← België

Wet houdende instemming met de Brede en Versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en h

Kort samengevat

Deze wet bekrachtigt de Brede en Versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie, haar lidstaten en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie enerzijds, en de Republiek Armenië anderzijds. Het doel is om de banden en samenwerking tussen deze partijen te verdiepen.

Wat het regelt

Wie het aangaat

Kernpunten

📄 Wettekst
17 MAART 2019. - Wet houdende instemming met de Brede en Versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, gedaan te Brussel op 24 november 2017 (1)(2)(3) FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Art. 2.De Brede en Versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, gedaan te Brussel op 24 november 2017, zal volkomen gevolg hebben. Art. 3.De wijzigingen aan de bijlagen overeenkomstig de artikelen 240, lid 3, 270, lid 2, en 362, lid 8, van de Brede en Versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, gedaan te Brussel op 24 november 2017, zullen volkomen gevolg hebben. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 17 maart 2019. FILIP Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, D. REYNDERS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, K. GEENS _______ Nota's (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be): Stukken: nr.54-3459 Integraal verslag: 22/02/2019 (2) Zie Decreet van de Vlaamse Gemeenschap/het Vlaamse Gewest van 29/06/2018 (Belgisch Staatsblad van 25/07/2018), Decreet van de Franse Gemeenschap van 14/03/2019 (Belgisch Staatsblad van 18/06/2019), Decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 23/09/2019 (Belgisch Staatsblad van 11/10/2019), Decreet van het Waalse Gewest van 31/01/2019 (Belgisch Staatsblad van 27/05/2019), Ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest van 17/12/2019 (Belgisch Staatsblad van 24/12/2019), Ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 16/05/2019 (Belgisch Staatsblad van 18/06/2019) (3) Lijst der gebonden staten BREDE EN VERSTERKTE PARTNERSCHAPSOVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE EN HUN LIDSTATEN, ENERZIJDS, EN DE REPUBLIEK ARMENIE, ANDERZIJDS HET KONINKRIJK BELGIE, DE REPUBLIEK BULGARIJE, DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE REPUBLIEK ESTLAND, IERLAND, DE HELLEENSE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK SPANJE, DE FRANSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK KROATIE, DE ITALIAANSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK CYPRUS, DE REPUBLIEK LETLAND, DE REPUBLIEK LITOUWEN, HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG, HONGARIJE, DE REPUBLIEK MALTA, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN, DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, DE REPUBLIEK POLEN, DE PORTUGESE REPUBLIEK, ROEMENIE, DE REPUBLIEK SLOVENIE, DE SLOWAAKSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK FINLAND, HET KONINKRIJK ZWEDEN, HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIE EN NOORD-IERLAND, Verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, hierna "de lidstaten" genoemd, DE EUROPESE UNIE, en DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE, hierna "Euratom" genoemd, enerzijds, en DE REPUBLIEK ARMENIE anderzijds, hierna gezamenlijk "de partijen" genoemd, REKENING HOUDEND MET de sterke banden tussen de partijen en de waarden die zij delen, en met hun wens om de banden die in het verleden tot stand zijn gebracht door de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst, verder te ontwikkelen tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, dat op 22 april 1996 te Luxemburg is ondertekend en op 1 juli 1999 in werking is getreden ("PSO") en nauwe en intensieve samenwerking te bevorderen die is gebaseerd op gelijk partnerschap in het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid ("ENB") en het Oostelijk Partnerschap, alsook op grond van deze overeenkomst; ERKENNEND de bijdrage van het gezamenlijke ENB-actieplan EU-Armenië, met inbegrip van zijn inleidende bepalingen, en het belang van de partnerschapsprioriteiten voor het versterken van de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië en voor het bevorderen van het proces van hervormingen en de aanpassing van de wetgeving, zoals hierna vermeld, in de Republiek Armenië, aldus bijdragend tot grotere politieke en economische samenwerking; ZICH VERBINDEND tot de verdere versterking van de eerbiediging van de fundamentele vrijheden, de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, de democratische beginselen, de rechtsstaat en behoorlijk bestuur; ERKENNEND HET FEIT dat interne hervormingen voor meer democratie en markteconomie, enerzijds, en de duurzame beslechting van conflicten, anderzijds, met elkaar verbonden zijn. Om die reden zullen duurzame processen voor democratische hervormingen in de Republiek Armenië een steun zijn voor de opbouw van vertrouwen en stabiliteit in de hele regio; ZICH VERBINDEND tot verdere bevordering van de politieke, sociaal-economische en institutionele ontwikkeling van de Republiek Armenië, onder meer door de ontwikkeling van de civiele samenleving, de opbouw van instellingen, de hervorming van het openbare bestuur en het ambtenarenapparaat, de bestrijding van corruptie, meer handel en economische samenwerking, inclusief goed bestuur op het gebied van belastingen, de vermindering van de armoede en verregaande samenwerking over een breed spectrum van gebieden van gemeenschappelijk belang, zoals justitie, vrijheid en veiligheid; ZICH VERBINDEND tot volledige tenuitvoerlegging van de doelstellingen, beginselen en bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 1948, het Europees Verdrag betreffende de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 1950 en de Slotakte van Helsinki van 1975 van de OVSE; HERINNEREND aan de wil van de partijen om de internationale vrede en veiligheid te bevorderen en te streven naar efficiënt multilateralisme en de vreedzame oplossing van conflicten binnen overeengekomen vormen, in het bijzonder door nauw samen te werken in het kader van de Verenigde Naties ("VN") en de Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa ("OVSE"); ZICH VERBINDEND tot de internationale verplichtingen tot bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor en tot samenwerking inzake ontwapening en non-proliferatie, alsook nucleaire veiligheid en beveiliging; ERKENNEND dat de actieve deelname van de Republiek Armenië aan regionale samenwerkingsvormen van belang is, met inbegrip van de regionale samenwerkingsvormen die door de Europese Unie worden ondersteund; erkennend het belang dat de Republiek Armenië hecht aan haar deelname aan internationale organisaties en samenwerkingsvormen, en aan haar bestaande verplichtingen op grond daarvan; ERNAAR STREVEND de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang verder te ontwikkelen, met inbegrip van regionale aspecten, rekening houdend met het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van de Europese Unie en de relevante beleidspunten van de Republiek Armenië; erkennend het belang dat de Republiek Armenië hecht aan haar deelname aan internationale organisaties en samenwerkingsvormen, en aan haar bestaande verplichtingen op grond daarvan; ERKENNEND het belang van de verbintenis van de Republiek Armenië tot een vreedzame en duurzame oplossing van het conflict in Nagorno-Karabakh te komen, en de noodzaak om een dergelijke oplossing zo spoedig mogelijk te bereiken, in het kader van de onderhandelingen die worden geleid door de voorzitters van de Minsk-groep van de OVSE; tevens erkennend de noodzaak om deze oplossing te bereiken op basis van de doelstellingen en beginselen die zijn vervat in het Handvest van de Verenigde Naties en in de Slotakte van Helsinki van de OVSE, meer bepaald die betrekking hebben op het afzien van de dreiging met of het gebruik van geweld, op de territoriale integriteit van staten, en op gelijke rechten voor en zelfbeschikking van de volkeren, en die zijn weerspiegeld in alle verklaringen die zijn uitgegeven in het kader van het dubbele voorzitterschap van de Minsk-groep van de OVSE sinds de 16e OVSE-ministerraad van 2008; tevens nota nemend van de duidelijke verbintenis van de Europese Unie om dit proces voor een oplossing te steunen; ZICH INZETTEND VOOR het voorkomen en bestrijden van corruptie, het bestrijden van georganiseerde misdaad, en meer samenwerking bij terrorismebestrijding; ZICH INZETTEND VOOR een verdieping van hun dialoog en samenwerking op het gebied van migratie, asiel en grensbeheer, via een integrale aanpak met aandacht voor reguliere migratie, en voor samenwerking gericht op het aanpakken van irreguliere migratie, mensenhandel en de doeltreffende uitvoering van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië betreffende de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven, die op 1 januari 2014 in werking is getreden ("de overnameovereenkomst"); OPNIEUW BEVESTIGEND dat de toegenomen mobiliteit van de burgers van de partijen in een veilige en goed beheerde omgeving een elementaire doelstelling blijft, en overwegend te zijner tijd een visumdialoog in te stellen met de Republiek Armenië, mits aan alle voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit is voldaan, met inbegrip van de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de versoepeling van de afgifte van visa, die op 1 januari 2014 in werking is getreden (" de visumversoepelingsovereenkomst") en de overnameovereenkomst; ZICH INZETTEND VOOR de beginselen van de vrijemarkteconomie en de bereidheid van de Europese Unie bevestigend om bij te dragen tot de economische hervormingen in de Republiek Armenië; ERKENNEND de bereidheid van de partijen om de economische samenwerking te verdiepen, met inbegrip van handelsgerelateerde kwesties, met inachtneming van de rechten en plichten die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie ("WTO") van de partijen, en door de transparante en niet-discriminatoire toepassing van deze rechten en plichten; ERVAN OVERTUIGD dat deze overeenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor de economische betrekkingen tussen de partijen en vooral ook voor de ontwikkeling van handel, investeringen en de stimulering van concurrentie, factoren die essentieel zijn voor de economische herstructurering en modernisering; ZICH INZETTEND VOOR de eerbiediging van de beginselen van duurzame ontwikkeling, ZICH INZETTEND VOOR de inachtneming van milieubescherming met inbegrip van grensoverschrijdende samenwerking en tenuitvoerlegging van multilaterale internationale overeenkomsten; ZICH INZETTEND VOOR de verbetering van de zekerheid en veiligheid van de energievoorziening, door de ontwikkeling van geschikte infrastructuur te vergemakkelijken, door betere marktintegratie en geleidelijke aanpassing aan kernaspecten van het EU-acquis, waarnaar hierna wordt verwezen, onder meer door de stimulering van energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, rekening houdend met de verbintenissen van de Republiek Armenië tot naleving van de beginselen van gelijke behandeling van energie leverende, energie doorvoerende en energie verbruikende landen; ZICH INZETTEND VOOR een hoge mate van nucleaire veiligheid en beveiliging, zoals hieronder uiteengezet; ERKENNEND dat meer samenwerking op energiegebied nodig is, en dat de partijen het engagement zijn aangegaan om de bepalingen van het Verdrag inzake het Europees Energiehandvest volledig te respecteren; ERNAAR STREVEND het niveau van de volksgezondheid en veiligheid en de bescherming van de menselijke gezondheid te verhogen, met respect voor de beginselen van duurzame ontwikkeling, ecologische behoeften en klimaatverandering; ZICH INZETTEND VOOR meer contacten van mens tot mens, onder meer door samenwerking en uitwisselingen op het gebied van wetenschap en technologie, onderwijs en cultuur, jongeren en sport; ZICH INZETTEND VOOR de bevordering van grensoverschrijdende en interregionale samenwerking; ERKENNEND de verbintenis van de Republiek Armenië om de wetgeving van het land in de relevante sectoren geleidelijk aan te passen aan die van de Europese Unie, dezelve doeltreffend uit te voeren in het kader van de ruimere hervormingspogingen, en de bestuurlijke en institutionele capaciteit te ontwikkelen in de mate die nodig is voor de toepassing van deze overeenkomst, alsook erkennend de voortdurende steun van de Europese Unie, overeenkomstig alle beschikbare samenwerkingsinstrumenten, met inbegrip van technische, financiële en economische bijstand in samenhang met die verbintenis, rekening houdend met het ritme van de hervormingen en de economische behoeften van de Republiek Armenië; WIJZEND op het feit dat, als de partijen in het kader van deze overeenkomst specifieke overeenkomsten sluiten op het gebied van vrijheid, veiligheid en justitie, die door de EU zouden worden gesloten krachtens titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, de bepalingen van dergelijke toekomstige overeenkomsten niet bindend zouden zijn voor het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland, tenzij de Europese Unie, samen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland wat betreft hun respectieve bilaterale betrekkingen, de Republiek Armenië ervan in kennis heeft gesteld dat het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland gebonden is/zijn door dergelijke overeenkomsten als deel van de Europese Unie, overeenkomstig protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Evenzo zouden mogelijke latere interne maatregelen van de Europese Unie die met het oog op de uitvoering van deze overeenkomst krachtens titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden genomen, niet bindend zijn voor het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland, tenzij zij te kennen hebben gegeven deel te willen nemen aan deze maatregelen of deze te aanvaarden overeenkomstig protocol nr. 21; voorts nota nemend van het feit dat dergelijke toekomstige overeenkomsten of dergelijke latere interne maatregelen van de Europese Unie zouden komen te vallen onder protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken dat gehecht is aan voornoemde Verdragen, ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN: TITEL I DOELSTELLINGEN EN ALGEMENE BEGINSELEN ARTIKEL 1 Doelstellingen De doelstellingen van deze overeenkomst zijn: a) het brede politieke en economische partnerschap en de samenwerking tussen de partijen te bevorderen, gebaseerd op gemeenschappelijke waarden en nauwe banden, met inbegrip van een toenemende betrokkenheid van de Republiek Armenië bij het beleid, de programma's en de agentschappen van de Europese Unie;b) het kader voor een politieke dialoog te versterken op alle terreinen van wederzijds belang, om nauwe politieke betrekkingen tussen de partijen te bevorderen;c) bij te dragen tot de versterking van de democratie en de politieke, economische en institutionele stabiliteit in de Republiek Armenië;d) vrede en stabiliteit te bevorderen, te bewaren en te versterken, zowel op regionaal als op internationaal niveau, onder meer door de inspanningen te bundelen om bronnen van spanning weg te nemen, de grensbeveiliging op te schroeven en grensoverschrijdende samenwerking en betrekkingen van goed nabuurschap te bevorderen;e) de samenwerking te verbeteren op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, om zo de rechtsstaat en het respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden te versterken;f) mobiliteit en contacten van persoon tot persoon te bevorderen;g) steun te verlenen aan de inspanningen van de Republiek Armenië voor de ontwikkeling van haar economische potentieel via internationale samenwerking, ook door de aanpassing van de wetgeving aan die van het EU-acquis, zoals hieronder uiteengezet;h) een nauwere handelssamenwerking op te zetten met blijvende samenwerking op het gebied van regelgeving op relevante terreinen, overeenkomstig de rechten en plichten die voortvloeien uit het WTO-lidmaatschap;alsmede i) de voorwaarden te scheppen voor steeds nauwere samenwerking op andere terreinen van wederzijds belang. ARTIKEL 2 Algemene beginselen 1. De eerbiediging van de democratische beginselen, de rechtsstaat, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, inzonderheid als vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties, de Slotakte van Helsinki van de OVSE en het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa van 1990, alsmede andere relevante mensenrechteninstrumenten, waaronder de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties en het Europees Verdrag betreffende de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, vormen de grondslag van het binnenlandse en buitenlandse beleid van de partijen en zijn een essentieel onderdeel van deze overeenkomst.2. De partijen wijzen er nogmaals op dat zij vasthouden aan de beginselen van een vrije markteconomie, duurzame ontwikkeling, regionale samenwerking en effectief multilateralisme.3. De partijen herbevestigen dat zij de beginselen van goed bestuur, alsmede hun internationale verplichtingen, met name in het kader van de VN, de Raad van Europa en de OVSE zullen eerbiedigen.4. De partijen zetten zich in voor corruptiebestrijding, de strijd tegen de verschillende vormen van transnationale georganiseerde misdaad en terrorisme, de bevordering van duurzame ontwikkeling, effectief multilateralisme en de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, onder meer via het EU-initiatief betreffende de kenniscentra op het gebied van chemische, biologische, radiologische en nucleaire risicobestrijding.Deze verbintenis is van fundamenteel belang voor de ontwikkeling van de betrekkingen en de samenwerking tussen de partijen en draagt bij tot de regionale vrede en stabiliteit. TITEL II POLITIEKE DIALOOG EN HERVORMING SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BUITENLANDS EN VEILIGHEIDSBELEID ARTIKEL 3 Doelstellingen van de politieke dialoog 1. De politieke dialoog tussen de partijen over alle gebieden van wederzijds belang, met inbegrip van het buitenlands en veiligheidsbeleid en binnenlandse hervormingen, wordt verder ontwikkeld en versterkt.Deze dialoog zal de doeltreffendheid versterken van de politieke samenwerking op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid, met erkenning van het belang dat de Republiek Armenië hecht aan haar deelname aan internationale organisaties en samenwerkingsvormen, en aan haar bestaande verplichtingen op grond daarvan. 2. De doelstellingen van de politieke dialoog zijn: a) het verder ontwikkelen en versterken van een politieke dialoog over alle zaken van wederzijds belang;b) het politieke partnerschap versterken en de doeltreffendheid van de samenwerking op buitenlands en veiligheidsbeleid vergroten;c) de bevordering van internationale vrede, stabiliteit en veiligheid, op basis van effectief multilateralisme;d) meer samenwerking en dialoog tussen de partijen over internationale veiligheid en crisisbeheer, met name om wereldwijde en regionale problemen en daarmee samenhangende bedreigingen aan te pakken;e) versterking van de samenwerking in de strijd tegen de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor;f) meer resultaatgerichte en praktische samenwerking tussen de partijen om te komen tot vrede, veiligheid en stabiliteit op het Europese continent;g) meer respect voor de democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur, de mensenrechten en fundamentele vrijheden, alsook de persvrijheid en de rechten van personen die behoren tot nationale minderheden, en consolidering van binnenlandse politieke hervormingen;h) verdere ontwikkeling van dialoog en meer samenwerking tussen de partijen op het vlak van veiligheid en defensie;i) de bevordering van een vreedzame oplossing van conflicten;j) de bevordering van de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties, als neergelegd in het VN-Handvest, en van de beginselen die aan de grondslag liggen van de betrekkingen tussen deelnemende staten, zoals neergelegd in de Slotakte van Helsinki van de OVSE;alsmede k) de bevordering van regionale samenwerking, de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap en de verhoging van de regionale veiligheid, ook door stappen te nemen om de grenzen te openen ter bevordering van regionale handel en grensverkeer. ARTIKEL 4 Binnenlandse hervormingen De partijen werken samen op de volgende terreinen: a) de ontwikkeling, consolidatie en verhoging van de stabiliteit en doeltreffendheid van de democratische instellingen en de rechtsstaat;b) de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden;c) verdere vooruitgang met de hervorming van de rechterlijke macht en de wetgeving, om de onafhankelijkheid, kwaliteit en doeltreffendheid van de rechterlijke macht, de openbare aanklager en de rechtshandhaving te garanderen;d) versterking van de bestuurlijke capaciteit en waarborging van de onpartijdigheid en doeltreffendheid van de organen voor rechtshandhaving;e) voortzetting van de hervormingen van de overheidsdiensten en opbouw van een verantwoordelijk, efficiënt, transparant en professioneel overheidsapparaat;alsmede f) een doeltreffende corruptiebestrijding, in het bijzonder met het oog op de versterking van de internationale samenwerking inzake corruptiebestrijding en een doeltreffende tenuitvoerlegging van de desbetreffende internationale rechtsinstrumenten, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie van 2003. ARTIKEL 5 Buitenlands en veiligheidsbeleid 1. De partijen intensiveren hun dialoog en samenwerking op het vlak van het buitenlands en veiligheidsbeleid, met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, met erkenning van het belang dat de Republiek Armenië hecht aan haar deelname aan internationale organisaties en samenwerkingsvormen, en aan haar bestaande verplichtingen op grond daarvan, en zij besteden bijzondere aandacht aan conflictpreventie en crisisbeheer, risicobeperking, cyberveiligheid, de hervorming van de veiligheidssector, regionale stabiliteit, ontwapening, non-proliferatie, wapenbeheersing en wapenuitvoercontrole.De samenwerking wordt gebaseerd op gemeenschappelijke waarden en gezamenlijke belangen en is gericht op meer doeltreffendheid van het beleid, waarbij gebruik wordt gemaakt van bilaterale, internationale en regionale fora, meer bepaald de OVSE. 2. De partijen bevestigen opnieuw hun eerbiediging van de beginselen en normen van het internationaal recht, zoals onder meer neergelegd in het Handvest van de Verenigde Naties en de Slotakte van Helsinki van de OVSE, en verbinden zich ertoe deze beginselen te ondersteunen in hun bilaterale en multilaterale betrekkingen. ARTIKEL 6 Ernstige misdaden waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd en het Internationaal Strafhof 1. De partijen bevestigen opnieuw dat de ernstigste misdrijven die de gehele internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat de effectieve vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen te nemen op nationaal en internationaal niveau, onder meer op het niveau van het Internationaal Strafhof.2. De partijen zijn van oordeel dat de oprichting en doeltreffende werking van het Internationaal Strafhof een belangrijke ontwikkeling is voor de internationale vrede en gerechtigheid.De partijen streven naar meer samenwerking ter bevordering van vrede en internationale gerechtigheid door het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof en de bijhorende instrumenten te ratificeren en ten uitvoer te leggen, rekening houdend met hun wettelijke en constitutionele kaders. 3. De partijen komen overeen nauw samen te werken om volkerenmoord, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te voorkomen, door gebruik te maken van de passende bilaterale en multilaterale kaders. ARTIKEL 7 Conflictpreventie en crisisbeheersing De partijen intensiveren per geval de praktische samenwerking op het vlak van conflictpreventie en crisisbeheersing, in het bijzonder met het oog op de mogelijke deelname van de Republiek Armenië aan civiele en militaire operaties inzake crisisbeheersing onder leiding van de EU en aan oefeningen en opleidingen. ARTIKEL 8 Regionale stabiliteit en de vreedzame oplossing van conflicten 1. De partijen voeren hun gezamenlijke inspanningen op om betere voorwaarden te creëren voor verdere regionale samenwerking door het bevorderen van open grenzen via grensoverschrijdend verkeer, betrekkingen van goed nabuurschap en democratische ontwikkeling, aldus bijdragend tot stabiliteit en veiligheid, en zij werken samen voor een vreedzame beslechting van conflicten.2. De in lid 1 genoemde inspanningen verlopen volgen de gezamenlijke beginselen voor handhaving van internationale vrede en veiligheid als bepaald in het Handvest van de VN, de Slotakte van Helsinki van de OVSE en andere relevante multilaterale documenten waartoe de partijen zich hebben verbonden.De partijen onderstrepen het belang van bestaande overeengekomen vormen voor de vreedzame beslechting van conflicten. 3. De partijen wijzen erop dat wapencontrole en vertrouwenwekkende en veiligheidsbevorderende maatregelen van groot belang blijven voor de veiligheid, voorspelbaarheid en stabiliteit in Europa. ARTIKEL 9 Massavernietigingswapens, non-proliferatie en ontwapening 1. De partijen zijn van oordeel dat de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel staten als niet-statelijke actoren, zoals terroristen en andere criminele groepen, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale vrede en stabiliteit vormt.De partijen komen daarom overeen samen te werken en bij te dragen tot de bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door volledige naleving en nationale tenuitvoerlegging van hun bestaande verplichtingen op grond van de internationale ontwapenings- en non-proliferatieverdragen en -overeenkomsten en andere relevante internationale verplichtingen op dit gebied. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel onderdeel van deze overeenkomst vormt. 2. De partijen komen overeen samen te werken en bij te dragen aan de strijd tegen de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor: a) door maatregelen te nemen, gericht op de ondertekening of de ratificatie van alle andere relevante internationale instrumenten, of, in voorkomend geval, op aansluiting daarbij, en op de volledige tenuitvoerlegging daarvan;alsmede b) door verder een doeltreffend systeem van nationale uitvoercontroles op te zetten, met inbegrip van controles op de uitvoer en de doorvoer van goederen die verband houden met massavernietigingswapens, alsook controles op het eindgebruik van technologieën voor tweeërlei gebruik in het kader van massavernietigingswapens.3. De partijen komen overeen een regelmatige politieke dialoog op te zetten ter begeleiding en consolidatie van de in dit artikel genoemde elementen. ARTIKEL 10 Handvuurwapens en lichte wapens en de controle op de uitvoer van conventionele wapens 1. De partijen erkennen dat de illegale productie en handel in handvuurwapens en lichte wapens en de munitie daarvoor, alsmede buitensporige accumulatie, slecht beheer, inadequaat beveiligde voorraden en ongecontroleerde verspreiding ervan een ernstige bedreiging voor de vrede en de internationale veiligheid blijven vormen.2. De partijen komen overeen hun verplichtingen met betrekking tot de aanpak van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en de munitie daarvoor na te komen en volledig ten uitvoer te leggen, overeenkomstig de bestaande internationale verdragen waarbij zij partij zijn, en de resoluties van de VN-Veiligheidsraad, evenals hun verbintenissen in het kader van andere internationale instrumenten op dit gebied, zoals het VN-actieprogramma ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten.3. De partijen verbinden zich ertoe samen te werken en te zorgen voor coördinatie, complementariteit en synergie bij de aanpak van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en de munitie daarvoor, en de vernietiging van excessieve voorraden, op mondiaal, regionaal, subregionaal en nationaal niveau.4. Voorts komen de partijen overeen hun samenwerking voort te zetten op het vlak van de controle op conventionele wapens, overeenkomstig het Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie en overeenkomstig de relevante nationale wetgeving van de Republiek Armenië.5. De partijen komen overeen een regelmatige politieke dialoog op te zetten ter begeleiding en consolidatie van de in dit artikel genoemde elementen. ARTIKEL 11 Bestrijding van terrorisme 1. De partijen bevestigen opnieuw het belang van de strijd tegen en het voorkomen van terrorisme en komen overeen samen te werken op bilateraal, regionaal en internationaal niveau om terrorisme in al zijn vormen en uitingen te voorkomen en te bestrijden.2. De partijen komen overeen dat het essentieel is dat het terrorisme wordt bestreden met volledige eerbiediging van de rechtsstaat en in volledige overeenstemming met het internationale recht, met inbegrip van het internationale recht inzake de mensenrechten, het internationale vluchtelingenrecht en het internationaal humanitair recht en de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en alle relevante internationale instrumenten in verband met terrorismebestrijding.3. De partijen benadrukken het belang van de universele ratificatie en de volledige tenuitvoerlegging van alle VN-verdragen en protocollen die verband houden met terrorismebestrijding.De partijen komen overeen de dialoog te blijven bevorderen over het ontwerp voor een Alomvattend Verdrag betreffende internationaal terrorisme en samen te werken bij de tenuitvoerlegging van de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de Verenigde Naties, alsmede bij alle relevante resoluties van de VN-Veiligheidsraad en verdragen van de Raad van Europa. De partijen komen tevens overeen samen te werken met het oog op een internationale consensus over de preventie en bestrijding van terrorisme. TITEL III JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID ARTIKEL 12 De rechtsstaat en respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden 1. Bij hun samenwerking op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht hechten de partijen bijzonder belang aan de versterking van de rechtsstaat, met inbegrip van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de toegang tot het gerecht en het recht op een eerlijk proces, als gegarandeerd door het Europees Verdrag betreffende de bescherming van de rechten van de mens, alsook procedurele waarborgen in strafzaken en met betrekking tot de rechten van slachtoffers.2. De partijen werken ten volle samen voor een doeltreffend functioneren van de instellingen op het gebied van de rechtshandhaving, de bestrijding van corruptie en de rechtsbedeling.3. Respect voor de mensenrechten, niet-discriminatie en de fundamentele vrijheden is de leidraad voor alle samenwerking inzake vrijheid, veiligheid en recht. ARTIKEL 13 Bescherming van persoonsgegevens De partijen komen overeen samen te werken om een hoog niveau van bescherming van persoonsgegevens te waarborgen overeenkomstig de internationale rechtsinstrumenten en -normen van de Europese Unie, de Raad van Europa en andere internationale organen. ARTIKEL 14 Samenwerking inzake migratie, asiel en grensbeheer 1. De partijen herbevestigen het belang van een gezamenlijk beheer van migratiestromen tussen hun grondgebieden en brengen een brede dialoog tot stand over alle kwesties in verband met migratie, waaronder reguliere migratie, internationale bescherming en de strijd tegen irreguliere migratie, mensensmokkel en mensenhandel.2. Op basis van een specifieke analyse van de behoeften, die plaatsvindt via onderling overleg tussen de partijen, werken de partijen samen overeenkomstig hun desbetreffende wetgeving.De samenwerking richt zich met name op: a) de aanpak van de grondoorzaken van migratie;b) de ontwikkeling en uitvoering van nationale wetgeving en werkwijzen met betrekking tot internationale bescherming, teneinde te voldoen aan de bepalingen van het verdrag van Genève van 1951 inzake de status van vluchtelingen en het protocol inzake de status van vluchtelingen van 1967 en andere relevante internationale instrumenten, zoals het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, en teneinde ervoor te zorgen dat het beginsel van non-refoulement gerespecteerd wordt;c) de toelatingscriteria, alsmede de rechten en de status van toegelaten personen, de eerlijke behandeling en integratie van legale buitenlandse ingezetenen, onderwijs en opleiding en maatregelen tegen racisme en vreemdelingenhaat;d) de opzet van een doelmatige en preventieve aanpak van irreguliere migratie, smokkel van migranten en mensenhandel, onder meer door netwerken en criminele organisaties van handelaren en smokkelaars te bestrijden en de slachtoffers van deze praktijken te beschermen, binnen het kader van de relevante internationale instrumenten;e) kwesties als de organisatie, opleiding, beste werkwijzen en andere operationele maatregelen op het gebied van migratiebeheer, de beveiliging van documenten, visumbeleid, grensbeheer en informatiesystemen over migratie.3. Samenwerking kan ook de circulaire migratie vergemakkelijken en komt ten goede aan de ontwikkeling. ARTIKEL 15 Verkeer van personen en overname 1. De partijen die door de volgende overeenkomsten zijn gebonden, verzekeren de volledige tenuitvoerlegging van: a) de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven;alsmede b) de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de versoepeling van de afgifte van visa.2. De partijen blijven de mobiliteit van de burgers bevorderen via de visumversoepelingsovereenkomst en overwegen te zijner tijd een dialoog over visumliberalisering in te stellen, mits aan alle voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit is voldaan.De partijen werken samen om irreguliere migratie te bestrijden, onder meer door de overname-overeenkomst uit te voeren, en het beleid inzake grensbeheer alsook wettelijke en operationele kaders te bevorderen. ARTIKEL 16 Bestrijding van georganiseerde misdaad en corruptie 1. De partijen werken samen aan de voorkoming en bestrijding van al dan niet georganiseerde criminele en illegale activiteiten, met inbegrip van transnationale activiteiten, zoals: a) migrantensmokkel en mensenhandel;b) smokkel van en illegale handel in vuurwapens, inclusief in handvuurwapens en lichte wapens;c) smokkel van en illegale handel in drugs;d) smokkel van en illegale handel in goederen;e) illegale economische en financiële activiteiten zoals namaak, fiscale fraude en fraude bij openbare aanbestedingen;f) verduistering van middelen van door internationale donoren gefinancierde projecten;g) actieve en passieve corruptie, zowel in de openbare als in de particuliere sector;h) het vervalsen van documenten en het afleggen van onjuiste verklaringen;alsmede i) cybercriminaliteit.2. De partijen verbeteren de bilaterale, regionale en internationale samenwerking tussen rechtshandhavingsinstanties, met inbegrip van de mogelijke ontwikkeling van samenwerking tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving ("Europol") en de desbetreffende autoriteiten van de Republiek Armenië.De partijen verbinden zich tot de effectieve tenuitvoerlegging van de relevante internationale normen, met name die welke in het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad van 2000 en de drie protocollen daarbij, zijn opgenomen. De partijen werken samen aan het voorkomen en bestrijden van corruptie overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie van 2003, de aanbevelingen van de Groep van Staten tegen corruptie ("GRECO") van de Raad van Europa, en van de OESO, voor transparantie inzake vermogensverklaringen, de bescherming van klokkenluiders, en de openbaarmaking van informatie over uiteindelijke begunstigden van juridische entiteiten. ARTIKEL 17 Drugs 1. Binnen het kader van hun respectieve bevoegdheden werken de partijen samen met het oog op een evenwichtige en geïntegreerde aanpak van het voorkomen en bestrijden van drugs en nieuwe psychoactieve stoffen.Het beleid en de maatregelen met betrekking tot drugs zijn gericht op het versterken van de structuren om drugs te voorkomen en te bestrijden, het beperken van het aanbod aan, de handel in en de vraag naar drugs, waarbij de schadelijke gevolgen voor de gezondheid en de maatschappelijke consequenties van drugsgebruik worden aangepakt met het oog op een beperking van de schade, en op het doeltreffender voorkomen dat chemische precursoren onrechtmatig worden gebruikt voor de illegale productie van verdovende middelen en psychotrope of psychoactieve stoffen. 2. De partijen komen overeen welke samenwerkingsmethoden nodig zijn om de in lid 1 genoemde doelstellingen te bereiken.De maatregelen worden gebaseerd op gezamenlijk overeengekomen beginselen die in de relevante internationale verdragen zijn uiteengezet, en beogen de aanbevelingen ten uitvoer te leggen die zijn vervat in het slotdocument van de speciale zitting van de Algemene Vergadering van de VN over het mondiale drugsprobleem in april 2016. ARTIKEL 18 Witwassen van geld en terrorismefinanciering 1. De partijen werken samen om te voorkomen dat hun financiële systemen en relevante niet-financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van de opbrengsten uit criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder, of voor de financiering van terrorisme.Deze samenwerking strekt zich uit tot inbeslagneming van vermogensbestanddelen of gelden die uit de opbrengsten van criminele activiteiten zijn verkregen. 2. Door samenwerking op dit gebied moet het mogelijk worden relevante informatie uit te wisselen in het kader van de respectieve wetgeving van de partijen en relevante internationale instrumenten en passende normen vast te stellen voor de voorkoming en bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, die vergelijkbaar zijn met die van de relevante internationale instanties op dit gebied, zoals de Financial Action Task Force inzake het witwassen van geld. ARTIKEL 19 Samenwerking in de strijd tegen terrorisme 1. In overeenstemming met de beginselen die ten grondslag liggen aan de strijd tegen het terrorisme als beschreven in artikel 11, bevestigen de partijen opnieuw het belang van rechtshandhaving en een justitiële aanpak in de strijd tegen het terrorisme en komen zij overeen samen te werken bij de voorkoming en bestrijding van terrorisme, in het bijzonder door: a) informatie uit te wisselen over terroristische groepen en personen en de hen ondersteunende netwerken, overeenkomstig het nationale en internationale recht, in het bijzonder ten aanzien van gegevensbescherming en bescherming van de persoonlijke levenssfeer;b) ervaringen uit te wisselen inzake de voorkoming en bestrijding van terrorisme, inzake middelen en methoden en de technische aspecten ervan, en inzake opleiding, in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving;c) van gedachten te wisselen over radicalisering en rekrutering, en over middelen om radicalisering tegen te gaan en rehabilitatie te bevorderen;d) standpunten en ervaringen uit te wisselen met betrekking tot grensoverschrijdend verkeer en reizen van terrorismeverdachten en met betrekking tot terroristische dreigingen;e) beste werkwijzen te delen ten aanzien van de bescherming van de mensenrechten bij de strijd tegen terrorisme, in het bijzonder met betrekking tot strafrechtelijke procedures;f) de strafbaarstelling van terroristische misdrijven te waarborgen; alsmede g) maatregelen te nemen tegen de dreiging van chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair terrorisme en de nodige maatregelen te treffen om te voorkomen dat chemische, biologische, radiologische en nucleaire materialen worden verworven, overgedragen en gebruikt voor terroristische doeleinden en dat illegale handelingen worden verricht tegen risicovolle chemische, biologische, radiologische en nucleaire faciliteiten.2. De samenwerking is gebaseerd op de relevante beschikbare beoordelingen, in wederzijds overleg tussen de partijen. ARTIKEL 20 Juridische samenwerking 1. De partijen komen overeen de juridische samenwerking in burgerlijke en handelszaken uit te bouwen, met name wat betreft de onderhandelingen over, en de ratificatie en tenuitvoerlegging van multilaterale verdragen inzake juridische samenwerking in burgerlijke zaken, in het bijzonder de verdragen van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht op het gebied van internationale juridische samenwerking en procesvoering alsmede de bescherming van kinderen.2. Wat de juridische samenwerking in strafzaken betreft, streven de partijen naar verbetering van de samenwerking op het gebied van wederzijdse juridische bijstand op basis van de multilaterale overeenkomsten ter zake.Waar nodig impliceert dit de toetreding tot en uitvoering van de relevante internationale instrumenten van de VN en de Raad van Europa, en nauwere samenwerking tussen Eurojust en de bevoegde autoriteiten van de Republiek Armenië. ARTIKEL 21 Consulaire bescherming De Republiek Armenië stemt ermee in dat de consulaire en diplomatieke autoriteiten van alle vertegenwoordigde lidstaten bescherming bieden aan alle onderdanen van een lidstaat die niet over een permanente vertegenwoordiging in de Republiek Armenië beschikt die effectief in staat is in een concreet geval consulaire bescherming te bieden, op dezelfde voorwaarden als aan de onderdanen van de betrokken lidstaat. TITEL IV ECONOMISCHE SAMENWERKING HOOFDSTUK 1 ECONOMISCHE DIALOOG ARTIKEL 22 1. De Europese Unie en de Republiek Armenië vergemakkelijken het proces van economische hervormingen door het inzicht in de basiselementen van hun economieën en het formuleren en uitvoeren van economisch beleid te verbeteren.2. De Republiek Armenië zet verdere stappen voor de ontwikkeling van een goed functionerende markteconomie en voor de geleidelijke aanpassing van haar economische en financiële regelgeving en beleidsmaatregelen aan die van de Europese Unie, zoals goedgekeurd door deze overeenkomst.De Europese Unie ondersteunt de Republiek Armenië bij het garanderen van gezond macro-economisch beleid, met inbegrip van de onafhankelijkheid van de centrale bank en prijsstabiliteit, gezonde overheidsfinanciën, een houdbaar stelsel van wisselkoersen en een houdbare betalingsbalans. ARTIKEL 23 De partijen komen daartoe overeen een regelmatige economische dialoog te voeren om: a) informatie uit te wisselen over macro-economische trends en beleid, evenals over structurele hervormingen, met inbegrip van strategieën voor economische ontwikkeling;b) deskundigheid en beste werkwijzen uit te wisselen op gebieden als overheidsfinanciën, monetair en wisselkoersbeleid, beleid in de financiële sector en economische statistieken;c) informatie en ervaringen uit te wisselen over regionale economische integratie, met inbegrip van de werking van de Europese economische en monetaire unie;d) de stand van zaken te bekijken van de bilaterale samenwerking op het gebied van economie, financiën en statistiek. ARTIKEL 24 Regelingen voor interne controle en audit in de openbare sector De partijen werken samen op het gebied van de interne controle bij de overheid en externe audit, met de volgende doelstellingen: a) het ontwikkelen en uitvoeren van het stelsel voor interne controle bij de overheid overeenkomstig het beginsel van gedecentraliseerde verantwoordingsplicht, met inbegrip van een onafhankelijke interne auditfunctie in de gehele overheidssector van de Republiek Armenië, door middel van aanpassing aan algemeen aanvaarde internationale normen en methoden en goede parktijken van de Europese Unie, op basis van het hervormingsprogramma voor interne controle van de overheidsfinanciën dat de regering van de Republiek Armenië heeft goedgekeurd;b) de ontwikkeling van een adequaat financieel inspectiesysteem in de Republiek Armenië ter aanvulling op de interne auditfunctie (zonder deze te overlappen);c) steunverlening aan de centrale harmonisatie-eenheid voor interne controle van de overheidsfinanciën in de Republiek Armenië en versterking van de capaciteit ervan om het hervormingsproces te sturen;d) verdere versterking van de Rekenkamer als de hoogste audit-instantie in de Republiek Armenië, met name wat betreft de financiële, organisatorische en operationele onafhankelijkheid ervan in overeenstemming met internationaal aanvaarde normen voor de externe audit ("INTOSAI");alsmede e) de uitwisseling van gegevens, ervaring en goede praktijk. HOOFDSTUK 2 BELASTINGEN ARTIKEL 25 De partijen werken samen ter versterking van goed bestuur op fiscaal gebied, teneinde de economische betrekkingen, handel, investeringen en eerlijke concurrentie verder te verbeteren. ARTIKEL 26 Ten aanzien van artikel 25 erkennen de partijen de beginselen van goed bestuur op fiscaal gebied, dat wil zeggen de beginselen van transparantie, uitwisseling van inlichtingen en eerlijke belastingconcurrentie, zoals de lidstaten die op het niveau van de Europese Unie onderschrijven, en verbinden de partijen zich tot tenuitvoerlegging van deze beginselen. De partijen streven daartoe naar betere internationale samenwerking op fiscaal gebied, vergemakkelijking van het innen van belastingen en het opzetten van maatregelen voor de doelmatige uitvoering van deze beginselen van goed bestuur, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Europese Unie en de lidstaten. ARTIKEL 27 De partijen intensiveren en versterken hun samenwerking bij de verbetering en ontwikkeling van het belastingstelsel en de belastingdienst van de Republiek Armenië, met inbegrip van de verbetering van de capaciteit voor belastinginning en -controle, de verzekering van doeltreffende belastinginning en de intensivering van de strijd tegen belastingfraude en belastingontwijking. De partijen maken geen onderscheid tussen ingevoerde producten en gelijkaardige binnenlandse producten, overeenkomstig de artikelen I en III van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 ("GATT 1994"). De partijen streven ernaar beter samen te werken en ervaringen uit te wisselen ter bestrijding van belastingfraude en belastingontwijking, in het bijzonder carrouselfraude, alsook met betrekking tot verrekenprijzen en regelingen tegen offshore-activiteiten. ARTIKEL 28 De partijen ontwikkelen hun samenwerking om tot gezamenlijke beleidsmaatregelen te komenter voorkoming en bestrijding van fraude met en smokkel van accijnsproducten. De samenwerking omvat de uitwisseling van informatie. Met het oog daarop streven de partijen naar meer onderlinge samenwerking binnen de regionale context en overeenkomstig de Kadervovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatieinzake tabaksontmoediging van 200 3. ARTIKEL 29 Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. HOOFDSTUK 3 STATISTIEKEN ARTIKEL 30 De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake statistieken en dragen zo bij tot de lange-termijndoelstelling tijdig internationaal vergelijkbare en betrouwbare statistische gegevens te verstrekken. De verwachting is dat een duurzaam, efficiënt en professioneel onafhankelijk nationaal statistisch stelsel informatie oplevert die relevant is voor burgers, bedrijven en besluitvormers in de Europese Unie en in de Republiek Armenië en hen in staat stelt op basis hiervan gefundeerde besluiten te nemen. Het nationale statistische stelsel dient de grondbeginselen van de officiële statistiek van de Verenigde Naties te respecteren en rekening te houden met het EU-acquis inzake statistiek, waaronder de Praktijkcode Europese statistieken, teneinde de nationale statistische productie af te stemmen op de Europese normen en standaarden. ARTIKEL 31 De samenwerking op statistisch gebied is gericht op: a) verdere versterking van de capaciteit van het nationale stelsel voor statistiek, inclusief de wettelijke grondslag, de productie van gegevens en metagegevens van goede kwaliteit, verspreidingsbeleid en gebruiksvriendelijkheid, en rekening houdend met gebruikers in de publieke en private sector, de academische wereld en de maatschappij in het algemeen;b) verdere aanpassing van het statistisch stelsel van de Republiek Armenië aan de normen en praktijk die worden gehanteerd in het Europees Statistisch Stelsel;c) verfijning van de gegevensverstrekking aan de Europese Unie, rekening houdend met de toepassing van de relevante internationale en Europese methodologiën, waaronder statistische classificaties;d) verbetering van de professionele capaciteit en de bestuurscapaciteit van de medewerkers van het nationale bureau voor de statistiek, om de toepassing van de statistieknormen van de Europese Unie te vergemakkelijken en bij te dragen tot de ontwikkeling van het statistisch stelsel van de Republiek Armenië;e) uitwisseling van ervaringen betreffende de ontwikkeling van statistische kennis;alsmede f) bevordering van kwaliteitszorg en kwaliteitsbeheer in alle statistische productieprocessen en de verspreiding van statistische gegevens. ARTIKEL 32 De partijen werken samen in het kader van het Europees Statistisch Stelsel, waarbinnen Eurostat het bureau voor de statistiek van de Europese Unie is. Deze samenwerking moet de professionele onafhankelijkheid van het bureau voor de statistiek en de toepassing van de beginselen van de Praktijkcode Europese statistieken verzekeren, alsook de aandacht richten op de volgende punten: a) demografische statistieken, met inbegrip van tellingen en sociale statistieken;b) landbouwstatistieken, met inbegrip van landbouwtellingen;c) bedrijfsstatistieken, met inbegrip van handelsregisters en het gebruik van administratieve bronnen voor statistische doeleinden;d) macro-economische statistieken, met inbegrip van nationale rekeningen, statistieken in verband met buitenlandse handel, statistieken in verband met de betalingsbalans en statistieken in verband met buitenlandse directe investeringen;e) energiestatistieken, met inbegrip van energiebalansen;f) milieustatistieken;g) regionale statistieken;alsmede h) horizontale activiteiten, met inbegrip van kwaliteitszorg en -beheer, statistische classificaties, opleiding, verspreiding en gebruik van moderne informatietechnologieën. ARTIKEL 33 De partijen wisselen onder meer informatie en deskundigheid uit en zien toe op de verdere ontwikkeling van hun samenwerking, waarbij zij rekening houden met de in het kader van de diverse bijstandsprogramma's reeds opgebouwde ervaring met de hervorming van het statistische stelsel. Zij richten hun inspanningen op de verdere afstemming met het EU-acquis inzake statistiek, op basis van de nationale strategie voor de ontwikkeling van het statistisch stelsel van de Republiek Armenië, waarbij zij rekening houden met de ontwikkeling van het Europees Statistisch Stelsel. Bij de productie van statistische gegevens ligt de nadruk op een groter gebruik van administratieve gegevens en het verder stroomlijnen van statistische enquêtes, rekening houdend met de noodzaak om de responslast te verminderen. De geproduceerde gegevens moeten relevant zijn voor de opzet van en het toezicht op het beleid op de belangrijkste gebieden van het sociale en economische leven. ARTIKEL 34 Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. Voor zover mogelijk moeten de activiteiten binnen het Europees Statistisch Stelsel, met inbegrip van de opleiding, openstaan voor deelname van de Republiek Armenië. ARTIKEL 35 De geleidelijke aanpassing van de wetgeving van de Republiek Armenië aan EU-acquis inzake statitsiek verloopt in overeenstemming met het jaarlijks bijgewerkte compendium voor de statistiek van Eurostat, dat door de partijen als bijlage bij deze overeenkomst wordt beschouwd. TITEL V SAMENWERKING OP ANDERE GEBIEDEN HOOFDSTUK 1 VERVOER ARTIKEL 36 De partijen: a) vergroten en versterken hun samenwerking inzake vervoer, teneinde bij te dragen tot de ontwikkeling van duurzame vervoerssystemen;b) bevorderen efficiënt, veilig en betrouwbaar vervoer, alsmede de intermodaliteit en de interoperabiliteit van de vervoerssystemen;en c) streven naar verbetering van de belangrijkste vervoersverbindingen tussen hun grondgebieden. ARTIKEL 37 De samenwerking inzake vervoer omvat de volgende gebieden: a) de ontwikkeling van een duurzaam nationaal vervoersbeleid dat alle vervoerswijzen bestrijkt, met name om milieuvriendelijke, efficiënte,veilige en betrouwbare vervoerssystemen te waarborgen en de integratie van vervoersgerelateerde overwegingen in andere beleidsgebieden te bevorderen;b) de ontwikkeling van sectorspecifieke strategieën in het licht van het nationale beleid voor het vervoer over de weg, per spoor, over de binnenwateren, over zee, door de lucht en intermodaal (met inbegrip van de wettelijke vereisten voor de modernisering van technische uitrusting en vervoersvloten om aan de strengste internationale normen te voldoen);dit omvat tevens tijdschema's en mijlpalen voor de tenuitvoerlegging, administratieve taken en financieringsplannen; c) de verbetering van het infrastructuurbeleid, zodat infrastructuurprojecten voor de diverse vervoerswijzen beter kunnen worden geïdentificeerd en geëvalueerd;d) de uitwerking van financieringsstrategieën voor onderhoud, capaciteitsbeperkingen en ontbrekende infrastructuurverbindingen, alsmede aansporing en bevordering van de deelname van de private sector aan vervoersprojecten;e) de toetreding tot relevante internationale vervoersorganisaties en -overeenkomsten, met inbegrip van de procedures om de strikte tenuitvoerlegging en doeltreffende handhaving van internationale vervoersovereenkomsten en -verdragen te waarborgen;f) de samenwerking en uitwisseling van informatie met het oog op de ontwikkeling en verbetering van vervoerstechnologieën zoals intelligente vervoerssystemen;alsmede g) de bevordering van het gebruik van intelligente vervoerssystemen en informatietechnologie bij het beheer en het gebruik van alle vervoerswijzen, alsmede ondersteuning van intermodaliteit en samenwerking bij het gebruik van ruimtevaartsystemen en commerciële toepassingen ter vergemakkelijking van het vervoer. ARTIKEL 38 1. Met de samenwerking wordt tevens gestreefd naar verbetering van het verkeer van personen en goederen en de doorstroming van het vervoer tussen de Republiek Armenië, de Europese Unie en derde landen in de regio, de bevordering van open grenzen met grensoverschrijdend verkeer, door administratieve en technische en andere belemmeringen weg te nemen, de bestaande vervoersnetwerken te verbeteren en de infrastructuur te moderniseren, in het bijzonder van de belangrijkste verkeersnetwerken tussen de partijen.2. De samenwerking omvat maatregelen om grensoverschrijdend verkeer te faciliteren, rekening houdend met de specifieke kenmerken van niet aan zee gelegen landen, zoals vermeld in de relevante internationale instrumenten.3. De samenwerking omvat informatie-uitwisseling en gezamenlijke activiteiten: a) op regionaal niveau, in het bijzonder met inachtneming van de vooruitgang die is geboekt in het kader van regionale regelingen voor vervoerssamenwerking, zoals de Transportcorridor Europa-Kaukasus-Azië ("TRACECA") en andere vervoersinitiatieven op internationaal niveau, met inbegrip van internationale vervoersorganisaties en internationale overeenkomsten en verdragen die door de partijen zijn geratificeerd; alsmede b) in het kader van de diverse vervoersagentschappen van de Europese Unie, en het Oostelijk Partnerschap. ARTIKEL 39 1. Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling en een geleidelijke liberalisering van het luchtvervoer tussen de partijen in overeenstemming met hun wederzijdse commerciële behoeften, moeten de voorwaarden betreffende de wederzijdse toegang tot elkaars markten voor het luchtvervoer worden geregeld volgens de overeenkomst betreffende de gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië.2. Alvorens de overeenkomst betreffende de gemeenschappelijke luchtvaartruimte te sluiten, nemen de partijen geen maatregelen die meer beperkingen of discriminatie tot gevolg hebben dan het geval was op de dag die voorafgaat aan de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst. ARTIKEL 40 Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. ARTIKEL 41 1. De Republiek Armenië past haar wetgeving aan die van de Europese Unie aan als bedoeld in bijlage I bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.2. De aanpassing kan ook geschieden via sectorale overeenkomsten. HOOFDSTUK 2 SAMENWERKING INZAKE ENERGIE, MET INBEGRIP VAN NUCLEAIRE VEILIGHEID ARTIKEL 42 1. De partijen werken samen op energiegebied op basis van de beginselen van partnerschap, wederzijdse belangen, transparantie en voorspelbaarheid.De samenwerking beoogt aanpassing van de regelgeving in de energiesector op de hierna genoemde gebieden, rekening houdend met de noodzaak van toegang tot veilige, milieuvriendelijke en betaalbare energie. 2. De samenwerking richt zich onder meer op de volgende gebieden: a) energiestrategieën en -beleidsmaatregelen, inclusief de bevordering van energiezekerheid en de diversiteit in energievoorziening en stroomopwekking;b) vergroting van de energiezekerheid, inclusief door de diversificatie van energiebronnen en routes te stimuleren;c) de ontwikkeling van concurrerende energiemarkten;d) de bevordering van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntie en energiebesparing;e) de bevordering van regionale samenwerking inzake energie en inzake de integratie binnen regionale markten;f) de bevordering van gemeenschappelijke regelgevende kaders om de handel te vergemakkelijken in olieproducten, elektriciteit en eventueel in andere energiegrondstoffen, alsook van gelijke marktvoorwaarden in termen van nucleaire veiligheid, met het oog op een hoog niveau van veiligheid en beveiliging;g) de civiele nucleaire sector, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de Republiek Armenië, en met specifieke aandacht voor een hoog niveau van nucleaire veiligheid, op basis van de normen van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) en de normen en praktijken van de Europese Unie als hierna vernoemd, alsook voor een hoog niveau van nucleaire beveiliging, op basis van internationale richtsnoeren en praktijken.De samenwerking op dat gebied omvat het volgende: i) de uitwisseling van technologieën, beste praktijken en opleiding op het gebied van veiligheid, beveiliging en afvalbeheer, teneinde de veilige werking van kerncentrales te garanderen; ii) de sluiting en veilige ontmanteling van de kerncentrale van Medzamor en de spoedige goedkeuring van een routekaart of acti …

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.