{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Zij kan worden bedongen voor het gehele vaartuig of voor een gedeelte, voor een gehele reis of voor een bepaalde tijd, bij het gewicht, het getal of de maat, tegen vaste prijs of bij het stuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 116 De (...) ingeladen goederen zijn verbonden voor de nakoming van de overeenkomsten der partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus gewijzigd bij artikel 3 van de wet van 10 februari 1908, de Franse tekst gewijzigd bij artikel 3, § 2, 10° van deze wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK II. - Gevolgen van de overeenkomst Afdeling I. - Verplichtingen van de vervrachter Artikel 117 De vervrachter moet aan de bevrachter het genot van het schip bezorgen zoals bij de overeenkomst is bedongen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het schip in zijn geheel is gehuurd, mag de kapitein geen goederen innemen zonder toestemming van de bevrachter, zelfs indien deze het niet volledig heeft beladen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrachtprijs voor de ingenomen bijlading komt ten goede aan de bevrachter die het gehele schip heeft gehuurd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-118\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 118</span><span class=\"lf-art-t\">Indien de kapitein voor het schip een groter laadvermogen heeft opgegeven dan het werkelijk heeft, is hij jegens de bevrachter tot schadevergoeding gehouden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Franse tekst gewijzigd bij artikel 3, § 2, 11° van deze wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 119 De opgave van de tonnenmaat van een schip wordt niet onjuist geacht wanneer het verschil niet groter is dan een veertigste of wanneer de opgave overeenstemt met de meetbrief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling II. - Verplichtingen van de bevrachter § 1. Algemene regels Artikel 120 De bevrachter heeft twee hoofdverplichtingen : 1° de lading te verschaffen waartoe hij zich verbonden heeft;2° de bedongen vracht te betalen. Wanneer hij de in de charterpartij vermelde hoeveelheid goederen niet ingeladen heeft, is hij niettemin verplicht de volle vracht te betalen voor de gehele overeengekomen lading.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer hij meer ingeladen heeft, moet hij voor het meerdere vracht betalen op de voet van de bij de charterpartij bedongen prijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer hij niets ingeladen heeft en de reis opzegt voor de afvaart, betaalt hij als vergoeding aan de kapitein de helft van de vracht bij de charterpartij bedongen voor de gehele lading die hij moest verschaffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij kan de reis niet meer opzeggen zodra een gedeelte van de lading aan boord is; indien het schip, in dat geval, zonder volle lading vertrekt, is aan de kapitein de volle vracht verschuldigd, tenzij bij aanleg op stukgoederen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-121\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 121</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer de goederen zonder vertraging ter bestemmingsplaats aangekomen zijn, kan de afzender in geen geval vermindering van de vracht vorderen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 122 De afzender kan goederen die in waarde verminderd zijn of beschadigd door een eigen gebrek of door toeval, niet afstaan voor de vracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaten met wijn, olie, honig of andere vloeistof die leeg- of bijna leeggelopen zijn, kunnen echter wel worden afgestaan voor de vracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-123\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 123</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de ontvanger weigert de goederen aan te nemen, kan de kapitein op rechterlijk gezag zoveel daarvan doen verkopen als nodig is tot betaling van zijn vracht, en de bewaargeving van het overige doen bevelen Zijn de goederen ontoereikend, dan behoudt hij zijn verhaal tegen de afzender.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 124 De kapitein mag de goederen niet aan boord houden wegens niet-betaling van de vracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij kan tijdens het lossen vorderen dat de goederen onder een derde bewaard zullen blijven totdat de vracht betaald is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 125 De kapitein is voor de vracht en, in voorkomend geval, voor de vergoeding van de averij bevoorrecht op de goederen van de lading gedurende vijftien dagen na de aflevering, indien zij niet in een derde hand zijn overgegaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-126\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 126</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van faillissement van de afzenders of ontvangers voor het verstrijken van de termijn van vijftien dagen is de kapitein boven alle schuldeisers bevoorrecht voor de betaling van de vracht en van wat hem wegens averij verschuldigd is. § 2. Vertraging bij de aankomst ter bestemming Artikel 127 Wanneer een schip bij de afvaart, gedurende de reis of op de plaats van de lossing wordt opgehouden door de schuld van de bevrachter, moet deze de kosten wegens vertraging vergoeden Wanneer een schip dat voor een heen- en terugreis vervracht is, terugvaart zonder lading of met een onvolledige lading, is aan de kapitein de volle vracht verschuldigd, alsmede schadevergoeding wegens vertraging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-128\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 128</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het schip bij de afvaart, gedurende de reis of op de plaats van de lossing wordt opgehouden of vertraagd door de schuld van de kapitein, is deze jegens de bevrachter tot schadevergoeding gehouden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-129\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 129</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het uitlopen van een schip slechts voor een tijd verhinderd wordt door overmacht, blijven de gesloten overeenkomsten bestaan en is er geen grond tot schadevergoeding wegens vertraging</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-130\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 130</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wordt het schip door overmacht opgehouden in de loop van de reis, dan is er voor de duur van het oponthoud geen vracht verschuldigd bij tijdbevrachting, noch vermeerdering van vracht bij reisbevrachting Voeding en loon van de bemanning gedurende het oponthoud van het schip worden als averij gerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 131 De afzender kan gedurende het oponthoud van het schip zijn goederen op eigen kosten doen uitladen, mits hij ze weer inlaadt of de kapitein schadeloos stelt. § 3. Het niet ter bestemming aankomen van de lading Artikel 132 Wanneer een schip op stukgoederen aanlegt, hetzij bij het gewicht, bij de maat of tegen vaste prijs, kan de afzender zijn goederen voor de afvaart terugnemen, tegen betaling van de halve vracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Te zijnen laste komen ook de kosten van het inladen, alsmede die van het uitladen en het weer inladen van de andere goederen die moeten worden verplaatst, en de kosten wegens vertraging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 133 De kapitein kan de in zijn schip aangetroffen goederen waarvan hem geen aangifte is gedaan, aan wal doen brengen in de plaats van de lading, of daarvoor vracht aanrekenen tegen de hoogste prijs die in dezelfde plaats voor soortgelijke goederen wordt betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 134 De afzender die zijn goederen gedurende de reis terugneemt, moet de volle vracht en alle door het uitladen veroorzaakte kosten van verplaatsing betalen; neemt hij zijn goederen terug wegens een handeling of een nalatigheid van de kapitein, dan staat deze in voor alle kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-135\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 135</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de handel met het land van bestemming verboden wordt voor de afvaart, zijn de overeenkomsten ontbonden, zonder dat partijen elkaar schadevergoeding verschuldigd zijn De afzender betaalt de kosten van het inladen en het uitladen van zijn goederen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-136\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 136</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de handel met het land van bestemming verboden wordt na de afvaart en het schip genoodzaakt is met zijn lading terug te keren, is aan de kapitein alleen vracht voor de heenreis verschuldigd, ook al is het schip voor de heen- en terugreis bevracht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-137\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 137</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval het schip verhinderd wordt de haven van bestemming binnen te lopen door blokkade van die haven of door enige andere overmacht en de kapitein geen bevelen heeft ontvangen of de ontvangen bevelen niet kan uitvoeren, is hij gehouden de belangen van de afzender zo goed mogelijk te dienen, hetzij door zich naar een naburige haven te begeven, hetzij door naar de plaats van afvaart terug te keren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-138\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 138</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vracht is verschuldigd voor de goederen die de kapitein heeft moeten verkopen om te voorzien in de mondbehoeften, de herstellingen of andere dringende behoeften van het schip, mits hij de waarde daarvan verrekent tegen de prijs waarvoor de overgebleven goederen of goederen van dezelfde soort en hoedanigheid worden verkocht in de plaats van de lossing, indien het schip in behouden haven aankomt Indien het schip vergaat, brengt de kapitein de goederen in rekening tegen de prijs waarvoor hij ze verkocht heeft, insgelijks na aftrek van de in de cognossementen bedongen vracht (...).</p>\n<p class=\"lf-p\">Brengt het uitoefenen van dit recht een verlies mee voor degenen wier goederen zijn verkocht of in pand gegeven, dan wordt dit verlies naar evenredigheid verdeeld over de waarde van deze goederen en van alle goederen ter bestemming aangekomen of uit de schipbreuk gered na de zeeongevallen die de verkoop of de inpandgeving noodzakelijk hebben gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid gewijzigd bij artikel 6 van de wet van 11 april 1989.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-139\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 139</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer de kapitein gedurende de reis het schip moet laten herstellen, is de bevrachter gehouden te wachten of de volle vracht te betalen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval het schip niet kan worden hersteld, is de kapitein verplicht een ander schip te huren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kan de kapitein geen ander schip huren, dan wordt de vracht geregeld overeenkomstig artikel 142.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 140 De kapitein verbeurt zijn vracht en is tot schadevergoeding gehouden jegens de bevrachter, indien deze bewijst dat het schip bij de afvaart onzeewaardig was.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bewijs wordt toegelaten ondanks en tegen het [certificaat van deugdelijkheid.] Het tweede lid aldus gewijzigd ingevolge artikel 1 van de wet van 25 augustus 1920 en artikel 2 en 3, § 2, 12° van deze wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 141 De kapitein heeft recht op de vracht van de goederen die tot gemeen behoud overboord zijn geworpen, onder verplichting van omslag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-142\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 142</span><span class=\"lf-art-t\">Er is geen vracht verschuldigd voor goederen die bij schipbreuk of bij stranding teniet zijn gegaan, of die door zeerovers of vijanden genomen zijn</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De kapitein is gehouden de hem vooraf betaalde vracht terug te geven, tenzij het tegendeel is bedongen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is geen vracht verschuldigd voor goederen die na schipbreuk of verklaring van onzeewaardigheid van het schip niet ter bestemming zijn aangekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Komen de goederen ter bestemming tegen een mindere vracht dan met de kapitein van het verloren gegane of onzeewaardig verklaarde schip was overeengekomen, dan moet het verschil aan de kapitein worden betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er is hem echter niets verschuldigd indien de nieuwe vracht gelijk is aan die welke met hem was overeengekomen; indien de nieuwe vracht hoger is, komt het verschil ten laste van de afzender.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 143 De kapitein die bij het bergen of het afkopen van de niet ter bestemming aangekomen goederen hulp heeft verleend, heeft recht op een vergoeding, die in geval van geschil door de rechter wordt bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK III. - Averij en averijregeling Artikel 144 Alle buitengewone kosten ten dienste van het schip en de goederen, gezamenlijk of afzonderlijk gemaakt, alle schade aan het schip of aan de goederen overkomen vanaf de lading en afvaart tot aan de terugkomst en lossing worden als averij gerekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-145\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 145</span><span class=\"lf-art-t\">Bij gebreke van bijzondere bedingen tussen partijen wordt de averij geregeld overeenkomstig de navolgende bepalingen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-146\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 146</span><span class=\"lf-art-t\">Er zijn twee soorten van averij : gemene averij en bijzondere averij</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-147\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 147</span><span class=\"lf-art-t\">Als gemene averij gelden de buitengewone kosten en de schade opzettelijk gemaakt of toegebracht tot behoud en gemeen welzijn van schip en lading</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alle andere averij is bijzondere averij.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-148\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 148</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als gemene averij worden niettemin beschouwd de kosten wegens het binnenlopen in een noodhaven ten gevolge van een onheil op zee dat schip en lading in gemeen gevaar zou brengen, indien de vaart werd voortgezet Onder deze kosten zijn begrepen het loon en de voeding van de bemanning, vanaf het binnenlopen van de haven tot wanneer het schip weer in staat is om zijn reis te vervolgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geschiedt het binnenlopen wegens averij die blijkt voort te komen uit een eigen gebrek van het schip of die te wijten is aan de kapitein of aan de schepelingen, dan worden de kosten als bijzondere averij van het schip gerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geschiedt het binnenlopen wegens spontane gisting of enig ander eigen gebrek van de goederen, dan worden alle kosten als bijzondere averij van de goederen gerekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-149\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 149</span><span class=\"lf-art-t\">Gemene averij wordt gedragen door de goederen, door het schip en door het nettobedrag van de vracht, naar evenredigheid van hun waarde</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere averij wordt gedragen en betaald door de eigenaar van de zaak die de schade geleden of het verlies veroorzaakt heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-150\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 150</span><span class=\"lf-art-t\">Niet betaalde vracht of vooraf betaalde en terug te geven vracht draagt in de averij slechts tot de helft van haar brutobedrag</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-151\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 151</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Munitie en mondvoorraad, kleren en loon van de schepelingen en bagage van de reizigers dragen niet in de gemene averij; hun waarde wordt vergoed bij omslag over alle andere goederen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-152\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 152</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alle behouden gebleven goederen dragen in de averij naar hun netto-waarde op de plaats van de lossing of naar hun netto-opbrengst, na aftrek van de te betalen vracht. De vooraf betaalde en niet terug te geven vracht wordt niet afgetrokken De geworpen of opgeofferde goederen worden vergoed naar hun waarde, vracht inbegrepen, onder verplichting de vracht te betalen. Zij dragen in de averij naar hun waarde, na aftrek van de vracht, op dezelfde wijze als de behouden gebleven goederen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 153 De hoedanigheid van de goederen wordt vastgesteld door overlegging van de cognossementen en facturen, zo die er zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de hoedanigheid van de goederen in het cognossement verkeerd is opgegeven en deze een grotere waarde blijken te hebben, dragen zij in de averij op de voet van hun schatting, indien zij behouden zijn gebleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij worden vergoed volgens de hoedanigheid in het cognossement opgegeven, indien zij verloren zijn gegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de goederen van mindere hoedanigheid zijn dan in het cognossement is aangegeven, dragen zij in de averij volgens de hoedanigheid in het cognossement vermeld, indien zij behouden zijn gebleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij worden vergoed op de voet van hun waarde, indien zij zijn geworpen of beschadigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-154\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 154</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Goederen waarvan geen cognossement of verklaring van de kapitein bestaat, worden niet vergoed, indien zij zijn geworpen; zij dragen in de averij, indien zij behouden zijn gebleven Goederen, op de overloop van het schip geladen, dragen in de schade, indien zij behouden zijn gebleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijn zij geworpen of door werping beschadigd, dan is de eigenaar niet gerechtigd een vordering tot omslag in te stellen; hij heeft alleen verhaal op de kapitein.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-155\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 155</span><span class=\"lf-art-t\">Het schip draagt in de averij naar zijn waarde op de plaats van de lossing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-156\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 156</span><span class=\"lf-art-t\">Indien het schip niettegenstaande werping vergaat, heeft geen omslag plaats</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De geborgen goederen zijn niet gehouden tot betaling of tot vergoeding van de geworpen of beschadigde goederen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-157\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 157</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien het schip door de werping behouden blijft en naderhand bij het vervolgen van de reis vergaat, dragen de geborgen goederen in de werping naar hun waarde in de staat waarin zij zich bevinden, na aftrek van het bergloon Artikel 158 De geworpen goederen dragen in geen geval in de vergoeding van de schade die na de werping aan de behouden gebleven goederen is overkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De goederen dragen niet in de vergoeding van het schip dat vergaan of onzeewaardig geworden is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-159\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 159</span><span class=\"lf-art-t\">In alle voormelde gevallen zijn de kapitein en de schepelingen op de goederen of op de ervoor verkregen prijs bevoorrecht ten belope van de omslag</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zij kunnen echter de goederen niet terughouden, wanneer de ontvanger borg stelt voor de betaling van de omslag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-160\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 160</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien na gedane omslag de eigenaars weer in het bezit komen van de geworpen goederen, zijn zij gehouden hetgeen zij in de verdeling ontvangen hebben, ten behoeve van de kapitein en van de belanghebbenden in te brengen, onder aftrek van de door de werping veroorzaakte schade en van de bergingskosten Artikel 161 De kapitein is gehouden, zodra daartoe gelegenheid is, een proces-verbaal op te maken van de werping en de andere opofferingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal vermeldt de redenen die tot de opoffering hebben doen besluiten, alsmede de zaken die zijn opgeofferd, achtergelaten, geworpen of beschadigd. Het wordt door de kapitein en de voornaamste schepelingen getekend of geeft de reden op waarom deze geweigerd hebben te tekenen. Het wordt overgeschreven in het scheepsdagboek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-162\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 162</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de eerste haven die het schip aandoet, is de kapitein verplicht binnen vierentwintig uren na zijn aankomst de in het proces-verbaal vermelde feiten te bevestigen Artikel 163 De staat van verlies en schade wordt op verzoek van de kapitein door [dispacheurs] opgemaakt ter plaatse waar het schip gelost wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De [dispacheurs] worden benoemd door de rechtbank van koophandel, wanneer de lossing plaatsheeft in een Belgische haven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij worden benoemd door de Belgische consul, of bij zijn ontstentenis, door de plaatselijke overheid, wanneer de lossing plaatsheeft in een buitenlandse haven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De [dispacheurs] worden beëdigd voordat zij hun werkzaamheden beginnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het derde lid opgeheven bij artikel 8, 12°, van de opheffingsbepalingen van artikel 2 van de wet van 10 oktober 1967.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus gewijzigd bij artikelen 2 en 3, § 2, 13° van deze wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 164 De krachtens het vorige artikel benoemde [dispacheurs] maken de omslag op van het verlies en de schade.</p>\n<p class=\"lf-p\">De omslag is uitvoerbaar na homologatie door de rechtbank.</p>\n<p class=\"lf-p\">In buitenlandse havens wordt de omslag uitvoerbaar verklaard door de Belgische consul of, bij zijn ontstentenis, door een ter plaatse bevoegde rechtbank.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus gewijzigd bij artikelen 2 en 3, § 2, 13° van deze wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL IV. - Vervoer van reizigers over zee Artikel 165 De reiziger kan zijn rechten uit de vervoerovereenkomst niet overdragen zonder toestemming van de kapitein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 166 De kosten van voeding van de reiziger zijn in het passagegeld begrepen, indien het tegendeel niet is bedongen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het laatstgenoemde geval is de kapitein gehouden aan de reiziger de noodzakelijke levensmiddelen te verstrekken tegen een redelijke prijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 167 De reiziger wordt als inlader beschouwd ten aanzien van de goederen die hij aan boord heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid opgeheven ingevolge artikel 7 van de wet van 11 april 1989.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 168 De reiziger is gehouden zich te gedragen naar de bevelen van de kapitein tot handhaving van de orde aan boord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 169 De goederen van de reiziger, die zich aan boord bevinden, zijn als pand verbonden voor de betaling van het passagegeld en, in voorkomend geval, van de onderhoudskosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 170 De kapitein draagt zorg voor de bewaring van de goederen van de reiziger die onderweg komt te overlijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 171 De kapitein moet, tenzij het tegendeel bedongen is, zich rechtstreeks naar de bestemmingsplaats begeven, op straffe van ontbinding van de overeenkomst en van schadevergoeding, indien daartoe grond bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 172 De kapitein is niet verplicht te wachten op de reiziger die in de inschepingshaven of gedurende de reis niet bijtijds aan boord komt. In dat geval moet de reiziger het volle passagegeld betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 173 De kapitein heeft recht op de helft van het passagegeld, indien de reiziger acht dagen voor de afvaart verklaart dat hij van de overeenkomst afziet; is de verklaring niet tijdig gedaan, dan is het volle passagegeld verschuldigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kapitein heeft recht op een vierde van het passagegeld, wanneer de reiziger tengevolge van overlijden, zware ziekte of overmacht in de onmogelijkheid verkeert om in te schepen. Bovendien worden in dat geval de onderhoudskosten teruggegeven, indien zij in het passagegeld begrepen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 174 De reiziger heeft recht op schadevergoeding en kan ontbinding van de overeenkomst vorderen indien de afvaart niet op de gestelde dag heeft plaatsgehad door de schuld van de kapitein.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 175 De overeenkomst is ontbonden, zonder dat partijen elkaar schadevergoeding verschuldigd zijn, indien de afvaart niet heeft kunnen plaatsvinden tengevolge van verbod om handel te drijven met de haven van bestemming, blokkade of enige andere overmacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 176 De reiziger die vrijwillig het schip verlaat gedurende de reis, is het volle passagegeld verschuldigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de reiziger komt te overlijden of door ziekte genoodzaakt wordt het schip te verlaten, is het passagegeld slechts in verhouding tot de afgelegde reis verschuldigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-177\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 177</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval het schip niet ter bestemming aankomt tengevolge van neming, schipbreuk of verklaring van onzeewaardigheid, heeft de kapitein enkel recht op vergoeding van de gemaakte onderhoudskosten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-178\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 178</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer de kapitein het schip gedurende de reis moet laten herstellen, is de reiziger gehouden te wachten of het volle passagegeld te betalen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zolang het werk duurt, heeft de reiziger recht op kosteloos logies en op onderhoud overeenkomstig hetgeen bedongen is, tenzij de kapitein aanbiedt hem de reis op een soortgelijk schip te laten volbrengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL V. - Bodemerij Artikel 179 Een lening op bodemerij kan door de kapitein alleen worden aangegaan voor de bekostiging van herstellingen of andere buitengewone behoeften van schip of lading, of voor de vervanging van voorwerpen die door zeeongevallen verloren zijn gegaan. [Daartoe moet in België machtiging worden verleend door de rechtbank van koophandel; in het buitenland door de consul, de vice-consul of, bij ontstentenis, door de plaatselijke overheid.] Het tweede lid aldus vervangen bij artikel 35 van de wijzigingsbepalingen van artikel 3 van de wet van 10 oktober 1967.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-180\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 180</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[In de machtiging moet worden vermeld of de lening plaatsheeft onder verband van de lading of van een deel ervan. Zij kan nooit worden gesloten onder verband van goederen die niet waren ingeladen ten tijde van het voorval dat aanleiding heeft gegeven tot de lening.] Vervangen bij artikel 3 van de wet van 10 februari 1908</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-181\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 181</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is verboden te lenen op de winst die uit de goederen wordt verwacht. De geldschieter heeft in dat geval enkel recht op terugbetaling van het kapitaal, zonder enige rente</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-182\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 182</span><span class=\"lf-art-t\">Indien twee of meer leningen op bodemerij zijn aangegaan op dezelfde zaken, heeft de latere lening de voorrang boven de voorgaande</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Leningen, in dezelfde noodhaven gedurende hetzelfde oponthoud aangegaan, zijn gelijkgerechtigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 183 De zaken waarop de lening is aangegaan, zijn bij voorrecht en naar evenredigheid van het aandeel van elk ervan verbonden voor het bedrag van het bodemerijgeld in kapitaal en rente.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-184\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 184</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebreke van betaling op de vervaldag is de rente van het kapitaal en van de bodemerijpremie verschuldigd te rekenen van de dag van het protest van niet-betaling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-185\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 185</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elke bodemerijbrief kan worden verhandeld door endossement, indien hij aan order is gesteld. [Het endossement geschiedt volgens de regels vastgelegd in de wetten betreffende de wisselbrieven en de orderbriefjes.] [In dat geval heeft de verhandeling van de bodemerijbrief dezelfde gevolgen en doet zij dezelfde rechtsvorderingen tot vrijwaring ontstaan als de verhandeling van ander handelspapier.] Het tweede lid vervangen bij de artikelen 2 en 3, § 2, 14° van deze wet Artikel 186 De zekerheid voor de betaling strekt zich niet uit tot de bodemerijpremie, tenzij het tegendeel uitdrukkelijk bedongen is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-187\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 187</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de zaken waarop bodemerij is aangegaan, tijdens de duur en op de plaats van het risico geheel verloren zijn gegaan door toeval of door schelmerij van de schipper als bedoeld in de artikelen 201 en 207, kan het uitgeleende bedrag niet worden teruggevorderd De bodemerijnemer moet al het nodige doen om schade te voorkomen of te beperken, overeenkomstig hetgeen artikel 17 van de wet van 11 juni 1874 aan de verzekerde voorschrijft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-188\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 188</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van schipbreuk is de terugbetaling van het bodemerijgeld beperkt tot de waarde van de geborgen en voor de bodemerijovereenkomst verbonden zaken na aftrek van het bergloon In hetzelfde geval is de terugbetaling van het bodemerijgeld onder verband van de vracht beperkt tot hetgeen voor vracht verschuldigd is, na aftrek van het loon van de bemanning en van het aandeel van de bodemerijgever in het bergloon.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-189\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 189</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van werping van de zaak die voor de bodemerij verbonden is, wordt het bij omslag betaalde bedrag bij voorrecht aangewend tot voldoening van de rechten van de bodemerijgever Artikel 190 De bodemerij draagt niet in de bijzondere averij van de verbonden zaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij draagt in de gemene averij die ontstaan is na de lening, indien de akte niet vermeldt dat de bodemerijgever daarvan vrijgesteld is.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL VI. - Zeeverzekering Afdeling I. - Vorm en inhoud van de verzekeringsovereenkomst Artikel 191 De zeeverzekering kan omvatten : - het casco en de kiel van het schip; - het tuig en de takelage; - de uitrusting en de mondvoorraad; - de vracht; - het passagegeld; - het op bodemerij gegeven geld en de bodemerijpremie; - de ingeladen goederen; - de uit de goederen verwachte winst; - het loon van de bemanning; - de winst op de bevrachting; - het makelaarsloon en het commissieloon op aankoop, verkoop en consignatie; - de geldsommen voor en tijdens de reis besteed ten behoeve van het schip en van de verzending van de goederen; - in het algemeen, alle op geld waardeerbare zaken of waarden die aan scheepvaartrisico onderhevig zijn, onverminderd de bepalingen [van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, in zoverre zij betrekking heeft op de persoonsverzekeringen.] Het laatste lid aldus gewijzigd bij artikel 143 van de wet van 25 juni 1992.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-192\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 192</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van bedrog in de waardering van de verzekerde zaken, alsmede van verdichting of vervalsing, kan de verzekeraar de zaken laten onderzoeken en waarderen, onverminderd alle andere burgerrechtelijke of strafrechtelijke vorderingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-193\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 193</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zaken waarvan de waarde in de overeenkomst in een vreemde munt is uitgedrukt, worden gewaardeerd in Belgische munt volgens de koers van de vreemde munt ten tijde van de ondertekening van de polis</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-194\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 194</span><span class=\"lf-art-t\">Is de waarde van de verzekerde zaken in de overeenkomst niet uitgedrukt, dan wordt zij bewezen overeenkomstig de bepalingen van afdeling II van deze titel</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-195\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 195</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de duur van het risico bij de overeenkomst niet bepaald is, loopt het risico ten aanzien van het schip, het tuig en de takelage, de uitrusting, de mondvoorraad en de vracht, zodra het inladen is begonnen, en, indien het schip in ballast vertrekt, zodra het innemen van ballast is begonnen; het risico eindigt op het tijdstip van de lossing of eenentwintig dagen na de aankomst op de plaats van bestemming, bij gebreke van lossing binnen die termijn Ten aanzien van de goederen, loopt het risico van de dag dat zij in het schip of in de overslaglichters zijn geladen, tot de dag dat zij op de wal zijn geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van alle andere zaken begint en eindigt voor de verzekeraar de aansprakelijkheid op het tijdstip dat voor de verzekerde het zeerisico begint en eindigt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-196\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 196</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien in tijd van vrede een premieverhoging bedongen is voor het geval van oorlog en de hoegrootheid ervan in de verzekeringsovereenkomst niet is bepaald, wordt zij door de rechtbank vastgesteld met inachtneming van de risico's, de omstandigheden en de bedingen van de verzekeringspolis</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-197\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 197</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van verlies van goederen voor rekening van de kapitein verzekerd en geladen in het schip waarover hij het bevel voert, is de kapitein gehouden aan de verzekeraars het bewijs van de aankoop van de goederen te leveren en daarvan een cognossement te bezorgen, door twee van de voornaamste schepelingen getekend</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-198\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 198</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een schepeling of een passagier die in België verzekerde goederen in het schip laadt, is verplicht daarvan een cognossement te laten ter plaatse waar de inlading geschiedt. In België wordt het gelaten ter griffie van de rechtbank van koophandel; in het buitenland, in handen van de Belgische consul of, bij zijn ontstentenis, in handen van de plaatselijke overheid Artikel 199 De verzekeringsovereenkomst is nietig, wanneer zij op bodemerij genomen geld tot voorwerp heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling II. - Verplichtingen van de verzekeraar en van de verzekerde Artikel 200 De verzekering wordt nietig verklaard en de verzekeraar ontvangt als schadevergoeding een half ten honderd van het verzekerde bedrag : - wanneer voor de aanvang van het risico de reis wordt gestaakt, zelfs door toedoen van de verzekerde; - wanneer de bevrachter de vracht heeft laten verzekeren en deze door omstandigheden niet verschuldigd is; - wanneer de verzekerde, in het geval van artikel 10 van de wet van 11 juni 1874, recht heeft op teruggave van de premie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de premie minder dan een ten honderd bedraagt, is de schadevergoeding gelijk aan de helft van de premie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-201\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 201</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor rekening van de verzekeraar is alle verlies en schade ontstaan tengevolge van storm, schipbreuk, stranding, aanvaring, gedwongen verandering van koers, reis of schip, werping, brand, ontploffing, plundering en in het algemeen door enig ander zeegevaar Ingeval de verzekeraar het oorlogsrisico voor zijn rekening neemt, staat hij in voor alle schade en verlies die verzekerde zaken overkomen door vijandelijkheden, vergeldingsmaatregelen, oorlogsverklaring, blokkade, aanhouding op last van hogerhand, molest van de zijde van een erkende of niet-erkende regering en in het algemeen door alle oorlogsvoorvallen en -gevaren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-202\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 202</span><span class=\"lf-art-t\">Ingeval het oorlogsrisico niet in de verzekering is begrepen, is de overeenkomst ontbonden, indien een oorlogshandeling het verloop van de reis komt te wijzigen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer die handeling echter plaats vindt op zee, gaat de ontbinding van de overeenkomst niet in voordat het schip geankerd of gemeerd ligt in de eerste haven die het bereikt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-203\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 203</span><span class=\"lf-art-t\">In het geval van het vorige artikel wordt vermoed dat de verzekerde goederen tengevolge van enig zeegevaar verloren zijn gegaan, behoudens tegenbewijs</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 204 De oorlogsmolestverzekering, ongeacht de verplichtingen daaraan verbonden voor de verzekeraars, treedt ten aanzien van de gewone risico's in de plaats van de verzekering onder het beding « vrij van oorlogsmolest », te rekenen van het tijdstip waarop de laatstgenoemde overeenkomst ontbonden wordt ingevolge artikel 202.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-205\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 205</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verandering van koers, reis of schip, door de verzekerde bevolen, en verlies of schade, door zijn toedoen ontstaan, komen niet ten laste van de verzekeraar; deze heeft zelfs recht op de premie, ingeval het risico voor hem is beginnen te lopen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-206\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 206</span><span class=\"lf-art-t\">Schade veroorzaakt door toedoen en schuld van de eigenaar, bevrachter of inlader, komt niet ten laste van de verzekeraar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 207 De verzekeraar is aansprakelijk voor de daden van ontrouw en fouten van de kapitein en de schepelingen, bekend onder de naam van schelmerij van de schipper, tenzij het tegendeel is bedongen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij is niet aansprakelijk voor de daden van ontrouw van de kapitein die door de verzekerde is aangesteld, tenzij het tegendeel is bedongen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-208\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 208</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de polis moet melding worden gemaakt van de goederen die uit hun aard bijzonder aan bederf of aan vermindering onderhevig zijn, zoals koren of zout, of van goederen die schade kunnen lijden door lekkage, anders is de verzekeraar niet aansprakelijk voor de schade en het verlies aan die goederen overkomen, tenzij de verzekerde bij de ondertekening van de polis de aard van de lading niet kende</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-209\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 209</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de verzekering betrekking heeft op goederen voor de heenreis en voor de terugreis en het schip op zijn eerste bestemmingsplaats geen teruglading of een onvolledige teruglading heeft ingenomen, ontvangt de verzekeraar slechts tweederde van de overeengekomen premie, naar evenredigheid, tenzij anders bedongen is</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-210\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 210</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de verzekering worden de goederen geschat naar de waarde die zij hadden ten tijde en ter plaatse van de inlading, met inbegrip van alle rechten en kosten tot aan boord, alsmede van de verzekeringspremie en de bijkomende kosten Casco, kiel, tuig en takelage worden geschat naar hun waarde op de dag waarop het risico is begonnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mondvoorraad, uitrusting en alle andere op geld waardeerbare zaken worden geschat naar hun waarde ter plaatse en ten tijde van het begin van het risico.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-211\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 211</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een overeenkomst van verzekering of van herverzekering voor een hoger bedrag dan de waarde van de verzekerde zaken, is ten aanzien van de verzekerde alleen nietig, wanneer bewezen wordt dat er zijnerzijds bedrog of arglist is geweest</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-212\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 212</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer er, in het voormelde geval, geen bedrog of arglist is geweest, blijft de overeenkomst gelden ten belope van de geschatte of overeengekomen waarde van de verzekerde zaken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-213\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 213</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer de partijen overeengekomen zijn omtrent het bedrag van de verwachte winst, is deze schatting bindend, zonder dat nader bewijs vereist is</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-214\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 214</span><span class=\"lf-art-t\">In de verzekering van op bodemerij te leen gegeven geldsommen wordt de bodemerijpremie niet geacht begrepen te zijn</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-215\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 215</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij verzekering van de vracht van de verzekerde zaken wordt, in geval van bijzondere averij, verhoudingsgewijze evenveel voor de vracht uitgekeerd als voor de verzekerde zaken Artikel 216 De verzekeraar van het passagegeld is gehouden tot vergoeding van het verlies dat de verzekerde op dit passagegeld heeft geleden ten gevolge van zeerisico's, zoals kosten van ontscheping en herinscheping, voeding en logies van de reizigers in een noodhaven, vervanging van verloren gegane of beschadigde levensmiddelen en verder vervoer aan boord van een ander schip.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-217\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 217</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de verzekering bij verdeling plaatsheeft ten aanzien van goederen die moeten worden geladen in verscheidene nader aangeduide schepen, met vermelding van de geldsom die op elk schip verzekerd wordt, en alle goederen worden geladen in één schip of in een kleiner aantal schepen dan in de overeenkomst is bepaald, is de verzekeraar enkel gehouden tot betaling van de som die hij verzekerd heeft op het schip of de schepen die de lading hebben ingenomen, niettegenstaande alle bedoelde schepen vergaan zijn; hij ontvangt niettemin de bij artikel 200 bepaalde vergoeding Artikel 218 De verzekeraar is ontslagen van het risico en heeft recht op de premie, indien de verzekerde het schip naar een verder gelegen plaats zendt dan in de overeenkomst genoemd is, zij het op dezelfde route.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verzekering heeft volkomen gevolg indien de reis verkort wordt, mits de kapitein daartoe een van de aanleghavens kiest.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verzekeraar staat nochtans in voor het verlies, de schade en de uitgaven, die dagtekenen van voor de verlenging of de verandering van de reis.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-219\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 219</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elke verzekering aangegaan na het verlies of de aankomst van de verzekerde zaken is nietig, indien bewezen wordt dat de verzekerde het verlies, of de verzekeraar de aankomst moet hebben vernomen voor de ondertekening van de overeenkomst</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-220\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 220</span><span class=\"lf-art-t\">Wordt het bewijs geleverd tegen de verzekerde, dan betaalt deze aan de verzekeraar een dubbele premie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wordt het bewijs geleverd tegen de verzekeraar, dan betaalt deze aan de verzekerde een bedrag gelijk aan het dubbele van de overeengekomen premie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-221\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 221</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het beding « vrij van beschadigdheid » ontslaat de verzekeraar van elke gemene of bijzondere averij, uitgezonderd in de gevallen waarin abandonnement kan worden gedaan; in die gevallen heeft de verzekerde de keus tussen abandonnement en het instellen van een rechtsvordering wegens averij Afdeling III. - Abandonnement Artikel 222 Abandonnement van de verzekerde zaken kan geschieden : - in geval van neming, - schipbreuk, - stranding met verbrijzeling, - onzeewaardigheid tengevolge van zeegevaar, - aanhouding door een vreemde mogendheid, - verlies of beschadiging van de verzekerde zaken, indien het verlies of de beschadiging ten minste drie vierde bedraagt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Abandonnement kan geschieden in geval van aanhouding door de regering na het begin van de reis.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-223\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 223</span><span class=\"lf-art-t\">Abandonnement kan niet gedaan worden voor het begin van de reis</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-224\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 224</span><span class=\"lf-art-t\">Alle andere schade wordt als averij beschouwd en tussen verzekeraars en verzekerden geregeld naar verhouding van hun belangen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-225\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 225</span><span class=\"lf-art-t\">Abandonnement van de verzekerde zaken kan noch gedeeltelijk noch voorwaardelijk gedaan worden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het strekt zich niet verder uit dan tot de zaken waarop de verzekering en het risico betrekking hebben.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-226\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 226</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het abandonnement moet aan de verzekeraar gedaan worden : - binnen zes maanden na ontvangst van de tijding van het verlies, wanneer het zich heeft voorgedaan in een haven of op de kust van Europa, of op die van Azië en Afrika van de Middellandse Zee; - binnen een jaar na ontvangst van de tijding van het verlies, wanneer het zich heeft voorgedaan in Afrika aan deze zijde van Kaap de Goede Hoop of in Amerika aan deze zijde van Kaap Hoorn; - binnen achttien maanden na ontvangst van de tijding van het verlies, wanneer het zich heeft voorgedaan in andere gedeelten van de wereld Na het verstrijken van die termijnen zijn de verzekerden niet meer tot abandonnement gerechtigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van neming en van aanhouding op last van hogerhand beginnen de voormelde termijnen eerst te lopen bij het verstrijken van de in artikel 243 bepaalde termijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 227 De verzekeraar kan, zonder het verstrijken van de voormelde termijnen af te wachten, de verzekerde aanmanen om abandonnement te doen. Indien de verzekerde dit niet doet binnen een maand, is hij er niet meer toe gerechtigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-228\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 228</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Ingeval van herverzekering moeten de herverzekerden het abandonnement ter kennis van de herverzekeraar brengen binnen de volgende termijnen : - binnen een maand, wanneer het verlies zich heeft voorgedaan in het Verenigd Koninkrijk of in een aan België grenzende Staat; - binnen twee maanden, wanneer het verlies zich heeft voorgedaan in een andere Staat van Europa, dan wel in een Staat aan de Afrikaanse of Aziatische kust van de Middellandse Zee of aan de Aziatische kust van de Zwarte Zee; - binnen vijf maanden, wanneer het verlies zich heeft voorgedaan in een staat buiten Europa, aan deze zijde van de zeeëngten van Malakka en van Soenda, en aan deze zijde van Kaap Hoorn; - binnen acht maanden, indien het verlies zich heeft voorgedaan in de Staten aan gene zijde van die zeeëngten en aan gene zijde van Kaap Hoorn Deze termijnen lopen vanaf de dag waarop de oorspronkelijke verzekerden van hun abandonnement kennis hebben gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van oorlog ter zee worden de in het eerste lid bepaalde termijnen verdubbeld ten aanzien van de overzeese landen.] Aldus vervangen bij artikel 2 en 3, § 2, 15° van deze wet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-229\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 229</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de gevallen waarin abandonnement kan worden gedaan en bij andere ongevallen waarvan het risico voor de verzekeraar is, moet de verzekerde elk bericht dat hij ontvangt aan de verzekeraar betekenen op straffe van schadevergoeding De betekening moet geschieden binnen drie dagen na ontvangst van het bericht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-230\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 230</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer te rekenen van de dag van de afvaart of van de dag waar de laatst ontvangen tijding betrekking op heeft, zes maanden verlopen zijn in geval van een gewone reis, of een jaar in geval van een lange reis, kan de verzekerde die verklaart geen tijding van zijn schip te hebben ontvangen, abandonnement doen aan de verzekeraar en betaling van de verzekeringssom vorderen, zonder dat het verlies behoeft te worden bewezen Na die zes maanden of na dat jaar kan de verzekerde optreden binnen de termijnen gesteld in artikel 226.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-231\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 231</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien een verzekering voor een bepaalde tijd is aangegaan, wordt, na verloop van de termijnen hiervoren gesteld voor gewone en voor lange reizen, vermoed dat het schip vergaan is binnen de looptijd van de verzekering</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-232\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 232</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als lange reizen worden beschouwd die welke verder gaan dan : - zuidwaarts, de 30e graad noorderbreedte; - noordwaarts, de 72e graad noorderbreedte; - westwaarts, de 15e lengtegraad vanaf de meridiaan van Parijs; - oostwaarts, de 44e lengtegraad vanaf de meridiaan van Parijs</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-233\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 233</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij de betekening ingevolge artikel 229 kan de verzekerde of abandonnement doen met aanmaning aan de verzekeraar om de verzekeringssom te betalen binnen de termijn in de overeenkomst gesteld, of zich het recht voorbehouden om abandonnement te doen binnen de termijnen in de wet gesteld</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-234\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 234</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het doen van abandonnement is de verzekerde gehouden de verzekeringen op te geven die hij op de verzekerde zaken heeft gesloten of doen sluiten, evenals die waartoe hij last heeft gegeven, en die waarvan hij weet dat zij door anderen op dezelfde zaken zijn gesloten, bij gebreke waarvan de termijn van betaling, die moet ingaan op de dag van het abandonnement, opgeschort wordt tot de dag dat hij gemelde opgave zal hebben laten doen, zonder dat daaruit enige verlenging volgt van de termijn bepaald om de rechtsvordering tot abandonnement in te stellen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-235\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 235</span><span class=\"lf-art-t\">In geval van bedrieglijke opgave is de verzekerde verstoken van de voordelen der verzekering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-236\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 236</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de tijd van de betaling niet vastgesteld is bij de overeenkomst, moet de verzekeraar de verzekeringssom betalen binnen drie maanden na de betekening van het abandonnement Artikel 237 De stukken tot bewijs van inlading en verlies moeten aan de verzekeraar worden betekend voordat tegen hem een vordering tot betaling van de verzekerde bedragen kan worden ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 238 De verzekeraar wordt toegelaten tot het tegenbewijs van de feiten die in de bewijsstukken opgetekend zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door die toelating wordt de veroordeling van de verzekeraar tot voorlopige uitkering van de verzekeringssom niet opgeschort, mits de verzekerde borg stelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verbintenis van de borg vervalt na twee volle jaren, indien er geen rechtsvordering is ingesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-239\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 239</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Is het abandonnement betekend en aangenomen of bij vonnis geldig verklaard, dan behoren de verzekerde zaken aan de verzekeraar te rekenen van de dag van het abandonnement De verzekeraar kan de terugkeer van het schip niet voorwenden om zich te onttrekken aan de betaling van de verzekeringssom.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 240 De verzekeraar van de verwachte winst kan, in geval van abandonnement, niets uit de zaak vorderen van degene die ze heeft laten verzekeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-241\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 241</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van abandonnement van de vracht heeft de vrachtverzekeraar recht op de vracht voor het deel van de lading dat geborgen of in de aanleghavens ontscheept is en op het ten tijde van het schadegeval verschuldigde passagegeld, zelfs al is het voor of tijdens de reis betaald, onverminderd de rechten van de bodemerijgevers, [het recht van de matrozen op loon en repatriëring] en de kosten en uitgaven gedurende de reis Aldus gewijzigd bij artikel 2 en 3, § 2, 16° van deze wet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-242\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 242</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde geval kan de vrachtverzekeraar het loon van de bemanning en alle andere in de verzekering begrepen uitgaven waarvan de verzekerde door de gebeurtenis bevrijd is, van de verzekeringssom aftrekken Voor het afgetrokken bedrag wordt de premie volledig terugbetaald.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-243\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 243</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van neming door kapers of vijanden of van aanhouding op last van hogerhand, is de verzekerde gehouden daarvan aan de verzekeraar betekening te doen binnen drie dagen na de ontvangst van de tijding Het abandonnement van de verzekerde zaken kan eerst gedaan worden : - na verloop van zes maanden te rekenen van de betekening, wanneer de neming of de aanhouding heeft plaatsgehad in een Europese zee of in een zee die Europa van Azië of van Afrika scheidt; - na verloop van een jaar, wanneer de neming of de aanhouding in een verder gelegen gebied heeft plaatsgehad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval de genomen of aangehouden goederen aan bederf onderhevig zijn, worden de voormelde termijnen verkort tot anderhalve maand in het eerste geval en tot drie maanden in het tweede geval.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de verzekerde zaak tot goede prijs verklaard of is zij verbeurdverklaard voor het verstrijken van die termijnen, dan kan abandonnement worden gedaan door betekening van de tijding daarvan aan de verzekeraars.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-244\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 244</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedurende de termijnen in het vorige artikel bepaald, zijn de verzekerden verplicht alles te doen wat in hun vermogen ligt om de genomen of aangehouden zaken terug te krijgen of te doen vrijgeven Hunnerzijds kunnen ook de verzekeraars daartoe het nodige doen, samen met de verzekerden of afzonderlijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-245\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 245</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Abandonnement wegens onzeewaardigheid kan niet worden gedaan wanneer het mogelijk is het gestrande schip weer vlot te maken, te herstellen en in staat te brengen om zijn reis naar de plaats van bestemming te vervolgen In dat geval behoudt de verzekerde zijn verhaal op de verzekeraars voor de kosten en averij door de stranding veroorzaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-246\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 246</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het schip onzeewaardig is verklaard, is degene die de lading heeft laten verzekeren, gehouden daarvan kennis te geven binnen drie dagen na ontvangst van de tijding Artikel 247 De kapitein is in dat geval verplicht al het mogelijke te doen om een ander schip te vinden teneinde de goederen naar de plaats van bestemming te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 248 De goederen die in het geval van het vorige artikel in een ander schip zijn geladen, blijven voor risico van de verzekeraar, totdat zij aangekomen en uitgeladen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 249 De verzekeraar is bovendien aansprakelijk voor de averij, de kosten van de lossing, opslag en herlading, de meerdere vracht en alle andere kosten die gemaakt zijn om de goederen te bergen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-250\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 250</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de kapitein binnen de bij artikel 243 voorgeschreven termijnen geen ander schip heeft kunnen vinden om de goederen weer in te laden en naar de plaats van bestemming te brengen, kan de verzekerde abandonnement doen TITEL VII. - Aanvaring Artikel 251 [Wanneer de aanvaring is toe te schrijven aan toeval, wanneer zij veroorzaakt is door overmacht, of wanneer twijfel rijst omtrent de oorzaken van de aanvaring, wordt de schade gedragen door hen die ze hebben geleden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is ook toepasselijk ingeval de schepen of een daarvan tijdens het ongeval voor anker liggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanvaring is veroorzaakt door de schuld van één der schepen, komt de vergoeding van de schade ten laste van het schip dat de fout heeft begaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van wederzijdse schuld is de aansprakelijkheid van elk der schepen evenredig aan het gewicht van de wederzijds begane fouten; wanneer evenwel die verhouding uit de omstandigheden niet kan worden afgeleid of wanneer de fouten tegen elkander schijnen op te wegen, wordt de aansprakelijkheid gelijkelijk gedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schade toegebracht, hetzij aan schepen, hetzij aan hun ladingen, hetzij aan bagage of andere goederen van de bemanningen, reizigers of andere personen die zich aan boord bevinden, wordt in bovengemelde verhouding gedragen door de schuldige schepen, zonder hoofdelijkheid ten aanzien van derden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schuldige schepen zijn hoofdelijk aansprakelijk ten aanzien van derden voor schade veroorzaakt door dood of verwonding, behoudens recht van verhaal voor het schip dat een groter deel betaald heeft dan het overeenkomstig het vierde lid van dit artikel dragen moet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in de voorgaande bepalingen vastgestelde aansprakelijkheid blijft bestaan ingeval de aanvaring is veroorzaakt door de schuld van een loods, ook al is het gebruik van een loods verplicht.] Aldus vervangen bij artikel 1 van de wet van 12 augustus 1911.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-252\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 252</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[De rechtsvordering tot vergoeding van schade tengevolge van aanvaring geleden is niet afhankelijk van enig protest of enige andere bijzondere formaliteit.] Aldus vervangen bij artikel 1 van de wet van 12 augustus 1911 Artikel 253 De vordering op het aanvarend schip wordt ingesteld tegen de kapitein of de eigenaars.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kapitein is niet persoonlijk aansprakelijk, tenzij er zijnerzijds schuld of nalatigheid aanwezig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-254\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 254</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[De kapitein of de eigenaar van het aangevaren schip kan optreden voor rekening van de bemanning, van de derden-afzenders, van de reizigers en van alle andere partijen die door de aanvaring schade hebben geleden De rechtsvordering door de kapitein of de eigenaar ingesteld wegens schade aan het schip, houdt het recht van de andere belanghebbenden in stand.] Aldus vervangen bij artikel 1 van de wet van 12 augustus 1911.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-255\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 255</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Na een aanvaring is de kapitein van elk der in aanvaring gekomen schepen gehouden aan het andere schip, zijn bemanning en reizigers hulp te verlenen, voor zover hij zulks kan doen zonder ernstig gevaar voor zijn eigen schip, bemanning en reizigers Hij is, binnen de grenzen van het mogelijke, eveneens gehouden aan het andere schip de naam en de thuishaven van zijn schip kenbaar te maken, alsmede de plaats waar het vandaan komt en die waar het heen gaat.] Ingevoegd bij artikel 2 van de wet van 12 augustus 1911; het derde, het vierde en het vijfde lid daarna opgeheven bij artikel 88 van de wet van 5 juni 1928.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-256\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 256</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[De bepalingen van deze titel zijn mede van toepassing op de vergoeding van de schade die een schip, hetzij door het uitvoeren of nalaten van een maneuver, hetzij door het niet nakomen van de reglementen, heeft toegebracht aan een ander schip of aan de zich aan boord bevindende zaken of personen, ook al heeft er geen aanvaring plaatsgehad.] Ingevoegd bij artikel 2 van de wet van 12 augustus 1911</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL VIII. - [Hulp en berging] Deze titel (artt. 257-265) is ingevoegd bij artikel 3 van de wet van 12 augustus 1911.</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-257\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 257</span><span class=\"lf-art-t\">Iedere daad van hulp of berging, die met gunstige uitslag is bekroond, geeft recht op een billijk loon</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geen loon is verschuldigd als de verleende hulp zonder gunstige uitslag is gebleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geen geval mag de te betalen som de waarde van de geredde zaken overtreffen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-258\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 258</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Personen die aan de hulpverlening hebben deelgenomen ondanks het uitdrukkelijk en redelijk verbod van de zijde van het geholpen schip, hebben geen recht op enig loon</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-259\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 259</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het slepende schip heeft geen recht op loon voor hulp of berging van het gesleepte schip of zijn lading, dan wanneer het buitengewone diensten heeft bewezen die niet kunnen worden beschouwd als uitvoering van de sleepovereenkomst</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-260\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 260</span><span class=\"lf-art-t\">Ook dan wanneer hulp of berging heeft plaatsgehad tussen schepen die aan dezelfde eigenaar toebehoren, is loon verschuldigd</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-261\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 261</span><span class=\"lf-art-t\">Het bedrag van het loon wordt vastgesteld door de overeenkomst der partijen en, bij gebreke daarvan, door de rechter</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hetzelfde geldt voor de verhouding waarin het loon tussen de bergers moet worden verdeeld en voor de verdeling tussen de eigenaars, de kapiteins en de andere personen in dienst van de schepen die aan de berging hebben deelgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-262\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 262</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elke overeenkomst betreffende hulp en berging aangegaan tijdens en onder de invloed van het gevaar, kan ten verzoeke van een der partijen door de rechter worden vernietigd of gewijzigd, wanneer deze van oordeel is dat de overeengekomen voorwaarden niet billijk zijn In alle gevallen waarin bewezen is dat de toestemming van een der partijen door bedrog of verzwijging waardeloos is gemaakt of waarin het loon in buitengewone mate naar de ene of de andere kant buiten verhouding staat tot de bewezen dienst, kan ten verzoeke van de belanghebbende partij de overeenkomst door de rechter worden vernietigd of gewijzigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 263 De rechter stelt het loon vast naar omstandigheden, daarbij tot grondslag nemende : a) in de eerste plaats de verkregen uitslag, de moeite en de verdienste van hen die de hulp hebben verleend, het gevaar waarin het geholpen schip, zijn reizigers, bemanning en lading, de bergers en het bergende schip hebben verkeerd, de gebruikte tijd, de gemaakte kosten en de geleden schade, alsmede het risico van aansprakelijkheid en andere risico's door de bergers gelopen, de waarde van het door hen aan gevaar blootgestelde materieel, waarbij in voorkomend geval rekening moet worden gehouden met de bijzondere uitrusting van het helpende schip;b) in de tweede plaats de waarde van de geredde zaken. Dezelfde bepalingen zijn van toepassing op de verdeling waarvan sprake is in artikel 261, tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechter kan het loon van de bergers verminderen of het hun ontzeggen, wanneer blijkt dat zij door hun schuld de berging of hulp hebben nodig gemaakt, of dat zij zich hebben schuldig gemaakt aan diefstal, heling of andere bedrieglijke handelingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-264\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 264</span><span class=\"lf-art-t\">Geen loon is verschuldigd door geredde personen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zij die mensenlevens hebben gered ter gelegenheid van de ramp die tot berging of hulp aanleiding heeft gegeven, zijn gerechtigd tot een billijk deel van het loon dat aan de bergers van schip, lading en toebehoren wordt toegekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-265\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 265</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Iedere kapitein is gehouden, voor zover hij zulks kan doen zonder ernstig gevaar voor zijn schip, bemanning en reizigers, hulp te verlenen aan eenieder, zij het een vijand, die hij in zee aantreft in levensgevaar Het tweede lid opgeheven bij artikel 88 van de wet van 5 juni 1928.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL IX. - Middelen van niet-ontvankelijkheid en verjaring.</h3>\n<p class=\"lf-p\">De titel en de artikelen 266-270 vernummerd bij artikel 4 van de wet van 10 februari 1908 en bij artikel 6 van de wet van 12 augustus 1911.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-266\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 266</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Tenzij aan de vervoerder of zijn vertegenwoordiger in de loshaven, voor of op het ogenblik van het weghalen van de goederen en van hun overgifte aan de krachtens de vervoerovereenkomst op de aflevering recht hebbende persoon, schriftelijk kennis is gegeven van het verlies of de schade en van de algemene aard van het verlies of die beschadiging, geldt bedoelde weghaling, tot bewijs van het tegendeel, als vermoeden dat de goederen door de vervoerder werden afgeleverd zoals zij in het cognossement zijn omschreven Is het verlies of de beschadiging uiterlijk niet zichtbaar, dan moet de kennisgeving binnen drie dagen na de aflevering geschieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In elk geval zijn de vervoerder en het schip van alle aansprakelijkheid wegens verlies of schade ontheven, tenzij een rechtsvordering wordt ingesteld binnen een jaar nadat de goederen zijn of behoorden te zijn afgeleverd. [De regresvorderingen kunnen na het verstrijken van de in het derde lid bepaalde termijn van één jaar worden ingesteld gedurende een termijn van drie maanden vanaf de dag waarop de persoon die de regresvordering instelt, de klacht heeft geregeld of waarop de dagvaarding aan die persoon werd betekend, op voorwaarde dat de regeling van de klacht of de betekening van de dagvaarding heeft plaatsgehad voor het verstrijken van de eerder vermelde termijn van één jaar of van de termijn tussen partijen overeengekomen na de feiten die tot de rechtsvordering aanleiding hebben gegeven.] Aldus vervangen bij artikel 3 van de wet van 28 november 1928 (III) daarna aldus aangevuld bij artikel 8 van de wet van 11 april 1989.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-267\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 267</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het voorbehoud waarvan sprake is in het vorige artikel, is overbodig, als de staat van de vervoerde zaken op het ogenblik van de inontvangstneming gezamenlijk is vastgesteld, hetzij door partijen, hetzij door deskundigen De voorzitter van de rechtbank van koophandel van de loshaven is bevoegd op gewoon verzoekschrift een of drie deskundigen aan te wijzen, met opdracht de staat van de vervoerde goederen vast te stellen, alsmede de oorzaken en het bedrag van de schade te bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tegenpartij wordt voor het deskundigenonderzoek opgeroepen bij aangetekende brief.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beschikking kan bevelen dat de goederen in bewaring worden gegeven of onder sekwester gesteld, alsook dat zij naar een openbare of particuliere opslagplaats zullen worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij kan de verkoop van de goederen ten belope van de verschuldigde vracht bevelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verzet tegen de beschikking wordt gebracht voor de rechtbank van koophandel; het moet worden gedaan uiterlijk de tweede dag na die waarop van de beschikking bericht is ontvangen, zon- en feestdagen niet meegerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het zevende lid opgeheven bij artikel 4 van de wet van 28 november 1928 (III).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-268\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 268</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van gemene averij is de houder van een cognossement, aan wie de kapitein de goederen heeft afgeleverd zonder voorbehoud, niet verplicht bij te dragen in de omslag, indien hij bewijst dat hij houder van het cognossement was voor rekening van een derde en dat hij de goederen niet meer in zijn bezit heeft. In zodanig geval kan de kapitein rechtstreeks optreden tegen hem die eigenaar van de goederen was op het ogenblik van de aflevering, doch hij is aansprakelijk tegenover de massa ten belope van hetgeen in de omslag voor deze goederen is verschuldigd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-269\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 269</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Alle rechtsvorderingen, ontstaan uit een bodemerijcontract, uit een charterpartij of, onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 266, uit een cognossement, verjaren door verloop van drie jaar, ingaande] : 1° de dag dat de schuldvordering opeisbaar wordt, indien het een bodemerijcontract betreft;2° de dag dat de reis eindigt, indien het een charterpartij of een cognossement betreft. Aldus gewijzigd bij artikel 5 van de wet van 28 november 1928 (III)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-270\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 270</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Voorts verjaren : - de rechtsvorderingen tot vergoeding van schade door aanvaring, twee jaar na het voorval; voor het instellen van de verhaalsvorderingen door het voorlaatste lid van artikel 251 toegelaten, is de termijn een jaar; deze verjaring begint eerst te lopen vanaf de dag van de betaling; - de rechtsvorderingen tot betaling van hulp- en bergloon, twee jaar na de dag waarop de hulp- of bergingswerkzaamheden zijn geëindigd;] - de rechtsvorderingen wegens gemene averij, een jaar na de dag van het voorval; - de rechtsvorderingen tot betaling van vracht en van loon van de officieren, matrozen en andere schepelingen, een jaar na het eindigen van de reis; - de rechtsvorderingen wegens voeding aan de matrozen verstrekt op last van de kapitein, een jaar na de levering; - de rechtsvorderingen wegens het leveren van zaken die noodzakelijk zijn voor de uitrusting en de bevoorrading van het schip, een jaar na de levering; - de rechtsvorderingen wegens loon van werklieden en wegens gedaan werk, een jaar na de oplevering van het werk; - de rechtsvorderingen tot aflevering van goederen, een jaar na de aankomst van het schip Aldus gewijzigd bij artikel 4 van de wet van 12 augustus 1911.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL X. - Binnenschepen De titel en de artikelen 271-279 ingevoegd bij artikel 6 van de wet van 10 februari 1908 en vernummerd bij artikel 6 van de wet van 12 augustus 1911.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-271\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 271</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze wet worden als [binnenschepen] beschouwd, de vaartuigen, gewoonlijk gebruikt of bestemd voor de vaart in de [binnenwateren] ten behoeve van personen- of goederenvervoer, visserij, sleepvaart, baggerwerk of enige andere winstgevende scheepvaartverrichting Voor de toepassing van deze wet worden met [binnenschepen] gelijkgesteld alle vaartuigen van minder dan 25 ton die gewoonlijk ter zee worden gebruikt voor soortgelijke verrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gewijzigd bij artikel 2 en 3, § 2, 18° van deze wet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-272\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 272</span><span class=\"lf-art-t\">[Titel I van dit boek, met uitzondering van de artikelen 1 en 23, § 1, 5°, is van toepassing op de binnenschepen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De woorden « zeeschip » en « register der zeeschepen », worden, waar zij voorkomen in titel I, respectievelijk vervangen door de woorden « binnenschip » en « register van teboekstelling »].</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus vervangen bij art. 11 van de wet van 2 april 1965, daarna vervangen bij artikel 26 van de wet van 21 december 1990.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-272bis\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 272bis</span><span class=\"lf-art-t\">[§ 1. Elk binnenschip reeds gebouwd of in aanbouw kan op aanvraag van de belanghebbenden, worden teboekgesteld onder een speciaal nummer</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Teboekstelling geschiedt op aangifte door de belanghebbenden op het door de Koning aangewezen kantoor der hypotheekbewaringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnenschepen worden hierna « schip » genoemd. § 2. Met het oog op de teboekstelling van het schip, moeten de eigenaars bij de hypotheekbewaarder een aangifte indienen met opgave van : 1° naam en kenmerken van het schip, aard en vermogen van de voortstuwingsmachine, de thuishaven die de aangevers het hebben toegewezen en, in voorkomend geval, het volgnummer van het schip, voorafgegaan door de beginletters van zijn thuishaven;2° jaar en plaats van de bouw, naam en woonplaats van de bouwer;3° verkeer en verrichtingen waarvoor het schip gewoonlijk en hoofdzakelijk gebezigd wordt of zal worden;4° de huidige eigenaar van het schip, te weten : a) als het een natuurlijke persoon betreft, zijn naam, voornamen, beroep, nationaliteit, zijn woonplaats en in voorkomend geval, zijn gekozen woonplaats;b) als het een handelsvennootschap betreft, haar handelsnaam of benaming, haar maatschappelijke zetel en de plaats van haar hoofdinrichting, plaats en datum van haar oprichting, naam, voornamen, nationaliteit en woonplaats van de hoofdelijk aansprakelijke vennoten, van de beheerders of van de zaakvoerders. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien verscheidene natuurlijke personen of rechtspersonen op het schip rechten van eigendom of vruchtgebruik hebben, vermeldt de aangifte aard en hoegrootheid van die rechten en geeft zij voor ieder van die personen de in § 2 genoemde gegevens op. § 4. Bij de aangifte moeten de volgende stukken worden gevoegd : 1° het nationaliteitsbewijs van ieder van de personen en de statuten van ieder van de handelsvennootschappen die eigenaar of medeëigenaar zijn;2° de akte van vestiging, overdracht of aanwijzing van de rechten van eigendom of vruchtgebruik, als het een onderhandse, of een uitgifte als het een authentieke akte is.Een dubbel van de onderhandse of een voor eensluidend verklaard afschrift van de authentieke akte moet worden bijgevoegd en blijft ten kantore van de hypotheekbewaarder berusten; 3° de meetbrief, met een duplicaat dat ten kantore blijft berusten;4° in voorkomend geval, een verklaring van de bevoegde overheid van de Staat waar het schip laatst was teboekgesteld of geregistreerd, betreffende de hypothecaire toestand van het schip, met aanduiding van de laatst ingeschreven eigenaar. § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schip dat in België in aanbouw is, wordt teboekgesteld op aangifte van de bouwer of door hem voor wiens rekening het wordt gebouwd, als deze zijn eigendomsrecht bewijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangifte bevat de in § 2 genoemde gegevens voor zover die kunnen worden verstrekt. Bij de aangifte worden de in § 4, 1° en 2°, genoemde stukken gevoegd. Binnen dertig dagen nadat het schip voltooid is, worden die gegevens door de belanghebbenden aangevuld en wordt de meetbrief voorgelegd, samen met een duplicaat dat ten kantore blijft berusten. § 6. Van elk feit dat aanleiding geeft tot wijziging van de gegevens die luidens dit artikel moeten voorkomen in de aangifte en in de met het oog op teboekstelling over te leggen stukken, moet binnen dertig dagen nadat het zich heeft voorgedaan, door de aangevers aan de bewaarder kennis worden gegeven opdat het in het register van teboekstelling wordt geboekt. Bij overlijden van de aangever of aangevers rust de voormelde verplichting op de erfgenamen of legatarissen, evenwel met dien verstande dat de termijn van dertig dagen ingaat op het tijdstip waarop dezen kennis krijgen van het feit dat aanleiding geeft tot wijziging van de in dit artikel bedoelde gegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kennisgeving moet vergezeld zijn van een in tweevoud opgemaakt stuk waaruit dat feit blijkt. Is dit stuk echter een authentieke akte, dan moet daarvan een uitgifte samen met een eensluidend verklaard afschrift worden overgelegd. Het dubbel van dat stuk of het eensluidend verklaard afschrift van de authentieke akte blijft ten kantore van de hypotheekbewaarder berusten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke kennisgeving van een wijziging in de tonnenmaat, in de afmetingen van het schip, in de aard en het vermogen van de voortstuwingsmachine, moet vergezeld gaan van de meetbrief waarop die wijziging is aangetekend, en van een duplicaat van dat document, dat ten kantore blijft berusten. § 7. Wanneer het schip teboekgesteld is op overlegging van een meetbrief opgemaakt volgens buitenlandse metingsregelen, wordt de meetbrief, opgemaakt volgens de in België geldende voorschriften, samen met een duplicaat van dat document, dat ten kantore blijft berusten, aan de bewaarder voorgelegd binnen het jaar na de teboekstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wijzigingen die uit de nieuwe meting voortvloeien, worden in het register van teboekstelling opgetekend. § 8. De bewaarder tekent het nummer waaronder het schip is teboekgesteld en de datum van de teboekstelling aan op de meetbrief die tot staving van de aangifte wordt voorgelegd. § 9. De teboekstelling kan door de hypotheekbewaarder worden doorgehaald, hetzij van ambtswege, hetzij op verzoek van belanghebbenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondanks de doorhaling blijven de inschrijvingen betreffende de zakelijke rechten waarmede het schip is bezwaard bestaan en kunnen zij naderhand worden doorgehaald, verminderd of hernieuwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geen teboekstelling mag worden doorgehaald dan dertig dagen na de datum waarop alle bij de hypotheekbewaring ingeschreven schuldeisers en alle derden, die er een exploot van beslag lieten inschrijven, door de bewaarder op de hoogte zijn gebracht. Die kennisgeving geschiedt bij een ter post aangetekende brief die aan de gekozen woonplaats van de ingeschrevene mag worden gezonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bewaarder vermeldt de doorhaling op de meetbrief.] Ingevoegd bij artikel 12 van de wet van 2 april 1965 daarna vervangen bij artikel 27 van de wet van 21 december 1990.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-273\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 273</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[§ 1. Onder voorbehoud van de §§ 2 tot 4 zijn van toepassing op de binnenvaartuigen en op de vaartuigen en drijvende tuigen door de Koning daarmede gelijkgesteld : 1° de artikelen 1 tot en met 15, behalve artikel 6, § 5, van het Verdrag inzake de beperking van aansprakelijkheid voor zeevorderingen, gesloten te Londen op 19 november 1976, verder LLMC-Verdrag genoemd. Artikel 2, § 1, litterae d en e, van het LLMC-Verdrag is van toepassing op de binnenvaartuigen en de daarmede gelijkgestelde vaartuigen en drijvende tuigen. 2° De artikelen 46, 48 tot 58 en 67 van dit Boek.3° De artikelen 12 tot 14, 16 en 17 van de wet houdende goedkeuring en uitvoering van diverse internationale akten inzake de zeevaart. § 2. Voor de toepassing van § 1 wordt het begrip schip, waar het voorkomt in de aangeduide artikelen, vervangen door « binnenvaartuig ». § 3. De aansprakelijkheidsgrenzen vermeld in de artikelen 6, §§ 1 en 4 en 7 van het LLMC-Verdrag, en de grondslag van de berekening van de aansprakelijkheidsbeperking worden vastgesteld door de Koning De Koning is bevoegd om deze gegevens te allen tijde aan te passen, rekening houdend met de economische toestand. § 4. De vorderingen vermeld in artikel 2, § 1, litterae d en e van het LLMC-Verdrag omvatten mede de vorderingen van de overheid wegens de maatregelen en verrichtingen vermeld in artikel 14 van de wet vermeld in § 1, 3°.] Aldus vervangen bij artikel 2 van de wet van 28 november 1928 (I); daarna vervangen door artikel 9 van de wet van 11 april 1989.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-274\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 274</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[De artikelen 89 en 90 van dit boek zijn mede van toepassing op het cognossement bedoeld in artikel 9 van de wet van 5 mei 1936 op de binnenbevrachting.] Het eerste, het tweede en het derde lid opgeheven bij artikel 61 van de wet van 5 mei 1936, het vierde lid vervangen bij artikel 6 van de wet van 28 november 1928 (III) en daarna aldus gewijzigd bij artikel 61 van de wet van 5 mei 1936 en de artikelen 2 en 3, § 2, 19°, van deze wet</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-275\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 275</span><span class=\"lf-art-t\">Hoofdstuk III van titel III betreffende averij en averijregeling, behalve artikel 154, is mede van toepassing op de binnenschepen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 276 De binnenvaartverzekering kan omvatten : het casco en de kiel van het schip; het tuig en de takelage; de uitrusting en de mondvoorraad; de vracht; het passagegeld; de ingeladen goederen; de uit de goederen verwachte winst; [het loon van de bemanning]; de winst op de bevrachting; het makelaarsloon en het commissieloon op aankoop, verkoop en consignatie; de geldsommen voor en tijdens de reis besteed ten behoeve van het schip en van de verzending van de goederen; in het algemeen, alle op geld waardeerbare zaken of waarden die aan scheepvaartrisico onderhevig zijn, onverminderd de bepalingen [van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, in zoverre zij betrekking heeft op de persoonsverzekeringen].</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus gewijzigd bij artikel 144 van de wet van 25 juni 1992 en bij artikel 2 en 3, § 2, 20° van deze wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 277 De bepalingen van titel VI zijn van overeenkomstige toepassing op de binnenvaartverzekering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-278\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 278</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Titel VII betreffende de aanvaring, titel VIII betreffende hulp en berging, de leden 1, 2, 3 en 4 van artikel 270, zijn van overeenkomstige toepassing.] Aldus vervangen bij artikel 5 van de wet van 12 augustus 1911 en nadien gewijzigd bij de artikelen 2 en 3, § 2, 21° van deze wet</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-279\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 279</span><span class=\"lf-art-t\">Opgeheven bij artikel 5 van de wet van 28 november 1928 (II)</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">BOEK III. - Faillissement, bankbreuk en opschorting van betaling WET VAN 18 APRIL 1851 Algemene bepalingen Artikel 437 De koopman die heeft opgehouden te betalen en wiens krediet geschokt is, bevindt zich in staat van faillissement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Degene die geen handel meer drijft kan failliet worden verklaard, indien hij heeft opgehouden te betalen toen hij nog koopman was.</p>\n<p class=\"lf-p\">De koopman kan na zijn overlijden failliet worden verklaard, indien hij overleden is nadat hij had opgehouden te betalen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-438\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 438</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het faillissement wordt eenvoudige bankbreuk genoemd en gestraft met een correctionele straf, wanneer de gefailleerde verkeert in een van de gevallen van grove schuld, bepaald in hoofdstuk I van de hiernavolgende titel II;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het faillissement wordt bedrieglijke bankbreuk genoemd en gestraft met een criminele straf, wanneer de gefailleerde verkeert in een van de gevallen van bedrog, bepaald in hoofdstuk II van dezelfde titel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-439\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 439</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanvragen tot opschorting van betaling worden ingediend en er wordt op beslist overeenkomstig de bepalingen van de hiernavolgende titel IV. TITEL I. - Faillissement HOOFDSTUK I. - Aangifte, faillietverklaring en staking van betaling Artikel 440 De gefailleerde is verplicht binnen drie dagen nadat hij heeft opgehouden te betalen, daarvan aangifte te doen ter griffie van de rechtbank van koophandel van zijn woonplaats. De dag waarop hij heeft opgehouden te betalen, is in die drie dagen begrepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij faillissement van een vennootschap onder firma moet de aangifte de naam en de woonplaats van elk der hoofdelijk verbonden vennoten vermelden; zij wordt gedaan ter griffie van de rechtbank van het rechtsgebied waarbinnen de hoofdvestiging van de vennootschap zich bevindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een naamloze vennootschap failliet wordt verklaard, geschiedt de rechtspleging tegen [de bestuurders], die verplicht zijn aan de rechter-commissaris en aan de curators alle inlichtingen te verstrekken en desgevorderd voor hen te verschijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het derde lid aldus gewijzigd bij artikel 2 en 3, § 3, 1° van deze wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 441 De gefailleerde voegt bij zijn aangifte : 1° de balans van zijn zaken of een nota waarin de redenen worden opgegeven, die hem beletten de balans neer te leggen;2° [de boeken voorgeschreven in hoofdstuk I [van de wet van 17 juli 1975] op de boekhouding en de jaarrekening van de ondernemingen];die registers worden afgesloten door de griffier, die vaststelt in welke staat zij zich bevinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De balans bevat een opgave en een schatting van alle roerende en onroerende goederen van de schuldenaar, de staat van de schuldvorderingen en schulden, een tabel van de winsten en verliezen, een tabel van de uitgaven; zij moet door de schuldenaar echt verklaard, gedagtekend en ondertekend zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De griffier bevestigt onderaan op de aangifte van de gefailleerde en onderaan op de bijgevoegde stukken de datum waarop zij ter griffie zijn neergelegd, en geeft desgevraagd een ontvangbewijs af.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afgifte ter griffie van alle andere stukken betreffende het faillissement wordt op dezelfde wijze vastgesteld, zonder dat daarvan een andere akte van neerlegging behoeft te worden opgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid, 2° gewijzigd bij artikel 20 van de wet van 17 juli 1975 waarvan de Nederlandse tekst opnieuw is vastgesteld bij artikel 13 van de wet van 1 juli 1983, en bij artikel 2 en 3, § 3, 2° van deze wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 442 De faillietverklaring geschiedt bij vonnis door de rechtbank van koophandel gewezen, hetzij op aangifte van de gefailleerde, hetzij op verzoek van een of meer schuldeisers, hetzij ambtshalve.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij hetzelfde vonnis, of bij een later vonnis gewezen op verslag van de rechter-commissaris, bepaalt de rechtbank van koophandel, ambtshalve of op vordering van een belanghebbende partij, het tijdstip waarop de schuldenaar heeft opgehouden te betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens de uitzondering van artikel 613 mag dat tijdstip niet op meer dan zes maanden voor het vonnis van faillietverklaring gesteld worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebreke van een bijzondere bepaling wordt de gefailleerde geacht te hebben opgehouden te betalen vanaf het vonnis van faillietverklaring, of vanaf de dag van zijn overlijden wanneer de faillietverklaring nadien is uitgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een vordering om te doen vaststellen dat hij heeft opgehouden te betalen op een ander tijdstip dan blijkt uit het vonnis van faillietverklaring of uit een later vonnis, is niet meer ontvankelijk na de dag die aangewezen is voor het sluiten van het proces-verbaal van verificatie der schuldvorderingen, evenwel onverminderd het verzet dat overeenkomstig artikel 473 voor de belanghebbenden openstaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-443\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 443</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uiterlijk de tiende dag van elke maand zenden de ontvangers der registratie een lijst van de in de loop van de vorige maand geregistreerde protesten betreffende de geaccepteerde wisselbrieven en de orderbriefjes aan de voorzitter van de rechtbank van koophandel in welker rechtsgebied de protesten hebben plaatsgehad. Die lijst vermeldt : 1° de datum van het protest;2° de naam, de voornamen, het beroep, de woonplaats van degene in wiens voordeel het stuk is uitgegeven of van de trekker;3° de naam, de voornamen, het beroep, de woonplaats van de ondertekenaar van het orderbriefje of van de acceptant van de wisselbrief;4° de vervaldag;5° het bedrag van het stuk;6° de verstrekte waarde;7° het antwoord op het protest. Een dergelijke lijst wordt ook toegezonden aan de voorzitter van de rechtbank van koophandel in welker rechtsgebied de ondertekenaar van een orderbriefje of de acceptant van een wisselbrief zijn woonplaats heeft, indien deze in België gelegen is in een ander rechtsgebied dan dat waar de betaling moet geschieden Die lijsten blijven berusten op de griffie van elk van deze rechtbanken, waar een ieder daarvan inzage kan nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK II. - Gevolgen van het faillissement Artikel 444 Te rekenen van het vonnis van faillietverklaring verliest de gefailleerde van rechtswege het beheer over al zijn goederen, alsmede over de goederen die hij gedurende het faillissement mocht verkrijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle betalingen, verrichtingen en handelingen van de gefailleerde en alle betalingen aan de gefailleerde, gedaan na het vonnis, zijn rechtens nietig.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-445\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 445</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot de boedel zijn nietig en zonder gevolg, wanneer zij door de schuldenaar zijn verricht sinds het door de rechtbank bepaalde tijdstip van staking van betaling of binnen de tien dagen die aan dat tijdstip voorafgaan : - alle handelingen waardoor de eigendom van roerende of onroerende goederen om niet wordt overgedragen, alsmede handelingen, verrichtingen of overeenkomsten, vergeldend of onder bezwarende titel, indien de waarde van hetgeen de gefailleerde heeft gegeven, de waarde van hetgeen hij daarvoor heeft ontvangen, aanmerkelijk overtreft; - alle betalingen, hetzij in geld, hetzij bij overdracht, verkoop, schuldvergelijking of anderszins, wegens niet vervallen schulden, en alle betalingen anders dan in geld of in handelspapier, wegens vervallen schulden; - alle bedongen (...) hypotheken en alle rechten van gebruikspand of van pand, op de goederen van de schuldenaar gevestigd wegens voordien aangegane schulden Rekening houdend met de impliciete wijziging bij artikel 43 van de wet van 16 december 1851, het vierde lid gewijzigd bij de artikelen 2 en 3, § 3, 3° van deze wet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-446\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 446</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alle andere betalingen door de schuldenaar wegens vervallen schulden gedaan, en alle handelingen onder bezwarende titel door hem aangegaan na de staking van betaling en voor het vonnis van faillietverklaring, kunnen vernietigd worden, indien zij die van de schuldenaar iets hebben ontvangen of met hem hebben gehandeld, kennis hadden van de staking van betaling Artikel 447 De rechten van hypotheek en van voorrecht die op geldige wijze verkregen zijn, kunnen ingeschreven worden tot de dag van het vonnis van faillietverklaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inschrijvingen die binnen de tien dagen voor het tijdstip van de staking van betaling of later zijn genomen, kunnen nietig verklaard worden, wanneer meer dan vijftien dagen verlopen zijn tussen de datum van de akte waaruit de hypotheek of het voorrecht volgt, en de datum van de inschrijving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-448\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 448</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alle handelingen of betalingen, verricht met bedrieglijke benadeling van de rechten van de schuldeisers, zijn nietig, onverschillig op welke datum zij hebben plaatsgehad</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-449\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 449</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval een wisselbrief betaald is na het tijdstip bepaald als het tijdstip van de staking van betaling en voor het vonnis van faillietverklaring, kan de vordering tot teruggave slechts ingesteld worden tegen hem voor wiens rekening de wisselbrief is uitgegeven; betreft het een orderbriefje, dan kan de vordering slechts ingesteld worden tegen de eerste endossant In beide gevallen moet het bewijs worden geleverd dat hij tegen wie de teruggave wordt gevorderd, ten tijde van de uitgifte van het stuk kennis had van de staking van betaling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-450\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 450</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het vonnis van faillietverklaring heeft ten gevolge dat de niet vervallen schulden opeisbaar worden ten aanzien van de gefailleerde; is de gefailleerde ondertekenaar van een orderbriefje, acceptant van een wisselbrief, of trekker bij gebreke van acceptatie, dan zijn de andere schuldenaars gehouden borg te stellen voor de betaling op de vervaldag, tenzij zij verkiezen dadelijk te betalen Niet vervallen schulden die geen rente geven en waarvan de vervaldag meer dan een jaar na het vonnis ligt, worden in het passief echter niet opgenomen dan onder aftrek van de wetttelijke rente voor de tijd die nog moet verlopen tot de vervaldag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval een van de medeschuldenaars een niet vervallen en niet rentegevend orderbriefje of zodanige wisselbrief onmiddellijk betaalt, geschiedt zulks onder aftrek van de wettelijke rente voor de tijd die nog moet verlopen tot de vervaldag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 451 De rente van schuldvorderingen die niet gewaarborgd zijn door voorrecht, pand of hypotheek, houdt op te lopen vanaf het vonnis van faillietverklaring, doch alleen ten aanzien van de boedel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rente van de gewaarborgde schuldvorderingen kan niet worden gevorderd dan van de opbrengst van de goederen die verbonden zijn voor het voorrecht, het pand of de hypotheek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-452\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 452</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Na hetzelfde vonnis kan een roerende of onroerende rechtsvordering of een middel van tenuitvoerlegging op de roerende of onroerende goederen niet voortgezet, ingesteld of aangewend worden dan tegen de curators van het faillissement De rechtbank kan de gefailleerde niettemin als tussenkomende partij toelaten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-453\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 453</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Het vonnis van faillietverklaring doet elk beslag ophouden dat ten verzoeke van gewone en niet bevoorrechte schuldeisers op de roerende en onroerende goederen van de gefailleerde is gelegd] Indien de dag van de gedwongen verkoop van de in beslag genomen roerende of onroerende goederen reeds voor dat vonnis was bepaald en door aanplakking bekendgemaakt, geschiedt die verkoop voor rekening van de boedel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer echter het belang van de boedel het vereist, kan de rechtbank uitstel van de verkoop toestaan op verzoek van de curators.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid aldus vervangen bij artikel 1 van de wet van 28 maart 1985.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-454\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 454</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alle middelen van tenuitvoerlegging, strekkende tot betaling van de schuldvorderingen die bevoorrecht zijn op de roerende goederen die tot de failliete boedel behoren, worden geschorst tot aan de sluiting van het proces-verbaal van verificatie der schuldvorderingen, behoudens alle maatregelen tot bewaring van recht en het door de eigenaar verkregen recht om verhuurde goederen weer in bezit te nemen In dit laatste geval houdt de bij dit artikel bepaalde schorsing van de middelen van tenuitvoerlegging van rechtswege op ten voordele van de eigenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK III. - Beheer en vereffening van de failliete boedel Afdeling I. - Algemene bepalingen Artikel 455 De regering kan op overeenkomstig advies van het hof van beroep besluiten dat er beëdigde vereffenaars zullen zijn bij de rechtbanken waar dit vereist is wegens het aantal en de belangrijkheid van de faillissementen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-456\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 456</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de arrondissementen waar beëdigde vereffenaars zijn, worden de faillissementscurators uit die vereffenaars gekozen, behalve wanneer wegens de afstand, wegens verwantschap, strijdige belangen of andere redenen van gewettigde verdenking een andere keus noodzakelijk is voor een goed beheer van het faillissement Ingeval er geen beëdigde vereffenaars zijn of wanneer de rechtbank van koophandel meent dat zij overeenkomstig het vorige lid een andere keus moet doen, worden de curators benoemd uit de personen ten aanzien van wie de meeste waarborgen bestaan dat zij hun beheer met bekwaamheid en getrouwheid zullen waarnemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze curators hebben dezelfde rechten en bevoegdheden en zijn onderworpen aan hetzelfde toezicht en dezelfde verplichtingen als de curators gekozen uit de beëdigde vereffenaars.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 457 De Koning bepaalt op het advies van het hof van beroep en van de rechtbank van koophandel het getal van de beëdigde vereffenaars naar de behoeften van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij worden door de Koning benoemd uit twee dubbeltallen, door die lichamen voorgedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 458 De beëdigde vereffenaars worden benoemd voor vijf jaar en zij blijven in elk geval hun hoedanigheid behouden totdat hun opvolgers beëdigd zijn. Zij zijn herbenoembaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beëdigde vereffenaar die niet in zijn ambt gehandhaafd wordt, zorgt niettemin voor de afwikkeling van de hem opgedragen verrichtingen en voor de vereffening van de faillissementen waarvoor hij als curator was aangesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 459 De beëdigde vereffenaars staan onder toezicht van de rechtbank van koophandel. Zij kunnen door de Koning worden ontslagen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-460\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 460</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hij die tot vereffenaar is benoemd legt binnen vijftien dagen na zijn benoeming ter openbare terechtzitting van de rechtbank van koophandel de eed af dat hij zich goed en getrouw zal kwijten van het ambt van faillissementscurator</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-461\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 461</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het loon van de curators wordt door de rechtbank van koophandel met inachtneming van de aard en de belangrijkheid van het faillissement vastgesteld naar de grondslagen door een koninklijk besluit te bepalen Artikel 462 De rechtbank van koophandel kan te allen tijde de rechter-commissaris van een faillissement vervangen door een van haar andere leden, en zij kan ook de curators of een van hen ontslaan, hen door andere vervangen of hun getal vermeerderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De curators wier ontslag wordt gevorderd, worden vooraf opgeroepen en gehoord in raadkamer. Het vonnis wordt uitgesproken ter terechtzitting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 463 De rechter-commissaris heeft in het bijzonder opdracht om op het beheer en de vereffening van de failliete boedel toezicht te houden en de verrichtingen te bespoedigen; hij doet ter terechtzitting verslag over alle geschillen waartoe het faillissement aanleiding geeft, hij beveelt de dringende maatregelen die noodzakelijk zijn tot beveiliging en bewaring van de goederen van de boedel, en in de vergaderingen van de schuldeisers van de gefailleerde is hij voorzitter. [De rechter-commissaris kan buiten zijn arrondissement alle tot zijn opdracht behorende handelingen verrichten, wanneer hij van oordeel is dat ernstige of dringende omstandigheden zulks vereisen.] De beschikkingen van de rechter-commissaris zijn uitvoerbaar bij voorraad. Tegen die beschikkingen staat beroep open bij de rechtbank van koophandel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid ingevoegd bij het enig artikel van de wet van 19 april 1983.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 464 De procureur des Konings kan bij alle verrichtingen van het faillissement aanwezig zijn, inzage nemen van de boeken en bescheiden van de gefailleerde, de staat van zijn zaken onderzoeken en zich door de curators alle inlichtingen doen verstrekken die hij dienstig acht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-465\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 465</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vonnissen in zaken van faillissement zijn uitvoerbaar bij voorraad; de gewone termijn om daarvan in hoger beroep te komen is slechts vijftien dagen, te rekenen vanaf de betekening Voor verzet, hoger beroep, of cassatieberoep zijn niet vatbaar : 1° de vonnissen waarbij rechters-commissarissen worden benoemd of vervangen en curators worden benoemd of ontslagen; 2° [de vonnissen waarbij een uitspraak wordt gedaan over de verzoeken tot hulp voor de gefailleerde en zijn gezin;] 3° de vonnissen waarbij de verkoop wordt toegestaan van tot het faillissement behorende goederen en koopwaren of waarbij overeenkomstig artikel 453, § 3, uitstel wordt verleend voor de verkoop van inbeslaggenomen voorwerpen;4° de vonnissen waarbij de uitspraak over een gerechtelijk akkoord wordt opgeschort;5° de vonnissen waarbij uitspraak wordt gedaan op het beroep tegen de beschikkingen die de rechter-commissaris heeft gegeven bij de vervulling van zijn opdracht. Het tweede lid, 2°, aldus vervangen bij artikel 2 van de wet van 28 maart 1985.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling II. - Vormen betreffende de faillietverklaring en eerste maatregelen te nemen ten aanzien van de persoon en de goederen van de gefailleerde Artikel 466 Bij het vonnis van faillietverklaring benoemt de rechtbank van koophandel een rechter-commissaris en beveelt de verzegeling. Zij stelt een of meer curators aan al naar de belangrijkheid van het faillissement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij beveelt dat de schuldeisers van de gefailleerde ter griffie aangifte van hun vorderingen zullen doen binnen een termijn van ten hoogste twintig dagen, te rekenen van het vonnis van faillietverklaring, en zij wijst de bladen aan waarin dat vonnis, alsook het latere vonnis houdende vaststelling van het tijdstip van de staking van betaling, zullen worden bekendgemaakt overeenkomstig artikel 472.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzelfde vonnis wijst de dagen en uren aan waarop in het gerechtsgebouw het proces-verbaal van verificatie der vorderingen zal worden gesloten en de uit die verificatie ontstane geschillen zullen worden behandeld. Die tijdstippen worden zo gekozen dat er ten minste vijf en ten hoogste twintig dagen verlopen tussen het verstrijken van de termijn voor de aangifte van de vorderingen en de sluiting van het proces-verbaal van verificatie, evenals tussen die sluiting en de behandeling van de geschillen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank kan bij hetzelfde vonnis de rechter-commissaris belasten met de uitoefening van alle bevoegdheden die aan de vrederechter zijn toegekend krachtens de bepalingen van dit wetboek met betrekking tot de faillissementen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-467\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 467</span><span class=\"lf-art-t\">Opgeheven bij artikel 3 van de wet van 28 maart 1985</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-468\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 468</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de rechtbank meent dat de beschrijving van het actief kan worden opgemaakt in een dag, beveelt zij dat daartoe onmiddellijk zal worden overgegaan in tegenwoordigheid van de rechter-commissaris (...), zonder voorafgaande verzegeling Aldus gewijzigd bij artikel 36, § 1, van de wijzigingsbepalingen van artikel 3 van de wet van 10 oktober 1967.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-469\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 469</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[De griffier van de rechtbank van koophandel zendt onverwijld aan de procureur des Konings en aan de curatoren kennisgeving van de beschikkingen van het vonnis waarbij de verzegeling is bevolen en waarbij de voornoemde curatoren werden benoemd.] De vrederechter kan, hetzij ambtshalve of op verzoek van een of meer schuldeisers, de boedel verzegelen, zelfs voordat het vonnis gewezen is, doch alleen in geval van verdwijning van de schuldenaar dan wel van gehele of gedeeltelijke verduistering van zijn actief Het eerste lid aldus vervangen bij artikel 4 van de wet van 28 maart 1985.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 470 De aangestelde curator neemt dadelijk na het vonnis van faillietverklaring zijn taak op; wanneer hij niet is gekozen uit de beëdigde vereffenaars, doet hij vooraf ten overstaan van de rechter-commissaris de eed zich goed en getrouw van zijn opdracht te zullen kwijten; hij beheert de failliete boedel als een goed huisvader onder toezicht van de rechter-commissaris en indien daartoe grond bestaat, vordert hij dadelijk de verzegeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zegels worden aangebracht op de magazijnen, kantoren, kassen, portefeuilles, boeken, bescheiden, roerende goederen en voorwerpen van de gefailleerde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij faillissement van een vennootschap onder firma of [een gewone commanditaire] vennootschap geschiedt de verzegeling niet alleen in de zetel van de vennootschap, maar ook in de woning van ieder der hoofdelijk verbonden vennoten. [De rechter] geeft onverwijld kennis van elke door hem gedane verzegeling aan de voorzitter van de rechtbank van koophandel en aan de curators die over het faillissement zijn aangesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vierde lid aldus gewijzigd bij artikel 36, § 3, van de wijzigingsbepalingen van artikel 3 van de wet van 10 oktober 1967 en het derde lid bij de artikelen 2 en 3, § 3, 4° van deze wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 471 De volgende zaken worden niet verzegeld of worden ontzegeld en aan de curators overhandigd : 1° de boeken van de gefailleerde, nadat zij zijn afgesloten door de vrederechter, die in zijn proces-verbaal vaststelt in welke staat zij zich bevinden;2° de waardepapieren waarvan de vervaldag nabij is of die vatbaar zijn voor acceptatie of waarvoor daden van bewaring zullen moeten worden verricht;een lijst ervan wordt aan de rechter-commissaris overhandigd; 3° de zaken die onderhevig zijn aan spoedig bederf of snelle waardevermindering;4° de zaken die dienen tot de exploitatie van de handelszaak, in het geval van artikel 475;5° de zaken begrepen in de staat vermeld in artikel 476. Van de zaken in dit artikel opgesomd maken de curators dadelijk een beschrijving op ten overstaan van de vrederechter, die het proces-verbaal tekent.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-472\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 472</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Het vonnis van faillietverklaring en het latere vonnis dat de staking van betaling vaststelt, worden door de zorg van de curators binnen vijf dagen na hun dagtekening bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en in dagbladen De uittreksels vermelden : 1. de naam, de voornamen, de plaats van geboorte, alsmede het adres en het inschrijvingsnummer in het handelsregister van de gefailleerde; betreft het een handelsvennootschap, de naam, de rechtsvorm, het inschrijvingsnummer in het handelsregister en de zetel; 2. de datum van het vonnis van faillietverklaring en de rechtbank die het heeft gewezen;3. in voorkomend geval de datum van het vonnis waarbij de staking van betaling is vastgesteld, en de datum van die staking;4. de naam, de voornamen en het adres van de curator of curators;5. de termijn om aangifte van de schuldvorderingen te doen. De opneming wordt bewezen door middel van het Belgisch Staatsblad waarin de genoemde uittreksels zijn verschenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval de curator vaststelt dat het faillissement mogelijk zal moeten gesloten worden bij gebrek aan actief, verzoekt hij de rechter-commissaris ontlast te worden van de publicatieplicht in dagbladen. De kosten van publicatie die niet worden gedekt door het actief, zullen ten laste blijven van de curator.] Aldus vervangen bij het enige artikel van de wet van 18 mei 1956, het eerste lid en het 1° van het tweede lid daarna aldus gewijzigd bij artikel 12 van de wet van 24 juli 1962; het 1° daarna aldus vervangen bij artikel 40 van de wet van 24 maart 1978. Bepaling thans aldus in haar geheel vervangen bij artikel 17 van de wet van 24 december 1993.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-473\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 473</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tegen het vonnis van faillietverklaring en tegen het vonnis waarbij het tijdstip van staking van betaling is vastgesteld, kan verzet worden gedaan door de belanghebbenden die daarbij geen partij zijn geweest. [Het verzet is slechts ontvankelijk indien het wordt gedaan door de gefailleerde binnen acht dagen, of door enige andere belanghebbende binnen vijftien dagen na de opneming van de uittreksels uit de vonnissen in het Belgisch Staatsblad.] Het tweede lid aldus vervangen bij artikel 18 van de wet van 24 december 1993</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-474\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 474</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een schuldenaar bij de aangifte van zijn faillissement verklaart dat zijn actief ruim toereikend is om al zijn schulden te voldoen, en opschorting van betaling aanvraagt, kan de rechtbank van koophandel, zonder de gang van het faillissement tegen te houden, gelasten dat door een of meer deskundigen dadelijk een onderzoek zal worden ingesteld naar de staat van zijn zaken; indien de rechtbank, op grond van de uitslag van dat onderzoek, vaststelt dat het actief van de schuldenaar werkelijk hoger is dan zijn passief, beveelt zij dat de schuldeisers zonder verder verwijl zullen worden bijeengeroepen; er wordt gehandeld zoals bepaald is in titel IV. Artikel 475 In het geval van het vorige artikel en in alle gevallen waarin de gefailleerde een akkoord heeft aangevraagd, en indien het belang van de schuldeisers het vereist, kan de rechtbank, op verslag van de rechter-commissaris en na de curators te hebben gehoord, bevelen dat de handelsverrichtingen van de gefailleerde voorlopig zullen worden voortgezet door de curators of, onder hun toezicht, door een derde. De rechtbank kan, op verslag van de rechter-commissaris en na de curators te hebben gehoord, die maatregel te allen tijde wijzigen of herroepen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-476\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 476</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[§ 1. De goederen bedoeld in artikel 1408 van het Gerechtelijk Wetboek, met uitzondering van de goederen die de beslagene volstrekt nodig heeft voor zijn beroep, bedoeld in het 3° van dat artikel, worden uit het actief van het faillissement gesloten en blijven onder het beheer en ter beschikking van de gefailleerde. § 2. Uit het actief van het faillissement worden eveneens gesloten, de bedragen, sommen en uitkeringen die de gefailleerde ontvangt sinds de faillietverklaring voor zover zij krachtens de artikelen 1409 tot 1412 van het Gerechtelijk Wetboek of krachtens bijzondere wetten niet voor beslag vatbaar zijn. § 3. De gefailleerde kan bovendien voor zichzelf en zijn gezin levensonderhoud verkrijgen, te bepalen door de rechtbank, op voorstel van de curatoren en op verslag van de rechter-commissaris. § 4. De curatoren maken een staat op van de in de §§ 1 en 3 bedoelde goederen.] Aldus vervangen door artikel 16 van de wet van 14 januari 1993 Artikel 477 De curators kunnen met machtiging van de rechter-commissaris dadelijk overgaan tot de verkoop van de zaken die onderhevig zijn aan spoedig bederf of snelle waardevermindering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De andere zaken mogen voor de verwerping van het akkoord niet verkocht worden dan met machtiging van de rechtbank, die op verslag van de rechter-commissaris en nadat de gefailleerde gehoord is of behoorlijk opgeroepen, bepaalt op welke wijze en onder welke voorwaarden de verkoop zal geschieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 478 De aan de gefailleerde gerichte brieven worden afgegeven aan de curators en door hen geopend; indien de gefailleerde aanwezig is, woont hij de opening bij.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-479\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 479</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alle schuldvorderingen of geldsommen die aan de gefailleerde verschuldigd zijn, worden door de curators opgespoord en tegen kwijting geïnd. De gelden afkomstig van verkopingen en invorderingen door de curators gedaan, worden binnen acht dagen na ontvangst in de Deposito- en Consignatiekas gestort, onder aftrek van de bedragen die de rechter-commissaris heeft begroot. Bij nalatigheid zijn de curators interest zoals in handelszaken verschuldigd voor de sommen die zij niet hebben gestort, onverminderd de toepassing van de artikelen 459 en 462</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-480\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 480</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[De betaling van de bedragen toegekend aan de schuldeisers van het faillissement wordt door de aangestelde van de Deposito- en Consignatiekas rechtstreeks gedaan op vertoon van een duplicaat van de uitdelingslijst getekend door de curators en geviseerd door de rechter-commissaris; dit duplicaat bevat alle aanwijzingen die de aangestelde van de kas nodig heeft om postoverschrijvingen of postcheques op te maken ten behoeve van de belanghebbenden Het bedrag van hetgeen de curators verschuldigd is aan voorschotten en honoraria, komt bovenaan op de lijst van de schuldeisers en wordt betaald op de wijze voorgeschreven voor de schuldeisers.] Aldus vervangen bij artikel 40 van het koninklijk besluit nr 150 van 18 maart 1935.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-481\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 481</span><span class=\"lf-art-t\">Opgeheven bij artikel 5 van de wet van 28 maart 1985</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 482 De gefailleerde mag zich niet verwijderen zonder toestemming van de rechter-commissaris. Hij is gehouden gevolg te geven aan alle oproepingen aan hem gericht door de rechter-commissaris of door de curators.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gefailleerde kan verschijnen door een gemachtigde, indien hij aantoont dat hij verhinderd is om redenen die de rechter-commissaris geldig acht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede lid opgeheven bij artikel 6 van de wet van 28 maart 1985.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 483 De curators ontbieden de gefailleerde om in zijn tegenwoordigheid de boeken en bescheiden vast te stellen en af te sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 484 De curators gaan onmiddellijk over tot het onderzoek en de verbetering van de balans. Is er geen balans neergelegd, dan maken zij er een op aan de hand van de boeken en bescheiden van de gefailleerde, alsmede van de inlichtingen die zij kunnen inwinnen, en leggen deze balans neer ter griffie van de rechtbank van koophandel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 485 De rechter-commissaris kan de gefailleerde, diens klerken en bedienden en wie dan ook horen, zowel aangaande het onderzoek en het opmaken van de balans als aangaande de oorzaken en de omstandigheden van het faillissement.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-486\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 486</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een koopman failliet is verklaard na zijn overlijden, of wanneer de gefailleerde overlijdt na de aangifte van zijn faillissement, kunnen zijn weduwe, zijn kinderen of zijn erfgenamen zich aanmelden of zich laten vertegenwoordigen om hem te vervangen bij het opmaken van de balans, evenals bij alle faillissementsverrichtingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-487\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 487</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Te rekenen van hun ambtsaanvaarding zijn de curators op hun persoonlijke verantwoordelijkheid gehouden alle handelingen te verrichten tot bewaring van de rechten van de gefailleerde tegenover zijn schuldenaars Zij zijn eveneens gehouden inschrijving te vorderen van de hypotheken op de onroerende goederen van de schuldenaars van de gefailleerde, indien deze het niet heeft gevorderd; de inschrijving wordt ten name van de boedel genomen door de curators, die bij hun borderel een getuigschrift van de griffier voegen als bewijs van hun benoeming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij zijn bovendien gehouden ten name van de gezamenlijke schuldeisers inschrijving te nemen op de onroerende goederen van de gefailleerde, waarvan het bestaan hun bekend is. De inschrijving wordt gedaan op vertoon van een eenvoudig borderel met vermelding van het bestaan van het faillissement en van de datum van het vonnis waarbij zij zijn benoemd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-488\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 488</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen drie dagen na hun ambtsaanvaarding vorderen de curators de ontzegeling, indien daartoe reden is, en maken zij de beschrijving op van de goederen van de gefailleerde, in zijn tegenwoordigheid of nadat hij behoorlijk is opgeroepen Met machtiging van de rechter-commissaris kunnen de curators zich voor het opstellen van de boedelbeschrijving, evenals voor het schatten van de voorwerpen, laten bijstaan door wie ze daartoe geschikt achten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 489 De boedelbeschrijving wordt door de curators opgemaakt naargelang de ontzegeling vordert; [de rechter-commissaris] is aanwezig en tekent bij elke vacatie; de minuut wordt, binnen vierentwintig uren na de definitieve sluiting, ter griffie neergelegd; de curators kunnen daarvan ter plaatse kosteloos afschrift nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt overgegaan tot een vergelijking van de overeenkomstig artikel 471 niet verzegelde of ontzegelde zaken, waarvan een beschrijving is opgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid aldus gewijzigd bij artikel 36, § 4, van de wijzigingsbepalingen van artikel 3 van de wet van 10 oktober 1967.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-490\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 490</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de faillietverklaring heeft plaatsgehad na overlijden en vooraleer de boedelbeschrijving is opgemaakt, of wanneer de gefailleerde overlijdt vooraleer met de beschrijving is begonnen, wordt deze dadelijk opgemaakt met inachtneming van de in het vorige artikel voorgeschreven vormen, in tegenwoordigheid of althans na behoorlijke oproeping van de erfgenamen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-491\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 491</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Na het opmaken van de boedelbeschrijving worden de koopwaren, het geld, de bescheiden, de titels van schuldvorderingen, de roerende goederen en voorwerpen van de schuldenaar toevertrouwd aan de zorg van de curators, die onderaan op het stuk verklaren ze over te nemen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-492\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 492</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[De curators kunnen, met machtiging van de rechter-commissaris en na behoorlijke oproeping van de gefailleerde, dadingen aangaan over alle geschillen waarbij de boedel betrokken is, zelfs wanneer het onroerende vorderingen en rechten betreft Wanneer de dading onroerende rechten betreft of wanneer de waarde van haar voorwerp onbepaald is of 10 000 frank te boven gaat, wordt zij eerst verbindend nadat ze gehomologeerd is op verslag van de rechter-commissaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gefailleerde wordt tot de homologatie opgeroepen; hij kan er zich tegen verzetten. Zijn verzet is voldoende om de dading te verhinderen indien zij betrekking heeft op onroerende goederen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De curators kunnen ook met machtiging van de rechtbank en na behoorlijke oproeping van de gefailleerde aan de tegenpartij de beslissende eed opdragen in de geschillen waarin het faillissement betrokken is.] Aldus vervangen bij artikel 38 van de wijzigingsbepalingen van artikel 3 van de wet van 10 oktober 1967.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 493 De curators kunnen een beroep doen op de gefailleerde om hen in hun beheer te helpen en voor te lichten. De rechter-commissaris bepaalt de voorwaarden waaronder hij zijn arbeid zal verrichten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-494\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 494</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In elk faillissement zijn de curators gehouden, binnen vijftien dagen na hun ambtsaanvaarding, aan de rechter-commissaris een memorie of kort verslag af te geven over de uiterlijke staat van het faillissement, de voornaamste oorzaken en omstandigheden ervan en de kenmerken die het vertoont De rechter-commissaris doet de memorie, met zijn aanmerkingen, dadelijk toekomen aan de procureur des Konings. Indien zij hem niet is afgegeven binnen de voorgeschreven termijn, geeft hij daarvan kennis aan de procureur des Konings en deelt hem de oorzaken van de vertraging mee.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-495\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 495</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Wanneer de gefailleerde vervolgd wordt wegens eenvoudige of bedrieglijke bankbreuk, wanneer een bevel tot medebrenging of tot aanhouding tegen hem is uitgevaardigd, geeft de procureur des Konings daarvan onverwijld kennis aan de rechter-commissaris.] Aldus vervangen bij artikel 7 van de wet van 28 maart 1985 HOOFDSTUK IV. - Aangifte en verificatie van de schuldvorderingen Artikel 496 [De schuldeisers van de gefailleerde zijn gehouden de aangifte van hun vorderingen, samen met hun titels, ter griffie van de rechtbank van koophandel neer te leggen binnen de termijn die in het vonnis van faillietverklaring bepaald is. De griffier houdt er aantekening van en geeft een ontvangbewijs af.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schuldeisers worden te dien einde gewaarschuwd door middel van de bekendmakingen voorgeschreven bij artikel 472. Zij worden bovendien, zodra zij bekend zijn, gewaarschuwd [bij een ter post aangetekende brief] van de curators. Deze brief vermeldt de dagen en uren, bepaald voor het sluiten van het proces-verbaal van verificatie der schuldvorderingen en voor de behandeling van de geschillen die uit deze verificatie mochten ontstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de minuut van de brief, die door de rechter-commissaris wordt geviseerd, worden en blijven de desbetreffende ontvangbewijzen gehecht.] Aldus vervangen bij art. 1 van de wet van 24 juli 1962 en het tweede lid gewijzigd bij de artikelen 2 en 3, § 3, 5° van deze wet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-497\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 497</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zijn er schuldeisers die hun verblijfplaats of hun woonplaats buiten het Rijk hebben en voor wie de bij het vonnis van faillietverklaring bepaalde termijn te kort is, dan wordt deze te hunnen behoeve door de rechter-commissaris naar omstandigheden verlengd; van deze verlenging wordt melding gemaakt in de brief die aan die schuldeisers wordt toegezonden overeenkomstig artikel 496</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-498\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 498</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elke aangifte vermeldt de naam, de voornamen, het beroep en de woonplaats van de schuldeiser, het bedrag en de oorzaken van zijn schuldvordering, de eraan verbonden voorrechten, hypotheek- of pandrechten, en de titel waarop zij berust. [De aangifte eindigt met een verklaring gesteld in de volgende bewoordingen : « Ik verklaar naar eer en geweten dat deze schuldvordering waar en oprecht is. » of « J'affirme en honneur et conscience que ma créance est sincère et véritable. » of « Ich versichere hiermit auf Ehre und Gewissen dass meine Forderung aufrichtig und wahrheitsgetreu ist. »] Zij wordt getekend door de schuldeiser, of in zijn naam door een gemachtigde; in het laatste geval moet de volmacht aan de aangifte worden gehecht, zij moet het bedrag van de schuldvordering vermelden en de bij dit artikel voorgeschreven verklaring inhouden Het tweede lid aldus vervangen bij artikel 5 van de wet van 27 mei 1974.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 499 De aangifte van de schuldeiser die zijn woonplaats niet heeft in de gemeente waar de rechtbank zitting houdt, bevat keuze van woonplaats in die gemeente.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebreke van keuze van woonplaats kunnen hem alle betekeningen en mededelingen gedaan worden ter griffie van de rechtbank.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 500 De verificatie van de schuldvorderingen wordt door de curators verricht naar gelang zij ter griffie aangegeven worden; zij geschiedt ten overstaan van de rechter-commissaris en in tegenwoordigheid of althans na behoorlijke oproeping van de gefailleerde. De titels worden getoetst aan de boeken en bescheiden van de gefailleerde.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schuldvorderingen van de curators worden geverifieerd door de rechter-commissaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij elke vergadering maken de curators een proces-verbaal van de verrichtingen op, dat door hen en door de rechter-commissaris wordt ondertekend. Het geeft de woonplaats op van de schuldeisers en hun gemachtigden. Het bevat een korte beschrijving van de overgelegde titels, vermeldt de overschrijvingen, doorhalingen en tussenregels, en verklaart of de vordering wordt erkend of betwist.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van betwisting of wanneer de vordering niet volledig bewezen schijnt te zijn, verdagen de curators hun beslissing tot het tijdstip waarop het proces-verbaal van verificatie gesloten wordt, en, indien de schuldeiser op het ogenblik van de verdaging niet tegenwoordig is in persoon of bij gemachtigde, zenden zij hem daarvan dadelijk bericht bij een ter post aangetekende brief.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Franse tekst van het vierde lid gewijzigd bij artikel 3, § 3, 6° van deze wet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-501\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 501</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Na de aangifte van elke vordering en tot de dag gesteld voor de behandeling van de geschillen waartoe zij aanleiding geeft, kan de rechter-commissaris, zelfs ambtshalve, bevelen dat de schuldeiser of zijn gemachtigde of iedere persoon die inlichtingen kan verstrekken, persoonlijk zal verschijnen. Hij maakt proces-verbaal op van hun verklaringen. Hij kan ook bevelen dat de schuldeiser zijn boeken zal openleggen, of, krachtens een bevel tot onderzoek daarvan, vorderen dat hem daarvan een uittreksel zal worden bezorgd, opgemaakt door de rechter van de plaats</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-502\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 502</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Op de vergadering belegd voor de sluiting van het proces-verbaal van verificatie, wordt elke aangegeven vordering die betwist wordt of nog niet is erkend, onderzocht op tegenspraak. De curators ondertekenen op de titel van elke erkende en niet betwiste vordering de volgende verklaring : « Opgenomen in het passief van het faillissement van ..., voor een bedrag van ..., de ... »</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechter-commissaris viseert de verklaring; hij verwijst alle geschillen betreffende niet erkende vorderingen naar de rechtbank.] Aldus vervangen bij artikel 38 van de wijzigingsbepalingen van artikel 3 van de wet van 10 oktober 1967.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 503 De gefailleerde en de schuldeisers wier vorderingen geverifieerd of op de balans gebracht zijn, kunnen de verificatie van de vorderingen bijwonen en bezwaren inbrengen tegen de verrichte en de te verrichten verificaties. Na de sluiting van het proces-verbaal van verificatie kunnen, op straffe van nietigheid, tegen de verrichte en in dat proces-verbaal begrepen verificaties geen bezwaren worden ingediend dan bij akten, aan de schuldeisers die de aangifte hebben gedaan, betekend en samen met de bewijsstukken ter griffie neergelegd twee dagen voor de terechtzitting waarop de geschillen moeten worden behandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bezwaren tegen verificaties verricht na de sluiting van het proces-verbaal van verificatie moeten, eveneens op straffe van nietigheid, betekend worden binnen tien dagen na de erkenning van de betwiste vordering. Ten aanzien van de schuldeisers die na het laatstgenoemde tijdstip erkend zijn, loopt die termijn evenwel eerst vanaf de verificatie van hun vorderingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-504\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 504</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[Op de dag bij het vonnis van faillietverklaring bepaald voor de behandeling van de geschillen, doet de rechter-commissaris verslag, en de rechtbank, die aldus van de geschillen kennis neemt, beslist onverwijld en met voorrang boven alle andere zaken, zo mogelijk bij een enkel vonnis, alle geschillen over de verificatie van de schuldvorderingen, zonder te wachten tot het einde van de overeenkomstig artikel 497 verlengde termijnen en zonder voorafgaande dagvaarding. Het vonnis wordt gewezen nadat de curators, de gefailleerde en de schuldeisers die een bezwaar hebben ingebracht en een aangifte gedaan, over en weer zijn gehoord, indien zij verschijnen De geschillen die niet vatbaar zijn voor dadelijke beslissing, worden afzonderlijk behandeld. De rechtbank kan echter bij voorraad beslissen dat de schuldeisers wier vorderingen betwist worden, tot de raadpleging en stemming over het akkoord zullen worden toegelaten voor een bij hetzelfde vonnis te bepalen bedrag. Geeft zij daarover geen beslissing, dan kunnen de schuldeisers wier vorderingen betwist worden, aan de verrichtingen van het faillissement niet deelnemen zolang over het geschil zelf geen uitspraak is gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verzet is niet ontvankelijk tegen een krachtens dit artikel gewezen vonnis, noch tegen latere vonnissen over de afzonderlijk behandelde geschillen. Het vonnis dat de schuldeisers wier vorderingen betwist worden bij voorraad toelaat, is bovendien niet vatbaar voor hoger beroep of cassatieberoep.] Aldus vervangen bij artikel 38 van de wijzigingsbepalingen van artikel 3 van de wet van 10 oktober 1967.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-505\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 505</span><span class=\"lf-art-t\">Opgeheven bij artikel 8, 13°, van de opheffingsbepalingen van artikel 2 van de wet van 10 oktober 1967</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-506\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 506</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Totdat de geschillen berecht zijn, blijven alle aangiften van schuldvorderingen, de bewijsstukken en alle desbetreffende akten, processen-verbaal, bezwaar- en verzoekschriften op de griffie berusten en worden aan de belanghebbenden op hun verzoek ter inzage gegeven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-507\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 507</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ter griffie wordt voor elk faillissement een in kolommen verdeelde tabel opgemaakt die voor elke aangegeven schuldvordering de volgende vermeldingen bevat : 1° het volgnummer;2° de naam, de voornamen, het beroep en de verblijfplaats van de schuldeiser die zijn aangifte en zijn titels heeft neergelegd;3° de datum van deze neerlegging;4° het bedrag van de aangegeven vordering;5° een korte opgave van de goederen of voorwerpen waarvan beweerd wordt dat zij, krachtens hypotheek of voorrecht, tot waarborg ervan strekken;6° de opneming in het passief of de verwerping door de curators;7° de datum van deze opneming of verwerping;8° de ingebrachte bezwaren;9° de namen van de personen die de bezwaren hebben ingebracht;10° de datums waarop de bezwaren zijn ingebracht;11° de dag waarop het proces-verbaal van verificatie wordt gesloten;12° de dag bepaald voor de behandeling van de geschillen;13° de korte inhoud van de eindbeslissing;14° de datum van die beslissing;15° de andere inlichtingen waarvan de mededeling aan de belanghebbenden nuttig kan zijn. Die tabel wordt opgemaakt door de griffier; de vereiste vermeldingen worden daarop van dag tot dag aangetekend in de volgorde waarin de feiten en omstandigheden zich voordoen. Zij wordt aan de belanghebbenden op hun verzoek ter inzage gegeven Artikel 508 De bekende of onbekende schuldeisers die in gebreke blijven hun schuldvorderingen aan te geven of te bevestigen binnen de termijn bij het vonnis van faillietverklaring bepaald en krachtens artikel 497 verlengd, komen niet in aanmerking voor de uitdelingen; zij kunnen hun vorderingen echter aangeven en bevestigen tot en met de slotuitdeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hun aangiften schorten de bevolen uitdelingen niet op, maar bij nieuwe uitdelingen na die aangiften bevolen, komen zij in aanmerking voor het bedrag dat door de rechter-commissaris bij voorraad bepaald is en in reserve wordt gehouden totdat hun vorderingen erkend zijn. In alle gevallen dragen zij de kosten waartoe de verificatie en de erkenning aanleiding hebben gegeven en kunnen zij niets vorderen van de reeds voor hun aangiften bevolen uitdelingen; zij hebben evenwel het recht de percenten waarop zij bij de eerste uitdelingen aanspraak hadden kunnen maken, vooraf te nemen uit het nog niet uitgedeelde actief, indien zij bewijzen dat het hun onmogelijk is geweest hun aangifte en bevestiging te doen binnen de bepaalde termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK V. - Akkoord Afdeling I. - Vergadering van de schuldeisers Artikel 509 Zodra krachtens artikel 504 vonnis is gewezen, wordt overgegaan tot het maken van een akkoord, zonder te wachten totdat de op grond van artikel 497 verleende termijnen verstreken zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Te dien einde beveelt de rechter-commissaris dat de schuldeisers worden bijeengeroepen en bepaalt plaats, dag en uur van de vergadering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De datum wordt op zodanige wijze bepaald dat de vergadering plaatsheeft binnen vijftien dagen na het krachtens artikel 504 gewezen vonnis, en dat aan elke schuldeiser, tussen zijn oproeping en de dag van de vergadering, een termijn wordt gelaten van twee dagen, vermeerderd met een dag [per vijftig kilometer] afstand tussen de plaats waar hij werkelijk woont en de plaats van de vergadering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het derde lid gewijzigd bij artikel 2 en 3, § 3, 7° van deze wet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-510\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 510</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">[De bijeenroeping van de schuldeisers heeft plaats binnen vijf dagen na de beschikking van de rechter-commissaris; zij geschiedt door de zorg van de curators, door middel van bekendmaking en door toezending van een brief aan alle schuldeisers wier schuldvorderingen erkend of voorlopig toegelaten zijn; een en ander op de wijze en in de vorm voorgeschreven bij de artikelen 472 en 496.] Aldus vervangen bij artikel 2 van de wet van 24 juli 1962</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-511\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 511</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de plaats, de dag en het uur, bepaald door de rechter-commissaris, komt de vergadering bijeen onder zijn voorzitterschap. Alleen de erkende of voorlopig toegelaten schuldeisers of hun gemachtigden mogen eraan deelnemen De gefailleerde wordt tot deze vergadering opgeroepen; hij mag er zich niet doen vertegenwoordigen dan om geldige en door de rechter-commissaris aangenomen redenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechter-commissaris onderzoekt de volmachten van degenen die zich als gemachtigden op de vergadering aanmelden. De curators brengen verslag uit over de stand van het faillissement, over de formaliteiten die zijn vervuld en de verrichtingen die hebben plaatsgehad, en over de vermoedelijke uitslag van de vereffening. De gefailleerde wordt gehoord. De curators ondertekenen hun verslag en geven het af aan de rechter-commissaris, die proces-verbaal opmaakt van hetgeen op de vergadering is verklaard en beslist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling II. - Totstandkoming van het akkoord Artikel 512 Tussen de ter vergadering verschenen schuldeisers en de gefailleerde schuldenaar kan geen akkoord tot stand komen dan wanneer alle hierboven voorgeschreven formaliteiten zijn vervuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit akkoord komt slechts tot stand door de toestemming van de meerderheid van de schuldeisers, die drie vierde moet vertegenwoordigen van het gezamenlijk bedrag van de overeenkomstig hoofdstuk IV erkende of voorlopig toegelaten schuldvorderingen; een en ander op straffe van nietigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rekening houdend met de impliciete wijziging door de opheffing van artikel 520 bij artikel 44 van de wetten op het gerechtelijk akkoord, gecoördineerd op 25 september 1946, het eerste lid gewijzigd bij de artikelen 2 en 3, § 3, 8° van deze wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 513 De schuldeisers wier schuldvorderingen door een ingeschreven (...) hypotheek, een voorrecht of een pand gewaarborgd zijn, hebben bij de verrichtingen betreffende het akkoord geen stemrecht voor de bedoelde schuldvorderingen; deze worden slechts meegerekend indien de schuldeisers afstand doen van hun hypotheek, pand of voorrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deelneming aan de stemming over het akkoord brengt die afstand van rechtswege mee; de afstand heeft geen gevolg, indien het akkoord niet wordt aangenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vorenbedoelde schuldeisers kunnen niettemin meestemmen over het akkoord, wanneer zij van hun voorrecht, hypotheek of pand afstand doen voor ten minste de helft van hun schuldvorderingen; in dat geval worden die schuldvorderingen bij de verrichtingen betreffende het akkoord slechts ten belope van dat gedeelte meegerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rekening houdend met de impliciete wijziging bij artikel 81 van de wet van 16 december 1851, het eerste lid gewijzigd bij de artikelen 2 en 3, § 3, 9° van deze wet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-514\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 514</span><span class=\"lf-art-t\">Een akkoord is uitgesloten, wanneer de gefailleerde in het bij artikel 495 bepaalde geval verkeert of wegens bedrieglijke bankbreuk is veroordeeld</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van artikel 495 kunnen de ter raadpleging over het akkoord opgeroepen schuldeisers hun besluit tot na afloop van de vervolging uitstellen met de tweevoudige meerderheid voorgeschreven in artikel 512. Verwerping van het uitstel heeft verwerping van het akkoord tot gevolg.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-515\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 515</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het akkoord wordt staande de vergadering getekend, op straffe van nietigheid. Is het akkoord slechts aangenomen met een meerderheid van de schuldeisers of met een drievierde meerderheid wat het bedrag aan schuldvorderingen betreft, dan wordt de raadpleging en beslissing over het akkoord een enkele maal uitgesteld voor acht dagen; in dat geval hebben de besluiten van de eerste vergadering en de alsdan gegeven toestemmingen geen gevolg</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-516\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 516</span><span class=\"lf-art-t\">Alle schuldeisers die gerechtigd waren aan de totstandkoming van het akkoord mee te werken, of wier rechten nadien zijn erkend, kunnen er verzet tegen doen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het verzet moet met redenen omkleed zijn en binnen vijf dagen na het akkoord aan de curators en aan de gefailleerde betekend worden; een en ander op straffe van nietigheid. Binnen vijf dagen na die betekening kunnen de curators en de gefailleerde hun verzoekschrift, houdende antwoord op het verzet, doen betekenen en het ter griffie neerleggen, samen met de stukken waarvan zij gebruik zullen maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zodra deze termijn verstreken is, brengt de rechter-commissaris, zonder andere vorm of rechtspleging, verslag uit over de kenmerken van het faillissement en over de vraag of het akkoord kan worden aangenomen, en de rechtbank doet bij een enkel vonnis uitspraak op het verzet en over de homologatie. Partijen kunnen echter ter terechtzitting verschijnen of zich doen vertegenwoordigen om in het kort de middelen tot staving van hun aanspraken uiteen te zetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is er slechts één curator benoemd en doet hij verzet, dan moet hij de benoeming van een tweede curator vorderen; tegenover deze is hij gehouden alle bij dit artikel voorgeschreven vormen in acht te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de berechting van het verzet afhankelijk is van de beslissing van geschillen die wegens hun onderwerp buiten de bevoegdheid van de rechtbank van koophandel vallen, schort deze haar uitspraak op totdat die geschillen beslist zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-517\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 517</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het hierboven voorgeschrevene niet nagekomen is of wanneer het algemeen belang of het belang van de schuldeisers zich tegen het akkoord schijnt te verzetten, weigert de rechtbank de homologatie. In dat geval is het akkoord vernietigd ten aanzien van alle belanghebbenden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-518\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 518</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het gehomologeerde akkoord is verbindend voor alle schuldeisers, onverschillig of hun schuldvorderingen al dan niet op de balans gebracht of al dan niet geverifieerd zijn, zelfs voor die vermeld in artikel 497, alsmede voor de schuldeisers die krachtens artikel 504 voorlopig zijn toegelaten tot de raadpleging en stemming, ongeacht het bedrag dat het eindvonnis hun later zal toekennen. De homologatie handhaaft ten behoeve van elke schuldeiser de hypotheek die krachtens [het derde lid van artikel 487] ingeschreven is op de onroerende goederen van de gefailleerde. Te dien einde doen de curators het vonnis van homologatie op het hypotheekkantoor inschrijven, tenzij het akkoord dienaangaande anders beslist. [De rechtbank kan op verslag van de rechter-commissaris, de voormalige curators of bij hun ontstentenis, een speciaal door de rechtbank aangewezen curator machtigen om opheffing te verlenen, zowel van de inschrijving verricht op grond van dit artikel als van die verricht op grond van artikel 487.] Het tweede lid toegevoegd bij het enige artikel van de wet van 2 juli 1969, het eerste lid gewijzigd bij artikel 2 en 3, § 3, 10° van deze wet</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-519\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 519</span><span class=\"lf-art-t\">Zodra het vonnis van homologatie in kracht van gewijsde is gegaan, nemen de ambtsverrichtingen van de curators een einde</span></h4></div>", "next": 239753}