📄 Wettekst
MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP
4 FEBRUARI 2021. - Decreet betreffende audiovisuele mediadiensten en videoplatformdiensten
Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: BOEK I. - INLEIDENDE BEPALINGEN TITEL I. - Toepassingsgebied Artikel 1.1-1. - Onverminderd de bijzondere bepalingen die van toepassing zijn op de RTBF, is dit decreet van toepassing op elke activiteit met betrekking tot zowel lineaire als niet-lineaire televisiediensten, auditieve diensten en audiovisuele mediadiensten, evenals videoplatformdiensten.
Art. 1.1-2. - Onverminderd de bijzondere bepalingen die van toepassing zijn op de externe uitgevers van televisiediensten, is elke dienstenuitgever, elke aanbieder van videoplatformdiensten, elke dienstenverdeler, elke netwerkexploitant, elke aanbieder van elektronischecommunicatiediensten die onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap ressorteert, onderworpen aan dit decreet.
Art. 1.1-3. - § 1. Ressorteert onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap, elke dienstenuitgever: 1° die gevestigd is in het Franse taalgebied;2° die gevestigd is in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en die omwille van zijn activiteit als uitgever van een audiovisuele mediadienst beschouwd wordt als uitsluitend tot de Franse Gemeenschap behorend voor de uitgave van die dienst in het bijzonder. § 2. Wordt beschouwd als gevestigd in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, de dienstenuitgever: 1° die zijn maatschappelijke zetel heeft in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad waar de redactionele beslissingen met betrekking tot zijn audiovisuele mediadienst worden genomen;2° van wie een aanzienlijk deel van het personeel dat tewerkgesteld is in programmagerelateerde activiteiten van de audiovisuele mediadienst, werkzaam is in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad: a) wanneer zijn maatschappelijke zetel gevestigd is in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de plaats waar de redactionele beslissingen met betrekking tot zijn audiovisuele mediadienst worden genomen, gelegen is in een lidstaat van de Europese Unie of staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;b) of wanneer de plaats waar de redactionele beslissingen met betrekking tot zijn audiovisuele mediadienst worden genomen, gelegen is in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, en zijn maatschappelijke zetel gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;3° die zijn maatschappelijke zetel heeft in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, wanneer de plaats waar de redactionele beslissingen met betrekking tot zijn audiovisuele mediadienst worden genomen, gelegen is in een lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en indien een aanzienlijk deel van het personeel dat tewerkgesteld is in programmagerelateerde activiteiten van de audiovisuele mediadienst, werkzaam is in enerzijds het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, en anderzijds in een lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;4° die wettelijk begon uit te zenden in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wanneer 2° niet van toepassing is, zodra een aanzienlijk deel van zijn personeel dat werkzaam is in programmagerelateerde activiteiten van de audiovisuele mediadienst niet werkzaam is in het Franse taalgebied, in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of in een staat zoals bedoeld in 2° en op voorwaarde dat hij een stabiele en reële economische band met de Franse Gemeenschap onderhoudt;5° van wie een aanzienlijk deel van zijn personeel dat werkzaam is in de activiteiten van de audiovisuele mediadienst werkzaam is in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad: a) wanneer zijn maatschappelijke zetel gevestigd is in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de plaats waar de redactionele beslissingen met betrekking tot zijn audiovisuele mediadienst worden genomen, gelegen is in een staat die geen lid is van de Europese Unie of die geen partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;b) of wanneer de plaats waar de redactionele beslissingen betreffende zijn audiovisuele mediadienst worden genomen, gelegen is in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en zijn maatschappelijke zetel gevestigd is in een staat die geen lid is van de Europese Unie of geen partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. § 3. Onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap ressorteert de dienstenuitgever die niet gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en die een of meer van zijn audiovisuele mediadiensten verdeelt of laat verdelen: 1° door gebruik te maken van een uplinksatellietverbinding die zich in het Franstalige gebied bevindt, of die zich in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad bevindt in het geval van een dienstenuitgever die, wegens zijn activiteiten, beschouwd moet worden als uitsluitend onder de Franse Gemeenschap ressorterend;2° door, bij ontstentenis van een uplink zoals bedoeld in 1°, gebruik te maken van een satellietcapaciteit die onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap ressorteert. § 4. Ressorteert onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap, de niet in de paragrafen 2 en 3 bedoelde dienstenuitgever die beschouwd wordt als gevestigd in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad in de zin van de artikelen 49 tot en met 55 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
Art. 1.1-4. - § 1. Ressorteert onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap, elke aanbieder van videoplatformdiensten: 1° die gevestigd is in het Franse taalgebied;2° die gevestigd is in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad die, wegens zijn activiteit als aanbieder van een videoplatformdienst, beschouwd wordt als uitsluitend tot de Franse Gemeenschap behorend voor de levering van die dienst in het bijzonder. § 2. Wordt beschouwd als gevestigd in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, de aanbieder van videoplatformdiensten die daar is gevestigd in de zin van artikel 3, paragraaf 1, van Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt. § 3. Wanneer de aanbieder van videoplatformdiensten niet overeenkomstig paragraaf 1 is gevestigd en in geen enkele andere lidstaat van de Europese Unie is gevestigd, wordt hij beschouwd als gevestigd in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad indien hij een moederonderneming of een dochteronderneming heeft of deel uitmaakt van een groep met een andere onderneming die in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad is gevestigd. § 4. Wanneer de moederonderneming, de dochterondernemingen of de andere ondernemingen van de groep van de aanbieder van videoplatformdiensten in verschillende lidstaten van de Europese Unie zijn gevestigd, wordt de aanbieder van videoplatformdiensten beschouwd als gevestigd in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad indien: 1° de moederonderneming van de aanbieder van videoplatformdiensten in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad is gevestigd;2° de dochteronderneming van de aanbieder van videoplatformdiensten in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad is gevestigd en indien de moederonderneming en andere dochterondernemingen niet in een lidstaat van de Europese Unie zijn gevestigd;3° de moederonderneming niet in een lidstaat van de Europese Unie is gevestigd en indien van de dochterondernemingen van de aanbieder van videoplatformdiensten die in verschillende lidstaten van de Europese Unie gevestigd zijn, de eerste dochteronderneming die haar activiteiten heeft aangevat, gevestigd is in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, op voorwaarde dat ze een stabiele en reële economische band met de Franse Gemeenschap onderhoudt;4° de moederonderneming en dochterondernemingen niet in een lidstaat van de Europese Unie zijn gevestigd en indien van de andere ondernemingen van de groep van de aanbieder van videoplatformdiensten die in meerdere lidstaten van de Europese Unie gevestigd zijn, de eerste onderneming van de groep die haar activiteiten heeft aangevat, gevestigd is in het Franstalige gebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, op voorwaarde dat ze een stabiele en reële economische band met de Franse Gemeenschap onderhoudt. § 5. Voor de toepassing van de paragrafen 3 en 4 wordt verstaan onder: 1° moederonderneming: een onderneming die zeggenschap heeft over een of meer dochterondernemingen;2° dochteronderneming: een onderneming waarover een moederonderneming zeggenschap heeft, met inbegrip van elke dochteronderneming van de moederonderneming die aan het hoofd van de groep staat;3° groep: een moederonderneming, al haar dochterondernemingen en alle andere ondernemingen die er op organisatorisch gebied economische en juridische banden mee hebben. Art. 1.1-5. - Is onderworpen aan de bepalingen van dit decreet, elke dienstenverdeler die een of meer audiovisuele mediadiensten ter beschikking stelt van het publiek door een beroep te doen op: 1° ofwel een terrestrisch elektronisch hertzgolvencommunicatienetwerk dat een of meer radiofrequenties van de Franse Gemeenschap gebruikt;2° ofwel een kabeldistributienetwerk gelegen in het Franse taalgebied;3° ofwel een kabeldistributienetwerk gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en waarvan de activiteit uitsluitend aan de Franse Gemeenschap is verbonden;4° ofwel een of meer downlinksatellietradiofrequenties van de Franse Gemeenschap;5° ofwel een of meer downlinksatellietradiofrequenties om deze dienst(en) aan het publiek in het Franse taalgebied te kunnen aanbieden en die bovendien een exploitatiezetel in België heeft;6° ofwel een of meer downlinksatellietradiofrequenties om deze dienst(en) aan het publiek in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad te kunnen aanbieden en die bovendien een exploitatiezetel in België heeft en van wie de activiteit uitsluitend aan de Franse Gemeenschap is gekoppeld;7° ofwel elk ander transmissiesysteem om deze dienst(en) aan het publiek in het Franse taalgebied te kunnen aanbieden en die bovendien een exploitatiezetel in België heeft;8° ofwel elk ander transmissiesysteem om deze dienst(en) aan het publiek in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad te kunnen aanbieden en die bovendien een exploitatiezetel in België heeft en van wie de activiteit uitsluitend aan de Franse Gemeenschap is gekoppeld. Art. 1.1-6. - De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing op elke netwerkexploitant met een exploitatiezetel in België die: 1° een elektronischecommunicatienetwerk levert dat het Franse taalgebied dekt;2° een elektronischecommunicatienetwerk levert dat het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad dekt en van wie de activiteit uitsluitend aan de Franse Gemeenschap is gekoppeld. Art. 1.1-7. - Is onderworpen aan de bepalingen van dit decreet, elke aanbieder van elektronischecommunicatiediensten die instaat voor de transmissie van signalen via het elektronischecommunicatienetwerk van een netwerkexploitant die onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap ressorteert.
TITEL II. - Omzetting van europese wetgeving Art. 1.2-1. - Dit decreet strekt tot de gedeeltelijke omzetting van de volgende richtlijnen: 1° Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten en Richtlijn (EU) 2018/1808 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten;2° Richtlijn 95/47/EG inzake het gebruik van normen voor het uitzenden van televisiesignalen;3° Richtlijn 98/84/EG betreffende de rechtsbescherming van diensten gebaseerd op of bestaande uit voorwaardelijke toegang;4° Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie;5° Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten. TITEL III. - Definities Art. 1.3-1. - In dit decreet moet worden verstaan onder: 1° Toegang: het beschikbaar stellen van faciliteiten of diensten door een netwerkexploitant aan een derde, onder welbepaalde voorwaarden, op al dan niet exclusieve wijze, met het oog op het aanbieden van elektronischecommunicatiediensten, voor zover die elektronischecommunicatiediensten dienen voor het aanbieden van audiovisuele mediadiensten.Die beschikbaarstelling omvat onder meer: toegang tot netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten en eventueel tot de verbinding met uitrustingen via al dan niet vaste middelen, met inbegrip van de toegang tot het aansluitnetwerk en tot faciliteiten en diensten die noodzakelijk zijn om diensten te kunnen aanbieden via het aansluitnetwerk; toegang tot de materiële infrastructuur met inbegrip van gebouwen, kabelgoten en masten; toegang tot relevante programmatuursystemen met inbegrip van operationele ondersteuningssystemen; toegang tot informatiesystemen of databases voor de voorbereiding van bestellingen, bevoorrading, bestelling, onderhouds- en herstelverzoeken en facturering; toegang tot vaste en mobiele netwerken; toegang tot voorwaardelijke toegangssystemen; toegang tot virtuele netwerkdiensten; 2° Aankoop van een programma: elke verwerving, door of voor rekening van een dienstenuitgever, van een uitzendrecht op een programma dat geproduceerd wordt door ten minste één onafhankelijke producent van de Franse Gemeenschap die er de gedelegeerde productie van heeft verzekerd, met uitzondering van commerciële communicatie;3° Zelfpromotie: elke boodschap die wordt verspreid op initiatief van een dienstenuitgever of aanbieder van videoplatformdiensten en bedoeld is voor de promotie van zijn eigen diensten, programma's of verwante producten die rechtstreeks van zijn eigen programma's zijn afgeleid;4° Centrum voor de film en de audiovisuele sector ('Centre du cinéma et de l'audiovisuel'): het Centrum voor de film en de audiovisuele sector bedoeld in artikel 5 van het
decreet van 10 november 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/07/1981
pub.
20/05/2009
numac
2009000343
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 betreffende de ondersteuning van de filmsector en de audiovisuele creatie;5° College voor vergunning en controle ('Collège d'autorisation et de contrôle'): het College voor vergunning en controle van de Hoge Raad voor de audiovisuele sector ('Conseil supérieur de l'audiovisuel');6° Bestelling van een programma: de bestelling door een dienstenuitgever van een programma, met uitzondering van commerciële communicatie, dat geproduceerd of gecoproduceerd wordt door ten minste één onafhankelijke producent van de Franse Gemeenschap die er de gedelegeerde productie van verzekert;7° Hoge raad voor opvoeding tot de media ('Conseil supérieur de l'Education aux Médias'): de Hoge raad voor opvoeding tot de media ingesteld door het
decreet van 5 juni 2008Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
05/06/2008
pub.
15/10/2008
numac
2008029492
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende oprichting van de Hoge Raad voor Opvoeding tot de Media en tot ontwikkeling van bijzondere initiatieven en middelen terzake in de Franse Gemeenschap
sluiten houdende oprichting van de Hoge raad voor opvoeding tot de media die de ontwikkeling van initiatieven en bijzondere middelen op dit gebied in de Franse Gemeenschap verzekert;8° Coproductie van een audiovisueel werk: de productie van een audiovisueel werk door een dienstenuitgever of dienstenverdeler en ten minste één onafhankelijke producent van de Franse Gemeenschap die er de gedelegeerde productie van verzekert;9° RJD ('CDJ'): de Raad voor journalistieke deontologie ('Conseil de déontologie journalistique'), opgericht binnen de IZJD ('IADJ'), een instantie die erkend is bij het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
10/09/2009
numac
2009029480
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot regeling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van een instantie voor de zelfregulering van journalistieke deontologie
sluiten tot regeling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van een instantie voor de zelfregulering van journalistieke deontologie;10° Hoge Raad ('CSA'): de Hoge Raad voor de Audiovisuele sector ('Conseil supérieur de l'audiovisuel'), zoals georganiseerd door Boek IX, Titel 1;11° Redactionele beslissing: de regelmatig genomen beslissing met het oog op de uitoefening van de redactionele verantwoordelijkheid en die aan de werking van een dagelijkse audiovisuele mediadienst is gekoppeld;12° Dienstenverdeler: elke rechtspersoon die op ongeacht welke wijze, inzonderheid door middel van terrestrische hertzgolven, per satelliet of door middel van een kabeldistributienetwerk, een of meer audiovisuele mediadiensten ter beschikking van het publiek stelt.Het dienstenaanbod kan diensten omvatten die door de rechtspersoon zelf worden uitgegeven, evenals diensten uitgegeven door derden met wie de rechtspersoon contractuele betrekkingen aanknoopt. Als dienstenverdeler wordt eveneens beschouwd, iedere rechtspersoon die een dienstenaanbod levert door contractuele betrekkingen met andere verdelers aan te knopen; 13° Dienstenuitgever: de natuurlijke of rechtspersoon die de redactionele verantwoordelijkheid draagt voor de keuze van de inhoud van de audiovisuele mediadienst en die bepaalt op welke wijze deze wordt georganiseerd;14° Externe uitgever van televisiediensten: de uitgever van lineaire of niet-lineaire televisiediensten die onder de bevoegdheid ressorteert van een lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een staat die partij is bij de Overeenkomst van de Raad van Europa inzake grensoverschrijdende televisie en die zich richt tot het publiek van het Franse taalgebied of het Franstalige publiek van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad om commerciëlecommunicatie-inkomsten of inkomsten afkomstig van gebruikers uit deze markt te verwerven.Een dergelijke uitgever is met name onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 6.1.1-1, 9.2.3-2 en 9.2.3-3; 15° Aanbieder van elektronischecommunicatiediensten: elke rechtspersoon die een elektronischecommunicatiedienst aanbiedt;16° Aanbieder van videoplatformdiensten: de natuurlijke of rechtspersoon die een videoplatformdienst aanbiedt;17° IZJD ('IADJ'): de instantie voor de zelfregulering van journalistieke deontologie in de Franse Gemeenschap die erkend is bij het
decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
30/04/2009
pub.
10/09/2009
numac
2009029480
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet tot regeling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van een instantie voor de zelfregulering van journalistieke deontologie
sluiten tot regeling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van een instantie voor de zelfregulering van journalistieke deontologie;18° Interconnectie: de fysieke en logische verbinding van elektronischecommunicatienetwerken die door dezelfde of een andere netwerkexploitant worden gebruikt, om hetzelfde dienstenaanbod te kunnen aanbieden aan gebruikers die op verschillende netwerken zijn aangesloten.Interconnectie is een bijzonder type van toegang die tussen netwerkexploitanten tot stand wordt gebracht; 19° Applicatieprogramma-interface: software-interface tussen toepassingen, die worden geleverd door dienstenuitgevers of -verdelers, en de faciliteiten van digitale televisieapparatuur; 20° Nabijheidsmedium: uitgever van audiovisuele nabijheidsmediadiensten, erkend door de Regering overeenkomstig de artikelen 3.2.1-1 en volgende; 21° Minister: de minister die bevoegd is voor de audiovisuele sector;22° Audiovisueel werk: elk programma dat cumulatief voldoet aan de volgende criteria: a) het programma voldoet aan de definitie van cinematografisch of televisiefictiewerk in de zin van 25° of van documentair werk in de zin van 27° ;b) het programma is niet een van de volgende programma's: - een studiotelevisieprogramma, met inbegrip van het programma waarin documentaire- of fictiefragmenten worden getoond; - een televisieamusementsprogramma, met inbegrip van het programma dat scenario-, regie- of montage-elementen bevat of dat een bepaalde vorm van realiteit toont; - een televisieprogramma dat tot doel heeft studioprogramma's fictief na te spelen; - een actualiteitenreportage; - een informatiemagazine; - een loutere opname, zonder wijziging van de scenografie en zonder montage, van een live opvoering, voor zover deze opvoering 'onafhankelijk van het televisieprogramma' bestaat; 23° Audiovisueel werk van Belgisch Franstalig initiatief: een audiovisueel werk dat cumulatief beantwoordt aan: a) de voorwaarden van artikel 9 van het
decreet van 10 november 2011Relevante gevonden documenten
type
wet
prom.
30/07/1981
pub.
20/05/2009
numac
2009000343
bron
federale overheidsdienst binnenlandse zaken
Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits
sluiten0 betreffende de ondersteuning van de filmsector en de audiovisuele creatie, b) de culturele criteria die worden toegepast overeenkomstig het door de Regering opgestelde schema van culturele criteria;24° Werk voor creatie op radio: elk programma dat tegelijk aan de volgende criteria voldoet: a) het programma is ofwel een fictiewerk op radio in de zin van 26°, ofwel een documentair werk op radio in de zin van 28°, ofwel een muziekwerk op radio in de zin van 30°, ofwel een radiowerk voor permanente opleiding in de zin van 31° ;b) het programma is niet een van de volgende programma's: - een actualiteitenreportage; - een loutere opname van een live opvoering; 25° Cinematografisch of televisiefictiewerk: elk programma dat tegelijk aan de volgende criteria voldoet: a) een creatie van de verbeelding zijn, ook al is ze bedoeld om een realiteit weer te geven;b) een geënsceneerd werk zijn, waarvan de productie gebaseerd is op een scenario, met inbegrip van opnames die ruimte laten voor improvisatie, en waarvan de productie, met uitzondering van animatiewerken, voor het belangrijkste deel van de tijd op de prestaties van vertolkers steunt;26° Fictiewerk op radio: elk programma dat tegelijk aan de volgende criteria voldoet: a) een creatie van de verbeelding zijn, ook al is ze bedoeld om een realiteit weer te geven;b) een origineel werk zijn of een bewerking van een bestaand werk, waarvan de productie op een scenario gebaseerd is en waarvan de realisatie voor het belangrijkste deel van de tijd op de prestaties van vertolkers steunt;27° Documentair werk: elk programma dat tegelijk aan de volgende criteria voldoet: a) een element uit de realiteit voorstellen;b) een standpunt van de auteur weergeven, gekenmerkt door diepgaande beschouwing, uitdieping van het behandelde onderwerp, onderzoek en schrijfwerk;c) de verwerving van kennis mogelijk maken;d) de behandeling van het onderwerp moet duidelijk onderscheiden zijn van een strikt informatief programma;e) van blijvend belang kunnen zijn, anders dan als archief;28° Documentair werk op radio: elk programma dat tegelijk aan de volgende criteria voldoet: a) een element uit de realiteit voorstellen;b) een standpunt van de auteur weergeven, gekenmerkt door diepgaande beschouwing, uitdieping van het behandelde onderwerp, onderzoek en schrijfwerk;c) de verwerving van kennis mogelijk maken;d) de behandeling van het onderwerp moet duidelijk onderscheiden zijn van een strikt informatief programma; e) van blijvend belang kunnen zijn, anders dan als archief;29° Europees werk: a) een werk dat afkomstig is uit lidstaten van de Europese Unie en dat voornamelijk gerealiseerd wordt met de medewerking van auteurs en werknemers die in een of meer van deze staten verblijf houden en dat aan een van de volgende drie voorwaarden voldoet: - het wordt gerealiseerd door een of meer producenten gevestigd in een of meer van deze staten, - de productie van dat werk staat onder het toezicht en de daadwerkelijke controle van een of meer producenten gevestigd in een of meer van deze staten, - de bijdrage van de coproducenten uit deze staten vormt een meerderheidsaandeel in de totale kostprijs van de coproductie, en de coproductie wordt niet gecontroleerd door een of meer buiten die staten gevestigde producenten;b) een werk dat afkomstig is uit Europese derde landen die partij zijn bij het Europese Verdrag inzake grensoverschrijdende televisie van de Raad van Europa en dat voornamelijk gerealiseerd wordt met de medewerking van auteurs en werknemers die in een of meer van deze staten verblijf houden, en dat aan een van de volgende drie voorwaarden voldoet: - het wordt gerealiseerd door een of meer producenten gevestigd in een of meer van deze staten; - de productie van dat werk staat onder het toezicht en de daadwerkelijke controle van een of meer producenten gevestigd in een of meer van deze staten; - de bijdrage van de coproducenten uit deze staten vormt een meerderheidsaandeel in de totale kostprijs van de coproductie, en de coproductie wordt niet gecontroleerd door een of meer buiten die staten gevestigde producenten;
Een werk dat afkomstig is uit Europese derde landen die partij zijn bij het Europese Verdrag inzake grensoverschrijdende televisie van de Raad van Europa, is echter alleen een Europees werk op voorwaarde dat de werken afkomstig uit lidstaten van de Unie niet aan discriminerende maatregelen zijn onderworpen in de Europese derde landen; c) een werk dat gecoproduceerd wordt in het kader van tussen de Europese Unie en derde landen gesloten overeenkomsten betreffende de audiovisuele sector en dat voldoet aan de voorwaarden van elk van deze overeenkomsten, op voorwaarde dat de werken afkomstig uit lidstaten van de Unie niet aan discriminerende maatregelen zijn onderworpen in de Europese derde landen;d) een werk dat geproduceerd wordt in het kader van tussen lidstaten en derde landen gesloten bilaterale coproductieovereenkomsten, op voorwaarde dat de coproducenten uit de Gemeenschap een meerderheidsaandeel bijdragen in de totale productiekosten en dat de productie niet wordt gecontroleerd door een of meer buiten het grondgebied van de lidstaten gevestigde producenten;30° Muziekwerk op radio: elk programma waarin een origineel muziekwerk wordt voorgesteld dat in hoofdzaak voor radio-uitzending is bestemd;31° Radiowerk voor permanente opleiding: elk radioprogramma dat zich richt op de kritische analyse van de maatschappij, de stimulering van democratische en collectieve initiatieven, de ontwikkeling van actief burgerschap en de uitoefening van burgerlijke, politieke, economische, sociale, culturele en milieurechten met het oog op de individuele en collectieve emancipatie van het publiek, waarbij voorrang wordt gegeven aan de actieve participatie van het doelpubliek en aan culturele expressie;32° Basisaanbod: de audiovisuele mediadiensten die in blokvorm aan de gebruiker worden aangeboden tegen één abonnementstarief;33° Netwerkexploitant: elke onderneming die een elektronischcommunicatienetwerk of bijbehorende faciliteiten aanbiedt die nodig zijn voor de transmissie aan het publiek van audiovisuele mediadiensten;34° Vooraankoop van een audiovisueel werk: elke verwerving, door een dienstenuitgever of een dienstenverdeler, van een uitzendrecht voor een audiovisueel werk dat moet worden gerealiseerd en gecoproduceerd door ten minste één onafhankelijke producent van de Franse Gemeenschap die instaat voor de gedelegeerde productie ervan;35° Externe prestatie: elke prestatie die, op verzoek van een dienstenuitgever, bij de realisatie van een programma van deze uitgever of van een deel ervan, wordt uitgevoerd door een natuurlijke of rechtspersoon gevestigd in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, met uitzondering van commerciële communicatieboodschappen;36° Onafhankelijke producent: de producent: a) die een rechtspersoonlijkheid heeft die verschilt van die van een dienstenuitgever, b) die direct noch indirect niet meer dan 15% bezit in het kapitaal van een dienstenuitgever, c) die gedurende een periode van drie jaar niet meer dan 90% van zijn omzet haalt uit de verkoop van producties aan eenzelfde dienstenuitgever, d) van wie het kapitaal noch direct noch indirect voor meer dan 15% in het bezit is van een dienstenuitgever, e) van wie het kapitaal noch direct noch indirect voor meer dan 15% in het bezit is van een vennootschap die noch direct noch indirect meer dan 15% in het kapitaal van een dienstenuitgever bezit; De onafhankelijke producent van de Franse Gemeenschap is de producent die gevestigd is in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en die voldoet aan de criteria vermeld in het voorgaande lid; 37° Muziekproducent: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de opname van een muziekwerk financieel produceert en, in voorkomend geval, de artiest begeleidt in de ontwikkeling van zijn carrière, en wier activiteiten net als die van de moedervennootschap, het filiaal of het permanente agentschap volledig gewijd zijn aan een of meer muziekactiviteiten zoals productie, opname, verdeling, promotie, fonografische of muzikale editie;38° Eigen productie: het programma dat door het personeel van een dienstenuitgever werd ontworpen, samengesteld en gerealiseerd onder zijn controle;39° Programma: een geheel van bewegende beelden, al dan niet gecombineerd met klank, in het geval van een televisieprogramma, of een geheel van klanken in het geval van een auditief programma, dat één enkel element vormt, ongeacht de duur ervan, in het kader van een schema, dat betrekking heeft op een lineair programma, of van een catalogus, die betrekking heeft op een programma op aanvraag, zoals bepaald door een dienstenuitgever;40° Actualiteitenprogramma: programma bedoeld om informatie te verstrekken over economische, politieke, sociale, culturele of sportactualiteiten.Journaals (op televisie of gesproken) zijn een vorm van actualiteitenprogramma. Programma's die bijvoorbeeld uitsluitend aan de culturele of sportactualiteit zijn gewijd, vormen geen actualiteitenprogramma; 41° Radiofrequentie: de frequentie van het radiohertzsignaal met al zijn technische kenmerken, waaronder meer bepaald de geografische coördinaten van de antennesite met zijn breedte- en lengtegraad, de hoogte van de antenne boven de grond, de maximumwaarde van het effectief uitgestraalde vermogen en de opgelegde dempingen;42° Heruitzendingsradiofrequentie: de radiofrequentie die zich binnen het verzorgingsgebied van een zender bevindt en die bestemd is om het verzorgingsgebied van die zender te verbeteren; 43° Netwerk met zeer hoge capaciteit: hetzij een elektronischecommunicatienetwerk dat volledig uit optischevezelelementen bestaat, ten minste tot aan het distributiepunt op de bedieningsplaats, hetzij een elektronischecommunicatienetwerk dat in gebruikelijke piekomstandigheden in staat is om soortgelijke netwerkprestaties te bieden wat betreft downlink- en uplinkbandbreedte, veerkrachtigheid van het netwerk, parameters m.b.t. fouten, latentietijden en de veranderingen daarin; de prestaties van het netwerk kunnen ook als vergelijkbaar worden beschouwd zelfs als de eindgebruiker een andere gebruikservaring heeft vanwege de inherent verschillende kenmerken van het medium dat op het eindpunt van het netwerk wordt aangesloten. Onder "eindpunt van het netwerk" wordt verstaan: het fysieke punt waarop een eindgebruiker toegang krijgt tot een elektronischecommunicatienetwerk en dat, in het geval van netwerken die gebruikmaken van schakeling en routering, wordt geïdentificeerd door een specifiek netwerkadres dat aan het nummer of de naam van een eindgebruiker gekoppeld kan zijn; 44° Radiofrequentienetwerk: alle radiofrequenties die wereldwijd aan een netwerk zijn toegewezen;45° Elektronischecommunicatienetwerk: de transmissiesystemen, al dan niet gebaseerd op een permanente infrastructuur of gecentraliseerde beheerscapaciteit en, in voorkomend geval, schakel- of routeringsapparatuur en andere faciliteiten, inclusief netwerkelementen die niet actief zijn, die de toevoer van signalen mogelijk maken via de kabel, hertzgolven, langs optische weg of andere elektromagnetische middelen, met inbegrip van satellietnetwerken, vaste (met circuit- en pakketschakeling, met inbegrip van internet) en mobiele netwerken, systemen die gebruikmaken van het elektriciteitsnet, voor zover ze worden gebruikt voor de transmissie van signalen waarmee audiovisuele mediadiensten en videoplatformdiensten worden aangeboden;46° Kabeldistributienetwerk: elektronischecommunicatienetwerk dat door één enkele netwerkexploitant wordt georganiseerd om signalen van audiovisuele mediadiensten en videoplatformdiensten per kabel naar het publiek door te sturen.47° Redactionele verantwoordelijkheid: de uitoefening van een effectieve controle op zowel de selectie van programma's als op de organisatie ervan in hetzij een chronologisch schema, in geval van lineaire diensten, hetzij een catalogus, in geval van niet-lineaire diensten;48° Bijbehorende faciliteiten: de diensten, fysieke infrastructuren en andere faciliteiten of elementen die horen bij een elektronischecommunicatienetwerk of een elektronischecommunicatiedienst, die het aanbieden van diensten via dat netwerk of die dienst mogelijk maken of ondersteunen of die het potentieel hiertoe bezitten, en die gebouwen of toegangen tot gebouwen, bekabeling van gebouwen, antennes, torens en andere ondersteunende constructies, kokers, buizen, masten, mangaten en straatkasten omvatten;49° RTBF: de Belgische Radio-Televisie van de Franse Gemeenschap ('Radio-Télévision belge de la Communauté française') opgericht bij het
decreet van 14 juli 1997Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
14/07/1997
pub.
28/08/1997
numac
1997029295
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet houdende het statuut van de « Radio-Télévision belge de la Communauté française » (1)
sluiten houdende het statuut van de "Radio-Télévision belge de la Communauté française (RTBF)";50° Bijbehorende dienst: een bij een elektronischecommunicatienetwerk of een elektronischecommunicatiedienst behorende dienst die het aanbieden, het zelf verstrekken of het geautomatiseerd aanbieden van diensten via dat netwerk of die dienst mogelijk maakt of ondersteunt of het potentieel hiertoe bezit en voorwaardelijke toegangssystemen en elektronische programmagidsen (EPG's) omvat;51° Elektronischecommunicatiedienst: de dienst die gewoonlijk tegen vergoeding via elektronischecommunicatienetwerken wordt geleverd en die geheel of hoofdzakelijk bestaat in de transmissie van de nodige signalen om audiovisuele mediadiensten en videoplatformdiensten bij het publiek te verdelen;52° Audiovisuele mediadienst: een dienst die onder de redactionele verantwoordelijkheid van een dienstenuitgever valt en waarvan het hoofddoel of een scheidbaar deel daarvan bestaat in de verzending van al dan niet lineaire televisieprogramma's of auditieve programma's naar het publiek via elektronischecommunicatienetwerken, met het oog op informatie, vermaak, educatie of commerciële communicatie.Naast de diensten die aan deze definitie voldoen, wordt ook teletekst beschouwd als een audiovisuele mediadienst, waarop alleen de Titels 3, 4 en 5 van Boek II, evenals de artikelen 5.2-1 tot en met 5.2-5, 5.7-1, 5.7-2 en 6.1.1-1 van toepassing zijn; 53° Audiovisuele nabijheidsmediadiensten: diensten uitgegeven door nabijheidsmedia;54° Videoplatformdienst: een dienst waarvan het hoofddoel of een scheidbaar deel of essentiële functie daarvan bestaat in de verzending aan het publiek, via elektronischecommunicatienetwerken, van televisieprogramma's of auditieve programma's, van door de gebruiker gemaakte video's, of van beide, die niet onder de redactionele verantwoordelijkheid van de aanbieder van videoplatformdiensten vallen, met het oog op informatie, vermaak of educatie, en waarvan de organisatie, met inbegrip van automatische middelen of algoritmen, in het bijzonder door middel van weergave, markering en rangschikking, door de aanbieder van het platform wordt bepaald;55° Lineaire dienst: een audiovisuele mediadienst waarvan de programma's bestemd zijn om gelijktijdig door het hele publiek of een deel ervan te worden ontvangen op een tijdstip dat door de uitgever van audiovisuele mediadiensten wordt bepaald aan de hand van een door hem opgesteld programmaschema;56° Niet-lineaire dienst: een audiovisuele mediadienst waarvan de programma's bestemd zijn om ontvangen te worden op aanvraag en op het ogenblik dat door de gebruiker gekozen wordt, op basis van een programmacatalogus opgesteld door een uitgever van audiovisuele mediadiensten;57° Televisiedienst: een audiovisuele mediadienst waarvan de programma's televisieprogramma's zijn;58° Auditieve dienst: een audiovisuele mediadienst waarvan de programma's auditieve programma's zijn;59° Systeem voor voorwaardelijke toegang: elke technische maatregel, elk authenticatiesysteem en/of elke regeling waarbij de toegang tot een beschermde audiovisuele mediadienst of videoplatformdienst in begrijpelijke vorm afhankelijk wordt gemaakt van een abonnement of een andere vorm van voorafgaande individuele machtiging;60° Telewinkelen: rechtstreekse aanbiedingen aan het publiek, in de vorm van programma's, spots of door de gebruiker gemaakte video's, die worden uitgezonden met het oog op de levering tegen betaling van goederen of diensten, met inbegrip van onroerende goederen, rechten en verplichtingen;61° Gebruiker: elke natuurlijke of rechtspersoon die eenmalig of herhaaldelijk gebruikmaakt van of verzoekt om een of meer audiovisuele mediadiensten van een dienstenverdeler of een of meer videoplatformdiensten, in het bijzonder door het uploaden van door hem of een ander gemaakte video's;62° Eindgebruiker: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die geen netwerkexploitant of aanbieder van een elektronischecommunicatiedienst is en die gebruikmaakt van of verzoekt om een elektronischecommunicatiedienst;63° Door de gebruiker gemaakte video: een reeks bewegende beelden, al dan niet gecombineerd met geluid, die één enkel element vormen ongeacht de lengte ervan, gemaakt door een gebruiker en die door diezelfde of een andere gebruiker naar een videplatformdienst werd geüpload;64° Verzorgingsgebied: het geografische gebied waarbinnen de nuttige veldsterkte van het zendtoestel of van de groep monofrequentie-zendtoestellen gelijk is aan of hoger is dan de bruikbare veldsterkte, bepaald voor nauwkeurige ontvangvoorwaarden en voor een vastgesteld percentage gedekte ontvangplaatsen.Het betreft dus het geografische gebied dat werkelijk wordt gedekt door een zendtoestel of een groep zendtoestellen; 65° Theoretisch verzorgingsgebied: het geografische gebied dat door de Regering wordt bepaald als dekkingsdoelstelling van een audiovisuele mediadienst die via terrestrische hertzgolven wordt uitgezonden. Met het oog op de leesbaarheid van de tekst is het gebruik van mannelijke benamingen voor titels en functies tweeslachtig, in afwijking van de bepalingen van het decreet van 21 juni 1993 betreffende de vervrouwelijking van de namen van beroep, ambt, graad of titel.
BOEK II. - ALGEMENE PRINCIPES TITEL I. - Recht op informatie HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen Art. 2.1.1-1. - Het is de taak van de uitgevers van audiovisuele mediadiensten om - op een manier die verenigbaar is met de bepalingen van dit decreet - informatie en denkbeelden te verspreiden over alle aangelegenheden van openbaar belang, in overeenstemming met de vrijheid van meningsuiting en van informatie gewaarborgd door de Grondwet, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en het internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.
HOOFDSTUK II. - Recht op informatie over openbare evenementen Art. 2.1.2-1. - § 1. Om tegemoet te komen aan het recht van het publiek op informatie over openbare evenementen, heeft elke dienstenuitgever recht op vrije toegang tot openbare evenementen voor zover ze plaatsvinden in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
Onder "openbaar evenement" wordt verstaan: elke gebeurtenis, al dan niet georganiseerd, die geen vertrouwelijk karakter heeft en waarvoor er geen bezwaar tegen bestaat dat ze openbaar wordt gemaakt.
Wanneer een in het eerste lid bedoeld openbaar evenement het voorwerp uitmaakt van de uitoefening van een exclusief uitzendrecht door een andere dienstenuitgever die onder het toepassingsgebied van dit decreet valt, mogen ze het openbaar evenement vastleggen met als uitsluitend doel korte fragmenten ervan in te lassen in een nieuwsjournaal of een ander regelmatig geprogrammeerd actualiteitenprogramma. In dat geval gebeurt de vastlegging met inachtneming van de materiële voorrang die de dienstenuitgever met het exclusieve uitzendrecht geniet.
In het geval van de in het eerste lid bedoelde openbare sportevenementen die het voorwerp uitmaken van de uitoefening van een exclusief uitzendrecht, mogen ze alleen beelden of geluiden opnemen in de marge van deze evenementen. § 2. Om het recht van het publiek op informatie over openbare evenementen te waarborgen, indien geen toegang tot het in paragraaf 1 bedoelde openbare evenement werd verkregen uitsluitend om veiligheidsredenen en om belemmeringen tijdens het verloop ervan te voorkomen of in het geval van in paragraaf 1 bedoelde openbare sportevenementen of van elk ander openbaar evenement dat niet bedoeld is in paragraaf 1, heeft elke uitgever van lineaire diensten ressorterend onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap het recht om opnames te maken, mits een billijke, redelijke en niet-discriminerende vergoeding die niet hoger kan zijn dan de rechtstreeks door de opnames veroorzaakte kosten, van beelden en/of klanken van openbare evenementen die in het bezit zijn van dienstenuitgevers die onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap ressorteren met als uitsluitend doel korte fragmenten ervan in een nieuwsjournaal of in elk ander regelmatig geprogrammeerd actualiteitenprogramma in te lassen. Dit recht kan worden uitgebreid naar dienstenuitgevers die onder de bevoegdheid van de andere Gemeenschappen en de andere lidstaten van de Europese Unie ressorteren, mits de betrokken dienstenuitgever niet de mogelijkheid heeft om de uitzending van het openbare evenement te laten opnemen bij een dienstenuitgever die onder de bevoegdheid ressorteert van de Gemeenschap of de lidstaat van de Europese Unie waar hij is gevestigd.
In afwijking van het eerste lid, wanneer de organisator van een openbaar sportevenement als bedoeld in paragraaf 1 geen exclusief uitzendrecht aan een dienstenuitgever heeft overgedragen of wanneer een dienstenuitgever die over een dergelijk recht beschikt, dat evenement niet heeft opgenomen of laten opnemen, heeft elke dienstenuitgever die onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap ressorteert, het recht om het evenement zelf op te nemen, met als uitsluitend doel om korte fragmenten ervan in een regelmatig geprogrammeerd actualiteitenprogramma in te lassen.
De dienstenuitgever die een opname maakt in toepassing van het eerste lid, mag de beelden en klanken van die fragmenten vrij kiezen. Elk fragment moet een vermelding bevatten waarin aangegeven wordt van welke bron de beelden en/of klanken afkomstig zijn.
De fragmenten mogen in totaal niet langer duren dan 90 seconden per openbaar evenement in een televisiedienst en 30 seconden in een auditieve dienst. In het geval van een openbaar evenement dat zelf uit meerdere openbare evenementen bestaat, geldt de limiet van 90 seconden of 30 seconden echter voor elk van die evenementen.
Een fragment mag pas 20 minuten na het einde van het openbare evenement of van het evenement dat deel uitmaakt van dat openbare evenement ingevoegd worden in een nieuwsjournaal of een ander regelmatig geprogrammeerd actualiteitenprogramma.
Een fragment mag slechts ingevoegd worden in een programma aangeboden in een niet-lineaire dienst van een dienstenuitgever als dat programma eerder al werd uitgezonden in het kader van een lineaire dienst van diezelfde dienstenuitgever in overeenstemming met het vorige lid. § 3. Niemand kan zich beroepen op het in paragraaf 2 bedoelde opname- en gebruiksrecht van fragmenten indien hij toegang had tot de openbare evenementen en die evenementen bijgevolg kon opnemen of laten opnemen. § 4. Onverminderd de tussen de dienstenuitgevers gesloten overeenkomsten worden de voor de uitvoering van paragraaf 2 noodzakelijke nadere bepalingen vastgelegd in een reglement van het College voor advies van de Hoge Raad bedoeld in artikel 9.1.2-1, § 1, 2° dat werd goedgekeurd door de Regering. In dat reglement wordt meer bepaald het volgende vastgelegd: 1° de voorwaarden voor het eventuele hergebruik van de fragmenten;2° de wijze waarop de primaire uitgever de secundaire uitgever in kennis stelt van de voorwaarden en kosten voor het gebruik van de fragmenten;3° de informatie die moet worden uitgewisseld tussen primaire en secundaire uitgevers;4° de aard en de duur van de vermelding van de bron;5° de precisering van de toegestane duur en tijdslimieten voor uitzendingen;6° de nadere bepalingen voor een eventuele bescherming van exclusieve uitzendrechten voor regelmatig uitgezonden actualiteitenprogramma's;7° preciseringen betreffende de vaststelling van de billijke tegenprestatie. HOOFDSTUK III. - Toegang van het publiek tot evenementen van het hoogste belang in lineaire televisiediensten Art. 2.1.3-1. - § 1. Na het advies van de Hoge Raad te hebben ingewonnen, kan de Regering de lijst vaststellen van de evenementen die ze van het hoogste belang acht voor het publiek van de Franse Gemeenschap. Een uitgever van lineaire televisiediensten mag geen exclusieve uitzendrechten op dergelijke evenementen uitoefenen waardoor een aanzienlijk deel van het publiek in deze Gemeenschap geen toegang heeft tot dergelijke evenementen via een vrij toegankelijke lineaire televisiedienst. § 2. Een evenement wordt beschouwd als van het hoogste belang voor het publiek van de Franse Gemeenschap wanneer het beantwoordt aan ten minste twee van de hierna opgesomde criteria: 1° het evenement wekt een grote belangstelling bij het publiek van de Franse Gemeenschap in het algemeen en niet alleen bij het publiek dat een dergelijk evenement gewoonlijk volgt;2° het evenement is van cultureel belang, zoals dit globaal wordt erkend door het publiek van de Franse Gemeenschap, en werkt als een katalysator van zijn culturele identiteit;3° een belangrijke persoon of een nationale ploeg neemt deel aan het betrokken evenement in het kader van een zeer belangrijke internationale wedstrijd of manifestatie;4° het evenement wordt traditioneel uitgezonden in een programma van een vrij toegankelijke lineaire televisiedienst in de Franse Gemeenschap en wekt de belangstelling van een breed publiek. § 3. Een lineaire televisiedienst wordt als vrij toegankelijk beschouwd wanneer hij in de Franse taal wordt uitgezonden en kan worden ontvangen door 90% van de huishoudens die over een ontvangstinstallatie voor lineaire televisiediensten beschikken en die zich in het Franse taalgebied en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad bevinden. Naast de technische kosten, kan de ontvangst van deze dienst niet afhankelijk worden gemaakt van een andere betaling dan de eventuele abonnementsprijs voor het basisaanbod van een kabeldistributiedienst. § 4. De dienstenuitgevers mogen geen exclusieve uitzendrechten, die ze na 30 juli 1997 zouden hebben verworven, uitoefenen, waardoor een aanzienlijk deel van een lidstaat van de Europese Unie geen toegang, via een vrij toegankelijke lineaire televisiedienst, meer heeft tot evenementen van het hoogste belang, waarvan de lijst werd bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Ze schikken zich naar de bijzondere voorwaarden die werden vastgesteld naar aanleiding van de bekendmaking van de voormelde lijsten en die betrekking hebben op de rechtstreekse of uitgestelde, volledige of gedeeltelijke toegang. § 5. Na het advies van de Hoge Raad te hebben ingewonnen, legt de Regering de toepassingsbepalingen van dit artikel vast en bepaalt hiertoe: 1° of de toegang van het publiek rechtstreeks, uitgesteld, volledig of gedeeltelijk moet worden gewaarborgd voor elk opgesomd evenement;2° de voorwaarden waaronder een uitgever van vrij toegankelijke lineaire televisiediensten de uitzending van een evenement waarvoor hij een recht op rechtstreekse en integrale uitzending heeft verworven, kan uitstellen;3° de voorwaarden waaronder een uitgever van een niet vrij toegankelijke lineaire televisiedienst die een exclusief uitzendrecht op een evenement heeft, moet aanbieden om dit recht over te dragen aan een uitgever van een vrij toegankelijke lineaire televisiedienst;4° de voorwaarden waaronder een uitgever van een niet vrij toegankelijke lineaire televisiedienst die een exclusief uitzendrecht op een evenement heeft, dat evenement mag uitzenden. HOOFDSTUK IV. - Toegang van het publiek tot boodschappen van algemeen nut Afdeling I. - Toegang van het publiek tot dringende overheidsmededelingen Art. 2.1.4-1. - Op verzoek van de Regering van de Franse Gemeenschap, de Regering van het Waalse Gewest, de Regering van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, het Verenigde College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, het College van de Franse Gemeenschapscommissie of de Federale Regering, moeten dienstenuitgevers gratis en gedurende maximaal 3 uur per maand en per dienst, elke dringende boodschap van algemeen nut uitzenden in geval van een vliegramp, nucleair risico, aardbeving, ernstige verontreiniging, ernstige gezondheidscrisis of een vergelijkbare gebeurtenis.
Bij de uitzending van deze boodschappen moeten de dienstenuitgevers ervoor zorgen dat ze ook toegankelijk zijn voor personen met een zintuiglijke handicap. De in het eerste lid bedoelde instanties die een dringende boodschap van algemeen nut willen verspreiden, moeten ervoor zorgen dat die boodschap ook toegankelijk is voor personen met een zintuiglijke handicap wanneer ze de boodschap realiseren of laten realiseren.
De in dit artikel bedoelde boodschappen zijn geen mededelingen in de zin van het
decreet van 20 juni 2002Relevante gevonden documenten
type
decreet
prom.
20/06/2002
pub.
19/07/2002
numac
2002029333
bron
ministerie van de franse gemeenschap
Decreet betreffende het toezicht op de mededelingen van de Regeringsleden
sluiten betreffende het toezicht op de mededelingen van de Regeringsleden.
Afdeling II. - Toegang van het publiek tot gezondheidsvoorlichtingscampagnes Art. 2.1.4-2. - Dienstenuitgevers die reclame maken voor geneesmiddelen en medische behandelingen of voor alcoholische dranken, moeten, onder de nadere bepalingen die na overleg met de betrokken dienstenuitgevers worden overeengekomen, gratis advertentieruimte aan de Regering, aan het Waalse Gewest en aan de Commissie van de Franse Gemeenschap ter beschikking stellen voor de verspreiding van door de bevoegde instanties goedgekeurde gezondheidsvoorlichtingscampagnes die gelijk is aan de advertentieruimte voor de betrokken producten of diensten.
TITEL II. - Transparantie en instandhouding van het pluralisme Art. 2.2-1. - De vrijheid en het pluralisme van de uitgevers van audiovisuele mediadiensten worden gewaarborgd.
De uitgevers van audiovisuele mediadiensten stellen het publiek op gemakkelijk toegankelijke, begrijpelijke en transparante wijze informatie ter beschikking betreffende de eigendom, organisatie en financiering van hun diensten, overeenkomstig artikel 2.2-2.
Art. 2.2-2. - § 1. De dienstenuitgevers maken de hen betreffende basisgegevens openbaar, zodat het publiek zich een mening kan vormen over de waarde die moet worden gehecht aan de informatie en de opinies die worden verspreid in de programma's van de in dit decreet bedoelde audiovisuele mediadiensten. De Regering legt de lijst van basisgegevens vast, evenals de verspreidingswijzen om een gemakkelijke, directe en permanente toegang tot deze gegevens te waarborgen. Deze lijst bevat ten minste de naam, het adres van de maatschappelijke zetel, de telefonische contactgegevens, het e-mailadres en het internetadres, het btw-nummer en de lijst van aandeelhouders of leden van de dienstenuitgever, evenals de contactgegevens van de Hoge Raad als toezichthoudende instantie van de dienstenuitgever. § 2. Om de transparantie van hun eigendoms- en controlestructuren, evenals hun graad van onafhankelijkheid te waarborgen, moeten dienstenuitgevers, dienstenverdelers en netwerkexploitanten de volgende gegevens aan het College voor vergunning en controle meedelen wanneer ze een vergunning of vergelijkbare akte aanvragen: 1° de identiteit van de natuurlijke personen of rechtspersonen die in het kapitaal van de vennootschap deelnemen, evenals het bedrag van hun respectieve deelnemingen, of de ledenlijst voor rechtspersonen die zijn opgericht in de vorm van een vzw;2° de aard en het bedrag van de belangen die de voornoemde personen bezitten in andere vennootschappen in de audiovisuele mediasector of andere mediasectoren;3° de identificatie van de natuurlijke of rechtspersonen actief in de levering van faciliteiten die een significante rol spelen in de uitvoering van programma's van audiovisuele mediadiensten, evenals de aard en het bedrag van hun deelneming;4° met inachtneming van het zakengeheim, controleovereenkomsten die de vennootschap met een of meer aandeelhouders heeft gesloten, aandeelhoudersovereenkomsten, notulen van de algemene vergaderingen of elk ander document dat het College voor vergunning en controle relevant acht. § 3. Elke wijziging van de in paragraaf 2 bedoelde gegevens gedurende de looptijd van de vergunning of vergelijkbare akte moet binnen een maand ter kennis worden gebracht van het College voor vergunning en controle. § 4. Het College voor vergunning en controle houdt alle in de paragrafen 2 en 3 bedoelde gegevens bij en gaat na of de in paragraaf 1 bedoelde gegevens daadwerkelijk beschikbaar gesteld werden.
Art. 2.2-3. - § 1. De uitoefening van een belangrijke positie door een dienstenuitgever of een dienstenverdeler, met uitsluiting van de RTBF of de nabijheidsmedia, of door dienstenuitgevers of -verdelers die in handen zijn van dezelfde natuurlijke of rechtspersoon, mag geen afbreuk doen aan de vrijheid van het publiek om toegang te krijgen tot een pluralistisch aanbod van audiovisuele mediadiensten.
Onder "pluralistisch aanbod" wordt verstaan: een media-aanbod via een pluraliteit van onafhankelijke en autonome media en diensten die de grootst mogelijke diversiteit van sociaal-culturele strekkingen, opinies en denkbeelden weerspiegelen. § 2. Indien het College voor vergunning en controle vaststelt dat een belangrijke positie wordt ingenomen, start het een procedure om het pluralisme te beoordelen van het aanbod in de audiovisuele mediadiensten die door de in paragraaf 1 bedoelde rechtspersonen worden uitgegeven of verdeeld.
Het College voor vergunning en controle stelt meer bepaald de uitoefening van een belangrijke positie vast wanneer: 1° een natuurlijke of rechtspersoon die meer dan 24% van het kapitaal van een uitgever van televisiediensten bezit, direct of indirect meer dan 24% van het kapitaal van een andere uitgever van televisiediensten bezit;2° een natuurlijke of rechtspersoon die meer dan 24% van het kapitaal van een uitgever van auditieve diensten bezit, direct of indirect meer dan 24% van het kapitaal van een andere uitgever van auditieve diensten bezit;3° de gecumuleerde kijkdichtheid van verschillende uitgevers van televisiediensten die in het bezit zijn van één natuurlijke of rechtspersoon 20% bereikt van de totale kijkdichtheid van de uitgevers van televisiediensten; Onder "gecumuleerde kijkdichtheid" wordt verstaan: het aantal verschillende kijkers in de doelgroep 4 jaar en ouder berekend over een bepaalde tijdsperiode of een bepaald tijdvak; 4° de gecumuleerde potentiële luisterdichtheid van verschillende uitgevers van auditieve diensten via analoge hertzgolven die in het bezit zijn van één natuurlijke of rechtspersoon 20% bereikt van de totale gecumuleerde potentiële luisterdichtheid van de uitgevers van auditieve diensten via analoge hertzgolven. Onder "gecumuleerde potentiële luisterdichtheid" wordt verstaan: de som van de bevolkingen geteld op het grondgebied van de Franse Gemeenschap, zijnde het grondgebied van het Franse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, met dien verstande dat die bevolkingen bediend worden door een of meer radiofrequenties, al dan niet in netwerken samengebracht, die het referentieplan voor de radiofrequenties van de Franse Gemeenschap vormen; 5° de gecumuleerde potentiële luisterdichtheid van verschillende uitgevers van auditieve diensten via digitale hertzgolven die in het bezit zijn van één natuurlijke of rechtspersoon 20% bereikt van de totale gecumuleerde potentiële luisterdichtheid van de uitgevers van auditieve diensten via digitale hertzgolven. De gecumuleerde potentiële luisterdichtheid bedoeld in 4° en 5° wordt berekend op basis van de volgende technische parameters:
Minimale ontvangstdrempel (dBuV/m op 10 m/grond)
60
Voortplantingsmodel
ITU-R P 1546
Definitie van het dekkingsgebied
Gedekt indien: ontvangen veldsterkte > ontvangstdrempel
Scramblers
Geen
Demografische gegevens
Recentste publicatie van de bevolking per statistische sector (Statbel)
§ 5. Indien het College voor vergunning en controle na een evaluatie op tegenspraak vaststelt dat een inbreuk werd gepleegd op de vrijheid van het publiek om toegang te krijgen tot een pluralistisch aanbod, brengt het zijn grieven ter kennis van de betrokken rechtsperso(o)n(en) en pleegt overleg met die perso(o)n(en) om maatregelen overeen te komen om het pluralisme van het aanbod te eerbiedigen. § 6. Indien het overleg niet resulteert in het sluiten van een overeenkomstprotocol binnen een termijn van zes maanden of indien dat protocol niet wordt nageleefd, kan het College voor vergunning en controle de in artikel 9.2.2-1 bedoelde sancties treffen. § 7. In het kader van de in dit artikel bedoelde procedure ziet het College voor vergunning en controle erop toe de Belgische Mededingingsautoriteit of haar diensten te raadplegen. § 8. Het College voor vergunning en controle evalueert het pluralisme regelmatig, en ten minste om de twee jaar.
TITEL III. - Wettelijkheid van de inhoud Art. 2.3-1. - De dienstenuitgevers mogen geen programma's uitgeven of commerci …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.