{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Als een akte of geschrift, overeengekomen tussen dezelfde partijen, verschillende van elkaar onafhankelijke of niet noodzakelijk uit elkaar voortvloeiende regelingen bevat waaronder een schenking die onderworpen is aan de schenkbelasting, wordt op elke regeling al naargelang het geval de belasting, vermeld in hoofdstuk 8 tot en met hoofdstuk 11, geheven.\". Art. 91.In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 4, toegevoegd bij artikel 87, een onderafdeling 2 toegevoegd, die luidt als volgt : \"Onderafdeling 2. - Tijdelijke bepalingen voor schenkingen van percelen grond die volgens de stedenbouwkundige voorschriften bestemd zijn voor woningbouw\". Art. 92.In hetzelfde decreet wordt aan onderafdeling 2, toegevoegd bij artikel 91, een artikel 2.8.4.2.1 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.8.4.2.1. In afwijking van artikel 2.8.4.1.1, § 1, wordt de schenkbelasting voor schenkingen van een perceel grond in het Vlaamse Gewest dat volgens de stedenbouwkundige voorschriften bestemd is voor woningbouw, waarvan de akte verleden wordt in de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2019, berekend volgens het tarief, vermeld in de onderstaande tabellen :</p>\n<p class=\"lf-p\">TABEL I tarief in rechte lijn en tussen partners gedeelte van de schenking A Schijf in euro tarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte in kolom A, in % totaalbedrag van de belasting op de voorgaande gedeelten, in euro Vanaf tot en met 0,01 12.500 1 - 12.500,01 25.000 2 125 25.000,01 50.000 3 375 50.000,01 100.000 5 1.125 100.000,01 150.000 8 3.625 150.000,01 200.000 14 7.625 200.000,01 250.000 18 14.625 250.000,01 500.000 24 23.625 500.000,01 30 83.625 TABEL II tarief tussen broers en zussen gedeelte van de schenking A Schijf in euro tarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte in kolom A, in % totaalbedrag van de belasting op de voorgaande gedeelten, in euro Vanaf tot en met 0,01 150.000 10 - 150.000,01 175.000 50 15.000 175.000,01 65 27.500 TABEL III tarief tussen ooms, tantes, neven en nichten gedeelte van de schenking A Schijf in euro tarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte in kolom A, in % totaalbedrag van de belasting op de voorgaande gedeelten, in euro Vanaf tot en met 0,01 150.000 10 - 150.000,01 175.000 55 15.000 175.000,01 70 28.750 TABEL IV tarief tussen alle andere personen gedeelte van de schenking A Schijf in euro tarief, toepasselijk op het overeenstemmende gedeelte in kolom A, in % totaalbedrag van de belasting op de voorgaande gedeelten, in euro Vanaf tot en met 0,01 150.000 10 - 150.000,01 175.000 65 15.000 175.000,01 80 31.250 \". Art. 93.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde onderafdeling een artikel 2.8.4.2.2 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.8.4.2.2. De schenkbelasting, vermeld in artikel 2.8.4.2.1, is niet van toepassing op schenkingen die zijn gedaan onder een opschortende voorwaarde die vervuld wordt na het verstrijken van de periode, bepaald in hetzelfde artikel, of die zijn gedaan onder een tijdsbepaling die verder reikt dan de periode, bepaald in het voormelde artikel.\". Art. 94.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde onderafdeling een artikel 2.8.4.2.3 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.8.4.2.3. De schenkbelasting, vermeld in artikel 2.8.4.2.1, wordt alleen toegepast als in de akte van schenking uitdrukkelijk wordt verklaard dat : 1° het perceel grond volgens de stedenbouwkundige voorschriften bestemd is voor woningbouw;2° de begiftigden, of een van hen, zich ertoe verbinden om binnen vijf jaar vanaf de datum van de akte hun hoofdverblijfplaats te vestigen op het adres van het verkregen goed. Als een onjuiste verklaring wordt afgelegd over de bestemming van de grond, vermeld in het eerste lid, 1°, zijn aanvullende rechten verschuldigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij niet-nakoming van de aangegane verbintenis, vermeld in het eerste lid, 2°, zijn de begiftigden die de verbintenis zijn aangegaan en niet zijn nagekomen, elk gehouden tot betaling van de aanvullende rechten over hun eigen aandeel in de schenking. De aanvullende rechten zijn niet verschuldigd als de niet-nakoming van de aangegane verbintenis het gevolg is van overmacht.\". Art. 95.Aan titel 2 van hetzelfde decreet wordt aan hoofdstuk 8, toegevoegd bij artikel 77, een afdeling 5 toegevoegd, die luidt als volgt : \"Afdeling 5. - Verminderingen\". Art. 96.In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 5, toegevoegd bij artikel 95, een artikel 2.8.5.0.1 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.8.5.0.1. § 1. Als de belastingplichtige op het tijdstip waarop de schenkbelasting opvorderbaar is, minstens drie kinderen in leven heeft die de leeftijd van eenentwintig jaar niet hebben bereikt, wordt de met toepassing van artikel 2.8.4.1.1, § 1, vastgestelde schenkbelasting verminderd met 2% voor elk van die kinderen van de begiftigde, zonder dat de vermindering meer dan 62 euro per kind mag bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die vermindering wordt ten gunste van de begiftigde partner gebracht op 4% per kind dat de leeftijd van eenentwintig jaar niet heeft bereikt, zonder dat de vermindering meer dan 124 euro per kind mag bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze paragraaf wordt een kind dat verwekt is op het ogenblik van de schenking, als het levensvatbaar geboren wordt, gelijkgesteld met een geboren kind. § 2. Het voordeel van de verminderingen, vermeld in paragraaf 1, wordt alleen toegestaan als voldaan is aan de verplichtingen, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 1 en § 4, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een kind, verwekt vóór de eisbaarheid van de belasting, geboren wordt na de registratie, wordt het bedrag dat te veel werd geheven, terugbetaald op aanvraag van de belastingplichtige. De aanvraag moet ingediend worden binnen twee jaar vanaf de geboorte van het kind.</p>\n<p class=\"lf-p\">De belastingplichtige die over het aantal kinderen een onjuiste verklaring heeft afgelegd, is aanvullende rechten verschuldigd.\". Art. 97.Aan titel 2 van hetzelfde decreet wordt aan hoofdstuk 8, toegevoegd bij artikel 77, een afdeling 6 toegevoegd, die luidt als volgt : \"Afdeling 6. - Vrijstellingen\". Art. 98.In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 6, toegevoegd bij artikel 97, een artikel 2.8.6.0.1 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.8.6.0.1. Er wordt een vrijstelling van de schenkbelasting verleend voor : 1° de overeenkomsten houdende schenking van vruchtgebruik aan de blote eigenaar, als de schenkbelasting of de erfbelasting of een soortgelijk recht door de blote eigenaar of door een vorige blote eigenaar, zijn rechtsvoorganger, op de waarde van de volle eigendom is voldaan;2° de overeenkomsten houdende schenking van onroerende goederen die in het buitenland liggen;3° op voorwaarde van wederkerigheid, de akten houdende schenking aan vreemde staten van onroerende goederen die bestemd zijn tot vestiging van hun diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in België, of voor de woning van het hoofd van de standplaats; 4° de akten houdende schenking van onroerende goederen als vermeld in artikel 2.8.4.1.1, § 1, voor zover die schenking plaatsvindt met het oog op de realisatie van een brownfieldproject dat het voorwerp uitmaakt of zal uitmaken van een bownfieldconvenant als vermeld in het decreet van 30 maart 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II sluiten0 betreffende de Brownfieldconvenanten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, 4°, wordt alleen verleend als bij de aan de formaliteit van de registratie onderworpen akte of verklaring over de overeenkomst een attest is gevoegd waarin wordt bevestigd dat de schenking plaatsvindt met het oog op de realisatie van een brownfieldproject dat het voorwerp uitmaakt of zal uitmaken van een brownfieldconvenant, en dat de onroerende goederen waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd, deel uitmaken van dat brownfieldproject.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de vormgeving van dat attest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, 4°, ook andere onroerende goederen omvat dan de onroerende goederen, vermeld in het tweede lid, moet de verkoopwaarde van elk van de onderscheiden categorieën van onroerende goederen worden opgegeven in een aanvullende verklaring als vermeld in artikel 3.13.1.2.1, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schenkbelasting is alsnog verschuldigd door de verkrijger van de onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, 4°, als binnen de periode, vermeld in artikel 5 van het decreet van 30 maart 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II sluiten0 betreffende de Brownfieldconvenanten, geen brownfieldconvenant voor het project wordt gesloten, of als het brownfieldproject niet tijdig wordt gestart of gerealiseerd conform de voorwaarden, vermeld in het brownfieldconvenant. De schenkbelasting wordt opeisbaar vanaf de kennisgeving aan het bevoegde personeelslid van het niet langer vervuld zijn van de voorwaarden voor het behoud van de vrijstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor die kennisgeving.\". Art. 99.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.8.6.0.2 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.8.6.0.2. Er wordt een vrijstelling van de schenkbelasting verleend voor vonnissen en arresten houdende vernietiging, ontbinding of herroeping van een schenking van onroerende goederen die in België liggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de vernietiging, ontbinding of herroeping, vermeld in het eerste lid, uitgesproken is ten voordele van een andere persoon dan een van de partijen bij de overeenkomst, haar erfgenamen of legatarissen, wordt al naargelang het geval de belasting, vermeld in hoofdstuk 8 tot en met hoofdstuk 11, geheven die verschuldigd geweest zou zijn als de vernietiging, de ontbinding of de herroeping het voorwerp van een minnelijke akte had uitgemaakt.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-100\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 100</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.8.6.0.3 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.8.6.0.3. § 1. In afwijking van artikel 2.8.4.1.1 wordt van het schenkingsrecht vrijgesteld : 1° de schenking van de volle eigendom, de blote eigendom of het vruchtgebruik van de activa die door de schenker of zijn partner beroepsmatig zijn geïnvesteerd in een familiale onderneming.Die vrijstelling is niet van toepassing op de overdrachten van onroerende goederen die hoofdzakelijk tot bewoning worden aangewend of zijn bestemd; 2° de schenking van de volle eigendom, de blote eigendom of het vruchtgebruik van aandelen van een familiale vennootschap met zetel van werkelijke leiding in een van de staten van de Europese Economische Ruimte, op voorwaarde dat de aandelen van de vennootschap op het ogenblik van de schenking onder de levenden voor ten minste 50 % in volle eigendom toebehoren aan de schenker en zijn familie In afwijking van het eerste lid moeten de aandelen van de vennootschap op het ogenblik van de schenking minstens voor 30 % in volle eigendom toebehoren aan de schenker en zijn familie als hij en zijn familie aan een van de volgende voorwaarden voldoen : 1° samen met één andere aandeelhouder en zijn familie volle eigenaar zijn van minstens 70 % van de aandelen van de vennootschap;2° samen met twee andere aandeelhouders en hun familie volle eigenaar zijn van minstens 90 % van de aandelen van de vennootschap. Voor de toepassing van het tweede lid komen de aandelen die toebehoren aan rechtspersonen, niet in aanmerking om te worden samengeteld met de aandelen die toebehoren aan de schenker. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit artikel en artikel 2.8.6.0.4 tot en met artikel 2.8.6.0.7 wordt verstaan onder : 1° familiale onderneming : een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwbedrijf of een vrij beroep dat door de schenker of zijn partner, al dan niet samen met anderen, persoonlijk wordt geëxploiteerd en uitgeoefend;2° familiale vennootschap : een vennootschap die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, of van een vrij beroep tot doel heeft en uitoefent. Als de vennootschap aan het voorgaande niet beantwoordt, maar minstens 30 % van de aandelen houdt van minstens één directe dochtervennootschap die aan die voorwaarde beantwoordt en die haar zetel van werkelijke leiding heeft in een van de staten van de Europese Economische Ruimte, wordt ze ook beschouwd als een familiale vennootschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vennootschappen die geen reële economische activiteit hebben, worden uitgesloten van de vrijstelling, vermeld in paragraaf 1. Een vennootschap wordt geacht geen reële economische activiteit te hebben als uit de balansposten van ofwel de goedgekeurde jaarrekening in geval van een vennootschap als vermeld in paragraaf 2, punt 2°, eerste lid, ofwel de goedgekeurde geconsolideerde jaarrekening in geval van een vennootschap als vermeld in paragraaf 2, punt 2°, tweede lid, van minstens een van de drie boekjaren die voorafgaan aan de datum van de authentieke akte van schenking, cumulatief blijkt dat : a) de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen een percentage uitmaken dat gelijk is aan of lager is dan 1,50 % van de totale activa;b) de terreinen en gebouwen meer dan 50 % uitmaken van het totale actief.De begiftigde kan het tegenbewijs daarvan leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van de hiervoor vermelde omschrijving moet worden begrepen onder : a) bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen : de waarde, opgenomen onder de gelijknamige post van de resultatenrekening van de jaarrekening of onder een soortgelijke post van de geconsolideerde jaarrekening.Als een vennootschap geen jaarrekening volgens het standaardmodel naar Belgisch recht hoeft neer te leggen, is het de waarde die opgenomen is onder de post waaruit alle kosten blijken die naar hun aard als kosten kunnen worden beschouwd voor de tewerkstelling van personeel in dienstverband; b) terreinen en gebouwen : de waarde, opgenomen onder de gelijknamige balanspost van de jaarrekening of van de geconsolideerde jaarrekening of onder een soortgelijke post van de jaarrekening of van de geconsolideerde jaarrekening.Als een vennootschap geen jaarrekening volgens het standaardmodel naar Belgisch recht hoeft neer te leggen, wordt een soortgelijke post bedoeld die opgenomen is onder de post materiële vaste activa; c) totaal actief : de waarde, opgenomen onder de balanspost totaal van de activa van de jaarrekening of onder een soortgelijke post van de jaarrekening of van de geconsolideerde jaarrekening;3° aandelen : a) elk deelbewijs met stemrecht dat een deel van het maatschappelijk kapitaal vertegenwoordigt;b) de certificaten van aandelen, uitgereikt door rechtspersonen met een zetel in een van de staten van de Europese Economische Ruimte, ter vertegenwoordiging van aandelen van familiale vennootschappen die aan de gestelde voorwaarden voldoen en waarvan de rechtspersoon de verplichting heeft om de dividenden en andere vermogensvoordelen onmiddellijk en uiterlijk binnen een maand door te storten aan de certificaathouder;4° familie van de schenker of de aandeelhouder als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 2° : a) de partner van de schenker of aandeelhouder, waarbij het begrip partner voor de aandeelhouder op een gelijkaardige wijze dient te worden geïnterpreteerd als het geval is voor de schenker;b) de verwanten in rechte lijn van de schenker of aandeelhouder, alsook hun partner;c) de zijverwanten van de schenker of aandeelhouder tot en met de tweede graad en hun partner;d) de kinderen van broers en zussen van de schenker of aandeelhouder. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een vennootschap met toepassing van paragraaf 2, 2°, tweede lid, als een familiale vennootschap wordt beschouwd, wordt de vrijstelling beperkt tot de waarden van de aandelen van de vennootschap in de dochtervennootschappen die de uitoefening van een nijverheids-, handels-, ambachts- of landbouwactiviteit, of van een vrij beroep tot doel hebben en die hun zetel van werkelijke leiding in een van de staten van de Europese Economische Ruimte hebben.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-101\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 101</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.8.6.0.4 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.8.6.0.4. De vrijstelling, vermeld in artikel 2.8.6.0.3, is alleen toepasselijk als de volgende voorwaarden cumulatief zijn vervuld : 1° de schenking van de activa of aandelen van de familiale onderneming of vennootschap wordt vastgesteld bij authentieke akte; 2° aan de verplichtingen, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 1, 4°, en § 5, eerste lid, is voldaan.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-102\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 102</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.8.6.0.5 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.8.6.0.5. Voor de toepassing van artikel 2.8.6.0.3 en artikel 2.8.6.0.6., § 1, 2°, moet de aanwending of de bestemming van een onroerend goed worden nagegaan per kadastraal perceel of per gedeelte van een kadastraal perceel als dat gedeelte ofwel een afzonderlijke huisvesting is, ofwel een afdeling van de productie of van de werkzaamheden is die, of een onderdeel daarvan dat, afzonderlijk kan werken, ofwel een eenheid is die van de andere goederen of delen die het perceel vormen, kan worden afgezonderd.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-103\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 103</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.8.6.0.6 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.8.6.0.6. § 1. De vrijstelling, vermeld in artikel 2.8.6.0.3, § 1, eerste lid, 1°, wordt behouden als de volgende voorwaarden cumulatief zijn vervuld : 1° als een activiteit van de familiale onderneming zonder onderbreking wordt voortgezet gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking;2° als de onroerende goederen die met toepassing van de vrijstelling zijn overgedragen, niet hoofdzakelijk tot bewoning aangewend of bestemd worden gedurende een periode van drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking. § 2. De vrijstelling, vermeld in artikel 2.8.6.0.3, § 1, eerste lid, 2°, wordt alleen behouden als de volgende voorwaarden cumulatief zijn vervuld : 1° de familiale vennootschap blijft gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 2.8.6.0.3, § 2, 2° ; 2° een activiteit van de familiale vennootschap wordt zonder onderbreking voortgezet gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking en voor elk van de drie jaar wordt een jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening opgemaakt die in voorkomend geval wordt gepubliceerd overeenkomstig de vigerende boekhoudwetgeving van de lidstaat waar de maatschappelijke zetel gevestigd is op het ogenblik van de datum van de authentieke akte van schenking, die ook aangewend is ter verantwoording van de aangifte in de inkomstenbelasting Ondernemingen of vennootschappen waarvan de maatschappelijke zetel buiten het Vlaamse Gewest maar binnen België ligt, moeten een jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening opmaken en in voorkomend geval publiceren overeenkomstig de vigerende boekhoudwetgeving in België op de datum van de authentieke akte van schenking; 3° het kapitaal daalt niet door uitkeringen of terugbetalingen gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking; 4° de zetel van de werkelijke leiding van de vennootschap wordt niet overgebracht naar een staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-104\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 104</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.8.6.0.7 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.8.6.0.7. § 1. Na verloop van een termijn van drie jaar na de datum van de authentieke akte van schenking controleert het bevoegde personeelslid of de voorwaarden, gesteld voor het behoud van de vrijstelling, vervuld zijn Bij niet-vervulling van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt de schenkbelasting geacht verschuldigd te zijn, berekend tegen het tarief, vermeld in artikel 2.8.4.1.1, zonder toepassing van de vrijstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij niet-vervulling van de voorwaarde, vermeld in artikel 2.8.6.0.6, § 2, 3°, is de schenkbelasting evenredig verschuldigd tegen het tarief, vermeld in artikel 2.8.4.1.1, zonder toepassing van de vrijstelling. § 2. Als de schenkbelasting verschuldigd is doordat de voorwaarden, gesteld tot behoud van de vrijstelling, niet langer vervuld zijn, kunnen de begiftigden dat melden bij de bevoegde entiteit van de Vlaamse administratie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij niet-vervulling van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, wordt de schenkbelasting geacht verschuldigd te zijn, berekend tegen het tarief, vermeld in artikel 2.8.4.1.1, zonder toepassing van de vrijstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij niet-vervulling van de voorwaarde, vermeld in artikel 2.8.6.0.6, § 2, 3°, is de schenkbelasting evenredig verschuldigd tegen het tarief, vermeld in artikel 2.8.4.1.1, zonder toepassing van de vrijstelling.\". Art. 105.Aan titel 2 van hetzelfde decreet wordt aan hoofdstuk 8, toegevoegd bij artikel 77, een afdeling 7 toegevoegd, die luidt als volgt : \"Afdeling 7. - Wijze van heffing\". Art. 106.In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 7, toegevoegd bij artikel 105, een artikel 2.8.7.0.1 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.8.7.0.1. De schenkbelasting wordt geheven in overeenstemming met de bepalingen van artikel 3.3.2.0.1, 9°, en artikel 3.3.3.0.1, § 4/2.\". Art. 107.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.8.7.0.2 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.8.7.0.2. § 1. De belastingplicht, de belastbare grondslag, het tarief, de vrijstellingen en de verminderingen worden bepaald door het ogenblik waarop de rechtshandeling is gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid worden, als er geen verplichting tot registratie geldt, de belastingplicht, de belastbare grondslag en het tarief bepaald door het ogenblik waarop de akte of het geschrift ter registratie wordt aangeboden. § 2. Op een rechtshandeling die onderworpen is aan een opschortende voorwaarde, wordt de schenkbelasting alleen geheven als de voorwaarde vervuld is. In voorkomend geval wordt gehandeld als volgt : 1° het toepasbare tarief waarmee voor de heffing rekening moet worden gehouden, is het tarief dat van kracht is op de datum waarop de schenkbelasting opvorderbaar geweest zou zijn als de handeling onvoorwaardelijk was;2° de belastbare grondslag waarmee voor de heffing rekening moet worden gehouden, is de belastbare grondslag op de datum van de vervulling van de voorwaarde. Voor de toepassing van het eerste lid wordt de door een rechtspersoon verrichte rechtshandeling die aan machtiging, goedkeuring of bekrachtiging van een overheid onderworpen is, gelijkgesteld met een aan een opschortende voorwaarde onderworpen rechtshandeling.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-108\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 108</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.8.7.0.3 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.8.7.0.3. In geval van een handelszaak wordt de schenkbelasting vastgesteld volgens de aard van elk goed dat er deel van uitmaakt.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-109\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 109</span><span class=\"lf-art-t\">Aan titel 2 van hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk 9 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Hoofdstuk 9. - Verkooprecht\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-110\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 110</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan titel 2 van hetzelfde decreet wordt aan hoofdstuk 9, toegevoegd bij artikel 109, een afdeling 1 toegevoegd, die luidt als volgt : \"Afdeling 1. - Belastbaar voorwerp\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-111\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 111</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 1, toegevoegd bij artikel 110, een artikel 2.9.1.0.1 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.1.0.1. Overeenkomstig artikel 1, artikel 19 en artikel 31 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt het verkooprecht gevestigd naar aanleiding van de registratie of de verplichting tot registratie van akten of geschriften die als titel gelden van een overeenkomst houdende overdracht onder bezwarende titel van eigendom of vruchtgebruik van onroerende goederen, met uitsluiting van de inbrengen, vermeld in artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-112\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 112</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.1.0.2 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.1.0.2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden de volgende overeenkomsten gelijkgesteld met een overeenkomst houdende overdracht onder bezwarende titel van eigendom van onroerende goederen : 1° een overdragende overeenkomst onder bezwarende titel, waarbij de eigendom wordt verkregen van, hetzij hout op stam onder beding van het te vellen, hetzij gebouwen onder beding van ze te slopen, als de eigendom van de grond nadien wordt verkregen voor het hout helemaal geveld is of de gebouwen helemaal gesloopt zijn;2° een overeenkomst onder de levenden onder bezwarende titel, waarbij de eigendom wordt verkregen van hetzij hout op stam, hetzij gebouwen, als die bewuste overdracht ten voordele van de eigenaar van de grond wordt toegestaan. Het eerste lid is niet van toepassing als bewezen wordt dat de belasting over de toegevoegde waarde is voldaan voor de levering van de goederen die in de overeenkomst begrepen zijn.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-113\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 113</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.1.0.3 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.1.0.3. Met behoud van de toepassing van artikel 2.9.1.0.1, wordt, behoudens vestiging van de belasting, vermeld in hoofdstuk 10 en 11, het verkooprecht gevestigd op een inbreng van onroerende goederen als vermeld in artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten in een Belgische vennootschap naarmate die inbreng anders vergoed wordt dan bij toekenning van maatschappelijke rechten Als een inbreng als vermeld in het eerste lid meteen onroerende goederen als vermeld in artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten en goederen van een andere aard omvat, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten die de vergoeding van de vermelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en de waarde die aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht alleen op de laatstvermelde rechten betrekking te hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op de inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak, vermeld in artikel 117, § 1 en § 2, van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is ook van toepassing op de oprichting van nieuwe vennootschappen, als vermeld in artikel 118 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten.\". Art. 114.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.1.0.4 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.1.0.4. Het verkooprecht wordt ook gevestigd op de verkrijging, op welke wijze ook, maar anders dan bij inbreng in een vennootschap, door een of meer vennoten van onroerende goederen die in België liggen en die voortkomen van een vennootschap onder firma, van een gewone commanditaire vennootschap, van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid of van een landbouwvennootschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verkrijging zal evenwel belast worden volgens haar gemeenrechtelijke aard als het gaat om : 1° onroerende goederen die in de vennootschap zijn ingebracht, als ze verkregen zijn door de persoon die de inbreng gedaan heeft;2° onroerende goederen die door de vennootschap met betaling van het verkooprecht verkregen zijn, als het vaststaat dat de vennoot die eigenaar van die onroerende goederen wordt, deel uitmaakte van de vennootschap toen hij de goederen verkreeg. In geval van verkrijging van maatschappelijke onroerende goederen door al de vennoten ten gevolge van een reële kapitaalvermindering van de vennootschap, of ten gevolge van een vereffening van de vennootschap die beantwoordt aan de hiertoe door het Wetboek van Vennootschappen gestelde vereisten, is, naargelang van het geval, de bij toepassing van het eerste of het tweede lid gevestigde registratiebelasting van toepassing op de latere toebedeling van de goederen aan een of meer vennoten.\". Art. 115.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.1.0.5 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.1.0.5. Het verkooprecht wordt ook gevestigd op de verkrijging, op welke wijze ook, door een of meer vennoten van onroerende goederen die in België liggen en die voortkomen van een naamloze vennootschap, een commanditaire vennootschap op aandelen of een coöperatieve vennootschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing bij een verkrijging bij wijze van inbreng in een vennootschap.\". Art. 116.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.1.0.6 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.1.0.6. § 1. Vonnissen en arresten die tot bewijs strekken van een overeenkomst waarop de bepalingen van deze afdeling van toepassing zijn, maar die nog niet aan het verkooprecht onderworpen is, geven aanleiding tot de heffing van het verkooprecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is ook van toepassing als de rechterlijke beslissing die tot bewijs van de overeenkomst strekt, de ontbinding of herroeping ervan uitspreekt of vaststelt voor om het even welke reden, tenzij uit de beslissing blijkt dat ten hoogste één jaar na de overeenkomst een eis tot ontbinding of herroeping, zelfs bij een onbevoegde rechter, is ingesteld. § 2. Exequaturs van scheidsrechterlijke uitspraken en in het buitenland gewezen rechterlijke beslissingen worden, voor de toepassing van dit hoofdstuk, als een geheel met de desbetreffende akte beschouwd. Als de desbetreffende akte tot bewijs strekt van een overeenkomst houdende overdracht onder bezwarende titel van eigendom of vruchtgebruik van in het Vlaamse Gewest te lokaliseren onroerende goederen en niet aan het verkooprecht onderworpen is, geeft ze aanleiding tot de heffing van het verkooprecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat geldt ook als de scheidsrechterlijke uitspraak of in het buitenland gewezen rechterlijke beslissing die tot bewijs van de overeenkomst strekt, de ontbinding of herroeping ervan uitspreekt of vaststelt voor om het even welke reden, tenzij uit de beslissing blijkt dat ten hoogste één jaar na de overeenkomst een eis tot ontbinding of herroeping, zelfs bij een onbevoegde rechter, is ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verkooprecht is ook van toepassing in geval van aanbieding ter registratie van een in het buitenland gewezen rechterlijke beslissing die van rechtswege in België uitvoerbaar is.\". Art. 117.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.1.0.7 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.1.0.7. In afwijking van artikel 2.10.1.0.1 wordt in geval van toebedeling bij verdeling of van afstand van onverdeelde delen aan een derde die bij overeenkomst een onverdeeld deel heeft verkregen van goederen die toebehoren aan een of meer personen, het verkooprecht geheven op de delen waarvan de derde ten gevolge van de overeenkomst eigenaar wordt, met toepassing van artikel 2.9.3.0.1 en artikel 2.9.3.0.4 tot en met artikel 2.9.3.0.7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is van toepassing als de toebedeling van goederen of de afstand van onverdeelde delen gedaan wordt aan de erfgenamen of legatarissen van de overleden derde verkrijger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is niet van toepassing als de derde, aan wie de toebedeling of de afstand gedaan wordt, met anderen het geheel van een of meer goederen heeft verkregen.\". Art. 118.Aan titel 2 van hetzelfde decreet wordt aan hoofdstuk 9, toegevoegd bij artikel 109, een afdeling 2 toegevoegd, die luidt als volgt : \"Afdeling 2. - Belastingplichtigen\". Art. 119.In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 2, toegevoegd bij artikel 118, een artikel 2.9.2.0.1 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.2.0.1. De belastingplichtige is de verkrijger van het zakelijk recht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een ruilovereenkomst is de belastingplichtige de verkrijger van het onroerend goed waarvan de overeengekomen waarde als heffingsgrondslag heeft gediend overeenkomstig artikel 2.9.7.0.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de belasting, vermeld in artikel 2.9.4.2.9, is de belastingplichtige de persoon die als eerste met naam wordt vermeld in de akte die of het geschrift dat ter registratie wordt aangeboden.\". Art. 120.Aan titel 2 van hetzelfde decreet wordt aan hoofdstuk 9, toegevoegd bij artikel 109, een afdeling 3 toegevoegd, die luidt als volgt : \"Afdeling 3. - Belastbare grondslag\". Art. 121.In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 3, toegevoegd bij artikel 120, een artikel 2.9.3.0.1 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.3.0.1. § 1. Het verkooprecht wordt vastgesteld op basis van het bedrag van de overeengekomen prijs en lasten of het bedrag van de overeengekomen tegenprestatie ten laste van de verkrijger.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid wordt het verkooprecht voor overeenkomsten tot inbreng van onroerende goederen in vennootschappen vastgesteld op basis van het bedrag van de waarde van de als vergoeding voor de inbreng toegekende maatschappelijke rechten, verhoogd met de lasten die door de vennootschap gedragen worden. § 2. De belastbare grondslag mag in geen geval lager zijn dan de verkoopwaarde van de overgedragen onroerende goederen.\". Art. 122.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.3.0.2 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.3.0.2. § 1. De belastbare grondslag voor verkoopovereenkomsten, bepaald met toepassing van artikel 2.9.3.0.1, wordt verminderd met een abattement van 15.000 euro in geval van zuivere aankoop van de geheelheid volle eigendom van een tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed door een of meer natuurlijke personen om er hun hoofdverblijfplaats te vestigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als met het oog op de financiering van een aankoop als vermeld in het eerste lid, een hypotheek wordt gevestigd op het aangekochte onroerend goed, wordt het bedrag van het abattement, vermeld in het eerste lid, verhoogd met hetzij 10.000 euro als op de aankoop het tarief, vermeld in artikel 2.9.4.1.1, verschuldigd is, hetzij 20.000 euro als op de aankoop het tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.1, § 1, verschuldigd is, hetzij 66.666,67 euro als op de aankoop het tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.3, verschuldigd is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit artikel wordt een perceel grond dat stedenbouwkundig tot woningbouw is bestemd, beschouwd als een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd. § 2. Aan het abattement, vermeld in paragraaf 1, zijn de volgende voorwaarden verbonden : 1° geen van de verkrijgers mag op de datum van de verkoopovereenkomst voor de geheelheid volle eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning wordt aangewend of bestemd is. Als de aankoop gedaan wordt door verschillende personen, mogen ze bovendien op de vermelde datum niet gezamenlijk voor de geheelheid volle eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning wordt aangewend of bestemd is; 2° de verkrijgers verbinden zich ertoe hun hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het aangekochte goed : a) als het een woning betreft, binnen twee jaar na een van de volgende data : 1) de datum van de registratie van de akte die of het geschrift dat tot de heffing van het verkooprecht op de aankoop aanleiding geeft, als die akte of dat geschrift binnen de termijn die daarvoor is bepaald, ter registratie wordt aangeboden;2) de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, als de akte die of het geschrift dat tot de heffing van het verkooprecht op de aankoop aanleiding geeft, wordt aangeboden na het verstrijken van de daarvoor bepaalde termijn;b) als het een bouwgrond betreft, binnen vijf jaar na dezelfde datum;3° de verkrijgers verbinden zich ertoe de hypothecaire inschrijving te nemen binnen de termijn, vermeld in punt 2°, als ze aanspraak maken op een verhoging als vermeld in paragraaf 1, tweede lid; 4° aan de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 1, is voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, niet worden vervuld, zijn aanvullende rechten verschuldigd. § 3. Het voordeel van de toepassing van het abattement uit dit artikel, kan niet gecombineerd worden met het voordeel van de verminderingen, vermeld in afdeling 5 van dit hoofdstuk, of met het voordeel van de teruggave, vermeld in artikel 3.6.0.0.6, § 3.\". Art. 123.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.3.0.3 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.3.0.3. § 1. De belastbare grondslag voor verkoopovereenkomsten, bepaald met toepassing van artikel 2.9.3.0.1, wordt verminderd met een abattement van 30.000 euro in geval van aankoop van een onroerend goed om er een hoofdverblijfplaats te vestigen. § 2. Aan de toepassing van het abattement, vermeld in paragraaf 1, zijn de volgende voorwaarden verbonden : 1° het verkochte onroerend goed is ten hoogste vier opeenvolgende jaren opgenomen in een of meer van de volgende registers, inventarissen of lijsten, gelijktijdig of opvolgend : a) het leegstandsregister, vermeld in artikel 2.2.6 van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II sluiten1 betreffende het grond- en pandenbeleid; b) de inventaris van leegstaande en/of verwaarloosde bedrijfsruimten, vermeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen ter bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten;c) de lijsten van ongeschikte of onbewoonbare woningen en verwaarloosde gebouwen of woningen, vermeld in artikel 28, § 1, van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996; 2° de verkrijgers verbinden zich ertoe het aangekochte goed te renoveren en een hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het aangekochte goed binnen de termijnen, vermeld in artikel 2.9.3.0.2, § 2, 2° ; 3° aan de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 1, is voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, niet worden vervuld, zijn aanvullende rechten verschuldigd.\". Art. 124.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.3.0.4 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.3.0.4. § 1. Als bij een overeenkomst als vermeld in artikel 2.9.3.0.1, een levenslang vruchtgebruik op een onroerend goed wordt gevestigd, wordt de verkoopwaarde (vkw), vermeld in artikel 2.9.3.0.1, § 2, berekend volgens de volgende formule : vkw = a x b.</p>\n<p class=\"lf-p\">De parameters, vermeld in het eerste lid, worden als volgt gedefinieerd : 1° a = de jaarlijkse bruto-opbrengst of, bij gebrek daaraan, de brutohuurwaarde van het goed;2° b = de leeftijdscoëfficiënt, vermeld in de onderstaande tabel, naargelang de leeftijd van de persoon op het hoofd van wie het vruchtgebruik is gevestigd op de dag van de akte : leeftijdscoëfficiënt leeftijd van degene op het hoofd van wie de rente gevestigd is, in jaar 18 ? 20 17 &gt; 20-30 16 &gt; 30-40 14 &gt; 40-50 13 &gt; 50-55 11 &gt; 55-60 9,5 &gt; 60-65 8 &gt; 65-70 6 &gt; 70-75 4 &gt; 75-80 2 &gt; 80</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">§ 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Als bij een overeenkomst als vermeld in artikel 2.9.3.0.1, een vruchtgebruik voor beperkte tijd op een onroerend goed wordt gevestigd, wordt de verkoopwaarde, vermeld in artikel 2.9.3.0.1, § 2, berekend door de jaarlijkse opbrengst tegen 4% te kapitaliseren, rekening houdend met de bij de overeenkomst gestelde duur van het vruchtgebruik De verkoopwaarde, verkregen in het eerste lid, mag niet hoger zijn dan een van de volgende bedragen : 1° de waarde, vermeld in paragraaf 1, als het gaat om een ten voordele van een natuurlijke persoon gevestigd vruchtgebruik;2° het bedrag van twintig keer de opbrengst van het onroerend goed, als het gaat om een ten voordele van een rechtspersoon gevestigd vruchtgebruik. § 3. In geen geval mag de verkoopwaarde van het vruchtgebruik meer bedragen dan vier vijfde van de verkoopwaarde van de volle eigendom van het onroerend goed.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-125\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 125</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.3.0.5 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.3.0.5. Als bij een overeenkomst als vermeld in artikel 2.9.3.0.1, de blote eigendom wordt overgedragen met voorbehoud van het vruchtgebruik, mag de verkoopwaarde, vermeld in artikel 2.9.3.0.1, § 2, niet lager zijn dan de verkoopwaarde van de volle eigendom.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-126\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 126</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.3.0.6 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.3.0.6. Als bij een overeenkomst als vermeld in artikel 2.9.3.0.1, de blote eigendom wordt overgedragen zonder dat het vruchtgebruik door de vervreemder is voorbehouden, mag de verkoopwaarde, vermeld in artikel 2.9.3.0.1, § 2, niet lager zijn dan de verkoopwaarde van de volle eigendom, na aftrek van de waarde van het vruchtgebruik, berekend volgens artikel 2.9.3.0.4.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-127\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 127</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.3.0.7 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.3.0.7. Als bij een overeenkomst als vermeld in artikel 2.9.3.0.1, een vruchtgebruik op een onroerend goed op het hoofd van twee of meer personen wordt gevestigd, met recht van aanwas of van terugvalling, wordt voor de toepassing van artikel 2.9.3.0.4 en artikel 2.9.3.0.6 rekening gehouden met de leeftijd van de jongste persoon.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-128\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 128</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.3.0.8 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.3.0.8. Het verkooprecht, verschuldigd op akten waarbij eigendom of vruchtgebruik van een handelszaak overgedragen wordt, wordt vastgesteld op basis van de in deze afdeling vastgestelde grondslagen De schulden die al dan niet met de handelszaak in verband staan en die door de nieuwe eigenaar of vruchtgebruiker ten laste genomen worden, worden als lasten van de overeenkomst beschouwd.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-129\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 129</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.3.0.9 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.3.0.9. In geval van een openbare verkoop van onroerende goederen, in verschillende loten, wordt het verkooprecht geheven op het samengevoegde bedrag van de aan hetzelfde tarief onderworpen loten.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-130\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 130</span><span class=\"lf-art-t\">Aan titel 2 van hetzelfde decreet wordt aan hoofdstuk 9, toegevoegd bij artikel 109, een afdeling 4 toegevoegd, die luidt als volgt : \"Afdeling 4. - Tarieven\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-131\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 131</span><span class=\"lf-art-t\">In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 4, toegevoegd bij artikel 130, een onderafdeling 1 toegevoegd, die luidt als volgt : \"Onderafdeling 1. - Algemeen\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-132\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 132</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan onderafdeling 1, toegevoegd bij artikel 131, een artikel 2.9.4.1.1 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.4.1.1. Het verkooprecht bedraagt 10 %.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-133\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 133</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde onderafdeling een artikel 2.9.4.1.2 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.4.1.2. Als een akte of geschrift, overeengekomen tussen dezelfde partijen, verschillende van elkaar afhankelijke of noodzakelijk uit elkaar voortvloeiende regelingen bevat waaronder een verkoopovereenkomst die onderworpen is aan het verkooprecht, wordt de belasting geheven die van toepassing is op de regeling die aanleiding geeft tot de heffing van de hoogste belasting, vastgesteld met toepassing van hoofdstuk 8 tot en met hoofdstuk 11 Als een akte of geschrift, overeengekomen tussen dezelfde partijen, verschillende van elkaar onafhankelijke of niet noodzakelijk uit elkaar voortvloeiende regelingen bevat waaronder een verkoopovereenkomst die onderworpen is aan het verkooprecht, wordt op elke regeling al naargelang het geval de belasting, vermeld in hoofdstuk 8 tot en met hoofdstuk 11, geheven.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-134\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 134</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 4, toegevoegd bij artikel 130, een onderafdeling 2 toegevoegd, die luidt als volgt : \"Onderafdeling 2. - Verlaagde tarieven\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-135\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 135</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan onderafdeling 2, toegevoegd bij artikel 134, een artikel 2.9.4.2.1 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.4.2.1. § 1. In afwijking van artikel 2.9.4.1.1 bedraagt het verkooprecht 5 % voor verkoopovereenkomsten van landgoederen of woningen. § 2. Aan de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in paragraaf 1, zijn de volgende voorwaarden verbonden : 1° de geheelheid van de eigendom wordt verworven;2° het kadastraal inkomen bedraagt op de datum van de akte van verkrijging maximaal : a) 323 euro, als de verkrijging alleen gronden tot voorwerp heeft;b) 745 euro, als de verkrijging alleen een gebouwd onroerend goed tot voorwerp heeft;c) 745 euro, als de verkrijging tegelijk een gebouwd onroerend goed en gronden tot voorwerp heeft zonder dat het totaal van de kadastrale inkomens van de in de verkrijging begrepen gronden meer bedraagt dan 323 euro;3° het kadastraal inkomen van de onroerende goederen waarvan de verkrijger of zijn echtgenoot op het ogenblik van de aankoop voor de geheelheid of een onverdeeld deel volle of blote eigenaar is, en het kadastraal inkomen van het verkregen onroerend goed zijn niet hoger dan het bedrag, vermeld in punt 2°.Er wordt evenwel geen rekening gehouden met de onroerende goederen waarvan de verkrijger of zijn echtgenoot blote eigenaar is en die door hen of door een van hen uit de nalatenschap van een bloedverwant in opgaande lijn zijn verkregen Er wordt evenmin rekening gehouden met de onroerende goederen waarvan de verkrijger of zijn echtgenoot volle eigenaar is, op voorwaarde dat die goederen in volle of blote eigendom zijn verkregen uit de nalatenschap van een bloedverwant in opgaande lijn van een van hen, en op voorwaarde dat het kadastraal inkomen van de onroerende goederen waarvan ze allebei volle eigenaar zijn of waarvan een van hen volle eigenaar is, niet meer bedraagt dan 25 % van het bedrag, vermeld in punt 2° ; 4° geen van de verkrijgers van een woning of hun echtgenoot is al, voor de geheelheid volle of blote eigenaar van een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning wordt aangewend of bestemd is.Er wordt evenwel geen rekening gehouden met de onroerende goederen die geheel of gedeeltelijk tot bewoning worden aangewend of bestemd zijn en die door de verkrijgers of hun echtgenoot uit de nalatenschap van hun bloedverwanten in de opgaande lijn zijn verkregen; 5° de verkrijger verbindt zich ertoe : a) in geval van de aankoop van een landgoed, het goed hetzij zelf uit te baten, hetzij door zijn echtgenoot, hetzij door zijn afstammelingen of die van zijn echtgenoot te laten uitbaten binnen een termijn van vijf jaar die ingaat op de datum van de akte van verkrijging, en die uitbating ten minste drie jaar zonder onderbreking voort te zetten;b) in geval van de aankoop van een woning, dat hij of zijn echtgenoot de inschrijving in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister op het adres van het verkregen onroerend goed zal verkrijgen binnen een termijn van drie jaar die ingaat op de datum van de akte van verkrijging, en die inschrijving ten minste drie jaar zonder onderbreking zal behouden;6° de verkrijger die het verlaagde tarief, vermeld in paragraaf 1, wil genieten, is een natuurlijke persoon die zijn wettelijke verblijfplaats binnen de Europese Economische Ruimte heeft; 7° de verkrijger voldoet aan de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 1. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt, voor de toepassing van paragraaf 2, 3° en 4°, evenmin rekening gehouden met het onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning wordt aangewend of is bestemd, als : 1° de verkrijger zich ertoe verbindt om het onroerend goed uiterlijk een jaar na de datum van de akte van verkrijging volledig en ten bezwarende titel te vervreemden en aantoont dat er een causaal verband bestaat tussen die vervreemding en de verkrijging tegen het verlaagde tarief, vermeld in paragraaf 1, en als de verkrijger voldoet aan de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 3, eerste lid; 2° het onroerend goed uiterlijk een jaar na de datum van de akte van verkrijging, al dan niet gedwongen, wordt onteigend en als de verkrijger voldoet aan de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 3, tweede lid. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de verkrijging een onroerend goed tot voorwerp heeft dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is aangewend of bestemd, wordt het bedrag van het maximale kadastraal inkomen, vermeld in paragraaf 2, 2°, verhoogd volgens de onderstaande tabel. aantal kinderen ten laste van de verkrijger of zijn echtgenoot, op de datum van de akte van verkrijging verhoging, in euro 3-4 100 5-6 200 ? 7 300 Een gehandicapt kind wordt voor twee kinderen ten laste geteld. § 5. Als de verklaringen over de voorwaarde, vermeld in paragraaf 2, 7°, onjuist zijn of ontbreken, is de verkrijger gehouden tot betaling van de aanvullende rechten. § 6. Als de verbintenissen, vermeld in paragraaf 2, 5°, niet worden nageleefd, is de verkrijger gehouden tot betaling van de aanvullende rechten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die aanvullende rechten zijn evenwel niet verschuldigd als de niet-naleving van die verbintenissen het gevolg is van overmacht.\". Art. 136.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde onderafdeling een artikel 2.9.4.2.2 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.4.2.2. Als een ongebouwd landgoed, verkregen tegen het verlaagde tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.1, naderhand in een ruiling betrokken wordt volgens artikel 2.9.4.2.8, treedt het in ruil verkregen goed, voor de toepassing van artikel 2.9.4.2.1, § 2, 5°, a), en § 6, in de plaats van het oorspronkelijk verkregen goed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzelfde vindt plaats in geval van ruilverkaveling van landgoederen in der minne of uit kracht van de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van gebruiksruil met toepassing van titel I van de wet van 12 juli 1976 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken treedt, voor de toepassing van artikel 2.9.4.2.1, § 2, 5°, a), en § 5, het bij de akte van ruiling voor gebruik toebedeeld goed in de plaats van het verkregen goed.\". Art. 137.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde onderafdeling een artikel 2.9.4.2.3 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.4.2.3. In afwijking van artikel 2.9.4.1.1 bedraagt het verkooprecht 1,50 % voor verkoopovereenkomsten van woningen die gesloten zijn door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of door de erkende sociale huisvestingsmaatschappijen, vermeld in artikel 40 van het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/07/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/07/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/1997 numac 1997036327 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1992 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/07/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1997 numac 1997036028 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 6bis van het decreet van 7 november 1990 houdende vaststelling van het wapen, de vlag, het volkslied en de feestdag van de Vlaamse Gemeenschap sluiten houdende de Vlaamse Wooncode, en voor kopers die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als na de aankoop blijkt dat de kopers niet meer voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 september 2006 betreffende de voorwaarden voor de overdracht van onroerende goederen door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen en de sociale huisvestingmaatschappijen ter uitvoering van de Vlaamse Wooncode, of aan de voorwaarden tot behoud of bewoning, opgelegd door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen of door de erkende sociale huisvestingsmaatschappijen, vermeld in artikel 40 van het decreet van 15 juli 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/07/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/08/1997 numac 1997036023 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de Vlaamse Wooncode type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/07/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/11/1997 numac 1997036327 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de eindregeling van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap en van instellingen van openbaar nut voor het begrotingsjaar 1992 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/07/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1997 numac 1997036028 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende wijziging van artikel 6bis van het decreet van 7 november 1990 houdende vaststelling van het wapen, de vlag, het volkslied en de feestdag van de Vlaamse Gemeenschap sluiten houdende de Vlaamse Wooncode, zijn ze het verkooprecht, vermeld in artikel 2.9.4.1.1, verschuldigd na aftrek van de reeds geheven belasting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verlaagde tarief, vermeld in het eerste lid, is ook van toepassing op gelijksoortige rechtspersonen die opgericht zijn volgens en onderworpen zijn aan de wetgeving van een staat van de Europese Economische Ruimte, en die bovendien hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte hebben.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-138\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 138</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde onderafdeling een artikel 2.9.4.2.4 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.4.2.4. § 1. In afwijking van artikel 2.9.4.1.1 wordt het tarief van het verkooprecht verlaagd tot 4% voor overeenkomsten houdende verkopen uit de hand en bij authentieke akte, waarbij de verkrijger een persoon is die zijn beroep maakt van het kopen en verkopen van onroerende goederen. § 2. Voor de toepassing van het verlaagde tarief, vermeld in paragraaf 1, moeten de volgende voorwaarden vervuld zijn : 1° de verkrijger ondertekent een beroepsverklaring en dient die in; 2° de verkrijger stelt op eigen kosten zekerheid met toepassing van artikel 3.10.5.1.3, eerste lid; 3° de verkrijger heeft de erkenning verkregen van een in België gevestigde vertegenwoordiger die met toepassing van artikel 3.10.4.4.5 met hem instaat voor de nakoming van zijn fiscale verplichtingen als hij : a) een natuurlijke persoon is en zijn wettelijke verblijfplaats buiten de Europese Economische Ruimte heeft;b) een rechtspersoon is zonder vestiging in België waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is buiten de Europese Economische Ruimte. § 3. De akte die de verklaring, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 1, niet bevat of waarbij de verklaring, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 3, derde lid, niet gevoegd is, wordt tegen het tarief, vermeld in artikel 2.9.4.1.1, geregistreerd zonder enige mogelijkheid tot teruggave Een andere beroepspersoon dan de persoon, vermeld in paragraaf 2, 3°, kan de erkenning verkrijgen van een in België gevestigde vertegenwoordiger die medeaansprakelijk is en hoofdelijk met hem instaat voor de nakoming van zijn fiscale verplichtingen. § 4. Als de persoon die een beroepsverklaring heeft ondertekend, bij het verstrijken van een termijn van vijf jaar na die verklaring, geen drie wederverkopen kan aantonen waardoor blijkt dat hij het aangegeven beroep werkelijk uitoefent, is hij op al zijn aankopen het verkooprecht, vermeld in artikel 2.9.4.1.1, verschuldigd na aftrek van de reeds geheven belasting.\". Art. 139.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde onderafdeling een artikel 2.9.4.2.5 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.4.2.5. § 1. Als de verkrijger, vermeld in artikel 2.9.4.2.4, § 1, of zijn rechthebbenden het verkregen onroerend goed niet vervreemd hebben door een wederverkoop of elke andere overdracht onder bezwarende titel, vastgesteld bij een authentieke akte die uiterlijk verleden is op 31 december van het achtste jaar na de datum van de koopakte, is het tarief, vermeld in artikel 2.9.4.1.1, dat van kracht is op het ogenblik van de aankoop, verschuldigd na aftrek van de reeds geheven belasting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verkooprecht wordt geheven op de belastbare grondslag, vermeld in artikel 2.9.3.0.1, op het moment van de aankoop.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als slechts een deel van tegen een enige prijs aangekochte onroerende goederen wordt vervreemd, wordt de belastbare waarde van het niet-vervreemde gedeelte bepaald naar verhouding van de grootte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een wederverkoop aan een beroepspersoon met toepassing van artikel 2.9.4.2.4 en een inbreng in een vennootschap worden niet beschouwd als een wederverkoop als vermeld in het eerste lid. § 2. De verkrijger mag de betaling aanbieden van de belasting, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, vóór het verstrijken van de termijn, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. Hij moet daarvoor een verklaring indienen op het kantoor in het gebied waar de goederen liggen. Die verklaring vermeldt de samenstelling en de waarde van de goederen waarvoor hij de belasting wil betalen.\". Art. 140.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde onderafdeling een artikel 2.9.4.2.6 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.4.2.6. Bij overlijden van de vertegenwoordiger van een beroepspersoon als vermeld in artikel 2.9.4.2.4, § 2, 3°, bij de intrekking van zijn erkenning of als hij onbekwaam wordt verklaard om als vertegenwoordiger op te treden, moet binnen een termijn van zes maanden in zijn vervanging voorzien worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de voorschriften, vermeld in het eerste lid en in artikel 3.10.5.1.3, tweede lid, niet voldaan zijn, is de belasting, vermeld in artikel 2.9.4.2.5, verschuldigd voor de niet-wederverkochte goederen.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-141\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 141</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde onderafdeling een artikel 2.9.4.2.7 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.4.2.7. In afwijking van artikel 2.9.4.1.1 bedraagt het verkooprecht 6% voor een koopovereenkomst ter verwezenlijking van haar maatschappelijk doel : 1° door een maatschappij die erkend is door de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen, op voorwaarde van bewijs van haar erkenning;2° door het Vlaams Woningfonds. Het verlaagde tarief, vermeld in het eerste lid, is ook van toepassing op gelijksoortige rechtspersonen die opgericht zijn volgens en onderworpen zijn aan de wetgeving van een staat van de Europese Economische Ruimte, en die bovendien hun statutaire zetel, hun hoofdbestuur of hun hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte hebben.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-142\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 142</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde onderafdeling een artikel 2.9.4.2.8 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.4.2.8. § 1. In afwijking van artikel 2.9.4.1.1 wordt het tarief van het verkooprecht verlaagd tot 6% voor de ruilovereenkomsten van ongebouwde landgoederen waarvan de verkoopwaarde voor elk van de kavels niet meer bedraagt dan het kadastraal inkomen, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering vastgestelde coëfficiënt op voorwaarde dat het waardeverschil tussen elk van de kavels of de opleg een vierde van de verkoopwaarde van de minste kavel niet te boven gaat Voor de toepassing van het tarief, vermeld in het eerste lid, moet voldaan zijn aan de verplichtingen van artikel 3.12.3.0.1, § 1 en § 3, tweede lid. § 2. Voor elke te laag bevonden opleg of elk te laag bevonden waardeverschil, zijn aanvullende rechten verschuldigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzelfde geldt voor elke overschatting van de kavels die een vermindering van het verkooprecht tot gevolg heeft.\". Art. 143.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde onderafdeling een artikel 2.9.4.2.9 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.4.2.9. § 1. Een overeenkomst als vermeld in artikel 2.9.1.0.1, wordt onderworpen aan een tarief van 10 euro als ze niet bij authentieke akte is vastgesteld, en als binnen de termijnen, overeenkomstig artikel 32 of artikel 33 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten, samen met de ter registratie aangeboden akte of het ter registratie aangeboden geschrift een schriftelijk vastgestelde overeenkomst ter registratie wordt aangeboden waarin alle partijen verklaren de eerste overeenkomst in der minne te hebben ontbonden of vernietigd of waarin ze verklaren dat een in de eerste overeenkomst uitdrukkelijk bedongen ontbindende voorwaarde al is vervuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tarief, vermeld in het eerste lid, geldt niet voor de inbrengen door een natuurlijke persoon van een woning in een Belgische vennootschap, noch voor overeenkomsten die onderworpen zijn aan het tarief, vermeld in artikel 2.9.4.2.4, § 1. § 2. De schriftelijk vastgestelde overeenkomst waarin alle partijen verklaren een overeenkomst, zoals omschreven in artikel 2.9.1.0.1, te hebben ontbonden of vernietigd of waarin ze verklaren dat een in die overeenkomst uitdrukkelijk bedongen ontbindende voorwaarde is vervuld, wordt geregistreerd tegen het tarief van 10 euro op voorwaarde dat die ontbonden of vernietigde overeenkomst : 1° niet bij authentieke akte is vastgesteld; 2° dateert van minder dan één jaar vóór de dagtekening van de ter registratie aangeboden overeenkomst.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-144\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 144</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan titel 2 van hetzelfde decreet wordt aan hoofdstuk 9, toegevoegd bij artikel 109, een afdeling 5 toegevoegd, die luidt als volgt : \"Afdeling 5. - Verminderingen\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-145\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 145</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 5, toegevoegd bij artikel 144, een artikel 2.9.5.0.1 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.5.0.1. In geval van zuivere aankoop van een tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed door een natuurlijke persoon om er zijn hoofdverblijfplaats te vestigen, wordt zijn wettelijk aandeel in de belastingen die met toepassing van artikel 2.9.4.1.1, artikel 2.9.4.2.1 of artikel 3.6.0.0.6, § 6, eerste lid, 2°, verschuldigd waren op de aankoop van de woning die hem voorheen tot hoofdverblijfplaats heeft gediend of van de bouwgrond waarop die woning is opgericht, in mindering gebracht van zijn wettelijk aandeel in de belastingen, verschuldigd op de nieuwe aankoop, op voorwaarde dat de nieuwe aankoop een vaste datum heeft gekregen binnen twee jaar vanaf de datum van de registratie van de akte of het geschrift dat aanleiding heeft gegeven tot een van de volgende handelingen : 1° de heffing van het verkooprecht op de zuivere wederverkoop van de woning die hem voorheen tot hoofdverblijfplaats heeft gediend, of de heffing van het verdeelrecht op de verdeling van die woning waarbij de natuurlijke persoon al zijn rechten erin heeft afgestaan; 2° de vrijstelling van het verkooprecht met toepassing van artikel 2.9.6.0.1, eerste lid, 4°, voor de zuivere wederverkoop van de woning die hem voorheen tot hoofdverblijfplaats heeft gediend, of de vrijstelling van het verdeelrecht met toepassing van artikel 2.10.6.0.1, eerste lid, 1°, voor de verdeling van die woning, waarbij de natuurlijke persoon al zijn rechten erin heeft afgestaan De registratiebelasting, betaald voor de verkrijging van een onroerend goed dat niet in het Vlaamse Gewest ligt, alsook de aanvullende rechten die om om het even welke reden op een aankoop zijn geheven, zijn van de vermindering, overeenkomstig de bepalingen van dit artikel, uitgesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vermindering overeenkomstig de bepalingen van dit artikel levert in geen geval grond voor een teruggave op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een verrichting als vermeld in het eerste lid, is voorafgegaan door een of meer van dergelijke verrichtingen of door een of meer verrichtingen als vermeld in artikel 3.6.0.0.6, § 3, eerste lid, worden, in voorkomend geval, de bij die voorgaande verrichtingen ingevolge de toepassing van het derde of het vijfde lid van dit artikel nog niet in mindering gebrachte belastingen of de ingevolge de toepassing van artikel 3.6.0.0.6, § 3, derde of vijfde lid, nog niet teruggegeven belastingen, gevoegd bij het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de conform artikel 2.9.4.1.1, artikel 2.9.4.2.1 of artikel 3.6.0.0.6, § 6, eerste lid, 2°, verschuldigde belastingen op de voorlaatste aankoop, om het bedrag van de vermindering bij de laatste aankoop te bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in mindering te brengen bedrag, verkregen met toepassing van het eerste of het vierde lid, kan nooit meer bedragen dan 12.500 euro. Dat maximale in mindering te brengen bedrag wordt bepaald in verhouding tot de fractie die de natuurlijke persoon verkrijgt in het nieuw aangekochte goed.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-146\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 146</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.5.0.2 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.5.0.2. Aan de vermindering, vermeld in artikel 2.9.5.0.1, zijn de volgende voorwaarden verbonden : 1° aan de verplichting, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 1, is voldaan en de verklaringen, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 4, tweede of vierde lid, zijn gedaan; 2° de natuurlijke persoon heeft op een ogenblik in de periode van achttien maanden die voorafgaan aan de verkoop of verdeling, zijn hoofdverblijfplaats gehad in de verkochte of verdeelde woning;3° de natuurlijke persoon verbindt zich ertoe om zijn hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het nieuw aangekochte goed : a) als het een woning betreft, binnen twee jaar na een van de volgende data : 1) de datum van de registratie van de akte of het geschrift dat tot de heffing van het verkooprecht op de aankoop aanleiding geeft, als die akte of dat geschrift binnen de termijn die daarvoor bepaald is, ter registratie wordt aangeboden;2) de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, als de akte die of het geschrift dat tot de heffing van het verkooprecht op de aankoop aanleiding geeft, wordt aangeboden na het verstrijken van de termijn die daarvoor bepaald is;b) als het een bouwgrond betreft, binnen vijf jaar na dezelfde datum Als een van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, niet is vervuld, wordt de akte over de nieuwe aankoop die of het geschrift over de nieuwe aankoop dat aanleiding geeft tot de heffing van het verkooprecht, geregistreerd zonder de toepassing van artikel 2.9.5.0.1.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-147\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 147</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.5.0.3 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.5.0.3. In geval van onjuistheid van de vermeldingen, voorgeschreven bij artikel 2.9.5.0.2, eerste lid, 2°, is de natuurlijke persoon gehouden tot betaling van de aanvullende rechten In geval van niet-naleving van de verbintenis tot het vestigen van de hoofd-verblijfplaats, voorgeschreven bij artikel 2.9.5.0.2, eerste lid, 3°, is de natuurlijke persoon gehouden tot betaling van de aanvullende rechten.\". Art. 148.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.5.0.4 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.5.0.4. Voor de toepassing van artikel 2.9.5.0.1 tot en met artikel 2.9.5.0.3 en voor de toepassing van artikel 3.6.0.0.6, § 3, wordt met een verrichting als vermeld in artikel 2.9.5.0.1, eerste lid, of in artikel 3.6.0.0.6, § 3, eerste lid, gelijkgesteld een combinatie van twee van dergelijke verrichtingen waarbij de voorlaatste aankoop van de heffing van het verkooprecht is vrijgesteld met toepassing van artikel 2.9.6.0.1, eerste lid, 4°.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de vermindering of de teruggave wordt, al naargelang het geval, rekening gehouden met het wettelijk aandeel van de natuurlijke persoon in de registratiebelasting, verschuldigd op de aankoop die voorafgaat aan die welke is gedaan met toepassing van de vrijstelling, vermeld in artikel 2.9.6.0.1, eerste lid, 4°, en artikel 2.10.6.0.1, eerste lid, 1°.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de voorwaarden, vermeld in artikel 2.9.5.0.2, eerste lid, 2° en 3°, of vermeld in artikel 3.6.0.0.6, § 3, zesde lid, 3°, die in het kader van een gelijkgestelde verrichting als vermeld in het eerste lid, de tweede verrichting in de combinatie betreffen, moet de natuurlijke persoon bovendien voor de eerste verrichting in de combinatie vermelden : 1° als de eerste verrichting in de combinatie een verrichting is als vermeld in artikel 2.9.5.0.1, eerste lid : a) dat hij op een ogenblik in de periode van achttien maanden voorafgaand aan de verkoop of verdeling ervan zijn hoofdverblijfplaats heeft gehad in de eerste woning in de gelijkgestelde verrichting;b) dat hij zijn hoofdverblijfplaats had gevestigd op de plaats van de woning, aangekocht met toepassing van de vrijstelling van het verkooprecht binnen twee jaar na een van de volgende data : 1) de datum van de registratie van de akte die of het geschrift dat tot de toepassing van de vrijstelling van de heffing van het verkooprecht op de aankoop van die woning aanleiding heeft gegeven, als die akte of dat geschrift binnen de termijn die daarvoor bepaald is, ter registratie wordt aangeboden;2) de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, als de akte die of het geschrift dat tot de toepassing van de vrijstelling van de heffing van het verkooprecht op de aankoop aanleiding heeft gegeven, is aangeboden na het verstrijken van de termijn die daarvoor bepaald is; 2° als de eerste verrichting in de combinatie een verrichting is als vermeld in artikel 3.6.0.0.6, § 3, eerste lid : a) dat hij op een ogenblik in de periode van achttien maanden voorafgaand aan de aankoop van de woning met toepassing van de vrijstelling van het verkooprecht zijn hoofdverblijfplaats heeft gehad in de eerste woning in de gelijkgestelde verrichting;b) dat hij zijn hoofdverblijfplaats had gevestigd op de plaats van de woning, aangekocht met toepassing van de vrijstelling van het verkooprecht binnen twee jaar na een van de volgende data : 1) de datum van de registratie van de akte die of het geschrift dat tot de vrijstelling van de heffing van het verkooprecht op de aankoop ervan aanleiding heeft gegeven, als die akte of dat geschrift binnen de termijn die daarvoor is bepaald, ter registratie is aangeboden; 2) de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, als de akte die of het geschrift dat tot de vrijstelling van de heffing van het verkooprecht op de aankoop ervan aanleiding heeft gegeven, is aangeboden na het verstrijken van de termijn die daarvoor bepaald is.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-149\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 149</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan titel 2 van hetzelfde decreet wordt aan hoofdstuk 9, toegevoegd bij artikel 109, een afdeling 6 toegevoegd, die luidt als volgt : \"Afdeling 6. - Vrijstellingen\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-150\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 150</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 6, toegevoegd bij artikel 149, een artikel 2.9.6.0.1 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.6.0.1. Er wordt een vrijstelling van het verkooprecht verleend voor : 1° de aanwijzing van lastgever, op voorwaarde dat : a) de mogelijkheid om een lastgever aan te wijzen in de akte van toewijzing of koop voorbehouden is;b) de aanwijzing bij authentieke akte uiterlijk plaatsvindt op de vijfde werkdag na de dag van de toewijzing of van de overeenkomst;2° de toewijzingen naar aanleiding van rouwkoop van onroerende goederen, op voorwaarde dat ze geen aanleiding geven tot de heffing van een hoger verkooprecht dan het verkooprecht dat geheven is op de vorige toewijzing;3° de overeenkomsten tot overdracht van het vruchtgebruik op de blote eigenaar, als de evenredige registratiebelasting, de erfbelasting of een soortgelijk recht door de blote eigenaar of door een vorige blote eigenaar, zijn rechtsvoorganger, op de waarde van de volle eigendom is voldaan;4° andere overdrachten onder bezwarende titel dan die welke aan de belasting, overeenkomstig artikel 115bis het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten onderworpen zijn, van gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijbehorende terrein, overeenkomstig artikel 1, § 9, van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, alsook de vestigingen, overdrachten of wederoverdrachten van de zakelijke rechten, overeenkomstig artikel 9, tweede lid, 2°, van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde met betrekking tot gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorende terrein, overeenkomstig artikel 1, § 9, van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, op voorwaarde dat de belasting over de toegevoegde waarde opeisbaar is op de levering van die goederen of de vestiging, de overdracht of wederoverdracht van die rechten;5° de contracten van onroerende financieringshuur, overeenkomstig artikel 44, § 3, 2°, b, van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde;6° de inbreng van goederen in een samenwerkingsverband, beheerst door de wet van 17 juli 1989 betreffende de economische samenwerkingsverbanden of in Europese economische samenwerkingsverbanden;7° de teruggave van de onroerende goederen aan de leden van een samenwerkingsverband, beheerst door de wet van 17 juli 1989 betreffende de economische samenwerkingsverbanden of van Europese economische samenwerkingsverbanden die de goederen hebben ingebracht, als de teruggave plaatsvindt ten gevolge van de uittreding van de leden of de ontbinding van het samenwerkingsverband</p>\n<p class=\"lf-p\">Als aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, 1°, niet is voldaan, wordt de aanwijzing van lastgever voor de toepassing van dit hoofdstuk als een wederverkoop beschouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van hetgeen vermeld is in het eerste lid, 1°, a) en b), moet om de vrijstelling van het verkooprecht te genieten : 1° bij toewijzingen die wettelijk gedaan zijn onder de opschortende voorwaarde van ontstentenis van opbod, de aanwijzing van lastgever gedaan worden vóór de notaris die toewijzing gedaan heeft, of hem betekend worden uiterlijk op de vijfde werkdag nadat de wettelijke termijn voor opbod verstrijkt;2° bij toewijzingen ten gevolge van een hoger bod op de vrijwillige vervreemding van onroerende goederen, de aanwijzing van lastgever gedaan worden vóór de notaris die toewijzing heeft gedaan, of hem betekend worden uiterlijk op de vijfde werkdag na de dag van de toewijzing. In de gevallen, vermeld in het derde lid, wordt de aanwijzing ingeschreven of vermeld onderaan op het proces-verbaal van toewijzing zonder dat ze aan het bevoegde personeelslid betekend moet worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de toewijzingen, vermeld in het eerste lid, 2°, wel aanleiding geven tot de heffing van een hoger verkooprecht dan het verkooprecht dat geheven is op de vorige toewijzing, wordt de vrijstelling beperkt tot het verkooprecht dat geheven is op de vorige toewijzing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid, 2°, is ook van toepassing op de toewijzingen naar aanleiding van prijsverhoging in de gevallen waarin het voorbehoud van prijsverhoging geen opschortende voorwaarde uitmaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, 4°, te verkrijgen, moet voldaan zijn aan de verplichtingen, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 1, 4°, en § 5, tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als onroerende goederen verkregen worden in andere omstandigheden dan de omstandigheden, vermeld in het eerste lid, 7°, is voor de verkrijging, vermeld in het eerste lid, 7°, hoe ze ook gebeurt, het verkooprecht verschuldigd.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-151\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 151</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.6.0.2 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.6.0.2. Er wordt een vrijstelling van het verkooprecht verleend voor : 1° de akten die in der minne verleden zijn in naam van of ten voordele van de federale staat, de gemeenschappen, de gewesten, de gemeenschapscommissies, de openbare instellingen van de federale staat, de gemeenschappen of de gewesten;2° de akten in der minne die betrekking hebben op onroerende goederen die uitsluitend bestemd zijn voor onderwijs, verleden op naam van of ten voordele van de inrichtende machten van het gemeenschapsonderwijs of het gesubsidieerd onderwijs, alsook op naam van of ten voordele van verenigingen zonder winstoogmerk voor patrimoniaal beheer die tot uitsluitend doel hebben onroerende goederen ter beschikking te stellen voor onderwijs dat door de voormelde inrichtende machten wordt verstrekt;3° de akten die in der minne verleden zijn in naam van of ten voordele van de naamloze vennootschap van publiek recht HST-Fin; 4° de akten die in der minne verleden zijn in naam van of ten voordele van de naamloze vennootschap A.S.T.R.I.D.; 5° de akten die verleden zijn in naam van of ten voordele van de naamloze vennootschap BIO;6° de akten die verleden zijn in naam van of ten voordele van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen;7° de akten die verleden zijn in naam van of ten voordele van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen;8° de akten houdende oprichting, wijziging, verlenging of ontbinding van de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, van de Société wallonne des Eaux, van de Brusselse Maatschappij voor Waterbeheer, van de verenigingen of intercommunales vermeld in de wet van 22 december 1986 betreffende de intercommunales, het Vlaams decreet van 6 juli 2001Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/07/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/10/2001 numac 2001035984 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet houdende de intergemeentelijke samenwerking sluiten houdende de intergemeentelijke samenwerking en de Code de la démocratie locale et de la décentralisation, van de Maatschappij voor het Intercommunaal Vervoer te Brussel, van de Vlaamse Vervoersmaatschappij, van de Société Régionale wallonne du Transport, van de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij en de gewestelijke investeringsmaatschappijen;9° de akten die, bij toepassing van de organieke wet van 8 juli 1976Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/07/1976 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/04/2016 numac 2016000231 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. - Officieuze coördinatie in het Duits van de versie toepasselijk op de inwoners van het Duitse taalgebied sluiten betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn of het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de overgave vaststellen van goederen aan of de inbreng in openbare centra voor maatschappelijk welzijn ofwel de overgave van goederen aan of de inbreng in op grond van voornoemde wet opgerichte verenigingen, evenals akten houdende verdeling, na ontbinding of splitsing van een bovenbedoelde vereniging. Het eerste lid, 1° tot en met 7°, is alleen van toepassing op de akten waarvan de kosten wettelijk ten laste van vermelde entiteiten vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, te verkrijgen, moet voldaan zijn aan de verplichtingen, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 1, 4°. \".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-152\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 152</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.6.0.3 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.6.0.3. Er wordt een vrijstelling van het verkooprecht verleend voor : 1° de overdrachten in der minne van onroerende goederen ten algemenen nutte, aan de federale staat, de gemeenschappen, de gewesten, de gemeenschapscommissies, provinciën, gemeenten, openbare instellingen en aan alle andere tot onteigening gerechtigde organen of personen;2° de akten betreffende de wederafstand na onteigening ten algemenen nutte in de gevallen waarin ze bij de wet of het decreet toegelaten is;3° de akten tot vaststelling van een ruilverkaveling of herverkaveling met het oog op de realisatie van een ruimtelijk uitvoeringsplan als vermeld in hoofdstuk II van titel II van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009;4° de akten van overdracht van een afgedankte bedrijfsruimte aan de federale staat of een andere publiekrechtelijke rechtspersoon;5° de akten houdende verkrijging door vreemde staten van onroerende goederen die bestemd zijn tot vestiging van hun diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging in België, of voor de woning van het hoofd van de standplaats;6° de akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering van de wet van 10 januari 1978 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen in der minne; 7° de akten houdende ruiling van gronden bij wijze van bestemmingswijzigingscompensatie of compensatie ingevolge beschermingsvoorschriften, waarbij de Vlaamse Grondenbank optreedt overeenkomstig artikel 6.2.10 van het decreet van 27 maart 2009Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II sluiten1 betreffende het grond- en pandenbeleid; 8° de akten, vonnissen en arresten betreffende de uitvoering van de wet van 22 juli 1970 op de ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet en van de wet van 12 juli 1976 houdende bijzondere maatregelen inzake ruilverkaveling van landeigendommen uit kracht van de wet bij de uitvoering van grote infrastructuurwerken;9° de akten houdende ruiling als vermeld in artikel 5, § 2, 5°, § 3, 1°, § 5 en § 7, van het decreet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/06/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/02/2007 numac 2006036937 bron vlaamse overheid Decreet betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen sluiten betreffende het oprichten van de Vlaamse Grondenbank en houdende wijziging van diverse bepalingen;10° de natuurinrichtingsakten, vermeld in artikel 41 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 juli 1998 tot vaststelling van nadere regels ter uitvoering van het decreet van 21 oktober 1997Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/1998 numac 1997036441 bron ministerie van de vlaamse gemeenschap Decreet betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu sluiten betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu; 11° de akten houdende vrijwillige herverkaveling, de akten houdende herverkaveling uit kracht van de wet en de akten houdende herverkaveling uit kracht van de wet met planologische ruil, vermeld in artikel 2.1.18, artikel 2.1.48 en artikel 2.1.66 van het decreet van 28 maart 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II sluiten3 betreffende de landinrichting; 12° de overeenkomsten tot overdracht van onroerende goederen als vermeld in artikel 2.9.3.0.1, voor zover de overdracht plaatsvindt met het oog op de realisatie van een brownfieldproject dat het voorwerp uitmaakt of zal uitmaken van een brownfieldconvenant als vermeld in het decreet van 30 maart 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II sluiten0 betreffende de Brownfieldconvenanten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, 5°, is ondergeschikt aan de voorwaarde dat wederkerigheid aan de Belgische Staat toegekend wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, 12°, wordt alleen verleend als bij de aan de formaliteit van de registratie onderworpen akte of verklaring over de overeenkomst een attest is gevoegd waarin wordt bevestigd dat de overdracht plaatsvindt met het oog op de realisatie van een brownfieldproject dat het voorwerp uitmaakt of zal uitmaken van een brownfieldconvenant, en dat de onroerende goederen waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd, deel uitmaken van dat brownfieldproject.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de vormgeving van dat attest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, 12°, ook andere onroerende goederen omvat dan de onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, en als de overdracht gedaan wordt voor een gezamenlijke prijs, moet de verkoopwaarde van elk van de onderscheiden categorieën van onroerende goederen worden opgegeven in een aanvullende verklaring als vermeld in artikel 3.13.1.2.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verkooprecht is alsnog verschuldigd door de verkrijger van de onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, 12°, als binnen de periode, vermeld in artikel 5 van het decreet van 30 maart 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II sluiten0 betreffende de Brownfieldconvenanten, geen brownfieldconvenant voor het project wordt gesloten, of als het brownfieldproject niet tijdig wordt gestart of gerealiseerd conform de voorwaarden, vermeld in het brownfieldconvenant. Het verkooprecht wordt opeisbaar vanaf de kennisgeving aan het bevoegde personeelslid van het niet langer vervuld zijn van de voorwaarden voor het behoud van de vrijstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor die kennisgeving.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-153\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 153</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.6.0.4 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.6.0.4. Er wordt een vrijstelling van het verkooprecht verleend voor de ruilovereenkomsten van onbebouwde landeigendommen waarvan de verkoopwaarde voor elk van de kavels niet meer bedraagt dan het kadastraal inkomen, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering vastgestelde coëfficiënt, op voorwaarde dat er tussen elk van de kavels geen waardeverschil of opleg is.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-154\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 154</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.6.0.5 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.6.0.5. In afwijking van artikel 2.9.1.0.3 wordt een vrijstelling van het verkooprecht verleend voor : 1° de omvorming van een vennootschap met rechtspersoonlijkheid in een vennootschap van een verschillende soort en de omzetting van een vereniging zonder winstoogmerk in een vennootschap met een sociaal oogmerk.Dit punt is ook van toepassing als de omvorming plaatsvindt via een vereffening, gevolgd door de oprichting van een nieuwe vennootschap, als in die oprichting voorzien wordt in de akte van invereffeningstelling en als ze binnen vijftien dagen na de akte plaatsvindt; 2° de overbrenging van de zetel van de werkelijke leiding of van de statutaire zetel van een vennootschap, als die overbrenging gebeurt uit het grondgebied van een staat van de Europese Economische Ruimte of als het een overbrenging naar België betreft van de zetel van de werkelijke leiding van een vennootschap waarvan de statutaire zetel zich al op het grondgebied van de vermelde gemeenschap bevindt.Dit punt is alleen van toepassing als het vaststaat dat de vennootschap behoort tot de soort van vennootschappen die onderworpen zijn aan een belasting op het bijeenbrengen van kapitaal in het land dat in aanmerking komt voor het voordeel van de vrijstelling In alle gevallen, vermeld in het eerste lid, wordt het verkooprecht geheven op de vermeerdering van het statutaire kapitaal van de vennootschap, zonder nieuwe inbreng, of op de inbrengen van nieuwe goederen die gedaan worden ter gelegenheid van de omvorming, de wijziging van het voorwerp of de overbrenging van de zetel.\". Art. 155.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.6.0.6 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.6.0.6. Er wordt een vrijstelling van het verkooprecht verleend voor vonnissen en arresten houdende vernietiging, ontbinding of herroeping van een overeenkomst als vermeld in artikel 2.9.1.0.1, waarbij eigendom of vruchtgebruik wordt overgedragen van onroerende goederen die in België liggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de vernietiging, ontbinding of herroeping, vermeld in het eerste lid, uitgesproken is ten voordele van een andere persoon dan een van de partijen bij de overeenkomst, haar erfgenamen of legatarissen worden, al naargelang het geval, de rechten, vermeld in hoofdstuk 8 tot en met 11, geheven die verschuldigd geweest zouden zijn als de vernietiging, de ontbinding of de herroeping het voorwerp van een minnelijke akte had uitgemaakt.\". Art. 156.Aan titel 2 van hetzelfde decreet wordt aan hoofdstuk 9, toegevoegd bij artikel 109, een afdeling 7 toegevoegd, die luidt als volgt : \"Afdeling 7. - Wijze van heffing\". Art. 157.In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 7, toegevoegd bij artikel 156, een artikel 2.9.7.0.1 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.7.0.1. Het verkooprecht wordt geheven in overeenstemming met de bepalingen van artikel 3.3.2.0.1, 9°, en artikel 3.3.3.0.1, § 4/2.\". Art. 158.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.7.0.2 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.7.0.2. Voor ruilovereenkomsten wordt het verkooprecht gevestigd op basis van het bedrag van de overeengekomen waarde van het onroerend goed waarop de ruilovereenkomst betrekking heeft, dat aanleiding geeft tot heffing van het hoogste recht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij ruilovereenkomsten van onbebouwde landeigendommen, waarbij er ongelijkheid van kavels is en waarbij de verkoopwaarde voor elk van de kavels niet meer bedraagt dan het kadastraal inkomen, vermenigvuldigd met een door de Vlaamse Regering vastgestelde coëfficiënt, wordt in afwijking van het eerste lid het verkooprecht geheven op het waardeverschil of de opleg als die opleg groter is dan dat verschil.\". Art. 159.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.7.0.3 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.7.0.3. § 1. De belastingplicht, de belastbare grondslag, het tarief, de vrijstellingen en de verminderingen worden bepaald door het ogenblik waarop de rechtshandeling is gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid worden, als er geen verplichting tot registratie geldt, de belastingplicht, de belastbare grondslag en het tarief bepaald door het ogenblik waarop de akte of het geschrift ter registratie wordt aangeboden. § 2. Op een rechtshandeling die onderworpen is aan een opschortende voorwaarde, wordt het verkooprecht alleen geheven als de voorwaarde is vervuld. In voorkomend geval wordt gehandeld als volgt : 1° het toepasbare tarief waarmee voor de heffing rekening moet worden gehouden, is het tarief dat van kracht is op de datum waarop het verkooprecht verworven geweest zou zijn als de handeling onvoorwaardelijk was geweest;2° de belastbare grondslag waarmee voor de heffing rekening moet worden gehouden, is de belastbare grondslag op de datum van de vervulling van de voorwaarde. De rechtshandeling die door een rechtspersoon wordt verricht en die aan machtiging, goedkeuring of bekrachtiging van een overheid onderworpen is, wordt voor de toepassing van het eerste lid gelijkgesteld met een rechtshandeling die aan een opschortende voorwaarde onderworpen is.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-160\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 160</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.7.0.4 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.7.0.4. In geval van een handelszaak wordt het verkooprecht vastgesteld volgens de aard van elk goed dat er deel van uitmaakt.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-161\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 161</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.9.7.0.5 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.9.7.0.5. Voor de toepassing van artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten moet de aanwending of de bestemming van een onroerend goed worden nagegaan per kadastraal perceel of per gedeelte van kadastraal perceel als dat gedeelte ofwel een afzonderlijke huisvesting is, ofwel een afdeling van de productie of van de werkzaamheden die, of een onderdeel daarvan dat, afzonderlijk kan werken, ofwel een eenheid die van de andere goederen of delen die het perceel vormen, kan worden afgezonderd.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-162\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 162</span><span class=\"lf-art-t\">Aan titel 2 van hetzelfde decreet wordt een hoofdstuk 10 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Hoofdstuk 10. - Verdeelrecht\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-163\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 163</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan titel 2 van hetzelfde decreet wordt aan hoofdstuk 10, toegevoegd bij artikel 162, een afdeling 1 toegevoegd, die luidt als volgt : \"Afdeling 1. - Belastbaar voorwerp\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-164\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 164</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 1, toegevoegd bij artikel 163, een artikel 2.10.1.0.1 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.10.1.0.1. Overeenkomstig artikel 1, artikel 19 en artikel 31 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten wordt het verdeelrecht gevestigd naar aanleiding van de registratie of de verplichting tot registratie van akten of geschriften die als titel gelden van een overeenkomst houdende : 1° gedeeltelijke of gehele verdelingen van onroerende goederen;2° afstanden onder bezwarende titel, onder mede-eigenaars, van onverdeelde delen in onroerende goederen; 3° omzetting als vermeld in artikel 745quater en artikel 745quinquies van het Burgerlijk Wetboek, zelfs als er geen onverdeeldheid is.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-165\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 165</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.10.1.0.2 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.10.1.0.2. § 1. Vonnissen en arresten die tot bewijs strekken van een overeenkomst waarop de bepalingen van deze afdeling van toepassing zijn, maar die nog niet aan het verdeelrecht onderworpen is, geven aanleiding tot de heffing van het verdeelrecht Dat geldt ook als de rechterlijke beslissing die tot bewijs van de overeenkomst strekt, de ontbinding of herroeping ervan uitspreekt of vaststelt voor om het even welke reden, tenzij uit de beslissing blijkt dat ten hoogste één jaar na de overeenkomst een eis tot ontbinding of herroeping, zelfs bij een onbevoegde rechter, is ingesteld. § 2. Exequaturs van scheidsrechterlijke uitspraken en in het buitenland gewezen rechterlijke beslissingen worden, voor de toepassing van dit hoofdstuk, als een geheel met de desbetreffende akte beschouwd. Als de desbetreffende akte tot bewijs strekt van een overeenkomst als vermeld in artikel 2.10.1.0.1, houdende aanwijzing onder bezwarende titel van eigendom of vruchtgebruik van onroerende goederen die in het Vlaamse Gewest te lokaliseren zijn, die niet aan het verdeelrecht onderworpen is, geeft ze aanleiding tot de heffing van het verdeelrecht en eventueel tot de boete waaraan de overeenkomst onderworpen zou zijn als ze in een akte houdende verdeling zou zijn vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat geldt ook als de scheidsrechterlijke uitspraak of in het buitenland gewezen rechterlijke beslissing die tot bewijs van de overeenkomst strekt, de ontbinding of herroeping ervan uitspreekt of vaststelt voor om het even welke reden, tenzij uit de beslissing blijkt dat ten hoogste één jaar na de overeenkomst een eis tot ontbinding of herroeping, zelfs bij een onbevoegde rechter, is ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verdeelrecht is ook van toepassing in geval van aanbieding ter registratie van een in het buitenland gewezen rechterlijke beslissing die van rechtswege in België uitvoerbaar is.\". Art. 166.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.10.1.0.3 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.10.1.0.3. Met behoud van de toepassing van artikel 2.10.1.0.1 wordt, behoudens vestiging van de belasting, vermeld in hoofdstukken 9 en 11, het verdeelrecht gevestigd op een inbreng van onroerende goederen als vermeld in artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten in een Belgische vennootschap naarmate die inbreng anders vergoed wordt dan bij de toekenning van maatschappelijke rechten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een inbreng als vermeld in het eerste lid meteen onroerende goederen als vermeld in artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten, en goederen van een andere aard omvat, worden, niettegenstaande elk strijdig beding, de maatschappelijke rechten en de andere lasten, die de vergoeding van de bedoelde inbreng uitmaken, geacht evenredig verdeeld te zijn tussen de waarde die aan de onroerende goederen is toegekend en die welke aan de andere goederen is toegekend, bij de overeenkomst. De te vervallen huurprijzen van de huurcontracten waarvan de rechten worden ingebracht, worden evenwel geacht alleen op de laatstvermelde rechten betrekking te hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing op de inbreng van de universaliteit van de goederen of van een bedrijfstak overeenkomstig artikel 117, § 1 en § 2, van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is ook van toepassing op de oprichting van nieuwe vennootschappen, als vermeld in artikel 118 van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten.\". Art. 167.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.10.1.0.4 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.10.1.0.4. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op de uitvoering van een beding van terugval of van aanwas.\". Art. 168.Aan titel 2 van hetzelfde decreet wordt aan hoofdstuk 10, toegevoegd bij artikel 162, een afdeling 2 toegevoegd, die luidt als volgt : \"Afdeling 2. - Belastingplichtigen\". Art. 169.In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 2, toegevoegd bij artikel 168, een artikel 2.10.2.0.1 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.10.2.0.1. De belastingplichtige is de verkrijger van het zakelijk recht.\". Art. 170.Aan titel 2 van hetzelfde decreet wordt aan hoofdstuk 10, toegevoegd bij artikel 162, een afdeling 3 toegevoegd, die luidt als volgt : \"Afdeling 3. - Belastbare grondslag\". Art. 171.In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 3, toegevoegd bij artikel 170, een artikel 2.10.3.0.1 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.10.3.0.1. § 1. Het verdeelrecht wordt vastgesteld op basis van de overeengekomen waarde van de goederen, zoals ze blijkt uit de bepalingen van de akte, zonder dat de belastbare grondslag lager dan de verkoopwaarde mag zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">In voorkomend geval wordt de verkoopwaarde van het vruchtgebruik of van de blote eigendom overeenkomstig artikel 2.9.3.0.1 tot en met artikel 2.9.3.0.7 vastgesteld. § 2. Voor de goederen waarvan de akte de onverdeeldheid doet ophouden onder al de mede-eigenaars, wordt de belasting geheven op de waarde van die goederen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de goederen waarvan de akte de onverdeeldheid niet doet ophouden onder al de mede-eigenaars, wordt de belasting geheven op de waarde van de afgestane delen.\". Art. 172.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.10.3.0.2 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.10.3.0.2. Als de verdeling of afstand onderworpen is aan het verdeelrecht van 2,5 %, vermeld in artikel 2.10.4.0.1, wordt de totale belastbare grondslag, vermeld in artikel 2.10.3.0.1, § 2, eerste lid, verminderd met een abattement van 50.000 euro als de verdeling of afstand, vermeld in artikel 2.10.1.0.1, 1° of 2°, gebeurt bij de akte, vermeld in artikel 1287 van het Gerechtelijk Wetboek of ingevolge de wijziging, vermeld in artikel 1293 van het Gerechtelijk Wetboek, of bij de vereffening-verdeling na echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting, overeenkomstig hoofdstuk VI van boek IV van het vierde deel van het Gerechtelijk Wetboek, en ze nog geen verdeling onder elkaar zijn overeengekomen waarbij ze die vermindering van belastbare grondslag of de hierna vermelde verhoging van de vermindering hebben genoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De totale belastbare grondslag, vermeld in artikel 2.10.3.0.1, § 2, eerste lid, wordt ook verminderd met een abattement van 50.000 euro als de verdeling of afstand plaatsvindt binnen een termijn van een jaar na de beëindiging van de wettelijke samenwoning overeenkomstig artikel 1476, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, op voorwaarde dat de personen op de dag van de beëindiging van de wettelijke samenwoning ten minste een jaar ononderbroken met elkaar wettelijk samenwoonden en ze nog geen verdeling onder elkaar zijn overeengekomen waarbij ze die vermindering van de belastbare grondslag of de hierna vermelde verhoging van de vermindering hebben genoten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de echtgenoten, gewezen echtgenoten of gewezen wettelijk samenwonenden op de datum van de voormelde verdeling of afstand een of meer al dan niet gemeenschappelijke kinderen of door beiden of een van hen geadopteerde kinderen hebben die recht geven op kinderbijslag, wordt dat abattement verhoogd met 20.000 euro per kind.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verkrijgers moeten voldoen aan de verplichtingen, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 1, 1° en 4°, en § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de akte, vermeld in artikel 1287 van het Gerechtelijk Wetboek, of met de vereffening-verdeling na echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting overeenkomstig hoofdstuk VI van boek IV van het vierde deel van het Gerechtelijk Wetboek wordt elke soortgelijke regeling gelijkgesteld volgens het recht van een staat van de Europese Economische Ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met de beëindiging van de wettelijke samenwoning overeenkomstig artikel 1476, § 2, van het Burgerlijk Wetboek en het begrip wettelijk samenwonenden wordt elke soortgelijke regeling gelijkgesteld volgens het recht van een staat van de Europese Economische Ruimte.\". Art. 173.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.10.3.0.3 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.10.3.0.3. De rechten die verschuldigd zijn op akten waarbij eigendom of vruchtgebruik van een handelszaak aangewezen wordt, worden geheven op de bij dit hoofdstuk vastgestelde belastbare grondslagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schulden die al dan niet met de handelszaak in verband staan en die door de nieuwe eigenaar of vruchtgebruiker ten laste genomen worden, worden als lasten van de overeenkomst beschouwd.\". Art. 174.Aan titel 2 van hetzelfde decreet wordt aan hoofdstuk 10, toegevoegd bij artikel 162, een afdeling 4 toegevoegd, die luidt als volgt : \"Afdeling 4. - Tarieven\". Art. 175.In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 4, toegevoegd bij artikel 174, een artikel 2.10.4.0.1 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.10.4.0.1. Het verdeelrecht bedraagt 2,5 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het recht wordt op 1 t.h. gebracht als de verdeling of de afstand, vermeld in artikel 2.10.1.0.1, 1° of 2°, plaatsvindt in een van de volgende omstandigheden : 1° bij de akte, vermeld in artikel 1287 van het Gerechtelijk Wetboek of ingevolge de wijziging, vermeld in artikel 1293 van het Gerechtelijk Wetboek;2° bij de vereffening-verdeling na echtscheiding op grond van onherstelbare ontwrichting, vermeld in het vierde deel, boek IV, hoofdstuk VI, van het Gerechtelijk Wetboek;3° binnen een termijn van een jaar, die volgt op de beëindiging van de wettelijke samenwoning conform artikel 1476, § 2, van het Burgerlijk Wetboek, op voorwaarde dat de personen op de dag van de beëindiging van de wettelijke samenwoning ten minste een jaar ononderbroken met elkaar wettelijk samenwoonden. Het verlaagde tarief, vermeld in het tweede lid, is ook van toepassing als de verdeling of de afstand wordt gedaan volgens de wetgeving van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte als de verdeling of de afstand plaatsvindt onder omstandigheden en voorwaarden die vergelijkbaar zijn met de omstandigheden en voorwaarden, vermeld in het tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">In of onderaan op het document dat aanleiding geeft tot heffing van het evenredig recht op de verdeling, moeten de verkrijgers uitdrukkelijk melden dat ze de toepassing van het verlaagde tarief vragen en moeten ze verklaren dat ze voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, of, in voorkomend geval, dat de verdeling of de afstand is gedaan overeenkomstig de wetgeving van een nader aan te wijzen lidstaat van de Europese Economische Ruimte onder omstandigheden en voorwaarden die vergelijkbaar zijn met de omstandigheden en de voorwaarden, vermeld in het tweede lid.\". Art. 176.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.10.4.0.2 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.10.4.0.2. Als een akte of geschrift, overeengekomen tussen dezelfde partijen, verschillende van elkaar afhankelijke of noodzakelijk uit elkaar voortvloeiende regelingen bevat waaronder een rechtshandeling als vermeld in artikel 2.10.1.0.1, die onderworpen is aan het verdeelrecht, wordt de belasting geheven die van toepassing is op de regeling die aanleiding geeft tot de heffing van de hoogste belasting, vastgesteld met toepassing van hoofdstuk 8 tot en met hoofdstuk 11.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een akte of geschrift, overeengekomen tussen dezelfde partijen, verschillende van elkaar onafhankelijke of niet noodzakelijk uit elkaar voortvloeiende regelingen bevat waaronder een rechtshandeling als vermeld in artikel 2.10.1.0.1, die onderworpen is aan het verdeelrecht, wordt op elke regeling al naargelang het geval de belasting, vermeld in hoofdstuk 8 tot en met hoofdstuk 11, geheven.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-177\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 177</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan titel 2 van hetzelfde decreet wordt aan hoofdstuk 10, toegevoegd bij artikel 162, een afdeling 5 toegevoegd, die luidt als volgt : \"Afdeling 5. - Verminderingen\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-178\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 178</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 5, toegevoegd bij artikel 177, een artikel 2.10.5.0.1 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.10.5.0.1. Voorbehouden voor toekomstig gebruik\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-179\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 179</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aan titel 2 van hetzelfde decreet wordt aan hoofdstuk 10, toegevoegd bij artikel 162, een afdeling 6 toegevoegd, die luidt als volgt : \"Afdeling 6. - Vrijstellingen\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-180\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 180</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan afdeling 6, toegevoegd bij artikel 179, een artikel 2.10.6.0.1 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.10.6.0.1. Er wordt een vrijstelling van het verdeelrecht verleend voor : 1° de overeenkomsten tot overdracht van het vruchtgebruik op de blote eigenaar, als de evenredige registratiebelasting, de erfbelasting of een soortgelijk recht door de blote eigenaar of door een vorige blote eigenaar, zijn rechtsvoorganger, op de waarde van de volle eigendom is voldaan; 2° de overeenkomsten, vermeld in artikel 2.10.1.0.1, andere dan die welke aan de belasting, overeenkomstig artikel 115bis van het federale Wetboek van Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten onderworpen zijn, van gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorende terrein, vermeld in artikel 1, § 9, van het federale Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, alsook de vestigingen, overdrachten of wederoverdrachten van de zakelijke rechten, vermeld in artikel 9, tweede lid, 2°, van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde met betrekking tot gebouwen, gedeelten van gebouwen en het bijhorende terrein, vermeld in artikel 1, § 9, van het Wetboek van de Belasting over de Toegevoegde Waarde, op voorwaarde dat de belasting over de toegevoegde waarde opeisbaar is op de levering van die goederen of de vestiging, de overdracht of wederoverdracht van die rechten Om de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, 2°, te verkrijgen, moet voldaan zijn aan de verplichtingen, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 1, 4°, en § 5, vierde lid.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-181\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 181</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.10.6.0.2 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.10.6.0.2. Er wordt een vrijstelling van het verdeelrecht verleend voor : 1° de akten in der minne die verleden zijn in naam van of ten voordele van de federale staat, de gemeenschappen, de gewesten, de gemeenschapscommissies, openbare instellingen van de federale staat, de gemeenschappen en de gewesten;2° de akten in der minne die betrekking hebben op onroerende goederen die uitsluitend bestemd zijn voor onderwijs, die verleden zijn in naam van of ten voordele van de inrichtende machten van het gemeenschapsonderwijs of het gesubsidieerd onderwijs, alsook ten name of ten bate van verenigingen zonder winstoogmerk voor patrimoniaal beheer die tot uitsluitend doel hebben onroerende goederen ter beschikking te stellen voor onderwijs dat door de voormelde inrichtende machten wordt verstrekt;3° de akten die in der minne verleden zijn in naam van of ten voordele van de naamloze vennootschap van publiek recht HST-Fin; 4° de akten die in der minne verleden zijn in naam van of ten voordele van de naamloze vennootschap A.S.T.R.I.D.; 5° de akten die verleden zijn in naam van of ten voordele van de naamloze vennootschap BIO;6° de akten die verleden zijn in naam van of ten voordele van de Vlaamse Maatschappij voor Sociaal Wonen;7° de akten die verleden zijn in naam van of ten voordele van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen Het eerste lid is alleen van toepassing op de akten waarvan de kosten wettelijk ten laste van de vermelde entiteiten vallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de vrijstelling, vermeld in het eerste lid, te verkrijgen, moet voldaan zijn aan de verplichtingen, vermeld in artikel 3.12.3.0.1, § 1, 4°. \". Art. 182.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.10.6.0.3 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.10.6.0.3. Er wordt een vrijstelling van het verdeelrecht verleend voor de overeenkomsten tot overdracht van onroerende goederen als vermeld in artikel 2.10.1.0.1, voor zover de overdracht plaatsvindt met het oog op de realisatie van een brownfieldproject dat het voorwerp uitmaakt of zal uitmaken van een brownfieldconvenant als vermeld in het decreet van 30 maart 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II sluiten0 betreffende de Brownfieldconvenanten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vrijstelling, vermeld in het eerste lid, wordt alleen verleend als bij de aan de formaliteit van de registratie onderworpen akte of verklaring betreffende de overeenkomst een attest is gevoegd waarin wordt bevestigd dat de overdracht plaatsvindt met het oog op de realisatie van een brownfieldproject dat het voorwerp uitmaakt of zal uitmaken van een brownfieldconvenant, en dat de onroerende goederen waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd, deel uitmaken van dat brownfieldproject. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor de vormgeving van dat attest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de overeenkomst, vermeld in het eerste lid, ook andere onroerende goederen omvat dan de onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, en de overdracht gebeurt voor een gezamenlijke prijs, moet de verkoopwaarde van elk van de onderscheiden categorieën van onroerende goederen worden opgegeven in een aanvullende verklaring als vermeld in artikel 3.13.1.2.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verdeelrecht is alsnog verschuldigd door de verkrijger van de onroerende goederen, vermeld in het eerste lid, als binnen de periode, vermeld in artikel 5 van het decreet van 30 maart 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II sluiten0 betreffende de Brownfieldconvenanten, geen brownfieldconvenant over het project wordt gesloten, of als het brownfieldproject niet tijdig wordt gestart of gerealiseerd conform de voorwaarden, vermeld in het brownfieldconvenant. Het verdeelrecht wordt opeisbaar vanaf de kennisgeving aan het bevoegde personeelslid van het niet langer vervuld zijn van de voorwaarden voor het behoud van de vrijstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor die kennisgeving.\". Art. 183.In hetzelfde decreet wordt aan dezelfde afdeling een artikel 2.10.6.0.4 toegevoegd, dat luidt als volgt : \"Art. 2.10.6.0.4. Er wordt een vrijstelling van het verdeelrecht verleend voor vonnissen en arresten houdende vernietiging, ontbinding of herroeping van een overeenkomst als vermeld in artikel 2.10.1.0.1, waarbij eigendom of vruchtgebruik van in België gelegen onroerende goederen wordt overgedragen.</p></div>", "next": 237882}