Sources officiellesejustice.just.fgov.be · EUR-Lex
Europaius

Wet houdende instemming met de Brede en Versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en h

Kort samengevat

Deze wet bekrachtigt de Brede en Versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie, haar lidstaten en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie enerzijds, en de Republiek Armenië anderzijds. Het doel is om de banden en samenwerking tussen deze partijen te verdiepen.

Wat het regelt

  • De volledige inwerkingtreding van de Brede en Versterkte Partnerschapsovereenkomst.
  • De volledige inwerkingtreding van wijzigingen aan de bijlagen van de overeenkomst, zoals voorzien in specifieke artikelen (240, lid 3, 270, lid 2, en 362, lid 8).
  • De bevordering van nauwe en intensieve samenwerking gebaseerd op gelijk partnerschap.
  • De verdere ontwikkeling van de banden die in het verleden zijn opgebouwd.

Wie het aangaat

  • De Europese Unie, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten (waaronder België).
  • De Republiek Armenië.

Kernpunten

  • De overeenkomst bouwt voort op eerdere partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomsten.
  • Er is een verbintenis tot het versterken van fundamentele vrijheden, mensenrechten, democratische beginselen, de rechtsstaat en behoorlijk bestuur.
  • De partijen streven naar bevordering van politieke, sociaal-economische en institutionele ontwikkeling in Armenië, inclusief corruptiebestrijding en economische samenwerking.
  • De wet erkent de noodzaak van een vreedzame en duurzame oplossing voor het conflict in Nagorno-Karabach, gebaseerd op VN-Handvest en OVSE-beginselen.
Wettekst
Wettekst

17 MAART 2019. - Wet houdende instemming met de Brede en Versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, gedaan te Brussel op 24 november 2017

(1)
(2)
(3)FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet. De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Art. 2.De Brede en Versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, gedaan te Brussel op 24 november 2017, zal volkomen gevolg hebben. Art. 3.De wijzigingen aan de bijlagen overeenkomstig de artikelen 240, lid 3, 270, lid 2, en 362, lid 8, van de Brede en Versterkte Partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, gedaan te Brussel op 24 november 2017, zullen volkomen gevolg hebben. Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt. Gegeven te Brussel, 17 maart 2019. FILIP Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, D. REYNDERS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, K. GEENS _______ Nota's
(1)Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be): Stukken: nr.54-3459 Integraal verslag: 22/02/2019
(2)Zie Decreet van de Vlaamse Gemeenschap/het Vlaamse Gewest van 29/06/2018 (Belgisch Staatsblad van 25/07/2018), Decreet van de Franse Gemeenschap van 14/03/2019 (Belgisch Staatsblad van 18/06/2019), Decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 23/09/2019 (Belgisch Staatsblad van 11/10/2019), Decreet van het Waalse Gewest van 31/01/2019 (Belgisch Staatsblad van 27/05/2019), Ordonnantie van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest van 17/12/2019 (Belgisch Staatsblad van 24/12/2019), Ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 16/05/2019 (Belgisch Staatsblad van 18/06/2019)
(3)Lijst der gebonden staten BREDE EN VERSTERKTE PARTNERSCHAPSOVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE EN HUN LIDSTATEN, ENERZIJDS, EN DE REPUBLIEK ARMENIE, ANDERZIJDS HET KONINKRIJK BELGIE, DE REPUBLIEK BULGARIJE, DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE REPUBLIEK ESTLAND, IERLAND, DE HELLEENSE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK SPANJE, DE FRANSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK KROATIE, DE ITALIAANSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK CYPRUS, DE REPUBLIEK LETLAND, DE REPUBLIEK LITOUWEN, HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG, HONGARIJE, DE REPUBLIEK MALTA, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN, DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, DE REPUBLIEK POLEN, DE PORTUGESE REPUBLIEK, ROEMENIE, DE REPUBLIEK SLOVENIE, DE SLOWAAKSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK FINLAND, HET KONINKRIJK ZWEDEN, HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIE EN NOORD-IERLAND, Verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, hierna "de lidstaten" genoemd, DE EUROPESE UNIE, en DE EUROPESE GEMEENSCHAP VOOR ATOOMENERGIE, hierna "Euratom" genoemd, enerzijds, en DE REPUBLIEK ARMENIE anderzijds, hierna gezamenlijk "de partijen" genoemd, REKENING HOUDEND MET de sterke banden tussen de partijen en de waarden die zij delen, en met hun wens om de banden die in het verleden tot stand zijn gebracht door de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst, verder te ontwikkelen tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Armenië, anderzijds, dat op 22 april 1996 te Luxemburg is ondertekend en op 1 juli 1999 in werking is getreden ("PSO") en nauwe en intensieve samenwerking te bevorderen die is gebaseerd op gelijk partnerschap in het kader van het Europees Nabuurschapsbeleid ("ENB") en het Oostelijk Partnerschap, alsook op grond van deze overeenkomst; ERKENNEND de bijdrage van het gezamenlijke ENB-actieplan EU-Armenië, met inbegrip van zijn inleidende bepalingen, en het belang van de partnerschapsprioriteiten voor het versterken van de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië en voor het bevorderen van het proces van hervormingen en de aanpassing van de wetgeving, zoals hierna vermeld, in de Republiek Armenië, aldus bijdragend tot grotere politieke en economische samenwerking; ZICH VERBINDEND tot de verdere versterking van de eerbiediging van de fundamentele vrijheden, de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, de democratische beginselen, de rechtsstaat en behoorlijk bestuur; ERKENNEND HET FEIT dat interne hervormingen voor meer democratie en markteconomie, enerzijds, en de duurzame beslechting van conflicten, anderzijds, met elkaar verbonden zijn. Om die reden zullen duurzame processen voor democratische hervormingen in de Republiek Armenië een steun zijn voor de opbouw van vertrouwen en stabiliteit in de hele regio; ZICH VERBINDEND tot verdere bevordering van de politieke, sociaal-economische en institutionele ontwikkeling van de Republiek Armenië, onder meer door de ontwikkeling van de civiele samenleving, de opbouw van instellingen, de hervorming van het openbare bestuur en het ambtenarenapparaat, de bestrijding van corruptie, meer handel en economische samenwerking, inclusief goed bestuur op het gebied van belastingen, de vermindering van de armoede en verregaande samenwerking over een breed spectrum van gebieden van gemeenschappelijk belang, zoals justitie, vrijheid en veiligheid; ZICH VERBINDEND tot volledige tenuitvoerlegging van de doelstellingen, beginselen en bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties, de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties van 1948, het Europees Verdrag betreffende de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 1950 en de Slotakte van Helsinki van 1975 van de OVSE; HERINNEREND aan de wil van de partijen om de internationale vrede en veiligheid te bevorderen en te streven naar efficiënt multilateralisme en de vreedzame oplossing van conflicten binnen overeengekomen vormen, in het bijzonder door nauw samen te werken in het kader van de Verenigde Naties ("VN") en de Organisatie voor veiligheid en samenwerking in Europa ("OVSE"); ZICH VERBINDEND tot de internationale verplichtingen tot bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor en tot samenwerking inzake ontwapening en non-proliferatie, alsook nucleaire veiligheid en beveiliging; ERKENNEND dat de actieve deelname van de Republiek Armenië aan regionale samenwerkingsvormen van belang is, met inbegrip van de regionale samenwerkingsvormen die door de Europese Unie worden ondersteund; erkennend het belang dat de Republiek Armenië hecht aan haar deelname aan internationale organisaties en samenwerkingsvormen, en aan haar bestaande verplichtingen op grond daarvan; ERNAAR STREVEND de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang verder te ontwikkelen, met inbegrip van regionale aspecten, rekening houdend met het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van de Europese Unie en de relevante beleidspunten van de Republiek Armenië; erkennend het belang dat de Republiek Armenië hecht aan haar deelname aan internationale organisaties en samenwerkingsvormen, en aan haar bestaande verplichtingen op grond daarvan; ERKENNEND het belang van de verbintenis van de Republiek Armenië tot een vreedzame en duurzame oplossing van het conflict in Nagorno-Karabakh te komen, en de noodzaak om een dergelijke oplossing zo spoedig mogelijk te bereiken, in het kader van de onderhandelingen die worden geleid door de voorzitters van de Minsk-groep van de OVSE; tevens erkennend de noodzaak om deze oplossing te bereiken op basis van de doelstellingen en beginselen die zijn vervat in het Handvest van de Verenigde Naties en in de Slotakte van Helsinki van de OVSE, meer bepaald die betrekking hebben op het afzien van de dreiging met of het gebruik van geweld, op de territoriale integriteit van staten, en op gelijke rechten voor en zelfbeschikking van de volkeren, en die zijn weerspiegeld in alle verklaringen die zijn uitgegeven in het kader van het dubbele voorzitterschap van de Minsk-groep van de OVSE sinds de 16e OVSE-ministerraad van 2008; tevens nota nemend van de duidelijke verbintenis van de Europese Unie om dit proces voor een oplossing te steunen; ZICH INZETTEND VOOR het voorkomen en bestrijden van corruptie, het bestrijden van georganiseerde misdaad, en meer samenwerking bij terrorismebestrijding; ZICH INZETTEND VOOR een verdieping van hun dialoog en samenwerking op het gebied van migratie, asiel en grensbeheer, via een integrale aanpak met aandacht voor reguliere migratie, en voor samenwerking gericht op het aanpakken van irreguliere migratie, mensenhandel en de doeltreffende uitvoering van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië betreffende de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven, die op 1 januari 2014 in werking is getreden ("de overnameovereenkomst"); OPNIEUW BEVESTIGEND dat de toegenomen mobiliteit van de burgers van de partijen in een veilige en goed beheerde omgeving een elementaire doelstelling blijft, en overwegend te zijner tijd een visumdialoog in te stellen met de Republiek Armenië, mits aan alle voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit is voldaan, met inbegrip van de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de versoepeling van de afgifte van visa, die op 1 januari 2014 in werking is getreden (" de visumversoepelingsovereenkomst") en de overnameovereenkomst; ZICH INZETTEND VOOR de beginselen van de vrijemarkteconomie en de bereidheid van de Europese Unie bevestigend om bij te dragen tot de economische hervormingen in de Republiek Armenië; ERKENNEND de bereidheid van de partijen om de economische samenwerking te verdiepen, met inbegrip van handelsgerelateerde kwesties, met inachtneming van de rechten en plichten die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie ("WTO") van de partijen, en door de transparante en niet-discriminatoire toepassing van deze rechten en plichten; ERVAN OVERTUIGD dat deze overeenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor de economische betrekkingen tussen de partijen en vooral ook voor de ontwikkeling van handel, investeringen en de stimulering van concurrentie, factoren die essentieel zijn voor de economische herstructurering en modernisering; ZICH INZETTEND VOOR de eerbiediging van de beginselen van duurzame ontwikkeling, ZICH INZETTEND VOOR de inachtneming van milieubescherming met inbegrip van grensoverschrijdende samenwerking en tenuitvoerlegging van multilaterale internationale overeenkomsten; ZICH INZETTEND VOOR de verbetering van de zekerheid en veiligheid van de energievoorziening, door de ontwikkeling van geschikte infrastructuur te vergemakkelijken, door betere marktintegratie en geleidelijke aanpassing aan kernaspecten van het EU-acquis, waarnaar hierna wordt verwezen, onder meer door de stimulering van energie-efficiëntie en het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, rekening houdend met de verbintenissen van de Republiek Armenië tot naleving van de beginselen van gelijke behandeling van energie leverende, energie doorvoerende en energie verbruikende landen; ZICH INZETTEND VOOR een hoge mate van nucleaire veiligheid en beveiliging, zoals hieronder uiteengezet; ERKENNEND dat meer samenwerking op energiegebied nodig is, en dat de partijen het engagement zijn aangegaan om de bepalingen van het Verdrag inzake het Europees Energiehandvest volledig te respecteren; ERNAAR STREVEND het niveau van de volksgezondheid en veiligheid en de bescherming van de menselijke gezondheid te verhogen, met respect voor de beginselen van duurzame ontwikkeling, ecologische behoeften en klimaatverandering; ZICH INZETTEND VOOR meer contacten van mens tot mens, onder meer door samenwerking en uitwisselingen op het gebied van wetenschap en technologie, onderwijs en cultuur, jongeren en sport; ZICH INZETTEND VOOR de bevordering van grensoverschrijdende en interregionale samenwerking; ERKENNEND de verbintenis van de Republiek Armenië om de wetgeving van het land in de relevante sectoren geleidelijk aan te passen aan die van de Europese Unie, dezelve doeltreffend uit te voeren in het kader van de ruimere hervormingspogingen, en de bestuurlijke en institutionele capaciteit te ontwikkelen in de mate die nodig is voor de toepassing van deze overeenkomst, alsook erkennend de voortdurende steun van de Europese Unie, overeenkomstig alle beschikbare samenwerkingsinstrumenten, met inbegrip van technische, financiële en economische bijstand in samenhang met die verbintenis, rekening houdend met het ritme van de hervormingen en de economische behoeften van de Republiek Armenië; WIJZEND op het feit dat, als de partijen in het kader van deze overeenkomst specifieke overeenkomsten sluiten op het gebied van vrijheid, veiligheid en justitie, die door de EU zouden worden gesloten krachtens titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, de bepalingen van dergelijke toekomstige overeenkomsten niet bindend zouden zijn voor het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland, tenzij de Europese Unie, samen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland wat betreft hun respectieve bilaterale betrekkingen, de Republiek Armenië ervan in kennis heeft gesteld dat het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland gebonden is/zijn door dergelijke overeenkomsten als deel van de Europese Unie, overeenkomstig protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Evenzo zouden mogelijke latere interne maatregelen van de Europese Unie die met het oog op de uitvoering van deze overeenkomst krachtens titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden genomen, niet bindend zijn voor het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland, tenzij zij te kennen hebben gegeven deel te willen nemen aan deze maatregelen of deze te aanvaarden overeenkomstig protocol nr. 21; voorts nota nemend van het feit dat dergelijke toekomstige overeenkomsten of dergelijke latere interne maatregelen van de Europese Unie zouden komen te vallen onder protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken dat gehecht is aan voornoemde Verdragen, ZIJN ALS VOLGT OVEREENGEKOMEN: TITEL I DOELSTELLINGEN EN ALGEMENE BEGINSELEN ARTIKEL 1 Doelstellingen De doelstellingen van deze overeenkomst zijn:
  1. a)het brede politieke en economische partnerschap en de samenwerking tussen de partijen te bevorderen, gebaseerd op gemeenschappelijke waarden en nauwe banden, met inbegrip van een toenemende betrokkenheid van de Republiek Armenië bij het beleid, de programma's en de agentschappen van de Europese Unie;
  2. b)het kader voor een politieke dialoog te versterken op alle terreinen van wederzijds belang, om nauwe politieke betrekkingen tussen de partijen te bevorderen;
  3. c)bij te dragen tot de versterking van de democratie en de politieke, economische en institutionele stabiliteit in de Republiek Armenië;
  4. d)vrede en stabiliteit te bevorderen, te bewaren en te versterken, zowel op regionaal als op internationaal niveau, onder meer door de inspanningen te bundelen om bronnen van spanning weg te nemen, de grensbeveiliging op te schroeven en grensoverschrijdende samenwerking en betrekkingen van goed nabuurschap te bevorderen;
  5. e)de samenwerking te verbeteren op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, om zo de rechtsstaat en het respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden te versterken;
  6. f)mobiliteit en contacten van persoon tot persoon te bevorderen;
  7. g)steun te verlenen aan de inspanningen van de Republiek Armenië voor de ontwikkeling van haar economische potentieel via internationale samenwerking, ook door de aanpassing van de wetgeving aan die van het EU-acquis, zoals hieronder uiteengezet;
  8. h)een nauwere handelssamenwerking op te zetten met blijvende samenwerking op het gebied van regelgeving op relevante terreinen, overeenkomstig de rechten en plichten die voortvloeien uit het WTO-lidmaatschap;alsmede
  9. i)de voorwaarden te scheppen voor steeds nauwere samenwerking op andere terreinen van wederzijds belang. ARTIKEL 2 Algemene beginselen 1. De eerbiediging van de democratische beginselen, de rechtsstaat, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, inzonderheid als vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties, de Slotakte van Helsinki van de OVSE en het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa van 1990, alsmede andere relevante mensenrechteninstrumenten, waaronder de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties en het Europees Verdrag betreffende de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, vormen de grondslag van het binnenlandse en buitenlandse beleid van de partijen en zijn een essentieel onderdeel van deze overeenkomst.2. De partijen wijzen er nogmaals op dat zij vasthouden aan de beginselen van een vrije markteconomie, duurzame ontwikkeling, regionale samenwerking en effectief multilateralisme.3. De partijen herbevestigen dat zij de beginselen van goed bestuur, alsmede hun internationale verplichtingen, met name in het kader van de VN, de Raad van Europa en de OVSE zullen eerbiedigen.4. De partijen zetten zich in voor corruptiebestrijding, de strijd tegen de verschillende vormen van transnationale georganiseerde misdaad en terrorisme, de bevordering van duurzame ontwikkeling, effectief multilateralisme en de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, onder meer via het EU-initiatief betreffende de kenniscentra op het gebied van chemische, biologische, radiologische en nucleaire risicobestrijding.Deze verbintenis is van fundamenteel belang voor de ontwikkeling van de betrekkingen en de samenwerking tussen de partijen en draagt bij tot de regionale vrede en stabiliteit. TITEL II POLITIEKE DIALOOG EN HERVORMING SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BUITENLANDS EN VEILIGHEIDSBELEID ARTIKEL 3 Doelstellingen van de politieke dialoog 1. De politieke dialoog tussen de partijen over alle gebieden van wederzijds belang, met inbegrip van het buitenlands en veiligheidsbeleid en binnenlandse hervormingen, wordt verder ontwikkeld en versterkt.Deze dialoog zal de doeltreffendheid versterken van de politieke samenwerking op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid, met erkenning van het belang dat de Republiek Armenië hecht aan haar deelname aan internationale organisaties en samenwerkingsvormen, en aan haar bestaande verplichtingen op grond daarvan. 2. De doelstellingen van de politieke dialoog zijn:
  10. a)het verder ontwikkelen en versterken van een politieke dialoog over alle zaken van wederzijds belang;
  11. b)het politieke partnerschap versterken en de doeltreffendheid van de samenwerking op buitenlands en veiligheidsbeleid vergroten;
  12. c)de bevordering van internationale vrede, stabiliteit en veiligheid, op basis van effectief multilateralisme;
  13. d)meer samenwerking en dialoog tussen de partijen over internationale veiligheid en crisisbeheer, met name om wereldwijde en regionale problemen en daarmee samenhangende bedreigingen aan te pakken;
  14. e)versterking van de samenwerking in de strijd tegen de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor;
  15. f)meer resultaatgerichte en praktische samenwerking tussen de partijen om te komen tot vrede, veiligheid en stabiliteit op het Europese continent;
  16. g)meer respect voor de democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur, de mensenrechten en fundamentele vrijheden, alsook de persvrijheid en de rechten van personen die behoren tot nationale minderheden, en consolidering van binnenlandse politieke hervormingen;
  17. h)verdere ontwikkeling van dialoog en meer samenwerking tussen de partijen op het vlak van veiligheid en defensie;
  18. i)de bevordering van een vreedzame oplossing van conflicten;
  19. j)de bevordering van de doelstellingen en beginselen van de Verenigde Naties, als neergelegd in het VN-Handvest, en van de beginselen die aan de grondslag liggen van de betrekkingen tussen deelnemende staten, zoals neergelegd in de Slotakte van Helsinki van de OVSE;alsmede
  20. k)de bevordering van regionale samenwerking, de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap en de verhoging van de regionale veiligheid, ook door stappen te nemen om de grenzen te openen ter bevordering van regionale handel en grensverkeer. ARTIKEL 4 Binnenlandse hervormingen De partijen werken samen op de volgende terreinen:
  21. a)de ontwikkeling, consolidatie en verhoging van de stabiliteit en doeltreffendheid van de democratische instellingen en de rechtsstaat;
  22. b)de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden;
  23. c)verdere vooruitgang met de hervorming van de rechterlijke macht en de wetgeving, om de onafhankelijkheid, kwaliteit en doeltreffendheid van de rechterlijke macht, de openbare aanklager en de rechtshandhaving te garanderen;
  24. d)versterking van de bestuurlijke capaciteit en waarborging van de onpartijdigheid en doeltreffendheid van de organen voor rechtshandhaving;
  25. e)voortzetting van de hervormingen van de overheidsdiensten en opbouw van een verantwoordelijk, efficiënt, transparant en professioneel overheidsapparaat;alsmede
  26. f)een doeltreffende corruptiebestrijding, in het bijzonder met het oog op de versterking van de internationale samenwerking inzake corruptiebestrijding en een doeltreffende tenuitvoerlegging van de desbetreffende internationale rechtsinstrumenten, zoals het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie van 2003. ARTIKEL 5 Buitenlands en veiligheidsbeleid 1. De partijen intensiveren hun dialoog en samenwerking op het vlak van het buitenlands en veiligheidsbeleid, met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, met erkenning van het belang dat de Republiek Armenië hecht aan haar deelname aan internationale organisaties en samenwerkingsvormen, en aan haar bestaande verplichtingen op grond daarvan, en zij besteden bijzondere aandacht aan conflictpreventie en crisisbeheer, risicobeperking, cyberveiligheid, de hervorming van de veiligheidssector, regionale stabiliteit, ontwapening, non-proliferatie, wapenbeheersing en wapenuitvoercontrole.De samenwerking wordt gebaseerd op gemeenschappelijke waarden en gezamenlijke belangen en is gericht op meer doeltreffendheid van het beleid, waarbij gebruik wordt gemaakt van bilaterale, internationale en regionale fora, meer bepaald de OVSE. 2. De partijen bevestigen opnieuw hun eerbiediging van de beginselen en normen van het internationaal recht, zoals onder meer neergelegd in het Handvest van de Verenigde Naties en de Slotakte van Helsinki van de OVSE, en verbinden zich ertoe deze beginselen te ondersteunen in hun bilaterale en multilaterale betrekkingen. ARTIKEL 6 Ernstige misdaden waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd en het Internationaal Strafhof 1. De partijen bevestigen opnieuw dat de ernstigste misdrijven die de gehele internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat de effectieve vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen te nemen op nationaal en internationaal niveau, onder meer op het niveau van het Internationaal Strafhof.2. De partijen zijn van oordeel dat de oprichting en doeltreffende werking van het Internationaal Strafhof een belangrijke ontwikkeling is voor de internationale vrede en gerechtigheid.De partijen streven naar meer samenwerking ter bevordering van vrede en internationale gerechtigheid door het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof en de bijhorende instrumenten te ratificeren en ten uitvoer te leggen, rekening houdend met hun wettelijke en constitutionele kaders. 3. De partijen komen overeen nauw samen te werken om volkerenmoord, misdaden tegen de menselijkheid en oorlogsmisdaden te voorkomen, door gebruik te maken van de passende bilaterale en multilaterale kaders. ARTIKEL 7 Conflictpreventie en crisisbeheersing De partijen intensiveren per geval de praktische samenwerking op het vlak van conflictpreventie en crisisbeheersing, in het bijzonder met het oog op de mogelijke deelname van de Republiek Armenië aan civiele en militaire operaties inzake crisisbeheersing onder leiding van de EU en aan oefeningen en opleidingen. ARTIKEL 8 Regionale stabiliteit en de vreedzame oplossing van conflicten 1. De partijen voeren hun gezamenlijke inspanningen op om betere voorwaarden te creëren voor verdere regionale samenwerking door het bevorderen van open grenzen via grensoverschrijdend verkeer, betrekkingen van goed nabuurschap en democratische ontwikkeling, aldus bijdragend tot stabiliteit en veiligheid, en zij werken samen voor een vreedzame beslechting van conflicten.2. De in lid 1 genoemde inspanningen verlopen volgen de gezamenlijke beginselen voor handhaving van internationale vrede en veiligheid als bepaald in het Handvest van de VN, de Slotakte van Helsinki van de OVSE en andere relevante multilaterale documenten waartoe de partijen zich hebben verbonden.De partijen onderstrepen het belang van bestaande overeengekomen vormen voor de vreedzame beslechting van conflicten. 3. De partijen wijzen erop dat wapencontrole en vertrouwenwekkende en veiligheidsbevorderende maatregelen van groot belang blijven voor de veiligheid, voorspelbaarheid en stabiliteit in Europa. ARTIKEL 9 Massavernietigingswapens, non-proliferatie en ontwapening 1. De partijen zijn van oordeel dat de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel staten als niet-statelijke actoren, zoals terroristen en andere criminele groepen, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale vrede en stabiliteit vormt.De partijen komen daarom overeen samen te werken en bij te dragen tot de bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door volledige naleving en nationale tenuitvoerlegging van hun bestaande verplichtingen op grond van de internationale ontwapenings- en non-proliferatieverdragen en -overeenkomsten en andere relevante internationale verplichtingen op dit gebied. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel onderdeel van deze overeenkomst vormt. 2. De partijen komen overeen samen te werken en bij te dragen aan de strijd tegen de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor:
  27. a)door maatregelen te nemen, gericht op de ondertekening of de ratificatie van alle andere relevante internationale instrumenten, of, in voorkomend geval, op aansluiting daarbij, en op de volledige tenuitvoerlegging daarvan;alsmede
  28. b)door verder een doeltreffend systeem van nationale uitvoercontroles op te zetten, met inbegrip van controles op de uitvoer en de doorvoer van goederen die verband houden met massavernietigingswapens, alsook controles op het eindgebruik van technologieën voor tweeërlei gebruik in het kader van massavernietigingswapens.3. De partijen komen overeen een regelmatige politieke dialoog op te zetten ter begeleiding en consolidatie van de in dit artikel genoemde elementen. ARTIKEL 10 Handvuurwapens en lichte wapens en de controle op de uitvoer van conventionele wapens 1. De partijen erkennen dat de illegale productie en handel in handvuurwapens en lichte wapens en de munitie daarvoor, alsmede buitensporige accumulatie, slecht beheer, inadequaat beveiligde voorraden en ongecontroleerde verspreiding ervan een ernstige bedreiging voor de vrede en de internationale veiligheid blijven vormen.2. De partijen komen overeen hun verplichtingen met betrekking tot de aanpak van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en de munitie daarvoor na te komen en volledig ten uitvoer te leggen, overeenkomstig de bestaande internationale verdragen waarbij zij partij zijn, en de resoluties van de VN-Veiligheidsraad, evenals hun verbintenissen in het kader van andere internationale instrumenten op dit gebied, zoals het VN-actieprogramma ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten.3. De partijen verbinden zich ertoe samen te werken en te zorgen voor coördinatie, complementariteit en synergie bij de aanpak van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en de munitie daarvoor, en de vernietiging van excessieve voorraden, op mondiaal, regionaal, subregionaal en nationaal niveau.4. Voorts komen de partijen overeen hun samenwerking voort te zetten op het vlak van de controle op conventionele wapens, overeenkomstig het Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie en overeenkomstig de relevante nationale wetgeving van de Republiek Armenië.5. De partijen komen overeen een regelmatige politieke dialoog op te zetten ter begeleiding en consolidatie van de in dit artikel genoemde elementen. ARTIKEL 11 Bestrijding van terrorisme 1. De partijen bevestigen opnieuw het belang van de strijd tegen en het voorkomen van terrorisme en komen overeen samen te werken op bilateraal, regionaal en internationaal niveau om terrorisme in al zijn vormen en uitingen te voorkomen en te bestrijden.2. De partijen komen overeen dat het essentieel is dat het terrorisme wordt bestreden met volledige eerbiediging van de rechtsstaat en in volledige overeenstemming met het internationale recht, met inbegrip van het internationale recht inzake de mensenrechten, het internationale vluchtelingenrecht en het internationaal humanitair recht en de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties, en alle relevante internationale instrumenten in verband met terrorismebestrijding.3. De partijen benadrukken het belang van de universele ratificatie en de volledige tenuitvoerlegging van alle VN-verdragen en protocollen die verband houden met terrorismebestrijding.De partijen komen overeen de dialoog te blijven bevorderen over het ontwerp voor een Alomvattend Verdrag betreffende internationaal terrorisme en samen te werken bij de tenuitvoerlegging van de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de Verenigde Naties, alsmede bij alle relevante resoluties van de VN-Veiligheidsraad en verdragen van de Raad van Europa. De partijen komen tevens overeen samen te werken met het oog op een internationale consensus over de preventie en bestrijding van terrorisme. TITEL III JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID ARTIKEL 12 De rechtsstaat en respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden 1. Bij hun samenwerking op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht hechten de partijen bijzonder belang aan de versterking van de rechtsstaat, met inbegrip van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de toegang tot het gerecht en het recht op een eerlijk proces, als gegarandeerd door het Europees Verdrag betreffende de bescherming van de rechten van de mens, alsook procedurele waarborgen in strafzaken en met betrekking tot de rechten van slachtoffers.2. De partijen werken ten volle samen voor een doeltreffend functioneren van de instellingen op het gebied van de rechtshandhaving, de bestrijding van corruptie en de rechtsbedeling.3. Respect voor de mensenrechten, niet-discriminatie en de fundamentele vrijheden is de leidraad voor alle samenwerking inzake vrijheid, veiligheid en recht. ARTIKEL 13 Bescherming van persoonsgegevens De partijen komen overeen samen te werken om een hoog niveau van bescherming van persoonsgegevens te waarborgen overeenkomstig de internationale rechtsinstrumenten en -normen van de Europese Unie, de Raad van Europa en andere internationale organen. ARTIKEL 14 Samenwerking inzake migratie, asiel en grensbeheer 1. De partijen herbevestigen het belang van een gezamenlijk beheer van migratiestromen tussen hun grondgebieden en brengen een brede dialoog tot stand over alle kwesties in verband met migratie, waaronder reguliere migratie, internationale bescherming en de strijd tegen irreguliere migratie, mensensmokkel en mensenhandel.2. Op basis van een specifieke analyse van de behoeften, die plaatsvindt via onderling overleg tussen de partijen, werken de partijen samen overeenkomstig hun desbetreffende wetgeving.De samenwerking richt zich met name op:
  29. a)de aanpak van de grondoorzaken van migratie;
  30. b)de ontwikkeling en uitvoering van nationale wetgeving en werkwijzen met betrekking tot internationale bescherming, teneinde te voldoen aan de bepalingen van het verdrag van Genève van 1951 inzake de status van vluchtelingen en het protocol inzake de status van vluchtelingen van 1967 en andere relevante internationale instrumenten, zoals het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, en teneinde ervoor te zorgen dat het beginsel van non-refoulement gerespecteerd wordt;
  31. c)de toelatingscriteria, alsmede de rechten en de status van toegelaten personen, de eerlijke behandeling en integratie van legale buitenlandse ingezetenen, onderwijs en opleiding en maatregelen tegen racisme en vreemdelingenhaat;
  32. d)de opzet van een doelmatige en preventieve aanpak van irreguliere migratie, smokkel van migranten en mensenhandel, onder meer door netwerken en criminele organisaties van handelaren en smokkelaars te bestrijden en de slachtoffers van deze praktijken te beschermen, binnen het kader van de relevante internationale instrumenten;
  33. e)kwesties als de organisatie, opleiding, beste werkwijzen en andere operationele maatregelen op het gebied van migratiebeheer, de beveiliging van documenten, visumbeleid, grensbeheer en informatiesystemen over migratie.3. Samenwerking kan ook de circulaire migratie vergemakkelijken en komt ten goede aan de ontwikkeling. ARTIKEL 15 Verkeer van personen en overname 1. De partijen die door de volgende overeenkomsten zijn gebonden, verzekeren de volledige tenuitvoerlegging van:
  34. a)de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven;alsmede
  35. b)de Overeenkomst tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië inzake de versoepeling van de afgifte van visa.2. De partijen blijven de mobiliteit van de burgers bevorderen via de visumversoepelingsovereenkomst en overwegen te zijner tijd een dialoog over visumliberalisering in te stellen, mits aan alle voorwaarden voor een goed beheerde en veilige mobiliteit is voldaan.De partijen werken samen om irreguliere migratie te bestrijden, onder meer door de overname-overeenkomst uit te voeren, en het beleid inzake grensbeheer alsook wettelijke en operationele kaders te bevorderen. ARTIKEL 16 Bestrijding van georganiseerde misdaad en corruptie 1. De partijen werken samen aan de voorkoming en bestrijding van al dan niet georganiseerde criminele en illegale activiteiten, met inbegrip van transnationale activiteiten, zoals:
  36. a)migrantensmokkel en mensenhandel;
  37. b)smokkel van en illegale handel in vuurwapens, inclusief in handvuurwapens en lichte wapens;
  38. c)smokkel van en illegale handel in drugs;
  39. d)smokkel van en illegale handel in goederen;
  40. e)illegale economische en financiële activiteiten zoals namaak, fiscale fraude en fraude bij openbare aanbestedingen;
  41. f)verduistering van middelen van door internationale donoren gefinancierde projecten;
  42. g)actieve en passieve corruptie, zowel in de openbare als in de particuliere sector;
  43. h)het vervalsen van documenten en het afleggen van onjuiste verklaringen;alsmede
  44. i)cybercriminaliteit.2. De partijen verbeteren de bilaterale, regionale en internationale samenwerking tussen rechtshandhavingsinstanties, met inbegrip van de mogelijke ontwikkeling van samenwerking tussen het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving ("Europol") en de desbetreffende autoriteiten van de Republiek Armenië.De partijen verbinden zich tot de effectieve tenuitvoerlegging van de relevante internationale normen, met name die welke in het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad van 2000 en de drie protocollen daarbij, zijn opgenomen. De partijen werken samen aan het voorkomen en bestrijden van corruptie overeenkomstig het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie van 2003, de aanbevelingen van de Groep van Staten tegen corruptie ("GRECO") van de Raad van Europa, en van de OESO, voor transparantie inzake vermogensverklaringen, de bescherming van klokkenluiders, en de openbaarmaking van informatie over uiteindelijke begunstigden van juridische entiteiten. ARTIKEL 17 Drugs 1. Binnen het kader van hun respectieve bevoegdheden werken de partijen samen met het oog op een evenwichtige en geïntegreerde aanpak van het voorkomen en bestrijden van drugs en nieuwe psychoactieve stoffen.Het beleid en de maatregelen met betrekking tot drugs zijn gericht op het versterken van de structuren om drugs te voorkomen en te bestrijden, het beperken van het aanbod aan, de handel in en de vraag naar drugs, waarbij de schadelijke gevolgen voor de gezondheid en de maatschappelijke consequenties van drugsgebruik worden aangepakt met het oog op een beperking van de schade, en op het doeltreffender voorkomen dat chemische precursoren onrechtmatig worden gebruikt voor de illegale productie van verdovende middelen en psychotrope of psychoactieve stoffen. 2. De partijen komen overeen welke samenwerkingsmethoden nodig zijn om de in lid 1 genoemde doelstellingen te bereiken.De maatregelen worden gebaseerd op gezamenlijk overeengekomen beginselen die in de relevante internationale verdragen zijn uiteengezet, en beogen de aanbevelingen ten uitvoer te leggen die zijn vervat in het slotdocument van de speciale zitting van de Algemene Vergadering van de VN over het mondiale drugsprobleem in april 2016. ARTIKEL 18 Witwassen van geld en terrorismefinanciering 1. De partijen werken samen om te voorkomen dat hun financiële systemen en relevante niet-financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van de opbrengsten uit criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder, of voor de financiering van terrorisme.Deze samenwerking strekt zich uit tot inbeslagneming van vermogensbestanddelen of gelden die uit de opbrengsten van criminele activiteiten zijn verkregen. 2. Door samenwerking op dit gebied moet het mogelijk worden relevante informatie uit te wisselen in het kader van de respectieve wetgeving van de partijen en relevante internationale instrumenten en passende normen vast te stellen voor de voorkoming en bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, die vergelijkbaar zijn met die van de relevante internationale instanties op dit gebied, zoals de Financial Action Task Force inzake het witwassen van geld. ARTIKEL 19 Samenwerking in de strijd tegen terrorisme 1. In overeenstemming met de beginselen die ten grondslag liggen aan de strijd tegen het terrorisme als beschreven in artikel 11, bevestigen de partijen opnieuw het belang van rechtshandhaving en een justitiële aanpak in de strijd tegen het terrorisme en komen zij overeen samen te werken bij de voorkoming en bestrijding van terrorisme, in het bijzonder door:
  45. a)informatie uit te wisselen over terroristische groepen en personen en de hen ondersteunende netwerken, overeenkomstig het nationale en internationale recht, in het bijzonder ten aanzien van gegevensbescherming en bescherming van de persoonlijke levenssfeer;
  46. b)ervaringen uit te wisselen inzake de voorkoming en bestrijding van terrorisme, inzake middelen en methoden en de technische aspecten ervan, en inzake opleiding, in overeenstemming met de toepasselijke regelgeving;
  47. c)van gedachten te wisselen over radicalisering en rekrutering, en over middelen om radicalisering tegen te gaan en rehabilitatie te bevorderen;
  48. d)standpunten en ervaringen uit te wisselen met betrekking tot grensoverschrijdend verkeer en reizen van terrorismeverdachten en met betrekking tot terroristische dreigingen;
  49. e)beste werkwijzen te delen ten aanzien van de bescherming van de mensenrechten bij de strijd tegen terrorisme, in het bijzonder met betrekking tot strafrechtelijke procedures;
  50. f)de strafbaarstelling van terroristische misdrijven te waarborgen; alsmede
  51. g)maatregelen te nemen tegen de dreiging van chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair terrorisme en de nodige maatregelen te treffen om te voorkomen dat chemische, biologische, radiologische en nucleaire materialen worden verworven, overgedragen en gebruikt voor terroristische doeleinden en dat illegale handelingen worden verricht tegen risicovolle chemische, biologische, radiologische en nucleaire faciliteiten.2. De samenwerking is gebaseerd op de relevante beschikbare beoordelingen, in wederzijds overleg tussen de partijen. ARTIKEL 20 Juridische samenwerking 1. De partijen komen overeen de juridische samenwerking in burgerlijke en handelszaken uit te bouwen, met name wat betreft de onderhandelingen over, en de ratificatie en tenuitvoerlegging van multilaterale verdragen inzake juridische samenwerking in burgerlijke zaken, in het bijzonder de verdragen van de Haagse Conferentie voor Internationaal Privaatrecht op het gebied van internationale juridische samenwerking en procesvoering alsmede de bescherming van kinderen.2. Wat de juridische samenwerking in strafzaken betreft, streven de partijen naar verbetering van de samenwerking op het gebied van wederzijdse juridische bijstand op basis van de multilaterale overeenkomsten ter zake.Waar nodig impliceert dit de toetreding tot en uitvoering van de relevante internationale instrumenten van de VN en de Raad van Europa, en nauwere samenwerking tussen Eurojust en de bevoegde autoriteiten van de Republiek Armenië. ARTIKEL 21 Consulaire bescherming De Republiek Armenië stemt ermee in dat de consulaire en diplomatieke autoriteiten van alle vertegenwoordigde lidstaten bescherming bieden aan alle onderdanen van een lidstaat die niet over een permanente vertegenwoordiging in de Republiek Armenië beschikt die effectief in staat is in een concreet geval consulaire bescherming te bieden, op dezelfde voorwaarden als aan de onderdanen van de betrokken lidstaat. TITEL IV ECONOMISCHE SAMENWERKING HOOFDSTUK 1 ECONOMISCHE DIALOOG ARTIKEL 22 1. De Europese Unie en de Republiek Armenië vergemakkelijken het proces van economische hervormingen door het inzicht in de basiselementen van hun economieën en het formuleren en uitvoeren van economisch beleid te verbeteren.2. De Republiek Armenië zet verdere stappen voor de ontwikkeling van een goed functionerende markteconomie en voor de geleidelijke aanpassing van haar economische en financiële regelgeving en beleidsmaatregelen aan die van de Europese Unie, zoals goedgekeurd door deze overeenkomst.De Europese Unie ondersteunt de Republiek Armenië bij het garanderen van gezond macro-economisch beleid, met inbegrip van de onafhankelijkheid van de centrale bank en prijsstabiliteit, gezonde overheidsfinanciën, een houdbaar stelsel van wisselkoersen en een houdbare betalingsbalans. ARTIKEL 23 De partijen komen daartoe overeen een regelmatige economische dialoog te voeren om:
  52. a)informatie uit te wisselen over macro-economische trends en beleid, evenals over structurele hervormingen, met inbegrip van strategieën voor economische ontwikkeling;
  53. b)deskundigheid en beste werkwijzen uit te wisselen op gebieden als overheidsfinanciën, monetair en wisselkoersbeleid, beleid in de financiële sector en economische statistieken;
  54. c)informatie en ervaringen uit te wisselen over regionale economische integratie, met inbegrip van de werking van de Europese economische en monetaire unie;
  55. d)de stand van zaken te bekijken van de bilaterale samenwerking op het gebied van economie, financiën en statistiek. ARTIKEL 24 Regelingen voor interne controle en audit in de openbare sector De partijen werken samen op het gebied van de interne controle bij de overheid en externe audit, met de volgende doelstellingen:
  56. a)het ontwikkelen en uitvoeren van het stelsel voor interne controle bij de overheid overeenkomstig het beginsel van gedecentraliseerde verantwoordingsplicht, met inbegrip van een onafhankelijke interne auditfunctie in de gehele overheidssector van de Republiek Armenië, door middel van aanpassing aan algemeen aanvaarde internationale normen en methoden en goede parktijken van de Europese Unie, op basis van het hervormingsprogramma voor interne controle van de overheidsfinanciën dat de regering van de Republiek Armenië heeft goedgekeurd;
  57. b)de ontwikkeling van een adequaat financieel inspectiesysteem in de Republiek Armenië ter aanvulling op de interne auditfunctie (zonder deze te overlappen);
  58. c)steunverlening aan de centrale harmonisatie-eenheid voor interne controle van de overheidsfinanciën in de Republiek Armenië en versterking van de capaciteit ervan om het hervormingsproces te sturen;
  59. d)verdere versterking van de Rekenkamer als de hoogste audit-instantie in de Republiek Armenië, met name wat betreft de financiële, organisatorische en operationele onafhankelijkheid ervan in overeenstemming met internationaal aanvaarde normen voor de externe audit ("INTOSAI");alsmede
  60. e)de uitwisseling van gegevens, ervaring en goede praktijk. HOOFDSTUK 2 BELASTINGEN ARTIKEL 25 De partijen werken samen ter versterking van goed bestuur op fiscaal gebied, teneinde de economische betrekkingen, handel, investeringen en eerlijke concurrentie verder te verbeteren. ARTIKEL 26 Ten aanzien van artikel 25 erkennen de partijen de beginselen van goed bestuur op fiscaal gebied, dat wil zeggen de beginselen van transparantie, uitwisseling van inlichtingen en eerlijke belastingconcurrentie, zoals de lidstaten die op het niveau van de Europese Unie onderschrijven, en verbinden de partijen zich tot tenuitvoerlegging van deze beginselen. De partijen streven daartoe naar betere internationale samenwerking op fiscaal gebied, vergemakkelijking van het innen van belastingen en het opzetten van maatregelen voor de doelmatige uitvoering van deze beginselen van goed bestuur, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Europese Unie en de lidstaten. ARTIKEL 27 De partijen intensiveren en versterken hun samenwerking bij de verbetering en ontwikkeling van het belastingstelsel en de belastingdienst van de Republiek Armenië, met inbegrip van de verbetering van de capaciteit voor belastinginning en -controle, de verzekering van doeltreffende belastinginning en de intensivering van de strijd tegen belastingfraude en belastingontwijking. De partijen maken geen onderscheid tussen ingevoerde producten en gelijkaardige binnenlandse producten, overeenkomstig de artikelen I en III van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 ("GATT 1994"). De partijen streven ernaar beter samen te werken en ervaringen uit te wisselen ter bestrijding van belastingfraude en belastingontwijking, in het bijzonder carrouselfraude, alsook met betrekking tot verrekenprijzen en regelingen tegen offshore-activiteiten. ARTIKEL 28 De partijen ontwikkelen hun samenwerking om tot gezamenlijke beleidsmaatregelen te komenter voorkoming en bestrijding van fraude met en smokkel van accijnsproducten. De samenwerking omvat de uitwisseling van informatie. Met het oog daarop streven de partijen naar meer onderlinge samenwerking binnen de regionale context en overeenkomstig de Kadervovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatieinzake tabaksontmoediging van 200 3. ARTIKEL 29 Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. HOOFDSTUK 3 STATISTIEKEN ARTIKEL 30 De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake statistieken en dragen zo bij tot de lange-termijndoelstelling tijdig internationaal vergelijkbare en betrouwbare statistische gegevens te verstrekken. De verwachting is dat een duurzaam, efficiënt en professioneel onafhankelijk nationaal statistisch stelsel informatie oplevert die relevant is voor burgers, bedrijven en besluitvormers in de Europese Unie en in de Republiek Armenië en hen in staat stelt op basis hiervan gefundeerde besluiten te nemen. Het nationale statistische stelsel dient de grondbeginselen van de officiële statistiek van de Verenigde Naties te respecteren en rekening te houden met het EU-acquis inzake statistiek, waaronder de Praktijkcode Europese statistieken, teneinde de nationale statistische productie af te stemmen op de Europese normen en standaarden. ARTIKEL 31 De samenwerking op statistisch gebied is gericht op:
  61. a)verdere versterking van de capaciteit van het nationale stelsel voor statistiek, inclusief de wettelijke grondslag, de productie van gegevens en metagegevens van goede kwaliteit, verspreidingsbeleid en gebruiksvriendelijkheid, en rekening houdend met gebruikers in de publieke en private sector, de academische wereld en de maatschappij in het algemeen;
  62. b)verdere aanpassing van het statistisch stelsel van de Republiek Armenië aan de normen en praktijk die worden gehanteerd in het Europees Statistisch Stelsel;
  63. c)verfijning van de gegevensverstrekking aan de Europese Unie, rekening houdend met de toepassing van de relevante internationale en Europese methodologiën, waaronder statistische classificaties;
  64. d)verbetering van de professionele capaciteit en de bestuurscapaciteit van de medewerkers van het nationale bureau voor de statistiek, om de toepassing van de statistieknormen van de Europese Unie te vergemakkelijken en bij te dragen tot de ontwikkeling van het statistisch stelsel van de Republiek Armenië;
  65. e)uitwisseling van ervaringen betreffende de ontwikkeling van statistische kennis;alsmede
  66. f)bevordering van kwaliteitszorg en kwaliteitsbeheer in alle statistische productieprocessen en de verspreiding van statistische gegevens. ARTIKEL 32 De partijen werken samen in het kader van het Europees Statistisch Stelsel, waarbinnen Eurostat het bureau voor de statistiek van de Europese Unie is. Deze samenwerking moet de professionele onafhankelijkheid van het bureau voor de statistiek en de toepassing van de beginselen van de Praktijkcode Europese statistieken verzekeren, alsook de aandacht richten op de volgende punten:
  67. a)demografische statistieken, met inbegrip van tellingen en sociale statistieken;
  68. b)landbouwstatistieken, met inbegrip van landbouwtellingen;
  69. c)bedrijfsstatistieken, met inbegrip van handelsregisters en het gebruik van administratieve bronnen voor statistische doeleinden;
  70. d)macro-economische statistieken, met inbegrip van nationale rekeningen, statistieken in verband met buitenlandse handel, statistieken in verband met de betalingsbalans en statistieken in verband met buitenlandse directe investeringen;
  71. e)energiestatistieken, met inbegrip van energiebalansen;
  72. f)milieustatistieken;
  73. g)regionale statistieken;alsmede
  74. h)horizontale activiteiten, met inbegrip van kwaliteitszorg en -beheer, statistische classificaties, opleiding, verspreiding en gebruik van moderne informatietechnologieën. ARTIKEL 33 De partijen wisselen onder meer informatie en deskundigheid uit en zien toe op de verdere ontwikkeling van hun samenwerking, waarbij zij rekening houden met de in het kader van de diverse bijstandsprogramma's reeds opgebouwde ervaring met de hervorming van het statistische stelsel. Zij richten hun inspanningen op de verdere afstemming met het EU-acquis inzake statistiek, op basis van de nationale strategie voor de ontwikkeling van het statistisch stelsel van de Republiek Armenië, waarbij zij rekening houden met de ontwikkeling van het Europees Statistisch Stelsel. Bij de productie van statistische gegevens ligt de nadruk op een groter gebruik van administratieve gegevens en het verder stroomlijnen van statistische enquêtes, rekening houdend met de noodzaak om de responslast te verminderen. De geproduceerde gegevens moeten relevant zijn voor de opzet van en het toezicht op het beleid op de belangrijkste gebieden van het sociale en economische leven. ARTIKEL 34 Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. Voor zover mogelijk moeten de activiteiten binnen het Europees Statistisch Stelsel, met inbegrip van de opleiding, openstaan voor deelname van de Republiek Armenië. ARTIKEL 35 De geleidelijke aanpassing van de wetgeving van de Republiek Armenië aan EU-acquis inzake statitsiek verloopt in overeenstemming met het jaarlijks bijgewerkte compendium voor de statistiek van Eurostat, dat door de partijen als bijlage bij deze overeenkomst wordt beschouwd. TITEL V SAMENWERKING OP ANDERE GEBIEDEN HOOFDSTUK 1 VERVOER ARTIKEL 36 De partijen:
  75. a)vergroten en versterken hun samenwerking inzake vervoer, teneinde bij te dragen tot de ontwikkeling van duurzame vervoerssystemen;
  76. b)bevorderen efficiënt, veilig en betrouwbaar vervoer, alsmede de intermodaliteit en de interoperabiliteit van de vervoerssystemen;en
  77. c)streven naar verbetering van de belangrijkste vervoersverbindingen tussen hun grondgebieden. ARTIKEL 37 De samenwerking inzake vervoer omvat de volgende gebieden:
  78. a)de ontwikkeling van een duurzaam nationaal vervoersbeleid dat alle vervoerswijzen bestrijkt, met name om milieuvriendelijke, efficiënte,veilige en betrouwbare vervoerssystemen te waarborgen en de integratie van vervoersgerelateerde overwegingen in andere beleidsgebieden te bevorderen;
  79. b)de ontwikkeling van sectorspecifieke strategieën in het licht van het nationale beleid voor het vervoer over de weg, per spoor, over de binnenwateren, over zee, door de lucht en intermodaal (met inbegrip van de wettelijke vereisten voor de modernisering van technische uitrusting en vervoersvloten om aan de strengste internationale normen te voldoen);dit omvat tevens tijdschema's en mijlpalen voor de tenuitvoerlegging, administratieve taken en financieringsplannen;
  80. c)de verbetering van het infrastructuurbeleid, zodat infrastructuurprojecten voor de diverse vervoerswijzen beter kunnen worden geïdentificeerd en geëvalueerd;
  81. d)de uitwerking van financieringsstrategieën voor onderhoud, capaciteitsbeperkingen en ontbrekende infrastructuurverbindingen, alsmede aansporing en bevordering van de deelname van de private sector aan vervoersprojecten;
  82. e)de toetreding tot relevante internationale vervoersorganisaties en -overeenkomsten, met inbegrip van de procedures om de strikte tenuitvoerlegging en doeltreffende handhaving van internationale vervoersovereenkomsten en -verdragen te waarborgen;
  83. f)de samenwerking en uitwisseling van informatie met het oog op de ontwikkeling en verbetering van vervoerstechnologieën zoals intelligente vervoerssystemen;alsmede
  84. g)de bevordering van het gebruik van intelligente vervoerssystemen en informatietechnologie bij het beheer en het gebruik van alle vervoerswijzen, alsmede ondersteuning van intermodaliteit en samenwerking bij het gebruik van ruimtevaartsystemen en commerciële toepassingen ter vergemakkelijking van het vervoer. ARTIKEL 38 1. Met de samenwerking wordt tevens gestreefd naar verbetering van het verkeer van personen en goederen en de doorstroming van het vervoer tussen de Republiek Armenië, de Europese Unie en derde landen in de regio, de bevordering van open grenzen met grensoverschrijdend verkeer, door administratieve en technische en andere belemmeringen weg te nemen, de bestaande vervoersnetwerken te verbeteren en de infrastructuur te moderniseren, in het bijzonder van de belangrijkste verkeersnetwerken tussen de partijen.2. De samenwerking omvat maatregelen om grensoverschrijdend verkeer te faciliteren, rekening houdend met de specifieke kenmerken van niet aan zee gelegen landen, zoals vermeld in de relevante internationale instrumenten.3. De samenwerking omvat informatie-uitwisseling en gezamenlijke activiteiten:
  85. a)op regionaal niveau, in het bijzonder met inachtneming van de vooruitgang die is geboekt in het kader van regionale regelingen voor vervoerssamenwerking, zoals de Transportcorridor Europa-Kaukasus-Azië ("TRACECA") en andere vervoersinitiatieven op internationaal niveau, met inbegrip van internationale vervoersorganisaties en internationale overeenkomsten en verdragen die door de partijen zijn geratificeerd; alsmede
  86. b)in het kader van de diverse vervoersagentschappen van de Europese Unie, en het Oostelijk Partnerschap. ARTIKEL 39 1. Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling en een geleidelijke liberalisering van het luchtvervoer tussen de partijen in overeenstemming met hun wederzijdse commerciële behoeften, moeten de voorwaarden betreffende de wederzijdse toegang tot elkaars markten voor het luchtvervoer worden geregeld volgens de overeenkomst betreffende de gemeenschappelijke luchtvaartruimte tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië.2. Alvorens de overeenkomst betreffende de gemeenschappelijke luchtvaartruimte te sluiten, nemen de partijen geen maatregelen die meer beperkingen of discriminatie tot gevolg hebben dan het geval was op de dag die voorafgaat aan de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst. ARTIKEL 40 Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. ARTIKEL 41 1. De Republiek Armenië past haar wetgeving aan die van de Europese Unie aan als bedoeld in bijlage I bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage.2. De aanpassing kan ook geschieden via sectorale overeenkomsten. HOOFDSTUK 2 SAMENWERKING INZAKE ENERGIE, MET INBEGRIP VAN NUCLEAIRE VEILIGHEID ARTIKEL 42 1. De partijen werken samen op energiegebied op basis van de beginselen van partnerschap, wederzijdse belangen, transparantie en voorspelbaarheid.De samenwerking beoogt aanpassing van de regelgeving in de energiesector op de hierna genoemde gebieden, rekening houdend met de noodzaak van toegang tot veilige, milieuvriendelijke en betaalbare energie. 2. De samenwerking richt zich onder meer op de volgende gebieden:
  87. a)energiestrategieën en -beleidsmaatregelen, inclusief de bevordering van energiezekerheid en de diversiteit in energievoorziening en stroomopwekking;
  88. b)vergroting van de energiezekerheid, inclusief door de diversificatie van energiebronnen en routes te stimuleren;
  89. c)de ontwikkeling van concurrerende energiemarkten;
  90. d)de bevordering van het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, energie-efficiëntie en energiebesparing;
  91. e)de bevordering van regionale samenwerking inzake energie en inzake de integratie binnen regionale markten;
  92. f)de bevordering van gemeenschappelijke regelgevende kaders om de handel te vergemakkelijken in olieproducten, elektriciteit en eventueel in andere energiegrondstoffen, alsook van gelijke marktvoorwaarden in termen van nucleaire veiligheid, met het oog op een hoog niveau van veiligheid en beveiliging;
  93. g)de civiele nucleaire sector, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de Republiek Armenië, en met specifieke aandacht voor een hoog niveau van nucleaire veiligheid, op basis van de normen van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) en de normen en praktijken van de Europese Unie als hierna vernoemd, alsook voor een hoog niveau van nucleaire beveiliging, op basis van internationale richtsnoeren en praktijken.De samenwerking op dat gebied omvat het volgende:
  94. i)de uitwisseling van technologieën, beste praktijken en opleiding op het gebied van veiligheid, beveiliging en afvalbeheer, teneinde de veilige werking van kerncentrales te garanderen;
  95. ii)de sluiting en veilige ontmanteling van de kerncentrale van Medzamor en de spoedige goedkeuring van een routekaart of actieplan daartoe, rekening houdend met de noodzaak van de vervanging van deze kerncentrale door nieuwe capaciteit om de energiezekerheid en de voorwaarden voor duurzame ontwikkeling van de Republiek Armenië te garanderen;
  96. h)prijsbeleid, doorvoer en vervoer, met name een algemeen kostengebaseerd systeem voor de transmissie van energiebronnen, indien en wanneer dat passend is, en, voorkomend geval, verdere preciseringen met betrekking tot de toegang tot koolwaterstoffen;
  97. i)de bevordering van regelgevingsaspecten die de grondbeginselen van de regulering van de energiemarkt en van niet-discriminatoire toegang tot energienetwerken en -infrastructuren tegen een concurrerende, transparante en kosteneffectieve prijs, en een adequaat en onafhankelijk toezicht weerspiegelen;
  98. j)wetenschappelijke en technische samenwerking, met inbegrip van de uitwisseling van informatie voor de ontwikkeling en verbetering van technologieën voor de productie, het vervoer, de levering en het eindgebruik van energie, met bijzondere aandacht voor energie-efficiënte en milieuvriendelijke technologieën. ARTIKEL 43 Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. ARTIKEL 44 De Republiek Armenië past haar wetgeving aan de instrumenten aan als bedoeld in bijlage II en volgens de bepalingen van die bijlage. HOOFDSTUK 3 MILIEU ARTIKEL 45 De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake milieu-aangelegenheden en dragen zo bij tot de langetermijndoelstelling van duurzame ontwikkeling en een groenere economie. Verwacht wordt dat betere bescherming van het milieu voordelen zal bieden voor burgers en bedrijven in de Europese Unie en in de Republiek Armenië, onder meer door verbetering van de volksgezondheid, het behoud van natuurlijke hulpbronnen, grotere economische en milieu-efficiëntie en door het gebruik van moderne, schonere technologieën die bijdragen aan duurzamere productiepatronen. De partijen werken samen en houden rekening met hun beider belang op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel, waarbij zij rekening houden met hun onderlinge afhankelijkheid op het gebied van milieubescherming en de multilaterale overeenkomsten op dat gebied. ARTIKEL 46 1. De samenwerking is gericht op het behoud, de bescherming, de verbetering en het herstel van de kwaliteit van het milieu, de bescherming van de menselijke gezondheid, het duurzame gebruik van natuurlijke hulpbronnen en de bevordering van maatregelen op internationaal niveau voor het aanpakken van regionale of mondiale milieuproblemen, onder andere op het gebied van:
  99. a)goed bestuur op milieugebied en horizontale kwesties, onder meer strategische planning, milieueffectbeoordeling en strategische milieueffectbeoordeling, onderwijs en opleiding, systemen voor toezicht en milieu-informatie, inspectie en handhaving, milieu-aansprakelijkheid, bestrijding van milieumisdrijven, grensoverschrijdende samenwerking, publieke toegang tot milieu-informatie, besluitvormingsprocedures en doeltreffende administratieve en gerechtelijke beroepsprocedures;
  100. b)luchtkwaliteit;
  101. c)waterkwaliteit en bronnenbeheer, met inbegrip van de beheersing van overstromingsrisico's, waterschaarste en droogten;
  102. d)afvalbeheer;
  103. e)natuurbescherming, met inbegrip van bosbouw en behoud van biodiversiteit;
  104. f)industriële verontreiniging en industriële gevaren;
  105. g)beheer van chemicaliën.2. Samenwerking is ook gericht op de integratie van het milieu in andere beleidsdomeinen dan het milieubeleid. ARTIKEL 47 De partijen zorgen onder voor:
  106. a)uitwisseling van informatie en deskundigheid;
  107. b)samenwerking op regionaal en internationaal niveau, in het bijzonder met betrekking tot de multilaterale milieu-overeenkomsten die de partijen hebben geratificeerd;alsmede
  108. c)waar gepast, samenwerking in het kader van de relevante agentschappen. ARTIKEL 48 De samenwerking bestrijkt onder meer de volgende doelstellingen:
  109. a)de ontwikkeling van een algemene nationale milieustrategie voor de Republiek Armenië, die bestrijkt:
  110. i)geplande institutionele hervormingen (voorzien van tijdschema'
  111. s)om de tenuitvoerlegging en handhaving van milieuwetgeving te waarborgen;
  112. ii)de verdeling van de bevoegdheden voor het milieubeheer over de nationale, regionale en gemeentelijke overheden; iii) procedures voor de besluitvorming en uitvoering van besluiten;
  113. iv)procedures voor het bevorderen van de integratie van milieuzaken in andere beleidsterreinen;
  114. v)de bevordering van maatregelen voor een groene economie en eco-innovatie, de vaststelling van de nodige personele en financiële middelen en een herzieningsmechanisme;alsmede
  115. b)de ontwikkeling van sectorspecifieke strategieën voor de Republiek Armenië, met vaststelling van duidelijke tijdschema's en mijlpalen voor de tenuitvoerlegging, administratieve taken en financieringsstrategieën voor investeringen in infrastructuur en technologie, betreffende:
  116. i)luchtkwaliteit;
  117. ii)beheer van waterkwaliteit en watervoorraden; iii) afvalbeheer;
  118. iv)biodiversiteit, natuurbescherming en bosbeheer;
  119. v)industriële verontreiniging en industriële risico's;alsmede
  120. vi)chemicaliën. ARTIKEL 49 Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. ARTIKEL 50 De Republiek Armenië past haar wetgeving aan die van de Europese Unie en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage III bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage. HOOFDSTUK 4 KLIMAATACTIE ARTIKEL 51 De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking om de klimaatverandering te bestrijden. De partijen werken samen en houden rekening met hun beider belang op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel, alsook met hun onderlinge afhankelijkheid tussen bilaterale en multilaterale verbintenissen op dat gebied. ARTIKEL 52 Met de samenwerking worden maatregelen bevorderd op nationaal, regionaal en internationaal niveau, onder meer inzake:
  121. a)matiging van de klimaatverandering;
  122. b)aanpassing aan de klimaatverandering;
  123. c)markt- en niet-marktmechanismen voor de aanpak van de klimaatverandering;
  124. d)onderzoek, ontwikkeling, demonstratie, exploitatie, overdracht en verspreiding van nieuwe, innovatieve, veilige en duurzame koolstofarme en aanpassingstechnologieën;
  125. e)geleidelijke opname van klimaataspecten in het algemene en sectorale beleid;alsmede
  126. f)bewustmaking, voorlichting en opleiding. ARTIKEL 53 1. De partijen zorgen voor onder meer het volgende:
  127. a)uitwisseling van informatie en deskundigheid;
  128. b)uitvoering van gezamenlijke onderzoeksactiviteiten en uitwisseling van informatie over schonere en milieuvriendelijkere technologieën;
  129. c)uitvoering van gezamenlijke activiteiten op regionaal en internationaal niveau, onder meer met betrekking tot multilaterale milieu-overeenkomsten die door de partijen zijn geratificeerd, zoals het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering van 1992 ("UNFCCC") en de Overeenkomst van Parijs van 2015, en in voorkomend geval uitvoering van gezamenlijke activiteiten in het kader van de relevante instanties.2. De partijen schenken bijzondere aandacht aan grensoverschrijdende vraagstukken en regionale samenwerking. ARTIKEL 54 De samenwerking bestrijkt onder meer de volgende doelstellingen:
  130. a)maatregelen ter uitvoering van de Overeenkomst van Parijs overeenkomstig de beginselen als neergelegd in de onderhavige overeenkomst;
  131. b)maatregelen ter vergroting van de capaciteit om doeltreffende klimaatactie te ondernemen;
  132. c)de ontwikkeling van een algemene klimaatstrategie en een actieplan op de lange termijn voor verzachting van en aanpassing aan de klimaatverandering;
  133. d)de ontwikkeling van kwetsbaarheids- en aanpassingsevaluaties;
  134. e)de ontwikkeling van een koolstofarm ontwikkelingsplan;
  135. f)de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van langetermijnmaatregelen ter verzachting van de klimaatverandering door vermindering van de uitstoot van broeikasgassen;
  136. g)maatregelen ter voorbereiding van emissiehandel;
  137. h)maatregelen ter bevordering van technologieoverdracht;
  138. i)maatregelen voor de geleidelijke opname van klimaataspecten in sectorale beleidsdomeinen;alsmede
  139. j)maatregelen inzake de ozonlaagafbrekende stoffen en gefluoreerde gassen. ARTIKEL 55 Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. ARTIKEL 56 De Republiek Armenië past haar wetgeving aan die van de Europese Unie en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage IV bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage. HOOFDSTUK 5 INDUSTRIE- EN ONDERNEMINGSBELEID ARTIKEL 57 De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake het industrie- en ondernemingsbeleid en verbeteren zo het ondernemingsklimaat voor alle marktdeelnemers, maar met bijzondere nadruk op kleine en middelgrote ondernemingen. De versterkte samenwerking moet leiden tot een beter administratief en regelgevingskader voor bedrijven uit de Europese Unie en de Republiek Armenië die in de Europese Unie en in de Republiek Armenië actief zijn en moet gebaseerd zijn op het industriebeleid en het beleid van de Europese Unie inzake kleine en middelgrote ondernemingen, rekening houdend met internationaal erkende beginselen en praktijken op dit gebied. ARTIKEL 58 De partijen werken samen om:
  140. a)strategieën voor de ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen uit te voeren, op basis van de beginselen van de Small Business Act voor Europa, en toe te zien op het uitvoeringsproces door regelmatige rapportage en dialoog.Deze samenwerking zal tevens aandacht hebben voor micro-ondernemingen en ambachtelijke bedrijven die van zeer groot belang zijn voor zowel de economie van de Europese Unie als die van de Republiek Armenië;
  141. b)betere randvoorwaarden voor vergroting van het concurrentievermogen door uitwisseling van informatie en goede praktijken tot stand te brengen.Deze samenwerking omvat het beheer van structuurwijzigingen (herstructureringen) en milieu- en energievraagstukken, zoals energie-efficiëntie en schonere productie;
  142. c)regelgeving en praktijk te vereenvoudigen en rationaliseren, met specifieke aandacht voor de uitwisseling van goede praktijken inzake regelgevingstechniek, ook wat de beginselen van de Europese Unie betreft;
  143. d)de ontwikkeling van een innovatiebeleid aan te moedigen door middel van uitwisseling van informatie en goede praktijken over de commercialisering van onderzoek en ontwikkeling (waaronder instrumenten ter ondersteuning van startende technologiebedrijven), ontwikkeling van clusters en toegang tot financiering;
  144. e)meer contacten tussen bedrijven uit de Europese Unie en bedrijven uit de Republiek Armenië en tussen deze bedrijven en de autoriteiten van de Europese Unie en de Republiek Armenië aan te moedigen;
  145. f)activiteiten op het gebied van exportpromotie in de Republiek Armenië te ondersteunen;
  146. g)een bedrijfsvriendelijker klimaat, met het oog op een groter groeipotentieel en meer investeringsmogelijkheden te bevorderen; alsmede
  147. h)de modernisering en herstructurering van de industrie van de Republiek Armenië in bepaalde sectoren te ondersteunen. ARTIKEL 59 Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. Hierbij zullen ook vertegenwoordigers worden betrokken van bedrijven uit de Europese Unie en bedrijven uit de Republiek Armenië. HOOFDSTUK 6 VENNOOTSCHAPSRECHT, BOEKHOUDING EN AUDIT, EN CORPORATE GOVERNANCE ARTIKEL 60 1. De partijen erkennen dat voor een goed functionerende markteconomie met een voorspelbaar en transparant ondernemingsklimaat doeltreffende voorschriften en werkwijzen op het gebied van vennootschapsrecht en corporate governance noodzakelijk zijn, alsook op het gebied van boekhouding en audit, en benadrukken het belang van convergentie van de regelgeving op dit gebied.2. De partijen werken samen op de volgende gebieden:
  148. a)uitwisseling van beste praktijken die ervoor zorgen dat informatie over de organisatie en vertegenwoordiging van geregistreerde ondernemingen beschikbaar is en kan worden geraadpleegd op een transparante en makkelijk toegankelijke manier;
  149. b)verdere ontwikkeling van het beleid voor corporate governance, in overeenstemming met de internationale normen, met name die van de OESO;
  150. c)uitvoering en consistente toepassing van de internationale standaarden voor financiële verslaglegging ("IFRS") voor de geconsolideerde jaarrekeningen van beursgenoteerde vennootschappen;
  151. d)reglementering van en toezicht op het beroep van auditor en accountant;
  152. e)internationale controlenormen en de gedragscode van de Internationale Federatie van Accountants ("IFAC");de samenwerking op dit gebied heeft tot doel het professionele niveau van auditors te verhogen door beroepsorganisaties, auditorganisaties en auditors de regels en gedragscodes te doen volgen. HOOFDSTUK 7 SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BANKWEZEN, VERZEKERINGEN EN ANDERE FINANCIELE DIENSTEN ARTIKEL 61 De partijen zijn het eens over het belang van doeltreffende wetgeving en praktijken en over samenwerking op het gebied van financiële diensten, met het oog op:
  153. a)betere regelgeving inzake financiële diensten;
  154. b)passende en doeltreffende bescherming van investeerders en consumenten van financiële diensten;
  155. c)bevordering van de integriteit en de stabiliteit van het mondiale financiële stelsel;
  156. d)betere samenwerking tussen de verschillende actoren van het financiële stelsel, waaronder regelgevende en toezichthoudende instanties;
  157. e)bevordering van onafhankelijk en doeltreffend toezicht. HOOFDSTUK 8 SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DE INFORMATIEMAATSCHAPPIJ ARTIKEL 62 De partijen stimuleren de samenwerking inzake de ontwikkeling van de informatiemaatschappij ten behoeve van burgers en bedrijven door de brede beschikbaarheid van informatie- en communicatietechnologie ("ICT") en betere kwaliteit van dienstverlening tegen betaalbare prijzen. Deze samenwerking dient de toegang tot de elektronische-communicatiemarkt te vereenvoudigen en concurrentie en investeringen in de sector aan te moedigen. ARTIKEL 63 De samenwerking strekt zich met name uit tot de volgende onderwerpen:
  158. a)uitwisseling van informatie en beste praktijken over de uitvoering van nationale informatie-maatschappijstrategieën, onder meer met initiatieven ter bevordering van breedbandtoegang, ter verbetering van de netwerkbeveiliging en tot ontwikkeling van openbare onlinediensten;
  159. b)uitwisseling van informatie, beste praktijken en ervaringen ter bevordering van een omvattend regelgevingskader voor elektronische communicatie, en meer bepaald ter versterking van de bestuurlijke capaciteit van de nationale onafhankelijke regelgevende instantie, voor een beter gebruik van spectrumcapaciteit en ter bevordering van de interoperabiliteit van netwerken in de Republiek Armenië en met de Europese Unie. ARTIKEL 64 De partijen bevorderen de samenwerking tussen de regelgevende instanties van de Europese Unie en de nationale regelgevende instantie van de Republiek Armenië op het gebied van elektronische communicatie. ARTIKEL 65 De Republiek Armenië past haar wetgeving aan die van de Europese Unie en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage V bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage. HOOFDSTUK 9 TOERISME ARTIKEL 66 De partijen werken samen op het gebied van het toerisme, met het oog op de verdere ontwikkeling van een concurrerende en duurzame toerismebedrijfstak die economische groei en empowerment bevordert en werkgelegenheid en buitenlandse deviezen genereert. ARTIKEL 67 De samenwerking op bilateraal, regionaal en Europees niveau wordt gebaseerd op de volgende beginselen:
  160. a)respect voor de integriteit en de belangen van plaatselijke gemeenschappen, in het bijzonder in plattelandsgebieden;
  161. b)het belang van het culturele erfgoed;alsmede
  162. c)positieve interactie tussen toerisme en milieubehoud. ARTIKEL 68 De samenwerking richt zich in het bijzonder op de volgende onderwerpen:
  163. a)uitwisseling van informatie, beste praktijken, ervaring en kennis, onder meer inzake innovatieve technologieën;
  164. b)totstandbrenging van een strategisch partnerschap tussen openbare, particuliere en gemeenschapsbelangen, teneinde de duurzame ontwikkeling van het toerisme te waarborgen;
  165. c)bevordering en ontwikkeling van toerismeproducten en -markten, infrastructuur, personele middelen en institutionele structuren, alsook identificatie en eliminatie van belemmeringen voor reisdiensten;
  166. d)ontwikkeling en uitvoering van een efficiënt beleid en efficiënte strategieën, met inbegrip van de juridische, administratieve en financiële aspecten;
  167. e)opleiding en capaciteitsopbouw op het gebied van toerisme, teneinde de dienstverlening te verbeteren;alsmede
  168. f)ontwikkeling en promotie van op de gemeenschap gebaseerd toerisme. ARTIKEL 69 Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. HOOFDSTUK 10 LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING ARTIKEL 70 De partijen werken samen om de ontwikkeling van de landbouw en het platteland te bevorderen, met name door hun beleid en wetgeving geleidelijk op elkaar af te stemmen. ARTIKEL 71 De samenwerking tussen de partijen op het gebied van landbouw en plattelandsontwikkeling omvat onder andere de volgende doelstellingen:
  169. a)vergroten van het wederzijds begrip van het beleid inzake landbouw en plattelandsontwikkeling;
  170. b)versterken van de bestuurlijke capaciteit op centraal en lokaal niveau voor het plannen, evalueren en tenuitvoerleggen van beleid overeenkomstig de regelgeving van de Europese Unie en beste praktijken;
  171. c)bevorderen van de modernisering en duurzaamheid van de landbouwproductie;
  172. d)delen van kennis en beste praktijken in verband met het beleid inzake plattelandsontwikkeling, ter bevordering van het sociale en economische welzijn van plattelandsbewoners;
  173. e)verbeteren van de concurrentiepositie van de landbouwsector en van de efficiëntie en transparantie van de markten;
  174. f)bevorderen van een kwalitatief beleid en controlemechanismen daarvoor, met name geografische aanduidingen en biologische landbouw;
  175. g)verspreiden van kennis en bevorderen van voorlichtingsdiensten aan landbouwproducenten;alsmede
  176. h)verbeteren van de harmonisering van kwesties binnen het kader van internationale organisaties waarvan de partijen lid zijn. HOOFDSTUK 11 VISSERIJ EN MARITIEM BEHEER ARTIKEL 72 De partijen werken samen ten aanzien van kwesties van wederzijds belang in verband met visserij en maritiem beheer, waarbij zij inzetten op een nauwere bilaterale, multilaterale en internationale samenwerking in de visserijsector. ARTIKEL 73 De partijen ondernemen gezamenlijke acties, wisselen informatie uit en helpen elkaar ter bevordering van:
  177. a)verantwoorde visvangst en verantwoord visserijbeheer in overeenstemming met de beginselen van duurzame ontwikkeling, om de visbestanden en ecosystemen gezond te houden;alsmede
  178. b)samenwerking binnen de relevante multilaterale en internationale organisaties die verantwoordelijk zijn voor het beheer en het behoud van levende aquatische hulpbronnen, met name door het passende internationale toezicht en de instrumenten ter rechtshandhaving te versterken. ARTIKEL 74 De partijen ondersteunen initiatieven zoals de uitwisseling van ervaringen en het verlenen van steun om te zorgen voor de uitvoering van een duurzaam visserijbeleid, te weten:
  179. a)beheer van visserij en aquacultuurhulpbronnen;
  180. b)inspectie en controle van visserij-activiteiten;
  181. c)inzameling van gegevens over de vangst en de aanvoer, en biologische en economische gegevens;
  182. d)efficiëntere markten, met name door organisaties van producenten aan te moedigen, informatie aan consumenten te verstrekken, en door handelsnormen en traceerbaarheid;
  183. e)de duurzame ontwikkeling van gebieden aan een meeroever of met vijvers of een riviermonding, en met een significante werkgelegenheid in de visserijsector;alsmede
  184. f)institutionele uitwisseling van ervaringen inzake wetgeving voor duurzame aquacultuur en de praktische uitvoering ervan in natuurlijke bassins en kunstmatige meren. ARTIKEL 75 Rekening houdend met hun samenwerking op het gebied van visserij, vervoer, milieu en andere maritieme beleidsgebieden, werken de partijen tevens samen en verlenen onderlinge bijstand, waar nodig, inzake maritieme kwesties, met name door actief steun te verlenen aan een geïntegreerde benadering van maritieme zaken en goed bestuur in de relevante regionale en internationale fora. HOOFDSTUK 12 MIJNBOUW ARTIKEL 76 De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake de mijnbouw en de productie van grondstoffen om het wederzijds begrip te bevorderen, het ondernemingsklimaat te verbeteren en informatie-uitwisseling en samenwerking inzake vraagstukken op andere gebieden dan het energiegebied te bevorderen, in het bijzonder wat betreft de winning van metaalertsen en industriële mineralen. ARTIKEL 77 De partijen werken samen om de volgende punten te verwezenlijken:
  185. a)onderlinge uitwisseling van informatie over de ontwikkelingen in de mijnbouw- en grondstoffensectoren;
  186. b)uitwisseling van informatie over kwesties in verband met grondstoffenhandel met het oog op de bevordering van bilaterale uitwisselingen;
  187. c)uitwisseling van informatie en beste praktijken in verband met duurzame ontwikkeling in de mijnbouw;alsmede
  188. d)uitwisseling van informatie en beste werkwijzen in verband met opleiding, vaardigheden en veiligheid in de mijnbouw. HOOFDSTUK 13 SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN ONDERZOEK, TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELING EN INNOVATIE ARTIKEL 78 De partijen bevorderen samenwerking op alle gebieden van civiel wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling en innovatie op basis van wederzijds voordeel en afhankelijk van geschikte en doeltreffende bescherming van intellectuele-eigendomsrechten. ARTIKEL 79 De in artikel 78 bedoelde samenwerking bestrijkt:
  189. a)een beleidsdialoog en uitwisseling van wetenschappelijke en technologische informatie;
  190. b)de facilitering van adequate toegang tot de respectievelijke programma's van elke partij;
  191. c)initiatieven voor meer onderzoekscapaciteit en de deelname van onderzoeksinstellingen van de Republiek Armenië aan het kaderprogramma van de Europese Unie voor onderzoek;
  192. d)het stimuleren van gezamenlijke onderzoeksprojecten op alle gebieden van onderzoek en innovatie;
  193. e)opleidingsactiviteiten en mobiliteitsprogramma's voor wetenschappers, onderzoekers en ander onderzoekspersoneel betrokken bij activiteiten inzake onderzoek en innovatie van de partijen;
  194. f)de vergemakkelijking, in het kader van de geldende wetgeving, van het vrije verkeer van onderzoekspersoneel dat deelneemt aan de activiteiten krachtens deze overeenkomst en het grensoverschrijdende verkeer van goederen die voor deze activiteiten worden gebruikt; alsmede
  195. g)andere vormen van samenwerking voor onderzoek en innovatie op basis van onderlinge overeenstemming. ARTIKEL 80 Bij het uitvoeren van dergelijke samenwerkingsactiviteiten moet worden gestreefd naar synergieën met activiteiten die worden gefinancierd door het Internationaal Centrum voor Wetenschap en Technologie ("ISTC") en andere activiteiten in het kader van de financiële samenwerking tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië, als bedoeld in titel VII, hoofdstuk 1. HOOFDSTUK 14 CONSUMENTENBESCHERMING ARTIKEL 81 De partijen werken samen aan een hoog niveau van consumentenbescherming en aan verenigbaarheid van hun systemen voor consumentenbescherming. ARTIKEL 82 Voor de toepassing van dit hoofdstuk kan de samenwerking omvatten:
  196. a)het streven naar aanpassing van de consumentenwetgeving van de Republiek Armenië aan die van de Europese Unie, met vermijding van handelsbelemmeringen;
  197. b)de bevordering van de uitwisseling van informatie over systemen voor consumentenbescherming, met inbegrip van consumentenwetgeving en de handhaving daarvan, de veiligheid van consumentenproducten, systemen voor de uitwisseling van informatie, consumentenopvoeding en empowerment, en schadeloosstelling van consumenten;
  198. c)opleidingsactiviteiten voor overheidsambtenaren en andere vertegenwoordigers van consumentenbelangen;alsmede
  199. d)de bevordering van de oprichting van onafhankelijke consumentenorganisaties en contacten tussen vertegenwoordigers van consumenten. ARTIKEL 83 De Republiek Armenië past haar wetgeving aan die van de Europese Unie en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage VI bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage. HOOFDSTUK 15 WERKGELEGENHEID, SOCIAAL BELEID EN GELIJKE KANSEN ARTIKEL 84 De partijen versterken hun dialoog en samenwerking ter bevordering van de Agenda voor waardig werk van de Internationale Arbeidsorganisatie ("ILO"), het werkgelegenheidsbeleid, gezondheid en veiligheid op het werk, de sociale dialoog, de sociale bescherming, sociale integratie, gelijke kansen en antidiscriminatie, en dragen aldus bij tot de bevordering van meer en betere banen, armoedebestrijding, betere sociale samenhang, duurzame ontwikkeling en betere levenskwaliteit. ARTIKEL 85 De samenwerking die is gebaseerd op de uitwisseling van informatie en beste praktijken, kan een aantal kwesties bestrijken op een van de volgende gebieden:
  200. a)armoedebestrijding en grotere sociale samenhang;
  201. b)het werkgelegenheidsbeleid, met het oog op meer en betere banen met correcte arbeidsvoorwaarden, onder meer om de informele economie en informele werkgelegenheid terug te dringen;
  202. c)de bevordering van actieve arbeidsmarktmaatregelen en van doeltreffende arbeidsbemiddelingsdiensten ter modernisering van de arbeidsmarkt en tot aanpassing aan de behoeften van de arbeidsmarkt;
  203. d)de bevordering van een meer inclusieve arbeidsmarkt en meer inclusieve sociale-opvangsystemen ter integratie van benadeelde bevolkingsgroepen, zoals personen met een handicap en personen uit minderheidsgroepen;
  204. e)gelijke kansen en antidiscriminatie, ter bevordering van de gelijkheid tussen de geslachten en gelijke kansen voor mannen en vrouwen, alsook ter bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, ras of ethnische afkomst, godsdienst of geloof, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid;
  205. f)sociaal beleid gericht op betere sociale bescherming en de modernisering van socialebeschermingsstelsels in termen van kwaliteit, toegankelijkheid en betaalbaarheid;
  206. g)de bevordering van de deelname van de sociale partners en van de sociale dialoog, onder meer door een versterking van de capaciteit van alle relevante belanghebbenden;
  207. h)de bevordering van gezondheid en veiligheid op het werk;alsmede
  208. i)de bevordering van maatschappelijk verantwoord ondernemen. ARTIKEL 86 De partijen moedigen de participatie aan van alle relevante belanghebbenden, in het bijzonder maatschappelijke organisaties en de sociale partners, in de beleidsontwikkeling en de beleidshervormingen in de Republiek Armenië en in de samenwerking tussen de partijen in het kader van deze overeenkomst. ARTIKEL 87 De partijen streven naar meer samenwerking op het gebied van werkgelegenheid en sociaal beleid binnen alle relevante regionale, multilaterale en internationale fora en organisaties. ARTIKEL 88 De partijen bevorderen maatschappelijk verantwoord ondernemen en verantwoordingsplicht en moedigen verantwoorde zakelijke praktijken aan, zoals bepleit in de OESO-richtsnoeren voor multinationale ondernemingen, het Global Compact van de Verenigde Naties, de tripartiete beginselverklaring betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid van de ILO, en ISO 2600 0. ARTIKEL 89 Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. ARTIKEL 90 De Republiek Armenië past haar wetgeving aan die van de Europese Unie en aan de internationale instrumenten aan als bedoeld in bijlage VII bij deze overeenkomst en volgens de bepalingen van die bijlage. HOOFDSTUK 16 SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN GEZONDHEID ARTIKEL 91 De partijen ontwikkelen hun samenwerking op het gebied van de volksgezondheid om het niveau ervan te verhogen, overeenkomstig gemeenschappelijke waarden en beginselen, en als basisvoorwaarde voor duurzame ontwikkeling en economische groei. ARTIKEL 92 De samenwerking heeft betrekking op de preventie en controle van overdraagbare en niet-overdraagbare ziekten, onder meer door de uitwisseling van gezondheidsinformatie, de bevordering van de integratie van gezondheid in alle beleidsterreinen, samenwerking met internationale organisaties, met name de Wereldgezondheidsorganisatie, evenals door het bevorderen van de uitvoering van internationale gezondheidsovereenkomsten, zoals het Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging van de Wereldgezondheidsorganisatie van 2003 en de Internationale Gezondheidsregeling. HOOFDSTUK 17 ONDERWIJS, OPLEIDING EN JONGEREN ARTIKEL 93 De partijen werken samen inzake onderwijs en opleiding om de samenwerking en de beleidsdialoog te versterken, teneinde de onderwijs- en opleidingsstelsels van de Republiek Armenië op één lijn te brengen met het beleid en de praktijken van de Europese Unie. De partijen werken samen ter bevordering van een leven lang leren en moedigen samenwerking en transparantie aan op alle niveaus van onderwijs en opleiding, met speciale aandacht voor beroepsonderwijs en hoger onderwijs. ARTIKEL 94 De samenwerking op het vlak van onderwijs en opleiding wordt onder meer op de volgende terreinen gericht:
  209. a)bevordering van een leven lang leren, dat essentieel is voor groei en werkgelegenheid en volledige participatie van de burger in de maatschappij mogelijk maakt;
  210. b)modernisering van het onderwijs en de opleidingssystemen, met inbegrip van opleidingsstelsels voor ambtenaren en een verbetering van de kwaliteit, de relevantie en de toegang tijdens de hele opleidingsloopbaan, vanaf de vroegschoolse educatie en opvang tot het hoger onderwijs;
  211. c)bevordering van convergentie en gecoördineerde hervormingen in het hoger onderwijs op een manier die strookt met de agenda van de Europese Unie voor hoger onderwijs en de Europese ruimte voor hoger onderwijs (Bologna-proces);
  212. d)versterking van de internationale academische samenwerking, meer deelname aan de samenwerkingsprogramma's van de Europese Unie en de toename van de mobiliteit van studenten en docenten;
  213. e)aanmoediging van het leren van vreemde talen;
  214. f)ontwikkeling van het nationale kader voor kwalificaties ter verbetering van de transparantie en de erkenning van kwalificaties en competenties binnen het Europees netwerk van informatiecentra en de nationale informatiecentra inzake de academische erkenning ("ENIC-NARIC"), binnen het Europees kwalificatiekader;
  215. g)meer samenwerking voor de verdere ontwikkeling van beroepsonderwijs en opleiding, rekening houdend met goede praktijken in de Europese Unie;alsmede
  216. h)verbetering van het begrip van en de kennis over het Europese integratieproces, de academische dialoog over de betrekkingen tussen de EU en het Oostelijk Partnerschap, en de deelname aan alle relevante programma's van de Europese Unie, met inbegrip van de overheidsdiensten. ARTIKEL 95 De partijen komen overeen samen te werken op het gebied van jongeren met het oog op:
  217. a)versterkte samenwerking en uitwisselingen op het gebied van jongeren en niet-formeel onderwijs voor jongeren en jeugdwerkers;
  218. b)de vergemakkelijking van de actieve deelname van alle jongeren aan het maatschappelijke leven;
  219. c)steun voor de mobiliteit van jongeren en jeugdwerkers ter bevordering van de interculturele dialoog en de verwerving van kennis, vaardigheden en bevoegdheden buiten de formele onderwijssystemen, ook door vrijwilligerswerk;alsmede
  220. d)bevordering van de samenwerking tussen jongerenorganisaties ter ondersteuning van maatschappelijke organisaties. HOOFDSTUK 18 SAMENWERKING OP CULTUURGEBIED ARTIKEL 96 De partijen bevorderen de samenwerking op cultureel gebied en houden terdege rekening met de beginselen die zijn opgenomen in het verdrag van de organisatie van de Verenigde Naties voor onderwijs, wetenschap en cultuur ("UNESCO") betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen van 200 5. De partijen streven naar een regelmatige beleidsdialoog over gebieden van wederzijds belang, zoals de ontwikkeling van de cultuurindustrie in de Europese Unie en de Republiek Armenië. De samenwerking tussen de partijen stimuleert de interculturele dialoog, ook via deelname van de cultuursector en maatschappelijke organisaties van de Europese Unie en de Republiek Armenië. ARTIKEL 97 Deze samenwerking richt zich onder meer op:
  221. a)samenwerking en uitwisseling op cultureel gebied;
  222. b)mobiliteit van kunst en kunstenaars en versterking van de capaciteit van de culturele sector;
  223. c)interculturele dialoog;
  224. d)cultuurbeleidsdialoog;
  225. e)het programma Creatief Europa;alsmede
  226. f)samenwerking in internationale fora zoals de UNESCO en de Raad van Europa, om de culturele diversiteit te ontwikkelen en te behouden en het culturele en historische erfgoed beter te benutten. HOOFDSTUK 19 SAMENWERKING OP AUDIOVISUEEL EN MEDIAGEBIED ARTIKEL 98 De partijen bevorderen samenwerking op audiovisueel gebied. De samenwerking biedt versterking aan de audiovisuele sector in de Europese Unie en de Republiek Armenië, meer bepaald door de opleiding van beroepsbeoefenaars en de uitwisseling van informatie. ARTIKEL 99 1. De partijen ontwikkelen een regelmatige dialoog over audiovisueel en mediabeleid en werken samen voor meer onafhankelijkheid en professionalisme van de media en voor meer banden met media in de Europese Unie overeenkomstig de relevante Europese normen, met inbegrip van de normen van de Raad van Europa en het UNESCO-verdrag van 2005 betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen.2. Samenwerking kan onder meer betrekking hebben op de opleiding van journalisten en andere mediaberoepen, alsook steun voor de media. ARTIKEL 100 Deze samenwerking richt zich onder meer op:
  227. a)een dialoog over audiovisueel en mediabeleid;
  228. b)samenwerking in internationale fora (zoals UNESCO en de WTO); alsmede
  229. c)samenwerking op audiovisueel en mediagebied, waaronder samenwerking op het gebied van de cinema. HOOFDSTUK 20 SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN SPORT EN BEWEGING ARTIKEL 101 De partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van sport en beweging, meer bepaald door de uitwisseling van informatie en goede praktijken ten behoeve van een gezonde levensstijl, goed bestuur en de sociale en educatieve waarden van sport, om bedreigingen voor de sport zoals doping, wedstrijdvervalsing, racisme en geweld tegen te gaan, binnen de Europese Unie en de Republiek Armenië. HOOFDSTUK 21 MAATSCHAPPELIJKE SAMENWERKING ARTIKEL 102 De partijen voeren een dialoog over maatschappelijke samenwerking, met de volgende doelstellingen:
  230. a)het intensiveren van de contacten en de uitwisseling van informatie en ervaringen tussen alle maatschappelijke sectoren in de Europese Unie en de Republiek Armenië;
  231. b)het verzekeren van een betere kennis en begrip van de Republiek Armenië, ook van haar geschiedenis en cultuur, in de Europese Unie en meer bepaald bij maatschappelijke organisaties die in de lidstaten zijn gevestigd, waardoor mogelijkheden en uitdagingen van toekomstige betrekkingen beter worden begrepen;alsmede
  232. c)het verkrijgen van meer kennis van en inzicht in de Republiek Armenië over de Europese Unie, en in het bijzonder bij de maatschappelijke organisaties in de Republiek Armenië, met onder meer aandacht voor de waarden waarop de Europese Unie is gebaseerd, haar beleid en haar werking. ARTIKEL 103 1. De partijen bevorderen de dialoog en samenwerking tussen belanghebbenden van maatschappelijke organisaties van beide partijen als integraal onderdeel van de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië.2. Deze dialoog en samenwerking beogen:
  233. a)de betrokkenheid van de maatschappelijke organisaties te garanderen bij de betrekkingen tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië;
  234. b)de deelname van maatschappelijke organisaties aan het openbare besluitvormingsproces te bevorderen, met name door een open, transparante, en regelmatige dialoog op te zetten tussen enerzijds openbare instellingen en anderzijds representatieve maatschappelijke organisaties;
  235. c)de facilitering van een proces van institutionele opbouw en consolidatie van de maatschappelijke organisaties op diverse manieren, met inbegrip van: lobbying, informele en formele netwerken, wederzijdse bezoeken en werkplaatsen, in het bijzonder met het oog op een beter wettelijk kader voor de maatschappelijke organisaties; alsmede
  236. d)de vertegenwoordigers van de maatschappelijke organisaties van beide partijen vertrouwd te maken met het proces van overleg en dialoog tussen het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van de sociale partners, en de overheden, in het bijzonder met het oog op de versterking van het maatschappelijk middenveld in het beleidsvormingsproces van de Republiek Armenië. ARTIKEL 104 Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt door de partijen een regelmatige dialoog gevoerd. HOOFDSTUK 22 REGIONALE ONTWIKKELING, GRENSOVERSCHRIJDENDE EN REGIONALE SAMENWERKING ARTIKEL 105 1. De partijen bevorderen wederzijds begrip en bilaterale samenwerking op het gebied van het regionaal ontwikkelingsbeleid, inclusief methoden om regionaal beleid en bestuur en partnerschap op verschillende niveaus te formuleren en uit te voeren, met bijzondere aandacht voor de ontwikkeling van kansarme gebieden en territoriale samenwerking, teneinde communicatiekanalen tot stand te brengen en de uitwisseling van informatie en ervaringen te bevorderen tussen nationale, regionale en lokale overheden, sociaal-economische actoren en het maatschappelijk middenveld.2. Partijen werken met name samen met het oog op een aanpassing van de praktijk van de Republiek Armenië aan de volgende beginselen:
  237. a)versterking van goed bestuur op meerdere niveaus voor zover het centrale, regionale en lokale niveau is betroffen, met bijzondere aandacht voor manieren om de betrokkenheid van regionale en lokale belanghebbenden te vergroten;
  238. b)consolidering van het partnerschap tussen alle belanghebbenden van de regionale ontwikkeling;alsmede
  239. c)medefinanciering via de financiële bijdrage van de partijen die betrokken zijn bij de tenuitvoerlegging van programma's en projecten voor regionale ontwikkeling. ARTIKEL 106 1. De partijen ondersteunen en versterken de betrokkenheid van lokale en regionale overheden bij regionale samenwerking, inclusief grensoverschrijdende samenwerking en de daarmee verband houdende beheersstructuren, bevorderen de samenwerking door een passend wetgevend kader tot stand te brengen, ondersteunen en ontwikkelen maatregelen voor capaciteitsopbouw en bevorderen de versterking van grensoverschrijdende en regionale economische en zakelijke netwerken.2. De partijen werken samen om de institutionele en operationele capaciteit van instellingen van de Republiek Armenië op het gebied van regionale ontwikkeling en ruimtelijke ordening te consolideren, onder meer door:
  240. a)verbetering van interinstitutionele coördinatie en in het bijzonder het mechanisme van verticale en horizontale interactie van centraal en lokaal bestuur met het oog op de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van regionaal beleid;
  241. b)ontwikkeling van de capaciteit van regionale en lokale overheden om grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen, rekening houdend met de regelgeving en de praktijk van de Europese Unie;alsmede
  242. c)uitwisseling van kennis, informatie en beste praktijken inzake het beleid voor regionale ontwikkeling met het oog op grotere economische welstand voor lokale gemeenschappen en de eenvormige ontwikkeling van regio's. ARTIKEL 107 1. De partijen versterken en stimuleren de ontwikkeling van de grensoverschrijdende samenwerking op andere terreinen die onder deze overeenkomst vallen, onder meer vervoer, energie, milieu, communicatienetwerken, cultuur, onderwijs, toerisme en gezondheid.2. De partijen versterken de samenwerking tussen hun regio's in de vorm van transnationale en interregionale programma's, ter ondersteuning van de deelname van de regio's van de Republiek Armenië aan Europese regionale structuren en organisaties en ter bevordering van hun economische en institutionele ontwikkeling door het uitvoeren van projecten van gezamenlijk belang.3. De in lid 2 genoemde activiteiten vinden plaats in de context van:
  243. a)voortdurende territoriale samenwerking met Europese regio's, met inbegrip van transnationale en grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma's;
  244. b)samenwerking in het kader van het Oostelijk Partnerschap, met organen van de Europese Unie, waaronder het Comité van de Regio's, en deelname aan diverse Europese regionale projecten en initiatieven; alsmede
  245. c)samenwerking met onder meer het Europees Economisch en Sociaal Comité ("EESC") en de Waarnemingspost voor de ruimtelijke ordening van het Europees grondgebied ("ESPON"). ARTIKEL 108 Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd. HOOFDSTUK 23 CIVIELE BESCHERMING ARTIKEL 109 De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking inzake natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen. De partijen werken samen in hun beider belang op basis van gelijkheid en wederzijds voordeel, waarbij zij rekening houden met hun onderlinge afhankelijkheid en de multilaterale activiteiten op dat gebied. ARTIKEL 110 De samenwerking is gericht op een betere preventie van, en voorbereiding en respons op natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen. ARTIKEL 111 De partijen wisselen onder meer informatie en deskundigheid uit en voeren gezamenlijke activiteiten uit op bilaterale basis en/of in het kader van multilaterale programma's. De samenwerking kan onder meer verlopen via de tenuitvoerlegging van specifieke overeenkomsten en/of administratieve regelingen die de partijen op het gebied van civiele bescherming met elkaar hebben gesloten. De partijen kunnen gezamenlijk specifieke richtsnoeren en/of werkplannen overeenkomen voor de overwogen of geplande activiteiten in het kader van deze overeenkomst. ARTIKEL 112 De samenwerking kan onder meer de volgende doelstellingen bestrijken:
  246. a)de uitwisseling van contactgegevens en de regelmatige bijwerking ervan om de continuïteit van de dialoog te waarborgen en om elkaar 24 uur per dag te kunnen bereiken;
  247. b)vergemakkelijking van wederzijdse bijstand bij ernstige noodsituaties, waar nodig en afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende middelen;
  248. c)de uitwisseling, 24 uur per dag, van vroegtijdige waarschuwingen en geactualiseerde informatie over grootschalige noodsituaties die de Europese Unie of de Republiek Armenië treffen, alsmede verzoeken om en aanbiedingen van bijstand;
  249. d)de uitwisseling van informatie over het verstrekken van bijstand door de partijen aan derde landen voor noodsituaties waarvoor het mechanisme voor civiele bescherming van de EU wordt geactiveerd;
  250. e)samenwerking inzake gastlandsteun bij verzoeken om en aanbiedingen van bijstand;
  251. f)uitwisseling van beste praktijken en richtlijnen inzake de preventie van, paraatheid voor en respons op rampen;
  252. g)samenwerking inzake rampenrisicovermindering door onder meer: verbanden tussen instellingen en belangenbehartiging;informatie, onderwijs en communicatie; beste praktijken ter voorkoming of verzachting van de gevolgen van natuurrampen;
  253. h)samenwerking om de kennis over rampen en risico's en risicobeoordeling voor rampenbeheer te verbeteren;
  254. i)samenwerking ten aanzien van de beoordeling van de gevolgen van rampen voor het milieu en de volksgezondheid;
  255. j)de uitnodiging van deskundigen voor specifieke technische werkgroepen en symposia over civiele-beschermingsvraagstukken;
  256. k)de uitnodiging, per geval, van waarnemers voor specifieke oefeningen en opleidingsactiviteiten die door de Europese Unie en/of de Republiek Armenië worden georganiseerd;alsmede
  257. l)de versterking van de samenwerking inzake de doeltreffendste wijze om de beschikbare civiele beschermingscapaciteit in te zetten. TITEL VI HANDEL EN DAARMEE VERBAND HOUDENDE AANGELEGENHEDEN HOOFDSTUK 1 HANDEL IN GOEDEREN ARTIKEL 113 Meestbegunstigingsbehandeling 1. Elke partij behandelt goederen van de andere partij volgens het meestbegunstigingsbeginsel, in overeenstemming met artikel I van GATT 1994, opgenomen in bijlage 1A van de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie ("WTO-Overeenkomst") van 15 april 1994, met inbegrip van de aantekeningen daarop, die mutatis mutandis in deze overeenkomst zijn opgenomen en daarvan deel uitmaken.2. Lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op goederen van een ander land waaraan een partij preferentiële behandeling heeft toegekend overeenkomstig GATT 1994. ARTIKEL 114 Nationale behandeling Elke partij behandelt goederen van de andere partij als nationale goederen, in overeenstemming met artikel III van GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen daarop, die mutatis mutandis in deze overeenkomst zijn opgenomen en daarvan deel uitmaken. ARTIKEL 115 Invoerrechten en -heffingen Elke partij past invoerrechten en -heffingen toe overeenkomstig de verplichtingen van de WTO-Overeenkomst. ARTIKEL 116 Uitvoerrechten, belastingen of andere heffingen Geen van beide partijen stelt douanerechten, belastingen of andere heffingen vast of handhaaft deze, ter zake van of in verband met de uitvoer van voor het grondgebied van de andere partij bestemde goederen, die hoger zijn dan deze welke op soortgelijke, voor verkoop in het binnenland bestemde goederen worden geheven. ARTIKEL 117 Invoer- en uitvoerbeperkingen 1. Geen van de partijen mag verboden of beperkingen, andere dan rechten, belastingen en andere heffingen, invoeren of handhaven, in de vorm van contingenten, invoer- of uitvoervergunningen of andere maatregelen, ter zake van de invoer van een goed van de andere partij of de uitvoer of verkoop ten uitvoer van een goed dat voor het grondgebied van de andere partij is bestemd, in overeenstemming met artikel XI van GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen daarop. Hiertoe worden artikel XI van GATT 1994 en de aantekeningen erop mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen. 2. De partijen wisselen informatie en beste praktijken uit in verband met uitvoercontroles op goederen voor tweeërlei gebruik, met als doel de convergentie van de uitvoercontroles van de Europese Unie en de Republiek Armenië te bevorderen. ARTIKEL 118 Gereviseerde goederen 1. De partijen behandelen gereviseerde goederen op dezelfde manier als gelijkaardige nieuwe goederen.Een partij kan eisen dat gereviseerde goederen van een specifiek etiket worden voorzien om misleiding van de consument te voorkomen. 2. Voor alle duidelijkheid: artikel 117, lid 1, is van toepassing op verboden en beperkingen op gereviseerde goederen.3. In overeenstemming met haar verplichtingen in het kader van deze overeenkomst en de WTO-overeenkomst kan een partij eisen dat gereviseerde goederen:
  258. a)als zodanig worden geïdentificeerd voor distributie of verkoop op haar grondgebied;alsmede
  259. b)voldoen aan alle toepasselijke technische vereisten die van toepassing zijn op gelijkaardige nieuwe goederen.4. Indien een partij verboden of beperkingen invoert of handhaaft op gebruikte goederen, worden deze maatregelen niet toegepast op gereviseerde goederen.5. In de zin van dit artikel wordt onder "gereviseerd goed" verstaan:
  260. a)een goed dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit onderdelen die zijn verkregen uit goederen die reeds gebruikt werden;alsmede
  261. b)een goed dat vergelijkbare prestaties en werkingsvoorwaarden vertoont als het originele nieuwe goed en waarvoor dezelfde garantie wordt gegeven als aan het nieuwe goed. ARTIKEL 119 Tijdelijke invoer van goederen De partijen verlenen elkaar ontheffing van invoerheffingen en -rechten op tijdelijk ingevoerde goederen, in de gevallen en volgens de procedures die zijn vastgesteld in voor hen bindende internationale overeenkomsten op dit gebied. Deze ontheffing wordt toegepast volgens de wet- en regelgeving van elke partij. ARTIKEL 120 Doorvoer De partijen achten het beginsel van de vrije doorvoer een essentiële voorwaarde voor het bereiken van de doelstellingen van deze overeenkomst. In dat verband verlenen de partijen vrije doorvoer over hun douanegebied aan goederen die zijn verzonden uit of zijn bestemd voor het douanegebied van de andere partij, in overeenstemming met artikel V van GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen daarop, die mutatis mutandis in deze overeenkomst zijn opgenomen en daarvan deel uitmaken. ARTIKEL 121 Handelsbescherming 1. Geen enkele bepaling in deze overeenkomst heeft gevolgen voor de rechten en verplichtingen van de partijen uit hoofde van:
  262. a)artikel XIX van GATT 1994 en de Overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen als opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst;
  263. b)artikel 5 van de Overeenkomst inzake de landbouw als opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst aangaande speciale vrijwaringsmaatregelen;alsmede
  264. c)artikel VI van GATT 1994, de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van GATT 1994 als opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst en de Overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen als opgenomen in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst.2. De bestaande rechten en plichten als genoemd in lid 1, en de maatregelen die daaruit voortvloeien, vallen niet onder de bepalingen in deze overeenkomst over geschillenbeslechting. ARTIKEL 122 Uitzonderingen 1. De partijen bevestigen dat hun bestaande rechten en plichten in het kader van artikel XX van GATT 1994 en de aantekeningen daarbij van toepassing zijn op de handel in goederen waarop deze overeenkomst van toepassing is.Daartoe worden artikel XX van GATT 1994 en de aantekeningen daarop mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen en maken zij deel uit van deze overeenkomst. 2. De partijen komen overeen dat alvorens een onder
  265. i)en
  266. j)van artikel XX van GATT 1994 bedoelde maatregel te nemen, de partij die voornemens is maatregelen te nemen de andere partij alle relevante informatie verstrekt, teneinde een oplossing te zoeken die voor beide partijen aanvaardbaar is.De partijen kunnen besluiten tot elke maatregel die aan de moeilijkheden een einde maakt. Indien binnen 30 dagen na het verstrekken van dergelijke informatie geen overeenstemming is bereikt, kan de partij krachtens dit artikel ten aanzien van het betrokken goed maatregelen toepassen. Wanneer door uitzonderlijke, kritieke omstandigheden die onmiddellijk handelen vereisen, voorafgaande informatieverstrekking of voorafgaand onderzoek niet mogelijk is, kan de partij die voornemens is de maatregelen te nemen, onmiddellijk de voorzorgsmaatregelen nemen die nodig zijn om de situatie aan te pakken, en stelt zij de andere partij hiervan onmiddellijk in kennis. HOOFDSTUK 2 DOUANE ARTIKEL 123 Douanesamenwerking 1. De partijen intensiveren hun samenwerking op douanegebied met het oog op de facilitering van handel, de waarborging van een transparant handelsklimaat, de bevordering van de continuïteit van de toeleveringsketen en van de consumentenveiligheid, het tegenhouden van goederenstromen waarmee inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten wordt gemaakt en bestrijding van smokkel en fraude.2. Om de in lid 1 genoemde doelstellingen te bereiken, en binnen de beschikbare middelen, werken de partijen samen met onder meer als doel:
  267. a)de douanewet- en regelgeving, -praktijken en daarmee verband houdende bindende besluiten te verbeteren en de douaneprocedures te vereenvoudigen, overeenkomstig de internationale verdragen en normen die van toepassing zijn op douanegebied en op het gebied van handelsfacilitering, met inbegrip van de normen van de Wereldhandelsorganisatie, de Werelddouaneorganisatie, meer bepaald de internationale overeenkomst inzake de vereenvoudiging en harmonisatie van douaneprocedures, als gewijzigd (herziene Overeenkomst van Kyoto), en rekening houdend met de instrumenten en beste praktijken van de Europese Unie, zoals douaneblauwdrukken;
  268. b)de instelling van moderne douanesystemen, waaronder moderne technologieën voor de afhandeling van douaneformaliteiten, regelingen voor geautoriseerde marktdeelnemers, geautomatiseerde op risico gebaseerde analyse en controles, vereenvoudigde procedures voor de vrijgave van goederen, controles na douaneafhandeling, transparante vaststelling van de douanewaarde en regelingen voor partnerschappen tussen de douane en ondernemingen;
  269. c)de hoogste integriteitsnormen op het gebied van douane te bevorderen, meer bepaald aan de grenzen, door toepassing van maatregelen die de beginselen weerspiegelen als neergelegd in de verklaring van de Internationale Douaneraad betreffende goed bestuur en integriteit van de douanedienst, als laatstelijk herzien in 2003 ("herziene verklaring van Arusha van de Werelddouaneorganisatie");
  270. d)de uitwisseling van beste praktijken en de verstrekking van opleiding en technische ondersteuning voor planning en capaciteitsopbouw en voor het waarborgen van de strengste integriteitsnormen;
  271. e)in voorkomend geval informatie en gegevens uit te wisselen, met inachtneming van de wettelijke voorschriften van elke partij inzake de vertrouwelijkheid van gevoelige gegevens en de bescherming van persoonsgegevens;
  272. f)waar nodig en passend gecoördineerde douaneacties te ondernemen tussen de douane-autoriteiten van de partijen;
  273. g)waar nodig en passend wederzijdse erkenning van programma's inzake geautoriseerde marktdeelnemers en douanecontroles, met inbegrip van gelijkwaardige maatregelen voor handelsbevordering;
  274. h)waar nodig en passend koppeling van de respectievelijke douanedoorvoerregelingen;alsmede
  275. i)de uitvoering te verbeteren van douanegerelateerde verplichtingen in de handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en de Republiek Armenië, met inbegrip van samenwerking inzake de oorsprong van goederen. ARTIKEL 124 Wederzijdse administratieve bijstand Onverminderd andere vormen van samenwerking waarin deze overeenkomst voorziet, met name in artikel 123, verlenen de partijen elkaar wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden, overeenkomstig de bepalingen van Protocol II inzake wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden bij deze overeenkomst. ARTIKEL 125 Douanewaarde 1. De partijen passen de bepalingen toe van de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van GATT 1994, met inbegrip van de daaropvolgende wijzigingen, op de vaststelling van de douanewaarde van de goederen in de handel tussen de partijen.Deze bepalingen worden hierbij in deze overeenkomst opgenomen en maken daarvan deel uit. 2. De partijen werken samen aan een gemeenschappelijke aanpak van kwesties met betrekking tot de douanewaarde. ARTIKEL 126 Subcomité douane 1. Hierbij wordt het subcomité douane opgericht.2. De taken van het subcomité douane omvatten regelmatig overleg en toezicht op de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk, waaronder aangelegenheden op het gebied van de douanesamenwerking, handelsbevordering, grensoverschrijdende douanesamenwerking en grensoverschrijdend beheer inzake douaneaangelegenheden, technische bijstand in douaneaangelegenheden, oorsprongsregels, handhaving van intellectuele-eigendomsrechten door de douane, alsmede wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden.3. Het subcomité douane heeft onder meer de volgende taken:
  276. a)toezien op de goede werking van dit hoofdstuk en Protocol II inzake wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden bij deze overeenkomst;
  277. b)praktische regelingen en maatregelen aannemen voor de tenuitvoerlegging van dit hoofdstuk en Protocol II inzake wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden bij deze overeenkomst, met inbegrip van de uitwisseling van informatie en gegevens, wederzijdse erkenning van douanecontroles en partnerschapsprogramma's op handelsgebied, en wederzijds overeengekomen voordelen;
  278. c)van gedachten wisselen over punten van gezamenlijk belang, met inbegrip van toekomstige maatregelen en de voor de uitvoering en toepassing daarvan benodigde middelen;alsmede
  279. d)aanbevelingen doen aan het Partnerschapscomité, in voorkomend geval. HOOFDSTUK 3 TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN ARTIKEL 127 Doel Dit hoofdstuk heeft tot doel de handel in goederen tussen de partijen te faciliteren, door een kader te bieden voor de preventie, identificatie en wegwerking van onnodige handelsbelemmeringen binnen het toepassingsgebied van de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, die in bijlage 1A bij de WTO-Overeenkomst is opgenomen. ARTIKEL 128 Toepassingsgebied en definities 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op het opstellen, het aannemen en de toepassing door elke partij van normen, technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures zoals omschreven in de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, die de handel in goederen tussen de partijen kunnen beïnvloeden.2. Onverminderd lid 1 is dit hoofdstuk noch op sanitaire en fytosanitaire maatregelen zoals omschreven in bijlage A bij de Overeenkomst inzake sanitaire en fytosanitaire maatregelen, die in bijlage 1A bij de WTO-overeenkomst is opgenomen, noch op de aankoopspecificaties die door overheidsinstanties zijn opgesteld om in hun eigen productie- of verbruiksbehoeften te voorzien, van toepassing.3. Voor de toepassing van dit hoofdstuk gelden de definities van bijlage 1 bij de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen. ARTIKEL 129 Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen De partijen bevestigen hun bestaande wederzijdse rechten en verplichtingen ingevolge de Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen, die hierbij in de onderhavige overeenkomst wordt opgenomen en hier deel van uitmaakt. ARTIKEL 130 Samenwerking op het gebied van technische handelsbelemmeringen 1. De partijen versterken hun samenwerking op het gebied van normen, technische voorschriften, metrologie, markttoezicht, accreditatie en conformiteitsbeoordelingsprocedures, teneinde het wederzijdse begrip van hun respectievelijke systemen te verbeteren en de toegang tot hun respectievelijke markten te vergemakkelijken.Tot dit doel streven de partijen ernaar om samenwerkingsmechanismen en -initiatieven op regelgevingsgebied in kaart te brengen en te ontwikkelen die geschikt zijn voor de specifieke onderwerpen of sectoren en die kunnen bestaan uit, maar niet beperkt zijn tot:
  280. a)de uitwisseling van informatie en ervaringen over het opstellen en de toepassing van hun respectievelijke technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures;
  281. b)de samenwerking tot de mogelijke convergentie of aanpassing van de technische regelgeving en de conformiteitsbeoordelingsprocedures;
  282. c)de aanmoediging van samenwerking tussen hun respectievelijke organisaties voor metrologie, normalisatie, conformiteitsbeoordeling en accreditatie;alsmede
  283. d)de uitwisseling van informatie over ontwikkelingen in de bevoegde regionale en multilaterale fora die verband houden met normen, technische voorschriften, conformiteitsbeoordelingsprocedures en accreditatie.2. De partijen bevorderen de wederzijdse handel door:
  284. a)te trachten de verschillen te verkleinen die tussen hen bestaan met betrekking tot technische voorschriften, metrologie, normalisatie, markttoezicht, accreditatie en conformiteitsbeoordelingsprocedures, onder andere door de toepassing van internationaal overeengekomen instrumenten op dit gebied aan te moedigen;
  285. b)het gebruik van accreditatie te bevorderen, overeenkomstig de internationale regelgeving, ter ondersteuning van de evaluatie van de technische competentie van de conformiteitsbeoordelingsorganen en hun activiteiten;alsmede
  286. c)de Republiek Armenië en haar relevante nationale instanties te stimuleren deel te nemen aan en waar mogelijk lid te worden van Europese en internationale organisaties die zich bezighouden met normen, conformiteitsbeoordeling, accreditatie, metrologie en daarmee samenhangende taken.3. De partijen streven ernaar een proces op te starten en te handhaven voor een effectieve geleidelijke aanpassing van de technische regelgeving, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures van de Republiek Armenië aan die van de Europese Unie.4. Voor gebieden waa

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.