{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De Regering kan haar aanneming afhankelijk stellen van de overlegging van een onteigeningsplan. § 6. Wordt het regeringsbesluit niet binnen de termijn bedoeld in paragraaf 5, lid 1 dan wel 2, aan het gemeentecollege of aan de persoon bedoeld in artikel D.V.2, § 1, 2°, gericht, kan het gemeentecollege of de persoon bedoeld in artikel D.V.2, § 1, 2°, per zending een herinneringsschrijven aan de Regering richten. Als de Regering bij verstrijken van een nieuwe termijn van zestig dagen, ingaand bij de ontvangst van het herinneringsschrijven, haar beslissing niet verstuurd heeft, wordt het verzoek geweigerd geacht. § 7. Binnen de tien dagen na bekendmaking van haar beslissing verstuurt de Regering of de persoon die zij daartoe machtigt een afschrift van de beslissing aan elke gemeente waarop de herziening van het gewestplan betrekking heeft, waarna bedoelde gemeenten het publiek daarover inlichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het regeringsbesluit als definitieve aanneming van de omtrek voor een te herontwikkelen locatie in de zin van artikel D.V.2, § 7, geldt, richt de Regering of de persoon die zij daartoe machtigt een afschrift van het besluit aan de eigenaars van de betrokken onroerende goederen die binnen de vijftien dagen na ontvangst van het afschrift van het besluit er kennis van geeft aan de personen bedoeld in artikel D.V.2, § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het regeringsbesluit als erkenningsomtrek geldt in de zin van het decreet van 11 maart 2004Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/04/2004 numac 2004200991 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid sluiten betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid, wordt van het plan met betrekking tot de erkenning van het gebied kennis gegeven aan de leidend ambtenaar en aan de operator in de zin van hetzelfde decreet. Afdeling 5. - Opmakingsprocedure Art. D.II.53. De bepalingen voor de herziening van het gewestplan zijn van toepassing op de opmaak ervan. HOOFDSTUK IV. - Gezamenlijke procedure voor gewestplannen en vergunningen Art. D.II.54. § 1. De procedure voor de aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning, van een milieuvergunning of van een globale vergunning in de zin van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning kan gezamenlijk met een procedure tot herziening van het gewestplan uitgevoerd worden wanneer ze noodzakelijk is voor de toekenning van de betrokken vergunning : 1° voor een hoofdinfrastructuur in de zin van artikel D.II.21, § 1; 2° voor een ontwerp van steengroeve gebonden aan de ontsluiting van een ontginningsgebied en aanhorigheden van een ontginningsgebied;3° voor elk ontwerp waarvan de omvang en de socio-economische impact belangrijk zijn en door de Regering erkend worden in het bericht van ontvangst van de aanvraag;4° voor elk ontwerp met het oog op de uitbreiding van een economische activiteit bestemd voor ambachten, diensten, distributie, onderzoek, kleine industrie of toerisme die voor de inwerkingtreding van het gewestplan op de site aanwezig is en waarvan grondinneming niet groter is dan twee hectare. § 2. De aanvraag tot herziening van het gewestplan bedoeld in de artikelen D.II.47, § 1, en D.II.48, § 3, wordt aan de Regering gericht, die er ontvangst van bericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunningsaanvraag wordt ingediend binnen een termijn waarin het eenmalig openbaar onderzoek overeenkomstig het vierde lid georganiseerd kan worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit geval omvat de milieueffectenbeoordeling de elementen vereist voor de herziening van het gewestplan en de elementen vereist voor de vergunningsaanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontwerp van herziening van het gewestplan en de vergunningsaanvraag worden onderworpen aan hetzelfde eenmalig openbaar onderzoek volgens de modaliteiten die respectievelijk toepasselijk zijn op de herziening van het gewestplan en op de vergunningsaanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De duur van het onderzoek is de voor de herziening van het gewestplan toepasselijke duur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De adviezen die respectievelijk in de artikelen D.II.49 en D.IV.35 bedoeld zijn, worden aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt niet afgeweken van de regels betreffende de herziening van het gewestplan, noch van de regels betreffende de vergunningsaanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende bijzondere bepalingen zijn evenwel van toepassing : 1° de vergunning wordt verstrekt door de Regering;2° de termijnen voor de behandeling van de vergunningsaanvraag worden verlengd met de termijn gebruikt om te beslissen over de aanvraag tot herziening van het gewestplan; 3° de termijnen voor de behandeling van de aanvraag tot herziening van het gewestplan worden verlengd met de termijnen gebruikt om het dossier m.b.t. de vergunningsaanvraag aan te vullen indien het onvolledig wordt verklaard, of om de formaliteiten volgend op een wijziging van de vergunningsaanvraag uit te voeren; 4° de milieuvergunningsaanvraag of de globale vergunningsaanvraag wordt behandeld overeenkomstig het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning tot de zending van het syntheseverslag aan de Regering;wanneer het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning de technisch ambtenaar en, in voorkomend geval, de gemachtigd ambtenaar als bevoegde overheid aanwijst, richt(en) die ambtenaar(aren) een syntheseverslag aan de Regering binnen dezelfde termijnen als de termijnen waarover ze beschikken wanneer het gemeentecollege de bevoegde overheid is; 5° een voorafgaande gezamenlijke informatievergadering wordt gehouden voor de aanvraag tot herziening van het gewestplan en het ontwerp. De Regering beslist gelijktijdig over de herziening van het gewestplan en van de vergunningsaanvraag. In geval van toekenning van de vergunning, begint bedoelde vergunning slechts te lopen de dag na de inwerkingtreding van het herziene plan. HOOFDSTUK V. - Juridische gevolgen Afdeling 1. - Algemeen Art. D.II.55. De Regering verleent bindende kracht aan het gewestplan, met uitzondering van het bodembestemmingsplan, bedoeld in artikel D.II.44, lid 2, dat informatieve waarde heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De grafische en de geschreven voorschriften van de plannen hebben reglementaire waarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij tegenspraak tussen de grafische en de geschreven voorschriften, hebben de grafische voorschriften voorrang op de geschreven voorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.II.56. Het gewestplan blijft in werking tot op het ogenblik waarop het geheel of gedeeltelijk vervangen wordt door een gewestplan na een herziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.II.57. De voorschriften van de plannen kunnen beperkingen van het eigendomsrecht inhouden, met inbegrip van een bebouwingsverbod in de zin van artikel D.IV.2 of een verbod tot uitvoering van de handelingen en werken bedoeld in artikel D.IV.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL III. - Overgangsrecht HOOFDSTUK I. - Gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan Art. D.II.58. Het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan dat op de datum van inwerkingtreding van het Wetboek vigerend is, wordt het ruimtelijk ontwikkelingsplan en wordt onderworpen aan de desbetreffende bepalingen. HOOFDSTUK II. - Gemeentelijke ontwikkelingsplannen Afdeling 1. - Gemeentelijk structuurplan Art. D.II.59. § 1. Het gemeentelijk structuurplan dat op de datum van inwerkingtreding van het Wetboek vigerend is, wordt het gemeentelijk ontwikkelingsplan en wordt onderworpen aan de desbetreffende bepalingen. § 2. De behandeling van het ontwerp van gemeentelijk structuurplan of van ontwerp tot herziening van het gemeentelijk structuurplan dat voorlopig door de gemeenteraad vóór de inwerkingtreding van het Wetboek aangenomen is, wordt verder behandeld volgens de vóór die datum vigerende bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van goedkeuring door de Regering wordt het gemeentelijk structuurplan, een gemeentelijk ontwikkelingsplan en wordt het onderworpen aan de desbetreffende bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opheffing besloten door de gemeenteraad vóór de inwerkingtreding van het Wetboek, kan verder worden behandeld volgens de voor die datum vigerende procedure. Afdeling 2. - Stedenbouwkundig en leefmilieuverslag Art. D.II.60. Het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag dat op de datum van inwerkingtreding van het Wetboek vigerend is, wordt een lokaal beleidsontwikkelingsplan en wordt onderworpen aan de desbetreffende bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.II.61. De behandeling van het ontwerp van stedenbouwkundig en leefmilieuverslag of van het ontwerp tot herziening van het stedenbouwkundig en leefmilieuverslag dat door het gemeentecollege vóór de inwerkingtreding van het Wetboek aan een openbaar onderzoek onderworpen is, wordt verder behandeld volgens de vóór die datum vigerende bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzelfde geldt voor het stedenbouwkundig verslag dat vóór de inwerkingtreding van het Wetboek wordt opgemaakt of herzien wanneer : 1° ofwel het college overeenkomstig artikel 33, § 2, eerste lid, van het Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium de omvang en de nauwkeurigheidsgraad van de gegevens die het bevat, heeft bepaald;2° ofwel de gemeenteraad overeenkomstig artikel 18ter, § 2, tweede lid, van het Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium, het verslag heeft vrijgesteld van het milieueffectenverslag vereist overeenkomstig artikel 33, § 2, 2°, van genoemd Wetboek. In geval van goedkeuring door de Regering wordt het een lokaal beleidsontwikkelingsplan en wordt het onderworpen aan de desbetreffende bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opheffing besloten door de gemeenteraad vóór de inwerkingtreding van het Wetboek, kan verder worden behandeld volgens de voor die datum vigerende procedure. HOOFDSTUK III. - Plannen van aanleg Afdeling 1. - Gewestplan Onderafdeling 1. - Bestemming en algemene voorschriften van de gebieden Art. D.II.62. De in de gewestplannen opgenomen volgende gebieden worden op de datum van inwerkingtreding van hun opname in laatstgenoemde plannen bekrachtigd : 1° de woonuitbreidingsgebieden met een landelijk karakter;2° de uitbreidingsgebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen;3° de recreatieuitbreidingsgebieden die de recreactieuitbreidingsgebieden, de recreactieuitbreidingsgebieden met verblijf, de uitbreidingsgebieden van recreatiegebieden met verblijf, de ontspannings- en verblijfuitbreidingsgebieden en de ontspanningsuitbreidingsgebieden omvatten;4° de uitbreidingsgebieden voor ambachtelijke bedrijven of kleine en middelgrote ondernemingen;5° de gebieden voor industriële ontwikkeling die de gebieden voor industriële ontwikkeling en het gebied voor industriële ontwikkeling van Sart-Tilman omvatten;6° de dienstuitbreidingsgebieden;7° de industrie-uitbreidingsgebieden die de industrie-uitbreidingsgebieden, het industrie-uitbreidingsgebied \"BD\", het thermale \"industrie-uitbreidingsgebied, het industrie-uitbreidingsgebied van het onderzoekscentrum Sart-Tilman, het industrie-uitbreidingstgebied \"GE\" omvatten;8° de uitbreidingsgebieden van verblijfsparken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.II.63. In de gewestplannen die in werking waren op datum van inwerkingtreding van dit Wetboek, blijven van toepassing : 1° op het woongebied, het in artikel D.II.24 bedoelde voorschrift; 2° op het woongebied met een landelijk karakter, het in artikel D.II.25 bedoelde voorschrift; 3° op het uitbreidingsgebied van het woongebied en op het woonuitbreidingsgebied met een landelijk karakter en op het uitbreidingsgebied van het verblijfspark, het in artikel D.II.42 bedoelde voorschrift; 4° op het gebied voor gemeenschaps- en openbare nutsvoorziening, op de militaire domeinen en op de andere gebieden voor openbare nutsvoorzieningen en infrastructuren, het in artikel D.II.26, § 1, bedoelde voorschrift; 5° op de gebieden van centra voor technische ingraving en de aan diens bestemming onttrokken centra voor technische ingraving bedoeld in artikel 63 van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, die definitief vastgesteld zijn bij de Regering aan het einde van de procedure voor de opmaking van het plan van de centra voor technische ingraving opgestart vóór 1 maart 1998, het in artikel D.II.26, § 2, bedoelde voorschrift; 6° op het recreatiegebied en het recreatie-uitbreidingsgebied, het in artikel D.II.27 bedoelde voorschrift; 7° op het gebied voor ambachten of kleine en middelgrote ondernemingen, op het uitbreidingsgebied voor ambachten of kleine en middelgrote ondernemingen, op het onderzoeksindustriegebied, op het dienstengebied en op het dienstenuitbreidingsgebied, de in de artikel D.II.28 en D.II.29 bedoelde voorschriften; 8° op het industriegebied, de in de artikelen D.II.28 en D.II.30 bedoelde voorschriften van toepassing; 9° op de specifieke bedrijfsruimte met als overdruk merk \"A.E.\", de voorschriften bedoeld in de artikelen D.II.28 en D.II.31, § 1, leden 1 en 3; 10° op de specifieke bedrijfsruimte met als overdruk merk \"G.D.\", de voorschriften bedoeld in de artikelen D.II.28 en D.II.31, § 1, leden 2 en 3; 10° op de specifieke bedrijfsruimte met als overdruk merk \"R.M.\", de voorschriften bedoeld in de artikelen D.II.28 en D.II.31, § 2; 12° op het industrie-uitbreidingsgebied en het gebied met een industrieel karakter waarvan de inrichting aan een gemeentelijk overleg onderworpen is, de voorschriften bedoeld in de artikelen D.II.28 en D.II.32; 13° op het ontginningsgebied, de in de artikelen D.II.28 en D.II.33 bedoelde voorschriften; 14° op het ontginningsuitbreidingsgebied, de in de artikelen D.II.28 en D.II.33 bedoelde voorschriften; 15° op het landelijk gebied en op het landbouwgebied, het in artikel D.II.36 bedoelde voorschrift; 16° op het bosgebied, het in artikel D.II.37 bedoelde voorschrift; 17° op het groengebied en het buffergebied, het in artikel D.II.38 bedoelde voorschrift; 18° op het natuurgebied en op het natuurgebied met een wetenschappelijke waarde, het in artikel D.II.39 bedoelde voorschrift; 19° op het parkgebied, het in artikel D.II.40 bedoelde voorschrift; 20° op de cultureel, historisch of esthetisch waarvolle gebieden en locaties, de in artikel D.II.21, § 2, 4°, bedoelde omtrek met een culturele, historische of esthetische waarde; 21° op het landschappelijk waardevolle gebied, de in artikel D.II.21, § 2, 3°, bedoelde landschappelijk waardevolle omtrek; 22° op het reserverings- en erfdienstbaarheidgebied, de reserveringsomtrek bedoeld in artikel D.II.21, § 1, lid 2; 23° op de omtrek met waardevolle vergezichten, het in artikel D.II.21, § 2, 1°, bedoelde voorschrift; 24° op de omtrek met ecologische doorgangsgebieden, het in artikel D.II.21, § 2, 2°, bedoelde voorschrift; 25° op de landschappelijk waardevolle omtrek, het in artikel D.II.21, § 2, 3°, bedoelde voorschrift; 26° op de omtrek met culturele, historische en esthetische waarde, het voorschrift bedoeld in artikel D.II.21, § 2, 4°; 27° op de omtrek van ontginningsuitbreidingsgebieden, het in artikel D.II.21, § 2, 5°, bedoelde voorschrift; 28° op de reserveringsomtrek, het in artikel D.II.21, § 1, lid 2, bedoelde voorschrift.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de andere gebieden, nadere aanwijzingen of overdrukken vermeld in de vigerende gewestplannen zijn de voorschriften betreffende de bestemming die overeenstemt met de op het plan aangegeven grondkleur van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.II.64. Permanente bewoning in recreatiegebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in artikel D.II.27 bedoelde recreatiegebied, ongeacht of het al dan niet aangrenzend is aan een woongebied, aan een woongebied met een landelijk karakter of aan een ontsloten gemeentelijk overleggebied dat geheel of gedeeltelijk voor verblijven wordt bestemd, mag woningen bevatten, evenals ambachtelijke activiteiten, dienstverlenende activiteiten, sociaal-culturele uitrustingen, inrichtingen voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen, voor zover tegelijk : 1° dit gebied opgenomen is in het plan met betrekking tot de permanente bewoning;2° dit gebied opgenomen is op de lijst recreatiegebieden, aangenomen door de Regering;3° een stedenbouwkundige vergunning verstrekt is voor groepen van bouwwerken, of een bebouwingsvergunning, voor inwerkingtreding van dit Wetboek;4° de wegen en de openbare of gemeenschappelijke ruimten van het gebied onder het publiek domein vallen;5° de ambachtelijke, dienstverlenende activiteiten, de activiteiten van de sociaal-culturele voorzieningen, van de inrichtingen van openbare diensten en gemeenschappelijke uitrustingen elkaar aanvullen en onderworpen zijn aan de recreatie- of woonfunctie. Op verzoek van de gemeenteraad kan de Regering de bebouwingsvergunning bedoeld in 3° opheffen indien dat nodig is voor de uitvoering van het plan met betrekking tot de permanente bewoning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Procedure Art. D.II.65. § 1. De behandeling van de herziening van een gewestplan waarvan het ontwerp door de Regering is aangenomen voor de datum van inwerkingtreding van dit Wetboek, wordt verder behandeld volgens de vóór die datum vigerende bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de herziening van een gewestplan betrekking heeft op de opneming van een ontginningsgebied bedoeld in artikel 32 van het Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium, kan de Regering de herziening definitief vaststellen door een gebied van aanhorigheden van ontginningen zoals bedoeld in artikel D.II.33 over het geheel of een deel van de herziene omtrek voor zover : 1° het aan een openbaar onderzoek onderworpen dossier betrekking had op de opneming van een gebied van aanhorigheden van ontginningen;2° een aanvullend milieueffectenverslag uitgevoerd is; 3° de Regering de compensaties bedoeld in artikel D.II.45, § 3 vaststelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij ontstentenis is het gebied opgenomen op het gewestplan, het ontginningsgebied bedoeld in artikel D.II.41. § 2. Voor de andere procedures die op de datum van inwerkingtreding van het Wetboek vigerend zijn, wordt de procedure bedoeld bij het Wetboek toegepast met dien verstande dat : 1° de zending van de aanvraag bedoeld in artikel 42bis van het Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium, samen met het basisdossier, van de gegevens betreffende het verloop van de procedure inzake de informatie van het publiek en het advies van de gemeenteraad (-raden) als zending geldt in de zin van artikel D.II.48, § 3; 2° het besluit van de Regering tot vaststelling van het voorontwerp van plan als beslissing tot herziening, voorlopige aanneming van het gewestplan, voorlopige aanneming van de compensaties en basisdossier in de zin van de artikel D.II.44 en D.II.48, § 5, geldt; 3° het vóór de datum van inwerkingtreding van het Wetboek voltooide milieueffectenonderzoek als verslag over de milieugevolgen geldt;4° het op de datum van inwerkingtreding van het Wetboek vigerende milieueffectenonderzoek verder behandeld wordt en bij de voltooiing ervan het verslag over de milieugevolgen vormt. Afdeling 2. - Gemeentelijk plan van aanleg Onderafdeling 1. - Juridische draagwijdte Art. D.II.66. § 1. Het gemeentelijk plan van aanleg, het afwijkend gemeentelijk plan van aanleg en het gemeentelijk plan van aanleg tot herziening van het op de datum van inwerkingtreding van het Wetboek vigerende gewestplan worden een lokaal beleidsontwikkelingsplan en vallen onder de desbetreffende bepalingen. § 2. Tenzij het uitdrukkelijk wordt opgeheven, is het plan bedoeld in paragraaf 1 en goedgekeurd door de Regering voor de inwerkingtreding van het gewestplan, dat niet geheel of gedeeltelijk herzien is na de inwerkingtreding van het gewestplan, gedurende achttien maanden te rekenen van de inwerkingtreding van het Wetboek van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenzij het uitdrukkelijk wordt opgeheven, is het deel van het plan bedoeld in paragraaf 1 en goedgekeurd door de Regering voor de inwerkingtreding van het gewestplan, gedurende achttien maanden te rekenen van de inwerkingtreding van het Wetboek van toepassing voor zover dat deel niet herzien is na de inwerkingtreding van het gewestplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenteraad kan evenwel de geldigheid van het plan, dat een lokaal beleidsontwikkelingsplan is geworden, voor een periode van zes jaar verlengen. De beslissing tot verlenging dient minstens twee maanden voor verstrijken van de termijn bedoeld in lid 1 of in lid 2 genomen te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opheffing volgt van rechtswege.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de drie maanden na de installatie van de gemeenteraden volgend op de verkiezingen richt DGO4 aan elke betrokken gemeenteraad de lijst van de lokale beleidsontwikkelingsplannen die de vervaltermijn van achttien jaar of vierentwintig jaar overschrijden tijdens de zes jaren volgend op de installatie van de gemeenteraad. § 3. De bepalingen van de afwijkende gemeentelijke plannen van aanleg betreffende de bestemmingen en die afwijken van het gewestplan herzien het gewestplan in de zin van artikel D.II.56. De Regering kan de modaliteiten voor de omschakeling van de bestemmingen van de afwijkende gemeentelijke plannen naar bestemmingen van het gewestplan vastleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de herzieningen van gemeentelijke plannen van aanleg gaat de kaart met de bestemmingen van het grondgebied bedoeld in artikel 49, 2°, van het \"CWATUP\" tot de herziening van het gewestplan over in de zin van artikel D.II.56.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plaatselijk beleidsontwikkelingsplan betreffende de oude gemeentelijke afwijkende of herzieningsplannen van aanleg mag niet opgeheven worden wat betreft de bestemmingen die in een herziening van het gewestplan zijn overgegaan. § 4. De gemeenteraad beslist tot het behoud van de gemeentelijke plannen van aanleg, goedgekeurd voor 22 april 1962 en die niet geheel of gedeeltelijk zijn herzien na 22 april 1962. De gemeenteraad neemt zijn beslissing binnen een termijn van twaalf maanden na de inwerkingtreding van het Wetboek. Bij ontstentenis worden ze van rechtswege opgeheven. Binnen de drie maanden na de inwerkingtreding van het Wetboek richt DGO4 de lijst van die ontwikkelingsplannen aan elke betrokken gemeenteraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Procedure Art. D.II.67. De opmaking of de herziening van een gemeentelijk plan van aanleg waarvan het voorontwerp aangenomen is of waarvan het ontwerp voorlopig aangenomen is door de gemeenteraad vóór de inwerkingtreding van het Wetboek, wordt verder behandeld volgens de vóór die datum vigerende bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van goedkeuring door de Regering wordt het een plaatselijk beleidsontwikkelingsplan en wordt het onderworpen aan de desbetreffende bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de gemeentelijk herzieningsplannen van aanleg gaat de kaart met de bestemmingen van het grondgebied bedoeld in artikel 49, 2°, van het Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium tot de herziening van het gewestplan over in de zin van artikel D.II.56.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opheffing besloten door de gemeenteraad vóór de inwerkingtreding van het Wetboek, kan verder worden behandeld volgens de voor die datum vigerende procedure. HOOFDSTUK IV. - Andere plannen en schema's Art. D.II.68. § 1. Het leidend plan goedgekeurd door de Regering of het leidend schema aangenomen door de gemeenteraad, voor zover de goedkeuring door de Regering of de gemeente vóór 1 maart 1998 heeft plaatsgevonden, wordt een lokaal beleidsontwikkelingsplan en valt onder de desbetreffende bepalingen. § 2. Tenzij het uitdrukkelijk wordt opgeheven, is het plan of het schema bedoeld in paragraaf 1 en goedgekeurd door de Regering voor de inwerkingtreding van het gewestplan, dat niet geheel of gedeeltelijk herzien is na de inwerkingtreding van het gewestplan, gedurende achttien maanden te rekenen van de inwerkingtreding van het Wetboek van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenzij het uitdrukkelijk wordt opgeheven, is het deel van het plan of van het schema bedoeld in paragraaf 1 en goedgekeurd door de Regering voor de inwerkingtreding van het gewestplan, gedurende achttien maanden te rekenen van de inwerkingtreding van het Wetboek van toepassing voor zover dat deel niet herzien is na de inwerkingtreding van het gewestplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenteraad kan evenwel de geldigheid van het plan of schema voor een periode van zes jaar verlengen. De beslissing tot verlenging dient minstens twee maanden voor verstrijken van de termijn bedoeld in lid 1 of in lid 2 genomen te worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opheffing wordt van rechtswege verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de drie maanden na de installatie van de gemeenteraden volgend op de verkiezingen richt DGO4 aan elke betrokken gemeenteraad de lijst van de lokale beleidsontwikkelingsplannen die de vervaltermijn van achttien jaar of vierentwintig jaar overschrijden tijdens de zes jaren volgend op de installatie van de gemeenteraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">BOEK III. - Leidraden voor stedenbouw TITEL I. - Gewestelijke leidraad voor stedenbouw HOOFDSTUK I. - Algemeen Art. D.III.1. De Regering kan een gewestelijke leidraad voor stedenbouw aannemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gewestelijke leidraad voor stedenbouw zet voor Wallonië of voor een deel van het grondgebied ervan waarvan genoemde leidraad de grenzen afbakent, de doelstellingen inzake ruimtelijke ontwikkeling van het ruimtelijk ontwikkelingsplan om in stedenbouwkundige doelstellingen, via aanwijzigen en normen met inachtneming, in voorkomend geval, van de specificiteiten van het (de) grondgebied(en) waarop genoemde leidraad betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gewestelijke leidraad kan verschillende onderdelen bevatten met onderling verschillende doelen die, in voorkomend geval, tijdens verschillende periodes aangenomen worden. HOOFDSTUK II. - Inhoud Art. D.III.2. § 1. De gewestelijke leidraad voor stedenbouw kan aanwijzingen bevatten inzake : 1° het behoud, de volumetrie en de kleuren, de algemene principes van de ligging van de bouwwerken en installaties op of onder de bodem;2° het behoud, de afmetingen en het uitzicht van de wegen en van de openbare ruimtes;3° de aanplantingen;4° de wijzigingen van het bodemreliëf;5° de inrichting van de omgeving van bouwwerken;6° de afsluitingen;7° de opslagplaatsen;8° de inrichting van lokalen en van de ruimten bestemd voor het parkeren van voertuigen;9° de niet-ingegraven leidingen, kabels en kanalisaties;10° het straatmeubilair 11° de uithangborden, de reclameborden en de aanplakborden;12° de antennes;13° de maatregen inzake de strijd tegen het ondoorlatend maken van de grond. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gewestelijke leidraad voor stedenbouw kan normen bevatten over : 1° de voorwaarden om de bouwwerken en installaties in de zones blootgesteld aan risico's op zware ongevallen, natuurgevaar of een aanzienlijke geotechnische druk in de zin van artikel D.IV.57 op te vangen; 2° wat personen met verminderde beweeglijkheid betreft, de bereikbaarheid en het gebruik van ruimtes en gebouwen of gedeelten van gebouwen die voor het publiek of voor gemeenschappelijk gebruik bestemd zijn;3° de akoestische kwaliteit van bouwwerken, waaronder die gelegen in de zones B, C en D van de plannen voor langetermijnontwikkeling van de gewestelijke luchthavens;4° de beschermde zones van sommige gemeenten inzake stedenbouw, waarvan de Regering de grenzen bepaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in punt 4° bedoelde normen hebben betrekking op de punten 1°, 2°, 4°, 8° en 11° van paragraaf 1. HOOFDSTUK III. - Procedure Art. D.III.3. § 1. De gewestelijke leidraad voor stedenbouw wordt op initiatief van de Regering opgemaakt. § 2. De Regering neemt het ontwerp van leidraad aan. § 3. De Regering legt de ontwerp-leidraad ter advies voor aan de Beleidsgroep Ruimtelijke Ordening en aan de personen en instanties die zij nodig acht te raadplegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de ontwerp-leidraad betrekking heeft op een gedeelte van het gewestelijke grondgebied waarvan genoemd ontwerp de grenzen bepaalt, legt de Regering bedoelde ontwerp-leidraad ter advies voor aan de gemeenteraden en aan de gemeentelijke commissies van de gemeenten waarvan het grondgebied in bedoeld ontwerp ter sprake komt. § 4. De gemeenteraden, de Beleidsgroep Ruimtelijke Ordening alsook de in paragraaf 3 bedoelde personen en instanties maken hun advies aan de Regering over binnen vijfenveertig dagen na de zending van de adviesaanvraag. Zoniet worden de adviezen gunstig geacht. § 5. De Regering neemt de leidraad definitief aan, maakt hem in het Belgisch Staatsblad bekend en maakt hem toegankelijk via de website van het Departement Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw van DGO4.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL II. - Gemeentelijke leidraad voor stedenbouw HOOFDSTUK I. - Algemeen Art. D.III.4. De gemeenteraad kan een gemeentelijke leidraad voor stedenbouw aannemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeentelijke leidraad zet voor het gemeentelijke grondgebied als deel of geheel de doelstellingen inzake de ruimtelijke ontwikkeling van het ruimtelijk ontwikkelingsplan, van het meergemeentelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan en van de gemeentelijke plannen om in stedenbouwkundige doelstellingen, via aanwijzingen en normen met inachtneming van de specificiteiten van het (de) grondgebied(en) dat (die) in genoemde leidraad ter sprake komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeentelijke leidraad kan verschillende onderdelen bevatten met onderling verschillende doelen die, in voorkomend geval, tijdens verschillende periodes aangenomen worden. HOOFDSTUK II. - Inhoud Art. D.III.5. De gemeentelijke leidraad kan een geheel of een deel van de aanwijzingen bedoeld in artikel D.III.2, § 1, bevatten. HOOFDSTUK III. - Procedure Art. D.III.6. § 1. De gemeentelijke leidraad voor stedenbouw wordt opgemaakt op initiatief van de gemeenteraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeentelijke raad en de gemeentelijke commissie worden geïnformeerd over de voorafgaande studies en kunnen op elk ogenblik suggesties doen die zij nuttig achten. § 2. De gemeenteraad neemt het ontwerp van leidraad aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemeentecollege legt de ontwerp-leidraad ter advies voor aan de gemeentelijke commissie, of, bij ontstentenis, aan de Beleidsgroep Ruimtelijke Ordening en aan de gemachtigd ambtenaar, alsook aan de personen en instanties die genoemd college nodig acht te raadplegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het advies wordt binnen vijfenveertig dagen na de zending van de aanvraag van het gemeentecollege overgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoniet wordt het advies gunstig geacht. § 3. De ontwerp-leidraad wordt aan een openbaar onderzoek onderworpen. § 4. De gemeenteraad neemt de leidraad definitief aan. § 5. Binnen acht dagen na de definitieve goedkeuring worden de leidraad en de beslissing van de gemeenteraad samen met de stukken van de procedure overgemaakt aan de gemachtigd ambtenaar en aan het Departement Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw van DGO4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen dertig dagen na de zending van het in het eerste lid bedoelde dossier maakt de gemachtigd ambtenaar hem met zijn advies aan de Regering over. Zoniet wordt het advies van de gemachtigd ambtenaar gunstig geacht. § 6. De Regering keurt de beslissing van de gemeenteraad goed of verwerpt ze bij met redenen omkleed besluit, gezonden binnen negentig dagen na ontvangst van het volledige dossier door het Departement Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw van DGO4. De weigering tot goedkeuring wordt alleen wegens overtreding van het Wetboek of wegens een kennelijke onjuiste beoordeling uitgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn wordt de gemeentelijke leidraad voor stedenbouw goedgekeurd geacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze termijn kan bij een met redenen omkleed besluit één keer met dertig dagen verlengd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de Regering vaststelt dat de leidraad overeenkomstig het eerste lid niet kan worden goedgekeurd, kan ze, vooraleer ze een beslissing neemt, van het gemeentecollege vragen om documenten tot wijziging van de leidraad voor te leggen. De procedure voor de aanneming van de leidraad wordt bij de stap hernomen waar de Regering de tekortkomingen heeft vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het vierde lid bedoelde procedure kan slechts één keer hernomen wordenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissingen van de Regering en van de gemeenteraad worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL III. - Gemeenschappelijke bepalingen HOOFDSTUK I. - Herziening en opheffing Art. D.III.7. § 1. De regels voor de opmaak van de gewestelijke of gemeentelijke leidraad voor stedenbouw gelden ook voor de herziening ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het herzieningsdossier worden evenwel enkel de elementen i.v.m. de overwogen herziening opgenomen. § 2. De Regering kan de gewestelijke leidraad voor stedenbouw geheel of gedeeltelijk opheffen. De gemeenteraad kan de gemeentelijke leidraad voor stedenbouw geheel of gedeeltelijk opheffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regels voor de opmaak van de gewestelijke of gemeentelijke leidraad voor stedenbouw gelden ook voor de opheffing ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een gemeentelijke leidraad kan evenwel geheel of gedeeltelijk bij de aanneming of de herziening van een ontwikkelingsplan of van een gewestplan opgeheven worden overeenkomstig de artikelen D.II. 7, D.II.12, D.II50, D.II.51 en D.II.52. § 3. Tenzij de opheffing uitdrukkelijk is, is de gemeentelijke leidraad of het deel ervan die/dat niet herzien wordt of die/dat geen voorwerp heeft uitgemaakt van een gedeeltelijke herziening, tijdens achttien jaar van toepassing te rekenen van de bekendmaking door vermelding in het Belgisch Staatsblad van het besluit van de Regering tot goedkeuring ervan of van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het bericht waarin wordt vermeld dat de leidraad of het deel van de leidraad goedgekeurd geacht wordt. Die opheffing gebeurt afzonderlijk voor elk van de gedeelten van de leidraad die afzonderlijk zijn uitgewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenzij de opheffing uitdrukkelijk is, is de leidraad of het deel van gemeentelijke leidraad die/dat het voorwerp heeft uitgemaakt van een volledige herziening, tijdens achttien jaar van toepassing te rekenen van de bekendmaking door vermelding in het Belgisch Staatsblad van het besluit van de Regering tot goedkeuring ervan of van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het bericht waarin wordt vermeld dat de leidraad of het deel van de leidraad goedgekeurd geacht wordt. Die opheffing gebeurt afzonderlijk voor elk van de gedeelten van de leidraad die afzonderlijk zijn uitgewerkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenteraad kan evenwel de geldigheid van de leidraad of een gedeelte van de leidraad voor een periode van zes jaar verlengen. De beslissing tot verlenging wordt minstens twee maanden voor het verstrijken van de in het eerste of in het tweede lid bedoelde termijn genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opheffing volgt van rechtswege. HOOFDSTUK II. - Juridische gevolgen Art. D.III.8. Leidraden voor stedenbouw hebben een indicatieve waarde, met uitzondering van de normen van de gewestelijke leidraad die bindende kracht hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gewestelijke leidraad voor stedenbouw is van toepassing op het meergemeentelijk ontwikkelingsplan, op het gemeentelijk ontwikkelingsplan, op het lokaal beleidsontwikkelingsplan, op de gemeentelijke leidraad voor stedenbouw, op de vergunning en op het stedenbouwkundige attest nr. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeentelijke leidraad voor stedenbouw is van toepassing op de vergunning en op het stedenbouwkundige attest nr. 2. HOOFDSTUK III. - Hiërarchie Afdeling 1. - Het verband tussen de gewestelijke leidraad en de gemeentelijke leidraad Art. D.III.9. § 1. Een gemeentelijke leidraad voor stedenbouw kan afwijken van de als indicatief beschouwde inhoud van de gewestelijke leidraad voor stedenbouw mits een motivering waaruit blijkt dat de afwijkingen : 1° rekening houdende met de specificiteiten van het grondgebied waarop genoemde leidraad betrekking heeft, verantwoord zijn;2° tot de bescherming, het beheer of de inrichting van de al dan niet bebouwde landschappen bijdragen. Wanneer een gewestelijke leidraad en een gemeentelijke leidraad op een bepaald grondgebied aanwijzingen geven over eenzelfde thema, zijn de aanwijzingen van de gemeentelijke leidraad van toepassing. § 2. Bij tegenspraak tussen een aanwijzing van een bestaande gemeentelijke leidraad voor stedenbouw en een aanwijzing of een norm van een gewestelijke leidraad voor stedenbouw die later in werking treedt, is de aanwijzing of de norm van de gewestelijke leidraad voor stedenbouw van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij tegenspraak tussen aanwijzingen van een gemeentelijke leidraad voor stedenbouw zijn de recentere aanwijzingen van toepassing. Afdeling 2. - Het verband tussen de ontwikkelingsplannen en de leidraden Art. D.III.10. Bij tegenspraak tussen het ruimtelijk ontwikkelingsplan, een meergemeentelijk ontwikkelingsplan, een gemeentelijk ontwikkelingsplan of een plaatselijk beleidsontwikkelingsplan en de aanwijzingen van een gemeentelijke leidraad voor stedenbouw is het plan van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij tegenspraak tussen een meergemeentelijk ontwikkelingsplan, een gemeentelijk ontwikkelingsplan of een lokaal beleidsontwikkelingsplan en een gewestelijke leidraad voor stedenbouw is de leidraad van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een gewestelijke leidraad voor stedenbouw kan afwijken van het ruimtelijk ontwikkelingsplan mits een motivering waaruit blijkt dat de afwijkingen : 1° de doelstellingen inzake ruimtelijke ontwikkeling of ruimtelijke ordening bedoeld in het ruimtelijk ontwikkelingsplan niet bedreigen;2° tot de bescherming, het beheer of de inrichting van de al dan niet bebouwde landschappen bijdragen. TITEL IV. - Overgangsrecht HOOFDSTUK I. - Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen Art. D.III.11. De artikelen 395 tot 397, 399, 400 en 402 van het Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium betreffende het algemeen reglement op de gebouwen dat inzake stedenbouw toepasselijk is in laatstgenoemd wetboek betreffende het algemeen reglement op de gebouwen in landelijk gebied en de artikelen 433, 434, 439 en 440 ervan betreffende het algemeen reglement inzake uithang- en reclameborden worden aanwijzingen in de zin van artikel D.III.2, § 1, en krijgen een indicatieve waarde op de datum van inwerkingtreding van het Wetboek. Ze worden in de gewestelijke leidraad voor stedenbouw opgenomen en blijven van toepassing tot de herziening ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 393, 394, 398, 401 en 403 van het Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium betreffende het algemeen reglement op de gebouwen dat inzake stedenbouw toepasselijk is in de beschermde gebieden van sommige gemeenten alsook de bepalingen van het algemeen reglement op de gebouwen betreffende de bereikbaarheid en het gebruik van ruimten en gebouwen of gedeelten van gebouwen die voor het publiek of voor gemeenschappelijk gebruik bestemd zijn, door personen met verminderde beweeglijkheid en die van de stedenbouwkundige regeling op de akoestische kwaliteit van bouwwerken in de zones B, C en D van de plannen voor langetermijnontwikkeling van de luchthavens Liège-Bierset en Charleroi-Sud zijn normen in de zin van artikel D.III.2, § 2, en behouden hun reglementaire waarde op de datum van inwerkingtreding van het Wetboek. Ze worden in de gewestelijke leidraad voor stedenbouw opgenomen en blijven van toepassing tot de herziening ervan. HOOFDSTUK II. - Gemeentelijke stedenbouwkundige verordeningen Art. D.III.12. De op de datum van inwerkingtreding van het Wetboek vigerende gemeentelijke stedenbouwkundige verordening wordt een gemeentelijke leidraad voor stedenbouw en is onderworpen aan de desbetreffende bepalingen. Zijn bepalingen worden aanwijzingen in de zin van artikel D.III.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.III.13. Het ontwerp van gemeentelijke stedenbouwkundige verordening of het ontwerp van herziening van de gemeentelijke stedenbouwkundige verordening door de gemeenteraad vóór de inwerkingtreding van het Wetboek, worden verder behandeld volgens de vóór die datum vigerende bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de goedkeuring ervan door de Regering wordt het een gemeentelijke leidraad voor stedenbouw en wordt het onderworpen aan de desbetreffende bepalingen. Zijn bepalingen worden aanwijzingen in de zin van artikel D.III.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opheffing besloten door de gemeenteraad vóór de inwerkingtreding van het Wetboek zet de voor die datum vigerende procedure voort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.III.14. Tenzij de opheffing uitdrukkelijk is, is (zijn) de op de datum van inwerkingtreding van het Wetboek vigerende gemeentelijke stedenbouwkundige vergunning(en) die gemeentelijke leidraad voor stedenbouw is (zijn) geworden, die niet herzien wordt (worden) of die geen voorwerp heeft (hebben) uitgemaakt van een gedeeltelijke herziening, tijdens achttien jaar van toepassing te rekenen van de inwerkingtreding van het Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenzij de opheffing uitdrukkelijk is, is (zijn) de op de datum van inwerkingtreding van het Wetboek vigerende gemeentelijke stedenbouwkundige vergunning(en) die gemeentelijke leidraad voor stedenbouw is (zijn) geworden, die na de inwerkingtreding van het Wetboek het voorwerp heeft (hebben) uitgemaakt van een volledige herziening goedgekeurd door de Regering, tijdens achttien jaar van toepassing te rekenen van de bekendmaking door vermelding in het Belgisch Staatsblad van het besluit van de Regering tot goedkeuring van de herziening of van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het bericht waarin wordt vermeld dat de leidraad of het herziene deel van de leidraad goedgekeurd geacht word. Die opheffing gebeurt afzonderlijk voor elk van de gedeelten van de leidraad die het voorwerp heeft uitgemaakt van een afzonderlijke volledige herziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leden 1 en 2 zijn van toepassing op de gemeentelijke verordeningen die overeenkomstig de in het Waalse Gewest toepasselijke wetgeving van de ruimtelijke ordening en stedenbouw genomen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenteraad kan evenwel de geldigheid van de leidraad of een gedeelte van de gemeentelijke leidraad voor een periode van zes jaar verlengen. De beslissing tot verlenging wordt minstens twee maanden voor het verstrijken van de in het eerste of in het tweede lid bedoelde termijn genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opheffing volgt van rechtswege.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen drie maanden na de installatie van de gemeenteraden ten gevolge van de verkiezingen richt DGO4 aan elke betrokken gemeenteraad de lijst van de gedeelten van de leidraad op de vervaldatum van de achttien jaar of van de vierentwintig jaar zullen bereiken tijdens de zes jaar volgend op de installatie van de gemeenteraad of meldt genoemde administratie dat de leidraad de vervaldatum van de achttien jaar of van de vierentwintig jaar zal bereiken tijdens de zes jaar volgend op de installatie van de gemeenteraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.III.15. Binnen een termijn van twaalf maanden na de inwerkingtreding van het Wetboek beslist de gemeenteraad dat de gebouwenverordeningen goedgekeurd voor 22 april 1962, ongeacht of ze al dan niet herzien zijn, behouden moeten worden. Zoniet worden ze opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.III.16. De gemeenteraad beslist dat de handelingen en werken die niet bedoeld zijn in artikel D.IV.4, overeenkomstig de bestaande gemeentelijke verordeningen, aan een vergunning onderworpen moeten blijven binnen een termijn van twaalf maanden na de inwerkingtreding van het Wetboek. Zoniet wordt die verplichting opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">BOEK IV. - Stedenbouwkundige vergunningen en attesten TITEL I. - Algemeen HOOFDSTUK I. - Begrippen Art. D.IV.I. § 1. De handelingen en werken worden : 1° ofwel onderworpen aan een bebouwingsvergunning;2° ofwel onderworpen aan een stedenbouwkundige vergunning;3° ofwel, voor het Franse taalgebied, onderworpen aan een erfgoedcertificaat voorafgaand aan de vergunning;4° ofwel, voor het Franse taalgebied, vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunning en onderworpen aan de aangifte bedoeld in artikel 216/1 van het Waals Erfgoedwetboek;5° ofwel, voor het Franse taalgebied, vrijgesteld van een stedenbouwkundige vergunning en onderworpen aan de vereenvoudigde procedure bedoeld in artikel 216/1, § 3, van het Waals Erfgoedwetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De stedenbouwkundige vergunning voor groepen van bouwwerken is een stedenbouwkundige vergunning die meerdere al dan niet aanpalende bouwwerken als doel heeft, die geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor bewoning of voor een bijkomende woonfunctie, die een geheel vormen en die het voorwerp kunnen uitmaken van één en dezelfde aanvraag. § 2. De Regering bepaalt in de vorm van een nomenclatuur de lijst van de handelingen en werken die wegens hun aard of impact op de buurt of het leefmilieu : 1° vrijgesteld worden van de krachtens artikel D.IV.4 vereiste stedenbouwkundige vergunning; 2° een beperkte impact hebben zoals bedoeld in de artikelen D.IV.15, tweede lid, 2°, en D.IV.48, eerste lid, 1°; 3° niet de verplichte tussenkomst van een architect vereisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die lijst geldt echter niet voor handelingen en werken betreffende onroerende goederen, die op de beschermingslijst opgenomen zijn, op de monumentenlijst staan of voorlopig onderworpen zijn aan de gevolgen van de bescherming, behalve als die onroerende goederen bestanddelen zijn van het in artikel 187, 13°, van het Waalse Erfgoedwetboek bedoelde klein volkspatrimonium. § 3. Ieder die erom verzoekt, krijgt : 1° een stedenbouwkundig attest nr.1 dat de inlichtingen betreffende de stedenbouwkundige toestand van een onroerend goed omvat; 2° een stedenbouwkundig attest nr.2 dat naast de inlichtingen die zijn opgenomen in het attest nr. 1, een beoordeling bevat van het gemeentecollege en van de gemachtigd ambtenaar met betrekking tot de door de aanvrager geplande handelingen en werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK II. - Handelingen die onderworpen zijn aan een bebouwingsvergunning Art. D.IV.2. § 1. De bebouwing van een goed, met inbegrip de dienovereenkomstige bevordering of reclame, wordt onderworpen aan een voorafgaandelijke schriftelijke en uitdrukkelijke vergunning van de bevoegde overheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bebouwing van een goed bestaat in de uitvoering van een stedenbouwkundige conceptie m.b.t. een gezamenlijk project betreffende een goed dat minstens in drie onbebouwde kavels, bestemd voor bewoning, opgedeeld moet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gezamenlijk project beoogt hoofdzakelijk het optrekken van gebouwen die geheel of gedeeltelijk voor bewoning bestemd zijn, of de plaatsing van een vaste of verplaatsbare installatie die geheel of gedeeltelijk gebruikt kan worden voor bewoning en, in voorkomend geval, de bouw of de inrichting van openbare of gemeenschappelijke ruimten, technische infrastructuren of gebouwen waarin functies ondergebracht zijn die als aanvulling op de woonfunctie dienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opdeling waarvan sprake is de indeling die uitgevoerd wordt bij iedere akte tot aanwijzing, overdracht of oprichting van een zakelijk recht, met uitsluiting van de hypotheek of het onderpand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gezamenlijk project voldoet aan de in het tweede lid bedoelde bestemming zodra meer dan de helft van de gebouwen geheel of gedeeltelijk oor bewoning bestemd zijn. § 2. Op voorstel van de aanvrager of van ambtswege kan de overheid die de bebouwingsvergunning verstrekt van de omtrek van de vergunning uitsluiten, alle of sommige kavels die niet geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor het optrekken van een woning of de plaatsing van een vaste of verplaatsbare installatie die geheel of gedeeltelijk gebruikt kan worden voor bewoning of die voor die bestemming ongeschikt zijn wegens een technische of een juridische reden of nog die reeds gebouwd of gebruikt zijn voor de plaatsing van een vaste of verplaatsbare installatie in de zin van artikel D.IV.4, eerste lid, 1°, indien zij acht dat er geen belang is om desbetreffende voorschriften op te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.3. Naast de handelingen opgenomen in de lijst, vastgelegd door de Regering wegens de ligging van het project of wegens de oppervlakte ervan, is er geen stedenbouwkundige vergunning vereist voor : 1° de schenkingsakten;2° de onopzettelijke daden;3° de akten van verdeling om uit een onverdeeldheid van erfrechten te treden, ook na omzetting van het vruchtgebruik van de overlevende echtgenoot, op voorwaarde dat er niet meer kavels dan mede-erfgenamen zijn;4° de verdeling van een goed gelegen langs een openbare weg en aan dezelfde kant van een openbare weg die voldoende toegerust is met water- en elektriciteitsleidingen en rioleringen, die voorzien is van een wegverharding en breed genoeg is, rekening houdend met de ligging en voor zover de voorwaarden van het Waterwetboek inzake zuivering van afvalwater voor betrokken goed in acht genomen zijn wanneer het goed sinds minstens vijf jaar gelegen is tussen twee bestaande gebouwen gelegen langs de weg en aan dezelfde kant van de openbare weg en die op maximum honderd meter afstand van elkaar liggen;een gebouw gelegen op het te bebouwen goed kan voor de berekening van de honderd meter in aanmerking genomen worden; 5° in het kader van een stedenbouwkundige vergunning voor groepen van bouwwerken : a) de afstand van één of meerdere al dan niet bebouwde kavels die geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor de woning of voor een bijkomende functie van de woning, in overeenstemming met de in de vergunning bepaalde beperkingen en voor zover het in artikel D.IV.74 bedoelde attest voorafgaandelijk afgegeven is; indien de kavel onbebouwd is, moet de afstand voortvloeien uit een verkoop op plan van een goed in staat van toekomstige voltooiing of van een goed in niet-winddichte ruwbouw, ofwel vergezeld gaan van een uitdrukkelijke verbintenis van de overdrager om de stedenbouwkundige vergunning voor een groep van bouwwerken op de betrokken kavel uit te voeren; b) de aanleg van één of meerdere kavels in overeenstemming met de grenzen vastgelegd in de vergunning, die geheel of gedeeltelijk voor bewoning bestemd zijn, wanneer minstens twee derde van de bouwwerken het voorwerp hebben uitgemaakt van de aanmelding bedoeld in artikel D.IV.73 waarbij bevestigd wordt dat de werken zijn uitgevoerd en dat ze overeenstemmen met de verstrekte vergunning of reeds op plan zijn verkocht; 6° de verdeling van een goed gelegen binnen de omtrek van een lokaal beleidsontwikkelingsplan of van het bodembestemmingsplan dat de grenzen bevat van de aan te leggen kavels bestemd voor bewoning voor zover elke kavel voortvloeiend uit de verdeling gelegen is langs een openbare weg die voldoende toegerust is met water- en elektriciteitsleidingen, die voorzien is van een wegverharding en breed genoeg is, rekening houdend met de ligging en voor zover de voorwaarden van het Waterwetboek inzake zuivering van afvalwater voor betrokken goed in acht genomen zijn;de aanleg van één of meerdere bijkomende kavels of de afschaffing van één of meerdere kavels om er een infrastructuur of een verwante technische uitrusting te installeren, vereisen het voorafgaandelijk verkrijgen van een bebouwingsvergunning niet; 7° de verdeling van een goed gelegen binnen de omtrek van een te herontwikkelen locatie bedoeld in artikel D.V.1 of van een locatie met herstel van landschap en leefmilieu bedoeld in artikel D.V.7; 8° de verdeling van een goed gelegen binnen de stedelijke verkavelingsomtrek bedoeld in artikel D.V.9; 9° de verdeling van een goed gelegen binnen de omtrek van heropleving bedoeld in artikel D.V.13.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK III. - Handelingen en werken onderworpen aan een stedenbouwkundige vergunning Art. D.IV.4. De volgende handelingen en werken worden onderworpen aan een voorafgaandelijke schriftelijke en uitdrukkelijke vergunning van de bevoegde overheid : 1° op een terrein bouwen of het gebruiken voor de oprichting van één of meer vaste installaties : onder \"het bouwen en plaatsen van vaste inrichtingen\" wordt verstaan het oprichten van een gebouw of een constructie of het plaatsen van een inrichting, zelfs uit niet-duurzame materialen, die in de grond is ingebouwd, aan de grond is bevestigd of op de grond steun vindt ten behoeve van de stabiliteit, en bestemd is om ter plaatse te blijven staan, al kan zij ook uit elkaar genomen of verplaatst worden;2° één of meer uithangborden of reclamezuilen plaatsen;3° bouwwerken afbreken;4° heropbouwen;5° een bestaand gebouw verbouwen;onder \"verbouwen\" verstaat men de aanleg- en inrichtingswerken, daarbij inbegrepen de instandhoudings- of onderhoudswerken die schade toebrengen aan de draagstructuren van het gebouw of het bouwwerk of die een wijziging van het gebouwde volume of de architectuur als gevolg hebben; 6° een nieuwe woning inrichten in een bestaand bouwwerk;7° de bestemming van een goed geheel of gedeeltelijk wijzigen, ook door de creatie in een bestaand bouwwerk van een toeristische logiesverstrekkende inrichting of van een kamer die als studentenkamer wordt bewoond, voor zover deze verbouwing voorkomt op een lijst die de Regering heeft opgemaakt met inachtneming van de volgende criteria : a) de weerslag op de omgeving;b) de hoofdfunctie van het gebouw;8° de verdeling van de verkoopoppervlakten en van de toegelaten handelsactiviteiten in een gebouw waarvan de bij stedenbouwkundige vergunning toegelaten bestemming commercieel is, wijzigen;de Regering kan de lijst van die wijzigingen bepalen; 9° het bodemreliëf merkbaar wijzigen;de Regering kan het begrip \"merkbare wijziging van het bodemreliëf\" bepalen; 10° bebossen of ontbossen;er is evenwel geen vergunning nodig voor de bosbouw in bosgebieden; 11° vellen : a) losstaande hoogstammige bomen vellen in groengebieden die krachtens het geldend plan van aanleg of een lokaal beleidsontwikkelingsplan zijn ingericht;b) hagen of paden waarvan de Regering de eigenschappen naar gelang van hun lengte, hun zichtbaarheid vanaf de openbare ruimte of hun soorten bepaalt;12° een opmerkelijke boom, struik of haag vellen, schade toebrengen aan hun wortelstelsel of het uitzicht ervan wijzigen wanneer ze worden opgenomen op een lijst bepaald volgens de modaliteiten vastgesteld door de Regering;de Regering kan een lijst van werken bepalen die schade toebrengen aan het wortelstelsel of die het uitzicht wijzigen van opmerkelijke bomen, struiken en hagen; 13° de plantengroei verwijderen of wijzigen in elk gebied waarvan de Regering de bescherming noodzakelijk acht, met uitzondering van de tenuitvoerlegging van een bijzonder plan voor het beheer van een domaniaal natuurreservaat, bedoeld in artikel 14 van de</p>\n<p class=\"lf-p\">wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud, van het plan voor het beheer van een erkend natuurreservaat bedoeld in artikel 19 van dezelfde wet of van het plan voor het actief beheer van een Natura 2000-locatie bedoeld in artikel 27 van dezelfde wet;14° in sommige zones en volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten, kerstbomen telen;15° een terrein doorgaans gebruiken voor : a) de opslag van één of meer afgedankte wagens, schroot, materialen of afvalstoffen;b) de plaatsing van één of meer mobiele installaties, zoals woonwagens, caravans, afgedankte voertuigen en tenten, met uitzondering van mobiele installaties die door een vergunning bedoeld in het Waalse Wetboek van Toerisme, het decreet van 4 maart betreffende de voorwaarden voor het exploiteren van caravanterreinen of het decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 9 mei 1994 zijn toegelaten; 16° voor het Franse taalgebied, instandhoudingswerken (laten) ondernemen in de zin van artikel 187, 11°, van het Waalse Erfgoedwetboek i.v.m. een onroerend goed, opgenomen op de beschermingslijst, beschermd of voorlopig onderworpen aan de gevolgen van de bescherming overeenkomstig de bepalingen van hetzelfde Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder \"een nieuwe woning inrichten in een bestaand bouwwerk in de zin van 6°\" wordt verstaan : het inrichten, met of zonder handelingen en werken, van een nieuw geheel bestaande uit één of meer kamers die minstens voldoen aan de basisfuncties van de woonst, namelijk keuken, badkamer of douche, wc, slaapkamer, bewoond als gewone verblijfplaats of als studentenkamer en geheel of gedeeltelijk voorbehouden voor het privatief en uitsluitend gebruik van één of meerdere personen die samenwonen, ongeacht of ze een familieband hebben, of niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inrichting van één enkele kamer die in de zin van 7° als studentenkamer wordt bewoond bij een gastheer wordt niet onderworpen aan een vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover ze er niet van worden vrijgesteld, kunnen de in het eerste lid bedoelde handelingen en werken onderworpen worden aan een vergunning bij beraadslaging van de gemeenteraad zodra deze er de noodzaak van verantwoordt onder verwijzing naar de inhoud van zijn gemeentelijke leidraad voor stedenbouw. HOOFDSTUK IV. - Afwijkingen en verschillen Afdeling 1. - Verschillen Art. D.IV.5. Een vergunning of een stedenbouwkundig attest nr. 2 kan afwijken van het ruimtelijk ontwikkelingsplan wanneer het van toepassing is, van een meergemeentelijk ontwikkelingsplan, van een gemeentelijk ontwikkelingsplan, van een lokaal beleidsontwikkelingsplan, van een bodembestemmingsplan, van de als indicatief beschouwde inhoud van een leidraad of van een bebouwingsvergunning mits een motivering waaruit blijkt dat het project : 1° de doelstellingen inzake ruimtelijke ontwikkeling, ruimtelijke ordening of stedenbouw vervat in het ontwikkelingsplan, in het bodembestemmingsplan, de leidraad of de bebouwingsvergunning niet bedreigt;2° tot de bescherming, het beheer of de inrichting van de al dan niet bebouwde landschappen bijdraagt. Afdeling 2. - Afwijkingen Art. D.IV.6. Een stedenbouwkundige vergunning of een stedenbouwkundig attest nr. 2 kan toegekend worden in afwijking van het gewestplan voor de bouwwerken, de installaties of de gebouwen die bestonden vóór de inwerkingtreding van het gewestplan of die vergund zijn, waarvan de huidige of toekomstige bestemming niet overeenstemt met de voorschriften van het gewestplan wanneer het gaat om verbouwings-, uitbreidings- of heropbouwhandelingen en -werken of nog om een wijziging van bestemming en van de inrichting van woningen bedoeld in artikel D.IV.4, eerste lid, 6° en 7°.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvullende en bijkomende inrichtingen van de bovenvermelde bouwwerken, installaties en gebouwen die van hen worden gescheiden, kunnen ook vergund worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op elektriciteits- of warmteproductie mag in afwijking van het gewestplan toegekend worden, een bebouwingsvergunning of een stedenbouwkundig attest nr. 2 betreffende energieproductie die ten dele de gemeenschap ten goede komt, namelijk energie die ten dele in het elektriciteitsnet of in het aardgasnet wordt geïnjecteerd of die een stedelijk verwaringsnet bedient.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.7. Wegens economische of toeristische noden kan een stedenbouwkundige vergunning of een stedenbouwkundig attest nr. 2.in afwijking van het gewestplan toegekend worden voor de gebouwen en installaties of gehele gebouwen en installaties die een functionele eenheid vormen wanneer het verbouwings- of uitbreidingswerken betreft die een afwijking inhouden van de bestemming van een aangrenzend gebied, onder uitsluiting evenwel van natuurgebieden, parkgebieden en gebeidsomtrekken met een waardevol vergezicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit kader kunnen de aanvullende en bijkomende inrichtingen van de bovenvermelde bouwwerken, installaties en gebouwen die afzonderlijk worden opgericht, eveneens vergund worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.8. Met het oog op elektriciteits- of warmteproductie kan er een stedenbouwkundige vergunning of een desbetreffend stedenbouwkundig attest nr. 2 in een aangrenzend gebied en in afwijking van het gewestplan afgegeven worden voor de modules die elk gebiedsconform bouwwerk, elke gebiedsconforme installatie of elk gebiedsconform gebouw, gelegen op hetzelfde onroerend goed, rechtstreeks bevoorraden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op de sanering van afvalwater kan er een stedenbouwkundige vergunning of een desbetreffend stedenbouwkundig attest nr. 2 in een aangrenzend gebied en in afwijking van het gewestplan afgegeven worden voor de individuele zuiveringsstations in de zin van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning in verband met elk gebiedsconform bouwwerk, elke gebiedsconforme installatie of elk gebiedsconform gebouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een bebouwingsvergunning of een desbetreffend stedenbouwkundig attest nr. 2 kan in een aangrenzend gebied en in afwijking van het gewestplan afgegeven worden voor de individuele zuiveringsstations in de zin van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning met elk gebiedsconform bouwwerk, elke gebiedsconforme installatie of elk gebiedsconform gebouw, gelegen in de omtrek van de vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.9. Onder uitsluiting van de natuurgebieden, de parkgebieden en de gebiedsomtrekken met een waardevol vergezicht kan er een stedenbouwkundige vergunning of een desbetreffend stedenbouwkundig attest nr. 2. afgegeven worden in een gebied van het gewestplan dat niet verenigbaar is met het voorwerp van de aanvraag voor zover : 1° het grondstuk gelegen is tussen twee opgetrokken woningen of tussen een woning die is opgetrokken vóór de inwerkingtreding van het gewestplan en een woning opgetrokken in een woongebied of een woongebied met een landelijk karakter en die hoogstens honderd meter van elkaar verwijderd zijn;2° bedoeld grondstuk en bedoelde woningen gelegen zijn langs de weg en aan dezelfde kant van een openbare weg die voldoende toegerust is met water- en elektriciteitsleidingen en rioleringen, die voorzien is van een wegverharding en breed genoeg is, rekening houdend met de ligging;3° de bouwwerken, de verbouwingen, de uitbreidingen of heropbouwwerken de inrichting van het gebied niet in het gedrang brengen. De in het eerste lid, 1°, bedoelde afstand van 100 meter wordt onafhankelijk van de aanwezigheid in het betrokken grondstuk van een natuurlijk of kunstmatig element, zoals een waterloop of weg, berekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt evenwel geen enkele vergunning of stedenbouwkundig attest nr. 2. afgegeven voor grondstukken die gelegen zijn langs openbare wegen die in minstens vier rijstroken zijn ingedeeld. Art. D.IV.10. Buiten de ontginningsgebieden en de aanhorigheden van ontginningsgebieden om kan een stedenbouwkundige vergunning of een stedenbouwkundig attest nr. 2., na advies van de Beleidsgroep Ruimtelijke Ordening, voor een beperkte duur toegekend worden voor de vestiging bestemd voor de ontginning of de valorisering van sierrotsen uit een groeve die in bedrijf is geweest en die noodzakelijk is voor de renovatie, verbouwing, uitbreiding of de heropbouw van een pand in overeenstemming met de omgevende bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.11. Naast de in de artikelen D.IV.6 tot D.IV.10 bedoelde afwijkingen kan de in artikel D.IV.22, eerste lid, 1°, 2°, 4°, 5°, 7°, 10° en 11°,en in artikel D.IV.25 bedoelde vergunning en de vergunning betreffende de bouwwerken en uitrustingen bestemd voor de activiteiten van algemeen belang of het stedenbouwkundig attest nr. 2. afgegeven worden door van het gewestplan af te wijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.12. Een vergunning of een stedenbouwkundig attest nr. 2. kan in afwijking van de normen van de gewestelijke leidraad voor stedenbouw afgegeven worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.13. Een vergunning of een stedenbouwkundig attest nr. 2. kan in afwijking van het gewestplan of van de normen van de gewestelijke leidraad voor stedenbouw afgegeven worden indien de afwijkingen : 1° verantwoord zijn rekening houdend met de specifieke kenmerken van het project ten opzichte van de bepaalde plaats waar genoemd project gepland is;2° de coherente uitvoering van het gewestplan of van de normen van de gewestelijke leidraad voor stedenbouw in de rest van het toepassingsgebied niet in gevaar brengen;3° een project betreffen dat tot de bescherming, het beheer of de inrichting van de al dan niet bebouwde landschappen bijdraagt. TITEL II. - Procedure HOOFDSTUK I. - Bevoegde autoriteiten Afdeling 1. - Gemeentecollege Onderafdeling 1. - Algemeen Art. D.IV.14. Het gemeentecollege van de gemeente op wiens grondgebied de handelingen en werken gepland zijn, beslist over de vergunningsaanvragen en geeft de stedenbouwkundige attesten nr. 2 af : 1° ofwel zonder voorafgaand advies van de gemachtigd ambtenaar;2° ofwel na voorafgaand advies van de gemachtigd ambtenaar;3° ofwel na eensluidend advies van de gemachtigd ambtenaar. Het advies van de gemachtigd ambtenaar is facultatief in het in artikel D.IV.15, derde lid, bedoelde geval. In de in de artikelen D.IV.16 en D.IV.17. bedoelde gevallen is dat advies verplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Vergunning Art. D.IV.15. Het gemeentecollege beslist zonder voorafgaand advies van de gemachtigd ambtenaar indien voorhanden zijn voor het grondgebied waar de handelingen en werken in hun geheel gepland zijn : 1° een gemeentelijke commissie en ofwel een meergemeentelijk ontwikkelingsplan, ofwel een gemeentelijk ontwikkelingsplan, ofwel een meergemeentelijk ontwikkelingsplan en een gemeentelijk ontwikkelingsplan dat overeenkomstig artikel D.II.17, § 2, tweede lid, opgehouden heeft uitwerking te hebben en indien dit (deze) plan (plannen) het gehele gemeentelijk grondgebied bestrijkt (bestrijken); na afloop van een termijn van vier jaar, te rekenen van de inwerkingtreding van het Wetboek, beslist het college overeenkomstig artikel D.IV.16 of een gemeentelijke leidraad voor stedenbouw die minstens de gegevens bevat bedoeld in artikel D.III.2, § 1, 1° en 2°, niet is goedgekeurd of goedgekeurd is geacht; 2° een lokaal beleidsontwikkelingsplan;3° een niet-vervallen bebouwingsvergunning. Het gemeentecollege beslist insgelijks zonder voorafgaand advies van de gemachtigd ambtenaar wanneer de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de handelingen en werken die ofwel : 1° volledig in een gebied van gemeentelijk belang gelegen zijn; 2° in artikel D.IV.4, eerste lid, 2°, 6°, 11° tot 15° bedoeld zijn of een beperkte impact hebben, die door de Regering zijn goedgekeurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemeentecollege kan evenwel in de hypotheses bedoeld in de leden 1 en 2 het facultatief advies van de gemachtigd ambtenaar inwinnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.16. Het gemeentecollege beslist na voorafgaand advies van de gemachtigd ambtenaar : 1° in de gevallen, niet beoogd bij artikel D.IV.15; 2° in de gevallen bedoeld in artikel D.IV.15, eerste en tweede lid, 1°, wanneer de aanvraag één of meerdere verschillen inhoudt ten opzichte van de ontwikkelingsplannen, het bodembestemmingsplan, de leidraden voor stedenbouw of de bebouwingsvergunning; 3° in de gevallen bedoeld in artikel D.IV.15, tweede lid, 2°, wanneer de aanvraag één of meerdere verschillen inhoudt ten opzichte van het bodembestemmingsplan, of de gewestelijke leidraad voor stedenbouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemeentecollege kan evenwel de vergunning weigeren zonder het advies van de gemachtigd ambtenaar in te winnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.17. Het gemeentecollege kan de vergunning slechts verstrekken na eensluidend advies van de gemachtigd ambtenaar : 1° wanneer de aanvraag een afwijking inhoudt van het gewestplan of van de normen van de gewestelijke leidraad voor stedenbouw;2° wanneer de aanvraag betrekking heeft op goederen opgenomen in een Natura 2000-gebied dat voor- of vastgesteld wordt overeenkomstig de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud;3° voor het Franse taalgebied, wanneer de aanvraag betrekking heeft op goederen die op de beschermingslijst staan, beschermd zijn, of voorlopig onderworpen zijn aan de gevolgen van de bescherming en die gelegen zijn in een in artikel 209 van het Erfgoedwetboek bedoelde beschermingsgebied of in een landschap dat voorkomt op de in artikel 233 van genoemd Wetboek bedoelde inventaris van het archeologisch erfgoed;4° wanneer de aanvraag betrekking heeft op een goed opgenomen in het plan voor permanente bewoning. Het gemeentecollege kan evenwel de vergunning weigeren zonder het advies van de gemachtigd ambtenaar in te winnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Stedenbouwkundige attesten Art. D.IV.18. Het gemeentecollege verstrekt zonder advies van de gemachtigd ambtenaar : 1° de stedenbouwkundige attesten nr.1; 2° de stedenbouwkundige attesten nr.2 met betrekking tot projecten vallend onder het toepassingsgebied van artikel D.IV.15.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.19. Het gemeentecollege verstrekt na voorafgaand advies van de gemachtigd ambtenaar de stedenbouwkundige attesten nr. 2 met betrekking tot projecten vallend onder het toepassingsgebied van artikel D.IV.16.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemeentecollege kan evenwel het stedenbouwkundig attest nr. 2 verstrekken met een ongunstig advies zonder het advies van de gemachtigd ambtenaar in te winnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.20. Het gemeentecollege verstrekt na eensluidend advies van de gemachtigd ambtenaar de stedenbouwkundige attesten nr. 2 met betrekking tot projecten vallend onder het toepassingsgebied van artikel D.IV.17.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemeentecollege kan evenwel het stedenbouwkundig attest nr. 2 verstrekken met een ongunstig advies zonder het advies van de gemachtigd ambtenaar in te winnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.21. Het gemeentecollege is bevoegd om de stedenbouwkundige attesten nr. 2 betreffende de in artikel D.IV.22, derde lid, bedoelde handelingen en werken te verstrekken. Afdeling 2. - Gemachtigd ambtenaar Onderafdeling 1. - Vergunning Art. D.IV.22. De vergunning wordt door de gemachtigd ambtenaar verstrekt wanneer zij geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op : 1° handelingen en werken die door een publiekrechtelijk persoon, opgenomen op de lijst vastgelegd door de Regering, overwogen worden;2° handelingen en werken van openbaar nut, opgenomen op de lijst vastgelegd door de Regering;3° op handelingen en werken die zich op het grondgebied van meerdere gemeenten uitstrekt; 4° handelingen en werken gelegen in een gebied voor openbare nutsvoorzieningen en gemeenschapsvoorzieningen op het gewestplan of in de gebieden van de spoorweg- of luchthaveninfrastructuren en van de autonome havens bedoeld in artikel D.II.19; 5° handelingen en werken gelegen in de omtrekken van te herontwikkelen locaties en locaties met herstel van landschap en leefmilieu;6° handelingen en werken gelegen in de omtrek bedoeld in artikel 1, 5°, van het decreet betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid;7° op handelingen en werken betreffende de bouwwerken of uitrustingen bestemd voor activiteiten met een doel van algemeen belang zoals volgt : a) ziekenhuizen, met inbegrip van de klinieken;b) opvang-, revalidatie- of huisvestingscentra voor gehandicapte personen;c) terreinen voor de opvang rondtrekkende bevolkingsgroepen;d) schoolinrichtingen;e) beroepsopleidingscentra;f) internaten en studentenhuizen die van een schoolinrichting afhangen;g) tehuizen voor kinderen;h) musea, schouwburgen en culturele centra;i) erkende erediensten of lekenmoraal;j) jeugdbewegingen;k) in verband met hernieuwbare energie wegens hun doel van algemeen belang;8° handelingen en werken, gelegen in een gebied van gemeentelijk belang; 9° handelingen en werken overwogen in een ontginningsgebied of in een gebied met aanhorigheden van steengroeven op het gewestplan of met betrekking tot de vestiging bestemd voor ontginning of benutting van siergesteenten bedoeld in artikel D.IV.10; 10° handelingen en werken gelegen in een stedelijke verkavelingsomtrek;11° betreffende handelingen en werken voor buitengewoon erfgoed bedoeld in artikel 187, 12°, van het Waals Erfgoedwetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De handelingen en werken bedoeld in het eerste lid, 7°, k) zijn degene die betrekking hebben op de productie van energie die voor de gemeenschap is bestemd, namelijk de energie die zonder privé-verbruik in het elektriciteitsnet of in het aardgasnet wordt geïnjecteerd of die een stedelijk verwarmingsnet bedient, en degene die betrekking hebben op de installatie, de aansluiting, de wijziging, de bouw of de uitbreiding van : 1° een veld van fotovoltaïsche zonnepanelen;2° een windturbine of een windturbinepark;3° een hydro-elektrische centrale;4° een eenheid voor de energievalorisering van de biomassa;5° een eenheid voor de energievalorisering van de aardwarmte. In afwijking van het eerste lid worden de vergunningen die gedeeltelijk betrekking hebben op de handelingen en werken bedoeld in het eerste lid, 2° of 7°, met uitzondering van de handelingen en werken gebonden aan de hernieuwbare energie, door het gemeentecollege afgegeven voor zover ze niet in het eerste lid, 1°, 3° tot 6° en 8° tot 11° worden vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan de lijst van die handelingen en werken vastleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemachtigd ambtenaar is bevoegd om te beslissen over de in artikel D.IV.106 bedoelde vergunningsaanvragen, alsook over de geringe wijzigingen in de vergunningen die krachtens artikel D.IV.25 door de Regering worden afgegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de geplande handelingen en werken tot de bevoegdheid van verschillende gemachtigde ambtenaren behoren, wordt de aanvraag voor een vergunning of een attest gericht aan de door de aanvrager gekozen gemachtigd ambtenaar om die aanvraag te behandelen en erover te beslissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemachtigd ambtenaar behandelt de in de artikelen D.II.54, D.IV.25 en D.V.16. bedoelde vergunningsaanvragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Andere bouwwerken of uitrustingen bestemd voor de activiteiten met een doel van algemeen belang dan degene bedoeld in het eerste lid, 7°, kunnen binnen het bereik vallen van de punten 1° tot 6° en 8° tot 11° van het eerste lid of behoren tot een andere bevoegdheid dan die van de gemachtigd ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Stedenbouwkundig attest Art. D.IV.23. De gemachtigd ambtenaar verstrekt het stedenbouwkundig attest nr. 2 met betrekking tot projecten vallend onder het toepassingsgebied van artikel D.IV.22., eerste lid, alsook met betrekking tot geringe wijzigingen van de vergunningen die krachtens artikel D.IV.25 door de Regering worden afgegeven. Afdeling 3. - Regering Art. D.IV.24. De Regering is bevoegd om te beslissen over de beroepen tegen de beslissingen genomen door het gemeentecollege of de gemachtigd ambtenaar over de aanvragen van vergunningen en stedenbouwkundige attesten nr. 2. Bovendien beslist ze over de opschortingsbeslissing genomen door de gemachtigd ambtenaar overeenkomstig artikel D.IV.62.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.25. De vergunning wordt door de Regering verstrekt wanneer ze vergunningsaanvragen betreft i.v.m. handelingen en werken waarvoor er dringende redenen van algemeen belang bestaan, namelijk : 1° volgende handelingen en werken voor de inrichting van de infrastructuren en onthaalgebouwen van de gewestelijke luchthavens Luik-Bierset en Charleroi-Brussels South : a) wat betreft de luchthaven Luik-Bierset : - de uitbreiding van het vrachtgebied noord voor de vliegtuigparkings; - het TGV-vrachtstation; b) wat betreft de luchthaven Charleroi-Brussels South : - de verlenging van de start- en landingsbaan, met inbegrip van de opritten; - de controletoren; - de uitbreiding van het luchthavenstation; - het spoorwegstation en de spoorwegeninfrastructuren; 2° ter uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 11 oktober 2001 tussen de federale overheid, het Vlaamse, het Waalse en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende het meerjareninvesteringsplan 2001-2012 van de NMBS, de handelingen en werken op het grondgebied van het Waalse Gewest in verband met het GEN;3° de handelingen en werken in verband met het meerjarig investeringsplan van de NMBS; 4° in het kader van de uitvoering van het gewestelijk structuurplan (deel 3, punt 1.4), aangenomen door de Waalse Regering op 27 mei 1999, de handelingen en werken in verband met de structurerende openbaar-vervoersmodi voor Charleroi, Luik, Namen en Bergen; 5° de ontbrekende schakels in het wegen- en waterwegennet op het grondgebied van het Waalse Gewest van het trans-Europese vervoersnet bedoeld in beschikking nr.884/2004/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 29 april 2004 tot wijziging van beschikking nr. 1692/96/EG betreffende communautaire richtsnoeren voor de ontwikkeling van een trans-Europees vervoersnet.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK II. - Aanvraagdossiers Afdeling 1. - Vergunningsaanvraagdossier</h3>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.26. § 1. Bij elke vergunningsaanvraag wordt een dossier gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de vorm en de inhoud van de vergunningsaanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze bepaalt hoeveel dossierexemplaren de aanvraag bevat, alsook de schaal en de inhoud van de verschillende plannen die erbij gevoegd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de vorm van de beslissingen tot toekenning en weigering van de vergunningen. § 2. De aanvraag voor een bebouwingsvergunning toont aan dat de aanvrager houder is van een zakelijk recht op het goed dat het voorwerp uitmaakt van de vergunningsaanvraag. De aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning moet niet de mogelijkheid voor de aanvrager aantonen, om de vergunning uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Erfdienstbaarheden die het gevolg zijn van de daad van de mens of van verbintenissen uit overeenkomst betreffende het grondgebruik die in strijd zijn met de inhoud van de aanvraag voor een bebouwingsvergunning worden in deze aanvraag vermeld. In dat geval wordt de aanvraag onderworpen aan een openbaar onderzoek op kosten van de aanvrager. De vergunning doet de bedoelde erfdienstbaarheden en verplichtingen tenietgaan, onverminderd de schadeloosstelling van de houders van die rechten ten laste van de aanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.27. Wanneer de aanvraag betrekking heeft op handelingen en werken waarvoor een afwijking van het gewestplan of van de normen van de gewestelijke leidraad voor stedenbouw of een verschil ten opzichte van een ontwikkelingsplan, een bodembestemmingsplan, een leidraad voor stedenbouw of van de bebouwingsvergunning vereist is, wordt bij de aanvraag een bewijs gevoegd dat de voorwaarden vastgesteld bij de artikelen D.IV.5 of D.IV.13 in acht genomen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.28. De aanvraag tot bebouwingsvergunning omvat : 1° de doelstellingen inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw voor het deel van het betrokken grondgebied, met inbegrip van de grafische weergave ervan;2° de uitvoeringsmaatregelen van deze doelstellingen in de vorm van aanwijzingen betreffende : a) het wegennet;b) de technische infrastructuren en netten alsook het beheer van het afvalwater en het afvloeiend water;c) de openbare ruimten en de groene ruimten;d) het perceelplan en de bestemmingen;e) de ligging en de hoogte van de bouwwerken en van de kunstwerken, de wegen en de openbare ruimten alsook de integratie van de technische uitrustingen;f) de ecologische structuur;3° het technisch dossier betreffende de gemeenteweg; 4° in voorkomend geval, de fasering van de uitvoering van het gezamenlijk project bedoeld in artikel D.IV.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de aanvraag tot bebouwingsvergunning de aanleg van een gemeenteweg niet inhoudt of wanneer de ligging en de oppervlakte het verantwoorden, bevat de aanvraag tot bebouwingsvergunning een vereenvoudigde inhoud.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de voorwaarden van de ligging en van de oppervlakte die de vereenvoudigde inhoud verantwoorden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.29. Wanneer de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning betrekking heeft op de gegroepeerde bouw van woningen die later in kavels opgedeeld moeten worden zonder dat er vooraf een bebouwingsvergunning vereist is, worden in de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning de grenzen van de kavels aangeduid. Afdeling 2. - Aanvraagdossier voor een stedenbouwkundig attest Art. D.IV.30. § 1. De aanvraag voor het stedenbouwkundige attest nr. 1 bevat de kadastergegevens van het goed waarvoor de informatie wordt opgevraagd. § 2. De aanvraag voor het stedenbouwkundige attest nr. 2 bevat, naast de kadastergegevens van het goed waarvoor de informatie wordt opgevraagd, de uiteenzetting van het project met afbeeldingen of in tekstvorm.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de aanvraag betrekking heeft op handelingen en werken waarvoor een afwijking van het gewestplan of van de normen van de gewestelijke leidraad voor stedenbouw of een verschil ten opzichte van een ontwikkelingsplan, een bodembestemmingsplan, een leidraad voor stedenbouw of de bebouwingsvergunning vereist is, wordt bij de aanvraag een bewijs gevoegd dat de voorwaarden vastgesteld bij de artikelen D.IV.5 of D.IV.13 in acht genomen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke aanvraag voor een stedenbouwkundig attest nr. 2 heeft een aanvraag voor een stedenbouwkundig attest nr. 1 als onmiddellijk gevolg. § 3. De Regering bepaalt de vorm en de inhoud van de aanvragen voor stedenbouwkundige attesten. Zij bepaalt de vorm van de beslissingen tot toekenning en weigering van de stedenbouwkundige attesten. HOOFDSTUK III. - Projectvergadering Art. D.IV.31. § 1. Vóór de indiening van de aanvraag van een attest of een vergunning kan de projectontwerper verzoeken dat er een projectvergadering gehouden wordt met het college, de gemachtigd ambtenaar, of de gemachtigd ambtenaar en de technisch ambtenaar in de zin van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning of de gemachtigd ambtenaar en de ambtenaar van de handelsvestigingen in de zin van het decreet van 5 februari 2015Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1956 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/07/2011 numac 2011000414 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot vaststelling van het statuut der autosnelwegen sluiten4 betreffende de handelsvestigingen of de gemachtigd ambtenaar, de technisch ambtenaar en de ambtenaar van de handelsvestigingen wanneer ze de bevoegde overheid zijn om over diens aanvraag te beslissen. In dat geval krijgt betrokkene binnen de vijftien dagen na zijn aanvraag een oproeping om bedoelde vergadering bij te wonen. Het initiatief voor een projectvergadering kan van de bevoegde overheid uitgaan. § 2. Tijdens die vergadering ontmoet de projectontwerper de vertegenwoordiger(s) van de bevoegde overheid om over zijn aanvraag te beslissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de bevoegde overheid het college is en de gemachtigd ambtenaar, de technisch ambtenaar of de ambtenaar van de handelsvestigingen advies moet uitbrengen over het project, wordt hij eveneens voor de vergadering uitgenodigd. Hij kan zich laten vertegenwoordigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de bevoegde overheid niet het gemeentecollege is, worden zijn vertegenwoordiger(s) voor de vergadering uitgenodigd. § 3. De bevoegde overheid kan elke instantie bedoeld in artikel D.IV.35 uitnodigen. Ze nodigt de gemeentelijke commissie uit, indien ze bestaat, om er een vertegenwoordiger af te vaardigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het Franse taalgebied nodigt ze het Departement Erfgoed van DGO4 uit voor de projectvergadering betreffende een onroerend goed dat op de beschermingslijst staat, beschermd is, of voorlopig onderworpen is aan de gevolgen van de bescherming en dat gelegen is in een in artikel 209 van het Erfgoedwetboek bedoeld beschermingsgebied. § 4. De projectontwerper kan zijn project met hen bespreken en het eventueel aanpassen voor hij zijn aanvraag afrondt. Ter informatie notuleert de projectontwerper of diens vertegenwoordiger de vergadering. De notulen worden elektronisch of per zending gericht aan de aanwezige partijen, die over dertig dagen beschikken om hun bemerkingen te laten geworden aan de projectontwerper, zoniet worden de notulen goedgekeurd geacht. § 5. Het houden van die vergadering in aanwezigheid van de gemachtigd ambtenaar is verplicht wanneer de aanvraag betrekking heeft op : 1° een netto-oppervlakte, groter dan of gelijk aan 2 500 m2, voor de verkoop van goederen in de kleinhandel;2° een oppervlakte voor kantoorruimte, groter dan 15 000 m2;3° meer dan 150 woningen. Het dossier omvat een liggingsplan en een opsplitsing van de handels, kantoren en woningen in aantal en oppervlakte. § 6. De vergadering wordt binnen twintig dagen na de aanvraag bedoeld in § 1 gehouden. HOOFDSTUK IV. - Indiening van de aanvraag Afdeling 1. - Algemeen Art. D.IV.32. De vergunningsaanvragen en de aanvragen voor stedenbouwkundige attesten die tot de bevoegdheid van het gemeentecollege behoren, alsook de verlangde ontbrekende stukken indien de aanvraag onvolledig is, worden per schrijven aan het gemeentecollege gericht of tegen ontvangstmelding in het gemeentehuis afgeleverd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunningsaanvragen en de aanvragen voor stedenbouwkundige attesten die tot de bevoegdheid van de gemachtigd ambtenaar behoren, of die door de gemachtigd ambtenaar behandeld worden, alsook de verlangde ontbrekende stukken indien de aanvraag onvolledig is, worden per schrijven aan de gemachtigd ambtenaar gericht of tegen ontvangstmelding afgeleverd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de mogelijkheid om de aanvraag middels een formulier op een papieren informatiedrager in te dienen, kan de Regering de nadere regels en de voorwaarden voor de indiening ervan via elektronische weg vastleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.33 Binnen de twintig dagen na de ontvangst van het schrijven of van de ontvangstmelding van de aanvraag van de vergunning of van het stedenbouwkundig attest nr. 2 : 1° richt het gemeentecollege of de persoon die het daartoe machtigt, of de gemachtigd ambtenaar, als de aanvraag volledig is, een bericht van ontvangst aan de aanvrager.Hij zendt er een afschrift van aan zijn projectontwerper; 2° richt het gemeentecollege of de persoon die het daartoe machtigt, of de gemachtigd ambtenaar, indien de aanvraag onvolledig is, per schrijven een opsomming van de ontbrekende stukken aan de aanvrager en wijst hem erop dat de procedure opnieuw begint te lopen te rekenen vanaf ontvangst ervan.Hij zendt er een afschrift van aan zijn projectontwerper. De aanvrager beschikt over 180 dagen om de aanvraag in te vullen; zoniet wordt de aanvraag onontvankelijk verklaard. Elke aanvraag die twee maal de hoedanigheid « onvolledig » krijgt, wordt onontvankelijk verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het gemeentecollege of de persoon die het daartoe machtigt, het in het eerste lid, 1°, bedoelde bericht van ontvangst of de in het eerste lid, 2°, bedoelde opsomming van de ontbrekende stukken binnen de termijn van twintig dagen aan de aanvrager niet heeft verzonden, wordt de aanvraag als ontvankelijk beschouwd en wordt de procedure voortgezet indien de aanvrager een afschrift van het aanvraagdossier dat hij aanvankelijk aan het gemeentecollege heeft gericht, alsook het bewijs van de zending of van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel D.IV.32 aan de gemachtigd ambtenaar richt. De aanvrager informeert tegelijk het gemeentecollege. Bij gebrek aan zending van zijn dossier aan de gemachtigd ambtenaar binnen dertig dagen na de ontvangst van de zending of van de ontvangstmelding van de aanvraag van de vergunning of van het stedenbouwkundig attest nr. 2 die bedoeld zijn in artikel D.IV.32 is de aanvraag niet-ontvankelijk. Wanneer het gemeentecollege binnen dezelfde termijn van dertig dagen per zending de gemachtigd ambtenaar niet heeft geïnformeerd over de termijn waarin de beslissing van het gemeentecollege wordt verzonden, bepaalt de gemachtigd ambtenaar zelf die termijn op basis van het dossier en van de verplichte raadplegingen. Die termijn wordt aan het gemeentecollege opgelegd, die daarvan per zending wordt geïnformeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de gemachtigd ambtenaar het in het eerste lid, 1°, bedoelde bericht van ontvangst of de in het eerste lid, 2°, bedoelde opsomming van de ontbrekende stukken binnen de termijn van twintig dagen niet aan de aanvrager heeft gericht, wordt de aanvraag als ontvankelijk beschouwd en wordt de procedure voortgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.34. Onverminderd de bepalingen bedoeld in artikel D.68 van het Milieuwetboek bepaalt het bericht van ontvangst van de volledige aanvraag tot vergunning of stedenbouwkundig attest nr. 2 of hetvolgende al dan niet vereist is : 1° het advies van de gemachtigd ambtenaar;2° het advies van het gemeentecollege;3° de bijzondere bekendmakingsmaatregelen;4° het advies van de diensten of commissies waarvan de raadpleging wordt gevraagd, alsook de desbetreffende termijnen;5° de termijn waarin de beslissing van het gemeentecollege of van de gemachtigd ambtenaar wordt gezonden. Het bericht van ontvangst vermeldt dat de in 5° bedoelde termijn verlengd wordt met de termijn gebruikt voor het verkrijgen van de definitieve instemming betreffende de gemeenteweg en, in voorkomend geval, met de goedkeuring van het rooiplanbesluit of in geval van bijzondere bekendmakingsmaatregelen van 16 juli tot 15 augustus of van 24 december tot 1 januari of wanneer de laatste dag van het onderzoek of van de raadplegingperiode een zaterdag, zondag of verlofdag is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bericht van ontvangst vermeldt ook dat de in 5° bedoelde termijn door het gemeentecollege of de gemachtigd ambtenaar met dertig dagen kan worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het door het gemeentecollege afgegeven bericht van ontvangst vermeldt de bepalingen van artikel D.IV.47.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan de vorm en de inhoud van het bericht van ontvangst vaststellen. HOOFDSTUK V. - Raadplegingen Art. D.IV.35. De aanvraag tot vergunning of stedenbouwkundig attest nr. 2 vereist, voor het Franse taalgebied, het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten, Landschappen en Opgravingen van het Waalse Gewest bedoeld in artikel 187, eerste lid, 3°, van het Waals Erfgoedwetboek wanneer de aanvraag betrekking heeft op handelingen en werken betreffende een onroerend goed dat op de beschermingslijst staat, beschermd is, of voorlopig onderworpen is aan de gevolgen van de bescherming en dat gelegen is in een beschermingsgebied of in een landschap dat voorkomt op de inventaris van het archeologisch erfgoed krachtens hetzelfde Wetboek, behalve wanneer er in het kader van een voorafgaandelijk erfgoedcertificaat voor dezelfde aanvraag om dit advies is verzocht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de gevallen waarin de raadpleging van een dienst of van een commissie verplicht is rekening houdende met de toestand van het project en van zijn bijzonderheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de verplichte adviezen kunnen het gemeentecollege, de gemachtigd ambtenaar en de Regering om het advies van de diensten of commissies die ze nodig acht te raadplegen, verzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.36. Tegelijk met de zending van het ontvangstbewijs voor de volledige aanvraag richt, al naar gelang, het gemeentecollege of de gemachtigd ambtenaar een adviesaanvraag, samen met een exemplaar van de vergunningsaanvraag of van de aanvraag tot stedenbouwkundig attest nr. 2., aan de diensten en commissies bedoeld in artikel D.IV.35.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het gemeentecollege de bevoegde overheid is, richt het binnen dezelfde termijn een exemplaar van de aanvraag van een vergunning of van een stedenbouwkundig attest nr. 2, samen met een afschrift van het ontvangstbewijs en, in voorkomend geval, met de adviesaanvragen bedoeld in artikel D.IV.35, aan de gemachtigd ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de gemachtigd ambtenaar de bevoegde overheid is, of wanneer hij de met de behandeling van het dossier belaste overheid is, richt hij binnen dezelfde termijn een exemplaar van de aanvraag van een vergunning of van een stedenbouwkundig attest nr. 2, samen met een afschrift van het ontvangstbewijs aan het gemeentecollege en vraagt hij het advies van het gemeentecollege.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.37. De in artikel D.IV.35 bedoelde diensten of commissies brengen binnen dertig dagen na de zending van de aanvraag van de bevoegde overheid advies uit; na afloop van deze termijn wordt het advies gunstig geacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het advies van de Brandweerdienst wordt binnen vijfenveertig dagen na de zending van de aanvraag aan de bevoegde overheid overgemaakt; na afloop van deze termijn wordt het advies gunstig geacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.38. Wanneer het gemeentecollege de bevoegde overheid is en het ofwel over het facultatieve advies van de gemachtigd ambtenaar wenst te beschikken, ofwel het over het verplichte advies van de gemachtigd ambtenaar moet beschikken, maakt het gemeentecollege een verslag over het project op. Het vraagt het advies van de gemachtigd ambtenaar en voegt zijn verslag bij de adviesaanvraag en, in voorkomend geval, de documenten i.v.m. de bijzondere bekendmakingmaatregelen en de adviezen van de diensten en commissies bedoeld in paragraaf D.IV.35. Het college stelt de aanvrager en zijn projectontwerper in kennis van de dag waarop het om het advies van de gemachtigd ambtenaar verzoekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de gemachtigd ambtenaar de bevoegde overheid is of wanneer hij de met de behandeling van het dossier belaste overheid is, verstuurt het gemeentecollege zijn advies aan de gemachtigd ambtenaar binnen dertig dagen na de zending van de in artikel D.IV.36, derde lid bedoelde adviesaanvraag; na afloop van deze termijn wordt het advies gunstig geacht. De termijn duurt zestig dagen te rekenen van de zending wanneer bijzondere bekendmakingmaatregelen georganiseerd worden of wanneer het advies van de gemeentelijke commissie aangevraagd wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.39. § 1. De gemachtigd ambtenaar verstuurt zijn advies binnen vijfendertig dagen na de zending van de aanvraag van het gemeentecollege; na afloop van deze termijn wordt het advies gunstig geacht. Het advies van de gemachtigd ambtenaar bevat een met redenen omkleed voorstel van beslissing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dag waarop de gemachtigd ambtenaar zijn advies aan het gemeentecollege opstuurt, brengt hij de aanvrager en zijn projectontwerper daarvan op de hoogte. § 2. Aan het einde van de behandeling van het dossier betreffende de handelingen en werken waarvoor er dringende redenen van algemeen belang bestaan, stuurt de gemachtigd ambtenaar het dossier aan de Regering en stelt hij tegelijkertijd de aanvrager, zijn projectontwerper en het gemeentecollege in kennis daarvan. HOOFDSTUK VI. - Aanvullende formaliteiten Afdeling 1. - Bijzondere bekendmakingmaatregelen Art. D.IV.40. De Regering legt de lijst van de aanvragen voor vergunningen en voor stedenbouwkundige attesten nr. 2 vast die wegens de impact van de betrokken projecten onderworpen zijn aan : 1° ofwel een openbaar onderzoek bedoeld in de artikelen D.VIII.7 en volgende; 2° ofwel de in artikel D.VIII.6. bedoelde projectaankondiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragen die één of meerdere afwijkingen van het gewestplan of van de normen van de gewestelijke leidraad inhouden, worden onderworpen aan een openbaar onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragen die één of meerdere verschillen inhouden ten opzichte : van de gemeentelijke plannen van aanleg, aangenomen vóór de inwerkingtreding van het Wetboek en die lokale beleidsontwikkelingsplannen zijn geworden, van de verordeningen, aangenomen vóór de inwerkingtreding van het Wetboek en die leidraden zijn geworden, en van de bebouwingsvergunningen, worden onderworpen aan een project aankondiging en, dit, tot de herziening of de opheffing van het plan of van de leidraad. Afdeling 2. - Opening en wijziging van gemeentewegen Art. D.IV.41. Wanneer de aanvraag voor een vergunning of een stedenbouwkundig attest nr. 2 een aanvraag voor de aanleg, de wijziging of de opheffing van een gemeenteweg bevat, onderwerpt de overheid die met de behandeling belast is, in het stadium van de invulling van de vergunningsaanvraag of van de aanvraag voor een stedenbouwkundig attest nr. 2 of op elk ogenblik dat zij nuttig acht, de aanvraag voor de aanleg, de wijziging of de opheffing van een gemeenteweg aan de procedure bedoeld in de artikelen 7 en volgende van het decreet van 6 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1956 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/07/2011 numac 2011000414 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot vaststelling van het statuut der autosnelwegen sluiten0 betreffende de gemeenteweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de aanvraag voor een vergunning of een stedenbouwkundig attest nr. 2 een aanvraag voor de aanleg, de wijziging of de opheffing van een gemeenteweg bevat die een wijziging van het rooiplan vereist, stuurt de overheid die met de behandeling belast is, in het stadium van de invulling van de vergunningsaanvraag of van de aanvraag voor een stedenbouwkundig attest nr. 2 of op elk ogenblik dat zij nuttig acht, de aanvraag voor de aanleg, de wijziging of de opheffing van een gemeenteweg en het door de aanvrager uitgewerkte ontwerp van rooiplan aan het gemeentecollege overeenkomstig de artikelen 21 en volgende van het decreet van 6 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1956 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/07/2011 numac 2011000414 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot vaststelling van het statuut der autosnelwegen sluiten0 betreffende de gemeenteweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">In die gevallen worden de termijnen voor de behandeling van de aanvraag voor een vergunning of een stedenbouwkundig attest nr. 2 verlengd met de termijn gebruikt voor het verkrijgen van de definitieve beslissing betreffende de gemeenteweg en, in voorkomend geval, het rooiplanbesluit. De beslissing tot toekenning of weigering van de vergunning of het stedenbouwkundig attest nr. 2.valt na de definitieve beslissing betreffende de gemeenteweg en, in voorkomend geval, na het rooiplanbesluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanvraag voor een vergunning of een stedenbouwkundig attest nr. 2 aan een openbaar onderzoek of aan een projetaankondiging onderworpen wordt, organiseert het gemeentecollege een enig openbaar onderzoek dat met de artikelen D.VIII.7 en volgende overeenstemt, voor de aanvraag voor een vergunning of een stedenbouwkundig attest nr. 2, voor de aanvraag betreffende de gemeenteweg en, in voorkomend geval, voor het ontwerp-rooiplan. De duur van het enig openbaar onderzoek stemt overeen met de maximumduur vereist door de verschillende betrokken procedures. Afdeling 3. - Wijziging van de vergunningsaanvraag in de loop van de procedure Art. D.IV.42. § 1. Vóór de beslissing kan de aanvrager wijzigingsplannen en het aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering of -studie indienen mits de instemming van : 1° het gemeentecollege wanneer het de bevoegde overheid is; 2° de gemachtigd ambtenaar wanneer hij krachtens artikel D.IV.22, eerste lid, alsook voor de geringe wijzigingen van de vergunningen die krachtens artikel D.IV.25 door de Regering worden afgegeven, de bevoegde overheid is; 3° de gemachtigd ambtenaar wanneer hij de met behandeling van de in de artikelen D.II.54, D.IV.25 en D.V.16 bedoelde vergunningsaanvragen belast is; 4° de Regering tijdens de beroepsprocedure wanneer laatstgenoemde betrekking heeft op een beslissing van de gemachtigd ambtenaar genomen krachtens artikel D.IV.22, eerste lid, alsook voor de geringe wijzigingen van de vergunningen die krachtens artikel D.IV.25 door de Regering worden afgegeven, of bij gebrek aan een daarop betrekking hebbende beslissing.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de andere gevallen worden de wijzigingsplannen niet toegelaten behalve op verzoek van de Regering, zoals bedoeld in artikel D.IV.51.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gevallen bedoeld in de punten 2° tot 4° wordt het advies van het gemeentecollege aangevraagd. Indien het gemeentecollege de bevoegde overheid is, wordt het advies van de gemachtigd ambtenaar aangevraagd wanneer het verplicht is. § 2. De wijzigingsplannen en het aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting kunnen worden onderworpen aan nieuwe bekendmakingmaatregelen via de gemeente en aan het advies van de gemeentelijke commissie die voorheen in de loop van de procedure zijn geraadpleegd. In dit geval wordt de aanvrager daarover geïnformeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer bij de wijzigingsplannen een aanvullend effectenonderzoek wordt gevoegd, worden ze via de gemeente onderworpen aan nieuwe bekendmakingmaatregelen en aan het advies van de diensten of commissie die voorheen in de loop van de procedure zijn geraadpleegd. De aanvrager wordt daarover geïnformeerd. § 3. De bijzondere bekendmakingmaatregelen en de raadpleging van voornoemde diensten en commissies zijn niet vereist : 1° wanneer de overwogen wijziging voortvloeit uit een voorstel vervat in de bemerkingen of bezwaren geopperd tijdens het openbaar onderzoek of tijdens de periode van de projectaankondiging of daar rechtstreeks mee te maken heeft;2° wanneer de overwogen wijziging slechts een beperkte draagwijdte heeft en het voorwerp of de algemene structuur van het project of diens wezenskenmerken niet aantast. Art. D.IV.43. In de gevallen bedoeld in artikel D.IV.42, § 1, eerste lid, 1°, 2° en 3° maakt de indiening tegen ontvangstbewijs of de zending van de wijzigingsplannen en van het aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering of van het effectenonderzoek voor het verstrijken van de beslissingstermijn het voorwerp uit van de zending van een ontvangstbewijs dat in de plaats treedt van het bewijs bedoeld in artikel D.IV.33. Zoniet zijn de wijzigingsplannen en de voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering of van het effectenonderzoek onontvankelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gevallen bedoeld in artikel D.IV.42, § 1, eerste lid, 1° en 2°, worden de nieuwe beslissingstermijnen bepaald op grond van de wijzigingsplannen en van het aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering of van het effectenonderzoek overeenkomstig artikel D.IV.46, eerste lid, of artikel D.IV.48, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gevallen bedoeld in artikel D.IV.42, § 1, eerste lid, 4° worden de nieuwe termijnen overeenkomstig artikel D.IV.69 berekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 4. - Voorafgaandelijk verkrijgen van een erfgoedcertificaat Art. D.IV.44. Voor het Franstalig gebied wordt elke aanvraag voor een vergunning of een stedenbouwkundig attest nr. 2 voor een monument opgenomen op de beschermingslijst, beschermd of voorlopig vallend onder de gevolgen van bescherming krachtens artikel 208 van het Waals Erfgoedwetboek of voor een goed opgenomen op de lijst van het uitzonderlijk onroerend erfgoed, bedoeld in artikel 187, 12°, van hetzelfde Wetboek, samen met het erfgoedcertificaat ingediend volgens de nadere regels van bedoeld Erfgoedwetboek. Afdeling 5. - Vrijetijdsverblijven D.IV.45. Onder vakantiedorpen wordt verstaan, een gegroepeerd geheel van minstens vijftien vaste woningen die gebouwd worden door éénzelfde privaat- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon, die bestemd voor ontspanningsverblijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder weekendverblijfpark wordt verstaan een geheel van percelen, opgenomen in een bebouwingsvergunning met het oog op het oprichten van weekendverblijven. Onder weekendverblijf wordt verstaan, een bouwwerk met een bruto-vloeroppervlakte kleiner dan zestig vierkante meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de projecten waarvan de oppervlakte berekend overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1956 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/07/2011 numac 2011000414 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot vaststelling van het statuut der autosnelwegen sluiten6 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten hoger dan 5 ha is en die gelegen zijn in een woongebied of in een woongebied met een landelijk karakter, is de toekenning van de vergunning afhankelijk van de goedkeuring door de Regering van een lokaal beleidsontwikkelingsplan dat het geheel of een gedeelte van het betrokken gebied afdekt indien het betrekking heeft op : 1° een vakantiedorp;2° een weekendverblijfpark;3° een toeristisch kampeerterrein in de zin van het Wetboek van Toerisme;4° een caravanterrein in de zin van het decreet van de Franse Gemeenschap van 4 maart 1991 betreffende de voorwaarden voor het exploiteren van caravanterreinen;5° een kampeerterrein in de zin van artikel 1 van het decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 9 mei 1994 over de campings en kampeerterreinen. De Regering kan de voorwaarden voor het afgeven van de vergunningen betreffende de vrijetijdsverblijven bepalen en een lijst van de handelingen en werken vrijgesteld van de in het derde lid bedoelde verplichting vaststellen. HOOFDSTUK VII. - Beslissing over aanvragen voor vergunningen en stedenbouwkundige attesten Afdeling 1. - Termijn Onderafdeling 1. - Beslissing van het gemeentecollege Art. D.IV.46. De beslissing van het gemeentecollege tot toekenning of weigering van de vergunning of ter aflevering van het stedenbouwkundig attest nr. 2 wordt aan de aanvrager gezonden binnen de volgende termijnen te rekenen van de dag waarop het gemeentecollege het in artikel D.IV.33 bedoelde bericht van ontvangst heeft gezonden of, bij gebrek, te rekenen van de dag volgend op het verstrijken van de termijn waarover hij beschikte om het bericht van ontvangst te zenden : 1° dertig dagen wanneer de aanvraag geen bijzondere bekendmakingmaatregelen vereist, wanneer geen advies van de in artikel D.IV.35 bedoelde diensten of commissies wordt aangevraagd en wanneer het facultatief advies van de gemachtigd ambtenaar niet ingewonnen wordt of het advies van de gemachtigd ambtenaar niet verplicht is; 2° vijfenzeventig dagen wanneer : a) ofwel de aanvraag bijzondere bekendmakingmaatregelen vereist; b) ofwel het advies van diensten of commissies bedoeld in artikel D.IV.35 wordt aangevraagd; c) ofwel het facultatieve advies van de gemachtigd ambtenaar wordt aangevraagd of wanneer het advies van de gemachtigd ambtenaar verplicht is;3° honderd vijftien dagen wanneer het facultatieve advies van de gemachtigd ambtenaar wordt aangevraagd of wanneer het advies van de gemachtigd ambtenaar verplicht is en indien;a) ofwel de aanvraag bijzondere bekendmakingmaatregelen vereist;b) ofwel het advies van diensten of commissies wordt aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dag waarop het gemeentecollege zijn beslissing aan de aanvrager stuurt, stuurt het ook bedoelde beslissing aan de gemachtigd ambtenaar. Het zendt een afschrift van de beslissing aan de projectontwerper.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde termijnen kunnen door het gemeentecollege met dertig dagen verlengd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing tot verlenging wordt volgens het geval binnen dertig, vijfenzeventig of honderd vijftien dagen gezonden aan de aanvrager, aan zijn projectontwerper en aan de gemachtigd ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het schrijven worden de personen vermeld aan wie de beslissing wordt medegedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.47. § 1. Indien het gemeentecollege zijn beslissing niet binnen de in de artikelen D.IV.46, D.IV.62, § 3, tweede lid, en § 4, vierde lid, bedoelde termijnen heeft verzonden en indien hij het verplichte advies of het facultatieve advies van de gemachtigd ambtenaar niet heeft aangevraagd, wordt de aanvraag bij de gemachtigd ambtenaar aanhangig gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemachtigd ambtenaar stuurt zijn beslissing tegelijkertijd aan de aanvrager en aan het gemeentecollege binnen veertig dagen te rekenen van de dag volgend op het verstrijken van de termijn waarover het gemeentecollege beschikt om zijn beslissing te zenden. Het zendt een afschrift van de beslissing aan de projectontwerper. Die termijn wordt met veertig dagen verlengd indien bijzondere bekendmakingsmaatregelen uitgevoerd moeten worden of indien adviezen aangevraagd moeten worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemachtigd ambtenaar stuurt binnen de termijn van veertig dagen de beslissing tot verlenging tegelijkertijd aan de aanvrager en aan het gemeentecollege. Hij zendt een afschrift van de beslissing tot verlenging aan de projectontwerper.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebrek aan zending van de beslissing van de gemachtigd ambtenaar binnen de voorgeschreven termijn wordt vergunning geweigerd geacht of wordt het stedenbouwkundig attest nr. 2 ongunstig geacht en wordt de aanvraag bij de Regering aanhangig gemaakt. § 2. Indien het gemeentecollege zijn beslissing binnen de in de artikelen 2, D.IV.46, D.IV.62, § 3, tweede lid, en § 4, vierde lid, bedoelde termijnen aan de aanvrager niet heeft gezonden, geldt het beslissingsvoorstel opgenomen in het uitdrukkelijk advies van de gemachtigd ambtenaar als beslissing. Dit beslissingsvoorstel wordt door de gemachtigd ambtenaar tegelijkertijd aan de aanvrager en aan het gemeentecollege gezonden, binnen dertig dagen te rekenen van de dag volgend op het verstrijken van de termijn waarover het gemeentecollege beschikt om zijn beslissing te zenden. De gemachtigd ambtenaar zendt een afschrift van de beslissing aan de projectontwerper.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt de beslissing van de gemachtigd ambtenaar niet binnen de voorgeschreven termijnen verzonden, dan wordt de aanvraag bij de Regering aanhangig gemaakt. § 3. Indien het gemeentecollege zijn beslissing binnen de in de artikelen D.IV.46, D.IV.62, § 3, tweede lid, en § 4, vierde lid, bedoelde termijnen niet heeft verzonden en indien de gemachtigd ambtenaar zijn verplichte of facultatieve advies binnen de in artikel DIV.39, § 1, bedoelde termijn niet heeft verzonden, wordt de vergunning geweigerd geacht of wordt het stedenbouwkundig attest nr. 2 ongunstig geacht en wordt de aanvraag bij de Regering aanhangig gemaakt. § 4.Indien het gemeentecollege zijn beslissing niet binnen de voorgeschreven termijn aan de aanvrager heeft gezonden, moet het hem het bedrag terugbetalen, dat het als dossierkosten inde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Beslissing van de gemachtigd ambtenaar of van de Regering Art. D.IV.48. De beslissing van de gemachtigd ambtenaar tot toekenning of weigering van de vergunning of ter aflevering van het stedenbouwkundig attest nr. 2 wordt tegelijkertijd gezonden aan het gemeentecollege en aan de aanvrager gezonden binnen de volgende termijnen te rekenen van de dag waarop de gemachtigd ambtenaar het in artikel D.IV.33 bedoelde bericht van ontvangst heeft gezonden of, bij gebrek, te rekenen van de dag volgend op het verstrijken van de termijn waarover hij beschikte om het bericht van ontvangst te zenden : 1° zestig dagen wanneer de handelingen en de werken een beperkte impact hebben en wanneer de aanvraag geen bijzondere bekendmakingmaatregelen vereist en het advies van de diensten of commissies bedoeld in artikel D.IV.35 niet wordt aangevraagd; 2° negentig dagen wanneer de aanvraag geen bijzondere bekendmakingmaatregelen vereist en als het advies van de diensten of commissies bedoeld in artikel D.IV.35 niet wordt aangevraagd; 3° honderd dertig dagen wanneer de aanvraag bijzondere bekendmakingmaatregelen vereist of als het advies van de diensten of commissies bedoeld in artikel D.IV.35 wordt aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemachtigd ambtenaar zendt een afschrift van de beslissing aan de projectontwerper.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde termijnen kunnen door de gemachtigd ambtenaar met dertig dagen verlengd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemachtigd ambtenaar stuurt zijn beslissing, volgens het geval, binnen de termijn van zestig, negentig of honderd dertig dagen, aan de aanvrager en aan het gemeentecollege. De gemachtigd ambtenaar zendt een afschrift van de beslissing tot verlenging aan de projectontwerper.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.49. Bij gebrek aan zending van de beslissing van de gemachtigd ambtenaar aan de aanvrager binnen de in artikel D.IV.48 bedoelde termijn wordt de vergunning geweigerd geacht of wordt het stedenbouwkundig attest nr. 2 ongunstig geacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval moet de overheid de aanvrager het bedrag terugbetalen, dat zij als dossiers kosten inde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.50. Voor de in artikel D.IV.25 bedoelde vergunningsaanvragen wordt de vergunning binnen zestig dagen na ontvangst van het door de gemachtigd ambtenaar behandelde dossier door de Regering toegekend of verworpen. Zoniet wordt de vergunning verworpen geacht. De Regering zendt de in artikel D.IV.25 bedoelde vergunning aan de aanvrager, aan het gemeentecollege en aan de gemachtigd ambtenaar of deelt hen mee dat de vergunning bij gebrek aan beslissing geacht wordt verworpen te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.51. Wanneer de Regering het advies inwint van de Beleidsgroep Ruimtelijke Ordening of van de diensten of commissies waarvan zij het advies nuttig acht, wordt de in artikel D.IV.50 bedoelde termijn met dertig dagen verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de beslissing kan de Regering de aanvrager verzoeken om wijzigingsplannen en, in voorkomend geval, het aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering of van het effectenonderzoek in te dienen. In dat geval wordt artikel D.IV.42, § 2, toegepast en behandelt de gemachtigd ambtenaar het nieuwe dossier. Het advies van het gemeentecollege over de wijzigingsplannen en het aanvullend vervolg op de milieueffectenbeoordeling of het effectenonderzoek wordt aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Aflevering van het stedenbouwkundig attest nr. 1 Art. D.IV.52. Het stedenbouwkundig attest nr. 1 wordt binnen de dertig dagen na ontvangst van de aanvraag verstrekt. Afdeling 2. - Inhoud van de beslissing Onderafdeling 1. - Algemeen Art. D.IV.53. Op grond van een gepaste motivering kan de vergunning geweigerd worden, met of zonder voorwaarden, met of zonder stedenbouwkundige lasten afgeleverd worden of afwijkingen of verschillen toestaan, bepaald in dit Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden zijn nodig voor ofwel de integratie van het project in de bebouwde en onbebouwde omgeving, ofwel voor de haalbaarheid van het project, namelijk zijn uitvoering en zijn exploitatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de verenigbaarheid met de inhoud van het gewestplan, met inbegrip van het bodembestemmingsplan, van de ontwikkelingsplannen, de bebouwingsvergunningen en de leidraden, wordt de vergunning of de weigering van de vergunning op plaatselijke stedenbouwkundige kenmerken gegrond en kan ze met name op de motieven en voorwaarden bedoeld in deze afdeling gegrond worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Stedenbouwkundige lasten Art. D.IV.54. Naast de voorwaarden nodig voor de haalbaarheid of de integratie van het ontwerp kan de bevoegde overheid het verstrekken van de vergunningen ondergeschikt maken aan de lasten die ze nuttig acht, de aanvrager op te leggen, mits inachtneming van het evenredigheidsbeginsel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De stedenbouwkundige lasten bestaan in handelingen en werken die de aanvrager worden opgelegd, met uitzondering van elke contante bijdrage, om de impact die het project heeft op de gemeenschap op gemeentelijk niveau heeft, te compenseren. De positieve impacten van het project op de gemeenschap, namelijk zijn bijdrage tot het inspelen op een behoefte van algemeen belang, worden in aanmerking genomen om, in voorkomend geval, de negatieve impacten ongedaan te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lasten worden overgenomen door de aanvrager en dekken de aanleg of de hernieuwing van wegen, openbare groengebieden, de uitvoering of de renovatie van bouwwerken of openbare of gemeenschappelijke voorzieningen en alle milieuvriendelijke maatregelen, met inbegrip van verscheidene ondergrondse leidingen en kabels, evenals elke maatregel voor het leefmilieu.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien kan de bevoegde overheid, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, de afgifte van de vergunning afhankelijk stellen van een verklaring waarin de aanvrager zich er, zodra de werken zijn aangevat, toe verbindt de eigendom van wegen, openbare ruimtes, bouwwerken of goederen waar dergelijke bouwwerken of voorzieningen opgericht kunnen worden, vrij van alle lasten en kosteloos aan de gemeente of aan het Gewest af te staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan de aard van de stedenbouwkundige lasten, de toepassingsmodaliteiten voor die lasten en het evenredigheidsbeginsel bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Motieven in verband met het bouwrijp maken van gronden Art. D.IV.55. De vergunning wordt geweigerd of aan voorwaarden verbonden als er op een grond handelingen en werken verricht moeten worden of als de grond in de volgende gevallen bebouwd moet worden : 1° wanneer de grond geen toegang heeft tot een weg die voldoende uitgerust is met water- en elektriciteitsleidingen, over een wegverharding beschikt en breed genoeg is, rekening houdend met de ligging;2° wanneer de grond niet voldoet aan de voorwaarden inzake zuivering van afvalwater van het Waterwetboek;3° wanneer gevraagd wordt te bouwen of herop te bouwen op het gedeelte van een stuk grond dat door een rooilijn is getroffen of andere dan instandhoudings- en onderhoudswerken uitgevoerd moeten worden aan een door een rooilijn getroffen gebouw;de vergunning kan evenwel verstrekt worden : a) indien uit de adviezen van de bevoegde overheden blijkt dat de rooilijn ter plaatse van het gebouw niet voor ten minste vijf jaar, te rekenen van de afgifte van de vergunning, tot stand zal kunnen worden gebracht.In geval van onteigening na het verstrijken van die termijn, wordt bij het bepalen van de vergoeding geen rekening gehouden met de waardevermeerdering die uit de vergunde werken voortvloeit; b) als de werken betrekking hebben op de isolatie van de buitenschil van een gebouw;4° wanneer de bebouwing ervan de toegang zou bedreigen tot de ingesloten grondstukken die bebouwd zouden kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.56. Onverminderd de toepassing van het decreet van 6 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1956 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/07/2011 numac 2011000414 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot vaststelling van het statuut der autosnelwegen sluiten0 betreffende de gemeenteweg kan de bevoegde overheid, op initiatief van de aanvrager of van ambtswege, de uitvoering van de vergunningen ondergeschikt maken aan de opening, de opheffing of de wijziging van gemeente-, of gewestelijke wegen wanneer de inrichtingen van de weg onontbeerlijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 4. - Motieven in verband met de bescherming van de personen, de goederen of het leefmilieu Art. D.IV.57. De vergunning kan ofwel geweigerd worden, ofwel ondergeschikt worden gemaakt aan bijzondere voorwaarden ter bescherming van de personen, de goederen of het leefmilieu wanneer de handelingen of werken verband houden met : 1° een nieuwe inrichting of de wijziging van een bestaande inrichting die een hoog risico vormt op een zwaar ongeval in de zin van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning, rekening houdend met de noodzaak om een geschikte overdracht te bewaren ten opzichte van meer bepaald de gebieden bestemd voor bebouwing, de plaatsen die bezocht worden door het publiek of een domaniaal natuurreservaat, een erkend natuurreservaat, een wetenschappelijk waardevolle ondergrondse holte, een biologisch waardevol biologisch gebied of een Natura 2000-gebied, zoals bedoeld bij de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud;2° rekening houdend met de noodzaak om een geschikte afstand te bewaren ten opzichte van een bestaande inrichting die een risico vormt op een zwaar ongeval in de zin van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning, elk ontwerp waarvan de ligging het risico op een zwaar ongeval zou kunnen verhogen of de gevolgen ervan zou kunnen verergeren; 3° onroerende goederen die blootgesteld worden aan een groot natuurrisico of grote geotechnische druk zoals overstromingen begrepen in de gebieden onderhevig aan het overstromingsrisico in de zin van artikel D.53 van het Waterwetboek, de instorting van een rotswand, de aardverschuiving, de mijnverzakkingen, de verzakkingen te wijten aan mijnwerken, winningen van ijzerertsen of ondergrondse holtes of het aardbevingsgevaar; 4° onroerende goederen gelegen : a) in of in de nabijheid van een domaniaal natuurreservaat of een erkend natuurreservaat, een wetenschappelijk waardevolle ondergrondse holte, een biologisch waardevol vochtig gebied of een bosreservaat zoals bedoeld bij de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud;b) in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied dat voor- of vastgesteld wordt overeenkomstig de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie</p></div>", "next": 239154}