Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Decreet betreffende audiovisuele mediadiensten en videoplatformdiensten

Kort samengevat

Dit decreet reguleert audiovisuele mediadiensten en videoplatformdiensten binnen de Franse Gemeenschap, inclusief lineaire en niet-lineaire televisiediensten, auditieve diensten en videoplatformdiensten. Het is van toepassing op alle betrokken partijen die onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap vallen.

Wat het reguleert

  • Activiteiten met betrekking tot lineaire en niet-lineaire televisiediensten.
  • Auditieve diensten en audiovisuele mediadiensten.
  • Videoplatformdiensten.
  • De omzetting van diverse Europese richtlijnen betreffende audiovisuele mediadiensten en elektronische communicatie.

Wie het betreft

  • Elke dienstenuitgever, aanbieder van videoplatformdiensten, dienstenverdeler, netwerkexploitant en aanbieder van elektronischecommunicatiediensten die onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap ressorteert.
  • Dienstenuitgevers en aanbieders van videoplatformdiensten die gevestigd zijn in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, of die daar een sterke economische band mee hebben.

Kernpunten

  • Het decreet is van toepassing op elke activiteit met betrekking tot zowel lineaire als niet-lineaire televisiediensten, auditieve diensten en audiovisuele mediadiensten, evenals videoplatformdiensten.
  • Een dienstenuitgever ressorteert onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap als deze gevestigd is in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, of als een aanzienlijk deel van het personeel daar werkzaam is.
  • Aanbieders van videoplatformdiensten vallen onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap als zij daar gevestigd zijn, of als hun moeder- of dochteronderneming daar gevestigd is en een stabiele en reële economische band met de Franse Gemeenschap onderhoudt.
  • Dienstenverdelers, netwerkexploitanten en aanbieders van elektronischecommunicatiediensten vallen onder dit decreet als zij gebruikmaken van netwerken of frequenties die onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap vallen of daar een exploitatiezetel hebben.
Wettekst
Wettekst

MINISTERIE VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP 4 FEBRUARI 2021. - Decreet betreffende audiovisuele mediadiensten en videoplatformdiensten Het Parlement van de Franse Gemeenschap heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt: BOEK I. - INLEIDENDE BEPALINGEN TITEL I. - Toepassingsgebied Artikel 1.1-1. - Onverminderd de bijzondere bepalingen die van toepassing zijn op de RTBF, is dit decreet van toepassing op elke activiteit met betrekking tot zowel lineaire als niet-lineaire televisiediensten, auditieve diensten en audiovisuele mediadiensten, evenals videoplatformdiensten. Art. 1.1-2. - Onverminderd de bijzondere bepalingen die van toepassing zijn op de externe uitgevers van televisiediensten, is elke dienstenuitgever, elke aanbieder van videoplatformdiensten, elke dienstenverdeler, elke netwerkexploitant, elke aanbieder van elektronischecommunicatiediensten die onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap ressorteert, onderworpen aan dit decreet. Art. 1.1-3. - § 1. Ressorteert onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap, elke dienstenuitgever: 1° die gevestigd is in het Franse taalgebied;2° die gevestigd is in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en die omwille van zijn activiteit als uitgever van een audiovisuele mediadienst beschouwd wordt als uitsluitend tot de Franse Gemeenschap behorend voor de uitgave van die dienst in het bijzonder. § 2. Wordt beschouwd als gevestigd in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, de dienstenuitgever: 1° die zijn maatschappelijke zetel heeft in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad waar de redactionele beslissingen met betrekking tot zijn audiovisuele mediadienst worden genomen;2° van wie een aanzienlijk deel van het personeel dat tewerkgesteld is in programmagerelateerde activiteiten van de audiovisuele mediadienst, werkzaam is in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad:

  1. a)wanneer zijn maatschappelijke zetel gevestigd is in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de plaats waar de redactionele beslissingen met betrekking tot zijn audiovisuele mediadienst worden genomen, gelegen is in een lidstaat van de Europese Unie of staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
  2. b)of wanneer de plaats waar de redactionele beslissingen met betrekking tot zijn audiovisuele mediadienst worden genomen, gelegen is in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, en zijn maatschappelijke zetel gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;3° die zijn maatschappelijke zetel heeft in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, wanneer de plaats waar de redactionele beslissingen met betrekking tot zijn audiovisuele mediadienst worden genomen, gelegen is in een lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en indien een aanzienlijk deel van het personeel dat tewerkgesteld is in programmagerelateerde activiteiten van de audiovisuele mediadienst, werkzaam is in enerzijds het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, en anderzijds in een lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;4° die wettelijk begon uit te zenden in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wanneer 2° niet van toepassing is, zodra een aanzienlijk deel van zijn personeel dat werkzaam is in programmagerelateerde activiteiten van de audiovisuele mediadienst niet werkzaam is in het Franse taalgebied, in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of in een staat zoals bedoeld in 2° en op voorwaarde dat hij een stabiele en reële economische band met de Franse Gemeenschap onderhoudt;5° van wie een aanzienlijk deel van zijn personeel dat werkzaam is in de activiteiten van de audiovisuele mediadienst werkzaam is in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad:
  3. a)wanneer zijn maatschappelijke zetel gevestigd is in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en de plaats waar de redactionele beslissingen met betrekking tot zijn audiovisuele mediadienst worden genomen, gelegen is in een staat die geen lid is van de Europese Unie of die geen partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte;
  4. b)of wanneer de plaats waar de redactionele beslissingen betreffende zijn audiovisuele mediadienst worden genomen, gelegen is in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en zijn maatschappelijke zetel gevestigd is in een staat die geen lid is van de Europese Unie of geen partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte. § 3. Onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap ressorteert de dienstenuitgever die niet gevestigd is in een lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en die een of meer van zijn audiovisuele mediadiensten verdeelt of laat verdelen: 1° door gebruik te maken van een uplinksatellietverbinding die zich in het Franstalige gebied bevindt, of die zich in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad bevindt in het geval van een dienstenuitgever die, wegens zijn activiteiten, beschouwd moet worden als uitsluitend onder de Franse Gemeenschap ressorterend;2° door, bij ontstentenis van een uplink zoals bedoeld in 1°, gebruik te maken van een satellietcapaciteit die onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap ressorteert. § 4. Ressorteert onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap, de niet in de paragrafen 2 en 3 bedoelde dienstenuitgever die beschouwd wordt als gevestigd in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad in de zin van de artikelen 49 tot en met 55 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Art. 1.1-4. - § 1. Ressorteert onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap, elke aanbieder van videoplatformdiensten: 1° die gevestigd is in het Franse taalgebied;2° die gevestigd is in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad die, wegens zijn activiteit als aanbieder van een videoplatformdienst, beschouwd wordt als uitsluitend tot de Franse Gemeenschap behorend voor de levering van die dienst in het bijzonder. § 2. Wordt beschouwd als gevestigd in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, de aanbieder van videoplatformdiensten die daar is gevestigd in de zin van artikel 3, paragraaf 1, van Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt. § 3. Wanneer de aanbieder van videoplatformdiensten niet overeenkomstig paragraaf 1 is gevestigd en in geen enkele andere lidstaat van de Europese Unie is gevestigd, wordt hij beschouwd als gevestigd in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad indien hij een moederonderneming of een dochteronderneming heeft of deel uitmaakt van een groep met een andere onderneming die in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad is gevestigd. § 4. Wanneer de moederonderneming, de dochterondernemingen of de andere ondernemingen van de groep van de aanbieder van videoplatformdiensten in verschillende lidstaten van de Europese Unie zijn gevestigd, wordt de aanbieder van videoplatformdiensten beschouwd als gevestigd in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad indien: 1° de moederonderneming van de aanbieder van videoplatformdiensten in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad is gevestigd;2° de dochteronderneming van de aanbieder van videoplatformdiensten in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad is gevestigd en indien de moederonderneming en andere dochterondernemingen niet in een lidstaat van de Europese Unie zijn gevestigd;3° de moederonderneming niet in een lidstaat van de Europese Unie is gevestigd en indien van de dochterondernemingen van de aanbieder van videoplatformdiensten die in verschillende lidstaten van de Europese Unie gevestigd zijn, de eerste dochteronderneming die haar activiteiten heeft aangevat, gevestigd is in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, op voorwaarde dat ze een stabiele en reële economische band met de Franse Gemeenschap onderhoudt;4° de moederonderneming en dochterondernemingen niet in een lidstaat van de Europese Unie zijn gevestigd en indien van de andere ondernemingen van de groep van de aanbieder van videoplatformdiensten die in meerdere lidstaten van de Europese Unie gevestigd zijn, de eerste onderneming van de groep die haar activiteiten heeft aangevat, gevestigd is in het Franstalige gebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, op voorwaarde dat ze een stabiele en reële economische band met de Franse Gemeenschap onderhoudt. § 5. Voor de toepassing van de paragrafen 3 en 4 wordt verstaan onder: 1° moederonderneming: een onderneming die zeggenschap heeft over een of meer dochterondernemingen;2° dochteronderneming: een onderneming waarover een moederonderneming zeggenschap heeft, met inbegrip van elke dochteronderneming van de moederonderneming die aan het hoofd van de groep staat;3° groep: een moederonderneming, al haar dochterondernemingen en alle andere ondernemingen die er op organisatorisch gebied economische en juridische banden mee hebben. Art. 1.1-5. - Is onderworpen aan de bepalingen van dit decreet, elke dienstenverdeler die een of meer audiovisuele mediadiensten ter beschikking stelt van het publiek door een beroep te doen op: 1° ofwel een terrestrisch elektronisch hertzgolvencommunicatienetwerk dat een of meer radiofrequenties van de Franse Gemeenschap gebruikt;2° ofwel een kabeldistributienetwerk gelegen in het Franse taalgebied;3° ofwel een kabeldistributienetwerk gelegen in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en waarvan de activiteit uitsluitend aan de Franse Gemeenschap is verbonden;4° ofwel een of meer downlinksatellietradiofrequenties van de Franse Gemeenschap;5° ofwel een of meer downlinksatellietradiofrequenties om deze dienst(
  5. en)aan het publiek in het Franse taalgebied te kunnen aanbieden en die bovendien een exploitatiezetel in België heeft;6° ofwel een of meer downlinksatellietradiofrequenties om deze dienst(
  6. en)aan het publiek in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad te kunnen aanbieden en die bovendien een exploitatiezetel in België heeft en van wie de activiteit uitsluitend aan de Franse Gemeenschap is gekoppeld;7° ofwel elk ander transmissiesysteem om deze dienst(
  7. en)aan het publiek in het Franse taalgebied te kunnen aanbieden en die bovendien een exploitatiezetel in België heeft;8° ofwel elk ander transmissiesysteem om deze dienst(
  8. en)aan het publiek in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad te kunnen aanbieden en die bovendien een exploitatiezetel in België heeft en van wie de activiteit uitsluitend aan de Franse Gemeenschap is gekoppeld. Art. 1.1-6. - De bepalingen van dit decreet zijn van toepassing op elke netwerkexploitant met een exploitatiezetel in België die: 1° een elektronischecommunicatienetwerk levert dat het Franse taalgebied dekt;2° een elektronischecommunicatienetwerk levert dat het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad dekt en van wie de activiteit uitsluitend aan de Franse Gemeenschap is gekoppeld. Art. 1.1-7. - Is onderworpen aan de bepalingen van dit decreet, elke aanbieder van elektronischecommunicatiediensten die instaat voor de transmissie van signalen via het elektronischecommunicatienetwerk van een netwerkexploitant die onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap ressorteert. TITEL II. - Omzetting van europese wetgeving Art. 1.2-1. - Dit decreet strekt tot de gedeeltelijke omzetting van de volgende richtlijnen: 1° Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten en Richtlijn (EU) 2018/1808 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten;2° Richtlijn 95/47/EG inzake het gebruik van normen voor het uitzenden van televisiesignalen;3° Richtlijn 98/84/EG betreffende de rechtsbescherming van diensten gebaseerd op of bestaande uit voorwaardelijke toegang;4° Richtlijn (EU) 2018/1972 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 tot vaststelling van het Europees wetboek voor elektronische communicatie;5° Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten. TITEL III. - Definities Art. 1.3-1. - In dit decreet moet worden verstaan onder: 1° Toegang: het beschikbaar stellen van faciliteiten of diensten door een netwerkexploitant aan een derde, onder welbepaalde voorwaarden, op al dan niet exclusieve wijze, met het oog op het aanbieden van elektronischecommunicatiediensten, voor zover die elektronischecommunicatiediensten dienen voor het aanbieden van audiovisuele mediadiensten.Die beschikbaarstelling omvat onder meer: toegang tot netwerkelementen en bijbehorende faciliteiten en eventueel tot de verbinding met uitrustingen via al dan niet vaste middelen, met inbegrip van de toegang tot het aansluitnetwerk en tot faciliteiten en diensten die noodzakelijk zijn om diensten te kunnen aanbieden via het aansluitnetwerk; toegang tot de materiële infrastructuur met inbegrip van gebouwen, kabelgoten en masten; toegang tot relevante programmatuursystemen met inbegrip van operationele ondersteuningssystemen; toegang tot informatiesystemen of databases voor de voorbereiding van bestellingen, bevoorrading, bestelling, onderhouds- en herstelverzoeken en facturering; toegang tot vaste en mobiele netwerken; toegang tot voorwaardelijke toegangssystemen; toegang tot virtuele netwerkdiensten; 2° Aankoop van een programma: elke verwerving, door of voor rekening van een dienstenuitgever, van een uitzendrecht op een programma dat geproduceerd wordt door ten minste één onafhankelijke producent van de Franse Gemeenschap die er de gedelegeerde productie van heeft verzekerd, met uitzondering van commerciële communicatie;3° Zelfpromotie: elke boodschap die wordt verspreid op initiatief van een dienstenuitgever of aanbieder van videoplatformdiensten en bedoeld is voor de promotie van zijn eigen diensten, programma's of verwante producten die rechtstreeks van zijn eigen programma's zijn afgeleid;4° Centrum voor de film en de audiovisuele sector ('Centre du cinéma et de l'audiovisuel'): het Centrum voor de film en de audiovisuele sector bedoeld in artikel 5 van het decreet van 10 november 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/1981 pub. 20/05/2009 numac 2009000343 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 betreffende de ondersteuning van de filmsector en de audiovisuele creatie;5° College voor vergunning en controle ('Collège d'autorisation et de contrôle'): het College voor vergunning en controle van de Hoge Raad voor de audiovisuele sector ('Conseil supérieur de l'audiovisuel');6° Bestelling van een programma: de bestelling door een dienstenuitgever van een programma, met uitzondering van commerciële communicatie, dat geproduceerd of gecoproduceerd wordt door ten minste één onafhankelijke producent van de Franse Gemeenschap die er de gedelegeerde productie van verzekert;7° Hoge raad voor opvoeding tot de media ('Conseil supérieur de l'Education aux Médias'): de Hoge raad voor opvoeding tot de media ingesteld door het decreet van 5 juni 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom. 05/06/2008 pub. 15/10/2008 numac 2008029492 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende oprichting van de Hoge Raad voor Opvoeding tot de Media en tot ontwikkeling van bijzondere initiatieven en middelen terzake in de Franse Gemeenschap sluiten houdende oprichting van de Hoge raad voor opvoeding tot de media die de ontwikkeling van initiatieven en bijzondere middelen op dit gebied in de Franse Gemeenschap verzekert;8° Coproductie van een audiovisueel werk: de productie van een audiovisueel werk door een dienstenuitgever of dienstenverdeler en ten minste één onafhankelijke producent van de Franse Gemeenschap die er de gedelegeerde productie van verzekert;9° RJD ('CDJ'): de Raad voor journalistieke deontologie ('Conseil de déontologie journalistique'), opgericht binnen de IZJD ('IADJ'), een instantie die erkend is bij het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/04/2009 pub. 10/09/2009 numac 2009029480 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot regeling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van een instantie voor de zelfregulering van journalistieke deontologie sluiten tot regeling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van een instantie voor de zelfregulering van journalistieke deontologie;10° Hoge Raad ('CSA'): de Hoge Raad voor de Audiovisuele sector ('Conseil supérieur de l'audiovisuel'), zoals georganiseerd door Boek IX, Titel 1;11° Redactionele beslissing: de regelmatig genomen beslissing met het oog op de uitoefening van de redactionele verantwoordelijkheid en die aan de werking van een dagelijkse audiovisuele mediadienst is gekoppeld;12° Dienstenverdeler: elke rechtspersoon die op ongeacht welke wijze, inzonderheid door middel van terrestrische hertzgolven, per satelliet of door middel van een kabeldistributienetwerk, een of meer audiovisuele mediadiensten ter beschikking van het publiek stelt.Het dienstenaanbod kan diensten omvatten die door de rechtspersoon zelf worden uitgegeven, evenals diensten uitgegeven door derden met wie de rechtspersoon contractuele betrekkingen aanknoopt. Als dienstenverdeler wordt eveneens beschouwd, iedere rechtspersoon die een dienstenaanbod levert door contractuele betrekkingen met andere verdelers aan te knopen; 13° Dienstenuitgever: de natuurlijke of rechtspersoon die de redactionele verantwoordelijkheid draagt voor de keuze van de inhoud van de audiovisuele mediadienst en die bepaalt op welke wijze deze wordt georganiseerd;14° Externe uitgever van televisiediensten: de uitgever van lineaire of niet-lineaire televisiediensten die onder de bevoegdheid ressorteert van een lidstaat van de Europese Unie of een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of een staat die partij is bij de Overeenkomst van de Raad van Europa inzake grensoverschrijdende televisie en die zich richt tot het publiek van het Franse taalgebied of het Franstalige publiek van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad om commerciëlecommunicatie-inkomsten of inkomsten afkomstig van gebruikers uit deze markt te verwerven.Een dergelijke uitgever is met name onderworpen aan de bepalingen van de artikelen 6.1.1-1, 9.2.3-2 en 9.2.3-3; 15° Aanbieder van elektronischecommunicatiediensten: elke rechtspersoon die een elektronischecommunicatiedienst aanbiedt;16° Aanbieder van videoplatformdiensten: de natuurlijke of rechtspersoon die een videoplatformdienst aanbiedt;17° IZJD ('IADJ'): de instantie voor de zelfregulering van journalistieke deontologie in de Franse Gemeenschap die erkend is bij het decreet van 30 april 2009Relevante gevonden documenten type decreet prom. 30/04/2009 pub. 10/09/2009 numac 2009029480 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet tot regeling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van een instantie voor de zelfregulering van journalistieke deontologie sluiten tot regeling van de voorwaarden voor de erkenning en de subsidiëring van een instantie voor de zelfregulering van journalistieke deontologie;18° Interconnectie: de fysieke en logische verbinding van elektronischecommunicatienetwerken die door dezelfde of een andere netwerkexploitant worden gebruikt, om hetzelfde dienstenaanbod te kunnen aanbieden aan gebruikers die op verschillende netwerken zijn aangesloten.Interconnectie is een bijzonder type van toegang die tussen netwerkexploitanten tot stand wordt gebracht; 19° Applicatieprogramma-interface: software-interface tussen toepassingen, die worden geleverd door dienstenuitgevers of -verdelers, en de faciliteiten van digitale televisieapparatuur; 20° Nabijheidsmedium: uitgever van audiovisuele nabijheidsmediadiensten, erkend door de Regering overeenkomstig de artikelen 3.2.1-1 en volgende; 21° Minister: de minister die bevoegd is voor de audiovisuele sector;22° Audiovisueel werk: elk programma dat cumulatief voldoet aan de volgende criteria:
  9. a)het programma voldoet aan de definitie van cinematografisch of televisiefictiewerk in de zin van 25° of van documentair werk in de zin van 27° ;
  10. b)het programma is niet een van de volgende programma's: - een studiotelevisieprogramma, met inbegrip van het programma waarin documentaire- of fictiefragmenten worden getoond; - een televisieamusementsprogramma, met inbegrip van het programma dat scenario-, regie- of montage-elementen bevat of dat een bepaalde vorm van realiteit toont; - een televisieprogramma dat tot doel heeft studioprogramma's fictief na te spelen; - een actualiteitenreportage; - een informatiemagazine; - een loutere opname, zonder wijziging van de scenografie en zonder montage, van een live opvoering, voor zover deze opvoering 'onafhankelijk van het televisieprogramma' bestaat; 23° Audiovisueel werk van Belgisch Franstalig initiatief: een audiovisueel werk dat cumulatief beantwoordt aan:
  11. a)de voorwaarden van artikel 9 van het decreet van 10 november 2011Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/1981 pub. 20/05/2009 numac 2009000343 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 betreffende de ondersteuning van de filmsector en de audiovisuele creatie,
  12. b)de culturele criteria die worden toegepast overeenkomstig het door de Regering opgestelde schema van culturele criteria;24° Werk voor creatie op radio: elk programma dat tegelijk aan de volgende criteria voldoet:
  13. a)het programma is ofwel een fictiewerk op radio in de zin van 26°, ofwel een documentair werk op radio in de zin van 28°, ofwel een muziekwerk op radio in de zin van 30°, ofwel een radiowerk voor permanente opleiding in de zin van 31° ;
  14. b)het programma is niet een van de volgende programma's: - een actualiteitenreportage; - een loutere opname van een live opvoering; 25° Cinematografisch of televisiefictiewerk: elk programma dat tegelijk aan de volgende criteria voldoet:
  15. a)een creatie van de verbeelding zijn, ook al is ze bedoeld om een realiteit weer te geven;
  16. b)een geënsceneerd werk zijn, waarvan de productie gebaseerd is op een scenario, met inbegrip van opnames die ruimte laten voor improvisatie, en waarvan de productie, met uitzondering van animatiewerken, voor het belangrijkste deel van de tijd op de prestaties van vertolkers steunt;26° Fictiewerk op radio: elk programma dat tegelijk aan de volgende criteria voldoet:
  17. a)een creatie van de verbeelding zijn, ook al is ze bedoeld om een realiteit weer te geven;
  18. b)een origineel werk zijn of een bewerking van een bestaand werk, waarvan de productie op een scenario gebaseerd is en waarvan de realisatie voor het belangrijkste deel van de tijd op de prestaties van vertolkers steunt;27° Documentair werk: elk programma dat tegelijk aan de volgende criteria voldoet:
  19. a)een element uit de realiteit voorstellen;
  20. b)een standpunt van de auteur weergeven, gekenmerkt door diepgaande beschouwing, uitdieping van het behandelde onderwerp, onderzoek en schrijfwerk;
  21. c)de verwerving van kennis mogelijk maken;
  22. d)de behandeling van het onderwerp moet duidelijk onderscheiden zijn van een strikt informatief programma;
  23. e)van blijvend belang kunnen zijn, anders dan als archief;28° Documentair werk op radio: elk programma dat tegelijk aan de volgende criteria voldoet:
  24. a)een element uit de realiteit voorstellen;
  25. b)een standpunt van de auteur weergeven, gekenmerkt door diepgaande beschouwing, uitdieping van het behandelde onderwerp, onderzoek en schrijfwerk;
  26. c)de verwerving van kennis mogelijk maken;
  27. d)de behandeling van het onderwerp moet duidelijk onderscheiden zijn van een strikt informatief programma;
  28. e)van blijvend belang kunnen zijn, anders dan als archief;29° Europees werk:
  29. a)een werk dat afkomstig is uit lidstaten van de Europese Unie en dat voornamelijk gerealiseerd wordt met de medewerking van auteurs en werknemers die in een of meer van deze staten verblijf houden en dat aan een van de volgende drie voorwaarden voldoet: - het wordt gerealiseerd door een of meer producenten gevestigd in een of meer van deze staten, - de productie van dat werk staat onder het toezicht en de daadwerkelijke controle van een of meer producenten gevestigd in een of meer van deze staten, - de bijdrage van de coproducenten uit deze staten vormt een meerderheidsaandeel in de totale kostprijs van de coproductie, en de coproductie wordt niet gecontroleerd door een of meer buiten die staten gevestigde producenten;
  30. b)een werk dat afkomstig is uit Europese derde landen die partij zijn bij het Europese Verdrag inzake grensoverschrijdende televisie van de Raad van Europa en dat voornamelijk gerealiseerd wordt met de medewerking van auteurs en werknemers die in een of meer van deze staten verblijf houden, en dat aan een van de volgende drie voorwaarden voldoet: - het wordt gerealiseerd door een of meer producenten gevestigd in een of meer van deze staten; - de productie van dat werk staat onder het toezicht en de daadwerkelijke controle van een of meer producenten gevestigd in een of meer van deze staten; - de bijdrage van de coproducenten uit deze staten vormt een meerderheidsaandeel in de totale kostprijs van de coproductie, en de coproductie wordt niet gecontroleerd door een of meer buiten die staten gevestigde producenten; Een werk dat afkomstig is uit Europese derde landen die partij zijn bij het Europese Verdrag inzake grensoverschrijdende televisie van de Raad van Europa, is echter alleen een Europees werk op voorwaarde dat de werken afkomstig uit lidstaten van de Unie niet aan discriminerende maatregelen zijn onderworpen in de Europese derde landen;
  31. c)een werk dat gecoproduceerd wordt in het kader van tussen de Europese Unie en derde landen gesloten overeenkomsten betreffende de audiovisuele sector en dat voldoet aan de voorwaarden van elk van deze overeenkomsten, op voorwaarde dat de werken afkomstig uit lidstaten van de Unie niet aan discriminerende maatregelen zijn onderworpen in de Europese derde landen;
  32. d)een werk dat geproduceerd wordt in het kader van tussen lidstaten en derde landen gesloten bilaterale coproductieovereenkomsten, op voorwaarde dat de coproducenten uit de Gemeenschap een meerderheidsaandeel bijdragen in de totale productiekosten en dat de productie niet wordt gecontroleerd door een of meer buiten het grondgebied van de lidstaten gevestigde producenten;30° Muziekwerk op radio: elk programma waarin een origineel muziekwerk wordt voorgesteld dat in hoofdzaak voor radio-uitzending is bestemd;31° Radiowerk voor permanente opleiding: elk radioprogramma dat zich richt op de kritische analyse van de maatschappij, de stimulering van democratische en collectieve initiatieven, de ontwikkeling van actief burgerschap en de uitoefening van burgerlijke, politieke, economische, sociale, culturele en milieurechten met het oog op de individuele en collectieve emancipatie van het publiek, waarbij voorrang wordt gegeven aan de actieve participatie van het doelpubliek en aan culturele expressie;32° Basisaanbod: de audiovisuele mediadiensten die in blokvorm aan de gebruiker worden aangeboden tegen één abonnementstarief;33° Netwerkexploitant: elke onderneming die een elektronischcommunicatienetwerk of bijbehorende faciliteiten aanbiedt die nodig zijn voor de transmissie aan het publiek van audiovisuele mediadiensten;34° Vooraankoop van een audiovisueel werk: elke verwerving, door een dienstenuitgever of een dienstenverdeler, van een uitzendrecht voor een audiovisueel werk dat moet worden gerealiseerd en gecoproduceerd door ten minste één onafhankelijke producent van de Franse Gemeenschap die instaat voor de gedelegeerde productie ervan;35° Externe prestatie: elke prestatie die, op verzoek van een dienstenuitgever, bij de realisatie van een programma van deze uitgever of van een deel ervan, wordt uitgevoerd door een natuurlijke of rechtspersoon gevestigd in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, met uitzondering van commerciële communicatieboodschappen;36° Onafhankelijke producent: de producent:
  33. a)die een rechtspersoonlijkheid heeft die verschilt van die van een dienstenuitgever,
  34. b)die direct noch indirect niet meer dan 15% bezit in het kapitaal van een dienstenuitgever,
  35. c)die gedurende een periode van drie jaar niet meer dan 90% van zijn omzet haalt uit de verkoop van producties aan eenzelfde dienstenuitgever,
  36. d)van wie het kapitaal noch direct noch indirect voor meer dan 15% in het bezit is van een dienstenuitgever,
  37. e)van wie het kapitaal noch direct noch indirect voor meer dan 15% in het bezit is van een vennootschap die noch direct noch indirect meer dan 15% in het kapitaal van een dienstenuitgever bezit; De onafhankelijke producent van de Franse Gemeenschap is de producent die gevestigd is in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en die voldoet aan de criteria vermeld in het voorgaande lid; 37° Muziekproducent: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de opname van een muziekwerk financieel produceert en, in voorkomend geval, de artiest begeleidt in de ontwikkeling van zijn carrière, en wier activiteiten net als die van de moedervennootschap, het filiaal of het permanente agentschap volledig gewijd zijn aan een of meer muziekactiviteiten zoals productie, opname, verdeling, promotie, fonografische of muzikale editie;38° Eigen productie: het programma dat door het personeel van een dienstenuitgever werd ontworpen, samengesteld en gerealiseerd onder zijn controle;39° Programma: een geheel van bewegende beelden, al dan niet gecombineerd met klank, in het geval van een televisieprogramma, of een geheel van klanken in het geval van een auditief programma, dat één enkel element vormt, ongeacht de duur ervan, in het kader van een schema, dat betrekking heeft op een lineair programma, of van een catalogus, die betrekking heeft op een programma op aanvraag, zoals bepaald door een dienstenuitgever;40° Actualiteitenprogramma: programma bedoeld om informatie te verstrekken over economische, politieke, sociale, culturele of sportactualiteiten.Journaals (op televisie of gesproken) zijn een vorm van actualiteitenprogramma. Programma's die bijvoorbeeld uitsluitend aan de culturele of sportactualiteit zijn gewijd, vormen geen actualiteitenprogramma; 41° Radiofrequentie: de frequentie van het radiohertzsignaal met al zijn technische kenmerken, waaronder meer bepaald de geografische coördinaten van de antennesite met zijn breedte- en lengtegraad, de hoogte van de antenne boven de grond, de maximumwaarde van het effectief uitgestraalde vermogen en de opgelegde dempingen;42° Heruitzendingsradiofrequentie: de radiofrequentie die zich binnen het verzorgingsgebied van een zender bevindt en die bestemd is om het verzorgingsgebied van die zender te verbeteren; 43° Netwerk met zeer hoge capaciteit: hetzij een elektronischecommunicatienetwerk dat volledig uit optischevezelelementen bestaat, ten minste tot aan het distributiepunt op de bedieningsplaats, hetzij een elektronischecommunicatienetwerk dat in gebruikelijke piekomstandigheden in staat is om soortgelijke netwerkprestaties te bieden wat betreft downlink- en uplinkbandbreedte, veerkrachtigheid van het netwerk, parameters m.b.t. fouten, latentietijden en de veranderingen daarin; de prestaties van het netwerk kunnen ook als vergelijkbaar worden beschouwd zelfs als de eindgebruiker een andere gebruikservaring heeft vanwege de inherent verschillende kenmerken van het medium dat op het eindpunt van het netwerk wordt aangesloten. Onder "eindpunt van het netwerk" wordt verstaan: het fysieke punt waarop een eindgebruiker toegang krijgt tot een elektronischecommunicatienetwerk en dat, in het geval van netwerken die gebruikmaken van schakeling en routering, wordt geïdentificeerd door een specifiek netwerkadres dat aan het nummer of de naam van een eindgebruiker gekoppeld kan zijn; 44° Radiofrequentienetwerk: alle radiofrequenties die wereldwijd aan een netwerk zijn toegewezen;45° Elektronischecommunicatienetwerk: de transmissiesystemen, al dan niet gebaseerd op een permanente infrastructuur of gecentraliseerde beheerscapaciteit en, in voorkomend geval, schakel- of routeringsapparatuur en andere faciliteiten, inclusief netwerkelementen die niet actief zijn, die de toevoer van signalen mogelijk maken via de kabel, hertzgolven, langs optische weg of andere elektromagnetische middelen, met inbegrip van satellietnetwerken, vaste (met circuit- en pakketschakeling, met inbegrip van internet) en mobiele netwerken, systemen die gebruikmaken van het elektriciteitsnet, voor zover ze worden gebruikt voor de transmissie van signalen waarmee audiovisuele mediadiensten en videoplatformdiensten worden aangeboden;46° Kabeldistributienetwerk: elektronischecommunicatienetwerk dat door één enkele netwerkexploitant wordt georganiseerd om signalen van audiovisuele mediadiensten en videoplatformdiensten per kabel naar het publiek door te sturen.47° Redactionele verantwoordelijkheid: de uitoefening van een effectieve controle op zowel de selectie van programma's als op de organisatie ervan in hetzij een chronologisch schema, in geval van lineaire diensten, hetzij een catalogus, in geval van niet-lineaire diensten;48° Bijbehorende faciliteiten: de diensten, fysieke infrastructuren en andere faciliteiten of elementen die horen bij een elektronischecommunicatienetwerk of een elektronischecommunicatiedienst, die het aanbieden van diensten via dat netwerk of die dienst mogelijk maken of ondersteunen of die het potentieel hiertoe bezitten, en die gebouwen of toegangen tot gebouwen, bekabeling van gebouwen, antennes, torens en andere ondersteunende constructies, kokers, buizen, masten, mangaten en straatkasten omvatten;49° RTBF: de Belgische Radio-Televisie van de Franse Gemeenschap ('Radio-Télévision belge de la Communauté française') opgericht bij het decreet van 14 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom. 14/07/1997 pub. 28/08/1997 numac 1997029295 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet houdende het statuut van de « Radio-Télévision belge de la Communauté française »

(1)sluiten houdende het statuut van de "Radio-Télévision belge de la Communauté française (RTBF)";50° Bijbehorende dienst: een bij een elektronischecommunicatienetwerk of een elektronischecommunicatiedienst behorende dienst die het aanbieden, het zelf verstrekken of het geautomatiseerd aanbieden van diensten via dat netwerk of die dienst mogelijk maakt of ondersteunt of het potentieel hiertoe bezit en voorwaardelijke toegangssystemen en elektronische programmagidsen (EPG'
  1. s)omvat;51° Elektronischecommunicatiedienst: de dienst die gewoonlijk tegen vergoeding via elektronischecommunicatienetwerken wordt geleverd en die geheel of hoofdzakelijk bestaat in de transmissie van de nodige signalen om audiovisuele mediadiensten en videoplatformdiensten bij het publiek te verdelen;52° Audiovisuele mediadienst: een dienst die onder de redactionele verantwoordelijkheid van een dienstenuitgever valt en waarvan het hoofddoel of een scheidbaar deel daarvan bestaat in de verzending van al dan niet lineaire televisieprogramma's of auditieve programma's naar het publiek via elektronischecommunicatienetwerken, met het oog op informatie, vermaak, educatie of commerciële communicatie.Naast de diensten die aan deze definitie voldoen, wordt ook teletekst beschouwd als een audiovisuele mediadienst, waarop alleen de Titels 3, 4 en 5 van Boek II, evenals de artikelen 5.2-1 tot en met 5.2-5, 5.7-1, 5.7-2 en 6.1.1-1 van toepassing zijn; 53° Audiovisuele nabijheidsmediadiensten: diensten uitgegeven door nabijheidsmedia;54° Videoplatformdienst: een dienst waarvan het hoofddoel of een scheidbaar deel of essentiële functie daarvan bestaat in de verzending aan het publiek, via elektronischecommunicatienetwerken, van televisieprogramma's of auditieve programma's, van door de gebruiker gemaakte video's, of van beide, die niet onder de redactionele verantwoordelijkheid van de aanbieder van videoplatformdiensten vallen, met het oog op informatie, vermaak of educatie, en waarvan de organisatie, met inbegrip van automatische middelen of algoritmen, in het bijzonder door middel van weergave, markering en rangschikking, door de aanbieder van het platform wordt bepaald;55° Lineaire dienst: een audiovisuele mediadienst waarvan de programma's bestemd zijn om gelijktijdig door het hele publiek of een deel ervan te worden ontvangen op een tijdstip dat door de uitgever van audiovisuele mediadiensten wordt bepaald aan de hand van een door hem opgesteld programmaschema;56° Niet-lineaire dienst: een audiovisuele mediadienst waarvan de programma's bestemd zijn om ontvangen te worden op aanvraag en op het ogenblik dat door de gebruiker gekozen wordt, op basis van een programmacatalogus opgesteld door een uitgever van audiovisuele mediadiensten;57° Televisiedienst: een audiovisuele mediadienst waarvan de programma's televisieprogramma's zijn;58° Auditieve dienst: een audiovisuele mediadienst waarvan de programma's auditieve programma's zijn;59° Systeem voor voorwaardelijke toegang: elke technische maatregel, elk authenticatiesysteem en/of elke regeling waarbij de toegang tot een beschermde audiovisuele mediadienst of videoplatformdienst in begrijpelijke vorm afhankelijk wordt gemaakt van een abonnement of een andere vorm van voorafgaande individuele machtiging;60° Telewinkelen: rechtstreekse aanbiedingen aan het publiek, in de vorm van programma's, spots of door de gebruiker gemaakte video's, die worden uitgezonden met het oog op de levering tegen betaling van goederen of diensten, met inbegrip van onroerende goederen, rechten en verplichtingen;61° Gebruiker: elke natuurlijke of rechtspersoon die eenmalig of herhaaldelijk gebruikmaakt van of verzoekt om een of meer audiovisuele mediadiensten van een dienstenverdeler of een of meer videoplatformdiensten, in het bijzonder door het uploaden van door hem of een ander gemaakte video's;62° Eindgebruiker: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die geen netwerkexploitant of aanbieder van een elektronischecommunicatiedienst is en die gebruikmaakt van of verzoekt om een elektronischecommunicatiedienst;63° Door de gebruiker gemaakte video: een reeks bewegende beelden, al dan niet gecombineerd met geluid, die één enkel element vormen ongeacht de lengte ervan, gemaakt door een gebruiker en die door diezelfde of een andere gebruiker naar een videplatformdienst werd geüpload;64° Verzorgingsgebied: het geografische gebied waarbinnen de nuttige veldsterkte van het zendtoestel of van de groep monofrequentie-zendtoestellen gelijk is aan of hoger is dan de bruikbare veldsterkte, bepaald voor nauwkeurige ontvangvoorwaarden en voor een vastgesteld percentage gedekte ontvangplaatsen.Het betreft dus het geografische gebied dat werkelijk wordt gedekt door een zendtoestel of een groep zendtoestellen; 65° Theoretisch verzorgingsgebied: het geografische gebied dat door de Regering wordt bepaald als dekkingsdoelstelling van een audiovisuele mediadienst die via terrestrische hertzgolven wordt uitgezonden. Met het oog op de leesbaarheid van de tekst is het gebruik van mannelijke benamingen voor titels en functies tweeslachtig, in afwijking van de bepalingen van het decreet van 21 juni 1993 betreffende de vervrouwelijking van de namen van beroep, ambt, graad of titel. BOEK II. - ALGEMENE PRINCIPES TITEL I. - Recht op informatie HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen Art. 2.1.1-1. - Het is de taak van de uitgevers van audiovisuele mediadiensten om - op een manier die verenigbaar is met de bepalingen van dit decreet - informatie en denkbeelden te verspreiden over alle aangelegenheden van openbaar belang, in overeenstemming met de vrijheid van meningsuiting en van informatie gewaarborgd door de Grondwet, het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en het internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. HOOFDSTUK II. - Recht op informatie over openbare evenementen Art. 2.1.2-1. - § 1. Om tegemoet te komen aan het recht van het publiek op informatie over openbare evenementen, heeft elke dienstenuitgever recht op vrije toegang tot openbare evenementen voor zover ze plaatsvinden in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. Onder "openbaar evenement" wordt verstaan: elke gebeurtenis, al dan niet georganiseerd, die geen vertrouwelijk karakter heeft en waarvoor er geen bezwaar tegen bestaat dat ze openbaar wordt gemaakt. Wanneer een in het eerste lid bedoeld openbaar evenement het voorwerp uitmaakt van de uitoefening van een exclusief uitzendrecht door een andere dienstenuitgever die onder het toepassingsgebied van dit decreet valt, mogen ze het openbaar evenement vastleggen met als uitsluitend doel korte fragmenten ervan in te lassen in een nieuwsjournaal of een ander regelmatig geprogrammeerd actualiteitenprogramma. In dat geval gebeurt de vastlegging met inachtneming van de materiële voorrang die de dienstenuitgever met het exclusieve uitzendrecht geniet. In het geval van de in het eerste lid bedoelde openbare sportevenementen die het voorwerp uitmaken van de uitoefening van een exclusief uitzendrecht, mogen ze alleen beelden of geluiden opnemen in de marge van deze evenementen. § 2. Om het recht van het publiek op informatie over openbare evenementen te waarborgen, indien geen toegang tot het in paragraaf 1 bedoelde openbare evenement werd verkregen uitsluitend om veiligheidsredenen en om belemmeringen tijdens het verloop ervan te voorkomen of in het geval van in paragraaf 1 bedoelde openbare sportevenementen of van elk ander openbaar evenement dat niet bedoeld is in paragraaf 1, heeft elke uitgever van lineaire diensten ressorterend onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap het recht om opnames te maken, mits een billijke, redelijke en niet-discriminerende vergoeding die niet hoger kan zijn dan de rechtstreeks door de opnames veroorzaakte kosten, van beelden en/of klanken van openbare evenementen die in het bezit zijn van dienstenuitgevers die onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap ressorteren met als uitsluitend doel korte fragmenten ervan in een nieuwsjournaal of in elk ander regelmatig geprogrammeerd actualiteitenprogramma in te lassen. Dit recht kan worden uitgebreid naar dienstenuitgevers die onder de bevoegdheid van de andere Gemeenschappen en de andere lidstaten van de Europese Unie ressorteren, mits de betrokken dienstenuitgever niet de mogelijkheid heeft om de uitzending van het openbare evenement te laten opnemen bij een dienstenuitgever die onder de bevoegdheid ressorteert van de Gemeenschap of de lidstaat van de Europese Unie waar hij is gevestigd. In afwijking van het eerste lid, wanneer de organisator van een openbaar sportevenement als bedoeld in paragraaf 1 geen exclusief uitzendrecht aan een dienstenuitgever heeft overgedragen of wanneer een dienstenuitgever die over een dergelijk recht beschikt, dat evenement niet heeft opgenomen of laten opnemen, heeft elke dienstenuitgever die onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap ressorteert, het recht om het evenement zelf op te nemen, met als uitsluitend doel om korte fragmenten ervan in een regelmatig geprogrammeerd actualiteitenprogramma in te lassen. De dienstenuitgever die een opname maakt in toepassing van het eerste lid, mag de beelden en klanken van die fragmenten vrij kiezen. Elk fragment moet een vermelding bevatten waarin aangegeven wordt van welke bron de beelden en/of klanken afkomstig zijn. De fragmenten mogen in totaal niet langer duren dan 90 seconden per openbaar evenement in een televisiedienst en 30 seconden in een auditieve dienst. In het geval van een openbaar evenement dat zelf uit meerdere openbare evenementen bestaat, geldt de limiet van 90 seconden of 30 seconden echter voor elk van die evenementen. Een fragment mag pas 20 minuten na het einde van het openbare evenement of van het evenement dat deel uitmaakt van dat openbare evenement ingevoegd worden in een nieuwsjournaal of een ander regelmatig geprogrammeerd actualiteitenprogramma. Een fragment mag slechts ingevoegd worden in een programma aangeboden in een niet-lineaire dienst van een dienstenuitgever als dat programma eerder al werd uitgezonden in het kader van een lineaire dienst van diezelfde dienstenuitgever in overeenstemming met het vorige lid. § 3. Niemand kan zich beroepen op het in paragraaf 2 bedoelde opname- en gebruiksrecht van fragmenten indien hij toegang had tot de openbare evenementen en die evenementen bijgevolg kon opnemen of laten opnemen. § 4. Onverminderd de tussen de dienstenuitgevers gesloten overeenkomsten worden de voor de uitvoering van paragraaf 2 noodzakelijke nadere bepalingen vastgelegd in een reglement van het College voor advies van de Hoge Raad bedoeld in artikel 9.1.2-1, § 1, 2° dat werd goedgekeurd door de Regering. In dat reglement wordt meer bepaald het volgende vastgelegd: 1° de voorwaarden voor het eventuele hergebruik van de fragmenten;2° de wijze waarop de primaire uitgever de secundaire uitgever in kennis stelt van de voorwaarden en kosten voor het gebruik van de fragmenten;3° de informatie die moet worden uitgewisseld tussen primaire en secundaire uitgevers;4° de aard en de duur van de vermelding van de bron;5° de precisering van de toegestane duur en tijdslimieten voor uitzendingen;6° de nadere bepalingen voor een eventuele bescherming van exclusieve uitzendrechten voor regelmatig uitgezonden actualiteitenprogramma's;7° preciseringen betreffende de vaststelling van de billijke tegenprestatie. HOOFDSTUK III. - Toegang van het publiek tot evenementen van het hoogste belang in lineaire televisiediensten Art. 2.1.3-1. - § 1. Na het advies van de Hoge Raad te hebben ingewonnen, kan de Regering de lijst vaststellen van de evenementen die ze van het hoogste belang acht voor het publiek van de Franse Gemeenschap. Een uitgever van lineaire televisiediensten mag geen exclusieve uitzendrechten op dergelijke evenementen uitoefenen waardoor een aanzienlijk deel van het publiek in deze Gemeenschap geen toegang heeft tot dergelijke evenementen via een vrij toegankelijke lineaire televisiedienst. § 2. Een evenement wordt beschouwd als van het hoogste belang voor het publiek van de Franse Gemeenschap wanneer het beantwoordt aan ten minste twee van de hierna opgesomde criteria: 1° het evenement wekt een grote belangstelling bij het publiek van de Franse Gemeenschap in het algemeen en niet alleen bij het publiek dat een dergelijk evenement gewoonlijk volgt;2° het evenement is van cultureel belang, zoals dit globaal wordt erkend door het publiek van de Franse Gemeenschap, en werkt als een katalysator van zijn culturele identiteit;3° een belangrijke persoon of een nationale ploeg neemt deel aan het betrokken evenement in het kader van een zeer belangrijke internationale wedstrijd of manifestatie;4° het evenement wordt traditioneel uitgezonden in een programma van een vrij toegankelijke lineaire televisiedienst in de Franse Gemeenschap en wekt de belangstelling van een breed publiek. § 3. Een lineaire televisiedienst wordt als vrij toegankelijk beschouwd wanneer hij in de Franse taal wordt uitgezonden en kan worden ontvangen door 90% van de huishoudens die over een ontvangstinstallatie voor lineaire televisiediensten beschikken en die zich in het Franse taalgebied en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad bevinden. Naast de technische kosten, kan de ontvangst van deze dienst niet afhankelijk worden gemaakt van een andere betaling dan de eventuele abonnementsprijs voor het basisaanbod van een kabeldistributiedienst. § 4. De dienstenuitgevers mogen geen exclusieve uitzendrechten, die ze na 30 juli 1997 zouden hebben verworven, uitoefenen, waardoor een aanzienlijk deel van een lidstaat van de Europese Unie geen toegang, via een vrij toegankelijke lineaire televisiedienst, meer heeft tot evenementen van het hoogste belang, waarvan de lijst werd bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Ze schikken zich naar de bijzondere voorwaarden die werden vastgesteld naar aanleiding van de bekendmaking van de voormelde lijsten en die betrekking hebben op de rechtstreekse of uitgestelde, volledige of gedeeltelijke toegang. § 5. Na het advies van de Hoge Raad te hebben ingewonnen, legt de Regering de toepassingsbepalingen van dit artikel vast en bepaalt hiertoe: 1° of de toegang van het publiek rechtstreeks, uitgesteld, volledig of gedeeltelijk moet worden gewaarborgd voor elk opgesomd evenement;2° de voorwaarden waaronder een uitgever van vrij toegankelijke lineaire televisiediensten de uitzending van een evenement waarvoor hij een recht op rechtstreekse en integrale uitzending heeft verworven, kan uitstellen;3° de voorwaarden waaronder een uitgever van een niet vrij toegankelijke lineaire televisiedienst die een exclusief uitzendrecht op een evenement heeft, moet aanbieden om dit recht over te dragen aan een uitgever van een vrij toegankelijke lineaire televisiedienst;4° de voorwaarden waaronder een uitgever van een niet vrij toegankelijke lineaire televisiedienst die een exclusief uitzendrecht op een evenement heeft, dat evenement mag uitzenden. HOOFDSTUK IV. - Toegang van het publiek tot boodschappen van algemeen nut Afdeling I. - Toegang van het publiek tot dringende overheidsmededelingen Art. 2.1.4-1. - Op verzoek van de Regering van de Franse Gemeenschap, de Regering van het Waalse Gewest, de Regering van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, het Verenigde College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, het College van de Franse Gemeenschapscommissie of de Federale Regering, moeten dienstenuitgevers gratis en gedurende maximaal 3 uur per maand en per dienst, elke dringende boodschap van algemeen nut uitzenden in geval van een vliegramp, nucleair risico, aardbeving, ernstige verontreiniging, ernstige gezondheidscrisis of een vergelijkbare gebeurtenis. Bij de uitzending van deze boodschappen moeten de dienstenuitgevers ervoor zorgen dat ze ook toegankelijk zijn voor personen met een zintuiglijke handicap. De in het eerste lid bedoelde instanties die een dringende boodschap van algemeen nut willen verspreiden, moeten ervoor zorgen dat die boodschap ook toegankelijk is voor personen met een zintuiglijke handicap wanneer ze de boodschap realiseren of laten realiseren. De in dit artikel bedoelde boodschappen zijn geen mededelingen in de zin van het decreet van 20 juni 2002Relevante gevonden documenten type decreet prom. 20/06/2002 pub. 19/07/2002 numac 2002029333 bron ministerie van de franse gemeenschap Decreet betreffende het toezicht op de mededelingen van de Regeringsleden sluiten betreffende het toezicht op de mededelingen van de Regeringsleden. Afdeling II. - Toegang van het publiek tot gezondheidsvoorlichtingscampagnes Art. 2.1.4-2. - Dienstenuitgevers die reclame maken voor geneesmiddelen en medische behandelingen of voor alcoholische dranken, moeten, onder de nadere bepalingen die na overleg met de betrokken dienstenuitgevers worden overeengekomen, gratis advertentieruimte aan de Regering, aan het Waalse Gewest en aan de Commissie van de Franse Gemeenschap ter beschikking stellen voor de verspreiding van door de bevoegde instanties goedgekeurde gezondheidsvoorlichtingscampagnes die gelijk is aan de advertentieruimte voor de betrokken producten of diensten. TITEL II. - Transparantie en instandhouding van het pluralisme Art. 2.2-1. - De vrijheid en het pluralisme van de uitgevers van audiovisuele mediadiensten worden gewaarborgd. De uitgevers van audiovisuele mediadiensten stellen het publiek op gemakkelijk toegankelijke, begrijpelijke en transparante wijze informatie ter beschikking betreffende de eigendom, organisatie en financiering van hun diensten, overeenkomstig artikel 2.2-2. Art. 2.2-2. - § 1. De dienstenuitgevers maken de hen betreffende basisgegevens openbaar, zodat het publiek zich een mening kan vormen over de waarde die moet worden gehecht aan de informatie en de opinies die worden verspreid in de programma's van de in dit decreet bedoelde audiovisuele mediadiensten. De Regering legt de lijst van basisgegevens vast, evenals de verspreidingswijzen om een gemakkelijke, directe en permanente toegang tot deze gegevens te waarborgen. Deze lijst bevat ten minste de naam, het adres van de maatschappelijke zetel, de telefonische contactgegevens, het e-mailadres en het internetadres, het btw-nummer en de lijst van aandeelhouders of leden van de dienstenuitgever, evenals de contactgegevens van de Hoge Raad als toezichthoudende instantie van de dienstenuitgever. § 2. Om de transparantie van hun eigendoms- en controlestructuren, evenals hun graad van onafhankelijkheid te waarborgen, moeten dienstenuitgevers, dienstenverdelers en netwerkexploitanten de volgende gegevens aan het College voor vergunning en controle meedelen wanneer ze een vergunning of vergelijkbare akte aanvragen: 1° de identiteit van de natuurlijke personen of rechtspersonen die in het kapitaal van de vennootschap deelnemen, evenals het bedrag van hun respectieve deelnemingen, of de ledenlijst voor rechtspersonen die zijn opgericht in de vorm van een vzw;2° de aard en het bedrag van de belangen die de voornoemde personen bezitten in andere vennootschappen in de audiovisuele mediasector of andere mediasectoren;3° de identificatie van de natuurlijke of rechtspersonen actief in de levering van faciliteiten die een significante rol spelen in de uitvoering van programma's van audiovisuele mediadiensten, evenals de aard en het bedrag van hun deelneming;4° met inachtneming van het zakengeheim, controleovereenkomsten die de vennootschap met een of meer aandeelhouders heeft gesloten, aandeelhoudersovereenkomsten, notulen van de algemene vergaderingen of elk ander document dat het College voor vergunning en controle relevant acht. § 3. Elke wijziging van de in paragraaf 2 bedoelde gegevens gedurende de looptijd van de vergunning of vergelijkbare akte moet binnen een maand ter kennis worden gebracht van het College voor vergunning en controle. § 4. Het College voor vergunning en controle houdt alle in de paragrafen 2 en 3 bedoelde gegevens bij en gaat na of de in paragraaf 1 bedoelde gegevens daadwerkelijk beschikbaar gesteld werden. Art. 2.2-3. - § 1. De uitoefening van een belangrijke positie door een dienstenuitgever of een dienstenverdeler, met uitsluiting van de RTBF of de nabijheidsmedia, of door dienstenuitgevers of -verdelers die in handen zijn van dezelfde natuurlijke of rechtspersoon, mag geen afbreuk doen aan de vrijheid van het publiek om toegang te krijgen tot een pluralistisch aanbod van audiovisuele mediadiensten. Onder "pluralistisch aanbod" wordt verstaan: een media-aanbod via een pluraliteit van onafhankelijke en autonome media en diensten die de grootst mogelijke diversiteit van sociaal-culturele strekkingen, opinies en denkbeelden weerspiegelen. § 2. Indien het College voor vergunning en controle vaststelt dat een belangrijke positie wordt ingenomen, start het een procedure om het pluralisme te beoordelen van het aanbod in de audiovisuele mediadiensten die door de in paragraaf 1 bedoelde rechtspersonen worden uitgegeven of verdeeld. Het College voor vergunning en controle stelt meer bepaald de uitoefening van een belangrijke positie vast wanneer: 1° een natuurlijke of rechtspersoon die meer dan 24% van het kapitaal van een uitgever van televisiediensten bezit, direct of indirect meer dan 24% van het kapitaal van een andere uitgever van televisiediensten bezit;2° een natuurlijke of rechtspersoon die meer dan 24% van het kapitaal van een uitgever van auditieve diensten bezit, direct of indirect meer dan 24% van het kapitaal van een andere uitgever van auditieve diensten bezit;3° de gecumuleerde kijkdichtheid van verschillende uitgevers van televisiediensten die in het bezit zijn van één natuurlijke of rechtspersoon 20% bereikt van de totale kijkdichtheid van de uitgevers van televisiediensten; Onder "gecumuleerde kijkdichtheid" wordt verstaan: het aantal verschillende kijkers in de doelgroep 4 jaar en ouder berekend over een bepaalde tijdsperiode of een bepaald tijdvak; 4° de gecumuleerde potentiële luisterdichtheid van verschillende uitgevers van auditieve diensten via analoge hertzgolven die in het bezit zijn van één natuurlijke of rechtspersoon 20% bereikt van de totale gecumuleerde potentiële luisterdichtheid van de uitgevers van auditieve diensten via analoge hertzgolven. Onder "gecumuleerde potentiële luisterdichtheid" wordt verstaan: de som van de bevolkingen geteld op het grondgebied van de Franse Gemeenschap, zijnde het grondgebied van het Franse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, met dien verstande dat die bevolkingen bediend worden door een of meer radiofrequenties, al dan niet in netwerken samengebracht, die het referentieplan voor de radiofrequenties van de Franse Gemeenschap vormen; 5° de gecumuleerde potentiële luisterdichtheid van verschillende uitgevers van auditieve diensten via digitale hertzgolven die in het bezit zijn van één natuurlijke of rechtspersoon 20% bereikt van de totale gecumuleerde potentiële luisterdichtheid van de uitgevers van auditieve diensten via digitale hertzgolven. De gecumuleerde potentiële luisterdichtheid bedoeld in 4° en 5° wordt berekend op basis van de volgende technische parameters: Minimale ontvangstdrempel (dBuV/m op 10 m/grond) 60 Voortplantingsmodel ITU-R P 1546 Definitie van het dekkingsgebied Gedekt indien: ontvangen veldsterkte > ontvangstdrempel Scramblers Geen Demografische gegevens Recentste publicatie van de bevolking per statistische sector (Statbel) § 5. Indien het College voor vergunning en controle na een evaluatie op tegenspraak vaststelt dat een inbreuk werd gepleegd op de vrijheid van het publiek om toegang te krijgen tot een pluralistisch aanbod, brengt het zijn grieven ter kennis van de betrokken rechtsperso(o)n(
  2. en)en pleegt overleg met die perso(o)n(
  3. en)om maatregelen overeen te komen om het pluralisme van het aanbod te eerbiedigen. § 6. Indien het overleg niet resulteert in het sluiten van een overeenkomstprotocol binnen een termijn van zes maanden of indien dat protocol niet wordt nageleefd, kan het College voor vergunning en controle de in artikel 9.2.2-1 bedoelde sancties treffen. § 7. In het kader van de in dit artikel bedoelde procedure ziet het College voor vergunning en controle erop toe de Belgische Mededingingsautoriteit of haar diensten te raadplegen. § 8. Het College voor vergunning en controle evalueert het pluralisme regelmatig, en ten minste om de twee jaar. TITEL III. - Wettelijkheid van de inhoud Art. 2.3-1. - De dienstenuitgevers mogen geen programma's uitgeven of commerciële communicatie uitzenden die: 1° in strijd zijn met wetten, decreten, regelgevingsteksten of het algemeen belang;2° de menselijke waardigheid schenden;3° een openbare uitlokking bevatten tot het plegen van een terroristisch misdrijf zoals bedoeld in artikel 137 van het Strafwetboek;4° een gedachtegoed, geloofsovertuiging of opinie bevorderen die een bedreiging vormt voor de democratie en de fundamentele rechten en vrijheden gewaarborgd door de Grondwet of het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, of erop gericht zijn misbruik te maken van de goedgelovigheid van het publiek;5° neigen tot het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd;6° strafbare feiten ressorterend onder racisme en vreemdelingenhaat vormen zoals bedoeld in de wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom. 30/07/1981 pub. 20/05/2009 numac 2009000343 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot bestraffing van bepaalde door racisme en vreemdelingenhaat ingegeven daden;7° strafbare feiten in verband met kinderpornografie vormen, in de zin van artikel 383bis van het Strafwetboek. Art. 2.3-2. - § 1. Elke aanbieder van videoplatformdiensten moet passende maatregelen nemen om de gebruiker te beschermen tegen programma's en door de gebruiker gemaakte video's ressorterend onder de gevallen bedoeld in artikel 2.3-1. § 2. De in paragraaf 1 bedoelde maatregelen bestaan erin: 1° de in paragraaf 1 bedoelde maatregelen op te nemen in de algemene gebruiksvoorwaarden van de videoplatformdienst; 2° een systeem ter beschikking van de gebruiker te stellen waarmee hij, volgens een eenvoudige classificatie, de in artikel 2.3-1 bedoelde inhoud aan de aanbieder van de videoplatformdienst kan rapporteren, en geïnformeerd wordt over de gevolgen die de aanbieder aan deze rapportage zal verbinden; 3° een procedure ter beschikking van de gebruiker te stellen voor de behandeling en oplossing van de klachten betreffende de toepassing van de in 2° bedoelde maatregel;4° maatregelen te nemen inzake mediageletterdheid door de gebruiker daarvoor te sensibiliseren. De aanbieder van videoplatformdiensten ziet erop toe dat deze maatregelen transparant, gebruiksvriendelijk, eenvoudig te gebruiken en doeltreffend zijn. § 3. Elke aanbieder van videoplatformdiensten moet een intern mechanisme voor geschillenbeslechting met zijn gebruikers instellen. Dit mechanisme moet een onpartijdige beslechting van geschillen mogelijk maken en mag de gebruiker de gewone rechtsmiddelen niet ontnemen. § 4. Nadere bepalingen met betrekking tot de in dit artikel bedoelde maatregelen kunnen worden vastgesteld in het kader van een gedragscode of een reglement van het College voor advies van de Hoge Raad zoals bedoeld in artikel 9.1.2-1, § 1, 1° en 2°. § 5. Het College voor vergunning en controle beoordeelt de gepastheid van de in dit artikel bedoelde maatregelen die door de aanbieders van videoplatformdiensten worden genomen. Bij het nemen van passende maatregelen moet rekening worden gehouden met de aard van de betrokken inhoud, de schade die deze kan veroorzaken, de kenmerken van de te beschermen categorie personen en de rechten en legitieme belangen die op het spel staan, inclusief die van de aanbieders van videoplatformdiensten en van de gebruikers die de inhoud hebben gecreëerd of online hebben gezet, evenals met het algemeen belang. De meest schadelijke inhoud wordt onderworpen aan de strengste toegangscontrolemaatregelen. Ze moeten evenredig zijn, rekening houdend met de grootte van de videoplatformdienst en de aard van de geleverde dienst, en mogen geen voorafgaande controlemaatregelen of het filteren van inhoud op het tijdstip van uploaden inhouden die niet in overeenstemming zijn met artikel 15 van Richtlijn 2000/31/EG. Indien het College voor vergunning en controle na deze evaluatie besluit dat de maatregelen ongepast zijn, verzoekt het de aanbieder van de videoplatformdienst om binnen een door het College te bepalen termijn passende corrigerende maatregelen te nemen. Bij niet-uitvoering van de beslissing van het College voor vergunning en controle kan het College een van de in artikel 9.2.2-1 genoemde sancties opleggen. TITEL IV. - Rechten van de vrouw, gelijkheid en non-discriminatie Art. 2.4-1. - De dienstenuitgevers mogen geen programma's uitgeven of commerciële communicatie uitzenden die: 1° de eerbiediging van de gelijkheid van vrouwen en mannen ondermijnt of die discriminatie of aansporing tot discriminatie, haat of geweld op grond van geslacht of gelijkgestelde criteria zoals zwangerschap, moederschap, geslachtsverandering, genderexpressie, genderidentiteit bevat of bevordert of die aansporingen tot geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld bevat;2° discriminatie inhoudt of bevordert of die aanzet tot discriminatie, haat of geweld, in het bijzonder op grond van nationaliteit, vermeend ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming, leeftijd, seksuele geaardheid, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, handicap, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, politieke overtuiging, taal, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, een lichamelijke of genetische eigenschap, sociale afkomst of syndicale overtuiging. Art. 2.4-2. - § 1. Elke aanbieder van videoplatformdiensten moet passende maatregelen nemen om de gebruiker te beschermen tegen programma's en door de gebruiker gemaakte video's ressorterend onder de gevallen bedoeld in artikel 2.4-1. § 2. De in paragraaf 1 bedoelde maatregelen bestaan erin: 1° de in paragraaf 1 bedoelde maatregelen op te nemen in de algemene gebruiksvoorwaarden van de videoplatformdienst; 2° de gebruiker een systeem ter beschikking te stellen waarmee hij de in artikel 2.4-1 bedoelde inhoud volgens een eenvoudige classificatie aan de aanbieder van videoplatformdiensten kan rapporteren en geïnformeerd wordt over de gevolgen die de aanbieder aan deze rapportage zal verbinden; 3° een procedure ter beschikking van de gebruiker te stellen voor de behandeling en oplossing van de klachten betreffende de toepassing van de in 2° bedoelde maatregel;4° maatregelen te nemen inzake mediageletterdheid door de gebruiker daarvoor te sensibiliseren. De aanbieder van videoplatformdiensten ziet erop toe dat deze maatregelen transparant, gebruiksvriendelijk, eenvoudig te gebruiken en doeltreffend zijn. § 3. Elke aanbieder van videoplatformdiensten moet een intern mechanisme voor geschillenbeslechting met zijn gebruikers instellen. Dit mechanisme moet een onpartijdige beslechting van geschillen mogelijk maken en mag de gebruiker de gewone rechtsmiddelen niet ontnemen. § 4. Nadere bepalingen met betrekking tot de in dit artikel bedoelde maatregelen kunnen worden vastgesteld in het kader van een gedragscode of een reglement van het College voor advies van de Hoge Raad zoals bedoeld in artikel 9.1.2-1, § 1, 1° en 2°. § 5. Het College voor vergunning en controle beoordeelt de gepastheid van de in dit artikel bedoelde maatregelen die door de aanbieders van videoplatformdiensten worden genomen. Bij het nemen van passende maatregelen moet rekening worden gehouden met de aard van de betrokken inhoud, de schade die deze kan veroorzaken, de kenmerken van de te beschermen categorie personen en de rechten en legitieme belangen die op het spel staan, inclusief die van de aanbieders van videoplatformdiensten en van de gebruikers die de inhoud hebben gecreëerd of online hebben gezet, evenals met het algemeen belang. De meest schadelijke inhoud wordt onderworpen aan de strengste toegangscontrolemaatregelen. Ze moeten evenredig zijn, rekening houdend met de grootte van de videoplatformdienst en de aard van de geleverde dienst, en mogen geen voorafgaande controlemaatregelen of het filteren van inhoud op het tijdstip van uploaden inhouden die niet in overeenstemming zijn met artikel 15 van Richtlijn 2000/31/EG. Indien het College voor vergunning en controle na deze evaluatie besluit dat de maatregelen ongepast zijn, verzoekt het de aanbieder van de videoplatformdienst om binnen een door het College te bepalen termijn passende corrigerende maatregelen te nemen. Bij niet-uitvoering van de beslissing van het College voor vergunning en controle kan het College een van de in artikel 9.2.2-1 genoemde sancties opleggen. TITEL V. - Bescherming van minderjarigen Art. 2.5-1. - § 1. De dienstenuitgevers mogen geen programma's uitgeven die de lichamelijke, geestelijke of morele ontwikkeling van minderjarigen kunnen schaden, behalve: 1° voor lineaire diensten, indien, met name door de keuze van het tijdstip van uitzending van het programma of door middel van een toegangscode, gewaarborgd wordt dat minderjarigen in het zendgebied de uitzendingen normaliter niet kunnen bekijken of beluisteren of voor zover dat programma voorafgegaan wordt door de aanwezigheid van een visueel symbool in de elektronische programmagids, wanneer een dergelijke gids bestaat, en dat, wanneer er geen toegangscode is, het voorafgegaan wordt door een auditieve waarschuwing of het gedurende de gehele uitzending herkenbaar is aan een visueel symbool;2° voor niet-lineaire diensten, indien, met name door middel van een toegangscode, gewaarborgd wordt dat minderjarigen in het zendgebied het programma normaliter niet kunnen bekijken of beluisteren of voor zover dat programma voorafgegaan wordt door de aanwezigheid van een visueel symbool in de elektronische programmagids. Het visuele symbool en de auditieve waarschuwing bedoeld in paragraaf 1, 1° en 2°, moeten informatie geven over de mogelijk schadelijke aard van de inhoud van het programma. De Regering bepaalt de toepassingsbepalingen van het eerste lid, 1° en 2°. Ze is bovendien bevoegd om de netwerkexploitanten die bijbehorende faciliteiten leveren verplichtingen op te leggen die, wanneer gebruikgemaakt wordt van een systeem met toegangscode, noodzakelijk zijn om de werkelijke toepassing van de in het eerste lid, 1° en 2° bedoelde bepalingen te waarborgen. De meest schadelijke inhoud, zoals pornografie en nodeloos geweld, wordt onderworpen aan de strengste toegangscontrolemaatregelen. § 2. De verwerking van persoonsgegevens van minderjarigen die door de dienstenuitgevers of dienstenverdelers in het kader van de toepassing van de in het eerste lid, 1° en 2° bedoelde maatregelen zijn verzameld of gegenereerd, moet voldoen aan de voorwaarden en verplichtingen opgelegd in het recht van de Europese Unie en de ter zake geldende Belgische wetgeving en mag niet worden gebruikt voor commerciële doeleinden, zoals direct marketing, profilering en op gedrag gerichte reclame. Art. 2.5-2. - § 1. Elke aanbieder van videoplatformdiensten moet passende maatregelen nemen om minderjarigen te beschermen tegen programma's en door de gebruiker gemaakte video's die schadelijk kunnen zijn voor hun lichamelijke, geestelijke of morele ontwikkeling, door ervoor te zorgen dat dergelijke inhoud alleen aan de gebruiker ter beschikking wordt gesteld in omstandigheden waarin minderjarigen deze normaliter niet kunnen bekijken of beluisteren. § 2. De in paragraaf 1 bedoelde maatregelen bestaan erin: 1° de in paragraaf 1 bedoelde maatregelen op te nemen in de algemene gebruiksvoorwaarden van de videoplatformdienst;2° de gebruiker die de in paragraaf 1 bedoelde inhoud uploadt naar de videoplatformdienst een systeem ter beschikking te stellen om deze inhoud volgens een eenvoudige classificatie te kunnen rapporteren;3° de gebruiker een systeem ter beschikking te stellen waarmee hij de in paragraaf 1 bedoelde inhoud volgens een eenvoudige classificatie aan de aanbieder van videoplatformdiensten kan rapporteren en geïnformeerd wordt over de gevolgen die de aanbieder aan deze rapportage zal verbinden;4° een systeem op te zetten waarmee de leeftijd van de gebruiker kan worden geverifieerd en ouderlijk toezicht kan worden ingesteld waarover de gebruiker controle heeft;5° de gebruiker een procedure ter beschikking te stellen voor de behandeling en de oplossing van klachten in verband met de uitvoering van de in 2° tot en met 4° bedoelde maatregelen;6° maatregelen te nemen inzake mediageletterdheid door de gebruiker daarvoor te sensibiliseren. De aanbieder van videoplatformdiensten ziet erop toe dat deze maatregelen transparant, gebruiksvriendelijk, eenvoudig te gebruiken en doeltreffend zijn. § 3. De verwerking van persoonsgegevens van minderjarigen die door de aanbieders van videoplatformdiensten in het kader van de toepassing van de in paragraaf 2 bedoelde maatregelen zijn verzameld of gegenereerd, moet voldoen aan de voorwaarden en verplichtingen van het recht van de Europese Unie en de ter zake geldende Belgische wetgeving en mag niet worden gebruikt voor commerciële doeleinden, zoals direct marketing, profilering en op gedrag gerichte reclame. § 4. Nadere bepalingen met betrekking tot de in dit artikel bedoelde maatregelen kunnen worden vastgesteld in het kader van een gedragscode of een reglement van het College voor advies van de Hoge Raad zoals bedoeld in artikel 9.1.2-1, § 1, 1° en 2°. § 5. Het College voor vergunning en controle beoordeelt de gepastheid van de in dit artikel bedoelde maatregelen die door de aanbieders van videoplatformdiensten worden genomen. Bij het nemen van passende maatregelen moet rekening worden gehouden met de aard van de betrokken inhoud, de schade die deze kan veroorzaken, de kenmerken van de te beschermen categorie personen en de rechten en legitieme belangen die op het spel staan, inclusief die van de aanbieders van videoplatformdiensten en van de gebruikers die de inhoud hebben gecreëerd of online hebben gezet, evenals met het algemeen belang. De meest schadelijke inhoud, zoals pornografie en nodeloos geweld, wordt onderworpen aan de strengste toegangscontrolemaatregelen. Ze moeten evenredig zijn, rekening houdend met de grootte van de videoplatformdienst en de aard van de geleverde dienst, en mogen geen voorafgaande controlemaatregelen of het filteren van inhoud op het tijdstip van uploaden inhouden die niet in overeenstemming zijn met artikel 15 van Richtlijn 2000/31/EG. Indien het College voor vergunning en controle na deze evaluatie besluit dat de maatregelen ongepast zijn, verzoekt het de aanbieder van de videoplatformdienst om binnen een door het College te bepalen termijn passende corrigerende maatregelen te nemen. Bij niet-uitvoering van de beslissing van het College voor vergunning en controle kan het College een van de in artikel 9.2.2-1 genoemde sancties opleggen. Art. 2.5-3. - § 1. In zijn communicatie over zijn televisiedienstenaanbod of programma's die dat aanbod uitmaken, moet elke dienstenverdeler de volgende boodschap aan zijn abonnees meedelen in de door hem gebruikte communicatiedragers: "Let op: televisie kijken kan de ontwikkeling van kinderen jonger dan 3 jaar belemmeren, zelfs als de programma's specifiek op hen gericht zijn. Diverse ontwikkelingsstoornissen werden wetenschappelijk vastgesteld, zoals passiviteit, taalachterstand, onrust, slaapstoornissen, concentratieproblemen en beeldschermafhankelijkheid. ". In het geval van audiovisuele communicatie kan de volgende boodschap gebruikt worden: "Let op: televisie kijken kan de ontwikkeling van kinderen jonger dan 3 jaar belemmeren. ". Het College voor advies van de Hoge Raad legt de toepassingsbepalingen van het eerste lid vast in een reglement zoals bedoeld in artikel 9.1.2-1, § 1, 2°. § 2. Elke dienstenverdeler die een televisiedienst aanbiedt die wordt voorgesteld als specifiek bestemd voor kinderen jonger dan drie jaar, dient op het moment dat de dienst door de gebruiker wordt geselecteerd en voordat toegang tot de dienst wordt verkregen, de volgende waarschuwing leesbaar op het scherm weer te geven: "Let op: televisie kijken kan de ontwikkeling van kinderen jonger dan 3 jaar belemmeren, zelfs als de programma's specifiek op hen gericht zijn. ". Art. 2.5-4. - Overeenkomstig de nadere bepalingen voorzien in artikel 5.2-3 mag commerciële communicatie niet schadelijk zijn voor de lichamelijke, geestelijke of morele ontwikkeling van minderjarigen. BOEK III. - AUDIOVISUEEL LANDSCHAP TITEL I. - Uitgevers van audiovisuele mediadiensten gemeenschappelijke bepalingen Art. 3.1.1-1. - De dienstenuitgevers moeten op elk moment kunnen aantonen dat ze de nodige overeenkomsten hebben gesloten met de betrokken auteurs en andere rechthebbenden, of met hun maatschappijen voor collectief auteursrechtenbeheer, zodat ze de wetgeving inzake auteursrecht en naburige rechten in hun activiteiten kunnen naleven. Op eenvoudig verzoek kan het College voor vergunning en controle een volledig afschrift krijgen van de lopende overeenkomsten wanneer deze betrekking hebben op belangrijke repertoires van werken en prestaties. In geval van een onderbreking van meer dan zes maanden van deze overeenkomsten, een conflict of de blijvende onmogelijkheid om dergelijke overeenkomsten te sluiten, is de dienstenuitgever net als de dienstenverdeler verplicht om de Minister en de Hoge Raad hiervan in kennis te stellen en aan te geven welke maatregelen zijn genomen om in voorkomend geval, rekening houdend met de bekende risico's, de betwiste bedragen te voorzien. Indien de bescherming van de rechten van de begunstigden duidelijk in het gedrang dreigt te komen, kan het College voor vergunning en controle bovendien een borgstelling voor de betwiste bedragen eisen, volgens de nadere bepalingen die het College zal vastleggen. Art. 3.1.1-2. Met uitzondering van de RTBF en de nabijheidsmedia, moet een dienstenuitgever wier audiovisuele mediadienst via een gesloten distributieplatform wordt verspreid: 1° een handelsvennootschap zijn;2° indien hij informatie uitzendt, per dienst, de actualiteitenprogramma's laten verzorgen door beroepsjournalisten die zijn aangeworven op basis van arbeidsovereenkomsten en erkend overeenkomstig de wet van 30 december 1963 betreffende de erkenning en de bescherming van de titel van beroepsjournalist, of die voldoen aan de toegangsvoorwaarden daartoe, in voldoende aantallen in verhouding tot de uitgegeven dienst;3° indien hij informatie uitzendt, een huishoudelijk reglement opstellen met betrekking tot de objectiviteit bij de verwerking van informatie en zich ertoe verbinden dit reglement na te leven;4° indien hij informatie uitzendt, een interne journalistenmaatschappij erkennen als referentiepersoon en deze raadplegen over vraagstukken die de redactionele lijn grondig kunnen wijzigen, over de organisatie van de redacties betreffende de actualiteitenprogramma's en over de aanstelling van de hoofdredacteur. Die interne maatschappij is samengesteld uit journalisten die de redactie(
  4. s)van de dienstenuitgever vertegenwoordigen; 5° indien hij informatie brengt, aangesloten zijn bij de Instantie voor de zelfregulering van journalistieke deontologie;6° onafhankelijk zijn van enige regering, politieke partij of werkgevers- of werknemersorganisatie. Onafhankelijke radiozenders vallen niet onder lid 1, 1°, 2° en 4°. De uitgevers van auditieve diensten op gesloten distributieplatformen zoals bedoeld in artikel 3.1.3-8 vallen niet onder paragraaf 1, 1°. Onafhankelijke radiostations en uitgevers van auditieve diensten op gesloten distributieplatformen zoals bedoeld in artikel 3.1.3-8 moeten echter als rechtspersoon opgericht zijn. Onder "gesloten distributieplatform" wordt verstaan: elk platform voor de verdeling van audiovisuele mediadiensten waartoe een dienstenuitgever slechts toegang heeft na voorafgaande toestemming van de voor dat platform verantwoordelijke dienstenverdeler. Indien de dienstenuitgever zijn eigen verdeler is, worden de door hem uitgegeven en verdeelde audiovisuele mediadiensten geacht via een gesloten distributieplatform te worden aangeboden indien voor de toegang tot het elektronischecommunicatienetwerk de voorafgaande toestemming van de netwerkexploitant of het verkrijgen van capaciteit op hertzgolfnetwerken vereist is. Art. 3.1.1-3. - De dienstenuitgevers moeten gedurende drie maanden na de datum van invoeging in de audiovisuele mediadienst een volledige kopie van hun programma's bewaren en deze kopie ter beschikking stellen van alle instanties die hierom verzoeken op grond van een wettelijke of reglementaire bepaling. In het geval van lineaire diensten bewaren ze gedurende dezelfde termijn het dagelijkse verloop van elke uitgegeven audiovisuele mediadienst, met inbegrip van alle programma's, de programmafragmenten en het precieze tijdstip waarop ze zijn ingevoegd. In afwijking van het eerste lid bedraagt de termijn voor het bewaren van programma's twee maanden voor onafhankelijke radiostations en voor de in artikel 3.1.3-8 bedoelde uitgevers van auditieve diensten, indien ze de rechtsvorm van een vereniging zonder winstoogmerk hebben of natuurlijke personen zijn. Voor uitgevers van televisiediensten die natuurlijke personen zijn, bedraagt die termijn eveneens twee maanden. HOOFDSTUK II. - Uitgave van televisiediensten Afdeling I. - Gemeenschappelijke bepalingen voor lineaire en niet-lineaire televisiediensten Onderafdeling I. - Procedure voor de aangifte van uitgevers van televisiediensten Art. 3.1.2-1. - § 1. Met uitzondering van de RTBF en de nabijheidsmedia moet de dienstenuitgever een voorafgaande aangifte met een ter post aangetekend schrijven bij het College voor vergunning en controle indienen voor elke televisiedienst die hij wil uitgeven. In afwijking van het eerste lid moet de dienstenuitgever die radiofrequenties wenst te gebruiken voor de uitzending van zijn digitale of analoge televisiedienst(
  5. en)via terrestrische hertzgolven, voor dat gebruik vergund worden overeenkomstig de procedure van de artikelen 8.2.1-14 tot en met 8.2.1-22. § 2. De aangifte bevat de volgende gegevens: 1° de benaming van de dienstenuitgever en van de televisiedienst;2° het adres van de maatschappelijke zetel van de dienstenuitgever en, in voorkomend geval, het adres waar de redactionele beslissingen met betrekking tot de televisiedienst worden genomen indien ze niet op de maatschappelijke zetel worden genomen;3° de statuten van de dienstenuitgever, indien deze een rechtspersoon is;4° de gegevens betreffende de aandeelhoudersstructuur van de dienstenuitgever, indien deze als handelsvennootschap is opgericht;5° een financieel plan opgesteld over een periode van 3 jaar, dit financieel plan moet een rubriek bevatten met betrekking tot de aan de auteurs en andere rechthebbenden te betalen vergoedingen in uitvoering van de gesloten overeenkomsten.In geval van conflicten of blijvende onmogelijkheid om dergelijke overeenkomsten te sluiten, zullen de geplande voorzieningen, rekening houdend met de bekende risico's, daarin vermeld worden; 6° de aard en de beschrijving van de televisiedienst, met inbegrip van het aantal personen dat met programmagerelateerde activiteiten is belast en een beschrijving van het eventueel geplande informatiesysteem en, in voorkomend geval, een bewijs van tewerkstelling van journalisten;7° de periode waarbinnen de televisiedienst zal worden uitgezonden;8° de contactgegevens van de dienstenverdelers aan wie de dienstenuitgever zijn televisiedienst ter beschikking wil stellen;9° indien de dienstenuitgever zelf de verdeler van de televisiedienst is, de nadere bepalingen voor de commercialisering van deze dienst; 10° in voorkomend geval, de informatie met betrekking tot het gebruik van een uplink- of satellietcapaciteit bedoeld in artikel 1.1-3, § 2. Elke wijziging van deze elementen moet vooraf bij een ter post aangetekend schrijven aan het College voor vergunning en controle worden medegedeeld. Het College voor vergunning en controle stelt het aangiftemodel op. § 3. In afwijking van paragraaf 2 kunnen de administratieve aangifteformaliteiten worden versoepeld voor uitgevers van audiovisuele mediadiensten die op open platforms worden verdeeld, met name in het kader van videoplatformdiensten. Daartoe worden door het College voor vergunning en controle vereenvoudigde aangiftemodellen opgesteld. Art. 3.1.2-2. - Binnen een maand na ontvangst van de aangifte bevestigt het College voor vergunning en controle de ontvangst van de aangifte. Binnen acht werkdagen na de ontvangstbevestiging zendt het College voor vergunning en controle een afschrift van de aangifte en de ontvangstbevestiging naar de Minister en de Regeringsdiensten. Van elke wijziging van de elementen van de aangifte die het College voor vergunning en controle in toepassing van het derde lid van paragraaf 2 van artikel 3.1.2-1 ontvangt, wordt binnen dezelfde termijn eveneens een afschrift naar de Minister en de Regeringsdiensten gestuurd. Onderafdeling II. - Jaarverslag Art. 3.1.2-3. - De uitgevers van televisiediensten moeten jaarlijks een verslag indienen bij het College voor vergunning en controle dat met name informatie bevat over de naleving, elk wat hen betreft, van de verplichtingen opgelegd in de artikelen 4.1-1, 3.1.1-1, 3.1.1-2, 6.1.1-1, 4.2.1-1 en 4.2.2-1. Voor de in de artikelen 4.2.1-1 en 4.2.2-1 bedoelde verplichtingen zal het jaarverslag ook de informatie per dienst bevatten. Onderafdeling III. - Naleving van de chronologie van de media Art. 3.1.2-4. - De uitgevers van televisiediensten mogen een cinematografisch werk niet uitzenden buiten de periodes overeengekomen met de rechthebbenden. Afdeling II. - Specifieke bepalingen voor lineaire televisiediensten Art. 3.1.2-5. - Gecodeerde lineaire televisiediensten die tegen een welbepaalde vergoeding worden verspreid, mogen vrij te ontvangen programma's bevatten. Tenzij het om zelfpromotie gaat, mogen deze programma's niet langer duren dan drie uur per dag. Afdeling II. - Specifieke bepalingen voor lineaire en niet-lineaire telewinkeldiensten Art. 3.1.2-6. - § 1. Elke telewinkeldienst moet als zodanig herkenbaar zijn. § 2. Telewinkeldiensten mogen geen reclame bevatten, tenzij het College voor vergunning en controle daarvoor toestemming heeft verleend. § 3. De telewinkeldienst moet voldoen aan de bepalingen betreffende telewinkelen zoals bedoeld in artikel 5.7-2. § 4. Naast de informatie van het in artikel 3.1.2-3 bedoelde jaarverslag bevat dat verslag ook informatie over de omzet, het type van aangeboden producten en diensten, eventuele klachten die zijn ontvangen en de wijze waarop daarop is gereageerd. § 5. Onder "telewinkeldienst" wordt verstaan: een televisiedienst die uitsluitend bestaat uit telewinkelprogramma's. HOOFDSTUK III. - Uitgave van private auditieve diensten Afdeling I. - Aanvraag en vergunningsprocedure voor uitgevers van auditieve diensten via terrestrische hertzgolven algemene principes Art. 3.1.3-1. - § 1. De auditieve diensten via terrestrische hertzgolven zijn: 1° netwerkradio's;2° onafhankelijke radio's, waaronder de associatieve en expressieradio's met een cultureel doeleinde of voor permanente opvoeding. Onder "netwerkradio" wordt verstaan: een private auditieve dienst die over een radiofrequentienetwerk voor analoge uitzendingen beschikt of over een gebruiksrecht op een radiofrequentienetwerk met een theoretisch communautair, multiprovinciaal of provinciaal verzorgingsgebied voor digitale uitzendingen. Onder "onafhankelijke radio" wordt verstaan: een private auditieve dienst die in zijn oorspronkelijke vergunning beschikt over één radiofrequentie voor analoge uitzendingen of over een recht om een radiofrequentie of een radiofrequentienetwerk met een lokaal verzorgingsgebied te gebruiken voor digitale uitzendingen. Onder "associatieve en expressieradio met een cultureel doeleinde of voor permanente opvoeding" wordt verstaan: de onafhankelijke radio die:
  6. a)een minimumaantal uren aan actualiteitenprogramma's, permanente opvoeding, culturele ontwikkeling en burgerparticipatie uitzendt, waarvan een deel in eigen productie en werken voor creatie op radio. Dat aantal uren wordt door de Regering bepaald;
  7. b)hoofdzakelijk een beroep doet op vrijwilligerswerk;
  8. c)vrijwilligers laat deelnemen aan zijn beheersorganen;
  9. d)geen beroep doet op reclame of over beperkte reclame-inkomsten beschikt waarvan het maximumbedrag door de Regering wordt bepaald. Onder "schoolradio" wordt verstaan: de radio met één frequentie die wordt uitgegeven door een basisschool, een middelbare school of een hogeschool met een afdeling gericht op communicatie of onderwijsopleiding, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, en die door de Regering werd vergund, overeenkomstig artikel 3.1.3-12. § 2. Elke dienstenuitgever mag geen auditieve diensten uitzenden op een of meer andere radiofrequenties dan die welke hem door het College voor vergunning en controle zijn toegewezen of waarvoor hij een gebruiksrecht heeft gekregen. § 3. Radiofrequenties worden toegewezen en gebruiksrechten worden verleend volgens de procedures bedoeld in de artikelen 8.2.1-5 tot en met 8.2.1-12. Onderafdeling II. - Offerteaanvraag en minimuminhoud van het bestek Art. 3.1.3-2. - § 1. De dienstenuitgevers worden voor elke auditieve dienst vergund door het College voor vergunning en controle na een offerteaanvraag zoals bedoeld in artikel 8.2.1-7 voor analoge modus en in artikel 8.2.1-11 voor digitale modus. § 2. Onverminderd de bepalingen opgesomd in de artikelen 8.2.1-7 en 8.2.1-11 moet het bestek van de uitgevers van auditieve diensten naast de verplichtingen bedoeld in artikel 3.1.1-2 ook voorzien in de verplichtingen bedoeld in artikel 4.2.3-1. § 3. Het bestek preciseert de verplichtingen, met name deze bedoeld in paragraaf 2, waarvoor een verbintenis van de aanvrager vereist is. Onderafdeling III. - Antwoord op de offerteaanvraag Art. 3.1.3-3. - § 1. In antwoord op de in de artikelen 8.2.1-7 of 8.2.1-11 bedoelde openbare offerteaanvraag en binnen de in deze oproep opgelegde termijnen wordt de vergunningsaanvraag bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging ingediend bij de voorzitter van de Hoge Raad. De aanvrager specificeert de radiocategorie waarvoor hij een vergunning aanvraagt, evenals de radiofrequentie of het radiofrequentienetwerk waarvoor hij een toewijzing in analoge modus of gebruik in digitale modus aanvraagt. De aanvrager kan zich kandidaat stellen voor meerdere radiofrequenties of radiofrequentienetwerken. In voorkomend geval moet hij zijn voorkeuren opsommen en motiveren. Wanneer de offerteaanvraag meerdere radiofrequentienetwerken met hetzelfde theoretische verzorgingsgebied omvat, moet de aanvrager die zich kandidaat stelt voor een dergelijk netwerk, in afwijking op het tweede lid, bij voorkeur minstens twee van die netwerken in volgorde van voorkeur rangschikken in zijn aanvraag. Hij moet die rangschikking motiveren. § 2. Voor netwerkradio's moet de aanvraag vergezeld zijn van: 1° de benaming van de dienstenuitgever en van de auditieve dienst;2° het adres van de maatschappelijke zetel en exploitatiezetel van de dienstenuitgever;3° de statuten van de dienstenuitgever;4° de gegevens met betrekking tot de aandeelhoudersstructuur van de dienstenuitgever;5° de beschrijving van de auditieve dienst, met inbegrip van een beschrijving van het eventueel geplande informatiesysteem en, in voorkomend geval, een bewijs van tewerkstelling van journalisten of van de verbintenis om deze tewerkstelling uit te voeren zodra de vergunning is verleend;6° een financieel plan opgesteld over een periode van drie jaar, dit financieel plan moet een rubriek bevatten met betrekking tot de aan de auteurs en andere rechthebbenden te betalen vergoedingen in uitvoering van de gesloten overeenkomsten.In geval van conflicten of blijvende onmogelijkheid om dergelijke overeenkomsten te sluiten, zullen de geplande voorzieningen, rekening houdend met de bekende risico's, daarin vermeld worden; 7° in voorkomend geval, de lijst van exploitanten of kandidaat-exploitanten waarbij de essentiële voorwaarden van de met hen gesloten of te sluiten exploitatiecontracten zijn gevoegd;8° in voorkomend geval, voor de digitale modus, de nadere bepalingen voor de commercialisering van de auditieve dienst, evenals elke overeenkomst die is gesloten of wordt overwogen met een exploitant van een systeem voor voorwaardelijke toegang. § 3. Voor onafhankelijke radiostations moet de aanvraag vergezeld zijn van: 1° de benaming van de dienstenuitgever en van de auditieve dienst;2° het adres van de maatschappelijke zetel en exploitatiezetel van de dienstenuitgever;3° de statuten van de dienstenuitgever;4° de gegevens betreffende de aandeelhoudersstructuur van de dienstenuitgever, indien deze als handelsvennootschap is opgericht;5° de beschrijving van de auditieve dienst, met inbegrip van een beschrijving van het eventueel geplande informatiesysteem;6° een financieel plan opgesteld over een periode van drie jaar, dit financieel plan moet een rubriek bevatten met betrekking tot de aan de auteurs en andere rechthebbenden te betalen vergoedingen in uitvoering van de gesloten overeenkomsten.In geval van conflicten of blijvende onmogelijkheid om dergelijke overeenkomsten te sluiten, zullen de geplande voorzieningen, rekening houdend met de bekende risico's, daarin vermeld worden; 7° in voorkomend geval, de aanvraag om het statuut van associatieve en expressieradio met een cultureel doeleinde of voor permanente opvoeding te verkrijgen, waarbij duidelijk wordt uiteengezet hoe de programmering en organisatie aan de criteria van artikel 3.1.3-1, § 1, vierde lid beantwoorden; 8° in voorkomend geval, voor de digitale modus, de nadere bepalingen voor de commercialisering van de auditieve dienst, evenals elke overeenkomst die is gesloten of wordt overwogen met een exploitant van een systeem voor voorwaardelijke toegang;9° in voorkomend geval, het gezamenlijke verzoek om de eigen productie te bundelen en programma's uit te wisselen tussen verschillende onafhankelijke radio's, waarbij duidelijk wordt uitgelegd waarom het relevant is samenwerkingsverbanden tussen die radio's te ontwikkelen. § 4. Bovendien legt de aanvrager nauwkeurig uit op welke manier hij zich verbindt tot de naleving van de verplichtingen opgenomen in het bestek van de offerteaanvraag in toepassing van artikel 3.1.3-2, § 3. § 5. Een maand na de datum waarop de offerteaanvraag werd afgesloten, deelt de voorzitter van de Hoge raad de aanvrager mee dat zijn aanvraag in aanmerking werd genomen en deelt dat ook mee aan de Minister evenals aan de Secretaris-generaal van het Ministerie van de Franse Gemeenschap. Onderafdeling IV. - Verlening van de vergunning Art. 3.1.3-4. - § 1. Het College voor vergunning en controle spreekt zich uit over de aanvragen en kent de vergunningen toe, door, voor de analoge modus, de radiofrequentie of het radiofrequentienetwerk toe te wijzen, en door, voor de digitale modus, het gebruiksrecht van de radiofrequentie of van het radiofrequentienetwerk te verlenen binnen vier maanden na de datum waarop de offerteaanvraag wordt afgesloten. Het College zorgt er daartoe voor de diversiteit van het radiolandschap en een evenwicht tussen de verschillende radioformaten te waarborgen, via het muzikale, culturele en informatieaanbod. Het beoordeelt de aanvragen op grond van de volgende gegevens: 1° de wijze waarop de aanvragers zich ertoe verbinden te voldoen aan de in artikel 3.1.3-2, § 2 bedoelde verplichtingen; 2° de relevantie van de in artikel 3.1.3-3, § 2, 6° en § 3, 6° bedoelde financieringsplannen; 3° de originaliteit en de eigenheid van elke aanvraag;4° het belang van de gedecentraliseerde productie in de Franse Gemeenschap;5° de ervaring die de aanvragers hebben opgedaan op het gebied van radio-omroep;6° de eventuele nadere bepalingen voor de commercialisering van de auditieve dienst. § 2. In het kader van een algemene offerteaanvraag kan het College voor vergunning en controle een onafhankelijke radio erkennen die werd vergund als associatieve en expressieradio met een cultureel doeleinde of voor permanente opvoeding die voldoet aan de in artikel 3.1.3-1, § 1, vierde lid bepaalde criteria. Deze erkenning wordt aan de onafhankelijke radio verleend voor de hele duur van zijn vergunning. Jaarlijks evalueert het College voor vergunning en controle de naleving van de in artikel 3.1.3-1, § 1, vierde lid vastgestelde criteria. Het kan de erkenning intrekken indien de onafhankelijke radio daar niet langer aan voldoet. Het aantal onafhankelijke radiostations dat kan worden erkend als associatieve en expressieradio met een cultureel doeleinde of voor permanente opvoeding is beperkt gelet op de capaciteit van het in artikel 6.2.2-4, vierde lid bedoelde budget om de toekenning van subsidies aan erkende radiostations te waarborgen. De referentiebegroting die wordt gebruikt om dat aantal te bepalen, is de begroting van het jaar waarin de algemene offerteaanvraag wordt uitgeschreven, zo nodig aangepast aan het gemiddelde van de drie voorgaande jaren om eventuele uitzonderingsgevallen te effenen. Wanneer het College voor vergunning en controle meer erkenningsaanvragen ontvangt dan het aantal beschikbare plaatsen vastgesteld overeenkomstig het derde lid, erkent het de onafhankelijke radiostations met de belangrijkste verbintenissen in aantal uren besteed aan actualiteitenprogramma's, permanente vorming, culturele ontwikkeling, burgerparticipatie en uitzending van werken voor creatie op radio; het aantal uren in eigen productie in eerste uitzending vormt daarbij een pluspunt. Het College kan ook het evenwicht in de geografische spreiding van erkende onafhankelijke radio's als doelstelling in aanmerking nemen. Indien dit mechanisme voor de selectie van de te erkennen radio's wordt toegepast, zal de in het tweede lid bedoelde jaarlijkse evaluatie gebeuren in het licht van de verbintenissen die de onafhankelijke radio is aangegaan op het ogenblik van zijn erkenning. Indien er nog plaatsen beschikbaar zijn of wanneer een plaats opnieuw beschikbaar wordt na de intrekking of verdwijning van de erkenning, kan elke vergunde onafhankelijke radio tijdens de vergunningsprocedure een aanvraag tot erkenning indienen bij het College voor vergunning en controle door de in artikel 3.1.3-3, § 3, 7° bedoelde gegevens te verstrekken. Uit deze radio's kiest het College voor vergunning en controle de radio of radio's die overeenkomstig het vierde lid worden erkend. Wanneer het College voor vergunning en controle vaststelt dat de te erkennen radio al aan de erkenningscriteria voldeed in het voorgaande boekjaar toen de plaats beschikbaar gesteld werd, kan het die erkenning vanaf het voorgaande boekjaar toekennen. § 3. De vergunningen zijn niet overdraagbaar. De geldigheidsduur van een vergunning bedraagt 9 jaar en kan worden verlengd volgens de in deze afdeling bedoelde vergunningsprocedure. In afwijking van het eerste lid, wanneer een vergunning wordt toegekend ingevolge een niet-algemene offerteaanvraag, verstrijkt die vergunning van rechtswege op de dag voorafgaand aan de dag waarop de vergunningen worden toegekend in het kader van een nieuwe algemene offerteaanvraag. Een offerteaanvraag wordt als algemeen beschouwd als ze minstens 75% van de reeds toegekende radiofrequenties in de betrokken modus bevat. In afwijking van het eerste lid, wanneer geen nieuwe vergunning werd uitgereikt krachtens een algemene offerteaanvraag na afloop van 9 vergunningsjaren, wordt de toegekende vergunning verlengd tot vóór de dag waarop nieuwe vergunningen worden toegekend in het kader van een algemene offerteaanvraag. De verlenging van de vergunningen kan niet meer bedragen dan drie jaar te rekenen vanaf de datum van het verstrijken ervan. Art. 3.1.3-5. - Het College voor vergunning en controle kan toestemming geven voor de fusie van: 1° ofwel associatieve en expressieradio's met een cultureel doeleinde of voor permanente opvoeding;2° ofwel associatieve en expressieradio's met een cultureel doeleinde of voor permanente opvoeding en onafhankelijke radio's;3° ofwel onafhankelijke radio's;4° ofwel onafhankelijke radio's en netwerkradio's;5° ofwel netwerkradio's. De fusie kan alleen worden toegestaan indien de betrokken radio's beschikken over een gebruiksrecht voor radiofrequenties of voor radiofrequenties bestemd om verschillende verzorgingsgebieden te dekken. Elke fusie waarbij een associatieve en expressieradio met een cultureel doeleinde of voor permanente opvoeding betrokken is, kan niet resulteren in het verlies van die hoedanigheid voor de uit de fusie ontstane radio. De vergunning wordt uitsluitend verleend om redenen van levensvatbaarheid van het project en op voorwaarde dat er een nabijheidsrelatie behouden blijft met de publieksgroepen bedoeld in de oorspronkelijke vergunningen. De vergunning wordt verleend op gemeenschappelijke aanvraag van de betrokken radio's. Het College voor vergunning en controle staat elke fusie van radio's toe waarbij het erop toeziet de diversiteit van het radiolandschap en een evenwicht tussen de verschillende radioformaten te bewaren via het muzikale, culturele en informatieaanbod. Wanneer het College voor vergunning en controle een aanvraag tot fusie van radio's ontvangt, organiseert het binnen een maand een openbare raadpleging over de fusieaanvraag. Elke vergunde onafhankelijke radio of netwerkradio, evenals elke persoon die een belang om tussen te komen rechtvaardigt, mag het College voor vergunning en controle binnen een maand in kennis stellen van elke reden die de weigering van de fusie kan rechtvaardigen. De fusievergunning wordt verleend in naleving van artikel 2.2-2. Een nieuw vergunningsbewijs wordt opgesteld overeenkomstig artikel 3.1.3-7. De looptijd van de nieuwe vergunning mag de looptijd van de oudste vergunning onder de gefusioneerde radio's niet overschrijden. Art. 3.1.3-6. - In afwijking van artikel 4.2.3-1, 2°, kan het College voor vergunning en controle, erop toeziend dat de diversiteit van het radiolandschap wordt gewaarborgd, de onafhankelijke radio's toestaan de eigen productie te bundelen en hun zelfgeproduceerde programma's uit te wisselen, waarbij deze op gelijkwaardige wijze door elke radio kunnen worden meegeteld. Onderafdeling V. - Inhoud van de vergunning Art. 3.1.3-7. - § 1. Het vergunningsbewijs vermeldt: 1° de naam van de radio;2° de identiteit van de houder;3° het adres van de maatschappelijke zetel van de houder;4° de toegewezen radiofrequentie(
  10. s)of waarvoor een gebruiksrecht is verleend met, in voorkomend geval, de capaciteit ervan in kbps;5° in voorkomend geval, de lijst van radiofrequenties die in het kader van een exploitatie-overeenkomst of een gelijkaardige overeenkomst ter beschikking worden gesteld en de identiteit van de derde exploitant(en);6° in voorkomend geval, het adres van de maatschappelijke zetel van de exploitanten;7° in voorkomend geval, de hoedanigheid als associatieve en expressieradio's met een cultureel doeleinde of voor permanente opvoeding;8° de datum van inwerkingtreding van de vergunning. § 2. Een beschrijvende fiche van de auditieve dienst wordt bij het vergunningsbewijs gevoegd. Op basis van het aanvraagdossier vermeldt die fiche: 1° de manier waarop de uitgever wil voldoen aan zijn verplichting tot bevordering van de culturele promotie overeenkomstig artikel 4.2.3-1, 1°, waarbij de betrokken programmatypes worden geïdentificeerd, met de vermelding van hun duur en uitzendfrequentie; 2° de percentageverbintenissen aangegaan overeenkomstig het artikel 4.2.3-1, 2° tot en met 4° ; 3° in voorkomend geval, een of meer andere verbintenissen of specifieke kenmerken van de dienst die in het aanvraagdossier voorkomen en die door het College voor vergunning en controle positief werden beoordeeld en beschouwd als een voordeel tegenover de andere kandidaten op het ogenblik van de evaluatie van zijn aanvraag en zijn selectie. Wanneer de vergunninghouder een of meer elementen van die fiche wenst te wijzigen, dient hij daartoe een verzoek in bij het College voor vergunning en controle. Het College voor vergunning en controle kan wijzigingen toestaan op voorwaarde dat de herziening van de verbintenissen de oorspronkelijke gronden voor het verlenen van de vergunning niet fundamenteel aantast en niet a posteriori leidt tot een inbreuk op de gelijke behandeling van de kandidaten die ten tijde van de vergunningsprocedure met elkaar in concurrentie zijn getreden. Voor elke aanvraag onderzoekt het College voor vergunning en controle de aanvraag en spreekt zich daarover uit op basis van de volgende cumulatieve criteria: 1° de eerbiediging van de oorspronkelijke identiteit van de auditieve dienst van de aanvrager;2° de gevolgen van de wijzigingen op de gegevens die door het College werden beoordeeld op het ogenblik van de toekenning van de vergunning;3° de gevolgen op het evenwicht van het radiolandschap dat moet worden behouden;4° de interne context bij de dienstenuitgever die de herziening van de verbintenissen positief moet verantwoorden die niet louter een achteruitgang mag veroorzaken;5° indien de aanvraag om wijziging tot doel heeft de in 2° bedoelde verbintenissen te wijzigen, de intensiteit van de bijdrage van de auditieve dienst tot de culturele en taaldiversiteit die moet worden behouden. § 3. De Hoge Raad stuurt een afschrift van het vergunningsbewijs en van de beschrijvende fiche naar de Minister, evenals naar het Secretariaat-generaal van het Ministerie van de Franse Gemeenschap en naar het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie. § 4. De vergunninghouder moet het College voor vergunning en controle vooraf bij een ter post aangetekend schrijven in kennis stellen van elke wijziging in de in artikel 3.1.3-3, paragraaf 2 tot en met 4 bedoelde elementen van de vergunningsaanvraag, anders dan die welke in de beschrijvende fiche zijn vermeld. § 5. Uiterlijk op 30 juni van elk jaar stuurt de vergunninghouder het College voor vergunning en controle: 1° een activiteitenverslag van het afgelopen jaar.Dat verslag omvat inzonderheid de elementen, waaronder de uitzendlijsten van muziekwerken, aan de hand waarvan de naleving van de decreetverplichtingen en van het bestek van de offerteaanvraag geverifieerd kan worden, evenals van de verbintenissen die in de beschrijvende fiche van de auditieve dienst opgenomen zijn. In afwijking daarvan moeten de onafhankelijke radio's het activiteitenverslag van het afgelopen jaar gedurende de eerste drie jaar en vervolgens om de twee jaar voorleggen. Het College voor vergunning en controle kan steekproefcontroles uitvoeren voor de periodes waarvoor geen verslag wordt uitgebracht; 2° de balansen en de jaarrekeningen van de vennootschap afgesloten per 31 december van elk jaar of de jaarrekeningen van de vereniging zonder winstoogmerk;3° de lijst van exploitanten, in voorkomend geval, net als hun balans en resultatenrekening;4° in voorkomend geval, een verslag waaruit blijkt hoe de vergunninghouder het behoud van zijn hoedanigheid als associatieve en expressieradio met een cultureel doeleinde of voor permanente opvoeding heeft kunnen verantwoorden. § 6. Bij de Hoge Raad wordt een register van vergunningen bijgehouden. Dat register is openbaar. Afdeling II. - Aangifteprocedure voor uitgevers van auditieve diensten die gebruikmaken van andere uitzendmethoden dan terrestrische hertzgolven Art. 3.1.3-8. - § 1. De dienstenuitgever moet vooraf bij een ter post aangetekend schrijven een aangifte indienen bij het College voor vergunning en controle voor elk van de auditieve diensten die hij wil uitgeven. § 2. De aangifte bevat de volgende gegevens: 1° de benaming van de dienstenuitgever en van de auditieve dienst;2° het adres van de maatschappelijke zetel en de exploitatiezetel van de dienstenuitgever;3° de statuten van de dienstenuitgever, indien deze een rechtspersoon is;4° de gegevens betreffende de aandeelhoudersstructuur van de dienstenuitgever, indien deze als handelsvennootschap is opgericht;5° een financieel plan opgesteld over een periode van 3 jaar, dit financieel plan moet een rubriek bevatten met betrekking tot de aan de auteurs en andere rechthebbenden te betalen vergoedingen in uitvoering van de gesloten overeenkomsten.In geval van conflicten of blijvende onmogelijkheid om dergelijke overeenkomsten te sluiten, zullen de geplande voorzieningen, rekening houdend met de bekende risico's, daarin vermeld worden; 6° een beschrijving van de auditieve dienst, met inbegrip van een beschrijving van het eventueel geplande informatiesysteem en, in voorkomend geval, een bewijs van tewerkstelling van journalisten;7° het elektronischecommunicatienetwerk via hetwelk hij zijn verdeling plant, en, in voorkomend geval, de contactgegevens van de dienstenverdeler(s). Elke wijziging van deze elementen moet vooraf bij een ter post aangetekend schrijven aan het College voor vergunning en controle worden meegedeeld. Het College voor vergunning en controle stelt het aangiftemodel op. § 3. In afwijking van paragraaf 2 kunnen de administratieve aangifteformaliteiten worden versoepeld voor uitgevers van auditieve diensten die op open platforms worden verdeeld, in het bijzonder in videoplatformdiensten. Vereenvoudigde aangiftemodellen worden opgesteld door het College voor vergunning en controle. Art. 3.1.3-9. - Binnen een maand na ontvangst van de aangifte bevestigt het College voor vergunning en controle de ontvangst van de aangifte. Binnen acht werkdagen na de ontvangstbevestiging stuurt het College voor vergunning en controle een afschrift van de aangifte en de ontvangstbevestiging naar de Minister en naar het Secretariaat-generaal van het Ministerie van de Franse Gemeenschap. Van elke wijziging van de elementen van de aangifte die het College voor vergunning en controle in toepassing van artikel 3.1.3-8, paragraaf 2, tweede lid ontvangt, wordt binnen dezelfde termijn eveneens een afschrift naar de Minister en het Secretariaat-generaal van het Ministerie van de Franse Gemeenschap gestuurd. Art. 3.1.3-10. - De dienstenuitgever wier auditieve dienst via een gesloten distributieplatform wordt verspreid, moet aan de bepalingen van artikel 4.2.3-1 voldoen. Art. 3.1.3-11. - Uiterlijk op 30 juni van elk jaar stuurt de dienstenuitgever het College voor vergunning en controle: 1° een activiteitenverslag van het afgelopen jaar, met inbegrip van het programmaschema of de programmacatalogus, een nota over het programmeringsbeleid en, in voorkomend geval, een verslag over de naleving van de in artikel 3.1.3-10 bedoelde verplichtingen; 2° de balansen en de jaarrekeningen van de vennootschap of de jaarrekening van de vereniging zonder winstoogmerk of van de natuurlijke persoon, afgesloten per 31 december van elk jaar. Afdeling III. - Schoolradio's Art. 3.1.3-12. - § 1. In afwijking van de artikelen 3.1.1-1 tot en met 3.1.1-3 en 3.1.3-1 tot en met 3.1.3-5 en na advies van de Hoge Raad voor Opvoeding tot de Media, kunnen basisscholen, middelbare scholen en hogescholen met een afdeling communicatie of onderwijsopleiding, georganiseerd of gesubsidieerd door de Franse Gemeenschap, de toelating van de Regering krijgen om een schoolradio te organiseren die via terrestrische hertzgolven uitzendt. Bij een ter post aangetekend schrijven dient de instelling een aanvraag, met inbegrip van een beschrijving van het educatieve project en de gewenste uitzendplaats, in bij de Regeringsdiensten. De vergunning wordt verleend voor een periode van maximaal vier schooljaren. De vergunning kan worden verlengd ten gunste van dezelfde houder. De verlengingsaanvraag moet ten minste 6 maanden vóór het verstrijken van de vergunning worden ingediend. In afwijking van de artikelen 8.2.1-5 tot en met 8.2.1-8 en 8.2.1-11 wijst de Regering een radiofrequentie toe aan de inrichting die de vergunning heeft gekregen om een schoolradio te organiseren. De toewijzing van de radiofrequentie aan een door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde hogeschool wordt afhankelijk gemaakt van het gedeelde gebruik ervan samen met minstens één basisschool of middelbare school. De toegekende radiofrequentie heeft de volgende kenmerken: 1° het effectief uitgestraalde vermogen bedraagt maximaal 30 watt;2° de antenne mag niet hoger zijn dan 15 meter, behoudens afwijking toegestaan door de Regering, en voor zover het effectief uitgestraalde vermogen zodanig wordt verminderd dat een gelijkaardig verzorgingsgebied wordt gewaarborgd;3° de duur van de uitzendingen mag niet meer dan 8 uur per dag bedragen. Onder "effectief uitgestraald vermogen" wordt verstaan: het product van de vermenigvuldiging van het aan het uiteinde van de antenne geleverde vermogen met de winst van de antenne ten opzichte van een halvegolfdipool in een gegeven richting. Een inrichting kan alleen vergund worden om een schoolradio te organiseren als de uitzending de andere auditieve diensten niet verstoort. In afwijking van artikel 8.2.1-9 kan de Regering ook een gebruiksrecht verlenen voor een radiofrequentie of radiofrequentienetwerk bestemd voor onafhankelijke radio's. De in deze paragraaf bedoelde schoolradio's zijn vrijgesteld van de betaling van de jaarlijkse bijdrage bedoeld in artikel 8.2.1-2, § 2. § 2. In afwijking van de artikelen 3.1.1-1 tot en met 3.1.1-3 en 3.1.3-2 tot en met 3.1.3-4 moeten basisscholen, middelbare scholen en hogescholen die beschikken over een door de Franse Gemeenschap georganiseerde of gesubsidieerde afdeling die gericht is op communicatie of onderwijsopleiding, vooraf bij de Regering aangifte doen van hun voornemen om een schoolradio uit te geven die wordt uitgezonden via andere middelen dan een in § 1 bedoelde radiofrequentie. De aangifte bevat de contactgegevens van de instelling en een beschrijving van het educatieve project. § 3. Schoolradio's mogen geen beroep doen op commerciële communicatie, met uitzondering van zelfpromotie. § 4. De Regering stelt de Hoge Raad in kennis van elke vergunning of aangifte voor een schoolradio en, in voorkomend geval, van de radiofrequentie die eraan is toegewezen. TITEL II. - Uitgevers van audiovisuele nabijheidsmediadiensten HOOFDSTUK I. - Opdracht en vergunning Art. 3.2.1-1. - De Regering kan een vergunning verlenen aan uitgevers van audiovisuele nabijheidsmediadiensten, hierna "nabijheidsmedia" genoemd. De vergunning van de Regering wordt verleend voor een periode van negen jaar. Ze kan verlengd worden. Art. 3.2.1-2. - In het hen betreffende dekkingsgebied hebben nabijheidsmedia de openbare opdracht om programma's rond actualiteit, vermaak, culturele ontwikkeling en permanente vorming te produceren en te realiseren. Ze verbinden zich ertoe om, per dienst, de actieve participatie van de bevolking in het hen betreffende dekkingsgebied aan te moedigen. De Regering sluit een overeenkomst met elk nabijheidsmedium waarin bepaald wordt welke audiovisuele mediadiensten het mag uitgeven en waarin de bijzondere uitvoeringsbepalingen van de openbare opdracht, afgestemd op de bijzonderheden van elk nabijheidsmedium, beschreven worden. Alle nabijheidsmedia moeten hun televisiediensten ter beschikking stellen van dienstenverdelers die aan de verplichte distributie van die diensten gebonden zijn. Art. 3.2.1-3. - In de zin van dit artikel wordt onder "dekkingsgebied" verstaan: de geografische ruimte waarin het nabijheidsmedium zijn opdracht vervult. Op advies van het College voor vergunning en controle legt de Regering het dekkingsgebied van elk nabijheidsmedium vast en bepaalt daartoe welke gemeenten er deel van uitmaken. Dat gebied wordt met name bepaald op grond van de sociaal-culturele kenmerken die bepaalde gemeentelijke entiteiten gemeen hebben en de technische beperkingen verbonden aan de organisatie van kabeltelevisienetten. Een gemeente kan slechts deel uitmaken van één dekkingsgebied. Het ontvangstgebied van een nabijheidsmedium is niet beperkt tot zijn dekkingsgebied. De uitbreiding van dit ontvangstgebied tot buiten het dekkingsgebied kan slechts tot stand komen na onderlinge overeenstemming tussen het nabijheidsmedium dat zijn ontvangstgebied tot buiten zijn dekkingsgebied uitbreidt en het nabijheidsmedium waarvan het dekkingsgebied geheel of gedeeltelijk bij deze uitbreiding van het ontvangstgebied is betrokken. De tussen de betrokken nabijheidsmedia gesloten overeenkomst bepaalt voor welke duur die overeenkomst wordt gesloten, die niet langer mag zijn dan de duur van de vergunningen van de nabijheidsmedia, en volgens welke nadere bepalingen de overeenkomst vervroegd beëindigd kan worden. De overeenkomst wordt ter kennis gebracht van de Minister en de Hoge Raad. De bij de uitbreiding van een ontvangstgebied betrokken nabijheidsmedia bepalen onderling de voorwaarden voor deze uitbreiding, om te voorkomen dat de ontwikkeling van een van deze nabijheidsmedia wordt belemmerd. In afwijking van het vijfde en zesde lid is het in het geval van de verdeling van een of meer nabijheidsmediadiensten op een of meer elektronischecommunicatienetwerken via hertzgolven of op het internet toegestaan om het ontvangstgebied uit te breiden tot buiten het dekkingsgebied, zonder dat daarvoor een overeenkomst tussen de betrokken nabijheidsmedia vereist is. Art. 3.2.1-4. - § 1. Om te worden vergund en zijn vergunning te behouden, moet elk nabijheidsmedium aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° opgericht zijn als vereniging zonder winstoogmerk of sociale onderneming;2° bij de vergunningsaanvraag een financieel plan indienen waaruit blijkt dat het over de effectieve capaciteit beschikt om zijn economische levensvatbaarheid gedurende een periode van 3 jaar te garanderen.Dit financieel plan is niet vereist wanneer een verlenging van een vergunning wordt aangevraagd; 3° noch direct noch indirect via een andere dienstenuitgever, onder het zeggenschap staan van een reclameregie, een holding of een dienstenverdeler;4° zijn maatschappelijke en exploitatiezetel binnen het dekkingsgebied hebben;5° onder zijn personeelsleden een of meer beroepsjournalisten hebben of een of meer personen die onder voorwaarden werken om dat te kunnen worden conform de wet van 30 december 1963 betreffende de erkenning en de bescherming van de titel van beroepsjournalist; 6° in zijn programmering een minimumaantal uren eigen productie verzekeren, volgens een wekelijks gemiddelde, berekend per kalenderjaar en zonder heruitzendingen, zoals vastgesteld in de in punt 3.2.1-2 bedoelde overeenkomst; 7° een interne journalistenmaatschappij als referentiepersoon erkennen en die raadplegen over de vraagstukken die de redactionele lijn grondig kunnen wijzigen, over de organisatie van de redacties betreffende de actualiteitenprogramma's en over de aanstelling van de hoofdredacteur, en een huishoudelijk reglement opstellen betreffende de objectiviteit bij de behandeling van de informatie.Die interne maatschappij is samengesteld uit journalisten die de redactie van het nabijheidsmedium vertegenwoordigen; 8° verantwoordelijk zijn voor zijn programmering en de editoriale lijn van de informatie leiden in een geest van objectiviteit, zonder voorafgaande censuur of enige inmenging van een publieke of private instantie;9° bij de verwerking van de informatie een evenwicht bewaren tussen de verschillende in het dekkingsgebied voorkomende ideologische tendensen in naleving van de democratische beginselen;10° aangesloten zijn bij de Instantie voor de zelfregulering van journalistieke deontologie;11° in zijn programmering, per dienst, zijn onafhankelijkheid verzekeren ten aanzien van de regeringen, de gemeentelijke en provinciale overheden, de publieke en intercommunale instellingen, de dienstenverdelers, de politieke partijen, de werkgevers- of werknemersorganisaties en de filosofische of godsdienstige bewegingen;12° luisteren naar het publiek en gevolg geven aan hun klachten;13° de procedures toegepast hebben die bedoeld zijn om te voldoen aan de wetgeving inzake het auteursrecht en de naburige rechten; 14° zich ertoe verbinden de in artikel 9.1.2-1, § 1, 2° bedoelde en door de Regering goedgekeurde reglementen van het College voor advies van de Hoge Raad na te leven; 15° een jaarverslag aan de Minister

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.