{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">In het verleden werd regelmatig vastgesteld dat de uitgereikte erkenningsbewijzen niet correct opgesteld werden (bv. de vermelding van een verkeerde startdatum van de erkenning of uiterste datum tegen wanneer een persoon moest slagen voor een bijscholing). Met het nieuwe systeem zal voor de opstelling van het erkenningsbewijs de informatie rechtstreeks gehaald worden uit de databank van de overheid om zo fouten te vermijden. - De Vlaamse overheid hoeft geen kopie van het uitgereikte certificaat van bekwaamheid of bijscholing/actualisatie-examen meer te ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit gaat jaarlijks om honderden certificaten. Een kopie van het certificaat moet wel ten minste vijf jaar ter beschikking gehouden worden van de bevoegde overheid en de toezichthouder. - Een erkend opleidingscentrum moet niet meer het volledige verslag van een examenzitting aan de bevoegde overheid bezorgen. Het verslag moet wel ten minste vijf jaar ter beschikking gehouden worden van de bevoegde overheid en de toezichthouder. - Een erkend opleidingscentrum voor het uitreiken van het certificaat van bekwaamheid voor klimaatregelingsapparatuur in bepaalde motorvoertuigen moest tot nu toe bepaalde gegevens van de technici aan zowel de overheid als aan de instantie die het sectorale opleidingsbeleid ondersteunt, met name Educam vzw, bezorgen. Aangezien de opleidingscentra niet meer over alle gegevens van de technici beschikken die Educam vzw voor haar werking nodig heeft, zal de overheid de gegevens bezorgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze wijzigingen zorgen voor een grote vermindering van de administratieve lasten voor zowel de opleidingscentra als de Vlaamse overheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-69\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 69</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 53/6, 7°, van het VLAREL en voegt een punt 10° en 11° toe aan datzelfde artikel. Punt 1° Dit punt wijzigt artikel 53/6, 7°, van het VLAREL. De correcte voorafmelding van de boorwerkzaamheden bij de niet-ingedeelde grondwaterwinningen en geothermische installaties dient te gebeuren door het erkende boorbedrijf. Een dergelijk bedrijf dient verplicht te worden ingeschakeld voor de aanleg ervan en is tevens het beste op de hoogte van de correcte werfplanning, alsook is er voor deze erkende boorbedrijven een specifiek digitaal overheidsplatform beschikbaar en operationeel (e-DOV meldpunt boringen). Door de voorafmelding in dit portaal wordt tegelijk aan de vereiste meldingsplicht aan de bevoegde afdeling (VMM) als aan het departement voldaan Met deze wijziging wordt ook de uitgebreide voorafmelding zoals ingeschreven in artikels 34 en 43 uit deze wijzigingstekst mee in de reeds bestaande voorafmeldingen voor de erkende boorbedrijven geïntegreerd en het gebruik van het voor de sector ontwikkelde platform opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 2° Dit punt voegt een punt 10° toe aan artikel 53/6 van het VLAREL. Voor vele klanten van erkende boorbedrijven is het een eenmalig gebeuren dat er een boring wordt uitgevoerd. Het is daarom essentieel dat erkende boorbedrijven hun klanten correct en deskundig informeren over de wettelijke verplichtingen die op hen rusten voor het gebruik van de aangelegde infrastructuur, het buiten gebruik stellen van de infrastructuur, en over de eventuele heffingsplichten. Het erkende boorbedrijf is met toepassing van de bijzondere gebruikseis, vermeld in punt 6° van artikel 53/6 van het VLAREL, al verplicht om op de hoogte te blijven van de wetgeving en is daardoor ook ideaal geplaatst om hun klanten te informeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor ingedeelde inrichtingen wordt geoordeeld dat de klant zelf op de hoogte moet zijn van de geldende bijzondere milieuvoorwaarden via de verkregen vergunning (artikel 48, 10° van het omgevingsvergunningenbesluit) of aktename (artikel 113 van het omgevingsvergunningendecreet). Punt 3° Dit punt voegt een punt 11° toe aan artikel 53/6 van het VLAREL. Het invoeren van een gps-volgsysteem op het materieel waarmee geboord wordt, moet de efficiëntie van het toezicht nog verhogen. Nu is het quasi onmogelijk om werken op te sporen waarvoor geen voorafmelding is gebeurd en ook geen rapportering wordt gedaan. Een gps-volgsysteem is een noodzakelijk instrument om het illegaal boren door erkende boorbedrijven tegen te gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gps-volgsysteem moet geïnstalleerd worden op alle essentiële motorisch aangedreven materieel dat autonoom, of in combinatie met ander materieel, gebruikt wordt om boringen uit te voeren waarvoor een erkenning volgens VLAREL vereist is. Het kan hierbij gaan over boortorens en -wagens, maar ook spoelpompen die gebruikt worden om d.m.v. de lanstechniek boringen uit te voeren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-70\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 70</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 53/7 van het VLAREL naar aanleiding van de afstemming van de uitbatingsvoorwaarden met betrekking tot warmtepompen met en zonder koelfunctie en met gefluoreerde broeikasgassen of ozonlaagafbrekende stoffen Met de voorgestelde wijziging gebeurt er een afstemming voor de betreffende verplichtingen voor een erkend koeltechnisch bedrijf voor warmtepompen met gefluoreerde broeikasgassen of ozonlaagafbrekende stoffen met en zonder koelfunctie (zoals het invullen van het installatiegebonden logboek) waarbij uitvoering gegeven wordt aan de verordeningen (EU) nr. 517/2014 en (EG) nr. 1005/2009. Met de voorgestelde wijziging kan de overheid het werk van een koeltechnisch bedrijf aan beide types van warmtepompen (met en zonder koelfunctie) aan een controle onderwerpen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-71\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 71</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 54 van het VLAREL. Deze wijziging betreft een gedeeltelijke uitvoering van de volgende verordeningen: - artikel 10, lid 2, van verordening (EG) nr. 304/2008 van 2 april 2008 van de Commissie tot vaststelling, ingevolge Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad, van minimumeisen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van de certificering van bedrijven en personeel op het gebied van stationaire brandbeveiligingssystemen en brandblusapparaten die bepaalde gefluoreerde broeikasgassen bevatten, - artikel 4, lid 2, van verordening (EG) nr. 306/2008 van 2 april 2008 van de Commissie tot vaststelling, ingevolge Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad, van minimumeisen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van de certificering van personeel voor de terugwinning van bepaalde oplosmiddelen op basis van gefluoreerde broeikasgassen uit apparatuur, - artikel 4, lid 2, van uitvoeringsverordening (EU) 2015/2066 van 17 november 2015 van de Commissie tot vaststelling, ingevolge Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad, van minimumeisen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning voor de certificering van natuurlijke personen die gefluoreerde broeikasgassen bevattende elektrische schakelinrichtingen installeren, servicen, onderhouden, repareren of buiten dienst stellen of gefluoreerde broeikasgassen terugwinnen uit stationaire elektrische schakelinrichtingen, - artikel 7, lid 2, van uitvoeringsverordening (EU) 2015/2067 van 17 november 2015 van de Commissie tot vaststelling, ingevolge Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad, van minimumeisen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning voor de certificering van natuurlijke personen betreffende stationaire koel-, klimaatregelings- en warmtepompapparatuur en koeleenheden op koelwagens en koelaanhangwagens die gefluoreerde broeikasgassen bevatten, en voor de certificering van bedrijven betreffende stationaire koel-, klimaatregelings- en warmtepompapparatuur die gefluoreerde broeikasgassen bevat Indien een koeltechnicus, technicus voor brandbeveiligingsapparatuur, technicus voor elektrische schakelinrichtingen, technicus voor apparatuur die oplosmiddelen bevat, koeltechnisch bedrijf of bedrijf voor brandbeveiligingsapparatuur voldoen aan de certificeringseisen, opgelegd in de betreffende Europese verordeningen, dan ontvangen deze technici of bedrijven een Europees certificaat. Dit Europees certificaat kan een technicus of bedrijf gebruiken om in de drie gewesten van België of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte te werken omwille van het principe van wederzijdse erkenning dat opgelegd wordt door deze verordeningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om in het Vlaamse Gewest te mogen werken, is naast het Europees certificaat een Vlaamse erkenning verplicht. Technici en bedrijven die over dit Europees certificaat beschikken, worden volgens artikel 32 van het VLAREL van rechtswege voor het Vlaamse Gewest erkend. Ze moeten zich nog wel eerst bij de Vlaamse overheid aanmelden en enkele administratieve gegevens bezorgen vooraleer in het Vlaamse Gewest te mogen werken (bv. een kopie van het Europees certificaat en identificatiegegevens). Op die manier beschikt de Vlaamse overheid over een lijst van alle technici die in het Vlaamse Gewest werken, ongeacht waar het Europees certificaat behaald werd, en kan ze toezicht op deze technici uitoefenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens de betreffende Europese verordeningen moet dit Europees certificaat geschorst en ingetrokken kunnen worden. In de huidige wetgeving is echter enkel voorzien dat de Vlaamse erkenning kan geschorst en opgeheven worden, niet het Europees certificaat. Met de overheveling van deze erkenningen naar de erkenningswetgeving VLAREL in 2016 werd een onderscheid gemaakt tussen het Europees certificaat en de Vlaamse erkenning. Ervoor was het mogelijk om met een Europees certificaat alleen in het Vlaamse Gewest te werken en bestonden er procedures in de Vlaamse wetgeving voor de schorsing en opheffing van dit certificaat. Met de overheveling was dit niet meer voorzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit wordt nu rechtgezet: indien de Vlaamse erkenning geschorst of opgeheven wordt, dan wordt ook het Europees certificaat van rechtswege geschorst, respectievelijk opgeheven. Het gaat hier enkel om de Europese certificaten die door het Vlaamse Gewest uitgereikt werden en dit door de volgende instanties: ? de opleidingscentra die door de Vlaamse overheid erkend zijn of waren, ? de keuringsinstellingen die door de Vlaamse overheid erkend zijn of waren voor de keuring van koeltechnische bedrijven, ? de Vlaamse overheid zelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat de Vlaamse overheid betreft, gaat dit ook over de entiteiten die in het verleden de Europese certificaten uitreikten, met name de afdeling Milieuvergunningen van het vroegere Departement Leefmilieu, Natuur en Energie en de afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en -projecten van het Departement Omgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 72</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voegt een hoofdstuk 11/1 in in het VLAREL in verband met de verwerking van persoonsgegevens. 1) Het verwerken van persoonsgegevens door de entiteiten van de Vlaamse overheid: Artikel 6.3 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (afgekort AVG) schrijft voor dat regelgeving die de verwerking van persoonsgegevens in de zin van artikel 6.1, punt c) of punt e) van de AVG omkadert, minstens de volgende essentiële elementen van die verwerking moet vermelden: het doel van de verwerking, de types of categorieën van te verwerken persoonsgegevens, de betrokkenen, de entiteiten waaraan en doeleinden waarvoor de persoonsgegevens mogen worden verstrekt, de opslagperioden en de aanduiding van de verwerkingsverantwoordelijke(n) Met de invoering van hoofdstuk 11/1 in het VLAREL wordt aan deze eis tegemoet gekomen. De types of categorieën van te verwerken persoonsgegevens worden in artikel 56/1 niet expliciet vermeld maar zijn terug te vinden in de artikels waarnaar in artikel 56/1 verwezen wordt. Het gaat dan onder andere om het rijksregisternummer of bisnummer als men niet over een rijksregisternummer beschikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opslagperiode van de gegevens wordt hier niet vermeld. Dit wordt geregeld door het Bestuurs decreet van 7 december 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/03/2019 numac 2018014287 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door partners van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Pretoria op 14 januari 2016 (2)(3) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit sluiten2 en de informatiebeheersplannen van de bevoegde instanties. 2) Het bezorgen van bepaalde persoonsgegevens door de overheid aan Educam: Educam is het kennis- en opleidingscentrum van en voor de autosector en de aanverwante sectoren en zorgt voor de sectorale ondersteuning van het opleidingsbeleid zoals dat in de respectievelijke collectieve arbeidsovereenkomsten staat.Voor de garagesector worden de opdrachten voor Educam geregeld in het koninklijk besluit van 1 juli 2020Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/2020 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/07/2020 numac 2020041971 bron ministerie van landsverdediging Koninklijk besluit betreffende te nemen maatregelen voor de militairen in het kader van de gezondheidscrisis ten gevolge van het coronavirus COVID-19 type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/07/2020 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/07/2020 numac 2020042158 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit tot goedkeuring van het reglement genomen in uitvoering van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten voor de handelaren in diamant en/of synthetische diamant geregistreerd onder toepassing van artikel 169, § 3, van de programmawet van 2 augustus 2002 sluiten waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 12 september 2019, gesloten in het Paritair Comité voor het garagebedrijf, betreffende de vorming en opleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opdrachten bestaan onder andere uit het erkennen van opleidingen en de (opvolging van de) certificering van arbeiders in deze sector en het uitreiken van sectorale premies aan werkgevers voor het laten volgen van bepaalde opleidingen door werknemers. In punt 2 van artikel 8 van dit KB wordt vermeld dat binnen Educam sinds 1 januari 2012 een databank opgericht werd die elke gevolgde opleiding van elke arbeider registreert. De uitvoeringsmodaliteiten hiertoe werden bepaald binnen de instanties van Educam. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is op 1 september 2019 in werking getreden en werd voor onbepaalde duur gesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In uitvoering van bepaalde toegewezen opdrachten adviseert Educam momenteel de Vlaamse overheid bij de erkenningsverlening van de opleidingscentra waar technici een opleiding kunnen volgen om een certificaat van bekwaamheid voor de terugwinning van gefluoreerde broeikasgassen uit klimaatregelingssystemen in bepaalde motorvoertuigen te behalen (art. 28, § 2, VLAREL) en bij de totstandkoming van wetgeving. De opleidingscentra geven bij het indienen van de erkenningsaanvraag aan of zij al dan niet gebruik maken van het Educam opleidingspakket. In de praktijk is dit steeds het geval. Voor het volgen van deze specifieke opleiding kan een sectorale premie bij Educam bekomen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het certificaat van bekwaamheid is een Europees certificaat dat voldoet aan de eisen van de Europese verordening (EG) nr. 307/2008 van de Commissie van 2 april 2008 tot vaststelling, ingevolge Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad, van minimumeisen voor opleidingsprogramma's en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van opleidingsgetuigschriften voor personeel op het gebied van bepaalde gefluoreerde broeikasgassen bevattende klimaatregelingssystemen in bepaalde motorvoertuigen. Dit Europees certificaat kan een technicus gebruiken om in de drie gewesten van België of een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte te werken omwille van het principe van wederzijdse erkenning dat opgelegd wordt door deze verordening. Om in het Vlaamse Gewest te mogen werken, is naast het Europees certificaat een Vlaamse erkenning verplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Technici die over dit Europees certificaat beschikken, kunnen van rechtswege voor het Vlaamse Gewest erkend worden (art. 32 VLAREL). Ze moeten zich nog wel eerst bij de Vlaamse overheid aanmelden en enkele administratieve gegevens bezorgen vooraleer in het Vlaamse Gewest te mogen werken. De technicus ontvangt dan een Vlaams erkenningsbewijs waarbij een erkenningsnummer uitgereikt wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de eerder vermelde opdrachten, vastgelegd in het KB, te kunnen uitvoeren, heeft Educam bepaalde gegevens van zowel de technici die in het Vlaamse Gewest met succes de opleiding voor het behalen van het Europees certificaat van bekwaamheid gevolgd hebben als de technici die de Vlaamse erkenning in orde gebracht hebben, nodig. Het gaat om de volgende gegevens: - de voor- en achternaam van de technicus, - het rijksregisternummer of bisnummer als men niet over een rijksregisternummer beschikt, - het Europees certificaatnummer en de afgiftedatum van het Europees certificaat, - het Vlaams erkenningsnummer en de aanvangsdatum van de erkenning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot nu toe moest een erkend opleidingscentrum volgens artikel 43/10, § 3 en § 9, van het VLAREL bepaalde gegevens van deze technici aan zowel de overheid als Educam bezorgen. Het gaat dan o.a. over de voor- en achternaam, de geboortedatum en -plaats en het rijksregisternummer. In het verleden is echter gebleken dat de gegevens van de technici die de opleidingscentra aan zowel de overheid als aan Educam moesten bezorgen niet altijd overeenstemden. De gegevens werden soms slechts aan één partij bezorgd waardoor de lijsten van de overheid en Educam periodiek moesten vergeleken worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de doorstroming van de gegevens efficiënter te laten verlopen met minder administratieve lasten, wordt nu geopteerd om de opleidingscentra de gegevens enkel nog aan de bevoegde overheid, namelijk het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap, te laten bezorgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast gaat de overheid nu overstappen naar een andere manier van werking waarbij de erkende opleidingscentra niet meer over alle gegevens van de technici beschikken die Educam nodig heeft voor zijn werking. Het opleidingscentrum zal met de nieuwe manier van werken het Europees certificaat van bekwaamheid in een databank van de overheid registreren waarbij een Europees certificaatnummer toegekend wordt maar zal niet meer het erkenningsbewijs met het erkenningsnummer aan de technicus uitreiken wat tot nu toe wel het geval was. Deze taak neemt de overheid nu op zich via een geautomatiseerd systeem. Het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap zal nu in de plaats van de opleidingscentra de gegevens van de technici aan Educam bezorgen. De gegevens die door de overheid ter beschikking worden gesteld van Educam beperken zich tot het strikt noodzakelijke voor hun doeleinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ter vergelijking, Educam ontvangt nu ook al bepaalde gegevens van de technici die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de opleiding gevolgd hebben om het Europees certificaat van bekwaamheid te behalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit is geregeld in artikel 7 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 april 2014 betreffende het onderhoud van klimaatregelingssystemen in motorvoertuigen, evenals de opleiding van de personen die werken aan deze systemen: de erkende opleidingscentra moeten aan Educam de naam, de geboortedatum, het adres en het Europees certificaatnummer van de technici bezorgen. Met het Europees certificaat alleen, ongeacht of dit in of buiten het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behaald is, is het voldoende om in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan de slag te kunnen. Er is geen voorafgaande meldingsplicht en gewestelijke erkenning nodig zoals in het Vlaamse Gewest voorzien is. In het Waalse Gewest is er momenteel geen wetgeving voor de opleiding en certificering van deze technici voorzien.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-73\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 73</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 58/1 van het VLAREL naar aanleiding van de afstemming van de uitbatingsvoorwaarden met betrekking tot warmtepompen met en zonder koelfunctie en met gefluoreerde broeikasgassen of ozonlaagafbrekende stoffen Met de voorgestelde wijziging gebeurt er een afstemming voor de betreffende verplichtingen voor een erkend koeltechnisch bedrijf voor warmtepompen met gefluoreerde broeikasgassen of ozonlaagafbrekende stoffen met en zonder koelfunctie (zoals het invullen van het installatiegebonden logboek) waarbij uitvoering gegeven wordt aan de verordeningen (EU) nr. 517/2014 en (EG) nr. 1005/2009. Met de voorgestelde wijziging kan de overheid het werk van een koeltechnisch bedrijf aan beide types van warmtepompen (met en zonder koelfunctie) aan een controle onderwerpen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-74\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 74</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt bijlage 3 bij het VLAREL. Punt 1° a) De wijziging betreft een taalkundige correctie. b) Omdat het operationeel maken en houden van een labo voor de klassieke vistest heel wat extra kosten vergt, wordt het pakket W.9.2.2 opgesplitst in 2 deelpakketten. Een labo kan kiezen of het voor één of beide deelpakketten erkend wenst te worden Punt 2° a) In VLAREMA zijn voor de criteria van beoogde grondstoffen nieuwe parameters ingevoerd en bestaande parameters geschrapt.De criteria voor grondstoffen, bestemd voor het gebruik als meststof of bodemverbeterend middel zijn uitgebreid met 6 extra PAK. Gelijktijdig zijn het gebruik als meststof of bodemverbeterend middel bepaalde organische parameters (BTEXS, alkanen, lagere gechloreerde koolwaterstoffen) geschrapt. b) Het nut van de parameter fytotoxiciteit werd afgetoetst met VLACO en FOD gezondheid.Er is tot het besluit gekomen dat deze bepaling op compost geen toegevoegde waarde meer bezit en uit het pakket A.2.3 mag geschrapt worden. c) De Vlaamse Regering keurde op 22 maart 2019 een aantal wijzigingen van VLAREMA (i.c. versie 7) goed. Op 7 juni 2019 werden deze wijzigingen in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de criteria voor grondstoffen, bestemd voor gebruik als bouwstof (Onderafdeling 2.3.2.) wordt verwezen naar bijlage VI van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2007 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering en de bodembescherming (VLAREBO). De voormelde bijlage VI bevat de waarden voor het gebruik van uitgegraven bodem als bouwkundig bodemgebruik of in vormvast product. De parameters vrije cyanide en niet-chlooroxideerbare cyanides komen in deze lijst wel voor maar ontbreken in het VLAREL pakket A.3.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verwijzing had tot doel om qua normering een gelijk speelveld te creëren tussen VLAREMA en VLAREBO voor het gebruik van grondstoffen en uitgegraven bodem in bouwkundige toepassingen. Het is dan ook aangewezen dat de huidige erkende laboratoria voor de analyse van bouwstof als grondstof (pakket A.3.1) ook de cyanides op een betrouwbare wijze en volgens het compendium voor monsterneming en analyse in het kader van het Materialendecreet en het Bodemdecreet, afgekort CMA, kunnen analyseren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-75\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 75</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt bijlage 14 bij het VLAREL. Een erkend opleidingscentrum reikt een certificaat uit aan een deelnemer die een bepaalde opleiding gevolgd heeft en/of geslaagd is voor een specifiek examen. De minimumgegevens die op het certificaat moeten vermeld worden, worden met dit artikel gewijzigd Punt 1° : Niet meer alle juryleden en de directeur van het erkende opleidingscentrum moeten het certificaat handtekenen. De handtekening van de voorzitter van de examenjury is voldoende.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 2° In de Europese verordeningen 304/2008, 306/2008, 307/2008, 2015/2066 en 2015/2067 met betrekking tot de certificering van technici voor gefluoreerde broeikasgassen worden eisen voor de opstelling van het Europees certificaat opgelegd. Zo moet er een nummer op het certificaat en een afgiftedatum vermeld worden. Er wordt geopteerd voor een analoge aanpak: alle certificaten die aan technici of airco-energiedeskundigen uitgereikt worden, dus ook bijvoorbeeld de certificaten voor gasvormige en vloeibare brandstof, moeten een afgiftedatum bevatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 3° De overheid zal vanaf nu in plaats van de opleidingscentra het erkenningsbewijs waarop het erkenningsnummer en de startdatum van de erkenning vermeld staan, aan de technici en airco-energiedeskundigen uitreiken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-76\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 76</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt bijlage 15 bij het VLAREL. Bijlage 15 van het VLAREL bevat de minimumgegevens voor het verslag dat een opleidingscentrum moet opstellen na het afnemen van een examen. Een aantal van deze gegevens moet het erkende opleidingscentrum aan de overheid bezorgen Punt 1° Indien een persoon niet over een rijksregisternummer beschikt, moet het bisnummer in het verslag van de examenzitting opgenomen worden en aan de overheid doorgegeven worden zodat een unieke identificatie van de natuurlijke persoon mogelijk is. De geboortedatum en -plaats en het privéadres moeten dan niet meer in het verslag opgenomen worden en aan de overheid bezorgd worden, maar kunnen rechtstreeks opgevraagd worden bij de authentieke bron.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een erkenning wordt op naam van een natuurlijk persoon verleend. De erkende persoon is zelf verantwoordelijk voor de uitgevoerde activiteiten onder erkenning. Hij kan door de overheid aan een controle of sanctie onderworpen worden. Een unieke identificatie van de persoon is hiervoor noodzakelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 2° Schrapping punt 6° bijlage 15: Een erkend opleidingscentrum hoeft de contactgegevens van de geslaagde kandidaat niet meer aan de overheid te bezorgen. Het Departement Omgeving heeft een online toepassing ontwikkeld waardoor een erkend persoon zelf zijn contactgegevens kan beheren. Het is belangrijk dat een erkend persoon zijn contactgegevens via deze toepassing up-to-date houdt zodat de overheid hem op de hoogte kan brengen van belangrijke zaken in verband met zijn erkenning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Schrapping punt 8° bijlage 15: De datum van het afgelegde examen is voldoende (zie punt 1° van bijlage 15).</p>\n<p class=\"lf-p\">Schrapping punt 9° bijlage 15: Gezien de overheid zelf het erkenningsbewijs met erkenningsnummer zal uitreiken, moet een opleidingsinstelling geen erkenningsnummer meer toekennen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Punt 3° Het erkende opleidingscentrum moet het type van certificaat, de uitreikingsdatum van het certificaat en voor de technici met betrekking tot gefluoreerde broeikasgassen het certificaatnummer in het verslag van de examenzitting opnemen en registreren in een databank van de overheid. Een erkenning kan op automatische wijze worden toegekend op basis van het behaalde certificaat en de melding van de aspirant-erkenningshouder dat hij de erkenning wenst te bekomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-77\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 77</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt bijlage 19 bij het VLAREL. Een natuurlijk persoon die erkend of geregistreerd wenst te worden, moet zijn rijksregisternummer of bisnummer indien men niet over een rijksregisternummer beschikt aan de overheid bezorgen zodat een unieke identificatie van de natuurlijke persoon mogelijk is. Door het bezorgen van het rijksregisternummer of bisnummer moet het privéadres niet meer bezorgd worden, maar kan dit rechtstreeks opgevraagd worden bij de authentieke bron Het is mogelijk dat een rechtspersoon niet over een ondernemingsnummer volgens de Belgische Kruispuntbank van Ondernemingen beschikt (bv. bij een bedrijf, gevestigd buiten België). In dat geval moet de rechtspersoon zijn Europees btw-nummer bezorgen zodat identificatie mogelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een erkenning of registratie wordt op naam van een natuurlijk persoon of rechtspersoon verleend. De erkende of geregistreerde persoon is verantwoordelijk voor de uitgevoerde activiteiten onder erkenning of registratie. Hij kan door de overheid aan een controle of sanctie onderworpen worden. Een unieke identificatie van de persoon is hiervoor noodzakelijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-78\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 78</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt bijlage 22 bij het VLAREL. Het is mogelijk dat een koeltechnisch bedrijf niet over een ondernemingsnummer volgens de Kruispuntbank van Ondernemingen beschikt (bv. bij een bedrijf, gevestigd buiten België). In dat geval moet de erkende keuringsinstelling het btw-nummer doorgeven zodat identificatie van het koeltechnisch bedrijf mogelijk is. HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het Milieuschadebesluit De wijzigingen aan het Milieuschadebesluit hebben enkel betrekking op terminologische aanpassingen (omschrijving van afdelingen en contactgegevens) als gevolg de gewijzigde organisatiestructuur en taakverdeling van het departement Omgeving De artikelen onder dit hoofdstuk vormen geen kader voor de toekenning van vergunningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-79\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 79</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt artikel 1, 2°, van het Milieuschadebesluit. De wijziging past de omschrijving van de betrokken afdeling aan aan de gewijzigde organisatiestructuur en taakverdeling in het Departement Omgeving overeenkomstig het besluit van de secretaris-generaal van 1 april 2017 houdende vaststelling van de organisatiestructuur van het Departement Omgeving</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-80\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 80</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel wijzigt de bijlage \"Melding van een voorval\" bij het Milieuschadebesluit. De contactgegevens worden aangepast aan de nieuwe organisatiestructuur van het Departement Omgeving, alsook wordt ter hoogte van de gegevens van de exploitant voorzien in een veld om het exploitatieadres te kunnen ingeven. Het kan immers voorvallen dat in dezelfde gemeente meerdere vestigingen van eenzelfde bedrijf zijn gelegen. Door het toevoegen van dit veld kan onnodig opzoekingswerk vermeden worden. HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het Omgevingsvergunningenbesluit De artikelen onder dit hoofdstuk vormen geen kader voor de toekenning van vergunningen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-81\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 81</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel wijzigt artikel 62 van het Omgevingsvergunningenbesluit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor haar werkzaamheden is het van belang dat de VMM op de hoogte is van alle beslissingen over vergunningsaanvragen die de indelingsrubriek 3 omvatten, ook wanneer ze in het betrokken dossier niet als adviesinstantie optreedt. Het artikel 62 van het Omgevingsvergunningenbesluit wordt in die zin aangepast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-82\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 82</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel wijzigt artikel 140 van het Omgevingsvergunningenbesluit</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor haar werkzaamheden is het van belang dat de VMM op de hoogte is van alle beslissingen over vergunningsaanvragen die de indelingsrubriek 3 omvatten. Het artikel 140 van het Omgevingsvergunningenbesluit wordt in die zin aangepast. HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/11/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2019 numac 2019042404 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 oktober 2017 tot uitvoering van de wet van 7 mei 2017 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik sluiten2 tot wijziging van diverse besluiten inzake leefmilieu en landbouw De artikelen onder dit hoofdstuk vormen geen kader voor de toekenning van vergunningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-83\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 83</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 84 Deze artikels wijzigen artikel 297 en 299 van het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/11/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2019 numac 2019042404 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 oktober 2017 tot uitvoering van de wet van 7 mei 2017 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik sluiten2 tot wijziging van diverse besluiten inzake leefmilieu en landbouw omwille van een rechtzetting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Laboratoria die op 30 september 2019 (en niet 10 dagen na publicatie van het besluit in het Belgisch Staatsblad) erkend waren voor een welbepaald pakket, worden automatisch erkend voor een of meerdere andere pakketten vanaf 1 oktober 2019, de inwerkingtredingsdatum van het besluit. HOOFDSTUK 8. - Slotbepalingen De artikelen onder dit hoofdstuk vormen geen kader voor de toekenning van vergunningen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-85\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 85</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bevat de overgangsregeling voor de erkende laboratoria in de discipline water naar aanleiding van de aanpassing van het pakket W.9.2.2 in bijlage 3, 1°, bij het VLAREL. Laboratoria die erkend zijn voor het `oude' pakket W.9.2.2 worden automatisch erkend voor de nieuwe deelpakketten W.9.2.2.1 en W.9.2.2.2 en dit voor de deeldomeinen waarvoor ze voor het pakket W.9.2.2 erkend waren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-86\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 86</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bevat de overgangsregeling voor de erkende laboratoria in de discipline afvalstoffen en andere materialen naar aanleiding van de aanpassing van de pakketten A.2.2, A.2.3 en A.3.1 in bijlage 3, 5°, van het VLAREL. Laboratoria die erkend zijn voor de `oude' pakketten A.2.2, A.2.3 of A.3.1 worden automatisch erkend voor de gewijzigde pakketten A.2.2, respectievelijk A.2.3 of A.3.1</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-87\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 87</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet een overgangsregeling die verzekert dat een aanvraag betreffende een omgevingsvergunning of melding die gestart is voor de inwerkingtreding van dit besluit behandeld en beslist worden op basis van de indelingslijst die geldig was op het tijdstip waarop de aanvraag of melding is ingediend</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-88\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 88</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel voorziet een overgangsregeling die verzekert dat een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor rubriek 60 die gestart is voor de inwerkingtreding van dit besluit behandeld en beslist worden op basis van artikel 5.60.2 zoals geldig was op het tijdstip waarop de aanvraag is ingediend</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-89\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 89</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van dit besluit die de indelingslijst en de daarmee samenhangende sectorale voorwaarden wijzigen zal ingaan op een datum die door de minister te bepalen is, gelet op de koppeling met het Omgevingsloket</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-90\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 90</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel bepaalt dat de datum van inwerkingtreding, samen met verdere invulling van de verplichting, vastgelegd wordt via een later ministerieel besluit. Dit laat toe om de resultaten uit het geplande onderzoek naar leerervaringen uit gelijkaardige toepassingen voor andere doeleinden, de technische en de regelgevende aspecten en mogelijke winst naar administratieve vereenvoudiging in het kader van de verplichte rapportering van de boringen, optimaal te implementeren in het ministerieel besluit. Dit onderzoek zal normaal gezien opgestart worden in 2021 en heeft een voorziene doorlooptijd van 6 maanden. De voorziene termijn tot uiterlijk 1 januari 2025 moet hierdoor volstaan om de studie te laten uitvoeren en de resultaten te verwerken in een ministerieel besluit. De betrokken bedrijven zijn zich via deze wijziging ook tijdig bewust van de komende verplichting en worden ook betrokken in het onderzoek</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-91\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 91</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel stelt de klassieke slotbepaling vast</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De minister-president van de Vlaamse Regering, J. JAMBON De Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme, Z. DEMIR RAAD VAN STATE afdeling Wetgeving Advies 69.955/1/V van 2 september 2021 over een ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering `tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/03/2019 numac 2018014287 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door partners van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Pretoria op 14 januari 2016 (2)(3) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit sluiten7 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/03/2019 numac 2018014287 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door partners van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Pretoria op 14 januari 2016 (2)(3) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit sluiten9 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu, het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten4 tot regeling van de informatie-, preventie-, inperkings- en herstelplicht inzake milieuschade, het verzoek om maatregelen en de beroepsprocedure, het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten7 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen sluiten betreffende de omgevingsvergunning, het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/11/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2019 numac 2019042404 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 oktober 2017 tot uitvoering van de wet van 7 mei 2017 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik sluiten2 tot wijziging van diverse besluiten inzake leefmilieu en landbouw' Op 19 juli 2021 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme verzocht binnen een termijn van dertig dagen, van rechtswege verlengd tot 2 september 2021,(*) een advies te verstrekken over een ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering `tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/03/2019 numac 2018014287 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door partners van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Pretoria op 14 januari 2016 (2)(3) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit sluiten7 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/03/2019 numac 2018014287 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door partners van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Pretoria op 14 januari 2016 (2)(3) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit sluiten9 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu, het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten4 tot regeling van de informatie-, preventie-, inperkings- en herstelplicht inzake milieuschade, het verzoek om maatregelen en de beroepsprocedure, het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten7 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen sluiten betreffende de omgevingsvergunning, het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/11/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2019 numac 2019042404 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 oktober 2017 tot uitvoering van de wet van 7 mei 2017 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik sluiten2 tot wijziging van diverse besluiten inzake leefmilieu en landbouw'.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontwerp is door de eerste vakantiekamer onderzocht op 26 augustus 2021. De kamer was samengesteld uit Jeroen VAN NIEUWENHOVE, staatsraad, voorzitter, Peter SOURBRON en Patricia DE SOMERE, staatsraden, Michel TISON, assessor, en Annemie GOOSSENS, griffier. Het verslag is uitgebracht door Kristine BAMS, eerste auditeur-afdelingshoofd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 2 september 2021. 1. Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan. STREKKING VAN HET ONTWERP 2. Het voor advies voorgelegde ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering strekt ertoe diverse besluiten met betrekking tot het leefmilieu te wijzigen.De ontworpen bepalingen worden nader toegelicht in het verslag aan de Vlaamse Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">RECHTSGROND 3. De in de aanhef vermelde bepalingen die rechtsgrond bieden voor het ontwerp moeten worden aangevuld met een verwijzing naar de artikelen 3.2.1, 3.2.3, § 3, 3.3.2, 5.4.3, § 1, 5.4.11, 5.4.12, 5.6.2, 5.6.3, derde lid, 5.6.5, 15.2.4, 15.3.12 en 16.4.27, derde lid, van het decreet van 5 april 1995 `houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid' (hierna: DABM), en naar de artikelen 36, 50, 67 en 108 van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen sluiten `betreffende de omgevingsvergunning'. 4.1. Krachtens artikel 22 van de Grondwet geldt voor elke verwerking van persoonsgegevens en, meer in het algemeen, voor elke schending van het recht op het privéleven, dat het formeel legaliteitsbeginsel dient te worden nageleefd. Doordat artikel 22 van de Grondwet aan de bevoegde wetgever de bevoegdheid voorbehoudt om vast te stellen in welke gevallen en onder welke voorwaarden afbreuk kan worden gedaan aan het recht op eerbiediging van het privéleven, waarborgt het aan elke burger dat geen enkele inmenging in dat recht kan plaatsvinden dan krachtens regels die zijn aangenomen door een democratisch verkozen beraadslagende vergadering. Een delegatie aan een andere macht is evenwel niet in strijd met het wettelijkheidsbeginsel voor zover de machtiging voldoende nauwkeurig is omschreven en betrekking heeft op de tenuitvoerlegging van maatregelen waarvan de \"essentiële elementen\" voorafgaandelijk door de wetgever vastgesteld zijn.1 Bijgevolg moeten de `essentiële elementen' van de verwerking van persoonsgegevens in de wet zelf worden vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat verband is de afdeling Wetgeving van oordeel dat ongeacht de aard van de betrokken aangelegenheid, de volgende elementen in beginsel `essentiële elementen' uitmaken: 1° ) de categorie van verwerkte gegevens; 2° ) de categorie van betrokken personen; 3° ) de met de verwerking nagestreefde doelstelling; 4° ) de categorie van personen die toegang hebben tot de verwerkte gegevens; en 5° ) de maximumtermijn voor het bewaren van de gegevens.2 Zoals de Raad van State al herhaaldelijk3 heeft uiteengezet, is ook aan het formele legaliteitsbeginsel voldaan wanneer die essentiële elementen niet uitdrukkelijk worden vermeld in een decretale regeling met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, op voorwaarde dat er reeds een decretale regeling bestaat waarin die elementen expliciet of impliciet, maar in elk geval voldoende duidelijk tot uiting komen en die noodzakelijkerwijze een verwerking van de betrokken persoonsgegevens tot gevolg heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval kan worden aangenomen dat geen afzonderlijke decretale basis is vereist voor de regeling van de verwerking van de persoonsgegevens die daarmee rechtstreeks verband houden.4 4.2. De artikelen 61, 3° en 5°, 62, 3° en 5°, 63, 3° en 5°, 64, 4° en 6°, 66, 4° en 6°, 67, 3° en 5° en 68, 3° en 5° van het ontwerp voorzien in een minimale bewaartermijn van de persoonsgegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 72 van het ontwerp voegt in het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/03/2019 numac 2018014287 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door partners van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Pretoria op 14 januari 2016 (2)(3) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit sluiten9 `tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu (VLAREL)' een nieuw hoofdstuk 11/1 in met als opschrift \"Verwerking van persoonsgegevens\". Dit nieuwe hoofdstuk bevat een in het VLAREL in te voegen artikel 56/1, waarvan paragraaf 1 de doeleinden omschrijft van de verwerking van de persoonsgegeven die verkregen worden in toepassing van de artikelen 27, § 2, 32, 34, § 5, 43, § 2, 43/1, § 3, 43/2, § 2, 43/3, § 2, 43/4, § 3, 43/6, § 3, 43/7, § 2, 43/8, § 2, 43/9, § 2, 43/10, § 2, 53/9, 4° en 58/3, § 1 van hetzelfde besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 75 van het ontwerp, dat strekt tot het wijzigen van bijlage 14 van het VLAREL, betreft een regeling van de categorieën te verwerken persoonsgegevens. Ten slotte bevat ook artikel 76, 1° van het ontwerp, dat strekt tot het wijzigen van punt 5° van bijlage 15 van het VLAREL, een regeling met betrekking tot de persoonsgegevens die verwerkt kunnen worden. 4.3. Voor de voormelde bepalingen van het ontwerp wordt rechtsgrond gezocht in de artikelen 5.6.3, 5.6.5, 5.6.6 en 5.6.7 DABM. Artikel 5.6.3, eerste lid, DABM delegeert aan de Vlaamse Regering onder meer de bevoegdheid om de nadere regels vast te stellen voor de \"aanvraag, weigering of verlening en bekendmaking\" van de erkenningen. Artikel 5.6.5, tweede lid, DABM bepaalt dat de Vlaamse Regering de gebruikseisen vaststelt, alsook de nadere regels voor de schorsing of het verval van rechtswege van de erkenningen. Artikel 5.6.6 DABM machtigt de Vlaamse Regering om te bepalen in welke gevallen tot schorsing of opheffing van de erkenning kan worden overgegaan. Op grond van artikel 5.6.7 DABM, kan de Vlaamse Regering bepalen voor welke erkenningen of toezichtverplichtingen een retributie is verschuldigd, de bedragen ervan vaststellen, alsook de wijze waarop aan de retributie moet worden voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit de aangehaalde bepalingen van het DABM blijkt niet dat de decreetgever de essentiële elementen voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de betrokken erkenningsregelingen heeft vastgesteld. In beginsel moet in een decretaal kader worden voorzien voor de verwerking van persoonsgegevens die uit de toepassing van het VLAREL voortvloeit. De in opmerking 4.2 opgesomde bepalingen dienen bijgevolg uit het ontwerp te worden weggelaten in afwachting van de uitwerking van een dergelijk decretaal kader.</p>\n<p class=\"lf-p\">VORMVEREISTEN 5. Uit de aanhef van het ontwerp blijkt dat het niet voor advies is voorgelegd aan de federale Gegevensbeschermingsautoriteit, maar enkel aan de Vlaamse toezichtcommissie. In advies 61.267/2/AV van 27 juni 2017 over een voorontwerp dat heeft geleid tot de wet van 3 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/03/2019 numac 2018014287 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door partners van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Pretoria op 14 januari 2016 (2)(3) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit sluiten `tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit',5 heeft de algemene vergadering van de afdeling Wetgeving uiteengezet dat noch verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 `betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming' (hierna: AVG),6 noch de bevoegdheidsverdelende regels eraan in de weg staan dat in eenzelfde lidstaat meerdere toezichthoudende autoriteiten worden opgericht. In dat advies wordt gesteld dat de gemeenschappen en gewesten autoriteiten kunnen oprichten die toezicht houden op de naleving van de `specifieke' regels die de deelstaten ter uitvoering van de AVG hebben vastgesteld inzake de verwerking van persoonsgegevens in het kader van activiteiten die onder hun bevoegdheid vallen.7 Het verlenen van de bevoegdheid aan die autoriteiten om adviezen te geven, teneinde te voldoen aan de verplichting die voortvloeit uit de verordeningsbepalingen, valt daar ook onder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals echter eveneens in het voormelde advies is uiteengezet, is het de Gegevensbeschermingsautoriteit, opgericht bij de wet van 3 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/03/2019 numac 2018014287 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door partners van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Pretoria op 14 januari 2016 (2)(3) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit sluiten, die belast is met het toezicht op de naleving van de `algemene' regels inzake de verwerking van persoonsgegevens, met inbegrip van de algemene regels die de federale overheid ter uitvoering van de AVG heeft vastgesteld.8 Daaronder valt ook de bevoegdheid om, wat die regels betreft, advies te geven teneinde te voldoen aan de voormelde adviesverplichting. De conclusie is dan ook dat het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit alsnog moet worden ingewonnen vooraleer het ontwerp doorgang kan vinden. 6.1. Overeenkomstig artikel 5, lid 1, van richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 `betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij' dient elk ontwerp waarbij een technisch voorschrift wordt vastgesteld \"onverwijld\" aan de Europese Commissie te worden meegedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gevraagd of het ontwerp werd aangemeld bij de Europese Commissie, antwoordde de gemachtigde: \"Voor de toepassing van de Richtlijn 2015/1535/EU is het vooreerst van belang om te zien of, nu het ontwerp hoegenaamd geen ontwerp `technische specificaties' voor producten bij de verhandeling ervan stelt, er mogelijk sprake is van een `andere eis' zoals gedefinieerd door de richtlijn. Een gebruiksvoorwaarde van een product kan slechts daaraan beantwoorden als vast staat dat het voorschrift in de gebruiksfase een significante weerslag kan hebben op de samenstelling, de aard of de verhandeling van het product. Er moet een directe of nauwe weerslag zijn van de voorwaarden op de kenmerken van het product en de verhandeling ervan moet op significante wijze worden beïnvloed.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarden in artikel 45 van het ontwerp hebben betrekking op de veilige `inrichting', dit is de juiste configuratie van installaties, toestellen, materialen en aanwezige stoffen in relatie tot de fysieke omstandigheden en de juiste aanwendingen ervan. Er kan bijvoorbeeld in deze o.a. verwezen worden naar de loutere actualisatie van de normen inzake brandpreventie omwille van de verplichting om de Europese brandclassificatiesystemen te hanteren. Deze hebben in beginsel geen directe en nauwe betrekking op de kenmerken van specifieke producten en ze beïnvloeden niet op significante wijze de verhandeling ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mocht aan deze zienswijze voor bepaalde milieuvoorwaarden worden getwijfeld worden, dan moet rekening worden gehouden met de juridische en beleidsmatige context. Als een milieuvoorwaarde betrekking zou hebben op specifieke en essentiële kenmerken van transformatoren of batterijen of onderdelen ervan, die onder het ontwerp vallen en als deze de verhandeling van transformatoren en batterijen als dusdanig op significante wijze kunnen beïnvloeden kan de richtlijn alsnog toepasselijk worden bevonden. Daarbij is eventueel te denken aan het verbod op het gebruik van pcb's in het voorziene artikel 6.13.2.2. § 1. Het lijkt er op het eerste gezicht op dat daardoor welbepaalde types van transformatoren op vrij zekere en directe wijze niet zouden kunnen worden gebruikt in Vlaanderen en dus dat in theorie de verhandeling ervan significant kan worden beïnvloed. Rekening houdende met de context en de herkomst van deze bepaling m.bt. pcb's(...) - een bepaling die overigens in identieke versie als milieuvoorwaarden van een ingedeelde inrichting bestaat in titel II van het Vlarem en nu enkel transfereert naar milieuvoorwaarden van een niet ingedeelde inrichting -, is het voornoemd reëel effect van deze normering op de productkenmerken en de verhandeling ervan evenwel nagenoeg onbestaande.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Koninklijk Besluit van 9 juli 1986 tot reglementering van de stoffen en preparaten die PCB's en PCT's bevatten, verbiedt reeds het op de markt brengen van PCB's en van apparaten die PCB's bevatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Slotverklaring van de derde Internationale Conferentie over de Bescherming van de Noordzee van 8 maart 1990 en in de beslissingen van de vergadering van de Commissies Oslo en Parijs ter voorkoming van de verontreiniging van de Noordzee van 21 september 1992 (Parcom 92/3) verbond België er zich toe om ten laatste tegen eind 1999 alle identificeerbare PCB's uit te bannen en te vernietigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 23 oktober 1995 en op 2 juli 1996 heeft België op EU-niveau de verbintenis herhaald om ten laatste op 31 december 1999 PCB's en gebruikte PCB's te verwijderen en apparaten die PCB's bevatten te reinigen en/of te verwijderen. Deze richtlijn bepaalt onder meer dat alle apparaten die volgens de bepalingen van de richtlijn moeten worden geïnventariseerd, ten laatste op 31 december 2010 moeten worden gereinigd en/of verwijderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Interministeriële Conferentie Leefmilieu van 25 november 1997 besliste om 31 december 2005 als einddatum voor de reiniging en/of verwijdering van PCB-houdende apparaten op te leggen voor de drie gewesten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om een vernietigingsbeleid te kunnen voeren, dient men over de nodige wetgeving te beschikken. Daarom werd de Europese richtlijn 96/59/EG omgezet in Vlaamse wetgeving. Dit gebeurde deels via een wijziging van Vlarem II (BVR van 24 maart 1998; BS 30 april 1998) en deels via het Vlarea (BVR van 17 december 1997; BS 16 april 1998) en het PCB-besluit (BVR van 17 maart 2000). De wettelijke verplichtingen zijn vermeld in het Vlarema en, op Europees niveau, in de EG Verordening 1021 over Persistente organische Polluenten (POP's), die van toepassing werd op 15 juli 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle apparaten en onderdelen van toestellen die meer dan één liter PCB's bevatten, moeten aan de OVAM gemeld worden om op te nemen in een inventaris. Alle apparaten en onderdelen van toestellen die minder dan één liter PCB's bevatten, moeten worden verwijderd op het einde van hun gebruiksduur. Deze apparaten moeten niet aan de OVAM gemeld worden. In de inventaris die de OVAM bijhoudt voor het Vlaamse Gewest zijn 20.175 PCB-houdende toestellen opgenomen die meer dan 500 ppm PCB's bevatten. Momenteel is daarvan 99,80 % afgevoerd voor verwerking. De toestellen die nog niet verwijderd zijn, behoren meestal tot bedrijven die betrokken zijn in een juridisch geschil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze toestellen worden door Milieu-inspectie opgevolgd. Daarnaast zijn er ook nog 73 toestellen opgenomen in de inventaris waarvan het PCB-gehalte in de vloeistof minder dan 500 ppm bedraagt. Deze toestellen mogen in gebruik blijven tot het einde van hun levensduur en moeten pas dan worden afgevoerd voor verwerking als PCB-houdend toestel.(...) Het moge daarom zonder meer duidelijk zijn dat in werkelijkheid de kans dat er nog transformatoren met pcb's op de interne markt worden verhandeld bijzonder klein is in het licht van de massieve uitdoving van gebruik van PCB's in lijn met internationale verbintenissen.\" 6.2. De Raad van State kan zich niet aansluiten bij deze zienswijze.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1, lid 1, f), eerste alinea, van voornoemde richtlijn omschrijft een technisch voorschrift als \"een technische specificatie of andere eis of een regel betreffende diensten, met inbegrip van de erop toepasselijke bestuursrechtelijke bepalingen die de jure of de facto moeten worden nageleefd voor de verhandeling, de dienstverrichting, de vestiging van een verrichter van diensten of het gebruik in een lidstaat of in een groot deel van een lidstaat (...)\".</p>\n<p class=\"lf-p\">De bij artikel 45 ontworpen bepalingen leggen vereisten op waaraan industrieel vervaardigde producten, zoals transformatoren, batterijen en motoren, moeten voldoen om te mogen worden gebruikt. De ontworpen gebruiksregels zijn algemeen en zijn niet afhankelijk van de klasse van de ingedeelde inrichting. In dit verband kan er overigens op gewezen worden dat het ontworpen artikel 6.13.1.1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 `houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne'(VLAREM II) de betrokken apparaten zelf definieert als `inrichting', waardoor deze apparaten overeenkomstig het ontworpen artikel 6.13.1.3 van hetzelfde besluit moeten worden uitgevoerd volgens een code van goede praktijk, die een weerslag kan hebben op de verhandeling en de gebruiksmogelijkheden ervan. Dezelfde opmerking geldt ten aanzien van het ontworpen artikel 6.13.1.4, waarin geluidsvoorschriften worden vastgesteld voor de betrokken `inrichtingen'. 7. Indien de aan de Raad van State voorgelegde tekst ten gevolge van vervullen van de voornoemde vormvereisten nog wijzigingen zou ondergaan,9 moeten de gewijzigde of toegevoegde bepalingen, ter inachtneming van het voorschrift van artikel 3, § 1, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, alsnog aan de afdeling Wetgeving worden voorgelegd. ONDERZOEK VAN DE TEKST ALGEMENE OPMERKING 8.1. In de artikelen 28 en 45 van het ontwerp wordt verwezen naar technische normen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het verleden heeft de Raad van State al herhaaldelijk gewezen op het probleem dat technische normen waarnaar wordt verwezen in wet- en regelgeving, niet in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt, dat ze niet in het Nederlands en in het Frans zijn gesteld of vertaald en dat ze in de regel enkel beschikbaar zouden zijn tegen een bepaalde vergoeding. Het knelpunt van de ontbrekende bekendmaking van technische normen waarnaar in Belgische rechtsregels wordt verwezen, zou op een horizontale manier moeten worden onderzocht en opgelost.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mochten er voor het oplossen hiervan bijzondere redenen zijn om bij (bijzondere) wet af te wijken van de gebruikelijke bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, dan zal erop moeten worden toegezien dat deze bekendmaking beantwoordt aan de essentiële randvoorwaarden op het gebied van toegankelijkheid en kenbaarheid van een officiële bekendmaking. Essentieel hierbij is de beschikbaarheid van een Nederlandse versie van de betrokken normen. Daarnaast mag, indien voor het consulteren van de voornoemde normen een vergoeding wordt gevraagd, het bedrag ervan de toegankelijkheid van die normen niet op onevenredige wijze belemmeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de gemachtigde werd gevraagd in welke mate met de in het ontwerp voorkomende verwijzingen naar technische normen wordt voldaan aan de voornoemde essentiële randvoorwaarden op het gebied van toegankelijkheid en kenbaarheid van een officiële bekendmaking. De gemachtigde beantwoordde deze vraag als volgt: \"In artikel 28 van het voorontwerp van besluit wordt verwezen naar de Belgische normen NBN EN 13501-1 (Brandclassificatie van bouwproducten en bouwelementen - Deel 1: Classificatie op basis van gegevens van reactie op brandtests) en NBN S 21-203 (Brandbeveiliging in de gebouwen - Reactie bij brand van de materialen - Hoge en middelhoge gebouwen). In artikel 45 van het voorontwerp van besluit wordt verwezen naar de Belgische norm NBN EN 62485-3 (Veiligheidseisen voor oplaadbare batterijen en batterij-installaties, deel 3: tractiebatterijen). De normen NBN EN 13501-1 en NBN EN 62485-3 zijn beschikbaar in het Frans, Engels en Duits en de norm NBN S 21-203 is beschikbaar in het Nederlands en Frans.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze normen zijn net zoals andere vergelijkbare Belgische normen niet gratis beschikbaar. Deze normen kunnen o.m. aangekocht worden via het NBN, het Bureau voor Normalisatie (https://www.nbn.be/nl), verantwoordelijk voor het ontwikkelen en verkopen van normen in België.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze problematiek kan best horizontaal en op het federale niveau worden behandeld. Het is immers onmogelijk en onwenselijk om het geheel van sectorale regelgeving die gebruikmaakt van normen ad hoc maatregelen te nemen om tegemoet te komen aan deze opmerking van de Raad van State.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorschriften C2/112 Synergrid : De voorschriften zijn vrij toegankelijk, gratis en in het Nederlands raadpleegbaar via o.a. de website van Synergrid. (Technische voorschriften Elektriciteit (synergrid.be)) Deze link wordt ook expliciet vermeld in het Verslag aan de Vlaamse Regering dat op zijn beurt gepubliceerd zal worden.\" 8.2. Rekening houdend met het antwoord van de gemachtigde blijft de vaststelling dat, zolang er geen wettelijke, op een horizontale wijze uitgewerkte regeling voorhanden is inzake de bekendmaking van technische normen waarnaar in Belgische rechtsregels wordt verwezen, een mogelijk probleem blijft bestaan op het vlak van de tegenstelbaarheid van normen die niet overeenkomstig artikel 190 van de Grondwet zijn bekendgemaakt. Deze vaststelling laat bovendien het bezwaar overeind dat een verwijzing naar technische normen in voorkomend geval tot rechtsonzekerheid kan leiden voor zover wordt verwezen naar normen op een manier die niet toelaat om er op een voldoende duidelijke wijze uit af te leiden naar welke specifieke versie van de normen de regelgever heeft willen verwijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">BIJZONDERE OPMERKINGEN Artikelen 18 tot 21 9. In antwoord op een vraag tot verduidelijking omtrent de inrichtingen waarop de ontworpen bepalingen toepasselijk zijn, verklaarde de gemachtigde het volgende: \"[D]it zal aangepast worden als volgt: `Art.5.12.0.1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de inrichtingen bedoeld in rubriek 12 van de indelingslijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De elektrische installaties en toestellen in de inrichting beantwoorden aan de bepalingen van de codex over het welzijn op het werk en van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI).'\" Met dit voorstel kan worden ingestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 45 10. Het ontworpen artikel 6.13.1.2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 `houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne' bepaalt dat de elektrische installaties en toestellen in de inrichting moeten beantwoorden aan de bepalingen van de codex over het welzijn op het werk en van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI).</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangezien de naleving van de voorschriften van de codex over het welzijn op het werk en het AREI voortvloeit uit deze regelingen zelf en het niet aan de Vlaamse Regering toekomt om het toepassingsgebied van deze regelingen te verruimen, moet de ontworpen bepaling uit het ontwerp worden weggelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 50, 2° 11. Luidens artikel 16.4.27, derde lid, DABM bepaalt de Vlaamse Regering, binnen de grenzen van artikel 16.1.2, 1°, ervan de lijst van de milieu-inbreuken. Die lijst moet een omschrijving bevatten van de juridische basis en van de concrete wettelijke verplichting. In artikel 16.1.2, 1°, DABM wordt een milieu-inbreuk omschreven als een gedraging, in strijd met een milieuvoorschrift dat wordt gehandhaafd met toepassing van de titel XVI en worden de kenmerken van een milieu-inbreuk vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om verduidelijking gevraagd met betrekking tot de precieze aard van de betrokken milieu-inbreuk, antwoordde de gemachtigde: \"het gaat (...) om twee verschillende milieu-inbreuken: 1) De exploitant moet het aanstellingsdossier van de milieucoördinator op de exploitatiezetel ter beschikking houden van de afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en -projecten en de afdeling Handhaving van het Departement Omgeving.De exploitant pleegt een milieu-inbreuk als hij het aanstellingsdossier niet ter beschikking houdt op de exploitatiezetel, 2) Wanneer de milieucoördinator niet voldoet aan de in artikel 4.1.9.1.2 van VLAREM II bedoelde voorwaarden of als de milieucoördinator de taken, vermeld in VLAREM II, niet naar behoren uitvoert, kan de afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en -projecten van het Departement Omgeving eisen dat de exploitant binnen een termijn die deze afdeling bepaalt, een andere persoon aanstelt. De exploitant pleegt een milieu-inbreuk als hij niet binnen deze termijn een andere milieucoördinator aanstelt.\" Rekening houdend met deze verklaring moeten, om aan te sluiten bij de reeds bestaande regelgeving, de bij artikel 50, 2°, ontworpen milieu-inbreuken worden opgesplitst.10 Artikel 69 12. De gemachtigde verklaarde dat artikel 69 van het ontwerp bij de Europese Commissie zal worden aangemeld overeenkomstig de dienstenrichtlijn.11 13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 69, 2°, van het ontwerp delegeert aan de Vlaamse minister bevoegd voor de omgeving en het waterbeleid (hierna: de minister) de bevoegdheid om \"nadere regels\" vast te leggen met betrekking tot de invulling van de betrokken informatieplicht.Op grond van dezelfde delegatie kan de minister de informatieplicht ook \"uitbreiden of actualiseren\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals de Raad van State, afdeling Wetgeving, in het verleden reeds meermaals heeft opgemerkt, kan het toekennen van een verordenende bevoegdheid door de Vlaamse Regering aan een van haar leden, enkel toelaatbaar worden geacht in zoverre die delegatie slechts regels van bijkomstige aard of van beperkt belang betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ontworpen delegatie met betrekking tot de informatieplicht is te ruim. De aan de minister verleende beoordelingsruimte raakt immers de draagwijdte van de informatieplicht zelf en de verleende delegatie is dan ook niet beperkt tot regels van bijkomstige aard of van beperkt belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 77 14. De gemachtigde heeft meegedeeld dat \"er nog een aanvulling in het opschrift (zonder juridische waarde) van bijlage 19 van het VLAREL ontbreekt\" en dat het opschrift als volgt zou moeten luiden: \"Bijlage 19.Identificatiegegevens als vermeld in artikel 27, § 2, 1°, a), artikel 32, artikel 56/1, § 1, en artikel 58/3, § 1\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Met deze tekstcorrectie kan worden ingestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De griffier, Annemie GOOSSENS De voorzitter, Jeroen VAN NIEUWENHOVE _______ Nota's (*) Deze verlenging vloeit voort uit artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, in fine, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, waarin wordt bepaald dat deze termijn van rechtswege wordt verlengd met vijftien dagen wanneer hij begint te lopen tussen 15 juli en 31 juli of wanneer hij verstrijkt tussen 15 juli en 15 augustus. 1 Vaste rechtspraak van het Grondwettelijk Hof: zie inzonderheid GwH 18 maart 2010, nr. 29/2010, B.16.1; GwH 20 februari 2020, nr. 27/2020, B.17. 2 Adv.RvS 68.936/AV van 7 april 2021 over een voorontwerp dat heeft geleid tot de wet van 14 augustus 2021Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten `betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie', Parl.St.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamer 2020-21, nr. 55-1951/001, 119. 3 Zie onder meer adv.RvS 66.344/3 van 11 juli 2019 over een ontwerp dat heeft geleid tot het koninklijk besluit van 3 november 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/11/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2019 numac 2019042404 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 oktober 2017 tot uitvoering van de wet van 7 mei 2017 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik sluiten `tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 oktober 2017 tot uitvoering van de wet van 7 mei 2017 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik', opmerking 5; adv.RvS 67.906/1/V van 16 september 2020 over een ontwerp dat heeft geleid tot het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 22 oktober 2020Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/11/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2019 numac 2019042404 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 oktober 2017 tot uitvoering van de wet van 7 mei 2017 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik sluiten4 `betreffende steun aan hotels en aparthotels in het kader van de gezondheidscrisis COVID-19', opmerking 3.6; adv.RvS 68.030/3 van 14 oktober 2020 over een ontwerp dat heeft geleid tot het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2020 `houdende de erkenningsvoorwaarden van begeleidingsondernemingen en van begeleiders van uitzonderlijk vervoer en houdende wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 december 2013 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van uitzonderlijk vervoer', opmerking 3.3; adv.RvS 68.145/3 van 10 november 2020 over een ontwerp dat heeft geleid tot het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2020Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/11/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2019 numac 2019042404 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 oktober 2017 tot uitvoering van de wet van 7 mei 2017 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik sluiten6 `tot vaststelling van de verordening voor het verkeer van havenvoertuigen in de haven van Antwerpen', opmerking 5.5.2. 4 Adv.RvS 69.519/1 van 6 juli 2021 over een ontwerp dat heeft geleid tot het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 juli 2021Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/11/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2019 numac 2019042404 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 oktober 2017 tot uitvoering van de wet van 7 mei 2017 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik sluiten5 `betreffende de toekenningsvoorwaarden voor de Brussel'Air premie in ruil voor de schrapping van de nummerplaat van een voertuig', opmerking 4. 5 Parl.St. Kamer 2016-17, nr. 54-2648/001, 103-132. 6 Zie immers artikel 51, lid 1, AVG. 7 Ibid., 115 (opmerking 7.1). 8 Ibid., 106-115 (opmerkingen 1 tot 6) en 117 (opmerking 3). 9 Namelijk andere wijzigingen dan diegene waarvan in dit advies melding wordt gemaakt of wijzigingen die ertoe strekken tegemoet te komen aan hetgeen in dit advies wordt opgemerkt. 10 Zie ook de ontworpen bijlage bij artikel 51. 11 Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 `betreffende diensten op de interne markt'.</p>\n<p class=\"lf-p\">24 JUNI 2022. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/03/2019 numac 2018014287 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door partners van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Pretoria op 14 januari 2016 (2)(3) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit sluiten7 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/03/2019 numac 2018014287 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door partners van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Pretoria op 14 januari 2016 (2)(3) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit sluiten9 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu, het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten4 tot regeling van de informatie-, preventie-, inperkings- en herstelplicht inzake milieuschade, het verzoek om maatregelen en de beroepsprocedure, het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten7 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen sluiten betreffende de omgevingsvergunning, het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/11/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2019 numac 2019042404 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 oktober 2017 tot uitvoering van de wet van 7 mei 2017 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik sluiten2 tot wijziging van diverse besluiten inzake leefmilieu en landbouw Rechtsgronden Dit besluit is gebaseerd op: - de wet van 28 december 1964 betreffende de bestrijding van de luchtverontreiniging, artikel 1 en 4; - de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, artikel 3, gewijzigd bij de wet van 21 december 1998 en het decreet van 30 november 2018; - de wet van 18 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/06/2013 numac 2013000403 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bestrijding van de geluidshinder sluiten betreffende de bestrijding van de geluidshinder, artikel 1, eerste lid, gewijzigd bij de wet van 21 december 1998; - het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, artikel 3.2.1, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/03/2019 numac 2018014287 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door partners van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Pretoria op 14 januari 2016 (2)(3) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit sluiten3, artikel 3.2.2, gewijzigd bij de decreten van 23 december 2011 en 25 april 2014, artikel 3.2.3, § 2, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen sluiten, artikel 3.2.3, § 3, gewijzigd bij het decreet van 26 april 2019Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/03/2019 numac 2018014287 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door partners van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Pretoria op 14 januari 2016 (2)(3) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit sluiten3, artikel 3.3.2, gewijzigd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen sluiten, artikel 5.2.1, § 1, artikel 5.4.1, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen sluiten, artikel 5.4.3, § 1, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen sluiten, artikel 5.4.11, gewijzigd bij het decreet van 27 oktober 2017Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/10/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/11/2017 numac 2017014100 bron vlaamse overheid Decreet houdende omvorming van het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening, Woonbeleid en Onroerend Erfgoed en het beleidsdomein Leefmilieu, Natuur en Energie naar het beleidsdomein Omgeving en van de betrokken departementen naar het Departement Omgeving sluiten, artikel 5.4.12, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen sluiten, artikel 5.4.14, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen sluiten, artikel 5.6.2, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen sluiten, artikel 5.6.3, derde lid, ingevoegd bij het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen sluiten, artikel 5.6.5, gewijzigd bij het decreet van 8 december 2017Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/03/2019 numac 2018014287 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door partners van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Pretoria op 14 januari 2016 (2)(3) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit sluiten1, artikel 15.2.4, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/12/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/02/2008 numac 2008035094 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 2, 17°, van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005 sluiten, artikel 15.3.12, ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/12/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/02/2008 numac 2008035094 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 2, 17°, van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005 sluiten, artikel 16.1.2, 1°, f), ingevoegd bij het decreet van 21 december 2007Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/12/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/02/2008 numac 2008035094 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 2, 17°, van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 4 maart 2005 sluiten, artikel 16.4.27, gewijzigd bij het decreet van 8 juni 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/03/2019 numac 2018014287 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door partners van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Pretoria op 14 januari 2016 (2)(3) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit sluiten0; - het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen sluiten betreffende de omgevingsvergunning, artikel 36, 50, 67 en 108.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vormvereisten De volgende vormvereisten zijn vervuld: - Het voorontwerp van dit besluit van de Vlaamse Regering werd van 18 januari 2019 tot en met 18 februari 2019 gepubliceerd op de website van het Departement Omgeving gedurende deze termijn kon elk persoon zijn opmerkingen meedelen. - De Inspectie van Financiën heeft advies gegeven op 16 april 2021. - De Minaraad, SALV en SERV hebben een gezamenlijk advies gegeven op 31 mei 2021. - De Minaraad heeft een bijkomend advies gegeven op 7 juni 2021. - De Vlaamse Toezichtscommissie heeft advies gegeven op 8 juni 2021. - De plan-m.e.r.-screening werd goedgekeurd door team MER op 17 augustus 2021 - De Raad van State heeft advies 69.955/1/V gegeven op 2 september 2021, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. - Dit ontwerp werd op 16 februari 2022 meegedeeld aan de Europese Commissie, met toepassing van artikel 5 van richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Initiatiefnemer Dit besluit wordt voorgesteld door de Vlaamse minister van Justitie en Handhaving, Omgeving, Energie en Toerisme.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na beraadslaging, DE VLAAMSE REGERING BESLUIT: HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling Artikel 1.Dit besluit voorziet in de gedeeltelijke uitvoering van: 1° verordening (EG) nr.304/2008 van de Commissie van 2 april 2008 tot vaststelling, ingevolge Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad, van minimumeisen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van de certificering van bedrijven en personeel op het gebied van stationaire brandbeveiligingssystemen en brandblusapparaten die bepaalde gefluoreerde broeikasgassen bevatten; 2° verordening (EG) nr.306/2008 van de Commissie van 2 april 2008 tot vaststelling, ingevolge Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad, van minimumeisen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning van de certificering van personeel voor de terugwinning van bepaalde oplosmiddelen op basis van gefluoreerde broeikasgassen uit apparatuur; 3° verordening (EG) nr.1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen; 4° verordening (EU) nr.517/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende gefluoreerde broeikasgassen; 5° verordening (EU) nr.592/2014 van de Commissie van 3 juni 2014 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 142/2011 voor wat betreft het gebruik van dierlijke bijproducten en afgeleide producten als brandstof in stookinstallaties; 6° uitvoeringsverordening (EU) 2015/2066 van de Commissie van 17 november 2015 tot vaststelling, ingevolge Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad, van minimumeisen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning voor de certificering van natuurlijke personen die gefluoreerde broeikasgassen bevattende elektrische schakelinrichtingen installeren, servicen, onderhouden, repareren of buiten dienst stellen of gefluoreerde broeikasgassen terugwinnen uit stationaire elektrische schakelinrichtingen; 7° uitvoeringsverordening (EU) 2015/2067 van de Commissie van 17 november 2015 tot vaststelling, ingevolge Verordening (EU) nr. 517/2014 van het Europees Parlement en de Raad, van minimumeisen en de voorwaarden voor wederzijdse erkenning voor de certificering van natuurlijke personen betreffende stationaire koel-, klimaatregelings- en warmtepompapparatuur en koeleenheden op koelwagens en koelaanhangwagens die gefluoreerde broeikasgassen bevatten, en voor de certificering van bedrijven betreffende stationaire koel-, klimaatregelings- en warmtepompapparatuur die gefluoreerde broeikasgassen bevat; 8° verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van titel II van het VLAREM Art. 2.In artikel 1.1.2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 januari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in de \"Definities dieren/opslag mest (hoofdstuk 5.9 en 5.28)\" wordt in de definitie \"kinderboerderij\" de datum \"10 augustus 1998\" telkens vervangen door de datum \"8 juni 2018\"; 2° in de definities \"KOELINSTALLATIES\" wordt het opschrift \"KOELINSTALLATIES\" vervangen door het opschrift \"DEFINITIES KOELINSTALLATIES EN WARMTEPOMPEN\";3° in de definities \"KOELINSTALLATIES\" worden in de definitie \"koelmiddel\" tussen de woorden \"een koelinstallatie\" en de woorden \"wordt gebruikt voor warmtetransport\" de woorden \"of een warmtepomp\" ingevoegd;4° in de definities \"KOELINSTALLATIES\" worden in de definitie \"nominale koelmiddelinhoud\" tussen de woorden \"de koelinstallatie\" en de woorden \"is verbonden\" de woorden \"of de warmtepomp\" ingevoegd;5° in de definities \"KOELINSTALLATIES\" worden in de definitie \"relatief lekverlies\" tussen de woorden \"de koelinstallatie\" en de zinsnede \"(kg)\" de woorden \"of de warmtepomp\" ingevoegd;6° in de definities \"KOELINSTALLATIES\" worden in de definitie \"bevoegde koeltechnicus\" tussen de woorden \"aan koelinstallaties\" en de woorden \"op een verantwoorde manier uit te voeren\" de woorden \"en warmtepompen\" ingevoegd;7° in de definities \"KOELINSTALLATIES\" worden in de definitie \"bevoegde koeltechnicus\" tussen de woorden \"aan de koelinstallatie\" en het woord \"uitvoert\" de woorden \"of de warmtepomp\" ingevoegd;8° in de definities \"KOELINSTALLATIES\" worden in de definitie \"bevoegde koeltechnicus\" tussen de woorden \"aan koelinstallaties\" en de woorden \"met gefluoreerde broeikasgassen\" de woorden \"of warmtepompen\" ingevoegd; 9° in de \"DEFINITIES GEVAARLIJKE PRODUCTEN EN BRANDBARE VLOEISTOFFEN (Hoofdstukken 4.1, 5.17, en 6.5 en afdelingen 5.6.2 en 5.6.3)\", \"ALGEMENE DEFINITIES\" wordt aan de tweede alinea van de definitie \"opslagplaats\" een punt e) toegevoegd, dat luidt als volgt: \"e) de vaste houders (onder andere bladdertanks) voor de opslag van blus- of schuimmiddelen, aangesloten op een blus- of sprinklerinstallatie;\"; 10° aan de \"DEFINITIES OPPERVLAKTEWATER- EN GRONDWATERBESCHERMING (INTEGRAAL WATERBELEID) (Hoofdstukken 2.3., 4.2., 5.3 en 6.2 (oppervlaktewater) en 2.4., 4.3., 5.52., 5.53., 5.54., 5.55 en 6.9 (grondwater)\", \"ALGEMEEN\" worden de volgende definities toegevoegd: \"- \"verlaging van het grondwaterpeil bij een bemaling\": minimale verlaging van het grondwaterpeil om de beoogde werkzaamheden te kunnen uitvoeren, vastgelegd op 0,5 meter onder het beoogde uitgravingspeil van de bouwput of -sleuf; - \"aantoonbaarheidsgrens\": het uitgangssignaal of de concentratie waarboven met een vermeld betrouwbaarheidsniveau kan worden gesteld dat een monster verschilt van een blanco monster dat geen relevante te bepalen grootheid bevat; - \"bepalingsgrens\": een vermeld veelvoud van de aantoonbaarheidsgrens bij een concentratie van de te bepalen grootheid die redelijkerwijs met een aanvaardbaar nauwkeurigheids- en precisieniveau kan worden bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingsgrens kan met behulp van een geschikte standaard of een geschikt monster worden berekend en kan vanaf het laagste kalibratiepunt op de kalibratiecurve, met uitzondering van de blanco, worden verkregen; - \"rapportagegrens\": de waarde beneden welke een component als niet kwantificeerbaar ('Art. 3.In artikel 1.4.3.1.1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten7 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2017Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten9, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het vijfde lid wordt de zinsnede \"artikel 37, § 4 tot en met § 16\" vervangen door de zinsnede \"artikel 37, § 4 tot en met § 7, § 9 en § 12\"; 2° er wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: \"De afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning, kan de adviesinstanties, vermeld in artikel 37, § 8, § 10, § 11, § 13, § 14, § 15 en § 16, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten7 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen sluiten betreffende de omgevingsvergunning, raadplegen.\". Art. 4.In artikel 1.4.5.2.1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zinsnede \"artikel 37, § 2 en § 4 tot en met § 16\" vervangen door de zinsnede \"artikel 37, § 2, § 4 tot en met § 7, § 9 en § 12\"; 2° in paragraaf 2 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: \"De provinciale omgevingsvergunningscommissie kan het advies inwinnen van de adviesinstanties, vermeld in artikel 37, § 8, § 10, § 11, § 13, § 14, § 15 en § 16, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten7 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen sluiten betreffende de omgevingsvergunning.\"; 3° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zinsnede \"artikel 37, § 4 tot en met § 16\" vervangen door de zinsnede \"artikel 37, § 4 tot en met § 7, § 9 en § 12\"; 4° aan paragraaf 3 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: \"De bevoegde dienst van de gemeente kan het advies inwinnen van de adviesinstanties, vermeld in artikel 37, § 8, § 10, § 11, § 13, § 14, § 15 en § 16, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten7 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen sluiten betreffende de omgevingsvergunning.\". Art. 5.In artikel 1.4.5.3.1, § 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt de zinsnede \"artikel 37, § 2, en § 4 tot en met § 16\" vervangen door de zinsnede \"artikel 37, § 2, § 4 tot en met § 7, § 9 en § 12\"; 2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: \"De bevoegde omgevingsvergunningscommissie kan het advies inwinnen van de adviesinstanties, vermeld in artikel 37, § 8, § 10, § 11, § 13, § 14, § 15 en § 16, van het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten7 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2014 numac 2014203085 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 80 van het decreet van 6 juli 2001 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd bij decreet van 30 april 2009 type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2014 numac 2014203012 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 185 van het decreet van 27 maart 2009 betreffende radio-omroep en televisie type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/08/2014 numac 2014035559 bron vlaamse overheid Decreet houdende wijziging van artikel 200 van het decreet van 19 december 2008 betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, wat betreft het aanwijzen van personen die namens het OCMW in rechte kunnen verschijnen sluiten betreffende de omgevingsvergunning.\". Art. 6.In artikel 4.1.9.1.1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 1996 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 en 27 november 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 4, tweede lid, 1°, wordt de zin \"In dat geval wordt de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning, door de exploitant met een aangetekende brief onmiddellijk op de hoogte gebracht van de aanstelling van de erkende milieucoördinator;\" opgeheven; 2° paragraaf 7 wordt opgeheven. Art. 7.In artikel 4.1.9.1.4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 1996 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/11/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2019 numac 2019042404 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 oktober 2017 tot uitvoering van de wet van 7 mei 2017 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt: \"De exploitant houdt het aanstellingsdossier op de exploitatiezetel ter beschikking van de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning, en de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving.\"; 2° in paragraaf 3 wordt de zin \"De kennisgeving van de aanstelling van een milieucoördinator-werknemer aan de bevoegde overheid, vermeld in paragraaf 2, gebeurt door middel van een aanstellingsdossier dat op de exploitatiezetel ter beschikking wordt gehouden van de afdeling Milieu, bevoegd voor de omgevingsvergunning en de afdeling, bevoegd voor milieuhandhaving.\" opgeheven; 3° in paragraaf 3 wordt het woord \"werknemer\" vervangen door het woord \"milieucoördinator\". Art. 8.In artikel 4.1.9.2.3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 1996 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten0, wordt de zinsnede \"samenwerkingsakkoord van 30 maart 1995 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering van verordening (EG) nr. 1836/93 van 29 juni 1993 inzake de vrijwillige deelneming van bedrijven uit de industriële sector aan een communautair milieubeheer- en Milieu-auditsysteem\" vervangen door de zinsnede \"het samenwerkingsakkoord van 12 mei 2017Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/11/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2019 numac 2019042404 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 oktober 2017 tot uitvoering van de wet van 7 mei 2017 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik sluiten8 tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijke Gewest betreffende de uitvoering van de verordening (EG) nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuaudit systeem (EMAS), en tot intrekking van verordening (EG) nr. 761/2001 en van de beschikkingen 2001/681/EG en 2006/193/EG van de Commissie\". Art. 9.In artikel 4.1.9.2.4, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 juni 1996, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/03/2019 numac 2018014287 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika inzake het verrichten van betaalde werkzaamheden door partners van het diplomatiek en consulair personeel, gedaan te Pretoria op 14 januari 2016 (2)(3) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2017 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/01/2018 numac 2017031916 bron federale overheidsdienst justitie Wet tot oprichting van de Gegevensbeschermingsautoriteit sluiten6 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten7, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° in het eerste lid wordt het woord \"inrichtingen\" telkens vervangen door de woorden \"inrichtingen of activiteiten\";2° in het eerste lid, 2°, wordt het woord \"rubriek\" vervangen door het woord \"indelingsrubriek\";3° in het tweede lid wordt het woord \"Inrichtingen\" vervangen door de woorden \"Ingedeelde inrichtingen of activiteiten\". Art. 10.In artikel 4.5.1.1, § 2, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 februari 2017Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten9, wordt de zinsnede \"en 4.5.4\" vervangen door de zinsnede \", 4.5.4 en 4.5.5\". Art. 11.In deel 4, hoofdstuk 4.5, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten8, wordt in het opschrift van afdeling 4.5.7 de zinsnede \"16.3.1\" vervangen door de zinsnede \"16.3.2 van de indelingslijst\". Art. 12.In artikel 4.5.7.0.1, 2°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten8, wordt de zinsnede \"16.3.1\" vervangen door de zinsnede \"16.3.2 van de indelingslijst\". Art. 13.In artikel 5.2.1.7, § 5, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/11/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2019 numac 2019042404 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 oktober 2017 tot uitvoering van de wet van 7 mei 2017 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik sluiten2, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° het derde en het vierde lid worden vervangen door wat volgt: \"Voor de lozing van verontreinigd hemelwater dat afkomstig is van de inrichtingen, vermeld in het tweede lid, waarvan de niet-overdekte buitenopslag van de afvalstoffen, met uitzondering van de opslag van de inerte afvalstoffen en niet-teerhoudend asfalt, een opslagcapaciteit van meer dan 4000 ton betreft, zijn, behalve als dat anders is bepaald in de vergunning, de sectorale normen, vermeld in bijlage 5.3.2, 48°, van toepassing. De opslagcapaciteit van de inrichting wordt bepaald overeenkomstig de vergunning en bij ontstentenis overeenkomstig het goedgekeurde werkplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de lozing van verontreinigd hemelwater dat afkomstig is van de inrichtingen, vermeld in het tweede lid, waarvan de niet-overdekte buitenopslag van de afvalstoffen, met uitzondering van de opslag van de inerte afvalstoffen en niet-teerhoudend asfalt, een opslagcapaciteit van 4000 ton of minder betreft, moet er voldaan worden aan de nodige preventieve maatregelen. 2° er wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt: \"Voor ingedeelde inrichtingen of activiteiten die voor 26 september 2022 vergund zijn, gelden de verplichtingen, vermeld in het tweede lid, vanaf 26 september 2023.\". Art. 14.Aan artikel 5.2.2.1.1 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/11/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2019 numac 2019042404 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 9 oktober 2017 tot uitvoering van de wet van 7 mei 2017 betreffende klinische proeven met geneesmiddelen voor menselijk gebruik sluiten2, wordt een paragraaf 7 toegevoegd, die luidt als volgt: \" § 7. In de omgevingsvergunning voor de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteit kan een afwijking worden toegestaan van artikel 5.2.1.2, § 1, voor het toezicht van de exploitant of zijn bevoegde afgevaardigde op de afvoer van afvalstoffen buiten de reguliere openingsuren van het park. De exploitant maakt in dat geval de volgende richtlijnen over aan de inzamelaars, makelaars of handelaars die verantwoordelijk zijn voor de afvoer: 1° de richtlijnen over het beperken van lawaaihinder bij de manipulatie van de containers; 2° de richtlijnen over het ontoegankelijk maken van het recyclagepark voor particulieren op het moment dat de inzamelaars, makelaars of handelaars aanwezig zijn op het terrein.\". Art. 15.In artikel 5.3.2.4, § 3, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 december 2011Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten0 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/08/2021 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/2021 numac 2021021663 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de maatregelen van bestuurlijke politie tijdens een epidemische noodsituatie sluiten7, wordt tussen de zinsnede \"vermeld in paragraaf 1,\" en de zinsnede \"als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:\" de zinsnede \"zo nodig in combinatie met emissiegrenswaarden uitgedrukt in de vorm van vrachten,\" ingevoegd. Art. 16.In artikel 5.9.1.1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht: 1° de indeling \" § 1\" wordt opgeheven; 2° tussen de woorden \"de subrubrieken\" en de zinsnede \"9.3, 9.4, 9.5, 9.6, 9.7, 9.8 en 9.9\" wordt de zinsnede \"9.1, 9.2,\" ingevoegd. Art. 17.Aan artikel 5.9.11.3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2019Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/11/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/12/2019 numac 2019042404 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten</p></div>", "next": 239875}