{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De nadere regels omtrent de oproep voor het verhoor, het verhoor van de ambtenaar en eventuele getuigen en het proces-verbaal zijn identiek aan de regels betreffende het voorlopig voorstel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het definitieve voorstel van tuchtstraf moet worden geformuleerd door het Directiecomité binnen een termijn van twee maanden volgend op de kennisgeving van de voorlopige beslissing. De door het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 voorgeschreven termijn van één maand bleek immers niet voldoende, aangezien systematisch gebruik werd gemaakt van de aan het Directiecomité geboden mogelijkheid om de termijn te verlengen. Voortaan zou het Directiecomité eerder uitzonderlijk gebruik moeten maken van deze mogelijkheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behalve via de reeds bestaande communicatiemiddelen kan het definitieve voorstel voortaan ook via elektronische weg worden meegedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de twintig dagen vanaf de kennisgeving van het definitief voorstel van tuchtstraf, kan de ambtenaar tegen dit voorstel een beroep indienen bij de raad van beroep die bevoegd is voor tuchtzaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt uitdrukkelijk verwezen naar het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 om de bevoegdheid van deze kamer vast te stellen. Afdeling 3. Beslissing van de bevoegde overheid Artikelen 168 en 169 Dit artikel bepaalt de voorwaarden voor de beslissing van de bevoegde overheid en behoeft geen toelichting. Afdeling 4. Samenloop van tuchtfeiten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-170\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 170</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel beschrijft de te volgen procedure bij meerdere tuchtfeiten en behoeft geen toelichting</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 6. Verjaring van de tuchtvordering</h3>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 171 De verjaringstermijn is vastgesteld op zes maanden na de vaststelling of de kennisname van de tuchtfeiten door de tuchtoverheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoewel deze periode wordt gestuit wanneer voor dezelfde feiten een strafrechtelijke procedure wordt ingeleid, belet niets de tuchtoverheid om zich uit te spreken.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 7. Uitwissing van de tuchtstraf</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-172\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 172</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Na verstrijken van een bepaalde termijn, die wordt bepaald in functie van de tuchtstraf, wordt de straf uitgewist uit het persoonlijk dossier van de ambtenaar. Met de uitgewiste tuchtstraf mag geen rekening meer worden gehouden bij de evaluatie en bij de beoordeling van de aanspraken op bevordering van de ambtenaar Het tijdstip waarop de termijn voor de uitwissing begint te lopen is gewijzigd voor de verschillende tuchtstraffen en is afhankelijk van het feit of de straf een eenmalige straf is (bijv. terechtwijzing) of een in de tijd gespreide tuchtstraf (bijv. tuchtschorsing). Deze opsplitsing volgens de aard van de tuchtstraf is ook voorzien in het koninklijk besluit van 2 oktober 1937. In het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 ging de termijn voor het wissen in op de datum waarop de straf werd opgelegd, ongeacht de aard van de tuchtstraf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Boek 2. Consulaire carrière Boek 2, dat handelt over de consulaire carrière, omvat twee titels: de eerste titel is gewijd aan de algemene bepalingen (titel 1) en de tweede aan de hiërarchie, de anciënniteit en de bevordering door overgang naar het niveau A van de buitenlandse carrière (titel 2).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 1. Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-173\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 173</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel bepaalt het toepassingsgebied van boek 2, dat alleen van toepassing is op ambtenaren van de consulaire carrière</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 174 De consulaire carrière is een loopbaan waarvoor geen vergelijkende selectie meer wordt georganiseerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-175\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 175</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel bepaalt welke artikelen van boek 1 (buitenlandse carrière) ook van toepassing zijn op de ambtenaren van de consulaire carrière</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Titel 2. Hiërarchie, evaluatie, anciënniteit en bevordering door overgang naar het niveau A van de buitenlandse carrière Titel 2 bestaat uit drie hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Hiërarchie;</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2. Anciënniteit;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3. Bevordering door overgang naar het niveau A van de buitenlandse carrière.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 1. Hiërarchie</h3>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 176 De consulaire carrière bevindt zich op het niveau C van de Rijksambtenaren. Niveau C omvat verschillende weddeschalen. Een weddeschaal is gekoppeld aan een titel. De titel verschilt wanneer de ambtenaar wordt aangesteld op post, op Belgoeurop of op Belotan, aangezien hij dan de titel draagt van de functie die hij uitoefent.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2. Anciënniteit</h3>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 177 en 178 In dit verband verwees het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 naar de artikelen van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937. Het huidig koninklijk besluit gebruikt niet langer verwijzingen, maar neemt de inhoud van de toepasselijke artikelen over en past deze waar nodig aan om rekening te houden met de specifieke kenmerken van de consulaire carrière, omwille van de leesbaarheid van het koninklijk besluit en om de blijvende toepassing van deze artikelen te garanderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze artikels behoeven geen toelichting, met uitzondering van de volgende verduidelijkingen: 1° in de mate waarin er slechts één graad bestaat in de consulaire carrière, is het niet pertinent te verwijzen naar de graadanciënniteit (artikel 177);2° de nadere regels voor de berekening van de dienstanciënniteit (artikel 178) worden bepaald in artikel 45. Hoofdstuk 3. Bevordering door overgang naar het niveau A van de buitenlandse carrière Hoofdstuk 3 bestaat uit twee afdelingen: Afdeling 1. Algemene bepaling;</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 2. Procedure voor de bevordering door overgang naar het</h3>\n<p class=\"lf-p\">niveau A van de buitenlandse carrière Afdeling 1. Algemene bepaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-179\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 179</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat de bevordering door overgang naar het niveau A van de buitenlandse carrière bij koninklijk besluit na het slagen voor bepaalde proeven wordt toegekend De ambtenaar van de consulaire carrière die bevorderd wordt door overgang naar het niveau A wordt benoemd in de klasse A2. Afdeling 2. Procedure voor de bevordering door overgang naar het niveau A van de buitenlandse carrière</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-180\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 180</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt de vereisten die een ambtenaar moet vervullen om deel te nemen aan de examens voor bevordering naar het niveau A van de buitenlandse carrière Eén van deze voorwaarden is het slagen voor het taalexamen bedoeld in artikel 14, eerste lid van het koninklijk besluit van 8 maart 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten0 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijgevolg zal deze ambtenaar hetzelfde getuigschrift krijgen als de ambtenaar van de buitenlandse carrière die dit taalexamen moet afleggen om toegelaten te worden tot het tweede deel van de stage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient opgemerkt dat het taalexamen bedoeld in artikel 14, eerste lid van het koninklijk besluit van 8 maart 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten0 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966, beantwoordt aan de vereisten van artikel 47, § 5, tweede lid van diezelfde gecoördineerde wetten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-181\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 181</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel beschrijft de vierreeksen van proeven voor bevordering naar het niveau A van de buitenlandse carrière. Deze vier reeksen van proeven blijven ongewijzigd, met uitzondering van de formulering van de derde reeks, die enigszins is gewijzigd om deze in de toekomst flexibeler te maken, teneinde rekening te houden met de huidige specifieke kenmerken van de functie Bovendien is nu bepaald dat de ambtenaren van de consulaire carrière die aan de tweede reeks proeven willen deelnemen, overeenkomstig artikel 123 een dienstvrijstelling krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat ten slotte het taalexamen met betrekking tot de kennis van de Engelse taal en het examen van de tweede landstaal betreft, genieten de ambtenaren van de consulaire carrière dezelfde vrijstellingen als die welke gelden in het kader van de aanwerving van de ambtenaren van de buitenlandse carrière.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deel 4. Financieel statuut Deel 4 betreffende het financieel statuut bestaat uit zes boeken: Boek 1. Algemene bepaling;</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Boek 2. Weddeschalen;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Boek 3. Bevordering in weddeschaal;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Boek 4. Forfaitaire vergoedingen;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Boek 5. Tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Boek 6. Bijzondere geldelijke regimes.</h3>\n<p class=\"lf-p\">Afgezien van de weddeschalen (Boek 2), die reeds waren voorzien in het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5, is dit deel 4 een echte nieuwigheid: het brengt de huidige toepasselijke regels uit verschillende reglementeringen en omzendbrieven samen, hierbij rekening houdend met de nieuwe maatschappelijke realiteit en de Belgische institutionele context zoals die is geëvolueerd.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Boek 1. Algemene bepaling</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-182\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 182</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt het toepassingsgebied van deel 4, dat, tenzij anders bepaald, derhalve van toepassing is op de ambtenaren van de buitenlandse carrière, de ambtenaren van de consulaire carrière en de stagiairs</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Boek 2. Weddeschalen</h3>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 183 tot en met 186 De bepalingen met betrekking tot de weddeschalen zijn ongewijzigd overgenomen uit het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5, dat verwijst naar artikel 8, tweede tot vijfde lid (voor de ambtenaren van de buitenlandse carrière) en artikel 6, eerste lid (voor de ambtenaren van de consulaire carrière) en naar bijlage I van het koninklijk besluit van 25 oktober 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De weddeschaal van de stagiair wordt ook vastgesteld, net als de weddeschaal die aan de ambtenaar wordt toegekend bij zijn benoeming (artikel 184). Wanneer de stage van een stagiair wordt verlengd of wanneer hij verdaagd wordt naar de volgende stagesessie overeenkomstig artikel 20, § 2, behoudt de stagiair de weddeschaal NA11 voor de periode van de verlenging of gedurende de periode die voorafgaat aan de volgende stagesessie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot stellen de artikelen 185 en 186, tweede lid de weddeschalen vast voor respectievelijk de bevordering tot de hogere klasse en de bevordering door overgang naar het niveau A van de buitenlandse carrière.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Boek 3. Bevordering in weddeschaal</h3>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 187 en 188 De bevordering in weddeschaal (geldelijke loopbaan) is de toekenning aan de ambtenaar, in zijn klasse of in zijn graad, van de weddeschaal hoger dan die welke hij genoot.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze wordt verleend: 1° voor de ambtenaren van de buitenlandse carrière, door een ministerieel besluit of een besluit van zijn afgevaardigde;2° voor de ambtenaren van de consulaire carrière, door een besluit van de voorzitter of zijn afgevaardigde. Voor de ambtenaren van de consulaire carrière wordt de bevordering in weddeschaal dus niet langer toegekend door de minister of door zijn afgevaardigde, zoals was bepaald in het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5, maar door de voorzitter of zijn afgevaardigde. Doel is om te werk te gaan naar analogie met artikel 24 van het koninklijk besluit van 7 augustus 1939 betreffende de evaluatie en de loopbaan van het rijkspersoneel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vereisten voor bevordering in weddeschaal zijn aangepast om ze in overeenstemming te brengen met deze die gelden voor de Rijksambtenaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om in aanmerking te komen voor een bevordering in weddeschaal, mag de ambtenaar geen \"onvoldoende\" hebben gekregen op zijn laatste evaluatie. Deze versoepeling is het gevolg van de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 14 januari 2022Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten7 betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt. Voorheen moest de ambtenaar driemaal (of vijfmaal/zesmaal, afhankelijk van het geval) \"voldoet aan de verwachtingen\" hebben behaald om in de weddeschaal te stijgen. Als gevolg hiervan werd de loopbaanontwikkeling van de ambtenaar vertraagd als hij een \"onvoldoende\" kreeg in de eerste jaren van de weddeschaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens deze nieuwe regel kan een ambtenaar die in het eerste of tweede jaar van toetreding tot de weddeschaal (of in het derde of vierde jaar als hij al in de tweede weddeschaal zit) een \"onvoldoende\" krijgt, na drie jaar (of vijf jaar/zes jaar, naargelang het geval) meteen naar de hogere weddeschaal overgaan, op voorwaarde dat hij bij de laatste evaluatie geen \"onvoldoende\" heeft gekregen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Boek 4. Forfaitaire vergoedingen Boek 4 omvat zeven titels: Titel 1. Algemene bepalingen Titel 2. Transfervergoeding;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 3. Postvergoeding en voorschot op de postvergoeding;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 4. Waarnemingsvergoeding;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 5. Terugkeervergoeding;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 6. Vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 7. Vergoeding voor verblijfskosten.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 1. Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-189\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 189</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel voorziet in de jaarlijkse indexering van de forfaitaire vergoedingen en de nadere regels hieromtrent, en behoeft geen toelichting</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-190\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 190</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel bepaalt dat de forfaitaire vergoedingen op een Belgische bankrekening moeten worden gestort, zelfs wanneer de ambtenaar op post aangesteld is</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-191\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 191</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in de terugbetaling van forfaitaire vergoedingen of voorschotten die ten onrechte zijn ontvangen. De voorwaarden van deze terugbetaling worden bepaald door de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 2. Transfervergoeding</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-192\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 192</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in de toekenning van een transfervergoeding. Deze vergoeding dient ter dekking, op forfaitaire basis, van een aantal kosten die de ambtenaar maakt in de periode voorafgaand aan zijn aanstelling op een toekomstige post, zoals eventuele reiskosten (vervoersbewijzen, hotels, transport ter plaatse) naar zijn toekomstige post om huisvesting te zoeken en, indien van toepassing, een school te vinden voor de kinderen, de dossierkosten voor inschrijving in een schoolsysteem, extra bagage van meer dan 20 kg, enz Deze vergoeding vervangt de vroegere \"termijnvergoeding\" die alleen werd toegekend wanneer de ambtenaar na een aanstelling op het hoofdbestuur op post werd aangesteld. Deze werd berekend op basis van de wedde van de ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De transfervergoeding wordt voortaan berekend op basis van de toekomstige postvergoeding van de ambtenaar. Ze wordt toegekend aan de ambtenaar die sedert ten minste één jaar is aangesteld op het hoofdbestuur, op Belgoeurop, op Belotan of op post.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-193\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat de betalingsvoorwaarden van de transfervergoeding (bijvoorbeeld het tijdstip waarop deze wordt betaald) worden bepaald door de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde en behoeft geen toelichting Titel 3. Postvergoeding en voorschot op de postvergoeding Titel 3 bestaat uit twee hoofdstukken, waarvan het eerste gewijd is aan de postvergoeding (hoofdstuk 1) en het tweede aan het voorschot op de postvergoeding (hoofdstuk 2).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 1. Postvergoeding</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-194\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 194</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel voorziet in de toekenning van een maandelijkse postvergoeding</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De postvergoeding bestaat uit vijf bedragen ter compensatie van vijf zaken waarmee dede ambtenaar tijdens zijn loopbaan wordt geconfronteerd: 1° de vergoeding voor de internationale mobiliteit, ter compensatie van de persoonlijke en familiale gevolgen van de opeenvolgende aanstellingen op post, op Belgoeurop, op Belotan of op het hoofdbestuur;2° de vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid, ter compensatie van de eisen die verband houden met de representativiteit van de functie op post en de beschikbaarheid van de ambtenaar, die eigen zijn aan de functie, inclusief de overuren die overigens niet gecompenseerd kunnen worden;3° de vergoeding voor de verwijdering, ter compensatie van de gevolgen van de afstand en de wisselende toegankelijkheid van de locatie waar de functie wordt uitgeoefend;4° de vergoeding voor de hardship, ter compensatie van de nadelen die verbonden zijn aan de woonplaats in termen van levenskwaliteit, waarbij rekening wordt gehouden met het klimaat, de natuurlijke en sociale omgeving, de bevoorrading, de toegang tot gezondheidszorg en de veiligheid;5° de vergoeding voor het kind, ter compensatie van de extra last die het gevolg is van de aanwezigheid van een kind op post of van het onderhoud van een kind dat de ambtenaar niet mee op post kan vergezellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-195\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 195</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt de berekeningswijze van het bedrag voor de internationale mobiliteit. Het bedrag wordt bepaald in bijlage 2 en wordt verhoogd met 25% wanneer de ambtenaar een partner heeft (vermeerdering voor de partner). Om deze vermeerdering met 25% te ontvangen (cfr. artikel 200) moet de ambtenaar aangesteld zijn op een post met een categorie van hardship 1 tot en met 4 en moet zijn partner bij hem op post verblijven gedurende ten minste acht maanden per jaar. Deze vereiste is niet van toepassing wanneer de ambtenaar is aangesteld op een post met categorie van hardship 5 tot en met 7: het loutere feit dat de ambtenaar een partner heeft, ongeacht of deze wel of niet bij de ambtenaar op post verblijft, geeft recht op deze vermeerdering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-196\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 196</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt de berekeningswijze van het bedrag voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid. Dit bedrag is gekoppeld aan een functiecode. Alle functiecodes worden bepaald in bijlage 3 en elk bedrag met betrekking tot elke functiecode wordt bepaald in bijlage 2 De functiecode \"PH\" (Posthoofd) is onderverdeeld in zes categorieën.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lijst met de functies van de posthoofden per categorie wordt bepaald door het Directiecomité en elke drie jaar herzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de functiecodes DM1 en DM2 is voorzien in een mogelijkheid om af te wijken van de functiecodes, zodat het Directiecomité het bedrag van functiecode DM1 of DM2 kan koppelen aan een andere functie, omwille van het aantal personeelsleden dat door de houder van die functie wordt aangestuurd. De afwijking maakt het mogelijk het bedrag van functiecode DM1 te koppelen aan functies in het consulaire domein en het domein van de ontwikkelingssamenwerking. Het bedrag van functiecode DM2 kan enkel gekoppeld worden aan functies in het domein van de ontwikkelingssamenwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Directiecomité stelt de lijst op van de functies in het consulaire domein of het domein van de ontwikkelingssamenwerking waaraan het voorstelt de functiecodes DM1 en DM2 te koppelen, telkens beslist wordt een ambtenaar aan te stellen in een functie op post of telkens de omstandigheden dit vereisen, en legt deze voor aan de minister.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te bepalen welke personeelsleden door de houder van de functie worden aangestuurd, worden alleen ambtenaren, stagiairs, Rijksambtenaren die op de post zijn aangesteld, uitgezonden contractuelen en lokaal aangeworven contractuele personeelsleden in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt ook dat de ambtenaar zijn functiecode behoudt gedurende zijn hele aanstelling, zelfs als het organigram van de post wordt gewijzigd (vermindering of verhoging van het aantal personeelsleden), tenzij deze wijziging duurzaam is en ertoe leidt dat de ambtenaar een hogere functiecode moet krijgen; in dat geval krijgt hij de hogere functiecode die overeenkomt met het nieuwe organigram van de post.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te bepalen of er een nieuwe functiecode moet worden toegekend als gevolg van een gewijzigde organisatie van de post, worden alleen ambtenaren, stagiairs, Rijksambtenaren die op de post zijn aangesteld en uitgezonden contractuele personeelsleden in aanmerking genomen die functies uitoefenen in het diplomatieke of het consulaire domein of in het domein van de ontwikkelingssamenwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid wordt vermeerderd met 25% als de ambtenaar een partner heeft, onder dezelfde voorwaarden als de toeslag voor de partner voor de internationale mobiliteit (cfr. artikel 195).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-197\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 197</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt de berekeningswijze van het bedrag voor de verwijdering. Dit bedrag is gekoppeld aan de categorie van verwijdering van de post en wordt vastgesteld in bijlage 2 Dit bedrag wordt vermeerderd met 100% als de ambtenaar een partner heeft, onder dezelfde voorwaarden als de toeslag voor de partner voor de internationale mobiliteit (cfr. artikel 195).</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de vermeerdering voor de partner wordt er voor het bedrag voor de verwijdering ook een vermeerdering voor elk kind verrekend. Het bedrag voor de verwijdering wordt vermeerderd met 50% per kind of 100% voor het eerste kind, en met 50% voor elk volgend kind, afhankelijk van het feit of de ambtenaar wel of geen partner heeft, en als hij wel een partner heeft, of deze wel of niet op de post verblijft, en tot slot van de categorie van hardship van de post.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-198\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 198</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt de berekeningswijze van het bedrag voor de hardship. Dit bedrag is gekoppeld aan de categorie van hardship van de post en wordt vastgesteld in bijlage 2 Dit bedrag wordt vermeerderd met 50% als de ambtenaar een partner heeft, onder dezelfde voorwaarden als de vermeerdering voor de partner voor de internationale mobiliteit (cfr. artikel 195).</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de vermeerdering voor de partner wordt er voor het bedrag voor de hardship ook een vermeerdering voor elk kind toegekend. Het bedrag voor de hardship wordt vermeerderd met 25% per kind of 50% voor het eerste kind, en met 25% voor elk volgend kind, afhankelijk van het feit of de ambtenaar wel of geen partner heeft, en als hij wel een partner heeft, of deze wel of niet op de post verblijft, en tot slot van de categorie van hardship van de post.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-199\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 199</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel bepaalt de berekeningswijze van het bedrag voor het kind</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit is een eenmalig bedrag bepaald in bijlage 2, dat wordt vermenigvuldigd met het aantal kinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het kind een handicap heeft die erkend is door de FOD Sociale Zekerheid of door Kind en Gezin, wordt dit bedrag verdubbeld voor het kind in kwestie. Dit dubbele bedrag wordt betaald voor gehandicapte kinderen tot 21 jaar, zelfs als ze geen voltijds onderwijs volgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze laatste toevoeging is belangrijk omdat artikel 3, 23° van het huidig besluit, dat het begrip 'kind' definieert, stelt dat een kind geen kind is in de zin van dit besluit als het ouder is dan 18 jaar en geen voltijds onderwijs volgt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-200\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 200</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt de minimumperiode gedurende dewelke de partner samen met de ambtenaar op de post moet verblijven opdat laatstgenoemde de vermeerderingen voor de partner zou ontvangen zoals bepaald in de artikelen 195 (bedrag voor de internationale mobiliteit), 196 (bedrag voor de uitgeoefende functie en beschikbaarheid), 197 (bedrag voor de verwijdering) en 198 (bedrag voor de hardship): de partner moet minstens acht maanden samen met de ambtenaar op post verblijven. Deze eis geldt alleen op de posten met een categorie van hardship 1 tot en met 4. Voor de posten met categorie van hardship 5 tot en met 7, is het toegestaan dat de partner niet bij de ambtenaar op de post verblijft, vanwege de grote mate van hardship Wanneer de ambtenaar slechts voor een deel van het jaar op post wordt aangesteld (over het algemeen het jaar van aanstelling en het jaar van vertrek van de post), wordt de minimale verblijfsperiode pro rata berekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk jaar vult de ambtenaar een verklaring op eer in met het aantal maanden dat zijn partner daadwerkelijk op post was tijdens het voorgaande jaar en een schatting van het aantal maanden dat zijn partner op post zal zijn tijdens het komende jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-201\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 201</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat de vermeerderingen voor de partner niet van toepassing zijn indien de partner van de ambtenaar eveneens een ambtenaar van de buitenlandse carrière of consulaire carrière aangesteld op post is en die geniet van de postvergoeding. In dit geval wordt de vermeerdering voor de partner niet toegepast, op geen van beide ambtenaren van het koppel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-202\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 202</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat, wanneer de partner van de ambtenaar eveneens een ambtenaar van de buitenlandse carrière of consulaire carrière aangesteld op post is die geniet van de postvergoeding, de vermeerderingen per kind enkel van toepassing zijn op de ambtenaar die is aangesteld op de post met de hoogste categorie van verwijdering Als de categorie van verwijdering dezelfde is of als het paar op dezelfde post is aangesteld, wordt de toeslag alleen toegekend aan de ambtenaar die de kinderbijslag ontvangt, tenzij zij anders beslissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde scenario wordt het bedrag voor het kind van de postvergoeding alleen toegekend aan de ambtenaar die de kinderbijslag ontvangt, tenzij zij anders beslissen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-203\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 203</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt de inhoudingen op de postvergoeding: 1° het eerste bedrag wordt ingehouden als bijdrage in de tussenkomst in de medische kosten op post;2° het tweede bedrag wordt ingehouden als bijdrage in de lasten en de kosten verbonden aan de bezetting van de residentie die aan het posthoofd ter beschikking wordt gesteld. Het eerste bedrag wordt ingehouden voor alle ambtenaren. Dit komt omdat de ambtenaar op post niet onderworpen is aan het Belgische socialezekerheidsstelsel en het de FOD is die tussenkomt in de medische kosten op post (cfr. artikelen 259 en 260). Het ingehouden bedrag komt overeen met het bedrag van de persoonlijke socialezekerheidsbijdragen van de ambtenaar voor de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering dat zou worden ingehouden als hij op het hoofdbestuur zou tewerkgesteld zijn geweest Het tweede bedrag wordt alleen ingehouden bij de posthoofden. Net zoals de medewerkers bijdragen aan de kosten van hun huisvesting, dragen ook de posthoofden, via deze inhouding, bij aan de lasten en de kosten van de residentie die ze bezetten. Het bedrag dat wordt ingehouden, bedraagt  391,05 indien het posthoofd een partner en/of kinderen heeft. Dit bedrag wordt gehalveerd ( 195,52) indien het posthoofd geen partner en geen kinderen heeft, omdat zijn lasten en kosten lager zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-204\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 204</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel bepaalt de wijze van berekening en betaling van de postvergoeding: deze wordt berekend in dertigsten en uitbetaald aan het einde van de maand</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2. Voorschot op de postvergoeding</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-205\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 205</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in de mogelijkheid voor de ambtenaar die aangesteld is op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan om, voorafgaandelijk aan zijn toekomstige aanstelling op post, een voorschot op de postvergoeding te vragen. Het bedrag van dat voorschot is gelijk aan zesmaal het maandelijkse bedrag van de postvergoeding die zal worden toegekend aan de ambtenaar wanneer hij zal worden aangesteld op post. De nadere regels van de aanvraag, de betaling en de terugbetaling van dit voorschot worden bepaald door de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 4. Waarnemingsvergoeding</h3>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 206 en 207 Dit artikel voorziet in de toekenning van een dagelijkse waarnemingsvergoeding ter compensatie van de werklast en de verantwoordelijkheid van een medewerker die tijdelijk de waarneming van de post op zich neemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze vergoeding wordt toegekend aan de ambtenaar die deze waarneming uitoefent gedurende een ononderbroken periode van ten minste eenentwintig dagen vanaf de eenentwintigste dag van de waarneming, behalve voor ambtenaren wier functie gekoppeld is aan de functiecode DM3 \"medewerker die de functie van voornaamste medewerker uitoefent in het consulaire domein\", DM4, CM22 en CM23, in welk geval de vergoeding wordt toegekend vanaf de eerste dag. Het dagelijks bedrag van de waarnemingsvergoeding bedraagt  17 en wordt vermenigvuldigd met de coëfficiënt van de kost van het levensonderhoud van de post.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 5. Terugkeervergoeding</h3>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 208 De terugkeervergoeding beoogt op forfaitaire wijze alle kosten van de ambtenaar die aangesteld is op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan te dekken, na gedurende minstens één jaar op post te zijn aangesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze vergoeding wordt maandelijks betaald aan de ambtenaar vanaf de dag dat hij is aangesteld op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan. De terugkeervergoeding wordt toegekend tot op de datum van de toekenning van de transfervergoeding en uiterlijk tot vier jaar na de aanstelling van de ambtenaar op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan, behalve indien de minister of zijn afgevaardigde, op voorstel van het Directiecomité, beslist om de toekenning van deze vergoeding met één jaar te verlengen na afloop van deze periode van vier jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze mogelijkheid voor de minister of zijn afgevaardigde geldt echter alleen als de ambtenaar een leidinggevende functie of een expertisefunctie uitoefent die, omwille van de noden van de dienst, niet aan een ander personeelslid van de FOD kan worden toevertrouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar tijdens het ontvangen van de terugkeervergoeding van aanstelling verandert en overstapt van het hoofdbestuur naar Belgoeurop of Belotan, of omgekeerd, blijft hij deze vergoeding ontvangen binnen dezelfde grenzen als deze hierboven bepaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-209\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 209</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt de basis waarop de terugkeervergoeding wordt berekend: deze is gelijk aan een percentage van de geïndexeerde bruto jaarwedde van de ambtenaar en houdt rekening met de gezinssamenstelling van de ambtenaar Voor de ambtenaar die geniet van één van de verloven bedoeld in artikel 210, § 1, tweede lid, 1° tot en met 5° (verlof voor mantelzorgers, loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen, loopbaanonderbreking voor medische bijstand, loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof of verlof toegekend voor een opdracht van algemeen belang zoals bedoeld in artikel 102, § 2 van het verlofbesluit, voor zover het een managementfunctie in een Belgische federale overheidsdienst betreft) wordt de terugkeervergoeding berekend op basis van de geïndexeerde bruto jaarwedde waarop de ambtenaar recht zou hebben indien hij niet genoot van één van die verloven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 210 De terugkeervergoeding wordt in principe betaald in verhouding tot de arbeidstijd van de ambtenaar ( § 1, eerste lid), behalve wanneer de ambtenaar geniet van bepaalde sociale verloven (verlof voor mantelzorgers, loopbaanonderbreking voor palliatieve zorgen, loopbaanonderbreking voor medische bijstand, loopbaanonderbreking voor ouderschapsverlof), van verlof wegens opdracht van algemeen belang bedoeld in artikel 102, § 2 van het verlofbesluit, voor zover het een managementfunctie in een Belgische federale overheidsdienst betreft, hij gedetacheerd is in de cel algemene beleidscoördinatie, een cel algemeen beleid, een beleidscel of een secretariaat van een lid van de federale regering, of ter beschikking wordt gesteld van de Koning of de Prinsen en Prinsessen van België; in deze gevallen wordt de terugkeervergoeding doorbetaald tijdens het verlof ( § 1, tweede lid).</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf 2 van dit artikel bepaalt in welke gevallen de betaling van de terugkeervergoeding wordt geschorst en wat de gevolgen voor deze betaling zijn als het verlof dat tot de schorsing heeft geleid, ten einde loopt (hervatting van de betaling met of zonder verlenging pro rata het verlof). De onderstaande tabel geeft hiervan een overzicht:</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevallen van schorsing van de terugkeervergoeding en gevolgen voor de betaling van de terugkeervergoeding Verlof voor opdracht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-210\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 210</span><span class=\"lf-art-t\">Verlof</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Terugkeervergoeding § 2, al. 2, 1° Verlof voor detachering bij een kabinet of een secretariaat van: een lid van de gemeenschaps- of, gewestregering; een provinciaal of lokaal politiek mandataris; een parlementslid Schorsing van de terugkeervergoeding tijdens het verlof Hervatting van de terugkeervergoeding na beëindiging van het verlof zonder verlenging § 2, al. 3, 1° Verlof voor opdracht van algemeen belang in het buitenland Schorsing van de terugkeervergoeding tijdens het verlof Hervatting van de terugkeervergoeding na beëindiging van het verlof met verlenging pro rata het verlof § 2, al. 2, 2° Verlof voor opdracht die niet van algemeen belang is Schorsing van de terugkeervergoeding tijdens het verlof Hervatting van de terugkeervergoeding na beëindiging van het verlof zonder verlenging § 2, al. 2, 2° Verlof voor opdracht van algemeen belang in België Schorsing van de terugkeervergoeding tijdens het verlof Hervatting van de terugkeervergoeding na beëindiging van het verlof zonder verlenging Loopbaanonderbreking</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 210</span><span class=\"lf-art-t\">Verlof/afwezigheid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Terugkeervergoeding § 2, al. 3, 2° Volledige loopbaanonderbreking (dienstactiviteit) Schorsing van de terugkeervergoeding tijdens het verlof Hervatting van de terugkeervergoeding na beëindiging van het verlof met verlenging pro rata het verlof § 2, al. 3, 2° Afwezigheid van lange duur wegens persoonlijke aangelegenheden (non-dienstactiviteit) Schorsing van de terugkeervergoeding tijdens de afwezigheid Hervatting van de terugkeervergoeding na de afwezigheid met verlenging pro rata de periode van afwezigheid Cas de suspension de l'indemnité de retour et conséquences sur le paiement de l'indemnité de retour Congés pour mission</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 210</span><span class=\"lf-art-t\">Congé</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indemnité de retour § 2, al. 2, 1° Congé pour détachement dans un cabinet ou un secrétariat : - d'un membre du gouvernement communautaire ou régional ; - d'un mandataire politique provincial ou communal ; - d'un parlementaire Suspension de l'indemnité de retour pendant le congé Reprise de l'indemnité de retour à la fin du congé sans prolongation § 2, al. 3, 1° Congé pour mission d'intérêt général à l'étranger Suspension de l'indemnité de retour pendant le congé Reprise de l'indemnité de retour à la fin du congé avec prolongation au prorata du congé § 2, al. 2, 2° Congé pour mission qui n'est pas d'intérêt général Suspension de l'indemnité de retour pendant le congé Reprise de l'indemnité de retour à la fin du congé sans prolongation § 2, al. 2, 2° Congé pour mission d'intérêt général en Belgique Suspension de l'indemnité de retour pendant le congé Reprise de l'indemnité de retour à la fin du congé sans prolongation Interruption de carrière</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 210</span><span class=\"lf-art-t\">Congé/Absence</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indemnité de retour § 2, al. 3, 2° Interruption complète de carrière (activité de service) Suspension de l'indemnité de retour pendant le congé Reprise de l'indemnité de retour à la fin du congé avec prolongation au prorata du congé § 2, al. 3, 2° Absence de longue durée pour raisons personnelles (non-activité de service) Suspension de l'indemnité de retour pendant l'absence Reprise de l'indemnité de retour à la fin de l'absence avec prolongation au prorata de l'absence Behoudens de mogelijkheid voor de minister of zijn afgevaardigde om de toekenning van de terugkeervergoeding te verlengen (cfr. artikel 208, § 2, vierde lid), mag de terugkeervergoeding in geval van verlenging in elk geval niet worden toegekend voor een periode van meer dan vier jaar en eindigt ze zodra een transfervergoeding wordt uitbetaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien wordt er geen terugkeervergoeding betaald als de verlofperiode langer dan vier jaar duurt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 211 De terugkeervergoeding wordt berekend in dertigsten en achteraf betaald.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 6. Vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid</h3>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 212 De ambtenaar die aangesteld is op Belgoeurop of op Belotan ontvangt niet langer een postvergoeding, aangezien deze twee entiteiten vanuit intern oogpunt niet langer als posten worden beschouwd. Hij ontvangt echter wel een maandelijkse vergoeding ter compensatie van de werklast van zijn functie en de vereiste beschikbaarheid die inherent is aan zijn functie, inclusief overuren die overigens niet gecompenseerd kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als deze ambtenaar wordt overgeplaatst naar Belgoeurop of Belotan na minstens één jaar op post te zijn aangesteld, heeft hij eveneens recht op de terugkeervergoeding (cfr. artikel 208).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 213</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt het bedrag van de vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid. Dit bedrag varieert afhankelijk van de uitgeoefende functie binnen één van deze twee entiteiten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-214\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 214</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt de wijze van berekening en betaling van de vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid: deze wordt berekend in dertigsten en wordt uitbetaald op het einde van de maand</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 7. Vergoeding voor verblijfskosten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-215\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 215</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een vergoeding voor verblijfskosten wanneer de ambtenaar, ongeacht of hij aangesteld is op post, op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan, op dienstreis naar het buitenland moet of moet zetelen in een internationale commissie. De kosten gedekt door de vergoeding en het bedrag van deze vergoeding worden bepaald bij ministerieel besluit Wanneer de ambtenaar aangesteld is op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan, ontvangt hij maaltijdcheques. Dus wordt deze vergoeding voor verblijfskosten verminderd met het bedrag van de tussenkomst van de FOD in de maaltijdcheque.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Boek 5. Tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever Boek 5 bestaat uit zestien titels: Titel 1. Algemene bepalingen;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 2. Tussenkomst in de kosten van het huispersoneel van de posthoofden;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 3. Tussenkomst voor de wagen van het posthoofd;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 4. Voorschot voor de wagen van het posthoofd;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 5. Terbeschikkingstelling van een dienstvoertuig;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 6. Tussenkomst in de kosten van het transport van de medewerkers;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 7. Terbeschikkingstelling van een residentie aan het posthoofd en tussenkomsten in de kosten verbonden aan het verblijf;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 8. Tussenkomst in de kosten van de inrichting van het verblijf;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 9. Tussenkomst in de kosten van de voorschoolse opvang, tussenkomst in de schoolkosten en voorschot voor de schoolkosten;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 10. Tussenkomst in de veiligheidskosten;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 11. Tussenkomst in de medische kosten;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 12. Tussenkomst in de verblijfskosten;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 13. Tussenkomst in de reiskosten;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 14. Verhuis;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 15. Tussenkomst in de kosten van repatriëring van het stoffelijk overschot;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 16. Tussenkomst in de kosten verbonden aan de opleidingen en aan de examens.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 1. Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-216\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 216</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat de bedragen van de tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever elke drie jaar worden geïndexeerd en stelt de nadere regels van deze indexering vast. Dit artikel behoeft geen toelichting</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-217\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 217</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat de nadere regels voor de betaling en de verantwoording van de tussenkomsten alsook de nadere regels voor het verzoek tot betaling en de terugbetaling van de voorschotten op de tussenkomsten worden bepaald door de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-218\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 218</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in de terugbetaling van onverschuldigde of ongerechtvaardigde tussenkomsten. De nadere regels voor deze terugbetaling worden bepaald door de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-219\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 219</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat alleen kosten die niet terugvorderbaar zijn op grond van het diplomatieke of consulaire statuut van de ambtenaar het voorwerp kunnen uitmaken van een tussenkomst</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-220\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 220</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel bepaalt dat de tussenkomsten op een Belgische bankrekening moeten worden gestort, zelfs wanneer de ambtenaar op een post aangesteld is</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 2. Tussenkomst in de kosten van het huispersoneel van de posthoofden</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 221</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een forfaitaire maandelijkse tussenkomst in de kosten van het huispersoneel van het posthoofd, voor personeel dat in de woning verblijft en dat het posthoofd op eigen naam contractueel in dienst neemt Deze tussenkomst wordt gerechtvaardigd door het feit dat het posthoofd in het kader van zijn representatieve taken over huispersoneel moet kunnen beschikken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Momenteel is een hervorming aan de gang die inhoudt dat de FOD tegen 2026 geleidelijk al het huispersoneel zelf zal aanwerven, met uitzondering van het personeel dat in de residentie zelf verblijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat personeel zal nog steeds door het posthoofd worden aangeworven, aangezien sommige leden van het huispersoneel geen onderdaan zijn van het land van accreditatie en een rechtstreeks contract met het posthoofd nodig hebben om een verblijfsvergunning te krijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde geeft zijn goedkeuring betreffende de aanwerving van het huispersoneel door het posthoofd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag van deze tussenkomst wordt bepaald door de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-222\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 222</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel geeft een exhaustieve opsomming van de kosten die in aanmerking worden genomen in het kader van de kosten verbonden aan het huispersoneel van het posthoofd Wat de verzekeringskosten betreft die verbonden zijn aan de uitgeoefende functie, gaat het om de kosten van de verzekeringen die door het posthoofd zijn afgesloten en die verband houden met de uitoefening van de functie van huispersoneel, met uitzondering van de persoonlijke verzekeringen van het lid van het huispersoneel of elke andere verzekering van het posthoofd die geen verband houdt met de functie van het huispersoneel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 223</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hoewel dit een forfaitaire tussenkomst is (artikel 221), moet deze elk jaar worden verantwoord. Het bedrag van de tussenkomsten dat niet wordt verantwoord, wordt terugbetaald (cfr. artikel 218) Anderzijds, indien op het einde van het jaar de kosten voor het huispersoneel hoger zijn dan de ontvangen forfaitaire maandelijkse tussenkomsten, wordt er een aanvullende tussenkomst toegekend om het verschil te dekken, indien het posthoofd hierom verzoekt en dit naar behoren motiveert.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 3. Tussenkomst voor de wagen van het posthoofd</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 224</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een tussenkomst in de kosten van het onderhoud en het gebruik van de persoonlijke wagen van het posthoofd, die hij gebruikt in het kader van de uitoefening van zijn functie Deze tussenkomst wordt gerechtvaardigd door de noodzaak voor het posthoofd om zijn eigen wagen te kunnen gebruiken in het kader van zijn representatieve verplichtingen: het ontvangen van delegaties, verplaatsingen binnen het rechtsgebied van de post, enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze tussenkomst wordt betaald in de vorm van een maandelijks forfaitair bedrag. Als de werkelijke uitgaven op het einde van het jaar lager zijn dan de som van de maandelijkse forfaitaire betalingen, moet het posthoofd het verschil terugbetalen (cfr. artikel 218).</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet eveneens, gezien het doel van deze tussenkomst, de verplichting voor het posthoofd om te waken over het representatief karakter van zijn wagen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 4. Voorschot voor de wagen van het posthoofd</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-225\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 225</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in de mogelijkheid voor een ambtenaar, die al dan niet posthoofd is en die is aangesteld op post, om een voorschot te vragen voor de financiering van een wagen die hij zal gebruiken op zijn volgende post als posthoofd, en dit vóór deze nieuwe aanstelling als posthoofd, alsook het bedrag van het voorschot</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 5. Terbeschikkingstelling van een dienstvoertuig</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 226</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in het ter beschikking stellen van een dienstvoertuig aan de permanente vertegenwoordigers van Belgoeurop en Belotan, alsook aan de adjunct-permanent vertegenwoordiger van Belgoeurop en de vertegenwoordiger bij het COPS. Titel 6. Tussenkomst in de kosten van het transport van de medewerkers</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-227\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 227</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel voorziet in een tussenkomst in de transportkosten van medewerkers aangesteld op post en bepaalt het bedrag van deze tussenkomst</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit is een forfaitaire tussenkomst die maandelijks wordt betaald. Deze tussenkomst geldt enkel voor medewerkers en niet voor de posthoofden, aangezien zij een tussenkomst krijgen in de kosten voor een wagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze tussenkomst dekt zowel de kosten van het openbaar vervoer van de medewerker als de kosten voor het gebruik van zijn persoonlijke wagen voor professionele doeleinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De medewerker moet het gebruik van de ontvangen bedragen verantwoorden en betaalt de bedragen die niet verantwoord zijn, terug (artikel 218).</p>\n<p class=\"lf-p\">Titel 7. Terbeschikkingstelling van een residentie aan het posthoofd en tussenkomsten in de kosten verbonden aan het verblijf Titel 7 bestaat uit drie hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Terbeschikkingstelling van een residentie aan het posthoofd Hoofdstuk 2. Tussenkomst in de kosten van de beëindiging van het huurcontract Hoofdstuk 3. Tussenkomst in de kosten van het verblijf op post Hoofdstuk 1. Terbeschikkingstelling van een residentie aan het posthoofd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-228\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 228</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel bepaalt dat er een residentie ter beschikking wordt gesteld van het posthoofd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het posthoofd is ertoe gehouden de residentie die hem ter beschikking wordt gesteld door de FOD onmiddellijk te betrekken bij zijn aankomst in het land van aanstelling en dit gedurende zijn volledige aanstelling. In uitzonderlijke omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer de residentie wordt gerenoveerd, kan het posthoofd niet verblijven in de residentie en geniet dan van een tussenkomst in de kosten van de voorlopige huisvesting (cfr. artikel 231).</p>\n<p class=\"lf-p\">De directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde bepaalt de nadere regels die van toepassing zijn in geval van uitzonderlijke omstandigheden en de duur tijdens dewelke het posthoofd kan genieten van de tussenkomst in de kosten van de voorlopige huisvesting.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lasten en kosten verbonden aan het betrekken van de residentie worden ten laste genomen door de Belgische Staat. Niettemin wordt, zoals vermeld in artikel 203, eerste lid, 2°, b) en tweede lid, op de postvergoeding van het posthoofd een bedrag ingehouden als bijdrage in de lasten en kosten verbonden aan de bezetting van de residentie die hem ter beschikking wordt gesteld.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2. Tussenkomst in de kosten van de beëindiging van het huurcontract</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-229\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 229</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een volledige tussenkomst in de kosten van de beëindiging van het huurcontract in België van de ambtenaar aangesteld op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan die zal worden aangesteld op post, indien deze, voorzichtig en redelijk, met dergelijke kosten geconfronteerd wordt</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3. Tussenkomst in de kosten van het verblijf op post Hoofdstuk 3 bestaat uit vier afdelingen: Afdeling 1. Algemene bepaling;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 2. Tussenkomst in de kosten van het voorlopig verblijf;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 3. Tussenkomst in de kosten van het definitief verblijf;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 4. Voorschot voor de huurwaarborg van het definitief</h3>\n<p class=\"lf-p\">verblijf. Afdeling 1. Algemene bepaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-230\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 230</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een afwijking van artikel 220: de tussenkomst waarin dit hoofdstuk voorziet, wordt om praktische redenen niet op de Belgische bankrekening van de ambtenaar gestort (de huur wordt vaak in lokale valuta betaald). De nadere regels voor de betaling worden bepaald door de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde. Afdeling 2. Tussenkomst in de kosten van het voorlopig verblijf</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-231\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 231</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel voorziet in een tussenkomst in de kosten van het voorlopig verblijf voor zowel de medewerker als het posthoofd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de medewerker dekt de tussenkomst in de kosten van de het voorlopig verblijf de kost van de overnachting vanaf de datum van zijn aanstelling op post tot de datum waarop het huurcontract voor zijn definitief verblijf ingaat, met een limiet van twee maanden, en vanaf de datum waarop hij uit zijn definitief verblijf verhuist tot het einde van zijn aanstelling op post. In naar behoren gemotiveerde uitzonderlijke omstandigheden mag de limiet van twee maanden worden overschreden. In dat geval bepaalt de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde de toepasselijke regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het posthoofd dekt de tussenkomst de kost van de overnachting wanneer uitzonderlijke omstandigheden het posthoofd beletten zijn residentie onmiddellijk te betrekken (cfr. artikel 228) of wanneer het posthoofd de residentie kort voor de beëindiging van zijn aanstelling op post verlaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen de kosten van de overnachting worden gedekt. De kosten voor diensten en maaltijden zijn uitgesloten. Bovendien bepaalt de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde de grenzen van de tussenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot kan een tussenkomst in de kosten van het voorlopig verblijf niet samen met een tussenkomst in de kosten van het definitief verblijf worden toegekend, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, in welk geval de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde de nadere regels bepaalt die van toepassing zijn. Afdeling 3. Tussenkomst in de kosten van het definitief verblijf</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-232\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 232</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat de medewerker tevens verplicht is het functieverblijf te betrekken dat hem door de Belgische Staat ter beschikking wordt gesteld, behoudens uitzonderlijke omstandigheden, in welk geval de algemeen directeur P&amp;O of zijn afgevaardigde de toepasselijke nadere regels bepaalt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-233\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 233</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de medewerker die geen functieverblijf van de Belgische Staat ter beschikking krijgt, voorziet dit artikel in een tussenkomst in de huur van het definitief verblijf, met uitsluiting van alle andere lasten Het maximumbedrag van deze tussenkomst wordt bepaald door de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-234\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 234</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een volledige tussenkomst in de kosten van de agentschapscommissie die de medewerker betaalt voor het zoeken naar een definitief verblijf. Afdeling 4. Voorschot voor de huurwaarborg van het definitief verblijf</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-235\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 235</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in de mogelijkheid om, op verzoek, een voorschot toe te kennen aan de ambtenaar voor het betalen van het bedrag van de huurwaarborg die vereist is door het huurcontract van zijn definitief verblijf</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 8. Tussenkomst in de kosten van de inrichting van het verblijf</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-236\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 236</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een tussenkomst in de kosten voor de inrichting van het verblijf. Deze tussenkomst is bedoeld om de installatiekosten te vergoeden voor goederen die niet recupereerbaar zijn wanneer de ambtenaar het verblijf verlaat De tussenkomst in de kosten voor de inrichting van het verblijf wordt evenwel uitsluitend toegekend in de volgende situaties: 1° aan de medewerker die minstens één jaar is aangesteld op eenzelfde post;2° aan de ambtenaar die minstens zes maanden aangesteld is op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan na aangesteld geweest te zijn op post. Als de ambtenaar niet gedurende ten minste respectievelijk één jaar op post of zes maanden op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan werd aangesteld, moet hij het bedrag van de ten onrechte ontvangen tussenkomst terugbetalen (artikel 218). Dit artikel voorziet echter in een uitzondering voor de ambtenaar die minder dan zes maanden op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan werd aangesteld op het ogenblik dat hij met pensioen gaat, op voorwaarde dat hij ononderbroken een functie op post heeft uitgeoefend gedurende de zeven jaar die voorafgaan aan zijn laatste aanstelling op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-237\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 237</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel geeft een exhaustieve opsomming van de kosten van de inrichting die in aanmerking worden genomen in het kader van deze tussenkomst wanneer de medewerker op post is aangesteld De tussenkomst is alleen verschuldigd voor zover de lokale wetgeving niet bepaalt dat de eigenaar van het definitief verblijf deze kosten ten laste neemt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-238\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 238</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel geeft een exhaustieve opsomming van de kosten van de inrichting die in aanmerking worden genomen in het kader van deze tussenkomst wanneer de ambtenaar op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan is aangesteld</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-239\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 239</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een begrenzing van de tussenkomst in de kosten voor de inrichting van het verblijf. Het maximum verschilt al naar gelang de ambtenaar wordt aangesteld op post of op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan Titel 9. Tussenkomst in de kosten gekoppeld aan de voorschoolse opvang en aan de scholing Titel 9 bestaat uit vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Tussenkomst in de kosten van de voorschoolse opvang;</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2. Tussenkomst in de schoolkosten;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3. Tussenkomst in de kosten verbonden aan het hoger onderwijs;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4. Voorschot voor schoolkosten en kosten van de voorschoolse opvang.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 1. Tussenkomst in de kosten van de voorschoolse opvang</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-240\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 240</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel voorziet in een jaarlijkse tussenkomst in de kosten van voorschoolse opvang</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze tussenkomst wordt alleen onder de volgende voorwaarden verleend: 1° voorwaarde verbonden aan het verblijf van het kind met de ambtenaar op post;2° voorwaarde verbonden aan de periode van tussenkomst: voor de opvangdagen tussen de geboorte van het kind en het begin van zijn scholing, en ten laatste wanneer het kind drie jaar wordt;3° voorwaarde verbonden aan de plaats van opvang: buiten het verblijf van de ambtenaar en dit op voorwaarde dat het kind wordt toevertrouwd aan een crèche, een onthaalgezin of een andere structuur die naar behoren is goedgekeurd door de lokale autoriteiten. Dit artikel geeft ook een volledige lijst van kosten die niet in aanmerking worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 241 De maximale bijdrage in de kosten voor voorschoolse opvang bedraagt  1.000 per kind en per jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-242\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 242</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel voorziet in de mogelijkheid van een aanvullende tussenkomst wanneer de kosten van de voorschoolse opvang hoger zijn dan  9.100 per kind en per jaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er blijft dus  8.100 over voor rekening van de ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze aanvullende tussenkomst wordt alleen toegekend na akkoord van de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde, die het bedrag vaststelt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2. Tussenkomst in de schoolkosten</h3>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 243 tot en met 246 In België is het verplicht onderwijs gratis. In het buitenland zijn uitgezonden ambtenaren verplicht om hun kinderen naar internationale scholen te sturen die een diploma uitreiken waarmee ze hun studies in een ander land kunnen voortzetten wanneer ze van post veranderen en/of hoger onderwijs kunnen volgen in België of een ander land (internationaal baccalaureaat of gelijkwaardig).</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarom voorziet dit artikel in een tussenkomst per schooljaar in de schoolkosten van elk kind.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze tussenkomst wordt onder de volgende voorwaarden verleend aan de ambtenaar aangesteld op post, ongeacht of het kind al dan niet bij hem op post verblijft: 1° voorwaarde verbonden aan de periode van de tussenkomst: vanaf het begin van de scholing van het kind tot het einde van het trimester tijdens hetwelk het kind zijn verplichte scholing beëindigt (artikel 243);2° voorwaarde verbonden aan het type onderwijs: enkel studies met een voltijds leerplan die tijdens de normale schooluren plaatsvinden en de regelmatige aanwezigheid van het kind in de klas vereisen (artikel 245);3° voorwaarde verbonden aan de afwezigheid van een andere dekking van de schoolkosten: de tussenkomst wordt toegekend pro rata van andere toelagen of terugbetalingen toegekend door andere administraties, andere organisaties of de werkgever van de partner (artikel 246). In landen waar geen kleuteronderwijs bestaat, krijgt de ambtenaar toch een tussenkomst in de schoolkosten voor de dagen waarop het kind wordt opgevangen vanaf de leeftijd van drie jaar (artikel 244).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-247\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 247</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel geeft een exhaustieve opsomming van de schoolkosten die in aanmerking worden genomen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-248\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 248</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel bepaalt dat de tussenkomst per kind en per schooljaar is begrensd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een aanvullende tussenkomst toegekend wanneer de schoolkosten van het kind dat school loopt in de stad van de post waar de ambtenaar is aangesteld het maximumbedrag overschrijden. Behoudens uitzonderlijke omstandigheden, die door de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde worden beoordeeld, is deze bijkomende tussenkomst zelf beperkt tot de schoolkosten van de minst dure internationale school binnen hetzelfde taalstelsel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-249\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 249</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een begrensde tussenkomst in de kosten van aanvullende lessen die lokaal of op afstand worden gegeven in één van de Belgische landstalen. Deze wordt toegekend per kind in het kleuter-, basis- of secundair onderwijs en per schooljaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-250\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 250</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een begrensde tussenkomst in de kosten voor inhaallessen die nodig zijn om de integratie van het kind in een ander schoolsysteem te vergemakkelijken. Deze wordt toegekend per kind in het kleuter-, basis- of secundair onderwijs en per aanstelling op post</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3. Tussenkomst in de kosten verbonden aan het hoger onderwijs</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-251\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 251</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een begrensde tussenkomst in de kosten van het hoger onderwijs, namelijk - en beperkt tot - de kosten van huisvesting en de kosten van de maaltijden. Deze tussenkomst wordt echter alleen toegekend als het kind niet bij zijn ouders woont. De bijdrage wordt toegekend per kind en per schooljaar. Deze tussenkomst wordt gerechtvaardigd door het feit dat wanneer kinderen in een ander land wonen dan het land waar de ambtenaar is aangesteld, de kosten in verband met hun huisvesting en maaltijden aanzienlijk hoger zijn dan wanneer de kinderen onderwijs volgen in de stad van de post of in het land waar de ambtenaar is aangesteld Aangezien hoger onderwijs niet verplicht is, wordt er geen tussenkomst verleend in de kosten van inschrijving.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4. Voorschot voor schoolkosten en kosten van de voorschoolse opvang</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-252\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 252</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat er een voorschot voor de schoolkosten of de kosten van de voorschoolse opvang wordt toegekend wanneer de schoolkosten of de kosten van de voorschoolse opvang voor alle kinderen samen per schooljaar meer bedragen dan het maximum vermeld in het artikel</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 10. Tussenkomst in de veiligheidskosten Titel 10 bestaat uit drie hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen;</h3>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 2. Tussenkomst in de kosten van de beveiliging van het definitief verblijf en van het voertuig Hoofdstuk 3. Tussenkomst in de kosten van de persoonlijk beveiliging Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-253\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 253</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een tussenkomst in de beveiligingskosten die aan de ambtenaar wordt toegekend wanneer hij wordt aangesteld op een post waar er een ernstige bedreiging bestaat op het vlak van de veiligheid De FOD moet er immers voor zorgen dat de ambtenaren in optimale veiligheidsomstandigheden kunnen werken, of ten minste in omstandigheden die vergelijkbaar zijn met de veiligheidsomstandigheden in België (\"duty of care\").</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet alle posten vallen onder de bepalingen van deze titel. De voorzitter of zijn afgevaardigde stelt een lijst op van de posten waar er een ernstige bedreiging bestaat op het vlak van de veiligheid en die bijgevolg in aanmerking komen voor toepassing van deze titel.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2. Tussenkomst in de kosten van de beveiliging van het definitief verblijf en van het voertuig</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-254\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 254</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een tussenkomst in de kosten om het definitief verblijf en de wagen van de medewerker te beveiligen, tot een maximum van 10.000 voor de volledige duur van zijn aanstelling. In uitzonderlijke omstandigheden kan een grotere tussenkomst worden toegekend. In dat geval bepaalt de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde de toepasselijke nadere regels en het maximumbedrag van de tussenkomst Dit artikel geeft ook een niet-exhaustieve lijst van beveiligingsapparatuur om het definitief verblijf te beveiligen waarvan de kosten in aanmerking worden genomen voor de tussenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Enkel de kosten van de aankoop, de installatie en het onderhoud van de beveiligingsapparatuur worden in aanmerking genomen, voor zover deze kosten niet ten laste worden genomen door de eigenaar van het definitief verblijf. Alle andere beveiligingsapparatuur dat niet in de lijst is opgenomen, moet naar behoren worden verantwoord door ernstige bedreigingen op het vlak van de veiligheid die verbonden zijn aan de plaats van aanstelling en voorafgaandelijk worden goedgekeurd door de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat de voertuigen betreft wordt alleen rekening gehouden met de kosten van het blinderen van de ramen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 3. Tussenkomst in de kosten van de persoonlijke beveiliging De tussenkomst in de kosten van de persoonlijke beveiliging verschilt naargelang deze aan een medewerker (artikel 255) of aan een posthoofd (artikel 256) wordt toegekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-255\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 255</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een tussenkomst in de kosten van de persoonlijke beveiliging van de werknemer, zijn partner en de kinderen die samen met hem op post verblijven. Het bedrag van de tussenkomst bedraagt 9.300 per jaar Dit artikel geeft ook een niet-exhaustieve lijst van de kosten van de persoonlijke beveiliging die in aanmerking worden genomen voor de tussenkomst. Dat zijn onder meer de bewakingskosten wanneer die niet gedekt worden door de tussenkomst in de kosten van het definitief verblijf. Alle andere persoonlijke beveiligingsapparatuur die niet in de lijst zijn opgenomen, moeten naar behoren worden verantwoord door ernstige bedreigingen op het vlak van de veiligheid die verbonden zijn aan de plaats van aanstelling en voorafgaandelijk worden goedgekeurd door de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-256\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 256</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een tussenkomst in de kosten van de persoonlijke beveiliging van het posthoofd, zijn partner en de kinderen die samen met hem op de post verblijven. Het bedrag van de tussenkomst bedraagt 5.000 per jaar, aangezien de kosten voor de bewaking van de residentie worden ten laste genomen door de Belgische overheid Net als voor de medewerker geeft dit artikel een niet-exhaustieve lijst van kosten van de persoonlijke beveiliging die in aanmerking worden genomen voor de tussenkomst. Voor het posthoofd worden de bewakingskosten nooit in aanmerking genomen (cfr. hierboven). Alle andere persoonlijke beveiligingsapparatuur die niet in de lijst zijn opgenomen, moeten naar behoren worden verantwoord door ernstige bedreigingen op het vlak van de veiligheid die verbonden zijn aan de plaats van aanstelling en voorafgaandelijk worden goedgekeurd door de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-257\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 257</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat het bedrag van de tussenkomst voor de medewerker (artikel 255) en voor het posthoofd (artikel 256) wordt toegekend in verhouding tot de duur van de aanstelling op een post waar er een ernstige bedreiging bestaat op het vlak van de veiligheid Indien bijvoorbeeld de lijst van posten waar een ernstige bedreiging bestaat op het vlak van de veiligheid in de loop van het jaar wordt aangepast en er een post aan wordt toegevoegd, wordt de tussenkomst toegekend pro rata van het resterende aantal dagen van het jaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-258\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 258</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in de mogelijkheid om in uitzonderlijke omstandigheden een hogere tussenkomst toe te kennen dan die waarin de artikelen 255 en 256 voorzien. In dat geval bepaalt de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde de toepasselijke nadere regels en het maximumbedrag van de tussenkomst</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 11. Tussenkomst in de medische kosten</h3>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 259 en 260 Dit artikel voorziet in een tussenkomst in de medische kosten van de ambtenaar op post, zijn partner en kinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Krachtens artikel 9, § 1, tweede lid van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, zijn ambtenaren op post niet onderworpen aan de Belgische sociale zekerheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De FOD heeft daarom een overeenkomst gesloten met een dienstverlener die verantwoordelijk is voor het ontvangen en vergoeden van de medische kosten van de ambtenaren die op post aangesteld zijn, hun partners en kinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister of zijn afgevaardigde bepaalt: 1° de medische en de eraan verbonden kosten die in aanmerking komen voor een tussenkomst;2° de voorwaarden waaronder de kosten in aanmerking komen voor een tussenkomst;3° het bedrag van de tussenkomst. Titel 12. Tussenkomst in de verblijfskosten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-261\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 261</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een tussenkomst in de verblijfskosten wanneer de ambtenaar, ongeacht of hij aangesteld is op post, op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan, op dienstreis naar het buitenland moet of moet zetelen in een internationale commissie. De kosten gedekt door deze vergoeding en de grenzen binnen dewelke de tussenkomst wordt toegekend, worden bepaald bij ministerieel besluit Titel 13. Tussenkomst in de reiskosten Titel 13 is onderverdeeld in zeven hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Hoofdstuk 2. Tussenkomst in de reiskosten verbonden aan een wijziging van aanstelling;</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3. Tussenkomst in de kosten van de periodieke terugkeerreis;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4. Tussenkomst in de kosten van de verluchtingsreis;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5. Tussenkomst in de reiskosten in het kader van familiebezoeken;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 6. Tussenkomst in de reiskosten ten gevolge van het overlijden van een familielid;</h3>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 7. Tussenkomst in de reiskosten in het kader van de overgang naar het niveau A van de buitenlandse carrière, in het kader van opleidingen en in het kader van de terugroeping in dienst.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-262\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 262</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel voorziet op exhaustieve wijze de reiskosten die gedekt zijn door een tussenkomst, ongeacht het soort reis</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wat 1° betreft, is het de bedoeling om het vervoersbewijs of de kosten van een autoreis ten laste te nemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-263\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 263</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat de directeur-generaal P&amp;O of de directeur-generaal B&amp;B, of hun respectievelijke afgevaardigden, de nadere regels voor de toekenning van de tussenkomsten en de grenzen waarbinnen deze tussenkomsten worden toegestaan, bepalen, elk voor het type reis waarvoor hij bevoegd is</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-264\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 264</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat de tussenkomst wordt berekend op basis van het voordeligste tarief, rekening houdend met de duur van de reis, na een vergelijking van de marktprijzen voor de vervoersbewijzen</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2. Tussenkomst in de reiskosten verbonden aan een wijziging van aanstelling</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-265\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 265</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel voorziet in een tussenkomst in de reiskosten van de ambtenaar bij elke wijziging van aanstelling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-266\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 266</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een tussenkomst in de reiskosten van de partner van de ambtenaar bij elke wijziging van aanstelling van de ambtenaar, binnen bepaalde grenzen: 1° wanneer de ambtenaar op post wordt aangesteld en de partner bij de ambtenaar op post zal verblijven, maar niet met hem verbleef tijdens de vorige aanstelling, wordt de tussenkomst beperkt tot de kosten van een reis vertrekkende vanuit Brussel ( § 1, tweede lid).Een voorbeeld: een ambtenaar is op post in Montreal en zijn partner verblijft in New York. De ambtenaar wordt vervolgens aangesteld in Den Haag. De tussenkomst zal in dit geval de reiskosten van de partner dekken voor de reis van Brussel naar Den Haag en niet van New York naar Den Haag, en dit op voorwaarde dat de partner samen met de ambtenaar in Den Haag zal verblijven. 2° wanneer de ambtenaar op een andere post wordt aangesteld na een aanstelling op post waar zijn partner bij hem verbleef en de partner nu niet meer bij de ambtenaar op post zal verblijven, dan is de tussenkomst in de reiskosten van de partner beperkt tot de kosten van een reis naar Brussel ( § 2);3° wanneer de ambtenaar na een aanstelling op post, wordt aangesteld op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan en indien de partner met hem op post verbleef, wordt een tussenkomst voor de partner toegekend die beperkt is tot de kosten van een reis naar Brussel ( § 3)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-267\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 267</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een tussenkomst in de reiskosten van de kinderen bij elke wijziging van aanstelling van de ambtenaar, binnen dezelfde grenzen als wat voor de partner van toepassing is (cfr. artikel 266)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3. Tussenkomst in de kosten van de periodieke terugkeerreis</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-268\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 268</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een tussenkomst in de kosten van de periodieke terugreis van de ambtenaar, zijn partner en de kinderen die samen met hem op post verblijven Periodieke terugkeerreizen stellen de ambtenaar en zijn gezin in staat om één of meerdere keren per jaar terug te keren, afhankelijk van de categorie van hardship van de post.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze tussenkomst belet de ambtenaar, zijn partner en de kinderen niet om naar een andere bestemming dan Brussel te reizen, maar de tussenkomst dekt alleen de kosten van een heen- en terugreis naar en van Brussel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-269\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 269</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel bepaalt de frequentie van de periodieke terugkeerreizen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afhankelijk van de categorie van hardship van de post, heeft de ambtenaar recht op één tot vier reizen per jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel vervangt het ministerieel besluit tot vaststelling van de periodiciteit van de verlofreizen ten laste van de Staat voor bepaalde personeelsleden van de Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, dat bijgevolg wordt opgeheven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-270\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 270</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat de minister in geval van een bijzondere veiligheids- of gezondheidssituatie voor een bepaald jaar en voor een bepaalde post een hogere periodiciteit kan toekennen dan in artikel 269 is bepaald. Dit maakt het mogelijk om het aantal reizen per jaar te verhogen, met behoud van een beperking gekoppeld aan de periode waarin de reis moet worden gemaakt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-271\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 271</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel beschrijft de voorwaarden voor de tussenkomst in de reiskosten voor de periodieke terugkeerreis: 1° de periodiciteit wordt berekend vanaf de datum waarop de ambtenaar wordt aangesteld op post;2° de tussenkomst in de reiskosten wordt ten laste genomen enkel wanneer deze plaatsvindt tijdens de periode bepaald in artikel 269 of in een periode van dertig dagen vóór of na deze periode;3° een uitzondering op deze beperking van dertig dagen vóór en na de periode bepaald in artikel 269 is mogelijk mits de toestemming van de directeur-generaal B&amp;B of zijn afgevaardigde, op gemotiveerd verzoek van de ambtenaar;4° zodra hij zijn post heeft verlaten, heeft de ambtenaar geen recht meer op een tussenkomst in de kosten van de terugkeerreis voor de reis die hij niet heeft gemaakt tijdens de periode waarin hij op post was. Hoofdstuk 4. Tussenkomst in de kosten van de verluchtingsreis</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-272\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 272</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een tussenkomst in de kosten van de verluchtingsreis van de ambtenaar, van zijn partner en van de kinderen die bij hem verblijven op post, wanneer de ambtenaar is aangesteld op een post die een bijzonder hoog niveau van luchtvervuiling kent. De lijst van deze posten wordt vastgesteld door de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde Verluchtingsreizen bieden de ambtenaar en zijn gezin de mogelijkheid om de post te verlaten om \"te verluchten\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze tussenkomst belet de ambtenaar, zijn partner en de kinderen niet om naar een andere bestemming dan Brussel te reizen, maar de tussenkomst in de reiskosten is beperkt tot de kosten van een heen- en terugreis naar en van Brussel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-273\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 273</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat de tussenkomst één verluchtingsreis per periode van twaalf maanden dekt, waarbij de eerste periode ingaat op de datum van aanstelling op post. Verluchtingsreizen die niet zijn opgenomen door de ambtenaar tijdens de periode van twaalf maanden zijn verloren</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5. Tussenkomst in de reiskosten in het kader van familiebezoeken</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-274\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 274</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat er een tussenkomst wordt toegekend in de reiskosten van de partner van de ambtenaar die niet bij hem op post verblijft. De tussenkomst wordt toegekend voor één reis per periode van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van aanstelling van de ambtenaar op post</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-275\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 275</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat er een tussenkomst wordt toegekend in de reiskosten van het kind van de ambtenaar dat niet bij hem op post verblijft. De tussenkomst wordt toegekend voor één reis per periode van twaalf maanden, te rekenen vanaf de datum van aanstelling van de ambtenaar op post Er is voorzien in een afwijking om de ambtenaar of zijn partner die bij hem op post verblijft toe te laten te genieten van de tussenkomst in plaats van het kind, om het kind te kunnen gaan bezoeken. Deze afwijking kan maar één keer per jaar en per gezin worden toegestaan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 6. Tussenkomst in de reiskosten ten gevolge van het overlijden van een familielid</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-276\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 276</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat er een tussenkomst wordt toegekend in de reiskosten van de ambtenaar, van zijn partner en van de kinderen die bij hem op post verblijven in geval van overlijden van een bloedverwant in rechtstreekse opgaande of nederdalende lijn van de ambtenaar of van zijn partner Hoofdstuk 7. Tussenkomst in de reiskosten in het kader van de overgang naar het niveau A van de buitenlandse carrière en in het kader van opleidingen en in het kader van een terugroeping in dienst</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-277\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 277</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat er een volledige tussenkomst van de reiskosten wordt toegekend aan de ambtenaar van de consulaire carrière aangesteld op post in het kader van de proeven voor de overgang naar het niveau A van de buitenlandse carrière, ten belope van drie reizen heen en terug. Indien de ambtenaar meer dan drie proeven moet afleggen, wordt de tussenkomst beperkt tot één heen- en terugreis per proef en maximum vijf heen-en-terugreizen voor het geheel van de overgangsprocedure</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-278\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 278</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat er een volledige tussenkomst in de reiskosten wordt toegekend aan de ambtenaar aangesteld op post voor elke opleiding die door de FOD wordt georganiseerd of ondersteund of wanneer de ambtenaar in dienst wordt teruggeroepen. De reiskosten voor de diplomatieke dagen, de dagen voor de medewerkers en de consulaire dagen vallen derhalve onder dit artikel</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 14. Verhuis Titel 14 bestaat uit twee hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Verhuis verbonden aan een wijziging van aanstelling;</h3>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk 2. Tussenkomst in de kosten van een lokale verhuis Hoofdstuk 1. Verhuis verbonden aan een wijziging van aanstelling Wanneer de wijziging van de aanstelling van een ambtenaar gepaard gaat met een verhuis naar een andere plaats van aanstelling, komen de kosten van deze verhuis, zowel financieel als organisatorisch, volledig ten laste van de FOD, met inachtneming van de in dit hoofdstuk vastgestelde grenzen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-279\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 279</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel beschrijft de twee voorwaarden waaronder de verhuis van het meubilair en de persoonlijke bezittingen van de ambtenaar ten laste wordt genomen: 1° het betreft de verhuis van de ambtenaar van een plaats van aanstelling naar zijn nieuwe plaats van aanstelling (de ambtenaar verhuist van het hoofdbestuur, Belgoeurop of Belotan naar een post, of omgekeerd, of van de ene post naar de andere post).De verhuis moet het gevolg zijn van een wijziging van aanstelling: privéverhuizingen worden niet ten laste genomen. Indien de ambtenaar beslist om geen beroep te doen op de tenlasteneming van de verhuiskosten, kan hij niet vragen om ter compensatie een andere verhuis ten laste te nemen; 2° de verhuis wordt georganiseerd vanaf één enkel adres op de plaats van aanstelling van de ambtenaar naar één enkel adres op de plaats van zijn nieuwe aanstelling: enerzijds kan de verhuis enkel gebeuren naar de plaats van aanstelling van de ambtenaar: een verhuis naar een ander land dan het land van aanstelling wordt niet ten laste genomen. Bovendien moeten alle meubels en persoonlijke bezittingen van de ambtenaar zich op hetzelfde adres bevinden wanneer de verhuis plaatsvindt en worden ze op één adres op de plaats van aanstelling afgeleverd Er is evenwel een uitzondering voorzien op deze tweede voorwaarde: de tenlasteneming van de verhuis of de levering ervan kan georganiseerd worden vanaf en naar een opslagplaats, bovenop het vertrek- of leveringsadres, uitsluitend in de gevallen voorzien in artikel 284, § 1, eerste lid, 1° tot en met 3°.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt slechts één enkele verhuis ten laste genomen per wijziging van aanstelling en per ambtenaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-280\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 280</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat de verhuiskosten beperkt zijn tot een maximumvolume dat door de directeur-generaal B&amp;B of zijn afgevaardigde wordt vastgesteld op basis van drie criteria: 1° de functiecode van de ambtenaar;2° het aantal kinderen dat bij de ambtenaar verblijft;3° de beschikbaarheid van consumptiegoederen op post. Met betrekking tot de beschikbaarheid van consumptiegoederen stelt de directeur-generaal B&amp;B of zijn afgevaardigde elk jaar een lijst op van posten waar de beschikbaarheid van consumptiegoederen laag is en de categorieën van consumptiegoederen die in aanmerking worden genomen Dit criterium maakt het mogelijk om een hoger volume toe te kennen aan ambtenaren die consumptiegoederen moeten meenemen die ze niet gemakkelijk zullen vinden in het land van de post waar ze zijn aangesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is ook de bedoeling dat wanneer een ambtenaar is vertrokken op post met een bepaald volume dat wordt toegekend op basis van de drie criteria, hij ten minste hetzelfde volume behoudt tot zijn volgende aanstelling op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan. Hierdoor wordt vermeden dat een ambtenaar recht heeft op een bepaald volume voor een eerste verhuis, maar vervolgens niet al zijn meubilair en persoonlijke bezittingen kan meenemen naar de volgende post of naar het hoofdbestuur, Belgoeurop of Belotan vanwege een kleiner volume dat hem zou worden toegekend voor de volgende verhuis op basis van de drie criteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot kan de directeur-generaal B&amp;B of zijn afgevaardigde het volume dat naar de post wordt verzonden, beperken indien de ambtenaar een gemeubeld verblijf betrekt dat door de FOD ter beschikking wordt gesteld. In dat geval heeft de ambtenaar immers minder meubilair nodig dan wanneer de woning ongemeubeld is. Hij heeft dan wel het recht op een opslagplaats voor de rest van zijn verhuisvolume dat niet naar de post kan worden verhuisd (cfr. artikel 284).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-281\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 281</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel beschrijft de activiteiten die onder de verhuis vallen, namelijk: 1° de demontage en de verpakking;2° het in- en uitladen;3° het transport;4° het uitpakken en de hermontage van de door de aangewezen verhuismaatschappij gedemonteerde meubelen. Het uitpakken van nieuwe zelfbouwmeubelen die door de ambtenaar zijn gekocht, wordt niet ten laste genomen, zelfs als ze door het verhuisbedrijf zijn vervoerd De meerkosten van de verhuis van de goederen van buitensporige omvang of die niet het primaire karakter van meubilair hebben, worden niet ten laste genomen. De lijst van deze goederen wordt opgesteld door de directeur-generaal B&amp;B of zijn afgevaardigde. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om een piano. Een wagen valt hier niet onder: de eventuele tenlasteneming van het voertuig valt onder artikel 283.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-282\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 282</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat de nadere regels voor het transport van de meubels en de persoonlijke bezittingen van de ambtenaar worden bepaald door de directeur-generaal B&amp;B of zijn afgevaardigde. Dit geldt onder meer voor de transportmiddelen in functie van de post</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-283\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 283</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat de verhuis van de persoonlijke wagen van de ambtenaar ten laste wordt genomen indien hij is aangesteld op een post waar de beschikbaarheid van voertuigen beperkt is. Deze tenlasteneming komt bovenop de tenlasteneming van zijn verhuisvolume Wat de beschikbaarheid van voertuigen betreft, stelt de directeur-generaal B&amp;B of zijn afgevaardigde jaarlijks de lijst op van de posten waar de beschikbaarheid van voertuigen beperkt is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De directeur-generaal B&amp;B of zijn afgevaardigde bepaalt eveneens de nadere regels voor het transport van het voertuig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot bepaalt dit artikel ook dat als de kosten voor het transport van de persoonlijke wagen van een ambtenaar gedekt zijn, deze kosten ook gedekt worden bij elke volgende verhuis tot de volgende terugkeer van de ambtenaar naar het hoofdbestuur, Belgoeurop of Belotan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-284\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 284</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat de kosten voor het huren van een opslagplaats in vier gevallen wordt gedekt: 1° wanneer de ambtenaar posthoofd is: een ambtenaar die posthoofd is, woont in een gemeubelde residentie en kan dus niet altijd al zijn meubelen meenemen op post;2° wanneer de ambtenaar een medewerker is die een gemeubelde woning betrekt die te zijner beschikking wordt gesteld door de Belgische Staat: in dat geval kan de ambtenaar ook niet al zijn meubelen meenemen op post.Zijn verhuisvolume kan bovendien worden beperkt door de directeur-generaal B&amp;B of zijn afgevaardigde (cfr. artikel 280); 3° wanneer de ambtenaar is aangesteld op een post waarvan de categorie van hardship gelijk is aan of hoger is dan 5;4° wanneer de ambtenaar is aangesteld op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan na een aanstelling op post en hij niet onmiddellijk een nieuwe woning vindt: in dit geval wordt de ambtenaar geholpen met de opslag van zijn meubelen bij zijn terugkeer naar België, in afwachting van een verblijf waar hij zijn meubels kan plaatsen.Bijgevolg is deze tenlasteneming beperkt tot 3 maanden na de aankomst van zijn meubilair en persoonlijke bezittingen in België Ambtenaren die tijdens hun tewerkstelling op post in de eerste drie gevallen zijn, zijn eveneens in het vierde geval als ze niet onmiddellijk een nieuwe woonst vinden bij hun terugkeer naar België.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tenlasteneming van de huur van de opslagplaats beperkt tot drie maanden na de aankomst in België van de meubelen en de persoonlijke bezittingen, loopt verder na de definitieve ambtsneerlegging van de ambtenaar. Dit derde lid is belangrijk, omdat wanneer de ambtenaar posthoofd was en een gemeubeld verblijf bewoonde dat door de Belgische Staat ter beschikking werd gesteld, of zich bevond op een post met een categorie van hardship 5 tot 7, hij reeds recht had op de tenlasteneming van de huur van een opslagplaats. Wanneer hij dus terugkeert naar België, gaat deze tenlasteneming door, zelfs nadat hij zijn hoedanigheid van ambtenaar heeft verloren. In dit geval is de limiet van drie maanden op dezelfde manier van toepassing als in artikel 287, dat voorziet in beperkingen in geval van definitieve ambtsneerlegging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-285\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 285</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat de tenlasteneming van de verhuis van de meubelen uit de opslagplaats en de tenlasteneming van de huur van de opslagplaats een einde nemen wanneer de verhuis van een deel van of van alle persoonlijke bezittingen en meubelen van de ambtenaar uit de opslagplaats ten laste wordt genomen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-286\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 286</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat in het geval bedoeld in artikel 284, eerste lid, 4°, de tenlasteneming van de verhuis van de meubelen en van de persoonlijke bezittingen van de ambtenaar uit de opslagplaats een einde neemt zodra de verhuis van een deel van of van alle persoonlijke bezittingen en meubelen van de ambtenaar uit de opslagplaats ten laste wordt genomen, en uiterlijk twaalf maanden na zijn aanstelling op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan Dit artikel onderscheidt zich van artikel 284, tweede lid in die zin dat het voorziet in de tenlasteneming van de verhuiskosten voor het meubilair en de persoonlijke bezittingen uit de meubelopslagplaats, terwijl artikel 284, tweede lid voorziet in de tenlasteneming van de huurkosten van de opslagplaats. Dit betekent dat de huur van de opslagplaats maximaal drie maanden ten laste wordt genomen, terwijl de kosten voor de verhuis van de meubelen en de persoonlijke bezittingen van de ambtenaar uit de opslagplaats tot twaalf maanden na de terugkeer van de ambtenaar naar België ten laste worden genomen indien de ambtenaar beslist om de opslagplaats op eigen kosten te houden en op voorwaarde dat hij niet verzoekt om de verhuis van een deel van zijn meubelen tijdens deze twaalf maanden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-287\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 287</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel voorziet dat de verhuis en de opslagplaats ten laste worden genomen in geval van een definitieve ambtsneerlegging</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verhuis wordt ten laste genomen als deze voldoet aan alle drie de volgende voorwaarden: - de verhuis wordt naar één enkel adres ten laste genomen: net als voor de ambtenaar zelf, dekt de tenlasteneming van de verhuis niet de dispatching van de meubelen naar meerdere adressen; - de verhuis wordt ten laste genomen ten belope van de kosten van een verhuis naar België: in tegenstelling tot artikel 279 laat artikel 287 de tenlasteneming van een verhuis naar een ander land dan België toe, maar ten belope van de kosten voor een verhuis naar België; - de verhuis wordt ten laste genomen op voorwaarde dat de ambtenaar zijn plaats van aanstelling verlaat in de loop van de maand die volgt op de maand waarin het ambt wordt beëindigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat betreft de tenlasteneming van het huren van een opslagplaats en het verhuizen van de meubelen en persoonlijke bezittingen uit de opslagplaats, is het volgende voorzien: 1° voor de huur van de opslagplaats: tenlasteneming tot drie maanden na de aankomst van de meubelen en de persoonlijke bezittingen vanaf de plaats van aanstelling;2° voor de verhuis van de meubelen en persoonlijke bezittingen vanaf de opslagplaats, worden de kosten ten laste genomen: a) ten belope van een verhuis naar één enkel adres in België;b) tot zes maanden vanaf de definitieve ambtsneerlegging. Er is voorzien in een afwijking van de limiet van zes maanden na de definitieve ambtsneerlegging wanneer het einde van de tenlasteneming van de huur van de opslagplaats de zes maanden na de definitieve ambtsneerlegging overschrijdt. In dit geval wordt de tenlasteneming van de verhuis verlengd tot het einde van de tenlasteneming van de huur van de opslagplaats Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer de verhuis lang duurt en de container pas vijf maanden na de ambtsneerlegging aankomt op de plaats van bestemming. In dit geval stopt de tenlasteneming van de meubelopslagplaats acht maanden na de ambtsneerlegging en zo ook de tenlasteneming van de verhuis.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-288\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 288</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat de verzekering ter dekking van de risico's die zich kunnen voordoen tijdens de verhuis en de opslagperiode in de opslagplaats ten laste wordt genomen, op basis van een inventaris van de waarde van de meubelen en de persoonlijke bezittingen die dienen te worden verhuisd of te worden opgeslagen, binnen de grenzen van de maximumwaarde die door de directeur-generaal B&amp;B of zijn afgevaardigde zijn vastgesteld</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2. Tussenkomst in de kosten van een lokale verhuis</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-289\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 289</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat de lokale verhuiskosten voor een medewerker aangesteld op post in uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde omstandigheden ten laste worden genomen. In dat geval bepaalt de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde de toepasselijke nadere regels en het maximumbedrag van de tussenkomst</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 15. Tussenkomst in de kosten van repatriëring van het stoffelijk overschot</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-290\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 290</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat er een tussenkomst wordt toegekend in de kosten van repatriëring naar de plaats van begraving van het stoffelijk overschot van de volgende personen: 1° de ambtenaar die op post overleden is;2° de partner die overleden is terwijl hij bij de ambtenaar op post verbleef;3° het kind dat overleden is terwijl het bij de ambtenaar op post verbleef. Deze tussenkomst, die wordt toegekend ongeacht waar de overledene wordt begraven, is volledig Titel 16. Tussenkomst in de kosten verbonden aan de opleidingen en aan de examens Titel 16 voorziet in een tussenkomst in de opleidings- en examenkosten in de volgende gevallen: 1° de inschrijvingskosten voor een opleiding van de ambtenaar (artikel 291);2° de inschrijvingskosten voor een taalexamen voor een vierde taal als bedoeld in artikel 48, tweede lid, van dit besluit (artikel 292);3° de kosten van de ontwikkeling van de partner in het kader van zijn professioneel project (artikel 293). Artikel 291 Dit artikel voorziet in een volledige tussenkomst in de kosten verbonden aan een opleiding, op voorwaarde dat het een opleiding betreft die: 1° valt onder het toepassingsgebied van artikel 70 van het verlofbesluit of artikel 123 van dit besluit;2° niet meer dan zestig uur bedraagt, behalve in het geval van een opleiding in het kader van de toegang tot het niveau A van de buitenlandse carrière bedoeld in artikel 181 of een opleiding die georganiseerd of ondersteund wordt door de FOD. Met andere woorden, er moet aan deze twee voorwaarden worden voldaan vooraleer een volledige tussenkomst kan worden toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent dat er geen tussenkomst wordt verleend, zelfs niet pro rata, als de opleiding geen verband houdt met de functie, met andere opleidingen de jaarlijkse limiet van 120 uur overschrijdt en/of meer dan 60 uur duurt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van een toegang tot het niveau A van de buitenlandse carrière bedoeld in artikel 181 of een opleiding georganiseerd of ondersteund door de FOD, mag de duur van de opleiding meer dan 60 uur bedragen, maar mag de jaarlijkse limiet van 120 uur niet worden overschreden opdat de tussenkomst kan worden toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van een opleiding om een vierde taal te leren in het kader van het taalexamen bedoeld in artikel 48, tweede lid van dit koninklijk besluit zal er, indien aan de bovenstaande voorwaarden is voldaan, wel degelijk sprake zijn van een tussenkomst, maar deze zal niet integraal zijn indien het gaat om privélessen. In dit geval is de tussenkomst beperkt tot 75% van de inschrijvingskosten. De directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde bepaalt de nadere regels voor de tenlasteneming van de inschrijvingskosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-292\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 292</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een integrale tussenkomst in de inschrijvingskosten voor de examens waarin dit besluit voorziet, namelijk die voor de toegang tot het niveau A van de buitenlandse carrière (artikel 181, § 3 en § 5) of die voor de bevordering tot de klasse A3 (artikel 48, eerste lid, 2° )</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-293\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 293</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in een tussenkomst in de kosten van de ontwikkeling van de partner in het kader van zijn professioneel project, en beperkt de tussenkomst tot 2.500 per jaar Deze tussenkomst in de kosten van de ontwikkeling van de partners in het kader van hun professioneel project is bedoeld als maatregel om de impact van de buitenlandse carrière of consulaire carrière op de partners te verzachten: door hen te ondersteunen in hun eigen professionele project wil de FOD de afhankelijkheid van de partners verminderen en hun kansen op de arbeidsmarkt vergroten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Boek 6. Bijzondere geldelijke regimes Dit boek voorziet de geldelijke impact van verschillende specifieke arbeidsomstandigheden.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 1. Geldelijk regime tijdens dienstreizen bij een post</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-294\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 294</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat een ambtenaar aangesteld op het hoofdbestuur, op Belgoeurop of op Belotan en die belast is met een dienstreis van meer dan 30 dagen bij een post, vanaf de 31e dag van zijn dienstreis een forfaitaire vergoeding ontvangt die gelijk is aan de vergoeding voor verblijfskosten, alsook een tussenkomst in de kosten van het verblijf (artikel 231) en in de kosten van zijn periodieke terugkeerreis (artikelen 268 tot 271)</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 2. Geldelijk regime in geval van disponibiliteit van een ambtenaar aangesteld op het hoofdbestuur</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-295\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 295</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel verwijst naar het verlofbesluit voor de bedragen van het wachtgeld dat de ambtenaar ontvangt wanneer hij wordt aangesteld op het hoofdbestuur en in disponibiliteit wordt gesteld De mobiliteitsregeling die van toepassing is op de retributie van ambtenaren in dienstactiviteit is van toepassing op het wachtgeld en de vergoedingen die worden ontvangen wanneer zij in disponibiliteit zijn, d.w.z. dat zij zullen worden geïndexeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Titel 3. Geldelijk regime tijdens de verschillende verloven en afwezigheden van de ambtenaren aangesteld op post, bij Belgoeurop of Belotan Titel 3 bepaalt de forfaitaire vergoedingen en de tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever die de ambtenaar ontvangt of ophoudt te ontvangen tijdens een verlof of een afwezigheid wanneer hij is aangesteld op post, op Belgoeurop of op Belotan. De toepasselijke regeling hangt af van het verlof of de afwezigheid in kwestie (uitgesplitst in de hoofdstukken hieronder), en meer bepaald van het feit of de ambtenaar tijdens deze periode al dan niet een wedde of wachtgeld blijft ontvangen ter hoogte van 60%, maar ook van de plaats waar de ambtenaar aangesteld is, d.w.z. op post of op Belgoeurop of op Belotan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 3 bestaat uit elf hoofdstukken: Hoofdstuk 1. Jaarlijks vakantieverlof;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 2. Omstandigheidsverlof;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 3. Uitzonderlijk verlof;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 4. Moederschaps- en vaderschapsverlof;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 5. Ouderschapsverlof;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 6. Adoptieverlof, opvangverlof, pleegouderverlof en pleegzorgverlof;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 7. Verlof om dwingende redenen van familiaal belang;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 8. Verlof wegens ziekte;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 9. Disponibiliteit wegens ziekte;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 10. Deelname aan een georganiseerde werkonderbreking;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 11. Feestdagen op post, op Belgoeurop en Belotan, terugroeping in dienst en dienstvrijstellingen.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Hoofdstuk 1. Jaarlijkse vakantieverlof</h3>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 296 en 297 Tijdens het jaarlijks vakantieverlof behoudt de ambtenaar: 1° indien hij is aangesteld op post, de postvergoeding en alle tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever;2° indien hij is aangesteld op Belgoeurop of Belotan, de vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid. Hoofdstuk 2. Omstandigheidsverlof Artikelen 298 en 299 Tijdens het omstandigheidsverlof behoudt de ambtenaar: 1° indien hij is aangesteld op post, de postvergoeding en alle tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever;2° indien hij is aangesteld op Belgoeurop of Belotan, de vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid. Hoofdstuk 3. Uitzonderlijk verlof Artikelen 300 en 301 Tijdens het uitzonderlijk verlof behoudt de ambtenaar: 1° indien hij is aangesteld op post, de postvergoeding en alle tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever;2° indien hij is aangesteld op Belgoeurop of Belotan, de vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid. Hoofdstuk 4. Moederschaps- en omgezet moederschapsverlof Artikelen 302 en 303 Deze artikelen stellen de grenzen vast waarbinnen de ambtenaar zijn wedde ontvangt in geval van moederschapsverlof of omgezet moederschapsverlof.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot de wedde tijdens het moederschapsverlof werd in het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 verwezen naar de artikelen van het verlofbesluit. Dit koninklijk besluit gebruikt niet langer verwijzingen, maar neemt de inhoud van de toepasselijke artikelen over, omwille van de leesbaarheid van het koninklijk besluit en om de blijvende toepassing van deze artikelen te garanderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 304 en 305 Tijdens het moederschapsverlof en het vaderschapsverlof behoudt de ambtenaar: 1° indien hij is aangesteld op post, de postvergoeding en alle tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever;2° indien hij is aangesteld op Belgoeurop of Belotan, de vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid. Hoofdstuk 5. Ouderschapsverlof Artikelen 306 tot en met 308 Aangezien de ambtenaar het voordeel van zijn wedde verliest tijdens het ouderschapsverlof, 1° verliest hij ook de postvergoeding indien hij op post is aangesteld.Hij behoudt evenwel alle tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever; 2° verliest hij ook de vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid indien hij op Belgoeurop of Belotan is aangesteld. Hoofdstuk 6. Adoptieverlof, opvangverlof, pleegouderverlof en pleegzorgverlof Artikelen 309 en 310 Tijdens het adoptieverlof, opvangverlof, pleegouderverlof en pleegzorgverlof behoudt de ambtenaar: 1° indien hij is aangesteld op post, de postvergoeding en alle tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever;2° indien hij is aangesteld op Belgoeurop of Belotan, de vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid. Hoofdstuk 7. Verlof om dwingende redenen van familiaal belang Artikelen 311 tot en met 313 Aangezien de ambtenaar het voordeel van zijn wedde verliest tijdens het verlof om dwingende redenen van familiaal belang, 1° verliest hij ook de postvergoeding indien hij op post is aangesteld.Hij behoudt evenwel alle tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever; 2° verliest hij ook de vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid indien hij op Belgoeurop of Belotan is aangesteld. Hoofdstuk 8. Verlof wegens ziekte</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-314\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 314</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel bepaalt de wedde tijdens de eerste zesendertig maanden na de indiensttreding van de ambtenaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Terwijl het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 verwees naar het verlofbesluit, herneemt dit koninklijk besluit de inhoud van de toepasselijke bepaling van dat besluit, omwille van de leesbaarheid van het koninklijk besluit en om de blijvende toepassing van deze artikelen te garanderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 315 en 316 Tijdens het verlof wegens ziekte behoudt de ambtenaar: 1° indien hij is aangesteld op post, de postvergoeding en alle tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever;2° indien hij is aangesteld op Belgoeurop of Belotan, de vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid. Artikelen 317 en 318 De ambtenaar die het slachtoffer is van een erkend arbeidsongeval of een erkend ongeval op de weg naar en van het werk in de zin van de wet van 3 juli 1967Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/1967 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/10/2001 numac 2001000905 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/1967 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">23/03/2018 numac 2018030614 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, behoudt: 1° indien hij is aangesteld op post, de postvergoeding en alle tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever;2° indien hij is aangesteld op Belgoeurop of Belotan, de vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid. Hoofdstuk 9. Disponibiliteit wegens ziekte</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-319\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 319</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel bepaalt het wachtgeld waarop de ambtenaar die in disponibiliteit wegens ziekte is gesteld werd, recht heeft</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot de wedde tijdens de disponibiliteit wegens ziekte werd in het koninklijk besluit van 21 juli 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/07/1999 numac 1999012524 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet betreffende de controlegeneeskunde sluiten5 verwezen naar de artikelen van het verlofbesluit. Dit koninklijk besluit gebruikt niet langer verwijzingen, maar neemt de inhoud van de toepasselijke artikelen over, omwille van de leesbaarheid van het koninklijk besluit en om de blijvende toepassing van deze artikelen te garanderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mobiliteitsregeling die van toepassing is op de retributie van ambtenaren in dienstactiviteit is van toepassing op het wachtgeld en de vergoedingen die worden ontvangen wanneer zij in disponibiliteit zijn, d.w.z. dat zij zullen worden geïndexeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 320 en 321 Tijdens de disponibiliteit wegens ziekte, behoudt de ambtenaar: 1° indien hij is aangesteld op post, de postvergoeding en alle tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever;2° indien hij is aangesteld op Belgoeurop of Belotan, de vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid. Hoofdstuk 10. Deelname aan een georganiseerde werkonderbreking Artikelen 322 tot en met 324 Aangezien de ambtenaar het voordeel van zijn wedde verliest tijdens een georganiseerde werkonderbreking: 1° verliest hij ook de postvergoeding indien hij op post is aangesteld.Hij behoudt evenwel alle tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever; 2° verliest hij ook de vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid indien hij op Belgoeurop of Belotan is aangesteld. Hoofdstuk 11. Feestdagen op post, op Belgoeurop en Belotan, terugroeping in dienst en dienstvrijstellingen Artikelen 325 en 326 Op feestdagen, tijdens een terugroeping in dienst of tijdens dienstvrijstellingen als bedoeld in de artikelen 123 tot en met 126 behoudt de ambtenaar: 1° indien hij is aangesteld op post, de postvergoeding en alle tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever;2° indien hij is aangesteld op Belgoeurop of Belotan, de vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid. Titel 4. Geldelijk regime bij verloven en andere afwezigheden tussen twee posten of tussen Belgoeurop of Belotan en een post Artikelen 327 tot en met 328 Tussen twee posten of tussen een aanstelling bij Belgoeurop of Belotan en een aanstelling op post, ontvangt de ambtenaar niet langer de postvergoeding noch de tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever noch de vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid wanneer hij een jaarlijks vakantieverlof, een ander verlof of een andere afwezigheid (artikelen 71 en 77) neemt. Tijdens deze periode heeft de ambtenaar daarentegen wel recht op de transfervergoeding (artikelen 192 en 193).</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 5. Geldelijk regime bij buitengewone omstandigheden</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-329\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 329</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel geeft een exhaustieve lijst van de buitengewone omstandigheden waarin een ambtenaar zich kan bevinden en die een invloed hebben op de toekenning van de forfaitaire vergoedingen en de tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever Artikel 330 De impact van de buitengewone omstandigheden opgesomd in artikel 329 op de toekenning van de forfaitaire vergoedingen en de tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever wordt toegelicht in de onderstaande tabel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Buitengewone omstandigheden Ordemaatregelen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-329-189\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 329</span><span class=\"lf-art-t\">Mogelijke gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Forfaitaire vergoedingen Tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever 1°, a) Terugroeping naar het hoofdbestuur</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Verlies van de postvergoeding; - Toekenning van de terugkeervergoeding, zelfs indien de ambtenaar niet op post werd aangesteld gedurende minstens één jaar.</div>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar een tussenkomst in de schoolkosten geniet op het moment dat de buitengewone omstandigheid zich voordoet, blijft hij genieten van de tussenkomst in: - de verblijfskosten; - de kosten voor voorschoolse opvang, de schoolkosten (met uitzondering van kosten voor hoger onderwijs en voorschotten voor schoolgeld en kosten voor voorschoolse opvang); - de medische kosten; - de reiskosten verbonden aan een wijziging van aanstelling; - de verhuiskosten; - de kosten van repatriëring van het stoffelijk overschot.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verhuiskosten worden ook ten laste genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tussenkomsten worden behouden gedurende de periode en volgens de nadere regels bepaald door de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde.</p>\n<p class=\"lf-p\">1°, b) De terugroeping naar het hoofdbestuur met preventieve schorsing</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Verlies van de postvergoeding; - Recht op terugkeervergoeding, maar verlies van dit recht voor de duur van de preventieve schorsing.</div>\n<p class=\"lf-p\">Idem.</p>\n<p class=\"lf-p\">3° Preventieve schorsing op post Verlies van postvergoeding voor de duur van de preventieve schorsing Behoud van de tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever 4° Preventieve schorsing op het hoofdbestuur Verlies van de terugkeervergoeding voor de duur van de preventieve schorsing n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">5° Preventieve schorsing bij Belgoeurop of Belotan Verlies van de terugkeervergoeding en de vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid voor de duur van de preventieve schorsing n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tuchtmaatregelen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 329</span><span class=\"lf-art-t\">Mogelijke gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Forfaitaire vergoedingen Tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever 1°, c) Overplaatsing bij tuchtmaatregel naar het hoofdbestuur</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Verlies van de postvergoeding; - Toekenning van de terugkeervergoeding, zelfs indien de ambtenaar niet op post werd aangesteld gedurende minstens één jaar.</div>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar een tussenkomst in de schoolkosten geniet op het moment dat de buitengewone omstandigheid zich voordoet, blijft hij genieten van de tussenkomst in: - de verblijfskosten; - de kosten voor voorschoolse opvang, de schoolkosten (met uitzondering van kosten voor hoger onderwijs en voorschotten voor schoolgeld en kosten voor voorschoolse opvang); - de medische kosten; - de reiskosten verbonden aan een wijziging van aanstelling; - de verhuiskosten; - de kosten van repatriëring van het stoffelijk overschot.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verhuiskosten worden ook ten laste genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tussenkomsten worden behouden gedurende de periode en volgens de nadere regels bepaald door de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde.</p>\n<p class=\"lf-p\">2°, a) Overplaatsing bij tuchtmaatregel naar Belgoeurop of Belotan</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Verlies van de postvergoeding indien de ambtenaar op post was aangesteld voor de overplaatsing bij tuchtmaatregel; - Toekenning van de terugkeervergoeding, zelfs indien de ambtenaar niet op post werd aangesteld gedurende minstens één jaar; - Toekenning van de vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid Idem.</div>\n<p class=\"lf-p\">3° Tuchtschorsing op post Verlies van de postvergoeding voor de duur van de tuchtschorsing Behoud van alle tussenkomsten in de kosten eigen aan de werkgever 4° Tuchtschorsing op het hoofdbestuur Verlies van de terugkeervergoeding voor de duur van de tuchtschorsing n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">5° Tuchtschorsing bij Belgoeurop of Belotan Verlies van de terugkeervergoeding en de vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid voor de duur van de tuchtschorsing n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Andere omstandigheden</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 329</span><span class=\"lf-art-t\">Mogelijke gevallen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Forfaitaire vergoedingen Tussenkomst in de kosten eigen aan de werkgever 1°, d) Evacuatie wegens gewapend conflict en aanstelling op hoofdbestuur</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Behoud van de postvergoeding voor de periode en volgens de nadere regels bepaald door de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde; - Toekenning van de terugkeervergoeding vanaf de stopzetting van de postvergoeding.</div>\n<p class=\"lf-p\">Tussenkomst in de kosten van de inrichting van het verblijf op post, zelfs indien de ambtenaar niet op post werd aangesteld gedurende minstens één jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ambtenaar als gevolg van de buitengewone omstandigheid niet onmiddellijk een verblijf vindt, wordt een tussenkomst in de verblijfskosten in België toegekend voor de periode en volgens de nadere regels bepaald door de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde, die tevens het bedrag bepaalt, rekening houdende met de familiale situatie van de ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">1°, e) Persona non grata-verklaring van de ambtenaar door de Ontvangststaat en aanstelling op het hoofdbestuur Idem Idem 2°, b) Evacuatie wegens gewapend conflict en aanstelling bij Belgoeurop of Belotan</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Behoud van de postvergoeding voor de periode en volgens de nadere regels bepaald door de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde; - Toekenning van de terugkeervergoeding vanaf de stopzetting van de postvergoeding; - Toekenning van de vergoeding voor de uitgeoefende functie en de beschikbaarheid vanaf de stopzetting van de postvergoeding.</div>\n<p class=\"lf-p\">Idem 2°, c) Persona non grata-verklaring van de ambtenaar door de Ontvangststaat en aanstelling bij Belgoeurop of Belotan Idem Idem 6° Gedwongen vertrek van het gezin (partner en/of kinderen) van de post n.v.t.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het gezin als gevolg van de buitengewone omstandigheid niet onmiddellijk een verblijf vindt, wordt een tussenkomst in de verblijfskosten in België toegekend voor de periode en volgens de nadere regels bepaald door de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde, die tevens het bedrag bepaalt, rekening houdende met de familiale situatie van de ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Circonstances exceptionnelles Mesures d'ordre</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 329</span><span class=\"lf-art-t\">Cas de figure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indemnités forfaitaires Intervention dans les frais propres à l'employeur 1°, a) Rappel à l'administration centrale</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Perte de l'indemnité de poste ; - Octroi de l'indemnité de retour, même si l'agent n'a pas été affecté en poste pendant au moins un an.</div>\n<p class=\"lf-p\">A condition que l'agent bénéficie de l'intervention dans les frais scolaires au moment de la survenance de la circonstance exceptionnelle, maintien de l'intervention dans : - les frais de logement ; - les frais de garderie préscolaire, frais scolaires (à l'exclusion des frais liés à l'enseignement supérieur et de l'avance pour frais scolaires et de frais de garderie préscolaire) ; - les frais médicaux ; - les frais de voyage liés à un changement d'affectation ; - les frais de déménagement ; - les frais de rapatriement de la dépouille.</p>\n<p class=\"lf-p\">Le déménagement est également pris en charge.</p>\n<p class=\"lf-p\">Les interventions sont maintenues pour la période et selon les modalités déterminées par le directeur général P&amp;O ou son délégué.</p>\n<p class=\"lf-p\">1°, b) Rappel à l'administration centrale avec suspension préventive</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Perte de l'indemnité de poste ; - Ouverture du droit à de l'indemnité de retour, mais perte du bénéfice de celle-ci pendant la durée de la suspension préventive.</div>\n<p class=\"lf-p\">Idem 3° Suspension préventive en poste Perte de l'indemnité de poste durant la durée de la suspension préventive Maintien des interventions dans tous les frais propres à l'employeur 4° Suspension préventive à l'administration centrale Perte de l'indemnité de retour pour la durée de la suspension préventive N/A 5° Suspension préventive à Belgoeurop ou Belotan Perte de l'indemnité de retour et de l'indemnité pour la fonction exercée et la disponibilité pour la durée de la suspension préventive N/A Mesures disciplinaires</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 329</span><span class=\"lf-art-t\">Cas de figure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indemnités forfaitaires Intervention dans frais propres à l'employeur 1°, c) Déplacement disciplinaire avec affectation à l'administration centrale</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Perte de l'indemnité de poste ; - Octroi de l'indemnité de retour, même si l'agent n'a pas été affecté en poste pendant au moins un an.</div>\n<p class=\"lf-p\">A condition que l'agent bénéficie de l'intervention dans les frais scolaires au moment de la survenance de la circonstance exceptionnelle, maintien de l'intervention dans : - les frais de logement ; - les frais de garderie préscolaire, frais scolaires (à l'exclusion des frais liés à l'enseignement supérieur et de l'avance pour frais scolaires et de frais de garderie préscolaire) ; - les frais médicaux ; - les frais de voyage liés à un changement d'affectation ; - les frais de déménagement ; - les frais de rapatriement de la dépouille.</p>\n<p class=\"lf-p\">Le déménagement est également pris en charge.</p>\n<p class=\"lf-p\">Les interventions sont maintenues pour la période et selon les modalités déterminées par le directeur général P&amp;O ou son délégué.</p>\n<p class=\"lf-p\">2°, a) Déplacement disciplinaire avec affectation à Belgoeurop ou Belotan</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Perte de l'indemnité de poste si l'agent était affecté en poste avant le déplacement disciplinaire ; - Octroi de l'indemnité de retour, même si l'agent n'a pas été affecté en poste pendant au moins un an ; - Octroi de l'indemnité pour la fonction exercée et la disponibilité.</div>\n<p class=\"lf-p\">Idem 3° Suspension disciplinaire en poste Perte de l'indemnité de poste pour la durée de la suspension disciplinaire Maintien de toutes les interventions dans tous les frais propres à l'employeur 4° Suspension disciplinaire à l'administration centrale Perte de l'indemnité de retour pour la durée de la suspension disciplinaire N/A 5° Suspension disciplinaire à Belgoeurop ou Belotan Perte de l'indemnité de retour et de l'indemnité pour la fonction exercée et la disponibilité pour la durée de la suspension disciplinaire N/A Autres circonstances</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 329</span><span class=\"lf-art-t\">Cas de figure</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indemnité forfaitaires Intervention dans frais propres à l'employeur 1°, d) Evacuation en raison d'un conflit armé et affectation à l'administration centrale</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Maintien de l'indemnité de poste pour la période et selon les modalités prévues par le directeur général P&amp;O ou son délégué ; - Octroi de l'indemnité de retour dès la cessation de l'octroi de l'indemnité de poste.</div>\n<p class=\"lf-p\">Intervention dans les frais d'aménagement du logement en poste, même si l'agent n'a pas été affecté en poste pendant minimum un an.</p>\n<p class=\"lf-p\">Si l'agent ne trouve pas immédiatement de logement à la suite de la circonstance exceptionnelle, une intervention dans les frais de logement en Belgique est accordée pour la période et selon les modalités déterminées par le directeur général P&amp;O ou son délégué, qui en fixe également le montant, tenant compte de la situation familiale de l'agent.</p>\n<p class=\"lf-p\">1°, e) Déclaration comme persona non-grata par l'Etat d'accueil et affectation à l'administration centrale Idem Idem 2°, b) Evacuation en raison d'un conflit armé et affectation à Belgoeurop ou Belotan</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>Maintien de l'indemnité de poste pour la période et selon les modalités prévues par le directeur général P&amp;O ou son délégué ; - Octroi de l'indemnité de retour dès la cessation de l'octroi de l'indemnité de poste ; - Octroi de l'indemnité pour la fonction exercée et la disponibilité dès la cessation de l'octroi de l'indemnité de poste.</div>\n<p class=\"lf-p\">Idem</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 6. Geldelijk regime bij aanstelling op het hoofdbestuur wegens ziekte of ongeval</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-331\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 331</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een ambtenaar wegens ziekte of ongeval op het hoofdbestuur wordt aangesteld en op voorwaarde dat de ambtenaar ten tijde van het ontstaan van de buitengewone omstandigheid een tussenkomst in de schoolkosten ontving, kan op grond van dit artikel de tussenkomst voorlopig worden gehandhaafd in: - de verblijfskosten; - de kosten voor voorschoolse opvang, de schoolkosten (met uitzondering van kosten voor hoger onderwijs en voorschotten voor schoolgeld en kosten voor voorschoolse opvang); - de medische kosten; - de reiskosten verbonden aan een wijziging van aanstelling; - de kosten van repatriëring van het stoffelijk overschot De verhuis wordt ook ten laste genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tussenkomsten worden behouden gedurende de periode en volgens de nadere regels bepaald door de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 7. Geldelijk regime bij het overlijden van een ambtenaar op post</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-332\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 332</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat bij het overlijden van de ambtenaar op post, voor zover de ambtenaar genoot van de tussenkomst in de schoolkosten op het moment van overlijden, de volgende tussenkomsten voorlopig behouden blijven: - de verblijfskosten; - de kosten voor voorschoolse opvang, de schoolkosten (met uitzondering van kosten voor hoger onderwijs en voorschotten voor schoolgeld en kosten voor voorschoolse opvang); - de medische kosten; - de reiskosten verbonden aan een wijziging van aanstelling; - de kosten van repatriëring van het stoffelijk overschot De verhuis wordt ook ten laste genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tussenkomsten worden behouden gedurende de periode en volgens de nadere regels bepaald door de directeur-generaal P&amp;O of zijn afgevaardigde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deel 5. Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen Deel 5 omvat drie boeken: Boek 1. Opheffingsbepalingen;</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Boek 2. Overgangsbepalingen;</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Boek 3. Slotbepalingen.</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Boek 1. Opheffingsbepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-333\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 333</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel geeft een overzicht van de besluiten die door dit besluit worden opgeheven en behoeft geen commentaar</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">Boek 2. Overgangsbepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-334\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 334</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet in overgangsmaatregelen. De eerste ( § 1) is bedoeld om een ambtenaar die op 31 december van het jaar waarin dit besluit in werking treedt, de vakantiedagen waarop hij vóór 1 augustus 2014 recht had, nog niet heeft opgenomen, de mogelijkheid te bieden deze een laatste keer ten gelde te maken en dit bij de eerste aanstelling op het hoofdbestuur volgend op de datum van inwerkingtreding van dit besluit Deze tengeldemaking neemt de vorm aan van een vergoeding die wordt berekend volgens de regels bepaald in paragraaf 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tweede overgangsmaatregel ( § 3) heeft tot doel de ambtenaar die in de periode van 1 januari 2019 tot de datum van inwerkingtreding van dit besluit het vakantieverlof waarop hij recht had wanneer hij bij het hoofdbestuur werd tewerkgesteld, niet heeft opgenomen, toe te staan deze dagen op te nemen tot en met 31 december van het jaar dat volgt op de datum van zijn volgende aanstelling op het hoofdbestuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-335\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 335</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat een ambtenaar die, op het moment van de inwerkingtreding van dit besluit, aangesteld is op Belgoeurop of Belotan, voor de volledige duur van zijn aanstelling op Belgoeurop of Belotan, wordt vergoed op grond van de bepalingen die voor de inwerkingtreding van dit besluit van toepassing waren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-336\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 336</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat een ambtenaar die, op het moment van de inwerkingtreding van dit besluit, aangesteld is op Belgoeurop of Belotan, van een terugkeervergoeding zal genieten indien hij onmiddellijk na zijn aanstelling op Belgoeurop of Belotan wordt aangesteld op het hoofdbestuur Artikelen 337 tot en met 341 Deze artikelen regelen het verloop van de stages en de beroepen inzake lopende stages, de lopende vergelijkende selecties(deze waarvan de proeven plaatsvinden op het moment van de inwerkingtreding van dit besluit), de reserves van geslaagde kandidaten die worden samengesteld op basis van vergelijkende selecties die reeds zijn afgerond of in uitvoering zijn, de brevetten die reeds in het bezit zijn van ambtenaren van de consulaire carrière en de procedures inzake bevorderingen, tuchtmaatregelen en ordemaatregelen die lopen na de inwerkingtreding van dit koninklijk besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meeste artikelen behoeven geen toelichting. Er dient echter opgemerkt dat: 1° hoewel de vervaldag van de reserves van geslaagde kandidaten die zijn samengesteld op grond van afgesloten of lopende vergelijkende selecties, geregeld blijft door de bepalingen die van kracht zijn op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit artikel, kunnen deze reserves niettemin met één jaar worden verlengd, zonder beperking in de tijd, overeenkomstig artikel 13, § 1, derde lid van dit koninklijk besluit.2° de stage die het resultaat is van afgesloten of lopende vergelijkende selecties, begint te lopen na de inwerkingtreding van dit koninklijk besluit en wordt uitgevoerd overeenkomstig de bepalingen van dit koninklijk besluit. Artikel 342 Dit artikel bepaalt dat de reiskosten in verband met de toegang tot het niveau A van de buitenlandse carrière die het voorwerp hebben uitgemaakt van een tussenkomst van de FOD vóór de inwerkingtreding van dit besluit, worden meegerekend in het aantal verplaatsingen dat recht geeft op een tussenkomst van de FOD bedoeld in artikel 277, tweede lid.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Boek 3. Slotbepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-343\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 343</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat dit koninklijk besluit in werking treedt op 1 januari 2026, met uitzondering van artikel 339 dat in werking treedt op 1 januari 2025. Het uitstel van de inwerkingtreding tot januari 2026 is bedoeld om rekening te houden met de tijd die nodig is voor de uitvoering van het koninklijk besluit vanuit technisch oogpunt en voor het opstellen van de uitvoeringsbesluiten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-344\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 344</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel behoeft geen toelichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit koninklijk besluit wordt aangevuld met drie bijlagen: Bijlage 1. De op de ambtenaren van toepassing zijnde uitvoeringsbesluiten van het statuut van het Rijkspersoneel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 2. De bedragen van de postvergoeding;</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage 3. De functies verbonden aan de functiecodes.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bijlage behoeft geen toelichting.</p></div>", "next": 239535}