📄 Wettekst
3 JUNI 2007. - Koninklijk besluit tot bepaling van nadere regels tot omzetting van de richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten
VERSLAG AAN DE KONING Sire, De richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad (hierna MiFID-richtlijn of de richtlijn) dient in het Belgisch recht omgezet te worden.
Hetzelfde geldt voor de richtlijn van de Commissie 2006/73/EG van 10 augustus 2006 tot uitvoering van richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn (hierna: de uitvoeringsrichtlijn).
Tevens dienen de nodige aanpassingsmaatregelen te worden getroffen ingevolge de verordening 1287/2006 van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat de voor beleggingsondernemingen geldende verplichtingen betreffende het bijhouden van gegevens, het melden van transacties, de markttransparantie, de toelating van financiële instrumenten tot de handel en de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn betreft (hierna de verordening).
De MiFID-richtlijn komt in de plaats van de beleggingsdienstenrichtlijn 93/22/EEG, die door de
wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/1995
pub.
29/05/2012
numac
2012000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs (en diens uitvoeringsbesluiten) in Belgisch recht was omgezet. De inwerkingtreding van MiFID is voorzien op 1 november 2007.
Het U ter ondertekening voorgelegd besluit strekt er inzonderheid toe de voor de omzetting van MiFID noodzakelijke aanpassingen en wijzigingen op reglementair vlak door te voeren. Het sluit aan bij het
koninklijk besluit van 27 april 2007Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
14/05/2003
numac
2003000376
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State
type
wet
prom.
02/04/2003
pub.
16/04/2003
numac
2003000298
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek
sluiten3 tot omzetting van de Europese richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten, waarin de wetgevende wijzigingen zijn vervat. Voor nadere toelichting bij deze werkwijze en voor een schets van de Europees kader wordt verwezen naar het Verslag aan de Koning bij laatstgenoemd besluit.
Er wordt voor geopteerd om de reglementaire bepalingen zoveel mogelijk in één besluit te groeperen. Een reglement van de CBFA zal wel nog een aantal organisatorische vereisten voor instellingen die beleggingsdiensten verstrekken, preciseren.
Het ontwerp sluit zo getrouw mogelijk bij de Europese voorschriften aan. Op een beperkt aantal punten wordt wel gebruik gemaakt van opties die de richtlijn laat of worden nationale specificaties van de richtlijnbepalingen gepreciseerd. In een paar domeinen werd gebruikt gemaakt van de vrijheid die de richtlijn aan de lidstaten laat om reglementerend op te treden.
De verschillende onderdelen van dit besluit worden hierna nader toegelicht.
De volgende onderwerpen komen achtereenvolgens aan bod: - de definities van onder meer professionele cliënten en tegenpartijen (titel I en bijlage A); - de gedragsregels (titel II); - de markttransparantie en de multilaterale handelsfaciliteiten (MTF's) (titel III); - de transactiemelding aan de CBFA (titel IV); - de organisatorische vereisten voor instellingen die beleggingsdiensten verstrekken (titel V); - de buitenlandse beleggingsondernemingen (titel VI); - de overgangs- en slotbepalingen (titel VII).
TITEL I. - Algemene bepalingen Artikelen 1 tot 5.
De in deze titel opgenomen artikelen 2 tot 5 bevat de voor dit besluit dienstige definities.
Conform de delegaties in artikel 2 van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
22/08/2002
numac
2002009786
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen
sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten omschrijven artikel 2 en bijlage A het begrip professionele cliënt.
Artikel 3 preciseert het begrip « in aanmerking komende tegenpartij ».
Artikel 5 strekt tot omzetting van artikel 3 van de uitvoeringsrichtlijn en bepaalt een aantal voorwaarden in verband met het verstrekken van informatie.
TITEL II - Door gereglementeerde ondernemingen in acht te nemen voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening in uitvoering van artikelen 27 en 28 van de wet Artikel 6.
Deze bepaling omschrijft het toepassingsgebied ratione personae van de gedragsregels bepaald in de artikelen 7 tot 30. De door deze bepalingen geviseerde instellingen worden aangeduid als gereglementeerde ondernemingen. Zoals in de MiFID vormen de gedragsregels voor deze ondernemingen voorwaarden voor hun bedrijfsuitoefening. Ze strekken tot nadere invulling van de artikelen 27, 28 en 28bis, van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
22/08/2002
numac
2002009786
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen
sluiten. De niet-naleving ervan kan aanleiding zijn tot prudentiële herstelmaatregelen (zie o.m. artikel 57, § 4 van de bankwet van 22 maart 1993) en tot administratieve geldboetes (zie artikel 36 van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
22/08/2002
numac
2002009786
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen
sluiten).
Artikel 7.
Deze bepaling vult artikel 27, § 1, van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
22/08/2002
numac
2002009786
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen
sluiten aan dat voorschrijft dat de gereglementeerde ondernemingen zich bij het voor cliënten verrichten van beleggingsdiensten en nevendiensten, op loyale, billijke en professionele wijze moeten inzetten voor de belangen van hun cliënten. De bepaling preciseert de voorwaarden waaronder gereglementeerde ondernemingen voordelen (« inducements ») mogen ontvangen of toekennen.
Ondernemingen mogen dergelijke voordelen (« inducements ») geven of ontvangen, voornamelijk in twee soorten gevallen. Het eerste geval betreft voordelen gegeven door de cliënt of door personen die namens de cliënt handelen. De tweede categorie betreft andere omstandigheden waarin de cliënt wordt ingelicht, het voordeel de kwaliteit van de desbetreffende dienst ten behoeve van de cliënt ten goede komt en geen afbreuk wordt gedaan aan de plicht van de onderneming om zich in te zetten voor de belangen van de cliënt. Essentieel is dat de betaling of verschaffing van de vergoeding of het niet-geldelijke voordeel (« soft commissions ») de kwaliteit van de desbetreffende dienst ten behoeve van de cliënt ten goede komt en geen afbreuk doet aan de plicht van de onderneming om zich in te zetten voor de belangen van de cliënt.
Voor nadere toelichting bij deze bepaling kan worden verwezen naar de werkzaamheden van CESR (Committee of European Securities Regulators), het Europees netwerk van de effectentoezichthouders (waaronder de Commissie voor het Bank, -Financie- en Verzekeringswezen). Zo heeft CESR twee consultatiedocumenten « Inducements under MiFID » (CESR, 06/687 en 07/228) uitgebracht, waarin het een gemeenschappelijke aanpak over dit thema aanbeveelt.
Op grond van een considerans bij de richtlijn kan reeds worden gepreciseerd dat voor de toepassing van de bepalingen die betrekking hebben op inducements, de aanneming door een gereglementeerde onderneming van een vergoeding in verband met beleggingsadvies of algemene aanbevelingen wanneer het advies of de aanbevelingen daardoor niet negatief worden beïnvloed, kan worden geacht de kwaliteit van het beleggingsadvies aan de cliënt ten goede te komen.
Artikelen 8 tot 14.
Conform de artikelen 27 tot 34 van de uitvoeringsrichtlijn regelen deze bepalingen de aan (potentiële) cliënten te verstrekken informatie.
De bedoeling bestaat erin passende en evenredige informatievoorschriften vast te stellen waarin rekening wordt gehouden met de status van een cliënt als niet-professionele dan wel professionele cliënt. Er wordt beoogd een passend evenwicht te waarborgen tussen enerzijds bescherming van de belegger en anderzijds de informatieverplichtingen van gereglementeerde ondernemingen. Om die reden zijn er ten aanzien van professionele cliënten minder stringente informatievereisten opgenomen dan ten aanzien van niet-professionele cliënten. Professionele cliënten moeten immers behoudens beperkte uitzonderingen zelf kunnen uitmaken welke informatie zij voor een goed gefundeerde beslissing nodig hebben, en moeten de gereglementeerde onderneming alsnog kunnen verzoeken deze informatie te verstrekken.
Wanneer dergelijke informatieverzoeken redelijk en evenredig zijn, moeten gereglementeerde ondernemingen aanvullende informatie verstrekken (zie considerans 44 bij de uitvoeringsrichtlijn).
Gereglementeerde ondernemingen moeten (potentiële) cliënten toereikende informatie verstrekken over de aard van financiële instrumenten en de daaraan verbonden beleggingsrisico's zodat zij hun beleggingsbeslissingen met kennis van zaken kunnen nemen. Het niveau van detail van deze informatie kan variëren al naargelang de indeling van de cliënt in de categorie niet-professionele cliënt dan wel professionele cliënt en al naargelang de aard en het risicoprofiel van de aangeboden financiële instrumenten, maar de informatie mag nooit zo algemeen zijn dat essentiële elementen worden weggelaten. Zo kan bij sommige financiële instrumenten alleen de informatie over het soort instrument al voldoende zijn terwijl bij andere instrumenten de informatie op het specifieke product gericht moet zijn.
De voorwaarden waaraan informatie van gereglementeerde ondernemingen aan (potentiële) cliënten moet voldoen om als correct, duidelijk en niet-misleidend te worden aangemerkt, moeten op een passende en evenredige wijze worden toegepast op mededelingen aan niet-professionele cliënten, waarbij rekening wordt gehouden met bijvoorbeeld het communicatiemiddel en de informatie die met de mededeling aan de cliënten wordt overgebracht. Met name zou het niet passend zijn om dergelijke voorwaarden toe te passen op publicitaire mededelingen die slechts bestaan uit één of meer van de volgende elementen: de naam van de onderneming, haar logo, een contactadres, of een verwijzing naar de door de onderneming verrichte beleggingsdiensten of naar haar vergoedingen en provisies.
Voor de toepassing van deze afdeling moet informatie als misleidend worden aangemerkt als deze van aard is de personen tot wie ze is gericht of die deze waarschijnlijk ontvangen, te misleiden, ongeacht of de informatieverstrekker zelf deze misleidend acht of misleiding beoogt.
Om uit te kunnen maken wanneer informatie tijdig wordt verstrekt, moet een gereglementeerde onderneming rekening houden met de urgentie van de situatie en met de tijd die de cliënt nodig heeft om de informatie in kwestie in zich op te nemen en daarop te reageren, alsook met de behoefte van de cliënt aan voldoende tijd om deze informatie door te nemen en te begrijpen voordat deze een beleggingsbeslissing neemt.
Cliënten zullen informatie over eenvoudige en gestandaardiseerde producten en diensten of over producten en diensten die zij al eerder hebben gekocht, immers sneller kunnen doornemen dan informatie over meer ingewikkelde of hun onbekende producten en diensten.
Wanneer een gereglementeerde onderneming een cliënt vóór de verrichting van een dienst informatie moet verschaffen, hoeft elke afzonderlijke transactie in hetzelfde soort financiële instrument niet te worden aangemerkt als de verrichting van een nieuwe of andere dienst.
Wanneer een gereglementeerde onderneming die vermogensbeheerdiensten verstrekt, aan niet-professionele cliënten informatie moet verstrekken over de soorten financiële instrumenten die mogen worden opgenomen in de portefeuille van de cliënt, en over de soorten transacties die mogen worden verricht in deze instrumenten, moet in deze informatie afzonderlijk worden aangegeven of de gereglementeerde onderneming gemachtigd wordt om te beleggen in financiële instrumenten die niet tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, in derivaten en in niet-liquide of zeer volatiele instrumenten, dan wel om short sales of aankopen met geleende middelen, effectenfinancieringstransacties, of transacties die margebetalingen, het stellen van zekerheden of valutarisico's meebrengen, te verrichten.
Als een gereglementeerde onderneming aan een cliënt een exemplaar verstrekt van een prospectus dat is opgesteld en gepubliceerd overeenkomstig de prospectusrichtlijn 2003/71/EG mag dit niet worden gezien als de verstrekking door de onderneming van informatie aan een cliënt voor de toepassing van de gedragsregels die betrekking hebben op de kwaliteit en inhoud van deze informatie, indien de onderneming in het kader van die richtlijn zelf niet verantwoordelijk is voor de informatie die in het prospectus wordt gegeven.
De door een gereglementeerde onderneming aan een niet-professionele cliënt te verstrekken informatie over de kosten en bijbehorende lasten bevat ook nadere gegevens over de regelingen voor betaling of uitvoering van de overeenkomst voor de verrichting van beleggingsdiensten. In dit verband zijn betalingsregelingen gewoonlijk van belang wanneer een contract inzake een financieel instrument wordt beëindigd middels afwikkeling in contanten. Uitvoeringsregelingen zijn gewoonlijk van belang wanneer bij beëindiging van het contract inzake een financieel instrument aandelen, obligaties, een warrant, een ander instrument of een grondstof moeten worden geleverd.
Het vereenvoudigde prospectus inzake ICBE's verschaft voldoende informatie over de kosten en bijbehorende lasten met betrekking tot de ICBE zelf. Gereglementeerde ondernemingen die rechten van deelneming in ICBE's distribueren, moeten hun cliënten wel aanvullende informatie verstrekken over alle andere kosten en bijbehorende lasten van de door hen verleende beleggingsdiensten in verband met rechten van deelneming in icbe's.
Artikel 8, § 9 in verband met aanbevelingen die niet voldoen aan de voorwaarden om als research te worden voorgesteld, strekt tot omzetting van artikel 24, lid 2, van de uitvoeringsrichtlijn.
Artikelen 15 tot 19.
Deze bepalingen sluiten getrouw aan bij de voorschriften opgenomen in de uitvoeringsrichtlijn (artikelen 35 tot 38) die betrekking hebben op de beoordeling van het geschikt karakter (« suitability ») van de diensten van vermogensbeheer en beleggingsadvies of van de passendheid (« appropriateness ») van andere aan de cliënt verstrekte diensten. Er wordt aan herinnerd dat voor de toetsing van de geschiktheid als bedoeld in artikel 19, lid 4, van MiFID (artikel 27, § 4, van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
22/08/2002
numac
2002009786
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen
sluiten) en de toetsing van de passendheid als bedoeld in artikel 19, lid 5, van die richtlijn (artikel 27, § 5, van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
22/08/2002
numac
2002009786
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen
sluiten) aparte regelingen moeten worden getroffen. Deze toetsingen verschillen immers in die zin dat ze niet worden toegepast op dezelfde beleggingsdiensten en evenmin dezelfde functies en kenmerken hebben. Overeenkomstig artikel 19, lid 4, van Richtlijn (artikel 27, § 4, van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
22/08/2002
numac
2002009786
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen
sluiten) hoeft een onderneming alleen te toetsen of bepaalde beleggingsdiensten en financiële instrumenten voor een cliënt geschikt zijn als zij aan deze cliënt beleggingsadvies verleent of diens vermogen beheert. Deze bepaling geldt ten aanzien van alle cliënten, zonder uitzondering voor « in aanmerking komende tegenpartijen ». Bij andere beleggingsdiensten moet de onderneming op grond van artikel 19, lid 5, van die richtlijn (artikel 27, § 5, van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
22/08/2002
numac
2002009786
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen
sluiten) toetsen of een beleggingsdienst of -product voor een cliënt passend is, maar alleen als het product niet wordt aangeboden op louter uitvoerende basis (« execution only ») in de zin van artikel 19, lid 6, van die richtlijn (artikel 27, § 6, van de wet), met dien verstande dat deze laatste bepalingen alleen van toepassing zijn op niet-complexe producten.
Dit besluit herneemt niet de reeds in de wet opgenomen bepaling - die artikel 35, lid 5, van de uitvoeringsrichtlijn omzet - dat geen diensten van vermogensbeheer of beleggingsadvies mogen worden verstrekt wanneer niet de vereiste informatie van de cliënt is ontvangen (zie artikel 27, § 4, tweede lid, van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
22/08/2002
numac
2002009786
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen
sluiten, als ingevoerd via het KB van 27 april 2007 tot omzetting van de richtlijn).
Een transactie kan ongeschikt zijn voor de cliënt of potentiële cliënt vanwege de aan het desbetreffende financiële instrument verbonden risico's, het soort transactie, de kenmerken van de order of de frequentie van de handel. Een reeks transacties die ieder afzonderlijk beschouwd geschikt zijn, kan ongeschikt zijn als de aanbeveling of de handelsbeslissingen (in het kader van vermogensbeheer) op elkaar volgen in een frequentie die niet in het belang van de cliënt is. Bij vermogensbeheer kan een transactie ook ongeschikt zijn als deze resulteert in een ongeschikte portefeuille.
Omwille van de rechtszekerheid wordt de considerans 59 van de uitvoeringsrichtlijn (over de draagwijdte van de passendheidstest waarvan sprake in artikel 27, § 5, van de wet) in artikel 16 van het besluit zelf opgenomen.
Voor diensten inzake niet-complexe producten die op « execution only » basis worden aangeboden, dient geen profiel van de cliënt te worden opgemaakt. Artikel 18 preciseert nader wat onder niet-complexe producten dient te worden verstaan. Deze bepaling herneemt tevens de considerans 61 bij de uitvoeringsrichtlijn die in dit verband relevant is. Er kan worden aangestipt dat instrumenten die worden verhandeld op niet-gereglementeerde markten zoals Alternext en de Vrije Markt in beginsel ook als niet-complexe producten zijn te beschouwen. « Execution only »-dienstverlening veronderstelt dat de dienst wordt verricht op het initiatief van de cliënt. In het verlengde van considerans 30 van de MiFID, geeft artikel 19 nuttige elementen van interpretatie van dit criterium.
Artikel 20.
Deze bepaling preciseert de inhoud van het contract met niet-professionele cliënten aan wie vermogensbeheerdiensten worden verstrekt. Er kan worden aan herinnerd dat de bestaande regelgeving (Koninklijk besluit van 5 augustus 1991 over het vermogensbeheer en beleggingsadvies) reeds de inhoud van het vermogensbeheercontract reglementeerde. Bestaande contracten dienen aan de nieuwe regels te worden aangepast tegen uiterlijk eind 2008 (zie artikel 103).
Artikelen 21 tot 23.
Deze bepalingen regelen de rapportering aan de cliënten.
Artikelen 24 tot 26.
Deze bepalingen preciseren de in artikel 28 van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
22/08/2002
numac
2002009786
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen
sluiten opgenomen verplichtingen inzake optimale uitvoering van cliëntenorders (« best execution »). Ze strekken tot omzetting van de artikelen 44 tot 46 van de uitvoeringsrichtlijn.
Voor nadere toelichting bij deze bepaling kan worden verwezen naar de werkzaamheden van CESR. Zo heeft CESR een consultatiedocument « Best execution under MIFID » (CESR, 07-047) uitgebracht, waarin het een gemeenschappelijke aanpak over dit thema aanbeveelt.
Bij de vaststelling van haar uitvoeringsbeleid moet een gereglementeerde onderneming het relatieve gewicht van de in artikel 28, § 1 van de wet genoemde factoren (zoals o.m. prijs en kosten) bepalen, of in ieder geval vastleggen hoe zij het relatieve gewicht van deze factoren bepaalt om het best mogelijke resultaat voor haar cliënten te kunnen behalen. Ter uitvoering van dit beleid moet een gereglementeerde onderneming de plaatsen van uitvoering uitkiezen die haar in staat stellen om consistent het best mogelijke resultaat bij de uitvoering van orders van cliënten te behalen. Een gereglementeerde onderneming moet haar uitvoeringsbeleid op elke order van een cliënt die zij uitvoert, zodanig toepassen dat voor de cliënt overeenkomstig dit beleid het best mogelijke resultaat wordt behaald. Op grond van het voorschrift van artikel 28 om alle redelijke maatregelen te nemen om het best mogelijke resultaat voor de cliënt te behalen, wordt een gereglementeerde onderneming niet verplicht in haar uitvoeringsbeleid alle beschikbare plaatsen van uitvoering op te nemen.
Om ervoor te zorgen dat een gereglementeerde onderneming bij de uitvoering van een order van een niet-professionele cliënt voor deze cliënt het best mogelijke resultaat behaalt als er geen specifieke instructies zijn gegeven, moet de onderneming rekening houden met alle factoren die haar in staat stellen het best mogelijke resultaat te behalen met betrekking tot de totale tegenprestatie, die bestaat uit de prijs van het financiële instrument en de uitvoeringskosten.
Snelheid, waarschijnlijkheid van uitvoering en afwikkeling, omvang en aard van de order, markteffect en eventuele andere impliciete transactiekosten mogen alleen voorrang krijgen boven de directe prijs- en kostenoverwegingen voor zover ze ertoe bijdragen dat voor de niet-professionele cliënt het best mogelijke resultaat wordt behaald gelet op de totale tegenprestatie.
Wanneer een gereglementeerde onderneming een order volgens specifieke instructies van de cliënt uitvoert, moet zij alleen voor het deel of het aspect van de order waarop de instructies van de cliënt betrekking hebben, geacht worden haar verplichtingen inzake optimale uitvoering te zijn nagekomen. Het feit dat de cliënt specifieke instructies heeft gegeven die gelden voor een deel of aspect van de order, mag de gereglementeerde onderneming niet ontslaan van haar verplichtingen inzake optimale uitvoering voor andere delen of aspecten van de order waarvoor deze instructies niet gelden. Een gereglementeerde onderneming mag een cliënt er niet toe aanzetten om een instructie te geven om een order op een bepaalde wijze uit te voeren, door de inhoud van de instructie expliciet of impliciet aan de cliënt kenbaar te maken, wanneer de onderneming redelijkerwijs zou moeten weten dat zij door een instructie van die strekking wordt belet het best mogelijke resultaat voor de cliënt te behalen. Dit hoeft een onderneming echter niet te beletten een cliënt te vragen een keuze te maken tussen twee of meer specifieke handelsplatforms, mits deze platforms stroken met het uitvoeringsbeleid van de onderneming.
Wanneer een gereglementeerde onderneming voor eigen rekening met cliënten handelt, moet dit worden aangemerkt als de uitvoering van orders van cliënten en daarom onderworpen zijn aan de gedragsregels en met name de voorschriften voor een optimale uitvoering (considerans 69 bij de uitvoeringsrichtlijn). Als een gereglementeerde onderneming echter aan een cliënt een koers afgeeft en deze koers voldoet aan de verplichtingen van de onderneming uit hoofde van artikel 27, § 1, van de wet als de onderneming bij het afgeven van de koers de order tegen deze koers uitvoert, voldoet de onderneming aan deze zelfde verplichtingen als zij de order tegen haar koers uitvoert nadat de cliënt deze heeft aanvaard, tenzij de koers gezien de wisselende marktomstandigheden en de tijd die verstreken is tussen opgave en aanvaarding van de koers, duidelijk niet meer actueel is.
De verplichting om bij de uitvoering van orders van cliënten het best mogelijke resultaat te behalen, geldt voor alle soorten financiële instrumenten. Wel kan het gezien de onderling uiteenlopende structuren van markten en financiële instrumenten moeilijkheden opleveren om voor een optimale uitvoering een uniforme, voor alle categorieën instrumenten geldende, effectieve standaard en procedure vast te stellen. Daarom moeten de voorschriften voor een optimale uitvoering zodanig worden toegepast dat rekening wordt gehouden met het feit dat de omstandigheden per soort financieel instrument waarvoor een order wordt uitgevoerd, verschillen. Zo zijn transacties in een financieel OTC-instrument op maat in het kader van een bijzondere contractuele relatie die op de situatie van de cliënt en de gereglementeerde onderneming toegesneden is, vanuit het oogpunt van optimale uitvoering mogelijkerwijs niet vergelijkbaar met transacties in aandelen die op gecentraliseerde plaatsen van uitvoering worden verhandeld.
De bepalingen van de uitvoeringsrichtlijn en van dit besluit die voorschrijven dat de uitvoeringskosten de eigen provisies of vergoedingen van een gereglementeerde onderneming moeten omvatten die de cliënt voor het verrichten van een beleggingsdienst in rekening worden gebracht, mogen niet worden toegepast om te bepalen welke plaatsen van uitvoering voor de toepassing van artikel 28 van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
22/08/2002
numac
2002009786
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen
sluiten in het uitvoeringsbeleid van de onderneming moeten worden opgenomen Om te bepalen wanneer er bij de uitvoering van orders van niet-professionele cliënten sprake is van een optimale uitvoering, moeten - voor welbepaalde doeleinden - de kosten van uitvoering de eigen provisies of vergoedingen van een gereglementeerde onderneming omvatten die aan de cliënt in rekening worden gebracht, wanneer meer dan één in het uitvoeringsbeleid van de onderneming genoemd platform in staat is een bepaald order uit te voeren. In dergelijke gevallen moet met de eigen provisies en vergoedingen van de onderneming voor de uitvoering van de order op elk van de in aanmerking komende plaatsen van uitvoering rekening worden gehouden om een analyse en vergelijking te verrichten van de resultaten die bij uitvoering van de order op elk van deze plaatsen voor de cliënt zouden worden behaald. Het is echter niet de bedoeling dat een onderneming de op basis van haar eigen uitvoeringsbeleid en haar eigen provisies en vergoedingen voor haar cliënt behaalde resultaten moet vergelijken met resultaten die een andere gereglementeerde onderneming op basis van een ander uitvoeringsbeleid of een andere opbouw van provisies of vergoedingen voor dezelfde cliënt zou kunnen behalen. Evenmin is het de bedoeling dat een onderneming de verschillen in haar eigen provisies die te maken hebben met verschillen in de aard van de diensten die de onderneming aan de cliënt aanbiedt, onderling moet vergelijken.
De uitvoeringsrichtlijn en dit besluit willen voorkomen dat in het kader van een optimale uitvoering dubbel werk wordt verricht, namelijk door de gereglementeerde onderneming die orders ontvangt en doorgeeft of vermogen beheert en de gereglementeerde onderneming waaraan deze gereglementeerde onderneming haar orders ter uitvoering doorgeeft (zie in dit verband: de consultatiedocumenten en het advies van CESR voorafgaand aan de latere uitvoeringsrichtlijn).
Artikelen 27 tot 29.
Deze bepalingen strekken tot omzetting van artikelen 48 en 49 van de uitvoeringsrichtlijn.
Onverminderd de marktmisbruikrichtlijn 2003/6/EG mogen, voor de toepassing van de in de uitvoeringsrichtlijn en dit besluit neergelegde bepalingen inzake de verwerking van orders van cliënten, orders van cliënten die langs verschillende dragers worden ontvangen en niet in volgorde van ontvangst kunnen worden afgehandeld, niet als overigens vergelijkbaar worden beschouwd Artikel 30.
Deze bepaling strekt tot omzetting van artikel 20 van de MiFID. TITEL III. - Martktransparantie en MTF's Artikelen 31 tot 48.
Deze titel strekt er toe nadere regels te bepalen in uitvoering van de MiFID-richtlijn op het vlak van enerzijds de markttransparantie en anderzijds de multilaterale handelsfaciliteiten. Deze titel dient te worden samengelezen met de in uitvoering van MiFID getroffen verordening 1287/2006 die rechtstreeks toepasselijk is.
Achtereenvolgens worden hierna de door deze titel bepaalde transparantieregels en de voorschriften van toepassing op multilaterale handelsfaciliteiten (MTF's) toegelicht.
I. Transparantieregime voor tot een gereglementeerde markt toegelaten aandelen (artikelen 31 tot 38) 1. Algemene beginselen De regels inzake markttransparantie dienen te worden gesitueerd in het kader van de door MiFID beoogde hervorming van de organisatie van de financiële markten in de EU.Deze nieuwe marktorganisatie berust op het bevorderen van de concurrentie tussen de verschillende platformen waarop effectentransacties kunnen worden verricht. MiFID laat de lidstaten niet meer toe hun beleggingsondernemingen te verplichten om effectentransacties uitsluitend op een gereglementeerde markt uit te voeren. Dergelijke op motieven van efficiënte prijsvorming berustende verplichting bestaat in tal van landen waaronder België en zal ingevolge de richtlijn niet langer kunnen gehandhaafd worden. In België was deze evolutie reeds in het vooruitzicht gesteld door de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
22/08/2002
numac
2002009786
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen
sluiten (zie de toelichting tijdens de parlementaire voorbereiding van deze wet, Kamer, Parl. St. nr 1842/001, 2001-2002, p. 50-51). De concurrentie tussen executieplatformen is echter geen doel op zich.
De richtlijn beoogt deze concurrentie te bevorderen teneinde aan beleggers een betere kwaliteit van orderuitvoering te verschaffen (inzonderheid door lagere kosten). Tegelijk beoogt de richtlijn bij te dragen tot deugdelijke prijsvormingsmechanismen, door een doorgedreven transparantieregime en door aangescherpte fiduciaire verplichtingen voor de marktdeelnemers (in het bijzonder het beginsel van « best execution », d.w.z. de optimale behartiging van de cliëntenbelangen bij de orderuitvoering).
Teneinde beleggers of marktdeelnemers te allen tijde in staat te stellen de voorwaarden van een door hen overwogen aandelentransactie te beoordelen en achteraf te verifiëren onder welke voorwaarden deze transactie is uitgevoerd, bepaalt dit besluit, in uitvoering van de MiFID, regels voor de openbaarmaking van bijzonderheden over uitgevoerde aandelentransacties en voor de verstrekking van bijzonderheden over de op een gegeven moment bestaande handelsmogelijkheden. Deze regels zijn noodzakelijk om de effectieve integratie van de aandelenmarkten van de lidstaten te waarborgen, de efficiëntie van het algemene koersvormingsproces van aandelentransacties te bevorderen en tot de effectieve nakoming van de verplichtingen inzake "optimale uitvoering" bij te dragen.
Een hoge graad van markttransparantie is in het bijzonder relevant om een level playing field tussen de verschillende handelsplatformen te waarborgen, zodat het prijsvormingsmechanisme voor individuele aandelen niet in het gedrang komt door de fragmentatie van de liquiditeit, waardoor beleggers zouden kunnen worden gepenaliseerd.
De transparantieregeling geldt voor alle tot een gereglementeerde markt toegelaten aandelen. Voor deze aandelen gelden de regels in beginsel voor alle transacties, ongeacht of deze via een gereglementeerde markt, een MTF, een systematische internaliseerder of daarbuiten worden uitgevoerd.
De richtlijn geldt niet voor andere financiële instrumenten dan aandelen. De richtlijn preciseert wel dat het de lidstaten vrij staat de eisen inzake transparantie vóór en na de handel toe te passen op andere financiële instrumenten dan aandelen. In dit besluit wordt hiertoe niet overgegaan. In dit verband worden de werkzaamheden van de Europese Commissie afgewacht die verslag zal uitbrengen over de al dan niet opportuniteit om communautaire regels terzake voor te stellen (zie in dit verband: CESR/07-108 « « Non-equity markets transparency, Call for evidence »). Dit besluit bevat dan ook geen bepalingen inzake markttransparantie in verband met andere financiële instrumenten dan aandelen. Dit doet geen afbreuk aan de specifieke regels die krachtens artikel 14 van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
22/08/2002
numac
2002009786
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen
sluiten voor transacties in overheidseffecten kunnen worden bepaald.
Er dient te worden gepreciseerd dat de door dit besluit krachtens MiFID geldende vereisten om bepaalde koersen, orders of transacties openbaar te maken, er gereglementeerde markten en MTF's niet van mag weerhouden van hun leden of deelnemers te verlangen andere soortgelijke informatie openbaar te maken.
Conform de richtlijn en de in uitvoering ervan getroffen verordening 1287/2006 maakt dit besluit een onderscheid tussen enerzijds de transparantie vóór de handel en anderzijds de transparantie na de handel. 2. Transparantie vóór de handel De artikelen 33 en 34 regelen de transparantie vóór de handel, d.w.z. de informatieverstrekking aan de beleggers over de bestaande mogelijkheden tot verhandeling.
Terwijl voor de gereglementeerde markten en de MTF's dezelfde regels gelden inzake transparantie vóór de handel (zie artikel 33), gelden er voor de daarbuiten afgesloten transacties enkel verplichtingen voor systematische internaliseerders en niet voor andere transacties die bemiddelaars buiten een extern platform afsluiten. Bovendien houden de verplichtingen voor de systematische internaliseerders rekening met de risico's inherent aan de uitoefening van de activiteiten van systematische internalisatie (zie artikel 34 en de hierna volgende toelichting).
Het besluit maakt gebruik van de mogelijkheid om, voor transacties op gereglementeerde markten en MTF's, bepaalde orders (bv. gelet op hun omvang) vrij te stellen van bekendmaking (zie artikel 33, § 2). Deze ontheffing van de verplichtingen inzake transparantie vóór de handel maakt het beleggingsondernemingen echter niet mogelijk zich aan deze verplichtingen te onttrekken met betrekking tot transacties in liquide aandelen die zij - conform de regels van een gereglementeerde markt of een MTF - op bilaterale basis sluiten wanneer voor deze transacties, mochten zij niet volgens de regels van een gereglementeerde markt of een MTF worden uitgevoerd, de in artikel 34 van dit besluit (artikel 27 van MiFID) neergelegde verplichting zou gelden om koersen openbaar te maken (zie overweging 14 bij de verordening).
Voor nadere toelichting bij de activiteiten die onder het begrip systematische internalisatie vallen, wordt verwezen naar de toelichting bij het besluit van 27 april 2007 dat er toe strekt de vereiste wijzigingen in de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
22/08/2002
numac
2002009786
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen
sluiten aan te brengen in het kader van de omzetting van MiFID. De koersaffichageplicht van de systematische internaliseerders wordt gedetailleerd geregeld in artikel 34.
Krachtens deze bepaling dienen systematische internaliseerders voor de aandelen, waarvoor ze systematisch internaliseren, een bindende prijs (aankoop en/of verkoop) publiek te maken voor een door hen gekozen volume zonder meer te moeten bedragen dan een bepaald transactievolume (dit volume wordt aangeduid als de standaard marktomvang). Nadere regels in dit verband worden in de verordening bepaald.
Hierbij kan worden aangestipt dat systematische internaliseerders kunnen besluiten toegang tot hun koersen te verlenen aan uitsluitend niet-professionele beleggers, uitsluitend professionele beleggers of aan beide categorieën cliënten. Binnen die categorieën cliënten mogen zij niet discrimineren.
Artikel 34 verplicht systematische internaliseerders er niet toe bindende koersen openbaar te maken voor transacties met een omvang die groter is dan het voornoemde transactievolume (standaard marktomvang).
Systematische internaliseerders die uitsluitend boven voornoemd transactievolume handelen, zijn niet geviseerd door de prijsaffichageplicht.
De voornoemde prijsaffichageplicht geldt enkel voor liquide aandelen, vermits voor deze aandelen de mogelijkheden tot indekking groter zijn dan voor illiquide aandelen. De verordening preciseert de criteria om de liquide aandelen te bepalen. Het gaat in wezen om aandelen, hetzij met minstens 500 transacties per dag, hetzij met een dagelijkse omzet van minstens 2 miljoen EUR. Dit besluit maakt geen gebruik van de door de verordening geboden mogelijkheid voor de lidstaten om de definitie van het begrip « liquide aandelen » in te perken door de voornoemde criteria cumulatief toe te passen. In de Belgische context zijn er geen omstandigheden die het gebruik van deze optie rechtvaardigen.
Niet dagelijks verhandelde aandelen kunnen niet worden aangemerkt als aandelen waarvoor een liquide markt in de zin van MiFID bestaat.
Indien de handel in een aandeel wordt opgeschort om uitzonderlijke redenen die met het behouden van een ordelijke markt of overmacht samenhangen en een aandeel bijgevolg gedurende een aantal handelsdagen niet wordt verhandeld, mag dit er evenwel niet toe leiden dat het betrokken aandeel niet kan worden aangemerkt als een aandeel waarvoor een liquide markt bestaat.
Elke internaliseerder zal de lijst van de aandelen waarvoor hij wenst te internaliseren vrij kiezen en zal deze moeten bekendmaken.
De verplichtingen die beleggingsondernemingen op grond van de MiFID hebben tot het vermelden van een bied- en/of laatkoers en tot het uitvoeren van een order tegen de vermelde prijs, ontslaan de beleggingsonderneming niet van de verplichting een order om te leiden naar een andere plaats van uitvoering, wanneer een dergelijke interne afhandeling zou kunnen verhinderen dat de onderneming de verplichtingen inzake optimale uitvoering nakomt. 3. Transparantie na de handel Het besluit bepaalt voorts de algemene regels betreffende de transparantie na de handel voor resp.gereglementeerde markten, MTF's (artikel 35) en beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (artikel 36).
Het besluit maakt gebruik van de mogelijkheid die de richtlijn biedt dat beleggingsondernemingen en kredietinstellingen bloktransacties met vertraging mogen bekendmaken (artikel 35, § 2 en 36, vierde lid).
Aldus erkent de richtlijn dat beleggingsondernemingen en kredietinstellingen die voor hun cliënten liquiditeit verstrekken voor grote transacties in de mogelijkheid moeten zijn om hun daaruit voortvloeiende positie in de markt af te wikkelen zonder een aanzienlijke marktimpact te veroorzaken. Dit wordt aanzien als een noodzakelijke bescherming om een activiteit die bijdraagt tot de globale marktliquiditeit te faciliteren. In het verlengde van het advies van CESR hierover kan de onderneming enkel van uitgestelde bekendmaking genieten, wanneer ze met cliënten handelt, vermits er anders geen sprake is van een dienst van liquiditeitsverschaffing die het uitstel van bekendmaking rechtvaardigt. 4. Limietorderpublicatie Artikel 37 van het besluit zet artikel 22 § 2.van de richtlijn om die voorziet in een regime van limietorderpublicatie. Andersluidende cliënteninstructies zijn echter mogelijk. Bovendien worden bloktransacties uitgesloten van deze regel. 5. Gemeenschappelijke voorschriften voor transparantie vóór de handel en na de handel Conform de verordening wordt de vóór en na de handel te verstrekken informatie beschouwd als zijnde openbaar gemaakt of voor het publiek beschikbaar gesteld wanneer zij via een van de volgende kanalen algemeen beschikbaar is gesteld voor beleggers in de Gemeenschap: a) de voorzieningen van een gereglementeerde markt of een MTF;b) de voorzieningen van een derde partij;c) eigen regelingen. Elke regeling voor de openbaarmaking van informatie dient aan een aantal kwaliteitsvereisten te voldoen. De verordening bepaalt inzonderheid dat dergelijke regelingen alle redelijke maatregelen moeten omvatten die nodig zijn om te waarborgen dat de openbaar te maken informatie betrouwbaar is, voortdurend op fouten wordt gecontroleerd en wordt gecorrigeerd zodra fouten worden ontdekt. De informatie moet tegen niet-discriminerende commerciële voorwaarden en redelijke kosten beschikbaar worden gesteld voor het publiek.
Bovendien dient de samenvoeging van de gegevens met soortgelijke gegevens uit andere bronnen te worden vergemakkelijkt.
In dit verband zijn werkzaamheden aan de gang van het Committee of European Securities Regulators (CESR), het netwerk van EU-effectentoezichthouders. Om een efficiënte prijsvorming te bewerkstellingen en om bij te dragen tot de effectieve nakoming van de verplichtingen inzake "optimale uitvoering" dient de via verschillende kanalen bekendgemaakte marktinformatie immers betrouwbaar te zijn en samengebracht te worden op een wijze die prijsvergelijking toelaat.
CESR formuleerde een aantal voorstellen om de hinderpalen tot de consolidatie van de marktinformatie te verminderen (CESR, « CESR Guidelines and Recommendations on Publication and consolidation of market data », Februari 2007, CESR/07-043). Deze voorstellen sluiten aan bij de verplichting voor de lidstaten om de bestaande belemmeringen voor de consolidatie op Europees niveau wegnemen (zie overweging 34 van de MiFID).
Informatie die openbaar moet worden gemaakt binnen een tijdsspanne die real time zo dicht mogelijk benadert, dient zo prompt mogelijk beschikbaar te worden gesteld als technisch haalbaar is, uitgaande van een redelijke mate van efficiëntie en een redelijke omvang van de uitgaven inzake systemen van de zijde van de betrokken persoon. De openbaarmaking van de informatie mag alleen dichtbij de maximumgrens van drie minuten plaatsvinden in uitzonderlijke gevallen waarin de beschikbare systemen geen openbaarmaking binnen een kortere tijdsspanne mogelijk maken (overweging 18 van de verordening). 6. Bevoegde autoriteit Dit besluit herneemt niet de in de verordening 1287/2006 opgenomen technische voorschriften in verband met markttransparantie, gelet op de rechtstreekse toepasselijkheid van de verordening.Gelet op de leesbaarheid van de regelgeving, zal de verordening wel in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt.
Artikel 38 van dit besluit duidt tevens de CBFA aan als de autoriteit die de door de verordening bepaalde taken zal verrichten.
II. Multilaterale handelsfaciliteiten (artikelen 39 tot 48) Multilaterale handelsfaciliteiten (MTF's) zullen voortaan kunnen worden uitgebaat door kredietinstellingen, daartoe vergunde beleggingsondernemingen en exploitanten van gereglementeerde markten.
De richtlijn bepaalt voor MTF's een aantal regels met het oog op hun goede werking, integriteit en transparantie. Een deel van deze regels zijn bepalingen die gemeenschappelijk zijn voor alle categorieën van beleggingsondernemingen. Deze laatste voorschriften zijn grotendeels terug te vinden in de
wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
06/04/1995
pub.
29/05/2012
numac
2012000346
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten, zoals gewijzigd in het kader van de omzetting van MiFID. Dit besluit regelt enerzijds de meer marktgebonden regels voor MTF's en anderzijds de grensoverschrijdende activiteiten van MTF's.
De MiFID regelt niet de markttransparantie voor aandelen die op een MTF worden verhandeld, maar niet tegelijk op een gereglementeerde markt zijn toegelaten. In het verlengde hiervan wordt in dit stadium niet voorgesteld om in de Belgische regelgeving gedetailleerde dwingende bepalingen in dit verband op te nemen.
In uitvoering van artikel 15 van de
wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003391
bron
ministerie van financien
Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
04/09/2002
numac
2002003392
bron
ministerie van financien
Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
type
wet
prom.
02/08/2002
pub.
22/08/2002
numac
2002009786
bron
federale overheidsdienst justitie
Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen
sluiten bepaalt artikel 40 van dit besluit niettemin dat de marktregels van de MTF's passende transparantievoorschriften dienen vast te stellen voor uitsluitend op een MTF verhandelde effecten. Deze regel zal met name van toepassing zijn op de aandelen die uitsluitend tot de Alternext-markt of tot de Vrije Markt (beide georganiseerd door door Euronext Brussels) worden verhandeld. Deze bepaling past binnen de vereiste dat de marktregels een billijke en ordelijke handel moeten waarborgen. De CBFA zal over het adequaat karakter van de door MTF's voorgeschreven markttransparantie waken, rekening houdend met de aard van de deelnemers op de betrokken markt. Voornoemd artikel 40 slaat enkel op aandelentransacties en niet op andere financiële instrumenten. Er wordt ook aan herinnerd dat voor aandelen die zowel op een MTF als op een gereglementeerde markt worden verhandeld de desbetreffende bepalingen van dit besluit die hoger werden toegelicht, van toepassing zijn.
De artikelen 41 tot 46 van het besluit zijn de loutere omzetting in Belgisch recht van specifieke marktgebonden bedrijfsuitoefenings …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.