{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten houdende diverse bepalingen (I) (hierna : belangrijkste voorwaarden (oud)) van toepassing blijven tot op het ogenblik dat ze vervangen worden door een regeling in onderhavige gedragscode, de door de Commissie goedgekeurde standaardcontracten of de door de Commissie goedgekeurde toegangsreglementen met betrekking tot de daarin behandelde onderwerpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toevoeging van de woorden « met betrekking tot de daarin behandelde onderwerpen » in artikel 238, § 1, gebeurde om de volgende reden. De materies vervat in de belangrijkste voorwaarden (oud) worden in onderhavige gedragscode inhoudelijk voortaan geregeld door de standaardcontracten, de toegangsreglementen of onderhavige gedragscode zelf. Het is bijgevolg niet zo dat de belangrijkste voorwaarden (oud) uitsluitend vervangen worden door de standaardcontracten. Bepaalde aangelegenheden vervat in de belangrijkste voorwaarden (oud) worden voortaan geregeld in de toegangsreglementen, nog andere in onderhavige gedragscode zelf. De rechtskracht van de belangrijkste voorwaarden (oud) zal dus uitdoven naargelang de respectieve daarin vervatte materies worden overgenomen (opnieuw behandeld) in de goedgekeurde standaardcontracten, de goedgekeurde toegangsreglementen of in onderhavige gedragscode zelf, behalve dan voor wat de op het ogenblik van inwerkingtreding van de nieuwe gedragscode in uitvoering zijnde vervoerscontracten betreft (cfr. infra artikel 240).</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder heeft de Commissie in §§ 2 en 3 bepaald dat de goedgekeurde netwerkcodes en indicatieve vervoersprogramma's van toepassing blijven tot op de datum van inwerkingtreding van de met toepassing van de gaswet en/of dit besluit door de Commissie goedgekeurde toegangsreglementen en dienstenprogramma's. De huidige netwerkcodes worden immers inhoudelijk vervangen door de toegangsreglementen, dewelke evenwel een ruimere inhoud hebben gekregen. De inhoud van de indicatieve vervoersprogramma's wordt voortaan geregeld in de dienstenprogramma's. De rechtskracht van de in het verleden door de Commissie goedgekeurde netwerkcodes en indicatieve vervoersprogramma's zal bijgevolg uitdoven naargelang de goedgekeurde toegangsreglementen resp. dienstenprogramma's tot stand komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 239 heeft tot doel de bepalingen van onderhavig koninklijk besluit die voor hun toepassing afhangen van het toegangsreglement effectief te maken in afwachting van de goedkeuring van de toegangsreglementen zelf. Tot dan gelden de verplichtingen ter zake voorzien in de krachtens de vorige gedragscode goedgekeurde netwerkcodes.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 240 werkt de uitzondering van artikel 238, § 1 uit voor de op het ogenblik van de inwerkingtreding van onderhavig koninklijk besluit bestaande vervoerscontracten. De op het ogenblik van inwerkingtreding van onderhavige gedragscode in uitvoering zijnde vervoerscontracten blijven met toepassing van artikel 240 onderworpen aan de belangrijkste voorwaarden (oud), met dien verstande dat onderhavige gedragscode en het respectieve toegangsreglement, dewelke volgens de Commissie van openbare orde zijn, onmiddellijk van toepassing worden op deze contracten. Concreet betekent dit dat de op het ogenblik van inwerkingtreding van onderhavige gedragscode in uitvoering zijnde vervoerscontracten niet moeten (maar vanzelfsprekend mogen) worden aangepast aan de door de Commissie goedgekeurde standaardcontracten, doch wel onderworpen zijn aan de overige bepalingen van onderhavige gedragscode (en dus ook het toegangsreglement). Van de toepassing van de belangrijkste voorwaarden (oud) op de op het ogenblik van inwerkingtreding van onderhavige gedragscode bestaande vervoerscontracten zal weliswaar in de praktijk niet veel meer overblijven (in elk geval wel de opzegvoorwaarden en aansprakelijkheidsregels van de vervoersonderneming of netgebruiker) aangezien de inhoud ervan voornamelijk wordt overgenomen in onderhavig koninklijk besluit zelf en/of in het toegangsreglement.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overgangsregeling van artikelen 238 en 240 doet geen afbreuk aan artikel 15/19 van de gaswet. HOOFDSTUK 1 1. - Uitvoeringsbepaling Artikel 241 behoeft geen verdere commentaar. _______ Nota (1) Toegevoegd bij artikel 24 van de wet van 1 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2005 numac 2005011251 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2005 numac 2005011250 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2005 numac 2005000438 bron federaal agentschap voor nucleaire controle Wet betreffende de toepassing van het Aanvullend Protocol van 22 september 1998 bij de Internationale Overeenkomst van 5 april 1973 ter uitvoering van artikel III, leden 1 en 4, van het Verdrag van 1 juli 1968 inzake de niet-verspreiding van kernwapens sluiten tot wijziging van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/1965 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen - dat artikel 15/5, §3 vervangt waarop het koninklijk besluit van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/05/2003 numac 2003011264 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas sluiten betreffende de gedragscode gebaseerd was - en gewijzigd bij artikel 65 van de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/02/2013 numac 2013000041 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2006 numac 2006021363 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2006 numac 2006021365 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten houdende diverse bepalingen. (2) Krachtens artikel 65 van de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/02/2013 numac 2013000041 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2006 numac 2006021363 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2006 numac 2006021365 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten houdende diverse bepalingen (3) ERGEG, Guidelines for Good Practice Open Season Procedures (GGPOS), 21 mei 2007: zie http://www.ceer-eu.org/-CEER&amp;ERGEG papers Gas 2007. (4) ERGEG Guidelines of Good Practice for Gas Balancing (GGPGB), 6 December 2006 : zie http://www.ceer-eu.org/ - CEER &amp; ERGEG papers Gas 2006. (5) www.easee-gas.org (6) Interoperability issues, 12th meeting of the Madrid Forum - 20-21 February 2007: zie http://ec.europa.eu/energy/gas/madrid/12 euro en.htm. (7) ERGEG Guidelines for Good TPA Practice for Storage System Operators (GGPSSO), 23 March 2005 : zie http://www.ceer-eu.org/ - CEER &amp; ERGEG papers Gas 2006. (8) Zie hoofdstuk 4, afdeling 4.8. (9) Draft Guidelines of Good Practice on Third Party Access for LNG System Operators (GGPLNG) - An ERGEG Public Consultation Paper, 11 December 2007 &amp; An ERGEG conclusions Paper, 7 May 2008 : zie http://www.ceer-eu.org/ - Closed Public Consultations Gas GGPLNG; (10) In de bestaande langetermijn LNG-contracten, in de bijlage inzake operational rules.Deze werden uitgewerkt op basis van de belangrijkste voorwaarden van Fluxys LNG, zoals goedgekeurd bij beslissing van de Commissie (B)040617-CDC-245/3 « Beslissing over de vraag tot goedkeuring van de belangrijkste voorwaarden voor de toegang tot de methaangasterminal van Zeebrugge van de NV FLUXYS LNG » d.d. 17 juni 2004. (11) Zie het slotmechanisme, uitgelegd in de hiervoor vermelde belangrijkste voorwaarden. (12) Zie hoofdstuk 4, afdeling 4.8. (13) koninklijk besluit van 12 juni 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/2001 numac 2001011258 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas sluiten betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas Ik heb de eer te zijn, Sire, van zijne Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer trouwe dienaar, De Minister van Energie, P.MAGNETTE ADVIES 48.900/3 VAN 22 NOVEMBER 2010 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling Wetgeving, derde kamer, op 4 november 2010 door de Minister van Energie verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit \"betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/2001 numac 2001011258 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas sluiten betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas\", heeft het volgende advies gegeven : Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorafgaande opmerking 2. Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken.Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als ze te oordelen heeft of het vaststellen of het wijzigen van een verordening noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strekking van het ontwerp 3. Artikel 15/5undecies, § 1, eerste lid, van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/1965 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (hierna : gaswet), bepaalt dat de Koning, op voorstel van de Commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas (CREG), een gedragscode vaststelt met betrekking tot de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie.In het tweede lid van artikel 15/5undecies, § 1, van de gaswet worden de aangelegenheden opgesomd die in de gedragscode worden geregeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 1 juni 2010 heeft de Raad van State advies 48.150/3 gegeven over een ontwerp van koninklijk besluit betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/2001 numac 2001011258 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas sluiten betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas.</p>\n<p class=\"lf-p\">Thans worden aan de Raad van State een aantal wijzigingen aan dit ontwerp voorgelegd. Het gaat meer bepaald om wijzigingen aan de artikelen 94, § 3, en 145, en om de invoeging van een nieuw artikel 234.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderzoek van de tekst Aanhef 4. In het zevende lid van de aanhef van het ontwerp wordt verwezen naar het hiervoor genoemde advies 48.150/3. Uiteraard zal dat lid aangevuld moeten worden met een verwijzing naar het thans voorliggende advies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 234 5. Het nieuwe artikel 234 voorziet in de verplichting voor de beheerder van het aardgasvervoersnet, de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas en/of de beheerder van de LNG-installatie om allerlei inlichtingen mede te delen aan de Algemene Directie Energie van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie. Blijkens het verslag aan de Koning gebeurt de verstrekking van die informatie in het kader van de uitoefening van de bevoegdheid van de genoemde directie op het gebied van veiligheid en betrouwbaarheid van de aardgasinfrastructuur, en hebben de mede te delen inlichtingen betrekking op de investeringen of de evaluatie van de investeringsprojecten, het beheer van een congestie of een dreigende congestie, de kwaliteit en de betrouwbaarheid van de infrastructuur, het incidentenbeheer en het beheer van noodsituaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Al de bedoelde inlichtingen moeten reeds worden meegedeeld aan de CREG, in het kader van de uitoefening van haar controlebevoegdheid (1).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is de Raad van State niet duidelijk welke wetsbepaling een rechtsgrond zou kunnen bieden voor artikel 234. Noch artikel 15/5undecies, § 1, van de aardgaswet, noch enige andere bepaling van deze wet lijken te voorzien in de mogelijkheid voor de Koning om aan de betrokken beheerders een verplichting op te leggen tot mededeling van bepaalde inlichtingen aan de Algemene Directie Energie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebreke van een deugdelijke rechtsgrond moet artikel 234 uit het ontwerp worden weggelaten(2).</p>\n<p class=\"lf-p\">De kamer was samengesteld uit : De heren : P. Lemmens, kamervoorzitter;</p>\n<p class=\"lf-p\">J. Smets en B. Seutin, staatsraden;</p>\n<p class=\"lf-p\">J. Velaers, assessor van de afdeling Wetgeving;</p>\n<p class=\"lf-p\">Mevr. A.-M. Goossens, griffier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verslag werd uitgebracht door de heer P. Depuydt, eerste auditeur-afdelingshoofd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De griffier, A.-M. Goossens.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorzitter, P. Lemmens. (1) Het is trouwens met verwijzing naar de desbetreffende bepalingen van het ontworpen koninklijk besluit dat de aan de federale overheidsdienst mede te delen inlichtingen in het nieuwe artikel 234 worden omschreven.(2) Indien de stellers van het ontwerp alsnog een rechtsgrond vinden, of indien de wetgever alsnog in een rechtsgrond zou voorzien, en indien artikel 234 dus in het ontwerp behouden blijft, dienen de stellers van het ontwerp na te gaan of de kruisverwijzingen in het ontwerp geen aanpassing behoeven.Zo zou in artikel 241 in elk geval verwezen moeten worden naar artikel 239, § 1, in plaats van naar artikel 238, § 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">ADVIES 48.150/3 VAN 1 JUNI 2010 VAN DE AFDELING WETGEVING VAN DE RAAD VAN STATE De Raad van State, afdeling Wetgeving, derde kamer, op 20 april 2010 door de Minister van Energie verzocht hem, binnen een termijn van dertig dagen, verlengd tot 15 juni 2010, van advies te dienen over een ontwerp van koninklijk besluit \"betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/2001 numac 2001011258 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas sluiten betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas\", heeft het volgende advies gegeven : Met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, heeft de afdeling Wetgeving zich toegespitst op het onderzoek van de bevoegdheid van de steller van de handeling, van de rechtsgrond, alsmede van de vraag of aan de te vervullen vormvereisten is voldaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorafgaande opmerking Rekening houdend met het ogenblik waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht van de regering op het feit dat de ontstentenis van de controle die het Parlement krachtens de Grondwet moet kunnen uitoefenen, tot gevolg heeft dat de regering niet over de volheid van haar bevoegdheid beschikt. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of dit ontwerp in die beperkte bevoegdheid kan worden ingepast, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van het geheel van de feitelijke gegevens welke de regering in aanmerking kan nemen als ze te oordelen heeft of het vaststellen of het wijzigen van een verordening noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strekking van het ontwerp Artikel 15/5, § 3, van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/1965 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen (hierna : gaswet), ingevoegd bij de wet van 29 april 1999 en gewijzigd bij de wet van 16 juli 2001, bepaalde dat de Koning, op voorstel van de Commissie voor de regulering van de elektriciteit en het gas (CREG), een gedragscode zou vaststellen inzake de toegang tot de vervoersnetten, waarin de in die bepaling opgesomde aangelegenheden zouden worden geregeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Grotendeels op basis van deze bepaling kwam een koninklijk besluit van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/05/2003 numac 2003011264 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas sluiten betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas tot stand. Dit koninklijk besluit is evenwel vernietigd, in zoverre het toepassing vindt op doorvoeractiviteiten in de zin van de Richtlijn 91/296/EEG van de Raad van 31 mei 1991 betreffende de doorvoer van aardgas via de hoofdnetten en artikel 1, 7°bis, van de gaswet, omwille van het niet opnieuw raadplegen van de Raad van State, afdeling Wetgeving, nadat in het ontwerp, na een eerste advies van de Raad van State, ingrijpende wijzigingen waren aangebracht (1).</p>\n<p class=\"lf-p\">Inmiddels is de inhoud van artikel 15/5, § 3, van de gaswet bij de wet van 1 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2005 numac 2005011251 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2005 numac 2005011250 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2005 numac 2005000438 bron federaal agentschap voor nucleaire controle Wet betreffende de toepassing van het Aanvullend Protocol van 22 september 1998 bij de Internationale Overeenkomst van 5 april 1973 ter uitvoering van artikel III, leden 1 en 4, van het Verdrag van 1 juli 1968 inzake de niet-verspreiding van kernwapens sluiten met een beperkt aantal wijzigingen overgebracht naar artikel 15/5undecies, § 1, van de gaswet. Volgens het eerste lid van dat artikel 15/5undecies, § 1, stelt de Koning, op voorstel van de CREG, een gedragscode vast met betrekking tot de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie. In het tweede lid van artikel 15/5undecies, § 1, worden de aangelegenheden opgesomd die in de gedragscode worden geregeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voor advies voorgelegde ontwerp van koninklijk besluit strekt tot het invoeren van een nieuwe gedragscode, ter vervanging van de gedeeltelijk vernietigde gedragscode van 4 april 2003. Deel I van het ontwerp bevat algemene bepalingen (artikelen 1 tot 108). Deel II bevat specifieke bepalingen, respectievelijk voor aardgasvervoer, opslag van aardgas, en LNG (artikelen 109 tot 233). Dat deel bevat ook strafbepalingen en wijzigings-, opheffings- en overgangsbepalingen (artikelen 234 tot 240). Zo wordt een artikel ingevoegd in het koninklijk besluit van 12 juni 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/2001 numac 2001011258 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas sluiten betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas, en worden een aantal bepalingen van dat besluit opgeheven (artikelen 235 en 237 van het ontwerp).</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtsgrond Onder voorbehoud van hetgeen hierna wordt opgemerkt, vindt het ontworpen besluit rechtsgrond in het genoemde artikel 15/5undecies, § 1, van de gaswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtsgrond voor de wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/2001 numac 2001011258 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas sluiten betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas (artikelen 235 en 237 van het ontwerp), is te vinden in artikel 15/4 van de gaswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtsgrond voor de strafbaarstelling van inbreuken op de bepalingen van het ontworpen besluit (artikel 234 van het ontwerp) is te vinden in artikel 20/1, § 2, van de gaswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals in het verslag aan de Koning (deel 1, hoofdlijnen, punt 2.1) wordt aangegeven, dient het ontwerp ook rekening te houden met de dwingende bepalingen van verordening (EG) nr. 1775/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten. Deze verordening is \"ingetrokken\" (lees : opgeheven) bij verordening (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1775/2005, maar deze laatste verordening wordt pas van kracht vanaf 3 maart 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 12 van Verordening (EG) nr. 1775/2005 laat het recht van de lidstaten onverlet om maatregelen te handhaven of in te voeren die meer gedetailleerde voorschriften bevatten dan die welke vervat zijn in de verordening en in de richtsnoeren gevoegd als bijlage bij de verordening. Volgens de gemachtigde is van die mogelijkheid voor bepaalde gedeelten van het ontwerp, nader aangegeven in het verslag aan de Koning, gebruik gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderzoek van de tekst Aanhef De gemachtigde kon niet aangeven waarom in het eerste lid van de aanhef naar artikel 108 van de Grondwet wordt verwezen. Voor zover kon worden nagegaan, is dit ook niet noodzakelijk. Dat eerste lid kan dan ook worden weggelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het tweede lid van de aanhef wordt verwezen naar een aantal artikelen van de gaswet. Die artikelen moeten in de numerieke volgorde worden opgesomd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorts moet de vermelding van de artikelen van de wijzigende wetten vervallen, en moet in de Nederlandse tekst worden geschreven \"ingevoegd\" in plaats van \"toegevoegd\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten slotte moet bij artikel 20/1, § 2, vermeld worden dat die bepaling is gewijzigd bij de wet van 26 juni 2000Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/07/2000 numac 2000003440 bron ministerie van financien Wet betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/2000 numac 2000000526 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot beperking van de helft van de devolutieve kracht van de lijststemmen en tot afschaffing van het onderscheid tussen kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers voor de verkiezing van de provincie- en gemeenteraden en het Europees Parlement type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/07/2000 numac 2000000537 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur en de wet van 12 november 1997 betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten sluiten. De verwijzing naar de wijzigende wet van 16 maart 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/03/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/03/2007 numac 2007011115 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige en andere producten door middel van leidingen en van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt sluiten moet daarentegen weggelaten worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de aanhef moeten, na het huidige tweede lid, leden worden ingevoegd waarin wordt verwezen naar de besluiten die bij het ontworpen besluit worden opgeheven of gewijzigd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Naar aanleiding van vragen betreffende de overeenstemming tussen de definities vervat in artikel 1, § 2, van het ontwerp en die vervat in artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1775/2005, heeft de gemachtigde opgemerkt dat de definitie van \"lange termijn verbintenissen\" (artikel 1, § 2, 25°, van het ontwerp) beter vervangen kan worden door een definitie van \"langetermijndiensten\" (zie artikel 2, lid 1, 14., van de verordening) Met die opmerking kan ingestemd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op hetgeen bepaald wordt in artikel 1, § 1, van het ontwerp, gelezen in samenhang met artikel 1, 42°, van de gaswet, is de definitie van \"beheerders\" (artikel 1, § 2, 31°, van het ontwerp) overbodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vermelding \"zoals van tijd tot tijd gewijzigd\" in artikel 1, § 2, 40° en 55°, dient te worden geschrapt. Artikelen 2 tot 4 De term \"derdentoegangsdiensten\" is afkomstig uit Verordening nr. 1775/2005, maar wordt daarin niet gedefinieerd of omschreven. Ze heeft betrekking op de diensten voor de netgebruikers. Aangezien deze term ook niet gebruikt of omschreven wordt in de Belgische regelgeving, verdient het wellicht aanbeveling hem te vervangen door \"diensten voor de netgebruikers\". Indien de term \"derdentoegangsdiensten\" behouden blijft, zou die term best gedefinieerd worden (in artikel 1, § 2).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 31</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 31, § 1, is sprake van \"terminaldiensten\". Conform de elders in het ontwerp gehanteerde terminologie, zou de term \"LNG-diensten\" gebruikt moeten worden (2) De kamer was samengesteld uit : De heren : P. Lemmens, kamervoorzitter;</p>\n<p class=\"lf-p\">J. Smets en B. Seutin, staatsraden;</p>\n<p class=\"lf-p\">H. Cousy en J. Velaers, assessoren van de afdeling Wetgeving;</p>\n<p class=\"lf-p\">Mevr. M. Verschraeghen, toegevoegd griffier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verslag werd uitgebracht door de heer P. Depuydt, eerste auditeur-afdelingshoofd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De griffier, M. Verschraeghen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorzitter, P. Lemmens. (1) R.v.St., afdeling Bestuursrechtspraak, 6 november 2006, NV Distrigas en CV Distrigas en C°, nr. 164.368. (2) De stellers van het ontwerp zouden moeten nagaan of deze opmerking ook geldt voor andere bepalingen van het ontwerp. 23 DECEMBER 2010. - Koninklijk besluit betreffende de gedragscode inzake de toegang tot het aardgasvervoersnet, de opslaginstallatie voor aardgas en de LNG-installatie en tot wijziging van het koninklijk besluit van 12 juni 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/2001 numac 2001011258 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas sluiten betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/1965 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen, inzonderheid de artikelen 15/4, ingevoegd bij artikel 11 van de wet van 29 april 1999, 15/5undecies, § 1, ingevoegd bij artikel 24 van de wet van 1 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2005 numac 2005011251 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 12 april 1965 betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2005 numac 2005011250 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2005 numac 2005000438 bron federaal agentschap voor nucleaire controle Wet betreffende de toepassing van het Aanvullend Protocol van 22 september 1998 bij de Internationale Overeenkomst van 5 april 1973 ter uitvoering van artikel III, leden 1 en 4, van het Verdrag van 1 juli 1968 inzake de niet-verspreiding van kernwapens sluiten en gewijzigd bij de wet van 27 december 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/02/2013 numac 2013000041 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende diverse bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2006 numac 2006021363 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/12/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/12/2006 numac 2006021365 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen (1) sluiten, en 20/1, § 2, ingevoegd bij artikel 21 van de wet van 29 april 1999 en gewijzigd bij de wet van 26 juni 2000Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/07/2000 numac 2000003440 bron ministerie van financien Wet betreffende de invoering van de euro in de wetgeving die betrekking heeft op aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/2000 numac 2000000526 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot beperking van de helft van de devolutieve kracht van de lijststemmen en tot afschaffing van het onderscheid tussen kandidaat-titularissen en kandidaat-opvolgers voor de verkiezing van de provincie- en gemeenteraden en het Europees Parlement type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/2000 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/07/2000 numac 2000000537 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 11 april 1994 betreffende de openbaarheid van bestuur en de wet van 12 november 1997 betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten sluiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het koninklijk besluit van 12 juni 2001Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/2001 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/2001 numac 2001011258 bron ministerie van economische zaken Koninklijk besluit betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas sluiten betreffende de algemene voorwaarden voor de levering van aardgas en de toekenningsvoorwaarden van de leveringsvergunningen voor aardgas;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het koninklijk besluit van 4 april 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/05/2003 numac 2003011264 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Koninklijk besluit betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas sluiten betreffende de gedragscode inzake toegang tot de vervoersnetten voor aardgas;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het voorstel van de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas van 16 juli 2009;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het advies van de Inspecteur van Financiën, gegeven op 2 februari 2010;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de akkoordbevinding van Onze Staatssecretaris voor Begroting, gegeven op 24 februari 2010;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het advies 48.150/3 van de Raad van State, gegeven op 1 juni 2010, evenals het advies 48.900/3 gegeven op 22 november 2010, met toepassing van artikel 84, § 3, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de voordracht van Onze Minister voor Klimaat en Energie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : DEEL I. - ALGEMENE BEPALINGEN HOOFDSTUK 1. - Definities Artikel 1.§ 1. De definities vervat in artikel 1 van de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/1965 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidingen zijn van toepassing op dit besluit. § 2. Bovendien wordt voor de toepassing van dit besluit verstaan onder : 1. « bevrachter » : de netgebruiker die een aardgasvervoerscontract heeft afgesloten met de beheerder van het aardgasvervoersnet;2. « capaciteit » : het debiet, uitgedrukt in genormaliseerde kubieke meter per tijdseenheid;3. « toegewezen capaciteit » : het deel of het geheel van de door de gebruiker gevraagde capaciteit dat wordt vastgelegd in het vervoerscontract, ook onderschreven capaciteit genoemd;4. « uitzendcapaciteit » : de capaciteit waarmee aardgas uit een opslaginstallatie voor aardgas kan worden onttrokken;5. « injectiecapaciteit » : de capaciteit waarmee aardgas in een opslaginstallatie voor aardgas kan worden geïnjecteerd;6. « reservecapaciteit » : de hoeveelheid capaciteit bovenop de nodige capaciteit onder normale netomstandigheden die kan worden gebruikt voor het opvangen van incidenten;7. « opslagcapaciteit » : de hoeveelheid aardgas die maximaal in de opslaginstallatie voor aardgas kan worden geïnjecteerd en daaruit kan worden onttrokken, met uitzondering van het in de opslaginstallatie voor aardgas aanwezige buffer- of kussengas nodig voor het operationeel beheer van de opslaginstallatie voor aardgas;8. « beschikbare capaciteit » : het deel van de bruikbare capaciteit dat nog niet is toegewezen en beschikbaar is voor de netgebruikers;9. « vaste capaciteit » : de capaciteit die contractueel onvoorwaardelijk verzekerd wordt door de beheerder;10. « onderbreekbare capaciteit » : de niet-vaste capaciteit die door de beheerder onvoorwaardelijk kan onderbroken worden;11. « beschikbare operationele capaciteit » : het verschil tussen de bruikbare en de totaal genomineerde capaciteit;12. « bruikbare capaciteit » : de maximale capaciteit die de beheerder kan aanbieden aan de netgebruikers rekening houdend met de systeemintegriteit en de operationele behoeften van het vervoernet;13. « SLP-afnemer » : de eindafnemer die aangesloten is op het net van een distributienetbeheerder en voor dewelke de toewijzing van aardgashoeveelheden een door de distributienetbeheerder gedefinieerd afnamepatroon (SLP - Synthetic Load Profile) vereist;14. « contractuele congestie » : situatie waarbij het niveau van de vraag naar vaste capaciteit groter is dan de bruikbare capaciteit;15. « fysieke congestie » : een situatie waarbij op een bepaald tijdstip het niveau van de vraag van de netgebruikers naar werkelijke leveringen groter is dan de bruikbare capaciteit;16. « aansluitingscontract » : het door de eindafnemer en de beheerder van het aardgasvervoersnet ondertekende contract voor de toegang van de eindafnemer tot het aardgasvervoersnet, met inbegrip van de fysische aansluiting;17. « DNB-aansluitingscontract » : het door de distributienetbeheerder en de beheerder van het aardgasvervoersnet ondertekende contract voor de toegang van de distributienetbeheerder tot het aardgasvervoersnet, met inbegrip van de fysische aansluiting;18.</p>\n<p class=\"lf-p\">« vervoerscontract » : het door de bevrachter, opslaggebruiker of terminalgebruiker met de betrokken beheerder ondertekende contract voor de toegang tot het vervoernet samen met de in dit kader toegewezen vervoersdiensten, respectievelijk het aardgasvervoers-, opslag- en LNG-contract;19. « standaardcontract(en) » : de in artikel 3, 1 tot 5° bedoelde standaardcontracten voor de toegang tot het vervoernet;20. « operationele akkoorden » : akkoorden tussen individuele netgebruikers en de beheerder die kunnen bijdragen tot een verhoging van het aanbod van vervoersdiensten, zoals onder meer het akkoord dat de beheerder toelaat een netgebruiker, tegen een financiële compensatie, te verzoeken een hoeveelheid aardgas te injecteren in het aardgasvervoersnet op een bepaald moment en voor een bepaalde duur;21. « aanvraag » : de aanvraag om toegang te verkrijgen tot een vervoernet;22. « aanvrager » : elke natuurlijke of rechtspersoon die zijn wil te kennen heeft gegeven om toegang te verkrijgen tot een vervoernet door het indienen van een aanvraag overeenkomstig de gaswet en dit besluit alsook elke andere kandidaat-netgebruiker;23. « onevenwicht » : toestand waarin een gebruiker zich bevindt wanneer binnen en/of op het einde van de balanceringsperiode het verschil tussen de door de gebruiker in het vervoernet geïnjecteerde en afgenomen hoeveelheid aardgas uitgedrukt in energie-eenheden, buiten de tolerantiewaarden valt;24. « netonevenwicht » : het resultaat van de som van de individuele onevenwichten van alle gebruikers;25. « langetermijndiensten » : door de beheerder aangeboden diensten met een duur van één jaar of meer;26. « toeleverende vervoeronderneming » : elke beheerder en/of elke aangrenzende netbeheerder die voor rekening van haar netgebruikers aardgas injecteert in het vervoernet;27. « netevenwicht » : het evenwicht dat per balanceringsperiode op een vervoernet bereikt wordt doordat de gebruikers een hoeveelheid aardgas in het vervoernet injecteren welke binnen de tolerantiewaarden gelijk is aan de hoeveelheid aardgas die ze ervan afnemen;28. « dienstenformulier » : bijlage van het vervoerscontract via dewelke de bevrachter, opslaggebruiker, terminalgebruiker een vervoersdienst onderschrijven bij de betrokken beheerder;29. « toegewezen aardgas » : het deel van de aardgasstroom op een meetpunt dat aan de netgebruiker wordt toegewezen;30. « aardgas voor eigen gebruik » : het aardgas dat door de beheerder voor de uitoefening van zijn werkzaamheden wordt verbruikt met inbegrip van de verliezen;31. « distributienetbeheerder » : elke beheerder van een distributienet daartoe aangewezen conform de geldende regionale regelgeving;32. « aangrenzende netbeheerders » : de netbeheerders die een vervoernet in het buitenland dat rechtstreeks aangesloten is op het aardgasvervoersnet exploiteren en de ondernemingen die upstream-installaties exploiteren;33. « incident » : toestand van een vervoernet waarbij, zonder tussenkomst van de markt en/of bijstand van de beheerder, de systeemintegriteit niet langer gevrijwaard is en het vervoer derhalve niet langer gegarandeerd is, veroorzaakt door ofwel een technisch probleem ofwel een fout of nalatigheid van één of meerdere netgebruikers;34.</p>\n<p class=\"lf-p\">« vertrouwelijke informatie » : de commerciële gegevens betreffende een netgebruiker of aanvrager, met inbegrip van elke aanvraag zelf, al dan niet rechtstreeks meegedeeld aan een beheerder, met uitzondering van de informatie die algemeen bekend is bij het publiek, anders dan door het onrechtmatig toedoen van de beheerder;35. « systeemintegriteit » : elke toestand van een vervoernet of een vervoerinstallatie waarbij de druk, de kwaliteit van het aardgas en de technische specificaties eigen aan de vervoerinstallatie, binnen de door de beheerder gestelde minimum en maximum grenzen blijven zodat het vervoer van aardgas en de werking van de vervoerinstallaties technisch gewaarborgd zijn en de voorziene uitbating ook op langere termijn niet in het gedrang komt;36. « interoperabiliteit » : graad van uitwisselbaarheid van aardgas binnen de vervoernetten en tussen de vervoerondernemingen; 37. « dag » : de periode van drieëntwintig (23), vierentwintig (24) of vijfentwintig (25) uren die, afhankelijk van het geval, om 6.00 uur (Belgisch uur) start en die de volgende dag om 06.00 (Belgisch uur) uur eindigt. De datum van de dag komt overeen met de datum van de start van deze dag; 38. « werkdag » : elke dag, met uitzondering van zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen;39. « gaswet » : de wet van 12 april 1965Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/04/1965 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/03/2007 numac 2007000126 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van het loon der werknemers sluiten betreffende het vervoer van gasachtige produkten en andere door middel van leidingen;40. « day-ahead markt » : de primaire markt waarop de beheerder elke dag gereguleerde diensten voor de volgende dag aanbiedt;41. « primaire markt » : markt van vervoersdiensten die rechtstreeks door de beheerder verhandeld worden;42. « secundaire markt » : het geheel van transacties van capaciteit en flexibiliteit elders dan op de primaire markt;43. « nominatie » : het vooraf melden door de gebruiker aan de beheerder van de hoeveelheid energie per tijdseenheid die hij binnen de door hem onderschreven vervoersdiensten wenst te gebruiken;44. « balanceringsperiode » : de periode waarbinnen de afname van een hoeveelheid aardgas, uitgedrukt in energie-eenheden, door elke gebruiker binnen zijn tolerantiewaarden gecompenseerd moet worden door de injectie van eenhoeveelheid aardgas in het vervoernet; 45. « SMP » : het Secundair Markt Platform, zijnde de internettoepassing aangeboden door de beheerders met toepassing van hoofdstuk 2, afdeling 1.5, met het oog op het verhandelen door gebruikers van onderschreven vervoersdiensten; 46. « ingangspunt » : elk fysiek punt van een vervoernet waar het aardgas kan geïnjecteerd worden op het vervoernet;47. « interconnectiepunt » : elk fysiek punt behorende tot het vervoernet waar het vervoernet aangesloten is op het vervoersnet van de aangrenzende netbeheerders of van de andere beheerders;48. « afnamepunt » : het fysieke punt waar de beheerder van het aardgasvervoersnet aan de bevrachter(s) een equivalente hoeveelheid aardgas, uitgedrukt in energie-eenheden, herlevert dat krachtens het aardgasvervoerscontract voor rekening van de bevrachter wordt vervoerd;49. « aansluitingspunt » : het fysieke punt van het aardgasvervoersnet nader bepaald op het inplantingsplan in bijlage bij het standaard (DNB-) aansluitingscontract, waar het aardgasontvangststation aangesloten is op het aardgasvervoersnet.Tenzij anders overeengekomen tussen de beheerder van het aardgasvervoersnet en respectievelijk de eindafnemer of de distributienetbeheerder, is het aansluitingspunt identiek met het afnamepunt; 50. « toevoerpatroon » : het gedrag van de netgebruiker inzake toevoer van aardgas, in termen van debiet, volume en regelmaat, op jaar-, week-, dag- en/of uurbasis;51. « afnamepatroon » : het gedrag van de netgebruiker inzake afname van aardgas, in termen van debiet, volume en regelmaat, op jaar-, week-, dag- en/of uurbasis;52.</p>\n<p class=\"lf-p\">« aansluiting » : alle leidingen en toebehoren die het bestaande aardgasvervoersnet uitbreiden tot en met het aansluitingspunt;53. « toegangsreglement » : het geheel van operationele regels verbonden met de toegang tot het vervoernet zoals onder meer bedoeld in de artikelen 3 en 29;54. « gasverordening » : Verordening (EG) nr.1775/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 28 september 2005 betreffende de voorwaarden voor de toegang tot aardgastransmissienetten; 55. « hernominatie » : het melden door een gebruiker van een geactualiseerde nominatie;56. « operationele reserve » : de hoeveelheid aardgas waarover de beheerder beschikt om de systeemintegriteit te kunnen blijven waarborgen onder andere tijdens een incident en dit gedurende de duur die minimaal nodig is voor een herpositionering van de markt;57. « flexibiliteitdienst » : elke dienst die de beheerder aanbiedt om het verschil tussen de inkomende en uitgaande aardgasstromen of de schommelingen aan het afname- of ingangspunt op te vangen;58. « basisflexibiliteitsdienst » : elke dienst die de beheerder aanbiedt om de redelijke en voorzichtig handelende gebruiker in de mogelijkheid te stellen het verschil tussen inkomende en uitgaande aardgasstromen op te vangen binnen de balanceringsperiode;59. « opslagdiensten » : de vervoersdiensten aangeboden door de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas;60. « vervoersdiensten » : de diensten door de beheerders aangeboden in het kader van aardgasvervoer met inbegrip van alle met het aardgasvervoer verbonden diensten zoals het gebruik van opslag- en LNG-installaties, de menging, de kwaliteitsconversie, de metingen, de flexibiliteits- en de hubtoegangsdiensten;61. « toegewezen vervoersdiensten » : het deel of het geheel van de door de gebruiker gevraagde vervoersdiensten dat wordt vastgelegd in het vervoerscontract, ook onderschreven vervoersdiensten genoemd;62. « voorwaardelijke vervoersdiensten » : de vervoersdiensten die, indien ze voldoen aan de in het vervoerscontract opgenomen voorwaarden en procedures, als vast gegarandeerd worden;63. « aardgasvervoersdiensten » : de vervoersdiensten aangeboden door de beheerder van het aardgasvervoersnet;64. « vaste vervoersdiensten » : de vervoersdiensten die contractueel onvoorwaardelijk verzekerd worden door de beheerder;65. « onderbreekbare vervoersdiensten » : de vervoersdiensten die door de beheerder onvoorwaardelijk kunnen onderbroken worden;66. « verbonden vervoersdiensten » : geheel van vervoersdiensten die samen aangeboden worden;67. « LNG-diensten » : de vervoersdiensten aangeboden door de beheerder van de LNG-installatie; 68. « ARS » : het Automatisch Reserveringssysteem, zijnde de internettoepassing aangeboden door de beheerders met toepassing van hoofdstuk 3, afdeling 1.2, inzonderheid met het oog op het onderschrijven door gebruikers van vervoersdiensten; 69. « aardgasontvangststation » : de installaties voor de ontvangst van aardgas (uitrusting, buizen, apparaten, instrumenten, meters, installaties, behuizingen, inrichtingen en materialen), met inbegrip van het meetstation en, in voorkomend geval een ontspanningsstation en/of ingangsafsluiter, waarop de aangesloten eindafnemer of de distributienetbeheerder de gebruiksrechten hebben, met uitzondering van de vervoerinstallaties;70.</p>\n<p class=\"lf-p\">« opslag » : elke activiteit die erin bestaat aardgas in gasvorm of in vloeibare vorm op te slaan in opslaginstallaties voor aardgas, met uitzondering van opslag van aardgas in leidingen;71. « benuttingsgraad » : de verhouding van de door de gebruiker gebruikte capaciteit en de hem toegewezen capaciteit;72. « aardgasvervoer » : gasvervoer door middel van het aardgasvervoersnet, zijnde binnenlands vervoer en doorvoer;73. « binnenlands vervoer » : aardgasvervoer, met uitzondering van doorvoer;74. « opslaggebruiker » : de netgebruiker die een opslagcontract heeft afgesloten met de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas;75. « terminalgebruiker » : de netgebruiker die een LNG-contract heeft afgesloten met de beheerder van de LNG-installatie;76. « gebruikers » : de netgebruikers welke een aardgasvervoers-, opslag- en/of LNG-contract met de beheerder hebben afgesloten, respectievelijk de bevrachter, de opslaggebruiker en/of de terminalgebruiker;77. « tolerantiewaarden » : de waarden waarbinnen een gebruiker op basis van de hem toegewezen flexibiliteitdiensten op- en neerwaarts mag afwijken van het te respecteren energie-evenwicht binnen en/of op het einde van de balanceringsperiode;78. « ingangshoofdafsluiter » : alle afsluiters met ontluchting en by-pass, deel uitmakend van het aardgasvervoersnet, waardoor het aardgasontvangststation beheerd door de eindafnemer kan worden afgesloten van het aardgasvervoersnet;79. « bruikbaar opslagvolume » : het opslagvolume dat de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas aan de opslaggebruikers kan aanbieden zonder de systeemintegriteit in gevaar te brengen;80. « bruikbaar LNG-volume » : het maximale LNG-volume dat de beheerder van de LNG-installatie aan de terminalgebruikers kan aanbieden zonder de systeemintegriteit in gevaar te brengen; HOOFDSTUK 2. - Algemene regels voor de beheerders inzake toegang tot het vervoernet, netbeheer, netontwikkeling en onafhankelijkheid Afdeling 1. - Toegang van derden</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 1.1. - Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De beheerders passen bij het aanbieden van de vervoersdiensten en de uitbating van de vervoerinstallaties volgende regels toe : 1° de beheerders baten hun vervoerinstallaties uit en onderhouden deze met economisch verantwoorde systemen en procedures die een veilige, betrouwbare en efficiënte werking ervan garanderen;2° de beheerders bieden toegang tot het vervoernet en vervoersdiensten aan op niet-discriminerende en transparante wijze op basis van door de Commissie met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de gaswet goedgekeurde belangrijkste voorwaarden;3° de beheerders beantwoorden op niet-discriminerende wijze aan de marktvraag en aan de redelijke behoeften van de netgebruikers;zij weerhouden zich ervan drempels voor toegang tot het vervoernet in te voeren of te handhaven en bieden toegang tot de vervoersdiensten aan efficiënte en competitieve voorwaarden. § 2. De beheerders bieden de vervoersdiensten, beschreven in de dienstenprogramma's bedoeld in artikel 81, aan de netgebruikers aan die deze kunnen onderschrijven via de ondertekening van dienstenformulieren nadat zij geregistreerd zijn met toepassing van hoofdstuk 3, afdeling 1.1</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De in artikel 2, § 1, 2°, bedoelde belangrijkste voorwaarden vallen voor de toepassing van dit besluit uiteen in : 1° het standaard aansluitingscontract;2° het standaard DNB-aansluitingscontract;3° het standaard aardgasvervoerscontract, onverminderd artikel 110;4° het standaard opslagcontract, onverminderd artikel 169, § 2;5° het standaard LNG-contract, onverminderd artikel 201, §§ 2 en 3;6° de toegangsreglementen voor aardgasvervoer, LNG en opslag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit de gasverordening : 1° stellen de beheerders alle bruikbare vervoersdiensten ter beschikking van de netgebruikers;2° bieden de beheerders zowel vaste als onderbreekbare vervoersdiensten aan en dit zowel op lange als op korte termijn;3° nemen de beheerders de voorwaarden die vervuld moeten zijn om tot onderbreking van vervoersdiensten over te gaan en de daarbij gehanteerde criteria op in de respectieve dienstenprogramma's;4° implementeren de beheerders gestandaardiseerde nominatie- en hernominatieprocedures in overleg met de andere beheerders en de aangrenzende netbeheerders;5° ontwikkelen de beheerders informatiesystemen en communicatiemiddelen om de transacties tussen beheerders en netgebruikers met inbegrip van de overdracht van vervoersdiensten tussen netgebruikers onderling te vereenvoudigen;6° voorzien de beheerders boekings- en confirmatiesystemen voor vervoersdiensten via beeldscherm;7° harmoniseren de beheerders de aanvraagprocedures voor de toegang tot het vervoernet met onder meer als doel de reactietijden te minimaliseren hierbij rekening houdend met de verplichtingen en afspraken die voortvloeien uit internationale overeenkomsten. Afdeling 1.2. - Open season procedure</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beheerders geven in hun investeringsplan aan voor welke investeringen zij een open season procedure zullen opstarten. De Commissie kan beslissen dat de beheerders een open season procedure houden voor investeringen waarvoor zij dit niet voorzien hebben</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Een open season procedure verloopt in de volgende stappen : 1° alvorens de open season procedure te lanceren en onverminderd artikel 33, polst de betrokken beheerder in overleg met de Commissie op niet-discriminerende wijze de effectieve marktinteresse voor het vooropgestelde investeringsproject en raadpleegt hij de aangrenzende netbeheerders en de reguleringsinstanties voor aardgas van de gewesten;2° indien het investeringsproject grensoverschrijdend is, coördineert de beheerder de open season procedure met de aangrenzende netbeheerders.Indien de beheerder daarbij problemen ondervindt, licht hij de Commissie onverwijld hierover in; 3° het vooropgestelde investeringsproject wordt door de betrokken beheerder op basis van de resultaten van 1° geëvalueerd en het resultaat van deze evaluatie wordt overgemaakt aan de Commissie;4° in geval van een positieve evaluatie gaat de betrokken beheerder over tot het opstellen van onder andere de volgende documenten : - (i) een informatiebrochure, met in elk geval een beschrijving van : o het voorgestelde investeringsproject; o de indicatieve streefdata inzake de verschillende fasen van het project; o de wijze waarop de aard (vast, onderbreekbaar, voorwaardelijk), de looptijd en de indicatieve hoeveelheid van de aangeboden vervoersdiensten zullen worden bepaald; o de wijze waarop de beheerder de vervoersdiensten met betrekking tot het vooropgestelde investeringsproject wenst toe te wijzen en o de toepasselijke selectiecriteria indien de vraag naar vervoersdiensten het aanbod overtreft; - (ii) een beschrijving van de verschillende procedurestappen; - (iii) een vertrouwelijkheidsovereenkomst - (iv) de intentieverklaring. 5° de documenten bedoeld in 4° worden aan de Commissie overgemaakt;6° rekening houdend met de eventuele opmerkingen en commentaren van de Commissie met betrekking tot de documenten bedoeld in 4°, in het bijzonder met betrekking tot de voorgenomen selectiecriteria, gaat de betrokken beheerder over tot de effectieve lancering van de open season procedure door de informatiebrochure te verspreiden bij alle bestaande en potentiële netgebruikers;7° de netgebruikers die interesse tonen om het vooropgestelde investeringsproject verder in detail te bekijken, geven in elk geval aan wat de aard en de hoeveelheid is van de vervoersdiensten die ze wensen en ondertekenen een vertrouwelijkheidsovereenkomst met de betrokken beheerder vóór het verstrijken van de aangegeven periode;8° de beheerders sturen op basis van de informatie overgemaakt door de geïnteresseerde netgebruikers het vooropgestelde investeringsproject bij en maken dit kenbaar aan de netgebruikers;9° de netgebruikers die interesse tonen om vervoersdiensten te onderschrijven in het kader van het vooropgestelde investeringsproject, ondertekenen een intentieverklaring met de betrokken beheerder vóór het verstrijken van de aangegeven periode waarna de verdere besprekingen en onderhandelingen kunnen worden aangevat; 10° de netgebruikers die na de besprekingen bedoeld in 9° effectief vervoersdiensten wensen te onderschrijven en aan de selectiecriteria bedoeld in 4° (i) voldoen, registreren zich als gebruiker bij de betrokken beheerder met toepassing van hoofdstuk 3, afdeling 1.1 vóór het verstrijken van de aangegeven periode. § 2</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheerders informeren de Commissie telkens een fase van de open season werd afgerond en minstens één keer per trimester een stand van zaken over het verloop van de open season procedure. § 3. Na registratie als gebruiker bedoeld in § 1, 10° en ondertekening van de dienstenformulieren voor de onderschreven vervoersdiensten bezorgt de betrokken beheerder aan de Commissie een kopie van alle documenten die tijdens de open season procedure ondertekend werden met de netgebruikers. § 4. De Commissie gaat op basis van de documenten bedoeld in § 3 na of de betrokken beheerder de in dit artikel bedoelde regels nageleefd heeft alsook of de procedure op transparante en niet-discriminerende wijze is verlopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de Commissie op basis van haar onderzoek onregelmatigheden vaststelt, kan ze de heropening van de procedure bevelen. Afdeling 1.3. - Toewijzingsregels</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beheerders bieden de netgebruikers, met inachtneming van de systeemintegriteit, van de continuïteit van de leveringen en van een efficiënte en veilige netexploitatie, zoveel mogelijk de vervoersdiensten zoals opgenomen in de respectieve dienstenprogramma's aan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de beginselen inzake mechanismen voor capaciteitsallocatie die voortvloeien uit de gasverordening, implementeren de beheerders niet-discriminerende en transparante mechanismen voor toewijzing van hun vervoersdiensten in het algemeen en de capaciteit en flexibiliteit in het bijzonder die : 1° passende economische signalen geven voor een efficiënt en zo groot mogelijk gebruik van de bruikbare capaciteit en flexibiliteit;2° investeringen in nieuwe infrastructuur vergemakkelijken en aanmoedigen;3° zorgen voor compatibiliteit met de marktmechanismen, met inbegrip van spotmarkten en hubs;4° flexibel en in staat zijn zich aan veranderende marktomstandigheden aan te passen;5° de toetreding van nieuwe marktdeelnemers niet belemmeren;6° de effectieve concurrentie van marktdeelnemers, inbegrepen nieuwe marktdeelnemers en bedrijven met een klein marktaandeel, niet belemmeren;7° compatibel zijn met de toewijzingsregels gehanteerd door de andere beheerders en de aangrenzende netbeheerders;8° bijdragen tot de bevoorradingszekerheid van de aardgasmarkt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 9</span><span class=\"lf-art-t\">De capaciteitstoewijzingsregels maken deel uit van het toegangsreglement bedoeld in afdeling 1.7. van dit hoofdstuk. Afdeling 1.4. - Congestiebeleid</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Onverminderd artikel 4 en de verplichtingen inzake congestiebeheer die voortvloeien uit de gasverordening, voeren de beheerders een pro-actief congestiebeleid dat gericht is op : 1° de optimale en maximale benutting van alle bruikbare capaciteiten;2° het voorkomen van contractuele congestie;3° het tijdig opsporen van toekomstige punten van fysieke congestie door op regelmatige basis en pro-actief, onder andere door middel van open season procedure, naar de marktvraag voor vervoersdiensten te peilen. § 2. Het pro-actief congestiebeleid bedoeld in § 1 veronderstelt onder meer dat : 1. investeringen en het investeringsplan bedoeld in artikel 30, § 2, gericht zijn op het voorkomen van congestie en om die reden gesteund worden op, onder andere, de resultaten van regelmatige consultaties van de markt;2. de aanpassing van bestaande en de ontwikkeling van nieuwe vervoersdiensten, onverminderd artikel 30, § 1, zowel kwalitatief als kwantitatief, gebaseerd zijn op onder meer : - overleg met andere beheerders en/of aangrenzende netbeheerders om het aanbod van hun respectieve vervoersdiensten zoveel als redelijkerwijs mogelijk op elkaar af te stemmen; - analyse en ontwikkeling van onderbreekbare vervoersdiensten; - aanwending van operationele akkoorden; - het voeren van een consistente politiek inzake overboekingen; - het evalueren op regelmatige basis van de gehanteerde capaciteitscenario's en van het bestaande aanbod van vervoersdiensten. 3. het vaststellen van het effectieve gebruik van de toegewezen vervoersdiensten gebeurt aan de hand van een doorgedreven analyse door de beheerders van het marktgedrag van de netgebruikers. § 3 De beheerders houden bij het opstellen van hun respectieve investeringsplannen rekening met de resultaten van hun congestiebeleid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De gebruiker behoudt voor zijn binnenlands vervoer niet meer vaste vervoersdiensten dan hij redelijkerwijze nodig heeft voor de uitvoering van zijn bevoorradings- en/of leveringscontracten. § 2. De gebruiker biedt de toegewezen vervoersdiensten die hij tijdelijk of permanent niet meer nodig heeft, op marktconforme wijze aan op de secundaire markt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De beheerders stellen de toegewezen ongebruikte vervoersdiensten op onderbreekbare wijze ter beschikking op de primaire markt door middel van vervoersdiensten van verschillende duur. § 2. De beheerders bieden minstens elke dag voor de daaropvolgende dag een zo hoog mogelijk percentage van de aan de gebruikers toegewezen doch niet-genomineerde capaciteit aan als onderbreekbare capaciteit. § 3. De wijze waarop en de voorwaarden waaronder deze vervoersdiensten worden aangeboden, worden door de beheerders opgenomen in de dienstenprogramma's</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De beheerders volgen voortdurend de benuttingsgraad van de vervoersdiensten door de gebruikers op. § 2. Zij houden een elektronisch register bij dat een overzicht geeft van de toegewezen vervoersdiensten en het effectieve gebruik ervan per gebruiker. Het toegangsreglement bepaalt de wijze waarop dit register moet worden gehouden en de gegevens die in dit register moeten worden opgenomen. De beheerders maken jaarlijks, voor eind februari, dit register in elektronische vorm over aan de Commissie. § 3. De beheerders bepalen de omvang van de ongebruikte vervoersdiensten per gebruiker in functie van elk relevant criterium inzonderheid van de door hen gekende toevoer- en afnamepatronen en de evolutie van de benuttingsgraad. § 4 De volgende vaste capaciteiten worden niet als ongebruikte capaciteiten beschouwd wanneer de netgebruiker in staat is te verantwoorden dat : 1° de toegewezen vaste capaciteiten zijn overgedragen aan één of meerdere andere gebruikers;2° de toegewezen vaste capaciteiten door de gebruiker op de secundaire markt zijn aangeboden onverminderd artikel 14, § 3;3° de toegewezen vaste capaciteiten nodig zijn voor het vervullen van de openbare dienstverplichtingen. § 5. De beheerders informeren de gebruikers op regelmatige tijdstippen over de evolutie van de globale benuttingsgraad van de toegewezen vervoersdiensten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-14\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Wanneer er congestie optreedt of dreigt op te treden, maken de beheerders onmiddelijk aan de Commissie de volgende gegevens over : 1° de plaats en vermoedelijke duur van de congestie waarbij er een onderscheid wordt gemaakt tussen contractuele en fysieke congestie;2° de bij de congestie betrokken aanvragers en netgebruikers;3° per betrokken aanvrager en/of netgebruiker, de hoeveelheid aangevraagde vaste vervoersdiensten die niet kunnen worden toegewezen samen met de door de aanvrager en/of de netgebruiker gewenste looptijd van de vervoersdienst;4° per betrokken gebruiker de hoeveelheid ongebruikte vervoersdiensten;5° de genomen maatregelen om de congestie tot een minimum te beperken;6° de vooropgestelde maatregelen om de congestie te verhelpen; § 2 De beheerders brengen de bij de congestie betrokken aanvragers en netgebruikers onmiddellijk via elektronische weg bevestigd per schrijven met ontvangstbewijs op de hoogte van de informatie bedoeld in § 1, 1°, 5° en 6° alsook, op geaggregeerde wijze, van de gegevens bedoeld in § 1, 3°. Tezelfdertijd publiceren de Commissie en de betrokken beheerder op hun website de informatie bedoeld in § 1, 1°, 5°, en 6° alsook, op geaggregeerde wijze, de gegevens bedoeld in § 1, 3°. § 3. Van zodra de toestand van contractuele congestie, of de dreiging daartoe, door de beheerder aan de gebruikers werd betekend met toepassing van § 2 wordt de prijs van de desbetreffende op de secundaire markt verhandelde vervoersdiensten geplafonneerd op het niveau van de gereguleerde tarieven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het aanbod door de gebruiker van ongebruikte vervoersdiensten op de secundaire markt bedoeld in artikel 11, § 2, houdt voor wat betreft de aard (vast, onderbreekbaar of voorwaardelijk) en de duur van de terbeschikkingstelling ervan zoveel mogelijk rekening met de behoeften van de markt, die ter kennis van de gebruiker werden gebracht met toepassing van § 2. § 4. Het toegangsreglement bepaalt wanneer er sprake is van een dreiging tot contractuele congestie. In afwachting van een door de Commissie goedgekeurd toegangsreglement oordeelt de beheerder naar redelijkheid wanneer er sprake is van een dreiging tot contractuele congestie bedoeld in deze afdeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15-19\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 15</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. In geval van congestie vraagt de beheerder de gebruikers met ongebruikte vervoersdiensten bedoeld in artikel 14, § 1, 4°, in het schrijven bedoeld in artikel 14, § 2, om binnen een termijn van tien kalenderdagen vanaf de ontvangst van het verzoek van de beheerder schriftelijk aan te tonen dat ze de ongebruikte vervoersdiensten effectief zullen gebruiken. De beheerder bezorgt de Commissie onmiddellijk kopie van deze briefwisseling De gebruikers bedoeld in het eerste lid kunnen dit bewijs onder andere leveren aan de hand van de historische gegevens inzake de benutting van de toegewezen vervoersdiensten, hun activiteiten op de secundaire markt en in elk geval ook aan de hand van hun leveringscontracten. Zij bezorgen hun antwoord binnen de in het eerste lid bedoelde termijn zowel aan de Commissie als aan de beheerder. § 2. Bij gebrek aan schriftelijk antwoord van de gebruiker uiterlijk bij het verstrijken van de in § 1 bedoelde termijn biedt de beheerder de ongebruikte vervoersdiensten, voor zover zij door de gebruiker in strijd met de artikelen 11, § 2, en 14, § 3, niet werden aangeboden op de secundaire markt, onmiddellijk aan op de secundaire markt tegen het gereguleerde tarief en voor een duur die minimaal twee maanden bedraagt. De beheerder maakt de inkomsten uit de transacties die hieruit voortvloeien onmiddellijk aan de gebruiker over onder aftrek van het desbetreffende gereguleerde tarief dat de beheerder mag aanrekenen voor deze transactie. § 3. Onverminderd de door of krachtens de gaswet voorziene sancties en maatregelen, onderzoekt en evalueert de Commissie de met toepassing van § 1 door de gebruikers bezorgde informatie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 16</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie heeft te allen tijde met het oog op haar controlerende taken toegang tot de elektronische platformen voor reservatie en verhandeling van vervoersdiensten en informatieverstrekking die de beheerders ter beschikking stellen van de aanvragers en netgebruikers. Afdeling 1.5. - Secundaire markt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 17</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Onverminderd de verplichtingen inzake verhandeling van capaciteits- en/of flexibiliteitsrechten die voortvloeien uit de gasverordening zorgen de beheerders ervoor dat de door hen op de primaire markt aangeboden vervoersdiensten transparant en niet-discriminatoir verhandelbaar zijn op de secundaire markt die zij organiseren. § 2. Met betrekking tot de capaciteit en flexibiliteit op de interconnectiepunten met aangrenzende vervoerinstallaties, harmoniseren de beheerders zoveel mogelijk het dienstenaanbod en de procedures langs beide zijden van deze punten. Indien zij daarbij problemen ondervinden, lichten zij de Commissie onverwijld hierover in</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De beheerders zijn verantwoordelijk voor de exploitatie, de ontwikkeling en het bestuur van een krachtig elektronisch instrument zodat de netgebruikers eenvoudig, snel en elke dag, via elektronische weg vervoersdiensten kunnen verhandelen. Dit elektronisch instrument wordt het SMP genoemd. Het SMP wordt opgericht in overleg en/of in samenwerking met de andere Europese netbeheerders. § 2. De netgebruiker die vervoersdiensten via het SMP wenst te verhandelen registreert zich voorafgaandelijk als gebruiker bij de betrokken beheerder met toepassing van hoofdstuk 3, afdeling 1.1. Na zijn intentie om gebruik te maken van het SMP kenbaar te hebben gemaakt aan de betrokken beheerder, bezorgt de beheerder hem onverwijld een inschrijvingscode waarmee hij vervoersdiensten via het SMP kan verhandelen. § 3. Indien netgebruikers vervoersdiensten verhandelen via het SMP bedoeld in § 1 garandeert de beheerder, onafhankelijk van de gehanteerde methode, de volledige anonimiteit van de transacties</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-19\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 19</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien netgebruikers vervoersdiensten verhandelen via andere manieren dan via het SMP bedoeld in artikel 18, § 1, stellen zij de betrokken beheerder van elke individuele transactie op de hoogte. In zoverre de aangemelde transactie in overeenstemming is met de wet en met de bepalingen van het vervoerscontract, zijn de beheerders verplicht de aangereikte data te verwerken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-20\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 20</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het is geen enkele netgebruiker die vervoersdiensten op de secundaire markt aanbiedt toegestaan individuele voorwaarden te formuleren die de vrije verhandelbaarheid van die vervoersdiensten op de secundaire markt belemmeren. § 2. De beheerders gaan na, rekening houdend met de kenmerken van hun respectieve vervoerinstallaties en de al dan niet gewijzigde omstandigheden van het gebruik ervan als gevolg van de werking van de secundaire markt, of de op de secundaire markt verhandelde vervoersdiensten kunnen worden gegarandeerd. § 3. De beheerders kunnen zelf capaciteit en/of flexibiliteit kopen op de secundaire markt, met dien verstande dat zij hun aankopen bijhouden in een register dat door de Commissie ter inzage en controle kan worden opgevraagd. § 4. Onverminderd hoofdstuk 2, afdeling 3.3 publiceren de beheerders minstens op weekbasis de totale marktvraag en het totale marktaanbod van de op de secundaire markt verhandelde vervoersdiensten waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen diensten die via en diensten die niet via het SMP verhandeld worden. De beheerders publiceren bovendien de prijzen van de via het SMP verhandelde vervoersdiensten. § 5. Van zodra de beheerder in uitvoering van artikel 14 congestie vaststelt en dit heeft meegedeeld aan de netgebruikers, zijn de gebruikers verplicht de vervoersdiensten die ze aanbieden op de secundaire markt te verhandelen via het SMP bedoeld in artikel 18. Afdeling 1.6. - Toegang tot hubs</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 21</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beheerders verlenen een onbelemmerde toegang tot elke hub op het vervoernet. Art. 22.Het komt niet aan de beheerders toe om invloed uit te oefenen over de plaats binnen het vervoernet waar een hub wordt uitgebouwd Elke plaats op het geïnterconnecteerd net dient als evenwaardig beschouwd te worden, met dien verstande dat de plaats die het best scoort in het licht van objectieve criteria, zoals het daadwerkelijke en potentieel aantal actieve netgebruikers die kopen en verkopen, het interconnectieniveau vanuit het vervoernet of aangrenzende vervoernetten tot de plaats van toegang tot de hub of de nabijheid en inzetbaarheid van flexibiliteitmiddelen, de voorkeur krijgt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 23</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De toegang tot een hub wordt door de beheerders aangeboden op een niet-discriminerende en transparante manier. Er mag in dit verband geen onderscheid tussen binnenlands vervoer en doorvoer bestaan of ingevoerd worden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-24\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 24</span><span class=\"lf-art-t\">De toegang tot een hub is mogelijk vanuit de totale bruikbare capaciteit op het vervoernet</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 25</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elke beheerder organiseert de toegang tot een hub op een manier die beantwoordt aan de redelijke behoeften van de betrokken gebruikers met als doel de handel in aardgas op de desbetreffende hub te bevorderen en de gebruikers toe te laten hun onevenwichten op te vangen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 26</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De vervoersdiensten die door de beheerders op het vervoernet worden aangeboden en door de netgebruikers gebruikt worden om toegang te verkrijgen tot een hub, dienen afgestemd te zijn op de diensten die aangeboden worden op de desbetreffende hub</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-27\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 27</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In voorkomend geval, werkt de beheerder, op wiens installaties de hub zich bevindt, samen met de dienstenleverancier die de hub beheert om de vastheid van handel op de hub te bevorderen door de ontwikkeling van operationele balanceringsakkoorden en/of van flexibiliteitdiensten, rekening houdend met de vereisten inzake systeemintegriteit van het vervoernet. Akkoorden en diensten waarbij beroep gedaan wordt op het beheer van of flexibiliteit in vervoerinstallaties kunnen enkel door de beheerders respectievelijk afgesloten en aangeboden worden. De aangeboden vervoersdiensten worden opgenomen in het aardgasvervoersprogramma bedoeld in artikel 112</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-28\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beheerders verlenen toegang tot een hub vanuit verschillende wel gedefinieerde plaatsen die zich op eenzelfde of verschillend vervoernet bevinden. De betrokken beheerders verzorgen de overdracht van aardgas tussen deze verschillende plaatsen op hun respectieve vervoernetten zoveel mogelijk op vaste wijze. Afdeling 1.7. - Toegangsreglementen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 29</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De beheerders stellen voor hun respectieve activiteiten van aardgasvervoer, opslag en LNG een toegangsreglement op dat, evenals de eventuele wijzigingen ervan, onderworpen is aan de goedkeuring door de Commissie met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de gaswet. § 2. Onverminderd respectievelijk de artikelen 111, 170 en 202 bevatten de toegangsreglementen : 1° de regels voor de behandeling van de aanvragen voor toegang en onderschrijving van vervoersdiensten met inbegrip van de procedure voor het elektronisch onderschrijven van vervoersdiensten op grond van de basisprincipes bepaald in hoofdstuk 3, afdeling 1 en 2; 2° de regels met betrekking tot het verloop van de open season procedure op grond van de basisprincipes bepaald in afdeling 1.2 van dit hoofdstuk; 3° de toewijzingsregels op grond van de basisprincipes bepaald in afdeling 1.3 van dit hoofdstuk, met inbegrip van de toepasselijke prioriteitsregels; 4° de regels inzake congestiebeheer op grond van de basisprincipes bepaald in afdeling 1.4 van dit hoofdstuk; 5° de regels inzake organisatie en werking van de secundaire markt op grond van de basisprincipes bepaald in afdeling 1.5 van dit hoofdstuk; 6° het plan voor incidentenbeheer. § 3 Het voorstel van toegangsreglement alsook de voorstellen tot wijziging ervan worden door de respectieve beheerders opgesteld na raadpleging door deze laatsten van de netgebruikers in het kader van de overlegstructuur bedoeld in artikel 108. § 4. De beheerders maken de goedgekeurde toegangsreglementen en de goedgekeurde wijzigingen ervan bekend overeenkomstig artikel 107 en delen deze volledigheidshalve mee aan de partijen met wie zij een vervoerscontract hebben afgesloten. De goedgekeurde toegangsreglementen en de goedgekeurde wijzigingen hebben slechts uitwerking op de datum van inwerkingtreding ervan bepaald door de Commissie met toepassing van artikel 107. Afdeling 2. - Netontwikkeling en netbeheer</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 2.1. - Netontwikkeling</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-30\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 30</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De beheerders voorzien in vervoersdiensten om aan iedere economisch redelijke vraag van de netgebruikers en andere beheerders te kunnen beantwoorden en gevolg te geven aan eventuele openbare dienstverplichtingen op grond van federale, gewestelijke of rechtstreeks toepasselijke Europese regelgeving. § 2. Elke beheerder stelt daartoe jaarlijks een investeringsplan op voor de komende tien jaar en brengt dit samen met het dienstenprogramma ter kennis aan de Commissie. Deze kennisgeving van het investeringsplan gebeurt ter informatie onverminderd de bevoegdheid van de Commissie bedoeld in artikel 5. § 3. Het investeringsplan geeft voor elke investering de planning van de werken (studie, ontwerp, vergunningen, aanbesteding en uitvoering) samen met de geschatte kosten en in voorkomend geval de invloed van de investering op het dienstenaanbod weer Voor de investeringen die in de loop van de tijd worden geschrapt of uitgesteld, wordt de reden van schrapping of uitstel vermeld. § 4. Investeringen vanwege de beheerders zijn steeds transparant met betrekking tot de beweegredenen ervoor en de specifieke bijdragen van deze investeringen voor het vervoernet. Er bestaat minstens transparantie omtrent : 1° de impact van de investeringen op de vervoersdiensten waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen binnenlands vervoer en doorvoer;2° investeringen in balanceermiddelen, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de eigen middelen van de beheerder om fysische onevenwichten op te vangen, de basisflexibiliteit en de commerciële flexibiliteit;3° investeringen in reserve-ingangscapaciteit;4° investeringen met het oog op netvermazing en het verhogen van de netwerkperformantie in het algemeen;5° investeringen voor gasdistributie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31-34\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 31</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De beheerders investeren respectievelijk in capaciteit voor doorvoer, voor opslag- en LNG-diensten door middel van de open season procedures, bedoeld in afdeling 1.2 van dit hoofdstuk. § 2. Open season procedures kunnen tevens voor investeringen voor binnenlands vervoer worden aangewend ter ondersteuning van de investeringsstrategie, onder andere voor de bepaling van de bevoorradingsroutes. Onverminderd artikel 116, § 2, vereisen investeringen voor binnenlands vervoer, met uitzondering van investeringen voor nieuwe en voor wijziging van bestaande aansluitingen, geen lange termijn verbintenissen vanwege de netgebruikers</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-32\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 32</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het voorzien van vaste capaciteit en flexibiliteit door de beheerders gebeurt via daadwerkelijke investeringen in infrastructuur, het contracteren van diensten bij andere beheerders en het sluiten van operationele akkoorden. Afdeling 2.2. - Netbeheer</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-33\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 33</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De beheerders beheren het vervoernet rekening houdend met de interoperabiliteit op nationaal en Europees niveau. Daartoe stelt elke beheerder alle redelijke middelen in het werk om met de andere beheerders en de aangrenzende netbeheerders te komen tot : 1° geharmoniseerde aardgaskwaliteiten, balanceringsregimes, communicatie- en interconnectieprocedures;2° geharmoniseerde vervoersdiensten aan weerszijden van de vervoernetten;3° interconnectie-overeenkomsten met voornoemde netbeheerders om onder meer de onevenwichten in de aardgasstromen tussen de verschillende vervoernetten te beheren. § 2. De beheerders doen beroep op de door hen afgesloten interconnectie-overeenkomsten met aangrenzende netbeheerders om de veiligheid en de goede werking van het vervoernet te verhogen. § 3. De beheerders plegen overleg met de aangrenzende netbeheerders bij de planning van onderhoudswerken en investeringen binnen de overlegstructuur bedoeld in artikel 108. § 4. De goede uitvoering door de beheerders van de taken bedoeld in dit artikel wordt onder meer bepaald door de kwaliteit van de door de beheerders ondernomen acties en de betrouwbaarheid van de ontvangen gegevens. Art. 34.§ 1. Voor het verzekeren en het handhaven van de systeemintegriteit en de continuïteit van de leveringen investeren de beheerders in infrastructuur en sluiten ze operationele akkoorden en interconnectie-overeenkomsten af Zij doen dit in functie van de vraag naar vervoersdiensten, rekening houdend voor wat betreft het aardgasvervoersnet met de bijzondere kenmerken van binnenlands vervoer en doorvoer en dit alles vanuit de bezorgdheid om de totale operationele kosten voor de uitbating van hun vervoernet zo laag mogelijk te houden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-35\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 35</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Onverminderd artikel 85 en de nadere bepalingen omtrent de individuele verantwoordelijkheid van de gebruiker inzake netevenwicht, druk en kwaliteit in het vervoerscontract, staan de beheerders met alle redelijke middelen in voor de goede en veilige werking van het vervoernet, de verwezenlijking van het netevenwicht en het handhaven van de systeemintegriteit. § 2. In het kader van de verwezenlijking van het netevenwicht voorzien de beheerders voldoende balanceermiddelen waarvoor ze, indien nodig, de investeringen opnemen in het investeringsplan. Deze balanceermiddelen worden aan de netgebruikers aangeboden als basisflexibiliteitsdiensten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-36\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 36</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beheerders kunnen vervoersdiensten reserveren en gebruiken met het oog op het aanbod van de vereiste basisflexibiliteit en de balancering van het netonevenwicht. De beheerders zorgen ervoor dat de aldus voor zichzelf gereserveerde vervoersdiensten alsnog zoveel mogelijk worden aangeboden aan de markt indien ze deze vervoersdiensten tijdelijk of permanent niet nodig blijken te hebben</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 37</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beheerders kunnen enkel in het kader van de balancering van de eigen fysische onevenwichten, het aanbod van de vereiste basisflexibiliteit, het handhaven van de operationele aardgasreserve voor incidentenbeheer en operationele doeleinden, aardgas aankopen en verkopen op de markt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-38\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 38</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De middelen voor incidentenbeheer worden aangesproken wanneer er zich een probleem van systeemintegriteit stelt en dit voor een periode die noodzakelijk is voor de markt om zich te herorganiseren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-39\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 39</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elke beheerder baat zijn vervoernet zodanig uit dat de nominaties door de gebruikers binnen de hen toegewezen vervoersdiensten bevestigd kunnen worden zonder de systeemintegriteit in gevaar te brengen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-40\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 40</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beheerders plannen voor iedere dag de aardgasstromen (« flow-planning ») op basis van de verwachte nominaties van de volgende dag en de hen ter beschikking zijnde informatie. De beheerder van het aardgasvervoersnet houdt hierbij ook rekening met de verwachte afnames binnen zijn vervoernet</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 41</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beheerders informeren de netgebruikers over onderbrekingsrisico's voor alle types van onderbreekbare vervoersdiensten. Deze informatie is onder andere gebaseerd op historische gebruiksgegevens van de betreffende vervoersdienst</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 42</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beheerders ontwikkelen een balanceringsregime, balanceringsregels en tolerantiewaarden in harmonie met de omvang en het gebruik van hun respectieve vervoerinstallaties</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-43\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 43</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beheerders bieden minstens de basis flexibiliteitdiensten aan die nodig zijn om de redelijke en voorzichtig handelende gebruiker in de mogelijkheid te stellen het verschil tussen inkomende en uitgaande aardgasstromen op te vangen binnen de balanceringsperiode</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-44\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 44</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het balanceringsregime en het aanbod aan basisflexibiliteit bedoeld in de artikelen 42 en 43 beogen onder andere een efficiënte inzet van opslag van aardgas in leidingen, van de LNG-installatie en van de installaties voor opslag, zowel op operationeel als financieel vlak. Deze middelen worden jaarlijks door de beheerders begroot bij de actualisatie van het investeringsplan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-45\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 45</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De hoeveelheid basisflexibiliteit bedoeld in artikel 43 wordt door de respectieve beheerders, onverminderd artikel 129 voor wat betreft de beheerder van het aardgasvervoersnet, bepaald op basis van het gehanteerde vervoersmodel bedoeld in artikel 112, 1°, artikel 171, § 1, 1° en artikel 203, 1°. Afdeling 3. - Beginselen inzake niet-discriminatie, transparantie en behandeling van vertrouwelijke informatie Afdeling 3.1. - Algemeen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-46\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 46</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beheerders voeren een actief beleid om te waarborgen dat ieder discriminerend gedrag tussen netgebruikers of categorieën netgebruikers, met inbegrip van aanvragers, is uitgesloten en voldoen aan de eisen van objectiviteit en redelijkheid. Zij zien erop toe dat de regels en procedures voor toegang tot het vervoernet en de niet-vertrouwelijke informatie op dezelfde, duidelijke en transparante wijze aan alle marktspelers ter beschikking wordt gesteld. De beheerders zien er tevens op toe dat zij vertrouwelijke informatie geheimhouden ongeacht van wie deze afkomstig is</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-47\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 47</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beheerders zorgen ervoor dat hun personeel door het volgen van aangepaste opleidings- en informatiesessies inzicht verwerft in het belang om de netgebruikers op niet-discriminerende wijze te behandelen. Zij zorgen er tevens voor dat hun personeel zich terdege bewust is van het belang van de geheimhouding van vertrouwelijke informatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-48\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 48</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beheerders onthouden zich van het aanbieden van verbonden vervoersdiensten die aanleiding kunnen geven tot belangenvermenging en/of een discriminerende behandeling van netgebruikers of categorieën van netgebruikers</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 49</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het is de beheerders niet toegelaten : 1° de netgebruiker te verplichten samen met de vervoersdienst niet in het dienstenprogramma voorziene verbonden vervoersdiensten te onderschrijven bij de beheerders;2° de netgebruiker te verbieden (andere) vervoersdiensten te onderschrijven bij een andere dan de bij de toegewezen vervoersdienst betrokken beheerder;3° het verlengen van het vervoerscontract of de vervoersdienst mogelijk te maken of de duurtijd ervan afhankelijk te maken van een andere overeenkomst die uitdrukkelijk dan wel stilzwijgend kan worden verlengd;4° onverminderd artikel 15, §§ 1 en 2, de totstandkoming of het behoud van het vervoerscontract of een vervoersdienst afhankelijk te maken van de voorlegging van een leveringscontract. Afdeling 3.2. - Verbintenissenprogramma</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-50\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 50</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De beheerders stellen een verbintenissenprogramma op dat de specifieke verplichtingen van de werknemers van de beheerders ter verwezenlijking van de in artikel 46 bedoelde doelstelling bevat. § 2. De in het verbintenissenprogramma op te nemen maatregelen zijn de volgende : 1° het vaststellen van regels voor behandeling door de werknemers van vragen en dossiers van netgebruikers en aanvragers om te waarborgen dat ieder discriminerend gedrag is uitgesloten;2° het vaststellen van beperkingen voor de werknemers inzake vorderingen op of deelnemingen in ondernemingen, direct of indirect, ten gevolge waarvan een tegenstrijdigheid zou kunnen ontstaan tussen hun patrimoniale belangen en hun professionele verplichtingen, alsook hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid;3° het instellen van een verbod voor werknemers om van netgebruikers of aanvragers enig voordeel, beloning, vergoeding of gift te vragen en/of te aanvaarden van financiële aard;4° het vaststellen van beperkingen voor de werknemers op het aanvaarden van enig voordeel, beloning, vergoeding of gift van netgebruikers of aanvragers van niet-financiële aard en de informatieverplichting terzake aan de nalevingscoördinator;5° het instellen van een verbod voor de werknemers om lasthebber te zijn van netgebruikers of aanvragers;6° de regels voor werknemers inzake het rapporteren aan de nalevingscoördinator van pogingen tot beïnvloeding bij het nemen van beslissingen die hun onafhankelijkheid en onpartijdigheid in het gedrang brengen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De specifieke verplichtingen bedoeld in § 1 kunnen desgevallend verschillen naargelang de categorie van werknemers waarop ze betrekking hebben. § 3. Het verbintenissenprogramma herneemt de bepalingen vervat in de artikelen 52 tot 56 van toepassing op de werknemers.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 51</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Met het oog op de naleving van het verbintenissenprogramma en de uitvoering ervan : 1° stellen de beheerders een nalevingscoördinator aan die een adequaat toezicht uitoefent op de naleving van het verbintenissenprogramma;2° werken de beheerders een intern auditprogramma uit dat onder de controle van de nalevingscoördinator valt;3° voorzien de beheerders in een procedure opdat klachten inzake vrijwillige of onvrijwillige inbreuken op het verbintenissenprogramma tot bij de nalevingscoördinator komen en een adequate behandeling door hem kennen. § 2. De nalevingscoördinator bezorgt uiterlijk op één maart van elk jaar aan de Commissie een verslag over de naleving van het verbintenissenprogramma door de werknemers van de beheerders tijdens het voorbije jaar, de eventuele klachten dienaangaande en de behandeling hiervan De beheerders maken het verslag over de naleving van het verbintenissenprogramma tezelfdertijd bekend op hun website. Afdeling 3.3. - Bescherming vertrouwelijke informatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 52</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de wettelijke en reglementaire verplichtingen om gegevens bekend te maken, mag vertrouwelijke informatie door de beheerders op geen enkele wijze kenbaar worden gemaakt aan personen die niet door hen worden tewerkgesteld Het personeel van de beheerders is op zijn beurt gebonden door een geheimhoudingsplicht tijdens zijn prestaties voor de beheerder tot vijf jaar na beëindiging ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vertrouwelijke informatie mag door de beheerders en hun personeel enkel gebruikt worden om de toegang tot hun vervoernet en het gebruik ervan mogelijk te maken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 53</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beheerders treffen de technische en organisatorische maatregelen die nodig zijn om de toegang tot vertrouwelijke informatie en de verwerking ervan te beperken tot het personeel dat die informatie nodig heeft voor de uitoefening van zijn taken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-54\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 54</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 52 mogen de beheerders en/of hun personeel vertrouwelijke informatie kenbaar maken aan : 1° de Commissie en het Bestuur Energie, of enige andere bevoegde overheidsinstantie, overeenkomstig de bepalingen van de gaswet en haar uitvoeringsbesluiten;2° de rechtbanken of scheidsrechterlijke instanties die moeten oordelen over een geschil tussen de beheerders enerzijds en een netgebruiker of een aanvrager of de Commissie anderzijds, de raadslieden die hen voor deze instanties vertegenwoordigen en de experten, indien dit noodzakelijk is voor de verdediging van de beheerders;3° hun commissaris voor zover hij gebonden is door regels van vertrouwelijkheid die op een gepaste wijze de bescherming van de vertrouwelijkheid van de informatie waarborgen;4° lasthebbers, aannemers en onderaannemers, raadgevers en experten (niet in kader van geschil) van de beheerders voor zover zij gebonden zijn door regels van vertrouwelijkheid die op gepaste wijze de bescherming van de vertrouwelijkheid van de informatie waarborgen en voor zover in hun onderlinge verhouding met leveringsondernemingen of met een van hun verwante ondernemingen geen vermogensbelangen bestaan.5° overige derden als een voorafgaand uitdrukkelijk schriftelijk akkoord bestaat van diegene van wie de vertrouwelijke informatie uitgaat</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-55\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 55</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beheerders mogen vertrouwelijke informatie gebruiken voor statistische doeleinden op voorwaarde dat de statistische gegevens die door de beheerders worden verspreid geen identificatie van individuele aanvragers en/of netgebruikers toelaten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-56\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 56</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de bepalingen inzake transparantie-eisen bedoeld in de gasverordening, oordeelt de CREG, indien de beheerders van oordeel zijn dat ze om redenen van vertrouwelijkheid van informatie niet of niet volledig aan hun informatieverplichtingen kunnen tegemoet komen, over het vertrouwelijk karakter van de informatie. Er wordt geen toestemming om de bekendmaking van informatie te beperken verleend indien de vraag van de beheerder betrekking heeft op de publicatie van capaciteitsgegevens op een punt waar drie of meer netgebruikers capaciteit hebben onderschreven. Afdeling 4. -Beginselen inzake onafhankelijkheid van het personeel van de beheerders ten opzichte van de producenten, distributeurs, leveranciers en tussenpersonen Art. 57.Het personeel van de beheerders bezit de motivatie, beschikbaarheid, bekwaamheid en kritische ingesteldheid die vereist zijn om de werking van de beheerder te begrijpen en om elk op hun niveau met kennis van zaken en onafhankelijk te beraadslagen en/of beslissingen te nemen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 58</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het personeel van de beheerders is onpartijdig. Het beschikt over de kwaliteit om onvooringenomen beslissingen te nemen, zonder dat het zich door persoonlijke belangen, voorkeur of genegenheid bij zijn oordeel laat leiden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-59\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 59</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het personeel van de beheerders dat toegang heeft tot vertrouwelijke informatie mag geen functies of activiteiten uitoefenen ten dienste van een producent, een distributeur, een leverancier en/of een tussenpersoon actief op het Belgisch grondgebied, rechtstreeks of onrechtstreeks bezoldigd door een dergelijke onderneming</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-60\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 60</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het personeel van de beheerders dat toegang heeft tot vertrouwelijke informatie kan niet voor een producent, distributeur, leverancier en/of tussenpersoon actief op het Belgisch grondgebied gaan werken voordat een periode van zes maanden is verstreken na beëindiging van zijn prestaties voor de beheerder</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-61\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 61</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bezoldiging van het personeel van de beheerders mag niet gebaseerd zijn op de financiële resultaten van producenten, distributeurs, leveranciers en/of tussenpersonen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-62\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 62</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De inhoud van het verslag bedoeld in artikel 8/3, § 5, 3°, van de gaswet mag niet beïnvloed worden door de raad van bestuur van de beheerders, enig ander comité opgericht binnen de raad van bestuur van de beheerders of de respectieve voorzitters ervan. Afdeling 5. - Minimumvereisten met betrekking tot de juridische en operationele scheiding van de vervoers- en leveringsfuncties van aardgas binnen de geïntegreerde beheerders Art. 63.De vervoers- en leveringsfuncties van aardgas binnen de geïntegreerde beheerders moeten in onderscheiden rechtspersonen worden ondergebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze onderscheiden rechtspersonen bevinden zich in fysisch gescheiden gebouwen en hebben gescheiden informatietoepassingen en bestanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle elektronische mededelingen van de vervoersafdeling en de login van het systeem over vijf jaar wordt volledig gearchiveerd op een beschermde drager. HOOFDSTUK 3. - Procedures en regels inzake de aanvraag voor toegang tot het vervoernet Afdeling 1. - Toegang tot het vervoernet voor netgebruikers</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 1.1. - Procedures en modaliteiten inzake toegang</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-64\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 64</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de bepalingen betreffende de open season procedure bedoeld in hoofdstuk 2, afdeling 1.2, registreert al wie vervoersdiensten wenst te onderschrijven, zich vooraf bij de betrokken beheerder als bevrachter, opslaggebruiker en/of terminalgebruiker volgens de procedure bedoeld in de artikelen 65 tot en met 68, tenzij reeds een vervoerscontract met de betrokken beheerder in uitvoering is op het ogenblik van inwerkingtreding van dit besluit. Indien de netgebruikers die partij zijn bij een vervoerscontract dat in uitvoering is op het ogenblik van inwerkingtreding van dit besluit, na afloop van dit vervoerscontract, vervoersdiensten wensen te onderschrijven, registreren zij zich tevens volgens de procedure bedoeld in de artikelen 65 tot en met 68</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-65\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 65</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Met het oog op de registratie als bevrachter deelt de aanvrager ten minste de volgende gegevens mee aan de beheerder van het aardgasvervoersnet : 1° de gedetailleerde identiteit van de aanvrager;2° indien de aanvraag uitgaat van een vergunningsplichtige leveringsonderneming, een kopie of een bewijs van haar leveringsvergunning;3° indien de aanvraag wordt ingediend door een lasthebber, een bewijs van de volmacht. § 2. Met het oog op de registratie als opslaggebruiker deelt de aanvrager, bovenop de gegevens bedoeld in § 1, aan de beheerder van de opslaginstallatie voor aardgas volgende bijkomende gegevens mee : 1° ten indicatieve titel, de gewenste opslagdiensten en hun karakteristieken;2° het gewenste aanvangstijdstip en indien van toepassing de gewenste duur van de opslagdiensten;3° de leveringsvergunningen voor aardgas bekomen op grond van regionale wetgeving. § 3 Met het oog op de registratie als terminalgebruiker deelt de aanvrager, bovenop de gegevens bedoeld in § 1, aan de beheerder van de LNG-installatie volgende bijkomende gegevens mee : 1° ten indicatieve titel, de gewenste LNG-diensten en met hun karakteristieken;2° het gewenste aanvangstijdstip en indien van toepassing de gewenste duur van de vervoersdienst;3° de specificaties van de op moment van de aanvraag voorziene door hem gebruikte en/of ingehuurde LNG-tanker(s);4° een kopie van alle informatie-documenten, van de vereiste vergunningen en certificaten die de beheerder van de LNG-installatie nodig heeft om te voldoen aan zijn wettelijke of contractuele verplichtingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-66\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 66</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Indien de aanvraag onvolledig is, brengt de betrokken beheerder de aanvrager binnen de vijf werkdagen na ontvangst van de aanvraag op de hoogte van de onvolledigheid van de aanvraag. § 2. De betrokken beheerder staat de aanvrager bij het opstellen en vervolledigen van zijn aanvraag bij. § 3. Van zodra de aanvrager de ontbrekende gegevens heeft meegedeeld aan de betrokken beheerder is artikel 67 van toepassing</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-67\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 67</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Indien de aanvraag volledig is, maakt de betrokken beheerder de aanvrager binnen vijf werkdagen na ontvangst van de aanvraag respectievelijk het standaard aardgasvervoers-, opslag- en/of LNG-contract ter ondertekening over. § 2. De aanvrager maakt het in § 1 bedoelde standaardcontract binnen de tien werkdagen na ontvangst ervan ondertekend terug over aan de beheerder. De datum van ontvangst door de betrokken beheerder van het door de aanvrager ondertekende standaardcontract voltrekt de registratie als respectievelijk bevrachter, opslaggebruiker, terminalgebruiker. Bij gebrek aan bericht van de aanvrager aan het eind van voornoemde termijn van tien werkdagen vervalt de aanvraag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-68\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 68</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De procedure voor registratie als gebruiker verloopt volledig schriftelijk met inbegrip van elektronische berichtgeving. § 2. De looptijd van de standaardcontracten voor aardgasvervoer, opslag en LNG wordt vastgelegd in de respectieve dienstenprogramma's. Afdeling 1.2. - Procedures en modaliteiten voor het onderschrijven van vervoersdiensten Art. 69.§ 1. Onverminderd de bepalingen betreffende de open season procedure zoals vastgelegd in hoofdstuk 2, afdeling 1.2 bieden de beheerders aan de gebruikers de mogelijkheid om vervoersdiensten zowel schriftelijk (per brief, fax of e-mail) als via het ARS, bedoeld in artikel 70, te onderschrijven. § 2. Aanvragen voor vervoersdiensten voor binnen de dag en voor de drie daaropvolgende dagen kunnen evenwel uitsluitend via het ARS, bedoeld in artikel 70, worden ingediend en afgehandeld. § 3. Indien wenselijk en/of in functie van de karakteristieken van de aangeboden vervoersdienst kan de beheerder de onderschrijvingsperiode van vervoersdiensten beperken tot een vooropgesteld tijdsvenster zoals beschreven in het toegangsreglement.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-70\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 70</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De beheerders ontwikkelen een krachtig elektronisch instrument, het ARS genaamd, zodat de gebruikers eenvoudig, snel en elke werkdag, via elektronische weg vervoersdiensten kunnen onderschrijven. § 2. De gebruiker die vervoersdiensten via het ARS wenst te onderschrijven, geeft zijn intentie daartoe te kennen aan de betrokken beheerder. De betrokken beheerder deelt de gebruiker onverwijld een inschrijvingscode mee waarmee hij vervoersdiensten via het ARS kan onderschrijven</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-71\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 71</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij elke aanvraag van vervoersdiensten deelt de gebruiker aan de beheerder onder meer volgende gegevens mee : 1° indien de aanvraag van vervoersdiensten gebeurt via het ARS, zijn inschrijvingscode en de referenties van zijn vervoerscontract;2° indien de aanvraag schriftelijk gebeurt, de referenties van zijn vervoerscontract;3° de gewenste vervoersdienst, met zijn karakteristieken;4° het aanvangstijdstip en de gewenste duur van de vervoersdienst;5° informatie over de aard van de aanvraag, inzonderheid of het de vervanging of de uitbreiding en/of wijziging van een toegewezen vervoersdienst of een aanvraag voor een nieuwe vervoersdienst betreft;6° de hoeveelheid vervoersdiensten verhandeld op de secundaire markt samen met de bijhorende ingangspunten en de periode;7° het ingangs- en afnamepunt of afnamezone of, in voorkomend geval, de onderscheiden ingangs- en afnamepunten of afnamezones</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 72</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Voor schriftelijke aanvragen brengt de beheerder, indien de aanvraag onvolledig is, de gebruiker op de hoogte van de onvolledigheid van de aanvraag : - binnen 48 uur, deel uitmakend van twee werkdagen, na ontvangst van de aanvraag indien het een aanvraag betreft voor vervoersdiensten waarvan het door de aanvrager gewenste aanvangstijdstip binnen 5 werkdagen na de indiening van de aanvraag valt; - binnen de 5 werkdagen na ontvangst van de aanvraag indien het een aanvraag betreft voor vervoersdiensten waarvan het door de aanvrager gewenste aanvangstijdstip later dan 5 werkdagen na de indiening van de aanvraag valt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Op verzoek van de gebruiker staat de beheerder de gebruiker bij het opstellen en vervolledigen van zijn aanvraag bij. § 2. Van zodra de gebruiker de ontbrekende gegevens bedoeld in § 1 heeft meegedeeld aan de beheerder gelden de bepalingen van artikel 73.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-73\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 73</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Indien de aanvraag volledig is, deelt de beheerder, rekening houdend met de beschikbaarheid van de vervoersdiensten en de in het toegangsreglement opgenomen toewijzingsregels, aan de gebruiker het resultaat mee van het onderzoek van zijn aanvraag : - voor wat betreft de aanvragen via het ARS bedoeld in artikel 70, binnen de in het toegangsreglement voorziene tijdslimieten; - binnen 48 uur, deel uitmakend van twee werkdagen na ontvangst van de aanvraag indien het een aanvraag betreft voor vervoersdiensten waarvan het door de aanvrager gewenste aanvangstijdstip binnen 5 werkdagen na de indiening van de aanvraag valt en binnen 5 werkdagen na ontvangst van de aanvraag indien het een aanvraag betreft voor vervoersdiensten waarvan het door de aanvrager gewenste aanvangstijdstip later dan 5 werkdagen na de indiening van de aanvraag valt. § 2 Samen met het resultaat bedoeld in § 1, stuurt de beheerder de gebruiker een dienstenformulier waarin de toewijzing van de gevraagde vervoersdiensten wordt vastgelegd. De gebruiker maakt het dienstenformulier binnen de termijnen bedoeld in § 1 ondertekend terug over aan de beheerder. Indien hij dit niet binnen de termijnen bedoeld in § 1 doet, vervalt de aanvraag en is de gebruiker een gereguleerde tarifaire toeslag verschuldigd aan de beheerder. § 3. Indien de aanvraag geweigerd wordt met toepassing van artikel 15/7 van de gaswet en indien de toegang tot het vervoernet slechts mogelijk is op voorwaarde dat een bijkomende infrastructuur wordt aangelegd en verdere onderzoeken worden gevoerd betreffende de haalbaarheid van het project, brengt de beheerder de gebruiker en de Commissie hiervan op de hoogte.</p>\n<p class=\"lf-p\">De weigering wordt omstandig gemotiveerd en geeft onder andere aan welke vervoersdiensten er nog beschikbaar zijn, de hoeveelheid ervan en de mogelijke alternatieven ter vervanging van de geweigerde vervoersdiensten. § 4. In geval bijkomende infrastructuur nodig is, informeert de beheerder de Commissie en de gebruiker tevens over de duur van de vereiste onderzoeken. Indien de Commissie van oordeel is dat deze duur onredelijk is, kan ze, op verzoek van de gebruiker, de beheerder een termijn opleggen waarbinnen deze het onderzoek dient uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheerder voert het onderzoek uit en brengt de Commissie en de gebruiker onverwijld op de hoogte van de resultaten ervan. Indien het onderzoek de haalbaarheid van het project bevestigt, zal de beheerder het project opnemen in zijn investeringsplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het uitvoeren van bovenvermeld onderzoek is de gebruiker het desbetreffende gereguleerd tarief aan de beheerder verschuldigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met toepassing van artikel 5 kan de Commissie de beheerder vragen om in het kader van dit onderzoek een open season procedure te organiseren. Art. 74.§ 1. Voor wat betreft het ARS, bedoeld in artikel 70, reduceert de beheerder zoveel mogelijk de termijnen bedoeld in de artikelen 72 en 73. Deze termijnen, evenals de termijnen voor wat betreft de aanvragen bedoeld in artikel 69, § 2, worden opgenomen in het toegangsreglement. § 2. De beheerders zullen het ARS tevens ontwikkelen en aanwenden voor het aanbieden van informatie aan de netgebruikers en het beheer van het vervoersportfolio van de gebruikers. § 3. De beheerders stemmen zoveel als mogelijk het onderschrijven van vervoersdiensten via het ARS en het SMP, bedoeld in artikel 18, op elkaar af. Art. 75.§ 1. De netgebruiker kan schriftelijk (per brief, fax of e-mail) dan wel via het ARS informatieve niet-bindende aanvragen voor vervoersdiensten voorleggen aan de beheerder. § 2. Indien de netgebruiker wenst over te gaan tot onderschrijving van vervoersdiensten zal hij zich conform de bepalingen van afdeling 1.1 van dit hoofdstuk registreren bij de beheerder. Art. 76.Indien de aanvragen voor registratie als gebruiker en voor onderschrijving van vervoersdiensten gelijktijdig gebeuren, zijn, voor elke gemeenschappelijke stap van beide procedures, de langste termijnen van toepassing. Afdeling 1.3. - Standaardcontracten voor aardgasvervoer, opslag, en LNG Art. 77.§ 1. De beheerders stellen voor hun respectieve activiteiten van aardgasvervoer, opslag en LNG een standaardcontract op dat, evenals de eventuele wijzigingen ervan, onderworpen is aan de goedkeuring van de Commissie met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de gaswet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze standaardcontracten worden ontworpen op een wijze dat ze de handel in aardgas niet belemmeren en de handel van de vervoersdiensten bevorderen. § 2. Het standaard aardgasvervoers-, opslag- en LNG-contract bevatten in elk geval respectievelijk de elementen bedoeld in de artikelen 109, 169 en 201. Art. 78.De standaardcontracten bedoeld in artikel 77 kunnen voorzien dat het contract kan gewijzigd worden door de beheerder na de goedkeuring door de Commissie conform artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de gaswet en dit besluit en in de mate dat deze wijzigingen identiek zijn voor het geheel van de in uitvoering zijnde contracten en dat deze allen op dezelfde kalenderdag ingaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wijzigingen bedoeld in het vorige lid worden van toepassing binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de teneur van de geplande wijzigingen en de imperatieven verbonden aan de betrouwbaarheid, de veiligheid en de efficiëntie van het vervoernet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-79\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 79</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een afzonderlijk dienstenformulier wordt door partijen ondertekend per onderschrijving van een vervoersdienst. De vervoersdiensten die de gebruiker onderschrijft, kunnen de einddatum van het met de beheerder afgesloten standaard aardgasvervoers-, opslag- en LNG-contract niet overschrijden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-80\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 80</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de verplichtingen inzake de verhandeling van capaciteitsrechten die uit de gasverordening voortvloeien, mag het vervoerscontract geen bepalingen bevatten die de verhandelbaarheid van de toegewezen vervoersdienst(en) kunnen belemmeren of de toegang tot het vervoernet beperken, zoals onder andere : 1° bepalingen die de overdracht van toegewezen vervoersdiensten zonder bevrijding van de overdrager verhinderen, of bemoeilijken door bijvoorbeeld : - (i) te vereisen dat de gebruiker de betrokken beheerder voorafgaandelijk moet inlichten aan welke gebruiker hij toegewezen vervoersdiensten wenst over te dragen; - (ii) de overdracht van toegewezen vervoersdiensten afhankelijk te maken van de voorafgaande instemming vanwege de betrokken beheerder; 2° bepalingen die de overdracht van toegewezen vervoersdiensten slechts toelaten aan gebruikers die al een vervoersdienst hebben onderschreven met de betrokken beheerder(s);3° bepalingen die vereisen dat de inhoud van het vervoerscontract en/of toegewezen vervoersdiensten vertrouwelijk dienen te blijven, onverminderd hoofdstuk 2, afdeling 3;4° uitdrukkelijk ontbindende bedingen in hoofde van de beheerders behalve in de gevallen waarin de beheerder de toegang kan weigeren overeenkomstig de gaswet. Afdeling 1.4. - Dienstenprogramma's</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-81\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 81</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De beheerders stellen voor hun respectieve activiteiten van aardgasvervoer, LNG en opslag een dienstenprogramma op dat het aanbod aan vervoersdiensten omvat. § 2. De dienstenprogramma's voor aardgasvervoer, opslag en LNG, respectievelijk het aardgasvervoers-, het opslag- en het LNG-programma bevatten respectievelijk de bepalingen voorzien in de artikelen 112, 171 en 203. Art. 82.§ 1. De beheerders dienen hun voorstellen van dienstenprogramma's en tot wijziging ervan ter goedkeuring bij de Commissie in. § 2. Het dienstenprogramma heeft betrekking op de regulatoire periode Indien op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit een regulatoire periode in uitvoering is, heeft het eerste met toepassing van dit besluit op te stellen dienstenprogramma betrekking op de resterende looptijd van deze regulatoire periode. § 3. Een wijziging van het goedgekeurde dienstenprogramma dringt zich op bij elke wijziging van een bestaande dienst of invoering van een nieuwe dienst tijdens de regulatoire periode. § 4. De met toepassing van § 1 door de Commissie goedgekeurde dienstenprogramma's en wijzigingen ervan gelden zowel voor bestaande als toekomstige installaties en uitbreidingen ervan. Afdeling 1.5. - Verplichtingen gebruikers</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-83-76\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 83</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De gebruikers onderschrijven voor binnenlands vervoer vervoersdiensten rekening houdend met het maximaal verwachte piekverbruik bij de afnamepunten op grond van hun contractuele bevoorradings- en leveringsverplichtingen. § 2. De gebruikers die vervoersdiensten onderschrijven voor de toelevering aan de gasdistributie doen dit in functie van de verwachte piekvraag. § 3. De gebruikers onderschrijven de minimaal vereiste hoeveelheid basisflexibiliteit en/of nemen de minimaal vereiste flexibiliteitsmiddelen op in hun portfolio om de onevenwichten te beheren binnen het van toepassing zijnde balanceringsmodel. De basisflexibiliteit kan door de gebruikers enkel worden aangewend voor binnenlands vervoer</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-84\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 84</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De gebruikers leveren aardgas op de ingangspunten dat voldoet aan de in het vervoerscontract gestelde kwaliteits- en drukeisen onverminderd de artikelen 166, § 2, 5°, 198, § 2, 5° en 231, § 2, 5°</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-85\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 85</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Gebruikers zijn primair verantwoordelijk voor de balancering van hun ingaande- en uitgaande aardgasstromen. Zij voeren hiervoor het nodige risicomanagement. § 2. De gebruikers zorgen ervoor dat binnen de balanceringsperiode rekening houdend met de hen toegewezen tolerantiewaarden, een hoeveelheid aardgas, uitgedrukt in energie-eenheden, geïnjecteerd wordt in het vervoernet gelijk aan de hoeveelheid aardgas die eraan onttrokken wordt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-86\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 86</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het is gebruikers verboden met opzet in onevenwicht te gaan vanwege commerciële opportuniteiten. § 2. Gebruikers worden, op basis van de modaliteiten daartoe opgenomen in het vervoerscontract, onverminderd de te betalen gereguleerde tarifaire toeslagen voor het onevenwicht, door de beheerders bijkomende tarifaire toeslagen aangerekend indien het door hen gecreëerde onevenwicht een incident veroorzaakt of dreigt te veroorzaken. Afdeling 1.6. - Principes inzake facturatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-87\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 87</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beheerders bezorgen de netgebruikers per toegewezen vervoersdienst facturen op maandbasis. Onverminderd de wettelijk verplichte gegevens, vermelden de facturen van de beheerders : 1° de gepresteerde vervoersdienst;2° de waarde van de eventuele parameters en indexen;3° een gedetailleerde overzichtstabel per gepresteerde vervoersdienst, inzonderheid de opgave van de hernominaties en meetresultaten;4° de factuurdatum, de wijze van de betaling, de bankgegevens, de munteenheid en de betalingstermijnen;5° de benuttingsgraad bedoeld in artikel 13</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-88\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 88</span><span class=\"lf-art-t\">Bij het einde van het vervoerscontract en telkens de netgebruiker het vraagt, geven de beheerders een afrekeningstaat</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-89\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 89</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Zowel de beheerders als de netgebruikers bezorgen elkaar tijdig de voor het opstellen van de facturen benodigde gegevens. § 2. De beheerders houden de meetgegevens gebruikt bij het opstellen van de factuur tenminste voor een periode van twee jaar te rekenen vanaf de factuurdatum ter beschikking van de netgebruikers. In geval van betwisting van de factuur wordt deze periode verlengd tot ten minste zes maanden na de datum van definitieve afhandeling van het geschil</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-90\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 90</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Indien de beheerders financiële garanties en/of andere waarborgen vragen aan de gebruikers, staan deze in verhouding tot het te verwachten factuurbedrag, rekening houdend met de in het vervoerscontract bepaalde betalingstermijnen. § 2. De financiële garanties en/of andere waarborgen mogen niet hoger zijn dan de gemiddelde vergoeding betaald door de gebruiker voor de vervoersdiensten gerekend over de periode van de levering van de vervoersdiensten tot aan de betaling van de facturen. § 3. De gevraagde financiële garanties en/of andere waarborgen worden op alle gebruikers of categorieën gebruikers op niet-discriminerende wijze toegepast. Afdeling 2. - Toegang tot het aardgasvervoersnet voor afnemers</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 2.1. - Aansluitingsprocedure</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 2.1.1. - Eindafnemer</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-91\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 91</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Onverminderd de gaswet, stelt de beheerder van het aardgasvervoersnet voor elke (kandidaat-)eindafnemer met een jaarlijks geraamd aardgasverbruik van één miljoen kubieke meter of meer die vraagt om op het aardgasvervoersnet te worden aangesloten, een voorstel voor aansluiting op. Dit voorstel, dat rekening houdt met de criteria bedoeld in § 5, omvat een offerte voor aansluiting en de voorwaarden en het tijdsbestek voor de aansluiting. § 2. Het standaard aansluitingscontract bedoeld in artikel 96 met inbegrip van het voorstel van aansluiting wordt ter ondertekening aan de (kandidaat-)eindafnemer overgemaakt binnen de termijnen voorzien in de aansluitingsprocedure bedoeld in artikel 92. § 3 De beheerder van het aardgasvervoersnet stelt voor elke op het aardgasvervoersnet aangesloten eindafnemer, die een wijziging van zijn bestaande aansluiting vraagt, een voorstel voor wijziging van de aansluiting op. Dit voorstel, dat rekening houdt met de criteria bedoeld in § 5, omvat een offerte voor wijziging van de aansluiting en de voorwaarden en het tijdsbestek voor de wijziging van de aansluiting. § 4. Het voorstel voor wijziging van de aansluiting wordt ter ondertekening aan de eindafnemer overgemaakt binnen de termijnen voorzien in de aansluitingsprocedure bedoeld in artikel 92. § 5. Bij het opstellen van het voorstel voor aansluiting of van het voorstel voor wijziging van de aansluiting houdt de beheerder van het aardgasvervoersnet onder andere rekening met de volgende criteria : 1° de economische verantwoording van het individuele investeringsproject;2° de bijdrage van het investeringsproject in de totaliteit van de ontwikkeling van het bestaande aardgasvervoersnet en van de bestaande distributienetten voor aardgas.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-92\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 92</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De beheerder van het aardgasvervoersnet stelt een aansluitingsprocedure voor eindafnemers op. Deze procedure bevat de door de beheerder gevolgde procedure en een indicatieve timing vanaf het ogenblik van de indiening van aanvragen bedoeld in artikel 91 tot het opstellen en verzenden van een voorstel tot aansluiting of wijziging ervan aan de (kandidaat-)eindafnemer. Hij maakt deze procedure bekend op zijn website. § 2. De aansluitingsprocedure bedoeld in § 1 beschrijft tevens de procedure voor het wijzigen van de voorwaarden vervat in een door de eindafnemer aanvaard voorstel van aansluiting, inzonderheid met betrekking tot de financiële garanties gevraagd door de beheerder van het aardgasvervoersnet aan deze eindafnemer, indien andere eindafnemers naderhand gebruik maken van of voordeel halen uit zijn aansluiting alsmede de impact hiervan, ten voordele van de betrokken eindafnemer, op de door de beheerder van het aardgasvervoersnet aanvankelijk gestelde voorwaarden</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 2.1.2. - Distributienetbeheerder</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-93\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 93</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De distributienetbeheerder kan met het oog op het voldoen aan stijgende capaciteitsbehoeften op het distributienet, het garanderen van de bevoorradingszekerheid en het voldoen aan door de overheid opgelegde verplichtingen aan de beheerder van het aardgasvervoersnet de aanpassing van bestaande aardgasontvangststations en/of de oprichting van bijkomende aardgasontvangststations vragen. § 2. Hiertoe stelt de distributienetbeheerder alle relevante informatie ter beschikking van de beheerder van het aardgasvervoersnet. Art. 94.§ 1. De beheerder van het aardgasvervoersnet stelt voor de distributienetbeheerders die een verzoek bedoeld in artikel 93 aan hem richten een voorstel voor aansluiting of wijziging van de bestaande aansluiting op. Dit voorstel, dat rekening houdt met de criteria bedoeld in § 3, omvat een offerte voor aansluiting of wijziging van de aansluiting en de voorwaarden en het tijdsbestek voor de aansluiting of wijziging ervan. § 2. Het standaard DNB-aansluitingscontract bedoeld in artikel 105 met inbegrip van het voorstel voor aansluiting wordt ter ondertekening aan de distributienetbeheerder overgemaakt binnen de termijnen voorzien in de aansluitingsprocedure bedoeld in artikel 95 Het voorstel voor wijziging van de aansluiting wordt ter ondertekening aan de distributienetbeheerder overgemaakt binnen de termijnen voorzien in de aansluitingsprocedure bedoeld in artikel 95. § 3. Bij het opstellen van het voorstel voor aansluiting of wijziging van de aansluiting houdt de beheerder van het aardgasvervoersnet onder andere rekening met de volgende criteria : 1° technisch-economische criteria en de economische verantwoording van het investeringsproject;2° de bijdrage van het investeringsproject in de globale ontwikkeling van het bestaande aardgasvervoersnet en van de bestaande distributienetten voor aardgas;3° de invloed van het investeringsproject op de gereguleerde tarieven voor de vervoersdiensten rekening houdend met de gewenste toekomstige penetratiegraad in de respectieve distributiezones en de expansiepolitiek van regionale overheden. Art. 95.De beheerder van het aardgasvervoersnet stelt de aansluitingsprocedure voor distributienetbeheerders op die de door de beheerder gevolgde procedure en indicatieve timing bevat vanaf het ogenblik van de indiening van aanvragen bedoeld in artikel 93 tot het opstellen en verzenden van een voorstel van aansluiting of wijziging ervan aan de distributienetbeheerders. De beheerder maakt deze procedure bekend op zijn website. Afdeling 2.2. - Standaard aansluitingscontract en standaard</p>\n<p class=\"lf-p\">DNB-aansluitingscontract Afdeling 2.2.1. - Standaard aansluitingscontract</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-96\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 96</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De beheerder van het aardgasvervoersnet stelt een standaard aansluitingscontract op dat, evenals de eventuele wijzigingen ervan, onderworpen is aan de goedkeuring van de Commissie met toepassing van artikel 15/14, § 2, tweede lid, 6°, van de gaswet. § 2. Het standaard aansluitingscontract bevat in elk geval op gedetailleerde wijze de volgende elementen : 1° de definities van de in het standaard aansluitingscontract gebruikte terminologie;2° het voorwerp van het standaard aansluitingscontract;3° de duur van het aansluitingscontract;4° de financiële waarborgen te leveren door de eindafnemer;5° de rechten en verplichtingen van de partijen ten aanzien van elkaar waaronder onder meer de bepalingen betreffende de toegang van de beheerder tot het aardgasontvangststation;6° het beheer van de respectieve installaties van de beheerder en de aangesloten eindafnemer;7° de aansprakelijkheid van de beheerder en de aangesloten eindafnemer, indien zij in gebreke blijven hun verplichtingen na te komen;8° impact van noodsituaties en situaties van overmacht op de rechten en plichten van de partijen;9° de modaliteiten en voorwaarden voor opschorting en beëindiging/opzeg van het contract onverminderd § 4;10° de geschillenregeling;11° het toepasselijke recht. § 3 De bijlagen van het standaard aansluitingscontract bevatten in elk geval de technische voorschriften waaraan het aardgasontvangststation moet voldoen met inbegrip van de principes voor het meten van de geleverde hoeveelheden, de manier van uitwisseling van de meetgegevens en een gedetailleerd inplantingsplan waarop onder meer het aansluitingspunt en de locatie en het tracé van de vervoerinstallaties op de site waar de afname door de eindafnemer plaatsvindt, worden aangeduid. De vervoerinstallaties gelegen in stroomrichting na het aansluitingspunt worden op exhaustieve wijze opgesomd in bijlage bij het standaard aansluitingscontract. § 4. Het standaard aansluitingscontract mag geen uitdrukkelijk ontbindende bedingen in hoofde van de beheerder van het aardgasvervoersnet bevatten behalve in de gevallen waarin de beheerder de toegang kan weigeren overeenkomstig de gaswet. § 5.</p></div>", "next": 239589}