{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De woorden « één bestek » worden geschrapt; - in het 7°, worden de woorden « bedoeld in artikel 156 van dit Wetboek » vervangen door de woorden « of van het stedenbouwkundig attest » en worden de woorden « van het volledige dossier » ingevoegd tussen het woord « ontvangstbewijs » en de woorden « of de datum waarop »; - het 8° wordt opgeheven; - er worden nieuwe punten 9° en 10° toegevoegd die als volgt luiden : « 9° wanneer de afleveringstermijn van de milieuvergunning wordt opgeschort in toepassing van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen, wordt de afleveringstermijn van de stedenbouwkundige vergunning automatisch opgeschort gedurende dezelfde periode; 10° de aanvragen tot verlenging van de uitvoeringstermijn van de stedenbouwkundige vergunning en van de milieuvergunning, worden ingediend bij de gemachtigde ambtenaar.»; b) in het tweede lid, worden de woorden « de gemeente of » geschrapt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-105\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 105</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 125 van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « Art. 125.Wanneer het college van burgemeester en schepenen de bevoegde overheid is voor het afleveren van de vergunning, wordt de aanvraag : - ofwel ingediend in het gemeentehuis, waar hiervoor onmiddellijk een indieningsbewijs wordt afgeleverd; - ofwel bij aangetekende brief gericht aan het college van burgemeester en schepenen Vooraleer de gemeente een ontvangstbewijs voor de vergunningsaanvraag aflevert, controleert zij : - of de vraag uit hoofde van dit Wetboek onderworpen is aan een effectenbeoordeling; - indien dit niet het geval is, en overeenkomstig de modaliteiten voorzien in artikel 61 van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud, of het project, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen en projecten, significante gevolgen kan hebben voor een natuurreservaat, een bosreservaat of een Natura 2000-gebied. In dat geval verzoekt zij de aanvrager om de vereiste passende beoordeling uit te voeren. Zij kan in dit verband het advies van het Brussels Instituut voor Milieubeheer vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen vijfenveertig dagen na ontvangst van de aanvraag, zendt de gemeente aan de aanvrager bij een aangetekende brief een ontvangstbewijs indien het dossier volledig is. Is dit niet het geval, deelt zij hem op dezelfde wijze mede dat zijn dossier niet volledig is met vermelding van de ontbrekende documenten of inlichtingen; de gemeente geeft het ontvangstbewijs af binnen vijfenveertig dagen na ontvangst van deze documenten of inlichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanvrager binnen zes maanden na de kennisgeving dat het dossier niet volledig is, geen enkel van de ontbrekende documenten of inlichtingen bezorgd heeft, vervalt de vergunningsaanvraag. Indien de aanvrager een deel van deze documenten meedeelt, zijn de leden 3 en volgende van dit artikel opnieuw van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kopie van de brief die de gemeente in toepassing van het vierde lid aan de aanvrager zendt, wordt gelijktijdig verzonden naar de gemachtigde ambtenaar. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-106\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 106</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 126 van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « Art. 126.§ 1. Gelijktijdig met de verzending van het ontvangstbewijs van het volledige dossier, richt het college van burgemeester en schepenen tot de besturen of instellingen van wie het advies vereist is volgens het Wetboek of zijn toepasselijke besluiten, een adviesaanvraag met als bijlage een afschrift van het volledige aanvraagdossier. § 2. Onder voorbehoud van § 4, moeten de volgende besturen en instanties worden geraadpleegd in de volgende hypothesen : 1° de Dienst Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp, in alle gevallen;2° het Brussels Instituut voor Milieubeheer wanneer de aanvraag : a) betrekking heeft op een goed in de nabijheid van een gebied waarin vestigingen kunnen komen die een zwaar risico inhouden voor de personen, goederen of het milieu in de zin van het samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, of in de nabijheid van een dergelijke vestiging, of ook nog betrekking heeft op een dergelijke vestiging;b) werd onderworpen aan een passende beoordeling van haar effecten overeenkomstig de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud. § 3 Onder voorbehoud van het tweede lid wordt, indien het bestuur of de geraadpleegde instelling het gevraagde advies niet binnen dertig dagen na ontvangst van de adviesaanvraag overzendt aan het college van burgemeester en schepenen, de procedure voortgezet zonder dat nog rekening moet worden gehouden met een advies dat buiten die termijn wordt overgezonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid, kan de vergunning niet worden afgegeven zonder het advies van de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp. In dit verband : - bepaalt de Regering in welke gevallen, vanwege de graad van complexiteit van het project op het vlak van brandpreventie, de termijn waarbinnen het advies moet worden verzonden zestig dagen bedraagt; - wordt de procedure, wanneer het advies niet wordt verstuurd binnen de toepasbare termijn, voortgezet en wordt de termijn waarbinnen de vergunnende overheid zich moet uitspreken over de aanvraag verlengd met het aantal dagen vertraging dat de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp heeft opgelopen bij het verzenden van haar advies. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadat ze het advies van de betrokken besturen en instellingen heeft ingewonnen, kan de Regering de lijst vaststellen van de handelingen en werken die, wegens hun geringe omvang, of omdat ze niet relevant zijn voor de in beschouwing genomen handelingen en werken, volledig of gedeeltelijk vrijgesteld worden van het in toepassing van dit artikel vereiste advies van besturen of instellingen. § 5. De Regering kan de lijst vaststellen van de handelingen en werken die zijn vrijgesteld van de in artikel 188/7 bedoelde speciale regelen van openbaarmaking vanwege hun geringe omvang of omdat het geheel of een deel van deze regelen niet relevant is voor de beschouwde handelingen en werken. § 6. Wanneer de aanvraag wordt voorgelegd aan het advies van de overlegcommissie, verstuurt het college van burgemeester en schepenen aan de instellingen vertegenwoordigd in de overlegcommissie, gelijktijdig met het ontvangstbewijs van het volledige dossier, een afschrift van het aanvraagdossier. § 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het advies van de overlegcommissie unaniem gunstig is, en gegeven in aanwezigheid van een afgevaardigde van het bestuur belast met stedenbouw, stemt de overlegcommissie in haar advies in voorkomend geval in met de afwijkingen bedoeld in § 11.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en schepenen levert vervolgens de vergunning af op basis van het eensluidend advies van de overlegcommissie. De vergunning neemt de beschikking van het advies van de overlegcommissie over. § 8. Wanneer het advies van de overlegcommissie unaniem ongunstig is, en gegeven in aanwezigheid van een afgevaardigde van het bestuur belast met stedenbouw, weigert het college van burgemeester en schepenen de vergunning. De weigeringsbeslissing neemt de beschikking van het advies van de overlegcommissie over. § 9. Onder voorbehoud van § 4, wanneer er voor het grondgebied waar het goed is gelegen geen geldig bijzonder bestemmingsplan of geen niet-vervallen verkavelingsvergunning bestaat, wordt de aanvraag onderworpen aan het advies van de gemachtigde ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente maakt aan de gemachtigde ambtenaar, per aangetekende brief of per drager, alle documenten over die zijn aangeduid door de Regering en brengt de aanvrager van deze overdracht op de hoogte binnen de volgende termijn : - wanneer de aanvraag niet is onderworpen aan de speciale regelen van openbaarmaking : tegelijk met de verzending van het ontvangstbewijs van het volledige dossier; - wanneer de aanvraag is onderworpen aan de speciale regelen van openbaarmaking : binnen de tien dagen na het advies van de overlegcommissie of binnen de tien dagen na het verstrijken van de termijn waarbinnen de overlegcommissie haar advies moet uitbrengen of, wanneer dit advies niet vereist is, binnen de tien dagen na de afsluiting van het openbaar onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De termijn waarbinnen de gemachtigde ambtenaar zijn advies moet overmaken aan het college van burgemeester en schepenen, bedraagt vijfenveertig dagen vanaf de ontvangst van de in het voorgaande lid bedoelde documenten. Bij ontstentenis wordt de procedure voortgezet zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht in aanmerking moet worden genomen. Indien het advies van de gemachtigde ambtenaar wordt betekend binnen deze termijn, kan het college van burgemeester en schepenen de vergunning enkel afleveren met het eensluidende advies van de gemachtigde ambtenaar, daar de vergunning het beschikkende gedeelte moet omvatten van het advies van de gemachtigde ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het voorgaande lid, wanneer de aanvraag is onderworpen aan het advies van de overlegcommissie en als deze een gunstig advies heeft uitgebracht dat echter niet voldoet aan de vereisten van § 7, wordt de gemachtigde ambtenaar geacht om gunstig te staan tegenover de aanvraag indien hij, binnen acht dagen na de ontvangst van de in het tweede lid bedoelde documenten, het college van burgemeester en schepenen niet zijn beslissing heeft gestuurd om zijn met redenen omklede advies uit te brengen binnen de in het voorgaande lid gestelde termijn. § 10. Wanneer de overlegcommissie niet instemt met de afwijkingen, bedoeld in § 11, worden ze toegestaan door de gemachtigde ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemachtigde ambtenaar spreekt zich uit over de afwijkingen onder dezelfde voorwaarden en binnen dezelfde termijn als deze bedoeld in § 9. Indien geen beslissing wordt genomen binnen de gestelde termijn, worden de afwijkingen als geweigerd beschouwd. § 11. In toepassing van de §§ 7 en 10 kan worden afgeweken mits uitdrukkelijke motivering : 1° van de voorschriften van een bijzonder bestemmingsplan of een verkavelingsvergunning voor zover deze afwijkingen geen afbreuk doen aan de wezenlijke gegevens van het plan of van de vergunning, waaronder de bestemmingen, en de vergunningsaanvraag voorafgaandelijk aan de in artikel 188/7 bedoelde speciale regelen van openbaarmaking werd onderworpen. Een afwijking met betrekking tot de plaatsing of de omvang van de bouwwerken in een gebied kan een afwijking van de bestemming van een aangrenzend gebied met zich meebrengen, in zoverre zij de wezenlijke kenmerken van het aangrenzend gebied niet in gevaar brengt. 2° van de voorschriften van de stedenbouwkundige verordeningen, de bouwverordeningen of de verordeningen betreffende de achteruitbouwstroken voor zover, wanneer de afwijking betrekking heeft op de omvang, de plaatsing en de esthetische aard van de bouwwerken, de vergunningsaanvraag voorafgaandelijk onderworpen werd aan de speciale regelen van openbaarmaking, bedoeld in artikel 188/7.3° van de reglementaire voorschriften van het specifieke gedeelte van het gewestelijk mobiliteitsplan en van de reglementaire voorschriften van de gemeentelijke mobiliteitsplannen, voor zover de vergunningsaanvraag voorafgaandelijk onderworpen werd aan de speciale regelen van openbaarmaking, bedoeld in artikel 188/7.».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-107\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 107</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 126/1 van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « Art. 126/1.§ 1. Voorafgaand aan de beslissing van het college van burgemeester en schepenen kan de aanvrager zijn vergunningsaanvraag wijzigen Wanneer de vergunningsaanvraag echter onderworpen is aan de speciale regelen van openbaarmaking bedoeld in artikel 188/7, mag de aanvraag niet worden gewijzigd tussen de ontvangst van het ontvangstbewijs bedoeld in artikel 125, derde lid, en het einde van de speciale maatregelen van openbaarmaking of de vervaldag van hun realisatietermijn bedoeld in artikel 188/8 of 188/9. § 2. De aanvrager verwittigt het college van burgemeester en schepenen bij aangetekende brief van zijn voornemen om zijn vergunningsaanvraag te wijzigen. De in artikel 156 voorziene termijn wordt opgeschort vanaf de datum van verzending van de aangetekende brief. § 3. Binnen een termijn van zes maanden vanaf de kennisgeving aan het college van burgemeester en schepenen, worden de wijzigingen ingediend door de aanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na deze termijn, vervalt de vergunningsaanvraag. § 4. De gemeente controleert binnen dertig dagen na ontvangst van de gewijzigde aanvraag of het dossier volledig is en of de gewijzigde aanvraag opnieuw moet worden onderworpen aan de onderzoekshandelingen gelet op de voorwaarden bedoeld in § 5 en stuurt de aanvrager bij aangetekende brief een ontvangstbewijs als het dossier volledig is. In het andere geval deelt zij hem op dezelfde wijze mede dat zijn dossier niet volledig is, met vermelding van de ontbrekende documenten of inlichtingen; de gemeente geeft het ontvangstbewijs af binnen dertig dagen na ontvangst van deze documenten of inlichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanvrager binnen zes maanden na de kennisgeving dat het dossier niet volledig is, geen enkel van de ontbrekende documenten of inlichtingen bezorgd heeft, vervalt de vergunnningsaanvraag. Indien de aanvrager een deel van deze documenten meedeelt, zijn de bepalingen van deze paragraaf opnieuw van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij ontstentenis van afgifte van het ontvangstbewijs, of van de kennisgeving dat het dossier niet volledig is binnen de termijn bedoeld in het eerste lid, wordt de in § 2 bedoelde opschorting opgeheven en begint de termijn waarin het college van burgemeester en schepenen zijn beslissing moet betekenen overeenkomstig artikel 156 van dit Wetboek, opnieuw te lopen vanaf de dag volgend op de vervaldag van de in dit lid genoemde termijn. § 5. Wanneer de door de aanvrager aangebrachte wijzigingen geen invloed hebben op het voorwerp van het project, van bijkomstig belang zijn en bedoeld zijn om tegemoet te komen aan bezwaren die het oorspronkelijke project opriep, of wanneer ze de afwijkingen van het oorspronkelijk project, bedoeld in artikel 126, § 11, uit de aanvraag willen schrappen, dan beslist het college van burgemeester en schepenen over de gewijzigde aanvraag, zonder deze opnieuw te onderwerpen aan de reeds uitgevoerde onderzoekshandelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in § 2 bedoelde opschorting wordt opgeheven op de datum van verzending van het in § 4 bedoelde ontvangstbewijs van het volledige dossier, en de termijn waarbinnen het college van burgemeester en schepenen zijn beslissing moet betekenen overeenkomstig artikel 156 begint opnieuw te lopen. § 6. Wanneer de door de aanvrager aangebrachte wijzigingen niet beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in § 5, wordt de gewijzigde aanvraag opnieuw onderworpen aan de onderzoekshandelingen die het college van burgemeester en schepenen bepaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval vervalt de in § 2 bedoelde opschorting en begint, in afwijking op artikel 156 van dit Wetboek, de termijn waarin het college van burgemeester en schepenen zijn beslissing moet bekendmaken pas te lopen vanaf de verzending van het ontvangstbewijs bedoeld in § 4, eerste lid. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-108\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 108</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling II van hoofdstuk III van titel IV van het Wetboek, « Voorafgaande effectenbeoordeling van bepaalde projecten », wordt als volgt gewijzigd : 1° de afdeling wordt verplaatst naar afdeling IX, « Vergunningen afgeleverd door de gemachtigde ambtenaar » en wordt onderafdeling I, met hetzelfde opschrift; 2° de twee onderafdelingen die deze afdeling samenstellen, worden respectievelijk « onderonderafdeling 1.2 » en « onderonderafdeling 1.3 » en behouden hun opschrift; 3° een nieuwe onderonderafdeling 1.1 wordt ingevoegd met één enkel artikel 127 met het opschrift « Algemeen »; 4° artikelen 127 tot 148 die deze onderafdeling samenstellen, worden hernummerd overeenkomstig de volgende bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-109\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 109</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 127 van het Wetboek wordt artikel 175/1 en de volgende wijzigingen worden erin aangebracht : 1° paragraaf 2 wordt als volgt vervangen : « § 2.Onder « effecten van een project » verstaat men de aanzienlijke, rechtstreekse en indirecte, tijdelijke of permanente effecten op korte en lange termijn van dit project, met inbegrip van effecten die kunnen volgen uit de kwetsbaarheid van het project voor het risico van zware ongevallen en/of relevante rampen voor het betrokken project, op : 1° de bevolking en de volksgezondheid;2° de biodiversiteit, met bijzondere aandacht voor de soorten en habitats die worden beschermd op grond van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna, evenals Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand, beide omgezet door de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud;3° land, bodem, water, lucht, klimaat, energieverbruik en geluid;4° de materiële goederen, het cultureel erfgoed en het landschap, met inbegrip van het onroerend erfgoed;5° de stedenbouw, de globale mobiliteit en de sociale en economische domeinen;6° de samenhang tussen de in de vorige punten genoemde factoren.»; 2° paragraaf 3 wordt opgeheven;3° in § 4, eerste lid, worden de woorden « of in het geval bedoeld in artikel 6, § 5bis, van de bijzondere wet tot hervorming der instellingen van 8 augustus 1980, » ingevoegd tussen de woorden « of wanneer een lidstaat die aanzienlijk kan benadeeld worden het vraagt, » en de woorden « wordt het aanvraagdossier »;4° nieuwe §§ 5 en 6 worden toegevoegd, die als volgt luiden : « § 5.De voorafgaande effectenbeoordeling kan rekening houden met de resultaten die beschikbaar zijn van andere, voorheen uitgevoerde relevante milieuevaluaties Daartoe : 1° laten de betrokken gewestelijke besturen de ontwerpers van de voorafgaande milieueffectenrapporten beschikken over de gegevens waarover zij zelf beschikken, meer bepaald voorafgaande milieueffectenrapporten die aan hen werden bezorgd in het raam van de behandeling van andere vergunningsaanvragen;2° mogen de ontwerpers van voorafgaande milieueffectenrapporten zich niet verzetten tegen het hergebruik, in het raam van later volgende voorafgaande milieueffectenrapporten, van de informatie in de voorafgaande milieueffectenrapporten waarvan zij de ontwerpers zijn en die aan een vergunningsaanvraag werden toegevoegd. De Regering kan de modaliteiten voor de aanwending van deze paragraaf uitvaardigen. § 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorafgaande effectenbeoordeling in het kader van een vergunningsaanvraag is beperkt tot de specifieke aspecten van de aanvraag die niet al in aanmerking werden genomen wanneer de hierna volgende omstandigheden zich voordeden : 1° het beschouwde project situeert zich binnen de perimeter van een planologisch instrument of een stedenbouwkundige verordening die was onderworpen aan een milieueffectenrapport of binnen de perimeter van een verkavelingsvergunning die was onderworpen aan de voorafgaande effectenbeoordeling;2° het beschouwde project is conform dit planologisch instrument, deze verordening of deze verkavelingsvergunning;3° dit planologisch instrument of deze verordening is in werking getreden, of deze verkavelingsvergunning werd afgeleverd, minder dan vijf jaar vóór de indiening van de vergunningsaanvraag voor het beschouwde project.»..</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-110\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 110</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 128 van het Wetboek wordt artikel 175/2 en wordt als volgt gewijzigd : 1° in § 1 wordt het tweede lid als volgt vervangen : « De lijst van de projecten hernomen in bijlage A wordt vastgelegd rekening houdend met hun aard, hun afmetingen of hun ligging, evenals met de selectiecriteria opgesomd in bijlage E.»; 2° paragraaf 2 wordt opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-111\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 111</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 129 van het Wetboek wordt artikel 175/3 en wordt als volgt gewijzigd : 1° in § 1 wordt het eerste lid als volgt vervangen : « Art.175/3. § 1. Bij de vergunningsaanvraag voor een in bijlage A van dit Wetboek vermeld project, wordt een voorbereidende nota voor de effectenstudie gevoegd, die ten minste uit de volgende elementen bestaat : 1° een beschrijving van het project en van zijn doelstellingen, met informatie over de site, de conceptie, de afmetingen en andere relevante kenmerken van het project en van het bouwterrein, met inbegrip van het tijdschema voor de uitvoering;2° de beschrijving van de bestaande toestand, dat wil zeggen de elementen en het geografische gebied waarvoor het project gevolgen kan hebben;3° een eerste inventaris van de vermoedelijke aanzienlijke milieueffecten van het project en van het bouwterrein;4° een beschrijving van de kenmerken van het project en/of de geplande maatregelen om de vermoedelijke aanzienlijke negatieve milieueffecten van het project en van het bouwterrein te vermijden, te voorkomen of te beperken en indien mogelijk te compenseren;5° een beschrijving van de redelijke alternatieven die de aanvrager heeft onderzocht met het oog op het project en zijn specifieke kenmerken, en een indicatie van de voornaamste redenen voor zijn keuze, gelet op de milieueffecten van het project en het bouwterrein;6° het EPB-voorstel dat eventueel wordt geëist krachtens de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing;7° alle aanvullende informatie, verduidelijkt in bijlage F van het Wetboek, afhankelijk van de specifieke kenmerken van het project of projecttype en van de milieuelementen die effecten zouden kunnen ondergaan.De bevoegde overheden kunnen deze aanvullende informatie eisen tijdens de behandeling van de vergunningsaanvraag indien zij van oordeel zijn dat deze informatie rechtstreeks nuttig is voor de beoordeling van de aanzienlijke milieueffecten van het project; 8° een niet-technische samenvatting van de bovenvermelde elementen;9° het typebestek voor de effectenstudie, uitgevaardigd door de Regering, dat toepasselijk is op het project;10° de identiteit en de gegevens van de voorgestelde opdrachthouder voor de realisatie van de effectenstudie.»; 2° in § 1, derde lid, eerste zin : de woorden « om attest of » worden geschrapt;3° in § 2, eerste lid : a) de woorden « aanvraag om stedenbouwkundig attest of om stedenbouwkundige vergunning » worden vervangen door het woord « vergunningsaanvraag »;b) de woorden « van de artikelen 125 en 176 » worden vervangen door « van artikel 176, onder voorbehoud van de bijzondere bepalingen die volgen »;4° paragraaf 2, tweede lid, wordt opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-112\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 112</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 130 van het Wetboek wordt opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-113\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 113</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 131 van het Wetboek wordt artikel 175/4 en § 1, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd : 1° het woord « minstens » wordt geschrapt;2° de woorden « en één vertegenwoordiger van het Bestuur » worden vervangen door de woorden « één vertegenwoordiger van Brussel Mobiliteit en één vertegenwoordiger van het bestuur belast met stedenbouw »;3° er wordt een tweede zin toegevoegd die als volgt luidt : « Het begeleidingscomité kan andere instanties of experts uitnodigen om deel te nemen aan zijn werkzaamheden, zonder dat deze instanties of experts stemgerechtigd zijn.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-114\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 114</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 132 van het Wetboek wordt artikel 175/5, en § 1 wordt als volgt vervangen « Art. 175/5.§ 1. Gelijktijdig met de verzending van het ontvangstbewijs voor het volledige dossier bedoeld in artikel 176, convoceert het bestuur belast met stedenbouw het begeleidingscomité Binnen vijftien dagen na verzending van het ontvangstbewijs voor het volledige dossier bedoeld in artikel 176, stelt het begeleidingscomité de vergunningaanvrager in kennis van zijn beslissing aangaande de volgende punten : 1° voor elke factor bedoeld in artikel 175/1, § 2, het of de geografische gebied(en) dat onderzocht moet worden in de effectenstudie en, in voorkomend geval, de informatie bedoeld in artikel 175/8, eerste lid, 6° ;2° het alternatief of de alternatieven en/of variant(en) die in de effectenstudie beoordeeld moet(en) worden;3° de termijn waarin de effectenstudie afgesloten moet worden, met dien verstande dat, tenzij in behoorlijk gemotiveerde uitzonderlijke omstandigheden, verbonden met de te beoordelen effecten, deze termijn niet langer mag zijn dan zes maanden vanaf de verzendingsdatum van de beslissing van het begeleidingscomité;4° de keuze van de opdrachthouder van de studie.».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-115\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 115</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 133 van het Wetboek wordt artikel 175/6 en wordt als volgt gewijzigd : 1° het eerste lid wordt als volgt vervangen : « Art.175/6. Indien het begeleidingscomité zijn beslissing niet heeft medegedeeld binnen de termijn bedoeld in artikel 175/5, en evenmin de maximale onderzoeksduur heeft verlengd wegens uitzonderlijke omstandigheden overeenkomstig artikel 175/5, § 1, tweede lid, 3°, kan de aanvrager het dossier aanhangig maken bij de Regering. »; 2° in het tweede lid, worden de woorden « over de in artikelen 132, § 1, 1 tot 3, bedoelde punten » geschrapt;3° in het vierde lid, worden de woorden « worden het ontwerp van bestek alsmede de keuze van de opdrachthouder door de aanvrager geacht bevestigd te zijn » vervangen door de woorden « wordt de door de aanvrager voorgestelde opdrachthouder van de studie geacht benoemd te zijn en komt het aan hem toe de kenmerken van de studie te bepalen, zoals bedoeld in artikel 175/5, § 1, tweede lid, 1° en 2° »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-116\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 116</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 134 van het Wetboek wordt artikel 175/7 en de verwijzingen naar de artikelen « 132 » en « 133 » worden vervangen door respectievelijk de verwijzingen naar de artikelen « 175/5 » en « 175/6 »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-117\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 117</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 135 van het Wetboek wordt artikel 175/8 en wordt als volgt vervangen : « Art. 175/8.De effectenstudie moet minstens de volgende elementen bevatten : 1° een beschrijving van het project en van zijn doelstellingen, met informatie over de site, de conceptie, de afmetingen en andere relevante kenmerken van het project en van het bouwterrein, met inbegrip van het tijdschema voor de uitvoering;2° een beschrijving van de vermoedelijke aanzienlijke milieueffecten van het project en van het bouwterrein, met inbegrip van de beschrijving van de elementen en van het geografische gebied die effecten kunnen ondervinden;3° een beschrijving van de kenmerken van het project en/of de geplande maatregelen om de vermoedelijke aanzienlijke negatieve milieueffecten van het project en van het bouwterrein te vermijden, te voorkomen of te beperken en indien mogelijk te compenseren, met inbegrip van de beoordeling van de doeltreffendheid van deze maatregelen, meer bepaald tegenover de bestaande normen;4° een beschrijving van de redelijke alternatieve oplossingen die de aanvrager heeft onderzocht met het oog op het project en zijn specifieke kenmerken, en een indicatie van de voornaamste redenen voor zijn keuze, gelet op de milieueffecten van het project en van het bouwterrein, met inbegrip, in voorkomend geval, van de verzaking aan het project;5° wanneer deze vereist is, de gepaste effectenbeoordeling, opgelegd door de gewestelijke wetgeving aangaande het natuurbehoud;6° alle aanvullende informatie, verduidelijkt in bijlage F van het Wetboek, afhankelijk van de specifieke kenmerken van het project of projecttype en van de milieuelementen die effecten zouden kunnen ondervinden.De bevoegde overheden kunnen deze aanvullende informatie eisen tijdens de behandeling van de vergunningsaanvraag indien zij van oordeel zijn dat deze informatie rechtstreeks nuttig is voor de beoordeling van de aanzienlijke milieueffecten van het projet; 7° de opgave van de voltooide prestaties, de vermelding van de gebruikte analysemethodes en de beschrijving van de ondervonden moeilijkheden met inbegrip van de gegevens gevraagd door de opdrachthouder van de studie en die de aanvrager, zonder rechtvaardiging, niet heeft meegedeeld;8° een niet-technische samenvatting van de bovenvermelde elementen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan de elementen bedoeld in het eerste lid nader bepalen en aanvullen. Zij kan ook de modaliteiten voor de presentatie van de effectenstudie bepalen. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-118\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 118</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 136 van het Wetboek wordt artikel 175/9 en in § 2 worden de woorden « bezorgt de aanvrager er een exemplaar van aan het begeleidingscomité » vervangen door de woorden « bezorgt hij een exemplaar ervan aan het begeleidingscomité en aan de aanvrager »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-119\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 119</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 137 van het Wetboek wordt artikel 175/10 en in zijn eerste lid, 3° worden de woorden « 140, tweede lid » vervangen door het cijfer « 175/13 » en wordt het woord « Bestuur » vervangen door de woorden « bestuur belast met stedenbouw »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-120\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 120</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 138 van het Wetboek wordt artikel 175/11 en het woord « Bestuur » wordt vervangen door de woorden « bestuur balast met stedenbouw »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-121\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 121</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 139 van het Wetboek wordt artikel 175/12 en wordt als volgt gewijzigd : 1° Paragraaf 1 wordt als volgt gewijzigd : a) in het eerste lid : - worden de cijfers « 138, 2° » vervangen door de cijfers « 175/11, 2° »; - wordt het woord « Bestuur » vervangen door de woorden « bestuur belast met stedenbouw »; - de woorden « attest of » worden grschrapt; - wordt het cijfer « 137 » vervangen door het cijfer « 175/10 »; b) in het tweede lid worden de woorden « attest of » geschrapt en worden de woorden « wordt hij geacht zijn aanvraag te hebben ingetrokken » vervangen door de woorden « vervalt de vergunningsaanvraag »;c) er wordt een nieuw derde lid ingevoegd dat als volgt luidt : « De termijn voor de aflevering van de vergunning wordt opgeschort vanaf de datum waarop de aanvrager zijn voornemen om zijn aanvraag te wijzigen ter kennis brengt tot de datum van indiening van de wijzigingen.»; 2° Paragraaf 2 wordt als volgt gewijzigd : a) het cijfer « 138, 2° » wordt vervangen door het cijfer « 175/11 »;b) de woorden « artikel 139, § 1, eerste lid » worden vervangen door de woorden « § 1, eerste lid van van dit artikel » en het woord « Bestuur » wordt vervangen door de woorden « bestuur belast met stedenbouw »;c) het cijfer « 138, 2° » wordt vervangen door het cijfer « 175/11 »;3° er wordt een nieuwe § 3 ingevoegd die als volgt luidt : « § 3.Wanneer de aanvrager aanvullende elementen bij de effectenstudie laat realiseren die betrekking hebben op het geheel of een deel van de in artikel 175/11, 2° bedoelde wijzigingen, worden deze aanvullende elementen gerealiseerd door de opdrachthouder die de effectenstudie heeft uitgevoerd en maken ze wezenlijk deel uit van de overgemaakte wijzigingen Deze aanvullende elementen moeten niet worden voorgelegd aan het begeleidingscomité. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-122\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 122</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 140 van het Wetboek wordt artikel 175/13 en wordt als volgt gewijzigd : 1° punt 1° wordt vervangen door « 1° de aanvankelijke vergunningsaanvraag »;2° punt 2° wordt vervangen door « 2° het typebestek van de effectenstudie, vastgesteld door de Regering »;3° er wordt een 2° /1 ingevoegd die als volgt luidt : « 2° /1 de in artikel 175/5, § 1 bedoelde beslissing van het begeleidingscomité of, in voorkomend geval, de in artikel 175/6 bedoelde beslissing van de Regering;»; 4° in 5° worden de woorden « attest of » geschrapt en worden de woorden « 138, eerste lid » vervangen door het cijfer « 175/11 »;5° in 6° worden de woorden « attest of » geschrapt en wordt het cijfer « 139 » vervangen door het cijfer « 175/12 »</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 123</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 141 van het Wetboek wordt artikel 175/14 en wordt als volgt gewijzigd : 1° in § 1, derde lid, wordt het woord « Bestuur » vervangen door de woorden « bestuur belast met stedenbouw »;2° paragraaf 2 wordt als volgt gewijzigd : a) in het tweede lid, wordt het woord « Bestuur » vervangen door de woorden « bestuur belast met stedenbouw » en het woord « dertig » door het woord « vijfenveertig »;b) in het derde lid, worden de woorden « rekening wordt gehouden met het advies dat wordt uitgebracht meer dan dertig dagen na het verstrijken van de in het vorige lid bedoelde termijn » vervangen door de woorden « rekening moet worden gehouden met een advies dat wordt uitgebracht na de termijn »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-124\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 124</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 142 van het Wetboek wordt artikel 175/15 en wordt als volgt gewijzigd : 1° paragraaf 1 wordt als volgt vervangen : « § 1.Aan een effectenverslag worden onderworpen, de projecten vermeld in bijlage B van dit Wetboek die niet zijn vermeld in bijlage A. De lijst van de projecten hernomen in bijlage B wordt vastgelegd rekening houdend met hun aard, hun afmetingen of hun ligging, evenals met de selectiecriteria opgesomd in bijlage E. »; 2° paragraaf 2 wordt opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-125\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 125</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 143 van het Wetboek wordt artikel 175/16 en het eerste lid wordt als volgt vervangen : « Art. 175/16.Bij de vergunningsaanvraag voor ieder in bijlage B van dit Wetboek vermeld project, wordt een effectenrapport gevoegd, dat ten minste uit de volgende elementen bestaat : 1° een beschrijving van het project en van zijn doelstellingen, met informatie over de site, de conceptie, de afmetingen en andere relevante kenmerken van het project en van het bouwterrein, met inbegrip van het tijdschema voor de uitvoering;2° een beschrijving van de vermoedelijke aanzienlijke milieueffecten van het project en van het bouwterrein, met inbegrip van de beschrijving van de elementen en het geografische gebied die effecten kunnen ondervinden;3° een beschrijving van de kenmerken van het project en/of de geplande maatregelen om de vermoedelijke aanzienlijke negatieve milieueffecten van het project en van het bouwterrein te vermijden, te voorkomen of te beperken en indien mogelijk te compenseren;4° een beschrijving van de redelijke alternatieven die de aanvrager heeft onderzocht met het oog op het project en zijn specifieke kenmerken, en een indicatie van de voornaamste redenen voor zijn keuze, gelet op de milieueffecten van het project en het bouwterrein;5° het EPB-voorstel dat eventueel wordt geëist krachtens de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing;6° wanneer deze vereist is, de gepaste effectenbeoordeling, opgelegd door de gewestelijke wetgeving aangaande het natuurbehoud;7° alle aanvullende informatie, verduidelijkt in bijlage F van het Wetboek, afhankelijk van de specifieke kenmerken van het project of projecttype en van de milieuelementen die effecten zouden kunnen ondervinden.De bevoegde overheden kunnen deze aanvullende informatie eisen tijdens de behandeling van de vergunningsaanvraag indien zij van oordeel zijn dat deze informatie rechtstreeks nuttig is voor de beoordeling van de aanzienlijke milieueffecten van het project; 8° een niet-technische samenvatting van de bovenvermelde elementen;9° de contactgegevens van de auteur van het effectenrapport en de elementen waaruit blijkt dat hij een bevoegd expert is.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-126\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 126</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 144 van het Wetboek wordt artikel 175/17 en wordt als volgt vervangen : « Art. 175/17.De gemachtigde ambtenaar controleert de volledigheid van het effectenverslag in het kader van zijn onderzoek van de volledigheid van het dossier, overeenkomstig artikel 176, derde lid en volgende. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-127\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 127</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 145 van het Wetboek wordt artikel 175/18 en wordt als volgt vervangen : « Art. 175/18.Vanaf het verzenden van het ontvangstbewijs van het volledige dossier, gaat de gemachtigde ambtenaar over tot : - het vastleggen van de lijst van de gemeenten van het Gewest betrokken bij de effecten van het project en waarin het openbaar onderzoek moet plaatshebben; - het aanwijzen van de gemeente die ermee belast wordt de overlegcommissie bijeen te roepen overeenkomstig artikel 175/20, § 2; - het zenden van een exemplaar aan het college van burgemeester en schepenen van elke gemeente van het Gewest die bij de effecten van het project betrokken is en waar het openbaar onderzoek moet worden gevoerd. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-128\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 128</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 146 van het Wetboek wordt artikel 175/19 en wordt als volgt gewijzigd : 1° het eerste lid wordt opgeheven;2° het tweede lid, dat het enige lid wordt, wordt als volgt gewijzigd : a) in het 1°, worden de woorden « attest of » geschrapt;b) in het 3°, worden de woorden « met toepassing van artikel 145, § 2 » vervangen door de woorden « op verzoek van de gemachtigde ambtenaar, overeenkomstig artikel 176, derde lid »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-129\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 129</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 147 van het Wetboek wordt artikel 175/20 en wordt als volgt gewijzigd : 1° in § 1, tweede lid, wordt het woord « vijftien » vervangen door het woord « dertig »;2° in § 2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het tweede lid, worden de woorden « bij het bestuur en bij het college van burgemeester en schepenen » geschrapt en wordt het woord « dertig » vervangen door het woord « vijfenveertig »;b) het derde lid wordt als volgt vervangen : « Wanneer de overlegcommissie haar advies niet kenbaar heeft gemaakt binnen de in het voorgaande lid voorziene termijn van vijfenveertig dagen, wordt de procedure voortgezet zonder dat rekening moet worden gehouden met het advies uitgebracht na deze termijn »;c) er wordt een nieuw vierde lid toegevoegd dat als volgt luidt : « De gemeente bezorgt de gemachtigde ambtenaar een afschrift van het advies van de overlegcommissie en publiceert dit advies tegelijkertijd op haar website »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-130\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 130</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 148 van het Wetboek wordt artikel 175/21 en de volgende wijzigingen worden aangebracht : 1° in § 1, wordt een nieuw tweede lid toegevoegd dat als volgt luidt : « Onder uitzonderlijke omstandigheden moet worden begrepen elk aanzienlijk negatief effect dat een project, opgenomen in bijlage B, kan hebben op een of meer van de factoren, opgenomen in artikel 175/1, § 2, en waarvan de vermoedelijke omvang van dien aard is dat het gerechtvaardigd is om een effectenbeoordeling van het project te laten opmaken door een erkende opdrachthouder voor effectenstudies, onder toezicht van een begeleidingscomité »;2° in § 2, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in het eerste lid worden de woorden « en van de gemachtigde ambtenaar » ingevoegd tussen de woorden « van de aanvrager » en de woorden « binnen dertig dagen »;b) het tweede lid en de daarna volgende worden als volgt vervangen : « In dit geval wordt de procedure voortgezet overeenkomstig artikelen 175/5 en volgende.»; 3° paragraaf 4 wordt als volgt gewijzigd : a) in de eerste zin wordt het cijfer « 140 » vervangen door het cijfer « 175/13 »;b) in het 1°, worden de woorden « 146, en 147 » vervangen door de woorden « 175/19 en 175/20 »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-131\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 131</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling III van hoofdstuk III van titel IV van het Wetboek, met het opschrift « Speciale regelen van openbaarmaking », wordt als volgt gewijzigd : 1° de afdeling wordt verplaatst naar afdeling X, « Gezamenlijke bepalingen voor de beslissingen » en wordt onderafdeling I, met hetzelfde opschrift;2° de artikelen 149 tot 152 waaruit ze bestaat worden hernummerd overeenkomstig de volgende bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-132\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 132</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 149 van het Wetboek wordt artikel 188/7 en wordt als volgt gewijzigd : 1° het eerste lid wordt als volgt gewijzigd : a) de woorden « de verordenende bepalingen van een richtplan van aanleg » worden ingevoegd tussen de woorden « gewestelijk bestemmingsplan » en de woorden « een gewestelijke stedenbouwkundige verordening »;b) de woorden « of een attest » worden geschrapt;c) na de eerste zin, wordt een tweede zin toegevoegd die als volgt luidt : « Onder speciale regelen van openbaarmaking moet worden verstaan het openbaar onderzoek en het advies van de overlegcommissie of, in de hypothese dat de Regering een ervan van deze formaliteiten vrijstelt in toepassing van onderhavig Wetboek, het openbaar onderzoek of het advies van de overlegcommissie.»; 2° in het tweede lid, worden de woorden « verkavelingsvergunning, een stedenbouwkundig attest of een stedenbouwkundige » geschrapt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-133\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 133</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 150 van het Wetboek wordt artikel 188/8 en zijn eerste lid wordt als volgt gewijzigd : 1° de woorden « Wanneer speciale regelen van openbaarmaking worden voorgeschreven, organiseert het college van burgemeester en schepenen een openbaar onderzoek » worden vervangen door de woorden « Wanneer de speciale regelen van openbaarmaking het openbaar onderzoek vereisen, wordt dit georganiseerd door het college van burgemeester en schepenen.» 2° de woorden « van de gemachtigde ambtenaar wanneer hij beslist op basis van de artikelen 164 en 178, en van de Regering wanneer ze beslist op basis van de artikelen 172 en 182 » vervangen door de woorden « van de gemachtigde ambtenaar wanneer deze bevoegd is in toepassing van artikel 123/2 of van het stedenbouwkundig college wanneer de Regering bevoegd is in toepassing van artikel 123/3 »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-134\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 134</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 151 van het Wetboek wordt artikel 188/9 en wordt als volgt gewijzigd : 1° het eerste lid wordt als volgt gewijzigd : a) de woorden « De aanvraag wordt » worden vervangen door de woorden « Wanneer de speciale regelen van openbaarmaking het advies van de overlegcommissie en het openbaar onderzoek vereisen, wordt de aanvraag »;b) het woord « dertig » wordt vervangen door het woord « vijfenveertig »;c) na de eerste zin wordt een tweede zin ingevoegd, die als volgt luidt : « Wanneer de speciale regelen van openbaarmaking enkel het advies van de overlegcommissie vereisen, brengt deze haar advies uit binnen vijfenveertig dagen vanaf de verzending van het ontvangstbewijs van het volledige dossier.»; 2° het tweede lid wordt als volgt vervangen : « De gemeente stuurt een kopie van het advies van de overlegcommissie naar de gemachtigde ambtenaar en publiceert dit advies gelijktijdig op haar website.»; 3° het derde lid wordt als volgt vervangen : « Bij ontstentenis van advies van de overlegcommissie binnen de in het voorgaande lid voorziene vijfenveertig dagen, zet de bevoegde instantie de behandeling van de aanvraag verder zonder dat rekening moet worden gehouden met het advies dat wordt uitgebracht na deze termijn.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-135\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 135</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 152 van het Wetboek wordt artikel 188/10 en het eerste lid wordt als volgt gewijzigd : 1° de woorden « de gemachtigde ambtenaar, wanneer hij beslist op basis van de artikelen 164 en 175 en de Regering, wanneer ze beslist op basis van de artikelen 172 en 187, kunnen » worden vervangen door de woorden « De gemachtigde ambtenaar of de Regering, wanneer deze bevoegd is om te beslissen over de aanvraag, kan »;2° het woord « Bestuur » wordt vervangen door de woorden « bestuur belast met stedenbouw »;3° de woorden « de artikelen 150 en 151 » worden vervangen door de woorden « in artikel 188/7 »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-136\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 136</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling IV van hoofdstuk III van titel IV van het Wetboek, met het opschrift « Beslissing van het college van burgemeester en schepenen », wordt onderafdeling II van de nieuwe afdeling I van hoofdstuk III van titel IV, met hetzelfde opschrift</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-137\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 137</span><span class=\"lf-art-t\">De artikelen 153 tot 155 van het Wetboek worden opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-138\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 138</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 156 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° paragraaf 2 wordt als volgt gewijzigd : a) het eerste lid wordt als volgt gewijzigd : - in de eerste zin, worden de woorden « in voorkomend geval » geschrapt en worden na de woorden « 125, derde lid voorgeschreven ontvangbewijs » de woorden « of, bij ontstentenis, vanaf het verstrijken van de termijn voor verzending die is voorzien in deze bepaling » ingevoegd; - in het 1°, wordt het woord « vijfenveertig » vervangen door het woord « vijfenzeventig » en worden de woorden « het voorafgaand advies van de gemachtigde ambtenaar » vervangen door de woorden « de tussenkomst van de gemachtigde ambtenaar met toepassing van artikel 126, § 9 en/of 11 » en de woorden « in artikelen 150 en 151 » door de woorden « in artikel 188/7 »; - het 2° wordt opgeheven; - in het 3°, worden de woorden « het voorafgaand advies van de gemachtigde ambtenaar vereist, maar geen speciale regelen van openbaarmaking » vervangen door de woorden « de tussenkomst van de gemachtigde ambtenaar met toepassing van artikel 126, § 9 en/of 11 vereist, of speciale regelen van openbaarmaking »; - in het 4°, worden de woorden « honderdtwintig » vervangen door de woorden « honderdzestig » en de woorden « het eensluidend advies van de gemachtigde ambtenaar » worden vervangen door de woorden « de tussenkomst van de gemachtigde ambtenaar met toepassing van artikel 126, § 9 en/of 11 »; b) het tweede lid wordt als volgt vervangen : « Het college van burgemeester en schepenen kan beslissen om deze termijn van dertig dagen te verlengen, mits kennisgeving van deze beslissing aan de aanvrager binnen de overeenkomstig het eerste lid berekende termijn : 1° wanneer deze termijn verstrijkt tijdens de zomervakantie;2° wanneer volgens de bepalingen van het Wetboek de speciale regelen van openbaarmaking moeten worden uitgesteld vanwege de zomervakantie. »; c) het derde lid wordt opgeheven;2° de §§ 3 en 4 worden opgeheven;3° in § 5, wordt het woord « stelt » vervangen door « kan » en het woord « vast » wordt vervangen door « vaststellen »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-139\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 139</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een nieuw artikel 156/1 wordt in het Wetboek ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 156/1.Bij ontstentenis van kennisgeving van de beslissing van het college van burgemeester en schepenen binnen de termijnen bepaald in artikel 156, wordt de aanvraag automatisch bij de gemachtigde ambtenaar aanhangig gemaakt, en behandelt hij deze conform artikel 178/2. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-140\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 140</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een nieuw artikel 156/2 wordt in het Wetboek ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 156/2.Het college van burgemeester en schepenen kan, in zijn beslissing om de vergunning te verlenen, voorwaarden opleggen om de goede plaatselijke aanleg te vrijwaren. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-141\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 141</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 157 wordt als volgt gewijzigd : 1° § 1 wordt als volgt gewijzigd : a) in het eerste lid, wordt de verwijzing naar « artikel 153 » vervangen door de verwijzing naar « artikel 156 »;b) in het tweede lid, wordt de verwijzing naar « artikel 101, § 3 » vervangen door « artikel 101, § 7 ».2° paragraaf 2 wordt opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-142\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 142</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling V van hoofdstuk III van titel IV van het Wetboek, met het opschrift « Schorsing en vernietiging van de vergunning », wordt onderafdeling III van de nieuwe afdeling I van hoofdstuk III van titel IV, met hetzelfde opschrift</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-143\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 143</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 160 van het Wetboek wordt opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-144\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 144</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 161 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° in § 1 : a) het eerste lid wordt opgeheven;b) het tweede lid wordt het eerste lid;c) in het derde lid, dat het tweede lid wordt, worden de woorden « Bovendien gaat de gemachtigde ambtenaar na » vervangen door de woorden « De gemachtigde ambtenaar gaat na »;d) het vierde lid wordt opgeheven;e) het vijfde lid wordt als volgt vervangen : « In geval van niet-overeenstemming schorst de gemachtigde ambtenaar de beslissing van het college van burgemeester en schepenen binnen de termijn bepaald in artikel 157, § 1, eerste lid, en stelt hij het college van burgemeester en schepenen, de vergunninghouder en het Stedenbouwkundig College in kennis van zijn beslissing tot schorsing.Deze beslissing tot schorsing van de vergunning wordt gemotiveerd. »; 2° paragraaf 2 wordt als volgt gewijzigd : a) het eerste lid wordt geschrapt;b) het tweede lid, dat het enige lid wordt, wordt als volgt gewijzigd : - het woord « eveneens » wordt geschrapt; - de woorden « de overeenkomstig de vergunning of het bijgevoegde dossier geplande werken » worden vervangen door de woorden « de overeenkomstig de vergunning toegestane werken » - de woorden « de wijziging van het bijzonder bestemmingsplan of het opmaken van een bijzonder bestemmingsplan strekkende tot de wijziging of de vernietiging van de verkavelingsvergunning » worden vervangen door de woorden « de goedkeuring of de wijziging van het gewestelijk bestemmingsplan of van een richtplan van aanleg »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-145\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 145</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 162 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° in het eerste lid, worden de woorden « in artikelen 160 en 161 » vervangen door de woorden « in artikel 161 »;2° het tweede lid wordt als volgt gewijzigd : a) de zinnen « De aanvraag tot hoorzitting wordt gericht aan het Bestuur.» en « Daartoe stuurt het Bestuur de partijen en het Stedenbouwkundig College een uitnodiging om zich aan te melden op de hoorzitting voor het Stedenbouwkundig College, met vermelding van de datum en plaats van de hoorzitting » worden geschrapt; b) in de voorlaatste zin, wordt het woord « Bestuur » vervangen door de woorden « bestuur belast met stedenbouw »;3° in het vierde lid, worden de woorden « artikelen 160 en 161 » vervangen door « artikel 161 »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-146\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 146</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 163 van het Wetboek, worden de woorden « de redenen bepaald in § 4 van artikel 153 en in § 2 van artikel 161 » vervangen door « een reden bepaald in artikel 194, tweede lid »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-147\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 147</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling VI, met opschrift « Aanhangigmaking van de gemachtigde ambtenaar », en de artikelen 164 en 164/1 van het Wetboek die deze afdeling bevat, worden opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-148\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 148</span><span class=\"lf-art-t\">Afdeling VIII, met het opschrift « Beroep bij de Regering » en de artikelen 169 tot 174 van het Wetboek die deze afdeling bevat, worden opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-149\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 149</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling IX van hoofdstuk III van titel IV van het Wetboek, met het opschrift « Vergunningen afgeleverd door de gemachtigde ambtenaar », wordt afdeling II van hoofdstuk III van titel IV, met hetzelfde opschrift</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-150\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 150</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 175 van het Wetboek wordt opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-151\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 151</span><span class=\"lf-art-t\">Boven artikel 176 van het Wetboek, wordt een Onderafdeling II, met als opschrift « Onderafdeling II - Indiening en behandeling van de aanvragen » ingevoegd</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-152\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 152</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 176 van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « Art. 176.De vergunningsaanvraag alsmede een volledig dossier overeenkomstig artikel 124, worden bij aangetekende brief aan de gemachtigde ambtenaar toegezonden of ter attentie van de gemachtigde ambtenaar afgegeven bij zijn administratie. In het laatste geval wordt hiervoor onmiddellijk een afgiftebewijs afgeleverd Wanneer de aanvraag niet van rechtswege is onderworpen aan een milieueffectstudie zoals bedoeld in het Wetboek, gaat de gemachtigde ambtenaar vooraleer hij het ontvangstbewijs voor de vergunningsaanvraag aflevert, volgens de modaliteiten voorzien in artikel 61 van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud, na of het project, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen en projecten, significante gevolgen kan hebben voor een natuurreservaat, een bosreservaat of een Natura 2000-gebied. In dat geval verzoekt hij de aanvrager een passende beoordeling uit te voeren. Hiertoe kan hij het advies van het Brussels Instituut voor Milieubeheer vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen vijfenveertig dagen na ontvangst van de aanvraag zendt de gemachtigde ambtenaar aan de aanvrager bij ter post aangetekende brief een ontvangstbewijs, indien zijn dossier volledig is. Is dat niet het geval, dan stelt hij hem op dezelfde wijze in kennis dat zijn dossier niet volledig is met vermelding van de ontbrekende documenten of inlichtingen; de gemachtigde ambtenaar levert het ontvangstbewijs af binnen vijfenveertig dagen na ontvangst van deze documenten of inlichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanvrager binnen zes maanden na ontvangst van de kennisgeving dat het dossier niet volledig is, geen enkel van de ontbrekende documenten of inlichtingen indient, vervalt de vergunningsaanvraag. Indien de aanvrager een deel van deze documenten meedeelt, zijn het derde lid en dit lid opnieuw van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de hypothese dat het dossier moet worden onderworpen aan een openbaar onderzoek overeenkomstig artikel 188/8, stuurt de gemachtigde ambtenaar de uitnodiging tot organisatie van het openbaar onderzoek naar het (de) betrokken college(s) van burgemeester en schepenen tegelijk met de verzending van het ontvangstbewijs van het volledige dossier. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-153\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 153</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 177 van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « Art. 177.§ 1. Op hetzelfde moment dat het bewijs van ontvangst van het volledige dossier wordt verzonden, stuurt de gemachtigde ambtenaar een adviesaanvraag naar de besturen en de instellingen waarvan het advies vereist is met toepassing van het Wetboek of de toepassingsbesluiten ervan en hij voegt er een kopie van het aanvraagdossier bij. § 2. Onder voorbehoud van § 4 moeten de volgende besturen en instellingen worden geraadpleegd in de volgende hypothesen : 1° de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp in alle gevallen;2° de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, indien de aanvraag betrekking heeft op handelingen en werken betreffende de beschermde delen van een goed dat op de bewaarlijst ingeschreven is of beschermd is, of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is;dit advies is in zoverre eensluidend voor de gemachtigd ambtenaar; 3° Brussel Mobiliteit, indien de aanvraag handelingen en werken aan wegen en openbare ruimten betreft zoals bedoeld in artikel 189/1.Het advies gaat over de overeenstemming van de aanvraag met het gewestelijke en het gemeentelijke mobiliteitsplan; 4° het Brussels Instituut voor Milieubeheer, indien de aanvraag : a) betrekking heeft op een onroerend goed dat gelegen is in een gebied waar inrichtingen gevestigd kunnen worden die een hoog risico vormen voor personen, goederen of het leefmilieu in de zin van het samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken, of nabij een dergelijke inrichting, of betrekking heeft op een dergelijke inrichting;b) werd onderworpen aan een passende beoordeling van de effecten ervan in overeenstemming met de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud.5° het college van burgemeester en schepenen.In afwijking van § 1, als de aanvraag is onderworpen aan een openbaar onderzoek, brengt het college van burgemeester en schepenen op eigen initiatief zijn advies uit na de afsluiting van dit onderzoek Indien de aanvraag aan een effectenstudie onderworpen werd en het project werd gewijzigd om rekening te houden met de aanbevelingen van deze studie, dan vraagt de gemachtigde ambtenaar een nieuw advies aan de besturen en de instellingen die voor de oorspronkelijke aanvraag werden geraadpleegd. § 3. Indien, onder voorbehoud van de veronderstellingen bedoeld in het tweede lid, het geraadpleegde bestuur of instelling niet binnen de dertig dagen na ontvangst van de adviesaanvraag zijn advies naar de gemachtigde ambtenaar heeft verzonden of, in de hypothese bedoeld in § 2, 5°, indien het college van burgemeester en schepenen niet binnen vijfenveertig dagen na afsluiting van het openbaar onderzoek zijn advies naar de gemachtigde ambtenaar heeft verzonden, dan wordt de procedure voortgezet zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht, in aanmerking moet worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid : a) kan de vergunning niet worden uitgereikt zonder het advies van de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp.In dit verband : - bepaalt de Regering in welke gevallen, vanwege de graad van complexiteit van het project op het vlak van brandpreventie, de termijn waarbinnen het advies moet worden verzonden, zestig dagen bedraagt; - wordt de procedure, wanneer het advies niet wordt verzonden binnen de toepasselijke termijn, voortgezet en wordt de termijn waarbinnen de vergunnende overheid zich moet uitspreken over de aanvraag, verlengd met het aantal dagen vertraging die de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp heeft opgelopen bij het verzenden van zijn advies; b) kunnen de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen en Brussel Mobiliteit, elk voor wat hen betreft, binnen de in het eerste lid bedoelde termijn beslissen om een aanvullende studie te laten uitvoeren.In dat geval wordt hun een bijkomende termijn van zestig dagen gegeven om hun advies op te sturen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien deze termijn niet wordt gerespecteerd, wordt de procedure voortgezet zonder dat een laattijdig uitgebracht advies nog in aanmerking moet worden genomen. § 4. De Regering kan, nadat ze het advies van de betrokken besturen en instellingen heeft verzameld, de lijst van handelingen en werken openbaar maken die wegens hun geringe omvang, of omdat ze niet relevant zijn voor de in beschouwing genomen handelingen en werken, volledig of gedeeltelijk vrijgesteld worden van het met toepassing van dit artikel vereiste advies. § 5. De Regering kan de lijst vaststellen van de handelingen en werken die zijn vrijgesteld van de in artikel 188/7 bedoelde speciale regelen van openbaarmaking vanwege hun geringe omvang of omdat het geheel of een deel van deze regelen niet relevant is voor de beschouwde handelingen en werken. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-154\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 154</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 177/1 van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « Art. 177/1.§ 1. Voorafgaand aan de beslissing van de gemachtigde ambtenaar, kan de aanvrager zijn vergunningsaanvraag wijzigen Wanneer de vergunningsaanvraag echter onderworpen is aan de speciale regelen van openbaarmaking bedoeld in artikel 188/7, mag de aanvraag niet worden gewijzigd tussen de ontvangst van het ontvangstbewijs bedoeld in artikel 176, derde lid, en het einde van de speciale maatregelen van openbaarmaking of de vervaldag van hun realisatietermijn bedoeld in artikel 188/8 of 188/9. § 2. De aanvrager verwittigt de gemachtigde ambtenaar bij aangetekende brief van zijn voornemen om zijn vergunningsaanvraag te wijzigen. De in artikel 178 voorziene termijn wordt opgeschort vanaf de datum van verzending van de aangetekende brief. § 3. Binnen een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de kennisgeving aan de gemachtigde ambtenaar, worden de wijzigingen ingediend door de aanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na deze termijn vervalt de vergunningsaanvraag. § 4 Binnen dertig dagen na ontvangst van de gewijzigde aanvraag, gaat de gemachtigde ambtenaar na of het dossier volledig is en of de gewijzigde aanvraag opnieuw moet worden onderworpen aan onderzoekshandelingen, gelet op de voorwaarden bedoeld in § 5, en stuurt hij de aanvrager bij aangetekende brief een ontvangstbewijs als het dossier volledig is. In het andere geval deelt hij hem op dezelfde wijze mee dat zijn dossier niet volledig is, met vermelding van de ontbrekende documenten of inlichtingen; de gemachtigde ambtenaar levert het ontvangstbewijs af binnen dertig dagen na de ontvangst van deze documenten of inlichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanvrager binnen zes maanden na de kennisgeving van het feit dat het dossier onvolledig is, geen enkel van de ontbrekende documenten of inlichtingen aflevert, dan vervalt de vergunningsaanvraag. Indien de aanvrager een deel van deze documenten meedeelt, zijn de bepalingen van deze paragraaf opnieuw van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien er geen ontvangstbewijs of geen kennisgeving van het onvolledige karakter van het dossier wordt afgeleverd binnen de in het eerste lid bedoelde termijnen, wordt de in § 2 bedoelde schorsing opgeheven en begint de termijn waarbinnen de gemachtigde ambtenaar zijn beslissing ter kennis moet brengen overeenkomstig artikel 178, opnieuw te lopen op de dag volgend op de vervaldag van de in dit lid bedoelde termijn. § 5. Wanneer de door de aanvrager aangebrachte wijzigingen geen invloed hebben op het voorwerp van het project, van bijkomstig belang zijn en bedoeld zijn tegemoet te komen aan de bezwaren die het oorspronkelijk project opriep, of wanneer ze de afwijkingen van het oorspronkelijk project bedoeld in artikel 126, § 11 uit de aanvraag willen schrappen, dan neemt de gemachtigde ambtenaar een beslissing over de gewijzigde aanvraag, zonder dat deze opnieuw moet worden onderworpen aan de reeds uitgevoerde onderzoekshandelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in § 2 bedoelde opschorting wordt opgeheven op de datum van verzending van het ontvangstbewijs van het volledige dossier bedoeld in § 4, en de termijn waarbinnen de gemachtigde ambtenaar zijn beslissing moet betekenen overeenkomstig artikel 178, gaat opnieuw in. § 6. Wanneer de door de aanvrager aangebrachte wijzigingen niet beantwoorden aan de in § 5 bedoelde voorwaarden, dan wordt de gewijzigde aanvraag opnieuw onderworpen aan onderzoekshandelingen die de gemachtigde ambtenaar zelf bepaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval vervalt de in § 2 bedoelde schorsing en gaat, in afwijking van artikel 178, de termijn waarin de gemachtigde ambtenaar zijn beslissing openbaar moet maken, pas in vanaf de verzending van het ontvangstbewijs zoals bedoeld in § 4, eerste lid. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-155\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 155</span><span class=\"lf-art-t\">Boven artikel 178 van het Wetboek wordt een onderafdeling IV ingevoegd met het opschrift « Onderafdeling IV - Beslissing van de gemachtigde ambtenaar »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-156\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 156</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 178 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° paragraaf 2 wordt als volgt gewijzigd : a) het eerste lid wordt als volgt gewijzigd : - in de eerste zin wordt het woord « Deze » vervangen door de woorden « Onder voorbehoud van de in artikel 176/1 bedoelde procedures betreffende de gemengde projecten, geschiedt deze » en wordt het woord « geschiedt » geschrapt.Na het woord « ontvangstbewijs » worden bovendien de woorden « voorzien in artikel 176, derde lid, of bij ontstentenis vanaf het verstrijken van de termijn voor verzending die is voorzien in deze bepaling » ingevoegd; - in het 1°, worden de woorden « in artikelen 150 tot 151 » vervangen door de woorden « in artikel 188/7 » - in het 2°, worden de woorden « honderdenvijf » vervangen door het woord « honderdzestig » en wordt de punt aan het eind van de zin vervangen door een kommapunt; - er wordt een 3° toegevoegd, dat als volgt luidt : « 3° vierhonderdvijftig dagen indien de aanvraag moet worden onderworpen aan een effectenstudie Een uitzondering op dit beginsel geldt wanneer : a) de aanvrager onderworpen is aan de verplichting om de regelgeving op de overheidsopdrachten te respecteren om de opdrachthouder te kiezen;deze termijn wordt gerekend vanaf de datum waarop het begeleidingscomité of de Regering de keuze van de opdrachthouder goedkeurt of, indien de Regering geen uitspraak doet binnen de in artikel 175/6 gestelde termijn, vanaf de vervaldag van deze termijn; b) het begeleidingscomité of de Regering vanwege uitzonderlijke omstandigheden een realisatieduur van de studie vaststelt van meer dan zes maanden, wordt de onder dit streepje bedoelde termijn verlengd met evenveel dagen of maanden als het begeleidingscomité of de Regering heeft toegestaan als bijkomende termijn voor de studie.»; b) het tweede lid wordt als volgt vervangen : « De gemachtigde ambtenaar kan beslissen om deze termijn van dertig dagen te verlengen, mits kennisgeving van deze beslissing aan de aanvrager binnen de overeenkomstig het eerste lid berekende termijn : 1° wanneer deze termijn verstrijkt tijdens de zomervakantie;2° wanneer volgens de bepalingen van het Wetboek de speciale regelen van openbaarmaking moeten worden uitgesteld vanwege de zomervakantie. »; c) het derde lid wordt opgeheven;2° paragraaf 3 wordt opgeheven;3° paragraaf 4 wordt als volgt gewijzigd : a) het eerste lid wordt opgeheven;b) het tweede lid wordt als volgt gewijzigd : - de woorden « of Brussel Mobiliteit » worden ingevoegd tussen de woorden « Koninklijke Commissie van Monumenten en Landschappen » en de woorden « heeft besloten »; - de woorden « een bijkomende studie » worden vervangen door de woorden « de in artikel 177, § 3, tweede lid bedoelde bijkomende studie »; - de woorden « in §§ 2 en 3 » worden vervangen door de woorden « in § 2 ». 4° in § 5, wordt het woord « stelt » vervangen door het woord « kan » en het woord « vast » wordt vervangen door het woord « vaststellen ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-157\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 157</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt in het Wetboek een nieuw artikel 178/1 ingevoegd, dat als volgt luidt : « Art. 178/1.Bij ontstentenis van de kennisgeving van de beslissing van de gemachtigde ambtenaar binnen de in artikel 178 gestelde termijnen, wordt de vergunning geacht geweigerd te zijn. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-158\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 158</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een nieuw artikel 178/2 wordt in het Wetboek ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 178/2.§ 1. In afwijking van de artikelen 178 en 178/1 en onder voorbehoud van de volgende paragrafen, betekent de gemachtigde ambtenaar, wanneer hij automatisch conform artikel 156/1 met het dossier belast wordt, gelijktijdig aan de aanvrager en aan het college van burgemeester en schepenen zijn beslissing over de toekenning of de weigering van de vergunning binnen vijfenveertig dagen te rekenen vanaf de datum van aanhangigmaking Bij ontstentenis van de kennisgeving van de beslissing van de gemachtigde ambtenaar binnen deze termijn, wordt de vergunning geacht geweigerd te zijn. § 2. Indien de gemachtigde ambtenaar vaststelt dat het college van burgemeester en schepenen : 1° niettegenstaande dat verplicht is, de aanvraag niet ter advies voorgelegd heeft aan besturen en instanties, vraagt hij zelf deze adviezen en brengt hij het college en de aanvrager hiervan op de hoogte;2° de aanvraag niet aan de vereiste speciale regelen van openbaarmaking onderworpen heeft, verzoekt hij het college deze maatregelen binnen de tien dagen na zijn vraag te nemen. Indien de gemachtigde ambtenaar overgaat tot de ene en/of andere maatregel, bedoeld in het eerste lid, wordt de termijn van vijfenveertig dagen voorzien in § 1, met dertig dagen verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aanvullend bij het tweede lid, indien de gemachtigde ambtenaar overgaat tot de maatregel, bedoeld in het eerste lid, 2°, en het onderzoek van de speciale regelen van openbaarmaking tijdens de schoolvakantie valt, wordt de termijn die in § 1 voorzien wordt, bovendien verlengd met : - tien dagen voor de paas- of kerstvakantie; - vijfenveertig dagen voor de zomervakantie. § 3. Aanvullend bij de algemene bepalingen die op alle procedures van toepassing zijn, zijn van toepassing in de procedure die in dit artikel bedoeld wordt : 1° artikel 177/1, onder voorbehoud van de verwijzingen die erin gemaakt worden naar artikel 178, die hier vervangen worden door verwijzingen naar dit artikel;2° artikel 188.».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-159\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 159</span><span class=\"lf-art-t\">De artikelen 180 tot 182 van het Wetboek worden opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-160\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 160</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 188 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° in het eerste lid, worden de woorden « en de Regering kunnen » vervangen door het woord « kan »;2° in het tweede lid, worden de woorden « Zij kunnen » vervangen door de woorden « Hij kan » en de woorden « 153, § 2, en artikel 155, § 2, zonder dat in het tweede geval het college van burgemeester en schepenen hen een voorstel in die zin moet hebben gedaan » worden vervangen door « 126, § 11 »;3° het derde en vierde lid worden opgeheven;4° in het vijfde lid, worden de woorden « , en de Regering kunnen » vervangen door het woord « kan »;het woord « aanvraag » wordt vervangen door het woord « vergunningsaanvraag » en de woorden « in de artikelen 150 en 151 » worden vervangen door de woorden « in artikel 188/7 »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-161\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 161</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Na het huidige artikel 188 van het Wetboek, wordt een nieuwe afdeling III ingevoegd, met als titel « Afdeling III - Beroep bij de Regering » en dat de volgende nieuwe artikelen 188/1 tot 188/5 bevat die luiden als volgt : « Art. 188/1.De aanvrager kan bij de Regering beroep aantekenen tegen : - de beslissing van het college van burgemeester en schepenen of van de gemachtigde ambtenaar, binnen dertig dagen na ontvangst van de beslissing; - het stilzwijgend besluit tot weigering van zijn aanvraag, binnen dertig dagen na het verstrijken van de aan de gemachtigde ambtenaar toebedeelde termijn om dit besluit te nemen Wanneer de gemeente noch aanvrager is van de vergunning, noch de aanvankelijke bevoegde overheid om deze uit te reiken, kan het college van burgemeester en schepenen bij de Regering beroep aantekenen tegen de beslissing van de gemachtigde ambtenaar, en dit binnen dertig dagen na de ontvangst van die beslissing. Dit beroep en de termijn waarbinnen het moet worden ingediend, is opschortend. Op straffe van onontvankelijkheid wordt het tegelijkertijd aan de aanvrager gericht bij ter post aangetekende brief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit beroep wordt gericht aan de Regering, die er bij ontvangst onmiddellijk een afschrift van doorstuurt naar het Stedenbouwkundig College en naar de overheid waarvan de uitdrukkelijke of impliciete beslissing wordt betwist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Stedenbouwkundig College gaat over tot een hoorzitting wanneer die wordt gevraagd. Deze aanvraag wordt geformuleerd in het beroep of, indien het gaat om de overheid waarvan de uitdrukkelijke of impliciete beslissing betwist wordt, binnen vijf dagen na kennisgeving van het beroep door de Regering. Wanneer een partij vraagt gehoord te worden, worden ook de andere partijen uitgenodigd om te verschijnen. Het bestuur belast met stedenbouw en de Regering of de persoon die zij afvaardigt, mogen de hoorzitting voor het Stedenbouwkundig College bijwonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering beslist over de voorschriften voor het indienen van het beroep en over de organisatie van de hoorzitting. Art. 188/2.Onverminderd het tweede lid laat het Stedenbouwkundig College zijn advies aan de partijen en aan de Regering weten binnen vijfenzeventig dagen na de verzendingsdatum van het beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde termijn wordt als volgt verlengd wanneer het Stedenbouwkundig College vaststelt dat de aanvraag moet worden onderworpen aan de volgende onderzoekshandelingen : 1° dertig dagen wanneer de aanvraag is onderworpen aan het advies van besturen of instellingen;2° vijfenveertig dagen wanneer de aanvraag is onderworpen aan een openbaar onderzoek;3° vijfenveertig dagen wanneer het openbaar onderzoek gedeeltelijk tijdens de zomervakantie wordt georganiseerd;4° vijfenveertig dagen wanneer de aanvraag is onderworpen aan het advies van de overlegcommissie. In deze hypothesen brengt het Stedenbouwkundig College de partijen en de Regering op de hoogte van de gevraagde maatregelen en van de duur van de verlenging van de termijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij ontstentenis van advies uitgebracht binnen de toebedeelde termijn, wordt de procedure voortgezet zonder dat rekening moet worden gehouden met een advies dat is uitgebracht na deze termijn. Art. 188/3.De Regering brengt haar beslissing aan de partijen ter kennis binnen zestig dagen : - na de kennisgeving van het advies van het Stedenbouwkundig College; - of, indien het advies niet wordt uitgebracht binnen de toebedeelde termijn, na het verstrijken van deze termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij ontstentenis van kennisgeving van de beslissing binnen de in het eerste lid gestelde termijn, kan elk van de partijen per aangetekende brief een herinnering sturen aan de Regering. Wanneer deze herinnering wordt verzonden door het college van burgemeester en schepenen stuurt dit er tegelijkertijd een afschrift van aan de aanvrager per aangetekende brief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij ontstentenis zal de herinneringsbrief geen effect sorteren. Indien na het verstrijken van een nieuwe termijn van dertig dagen vanaf de verzending van de herinnering de Regering haar beslissing niet heeft verzonden aan de partijen, geldt het advies van het stedenbouwkundig college als beslissing. Bij ontstentenis van advies van het stedenbouwkundig college, wordt de omstreden beslissing bevestigd. Art. 188/4.§ 1. Voorafgaand aan de beslissing van de Regering, kan de aanvrager zijn vergunningsaanvraag wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de vergunningsaanvraag echter onderworpen is aan de speciale regelen van openbaarmaking in toepassing van artikel 188/2, mag de aanvraag niet worden gewijzigd tussen de datum van instelling van het beroep en het einde van de speciale maatregelen van openbaarmaking of de vervaldag van hun realisatietermijn bedoeld in artikel 188/8 of 188/9. § 2. De aanvrager verwittigt de Regering per aangetekende brief van zijn voornemen om zijn vergunningsaanvraag te wijzigen. De in artikel 188/3 bedoelde termijn wordt geschorst vanaf de datum van verzending van de aangetekende brief. § 3. Binnen een termijn van zes maanden na de kennisgeving aan de Regering, worden de wijzigingen aangebracht door de aanvrager.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na deze termijn vervalt de vergunningsaanvraag. § 4. Binnen dertig dagen na ontvangst van de gevraagde wijziging, controleert de Regering of het dossier volledig is en of de gewijzigde aanvraag met het oog op de in § 5 bedoelde voorwaarden opnieuw moet worden onderworpen aan onderzoekshandelingen. Vervolgens stuurt ze de aanvrager, per aangetekende brief, een ontvangstbewijs indien het dossier volledig is. In het andere geval brengt ze hem onder dezelfde voorwaarden ter kennis dat zijn dossier niet volledig is, met vermelding van de ontbrekende documenten of inlichtingen; de Regering verstuurt het ontvangstbewijs binnen dertig dagen na ontvangst van deze documenten of inlichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien binnen zes maanden na de kennisgeving van de onvolledigheid van het dossier de aanvrager geen ontbrekende documenten of inlichtingen meedeelt, vervalt de vergunningsaanvraag. Indien de aanvrager een deel van deze documenten meedeelt, zijn de bepalingen van deze paragraaf opnieuw van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij ontstentenis van afgifte van het ontvangstbewijs of van kennisgeving van de onvolledigheid van het dossier binnen de in het eerste lid bedoelde termijnen, wordt de in § 2 bedoelde opschorting opgeheven en begint de termijn waarbinnen de Regering haar beslissing ter kennis moet brengen overeenkomstig artikel 188/3 opnieuw te lopen op de dag volgend op de vervaldag van de in dit lid bedoelde vervaltermijn. § 5. Wanneer de door de aanvrager aangebrachte wijzigingen geen invloed hebben op het voorwerp van het project, bijkomstig zijn en bedoeld zijn als antwoord op de bezwaren die het oorspronkelijke project opriep of om de afwijkingen bedoeld in artikel 126, § 11 en die het oorspronkelijke project zou impliceren, uit de aanvraag te schrappen, spreekt de Regering zich over de gewijzigde aanvraag uit zonder dat die opnieuw moet worden onderworpen aan reeds gestelde onderzoekshandelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in § 2 bedoelde schorsing wordt opgeheven op de datum van verzending van het ontvangstbewijs van het volledige dossier, bedoeld in § 4, en de termijn waarbinnen de Regering haar beslissing moet meedelen overeenkomstig artikel 188/3, begint opnieuw te lopen. Art. 188/5.De Regering kan de vergunning verlenen, de vergunning afhankelijk stellen van voorwaarden om een goede plaatselijke aanleg te waarborgen of de vergunning weigeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze kan ook de in artikel 126, § 11 bedoelde afwijkingen toestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien kan de Regering de vergunning toekennen in afwijking van de verordenende voorschriften van de in titel II bedoelde plannen, zodra beslist werd dat de beslissing om deze plannen te wijzigen werd genomen met het oog op de verwezenlijking van handelingen en werken van openbaar nut die het voorwerp zijn van de vergunningsaanvraag, voor zover de bevoegde overheid, in de beslissing tot wijziging van het plan, aangetoond heeft dat de wijziging enkel betrekking heeft op de bestemming van kleine gebieden op plaatselijk vlak en niet van dien aard is dat ze een noemenswaardige weerslag op het milieu kan hebben, rekening houdend met de in bijlage D van dit Wetboek opgesomde criteria. In dat geval is de aanvraag om vergunning onderworpen aan de in artikel 188/7 bedoelde speciale regelen van openbaarmaking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorgaande leden zijn van toepassing op het advies van het Stedenbouwkundig College wanneer dat geldt als beslissing overeenkomstig artikel 188/3. ». Art. 162.Afdeling X van hoofdstuk III van titel IV van het Wetboek, met het opschrift « Gezamenlijke bepalingen voor de beslissingen », wordt afdeling IV en het opschrift wordt « Gezamenlijke bepalingen ». Art. 163.Een nieuw artikel 188/11 wordt in het Wetboek ingevoegd, luidend als volgt : « Art. 188/11.§ 1. Tenzij de voorschriften van het bijzonder bestemmingsplan ze uitdrukkelijk opleggen, stelt dit plan, indien goedgekeurd na 29 juni 2001, de vergunningsaanvragen vrij van de speciale regelen van openbaarmaking, die vereist zijn door het gewestelijk bestemmingsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde vrijstelling is evenwel niet van toepassing voor de aanvragen betreffende handelingen en werken strekkende tot de aanleg of de wijziging van verkeerswegen. § 2. De niet-vervallen verkavelingsvergunning, afgegeven na 29 juni 2001, stelt de vergunningsaanvragen vrij van de speciale regelen van openbaarmaking vereist door de plannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde vrijstelling is evenwel niet van toepassing op de aanvragen betreffende handelingen en werken strekkende tot de aanleg of de wijziging van verkeerswegen. ». Art. 164.Boven artikel 189 van het Wetboek, wordt ingevoegd : 1° een onderafdeling II, met als titel « Overige gezamenlijke bepalingen »;2° een artikel 188/12, luidend als volgt : « Art.188/12. § 1. Voorafgaand aan de indiening van de vergunningsaanvraag kan de ontwerper de vergunningverlenende overheid vragen dat een projectvergadering gehouden wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval ontvangt de betrokkene binnen de vijftien dagen na de aanvraag een uitnodiging voor deze vergadering. § 2. Tijdens deze vergadering ontmoet de ontwerper de vertegenwoordiger(s) van de vergunningverlenende overheid. § 3. De Regering stelt de lijst vast van de instanties die de vergunningverlenende overheid dient uit te nodigen voor de vergadering. § 4. Op de projectvergadering dienen de grote krachtlijnen van het project besproken te worden, zonder evenwel vooruit te lopen op de beslissing van de vergunningverlenende overheid in het kader van de onderzoeksprocedure van de vergunning. De projectvergadering en de eventuele notulen ervan vormen in geen geval een administratieve beslissing. § 5. De Regering stelt de regels voor de toepassing van dit artikel vast. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-165\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 165</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 189, eerste lid van het Wetboek, worden de woorden « Onverminderd de bepalingen van artikel 153, §§ 3 en 4, mag de » vervangen door het woord « De » en wordt het woord « mag » ingevoegd tussen de woorden « vergunning » en « niet »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-166\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 166</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een nieuw artikel 189/1 ingevoegd in het Wetboek, luidend als volgt : « Art. 189/1.Onder voorbehoud van een door de vergunnende overheid toegestane afwijking zoals voorgeschreven door artikel 126, moeten de vergunningen die ook handelingen en werken aan wegen en openbare ruimten inhouden, beantwoorden aan de verordenende bepalingen van de gewestelijke en gemeentelijke mobiliteitsplannen die zijn aangenomen in toepassing van de ordonnantie van 26 juli 2013 tot vaststelling van een kader inzake mobiliteitsplanning en tot wijziging van sommige bepalingen die een impact hebben op het vlak van mobiliteit Handelingen en werken betreffende het wegennet en de openbare ruimte in de zin van het eerste lid, zijn alle interventies in de openbare ruimte en aan het wegennet met betrekking tot de markering, de uitrusting of de inrichtingen. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-167\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 167</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 190, eertse lid, van het Wetboek, wordt als volgt vervangen : « Wanneer de aanvraag om vergunning krachtens dit Wetboek onderworpen is aan de voorafgaande effectenbeoordeling : - wordt de beslissing tot verlening of weigering van de vergunning met redenen omkleed, onder meer gelet op de aanzienlijke effecten op het leefmilieu en het stedelijk milieu die het project kan veroorzaken, met inbegrip van de belangrijke sociale en economische gevolgen die het kan hebben, rekening houdend met de resultaten van de gerealiseerde effectenbeoordeling en met de relevante inlichtingen die werden verzameld in het kader van de behandeling van de vergunningsaanvraag; - bevat de beslissing tot verlening van de vergunning een beschrijving van alle eigenschappen van het project en van de maatregelen die worden opgelegd door de vergunnende overheid, met inbegrip van de eventuele opvolgingsmaatregelen die zijn bedoeld om de noemenswaardige negatieve gevolgen van het project voor het leefmilieu te vermijden, te voorkomen of te verminderen en, indien mogelijk, te compenseren. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-168\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 168</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 191 van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « Art. 191.§ 1. De vergunnende overheid kan voorwaarden opleggen die wijzigingen aan de vergunningsaanvraag impliceren De termijn waarbinnen de vergunnende overheid haar beslissing moet meedelen overeenkomstig artikel 156, 178, 178/2 of 188/3, wordt opgeschort vanaf de verzending, door de overheid aan de aanvrager, van het verzoek om de vergunningsaanvraag te wjzigen. § 2. De aanvrager stelt de vergunnende overheid in kennis van de gewijzigde aanvraag, binnen de zes maanden gerekend vanaf de verzending van het in § 1, tweede lid bedoelde verzoek. Bij ontstentenis, mag de vergunnende overheid een beslissing nemen over de aanvraag in haar ongewijzigde vorm. § 3. Binnen de dertig dagen na ontvangst van de gewijzigde aanvraag, gaat de vergunnende overheid na of het dossier volledig is en of de gewijzigde aanvraag opnieuw moet onderworpen worden aan onderzoekshandelingen, volgens de voorwaarden bedoeld in § 4 en stuurt ze de aanvrager bij aangetekende brief een ontvangstbewijs als het dossier volledig is. In het andere geval, laat ze aan de aanvrager onder dezelfde voorwaarden weten dat zijn dossier niet volledig is, met vermelding van de ontbrekende documenten of inlichtingen; de vergunnende overheid levert het ontvangstbewijs af binnen dertig dagen vanaf de ontvangst van deze documenten of inlichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanvrager binnen zes maanden na kennisgeving van het onvolledige karakter van het dossier, geen enkel van de ontbrekende documenten of inlichtingen meedeelt, dan vervalt de vergunningsaanvraag. Indien de aanvrager een deel van deze documenten meedeelt, zijn de bepalingen van deze paragraaf opnieuw van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het ontvangstbewijs niet is verzonden of de onvolledigheid van het dossier niet is meegedeeld binnen de in het eerste lid bedoelde termijnen, wordt de in § 1, tweede lid bedoelde opschorting opgeheven en begint de termijn waarbinnen de vergunnende overheid haar beslissing moet meedelen overeenkomstig artikel 156, 178, 178/2 of 188/3 opnieuw te lopen vanaf de dag volgend op het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn. § 4. Wanneer de wijzigingen geen invloed hebben op het voorwerp van het project, van bijkomstig belang zijn en bedoeld zijn om tegemoet te komen aan de bezwaren die het oorspronkelijk project opriep, of wanneer ze de afwijkingen van het oorspronkelijk project bedoeld in artikel 126 § 11 uit de aanvraag willen schrappen, dan neemt de vergunnende overheid een beslissing over de gewijzigde aanvraag, zonder dat deze opnieuw moet worden onderworpen aan de reeds uitgevoerde onderzoekshandelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in § 1, tweede lid bedoelde opschorting wordt opgeheven op de datum van verzending van het ontvangstbewijs van het volledige dossier, bedoeld in § 3, en de termijn waarbinnen de vergunnende overheid haar beslissing moet meedelen overeenkomstig artikel 156, 178, 178/2 of 188/3 begint opnieuw te lopen. § 5. Wanneer de wijzigingen die in het project werden aangebracht op initiatief van het college van burgemeester en schepenen of de gemachtigde ambtenaar niet voldoen aan de in § 4 bedoelde voorwaarden, dan wordt de gewijzigde aanvraag opnieuw onderworpen aan onderzoekshandelingen die de vergunnende overheid bepaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval, vervalt de in § 1, tweede lid bedoelde opschorting en begint, in afwijking van artikelen 156 en 178, 178/2, de termijn waarbinnen het college van burgemeester en schepenen of de gemachtigde ambtenaar zijn beslissing openbaar moet maken, pas te lopen vanaf de verzending van het ontvangstbewijs zoals bedoeld in § 3. § 6. In afwijking van de voorgaande paragrafen, wanneer de Regering de aanvrager wenst te verzoeken om in de vergunningsaanvraag wijzigingen aan te brengen die niet voldoen aan de in § 4 bedoelde voorwaarden, weigert zij de vergunning en verzoekt ze de aanvrager om een nieuwe vergunningsaanvraag in te dienen bij de in eerste instantie bevoegde vergunnende overheid. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-169\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 169</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 194 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° paragraaf 1 wordt als volgt gewijzigd : a) het eerste lid wordt als volgt vervangen : « Het college van burgemeester en schepenen, de gemachtigde ambtenaar en de Regering weigeren de vergunning wanneer de aanvraag niet conform de voorwaarden is van een besluit van de Regering tot weigering van het instellen van de beschermingsprocedure of van een besluit van de Regering tot weigering van de bescherming van een goed dat het voorwerp uitmaakt van de aanvraag.»; b) het tweede lid wordt als volgt gewijzigd : i) in de eerste zin, wordt het woord « Zij » vervangen door de woorden « Het college van burgemeester en schepenen, de gemachtigde ambtenaar en de Regering »; ii) in het 1°, worden de woorden « of het richtplan van aanleg » ingevoegd na de woorden « het gewestelijk bestemmingsplan »; iii) in het 2°, worden de woorden « de Regering » vervangen door de woorden « de gemeenteraad »; 2° paragraaf 2 wordt als volgt gewijzigd : a) het 1° en 2° worden opgeheven;b) het 4° wordt als volgt vervangen : « in het geval bedoeld in het 2° van het tweede lid van de eerste paragraaf, wanneer het plan niet in werking is getreden binnen drie jaar na de beslissing van de gemeenteraad tot opmaak of wijziging van een bijzonder bestemmingsplan.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-170\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 170</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 194/1 van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « Art. 194/1.§ 1. Het onderzoek van de vergunningsaanvraag en de termijnen voorzien in artikelen 156, 178 en 178/2, worden opgeheven vanaf de kennisgeving van het ontvangstbewijs van het volledige dossier van een voorstel of aanvraag tot bescherming die volledig of gedeeltelijk het door de aanvraag beoogde onroerend goed betreft, tot de kennisgeving van de beslissing van de Regering om al dan niet de in artikelen 222, 223 en 227 beoogde beschermingsprocedure te starten Een kopie van deze kennisgevingen wordt door de met de in dit hoofdstuk bedoelde vergunningsaanvraag belaste overheid naar de aanvrager verzonden. De bovengenoemde opheffing eindigt ook in de veronderstelling en op het moment dat de procedure met betrekking tot een voorstel of aanvraag tot bescherming van rechtswege nietig is met toepassing van artikel 222, § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer bij de Regering, met toepassing van afdeling III van dit hoofdstuk, reeds beroep is aangetekend op het moment waarop de ontvangst bevestigd is van het volledig dossier van een voorstel of aanvraag tot bescherming, dan worden het onderzoek van de aanvraag en de in de vernoemde afdeling III gestelde termijnen geschorst vanaf de kennisgeving van dit ontvangstbewijs tot de kennisgeving van de beslissing van de Regering om wel of niet de beschermingsprocedure te starten of tot het moment waarop de procedure van rechtswege nietig is met toepassing van artikel 222, § 5. Hetzelfde geldt wanneer de ontvangst van het volledige dossier wordt bevestigd tijdens de termijn geopend om het beroep bij de Regering aan te tekenen. § 2. Het onderzoek van de vergunningsaanvraag en de in artikelen 156, 178 en 178/2 gestelde termijnen kunnen worden opgeschort, op verzoek van de aanvrager of op initiatief van de bevoegde overheid, wanneer voor het onderzoek van de vergunningsaanvraag rekening moet worden gehouden met een afzonderlijke bestuurshandeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opschorting gaat in op de datum waarop de bevoegde overheid ze aanvaardt of ertoe beslist en neemt een einde op de datum waarop de afzonderlijke bestuurshandeling definitief is goedgekeurd. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-171\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 171</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 194/2, tweede lid, van het Wetboek, wordt de verwijzing naar « artikel 30 » vervangen door de verwijzing naar « artikel 301 »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-172\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 172</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 195 van het Wetboek, wordt een nieuw tweede lid toegevoegd dat als volgt luidt : « De Regering bepaalt tevens de termijnen waarbinnen en de modaliteiten volgens welke de vergunnende overheden : - de bevolking en de overheden die werden geraadpleegd tijdens de behandeling van de vergunningsaanvraag moeten informeren over de goedkeuring van hun beslissingen tot verlening of weigering van vergunning; - deze beslissingen aan hen ter beschikking moeten stellen. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-173\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 173</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afdeling XI van hoofdstuk III van titel IV van het Wetboek, met het opschrift « Bijzondere bepalingen van de verkavelingsvergunning » wordt als volgt gewijzigd : 1° de afdeling wordt verplaatst naar de nieuwe afdeling II van hoofdstuk III van titel IV, met het opschrift « Vergunningen afgeleverd door de gemachtigde ambtenaar » en wordt onderafdeling III, met hetzelfde opschrift;2° artikel 196 wordt artikel 177/2 en in het tweede lid worden de woorden « in de artikelen 150 en 151 » vervangen door de woorden « in artikel 188/7 »;3° artikel 197, § 1 wordt artikel 177/3 en wordt als volgt vervangen : « Art.177/3. De behandeling van de aanvragen van verkavelingsvergunningen is onderworpen aan hierna vernoemde bijkomende formaliteiten : 1° de aanvraag is onderworpen aan de speciale regelen van openbaarmaking bedoeld in artikel 188/7;2° de gemeenteraad neemt kennis van het resultaat van het onderzoek en delibereert over de zaak van de wegen vooraleer de vergunnende overheid over de vergunningsaanvraag een beslissing neemt.»; 4° artikel 197, § 2 wordt artikel 188/6 en zijn eerste lid wordt als volgt vervangen : a) de woorden « , in het kader van een aanvraag van een verkavelingsvergunning, » worden ingevoegd tussen de woorden « Heeft de gemeenteraad » en « over de zaak »;b) de woorden « in § 1, 1° bedoelde » worden geschrapt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-174\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 174</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de betiteling van hoofdstuk IIIbis van titel IV van het Wetboek, worden de woorden « vegunningsaanvragen en beroepen betreffende schoolgebouwen » vervangen door de woorden « aanvragen om stedenbouwkundige vergunning en beroepen betreffende schoolgebouwen »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-175\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 175</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 197/1 van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « Art. 197/1.In afwijking van hoofdstuk III van deze titel, zijn de bepalingen van hoofdstuk IIIbis van toepassing op aanvragen om stedenbouwkundige vergunning ingediend tussen 1 april 2014 en 30 juni 2020 betreffende handelingen en werken bedoeld om de opvangcapaciteit van een schoolvoorziening, d.w.z. een inrichting van het kleuter-, basis- of middelbaar onderwijs, met inbegrip van het bijzonder onderwijs, te creëren of te vergroten Deze bepalingen zijn niet toepasselijk op aanvragen om stedenbouwkundige vergunning : 1° voor een gemengd project;2° onderworpen aan een effectenonderzoek;3° voor een onroerend goed dat ingeschreven is op de bewaarlijst of beschermd is of waarvoor de inschrijvings- of beschermingsprocedure geopend is.».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-176\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 176</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 197/2, eerste lid, eerste zin van het Wetboek, wordt het artikelnummer « 175 » vervangen door het nummer « 123/2 » en wordt na de woorden « artikel 124 » de verwijzing « § 1 » geschrapt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-177\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 177</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 197/3, vierde lid van het Wetboek, worden de woorden « het advies geacht gunstig te zijn » vervangen door de woorden « de procedure voortgezet zonder dat een laattijdig uitgebracht advies in aanmerking moet worden genomen »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-178\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 178</span><span class=\"lf-art-t\">De artikelen 197/8 tot 197/12 en 197/17, vierde lid van het Wetboek worden opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-179\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 179</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 200 van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « Art. 200.Het stedenbouwkundig attest wordt afgegeven volgens dezelfde procedure, binnen dezelfde termijnen en door dezelfde overheden als in dit Wetboek is voorzien voor de stedenbouwkundige en de verkavelingsvergunningen. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-180\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 180</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 201 van het Wetboek, wordt het cijfer « 160 » vervangen door het cijfer « 161 »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-181\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 181</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 202 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° het eerste lid wordt opgeheven;2° in het tweede lid, worden de woorden « onder de voorwaarden voorzien in artikelen 164 tot 172 en 180 tot 182 » vervangen door de woorden « overeenkomstig de procedure beschreven in de artikelen 188/1 tot 188/5 »;3° het derde en het vierde lid worden opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-182\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 182</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 203 van het Wetboek, wordt het woord « voorgenomen » verwijderd en worden de woorden « en, in voorkomend geval, het voorgenomen gebruik » ingevoegd tussen het woord « bestemming » en het woord « voor »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-183\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 183</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 205 van het Wetboek, wordt het enige lid § 1 en wordt een nieuwe § 2 ingevoegd die als volgt luidt : « § 2. Wanneer de aanvraag voor een stedenbouwkundig attest werd onderworpen aan een effectenbeoordeling en de vergunningsaanvraag die werd ingediend binnen de in artikel 204 ingestelde termijn overeenstemt met het afgegeven attest of er enkel van afwijkt voor aspecten die niet vallen onder het toepassingsgebied van bijlage A of B van onderhavig Wetboek, wordt de vergunningsaanvraag vrijgesteld van de formaliteiten inzake de effectenbeoordeling Wanneer de wijzigingen die in het project werden aangebracht tussen de afgifte van het attest en de indiening van de in het voorgaande lid bedoelde vergunningsaanvraag, vallen onder het toepassingsgebied van : - bijlage A van onderhavig Wetboek, is de vergunningsaanvraag onderworpen aan een effectenbeoordeling overeenkomstig de artikelen 175/2 en volgende; - bijlage B van onderhavig Wetboek, moet bij de vergunningsaanvraag een effectenrapport worden gevoegd overeenkomstig de artikelen 175/15 en volgende. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-184\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 184</span><span class=\"lf-art-t\">Hoofdstuk V van titel IV van het Wetboek, met het opschrift « De stedenbouwkundige verklaring » en artikel 205/1 dat het bevat, worden opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-185\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 185</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 206 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° het 1° wordt als volgt gewijzigd : a) in de definitie van onroerend erfgoed, worden na « technische » de woorden « landschappelijke, stedenbouwkundige » toegevoegd;b) in a) de Nederlandse tekst, wordt het woord « bijzonder » ingevoegd tussen het woord « elk » en het woord « merkwaardig ».2° het 11° wordt als volgt vervangen : « 11° klein erfgoed : a) de bijzonder opmerkelijke sierelementen toegevoegd aan de structuur van het gebouw, bevestigd aan de straatgevel, aan de deur of aan de ramen zoals deurbellen, brievenbussen, glas-in-lood en handgrepen, de bijzonder opmerkelijke elementen die de gevelstructuren aan de straatzijde van het gebouw tooien zoals figuratieve of abstracte kunstwerken uitgevoerd in sgraffiti of polychrome betegeling of met behulp van ongeacht welke behandeling van gevelmaterialen, die bijdragen tot de verfraaiing of de identiteit van de gevel, en de bijzonder opmerkelijke elementen die integraal deel uitmaken van de omheining of de decoratie van de aan de straatzijde gelegen voortuintjes;b) uitzonderlijk buitenschrijnwerk dat deel uitmaakt van de gevel van het gebouw aan de straatzijde;c) bomen die zijn ingeschreven in de in artikel 207 tot 209 bedoelde inventaris van het onroerend erfgoed.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-186\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 186</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hoofdstuk II van titel V van het Wetboek, dat de artikelen 207 tot 209 omvat, wordt als volgt vervangen : « HOOFDSTUK II. - De inventaris van het onroerende erfgoed Art. 207, § 1. De Regering maakt een inventaris op van het onroerende erfgoed van het Gewest, houdt hem bij en maakt hem bekend De Regering legt de vorm van de inventaris van het onroerend erfgoed en de vermeldingen die erin moeten worden opgenomen vast, evenals de procedure betreffende het opmaken, het bijhouden en het bekendmaken van de inventaris. De inventaris van het onroerend erfgoed moet vrij toegankelijk zijn op een daartoe aangemaakte website en worden bijgehouden door het bestuur belast met Monumenten en Landschappen. § 2. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen of het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waar het goed gelegen is, kan voorstellen dat een goed wordt ingeschreven op de inventaris van het onroerend erfgoed. § 3. Elke vergunningsaanvraag die betrekking heeft op een goed dat is ingeschreven op de inventaris van het onroerend erfgoed, is onderworpen aan het advies van de overlegcommissie. De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen wordt slechts geraadpleegd op verzoek van de overlegcommissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan de lijst bepalen van de handelingen en werken die, door hun geringe omvang of de niet-relevantie van dit advies, vrijgesteld zijn van het voorafgaand advies van de overlegcommissie of van de speciale regelen van openbaarmaking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer ze wordt geraadpleegd met toepassing van het eerste lid, maakt de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen haar advies aan de vergunnende overheid over binnen dertig dagen vanaf de ontvangst van de adviesaanvraag. Bij ontstentenis, wordt de procedure voorgezet zonder dat een laattijdig uitgebracht advies nog in aanmerking moet worden genomen. § 4 De inschrijving op de inventaris van een goed dat tot het onroerende erfgoed behoort, heeft uitwerking vanaf de dag waarop het bij wege van vermelding in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-187\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 187</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 215, eerste lid, van het Wetboek, worden de woorden « en artikel 67 van het koninklijk besluit van 10 december 1970 houdende de Huisvestingscode » geschrapt en worden de woorden « alsook, tegelijkertijd, aan de gemachtigde ambtenaar Erfgoed » toegevoegd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-188\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 188</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 217, § 2, van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° In het eerste lid, worden na de woorden « een goed dat tot het onroerende erfgoed behoort », de volgende woorden ingevoegd « of verhuurd worden voor meer dan negen jaar, of bij vruchtgebruik gecreëerd onder levenden, erfpacht of recht van opstal alsook bij domaniale concessie ervan »;2° Aan het slot van het tweede lid, worden de volgende woorden toegevoegd « of de verhuring op meer dan negen jaar, of het vruchtgebruik gecreëerd onder levenden, erfpacht of het ontstaan van een recht van opstal of een domaniale concessie » ingevoegd na het woord « overdracht » en het woord « vaststelt »;3° In het derde lid : a) de woorden « die met een verkoop van een op de bewaarlijst ingeschreven goed gepaard gaat » worden vervangen door « die gepaard gaat met de verkoop van een op de bewaarlijst ingeschreven goed, de verhuring ervan voor meer dan negen jaar of bij het ontstaan van een vruchtgebruik gecreëerd onder levenden, een recht van opstal of een domaniale concessie »;b) na het woord « verkoopt » worden de volgende woorden toegevoegd : « of verhuurt voor meer dan negen jaar, of een recht op vruchtgebruik gecreëerd onder levenden, erfpachtrecht of recht van opstal of een domaniale concessie voorstelt »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-189\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 189</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 222 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° de teksten van §§ 2 tot 8 worden als volgt vervangen : « § 2.Binnen twintig dagen na de ontvangst van de aanvraag of het voorstel tot bescherming, stuurt het bestuur belast met Monumenten en Landschappen bij ter post aangetekende brief een ontvangstbewijs naar de aanvrager wanneer het dossier volledig is. In het andere geval, verwittigt het bestuur hem op dezelfde wijze van deze onvolledigheid, met vermelding van de ontbrekende documenten en inlichtingen. Het bestuur belast met Monumenten en Landschappen levert het ontvangstbewijs af binnen twintig dagen na de ontvangst van deze documenten en inlichtingen Een kopie van het ontvangstbewijs van het volledige dossier wordt verstuurd naar de eigenaar van het goed in kwestie alsook tegelijkertijd naar de gemachtigde ambtenaar, het Stedenbouwkundig College en de gemeente op wier grondgebied het goed zich bevindt. Als het goed het voorwerp uitmaakt van een vergunningsaanvraag, moet het afschrift van het ontvangstbewijs van het volledige dossier bovendien tegelijkertijd worden meedegeeld aan de vergunningsaanvrager. § 3. Binnen dertig dagen volgend op de aflevering van het ontvangstbewijs voor een volledig dossier, legt de administratie het om advies voor aan de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, als deze niet de verzoeker is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen wordt gegeven en bekendgemaakt binnen vijfenveertig dagen volgend op de ontvangst van de aanvraag. Na verloop van deze termijn, wordt de procedure verdergezet, zonder dat er rekening moet worden gehouden met een advies dat buiten die termijn wordt overgezonden. § 4. De Regering neemt de beslissing om al dan niet de beschermingsprocedure te starten binnen zestig dagen volgend op het ontvangstbewijs van een volledig dossier, indien het voorstel uitgaat van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, of in de andere gevallen, binnen zestig dagen na ontvangst van het advies van die Commissie of het verstrijken van de termijn voor het advies zoals bedoeld in § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die termijn wordt verlengd met een maand indien hij geheel of gedeeltelijk tijdens de zomervakantie van de scholen loopt. § 5. Bij ontstentenis van beslissing binnen de door § 4 opgegeven termijn, kan elke belanghebbende een herinnering richten aan de Regering bij aangetekende brief met bewijs van ontvangst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien na het verstrijken van een nieuwe termijn van dertig dagen, te rekenen vanaf de datum van het ontvangstbewijs van de herinnering bij aangetekende brief, de Regering nog geen beslissing heeft genomen, vervalt de procedure van rechtswege.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die termijn wordt verlengd met een maand indien hij geheel of gedeeltelijk tijdens de zomervakantie van de scholen loopt; § 6. Wanneer zij beslist om de beschermingsprocedure niet aan te vatten en voor het betrokken goed een stedenbouwkundig attest of stedenbouwkundige vergunning wordt aangevraagd die betrekking hebben op een welbepaald project, kan de Regering met behoorlijke opgaaf van redenen en met naleving van het evenredigheidsbeginsel, voorwaarden opleggen voor de afgifte van het attest of de vergunning, teneinde de elementen van dit goed te vrijwaren en op te waarderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze voorwaarden gelden bovendien voor elke attest- of vergunningsaanvraag die hetzelfde voorwerp hebben en worden ingediend binnen vijf jaar na de bekendmaking van het besluit tot weigering om de beschermingsprocedure aan te vatten. § 7. Wordt onontvankelijk verklaard, elke in § 1 bedoelde aanvraag die betrekking heeft op een goed dat al het voorwerp heeft uitgemaakt van een besluit tot weigering om de beschermingsprocedure aan te vatten of een besluit tot niet-bescherming en die minder dan vijf jaar na de goedkeuring van een van deze besluiten wordt ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voorgaande lid is evenwel niet van toepassing als de aanvraag tot bescherming gerechtvaardigd wordt door een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning die werd ingediend na de goedkeuring van een van de in het eerste lid bedoelde besluiten en erop gericht is om op dit goed een project te realiseren dat niet bestond op het ogenblik van deze goedkeuring of bij het verstrijken van deze termijn. § 8. De Regering kondigt het besluit tot weigering van het instellen van de procedure van bescherming aan bij aangetekende brief aan de opsteller van het voorstel of van de aanvraag tot bescherming, aan de eigenaar van het betreffende goed, aan de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen en aan de gemeente waar het goed zich bevindt, alsook, indien er een attestaanvraag of een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning voor dit goed bestaat, aan de aanvrager van het attest of de vergunning, aan de gemachtigde ambtenaar en aan het Stedenbouwkundig College.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer er krachtens het besluit tot weigering van de instelling van de beschermingsprocedure voorwaarden worden opgelegd overeenkomstig § 6, wordt dit gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. ». Art. 190.Aan artikel 226 van het Wetboek, worden de als volgt geformuleerde tweede tot vijfde leden toegevoegd : « Wanneer zij besluit niet te beschermen en het goed in kwestie maakt het voorwerp uit van een vergunningsaanvraag voor een bepaald project, kan de Regering, mits ze dat met redenen omkleedt en in naleving van het proportionaliteitsprincipe, voorwaarden opleggen aan het afleveren van de vergunning met het oog op het behouden en valoriseren van de elementen van het goed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die voorwaarden gelden bovendien voor elke vergunningsaanvraag met hetzelfde voorwerp die wordt ingediend binnen vijf jaar na de bekendmaking van de beslissing tot weigering van de bescherming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het besluit tot weigering van de bescherming wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 222, § 8, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het besluit tot weigering van de bescherming voorwaarden oplegt overeenkomstig het tweede lid, wordt het in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd. ». Art. 191.Artikel 227 van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « Art. 227.Wanneer de aanvraag om inschrijving op de bescherming van de eigenaar uitgaat of wanneer ze, in het geval van mede-eigendom of van splitsing van het eigendomsrecht, unaniem gebeurt, kan de Regering, in plaats van de beslissing van de in artikel 223 bedoelde beschermingsprocedure te openen, het besluit tot bescherming rechtstreeks goedkeuren zoals voorzien in de artikelen 228 tot 230 na het advies te hebben ingewonnen van het college van burgemeester en schepenen van de betreffende gemeente en na het gunstig advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het college van burgemeester en schepenen van de betreffende gemeente zal binnen vijfenveertig dagen na ontvangst van de aanvraag zijn advies verstrekken en bekendmaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen zal haar advies verstrekken en bekendmaken binnen de termijn opgegeven onder artikel 222, § 3, tweede lid. In geval van ongunstig advies of bij ontstentenis van advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, kan de procedure desgevallend worden voortgezet mits naleving van de modaliteiten vastgesteld door de artikelen 223 tot 226. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-192\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 192</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 234 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° in het eerste lid worden de woorden « en artikel 67 van het koninklijk besluit van 10 december 1970 houdende de Huisvestingscode » geschrapt en worden de woorden « alsook tegelijkertijd aan de gemachtigde ambtenaar Erfgoed » toegevoegd;2° aan het slot van het tweede lid worden de volgende woorden toegevoegd « of, indien de termijn uit het derde lid geheel of gedeeltelijk tijdens de zomervakantie van de scholen loopt, van de Minister die bevoegd is voor de bescherming van monumenten en landschappen.» 3° het vierde lid wordt opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-193\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 193</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 237, § 2, eerste lid van het Wetboek, worden de woorden « of het gebrek aan relevantie van deze vereiste voor de beschouwde handelingen en werken » ingevoegd tussen de woorden « geringe omvang » en de woorden « , geen advies »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-194\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 194</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Na artikel 239 van het Wetboek, wordt het volgende nieuwe hoofdstuk IVbis toegevoegd : « HOOFDSTUK IVbis. - Het register van het onroerend erfgoed Art. 239/1.De administratie zal een lijst opstellen en bijhouden van onroerende goederen die staan ingeschreven op de bewaarlijst, die beschermd zijn of die het voorwerp uitmaken van een inschrijvings- of beschermingsprocedure</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-239\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 239</span><span class=\"lf-art-t\">/2.Eenieder kan kennis nemen van het register van het onroerend erfgoed via de website die daartoe door de administratie wordt gecreëerd en bijgehouden. »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-195\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 195</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 240 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° paragraaf 3 wordt als volgt vervangen : « § 3.Wanneer het op de bewaarlijst ingeschreven of beschermde goed eigendom is van een natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon, kan die, in plaats van de werkzaamheden uit te voeren die nodig zijn voor het behoud van de integriteit van het goed, eisen dat het Gewest zijn goed onteigent. Het onderhavige lid is slechts van toepassing indien de natuurlijke persoon of privaatrechtelijke rechtspersoon vaststelt dat de werken niet het gevolg zijn van het niet-naleven van de verplichtingen die door artikel 214 worden opgelegd Tenzij anders is overeengekomen tussen de betrokken partijen, geldt de onteigening voor het gehele goed, ook al is het slechts voor een deel op de bewaarlijst ingeschreven of beschermd, voor zover het op de bewaarlijst ingeschreven of beschermde deel een wezenlijk bestanddeel van het onroerende erfgoed uitmaakt, en voor het terrein dat er noodzakelijk bij behoort. »; 2° een als volgt opgestelde § 6 wordt toegevoegd : « § 6.Een schadevergoeding ten laste van het Gewest is aangewezen indien louter vanwege het goedkeuren van een definitief beschermingsbesluit van het goed als landschap in de zin van artikel 206, 1°, c), het gebruik wordt verhinderd van een niet-vervallen bouw- of verkavelingsvergunning die voorafgaandelijk werd afgeleverd aan de eigenaar van een voor de bouw bestemd goed. Onder definitief beschermingsbesluit moet worden verstaan, een beschermingsbesluit dat niet meer vatbaar is voor enig beroep of waarvan de beroepsmogelijkheid of -mogelijkheden door een definitieve beslissing zijn verworpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waardevermindering die voor schadeloosstelling in aanmerking komt, dient te worden geraamd als het verschil tussen enerzijds de waarde van dat goed op het ogenblik van de verwerving, geactualiseerd tot op de dag van het ontstaan van het recht op schadevergoeding en verhoogd met de vóór het definitief van kracht worden van het beschermingsbesluit gedragen lasten en kosten, en anderzijds de waarde van dat goed op het ogenblik van het ontstaan van het recht op schadevergoeding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het recht op schadevergoeding ontstaat op de dag waarop het beschermingsbesluit van het goed als landschap definitief wordt. De Regering bepaalt de nadere regels voor de uitvoering van dit artikel, onder meer wat de vaststelling van de waarden van het goed en de actualisering ervan betreft. De waardevermindering van het goed volgend uit het bouw- of verkavelingsverbod, moet evenwel zonder vergoeding gedoogd worden ten belope van twintig ten honderd van die waarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan de verplichting tot schadevergoeding kan worden voldaan door een met redenen omkleed besluit van de Regering waarin de opheffing van de bescherming van het goed overeenkomstig artikel 239 beslist wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragen tot betaling van vergoedingen, ongeacht het bedrag ervan, behoren tot de bevoegdheid van de rechtbanken van eerste aanleg. Alle op dat stuk gewezen vonnissen, behalve de voorbereidende, zijn vatbaar voor beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragen vervallen één jaar na de dag waarop het recht op schadevergoeding ontstaat overeenkomstig het derde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke schadeloosstelling die werd betaald in uitvoering van onderhavige bepaling zal moeten worden terugbetaald, verhoogd met de tegen het wettelijke tarief berekende interest, indien de bescherming van het goed zou worden opgeheven. »; 3° er wordt een § 7 toegevoegd, die als volgt luidt : « § 7.Onverminderd de regels betreffende de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, kunnen de goederen waarvoor werd beslist tot een financiële tussenkomst overeenkomstig § 1 of § 4 het voorwerp uitmaken van publicaties in het kader van de sensibilisering die is bedoeld in artikel 206, 12°. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-196\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 196</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 242/1, § 1, van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° in het eerste lid, worden de woorden « een geheel, een gebouw met meerdere verdiepingen of een landschap » vervangen door de woorden « een goed »;2° het tweede lid wordt opgeheven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-197\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 197</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 242/2, 5° ; van het Wetboek, worden de woorden « de ordonnantie van 7 juni 2007 betreffende de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen » vervangen door « de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-198\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 198</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 242/4, tweede lid, van het Wetboek wordt de zin « Indien deze termijn niet wordt nageleefd, wordt het advies geacht gunstig te zijn. » vervangen door de zin « Bij ontstentenis daarvan, wordt de procedure voortgezet, zonder dat enig advies dat na die termijn werd overgemaakt in aanmerking kan worden genomen. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-199\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 199</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 242/5, derde lid, 2°, e), van het Wetboek, worden de woorden « de ordonnantie van 7 juni 2007 betreffende de energieprestatie en het binnenklimaat van gebouwen » vervangen door de woorden « de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-200\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 200</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 242/6, derde lid, van het Wetboek wordt de zin « Na die termijn wordt het advies geacht gunstig te zijn » vervangen door de zin « Bij ontstentenis wordt de procedure voortgezet zonder dat een advies dat na die termijn werd uitgebracht in aanmerking moet worden genomen. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-201\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 201</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 242/7, van het Wetboek wordt de zin « Na het verstrijken van deze termijn, wordt de procedure voortgezet. » vervangen door de zin « Bij ontstentenis daarvan, wordt de procedure voortgezet zonder dat enig advies dat na die termijn werd overgemaakt in aanmerking moet worden genomen. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-202\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 202</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 242/8, van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « Art. 242/8.Binnen vijftien dagen na afsluiting van het openbaar onderzoek, vraagt de Regering het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen. Deze dient haar advies uit te brengen binnen vijfenveertig dagen na de kennisgeving van de aanvraag, bij ontstentenis waarvan de procedure wordt voortgezet zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht in aanmerking moet worden genomen In afwijking van het vorige lid, kan de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, binnen de gestelde termijn, beslissen om een bijkomend onderzoek te laten uitvoeren. In dat geval beschikt ze over een bijkomende termijn van zestig dagen om haar advies uit te brengen. Bij ontstentenis daarvan, wordt de procedure voortgezet zonder dat enig advies dat na die termijn werd uitgebracht in aanmerking moet worden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het eensluidende advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen voorwaarden inhoudt, worden deze in het advies duidelijk en nauwkeurig opgesomd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na ontvangst van het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen of na afloop van de termijn waarbinnen ze haar advies dient uit te brengen, keurt de Regering het beheersplan voor erfgoed definitief goed en bepaalt ze, in voorkomend geval, de in artikel 242/2, tweede lid, 6°, bedoelde subsidiëringsregels. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-203\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 203</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel 246, § 1, tweede lid, van het Wetboek, worden de woorden « 21 dagen » vervangen door de woorden « éénentwintig werkdagen »</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-204\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 204</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel 255 van het Wetboek wordt opgeheven</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-205\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 205</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 258 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° het 3° wordt als volgt vervangen : « 3° bestuur : het bestuur belast met stedenbouw »;2° aan het einde van het 9°, wordt de punt vervangen door een kommapunt;3° er wordt een 10° toegevoegd dat als volgt luidt : « 10° landbouwgrond : elke grond die zich op het gewestelijk bestemmingsplan in landbouwgebied bevindt, evenals elke grond die in het geïntegreerd beheers- en controlesysteem (GBCS) wordt aangegeven in het kader van de rechtstreekse steun van het gemeenschappelijke landbouwbeleid.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-206\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 206</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 259 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° in punt 8 1°, wordt een komma toegevoegd na de woorden « artikel 40, § 1 » en de « ... » worden vervangen door de woorden « 1 maart 2012 »; 2° aan het slot van de punten 4, 7, 8 en 9, wordt de punt vervangen door een kommapunt;3° er wordt een punt 10 toegevoegd dat als volgt luidt : « 10.de landbouwgronden beschermen en bewaren teneinde er stedelijke landbouwprojecten, stadsmoestuinen of gedeelde tuinen tot ontwikkeling te brengen. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-207\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 207</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 261, eerste lid van het Wetboek wordt als volgt vervangen : « De geldigheidsduur van de aan het voorkooprecht onderhevige perimeter bedraagt zeven jaar, met ingang vanaf de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het besluit dat die perimeter instelt. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-208\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 208</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 262, eerste lid van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° Onder punt 1, worden de cijfers « 3, 4, 5, 6, 7 en 8 » vervangen door de woorden « punten 3 tot 13 »;2° De punten 11 tot 13 worden als volgt toegevoegd : « 11.het parkeeragentschap; 12. Actiris;13. de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp.»</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2091\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 209.1°</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de artikelen 266, 267, 268, 269 en 273 van het Wetboek worden de woorden « de Regie » telkens vervangen door de woorden « het bestuur ». 2° In de artikelen 266, § 2, en 268, § 1, van het Wetboek worden de woorden « de Grondregie » vervangen door de woorden « het bestuur »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-210\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 210</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 273 van het Wetboek wordt aangevuld door een tweede lid, als volgt geformuleerd : « In afwijking van het eerste lid, kunnen de kennisgevingen van het bestuur aan de houders van het voorkooprecht, met toepassing van de artikelen 266, § 3, eerste en tweede lid en 269, § 1, tweede lid geschieden met andere communicatiemiddelen en met name via e-mail, overeenkomstig de ordonnantie van 13 februari 2014 betreffende communicatie via elektronische weg in het kader van de betrekkingen met de overheden van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. »</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-211\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 211</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 275 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° het eerste en het tweede lid worden samengevoegd in één § 1; 2° in het eerste lid van de nieuwe § 1, na de woorden « de stedenbouwkundige inlichtingen te verstrekken over de gewestelijke of gemeentelijke verordenende bepalingen betreffende een goed », worden de volgende woorden toegevoegd : « De stedenbouwkundige inlichtingen worden verstrekt tegen een vaste retributie van 80 euro, die kan worden verdubbeld voor de aanvragen tot dringende verstrekking binnen de vijf werkdagen.Het bedrag van de retributie wordt jaarlijks aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het Koninkrijk De aanpassing gebeurt door het verschuldigde bedrag te vermenigvuldigen met een coëfficiënt die verkregen wordt door het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand januari van het jaar waarin het bedrag verschuldigd is, te delen door het indexcijfer van de maand januari van het jaar dat voorafgaat aan dat jaar waarin het bedrag verschuldigd is. Na toepassing van die coëfficiënt, wordt het bedrag afgerond naar het hogere veelvoud van 10 cent. »; 3° in het eerste lid van de nieuwe § 1, worden na de woorden « aan degenen die erom verzoeken » de woorden « daarbij inbegrepen de publiekrechtelijke rechtspersoon bedoeld in artikel 123/2, § 1, 1° » ingevoegd;4° het derde lid wordt § 2 en wordt als volgt vervangen : « § 2.De gemeenten zijn verplicht om, binnen dertig dagen na de ontvangst van de in artikel 276/1 bedoelde korte beschrijving, aan de houder van een zakelijk recht die de intentie heeft om het onroerend goed waarop dit recht betrekking heeft te verkopen of te verhuren voor een periode van meer dan negen jaar of om er een erfpachtrecht of recht van opstal op te vestigen, of aan de persoon die deze houder een mandaat geeft om dat te doen, naast de inlichtingen bedoeld in § 1 de volgende informatie mee te delen met betrekking tot de toestand van het goed, gelet op de administratieve gegevens waarover zij beschikken : 1° de datum en het opschrift van de laatste relevante attesten, vergunningen en toelatingen die werden toegekend of geweigerd m.b.t. dit goed; 2° de datum en het voorwerp van eventuele vaststellingen van overtredingen betreffende het goed, opgesteld in het kader van de artikelen 300 en 301, en de gevolgen die eraan werden gegeven.»; 5° het vierde lid wordt geschrapt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-212\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 212</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een als volgt opgesteld nieuw artikel 276/1 wordt in het Wetboek opgenomen : « Art. 276/1.De houder van een zakelijk recht die de intentie heeft om het onroerend goed waarop dit recht betrekking heeft te verkopen of te verhuren voor een periode van meer dan negen jaar of om er een erfpachtrecht of recht van opstal op te vestigen, of de persoon die deze houder machtigt om dat te doen, moet vooraf, van de gemeente op wier grondgebied het goed zich bevindt, de onder artikel 275 opgesomde stedenbouwkundige inlichtingen verkrijgen Op het moment dat die persoon deze stedenbouwkundige inlichtingen aanvraagt, dient hij een bondige beschrijving over te leggen van het betreffende goed, in zijn feitelijk bestaande toestand op het moment van de aanvraag. Deze bondige beschrijving, waarvan de Regering de inhoud vaststelt, geeft het aantal wooneenheden aan dat het goed omvat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vóór de ondertekening van de authentieke akte, dient de persoon bedoeld in het eerste lid aan de koper de stedenbouwkundige inlichtingen mede te delen, samen met de bondige beschrijving van het goed die bij de aanvraag van de stedenbouwkundige inlichtingen werd gevoegd. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-213\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 213</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 278, eerste lid, van het Wetboek, worden de woorden « alsook over de inhoud van de stedenbouwkundige verklaringen die in overeenstemming met artikel 205/1 werden ingediend » geschrapt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-214\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 214</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 280 van het Wetboek wordt als volgt gewijzigd : 1° het tweede lid wordt opgeheven;2° er wordt een nieuw lid toegevoegd dat als volgt luidt : « Wanneer de gemeente de stedenbouwkundige inlichtingen niet verstrekt binnen de in artikel 275 voorziene termijn, geeft de in het eerste lid bedoelde bekendmaking aan op welke datum de aanvraag van stedenbouwkundige inlichtingen werd verstuurd naar de gemeente.Het bewijs van de verzending van de aanvraag en de bondige beschrijving die is bedoeld in artikel 276/1 worden kosteloos ter beschikking gesteld van alle belanghebbenden. »</p></div>", "next": 239256}