{"html": "<div class=\"lf-doc\"><h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 52</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[§ 1. De uitdeling van het fonds aan de schuldeisers geschiedt naar evenredigheid van hun bevestigde en geverifieerde schuldvorderingen. § 2. De betaling aan elke schuldeiser van het deel van het beperkingsfonds dat hem toekomt, maakt een einde aan zijn schuldvordering tegenover de verzoeker. § 3. Als alle schuldvorderingen werden vereffend, komt het eventuele saldo van het fonds toe aan degene die het gevormd heeft of, zo deze ondertussen is failliet gegaan, aan de failliete boedel Op verslag van de vereffenaar, medeondertekend door de rechter-commissaris, wordt de procedure gesloten verklaard door de voorzitter van de rechtbank van koophandel die bevoegd is krachtens artikel 627, 10°, van het Gerechtelijk Wetboek.] Aldus vervangen bij artikel 2 van de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2009 numac 2009015144 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976. - Addendum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2014 numac 2014015079 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2014 numac 2014015080 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976 sluiten. Afdeling V. - [Omrekening in nationale munt] Opschrift ingevoegd bij artikel 2 van de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2009 numac 2009015144 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976. - Addendum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2014 numac 2014015079 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2014 numac 2014015080 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976 sluiten Artikel 53 [Indien de scheepseigenaar of de hulpverlener geen beperkingsfonds vormt, worden de bedragen van de beperkte aansprakelijkheid in de nationale munt omgerekend op de respectieve data van de betalingen.] Aldus vervangen bij artikel 2 van de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2009 numac 2009015144 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976. - Addendum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2014 numac 2014015079 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2014 numac 2014015080 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976 sluiten. Afdeling VI. - [Algemene bepalingen] Opschrift ingevoegd bij artikel 4 van de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2009 numac 2009015144 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976. - Addendum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2014 numac 2014015079 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2014 numac 2014015080 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976 sluiten Artikel 54 [De termen « scheepseigenaar » en « hulpverlener » moeten worden verstaan in de betekenis die ze hebben in artikel 1, 2° en 3° van het Verdrag betreffende de beperking van de aansprakelijkheid voor zeevorderingen, opgemaakt te Londen op 19 november 1976.] Opgeheven ingevolge artikel 99 van de wet van 5 juni 1928 voor de zeevaart en bij artikel 40 van de wet van 1 april 1936 voor de binnenvaart daarna opnieuw ingevoegd bij artikel 4 van de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2009 numac 2009015144 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976. - Addendum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2014 numac 2014015079 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2014 numac 2014015080 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976 sluiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-55\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 55</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de ontslagen kapitein medeëigenaar is van het schip, kan hij van de medeëigendom afstand doen en de uitkering eisen van het daarmee overeenstemmend kapitaal Het bedrag van dit kapitaal wordt bepaald door deskundigen, in onderlinge overeenstemming of ambtshalve te benoemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 56 De reder die medeëigenaar of lasthebber van de eigenaars is, vertegenwoordigt de scheepseigenaars in rechte voor alles wat de uitrusting en de vaart betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gewijzigd bij artikel 2 van deze wet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 57</span><span class=\"lf-art-t\">In alles wat het gemeenschappelijk belang van de scheepseigenaars aangaat, wordt het gevoelen van de meerderheid gevolgd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De meerderheid wordt bepaald door de scheepsaandelen die gezamenlijk de helft van de waarde van het schip te boven gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De veiling van een schip kan slechts worden toegestaan op vordering van de eigenaars die samen de helft van alle scheepsaandelen vertegenwoordigen, tenzij bij geschrifte het tegendeel bedongen is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van veiling gaan de lasten die een scheepsaandeel bezwaren, van rechtswege over op het overeenkomstige deel van de prijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gewijzigd bij artikel 2 van deze wet. HOOFDSTUK II. - De bemanning Afdeling I. - De kapitein</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-1\"><span class=\"lf-art-num\">§ 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Rechten en verplichtingen van de kapitein Artikel 58 De kapitein, gezagvoerder of schipper, belast met het voeren van een zeeschip of een ander vaartuig, is zelfs voor lichte tekortkomingen bij de vervulling van zijn taak aansprakelijk</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-59\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 59</span><span class=\"lf-art-t\">Hij is aansprakelijk voor de goederen waarvan hij het vervoer op zich neemt</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hij geeft van die goederen een ontvangstbewijs af.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bewijs wordt cognossement genoemd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-60\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 60</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is de taak van de kapitein de samenstelling van de bemanning van het schip te bepalen, alsmede de matrozen en andere schepelingen te kiezen en te huren; hij doet dit echter in overeenstemming met de eigenaars, wanneer dezen zich ter plaatse bevinden of aldaar door gemachtigden vertegenwoordigd zijn Artikel 61 De kapitein houdt een scheepsdagboek, per blad genummerd en geparafeerd door een van de rechters van de rechtbank van koophandel, dan wel door de burgemeester of een schepen in plaatsen waar geen rechtbank van koophandel bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dagboek vermeldt : - de beslissingen genomen tijdens de reis; - de ontvangsten en uitgaven betreffende het schip en in het algemeen, alles wat betrekking heeft op de lading en alles wat aanleiding kan geven tot het doen van rekening en verantwoording of tot het instellen van een rechtsvordering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-62\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 62</span><span class=\"lf-art-t\">Opgeheven bij artikel 38 van de wet van 25 augustus 1920</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 63 De kapitein moet aan boord voorzien zijn van : - de zeebrieven; - de monsterrol; - de cognossementen; - [de meetbrief]; - [het certificaat van deugdelijkheid of het voorlopig certificaat van deugdelijkheid en in voorkomend geval de vereiste internationale certificaten]; - [de door de wetgeving inzake douane en accijnzen vereiste documenten]; - [de staat van de hypothecaire inschrijvingen die op het schip genomen zijn]; - [in voorkomend geval het oliejournaal en, wanneer het schip daadwerkelijk meer dan 2 000 ton olie in bulk als lading vervoert, het certificaat van verzekering of van financiële zekerheid.] Aldus gewijzigd bij artikel 4 van de wet van 28 november 1928 (II), artikel 33 van de wet van 5 juni 1972 en artikel 15, § 1, van de wet van 20 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten3, artikel 21, van de wet van 12 juli 1983 en artikel 2 en 3, § 2, 4° van deze wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 64 De kapitein moet persoonlijk aanwezig zijn op het schip bij het in- en uitvaren van havens, getijhavens of rivieren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-65\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 65</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van niet-nakoming van de verplichtingen opgelegd bij de (...) artikelen 61, 63 en 64 is de kapitein voor alle gebeurtenissen aansprakelijk jegens de belanghebbenden bij het schip en bij de lading Aldus gewijzigd bij artikel 2 en 3, § 2, 5° van deze wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 66 De kapitein is eveneens aansprakelijk voor alle schade aan goederen die hij, buiten de schriftelijke toestemming van de inlader, op het dek van zijn schip heeft geladen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met het dek wordt gelijkgesteld elke opbouw die geen geheel vormt met het spantwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 67 De aansprakelijkheid van de kapitein houdt slechts op in geval van bewezen overmacht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-68\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 68</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Wanneer de eigenaars of hun gemachtigden zich ter plaatse bevinden, mag de kapitein niet dan met hun bijzondere toestemming het schip laten vertimmeren, zeilen, touwen en andere voorwerpen voor het schip aankopen of het schip vervrachten.] Aldus vervangen bij artikel 6 van de wet van 28 november 1928 (II)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-69\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 69</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het vaartuig vervracht is met toestemming van de eigenaars en een van hen weigert bij te dragen in de kosten die noodzakelijk zijn voor de afvaart, kan de kapitein, vierentwintig uren na aanmaning aan de weigeraar om zijn bijdrage te leveren, met machtiging van de rechter, voor zijn rekening geld opnemen op zijn scheepsaandeel, zelfs onder hypothecair verband</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-70\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 70</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Indien het gedurende de reis noodzakelijk is herstellingen te doen, levensmiddelen aan te kopen of in andere dringende behoeften van het schip te voorzien, kan de kapitein, na zulks te hebben vastgesteld in een proces-verbaal door de voornaamste schepelingen ondertekend, ten belope van de vastgestelde behoeften geld opnemen onder verband van de lading of goederen verpanden, met machtiging in België, van de rechtbank van koophandel of, waar die er niet is, van de vrederechter, en, in het buitenland, van de consul of de vice-consul of, bij ontstentenis, van de plaatselijke overheid De magistraat die tot de geldopneming machtiging heeft gegeven, vermeldt zulks in het scheepsdagboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tijdbevrachter en, indien zij het allen eens zijn, de verschillende afzenders, kunnen zich tegen het verpanden van hun goederen verzetten door die te lossen en de vracht te betalen naar verhouding van het afgelegde gedeelte van de reis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijn de afzenders het niet eens, dan zijn diegenen onder hen die gebruik willen maken van het recht om hun goederen te lossen, gehouden tot betaling van de volle vracht op die goederen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In beide gevallen moeten zij die hun goederen hebben doen lossen, hun aandeel betalen in de averij die zich heeft voorgedaan tot op het ogenblik van het lossen.] Aldus vervangen bij artikel 6 van de wet van 28 november 1928 (II).</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 71 De kapitein is voor zijn terugvaart uit een buitenlandse haven naar België verplicht de eigenaars of hun gemachtigden een door hem getekende rekening te zenden, met vermelding van de staat van de lading, de prijs van de ingeladen goederen, de door hem opgenomen geldsommen, de naam en de woonplaats van de uitleners.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 72</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[De kapitein die geld opneemt op het casco, de bevoorrading of de uitrusting van het schip, goederen verkoopt, buiten noodzaak geld opneemt op de lading of verdichte averijen en uitgaven in rekening brengt, is aansprakelijk tegenover de rederij en persoonlijk gehouden het geld terug te geven of de goederen te betalen, onverminderd strafvervolging indien daartoe grond bestaat.] Aldus vervangen bij artikel 6 van de wet van 28 november 1928 (II)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-73\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 73</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Buiten het geval van wettelijk vastgestelde onzeewaardigheid, mag de kapitein het schip niet verkopen dan met een bijzondere volmacht van de eigenaars, op straffe van nietigheid van de verkoop Artikel 74 De kapitein die voor een reis wordt aangenomen, is gehouden ze te volbrengen op straffe van vergoeding van alle kosten en alle schade aan de eigenaars en de bevrachters.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 75 De kapitein die vaart voor gemene winst op lading, mag geen goederen aan boord nemen voor eigen rekening, tenzij het tegendeel bedongen is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-76\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 76</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij overtreding van de bepaling van het vorige artikel verbeurt de kapitein zijn aandeel in de gemene winst, onverminderd de vergoeding van meerdere schade indien daartoe grond bestaat Artikel 77 De kapitein mag gedurende de vaart, bij welk gevaar ook, het schip niet verlaten dan na zich te hebben beraden met de officieren en de voornaamste bemanningsleden; in dat geval is hij op straffe van persoonlijke aansprakelijkheid verplicht het geld en van het kostbaarste deel van de lading zoveel als hij kan mede in veiligheid te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gaan de aldus uit het schip meegenomen zaken door enig toeval verloren, dan is de kapitein daarvoor niet aansprakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 78 De kapitein is gehouden binnen vierentwintig uren na aankomst zijn scheepsdagboek voor gezien te laten tekenen en een scheepsverklaring af te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die verklaring moet inhouden : - de plaats en het tijdstip van zijn vertrek; - de koers die hij gevolgd heeft; - de gevaren die hij gelopen heeft; - de ongeregeldheden die aan boord hebben plaatsgehad en alle opmerkelijke voorvallen van zijn reis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 79 De scheepsverklaring wordt ter griffie afgelegd ten overstaan van de voorzitter van de rechtbank van koophandel.</p>\n<p class=\"lf-p\">In plaatsen waar geen rechtbank van koophandel is, wordt de scheepsverklaring afgelegd voor de vrederechter van het kanton.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrederechter die de scheepsverklaring heeft ontvangen, moet deze onverwijld doorzenden aan de voorzitter van de naaste rechtbank van koophandel.</p>\n<p class=\"lf-p\">In beide gevallen wordt de verklaring neergelegd ter griffie van de rechtbank van koophandel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-80\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 80</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de kapitein een buitenlandse haven aandoet, is hij verplicht zich aan te melden bij de Belgische consul, een scheepsverklaring voor hem af te leggen en zich een getuigschrift te doen afgeven waaruit het tijdstip van aankomst en vertrek, alsmede de staat en de aard van de lading blijken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-81\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 81</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wordt de kapitein gedurende de reis genoodzaakt een Belgische haven binnen te lopen, dan is hij gehouden de redenen daarvan op te geven aan de voorzitter van de rechtbank van koophandel van de plaats Wordt de kapitein genoodzaakt een buitenlandse haven binnen te lopen, dan wordt de opgave gedaan aan de Belgische consul of, bij zijn ontstentenis, aan de plaatselijke overheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid opgeheven bij artikel 8, 12°, van de opheffingsbepalingen van artikel 2 van de wet van 10 oktober 1967Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/10/1967 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/09/1997 numac 1997000085 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het Gerechtelijk Wetboek - Duitse vertaling van de artikelen 728 en 1017 sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 82 De kapitein die schipbreuk heeft geleden en alleen of samen met een deel van zijn schepelingen is ontkomen, moet zich aanmelden, in België bij de rechter van de plaats of, bij zijn ontstentenis, bij enige andere burgerlijke overheid, in het buitenland bij de Belgische consul of, bij zijn ontstentenis, bij de plaatselijke overheid, een scheepsverklaring afleggen, deze doen bevestigen door de geredde schepelingen die hem vergezellen, en zich daarvan een expeditie ter hand doen stellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-83\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 83</span><span class=\"lf-art-t\">Ter bevestiging van de verklaring van de kapitein verhoort de rechter de schepelingen en, zo mogelijk, de passagiers, onverminderd alle andere bewijzen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een niet-bevestigde verklaring kan de kapitein niet strekken tot ontlasting en heeft geen bewijskracht in rechte, uitgezonderd wanneer alleen de kapitein behouden aangekomen is op de plaats waar hij zijn verklaring heeft afgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De partijen worden toegelaten tot het tegenbewijs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-84\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 84</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien er gedurende de reis gebrek aan levensmiddelen ontstaat, kan de kapitein, na zich met de voornaamste schepelingen te hebben beraden, opvarenden die nog eigen mondvoorraad hebben, dwingen deze tegen betaling van de waarde beschikbaar te stellen voor allen. § 2. Het cognossement Artikel 85 Het cognossement moet de aard en hoeveelheid van de te vervoeren goederen opgeven Het vermeldt : - de naam en de woonplaats van de afzender; - de naam en het adres van de persoon aan wie de goederen worden verzonden; - de naam en de woonplaats van de kapitein; - de naam, de nationaliteit en de tonnenmaat van het schip; - de plaats van afvaart en van bestemming; - de bedingen betreffende de vracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vermeldt op de kant de merken en nummers van de te vervoeren goederen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vermeldt het aantal afgegeven exemplaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het cognossement kan aan order zijn, aan toonder of op naam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-86\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 86</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elk cognossement wordt opgemaakt in ten minste vier originelen : één voor de afzender, één voor de persoon aan wie de goederen worden verzonden, één voor de kapitein, één voor de reder Het exemplaar voor de kapitein wordt getekend door de afzender; de andere exemplaren worden getekend door de kapitein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer er meer exemplaren zijn voor de persoon aan wie de goederen worden verzonden, wordt op elk van die exemplaren vermeld of het een eerste exemplaar is of een tweede of een derde enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het cognossement moet worden getekend binnen vierentwintig uren na de inlading.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afzender is gehouden binnen dezelfde tijd de bewijzen van de douane betreffende de ingeladen goederen aan de kapitein af te geven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-87\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 87</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Onverminderd het bij artikel 91 bepaalde geldt het cognossement dat in de hierboven voorgeschreven vorm is opgemaakt, als bewijs tussen alle bij de lading belanghebbende partijen en tussen hen en de verzekeraars.] Aldus vervangen bij artikel 2 van de wet van 28 november 1928 (III)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-88\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 88</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van verschil tussen het door de afzender getekend cognossement en de door de kapitein getekende cognossementen, heeft elk origineel bewijskracht tegen de partij die het getekend heeft</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-89\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 89</span><span class=\"lf-art-t\">Alleen hij die houder is van het cognossement, zelfs krachtens een endossement in blanco, heeft het recht om zich de lading door de kapitein te doen afleveren</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer verscheidene exemplaren van een cognossement worden vertoond, wendt de kapitein zich in België tot de rechtbank van koophandel, in het buitenland tot de Belgische consul of tot de plaatselijke overheid, ten einde een bewaarder te doen aanwijzen aan wie hij de lading zal afleveren tegen betaling van de vracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-90\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 90</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van schipbreuk of van binnenlopen in een noodhaven kan iedere houder van een cognossement, zelfs op naam, alle rechten van de afzender uitoefenen, zich de goederen door de kapitein doen afleveren en de opbrengst ervan in ontvangst nemen, onder verplichting borg te stellen, en met machtiging, in België, van de rechtbank van koophandel, en in het buitenland, van de Belgische consul of van de plaatselijke overheid, die tot bewaring van de rechten van derden zodanige maatregelen zullen voorschrijven als zij passend achten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-91\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 91</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[A. Op het verhandelbaar cognossement, opgemaakt voor het vervoer van goederen in enig schip van welke nationaliteit ook, uit of naar een haven van het Rijk (...), zijn de volgende regels van toepassing : § 1. In dit artikel worden de navolgende woorden gebruikt in de hieronder aangegeven zin : a) « vervoerder » omvat de scheepseigenaar of de bevrachter die partij is bij een vervoerovereenkomst met een afzender;b) « vervoerovereenkomst » slaat slechts op een vervoerovereenkomst waarvan blijkt uit een cognossement of een dergelijk stuk recht gevend op het vervoer van goederen over zee;het slaat ook op het cognossement of dergelijk stuk uitgegeven krachtens een charterpartij van het ogenblik af dat dit de betrekkingen regelt van de vervoerder en de cognossementhouder; c) « goederen » omvat zaken, voorwerpen, koopmanschappen en waren van welke aard ook, met uitzondering van levende dieren en van lading die, bij de vervoerovereenkomst, opgegeven is als geplaatst op het dek en feitelijk aldus wordt vervoerd;d) « schip » betekent elk vaartuig gebruikt voor het vervoer van de goederen over zee;e) « vervoer van goederen » dekt de tijd verlopen van de inlading der goederen aan boord van het schip tot de lossing ervan uit het schip. § 2 Onverminderd de bepalingen van § 6 is de vervoerder in alle overeenkomsten tot vervoer van goederen over zee, met betrekking tot de lading, de behandeling, de stuwing, het vervoer, de bewaking, de verzorging en de lossing dier goederen, belast met de aansprakelijkheden en verplichtingen hieronder vermeld gelijk hij geniet van de daarbedoelde rechten en ontheffingen. § 3. 1° De vervoerder is gehouden voor en bij de aanvang van de reis een redelijke zorg aan te wenden voor : a) het zeewaardig maken van het schip;b) het voldoende bemannen, uitrusten en bevoorraden van het schip;c) het geschikt maken en in goede staat brengen van de ruimen, koel- en vrieskamers en alle andere delen van het schip, waarin goederen worden vervoerd, om deze daarin te bergen, te vervoeren en goed te houden.2° Onder voorbehoud van het bepaalde bij § 4 is de vervoerder verplicht zorg te dragen voor de behoorlijke en zorgvuldige lading, behandeling, stuwing, vervoer, bewaking, verzorging en lossing van de vervoerde goederen.3° Na de goederen ontvangen en aangenomen te hebben, moet de vervoerder of de kapitein of vertegenwoordiger van de vervoerder op verlangen van de afzender aan deze een cognossement afgeven, dat onder meer vermeldt : a) de voornaamste, voor het onderkennen van de goederen nodige merken, zoals deze voor het begin der inlading door de afzender schriftelijk zijn opgegeven, mits deze merken op de niet verpakte goederen of op de kisten of verpakkingen die de goederen inhouden, door stempeling of anderszins duidelijk aangebracht zijn op zodanige wijze dat zij in normale omstandigheden tot het einde van de reis leesbaar blijven;b) het aantal colli's of het stuktal der goederen of de hoeveelheid of het gewicht, al naar het geval, zoals zulks door de afzender schriftelijk is opgegeven;c) de uiterlijke staat en de uiterlijke gesteldheid van de goederen; met dien verstande dat geen vervoerder, kapitein of vertegenwoordiger van de vervoerder verplicht zal zijn een cognossement af te geven inhoudende merken, getal, hoeveelheid of gewicht, wanneer hij redelijke gronden heeft te vermoeden dat zij niet nauwkeurig de in werkelijkheid door hem ontvangen goederen weergeven of tot het toetsen waarvan hij geen redelijke gelegenheid heeft gehad. 4° Zulk een cognossement geldt als vermoeden, behoudens tegenbewijs, van de ontvangst door de vervoerder van de goederen zoals zij beschreven zijn overeenkomstig nr 3, a, b, en c. [Nochtans wordt het tegenbewijs niet toegelaten indien het cognossement is overgedragen geworden aan een derde persoon die er te goeder trouw houder van is.] 5° De afzender wordt geacht ten behoeve van de vervoerder in te staan voor de juistheid op het ogenblik van de inontvangstneming van de door hem opgegeven merken, getal, hoeveelheid en gewicht, en de afzender zal de vervoerder schadeloos stellen voor alle verlies, schade en kosten, ontstaan tengevolge van onjuistheden in de opgave van deze bijzonderheden.Het recht van de vervoerder op dergelijke schadeloosstelling beperkt in genen dele zijn aansprakelijkheid en zijn verbintenissen, zoals zij uit de vervoerovereenkomst voortvloeien, tegenover elke andere persoon dan de afzender. 6° Tenzij aan de vervoerder of zijn vertegenwoordiger in de loshaven, voor of op het ogenblik van het weghalen van de goederen en van hun overgifte aan de krachtens de vervoerovereenkomst op de aflevering recht hebbende persoon, schriftelijk kennis is gegeven van het verlies of de schade en van de algemene aard van dat verlies of die beschadiging, geldt bedoelde weghaling, tot bewijs van het tegendeel, als vermoeden dat de goederen door de vervoerder werden afgeleverd zoals zij in het cognossement zijn omschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is het verlies of de beschadiging niet uiterlijk zichtbaar, dan moet de kennisgeving binnen drie dagen na de aflevering geschieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schriftelijk voorbehoud is overbodig als de staat van het goed op het ogenblik van de inontvangstneming door beide partijen gezamenlijk vastgesteld werd. [Behoudens het bepaalde bij 6°bis, zijn de vervoerder en het schip van alle aansprakelijkheid wegens verlies of beschadiging van of met betrekking tot de goederen ontheven, tenzij een rechtsvordering wordt ingesteld binnen één jaar nadat de goederen zijn of behoorden te worden afgeleverd. Deze termijn kan echter door de partijen worden verlengd op voorwaarde dat zij hiermee hebben ingestemd na de feiten die tot de rechtsvordering aanleiding hebben gegeven.] Indien er zekerheid of vermoeden bestaat dat er verlies of beschadiging heeft plaatsgehad, moeten de vervoerder en de ontvanger elkander over en weer in redelijkheid alle middelen verschaffen om het onderzoek van het goed en het natellen van de colli's gemakkelijk te maken. [6°bis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regresvorderingen kunnen zelfs na het verstrijken van de bij ten 6° voorziene termijnen worden ingesteld, wanneer dit geschiedt binnen de termijn van drie maanden vanaf de dag waarop de persoon die de regresvordering instelt, de klacht heeft geregeld of waarop de dagvaarding aan die persoon werd betekend, op voorwaarde dat de regeling van de klacht of de betekening van de dagvaarding heeft plaatsgehad voor het verstrijken van de eerder vermelde termijn van één jaar of van de termijn tussen partijen overeengekomen volgens 6°, vierde lid, van deze paragraaf.] 7° Als de goederen ingeladen zijn, wordt door de vervoerder, kapitein of vertegenwoordiger van de vervoerder aan de afzender op zijn verlangen een cognossement afgegeven met de vermelding « geladen », mits de afzender, indien hij vooraf enig op die goederen rechtgevend document heeft ontvangen, het tegen afgifte van het « geladen » -cognossement teruggeeft.De vervoerder, de kapitein of de vertegenwoordiger heeft eveneens het recht in de haven van inlading op het oorspronkelijk afgegeven document de naam van het schip of van de schepen waarin de goederen werden geladen en de datum of de data van inlading aan te tekenen, in welk geval het aldus aangevulde document, mits inhoudende de in § 3, 3°, vermelde bijzonderheden, als een « geladen » -cognossement in de zin van dit artikel wordt beschouwd. 8° Iedere bepaling, beding of afspraak in een vervoerovereenkomst, waardoor de vervoerder of het schip wordt ontheven van aansprakelijkheid voor verlies of beschadiging van of met betrekking tot goederen, voortvloeiende uit nalatigheid, schuld of tekortkoming in het voldoen aan de verplichtingen in deze paragraaf gesteld, of waardoor deze aansprakelijkheid mocht worden verminderd op andere wijze dan in dit artikel is voorgeschreven, is nietig, van onwaarde en zonder gevolg.Een beding krachtens hetwelk de uitkering op grond van een gesloten verzekering aan de vervoerder komt, of elk ander beding van dergelijke strekking wordt geacht te zijn gemaakt teneinde de vervoerder van aansprakelijkheid te ontheffen. § 4. 1° Noch de vervoerder, noch het schip is aansprakelijk wegens verlies of schade, ontstaan tengevolge van of voortvloeiend uit onzeewaardigheid, tenzij deze te wijten is aan gebrek aan redelijke zorg aan de zijde van de vervoerder om het schip zeewaardig te maken of om het behoorlijk te bemannen, uit te rusten of te bevoorraden, of om de ruimen, koel- en vrieskamers en alle andere delen van het schip, waarin goederen vervoerd worden, geschikt te maken en in goede staat te brengen, opdat zij kunnen dienen tot het bergen, het vervoeren en het bewaren van de goederen, alles overeenkomstig het bepaalde bij § 3, 1°.</p>\n<p class=\"lf-p\">Telkens als verlies of schade het gevolg is van onzeewaardigheid, rust de bewijslast ten aanzien van de uitoefening van de redelijke zorg op de vervoerder of op elke andere persoon, die mocht beweren krachtens deze paragraaf van aansprakelijkheid te zijn ontheven. 2° Noch de vervoerder, noch het schip is aansprakelijk wegens verlies of schade, voortvloeiend uit of ontstaan tengevolge van : a) een handeling, onachtzaamheid of nalatigheid van de kapitein, een lid van de bemanning, de loods of een ondergeschikte van de vervoerder, gepleegd bij de navigatie of de behandeling van het schip;b) brand, tenzij veroorzaakt door opzet of schuld van de vervoerder;c) gevaren en onheilen van de zee of van andere bevaarbare wateren;d) onvermijdelijke natuurlijke toevallen;e) oorlogshandelingen;f) daden van vijanden van de Staat;g) aanhouding of maatregelen van hogerhand of gerechtelijk beslag;h) quarantainemaatregelen;i) een handeling of een nalatigheid van de afzender of eigenaar der goederen, van zijn vertegenwoordiger of lasthebber;j) werkstakingen of uitsluitingen of stilstand of belemmering van de arbeid, tengevolge van welke oorzaak ook, hetzij gedeeltelijk, hetzij geheel;k) oproer of ongeregeldheden;l) redding of poging tot redding van mensenlevens of goederen op zee;m) verlies aan volume of gewicht of elk ander verlies, of elke andere beschadiging, veroorzaakt door een verborgen gebrek, de bijzondere aard of een eigen gebrek aan het goed;n) onvoldoende verpakking;o) onvoldoende of ondoelmatige merken;p) verborgen gebreken, indien zij ondanks behoorlijke zorg niet te ontdekken waren;q) een andere oorzaak, niet bestaand uit opzet of schuld van de vervoerder, noch uit opzet of schuld van de vertegenwoordigers of ondergeschikten van de vervoerders;doch de bewijslast rust op degene die zich op deze ontheffing beroept, en het staat aan hem aan te tonen dat noch de schuld van de vervoerder zelf, noch zijn opzet, noch de schuld of het opzet van de vertegenwoordigers of de ondergeschikten van de vervoerder heeft bijgedragen tot het verlies of de schade. 3° De afzender is niet aansprakelijk wegens door de vervoerder of het schip geleden verlies of schade, ontstaan door of voortvloeiend uit enigerlei oorzaak zonder dat er sprake is van handeling, schuld of nalatigheid van de afzender, zijn vertegenwoordigers of zijn ondergeschikten.4° Generlei afwijking van de koers tot redding of poging tot redding van mensenlevens of goederen op zee en generlei redelijke afwijking van de koers wordt beschouwd als een inbreuk op de verplichtingen voortvloeiend uit dit artikel of uit de vervoerovereenkomst en de vervoerder is niet aansprakelijk voor enig verlies of enige beschadiging, daardoor ontstaan. [5° a) Tenzij de aard en de waarde van de goederen door de inlader zijn aangegeven voordat de goederen zijn ingeladen en deze aangifte in het cognossement is opgenomen, zijn in geen geval de vervoerder, noch het schip aansprakelijk voor verlies of beschadiging van of met betrekking tot de goederen tot een bedrag boven 666,67 rekeneenheden per collo of eenheid, of 2 rekeneenheden per kilogram brutogewicht, van de verloren of beschadigde goederen, met dien verstande dat het hoogste bedrag in aanmerking moet worden genomen. b) Het totaal verschuldigd bedrag wordt berekend op basis van de waarde die de goederen hebben op de plaats waar en op de dag waarop, volgens de vervoerovereenkomst, de goederen aan land zijn gezet of behoorden te worden gezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde van de goederen wordt bepaald volgens de beursnotering of, bij gebreke hiervan, volgens de marktprijs of nog, bij gebreke van beide, volgens de gebruikelijke waarde van goederen van dezelfde aard en hoedanigheid. c) Wanneer een container, een palet of een dergelijk tuig wordt gebruikt om de goederen te verzamelen of op te stapelen, wordt elke collo of eenheid, welke naar luid van het cognossement dat tuig omvat, beschouwd als een collo of een eenheid in de zin van deze paragraaf. Buiten de hierboven voorziene gevallen wordt het tuig als collo of eenheid beschouwd. d) De rekeneenheid bedoeld in dit artikel is het Speciaal Trekkingsrecht zoals dit is omschreven door het Internationaal Monetair Fonds.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omrekening in Belgische frank van de bedragen bepaald in § IV, 5°, a), geschiedt op de datum waarop de goederen werden geleverd of hoorden geleverd te worden. e) De vervoerder noch het schip zijn gerechtigd het voordeel van de beperking van de aansprakelijkheid te genieten als bewezen werd dat de schade het gevolg is van een handelen of een nalaten van de vervoerder, begaan hetzij met het opzet de schade te veroorzaken, hetzij roekeloos en met het bewustzijn dat er waarschijnlijk schade zou uit voortvloeien.f) De in lid a) vermelde aangifte, opgenomen in het cognossement, schept een vermoeden behoudens tegenbewijs, doch zij bindt de vervoerder niet en deze behoudt het recht de juistheid daarvan te betwisten.g) Bij overeenkomst tussen de vervoerder, kapitein of agent van de vervoerder en de inlader kan een ander dan in lid a) vermeld maximumbedrag bepaald worden mits dit overeengekomen maximum niet lager is dan het in dat lid vermeld maximumbedrag. h) In geen geval is de vervoerder noch het schip aansprakelijk voor verlies of beschadiging van of met betrekking tot de goederen indien de aard of de waarde hiervan door de inlader met opzet verkeerdelijk in het cognossement is aangegeven.] 6° Goederen van ontvlambare, ontplofbare of gevaarlijke aard, tot welker inlading de vervoerder, de kapitein of de vertegenwoordiger van de vervoerder geen toestemming zou hebben gegeven, wanneer hij de aard of de gesteldheid daarvan gekend had, mogen te allen tijde voor de lossing op iedere plaats door de vervoerder worden gelost of vernietigd of onschadelijk gemaakt zonder schadevergoeding, en de afzender van deze goederen is aansprakelijk voor alle schaden en onkosten, middellijk of onmiddellijk ontstaan ten gevolge van de inlading ervan.Indien een van deze goederen, ingeladen met voorkennis en toestemming van de vervoerder, een gevaar wordt voor het schip of de lading, mag het eveneens door de vervoerder worden gelost of vernietigd of onschadelijk gemaakt zonder enige aansprakelijkheid van de vervoerder, tenzij voor gemene averij, indien daartoe grond bestaat. [§ 4bis. 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bij dit artikel voorziene ontheffingen en beperkingen van de aansprakelijkheid gelden voor elke rechtsvordering die tegen die vervoerder wordt ingesteld tot het bekomen van schadeloosstelling voor verlies of beschadiging van uit hoofde van een vervoerovereenkomst vervoerde goederen, om het even of die rechtsvordering is ingesteld geworden op grond van de contractuele of de niet-contractuele aansprakelijkheid van de vervoerder. 2. Indien zulke rechtsvordering wordt ingesteld tegen een aangestelde van de vervoerder, kan die evenzeer een beroep doen op de ontheffingen en de beperkingen welke de vervoerder zelf krachtens het artikel kan inroepen.3. In dit geval mag het totaal der bedragen ten laste van de vervoerder en zijn aangestelden de bij dit artikel voorziene grens van aansprakelijkheid niet overschrijden. 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangestelde kan echter de bepalingen van deze paragraaf niet doen gelden, indien bewezen is dat de schade het gevolg is van het feit dat de aangestelde heeft gehandeld of heeft nagelaten te handelen, hetzij met inzicht schade te veroorzaken, hetzij op roekeloze wijze en met het bewustzijn dat de handeling of het verzuim waarschijnlijk schade zou teweegbrengen.] § 5. Een vervoerder is vrij zijn rechten en ontheffingen geheel of gedeeltelijk op te geven of zijn aansprakelijkheden en verplichtingen te vermeerderen, zoals deze en gene bepaald zijn in dit artikel, mits deze afstand of deze vermeerdering vermeld wordt in het aan de afzender afgegeven cognossement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen bepaling van dit artikel is van toepassing op charterpartijen; maar als in het geval van een bevracht schip cognossementen worden afgegeven, zijn deze onderworpen aan de voorschriften van dit artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen voorschrift in deze regels wordt beschouwd als een beletsel voor de opneming in een cognossement van enig geoorloofd beding omtrent gemene averij. § 6. Onverminderd de bepalingen der voorgaande paragrafen, zijn een vervoerder, kapitein of vertegenwoordiger van de vervoerder en een afzender vrij, omtrent bepaalde goederen, welke ook, een overeenkomst aan te gaan met zodanige bedingen als hun goed zullen dunken aangaande de aansprakelijkheid en de verplichtingen van de vervoerder betreffende deze goederen, alsmede de rechten en ontheffingen van de vervoerder ten aanzien van deze goederen, of aangaande zijn verplichtingen wat betreft de staat van zeewaardigheid van het schip voor zover zodanig beding niet strijdig is met de openbare orde, of aangaande de zorg of achtzaamheid van zijn ondergeschikten of vertegenwoordigers voor wat betreft de inlading, de behandeling, de stuwing, het vervoer, de bewaking, de verzorging en de lossing der over zee vervoerde goederen, mits in dit geval geen cognossement is of wordt uitgegeven en de bedingen van de getroffen overeenkomst opgenomen worden in een ontvangbewijs dat een niet verhandelbaar stuk is en zulks vermeldt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke zo gesloten overeenkomst heeft volledig rechtsgevolg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is echter niet van toepassing op gewone handelsverschepingen, bewerkstelligd bij gelegenheid van gewone handelsverrichtingen, maar slechts op andere verladingen, waarbij het karakter en de gesteldheid van de te vervoeren goederen en de omstandigheden, de bedingen en de bepalingen, waarop het vervoer plaats moet vinden, zodanig zijn dat ze een bijzondere afspraak rechtvaardigen. § 7. Geen bepaling van dit artikel verbiedt een vervoerder of een afzender in een overeenkomst bedingen, bepalingen, voorbehouden of ontheffingen op te nemen betreffende de verplichtingen en aansprakelijkheden van de vervoerder of het schip wegens verlies of beschadiging van de goederen of aangaande hun bewaking, zorg en behandeling voor de inlading in en na de lossing uit het schip waarmee zij over zee worden vervoerd. § 8. De bepalingen van dit artikel laten onverlet de rechten en de verplichtingen van de vervoerder, voortvloeiend uit enige thans geldende wet betreffende de beperking van de aansprakelijkheid van eigenaars van zeeschepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">B. Op elk volgens de vorenstaande bepalingen opgemaakt cognossement moet worden vermeld dat de « regels van artikel 91 » er toepasselijk op zijn.] Vervangen bij artikel 1 van de wet van 28 november 1928(III); A, § III, 4° en 6° gewijzigd, § III, 6°bis ingevoegd, § IV, 5° vervangen en § IVbis ingevoegd bij artikel 5 van de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2009 numac 2009015144 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976. - Addendum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2014 numac 2014015079 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2014 numac 2014015080 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976 sluiten; rekening houdend met de impliciete wijziging bij artikel 259 van de wet van 19 mei 1960, A, eerste lid gewijzigd bij de artikelen 2 en 3, § 2, 6° van deze wet; de aanduiding van de paragrafen met Romeinse cijfers vervangen door Arabische cijfers bij de artikelen 2 en 3, § 2, 7° van deze wet. Afdeling II. Matrozen en schepelingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-92-110\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 92-110</span><span class=\"lf-art-t\">Opgeheven bij artikel 174 van de wet van 5 juni 1928</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bepaling aan de twee vorige afdelingen gemeen Artikel 111 De kapitein en de schepelingen mogen onder geen enkel voorwendsel voor eigen rekening goederen inladen zonder toestemming van de eigenaars van het schip en zonder vracht te betalen, indien zij daartoe niet gerechtigd zijn krachtens de arbeidsovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Worden onrechtmatig ingeladen goederen niet voor de afvaart aan wal gebracht, dan betalen degenen die ze hebben doen inladen, het dubbele van de vracht die zij verschuldigd zouden zijn geweest indien de goederen met toestemming van de eigenaars waren ingeladen, onverminderd de vergoeding van meerdere schade, indien daartoe grond bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL III. - Charterpartij of overeenkomst van scheepshuur HOOFDSTUK I. - Aard en vorm van de overeenkomst Artikel 112 De overeenkomst van scheepshuur wordt bewezen door de in zaken van koophandel toegelaten middelen. Wat in de overeenkomst niet bepaald is, wordt geregeld volgens het plaatselijk gebruik.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-113\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 113</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de huur van een geheel schip zijn de kajuit en de overige ruimte voor de bemanning niet begrepen; het is echter aan de kapitein niet geoorloofd in de kajuit of in de overige ruimte voor de bemanning goederen te laden zonder toestemming van de bevrachter In geval van overtreding is [het tweede lid] van artikel 111 van toepassing op de kapitein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus gewijzigd bij artikel 2 en 3, § 2, 8° van deze wet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-114\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 114</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer het schip vervracht is tegen een prijs berekend naar tijdsduur, loopt de vracht vanaf de dag van de afvaart, tenzij het tegendeel bedongen is</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 115 De huurprijs voor een zeeschip of een ander zeevaartuig wordt vracht genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze wordt vastgesteld bij overeenkomst van partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij kan worden bedongen voor het gehele vaartuig of voor een gedeelte, voor een gehele reis of voor een bepaalde tijd, bij het gewicht, het getal of de maat, tegen vaste prijs of bij het stuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 116 De (...) ingeladen goederen zijn verbonden voor de nakoming van de overeenkomsten der partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus gewijzigd bij artikel 3 van de wet van 10 februari 1908, de Franse tekst gewijzigd bij artikel 3, § 2, 10° van deze wet. HOOFDSTUK II. - Gevolgen van de overeenkomst Afdeling I. - Verplichtingen van de vervrachter Artikel 117 De vervrachter moet aan de bevrachter het genot van het schip bezorgen zoals bij de overeenkomst is bedongen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het schip in zijn geheel is gehuurd, mag de kapitein geen goederen innemen zonder toestemming van de bevrachter, zelfs indien deze het niet volledig heeft beladen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrachtprijs voor de ingenomen bijlading komt ten goede aan de bevrachter die het gehele schip heeft gehuurd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-118\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 118</span><span class=\"lf-art-t\">Indien de kapitein voor het schip een groter laadvermogen heeft opgegeven dan het werkelijk heeft, is hij jegens de bevrachter tot schadevergoeding gehouden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Franse tekst gewijzigd bij artikel 3, § 2, 11° van deze wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 119 De opgave van de tonnenmaat van een schip wordt niet onjuist geacht wanneer het verschil niet groter is dan een veertigste of wanneer de opgave overeenstemt met de meetbrief. Afdeling II. - Verplichtingen van de bevrachter</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Algemene regels Artikel 120 De bevrachter heeft twee hoofdverplichtingen : 1° de lading te verschaffen waartoe hij zich verbonden heeft;2° de bedongen vracht te betalen. Wanneer hij de in de charterpartij vermelde hoeveelheid goederen niet ingeladen heeft, is hij niettemin verplicht de volle vracht te betalen voor de gehele overeengekomen lading Wanneer hij meer ingeladen heeft, moet hij voor het meerdere vracht betalen op de voet van de bij de charterpartij bedongen prijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer hij niets ingeladen heeft en de reis opzegt voor de afvaart, betaalt hij als vergoeding aan de kapitein de helft van de vracht bij de charterpartij bedongen voor de gehele lading die hij moest verschaffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij kan de reis niet meer opzeggen zodra een gedeelte van de lading aan boord is; indien het schip, in dat geval, zonder volle lading vertrekt, is aan de kapitein de volle vracht verschuldigd, tenzij bij aanleg op stukgoederen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 121</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer de goederen zonder vertraging ter bestemmingsplaats aangekomen zijn, kan de afzender in geen geval vermindering van de vracht vorderen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 122 De afzender kan goederen die in waarde verminderd zijn of beschadigd door een eigen gebrek of door toeval, niet afstaan voor de vracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaten met wijn, olie, honig of andere vloeistof die leeg- of bijna leeggelopen zijn, kunnen echter wel worden afgestaan voor de vracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 123</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de ontvanger weigert de goederen aan te nemen, kan de kapitein op rechterlijk gezag zoveel daarvan doen verkopen als nodig is tot betaling van zijn vracht, en de bewaargeving van het overige doen bevelen Zijn de goederen ontoereikend, dan behoudt hij zijn verhaal tegen de afzender.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 124 De kapitein mag de goederen niet aan boord houden wegens niet-betaling van de vracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij kan tijdens het lossen vorderen dat de goederen onder een derde bewaard zullen blijven totdat de vracht betaald is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 125 De kapitein is voor de vracht en, in voorkomend geval, voor de vergoeding van de averij bevoorrecht op de goederen van de lading gedurende vijftien dagen na de aflevering, indien zij niet in een derde hand zijn overgegaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 126</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van faillissement van de afzenders of ontvangers voor het verstrijken van de termijn van vijftien dagen is de kapitein boven alle schuldeisers bevoorrecht voor de betaling van de vracht en van wat hem wegens averij verschuldigd is. § 2. Vertraging bij de aankomst ter bestemming Artikel 127 Wanneer een schip bij de afvaart, gedurende de reis of op de plaats van de lossing wordt opgehouden door de schuld van de bevrachter, moet deze de kosten wegens vertraging vergoeden Wanneer een schip dat voor een heen- en terugreis vervracht is, terugvaart zonder lading of met een onvolledige lading, is aan de kapitein de volle vracht verschuldigd, alsmede schadevergoeding wegens vertraging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 128</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het schip bij de afvaart, gedurende de reis of op de plaats van de lossing wordt opgehouden of vertraagd door de schuld van de kapitein, is deze jegens de bevrachter tot schadevergoeding gehouden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-129\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 129</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het uitlopen van een schip slechts voor een tijd verhinderd wordt door overmacht, blijven de gesloten overeenkomsten bestaan en is er geen grond tot schadevergoeding wegens vertraging</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-130\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 130</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wordt het schip door overmacht opgehouden in de loop van de reis, dan is er voor de duur van het oponthoud geen vracht verschuldigd bij tijdbevrachting, noch vermeerdering van vracht bij reisbevrachting Voeding en loon van de bemanning gedurende het oponthoud van het schip worden als averij gerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 131 De afzender kan gedurende het oponthoud van het schip zijn goederen op eigen kosten doen uitladen, mits hij ze weer inlaadt of de kapitein schadeloos stelt. § 3. Het niet ter bestemming aankomen van de lading Artikel 132 Wanneer een schip op stukgoederen aanlegt, hetzij bij het gewicht, bij de maat of tegen vaste prijs, kan de afzender zijn goederen voor de afvaart terugnemen, tegen betaling van de halve vracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Te zijnen laste komen ook de kosten van het inladen, alsmede die van het uitladen en het weer inladen van de andere goederen die moeten worden verplaatst, en de kosten wegens vertraging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 133 De kapitein kan de in zijn schip aangetroffen goederen waarvan hem geen aangifte is gedaan, aan wal doen brengen in de plaats van de lading, of daarvoor vracht aanrekenen tegen de hoogste prijs die in dezelfde plaats voor soortgelijke goederen wordt betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 134 De afzender die zijn goederen gedurende de reis terugneemt, moet de volle vracht en alle door het uitladen veroorzaakte kosten van verplaatsing betalen; neemt hij zijn goederen terug wegens een handeling of een nalatigheid van de kapitein, dan staat deze in voor alle kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-135\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 135</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de handel met het land van bestemming verboden wordt voor de afvaart, zijn de overeenkomsten ontbonden, zonder dat partijen elkaar schadevergoeding verschuldigd zijn De afzender betaalt de kosten van het inladen en het uitladen van zijn goederen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-136\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 136</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de handel met het land van bestemming verboden wordt na de afvaart en het schip genoodzaakt is met zijn lading terug te keren, is aan de kapitein alleen vracht voor de heenreis verschuldigd, ook al is het schip voor de heen- en terugreis bevracht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-137\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 137</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval het schip verhinderd wordt de haven van bestemming binnen te lopen door blokkade van die haven of door enige andere overmacht en de kapitein geen bevelen heeft ontvangen of de ontvangen bevelen niet kan uitvoeren, is hij gehouden de belangen van de afzender zo goed mogelijk te dienen, hetzij door zich naar een naburige haven te begeven, hetzij door naar de plaats van afvaart terug te keren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-138\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 138</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vracht is verschuldigd voor de goederen die de kapitein heeft moeten verkopen om te voorzien in de mondbehoeften, de herstellingen of andere dringende behoeften van het schip, mits hij de waarde daarvan verrekent tegen de prijs waarvoor de overgebleven goederen of goederen van dezelfde soort en hoedanigheid worden verkocht in de plaats van de lossing, indien het schip in behouden haven aankomt Indien het schip vergaat, brengt de kapitein de goederen in rekening tegen de prijs waarvoor hij ze verkocht heeft, insgelijks na aftrek van de in de cognossementen bedongen vracht (...).</p>\n<p class=\"lf-p\">Brengt het uitoefenen van dit recht een verlies mee voor degenen wier goederen zijn verkocht of in pand gegeven, dan wordt dit verlies naar evenredigheid verdeeld over de waarde van deze goederen en van alle goederen ter bestemming aangekomen of uit de schipbreuk gered na de zeeongevallen die de verkoop of de inpandgeving noodzakelijk hebben gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid gewijzigd bij artikel 6 van de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2009 numac 2009015144 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976. - Addendum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2014 numac 2014015079 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2014 numac 2014015080 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976 sluiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-139\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 139</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer de kapitein gedurende de reis het schip moet laten herstellen, is de bevrachter gehouden te wachten of de volle vracht te betalen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval het schip niet kan worden hersteld, is de kapitein verplicht een ander schip te huren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kan de kapitein geen ander schip huren, dan wordt de vracht geregeld overeenkomstig artikel 142.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 140 De kapitein verbeurt zijn vracht en is tot schadevergoeding gehouden jegens de bevrachter, indien deze bewijst dat het schip bij de afvaart onzeewaardig was.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bewijs wordt toegelaten ondanks en tegen het [certificaat van deugdelijkheid.] Het tweede lid aldus gewijzigd ingevolge artikel 1 van de wet van 25 augustus 1920 en artikel 2 en 3, § 2, 12° van deze wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 141 De kapitein heeft recht op de vracht van de goederen die tot gemeen behoud overboord zijn geworpen, onder verplichting van omslag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 142</span><span class=\"lf-art-t\">Er is geen vracht verschuldigd voor goederen die bij schipbreuk of bij stranding teniet zijn gegaan, of die door zeerovers of vijanden genomen zijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De kapitein is gehouden de hem vooraf betaalde vracht terug te geven, tenzij het tegendeel is bedongen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen vracht verschuldigd voor goederen die na schipbreuk of verklaring van onzeewaardigheid van het schip niet ter bestemming zijn aangekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Komen de goederen ter bestemming tegen een mindere vracht dan met de kapitein van het verloren gegane of onzeewaardig verklaarde schip was overeengekomen, dan moet het verschil aan de kapitein worden betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is hem echter niets verschuldigd indien de nieuwe vracht gelijk is aan die welke met hem was overeengekomen; indien de nieuwe vracht hoger is, komt het verschil ten laste van de afzender.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 143 De kapitein die bij het bergen of het afkopen van de niet ter bestemming aangekomen goederen hulp heeft verleend, heeft recht op een vergoeding, die in geval van geschil door de rechter wordt bepaald. HOOFDSTUK III. - Averij en averijregeling Artikel 144 Alle buitengewone kosten ten dienste van het schip en de goederen, gezamenlijk of afzonderlijk gemaakt, alle schade aan het schip of aan de goederen overkomen vanaf de lading en afvaart tot aan de terugkomst en lossing worden als averij gerekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-145\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 145</span><span class=\"lf-art-t\">Bij gebreke van bijzondere bedingen tussen partijen wordt de averij geregeld overeenkomstig de navolgende bepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-146\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 146</span><span class=\"lf-art-t\">Er zijn twee soorten van averij : gemene averij en bijzondere averij</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-147\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 147</span><span class=\"lf-art-t\">Als gemene averij gelden de buitengewone kosten en de schade opzettelijk gemaakt of toegebracht tot behoud en gemeen welzijn van schip en lading</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alle andere averij is bijzondere averij.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-148\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 148</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als gemene averij worden niettemin beschouwd de kosten wegens het binnenlopen in een noodhaven ten gevolge van een onheil op zee dat schip en lading in gemeen gevaar zou brengen, indien de vaart werd voortgezet Onder deze kosten zijn begrepen het loon en de voeding van de bemanning, vanaf het binnenlopen van de haven tot wanneer het schip weer in staat is om zijn reis te vervolgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geschiedt het binnenlopen wegens averij die blijkt voort te komen uit een eigen gebrek van het schip of die te wijten is aan de kapitein of aan de schepelingen, dan worden de kosten als bijzondere averij van het schip gerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geschiedt het binnenlopen wegens spontane gisting of enig ander eigen gebrek van de goederen, dan worden alle kosten als bijzondere averij van de goederen gerekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-149\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 149</span><span class=\"lf-art-t\">Gemene averij wordt gedragen door de goederen, door het schip en door het nettobedrag van de vracht, naar evenredigheid van hun waarde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere averij wordt gedragen en betaald door de eigenaar van de zaak die de schade geleden of het verlies veroorzaakt heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-150\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 150</span><span class=\"lf-art-t\">Niet betaalde vracht of vooraf betaalde en terug te geven vracht draagt in de averij slechts tot de helft van haar brutobedrag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-151\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 151</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Munitie en mondvoorraad, kleren en loon van de schepelingen en bagage van de reizigers dragen niet in de gemene averij; hun waarde wordt vergoed bij omslag over alle andere goederen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-152\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 152</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alle behouden gebleven goederen dragen in de averij naar hun netto-waarde op de plaats van de lossing of naar hun netto-opbrengst, na aftrek van de te betalen vracht. De vooraf betaalde en niet terug te geven vracht wordt niet afgetrokken De geworpen of opgeofferde goederen worden vergoed naar hun waarde, vracht inbegrepen, onder verplichting de vracht te betalen. Zij dragen in de averij naar hun waarde, na aftrek van de vracht, op dezelfde wijze als de behouden gebleven goederen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 153 De hoedanigheid van de goederen wordt vastgesteld door overlegging van de cognossementen en facturen, zo die er zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de hoedanigheid van de goederen in het cognossement verkeerd is opgegeven en deze een grotere waarde blijken te hebben, dragen zij in de averij op de voet van hun schatting, indien zij behouden zijn gebleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij worden vergoed volgens de hoedanigheid in het cognossement opgegeven, indien zij verloren zijn gegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de goederen van mindere hoedanigheid zijn dan in het cognossement is aangegeven, dragen zij in de averij volgens de hoedanigheid in het cognossement vermeld, indien zij behouden zijn gebleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij worden vergoed op de voet van hun waarde, indien zij zijn geworpen of beschadigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-154\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 154</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Goederen waarvan geen cognossement of verklaring van de kapitein bestaat, worden niet vergoed, indien zij zijn geworpen; zij dragen in de averij, indien zij behouden zijn gebleven Goederen, op de overloop van het schip geladen, dragen in de schade, indien zij behouden zijn gebleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijn zij geworpen of door werping beschadigd, dan is de eigenaar niet gerechtigd een vordering tot omslag in te stellen; hij heeft alleen verhaal op de kapitein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-155\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 155</span><span class=\"lf-art-t\">Het schip draagt in de averij naar zijn waarde op de plaats van de lossing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-156\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 156</span><span class=\"lf-art-t\">Indien het schip niettegenstaande werping vergaat, heeft geen omslag plaats</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De geborgen goederen zijn niet gehouden tot betaling of tot vergoeding van de geworpen of beschadigde goederen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-157\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 157</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien het schip door de werping behouden blijft en naderhand bij het vervolgen van de reis vergaat, dragen de geborgen goederen in de werping naar hun waarde in de staat waarin zij zich bevinden, na aftrek van het bergloon Artikel 158 De geworpen goederen dragen in geen geval in de vergoeding van de schade die na de werping aan de behouden gebleven goederen is overkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De goederen dragen niet in de vergoeding van het schip dat vergaan of onzeewaardig geworden is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-159\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 159</span><span class=\"lf-art-t\">In alle voormelde gevallen zijn de kapitein en de schepelingen op de goederen of op de ervoor verkregen prijs bevoorrecht ten belope van de omslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zij kunnen echter de goederen niet terughouden, wanneer de ontvanger borg stelt voor de betaling van de omslag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-160\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 160</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien na gedane omslag de eigenaars weer in het bezit komen van de geworpen goederen, zijn zij gehouden hetgeen zij in de verdeling ontvangen hebben, ten behoeve van de kapitein en van de belanghebbenden in te brengen, onder aftrek van de door de werping veroorzaakte schade en van de bergingskosten Artikel 161 De kapitein is gehouden, zodra daartoe gelegenheid is, een proces-verbaal op te maken van de werping en de andere opofferingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal vermeldt de redenen die tot de opoffering hebben doen besluiten, alsmede de zaken die zijn opgeofferd, achtergelaten, geworpen of beschadigd. Het wordt door de kapitein en de voornaamste schepelingen getekend of geeft de reden op waarom deze geweigerd hebben te tekenen. Het wordt overgeschreven in het scheepsdagboek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 162</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de eerste haven die het schip aandoet, is de kapitein verplicht binnen vierentwintig uren na zijn aankomst de in het proces-verbaal vermelde feiten te bevestigen Artikel 163 De staat van verlies en schade wordt op verzoek van de kapitein door [dispacheurs] opgemaakt ter plaatse waar het schip gelost wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De [dispacheurs] worden benoemd door de rechtbank van koophandel, wanneer de lossing plaatsheeft in een Belgische haven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij worden benoemd door de Belgische consul, of bij zijn ontstentenis, door de plaatselijke overheid, wanneer de lossing plaatsheeft in een buitenlandse haven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De [dispacheurs] worden beëdigd voordat zij hun werkzaamheden beginnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het derde lid opgeheven bij artikel 8, 12°, van de opheffingsbepalingen van artikel 2 van de wet van 10 oktober 1967Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/10/1967 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/09/1997 numac 1997000085 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het Gerechtelijk Wetboek - Duitse vertaling van de artikelen 728 en 1017 sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus gewijzigd bij artikelen 2 en 3, § 2, 13° van deze wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 164 De krachtens het vorige artikel benoemde [dispacheurs] maken de omslag op van het verlies en de schade.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omslag is uitvoerbaar na homologatie door de rechtbank.</p>\n<p class=\"lf-p\">In buitenlandse havens wordt de omslag uitvoerbaar verklaard door de Belgische consul of, bij zijn ontstentenis, door een ter plaatse bevoegde rechtbank.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus gewijzigd bij artikelen 2 en 3, § 2, 13° van deze wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL IV. - Vervoer van reizigers over zee Artikel 165 De reiziger kan zijn rechten uit de vervoerovereenkomst niet overdragen zonder toestemming van de kapitein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 166 De kosten van voeding van de reiziger zijn in het passagegeld begrepen, indien het tegendeel niet is bedongen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het laatstgenoemde geval is de kapitein gehouden aan de reiziger de noodzakelijke levensmiddelen te verstrekken tegen een redelijke prijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 167 De reiziger wordt als inlader beschouwd ten aanzien van de goederen die hij aan boord heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid opgeheven ingevolge artikel 7 van de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2009 numac 2009015144 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976. - Addendum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2014 numac 2014015079 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2014 numac 2014015080 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976 sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 168 De reiziger is gehouden zich te gedragen naar de bevelen van de kapitein tot handhaving van de orde aan boord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 169 De goederen van de reiziger, die zich aan boord bevinden, zijn als pand verbonden voor de betaling van het passagegeld en, in voorkomend geval, van de onderhoudskosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 170 De kapitein draagt zorg voor de bewaring van de goederen van de reiziger die onderweg komt te overlijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 171 De kapitein moet, tenzij het tegendeel bedongen is, zich rechtstreeks naar de bestemmingsplaats begeven, op straffe van ontbinding van de overeenkomst en van schadevergoeding, indien daartoe grond bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 172 De kapitein is niet verplicht te wachten op de reiziger die in de inschepingshaven of gedurende de reis niet bijtijds aan boord komt. In dat geval moet de reiziger het volle passagegeld betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 173 De kapitein heeft recht op de helft van het passagegeld, indien de reiziger acht dagen voor de afvaart verklaart dat hij van de overeenkomst afziet; is de verklaring niet tijdig gedaan, dan is het volle passagegeld verschuldigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kapitein heeft recht op een vierde van het passagegeld, wanneer de reiziger tengevolge van overlijden, zware ziekte of overmacht in de onmogelijkheid verkeert om in te schepen. Bovendien worden in dat geval de onderhoudskosten teruggegeven, indien zij in het passagegeld begrepen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 174 De reiziger heeft recht op schadevergoeding en kan ontbinding van de overeenkomst vorderen indien de afvaart niet op de gestelde dag heeft plaatsgehad door de schuld van de kapitein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 175 De overeenkomst is ontbonden, zonder dat partijen elkaar schadevergoeding verschuldigd zijn, indien de afvaart niet heeft kunnen plaatsvinden tengevolge van verbod om handel te drijven met de haven van bestemming, blokkade of enige andere overmacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 176 De reiziger die vrijwillig het schip verlaat gedurende de reis, is het volle passagegeld verschuldigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de reiziger komt te overlijden of door ziekte genoodzaakt wordt het schip te verlaten, is het passagegeld slechts in verhouding tot de afgelegde reis verschuldigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-177\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 177</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval het schip niet ter bestemming aankomt tengevolge van neming, schipbreuk of verklaring van onzeewaardigheid, heeft de kapitein enkel recht op vergoeding van de gemaakte onderhoudskosten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-178\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 178</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer de kapitein het schip gedurende de reis moet laten herstellen, is de reiziger gehouden te wachten of het volle passagegeld te betalen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zolang het werk duurt, heeft de reiziger recht op kosteloos logies en op onderhoud overeenkomstig hetgeen bedongen is, tenzij de kapitein aanbiedt hem de reis op een soortgelijk schip te laten volbrengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL V. - Bodemerij Artikel 179 Een lening op bodemerij kan door de kapitein alleen worden aangegaan voor de bekostiging van herstellingen of andere buitengewone behoeften van schip of lading, of voor de vervanging van voorwerpen die door zeeongevallen verloren zijn gegaan. [Daartoe moet in België machtiging worden verleend door de rechtbank van koophandel; in het buitenland door de consul, de vice-consul of, bij ontstentenis, door de plaatselijke overheid.] Het tweede lid aldus vervangen bij artikel 35 van de wijzigingsbepalingen van artikel 3 van de wet van 10 oktober 1967Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/10/1967 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/09/1997 numac 1997000085 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet houdende het Gerechtelijk Wetboek - Duitse vertaling van de artikelen 728 en 1017 sluiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-180\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 180</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[In de machtiging moet worden vermeld of de lening plaatsheeft onder verband van de lading of van een deel ervan. Zij kan nooit worden gesloten onder verband van goederen die niet waren ingeladen ten tijde van het voorval dat aanleiding heeft gegeven tot de lening.] Vervangen bij artikel 3 van de wet van 10 februari 1908</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-181\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 181</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden te lenen op de winst die uit de goederen wordt verwacht. De geldschieter heeft in dat geval enkel recht op terugbetaling van het kapitaal, zonder enige rente</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-182\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 182</span><span class=\"lf-art-t\">Indien twee of meer leningen op bodemerij zijn aangegaan op dezelfde zaken, heeft de latere lening de voorrang boven de voorgaande</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Leningen, in dezelfde noodhaven gedurende hetzelfde oponthoud aangegaan, zijn gelijkgerechtigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 183 De zaken waarop de lening is aangegaan, zijn bij voorrecht en naar evenredigheid van het aandeel van elk ervan verbonden voor het bedrag van het bodemerijgeld in kapitaal en rente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-184\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 184</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebreke van betaling op de vervaldag is de rente van het kapitaal en van de bodemerijpremie verschuldigd te rekenen van de dag van het protest van niet-betaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-185\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 185</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elke bodemerijbrief kan worden verhandeld door endossement, indien hij aan order is gesteld. [Het endossement geschiedt volgens de regels vastgelegd in de wetten betreffende de wisselbrieven en de orderbriefjes.] [In dat geval heeft de verhandeling van de bodemerijbrief dezelfde gevolgen en doet zij dezelfde rechtsvorderingen tot vrijwaring ontstaan als de verhandeling van ander handelspapier.] Het tweede lid vervangen bij de artikelen 2 en 3, § 2, 14° van deze wet Artikel 186 De zekerheid voor de betaling strekt zich niet uit tot de bodemerijpremie, tenzij het tegendeel uitdrukkelijk bedongen is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-187\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 187</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de zaken waarop bodemerij is aangegaan, tijdens de duur en op de plaats van het risico geheel verloren zijn gegaan door toeval of door schelmerij van de schipper als bedoeld in de artikelen 201 en 207, kan het uitgeleende bedrag niet worden teruggevorderd De bodemerijnemer moet al het nodige doen om schade te voorkomen of te beperken, overeenkomstig hetgeen artikel 17 van de wet van 11 juni 1874 aan de verzekerde voorschrijft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-188\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 188</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van schipbreuk is de terugbetaling van het bodemerijgeld beperkt tot de waarde van de geborgen en voor de bodemerijovereenkomst verbonden zaken na aftrek van het bergloon In hetzelfde geval is de terugbetaling van het bodemerijgeld onder verband van de vracht beperkt tot hetgeen voor vracht verschuldigd is, na aftrek van het loon van de bemanning en van het aandeel van de bodemerijgever in het bergloon.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-189\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 189</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van werping van de zaak die voor de bodemerij verbonden is, wordt het bij omslag betaalde bedrag bij voorrecht aangewend tot voldoening van de rechten van de bodemerijgever Artikel 190 De bodemerij draagt niet in de bijzondere averij van de verbonden zaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij draagt in de gemene averij die ontstaan is na de lening, indien de akte niet vermeldt dat de bodemerijgever daarvan vrijgesteld is.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL VI. - Zeeverzekering Afdeling I. - Vorm en inhoud van de verzekeringsovereenkomst</h3>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 191 De zeeverzekering kan omvatten : - het casco en de kiel van het schip; - het tuig en de takelage; - de uitrusting en de mondvoorraad; - de vracht; - het passagegeld; - het op bodemerij gegeven geld en de bodemerijpremie; - de ingeladen goederen; - de uit de goederen verwachte winst; - het loon van de bemanning; - de winst op de bevrachting; - het makelaarsloon en het commissieloon op aankoop, verkoop en consignatie; - de geldsommen voor en tijdens de reis besteed ten behoeve van het schip en van de verzending van de goederen; - in het algemeen, alle op geld waardeerbare zaken of waarden die aan scheepvaartrisico onderhevig zijn, onverminderd de bepalingen [van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, in zoverre zij betrekking heeft op de persoonsverzekeringen.] Het laatste lid aldus gewijzigd bij artikel 143 van de wet van 25 juni 1992.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-192\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 192</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van bedrog in de waardering van de verzekerde zaken, alsmede van verdichting of vervalsing, kan de verzekeraar de zaken laten onderzoeken en waarderen, onverminderd alle andere burgerrechtelijke of strafrechtelijke vorderingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-193\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zaken waarvan de waarde in de overeenkomst in een vreemde munt is uitgedrukt, worden gewaardeerd in Belgische munt volgens de koers van de vreemde munt ten tijde van de ondertekening van de polis</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-194\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 194</span><span class=\"lf-art-t\">Is de waarde van de verzekerde zaken in de overeenkomst niet uitgedrukt, dan wordt zij bewezen overeenkomstig de bepalingen van afdeling II van deze titel</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-195\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 195</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de duur van het risico bij de overeenkomst niet bepaald is, loopt het risico ten aanzien van het schip, het tuig en de takelage, de uitrusting, de mondvoorraad en de vracht, zodra het inladen is begonnen, en, indien het schip in ballast vertrekt, zodra het innemen van ballast is begonnen; het risico eindigt op het tijdstip van de lossing of eenentwintig dagen na de aankomst op de plaats van bestemming, bij gebreke van lossing binnen die termijn Ten aanzien van de goederen, loopt het risico van de dag dat zij in het schip of in de overslaglichters zijn geladen, tot de dag dat zij op de wal zijn geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van alle andere zaken begint en eindigt voor de verzekeraar de aansprakelijkheid op het tijdstip dat voor de verzekerde het zeerisico begint en eindigt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-196\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 196</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien in tijd van vrede een premieverhoging bedongen is voor het geval van oorlog en de hoegrootheid ervan in de verzekeringsovereenkomst niet is bepaald, wordt zij door de rechtbank vastgesteld met inachtneming van de risico's, de omstandigheden en de bedingen van de verzekeringspolis</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-197\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 197</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van verlies van goederen voor rekening van de kapitein verzekerd en geladen in het schip waarover hij het bevel voert, is de kapitein gehouden aan de verzekeraars het bewijs van de aankoop van de goederen te leveren en daarvan een cognossement te bezorgen, door twee van de voornaamste schepelingen getekend</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-198\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 198</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een schepeling of een passagier die in België verzekerde goederen in het schip laadt, is verplicht daarvan een cognossement te laten ter plaatse waar de inlading geschiedt. In België wordt het gelaten ter griffie van de rechtbank van koophandel; in het buitenland, in handen van de Belgische consul of, bij zijn ontstentenis, in handen van de plaatselijke overheid Artikel 199 De verzekeringsovereenkomst is nietig, wanneer zij op bodemerij genomen geld tot voorwerp heeft. Afdeling II. - Verplichtingen van de verzekeraar en van de verzekerde Artikel 200 De verzekering wordt nietig verklaard en de verzekeraar ontvangt als schadevergoeding een half ten honderd van het verzekerde bedrag : - wanneer voor de aanvang van het risico de reis wordt gestaakt, zelfs door toedoen van de verzekerde; - wanneer de bevrachter de vracht heeft laten verzekeren en deze door omstandigheden niet verschuldigd is; - wanneer de verzekerde, in het geval van artikel 10 van de wet van 11 juni 1874, recht heeft op teruggave van de premie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de premie minder dan een ten honderd bedraagt, is de schadevergoeding gelijk aan de helft van de premie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-201\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 201</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor rekening van de verzekeraar is alle verlies en schade ontstaan tengevolge van storm, schipbreuk, stranding, aanvaring, gedwongen verandering van koers, reis of schip, werping, brand, ontploffing, plundering en in het algemeen door enig ander zeegevaar Ingeval de verzekeraar het oorlogsrisico voor zijn rekening neemt, staat hij in voor alle schade en verlies die verzekerde zaken overkomen door vijandelijkheden, vergeldingsmaatregelen, oorlogsverklaring, blokkade, aanhouding op last van hogerhand, molest van de zijde van een erkende of niet-erkende regering en in het algemeen door alle oorlogsvoorvallen en -gevaren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-202\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 202</span><span class=\"lf-art-t\">Ingeval het oorlogsrisico niet in de verzekering is begrepen, is de overeenkomst ontbonden, indien een oorlogshandeling het verloop van de reis komt te wijzigen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer die handeling echter plaats vindt op zee, gaat de ontbinding van de overeenkomst niet in voordat het schip geankerd of gemeerd ligt in de eerste haven die het bereikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-203\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 203</span><span class=\"lf-art-t\">In het geval van het vorige artikel wordt vermoed dat de verzekerde goederen tengevolge van enig zeegevaar verloren zijn gegaan, behoudens tegenbewijs</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 204 De oorlogsmolestverzekering, ongeacht de verplichtingen daaraan verbonden voor de verzekeraars, treedt ten aanzien van de gewone risico's in de plaats van de verzekering onder het beding « vrij van oorlogsmolest », te rekenen van het tijdstip waarop de laatstgenoemde overeenkomst ontbonden wordt ingevolge artikel 202.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-205\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 205</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verandering van koers, reis of schip, door de verzekerde bevolen, en verlies of schade, door zijn toedoen ontstaan, komen niet ten laste van de verzekeraar; deze heeft zelfs recht op de premie, ingeval het risico voor hem is beginnen te lopen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-206\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 206</span><span class=\"lf-art-t\">Schade veroorzaakt door toedoen en schuld van de eigenaar, bevrachter of inlader, komt niet ten laste van de verzekeraar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 207 De verzekeraar is aansprakelijk voor de daden van ontrouw en fouten van de kapitein en de schepelingen, bekend onder de naam van schelmerij van de schipper, tenzij het tegendeel is bedongen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij is niet aansprakelijk voor de daden van ontrouw van de kapitein die door de verzekerde is aangesteld, tenzij het tegendeel is bedongen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-208\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 208</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de polis moet melding worden gemaakt van de goederen die uit hun aard bijzonder aan bederf of aan vermindering onderhevig zijn, zoals koren of zout, of van goederen die schade kunnen lijden door lekkage, anders is de verzekeraar niet aansprakelijk voor de schade en het verlies aan die goederen overkomen, tenzij de verzekerde bij de ondertekening van de polis de aard van de lading niet kende</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-209\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 209</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de verzekering betrekking heeft op goederen voor de heenreis en voor de terugreis en het schip op zijn eerste bestemmingsplaats geen teruglading of een onvolledige teruglading heeft ingenomen, ontvangt de verzekeraar slechts tweederde van de overeengekomen premie, naar evenredigheid, tenzij anders bedongen is</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 210</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de verzekering worden de goederen geschat naar de waarde die zij hadden ten tijde en ter plaatse van de inlading, met inbegrip van alle rechten en kosten tot aan boord, alsmede van de verzekeringspremie en de bijkomende kosten Casco, kiel, tuig en takelage worden geschat naar hun waarde op de dag waarop het risico is begonnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mondvoorraad, uitrusting en alle andere op geld waardeerbare zaken worden geschat naar hun waarde ter plaatse en ten tijde van het begin van het risico.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 211</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een overeenkomst van verzekering of van herverzekering voor een hoger bedrag dan de waarde van de verzekerde zaken, is ten aanzien van de verzekerde alleen nietig, wanneer bewezen wordt dat er zijnerzijds bedrog of arglist is geweest</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 212</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer er, in het voormelde geval, geen bedrog of arglist is geweest, blijft de overeenkomst gelden ten belope van de geschatte of overeengekomen waarde van de verzekerde zaken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 213</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer de partijen overeengekomen zijn omtrent het bedrag van de verwachte winst, is deze schatting bindend, zonder dat nader bewijs vereist is</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-214\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 214</span><span class=\"lf-art-t\">In de verzekering van op bodemerij te leen gegeven geldsommen wordt de bodemerijpremie niet geacht begrepen te zijn</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-215\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 215</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij verzekering van de vracht van de verzekerde zaken wordt, in geval van bijzondere averij, verhoudingsgewijze evenveel voor de vracht uitgekeerd als voor de verzekerde zaken Artikel 216 De verzekeraar van het passagegeld is gehouden tot vergoeding van het verlies dat de verzekerde op dit passagegeld heeft geleden ten gevolge van zeerisico's, zoals kosten van ontscheping en herinscheping, voeding en logies van de reizigers in een noodhaven, vervanging van verloren gegane of beschadigde levensmiddelen en verder vervoer aan boord van een ander schip.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-217\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 217</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de verzekering bij verdeling plaatsheeft ten aanzien van goederen die moeten worden geladen in verscheidene nader aangeduide schepen, met vermelding van de geldsom die op elk schip verzekerd wordt, en alle goederen worden geladen in één schip of in een kleiner aantal schepen dan in de overeenkomst is bepaald, is de verzekeraar enkel gehouden tot betaling van de som die hij verzekerd heeft op het schip of de schepen die de lading hebben ingenomen, niettegenstaande alle bedoelde schepen vergaan zijn; hij ontvangt niettemin de bij artikel 200 bepaalde vergoeding Artikel 218 De verzekeraar is ontslagen van het risico en heeft recht op de premie, indien de verzekerde het schip naar een verder gelegen plaats zendt dan in de overeenkomst genoemd is, zij het op dezelfde route.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verzekering heeft volkomen gevolg indien de reis verkort wordt, mits de kapitein daartoe een van de aanleghavens kiest.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verzekeraar staat nochtans in voor het verlies, de schade en de uitgaven, die dagtekenen van voor de verlenging of de verandering van de reis.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-219\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 219</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elke verzekering aangegaan na het verlies of de aankomst van de verzekerde zaken is nietig, indien bewezen wordt dat de verzekerde het verlies, of de verzekeraar de aankomst moet hebben vernomen voor de ondertekening van de overeenkomst</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-220\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 220</span><span class=\"lf-art-t\">Wordt het bewijs geleverd tegen de verzekerde, dan betaalt deze aan de verzekeraar een dubbele premie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wordt het bewijs geleverd tegen de verzekeraar, dan betaalt deze aan de verzekerde een bedrag gelijk aan het dubbele van de overeengekomen premie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 221</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het beding « vrij van beschadigdheid » ontslaat de verzekeraar van elke gemene of bijzondere averij, uitgezonderd in de gevallen waarin abandonnement kan worden gedaan; in die gevallen heeft de verzekerde de keus tussen abandonnement en het instellen van een rechtsvordering wegens averij. Afdeling III. - Abandonnement</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-222\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 222</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Abandonnement van de verzekerde zaken kan geschieden : - in geval van neming, - schipbreuk, - stranding met verbrijzeling, - onzeewaardigheid tengevolge van zeegevaar, - aanhouding door een vreemde mogendheid, - verlies of beschadiging van de verzekerde zaken, indien het verlies of de beschadiging ten minste drie vierde bedraagt Abandonnement kan geschieden in geval van aanhouding door de regering na het begin van de reis.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 223</span><span class=\"lf-art-t\">Abandonnement kan niet gedaan worden voor het begin van de reis</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 224</span><span class=\"lf-art-t\">Alle andere schade wordt als averij beschouwd en tussen verzekeraars en verzekerden geregeld naar verhouding van hun belangen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-225\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 225</span><span class=\"lf-art-t\">Abandonnement van de verzekerde zaken kan noch gedeeltelijk noch voorwaardelijk gedaan worden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het strekt zich niet verder uit dan tot de zaken waarop de verzekering en het risico betrekking hebben.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 226</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het abandonnement moet aan de verzekeraar gedaan worden : - binnen zes maanden na ontvangst van de tijding van het verlies, wanneer het zich heeft voorgedaan in een haven of op de kust van Europa, of op die van Azië en Afrika van de Middellandse Zee; - binnen een jaar na ontvangst van de tijding van het verlies, wanneer het zich heeft voorgedaan in Afrika aan deze zijde van Kaap de Goede Hoop of in Amerika aan deze zijde van Kaap Hoorn; - binnen achttien maanden na ontvangst van de tijding van het verlies, wanneer het zich heeft voorgedaan in andere gedeelten van de wereld Na het verstrijken van die termijnen zijn de verzekerden niet meer tot abandonnement gerechtigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van neming en van aanhouding op last van hogerhand beginnen de voormelde termijnen eerst te lopen bij het verstrijken van de in artikel 243 bepaalde termijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 227 De verzekeraar kan, zonder het verstrijken van de voormelde termijnen af te wachten, de verzekerde aanmanen om abandonnement te doen. Indien de verzekerde dit niet doet binnen een maand, is hij er niet meer toe gerechtigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-228\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 228</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Ingeval van herverzekering moeten de herverzekerden het abandonnement ter kennis van de herverzekeraar brengen binnen de volgende termijnen : - binnen een maand, wanneer het verlies zich heeft voorgedaan in het Verenigd Koninkrijk of in een aan België grenzende Staat; - binnen twee maanden, wanneer het verlies zich heeft voorgedaan in een andere Staat van Europa, dan wel in een Staat aan de Afrikaanse of Aziatische kust van de Middellandse Zee of aan de Aziatische kust van de Zwarte Zee; - binnen vijf maanden, wanneer het verlies zich heeft voorgedaan in een staat buiten Europa, aan deze zijde van de zeeëngten van Malakka en van Soenda, en aan deze zijde van Kaap Hoorn; - binnen acht maanden, indien het verlies zich heeft voorgedaan in de Staten aan gene zijde van die zeeëngten en aan gene zijde van Kaap Hoorn Deze termijnen lopen vanaf de dag waarop de oorspronkelijke verzekerden van hun abandonnement kennis hebben gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van oorlog ter zee worden de in het eerste lid bepaalde termijnen verdubbeld ten aanzien van de overzeese landen.] Aldus vervangen bij artikel 2 en 3, § 2, 15° van deze wet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-229\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 229</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de gevallen waarin abandonnement kan worden gedaan en bij andere ongevallen waarvan het risico voor de verzekeraar is, moet de verzekerde elk bericht dat hij ontvangt aan de verzekeraar betekenen op straffe van schadevergoeding De betekening moet geschieden binnen drie dagen na ontvangst van het bericht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-230\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 230</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer te rekenen van de dag van de afvaart of van de dag waar de laatst ontvangen tijding betrekking op heeft, zes maanden verlopen zijn in geval van een gewone reis, of een jaar in geval van een lange reis, kan de verzekerde die verklaart geen tijding van zijn schip te hebben ontvangen, abandonnement doen aan de verzekeraar en betaling van de verzekeringssom vorderen, zonder dat het verlies behoeft te worden bewezen Na die zes maanden of na dat jaar kan de verzekerde optreden binnen de termijnen gesteld in artikel 226.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-231\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 231</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien een verzekering voor een bepaalde tijd is aangegaan, wordt, na verloop van de termijnen hiervoren gesteld voor gewone en voor lange reizen, vermoed dat het schip vergaan is binnen de looptijd van de verzekering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-232\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 232</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als lange reizen worden beschouwd die welke verder gaan dan : - zuidwaarts, de 30e graad noorderbreedte; - noordwaarts, de 72e graad noorderbreedte; - westwaarts, de 15e lengtegraad vanaf de meridiaan van Parijs; - oostwaarts, de 44e lengtegraad vanaf de meridiaan van Parijs</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-233\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 233</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij de betekening ingevolge artikel 229 kan de verzekerde of abandonnement doen met aanmaning aan de verzekeraar om de verzekeringssom te betalen binnen de termijn in de overeenkomst gesteld, of zich het recht voorbehouden om abandonnement te doen binnen de termijnen in de wet gesteld</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-234\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 234</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het doen van abandonnement is de verzekerde gehouden de verzekeringen op te geven die hij op de verzekerde zaken heeft gesloten of doen sluiten, evenals die waartoe hij last heeft gegeven, en die waarvan hij weet dat zij door anderen op dezelfde zaken zijn gesloten, bij gebreke waarvan de termijn van betaling, die moet ingaan op de dag van het abandonnement, opgeschort wordt tot de dag dat hij gemelde opgave zal hebben laten doen, zonder dat daaruit enige verlenging volgt van de termijn bepaald om de rechtsvordering tot abandonnement in te stellen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-235\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 235</span><span class=\"lf-art-t\">In geval van bedrieglijke opgave is de verzekerde verstoken van de voordelen der verzekering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-236\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 236</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de tijd van de betaling niet vastgesteld is bij de overeenkomst, moet de verzekeraar de verzekeringssom betalen binnen drie maanden na de betekening van het abandonnement Artikel 237 De stukken tot bewijs van inlading en verlies moeten aan de verzekeraar worden betekend voordat tegen hem een vordering tot betaling van de verzekerde bedragen kan worden ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 238 De verzekeraar wordt toegelaten tot het tegenbewijs van de feiten die in de bewijsstukken opgetekend zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door die toelating wordt de veroordeling van de verzekeraar tot voorlopige uitkering van de verzekeringssom niet opgeschort, mits de verzekerde borg stelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verbintenis van de borg vervalt na twee volle jaren, indien er geen rechtsvordering is ingesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-239\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 239</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Is het abandonnement betekend en aangenomen of bij vonnis geldig verklaard, dan behoren de verzekerde zaken aan de verzekeraar te rekenen van de dag van het abandonnement De verzekeraar kan de terugkeer van het schip niet voorwenden om zich te onttrekken aan de betaling van de verzekeringssom.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 240 De verzekeraar van de verwachte winst kan, in geval van abandonnement, niets uit de zaak vorderen van degene die ze heeft laten verzekeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-241\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 241</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van abandonnement van de vracht heeft de vrachtverzekeraar recht op de vracht voor het deel van de lading dat geborgen of in de aanleghavens ontscheept is en op het ten tijde van het schadegeval verschuldigde passagegeld, zelfs al is het voor of tijdens de reis betaald, onverminderd de rechten van de bodemerijgevers, [het recht van de matrozen op loon en repatriëring] en de kosten en uitgaven gedurende de reis Aldus gewijzigd bij artikel 2 en 3, § 2, 16° van deze wet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-242\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 242</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde geval kan de vrachtverzekeraar het loon van de bemanning en alle andere in de verzekering begrepen uitgaven waarvan de verzekerde door de gebeurtenis bevrijd is, van de verzekeringssom aftrekken Voor het afgetrokken bedrag wordt de premie volledig terugbetaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-243\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 243</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van neming door kapers of vijanden of van aanhouding op last van hogerhand, is de verzekerde gehouden daarvan aan de verzekeraar betekening te doen binnen drie dagen na de ontvangst van de tijding Het abandonnement van de verzekerde zaken kan eerst gedaan worden : - na verloop van zes maanden te rekenen van de betekening, wanneer de neming of de aanhouding heeft plaatsgehad in een Europese zee of in een zee die Europa van Azië of van Afrika scheidt; - na verloop van een jaar, wanneer de neming of de aanhouding in een verder gelegen gebied heeft plaatsgehad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval de genomen of aangehouden goederen aan bederf onderhevig zijn, worden de voormelde termijnen verkort tot anderhalve maand in het eerste geval en tot drie maanden in het tweede geval.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de verzekerde zaak tot goede prijs verklaard of is zij verbeurdverklaard voor het verstrijken van die termijnen, dan kan abandonnement worden gedaan door betekening van de tijding daarvan aan de verzekeraars.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-244\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 244</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de termijnen in het vorige artikel bepaald, zijn de verzekerden verplicht alles te doen wat in hun vermogen ligt om de genomen of aangehouden zaken terug te krijgen of te doen vrijgeven Hunnerzijds kunnen ook de verzekeraars daartoe het nodige doen, samen met de verzekerden of afzonderlijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-245\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 245</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Abandonnement wegens onzeewaardigheid kan niet worden gedaan wanneer het mogelijk is het gestrande schip weer vlot te maken, te herstellen en in staat te brengen om zijn reis naar de plaats van bestemming te vervolgen In dat geval behoudt de verzekerde zijn verhaal op de verzekeraars voor de kosten en averij door de stranding veroorzaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-246\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 246</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het schip onzeewaardig is verklaard, is degene die de lading heeft laten verzekeren, gehouden daarvan kennis te geven binnen drie dagen na ontvangst van de tijding Artikel 247 De kapitein is in dat geval verplicht al het mogelijke te doen om een ander schip te vinden teneinde de goederen naar de plaats van bestemming te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 248 De goederen die in het geval van het vorige artikel in een ander schip zijn geladen, blijven voor risico van de verzekeraar, totdat zij aangekomen en uitgeladen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 249 De verzekeraar is bovendien aansprakelijk voor de averij, de kosten van de lossing, opslag en herlading, de meerdere vracht en alle andere kosten die gemaakt zijn om de goederen te bergen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-250\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 250</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de kapitein binnen de bij artikel 243 voorgeschreven termijnen geen ander schip heeft kunnen vinden om de goederen weer in te laden en naar de plaats van bestemming te brengen, kan de verzekerde abandonnement doen TITEL VII. - Aanvaring Artikel 251 [Wanneer de aanvaring is toe te schrijven aan toeval, wanneer zij veroorzaakt is door overmacht, of wanneer twijfel rijst omtrent de oorzaken van de aanvaring, wordt de schade gedragen door hen die ze hebben geleden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is ook toepasselijk ingeval de schepen of een daarvan tijdens het ongeval voor anker liggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanvaring is veroorzaakt door de schuld van één der schepen, komt de vergoeding van de schade ten laste van het schip dat de fout heeft begaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van wederzijdse schuld is de aansprakelijkheid van elk der schepen evenredig aan het gewicht van de wederzijds begane fouten; wanneer evenwel die verhouding uit de omstandigheden niet kan worden afgeleid of wanneer de fouten tegen elkander schijnen op te wegen, wordt de aansprakelijkheid gelijkelijk gedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schade toegebracht, hetzij aan schepen, hetzij aan hun ladingen, hetzij aan bagage of andere goederen van de bemanningen, reizigers of andere personen die zich aan boord bevinden, wordt in bovengemelde verhouding gedragen door de schuldige schepen, zonder hoofdelijkheid ten aanzien van derden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schuldige schepen zijn hoofdelijk aansprakelijk ten aanzien van derden voor schade veroorzaakt door dood of verwonding, behoudens recht van verhaal voor het schip dat een groter deel betaald heeft dan het overeenkomstig het vierde lid van dit artikel dragen moet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in de voorgaande bepalingen vastgestelde aansprakelijkheid blijft bestaan ingeval de aanvaring is veroorzaakt door de schuld van een loods, ook al is het gebruik van een loods verplicht.] Aldus vervangen bij artikel 1 van de wet van 12 augustus 1911Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/1911 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2009 numac 2009000786 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot het behoud van de schoonheid der landschappen sluiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-252\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 252</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[De rechtsvordering tot vergoeding van schade tengevolge van aanvaring geleden is niet afhankelijk van enig protest of enige andere bijzondere formaliteit.] Aldus vervangen bij artikel 1 van de wet van 12 augustus 1911Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/1911 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2009 numac 2009000786 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot het behoud van de schoonheid der landschappen sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 253 De vordering op het aanvarend schip wordt ingesteld tegen de kapitein of de eigenaars.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kapitein is niet persoonlijk aansprakelijk, tenzij er zijnerzijds schuld of nalatigheid aanwezig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-254\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 254</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[De kapitein of de eigenaar van het aangevaren schip kan optreden voor rekening van de bemanning, van de derden-afzenders, van de reizigers en van alle andere partijen die door de aanvaring schade hebben geleden De rechtsvordering door de kapitein of de eigenaar ingesteld wegens schade aan het schip, houdt het recht van de andere belanghebbenden in stand.] Aldus vervangen bij artikel 1 van de wet van 12 augustus 1911Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/1911 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2009 numac 2009000786 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot het behoud van de schoonheid der landschappen sluiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-255\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 255</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Na een aanvaring is de kapitein van elk der in aanvaring gekomen schepen gehouden aan het andere schip, zijn bemanning en reizigers hulp te verlenen, voor zover hij zulks kan doen zonder ernstig gevaar voor zijn eigen schip, bemanning en reizigers Hij is, binnen de grenzen van het mogelijke, eveneens gehouden aan het andere schip de naam en de thuishaven van zijn schip kenbaar te maken, alsmede de plaats waar het vandaan komt en die waar het heen gaat.] Ingevoegd bij artikel 2 van de wet van 12 augustus 1911Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/1911 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2009 numac 2009000786 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot het behoud van de schoonheid der landschappen sluiten; het derde, het vierde en het vijfde lid daarna opgeheven bij artikel 88 van de wet van 5 juni 1928.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-256\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 256</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[De bepalingen van deze titel zijn mede van toepassing op de vergoeding van de schade die een schip, hetzij door het uitvoeren of nalaten van een maneuver, hetzij door het niet nakomen van de reglementen, heeft toegebracht aan een ander schip of aan de zich aan boord bevindende zaken of personen, ook al heeft er geen aanvaring plaatsgehad.] Ingevoegd bij artikel 2 van de wet van 12 augustus 1911Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/1911 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2009 numac 2009000786 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot het behoud van de schoonheid der landschappen sluiten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL VIII. - [Hulp en berging] Deze titel (artt. 257-265) is ingevoegd bij artikel 3 van de</h3>\n<p class=\"lf-p\">wet van 12 augustus 1911Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/1911 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2009 numac 2009000786 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot het behoud van de schoonheid der landschappen sluiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-257\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 257</span><span class=\"lf-art-t\">Iedere daad van hulp of berging, die met gunstige uitslag is bekroond, geeft recht op een billijk loon</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen loon is verschuldigd als de verleende hulp zonder gunstige uitslag is gebleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geen geval mag de te betalen som de waarde van de geredde zaken overtreffen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-258\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 258</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Personen die aan de hulpverlening hebben deelgenomen ondanks het uitdrukkelijk en redelijk verbod van de zijde van het geholpen schip, hebben geen recht op enig loon</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-259\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 259</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het slepende schip heeft geen recht op loon voor hulp of berging van het gesleepte schip of zijn lading, dan wanneer het buitengewone diensten heeft bewezen die niet kunnen worden beschouwd als uitvoering van de sleepovereenkomst</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-260\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 260</span><span class=\"lf-art-t\">Ook dan wanneer hulp of berging heeft plaatsgehad tussen schepen die aan dezelfde eigenaar toebehoren, is loon verschuldigd</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-261\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 261</span><span class=\"lf-art-t\">Het bedrag van het loon wordt vastgesteld door de overeenkomst der partijen en, bij gebreke daarvan, door de rechter</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hetzelfde geldt voor de verhouding waarin het loon tussen de bergers moet worden verdeeld en voor de verdeling tussen de eigenaars, de kapiteins en de andere personen in dienst van de schepen die aan de berging hebben deelgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-262\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 262</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elke overeenkomst betreffende hulp en berging aangegaan tijdens en onder de invloed van het gevaar, kan ten verzoeke van een der partijen door de rechter worden vernietigd of gewijzigd, wanneer deze van oordeel is dat de overeengekomen voorwaarden niet billijk zijn In alle gevallen waarin bewezen is dat de toestemming van een der partijen door bedrog of verzwijging waardeloos is gemaakt of waarin het loon in buitengewone mate naar de ene of de andere kant buiten verhouding staat tot de bewezen dienst, kan ten verzoeke van de belanghebbende partij de overeenkomst door de rechter worden vernietigd of gewijzigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 263 De rechter stelt het loon vast naar omstandigheden, daarbij tot grondslag nemende : a) in de eerste plaats de verkregen uitslag, de moeite en de verdienste van hen die de hulp hebben verleend, het gevaar waarin het geholpen schip, zijn reizigers, bemanning en lading, de bergers en het bergende schip hebben verkeerd, de gebruikte tijd, de gemaakte kosten en de geleden schade, alsmede het risico van aansprakelijkheid en andere risico's door de bergers gelopen, de waarde van het door hen aan gevaar blootgestelde materieel, waarbij in voorkomend geval rekening moet worden gehouden met de bijzondere uitrusting van het helpende schip;b) in de tweede plaats de waarde van de geredde zaken. Dezelfde bepalingen zijn van toepassing op de verdeling waarvan sprake is in artikel 261, tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechter kan het loon van de bergers verminderen of het hun ontzeggen, wanneer blijkt dat zij door hun schuld de berging of hulp hebben nodig gemaakt, of dat zij zich hebben schuldig gemaakt aan diefstal, heling of andere bedrieglijke handelingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-264\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 264</span><span class=\"lf-art-t\">Geen loon is verschuldigd door geredde personen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zij die mensenlevens hebben gered ter gelegenheid van de ramp die tot berging of hulp aanleiding heeft gegeven, zijn gerechtigd tot een billijk deel van het loon dat aan de bergers van schip, lading en toebehoren wordt toegekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-265\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 265</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Iedere kapitein is gehouden, voor zover hij zulks kan doen zonder ernstig gevaar voor zijn schip, bemanning en reizigers, hulp te verlenen aan eenieder, zij het een vijand, die hij in zee aantreft in levensgevaar Het tweede lid opgeheven bij artikel 88 van de wet van 5 juni 1928.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL IX. - Middelen van niet-ontvankelijkheid en verjaring.</h3>\n<p class=\"lf-p\">De titel en de artikelen 266-270 vernummerd bij artikel 4 van de wet van 10 februari 1908 en bij artikel 6 van de wet van 12 augustus 1911Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/1911 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2009 numac 2009000786 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot het behoud van de schoonheid der landschappen sluiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-266\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 266</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Tenzij aan de vervoerder of zijn vertegenwoordiger in de loshaven, voor of op het ogenblik van het weghalen van de goederen en van hun overgifte aan de krachtens de vervoerovereenkomst op de aflevering recht hebbende persoon, schriftelijk kennis is gegeven van het verlies of de schade en van de algemene aard van het verlies of die beschadiging, geldt bedoelde weghaling, tot bewijs van het tegendeel, als vermoeden dat de goederen door de vervoerder werden afgeleverd zoals zij in het cognossement zijn omschreven Is het verlies of de beschadiging uiterlijk niet zichtbaar, dan moet de kennisgeving binnen drie dagen na de aflevering geschieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In elk geval zijn de vervoerder en het schip van alle aansprakelijkheid wegens verlies of schade ontheven, tenzij een rechtsvordering wordt ingesteld binnen een jaar nadat de goederen zijn of behoorden te zijn afgeleverd. [De regresvorderingen kunnen na het verstrijken van de in het derde lid bepaalde termijn van één jaar worden ingesteld gedurende een termijn van drie maanden vanaf de dag waarop de persoon die de regresvordering instelt, de klacht heeft geregeld of waarop de dagvaarding aan die persoon werd betekend, op voorwaarde dat de regeling van de klacht of de betekening van de dagvaarding heeft plaatsgehad voor het verstrijken van de eerder vermelde termijn van één jaar of van de termijn tussen partijen overeengekomen na de feiten die tot de rechtsvordering aanleiding hebben gegeven.] Aldus vervangen bij artikel 3 van de wet van 28 november 1928 (III) daarna aldus aangevuld bij artikel 8 van de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2009 numac 2009015144 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976. - Addendum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2014 numac 2014015079 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2014 numac 2014015080 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976 sluiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-267\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 267</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het voorbehoud waarvan sprake is in het vorige artikel, is overbodig, als de staat van de vervoerde zaken op het ogenblik van de inontvangstneming gezamenlijk is vastgesteld, hetzij door partijen, hetzij door deskundigen De voorzitter van de rechtbank van koophandel van de loshaven is bevoegd op gewoon verzoekschrift een of drie deskundigen aan te wijzen, met opdracht de staat van de vervoerde goederen vast te stellen, alsmede de oorzaken en het bedrag van de schade te bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tegenpartij wordt voor het deskundigenonderzoek opgeroepen bij aangetekende brief.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beschikking kan bevelen dat de goederen in bewaring worden gegeven of onder sekwester gesteld, alsook dat zij naar een openbare of particuliere opslagplaats zullen worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij kan de verkoop van de goederen ten belope van de verschuldigde vracht bevelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verzet tegen de beschikking wordt gebracht voor de rechtbank van koophandel; het moet worden gedaan uiterlijk de tweede dag na die waarop van de beschikking bericht is ontvangen, zon- en feestdagen niet meegerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het zevende lid opgeheven bij artikel 4 van de wet van 28 november 1928 (III).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-268\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 268</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van gemene averij is de houder van een cognossement, aan wie de kapitein de goederen heeft afgeleverd zonder voorbehoud, niet verplicht bij te dragen in de omslag, indien hij bewijst dat hij houder van het cognossement was voor rekening van een derde en dat hij de goederen niet meer in zijn bezit heeft. In zodanig geval kan de kapitein rechtstreeks optreden tegen hem die eigenaar van de goederen was op het ogenblik van de aflevering, doch hij is aansprakelijk tegenover de massa ten belope van hetgeen in de omslag voor deze goederen is verschuldigd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-269\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 269</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Alle rechtsvorderingen, ontstaan uit een bodemerijcontract, uit een charterpartij of, onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 266, uit een cognossement, verjaren door verloop van drie jaar, ingaande] : 1° de dag dat de schuldvordering opeisbaar wordt, indien het een bodemerijcontract betreft;2° de dag dat de reis eindigt, indien het een charterpartij of een cognossement betreft. Aldus gewijzigd bij artikel 5 van de wet van 28 november 1928 (III)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-270\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 270</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Voorts verjaren : - de rechtsvorderingen tot vergoeding van schade door aanvaring, twee jaar na het voorval; voor het instellen van de verhaalsvorderingen door het voorlaatste lid van artikel 251 toegelaten, is de termijn een jaar; deze verjaring begint eerst te lopen vanaf de dag van de betaling; - de rechtsvorderingen tot betaling van hulp- en bergloon, twee jaar na de dag waarop de hulp- of bergingswerkzaamheden zijn geëindigd;] - de rechtsvorderingen wegens gemene averij, een jaar na de dag van het voorval; - de rechtsvorderingen tot betaling van vracht en van loon van de officieren, matrozen en andere schepelingen, een jaar na het eindigen van de reis; - de rechtsvorderingen wegens voeding aan de matrozen verstrekt op last van de kapitein, een jaar na de levering; - de rechtsvorderingen wegens het leveren van zaken die noodzakelijk zijn voor de uitrusting en de bevoorrading van het schip, een jaar na de levering; - de rechtsvorderingen wegens loon van werklieden en wegens gedaan werk, een jaar na de oplevering van het werk; - de rechtsvorderingen tot aflevering van goederen, een jaar na de aankomst van het schip Aldus gewijzigd bij artikel 4 van de wet van 12 augustus 1911Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/1911 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2009 numac 2009000786 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot het behoud van de schoonheid der landschappen sluiten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL X. - Binnenschepen De titel en de artikelen 271-279 ingevoegd bij artikel 6 van de wet van 10 februari 1908 en vernummerd bij artikel 6 van de</h3>\n<p class=\"lf-p\">wet van 12 augustus 1911Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/08/1911 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/12/2009 numac 2009000786 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot het behoud van de schoonheid der landschappen sluiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-271\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 271</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze wet worden als [binnenschepen] beschouwd, de vaartuigen, gewoonlijk gebruikt of bestemd voor de vaart in de [binnenwateren] ten behoeve van personen- of goederenvervoer, visserij, sleepvaart, baggerwerk of enige andere winstgevende scheepvaartverrichting Voor de toepassing van deze wet worden met [binnenschepen] gelijkgesteld alle vaartuigen van minder dan 25 ton die gewoonlijk ter zee worden gebruikt voor soortgelijke verrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gewijzigd bij artikel 2 en 3, § 2, 18° van deze wet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-272\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 272</span><span class=\"lf-art-t\">[Titel I van dit boek, met uitzondering van de artikelen 1 en 23, § 1, 5°, is van toepassing op de binnenschepen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De woorden « zeeschip » en « register der zeeschepen », worden, waar zij voorkomen in titel I, respectievelijk vervangen door de woorden « binnenschip » en « register van teboekstelling »].</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus vervangen bij art. 11 van de wet van 2 april 1965, daarna vervangen bij artikel 26 van de wet van 21 december 1990.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-272bis\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 272bis</span><span class=\"lf-art-t\">[§ 1. Elk binnenschip reeds gebouwd of in aanbouw kan op aanvraag van de belanghebbenden, worden teboekgesteld onder een speciaal nummer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Teboekstelling geschiedt op aangifte door de belanghebbenden op het door de Koning aangewezen kantoor der hypotheekbewaringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnenschepen worden hierna « schip » genoemd. § 2. Met het oog op de teboekstelling van het schip, moeten de eigenaars bij de hypotheekbewaarder een aangifte indienen met opgave van : 1° naam en kenmerken van het schip, aard en vermogen van de voortstuwingsmachine, de thuishaven die de aangevers het hebben toegewezen en, in voorkomend geval, het volgnummer van het schip, voorafgegaan door de beginletters van zijn thuishaven;2° jaar en plaats van de bouw, naam en woonplaats van de bouwer;3° verkeer en verrichtingen waarvoor het schip gewoonlijk en hoofdzakelijk gebezigd wordt of zal worden;4° de huidige eigenaar van het schip, te weten : a) als het een natuurlijke persoon betreft, zijn naam, voornamen, beroep, nationaliteit, zijn woonplaats en in voorkomend geval, zijn gekozen woonplaats;b) als het een handelsvennootschap betreft, haar handelsnaam of benaming, haar maatschappelijke zetel en de plaats van haar hoofdinrichting, plaats en datum van haar oprichting, naam, voornamen, nationaliteit en woonplaats van de hoofdelijk aansprakelijke vennoten, van de beheerders of van de zaakvoerders. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien verscheidene natuurlijke personen of rechtspersonen op het schip rechten van eigendom of vruchtgebruik hebben, vermeldt de aangifte aard en hoegrootheid van die rechten en geeft zij voor ieder van die personen de in § 2 genoemde gegevens op. § 4. Bij de aangifte moeten de volgende stukken worden gevoegd : 1° het nationaliteitsbewijs van ieder van de personen en de statuten van ieder van de handelsvennootschappen die eigenaar of medeëigenaar zijn;2° de akte van vestiging, overdracht of aanwijzing van de rechten van eigendom of vruchtgebruik, als het een onderhandse, of een uitgifte als het een authentieke akte is.Een dubbel van de onderhandse of een voor eensluidend verklaard afschrift van de authentieke akte moet worden bijgevoegd en blijft ten kantore van de hypotheekbewaarder berusten; 3° de meetbrief, met een duplicaat dat ten kantore blijft berusten;4° in voorkomend geval, een verklaring van de bevoegde overheid van de Staat waar het schip laatst was teboekgesteld of geregistreerd, betreffende de hypothecaire toestand van het schip, met aanduiding van de laatst ingeschreven eigenaar. § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schip dat in België in aanbouw is, wordt teboekgesteld op aangifte van de bouwer of door hem voor wiens rekening het wordt gebouwd, als deze zijn eigendomsrecht bewijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangifte bevat de in § 2 genoemde gegevens voor zover die kunnen worden verstrekt. Bij de aangifte worden de in § 4, 1° en 2°, genoemde stukken gevoegd. Binnen dertig dagen nadat het schip voltooid is, worden die gegevens door de belanghebbenden aangevuld en wordt de meetbrief voorgelegd, samen met een duplicaat dat ten kantore blijft berusten. § 6. Van elk feit dat aanleiding geeft tot wijziging van de gegevens die luidens dit artikel moeten voorkomen in de aangifte en in de met het oog op teboekstelling over te leggen stukken, moet binnen dertig dagen nadat het zich heeft voorgedaan, door de aangevers aan de bewaarder kennis worden gegeven opdat het in het register van teboekstelling wordt geboekt. Bij overlijden van de aangever of aangevers rust de voormelde verplichting op de erfgenamen of legatarissen, evenwel met dien verstande dat de termijn van dertig dagen ingaat op het tijdstip waarop dezen kennis krijgen van het feit dat aanleiding geeft tot wijziging van de in dit artikel bedoelde gegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kennisgeving moet vergezeld zijn van een in tweevoud opgemaakt stuk waaruit dat feit blijkt. Is dit stuk echter een authentieke akte, dan moet daarvan een uitgifte samen met een eensluidend verklaard afschrift worden overgelegd. Het dubbel van dat stuk of het eensluidend verklaard afschrift van de authentieke akte blijft ten kantore van de hypotheekbewaarder berusten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke kennisgeving van een wijziging in de tonnenmaat, in de afmetingen van het schip, in de aard en het vermogen van de voortstuwingsmachine, moet vergezeld gaan van de meetbrief waarop die wijziging is aangetekend, en van een duplicaat van dat document, dat ten kantore blijft berusten. § 7. Wanneer het schip teboekgesteld is op overlegging van een meetbrief opgemaakt volgens buitenlandse metingsregelen, wordt de meetbrief, opgemaakt volgens de in België geldende voorschriften, samen met een duplicaat van dat document, dat ten kantore blijft berusten, aan de bewaarder voorgelegd binnen het jaar na de teboekstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijzigingen die uit de nieuwe meting voortvloeien, worden in het register van teboekstelling opgetekend. § 8. De bewaarder tekent het nummer waaronder het schip is teboekgesteld en de datum van de teboekstelling aan op de meetbrief die tot staving van de aangifte wordt voorgelegd. § 9. De teboekstelling kan door de hypotheekbewaarder worden doorgehaald, hetzij van ambtswege, hetzij op verzoek van belanghebbenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondanks de doorhaling blijven de inschrijvingen betreffende de zakelijke rechten waarmede het schip is bezwaard bestaan en kunnen zij naderhand worden doorgehaald, verminderd of hernieuwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen teboekstelling mag worden doorgehaald dan dertig dagen na de datum waarop alle bij de hypotheekbewaring ingeschreven schuldeisers en alle derden, die er een exploot van beslag lieten inschrijven, door de bewaarder op de hoogte zijn gebracht. Die kennisgeving geschiedt bij een ter post aangetekende brief die aan de gekozen woonplaats van de ingeschrevene mag worden gezonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bewaarder vermeldt de doorhaling op de meetbrief.] Ingevoegd bij artikel 12 van de wet van 2 april 1965 daarna vervangen bij artikel 27 van de wet van 21 december 1990.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-273\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 273</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[§ 1. Onder voorbehoud van de §§ 2 tot 4 zijn van toepassing op de binnenvaartuigen en op de vaartuigen en drijvende tuigen door de Koning daarmede gelijkgesteld : 1° de artikelen 1 tot en met 15, behalve artikel 6, § 5, van het Verdrag inzake de beperking van aansprakelijkheid voor zeevorderingen, gesloten te Londen op 19 november 1976, verder LLMC-Verdrag genoemd. Artikel 2, § 1, litterae d en e, van het LLMC-Verdrag is van toepassing op de binnenvaartuigen en de daarmede gelijkgestelde vaartuigen en drijvende tuigen. 2° De artikelen 46, 48 tot 58 en 67 van dit Boek.3° De artikelen 12 tot 14, 16 en 17 van de wet houdende goedkeuring en uitvoering van diverse internationale akten inzake de zeevaart. § 2. Voor de toepassing van § 1 wordt het begrip schip, waar het voorkomt in de aangeduide artikelen, vervangen door « binnenvaartuig ». § 3. De aansprakelijkheidsgrenzen vermeld in de artikelen 6, §§ 1 en 4 en 7 van het LLMC-Verdrag, en de grondslag van de berekening van de aansprakelijkheidsbeperking worden vastgesteld door de Koning De Koning is bevoegd om deze gegevens te allen tijde aan te passen, rekening houdend met de economische toestand. § 4. De vorderingen vermeld in artikel 2, § 1, litterae d en e van het LLMC-Verdrag omvatten mede de vorderingen van de overheid wegens de maatregelen en verrichtingen vermeld in artikel 14 van de wet vermeld in § 1, 3°.] Aldus vervangen bij artikel 2 van de wet van 28 november 1928 (I); daarna vervangen door artikel 9 van de wet van 11 april 1989Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2009 numac 2009015144 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 19 november 1976. - Addendum type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2014 numac 2014015079 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Athene op 13 december 1974 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/04/1989 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/04/2014 numac 2014015080 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van het protocol bij het Verdrag van Athene inzake het vervoer van passagiers en hun bagage over zee, gedaan te Londen op 19 november 1976 sluiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-274\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 274</span><span class=\"lf-art-t\">[De artikelen 89 en 90 van dit boek zijn mede van toepassing op het cognossement bedoeld in artikel 9 van de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 5 mei 1936Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten1 op de binnenbevrachting.] Het eerste, het tweede en het derde lid opgeheven bij artikel 61 van de wet van 5 mei 1936Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Verdrag nr. 148 betreffende de bescherming van de werknemers tegen beroepsrisico's op de werkplaatsen als gevolg van luchtverontreiniging, lawaai en trillingen, aangenomen te Genève op 20 juni 1977 door de Internationale Arbeidsconferentie tijdens haar drieënzestigste zitting sluiten1, het vierde lid vervangen bij artikel 6 van de wet van 28 november 1928 (III) en daarna aldus gewijzigd bij artikel 61 van de wet van 5 mei 1936Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/2015 numac 2015000253 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een internationaal fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971, en houdende uitvoering van de Protocollen bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 27 november 1992 en 16 mei 2003. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1993 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/12/1998 numac 1998015163 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking</p></div>", "next": 239723}