{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Elektronische catalogi Art. 46.§ 1. Wanneer het gebruik van elektronische communicatiemiddelen verplicht is, kan de aanbestedende overheid eisen dat de offertes in de vorm van een elektronische catalogus worden ingediend of een elektronische catalogus bevatten. § 2. Elektronische catalogi worden door de kandidaten of inschrijvers opgesteld met het oog op deelneming aan een specifieke plaatsingsprocedure overeenkomstig de technische specificaties en het formaat zoals vastgesteld door de aanbestedende overheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorts voldoen elektronische catalogi aan de voorschriften inzake elektronische communicatiemiddelen alsook aan alle aanvullende voorschriften als vastgesteld door de aanbestedende overheid. § 3. De Koning bepaalt de nadere bijkomende materiële en procedurele regels voor het gebruik van elektronische catalogi.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gecentraliseerde aankoopactiviteiten en aankoopcentrales Art. 47.§ 1. Een aanbestedende overheid kan leveringen en/of diensten verwerven van een aankoopcentrale die gecentraliseerde aankoopactiviteiten aanbiedt als bedoeld in artikel 2, 7°, a).</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij kan ook gebruik maken, wat de werken, leveringen en/of diensten betreft, van de in artikel 2, 7°, b), bedoelde gecentraliseerde aankoopactiviteiten van een aankoopcentrale : 1° door gebruik te maken van een door deze aankoopcentrale gesloten opdracht;2° door gebruik te maken van een door een aankoopcentrale geëxploiteerd dynamisch aankoopsysteem;of 3° in de mate als aangegeven in artikel 43, § 1, tweede lid, door gebruik te maken van een raamovereenkomst die gesloten is door deze aankoopcentrale. Wanneer een door een aankoopcentrale geëxploiteerd dynamisch aankoopsysteem door andere aanbestedende overheden mag worden gebruikt, wordt dit vermeld in de aankondiging van een opdracht voor het opzetten van het dynamische aankoopsysteem. § 2. Een aanbestedende overheid die een beroep doet op een aankoopcentrale is vrijgesteld van de verplichting om zelf een plaatsingsprocedure te organiseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betrokken aanbestedende overheid is evenwel verantwoordelijk voor de nakoming van de verplichtingen met betrekking tot de delen die zij zelf verricht, zoals : 1° het plaatsen van een opdracht in het kader van een dynamisch aankoopsysteem dat door een aankoopcentrale wordt geëxploiteerd;2° een nieuwe oproep tot mededinging organiseren op grond van een raamovereenkomst die door een aankoopcentrale is gesloten;3° conform artikel 43, § 5, onder 1° of 2°, vaststellen welke van de ondernemers die partij zijn bij de raamovereenkomst, een gegeven taak uitvoert op grond van een door een aankoopcentrale gesloten raamovereenkomst. § 3. Voor alle plaatsingsprocedures van een aankoopcentrale worden elektronische communicatiemiddelen gebruikt overeenkomstig de voorschriften van artikel 14. § 4. Aanbestedende overheden mogen, zonder toepassing van de in deze wet vervatte procedures, een overheidsopdracht voor diensten betreffende gecentraliseerde aankoopactiviteiten aan een aankoopcentrale gunnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dergelijke overheidsopdrachten voor diensten mogen ook het verrichten van aanvullende aankoopactiviteiten omvatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Occasionele gezamenlijke opdrachten Art. 48.Twee of meer aanbestedende overheden kunnen overeenkomen om bepaalde specifieke opdrachten gezamenlijk te plaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een volledige plaatsingsprocedure gezamenlijk wordt doorlopen namens en voor rekening van alle betrokken aanbestedende overheden, zijn zij gezamenlijk verantwoordelijk voor het nakomen van hun verplichtingen. Dit geldt ook wanneer een aanbestedende overheid de plaatsingsprocedure beheert en optreedt voor rekening van zichzelf en voor rekening van de andere betrokken aanbestedende overheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als een plaatsingsprocedure niet in haar geheel wordt uitgevoerd namens en voor rekening van de betrokken aanbestedende overheden, zijn zij alleen gezamenlijk verantwoordelijk voor de gezamenlijk uitgevoerde delen. Elke aanbestedende overheid is als enige verantwoordelijk voor het nakomen van haar verplichtingen met betrekking tot de delen die zij in eigen naam en voor eigen rekening uitvoert.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan de nadere bijkomende materiële en procedurele regels bepalen voor de uitvoering van de gezamenlijke opdrachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Plaatsen van opdrachten door aanbestedende overheden van verschillende lidstaten Art. 49.§ 1. Onverminderd de artikelen 30 en 31 kunnen aanbestedende overheden van verschillende lidstaten gezamenlijk een overheidsopdracht plaatsen, gebruik maken van gecentraliseerde aankoopactiviteiten die door in een andere lidstaat gevestigde aankoopcentrales worden aangeboden, een raamovereenkomst sluiten, een dynamisch aankoopsysteem exploiteren of een gezamenlijke entiteit oprichten. Zij kunnen eveneens, in de mate als aangegeven in artikel 43, § 1, tweede lid, opdrachten plaatsen op basis van een raamovereenkomst of een dynamisch aankoopsysteem.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbestedende overheden maken geen gebruik van de in het eerste lid bedoelde middelen om de toepassing te vermijden van dwingende publiekrechtelijke bepalingen die in overeenstemming zijn met het Unierecht en waaraan zij onderworpen zijn. § 2. Het verschaffen van gecentraliseerde aankoopactiviteiten door een in een andere lidstaat gevestigde aankoopcentrale geschiedt overeenkomstig de nationale bepalingen van de lidstaat waar de aankoopcentrale is gevestigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nationale bepalingen van de lidstaat waar de aankoopcentrale is gevestigd, zijn ook van toepassing op : 1° het plaatsen van een opdracht in het kader van een dynamisch aankoopsysteem;2° het doen uitgaan van een nieuwe oproep tot mededinging in het kader van een raamovereenkomst;3° het conform artikel 43, § 5, onder 1° of 2°, bepalen welke ondernemers die partij zijn bij de raamovereenkomst, een bepaalde taak uitvoeren § 3.Verschillende aanbestedende overheden uit verschillende lidstaten kunnen gezamenlijk een overheidsopdracht plaatsen, een raamovereenkomst sluiten of een dynamisch aankoopsysteem exploiteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij kunnen eveneens, in de mate als aangegeven in artikel 43, § 1, tweede lid, opdrachten plaatsen op basis van de raamovereenkomst of het dynamische aankoopsysteem. Tenzij de noodzakelijke elementen zijn geregeld door een tussen de betrokken lidstaten gesloten internationale overeenkomst, sluiten de deelnemende aanbestedende overheden een overeenkomst die het volgende bepaalt : 1° de verantwoordelijkheden van de partijen en de relevante toepasselijke nationale bepalingen;2° de interne organisatie van de plaatsingsprocedure, met inbegrip van het beheer van de procedure, de verdeling van de te verwerven werken, leveringen of diensten en de sluiting van opdrachten. Een deelnemende aanbestedende overheid voldoet aan haar verplichtingen krachtens deze wet wanneer zij werken, leveringen of diensten verwerft van een aanbestedende overheid die voor de plaatsingsprocedure verantwoordelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij het vaststellen van de verantwoordelijkheden en het toepasselijke nationale recht bedoeld in het eerste lid, 1°, kunnen de aanbestedende overheden onder hen bijzondere verantwoordelijkheden verdelen en bepalen welke bepalingen van het nationale recht van elke betrokken lidstaat van toepassing zijn. De verdeling van verantwoordelijkheden en het toepasselijke nationale recht worden voor gezamenlijk geplaatste overheidsopdrachten in de opdrachtdocumenten vermeld. § 4. Wanneer verscheidene aanbestedende overheden uit verschillende lidstaten een gezamenlijke entiteit hebben opgericht, inclusief een Europese groepering voor territoriale samenwerking overeenkomstig Verordening nr. 1082/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 betreffende een Europese groepering voor territoriale samenwerking of andere entiteiten naar Unierecht, komen de deelnemende aanbestedende overheden bij besluit van het bevoegde orgaan van de gezamenlijke organisatie overeen welke nationale plaatsingsregels van één van de volgende lidstaten van toepassing zijn : 1° de nationale bepalingen van de lidstaat waar de gezamenlijke entiteit haar statutaire zetel heeft;2° de nationale bepalingen van de lidstaat waar de gezamenlijke entiteit haar activiteiten uitoefent.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde overeenkomst kan voor onbepaalde tijd gelden indien de oprichtingsakte van de gezamenlijke entiteit daarin voorziet, of beperkt zijn tot een bepaalde termijn of tot een aantal soorten opdrachten of tot één of meer individuele plaatsingen van opdrachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Prijsvragen Art. 50.De aanbestedende overheid kan een prijsvraag organiseren met toepassing van procedures die zijn aangepast aan de bepalingen van titel 1 en titel 2, eerste hoofdstuk, en aan de door de Koning bepaalde nadere bijkomende materiële en procedurele regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toelating van deelnemers tot prijsvragen mag niet worden beperkt : 1° tot het grondgebied van het Rijk of een deel daarvan;2° op grond van het feit dat de deelnemers, ingevolge reglementaire bepalingen, hetzij natuurlijke personen hetzij rechtspersonen moeten zijn. Bij prijsvragen met een beperkt aantal deelnemers stelt de aanbestedende overheid duidelijke en niet-discriminerende selectiecriteria vast. In elk geval moet het aantal kandidaten die tot deelneming aan de prijsvraag worden uitgenodigd, toereikend zijn om daadwerkelijke mededinging te waarborgen. HOOFDSTUK 4. - Verloop van de procedure Afdeling 1. - Voorbereiding Voorafgaande marktconsultaties Art. 51.De aanbestedende overheid mag vóór het aanvatten van een plaatsingsprocedure marktconsultaties houden met het oog op de voorbereiding van de plaatsing van de opdracht, alsook om de ondernemers op de hoogte te brengen van haar plannen en eisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met dit doel mag de aanbestedende overheid bijvoorbeeld het advies van onafhankelijke deskundigen, private of publieke instellingen of van marktdeelnemers inwinnen of ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorafgaande marktconsultaties mogen worden gebruikt bij de planning en het verloop van de plaatsingsprocedure, mits dit niet leidt tot een vervalsing van de mededinging en geen aanleiding geeft tot een schending van de beginselen van non-discriminatie en transparantie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorafgaande betrokkenheid van kandidaten of inschrijvers Art. 52.§ 1. Wanneer een kandidaat of inschrijver of een met een kandidaat of inschrijver verbonden onderneming de aanbestedende overheid heeft geadviseerd, al dan niet in het kader van artikel 51, of anderszins betrokken is geweest bij de voorbereiding van de plaatsingsprocedure, neemt de aanbestedende overheid de passende maatregelen om ervoor te zorgen dat de mededinging niet wordt vervalst door de deelneming van die kandidaat of inschrijver. Deze maatregelen moeten, voor de opdrachten waarvan het bedrag gelijk is aan of hoger is dan de betreffende drempels voor de Europese bekendmaking, worden aangegeven in de in het artikel 164, §§ 1 of 2, bedoelde informatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze maatregelen omvatten met name de mededeling aan andere kandidaten en inschrijvers van relevante informatie die is uitgewisseld in het kader van of ten gevolge van de betrokkenheid van de kandidaat of inschrijver bij de voorbereiding van de plaatsingsprocedure, alsmede de vaststelling van passende termijnen voor de ontvangst van de offertes.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de zin van dit artikel verstaat men onder \"verbonden onderneming\", elke onderneming waarop een persoon bedoeld in het eerste lid rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed kan uitoefenen, of elke onderneming die een overheersende invloed kan uitoefenen op die persoon of die, zoals zij, onderworpen is aan de overheersende invloed van een andere onderneming omwille van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van het derde lid wordt de \"overheersende invloed\" vermoed in de gevallen bedoeld in artikel 2, 2°. § 2. De betrokken kandidaat of inschrijver wordt slechts van de procedure uitgesloten indien er geen andere middelen voorhanden zijn om de naleving van het beginsel van gelijke behandeling te verzekeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alvorens te kunnen worden uitgesloten, krijgt de kandidaat of inschrijver de kans om te bewijzen, door middel van een schriftelijke verantwoording, dat zijn voorafgaande betrokkenheid de mededinging niet kan vervalsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor het verschaffen van de in het eerste lid bedoelde verantwoording wordt aan de kandidaat of inschrijver een termijn toegekend van minstens twaalf dagen vanaf het verzoek van de aanbestedende overheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaat of inschrijver in kwestie levert het bewijs van de verzending van de verantwoording.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook het verzoek van de aanbestedende overheid moet schriftelijk worden gegeven. § 3. De Koning kan, voor de door Hem te bepalen opdrachten onder de betreffende drempel voor de Europese bekendmaking en onder de door Hem te bepalen voorwaarden, afwijken van de bepalingen van dit artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Technische specificaties Art. 53.§ 1. De aanbestedende overheid neemt de technische specificaties, waarin de voor een werk, levering of dienst gestelde kenmerken worden voorgeschreven, op in de opdrachtdocumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die kenmerken kunnen verband houden met het specifieke proces of de specifieke methode van productie of uitvoering van de gevraagde werken, leveringen of diensten of met een specifiek proces van een ander stadium van de levenscyclus ervan, zelfs wanneer deze factoren niet tot de materiële essentie van de werken, leveringen of diensten behoren, mits zij met het voorwerp van de opdracht verbonden en in verhouding zijn tot de waarde en de doelstellingen ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De technische specificaties kunnen bepalen of de overdracht van intellectuele-eigendomsrechten vereist zal zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor alle overheidsopdrachten die zijn bedoeld voor gebruik door natuurlijke personen, hetzij door het grote publiek, hetzij door het personeel van de aanbestedende overheid, moeten deze technische specificaties, uitgezonderd in behoorlijk gemotiveerde gevallen, zodanig worden opgesteld dat rekening wordt gehouden met de criteria inzake toegankelijkheid voor personen met een handicap of de geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien middels een rechtshandeling van de Europese Unie verplichte toegankelijkheidsvoorschriften zijn vastgesteld, worden de technische specificaties voor zover het de criteria voor toegankelijkheid van personen met een handicap of de geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers betreft, bepaald door een verwijzing naar de desbetreffende criteria. § 2. De technische specificaties bieden de ondernemers gelijke toegang tot de plaatsingsprocedure en mogen er niet toe leiden dat ongerechtvaardigde belemmeringen voor de openstelling van overheidsopdrachten voor mededinging worden opgeworpen. § 3. Onverminderd dwingende nationale technische voorschriften, voor zover deze met het recht van de Europese Unie verenigbaar zijn, worden de technische specificaties opgesteld op een van de volgende wijzen : 1° hetzij aan de hand van prestatie- of functionele eisen, inclusief milieukenmerken, mits deze zo nauwkeurig zijn dat de inschrijvers het voorwerp van de opdracht kunnen bepalen en de aanbestedende overheid de opdracht kan gunnen;2° hetzij onder verwijzing naar de technische specificaties en, in volgorde van voorkeur, naar de nationale normen waarin Europese normen zijn omgezet, de Europese technische beoordelingen, de gemeenschappelijke technische specificaties, internationale normen, andere door de Europese normalisatie-instellingen opgestelde technische referentiesystemen, of, bij gebreke van dit alles, de nationale normen, de nationale technische goedkeuringen dan wel de nationale technische specificaties inzake het ontwerpen, het berekenen en het uitvoeren van de werken en het gebruik van de leveringen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedere verwijzing gaat vergezeld van de woorden \"of gelijkwaardig\"; 3° hetzij aan de hand van de bepaling onder 1° bedoelde prestatie- of functionele eisen, waarbij onder aanname van overeenstemming met deze prestatie-eisen en functionele eisen wordt verwezen naar de onder 2° bedoelde technische specificaties;4° hetzij onder verwijzing naar de bepaling onder 2° bedoelde technische specificaties voor bepaalde kenmerken, en naar de bepaling onder 1° bedoelde prestatie- of functionele eisen voor andere kenmerken. § 4. In de technische specificaties mag geen melding worden gemaakt van een bepaald fabricaat of een bepaalde herkomst of van een bijzondere werkwijze die kenmerkend is voor de producten of diensten van een bepaalde ondernemer, noch mogen deze een verwijzing bevatten naar een merk, een octrooi of een type, een bepaalde oorsprong of een bepaalde productie, waardoor bepaalde ondernemingen of bepaalde producten worden bevoordeeld of geëlimineerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze vermelding of verwijzing is bij wijze van uitzondering alleen toegestaan : 1° wanneer, ingevolge de toepassing van paragraaf 3, geen voldoende nauwkeurige en begrijpelijke omschrijving van het voorwerp van de opdracht mogelijk zou zijn;2° indien dit door het voorwerp van de opdracht is gerechtvaardigd. In het in het tweede lid, 1° bedoelde geval moet de betreffende vermelding of verwijzing vergezeld gaan van de woorden \"of gelijkwaardig\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij niet-naleving van de in deze paragraaf bedoelde verplichtingen door de aanbestedende overheid, kan de inschrijver een gelijkwaardig product of dienst aanbieden. § 5. Wanneer een aanbestedende overheid gebruik maakt van de in paragraaf 3, 1°, geboden mogelijkheid de technische specificaties in termen van prestatie- of functionele eisen vast te stellen, wijst zij een inschrijving voor werken, leveringen of diensten niet af als zij voldoet aan een nationale norm waarbij een Europese norm is omgezet, een Europese technische goedkeuring, een gemeenschappelijke technische specificatie, een internationale norm, een door een Europees normalisatieorgaan ingesteld technisch verwijzingssysteem, wanneer deze specificaties betrekking hebben op de door de aanbestedende overheid vastgestelde prestatie- of functionele eisen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inschrijver bewijst in zijn offerte met elk passend middel, waaronder de in artikel 55 bedoelde middelen, dat het werk, de levering of de dienst die in overeenstemming is met de norm, voldoet aan de prestatie- of functionele eisen van de aanbestedende overheid. § 6. Wanneer een aanbestedende overheid gebruik maakt van de mogelijkheid te verwijzen naar de in paragraaf 3, 2°, genoemde technische specificaties, wijst zij een offerte niet af op grond van het feit dat de aangeboden werken, leveringen of diensten niet overeenstemmen met de betrokken technische specificaties, wanneer de inschrijver in zijn offerte met elk passend middel, inclusief de in artikel 55 bedoelde bewijsmiddelen, aantoont dat de voorgestelde oplossingen op gelijkwaardige wijze voldoen aan de in de technische specificaties gestelde eisen. § 7. Indien de werken, leveringen of diensten tegelijkertijd omschreven worden door plannen, modellen en stalen, en behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, bepalen de plannen de vorm, de afmetingen en de aard van het materiaal waaruit het product is vervaardigd. De modellen dienen slechts voor het onderzoek van de afwerking en de stalen om de kwaliteit na te gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Keurmerken Art. 54.§ 1. Wanneer de aanbestedende overheid het voornemen heeft werken, leveringen of diensten met specifieke milieu-, sociale of andere kenmerken aan te kopen kan zij, in de technische specificaties, de gunningscriteria of de contractvoorwaarden betreffende de uitvoering van de opdracht, een specifiek keurmerk eisen als bewijs dat de werken, diensten of leveringen overeenstemmen met de vereiste voorschriften, mits aan alle volgende voorwaarden is voldaan : 1° de keurmerkeisen hebben alleen betrekking op criteria die verband houden met het voorwerp van de opdracht en zijn geschikt voor de omschrijving van de kenmerken van de werken, leveringen of diensten die het voorwerp van de opdracht vormen;2° de keurmerkeisen zijn gebaseerd op objectief controleerbare en niet-discriminerende criteria;3° het keurmerk is vastgesteld in een open en transparante procedure waaraan alle belanghebbenden, met inbegrip van publieke instellingen, consumenten, sociale partners, fabrikanten, distributeurs en niet-gouvernementele organisaties kunnen deelnemen;4° het keurmerk is voor alle betrokken partijen toegankelijk;5° de keurmerkeisen worden vastgesteld door een derde partij waarover de ondernemer die het keurmerk aanvraagt, geen beslissende invloed uitoefent. Indien de aanbestedende overheid niet eist dat de werken, leveringen of diensten aan alle keurmerkeisen voldoen, geeft zij aan welke keurmerkeisen worden bedoeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbestedende overheid die een specifiek keurmerk eist, aanvaardt alle keurmerken die bevestigen dat de werken, leveringen of diensten aan gelijkwaardige keurmerkeisen voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een ondernemer, om redenen die hem niet aangerekend kunnen worden, aantoonbaar niet de mogelijkheid heeft het door de aanbestedende overheid aangegeven specifieke keurmerk of een gelijkwaardig keurmerk binnen de gestelde termijnen te verwerven, aanvaardt de aanbestedende overheid andere geschikte bewijsmiddelen, zoals een technisch dossier van de fabrikant, mits de betrokken ondernemer aantoont dat de door hem te leveren werken, leveringen of diensten voldoen aan het door de aanbestedende overheid aangegeven specifieke keurmerk of aan de specifieke eisen. Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager ligt dan de betreffende drempel voor de Europese bekendmaking, moet de aanbestedende overheid echter steeds rekening houden met andere geschikte bewijsmiddelen, voor zover die aantonen dat aan het specifieke keurmerk of aan de specifieke eisen is voldaan. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een keurmerk aan de in paragraaf 1, onder 2° tot 5° vermelde voorwaarden voldoet, maar eveneens eisen stelt die geen verband houden met het voorwerp van de opdracht, kan de aanbestedende overheid het keurmerk niet als zodanig opleggen. In dat geval kan zij echter de technische specificaties vaststellen onder verwijzing naar de gedetailleerde technische specificaties van dat keurmerk, of indien noodzakelijk, delen daarvan, die verband houden met het voorwerp van de opdracht en geschikt zijn voor de omschrijving van de kenmerken van dit voorwerp. § 3. De aanbestedende overheid maakt in de opdrachtdocumenten op onderstaande manier melding van de wijze waarop het keurmerk aangewend wordt : 1° wanneer het keurmerk wordt vereist als bewijs dat de werken, diensten of leveringen overeenstemmen met de voorschriften, overeenkomstig paragraaf 1, en het een opdracht betreft waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de betreffende drempel van de Europese bekendmaking, door middel van onderstaande vermelding of een soortgelijke vermelding : \"Dit keurmerk wordt vereist ter uitvoering van artikel 54, § 1, van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten en voldoet aan alle voorwaarden vermeld in deze laatste bepaling.Met name hebben de keurmerkeisen alleen betrekking op criteria die verband houden met het voorwerp van de opdracht en zijn ze geschikt voor de omschrijving van de kenmerken van de werken/leveringen/diensten die het voorwerp van de opdracht vormen.\"; 2° wanneer het keurmerk wordt vereist als bewijs dat de werken, diensten of leveringen overeenstemmen met de voorschriften overeenkomstig paragraaf 1, en het een opdracht betreft waarvan de geraamde waarde lager is dan de betreffende drempel van de Europese bekendmaking, door middel van onderstaande vermelding of een soortgelijke vermelding : \"Er wordt verwezen naar het gewenste keurmerk ter uitvoering van artikel 54, § 1, van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten dat voldoet aan alle voorwaarden vermeld in deze laatste bepaling.Met name hebben de keurmerkeisen alleen betrekking op criteria die verband houden met het voorwerp van de opdracht en zijn ze geschikt voor de omschrijving van de kenmerken van de werken/leveringen/diensten die het voorwerp van de opdracht vormen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Echter wordt ook steeds rekening gehouden met andere geschikte bewijsmiddelen, voor zover die aantonen dat aan eisen betreffende het specifieke keurmerk of aan de specifieke eisen is voldaan.\"; 3° wanneer het keurmerk niet als dusdanig wordt opgelegd maar de technische specificaties worden gedetailleerd door middel van een overname van bepaalde technische specificaties van dit keurmerk, in uitvoering van de tweede paragraaf, door middel van onderstaande vermelding of een soortgelijke vermelding : \"Naar dit keurmerk wordt verwezen ter uitvoering van artikel 54, § 2, van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten.Het keurmerk voldoet aan de voorwaarden vermeld in artikel 54, § 1, 2° tot 5°.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus wordt het keurmerk niet als dusdanig opgelegd maar de technische specificaties worden gedetailleerd door middel van een overname van bepaalde technische specificaties van dit keurmerk. Daarbij wordt ook steeds rekening gehouden met andere geschikte bewijsmiddelen, voor zover die aantonen dat aan de specifieke eisen is voldaan.\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Testverslagen, certificatie en andere bewijsmiddelen Art. 55.§ 1. De aanbestedende overheid kan eisen dat ondernemers een testverslag of certificaat van een conformiteitsbeoordelingsinstantie verstrekken als bewijs van overeenstemming met de voorschriften of criteria die zijn neergelegd in de technische specificaties, de gunningscriteria of de uitvoeringsvoorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de aanbestedende overheid eist dat certificaten van een specifieke conformiteitsbeoordelingsinstantie worden overgelegd, worden door deze aanbestedende overheid ook certificaten van andere gelijkwaardige conformiteitsbeoordelingsinstanties aanvaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een conformiteitsbeoordelingsinstantie in de zin van deze paragraaf is een instantie die conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verricht, zoals ijken, testen, certificeren en inspecteren, en geaccrediteerd is overeenkomstig Verordening nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93. § 2. De aanbestedende overheid aanvaardt andere dan de in paragraaf 1 bedoelde geschikte bewijsmiddelen, zoals een technisch dossier van de fabrikant, wanneer de betrokken ondernemer geen toegang had tot de in de paragraaf 1 bedoelde certificaten of testverslagen of deze niet binnen de desbetreffende termijnen kon verkrijgen, mits het ontbreken van toegang niet aan de betrokken ondernemer te wijten is, op voorwaarde dat deze laatste daarbij aantoont dat de door hem geleverde werken, leveringen of diensten voldoen aan de voorschriften of criteria van de technische specificaties, de gunningscriteria of de uitvoeringsvoorwaarden van de opdracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Varianten en opties Art. 56.§ 1. De aanbestedende overheid kan inschrijvers toestaan of van hen vereisen varianten of opties in te dienen. Zij vermeldt in de aankondiging van een opdracht of, in geval van onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, in de opdrachtdocumenten, of zij varianten of opties toestaat of vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zonder een dergelijke vermelding zijn geen varianten of opties toegelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking kunnen de inschrijvers, in afwijking van het eerste lid en behoudens andersluidend beding in de opdrachtdocumenten, ook varianten of opties indienen zonder vermelding dat dit toegestaan is in de aankondiging van een opdracht of in de opdrachtdocumenten. Deze varianten of opties worden \"vrije varianten\" respectievelijk \"vrije opties\" genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Varianten en opties zijn verbonden met het voorwerp van de opdracht. § 2. Voor de vereiste en toegestane varianten en opties vermeldt de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten aan welke minimumeisen deze moeten voldoen, alsmede de specifieke eisen met betrekking tot hoe zij moeten worden ingediend. De verplichting tot het vermelden van minimumeisen en specifieke eisen met betrekking tot de indiening geldt niet voor de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde vrije varianten of vrije opties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbestedende overheid vermeldt in de opdrachtdocumenten of varianten slechts kunnen worden ingediend wanneer ook een basisofferte is ingediend. Opties kunnen evenwel niet worden ingediend zonder basisofferte of, in voorkomend geval, een variante. Van deze laatste verplichting moet melding worden gemaakt in de opdrachtdocumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbestedende overheid garandeert dat de gekozen gunningscriteria kunnen worden toegepast op de vereiste en toegestane varianten die aan de minimumvoorschriften voldoen en op de basisoffertes. § 3. Bij plaatsingsprocedures voor overheidsopdrachten voor leveringen of diensten mag de aanbestedende overheid een variante of optie niet afwijzen uitsluitend omdat deze, mocht hij worden gekozen, tot een opdracht voor diensten in plaats van een opdracht voor leveringen, dan wel tot een opdracht voor leveringen in plaats van een opdracht voor diensten zou leiden. § 4. De aanbestedende overheid is nooit verplicht om een optie te bestellen, noch bij de sluiting, noch tijdens de uitvoering van de opdracht. § 5. De Koning kan, voor de door hem te bepalen procedures, de nadere materiële en procedurele regels vaststellen inzake de varianten en opties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opdracht in vaste en voorwaardelijke gedeelten en verlengingsclausules Art. 57.Wanneer de aanbestedende overheid de noodzaak daartoe aantoont, kan ze een opdracht plaatsen die een of meer vaste gedeelten en een of meer voorwaardelijke gedeelten omvat. Alhoewel de sluiting van de opdracht betrekking heeft op de volledige opdracht, is de aanbestedende overheid enkel gebonden door de vaste gedeelten. De uitvoering van elk voorwaardelijk gedeelte is afhankelijk van een beslissing van de aanbestedende overheid die aan de opdrachtnemer wordt meegedeeld overeenkomstig de in de initiële opdrachtdocumenten bepaalde nadere regels. De uitvoering van het voorwaardelijk gedeelte mag de algemene aard van de opdracht niet wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een opdracht kan van bij de sluiting een of meer verlengingen omvatten, overeenkomstig de in de initiële opdrachtdocumenten vermelde nadere regels. De volledige looptijd, met inbegrip van de verlengingen, moet over het algemeen beperkt blijven tot vier jaar na het sluiten van de opdracht. De verlenging mag geen aanleiding geven tot een wijziging van de algemene aard van de opdracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit in dit artikel bedoelde clausules moeten worden opgesteld in duidelijke, nauwkeurige en ondubbelzinnige bewoordingen. Deze clausules omschrijven het toepassingsgebied en de aard van de eventule gevolgen die eruit voort kunnen vloeien, alsmede de voorwaarden waaronder ze kunnen worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan de nadere regels bepalen voor het gebruik van de opdrachten in vaste en voorwaardelijke gedeelten en verlengingsclausules.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verdeling van de opdrachten in percelen Art. 58.§ 1. De aanbestedende overheid kan beslissen de opdracht te plaatsen in de vorm van afzonderlijke percelen, in welk geval zij daarvan de aard, de omvang, het voorwerp, de verdeling en de kenmerken bepaalt in de opdrachtdocumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de opdrachten van leveringen, diensten en werken, waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de herzienbare drempel voor de Europese bekendmaking zoals die van toepassing is voor de door de federale aanbestedende overheden geplaatste overheidsopdrachten voor leveringen en diensten, moeten alle aanbestedende overheden de verdeling in percelen overwegen en, in geval zij besluiten niet in percelen op te delen, de voornaamste redenen daarvoor vermelden in de opdrachtdocumenten of in de in het artikel 164, § 1, bedoelde informatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval de aanbestedende overheid ervoor kiest de opdracht te plaatsen in de vorm van afzonderlijke percelen, heeft zij het recht er slechts enkele te gunnen en eventueel te besluiten de andere op te nemen in één of meer nieuwe opdrachten, desnoods volgens een andere plaatsingsprocedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbestedende overheid vermeldt, in de aankondiging van een opdracht, of offertes mogen worden ingediend voor één, meer of alle percelen. § 2. De aanbestedende overheid mag, zelfs indien er offertes mogen worden ingediend voor meer of alle percelen, het aantal aan één inschrijver te gunnen percelen beperken, mits het maximum aantal percelen per inschrijver in de aankondiging van een opdracht is aangegeven. De aanbestedende overheid vermeldt in de opdrachtdocumenten de objectieve en niet-discriminerende criteria of regels die zij voornemens is toe te passen om te bepalen welke percelen zullen worden gegund indien de toepassing van de gunningscriteria zou leiden tot de gunning van meer percelen dan het maximumaantal aan een zelfde inschrijver.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vaststelling van termijnen Art. 59.§ 1. Bij de vaststelling van de termijnen voor de aanvragen tot deelneming en de ontvangst van offertes houdt de aanbestedende overheid rekening met de complexiteit van de opdracht en met de tijd die nodig is voor de voorbereiding van de offertes, onverminderd de in de artikelen 36 tot en met 41 vastgestelde minimumtermijnen. § 2. Wanneer offertes slechts kunnen worden opgemaakt na een bezoek van de locatie of na inzage ter plaatse van de documenten waarop die opdrachtdocumenten steunen, worden de termijnen voor ontvangst van de offertes, die langer zijn dan de in de artikelen 36 tot en met 41 vastgelegde minimumtermijnen, zodanig vastgesteld dat alle betrokken ondernemers de gelegenheid hebben kennis te nemen van alle nodige gegevens voor het opstellen van de offertes. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbestedende overheid verlengt de termijnen voor ontvangst van de offertes opdat alle betrokken ondernemers kunnen beschikken over alle nodige gegevens voor het opstellen van de offertes, in de volgende gevallen : 1° indien, om welke reden dan ook, aanvullende informatie, hoewel tijdig aangevraagd door de ondernemer, niet uiterlijk zes dagen voor de ontvangst van de offertes vastgestelde termijn is verstrekt.In het geval van de in de artikelen 36, § 3, en 37, § 4, bedoelde versnelde procedure, bedraagt deze termijn vier dagen; 2° indien de opdrachtdocumenten aanzienlijk zijn gewijzigd. De duur van de verlenging dient evenredig te zijn aan het belang van de informatie of wijziging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanvullende informatie niet tijdig aangevraagd is of het belang daarvan gelet op het opstellen van de offertes onbetekenend is, hoeft de aanbestedende overheid de termijnen niet te verlengen. Afdeling 2. - Bekendmaking en transparantie Vooraankondigingen Art. 60.De aanbestedende overheid kan haar voornemens met betrekking tot het plaatsen van opdrachten te kennen geven door middel van de bekendmaking van een vooraankondiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vooraankondiging geldt geenszins als aankondiging van een opdracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De periode waarop de vooraankondiging betrekking heeft, is maximaal twaalf maanden te rekenen vanaf de datum waarop de vooraankondiging voor bekendmaking is verzonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De koning bepaalt de vermeldingen die de vooraankondiging moet bevatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aankondiging van een opdracht Art. 61.De aanbestedende overheid maakt de overheidsopdrachten en raamovereenkomsten bekend door middel van een aankondiging van een opdracht, tenzij in onderstaande gevallen : 1° wanneer gebruik wordt gemaakt, overeenkomstig artikel 42, van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking;2° in de gevallen waarbij gebruik wordt gemaakt van de mededingingsprocedure met onderhandeling, respectievelijk de concurrentiegerichte dialoog, met betrekking tot werken, leveringen en diensten waarvoor in het kader van een openbare of niet-openbare procedure alleen onregelmatige of onaanvaardbare offertes werden ingediend, en waarbij, in voorkomend geval, geen aankondiging van een opdracht gepubliceerd hoeft te worden, voor zover daartoe de voorwaarden van het artikel 38, § 1, 2°, zijn nageleefd;3° voor de op een raamovereenkomst gebaseerde opdrachten;4° voor de opdrachten die worden geplaatst in het kader van een dynamisch aankoopsysteem, zolang dit geldig blijft en onverminderd de verplichting tot aankondiging voor de lancering van het dynamisch aankoopsysteem. De Koning bepaalt de vermeldingen die de aankondiging van een opdracht moet bevatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aankondiging van gegunde opdracht Art. 62.Wat de opdrachten en raamovereenkomsten betreft waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de voor de Europese bekendmaking vastgestelde drempels, stuurt de aanbestedende overheid een aankondiging van gegunde opdracht door met betrekking tot de resultaten van de plaatsingsprocedure. Deze aankondiging wordt uiterlijk dertig dagen na de sluiting van de opdracht of de raamovereenkomst doorgestuurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van een overeenkomstig artikel 43 gesloten raamovereenkomst is de aanbestedende overheid er niet toe gehouden om een aankondiging te versturen betreffende de resultaten van de plaatsingsprocedure voor iedere opdracht die gebaseerd is op deze raamovereenkomst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de opdrachten die gebaseerd zijn op een dynamisch aankoopsysteem, is het eerste lid wel van toepassing, weze het dat de aanbestedende overheid er voor kan kiezen om de betreffende aankondigingen per kwartaal te bundelen. In dat geval verstuurt de aanbestedende overheid de gebundelde aankondigingen ten laatste dertig dagen na het einde van elk kwartaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalde informatie aangaande de plaatsing van de opdracht of van de raamovereenkomst behoeft niet voor bekendmaking te worden vrijgegeven indien de openbaarmaking ervan rechtshandhaving in de weg zou staan, in strijd zou zijn met het openbaar belang, schade zou berokkenen aan de rechtmatige commerciële belangen van een bepaalde publieke of particuliere ondernemer, of afbreuk zou kunnen doen aan de eerlijke mededinging tussen ondernemers.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning bepaalt de vermeldingen die de aankondiging van gegunde opdracht moet bevatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmaak en wijze van bekendmaking van aankondigingen Art. 63.De Koning bepaalt de nadere regels wat de bekendmaking van de aankondigingen betreft, en dit zowel op nationaal als Europees niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elektronische beschikbaarheid van opdrachtdocumenten Art. 64.§ 1. De aanbestedende overheid biedt met elektronische middelen kosteloze, vrije, volledige en rechtstreekse toegang tot de opdrachtdocumenten vanaf de datum van bekendmaking van de aankondiging van een opdracht. De tekst van de aankondiging vermeldt het internetadres waar deze opdrachtdocumenten toegankelijk zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer geen kosteloze, vrije, volledige en rechtstreekse toegang langs elektronische weg tot bepaalde opdrachtdocumenten kan of moet worden geboden om één van de in de in artikel 14, § 2, eerste lid, vermelde redenen, kan de aanbestedende overheid in de aankondiging aangeven dat de betreffende opdrachtdocumenten zullen worden toegezonden met andere middelen dan langs elektronische weg overeenkomstig het bepaalde in artikel 14, § 2, derde lid. Ook in dat geval is de toegang kosteloos.</p>\n<p class=\"lf-p\">In een dergelijk geval wordt de termijn voor de indiening van de offertes met vijf dagen verlengd, behalve in behoorlijk gemotiveerde dringende gevallen als bedoeld in de artikelen 36, § 3, 37, § 4, en 38, § 3, derde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer geen kosteloze, vrije, volledige en rechtstreekse toegang langs elektronische weg tot bepaalde opdrachtdocumenten kan worden geboden omdat de aanbestedende overheid voornemens is artikel 13, § 3, toe te passen, vermeldt zij in de aankondiging welke maatregelen ter bescherming van het vertrouwelijke karakter van de informatie zij eist en hoe toegang kan worden verkregen tot de betrokken documenten. In dat geval wordt de termijn voor de indiening van de offertes met vijf dagen verlengd, behalve in behoorlijk gemotiveerde dringende gevallen als bedoeld in de artikelen 36, § 3, 37, § 4, en 38, § 3, derde lid. § 2. De aanbestedende overheid verstrekt alle ondernemers die, op welke wijze dan ook, aan de plaatsingsprocedure deelnemen nadere informatie over de specificaties en de ondersteunende documenten, mits tijdig aangevraagd, uiterlijk zes dagen vóór de uiterste datum van ontvangst van de offertes. In het geval van de versnelde procedure als bedoeld in artikel 36, § 3, en artikel 37, § 5, bedraagt deze termijn vier dagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitnodiging van de kandidaten Art. 65.Bij niet-openbare procedures, concurrentiegerichte dialogen, innovatiepartnerschappen en mededingingsprocedures met onderhandeling, nodigt de aanbestedende overheid de daartoe geselecteerde kandidaten gelijktijdig en schriftelijk uit om een offerte in te dienen, of in het geval van een concurrentiegerichte dialoog, tot deelneming aan de dialoog.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitnodigingen bedoeld in het eerste lid bevatten een verwijzing naar het elektronische adres waarop de opdrachtdocumenten rechtstreeks langs elektronische weg toegankelijk zijn. De uitnodigingen gaan vergezeld van de opdrachtdocumenten, wanneer deze documenten niet kosteloos, vrij, volledig en rechtstreeks toegankelijk zijn om de in artikel 64, § 1, tweede of vierde lid, genoemde redenen en nog niet anderszins beschikbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning bepaalt de overige informatie die de uitnodiging moet bevatten, alsook de nadere regels hieromtrent. Afdeling 3. - Selectie van deelnemers en gunning van opdrachten Algemene beginselen voor selectie en gunning Art. 66.§ 1. Opdrachten worden gegund op basis van één of meerdere gunningscriteria, vastgesteld overeenkomstig artikel 81, mits de aanbestedende overheid erop heeft toegezien dat aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de offerte voldoet aan de eisen, voorwaarden en criteria vermeld in de aankondiging van een opdracht en de opdrachtdocumenten, met inachtneming, indien van toepassing, van de varianten of opties;2° de offerte is afkomstig van een inschrijver waaraan de toegang tot de opdracht niet is ontzegd op grond van de artikelen 67 tot 70 en die voldoet aan de door de aanbestedende overheid vastgestelde selectiecriteria en, in voorkomend geval, de niet-discriminerende regels en criteria bedoeld in artikel 79, § 2, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd paragraaf 2 beslist de aanbestedende overheid, indien ze vaststelt dat de offerte van de inschrijver aan wie ze voornemens is te gunnen niet voldoet aan de in artikel 7 bedoelde verplichtingen op het vlak van het milieu-, sociaal of arbeidsrecht, om de opdracht niet te gunnen aan de inschrijver van hogervermelde offerte, tenminste wanneer het een verplichting betreft waarvan de niet-naleving ook strafrechtelijk beteugeld wordt. In de overige gevallen waarbij ze vaststelt dat deze offerte niet voldoet aan de voormelde verplichtingen, kan ze hetzelfde doen. § 2. Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde gelijk is aan of hoger is dan de voor de Europese bekendmaking gebruikte drempels, kan de aanbestedende overheid, wanneer gebruik wordt gemaakt van de openbare procedure, overgaan tot het onderzoek van de offertes zodra het ontbreken van uitsluitingsgronden en het voldoen aan de selectiecriteria zijn nagegaan louter op grond van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument.</p>\n<p class=\"lf-p\">In die gevallen kan worden overgegaan tot de evaluatie van de offertes zonder dat een verdere grondige controle op het ontbreken van uitsluitingsgronden en het voldoen aan de selectiecriteria is doorgevoerd in dit stadium. Vooraleer zij van deze mogelijkheid gebruik maakt, moet de aanbestedende overheid echter de afwezigheid nagaan van fiscale en sociale schulden overeenkomstig artikel 68.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de voor de Europese bekendmaking gebruikte drempels, kan de Koning de gevallen bepalen waarin de aanbestedende overheid tot het onderzoek van de offertes mag overgaan voorafgaand aan de controle op het ontbreken van uitsluitingsgronden en het voldoen aan de selectiecriteria, alsook de nadere regels in dit verband.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer zij van de in het eerste en tweede lid bedoelde mogelijkheid gebruik maakt, ziet zij erop toe dat de verificatie van het ontbreken van uitsluitingsgronden en het voldoen aan de selectiecriteria op onpartijdige en transparante wijze plaatsvindt zodat er geen opdracht wordt gegund aan een inschrijver die had moeten worden uitgesloten of die niet voldoet aan de selectiecriteria. § 3. Onverminderd artikel 39, § 6, tweede lid, kan de aanbestedende overheid, wanneer de door de kandidaat of inschrijver in te dienen informatie of documentatie onvolledig of onjuist is of lijkt te zijn of wanneer specifieke documenten ontbreken, de betrokken kandidaat of inschrijver verzoeken die informatie of documentatie binnen een passende termijn in te dienen, aan te vullen, te verduidelijken of te vervolledigen, mits dergelijke verzoeken worden gedaan met volledige inachtneming van de beginselen van gelijke behandeling en transparantie en, indien gebruik wordt gemaakt van de openbare of de niet-openbare procedure, zonder dat dit aanleiding mag geven tot een wijziging van de essentiële elementen van de offerte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een wijziging van de samenstelling van het personeelsteam dat ter beschikking wordt gesteld voor de uitvoering van de opdracht, die het rechtstreeks gevolg is van maatregelen die gericht zijn op het oplossen van belangenconflicten of situaties van voorafgaande betrokkenheid, wordt geacht geen aanleiding te geven tot een wijziging van een essentieel element van de offerte, op voorwaarde van de volledige inachtneming van de beginselen van gelijke behandeling en transparantie. § 4. Voor de opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking, kan de Koning het gebruik van een kwalificatiesysteem van ondernemers of een lijst van geselecteerde kandidaten toelaten, volgens de door Hem te bepalen voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verplichte uitsluitingsgronden Art. 67.§ 1. Tenzij in het geval waarbij de kandidaat of inschrijver, overeenkomstig artikel 70, aantoont toereikende maatregelen te hebben genomen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen sluit de aanbestedende overheid een kandidaat of inschrijver van deelname aan de plaatsingsprocedure uit, in welk stadium van de procedure ook, wanneer zij heeft vastgesteld of anderszins ervan op de hoogte is dat deze kandidaat of inschrijver door een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde veroordeeld is om een van de volgende misdrijven : 1° deelneming aan een criminele organisatie;2° omkoping;3° fraude;4° terroristische misdrijven of strafbare feiten in verband met terroristische activiteiten, dan wel uitlokking van, medeplichtigheid aan of poging tot het plegen van een dergelijk misdrijf of strafbaar feit;5° witwassen van geld en financiering van terrorisme;6° kinderarbeid en andere vormen van mensenhandel;7° het tewerkstellen van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen. De Koning kan de in het eerste lid bedoelde misdrijven nader omschrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid, sluit de aanbestedende overheid zelfs bij afwezigheid van een in kracht van gewijsde gegane veroordeling, de kandidaat of inschrijver die als werkgever illegaal verblijvende onderdanen van derde landen heeft tewerkgesteld uit, van zodra deze inbreuk is vastgesteld door een administratieve of rechterlijke beslissing, met inbegrip van een in uitvoering van artikel 49/2 van het Sociaal Strafwetboek opgestelde schriftelijke kennisgeving. Deze afwijking doet geen afbreuk aan de in artikel 70 bedoelde mogelijkheid voor de kandidaat of inschrijver om desgevallend corrigerende maatregelen in te roepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid kan de aanbestedende overheid aangeven dat, bij wijze van uitzondering, een afwijking op de verplichte uitsluiting kan toegestaan worden om dwingende redenen van algemeen belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verplichting tot uitsluiting van de kandidaat of inschrijver is ook van toepassing wanneer de bij onherroepelijk vonnis veroordeelde persoon lid is van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van deze kandidaat of inschrijver of daarin vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid heeft. In het geval het een in het derde lid bedoelde inbreuk betreft en bij gebrek aan het voormelde onherroepelijk vonnis, is dezelfde verplichting tot uitsluiting van toepassing, wanneer de betrokken persoon in een administratieve of rechterlijke beslissing staat aangeduid als zijnde een persoon bij wie een inbreuk is vastgesteld op het vlak van het tewerkstellen van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en lid is van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de kandidaat of inschrijver of daarin vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de opdrachten waarvan het geraamde bedrag lager is dan de drempels voor de Europese bekendmaking, zijn de aanbestedende overheden, in afwijking van het vijfde lid, echter niet verplicht het ontbreken van de in dit artikel bedoelde uitsluitingsgronden na te gaan in hoofde van de in het voormelde lid bedoelde personen. § 2. De in de paragraaf 1, eerste lid, 1° tot 6°, bedoelde uitsluitingen van deelname aan overheidsopdrachten gelden slechts voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van de veroordeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in de paragraaf 1, eerste lid, onder 7°, bedoelde uitsluiting van deelname aan overheidsopdrachten, geldt slechts voor een periode van vijf jaar, vanaf de beëindiging van de inbreuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer zij zich in een geval van verplichte uitsluiting bevinden op de dag die volgt op de uiterste datum voor de indiening van de aanvragen tot deelneming dan wel de indiening van de offertes, mogen de ondernemers niet deelnemen aan de overheidsopdracht, behalve wanneer zij overeenkomstig artikel 70 bewijzen dat zij voldoende corrigerende maatregelen hebben genomen om hun betrouwbaarheid aan te tonen ondanks de toepasselijke uitsluitingsgrond en behoudens het in de paragraaf 1, vierde lid, bedoelde geval.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitsluitingsgrond in verband met fiscale en sociale schulden Art. 68.§ 1. Behalve om dwingende redenen van algemeen belang en behoudens het in paragraaf 3 vermelde geval, sluit de aanbestedende overheid een kandidaat of inschrijver van deelname aan de plaatsingsprocedure uit, in welk stadium van de procedure ook, wanneer de kandidaat of inschrijver niet blijkt te voldoen aan zijn verplichtingen tot betaling van belastingen enerzijds of socialezekerheidsbijdragen anderzijds, tenzij : 1° wanneer het onbetaald gebleven bedrag het door de Koning te bepalen bedrag niet overschrijdt;of 2° wanneer de kandidaat of inschrijver kan aantonen dat hij op een aanbestedende overheid of op een overheidsbedrijf, één of meer schuldvorderingen bezit die zeker, opeisbaar en vrij van elke verbintenis tegenover derden zijn.Deze schuldvorderingen moeten ten minste gelijk zijn aan de achterstallige afbetaling van de fiscale dan wel de sociale schulden verminderd met het door de Koning in uitvoering van de bepaling onder 1° bedoelde drempelbedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanbestedende overheid vaststelt dat de fiscale dan wel sociale schulden het in het eerste lid, onder 1°, vermelde bedrag overschrijden, vraagt ze de kandidaat of inschrijver of deze zich in een in het eerste lid, onder 2°, bedoelde situatie bevindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbestedende overheid geeft elke ondernemer echter de kans om zich in de loop van de plaatsingsprocedure in regel te stellen ten opzichte van de sociale en fiscale verplichtingen nadat ze een eerste maal heeft vastgesteld dat de kandidaat of inschrijver op dit vlak niet voldeed aan de eisen. Ze stelt de ondernemer hiervan in kennis. Vanaf deze kennisgeving geeft de aanbestedende overheid de ondernemer een termijn van vijf werkdagen om het bewijs te geven van zijn regularisatie. Van deze regularisatie kan slechts éénmalig gebruik gemaakt worden. Deze termijn gaat in de dag die volgt op de kennisgeving. Voor de berekening van deze termijn is verordening nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden, niet van toepassing. § 2. De Koning bepaalt de in aanmerking te nemen fiscale dan wel sociale schulden, alsook de ter zake geldende nadere regels. § 3. Dit artikel is niet langer van toepassing indien de kandidaat of inschrijver zijn verplichtingen is nagekomen door de verschuldigde belastingen of socialezekerheidsbijdragen, met inbegrip van lopende rente of boeten, indien toepasselijk, te betalen of een bindende regeling tot betaling daarvan aan te gaan, voor zover deze betaling of het sluiten van de bindende regeling heeft plaatsgevonden vóór het indienen van een aanvraag tot deelneming, of, in openbare procedures, de termijn voor het indienen van offertes.</p>\n<p class=\"lf-p\">Facultatieve uitsluitingsgronden Art. 69.Tenzij in het geval waarbij de kandidaat of inschrijver, overeenkomstig artikel 70, aantoont toereikende maatregelen te hebben genomen om zijn betrouwbaarheid aan te tonen, kan de aanbestedende overheid, in elk stadium van de plaatsingsprocedure, een kandidaat of inschrijver van deelname aan deze procedure uitsluiten, in de volgende gevallen : 1° indien de aanbestedende overheid met elk passend middel aantoont dat de kandidaat of inschrijver de in artikel 7 genoemde toepasselijke verplichtingen op het vlak van het milieu-, sociaal en arbeidsrecht, heeft geschonden;2° wanneer de kandidaat of inschrijver in staat van faillissement of van vereffening verkeert, zijn werkzaamheden heeft gestaakt, een gerechtelijke reorganisatie ondergaat, of aangifte heeft gedaan van zijn faillissement, voor hem een procedure van vereffening of gerechtelijke reorganisatie aanhangig is, of hij in een vergelijkbare toestand verkeert ingevolge een soortgelijke procedure die bestaat in andere nationale reglementeringen;3° wanneer de aanbestedende overheid kan aantonen, met elk passend middel, dat de kandidaat of inschrijver in de uitoefening van zijn beroep een ernstige fout heeft begaan, waardoor zijn integriteit in twijfel kan worden getrokken;4° wanneer de aanbestedende overheid over voldoende plausibele aanwijzingen beschikt om te besluiten dat de kandidaat of inschrijver handelingen zou hebben gesteld, overeenkomsten zou hebben gesloten of afspraken zou hebben gemaakt, die gericht zijn op vervalsing van de mededinging in de zin van artikel 5, lid 2;5° wanneer een belangenconflict in de zin van artikel 6 niet effectief kan worden verholpen met andere minder ingrijpende maatregelen;6° wanneer zich wegens de eerdere betrokkenheid van de kandidaat of inschrijver bij de voorbereiding van de plaatsingsprocedure een vervalsing van de mededinging als bedoeld in artikel 52 heeft voorgedaan die niet met minder ingrijpende maatregelen kan worden verholpen;7° wanneer de kandidaat of inschrijver blijk heeft gegeven van aanzienlijke of voortdurende tekortkomingen bij de uitvoering van een wezenlijk voorschrift tijdens een eerdere overheidsopdracht, een eerdere opdracht met een aanbesteder of een eerdere concessieovereenkomst en dit geleid heeft tot het nemen van ambtshalve maatregelen, schadevergoedingen of andere vergelijkbare sancties;8° wanneer de kandidaat of inschrijver zich in ernstige mate schuldig heeft gemaakt aan valse verklaringen bij het verstrekken van de informatie die nodig is voor de controle op het ontbreken van uitsluitingsgronden of de naleving van de selectiecriteria, of hij informatie heeft achtergehouden, of niet in staat was de ondersteunende documenten die vereist zijn krachtens artikel 73 of artikel 74 over te leggen;of 9° wanneer de kandidaat of inschrijver heeft getracht om het besluitvormingsproces van de aanbestedende overheid onrechtmatig te beïnvloeden, om vertrouwelijke informatie te verkrijgen die hem onrechtmatige voordelen in de plaatsingsprocedure kan bezorgen, of om verwijtbaar misleidende informatie te verstrekken die een belangrijke invloed kan hebben op beslissingen inzake uitsluiting, selectie en gunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde uitsluitingen van deelname aan overheidsopdrachten gelden slechts voor een periode van drie jaar vanaf de datum van de betrokken gebeurtenis of, wanneer het een voortdurende inbreuk betreft, vanaf de beëindiging van de inbreuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten, is de aanbestedende overheid niet gehouden tot nazicht van de facultatieve uitsluitingsgronden in hoofde van de personen die lid zijn van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van de kandidaat of inschrijver of daarin vertegenwoordigings-, beslissings- of controlebevoegdheid hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Corrigerende maatregelen Art. 70.Elke kandidaat of inschrijver die in een van de in de artikelen 67 of 69 bedoelde situaties verkeert, mag bewijzen dat de maatregelen die hij heeft genomen voldoende zijn om zijn betrouwbaarheid aan te tonen ondanks de toepasselijke uitsluitingsgrond. Als de aanbestedende overheid dat bewijs toereikend acht, wordt de betrokken kandidaat of inschrijver niet uitgesloten van de plaatsingsprocedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiertoe bewijst de kandidaat of inschrijver, op eigen initiatief, dat hij eventuele schade als gevolg van strafrechtelijke inbreuken of fouten heeft betaald of heeft toegezegd te zullen vergoeden, dat hij de feiten en omstandigheden heeft opgehelderd door actief mee te werken met de onderzoekende autoriteiten en dat hij concrete technische, organisatorische en personeelsmaatregelen heeft genomen die geschikt zijn om verdere strafrechtelijke inbreuken of fouten te voorkomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De door de kandidaat of inschrijver genomen maatregelen worden beoordeeld met inachtneming van de ernst en de bijzondere omstandigheden van de strafrechtelijke inbreuken of de fout. Het betreft in alle gevallen een door de aanbestedende overheid te nemen beslissing die zowel op materieel als formeel vlak moet gemotiveerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de maatregelen onvoldoende worden geacht, worden aan de ondernemer de redenen daarvoor medegedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een ondernemer die bij rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde is uitgesloten van deelneming aan plaatsingsprocedures of procedures voor de gunning van concessies mag gedurende de duur van de uitsluiting als gevolg van die beslissing geen gebruik kunnen maken van de in dit artikel geboden mogelijkheid in de lidstaten waar het vonnis van kracht is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Selectiecriteria Art. 71.Het selectiecriterium of de selectiecriteria kunnen betrekking hebben op : 1° geschiktheid om de beroepsactiviteit uit te oefenen;en/of 2° de economische en financiële draagkracht;en/of 3° de technische en beroepsbekwaamheid. De aanbestedende overheid mag alleen deze criteria als voorwaarde voor deelname opleggen aan de kandidaten en inschrijvers. Zij beperken deze voorwaarden tot die welke kunnen garanderen dat een kandidaat of inschrijver over de juridische en financiële middelen en de technische bekwaamheden en beroepsbekwaamheden beschikt om de te gunnen opdracht uit te voeren. Alle voorwaarden houden verband met en staan in verhouding tot het voorwerp van de opdracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning geeft nadere invulling aan de modaliteiten voor het vaststellen van deze voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rechtsopvolging van een natuurlijke persoon door een rechtspersoon in de loop van de procedure Art. 72.De Koning kan de gevolgen regelen van een door een natuurlijke persoon ingediende offerte in geval van diens rechtsopvolging door een rechtspersoon in de loop van de plaatsingsprocedure. Hij kan aan deze personen een hoofdelijke aansprakelijkheid opleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uniform Europees Aanbestedingsdocument, impliciete verklaring op erewoord en bewijsmiddelen Art. 73.§ 1. Op het ogenblik van de indiening van de aanvragen tot deelneming of de offertes, naargelang het geval, leggen de kandidaten of inschrijvers, het door hen ingevulde Uniform Europees Aanbestedingsdocument voor, dat bestaat uit een bijgewerkte eigen verklaring en dat door de aanbestedende overheid als voorlopig bewijs wordt aanvaard ter vervanging van door overheidsinstanties of derden afgegeven documenten of certificaten die bevestigen dat de betrokken kandidaat of inschrijver aan alle hierna vermelde voorwaarden voldoet : 1° hij bevindt zich niet in een van de situaties als bedoeld in de artikelen 67 tot 69, waardoor kandidaten of inschrijvers kunnen of moeten worden uitgesloten;2° hij voldoet aan de toepasselijke selectiecriteria als vastgesteld overeenkomstig artikel 71;3° hij voldoet, indien van toepassing, aan de objectieve regels en criteria voor de beperking van het aantal kandidaten, als vastgesteld overeenkomstig artikel 79. Indien de ondernemer overeenkomstig artikel 78 een beroep doet op de draagkracht van andere entiteiten bevat het Uniform Europees Aanbestedingsdocument ook de in het eerste lid genoemde gegevens ten aanzien van die entiteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument bestaat uit een formele verklaring van de ondernemer dat de betrokken grond tot uitsluiting niet van toepassing is en/of dat aan het selectiecriterium is voldaan en bevat de relevante informatie die door de aanbestedende overheid wordt verlangd. Voorts vermeldt het Uniform Europees Aanbestedingsdocument welke overheidsinstantie of derde verantwoordelijk is voor het vaststellen van de bewijsstukken en bevat zij een formele verklaring dat de ondernemer in staat zal zijn om op verzoek en onverwijld die bewijsstukken te leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aanbestedende overheid het bewijsstuk rechtstreeks kan verkrijgen door raadpleging van een databank conform de vierde paragraaf, bevat het Uniform Europees Aanbestedingsdocument ook de daartoe vereiste informatie, zoals het internetadres van de databank, alle identificatiegegevens en, in voorkomend geval, de benodigde verklaring van instemming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondernemers kunnen het reeds in een vorige overheidsopdrachtenprocedure gebruikte Uniform Europees Aanbestedingsdocument opnieuw gebruiken, mits zij bevestigen dat de daarin opgenomen gegevens nog steeds correct zijn. § 2. Het Uniform Europees Aanbestedingsdocument wordt opgesteld op basis van het door de Europese Commissie vast te stellen model en wordt uitsluitend in elektronische vorm verstrekt. § 3. De aanbestedende overheid kan kandidaten en inschrijvers tijdens de procedure te allen tijde verzoeken de vereiste ondersteunende documenten geheel of gedeeltelijk in te dienen wanneer dit noodzakelijk is voor het goede verloop van de procedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens voor opdrachten die zijn gebaseerd op overeenkomstig artikel 43, § 4 of § 5, 1°, geplaatste raamovereenkomsten, verzoekt de aanbestedende overheid vóór de gunning van de opdracht, de inschrijver aan wie zij heeft besloten de opdracht te gunnen, de actuele ondersteunende documenten over te leggen, als bedoeld in artikel 75.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbestedende overheid kan ondernemers verzoeken de ontvangen certificaten aan te vullen of te verduidelijken. § 4. Niettegenstaande paragraaf 3 zijn de ondernemers niet verplicht ondersteunende documenten of andere bewijsstukken over te leggen indien en voor zover de aanbestedende overheid de certificaten of de relevante informatie rechtstreeks kan verkrijgen door raadpleging van een gratis toegankelijke nationale databank in elke lidstaat, zoals een nationaal aanbestedingsregister, een digitaal bedrijfsdossier, een systeem voor digitale documentopslag of een voorselectiesysteem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niettegenstaande paragraaf 3 zijn de ondernemers niet verplicht ondersteunende documenten over te leggen wanneer de aanbestedende overheid deze documenten reeds in haar bezit heeft ten gevolge van een opdracht of raamovereenkomst die eerder werd afgesloten. Dit op voorwaarde dat de betrokken ondernemers in hun aanvraag tot deelneming of in hun offerte de procedure identificeren tijdens dewelke zij deze documenten reeds hebben voorgelegd en voor zover de voormelde inlichtingen en documenten nog beantwoorden aan de gestelde vereisten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Machtiging aan de Koning tot instelling van een alternatieve regeling op het vlak van het voorlopig bewijs Art. 74.Voor de door Hem te bepalen opdrachten geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking kan de Koning, als voorlopig bewijs van door overheidsinstanties of derden afgegeven documenten of certificaten die bevestigen dat de betrokken kandidaat of inschrijver aan alle in artikel 73, § 1, eerste lid, vermelde voorwaarden voldoet, voorzien in een alternatieve regeling waarvan Hij de toepassingsvoorwaarden en vormvoorschriften bepaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzelfde geldt voor de door Hem te bepalen opdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan de drempel voor de Europese bekendmaking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Machtiging aan de Koning omtrent het bewijs van het ontbreken van uitsluitingsgronden en het vervuld zijn van selectiecriteria Art. 75.De Koning bepaalt de in aanmerking komende certificaten, verklaringen, referenties en andere documenten en inlichtingen, waarvan de aanbestedende overheid de overlegging kan verlangen met het oog op het bewijs van het ontbreken van uitsluitingsgronden en het vervuld zijn van de selectiecriteria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onlinedatabank van certificaten - e-certis Art. 76.Aanbestedende overheden maken gebruik van e-Certis en zij stellen hoofdzakelijk die typen van certificaten of bewijsstukken verplicht die in e-Certis beschikbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kwaliteitsnormen en normen inzake milieubeheer Art. 77.§ 1. Ingeval de aanbestedende overheid de overlegging eist van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer voldoet aan bepaalde kwaliteitsnormen, met inbegrip van normen inzake toegankelijkheid voor gehandicapten, verwijst zij naar regelingen voor kwaliteitsbewaking op basis van de desbetreffende Europese normenreeks die door geaccrediteerde instanties overeenkomstig de Europese normenreeks zijn gecertificeerd. Zij erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instellingen. Zij aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige kwaliteitsgaranties wanneer de betrokken ondernemer die certificaten niet binnen de gestelde termijnen kan verkrijgen om redenen die niet aan hem toe te schrijven zijn, mits de ondernemer het bewijs levert dat de voorgestelde maatregelen op het gebied van de kwaliteitsbewaking aan de kwaliteitsnormen voldoen. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de aanbestedende overheid de overlegging eist van een door een onafhankelijke instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer voldoet aan bepaalde systemen of normen inzake milieubeheer, verwijst zij naar het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) van de Europese Unie of enig ander milieubeheersysteem als erkend overeenkomstig artikel 45 van Verordening (EG) nr. 1221/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS), tot intrekking van Verordening (EG) nr. 761/2001 en van de Beschikkingen 2001/681/EG en 2006/193/EG van de Commissie, of andere normen inzake milieubeheer op basis van de toepasselijke Europese of internationale normen die door geaccrediteerde instanties zijn gecertificeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij erkent gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instellingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een ondernemer, om redenen die hem niet aangerekend kunnen worden, aantoonbaar geen toegang had tot de certificaten of niet de mogelijkheid had deze binnen de gestelde termijnen te verwerven, aanvaardt de aanbestedende overheid andere passende bewijzen van gelijkwaardige maatregelen inzake milieubeheer, mits de ondernemer aantoont dat deze maatregelen gelijkwaardig zijn aan die welke krachtens het toepasselijke milieubeheersysteem of de norm vereist zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beroep op de draagkracht van andere entiteiten Art. 78.Een ondernemer kan, in voorkomend geval en voor een bepaalde opdracht, zich beroepen op de economische en financiële draagkracht en de technische en beroepsbekwaamheid van andere entiteiten zoals bedoeld in artikel 71, eerste lid, 2° en 3°.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een ondernemer een beroep doet op de draagkracht van andere entiteiten voor het vervullen van de economische en financiële criteria, kan de aanbestedende overheid eisen dat de ondernemer en die entiteiten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de uitvoering van de opdracht, voor zover deze mogelijkheid om hoofdelijke aansprakelijkheid te eisen niet werd uitgesloten in de opdrachtdocumenten. Om uitwerking te hebben dient de hoofdelijke aansprakelijkheid evenwel schriftelijk aanvaard te worden door de entiteit op wiens draagkracht beroep wordt gedaan. Indien de voormelde schriftelijke aanvaarding niet wordt gegeven, kan de kandidaat of inschrijver zich niet op de draagkracht van die entiteit beroepen. Het onderhavig lid doet geen afbreuk aan krachtens andere wetten ingestelde hoofdelijke aansprakelijkheidsregelingen, met name op het vlak van sociale, fiscale of loonschulden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van overheidsopdrachten voor werken, diensten en plaatsings- of installatiewerkzaamheden in het kader van een opdracht voor leveringen kan de aanbestedende overheid eisen dat bepaalde kritieke taken rechtstreeks door de inschrijver zelf worden verricht, of wanneer de offerte door een combinatie van ondernemers als bedoeld in artikel 8, § 2, is ingediend, door een deelnemer aan die combinatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan de nadere materiële en procedurele regels bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beperking van het aantal kandidaten Art. 79.§ 1. Bij niet-openbare procedures, mededingingsprocedures met onderhandeling, concurrentie-gerichte dialogen en innovatie-partnerschappen kan de aanbestedende overheid het aantal aan de selectiecriteria beantwoordende kandidaten die zij tot indiening van een offerte of tot een dialoog zal uitnodigen, beperken op voorwaarde dat het overeenkomstig paragraaf 2 bepaalde minimumaantal gekwalificeerde kandidaten voorhanden is. § 2. De aanbestedende overheid vermeldt in de aankondiging van een opdracht de objectieve en niet-discriminerende criteria of regels die zij voornemens is te hanteren, alsmede het minimum- en in voorkomend geval het maximumaantal kandidaten dat zij voornemens is uit te nodigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij niet-openbare procedures bedraagt het minimumaantal kandidaten vijf. Bij mededingingsprocedures met onderhandeling, concurrentiegerichte dialogen en innovatiepartnerschappen bedraagt het minimumaantal kandidaten drie. Het aantal uitgenodigde kandidaten moet in elk geval volstaan om daadwerkelijke mededinging te waarborgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbestedende overheid nodigt een aantal kandidaten uit dat ten minste gelijk is aan het vereiste minimumaantal. Wanneer het aantal kandidaten dat aan de selectiecriteria en de minimumvoorschriften inzake bekwaamheid voldoet, echter lager is dan het door de aanbestedende overheid vastgestelde minimumaantal, kan deze aanbestedende overheid de procedure voortzetten door de kandidaten met de vereiste bekwaamheden uit te nodigen. De aanbestedende overheid kan tot dezelfde procedure geen ondernemers toelaten die niet om deelneming hebben verzocht, of kandidaten die niet over de vereiste bekwaamheden beschikken. § 3. Voor de opdrachten lager dan de drempels voor de Europese bekendmaking, is de in de tweede paragraaf, eerste lid, bedoelde verplichting om het minimum- en in voorkomend geval het maximumaantal kandidaten te vermelden, niet van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beperking van het aantal offertes en oplossingen Art. 80.Wanneer de aanbestedende overheid gebruik maakt van de in artikel 38, § 7, en in artikel 41, § 5, bedoelde mogelijkheid tot beperking van het aantal tot onderhandelingen toegelaten offertes of van de in artikel 39, § 4, bedoelde mogelijkheid tot beperking van het aantal te bespreken oplossingen, passen zij de in de opdrachtdocumenten vermelde gunningscriteria toe. In de slotfase moet het bereikte aantal een daadwerkelijke mededinging kunnen waarborgen voor zover er voldoende offertes, oplossingen of kandidaten zijn die aan de vereisten voldoen. Afdeling 4. - Gunning van de opdracht Gunningscriteria van de opdracht Art. 81.§ 1. De aanbestedende overheid baseert de gunning van overheidsopdrachten op de economisch meest voordelige offerte. § 2. De economisch meest voordelige offerte uit het oogpunt van de aanbestedende overheid wordt, naar keuze, vastgesteld : 1° op basis van de prijs;2° op basis van de kosten, rekening houdend met de kosteneffectiviteit, zoals de levenscycluskosten, overeenkomstig artikel 82;3° rekening houdend met de beste prijs-kwaliteitsverhouding die bepaald wordt op basis van de prijs of de kosten alsook criteria waaronder kwalitatieve, milieu- en/of sociale aspecten, die verband houden met het voorwerp van de betrokken opdracht.Het kan onder meer gaan om de volgende criteria : a) kwaliteit, waaronder technische verdienste, esthetische en functionele kenmerken, toegankelijkheid, geschiktheid van het ontwerp voor alle gebruikers, sociale, milieu- en innovatieve kenmerken, de handel en de voorwaarden waaronder deze plaatsvindt;b) de organisatie, de kwalificatie en de ervaring van het personeel voor de uitvoering van de opdracht, wanneer de kwaliteit van dat personeel een aanzienlijke invloed kan hebben op het niveau van de uitvoering van de opdracht;c) klantenservice en technische bijstand, alsook leveringsvoorwaarden zoals de leveringsdatum, de leveringswijze en de leverings- of uitvoeringstermijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kostenelement kan ook de vorm aannemen van een vaste prijs of vaste kosten op basis waarvan de ondernemers zullen concurreren op kwaliteitscriteria alleen. § 3. Gunningscriteria worden geacht verband te houden met het voorwerp van de overheidsopdracht wanneer zij betrekking hebben op de in het kader van die opdracht te verrichten werken, leveringen of diensten, in alle opzichten en in elk stadium van de levenscyclus ervan, met inbegrip van factoren die te maken hebben met : 1° het specifieke productieproces, het aanbieden of de verhandeling van deze werken, leveringen of diensten, of 2° een specifiek proces voor een andere fase van de levenscyclus ervan,zelfs wanneer deze factoren geen deel uitmaken van de materiële basis ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gunningscriteria mogen er niet toe leiden dat de aanbestedende overheid onbeperkte keuzevrijheid heeft. Ze waarborgen de mogelijkheid van daadwerkelijke mededinging en gaan vergezeld van specificaties aan de hand waarvan de door de inschrijvers verstrekte informatie daadwerkelijk kan worden getoetst om te beoordelen in welke mate de offertes aan de gunningscriteria voldoen. In geval van twijfel controleert de aanbestedende overheid effectief de juistheid van de door de inschrijvers verstrekte informatie en bewijsmiddelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze criteria moeten in de aankondiging van een opdracht of in een ander opdrachtdocument worden vermeld. § 4. Voor de overheidsopdrachten die gelijk zijn aan of hoger dan de voor de Europese bekendmaking bepaalde bedragen, specificeert de aanbestedende overheid in de opdrachtdocumenten het relatieve gewicht dat zij voor de bepaling van de economisch meest voordelige offerte aan elk van de gekozen criteria toekent, behalve wanneer dit uitsluitend op basis van de prijs wordt bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit relatieve gewicht kan worden uitgedrukt binnen een vork met een passend verschil tussen het minimum en het maximum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer weging om objectieve redenen niet mogelijk is, vermeldt de aanbestedende overheid de criteria in dalende volgorde van belangrijkheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de overheidsopdrachten lager dan de voormelde bedragen, specificeert de aanbestedende overheid ofwel het relatieve gewicht dat zij voor de bepaling van de economisch meest voordelige offerte aan elk van de gekozen criteria toekent, ofwel de dalende volgorde van belangrijkheid ervan. Zo niet hebben de gunningscriteria dezelfde waarde. § 5. De Koning kan nadere regels inzake de gunningscriteria bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Levenscycluskosten Art. 82.§ 1. Levenscycluskosten hebben, voor zover relevant, betrekking op alle of een deel van de volgende kosten gedurende de levenscyclus van een product, dienst of werk : 1° de kosten gedragen door de aanbestedende overheid of andere gebruikers, zoals : a) kosten in verband met de verwerving;b) gebruikskosten, zoals kosten voor verbruik van energie en andere hulpbronnen;c) onderhoudskosten;d) kosten volgend uit het einde van de levenscyclus, zoals inzamelings- en recyclingkosten;2° kosten toegeschreven aan externe milieueffecten, die verband houden met het product, de dienst of de werken gedurende de levenscyclus, mits de geldwaarde ervan kan worden bepaald en gecontroleerd; dergelijke kosten kunnen de kosten van broeikasgasemissies en andere verontreinigende emissies en andere kosten voor de bestrijding van klimaatverandering omvatten. § 2. Wanneer de aanbestedende overheid de kosten aan de hand van een levenscyclusmethode raamt, vermeldt zij in de opdrachtdocumenten de door de inschrijvers te verstrekken gegevens en de methode die de aanbestedende overheid zal gebruiken om de levenscycluskosten op basis van deze gegevens te bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De methode die wordt gebruikt voor de raming van de aan externe milieueffecten toegeschreven kosten, dient aan alle volgende voorwaarden te voldoen : 1° zij is gebaseerd op objectief controleerbare en niet-discriminerende criteria.Met name wanneer zij niet is bedoeld voor herhaalde of voortdurende toepassing zal zij bepaalde ondernemers niet ten onrechte bevoordelen of benadelen; 2° zij is toegankelijk voor alle betrokken partijen;3° de vereiste gegevens kunnen met een redelijke inspanning worden verstrekt door normaal zorgvuldige ondernemers, met inbegrip van ondernemers uit derde landen die partij zijn bij de Overeenkomst van de Wereldhandelsorganisatie inzake overheidsopdrachten, hierna \"GPA-overeenkomst\" genoemd, of andere internationale overeenkomsten waaraan de Europese Unie gebonden is. Wanneer een gemeenschappelijke methode voor de berekening van de levenscycluskosten verplicht is op grond van een wetgevingshandeling van de Europese Unie, wordt die gemeenschappelijke methode toegepast voor de raming van de levenscycluskosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regelmatigheid van de offertes Art. 83.De aanbestedende overheid onderzoekt de regelmatigheid van de offertes. Daartoe kan de Koning de bijkomende nadere regels bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Prijzen-of kostenonderzoek Art. 84.De aanbestedende overheid voert een prijzen- of kostenonderzoek uit op de ingediende offertes, overeenkomstig de door de Koning te bepalen nadere regels. De Koning kan in uitzonderingen voorzien op het prijzen of kostenonderzoek voor de door Hem te bepalen opdrachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op haar verzoek verstrekken de inschrijvers tijdens de plaatsingsprocedure alle nodige inlichtingen om dit onderzoek mogelijk te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet-gunning van een opdracht Art. 85.Het volgen van een procedure houdt geen verplichting in tot het gunnen of het sluiten van de opdracht. De aanbestedende overheid kan zowel afzien van het gunnen of het sluiten van de opdracht als de procedure herbeginnen, desnoods op een andere wijze. HOOFDSTUK 5. - Uitvoering van de opdracht Machtiging aan de Koning tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels Art. 86.De Koning bepaalt de algemene uitvoeringsregels voor de overheidsopdrachten, met inbegrip van de regels inzake onderaanneming en, voor de door Hem te bepalen opdrachten, het nazicht op het ontbreken van uitsluitingsgronden in hoofde van de onderaannemers en de bepalingen omtrent het einde van de opdracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Inzake onderaanneming kan de Koning, voor de door Hem te bepalen opdrachten, de keten van onderaannemers beperken overeenkomstig de door Hem te bepalen nadere regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan eveneens overeenkomstig de door Hem te bepalen nadere regels : 1° het in het eerste lid bedoelde nazicht op de afwezigheid van uitsluitingsgronden in hoofde van de onderaannemers uitbreiden naar de plaatsingsprocedure;2° voor de door Hem te bepalen opdrachten van werken, de erkenning als aannemer overeenkomstig de wet van 20 maart 1991 houdende regeling van de erkenning van aannemers van werken en haar uitvoeringsbesluiten, uitbreiden naar alle onderaannemers van de keten. Bijzondere voorwaarden voor de uitvoering van de opdracht Art. 87.De aanbestedende overheid kan bijzondere voorwaarden verbinden aan de uitvoering van een opdracht, mits zij verband houden met het voorwerp van de opdracht in de zin van artikel 81, § 3, en vermeld zijn in de aankondiging van een opdracht of in de opdrachtdocumenten. Deze voorwaarden kunnen verband houden met economische, innovatie- of milieugerelateerde dan wel sociale of arbeidsgerelateerde overwegingen. HOOFDSTUK 6. - Sociale diensten en andere specifieke diensten Sociale diensten en andere specifieke diensten - Toepassingsgebied Art. 88.Onderhavig hoofdstuk is van toepassing op de overheidsopdrachten voor sociale en andere specifieke diensten opgesomd in bijlage III, behalve wanneer deze, omwille van hun beperkte waarde, onder het toepassingsgebied vallen van hoofdstuk 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beginselen voor het plaatsen van sociale en andere specifieke diensten Art. 89.§ 1. In functie van de aard en de kenmerken van de in te vullen behoefte kan de aanbestedende overheid, voor het plaatsen van de in artikel 88 bedoelde opdrachten voor diensten : 1° een beroep doen op de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking; 2° een beroep doen op de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking voor zover het geraamde bedrag van de opdracht lager ligt dan 750.000 euro of, wanneer het geraamde bedrag van de opdracht gelijk is aan of hoger ligt dan deze drempel, in de toepassingsgevallen bedoeld in het artikel 42, § 1, 1°, b, c en d, 2°, 3°, 4° en 5° ; 3° uitdrukkelijk verwijzen naar één van de in de hoofdstukken 2 en 3 bedoelde plaatsingsprocedures of aankooptechnieken, met uitzondering van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking en van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, zonder dat noodzakelijkerwijs voldaan moet zijn aan de toepassingsvoorwaarden van deze procedures;4° een beroep doen op een procedure sui generis met voorafgaande bekendmaking waarvan zijzelf de nadere regels bepaalt. De procedures bedoeld in het eerste lid moeten in ieder geval de principes van transparantie, proportionaliteit en gelijkheid van behandeling van de ondernemers eerbiedigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbestedende overheid specificeert ofwel het relatieve gewicht dat zij voor de bepaling van de economisch meest voordelige offerte aan elk van de gekozen criteria toekent, ofwel de dalende volgorde van belangrijkheid ervan. Zo niet hebben de gunningscriteria dezelfde waarde. § 2. Indien de aanbestedende overheid, overeenkomstig de paragraaf 1, eerste lid, 1°, toepassing maakt van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking, is zij ertoe gehouden om ten minste de bepalingen na te leven vervat in titel 1, hoofdstuk 1 en de artikelen 41, §§ 2 tot 7, 51, 52, 59, 66, §§ 1 en 3, 67 tot 71, 73, 74, 78, 80 tot 82, 85 tot 87 van titel 2, titel 4, alsook hoofdstuk 1 van titel 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overige bepalingen van de wet zijn niet van toepassing, behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbestedende overheid kan beslissen de offertes te onderzoeken voorafgaand aan de controle op enerzijds de afwezigheid van gronden tot uitsluiting en anderzijds het voldoen aan de selectiecriteria, die zij vrij bepaalt. Wanneer zij van deze mogelijkheid gebruikmaakt, ziet zij erop toe dat de verificatie van het ontbreken van redenen voor uitsluiting en het voldoen aan de selectiecriteria op onpartijdige en transparante wijze plaatsvindt zodat er geen opdracht wordt gegund aan een inschrijver die had moeten worden uitgesloten of die niet voldoet aan de selectiecriteria opgelegd door de aanbestedende overheid. § 3. Indien de aanbestedende overheid, overeenkomstig paragraaf 1, eerste lid, 2°, toepassing maakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, is zij ertoe gehouden om ten minste de bepalingen na te leven vervat in titel 1, hoofdstuk 1 en de artikelen 42, § 2, 51, 52, 59, 66, §§ 1 en 3, 67, 68, 70, 73, 74, 78, 81, 82, 85 tot 87 van titel 2, titel 4 alsook hoofdstuk 1 van titel 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbestedende overheid kan beslissen de offertes te onderzoeken voorafgaand aan de controle op de afwezigheid van gronden tot uitsluiting. Wanneer zij van deze mogelijkheid gebruikmaakt, ziet zij erop toe dat de verificatie van het ontbreken van redenen voor uitsluiting op onpartijdige en transparante wijze plaatsvindt zodat er geen opdracht wordt gegund aan een inschrijver die had moeten worden uitgesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overige bepalingen van de wet zijn niet van toepassing, behoudens andersluidende bepaling in de opdrachtdocumenten. § 4. Indien de aanbestedende overheid ervoor kiest om toepassing te maken van paragraaf 1, eerste lid, 3°, is zij ertoe gehouden de plaatsingsprocedure waarnaar zij verwijst integraal toe te passen en is zij onderworpen aan de bepalingen van onderhavige wet. § 5. Indien de aanbestedende overheid ervoor kiest om toepassing te maken van paragraaf 1, eerste lid, 4°, is zij ertoe gehouden om tenminste de bepalingen na te leven van titel 1, van hoofdstuk 1 van titel 2, hoofdstuk 1 van titel 5 alsook de artikels 67, 68 en 70.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbestedende overheid kan beslissen de offertes te onderzoeken voorafgaand aan de controle op de afwezigheid van gronden tot uitsluiting. Wanneer zij van deze mogelijkheid gebruikmaakt, ziet zij erop toe dat de verificatie van het ontbreken van redenen voor uitsluiting op onpartijdige en transparante wijze plaatsvindt zodat er geen opdracht wordt gegund aan een inschrijver die had moeten worden uitgesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij is er eveneens toe gehouden de nadere regels toe te passen die zijzelf heeft bepaald. Voor de bepaling van deze regels kan zij : 1° zich laten inspireren door de in deze titel bepaalde plaatsingsprocedures en aankooptechnieken;of 2° verwijzen naar bepaalde artikelen van de in deze titel bepaalde plaatsingsprocedures en aankooptechnieken en, in voorkomend geval, in afwijkingen voorzien. Bekendmaking Art. 90.§ 1. Behalve wanneer gebruik wordt gemaakt van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking, overeenkomstig artikel 89, § 1, eerste lid, 2°, gebruikt de aanbestedende overheid een aankondiging van de opdracht of, in afwijking van artikel 60, tweede lid, een vooraankondiging als oproep tot mededinging en vermeldt hierin welke van de in artikel 89, § 1, eerste lid, 1°, 3° of 4°, vermelde mogelijkheden wordt aangewend.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de in artikel 89, § 1, eerste lid, 1° of 3°, bedoelde gevallen, verwijst de aankondiging van een opdracht of de vooraankondiging naar de benaming van de procedure in kwestie.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het in artikel 89, § 1, eerste lid, 4°, bedoelde geval, verduidelijkt de aanbestedende overheid, wanneer zij zich laat inspireren door de in deze titel bepaalde plaatsingsprocedures en aankooptechnieken, de concrete regels van de procedure op beknopte wijze in de aankondiging van een opdracht of in de vooraankondiging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij verduidelijkt deze regels op meer gedetailleerde wijze in de opdrachtdocumenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het in artikel 89, § 1, eerste lid, 4°, bedoelde geval, verduidelijkt de aanbestedende overheid, wanneer zij gedeeltelijk verwijst naar de in deze titel bepaalde plaatsingsprocedures en aankooptechnieken, de van toepassing zijnde artikelen en, in voorkomend geval, de afwijkingen, in de aankondiging van een opdracht of in de vooraankondiging. § 2. In afwijking van artikel 60, derde lid, wordt de vooraankondiging op voortdurende wijze bekendgemaakt en kan deze betrekking hebben op een periode van meer dan twaalf maanden. Deze aankondiging kan gebruikt worden in de niet-openbare procedure of in de mededingingsprocedure met onderhandeling. § 3. De aanbestedende overheid die een opdracht gegund heeft voor de diensten bedoeld in artikel 88, maakt de resultaten van de plaatsingsprocedure kenbaar door middel van een aankondiging van gegunde opdracht. De aankondigingen van gegunde opdracht mogen worden gegroepeerd op trimestriële basis. In dat geval worden de gegroepeerde aankondigingen binnen dertig dagen na het einde van elk kwartaal toegezonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze paragraaf is slechts van toepassing wanneer de geraamde waarde van de opdracht gelijk is aan of hoger is dan 750.000 euro. § 4. De aankondigingen bedoeld in dit artikel worden bekendgemaakt overeenkomstig de regels bepaald door de Koning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorbehouden opdrachten voor bepaalde diensten Art. 91.De Federale Staat, de gemeenschappen en de gewesten, alsook de door hen bepaalde aanbestedende overheden, kunnen de deelname aan hun respectieve plaatsingsprocedures voor overheidsopdrachten voor diensten die uitsluitend betrekking hebben op diensten op het gebied van gezondheid, sociale en culturele diensten als bedoeld in artikel 88 en die vallen onder de CPV-codes 75121000-0, 75122000-7, 75123000-4, 79622000-0, 79624000-4, 79625000-1, 80110000-8, 80300000-7, 80420000-4, 80430000-7, 80511000-9, 80520000-5, 80590000-6, van 85000000-9 tot en met 85323000-9, 92500000-6, 92600000-7, 98133000-4, 98133110-8, aan bepaalde organisaties voorbehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een organisatie als bedoeld in het eerste lid moet aan alle hierna volgende voorwaarden voldoen : 1° haar doel is het vervullen van een opdracht van algemeen belang die verband houdt met de in het eerste lid bedoelde diensten;2° winsten worden opnieuw geïnvesteerd met het oogmerk het doel van de organisatie te behartigen.Wanneer winsten worden uitgekeerd of herverdeeld, dan moet dit op grond van participatieve overwegingen geschieden; 3° de beheers- of eigendomsstructuren van de organisatie die de opdracht uitvoert, zijn gebaseerd op werknemersaandeelhouderschap of beginselen van participatie, of vergen de actieve participatie van werknemers, gebruikers of belanghebbenden, en 4° door de betrokken aanbestedende overheid is uit hoofde van dit artikel in de laatste drie jaar aan de organisatie geen opdracht voor de diensten in kwestie gegund. De opdracht heeft een maximale looptijd van drie jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de aankondiging van een opdracht of de vooraankondiging wordt naar dit artikel verwezen. HOOFDSTUK 7. - Overheidsopdrachten van beperkte waarde Bepalingen die van toepassing zijn op overheidsopdrachten van beperkte waarde - Aanvaarde factuur Art. 92.De overheidsopdrachten waarvan de geraamde waarde lager is dan 30.000 euro zijn uitsluitend onderworpen aan : 1° de bepalingen van titel 1, met uitzondering van de artikelen 12 en 14;2° de bepalingen inzake het personeel en materieel toepassingsgebied bedoeld in hoofdstuk 1 van titel 2. Deze opdrachten kunnen tot stand komen via een aanvaarde factuur.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 3. - Overheidsopdrachten in de speciale sectoren HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied Afdeling 1. - Toepassingsgebied ratione personae</h3>\n<p class=\"lf-p\">Toepassingsgebied - Algemeen Art. 93.De aanbestedende entiteiten bedoeld in artikel 2, 4°, zijn onderworpen aan de toepassing van deze titel, indien ze één van de in de artikelen 96 tot 102 bedoelde activiteiten uitoefenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een niet-limitatieve lijst van de overheidsbedrijven wordt opgesteld door de Koning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepassingsgebied in functie van de geraamde waarde van de opdracht Art. 94.Deze titel is van toepassing op de in artikel 2, 17° tot 21°, omschreven overheidsopdrachten, alsook op de in artikel 2, 31°, omschreven prijsvragen en de in artikel 2, 35° bedoelde raamovereenkomsten, waarvan de geraamde waarden, behoudens andersluidende bepaling : 1° lager liggen, gelijk zijn aan of hoger liggen dan de drempels voor de Europese bekendmaking voor : a) de aanbestedende overheden bedoeld in artikel 2, 1°, behalve in het onder 2°, c, bedoelde geval;b) de overheidsbedrijven bedoeld in artikel 2, 2°, voor de opdrachten die betrekking hebben op hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, decreet of ordonnantie;2° gelijk zijn aan of hoger dan de drempels voor de Europese bekendmaking voor : a) de overheidsbedrijven bedoeld in artikel 2, 2°, voor de opdrachten die geen betrekking hebben op hun taken van openbare dienst in de zin van een wet, een decreet of een ordonnantie;b) de personen die genieten van de speciale of exclusieve rechten bedoeld in artikel 2, 3° ;c) de aanbestedende overheden bedoeld in artikel 2, 1°, voor de opdrachten die betrekking hebben op de productie van elektriciteit. De Koning is gemachtigd om bepaalde bedragen in functie van de herzieningen voorzien in de Europese richtlijnen en die de waarde aangeven van de drempels waarvan sprake in deze richtlijnen aan te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De onderhavige titel heeft geen betrekking op de niet-economische diensten van algemeen belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit hoofdstuk omvat het begrip overheidsopdrachten ook de raamovereenkomst en de prijsvragen. Afdeling 2. - Toepassingsgebied wat de bedoelde activiteiten betreft Gemeenschappelijke bepalingen betreffende het toepassingsgebied Bedoelde activiteiten Art. 95.Voor de toepassing van de artikelen 96, 97 en 98, omvat het begrip \"toevoer\" de productie en groothandel en kleinhandel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De productie van gas in de vorm van winning valt echter onder artikel 102.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gas en warmte Art. 96.§ 1. Met betrekking tot gas en warmte is de onderhavige titel van toepassing op de volgende activiteiten : 1° de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van gas of warmte;2° de gas- of warmtetoevoer naar deze netten. § 2. De toevoer, door een andere aanbestedende entiteit dan een aanbestedende overheid, van gas of warmte naar vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening, wordt niet als een in paragraaf 1 bedoelde activiteit beschouwd wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de productie van gas of warmte door die aanbestedende entiteit is het onvermijdelijke resultaat van de uitoefening van een andere activiteit dan de in paragraaf 1 of in de artikelen 97 tot en met 99 bedoelde activiteiten;2° de toevoer aan het openbare net heeft uitsluitend tot doel deze productie op economisch verantwoorde wijze te exploiteren en vormt ten hoogste 20 procent van de omzet van de aanbestedende entiteit berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaren, met inbegrip van het lopende jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elektriciteit Art. 97.§ 1. Met betrekking tot elektriciteit is de onderhavige titel van toepassing op de volgende activiteiten : 1° de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van elektriciteit;2° de elektriciteitstoevoer naar deze netten. § 2. De toevoer, door een andere aanbestedende entiteit dan een aanbestedende overheid, van elektriciteit naar netten bestemd voor openbare dienstverlening, wordt niet als een in paragraaf 1 bedoelde activiteit beschouwd wanneer aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan : 1° de elektriciteitsproductie door die aanbestedende entiteit vindt plaats omdat het verbruik ervan noodzakelijk is voor de uitoefening van een andere activiteit dan de in paragraaf 1 of artikel 96, 98 en 99 bedoelde activiteiten;2° de toevoer aan het openbare net hangt slechts van het eigen verbruik van die aanbestedende entiteit af en was nooit hoger dan 30 procent van de totale energieproductie van die aanbestedende entiteit berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaar, met inbegrip van het lopende jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Water Art. 98.§ 1. Wat het water betreft, is de onderhavige titel van toepassing op de volgende activiteiten : 1° de beschikbaarstelling of exploitatie van vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van de productie, het vervoer of de distributie van drinkwater;2° de drinkwatertoevoer naar deze netten. § 2. De onderhavige titel is tevens van toepassing op opdrachten die gegund worden of prijsvragen die georganiseerd worden door aanbestedende entiteiten welke een activiteit in de zin van paragraaf 1 uitoefenen en welke verband houden met één van de volgende activiteiten : 1° waterbouwtechnische projecten, bevloeiing of drainage voor zover de voor drinkwatervoorziening bestemde hoeveelheid water groter is dan 20 procent van de totale hoeveelheid water die door middel van deze projecten of deze bevloeiings- of drainage-installaties ter beschikking wordt gesteld;2° de afvoer of behandeling van afvalwater. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toevoer, door een andere aanbestedende entiteit dan een aanbestedende overheid, van drinkwater naar vaste netten bestemd voor openbare dienstverlening wordt niet als een in paragraaf 1 bedoelde activiteit beschouwd wanneer aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan : 1° de productie van drinkwater door die aanbestedende entiteit vindt plaats omdat het verbruik ervan noodzakelijk is voor de uitoefening van een andere activiteit dan de in de artikelen 96 tot en met 99 bedoelde activiteiten;2° de toevoer aan het openbare net hangt slechts af van het eigen verbruik van die aanbestedende entiteit en was nooit hoger dan 30 procent van de totale drinkwaterproductie van die aanbestedende entiteit berekend als het gemiddelde over de laatste drie jaar, met inbegrip van het lopende jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervoersdiensten Art. 99.De onderhavige titel is van toepassing op activiteiten die het ter beschikking stellen of exploiteren van netten bestemd voor openbare dienstverlening op het gebied van vervoer per trein, automatische systemen, tram, trolleybus, autobus of kabelbaan beogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van vervoersdiensten wordt een net geacht te bestaan wanneer de dienst wordt verleend onder door een bevoegde instantie gestelde exploitatievoorwaarden, zoals de te volgen routes, de beschikbaar te stellen capaciteit of de frequentie van de dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Havens en luchthavens Art. 100.De onderhavige titel is van toepassing op activiteiten die de exploitatie van een geografisch gebied beogen ten behoeve van de terbeschikkingstelling aan lucht-, zee- of riviervervoerders van luchthaven-, zeehaven-, binnenhaven- of andere terminalfaciliteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Postdiensten Art. 101.§ 1. De onderhavige titel is van toepassing op activiteiten met betrekking tot het aanbieden van : 1° postdiensten;2° andere diensten dan postdiensten, op voorwaarde dat deze diensten worden aangeboden door een entiteit die ook postdiensten in de zin van paragraaf 2, 2°, aanbiedt, en dat met betrekking tot de onder paragraaf 2, 2°, vallende diensten geen vrijstelling werd bekomen krachtens artikel 116. § 2. In dit artikel wordt verstaan onder : 1° \"postzending\" : geadresseerde zending in de definitieve vorm waarin zij moet worden verstuurd, ongeacht het gewicht.Naast brievenpost worden bijvoorbeeld als postzending aangemerkt : boeken, catalogi, kranten, tijdschriften en postpakketten die producten met of zonder handelswaarde bevatten, ongeacht het gewicht; 2° \"postdiensten\" : diensten die bestaan in het ophalen, sorteren, vervoeren en bestellen van postzendingen.Deze diensten omvatten zowel diensten die binnen als diensten die buiten het toepassingsgebied van de overeenkomstig artikel 144octies van de wet van 21 maart 1991Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/03/1991 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/01/2013 numac 2012000673 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven ingestelde universele dienst vallen; 3° \"andere diensten dan postdiensten\" : diensten die op de volgende gebieden worden geleverd : a) beheer van postdiensten, waaronder de postdiensten worden begrepen die zowel voor als na de zending worden verricht, inclusief mailroom management services;b) diensten die betrekking hebben op niet onder 1° vallende postzendingen, zoals niet-geadresseerde direct mail. Winning van aardolie en gas en exploratie of winning van steenkool of andere vaste brandstoffen Art. 102.De onderhavige titel is van toepassing op activiteiten die de exploitatie van een geografisch gebied beogen ten behoeve van : 1° de winning van olie of gas;2° de exploratie of winning van steenkool of andere vaste brandstoffen. Afdeling 3. - Gemengde opdrachten Onderafdeling 1. - Gemengde opdrachten en opdrachten voor dezelfde activiteit Gemengde opdrachten voor dezelfde activiteit die betrekking hebben op verschillende soorten opdrachten waarop deze titel van toepassing is Art. 103.Opdrachten voor dezelfde activiteit die betrekking hebben op verschillende soorten opdrachten waarop deze titel van toepassing is worden geplaatst overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn op het type van opdracht dat het hoofdvoorwerp van de opdracht in kwestie vormt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op diensten als op leveringen of bij gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op de in hoofdstuk 6, bedoelde sociale en andere specifieke diensten als op andere diensten, wordt het hoofdvoorwerp bepaald op basis van de hoogste waarde van de geraamde waarden van de respectieve leveringen of diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een overheidsopdracht die betrekking heeft op het leveren van producten of het verrichten van diensten en in bijkomende orde op plaatsings- en installatiewerkzaamheden, wordt als een overheidsopdracht voor leveringen, respectievelijk een opdracht voor diensten beschouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemengde opdrachten voor dezelfde activiteit die betrekking hebben op opdrachten waarop deze titel van toepassing is, alsook op opdrachten die onder een ander juridisch kader vallen Art. 104.§ 1. Dit artikel is van toepassing op gemengde opdrachten voor dezelfde activiteit die zowel betrekking hebben op opdrachten waarop deze titel van toepassing is, als op opdrachten die onder een ander juridisch kader vallen. § 2. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien niet deelbaar zijn, wordt het toepasselijke juridische kader bepaald door het hoofdvoorwerp van die opdracht. § 3. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien deelbaar zijn, kan de aanbestedende entiteit beslissen om voor de afzonderlijke onderdelen van de opdracht afzonderlijke opdrachten te plaatsen of daarentegen één enkele opdracht te plaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de aanbestedende entiteit beslist voor de afzonderlijke onderdelen afzonderlijke opdrachten te plaatsen, wordt de beslissing over het juridisch kader dat voor elk van de afzonderlijke opdrachten moet gelden, genomen op grond van de kenmerken van het afzonderlijke onderdeel in kwestie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de aanbestedende entiteit beslist één enkele opdracht te plaatsen en tenzij in artikel 106 anders is bepaald, is deze titel van toepassing op de daaruit voortvloeiende gemengde opdracht, ongeacht de waarde van de onderdelen die anders onder een ander juridisch kader zouden vallen en ongeacht het juridisch kader dat anders voor die onderdelen had gegolden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van een gemengde opdracht die elementen van opdrachten voor werken, leveringen of diensten die onder deze titel vallen, alsook elementen van concessies omvat, wordt de gemengde opdracht geplaatst overeenkomstig deze titel. § 4. Niettemin, wanneer een bepaald onderdeel van een opdracht onderworpen is aan de titels 2 of 3 of aan titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid, is artikel 106 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Gemengde opdrachten voor verschillende activiteiten Gemengde opdrachten - Verschillende activiteiten Art. 105.§ 1. De aanbestedende entiteiten kunnen, in het geval van opdrachten die voor verschillende activiteiten moeten gelden, besluiten per afzonderlijke activiteit afzonderlijke opdrachten te gunnen of één enkele opdracht te gunnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De keuze tussen de gunning van één opdracht of van verschillende afzonderlijke opdrachten mag echter niet tot doel hebben de opdracht(en) buiten het toepassingsgebied van deze wet of, in voorkomend geval, van de wet betreffende de concessieovereenkomsten te laten vallen. § 2. Wanneer de aanbestedende entiteiten besluiten afzonderlijke opdrachten te gunnen, wordt het besluit betreffende de regels die voor elk van de afzonderlijke opdrachten moeten gelden, genomen op grond van de kenmerken van de betrokken activiteit. § 3. In het geval dat de aanbestedende entiteiten beslissen een enige opdracht te plaatsen, zijn de regels voorzien in deze paragraaf van toepassing, ongeacht artikel 104. Niettemin, wanneer één van de betrokken activiteiten onder de titels 2, 3 of 3/1 van de wet defensie en veiligheid valt, is artikel 107 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een opdracht voor meerdere activiteiten volgt de voorschriften die van toepassing zijn op de activiteit waarvoor de opdracht in hoofdzaak is bestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van opdrachten waarbij niet objectief vast te stellen is voor welke activiteit de opdracht in hoofdzaak bedoeld is, worden de toepasselijke regels bepaald op de volgende wijze : 1° de opdracht wordt overeenkomstig titel 2 gegund, indien een van de activiteiten waarvoor de opdracht bedoeld is, onder onderhavige titel valt en de andere activiteit onder titel 2;2° de opdracht wordt overeenkomstig onderhavige titel gegund, indien een van de activiteiten waarvoor de opdracht bedoeld is, onder de onderhavige titel valt en de andere activiteit onder de wet betreffende de concessieovereenkomsten;3° de opdracht wordt overeenkomstig de onderhavige titel gegund, indien een van de activiteiten waarvoor de opdracht bedoeld is, onder de onderhavige titel valt en de andere activiteit noch onder de onderhavige titel, noch onder titel 2, noch onder de wet betreffende de concessieovereenkomsten valt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Gemengde opdrachten die betrekking hebben op defensie- of veiligheidsaspecten Gemengde opdrachten die op dezelfde activiteit betrekking hebben en waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn Art. 106.§ 1. Dit artikel is van toepassing op gemengde opdrachten die zowel betrekking hebben op opdrachten waarop deze titel van toepassing is, als op opdrachten die onderworpen zijn aan de titels 2 of 3 of aan de titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid. § 2. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien niet deelbaar zijn, kan de opdracht overeenkomstig titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid worden geplaatst indien zij elementen bevat waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de opdracht in datzelfde geval geen elementen bevat waarop artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is, kan zij overeenkomstig de titels 2 en 3 van de wet defensie en veiligheid worden geplaatst. § 3. Wanneer de verschillende onderdelen van een bepaalde opdracht objectief gezien deelbaar zijn, kan de aanbestedende entiteit beslissen om voor de afzonderlijke onderdelen van de opdracht afzonderlijke opdrachten te plaatsen, of om één enkele opdracht te plaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de aanbestedende entiteit beslist om voor afzonderlijke delen afzonderlijke opdrachten te plaatsen, wordt de beslissing over het juridisch kader dat voor elk van de afzonderlijke opdrachten moet gelden, genomen op grond van de kenmerken van het afzonderlijke deel in kwestie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de aanbestedende entiteit beslist één opdracht te plaatsen, gelden de volgende criteria om de toepasselijke juridische regeling te bepalen : 1° wanneer een bepaald onderdeel van een opdracht valt onder titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid, kan de opdracht worden geplaatst overeenkomstig de voormelde titel, mits het plaatsen van één enkele opdracht objectief gerechtvaardigd is;2° wanneer een bepaald onderdeel van een opdracht valt onder de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid, kan de opdracht overeenkomstig de voormelde titels worden geplaatst, mits het plaatsen van één enkele opdracht objectief gerechtvaardigd is.Deze bepaling geldt onverminderd de drempels en uitzonderingen van die wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissing om één enkele opdracht te plaatsen mag evenwel niet zijn ingegeven door het oogmerk opdrachten aan de toepassing van de onderhavige wet of van de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid te onttrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer bij de toepassing van het derde lid de voorwaarden van zowel 1° als 2° zijn vervuld, is de bepaling onder 1° van toepassing. Opdrachten die op verschillende activiteiten betrekking hebben en waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn Art. 107.§ 1. In het geval van opdrachten waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn, die voor verschillende activiteiten moeten gelden kunnen de aanbestedende entiteiten besluiten per afzonderlijke activiteit afzonderlijke opdrachten te gunnen of één enkele opdracht te plaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De keuze tussen de plaatsing van één opdracht of van verschillende afzonderlijke opdrachten mag niet bedoeld zijn om de opdracht(en) uit te sluiten van het toepassingsgebied van deze wet of van de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid. § 2. Wanneer de aanbestedende entiteiten besluiten voor onderscheiden onderdelen afzonderlijke opdrachten te gunnen, wordt het besluit welke wettelijke regeling op elk van deze afzonderlijke opdrachten van toepassing is, genomen op grond van de kenmerken van de betrokken afzonderlijke activiteit. § 3. In het geval dat de aanbestedende entiteiten beslissen één enkel opdracht te plaatsen en dat de opdrachten die bedoeld zijn voor een activiteit die valt onder deze titel en voor een andere die : 1° valt onder de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid;of 2° valt onder titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid, kan de opdracht worden geplaatst overeenkomstig de titels 2 of 3 van de wet defensie en veiligheid, in de in de eerste alinea, onder 1°, genoemde gevallen, en kan de opdracht zonder toepassing van deze titel worden gegund in de onder 2° genoemde gevallen.Deze alinea laat de drempels en uitzonderingen van de wet defensie en veiligheid onverlet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opdrachten als bedoeld in de eerste alinea, 1°, die daarnaast aankopen of andere elementen bevatten waarop titel 3/1 van de wet defensie en veiligheid van toepassing is, kunnen worden gegund zonder toepassing van onderhavige titel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van de eerste en de tweede alinea geldt evenwel als voorwaarde dat de plaatsing van één enkele opdracht objectief gerechtvaardigd moet zijn en het besluit om één enkele opdracht te gunnen niet tot doel heeft opdrachten van de toepassing van de onderhavige wet uit te zonderen. Afdeling 5. - Uitsluitingen Onderafdeling 1. - Uitsluitingen die van toepassing zijn op alle aanbestedende entiteiten en bijzondere uitsluitingen voor de sectoren water- en energievoorziening Uitsluitingen die van toepassing zijn op alle aanbestedende entiteiten Art. 108.Onderstaande uitsluitingen zijn van toepassing op de in de onderhavige titel bedoelde overheidsopdrachten : 1° artikel 27 met betrekking tot de overheidsopdrachten op grond van internationale voorschriften;2° artikel 28 met betrekking tot bepaalde uitsluitingen voor opdrachten voor diensten;3° artikel 29 met betrekking tot op basis van een alleenrecht geplaatste opdrachten voor diensten;4° artikel 32 met betrekking tot onderzoeks-en ontwikkelingsdiensten. Echter is artikel 28, § 1, eerste lid, 10°, met betrekking tot opdrachten voor diensten inzake politieke campagnes, niet van toepassing. De uitsluiting van artikel 28, § 1, eerste lid, 2°, is slechts van toepassing op de opdrachten betreffende zendtijd of betreffende de levering van programma's die worden gegund aan aanbieders van audiovisuele mediadiensten of radio-omroepdiensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opdrachten geplaatst met het oog op doorverkoop of verhuur aan derden Art. 109.De onderhavige titel is niet van toepassing op opdrachten geplaatst met het oog op doorverkoop of het verhuren aan derden, indien de aanbestedende entiteit geen bijzondere of uitsluitende rechten bezit om het voorwerp van deze opdrachten te verkopen of te verhuren en andere diensten vrij zijn om dit voorwerp te verkopen of te verhuren onder dezelfde voorwaarden als de aanbestedende entiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbestedende entiteiten doen de Europese Commissie desgevraagd mededeling van alle categorieën producten en activiteiten die zij ingevolge het eerste lid als uitgesloten beschouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onderhavige artikel is niet van toepassing op de overheidsopdrachten die worden geplaatst door een aankoopcentrale met het oog op het verrichten van gecentraliseerde aankoopactiviteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overheidsopdrachten en prijsvragen voor andere doeleinden dan de uitoefening van een betrokken activiteit of voor de uitoefening van een dergelijke activiteit in een derde land Art. 110.De onderhavige titel is niet van toepassing op overheidsopdrachten die de aanbestedende entiteiten plaatsten voor andere doeleinden dan de uitoefening van hun activiteiten als bedoeld in de artikelen 96 tot 102 of voor de uitoefening van deze activiteiten in een derde land, in omstandigheden waarbij er geen sprake is van materiële uitbating van een netwerk of van een geografisch gebied binnen de Unie, en is evenmin van toepassing op prijsvragen die met dat doel worden georganiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbestedende entiteiten doen de Europese Commissie desgevraagd mededeling van alle categorieën producten en activiteiten die zij ingevolge het eerste lid als uitgesloten beschouwen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door bepaalde aanbestedende entiteiten gegunde opdrachten voor de aankoop van water en voor de levering van energie of brandstoffen, bestemd voor de opwekking van energie Art. 111.De onderhavige titel is niet van toepassing op : 1° opdrachten voor de aankoop van water, geplaatst door aanbestedende entiteiten die betrokken zijn bij een of beide van de activiteiten betreffende drinkwater als bedoeld in artikel 98, § 1;2° opdrachten van aanbestedende entiteiten die zelf werkzaam zijn in de energiesector doordat zij betrokken zijn bij een activiteit als bedoeld in artikel 96, § 1, artikel 97, § 1 of in artikel 102 voor de levering van : a) energie;b) brandstoffen voor de opwekking van energie. Onderafdeling 2. - Uitsluiting in de defensie en veiligheidsdomeinen Defensie en veiligheid, met inbegrip van opdrachten waaraan defensie-of veiligheidsaspecten verbonden zijn die overeenkomstig internationale regels worden geplaatst Art. 112.De artikelen 33 en 34 zijn van toepassing op de in onderhavige titel bedoelde overheidsopdrachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Samenwerking, verbonden ondernemingen en gezamenlijke ondernemingen Inhouse toezicht en niet-geïnstitutionaliseerde horizontale samenwerking Art. 113.De artikelen 30 en 31 zijn van toepassing op de in onderhavige titel bedoelde overheidsopdrachten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opdrachten gegund aan een verbonden onderneming Art. 114.§ 1. In dit artikel wordt onder \"verbonden onderneming\" verstaan elke onderneming waarvan de jaarrekening geconsolideerd is met die van de aanbestedende entiteit overeenkomstig de voorschriften van richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, hierna richtlijn 2013/34/EU genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het instanties betreft die volgens richtlijn 2013/34/EU niet onder die richtlijn vallen, wordt onder \"verbonden onderneming\" verstaan, elke onderneming die : 1° al dan niet rechtstreeks onderworpen kan zijn aan een overheersende invloed van de aanbestedende instantie;2° die een overheersende invloed op de aanbestedende entiteit kan uitoefenen;of 3° die gezamenlijk met de aanbestedende entiteit aan de overheersende invloed van een andere onderneming is onderworpen uit hoofde van eigendom, financiële deelname of de op de onderneming van toepassing zijnde voorschriften. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt \"overheersende invloed\" vermoed in de in artikel 2, 2°, bedoelde gevallen. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de artikelen 30 en 31 en mits aan de voorwaarden van paragraaf 3 wordt voldaan, is de onderhavige titel niet van toepassing op opdrachten : 1° die een aanbestedende entiteit plaatst bij een met hem verbonden onderneming;2° die een gezamenlijke onderneming, uitsluitend bestaande uit meerdere aanbestedende entiteiten, voor de uitoefening van de in de artikelen 96 tot 102 bedoelde activiteiten plaatst bij een met een van deze aanbestedende entiteiten verbonden onderneming. § 3. Paragraaf 2 is van toepassing : 1° op opdrachten voor diensten, mits tenminste 80 procent van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming heeft behaald, rekening houdend met alle diensten die zij de laatste drie jaar heeft verleend, afkomstig is van het verlenen van diensten aan de aanbestedende entiteit of aan andere ondernemingen waarmee zij verbonden is;2° op opdrachten voor leveringen, mits tenminste 80 procent van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming heeft behaald, rekening houdend met alle leveringen die zij de laatste drie jaar heeft verricht, afkomstig is van het verrichten van leveringen aan de aanbestedende entiteit of aan andere ondernemingen waarmee zij verbonden is;3° op opdrachten voor werken, mits tenminste 80 procent van de gemiddelde totale omzet die de verbonden onderneming heeft behaald, rekening houdend met alle werken die zij de laatste drie jaar heeft verricht, afkomstig is van het verrichten van werken voor de aanbestedende entiteit of aan andere ondernemingen waarmee zij verbonden is. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer in verband met de datum van oprichting of aanvang van de bedrijfsactiviteiten van de verbonden onderneming de omzet over de afgelopen drie jaar niet beschikbaar is, volstaat het dat deze onderneming, met name door bedrijfsprognoses, aantoont dat de in paragraaf 3, onder 1°, 2° of 3°, bedoelde omzet aannemelijk is. § 5. Wanneer dezelfde of soortgelijke werken, leveringen of diensten worden verricht door meer dan één onderneming die is verbonden met de aanbestedende entiteit waarmee zij een economische groep vormen, wordt bij de berekening van de bovengenoemde percentages rekening gehouden met de totale omzet die voortvloeit uit het verrichten van respectievelijk diensten, leveringen of werken door deze verbonden ondernemingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opdrachten gegund aan een gezamenlijke onderneming of aan een aanbestedende entiteit die deel uitmaakt van een gezamenlijke onderneming Art. 115.Niettegenstaande de artikelen 30 en 31 en mits de gezamenlijke onderneming is opgericht om de betrokken activiteit gedurende een periode van ten minste drie jaar uit te oefenen en het instrument tot oprichting van deze gezamenlijke onderneming bepaalt dat de aanbestedende entiteiten waaruit zij bestaat, daar deel van uitmaken voor ten minste dezelfde termijn, is de onderhavige titel niet van toepassing op opdrachten die : 1° door een gezamenlijke onderneming, uitsluitend bestaande uit een aantal aanbestedende entiteiten, voor de uitoefening van de in de artikelen 96 tot 102 bedoelde activiteiten worden geplaatst bij een van die aanbestedende entiteiten;of 2° door een aanbestedende entiteit worden geplaatst bij deze gezamenlijke onderneming waarvan zij deel uitmaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 4. - Activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan concurrentie Uitsluiting voor activiteiten die rechtstreeks blootstaan aan concurrentie - Procedure vrijstellingsaanvragen Art. 116.De onderhavige titel is niet van toepassing op de overheidsopdrachten die de aanbestedende entiteiten plaatsen met het oog op de uitoefening van de in de artikelen 96 tot 102 bedoelde activiteiten, wanneer de uitgeoefende activiteiten rechtstreeks blootstaan aan mededinging op een markt waar de toegang niet beperkt is. Deze uitsluiting is evenwel afhankelijk van een procedure inzake vrijstellingsaanvragen door de nationale bevoegde overheid en van een beslissing van de Europese Commissie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning bepaalt de materiële en procedure bijkomende regels wat de vrijstellingsaanvraag betreft. HOOFDSTUK 2. - Plaatsingsprocedures Keuze van de procedure Art. 117.§ 1. De plaatsing van de overheidsopdrachten gebeurt volgens een van de volgende procedures, mits een oproep tot mededinging werd bekendgemaakt : 1° de openbare procedure;2° de niet-openbare procedure;3° de onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging;4° de concurrentiegerichte dialoog;5° het innovatiepartnerschap, onder de in artikel 122 bepaalde voorwaarden;6° de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande oproep tot mededinging, onder de in artikel 123 bepaalde voorwaarden. In de in artikel 124 uitdrukkelijk vermelde gevallen en omstandigheden kunnen opdrachten worden geplaatst bij onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande oproep tot mededinging. § 2.</p></div>", "next": 239148}