolg heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Afdeling 2. Mensenhandel en mensensmokkel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-258\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 258</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Mensenhandel § 1. Mensenhandel is het werven, vervoeren, overbrengen, huisvesten, opvangen van een persoon, alsook het nemen of overdragen van de controle over een persoon met als doel: 1° de uitbuiting van prostitutie of andere vormen van seksuele uitbuiting;2° de uitbuiting van bedelarij;3° het verrichten van werk of het verlenen van diensten, in omstandigheden die in strijd zijn met de menselijke waardigheid;4° de uitbuiting door het wegnemen van organen of van menselijk lichaamsmateriaal;5° deze persoon tegen zijn wil een misdrijf te doen plegen;6° de uitbuiting van een illegale adoptie;7° de uitbuiting van een gedwongen huwelijk. Behalve in het in 5° bedoelde geval is de toestemming van de in het eerste lid bedoelde persoon met de voorgenomen of daadwerkelijke uitbuiting van geen belang. § 2 Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3. § 3. De geldboete als bijkomende straf bedoeld in artikel 52 wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-259\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 259</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Mensensmokkel § 1. Mensensmokkel is het, op welke manier ook, rechtstreeks of via een tussenpersoon, ertoe bijdragen dat een persoon die geen onderdaan is van een lidstaat van de Europese Unie het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie of van een Staat die partij is bij een internationale overeenkomst betreffende de overschrijding van de buitengrenzen, die België bindt, binnenkomt, erdoor reist of er verblijft, in strijd met de wetgeving van deze staat, met het oog op het direct of indirect verkrijgen van een vermogensvoordeel. § 2. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3. § 3. De geldboete als bijkomende straf bedoeld in artikel 52 wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-260\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 260</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verzwaarde mensenhandel en mensensmokkel § 1. Mensenhandel en mensensmokkel worden bestraft met een straf van niveau 4 indien: 1° het misdrijf is gepleegd ten opzichte van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand;2° het misdrijf is gepleegd door misbruik te maken van de kwetsbare toestand waarin een persoon verkeert ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand, zijn precaire sociale toestand, zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of een geestelijk gebrek, zodanig dat de betrokken persoon in feite geen andere echte en aanvaardbare keuze heeft dan zich te laten misbruiken;3° het misdrijf is gepleegd door direct of indirect gebruik te maken van listige kunstgrepen, geweld, bedreigingen of enige vorm van dwang, of door ontvoering, machtsmisbruik of bedrog;4° het misdrijf is gepleegd door het aanbieden of aanvaarden van betalingen of om het even welk voordeel om de toestemming te verkrijgen van een persoon die gezag heeft over het slachtoffer;5° het leven van het slachtoffer opzettelijk of door grove nalatigheid in gevaar is gebracht;6° het misdrijf een integriteitsaantasting van de derde graad heeft veroorzaakt;7° van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt;8° het misdrijf werd gepleegd met een discriminerende drijfveer;9° het misdrijf een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet De geldboete als bijkomende straf bedoeld in artikel 52 wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de mensenhandel met als doel de uitbuiting van prostitutie of andere vormen van seksuele uitbuiting werd gepleegd ten aanzien van een minderjarige, zijn de bepalingen van hoofdstuk 3, afdeling 2, van toepassing. § 2. Mensenhandel en mensensmokkel worden bestraft met een straf van niveau 5 indien: 1° het misdrijf de dood van het slachtoffer heeft veroorzaakt, zonder dat het misdrijf werd gepleegd met het oogmerk te doden;2° het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een criminele organisatie betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet. De geldboete als bijkomende straf bedoeld in artikel 52 wordt zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-261\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 261</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verzwarende factoren van mensenhandel en mensensmokkel Bij de keuze van de straf of maatregel en de zwaarte ervan voor een in deze afdeling bedoeld misdrijf neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd: 1° door een persoon die gezag heeft over het slachtoffer of door een persoon die misbruik heeft gemaakt van het gezag of de mogelijkheden die zijn functies hem verschaffen;2° door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-262\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 262</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf In afwijking van artikel 53, § 2, 2°, worden de zaken die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van een van de misdrijven bedoeld in deze afdeling verbeurd verklaard, ook al zijn zij geen eigendom van de veroordeelde, onverminderd de rechten die derden kunnen laten gelden op die zaken De verbeurdverklaring wordt eveneens toegepast, onder dezelfde voorwaarden, op de onroerende goederen of gedeelten ervan die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien deze roerende of onroerende goederen worden vervreemd tussen het plegen van het misdrijf en de definitieve rechterlijke beslissing, kan de rechter hun geldwaarde bepalen en de verbeurdverklaring uitspreken van een geldsom die hiermee overeenstemt overeenkomstig artikel 53, § 2, tweede lid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-263\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 263</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Specifieke verboden in geval van veroordeling wegens mensenhandel § 1. Ingeval van veroordeling wegens mensenhandel kan de rechter ten aanzien van de veroordeelde het verbod uitspreken om gedurende een jaar tot twintig jaar een drankgelegenheid, een bureau voor arbeidsbemiddeling, een onderneming die vertoningen organiseert, een zaak voor verhuur of verkoop van visuele dragers, een hotel, een bureau voor verhuur van kamers of appartementen, een reisbureau, een huwelijksbureau, een adoptie-instelling, een instelling waaraan de bewaring van minderjarigen wordt toevertrouwd, een bedrijf dat instaat voor het vervoer van leerlingen en jeugdgroepen, een gelegenheid voor ontspanning of vakantie, of een inrichting die lichaamsverzorging of psychologische begeleiding aanbiedt, hetzij persoonlijk, hetzij door bemiddeling van een tussenpersoon, uit te baten of er, in welke hoedanigheid ook, werkzaam te zijn, of een beroepsactiviteit of sociale activiteit verbonden aan het plegen van het misdrijf uit te oefenen. § 2 Ook kan de rechter, voor een termijn van een jaar tot twintig jaar, het verbod uitspreken om: 1° in welke hoedanigheid ook deel te nemen aan onderwijs in een openbare of particuliere instelling die minderjarigen opvangt;2° als vrijwilliger, als lid van het statutair of contractueel personeel of als lid van de organen van bestuur en beheer, deel uit te maken van elke rechtspersoon of feitelijke vereniging waarvan de activiteit in hoofdzaak op minderjarigen is gericht;3° als vrijwilliger, als lid van het statutair of contractueel personeel of als lid van de organen van bestuur en beheer, van elke rechtspersoon of feitelijke vereniging een activiteit toegewezen te krijgen die de veroordeelde in een vertrouwens- of een gezagsrelatie tegenover minderjarigen plaatst;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het opleggen van die maatregel moet bijzonder gemotiveerd worden en er moet in dat verband rekening worden gehouden met de ernst van de feiten en het re-integratievermogen van de veroordeelde. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 48, derde en vierde lid, is van toepassing op de in paragrafen 1 en 2 bedoelde verboden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-264\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 264</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verschoningsgrond ten gunste van het slachtoffer van mensenhandel Het slachtoffer van mensenhandel dat deelneemt aan misdrijven waarop door de wet een straf van niveau 1, 2, 3, 4, 5 of 6 is gesteld als direct gevolg van zijn uitbuiting wordt niet gestraft voor die misdrijven. Afdeling 3. Misbruik van prostitutie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-265\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 265</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het pooierschap Het pooierschap bestaat, onverminderd de toepassing van artikel 258, uit een van de volgende daden gepleegd tegen een meerderjarig persoon: - het organiseren van de prostitutie van een ander met als doel het bekomen van een voordeel, behalve in de gevallen die de wet bepaalt; - het bevorderen, ertoe aanzetten, aanmoedigen of vergemakkelijken van prostitutie met als doel het, rechtstreeks of onrechtstreeks, bekomen van een abnormaal economisch voordeel of elk ander abnormaal voordeel; - maatregelen nemen om het verlaten van de prostitutie te verhinderen of te bemoeilijken Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 52, § 1, tweede lid, kan de rechter als bijkomende straf een geldboete tussen 200 euro en 200.000 euro opleggen voor het gepleegde misdrijf en een geldboete tussen 200 euro en 40.000 euro voor de poging tot het plegen van het misdrijf. De boetes worden zo vaak opgelegd als er slachtoffers zijn. Art. 266.Reclame maken voor prostitutie § 1. Reclame maken voor prostitutie is: - het met welk middel ook, op enigerlei wijze, direct of indirect, opzettelijk reclame maken, uitgeven, verdelen of verspreiden voor een aanbod van diensten van seksuele aard door een meerderjarige, zelfs indien het aanbod wordt verhuld onder bedekte bewoordingen; - het door enig reclamemiddel, zowel expliciet als impliciet, opzettelijk kenbaar maken dat een meerderjarige zich laat prostitueren; - het door enig reclamemiddel, zowel expliciet als impliciet, opzettelijk vergemakkelijken van de prostitutie van een meerderjarige. § 2. Reclame maken voor prostitutie van een meerderjarige is verboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verbod is niet van toepassing: - ten aanzien van een meerderjarige die reclame maakt voor eigen seksuele diensten achter een raam in een ruimte die specifiek voor prostitutie is bestemd; - ten aanzien van een meerderjarige die reclame plaatst voor eigen seksuele diensten op een internetplatform of enig ander medium of een onderdeel ervan, die specifiek voor dit doel zijn bestemd; - ten aanzien van de aanbieder van een internetplatform of enig ander medium of een onderdeel ervan, die specifiek voor dit doel zijn bestemd, die reclame voor diensten van seksuele aard of voor een plaats gewijd aan het aanbieden van diensten van seksuele aard door meerderjarigen publiceert, voor zover hij maatregelen neemt ter bescherming van de sekswerker en ter voorkoming van misbruik van prostitutie en mensenhandel, door mogelijke gevallen van misbruik en uitbuiting onmiddellijk aan de politiediensten of gerechtelijke overheden te melden en door zich te houden aan de nadere regels die door de Koning zijn vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning bepaalt wat wordt begrepen onder internetplatform of enig ander medium of onderdeel ervan die specifiek voor dit doel zijn bestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Art. 267.Het openbaar aanzetten tot het zich prostitueren Het openbaar aanzetten tot het zich prostitueren is: - het door enig reclamemiddel, impliciet of expliciet, opzettelijk aanzetten van een meerderjarige tot het zich prostitueren; - het met welk middel ook, in het openbaar, een meerderjarige opzettelijk aanzetten tot het zich prostitueren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Art. 268.Verzwaard misbruik van prostitutie Misbruik van prostitutie bedoeld in de artikelen 265 tot 267 is verzwaard indien het misdrijf werd gepleegd tegen een meerderjarige in een kwetsbare toestand ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand, zijn precaire sociale toestand, zijn leeftijd, een zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of geestelijk gebrek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van misbruik van prostitutie bedoeld in artikel 265, wordt de boete zo veel keer toegepast als er slachtoffers zijn. Art. 269.Sluiting van de inrichting Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kan de rechter in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen, ongeacht de hoedanigheid van natuurlijke- of rechtspersoon, van de uitbater, eigenaar, huurder of zaakvoerder, de sluiting van de inrichting bevelen waar de inbreuken werden gepleegd, voor een termijn van één maand tot drie jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de veroordeelde niet de eigenaar, uitbater, huurder of zaakvoerder van de inrichting is, kan de sluiting slechts worden bevolen indien de ernst van de specifieke omstandigheden dit vereist, en dit voor een periode van ten hoogste twee jaar, na dagvaarding op verzoek van het openbaar ministerie, de eigenaar, uitbater, huurder of zaakvoerder van de inrichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dagvaarding voor de rechtbank wordt op verzoek van de gerechtsdeurwaarder die de dagvaarding heeft uitgebracht, overgeschreven in het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie van de plaats waar het goed zich bevindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dagvaarding bevat de gegevens van het betrokken onroerend goed bedoeld in artikel 141 van de Hypotheekwet en de identificatiegegevens van de eigenaar ervan bedoeld in de artikelen 139 en 140 van de Hypotheekwet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke beslissing wordt op de kant van de overschrijving van het proces-verbaal van de dagvaarding vermeld overeenkomstig de procedure van artikel 84 van de Hypotheekwet. De griffier van het gerecht zendt de uittreksels en de verklaring dat geen hoger beroep werd ingesteld toe aan het bevoegde kantoor van de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De sluiting van de inrichting houdt het verbod in om hierin enige activiteit uit te oefenen die verband houdt met diegene die geleid heeft tot het plegen van het misdrijf. De sluiting gaat in vanaf de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. Bij gebreke aan vrijwillige sluiting gebeurt deze op initiatief van het openbaar ministerie op kosten van de veroordeelde. Art. 270.Specifieke verboden In de gevallen bedoeld in dit hoofdstuk worden de schuldigen veroordeeld tot de ontzetting uit de rechten bedoeld in artikel 47, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kan de rechter in de in dit hoofdstuk bedoelde gevallen ten aanzien van de veroordeelde het verbod uitspreken om gedurende een jaar tot twintig jaar een drankgelegenheid, een bureau voor arbeidsbemiddeling, een onderneming die vertoningen organiseert, een zaak voor verhuur of verkoop van visuele dragers, een hotel, een bureau voor verhuur van kamers of appartementen, een reisbureau, een huwelijksbureau, een adoptie-instelling, een instelling waaraan de bewaring van minderjarigen wordt toevertrouwd, een bedrijf dat instaat voor het vervoer van leerlingen en jeugdgroepen, een gelegenheid voor ontspanning of vakantie, of een inrichting die lichaamsverzorging of psychologische begeleiding aanbiedt, hetzij persoonlijk, hetzij door bemiddeling van een tussenpersoon, uit te baten of er, in welke hoedanigheid ook, werkzaam te zijn, of een beroepsactiviteit of sociale activiteit verbonden aan het plegen van het misdrijf uit te oefenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 48, derde en vierde lid, is van toepassing op deze verboden. Art. 271.Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf In afwijking van artikel 53, § 2, 2°, worden de zaken die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van een van de misdrijven bedoeld in deze afdeling verbeurd verklaard, ook al zijn ze geen eigendom van de veroordeelde, onverminderd de rechten die derden kunnen laten gelden op die goederen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verbeurdverklaring wordt eveneens toegepast, onder dezelfde voorwaarden, op de onroerende goederen of gedeelten ervan die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien deze roerende of onroerende goederen worden vervreemd tussen het plegen van het misdrijf en de definitieve rechterlijke beslissing, kan de rechter hun geldwaarde bepalen en de verbeurdverklaring uitspreken van een geldsom die hiermee overeenstemt overeenkomstig artikel 53, § 2, tweede lid. Art. 272.Multidisciplinaire evaluatie § 1. De Kamer van volksvertegenwoordigers wordt ermee belast de toepassing van de bepalingen van deze afdeling te evalueren om de vier jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die evaluatie is multidisciplinair en stoelt in het bijzonder op de expertise van vertegenwoordigers van het gerecht en van de politie, van vertegenwoordigers van openbare gespecialiseerde organen, van vertegenwoordigers van middenveldorganisaties, alsook van gespecialiseerde academici. De door de drie laatstgenoemde categorieën vertegenwoordigde expertisegebieden moeten minstens de volgende thema's omvatten: de bestrijding van mensenhandel, de steun aan mensen in de prostitutie, de gelijkheid tussen vrouwen en mannen, de verdediging van de economische en sociale rechten van de werknemers en de toegang tot gezondheid. Afdeling 4. Verkoop van kinderen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-273\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 273</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verkoop van kinderen Verkoop van kinderen is het opzettelijk voorstellen, beloven, afleveren of aanvaarden van een minderjarige, ongeacht op welke wijze, tegen een profijt of een vergelijkbaar voordeel voor zichzelf of een ander De vergoeding van kosten en uitgaven, met inbegrip van redelijke honoraria van de bij de adoptie betrokken personen, bedoeld in artikel 32 van het op 29 mei 1993 te `s-Gravenhage gesloten Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie, vormt geen profijt of vergelijkbaar voordeel in de zin van het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldboete als bijkomende straf, bedoeld in artikel 52 kan zo veel keer worden toegepast als er slachtoffers zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-274\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 274</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verzwaarde verkoop van kinderen § 1. De verkoop van kinderen wordt bestraft met een straf van niveau 4 wanneer deze als doel heeft: 1° de uitbuiting van prostitutie of andere vormen van seksuele uitbuiting;2° de uitbuiting van bedelarij;3° het verrichten van werk of het verlenen van diensten, in omstandigheden die in strijd zijn met de menselijke waardigheid;4° de uitbuiting door het wegnemen van organen of van menselijk lichaamsmateriaal;5° deze persoon tegen zijn wil een misdrijf te doen plegen. § 2. De verkoop van kinderen wordt bestraft met een straf van niveau 5 indien: 1° het misdrijf de dood van het slachtoffer heeft veroorzaakt zonder dat het misdrijf werd gepleegd met het oogmerk te doden;2° het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een criminele organisatie betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet. § 3. In de gevallen bedoeld in paragrafen 1 en 2 kan de geldboete als bijkomende straf, bedoeld in artikel 52 zo veel keer worden toegepast als er slachtoffers zijn</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-275\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 275</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verzwarende factoren inzake verkoop van kinderen Bij de keuze van de straf of maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf bedoeld in deze afdeling, neemt de rechter in overweging dat het misdrijf gepleegd werd: 1° door een persoon die gezag heeft over het slachtoffer of door een persoon die misbruik heeft gemaakt van het gezag of de mogelijkheden die zijn functies hem verschaffen;2° door een persoon met een openbare functie, in het kader van de uitoefening van deze functie. Afdeling 5. Handel in menselijke organen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-276\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 276</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Illegaal wegnemen van een menselijk orgaan Illegaal wegnemen van een menselijk orgaan is het opzettelijk wegnemen van een orgaan bij een persoon in de volgende gevallen: 1° wanneer het wegnemen bij een levende gebeurt zonder zijn vrije, geïnformeerde en specifieke toestemming, of wanneer het wegnemen bij een overledene gebeurt in strijd met de in de wet bepaalde voorwaarden inzake toestemming of verzet;2° wanneer, in ruil voor het wegnemen van het orgaan, die persoon of een derde, rechtstreeks of onrechtstreeks, een profijt of een vergelijkbaar voordeel werd voorgesteld, aangeboden, beloofd of hij dit heeft verkregen, voor zichzelf of een ander, zelfs indien de persoon heeft toegestemd in het wegnemen;3° wanneer het wegnemen gebeurt door een persoon die daartoe niet is gemachtigd door de wet, of buiten een door de wet gemachtigde verzorgingsinrichting. Vormen geen \"profijt of vergelijkbaar voordeel\" in de zin van het eerste lid, 2° : 1° de vergoeding van de rechtstreekse en onrechtstreekse kosten, bedoeld in artikel 4, § 2, van de wet van 13 juni 1986Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/08/1998 numac 1998022534 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet tot wijziging van de samengeordende wetten van 19 december 1939 betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/06/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1998 numac 1998009557 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen betreffende de verjaring sluiten6 betreffende het wegnemen en transplanteren van organen, en in artikel 6, § 2, van de wet van 19 december 2008 inzake het verkrijgen en het gebruik van menselijk lichaamsmateriaal met het oog op de geneeskundige toepassing op de mens of het wetenschappelijk onderzoek;2° de vergoeding van de inkomstenderving die met de orgaandonatie verband houdt. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4. Art. 277.Illegaal transplanteren of gebruiken van een menselijk orgaan Illegaal transplanteren van een menselijk orgaan is: 1° het opzettelijk transplanteren bij een persoon van een menselijk orgaan dat is weggenomen in strijd met artikel 276 of dat is weggenomen in een andere Staat onder de in voornoemd artikel bedoelde voorwaarden;2° het, transplanteren bij een persoon van een menselijk orgaan zonder daartoe te zijn gemachtigd door de wet of buiten een door de wet gemachtigde verzorgingsinrichting. Het illegaal gebruik van een menselijk orgaan is het opzettelijk gebruiken van een onder een van de drie omstandigheden omschreven in artikel 276 of in een andere Staat onder een van diezelfde omstandigheden illegaal weggenomen menselijk orgaan voor andere doeleinden dan transplantatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze misdrijven worden bestraft met een straf van niveau 4. Art. 278.Illegaal beheren van menselijke organen Illegaal beheren van menselijke organen is het opzettelijk: 1° voorbereiden, bewaren, opslaan, vervoeren, overbrengen, ontvangen of exporteren van een orgaan dat is weggenomen in strijd met artikel 276 of dat is weggenomen in een andere Staat onder de in voornoemd artikel bedoelde voorwaarden;2° invoeren of laten doorvoeren van een orgaan dat illegaal is weggenomen in een andere Staat onder de omstandigheden omschreven in artikel 276. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4. Art. 279.Ongeoorloofd ronselen van een donor of ontvanger van menselijke organen Ongeoorloofd ronselen van een donor of ontvanger van menselijke organen is het vragen of werven van een kandidaat-orgaandonor of -ontvanger met het oogmerk, rechtstreeks of onrechtstreeks, een profijt of een vergelijkbaar voordeel voor zichzelf of voor een derde te verkrijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-280\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 280</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verzwaard illegaal wegnemen, transplanteren, gebruiken of beheren en ongeoorloofd ronselen van een donor of ontvanger van menselijke organen § 1. Het illegaal wegnemen, illegaal transplanteren of gebruiken, illegaal beheren en het ongeoorloofd ronselen van een donor of ontvanger van menselijke organen wordt bestraft met een straf van niveau 5 wanneer: 1° het misdrijf is gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand;2° het misdrijf is gepleegd door een persoon die misbruik heeft gemaakt van het gezag of de faciliteiten die zijn functies hem verlenen;3° het leven van het slachtoffer opzettelijk of door grove nalatigheid in gevaar is gebracht;4° het misdrijf de lichamelijke of geestelijke gezondheid van het slachtoffer ernstig heeft aangetast;5° van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt;6° het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet;7° de dader reeds werd veroordeeld voor een in deze afdeling bedoeld misdrijf, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 60;8° het misdrijf werd gepleegd vanuit een discriminerende drijfveer. § 2 Deze misdrijven worden bestraft met een straf van niveau 6 wanneer: 1° het misdrijf de dood van het slachtoffer heeft veroorzaakt zonder dat het misdrijf werd gepleegd met het oogmerk te doden;2° het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een criminele organisatie betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-281\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 281</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Faciliteren of verspreiden van illegale praktijken van handel in menselijke organen Het faciliteren of verspreiden van illegale praktijken van handel in menselijke organen is het, op enerlei wijze: 1° opzettelijk faciliteren of bevorderen van de praktijken bedoeld in de artikelen 276 tot 278, of aanzetten tot dergelijke praktijken;2° opzettelijk, direct of indirect reclame maken, uitgeven, verdelen of verspreiden voor die praktijken;3° de behoefte aan of de beschikbaarheid van organen rechtstreeks of onrechtstreeks onder de aandacht brengen met het oogmerk, rechtstreeks of onrechtstreeks, een profijt of een vergelijkbaar voordeel voor zichzelf of voor een derde aan te bieden of te behalen Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-282\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 282</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanvaarden van een illegale transplantatie van een menselijk orgaan Aanvaarden van een illegale transplantatie van een menselijk orgaan is het opzettelijk voor zichzelf aanvaarden van de transplantatie van een menselijk orgaan dat is weggenomen in strijd met artikel 276 of weggenomen in een andere Staat in de omstandigheden uit voormeld artikel Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Poging tot het in dit artikel bedoelde misdrijf is niet strafbaar. Art. 283.Aanbieden of aanvaarden van een voordeel in het kader van de handel in menselijke organen Aanbieden of aanvaarden van een voordeel in het kader van de handel in menselijke organen is het opzettelijk: 1° rechtstreeks of via tussenpersonen beloven, aanbieden of overhandigen aan een persoon van een voordeel van welke aard dan ook, voor zichzelf of voor een derde, opdat hij een orgaan wegneemt, transplanteert of gebruikt in strijd met de artikelen 276 tot 278, of het faciliteren van een dergelijke handeling;2° rechtstreeks of via tussenpersonen vragen, aanvaarden of ontvangen van een voordeel van welke aard dan ook, voor zichzelf of voor een derde, teneinde een orgaan weg te nemen, te transplanteren of te gebruiken in strijd met de artikelen 276 tot 278, of het faciliteren van een dergelijke handeling. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Poging tot het in dit artikel bedoelde misdrijf is niet strafbaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-284\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 284</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verzwaard faciliteren of verspreiden van illegale praktijken en aanbieden of aanvaarden van een onterecht voordeel in het kader van de handel in menselijke organen § 1. Het faciliteren of verspreiden van illegale praktijken en het aanbieden of aanvaarden van een onterecht voordeel in het kader van de handel in menselijke organen worden bestraft met een straf van niveau 4 wanneer: 1° het misdrijf is gepleegd op een minderjarige of persoon in een kwetsbare toestand;2° het misdrijf is gepleegd door een persoon die misbruik heeft gemaakt van het gezag of de faciliteiten die zijn functies hem verlenen;3° het leven van het slachtoffer opzettelijk of door grove nalatigheid in gevaar is gebracht;4° het misdrijf de lichamelijke of geestelijke gezondheid van het slachtoffer ernstig heeft aangetast;5° van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt;6° het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet;7° de dader reeds werd veroordeeld voor een in deze afdeling bedoeld misdrijf, onder voorbehoud van de toepassing van artikel 60;8° het misdrijf werd gepleegd vanuit een discriminerende drijfveer. § 2 Deze misdrijven worden bestraft met een straf van niveau 5 wanneer: 1° het misdrijf de dood van het slachtoffer heeft veroorzaakt zonder dat het misdrijf werd gepleegd met het oogmerk te doden;2° het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een criminele organisatie betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-285\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 285</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vermoeden omtrent de wettige oorsprong van de menselijke organen die weggenomen zijn binnen de Europese Unie Voor de toepassing van de bepalingen van deze afdeling worden de organen die zijn weggenomen in België of in een andere lidstaat van de Europese Unie vermoed, tot bewijs van het tegendeel, niet illegaal te zijn weggenomen onder een van de drie omstandigheden bedoeld in artikel 276 of te zijn weggenomen in een andere Staat onder een van diezelfde omstandigheden indien zij werden toegewezen door een openbare of private non-profitorganisatie die zich bezighoudt met nationale en grensoverschrijdende orgaanuitwisselingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-286\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 286</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf In afwijking van artikel 53, § 2, 2°, worden de zaken die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van een van de in deze afdeling bedoelde misdrijven verbeurd verklaard, ook al zijn zij geen eigendom van de veroordeelde, onverminderd de rechten die derden kunnen laten gelden op die zaken De verbeurdverklaring wordt eveneens toegepast, onder dezelfde voorwaarden, op de onroerende goederen of gedeelten ervan die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien deze roerende of onroerende goederen worden vervreemd tussen het plegen van het misdrijf en de definitieve rechterlijke beslissing, kan de rechter hun geldwaarde bepalen en de verbeurdverklaring uitspreken van een geldsom die hiermee overeenstemt overeenkomstig artikel 53, § 2, tweede lid. Art. 287.Specifiek verbod in geval van veroordeling voor handel in menselijke organen De rechter kan de personen die veroordeeld zijn voor feiten bedoeld in deze afdeling, voor een termijn van een jaar tot twintig jaar, verbieden een beroepsactiviteit of sociale activiteit uit te oefenen die verband houdt met het plegen van een van de in deze afdeling strafbaar gestelde feiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 48, derde en vierde lid, is van toepassing op dit verbod. Afdeling 6. Uitbuiting van bedelarij</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-288\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 288</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uitbuiting van bedelarij Uitbuiting van bedelarij is het: 1° aanwerven, meenemen, wegbrengen of bij zich houden van een persoon met als doel hem over te leveren aan bedelarij;2° opzettelijk aanzetten van een persoon tot bedelen of tot doorgaan met bedelen;3° ter beschikking stellen van een persoon aan een bedelaar opdat deze laatste zich van hem zou bedienen om het publieke medelijden op te wekken;4° opzettelijk uitbuiten op welke manier ook, van de bedelarij van een ander persoon. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2 De geldboete als bijkomende straf bedoeld in artikel 52 kan zo veel keer worden toegepast als er slachtoffers zijn. Art. 289.Verzwaarde uitbuiting van bedelarij Uitbuiting van bedelarij wordt bestraft met een straf van niveau 3 ingeval zij wordt gepleegd: 1° ten aanzien van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand;2° door misbruik te maken van de kwetsbare toestand waarin een persoon verkeert ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand, zijn precaire sociale toestand, zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of een geestelijk gebrek, zodat de persoon in feite geen echte en aanvaardbare andere keuze heeft dan zich te laten misbruiken;3° door direct of indirect gebruik te maken van listige kunstgrepen, geweld, bedreigingen of enige vorm van dwang, of door ontvoering, machtsmisbruik of bedrog. De geldboete als bijkomende straf bedoeld in artikel 52 kan zo veel keer worden toegepast als er slachtoffers zijn. Afdeling 7. Wanpraktijken van huisjesmelkers</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-290\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 290</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Huisjesmelkerij Huisjesmelkerij is het direct of via een tussenpersoon, misbruiken van de kwetsbare toestand waarin een persoon zich bevindt ten gevolge van zijn onwettige of precaire administratieve toestand, zijn precaire sociale toestand, zijn leeftijd, zwangerschap, een ziekte dan wel een lichamelijk of een geestelijk gebrek, door de verkoop, verhuur of terbeschikkingstelling van een roerend goed, een deel ervan, een onroerend goed of elke andere locatie die tot woning dient, in omstandigheden die in strijd zijn met de menselijke waardigheid, met de bedoeling een abnormaal profijt te realiseren Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geldboete als bijkomende straf bedoeld in artikel 52 kan zo veel keer worden toegepast als er slachtoffers zijn. Art. 291.Verzwaarde huisjesmelkerij Huisjesmelkerij wordt bestraft met een straf van niveau 3 wanneer: 1° van de betrokken activiteit een gewoonte wordt gemaakt;2° het een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft, ongeacht of de schuldige de hoedanigheid van leidend persoon heeft of niet. De geldboete als bijkomende straf bedoeld in artikel 52 kan zo veel keer worden toegepast als er slachtoffers zijn. Art. 292.Verbeurdverklaring van het instrument van het misdrijf In afwijking van artikel 53, § 2, 2°, worden de zaken die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van een van de in deze afdeling bedoelde misdrijven verbeurd verklaard, ook al zijn zij geen eigendom van de veroordeelde, onverminderd de rechten die derden kunnen laten gelden op die zaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verbeurdverklaring wordt eveneens toegepast, onder dezelfde voorwaarden, op de onroerende goederen of gedeelten ervan die gediend hebben of bestemd waren tot het plegen van het misdrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien deze roerende of onroerende goederen worden vervreemd tussen het plegen van het misdrijf en de definitieve rechterlijke beslissing, kan de rechter hun geldwaarde bepalen en de verbeurdverklaring uitspreken van een geldsom die hiermee overeenstemt overeenkomstig artikel 53, § 2, tweede lid. Afdeling 8. Gedwongen huwelijk en gedwongen wettelijke samenwoning</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-293\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 293</span><span class=\"lf-art-t\">Gedwongen huwelijk Gedwongen huwelijk is iemand opzettelijk, door geweld of bedreiging, dwingen een huwelijk aan te gaan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3. Art. 294.Gedwongen wettelijke samenwoning Gedwongen wettelijke samenwoning is iemand opzettelijk, door geweld of bedreiging, dwingen een wettelijke samenwoning aan te gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3. Art. 295.Verzwarende factor Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf bedoeld in de artikelen 293 en 294 neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand of in het bijzijn van een minderjarige. Art. 296.Nietigverklaring van het huwelijk of de wettelijke samenwoning § 1. De rechter die het misdrijf van gedwongen huwelijk of van gedwongen wettelijke samenwoning bewezen verklaart, kan ook de nietigheid van het huwelijk of van de wettelijke samenwoning uitspreken op vordering van de procureur des Konings of van enige in het geding belanghebbende partij. § 2. De nietigverklaring kan enkel worden uitgesproken indien de echtgenoten of de wettelijk samenwonenden in het geding partij zijn geweest of daarin zijn geroepen. § 3. Elk exploot van betekening van een vonnis of arrest dat een huwelijk of een wettelijke samenwoning nietig verklaart, wordt door de optredende gerechtsdeurwaarder onmiddellijk in afschrift meegedeeld aan de griffier van het gerecht dat de beslissing heeft uitgesproken. § 4. Wanneer de nietigheid van het huwelijk is uitgesproken bij een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest, stuurt de griffier onmiddellijk de gegevens van het vonnis of arrest naar de DABS, met vermelding van de dag van het in kracht van gewijsde treden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de huwelijksakte in België werd opgemaakt of in België werd overgeschreven voor 31 maart 2019, verzoekt de griffier de ambtenaar van de burgerlijke stand die de akte heeft opgemaakt of ingeschreven tot opname van de akte in de DABS. Indien de huwelijksakte in het buitenland werd opgemaakt, verzoekt hij de verzoekende partij om een akte van huwelijk te laten opmaken op basis van de buitenlandse akte naar analogie met afdeling 15 van boek I, titel II, hoofdstuk 2, van het oud Burgerlijk Wetboek door de bevoegde ambtenaar van de burgerlijke stand.</p>\n<p class=\"lf-p\">De DABS maakt op basis hiervan een melding op en verbindt deze met de huwelijksakte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nietigverklaring, met vermelding van de datum van het in kracht van gewijsde treden van de rechterlijke beslissing, wordt onmiddellijk via de DABS aan de Dienst Vreemdelingenzaken genotificeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De griffier brengt de partijen hiervan onmiddellijk in kennis. § 5. Wanneer de nietigheid van de wettelijke samenwoning is uitgesproken bij een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest, stuurt de griffier, onverwijld, een uittreksel bevattende het beschikkende gedeelte en de vermelding van de dag van het in kracht van gewijsde treden van het vonnis of het arrest aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar de verklaring van wettelijke samenwoning werd afgelegd en aan de Dienst Vreemdelingenzaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De griffier brengt de partijen hiervan in kennis.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ambtenaar van de burgerlijke stand maakt onverwijld melding van de nietigverklaring van de wettelijke samenwoning in het bevolkingsregister. Afdeling 9. Gemeenschappelijke bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-297\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 297</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Sluiting van de inrichting In geval van veroordeling wegens een in dit hoofdstuk omschreven misdrijf kan de rechter daarenboven de definitieve gehele of gedeeltelijke sluiting bevelen van de inrichting waarin het misdrijf werd gepleegd In afwijking van artikel 59 kan de sluiting worden bevolen zonder rekening te houden met de hoedanigheid van de natuurlijke persoon of rechtspersoon als uitbater, eigenaar, huurder of zaakvoerder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de veroordeelde niet de uitbater, eigenaar, huurder of zaakvoerder van de inrichting is, kan de sluiting enkel worden bevolen indien de ernst van de concrete omstandigheden zulks vereist en na de uitbater, eigenaar, huurder of zaakvoerder van de inrichting te hebben gehoord. Art. 298.Specifieke verboden en ontzettingen § 1. Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kan de rechter in de in dit hoofdstuk omschreven gevallen de veroordeelde verbieden tijdelijk of levenslang, rechtstreeks of onrechtstreeks een rusthuis, een home, een bejaardenverblijf of elke andere structuur voor gemeenschappelijk verblijf van personen in een kwetsbare toestand uit te baten, of als vrijwilliger, contractueel of statutair personeelslid dan wel als lid van de bestuurs- en beheersorganen deel uit te maken van enige instelling of vereniging waarvan de hoofdactiviteit gericht is op personen in een kwetsbare toestand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd andere wettelijke bepalingen, kan de rechter in de in dit hoofdstuk omschreven gevallen wegens feiten gepleegd op een minderjarige of met zijn deelneming, de ontzetting uitspreken uit het recht om, voor een termijn van een jaar tot twintig jaar: 1° in welke hoedanigheid ook deel te nemen aan onderwijs in een openbare of particuliere instelling die minderjarigen opvangt;2° als vrijwilliger, als lid van het statutair of contractueel personeel of als lid van de organen van bestuur en beheer, deel uit te maken van elke rechtspersoon of feitelijke vereniging waarvan de activiteit in hoofdzaak op minderjarigen gericht is;3° als vrijwilliger, als lid van het statutair of contractueel personeel of als lid van de organen van bestuur en beheer, van elke rechtspersoon of feitelijke vereniging, een activiteit toegewezen te krijgen die de veroordeelde in een vertrouwens- of een gezagsrelatie tegenover minderjarigen plaatst. § 2. De verboden en ontzettingen bedoeld in paragraaf 1, gaan in op de dag waarop de veroordeling in kracht van gewijsde is getreden. De termijn wordt evenwel verlengd met de tijd waarin de gevangenisstraf wordt uitgevoerd, met uitzondering van de periode gedurende dewelke de straf wordt uitgevoerd onder de modaliteit van het elektronisch toezicht en periodes van voorwaardelijke of voorlopige invrijheidstelling.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 8. Misdrijven met betrekking tot het in gevaar brengen van personen Afdeling 1. Hulpverzuim</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-299\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 299</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Schuldig verzuim Schuldig verzuim is het opzettelijk nalaten hulp te verlenen of te verschaffen aan iemand die in groot gevaar verkeert nadat de verzuimer deze toestand zelf heeft vastgesteld of nadat die toestand aan hem is beschreven door diegenen die zijn hulp inroepen Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-300\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 300</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Niet-naleving van een bevel tot hulpverlening De niet-naleving van een bevel tot hulpverlening is het opzettelijk weigeren of nalaten: 1° hulp te bieden aan iemand die in gevaar verkeert, terwijl men hiertoe wettelijk werd opgevorderd;2° het werk of de dienst te doen of de hulp te verlenen waartoe men wordt opgevorderd bij een ongeval, oproer, schipbreuk, overstroming, brand of andere rampen, alsook in geval van overval, vernieling, ontdekking op heterdaad, vervolging door het openbaar geroep of van gerechtelijke tenuitvoerlegging. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-301\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 301</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hulpverzuim met de dood tot gevolg Het schuldig verzuim of de niet-naleving van een bevel tot hulpverlening met de dood tot gevolg, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, wordt bestraft met een straf van niveau 3</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-302\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 302</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Rechtvaardigingsgrond Er is geen misdrijf wanneer de verzuimer door hulp te verlenen of te verschaffen of door een werk of een dienst te doen zichzelf of anderen in ernstig gevaar zou hebben gebracht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-303\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 303</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Strafuitsluitende verschoningsgrond Schuldig verzuim wordt niet bestraft indien de verzuimer het gevaar waarin de hulpbehoevende persoon verkeerde niet persoonlijk heeft vastgesteld en hij op grond van de omstandigheden waarin hij werd verzocht te helpen, kon geloven dat dit verzoek niet ernstig was of dat er gevaar aan was verbonden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-304\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 304</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verzwarende factor Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in deze afdeling neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-305\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 305</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijkomende straf Onverminderd de toepassing van de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek kan de rechter de onwaardigheid om te erven uitspreken voor de misdrijven vermeld in deze afdeling. Afdeling 2. Misbruik van de zwakke toestand van personen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-306\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 306</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Misbruik van de zwakke toestand van personen Misbruik van de zwakke toestand van personen bestaat erin om, met kennis van de fysieke of psychische zwakheid die het oordeelsvermogen van het slachtoffer ernstig verstoort, bedrieglijk misbruik te maken van deze zwakheid om deze persoon ertoe te brengen een handeling te verrichten of zich van een handeling te onthouden, waarbij dit de fysieke of psychische integriteit dan wel het vermogen van het slachtoffer ernstig aantast Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 307.Verzwaard misbruik van de zwakke toestand van personen Misbruik van de zwakke toestand van personen wordt bestraft met een straf van niveau 3: 1° indien de handeling of onthouding van een handeling voortvloeit uit een toestand van fysieke of psychische onderwerping door aanwending van zware of herhaalde druk of van specifieke technieken om het oordeelsvermogen te verstoren;2° indien het slachtoffer een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand is;3° indien het misdrijf een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft;4° indien het misdrijf een daad van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging betreft. Art. 308.Misbruik van de zwakke toestand van personen met de dood tot gevolg Het misbruik van de zwakke toestand van personen met de dood tot gevolg, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, wordt bestraft met een straf van niveau 4. Art. 309.Bijkomende straf De rechter kan voor een misdrijf omschreven in deze afdeling de bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling opleggen als bijkomende straf. Afdeling 3. Conversiepraktijken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-310\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 310</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Conversiepraktijken Onder conversiepraktijk wordt begrepen elke praktijk die bestaat uit een fysieke interventie of het uitoefenen van psychische druk, waarvan door de dader wordt aangenomen of voorgehouden dat die erop gericht is de seksuele oriëntatie, de genderidentiteit of de genderexpressie van een persoon te onderdrukken of te wijzigen, ongeacht of dit kenmerk daadwerkelijk aanwezig is of vermeend is door de dader Worden niet als conversiepraktijken beschouwd: de hulp- en dienstverlening aangeboden in het kader van de geestelijke en fysieke gezondheidszorg in verband met de verkenning en de ontplooiing van de seksuele oriëntatie, de genderidentiteit of de genderexpressie van een persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Worden evenmin als conversiepraktijk beschouwd: de behandelingen of ingrepen in het kader van een sociale of medische transitie die worden aangeboden door beroepsbeoefenaars in het kader van de gezondheidszorg, overeenkomstig de voorwaarden en binnen het kader van de wet van 22 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/10/1998 numac 1998014238 bron ministerie van verkeer en infrastructuur Wet tot wijziging van artikel 118 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/08/1998 numac 1998003425 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 249 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten sluiten2 betreffende de rechten van de patiënt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-311\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 311</span><span class=\"lf-art-t\">Het uitvoeren van conversiepraktijken Het opzettelijk uitvoeren van conversiepraktijken wordt gestraft met een straf van niveau 2</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-312\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 312</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verzwarende factoren Bij de keuze van de straf of maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf bedoeld in artikel 311, neemt de rechter in overweging dat het misdrijf gepleegd werd: - door een persoon die zich in een erkende positie van vertrouwen, gezag of invloed ten aanzien van het slachtoffer bevindt; - op een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-313\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 313</span><span class=\"lf-art-t\">Het aanbieden van conversiepraktijken Het opzettelijk aanbieden van conversiepraktijken, direct of indirect, wordt bestraft met een straf van niveau 1</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-314\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 314</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het aanzetten om conversiepraktijken te ondergaan, het aanzetten van personen om andere personen conversiepraktijken te doen ondergaan of het maken van reclame voor conversiepraktijken Het opzettelijk aanzetten om conversiepraktijken te ondergaan, het opzettelijk aanzetten van personen om andere personen conversiepraktijken te doen ondergaan of het opzettelijk met welk middel ook op enigerlei wijze, direct of indirect, reclame maken, uitgeven, verdelen of verspreiden voor een aanbod van conversiepraktijken, wordt gestraft met een straf van niveau 1</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-315\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 315</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het verzwaard aanzetten om conversiepraktijken te ondergaan of om andere personen conversiepraktijken te doen ondergaan of het verzwaard maken van reclame voor conversiepraktijken Het aanzetten om conversiepraktijken te ondergaan, het aanzetten van personen om andere personen conversiepraktijken te doen ondergaan of het maken van reclame voor conversiepraktijken, in geval dit tot het plegen van het misdrijf bedoeld in artikel 311 heeft geleid, wordt bestraft met een straf van niveau 2</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-316\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 316</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Specifiek verbod De rechtbanken kunnen de personen die veroordeeld zijn voor feiten bedoeld in deze afdeling, voor een maximale duur van vijf jaar, verbieden een beroepsactiviteit of sociale activiteit uit te oefenen die verband houdt met het plegen van de in deze afdeling strafbaar gestelde feiten. Afdeling 4. Verkeersbelemmering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-317\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 317</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verkeersbelemmering Verkeersbelemmering is elke gedraging die het verkeer op de weg, de spoorweg, de binnenwateren of op zee belemmert, aangenomen met het oogmerk om te schaden Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Art. 318.Gevaarlijke verkeersbelemmering Indien de verkeersbelemmering bestaat uit een aanslag op de verkeersinfrastructuur of indien de verkeersbelemmering het zich verplaatsen in het verkeer gevaarlijk kan maken of ongevallen kan veroorzaken bij het deelnemen aan het verkeer, wordt dit misdrijf bestraft met een straf van niveau 2. Art. 319.Verkeersbelemmering met een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg De verkeersbelemmering die een integriteitsaantasting van de tweede graad tot gevolg heeft, wordt bestraft met een straf van niveau 3. Art. 320.Verkeersbelemmering met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg De verkeersbelemmering die een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft, wordt bestraft met een straf van niveau 4. Art. 321.Verkeersbelemmering met de dood tot gevolg De verkeersbelemmering die de dood tot gevolg heeft, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, wordt bestraft met een straf van niveau 5. Afdeling 5. Het in gevaar brengen van de volksgezondheid</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-322\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 322</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aantasting van voedingsmiddelen Aantasting van voedingsmiddelen is het opzettelijk mengen van stoffen die de dood kunnen teweegbrengen of de gezondheid zwaar kunnen schaden in voedingsmiddelen of dranken bestemd om te worden verkocht of aan het publiek ter beschikking te worden gesteld Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3. Art. 323.Verkoop van aangetaste voedingsmiddelen of van stoffen Verkoop van aangetaste voedingsmiddelen of stoffen is het opzettelijk: 1° verkopen of te koop aanbieden van voedingsmiddelen of dranken waaronder stoffen die de dood kunnen teweegbrengen of de gezondheid zwaar kunnen schaden, werden gemengd;2° verkopen of te koop aanbieden van stoffen die de dood kunnen teweegbrengen of de gezondheid zwaar kunnen schaden, wetende dat zij tot aantasting van voedingsmiddelen moeten dienen. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3. Art. 324.Opslag van aangetaste voedingsmiddelen Opslag van aangetaste voedingsmiddelen is het opzettelijk bewaren van voedingsmiddelen of dranken waaronder stoffen die de dood kunnen teweegbrengen of de gezondheid zwaar kunnen schaden, werden gemengd en die bestemd zijn om te worden verkocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 325.Bijkomende straffen De rechter kan bij de veroordeling voor een misdrijf omschreven in de artikelen 322 tot 324 de bekendmaking van de beslissing houdende veroordeling en de sluiting van de inrichting opleggen als bijkomende straf. Art. 326.Kwaadwillige verspreiding van ziekteverwekkers Kwaadwillige verspreiding van ziekteverwekkers is het, met kwaad opzet, verspreiden van een virus, bacterie, parasiet of andere stof die van aard is de gezondheid van personen negatief te beïnvloeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3. Art. 327.Verzwarende factor Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan neemt de rechter in overweging dat minderjarigen of personen in een kwetsbare toestand werden geviseerd. Afdeling 6. Het in gevaar brengen van minderjarigen of personen in een kwetsbare toestand Onderafdeling 1. Verlaten of in behoeftige toestand achterlaten Art. 328.Verlating van personen Verlating van personen is het opzettelijk verlaten van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand die niet in staat is om in zijn onderhoud te voorzien, waardoor er een onderbreking is van het toezicht of de zorgen die het slachtoffer nodig heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-329\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 329</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verlating van personen met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg De verlating van personen die een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft, wordt bestraft met een straf van niveau 3</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-330\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 330</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verlating van personen met de dood tot gevolg De verlating van personen die de dood tot gevolg heeft, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, wordt bestraft met een straf van niveau 4</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-331\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 331</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verzwarende factoren Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan neemt de rechter voor de verlating van personen in overweging dat: 1° het slachtoffer de vader, moeder of andere bloedverwant in de rechte opgaande lijn is van de dader;2° de dader de vader, de moeder of andere bloedverwant in de rechte opgaande lijn is van het slachtoffer, dan wel de partner is van het slachtoffer, het gezag over het slachtoffer heeft of er de bewaring van heeft</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-332\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 332</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In behoeftige toestand achterlaten van personen Het in behoeftige toestand achterlaten van personen is het opzettelijk in behoeftige toestand achterlaten van een persoon ten aanzien van wie men onderhoud is verschuldigd op basis van artikel 203 of 205 van het oud Burgerlijk Wetboek, ook al wordt deze niet alleen gelaten, het weigeren deze persoon weer bij zich te nemen of het weigeren zijn onderhoud te betalen als men hem aan een derde heeft toevertrouwd of als hij bij rechterlijke beslissing aan een derde is toevertrouwd Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. Gebrek aan voeding of verzorging Art. 333.Onthouding van voedsel of verzorging Onthouding van voedsel of verzorging is het opzettelijk onthouden van voedsel of verzorging aan een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand in die mate dat zijn gezondheid in het gedrang wordt gebracht of zijn lichamelijke of geestelijke ontwikkeling wordt geschaad, door de vader, de moeder of een andere bloed- of aanverwant in de rechte lijn, dan wel in de zijlijn tot de derde graad, van het slachtoffer, door de partner van het slachtoffer, door een persoon die gezag heeft over het slachtoffer, hem onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont, dan wel door een persoon op wie een conventionele plicht rust om zorg te dragen voor het slachtoffer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 334.Onthouding van voedsel of verzorging met een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg De onthouding van voedsel of verzorging die een integriteitsaantasting van de derde graad tot gevolg heeft, wordt bestraft met een straf van niveau 3. Art. 335.Onthouding van voedsel of verzorging met de dood tot gevolg De onthouding van voedsel of verzorging die de dood tot gevolg heeft, zonder dat de dader handelde met het oogmerk te doden, wordt bestraft met een straf van niveau 4. Art. 336.Nalaten van onderhoud Nalaten van onderhoud is het door een ernstig gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid nalaten van het onderhoud van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand in die mate dat hierdoor de gezondheid van het slachtoffer in het gedrang wordt gebracht of zijn lichamelijke of geestelijke ontwikkeling wordt geschaad, door de vader, de moeder of een andere bloed- of aanverwant in de rechte lijn, dan wel in de zijlijn tot de derde graad, van het slachtoffer, door de partner van het slachtoffer, door een persoon die gezag heeft over het slachtoffer, hem onder zijn bewaring heeft of occasioneel of gewoonlijk met het slachtoffer samenwoont, dan wel door een persoon op wie een conventionele plicht rust om zorg te dragen voor het slachtoffer.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Art. 337.Nalaten van onderhoud met de dood tot gevolg Het nalaten van onderhoud dat de dood tot gevolg heeft, wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 338.Verzwarende factoren Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan, voor een in deze onderafdeling omschreven misdrijf, neemt de rechter in overweging dat: 1° het slachtoffer de vader, moeder of andere bloedverwant in de rechte opgaande lijn is van de dader;2° de dader de vader, de moeder of andere bloedverwant in de rechte opgaande lijn is van het slachtoffer, dan wel de partner is van het slachtoffer, het gezag over het slachtoffer heeft of er de bewaring van heeft. Onderafdeling 3. Gebruik of lokken met het oog op het plegen van een misdrijf Art. 339.Gebruik van personen met het oog op het plegen van een misdrijf Het gebruik van personen met het oog op het plegen van een misdrijf is het opzettelijk, rechtstreeks of via een tussenpersoon, aantrekken of gebruiken van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand om een misdrijf te plegen of hieraan deel te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met dezelfde straf als deze gesteld op het misdrijf waarvoor de minderjarige of persoon in een kwetsbare toestand wordt aangetrokken of gebruikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-340\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 340</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Technologisch lokken van personen met het oog op het plegen van een misdrijf Het technologisch lokken van personen met het oog op het plegen van een misdrijf is het opzettelijk door een meerderjarige communiceren met een kennelijk of vermoedelijk minderjarige of persoon in een kwetsbare toestand door middel van informatie- of communicatietechnologieën om het plegen van een misdrijf op dit slachtoffer te vergemakkelijken: 1° indien de dader zijn identiteit, leeftijd of hoedanigheid heeft verzwegen of hierover heeft gelogen;2° indien de dader nadruk heeft gelegd op de in acht te nemen discretie over hun gesprekken;3° indien de dader enig geschenk of voordeel heeft aangeboden of voorgespiegeld;4° indien de dader een andere list heeft gebruikt. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-341\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 341</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verzwarende factoren Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf omschreven in deze onderafdeling neemt de rechter in overweging dat: 1° de minderjarige jonger is dan zestien jaar;2° de dader gebruik maakt van de bijzonder kwetsbare positie waarin de minderjarige verkeert;3° de dader de vader, de moeder of een andere bloedverwant in de opgaande lijn is van het slachtoffer, dan wel de partner is van het slachtoffer, het gezag over het slachtoffer heeft of er de bewaring van heeft;4° een gewoonte wordt gemaakt van het gebruiken van een persoon met het oog op het plegen van een misdrijf. Hoofdstuk 9. Misdrijven tegen het privéleven Afdeling 1. Misdrijven betreffende het geheim van communicatie, privégegevens van een informaticasysteem en brieven Art. 342.Schending van het geheim van privécommunicatie of privégegevens van een informaticasysteem Schending van het geheim van privécommunicatie en privégegevens van een informaticasysteem is het: 1° opzettelijk, met behulp van enig toestel, onderscheppen, kennis nemen van of opnemen van niet voor het publiek toegankelijke communicatie, waaraan men zelf niet deelneemt, zonder de toestemming van alle deelnemers aan die communicatie;2° opstellen van enig toestel met het oogmerk een van de in de bepaling onder 1° omschreven misdrijven te plegen;3° opzettelijk onder zich houden, aan een andere persoon onthullen of verspreiden, of enig gebruik maken van de inhoud van niet voor het publiek toegankelijke communicatie of van niet voor het publiek toegankelijke gegevens van een informaticasysteem die onwettig onderschept of opgenomen zijn of waarvan onwettig kennis genomen is. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-343\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 343</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verzwaarde schending van het geheim van privécommunicatie of privégegevens van een informaticasysteem Schending van het geheim van privécommunicatie en privégegevens van een informaticasysteem wordt bestraft met een straf van niveau 3 wanneer zij wordt gepleegd door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie, buiten de gevallen die de wet bepaalt of zonder inachtneming van de vormen die zij voorschrijft</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-344\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 344</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bedrieglijk gebruik van wettig gemaakte opnamen van privécommunicatie of privégegevens van een informaticasysteem Bedrieglijk gebruik van wettig gemaakte opnamen van privécommunicatie of privégegevens van een informaticasysteem is het, met bedrieglijk opzet of met het oogmerk te schaden en buiten de gevallen die de wet bepaalt of zonder inachtneming van de vormen die zij voorschrijft, gebruik maken van een wettig gemaakte opname van voor het publiek niet toegankelijke communicatie of voor het publiek niet toegankelijke gegevens van een informaticasysteem Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 345.Verzwaard bedrieglijk gebruik van wettig gemaakte opnamen van privécommunicatie of privégegevens van een informaticasysteem Bedrieglijk gebruik van wettig gemaakte opnamen van privécommunicatie of privégegevens van een informaticasysteem wordt bestraft met een straf van niveau 3 wanneer het wordt gepleegd door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie. Art. 346.Onwettig bezit of onwettige terbeschikkingstelling van afluistermateriaal Onwettig bezit of terbeschikkingstelling van afluistermateriaal is het opzettelijk onrechtmatig bezitten, produceren, verkopen, verkrijgen met het oog op het gebruik ervan, invoeren, verspreiden of op enige andere manier ter beschikking stellen, buiten de gevallen die de wet bepaalt of zonder inachtneming van de vormen die zij voorschrijft, van een instrument, met inbegrip van informaticagegevens, dat hoofdzakelijk is ontworpen of aangepast om het misdrijf van schending van het geheim van privécommunicatie en gegevens van een informaticasysteem mogelijk te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 347.Schending van het briefgeheim Schending van het briefgeheim is het opzettelijk: - wegmaken van een aan een postoperator toevertrouwde brief of openen van een zodanige brief om het geheim ervan te schenden; - wegmaken van een brief van een gerechtsdeurwaarder of openen van een zodanige brief, om het geheim ervan te schenden, behalve, in dit laatste geval, wanneer de dader de vader of de moeder is van het betrokken minderjarig kind, ofwel de echtgenoot, de voogd, de bewindvoerder of de curator van de betrokken persoon.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Afdeling 2. Schending van plaatsen die tot woning dienen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-348\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 348</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Huisvredebreuk of schending van een bewoonde plaats Huisvredebreuk of schending van een bewoonde plaats is het opzettelijk binnentreden in een door een ander bewoonde woonplaats, huis, appartement, kamer of verblijf, of in de aanhorigheden ervan, dit goed bezetten of erin verblijven zonder toestemming van de bewoners, buiten de gevallen die de wet bepaalt of zonder inachtneming van de vormen die zij voorschrijft Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 349.Verzwaarde huisvredebreuk of verzwaarde schending van een bewoonde plaats Huisvredebreuk of schending van een bewoonde plaats wordt bestraft met een straf van niveau 3 wanneer: 1° de feiten werden gepleegd met behulp van bedreiging of geweld;2° het feit werd gepleegd door zich te beroepen op een vals bevel van het openbaar gezag of door gebruik te maken van de kledij, herkenningstekens, de naam of hoedanigheid van een agent van het openbaar gezag;3° de dader of een van de daders een wapen bij zich had. Art. 350.Onwettige bezetting van een niet-bewoonde plaats Onwettige bezetting van een niet-bewoonde plaats is het opzettelijk, zonder een bevel van de overheid of zonder toestemming van een houder van een titel die of een recht dat toegang verschaft tot de betrokken plaats of gebruik van of verblijf in het betrokken goed toestaat en buiten de gevallen waarin de wet het toelaat, op eender welke manier binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans niet bewoonde huis, appartement, kamer of verblijf, of de aanhorigheden ervan, of enige andere niet bewoonde ruimte of andermans roerend goed dat al dan niet als verblijf kan dienen, zonder zelf houder te zijn van voormelde titel of recht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Art. 351.Weigering om gevolg te geven aan een beslissing tot ontruiming of tot uithuiszetting Weigering om gevolg te geven aan een beslissing tot ontruiming of tot uithuiszetting is het opzettelijk geen gevolg geven, binnen de gestelde termijn, aan het bevel tot ontruiming bedoeld in artikel 12, § 1, van de wet van 18 oktober 2017Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/1999 numac 1999009267 bron ministerie van justitie Wet betreffende de bestraffing van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/03/1999 numac 1999009251 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 620 van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/1999 numac 1999009258 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 574 van het Gerechtelijk Wetboek sluiten8 betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed of tot uithuiszetting bedoeld in artikel 1344decies van het Gerechtelijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Afdeling 3. Bescherming van het beroepsgeheim</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-352\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 352</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Schending van het beroepsgeheim Schending van het beroepsgeheim is het opzettelijk door een persoon die uit hoofde van zijn staat of beroep kennis draagt van geheimen die hem zijn toevertrouwd, bekend maken van deze geheimen buiten het geval dat hij geroepen wordt om in rechte of voor een parlementaire onderzoekscommissie getuigenis af te leggen en buiten het geval dat de wet hem verplicht of toelaat die geheimen bekend te maken Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-353\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 353</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afwijkingen van het beroepsgeheim § 1. Eenieder, die uit hoofde van zijn staat of beroep houder is van geheimen en hierdoor kennis heeft van een misdrijf zoals omschreven in de artikelen 96 tot 101, 134 tot 149, 151 tot 165, 171 tot 174, 194 tot 202, 206 tot 211, 258, 310 tot 315, 328 tot 330, en 333 tot 337, gepleegd op een minderjarige, op een persoon in een kwetsbare toestand in de zin van artikel 79, 2°, of op een persoon in een kwetsbare toestand ten gevolge van partnergeweld of het gebruiken van geweld in naam van culturele drijfveren, gewoontes, religie, tradities of de zogenaamde \"eer\", kan, onverminderd de verplichtingen hem opgelegd door artikel 299, het misdrijf ter kennis brengen van de procureur des Konings in de volgende gevallen: - hetzij wanneer er een ernstig en dreigend gevaar bestaat voor de fysieke of psychische integriteit van de minderjarige of de bedoelde persoon in een kwetsbare toestand en hij deze integriteit niet zelf of met hulp van anderen kan beschermen; - hetzij wanneer er aanwijzingen zijn van een gewichtig en reëel gevaar dat andere minderjarigen of zoals hierboven bedoelde personen in een kwetsbare toestand het slachtoffer zouden worden van de in voormelde artikelen bedoelde misdrijven en hij deze integriteit niet zelf of met hulp van anderen kan beschermen. § 2 Er is geen misdrijf wanneer iemand die uit hoofde van zijn staat of beroep houder is van geheimen, deze meedeelt in het kader van een overleg dat wordt georganiseerd, hetzij bij of krachtens een wet, hetzij bij een met redenen omklede toestemming van de procureur des Konings.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit overleg kan uitsluitend worden georganiseerd, hetzij met het oog op de bescherming van de fysieke en psychische integriteit van de persoon of van derden, hetzij ter voorkoming van de terroristische misdrijven bedoeld in titel 4, hoofdstuk 1, of van de misdrijven gepleegd in het raam van een criminele organisatie, bedoeld in artikel 406.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde wet of de met redenen omklede toestemming van de procureur des Konings bepalen ten minste wie aan het overleg kan deelnemen, met welke finaliteit en volgens welke modaliteiten het overleg zal plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De deelnemers zijn tot geheimhouding verplicht wat betreft de tijdens het overleg meegedeelde geheimen. Eenieder die dit geheim schendt, wordt gestraft met een straf van niveau 2. De geheimen die tijdens dit overleg worden meegedeeld, kunnen slechts aanleiding geven tot de strafrechtelijke vervolging van de misdrijven waarvoor het overleg werd georganiseerd. § 3. De paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing op de advocaat voor wat betreft het meedelen van vertrouwelijke informatie van zijn cliënt wanneer die zijn cliënt mogelijk aan strafvervolging blootstelt. Afdeling 4. Misdrijven betreffende de vrije uitoefening van de erediensten Art. 354.Aantasting van de vrije uitoefening van een eredienst De aantasting van de vrije uitoefening van een eredienst is het opzettelijk: 1° door geweld of bedreiging een of meer personen dwingen of verhinderen een eredienst uit te oefenen, de uitoefening van die eredienst bij te wonen, bepaalde godsdienstige feesten te vieren, bepaalde rustdagen te onderhouden en dientengevolge hun werkhuizen, winkels of magazijnen te openen of te sluiten en een bepaalde arbeid te verrichten of te staken;2° door het verwekken van stoornis of wanorde verhinderen, belemmeren of onderbreken van de uitoefening van een eredienst, gehouden in een plaats die bestemd is of gewoonlijk dient voor de eredienst of bij openbare plechtigheden van die eredienst;3° door daden, woorden, gebaren of bedreigingen beschimpen van de voorwerpen van een eredienst, hetzij in plaatsen die bestemd zijn of gewoonlijk dienen voor de uitoefening ervan, hetzij bij openbare plechtigheden van die eredienst. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Art. 355.Verzwarende factor bij de aantasting van de vrije uitoefening van een eredienst Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor het misdrijf bedoeld in artikel 354, 1°, neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd ten nadele van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand. Afdeling 5. Bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de minderjarigen in het kader van de gerechtelijke procedures Art. 356.Schending van de persoonlijke levenssfeer van de minderjarigen Schending van de persoonlijke levenssfeer van de minderjarigen is het opzettelijk publiceren of verspreiden, door welk procedé ook, van: 1° het verslag van de debatten voor de jeugdrechtbank, voor de onderzoeksrechter of voor de kamers van het hof van beroep die bevoegd zijn om over het hoger beroep tegen hun beslissingen te oordelen, uitgezonderd de motieven en het beschikkend gedeelte van de in openbare terechtzitting uitgesproken rechterlijke beslissing onder voorbehoud van de toepassing van de bepaling onder 2° ;2° teksten, tekeningen, foto's, beelden of geluidsfragmenten waaruit de identiteit kan blijken van een persoon die wordt vervolgd wegens het plegen van een als misdrijf omschreven feit terwijl hij minderjarig was of ten aanzien van wie een beschermingsmaatregel is genomen door een jeugdgerecht. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Afdeling 6. Gemeenschappelijke bepaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-357\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 357</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Strafuitsluitende verschoningsgrond De in dit hoofdstuk bedoelde gedragingen kunnen niet worden bestraft indien de persoon met een openbare functie die een niet-manifest onrechtmatig bevel uitvoert, heeft gehandeld op bevel van zijn meerderen, in zaken die tot hun bevoegdheid behoren en waarin hij zijn meerdere als ondergeschikte gehoorzaamheid verschuldigd was</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 10. Misdrijven tegen de burgerlijke staat van personen Afdeling 1. Misdrijven met betrekking tot het bewijs van de</h3>\n<p class=\"lf-p\">burgerlijke staat van kinderen Art. 358.Niet-aangifte van de geboorte van een kind De niet-aangifte van de geboorte van een kind is het opzettelijk nalaten aangifte te doen overeenkomstig het artikel 43 van het oud Burgerlijk Wetboek door de persoon die krachtens het artikel 43, § 1, van hetzelfde Wetboek gehouden is dit te doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Art. 359.Niet-kennisgeving van een bevalling De niet-kennisgeving van een bevalling is het opzettelijk nalaten kennisgeving te doen van een bevalling aan de ambtenaar van de burgerlijke stand door de persoon die krachtens artikel 42 van het oud Burgerlijk Wetboek gehouden is dit te doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Art. 360.Niet-kennisgeving van een vondeling De niet-kennisgeving van een vondeling is het opzettelijk nalaten onmiddellijk kennisgeving te doen van een gevonden pasgeboren kind aan de openbare hulpdiensten, zoals bij artikel 45 van het oud Burgerlijk Wetboek is voorgeschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Art. 361.Strafuitsluitende verschoningsgrond De niet-afgifte van een vondeling wordt niet bestraft wanneer de persoon erin heeft toegestemd het kind te zijnen laste te nemen en dienaangaande een verklaring heeft afgelegd bij de gemeenteoverheid van de plaats waar het kind is gevonden. Art. 362.Onderschuiving van een kind De onderschuiving van een kind is het opzettelijk verwisselen van een kind met een ander kind of het toeschrijven van een kind aan een vrouw die niet van dit kind is bevallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 363.Obstructie van het bewijs van de burgerlijke staat van een kind De obstructie van het bewijs van de burgerlijke staat van een kind is het opzettelijk vernietigen of het verhinderen van de opmaak van het bewijs van de burgerlijke staat van een kind.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Afdeling 2. Misdrijven met betrekking tot de adoptie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-364\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 364</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onwettige adoptie voor eigen rekening De onwettige adoptie voor eigen rekening is het met bedrieglijk opzet voor zichzelf verkrijgen of proberen te verkrijgen van een adoptie die strijdig is met de wet Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 365.Onwettige adoptie door tussenkomst van derden De onwettige adoptie door tussenkomst van derden is het opzettelijk: 1° optreden als tussenpersoon en voor een derde een adoptie verkrijgen of proberen te verkrijgen zonder lid te zijn van een daartoe vooraf door de bevoegde gemeenschap erkende adoptiedienst;2° als lid van een erkende adoptiedienst voor een derde een adoptie verkrijgen of proberen te verkrijgen die strijdig is met de wet. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3. Afdeling 3. Misdrijven met betrekking tot het huwelijk</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-366\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 366</span><span class=\"lf-art-t\">Bigamie Bigamie is het opzettelijk aangaan van een ander huwelijk vóór de ontbinding van het voorgaande wettige huwelijk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Afdeling 4. Gemeenschappelijke bepaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-367\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 367</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verzwarende factor Bij de keuze van de straf of de maatregel en de zwaarte ervan voor een misdrijf als bedoeld in dit hoofdstuk neemt de rechter in overweging dat het misdrijf werd gepleegd door een persoon met een openbare functie in het kader van de uitoefening van deze functie</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 11. Misdrijven tegen het lijk en de lijk- bezorging Afdeling 1. Zonder voorafgaande toestemming een begraving of crematie</h3>\n<p class=\"lf-p\">verrichten Art. 368.Zonder voorafgaande toestemming een begraving of crematie verrichten Het zonder voorafgaande toestemming een begraving of crematie verrichten is het opzettelijk zonder voorafgaande toestemming van de openbare ambtenaar een begraving of crematie verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Afdeling 2. Lijk- en grafschennis</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-369\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 369</span><span class=\"lf-art-t\">Lijkschennis Lijkschennis is het opzettelijk aantasten van de integriteit van het lijk waardoor de nagedachtenis van de overledene werd beledigd of gekwetst</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 370.Grafschennis Grafschennis is het opzettelijk vernielen, neerhalen of beschadigen van graven, gedenktekens opgericht ter nagedachtenis van de overledenen, funeraire urnen of asverspreidingsweiden waardoor de nagedachtenis van de overledene werd beledigd of gekwetst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Titel 4. Misdrijven tegen de openbare veiligheid Hoofdstuk 1. Terrorisme Art. 371.Terroristisch misdrijf § 1. Een terroristisch misdrijf is het plegen van een misdrijf bedoeld in de paragrafen 2 en 3 dat door zijn aard of context een land of een internationale organisatie ernstig kan schaden en opzettelijk gepleegd is met het oogmerk om een bevolking ernstige vrees aan te jagen of om de overheid of een internationale organisatie op onrechtmatige wijze te dwingen tot het verrichten of het zich onthouden van een handeling, of om de politieke, constitutionele, economische of sociale basisstructuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen. § 2. Als terroristisch misdrijf wordt onder de voorwaarden bepaald in paragraaf 1, aangemerkt: 1° het opzettelijk doden bedoeld in titel 3, hoofdstuk 1, afdeling 1;2° de foltering bedoeld in titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 1 en de onmenselijke behandeling bedoeld in titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 2;3° de gewelddaden bedoeld in titel 3, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 1 en de vrouwelijke genitale verminking bedoeld in titel 3, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2;4° de misdrijven die een aanslag zijn op de individuele vrijheid bedoeld in titel 3, hoofdstuk 5; 5° de grootschalige vernieling of beschadiging bedoeld in de artikelen 514, 516, 517, 518, 526, 3°, 532 en 533, in artikel 2.4.5.6 van het Belgisch Scheepvaartwetboek, en in artikel 114, § 4, van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 numac 1999007004 bron ministerie van landsverdediging Wet betreffende de classificatie en de veiligheidsmachtigingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2023 numac 2023047806 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de classificatie, de veiligheidsmachtigingen, veiligheidsattesten, veiligheidsadviezen en de publiek gereguleerde dienst. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten5 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht of aanzienlijke economische schade wordt aangericht; 6° de informaticasabotage bedoeld in de artikelen 531 en 532;7° het kapen van vliegtuigen bedoeld in artikel 30, § 1, 2°, van de wet van 27 juni 1937Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/06/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2001 numac 2001009458 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene bepalingen inzake het federaal parket type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/06/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/2001 numac 2001003328 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de gevolgen voor de inkomstenbelastingen van schenkingen aan de Staat en tot wijziging van de regeling voor de aangifte van kunstwerken ter betaling van successierechten sluiten3 houdende herziening van de wet van 16 november 1919 betreffende de regeling der luchtvaart; 8° de misdrijven van piraterij en daarmee gelijkgestelde misdrijven bedoeld in artikel 4.5.2.2 en 4.5.2.3 van het Belgisch Scheepvaartwetboek; 9° de misdrijven bedoeld in het koninklijk besluit van 23 september 1958Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/06/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2001 numac 2001009458 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van verscheidene bepalingen inzake het federaal parket type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/06/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/2001 numac 2001003328 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van de gevolgen voor de inkomstenbelastingen van schenkingen aan de Staat en tot wijziging van de regeling voor de aangifte van kunstwerken ter betaling van successierechten sluiten7 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 1 februari 2000, en die strafbaar zijn gesteld door de artikelen 5 tot 7 van de wet van 28 mei 1956 betreffende ontplofbare en voor de deflagratie vatbare stoffen en mengsels en de daarmee geladen tuigen; 10° de misdrijven bedoeld in de artikelen 505, 506, 507, 508, 509, 510, 511, 513, tweede lid, alsook in artikel 2.4.5.5 van het Belgisch Scheepvaartwetboek in de omstandigheden bedoeld in artikel 4.1.2.17, § 2, van het Belgisch Scheepvaartwetboek, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht; 11° de misdrijven bedoeld in de wet van 8 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/03/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/1998 numac 1998009266 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van Strafvordering inzake de procedure tot onttrekking van de zaak aan de rechter sluiten8 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens;12° de misdrijven bedoeld in artikel 2, eerste lid, 2°, van de wet van 10 juli 1978 houdende goedkeuring van het Verdrag tot verbod van de ontwikkeling, de productie en de aanleg van voorraden van bacteriologische (biologische) en toxinewapens en inzake de vernietiging van deze wapens, opgemaakt te Londen, Moskou en Washington op 10 april 1972;13° de poging, in de zin van artikel 9, § 1, tot het plegen van een van de misdrijven bedoeld in de bepalingen onder 1° tot 12°. Behalve indien het misdrijf strafbaar is met een straf van niveau 8, worden de straffen voorzien voor de misdrijven opgesomd in het voorgaande lid, vervangen door een straf van het onmiddellijk hoger niveau. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als terroristisch misdrijf wordt onder de voorwaarden bedoeld in paragraaf 1 eveneens aangemerkt: 1° andere dan in paragraaf 2 bedoelde grootschalige vernieling of beschadiging, of het veroorzaken van een overstroming van een infrastructurele voorziening, een vervoerssysteem, een publiek of privaat eigendom, waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht of aanzienlijke economische schade wordt aangericht;2° het kapen van andere transportmiddelen dan die bedoeld in de bepalingen onder 7° en 8° van paragraaf 2;3° het vervaardigen, bezitten, verwerven, vervoeren, of leveren van kernwapens, radiologische wapens of chemische wapens, het gebruik van kernwapens, biologische, radiologische of chemische wapens, alsmede het verrichten van onderzoek in en het ontwikkelen van radiologische of chemische wapens;4° het laten ontsnappen van gevaarlijke stoffen waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht;5° het verstoren of onderbreken van de toevoer van water, elektriciteit of andere essentiële natuurlijke hulpbronnen waardoor mensenlevens in gevaar worden gebracht;6° de bedreiging met het plegen van één van de strafbare feiten bedoeld in paragraaf 2 of in deze paragraaf.</p>\n<p class=\"lf-p\">De misdrijven bedoeld in het eerste lid worden als volgt bestraft: a) het misdrijf bedoeld in de bepaling onder 6° wordt bestraft met een straf van niveau 3 wanneer de dreiging betrekking heeft op een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 2 of 3;het wordt bestraft met een straf van niveau 4 wanneer de dreiging betrekking heeft op een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 4 of meer; b) de misdrijven bedoeld in de bepalingen onder 1°, 2° en 5° worden bestraft met een straf van niveau 5;c) de misdrijven bedoeld in 3° en 4° worden bestraft met een straf van niveau 8.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-372\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 372</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Definitie van terroristische groep Een terroristische groep is iedere gestructureerde vereniging van meer dan twee personen die sinds enige tijd bestaat en die in onderling overleg optreedt om terroristische misdrijven te plegen, bedoeld in artikel 371 Een organisatie waarvan het feitelijk oogmerk uitsluitend politiek, vakorganisatorisch, menslievend, levensbeschouwelijk of godsdienstig is of die uitsluitend enig ander rechtmatig oogmerk nastreeft, kan als zodanig niet beschouwd worden als een terroristische groep in de zin van het eerste lid. Art. 373.Deelname aan een terroristische groep Deelname aan een terroristische groep is het opzettelijk deelnemen aan enige activiteit van een terroristische groep, onder meer door het verstrekken van gegevens of materiële middelen aan een terroristische groep of door het in enigerlei vorm financieren van enige activiteit van een terroristische groep, terwijl men wist of moest weten dat zijn deelname zou kunnen bijdragen tot het plegen van een misdrijf door de terroristische groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4. Art. 374.Deelname aan het nemen van een beslissing binnen een terroristische groep Deelname aan het nemen van een beslissing binnen een terroristische groep is het opzettelijk deelnemen aan het nemen van een beslissing in het kader van de activiteiten van een terroristische groep, terwijl men wist of moest weten dat deze deelname zou kunnen bijdragen tot het plegen van een misdrijf door deze terroristische groep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 5. Art. 375.Verzwaarde deelname aan een terroristische groep De deelname aan een terroristische groep als leidend persoon wordt bestraft met een straf van niveau 6. Art. 376.Aanzetten tot het plegen van terroristische misdrijven en verheerlijken van terrorisme Aanzetten tot het plegen van terroristische misdrijven is, onverminderd de toepassing van de artikelen 373, 374 en 375, het verspreiden of anderszins publiekelijk ter beschikking stellen van een boodschap met het oogmerk aan te zetten tot het plegen van één van de in de artikelen 371 en 382, bedoelde misdrijven, met uitzondering van het in artikel 371, § 3, 6°, bedoelde misdrijf, indien dergelijk gedrag, ongeacht of het al dan niet rechtstreeks aanstuurt op het plegen van terroristische misdrijven, het risico oplevert dat één of meer van deze misdrijven mogelijk worden gepleegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verheerlijken van terrorisme is het in het openbaar, ontkennen, schromelijk minimaliseren, pogen te rechtvaardigen of goedkeuren van een van de in de artikelen 371 en 382 bedoelde misdrijven, met uitzondering van het in artikel 371, § 3, 6°, bedoelde misdrijf, wanneer dit gedrag een ernstig en reëel gevaar oplevert dat een of meer van deze misdrijven mogelijk worden gepleegd en het gedrag met dat oogmerk werd gepleegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze misdrijven worden bestraft met een straf van niveau 3 wanneer zij betrekking hebben op een terroristisch misdrijf strafbaar met een straf van niveau 2 of meer of niveau 4 wanneer zij betrekking hebben op een terroristisch misdrijf strafbaar met een straf van niveau 5 of meer. Art. 377.Aanzetten tot het plegen van terroristische misdrijven en verheerlijken van terrorisme ten aanzien van een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand Het aanzetten tot het plegen van terroristische misdrijven en het verheerlijken van terrorisme worden bestraft met een straf van niveau 5 wanneer zij zich specifiek richten tot een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand. Art. 378.Aanwerven met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf Aanwerven met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf is het aanwerven van een andere persoon met het oog op het plegen of het bijdragen tot het plegen van een van de in de artikelen 371, 373, 374, 375 of 382 bedoelde misdrijven, met uitzondering van het misdrijf bedoeld in artikel 371, § 3, 6°.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-379\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 379</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanwerven met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf gericht tot een minderjarige of persoon in een kwetsbare toestand Het aanwerven met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 5 wanneer het aanwerven zich specifiek richt tot een minderjarige of persoon in een kwetsbare toestand</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-380\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 380</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onderrichten of opleiden met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf Onderrichten of opleiden met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf is: 1° het geven van onderrichtingen of het verschaffen van een opleiding voor de vervaardiging of het gebruik van explosieven, vuurwapens of andere wapens of schadelijke of gevaarlijke stoffen, dan wel voor andere specifieke methoden en technieken met het oog op het plegen of het bijdragen tot het plegen van een van de misdrijven bedoeld in artikel 371, met uitzondering van het misdrijf bedoeld in artikel 371, § 3, 6° ;2° zich in België of in het buitenland onderrichtingen doen geven of een opleiding volgen als bedoeld in de bepaling onder 1°, met het oog op het plegen of het bijdragen tot het plegen van een van de in artikel 371 bedoelde misdrijven, met uitzondering van het misdrijf bedoeld in artikel 371, § 3, 6° ;3° in België of in het buitenland door zelf kennis verwerven of zichzelf vormen in de materies bedoeld in de bepaling onder 1° met het oog op het plegen of het bijdragen tot het plegen van een van de in artikel 371 bedoelde misdrijven, met uitzondering van het misdrijf als bedoeld in artikel 371, § 3, 6°. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-381\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 381</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onderrichten of opleiden met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf gericht tot een minderjarige of persoon in een kwetsbare toestand Onderrichten of opleiden met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf bedoeld in de bepaling onder 1° van het artikel 380 wordt bestraft met een straf van niveau 5 indien de onderrichtingen of de opleiding zich specifiek richten tot een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-382\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 382</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnenkomen of verlaten van het nationaal grondgebied met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf en het organiseren of op enige andere wijze faciliteren van reizen met terroristisch oogmerk Binnenkomen of verlaten van het nationaal grondgebied met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf is, onverminderd de toepassing van de artikelen 373, 374 en 375: 1° het nationaal grondgebied verlaten met het oog op het plegen of het bijdragen tot het plegen, in België of in het buitenland, van een misdrijf bedoeld in de artikelen 371, 373 tot 381, 384 tot 386, met uitzondering van het misdrijf bedoeld in artikel 371, § 3, 6° ;2° het binnenkomen van het nationaal grondgebied met het oog op het plegen of het bijdragen tot het plegen, in België of in het buitenland, van een misdrijf bedoeld in de artikelen 371, 373 tot 381, 384 tot 386, met uitzondering van het misdrijf bedoeld in artikel 371, § 3, 6°. Het organiseren of op enige andere wijze faciliteren van reizen met terroristische oogmerk is, onverminderd de toepassing van de artikelen 373, 374, en 375, het organiseren of op enige andere wijze faciliteren van een reis vanuit of naar België voor een persoon met het oog op het, in België of het buitenland, plegen van of het bijdragen tot het plegen van een misdrijf bedoeld in de artikelen 371, 373 tot 381, 384 tot 386, met uitzondering van het misdrijf bedoeld in artikel 371, § 3, 6° Deze misdrijven worden bestraft met een straf van niveau 4. Art. 383.Voorbereiden van het plegen van een terroristisch misdrijf § 1. Voorbereiden van het plegen van een terroristisch misdrijf is het opzettelijk voorbereiden van het plegen van een misdrijf bedoeld in artikel 371, met uitzondering van het misdrijf bedoeld in artikel 371, § 3, 6°, en van de misdrijven bestraft met een straf van niveau 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft: - met een straf van niveau 3 indien het voorbereide misdrijf bestraft wordt met een straf van niveau 3 of van niveau 4; - met een straf van niveau 4 indien het voorbereide misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 5 of van niveau 6; - met een straf van niveau 5 indien het voorbereide misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 7 of van niveau 8. § 2. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder \"voorbereiden\" onder meer verstaan: 1° het verzamelen van inlichtingen over locaties, gebeurtenissen, evenementen of personen waardoor het mogelijk is een actie te plegen op die locaties of gedurende deze gebeurtenissen of evenementen of schade toe te brengen aan die personen, en het observeren van die locaties, gebeurtenissen, evenementen of personen;2° het voorhanden hebben, zoeken, aanschaffen, vervoeren of vervaardigen van voorwerpen of stoffen die van aard zijn dat zij een gevaar kunnen uitmaken voor een ander of aanzienlijke economische schade kunnen aanrichten;3° het voorhanden hebben, zoeken, aanschaffen, vervoeren of vervaardigen van financiële of materiële middelen, valse of illegaal verkregen documenten, informaticadragers, communicatiemiddelen, transportmiddelen;4° het voorhanden hebben, zoeken of aanschaffen van ruimten die een schuilplaats, vergaderplaats, ontmoetingsplaats of onderdak kunnen bieden;5° het voorafgaandelijk opeisen van het plegen van een terroristisch misdrijf, met uitzondering van het misdrijf bedoeld in artikel 371, § 3, 6°, om het even in welke vorm en via welk middel deze opeising plaatsvindt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-384\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 384</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ter beschikking stellen van gegevens of materiële middelen met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf Ter beschikking stellen van gegevens of materiële middelen met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf is het, op enigerlei wijze, direct of indirect, verstrekken of inzamelen van gegevens of materiële middelen, daaronder begrepen financiële hulp, met het oogmerk dat deze worden gebruikt of in de wetenschap dat zij, geheel of gedeeltelijk, zullen worden gebruikt, om een misdrijf als bedoeld in de artikelen 371 of 373 tot 383 te plegen of eraan bij te dragen Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3 wanneer het ter beschikking stellen gelinkt is aan een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 4 of lager of niveau 4 wanneer het ter beschikking stellen gelinkt is aan een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 5 of meer. Art. 385.Ter beschikking stellen van gegevens of materiële middelen aan een terroristische persoon Ter beschikking stellen van gegevens of materiële middelen aan een terroristische persoon is het, op enigerlei wijze, direct of indirect, opzettelijk verstrekken of inzamelen van gegevens of materiële middelen, daaronder begrepen financiële hulp, met het oogmerk dat deze worden gebruikt of in de wetenschap dat zij, geheel of gedeeltelijk, zullen worden gebruikt, door een andere persoon wanneer de persoon die de materiële middelen verstrekt of inzamelt weet dat die andere persoon een misdrijf als bedoeld in artikel 371 pleegt of zal plegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4 wanneer het ter beschikking stellen gelinkt is aan een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 4 of lager of niveau 5 wanneer het ter beschikking stellen gelinkt is aan een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 5 of meer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-386\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 386</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verzwaard ter beschikking stellen van gegevens of materiële middelen met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf of aan een terroristische persoon Het ter beschikking stellen van gegevens of materiële middelen met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf of aan een terroristisch persoon wordt bestraft met een straf van niveau 4 wanneer het ter beschikking stellen gelinkt is aan een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 4 of lager, of niveau 5 wanneer het ter beschikking stellen gelinkt is aan een misdrijf strafbaar met een straf van niveau 5 of meer, indien het verstrekken of het inzamelen van de gegevens of materiële middelen plaatsvindt met het oogmerk dat ze geheel of gedeeltelijk gebruikt zouden worden door een minderjarige of een persoon in een kwetsbare toestand met het oog op het plegen of het bijdragen tot het plegen van een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 371</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-387\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 387</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Toepassingsgebied Dit hoofdstuk is niet van toepassing op daden gepleegd in het kader van een internationaal gewapend conflict of een gewapend conflict van niet-internationale aard, door strijdkrachten van een partij bij het conflict wanneer deze daden vallen onder de toepasselijke regels van het internationaal humanitair recht en ermee overeenstemmen Dit hoofdstuk is evenmin van toepassing op handelingen, buiten een gewapend conflict, van de strijdkrachten van een Staat in het kader van de uitoefening van hun officiële taken. Art. 388.Vrijwaringsclausule van de fundamentele rechten en vrijheden Geen enkele bepaling van dit hoofdstuk kan worden gelezen in die zin dat zij een beperking of belemmering beoogt van fundamentele rechten of vrijheden, zoals het stakingsrecht, de vrijheid van vergadering en vereniging, waaronder het recht om, voor de verdediging van de eigen belangen, samen met anderen vakbonden op te richten dan wel zich erbij aan te sluiten, evenals het daarmee samenhangende recht van betoging, de vrijheid van meningsuiting, in het bijzonder de vrijheid van drukpers en de vrijheid van meningsuiting in andere media, en zoals onder meer verankerd in de artikelen 8 tot 11 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 2. Aanslag op en samenspanning tegen de burgerlijke vrede Art. 389.Aanslag op de burgerlijke vrede Aanslag op de burgerlijke vrede is: 1° het wapenen van de burgers of het aanzetten van de burgers zich te wapenen tegen elkaar, met het oogmerk een burgeroorlog uit te lokken;2° het plegen van een aanslag met het oogmerk een verwoesting, een massamoord of een plundering op een of meer plaatsen aan te richten. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 5. Art. 390.Samenspanning tegen de burgerlijke vrede Samenspanning tegen de burgerlijke vrede is elke samenspanning met het oogmerk een aanslag op de burgerlijke vrede te plegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4. Art. 391.Voorbereiding van een aanslag op de burgerlijke vrede Voorbereiding van een aanslag op de burgerlijke vrede is elke samenspanning tegen de burgerlijke vrede die is gevolgd door enige opzettelijk aangenomen gedraging om de uitvoering ervan voor te bereiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 5. Art. 392.Strafuitsluitende verschoningsgrond De persoon die, vóór het plegen van een aanslag en vóór het aanvangen van enige vervolging, een samenspanning of een voorbereiding van een aanslag en alle informatie waarover hij beschikt omtrent de omstandigheden en daders van het misdrijf aan de overheid ter kennis brengt, wordt niet gestraft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 3. Vorming van gewapende groepen en deelneming aan dergelijke groepen Art. 393.Onwettige lichting van gewapende krijgsbenden Onwettige lichting van gewapende krijgsbenden is het opzettelijk lichten van gewapende krijgsbenden, aanwerven of ronselen van krijgslieden of het leveren of verschaffen van wapens of munitie aan hen, zonder bevel of toelating van de regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3. Art. 394.Deelneming aan een private militie Deelneming aan een private militie is het opzettelijk deel uitmaken van een private militie of elke andere organisatie van private personen, opgericht buiten de gevallen in de wet bepaald, waarvan het doel is geweld te gebruiken of het leger of de politie te vervangen, zich met hun werking in te laten of in hun plaats op te treden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2. Art. 395.Verzwaarde deelneming aan een private militie Deelneming aan een private militie in de hoedanigheid van leidend persoon wordt bestraft met een straf van niveau 3. Art. 396.Onwettig optreden van een groep met militair voorkomen Onwettig optreden van een groep met militair voorkomen is het opzettelijk organiseren van of deelnemen aan het in het openbaar optreden van private personen in groep die, hetzij door de door hen gehouden oefeningen, hetzij door het uniform of de uitrustingsstukken die zij dragen het voorkomen van militaire troepen hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is van toepassing noch op groepen die uitsluitend een cultureel of liefdadig doel beogen, noch op oefeningen die uitsluitend uitgevoerd worden in het kader van een door de bevoegde overheid erkende sport, noch op vooraf aan de lokale overheden aangekondigde en wettig georganiseerde activiteiten die bestaan uit de reconstructie van historische gebeurtenissen, noch op in het kader van de wet van 2 oktober 2017Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/08/2000 numac 2000009606 bron ministerie van justitie Wet houdende oprichting van een centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling, alsook tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek sluiten1 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid daartoe erkende opleidingsinstellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 1. Art. 397.Collectieve geweldstraining Collectieve geweldstraining is het opzettelijk organiseren van of deelnemen aan collectieve oefeningen, met of zonder wapens, bestemd om particulieren in het gebruik van geweld te onderrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is van toepassing noch op oefeningen die uitsluitend beoefend worden in het kader van een door de bevoegde overheid erkende sport, noch op vooraf aan de lokale overheden aangekondigde en wettig georganiseerde activiteiten die bestaan uit de reconstructie van historische gebeurtenissen, noch op in het kader van de wet van 2 oktober 2017Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/08/2000 numac 2000009606 bron ministerie van justitie Wet houdende oprichting van een centraal bestand van berichten van beslag, delegatie, overdracht en collectieve schuldenregeling, alsook tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek sluiten1 tot regeling van de private en bijzondere veiligheid daartoe erkende opleidingsinstellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-398\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 398</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onwettige militaire bevelvoering Onwettige militaire bevelvoering is het opzettelijk: 1° nemen van het bevel over een legerkorps, een troepeneenheid, een oorlogsschip, een versterkte vesting, een post, een haven of een stad, zonder daar het recht of een wettige reden toe te hebben;2° behouden van enig militair bevel, tegen het bevel van de regering;3° bijeenhouden, door een bevelhebber, van zijn leger of zijn troepeneenheid nadat de afdanking of de ontbinding ervan is gelast. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-399\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 399</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Leiding over en organisatie van een oproerige gewapende bende Leiding over en organisatie van een oproerige gewapende bende is het lichten, leiden of organiseren van een gewapende bende of het vervullen van enige functie daarin of voeren van enig bevel daarover: 1° met het oogmerk zich openbare goederen toe te eigenen, openbare eigendommen of gebouwen te overmeesteren of de openbare macht bij haar optreden tegen de daders van die misdrijven aan te vallen of te weerstaan;2° met het oogmerk openbare eigendommen of eigendommen van een algemeenheid van burgers te plunderen of te verdelen of de openbare macht bij haar optreden tegen de daders van die misdrijven aan te vallen of te weerstaan. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 5</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-400\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 400</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deelneming aan een oproerige gewapende bende Deelneming aan een oproerige gewapende bende is het opzettelijk deel uitmaken van een gewapende bende bedoeld in het artikel 399 zonder daarin enig bevel te voeren of enige bediening uit te oefenen Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4. Art. 401.Strafuitsluitende verschoningsgrond Diegene die van een oproerige gewapende bende deel uitmaakt zonder daarover enig bevel te voeren en zonder daarin enige bediening of enige functie uit te oefenen en die zich terugtrekt op de eerste waarschuwing van de burgerlijke of de militaire overheid, of zelfs naderhand, wanneer hij buiten de plaats van de oproerige bijeenkomst wordt gevat zonder tegenstand te bieden en zonder wapens, wordt niet gestraft. Art. 402.Verschaffen van onderdak aan een oproerige gewapende bende Verschaffen van onderdak aan een oproerige gewapende bende is het opzettelijk verschaffen van onderdak, een schuilplaats of een vergaderplaats aan een oproerige gewapende bende of een deel ervan, met kennis van het doel of de aard van die bende.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling laat de toepassing van artikel 19 onverlet.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4. Vereniging met het oog op het plegen van een misdrijf en criminele organisatie Afdeling 1. Vereniging met het oog op het plegen van een misdrijf</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-403\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 403</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Definitie van vereniging van misdadigers Een vereniging van misdadigers is elke vereniging van meer dan twee personen met het oogmerk een aanslag te plegen op personen of op eigendommen. Zij bestaat door het enkel feit van het inrichten van de bende. Art. 404.Deelneming aan een vereniging van misdadigers Deelneming aan een vereniging van misdadigers is het opzettelijk: 1° deel uitmaken van een vereniging van misdadigers;2° verschaffen van wapens, materiaal voor het plegen van misdrijven, onderdak, een schuilplaats of een vergaderplaats aan die vereniging of een deel ervan. Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 3 wanneer de vereniging tot doel heeft misdrijven te plegen die strafbaar zijn met een straf van niveau 5 of van een hoger niveau Het wordt bestraft met een straf van niveau 2 wanneer de vereniging tot doel heeft misdrijven te plegen die strafbaar zijn met een straf van niveau 4 of van een lager niveau. Art. 405.Deelneming aan een vereniging van misdadigers als leidend persoon Deelneming aan een vereniging van misdadigers als leidend persoon is het opzettelijk de aanstoker of het hoofd zijn van een vereniging van misdadigers of enig bevel daarin voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit misdrijf wordt bestraft met een straf van niveau 4 wanneer de vereniging tot doel heeft misdrijven te plegen die strafbaar zijn met een straf van niveau 5 of van een hoger niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het wordt bestraft met een straf van niveau 3 wanneer de vereniging tot doel heeft misdrijven te plegen die strafbaar zijn met een straf van niveau 4 of van een lager niveau. Afdeling 2. Criminele organisatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-406\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 406</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Definitie van criminele organisatie Een criminele organisatie is iedere gestructureerde vereniging van meer dan twee personen die duurt in de tijd, met als oogmerk het in onderling overleg plegen van misdrijven die strafbaar zijn met een straf van niveau 3 of van een hoger niveau, om direct of indirect vermogensvoordelen te verkrijgen</p></div>", "next": 239189}