{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">2005022132 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten sluiten tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten. 9° producent : elke natuurlijke of rechtspersoon die voor eigen rekening een gewas aanplant, ongeacht of hij de landbouwhandelingen, het vervoer en de bijbehorende opslagwerkzaamheden zelf uitvoert;10° naburige producent : elke producent die minstens één landbouwperceel uitbaat waarvan de grenzen zich uitstrekken vóór de isolatieafstand;11° verzoeker : elke producent van conventionele of biologische teelten die een aanvraag tot compensatie om economisch verlies indient. Voor de toepassing van lid 1, 8°, worden de planten verkregen door mutagenese of door celfusie, met inbegrip van protoplastfusie, van plantencellen van organismen die, overeenkomstig bijlage I, b, van het koninklijk besluit van 21 februari 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/02/2005 numac 2005022132 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten sluiten tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten, genetisch materiaal kunnen uitwisselen met behulp van traditionele kweekmethoden, niet beschouwd als genetisch gemodificeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling 2. - Toepassingsgebied Art. D.137. Dit hoofdstuk geldt voor alle producenten van genetisch gemodificeerde gewassen op basis van variëteiten die in de handel mogen worden gebracht krachtens de Europese wetgeving en de nationale teksten die ze omzetten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk geldt voor personen en ondernemingen die zich bezighouden met het vervoer, de opslag of de verwerking van genetisch gemodificeerde planten (GGP's), voor zover deze planten een bron kunnen vormen voor de toevallige aanwezigheid van GGP's in een conventioneel of een biologisch gewas.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk geldt voor de eigenaar van de grond waarop GGP's zijn aangeplant, evenals voor de eigenaren van de grond die binnen de isolatieafstand ligt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk geldt voor de producenten van biologische of conventionele gewassen die percelen verbouwen die binnen de isolatieafstand liggen van een perceel waar genetisch gemodificeerde planten worden geteeld, evenals op iedere producent die aanspraak wil maken op een compensatie uit het Fonds voor een economisch verlies dat is geleden als gevolg van de toevallige aanwezigheid van genetisch gemodificeerde planten in een conventioneel of een biologisch gewas.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling 3. - Teelt, kennisgevingen en verplichtingen van producenten en ondernemingen Onderafdeling 1. - Principe Art. D.138. Onverminderd de bevoegdheden van de federale en gemeenschapsoverheden inzake toelating voor het in de handel brengen van GGO's als product of in producten moet het betrokken perceel van elke teelt van genetisch gemodificeerde planten op het grondgebied van het Waalse Gewest eerst worden ingeschreven bij de toezichthoudende overheid, met inachtneming van de in de artikelen D.139 tot D.141 bedoelde procedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inschrijving betreft een bepaalde teelt, in een duidelijk afgebakend veld, voor een teeltseizoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De door de toezichthoudende overheid gevolgde procedure voor het onderzoek van het inschrijvingsdossier heeft enkel tot doel te controleren of de in artikel D.139 voorgeschreven kennisgevingen zijn verricht en of het dossier de vereiste stukken en gegevens vermeld in artikel D.141 bevat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Kennisgevingen aan derden Art. D.139. De producent die voornemens is een genetisch gemodificeerd gewas aan te planten, geeft op voorhand kennis van dit voornemen aan : 1° alle naburige producenten;2° alle producenten met wie hij gewoonlijk landbouwmaterieel deelt, ongeacht of dit materieel al dan niet zijn eigendom is;3° aan de eigenaar van de grond of elke natuurlijke of rechtspersoon van wie hij de toestemming heeft gekregen de grond uit te baten waarop hij voornemens is het gewas aan te planten, indien hij daarvan niet zelf de eigenaar is. Voor de toepassing van lid 1, 1°, wordt de lijst van de naburige producenten ter informatie door de administratie verstrekt aan de producenten die daarom verzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze voorafgaande kennisgeving is niet van toepassing op de producenten bedoeld in lid 1, 2°, indien het materieel gezamenlijk wordt gebruikt via een landbouwbedrijf.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de vorm, de minimale inhoud alsook de modaliteiten van deze kennisgevingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - De aanvraag tot inschrijving Art. D.140. De in artikel D.138 bedoelde aanvraag tot inschrijving wordt gericht aan de toezichthoudende overheid volgens de door de Regering bepaalde modaliteiten en vorm.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d141\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.141</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag tot inschrijving bevat : 1° de volledige identiteit van de producent-aanvrager, met zijn landbouwnummer;2° een gedetailleerde kaart op schaal 1/5000e met identificatie van het onder de aanvraag vallend perceel alsook de percelen waarvan de grenzen zich uitstrekken vóór de isolatieafstand met de naam van hun exploitant, zoals bepaald in de meeste recente oppervlakteaangifte en de steunaanvraag ter beschikking van de producent;3° de naam van de soort die wordt ingezaaid of aangeplant;4° het eenduidig identificatienummer van de genetisch gemodificeerde plant alsmede de naam van de variëteit die zal worden verbouwd;5° de teeltperiode;6° de schriftelijke verbintenisverklaring van elk naburige producent : a) dat hij op deze gronden in hetzelfde teeltjaar geen conventionele of biologische gewassen van een plantensoort zal verbouwen die genetisch verenigbaar is met het beoogde genetisch gemodificeerde gewas; b) of, voor de soorten die geen opslag vertonen waarvoor een opvolging inzake coëxistentie tijdens de teeltseizoenen na hun teelt noodzakelijk is, zoals bepaald door de Regering, dat zij op deze gronden in hetzelfde teeltjaar een conventionele gewas van een plantensoort zullen verbouwen die genetisch verenigbaar is met het beoogde genetisch gemodificeerde gewas en waarvan de oogst als G.G.O.-bevattende zal worden gebruikt of in de handel zal worden gebracht; 7° bij gebrek aan de onder punt 6°, a) of b), vermelde schriftelijke verbintenissen, omvat de aanvraag het bewijs van de kennisgeving van de voorgenomen teelt overeenkomstig artikel D.139, lid 1, 1° ; 8° een aangifte waarbij wordt bevestigd dat de in artikel D.139, 1, 2° en 3°, vermelde kennisgevingen werden verricht, voorzover deze kennisgevingen zijn vereist; 9° een verbintenis om de uitvoeringsvoorwaarden bepaald overeenkomstig artikel D.148 na te leven In het geval vermeld in lid 1, 6°, b, moet de teelt worden geëtiketteerd als GGO-bevattende, overeenkomstig de geldende Europese wetgeving De producent die die verbintenis aangaat heeft geen recht op compensatie voor het eventuele economisch verlies ingevolge de verplichting tot etikettering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 4. - Behandeling van de aanvraag Art. D.142. § 1. Als het inschrijvingsdossier zonder naleving van de artikelen D.140 en D.141 wordt gericht of aangegeven, richt de toezichthoudende overheid binnen de acht kalenderdagen vanaf de ontvangst van de aanvraag, een schrijven aan de aanvrager met vermelding van de ontbrekende documenten of gegevens, alsook de termijn om die documenten en gegevens mee te delen. De vervaldatum van de termijn mag niet vallen na de uiterste inschrijvingsdatum per soort door de Regering overeenkomstig artikel D.140. § 2. Enkel de dossiers die na de uiterste inschrijvingsdatum vermeld in paragraaf 1 worden ingestuurd, zijn onontvankelijk. § 3. Als het inschrijvingsdossier de vereiste stukken en gegevens omvat, deelt de toezichthoudende overheid de inschrijving van de teelt aan de producent-aanvrager mee uiterlijk vijfenveertig kalenderdagen vóór de referentiedatum van inzaai bepaald per soort door de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 5. - Bijdrage Art. D.143. Elke producent die een teelt van genetisch gemodificeerde planten bij de toezichthoudende overheid inschrijft draagt bij aan het Fonds.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer ze overeenkomstig artikel D.142 de inschrijving van de teelt aan de producent-aanvraager meedeelt, bepaalt de toezichthoudende overheid het bedrag van de bijdrage die hij moet betalen. Zolang het juiste bedrag van de bijdrage niet in het Fonds is gestort, mag de teelt niet worden aangeplant of ingzaaid. Elke laattijdig gestorte bijdrage wordt terugbetaald, mits afhouding van de dossierkosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke producent die, om welke reden ook, beslist genetisch gemodificeerde planten niet meer te verbouwen op een ingeschreven perceel, ongeacht de reden, geeft onmiddellijk kennis van deze beslissing aan de toezichthoudende overheid. De bijdrage wordt in dit geval terugbetaald, mits afhouding van de dossierkosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d144\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.144</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De in artikel D.143 vermelde bijdrage aan het Fonds omvat twee delen : 1° de door de Regering bepaalde administratiekosten, die betrekking hebben op : a) de kosten voor de controle ter plaatse, bepaald per soort volgens de omvang van het te controleren perceel;b) de dossierkosten;2° de solidariteitskosten, die worden toegewezen aan het Fonds om de economische verliezen van de producenten-aanvragers te compenseren. Voor de toepassing van lid 1, 2°, worden de kosten gedekt door een door de producenten betaald bedrag, dat eigen is aan elke verbouwde soort, en bepaald door de Regering per hectare en per perceel. Ze worden met de helft verminderd indien de producent alle percelen uitbaat waarvan de grenzen zich uitstrekken vóór de scheidingsafstand</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d145\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.145</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Drie jaar na de eerste inschrijving van een teelt van genetisch gemodificeerde planten in het kader van dit hoofdstuk, en met een tussentijd van drie jaar, maakt de Regering een aanpassing van de bedragen van de bijdragen in functie van de werkelijke kosten van de controles ter plaatse en van de werkelijke bedragen van de gestorte compensaties, rekening houdend met de noodzaak om een voorraad per soort te behouden De Regering kan de bedragen vaker aanpassen als de aan het Fonds gestorte bijdragen de door het Fonds gestorte compensaties niet compenseren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d146\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.146</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elk besluit van de Regering genomen met toepassing van de artikelen D.144 en D.145 wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet door het Parlement wordt bekrachtigd binnen de achttien maanden na de datum van zijn inwerkingtreding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d147\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.147</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Door middel van zijn aanvraag op grond van artikel D.140 stemt de producent ermee in dat de toezichthoudende overheid aan het publiek de gegevens ter beschikking stelt als bedoeld in artikel D.141, lid 1, 2° tot 5°, evenals zijn naam of bedrijfsnaam alsmede het vestigingsadres van zijn bedrijf. De Regering stelt vast welke gegevens openbaar worden gemaakt, onder welke omstandigheden en op welke wijze, in overeenstemming met het recht op toegang tot milieu-informatie Onderafdeling 6. - Exploitatievoorwaarden Art. D.148. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de federale overheden inzake het in de handel brengen van GGO's als product of in producten, stelt de Regering, naar gelang van de geteelde soorten, de exploitatievoorwaarden vast voor de genetisch gemodificeerde gewassen die bijdragen aan de doelstellingen van artikel D.135, leden 2 en 3. § 2. De exploitatievoorwaarden vermeld in paragraaf 1 omvatten : 1° de isolatieafstand tussen gewassen van genetisch gemodificeerde planten en conventionele gewassen, alsook de isolatieafstand tussen gewassen van genetisch gemodificeerde planten en biologische gewassen;2° de verplichtingen waaraan dient te worden voldaan door producenten die gronden uitbaten waarop in het verleden een genetisch gemodificeerd gewas is geteeld en in voorkomend geval door de eigenaar van deze grond;3° alle teelthandelingen, ongeacht de aard van de teeltwijze, vanaf de ontvangst van zaden of pootmateriaal tot en met de oogst;4° alle noodzakelijke handelingen die eventueel voorafgaan aan de teelt, omwille van de kenmerken van de verbouwde soort, die vóór de teelt moeten worden verricht;5° alle nodige handelingen, omwille van de kenmerken van de verbouwde soort, die na de oogst van de teelt moeten worden verricht;6° alle maatregelen ter voorkoming van de onvoorziene introductie van genetisch gemodificeerde planten via landbouwmaterieel; 7° alle vervoers- of opslaghandelingen vanaf de oogst tot het ogenblik waarop de oogst niet meer valt onder de definitie van G.G.P. bedoeld in artikel D.136, lid 1, 8° ; 8° onverminderd de verplichting tot voorafgaande kennisgeving als bedoeld in artikel D.139, alle overige verplichtingen tot kennisgeving door de producent : a) aan natuurlijke of rechtspersonen die bij de teelt betrokken zijn voor alle teelthandelingen, alsmede zij die het vervoer of de opslag van de oogst verrichten, tot het ogenblik waarop de oogst niet meer valt onder de definitie van G.G.P. bedoeld in artikel D.136, lid 1, 8° ; b) aan natuurlijke of rechtspersonen die de grond in bedrijf hebben waarop het genetisch gemodificeerde gewas is aangeplant, na de oogst van dit gewas en gedurende een naar gelang van dit gewas vast te stellen periode; c) aan personen die landbouwmaterieel gebruiken dat is aangewend in het genetisch gemodificeerde gewas en aan wie geen kennis is gegeven zoals bedoeld in artikel D.139.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de teelt van genetisch gemodificeerde planten door niet genetisch gemodificeerde planten van dezelfde soort wordt begrensd om als buffergebied of als schuilgebied te worden gebruikt, wordt de isolatieafstand bedoeld in het eerste lid, 1°, gemeten tussen de rand van die grens en de dichtstbijzijnde rand van een conventioneel of biologisch gewas van planten die genetisch verenigbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van lid 1, 8°, bepaalt de Regering de modaliteiten voor de kennisgevingen bedoeld in a), b) en c).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d149\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.149</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De producent van een genetisch gemodificeerd gewas stelt binnen tweeënzeventig uur de toezichthoudende overheid in kennis van alle onverwachte of afwijkende feiten die hij waarneemt op percelen met GGP`s of in de directe nabijheid daarvan. De toezichthoudende overheid maakt dan deze inlichtingen over aan de federale overheden belast met het toezicht van GGO`s die op de markt zijn gebracht. § 2. Onverminderd de verplichtingen ten aanzien van traceerbaarheid en etikettering als omschreven in Verordening nr. 1830/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003, vermeldt de producent in een bedrijfsregister alle informatie die noodzakelijk geacht wordt met betrekking tot de geteelde soorten, de teelthandelingen en het vervoer of de opslag, in verband met de doelstellingen van artikel D.135, leden 2 en 3. De producent houdt deze gegevens gedurende een door de Regering vastgestelde termijn op aanvraag ter beschikking van de toezichthoudende overheid De Regering bepaalt de informatie die noodzakelijk wordt geacht, de vorm en de inhoud van het register in functie van de verschillende soorten van genetisch gemodificeerde planten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d150\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.150</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De Regering stelt de eventuele verplichtingen vast waaraan dient te worden voldaan door producenten van conventionele of biologische gewassen die gronden bebouwen binnen de isolatieafstand van een toekomstig of reeds aanwezig genetisch gemodificeerd gewas Deze verplichtingen hebben met name betrekking op de verplichting om binnen een door de Regering voorgeschreven termijn te reageren op de kennisgeving van een voorgenomen teelt als bedoeld in artikel D.139, lid 1, 1°. § 2. De Regering kan besluiten dat het achterwege blijven van een reactie op deze kennisgeving de stilzwijgende verplichting inhoudt om in hetzelfde teeltseizoen binnen de isolatieafstand geen plantensoorten te telen die genetisch verenigbaar zijn met het genetisch gemodificeerde gewas, zoals vereist in artikel D.141, lid 1, 6°, a). § 3. De Regering stelt vast op welke wijze de verplichtingen als bedoeld in het eerste paragraaf overgaan op de producent die, in voorkomend geval, degene opvolgt die de kennisgeving inzake de voorgenomen teelt als bedoeld in artikel D.139, lid 1, 1°, heeft ontvangen. § 4. Indien de opvolgende producent onbekend is, wordt de eigenaar van gronden die zijn gelegen binnen de isolatieafstand verantwoordelijk gehouden voor die overgang van verplichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling 4. - Compensatie van het economische verlies Onderafdeling 1. - Bepaling van het economische verlies Art. D.151. Voor de conventionele teelten dient te worden verstaan onder economisch verlies, het negatieve verschil tussen de marktwaarde van een oogst die niet geëtiketteerd moet worden als GGO-bevattend overeenkomstig de vigerende Europese wetgeving en de marktwaarde van een gelijksoortige oogst die niet geëtiketteerd moet worden als GGO-bevattend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de oogst niet op de markt gebracht kan worden omdat hij vermengd is met genetisch gemodificeerde planten, wordt het economische verlies gelijkgesteld met de marktwaarde van een gelijksoortige oogst die niet geëtiketteerd wordt als GGO-bevattend, waarvan in voorkomend geval elk type valorisatie van deze oogst, met inbegrip van een valorisatie binnen de uitbating, wordt afgetrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d152\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.152</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de biologische teelten dient te worden verstaan onder economisch verlies, het negatieve verschil tussen de marktwaarde van een oogst die genetisch gemodificeerde planten bevat en de waarde van een gelijksoortige oogst die op de markt wordt gebracht als product dat de normen vereist voor de producten afkomstig van de biologische landbouw naleeft Als de oogst niet op de markt gebracht kan worden omdat hij vermengd is met genetisch gemodificeerde planten, wordt het economische verlies gelijkgesteld met de marktwaarde van een gelijksoortige oogst die niet geëtiketteerd wordt als GGO-bevattend, waarvan in voorkomend geval elk type valorisatie van deze oogst, met inbegrip van een valorisatie binnen de uitbating, wordt afgetrokken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d153\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.153</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bijkomende verliezen door indeling in een lagere klasse of opschorting van een perceel of een product, van een deel of van het geheel van de uitbating komen in voorkomend geval bij het economische verlies</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d154\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.154</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ongeacht het type teelt omvatten de economische verliezen ook de kosten die, in voorkomend geval, gebonden zijn aan de vernietiging van de oogst alsmede aan elk ander verlies of kosten die in rechtstreeks verband staan met de toevallige aanwezigheid van GMP's in de teelt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d155\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.155</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De besmette biologische of conventionele teelten zullen op de markt worden gebracht naar keuze van de producenten van deze teelten ofwel door henzelf, of door een door de toezichthoudende overheid aangewezen operator</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d156\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.156</span><span class=\"lf-art-t\">De Regering bepaat de modaliteiten voor de toepassing van de artikelen D.151 tot D.155</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d157\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.157</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Een compensatiecommissie wordt opgericht en bestaat uit : 1° de leidend ambtenaar van de toezichthoudende overheid, die voorzitter is, alsmede uit een lid van deze dienst aangewezen door de leidend ambtenaar;2° een vertegenwoordiger van de Waalse landbouwvakorganisaties of diens plaatsvervanger;3° een lid van de verenigingen van de sector van de biologische landbouw of diens plaatsvervanger;4° een vertegenwoordiger van de handel in de landbouwgrondstoffen of diens plaatsvervanger;5° de directeur van het bestuur belast met de landbouwkundige economische analyse of zijn vertegenwoordiger die hij binnen zijn directie aanwijst. § 2. De vertegenwoordigers van de Waalse landbouwvakorganisaties, van de biologische landbouw, van de handel en hun plaatsvervangers, worden benoemd door de Minister voor een verlengbare termijn van vijf jaar De plaatsvervangende leden kunnen de vergaderingen van de commissie bijwonen zonder stemgerechtigd te zijn als het gewoon lid aanwezig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk lid van de commissie kan zich laten vergezellen van een deskundige zonder kosten of toelage voor het Fonds. Indien nodig kan de compensatiecommissie zich laten bijstaan door externe deskundigen die in onderlinge overstemming van de aanwezige leden en op voorstel van minstens twee onder hen worden aangewezen. § 3. De dienstverleningen van de leden van de compensatiecommissie zijn onbezoldigd met uitzondering van de door de commissie aangewezen buitendeskundigen die recht hebben op een presentiegeld dat door de Regering wordt bepaald. De reiskosten van de gewone leden en van de uitgenodigde externe deskundigen worden door het Fonds terugbetaald onder de door de Regering bepaalde voorwaarden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d158\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.158</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De compensatiecommissie wordt ermee belast het door de verzoeker geleden economische verlies al naar gelang het geval en volgens de modaliteiten van artikel D.159 te schatten. Ze beslist bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen over elk dossier. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend Alleen de eindbeslissing wordt aan de verzoeker medegedeeld. § 2. De toezichthoudende overheid maakt jaarlijks een verslag van de door de compensatiecommissie verleende compensaties over aan het in artikel D.163 bedoelde Opvolgingscomité. De anonieme individuele dossiers kunnen ter beschikking worden gesteld van het opvolgingscomité op zijn verzoek. § 3. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de bijeenroeping van de compensatiecommissie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d159\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.159</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Alleen de producent van een conventionele of biologische teelt kan een economische compensatie vragen. De bijenhouders kunnen ook aanspraak maken op een compensatie voor de producten die ze op de markt brengen. De economische compensatie is van toepassing op de verliezen die in rechtstreeks verband staan met de waarde van de besmette oogst, zoals bepaald in de artikelen D.151 en D.152, en op de verliezen bepaald in de artikelen D.153 en D.154. Alleen de kosten voortvloeiend uit de besmetting door genetisch gemodificeerde organismen worden gecompenseerd De marktwaarde wordt door de compensatiecommissie bepaald. De bron voor deze raming, wordt duidelijk vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de oogsten waarvan de besmetting duidelijk is aangetoond nadat een verkoopprijs bepaald is, is deze verkoopprijs de marktwaarde die in overweging moet worden genomen voor de bepaling van het economische verlies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de oogsten waarvan de besmetting in het licht is gesteld nadat een verkoopprijs bepaald is, stelt de commissie de waarde van de voorkeurmarkt vast op grond van een gemiddelde prijs rekening houdende met de voornaamste schommelingen van de prijs van het product tussen het moment van de oogst en het moment van de evaluatie van het verlies door de commissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Compensatie van het economische verlies Art. D.160. § 1. Afgezien van de mogelijkheid voor de betrokken partijen om burgerrechtelijke vorderingen uit te oefenen, wordt het economisch verlies als berekend door de compensatiecommissie gecompenseerd door het Fonds indien de benadeelde producent geen genetisch gemodificeerde gewas verbouwt dat wordt gekenmerkt door dezelfde genetische gebeurtenis als die welke ook ten grondslag heeft gelegen aan dit economisch verlies en dat niet heeft geteeld sinds een voor elke betrokken soort door de Regering vastgesteld aantal jaren, in uitvoering van artikel D.148, § 2, eerste lid, 5°. Indien deze producent een genetisch gemodificeerde soort teelt of heeft geteeld die wordt gekenmerkt door dezelfde genetische gebeurtenis als die welke ook aan het economisch verlies ten grondslag ligt, kan dit economisch verlies toch door het Fonds worden gecompenseerd indien de producent van het genetisch gemodificeerde gewas aan de toezichthoudende overheid kan aantonen dat hij heeft voldaan aan alle wettelijke voorschriften in verband met het betrokken bedrijf. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke aanvraag om een compensatie van economisch verlies wordt gericht aan de toezichthoudende overheid vóór de uiterste datum van ontvankelijkheid van de aanvraag om compensatie bepaald per soort door de Regering . De uiterste datum kan een termijn van vijfenveertig dagen na de datum van het analyseverslag niet overschrijden waarbij de besmetting van de oogst door genetisch gemodificeerde planten wordt vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De niet-naleving van de termijnen voor de aanvraag om compensatie vernietigt het recht tot compensatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder 125 euro wordt geen compensatie uitgekeerd; dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd en kan eventueel worden verminderd overeenkomstig paragraaf 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regering stelt vast op welke wijze aanvragen om compensatie worden ingediend door producenten-aanvragers, de modaliteiten voor het onderzoek van die aanvragen, alsook op welke wijze de compensatie aan de betrokken producenten wordt uitgekeerd. § 3. Zodra het Fonds de compensatie-aanvraag in ontvangst heeft genomen, treedt het in de rechten van de aanvrager ten belope van het bedrag dat als compensatie is betaald voor het geleden economisch verlies. In voorkomend geval kan de aanvrager als medeëiser optreden met het Fonds om zijn schade volledig terugbetaald te krijgen. § 4. De in het eerste paragraaf bedoelde compensatie komt ten laste van de producent die een genetisch gemodificeerd gewas heeft aangeplant in strijd met de bepalingen van dit hoofdstuk en de toepassingsbesluiten ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze compensatie heeft betrekking op de percelen met conventionele of biologische gewassen waarvan de oppervlakte gedeeltelijk gelegen is binnen de isolatiezone en waarmee economisch verlies wordt geleden vanwege de besmetting door een genetisch gemodificeerde plant die identiek is aan de door de producent van het genetisch gemodificeerde gewas geteelde plant. § 5. De in het eerste paragraaf bedoelde compensatie kan worden verminderd indien de producent die het economisch verlies lijdt mogelijk heeft bijgedragen aan de aanwezigheid van genetisch gemodificeerde planten in zijn conventionele of biologische gewas door een gedraging of handelwijzen die het risico van onvoorziene vermenging vergroten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering stelt vast onder welke bijzondere omstandigheden de compensatie wordt verminderd of vernietigd en met welk bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een beroep op het burgerlijk recht een of meerdere verantwoordelijken aanwijst voor de door het Fonds gecompenseerde economische verliezen, wordt de gestorte compensatie terugbetaald aan het Fonds door de verantwoordelijken, naar rata van hun verantwoordelijkheid, of gelijkelijk indien hun respectievelijke verantwoordelijkheid niet is bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling 5. - Bijzondere maatregelen Art. D.161. De toezichthoudende overheid brengt de genetisch gemodificeerde gewassen in het Waalse Gewest in kaart en houdt een register bij van de ingeschreven percelen. Vorm en inhoud van dat register worden door de Regering vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gegevens uit dit register kunnen aan de bevoegde federale instantie worden verstrekt ten behoeve van het aanleggen van het register met de plaatsen van geïntroduceerde GGO's als bedoeld in artikel 48, § 2, b, van het koninklijk besluit van 21 februari 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/02/2005 numac 2005022132 bron federale overheidsdienst volksgezondheid, veiligheid van de voedselketen en leefmilieu Koninklijk besluit tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten sluiten tot reglementering van de doelbewuste introductie in het leefmilieu evenals van het in de handel brengen van genetisch gemodificeerde organismen of van producten die er bevatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze documenten worden aan het Waals Parlement gezonden in het kader van het door het Opvolgingscomité op te stellen jaarverslag als bedoeld in artikel D.163.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d162\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.162</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan de vrijwillig gesloten overeenkomsten tussen de producenten om een teeltgebied voor een bepaalde soort en periode uitsluitend te bestemmen voor niet genetisch gemodificeerde variëteiten regelgevende kracht verlenen. De grenzen van een zone die is gereserveerd voor niet-genetisch gemodificeerde variëteiten wordt beschermd met een ruimte die overeenkomt met de isolatieafstand bedoeld in artikel D.136, lid 1, 2° De Regering kan voorts bepalen dat een teeltgebied voor een bepaalde soort uitsluitend wordt bestemd voor niet genetisch gemodificeerde variëteiten voor een bepaalde variëteit indien de teelt van de genetisch gemodificeerde variëteiten ervan op basis van wetenschappelijke argumenten niet verenigbaar wordt geacht met het beginsel van coëxistentie, waarbij geen andere maatregel de teelt van conventionele of biologische teelten van een genetisch verenigbare variëteit mogelijk maakt zonder toevallige aanwezigheid van genetisch gemodificeerde planten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de modaliteiten voor de toepassing van dit artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling 6. - Opvolgingscomité Art. D.163. De Regering stelt een opvolgingscomité in voor de toepassing van deze wetgeving en de teelt van genetisch gemodificeerde planten. Zij bepaalt er de samenstelling, de taken alsmede de werkwijze van.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering stelt een systeem van toezicht in waarmee met name de toezichthoudende overheid de gegevens kan verzamelen die benodigd zijn voor een evaluatie van de op grond van dit hoofdstuk ingevoerde maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Titel IV. - Dierlijke producten HOOFDSTUK I. - Dierlijke producties Art. D.164. De Regering is, wat de activiteiten betreft bedoeld in artikel D.2 en de dierlijke producten die uit deze activiteiten voortvloeien, gemachtigd om elke maatregel te nemen om : 1° de voorwaarden te bepalen waarin de handelingen gedaan in dit kader worden uitgevoerd en deze handelingen of de auteur van deze handelingen aan een controle, een registratie, een erkenning of een voorafgaande vergunning te onderwerpen en de voorwaarden ervan vast te leggen inzake toekenning, wijziging, handhaving, verlenging, beperking, uitbreiding, schorsing, opheffing of intrekking;2° de eisen te bepalen inzake productie, uitladen, verwerking, bewerking, monsterneming, analyse, samenstelling, aanwezigheid van residu's, instandhouding, vervoer, behandeling, vervaardiging, bereiding, opslag, gebruik, rangschikking, kwaliteit, kwantiteit, omvang, gewicht, vorm, heffing, prijs, afhouding, toeslag, subsidie, oorsprong, herkomst, triage, verpakking, presentatie, conditionering en reclame waaraan de landbouwproducten moeten voldoen voor zover deze eisen worden opgelegd om een bepaald kwaliteitsniveau te bereiken voor de betrokken producten met het oog op de verbetering van deze kwaliteit of de verbetering van de productie- en teelttechnieken;3° de merken, loodjes, verzegelingen, labels, etiketten, getuigschriften, attesten, bordjes, tekens, verpakkingen, benamingen of andere aanwijzingen of stukken te bepalen waaruit het bestaan van de sub 1° en 2° bedoelde voorwaarden bewezen of te kennen gegeven wordt;4° de uitvoering en de naleving te waarborgen van de reglementeringen genomen krachtens de punten 1°, 2° en 4°, door de personen op wie ze van toepassing zijn, en de erkenningsvoorwaarden van de instellingen waaraan de Regering deze maatregelen overdraagt;5° de bezoldigingen, vergoedingen, rechten, taksen, inhoudingen en toeslagen te bepalen die voor de uitvoering van de maatregelen vermeld in deze titel en de desbetreffende uitvoeringsbesluiten kunnen worden vereist;6° het risicobeheer te steunen door preventie, diversificatie en vergoedingen in geval van uitzonderlijke omstandigheden die door de Regering worden omschreven;7° de organisatie van de rangschikking, de waarmerking en de aanbieding van de karkassen van slachtvee.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden vermeld in lid 1, 3°, strekken ertoe voor bedoelde producten algemeen geldende minimumvereisten in te voeren om in de handel te worden gebracht, verworven, aangeboden, ten verkoop tentoongesteld, in bezit gehouden, bereid, vervoerd, verkocht, geleverd, onder kosteloze of bezwarende titel afgestaan, ingevoerd, uitgevoerd of doorgevoerd te worden. Deze voorwaarden kunnen eveneens ertoe strekken een op kwaliteitsverschillen of bepaalde karakteristieken gebaseerd onderscheid te maken tussen de in de handel gebrachte producten.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK II. - Teelt Art. D.165. De Regering bepaalt de voorwaarden voor de uitoefening van de volgende activiteiten die betrekking hebben op teelt : 1° de instelling van stamboeken en registers en het bijhouden ervan;2° de opname van fokdieren in de registers en stamboeken;3° de toelating van fokdieren tot de voortplanting, met inbegrip van het klonen;4° de zoötechnische prestatieonderzoeken en de beoordeling van de fokwaarde van de fokdieren;5° de opmaak en de aflevering van certificaten als aanvulling op de inschrijving in een register of een stamboek;6° het behoud van de genetische diversiteit. Art. D.166. § 1. Overeenkomstig de artikelen D.5 tot D.10 wordt de Regering ertoe gemachtigd om de natuurlijke personen of rechtspersonen die de activiteiten bedoeld in artikel D.165 uitoefenen volgens de voorwaarden die zij bepaalt, te erkennen, te machtigen of te registreren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering wordt er ook toe gemachtigd om de procedure tot intrekking van de erkenning, van de machtiging of van de registratie van de personen in bedoeld in lid 1 te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van intrekking van de erkenning, machtiging of registratie van een natuurlijke of rechtspersoon, kan de Regering de overhandiging aan de Regering van een afschrift van zijn volledige foktechnische database opleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de nadere regels van die gegevensoverdracht. § 2. De Regering wordt ertoe gemachtigd om de natuurlijke personen of rechtspersonen die sperma, eicellen, embryo's, met inbegrip van de broedeieren en de kuit, winnen, bewerken, opslaan, onder kosteloze of bezwarende titel afstaan, of gebruiken, te erkennen, te machtigen of te registreren volgens de voorwaarden die zij bepaalt. § 3. De Regering bepaalt de zoötechnische voorwaarden die van toepassing zijn op het in de handel brengen onder de vorm van een verkoop, het bezit met het oog op een verkoop, de aanbieding voor verkoop alsook op iedere beschikbaarheidstelling, levering, overdracht aan derden tegen of zonder vergoeding, van sperma, eicellen en embryo's met inbegrip van de opmaak en de aflevering van de certificaten die gepaard gaan met deze verkochte of overgedragen sperma, eicellen en embryo's. § 4. De Regering wordt ertoe gemachtigd om de bewoordingen \"rasdier\", \"hybride dier\", \"product van rasdier\" en \"product van hybride dier\", alsook de aanpassing van deze bewoordingen aan een bijzondere soort, voor te behouden voor de dieren en hun producten die voldoen aan de bepalingen getroffen overeenkomstig dit hoofdstuk. § 5. Binnen vijfenveertig dagen na de beslissing die vaste datum verleent overeenkomstig de artikelen D.15 en D.16, wordt een beroep ingesteld bij de Regering tegen de beslissing genomen krachtens paragraaf 1, voor de betrokken persoon overeenkomstig de artikelen D.17 en D.18.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d167\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.167</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De Regering kan toelagen toekennen bij de inschrijving van dieren in het stamboek van hun ras, ten gunste van de fokkers, houders van dieren en verenigingen belast met het beheer van deze stamboeken. § 2. De toelagen kunnen de volgende kosten dekken : 1° het geheel of een deel van de kosten die betrekking hebben op de instelling en het beheer van de stamboeken;2° een deel van de kosten die betrekking hebben op de inschrijving van dieren in het stamboek. De Regering bepaalt het percentage van de subsidie voor elk van deze posten De subsidieaanvraag bevat de documenten die door de Waalse Regering vereist worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toelagen worden toegekend zodra het dier in het stamboek ingeschreven is. § 3. Het subsidiepercentage bedraagt minstens 10 en maximum 80 procent van de kostprijs verbonden aan de inschrijving van de dieren in het stamboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de regels volgens welke deze subsidies worden toegekend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d168\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.168</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering wordt ertoe gemachtigd de volgende acties uit te voeren : 1° zorgen voor een regelmatige monitoring van de populaties van fokdieren voor elk ras dat nuttig is voor de voeding en de landbouw en de ingezamelde gegevens overdragen naar de nationale, Europese en werelddatabases voor zoögenetische hulpbronnen;2° het gevaar voor elk ras bepalen op basis van de ingezamelde gegevens;3° de programma's voor de instandhouding van de plaatselijke bedreigde rassen ontwikkelen en steunen;4° voor de voortplanting en de genetische verbetering van fokdieren zorgen. Art. D.169. § 1. De Regering kan opdrachten van gemeenschappelijk belang toevertrouwen aan rechtspersonen zonder winstoogmerk om bij te dragen tot de verbetering en de ontwikkeling van landbouwgerichte rassen. § 2. De Regering kan toelagen toewijzen om de doelstelling vermeld in paragraaf 1 te verwezenlijken De Regering bepaalt de voorwaarden waaraan deze rechtspersonen moeten voldoen om de subsidies te krijgen overeenkomstig de artikelen D.11 tot D.14. § 3. Het subsidiespercentage bedraagt minstens 10 en maximum 80 procent van de kostprijs verbonden aan de verbetering en de ontwikkeling van landbouwgerichte rassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de regels volgens welke deze toelagen worden toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK III. - Indeling van geslachte volwassen runderen en varkens Art. D.170. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de uitvoering van de Europse reglementeringen betreffende de indeling van geslachte volwassen runderen en varkens, waaronder de bepalingen betreffende : 1° het indelingsschema voor geslachte runderen;2° de indelingsmethoden;3° de erkenning van de classificeerders;4° het controlesyteem van de indeling van geslachte runderen;5° de vaststelling van desbetreffende vergoedingen;6° het beheer en de mededeling van de indelingsresultaten in overeenstemming met de geldende voorschriften voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Titel VII. - Bepalingen gemeen aan plantaardige en dierlijke producten HOOFDSTUK I. - Europese kwaliteitsregelingen Art. D.171. Voor de toepassing van dit hoofdstuk, dient te worden verstaan onder \"bevoegde overheid\", de autoriteit in de zin van Verordening (E.G.) nr.882/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 inzake officiële controles op de naleving van de wetgeving inzake diervoeders en levensmiddelen en de voorschriften inzake diergezondheid en dierenwelzijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d172\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.172</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De Regering is belast met de toepassing van een kwaliteitssysteem voor de beschermde oorsprongsbenamingen, de beschermde geografische aanduidingen, gegarandeerde traditionele specialiteiten en de traditionele vermeldingen. § 2. De Regering bepaalt de inhoud, de vorm en de modaliteiten voor het indienen van de dossiers betreffende de aanvraag tot registratie van de benamingen waarvoor bescherming wordt gevraagd De Regering bepaalt de inhoud van de raadplegingsprocedure van de dossiers betreffende de aanvraag alsook de procedure voor het onderzoek van de dossiers betreffende de aanvraag, om na te gaan of ze gerechtvaardigd zijn en of ze aan de voorwarden van het desbetreffende systeem voldoen. § 3. De Regering bepaalt hoe de beslissingen worden bekendgemaakt en de mogelijke beroepen van de eventuele tegenstanders. § 4. De Regering erkent en houdt toezicht op de certificerende instellingen waaraan ze de toezichtsopdracht met betrekking tot de naleving van de productdossiers overdraagt, vóór ze op de markt worden gebracht. § 5. De Regering bepaalt de modaliteiten voor de overdracht van de dossiers bij de Europese Commissie en treft de nodige maatregelen voor de procedure voor het onderzoek van elke oppositie die uit de communautaire raadplegingsfase voortvloeien. § 6. De Regering stelt een opvolging in van de Waalse gelabelde producten die ressorteren onder de verschillende systemen en, op verzoek van de desbetreffende instellingen, draagt de ingezamelde gegevens over naar de nationale of Europese databses. § 7. De Regering wijst de bevoegde overheid aan die verantwoordelijk is voor de officiële controles op de naleving van de wettelijke verplichtingen betreffende de verschillende systemen, vooraleer de producten op de markt worden gebracht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d173\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.173</span><span class=\"lf-art-t\">In afwachting van een Europese erkenning, kan de Regering een voorlopige nationale bescherming verlenen voor een benaming</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met het oog op de bevordering van de verschillende systemen kan ze programma's voor hulpverlening aan landbouwers ontwikkelen en steunen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze treft de nodige maatregelen voor de uitvoering en de naleving van de Europese regelgevingen die de verschillende systemen dekken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d174\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.174</span><span class=\"lf-art-t\">De Regering wordt ertoe gemachtigd om facultatieve vermeldingen voor te behouden die niet worden gedekt door het door de Europese Unie ingesteld systeem</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering treft de nodige maatregelen voor de uitvoering en de naleving van de dwingende voorwaarden gebonden aan voorbehouden vermeldingen, ongeacht of ze onder het Europese systeem vallen of onder de gewestelijke regelgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d175\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.175</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de Europese regelgeving betreffende de biologische productie en de etikettering van biologische producten, waaronder de instelling van de controleregeling waaraan de operatoren worden onderworpen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d176\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.176</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering stelt een opvolging in van de producten die ressorteren onder de Europese kwaliteitssystemen en, op verzoek van de desbetreffende instellingen, draagt de ingezamelde gegevens over naar de nationale of Europese databses</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d177\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.177</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het \"Agence wallonne pour la Promotion d'une Agriculture de qualité\" ingesteld in artikel D.224, is belast met de bevordering van de producten die in aanmerking komen voor de Europese kwaliteitssystemen HOOFDSTUK II. - Gewestelijk systeem voor gedifferentieerde kwaliteit Art. D.178. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : 1° \"productdossier\" : het geheel van de voorwaarden gebonden aan een product of aan alle producten met bepaalde kenmerken;2° \"certificering\" : het bewijs van overeenstemming van een product of van alle producten met de eisen van een productdossier;3° \"keten\" : de gezamenlijke operatoren die betrokken zijn bij de vervaardigingsstadia van een landbouw- of agrovoedingsproduct, die samen eenzelfde productdossier behandelen, die georganiseerd zijn om een markt regelmatig te bevoorraden, en die gecoördineerd zijn door een vereniging of een operator die als promotor van de keten optreedt. Art. D.179. § 1. De Regering stelt een gewestelijk kwaliteitssysteem in dat toepasselijk is op alle categorieën landbouwproducten en levensmiddelen en waarmee landbouw- of agrovoedingsproducten van gedifferentieerde kwaliteit kunnen worden herkend. § 2. De Regering bepaalt de procedure gebonden aan de erkenning van de productdossiers van de landbouw- of agrovoedingsproducten van gedifferentieerde kwaliteit en erkent de certificerende instellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering zorgt ervoor dat de specificiteit van de producten voortvloeit uit de uitvoering van het erkend productdossier waarvan de naleving door de erkende certificerende instellingen wordt gecontroleerd en onder toezicht van de bevoegde overheid aangewezen krachtens artikel D.181. § 3. De erkende productdossiers die tot een differentiatie van de producten leiden waarvoor duidelijk kan worden meegedeeld aan de consument.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering zorgt voor het voorhandenzijn van een duidelijk kwaliteitsverschil met de standaardproductie, via de kwaliteit van het product dat wordt aangeboden aan de consument.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betreft een organoleptisch of een voedingsverschil of een verschil dat uit een aangewende productiemethode voortvloeit, daaronder inbegrepen ethische, leefmilieu- of ethologische aspecten. 4. Voor de sectoren en de producten die zich daartoe lenen, wordt een ketenstructuur aangemoedigd. Sectorale minimale eisen kunnen worden bepaald, die een gemeenschappelijk basisbedrag vormen voor het opstellen van productdossiers gedragen door de promotoren van keten van eenzelfde sector.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d180\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.180</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Alle landbouwers kunnen in aanmerking komen voor de productdossiers bedoeld in artikel D.179, zonder geografische beperking als ze het verschil van de producten duidelijk kunnen verklaren en als ze de doorzichtigheid en de volledige traceerbaarheid van de producten garanderen De productdossiers worden gericht op huidige of voorzienbare commerciële afzetmogelijkheden en ze voorzien bovendien in het in de handel brengen aan de eindconsument, onder de benaming vermeld in het productdossier, van een deel van de productie, dat in functie van de marktsituatie significant wordt geacht. § 2. De Regering kan de verplichtingen bedoeld in artikel D.179 alsook in paragraaf 1 bepalen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d181\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.181</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering wijst de bevoegde overheid aan, die bevoegd is met de toepassing van het gewestelijk kwaliteitssysteem Art. D.182. De Regering stelt een opvolging in van de producten die ressorteren onder het gewestelijk kwaliteitssysteem en, op verzoek van de desbetreffende instellingen, draagt de ingezamelde gegevens over naar de nationale of Europese databses</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d183\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.183</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Een kwaliteitsmerk wordt ontworpen door de Regering met het oog op de zichtbaarheid van het gewestelijk systeem voor gedifferentieerde kwaliteit voor de consument en de bevordering van producten met een gedifferentieerde kwaliteit De Regering bepaalt de vorm van het kwaliteitsmerk alsook de daaraan verbonden regels voor het gebruik ervan. § 2. De Regering wordt ertoe gemachtigd om : 1° de programma's voor hulpverlening aan landbouwers te ontwikkelen en te steunen met het oog op de bevordering van het gewestelijk kwaliteitssysteem;2° de nodige maatregelen te treffen voor de uitvoering en de naleving van de regelgevingen die het gewestelijk kwaliteitssysteem dekken. Art. D.184. Het \"Agence wallonne pour la Promotion d'une Agriculture de qualité\" ingesteld in artikel D.224, is belast met de bevordering van de producten met een gedifferentieerde kwaliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk III. - Voedselprogramma's voor de jeugd Art. D.185. § 1. De Regering wordt ertoe gemachtigd om het verstrekken van biologische producten aan kinderen, in basis- en secundaire scholen, kribben en andere kleuterscholen of jeugdbewegingen te organiseren overeenkomstig de doelstellingen verwoord in artikel D.1, § 3, eerste lid, 1° en 4°. § 2. De Regering kan een bijdrage toekennen die verbonden is aan de bijbehorende kosten, aan de logistiek en aan het verstrekken, aan de uitrusting, aan de communicatie, aan de opvolging en aan de evaluatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d186\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.186</span><span class=\"lf-art-t\">De Regering werkt eerst een strategisch plan uit voor de uitvoering ervan in de zin van de Europese reglementering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d187\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.187</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Voor de uitvoering van deze voedselprogramma's voor de jeugd, bepaalt de Regering : 1° de gewestelijke en de medegefinancierde begroting;2° de duur;3° de doelgroep;4° de producten die in aanmerking kunnen komen;5° de steunaanvragers;6° de eventuele afwijkingen die in het strategisch plan worden aanvaard;7° de geldboetes die van toepassing zijn op de begunstigde van de steun bij niet-naleving van het strategisch plan. De uitwerkingsmodaliteiten van de steun bedoeld in lid 1 voldoen aan de beginselen verwoord in titel 10, hoofdstuk 1, afdeling 1, van dit Wetboek. § 2. De begunstigden kunnen beroep instellen binnen een termijn van vijfenveertig dagen tegen de beslissing tot toekenning van de steun volgens de modaliteiten bedoeld in de artikelen D.17 en D.18 van hetzelfde Wetboek. § 3. De Regering voorziet in de nodige begeleidingsmaatregelen om de doeltreffendheid van het programma te waarborgen. § 4. De steunaanvragers worden door de Regering erkend volgens de modaliteiten bedoeld in titel 1, hoofdstuk 3 van het Wetboek</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d188\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.188</span><span class=\"lf-art-t\">Het \"Agence wallonne pour la Promotion d'une Agriculture de qualité\" ingesteld in artikel D.224, is belast met de bevordering van de voedselprogramma's</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK IV. - Fonds voor de kwaliteit van de dierlijke en plantaardige producten Art. D.189. Overeenkomstig artikel 4, lid 2, van het</h3>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 15 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/07/1962 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten2 houdende organisatie van de begroting en van de boekhouding van de diensten van de Waalse Regering, wordt een begrotingsfonds voor de kwaliteit van de dierlijke en plantaardige producten ingesteld binnen de algemene uitgaven- en ontvangstenbegroting van het Gewest, in dit hoofdstuk \"het fonds\" genoemd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d190\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.190</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een Raad van het Fonds, hierna in dit hoofdstuk \"de Raad\" genoemd, waarvan de werking door de Regering wordt bepaald, maakt adviezen over op de wijze waarop het Fonds beheerd wordt De Regering bepaalt de punten waarop de adviezen betrekking hebben en degenen aan wie ze worden overgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een jaarverslag, met vermelding van de financieringsbronnen, de bestemming en de uitvoeringsmodaliteiten, wordt doorgezonden naar de Regering en naar het Parlement.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de informatie van de administratie die de Raad kan ontvangen om zijn opdracht voort te zetten, alsook de modaliteiten voor de overdracht ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan de modaliteiten bepalen voor de bekendmaking van de adviezen en van het verslag van de Raad.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d191\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.191</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Raad is samengesteld uit de volgende leden : 1° één lid of verschillende leden van de administratie van een rang hoger dan of gelijk aan de rang A3 en die bevoegd is (zijn) voor de kwaliteit van de producten;2° één lid of verschillende leden van de dienst van de administratie die de kwaliteit van de producten beheren;3° een vertegenwoordiger van de Inspectie van Financiën van het Waalse Gewest;4° vertegenwoordigers van de Waalse landbouwvakorganisaties. De Raad wordt voorgezeten door een persoon van de categorie bedoeld in lid 1, 1° Na overleg met elke betrokken organisatie of sector wijst de Regering de in artikel 1, 4°, bedoelde leden aan, alsook, voor elk van hen, een plaatsvervanger die hun plaats kan innemen in geval van afwezigheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d192\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.192</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het mandaat van deze leden en plaatsvervangers loopt 4 jaar. De mandaten zijn hernieuwbaar. Als een mandaat vóór de verstrijkdatum komt open te staan, wordt een nieuw lid of een nieuwe plaatsvervanger aangewezen om het mandaat van zijn voorganger te voleindigen De Raad adviseert geldig wanneer minstens de helft van de leden aanwezig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d193\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.193</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Aan het fonds worden toegewezen : 1° de bijdragen die door de Regering worden opgelegd ten laste van de natuurlijke en de rechtspersonen die planten of plantaardige producten, dieren of dierlijke producten voortbrengen, in de handel brengen, vervoeren, bewerken, verwerken, invoeren of uitvoeren;2° de verhogingen en de intresten van de bijdragen bedoeld bij 1°, evenals de intresten uit de betalingen;3° de bedragen, rechten en vergoedingen opgelegd overeenkomstig titel 5 betreffende de plantaardige producten, titel 6 betreffende de dierlijke producten, en titel 7 betreffende de bepalingen gemeen aan plantaardige en dierlijke producten, geïnd voor de controles en de prestaties van de overheid; 4° de administratieve geldboeten en dadingen die worden geïnd aan het niet nakomen van de artikelen D.396, eerste lid, 1° en 2°, D.397, §§ 1, 2 en 3, en D.398; 5° de inningen van vergoedingen en voorschotten verleend in het kader van de titels 5, 6 en 7;6° de vrijwillige of contractuele bijdragen;7° de inkomsten uit de bijdrage van de Europese unie tot de uitgaven verricht door het fonds. § 2. De Regering bepaalt het bedrag van de verplichte bijdragen bedoeld in de artikelen D.134, D.164 en D.170, evenals de wijze van inning ervan Ze bepaalt eveneens de gevolgen van niet-betaling en laattijdige betaling van de aan het Fonds verschuldigde bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk besluit van de Regering genomen met toepassing van deze paragraaf wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet door het Parlement wordt bekrachtigd binnen de achttien maanden na de datum van zijn inwerkingtreding.</p>\n<p class=\"lf-p\">De middelen van het Fonds dienen te worden besteed aan de financiering of prefinanciering van de uitgaven voor het kwaliteitsbeleid inzake dieren, planten en plantaardige en dierlijke producten bedoeld in de titels 5, 6 en 7.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d194\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.194</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De uitgaven kunnen verband houden met vergoedingen, toelagen of prestaties, meer bepaald de personeels-, werkings-, investerings- of andere kosten verbonden met acties of opdrachten waartoe besloten is in het kader van het Fonds en die door wetenschappelijk personeel of derden zijn doorgevoerd Titel VIII. - Economische organisatie van de landbouw HOOFDSTUK I. - Organisaties van producenten en verenigingen van organisaties van producenten en de interprofessionele organisaties Art. D.195. § 1. De Regering wordt ertoe gemachtigd de procedure tot toekenning en controle van de erkenningen voor de organisaties van producenten, voor de verenigingen van organisaties van producenten of voor interprofessionele organisaties die actief zijn in de activiteiten bedoeld in artikel D.2. in te stellen. § 2. De procedure tot toekenning van een erkenning voorziet op zijn minst : 1° dat de toekenning van de erkenning aan een organisatie van producenten, of aan een vereniging van organisaties van producenten of aan een interprofessionele organisatie binnen een termijn van vier maanden gebeurt te rekenen vanaf de indiening van de aanvraag samen met al de bewijsstukken bepaald door de Regering;2° een voorwaarde op grond waarvan kan worden vastgelegd dat de organisatie van producenten, de vereniging van organisaties van producenten of de interprofessionele organisatie representatief is voor de betrokken sector;3° de aanwezigheid van voldoende waarborgen wat betreft de correcte uitvoering van de acties. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De controleprocedure voorziet op zijn minst : 1° de periode waarin een organisatie van producenten, een vereniging van organisaties van producenten of een erkende interprofessionele organisatie gecontroleerd wordt;2° de sancties in verhouding tot de vastgestelde tekortkomingen;3° de intrekking van de erkenning zodra een organisatie van producenten, een vereniging van organisaties van producenten of een erkende interprofessionele organisatie niet meer representatief is voor de betrokken sector. § 4. De diepe onderlinge relatie van de landbouw en zijn producten met de sectoren verder op in de voedingsketen zoals de verwerking en de distributie tonen aan dat de vertegenwoordiging van elk van deze schakels in de betrokken interprofessionele organisaties gerechtvaardigd is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Via een permanente, objectieve, transparante en duurzame dialoog tussen deze schakels wordt gestreefd naar een concurrentiële, billijke en evenwichtige werking van de markt van de verschillende producten met inachtneming van het normatieve kader van de Europese Unie. § 5. De Regering kan een erkende organisatie van producenten, of een erkende vereniging van organisaties van producenten de toestemming geven om elke andere activiteit dan de productie uit te besteden, ook aan dochterondernemingen, voor zover ze verantwoordelijk blijft voor de uitvoering van de uitbestede activiteit en voor de globale controle van het beheer en het toezicht op het commercieel akkoord betreffende de uitvoering van de activiteit. § 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan op verzoek van een erkende organisatie van producenten, van een erkende vereniging van organisaties van producenten of van een erkende interprofessionele organisatie, de regels bepaald door laatstgenoemden goedkeuren die betrekking hebben op de productie en het op de markt brengen van deze producten. De goedgekeurde regels hebben de rechtsgevolgen van een verordening en binden al de personen van de betrokken sector. § 7. De erkende organisaties van producenten, de erkende verenigingen van organisaties van producenten en de erkende interprofessionele organisaties kunnen het bedrag van een inhouding ten laste van hun leden vaststellen voor de financiering van hun activiteiten in het kader van het Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bedrag mag niet hoger zijn dan het bedrag van de kosten die de organisaties werkelijk hebben gehad om hun opdrachten te vervullen. § 8. Wanneer de paragrafen 5 en 6 worden toegepast, worden, na akkoord in hun midden met eenparigheid van stemmen en goedgekeurd door de Regering, de erkende organisaties van producenten, de erkende verenigingen van organisaties van producenten en de erkende interprofessionele organisaties ertoe gemachtigd om bijdragen te heffen op al de leden van hun beroepsvereniging. § 9. Binnen vijfenveertig dagen na de beslissing die vaste datum verleent aan de verzending overeenkomstig de artikelen D.15 en D.16, wordt een beroep ingesteld bij de Regering tegen de beslissing betreffende de erkenning van de organisaties van producenten, de verenigingen van organisaties van producenten en de interprofessionele organisaties door de betrokken persoon overeenkomstig de artikelen D.17 en D.18.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d196\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.196</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De Regering kan de voorwaarden bepalen om de interprofessionele akkoorden goed te keuren die de individuele of collectieve betrekkingen tussen deze representatieve interprofessionele organisaties erkend krachtens artikel D.195 regelen en tot regeling van de rechten en plichten van de contracterende partijen De Regering kan de inhoud bepalen waarop de interprofessionele akkoorden bedoeld in lid 1 betrekking hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan de voorwaarden bepalen om de gemeenschappelijke regels vastgesteld door deze representatieve interprofessionele organisaties goed te keuren. De gemeenschappelijke regels kunnen betrekking hebben op de productie en het op de markt brengen van producten waarop de maatregel en de verdediging van de vertegenwoordigde belangen van toepassing zijn. § 2. De Regering kan maatregelen nemen betreffende het in de handel brengen van producten die de werking van de interne markt moeten verbeteren en stabiliseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een organisatie van producenten, een vereniging van organisaties van producenten of een interprofessionele organisatie, in een sector bedoeld bij de Europese wetgeving betreffende de gemeenschappelijke ordening van de markt, streeft naar één of meerdere doelstellingen die erin bestaat om het aanbod te concentreren, om de producten ontwikkeld door haar leden op de markt te brengen of om de productiekosten te optimaliseren, kan de Regering maatregelen nemen om hen de mogelijkheid te bieden om in naam van hun leden overeenkomsten te onderhandelen wat betreft het aanbod, voor hun gehele productie of voor een deel daarvan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d197\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.197</span><span class=\"lf-art-t\">De Regering is ertoe gemachtigd om, met inbegrip van de toelagen, de groepering van producenten volgens de coöperatiebeginselen te steunen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toelage, met inachtneming van het Europese recht, bedraagt het subsidiepercentage minstens 10 percent van de kostprijs en dit bedrag mag de beheerskosten niet overschrijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering mag de samenstelling van de beheerskosten bedoeld in lid 2 bepalen alsook de regels volgens welke deze toelagen worden toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK II. - Diversificatie van de landbouwactiviteiten Afdeling 1. - Adviesdiensten voor de diversificatie en de eerste verwerking Art. D.198. De Regering kan een toelage toekennen aan de diensten die de landbouwers adviseren inzake de diversificatie van hun activiteiten. Deze toelage heeft als doel bij te dragen in de dekking van de beheerskosten van deze diensten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d199\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.199</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan de adviesdiensten voor landbouwers subsidiëren voor de volgende opdrachten : 1° de individuele begeleiding in hun diversificatie - activiteiten waaronder de eerste verwerking;2° de sensibilisering, de informatie en de opleiding van landbouwers voor de diversificatie en valorisatie van hun productie door een eerste verwerking;3° de medewerking met de instellingen die rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken zijn bij de activiteiten betreffende de diversificatie, de verwerking en de korte keten-afzet. Art. D.200. Voor de toelage bedoeld in artikel D.198, bedraagt het subsidiepercentage minstens 10 percent van de kostprijs en dit bedrag mag de beheerskosten niet overschrijden De Regering kan de samenstelling bepalen van de beheerskosten bedoeld in lid 1.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d201\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.201</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De adviesdienst kan het bedrag bepalen van de bijdrage die ten laste valt van de landbouwers voor de financiering van zijn activiteiten volgens de modaliteiten bepaald door de Regering Dit bedrag mag niet hoger zijn dan het bedrag van de kosten die de adviesdienst werkelijk heeft gehad om zijn opdrachten te vervullen en voor zover de krachtens deze bijdrage gedragen kosten nooit het voorwerp zijn van een dubbele subsidiëring of een terugbetaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan aan de adviesdienst vragen om bij de landbouwers die in aanmerking komen voor de begeleidingsacties een bijdrage te innen voor de financiering van een gedeelte van deze activiteiten. De toegekende toelage zal dan overeenkomen met het deel van de werkingskosten van de adviesdienst dat niet gedekt is door de bijdrage van de begunstigde landbouwers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling 2. - Leerboerderijen Art. D.202. Leerboerderijen dragen bij aan de doelstelling vermeld in artikel D.1, § 3, lid 1, 4°. Ze vervullen de opdrachten omschreven als volgt : 1° pedagogische activiteiten voorstellen aan de bezoekers en kinderen die betrekking hebben op de reële werking van het landbouwbedrijf;2° via pedagogische activiteiten, de aandacht van de bezoekers en kinderen vestigen op de diversiteit van het beroep van landbouwer, de planten en dierenwereld, de voedingsfunctie van de landbouw, alsook de duurzame ontwikkeling;3° de bezoekers en kinderen bewustmaken voor de economische, sociologische, ecologische, patrimoniale en technologische rol van de landbouw door ze te laten deelnemen aan het dagelijks leven in het landbouwbedrijf;4° kwalitatieve animaties garanderen die door bekwame gastvrije landbouwers en gastvrije animators worden verstrekt;5° de verankering in de werkelijkheid op het terrein mogelijk maken van de pedagogische informatie verstrekt aan de bezoekers en de kinderen via de ontdekking, de ontspanning en het proeven. Onderafdeling 1. - Vergunning en toekenningsvoorwaarden Art. D.203. Zonder schriftelijke en uitdrukkelijke voorafgaandelijke vergunning mag niemand krachtens de artikelen D.207 tot D.209 gebruik maken van de benaming \"leerboerderij\", of van een andere term, vertaling of schrijfwijze die voor verwarring zou kunnen zorgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunning bedoeld in lid 1 wordt hierna \"de vergunning\" genoemd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d204\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.204</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1er. De Regering levert aan de vergunninghouder een schild af dat overeenstemt met de benaming \"leerboerderij\". Dat schild blijft eigendom van het Waalse Gewest De Regering stelt het model van het schild vast en bepaalt de regels voor aanbrengen en teruggave ervan. § 2. Niemand kan van het schild bedoeld in paragraaf 1, of elke andere tekening of elk ander teken dat naar de benaming \"leerboerderij\" verwijst, gebruik maken indien hij niet beschikt over de voorafgaandelijke vergunning bedoeld in artikel D.203.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d205\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.205</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De toekenning van de vergunning is afhankelijk van de naleving van de door de Regering bepaalde voorwaarden. Deze voorwaarden hebben betrekking op de voorbeeldrol die moet toelaten om de doelstelling bedoeld in artikel D.1, § 3, lid 1, 4° te bereiken en omvatten minstens : 1° de kenmerken van de gebouwen en de naaste omgeving van het landbouwbedrijf;2° de staat van onderhoud, gezondheid en schoonheid, het comfort en de veiligheid van de gebouwen en de naaste omgeving van het landbouwbedrijf;3° de vereiste van specifieke verzekeringen;4° het bestaan van een pedagogisch project;5° het respect voor het leefmilieu. Art. D.206. Wanneer het landbouwbedrijf, tijdens de vergunning, ophoudt met te voldoen aan één van de voorwaarden bepaald door de Regering kan de vergunning worden opgeschort of ingetrokken overeenkomstig artikel D.213 Onderafdeling 2. - Vergunningsprocedure Art. D.207. De vergunningsaanvraag wordt ingediend bij de Regering of bij de diensten die zij aanwijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op straffe van niet-ontvankelijkheid wordt de vergunningsaanvraag ingediend door de landbouwer die het landbouwbedrijf zelfstandig beheert, en dat de meerderheid van zijn inkomsten uit zijn landbouwactiviteit haalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de vergunningsprocedure en stelt de inhoud vast van de aanvraag om vergunning. Zij bepaalt ook de vorm van de aanvraag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d208\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.208</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De vergunning wordt voor vijf jaar toegekend en kan hernieuwd worden. § 2. Elke hernieuwingsaanvraag wordt binnen zes maanden voorafgaand aan de vervaltermijn van vijf jaar ingediend bij de Regering of bij de diensten die zij aanwijst De Regering bepaalt de procedure tot hernieuwing van de vergunning en stelt de inhoud vast van de aanvraag om hernieuwing. Zij bepaalt ook de vorm van de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van paragraaf 1 wordt de duur van de vergunning evenwel verlengd tot aan het einde van de behandeling van de hernieuwingsaanvraag voor zover die aanvraag binnen de termijn bedoeld in lid 1 wordt ingediend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d209\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.209</span><span class=\"lf-art-t\">De vergunning geldt enkel voor het landbouwbedrijf waarvoor zij is afgeleverd en voor de vergunninghouder aan wie zij is afgeleverd</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Verbintenissen van de leerboerderijen Art. D.210. Onverminderd de voorwaarden voor de toekenning van de vergunning of van de hernieuwing van de vergunning, neemt de gastvrije landbouwer, houder van de vergunning, tijdens de uitbating van de leerboerderij, de verplichtingen bepaald door de Regering in acht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 4. - Beoordeling en controle van de leerboerderijen Art. D.211. De Regering wijst de bevoegde diensten aan die moeten zorgen voor de evaluatie en de controle van de leerboerderijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de opdrachten dat de diensten vervullen voor zover dat zij er minstens in bestaan om : 1° de lijst op te maken van de leerboerderijen;2° controle-bezoeken te brengen in de leerboerderijen;3° bij elk nuttig middel na te gaan of de leerboerderijen de voorwaarden voor de toekenning en de hernieuwing van de vergunning en hun in acht te nemen verbintenissen tijdens de uitbating in acht nemen;4° de leerboerderijen te beoordelen;5° adviezen en aanbevelingen te geven en zorgen voor de opvolging bij de leerboerderijen;6° de klachten te onderzoeken die eventueel door de bezoekers of de verantwoordelijken voor de kinderen werden ingediend. De Regering bepaalt de modaliteiten van de evaluatie en van de controle. Zij bepaalt in dit opzicht de evaluatiecriteria.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d212\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.212</span><span class=\"lf-art-t\">Met het oog op hun evaluatie overhandigen de leerboerderijen jaarlijks, uiterlijk 1 juli, een activiteitenverslag aan de Regering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de inhoud van het activiteitenverslag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d213\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.213</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer, tijdens haar vergunningsperiode, blijkt dat de leerboerderij het geheel of een deel van haar verbintenissen klaarblijkelijk niet vervult of dat ze de voorwaarden van voorafgaandelijke vergunning bepaald door de Regering niet naleeft, kan de Regering of de diensten die zij aanwijst de vergunning van het betrokken landbouwbedrijf opschorten of intrekken De Regering bepaalt de procedure voor de opschorting en de intrekking van de vergunning.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d214\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.214</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zodra de opschorting of de intrekking van de vergunning ter kennis wordt gebracht van het landbouwbedrijf, mag het de benaming \"leerboerderij\" niet meer gebruiken, en ook geen gebruik meer maken van het schild i.v.m. de benaming Onderafdeling 5. - Beroepen Art. D.215. De verzoeker of de houder van een vergunning kan een gemotiveerd beroep bij de Regering indienen tegen de beslissing : 1° tot weigering van de vergunning;2° tot weigering van hernieuwing van de vergunning;3° tot schorsing of intrekking van de vergunning. Het beroep wordt ingediend binnen dertig dagen na ontvangst van de omstreden beslissing volgens de modaliteiten bedoeld in de artikelen D.17 en D.18.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beroep is opschortend indien het betrekking heeft op een beslissing bedoeld in lid 1, 2° of 3°. In dit geval wordt de beslissing opgeschort tot aan de beslissing van de Regering die over het beroep beslist.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d216\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.216</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen tien dagen na ontvangst van het beroep richt de Regering een bericht van ontvangst aan de verzoeker of aan de houder van een vergunning door elk middel dat vaste datum verleent overeenkomstig de artikelen D.15 en D.16</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d217\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.217</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen negentig dagen na het versturen van het bericht van ontvangst bedoeld in artikel D.216 beslist de Regering over het beroep en geeft de aanvrager of de houder van een vergunning kennis van haar beslissing De beslissing van de Regering wordt meegedeeld aan de aanvrager of de houder van een vergunning door elk middel dat vaste datum verleent overeenkomstig de artikelen D.15 en D.16.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d218\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.218</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de verzoeker of de houder van de vergunning de beslissing van de Regering niet gekregen heeft binnen de termijn bedoeld in artikel D.217, lid 1, kan hij een herinneringsschrijven aan de Regering versturen. Dit schrijven wordt verstuurd door elk middel dat vaste datum verleent overeenkomstig de artikelen D.15 en D.16. De inhoud ervan dient het woord \"herinnering\" te vermelden en op ondubbelzinnige wijze erom verzoeken dat over het beroep waarvan een afschrift bij het schrijven wordt gevoegd, beslist wordt Indien de kennisgeving van de beslissing van de Regering binnen dertig dagen te rekenen van de ontvangst van de zending dat de herinnering inhoudt, uitblijft, wordt het stilzwijgen van de Regering geacht een beslissing tot verwerping van het beroep uit te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling 3. - Steun aan de rechtspersonen voor de valorisatie van landbouwproducten Art. D.219. De Regering kan investeringstoelagen toekennen aan de rechtspersonen met als maatschappelijk doel de promotie of de valorisatie van de landbouwproducten en waarvan de activiteiten ervoor zorgen dat de doelstellingen vermeld in paragraaf 3 van artikel D.1 worden bereikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De volgende investeringen komen in aanmerking voor de steun bedoeld in het vorige lid : 1° de aankoop, de bouw of de inrichting van gebouwen bestemd voor activiteiten inzake de verwerking of de afzet van landbouwproducten, met inbegrip van opslagactiviteiten, verricht door landbouwers of coöperatieve verwerkings- en afzetvennootschappen;2° de roerende of technische uitrusting van de gebouwen bestemd voor de ontwikkeling van \" korte circuits \" voor de valorisatie van landbouwproducten. Het percentage van de in lid 1 bedoelde steun mag niet hoger zijn dan 90 % van de totale kosten van de in aanmerking komende investeringen en wordt bepaald door de Waalse Regering op grond van de volgende parameters : a) ligging in één van de vrije zones bedoeld in artikel 38 van het programmadecreet van 23 februari 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/04/1965 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2010 numac 2010000404 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de jeugdbescherming, het ten laste nemen van minderjarigen die een als misdrijf omschreven feit hebben gepleegd en het herstel van de door dit feit veroorzaakte schade. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 betreffende de prioritaire acties voor de toekomst van Wallonië;b) aantal gecreëerde rechtstreekse betrekkingen;c) aantal landbouwers die bij het project betrokken zijn. Bij de projectenoproep bepaalt de Regering de modaliteiten tot behandeling van het dossier, alsmede de ontvankelijkheids- en selectiecriteria voor het project.</p>\n<p class=\"lf-p\">De selectie van de projecten wordt met name uitgevoerd op grond van de volgende criteria : 1° ratio tussen het aantal gecreëerde rechtstreekse betrekkingen en het bedrag van de in aanmerking komende investeringen;2° potentieel aantal landbouwers die in aanmerking komen voor de diensten aangeboden door de infrastructuur;3° innoverend karakter van het project;4° stand van vordering van het project. De Regering kan de modaliteiten van de investeringen bepalen rekening houdend met een terbeschikkingstelling van niet verkoopbare voedingsproducten aan minstens één vereniging die actief is in de voedselhulpsector.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan de leningen aangegaan in het kader van de investeringen bedoeld in het tweede lid waarborgen volgens de modaliteiten voorgeschreven in artikel D.247.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarborg van het Waalse Gewest kan gekoppeld worden aan de gehele of gedeeltelijke terugbetaling in kapitaal, intresten en bijkomende kosten van de leningen aangegaan in het kader van de investeringen bedoeld in lid 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gewaarborgde deel van de lening mag in geen geval hoger zijn dan de som van één miljoen vijfhonderdduizend euro per in aanmerking komend project.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d220\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.220</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan toelagen verlenen aan de provincies, gemeenten en verenigingen van gemeenten voor de werking, de bouw, de uitbreiding of de verbouwing van openbare slachthuizen met inbegrip van de technische slacht- en koelinrichtingen, alsmede voor de plaatsen en uitrustingen met het oog op het verzamelen en het commercialiseren van de dieren en de uitsnijlokalen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d221\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.221</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De toelage wordt toegekend op voorwaarde dat het slachthuis de eigendom is van een provincie, een gemeente, een vereniging van gemeenten of van een gemengde vereniging waarin de overheid de meerderheid heeft en hetzelfde juridisch statuut behoudt na toekenning van de toelage De Regering onderwerpt de toekenning van de toelage aan bijkomende voorwaarden die te maken hebben met de naleving van de vigerende wetgevingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d222\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.222</span><span class=\"lf-art-t\">De subsidie bedraagt maximaal vijftig procent van het bedrag van de te subsidiëren uitgaven</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als de te verwerven onroerende goederen noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in artikel D.220 bedoelde werken, kan voor de verwerving van onroerende goederen ook een toelage verleend worden waarvan het percentage gelijk is aan dat welk van toepassing is op het werk waarvoor deze verwerving wordt verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Titel IX. - Bevordering van landbouwproducten HOOFDSTUK I. - Algemeen Art. D.223. § 1. De steun bedoeld in deze titel van het Wetboek wordt toegekend onder de voorwaarden bepaald door de vigerende Europese Verordeningen betreffende : 1° de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die landbouwproducten produceren;2° de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het verdrag op staatssteun voor kleine en middelgrote ondernemingen die visserijproducten produceren, verwerken en afzetten, in het bijzonder de voorwaarde waarbij de steunmaatregelen worden vrijgesteld voor zover zij uitdrukkelijk bepalen dat, tijdens de periode waarin de steun wordt betaald, de begunstigden de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moeten naleven en dat de steun moet worden terugbetaald in verhouding tot de ernst van de overtreding indien blijkt dat de begunstigde deze regels niet naleeft;3° bepaalde categorieën van steun die verenigbaar zijn met de interne markt overeenkomstig de artikelen 107 en 108 van het verdrag. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van paragraaf 1 wordt de steun bestemd voor de bevordering van het imago van de landbouw toegekend overeenkomstig de voorwaarden omschreven in de richtsnoeren van de Europese Unie betreffende de staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en overeenkomstig de voorwaarden omschreven in de beslissingen van de Europese Commissie, met uitzondering van de steun toegekend aan kleine en middelgrote ondernemingen die primaire landbouwproducten produceren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van paragraaf 1 wordt de steun bestemd voor de reclame van landbouwproducten en voor de generieke reclame van deze producten toegekend overeenkomstig de voorwaarden omschreven in de richtsnoeren van de Europese Unie betreffende de staatssteun in de landbouw- en de bosbouwsector en overeenkomstig de voorwaarden omschreven in de beslissingen van de Europese Commissie. § 3. In het kader van zijn opdrachten kan het Agentschap bedoeld in artikel D.224 de minimis-steun toekennen overeenkomstig de voorwaarden bepaald door de vigerende Europese Verordeningen betreffende : 1° de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het verdrag op de de minimis-steun;2° de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het verdrag op de de minimis-steun in de landbouwsector 3° de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het verdrag op de de minimis-steun in de visserijsector. HOOFDSTUK II. - \"Agence wallonne pour la Promotion d'une Agriculture de qualité\" (Waals agentschap voor de promotie van een kwaliteitslandbouw) Afdeling 1. - Oprichting en opdrachten Art. D.224. Er wordt een instelling van openbaar nut met rechtspersoonlijkheid opgericht onder de benaming \"Agence wallonne pour la promotion d'une agriculture de qualité\" (Waals Agentschap voor de Bevordering van een Kwaliteitslandbouw), hierna \"het Agentschap\" genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Agentschap wordt ingedeeld bij de instellingen van categorie A bedoeld in artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut. De bepalingen van die wet zijn van toepassing voorzover dit decreet er niet van afwijkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De zetel van het Agentschap is gevestigd in Namen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d225\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.225</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het Agentschap heeft tot doel om de landbouwers en de landbouwactiviteit te steunen door een instelling voor de bevordering en de gespecialiseerde communicatie op te richten op het gebied van landbouw, met inbegrip van de tuinbouw, van hun diensten en de verwerking van landbouwproducten In dit opzicht wordt de Regering bijgestaan door het Agentschap bij de bepaling en de uitvoering van een geïntegreerd en overlegd beleid inzake bevordering van de landbouw, met inbegrip van de tuinbouw, en de landbouwproducten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d226\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.226</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Om zijn doel te bereiken wordt het Agentschap met de volgende opdrachten belast : 1° met betrekking tot de bevordering van het imago van de landbouw in het algemeen en van de landbouwproducten zonder de oorsprong of het merk te vermelden, ten behoeve van het geheel van de producenten van de betrokken producten : a) een positief imago van de landbouw, van haar bedrijven en weldaden ontwikkelen;b) het werk van de landbouwers in het licht stellen en beoordelen en hun positief imago ontwikkelen;c) de specificiteiten van de landbouw in het licht stellen en beoordelen;d) de rol van de landbouwer en van de landbouwproducten in de duurzame ontwikkeling in het licht stellen, alsook hun sociale, culturele, economische, ecologische en gezondheidsfunctie;e) de landbouwers steunen en verenigen tijdens evenementen, beurzen, salons en andere gebeurtenissen door ruimtes in te richten die hun vakkennis en de landbouwproducten tonen;f) de oprichting steunen van een netwerk van markten die de landbouwproducten valoriseren;g) pedagogische acties voeren en de smaakgevoeligheid bevorderen; 2° wat de bevordering van landbouwproducten en van verwerkte landbouwproducten betreft : a) publiciteit maken voor de gamma's producten die geïdentificeerd worden d.m.v. een kwaliteitssysteem zoals bedoeld in titel 7 van het Wetboek, waarbij de oorsprong van de producten uitsluitend als bijkomende informatie mag worden vermeld; b) de kwaliteit van de generieke landbouwproducten in het licht stellen, o.a. via generieke informatie over voedingsevenwichten waarbij de oorsprong en het merk van de producten niet mogen worden vermeld; c) reclame- en communicatiecampagnes ontwerpen, beheren en organiseren wat betreft de landbouw- en agrovoedingsproducties; de verschillende wijzen van distributie van de generieke landbouwproducten bevorderen, waarbij de oorsprong en het merk van de producten niet mogen worden vermeld; 3° wat de commerciële en technische bijstand van de betrokken actoren betreft : a) deelnemen aan acties of acties steunen en voeren die de zichtbaarheid van de betrokken actoren moet verbeteren;b) verschillende diensten voor de betrokken actoren ontwikkelen en organiseren;c) aan de verschillende operatoren gegevens over de keten verstrekken om hen te helpen bij het uitstippelen van hun beleid en bij het opvolgen van hun acties;4° wat betreft de labels, logo's, benamingen en merken die op initiatief van het Agentschap of de Regering geregistreerd zijn : a) de operationele tenuitvoerlegging van deze labels, logo's, benamingen en merken, met inbegrip van, in voorkomend geval, de inachtneming van de bijbehorende bestekken, handvesten of reglementen;b) het recht om deze labels, logo's, benamingen en merken te gebruiken, toe te kennen of in te trekken;c) de zichtbaarheid en de bevordering van deze labels, logo's, benamingen en merken verzekeren. § 2</p>\n<p class=\"lf-p\">In de uitoefening van zijn opdrachten bedoeld in de eerste paragraaf is het Agentschap ertoe gemachtigd om overheidsopdrachten voor eigen rekening uit te voeren of voor de rekening van andere overheden. Daarvoor kan het Agentschap overgaan tot de gunning van samengevoegde opdrachten en optreden als aankoop- of opdrachtcentrale. § 3. Binnen de perken bepaald door de Regering worden de opdrachten bedoeld in lid 1, 1°, van paragraaf 1, volledig gefinancierd door een jaarlijkse toelage ten laste van de begroting van het Waalse Gewest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de perken bepaald door de Regering worden de opdrachten bedoeld in lid 1, 2° en 4°, van paragraaf 1, voor vijftig percent gefinancierd door een jaarlijkse toelage ten laste van de begroting van het Waalse Gewest en voor vijftig percent door de bijdragen bedoeld in artikel D.234.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opdrachten bedoeld in lid 1, 3°, van paragraaf 1 worden voornamelijk gefinancierd door de vergoedingen van de betrokken bedrijven als tegenprestatie van de door het Agentschap verleende diensten. Het deel van de actie die de zichtbaarheid van het Agentschap moet verbeteren, wordt gefinancierd door een jaarlijkse toelage ten laste van de begroting van het Waalse Gewest of door de bijdragen bedoeld in artikel D.234. § 4. Het Agentschap geeft de Europese Commissie kennis van elke actie die ondernomen is in het kader van de opdrachten bedoeld in paragraaf 1, lid 1, 2°, en waarvan de jaarlijkse begroting vijf miljoen euro overschrijdt. § 5. Worden uitgesloten van de steun toegekend krachtens de paragrafen 1 en 3, de bedrijven die het voorwerp uitmaken van een bevel tot recuperatie na een beslissing van de Europese Commissie waarin steun die het bedrijf ontvangen heeft met de interne markt onwettig en onverenigbaar wordt verklaard.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d227\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.227</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het Agentschap kan uitsluitend buiten de grenzen van België optreden overeenkomstig het samenwerkingsprotocol gesloten tussen het \"Agence wallonne à l'Exportation\" (Waals Agentschap voor Uitvoer) en het Agentschap. Dit protocol is door de Regering goedgekeurd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d228\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.228</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. In het kader van de uitoefening van zijn opdrachten kan het Agentschap elke activiteit ontwikkelen en uitvoeren die rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op zijn opdrachten. § 2. Het Agentschap ontwikkelt elke vorm van samenwerking met openbare of private partners i.v.m. zijn opdrachten. Daartoe is het Agentschap gemachtigd om overeenkomsten te sluiten met deze partners In geval van samenwerking met openbare of private partners met betrekking tot de opdrachten bedoeld in artikel D.226, § 1, lid 1, 1° en 2°, in derde landen aan de Europese unie, worden de volgende voorwaarden in acht genomen : 1° de acties mogen niet op handelsmerken worden toegespitst en ook niet aanzetten tot de consumptie van een product wegens zijn bijzondere oorsprong;de oorsprong van het product mag evenwel worden aangeduid als het gaat om een aanwijzing in hoofde van de toepasbare EG-regelgeving; 2° de boodschappen zijn gegrond op de intrinsieke kwaliteiten of kenmerken van het betrokken landbouwproduct; 3° de acties kunnen o.a. acties zijn i.v.m. public relations, bevordering en reclame die betrekking hebben op generieke producten of voorlichtingscampagnes die betrekking hebben op producties uit de biologische teelt of producties die geïdentificeerd worden d.m.v. een kwaliteitssysteem zoals de beschermde oorsprongbenaming, de gegarandeerde traditionele specialiteiten en de beschermde geografische aanduiding; 4° specifieke bedrijven mogen geen voordeel trekken van de acties, noch de verkoop van landbouwproducten van andere lidstaten in het gedrang brengen of deze landbouwproducten denigreren;5° de boodschappen komen overeen met de wetgeving die van toepassing is in de derde landen waarvoor ze bestemd zijn; 6° de producten die het voorwerp uitmaken van de acties staan vermeld in bijlage II, deel A, bij Verordening (E.G.) nr. 501/2008 van de Europese Commissie van 5 juni 2008 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (E.G.) nr. 3/2008 van de Raad inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt en in derde landen; 7° de markten van de derde landen waarin deze acties plaatsvinden staan vermeld in bijlage II, deel B, bij Verordening (E.G.) nr. 501/2008 van de Europese Commissie van 5 juni 2008 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (E.G.) nr. 3/2008 van de Raad inzake voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten op de binnenmarkt en in derde landen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d229\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.229</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Op basis van het advies uitgebracht door het producentencollege krachtens paragraaf 3 neemt de Regering jaarlijks het operationeel plan van het Agentschap aan. De Regering mag evenwel afwijken van het advies uitgebracht door het producentencollege voor zover zij haar beslissing met een omstandige motivering rechtvaardigt Het operationeel plan geeft de middelen en hulpbronnen die het Agentschap de mogelijkheid biedt om zijn opdrachten te vervullen en om de doelstellingen bedoeld bij dit hoofdstuk van het Wetboek te halen, alsook de prioriteiten omschreven door het Strategisch Comité voor landbouwbeleid bedoeld in artikel D.82. Het bestaat minstens uit het overkoepelend strategisch plan en per keten, en uit het bevorderingsprogramma dat jaarlijks uitgevoerd zal worden. § 2. Het Agentschap maakt het ontwerp van operationeel plan op, op basis van de prioriteiten bepaald door het Strategisch comité voor de landbouw bedoeld in artikel D.82. § 3. Het ontwerp van operationeel plan wordt onderworpen aan het advies van het producentencollege bedoeld in artikel D.70 vóór zijn aanneming door de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het producentencollege onderzoekt of het ontwerp met de behoeften en doelstellingen van de producenten overeenstemt. Het uitgebrachte advies omvat in bijlage de aanbevelingen van de leden van het producentencollege die de beroepsverenigingen van de agrovoedings- en distributiesector vertegenwoordigen alsook de aanbevelingen van elke sector die bijdraagt via de bijdragen bedoeld in artikel D.234 zonder in het producentencollege te worden vertegenwoordigd. Het advies wordt aan het Strategisch Comité voor landbouwbeleid en aan de Regering meegedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het producentencollege kan ook te allen tijde een advies, aanbeveling of initiatiefvoorstel uitbrengen met betrekking tot elk vraagstuk i.v.m. het operationeel plan en zijn uitvoering. § 4. Het Strategisch Comité voor landbouwbeleid kan een advies, aanbeveling of voorstel uitbrengen i.v.m. dit ontwerp van operationeel plan alsook t.o.v. het advies uitgebracht door het producentencollege.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Strategisch comité overhandigt zijn eventuele adviezen, aanbevelingen en voorstellen aan de Regering. § 5. Het Agentschap legt jaarlijks aan de Regering een evaluatie voor van de gevoerde acties overeenkomstig het operationeel plan aangenomen krachtens artikel D.229, met inbegrip van de relevantie van de instrumenten en van de doeltreffendheid van hun uitvoering, alsook elk voorstel betreffende de te nemen maatregelen en het te voeren beleid om de verkregen resultaten te verbeteren in het kader van de uitoefening van zijn opdrachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De evaluatie van de acties wordt uitgevoerd door het producentencollege, van de leden van het College van producenten die de beroepsverenigingen van de agrovoedings- en distributiesector vertegenwoordigen alsook de vertegenwoordigers van elke sector die bijdraagt via de bijdragen bedoeld in artikel D.234 zonder in het producentencollege te worden vertegenwoordigd, daarbij te betrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze evaluatie vormt één van de delen van het jaarlijks verslag bedoeld in artikel D.239.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d230\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.230</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De ontbinding van het Agentschap mag slechts bij decreet beslist worden. Dat decreet regelt de wijze van ontbinding. De nettoactiva die bij de ontbinding van het Agentschap bestaan, worden op de ontvangstenbegroting van het Waalse Gewest gestort Afdeling 2. - Dagelijks beheer Art. D.231. § 1. Het Agentschap wordt geleid door een directeur-generaal, die door een adjunct-directeur-generaal bijgestaan wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De directeur-generaal wordt door de Regering aangewezen voor een mandaat onder de voorwaarden vastgesteld bij titel II van boek II van het besluit van de Waalse Regering houdende de Waalse Ambtenarencode.</p>\n<p class=\"lf-p\">De adjunct-directeur-generaal wordt door verhoging in graad bevorderd onder de voorwaarden vastgesteld bij titel III van boek II van het besluit van de Waalse Regering houdende de Waalse Ambtenarencode. § 2. De Regering bepaalt de delegaties van bevoegdheden en handtekeningen die aan de directeur-generaal en de adjunct-directeur-generaal toegekend worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de voorziene delegaties neemt de directeur-generaal of, bij ontstentenis, de adjunct-directeur-generaal het dagelijks beheer waar voor alle opdrachten die bij dit hoofdstuk van het Wetboek aan het Agentschap toevertrouwd worden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 3. - Personeel van het Agentschap Art. D.232. De Regering legt de personeelsformatie vast.</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d233\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.233</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het Agentschap mag contractueel personeel in dienst nemen uitsluitend om : 1° aan uitzonderlijke en tijdelijke personeelsbehoeften te voldoen hetzij voor de inwerkingstelling van tijdelijke acties hetzij wegens een uitzonderlijke werktoename;2° personeelsleden te vervangen in geval van totale of gedeeltelijke afwezigheid, ongeacht of ze in dienstactiviteit zijn, wanneer de duur van deze afwezigheid een vervanging tot gevolg heeft waarvan de modaliteiten in het statuut vastliggen;3° hulptaken of specifieke taken te vervullen waarvan de lijst eerst door de Regering bekendgemaakt wordt;4° te zorgen voor de uitvoering van opdrachten die bijzondere kennissen of een brede hoogstaande expertise vereisen, die beide relevant zijn voor de uit te voeren opdrachten. De Regering bepaalt de modaliteiten van indienstneming van het contractueel personeel overeenkomstig lid 1 Afdeling 4. - Financieel beheer Art. D.234. § 1. Het Agentschap ontvangt verplichte bijdragen, per landbouwproduct of per assortiment landbouwproducten die bestemd zijn voor de bevordering. Deze verplichte bijdragen zijn voor rekening van de natuurlijke personen of rechtspersonen die deze landbouwproducten produceren of verwerken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de lijst van de productiesectoren die aan de inning van deze verplichte bijdragen onderworpen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de grondslag, het percentage, de eventuele vrijstellingen en de inningsmodaliteiten van deze verplichte bijdragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk besluit dat krachtens dit artikel wordt genomen, wordt geacht nooit uitwerking te hebben gehad indien het niet door het Parlement is bekrachtigd binnen de achttien maanden te rekenen van zijn inwerkingtreding. § 2. Het Agentschap kan vrijwillige bijdragen innen, ten laste van elke persoon die in aanmerking wil komen voor de basisdiensten van het Agentschap die betrekking hebben op wetenschappelijke informatie en informatie betreffende de acties gevoerd door het Agentschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toelating om vrijwillige bijdragen te storten, wordt door de Regering verleend aan elke persoon die een aanvraag tot vrijwillige bijdrage heeft ingediend, volgens de modaliteiten die zij bepaalt. § 3. Het Agentschap kan vergoedingen innen vanwege de betrokken ondernemingen als tegenprestatie van de diensten verleend door het Agentschap in het kader van zijn opdrachten bedoeld in artikel D.226, § 1, lid 1, 3°.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d235\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.235</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het Agentschap beschikt over de volgende middelen : 1° de ontvangsten uit zijn activiteiten, met inbegrip van de verplichte bijdragen bedoeld in artikel D.234, § 1, de vrijwillige bijdragen bedoeld in artikel D.234, § 2 en de vergoedingen als tegenprestatie van de diensten bedoeld in artikel D.234, § 3; 2° de jaarlijkse subsidies ten laste van de begroting van het Waalse Gewest en de bijkomende subsidies ten laste van de begroting van het Waalse Gewest;3° de opbrengsten uit zijn vermogen;4° de door de Regering toegelaten giften en legaten;5° de opbrengsten uit peterschap of cofinanciering;6° de Europese fondsen toegekend in het kader van de voorlichtings- en afzetbevorderingsacties voor landbouwproducten. Art. D.236. De Regering maakt het jaarlijkse begrotingsontwerp van het Agentschap op, waarbij rekening wordt gehouden met het operationeel plan aangenomen krachtens artikel D.229 Het wordt gevoegd bij het ontwerp van de uitgavenbegroting van het Waalse Gewest en ter goedkeuring voorgelegd aan het Parlement. De goedkeuring wordt verkregen via de stemming van de bepalingen die het Agentschap betreffen in het decreet houdende de uitgavenbegroting van het Waalse Gewest.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de datum waarop het begrotingsontwerp moet vastliggen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d237\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.237</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het gebrek aan goedkeuring op de eerste dag van het begrotingsjaar staat het gebruik van de in het begrotingsontwerp opgenomen kredieten niet in de weg, behalve als het gaat om uitgaven van een nieuw princiep die de begroting van het voorafgaande jaar niet toelaat</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d238\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.238</span><span class=\"lf-art-t\">Overdrachten en overschrijdingen van kredieten die op de begroting van het Agentschap opgenomen zijn, vereisen de toelating door de Regering</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De overwogen kredietoverschrijdingen die een hogere financiële tegemoetkoming tot gevolg hebben dan die waarin de begroting van het Gewest aanvankelijk voorzag, worden eerst goedgekeurd via de stemming van een overeenstemmend krediet op de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d239\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.239</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het Agentschap bezorgt de Regering periodieke standen en een jaarverslag over zijn activiteiten, met inachtneming van de modaliteiten die de Regering bepaalt Het jaarverslag wordt door de Regering aan het Parlement overgemaakt uiterlijk 30 april van het jaar dat volgt op bedoeld jaar. § 2. Het Agentschap maakt de jaarrekening van de uitvoering van zijn begroting op, alsook een balans, vergezeld van een resultatenrekening, uiterlijk 30 april van het jaar na bedoeld jaar. § 3. De Regering organiseert een boekhouding van het Agentschap.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d240\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.240</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De Regering bepaalt de bijkomende regels i.v.m. : 1° de overlegging van de begrotingen;2° de boekhouding;3° de aflegging van rekeningen;4° de periodieke standen en verslagen. § 2. De Regering bepaalt de regels i.v.m. : 1° de vastlegging van de ontvangsten en de bestemming ervan;2° de wijze waarop de bestanddelen van het vermogen geschat worden;3° de wijze van berekening en bepaling van het maximumbedrag van : a) de afschrijvingen;b) de speciale reserves en provisies vereist wegens het soort activiteiten van het Agentschap. Titel X - Steun inzake landbouw en aquacultuur HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Afdeling 1. - Steun Art. D.241. Er wordt door de Regering steun voorzien om de doelstellingen van artikel D.1, § 3 te bereiken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d242\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.242</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt voor de toekenning van de steun aan de activiteiten bedoeld in artikel D.2 : 1° de aanvraagprocedure;2° de periodes gedekt door de steun;3° de toekenningsvoorwaarden;4° de bedragen;5° de controles;6° de verlagingspercentages. Voor de toepassing van lid 1, 4°, kan de Regering een minimaal en een maximaal steunbedrag per begunstigde en per steun bepalen Voor de toepassing van lid 1, 5°, stelt de ambtenaar die de controle uitvoert in een rapport vast dat de voorwaarden voor de toekenning van de steun niet worden nageleefd. Dit rapport vermeldt alle gegevens die nodig zijn om de toe te passen steunverlaging te beoordelen Het wordt overgemaakt aan het betaalorgaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van lid 1, 6°, kunnen de ambtenaren die de controle uitvoeren een waarschuwing richten aan de vermoedelijke verantwoordelijke voor de niet-naleving van de voorwaarde inzake steuntoekenning indien de overtreding onbelangrijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarschuwing vermeldt de feiten die aanleiding hebben gegeven tot de vaststelling en legt een regularisatietermijn vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de waarschuwing mondeling wordt gericht, wordt ze binnen een termijn bepaald door de Regering schriftelijk bevestigd door de ambtenaar die de auteur is van de waarschuwing. De ambtenaar maakt een afschrift van de waarschuwing over aan het betaalorgaan binnen een door de Regering bepaalde termijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d243\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.243</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering is ertoe gemachtigd de selectiecriteria te bepalen die moeten zorgen voor : 1° de gelijke behandeling van de steunaanvragers;2° een beter gebruik van de financiële middelen;3° de bepaling van de maatregelen. De selectiecriteria vermeld in lid 1 worden evenredig bepaald rekening houdende met de omvang van de financiële operatie Afdeling 2. - Quota's Art. D.244. De Regering wordt ertoe gemachtigd om de maatregelen te nemen die nodig zijn voor de invoering van rechten en kwantitatieve productiebeperkingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering voorziet op zijn minst in : 1° de procedure van mededeling aan de kopers en aan de landbouwers van de referentiehoeveelheden en de referentiepercentages van de producten die aan deze kwantitatieve productiebeperkingen zijn onderworpen;2° de individuele referentiehoeveelheid van elke landbouwer in geval van verkoop van de producten die aan kwantitatieve productiebeperkingen zijn onderworpen;3° een nationale reserve waarin de referentiehoeveelheden \"leveringen\" en \"rechtstreekse verkoop\" apart worden geboekt;4° de mobiliteit van deze rechten en kwantitatieve productiebeperkingen;5° de boetes en het beheer ervan. Afdeling 3. - Investeringssteun Art. D.245. Met inbegrip van de investeringssteun in het kader van landbouwactiviteiten steunt de Regering : 1° de uitvoering van de activiteiten bedoeld in artikel D.2; 2° de instandhouding of de verhoging van de rentabiliteit van de landbouwactiviteiten;3° de vermindering van de kostprijs van de productie van dieren, planten, dierlijke en plantaardige producten;4° de vereenvoudiging en de versnelling van de administratieve stappen voor de afgifte van de vergunningen en licenties. De Regering bepaalt de indieningsvoorwaarden van de aanvragen om investeringssteun.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d246\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.246</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De Regering bepaalt de toekenningsvoorwaarden van de steun voor de maatregelen die bestemd zijn om : 1° de kennis te verbeteren en het menselijke vermogen te verstevigen;2° het fysiek kapitaal te herstructureren en te ontwikkelen en de innovatie te promoten;3° de kwaliteit van de productie en van de producten te verbeteren;4° de landbouwactiviteiten te diversifiëren of verricht in of vanuit het bedrijf. § 2. De Regering bepaalt de toekenningsvoorwaarden van de steun voor de niet-productieve investeringen die noodzakelijk zijn om de milieudoelstellingen na te leven. § 3. Voor de verwerking en het in de handel brengen van de producten uit de aquacultuur kan de Regering de volgende elementen bevorderen : 1° de bouw;2° de uitbreiding;3° de uitrusting;4° de modernisering van de bedrijven. De steunmaatregelen bepaald door de Regering laten het volgende toe : de arbeidsvoorwaarden verbeteren, de kwaliteitsnormen halen, de negatieve gevolgen op het milieu beperken, de verwerking en het in de handel brengen van de plaatselijke producten uit de visserij en de aquacultuur, van de weinig gebruikte soorten en van de bijproducten aanmoedigen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d247\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.247</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De Regering bepaalt de voorwaarden volgens welke het Waals Gewest : 1° de terugbetaling in kapitaal waarborgt voor leningen die toegekend worden aan een landbouwer door de daartoe erkende openbare of privé-kredietinstellingen;2° subsidies aan de kredietinstellingen toekent opdat ze leningen tegen een verminderde rentevoet zouden kunnen verlenen; 3° subsidies toekent die de uitvoering van de verrichtingen bedoeld in artikel D.246 moeten vergemakkelijken; 4° bij wijze van uitzondering leningen verleent wanneer, vanwege het bijzonder karakter van de geplande verrichting, geen enkele erkende kredietinstelling deze verrichting zou kunnen afhandelen. De garantie vult de door de kredietaanvrager gestelde zekerheden aan en dekt niet meer dan 75 percent van het toegestane kapitaal van het krediet dat betrekking heeft op gesubsidieerde investeringen met uitzondering van de belasting op de toegevoegde waarde. § 2 De rentesubsidie heeft niet tot gevolg om de rentevoet te verminderen tenzij een percentage door de Regering wordt bepaald. § 3. Bij ten onrechte gestorte bedragen, zijn de artikelen D.259 en D.260 van deze titel van toepassing. § 4. Bij in gebreke blijven van de landbouwer zullen de kredietinstellingen : 1° het Waals Gewest op de hoogte brengen volgens de vereiste vorm en binnen de door de Regering voorgeschreven termijnen op straffe van een vermindering van de last van de garantie van het Waalse Gewest in de door de Regering bepaalde vormen;2° de zekerheden verwezenlijken binnen een door de Regering vastgelegde termijn. De kredietinstellingen verdelen de teruggevorderde bedragen evenredig tussen het gewaarborgde deel van het krediet en het niet-gewaarborgde deel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d248\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.248</span><span class=\"lf-art-t\">De Regering stelt een procedure tot toekenning en tot intrekking in van de erkenning van de kredietinstellingen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De procedure tot toekenning van de erkenning voorziet dat de kredietinstelling voldoende garanties moet geven m.b.t. : 1° het efficiënt beheer van de dossiers;2° haar financiële capaciteit om de leningen te verzekeren. De controleprocedure van de erkenning voorziet : 1° controles, op regelmatige tijdstippen, om zich ervan te vergewissen dat de kredietinstellingen de erkenningsvoorwaarden naleven;2° sancties die worden toegepast indien de kredietinstelling de erkenningsvoorwaarden niet naleeft;3° dat de kredietinstelling met een onvoldoende financiële capaciteit om leningen te verzekeren haar erkenning verliest. Afdeling 4. - Maatregelen voor de verbetering van de landelijke ruimte en het milieu Art. D.249. De Regering steunt de maatregelen voor het gebruik van de landbouwgronden met inachtneming van de milieudoelstellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering wordt ertoe gemachtigd maatregelen te nemen voor : 1° de landbouwers die in een ander probleemgebied gelegen zijn dan de landbouwers in de berggebieden;2° de Natura 2000-gebieden en de maatregelen bedoeld in Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, en tot omzetting van Richtlijn 2000/60/EG;3° de steun aan een milieuvriendelijke landbouw;4° de steun aan de biologische landbouw. De Regering wordt ertoe gemachtigd betalingen te verrichten ten gunste van het dierenwelzijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling 5. - Randvoorwaarden Art. D.250. De Regering treft alle uitvoeringsmaatregelen met het oog op de naleving van de normen inzake goede landbouw- en milieucondities en van de uit de regelgeving voortvloeiende beheerseisen, op het gebied van leefmilieu, klimaatverandering, biodiversiteit, kwaliteit van de producten, gezondheid van de dieren en van de planten en het dierenwelzijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling 6. - Vergroening Art. D.251. De Regering treft alle uitvoeringsmaatregelen betreffende de invoering van landbouwpraktijken die goed zijn voor het klimaat, het milieu, de kwaliteit van de producten en de plattelandsontwikkeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK II. - Bevoegde overheid en betaalorgaan Art. D.252. De Regering is de bevoegde overheid belast met de toekenning en de intrekking van de erkenning van het betaalorgaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d253\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.253</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering richt een opvolgingscomité op voor de erkenning van het betaalorgaan. Dat comité wordt belast met elke taak die nuttig is voor de effectieve uitvoering van de opdrachten die krachtens de Europese wetgeving aan de bevoegde overheid toegewezen worden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d254\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.254</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De Regering wijst de verantwoordelijke van het betaalorgaan aan die de machtiging heeft om de vereffening van de uitgaven i.v.m. de ELGF, ELFPO-rekeningen goed te keuren, alsook de gewestelijke medefinancieringen en de gewestelijke financieringen m.b.t. de opdrachten waarvan het beheer door de Regering aan het betaalorgaan werd toevertrouwd. § 2. Wanneer de Europese wetgeving het voorziet, wijst de Regering de entiteit en de verantwoordelijke uit zijn midden aan die de machtiging heeft om de vereffening van de uitgaven i.v.m. de Europese medefinancieringen besteed aan de sectoren van de aquacultuur en de verwerking goed te keuren, alsook de gewestelijke medefinancieringen en de gewestelijke financieringen die ermee verband houden De Regering houdt rekening met de erkenningsvoorwaarden opgelegd door de Europese verordening in voorkomend geval.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d255\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.255</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het betaalorgaan houdt zich bezig met het beheer en de controles van de aanvragen en met de betaling van de steun uitbetaald krachtens deze titel en stelt de onrechtmatige betalingen vast. § 2. De Regering kan de bepaling bedoeld in paragraaf 1 uitbreiden naar het geheel van de steun m.b.t. de landbouwactiviteiten omschreven in artikel D.2</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d256\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.256</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met uitzondering van de uitbetaling van de communautaire steun kan het betaalorgaan de opdrachten die hem door de Europese regelgeving werden opgedragen, aan andere personen overdragen Binnen de perken van de Europese wetgeving is het betaalorgaan verantwoordelijk voor het beheer van het GBCS overeenkomstig artikel D.24, § 4 van dit Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK III. - Administratieve beroepen Art. D.257. § 1. Bij de betrokken personen kan een beroep ingesteld worden tegen de beslissingen die krachtens deze titel en zijn uitvoeringsbesluiten genomen zijn binnen vijfenveertig dagen volgend op de indiening van de beslissing of van een bericht van de postdiensten dat wijst op deze zending, bij de betrokken persoon overeenkomstig de artikelen D.17 en D.18. § 2. De betwiste beslissingen m.b.t. de landbouwsteun bedoeld in deze titel maken het voorwerp uit van een beroep bij het betaalorgaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kent de beroepsmogelijkheden tegen de beslissingen die te maken hebben met : 1° de deelname aan de lening die krachtens artikel D.247 beslist is; 2° de erkenning van de financiële instellingen genomen krachtens artikel D.248; 3° de erkenning van het betaalorgaan genomen krachtens artikel D.252.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK IV. - Invorderingsmodaliteiten Art. D.258. De bedragen die door elke persoon verschuldigd zijn, vanwege steun bedoeld in hoofdstuk 1 dat ten onrechte betaald werd, kunnen worden afgetrokken van de steun die hem moet betaald worden tijdens het lopende jaar of in de toekomstige jaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De compensatie is van toepassing overeenkomstig de artikelen 1289 en volgende van het Burgerlijk Wetboek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d259\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.259</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het betaalorgaan kan een dwangschrift opleggen in geval van onrechtmatige betalingen of niet-betaling van een administratieve geldboete bedoeld in de artikelen D.400 en D.401 Het dwangschrift mag niet worden uitgeoefend voor bedragen van minder dan 100 euro of voor het bedrag opgenomen in de Europese wetgeving. § 2. Het dwangschrift wordt betekend bij deurwaardersexploot.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bevelschrift valt onder de bepalingen van deel V van het Gerechtelijk wetboek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d260\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.260</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de betekening kan de landbouwer bij gerechtsdeurwaardersexploot een met redenen omkleed verzet doen, houdende dagvaarding bij de bevoegde rechtbank van eerste aanleg. Als de termijn op een zaterdag, zondag of feestdag verstrijkt, wordt hij tot de eerstvolgende werkdag verlengd Het verzet bedoeld in lid 1 is opschortend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het betaalorgaan kan, vóór de definitieve regeling van het geschil, een procedure in kortgeding inleiden bij de voorzitter van de rechtbank waar dit geschil in eerste aanleg aanhangig wordt gemaakt, teneinde betrokkene te doen veroordelen tot betaling van een provisie op het bij dwangschrift gevorderde bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Titel XI - Beheer van de landbouwruimte en van de landelijke ruimte HOOFDSTUK I. - Landbouwwegen Art. D.261. § 1. De Regering kan de ondergeschikte besturen subsidies toekennen voor de verbetering van de gemeentewegen met een landbouwkarakter die onder het openbaar domein van de gemeenten vallen. § 2. De subsidies kunnen het volgende dekken : 1° het geheel of een deel van de kosten van de subsidieerbare werken, btw inbegrepen;2° een deel van de onderzoekskosten inzake veiligheidscoördinatie, voorafgaande geotechnische proeven en controle van de materialen;3° een deel van het bedrag van de schatting verricht, naar keuze, door het Comité van aankoop van onroerende goederen, door de ontvanger van de registratie, door een notaris, door een landmeter-deskundige opgenomen in de tabel opgesteld door de Federale Raad van landmeters-experten of door een architect ingeschreven bij de Orde der Architecten in geval van aankoop van onbebouwde onroerende goederen. De Regering bepaalt het percentage van de subsidie. § 3. De subsidieaanvraag bevat de documenten die door de Waalse Regering vereist worden. § 4. Het percentage van de subsidie bedraagt minimum 30 percent en maximum 80 percent van de kosten van de subsidieerbare werken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de regels volgens welke deze subsidies worden toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de voorzieningen die het leefmilieu in acht moeten nemen en de ontwikkeling van de biodiversiteit moeten bevorderen bij de verbetering van de gemeentewegen met een landbouwkarakter.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK II. - Bescherming tegen erosie en bestrijding van overstromingen Afdeling 1. - Subsidies aan de plaatselijke besturen Art. D.262. § 1. De Regering kan subsidies toekennen aan de ondergeschikte overheden voor de uitvoering van werken en inrichtingen die dienen om de bodemerosie te beperken en het afvloeiende water tegen te houden zodat de landbouwkundige waarde van de grond behouden kan worden en de aan de stroomafwaarts gelegen goederen toegebrachte schade beperkt blijft. § 2. De subsidies kunnen het volgende dekken : 1° het geheel of een deel van de kosten van de subsidieerbare werken, btw inbegrepen;2° een deel van de onderzoekskosten inzake veiligheidscoördinatie, voorafgaande geotechnische proeven en controle van de materialen;3° een deel van het bedrag van de schatting verricht, naar keuze, door het Comité van aankoop van onroerende goederen, door de ontvanger van de registratie, door een notaris, door een landmeter-deskundige opgenomen in de tabel opgesteld door de Federale Raad van landmeters-experten of door een architect ingeschreven bij de Orde der Architecten in geval van aankoop van onbebouwde onroerende goederen;4° een deel van de vergoeding in geval van erfdienstbaarheid voor tijdelijk onder water zetten. De Regering bepaalt het percentage van de subsidie. § 3. De subsidieaanvraag bevat de documenten die door de Waalse Regering vereist worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het percentage van de subsidie bedraagt minimum 30 percent en maximum 80 percent van de kosten van de subsidieerbare werken. § 4. De Regering bepaalt de regels volgens welke subsidies worden toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de voorzieningen die het leefmilieu in acht moeten nemen en de ontwikkeling van de biodiversiteit moeten bevorderen tijdens de werken van bescherming tegen erosie en bestrijding van overstromingen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 2. - Strijd tegen de bodemerosie Art. D.263. § 1. Onder voorbehoud van de bepalingen genomen krachtens het</h3>\n<p class=\"lf-p\">decreet van 5 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/07/1962 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten0 betreffende het bodembeheer wordt de Regering ertoe gemachtigd op aangepaste schaal en rekening houdend met de agronomische aspecten maatregelen te nemen tegen de erosie van de bodem die aan de landbouwactiviteit wordt onderworpen. § 2. De maatregelen bedoeld in paragraaf 1 kunnen betrekking hebben op : 1° de totstandbrenging van een aangepaste begeleiding door het ontwerpen van de middelen te bevorderen met de hulp van het werkveld;2° de aanpassing van de grondbewerking van de teelttechnieken;3° de verplichting van een minimale grondbedekking in functie van het niveau van het risico;4° de beperking van de omvang van de percelen in functie van het niveau van het erosierisico en van de teelt;5° het verbod om bepaalde gewassen te gebruiken of hun verpakking onder bepaalde voorwaarden;6° de totstandbrenging van een vruchtwisseling die de vruchtbaarheid van de gronden in acht neemt;7° de verbetering van het gehalte organisch materiaal en de aanmoediging van de verbetering van het gehalte organisch materiaal alsook een opvolging op het gebied van humus en kalk voor de bodem die aan een landbouwactiviteit onderworpen is;8° de uitvoering van erosiebestendige inrichtingen met inbegrip van de inrichting van met gras bezaaide randen en van hydraulische inrichtingen;9° de subsidiëring voor de uitvoering van erosiebestendige inrichtingen en hydraulische inrichtingen. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan de landbouwer of de eigenaar subsidiëren voor acties die worden uitgevoerd in het kader van de maatregelen bedoeld in paragraaf 2. § 4. De gemeenten kunnen de maatregelen genomen door de Regering aanvullen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d264\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.264</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan instellingen subsidiëren die de bodemerosie bestrijden voor de volgende opdrachten : 1° de advisering, de opleiding en de communicatie met inbegrip van : a) de diagnose en de risicoanalyse op de locatie;b) het voorstel van technische oplossingen en de steun voor de uitvoering;2° het opstellen van technische documenten, met inbegrip van : a) het onderzoek en de wetenschappelijke steun;b) het onderzoek naar de doeltreffendheid van de inrichtingen. Art. D.265. Voor de toelage bedoeld in artikel D.264, bedraagt het subsidiepercentage minstens 10 percent van de kostprijs en mag hij de beheerskosten niet overschrijden De Regering kan de samenstelling bepalen van de beheerskosten bedoeld in lid 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK III. - Landinrichting van landeigendommen Afdeling 1. - Algemene bepalingen Art. D.266. § 1. Om de doelstellingen van artikel D.1 te bereiken en ten einde tot een meer efficiënte exploitatie van de landeigendommen te komen, kan, in het algemeen belang, overgegaan worden tot de landinrichting van een aantal kavels, met inachtneming van de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud en overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk. De landinrichting beoogt het vormen van regelmatige kavels die zo dicht mogelijk bij de bedrijfszetel zijn gelegen en een eigen uitweg hebben, waarbij de landschappelijke waarde en de milieudiensten worden gevrijwaard, en zelfs verbeterd, met inbegrip van het behoud en, in voorkomend geval, de ontwikkeling van de biodiversiteit van de betrokken eigendommen. § 2. De landinrichting omvat en beoogt de aanleg, de verbetering en de afschaffing van wegen en afwateringen, de grondverbeteringswerken, zoals werken voor de bestrijding van erosie en overstromingen, bevloeiing, effening en werken voor water- en elektriciteitsvoorziening, alsook aanplantingswerkzaamheden, werken van landschapszorg en andere maatregelen tot landinrichting met inbegrip van de inrichtingen die bestemd zijn om de biodiversiteit te vrijwaren of te ontwikkelen. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de instemming van de betrokkenen kan de landinrichting ook gepaard gaan met andere verbeteringen noodzakelijk gemaakt door de wijzigingen in de landinrichting of door de heroriëntering van de productie, zoals sloping, optrekking, vergroting, verbetering en aansluiting op het elektriciteits- en waterleidingsnet van hoevegebouwen, woonvertrekken inbegrepen, alsmede water- en elektriciteitsvoorziening in weiden en graslanden. § 4. De procedures betreffende de oprichting of de wijziging van rooiplannen of de aanleg, de wijziging of de opheffing van wegen georganiseerd bij het decreet van 6 februari 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/07/1962 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/02/2010 numac 2010000080 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de rechtspleging bij hoogdringende omstandigheden inzake onteigening ten algemenen nutte. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten6 betreffende de gemeentewegen zijn niet van toepassing in het kader van de landinrichtingsverrichtingen die het voorwerp uitmaken van dit hoofdstuk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-d267\"><span class=\"lf-art-num\">Art. D.267</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de zin van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : 1° \"administratie\" : de Directie van de Waalse Overheidsdienst bevoegd voor landinrichting;2° \"inrichting in der minne\" : landinrichtingsverrichting uitgevoerd op vrijwillige basis;3° \"overgangsinrichting\" : verrichting van bedrijfsuitwisseling en uitwisseling van werken voorafgaand aan een landinrichting en tenuitvoerlegging om de uitvoering van projecten van algemeen nut te vergemakkelijken;4° \"vroegere kavel\" : elke kavel in zijn toestand vóór de landinrichting of de overgangsinrichting of de inrichting in der minne;5° \"blok\" : het geheel van de gebouwde of ongebouwde kavels, evenals de wegen en afwateringen, die bij de landinrichting of de overgangsinrichting of de inrichting in der minne zijn betrokken; 6° \"Comité\" : Comité voor landinrichting ingesteld krachtens artikel D.269; 7° \"Subregionaal comité\" : Comité belast met de uitvoering van de inrichting in der minne ingesteld krachtens artikel D.335; 8° \"betrokkene\" : elke gebruiker, elke eigenaar en elke andere houder van een zakelijk recht op een kavel gelegen in het blok;9° \"rechter\" : de vrederechter van dat kanton waarin het betrekkelijk grootste gedeelte van het blok is gelegen;10° \"Minister\" : Minister die voor de landelijke landinrichting bevoegd is;11° \"nieuwe kavel\" : elke kavel in zijn toestand na de landinrichting of de overgangsinrichting of de inrichting in der minne, ongeacht of hij al dan niet is gewijzigd en ongeacht of hij al dan niet aan een ander eigenaar of gebruiker is toegewezen; 12°. \"gebruiker\" : elke persoon die een kavel bezet in het blok, met de toestemming van een houder van zakelijke rechten, met uitzondering van de persoon die het goed bezet krachtens een ruil met het oog op het betelen van het pachtgoed zoals bedoeld in artikel 30 van de pachtwet; 13° \"herverkavelingsplan\" : een plan dat het geheel van de nieuwe kavels en van de bij de landinrichtingsverrichting betrokken goederen omvat;14° \"kavelplan\" : een plan dat het geheel van de vroegere kavels en van de bij de landinrichtingsverrichting betrokken goederen omvat;15° \"project van algemeen nut\" : alle handelingen, activiteiten, werken, bouwen, afbraken, verbouwingen, uitbreidingen of buitendienststellingen van installaties die vatbaar zijn voor een vergunning overeenkomstig de bepalingen van artikel 127 van het \"CWATUPE\";16° \"eigenaar\" : ieder eigenaar of blote eigenaar van gronden of van gebouwen die deel uitmaken van het blok;17° \"houder van zakelijke rechten\" : elke persoon die van een kavel kan genieten volgens een recht van eigendom, vruchtgebruik, gebruik, oppervlakte of erfpacht</p>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling 2. - Landinrichting Art. D.268. § 1. De Regering beslist, op vraag van één of meerdere gemeenten of op verzoek van ten minste tien houders van zakelijke rechten of gebruikers, dat zal worden overgegaan tot een landinrichting in de gemeenten die zij aanwijst. § 2. De Regering beslist, in voorkomend geval, om over te gaan tot een landinrichting om de projecten van algemeen nut te begeleiden. In dat geval wordt de inrichting voorafgegaan door een overgangsinrichting volgens de modaliteiten van onderafdeling 8. In dat geval vereist de landinrichting geen voorafgaande formaliteiten zoals omschreven in afdeling 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 1. - Comité voor landinrichting Art. D.269. § 1. Wanneer de Regering beslist dat zal worden overgegaan tot een landinrichting richt zij, voor de uitvoering ervan, een Comité op.</p></div>", "next": 239797}