📄 Wettekst
13 MEI 2003. - Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Zuid-Afrika, anderzijds, met de Bijlagen I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX en X, met de Protocollen 1 en 2, en met de Slotakte, gedaan te Pretoria op 11 oktober 1999 (1) (2) (3)
ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet. Art. 2.De Overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Zuid-Afrika, anderzijds, de Bijlagen I, II, III, IV, V, VI, VII, VIII, IX en X, de Protocollen 1 en 2, en de Slotakte, gedaan te Pretoria op 11 oktober 1999, zullen volkomen gevolg hebben.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 13 mei 2003.
ALBERT Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken, L. MICHEL De Minister van Financiën, D. REYNDERS De Minister van Economie, Ch. PICQUE De Minister toegevoegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken, Mevr. A. NEYTS-UYTTEBROECK De Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, toegevoegd aan de Minister van Buitenlandse Zaken, E. BOUTMANS Gezien en met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, M. VERWILGHEN _______ Nota's (1) Zitting 2002-2003. Senaat.
Documenten. - Ontwerp van wet ingediend op 25 februari 2003, 2-1500 - nr. 1. - Verslag, 2-1500 - nr. 2.
Parlementaire Handelingen. - Bespreking en stemming. Vergadering van 27 maart 2003.
Kamer.
Documenten. - Tekst overgezonden door de Senaat, 50-2418 - nr. 1. - Tekst aangenomen in plenaire vergadering en aan de Koning ter bekrachtiging voorgelegd, 50-2418 - nr. 2.
Parlementaire Handelingen. - Bespreking en stemming. Vergadering van 4 april 2003. (2) Zie Decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 3 mei 2002 (Belgisch Staatsblad van 18 juni 2002), Decreet van de Franse Gemeenschap van 8 mei 2003 (Belgisch Staatsblad van 28 mei 2003), Decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 17 april 2001 (Belgisch Staatsblad van 3 juli 2001), Ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 21 juni 2001 (Belgisch Staatsblad van 5 mei 2003), Decreet van het Waalse Gewest van 10 april 2003 (Belgisch Staatsblad van 18 en 22 april 2003) en Ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 27 juni 2002 (Belgisch Staatsblad van 16 juli 2002).(3) België heeft op 3 juni 2003 dit Verdrag bekrachtigd.Het Verdrag is nog niet inwerking getreden.
Overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar Lidstaten, enerzijds, en de Republiek Zuid-Afrika, anderzijds Het Koninkrijk België, Het Koninkrijk Denemarken, De Bondsrepubliek Duitsland, De Helleense Republiek, Het Koninkrijk Spanje, De Franse Republiek, Ierland, De Italiaanse Republiek, Het Groothertogdom Luxemburg, Het Koninkrijk der Nederlanden, De Republiek Oostenrijk, De Portugese Republiek, De Republiek Finland, Het Koninkrijk Zweden, Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, hierna "lidstaten" te noemen, en De Europese Gemeenschap, hierna "Gemeenschap" te noemen, enerzijds, en De Republiek Zuid-Afrika, hierna "Zuid-Afrika" te noemen, anderzijds, hierna "partijen" te noemen, Gelet op het belang van de bestaande vriendschaps- en samenwerkingsbanden tussen de Gemeenschap, de lidstaten en Zuid-Afrika en de gemeenschappelijke waarden van de partijen;
Overwegende dat de Gemeenschap, de lidstaten en Zuid-Afrika deze banden wensen te versterken en nauwe en duurzame betrekkingen tot stand wensen te brengen, gebaseerd op wederkerigheid, partnerschap en gezamenlijke ontwikkeling;
Gelet op de historische verrichtingen van het Zuid-Afrikaanse volk, met name de afschaffing van het apartheidsstelsel en de opbouw van een nieuwe politieke orde, gebaseerd op de rechtsstaat, de mensenrechten en de democratie;
Zich bewust van de politieke en financiële steun van de Gemeenschap en de lidstaten voor dit proces van politieke verandering en overgang in Zuid-Afrika;
Herinnerende aan de sterke gehechtheid van de partijen aan de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en aan de democratische beginselen en fundamentele mensenrechten, als omschreven in de Universele Verklaring van de rechten van de mens;
Verwijzende naar de op 10 oktober 1994 ondertekende Samenwerkingsovereenkomst tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika;
Herinnerende aan de wens van de partijen zo nauw mogelijke betrekkingen tot stand te brengen tussen Zuid-Afrika en de landen die partij zijn bij de ACS-EG-Overeenkomst van Lomé, ten blijke waarvan op 24 april 1997 het Protocol betreffende de toetreding van Zuid-Afrika tot de Vierde ACS-EG-Overeenkomst van Lomé, zoals gewijzigd bij de op 4 november 1995 te Mauritius ondertekende Overeenkomst, werd ondertekend;
Rekening houdende met de rechten en verplichtingen van de partijen in het kader van hun lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie, de noodzaak bij te dragen tot de tenuitvoerlegging van de resultaten van de Uruguay-ronde, en de eerdere inspanningen van beide partijen in dit verband;
Herinnerende aan de gehechtheid van de partijen aan de beginselen en regels van het internationale handelsverkeer en aan hun streven deze op transparante en niet-discriminerende wijze toe te passen;
Bevestigende de steun en inspanningen van de Gemeenschap en de lidstaten ten gunste van het proces van handelsliberalisering en economische herstructurering in Zuid-Afrika;
Zich bewust van de inspanningen van de regering van Zuid-Afrika om zorg te dragen voor de economische en sociale ontwikkeling van de bevolking van Zuid-Afrika;
Met klem wijzende op het belang dat de Europese Unie en Zuid-Afrika hechten aan de succesvolle tenuitvoerlegging van het Zuid-Afrikaanse programma voor wederopbouw en ontwikkeling;
Bevestigende de verbintenis van beide partijen de regionale samenwerking en economische integratie tussen de landen in zuidelijk Afrika, alsmede de liberalisering van de handel tussen deze landen onderling te bevorderen;
Overwegende dat de partijen ervoor zorg dragen dat hun wederzijdse afspraken geen beletsel vormen voor het proces van herstructurering van de douane-unie van zuidelijk Afrika (SACU), in het kader waarvan Zuid-Afrika samenwerkt met vier ACS-landen;
Wijzende op het belang dat beide partijen hechten aan de waarden en beginselen die zijn opgenomen in de slotverklaringen van de Internationale Conferentie over bevolking en ontwikkeling in 1994 in Cairo, de Wereldtop voor sociale ontwikkeling in maart 1995 in Kopenhagen, en de Vierde Wereldvrouwenconferentie in 1995 in Peking;
Opnieuw bevestigende dat de partijen zich verbinden tot economische en sociale ontwikkeling en eerbiediging van de fundamentele rechten van werknemers, met name door toepassing van de IAO-verdragen over onderwerpen als de vrijheid van vakvereniging, het recht collectief te onderhandelen, non-discriminatie, afschaffing van dwangarbeid en kinderarbeid;
Herinnerde aan het belang van het tot stand brengen van een regelmatige politieke dialoog in bilateraal en multilateraal verband over zaken van wederzijds belang, Zijn als volgt overeengekomen : TITEL I. - Algemene doelstellingen en beginselen Artikel 1 Doelstellingen De doelstellingen van deze Overeenkomst zijn : a) het tot stand brengen van een passend kader voor de dialoog tussen de partijen, ter bevordering van de ontwikkeling van nauwe betrekkingen op alle onder deze Overeenkomst vallende terreinen;b) het ondersteunen van de inspanningen van Zuid-Afrika ter consolidering van de economische en sociale fundamenten van het overgangsproces;c) het bevorderen van de regionale samenwerking en economische integratie in zuidelijk Afrika, teneinde bij te dragen tot harmonieuze en duurzame economische en sociale ontwikkeling;d) het bevorderen van de groei en wederzijdse liberalisering van de onderlinge handel in goederen, diensten en kapitaal;e) het bevorderen van de soepele en geleidelijke integratie van Zuid-Afrika in de wereldeconomie;f) het bevorderen van de samenwerking tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika, binnen de begrenzingen van de bevoegdheden van beide partijen en in wederzijds belang. Artikel 2 Essentieel onderdeel De eerbiediging van de democratische beginselen en fundamentele mensenrechten die zijn opgenomen in de Universele Verklaring van de rechten van de mens, en de eerbiediging van de rechtsstaat vormen de grondslag van het binnen- en buitenlands beleid van de Gemeenschap en Zuid-Afrika en zijn een essentieel onderdeel van deze Overeenkomst.
De partijen bevestigen tevens hun gehechtheid aan de beginselen van behoorlijk bestuur.
Artikel 3 Niet-uitvoering 1. Indien een van de partijen van mening is dat de andere partij haar verplichtingen in het kader van deze Overeenkomst niet is nagekomen, kan deze partij passende maatregelen nemen.2. Alvorens dit te doen verstrekt zij de andere partij binnen dertig dagen alle ter zake dienende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, teneinde tot een voor beide partijen bevredigende oplossing te komen.3. In bijzonder dringende gevallen kunnen zonder voorafgaand overleg passende maatregelen worden genomen.Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van de andere partij. Op verzoek van deze partij kan overleg worden gepleegd. Dit overleg vindt plaats binnen dertig dagen na de kennisgeving van de maatregelen. Indien er geen bevredigende oplossing wordt gevonden, kan de betrokken partij gebruik maken van de procedure voor de beslechting van geschillen. 4. De partijen komen voor de juiste interpretatie en de praktische toepassing van deze Overeenkomst overeen dat onder de in lid 3 bedoelde "bijzonder dringende gevallen" worden verstaan gevallen van wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst door een der partijen.Als wezenlijke inbreuk op de Overeenkomst worden beschouwd : i) afwijzing van de Overeenkomst in strijd met de algemene regels van het internationale recht, of ii) schending van de in artikel 2 genoemde essentiële onderdelen van de Overeenkomst.5. De partijen komen overeen dat zij onder de in lid 1 van dit artikel genoemde passende maatregelen verstaan maatregelen die in overeenstemming met het internationale recht zijn genomen.Bij het nemen van de maatregelen dient voorrang te worden gegeven aan die maatregelen die de werking van de Overeenkomst het minst verstoren.
Artikel 4 Politieke dialoog 1. Er wordt een regelmatige politieke dialoog ingesteld tussen de partijen.Deze dialoog verloopt parallel met de samenwerking en draagt ertoe bij deze te consolideren. Tevens moet de dialoog bijdragen tot de totstandkoming van duurzame solidariteit en nieuwe vormen van samenwerking. 2. De doelstellingen van de politieke dialoog en samenwerking zijn met name : a) het bevorderen van het wederzijds begrip en de convergentie van de standpunten van de partijen : b) het de partijen mogelijk maken elkaars standpunten en belangen in overweging te nemen;c) het bevorderen van de steun voor de democratie, rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten;d) het bevorderen van de sociale rechtvaardigheid en het helpen creëren van de voorwaarden voor de bestrijding van armoede en alle vormen van discriminatie.3. De politieke dialoog heeft betrekking op alle onderwerpen van wederzijds belang.4. De politieke dialoog wordt regelmatig en telkens wanneer nodig gehouden : a) op ministerieel niveau;b) op het niveau van hoge ambtenaren die enerzijds Zuid-Afrika en anderzijds het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen vertegenwoordigen;c) met optimale gebruikmaking van alle diplomatieke kanalen, met inbegrip van regelmatige briefings, overleg tijdens internationale bijeenkomsten en contacten tussen diplomatieke vertegenwoordigers in derde landen;d) met gebruikmaking van alle andere middelen of op alle andere niveaus waarover de partijen overeenstemming hebben bereikt en die een nuttige bijdrage kunnen leveren tot de consolidering van de dialoog en de verhoging van het effect daarvan.5. Behalve de in de voorgaande leden bedoelde bilaterale politieke dialoog, maken de partijen ook optimaal gebruik van en leveren zij een actieve bijdrage aan de regionale politieke dialoog tussen de Europese Unie en de landen van zuidelijk Afrika, met name met het oog op de bevordering van duurzame vrede en stabiliteit in de regio. De partijen nemen tevens deel aan de politieke dialoog in breder ACS/EU-verband, als voorzien bij en vastgelegd in de desbetreffende ACS/EG-overeenkomsten.
TITEL II. - Handel Afdeling A. - Algemeen
Artikel 5 Vrijhandelszone 1. De Gemeenschap en Zuid-Afrika komen overeen een vrijhandelszone tot stand te brengen overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst en met inachtneming van de voorschriften van de WTO.2. De vrijhandelszone wordt tijdens een overgangsperiode tot stand gebracht die van de kant van Zuid-Afrika ten hoogste twaalf jaar en van de kant van de Gemeenschap ten hoogste tien jaar zal duren vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst.3. De vrijhandelszone omvat het vrije verkeer van goederen in alle sectoren.Deze Overeenkomst heeft eveneens betrekking op de liberalisering van de handel in diensten en het vrije verkeer van kapitaal.
Artikel 6 Goederenindeling De Gemeenschap past de gecombineerde nomenclatuur toe bij de invoer van goederen uit Zuid-Afrika. Zuid-Afrika past het geharmoniseerd systeem toe bij de invoer van goederen uit de Gemeenschap.
Artikel 7 Basisrecht 1. Voor elk product is het basisrecht waarop de in de Overeenkomst vermelde achtereenvolgende verminderingen worden toegepast, het recht dat op de dag van inwerkingtreding van de Overeenkomst daadwerkelijk van toepassing is.2. De Gemeenschap en Zuid-Afrika delen elkaar hun basisrechten mede overeenkomstig de tussen partijen overeengekomen "standstill"- en "rollback"-verbintenis en de in bijlage I vermelde overeengekomen afwijkingen op deze beginselen.3. Wanneer de geleidelijke afschaffing van de douanerechten niet bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst aanvangt (met name voor de in bijlage II, lijsten 3, 4 en 5;bijlage III, lijsten 2, 3, 4 en 6; bijlage IV, lijsten 3, 4, 7 en 8; bijlage V; bijlage VI, lijsten 2, 3 en 5; en bijlage VII vermelde producten) is het recht waarop de in de Overeenkomst vermelde achtereenvolgende verminderingen van toepassing zijn het in lid 1 genoemde basisrecht of, indien dit lager is, het recht dat "erga omnes" van toepassing is op de dag waarop de geleidelijke afschaffing van de desbetreffende douanerechten een aanvang neemt.
Artikel 8 Douanerechten van fiscale aard De bepalingen inzake de afschaffing van douanerechten bij invoer zijn ook van toepassing op douanerechten van fiscale aard, met uitzondering van niet-discriminerende accijnzen die overeenkomstig artikel 21 van deze Overeenkomst zowel op ingevoerde als van plaatselijk geproduceerde goederen worden geheven.
Artikel 9 Heffingen van gelijke werking als invoerrechten Bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst schaffen de Gemeenschap en Zuid-Afrika de heffingen van gelijke werking als douanerechten bij invoer af. Afdeling B. - Industrieproducten
Artikel 10 Definitie De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap en Zuid-Afrika, met uitzondering van producten die volgens de in deze Overeenkomst opgenomen definitie landbouwproducten zijn.
Artikel 11 Afschaffing van de douanerechten door de Gemeenschap 1. De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op andere dan de in bijlage II vermelde industrieproducten van oorsprong uit Zuid-Afrika, worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.2. De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage II, lijst 1, vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft : - bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 75 % van het basisrecht; - een jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50 % van het basisrecht; - twee jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 25 % van het basisrecht; - drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft. 3. De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage II, lijst 2, vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft : - bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 86 % van het basisrecht; - een jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 72 % van het basisrecht; - twee jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 57 % van het basisrecht; - drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 43 % van het basisrecht; - vier jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 28 % van het basisrecht; - vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 14 % van het basisrecht; - zes jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft. 4. De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage II, lijst 3, vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika, worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft : - drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 75 % van het basisrecht; - vier jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50 % van het basisrecht; - vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 25 % van het basisrecht; - zes jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft.
Voor enkele in deze lijst vermelde producten vangt de afschaffing van de douanerechten vier jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst aan. De afschaffing geschiedt in drie gelijke jaarlijkse verminderingen, zodat deze rechten zes jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst geheel zullen zijn afgeschaft.
Voor enkele in de lijst vermelde ijzer- en staalproducten worden de rechten op meestbegunstigingsbasis verlaagd tot in 2004 het nulrecht zal zijn bereikt. 5. De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage II, lijst 4, vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika, worden uiterlijk binnen tien jaar na inwerkingtreding van de Overeenkomst afgeschaft. Voor de in deze lijst vermelde auto-onderdelen worden de rechten bij inwerkingtreding van de Overeenkomst met 50 % verlaagd.
Een nauwkeurige opgave van de basisrechten en een tijdschema voor de afschaffing van de rechten van de Gemeenschap voor de in deze lijst vermelde producten zal in de tweede helft van 2000 worden vastgesteld, nadat beide partijen de vooruitzichten op een verdere liberalisering van de invoer in Zuid-Afrika van de in bijlage III, lijsten 5 en 6 vermelde automobielen uit de Gemeenschap hebben onderzocht, onder meer in het licht van de resultaten van de beoordeling van het Zuid-Afrikaanse ontwikkelingsprogramma voor de auto-industrie. 6. De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage II, lijst 5, vermelde producten zullen in het vijfde jaar van deze Overeenkomst worden onderzocht teneinde deze eventueel af te schaffen. Artikel 12 Afschaffing van de douanerechten door Zuid-Afrika 1. De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op andere dan de in bijlage III vermelde industrieproducten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.2. De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage III, lijst 1, vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft : - bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 75 % van het basisrecht; - een jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50 % van het basisrecht; - twee jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 25 % van het basisrecht; - drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft. 3. De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage III, lijst 2, vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap worden overeenkomstig het onderstaande tijdschema geleidelijk afgeschaft : - drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 67 % van het basisrecht; - vier jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 33 % van het basisrecht; - vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft. 4. De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage III, lijst 3, vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap worden overeenkomstig het onderstaande tijdschema geleidelijk afgeschaft : - drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 90 % van het basisrecht; - vier jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 80 % van het basisrecht; - vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 70 % van het basisrecht; - zes jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 60 % van het basisrecht; - zeven jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50 % van het basisrecht; - acht jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 40 % van het basisrecht; - negen jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 30 % van het basisrecht; - tien jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 20 % van het basisrecht; - elf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 10 % van het basisrecht; - twaalf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft. 5. De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage III, lijst 4, vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft. - vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 88 % van het basisrecht; - zes jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 75 % van het basisrecht; - zeven jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 63 % van het basisrecht; - acht jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50 % van het basisrecht; - negen jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 38 % van het basisrecht; - tien jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 25 % van het basisrecht; - elf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 13 % van het basisrecht; - twaalf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft. 6. De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage III, lijst 5, vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden overeenkomstig het in die bijlage opgenomen tijdschema geleidelijk verlaagd.7. De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage III, lijst 6, vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap worden tijdens de geldigheidsduur van de Overeenkomst regelmatig herzien om tot een verdere liberalisering van de handel te komen. Zuid-Afrika zal de Gemeenschap in kennis stellen van de resultaten van de herziening van het Zuid-Afrikaanse ontwikkelingsprogramma voor de auto-industrie. Zuid-Afrika zal voorstellen doen voor een verdere liberalisering van de invoer in Zuid-Afrika van de in bijlage III, lijsten 5 en 6 genoemde automobielproducten. De partijen zullen deze voorstellen in de tweede helft van 2000 gezamenlijk onderzoeken. Afdeling C. - Landbouwproducten
Artikel 13 Definitie De bepalingen van deze afdeling zijn van toepassing op producten van oorsprong uit de Europese Gemeenschap en Zuid-Afrika die onder de WTO-definitie van landbouwproducten vallen en op vis en visserijproducten (hoofdstuk 3, 1604, 1605 en producten 05119110, 05119190, 19022010 en 23012000).
Artikel 14 Afschaffing van de douanerechten door de Gemeenschap 1. De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op andere dan de in bijlage IV vermelde landbouwproducten van oorsprong uit Zuid-Afrika, worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.2. De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage IV, lijst 1, vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika, worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft : - bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 75 % van het basisrecht; - een jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50 % van het basisrecht; - twee jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 25 % van het basisrecht; - drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft. 3. De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage IV, lijst 2, vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika, worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft : - bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 91 % van het basisrecht; - een jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 82 % van het basisrecht; - twee jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 73 % van het basisrecht; - drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 64 % van het basisrecht; - vier jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 55 % van het basisrecht; - vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 45 % van het basisrecht; - zes jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 36 % van het basisrecht; - zeven jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 27 % van het basisrecht; - acht jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 18 % van het basisrecht; - negen jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 9 % van het basisrecht; - tien jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft. 4. De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage IV, lijst 3, vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika, worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft : - drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 87 % van het basisrecht; - vier jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 75 % van het basisrecht; - vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 62 % van het basisrecht; - zes jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50 % van het basisrecht; - zeven jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 37 % van het basisrecht; - acht jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 25 % van het basisrecht; - negen jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 12 % van het basisrecht; - tien jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft.
Voor enkele in deze bijlage vermelde producten geldt vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst tot de volledige afschaffing van de rechten een rechtenvrij contingent, overeenkomstig de in de bijlage vermelde voorwaarden. 5. De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage IV, lijst 4, vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika, worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft : - vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 83 % van het basisrecht; - zes jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 67 % van het basisrecht; - zeven jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50 % van het basisrecht; - acht jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 33 % van het basisrecht; - negen jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 17 % van het basisrecht; - tien jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft.
Voor enkele in deze bijlage vermelde producten geldt vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst tot de volledige afschaffing van de rechten een rechtenvrij contingent, overeenkomstig de in de bijlage vermelde voorwaarden. 6. De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Zuid-Afrika zijn in bijlage IV, lijst 5, vermeld, en zullen overeenkomstig de daarin omschreven voorwaarden worden toegepast. De Samenwerkingsraad kan besluiten tot : a) de uitbreiding van de in bijlage IV, lijst 5, opgenomen lijst van verwerkte landbouwproducten, en b) de verlaging van de rechten op verwerkte landbouwproducten.Deze verlaging van rechten kan plaatsvinden wanneer de rechten op basisproducten in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika worden verlaagd of, in het kader van wederzijdse concessies op het gebied van verwerkte landbouwproducten. 7. Voor enkele landbouwproducten van oorsprong uit Zuid-Afrika gelden vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst bij invoer in de Gemeenschap de in bijlage IV, lijst 6, vermelde verlaagde douanerechten, die overeenkomstig de in die bijlage omschreven voorwaarden zullen worden toegepast.8. De douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage IV, lijst 7, vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika, worden tijdens de looptijd van de Overeenkomst regelmatig herzien, afhankelijk van de ontwikkeling van het gemeenschappelijke landbouwbeleid.9. Op de in bijlage IV, lijst 8, vermelde producten kunnen geen tariefconcessies worden toegepast, daar deze producten door EU-benamingen zijn beschermd.10. Tariefconcessies die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage V vermelde producten van oorsprong uit Zuid-Afrika, zullen overeenkomstig de daarin omschreven voorwaarden worden toegepast. Artikel 15 Afschaffing van de douanerechten door Zuid-Afrika 1. De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op andere dan de in bijlage VI vermelde landbouwproducten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst.2. De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage VI, lijst 1, vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden overeenkomstig het volgende tijdschema geleidelijk afgeschaft : - bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 75 % van het basisrecht; - een jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50 % van het basisrecht; - twee jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 25 % van het basisrecht; - drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft. 3. De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage VI, lijst 2, vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden overeenkomstig het onderstaande tijdschema geleidelijk afgeschaft : - drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 67 % van het basisrecht; - vier jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 33 % van het basisrecht; - vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft. 4. De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage VI, lijst 3, vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden overeenkomstig het onderstaande tijdschema geleidelijk afgeschaft : - vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 88 % van het basisrecht; - zes jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 75 % van het basisrecht; - zeven jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 63 % van het basisrecht; - acht jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50 % van het basisrecht; - negen jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 38 % van het basisrecht; - tien jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 25 % van het basisrecht; - elf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 13 % van het basisrecht; - twaalf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden alle rechten afgeschaft.
Voor enkele in deze bijlage vermelde producten geldt vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst tot de volledige afschaffing van de rechten een rechtenvrij contingent, overeenkomstig de in de bijlage vermelde voorwaarden. 5. De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage VI, lijst 4, vermelde producten van oorsprong uit de Gemeenschap, worden tijdens de looptijd van de Overeenkomst regelmatig herzien.6. De douanerechten die bij invoer in Zuid-Afrika van toepassing zijn op de in bijlage VII vermelde visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden geleidelijk afgeschaft, parallel met de afschaffing van de douanerechten van de overeenkomstige tariefposten door de Gemeenschap. Artikel 16 Vrijwaringsclausule landbouwproducten Onverminderd de andere bepalingen van deze Overeenkomst en met name artikel 24, pleegt de Samenwerkingsraad, gezien de bijzondere gevoeligheid van de landbouwmarkten, terstond overleg om een passende oplossing te vinden indien de invoer van producten van oorsprong uit een partij de markten van de andere partij ernstig verstoort of ernstig dreigt te verstoren. In afwachting van een besluit van de Samenwerkingsraad kan de getroffen partij, indien buitengewone omstandigheden een onmiddellijk handelen noodzakelijk maken, voorlopige maatregelen nemen om de verstoring te beperken of te herstellen. Bij het nemen van deze voorlopige maatregelen zal de getroffen partij de belangen van beide partijen in aanmerking nemen.
Artikel 17 Versnelde afschaffing van de douanerechten door Zuid-Afrika 1. Indien Zuid-Afrika hierom verzoekt zal de Gemeenschap voorstellen in overweging nemen over een versneld tijdschema voor de afschaffing van de douanerechten op de invoer van landbouwproducten in Zuid-Afrika, gekoppeld aan de afschaffing van alle restituties bij uitvoer naar Zuid-Afrika van dezelfde producten die uit de Europese Gemeenschap van oorsprong zijn.2. Indien de Gemeenschap een gunstig gevolg geeft aan dit verzoek, zullen de nieuwe tijdschema's voor de afschaffing van de douanerechten en van de uitvoerrestituties gelijktijdig van toepassing zijn vanaf een door de partijen overeen te komen datum.3. Indien de Gemeenschap geen gunstig gevolg geeft aan dit verzoek, zullen de bepalingen van deze Overeenkomst over de afschaffing van de douanerechten van toepassing blijven. Artikel 18 Herzieningsclausule Uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst zullen de Gemeenschap en Zuid-Afrika zich beraden over verdere stappen om hun wederzijdse handel te liberaliseren. Te dien einde zullen met name, doch niet uitsluitend, de douanerechten worden onderzocht die van toepassing zijn op de producten die zijn vermeld in bijlage II, lijst 5, bijlage III, lijsten 5 en 6, bijlage IV, lijsten 5, 6 en 7, bijlage V, lijsten 1, 2, 3 en 4, bijlage VI, lijsten 4 en 5 en bijlage VII. TITEL III. - Met de handel verband houdende kwesties Afdeling A. - Algemene bepalingen
Artikel 19 Grensmaatregelen 1. Kwantitatieve in- of uitvoerbeperkingen en maatregelen van gelijke werking in het handelsverkeer tussen Zuid-Afrika en de Gemeenschap worden bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst afgeschaft.2. In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika worden geen nieuwe kwantitatieve in- of uitvoerbeperkingen of maatregelen van gelijke werking ingesteld.3. In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika worden vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst geen nieuwe in- of uitvoerrechten of heffingen van gelijke werking ingevoerd. Artikel 20 Landbouwbeleid 1. De partijen kunnen in het kader van de Samenwerkingsraad regelmatig overleg plegen over de strategie en praktische uitwerking van hun landbouwbeleid.2. Indien een der partijen het in verband met de doelstellingen van haar eigen landbouwbeleid noodzakelijk acht de in deze Overeenkomst omschreven regelingen te wijzigen, deelt zij dit aan de Samenwerkingsraad mede, die over de gevraagde wijziging een besluit neemt.3. Indien de Gemeenschap of Zuid-Afrika de regelingen voor landbouwproducten van deze Overeenkomst in toepassing van lid 2 wijzigt, past deze partij door de Samenwerkingsraad goed te keuren aanpassingen toe om de concessies ten aanzien van de invoer uit de andere partij op een niveau te handhaven dat gelijkwaardig is met het niveau waarin deze Overeenkomst voorziet. Artikel 21 Fiscale maatregelen 1. De partijen onthouden zich van alle binnenlandse maatregelen of praktijken van fiscale aard die, rechtstreeks of onrechtstreeks, discrimineren tussen de producten van de ene partij en de producten van oorsprong uit het grondgebied van de andere partij.2. Het bedrag van de indirecte binnenlandse belastingen dat wordt terugbetaald bij de uitvoer van producten naar het grondgebied van een van de partijen mag niet hoger zijn dan het bedrag aan indirecte belastingen dat rechtstreeks of onrechtstreeks op deze producten was geheven. Artikel 22 Douane-unies en vrijhandelszones 1. Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of oprichting van douane-unies, vrijhandelszones of andere regelingen tussen een van de partijen en een derde land, mits zij geen afbreuk doen aan de rechten en plichten waarin deze Overeenkomst voorziet.2. De Gemeenschap en Zuid-Afrika plegen in de Samenwerkingsraad overleg over overeenkomsten tot instelling of wijziging van douane-unies of vrijhandelszones en, desgewenst, over andere belangrijke onderwerpen in verband met hun handelsbeleid ten aanzien van derde landen.Een dergelijk overleg vindt met name plaats bij de toetreding van een derde land tot de Europese Unie zodat rekening kan worden gehouden met de onderlinge belangen van de Gemeenschap en Zuid-Afrika.
Artikel 23 Antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen 1. Geen van de bepalingen in deze Overeenkomst doet afbreuk aan de mogelijkheid van beide partijen antidumpingmaatregelen en compenserende maatregelen te nemen overeenkomstig artikel VI van de GATT-Overeenkomst van 1994, de Overeenkomst inzake de Tenuitvoerlegging van artikel VI van de GATT-Overeenkomst van 1994 en de Overeenkomst inzake Subsidies en Compenserende Maatregelen die een bijlage vormt bij de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de WTO.2. Voordat definitieve antidumpingrechten of compenserende rechten worden ingesteld ten aanzien van producten uit Zuid-Afrika kunnen de partijen de mogelijkheid in overweging nemen constructieve maatregelen te nemen zoals bepaald in de Overeenkomst inzake de Tenuitvoerlegging van artikel VI van de GATT-Overeenkomst van 1994 en de Overeenkomst inzake Subsidies en Compenserende Maatregelen. Artikel 24 Vrijwaringsclausule 1. Wanneer een product in zulke toegenomen hoeveelheden en onder zulke omstandigheden wordt ingevoerd dat de binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten op het grondgebied van een van de Overeenkomstsluitende partijen daardoor schade lijden of dreigen te lijden, kan de Gemeenschap of Zuid-Afrika, al naar gelang van het geval, passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden die zijn neergelegd in de WTO-Overeenkomst inzake Vrijwaringsmaatregelen of de Overeenkomst inzake de Landbouw die een bijlage vormen bij de Overeenkomst van Marrakesh tot instelling van de WTO en overeenkomstig de in artikel 26 omschreven procedures.2. Wanneer een product in zulke toegenomen hoeveelheden en onder zulke omstandigheden wordt ingevoerd dat de economische situatie van de ultraperifere gebieden van de Europese Unie daardoor ernstige schade lijdt of dreigt te lijden, kande Europese Unie, bij wijze van uitzondering en nadat andere oplossingen zijn onderzocht, speciaal voor dat gebied of die gebieden toezichts- of vrijwaringsmaatregelen nemen overeenkomstig de in artikel 26 omschreven procedures.3. Wanneer een product in zulke hoeveelheden en onder zulke omstandigheden wordt ingevoerd dat de economische situatie van een of meer leden van de Zuidelijk-Afrikaanse Douane-unie daardoor ernstige schade lijdt of dreigt te lijden, kan Zuid-Afrika op verzoek van het betrokken land of de betrokken landen, bij wijze van uitzondering en na andere oplossingen te hebben onderzocht, toezichts- of vrijwaringsmaatregelen nemen overeenkomstig de in artikel 26 omschreven procedures. Artikel 25 Vrijwaringsmaatregelen voor de overgangsperiode 1. Onverminderd het bepaalde in artikel 24 kunnen buitengewone maatregelen van beperkte duur die afwijken van het bepaalde in de artikelen 12 en 15 door Zuid-Afrika worden genomen in de vorm van verhoging of wederinstelling van douanerechten.2. Deze maatregelen mogen echter slechts betrekking hebben op pas gevestigde industrieën of sectoren die ten gevolge van de bij de artikelen 12 en 15 vastgestelde verlaging van de rechten door de toegenomen invoer uit de Gemeenschap met ernstige moeilijkheden hebben te kampen, met name wanneer deze moeilijkheden ernstige sociale problemen veroorzaken.3. De bij deze maatregelen ingestelde douanerechten die in Zuid-Afrika van toepassing zijn op producten van oorsprong uit de Gemeenschap mogen niet hoger zijn dan het laagste van de volgende drie rechten, namelijk het basisrecht, het toepasselijke meestbegunstigingsrecht of 20 % ad valorem, en moeten een preferentie-element blijven bevatten voor producten van oorsprong uit de Gemeenschap.De totale waarde van alle producten waarop deze maatregelen van toepassing zijn mag niet hoger zijn dan 10 % van de waarde van de gehele invoer van industrieproducten uit de Gemeenschap in het laatste jaar waarvoor statistieken beschikbaar zijn. 4. Deze maatregelen mogen voor een periode van ten hoogste vier jaar worden toegepast.Uiterlijk bij afloop van de maximale overgangsperiode van twaalf jaar houden zij op van toepassing te zijn.
Deze termijnen mogen bij wijze van uitzondering bij besluit van de Samenwerkingsraad worden verlengd. 5. Deze maatregelen kunnen ten aanzien van een bepaald product niet meer worden genomen, indien meer dan drie jaar zijn verstreken sinds alle rechten en kwantitatieve beperkingen of heffingen of maatregelen van gelijke werking voor dat product zijn afgeschaft.6. Zuid-Afrika stelt de Samenwerkingsraad in kennis van de buitengewone maatregelen die zij voornemens is te nemen;op verzoek van de Gemeenschap wordt over deze maatregelen overleg gepleegd voordat zij worden toegepast, teneinde een bevredigende oplossing te bereiken. De kennisgeving van Zuid-Afrika bevat een indicatief tijdschema voor de invoering en daaropvolgende afschaffing van de in te stellen douanerechten. 7. Indien binnen 30 dagen na kennisgeving geen overeenstemming is bereikt over de in lid 6 bedoelde voorgenomen maatregelen, kan Zuid-Afrika passende maatregelen nemen om het probleem op te lossen, en legt het de Samenwerkingsraad het definitieve tijdschema voor voor de afschaffing van de op grond van dat artikel ingestelde douanerechten.Volgens dit tijdschema worden de rechten uiterlijk een jaar na instelling geleidelijk in gelijke jaarfasen afgeschaft. De Samenwerkingsraad kan besluiten dat een ander tijdschema moet worden gevolgd.
Artikel 26 Vrijwaringsprocedures 1. Wanneer de Gemeenschap of Zuid-Afrika naar aanleiding van de in artikel 24 bedoelde problemen toezicht instelt teneinde snel gegevens te verkrijgen over de ontwikkeling van de handelsstromen, stelt deze partij de andere partij daarvan in kennis en pleegt met de andere partij overleg indien deze hierom verzoekt.2. In de in artikel 24 bedoelde gevallen verstrekt de Gemeenschap of Zuid-Afrika, al naar gelang van het geval, voordat de daarin bedoelde maatregelen worden genomen, of in de gevallen waarop lid 5, onder b), van toepassing is, de Samenwerkingsraad zo spoedig mogelijk alle relevante inlichtingen zodat een voor beide partijen aanvaardbare oplossing kan worden gevonden.3. Bij de keuze van de te nemen maatregelen wordt voorrang gegeven aan die maatregelen die de werking van deze Overeenkomst het minst verstoren.Deze maatregelen gaan niet verder dan nodig is om een einde te maken aan ernstige schade of deze te voorkomen en om aanpassing te vergemakkelijken. 4. De vrijwaringsmaatregelen worden terstond aan de Samenwerkingsraad medegedeeld.Over deze maatregelen zal binnen de Samenwerkingsraad regelmatig overleg worden gepleegd, met name om een tijdschema voor afschaffing te kunnen vaststellen zodra de omstandigheden dit toelaten. 5. Voor de tenuitvoerlegging van de voorgaande leden zijn de volgende bepalingen van toepassing : a) De moeilijkheden die uit de in het artikel 24 bedoelde situatie kunnen voortvloeien, worden voor onderzoek aan de Samenwerkingsraad voorgelegd, die een besluit kan nemen om aan die moeilijkheden een einde te maken.Indien de Samenwerkingsraad of de partij van uitvoer geen besluit heeft genomen om aan de moeilijkheden een einde te maken of indien binnen 30 dagen na voorlegging van de kwestie geen bevredigende oplossing is gevonden, kan de partij van invoer passende maatregelen nemen om het probleem op te lossen. Deze maatregelen zijn ten hoogste drie jaar van toepassing en bevatten elementen die, uiterlijk aan het eind van de gestelde termijn, tot hun geleidelijke afschaffing leiden. b) Indien het in buitengewone omstandigheden noodzakelijk is onmiddellijk maatregelen te nemen waardoor voorafgaande kennisgeving of voorafgaand onderzoek niet mogelijk is, kan de Gemeenschap of Zuid-Afrika, al naar gelang het geval, in de in artikel 24 vermelde omstandigheden terstond de nodige voorzorgsmaatregelen nemen, waarvan de andere partij terstond in kennis wordt gesteld. Artikel 27 Uitzonderingen Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, uitvoer of doorvoer of de handel in gebruikte goederen uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten, het nationaal artistiek, historisch en archeologisch erfgoed, de intellectuele, industriële en commerciële eigendom of op grond van de voorschriften betreffende goud en zilver.
Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige of ongerechtvaardigde discriminatie in gelijkaardige situatie zijn of een verkapte beperking van het handelsverkeer tussen partijen.
Artikel 28 Regels van oorsprong De voor de toepassing van tariefpreferenties geldende regels van oorsprong waarin deze Overeenkomst voorziet zijn opgenomen in Protocol 1. Afdeling B. - Recht van vestiging en van dienstverlening
Artikel 29 Herbevestiging van de verplichtingen uit hoofde van de GATS 1. Daar zij erkennen dat de dienstensector van steeds groter belang is voor de ontwikkeling van hun economieën, onderstrepen de partijen, binnen de grenzen van hun bevoegdheden, het belang van strikte naleving van de Algemene Overeenkomst betreffende de handel in diensten (General Agreement on Trade in Services - GATS), en met name het beginsel van de meestbegunstigingsbehandeling en met inbegrip van de toepasselijke protocollen met de daaraan gehechte verbintenissen.2. Overeenkomstig de GATS is deze behandeling niet van toepassing op : a) door een partij toegekende voordelen overeenkomstig de bepalingen van een Overeenkomst zoals gedefinieerd in artikel V van de GATS of maatregelen die op grond van een dergelijke Overeenkomst zijn getroffen;b) andere voordelen die zijn toegekend uit hoofde van de lijst van de uitzonderingen op de meestbegunstigingsclausule die door een partij aan de GATS is gehecht.3. De partijen herbevestigen hun respectieve verbintenissen die als bijlage aan het vierde protocol bij de GATS zijn gehecht betreffende basistelecommunicatiediensten en het vijfde protocol betreffende financiële diensten. Artikel 30 Verdere liberalisering van de dienstverlening 1. Binnen de begrenzingen van hun respectieve bevoegdheden streven de partijen naar uitbreiding van het toepassingsgebied van de Overeenkomst teneinde hun onderlinge handel in diensten verder te liberaliseren.Bij een dergelijke uitbreiding voorziet het liberaliseringsproces in de afschaffing van nagenoeg alle discriminatie tussen de partijen in de betrokken dienstensectoren. Dit proces dient betrekking te hebben op alle wijzen van levering, met inbegrip van de levering van een dienst : a) vanuit het grondgebied van een partij naar het grondgebied van de andere partij;b) op het grondgebied van een partij aan de gebruiker van de dienst van de andere partij;c) door een dienstverlener van een partij, via de commerciële aanwezigheid op het grondgebied van de ander partij;d) door een dienstverlener van een partij, via de aanwezigheid van natuurlijke personen van die partij op het grondgebied van de andere partij.2. De Samenwerkingsraad doet de nodige aanbevelingen voor de tenuitvoerlegging van de in lid 1 omschreven doelstelling.3. Bij het formuleren van deze aanbevelingen houdt de Samenwerkingsraad rekening met de ervaringen die bij de tenuitvoerlegging van de verplichtingen van elke partij uit hoofde van de GATS is opgedaan, waarbij met name wordt verwezen naar artikel V in het algemeen en naar lid 3, onder a), van dat artikel in het bijzonder, dat betrekking heeft op de deelneming van ontwikkelingslanden aan liberaliseringsovereenkomsten.4. De in lid 1 omschreven doelstelling wordt uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst voor de eerste maal door de Samenwerkingsraad onderzocht Artikel 31 Vervoer over zee 1.De partijen streven ernaar het beginsel toe te passen van onbeperkte toegang tot de internationale zeevaartmarkt en zeevaart op basis van eerlijke concurrentie op commerciële grondslag. 2. De partijen komen overeen elkaars onderdanen en de schepen die op het grondgebied van een van de partijen zijn geregistreerd geen minder gunstige behandeling te geven dan die welke aan de meest begunstigde natie wordt toegekend op het gebied van het vervoer over zee van goederen, personen of beide, toegang tot havens, het gebruik van de infrastructuur en hulpdiensten voor de zeevaart van die havens en de daaraan verbonden kosten, douanefaciliteiten en de toewijzing van ligplaatsen en faciliteiten voor het laden en lossen, op basis van eerlijke concurrentie en op commerciële voorwaarden.3. De partijen komen overeen het vervoer over zee, met inbegrip van het intermodale vervoer, in het kader van artikel 30 te bezien, onverminderd de dan geldende beperkingen op grond van nationaliteit of de door een van de partijen aangegane overeenkomsten die verenigbaar zijn met de rechten en plichten van de partijen uit hoofde van de GATS. Afdeling C. - Lopende betalingen en kapitaalverkeer
Artikel 32 Lopende betalingen 1. Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 34 staan de partijen toe dat betalingen voor lopende transacties tussen inwoners van de Gemeenschap en van Zuid-Afrika in vrij converteerbare valuta geschieden.2. Zuid-Afrika kan de nodige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat het bepaalde in lid 1, waarbij de lopende betalingen worden geliberaliseerd, door zijn inwoners niet op zodanige wijze wordt gebruikt dat een kapitaalvlucht plaatsvindt. Artikel 33 Kapitaalverkeer 1. Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans garanderen de Gemeenschap en Zuid-Afrika vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal ten behoeve van directe investeringen in Zuid-Afrika in ondernemingen die overeenkomstig de geldende wetgeving zijn opgericht en dat deze investeringen en de daaruit voortvloeiende winsten geliquideerd en gerepatrieerd kunnen worden.2. De partijen plegen overleg om het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika te vergemakkelijken en uiteindelijk volledige te liberaliseren. Artikel 34 Betalingsbalansproblemen Indien een of meer lidstaten van de Gemeenschap of Zuid-Afrika ernstige betalingsbalansproblemen ondervindt of dreigt te ondervinden, kan de Gemeenschap respectievelijk Zuid-Afrika, in overeenstemming met de voorwaarden van de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel en met de artikelen VIII en XIV van de statuten van het Internationaal Monetair Fonds de lopende transacties voor kortere duur beperken, welke beperkingen slechts zover mogen gaan als tot hetgeen noodzakelijk is om de betalingsbalans te herstellen. De Gemeenschap of Zuid-Afrika, al naar gelang van het geval, deelt dit terstond mede aan de andere partij en doet deze partij zo spoedig mogelijk een tijdschema toekomen voor de opheffing van deze maatregelen. Afdeling D. - Mededingingsbeleid
Artikel 35 Definitie Onverenigbaar met de goede werking van deze Overeenkomst, voorzover de handel tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika daardoor ongunstig kan worden beïnvloed, zijn : a) alle overeenkomsten en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen die horizontale banden hebben, besluiten van associaties van ondernemingen, en overeenkomsten tussen ondernemingen die verticale banden hebben die ten gevolge hebben dat de mededinging op het grondgebied van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika in aanzienlijke mate wordt verhinderd of beperkt, tenzij deze ondernemingen kunnen aantonen dat de gevolgen die de concurrentie beperken minder zwaar wegen dan de gevolgen die de concurrentie bevorderen;b) misbruik van een machtspositie door een of meer ondernemingen op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van Zuid-Afrika, of op een wezenlijk deel daarvan. Artikel 36 Tenuitvoerlegging Indien een partij bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst nog niet de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen heeft vastgesteld om artikel 35 in haar rechtsgebied ten uitvoer te kunnen leggen, zal zij dit binnen drie jaar doen.
Artikel 37 Passende maatregelen Indien de Gemeenschap of Zuid-Afrika van oordeel is dat een bepaalde praktijk op haar of zijn binnenlandse markt in strijd is met de artikel 35, en : a) deze praktijk niet op afdoende wijze kan worden tegengegaan met de in artikel 35 bedoelde uitvoeringsbepalingen, of b) wanneer dergelijke bepalingen ontbreken, deze praktijk de belangen van de andere partij of een binnenlandse bedrijfstak, met inbegrip van binnenlandse dienstverleners, ernstig schaadt of dreigt te schaden, kan de betrokken partij overeenkomstig haar eigen wetgeving passende maatregelen nemen, na overleg in de Samenwerkingsraad, of na afloop van een termijn van 30 werkdagen nadat de kwestie voor overleg aan de Samenwerkingsraad is voorgelegd.Bij het nemen van passende maatregelen worden de bevoegdheden van de betrokken Mededingingsautoriteit in acht genomen.
Artikel 38 Wederzijds respect 1. De partijen komen overeen dat, wanneer de Commissie of de Zuid-Afrikaanse Mededingingsautoriteit redenen heeft om aan te nemen dat op het grondgebied van de andere autoriteit praktijken plaatsvinden die strijdig zijn met een eerlijke concurrentie in de zin van artikel 35 en die de wezenlijk belangen van de partijen ernstig schaden, zij de mededingingsautoriteit van de andere partij kan verzoeken passende maatregelen te nemen om aan deze praktijken een einde te maken volgens de mededingingsregels van die autoriteit.2. Een dergelijk verzoek doet geen afbreuk aan maatregelen die op grond van de mededingingswetgeving van de verzoekende autoriteit eventueel genomen kunnen worden en aan de bevoegdheden en onafhankelijkheid van de aangezochte autoriteit.3. Zonder afbreuk te doen aan de taken, rechten, plichten en onafhankelijkheid van de aangezochte mededingingsautoriteit, onderzoekt deze de opmerkingen van de verzoekende autoriteit en de door deze autoriteit voorgelegde bewijsstukken zorgvuldig en besteedt zij met name aandacht aan de aard van de activiteiten die met de eerlijke mededinging strijdig zouden zijn, de daarbij betrokken onderneming(en) en de schadelijke gevolgen die deze activiteiten voor de wezenlijke belangen van de klagende partij zouden hebben.4. Wanneer de Commissie of de Zuid-Afrikaanse Mededingingsautoriteit besluit een onderzoek in te stellen of een actie te ondernemen die een aanmerkelijke invloed kan uitoefenen op de belangen van de andere partij, moeten de partijen op verzoek van een van hen overleg plegen, waarbij zij zullen trachten een voor hen beide aanvaardbare oplossing te vinden in het licht van hun wederzijdse aanmerkelijke belangen en waarbij de wetgeving en de soevereiniteit van beide partijen en de onafhankelijkheid van hun mededingingsautoriteiten en het wederzijds respect in aanmerking worden genomen. Artikel 39 Technische bijstand De Gemeenschap verschaft Zuid-Afrika technische bijstand bij de herstructurering van de mededingingswetgeving en het mededingingsbeleid, die onder meer het volgende kan inhouden : a) uitwisseling van deskundigen;b) organisatie van seminars;c) opleidingsactivititeiten. Artikel 40 Uitwisseling van gegevens De partijen wisselen gegevens uit, rekening houdend met de beperkingen uit hoofde van het zaken- en beroepsgeheim. Afdeling E. - Overheidssteun
Artikel 41 Overheidssteun 1. Voor zover deze van nadelige invloed kan zijn op het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Zuid-Afrika, is overheidssteun die bepaalde ondernemingen of de productie van bepaalde goederen bevoordeelt, waardoor de concurrentie wordt vervalst of kan worden vervalst, en die geen ondersteuning vormt van een beleidsdoelstelling van een partij, strijdig met de goede werking van deze Overeenkomst.2. De partijen komen overeen dat het in hun belang is ervoor te zorgen dat overheidssteun op een billijke en doorzichtige wijze wordt toegekend. Artikel 42 Herstelmaatregelen 1. Indien de Gemeenschap of Zuid-Afrika van oordeel is dat een bepaalde praktijk in strijd is met artikel 41 en dat de belangen van de andere partij of een binnenlandse bedrijfstak door deze praktijk ernstige schade lijden of dreigen te li …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.