{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De ontvanger-griffier verleent handlichting in de administratieve vorm, zonder dat hij tegenover de hypotheekbewaarder gehouden is de betaling der verschuldigde sommen te verantwoorden. § 6. Zo de betrokkenen, alvorens de bedragen vereffend te hebben die door de wettelijke hypotheek gewaarborgd zijn, wensen al of een deel van bezwaarde goederen vrij te maken van hypotheek, dienen zij daartoe een verzoek in bij de ontvanger-griffier. Dit verzoek wordt ingewilligd zo de watering reeds voldoende zekerheid bezit of zo deze haar wordt gegeven voor het bedrag van hetgeen haar verschuldigd is. § 7. De kosten der hypothecaire formaliteiten in verband met de wettelijke hypotheek zijn ten laste van de belastingplichtige.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 4. - De verjaringen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-129\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 129</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er is verjaring voor de invordering der belastingen, intresten en kosten na twee jaar te rekenen van de 1ste januari die volgt op het jaar waarin de belasting moet worden betaald. Art. 130.Onverminderd het bij artikel 120 ingestelde beroep vervalt de eis tot teruggave van elke ten onrechte geïnde som, van rechtswege, na twee jaar, te rekenen van de betaling. Art. 131.De termijn bepaald in de artikelen 129 en 130 kan worden onderbroken op de wijze omschreven in artikel 2244 en volgende van het Burgerlijk Wetboek en door afstand te doen van het reeds verlopen gedeelte van de verjaringstermijn In geval van stuiting van de verjaring is een nieuwe verjaring, die op dezelfde wijze gestuit kan worden, verkregen twee jaar na de laatste akte of handeling waardoor de vorige verjaring gestuit indien er geen geding aanhangig is bij het gerecht is. HOOFDSTUK IV. - De werken door de wateringen uit te voeren Art. 132.§ 1. De wateringen maken om de vijf jaar een beheersplan op dat een staat bevat van de werken die in die periode moeten uitgevoerd worden voor het aanleggen, verbeteren, onderhouden en instandhouden van de verdedigings- droogleggings- en bevloeiingswerken en van de wegen van de watering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beheersplan omvat de beheersdoelstellingen en de bijzondere uitsluitingen vastgelegd bij de besluiten, genomen krachtens de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud, tot aanwijzing van de Natura 2000-site(s) die bestaat (bestaan) binnen het gebied van de watering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bevat de nodige werken om de doelstellingen van het actief beheersstelsel te vervullen zoals omschreven in het aanwijzingsbesluit van de site(s). § 2. Het beheersplan bevat een raming van de uitgaven en maakt een onderscheid tussen de indicatieve lijst van de werken bedoeld in artikel 133, enerzijds, en de onderhouds- en instandhoudingswerken, anderzijds.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste beheersplan wordt uiterlijk op 15 april 2005 opgesteld. Het wordt meegedeeld aan de Regering en aan zijn goedkeuring voorgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het dossier volledig is, wordt de goedkeuring als verworven beschouwd bij gebrek aan kennisgeving van een tegengestelde beslissing binnen veertig dagen na de ontvangst van het beheersplan door de Regering. § 3. In de omtrekken van de Natura 2000 sites bedoeld in de eerste paragraaf, tweede lid, geldt de goedkeuring van dit beheersplan door de Regering als afsluiten van een actief beheerscontract in de zin van artikel 27 van de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud wat betreft de verwezenlijking en de instandhouding van een aangepast waterstelsel. Art. 133.Aan een milieuvergunning of aan een aangifte volgens de regels omschreven bij het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten betreffende de milieuvergunning kunnen onderworpen worden : 1° de werkzaamheden uitgevoerd door een watering betreffende het aanleggen, doen verdwijnen of wijzigen van een dijk, een langsgracht of kunstwerk in de dijken;2° alle andere aanleg- en verbeteringswerken uitgevoerd door een watering. Art. 134.De wateringen mogen ambtshalve alle werken uitvoeren die niet zonder gevaar of schade uitgesteld kunnen worden, mits onmiddellijk hiervan kennis te geven aan de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering mag voorlopig de schorsing of de wijziging van de werken bevelen in afwachting van het vervullen van de formaliteiten bedoeld in artikel 133. Art. 135.Het bestuur van de watering kiest de wijze waarop de opdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten worden gegund en stelt de voorwaarden vast; het stelt de procedure in en gunt de opdracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens in de spoedeisende gevallen bedoeld in artikel 134 wordt het besluit tot gunning van de opdracht onderworpen aan de goedkeuring van de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De goedkeuring wordt geacht te zijn verleend bij ontstentenis van betekening van een andersluidende beslissing binnen veertig dagen nadat het besluit bij de Regering is ingekomen. Art. 136.De leden van het bestuur noch de ontvanger-griffier mogen, op straffe van afzetting en onverminderd de straffen gesteld bij artikel 245 van het Strafwetboek, enig belang, welk het ook zij, nemen of aanvaarden in de leveringen en werken die de watering aangaan. Art. 137.De oplevering van de werken en materialen geschiedt onder de verantwoordelijkheid van het bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De processen-verbaal van oplevering worden, tot staving, gevoegd bij de definitieve betalingsmandaten uitgereikt door de voorzitter. Art. 138.Om grond en ander materiaal uit te halen die nodig zijn voor de werken bedoeld in artikel 134, mag de watering, tegen een voorafgaande billijke vergoeding aan de betrokken eigenaars en exploitanten, uitgravingen doen binnen haar gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het bij artikel 134 bepaalde wijst de voorzitter, in overleg met de door de Regering aangewezen bevoegde ambtenaar, de plaats en de afmetingen aan van die uitgravingen derwijze dat ze geen schade kunnen doen aan het instandhouden van de verdedigingswerken. HOOFDSTUK V. - De toezichtsmaatregelen en ambtshalve uitgevoerde werken Art. 139.Onverminderd de bij artikel 93, 3°, opgelegde verplichtingen is het bestuur van de watering gehouden, ieder jaar in de loop van de maand maart of april en van de maand september, de stand van onderhoud en bewaring van de verdedigingswerken, van de droogleggings- en van de beveiligingswerken van de watering grondig te onderzoeken. Art. 140.Indien blijkt uit een verslag, opgemaakt door de Regering en waarvan kennis wordt gegeven aan het bestuur van de watering, dat voor het onderhoud en de veiligheid van de watering noodzakelijke werken verwaarloosd zijn, hoort de Regering, hoogdringend, het bestuur van de watering in bijzijn van de bevoegde ambtenaar en stelt in voorkomend geval een termijn vast binnen welke de algemene vergadering tot de uitvoering van de werken moet beslissen. Art. 141.Neemt de watering deze beslissing niet binnen de gestelde termijn, dan kan de Regering de nodige maatregelen treffen, in naam en voor de rekening van de watering, bij toepassing van artikel 77.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan ook ambtshalve de uitvoering van de werken bevelen. In dit geval worden de nodige gelden door het Gewest voorgeschoten. Art. 142.Alle werken worden uitgevoerd onder het toezicht van de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering is bovendien aanwezig bij de oplevering van de werken, behoudens wanneer het onderhouds- of instandhoudingswerken betreft. Art. 143.Wanneer de Regering verneemt dat een watering zonder de vereiste vergunningen of zonder inachtneming van de gestelde voorwaarden enig werk uitvoert of heeft uitgevoerd, en wanneer dit werk schadelijk blijkt voor het algemeen belang, voor de belangen van provincie of gemeente of voor de belangen van een andere watering, hoort zij op tegenspraak de betrokken besturen en beveelt zij, zo nodig, dat de zaken in hun vorige staat worden hersteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo de watering nalaat de bevelen van de Regering, uit te voeren mag deze te werk gaan overeenkomstig artikel 141. Art. 144.§ 1. Voor het invorderen van hetgeen hem verschuldigd is uit hoofde van de voorschotten die hij heeft verstrekt, van de intresten en van de kosten, beschikt het Gewest tegen de watering over een burgerlijke rechtsvordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze voorschotten, intresten en kosten zijn gewaarborgd door een algemeen voorrecht op de inkomsten en de roerende goederen van alle aard van de watering en door een wettelijke hypotheek op alle goederen van de watering die daarvoor vatbaar zijn. § 2. Het voorrecht neemt rang onmiddellijk na dat, hetwelk ten behoeve van de Openbare Schatkist ingesteld is voor de invordering van de directe belastingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het wordt uitgeoefend te rekenen van de dag waarop de in artikel 145 bedoelde termijn van drie maanden is verstreken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit voorrecht blijft bestaan totdat de schuld aan het Gewest volledig is gedelgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij beslag op de inkomsten of goederen vóór dat tijdstip, blijft het voorrecht tot de tegeldemaking van die inkomsten of goederen gehandhaafd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met beslag wordt gelijkgesteld het verzoek van de Regering, bij een ter post aangetekende brief gedaan aan de pachters, huurders, ontvangers, agenten, huismeesters, notarissen, deurwaarders, griffiers, curators, vertegenwoordigers en andere bewaarnemers en schuldenaars van de inkomsten, sommen, waarden of roerende goederen om, op het bedrag van de fondsen of waarden die zij verschuldigd zijn of die zich in hun handen bevinden, ter ontlasting van de watering te betalen tot het beloop van alle of van een deel der door de watering verschuldigde sommen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitwerking van dit verzoek strekt zich uit tot de voorwaardelijke schuldvorderingen of die op termijn, op welk tijdstip zij ook opeisbaar worden. § 3. De wettelijke hypotheek schaadt geenszins de vroegere voorrechten en hypotheken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij neemt rang vanaf haar inschrijving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hypotheek wordt ingeschreven op verzoek van de Regering, op overlegging van twee borderellen houdende, behalve vermelding van het betrokken ministerie of de betrokken watering, opgave van het bedrag waarvoor de inschrijving wordt gevorderd en speciale aanduiding van de aard en de ligging van elk der onroerende goederen waarop de hypotheek betrekking zal hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering verleent handlichting in de administratieve vorm zonder dat hij, tegenover de hypotheekbewaarder, gehouden is de betaling der verschuldigde sommen te verantwoorden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kosten van de hypotheekformaliteiten zijn ten laste van de watering. Art. 145.Aan de watering wordt een termijn toegestaan om de voor de betaling nodige maatregelen te nemen. Deze termijn mag niet minder bedragen dan drie maanden ingaande op het tijdstip waarop de Regering van de afrekening kennis geeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan, naar omstandigheden, termijnbetaling toestaan. Ook kan zij, indien de omstandigheden zulks wettigen, een deel van de schuld kwijtschelden. Art. 146.Indien de watering, binnen de termijn in het vorige artikel gesteld, de nodige maatregelen niet heeft getroffen om, volgens de voorgestelde modaliteiten, de betaling te verzekeren van de schuldvordering van het Gewest, of indien later de watering aan haar verplichtingen te kort komt, heeft het Gewest het recht de inning van zijn schuldvordering tegen de watering te vervolgen zoals in domeinzaken. Art. 147.Zowel vóór als na het instellen van de vervolgingen heeft het Gewest het recht tegen de watering maatregelen van bewaring voor de inning van zijn schuldvordering te nemen overeenkomstig de rechtsregelen in burgerlijke zaken. Art. 148.In gevallen als omschreven in artikel 146 mag het Gewest, ook met het oog op de terugbetaling van zijn schuldvordering, bij de watering stappen doen om haar er toe te brengen gewone of buitengewone belastingen ten behoeve van de watering in te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Blijft de watering in gebreke die belastingen in te voeren, dan kan het Gewest ze, overeenkomstig artikel 77, door een bijzondere commissaris doen vestigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het innen van deze belastingen, intresten en kosten wordt door de ontvanger-griffier vervolgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo nodig kan de Regering voor het innen van die belastingen een ontvanger der domeinen in de plaats stellen van de ontvanger-griffier.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit geval vervult de ontvanger der domeinen alle formaliteiten in de plaats van de overheden van de watering. Hij boekt de geïnde bedragen als ontvangen, ter aflossing van de schuld van de watering. Art. 149.Binnen de grenzen van de gebieden die onder de gelding van deze titel vallen kan de Regering elke maatregel voorschrijven en van ambtswege alle werken bevelen die voor het algemeen belang vereist zijn. Zulke werken worden door het Gewest op zijn kosten uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op voorstel van de algemene vergadering van de watering kan de Regering, na het advies van de betrokken gemeenteraad te hebben ingewonnen, verordenen dat de wegen in het gebied van de watering naar het openbaar domein van de gemeente zullen overgebracht worden om van de gemeentewegen deel uit te maken. HOOFDSTUK VI. - Verschillende bepalingen Art. 150.Ten opzichte van de particuliere eigendommen die buiten hun gebied gelegen zijn, maken de besturen van de wateringen gebruik van de erfdienstbaarheden omschreven bij de artikelen 15 tot 21 van het Veldwetboek, volgens de bij die bepalingen gestelde regelen. Art. 151.Ten opzichte van de eigendommen die deel uitmaken van hun gebied beslissen de besturen van de wateringen over de noodzakelijkheid gebruik te maken van deze erfdienstbaarheden, en de rechterlijke overheid, aangewezen in artikel 21 van het Veldwetboek, is slechts bevoegd uitspraak te doen over het bedrag der verschuldigde vergoedingen. Art. 152.Wanneer een watering verplicht is gebruik te maken van het domein van een andere watering voor doeleinden als omschreven bij de artikelen 15 tot 21 van het Veldwetboek, worden de ter zake getroffen overeenkomsten aan de goedkeuring van de Regering onderworpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij verschil van mening tussen de betrokken besturen doet de Regering uitspraak zowel over de noodzaak van de overwogen maatregelen als over de voorwaarden van uitvoering, daarin begrepen de vergoedingen. Art. 153.De Regering is bevoegd een algemeen politiereglement van de wateringen op te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overtreding van het bepaalde in dat reglement wordt gestraft met gevangenisstraf van één dag tot zeven dagen en met een geldboete van één euro tot vijfentwintig euro, of met een van die straffen alleen. Art. 154.De Regering kan van deze titel afwijken ten behoeve van wateringen waarvan het gebied zich gedeeltelijk over een naburig land uitstrekt. Art. 155.Het Waalse Gewest erft de rechten en verplichtingen van de provincies, met inbegrip van de rechten en verplichtingen voortvloeiend uit de huidige en komende gerechtelijke procedures wat betreft de wateringen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel VII. - Bescherming van het water HOOFDSTUK I. - Bescherming van het oppervlaktewater Afdeling 1. - Doelstellingen inzake kwaliteit en beschermingszones</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-156\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 156</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1. De Regering kan de algemene normen vaststellen voor de kwaliteitsdoelstellingen waaraan oppervlaktewater bestemd voor welbepaalde doeleinden, moet voldoen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Na advies van de wateradviescommissie wijst de Regering \"beschermingszones\" aan die door haar worden gewijzigd en afgebakend en waarin het oppervlaktewater, met name in verband met het gebruik of de bestemming hiervan, met bepaalde parametrische waarden in overeenstemming moet zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na advies van dezelfde commissie en onverminderd de toepassing van de verplichte internationale normen en de algemene of sectorale wettelijke normen kan de Regering, voor in overeenstemming met lid één aangewezen en afgebakende beschermingszones gebiedende waarden en richtwaarden vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dezelfde gebiedende waarden en dezelfde richtwaarden worden, krachtens het tweede lid, vastgesteld voor alle beschermingszones waarvan het oppervlaktewater hetzelfde gebruik of dezelfde bestemming heeft. In verband met de omstandigheden die aan de desbetreffende zone eigen zijn kan de Regering evenwel gebiedende waarden en richtwaarden vaststellen voor een vastgestelde beschermingszone met afwijking van de normen die door haar voor andere zones van dezelfde aard zijn opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de grenzen van twee beschermingszones die in verband met verschillende gebruiksmogelijkheden of bestemmingen zijn aangewezen, samenvallen, moet het oppervlaktewater, voor wat de gemeenschappelijke parameters betreft, in overeenstemming zijn met de strengste parametrische waarden hetgeen zowel voor de richtwaarden als voor de gebiedende waarden geldt. In voorkomend geval is dezelfde regel voor het gedeelte van toepassing dat voor beide zones gemeenschappelijk is. § 2. Indien deze maatregel noodzakelijk is voor de inachtneming van vastgestelde parametrische waarden in een lager gelegen beschermingszone, kan de Regering, na advies van de wateradviescommissie, hoger gelegen zones aanwijzen en afbakenen waarvan het oppervlaktewater met bepaalde parametrische waarden in overeenstemming moet zijn. § 3. De handhaving van de kwaliteit van het oppervlaktewater kan niet worden opgevat alsof dit een verplichting ten laste van het Gewest tot gevolg zou kunnen hebben, behoudens voor wat de gebiedende waarden van de doelstellingen inzake kwaliteit in de beschermingszones betreft; het Gewest is met name niet verplicht kunstwerken voor zuiveringsdoeleinden te bouwen. Zij is slechts verplicht de bouw hiervan te financieren binnen de grenzen vastgesteld door de regels ter verlening van subsidies, die krachtens onderhavig boek werden vastgelegd. Art. 157.De Regering stelt de inventaris op van de krachtens artikel 156 aangewezen zones en houdt deze inventaris bij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze inventaris vermeldt : 1° de grenzen van iedere zone en zonegedeelte;2° de parameters en de voor iedere zone vastgestelde parametrische waarden die voortvloeien hetzij uit de door de Regering genomen besluiten krachtens artikel 156, hetzij uit algemene of sectorale wettelijke normen, hetzij uit verplichte internationale normen. De inventaris met de beschermingszones en de hoger gelegen zones, alsmede de bijwerkingen van deze inventaris, worden in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd, onverminderd de publicatie van de door de Regering genomen besluiten krachtens artikel 156 en de publicatie van de verschillende wettelijke of verplichte internationale normen in de beschermingszones en de hoger gelegen zones. Art. 158.Wanneer in een beschermingszone wordt vastgesteld dat het oppervlaktewater niet met de gebiedende waarden in overeenstemming is, kan de Regering de nodige maatregelen treffen om ervoor te zorgen dat dit water de vereiste kwaliteit terugkrijgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan bovendien een bepaald gebruik van het water van de beschermingszone tijdelijk onderbreken indien de reglementering van dit gebruik onder de bevoegdheid van het Gewest valt. In het tegenovergestelde geval betekent de Regering aan de bevoegde autoriteit de redenen die een tijdelijke opschorting van de machtiging van dit gebruik zouden kunnen rechtvaardigen. Afdeling 2. - Handelingen waarvoor een milieuvergunning of aangifte vereist kunnen worden Art. 159.Met inachtneming van de voorschriften bepaald bij het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten betreffende de milieuvergunning kan de milieuvergunning of de aangifte vereist worden voor : 1° de lozing van afvalwater in gewoon oppervlaktewater;2° de lozing van industrieel afvalwater in openbare rioleringen, verzamelriolen voor afvalwater of kunstmatige afvoerwegen voor regenwater;3° de tijdelijke of vaste afzetting van verontreinigende stoffen op een plaats waar zij door een natuurlijk verschijnsel in het oppervlaktewater of in openbare rioleringen kunnen terechtkomen;4° de lozingen van motoren van vaartuigen in gewoon oppervlaktewater;5° lozingen van huishoudelijk afvalwater in openbare rioleringen, verzamelriolen voor afvalwater of kunstmatige afvoerwegen voor regenwater;6° lozingen van afvalwater uit de landbouw in openbare rioleringen, verzamelriolen voor afvalwater of kunstmatige afvoerwegen voor regenwater;7° de installatie van septische putten en gelijksoortige zuiveringssystemen;8° de onttrekking van oppervlaktewater dat zich niet in een tot drinkwater verwerkbare waterzone bevindt. Afdeling 3. - Gecombineerde aanpak</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-160\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 160</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De stroomgebiedsoverheid draagt er zorg voor dat alle lozingen zoals bedoeld in paragraaf 2, in oppervlaktewateren worden beheerst overeenkomstig de in dit artikel uiteengezette gecombineerde aanpak. § 2. De stroomgebiedsoverheid draagt zorg voor de invoering en/of toepassing van : 1° de op de beste beschikbare techniek gebaseerde emissiebeheersingsmaatregelen, of 2° de toepasselijke emissiegrenswaarden, of, 3° in geval van diffuse effecten, de beheersingsmaatregelen, met inbegrip van de beste milieupraktijken, indien van toepassing, die zijn vervat in : 1° het deceet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning;2° richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater;3° richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen;4° de door de Regering vernoemde wetgevingen;5° andere relevante wetgeving; uiterlijk 22 december 2012, tenzij in de desbetreffende wetgeving anders bepaald. § 3. Wanneer op grond van een kwaliteitsdoelstelling of kwaliteitsnorm, vastgesteld overeenkomstig dit boek, of overeenkomstig andere wetgevende bepalingen strengere voorwaarden vereist zijn dan die welke zouden voortvloeien uit de toepassing van paragraaf 2, worden er dienovereenkomstig strengere emissiebeheersingsmaatregelen vastgesteld. Afdeling 4. - Bijzondere beschermingsmaatregelen en statistieken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-161\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 161</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden : 1° vervuilende gassen, vloeistoffen die door de Regering zijn verboden, vaste afvalstoffen die vooraf aan een mechanische verbrijzeling werden onderworpen of water dat dergelijke stoffen bevat in de openbare rioleringen, de verzamelleidingen en het oppervlaktewater te brengen;2° voorwerpen te werpen of neer te leggen in en andere stoffen dan afvalwater in de openbare rioleringen, de verzamelleidingen en het oppervlaktewater te brengen. Art. 162.De Regering kan voorschriften opleggen met betrekking tot het onderhoud van de vijvers en andere watervlakken waarin zich geen stromend water bevindt met het oog op het verhoeden van de organische vervuiling die uit het ledigen of reinigen hiervan voortvloeit De Regering kan bovendien aan de overheden, belast met beheer van de straten en wegen, voorschriften opleggen ter aanvulling op de algemene normen voor wat het opvangen, bijeenbrengen, afvoeren en behandelen van het afvloeiwater betreft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-163\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 163</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan de lozingen in de binnenwateren reglementeren, afkomstig van de boten alsmede de maatregelen vaststellen, ertoe bestemd de vervuiling van het water in de binnenhavens te voorkomen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-164\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 164</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan de fabricage, de verkoop, het aanbod tot verkoop en het gebruik van producten reglementeren die, indien zij na gebruik in het rioleringswater of het oppervlaktewater terechtkomen, hetzij de vervuiling van het oppervlaktewater zouden kunnen veroorzaken, hetzij hierin de verschijnselen van zelfzuivering belemmeren, hetzij nadelig zouden kunnen zijn voor de werking van de installaties voor de zuivering van het afvalwater en de septische putten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-165\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 165</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer individuele inlichtingen volstrekt noodzakelijk zijn voor het voorbereiden, het uitwerken of het uitvoeren van een reglementering inzake de bescherming van het oppervlaktewater tegen de vervuiling of voor het uitvoeren van de internationale verplichtingen, kan de Regering laten overgaan tot alle noodzakelijke onderzoekingen met het oog op het ter beschikking stellen van deze inlichtingen van de diensten van het Gewest die door haar worden aangeduid. De ter gelegenheid hiervan bijeengebrachte individuele inlichtingen mogen slechts voor de volgende doeleinden worden gebruikt : 1° toepassing van de andere artikelen van onderhavig Boek en de reglementaire bepalingen krachtens deze genomen;2° opstellen van de statistieken;3° wetenschappelijke navorsingen in het domein van de bescherming van het leefmilieu, op voorwaarde dat de houder van de gegevens zich vooraf schriftelijk ten aanzien van de Regering ertoe heeft verbonden geen gegevens ruchtbaar te maken, door derden ruchtbaar te laten maken of te publiceren op een dusdanige manier waardoor individuele toestanden aan het licht zouden kunnen worden gebracht. De Regering kan globale en anonieme statistieken publiceren, met uitsluiting van de gegevens waarvan, als gevolg van het beperkte aantal declaranten, de ruchtbaarmaking dusdanig van aard zou zijn dat hierdoor individuele toestanden aan het licht zouden kunnen worden gebracht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-166\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 166</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Degene die, ongeacht te welke titel dan ook, in het bezit is van inlichtingen die industriële of handelsgeheimen zouden kunnen bevatten welke zijn bijeengebracht in uitvoering van onderhavig hoofdstuk, of van globale en anonieme statistieken die met behulp van deze inlichtingen zijn opgesteld en nooit door de Regering zijn gepubliceerd, mag deze inlichtingen, statistieken of informatie niet publiceren en deze al evenmin ter kennis brengen van niet-gekwalificeerde personen of diensten om er kennis van te nemen Behoudens indien er sprake is van een overtreding van onderhavig hoofdstuk, mogen deze inlichtingen, statistieken of informatie bovendien niet aan het licht worden gebracht in het geval beoogd door artikel 29 van het Wetboek van strafvordering en al evenmin in het geval van een getuigenis in rechte. HOOFDSTUK II. - Bescherming van het grond- en water gebruikt voor de winning van tot drinkwater verwerkbaar water Afdeling 1. - Algemene maatregelen van bescherming</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-167\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 167</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de bepalingen met betrekking tot de wetgeving op de bescherming van het oppervlaktewater en met betrekking tot de afvalstoffen, neemt de Regering alle besluiten die noodzakelijk zijn om de concentratie van verontreinigende stoffen in het grondwater geleidelijk te verminderen en het tot drinkwater verwerkbaar oppervlaktewater, tegen verontreiniging te beschermen Zij kan met name het lozen of opslaan van stoffen die het grondwater en tot drinkwater verwerkbaar oppervlaktewater, kunnen verontreinigen, verbieden, reglementeren of aan milieuvergunning of aangifte onderwerpen. Art. 168.De stroomgebiedsoverheid wijst binnen elk Waals stroomgebied alle waterlichamen aan die voor de onttrekking van tot drinkwater verwerkbaar water worden gebruikt en gemiddeld meer dan 10 m3 per dag leveren of meer dan 50 personen bedienen, alsmede de voor dat toekomstig gebruik bestemde waterlichamen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De stroomgebiedsoverheid kan binnen elk Waals deelstroomgebied beginnen met het aanwijzen van alle waterlichamen die voor de onttrekking van voor menselijke consumptie bestemd water worden gebruikt en dagelijks gemiddeld meer dan 10 m3 per dag leveren of meer dan 50 personen bedienen, alsmede de voor dat toekomstig gebruik bestemde waterlichamen. Deze gegevens worden vervolgens samengevoegd en, in voorkomend geval, aangepast voor het aanwijzen, in elk Waals stroomgebied, van alle waterlichamen die voor de onttrekking van voor menselijke consumptie bestemd water worden gebruikt en gemiddeld meer dan 10 m3 per dag leveren of meer dan 50 personen bedienen, alsmede de voor dat toekomstig gebruik bestemde waterlichamen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De stroomgebiedsoverheid monitort overeenkomstig artikel 19 de waterlichamen die gemiddeld meer dan 100 m3 per dag leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De stroomgebiedsoverheid draagt zorg voor de nodige bescherming van de aangewezen waterlichamen met de bedoeling de achteruitgang van de kwaliteit daarvan te voorkomen, teneinde het niveau van zuivering dat voor de productie van voor menselijke consumptie bestemd water is vereist, te verlagen. Afdeling 2. - Handelingen waarvoor een milieuvergunning of aangifte vereist worden Art. 169.De milieuvergunning of de aangifte kan, met inachtneming van de voorschriften bepaald bij het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten vereist worden voor : 1° winplaatsen van grondwater en tot drinkwater verwerkbaar water;2° de waterwinplaatsen gelegen in een gebied voor tot drinkwater verwerkbaar water;3° de aanvullingen en pogingen tot kunstmatige aanvulling van grondwater;4° de vrijwillige overbrenging van grondwater tussen de stroomgebieden;5° elke installatie en activiteit die een belangrijk negatief effect kunnen hebben, onderstrepen door de beschrijving van de effecten van de menselijke activiteit op de toestand van het water bedoeld in artikel 17. De milieuvergunning voor een waterwinplaats bepaalt de rechten en verplichtingen van de houder ervan, met name de waterhoeveelheid die jaarlijks gewonnen mag worden. Zij bepaalt eventueel de piëzometrische grenzen, alsmede de perken en het stelsel van de wincapaciteit. Zij bevat eveneens de voorschriften voor de controle op de gewonnen waterhoeveelheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering waarborgt een duurzame rationele exploitatie van het water en de billijke verdeling ervan onder de verschillende houders van een milieuvergunning voor een waterwinplaats. Art. 170.In afwijking van artikel 23, paragraaf 3, 11° kan een milieuvergunning of aangifte, met inachtneming van de voorschriften bepaald bij het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1999 numac 1999031161 bron franse gemeenschapscommissie van het brussels hoofdstedelijk gewest Decreet houdende de aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Franse Gemeenschapscommissie voor het begrotingsjaar 1999 sluiten betreffende de milieuvergunning vereist worden voor : 1° de herinjectie in dezelfde watervoerende laag van voor geothermische doeleinden gebruikt water;2° de injectie van water dat stoffen bevat ingevolge exploratie- en winningsactiviteiten van koolwaterstoffen of mijnbouw, en injectie van water om technische redenen, in geologische formaties waaruit koolwaterstoffen of andere stoffen zijn gewonnen of in geologische formaties die van nature blijvend ongeschikt zijn voor andere doeleinden;3° de herinjectie van uit mijnen en steengroeven gepompt grondwater of met civieltechnische bouw- of onderhoudswerkzaamheden geassocieerd grondwater;4° de injectie van aardgas of vloeibaar petroleumgas (LPG) voor opslag in geologische formaties die van nature blijvend ongeschikt zijn voor andere doeleinden;5° de injectie van aardgas of vloeibaar petroleumgas (LPG) voor opslag in andere geologische formaties indien het hoger belang van het waarborgen van de gasvoorziening zulks vereist en indien de injectie van dien aard is dat ieder onmiddellijk of toekomstig gevaar van verslechtering van de kwaliteit van ieder eventueel ontvangend grondwater wordt voorkomen;6° civieltechnische en bouw- en constructiewerkzaamheden en soortgelijke werkzaamheden op of in de grond die in contact komen met grondwater;7° lozingen van kleine hoeveelheden stoffen voor wetenschappelijke doeleinden, met het oog op karakterisering, bescherming of herstel van waterlichamen, welke beperkt blijven tot de hoeveelheden die strikt noodzakelijk zijn voor de nagestreefde doeleinden; op voorwaarde dat die lozingen niet verhinderen dat de voor dat grondwaterlichaam vastgestelde milieudoelstellingen worden bereikt.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 3. - Winningszones</h3>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 1. - Waterwinningszones Art. 171.§ 1. De Regering bepaalt : 1° de grenzen van de waterwinningszones alsmede de procedure voor de afbakening van die zones;2° de gevallen waarin een wijziging van de waterwinningszones is vereist. § 2. In geval van winning van tot drinkwater verwerkbaar water dat bestemd is om via leidingnetten te worden geleverd voor gemeenschappelijk verbruik, is de houder van de milieuvergunning voor een waterwinplaats verplicht een zakelijk recht te verkrijgen dat hem in staat stelt in het genot te treden van de binnen het waterwingebied gelegen onroerende goederen, behalve als het Gewest er eigenaar van is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering wordt gemachtigd verder te onteigenen ten einde de onteigende goederen voor de inrichting van de waterwinningszone te bestemmen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Voorkomingszones Art. 172.§ 1. De Regering bepaalt de winplaatsen van water die voor een voorkomingszone in aanmerking komen. § 2. De voorkomingszone wordt vastgelegd en afgebakend door de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de modaliteiten inzake vestiging van de voorkomingszones. Art. 173.Onverminderd de bepalingen met betrekking tot de wetgeving op de bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging en met betrekking tot de afvalstoffen kan de Regering binnen de voorkomingszones verbieden, reglementeren of aan milieuvergunning of aangifte onderwerpen : het vervoeren, opslaan, deponeren, afvoeren, ingraven, storten en uitstrooien van stoffen die het water kunnen verontreinigen en alle kunstwerken, activiteiten, werken, beplantingen en installaties, alsook wijzigingen van de bodem en van de ondergrond die het water verontreinigen. Art. 174.§ 1. Wanneer als gevolg van een maatregel genomen in uitvoering van artikel 173, gebouwen, inrichtingen, werken, kunstwerken of beplantingen moeten worden gebouwd, verbouwd of gesloopt, of wanneer werkzaamheden moeten worden stopgezet, beperkt of omgeschakeld, is de houder van de milieuvergunning, bij gebreke aan tegemoetkoming van de Regering krachtens artikel 178 of krachtens de wetgeving betreffende de afvalstoffen, ertoe gehouden de daaruit voortvloeiende rechtstreekse en materiële schade te vergoeden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is slechts van toepassing op de bestaande gebouwen, inrichtingen, werken, kunstwerken en beplantingen en op de dag van de aanvraag van de milieuvergunning uitgeoefende werkzaamheden. § 2. Wanneer overeenkomstig § 1 verschillende houders van de milieuvergunning verplicht zijn een vergoeding te storten, betalen zij hun aandeel daarin naar rata van de waterhoeveelheden bepaald in de milieuvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke nieuwe houder van de milieuvergunning die zich in een afgebakende voorkomingszone vestigt, wordt ertoe gehouden de houders van de afgegeven milieuvergunningen of het Gewest een deel van het bedrag van de door hen betaalde vergoedingen terug te betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de berekeningsregelen en de terugbetalingsmodaliteiten. § 3. Met toepassing van artikel 318, § 2, 12°, kan de Regering optreden en de verschillende percentages van haar tegemoetkoming in de vergoeding van de in § 1 bedoelde maatregelen vaststellen, rekening houdend met de hydrogeologische situatie van de voorkomingszone.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Toezichtszones Art. 175.§ 1. De Regering kan toezichtszones vaststellen en afbakenen waarvan zij de vestigingsmodaliteiten bepaalt. § 2. De artikelen 173 en 174 zijn van toepassing op de toezichtszones.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Gewest zorgt voor de in artikel 174 bedoelde vergoeding. § 3. Elke nieuwe houder van de milieuvergunning die zich in een toezichtszone vestigt, wordt ertoe gehouden het bedrag van de door het Gewest betaalde vergoeding geheel of gedeeltelijk terug te betalen aan het Gewest. De Regering bepaalt de berekeningsregelen en de modaliteiten van die terugbetaling. Afdeling 4. - Bijzondere maatregelen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-176\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 176</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer individuele inlichtingen noodzakelijk zijn voor de voorbereiding, de uitwerking of de uitvoering van een reglementering inzake bescherming, van het grondwater tegen verontreiniging of voor de uitvoering van de in § 2 bedoelde internationale verplichtingen, kan de Regering elk onderzoek uitvoeren dat noodzakelijk is ten einde die inlichtingen ter beschikking te stellen van de diensten van het Gewest die zij aanwijst De bij die gelegenheid verzamelde individuele inlichtingen mogen alleen voor de volgende doeleinden worden gebruikt : 1° toepassing van de andere artikelen van dit deel;2° opmaken van statistieken;3° wetenschappelijk onderzoek inzake bescherming van het leefmilieu, voor zover de bezitter van de gegevens zich er ten opzichte van de Regering vooraf schriftelijk toe verbindt noch die gegevens te verspreiden of door derden te laten verspreiden noch te publiceren op zulke manier dat individuele toestanden onthuld zouden kunnen worden. HOOFDSTUK III. - Territoriale bevoegdverklaring Art. 177.Om de waterkwaliteit te beschermen, kan de Regering alle nodige maatregelen treffen om het gebruik van stoffen te reglementeren zoals organische of meststoffen die in het kader van landbouwactiviteiten worden uitgestrooid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiervoor kan ze o.a. : 1° zones aanduiden die een beschermingsstatuut kunnen krijgen in functie van de bijzondere milieubelasting die ze ondergaan;2° programma's voorzien om de uitstrooiingen bedoeld in dit artikel te beperken. Titel VIII. - Financiering van het beheer van de natuurlijke cyclus Art. 178.De Regering kan subsidies aan de ondernemingen toekennen die een uitzonderlijk hoge financiële last dragen om te voldoen aan de voorwaarden waarop hen een milieuvergunning is verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering stelt de regels vast volgens dewelke deze subsidies worden toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan subsidies aan de ondernemingen toekennen die tot één of tot verscheidene industriële sectoren behoren welke navorsingen en tests hebben ondernomen of gaan ondernemen teneinde hetzij een minder vervuilende fabricagewerkwijze te ontdekken, hetzij een doeltreffender werkwijze voor zuivering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de voorwaarden voor de toekenning van deze subsidies. Art. 179.Er wordt een wetenschappelijke en technische dienst van het water opgericht die de navorsingen en de verspreiding van de resultaten inzake de bescherming van het oppervlaktewater coördineert; deze dienst oriënteert de navorsingen in de nieuwe domeinen, met name afhankelijk van de voorstellen die aan deze dienst door de zuiveringsinstellingen worden gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deel III. - Beheer van de antropogene watercyclus Titel I. - Fasen van de antropogene watercyclus HOOFDSTUK I. - Waterproductie en -verdeling Afdeling 1. - Voor menselijke consumptie bestemd water Onderafdeling 1. - Doelstellingen en definities Art. 180.De Regering zal ervoor zorgen dat de toepassing van de overeenkomstig deze afdeling genomen maatregelen er in geen geval, direct of indirect, toe leidt dat de huidige kwaliteit van het voor menselijke consumptie bestemde water afneemt, voor zover dit een invloed kan hebben op de bescherming van de menselijke gezondheid, of dat de verontreiniging van het voor de drinkwaterproductie bestemde water toeneemt. Art. 180.In de zin van deze afdeling verstaat men onder : 1° \"abonnee\" : a) elke houder van een recht van eigendom, vruchtgebruik, blote eigendom, gebruik, woning, oppervlakte, erfpacht op een gebouw dat op de openbare distributie aangesloten is;b) elke houder van een contract voor wateraankoop voor eigen verbruik zonder beroep te moeten doen op een openbaar waterdistributienetwerk;2° \"verbruiker\" : elke persoon die het genot heeft van het door een leverancier beschikbaar gestelde water;3° \"privé-installatie voor waterdistributie\" : de leidingen en apparaten die stroomafwaarts van het verbindingspunt ingericht zijn. De kranen, leidingen en apparaten die na het verbindingspunt zijn ingericht, maken deel uit van de privé-installatie voor waterdistributie; 4° \"aansluitingspunt\" : de grens tussen het distributienet en de privé-distributieinstallatie die onmiddellijk na de meter ligt.Bij gebrek aan meter wordt dit verbindingspunt bepaald bij overeenkomst tussen de abonnee en de leverancier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Toepassingsgebied Art. 182.§ 1. Deze afdeling is van toepassing op het voor menselijke consumptie bestemde water, met uitzondering van : 1° het natuurlijke mineraalwater;2° het geneeskrachtige water;3° het voor menselijke consumptie bestemde water afkomstig uit een individuele bron die gemiddeld minder dan 10 m3 per dag produceert of minder dan 50 personen bevoorraadt, tenzij het water in het kader van een commerciële, toeristische of openbare activiteit geleverd wordt. § 2. De leverancier van het in § 1, 3°, bedoelde water is verplicht de betrokken bevolking kennis te geven van mogelijke risico's en van elke maatregel die genomen kan worden om de menselijke gezondheid te beschermen tegen de nefaste gevolgen van verontreiniging van het voor menselijke consumptie bestemde water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als bovendien blijkt dat de kwaliteit van dat water potentieel gevaarlijk is voor de menselijke gezondheid, moet de leverancier de verbruikers op de gepaste manier adviseren. § 3. In geval van bevoorrading vanaf een alternatieve hulpbron of op een wijze die waterdistributie via leidingen aanvult, worden beide bevoorradingscircuits totaal gescheiden door de abonnee, zonder fysieke verbinding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Verplichtingen van de leverancier A. Algemene verplichtingen Art. 183.De Regering bepaalt de in acht te nemen procedure als afbreuk wordt gedaan aan de kwaliteit van het voor menselijke consumptie bestemde water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze wijst de bevoegde overheden aan die moeten tussenkomen en bepaalt de minimale maatregelen die de leveranciers moeten nemen om de risico's voor de verbruikers te voorkomen en om het water weer te zuiveren en te reinigen. Art. 184.Onverminderd de afwijkingen bedoeld in artikel 191 is het verboden water voor menselijke consumptie te leveren als niet gegarandeerd kan worden dat het zuiver en rein is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomstig de bepalingen van deze afdeling is het water voor menselijke consumptie zuiver en rein als het : 1° geen micro-organismen, parasieten of andere stoffen bevat in hoeveelheden of concentraties die gevaarlijk kunnen zijn voor de menselijke gezondheid, 2° voldoet aan de minimumvereisten die de Regering overeenkomstig artikel 185 bepaalt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-185\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 185</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de minimumvereisten inzake zuiverheid en reinheid van het voor menselijke consumptie bestemde water, met inbegrip van : 1° de microbiologische parameterwaarden;2° de chemische parameterwaarden;3° de indicatieve parameters die enkel voor controledoeleinden en voor de toepassing van artikel 190, § 5, eerste lid, vastgelegd worden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-186\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 186</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de lijst en de maximale dosissen van de stoffen en materialen die gebruikt mogen worden bij de bereiding of de distributie van het voor menselijke consumptie bestemde water. De leverancier neemt de nodige maatregelen opdat het concentratieniveau van de stoffen of materialen die bestemd zijn voor nieuwe installaties of voor de versterking of de reparatie van bestaande installaties en die gebruikt worden bij de bereiding of de distributie van water voor menselijke consumptie, alsmede het concentratieniveau van de vuildeeltjes voortgebracht door die voor nieuwe installaties bestemde stoffen of materialen, in het water voor menselijke consumptie niet hoger zou zijn dan het niveau vereist om het doel te bereiken waarvoor ze gebruikt worden en opdat ze geen afbreuk zouden doen aan de bescherming van de menselijke gezondheid waarin deze afdeling voorziet, noch rechtstreeks noch onrechtstreeks</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-187\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 187</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De overeenkomstig artikel 185 vastgelegde parameterwaarden worden in acht genomen op het punt waar : 1° binnen lokalen of in een gebouw het via een distributienetwerk geleverde water uit de kranen komt die normaliter voor menselijke consumptie gebruikt worden;2° het door een tankauto of -schip geleverde water uit de tankauto of het tankschip komt. § 2. Behalve op de in § 3 bedoelde plaatsen wordt de leverancier geacht te hebben voldaan aan zijn verplichtingen in de zin van de artikelen 184 en 190, § 2, wanneer kan worden vastgesteld dat de niet-inachtneming van de overeenkomstig artikel 185 vastgestelde parameterwaarden toe te schrijven is aan de privé-installatie voor waterdistributie of aan het onderhoud daarvan. § 3. In de lokalen en in gebouwen waar het publiek van water wordt voorzien, wordt de privé-installatie voor waterdistributie gecertificeerd door een erkende instelling overeenkomstig de door de Regering bepaalde regels Elk gebouw waarvan de eerste bewoning als huisvesting op een door de Regering te bepalen datum volgt, is onderworpen aan dezelfde regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de lijst van de categorieën lokalen en inrichtingen die onder de bepalingen van deze paragraaf vallen, en bepaalt een procedure en termijnen voor de certificering van de private binneninstallaties. § 4. Als het gevaar bestaat dat het water niet voldoet aan de overeenkomstig artikel 185 vastgestelde parameterwaarden, moet de leverancier : 1° de geschikte maatregelen nemen om dat gevaar te beperken of uit te sluiten, o.a. door de eigenaars eventueel herstelmaatregelen aan te bevelen; 2° en/of geschikte behandelingstechnieken aanwenden om de aard of de eigenschappen van het water vóór de levering zodanig te wijzigen dat het gevaar na de levering wordt verkleind of uitgesloten; 3° en de betrokken verbruikers informeren en adviseren i.v.m. eventueel te nemen aanvullende herstelmaatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">B. Controle Art. 188.§ 1. Om na te gaan of het voor menselijke consumptie bestemd water aan de vereisten van deze afdeling en, meer bepaald, aan de overeenkomstig artikel 185 vastgelegde parameterwaarden voldoet, wordt een jaarlijks controleprogramma door de leverancier opgemaakt en uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij maakt het jaarlijkse programma over aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu, Afdeling Water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij neemt monsters die representatief zijn voor de kwaliteit van het gedurende het jaar verbruikte water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het voor menselijke consumptie bestemde water bij de bereiding of distributie gedesinfecteerd wordt, controleert de leverancier of de desinfectiebehandeling doeltreffend is en vergewist hij zich ervan dat besmetting door subproducten van de desinfectie tot een minimum wordt herleid, zonder de desinfectie in het gedrang te brengen. § 2. De Regering bepaalt de modaliteiten betreffende de jaarlijkse controleprogramma's bedoeld in § 1, alsmede de plaatsen van monsterneming en de informatieverstrekking. Zij bepaalt met name de te analyseren parameters en de minimale frequenties van de monsternemingen en analyses. § 3. De analyses worden toevertrouwd aan een laboratorium erkend krachtens de federale wetgeving betreffende de erkenning van certificerings- en controle-instellingen alsmede proeflaboratoria, dat op zijn minst beschikt over een systeem van analytische kwaliteitscontrole.</p>\n<p class=\"lf-p\">De monsternemingen worden uitgevoerd door daartoe erkende instellingen. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de analyse van de parameters en voor de monsterneming. § 4. De leverancier laat, overeenkomstig de procedure bedoeld in artikel 183, een aanvullende controle uitvoeren door een erkend laboratorium indien er redenen zijn om aan te nemen dat het water stoffen of micro-organismen bevat waarvoor geen parameterwaarden overeenkomstig artikel 185 zijn vastgelegd en waarvan de hoeveelheid of het aantal gevaar voor de menselijke gezondheid kan inhouden. Art. 189.Met inachtneming van de principes betreffende de bescherming van het privé-leven en na de bewoners 48 uur op voorhand schriftelijk te hebben verwittigd, krijgen de aangestelden van de leverancier, op vertoon van een dienstkaart en van hun identiteitskaart, alsmede de controle-instellingen tussen 8 en 20 uur in het bijzijn van de bewoners of hun vertegenwoordiger vlot en veilig toegang tot de aansluiting en de privé-installatie voor waterdistributie om alle handelingen i.v.m. de controle van de waterkwaliteit uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">C. Herstelmaatregelen en gebruiksbeperkingen Art. 190.§ 1. Onder voorbehoud van artikel 187, § 2, geeft de leverancier het Directoraat-generaal natuurlijke hulpbronnen en energie, Afdeling Water, onmiddellijk kennis van de niet-inachtneming van de overeenkomstig artikel 185 vastgelegde parameterwaarden en voert een onderzoek naar de oorzaak daarvan. Laatstgenoemde gaat na of de niet-inachtneming gevaar voor de menselijke gezondheid inhoudt. Als dat het geval is, maakt het zijn conclusies, zodra die gekend zijn, over aan de leverancier en aan de burgemeester(s) van de betrokken gemeente(n). § 2. De leverancier neemt zo spoedig mogelijk de nodige herstelmaatregelen om de waterkwaliteit weer op peil te brengen. Hij geeft voorrang aan de toepassing ervan, gelet met name op de mate waarin de relevante parameterwaarde is overschreden en op het mogelijke gevaar voor de menselijke gezondheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als het Directoraat-generaal natuurlijke hulpbronnen en energie, Afdeling Water, overeenkomstig § 1 een risico voor de menselijke gezondheid heeft vastgesteld, wordt het in kennis gesteld van elke maatregel die de leverancier treft, en van de evolutie van de toestand. Als eerstgenoemde van mening is dat de niet-naleving van de parameterwaarden gevaar inhoudt voor de menselijke gezondheid, informeert de leverancier de verbruikers onmiddellijk over de toestand en geeft hij hen in voorkomend geval kennis van de genomen of te nemen herstelmaatregelen. § 3. Als het voor menselijke consumptie bestemde water potentieel gevaar voor de menselijke gezondheid inhoudt, onderbreekt de leverancier de distributie ervan, beperkt hij het gebruik ervan of treft hij de nodige maatregelen om de menselijke gezondheid te beschermen, ongeacht het feit of de overeenkomstig artikel 185 vastgelegde parameterwaarden in acht genomen werden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval informeert hij onmiddellijk verbruikers en abonnees en geeft hij hen de nodige aanbevelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leverancier beslist welke maatregelen genomen moeten worden rekening houdende met de risico's die een onderbreking van de distributie of een gebruiksbeperking van het voor menselijke consumptie bestemde water inhouden voor de menselijke gezondheid. Zijn beslissing wordt onmiddellijk voor informatie en eventueel advies aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water overgemaakt. § 4. In geval van dringende noodzakelijkheid, gemotiveerd door het potentiële gevaar voor de menselijke gezondheid en het onvermogen van de leverancier, kan de Regering of haar gemachtigde al de in § 3 bedoelde maatregelen nemen. § 5. De Regering kan regels van goede praktijk uitvaardigen zodat de leverancier kan voldoen aan zijn verplichtingen overeenkomstig paragraaf 3. Art. 191.Wanneer op de in artikel 187, § 3, bedoelde plaatsen kan worden vastgesteld dat de niet-inachtneming van de overeenkomstig artikel 185 vastgelegde parameterwaarden toe te schrijven is aan de privé-installatie voor waterdistributie of aan het onderhoud daarvan, stelt de leverancier de erkende instelling die voor de certificering instaat, zoals bepaald in artikel 187, § 3, onmiddellijk in kennis van de overeenkomstig artikel 190 genomen herstelmaatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">D. Afwijkingen Art. 192.§ 1. De Regering kan in overleg met het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water voorzien in afwijkingen van de parameterwaarden voor zover ze geen potentieel gevaar opleveren voor de menselijke gezondheid en wanneer er geen ander redelijk middel bestaat om de levering van voor menselijke consumptie bestemd water in het desbetreffende gebied te handhaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de Regering het advies van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water afwijst, motiveert ze haar beslissing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afwijkingen zijn beperkt in de tijd en mogen niet langer duren dan drie jaar. Na afloop van die termijn maakt de Regering een balans op om na te gaan of voldoende vooruitgang werd geboekt. De Regering kan een tweede afwijking voor een periode van drie jaar toekennen. In uitzonderlijke gevallen kan de Regering, na advies van de Europese Commissie, een derde afwijking van maximum drie jaar toekennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke afwijking die de Regering toestaat, gaat vergezeld van de volgende gegevens : - de redenen ervoor; - de bedoelde parameter; - een passend controleschema dat voorziet in een verhoogde controlefrequentie en in de nodige herstelmaatregelen; - de duur ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afwijkingen mogen niet betrekking hebben op giftige en microbiologische factoren. § 2. De leverancier die in aanmerking komt voor één of meer afwijkingen waarin dit artikel voorziet, stelt de belanghebbende verbruikers zo spoedig mogelijk en op de gepaste wijze in kennis van de afwijking en van voorwaarden die ermee gepaard gaan. Hij geeft ook aanbevelingen aan specifieke verbruikersgroepen voor wie de afwijking een bijzonder risico kan inhouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leverancier informeert het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water over alle maatregelen die overeenkomstig het vorige lid genomen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">E. Informatie Art. 193.§ 1. De leverancier informeert zijn abonnees minstens één keer per jaar over de kwaliteit van het water geleverd in de loop van het afgelopen kalenderjaar. De informatie gaat vergezeld van het advies van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water over de eventuele weerslag van het geleverde water op de gezondheid van de verbruikers.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leverancier verstrekt aan elke verbruiker die erom verzoekt gepaste en recente gegevens over de kwaliteit van het water in het distributiegebied dat hij bevoorraadt. § 2. De leverancier verstrekt het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water alle gegevens over de waterkwaliteit en -levering die ze nodig heeft om deze afdeling uit te voeren en om haar Europese en internationale verplichtingen na te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regering stelt de modaliteiten vast betreffende de inhoud, de vorm en de procedure voor het mededelen van die inlichtingen. § 3. De Regering bezorgt het Waalse Parlement een jaarverslag over de kwaliteit van het voor menselijke consumptie bestemde water. Dat verslag betreft o.a. de kwaliteit van het Waalse consumptiewater, de niet-inachtneming van de parameterwaarden door de verschillende leveranciers, de toegestane afwijkingen en de voornaamste herstelmaatregelen uitgevoerd om de kwaliteit van het voor menselijke consumptie bestemde water te herstellen. Afdeling 2. - Algemene voorwaarden voor waterdistributie in Wallonië Onderafdeling 1. - Definities Art. 194.In de zin van deze afdeling verstaat men onder : 1° \"abonnee\" : elke houder van een recht van eigendom, vruchtgebruik, blote eigendom, gebruik, woning, oppervlakte, erfpacht op een gebouw dat op de openbare distributie aangesloten is;2° \"private distributie-installatie\" : de leidingen en toestellen die stroomafwaarts de meter geïnstalleerd zijn. Onderafdeling 2. - Toegang tot de openbare waterdistributie en -aansluiting Art. 195.Elke houder van een zakelijk recht op een gebouw mag bedoeld gebouw op eigen verzoek en voor eigen rekening op het net van de openbare waterdistributie laten aansluiten. De eventuele uitbreiding van het net van de verdeler die nodig is voor de aansluiting van het gebouw is voor rekening van de verzoeker : - integraal als het gaat om een verkaveling in de zin van artikel 89 van het Waalse Wetboek van Ruimtelijke Ordening, Stedenbouw en Patrimonium; - integraal als het gaat om een uitbreiding buiten een bestaande openbare weg; - verder dan de eerste vijftig meters, als het gaat om een andere aanvraag tot uitbreiding, waarbij de uitbreiding over de eerste vijftig meters ten laste valt van de verdeler. Art. 196.§ 1. De aansluitingswerken zijn voor rekening van de abonnee en maken het voorwerp uit van een bestek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aansluiting wordt integraal betaald vóór de inbedrijfstelling ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de abonnee verzoekt om de wijziging van de aansluiting of om de stopzetting van de dienst, zijn de werken eveneens voor zijn rekening en wordt een bestek opgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bestek wordt aan de verzoeker overgemaakt binnen tien kalenderdagen na ontvangst van de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een voorschot van hoogstens 50 % van het bestek kan door de verdeler geëist worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behalve overmacht wordt het werk door de verdeler uitgevoerd binnen dertig kalenderdagen na ontvangst van de uitdrukkelijke instemming van de verzoeker met het uitvoeringsbestek en onder voorbehoud van de uitvoeringsvoorwaarden waarin het voorziet. § 2. Als de abonnee om de stopzetting van de dienst verzoekt, neemt de verdeler alle technische maatregelen om de veiligheid en de gezondheid niet in het gedrang te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de abonnee niet de gebruiker is, mag de aanvraag slechts met de uitdrukkelijke instemming van de gebruiker in overweging worden genomen. § 3. De verdeler draagt de kosten van de wijzigingen die hij op de aansluiting uitvoert. § 4. Onverminderd artikel 198 behoort de aansluiting toe aan de verdeler. Hij is er verantwoordelijk voor en staat in voor haar onderhoud. Art. 197.Elke aansluiting wordt van een meter voorzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor nieuwe aansluitingen wordt een meter geplaatst om het verbruik van elke woning, commerciële activiteit of gebouw afzonderlijk te meten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor bestaande aansluitingen kan de verdeler op eigen kosten in overeenstemming met de abonnee of op diens verzoek in een te zijner beschikking gesteld technisch lokaal de meter die het verbruik van verschillende woningen, commerciële activiteiten of gebouwen meet, vervangen door een set meters waarmee het verbruik van elke woning, commerciële activiteit of gebouw afzonderlijk gemeten kan worden. In dat geval wordt voorzien in een bijkomende meter om het gemeenschappelijke verbruik te meten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de voorwaarden die de verdeler moet vervullen bij de uitvoering van de aansluiting. Art. 198.De abonnee en de gebruiker treffen alle maatregelen om beschadiging van de meter te voorkomen. Ze geven de verdeler kennis van elke beschadiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze zijn verantwoordelijk voor vorstschade aan de meter en voor het gedeelte van de aansluiting gelegen binnen elk gebouw waar zich een meter bevindt, behalve als vast staat dat de verdeler een fout heeft begaan bij het ontwerpen of het plaatsen van de aansluiting.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdeler informeert de abonnees minstens één keer per jaar of op hun verzoek over de maatregelen ter voorkoming van elke beschadiging van de meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke meter wordt voorzien van zegels die niet vervalst mogen worden op straffe van een boete waarvan de modaliteiten door de Regering bepaald worden, onverminderd een eventuele onmiddellijke onderbreking van de dienst. Art. 199.Bij verandering van abonnee verwittigen de voormalige en de nieuwe houder van zakelijke rechten op het aangesloten gebouw de verdeler; zolang ze die verplichting niet nakomen, dragen ze de lasten van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de modaliteiten van die verplichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Bevoorrading, gebruik en bescherming van de installaties § 1. - Terbeschikkingstelling Art. 200.Naast de wettelijke en reglementaire voorschriften bedoeld in de artikelen 180 tot 193, 411 tot 415 en 430, voert de verdeler zijn opdracht van openbare dienst uit wanneer hij de op het openbare distributienet aangesloten gebouwen regelmatig bevoorraadt, behoudens uitzonderlijke omstandigheden of omstandigheden die redelijkerwijs niet beheerst kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de voorwaarden van een regelmatige bevoorrading.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle werken die nuttig zijn om de bevoorrading te waarborgen, worden zo spoedig mogelijk door de verdeler uitgevoerd. Art. 201.Elke klacht van een gebruiker van de dienst wordt onmiddellijk in aanmerking genomen; de verdeler wijst binnen zijn midden personen aan die de klachten in ontvangst nemen en behandelen. Art. 202.De openbare watervoorziening van een gebouw dat gedeeltelijk of geheel voor woning bestemd is, mag slechts afgesloten worden : - voor de bescherming van de openbare gezondheid, de salubriteit, de continuïteit van de dienst; - op verzoek van de gebruiker; - ter uitvoering van een rechterlijke beslissing wegens niet-betaling waarbij de distributie onderbroken mag worden; - als behoorlijk vastgesteld is dat de toegang tot de meter verhinderd wordt, overeenkomstig artikel 198.</p>\n<p class=\"lf-p\">De openbare watervoorziening van een gebouw dat niet voor woning bestemd is mag slechts afgesloten worden : - in de gevallen bepaald bij of krachtens het decreet; - op verzoek van de gebruiker; - bij niet-betaling na aanmaning; - als behoorlijk vastgesteld is dat de toegang tot de meter verhinderd wordt, overeenkomstig artikel 207.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de dienst om veiligheids- of openbare gezondheidsredenen onderbroken wordt, verwittigt de verdeler onmiddellijk de burgemeester van betrokken gemeente en geeft hij hem kennis van de gronden van de onderbreking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de dienst onderbroken wordt na een rechterlijke beslissing, wordt de voorzitter van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn zo spoedig mogelijk door de verdeler verwittigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bijzondere bepalingen betreffende de onderbreking van de dienst worden door de Regering bepaald. Art. 203.De verdeler kan de dienst opschorten in geval van overmacht of telkens als de noodzaak van herstel-, vernieuwings-, wijzigings-, verplaatsings-, onderhouds- of exploitatiewerken het rechtvaardigt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdeler doet er alles aan om de onderbrekingen uit te voeren op tijdstippen waarop de gezamenlijke verbruikers zo min mogelijk hinder ondervinden en beperkt het aantal en de duur ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens dringende noodzakelijkheid worden de gebruikers drie werkdagen op voorhand d. m.v. een omzendbrief of een openbaar bericht verwittigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 200 en artikelen 180 tot 193, 411 tot 415 en 430 komt de verdeler de verplichting na waarbij alle middelen ingezet moeten worden om de handelingen van de dienst uit te voeren. § 2. - Gebruik en bescherming van de installaties Art. 204.De Regering bepaalt de voorschriften van technische aard waarop de normen voor de bescherming van de installaties berusten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze kan ook de voorwaarden bepalen voor de verwezenlijking en het gebruik van de private binneninstallaties van de gebruikers en abonnees. Art. 205.De gebruiker zorgt voor een zuinig watergebruik en houdt rekening met de beslissingen en richtlijnen van de verdeler waarbij het watergebruik beperkt wordt in geval van droogte, van technische incidenten of van problemen i.v.m. de kwaliteit van het water, onverminderd de bevoegdheden waarover de bevoegde overheden beschikken. Art. 206.De abonnees en de gebruikers treffen de nodige maatregelen om hun installaties te beschermen tegen alle eventuele ongevallen te wijten aan een drukvariatie of aan de tijdelijke opschorting van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdeler verstrekt minstens jaarlijks of op verzoek van de abonnees of gebruikers nuttige informatie voor de bescherming van de installaties. § 3. Toegang tot de installaties en de meters Art. 207.Mits inachtneming van de beginselen inzake bescherming van het privé-leven en na schriftelijke verwittiging van de bewoners binnen minimum de voorafgaande achtenveertig uren krijgen de aangestelden van de verdeler die over een dienstkaart en hun identiteitskaart beschikken tussen acht en twintig uur vlotte en veilige toegang tot de aansluiting en de privé-distributie-installatie om elke handeling uit voeren i.v.m. de meting van het verbruik en de controle van de installaties en de meter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 4. - Registratie van het verbruik Art. 208.De verbruikte volumes worden geregistreerd d. m.v. een meter die door de verdeler geplaatst wordt. Het tijdstip en de periodiciteit van de meting van de verbruikte volumes worden door de verdeler bepaald. De meting wordt minstens één keer per jaar uitgevoerd en de gebruiker verleent de verdeler de fysische toegang tot de installaties om die meting minstens één keer om de vijf jaar uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 5. - Informatie Art. 209.De verdeler legt een lijst van de geldende tarieven alsook de technische en administratieve voorschriften ter inzage van de gebruiker.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdeler is verplicht de gebruikers actief te informeren over de technische en administratieve voorwaarden waaronder de kwaliteit van de door hem verstrekte dienst wordt bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalde gegevens worden mogelijkerwijs evenwel niet meegedeeld als de mededeling de bescherming van het privé-leven belet, tegen het algemeen belang indruist of de openbare veiligheid in het gedrang zou kunnen brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens andersluidende wetsbepaling kan de verdeler op verzoek en met de instemming van de gebruiker hem elk gegeven i.v.m. de stand van zijn rekeningen meedelen, alsook aan de instellingen die een opdracht inzake sociale begeleiding vervullen. HOOFDSTUK II. - Herstel van schade veroorzaakt door het winnen en pompen van grondwater Art. 210.§ 1. De uitbater van een grondwaterwinning en de bouwheer van de publieke of private werken die door hun activiteit een daling van de grondwaterlaag veroorzaken, zijn objectief aansprakelijk : 1° voor de schade aan de oppervlakte die eruit voortvloeit voor de onroerende goederen en voor de machines en installaties geïncorporeerd in deze onroerende goederen;2° de nadelen veroorzaakt door de niet-bezetting of het niet-gebruik van de geteisterde goederen, indien de niet-bezetting of het niet-gebruik voor oorzaak heeft de schade voortvloeiend uit de daling van de waterlaag;3° de kosten van herhuisvesting en verhuis van de bewoners van de geteisterde goederen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke schade bedoeld in het eerste lid wordt verondersteld veroorzaakt te zijn door een daling van de waterlaag uitgelokt door de activiteit van de uitbater van een grondwaterwinning of de bouwheer van publieke of private werken, tenzij deze bewijzen dat hun activiteit hetzij de daling van de grondwaterlaag, hetzij de daaruit voortvloeiende schade niet veroorzaakt hebben. § 2. Zij die, door hun gezamenlijke activiteit, de daling van de grondwaterlaag veroorzaken, zijn solidair aansprakelijk voor de schade die eruit voortvloeit. § 3. Hoe dan ook, wanneer onder hen die deze gezamenlijke activiteit hebben uitgeoefend, sommigen het deden met inachtname van de wettelijke bepalingen en de reglementen betreffende het volume van uitwinning van grondwater, terwijl anderen ze overtraden gedurende geheel of een deel van de periode waarin de daling van de grondwaterlaag zich voordeed door onwettige afname van een volume van meer dan 96 m3 per dag, zijn de hiernavolgende regels van toepassing bij afwijking van artikel 1214, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek : 1° de uitbater of de bouwheer die wettelijk, gedurende gans de uitwinningsperiode, water heeft uitgewonnen en die het slachtoffer heeft moeten vergoeden overeenkomstig § 1, heeft het recht de volledige terugbetaling te eisen van de betaalde vergoeding, meer de intresten, ten laste van gelijk welke uitbater of bouwheer die het water onwettelijk putte, en dit zelfs indien de overtreding slechts een deel van de hiervoorgenoemde periode duurde;2° de uitbater of de bouwheer die onwettelijk, gedurende gans de hiervoorgenoemde periode of gedurende een deel van deze periode, water putte, mag geen enkel deel opeisen, of het ook zij ten laste van een uitbater of een bouwheer die wettelijk water putte. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien dezen die een gezamenlijke activiteit, bedoeld in § 2, uitoefenden met inachtname van de wettelijke bepalingen en reglementen betreffende het volume van grondwaterwinning en enkelen onder hen een fout begingen in de zin van artikel 1382 e.v. van het Burgerlijk Wetboek, wordt er rekening gehouden met het bestaan van deze fout voor de toepassing van de solidariteitsregel bedoeld in § 2. § 5. Het huidige hoofdstuk is niet van toepassing op de schade voortvloeiend uit de drooglegging van de mijnen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-211\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 211</span><span class=\"lf-art-t\">Enkel de vrederechter is bevoegd om kennis te nemen in eerste aanleg, welk ook het bedrag is van de vraag, van de vorderingen gesteund op het huidige hoofdstuk</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hij beslist in laatste aanleg op de vragen betreffende het bedrag dat 12 500 euro niet overschrijdt. Art. 212.De dagvaarding voor de vrederechter dient, op straffe van onontvankelijkheid van de vordering, te worden voorafgegaan door een verzoeningspoging, gedaan door oproeping in verzoening voor de vrederechter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aansprakelijkheid niet wordt betwist, zijn de gedaagden verplicht een voorstel van schadevergoeding te doen binnen een termijn van drie maanden vanaf de eerste verschijning in verzoening, of, in geval van hoogdringendheid, binnen de termijn vastgesteld door de vrederechter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van verschijning vermeldt het akkoord of het niet-akkoord. Het bedrag van het eventuele aanbod wordt erin vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een uitgifte van het proces-verbaal bekleed met de uitvoerende formule wordt afgeleverd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van niet-akkoord moet de benadeelde persoon, op straffe van onontvankelijkheid van de vordering, de dagvaarding inleiden voor de vrederechter binnen de drie maanden die volgen op afgifte van de uitgifte van proces-verbaal dat het niet-akkoord vaststelt. Art. 213.§ 1. De eisers dienen vooraf de schade te laten vaststellen door de bevoegde beambten van het Ministerie van het Waalse Gewest die ertoe gehouden zijn de vaststelling te doen en te betekenen aan eisers binnen een termijn van veertig dagen vanaf de aanvraag tot vaststelling gedaan bij een per post aangetekende brief.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vaststelling gedaan vóór 17 januari 1986 door de bevoegde beambten in toepassing van de wet van 10 januari 1977 regelende het herstel van de schade veroorzaakt door grondwaterwinning en pomping, zijn eveneens geldig. § 2. De verzoeken tot verzoening gesteund op het huidige hoofdstuk dienen ingeleid te worden voor de vrederechter binnen de twee jaar vanaf de betekening van de vinding van de schade overeenkomstig § 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na deze termijn zal het gemeenrecht van toepassing zijn. § 3. Indien het feit dat een verzoek werd gericht aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water bij een per post aangetekende brief, deze niet is overgegaan tot de vaststelling binnen een termijn van veertig dagen, kan de verzoeker een verzoek tot verzoening inleiden zonder dat de vaststelling heeft plaatsgehad. § 4. Gevat door het beroep tot verzoening kan de vrederechter bevel geven aan het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water om over te gaan tot de vaststellingen binnen een termijn van vijftien dagen. De bevelschriften zijn gericht aan de beambten hiertoe aangeduid door de Regering. § 5. De Regering mag ook experten erkennen om over te gaan tot de vaststellingen in de plaats van de beambten, overeenkomstig de modaliteiten die zij bepaalt; deze experten zullen hun functie uitoefenen op kosten van het Gewest, overeenkomstig het tarief vastgelegd door de Regering. Art. 214.De eiser wordt veroordeeld geheel of gedeeltelijk tot de kosten indien het bedrag van de vergoeding toegekend door de vrederechter minder bedraagt dan deze van het aanbod bedoeld in artikel 212. Art. 215.Iedere uitbater van een grondwaterwinning kan door de bevoegde dienst van de regionale administratie, in zijn installaties, het debiet van het gewonnen water en de genomen voorzorgen laten vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij ontvangt een voor eensluidend verklaard afschrift van deze vaststelling. De Regering stelt het tarief van de kosten van bevinding vast die ten laste vallen van de verzoeker. HOOFDSTUK III. - Zuivering van het water Afdeling 1. - Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-216\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 216</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering belast de \"SPGE\" bij beheerscontract met de uitvoering van het beheersplan voor het Waalse waterbekken, wat betreft de openbare zuivering van het afvalwater. Afdeling 2. Bepalingen betreffende de rioleringen en de afvloeiing en de verwerking van afvalwater Art. 217.Voor de toepassing van de Richtlijnen van de Europese Commissie en van andere internationale akten inzake bescherming van het oppervlaktewater kan de Regering de gemeenten verplichten tot het uitvoeren van rioleringswerkzaamheden op een gedeelte of op het geheel van hun grondgebied, onder de voorwaarden en binnen de termijn die zij bepaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om dezelfde doelstelling te bereiken kan ze bovendien criteria vaststellen waardoor die van de werken vermeld in het in artikel 218 bedoelde algemeen gemeentelijk afwateringsplan kunnen worden bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze werken moeten bij voorrang worden uitgevoerd hetzij om de optimalisering van de werking van de zuiveringsstations te waarborgen, hetzij nog om een snelle bescherming van de kwetsbare gebieden zoals de voorkomings- of toezichtgebieden te verzekeren. Art. 218.§ 1. De Regering legt een algemeen zuiveringsreglement vast voor de afvoer en de behandeling van het stedelijk afvalwater.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het algemeen zuiveringsreglement bepaalt : - de algemene verplichtingen i.v.m. de afvoer en de behandeling van het stedelijk afvalwater, - de autonome en overgangsstelsels inzake collectieve zuivering; - de bepalingscriteria en de verplichtingen i.v.m. de toepassing van die stelsels binnen de agglomeraties en de zones; - de modaliteiten voor de toepassing van de zuiveringsstelsels per agglomeratie of per zone, alsook de evolutie ervan; - de principes voor de vastlegging van de zuiveringsplannen per hydrografisch onderbekken en de voorwaarden voor de herzieningen en bijwerkingen ervan. § 2. Het algemeen zuiveringsreglement voorziet in een zuiveringsplan voor ieder hydrografisch onderbekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het zuiveringsplan per hydrografisch onderbekken vermeldt de agglomeraties of de zones en de stelsels voor de zuivering van het stedelijk afvalwater die erop van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die zuiveringsplannen worden uitgewerkt door de S.P.G.E., uitgevoerd door de erkende zuiveringsinstellingen en goedgekeurd door de Regering. Art. 219.Om de twee jaar stellen de gemeenten een verslag op aan de hand van de door de Regering vastgestelde modaliteiten, alvorens het naar het Gewest te sturen. Dat verslag bevat : 1° een inventaris inzake afvoer en verwerking van het afvalwater afkomstig van op hun grondgebied gelegen gebouwen alsmede hun effecten op voorkomings- of toezichtgebieden;2° het programma van de afwateringswerkzaamheden die de gemeenten wensen uit te voeren;3° de coördinatie tussen de afwateringswerken en de zuiveringsinstallaties die bestaan of die binnen de vijf volgend jaren moeten worden aangelegd en die het afvalwater afkomstig van rioleringen kunnen opvangen. Dat verslag wordt bij de gemeentelijke begroting gevoegd. De gemeente maakt het bestaan van dat verslag bekend op de gemeentelijke aanplakplaatsen en stelt het ter beschikking van de bevolking die het het hele jaar door tijdens de openingsuren op het gemeentebestuur kan inzien. Art. 220.De gemeenteraad vaardigt een gemeentelijk reglement uit ter aanvulling, in voorkomend geval, van de verplichtingen tot afvoer en behandeling van het afvalwater die vastliggen in het algemeen zuiveringsreglement bedoeld in artikel 218, § 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle gemeentelijke werkzaamheden i.v.m. de zuivering van stedelijk afvalwater worden opgenomen in het zuiveringsplan betreffende het grondgebied van de gemeente waar ze uitgevoerd worden. Art. 221.In geval van dringende noodzakelijkheid - met name als de volksgezondheid of het milieu ernstig worden bedreigd - kan de Regering de door haar aangewezen gemeente(n) verplichten rioleringswerkzaamheden of andere werkzaamheden i.v.m. de afvoer van afvalwater binnen de door haar vastgestelde termijn te laten uitvoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de voorgeschreven werkzaamheden niet binnen de vastgestelde termijn worden uitgevoerd, kan de Regering de Gouverneur opdracht geven om ze op rekening van de gemeente te laten uitvoeren. De aldus uitgevoerde werkzaamheden kunnen het voorwerp van een subsidie uitmaken. Art. 222.§ 1. De Regering kan regels voor het onderhoud van de individuele zuiveringssystemen voorschrijven; zij kan, met name, de verplichting opleggen het slijk te overhandigen aan de ruimers die werden erkend in overeenstemming met de regels die zij vaststelt. § 2. De erkende ruimers zijn verplicht het slijk door een van de drie volgende middelen op te ruimen : 1° hetzij door dit te overhandigen aan een landbouwer om het uit te strooien volgens de door de Regering vastgestelde regels;2° hetzij door dit te overhandigen aan een zuiveringsstation dat voor dit doel door een zuiveringsinstelling werd aangewezen in overeenstemming met § 4;3° hetzij door dit uit het Gewest uit te voeren, op voorwaarde het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water te informeren over de bestemming en hiervan het bewijs te leveren volgens de door de Regering vastgestelde regels. § 3. De Regering stelt de regels vast die moeten worden gevolgd door de zuiveringsinstellingen voor wat het aantal, het vermogen en de inplanting van de zuiveringsinstallaties betreft, bestemd voor het opvangen en behandelen van het ruimslijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan aan de ruimers het verbod opleggen, via een besluit of in de erkenningsakte, een beroep op bepaalde uitgeruste stations te doen teneinde het slijk te verdelen, afhankelijk van de vermogens van de stations. HOOFDSTUK IV. - Gemeenschappelijke bepalingen inzake waterproductie, -distributie en -zuivering Art. 223.§ 1. De Regering kan na onderzoek verklaren dat het algemeen belang biedt dat installaties voor de productie en de distributie van water of de verzameling of de zuivering van afvalwater aangebracht worden onder, op of boven onbebouwde privé terreinen of privé domein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die verklaring van algemeen belang geeft de beheerder van de installaties ten gunste van wie ze wordt afgelegd, het recht om dergelijke installaties aan te leggen onder, op of boven privé-terreinen of privé-domein, om er toezicht op uit te oefenen en de nodige werkzaamheden uit te voeren met het oog op de werking en het onderhoud ervan onder de voorwaarden die in de verklaring vastliggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De werkzaamheden mogen pas aangevat worden na afloop van een termijn van twee maanden, te rekenen van de kennisgeving die bij aangetekend schrijven gericht wordt aan de houders van zakelijke rechten en aan de belanghebbende huurders. § 2. De begunstigde van de erfdienstbaarheid bedoeld in paragraaf 1 is gehouden tot de betaling van een vergoeding ten gunste van de eigenaar van het met die erfdienstbaarheid bezwaarde erf of van houders van zakelijke rechten i.v.m. dat erf.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding kan uitbetaald worden in één keer en geldt dan als forfaitaire vergoeding. Ze kan ook betaald worden in de vorm van een op voorhand te betalen jaarlijkse heffing. § 3. De Regering bepaalt : 1° de in acht te nemen procedure betreffende de verklaring van algemeen belang bedoeld in paragraaf 1, meer bepaald het aanvraagformulier, de bij de aanvraag te voegen stukken, de behandeling van het dossier en de onderzoeken uit te voeren door de overheid die de aanvragen in ontvangst neemt, de termijnen waarin de bevoegde overheid moet beslissen en de aanvrager kennis moet geven van haar beslissing en van de bijdrage die hij voor de behandeling van het dossier moet betalen;2° de wijze waarop de in paragraaf 2 bedoelde bijdragen berekend worden, alsook de wijze waarop ze geïndexeerd worden. Art. 224.Bij de gedeeltelijke bezetting van de privé-terreinen of het privé-domein wordt rekening gehouden met het gebruik waarvoor ze bestemd zijn. De bezetting geeft niet aanleiding tot onteigening maar tot een wettelijke erfdienstbaarheid van openbaar nut die elke handeling verbiedt waardoor schade kan worden berokkend aan de installaties of aan de exploitatie ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering legt de verbodsbepalingen en voorschriften vast die in acht genomen moeten worden door iedereen die in de buurt van de installaties werken of handelingen uitvoert, laat uitvoeren of overweegt uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar van het met de erfdienstbaarheid bezwaarde erf kan de Regering binnen de haar bepaalde termijn informeren dat hij de begunstigde van de erfdienstbaarheid verzoekt het bezette terrein te kopen. Bij gebrek aan een minnelijke verkoopovereenkomst tussen de eigenaar van het bezwaarde erf en de netbeheerder zijn de bepalingen van artikel 227 van toepassing. Art. 225.§ 1. De installaties worden verplaatst en desnoods verwijderd op verzoek van de eigenaar van het bezwaarde erf of van degene die het recht heeft om er gebouwen op trekken, als ze gebruik wensen te maken van dat recht. De Regering kan de begunstigde van de erfdienstbaarheid een bijkomende termijn geven zodat hij de nodige vergunningen kan verkrijgen voor die verplaatsing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de belanghebbenden gebruik maken van dat recht zonder de verplaatsing of de verwijdering van die installaties te eisen, behoudt de begunstigde van de erfdienstbaarheid het recht om toezicht op de installaties uit te oefenen en om de werken uit te voeren die nodig zijn voor hun werking, onderhoud en herstel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verplaatsingskosten en die i.v.m. de verwijdering van de installaties worden door de begunstigde van de erfdienstbaarheid gedragen; de personen bedoeld in het eerste lid zijn evenwel verplicht schriftelijk te verwittigen binnen zes maanden vóór de aanvang van de geplande werken. § 2. Niettegenstaande paragraaf 1 kan de begunstigde van de erfdienstbaarheid, om de verplaatsing van de installaties te voorkomen, voorstellen dat de eigenaar het bezette terrein koopt. Hij geeft de Regering kennis daarvan. Bij gebrek aan een minnelijke overeenkomst tussen de eigenaar van het bezwaarde erf en de netbeheerder zijn de bepalingen van artikel 227 van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-226\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 226</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beheerder van de installaties is gehouden tot het herstel van de schade veroorzaakt door de werken die hij heeft uitgevoerd bij de aanleg of de exploitatie van zijn installaties, alsmede tot de vergoeding van de schade berokkend aan derden, hetzij door zijn werken, hetzij wegens het gebruik van het door de erfdienstbaarheid bezwaarde erf. De gezamenlijke vergoedingen i.v.m. de veroorzaakte schade worden door de beheerder gedragen. Ze zijn verschuldigd aan de personen die de schade lijden. Het bedrag ervan worden hetzij minnelijk, hetzij door de rechtbanken bepaald</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-227\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 227</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beheerder van de installaties ten gunste van wie de Regering een besluit tot verklaring van algemeen belang heeft genomen, kan, op eigen verzoek en binnen de perken van dat besluit, door de Regering gemachtigd worden om de nodige onteigeningen op eigen kosten voort te zetten namens het Gewest of in eigen naam als hij beschikt over de bevoegdheid om krachtens een decreetbepaling te onteigenen. De rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden bepaald bij de artikelen 2 à 20 van de wet van 26 juli 1962Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/07/1962 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigeningen ten algemenen nutte is toepasselijk op die onteigeningen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel II. - Financiering van het beheer van de antropogene watercyclus HOOFDSTUK I. - Waterprijs Afdeling 1. - Tarifering en facturatie van het water</h3>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling I. - Tarifering van het water Art. 228.Krachtens het principe van vervuiler-betaler wordt een eenvormige watertarifering ingevoerd die toepasselijk is op het verbruik waarvoor een mogelijkerwijs vooraf betaalbare jaarlijkse heffing per meter betaald wordt die dient voor de betaling van het voordeel gebonden aan de terbeschikkingstelling van water ongeacht of er al dan niet verbruik is. De tarifering bestaat uit drie tranches opgedeeld naar gelang van de jaarlijkse verbruiksvolumes berekend volgens onderstaande formule : Heffing : (20 x C.V.D.) + (30 x C.V.A.) Verbruik : eerste tranche van 0 tot 30 m3 : 0.5 x C.V.D. tweede tranche van 30 tot 5 000 m3 : C.V.D. + C.V.A. derde tranche boven 5 000 m3 : (0.9 x C.V.D.) + C.V.A. De bijdrage in het Sociaal Waterfonds wordt op het grondgebied van het Franse taalgebied aan dit tarief toegevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De C.V.D. wordt door de verdeler bepaald overeenkomstig het door de Regering vastgelegde gestandaardiseerde boekhoudplan van de watersector.</p>\n<p class=\"lf-p\">De C.V.A. wordt voor het gezamenlijke Waalse grondgebied door de S.P.G.E. bepaald krachtens de beheersovereenkomst die ze met de Regering gesloten heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dezelfde verdeler mag slechts één enkel tarief toepassen op het grondgebied van een hydrografisch onderbekken zoals bepaald bij artikel 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het toegepaste tarief kan van bovenbedoelde tariefstructuur afwijken voor jaarlijkse verbruikvolumes boven 25 000 m3 maar mag geenszins lager zijn dan (0.50 C.V.D.) + C.V.A. De distributiewaterprijs is het voorwerp van een tweejarig evaluatierapport. Dat rapport wordt na advies van het comité voor watercontrole de oneven jaren uiterlijk 31 maart door de Regering aan het Waalse Parlement overgemaakt, enerzijds, op grond van de gegevens verstrekt door de verdeler wat de C.D.V. betreft, en, anderzijds, op grond van de gegevens verstrekt door de 'S.P.G.E.' wat de C.V.A. betreft. Art. 229.In het kader van de tarifering bedoeld in artikel 228 wordt de C.V.A. niet toegepast in de volgende gevallen : - als de gebruiker onderworpen is aan de belasting op het lozen van industrieel afvalwater; - als de gebruiker in aanmerking komt voor de vrijstelling of de terugbetaling van de belasting op het lozen van ander afvalwater dan industrieel afvalwater, overeenkomstig artikel 228.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Facturatie Art. 230.Er wordt een jaarlijkse factuur door de verdeler opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast worden minstens om de drie maanden voorschotten of tussentijdse facturen opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij verandering van gebruiker alsook in geval van wijziging van de facturatieperiode door de verdeler worden de heffing en de verbruikstranches berekend naar evenredigheid van de periode van bewoning van het gebouw of van gebouwgedeelte waarop de factuur betrekking heeft. In voorkomend geval is de vooraf betaalde heffing het voorwerp van een regularisatie. Art. 231.De Regering bepaalt de standaardregels voor de overlegging van de facturen, die de diverse elementen van de C.D.V. en de C.V.A., alsook de bijdrage in het Sociaal Waterfonds duidelijk vermelden. De verdeler wordt volgens de door de Regering bepaalde regels vergoed voor de gezamenlijke kosten i.v.m. de inning van de C.V.A. Onderafdeling 3. - Betaling van de facturen en invordering Art. 232.In geval van niet-nakoming van de verlichtingen en, meer bepaald, in geval van niet-betaling binnen de voorgeschreven termijn van de sommen die op basis van de in artikel 230 bedoelde voorschotten en facturen aan de verdeler verschuldigd zijn, gaat deze laatste met alle rechtsmiddelen over tot de invordering van zijn schuldvordering ten laste van de gebruikers en, in voorkomend geval, van de abonnee zoals bedoeld in artikel 233.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Waalse Regering bepaalt de modaliteiten voor de betaling van de facturen en voor de invordering ervan en legt de desbetreffende minimumtermijnen vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdeler kan wegens de specifieke en objectieve kenmerken van de gebruiker verzoeken om een garantie voor de betaling van de hem verschuldigde bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het maximumbedrag en de modaliteiten betreffende die garantie worden door de Regering bepaald en zijn slechts van toepassing op de openbare waterdistributie van een gebouw dat niet voor bewoning bestemd is. Art. 233.Als de gebruiker niet houder is van een zakelijk recht op het aangesloten gebouw, mag de abonnee jegens de schuldenaar niet hoofdelijk en ondeelbaar gehouden worden tot de betaling van alle sommen die de gebruiker na aanmaning verschuldigd blijft voorzover : - hij het bewijs levert dat hij de verdeler uiterlijk dertig kalenderdagen na de wijziging van bewoning van het goed kennis gegeven heeft van de identiteit van de intrekkende en vertrekkende gebruikers, alsook van de meterindex; - het gebouw vooraf door de verdeler is uitgerust met een meter per woning; - een ongewoon hoog verbruik niet te wijten is aan de staat van de private installaties. Afdeling 2. - Sociaal Waterfonds Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen A. Toepassingsgebied Art. 234.Deze afdeling regelt, krachtens artikel 138 van de Grondwet, een aangelegenheid bedoeld in artikel 128, § 1, van de Grondwet. Ze is slechts van toepassing op het Franse taalgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">B. Definitie Art. 235.In de zin van deze afdeling verstaat men onder \"verbruiker\" : elke natuurlijke persoon die, rechtstreeks of onrechtstreeks, het genot heeft van het water dat een verdeler hem in zijn hoofdverblijfplaats ter beschikking stelt voor een uitsluitend huishoudelijk gebruik, en zodoende inspeelt op zijn behoeften en op die van zijn gezin.</p>\n<p class=\"lf-p\">C. Doelstelling Art. 236.Deze afdeling beoogt de invoering van een financieel mechanisme, met name het \"Sociaal Waterfonds\", dat voornamelijk zal tussenkomen in de betaling van de waterfactuur van de verbruiker.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Financieel mechanisme A. Algemene bepalingen Art. 237.Iedere verbruiker die, onder welke titel ook, in aanmerking komt voor een sociale hulpverlening, overeenkomstig artikel 57 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, kan een tegemoetkoming in de betaling van zijn waterfacturen genieten. Art. 238.Die tegemoetkoming berust op een financieel mechanisme, met name het \"Sociaal Waterfonds\", waarbij de verdelers, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de \"S.P.G.E.\" betrokken zijn. Art. 239.Elke waterfactuur die een verdeler stuurt, vermeldt, als bestanddeel van de reële waterprijs, het bestaan van een bijdrage ten laste van de verdelers die vastgelegd is op 0,0125 euro per gefactureerde m3 water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die bijdrage kan aangepast worden bij besluit van de Waalse Regering, na evaluatie van de noden. De gecumuleerde verhogingen mogen in geen geval hoger zijn dan 10 % van het bedoelde bedrag. Art. 240.De bijdrage bedoeld in artikel 239 financiert : 1° voor minimum 85 % ervan, de uitgaven i.v.m. de tegemoetkoming bedoeld in artikel 237; 2° voor minimum 9 % ervan, de uitgaven i.v.m. de werkingskosten van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn; 3° voor maximum 1 % ervan, de uitgaven i.v.m. de werkingskosten van de \"S.P.G.E.\" in het kader van deze afdeling; 4° voor een bedrag gelijk aan het saldo ervan, de uitgaven i.v.m. de nodige technische verbeteringen waardoor de verbruikers die in aanmerking komen voor de in artikel 237 bedoelde tegemoetkoming, bijgestaan kunnen worden door de verdelers met het oog op een rationeel waterbeheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De modaliteiten voor de verdeling van die uitgaven worden door de Regering vastgelegd op voorstel van de Minister.</p>\n<p class=\"lf-p\">De modaliteiten voor de tegemoetkoming in de werkingskosten bedoeld in het eerste lid, 2° en 3°, worden door de Regering vastgelegd, o.a. op grond van : - het aantal verbruikers met betalingsmoeilijkheden, zoals bedoeld in artikel 241; - het aantal personen die recht hebben op maatschappelijke integratie overeenkomstig de wet van 26 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/05/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie sluiten betreffende het recht op maatschappelijke integratie; - het aantal aansluitingen op het openbaar netwerk voor waterverdeling in de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">B. Regels betreffende de tegemoetkoming in de betaling van de waterfacturen Art. 241.In geval van betalingsmoeilijkheden wordt de verbruiker in de rappelbrief van de verdeler geïnformeerd dat hij in aanmerking kan komen voor de tegemoetkoming bedoeld in artikel 237.</p>\n<p class=\"lf-p\">De brief wijst erop dat de verbruiker zich tegen die tegemoetkoming mag verzetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens verzet van de verbruiker, maakt de verdeler de lijst van verbruikers met betalingsmoeilijkheden over aan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn zodat het contact kan opnemen met de verbruikers.</p>\n<p class=\"lf-p\">De modaliteiten betreffende het verzet van de klant en de overmaking van die lijst worden door de Regering vastgelegd. Art. 242.§ 1. Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn beslist binnen dertig dagen over de toekenning en het bedrag van de tegemoetkoming binnen de perken bepaald bij deze afdeling en de daaruit voortvloeiende reglementaire bepalingen. Artikel 60 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn is toepasselijk op de besluitvorming terzake.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomstig artikel 62bis van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn wordt de beslissing inzake tegemoetkoming, genomen door de raad voor sociale hulp of door één van de organen waaraan de raad bevoegdheden heeft overgedragen, bij ter post aangetekend schrijven of tegen ontvangbewijs aan de verbruiker meegedeeld binnen acht dagen, te rekenen van de datum van de besluitvorming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn geeft de verdeler kennis van zijn beslissing m.b) t. de aangevraagde tegemoetkoming. § 2. De beslissing is met redenen omkleed en vermeldt de mogelijkheid om beroep in te dienen overeenkomstig artikel 71 van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de indieningstermijn, de vorm van het verzoek, het adres van de bevoegde beroepsinstantie en de naam van de contactdienst of -persoon binnen het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn. § 3. De openbare centra voor maatschappelijk welzijn bezorgen de \"S.P.G.E.\" jaarlijks een activiteitenverslag over de uitvoering van deze afdeling. De Regering bepaalt de gegevens die het verslag moet bevatten, alsook de kalender van de berichten. § 4. Vanaf de datum waarop de rappelbrief door de verdeler aan de verbruiker gestuurd wordt, overeenkomstig de voorwaarden bedoeld in artikel 241, tot een beslissing door het O.C.M.W. wordt genomen, zoals bedoeld in paragraaf 1 van dit artikel, is elke eenzijdige afsluiting van de watervoorziening door de verdeler wegens niet-betaling van de factuur, verboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing als de verbruiker zich verzet tegen een tegemoetkoming zoals bedoeld in deze afdeling. Art. 243.De Regering bepaalt, op voorstel van de \"S.P.G.E.\" en na advies van het Comité voor watercontrole, de modaliteiten voor de tegemoetkoming bedoeld in artikel 237 en voor de berekening van het maximumbedrag ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elke verbruiker wordt de tegemoetkoming beperkt tot een maximumbedrag, al naar gelang de samenstelling van het gezin. Art. 244.De tegemoetkoming bedoeld in artikel 237 dekt, binnen de perken van de begrotingskredieten, de gehele of gedeeltelijke betaling van de facturen betreffende de individuele of gezinswoning van de verbruiker. Art. 245.De Regering bepaalt de modaliteiten voor de verdeling van de beschikbare bedragen onder de openbare centra voor maatschappelijk welzijn voor het lopende boekjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die verdeling wordt uitgevoerd op grond van o.a. : - het aantal verbruikers met betalingsmoeilijkheden, zoals bedoeld in artikel 241; - het aantal personen die recht hebben op maatschappelijke integratie overeenkomstig de wet van 26 mei 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/05/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/2002 numac 2002022559 bron ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu Wet betreffende het recht op maatschappelijke integratie sluiten betreffende het recht op maatschappelijke integratie; - het aantal aansluitingen op het openbaar netwerk voor waterdistributie in de gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">C. Opdrachten van de \"S.P.G.E.\" in het kader van het sociaal fonds Art. 246.De \"S.P.G.E.\" staat in, onder de voorwaarden en binnen de perken van deze afdeling, voor het beheer van het in artikel 236 bedoelde financieel mechanisme, dat tussenkomt in de betaling van de waterfactuur van de verbruiker. Art. 247.De \"S.P.G.E.\" legt het bedrag van de tussenkomsten van elke verdeler, zoals bedoeld in artikel 239, jaarlijks vast op grond van de gefactureerde hoeveelheden van het vorige jaar. Art. 248.De \"S.P.G.E.\" geeft de openbare centra voor maatschappelijk welzijn uiterlijk 31 maart van elk jaar kennis van de beschikbare bedragen, per verdeler, bestaande uit de bijdragen bedoeld in artikel 239 en uit de niet-gebruikte overtollige saldo's, verminderd met de uitgaven bedoeld in artikel 240, lid 1°, 2°, 3° en 4° Art. 249.De \"S.P.G.E.\" maakt jaarlijks een verslag over de werking van het in artikel 236 bedoelde financieel mechanisme over aan de Regering en aan het Comité voor watercontrole. De Regering richt dat verslag binnen drie maanden aan de Voorzitter van het Waalse Parlement.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de gegevens die in dat verslag vermeld moeten worden, alsook de kalender van de berichten. Art. 250.Het overtollige saldo van het vorige boekjaar wordt uiterlijk 31 maart van elk jaar door de verdelers aan de \"S.P.G.E.\" gestort.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de modaliteiten voor de storting van die saldo's alsook voor hun aanwending door de \"S.P.G.E.\".</p>\n<p class=\"lf-p\">D. Verplichtingen van de verdelers Art. 251.De verdelers moeten : 1° de tijdens het afgelopen jaar door de verdeler gefactureerde hoeveelheden uiterlijk op 31 maart van elk jaar aan de \"S.P.G.E.\" overmaken; 2° de som voor de werkingskosten uiterlijk op 31 maart van elk jaar aan de \"S.P.G.E.\" storten, overeenkomstig artikel 240, eerste lid, 2° en 3°; 3° het saldo van de in artikel 239 bedoelde bijdrage bewaren na storting van de bedragen bedoeld onder 2° en 8° om het aan te wenden voor de doeleinden bedoeld in artikel 240, eerste lid, 1° en 4°;4° de financiële stromen betreffende het Sociaal Waterfonds uiterlijk op 31 maart van elk jaar individualiseren op specifieke balans- en beheersrekeningen;5° zorgen voor het dagelijks beheer van de aandelen die toegekend worden aan elk openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van de gemeenten die de verdeler bedient, in nauwe samenwerking met hen;6° zorgen voor het beheer van de fondsen voor technische verbeteringen; 7° de \"S.P.G.E.\" uiterlijk 31 maart van elk jaar kennis geven van het aantal verbruikers met betalingsmoeilijkheden, zoals bedoeld in artikel 241, derde lid, van het aantal tegemoetkomingen waartoe besloten werd door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, van het geïndividualiseerde bedrag van de toegestane tegemoetkoming en van het globale bedrag van de tegemoetkomingen per gemeente; 8° de eventuele overtollige saldo's aan de \"S.P.G.E.\" storten binnen de termijn bedoeld in artikel 250; 9° de \"S.P.G.E.\" jaarlijks uiterlijk op 28 februari alle stukken en gegevens verstrekken die noodzakelijk zijn voor het vastleggen van het bedrag van hun bijdrage alsook van de bedragen waarover de openbare centra voor maatschappelijk welzijn mogen beschikken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de modaliteiten voor de uitvoering van die verplichtingen. Afdeling 3. - Retributies en belasting op de waterwinningen Onderafdeling I. - Algemene bepaling Art. 252.§ 1. De winningen van tot drinkwater verwerkbaar worden onderworpen : - enerzijds, hetzij aan de betaling van een retributie waarvan het bedrag tot 0,0744 euro is vastgesteld per m3 water geproduceerd in de loop van het winningsjaar, hetzij aan het afsluiten van een dienstencontract voor de bescherming van het tot drinkwater verwerkbaar water met de \"SPGE\"; - anderzijds, hetzij aan de sluiting van een dienstencontract voor zuivering met de \"SPGE\", volgens welke de waterproducent de diensten van de Maatschappij huurt om, volgens een bepaalde planning, de openbare zuivering te verrichten van een waterhoeveelheid overeenstemmend met de geproduceerde waterhoeveelheid bestemd om via het openbare watervoorzieningsnet in het Waalse Gewest verdeeld te worden, hetzij aan de vervulling van deze zuiveringsopdracht door hem zelf, overeenstemmend met de waterhoeveelheid die hij produceert. § 2. De andere grondwaterwinningen worden onderworpen aan een jaarlijkse winningsbelasting waarvan het bedrag als volgt is vastgesteld : 1° van 0 tot 20.000 m3 water : 0,0248 euro per m3 uitgepompt water; 2° van 20.001 tot 100.000 m3 water : 0,0496 euro per m3 uitgepompt water; 3° boven 100.000 m3 : 0,0744 euro per m3 uitgepompt water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het uitpompen van minder dan 3.000 m3 is belastingvrij. § 3. De volgende grondwaterwinningen zijn niet onderworpen aan de in § 1 bedoelde heffingen of aan de in § 2 bedoelde winningsbelastingen : 1° pompingen verricht door zuiveringsinstellingen in het kader van hun ontwateringsopdracht, met uitzondering van de door hen verkochte of geleverde hoeveelheden water;2° proefpompingen met een maximumduur van twee maanden;3° tijdelijke pompingen verricht ter gelegenheid van werken van openbare of private burgerlijke bouwkunde;4° pompingen met het oog op de bescherming van goederen, met uitzondering van pompingen verricht voor industriële of winstgevende doeleinden;5° de geothermische pompingen bestemd voor het collectief verwarmen van woningen of openbare gebouwen;6° de helft van de hoeveelheid uitgepompt grondwater, op voorwaarde dat dit water na bemaling gratis ter beschikking wordt gesteld van de Waalse producenten van voor menselijke consumptie bestemd water met het oog op de terugwinning ervan. Art. 253.De producenten van tot drinkwater verwerkbaar water, waarvan de waterwinningen in het Waalse Gewest zijn gelegen, zijn ertoe gehouden tot de financiering van de beschermingsmaatregelen van het tot drinkwater verwerkbaar water bij te dragen naar verhouding tot de hoeveelheden geproduceerd tot drinkwater verwerkbaar water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke producent van tot drinkwater verwerkbaar water zorgt met het oog op de handhaving van zijn kwaliteit voor de openbare zuivering van het huishoudelijke afvalwater naar verhouding tot de hoeveelheden water bestemd om verdeeld te worden in het Waalse Gewest via het openbare watervoorzieningsnet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder \"producenten van tot drinkwater verwerkbaar water\" : de houders van waterwinningen in het Waalse Gewest of elke andere persoon die het water ruwweg ontvangt van een andere waterproducent die wat betreft de verkochte hoeveelheden niet heeft bijgedragen tot de openbare zuivering van het afvalwater.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Aangifte, betaling en inning van de heffing en van de belasting Art. 254.Elke belastingplichtige moet het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water jaarlijks alle gegevens verstrekken die nodig zijn voor de bepaling van de tijdens het jaar tevoren geproduceerde of uitgepompte hoeveelheid water. Art. 255.§ 1. De aangifte wordt gedaan aan de hand van een formulier waarvan het model door de Regering wordt bepaald en dat het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water vóór 31 januari van het aanslagjaar rechtstreeks aan de belastingplichtigen zendt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De belastingplichtige die het formulier niet ontvangen heeft, moet er één bij het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water aanvragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij stopzetting van de activiteiten moet de belastingplichtige een aangifteformulier bij het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water aanvragen en het er binnen twee maanden na de stopzetting terug naartoe zenden. § 2. Het formulier wordt behoorlijk ingevuld, voor echt verklaard, gedateerd en ondertekend. § 3. De over te leggen stukken, lijsten of inlichtingen maken noodzakelijk deel uit van de aangifte en moeten er bij gevoegd worden. Art. 256.De aangifte moet jaarlijks vóór 31 maart in het bezit zijn van het Directoraat-generaal natuurlijke hulpbronnen en energie, Afdeling Water.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-257\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 257</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Na onderzoek van de aangifte bepaalt het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water het bedrag van de heffing of de belasting. Het gaat uit van de verstrekte gegevens om de heffing of de belasting te berekenen Als de aangegeven hoeveelheid niet d. m.v. een telsysteem is vastgesteld, baseert het zich op elk bewijsstuk waarover het beschikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een grondwaterwinning aangelegd wordt zonder milieuvergunning of zonder aanvraag overeenkomstig artikel 434 zal het bedrag van de krachtens artikel 252 berekende belasting met 370 euro vermeerderd worden. Art. 258.Op verzoek van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water moet elke belastingplichtige zonder verplaatsing ter nazicht elk document verstrekken dat nuttig is voor de bepaling van de berekeningsgrondslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens de werkuren moet hij het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water of een door de Regering aangewezen en door eerstgenoemde gemachtigde instelling tevens toegang verlenen tot zijn lokalen, terreinen en installaties met het oog op de technische controle.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het recht van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water om mondelinge inlichtingen te vragen, moet elke belastingplichtige op verzoek van eerstgenoemde binnen de maand na de aanvraag schriftelijk alle nuttige inlichtingen verstrekken voor de verificatie van de berekeningsgrondslag. Art. 259.Wanneer het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water gegevens meent te moeten rechtzetten die de belastingplichtige heeft meegedeeld in een aangifte overeenkomstig de in de artikelen 255 tot 258 gestelde voorwaarden, of die hij schriftelijk heeft aanvaard, stelt het hem in kennis van de rechtzetting van de aangegeven hoeveelheid water.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke rechtzetting wordt aan de belastingplichtige meegedeeld binnen een termijn van acht maanden te rekenen vanaf de dag van de ontvangst van de aangifte door het Directoraat-generaal natuurlijke hulpbronnen en energie, Afdeling Water.</p>\n<p class=\"lf-p\">De belastingplichtige kan zijn opmerkingen schriftelijk indienen binnen een termijn van één maand te rekenen vanaf deze betekening. Het bedrag van de heffing of van de belasting kan niet bepaald worden vóór het verstrijken van deze termijn, behalve als de belastingplichtige schriftelijk heeft ingestemd met de rechtzetting van zijn aangifte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-260\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 260</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water kan het bedrag van de heffing of van de belasting ambtshalve bepalen op grond van de gegevens waarover het beschikt en, eventueel, van het toezicht dat het uitoefent of laat uitoefenen wanneer de belastingplichtige verzuimd heeft : 1° een aangifte af te geven binnen de in de artikelen 255 en 256 bedoelde termijnen;2° het (de) gebrek(en) in de vorm dat (die) zijn aangifte aantast(en) binnen de daartoe verleende termijn weg te werken;3° de schriftelijke gegevens die hem krachtens artikel 258, alinea 3, gevraagd werden, binnen de voorgeschreven termijn te verstrekken. Het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water beroept zich op deze procedure binnen een termijn van twee jaar met ingang van 1 april van het jaar na dat van de winning. § 2 Alvorens het bedrag van de heffing of van de belasting ambtshalve te bepalen, stelt het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water de belastingplichtige in kennis van zijn beslissing zich op deze procedure te beroepen en van de gegevens die als grondslag zullen dienen voor de berekening van de heffing of van de belasting. § 3. De belastingplichtige beschikt over een termijn van één maand te rekenen vanaf deze betekening om zijn opmerkingen schriftelijk in te dienen. Het bedrag van de heffing of van de belasting kan niet bepaald worden vóór het verstrijken van deze termijn, behalve als de belastingplichtige schriftelijk heeft ingestemd met het meegedeelde bedrag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-261\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 261</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de belastingplichtige binnen de in artikel 259, derde lid, en artikel 260, § 3, bepaalde termijn laat weten dat hij het gedeeltelijk of geheel oneens is, handelt het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water als volgt : 1° als het kan instemmen met de door de belastingplichtige aangevoerde redenen, bepaalt het het bedrag van de heffing of de belasting op grond van de gegevens die het zelf heeft aanvaard of bepaald en die t.a.v. deze redenen herzien werden; 2° als het niet kan instemmen met de door de belastingplichtige aangevoerde redenen, bepaalt het het bedrag van de heffing of van de belasting op grond van de gegevens die het zelf aanvaard of bepaald heeft In geval van toepassing van het eerste lid, 2°, betekent het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water zijn beslissing aan de belastingplichtige binnen twee maanden na ontvangst van de onenigheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-262\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 262</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De heffing en de belasting worden d. m.v. driemaandelijkse voorschotten geïnd. Elke voorschot is gelijk aan 20 % van het bedrag van de laatste heffing of belasting die door het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water is vastgesteld Als er nog geen heffing of belasting is vastgesteld, is elk voorschot m.b) t. het eerste jaar gelijk aan 20 % van het bedrag dat overeenstemt met de door de belastingplichtige in zijn vergunningaanvraag aangegeven winningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De winning heeft het debiteren van de voorschotten tot gevolg.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorschotten zijn betaalbaar uiterlijk de twintigste van de maand na elk kwartaal van het winningsjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van niet-betaling binnen de in het vorige lid bepaalde termijn zijn de voorschotten het voorwerp van bijzondere kohieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ten kohiere gebrachte voorschotten zijn onmiddellijk opeisbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag ervan wordt door de met de inning belaste ambtenaar ter kennis gebracht van de belastingplichtige, die een aanslagbiljet toegezonden krijgt. Art. 263.De heffing en de belasting zijn het voorwerp van jaarlijkse of bijzondere kohieren. Art. 264.De kohieren worden vastgesteld door het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water en uitvoerbaar verklaard door de Inspecteur-generaal van de Afdeling Thesaurie van het Secretariaat-generaal van het Ministerie van het Waalse Gewest of door de ambtenaar die dit ambt uitoefent. Art. 265.§ 1. De heffing of de belasting wordt uiterlijk 30 juni van het jaar na dat van de indiening van de aangifte of van de belasting van ambtswege vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorschotten worden van het heffings- of belastingsbedrag afgetrokken. § 2. Het aanslagbiljet vermeldt in voorkomend geval de voorschotten die van het heffings- of belastingbedrag afgetrokken worden. § 3. De heffing en de belasting zijn betaalbaar binnen twee maanden na toezending van het aanslagbiljet. Art. 266.Zodra de kohieren uitvoerbaar verklaard worden, worden uittreksels daaruit aan de betrokken belastingplichtigen overgemaakt. Art. 267.In geval van niet-betaling van de voorschotten, de heffing of de belasting, de rente of de kosten, is de eerste vervolgingsakte voor de inning ervan een dwangbevel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dwangbevel wordt uitgevaardigd door de ambtenaar die met de inning belast is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het wordt bij deurwaardersexploot betekend, met bevel tot betaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de door de Regering bepaalde gevallen kan het dwangbevel ook betekend worden aan de belastingplichtige. Art. 268.De Regering bepaalt : 1° de uitvoeringsmodaliteiten voor artikel 262;2° de te volgen wijze voor de aangiften, het opmaken van de kohieren, voor de betalingen, de kwijtingen, de vervolgingen; 3° de administratieve kosten, ten laste van de belastingplichtige, en overeenstemmend met de handelingen die het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Energie, Afdeling Water werkelijk heeft verricht i.v.m. de inning van de heffing of de belasting. Art. 269.§ 1. Onder voorbehoud van de bepalingen in de §§ 2 tot 4 wordt het dwangbevel uitgevoerd volgens de bepalingen van deel V, titel III, van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de gedwongen tenuitvoerlegging. § 2. Na de betekening of kennisgeving waarvan sprake in artikel 267, kan de met de inning belaste ambtenaar in de door de Regering bepaalde gevallen laten overgaan tot de kennisgeving die als uitvoerend beslag onder derden geldt op de sommen of goederen die aan de belastingplichtige verschuldigd zijn of hem toebehoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het derdenbeslag dient eveneens bij ter post aangetekende brief ter kennis van de belastingplichtige te worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beslag heeft uitwerking vanaf het ogenblik waarop het stuk aan de belastingplichtige wordt afgegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het geeft aanleiding tot het opmaken en het zenden door de met de inning belaste ambtenaar van een bericht van beslag, zoals bepaald in artikel 1390 van het Gerechtelijk Wetboek. § 3. Onder voorbehoud van de bepaling in § 2 zijn de bepalingen van de artikelen 1539, 1540, 1542, alinea's 1 en 2, en 1543 van het Gerechtelijk Wetboek van toepassing op dit beslag, met dien verstande dat het bedrag van het beslag ter hand wordt gesteld aan de met de inning belaste ambtenaar. § 4. Het uitvoerend beslag onder derden dient overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 1539 tot 1544 van het Gerechtelijk Wetboek bij deurwaardersexploot te worden gelegd, wanneer na het beslag dat overeenkomstig § 2 bij ter post aangetekende brief is gelegd, uit de aangifte waartoe de beslagen derde gehouden is, blijkt dat : 1° de beslagen schuldenaar zich verzet tegen het uitvoerend beslag onder derden;2° de beslagen derde zijn schuld tegenover de beslagen schuldenaar betwist;3° een andere schuldeiser zich vóór het beslag door de met de inning belaste ambtenaar heeft verzet tegen de afgifte door de beslagen derde van de door hem verschuldigde sommen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In die gevallen behoudt het door de ambtenaar bij ter post aangetekende brief verrichte beslag zijn bewarende uitwerkingen wanneer de ambtenaar, zoals bepaald in artikel 1539 van het Gerechtelijk Wetboek, bij deurwaardersexploot een uitvoerend beslag onder derden doet leggen binnen de maand die volgt op het deponeren bij de post van de aangifte van de beslagen derde. § 5. De uitvoering van het dwangbevel kan slechts worden onderbroken door een met redenen omkleed verzet ingediend door de belastingplichtige, met bij exploot aan het Gewest te betekenen dagvaarding voor het gerecht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-270\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 270</span><span class=\"lf-art-t\">De inning van de heffing of de belasting verjaart na vijf jaar, te rekenen vanaf de datum waarop het kohier uitvoerbaar verklaard werd</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-271\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 271</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Voor de inning van de heffing of de belasting, de rente of de kosten, heeft het Gewest een algemeen voorrecht op de inkomsten en op alle roerende goederen van de belastingplichtige, met uitzondering van schepen en boten Het voorrecht heeft rang onmiddellijk na de voorrechten waarvan sprake in de artikelen 19 en 20 van de wet van 16 december 1851 en in artikel 23 van Boek II van het Handelswetboek, en na de voorrechten die overeenkomstig artikel 87 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde aan de Staat worden voorbehouden. § 2. De heffing of de belasting, de rente en de kosten, worden gewaarborgd door een wettelijke hypotheek op de in België gelegen goederen die de belastingplichtige toebehoren en waarop hypotheek kan worden bevestigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wettelijke hypotheek doet geen afbreuk aan de vorige voorrechten en hypotheken; zij heeft slechts rang na inschrijving ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hypotheek wordt op verzoek van de met de inning belaste ambtenaar ingeschreven. De hypotheek wordt ingeschreven, niettegenstaande verzet, betwisting of beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij kan slechts verworven worden na verloop van de opeisbaarheidstermijn, zoals bepaald in artikel 265, alinea 3. § 3. Artikel 447, alinea 2, van Boek III van het Handelswetboek met betrekking tot de faillissementen, bankbreuken en betalingsuitstellen is niet van toepassing op de wettelijke hypotheek wat betreft de heffingen of belastingen opgenomen in de kohieren die voor het vonnis van faillietverklaring uitvoerbaar verklaard werden. Art. 272.Het bezwaarschrift tot terugbetaling van de heffing of de belasting wordt ingediend bij een aan het Gewest betekend exploot van dagvaarding voor het gerecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze aanvraag wordt binnen twee jaar na de betaling ingediend. Art. 273.Bij niet-betaling binnen de in de artikelen 262 en 265 bedoelde termijn brengen de verschuldigde sommen ten bate van de fondsen, vanaf de volgende dag en voor de duur van de achterstand, van rechtswege rente op tegen de wettelijke rentevoet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze rente wordt maandelijks berekend op basis van het verschuldigde bedrag van de heffing, de belasting of het voorschot en wordt afgerond naar het lagere tiental euro's. Elk maandgedeelte wordt voor een volledige maand gerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rente wordt slechts opgeëist als ze in totaal 2,5 euro bedraagt. Art. 274.In geval van terugbetaling van de heffing of de belasting wordt een moratoire rente tegen de wettelijke rentevoet toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rente wordt maandelijks berekend op basis van het bedrag van elke betaling, afgerond op het lagere tiental euro. Elk maandgedeelte wordt voor een volledige maand gerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt geen moratoire rente toegekend in geval van terugbetaling : 1° van bedragen die ambtshalve bepaald worden na verloop van de termijn waarbinnen gevorderd moet worden, overeenkomstig de artikelen 259 en 260;2° als de rente in totaal minder dan 2,5 euro bedraagt. Afdeling 4. - Belasting op lozingen van industrieel en huishoudelijk afvalwater Onderafdeling I. - Algemene bepalingen Art. 275.Een jaarlijkse belasting wordt ingevoerd op het lozen van afvalwater.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-276\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 276</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De belasting betreft : 1° alle publiek- of privaatrechtelijke natuurlijke of rechtspersonen, hierna \"ondernemingen\" genoemd, die ten minste zeven personen tewerkstellen en industrieel afvalwater lozen in openbare rioleringen, verzamelleidingen voor afvalwater, zuiveringsstations van zuiveringsinstellingen of in oppervlakte- of grondwater;2° ondernemingen die minder dan zeven personen tewerkstellen en afvalwater lozen in de ontvangers bedoeld in 1° als de overheid die bevoegd is voor de aflevering van de lozingsvergunning, oordeelt dat bedoeld water niet onder huishoudelijk water mag worden ingedeeld;3° elke publiek- of privaatrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon die ander afvalwater dan industrieel afvalwater loost in de ontvangers bedoeld in 1° en die wegens een bevoorrading die niet van de openbare distributie komt, niet bijdraagt in de zuiveringskosten berekend in de reële prijs van het water</p></div>", "next": 239487}