📄 Wettekst
13 MEI 2017. - Wet houdende instemming met de Versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds, gedaan te Astana op 21 december 2015 (1)(2)
FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt : Artikel 1.Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. Art. 2.De Versterkte partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kazachstan, anderzijds, gedaan te Astana op 21 december 2015, zal volkomen gevolg hebben.
De wijzigingen die zullen worden aangenomen overeenkomstig de artikelen 123, § 3, 136 en 268, § 3, van de Overeenkomst, zullen volkomen gevolg hebben.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 13 mei 2017.
FILIP Van Koningswege : De Minister van Buitenlandse Zaken en Europese Zaken, D. REYNDERS Met 's Lands zegel gezegeld : De Minister van Justitie, K. GEENS _______ Nota's (1) Kamer van volksvertegenwoordigers (www.dekamer.be): Stukken: 54-2311.
Integraal verslag: 23/03/2017. (2) Zie Decreet van de Vlaamse Gemeenschap/Vlaams Gewest van 02/12/2016 (Belgisch Staatsblad van 21/12/2016), Decreet van de Frans Gemeenschap van 26/01/2017 (Belgische Staatsblad van 09/02/2017), Decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 23/01/2017 (Belgisch Staatsblad van 08/02/2017), Decreet van het Waalse Gewest van 12/10/2017 (Belgisch Staatsblad van 26/10/2017), Ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 08/12/2016 (Belgisch Staatsblad van 28/12/2016), Ordonnantie van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van 08/12/2016 (Belgisch Staatsblad van 28/12/2016). VERSTERKTE PARTNERSCHAPS- EN SAMENWERKINGSOVEREENKOMST TUSSEN DE EUROPESE UNIE EN HAAR LIDSTATEN, ENERZIJDS, EN DE REPUBLIEK KAZACHSTAN, ANDERZIJDS INHOUDSOPGAVE TITEL PREAMBULE TITEL IALGEMENE BEGINSELEN EN DOELSTELLINGEN VAN DE OVEREENKOMST TITEL IIPOLITIEKE DIALOOG; SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BUITENLANDS EN VEILIGHEIDSBELEID TITEL IIIHANDEL EN ZAKELIJKE ACTIVITEITEN HOOFDSTUK 1HANDEL IN GOEDEREN HOOFDSTUK 2DOUANE HOOFDSTUK 3TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN HOOFDSTUK 4SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN HOOFDSTUK 5HANDEL IN DIENSTEN EN VESTIGING AFDELING 1ALGEMENE BEPALINGEN AFDELING 2VESTIGING EN GRENSOVERSCHRIJDENDE DIENSTVERLENING ONDERAFDELING 1ALLE ECONOMISCHE ACTIVITEITEN ONDERAFDELING 2ECONOMISCHE ACTIVITEITEN ANDERS DAN DIENSTEN AFDELING 3TIJDELIJK VERBLIJF VAN NATUURLIJKE PERSONEN VOOR ZAKEN AFDELING 4INTERNE REGELGEVING AFDELING 5SECTORSPECIFIEKE BEPALINGEN AFDELING 6UITZONDERINGEN AFDELING 7INVESTERINGEN HOOFDSTUK 6KAPITAAL- EN BETALINGSVERKEER HOOFDSTUK 7INTELLECTUELE EIGENDOM AFDELING 1BEGINSELEN AFDELING 2NORMEN BETREFFENDE INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN AFDELING 3HANDHAVING VAN INTELLECTUELE-EIGENDOMSRECHTEN AFDELING 4AANSPRAKELIJKHEID VAN AANBIEDERS VAN INTERMEDIAIRE DIENSTEN HOOFDSTUK 8OVERHEIDSOPDRACHTEN HOOFDSTUK 9GRONDSTOFFEN EN ENERGIE HOOFDSTUK 10HANDEL EN DUURZAME ONTWIKKELING HOOFDSTUK 11MEDEDINGING HOOFDSTUK 12OVERHEIDSBEDRIJVEN, DOOR DE OVERHEID GECONTROLEERDE BEDRIJVEN EN BEDRIJVEN WAARAAN BIJZONDERE OF EXCLUSIEVE RECHTEN OF VOORRECHTEN ZIJN VERLEEND HOOFDSTUK 13TRANSPARANTIE HOOFDSTUK 14GESCHILLENBESLECHTING AFDELING 1DOELSTELLING EN TOEPASSINGSGEBIED AFDELING 2OVERLEG EN BEMIDDELING AFDELING 3GESCHILLENBESLECHTINGSPROCEDURES ONDERAFDELING 1ARBITRAGEPROCEDURE ONDERAFDELING 2NALEVING ONDERAFDELING 3GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN AFDELING 4ALGEMENE BEPALINGEN TITEL IVSAMENWERKING OP HET GEBIED VAN ECONOMISCHE EN DUURZAME ONTWIKKELING HOOFDSTUK 1ECONOMISCHE DIALOOG HOOFDSTUK 2SAMENWERKING INZAKE HET BEHEER VAN DE OVERHEIDSFINANCI"N, WAARONDER CONTROLE VAN DE OVERHEIDSFINANCI"N EN INTERNE CONTROLE HOOFDSTUK 3SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN BELASTINGEN HOOFDSTUK 4SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN STATISTIEK HOOFDSTUK 5SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN ENERGIE HOOFDSTUK 6SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN VERVOER HOOFDSTUK 7SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN MILIEU HOOFDSTUK 8SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN KLIMAATVERANDERING HOOFDSTUK 9SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DE INDUSTRIE HOOFDSTUK 10SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET MIDDEN- EN KLEINBEDRIJF HOOFDSTUK 11SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN VENNOOTSCHAPSRECHT HOOFDSTUK 12SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BANK- EN VERZEKERINGSWEZEN EN ANDERE FINANCI"LE DIENSTEN HOOFDSTUK 13SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DE INFORMATIEMAATSCHAPPIJ HOOFDSTUK 14SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN TOERISME HOOFDSTUK 15SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING HOOFDSTUK 16SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN WERKGELEGENHEID, ARBEIDSVERHOUDINGEN, SOCIAAL BELEID EN GELIJKE KANSEN HOOFDSTUK 17SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN GEZONDHEID TITEL VSAMENWERKING OP HET GEBIED VAN VRIJHEID, VEILIGHEID EN JUSTITIE TITEL VISAMENWERKING OP ANDERE TERREINEN HOOFDSTUK 1SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN ONDERWIJS EN OPLEIDING HOOFDSTUK 2SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN CULTUUR HOOFDSTUK 3SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN ONDERZOEK EN INNOVATIE HOOFDSTUK 4SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN MEDIA EN OP AUDIOVISUEEL GEBIED HOOFDSTUK 5SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET MAATSCHAPPELIJK MIDDENVELD HOOFDSTUK 6SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN SPORT EN BEWEGING HOOFDSTUK 7SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN CIVIELE BESCHERMING HOOFDSTUK 8SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN RUIMTEVAART HOOFDSTUK 9SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN CONSUMENTENBESCHERMING HOOFDSTUK 10REGIONALE SAMENWERKING HOOFDSTUK 11SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET AMBTENARENAPPARAAT TITEL VIIFINANCI"LE EN TECHNISCHE SAMENWERKING TITEL VIIIINSTITUTIONEEL KADER TITEL IXALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN BIJLAGE IVOORBEHOUDEN OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 46 BIJLAGE IIBEPERKINGEN DIE WORDEN TOEGEPAST DOOR DE REPUBLIEK KAZACHSTAN OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 48, LID 2 BIJLAGE IIITOEPASSINGSGEBIED VAN HOOFDSTUK 8 (OVERHEIDSOPDRACHTEN) VAN TITEL III (HANDEL EN ZAKELIJKE ACTIVITEITEN) BIJLAGE IVMEDIA VOOR DE BEKENDMAKING VAN INFORMATIE OVER AANBESTEDINGEN EN AANKONDIGINGEN ALS BEDOELD IN HOOFDSTUK 8 (OVERHEIDSOPDRACHTEN) VAN TITEL III (HANDEL EN ZAKELIJKE ACTIVITEITEN) BIJLAGE VREGLEMENT VAN ORDE VOOR ARBITRAGE ALS BEDOELD IN HOOFDSTUK 14 (GESCHILLENBESLECHTING) VAN TITEL III (HANDEL EN ZAKELIJKE ACTIVITEITEN) BIJLAGE VIGEDRAGSCODE VOOR LEDEN VAN ARBITRAGEPANELS EN BEMIDDELAARS ALS BEDOELD IN HOOFDSTUK 14 (GESCHILLENBESLECHTING) ONDER TITEL III (HANDEL EN ZAKELIJKE ACTIVITEITEN) BIJLAGE VIIBEMIDDELINGSMECHANISME ALS BEDOELD IN HOOFDSTUK 14 (GESCHILLENBESLECHTING) VAN TITEL III (HANDEL EN ZAKELIJKE ACTIVITEITEN) PROTOCOL BETREFFENDE WEDERZIJDSE ADMINISTRATIEVE BIJSTAND IN DOUANEZAKEN PREAMBULE HET KONINKRIJK BELGI", DE REPUBLIEK BULGARIJE, DE TSJECHISCHE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK DENEMARKEN, DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND, DE REPUBLIEK ESTLAND, IERLAND, DE HELLEENSE REPUBLIEK, HET KONINKRIJK SPANJE, DE FRANSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK KROATI", DE ITALIAANSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK CYPRUS, DE REPUBLIEK LETLAND, DE REPUBLIEK LITOUWEN, HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG, HONGARIJE, DE REPUBLIEK MALTA, HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN, DE REPUBLIEK OOSTENRIJK, DE REPUBLIEK POLEN, DE PORTUGESE REPUBLIEK, ROEMENI", DE REPUBLIEK SLOVENI", DE SLOWAAKSE REPUBLIEK, DE REPUBLIEK FINLAND, HET KONINKRIJK ZWEDEN, HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNI" EN NOORD-IERLAND, Verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna "de lidstaten" genoemd, en DE EUROPESE UNIE, enerzijds, en DE REPUBLIEK KAZACHSTAN, anderzijds, hierna gezamenlijk "de partijen" genoemd, GEZIEN de sterke banden tussen de partijen en hun gedeelde waarden, evenals hun wens om de betrekkingen te versterken en uit te breiden die in het verleden tot stand zijn gebracht door de tenuitvoerlegging van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten en de Republiek Kazachstan, die op 23 januari 1995 in Brussel is ondertekend, van de strategie voor een nieuw partnerschap tussen de Europese Unie en Centraal-Azië, die door de Europese Raad in juni 2007 werd vastgesteld, en van het programma "Op weg naar Europa" van de Kazachse regering, dat in 2008 werd vastgesteld;
GEZIEN de verbintenis van de partijen om volledig uitvoering te geven aan de beginselen en bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties ("het VN-handvest"), de Universele Verklaring van de rechten van de mens en van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa ("OVSE"), met name die van de Slotakte van Helsinki, alsmede aan andere algemeen erkende normen van internationaal recht;
GEZIEN de krachtige verbintenis van de partijen om te streven naar versterking van de bevordering, bescherming en tenuitvoerlegging van fundamentele vrijheden en mensenrechten, de eerbiediging van democratische beginselen, de rechtsstaat en goed bestuur;
GEZIEN de sterke gehechtheid van de partijen aan de volgende beginselen inzake de samenwerking op het gebied van mensenrechten en democratie: de bevordering van gemeenschappelijke doelstellingen, open en constructieve politieke dialoog, transparantie en eerbiediging van internationale mensenrechtennormen;
GEZIEN de verbintenis van de partijen om de beginselen van de vrijemarkteconomie te onderschrijven;
ERKENNENDE dat de handels- en investeringsrelaties tussen de partijen steeds belangrijker worden;
OVERWEGENDE dat deze overeenkomst de nauwe economische betrekkingen tussen de partijen verder zal versterken en een nieuw klimaat en betere voorwaarden zal scheppen voor verdere ontwikkeling van de handel en investeringen tussen de partijen, onder meer op het gebied van energie;
GEZIEN het voornemen om de handel en investeringen in alle sectoren te bevorderen, binnen een versterkt juridisch kader, met name deze overeenkomst en de Overeenkomst tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie ("de WTO-overeenkomst");
GEZIEN de verbintenis van de partijen tot bevordering van internationale vrede en veiligheid en de vreedzame oplossing van geschillen, met name door doeltreffende samenwerking op dit gebied in het kader van de VN en de OVSE;
GEZIEN de bereidheid van de partijen om de regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang verder te ontwikkelen;
GEZIEN de verbintenis van de partijen tot naleving van de internationale verplichtingen tot bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor en tot samenwerking inzake non-proliferatie en nucleaire veiligheid en beveiliging;
GEZIEN de verbintenis van de partijen om de illegale handel in en de accumulatie van handvuurwapens en lichte wapens te bestrijden en gezien de vaststelling van het Wapenhandelsverdrag door de Algemene Vergadering van de VN;
GEZIEN het belang van actieve deelname van de Republiek Kazachstan aan de tenuitvoerlegging van de strategie voor een nieuw partnerschap tussen de Europese Unie en Centraal-Azië;
GEZIEN de verbintenis van de partijen om georganiseerde misdaad en mensenhandel te bestrijden en meer samen te werken op het gebied van terrorismebestrijding;
GEZIEN de verbintenis van de partijen om de dialoog en samenwerking in migratiegerelateerde aangelegenheden op te voeren, met een brede benadering doelende op samenwerking op het gebied van legale migratie en het aanpakken van onregelmatige migratie en mensenhandel, en het belang erkennende van de overnameclausule van deze overeenkomst;
STREVEND naar evenwichtige bilaterale handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en de Republiek Kazachstan;
GEZIEN de verbintenis van de partijen om de rechten en plichten in het kader van het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie ("WTO") na te leven en deze op transparante en niet-discriminerende wijze ten uitvoer te leggen;
GEZIEN de gehechtheid van de partijen aan het beginsel van duurzame ontwikkeling, onder andere door de bevordering van de tenuitvoerlegging van multilaterale internationale verdragen en regionale samenwerking;
STREVEND naar verbetering van wederzijds voordelige samenwerking op alle gebieden die van wederzijds belang zijn en naar versterking van het kader daarvoor waar nodig;
ERKENNENDE de noodzaak tot meer samenwerking op het gebied van energie, tot continuïteit van de energievoorziening en tot het faciliteren van de ontwikkeling van passende infrastructuur, voortbouwend op het memorandum van overeenstemming inzake samenwerking op het gebied van energie tussen de Europese Unie en de Republiek Kazachstan, dat op 4 december 2006 werd gesloten in Brussel, en in het kader van het Energiehandvestverdrag;
ERKENNENDE dat alle samenwerking met betrekking tot kernenergie voor vreedzaam gebruik valt onder de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Republiek Kazachstan op het gebied van de nucleaire veiligheid die op 19 juli 1999 in Brussel werd ondertekend, en niet onder deze overeenkomst;
GEZIEN het streven van de partijen om het niveau van de volksgezondheid en de bescherming van de menselijke gezondheid te verhogen, als basisvoorwaarde voor duurzame ontwikkeling en economische groei;
GEZIEN de gehechtheid van de partijen aan meer contacten tussen mensen, onder andere door samenwerking en uitwisselingen op het gebied van wetenschap en technologie, innovatieontwikkeling, onderwijs en cultuur;
OVERWEGENDE dat de partijen streven naar meer wederzijds begrip en convergentie van hun wet- en regelgeving, met het oog op het verder versterken van wederzijds voordelige betrekkingen en duurzame ontwikkeling;
WIJZEND op het feit dat, als de partijen in het kader van deze overeenkomst specifieke overeenkomsten sluiten op het gebied van vrijheid, veiligheid en justitie, die door de Europese Unie zouden worden gesloten krachtens titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, de bepalingen van dergelijke toekomstige overeenkomsten niet bindend zijn voor het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland, tenzij de Europese Unie, tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland wat betreft hun respectieve bilaterale betrekkingen, de Republiek Kazachstan ervan in kennis stelt dat het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland gebonden zijn als deel van de Europese Unie, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Evenzo zijn interne maatregelen die de Europese Unie krachtens de genoemde titel V vaststelt met het oog op de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, niet bindend voor het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland, tenzij zij te kennen hebben gegeven deel te willen nemen aan deze maatregelen of deze te aanvaarden overeenkomstig Protocol nr. 2 1. Dergelijke toekomstige overeenkomsten of daarmee samenhangende interne maatregelen van de Europese Unie vallen ook onder Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, dat aan die verdragen is gehecht, ZIJN HET VOLGENDE OVEREENGEKOMEN: TITEL I ALGEMENE BEGINSELEN EN DOELSTELLINGEN ARTIKEL 1 Algemene beginselen De eerbiediging van de democratische beginselen en de rechten van de mens, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens, de Slotakte van Helsinki van de OVSE, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa en andere relevante internationale mensenrechteninstrumenten, en van het beginsel van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van de partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst.
De partijen bevestigen hun gehechtheid aan de beginselen van een vrijemarkteconomie, het stimuleren van duurzame ontwikkeling en economische groei.
De tenuitvoerlegging van deze overeenkomst wordt gebaseerd op de beginselen van dialoog, wederzijds vertrouwen en respect, gelijkwaardig partnerschap, wederzijds voordeel en volledige eerbiediging van de beginselen en waarden van het VN-handvest.
ARTIKEL 2 Doelstellingen 1. Bij deze overeenkomst wordt een versterkt partnerschap en versterkte samenwerking tussen de partijen tot stand gebracht, binnen hun respectieve bevoegdheden en op basis van gedeelde belangen en de verdieping van de betrekkingen op alle toepassingsgebieden.2. Deze samenwerking is een proces tussen de partijen dat bijdraagt aan internationale en regionale vrede en stabiliteit en economische ontwikkeling;de samenwerking wordt gebaseerd op beginselen die de partijen ook bevestigen in hun internationale verbintenissen, met name in het kader van de VN en de OVSE. ARTIKEL 3 Samenwerking in regionale en internationale organisaties De partijen werken samen en wisselen standpunten uit in regionale en internationale fora en organisaties.
TITEL II POLITIEKE DIALOOG; SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN HET BUITENLANDS EN VEILIGHEIDSBELEID ARTIKEL 4 Politieke dialoog De partijen ontwikkelen en versterken een doeltreffende politieke dialoog op alle gebieden van wederzijds belang, ter bevordering van de internationale vrede, stabiliteit en veiligheid, onder andere op het Euraziatische continent, op basis van het internationale recht, doeltreffende samenwerking binnen multilaterale instellingen en gedeelde waarden.
De partijen werken samen om de rol van de VN en de OVSE te versterken en de doelmatigheid van internationale en regionale organisaties te vergroten.
De partijen intensiveren hun samenwerking en dialoog met betrekking tot vraagstukken inzake internationale veiligheid en crisisbeheer om het hoofd te bieden aan de huidige mondiale en regionale problemen en grote gevaren.
De partijen streven naar betere samenwerking met betrekking tot alle vraagstukken van gemeenschappelijk belang, met name de naleving van het internationale recht, de versterking van de eerbiediging van democratische beginselen, de rechtsstaat, mensenrechten en goed bestuur. De partijen komen overeen om samen te werken aan een beter klimaat voor verdere regionale samenwerking, met name inzake Centraal-Azië en daarbuiten.
ARTIKEL 5 Democratie en rechtsstaat De partijen werken samen aan de bevordering en doeltreffende bescherming van de mensenrechten en de rechtsstaat, onder meer via de desbetreffende internationale mensenrechteninstrumenten.
Deze samenwerking geschiedt in de vorm van door de partijen overeengekomen activiteiten, onder meer door de eerbiediging van de rechtsstaat te versterken, de bestaande mensenrechtendialoog te bevorderen, democratische instellingen verder te ontwikkelen, het bewustzijn ten aanzien van mensenrechten te vergroten en samenwerking binnen de mensenrechtenorganen van de VN en de OVSE te stimuleren.
ARTIKEL 6 Buitenlands en veiligheidsbeleid De partijen intensiveren hun dialoog en samenwerking op het gebied van het buitenlands en veiligheidsbeleid en buigen zich met name over vraagstukken met betrekking tot conflictpreventie en crisisbeheer, regionale stabiliteit, non-proliferatie, ontwapening en wapenbeheersing, nucleaire veiligheid en controle op de uitvoer van wapens en goederen voor tweeërlei gebruik.
De samenwerking wordt gebaseerd op gemeenschappelijke waarden en wederzijdse belangen, is gericht op meer convergentie en doeltreffendheid van het beleid, waarbij gebruik wordt gemaakt van bilaterale, internationale en regionale fora.
De partijen bevestigen hun gehechtheid aan de beginselen van respect voor territoriale integriteit, onschendbaarheid van de grenzen, soevereiniteit en onafhankelijkheid als bepaald in het VN-handvest en de Slotakte van Helsinki van de OVSE, en engageren zich ertoe die beginselen in hun bilaterale en multilaterale betrekkingen te ondersteunen.
ARTIKEL 7 Veiligheid in de ruimte De partijen streven naar bevordering van meer veiligheid, beveiliging en duurzaamheid van alle ruimtegerelateerde activiteiten en werken op bilateraal, regionaal en internationaal niveau samen om vreedzaam gebruik van de ruimte te waarborgen. De partijen achten het van belang om een wapenwedloop in de ruimte te voorkomen.
ARTIKEL 8 Ernstige misdrijven waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd De partijen bevestigen opnieuw dat de ernstigste misdaden die de gehele internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat de vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen op intern en internationaal niveau, onder meer via het Internationaal Strafhof.
Met passende aandacht voor de integriteit van het Statuut van Rome komen de partijen overeen om een dialoog te voeren over en te streven naar universele onderschrijving van het Statuut, overeenkomstig hun respectieve wetgeving, onder meer door steun te leveren voor capaciteitsopbouw.
ARTIKEL 9 Conflictpreventie en crisisbeheer De partijen intensiveren hun samenwerking inzake conflictpreventie, de beslechting van regionale conflicten en crisisbeheer teneinde een ruimte van vrede en stabiliteit tot stand te brengen.
ARTIKEL 10 Regionale stabiliteit De partijen voeren hun gezamenlijke inspanningen op om meer stabiliteit en veiligheid in Centraal-Azië en een beter klimaat voor regionale samenwerking te bewerkstelligen, op basis van de beginselen van het VN-handvest, de Slotakte van Helsinki van de OVSE en andere relevante multilaterale documenten die beide partijen onderschrijven.
ARTIKEL 11 Bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens De partijen zijn van oordeel dat de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel staten als niet-statelijke actoren, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale stabiliteit en veiligheid vormt.
De partijen werken samen aan en dragen bij tot de bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, door hun respectieve verplichtingen in het kader van internationale verdragen en andere relevante internationale instrumenten op het gebied van ontwapening en non-proliferatie, volledig na te leven en ten uitvoer te leggen. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element van deze overeenkomst vormt.
De samenwerking op dit vlak geschiedt onder andere in de vorm van: a) verdere ontwikkeling van systemen van controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie en goederen en technologie voor tweeërlei gebruik;b) instelling van een regelmatige politieke dialoog over de vraagstukken die verband houden met dit artikel. ARTIKEL 12 Handvuurwapens en lichte wapens De partijen werken samen en zorgen voor coördinatie, complementariteit en synergie in hun inspanningen om de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor op alle relevante niveaus te bestrijden en zetten de regelmatige politieke dialoog voort, ook in multilateraal verband.
Deze samenwerking geschiedt met volledige inachtneming van de bestaande internationale verdragen en resoluties van de VN-Veiligheidsraad, alsmede van de verbintenissen in het kader van andere internationale instrumenten op dit gebied die de partijen onderschrijven. In dit verband zijn beide partijen overtuigd van de waarde van het Wapenhandelsverdrag.
ARTIKEL 13 Terrorismebestrijding De partijen werken samen op bilateraal, regionaal en internationaal niveau om terrorisme te voorkomen en te bestrijden, in volledige overeenstemming met de rechtsstaat, het internationale recht, internationale mensenrechtennormen, het humanitaire recht en VN-besluiten ter zake, zoals de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de VN. De partijen werken samen met het oog op: a) tenuitvoerlegging, waar passend, van VN-resoluties, de mondiale strategie voor terrorismebestrijding van de VN en de verbintenissen van de partijen in het kader van andere internationale verdragen en instrumenten inzake terrorismebestrijding;b) uitwisseling van informatie over beraamde en gepleegde terroristische daden, vormen en methoden om deze te plegen en terroristische groeperingen die een misdaad beramen, plegen of hebben gepleegd op het grondgebied van een partij, overeenkomstig internationale en binnenlandse wetgeving;c) uitwisseling van ervaring met betrekking tot de preventie van alle vormen van terrorisme, inclusief het pubiekelijk op internet aanzetten tot terrorisme, en van ervaring met middelen en methoden voor terrorismebestrijding, ervaring op technisch gebied, en opleiding die wordt aangeboden of betaald door de instellingen, organen en agentschappen van de Europese Unie;d) intensivering van de gezamenlijke inspanningen om de financiering van terrorisme te bestrijden en uitwisseling van visies op radicaliserings- en rekruteringsprocessen;en e) uitwisseling van beste praktijken betreffende de bescherming van de mensenrechten in het kader van de strijd tegen het terrorisme. TITEL III HANDEL EN ZAKELIJKE ACTIVITEITEN HOOFDSTUK 1 HANDEL IN GOEDEREN ARTIKEL 14 Meestbegunstigingsbehandeling 1. Elke partij behandelt goederen van de andere partij volgens het meestbegunstigingsbeginsel, in overeenstemming met artikel I van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel van 1994 (General Agreement on Tariffs and Trade 1994 - "GATT 1994"), met inbegrip van de aantekeningen daarbij, die mutatis mutandis in deze overeenkomst zijn opgenomen en daarvan een integrerend deel uitmaken.2. Lid 1 is niet van toepassing op goederen van een ander land waaraan een partij preferentiële behandeling heeft toegekend overeenkomstig de GATT 1994. ARTIKEL 15 Nationale behandeling Elke partij behandelt goederen van de andere partij als nationale goederen, in overeenstemming met artikel III van de GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen daarbij, die mutatis mutandis in deze overeenkomst zijn opgenomen en daarvan een integrerend deel uitmaken.
ARTIKEL 16 Douanerechten bij invoer en uitvoer Elke partij heft douanerechten bij invoer en uitvoer volgens zijn WTO-tariefverbintenissen.
ARTIKEL 17 Invoer- en uitvoerbeperkingen Geen van de partijen mag verboden of beperkingen, andere dan rechten, belastingen en andere heffingen, invoeren of handhaven, in de vorm van quota's, invoer- of uitvoervergunningen of andere maatregelen, ter zake van de invoer van een goed uit de andere partij of de uitvoer of verkoop ten uitvoer van een goed dat voor het grondgebied van de andere partij is bestemd, in overeenstemming met artikel XI van de GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen daarbij, die mutatis mutandis in deze overeenkomst zijn opgenomen en daarvan een integrerend deel uitmaken.
ARTIKEL 18 Tijdelijke invoer van goederen De partijen verlenen elkaar ontheffing van invoerheffingen en -rechten op tijdelijk ingevoerde goederen, in de gevallen en volgens de procedures die zijn vastgesteld in voor hen bindende internationale overeenkomsten op dit gebied. Deze ontheffing wordt verleend overeenkomstig de wettelijke bepalingen van de partij die de ontheffing verleent.
ARTIKEL 19 Doorvoer De partijen achten het beginsel van de vrije doorvoer een essentiële voorwaarde voor het bereiken van de doelstellingen van deze overeenkomst. In dat verband verlenen de partijen vrije doorvoer over hun douanegebied aan goederen die zijn verzonden uit of zijn bestemd voor het douanegebied van de andere partij, in overeenstemming met artikel V van de GATT 1994, met inbegrip van de aantekeningen daarbij, die mutatis mutandis in deze overeenkomst zijn opgenomen en daarvan een integrerend deel uitmaken.
ARTIKEL 20 Vrijwaringsmaatregelen Geen van de bepalingen van deze overeenkomst doet afbreuk aan of vormt een beletsel voor de rechten en plichten van elke partij in het kader van artikel XIX van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake vrijwaringsmaatregelen.
ARTIKEL 21 Bijzondere vrijwaringsclausule inzake landbouw Geen van de bepalingen van deze overeenkomst doet afbreuk aan of vormt een beletsel voor de rechten en plichten van elke partij in het kader van artikel 5 (Bijzondere vrijwaringsbepalingen) van de WTO-overeenkomst inzake de landbouw.
ARTIKEL 22 Antidumping- en compenserende maatregelen 1. Geen van de bepalingen van deze overeenkomst doet afbreuk aan of vormt een beletsel voor de rechten en plichten van elke partij in het kader van artikel VI van de GATT 1994, de WTO-overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 en de WTO-overeenkomst inzake subsidies en compenserende maatregelen (hierna "SCM-overeenkomst" genoemd).2. Voordat definitieve maatregelen worden vastgesteld, zorgen de partijen ervoor dat de belangrijkste feiten die aan de beslissing tot toepassing van maatregelen ten grondslag liggen, worden meegedeeld, onverminderd artikel 6, lid 5, van de WTO-overeenkomst inzake de toepassing van artikel VI van de GATT 1994 en artikel 12, lid 4, van de SCM-overeenkomst.Er moet belanghebbenden voldoende tijd worden gelaten om hun opmerkingen in te dienen. 3. Elke belanghebbende krijgt, mits zulks het onderzoek niet onnodig vertraagt, de gelegenheid te worden gehoord opdat hij gedurende een onderzoek naar antidumping- of compenserende maatregelen zijn standpunt kenbaar kan maken.4. Dit artikel is niet onderworpen aan de geschillenbeslechtingsbepalingen van deze overeenkomst. ARTIKEL 23 Prijsstelling De partijen ziet erop toe dat ondernemingen en entiteiten waaraan bijzondere of exclusieve rechten zijn verleend of die door een partij worden gecontroleerd, die een product op de eigen markt verkopen en eveneens uitvoeren, een gescheiden boekhouding voeren, zodat het volgende duidelijk kan worden vastgesteld: a) de kosten en baten van de binnenlandse en de internationale activiteiten;en b) alle aspecten van de methoden waarmee de kosten en baten aan de binnenlandse en de internationale activiteiten worden toegerekend of daarover worden verdeeld. Deze gescheiden boekhouding zijn gebaseerd op de boekhoudbeginselen van oorzakelijk verband, objectiviteit, transparantie en samenhang, in overeenstemming met internationaal erkende boekhoudkundige methoden, en op gegevens die voorwerp van een audit zijn geweest.
ARTIKEL 24 Uitzonderingen 1. De partijen bevestigen dat hun bestaande rechten en plichten in het kader van artikel XX van de GATT 1994 en de aantekeningen daarbij mutatis mutandis van toepassing zijn op de handel in goederen waarop deze overeenkomst van toepassing is.Daartoe worden artikel XX van de GATT 1994 en de aantekeningen daarbij mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen en maken zij een integrerend deel van deze overeenkomst uit. 2. De partijen komen overeen dat de partij die voornemens is om een onder i) en j) van artikel XX van de GATT 1994 bedoelde maatregel te nemen, alvorens dat te doen, de andere partij alle relevante informatie verstrekt, teneinde een oplossing te zoeken die voor beide partijen aanvaardbaar is.De partijen kunnen besluiten tot elke maatregel die aan de moeilijkheden een einde maakt. Indien binnen 30 dagen na het verstrekken van dergelijke informatie geen overeenstemming is bereikt, kan de partij krachtens dit artikel ten aanzien van het betrokken goed maatregelen toepassen. Wanneer door uitzonderlijke, kritieke omstandigheden die onmiddellijk handelen vereisen, voorafgaande informatieverstrekking of voorafgaand onderzoek niet mogelijk is, kan de partij die voornemens is de maatregelen te nemen, onmiddellijk de voorzorgsmaatregelen nemen die nodig zijn om de situatie aan te pakken, en stelt zij de andere partij hiervan onmiddellijk in kennis. 3. De Republiek Kazachstan mag bepaalde maatregelen handhaven die niet in overeenstemming zijn met de artikelen 14, 15 en 17 van deze overeenkomst, op voorwaarde dat die maatregelen in het protocol inzake de toetreding van de Republiek Kazachstan tot de WTO zijn aangegeven, tot het verstrijken van de voor die maatregelen in het protocol vastgestelde overgangsperiode. HOOFDSTUK 2 DOUANE ARTIKEL 25 Douanesamenwerking 1. De partijen intensiveren hun samenwerking op douanegebied met het oog op de waarborging van een transparant handelsklimaat, vergemakkelijking van de handel, bevordering van de continuïteit van de toeleveringsketen en van de consumentenveiligheid, het tegenhouden van goederen waarmee inbreuk op intellectuele-eigendomsrechten wordt gemaakt en bestrijding van smokkel en fraude.2. Om deze doelstellingen te verwezenlijken en binnen de grenzen van de beschikbare middelen werken de partijen samen met het oog op onder andere: a) verbetering van de douanewetgeving, harmonisering en vereenvoudiging van douaneprocedures, in overeenstemming met internationale verdragen en normen op het gebied van douane en handelsbevordering, zoals die ontwikkeld door de Europese Unie (met inbegrip van de blauwdrukken voor de douane), de Wereldhandelsorganisatie en de Werelddouaneorganisatie (met name de Herziene overeenkomst van Kyoto);b) instelling van moderne douanesystemen, waaronder moderne technologieën voor de afhandeling van douaneformaliteiten, regelingen voor geautoriseerde marktdeelnemers, geautomatiseerde op risico gebaseerde analyse en controles, vereenvoudigde procedures voor de vrijgave van goederen, controles na douaneafhandeling, transparante vaststelling van de douanewaarde en regelingen voor partnerschappen tussen de douane en ondernemingen;c) aanmoediging van strenge normen op het gebied van integriteit met betrekking tot de douane, met name aan de grens, door de toepassing van maatregelen die in overeenstemming zijn met de beginselen die zijn vervat in de verklaring van Arusha van de Werelddouaneorganisatie;d) uitwisseling van beste praktijken en verstrekking van opleiding en technische ondersteuning voor planning en capaciteitsopbouw en voor het waarborgen van strenge normen op het gebied van integriteit;e) waar passend uitwisseling van informatie en gegevens, met inachtneming van de regels van de partijen inzake de vertrouwelijkheid van gevoelige gegevens en de bescherming van persoonsgegevens;f) afstemming tussen de douaneautoriteiten van de partijen van hun optreden;g) waar nodig en passend wederzijdse erkenning van programma's inzake geautoriseerde marktdeelnemers en douanecontroles, met inbegrip van gelijkwaardige maatregelen voor handelsbevordering;h) waar nodig en passend koppeling van de respectieve douanestelsels voor doorvoer.3. De Samenwerkingsraad stelt een subcomité inzake douanesamenwerking in.4. Over de vraagstukken die door dit hoofdstuk worden bestreken, wordt een regelmatige dialoog gevoerd.Het Samenwerkingscomité kan regels vaststellen voor het voeren van die dialoog.
ARTIKEL 26 Wederzijdse administratieve bijstand Onverminderd de andere vormen van samenwerking waarin deze overeenkomst voorziet, in het bijzonder in artikel 25, verlenen de partijen elkaar wederzijdse administratieve bijstand in douaneaangelegenheden, in overeenstemming met het protocol betreffende wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken bij deze overeenkomst.
ARTIKEL 27 Vaststelling van douanewaarde Bij de handel tussen de partijen is de Overeenkomst inzake de toepassing van artikel VII van de GATT 1994 van toepassing op de vaststelling van de douanewaarde van goederen. De bepalingen van die overeenkomst worden mutatis mutandis in deze overeenkomst opgenomen en maken daarvan een integrerend deel uit. HOOFDSTUK 3 TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN ARTIKEL 28 WTO-Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen De partijen bevestigen dat zij in hun betrekkingen aan hun rechten en plichten in het kader van de WTO-overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (technical barriers to trade) ("TBT-overeenkomst") zullen voldoen, die mutatis mutandis in deze overeenkomst is opgenomen en daarvan een integrerend deel uitmaakt.
ARTIKEL 29 Technische voorschriften, normalisatie, metrologie, accreditatie en conformiteitsbeoordeling 1. De partijen komen overeen: a) de verschillen te verkleinen die tussen hen bestaan op het gebied van technische voorschriften, normalisatie, wettelijke metrologie, accreditatie, markttoezicht en conformiteitsbeoordeling, onder andere door de toepassing van internationale instrumenten op dat gebied aan te moedigen;b) het gebruik te stimuleren van accreditatie volgens internationale voorschriften, ter ondersteuning van conformiteitsbeoordelingsinstanties en hun activiteiten;en c) de deelname van de Republiek Kazachstan en haar instanties aan, en waar mogelijk hun lidmaatschap van Europese organisaties die zich bezighouden met normen, conformiteitsbeoordeling, metrologie en daarmee samenhangende taken, te steunen.2. De partijen zetten een proces op om hun technische voorschriften, normen en conformiteitsbeoordelingsprocedures geleidelijk op elkaar af te stemmen en houden dit proces in stand.3. Voor gebieden waarop deze afstemming is voltooid, kunnen de partijen onderhandelingen openen over overeenkomsten inzake conformiteitsbeoordeling en aanvaarding van industrieproducten. ARTIKEL 30 Transparantie 1. Onverminderd hoofdstuk 13 (Transparantie) van deze titel zorgt elke partij ervoor dat tijdens de procedures voor de ontwikkeling van technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures belanghebbenden worden geraadpleegd in een vroeg en passend stadium, wanneer het nog mogelijk is om rekening te houden met hun opmerkingen en deze te verwerken, behalve als dit niet mogelijk is in geval van een noodsituatie of een dreigende noodsituatie in verband met veiligheid, gezondheid, milieubescherming of nationale veiligheid.2. Overeenkomstig artikel 2, lid 9, van de TBT-overeenkomst voorziet elke partij in een periode voor het indienen van opmerkingen in een vroeg en passend stadium na de kennisgeving van de voorgestelde technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures. Wanneer een openbare raadpleging over voorgestelde technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures gaande is, stelt een partij de andere partij en de natuurlijke personen en rechtspersonen die zijn gevestigd op het grondgebied van de andere partij, in de gelegenheid om hieraan deel te nemen op voorwaarden die even gunstig zijn als voor de natuurlijke personen en rechtspersonen die zijn gevestigd op het grondgebied van die partij. 3. Elke partij zorgt ervoor dat goedgekeurde technische voorschriften en conformiteitsbeoordelingsprocedures openbaar worden gemaakt. HOOFDSTUK 4 SANITAIRE EN FYTOSANITAIRE MAATREGELEN ARTIKEL 31 Doelstelling In dit hoofdstuk worden de beginselen beschreven die van toepassing zijn op sanitaire en fytosanitaire maatregelen en vraagstukken met betrekking tot dierenwelzijn bij de handel tussen de partijen. De partijen passen deze beginselen toe op zodanige wijze dat de handel verder wordt bevorderd, terwijl het niveau van bescherming van het leven en de gezondheid van mensen, dieren en planten in elke partij wordt gehandhaafd.
ARTIKEL 32 Beginselen 1. De partijen zorgen ervoor dat sanitaire en fytosanitaire maatregelen worden ontwikkeld en toegepast op basis van de beginselen van evenredigheid, transparantie, non-discriminatie en wetenschappelijke onderbouwing.2. Elke partij ziet erop toe dat sanitaire en fytosanitaire maatregelen niet leiden tot een willekeurig of ongerechtvaardigd onderscheid tussen het eigen grondgebied en dat van de andere partij bij gelijke of gelijkaardige omstandigheden.Sanitaire en fytosanitaire maatregelen mogen niet worden toegepast op een manier die een verkapte beperking van het handelsverkeer zou betekenen. 3. De partijen zorgen ervoor dat maatregelen, procedures of controles op sanitair en fytosanitair gebied onverwijld worden uitgevoerd en verzoeken om informatie onverwijld worden behandeld door de bevoegde autoriteiten van elke partij en dat ingevoerde producten daarbij even gunstig worden behandeld als binnenlandse producten. ARTIKEL 33 Invoervereisten 1. De invoervereisten van de partij van invoer gelden voor het hele grondgebied van de partij van uitvoer, met inachtneming van artikel 35 van dit hoofdstuk.De in certificaten vastgestelde invoervereisten zijn gebaseerd op de beginselen van de commissie van de Codex Alimentarius ("Codex"), de Wereldorganisatie voor diergezondheid ("OIE") en het Internationaal Verdrag voor de bescherming van planten (International Plant Protection Convention - "IPPC"), tenzij aan de invoervereisten een wetenschappelijk onderbouwde risicoanalyse ten grondslag ligt die is uitgevoerd volgens de internationale regels van de WTO-overeenkomst inzake de toepassing van sanitaire en fytosanitaire maatregelen (hierna "SPS-overeenkomst" genoemd). 2. De in invoervergunningen vastgelegde sanitaire en veterinaire vereisten mogen niet strenger zijn dan de vereisten die zijn vastgesteld in de in lid 1 van dit artikel bedoelde certificaten. ARTIKEL 34 Gelijkwaardigheid Indien de partij van uitvoer hierom verzoekt, en mits gunstige beoordeling door de partij van invoer, wordt de gelijkwaardigheid erkend volgens de geldende internationale procedures, van een individuele maatregel en/of groepen maatregelen en/of systemen die algemeen dan wel op een sector of een deel van een sector van toepassing zijn.
ARTIKEL 35 Maatregelen in verband met de gezondheid van planten en dieren 1. De partijen aanvaarden het concept van ziekte- en plagenvrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten en plagen overeenkomstig de SPS-overeenkomst en de toepasselijke normen, richtsnoeren of aanbevelingen van de Codex, de OIE en het IPPC.2. Bij de vaststelling van ziekte- of plagenvrije gebieden en gebieden met een lage prevalentie van ziekten of plagen, wordt rekening gehouden met factoren als geografische ligging, ecosystemen, epidemiologisch toezicht en de doeltreffendheid van sanitaire of fytosanitaire controles in die gebieden. ARTIKEL 36 Vereenvoudiging van de handel 1. De partijen ontwikkelen en implementeren instrumenten om de handel te vereenvoudigen uitgaande van de erkenning door de partij van invoer van de inspectie- en certificatiesystemen van de partij van uitvoer.2. Met deze instrumenten moet worden voorkomen dat de partij van invoer elke zending of elke exporteur op het grondgebied van de partij van uitvoer moet inspecteren volgens de bestaande wetgeving.Dit kan inhouden dat een exporteur wordt goedgekeurd of dat lijsten worden opgesteld van exporteurs op het grondgebied van de partij van uitvoer op basis van door de partij van uitvoer verstrekte waarborgen.
ARTIKEL 37 Inspecties en audits Inspecties en audits die door een partij van invoer worden uitgevoerd op het grondgebied van de partij van uitvoer om diens inspectie- en certificatiesystemen te toetsen, vinden plaats overeenkomstig de desbetreffende internationale normen, richtsnoeren en aanbevelingen.
De kosten van dergelijke inspecties en audits worden gedragen door de partij die de inspectie of de audit verricht.
ARTIKEL 38 Uitwisseling van informatie en samenwerking 1. De partijen bespreken en wisselen informatie uit over bestaande sanitaire en fytosanitaire maatregelen en maatregelen met betrekking tot dierenwelzijn en de ontwikkeling en tenuitvoerlegging daarvan.Bij dergelijke besprekingen en uitwisselingen worden waar nodig de SPS-overeenkomst en de normen, richtsnoeren en aanbevelingen van het IPPC, de OIE en de Codex in acht genomen. 2. De partijen werken samen op het vlak van het welzijn van planten en dieren door de uitwisseling van informatie, deskundigheid en ervaringen, met het oog op de opbouw van capaciteit op dit gebied. Deze samenwerking wordt specifiek op de behoeften van elke partij afgestemd en heeft als doel elke partij te helpen om te voldoen aan het wettelijke kader van de andere partij. 3. De partijen zetten, wanneer een van hen daarom vraagt, een passende dialoog op om sanitaire en fytosanitaire vraagstukken en andere onder dit hoofdstuk vallende dringende vraagstukken te onderzoeken.Het Samenwerkingscomité kan regels vaststellen voor het voeren van die dialoog. 4. De partijen wijzen contactpunten aan voor de communicatie over zaken die onder dit hoofdstuk vallen en houden de lijst van contactpunten actueel. HOOFDSTUK 5 HANDEL IN DIENSTEN EN VESTIGING AFDELING 1 ALGEMENE BEPALINGEN ARTIKEL 39 Doelstelling, reikwijdte en toepassingsgebied 1. De partijen herbevestigen hun respectieve verbintenissen in het kader van de WTO-overeenkomst en leggen hierbij de noodzakelijke regels vast voor de verbetering van de wederzijdse voorwaarden voor de handel in diensten en het recht van vestiging.2. Niets in dit hoofdstuk kan zodanig worden uitgelegd dat een verplichting wordt opgelegd met betrekking tot overheidsopdrachten die onder hoofdstuk 8 (Overheidsopdrachten) van deze titel vallen.3. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op door de partijen verleende subsidies.4. In overeenstemming met de bepalingen van deze overeenkomt behoudt iedere partij het recht regelgeving toe te passen en nieuwe regelgeving vast te stellen ter verwezenlijking van legitieme beleidsdoelen.5. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op maatregelen betreffende natuurlijke personen die toegang zoeken tot de arbeidsmarkt van de Europese Unie of van de Republiek Kazachstan, of op maatregelen aangaande staatsburgerschap, verblijf of werk op permanente basis.6. Niets in dit hoofdstuk belet een partij maatregelen toe te passen tot regeling van de toegang van natuurlijke personen tot of hun tijdelijke verblijf op haar grondgebied, inclusief maatregelen die nodig zijn voor de bescherming van de integriteit van, en de waarborging van het ordelijke verkeer van natuurlijke personen, over haar grenzen, al mogen deze maatregelen niet zodanig worden toegepast dat de voordelen die een partij op grond van de bepalingen van dit hoofdstuk toekomen, daardoor worden teniet gedaan of uitgehold(1).7. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen die gevolgen hebben voor de handel in diensten en het recht van vestiging in de audiovisuele sector. ARTIKEL 40 Definities Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: a) "maatregel": elke maatregel van een partij, in de vorm van een wet, regeling, voorschrift, procedure, besluit, administratief optreden of in enige andere vorm;b) "door een partij vastgestelde of gehandhaafde maatregelen": maatregelen genomen door: i) een centrale, regionale of lokale overheid of autoriteit van een partij;en ii) een niet-gouvernementele organisatie van een partij bij de uitoefening van door een centrale, regionale of lokale overheid of autoriteit van een partij gedelegeerde bevoegdheden; c) "natuurlijke persoon uit de Europese Unie" of "natuurlijke persoon uit de Republiek Kazachstan": een onderdaan van een van de lidstaten van de Europese Unie of van de Republiek Kazachstan overeenkomstig hun respectieve wetgeving;d) "rechtspersoon": elke juridische entiteit, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, in eigendom van particulieren of van de overheid, met inbegrip van kapitaalvennootschappen, trusts, personenvennootschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;e) "rechtspersoon van een partij": een rechtspersoon uit de Europese Unie of uit de Republiek Kazachstan die is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van respectievelijk een lidstaat van de Europese Unie of de Republiek Kazachstan, en die zijn statutaire zetel, centrale administratie of hoofdvestiging heeft op respectievelijk het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie betrekking heeft of het grondgebied van de Republiek Kazachstan. Als een rechtspersoon die is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van een lidstaat van de Europese Unie of de Republiek Kazachstan alleen zijn statutaire zetel of centrale administratie heeft op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is of op het grondgebied van de Republiek Kazachstan, dan wordt hij niet als rechtspersoon uit de Europese Unie respectievelijk de Republiek Kazachstan beschouwd, tenzij substantiële zakelijke activiteiten worden ontplooid respectievelijk op het grondgebied waarop het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is of op het grondgebied van de Republiek Kazachstan; f) niettegenstaande het onder lid e) bepaalde geldt voor internationaal zeevervoer, inclusief intermodaal vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, dat dit hoofdstuk tevens van toepassing is op buiten de Europese Unie of de Republiek Kazachstan gevestigde scheepvaartmaatschappijen waarover onderdanen van een lidstaat van de Europese Unie respectievelijk de Republiek Kazachstan zeggenschap hebben, indien hun schepen overeenkomstig de respectieve wetgeving in die lidstaat van de Europese Unie of de Republiek Kazachstan zijn geregistreerd en zij de vlag van een lidstaat van de Europese Unie of van de Republiek Kazachstan voeren;g) "overeenkomst inzake economische integratie": een overeenkomst waarbij de handel in diensten en het recht van vestiging aanzienlijk worden geliberaliseerd uit hoofde van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten ("GATS"), en met name de artikelen V en V bis daarvan, en/of die bepalingen bevat waarbij het recht van vestiging aanzienlijk wordt geliberaliseerd voor andere economische activiteiten die mutatis mutandis voldoen aan de criteria van de artikelen V en V bis van de GATS met betrekking tot die activiteiten;h) "economische activiteiten": deze term omvat activiteiten van economische aard behoudens activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van de uitoefening van overheidsgezag;i) "economische activiteiten die worden uitgevoerd in het kader van de uitoefening van overheidsgezag": activiteiten die noch op commerciële grondslag, noch in concurrentie met een of meer marktdeelnemers worden uitgevoerd;j) "exploitatiehandelingen": het verrichten en voortzetten van economische activiteiten;k) "dochteronderneming" van een rechtspersoon: een rechtspersoon waarover een andere rechtspersoon uit die partij daadwerkelijk zeggenschap heeft(2);l) "filiaal" van een rechtspersoon: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, die een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, zodanig dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat er indien nodig een rechtsverhouding is met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact behoeven te hebben met deze moedermaatschappij, maar hun transacties kunnen afhandelen met de handelszaak die het agentschap vormt;m) "vestiging": elk type zakelijke of beroepsmatige vestiging, met name door middel van: i) de oprichting, overname of handhaving van een rechtspersoon(3);of ii) de oprichting of handhaving van een filiaal of vertegenwoordiging(4) op het grondgebied van een partij met als doel een economische activiteit uit te oefenen; n) "investeerder" van een partij: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een economische activiteit uitoefent of beoogt uit te oefenen door het opzetten van een vestiging;o) "diensten": deze term omvat alle diensten(5) in elke sector, behalve diensten die worden verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag;p) "diensten die worden verleend in het kader van de uitoefening van overheidsgezag": diensten die noch op commerciële basis, noch in concurrentie met een of meer dienstverleners worden verleend;q) "dienstverlener": een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een dienst verleent;r) "dienstverlening": deze term omvat de productie, distributie, marketing, verkoop en levering van een dienst. AFDELING 2 VESTIGING EN GRENSOVERSCHRIJDENDE DIENSTVERLENING ONDERAFDELING 1 ALLE ECONOMISCHE ACTIVITEITEN ARTIKEL 41 Toepassingsgebied en reikwijdte 1. Deze onderafdeling is van toepassing op maatregelen van een partij die gevolgen hebben voor het recht van vestiging voor alle economische activiteiten en grensoverschrijdende dienstverlening.2. De partijen herbevestigen hun respectieve rechten en plichten in het kader van de GATS. Voor meer duidelijkheid, geldt voor diensten dat de GATS-lijsten van verbintenissen van de partijen(6), inclusief de voorbehouden en de lijsten van meestbegunstigingsvrijstellingen, in deze overeenkomst worden opgenomen, daarvan een integrerend deel uitmaken en van toepassing zijn.
ARTIKEL 42 Geleidelijke verbetering van de voorwaarden voor vestiging 1. Het Samenwerkingscomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken doet aanbevelingen aan de partijen voor verdere liberalisering van de voorwaarden voor vestiging in het kader van deze overeenkomst.2. De partijen streven ernaar geen maatregelen vast te stellen die de voorwaarden voor vestiging beperken ten opzichte van de situatie vóór de datum van ondertekening van deze overeenkomst. ARTIKEL 43 Geleidelijke verbetering van de voorwaarden voor de grensoverschrijdende dienstverlening 1. De partijen erkennen ten volle het belang van liberalisering van grensoverschrijdende dienstverlening tussen de partijen.2. Het Samenwerkingscomité in zijn samenstelling voor handelsvraagstukken doet aanbevelingen aan de partijen voor verdere liberalisering van grensoverschrijdende dienstverlening in het kader van deze overeenkomst. ONDERAFDELING 2 ECONOMISCHE ACTIVITEITEN ANDERS DAN DIENSTEN ARTIKEL 44 Toepassingsgebied en reikwijdte Deze onderafdeling is van toepassing op maatregelen van een partij die gevolgen hebben voor het recht van vestiging voor alle economische activiteiten anders dan diensten.
ARTIKEL 45 Meestbegunstigingsbehandeling 1. Elke partij behandelt rechtspersonen van de andere partij niet minder gunstig dan de rechtspersonen van een derde land met betrekking tot het recht van vestiging.2. Elke partij behandelt rechtspersonen van de andere partij niet minder gunstig dan de rechtspersonen van een derde land met betrekking tot het exploiteren van rechtspersonen van de andere partij die op het grondgebied van de eerste partij zijn gevestigd.3. Voordelen, gunsten, voorrechten of vrijstellingen die in verband met vereisten inzake plaatselijke inbreng door de Republiek Kazachstan zijn toegekend aan rechtspersonen van een WTO-lid die als rechtspersoon zijn gevestigd in de Republiek Kazachstan, worden onverwijld en onvoorwaardelijk toegekend aan rechtspersonen van de Europese Unie die als rechtspersoon zijn gevestigd in de Republiek Kazachstan.4. De op grond van de leden 1 en 2 toegekende behandeling is niet van toepassing op de door een partij toegekende behandeling krachtens een overeenkomst inzake economische integratie, een vrijhandelsovereenkomst, een overeenkomst inzake voorkoming van dubbele belastingheffing of een overeenkomst die primair betrekking heeft op belastingheffing, en mag niet zodanig worden uitgelegd dat zij zich uitstrekt tot de bescherming van investeringen, anders dan de behandeling die voortvloeit uit artikel 46, inclusief procedures voor de beslechting van geschillen tussen investeerders en staat.5. Niettegenstaande het vorige lid geldt voor strategische hulpbronnen en producten dat de behandeling die de Republiek Kazachstan toekent aan dochterondernemingen van rechtspersonen van de Europese Unie die als rechtspersoon zijn gevestigd in de Republiek Kazachstan, in geen geval minder gunstig mag zijn dan de behandeling die na de datum waarop deze titel van toepassing wordt, wordt toegekend aan dochterondernemingen van rechtspersonen van een derde land die als rechtspersoon zijn gevestigd in de Republiek Kazachstan. ARTIKEL 46 Nationale behandeling Behoudens de in bijlage I vermelde voorbehouden: a) kent elke partij aan dochterondernemingen van rechtspersonen van de andere partij die zijn gevestigd op het grondgebied van de eerste partij, met betrekking tot hun exploitatiehandelingen geen minder gunstige behandeling toe dan aan de eigen rechtspersonen;b) kent de Republiek Kazachstan aan rechtspersonen en filialen uit de Europese Unie geen minder gunstige behandeling toe dan aan rechtspersonen en filialen uit de Republiek Kazachstan met betrekking tot het recht van vestiging en exploitatiehandelingen voor andere economische activiteiten dan diensten.Nationale behandeling door de Republiek Kazachstan doet geen afbreuk aan de voorwaarden van het protocol inzake de toetreding van de Republiek Kazachstan tot de WTO. AFDELING 3 TIJDELIJK VERBLIJF VAN NATUURLIJKE PERSONEN VOOR ZAKEN ARTIKEL 47 Toepassingsgebied en definities 1. Deze afdeling is van toepassing op de maatregelen van de partijen met betrekking tot de toegang tot en het tijdelijke verblijf op hun grondgebied van zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden, binnen de onderneming overgeplaatste personen en dienstverleners op contractbasis, overeenkomstig artikel 39, leden 5 en 6.2. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder: a) "zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden": natuurlijke personen die een staffunctie bekleden bij een rechtspersoon uit een partij en die verantwoordelijk zijn voor het opzetten van een vestiging.Zij bieden geen diensten aan noch verlenen zij deze en evenmin verrichten zij enige andere economische activiteit dan die welke vereist is voor het opzetten van een vestiging. Zij ontvangen geen beloning uit een in de gastpartij gevestigde bron; b) "binnen een onderneming overgeplaatste personen": natuurlijke personen die ten minste een jaar in dienst of partner van een rechtspersoon zijn(7) en die tijdelijk worden overgeplaatst naar een vestiging op het grondgebied van de andere partij, die een dochteronderneming, filiaal of moedervennootschap van de rechtspersoon uit een partij kan zijn. De betreffende natuurlijke persoon moet behoren tot een van de categorieën als beschreven in de respectieve GATS-lijsten van verbintenissen van de partijen, die voor de toepassing van deze afdeling gelden voor alle economische activiteiten; c) "dienstverleners op contractbasis": natuurlijke personen die in dienst zijn bij een rechtspersoon uit een partij, welke rechtspersoon zelf geen agentschap voor arbeidsbemiddeling en personeelsvoorziening is en evenmin via een dergelijk agentschap optreedt, die geen vestiging op het grondgebied van de andere partij heeft en die een bonafide contract voor de verlening van diensten aan een eindverbruiker in die andere partij heeft gesloten(8) op grond waarvan tijdelijk verblijf van zijn werknemers in die partij vereist is voor de uitvoering van het contract;d) "kwalificaties": diploma's, certificaten en andere bewijsstukken van een officiële kwalificatie, afgegeven door een in de wet- of regelgeving of in administratieve bepalingen aangewezen autoriteit als bewijs van succesvolle afsluiting van een beroepsopleiding. ARTIKEL 48 Binnen een onderneming overgeplaatste personen en zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden 1. Met betrekking tot diensten herbevestigen de partijen hun respectieve verplichtingen ingevolge de door hen in het kader van de GATS aangegane verbintenissen ten aanzien van de toegang en het tijdelijke verblijf van binnen een onderneming overgeplaatste personen en zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden.De in de GATS-verbintenissen vermelde voorbehouden zijn van toepassing(9). 2. Voor economische activiteiten anders dan diensten en behoudens de in bijlage II vermelde voorbehouden: a) staat elke partij investeerders die op het grondgebied van de andere partij goederen produceren, toe dat zij personen binnen die onderneming overplaatsen, zoals gedefinieerd in artikel 47, lid 2, onder b), en aanvaardt zij zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden, zoals gedefinieerd in artikel 47, lid 2, onder a).De toegang en het tijdelijke verblijf worden toegestaan voor ten hoogste drie jaar voor binnen een onderneming overgeplaatste personen en voor ten hoogste negentig dagen binnen een periode van twaalf maanden voor zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden; b) treffen of handhaven de partije …
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.