{"html": "<div class=\"lf-doc\"><h4 class=\"lf-art\" id=\"a-321-4\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.2.1-4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Om te worden vergund en zijn vergunning te behouden, moet elk nabijheidsmedium aan de volgende voorwaarden voldoen: 1° opgericht zijn als vereniging zonder winstoogmerk of sociale onderneming;2° bij de vergunningsaanvraag een financieel plan indienen waaruit blijkt dat het over de effectieve capaciteit beschikt om zijn economische levensvatbaarheid gedurende een periode van 3 jaar te garanderen.Dit financieel plan is niet vereist wanneer een verlenging van een vergunning wordt aangevraagd; 3° noch direct noch indirect via een andere dienstenuitgever, onder het zeggenschap staan van een reclameregie, een holding of een dienstenverdeler;4° zijn maatschappelijke en exploitatiezetel binnen het dekkingsgebied hebben;5° onder zijn personeelsleden een of meer beroepsjournalisten hebben of een of meer personen die onder voorwaarden werken om dat te kunnen worden conform de wet van 30 december 1963 betreffende de erkenning en de bescherming van de titel van beroepsjournalist; 6° in zijn programmering een minimumaantal uren eigen productie verzekeren, volgens een wekelijks gemiddelde, berekend per kalenderjaar en zonder heruitzendingen, zoals vastgesteld in de in punt 3.2.1-2 bedoelde overeenkomst; 7° een interne journalistenmaatschappij als referentiepersoon erkennen en die raadplegen over de vraagstukken die de redactionele lijn grondig kunnen wijzigen, over de organisatie van de redacties betreffende de actualiteitenprogramma's en over de aanstelling van de hoofdredacteur, en een huishoudelijk reglement opstellen betreffende de objectiviteit bij de behandeling van de informatie.Die interne maatschappij is samengesteld uit journalisten die de redactie van het nabijheidsmedium vertegenwoordigen; 8° verantwoordelijk zijn voor zijn programmering en de editoriale lijn van de informatie leiden in een geest van objectiviteit, zonder voorafgaande censuur of enige inmenging van een publieke of private instantie;9° bij de verwerking van de informatie een evenwicht bewaren tussen de verschillende in het dekkingsgebied voorkomende ideologische tendensen in naleving van de democratische beginselen;10° aangesloten zijn bij de Instantie voor de zelfregulering van journalistieke deontologie;11° in zijn programmering, per dienst, zijn onafhankelijkheid verzekeren ten aanzien van de regeringen, de gemeentelijke en provinciale overheden, de publieke en intercommunale instellingen, de dienstenverdelers, de politieke partijen, de werkgevers- of werknemersorganisaties en de filosofische of godsdienstige bewegingen;12° luisteren naar het publiek en gevolg geven aan hun klachten;13° de procedures toegepast hebben die bedoeld zijn om te voldoen aan de wetgeving inzake het auteursrecht en de naburige rechten; 14° zich ertoe verbinden de in artikel 9.1.2-1, § 1, 2° bedoelde en door de Regering goedgekeurde reglementen van het College voor advies van de Hoge Raad na te leven; 15° een jaarverslag aan de Minister en aan het College voor vergunning en controle voorleggen dat met name betrekking heeft op de punten 5°, 6°, 7°, 8°, 9°, 10° en 11°</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van het eerste lid, 6°, wordt een coproductie door een nabijheidsmedium, met uitzondering van gefilmde radioprogramma's, gelijkgesteld met een eigen productie in verhouding tot het werkelijk door dit medium uitgetrokken budget. § 2. Een vereniging zonder winstoogmerk of een sociale onderneming kan slechts vergund worden om één nabijheidsmedium te exploiteren. § 3. De Regering legt de bepalingen vast voor het verlenen van vergunningen aan nabijheidsmedia.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK II. - Bijzondere regels Art. 3.2.2-1. - § 1. Wanneer het zijn programma-aanbod vastlegt, zorgt het nabijheidsmedium ervoor dat de kwaliteit en de diversiteit van de aangeboden programma's een zo breed mogelijk publiek kunnen bereiken, een factor van sociale cohesie kunnen zijn die beantwoordt aan de verwachtingen van de sociaal-culturele minderheden, en de verschillende stromingen van de samenleving weerspiegelen, met uitsluiting van ondemocratische stromingen, zonder discriminatie, met name van culturele, etnische, seksuele, ideologische of religieuze aard, en zonder sociale segregatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze programma's hebben tot doel het debat op gang te trekken en de democratische uitdagingen van de samenleving te duiden, bij te dragen tot de versterking van de sociale waarden, met name via een ethiek die gebaseerd is op respect voor de mens en de burger, en de integratie en de opvang te bevorderen van buitenlandse bevolkingsgroepen of bevolkingsgroepen van vreemde origine die in het Franse taalgebied en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad wonen. § 2. Het nabijheidsmedium ziet erop toe dat het culturele erfgoed van de Franse Gemeenschap en de lokale eigenheden worden opgewaardeerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-322-2\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.2.2-2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Op voorwaarde dat ze de ontvangst van hun programma's beperken tot het Belgische grondgebied, mogen nabijheidsmedia, in een lineaire dienst, een videotekstprogramma uitzenden waarvan de zendtijd wordt uitgesloten van de berekening van de zendtijd gewijd aan reclame en telewinkelspots, zoals bedoeld in artikel 5.2-9 Uitsluitend met het oog op de toepassing van dit artikel wordt een videotekstprogramma gedefinieerd als een programma met stilstaande beelden dat wordt ingevoegd in de dienst(en) van een nabijheidsmedium.</p>\n<p class=\"lf-p\">Videotekst verschilt van teletekst in die zin dat ze zonder tussenkomst van het publiek onmiddellijk toegankelijk is voor het publiek en een integrerend deel uitmaakt van de lineaire dienst. § 2. De Regering bepaalt de dagelijkse zendtijd die wordt besteed aan reclame in elk videotekstprogramma dat door een nabijheidsmedium wordt uitgezonden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-322-3\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.2.2-3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De nabijheidsmedia zorgen ervoor dat samenwerkingsverbanden worden ontwikkeld tussen hen onderling en met de RTBF. De samenwerkingsverbanden met de RTBF worden vastgelegd in een overeenkomst gesloten tussen alle nabijheidsmedia, de RTBF en de Regering of tussen een of meer nabijheidsmedia en de RTBF. In hun jaarverslag maken de nabijheidsmedia, voor wat hen betreft, de balans op van de toepassing van alle in het tweede lid bedoelde overeenkomsten. § 2. Om een representatieopdracht, de strategische opvolging, coördinatie, bundeling en onderlinge ondersteuning van de nabijheidsmedia uit te voeren en de in paragraaf 1 bedoelde samenwerkingsverbanden te bevorderen, kan de Regering een vereniging erkennen, op voorwaarde dat ze: 1° opgericht is als een vereniging zonder winstoogmerk;2° ten minste twee derde van de door de Franse Gemeenschap vergunde nabijheidsmedia verenigt;3° haar maatschappelijke zetel heeft op het grondgebied van het Franse taalgebied of het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad. De erkenningsaanvraag wordt aan de Regering gericht en bevat de hoofdlijnen van de door de vereniging beoogde samenwerkingsstrategie De aanvraag moet vergezeld gaan van de volgende documenten, bijgewerkt op de dag van indiening: 1° de statuten van de vereniging;2° de lijst van de leden van de vereniging;3° de lijst van de leden van de bestuursorganen. De erkenning geldt voor een periode van vijf jaar. De vereniging kan de verlenging daarvan aanvragen bij een ter post aangetekend schrijven gericht aan de Regering. De verlengingsaanvraag moet ten vroegste zes maanden en ten laatste drie maanden vóór het verstrijken van de bovengenoemde periode worden ingediend. 2. Voor de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde opdracht kent de Regering aan de vereniging, binnen de grenzen van de beschikbare kredieten, een jaarlijkse werkingssubsidie toe, waarvan het bedrag op naam in de begroting van de Franse Gemeenschap wordt ingeschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze subsidie is bedoeld om een deel van de uitgaven voor de basiswerking en de bezoldiging van het personeel te dekken. Om die subsidie te rechtvaardigen, bezorgt de vereniging elk jaar vóór 1 juni het volgende aan de Regering: 1° een verslag van de activiteiten van het voorgaande jaar;2° het activiteitenprogramma van het lopende jaar, waarin met name de activiteiten worden toegelicht die in het kader van de in paragraaf 1 bedoelde samenwerkingsverbanden werden ontwikkeld;3° de boekhoudkundige balans van het voorgaande jaar;4° de begroting voor het lopende jaar. De Regering kan bijzondere overeenkomsten met de vereniging sluiten, met name om bij te dragen in de opleiding van het personeel, de digitalisering en bewaring van de archieven, de analyse van vraagstukken in verband met de technologische uitrusting, of om logistieke steun te verlenen met het oog op de vereenvoudiging van de administratieve procedures die de nabijheidsmedia moeten uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK III. - Organisatie Art. 3.2.3-1. - § 1. Ten minste de helft van de raad van bestuur van het nabijheidsmedium moet bestaan uit vertegenwoordigers van de verenigingssector en culturele sector die geen openbare mandataris of vertegenwoordiger van een overheidsinstantie of -dienst zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De raad kan niet samengesteld zijn uit leden van het Europees Parlement, van de Senaat, van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, van het Parlement van het Waalse Gewest, van het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, van het Parlement van de Franse Gemeenschap, van de Europese Commissie, van de federale Regering, van een gewest- of gemeenschapsregering, van een provincie- en gemeentecollege, wat de gemeenten van het Franse taalgebied betreft, of van een college van burgemeester en schepenen en van een voorzitter van het OCMW, wat de gemeenten van het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De raad mag voor niet meer dan de helft samengesteld zijn uit leden van een provincieraad, een gemeenteraad, een raad voor maatschappelijk welzijn, net als van een kabinet van een lid van de federale Regering, een gewest- of gemeenschapsregering, een provincie- en gemeentecollege, wat de gemeenten in het Franse taalgebied betreft, of van het college van burgemeester en schepenen en de voorzitter van het OCMW, wat de gemeenten in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad betreft. § 2. De verkiezing van de bestuurders van een nabijheidsmedium gevestigd in het Franse taalgebied vindt plaats binnen 8 maanden na de installatie van de laatste gemeenteraad in zijn dekkingsgebied na gemeenteraadsverkiezingen. § 3. De verkiezing van de bestuurders van een nabijheidsmedium gevestigd in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad vindt plaats binnen de 8 maanden na de installatie van de Raad van de Franse Gemeenschapscommissie na regionale verkiezingen. § 4. Het mandaat van de bestuurders vervalt op de dag van de installatie van hun opvolgers. Het mandaat kan verlengd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het mandaat van de voorzitter van de raad van bestuur kan één keer verlengd worden. § 5. De in paragraaf 1, derde lid bedoelde openbare bestuurders van een nabijheidsmedium dat in het Franse taalgebied is gevestigd, worden benoemd naar evenredigheid van de samenstelling van alle gemeenteraden in het dekkingsgebied van het betrokken nabijheidsmedium.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de berekening van de evenredige vertegenwoordiging wordt, voor de lijsten die zich niet voorstellen onder de benaming van een politieke fractie die in het Parlement van de Franse Gemeenschap erkend is, rekening gehouden met de individuele verklaringen van apparentering of hergroepering met een andere democratische lijst, voor zover deze aan het betrokken nabijheidsmedium worden overgezonden vóór 1 maart van het jaar volgend op het jaar van de gemeenteraads- en provincieraadsverkiezingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verkozenen die nalaten de in het tweede lid bedoelde verklaring af te leggen, worden niet in aanmerking genomen voor de berekening van de evenredige vertegenwoordiging. § 6. De in paragraaf 1, derde lid bedoelde openbare bestuurders van een nabijheidsmedium dat in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad is gevestigd, worden benoemd naar evenredigheid van de samenstelling van de Raad van de Franse Gemeenschapscommissie. § 7. Elke wijziging in de samenstelling van de raad van bestuur moet ter kennis worden gebracht van de Regering en de Hoge Raad. § 8. De directeur van het nabijheidsmedium zetelt in de raad van bestuur met raadgevende stem. § 9. De vertegenwoordigers van de dienstenverdeler(s) die de dienst(en) van een nabijheidsmedium in zijn dekkingsgebied beschikbaar stelt (stellen) en de gemeenten die in het dekkingsgebied zijn gelegen, kunnen met raadgevende stem zitting nemen in de algemene vergadering van dit nabijheidsmedium. § 10. Niemand kan het mandaat van bestuurder uitoefenen als hij werd veroordeeld of als hij lid is van een instelling of een vereniging die werd veroordeeld bij een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing wegens niet-naleving van de democratische beginselen zoals vermeld in het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, in de wet van 30 juli 1981Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/07/1981 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/05/2009 numac 2009000343 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden en in de wet van 23 maart 1995 tot bestraffing van het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd of elke andere vorm van genocide.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat verbod eindigt tien jaar na de voormelde rechterlijke beslissing, als kan worden vastgesteld dat de persoon of de vereniging openlijk afstand heeft gedaan van zijn/haar vijandigheid tegenover de democratische beginselen zoals vermeld in de bepalingen bedoeld in het eerste lid. Het verbod eindigt één jaar na de voormelde rechterlijke beslissing, indien de persoon ontslag heeft genomen bij de vereniging wegens en onmiddellijk na de veroordeling van deze laatste voor de niet-naleving van de democratische beginselen. § 11. De uitoefening van het mandaat van voorzitter en, in voorkomend geval, van ondervoorzitter is onverenigbaar met een mandaat van provincieraadslid, van adviseur van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of gemeenteraadslid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-323-2\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.2.3-2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan een waarnemer aanstellen die haar in elk nabijheidsmedium vertegenwoordigt. Die aanstelling vindt plaats bij elke vernieuwing van het Parlement van de Franse Gemeenschap. Zijn mandaat is verlengbaar en kosteloos De waarnemer woont met raadgevende stem de vergaderingen van de raad van bestuur bij. Hij brengt ten minste eenmaal per jaar verslag uit aan de Minister. Hij is gebonden aan geheimhouding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-323-3\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.2.3-3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Niemand kan als bestuurder of waarnemer van de Regering worden aangesteld, indien hij een mandaat of een ambt uitoefent in de beheers- of toezichtorganen van een dienstenuitgever, een dienstenverdeler, een netwerkexploitant, een orgaan van de geschreven pers of van een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke vennootschap die een gelijkaardige activiteit als doel heeft, of indien hij een betrekking of een leidend ambt uitoefent in diezelfde maatschappijen en instellingen, voor zover die betrekking of dat ambt een belangenconflict kan veroorzaken met het betrokken nabijheidsmedium</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-323-4\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.2.3-4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De uitoefening van de functie van hoofdredacteur binnen een nabijheidsmedium is onverenigbaar met de uitoefening van een andere leidinggevende functie binnen hetzelfde medium</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-323-5\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.2.3-5</span><span class=\"lf-art-t\">Elk nabijheidsmedium kan een programmeringscomité oprichten dat verantwoordelijk is voor het opstellen van programmavoorstellen voor zijn beheersorgaan</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK IV. - Financiële bepalingen Art. 3.2.4-1. - § 1. Binnen de grenzen van de in de begroting van de Franse Gemeenschap ingeschreven kredieten en met het oog op de uitvoering van hun in artikel 3.2.1-2 bedoelde openbare opdracht, ontvangen de vergunde nabijheidsmedia een jaarlijkse werkingssubsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze kunnen bovendien een investeringssubsidie ontvangen. § 2. De Regering bepaalt de criteria en de bepalingen voor de toekenning van de subsidies, waarbij ze inzonderheid de toekenning voorziet van een gelijk basisforfait voor elk nabijheidsmedium, rekening houdend met het aantal betrekkingen en het volume eigen productie in overeenstemming met zijn in artikel 3.2.1-2 bedoelde openbare opdracht. § 3. De toekenning van subsidies is ondergeschikt aan de voorlegging aan de Regering, uiterlijk op 30 april, van het jaarverslag bedoeld in artikel 3.2.1-4, § 1, 15°, van de balans en de exploitatierekening van het afgelopen boekjaar en van een ontwerp van begroting voor het volgende boekjaar. De Regering bepaalt de wijze van voorstelling van die documenten. Ten hoogste 85% van de subsidies kan evenwel voorlopig worden toegekend vóór de in deze paragraaf bedoelde documenten zijn ingediend. § 4. De totaliteit van de werkingssubsidies van de nabijheidsmedia wordt jaarlijks aangepast aan het gewone indexcijfer van de consumptieprijzen, zoals gedefinieerd in de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/1971 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2009 numac 2009000070 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL III. - Aanbieders van videoplatformdiensten Art. 3.3-1.- § 1. De aanbieder van videoplatformdiensten moet vooraf bij een ter post aangetekend schrijven aangifte doen bij het College voor vergunning en controle voor elk van de diensten die hij wil aanbieden. § 2. De aangifte bevat de volgende gegevens: 1° de benaming van de aanbieder en van de videoplatformdienst; 2° het adres van de maatschappelijke zetel van de aanbieder van videoplatformdiensten, en indien hij niet in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad gevestigd is, het adres van de moederonderneming, de dochteronderneming of een onderneming van dezelfde groep in de zin van artikel 1.1-4, § 5; 3° de organisatie van de groep die de in 2° bedoelde ondernemingen omvat;4° de statuten van de aanbieder van videoplatformdiensten, indien hij een rechtspersoon is;5° de beschrijving van de videoplatformdienst; 6° een beschrijving van de in de artikelen 2.3-2, 2.4-2, 2.5-2 en 5.5-1 bedoelde passende maatregelen die door de aanbieder van videoplatformdiensten worden genomen; 7° de datum waarop de videoplatformdienst toegankelijk is;8° de nadere bepalingen voor de commercialisering van deze dienst. Elke wijziging van deze elementen moet vooraf worden gemeld aan het College voor vergunning en controle. § 3. Het College voor vergunning en controle stelt het aangiftemodel op overeenkomstig paragraaf 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-33-2\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.3-2</span><span class=\"lf-art-t\">Binnen een maand na ontvangst van de aangifte bevestigt het College voor vergunning en controle de ontvangst van de aangifte</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen acht werkdagen na de ontvangstbevestiging zendt het College voor vergunning en controle een afschrift van de aangifte en de ontvangstbevestiging naar de Minister en de Regeringsdiensten. Van elke wijziging van de elementen van de aangifte die het College voor vergunning en controle in toepassing van het laatste lid van paragraaf 2 van artikel 3.3-1 ontvangt, wordt binnen dezelfde termijn eveneens een afschrift naar de Minister en de Regeringsdiensten gestuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL IV. - Dienstenverdelers Art. 3.4-1. - § 1. Elke dienstenverdeler moet vooraf een aangifte bij een ter post aangetekend schrijven naar het College voor vergunning en controle sturen. § 2. De aangifte bevat de volgende elementen: 1° de identificatiegegevens van de rechtspersoon;2° de samenstelling van het aanbod van audiovisuele mediadiensten en de nadere bepalingen voor de commercialisering ervan. Elke wijziging van deze elementen moet vooraf bij een ter post aangetekend schrijven aan het College voor vergunning en controle worden meegedeeld. § 3. Het College voor vergunning en controle stelt het aangiftemodel op. § 4. Binnen een maand na ontvangst van de aangifte bevestigt het College voor vergunning en controle de ontvangst van de aangifte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen acht werkdagen na de ontvangstbevestiging zendt het College voor vergunning en controle een afschrift van de aangifte en de ontvangstbevestiging naar de Minister en de Regeringsdiensten. Van elke wijziging van de elementen van de aangifte die het College voor vergunning en controle in toepassing van het tweede lid van paragraaf 2 ontvangt, wordt binnen dezelfde termijn eveneens een kopie naar de Minister en de Regeringsdiensten gestuurd. § 5. Elke dienstenuitgever moet op elk moment kunnen aantonen dat hij de nodige overeenkomsten heeft gesloten met de betrokken auteurs en andere rechthebbenden, of met zijn maatschappijen voor collectief auteursrechtenbeheer, zodat hij de wetgeving inzake auteursrecht en naburige rechten in zijn activiteiten kan naleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op eenvoudig verzoek kan het College voor vergunning en controle een volledig afschrift krijgen van de lopende overeenkomsten wanneer deze betrekking hebben op belangrijke repertoires van werken en prestaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van een onderbreking van meer dan 6 maanden van deze overeenkomsten, een conflict of de blijvende onmogelijkheid om dergelijke overeenkomsten te sluiten, is de dienstenuitgever net als de dienstenverdeler verplicht om de Minister en de Hoge Raad hiervan in kennis te stellen en aan te geven welke maatregelen zijn genomen om in voorkomend geval, rekening houdend met de bekende risico's, de betwiste bedragen te voorzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de bescherming van de rechten van de begunstigden duidelijk in het gedrang dreigt te komen, kan het College voor vergunning en controle bovendien een borgstelling voor de betwiste bedragen eisen, volgens de nadere bepalingen die het College zal vastleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL V. - Exploitanten van elektronischecommunicatienetwerken en aanbieders van elektronischecommunicatiediensten HOOFDSTUK I. - Exploitanten van kabeldistributienetwerken Art. 3.5.1-1. - § 1. Elke rechtspersoon die de activiteit van exploitant van een kabeldistributienetwerk wenst uit te oefenen, moet daarvan aangifte doen bij een ter post aangetekend schrijven aan het College voor vergunning en controle, binnen een maand na de start van zijn activiteit. § 2. De aangifte bevat de volgende elementen: 1° de identificatiegegevens van de rechtspersoon en zijn adres;2° een korte beschrijving van het kabeltelevisienet of de kabeltelevisienetten;3° een raming van de startdatum van de activiteit. Elke wijziging van deze elementen moet ter kennis gebracht worden van het College voor vergunning en controle. § 3. Het College voor vergunning en controle stelt het aangiftemodel op overeenkomstig paragraaf 2. § 4. Binnen een maand na ontvangst van de aangifte bevestigt het College voor vergunning en controle de ontvangst van de aangifte. Op uitdrukkelijk verzoek van de netwerkexploitant kan de ontvangstbevestiging, in afwijking hiervan, binnen een week verstrekt worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de ontvangstbevestiging worden met name de voorwaarden vermeld waaronder de netwerkexploitant het recht heeft de beschikbaarstelling van middelen te vragen, over een interconnectie te onderhandelen en een toegang of interconnectie te verkrijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen acht werkdagen na de ontvangstbevestiging zendt het College voor vergunning en controle een afschrift van de aangifte en de ontvangstbevestiging naar de Minister en de Regeringsdiensten. Van elke wijziging van de elementen van de aangifte die het College voor vergunning en controle in toepassing van het tweede lid van paragraaf 2 ontvangt, wordt binnen dezelfde termijn eveneens een kopie naar de Minister en de Regeringsdiensten gestuurd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-351-2\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.5.1-2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De netwerkexploitanten hebben het recht om, op hun kosten, op of onder de pleinen, wegen, straten, paden, waterlopen en kanalen die deel uitmaken van het openbare domein, werken te laten uitvoeren voor de installatie en het onderhoud van de kabels en bijbehorende uitrustingen van hun kabeldistributienetwerken, op voorwaarde dat de wetten en besluiten betreffende het gebruik van het openbare domein nageleefd worden en dat het gebruik waarvoor het bestemd is, in acht wordt genomen Alvorens hij van dat recht gebruik kan maken, moet de betrokken operator het tracé en de installatie van de geleiders ter goedkeuring voorleggen aan de instantie die voor het openbare domein bevoegd is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze instantie moet zich binnen drie maanden na de datum van verzending van het tracé uitspreken en de betrokken exploitant van haar beslissing in kennis stellen. Na deze periode staat het stilzwijgen van de instantie gelijk met een goedkeuring.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van aanhoudend geschil wordt de zaak bij regeringsbesluit beslecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De openbare instanties hebben in ieder geval het recht om op hun respectieve grondgebied de voorzieningen of het tracé van een installatie en de daarmee verband houdende werken later te doen wijzigen. Indien de wijzigingen worden opgelegd hetzij om redenen van openbare veiligheid, hetzij om een site te beschermen, hetzij in het belang van de openbare wegen, waterlopen, kanalen of een openbare dienst, hetzij als gevolg van een door de omwonenden aangebrachte wijziging in de toegangen tot de eigendommen die grenzen aan de gebruikte wegen, vallen de kosten van de werken ten laste van de exploitant; in de andere gevallen vallen ze ten laste van de instantie die de wijzigingen oplegt. Deze laatste kan een voorafgaand bestek eisen en, in geval van onenigheid, zelf de werken laten uitvoeren. § 2. De exploitanten hebben ook het recht om permanente steunen en verankeringen voor de kabels en de bijbehorende uitrustingen van hun kabeldistributienetwerken aan te brengen op muren en gevels die op de openbare weg uitgeven en om hun kabels in open, onbebouwd terrein te leggen of ze zonder bevestigingen of contact boven private eigendommen te laten lopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De werken kunnen pas beginnen na een naar behoren opgestelde schriftelijke kennisgeving aan de eigenaars volgens de gegevens van het kadaster, aan de huurders en bewoners. De uitvoering van deze werken brengt geen onteigening met zich mee.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevestiging van steunen en verankeringen op muren of gevels mag geen belemmering vormen voor het recht van de eigenaar om zijn eigendom te slopen of te herstellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondergrondse kabels en steunen die zijn aangelegd in een open en onbebouwd terrein moeten op verzoek van de eigenaar worden verwijderd, indien hij gebruikmaakt van zijn recht om te bouwen of te omheinen; de kosten van de verwijdering zijn ten laste van de exploitant.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar stelt de exploitant evenwel ten minste drie maanden vóór de aanvang van de in het derde en vierde lid bedoelde werkzaamheden daarvan in kennis bij een ter post aangetekend schrijven. § 3. De vergoeding van de schade die voortvloeit uit de aanleg of de exploitatie van een kabeldistributienetwerk valt volledig ten laste van de exploitant die aansprakelijk blijft voor alle schadelijke gevolgen tegenover derden. § 4. De netwerkexploitant is verplicht onmiddellijk gevolg te geven aan elke vordering van het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie of elke dienst of onderneming die elektrische energie verdeelt, teneinde elke nadelige storing of invloed op de werking van de telefoon-, telegraafinstallaties of installaties voor de verdeling van elektrische energie onmiddellijk te beëindigen. Indien niet aan deze vordering wordt voldaan, zullen de noodzakelijk geachte maatregelen, met inbegrip van het verplaatsen van kabels en bijbehorende uitrustingen, bevolen worden door de betrokken diensten of ondernemingen, op kosten en op risico van de exploitant.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK II. - Exploitanten van satellietnetwerken Art. 3.5.2-1. - Het gebruik van downlinkradiofrequenties voor het uitzenden van audiovisuele mediadiensten per satelliet wordt door het College voor vergunning en controle vergund onder de in dit hoofdstuk opgelegde voorwaarden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-352-2\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3.5.2-2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elke rechtspersoon die de activiteit van satellietnetwerkexploitant wenst uit te oefenen en daarvoor een of meer downlinkradiofrequenties wil gebruiken, moet daartoe een aanvraag indienen bij de voorzitter van de Hoge Raad bij een ter post aangetekend schrijven De aanvraag bevat de volgende elementen: 1° de identificatiegegevens van de rechtspersoon en zijn adres;2° een financieel plan opgesteld over 3 jaar;3° de plaats van de uplink en de naam van de exploitant die deze verbinding verzekert;4° de gewenste radiofrequentie of -frequenties. Art. 3.5.2-3. - § 1. Binnen een maand na ontvangst van de aanvraag deelt de voorzitter van de Hoge Raad de aanvrager mee dat zijn aanvraag in aanmerking werd genomen en zendt hij die door naar de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen een maand na de datum waarop de lijst werd vastgelegd door de Regering, kent het College voor vergunning en controle de radiofrequentie(s) toe aan de aanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het College voor vergunning en controle mag geen andere radiofrequenties toewijzen dan die welke door de Regering zijn voorgesteld. § 2. De Hoge Raad zendt een afschrift van het bewijs dat het gebruik van een of meer radiofrequenties door de netwerkexploitant toestaat naar de Minister, evenals naar de Regeringsdiensten en het Belgisch Instituut voor postdiensten en telecommunicatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK III. - Exploitanten van andere elektronischecommunicatienetwerken dan kabeldistributienetwerken en aanbieders van elektronischecommunicatiediensten Art. 3.5.3-1. - § 1. Elke rechtspersoon die de activiteit van exploitant van een ander elektronischcommunicatienetwerk dan bedoeld in de artikelen 3.5.1-1 en 3.5.2-1, evenals de Hoofdstukken 1 en 2 van Titel 2 van Boek VIII, of van aanbieder van elektronischecommunicatiediensten wenst uit te oefenen, moet daarvan aangifte doen bij een ter post aangetekend schrijven aan het College voor vergunning en controle, binnen een maand na de start van zijn activiteit. § 2. De aangifte bevat de volgende elementen: 1° de identificatiegegevens van de rechtspersoon en zijn adres;2° een korte beschrijving van het/de elektronischecommunicatienetwerk(en) of -dienst(en);3° een raming van de startdatum van de activiteit. Elke wijziging van deze elementen moet ter kennis gebracht worden van het College voor vergunning en controle. § 3. Het College voor vergunning en controle stelt het aangiftemodel op overeenkomstig paragraaf 2. § 4. Binnen een maand na ontvangst van de aangifte bevestigt het College voor vergunning en controle de ontvangst van de aangifte. Op uitdrukkelijk verzoek van de netwerkexploitant of de aanbieder van de elektronischecommunicatiedienst kan de ontvangstbevestiging, in afwijking hiervan, binnen een week verstrekt worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de ontvangstbevestiging worden met name de voorwaarden vermeld waaronder de netwerkexploitant of aanbieder van elektronischecommunicatiediensten het recht heeft de beschikbaarstelling van middelen te vragen, over een interconnectie te onderhandelen en een toegang of interconnectie te verkrijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen acht werkdagen na de ontvangstbevestiging zendt het College voor vergunning en controle een afschrift van de aangifte en de ontvangstbevestiging naar de Minister en de Regeringsdiensten. Van elke wijziging van de elementen van de aangifte die het College voor vergunning en controle in toepassing van het tweede lid van paragraaf 2 ontvangt, wordt binnen dezelfde termijn eveneens een afschrift naar de Minister en de Regeringsdiensten gestuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">BOEK IV. - PROGRAMMA'S TITEL I. - Toegankelijkheid Art. 4.1-1. - De dienstenuitgevers passen de in artikel 9.1.2-1, § 1, 2° bedoelde en door de Regering goedgekeurde reglementen van het College voor advies van de Hoge Raad toe, die de toegankelijkheid van programma's voor personen met een zintuiglijke handicap regelen.Deze reglementen zijn onder meer bedoeld om programma's voortdurend en geleidelijk toegankelijker te maken voor mensen met een zintuiglijke handicap.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL II. - Culturele verscheidenheid door de uitzending en opwaardering van europese werken en werken van de franse gemeenschap HOOFDSTUK I. - Specifieke bepalingen voor lineaire televisiediensten Afdeling I. - Uitzending van Europese werken en werken van de Franse Gemeenschap Art. 4.2.1-1. - § 1. De dienstenuitgevers moeten in hun lineaire televisiediensten: 1° onverminderd de bijzondere bepalingen die van toepassing zijn op de RTBF, in voorkomend geval, een deel dat niet lager dan 4,5% van de muziekprogrammering mag zijn, bestemmen voor werken van componisten, vertolkers of producenten van de Franse Gemeenschap wier woonplaats, verblijfplaats, maatschappelijke zetel of exploitatiezetel gevestigd is of was in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad of in het Franse taalgebied;2° een deel van 20% van hun zendtijd, met uitzondering van de zendtijd bestemd voor nieuws, sport, spel, reclame, zelfpromotie of telewinkelen, bestemmen voor programma's waarvan de originele versie in het Frans is uitgevoerd;3° behalve voor wat betreft muziekprogramma's, het grootste deel van de programma's in het Frans aanbieden;4° het grootste deel van hun zendtijd, met uitzondering van de zendtijd bestemd voor nieuws, sport, spel, reclame, zelfpromotie of telewinkelen, bestemmen voor Europese werken, met inbegrip van audiovisuele werken van Belgisch Franstalig initiatief;5° een deel van 10% van hun zendtijd, met uitzondering van de zendtijd bestemd voor nieuws, sport, spel, reclame, zelfpromotie of telewinkelen, bestemmen voor Europese werken afkomstig van onafhankelijke producenten, met inbegrip van de onafhankelijke producenten van de Franse Gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze werken mogen niet langer dan vijf jaar vóór de uitzending ervan geproduceerd zijn. § 2. Paragraaf 1, 4° en 5°, is niet van toepassing op lineaire televisiediensten die voor een lokaal publiek zijn bestemd en geen deel uitmaken van een nationaal net, noch op lineaire televisiediensten die gezien hun aard uitsluitend of hoofdzakelijk niet-Europese werken aanbieden. Onder \"hoofdzakelijk\" moet worden verstaan: ten minste 80% van de in het eerste lid bedoelde zendtijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit is evenmin van toepassing op lineaire televisiediensten die uitsluitend gebruikmaken van een andere taal dan de officiële talen of de door de lidstaten van de Europese Unie erkende talen en waarvan de programma's uitsluitend voor ontvangst buiten de Europese Unie bestemd zijn en die niet direct of indirect door het publiek in een of meer lidstaten worden ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragraaf 1, 4°, is niet van toepassing op lineaire televisiediensten waarvan de in het eerste lid bedoelde zendtijd voor ten minste 80% uit eigen productie bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling II. - Recht op verplichte distributie Art. 4.2.1-2. - De Regering kan een recht op verplichte distributie verbinden aan een of meer specifieke lineaire televisiediensten van een dienstenuitgever. De toekenning van dit recht is ondergeschikt aan de sluiting van een overeenkomst tussen de dienstenuitgever en de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit recht wordt uitgeoefend ten aanzien van de dienstenverdelers overeenkomstig artikel 7.2-2, § 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-421-3\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4.2.1-3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Voor de toekenning van het recht op verplichte distributie is een voorafgaande aanvraag nodig, die bij een ter post aangetekend schrijven met ontvangstbevestiging wordt ingediend bij de Minister en bij de Regeringsdiensten. § 2. Binnen een maand na ontvangst van de aanvraag delen de Regeringsdiensten de aanvrager mee dat zijn aanvraag in aanmerking is genomen. § 3. De Regering zendt de aanvraag en het daarop betrekking hebbende ontwerp van overeenkomst naar het College voor vergunning en controle, dat advies uitbrengt overeenkomstig de in artikel 9.1.2-3, § 4 voorziene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-421-4\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4.2.1-4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Een recht op verplichte distributie kan alleen aan een lineaire televisiedienst worden verbonden indien deze aan de volgende, minimale verplichtingen voldoet: 1° het erfgoed en in het bijzonder het culturele erfgoed van de Franse Gemeenschap en in zijn verschillende gewestelijke aspecten bevorderen;2° een dagelijks minimumaantal programma-uren aanbieden, waarvan een deel als eerste uitzending moet worden gekenmerkt;3° dagelijks minstens één algemeen nieuwsjournaal aanbieden;4° aan de audiovisuele productie van de Franse Gemeenschap bijdragen. Daartoe besteedt hij, naast het in artikel 6.1.1-1, § 3 bedoelde aandeel, ten minste 24% van zijn omzet, zoals bedoeld in artikel 6.1.1-1, § 4, aan eigen productie, gedeeltelijke of volledige bestelling, aankoop van programma's, externe prestaties, vooraankoop en coproductie. De omzet is de omzet die wordt gegenereerd door de diensten die een recht op verplichte distributie genieten Bij de berekening van de minimumverhouding van 24% bedoeld in het eerste lid van 4° stemt het percentage van de omzet bestemd voor coproductie of vooraankoop overeen met 8 keer zijn nominale waarde; 5° een minimumaantal van 60 voltijds equivalente banen met een arbeidsovereenkomst creëren in de Franse Gemeenschap, ongeacht het aantal uitgegeven diensten. § 2. De in artikel 4.2.1-2 bedoelde overeenkomst regelt de uitvoeringsbepalingen van de in paragraaf 1 genoemde verplichtingen. § 3. De overeenkomst kan bijkomende verplichtingen opleggen naast deze bedoeld in paragraaf 1 naargelang van het formaat en de aard van de lineaire televisiedienst waarvoor de uitgever een recht op verplichte distributie aanvraagt. § 4. De dienstenuitgever die over een recht op verplichte distributie beschikt, vermeldt in het in artikel 3.1.2-3 bedoelde jaarverslag de gegevens betreffende de naleving van de verplichtingen vastgelegd in de in artikel 4.2.1-2 bedoelde overeenkomst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-421-5\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4.2.1-5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De dienstenuitgevers zijn verplicht om de lineaire televisiedienst met een recht op verplichte distributie binnen 6 maanden na de toekenning van dat recht te laten verdelen HOOFDSTUK II. - Bevordering van Europese werken en van werken van de Franse Gemeenschap in niet-lineaire televisiediensten Art. 4.2.2-1. - § 1. De dienstenuitgevers moeten in hun niet-lineaire televisiediensten een minimumaandeel van 30% Europese werken aanbieden, waaronder een derde audiovisuele werken van Belgisch Franstalig initiatief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid bedoelde minimumaandeel Europese werken wordt vanaf de inwerkingtreding van dit decreet elk jaar geleidelijk verhoogd tot 40% na afloop van een overgangsperiode van 5 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na afloop van de in paragraaf 1, tweede lid bedoelde overgangsperiode kan de Regering, op basis van een voorafgaande evaluatie door het College voor vergunning en controle, hogere verhoudingen vastleggen dan deze bedoeld in de onderhavige bepaling. § 2. De uitgevers van audiovisuele mediadiensten geven deze werken een opvallende plaats in hun catalogi om ze specifiek te bevorderen. § 3. De nalevings- en controlebepalingen van de in paragraaf 1 en 2 bedoelde verplichtingen worden vastgelegd in een reglement van het College voor advies bedoeld in artikel 9.1.2-1, § 1, 2°, en goedgekeurd door de Regering. § 4. De paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing op een dienstenuitgever met een omzet in de zin van artikel 6.1.1-1, § 4, van minder dan 300.000 euro. Dit bedrag wordt jaarlijks aangepast op basis van het indexcijfer 01.01.2004 = 100 volgens de evolutie van het gewone indexcijfer van de consumptieprijzen zoals vastgesteld bij de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/1971 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2009 numac 2009000070 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing op een dienstenuitgever wier niet-lineaire televisiedienst per definitie tot doel heeft om uitsluitend of hoofdzakelijk niet-Europese werken aan te bieden. Onder \"hoofdzakelijk\" moet worden verstaan: ten minste 80% van de catalogus.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK III. - Bepalingen van toepassing op private auditieve diensten Art. 4.2.3-1. - De uitgevers van auditieve diensten moeten voor elke auditieve dienst die ze uitgeven, de volgende verplichtingen naleven: 1° toezien op de culturele promotie, meer bepaald door de voornaamste culturele en sociaal-culturele activiteiten in het verzorgingsgebied van de radio kosteloos voor te stellen; 2° ten minste 70% eigen productie verzekeren, behoudens een met redenen omklede afwijking verleend door het College voor vergunning en controle, om de verscheidenheid van de diensten te bevorderen of in toepassing van artikel 3.1.3-6; 3° uitzenden in het Frans, met uitzondering van de uitzending van vooraf opgenomen muziek, behoudens een met redenen omklede afwijking verleend door het College voor vergunning en controle om de culturele en linguïstische verscheidenheid van de diensten te bevorderen;4° jaarlijks minstens 30% Franstalige muziekwerken uitzenden en minstens 6% muziekwerken van auteurs, componisten, vertolkers of muziekproducenten wiens domicilie, maatschappelijke of exploitatiezetel in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad gevestigd is, behoudens een met redenen omklede afwijking verleend door het College voor vergunning en controle om de culturele en linguïstische verscheidenheid te waarborgen.Van deze 6% moet ten minste ~ van de werken tussen 6.00 en 22.00 uur worden uitgezonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het percentage van 6% in het vorige lid wordt vanaf de inwerkingtreding van dit decreet jaarlijks geleidelijk verhoogd tot 10% voor netwerkradio's en 8% voor onafhankelijke radio's na afloop van een overgangsperiode van 5 jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">BOEK V. - COMMERCIELE COMMUNICATIE TITEL I. - Algemene bepalingen Art. 5.1-1. - Voor de toepassing van dit Boek gelden de volgende definities: 1° \"Commerciële communicatie\": elke vorm van boodschap die, direct of indirect, tot doel heeft waren, diensten of het imago van een natuurlijke of rechtspersoon die een economische activiteit uitoefent te promoten of te verkopen.Deze boodschappen worden tegen betaling of een andere tegenprestatie, of voor zelfpromotiedoeleinden, ingevoegd in een audiovisuele mediadienst of videoplatformdienst. Commerciële communicatie omvat onder meer interactieve commerciële communicatie, commerciële communicatie door middel van een splitscreen, gerichte reclame, virtuele reclame, sponsoring, telewinkelen, zelfpromotie en productplaatsing; 2° \"Interactieve commerciële communicatie\": elke commerciële communicatie die wordt ingevoegd in een audiovisuele mediadienst of videoplatformdienst en waarmee de gebruikers - die daartoe een individueel verzoek indienen door invoeging van een elektronisch toegangsmiddel in de dienst - via een retourkanaal worden doorgestuurd naar een nieuwe reclame-, promotie- of commerciële omgeving;3° \"Commerciële communicatie via splitscreen\": elke commerciële communicatie die gelijktijdig met de uitzending van een televisieprogramma of door de gebruiker gemaakte video wordt uitgezonden door de ruimtelijke opsplitsing van het scherm;4° \"Commerciële sluikreclame\": de verbale of visuele presentatie van de waren, de diensten, de naam, het merk of de activiteiten van een producent van waren of een aanbieder van diensten in programma's of door de gebruiker gemaakte video's, wanneer deze presentatie opzettelijk door de dienstenuitgever of de aanbieder van videoplatformdiensten wordt gemaakt voor reclame- of verkoopdoeleinden en wanneer het publiek kan worden misleid omtrent de aard van deze presentatie.Een presentatie wordt met name geacht opzettelijk te zijn, wanneer ze gebeurt tegen betaling of een andere tegenprestatie; 5° \"Sponsoring\": elke bijdrage in de vorm van betaling of een andere tegenprestatie van een publieke of private instelling of onderneming, of van een natuurlijke persoon die geen activiteit uitoefent als dienstenuitgever, aanbieder van videoplatformdiensten of programmaproductie, in de financiering van audiovisuele mediadiensten, videoplatformdiensten, door gebruikers gemaakte video's of programma's met het oog op de promotie van zijn naam, merk, imago, activiteiten, realisaties of producten;6° \"Productplaatsing\": de invoeging van een product, dienst of het merk daarvan, of verwijzing naar dit product, deze dienst of het merk daarvan, in een programma of door de gebruiker gemaakte video, tegen betaling of een andere tegenprestatie;7° \"Reclame\": elke vorm van tegen betaling of een andere tegenprestatie in een audiovisuele mediadienst of videoplatformdienst ingevoegde boodschap van een publieke of private instelling, onderneming of natuurlijke persoon in het kader van een commerciële, industriële, ambachtelijke activiteit of vrij beroep met het oog op de promotie van de levering tegen betaling van goederen of diensten, met inbegrip van onroerende goederen, rechten en verplichtingen;8° \"Gerichte reclame\": reclame die op basis van de verwerking van persoonsgegevens wordt voorgesteld aan een specifieke ontvanger of groep van ontvangers;9° \"Virtuele reclame\": reclame die is ingebed in het beeld of een op de plaats van een evenement aanwezige reclame vervangt, door middel van een elektronisch beeldvormingssysteem dat het uitzendsignaal wijzigt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51-2\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5.1-2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uitgevers van audiovisuele mediadiensten en aanbieders van videoplatformdiensten mogen in geen enkele van hun diensten commerciële communicatie uitzenden voor: 1° alcoholhoudende dranken, met uitzondering van commerciële communicatie die aan de volgende voorwaarden voldoet: - ze mag niet op minderjarigen zijn gericht door zich specifiek tot hen te richten of door minderjarigen te tonen die dergelijke dranken nuttigen; - ze mag de consumptie van alcoholische dranken niet voorstellen als een symbool van volwassenheid; - ze mag geen personen weergeven die onder invloed van alcohol rijden; - ze legt geen verband tussen alcoholgebruik en betere fysieke prestaties of een beter rijgedrag; - ze wekt niet de indruk dat alcoholgebruik bijdraagt tot sociale of seksuele successen; - er wordt niet in gesuggereerd dat alcoholhoudende dranken therapeutische kwaliteiten bezitten of een stimulerend, kalmerend of spanningsreducerend effect hebben; - ze mag niet aanzetten tot overmatig, roekeloos of illegaal gebruik; 2° wapens;3° sigaretten en andere tabaksproducten, met inbegrip van elektronische sigaretten en navullingen daarvan;4° producten die glyfosaat bevatten TITEL II. - Commerciële communicatie in lineaire en niet-lineaire diensten Art. 5.2-1. - Commerciële communicatie mag niet in strijd zijn met de wetten, decreten, regelgevingsteksten en Europese richtlijnen, noch met de in artikel 9.1.2-1, § 1, 2° bedoelde en door de Regering goedgekeurde reglementen van het College voor advies van de Hoge Raad die reclame in het algemeen of reclame voor bepaalde producten of diensten reglementeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52-2\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5.2-2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Commerciële communicatie moet voldoen aan de bepalingen van Boek II, Titels 3 en 4, en daarenboven mag ze niet: 1° aansporen tot gedrag dat schadelijk is voor de gezondheid of de veiligheid, met name door gewelddadig gedrag te bevorderen;2° aansporen tot gedrag dat nadelig is voor het milieu;3° in strijd zijn met de regels betreffende de literaire, artistieke en industriële eigendom en het recht op afbeelding;4° verwijzingen bevatten naar een bepaalde persoon of instelling, of naar van hen afkomstige verklaringen of beweringen, zonder hun toestemming of die van hun rechthebbenden;5° betrekking hebben op het aanhangen van enige godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52-3\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5.2-3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Commerciële communicatie mag minderjarigen geen fysieke, mentale of morele schade toebrengen en moet in dit verband met name voldoen aan de volgende criteria voor hun bescherming: 1° ze mag geen overmatig gebruik aanmoedigen van voedingsmiddelen en dranken die transvetzuren, zout, natrium of suikers bevatten waarvan de regelmatige consumptie om gezondheidsredenen wordt afgeraden;het College voor advies van de Hoge Raad stelt een of meer gedragscodes op aan de hand waarvan richtsnoeren kunnen worden opgesteld op basis van beste praktijken om de naleving van dit punt te waarborgen, en werkt deze codes bij; 2° ze mag minderjarigen er niet rechtstreeks toe aanzetten een product of dienst te kopen of te huren door misbruik te maken van hun onervarenheid of goedgelovigheid;3° ze mag minderjarigen niet rechtstreeks aanmoedigen hun ouders of derden te overreden de betrokken producten of diensten aan te kopen;4° ze mag geen misbruik maken van het bijzondere vertrouwen dat minderjarigen stellen in hun ouders, leerkrachten of andere personen;5° ze mag niet ongegrond minderjarigen in gevaarlijke situaties tonen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52-4\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5.2-4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Commerciële communicatie moet gemakkelijk als zodanig herkenbaar zijn. Ze moet duidelijk van de programma's of programmafragmenten gescheiden zijn door duidelijk herkenbare optische of auditieve middelen. § 2. Elke directe of indirecte verwijzing in commerciële communicatie naar een programma of een programmafragment die verwarring kan doen ontstaan over de commerciële aard van de communicatie, is verboden. § 3. In commerciële communicatie mogen geen subliminale technieken worden gebruikt. § 4. Het geluidsvolume van commerciële communicatiespots en van de schermen die eraan voorafgaan of erop volgen, mag op geen enkele wijze opzettelijk worden gewijzigd ten opzichte van de rest van de programma's. § 5. Commerciële sluikcommunicatie is verboden. § 6. De tweede zin van paragraaf 1 is niet van toepassing op sponsoring, virtuele reclame en productplaatsing. Paragraaf 2 is niet van toepassing op sponsoring en zelfpromotie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52-5\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5.2-5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met uitzondering van sponsoring, productplaatsing en zelfpromotie mogen dienstenuitgevers de commerciële communicatie niet beperken tot goederen of diensten van één enkele commerciële of financiële groep, noch exclusiviteit verlenen voor reclame voor een bepaald product of een bepaalde dienst</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52-6\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5.2-6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van spel- en wedstrijdprogramma's, of fragmenten daarvan, met de uitreiking van prijzen in de vorm van producten of diensten aan de deelnemers of kijkers, mogen dergelijke producten of diensten op het scherm verschijnen of vermeld worden tijdens het betrokken programma, op voorwaarde dat de presentatie ervan niet vergezeld gaat van argumenten of aandacht die bedoeld zijn om de consumptie of directe aankoop van dergelijke producten of diensten aan te moedigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL III. - Specifieke regels voor lineaire en niet-lineaire televisiediensten Art. 5.3-1. - § 1. Onverminderd de in paragrafen 2 en 3 vastgestelde voorwaarden kunnen reclame, telewinkelen en zelfpromotie ingevoegd worden in programma's, op voorwaarde dat de integriteit en de waarde van deze programma's niet worden geschaad, rekening houdend met de natuurlijke onderbrekingen, de duur en de aard ervan, en op zodanige wijze dat de rechten van rechthebbenden niet worden geschonden. § 2. De uitzending van cinematografische fictie, televisiefictie, met uitzondering van series en feuilletons, actualiteitenprogramma's, documentaires, religieuze en niet-confessionele levensbeschouwelijke programma's mag ten minste één keer per half uur worden onderbroken voor reclame, telewinkelen en zelfpromotie.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de door de RTBF en de nabijheidsmedia uitgegeven diensten mogen reclame en zelfpromotie een werk waarvan de auteur de integriteit wil beschermen of een programmafragment echter niet onderbreken. § 3. Reclame, telewinkelen en zelfpromotie mogen niet worden ingevoegd in televisiejournaals, kinderprogramma's of uitzendingen van religieuze en niet-confessionele levensbeschouwelijke plechtigheden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53-2\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5.3-2</span><span class=\"lf-art-t\">Afzonderlijke reclame- en zelfpromotiespots moeten uitzonderlijk zijn, behalve bij de uitzending van sportevenementen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afzonderlijke telewinkelspots zijn verboden. 6. Onder \"afzonderlijke spot\" wordt verstaan: een reclame- of telewinkelspot die niet wordt voorafgegaan of gevolgd door een andere reclame- of telewinkelspot. Art. 5.3-3 - § 1. Voor lineaire televisiediensten wordt de maximumtijd voor reclame- en telewinkelspots binnen een gegeven periode van een klokuur vastgesteld op 20% van die periode.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan een lager percentage vaststellen. § 2. Voor niet-lineaire televisiediensten bedraagt de maximumduur van in een programma ingevoegde reclame- en telewinkelspots 20% van de duur van dat programma.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het College voor advies van de Hoge Raad stelt een gedragscode op waarin de nadere bepalingen voor het invoegen en de duur van reclamespots in de niet-lineaire omgeving worden vastgelegd, evenals de mogelijkheden voor de gebruiker om reclameboodschappen te vermijden of de duur ervan te verkorten, en werkt deze gedragscode bij.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan een lager percentage vaststellen. § 3. Virtuele reclame en productplaatsing vallen niet onder dit artikel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53-4\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5.3-4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Productplaatsing is verboden in actualiteitenprogramma's, consumentenvoorlichtingsprogramma's, religieuze en niet-confessionele levensbeschouwelijke programma's en kinderprogramma's. § 2. Programma's met productplaatsing voldoen aan de volgende voorwaarden: 1° De inhoud en de organisatie ervan binnen een schema, in het geval van lineaire diensten, of binnen een catalogus, in het geval van niet-lineaire diensten, mogen nooit dusdanig worden beïnvloed dat de verantwoordelijkheid en de redactionele onafhankelijkheid van de aanbieder van mediadiensten worden aangetast;2° Ze sporen niet rechtstreeks aan tot de aankoop of huur van goederen of diensten, in het bijzonder door specifieke aanprijzing van die producten of diensten;3° Het betrokken product krijgt geen overmatige aandacht;4° Aan het begin en het einde van de uitzending, evenals na een reclame-onderbreking, wordt duidelijk met optische middelen aangegeven dat de programma's productplaatsing bevatten, om verwarring bij de kijker te voorkomen.Deze laatste voorwaarde geldt alleen voor programma's die zijn geproduceerd of besteld door de dienstenuitgever of door een vennootschap die direct of indirect zijn aandeelhouder is of waarvan hij direct of indirect aandeelhouder is. § 3. Dit artikel is van toepassing op programma's die na 19 december 2009 worden geproduceerd TITEL IV. - Specifieke regels voor lineaire en niet-lineaire auditieve diensten Art. 5.4-1. - § 1. Voor lineaire auditieve diensten wordt de maximumtijd voor reclame- en telewinkelspots binnen een gegeven periode van een klokuur vastgesteld op 20% van die periode.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan een lager percentage vaststellen. § 2. Voor niet-lineaire auditieve diensten bedraagt de maximumduur van in een programma ingevoegde reclame- en telewinkelspots 20% van de duur van dat programma.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan een lager percentage vaststellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-54-2\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5.4-2</span><span class=\"lf-art-t\">Reclame, telewinkelen en zelfpromotie mogen geen uitzendingen voor toneelkunst of lyrische kunst onderbreken, behalve tijdens de natuurlijke onderbrekingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Reclame, telewinkelen en zelfpromotie mogen niet worden ingevoegd in radiojournaals, kinderprogramma's en uitzendingen van religieuze en niet-confessionele levensbeschouwelijke plechtigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL V. - Specifieke regels voor videoplatformdiensten Art. 5.5-1. - § 1. Commerciële communicatie die wordt georganiseerd door de aanbieder van videoplatformdiensten moet gemakkelijk als zodanig herkenbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Commerciële communicatie moet voldoen aan de bepalingen van Titels 3 en 4 van Boek II. Daarenboven mag ze niet: 1° aansporen tot gedrag dat schadelijk is voor de gezondheid of de veiligheid, met name door gewelddadig gedrag te bevorderen;2° aansporen tot gedrag dat nadelig is voor het milieu;3° gebruikmaken van subliminale technieken;4° clandestien zijn; 5° fysieke, mentale of morele schade toebrengen aan minderjarigen en moet in dit verband met name voldoen aan de criteria van artikel 5.2-3. § 2. Wanneer de commerciële communicatie niet door de aanbieder van videoplatformdiensten wordt georganiseerd, moet hij passende maatregelen nemen om aan de in paragraaf 1 bedoelde voorschriften te voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze maatregelen bestaan erin: 1° de overeenkomstig paragraaf 1 gedefinieerde maatregelen op te nemen in de algemene gebruiksvoorwaarden voor de videoplatformdienst;2° aan de gebruiker die een door hem gemaakte video uploadt naar de videoplatformdienst, een systeem ter beschikking te stellen waarmee de gebruiker kan aangeven of deze inhoud, voor zover hij weet of redelijkerwijs geacht kan worden te weten, commerciële communicatie bevat;3° de gebruiker op duidelijke wijze te informeren over de programma's en door hem gemaakte video's die commerciële communicatie bevatten en die aangegeven werden in toepassing van de maatregel sub 2° of waarvan hij kennis heeft;4° maatregelen te nemen inzake mediageletterdheid door de gebruiker daarvoor te sensibiliseren. De aanbieder van videoplatformdiensten ziet erop toe dat deze maatregelen transparant, gebruiksvriendelijk, eenvoudig te gebruiken en doeltreffend zijn. § 3. Nadere bepalingen met betrekking tot de in dit artikel bedoelde maatregelen kunnen worden vastgesteld in het kader van een gedragscode of een reglement van het College voor advies van de Hoge Raad zoals bedoeld in artikel 9.1.2-1, § 1, 1° en 2°. § 4. Het College voor vergunning en controle beoordeelt de gepastheid van de in dit artikel bedoelde maatregelen die door de aanbieders van videoplatformdiensten worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het nemen van passende maatregelen moet rekening worden gehouden met de aard van de betrokken inhoud, de schade die deze kan veroorzaken, de kenmerken van de te beschermen categorie personen en de rechten en legitieme belangen die op het spel staan, inclusief die van de aanbieders van videoplatformdiensten en van de gebruikers die de inhoud hebben gecreëerd of online hebben gezet, evenals met het algemeen belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meest schadelijke inhoud wordt onderworpen aan de strengste toegangscontrolemaatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze moeten evenredig zijn, rekening houdend met de grootte van de videoplatformdienst en de aard van de geleverde dienst, en mogen geen voorafgaande controlemaatregelen of het filteren van inhoud op het tijdstip van uploaden inhouden die niet in overeenstemming zijn met artikel 15 van Richtlijn 2000/31/EG. Indien het College voor vergunning en controle na deze evaluatie besluit dat de maatregelen ongepast zijn, verzoekt het de aanbieder van de videoplatformdienst om binnen een door het College te bepalen termijn passende corrigerende maatregelen te nemen. Bij niet-uitvoering van de beslissing van het College voor vergunning en controle kan het College een van de in artikel 9.2.2-1 genoemde sancties opleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL VI. - Specifieke regels voor sponsoring in lineaire en niet-lineaire diensten Art. 5.6-1. - De sponsoring van audiovisuele mediadiensten, programma's en duidelijk herkenbare programmafragmenten is toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1° de inhoud ervan en, in het geval van een lineaire dienst, de programmering ervan mogen nooit dusdanig door de sponsor worden beïnvloed dat de redactionele verantwoordelijkheid en de onafhankelijkheid van de dienstenuitgever worden aangetast;2° de sponsoring moet duidelijk herkenbaar zijn.Deze identificatie gebeurt door middel van een sponsorboodschap waarin duidelijk wordt aangegeven dat de dienst, het programma of het fragment wordt gesponsord. Deze boodschap bevat de naam, het logo, het merk of een ander symbool van de sponsor en wordt alleen ingevoegd: - wat de dienst betreft: vóór de begingeneriek of na de eindgeneriek van een of meer programma's of aan het begin of het einde van een of meer duidelijk herkenbare fragmenten van een of meer programma's, inclusief bij de reclameonderbreking van een cinematografisch of televisiefictiewerk; - wat het programma en het fragment betreft: vóór de begingeneriek of na de eindgeneriek van het programma, of aan het begin of het einde van een duidelijk herkenbaar fragment van het programma, inclusief bij de reclameonderbreking van een cinematografisch of televisiefictiewerk, evenals in trailers waarin het programma wordt gepromoot; 3° de gesponsorde diensten, programma's en fragmenten mogen niet aanzetten tot de aankoop of huur van producten of diensten van de sponsor of van een derde, in het bijzonder door specifieke promotionele verwijzingen naar deze producten of diensten;4° de duur van de vermelding van de sponsorboodschappen mag niet meer dan tien seconden bedragen met een maximum van zes boodschappen per programma-uur; 5° sponsoring door natuurlijke personen of rechtspersonen of ondernemingen wiens hoofdactiviteit bestaat in de vervaardiging of verkoop van producten of de levering van diensten waarvoor reclame verboden is krachtens de artikelen 5.2-1 en 5.2-2, is verboden; 6° actualiteitenprogramma's mogen niet gesponsord worden;7° kinderprogramma's mogen niet gesponsord worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-56-2\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5.6-2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In televisiediensten, tijdens de rechtstreekse of uitgestelde uitzending van sportwedstrijden, mogen occasionele sponsoringmeldingen voorkomen, zelfs tijdens een reportage en inzonderheid tijdens slow motions en natuurlijke onderbrekingen, op voorwaarde dat dit de zichtbaarheid van het verloop van de sportactiviteit niet hindert De duur van elke vermelding mag niet meer dan tien seconden bedragen, met een maximum van zes vermeldingen per gesponsord programma-uur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-56-3\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5.6-3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In televisiediensten mag een vermelding van de naam, benaming of handelsnaam, of een weergave van klank- en beeldherkenningstekens verbonden aan de vermeldingen van de dienstverlener die in een programma computer- of chronometreringsgegevens verstrekt, op het scherm getoond of tijdens het betrokken programma vermeld worden telkens die gegevens worden gepresenteerd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-56-4\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5.6-4</span><span class=\"lf-art-t\">De Regering kan aanvullende regels vaststellen, met name betreffende de duur van sponsorcontracten en de sponsoring van spelprogramma's</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">TITEL VII. - Specifieke regels voor telewinkelprogramma's in lineaire en niet-lineaire diensten Art. 5.7-1. - § 1. Met uitzondering van de RTBF en de nabijheidsmedia mogen dienstenuitgevers telewinkelprogramma's uitzenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke dienstenuitgever die telewinkelprogramma's wil uitzenden, moet vooraf een aangifte bij een ter post aangetekend schrijven naar het College voor vergunning en controle sturen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangifte bevat de volgende elementen: 1° voor lineaire diensten, de dagelijkse uitzendduur van telewinkelprogramma's, met vermelding van het gedeelte dat aan heruitzendingen wordt gewijd;2° de aard van de aangeboden producten en diensten;3° de geplande startdatum van de uitzending van de telewinkelprogramma's. Elke wijziging van deze elementen moet vooraf bij een ter post aangetekend schrijven aan het College voor vergunning en controle worden meegedeeld. § 2. De dienstenuitgevers zijn volledig aansprakelijk voor de uitzending van telewinkelprogramma's en voor de naleving van de voorwaarden die in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan zijn vastgelegd. § 3. Telewinkelprogramma's moeten duidelijk als zodanig worden aangekondigd met optische en auditieve middelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze mogen niet worden onderbroken, met name door reclame- of sponsoringboodschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minimumduur van een telewinkelprogramma is vastgesteld op 15 minuten. § 4. Voor lineaire diensten kan de Regering de uitzending van telewinkelprogramma's op bepaalde tijdstippen en dagen verbieden. § 5. De dienstenuitgevers die telewinkelprogramma's uitzenden, sturen het College voor vergunning en controle jaarlijks een verslag over de telewinkelactiviteiten dat de in artikel 3.1.2-6, § 4 bedoelde gegevens bevat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57-2\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5.7-2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Telewinkelen moet zo worden gepresenteerd dat verwarring met andere programma's wordt voorkomen. § 2. Telewinkelen mag geen betrekking hebben op goederen of diensten waarvoor reclame of verkoop verboden is. In elk aanbod moet afzonderlijk vermeld worden welke kosten, inclusief belastingen, verbonden zijn aan de gebruikte communicatietechnieken op afstand om bijkomende informatie over het aanbod te krijgen en een bestelling te plaatsen. Die vermelding is facultatief wanneer de kosten overeenstemmen met de basiskostprijs van de gebruikte communicatietechniek op afstand. § 3. Telewinkelen mag minderjarigen er niet toe aanzetten overeenkomsten te sluiten voor de verkoop of huur van goederen en diensten. § 4. Telewinkelprogramma's mogen niet direct of indirect verwijzen naar een geïdentificeerd of identificeerbaar verkooppunt TITEL VIII. - Nieuwe vormen van commerciële communicatie in lineaire en niet-lineaire diensten Art. 5.8-1. - Wanneer een dienstenuitgever interactieve commerciële communicatie gebruikt, moet de gebruiker met passende optische of auditieve middelen worden gewaarschuwd voor de overgang naar de interactieve reclame-, promotie- of commercialiseringsomgeving, zodat hij vrij en met kennis van zaken kan handelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan het aantal en de zichtbaarheidsduur van interactieve commerciële communicatieboodschappen beperken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58-2\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5.8-2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Virtuele reclame is verboden, behalve tijdens rechtstreekse of uitgestelde uitzendingen van sportwedstrijden, in naleving van de volgende voorwaarden: 1° Virtuele reclame mag de kwaliteit van het programma niet aantasten, het beeld van de plaats van het evenement niet veranderen of niet belemmeren;2° Virtuele reclame mag alleen worden ingevoegd op de oppervlakken van de site die gewoonlijk worden gebruikt voor reclame;3° Virtuele reclame mag enkel op het speelveld worden aangebracht buiten de speelperiodes en enkel indien geen speler of atleet zich op het speelveld bevindt;4° Op personen of hun uitrusting mag geen virtuele reclame worden weergegeven;5° Virtuele reclame mag niet zodanig worden ingevoegd dat de kijkers, zelfs gedeeltelijk, de zichtbaarheid van de actie of opvoering wordt ontnomen;6° Virtuele reclame moet het algemene uitzicht van de site respecteren en mag niet opvallender zijn dan de reclame die zichtbaar is op de site;7° Geen enkele virtuele reclame mag specifiek worden ingevoegd in onderwerpen die bestemd zijn voor televisiejournaals;8° Er mag geen virtuele reclame worden ingevoegd zonder voorafgaande toestemming van de dienstenuitgever die de uitzendrechten bezit. De dienstenuitgever stelt de kijkers op passende wijze in kennis van het gebruik van virtuele reclame, ten minste aan het begin en het einde van het programma waarin deze reclame is ingevoegd De Regering kan het aantal en de zichtbaarheidsduur van virtuele reclame beperken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58-3\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5.8-3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Commerciële communicatie via splitscreen is toegestaan, in naleving van de volgende voorwaarden: 1° Commerciële communicatie via splitscreen mag alleen reclame en zelfpromotie bevatten;2° Commerciële communicatie via splitscreen is verboden tijdens actualiteitenprogramma's, uitzendingen van religieuze en seculiere plechtigheden, religieuze en niet-confessionele levensbeschouwelijke programma's en kinderprogramma's;3° Commerciële communicatie via splitscreen mag alleen worden ingevoegd: - tijdens de eindgenerieken van andere dan de in 2° bedoelde programma's en met name tijdens de eindgenerieken van audiovisuele werken; - tijdens rechtstreekse of uitgestelde uitzendingen van sportwedstrijden op het moment van de natuurlijke onderbrekingen van deze wedstrijden; - tijdens amusementsprogramma's, met dien verstande dat een tijdvak van ten minste 20 minuten moet verlopen tussen iedere invoeging; 4° Commerciële communicatie via splitscreen mag geen afbreuk doen aan de integriteit en de waarde van het programma waarin ze wordt ingevoegd, noch de rechten van de rechthebbenden benadelen;5° Commerciële communicatie via splitscreen moet gemakkelijk als zodanig herkenbaar zijn door een duidelijke ruimtelijke scheiding met het programma, dankzij passende optische middelen;6° De ruimte die wordt voorbehouden voor commerciële communicatie via splitscreen moet redelijk blijven en moet het mogelijk maken voor de kijker om het programma verder te volgen De duur van reclameboodschappen uitgezonden op splitscreen wordt integraal meegeteld in de zendtijd voor reclame en telewinkelspots bedoeld in artikel 5.2-9, § 1 of § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan het aantal en de zichtbaarheidsduur van commerciële communicatie via splitscreen beperken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58-4\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5.8-4</span><span class=\"lf-art-t\">Gerichte reclame kan alleen het resultaat zijn van de geïnformeerde keuze van de ontvanger tot wie ze is gericht en zijn voorafgaande toestemming</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In overeenstemming met de geldende wettelijke bepalingen zien de dienstenuitgevers en -verdelers erop toe dat het publiek op volledige en transparante wijze wordt geïnformeerd over de persoonsgegevens die ze verwerken en over de precieze doeleinden van elke verwerking die ze verrichten met het oog op gerichte reclame. Ze maken het de ontvangers van de gerichte reclame mogelijk zich op elk moment uit het gerichte reclameaanbod terug te trekken en hun wettelijke rechten uit te oefenen. 3. De dienstenuitgevers en -verdelers moeten de Hoge Raad op de hoogte brengen van de maatregelen die ze conform het tweede lid hebben genomen, alvorens gerichte reclame te maken. De Hoge Raad kan zich wenden tot de Gegevensbeschermingsautoriteit die is opgericht bij de wet van 3 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/03/2019 numac 2018014287 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door partners van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Pretoria op 14 januari 2016 (2)(3) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/09/2018 numac 2018013819 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit, om de wettelijkheid van de door de dienstenuitgever of -verdeler genomen maatregelen na te gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij niet-naleving van dit artikel zal gerichte reclame worden beschouwd als een vorm van sluikreclame en als zodanig strikt verboden zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">BOEK VI. - STEUN AAN DE AUDIOVISUELE PRODUCTIE TITEL I. - Bijdrage aan de audiovisuele productie HOOFDSTUK I. - Bijdrage van uitgevers van lineaire en niet-lineaire televisiediensten Art. 6.1.1-1. - § 1. Onverminderd de bepalingen die van toepassing zijn op de RTBF, moet elke uitgever van lineaire en niet-lineaire televisiediensten bijdragen aan de productie van audiovisuele werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bijdrage wordt geleverd in de vorm van coproductie of vooraankoop van audiovisuele werken, ofwel in de vorm van een storting aan het Centrum voor de film en de audiovisuele sector.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vóór 15 februari van elk bijdragejaar deelt de dienstenuitgever de door hem gekozen bijdragevorm mee aan het Centrum voor de film en de audiovisuele sector en de Hoge Raad in een ter post aangetekend schrijven. Voor het eerste activiteitsjaar wordt de informatie verstrekt binnen 30 dagen na de eerste dag van de uitgeversactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien deze informatie niet binnen de gestelde termijnen wordt verstrekt, is de bijdrage in de vorm van een storting aan het Centrum voor de film en de audiovisuele sector van toepassing op de dienstenuitgever.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering legt de nadere bepalingen voor deze twee bijdragevormen vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de bijdrage in de vorm van coproductie of vooraankoop voorziet de Regering met name in de oprichting van Begeleidingscomités die een advies moeten uitbrengen over de naleving van de bijdrageplicht. Elk Begeleidingscomité is samengesteld uit vertegenwoordigers van de dienstenuitgever, de Regering en de beroepsorganisaties die de onafhankelijke producenten van de Franse Gemeenschap vertegenwoordigen, evenals de audiovisuele auteurs en vertolkers van de Franse Gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de bijdrage in de vorm van een coproductie of vooraankoop gaat de Regering, met inachtneming van de door haar bepaalde voorwaarden, na of: 1° de dienstenuitgever onder zijn uitsluitende aansprakelijkheid, het geheel of een gedeelte van zijn verplichting aan een derde vennootschap kan toevertrouwen;2° de financiële verbintenissen in coproductie of vooraankoop aangegaan door elke dienstenuitgever in audiovisuele werken, economische effecten voor een gelijkwaardig bedrag genereren in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, behoudens een door haar voorziene afwijking. De in het vorige lid bedoelde Begeleidingscomités sturen jaarlijks een evaluatieverslag naar de Hoge Raad.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dienstenuitgever die bijdraagt in de vorm van coproductie of vooraankoop, moet het bedrag van zijn bijdrage besteden aan productieprojecten die vooraf door de Regering als audiovisueel werk zijn erkend. De Regering legt de nadere bepalingen van deze erkenning vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast het krachtens het vierde lid uitgevaardigde besluit van de Regering kunnen tussen elke dienstenuitgever, de Regering en de beroepsorganisaties die de onafhankelijke producenten in de Franse Gemeenschap en de auteurs en vertolkers van audiovisuele werken in de Franse Gemeenschap vertegenwoordigen, overeenkomsten worden gesloten om de verplichting van de dienstenuitgever naar een welbepaald type van audiovisueel werk te oriënteren. In deze overeenkomsten kan ook een bijdrage in de vorm van coproducttie of vooraankoop worden vastgesteld die groter is dan bepaald in § 3, evenals elke andere aanvullende verbintenis die van de dienstenuitgever kan worden verlangd. § 2. Elke bijdrage in de vorm van coproductie of vooraankoop gedaan in toepassing van een andere wettelijke verplichting of die enig ander wettelijk voordeel zou genieten, mag niet worden meegerekend in het kader van de in dit artikel bedoelde bijdrage. § 3. De in paragraaf 1 bedoelde bijdrage van de uitgever van televisiediensten bedraagt ten minste: 0% van zijn omzet als die tussen 0 en 300.000 euro ligt; 1,4% van de omzet als die tussen 300.000 euro en 5 miljoen euro ligt; 1,6% van zijn omzet als die tussen 5 en 10 miljoen euro ligt; 1,8% van zijn omzet als die tussen 10 en 15 miljoen euro ligt; 2% van zijn omzet als die tussen 15 en 20 miljoen euro ligt; 2,2% van zijn omzet als die meer dan 20 miljoen euro bedraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebreke van een aangifte van de omzet volgens de door de Regering vastgestelde bepalingen of van bewijsstukken aan de hand waarvan deze omzet kan worden bepaald, wordt de bijdrage van de dienstenuitgever op onweerlegbare wijze geacht 3 miljoen euro te bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in de vorige leden bedoelde bedragen kunnen jaarlijks op basis van het indexcijfer 01.01.2004 = 100 worden aangepast aan de evolutie van het gewone indexcijfer van de consumptieprijzen zoals gedefinieerd in de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/1971 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2009 numac 2009000070 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. § 4. Onder \"omzet\" wordt verstaan: het bedrag van de bruto-inkomsten, zonder aftrek van de commissies en bonussen, die in rekening gebracht worden door de regie van de dienstenuitgever of, bij gebreke daaraan, door de dienstenuitgever zelf. Deze bruto-inkomsten omvatten de inkomsten uit de invoeging van reclame en sponsoring in de televisiediensten van de uitgever en alle andere bruto-inkomsten, zonder enige aftrek, die worden gegenereerd door de terbeschikkingstelling van de televisiediensten door de uitgever tegen vergoeding, met inbegrip van de bruto-inkomsten afkomstig van elke dienstenverdeler of derde voor het verkrijgen van de televisiediensten en de bruto-inkomsten gegenereerd door de programma-inhoud van die diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de dienstenuitgever zelf de activiteit van dienstenverdeler als bedoeld in artikel 3.4-1 uitoefent voor de televisiediensten waarvoor hij aangifte deed of op grond van dit decreet vergund is, omvat de in het vorige lid bedoelde omzet de bruto-inkomsten, zonder enige aftrek, die uit zijn activiteit als dienstenverdeler resulteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van externe uitgevers van televisiediensten wordt voor de toepassing van de eerste twee leden uitsluitend rekening gehouden met de in paragraaf 4 bedoelde bruto-inkomsten uit de markt van de Franse Gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de uitgevers van televisiediensten die onder de bevoegdheid van de Franse Gemeenschap ressorteren, wordt voor de toepassing van de eerste twee leden rekening gehouden met alle bruto-inkomsten, zonder onderscheid tussen markten, in voorkomend geval na aftrek van de inkomsten afkomstig uit een lidstaat van de Europese Unie waarop de dienstenuitgever zich richt en waar hij onderworpen is aan een stelsel van financiële bijdragen aan de productie van Europese werken. § 5. De uitgever van televisiediensten moet jaarlijks aan de Regering en aan het College voor vergunning en controle de bewijsstukken overleggen aan de hand waarvan het bedrag van zijn bruto-omzet kan worden vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK II. - Bijdrage van de dienstenverdelers Art. 6.1.2-1. - § 1. Elke verdeler van televisiediensten moet bijdragen aan de productie van audiovisuele werken. Deze bijdrage wordt geleverd in de vorm van coproductie of vooraankoop van audiovisuele werken, ofwel in de vorm van een storting aan het Centrum voor de film en de audiovisuele sector.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vóór 15 februari van elk bijdragejaar deelt de dienstenverdeler de door hem gekozen bijdragevorm mee aan het Centrum voor de film en de audiovisuele sector en de Hoge Raad in een ter post aangetekend schrijven. Voor het eerste activiteitsjaar wordt de informatie verstrekt binnen 30 dagen na de eerste dag van de verdelersactiviteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien deze informatie niet binnen de gestelde termijnen wordt verstrekt, is de bijdrage in de vorm van een storting aan het Centrum voor de film en de audiovisuele sector van toepassing op de dienstenverdeler.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag van de bijdrage aan het Centrum voor de film en de audiovisuele sector wordt door de dienstenverdeler in twee halfjaarlijkse stortingen betaald, namelijk tegen eind februari en eind augustus van elk jaar. Op het ogenblik van de betaling stuurt de dienstenverdeler het volgende naar het Centrum voor de film en de audiovisuele sector en naar de Hoge Raad: 1° ofwel een verklaring met het aantal gebruikers van het voorgaande jaar, indien hij kiest voor de in 1° van paragraaf 3 bedoelde forfaitaire bijdrage per gebruiker. Voor gebruikers die een jaarlijkse abonnementsformule gebruiken, moet de verdeler het aantal gebruikers opgeven dat op 30 september van het voorgaande jaar geregistreerd was.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de gebruikers van wie de woon- of verblijfplaats niet kan worden bepaald, geeft de verdeler het aandeel van het aantal van deze gebruikers aan dat overeenstemt met het percentage dat de bevolking van zijn verdeelgebied in het Franse taalgebied vertegenwoordigt in verhouding tot de bevolking van zijn volledige verdeelgebied. Indien zijn activiteit in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad uitsluitend betrekking heeft op de Franse Gemeenschap, geeft hij voor het aantal gebruikers van wie de woon- of verblijfplaats niet bepaald kan worden, het aandeel aan dat overeenstemt met het percentage dat de bevolking van zijn verdeelgebied in het Franse taalgebied en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad vertegenwoordigt in verhouding tot de bevolking van zijn volledige verdeelgebied; 2° ofwel een verklaring van de inkomsten van het voorgaande jaar, exclusief btw en auteursrechten, gegenereerd door hetgeen de gebruikers betalen om van de aangeboden diensten gebruik te maken, indien hij kiest voor de in 2° van paragraaf 3 bedoelde procentuele bijdrage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de inkomsten afkomstig van gebruikers van wie de woon- of verblijfplaats niet kan worden bepaald, geeft de dienstenverdeler het aandeel van deze inkomsten aan dat overeenstemt met het percentage dat de bevolking van zijn verdeelgebied in het Franse taalgebied vertegenwoordigt in verhouding tot de bevolking van zijn volledige verdeelgebied. Indien zijn activiteit in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad uitsluitend betrekking heeft op de Franse Gemeenschap, geeft hij voor de inkomsten afkomstig van gebruikers van wie de woon- of verblijfplaats niet bepaald kan worden, het aandeel aan dat overeenstemt met het percentage dat de bevolking van zijn verdeelgebied in het Franse taalgebied en in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad vertegenwoordigt in verhouding tot de bevolking van zijn volledige verdeelgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering legt de nadere bepalingen voor de bijdrage in de vorm van coproductie of vooraankoop vast. De Regering voorziet met name in de oprichting van Begeleidingscomités die een advies moeten uitbrengen over de naleving van de bijdrageplicht. Elk Begeleidingscomité is samengesteld uit vertegenwoordigers van de dienstenverdeler, de Regering en de beroepsorganisaties die de onafhankelijke producenten van de Franse Gemeenschap vertegenwoordigen, evenals de audiovisuele auteurs en vertolkers van de Franse Gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de bijdrage in de vorm van een coproductie of vooraankoop gaat de Regering, met inachtneming van de door haar bepaalde voorwaarden, na of: 1° de dienstenverdeler, onder zijn uitsluitende aansprakelijkheid, het geheel of een gedeelte van zijn verplichting aan een derde vennootschap kan toevertrouwen;2° de financiële verbintenissen in coproductie of vooraankoop aangegaan door elke dienstenverdeler in audiovisuele werken, economische effecten voor een gelijkwaardig bedrag genereren in het Franse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, behoudens een door haar voorziene afwijking. De in het vorige lid bedoelde Begeleidingscomités sturen jaarlijks een evaluatieverslag naar de Hoge Raad.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dienstenverdeler die bijdraagt in de vorm van coproductie of vooraankoop, moet het bedrag van zijn bijdrage besteden aan productieprojecten die vooraf door de Regering als audiovisueel werk zijn erkend. De Regering legt de nadere bepalingen van deze erkenning vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast het krachtens het vierde lid uitgevaardigde besluit van de Regering kunnen tussen elke dienstenverdeler, de Regering en de beroepsorganisaties die de onafhankelijke producenten in de Franse Gemeenschap en de auteurs en vertolkers van audiovisuele werken in de Franse Gemeenschap vertegenwoordigen, overeenkomsten worden gesloten om de verplichting van de dienstenverdeler naar een welbepaald type van audiovisueel werk te oriënteren. In deze overeenkomsten kan ook een bijdrage in de vorm van coproductie of vooraankoop worden vastgesteld die groter is dan bepaald in paragraaf 3, evenals elke andere aanvullende verbintenis die van de dienstenverdeler kan worden verlangd. § 2. Elke bijdrage in de vorm van coproductie of vooraankoop gedaan in toepassing van een andere wettelijke verplichting of die enig ander wettelijk voordeel zou genieten, mag niet worden meegerekend in het kader van de in dit artikel bedoelde bijdrage. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in paragraaf 1 bedoelde jaarlijkse bijdrage van de dienstenverdeler wordt vastgesteld: 1° ofwel op 2 euro per gebruiker van het voorgaande jaar.Dit bedrag wordt met ingang van 1 januari 2005 om de twee jaar geïndexeerd op basis van de gezondheidsindex, waarbij de index van de voorgaande maand september in aanmerking wordt genomen; 2° ofwel 2,5% van de inkomsten van het voorgaande jaar, exclusief btw en auteursrechten, gegenereerd door hetgeen de gebruikers betalen om van de aangeboden diensten gebruik te maken. Om zijn bijdrage te bepalen, kiest de dienstenverdeler jaarlijks een van de twee in het vorige lid bedoelde berekeningsmethoden en stelt hij het Centrum voor de film en de audiovisuele sector en de Hoge Raad uiterlijk op 15 februari van elk jaar in kennis van zijn keuze.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebreke van een aangifte van het aantal gebruikers of van de in paragraaf 1, derde lid bedoelde inkomsten vóór eind februari, of van bewijsstukken aan de hand waarvan dat kan worden vastgesteld, wordt de bijdrage van de dienstenverlener op onweerlegbare wijze geacht 3 miljoen euro te bedragen. Dit bedrag kan jaarlijks worden aangepast op basis van het indexcijfer 01.01.2004 = 100 volgens de evolutie van het gewone indexcijfer van de consumptieprijzen zoals vastgesteld bij de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/1971 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2009 numac 2009000070 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. § 4. In afwijking hiervan is de betaling van de in paragraaf 1 bedoelde bijdrage niet verschuldigd door: 1° een dienstenuitgever die de activiteit van verdeler uitoefent om de televisiediensten aan te bieden waarvoor hij krachtens dit decreet is aangemeld of vergund, waarbij de vrijstelling slechts voor deze diensten geldig is.Indien hij echter ook diensten van derden aanbiedt en een gebruiker zowel gebruikmaakt van de door hem uitgegeven diensten als van de genoemde diensten van derden, moet hij voor die gebruiker geen bijdrage betalen indien het resultaat van het percentage dat wordt toegepast op de jaarlijkse inkomsten die door die gebruiker worden gegenereerd overeenkomstig artikel 6.1.1-1 hoger is dan het geïndexeerde forfait van 2 euro bedoeld sub 1° van paragraaf 3; deze afwijking geldt alleen op voorwaarde dat hij heeft gekozen voor de forfaitaire bijdrage per gebruiker bedoeld sub 1° van paragraaf 3. 2° een dienstenverdeler die een aanvullend aanbod van televisiediensten aanbiedt, wanneer hij al bijdraagt aan de productie van audiovisuele werken bedoeld in paragraaf 1 op basis van het aantal gebruikers van zijn basisaanbod bedoeld in artikel 7.2-1; deze vrijstelling geldt enkel voor gebruikers die tijdens het jaar zowel van het basisaanbod als van het aanvullende aanbod gebruik hebben gemaakt en op voorwaarde dat de verdeler geopteerd heeft voor de forfaitaire bijdrage per gebruiker bedoeld sub 1° van paragraaf 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL II. - Andere steunmaatregelen HOOFDSTUK I. - Projectoproepen voor Belgische Franstalige series Art. 6.2.1-1. - § 1. Elke uitgever van audiovisuele mediadiensten, elke aanbieder van videoplatformdiensten, evenals elke privaatrechtelijke of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon die de creatie en uitzending van een gediversifieerd en kwalitatief hoogstaand aanbod van Belgische Franstalige televisiefictieseries wenst te ondersteunen, kan bijdragen aan het in de beheersovereenkomst van de RTBF bedoelde Fonds voor Belgische series. § 2. De Regering bepaalt de voorwaarden en financierings- en werkingsbepalingen van het Fonds voor Belgische series, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 1 en artikel 54 van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juli 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Fonds voor Belgische series is uitsluitend bestemd voor de ontwikkeling en coproductie van Belgische Franstalige televisiefictieseries. Het Fonds richt zich tot onafhankelijke audiovisuele producenten. § 4. Naast de in paragraaf 1 bedoelde eventuele bijdrage, dragen de RTBF en de Franse Gemeenschap ook bij in dit Fonds overeenkomstig de verbintenissen die zijn vastgelegd in de beheersovereenkomst van de RTBF. § 5. Met inachtneming van de redactionele verantwoordelijkheid van de betrokkenen bij de keuze van formaten, genres en onderwerpen van de projecten, worden de projecten geselecteerd op basis van de volgende criteria: - de culturele, artistieke en technische aspecten van het project; - de kenmerken van het project; - het culturele belang van het project voor de Franse Gemeenschap en de Belgische verankering van het onderwerp en het universum; - de financiële haalbaarheid van het artistieke project; - de geschiktheid van het project voor het doelpubliek. § 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Fonds voor Belgische series komt jaarlijks tussen in de ontwikkeling en productie van reeksen: - voor de ontwikkeling van het draaiboek en de synopsis, - voor de ontwikkeling van dialoogversies, - voor de realisatie van een korte pilot, - voor de productie. § 7. De financierings-, werkings- en uitvoeringsbepalingen van het Fonds voor Belgische series, de projectoproepen, de identiteit van de begunstigden, de begroting van hun project, het bedrag van de toegekende steun en de intensiteit ervan worden gepubliceerd op de website van het Centrum voor de film en de audiovisuele sector.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK II. - Steunfonds voor creatie op radio Afdeling I. - Algemene bepalingen Art. 6.2.2-1. - Er wordt een begrotingsfonds, het Steunfonds voor creatie op radio, ingesteld om steun te verlenen aan de associatieve en expressieradio's met een cultureel doeleinde of voor permanente opvoeding, aan door de Regering erkende ontvangststructuren voor creatie op radio, aan de projecten rond werken voor creatie op radio en aan de digitale overgang van de auditieve diensten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-622-2\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 6.2.2-2</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1. De dienstenuitgevers met een vergunning voor netwerkradio dragen jaarlijks bij in de financiering van het Steunfonds voor creatie op radio</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze bijdrage bedraagt: 1° 2.500 euro als de omzet van de dienstenuitgever minder dan 500.000 euro bedraagt; 2° 5.000 euro als de omzet van de dienstenuitgever meer dan 500.000 euro en minder dan 1 miljoen euro bedraagt; 3° 10.000 euro als de omzet van de dienstenuitgever meer dan 1 miljoen euro en minder dan 2 miljoen euro bedraagt; 4° 15.000 euro als de omzet van de dienstenuitgever meer dan 2 miljoen euro en minder dan 3 miljoen euro bedraagt; 5° 30.000 euro als de omzet van de dienstenuitgever meer dan 3 miljoen euro en minder dan 4 miljoen euro bedraagt; 6° Zodra de omzet van de dienstenuitgever meer dan 4 miljoen euro bedraagt, neemt het bedrag van de bijdrage toe met 30.000 euro per bijkomende schijf van 2 miljoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De forfaitaire bedragen en de omzetschalen bedoeld in het vorige lid kunnen jaarlijks worden aangepast op basis van de evolutie van het gewone indexcijfer van de consumptieprijzen zoals gedefinieerd in de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/1971 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2009 numac 2009000070 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder \"omzet\" wordt verstaan: de brutobedragen, exclusief lasten en belasting over de toegevoegde waarde, van de reclame die door de adverteerders worden betaald aan de dienstenuitgever en, in voorkomend geval, aan zijn exploitanten of zijn reclameregie en, in voorkomend geval, aan de reclameregies van de exploitanten om hun reclameboodschappen uit te zenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende het eerste jaar van de vergunning draagt de dienstenuitgever bij in het Steunfonds voor creatie op radio op basis van het provisionele financiële plan dat hij bij de aanvraag van zijn vergunning heeft ingediend. Het bedrag van de bijdrage wordt vastgesteld in verhouding tot het aantal maanden van het kalenderjaar dat is verstreken sinds de vergunning in werking trad. § 2. Uiterlijk op 1 augustus van elk jaar stelt de Hoge Raad de omzet over het voorgaande jaar vast voor elke dienstenuitgever zoals bedoeld in paragraaf 1 en deelt de omzet mee aan de Regering. § 3. Uiterlijk op 1 oktober van elk jaar gelast de Regering, in een ter post aangetekend schrijven, de dienstenuitgever om het bedrag van zijn bijdrage aan het Steunfonds voor creatie op radio te storten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De termijnen waarbinnen de bijdrage betaald moet zijn, worden eveneens vastgelegd in dat ter post aangetekend schrijven. De betalingstermijn bedraagt ten minste één maand. De termijn gaat in vanaf de verzendingsdatum van het aangetekend schrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer paragraaf 1, vijfde lid, wordt toegepast, is de in het eerste lid bedoelde datum 1 februari van het jaar dat volgt op het jaar waarin de vergunning van de dienstenuitgever in werking trad. § 4. De verschuldigde bedragen brengen een verwijlinterest op tegen een tarief van 1% per maand. Elk aangebroken deel van een maand geldt voor een gehele maand. § 5. De bijdrageplichtige dienstenuitgever kan in een ter post aangetekend schrijven beroep instellen bij de Regeringsdiensten, tegen het vastgestelde bedrag van zijn bijdrage.</p>\n<p class=\"lf-p\">De klachten moeten op straffe van verval verstuurd worden binnen 30 dagen vanaf de datum van verzending van het ter post aangetekende schrijven waarin de betaling van het bedrag van de bijdrage wordt bevolen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regeringsdiensten beslissen binnen een maand over de gegrondheid van de betwisting.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing van de Regeringsdiensten wordt in een ter post aangetekend schrijven ter kennis van de bijdrageplichtige gebracht. § 6. Bij ontstentenis van de betaling van de bijdrage en de eventuele intresten is het dwangbevel de eerste vervolgingshandeling om de inning te verkrijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dwangbevel wordt ondertekend en uitvoerbaar verklaard door de ambtenaar die belast is met de inning van de bijdrage.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het wordt per deurwaardersexploot betekend met bevel tot betaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tenuitvoerlegging van het dwangbevel gebeurt met inachtneming van de bepalingen van het vijfde deel, Titel III, van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de gedwongen tenuitvoerlegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tenuitvoerlegging van het dwangbevel kan slechts door een gemotiveerd verzet, gedaan door de betalingsplichtige, met dagvaarding voor het gerecht, worden gestuit. Dit verzet wordt gedaan bij exploot betekend aan de Franse Gemeenschap in de persoon van de ambtenaar belast met de inning van de bijdrage.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vordering wordt aanhangig gemaakt bij de Rechtbank van het rechtsgebied waar zich het bureau bevindt van de ambtenaar die belast is met de inning van de bijdrage. § 7. De vordering tot teruggave van het bedrag van de bijdrage en de eventuele intresten wordt ingediend bij een exploot met dagvaarding voor het gerecht, betekend aan de Franse Gemeenschap, in de persoon van de ambtenaar belast met de inning van de bijdrage.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vordering wordt aanhangig gemaakt bij de Rechtbank van het rechtsgebied waar zich het bureau bevindt van de ambtenaar die belast is met de inning van de belasting. § 8. In geval van terugbetaling van het bedrag van de bijdrage wordt de moratoire rente berekend tegen de wettelijke rentevoet op het bedrag van de terugbetaalbare bijdrage. § 9. De terugvordering van het bedrag van de bijdrage en van de rente daarop verjaart één jaar na de dag waarop ze ontstaan is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vordering tot teruggave van het bedrag van de bijdrage en de eventuele rente daarop verjaart één jaar na de dag waarop ze ontstaan is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verjaringen, zowel voor de inning als voor de terugbetaling van de bijdrage, worden gestuit op de manier en onder de voorwaarden bedoeld in de artikelen 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek. In dat geval zal een nieuwe verjaring, die op dezelfde manier kan worden gestuit, verworven zijn één jaar na de laatste akte tot stuiting van de vorige verjaring indien er geen geding aanhangig is voor het gerecht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-622-3\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 6.2.2-3</span><span class=\"lf-art-t\">De Regering legt de gebruiksbepalingen vast voor het Steunfonds voor creatie op radio</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling II. - Steun aan associatieve en expressieradio's met een cultureel doeleinde of voor permanente opvoeding Art. 6.2.2-4. - De Regering kan een deel van de middelen van het Steunfonds voor creatie op radio bestemmen voor de toekenning van forfaitaire werkingssubsidies aan associatieve en expressieradio's met een cultureel doeleinde of voor permanente opvoeding. Deze forfaitaire subsidie kan alleen worden berekend op basis van de volgende criteria: het al dan niet gebruikmaken van in geld betaalde reclame en de uitzendwijze van de diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering legt de toekenningsbepalingen vast van werkingssubsidies aan associatieve en expressieradio's met een cultureel doeleinde of voor permanente opvoeding.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gecumuleerde subsidies die kunnen worden toegekend aan de associatieve en expressieradio's met een cultureel doeleinde of voor permanente opvoeding mogen niet hoger zijn dan een totaal bedrag van 100.000 euro ten behoeve van dezelfde begunstigde over een periode van drie opeenvolgende jaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jaarlijkse totale subsidies mogen niet meer dan 35% bedragen van de jaarlijkse inkomsten van het Steunfonds voor creatie op radio.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de jaarlijkse totale subsidies minder dan 35% bedragen van de jaarlijkse inkomsten van het Steunfonds voor creatie op radio, wordt het bedrag van de subsidie toegekend aan iedere associatieve en expressieradio met een cultureel doeleinde of voor permanente opvoeding jaarlijks aangepast op basis van het gewone indexcijfer 01.01.2009 = 100 volgens de evolutie van het indexcijfer van de consumptieprijzen zoals vastgesteld bij de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/1971 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2009 numac 2009000070 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling III. - Steun aan projecten rond werken voor creatie op radio Art. 6.2.2-5. - § 1. De Regering kan, op advies van de Adviescommissie voor creatie op radio bedoeld in artikel 6.2.2-15, een deel van de middelen van het Steunfonds voor creatie op radio toewijzen aan projecten rond werken voor creatie op radio.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jaarlijkse totale subsidies toegekend aan dergelijke projecten mogen niet meer dan 35% bedragen van de jaarlijkse inkomsten van het Steunfonds voor creatie op radio.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aan dergelijke projecten toegekende subsidies mogen in totaal niet meer bedragen dan een gecumuleerd bedrag van 200.000 euro aan dezelfde begunstigde over een periode van drie opeenvolgende jaren. § 2. Het project inzake werk voor creatie op radio bedoeld in paragraaf 1 moet minimaal aan de volgende ontvankelijkheidsvoorwaarden voldoen: 1° in het Frans geproduceerd zijn door een natuurlijke of rechtspersoon, met uitzondering van de RTBF en de in artikel 6.2.2-8 bedoelde ontvangststructuren, die gevestigd is of een vaste vestiging heeft in ofwel het Franse taalgebied ofwel het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad; 2° de volgende elementen bevatten: - een intentieverklaring; - een synopsis; - een beschrijving van de voorgenomen radiobehandeling; - de geplande indeling; - de duur; - een budget; - de verbintenis van ten minste één private auditieve dienst om de eerste uitzending van het werk te verzorgen; - de verbintenis van de projectdrager om, kosteloos, de openbare uitlening toe te staan van een exemplaar van het gesubsidieerde werk binnen een van de culturele instellingen gesteund door de Franse Gemeenschap en waarvan de lijst door de Regering wordt vastgelegd. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidieaanvragen worden ingediend en behandeld volgens de door de Regering vastgestelde nadere bepalingen. § 4. De in artikel 6.2.2-15 bedoelde Adviescommissie voor creatie op radio brengt een met redenen omkleed advies uit over de opportuniteit om een subsidie aan het project toe te kennen en over het bedrag van de subsidie. Daartoe baseert ze zich op de volgende evaluatiecriteria: 1° het originele en vernieuwende karakter van het project;2° de kwaliteit van de synopsis en de kwaliteit van de voorgenomen radiobehandeling;3° de relevantie van de indeling;4° de relevantie van de begroting;5° het culturele belang van het project voor de Franse Gemeenschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-622-6\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 6.2.2-6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elk project inzake werk voor creatie op radio dat een subsidie geniet, moet gerechtvaardigd worden. Bij ontstentenis zal de subsidie terugbetaald moeten worden. De niet-naleving van deze verplichting door de begunstigde impliceert dat elke nieuwe subsidieaanvraag voor een project inzake werk voor creatie op radio onontvankelijk zal worden verklaard De Regering bepaalt de types van in te dienen bewijsstukken, de termijn voor de indiening daarvan, de lijst van in aanmerking komende uitgaven en de vereffeningsbepalingen van de subsidie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling IV. - Steun aan de digitale overgang van auditieve diensten Art. 6.2.2-7. - De Regering kan een deel van de middelen van het Steunfonds voor creatie op radio bestemmen voor de ontwikkeling van de digitale uitzending van auditieve diensten in de Franse Gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De jaarlijkse totale subsidies toegekend in dit kader mogen niet meer dan 35% bedragen van de jaarlijkse inkomsten van het Steunfonds voor creatie op radio.</p>\n<p class=\"lf-p\">De subsidies worden toegekend aan projecten van algemeen belang die ertoe strekken de breedste en grootste mogelijke uitzending van auditieve diensten in digitale modus te bevorderen. In dit kader kan het Fonds steun verlenen aan: 1° de initiatieven bestemd om digitale uitzending via terrestrische hertzgolven te coördineren, te organiseren en te promoten; 2° de radio's die een gebruiksrecht genieten zoals bedoeld in artikel 8.2.1-12, § 1, en, in voorkomend geval, de netwerkexploitanten zoals bedoeld in artikel 8.2.1-12, § 7, voor de financiering van de kosten voor de installatie van de interne uitrustingen en de externe infrastructuren die noodzakelijk zijn voor digitale uitzending via terrestrische hertzgolven; 3° de installatie van gemeenschappelijke platformen voor de uitzending via internet, die toegang bieden tot een aanzienlijk aantal auditieve diensten. De Regering beslist de projecten al dan niet te steunen rekening houdend met de impact ervan op de ontwikkeling van de digitale uitzending. Die impact wordt voornamelijk beoordeeld aan de hand van de omvang van het doelpubliek en het aantal auditieve diensten dat baat heeft bij de effecten van het project.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling V. - Steun aan ontvangststructuren voor creatie op radio Art. 6.2.2-8. - § 1. De Regering kan ontvangststructuren voor creatie op radio erkennen op advies van de Adviescommissie voor creatie op radio bedoeld in artikel 6.2.2-15.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om erkend te worden, moet een ontvangststructuur voor creatie op radio een rechtspersoon zijn en de volgende opdrachten als doel hebben: 1° De algemene opdracht van de ontvangststructuur is het uitzenden, promoten en opwaarderen van de creatie op radio van de Franse Gemeenschap;2° Haar bijzondere opdrachten zijn: - de initiatieven inzake creatie op radio bevorderen; - de omkadering garanderen van ontwerpers van projecten rond creatie op radio door op te treden in de verschillende stappen van de realisatie ervan: vanaf het scenario tot de verdeling en de verschijning. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de omkadering van jonge afgestudeerden uit kunstscholen door hen in contact te brengen met de beroepssector; - de promotie van projecten rond creatie op radio ontwikkelen, met name bij openbare evenementen zoals festivals en try-outvoorstellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de nadere regels voor de indiening van de aanvraag om erkenning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op advies van de Adviescommissie voor creatie op radio kan de Regering de erkenning van de ontvangststructuur intrekken indien ze niet aan de voorwaarden van haar erkenning voldoet. § 2. In naleving van Verordening 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, die op 26 juni 2014 in het PBEG is gepubliceerd en is gewijzigd bij Verordening EU 2017/084, die op 20 juni 2017 in het PBEG is gepubliceerd, kan de Regering erkende ontvangststructuren subsidiëren door een deel van de middelen van het Steunfonds voor creatie op radio toe te kennen. Ze doet dit hetzij jaarlijks, op basis van een jaarlijks previsioneel activiteitenprogramma en een begroting ingediend door elke ontvangststructuur, hetzij meerjaarlijks, na advies van de Adviescommissie voor creatie op radio, in het kader van een vijfjarige programmaovereenkomst. Het totale bedrag van deze subsidies mag niet meer dan één derde bedragen van de jaarlijkse inkomsten van het Steunfonds voor creatie op radio. Minstens 50% van de steun toegekend aan een ontvangststructuur moet verplicht besteed worden aan de omkadering van de productie en promotie van werken voor creatie op radio.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan aanvullende subsidies toekennen voor de tewerkstelling van een beperkt aantal ambtenaren en de terbeschikkingstelling van infrastructuren of materiaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nadere bepalingen voor de indiening van de jaarlijkse subsidieaanvragen en de vereffening van de subsidies worden door de Regering vastgesteld. § 3. Na afloop van elk boekjaar, uiterlijk op 30 juni, stuurt de ontvangststructuur het Bestuur een jaarverslag volgens een door de Regering vastgelegd model dat minstens de volgende elementen bevat: 1° een moreel verslag;2° een beschrijving van de activiteiten waaruit blijkt dat de aan de ontvangststructuur toegewezen opdrachten en doelstellingen werden nageleefd;3° de balansen en de rekeningen van het voorbije boekjaar, opgesteld overeenkomstig de geldende wetten en boekhoudkundige reglementen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-622-9\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 6.2.2-9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om van een programmaovereenkomst gebruik te kunnen maken, moet de ontvangststructuur aan de volgende ontvankelijkheidscriteria voldoen: 1° erkend zijn krachtens artikel 6.2.2-8; 2° voor de drie jaar die aan de aanvraag voorafgaan, het bewijs kunnen leveren van een periode van regelmatige beroepsactiviteit in de sector van de creatie op radio</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-622-10\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 6.2.2-10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De toekenningsaanvraag moet de volgende elementen omvatten: 1° een afschrift van de statuten van de rechtspersoon en de namen en bekwaamheidsbewijzen van de personen die de ontvangststructuur die de aanvraag heeft ingediend, vertegenwoordigen;2° een beschrijving van het activiteitenproject waarvoor de steun wordt aangevraagd;3° de balansen en resultatenrekeningen van het voorgaande boekjaar;4° voor de duur van de overeenkomst of programmaovereenkomst: a) een financieel plan voor het project, b) het volume van de geplande activiteiten, c) een beschrijving van het doelpubliek;5° een beschrijving van de activiteiten die de voorbije drie jaar werden uitgevoerd. § 2. De Regering stelt de uiterste datum vast voor de indiening van de aanvraag om steun</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-622-11\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 6.2.2-11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De in artikel 6.2.2-15 bedoelde Adviescommissie voor creatie op radio brengt een met redenen omkleed advies uit over de opportuniteit om steun toe te kennen, over de aard en het bedrag van die steun. Daartoe baseert ze zich op de eigenheid van de ontvangststructuur en de volgende evaluatiecriteria: 1° de pertinentie van het dossier ingediend overeenkomstig artikel 6.2.2-10; 2° de artistieke en culturele kwaliteit van het project;3° de mogelijke uitstraling ervan op het grondgebied van het Franse taalgebied en het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, op het Belgische of internationale vlak;4° de overeenstemming tussen het bedrag van de aangevraagde steun en het project van de ontvangststructuur. De Adviescommissie voor creatie op radio houdt ook rekening met de bevordering van de werken van auteurs en regisseurs van de Franse Gemeenschap</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-622-12\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 6.2.2-12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De programmaovereenkomst omvat minstens de volgende elementen: 1° de ingangsdatum en einddatum;2° het bedrag van de subsidie en de vereffeningsbepalingen;3° de bijzondere opdrachten en doelstellingen die aan de ontvangststructuur worden toegewezen op grond van haar specifieke activiteiten;4° de verbintenissen inzake financieel evenwicht van de ontvangststructuur;5° de nadere bepalingen voor de schorsing, wijziging, beëindiging en verlenging van de programmaovereenkomst. Art. 6.2.2-13. - Uiterlijk vóór het einde van het tweede kwartaal van het laatste boekjaar waarop de programmaovereenkomst betrekking heeft, brengt de ontvangststructuur, in voorkomend geval, de Regering op de hoogte van haar wens de programmaovereenkomst te verlengen In voorkomend geval bezorgt de ontvangststructuur de Regeringsdiensten een bijgewerkte versie van de documenten bedoeld in artikel 6.2.2-10, § 1, met uitzondering van punt 5°, alsook een beschrijving van de activiteiten die werden uitgevoerd in het kader van de programmaovereenkomst die ten einde loopt, in het bijzonder de graad van uitvoering van de opdrachten die erin vervat zijn. De verlenging van een programmaovereenkomst gebeurt volgens dezelfde bepalingen als de toekenning van een programmaovereenkomst.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-622-14\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 6.2.2-14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan een waarnemer aanwijzen om haar met raadgevende stem te vertegenwoordigen op de vergaderingen van de raad van bestuur van een ontvangststructuur die steun geniet Hij brengt ten minste eenmaal per jaar verslag uit aan de Minister.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling VI. - Adviescommissie voor creatie op radio Art. 6.2.2-15. - § 1. Er wordt een Adviescommissie voor creatie op radio opgericht. § 2. De Commissie brengt advies uit over: 1° de erkenning van ontvangststructuren voor creatie op radio bedoeld in artikel 6.2.2-8; 2° de opportuniteit om een programmaovereenkomst te sluiten met een ontvangststructuur voor creatie op radio bedoeld in artikel 6.2.2-8; 3° de opportuniteit om een subsidie toe te kennen aan een project rond werken voor creatie op radio en het bedrag daarvan in overeenstemming met artikel 6.2.2-5, § 4; 4° elke aangelegenheid betreffende de creatie op radio, op initiatief of op verzoek van de Regering. § 3. De Commissie is, zowel voor de werkende leden als voor de plaatsvervangende leden, als volgt samengesteld: 1° een vertegenwoordiger van de verenigingen voor permanente vorming;2° een vertegenwoordiger van de leraren omroepkunst en communicatie;3° een vertegenwoordiger van de radioberoepen in het algemeen;4° een vertegenwoordiger van de private auditieve diensten;5° een vertegenwoordiger van de associatieve en expressieradio's met een cultureel doeleinde of voor permanente opvoeding;6° een vertegenwoordiger van de auditieve diensten van de RTBF;7° een vertegenwoordiger van een beroepsorganisatie die actief is op het gebied van auteursrecht;8° de vertegenwoordigers van de ideologische en filosofische strekkingen in het Parlement van de Franse Gemeenschap, waarvan het aantal wordt bepaald op één vertegenwoordiger per ideologische en filosofische strekking met een erkende democratische parlementaire fractie in het Parlement van de Franse Gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de in het eerste lid genoemde leden bestaat de Commissie uit de volgende leden met raadgevende stem: 1° een vertegenwoordiger van de Minister;2° de Secretaris-generaal van het Ministerie van de Franse Gemeenschap of zijn afgevaardigde. De leden worden benoemd voor een termijn van vijf jaar, die eenmaal kan worden verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leden worden van rechtswege ontslagen in geval ze ongewettigd afwezig waren op drie vergaderingen in één jaar. Wanneer de afwezigheid van een werkend lid aangekondigd wordt, zonder dat hij ontslagnemend is, wordt hij vervangen door een plaatsvervangend lid uit dezelfde categorie als deze van het afwezige werkende lid bij de vergaderingen van de Commissie en is deze plaatsvervanger stemgerechtigd. Elk lid dat de hoedanigheid verliest waarin het werd benoemd, wordt geacht ontslagnemend te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt: 1° de werkingsbepalingen van de Commissie en de minimale inhoud van haar huishoudelijk reglement;2° de betaling van de reiskosten van haar leden;3° het bedrag van het presentiegeld;4° het bedrag en het plafond van de leesvergoeding in verhouding tot de vereiste voorbereidingstijd en het aantal dossiers.Deze vergoedingen zijn afhankelijk ofwel van de daadwerkelijke deelname aan de vergadering waarop het punt wordt onderzocht, ofwel van de verzending van een schriftelijke bijdrage aan een aanwezig lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niemand kan tot lid van de Commissie worden benoemd: 1° indien hij het voorwerp is geweest van een strafrechtelijke veroordeling, uitgesproken bij een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde, op grond van wetten, decreten of verordeningen ter bestrijding van racisme en discriminatie, wegens a) het aanzetten tot discriminatie, haat of geweld, onder meer op grond van nationaliteit, vermeend ras, huidskleur, afstamming of nationale of etnische afkomst, leeftijd, seksuele geaardheid, godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, handicap, geslachtsverandering, genderidentiteit en -expressie, burgerlijke staat, geboorte, vermogen, politieke overtuiging, taal, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, lichamelijke of genetische kenmerken, sociale afkomst of lidmaatschap van een vakvereniging;b) de uitdrukking van een gedachtegoed, geloofsovertuiging of opinie die een bedreiging vormt voor de democratie en de fundamentele rechten en vrijheden gewaarborgd door de Grondwet of het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;c) het ontkennen, minimaliseren, rechtvaardigen of goedkeuren van de genocide die tijdens de Tweede Wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime is gepleegd;d) seksueel ongewenst gedrag of ander ongewenst gedrag op grond van een ander wettelijk beschermd criterium;2° indien hij lid is van een organisatie die op duidelijke en herhaaldelijke wijze: a) pleit voor discriminatie of segregatie op grond van een criterium dat wordt beschermd door wetten, decreten of verordeningen ter bestrijding van racisme en discriminatie;b) vijandig staat tegenover de essentiële beginselen van de democratie, zoals gewaarborgd door de Grondwet en door het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoedanigheid van Commissielid met beslissende stem is onverenigbaar met de hoedanigheid van: 1° Europees commissaris, lid van de federale Regering, lid van een gewest- of gemeenschapsregering, provinciegouverneur, arrondissementscommissaris, provinciaal gedeputeerde, burgemeester, schepen en voorzitter van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn;2° lid van het Europees Parlement, de Senaat, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, het Parlement van het Waalse Gewest, het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, het Parlement van de Franse Gemeenschap, een provincieraad, een gemeenteraad of een Raad voor maatschappelijk welzijn;3° lid van een ministerieel kabinet van de Europese Commissie, de federale Regering, een gewest- of gemeenschapsregering of een provincie- of gemeentebestuur;4° parlementair attaché van het Europees Parlement, de Senaat, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, het Parlement van het Waalse Gewest, het Parlement van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of het Parlement van de Franse Gemeenschap. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na een openbare oproep tot kandidaatstelling gepubliceerd op de website van de Regeringsdiensten, worden de werkende en plaatsvervangende leden bedoeld in paragraaf 3, eerste lid, 1° tot en met 5°, benoemd door de Regering, na vergelijking van de kwalificaties en verdiensten van de kandidaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaten moeten overeenkomstig de in de oproep tot kandidaatstelling vermelde bepalingen rechtvaardigen voor welke van de in paragraaf 3 bedoelde categorieën ze zich kandidaat stellen, evenals hun bekwaamheid of beroepservaring en hun motivatie om in de Commissie zitting te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister doet een nieuwe oproep tot kandidaatstelling wanneer niet alle werkende of plaatsvervangende leden konden worden benoemd. De Commissie kan evenwel reeds rechtsgeldig beraadslagen indien na afloop van de eerste oproep tot kandidaatstelling ten minste de helft van de werkende leden kon worden benoemd, met inbegrip van de in het volgende lid bedoelde leden.</p></div>", "next": 236667}