{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Een energiestudie moet toegevoegd worden bij de verandering van een inrichting met een totaal jaarlijks energiegebruik van ten minste 0,1 petajoule (PJ), voor zover die verandering de onderdelen van de inrichting betreft die voor het energieverbruik relevant zijn. Door het VEA is bepaald dat dit van toepassing is bij een primair meerverbruik van minimaal 10 TJ per jaar. Dit primair meerverbruik van 10 TJ per jaar wordt expliciet opgenomen. Indien een energieverslindende installatie wordt vervangen door een moderner en energiezuiniger model (met een energieverbruik van minstens 10 TJ), moet ook een energiestudie voor de vervangingsinstallatie worden opgesteld, ook al resulteert deze eigenlijk in een minderverbruik. Om die objectieve ondergrens van 10 TJ vast te stellen, kijkt men dus naar het verbruik van de nieuwe installatie op zich, en niet naar de oudere installaties die uit gebruik genomen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 16° Dit punt vervangt in punt F11 de verwijzing naar rubriek 17.3.9 door een verwijzing naar rubriek 6.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 17° Dit punt voegt een punt F17, F18 en F19 toe aan bijlage 4A (milieuvergunningsaanvraagformulier) van titel I van het VLAREM. Punt F17 wordt ingevoegd in het kader van het uitvoerbaar maken van de verordening aquacultuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de aanvraag betrekking heeft op de introductie van uitheemse soorten of translocatie van plaatselijk niet-voorkomende soorten in aquacultuurvoorzieningen, ingedeeld op basis van rubriek 62.2 van de indelingslijst, moeten aan de aanvraag verschillende bijlages toegevoegd worden, zoals beschreven in punt F17 van de toelichtingsbijlage bij het aanvraagformulier (bijlage 4B, zie volgend artikel).</p>\n<p class=\"lf-p\">Conform artikel 6.3 van de verordening aquacultuur volstaat bij de hernieuwing van een verplaatsing naar een open aquacultuurvoorziening de verwijzing naar de voorgaande vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt F18 wordt ingevoegd voor LPG-stations. Als de aanvraag betrekking heeft op een LPG-station, moeten bij het aanvraagformulier als bijlage F18 de gegevens en documenten die vermeld worden in de toelichtingsbijlage bij dit formulier in punt F18 toegevoegd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit punt voegt ook een punt F19 toe aan het aanvraagformulier in het kader van de omzetting van de Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG. Punt 18° Dit punt voegt aankruisvakjes toe aan het aanvraagformulier voor de nieuwe punten F18 (LPG), F17 (aquacultuur) en F19 (energie-efficiëntie) en schrapt het aankruisvakje A9.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 41</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt bijlage 4B (toelichtingsbijlage bij het aanvraagformulier) van titel I van het VLAREM. Punt 1° Dit punt vervangt het punt E12. Omwille van overlap tussen E8 inzake waterhuishouding en E12 inzake watertoets wordt voorgesteld om alle info inzake afvoer van hemelwater te centraliseren onder E8. Bovendien wordt voorzien in één overzichtelijk en gedetailleerd rioleringsplan met duidelijke vermelding van de wijze van afvoer van hemelwater, alsook van de diverse afvalwaterstromen. Dit plan zorgt voor een belangrijke verduidelijking van vaak zeer moeilijk te beoordelen afwateringsstructuren. Deze aanpassing draagt bijgevolg bij tot de verdere administratieve vereenvoudiging Tevens werd gezorgd voor een betere verankering van de te volgen drietrapsstrategie inzake afvoer van hemelwater, zoals opgenomen in artikel 4.2.1.2, § 5, van titel II van het VLAREM. Punt 2° Dit punt wijzigt punt F1, A, 4, om de terminologie af te stemmen met deze van het VLAREL. Punt 3° Dit punt vervangt in punt F3 de term \"gevaarlijke stoffen\" door \"gevaarlijke producten\", zodat verduidelijkt wordt dat het gevaarlijke producten volgens de CLP-verordening betreft. De term \"gevaarlijke stoffen\" wordt namelijk al gebruikt in het kader van de lozing van gevaarlijke stoffen enerzijds, en anderzijds in het kader van de Seveso III -richtlijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 4° Dit punt wijzigt punt F4, 6.2. Het betreft de rechtzetting van een verkeerde verwijzing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 5° Dit punt wijzigt punt F5 \"Grondwaterwinning\". a) Dit punt voegt een punt o) toe aan punt 1.Aangezien het dieptecriterium mee de indelingsklasse bepaalt, is het noodzakelijk dat de bepaling van dit dieptecriterium wordt toegevoegd aan de aanvraag om vast te kunnen stellen of de correcte rubriek vermeld wordt. b) Dit punt wijzigt punt 2.1 om de terminologie af te stemmen met deze van het VLAREL. Punt 6° Dit punt wijzigt punt F6 om de terminologie af te stemmen met deze van het VLAREL. Punt 7° Dit punt voegt de punten F17 (aquacultuur), F18 (LPG) en F19 (energie-efficiëntie) toe.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt F17 voert de verordening aquacultuur uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de milieuvergunningsaanvraag voor een introductie van een uitheemse soort of een translocatie van een plaatselijk niet voorkomende soort in een open aquacultuurvoorziening, moeten verschillende bijlagen verplicht toegevoegd worden: - Voor een gesloten aquacultuurinrichting: een bijlage die aantoont dat voldaan wordt aan de definitie van een gesloten aquacultuurinrichting, conform artikel 3.3 van de verordening aquacultuur. - Voor een open aquacultuurinrichting: o een bijlage conform artikel 6.2 van de verordening aquacultuur, en in het geval van een niet routinematige verplaatsing een bijlage conform artikel 9.2 van de verordening aquacultuur; o een noodplan voor niet-routinematige introducties en voor proefuitzettingen voorafgaand aan het uitzetten van een aquatisch organisme, opgesteld conform artikel 17 van de verordening aquacultuur; o een bijlage die aantoont dat voldaan wordt aan richtlijnen 2006/88/EG en 2000/29/EG, zoals omgezet in het koninklijk besluit van 9 november 2009Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/11/2009 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2009 numac 2009024403 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit betreffende veterinairrechtelijke voorschriften voor aquacultuurdieren en de producten daarvan en betreffende de preventie en bestrijding van bepaalde ziekten bij waterdieren sluiten betreffende veterinairrechtelijke voorschriften voor aquacultuurdieren en de producten daarvan en betreffende de preventie en bestrijding van bepaalde ziekten bij waterdieren en het koninklijk besluit van 10 augustus 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/08/2005 numac 2005022636 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu en federaal agentschap voor de veiligheid van de voedselketen Koninklijk besluit betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/05/2016 numac 2016000333 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen, conform artikel 13 en 19 van de verordening aquacultuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt F18 vermeldt de gegevens die de exploitant moet verstrekken over de beschrijving van de uitvoering van het LPG-station. De gevraagde gegevens hebben betrekking op parameters die relevant zijn om de risicoafstanden op generieke wijze te kunnen bepalen, op de aanwezige beveiligingen en op het groepsrisico. In de huidige VLAREM wordt het groepsrisico van een LPG-station eerder impliciet getoetst, nu zal dit systematisch bij de milieuvergunningsaanvraag gebeuren. De exploitant kan kiezen tussen de berekening van het groepsrisico opgesteld door een erkend VR-deskundige die aantoont dat er een aanvaardbaar groepsrisico is, of voor de toetsing via de tabellen die in de toelichtingsbijlage zijn opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij deze tabellen zijn de voorwaarden waarbij deze van toepassing vermeld en wordt een onderscheid gemaakt tussen het volume van de houder, de doorzet van het LPG-station en tussen ondergrondse en bovengrondse houders. De opmaak van deze tabellen is gebeurd door een erkend VR-deskundige, rekening houdend met de meest recente richtlijnen betreffende kwantitatieve risicoanalyse, uitgevaardigd door de dienst Veiligheidsrapportering (LNE). De toetsing van het groepsrisico is tweeledig: zowel voor de naburige woonpopulatie als voor publiek bezochte locaties en puntlocaties moet het LPG-station aan het groepsrisico voldoen. Door de keuze te laten tussen een berekening door een erkend VR-deskundige en de toetsing van het groepsrisico via de tabellen, wordt verwacht dat er vooral van de tweede optie gebruik zal gemaakt worden, omdat dit voor de exploitant sneller en goedkoper zal zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt F19 betreft de omzetting van de Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG. Dit punt implementeert de bepalingen van de richtlijn voor wat betreft de aanvraag van een nieuwe vergunning. Dit heeft betrekking op nieuwe stookinstallaties met een vermogen van meer dan 20 MW, een ingrijpende renovatie van stookinstallaties met een vermogen van meer dan 20 MW, stookinstallaties met een vermogen van meer dan 20 MW die een hernieuwing vragen van de vergunning en installaties die aangesloten worden op een verwarmings- of koelingsnetwerk. Het opleggen van een KBA bij hernieuwing van de vergunning gaat verder dan de eisen opgelegd in de energie-efficiëntie-richtlijn, maar komt wél overeen met de huidige benadering in VLAREM betreffende het opleggen van uitvoering in WKK-modus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tevens wordt de algemene methodologie voor het uitvoeren van de kosten-batenanalyse uitgewerkt, conform bijlage IX, deel 2 van de Energie-efficiëntie-richtlijn. De minister bevoegd voor energie zal tevens drempels vastleggen voor de minimumhoeveelheid beschikbare nuttige restwarmte waaronder en de maximale afstand waarboven de installatie vrijgesteld wordt van het uitvoeren van de kosten-batenanalyse. Deze drempels zullen vastgelegd worden zodra deze beschikbaar zijn in het kader van de uitgebreide beoordeling van het potentieel voor de toepassing van een kwalitatieve warmte-krachtkoppeling en efficiënte stadsverwarming en -koeling, overeenkomstig artikel 14 lid 1 van Richtlijn 2012/27/EU en ten laatste op 31 december 2015. Dit ministerieel besluit dient, alvorens het ondertekend wordt, meegedeeld te worden aan de Vlaamse Regering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 42</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt bijlage 5 van titel I van het VLAREM vanaf 1 juni 2015. Het betreft het aanpassen van deze bijlage conform de aanpassingen aan hoofdstuk IV.Hoofdstuk IV (Preventie van zware ongevallen) van titel I van het VLAREM bevat bepalingen die (ook) in het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) zijn opgenomen (zie voorheen). De bestaansreden van bijlage 5 van dit besluit (gegevens en minimuminlichtingen die aan de orde moeten komen in het veiligheidsbeheerssysteem en het veiligheidsrapport, bedoeld in artikel 8 van titel I van VLAREM) is enkel gelegen in de bepalingen van hoofdstuk IV. Hoofdstuk IV werd aangepast om dubbele bepalingen in zowel het DABM als het VLAREM te vermijden, echter met behoud van enkele bepalingen om in afwachting van de aanpassing van het DABM het kader van de leesbaarheid en duidelijkheid van het VLAREM te bewaren, waaronder artikel 8</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-43\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 43</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel vervangt bijlage 6 van titel I van het VLAREM in kader van de CLP-verordening</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-44\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 44</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel heft bijlage 7 van titel I van het VLAREM vanaf 1 juni 2015 op. Het betreft de schrapping van bijlage 7 in het kader van de CLP-verordening. De termen `gevaarlijke producten' en `gevaarlijke stoffen' komen veelvuldig voor in het VLAREM en het is niet altijd zonder meer (onmiddellijk) duidelijk wat de exacte draagwijdte ervan is omdat de oorsprong en definities verschillend kunnen zijn. Voor gevaarlijke producten, andere dan gevaarlijke stoffen zoals bedoeld bij lozing van afvalwater en Seveso, wordt nu verwezen naar bijlage 7 De bijlage 7 is gebaseerd op de stoffenrichtlijn, die echter opgeheven en vervangen zal worden door de CLP-verordening. In plaats van de verwijzing naar de bijlage 7, zal vanaf 1 juni 2015 zonder meer gewerkt worden met de indeling volgens (en dus verwijzing naar) de CLP-verordening. Waar in de tekst van het VLAREM wordt verwezen naar de bijlage 7, zal nu verwezen worden naar de CLP-verordening. Bijlage 1 van de CLP-verordening geeft een overzicht van de indeling van gevaarlijke stoffen en mengsels op basis van gevaren-pictogrammen, gevarenklassen en gevarencategorieën. Om de leesbaarheid van de tekst te bevorderen, wordt een definitie van `CLP-verordening' opgenomen in titel I van het VLAREM, evenals definities voor gevarenpictogrammen, gevarenklassen en gevaren-categorieën volgens de CLP-verordening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijgevolg kan bijlage 7 worden opgeheven. Op de website van LNE zullen echter richtlijnen en een overzicht geplaatst worden voor de indeling van gevaarlijke producten op basis van gevarenpictogrammen, gevarenklassen en -categorieën volgens de CLP-verordening, samen met de overeenkomstige indelings-rubrieken van bijlage I van het VLAREM. Gezien (bijlage 1 van) de CLP-verordening regelmatig aangepast wordt en het opnemen van bepalingen van een verordening in de regionale wetgevingstekst niet wenselijk is, is het opnemen van een aangepaste bijlage 7 geen optie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-45\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 45</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel wijzigt artikel 1.1.2 (definities) van titel II van het VLAREM. Punt 1° Dit punt wijzigt de definities voor afvalstoffenverwerking</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De terminologie \"rookgas\" wordt in drie definities (verbrandingsinrichting, vliegas en residu) vervangen door \"afgas\". In de Vlaremtrein 2011 (BVR van 23 december 2011) werd reeds op enkele locaties het woord \"afvalgassen\" vervangen door \"afgassen\", aangezien het hier geen afvalstof betreft. Dit wordt met dit wijzigingsbesluit op alle locaties in VLAREM gewijzigd. De term \"afgassen\" is tevens in lijn met de Europese richtlijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook de termen \"afvallucht\" en \"afgewerkt gas\" worden vervangen door afgassen. De termen \"afvalgaszuiveringsinstallatie\", \"wasinstallatie voor afgewerkt gas\", \"zuiveringsinrichting voor afgewerkt gas\", \"rookgasbehandelingssystemen\" en \"afgaszuiveringsinrichting\" worden vervangen door \"afgasbehandelingsinstallatie\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de verbrandingsinstallaties wordt de term \"rookgassen\" gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Europese Richtlijn Industriële Emissies (RIE) wordt ook hier de term \"afgassen\" gebruikt. Bij de omzetting van de RIE (VLAREM-trein 2012, BVR van 7 juni 2013) werd reeds overal de term \"afgassen\" gebruikt. Waar de term \"rookgassen\" nog voorkomt in VLAREM, wordt deze overal vervangen door \"afgassen\". Verder wordt overal de term \"schoorsteen\" gebruikt in plaats van \"schouw\", dit ook in het kader van het gebruik van de juiste terminologie, zoals de RIE aangeeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt d): De terminologie van de definitie voor verontreinigd behandeld houtafval wordt in overeenstemming gebracht met de terminologie van de definitie van biomassa-afval die op zijn beurt werd aangepast conform de terminologie van de RIE. Punt 2° Dit punt vervangt de definitie van \"geleide emissie\". De passage \"een in principe meetbare volumestroom (debiet)\" is onvoldoende duidelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit biedt de exploitant de mogelijkheid om in vraag stellen of een emissie geleid is. Deze ruimte voor interpretatie bemoeilijkt het handhaven. Verder voorziet de omzetting van de RIE (VLAREM-trein 2012, BVR van 7 juni 2013) in een definitie voor het woord `schoorsteen' waardoor het verwijzen naar het woord \"schoorsteen\" in de definitie voldoende is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 3° Dit punt wijzigt de titel \"definities gassen\" naar \"definities behandelen van gassen (hoofdstuk 5.16)\" vanaf 1 juni 2015. Het betreft een wijziging in het kader van de CLP-verordening. Hiermee wordt duidelijk aangegeven dat de `opslag' van gassen wordt ondergebracht onder hoofdstuk 5.17 van titel II van het VLAREM (opslag van gevaarlijke producten). De activiteiten m.b.t. het `behandelen' van gassen (compressor, airco, LPG-station, aardgastankstations,...) blijven ook na aanpassing van de indelingslijst ingedeeld in de rubriek 16. Verder worden de definities in verband met de opslag van gassen (open opslagplaats, gesloten opslagplaats, opslagcapaciteit, stockeringszone, veiligheidsscherm, en inhoudsvermogen van de houders opgeheven en verplaatst naar de definities voor gevaarlijke producten (hoofdstuk 5.17). De definitie voor opslagplaats wordt verplaats naar titel I van het VLAREM. In artikel 1.1.2 van titel II van het VLAREM wordt onder de \"definities gassen\" de definitie \"kwetsbare locatie\" vervangen door de definitie zoals in de code van goede criteria inzake risicocriteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Reden hiervoor is om meer uniformiteit te bekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt ook een definitie toegevoegd voor LPG-reservoir om de onduidelijkheid over de term LPG-reservoir uit te klaren. Dit is een vaste houder voor de opslag van onder druk vloeibaar gemaakte petroleumgassen, zijnde gassen of mengsels van gassen die rechtstreeks kunnen gevormd worden uit de raffinage van ruwe olie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met rechtstreekse vorming wordt bedoeld dat de producten geen bijkomende chemische reacties hebben ondergaan zoals addities met heteroatomen zoals stikstof, zwavel, fosfor, chloor of fluor. Enkele voorbeelden van petroleumgassen zijn propaan, butaan, ethyleen, propyleen en butadieen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 4° Dit punt vervangt in \"Definities koelinstallaties\" de definitie \"relatief lekverlies\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Er heerst te veel onduidelijkheid over hoe het relatief lekverlies van een koelinstallatie moet worden berekend. Daardoor gebeurt het dat voor eenzelfde installatie waar bijvullingen aan zijn gebeurd, verschillende relatieve lekverliezen worden berekend, naargelang de interpretatie van de persoon die de berekening uitvoert. Met het voorliggend artikel wordt de definitie van relatief lekverlies verduidelijkt en wordt een formule ingevoerd zodat iedereen dezelfde berekening van het relatief lekverlies maakt. De berekening van het relatief lekverlies gebeurt aan de hand van de som van alle bijvullingen gedurende een kalenderjaar ten opzichte van de nominale koelmiddelinhoud van de koelinstallatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 5° Dit punt wijzigt de algemene definities voor luchtverontreiniging. a) Dit punt vervangt de titel door nu te verwijzen naar de volledige delen van titel II van het VLAREM in plaats van naar de hoofdstukken. De bepalingen omtrent luchtverontreiniging staan immers doorheen het gehele VLAREM. b) Dit punt wijzigt de definitie van \"Nm®\" door het getal 273 te vervangen door 273,15, wat de exacte waarde betreft van de standaardtemperatuur uitgedrukt in Kelvin.c) Dit punt vervangt de definitie van \"geleide emissie\" conform de wijziging in voorgaand punt.d) Dit punt voegt een definitie toe voor \"sfeerverwarmer\" en \"referentiemeetmethode\". Punt 6° Dit punt wijzigt de titel en de inhoud van de \"Definities gevaarlijke producten (productie en opslag) (hoofdstukken 4.1, 5.17, en 6.5) vanaf 1 juni 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betreft het vervangen van de titel door \"Definities gevaarlijke producten en brandbare vloeistoffen (hoofdstukken 4.1., 5.17. en 6.5. en afdelingen 5.6.2. en 5.6.3.). a) De definities met betrekking tot de opslag van gassen worden naar hier verplaatst onder de nieuw ingevoegde subtitel `gevaarlijke gassen'.b) Verder wordt de subtitel \"Gevaarlijke producten\" vervangen door \"Gevaarlijke vloeistoffen en vaste stoffen en brandbare vloeistoffen\". Door de verplaatsing van de \"niet -gevaarlijke\" P3 - en P4 producten en de brandstofverdeelinstallaties van rubriek 17 naar respectievelijk rubriek 6.4 en 6.5, gelden een aantal bestaande definities ook voor de brandbare vloeistoffen. Bijkomend worden een aantal definities geschrapt, en een aantal nieuwe definities toegevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">I. De definities \"gevaarlijke vloeistoffen van groep 1\", \"gevaarlijke vloeistoffen van groep 2, \"gevaarlijke vloeistoffen van groep 3\" en \"erkende stookolietechnicus\" worden toegevoegd ten gunste van de leesbaarheid, de duidelijkheid, het toepassingsgebied en de vereenvoudiging van de bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">II. De definities \"hoofdeigenschap\", \"P1-producten\", P2-producten\", P3-producten\", \"P4-producten\", \"tankenpark voor P-producten\", \"tankenpark voor andere dan P-producten\", \"vaste stof\" en \"vloeistof\" worden opgeheven. Gelet op de aanpassingen in functie van de CLP-verordening wordt het principe van de hoofdeigenschap voor gevaarlijke producten verlaten. Ook de definities voor P-producten, die titel II van het VLAREM hanteert voor de brandbare en ontvlambare vloeistoffen, worden geschrapt, en (deels) vervangen door de gevaarlijke vloeistoffen van groep 1, 2 of 3. Met de CLP-verordening worden de criteria voor het vlampunt gewijzigd. De vlampunten die de P-producten definiëren, zijn niet in overeenstemming met de gevarencategorieën voor ontvlambare vloeistoffen van de CLP-verordening. Tot slot definieert de CLP-verordening de begrippen \"vaste stof\" en \"vloeistof\" op een andere wijze, zodat deze definities in het VLAREM geschrapt kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">III. De definitie van opslagplaats wordt gewijzigd, in die zin dat winkelruimten met een opslag van gevaarlijke producten in kleine verpakkingen, niet langer als een opslagplaats worden beschouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 7° Dit punt wijzigt de definities \"Meten en beheersen van fugitieve VOS-emissies\". Het betreft het aanpassen van de definities \"product type 1\" en \"product type 2\" aan de CLP-verordening. Meer bepaald worden de \"oude\" R-zinnen (risicozinnen) vervangen door de \"nieuwe\" H-zinnen (gevarenaanduidingen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 8° Dit punt voegt twee definities toe onder \"definities ontspanningsinrichtingen\", \"schouwspelzalen\", meer bepaald \"brandwerendheid (of brandweerstand)\" en \"brandreactie\" naar aanleiding van de wijzigingen aan hoofdstuk 5.32 (zie verder).</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 9° Dit punt wijzigt de definities van \"omlopen voor motorvoertuigen\" ten gevolge van de vervanging van rubriek 32.9 van de indelingslijst. De definitie van \"motorvoertuig\" wordt vervangen. Een motorvoertuig heeft niet langer betrekking op een voertuig te water. Daarvoor wordt een nieuwe definitie ingevoegd, namelijk van \"motorvaartuig\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 10° Dit punt wijzigt de definities onder \"Definities oppervlaktewater- en grondwaterbescherming (integraal waterbeleid (hoofdstukken 2.3,4.2, 5.3 en 6.2 (oppervlaktewater) en 2.4,4.3, 5.53, 5.54 en 5.55 (grondwater)\". a) Dit punt wijzigt het opschrift door voor de definities inzake grondwater ook te verwijzen naar hoofdstuk 6.9 \"Beheersing van bodem- en grondwaterverontreiniging\", naast de verwijzing naar de hoofdstukken 5.54 en 5.55. b) Dit punt wijzigt het opschrift van \"Integraal waterbeleid\" door nu ook te verwijzen naar de definities van artikel 2 van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer.c) Dit punt heft de definitie van \"afvalwater\" op na de eerste principiële goedkeuring van dit besluit.Dit begrip is immers reeds gedefinieerd in titel I van het VLAREM. d) Dit punt wijzigt de definitie \"drinkwater A1, A2 en A3\".e) Dit punt heft de definities op voor \"viswater\" en \"schelpdierwater\".De richtlijn 2006/44/ EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de kwaliteit van zoet water dat bescherming of verbetering behoeft teneinde geschikt te zijn voor het leven van vissen en de richtlijn 2006/113/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 inzake de vereiste kwaliteit van schelpdierwater, worden immers ingetrokken door artikel 22 van de richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid en dit met ingang van 22 december 2013. f) Dit punt heft de definities op voor \"referentiemeetmethode\", \"precisie\" en \"juistheid\".g) Dit punt voegt nieuwe definities toe voor \"referentiemeetmethode\" en meetonzekerheid\".Met deze wijziging van de definitie van referentiemeetmethode wordt deze afgestemd op de definitie van compendium van het VLAREL en de oude termen \"precisie\" en \"juistheid\" worden vervangen door \"meetonzekerheid\" wat een vereenvoudiging van de wetgeving inhoudt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 11° Dit punt wijzigt de definities onder \"Definities energieplanning (hoofdstuk 4.9)\". a) Dit punt wijzigt het opschrift, aangezien onder hoofdstuk 4.9 een nieuwe afdeling opgenomen wordt omtrent energieaudits. b) Er wordt een definitie toegevoegd voor \"energieaudit\" voor de omzetting van de Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG. Punt 12° Dit punt wijzigt vervangt de \"Definities afval van winningsindustrieën (Hoofdstuk 2.12, 5.2 (afdeling 5.2.6) en 5.18; Bijlagen 5.2.6.1, 5.2.6.2 en 5.2.6.3)\". Het betreft het aanpassen van de definitie \"gevaarlijke stof\", waarbij verwezen wordt naar de CLP-verordening, en niet meer naar de bijlage 7 van titel I van het VLAREM. Artikel 46 Dit artikel wijzigt artikel 1.2.2.2, § 1, van titel II van het VLAREM. Deze bepaling die de elementen opsomt die moeten meegedeeld worden in de afwijkingsaanvraag, wordt vervolledigd met een administratief luik.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt gesteld dat een aanvraag ook een aantal gegevens van de aanvrager, een contactpersoon en de inrichting moet bevatten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-47\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 47</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 1.2.2bis.4 van titel II van het VLAREM. Deze bepaling die de elementen opsomt die moeten meegedeeld worden in de aanvraag tot afwijking van BBT-GEN, wordt vervolledigd met een administratief luik. Er wordt gesteld dat een aanvraag ook een aantal gegevens van de aanvrager, een contactpersoon en de inrichting moet bevatten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-48\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 48</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 1.2.2ter.1, § 3, van titel II van het VLAREM. Dit artikel heft het tweede lid van paragraaf 3 van artikel 1.2.2ter.1 van titel II van het VLAREM op. Hiermee wordt een vergissing rechtgezet</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 49</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 1.2.2ter.2 van titel II van het VLAREM. Punt 1° : Dit artikel brengt een aantal correcties aan in artikel 1.2.2ter, § 2, 1° van titel II van het VLAREM. Punten 2° en 3° : Indien de behandeling van een afwijkingsaanvraag een openbaar onderzoek vereist wordt de schriftelijke kennisgeving van eigenaars en gebruikers van gebouwen binnen een straal van 100 m, vermeld in artikel 17, § 3, 1° van het VLAREM I, niet noodzakelijk geacht. Dit is momenteel evenmin vereist voor het openbaar onderzoek dat naar aanleiding van bepaalde aanvragen tot wijziging van voorwaarden met toepassing van artikel 45 van VLAREM I wordt georganiseerd (zie ook artikel 30 van dit wijzigingsbesluit). Met dit artikel worden de verplichtingen inzake bekendmaking bij het openbaar onderzoek van beide gelijkaardige procedures op elkaar afgestemd en wordt het aanschrijven van eigenaars geschrapt Dit punt heft de verplichting op om de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg bij het openbaar onderzoek over een afwijkingsaanvraag te betrekken. (zie ook de wijziging van artikel 17, § 3, van titel I van het VLAREM bij dit besluit).</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 4° : Hiermee wordt een vergissing rechtgezet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-50\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 50</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel wijzigt artikel 1.2.2ter.6, § 2, 1°, van titel II van het VLAREM. Dit artikel zet enkele kleine vergissingen recht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 51</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 1.2.2ter.7 van titel II van het VLAREM. Deze bepaling heft de verplichting op om de beslissing van de Minister over afwijkingsaanvraag aan de Algemene Directie Toezicht op het Welzijn op het Werk van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg de FOD bekend te maken (zie ook de wijziging van artikel 17, § 3, van titel I van het VLAREM bij dit besluit)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 52</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel vervangt punten 1° tot en met 5° van artikel 1.3.1.1, § 1, van titel II van het VLAREM. De terminologie van de erkende labo's en milieudeskundigen wordt aangepast conform VLAREL. Artikel 53 Dit artikel vervangt artikel 2.3.6.1 van titel II van het VLAREM. In dit artikel werd de oude terminologie van de RL 76/464 vervangen door de terminologie en principes van de kaderrichtlijn Water. De verwijzing naar de ingetrokken richtlijn 76/464/EG in paragraaf 1 wordt vervangen door een rechtstreekse verwijzing naar het Decreet Integraal Waterbeleid, ter omzetting ban de Kaderrichtlijn water Paragraaf 2 wordt vervangen aangezien het reductieprogramma opgelegd door de ingetrokken richtlijn 76/464/EG vervangen wordt door het maatregelenprogramma, opgelegd door de Kaderrichtlijn Water.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Paragraaf 3, alwaar ook sprake is van de reductieprogramma's uit de ingetrokken richtlijn 76/464/EG, is niet meer relevant en wordt daarom opgeheven.</h3>\n<p class=\"lf-p\">In paragraaf 4 wordt nu ook gesproken van de maatregelenprogramma's in plaats van het reductieprogramma.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf 5 wordt opgeheven aangezien deze paragraaf beschrijft hoe het reductieprogramma uit de ingetrokken richtlijn 76/464/EG aan de Commissie moet gecommuniceerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De plicht, opgenomen in paragraaf 6, vervalt met het wegvallen van de richtlijn 76/464/EG waardoor ook deze paragraaf wordt opgeheven. Er is momenteel wel een inventarisplicht prioritaire stoffen, dewelke nader beschreven staat in het Decreet Integraal Waterbeleid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-54\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 54</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 2.5.1.1, § 4, van titel II van het VLAREM. Er moet niet langer naar de speciale beschermingszones verwezen worden omdat de overgangstermijnen die golden voor de naleving van de milieukwaliteitsnormen voor de lucht verstreken zijn</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-55\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 55</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 2.5.1.2 van titel II van het VLAREM. Paragraaf 1 wordt opgeheven omdat hier afwijkende milieukwaliteitsnormen voor de speciale beschermingszones waren voorzien. Aangezien de overgangstermijn hiervoor verstreken is, worden de overeenkomstige bepalingen voor de speciale beschermingszones geschrapt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-56\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 56</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel heft artikel 2.14.3.3 van titel II van het VLAREM op</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De normering voor vast en tijdelijk opgestelde zendantennes voor elektromagnetische golven (10 MHz - 10 GHz) is opgenomen in de hoofdstukken 2.14 en 6.10 van respectievelijk delen 2 en 6 van titel II van het VLAREM. Overeenkomstig deze normering is de exploitatie of de verandering van een vast opgestelde zendantenne verboden zonder conformiteitsattest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens artikel 6.10.2.4 kan de afdeling, bevoegd voor milieuhinder van elektromagnetische golven, zich laten bijstaan door een door de minister aan te duiden bevoegde instelling bij de beoordeling van de aanvragen voor een conformiteitsattest. Er wordt bepaald dat de bevoegde instelling dan de nodige berekeningen of metingen uitvoert en hierover een rapport opstelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door het ministerieel besluit van 26 januari 2011Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/01/2011 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/02/2011 numac 2011035152 bron vlaamse overheid Ministerieel besluit houdende de aanwijzing van de instelling bevoegd voor beoordeling van technische dossiers bij de aanvraag van een conformiteitsattest voor een vast opgestelde zendantenne sluiten houdende de aanwijzing van de instelling bevoegd voor beoordeling van technische dossiers bij de aanvraag van een conformiteitsattest voor een vast opgestelde zendantenne (B.S. 16 februari 2011), werd het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie (BIPT) aangeduid als bevoegde instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomstig het advies met nr. 51.980/VR van 25 september 2012 van de Raad van State over het voorontwerp van decreet `houdende instemming met het samenwerkingsakkoord, gesloten tussen de Federale Staat en het Vlaamse Gewest betreffende de beoordeling van de technische dossiers, het uitvoeren van smalbandmetingen en het opstellen en actualiseren van een kadaster van vast opgestelde zendantennes inzake de normering van vast en tijdelijk opgestelde zendantennes voor elektromagnetische golven tussen 10MHz en 10GHz', is een verdere samenwerking in het kader van een samenwerkingsakkoord voor de aangelegenheid voorwerp hiervan tussen de federale overheid en het Vlaamse Gewest echter niet meer mogelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de verdere uitvoering van de taken van de Vlaamse overheid in het kader van de normering voor vast opgestelde zendantennes keurde de Vlaamse Regering op 19 juli 2013 (VR 2013 2405 DOC.0505/1) de aanwerving van 4 VTE goed bij het departement Leefmilieu, Natuur en Energie (LNE). Ze keurde ook de overheveling van het nodige budget voor deze aanwerving goed. Vanaf 1 januari 2014 start de bevoegde Afdeling Lucht, Hinder, Risicobeheer en Milieu &amp; Gezondheid met de uitvoering van de taken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze wijziging past dan ook artikel 2.14.3.3, artikel 6.10.2.3., lid 4 en artikel 6.10.2.4. van titel II van het VLAREM aan zodat de verwijzingen naar de bevoegde instelling geschrapt worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 57</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voegt een hoofdstuk 2.16 \"Beleidstaken inzake energie-efficiëntie\" toe aan deel 2 van titel II van het VLAREM in het kader van de omzetting van de Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (EER) Het enige artikel in dit hoofdstuk heeft betrekking op het rapporteren aan de Europese Commissie van de beslissingen genomen overeenkomstig artikel 5.2.3bis.1.12, § 2, lid 2, artikel 5.43.2.34, § 1, lid 2, en artikel 5.43.3.19, lid 2. Dit artikel geeft invulling aan de bepaling van artikel 14(8) van de EER. Artikel 58 Dit artikel wijzigt artikel 3.1.1, § 5, van titel II van het VLAREM en sluit de (strengere) toepassing uit van inplantingsregels op de bestaande opslag van gevaarlijke producten en brandbare vloeistoffen als gevolg van de CLP-verordening. Wat `bestaande opslag van gevaarlijke producten en brandbare vloeistoffen' uitmaakt, wordt omschreven in een nieuw artikel 3.2.3.1 van titel II van het VLAREM. Inplantingsregels omvatten verbodsbepalingen en afstandsbepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbodsbepalingen betreffen de onverenigbaarheid tussen, enerzijds, bepaalde inrichtingen of onderdelen ervan en, anderzijds, bepaalde activiteiten, zones of gebieden. Afstandsbepalingen betreffende de na te leven minimumafstanden van inrichtingen of onderdelen ervan ten opzichte van bepaalde activiteiten, zones of gebieden (artikel 1.1.2. van het titel II van het VLAREM). Deze bepaling is geïnspireerd op soortgelijke bepalingen in deel 3 van titel II van het VLAREM die ertoe strekken de toepassing van inplantingsregels in beginsel uit te sluiten wanneer die het recht op exploitatie kunnen hinderen. Zij geldt ook bij de hernieuwing van de vergunning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-59\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 59</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 3.2.1.2 van titel II van het VLAREM vanaf 1 juni 2015. Het betreft de schrapping van overgangsbepalingen en -termijnen in paragraaf 3, punt a, aangezien deze termijnen al ruim verstreken zijn. Voor de invoering van de wijzigingen in het kader van de CLP-verordening worden aparte overgangsbepalingen en -termijnen voorzien</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-60\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 60</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voegt een nieuwe afdeling toe aan hoofdstuk 3.2 \"Overgangsbepalingen\" van titel II van het VLAREM, namelijk \"Afdeling 3.2.3. Overgangsbepalingen voor bestaande opslag van gevaarlijke producten en brandbare vloeistoffen\"</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze afdeling is geïnspireerd op het artikel 3.2.1.2 van afdeling 3.2.1 dat de overgangsbepalingen voor bestaande inrichtingen regelt en meer bepaald de verhouding tussen lopende voorwaarden en de nieuwe voorschriften. Het nieuwe artikel 3.2.3.1. definieert de bestaande opslag van gevaarlijke producten en brandbare vloeistoffen. Het nieuwe artikel 3.2.3.2 gaat terug op artikel 3.2.1.2, § 2. Ook hier blijft de mogelijkheid bestaan om op verzoek de bestaande voorwaarden aan te passen aan de voorschriften van titel II van het VLAREM.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3.2.3.3 stelt dat, wanneer de lopende voorwaarden minder streng zijn dan de `CLP-gerelateerde bepalingen' van dit besluit, vanaf 1 juni 2016 aan deze strengere `CLP-voorschriften' (en eventuele bijkomende voorschriften) moet worden voldaan. Voor een reeks uitdrukkelijk vermelde bepalingen bedraagt deze termijn 1 juni 2018. Daarenboven geldt in voorkomend geval het afwijkend regime van de bijzondere overgangsbepalingen (zie art. 5.6.2.2.12, art. 5.6.2.3.18, art. 5.17.2.5, art. 5.17.4.2.12 en art. 5.17.4.3.20).</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3.2.3.4 stipuleert dat voor 1 juni 2015 toegestane afwijkingen voor bestaande opslag blijven gelden tot het einde van de vergunningstermijn overeenkomstig de voorwaarden in de afwijkingsbesluiten. Deze bepaling is gebaseerd op artikel 1.2.4.1 van titel II van het VLAREM.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-61\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 61</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel wijzigt artikel 4.1.5.1, § 2, van titel II van het VLAREM teneinde de terminologie te conformeren met deze van het VLAREL</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-62\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 62</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 4.1.6.2, § 1, van titel II van het VLAREM om de terminologie met betrekking tot de ladder van Lansink af te stemmen met deze van het materialendecreet</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-63\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 63</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 64 Deze artikelen wijzigen artikelen 4.1.7.1 en 4.1.7.2 van titel II van het VLAREM vanaf 1 juni 2015. Het betreft enerzijds een wijziging in het kader van de CLP-verordening, anderzijds een tekstuele wijziging De woorden \"bijlage 7 van titel I van het VLAREM\" worden vervangen door \"gevaarlijke stoffen volgens de CLP-verordening\". De oude bijlage 7 is gebaseerd op de stoffenrichtlijn, die vervangen wordt door de CLP-verordening. Verder wordt in artikel 4.1.7.2 het woord \"en\" tussen \"tanks\" en \"vaten\" vervangen door \"of\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-65\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 65</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 4.1.9.1.3, § 3, van titel II van het VLAREM. Artikel 66 Dit artikel vervangt artikel 4.1.9.2.7, § 2, van titel II van het VLAREM. Artikel 67 Dit artikel heft afdeling 4.1.10 \"Bijzondere onderzoekscommissies\" van titel II van het VLAREM op. Deze onderzoekscommissie was opgericht naar aanleiding van de verontreiniging door dioxinen veroorzaakt door industriële installaties en meer specifiek afvalverbrandingsinstallaties. Deze commissie was eind jaren '90 actief en heeft toen verschillende adviezen uitgebracht. De dioxineproblematiek bij afvalverbrandingsinstallaties is ondertussen onder controle en de onderzoekscommissie is niet meer actief. Deze afdeling kan bijgevolg geschrapt worden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-68\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 68</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 4.1.12.2, § 2, van titel II van het VLAREM naar aanleiding van de publieke consultatie. Er werd opgemerkt dat er moet gestreefd worden naar één enkele melding. Daarom moet er enkel nog gemeld worden bij een voorval aan de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving, en niet ook nog aan de burgemeester. Dit artikel werd aangepast na de eerste principiële goedkeuring teneinde een tegenstrijdigheid met artikel 7 van de Richtlijn Industriële Emissies (RIE) recht te zetten (\"zo spoedig mogelijk\" werd vervangen door \"onmiddellijk\" voor inrichtingen die onder het toepassingsgebied vallen van de RIE)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-69\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 69</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 4.2.1.3 van titel II van het VLAREM. Vandaag is er in de milieuwetgeving een absolute aansluitplicht voorzien voor de lozing van huishoudelijk afvalwater. In een aantal specifieke gevallen is het realiseren van deze aansluiting niet in overeenstemming met de best beschikbare technieken. Het is dan ook aangewezen om toe te laten dat in deze gevallen hiervan kan worden afgeweken, op voorwaarde dat de lozingsvoorwaarden voor lozing in het individueel te optimaliseren buitengebied worden nageleefd Voor ingedeelde inrichtingen bestaat wel reeds de mogelijkheid om een individuele afwijking aan te vragen voor de in artikel 4.2.1.3, 5BIS.15.5.4.3.2 en 5BIS.19.8.4.5.2 van titel II van het VLAREM beschreven aansluitplicht. Via deze wijziging wordt de procedure voor deze afwijkingsaanvraag vereenvoudigd. De afwijking kan, via deze aanpassing, behandeld worden via de milieuvergunning. Er is bovendien voorzien dat, indien wordt afgeweken van de aansluitplicht, de lozingsvoorwaarden voor lozing in het individueel te optimaliseren buitengebied moeten worden nageleefd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder betreft het de verduidelijking van \"bestaande gebouwen\" bij het moeten aanleggen van gescheiden riolering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-70\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 70</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 4.2.2.1 van titel II van het VLAREM. In dit artikel wordt er verwezen naar \"bijlage 2C bij titel I van het VLAREM\". \"Bijlage 2C\" wordt echter reeds gedefinieerd in titel II van het VLAREM als \"lijst 2C van bijlage 2 bij Titel I van het VLAREM\", dus is het onnodig om hier nog de woorden \"bij titel I van het VLAREM\" te vermelden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-71\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 71</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel vervangt punt c) van artikel 4.2.3.1, 3°, van titel II van het VLAREM. Het deltaprincipe wordt uitgebreid met drinkwater op vraag van de bedrijven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 72</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 4.2.4.1, § 3, 3°, van titel II van het VLAREM en betreft louter een afstemming van de terminologie inzake erkende MER-deskundigen conform het VLAREL</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-73\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 73</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel vervangt paragraaf 3 en 4 van artikel 4.2.5.2.1 van titel II van het VLAREM. Met het huidige zelfcontrolesysteem werd een aantal problemen vastgesteld, waaronder het feit dat niet geweten is welke bedrijven voor welke parameters aan zelfcontrole doen, welk labo de goedkeuring van de methode verleend heeft en of de goedkeuring kwaliteitsvol gebeurd is. Op basis van de ervaring met het huidige zelfcontrolesysteem worden de volgende zaken aangepast: - labo's moeten erkend zijn voor de desbetreffende monstername/meting/analyse om de goedkeuring te kunnen verlenen; indien geen enkel labo erkend is voert het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest, dat geacht wordt erkend te zijn, de goedkeuring uit, - de frequentie van goedkeuring van de methode wordt zowel voor het water- als het luchtzelfcontrolesysteem op driejaarlijks gezet, - de goedkeuring gebeurt volgens een code van goede praktijk, - op basis van een gemotiveerde aanvraag kan een gelijkwaardige inrichtingspecifieke methode in uitzonderlijke gevallen aanvaard worden; de goedkeuring van de methode gebeurt dan door het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest, - het invoeren van een meldingsplicht: de exploitant moet melden welke parameters onder zelfcontrole gebeuren en door welk erkend labo de (driejaarlijkse) goedkeuring verleend is zodat controle hierop mogelijk is</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-74\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 74</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 4.2.5.3.1 van titel II van het VLAREM. Punt 1° vervangt de tabel in paragraaf 1; deze tabel werd aangepast conform de concordantietabel Punt 2° vervangt paragraaf 3 en 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het huidige zelfcontrolesysteem werd een aantal problemen vastgesteld, waaronder het feit dat niet geweten is welke bedrijven voor welke parameters aan zelfcontrole doen, welk labo de goedkeuring van de methode verleend heeft en of de goedkeuring kwaliteitsvol gebeurd is. Op basis van de ervaring met het huidige zelfcontrolesysteem worden de volgende zaken aangepast: - labo's moeten erkend zijn voor de desbetreffende monstername/meting/analyse om de goedkeuring te kunnen verlenen; indien geen enkel labo erkend is voert het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest, dat geacht wordt erkend te zijn, de goedkeuring uit, - de frequentie van goedkeuring van de methode wordt zowel voor het water- als het luchtzelfcontrolesysteem op driejaarlijks gezet, - de goedkeuring gebeurt volgens een code van goede praktijk, - op basis van een gemotiveerde aanvraag kan een gelijkwaardige inrichtingsspecifieke methode in uitzonderlijke gevallen aanvaard worden; de goedkeuring van de methode gebeurt dan door het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest, - het invoeren van een meldingsplicht: de exploitant moet melden welke parameters onder zelfcontrole gebeuren en door welk erkend labo de (driejaarlijkse) goedkeuring verleend is zodat controle hierop mogelijk is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-75\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 75</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 4.2.6.1 van titel II van het VLAREM. Er wordt verduidelijkt dat de controle zowel geldig is voor bedrijfsafvalwater als voor koelwater. Er gebeurt tevens een rechtzetting van de materiële vergissing rond lijst I, II en III van bijlage 2C. Artikel 76 Dit artikel wijzigt artikel 4.2.8.3.1, 2°, van titel II van het VLAREM door toe te voegen dat, indien het septisch materiaal te veel stoffen bevat die niet eigen zijn aan septisch materiaal, de aangevoerde lading, of een deel van de lading geweigerd kan worden door de openbare waterzuiveringsinstallatie, en dit dan moet verwerkt worden door een erkend verwerker</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-77\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 77</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 4.3.2.3, § 2, van titel II van het VLAREM en betreft de afstemming van deze bepaling met de terminologie van het VLAREL. Artikel 78 Dit artikel heft artikel 4.4.1.1 van titel II van het VLAREM op In titel II van het VLAREM worden actueel in hoofdstuk 4.4 \"Beheersing van luchtverontreiniging\" onder art. 4.4.1.1 algemene bepalingen gegeven die betrekking hebben op het verbranden in open lucht. Meer bepaald wordt de verbranding voor enkele strikt gedefinieerde plantaardige afvalstoffen wel toegelaten, alhoewel dit actueel volgens de indelingslijst een vergunningsplichtige activiteit is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om deze inconsistentie op te heffen, wordt het volledige artikel 4.4.1.1 geschrapt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-79\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 79</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 4.4.2.1 van titel II van het VLAREM. Er wordt een paragraaf 2 toegevoegd die dezelfde bepalingen bevat als het vroegere artikel 4.4.3.1, § 4. Het betreft dus louter een verplaatsing van voorwaarden teneinde een coherenter geheel te bekomen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-80\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 80</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel vervangt artikel 4.4.2.2, § 1, van titel II van het VLAREM. Paragraaf 1 met betrekking tot de lozing van afgassen wordt verduidelijkt</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De schoorsteen wordt uitgerust met meetopeningen, uitgevoerd overeenkomstig een code van goede praktijk en, in functie van de veilige en praktische uitvoering van de controlemetingen, met een meetplatform of gelijkwaardig alternatief. Voor installaties die voor 1 juli 2014 vergund zijn, gelden deze verplichtingen vanaf 1 juli 2017, tenzij anders bepaald in de milieuvergunning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-81\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 81</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 4.4.2.3 van titel II van het VLAREM. Punt 1° In paragraaf 1 wordt de aanvaarding door de afdeling Milieuvergunningen van een andere gelijkwaardige code van goede praktijk als alternatief voor het schoorsteenhoogte- en verspreidingsberekeningssysteem uit bijlage 4.4.1, vervangen door een toelating in de milieuvergunning, mits goedkeuring door een erkend MER-deskundige in de discipline lucht Ten gevolge van de verstrenging van de emissiewaarden vermeld in art. 4.4.2.2 is het mogelijk dat aanpassingen noodzakelijk zijn aan bestaande schoorstenen. Voor deze aanpassing wordt een overgangstermijn voorzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 2° Dit punt wijzigt paragraaf 2. Door de bestaande definitie van \"schoorsteen\" kunnen de woorden \"of geleid kanaal\" geschrapt worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder worden er nog twee terminologische aanpassingen doorgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-82\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 82</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel vervangt artikel 4.4.2.4 van titel II van het VLAREM en betreft louter een herformulering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-83\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 83</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel heft artikel 4.4.2.5 van titel II van het VLAREM daar dit artikel verstreken overgangstermijnen bevatten</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-84\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 84</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel vervangt afdeling 4.4.3 \"Algemene emissiegrenswaarden\" (voor lucht) van titel II van het VLAREM. De bepalingen in afdeling 4.4.3 zijn ook van toepassing op de sectorale emissiegrenswaarden. De titel van de afdeling wordt daarom aangepast naar \"Emissiegrenswaarden\" en de afdeling wordt herschreven om dit duidelijker te stellen. In het huidige artikel 4.4.3.1, § 1bis, wordt voor de grensmassastromen verwezen naar bijlage 4.4.2, terwijl eigenlijk verwezen moet worden naar bijlage 4.4.3. Dit wordt aangepast</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-85\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 85</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel vervangt afdeling 4.4.4 \"Meetstrategie en toetsing meetwaarden\" van titel II van het VLAREM. In artikel 4.4.4.1, § 2, is voorzien dat afgeweken kan worden van de continue metingen door andere controles In artikel 4.4.4.2, § 2, is voorzien dat afgeweken kan worden van periodieke emissiemetingen door andere controles. Er worden voorwaarden gekoppeld aan deze mogelijkheid tot afwijking. Goedkeuring door een erkend MER-deskundige is hier essentieel om te garanderen dat de emissies met een gelijkwaardige nauwkeurigheid vastgesteld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast gebeurt een afstemming van de te gebruiken methode met artikel 45, § 2, van het VLAREL dat de methoden bevat die erkende laboratoria in de discipline lucht moeten gebruiken indien er geen LUC-methode bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 4.4.4.2, § 4, wordt vervangen. Het betreft een verduidelijking door wie de metingen uitgevoerd moeten worden en een aanpassing van het zelfcontrolesysteem. Met het huidige zelfcontrolesysteem werd een aantal problemen vastgesteld, waaronder het feit dat niet geweten is welke bedrijven voor welke parameters aan zelfcontrole doen, welk labo de goedkeuring van de methode verleend heeft en of de goedkeuring kwaliteitsvol gebeurd is. Op basis van de ervaring met het huidige zelfcontrolesysteem worden de volgende zaken aangepast: o labo's moeten erkend zijn voor de desbetreffende monstername/meting/analyse om de goedkeuring te kunnen verlenen; indien geen enkel labo erkend is voert het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest, dat geacht wordt erkend te zijn, de goedkeuring uit, o de frequentie van goedkeuring van de methode wordt zowel voor het water- als het luchtzelfcontrolesysteem op driejaarlijks gezet (voor lucht was dit al het geval), o de goedkeuring gebeurt volgens een code van goede praktijk, o op basis van een gemotiveerde aanvraag kan een gelijkwaardige inrichting-specifieke methode in uitzonderlijke gevallen aanvaard worden in de milieuvergunning; de goedkeuring van de methode gebeurt dan door het referentielaboratorium van het Vlaamse Gewest, o het invoeren van een meldingsplicht: de exploitant moet melden welke parameters onder zelfcontrole gebeuren en door welk erkend labo de (driejaarlijkse) goedkeuring verleend is zodat controle hierop mogelijk is (zie artikel 4.4.4.2, § 6).</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het huidige zelfcontrolesysteem werd een aantal problemen vastgesteld, waaronder het feit dat niet geweten is welke bedrijven voor welke parameters aan zelfcontrole doen, welk labo de goedkeuring van de methode verleend heeft en of de goedkeuring kwaliteitsvol gebeurd is. Op basis van de ervaring met het huidige zelfcontrolesysteem wordt daarom een meldingsplicht ingevoerd waarbij de exploitant moet melden welke parameters onder zelfcontrole gebeuren en door welk erkend labo de (driejaarlijkse) goedkeuring verleend is zodat controle hierop mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot de kwaliteitsborging van de geautomatiseerde meetsystemen wordt gesteld dat deze tot eind juni 2017 uitgevoerd moeten worden conform een code van goede praktijk en vanaf 1 juli 2017 volgens CEN-normen. Momenteel bestaat voor controle van geautomatiseerde meetsystemen de Vlaamse code van goede praktijk en de Europese CEN-norm. Voor afvalverbranding en stookinstallaties moet conform de IED de CEN-norm toegepast worden. Omwille van uniforme behandeling wordt geopteerd om voor andere continue meetapparatuur eveneens over te schakelen naar de CEN-norm. Hiervoor wordt wel een overgangstermijn voorzien. De code van goede praktijk zal in 2013 aangepast worden en opgesplitst worden in enerzijds een actualisatie van de huidige code voor installaties die nog tot 2018 de code mogen toepassen en anderzijds een verduidelijking van de CEN-norm voor installaties die de controle volgens de CEN-norm uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In art. 4.4.4.4, § 1, is heden bepaald dat emissiemetingen ter controle van de algemene emissiegrenswaarden enkel door eerste klasse inrichtingen uitgevoerd moeten worden. De emissiegrenswaarden gelden ook voor inrichtingen ingedeeld in een lagere klasse, dus is het logisch dat deze inrichtingen ook emissiemetingen moeten uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze aanpassing verhindert bovendien dat door aanpassingen van de indelingslijst (klasse 1 wordt klasse 2) geen emissiemetingen meer zouden moeten uitgevoerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In art. 4.4.4.1, § 4, wordt toegevoegd dat voor installaties die niet continu in bedrijf zijn, de meetfrequentie afgestemd kan worden op de periodes dat de installatie effectief in gebruik is, mits goedkeuring van de toezichthouder. De werking van de installatie wordt in dit geval continu geregistreerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan artikel 4.4.4.1 wordt een paragraaf 5 toegevoegd waarin gesteld wordt dat naast metingen van de relevante parameters tevens de betrokken procesparameters gemeten moeten worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In art. 4.4.4.2 worden in paragraaf 4 enkele verduidelijkingen ingevoegd omtrent uitvoering van de metingen en keuring van continue meetsystemen. Dit is reeds opgenomen in bepaalde sectorale voorwaarden, maar wordt best algemeen geregeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 4.4.4.3 wordt de monsternemingsduur aangepast. Tevens wordt toegevoegd dat de referentieperiode opgesplitst kan worden in de tijd in verschillende periode van minimaal 1 uur. In de praktijk gebeurt het immers dat op één gemeenschappelijk emissiepunt meerdere van elkaar onafhankelijke batchprocessen zijn aangesloten of dat een batchproces dagen tot zelfs weken duurt met een emissie die varieert in de tijd. Dit leidt tot de situatie dat zelfs wanneer een maximale referentieperiode van 4 uren in acht wordt genomen, het beschouwen van deze periode onvoldoende is voor het bekomen van een representatief gemiddelde meetwaarde. Door het voorzien in de mogelijkheid om de referentieperiode opsplitsbaar te maken in de tijd, kan een controlemeting worden uitgevoerd die een representatief resultaat oplevert.</p>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 4.4.4.5, 4°, geldt heden voor de beoordeling van continue metingen \"tenzij anders vermeld in de milieuvergunning\". Een afwijking van de beoordeling is een impliciete afwijking van de emissiegrenswaarden, wat niet de bedoeling is. Dit wordt dan ook geschrapt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In VLAREM zijn in omzetting van de Richtlijn Industriële Emissies bepalingen opgenomen omtrent de beschikbaarheid van geautomatiseerde meetsystemen voor afvalverbrandingsinstallaties en grote stookinstallaties. Een vergelijkbare bepaling voor continue meetsystemen op andere installaties ontbreekt echter in VLAREM. Aangezien onvoldoende beschikbaarheid van de meetsystemen kan leiden tot problemen m.b.t. de controle op de naleving van de emissiegrenswaarden, wordt een gelijkaardige bepaling toegevoegd voor alle installaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-86\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 86</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel vervangt de tabel met emissiewaarden in artikel 4.4.5.1 van titel II van het VLAREM. Dit gebeurt louter om te zorgen voor een uniforme benaming van de parameters doorheen het gehele VLAREM. Artikel 87 Dit artikel wijzigt artikel 4.4.6.1.1. van titel II van het VLAREM. Het betreft een vervanging van de \"oude\" R-zinnen (risicozinnen) door de \"nieuwe\" H-zinnen (gevarenaanduidingen) conform de CLP-verordening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-88\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 88</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 4.4.6.2.1 van titel II van het VLAREM. 1° Dit punt wijzigt artikel 4.4.62.1, § 3, door telkens het woord \"koolwaterstoffen\" te vervangen door de woorden \"organische stoffen\"</p>\n<p class=\"lf-p\">De term \"koolwaterstoffen\" kan op twee verschillende manieren geïnterpreteerd worden: met name als \"organische stof\", maar ook als \"organische stoffen die uitsluitend bestaan uit C en H (alkanen en alkenen)\".. 2° Dit betreft louter het rechtzetten van een materiële vergissing (taalfout). Artikel 89 Dit artikel wijzigt artikel 4.4.6.2.2, § 2, 3°, b), van titel II van het VLAREM door telkens het woord \"koolwaterstoffen\" te vervangen door de woorden \"organische stoffen\".</p>\n<p class=\"lf-p\">De term \"koolwaterstoffen\" kan op twee verschillende manieren geïnterpreteerd worden: met name als \"organische stof\", maar ook als \"organische stoffen die uitsluitend bestaan uit C en H (alkanen en alkenen)\"..</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-90\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 90</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 4.4.6.2.3 van titel II van het VLAREM. Punt 1° Dit punt vervangt paragraaf 3 omwille van het schrappen van overgangstermijnen die verstreken zijn en het aanpassen van de terminologie conform VLAREL. Punt 2° Dit betreft louter het rechtzetten van een materiële vergissing</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-91\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 91</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel wijzigt artikel 4.4.7.2.3 van titel II van het VLAREM door het wegwerken van een foutieve verwijzing (naar artikel 4.4.7.2.10)</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4472\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 4.4.7.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">10 bevat de bepalingen van het stofrapport. Via het huidige artikel 4.4.7.2.3 is het mogelijk om via de milieuvergunning een afwijking te bekomen van de bepalingen in de artikels 4.4.7.2.4 tot en met 4.4.7.2.10. Het was echter niet de bedoeling om af te wijken van de bepalingen met betrekking tot het stofrapport</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-92\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 92</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 4.5.3.1 van titel II van het VLAREM. De verwijzing naar de gebieden onder 5° bis van bijlage 2.2.1 van titel II van het VLAREM (agrarische gebieden) wordt geschrapt, daar de gebieden onder 5° bis voortaan vallen onder 10° (zie verder voor de wijziging in de voornoemde bijlage). De waarde waaraan het specifieke geluid in gebieden die vallen onder 10° moeten voldoen zal op dezelfde wijze bepaald worden als deze voor de gebieden die vallen onder 2°, 3°, 5°, 8° en 9°</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-93\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 93</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel vervangt hoofdstuk 4.9 door een nieuw hoofdstuk 4.9, dat bestaat uit een afdeling 4.9.1 omtrent energieplanning, een afdeling 4.9.2 omtrent energieaudits en een afdeling 4.9.3 omtrent de ingave van de gegevens volgend uit de opmaak van een energieplan of een energieaudit in een webapplicatie In afdeling 4.9.1 worden de huidige bepalingen uit hoofdstuk 4.9 overgenomen. Na eerste principiële goedkeuring wordt terug gekomen van de verlaging van de grens van 0,5 PJ naar 0,1 PJ, die alle energie-intensieve inrichtingen verplicht tot het opstellen van een conform verklaard energieplan, met een bijhorende cyclus van vier jaar en een uitvoeringsverplichting van de rendabele maatregelen uit het energieplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vernieuwde Europese Richtlijn betreffende energie-efficiëntie (2012/27/EU) van 25 oktober 2012 legt in artikel 8, lid 4, de verplichting op aan de lidstaten om ervoor te zorgen dat alle ondernemingen die geen KMO's zijn een energieaudit ondergaan die op een onafhankelijke en kostenefficiënte manier, door gekwalificeerde en/of geaccrediteerde deskundigen of onder supervisie van onafhankelijke instanties op grond van de nationale wetgeving, uiterlijk op 5 december 2015 en tenminste om de vier jaar na de voorgaande energieaudit wordt uitgevoerd. Afdeling 4.9.2 voorziet in de omzetting van deze bepalingen. Grote ondernemingen die reeds een energieplan opstellen in kader van het Besluit Energieplanning, of in kader van de energiebeleidsovereenkomsten voor de energie-intensieve industrie, worden vrijgesteld van de verplichting een energieaudit op te stellen. Grote ondernemingen die beschikken over een Europese energienorm EN 16001 of over een internationale norm voor energiemanagementsystemen ISO 50001, worden eveneens vrijgesteld van de verplichting een energieaudit op te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 4.9.1.2 verplicht de onderneming binnen de zes maanden een energieplan op te stellen wanneer de ondergrens voor energieverbruik overschreden wordt. Het energieplan dient vervolgens door de bevoegde autoriteit conform verklaard te worden. Het energieplan lijst de maatregelen op die een IRR van 15 % overschrijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onderneming voert de maatregelen binnen de drie jaar uit, tenzij er gegronde economische redenen zijn die dit verhinderen. In dergelijk geval wordt een verlengde termijn voor uitvoering van de nog niet uitgevoerde maatregelen aan de onderneming toegekend. De ervaring met de economische crisis in 2009 binnen het benchmarkingconvenant leert dat dergelijk uitstel van maatregelen voor een bedrijf noodzakelijk kan zijn, wanneer zijn economische toestand niet langer toelaat financiering voor projecten te vinden aan marktconforme voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebrek aan uitstel, dreigt immers het verlies van de milieuvergunning, wat bezwaarlijk zal bijdragen aan een economisch herstel van het bedrijf. Wanneer het herstel van de economische gezondheid van het bedrijf optreedt, dient het energieplan verder zoals voorzien uitgevoerd te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij ontstentenis van een vrijwillige overeenkomst zullen alle bedrijven onder het besluit Energieplanning vallen. Bijgevolg dient dan ook binnen voorliggende regelgeving deze voorziening getroffen te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens volgend uit de opmaak van een energieplan of een energieaudit worden ingegeven in een webapplicatie. Ook de resultaten van de energieaudit volgend uit de EN 16001- of de ISO 50001-procedure worden ingegeven in de webapplicatie, De bepalingen hieromtrent worden opgenomen in afdeling 4.9.3. De webapplicatie bevat de verbruiksprofielen van de gebouwen en processen, alsook de verbeteringsvoorstellen met inschatting van energiebesparing en kosten. Door op voorhand categorisering in de webapplicatie van de verbeteringsvoorstellen te maken kan hierop nadien statistiek gemaakt worden, nl. welke voorstellen komen meest voor, wat is ingeschatte energiebesparing en kost bij realisatie en op die manier kan eventuele ondersteuning via premie/... gebudgetteerd worden. Termijn ontwikkeling webapplicatie bij Vlaams Energieagentschap: 2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Vlaams Energieagentschap oefent de supervisie uit op de energieaudits en de auditeurs via de supervisie op de webapplicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook aanvraag accreditatie van de auditeur loopt via deze webapplicatie (light-versie van de accreditatie: nl. wie aanvraagt, krijgt accreditatie). De accreditatie wordt daarmee herleid tot een registratie. Aangezien het Vlaams Energieagentschap de supervisie van het werk van deze auditeurs op zich neemt via de webapplicatie, is voldaan aan de eisen van de EU EED, art. 8 lid 1.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-94\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 94</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel vervangt artikel 5.2.1.1, § 5, van titel II van het VLAREM. In deel 5 van titel II van het VLAREM worden verschillende achterhaalde verwijzingen naar de Verordening Dierlijke Bijproducten (EG) nr. 1774/2002 vervangen door de correcte verwijzing naar de verordening dierlijke bijproducten (EG) nr. 1069/2009 en haar uitvoerende Verordening (EU) nr. 142/2011</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-95\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 95</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.1.9. van titel II van het VLAREM. Het betreft enerzijds een wijziging in het kader van de CLP-verordening</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Meer bepaald worden de woorden \"Ontvlambare stoffen of producten\" vervangen door \"producten gekenmerkt door het gevarenpictogram GHS02 volgens de CLP-verordening\". Anderzijds wordt in het kader van een uniforme regelgeving de temperatuur aangepast van 35° C naar 40° C, conform gelijkaardige bepalingen in titel II van het VLAREM. Artikel 96 Dit artikel wijzigt paragraaf 2 van artikel 5.2.2.3 van titel II van het VLAREM. Het betreft het vervangen van de woorden \"bijhorende gevarensymbolen\" door \"bijbehorende gevarenpictogrammen\". De gevarenpictogrammen volgens de CLP-verordening worden gebruikt voor de indeling en karakterisering van gevaarlijke producten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-97\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 97</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel vervangt het opschrift van subafdeling 5.2.2.3 \"Biologische behandeling van groenafval, GFT-afval en organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen\" door \"Opslag en compostering van groenafval, GFT-afval en organisch-biologische bedrijfsafvalstoffen\". Op basis van de aanbevelingen in de BBT-studie (mest)covergistingsinstallaties van februari 2012 worden bijkomende voorwaarden in het VLAREM ingevoerd. De titel van deze subafdeling wordt vervangen om verwarring te vermijden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-98\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 98</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voegt een subafdeling 5.2.2.3ter toe aan afdeling 5.2.2 van titel II van het VLAREM. Op basis van de aanbevelingen in de BBT-studie (mest)covergistingsinstallaties van februari 2013 wordt een nieuwe subafdeling toegevoegd voor de opslag en biologische behandeling van niet-gevaarlijke afvalstoffen. Er waren nog geen sectorale voorwaarden opgenomen in titel II van het VLAREM voor inrichtingen ingedeeld in rubriek 2.2.3, f) (andere biologische behandeling van niet gevaarlijke afvalstoffen), rubriek 2.3.3, a) (opslag en biologische behandeling, andere dan deze bedoeld in rubriek 2.3.7, van niet gevaarlijke afvalstoffen) en rubriek 2.3.7, d) (mechanische, fysisch-chemische en/of biologische behandeling van baggerspecie en/of ruimingsspecie afkomstig van het ruimen, verdiepen en/of verbreden van bevaarbare en onbevaarbare waterlopen behorende tot het openbaar hydrografisch net en/of van de aanleg van nieuwe waterinfrastructuur) De nieuwe subafdeling is van toepassing op inrichtingen vermeld in de subrubrieken 2.2.3, e) en f), 2.3.3, a) en 2.3.7, d) van de indelingslijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ter beperking van de emissies naar water moet de exploitant ervoor zorgen dat de open bekkens maximaal gevuld worden tot een niveau waarbij er geen gevaar is dat de bekkens overlopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er worden ook bepalingen opgenomen inzake de aanvoer van vloeibare organisch-biologische afvalstoffen (OBA's) om enerzijds geurhinder en anderzijds verontreiniging van bodem, grond- of oppervlaktewater te vermijden. Hierbij wordt een overgangstermijn voorzien voor bestaande inrichtingen om de noodzakelijke aanpassingen (verharde vloer,...) te kunnen uitvoeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-99\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 99</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Punt 1° en 2° : Dit artikel wijzigt paragraaf 1 en 5 van artikel 5.2.2.5.2 van titel II van het VLAREM in het kader van de CLP-verordening. Het betreft het vervangen van paragraaf 1 door \"Voor de gevaarlijke afvalstoffen gelden de voorwaarden van hoofdstuk 5.17 bovenop de volgende voorwaarden\" en het vervangen van de woorden \"bijhorende gevaarsymbolen\" door \"bijbehorende gevarenpictogrammen\" in paragraaf 5. De gevarenpictogrammen volgens de CLP-verordening worden gebruikt voor de indeling en karakterisering van gevaarlijke producten Punt 3° : Dit artikel vervangt artikel 5.2.2.5.2, § 10, van titel II van het VLAREM. De huidige VLAREM-bepalingen voor de opslag van batterijen zijn niet consistent.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo wordt in artikel 5.2.2.5.2, § 10, van titel II van het VLAREM (de sectorale voorwaarden voor de opslag en behandeling van gevaarlijke afvalstoffen) bepaald dat de behandeling en opslag van afgedankte batterijen en accu's in verwerkingsfaciliteiten, waaronder ook de tijdelijke opslag, moet plaatsvinden op overdekte locaties met vloeistofdichte vloer of in weerbestendig afgedekte en zuurbestendige containers. Deze bepaling stemt overeen met artikel 5.2.7.2 van het Vlaams reglement inzake het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA) en is een omzetting van de verplichtingen voor de opslag van batterijen opgenomen in de Richtlijn 2006/66/EG inzake batterijen en accu's, alsook afgedankte batterijen en -accu's. Deze bepaling in VLAREMA werd overgenomen uit het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer (VLAREA), na omzetting in klare taal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met dit wijzigingsartikel wordt artikel 5.2.2.5.2, § 10, omgezet in klare taal, maar de inhoud blijft wel behouden aangezien deze conform de Batterijenrichtlijn is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-100\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 100</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit punt wijzigt paragraaf 1 van artikel 5.2.2.6.5 van titel II van het VLAREM in het kader van de CLP-verordening. Het betreft het vervangen van het woord \"gevaarsymbolen\" door \"gevarenpictogrammen\"</p>\n<p class=\"lf-p\">De gevarenpictogrammen volgens de CLP-verordening worden gebruikt voor de indeling en karakterisering van gevaarlijke producten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel vervangt ook artikel 5.2.2.6.5, § 2, van titel II van het VLAREM. Artikel 5.2.2.6.5 van de sectorale voorwaarden voor de opslag en mechanische behandeling van voertuigwrakken bepaalt dat de batterijen moeten worden opgeslagen op een overdekte, ingekuipte zuurbestendige en vloeistofdichte vloer. Andere uitvoeringsvormen voor de opslagruimte voor batterijen dienen de goedkeuring van de toezichthoudende overheid te dragen. Dit is echter niet conform de verplichtingen uit de Richtlijn 2000/53/EG betreffende autowrakken, waarin bepaald wordt dat de accu's moeten worden opgeslagen in adequate containers.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de praktijk worden afgedankte autobatterijen en -accu's in de meeste gevallen opgeslagen in weerbestendig afgedekte en zuurbestendige containers. Dit is ook goedkoper dan te voorzien in een vloeistofdichte vloer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.2.6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">5 wordt gewijzigd zodat voldaan wordt aan de verplichting van voormelde Richtlijn. Inrichtingen vergund voor de opslag en mechanische behandeling van voertuigwrakken mogen de afgedankte batterijen alleen opslaan in zuurbestendige containers Voor inrichtingen vergund voor de opslag en mechanische behandeling van gevaarlijke afvalstoffen moet de mogelijkheid om de batterijen op te slaan op een vloeistofdichte vloer blijven bestaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-101\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 101</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.2.8.2 van titel II van het VLAREM. Het betreft een wijziging in het kader van de CLP-verordening. In de eerste paragraaf worden de woorden \"met een ontvlammingspunt hoger dan 55° C en lager dan of gelijk aan 100 ° C\" opgeheven\", en vervangen door \"opgenomen in afdeling 5.6.2.\". De term \"brandbare vloeistoffen\" wordt gedefinieerd, zodat deze beschrijving geschrapt kan worden. De voorwaarden voor de opslag van brandbare vloeistoffen bevindt zich in afdeling 5.6.2</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-102\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 102</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.2.9.3 van titel II van het VLAREM. Het betreft enerzijds een louter tekstuele aanpassing in paragraaf 2, en anderzijds een aanpassing in kader van de CLP-verordening in paragraaf 3, waarbij de woorden \"bijhorende gevarensymbolen\" vervangen worden door \"bijbehorende gevarenpictogrammen.\" Artikel 103 Dit artikel wijzigt de titel van subafdeling 5.2.2.10 \"Inrichtingen voor het opslaan en verwerken van dierlijk afval\" van titel II van het VLAREM. De term \"dierlijk afval\" wordt vervangen door \"dierlijke bijproducten die worden beschouwd als afvalstoffen\", conform de Verordening Dierlijke Bijproducten (EG) nr. 1069/2009 en haar uitvoerende Verordening (EU) nr. 142/2011</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-104\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 104</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.2.10.1 van titel II van het VLAREM. Punt 1° wijzigt paragraaf 2. De zinsnede \"tot en met de warmtebehandelings-systemen\", wordt geschrapt, gezien dit overbodig is. De warmtebehandelings-systemen zitten namelijk vervat in \"alle behandelingsruimten van het productie-proces\", zoals reeds vermeld in deze bepaling Punt 2° wijzigt paragraaf 2 door het woord \"afvallucht\" te vervangen door het woord \"afgassen\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 3° wijzigt paragraaf 3. Het gebruik van de term \"warmtebehandelingssystemen\" is te beperkend, gezien er ook nog andere behandelingsmethoden mogelijk zijn, zoals chemische en stralingsbehandelingen. Daarom wordt in artikel 5.2.2.10.1, § 3, de term \"warmtebehandeling\" vervangen door de zin \"behandeling overeenkomstig bijlage IV van de uitvoerende Verordening Dierlijke bijproducten (EU) nr. 142/2011\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-105\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 105</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.2.10.2 van titel II van het VLAREM. Punt 1° vervangt paragraaf 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Punt 2° heft paragrafen 2 en 3 op.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarde dat \"in uitzonderlijke gevallen voldoende gekoelde afvalstoffen in gekoelde gesloten ruimten langer kunnen worden bewaard\" is niet handhaafbaar en wordt geschrapt (paragraaf 2). Om dit op te vangen wordt de bepaling van paragraaf 1 van dit artikel, namelijk dat de aangevoerde afvalstoffen uiterlijk binnen 24 uur na aanvoer moeten zijn verwerkt, voorafgegaan door \"tenzij anders vermeld in de milieuvergunning\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 5.2.2.10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">2, § 3, wordt geschrapt. Deze bepaling, namelijk dat huiden zo spoedig mogelijk na het vrijkomen gekoeld worden bewaard, is met de VLAREM-trein 2011 gewijzigd conform het overeenkomstige artikel in afdeling 5.45.2 betreffende slachthuizen en slachterijen. Bij nader inzicht is een dergelijke formulering bij de voorwaarden voor inrichtingen voor de verwerking van afvalstoffen niet correct, gezien de zinsnede \"na het vrijkomen\" enkel betrekking heeft op slachthuizen en niet op afvalverwerkingsbedrijven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-106\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 106</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.2.10.3 van titel II van het VLAREM. Punt 1° vervangt paragraaf 1 om de terminologie aan te passen (betreffende afgassen)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Punt 2° heft paragraaf 2 op. Deze bepaling, namelijk dat de afgassen van de warmtebehandelingsinstallatie naar een aangepaste behandelingsinstallatie worden geleid, zit reeds vervat in paragraaf 1 van dit artikel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-107\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 107</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.2.10.4 van titel II van het VLAREM teneinde de terminologie af te stemmen met deze van het VLAREL. Artikel 108 Dit artikel wijzigt artikel 5.2.2.12.2 van titel II van het VLAREM. De bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" wordt geschrapt. De algemene emissiegrenswaarden zijn steeds van toepassing als er voor de betreffende parameter geen sectorale emissiegrenswaarde bestaat. Voor de parameters waarvoor wel een sectorale emissiegrenswaarde bepaald is, primeert deze steeds op de algemene emissiegrenswaarde, onafhankelijk van het feit of de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" al dan niet expliciet opgenomen is. De schrapping van de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden bepaald in hoofdstuk 4.4\" heeft geen gevolg voor het samenspel tussen de algemene en de sectorale emissiegrenswaarden. Indien de betreffende bepaling niet is opgenomen, geldt immers de rangorde op basis van het lex specialis beginsel. Dit impliceert dat de sectorale bepalingen dus steeds voorrang hebben op de algemene bepalingen, ook indien de zinsnede \"in afwijking van de algemene bepalingen...\" ontbreekt. De schrapping van deze bepaling heeft bijgevolg geen inhoudelijke wijziging van de wetgeving tot gevolg Het laatste lid wordt opgeheven, daar dit lid bepalingen bevat met betrekking tot de uitvoering van metingen en de controle van meetmethodes en vast opgestelde meetapparatuur. Deze bepalingen worden immers via dit wijzigingsbesluit duidelijker vervat in hoofdstuk 4.4, zodat ze hier overbodig worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-109\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 109</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.3bis.1.7 van titel II van het VLAREM. Dit punt conformeert de VLAREM-bepalingen inzake de uitbating van afval(mee)verbrandingsinstallaties aan de RIE, artikel 46, lid 5</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-110\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 110</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.3bis.1.11 van titel II van het VLAREM. Punten 1° en 2° : Dit punt conformeert de VLAREM-bepalingen inzake afvalverbranding (exploitatievoorwaarden inzake temperatuurmeting) aan de RIE, artikel 50, lid 2 Punten 3° en 4° : Dit betreft een aanpassing conform hoofdstuk IV (bijzondere bepalingen betreffende afvalverbrandingsinstallaties en afvalmeeverbrandingsinstallaties) van de Richtlijn Industriële Emissies. In het geval dat afwijkende exploitatievoorwaarden worden toegepast, moeten bij afvalmeeverbrandingsinstallaties de emissies van TOC en CO tevens voldoen aan de emissiegrenswaarden van afvalverbrandingsinstallaties.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-111\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 111</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel vervangt artikel 5.2.3bis.1.12 van titel II van het VLAREM in het kader van de omzetting van de Richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG. In dit artikel wordt een kosten-batenanalyse opgelegd aan afvalverbrandingsinstallaties, daar deze in een apart hoofdstuk 5.2. zijn opgenomen in titel II van het VLAREM. Een afvalverbrandingsinstallatie kan op basis van de verbrandingsgassen enkel warmte, enkel elektriciteit of beide produceren. Zowel de WKK-optie als de optie van levering aan een verwarmings- of koelingsnetwerk dienen bijgevolg onderzocht De oorspronkelijke bepaling dat de opgewekte warmte zo veel mogelijk nuttig gebruikt moet worden volgens de beste beschikbare technologieën blijft weerhouden, omdat deze bepaling een ruimer toepassingsgebied dekt dan enkel WKK en verwarmings- of koelingsnetwerken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-112\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 112</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel vervangt paragraaf 1 van artikel 5.2.3bis.1.14 van titel II van het VLAREM. Bepaalde standaardomstandigheden waarbij luchtemissiegrenswaarden gelden, zoals druk en temperatuur worden geschrapt, daar deze al gevat zijn in de algemene voorwaarden van artikel 4.4.3.3, § 1</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 113</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.3bis.1.16 van titel II van het VLAREM. Punt 1° : Dit punt vervangt paragraaf 1 van artikel 5.2.3bis.1.16 van titel II van het VLAREM. Bepaalde standaardomstandigheden waarbij luchtemissiegrenswaarden gelden, zoals druk en temperatuur worden geschrapt, daar deze al gevat zijn in de algemene voorwaarden van artikel 4.4.3.3, § 1 Punt 2° vervangt het woord \"verbrand\" door \"meeverbrand\" daar deze bepaling specifiek handelt over afvalmeeverbrandingsinstallaties. (conform annex VI, deel 6, punt 2.7, van de RIE).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 114</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.3bis.1.19 van titel II van het VLAREM en zet een materiële vergissing recht conform annex VI, deel 4, onder 1 van de RIE. Artikel 115 Dit artikel vervangt het tweede lid van artikel 5.2.3bis.1.20 van titel II van het VLAREM. Bepaalde standaardomstandigheden waarbij luchtemissiegrenswaarden gelden, zoals druk en temperatuur worden geschrapt, daar deze al gevat zijn in de algemene voorwaarden van artikel 4.4.3.3, § 1</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-116\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 116</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.3bis.1.24, § 3, van titel II van het VLAREM. Het betreft een rechtzetting van een foutieve wijziging via de VLAREM-trein 2012</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-117\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 117</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.3bis.1.27, § 2, 2°, van titel II van het VLAREM en verduidelijkt de gemaakte verwijzingen in het kader van annex VI, deel 8, punt 1.1.d, van de RIE)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-118\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 118</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.3bis.1.28 van titel II van het VLAREM. Punt 1° wijzigt paragraaf 3 teneinde de terminologie inzake erkende deskundigen af te stemmen met deze van het VLAREL. Punt 2° voegt een paragraaf 4 toe inzake de meting van afvalwater conform artikel 48, lid 4, van de RIE. Artikel 119 Dit artikel wijzigt artikel 5.2.3bis.1.34, § 2, van titel II van het VLAREM. Het betreft louter een terminologische aanpassing</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-120\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 120</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel vervangt artikel 5.2.3bis.3.1 van titel II van het VLAREM. In deel 5 van titel II van het VLAREM worden verschillende achterhaalde verwijzingen naar de Verordening Dierlijke Bijproducten (EG) nr. 1774/2002 vervangen door de correcte verwijzing naar Verordening Dierlijke Bijproducten (EG) nr. 1069/2009 en haar uitvoerende Verordening (EU) nr. 142/2011</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 121</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.3bis.3.5 van titel II van het VLAREM. Punt 1° Dit punt wijzigt de eenheid \"kg/u\" door het correcte \"kg/h\". De wetenschappelijk correcte afkorting van de tijdseenheid \"uur\" is \"h\" en niet \"u\", wat de afkorting is voor \"atomaire massa-eenheid\"</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 2° Dit punt zet een spellingsfout recht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-122\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 122</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.3bis.3.6, § 3, van titel II van het VLAREM. Door de definitie voor \"schoorsteen\" die heden bestaat (ingevoegd via de VLAREM-trein 2012, BVR van 7 juni 2013), is het niet langer nodig ook te verwijzen naar de afvoerkanalen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 123</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.3bis.3.7 van titel II van het VLAREM. Punt 1° : De wetenschappelijk correcte afkorting van de tijdseenheid \"uur\" is \"h\" en niet \"u\", wat de afkorting is voor \"atomaire massa-eenheid\"</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 2° schrapt de laatste zinnen van paragraaf 2. Deze zinnen bevatten bepalingen met betrekking tot de uitvoering van metingen en de controle van meetmethodes en vast opgestelde meetapparatuur. Deze bepalingen worden immers via dit wijzigingsbesluit duidelijker vervat in hoofdstuk 4.4, zodat ze hier overbodig worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-124\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 124</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel vervangt artikel 5.2.3bis.3.8 van titel II van het VLAREM. De terminologie wordt aangepast conform VLAREM. Artikel 125 Dit artikel wijzigt artikel 5.2.3bis.4.10, § 5, van titel II van het VLAREM. Deze punten bevatten bepalingen met betrekking tot de uitvoering van metingen en de controle van meetmethodes en vast opgestelde meetapparatuur. Deze bepalingen worden immers via dit wijzigingsbesluit duidelijker vervat in hoofdstuk 4.4, zodat ze hier overbodig worden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 126</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.4.0.3, 3, a), van titel II van het VLAREM. Een verkeerde verwijzing wordt hiermee rechtgezet</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-127\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 127</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.4.1.2 van titel II van het VLAREM. Dit punt wijzigt paragraaf 1 van artikel 5.2.4.1.2 van titel II van het VLAREM. Het betreft enerzijds het opheffen van punt 5°, en anderzijds het wijzigen van punten 3° en 4°. Meer bepaald wordt in punt 3 de term \"bijtend\" vervangen door \"corrosief\" en wordt \"zeer licht ontvlambaar\" geschrapt, zodat de gevaarlijke eigenschappen van afvalstoffen volgens het VLAREMA wordt geformuleerd. In punt 4 wordt de formulering van giftige organische stoffen aangepast naar acuut toxische organische stoffen van gevarencategorie 1 en 2 volgens de CLP-verordening De verbodsbepaling (artikel 5.2.4.1.2, § 1, 5° ) en de bijhorende afwijkingsbepaling (artikel 5.2.4.1.2, § 2) van titel II van het VLAREM met betrekking tot het stortverbod voor afvalstoffen die giftige anorganische stoffen bevatten in bepaalde concentraties, staan al sinds 1995 in titel II van het VLAREM, waarbij dient vermeld te worden dat deze verbodsbepaling evenwel niet werd opgelegd ten gevolge van de implementatie van de Europese beschikking 2003/33 van 19 december 2002 tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen. Na de implementatie van deze Europese beschikking in 2006 werden er echter duidelijke grenswaarden voor uitloging vastgesteld in titel II van het VLAREM onder meer voor categorie 1-stortplaatsen (voor uitsluitend gevaarlijke afvalstoffen, artikel 5.2.4.1.10) en voor categorie 2-stortplaatsen (voor gevaarlijke afvalstoffen die aanvaardbaar zijn op stortplaatsen voor niet-gevaarlijke afvalstoffen, artikel 5.2.4.1.9). Daarnaast bleef echter voormeld specifiek stortverbod en bijhorende afwijking van kracht in de geldende Vlaamse regelgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de afvalmarkt worden de exploitanten van Vlaamse categorie 1-stortplaatsen soms geconfronteerd met de vraag tot aanvaarding van metalen en metaalverbindingen (waaronder legeringen) die niet meer voor recyclage in aanmerking komen of geen afzet meer kennen ten gevolge van wettelijke beperkingen. Aangezien echter verschillende metalen waaronder Hg, Cd, As, Ti, Be (en hun verbindingen) zijn ingedeeld als giftige gevaarlijke stoffen/preparaten, kunnen ze niet op een stortplaats worden aanvaard omwille van voormeld specifiek stortverbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">Anderzijds biedt de omlegging van bepaalde aanwezige giftige verbindingen naar minder giftige verbindingen, zoals opgelegd in de voormelde afwijkingsbepaling, niet altijd een milieuhygiënische meerwaarde, aangezien bepaalde metaalverbindingen in hun aangeboden toestand geen uitloogbaar karakter hebben, zodat een omzetting naar een andere chemische vorm in dit geval weinig of niet relevant is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door de implementatie van de Europese beschikking werd een uitgebreide set van uitloogwaarden opgelegd in titel II van het VLAREM, onder meer voor Hg, Cd en As. Voor Ti en Be zijn er evenwel geen uitloogcriteria van kracht, noch in de Europese wetgeving, noch in de Vlaamse wetgeving. Om te voorkomen dat voormelde giftige verbindingen zonder enige bijzonder maatregel toch op een stortplaats worden gestort bij volledige schrapping van het specifiek stortverbod, worden via een aparte paragraaf in het betreffende artikel van titel II van het VLAREM welbepaalde milieuvoorwaarden opgelegd in het geval dat dergelijke giftige verbindingen worden aanvaard op een stortplaats voor gevaarlijke afvalstoffen. Hierbij wordt tevens het storten \"onder zoutcelcondities\" opgelegd, wat duidelijker is dan het huidig opgelegde \"storten op een apart gedeelte van de stortplaats\" (artikel 5.2.4.1.2, § 2, 2°, van titel II van het VLAREM). De voorgestelde milieuvoorwaarden zijn cumulatief van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wijziging van dit artikel bevat tevens een verwijzing naar de correcte Europese regelgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Omwille van het voorgaande wordt enerzijds voormeld specifiek stortverbod, bepaald in artikel 5.2.4.1.2, § 1, 5° van titel II van het VLAREM, geschrapt en anderzijds wordt het artikel 5.2.4.1.2, § 2 van titel II van het VLAREM behouden, doch gewijzigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 128</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.4.1.3, 4°, a), van titel II van het VLAREM. Een verkeerde verwijzing wordt hiermee rechtgezet</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-129\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 129</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.4.1.4 van titel II van het VLAREM. Een verkeerde verwijzing wordt hiermee rechtgezet</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-130\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 130</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.4.1.5, § 2, van titel II van het VLAREM. Een verkeerde verwijzing wordt hiermee rechtgezet</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-131\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 131</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.4.1.6 van titel II van het VLAREM. Een verkeerde verwijzing wordt hiermee rechtgezet</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-132\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 132</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.4.1.8, § 1, 4°, f), van titel II van het VLAREM. Het betreft een terminologische aanpassing (rookgasbehandeling vervangen door afgasbehandelingsinstallatie)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-133\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 133</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.4.1.9, § 6, 2°, van titel II van het VLAREM. Het betreft louter het rechtzetten van een materiële vergissing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-134\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 134</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.4.1.10, § 1, 3°, van titel II van het VLAREM. Volgens dit artikel kunnen de volgende gevaarlijke asbesthoudende afvalstoffen gestort worden op een categorie 1-stortplaats: - afvalstoffen die vrije asbestvezels bevatten zoals spuitasbest, asbestisolatiemateriaal, asbeststof met inbegrip van bodemmaterialen en andere afvalstoffen verontreinigd met vrije asbestvezels in concentraties &gt; 0,1 Gew % of waarin duidelijk asbestvlokken waarneembaar zijn; - verpakkingsafval en plastiekafval dat met asbest verontreinigd is; - niet vershredderbaar materiaal zoals metalen onderdelen dat met asbest of asbesthoudend materiaal bedekt of bekleed is. Onder niet vershredderbaar materiaal wordt verstaan materiaal waarbij met toepassing van de best beschikbare technieken het asbestgedeelte niet of zeer moeilijk kan gescheiden worden van het dragermateriaal; - onder asbesthoudende afvalstoffen worden tevens begrepen: afvalstoffen geheel of gedeeltelijk bestaande uit keramische vezels met gelijkaardige carcinogene eigenschappen; - afvalstoffen bestaande uit asbesthoudende bouwmaterialen waarbij asbestvezels in gebonden vorm aanwezig zijn Van 1995 tot 2006 werden in voormeld artikel de volgende voorschriften inzake criteria voor het aanvaarden van asbesthoudend afval mee opgelegd: - afvalstoffen die vrije asbestvezels of asbeststof bevatten mogen slechts worden gestort voor zover de afvalstoffen zodanig worden behandeld dat er geen asbestdeeltjes in het milieu kunnen terecht komen. Daartoe worden de afvalstoffen gecementeerd zodat de aanwezige asbestvezels in een matrix worden ingekapseld. Het asbestafval dient homogeen in het gecementeerd materiaal verspreid te zijn. De in het gecementeerde materiaal aanwezige asbestvlokken of brokstukken mogen maximaal 1 cm groot zijn. Het gecementeerd materiaal wordt verpakt in een stofdichte plastiekverpakking met de nodige asbestetikettering; - verpakkingsafval en plastiekafval verontreinigd met asbest dient te worden samengeperst (dichtheid min. 400 kg/m®). Het samengeperst materiaal wordt verpakt in een stofdichte plastiekverpakking met de nodige asbestetikettering; - niet vershredderbaar materiaal dat met asbest of asbesthoudend materiaal bedekt of bekleed is wordt verpakt in een dubbelwandige stofdichte plastiekverpakking met de nodige asbestetikettering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het behandelen en storten van asbesthoudende afvalstoffen gebeurt zodat geen asbestvezels of asbeststof kunnen vrijkomen in de lucht en geen vloeistoffen worden verloren die asbestvezels of asbeststof kunnen bevatten. De met het oog op het storten noodzakelijke voorbehandelingen gebeuren in een daartoe geschikte inrichting.\" Ten gevolge van de implementatie van de Europese beschikking 2003/33 van 19 december 2002 tot vaststelling van criteria en procedures voor het aanvaarden van afvalstoffen op stortplaatsen werd in 2006 voormelde bijkomende bepalingen (voorschriften) echter geschrapt in titel II van het VLAREM. Na de implementatie van de Europese beschikking in 2006 werden voormelde specifieke voorschriften evenwel opgenomen in het ontwerp 'Code van goede praktijk voor het aanvaarden en storten van afval op Vlaamse stortplaatsen (versie 2007)'.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voormelde voorschriften werden in die ontwerpcode tevens aangevuld met de volgende bepaling: \"Beslissingsboom aanvaarding asbestmateriaal en vezelvrijstellingstest zijn beiden te vinden in CMA/2/II/C.1.\" Voormelde ontwerpcode van goede praktijk voor het aanvaarden van afval op stortplaatsen van 2007 werd echter nooit opgenomen in een ministeriële omzendbrief of besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niettegenstaande dat de meeste categorie 1-stortplaatsen sindsdien deze specifieke criteria voor het aanvaarden van asbesthoudend afval hanteren, is het aangewezen om deze voorwaarden terug op te nemen in artikel 5.2.4.1.10, § 3, van titel II van het VLAREM. Op deze wijze wordt voorkomen dat asbesthoudend afval zonder enige bijzondere maatregel toch op een categorie 1-stortplaats wordt gestort. Bijkomend wordt de verwijzing naar het CMA/2/II/C.1 inzake de evaluatiemethodiek voor asbesthoudende afvalstoffen en de vezelvrijstellingstest mee opgenomen in dit artikel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-135\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 135</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.4.1.11 van titel II van het VLAREM. Het betreft een rechtzetting: op verschillende plaatsen worden de woorden \"deel 1\", \"deel 2\" en \"deel 3\" vervangen door de woorden \"punt A\", \"punt B\" en \"punt C\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-136\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 136</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.4.1.12, § 1, van titel II van het VLAREM. Het betreft een tekstuele aanpassing inzake het afstemmen op de terminologie van het VLAREL betreffende erkende laboratoria</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-137\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 137</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.4.3.3 van titel II van het VLAREM; het betreffen louter rechtzettingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In paragraaf 1 wordt de verwijzing naar artikel 5, § 2, 14, van titel I van het VLAREM vervangen door \"punt F1 van de toelichtingsbijlage bij de aanvraag van een milieuvergunning, vervat in bijlage 4 van titel I van het VLAREM.\".</p>\n<p class=\"lf-p\">In paragraaf 5 wordt de verwijzing naar \" § 3\" vervangen door paragraaf 4.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-138\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 138</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.4.4.6, § 3, van titel II van het VLAREM. De terminologie wordt afgestemd op het VLAREL. Artikel 139 Dit artikel wijzigt artikel 5.2.4.6.2 van titel II van het VLAREM. Het betreft een tekstuele aanpassing inzake het afstemmen op de terminologie van het VLAREL betreffende erkende laboratoria</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-140\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 140</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.4.6.3 van titel II van het VLAREM. Punt 1 en 2 wijzigen paragraaf 6 en 8. Het betreft een tekstuele aanpassing inzake het afstemmen op de terminologie van het VLAREL betreffende erkende laboratoria Punt 3° en 4° wijzigen paragraaf 9. Het betreft een rechtzetting: - in de voetnoot (3) wordt de verwijzing naar \"c\" vervangen door \"A\". - in punt A wordt de verwijzing naar \"subafdeling 5.2.4.5 en artikel 5.2.4.5. § 6\" vervangen door \"subafdeling 5.2.4.5 en deze subafdeling\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-141\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 141</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.5.2.1 (aanvaarding van baggerspecie op de monostortplaats) van titel II van het VLAREM. Deze wijziging is conform de wijziging van artikel 5.2.4.1.2 inzake de aanvaarding van afvalstoffen op stortplaatsen. Dezelfde motivatie is dus van toepassing. Het gaat om identieke bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 142</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.5.3.3 van titel II van het VLAREM, het betreft louter een rechtzetting van een verkeerde verwijzing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-143\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 143</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.5.5.3, § 6, van titel II van het VLAREM. Het betreft een tekstuele aanpassing inzake het afstemmen op de terminologie van het VLAREL betreffende erkende laboratoria</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-144\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 144</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.2.5.6.4 van titel II van het VLAREM. Naar analogie met de overige stortplaatsen is het wenselijk dat de exploitant zelf instaat voor het bemonsteren van de peilputten rond zijn inrichting (monostortplaats voor baggerspecie) en dat de resultaten worden opgestuurd naar de toezichthouder. Er is geen grote meerwaarde dat dit door de toezichthouder wordt geïnitieerd aangezien de exploitant voor de kosten verantwoordelijk is Het betreft tevens een tekstuele aanpassing inzake het afstemmen op de terminologie van het VLAREL betreffende erkende laboratoria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-145\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 145</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel heft paragraaf 7 op van artikel 5.3.2.4 van titel II van het VLAREM, aangezien deze paragraaf melding maakt van richtlijnen die worden ingetrokken met ingang van 22 december 2012. Dit overeenkomstig artikel 12 van de richtlijn 2008/105/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid tot wijziging en vervolgens intrekking van de richtlijnen 82/176/EEG, 83/513/EEG, 84/156/EEG, 84/491/EEG en 86/280/EEG van de Raad, en tot wijziging van richtlijn 2000/60/EG. Artikel 146 Dit artikel wijzigt artikel 5.4.1.5 van titel II van het VLAREM. Het betreft een wijziging in het kader van de CLP-verordening. Enerzijds worden de categorieën zeer licht ontvlambare stoffen en oxiderende stoffen vervangen door overeenkomstige gevarenklassen- en categorieën volgens de CLP-verordening. Anderzijds wordt de verwijzing naar de bijlage 7 van titel I vervangen door een verwijzing van de CLP-verordening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-147\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 147</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.4.1.6 van titel II van het VLAREM. Deze wijziging is conform de wijziging van artikel 5.4.1.5 van titel II van het VLAREM. Het gaat om gelijkaardige bepalingen. Dezelfde motivatie is dus van toepassing</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-148\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 148</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.4.1.7 van titel II van het VLAREM. Deze wijziging is conform de wijziging van artikel 5.2.1.9. van titel II van het VLAREM in het kader van de CLP-verordening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-149\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 149</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.4.2.2. van titel II van het VLAREM. Het betreft een wijziging in het kader van de CLP-verordening. De categorieën \"ontvlambare stoffen en - producten\" worden vervangen door \"vaste stoffen en vloeistoffen gekenmerkt door gevarenpictogram GHS02 volgens de CLP-verordening\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-150\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 150</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel vervangt artikel 5.4.2.3 van titel II van het VLAREM. De bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" wordt geschrapt. De algemene emissiegrenswaarden zijn steeds van toepassing als er voor de betreffende parameter geen sectorale emissiegrenswaarde bestaat. Voor de parameters waarvoor wel een sectorale emissiegrenswaarde bepaald is, primeert deze steeds op de algemene emissiegrenswaarde, onafhankelijk van het feit of de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" al dan niet expliciet opgenomen is. De schrapping van de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden bepaald in hoofdstuk 4.4\" heeft geen gevolg voor het samenspel tussen de algemene en de sectorale emissiegrenswaarden. Indien de betreffende bepaling niet is opgenomen, geldt immers de rangorde op basis van het lex specialis beginsel. Dit impliceert dat de sectorale bepalingen dus steeds voorrang hebben op de algemene bepalingen, ook indien de zinsnede \"in afwijking van de algemene bepalingen...\" ontbreekt. De schrapping van deze bepaling heeft bijgevolg geen inhoudelijke wijziging van de wetgeving tot gevolg Bepalingen die gedekt worden door de algemene voorwaarden van VLAREM II worden hier geschrapt. Verder gebeuren er ook nog terminologische aanpassingen, zoals het benoemen van verschillende parameters op een eenduidige manier doorheen het gehele VLAREM. Artikel 151 Dit artikel wijzigt artikel 5.4.3.1.4 van titel II van het VLAREM. Punt 1° Dit punt vervangt paragraaf 1. Deze bepalingen worden nu grotendeels gedekt door de algemene voorwaarden van VLAREM II. Punt 2° Dit punt vervangt paragraaf 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De BBT-studie omtrent stofnormering in VLAREM (2007) is op heden slechts gedeeltelijk omgezet. Een verstrenging van de stofnorm voor het aanbrengen van bedekkingsmiddelen is op heden nog niet doorgevoerd. De emissiegrenswaarde voor stof voor spuitcabines wordt met dit wijzigingsbesluit verstrengd in overeenstemming met deze BBT-studie (zie 3° ). Deze verstrenging wordt ook doorgevoerd in de voorwaarden voor standaardgarages en standaardhoutbewerkingsbedrijven (zie verder).</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" wordt geschrapt. De algemene emissiegrenswaarden zijn steeds van toepassing als er voor de betreffende parameter geen sectorale emissiegrenswaarde bestaat. Voor de parameters waarvoor wel een sectorale emissiegrenswaarde bepaald is, primeert deze steeds op de algemene emissiegrenswaarde, onafhankelijk van het feit of de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" al dan niet expliciet opgenomen is. De schrapping van de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden bepaald in hoofdstuk 4.4\" heeft geen gevolg voor het samenspel tussen de algemene en de sectorale emissiegrenswaarden. Indien de betreffende bepaling niet is opgenomen, geldt immers de rangorde op basis van het lex specialis beginsel. Dit impliceert dat de sectorale bepalingen dus steeds voorrang hebben op de algemene bepalingen, ook indien de zinsnede \"in afwijking van de algemene bepalingen...\" ontbreekt. De schrapping van deze bepaling heeft bijgevolg geen inhoudelijke wijziging van de wetgeving tot gevolg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepalingen die gedekt worden door de algemene voorwaarden van VLAREM II worden hier geschrapt. Verder gebeuren er ook nog terminologische aanpassingen, zoals het benoemen van verschillende parameters op een eenduidige manier doorheen het gehele VLAREM. Punt 3° Dit punt wijzigt paragraaf 2bis, derde lid, 5°. De woorden \"erkende overbrenger\" (van afvalstoffen) worden vervangen door de woorden \"een geregistreerde inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar\" in het kader van het Materialendecreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 4° Dit punt heft paragraaf 3 op. Deze bepaling (Met betrekking tot de meting en evaluatie van de meetresultaten van de in § 2 bedoelde emissiegrenswaarden, gelden de bepalingen van de meetstrategie vastgesteld in hoofdstuk 4.4) wordt gedekt door de algemene voorwaarden van VLAREM II. Artikel 152 Dit artikel wijzigt artikel 5.4.3.2.2 van titel II van het VLAREM. Het betreft een terminologische aanpassing (stofdeeltjes vervangen door stof, teneinde deze parameter doorheen het gehele VLAREM uniform te benoemen).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-153\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 153</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel wijzigt artikel 5.4.3.2.3 van titel II van het VLAREM. Punt 1° Dit punt vervangt paragraaf 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Punt 2° Dit punt wijzigt paragraaf 4 door de terminologie aan te passen conform het VLAREL. Punt 3° Dit punt heft paragraaf 5 op. Deze bepaling (Met betrekking tot de meting en evaluatie van de meetresultaten van de in § 3 bedoelde emissiegrenswaarden, gelden de bepalingen van de meetstrategie, vastgesteld in hoofdstuk 4.4) wordt gedekt door de algemene voorwaarden van VLAREM II. Artikel 154 Dit artikel wijzigt artikel 5.4.4.2 van titel II van het VLAREM. Punt 1° Dit punt vervangt paragraaf 3. Deze paragraaf wordt beperkt: de zaken die gedekt worden door de algemene voorwaarden van VLAREM II worden geschrapt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 2° Dit punt vervangt paragraaf 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" wordt geschrapt. De algemene emissiegrenswaarden zijn steeds van toepassing als er voor de betreffende parameter geen sectorale emissiegrenswaarde bestaat. Voor de parameters waarvoor wel een sectorale emissiegrenswaarde bepaald is, primeert deze steeds op de algemene emissiegrenswaarde, onafhankelijk van het feit of de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" al dan niet expliciet opgenomen is. De schrapping van de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden bepaald in hoofdstuk 4.4\" heeft geen gevolg voor het samenspel tussen de algemene en de sectorale emissiegrenswaarden. Indien de betreffende bepaling niet is opgenomen, geldt immers de rangorde op basis van het lex specialis beginsel. Dit impliceert dat de sectorale bepalingen dus steeds voorrang hebben op de algemene bepalingen, ook indien de zinsnede \"in afwijking van de algemene bepalingen...\" ontbreekt. De schrapping van deze bepaling heeft bijgevolg geen inhoudelijke wijziging van de wetgeving tot gevolg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepalingen die gedekt worden door de algemene voorwaarden van VLAREM II worden hier geschrapt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 3° Dit punt heft paragraaf 5 op. Deze bepaling (Met betrekking tot de meting en evaluatie van de meetresultaten van de in § 4 bedoelde emissiegrenswaarden, gelden de bepalingen van hoofdstuk 4.4 ter zake \"Meetstrategie inzake luchtverontreinigende stoffen\") wordt gedekt door de algemene voorwaarden van VLAREM II. Artikel 155 Dit artikel wijzigt artikel 5.5.1.5, § 1, van titel II van het VLAREM door vanaf 1 juni 2015 een verwijzing aan te passen ten gevolge de CLP-verordening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-156\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 156</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.5.1.6 van titel II van het VLAREM. Punt 1° Dit punt vervangt paragraaf 1. Enerzijds wordt de tekst van paragraaf 1 gewijzigd. De bepaling \"tenzij anders bepaald in de milieuvergunning\" wordt geschrapt. Een versoepeling van deze op BBT gebaseerde emissiegrenswaarden via de milieuvergunning is niet wenselijk. Bovendien kan steeds afgeweken worden van emissiegrenswaarden in strengere zin. Verder worden de bepalingen die gedekt worden door de algemene voorwaarden van titel II van het VLAREM hier geschrapt. Anderzijds worden in de tabel de bestaande categorieën van gevaarlijke producten vervangen door hun overeenkomstige gevarenklassen, -categorieën en -pictogram volgens de CLP-verordening Ook de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" wordt geschrapt. De algemene emissiegrenswaarden zijn steeds van toepassing als er voor de betreffende parameter geen sectorale emissiegrenswaarde bestaat. Voor de parameters waarvoor wel een sectorale emissiegrenswaarde bepaald is, primeert deze steeds op de algemene emissiegrenswaarde, onafhankelijk van het feit of de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" al dan niet expliciet opgenomen is. De schrapping van de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden bepaald in hoofdstuk 4.4\" heeft geen gevolg voor het samenspel tussen de algemene en de sectorale emissiegrenswaarden. Indien de betreffende bepaling niet is opgenomen, geldt immers de rangorde op basis van het lex specialis beginsel. Dit impliceert dat de sectorale bepalingen dus steeds voorrang hebben op de algemene bepalingen, ook indien de zinsnede \"in afwijking van de algemene bepalingen...\" ontbreekt. De schrapping van deze bepaling heeft bijgevolg geen inhoudelijke wijziging van de wetgeving tot gevolg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 2° Dit punt heft paragraaf 2 op. Deze bepaling wordt gedekt door de algemene voorwaarden van VLAREM II (artikel 4.4.4.1, § 3, en artikel 4.4.3.2, § 1).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-157\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 157</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.5.1.7 van titel II van het VLAREM. Deze wijziging is conform de wijziging van artikel 5.2.1.9 en artikel 5.4.1.7 van titel II van het VLAREM in het kader van de CLP-verordening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-158\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 158</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt vanaf 1 juni 2015 hoofdstuk 5.6 van titel II van het VLAREM. Hoofdstuk 5.6 betreffende de vaste brandstoffen wordt vervangen door een nieuw hoofdstuk 5.6 voor de brandstoffen en brandbare vloeistoffen. Deze wijziging is conform de wijziging van de indelingslijst met betrekking tot rubriek 6. Door de aanpassing van VLAREM aan de CLP-verordening, wordt de huidige rubriek 17 integraal vervangen en zal naar de toekomst enkel nog van toepassing zijn voor de opslag en aanwezigheid van gevaarlijke producten. Omdat de CLP-indeling slechts geldt voor vloeistoffen met een vlampunt tot 60 ° C, zal rubriek 17 dus tot die producten beperkt blijven. P3 en P4-producten zonder gevarenindeling en brandstofverdeelinstallaties (geen opslag, voorheen rubriek 17.3.9.) vallen bijgevolg niet langer onder de aangepaste rubriek 17 Om voor de opslag van deze \"brandbare vloeistoffen\" en de brandstofverdeelinstallaties de vergunnings- of meldingsplicht te behouden en op die manier ook duidelijkheid en eenvormigheid te verzekeren naar het milieuvoorwaardenkader toe, worden aan hoofdstuk 5.6 nieuwe afdelingen toegevoegd, namelijk afdeling 5.6.1 voor de brandbare vloeistoffen en afdeling 5.6.2 voor de brandstofverdeelinstallaties. In deze afdelingen worden de huidige voorwaarden van hoofdstuk 5.17, die momenteel van toepassing zijn op de opslag van loutere P3- en P4-producten overgenomen evenwel aangepast aan de CLP-verordening. Voor de voorwaarden aangaande verdeelinstallaties, uitstoot van VOS en damprecuperatie wordt dezelfde oefening gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaarden specifiek bestemd voor de opslaghouders blijven echter behouden in hoofdstuk 5.17 van titel II van het VLAREM. Voor houders die vanaf 1 juni 2015 onder toepassing van rubriek 6.4 vallen en voorheen niet ingedeeld waren of waar er gewijzigde voorwaarden op van toepassing worden, worden overgangsbepalingen toegevoegd. Na de eerste principiële goedkeuring van dit besluit werd artikel 5.6.1.1.6, § 1, bijkomend aangepast. De verwijzing naar Algemeen Reglement op de Arbeidsbescherming is niet meer relevant (verwijzing naar Codex is immers ook al in andere soortgelijke artikelen doorgevoerd). Dit wordt aangepast naar analogie met art. 5.17.4.1.8. § 1 (CLP-versie), namelijk \"De elektrische installaties, toestellen en verlichtingstoestellen beantwoorden aan de voorschriften van de Codex voor het Welzijn op het Werk en van het AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties), in het bijzonder de artikelen die handelen over ruimten waarin een ontplofbare atmosfeer kan ontstaan.\" Artikel 5.6.1.2.12 en artikel 5.6.1.3.18 van titel II van het VLAREM regelen de overgangsregeling voor respectievelijk bestaande ondergrondse en bovengrondse houders waarin brandbare vloeistoffen in opslag zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling krijgt voorrang op de algemene overgangsbepaling van 3.2.3.3 van titel II van VLAREM. Voor houders vanaf 1 juni 2015 (strenger) worden ingedeeld in rubriek 6.4 van de indelingslijst zijn naast de afstands- en verbodsregels ook de scheidingsafstanden, de bepalingen betreffende de installatie- en constructiewijze, de bijhorende leidingen, het vulpunt en de vulplaats niet van toepassing. Dit is met behoud van de mogelijkheid bijzondere voorwaarden op te leggen in de milieuvergunning. Verdere verplichtingen op het gebied van onderzoek en uitrusting treden gefaseerd in werking vanaf 1 juni 2016 of 1 juni 2018.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na de eerste principiële goedkeuring van dit besluit werd artikel 5.6.2.1.3, § 1, bijkomend aangepast. In artikel 5.6.2.1.3 § 1 (vanaf 01.06.2015) waren de wijzigingen aangaande de elektrische installaties, die in het huidige versie van art. 5.17.5.3 van titel II van het VLAREM worden doorgevoerd, niet opgenomen. De bepalingen van artikel 5.6.2.1.3, § 1, worden nu aangepast aan de analoge bepalingen van artikel 5.17.5.3. Ook artikel 5.6.2.1.6, 1°, werd gewijzigd: na de bepaling \"de rand van de houder\" worden de woorden \" voor gevaarlijke vloeistoffen van groep 1\" toegevoegd ter verduidelijking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-159\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 159</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.7.1.3 van titel II van het VLAREM. Het betreft een wijziging in het kader van de CLP-verordening in paragraaf 3. De categorieën zeer licht ontvlambare en licht ontvlambare vloeistoffen vervangen door overeenkomstige gevarenklassen- en categorieën volgens de CLP-verordening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-160\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 160</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel vervangt artikel 5.7.1.4 van titel II van het VLAREM. De bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" wordt geschrapt. De algemene emissiegrenswaarden zijn steeds van toepassing als er voor de betreffende parameter geen sectorale emissiegrenswaarde bestaat. Voor de parameters waarvoor wel een sectorale emissiegrenswaarde bepaald is, primeert deze steeds op de algemene emissiegrenswaarde, onafhankelijk van het feit of de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" al dan niet expliciet opgenomen is. De schrapping van de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden bepaald in hoofdstuk 4.4\" heeft geen gevolg voor het samenspel tussen de algemene en de sectorale emissiegrenswaarden. Indien de betreffende bepaling niet is opgenomen, geldt immers de rangorde op basis van het lex specialis beginsel. Dit impliceert dat de sectorale bepalingen dus steeds voorrang hebben op de algemene bepalingen, ook indien de zinsnede \"in afwijking van de algemene bepalingen...\" ontbreekt. De schrapping van deze bepaling heeft bijgevolg geen inhoudelijke wijziging van de wetgeving tot gevolg. Bepalingen die gedekt worden door de algemene voorwaarden van VLAREM II worden hier geschrapt Het betreft de schrapping van punt 3° in de tabel met emissiegrenswaarden. Deze emissiegrenswaarden zijn overbodig, aangezien ze ook opgenomen zijn in de tabel van artikel 5.5.1.6 van titel II van het VLAREM. Artikel 161 Dit artikel wijzigt artikel 5.7.2.3, § 2, van titel II van het VLAREM. Punt 1° : Bepalingen die gedekt worden door de algemene voorwaarden van VLAREM II (artikel 4.4.3.3, § 1) worden hier geschrapt. Ook de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" wordt geschrapt. De algemene emissiegrenswaarden zijn steeds van toepassing als er voor de betreffende parameter geen sectorale emissiegrenswaarde bestaat. Voor de parameters waarvoor wel een sectorale emissiegrenswaarde bepaald is, primeert deze steeds op de algemene emissiegrenswaarde, onafhankelijk van het feit of de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" al dan niet expliciet opgenomen is. De schrapping van de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden bepaald in hoofdstuk 4.4\" heeft geen gevolg voor het samenspel tussen de algemene en de sectorale emissiegrenswaarden. Indien de betreffende bepaling niet is opgenomen, geldt immers de rangorde op basis van het lex specialis beginsel. Dit impliceert dat de sectorale bepalingen dus steeds voorrang hebben op de algemene bepalingen, ook indien de zinsnede \"in afwijking van de algemene bepalingen...\" ontbreekt. De schrapping van deze bepaling heeft bijgevolg geen inhoudelijke wijziging van de wetgeving tot gevolg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 2° : dit punt vervangt punt a) in het kader van het Protocol van Göteborg (GP).</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit protocol beoogt de reductie van atmosferische emissies van stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxiden (SO2), vluchtige organische stoffen (VOS) en ammoniak (NH3). Hiervoor werden in het protocol voor de betrokken polluenten nationale emissieplafonds opgelegd en werden installatievoorschriften (veelal in de vorm van emissiegrenswaarden) en productnormen vastgesteld voor diverse sectoren en activiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De emissiegrenswaarden en productnormen komen grotendeels overeen met de bepalingen uit EU-regelgeving (voornamelijk richtlijn Industriële Emissies 2010/75/EG en diverse BBT-referentie-documenten). De emissieplafonds zijn berekend op basis van de verwachte groei in activiteiten en energieverbruik en de evolutie van de emissie onder huidig EU-beleid. Dit betekent dat de meeste bepalingen al zijn opgenomen in de Vlaamse regelgeving (middels de implementatie van de RIE via het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2013Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/08/2001 numac 2001000726 bron ministerie van binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/10/2013 numac 2013000542 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de bescherming van de bevolking, van de werknemers en het leefmilieu tegen het gevaar van de ioniserende stralingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten1, VLAREM-trein 2012) of er binnenkort, bij de omzetting van de recent gepubliceerde BREF-conclusies, in zullen worden opgenomen. Enkele bepalingen zijn afkomstig uit oudere BREF's die nog niet onder het toepassingsgebied van de RIE vallen. Deze bepalingen worden middels dit besluit omgezet. Deze hebben betrekking op de productie van titaandioxide, de productie van salpeterzuur, installaties voor het walsen van metalen en gieterijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel heeft betrekking op de productie van titaandioxide. Voor de productie van titaandioxide wordt een norm voor SO2 toegevoegd voor het chlorideproces (bestond enkel voor het sulfaatproces); voor de productie van salpeterzuur wordt de norm voor NOx verstrengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 3° Dit punt betreft een tekstuele aanpassing overeenkomstig de Rectificatie van de RIE. Artikel 162 Dit artikel wijzigt artikel 5.7.2.5 van titel II van het VLAREM En betreft een tekstuele aanpassing overeenkomstig de Rectificatie van de RIE. Artikel 163 Dit artikel wijzigt artikel 5.7.3.2 van titel II van het VLAREM. Punt 1° Dit punt voert een terminologische aanpassing door in paragraaf 3 (rookgasontzwaveling wordt vervangen door afgasontzwaveling).</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 2° Dit punt heft punt 1° van paragraaf 4 op. Dit punt bevat namelijk voorwaarden die van toepassing waren tot 31 december 2011. Daar deze termijn is verstreken, kunnen deze geschrapt worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 3° Dit punt wijzigt punt 2° van paragraaf 4 als gevolg van voormeld punt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 4° Dit punt vervangt paragraaf 5 teneinde alle bepalingen omtrent luchtemissiegrenswaarden uniform te maken doorheen het gehele VLAREM. Zo wordt de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" geschrapt. De algemene emissiegrenswaarden zijn steeds van toepassing als er voor de betreffende parameter geen sectorale emissiegrenswaarde bestaat. Voor de parameters waarvoor wel een sectorale emissiegrenswaarde bepaald is, primeert deze steeds op de algemene emissiegrenswaarde, onafhankelijk van het feit of de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" al dan niet expliciet opgenomen is. De schrapping van de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden bepaald in hoofdstuk 4.4\" heeft geen gevolg voor het samenspel tussen de algemene en de sectorale emissiegrenswaarden. Indien de betreffende bepaling niet is opgenomen, geldt immers de rangorde op basis van het lex specialis beginsel. Dit impliceert dat de sectorale bepalingen dus steeds voorrang hebben op de algemene bepalingen, ook indien de zinsnede \"in afwijking van de algemene bepalingen...\" ontbreekt. De schrapping van deze bepaling heeft bijgevolg geen inhoudelijke wijziging van de wetgeving tot gevolg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 5° Dit punt wijzigt paragraaf 7 door een terminologische aanpassing (rookgassen wordt vervangen door afgassen).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-164\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 164</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel vervangt paragraaf 2 van artikel 5.7.1.4 van titel II van het VLAREM enerzijds omwille van terminologische aanpassingen en anderzijds in het kader van het protocol van Göteborg. Ook de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" wordt geschrapt. De algemene emissiegrenswaarden zijn steeds van toepassing als er voor de betreffende parameter geen sectorale emissiegrenswaarde bestaat. Voor de parameters waarvoor wel een sectorale emissiegrenswaarde bepaald is, primeert deze steeds op de algemene emissiegrenswaarde, onafhankelijk van het feit of de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" al dan niet expliciet opgenomen is. De schrapping van de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden bepaald in hoofdstuk 4.4\" heeft geen gevolg voor het samenspel tussen de algemene en de sectorale emissiegrenswaarden Indien de betreffende bepaling niet is opgenomen, geldt immers de rangorde op basis van het lex specialis beginsel. Dit impliceert dat de sectorale bepalingen dus steeds voorrang hebben op de algemene bepalingen, ook indien de zinsnede \"in afwijking van de algemene bepalingen...\" ontbreekt. De schrapping van deze bepaling heeft bijgevolg geen inhoudelijke wijziging van de wetgeving tot gevolg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-165\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 165</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.7.5.1, § 2, van titel II van het VLAREM. Punt 1° Dit punt doet een terminologische aanpassing teneinde alle bepalingen inzake luchtemissiegrenswaarden doorheen het gehele VLAREM uniform te omschrijven Ook de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" wordt geschrapt. De algemene emissiegrenswaarden zijn steeds van toepassing als er voor de betreffende parameter geen sectorale emissiegrenswaarde bestaat. Voor de parameters waarvoor wel een sectorale emissiegrenswaarde bepaald is, primeert deze steeds op de algemene emissiegrenswaarde, onafhankelijk van het feit of de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" al dan niet expliciet opgenomen is. De schrapping van de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden bepaald in hoofdstuk 4.4\" heeft geen gevolg voor het samenspel tussen de algemene en de sectorale emissiegrenswaarden. Indien de betreffende bepaling niet is opgenomen, geldt immers de rangorde op basis van het lex specialis beginsel. Dit impliceert dat de sectorale bepalingen dus steeds voorrang hebben op de algemene bepalingen, ook indien de zinsnede \"in afwijking van de algemene bepalingen...\" ontbreekt. De schrapping van deze bepaling heeft bijgevolg geen inhoudelijke wijziging van de wetgeving tot gevolg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 2° Dit punt vervangt de eenheid \"g/u\" door het correcte \"g/h\". De afkorting van de tijdseenheid uur is immers \"h\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 3° Dit punt voert een terminologische aanpassing door (grenswaarde vervangen door emissiegrenswaarde).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-166\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 166</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel vervangt paragraaf 3 van artikel 5.7.6.1 van titel II van het VLAREM. Het betreft een terminologische aanpassing teneinde alle bepalingen inzake luchtemissiegrenswaarden doorheen het gehele VLAREM uniform te omschrijven Ook de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" wordt geschrapt. De algemene emissiegrenswaarden zijn steeds van toepassing als er voor de betreffende parameter geen sectorale emissiegrenswaarde bestaat. Voor de parameters waarvoor wel een sectorale emissiegrenswaarde bepaald is, primeert deze steeds op de algemene emissiegrenswaarde, onafhankelijk van het feit of de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" al dan niet expliciet opgenomen is. De schrapping van de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden bepaald in hoofdstuk 4.4\" heeft geen gevolg voor het samenspel tussen de algemene en de sectorale emissiegrenswaarden. Indien de betreffende bepaling niet is opgenomen, geldt immers de rangorde op basis van het lex specialis beginsel. Dit impliceert dat de sectorale bepalingen dus steeds voorrang hebben op de algemene bepalingen, ook indien de zinsnede \"in afwijking van de algemene bepalingen...\" ontbreekt. De schrapping van deze bepaling heeft bijgevolg geen inhoudelijke wijziging van de wetgeving tot gevolg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 167</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 5.7.7.1 van titel II van het VLAREM. In beide punten betreffen het terminologische aanpassingen (conform VLAREL, uniformiteit benaming parameters). Ook de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" wordt geschrapt. De algemene emissiegrenswaarden zijn steeds van toepassing als er voor de betreffende parameter geen sectorale emissiegrenswaarde bestaat. Voor de parameters waarvoor wel een sectorale emissiegrenswaarde bepaald is, primeert deze steeds op de algemene emissiegrenswaarde, onafhankelijk van het feit of de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden\" al dan niet expliciet opgenomen is. De schrapping van de bepaling \"in afwijking van de algemene emissiegrenswaarden bepaald in hoofdstuk 4.4\" heeft geen gevolg voor het samenspel tussen de algemene en de sectorale emissiegrenswaarden Indien de betreffende bepaling niet is opgenomen, geldt immers de rangorde op basis van het lex specialis beginsel. Dit impliceert dat de sectorale bepalingen dus steeds voorrang hebben op de algemene bepalingen, ook indien de zinsnede \"in afwijking van de algemene bepalingen...\" ontbreekt. De schrapping van deze bepaling heeft bijgevolg geen inhoudelijke wijziging van de wetgeving tot gevolg.</p></div>", "next": 238904}