{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">wet van 17 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 numac 1997015266 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten en met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 juni 1995 sluiten4, wordt vervangen als volgt : \"Art. III.82. § 1. De volgende ondernemingen zijn boekhoudplichtig : 1° iedere onderneming in de zin van artikel I.1. eerste lid, a), die in België zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent; 2° iedere onderneming naar Belgisch recht in de zin van artikel I.1. eerste lid, b) en c); 3° iedere onderneming met in België gevestigde bijkantoren of centra van werkzaamheden;4° de openbare instellingen naar Belgisch recht die een statutaire opdracht vervullen van commerciële, financiële of industriële aard;5° de instellingen, al dan niet met eigen rechtspersoonlijkheid die, met of zonder winstoogmerk, een commercieel, financieel of industrieel bedrijf uitoefenen en waarop dit hoofdstuk, per soort van instellingen, van toepassing wordt verklaard door een koninklijk besluit dat de verplichtingen die voor de betrokken ondernemingen voortvloeien uit de besluiten ter uitvoering van boek III, titel 3, aanpast aan wat vereist wordt door de bijzondere aard van de werkzaamheid of door het wettelijk statuut van de betrokken instelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid zijn de volgende ondernemingen geen boekhoudplichtige onderneming : 1° de natuurlijke personen waarvan de zelfstandige beroepsactiviteit bestaat uit het uitoefenen van één of meerdere bestuursmandaten;2° ondernemingen die de exploitatie van een land- of tuinbouwbedrijf tot doel hebben met uitzondering van die ondernemingen die in de vennootschapsbelasting worden belast;3° verenigingen en stichtingen die wegens de aard van hun hoofdactiviteit onderworpen zijn aan bijzondere, uit een wetgeving of een overheidsreglementering voorvloeiende regels betreffende het houden van hun boekhouding en betreffende hun jaarrekening, voor zover zij minstens gelijkwaardig zijn aan die bepaald op grond van dit hoofdstuk;4° verenigingen bedoeld in artikel 1, 1°, van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen;5° natuurlijke personen die in België een activiteit uitoefenen die inkomsten bedoeld in artikel 90, eerste lid, 1° bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 genereren, voor de activiteit verbonden met die inkomsten, zolang die inkomsten niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 37bis, § 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;6° de administratieve diensten met boekhoudkundige autonomie en de administratieve openbare instellingen bedoeld in artikel 2 van de wet van 22 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/05/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/07/2003 numac 2003003367 bron federale overheidsdienst budget en beheerscontrole en federale overheidsdienst financien Wet houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de federale Staat sluiten houdende organisatie van de begroting en van de comptabiliteit van de Federale Staat. Voor de boekhoudplichtige ondernemingen bedoeld in het eerste lid, 3°, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk alleen van toepassing op hun in België gevestigde bijkantoren en centra van werkzaamheden met dien verstande dat hun gezamenlijke bijkantoren en centra van werkzaamheden in België als één boekhoudplichtige onderneming worden beschouwd. § 2. Elke boekhoudplichtige onderneming voert een voor de aard en de omvang van haar bedrijf passende boekhouding en neemt de bijzondere wetsvoorschriften betreffende dat bedrijf in acht.\". Art. 80.In artikel. III.83 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 numac 1997015266 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten en met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 juni 1995 sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° het eerste lid wordt vervangen als volgt : \"De boekhouding van boekhoudplichtige ondernemingen omvat al hun verrichtingen, bezittingen, en rechten van welke aard ook, en hun vorderingen, schulden en verplichtingen van welke aard ook.De boekhouding van de boekhoudplichtige ondernemingen in de zin van artikel III.82, § 1, eerste lid, 1°, omvat deze gegevens evenwel uitsluitend wat betreft hun zelfstandige beroepsactiviteit; de eigen middelen die voor deze beroepsactiviteit worden aangewend, worden afzonderlijk vermeld.\"; 2° in het tweede lid, wordt het woord \"onderneming\" vervangen door de woorden \"boekhoudplichtige onderneming\" en het woord \"ondernemingsactiviteiten\" vervangen door het woord \"activiteiten\";3° in het derde lid, wordt het woord \"onderneming\" vervangen door de woorden \"boekhoudplichtige onderneming\" en de woorden \"tijdelijke handelsvereniging of in een handelsvereniging bij wijze van deelneming\" vervangen door de woorden \"vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid\"; 4° het derde lid wordt aangevuld met de volgende zin : \"De rekeningen van vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid worden door de zaakvoerders of deelgenoten in hun eigen boekhouding opgenomen volgens de proportionele integratiemethode.\". Art. 81.In artikel III.84 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 numac 1997015266 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten en met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 juni 1995 sluiten4 en gewijzigd bij de wet van 2 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998003415 bron ministerie van financien Wet houdende maatregelen aangaande de met het zegel gelijkgestelde taksen ten gunste van de binnenvaart sluiten6 worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° de woorden \"onderneming\" en \"ondernemingen\" worden respectievelijk telkens vervangen door de woorden \"boekhoudplichtige onderneming\" en \"boekhoudplichtige ondernemingen\"; 1° /1 in het derde lid worden de woorden \"vermeld in artikel III.85, eerste lid, 3° \" vervangen door de woorden \"vermeld in artikel III.85, § 1, eerste lid, 3° \"; 2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende : \"De Koning bepaalt een afzonderlijke minimumindeling van een algemeen rekeningenstelsel voor de verenigingen en de stichtingen.Hij stelt vast wat de rekeningen van dat stelsel moeten bevatten en hoe ze moeten worden gebruikt.\". Art. 82.In artikel III.85 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 numac 1997015266 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten en met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 juni 1995 sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in de bestaande tekst, die paragraaf 1 zal vormen, worden de woorden \"De natuurlijke personen die koopman zijn\" vervangen door de woorden \"boekhoudplichtige ondernemingen die een onderneming zijn in de zin van artikel I.1, eerste lid, (a) of (c)\"; 2° de bestaande tekst, die paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met de paragrafen 2 en 3, luidende : \" § 2.De verenigingen en stichtingen bedoeld in de artikelen 17, § 2, 37, § 2, en 53, § 2, van de wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 numac 1997015266 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten en met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 juni 1995 sluiten2 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen behoeven geen boekhouding te voeren volgens de voorschriften van de artikelen III.83 en III.84 wanneer de verrichtingen die betrekking hebben op mutaties in contant geld of op rekeningen zonder uitstel, getrouw en volledig en naar tijdsorde ingeschreven worden in een ongesplitst dagboek volgens het model door de Koning bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dagboek is genummerd en wordt geïdentificeerd door de naam van de vereniging of de stichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dagboek mag worden gehouden door middel van ingebonden of ingenaaide registers of door middel van geïnformatiseerde systemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het dagboek wordt gehouden door middel van ingebonden of ingenaaide registers, moet het voor het eerste gebruik en vervolgens ieder jaar worden ondertekend door de personen die de vereniging of de stichting ten aanzien van derden vertegenwoordigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dagboek wordt bijgehouden naar tijdsorde, zonder enig wit vak of enige weglating, opdat de materiële continuïteit, alsook de regelmatigheid en de onveranderlijkheid van de boekingen gewaarborgd zouden zijn. In geval van correctie moet het oorspronkelijk geschrevene leesbaar blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het originele dagboek gehouden door middel van ingebonden of ingenaaide registers wordt gedurende zeven jaar bewaard te rekenen van de eerste januari van het jaar dat op de afsluiting volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het dagboek wordt gehouden door middel van geïnformatiseerde systemen, verzekert de voor het bewaren gebruikte drager de onveranderlijkheid en de toegankelijkheid van de gegevens die erin geregistreerd zijn gedurende de volledige bewaringstermijn opgelegd in het zesde lid. § 3. Paragraaf 2 is op overeenkomstige wijze van toepassing op de centra van werkzaamheden bedoeld in artikelen 26octies, § 1, en 45 van de wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 numac 1997015266 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten en met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 juni 1995 sluiten2 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen.\". Art. 83.In artikel III.87, § 2, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 numac 1997015266 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten en met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 juni 1995 sluiten4, worden de woorden \"derde en vierde\" vervangen door de woorden \"vierde en vijfde\". Art. 84.In artikel III.88, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 numac 1997015266 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten en met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 juni 1995 sluiten4, wordt het woord \"ondernemingen\" vervangen door de woorden \"boekhoudplichtige ondernemingen\". Art. 85.In artikel III.89 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 numac 1997015266 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten en met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 juni 1995 sluiten4, worden de woorden \"onderneming\" en \"ondernemingen\" telkens respectievelijk vervangen door de woorden \"boekhoudplichtige onderneming\" en \"boekhoudplichtige ondernemingen\". Art. 86.In artikel III.90 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 numac 1997015266 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten en met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 juni 1995 sluiten4 en gewijzigd bij de wet van 18 december 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord \"ondernemingen\" vervangen door de woorden \"boekhoudplichtige ondernemingen\" en de woorden \"en die geen onderneming zijn in de zin van artikel III.85\" opgeheven; b) in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden \"I.5, 1°, c\" vervangen door de woorden\"III.82, § 1, eerste lid, 4° \"; c) in paragraaf 2, vierde lid, 1°, worden de woorden \"de natuurlijke personen die koopman zijn\" vervangen door de woorden \"de ondernemingen vermeld in artikel III.82, § 1, eerste lid, 1° \" en wordt het woord \"III.85\" vervangen door de woorden \"III.85, § 1\"; d) in paragraaf 2, vierde lid, 2°, worden de woorden \"I.5, 1°, d)\" vervangen door de woorden \"III. 82, § 1, eerste lid, 5° \"; e) in paragraaf 2, vierde lid, 6°, worden de woorden \"natuurlijke personen die koopman zijn\" vervangen door de woorden \"ondernemingen vermeld in artikel III.82, § 1, eerste lid, 1° \"; f) paragraaf 2 wordt aangevuld met een bepaling onder 7°, luidende : \"7° de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de centra van werkzaamheden van buitenlandse verenigingen zonder winstoogmerk en buitenlandse stichtingen zoals bedoeld in artikelen 26octies, § 1, en 45 van de wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 numac 1997015266 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten en met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 juni 1995 sluiten2 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de stichtingen en de Europese politieke partijen en stichtingen, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.\". Art. 87.In artikel III.91 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 numac 1997015266 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten en met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 juni 1995 sluiten4, worden de volgende wijzigingen aangebracht : 1° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden \"in artikel I.5, 1°, bedoelde\" vervangen door het woord \"boekhoudplichtige\"; 2° in paragraaf 2 wordt het cijfer \"zesde\" vervangen door het cijfer \"zevende\". Art. 88.In artikel III.92 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 numac 1997015266 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten en met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 juni 1995 sluiten4, worden de woorden \"zesde\" en \"I.5, 1°, \" respectievelijk vervangen door de cijfers \"zevende\" en \"III.82, § 1\". Art. 89.In artikel III.93/2, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 december 2016Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998003415 bron ministerie van financien Wet houdende maatregelen aangaande de met het zegel gelijkgestelde taksen ten gunste van de binnenvaart sluiten9, worden de woorden \"in artikel I.5, 1°, bedoelde\" vervangen door het woord \"boekhoudplichtige\". Art. 90.Artikel III.94 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 numac 1997015266 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten en met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 juni 1995 sluiten4, wordt vervangen als volgt : \"Art. III.94. § 1. De minister bevoegd voor de Economische Zaken of zijn afgevaardigde kan in bijzondere gevallen, na een met redenen omkleed advies van de in artikel III.93 vermelde Commissie voor boekhoudkundige Normen, toestaan dat wordt afgeweken van de regels vastgesteld op grond van artikel III.84, zesde lid, artikel III.89, § 2, artikel III.90 en artikel III.91. Deze bevoegdheid wordt op dezelfde wijze door de minister bevoegd voor Middenstand of zijn afgevaardigde uitgeoefend ten aanzien van de vennootschappen en andere ondernemingen die als klein kunnen worden beschouwd in de zin van het Wetboek van Vennootschappen. De Commissie voor boekhoudkundige Normen wordt in kennis gesteld van het besluit van de minister of zijn afgevaardigde. § 2. De minister bevoegd voor Justitie of zijn afgevaardigde, kan in bijzondere gevallen, na een met redenen omkleed advies van de Commissie voor boekhoudkundige Normen, toestaan dat wordt afgeweken van artikel 4, zesde lid, artikel 9, § 2, en artikel 10 van de wet van 17 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1975 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/01/2011 numac 2011000030 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de toegang van gehandicapten tot gebouwen toegankelijk voor het publiek. - Duitse vertaling type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/1975 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/2010 numac 2010000387 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen in de mate waarin deze van toepassing zijn verklaard door het koninklijk besluit van 19 december 2003 betreffende de boekhoudkundige verplichtingen en de openbaarmaking van de jaarrekening van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen evenals van de bepalingen van dit laatste koninklijk besluit zelf. De Commissie voor boekhoudkundige Normen wordt in kennis gesteld van het besluit van de minister of zijn afgevaardigde.\". Art. 91.In artikel III.95 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 17 juli 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 numac 1997015266 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten en met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 juni 1995 sluiten4, wordt het woord \"zesde\" telkens vervangen door het woord \"zevende\". Afdeling 3. - Wijzigingen van boek VI</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-92\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 92</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In boek VI, titel 2, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel VI.1/1 ingevoegd, luidende : \"Art. VI.1/1. § 1. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op overeenkomsten opgesteld door een notaris of door een gerechtsdeurwaarder in hun hoedanigheid van openbaar ambtenaar. § 2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op overeenkomsten met betrekking tot juridische bijstand geleverd door een advocaat met toepassing van deel II, boek IIIbis, van het Gerechtelijk Wetboek.\". Art. 93.In artikel VI.35 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij wet van 21 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 numac 1997015266 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten en met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 juni 1995 sluiten3 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 13 december 2017, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt : \" § 2. Alvorens een besluit ter uitvoering van paragraaf 1 voor te stellen, raadpleegt de minister de Raad voor het Verbruik en de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO. Wanneer het besluit betrekking heeft op beoefenaars van een vrij beroep worden ook de interprofessionele organisaties van de betrokken beoefenaars van een vrij beroep die niet vertegenwoordigd zijn in de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO geraadpleegd. De minister bepaalt de redelijke termijn waarbinnen het advies moet worden gegeven. Eenmaal deze termijn is verstreken, is het advies niet meer vereist.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-94\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 94</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In boek VI, titel 3, hoofdstuk 2, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel VI.44/1 ingevoegd, luidende : \"Art. VI.44/1. § 1. Deze afdeling is niet van toepassing op overeenkomsten opgesteld door een notaris of door een gerechtsdeurwaarder in hun hoedanigheid van openbaar ambtenaar. § 2. Deze afdeling is niet van toepassing op overeenkomsten met betrekking tot juridische bijstand geleverd door een advocaat met toepassing van deel II, boek IIIbis, van het Gerechtelijk Wetboek.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-95\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 95</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In boek VI, titel 3, hoofdstuk 3 van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel VI.63/1 ingevoegd, luidende : \"Art. VI.63/1. § 1. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op overeenkomsten opgesteld door een notaris of door een gerechtsdeurwaarder in hun hoedanigheid van openbaar ambtenaar. § 2. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op overeenkomsten met betrekking tot juridische bijstand geleverd door een advocaat met toepassing van deel II, boek IIIbis, van het Gerechtelijk Wetboek.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-96\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 96</span><span class=\"lf-art-t\">Artikel VI.128 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 21 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2003 numac 1999015194 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Democratische Volksrepubliek Algerije tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van wederzijdse bijstand inzake belastingen naar het inkomen en het vermogen, ondertekend te Algiers op 15 december 1991 (2) type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2001 numac 2001009578 bron ministerie van justitie Wet betreffende het Centraal Strafregister type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/1998 numac 1998015038 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven, opgemaakt te Straatsburg op 8 november 1990 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/1998 numac 1997015266 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de andere Staten die toetreden tot het Partnerschap voor de Vrede inzake het statuut van hun strijdkrachten en met het Protocol, gedaan te Brussel op 19 juni 1995 sluiten3, wordt aangevuld met een lid, luidende : \"Wanneer maatregelen, te nemen ter uitvoering van boek VI betrekking hebben op intellectuele prestaties kenmerkend voor beoefenaars van een vrij beroep, worden die maatregelen, overeenkomstig het derde en vierde lid, desgevallend gezamenlijk door ministers bevoegd voor Justitie, Economie, KMO en Middenstand, en volksgezondheid voorgesteld en door hen in onderlinge overeenstemming, ieder wat hem betreft, uitgevoerd.\". Afdeling 4. - Wijzigingen van boek VII</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-97\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 97</span><span class=\"lf-art-t\">In artikel VII.1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998003415 bron ministerie van financien Wet houdende maatregelen aangaande de met het zegel gelijkgestelde taksen ten gunste van de binnenvaart sluiten3 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 2017, wordt de inleidende zin aangevuld als volgt \", evenals die van de handelspapieren en van de cheque.\". Art. 98.In artikel VII.2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998003415 bron ministerie van financien Wet houdende maatregelen aangaande de met het zegel gelijkgestelde taksen ten gunste van de binnenvaart sluiten3 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 22 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht : a) In paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden \"Titels 3 en 5 tot 7 van dit boek\" vervangen door de worden \"Titels 3, 5, 6 en 7 van dit boek\";b) in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden \"Titels 4 tot 7 van dit boek\" vervangen door de worden \"Titels 4 tot 6 en 7 van dit boek\". Art. 99.In artikel VII.3. van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/07/1998 numac 1998011215 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de collectieve schuldenregeling en de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/10/1998 numac 1998003328 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de Algemene uitgavenbegroting van het begrotingsjaar 1998 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/07/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/08/1998 numac 1998003415 bron ministerie van financien Wet houdende maatregelen aangaande de met het zegel gelijkgestelde taksen ten gunste van de binnenvaart sluiten3 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 oktober 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht : i) in paragraaf 1 wordt de inleidende zin vervangen als volgt : \"Titels 1 tot 7 van dit boek zijn niet van toepassing op :\"; ii) in paragraaf 1, 7°, worden de bepalingen onder a) en b) vervangen als volgt : \"a) onverminderd artikelen VII.88, VII.90, VII.147/1, VII.147/3, VII.205 en VII.214/5 een papieren cheque zoals bedoeld in titel 6/1 of een soortgelijke papieren cheque zoals de postcheque, een circulaire cheque of een cheque die valt onder het recht van een Staat die geen partij is bij het verdrag van Genève van 19 maart 1931 houdende een eenvormige wet op de cheques of elke andere cheque; b) onverminderd artikelen VII.147/1, VII.205 en VII.214/5, een wisselbrief of een orderbriefje op papier zoals bedoeld in titel 6/1, of een met die documenten vergelijkbare wissel op papier die valt onder het recht van een Staat die geen partij is bij het verdrag van Genève van 7 juni 1930 houdende een eenvormige wet op de wisselbrieven en orderbriefjes;\". 3) het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende : \" § 5.Dit boek is niet van toepassing op postcheques, die aan de geldende wetgeving onderworpen blijven.\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-100\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 100</span><span class=\"lf-art-t\">In boek VII van hetzelfde Wetboek wordt een titel 6/1 ingevoegd luidende : \"Titel 6/1. Waardepapieren\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-101\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 101</span><span class=\"lf-art-t\">In titel 6/1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 100, wordt een hoofdstuk 1 ingevoegd, luidende : \"Hoofdstuk 1. Algemene bepaling\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-102\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 102</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In hoofdstuk 1, ingevoegd bij artikel 101, wordt een artikel 216/1 ingevoegd, luidende : \"Art. VII.216/1. In deze titel dekt het woord \"bankier\" de in België gevestigde kredietinstellingen die onder de wet vallen van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen en beursvennootschappen.\"</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-103\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 103</span><span class=\"lf-art-t\">In titel 6/1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 100, wordt een hoofdstuk 2 ingevoegd, luidende : \"Hoofdstuk 2. De wisselbrief\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-104\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 104</span><span class=\"lf-art-t\">In hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 103, wordt een afdeling 1 ingevoegd, luidende : \"Afdeling 1. Uitgifte en vorm van de wisselbrief\"</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-105\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 105</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 104, worden de artikelen VII.216/2 tot VII.216/11 ingevoegd, luidende : \"Art. VII. 216/2. De wisselbrief behelst : 1° de benaming \"wisselbrief\", opgenomen in de tekst zelf en uitgedrukt in de taal waarin de titel is gesteld;2° de onvoorwaardelijke opdracht tot betaling van een bepaalde som;3° de naam van degene die betalen moet (betrokkene);4° de aanwijzing van de vervaldag;5° die van de plaats waar de betaling moet geschieden;6° de naam van degene aan wie of aan wiens order de betaling moet worden gedaan;7° de vermelding van de dagtekening, alsmede van de plaats waar de wisselbrief is getrokken;8° de handtekening van degene die de wisselbrief uitgeeft (trekker). Art. VII. 216/3. De titel waarin een der vermeldingen, in artikel VIII.216/2 aangegeven, ontbreekt, geldt niet als wisselbrief, behoudens in de hieronder in dit artikel genoemde gevallen : De wisselbrief waarvan de vervaldag niet is aangewezen, wordt beschouwd als betaalbaar op zicht Bij gebreke van een bijzondere aanwijzing wordt de plaats, aangegeven naast de naam van de betrokkene, geacht te zijn de plaats van betaling en tevens die van de woonplaats van de betrokkene.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wisselbrief welke niet de plaats vermeldt waar hij is getrokken, wordt geacht te zijn ondertekend in de plaats aangegeven naast de naam van de trekker.</p>\n<p class=\"lf-p\">De handtekening, waarvan sprake in artikel VII.216/2, 8°, kan vervangen worden door een notariële akte in brevet, die op de wisselbrief gesteld wordt en waaruit de wil blijkt van degene die zou hebben moeten ondertekenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/4. De wisselbrief kan aan de order van de trekker zelf luiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij kan worden getrokken op de trekker zelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij kan worden getrokken voor rekening van een derde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/5. Een wisselbrief kan betaalbaar zijn aan de woonplaats van een derde, hetzij in de plaats waar de betrokkene zijn woonplaats heeft, hetzij in een andere plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/6. In een wisselbrief, betaalbaar op zicht of een zekere tijd na zicht, kan de trekker bepalen dat de som rente draagt. In elke andere wisselbrief wordt deze clausule voor niet geschreven gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rentevoet moet in de wisselbrief worden aangegeven; bij gebreke hiervan wordt de renteclausule voor niet geschreven gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rente loopt te rekenen van de dagtekening van de wisselbrief, tenzij een andere dag is aangegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/7. De wisselbrief waarvan het bedrag voluit in letters en tevens in cijfers is geschreven, geldt, in geval van verschil, ten belope van de som voluit in letters geschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wisselbrief waarvan het bedrag meermalen is geschreven, hetzij voluit in letters, hetzij in cijfers, geldt, in geval van verschil slechts ten belope van de kleinste som.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/8. Indien de wisselbrief handtekeningen bevat van personen die onbekwaam zijn zich door middel van een wisselbrief te verbinden, valse handtekeningen of handtekeningen van verdichte personen, of handtekeningen welke, onverschillig om welke andere reden, de personen die deze handtekeningen op de wisselbrief hebben geplaatst of in wier naam zulks is geschied, niet kunnen verbinden, zijn de verbintenissen van de andere personen wier handtekening op de wisselbrief voorkomt, niettemin geldig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/9. Ieder die zijn handtekening op een wisselbrief plaatst als vertegenwoordiger van een persoon voor wie hij niet de bevoegdheid had te handelen, is zelf krachtens de wisselbrief verbonden en heeft, indien hij betaalt, dezelfde rechten als de beweerde vertegenwoordigde zou hebben gehad. Hetzelfde geldt ten aanzien van de vertegenwoordiger die zijn bevoegdheid heeft overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/10. De trekker staat in voor de acceptatie en voor de betaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij kan zijn verplichting, voor de acceptatie in te staan, uitsluiten; elke clausule waarbij hij de verplichting, voor de betaling in te staan, uitsluit, wordt voor niet geschreven gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/11. Indien een wisselbrief, onvolledig ten tijde van de uitgifte, is volledig gemaakt in strijd met de aangegane overeenkomsten, kan de niet-naleving van die overeenkomsten niet worden tegengeworpen aan de houder, tenzij deze de wisselbrief te kwader trouw heeft verkregen of hem grove schuld bij de verkrijging te wijten is.\". Art. 106.In hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 103, wordt een afdeling 2 ingevoegd, luidende : \"Afdeling 2. Endossement\". Art. 107.In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 106, worden de artikelen VII.216/12 tot VII.216/21 ingevoegd, luidende : Art. VII.216/12. Elke wisselbrief, ook die welke niet uitdrukkelijk aan order luidt, kan door middel van endossement worden overgedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de trekker in de wisselbrief de woorden \"niet aan order\" of een daarmee gelijkstaande uitdrukking heeft opgenomen, kan het stuk slechts worden overgedragen in de vorm en met de gevolgen van een gewone overdracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/13. Het endossement kan worden gesteld zelfs ten voordele van de betrokkene, al of niet acceptant, van de trekker of van elke andere wisselschuldenaar. Deze personen kunnen de wisselbrief opnieuw endosseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het endossement moet onvoorwaardelijk zijn. Elke voorwaarde waaraan het is onderworpen, wordt voor niet geschreven gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gedeeltelijk endossement is nietig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het endossement aan toonder geldt als endossement in blanco.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/14. Het endossement moet gesteld worden op de wisselbrief of op een daaraan vastgehecht blad (verlengstuk). Het moet worden ondertekend door de endossant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het endossement kan de geëndosseerde onvermeld laten of bestaan uit de enkele handtekening van de endossant (endossement in blanco). In het laatste geval moet het endossement, om geldig te zijn, op de rugzijde van de wisselbrief op het verlengstuk worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/15. Door het endossement worden alle uit de wisselbrief voortvloeiende rechten overgedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het endossement in blanco is, kan de houder : 1° het blanco invullen, hetzij met zijn eigen naam, hetzij met de naam van een andere persoon;2° de wisselbrief wederom in blanco of aan een andere persoon endosseren;3° de wisselbrief aan een derde overgeven, zonder het blanco in te vullen en zonder hem te endosseren. Art. VII.216/16. De endossant staat in voor de acceptatie en voor de betaling, tenzij het tegendeel bedongen is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij kan een endossement verbieden; in dat geval staat hij tegenover de personen aan wie de wisselbrief later is geëndosseerd, niet in voor de acceptatie en voor de betaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/17. Hij die een wisselbrief onder zich heeft, wordt beschouwd als de rechtmatige houder, indien hij van zijn recht doet blijken door een ononderbroken reeks van endossementen, ook al is het laatste endossement in blanco gesteld. De doorgehaalde endossementen worden te dien aanzien voor niet geschreven gehouden. Wanneer een endossement in blanco door een ander endossement is gevolgd, wordt de ondertekenaar van dit laatste geacht de wisselbrief door het endossement in blanco verkregen te hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien iemand, op welke wijze dan ook, het bezit van de wisselbrief heeft verloren, is de houder, die van zijn recht doet blijken op de wijze, bij het eerste lid aangegeven, niet verplicht de wisselbrief af te geven, tenzij hij deze te kwader trouw heeft verkregen of hem grove schuld bij de verkrijging te wijten is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/18. Zij die uit hoofde van de wisselbrief worden aangesproken, kunnen de verweermiddelen, gegrond op hun persoonlijke verhoudingen tot de trekker of tot vroegere houders, niet aan de houder tegenwerpen, tenzij deze bij de verkrijging van de wisselbrief desbewust ten nadele van de schuldenaar heeft gehandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/19. Wanneer het endossement e vermelding bevat \"waarde ter incassering\", \"ter incasso\", \"in lastgeving\" of enige andere vermelding die niets meer dan een opdracht tot inning in zich sluit, kan de houder alle uit de wisselbrief voortvloeiende rechten uitoefenen, maar hij kan hem niet anders endosseren dan als lastgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wisselschuldenaars kunnen in dat geval aan de houder slechts de verweermiddelen tegenwerpen welke aan de endossant zouden kunnen worden tegengeworpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opdracht, vervat in een incasso-endossement, eindigt niet door de dood of door de latere onbekwaamheid van de lastgever.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/20 Wanneer een endossement de vermelding bevat \"waarde tot zekerheid\", \"waarde tot pand\" of enige andere vermelding die inpandgeving in zich sluit, kan de houder alle uit de wisselbrief voortvloeiende rechten uitoefenen, maar een door hem gesteld endossement geldt slechts als een endossement als lastgeving De wisselschuldenaars kunnen de verweermiddelen, gegrond op hun persoonlijke verhoudingen tot de endossant, niet aan de houder tegenwerpen, tenzij deze bij de ontvangst van de wisselbrief desbewust ten nadele van de schuldenaar heeft gehandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/21. Een endossement, gesteld na de vervaldag, heeft dezelfde gevolgen als een endossement, gesteld vóór de vervaldag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Echter heeft het endossement, gesteld na het protest van niet-betaling of na het verstrijken van de termijn voor het opmaken van het protest bepaald, slechts de gevolgen van een gewone overdracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens tegenbewijs, wordt het endossement zonder dagtekening geacht te zijn gesteld vóór het verstrijken van de termijn, voor het opmaken van het protest bepaald.\". Art. 108.In hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 103, wordt een afdeling 3 ingevoegd, luidende : \"Afdeling 3. Acceptatie\". Art. 109.In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 108, worden de artikelen VII.216/22 tot VII.216/30 ingevoegd, luidende : \"Art. VII. 216/22. De wisselbrief kan tot de vervaldag door de houder of door iemand die hem enkel onder zich heeft, aan de betrokkene te zijner woonplaats ter acceptatie worden aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/23. In elke wisselbrief kan de trekker, al dan niet met vaststelling van een termijn, bepalen dat deze ter acceptatie moet worden aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij kan in de wisselbrief de aanbieding ter acceptatie verbieden, behoudens in wisselbrieven, betaalbaar bij een derde of betaalbaar in een andere plaats dan die van de woonplaats van de betrokkene of betaalbaar een zekere tijd na zicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij kan ook bepalen dat de aanbieding ter acceptatie niet kan plaatshebben vóór een bepaalde dag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenzij de trekker heeft verklaard dat de wisselbrief niet vatbaar is voor acceptatie, kan elke endossant, al dan niet met vaststelling van een termijn, bepalen dat hij ter acceptatie moet worden aangeboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/24. Wisselbrieven, betaalbaar een zekere tijd na zicht, moeten ter acceptatie worden aangeboden binnen een jaar na hun dagtekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">De trekker kan een kortere of een langere termijn bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De endossanten kunnen deze termijnen verkorten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/25. De betrokkene kan verzoeken dat hem een tweede aanbieding wordt gedaan de dag, volgende op de eerste. Belanghebbenden zullen zich er niet op mogen beroepen dat aan dit verzoek geen gevolg is gegeven, tenzij het verzoek in het protest is vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De houder is niet verplicht de ter acceptatie aangeboden wisselbrief aan de betrokkene af te geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/26. De acceptatie wordt op de wisselbrief gesteld. Zij wordt uitgedrukt door het woord \"geaccepteerd\" of door een daarmee gelijkstaand woord; zij wordt door de betrokkene ondertekend. De enkele handtekening van de betrokkene, op de voorzijde van de wisselbrief gesteld, geldt als acceptatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de wisselbrief betaalbaar is een zekere tijd na zicht, of wanneer hij krachtens een uitdrukkelijk beding ter acceptatie moet worden aangeboden binnen een bepaalde termijn, moet de acceptatie als dagtekening inhouden de dag waarop zij is geschied, tenzij de houder die van de aanbieding eist. Bij gebreke van dagtekening moet de houder dit verzuim door een tijdig protest doen vaststellen, op straffe van verlies van zijn recht van regres op de endossanten en op de trekker.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/27. De acceptatie is onvoorwaardelijk, maar de betrokkene kan haar beperken tot een gedeelte van de som.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke andere wijziging, door de acceptant met betrekking tot het in de wisselbrief vermelde aangebracht, geldt als weigering van acceptatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De acceptant is echter gehouden overeenkomstig de inhoud van zijn acceptatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/28. Wanneer de trekker de wisselbrief op een andere plaats dan die van de woonplaats van de betrokkene heeft betaalbaar gesteld, zonder een derde aan te wijzen, bij wie de betaling moet worden gedaan, kan de betrokkene deze bij de acceptatie aanwijzen. Bij gebreke van zodanige aanwijzing wordt de acceptant geacht zich verbonden te hebben zelf te betalen op de plaats van betaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de wisselbrief betaalbaar is aan de woonplaats van de betrokkene, kan deze, in de acceptatie, een adres aanwijzen, in dezelfde plaats waar de betaling moet worden gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/29. Door de acceptatie verbindt de betrokkene zich de wisselbrief op de vervaldag te betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebreke van betaling heeft de houder, al ware hij de trekker, tegen de acceptant een rechtstreekse vordering, uit de wisselbrief voortspruitend, voor al hetgeen kan worden gevorderd krachtens de artikelen VII.216/49 en VII.216/50.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/30. Indien de betrokkene zijn op de wisselbrief gestelde acceptatie heeft doorgehaald vóór de teruggave van de wisselbrief, wordt de acceptatie geacht te zijn geweigerd. Behoudens tegenbewijs wordt de doorhaling geacht te zijn geschied vóór de teruggave van de wisselbrief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien echter de betrokkene zijn acceptatie schriftelijk kenbaar heeft gemaakt aan de houder of aan iemand wiens handtekening op de wisselbrief voorkomt, is hij tegenover dezen gehouden overeenkomstig de inhoud van zijn acceptatie.\". Art. 110.In hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 103, wordt een afdeling 4 ingevoegd, luidende : \"Afdeling 4. Aval\". Art. 111.In afdeling 4, ingevoegd bij artikel 110, worden de artikelen VII.216/31 tot VII.216/33 ingevoegd, luidende : \"Art. VII.216/31. De betaling van de wisselbrief kan zowel voor zijn geheel bedrag als voor een gedeelte daarvan door een borgtocht (aval) worden verzekerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze borgtocht kan door een derde, of zelfs door iemand wiens handtekening op de wisselbrief voorkomt, worden gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/32. Het aval wordt op de wisselbrief of op een verlengstuk gesteld of wordt gegeven bij een afzonderlijke akte, die de plaats vermeldt waar het is gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het wordt uitgedrukt door de woorden \"goed voor aval\" of door enige andere daarmee gelijkstaande uitdrukking; het wordt door de avalgever ondertekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De enkele handtekening van de avalgever, gesteld op de voorzijde van de wisselbrief, geldt als aval, behalve wanneer de handtekening die is van de betrokkene of van de trekker.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het aval moet worden vermeld voor wie het is gegeven. Bij gebreke hiervan wordt het geacht voor de trekker te zijn gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/33. De avalgever is op dezelfde wijze verbonden als degene voor wie het aval is gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijn verbintenis is geldig, zelfs indien wegens een andere oorzaak dan een vormgebrek de door hem gewaarborgde verbintenis nietig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door te betalen verkrijgt de avalgever de rechten welke krachtens de wisselbrief kunnen worden uitgeoefend tegen degene voor wie het aval is gegeven en tegen degenen die tegenover deze laatste krachtens de wisselbrief verbonden zijn.\". Art. 112.In hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 103, wordt een afdeling 5 ingevoegd, luidende : \"Afdeling 5. Vervaldag\". Art. 113.In afdeling 5, ingevoegd bij artikel 112, worden de artikelen VII.216/34 tot VII.216/38 ingevoegd, luidende : \"Art. VII.216/34 Een wisselbrief kan worden getrokken : 1° op zicht;2° op een zekere tijd na zicht;3° op een zekere tijd na dagtekening;4° op een bepaalde dag. Wisselbrieven met anders bepaalde vervaldagen of in termijnen betaalbaar zijn nietig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/35. De wisselbrief, getrokken op zicht, is betaalbaar bij de aanbieding. Hij moet ter betaling worden aangeboden binnen een jaar na zijn dagtekening. De trekker kan een kortere of een langere termijn bepalen. De endossanten kunnen deze termijnen verkorten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De trekker kan voorschrijven dat een wisselbrief getrokken op zicht niet ter betaling mag worden aangeboden vóór een bepaalde dag. In dat geval loopt de termijn van aanbieding van die dag af.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/36. De vervaldag van een wisselbrief, getrokken op een zekere tijd na zicht, wordt bepaald, hetzij door de dagtekening van de acceptatie, hetzij door die van het protest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebreke van protest wordt de niet gedagtekende acceptatie ten aanzien van de acceptanten geacht te zijn gedaan op de laatste dag van de termijn, voor de aanbieding ter acceptatie voorgeschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/37. De wisselbrief, getrokken op een of meer maanden na dagtekening of na zicht, vervalt op de overeenkomstige dag van de maand waarin de betaling moet worden gedaan. Bij gebreke van een overeenkomstige dag vervalt een zodanige wisselbrief op de laatste dag van die maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een wisselbrief, getrokken op een of meer maanden en een halve maand na dagtekening of na zicht, worden eerst de gehele maanden gerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de vervaldag bepaald op het begin, op het midden (half januari, half februari, enz.) of op het einde van een maand, dan wordt onder die uitdrukkingen verstaan: de eerste, de vijftiende, de laatste van die maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de uitdrukkingen \"acht dagen\" of \"vijftien dagen\" (\"quinze jours\") moet worden verstaan niet één of twee weken, maar een termijn van acht of van vijftien werkelijke dagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitdrukking \"halve maand\" duidt een termijn van vijftien dagen aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/38. De vervaldag van een wisselbrief, betaalbaar op een bepaalde dag, in een plaats waar de tijdrekening een andere is dan die van de plaats van uitgifte, wordt geacht te zijn vastgesteld volgens de tijdrekening van de plaats van betaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dag van uitgifte van een wisselbrief, getrokken tussen twee plaatsen met verschillende tijdrekening en betaalbaar een zekere tijd na dagtekening, wordt herleid tot de overeenkomstige dag van de tijdrekening van de plaats van betaling en de vervaldag wordt dienovereenkomstig vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De termijnen van aanbieding der wisselbrieven worden berekend overeenkomstig de bepalingen van het tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing, indien uit een in de wisselbrief opgenomen clausule of gewoon uit de bewoordingen van de titel een afwijkende bedoeling kan worden afgeleid.\". Art. 114.In hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 103, wordt een afdeling 6 ingevoegd, luidende : \"Afdeling 6. Betaling\" Art. 115.In afdeling 6, ingevoegd bij artikel 114, worden de artikelen VII.216/39 tot VII.216/43 ingevoegd, luidende : \"Art. VII.216/39. De houder van een wisselbrief, betaalbaar op een bepaalde dag of een zekere tijd na dagtekening of na zicht, moet deze ter betaling aanbieden de dag waarop hij betaalbaar is. Niet inachtneming van dit voorschrift kan slechts aanleiding geven tot schadeloosstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanbieding van een wisselbrief aan een door de regering aangewezen verrekeningskamer of aan een instelling door haar daartoe bevoegd gemaakt, geldt als aanbieding ter betaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII 216/40. De betrokkene die de wisselbrief betaalt, kan vorderen dat deze hem wordt uitgeleverd, voorzien van de kwijting van de houder.</p>\n<p class=\"lf-p\">De houder mag niet weigeren een gedeeltelijke betaling aan te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van gedeeltelijke betaling kan de betrokkene vorderen dat van die betaling op de wisselbrief melding wordt gemaakt en dat hem daarvoor kwijting wordt gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/41. De houder van een wisselbrief kan niet genoodzaakt worden vóór de vervaldag betaling te ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betrokkene die vóór de vervaldag betaalt, doet zulks op eigen verantwoordelijkheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij die op de vervaldag betaalt, is wettig bevrijd, tenzij hem bedrog of grove schuld te wijten is. Hij is gehouden de regelmatigheid van de reeks van endossementen, maar niet de handtekening der endossanten te onderzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/42. Wanneer de betaling van een wisselbrief is bedongen in ander geld dan dat van de plaats van betaling, kan het bedrag van de wisselbrief worden betaald in het geld van het land volgens zijn waarde op de vervaldag. Indien de schuldenaar in gebreke is, kan de houder te zijner keuze vorderen dat het bedrag van de wisselbrief voldaan wordt in het geld van het land volgens de koers, hetzij van de vervaldag, hetzij van de dag van betaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waarde van het vreemde geld wordt bepaald volgens de gebruiken van de plaats van betaling. De trekker kan echter bedingen dat het te betalen bedrag moet worden berekend volgens een in de wisselbrief bepaalde koers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bovenstaande is niet van toepassing, indien de trekker heeft bedongen dat de betaling moet geschieden in een bepaald aangeduid geld (clausule van werkelijke betaling in vreemd geld).</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het bedrag van de wisselbrief is aangegeven in geld dat dezelfde benaming maar een verschillende waarde heeft in het land van uitgifte en in dat van betaling, wordt vermoed dat men het geld van de plaats van betaling heeft bedoeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/43. Bij gebreke van aanbieding ter betaling van de wisselbrief binnen de termijn, bij artikel VII.216/39 vastgesteld, heeft elke schuldenaar de bevoegdheid het bedrag ervan ter bewaring af te geven aan de bevoegde overheid aangewezen door de regering, op kosten en onder verantwoordelijkheid van de houder.\". Art. 116.In hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 103, wordt een afdeling 7 ingevoegd, luidende : \"Afdeling 7. Recht van regres in geval van niet-acceptatie of niet-betaling\". Art. 117.In afdeling 7, ingevoegd bij artikel 116, worden de artikelen VII.216/44 tot VII.216/55 ingevoegd, luidende : \"Art. VII.216/44. De houder kan zijn recht van regres op de endossanten, de trekker en de andere wisselschuldenaars uitoefenen : 1° op de vervaldag : indien de betaling niet heeft plaatsgehad;2° zelfs vóór de vervaldag : a) indien de acceptatie geheel of gedeeltelijk is geweigerd;b) wanneer de betrokkene, al dan niet acceptant, of de trekker van een niet voor acceptatie vatbare wisselbrief in een toestand verkeert van staking van betaling of van kennelijk onvermogen. Het onder b) hiervoren bepaalde ontneemt aan de garanten van de wisselbrief niet de bevoegdheid om door borgstelling uitsteltermijnen te bekomen, die in geen geval de vervaldag van de wisselbrief mogen overschrijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/45. De weigering van acceptatie of van betaling moet worden vastgesteld bij authentieke akte (protest van niet-acceptatie of van niet-betaling).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het protest van niet-acceptatie moet worden opgemaakt binnen de termijnen voor de aanbieding ter acceptatie vastgesteld. Indien in het geval bij artikel VII.216/25, eerste lid, voorzien, de eerste aanbieding heeft plaatsgehad op de laatste dag van de termijn, kan het protest nog op de volgende dag worden gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het protest van niet-betaling van een wisselbrief, betaalbaar op een bepaalde dag of zekere tijd na dagtekening of na zicht, moet worden gedaan op een der twee werkdagen, volgende op de dag waarop de wisselbrief betaalbaar is. Indien het een wisselbrief, betaalbaar op zicht, betreft, moet het protest worden gedaan overeenkomstig de bepalingen bij het tweede lid vastgesteld voor het opmaken van het protest van niet-acceptatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het protest van niet-acceptatie maakt de aanbieding ter betaling en het protest van niet-betaling overbodig.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van kennelijk onvermogen van de betrokkene, al dan niet acceptant, kan de houder zijn recht van regres niet uitoefenen dan nadat de wisselbrief ter betaling aan de betrokkene is aangeboden en protest is opgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van bij rechterlijke beslissing vastgestelde staking van de betalingen van de betrokkene, al dan niet acceptant, alsmede in geval van bij rechterlijke beslissing verklaarde staking van de betalingen van de trekker van een wisselbrief die niet vatbaar is voor acceptatie, kan de houder voor de uitoefening van zijn recht van regres volstaan met overlegging van het vonnis waarbij de toestand van staking van betaling wordt vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/46. De houder moet van de niet-acceptatie of van de niet-betaling kennis geven aan zijn endossant en aan de trekker binnen de vier werkdagen, volgende op de dag van het protest of, indien de wisselbrief getrokken is met de clausule \"zonder kosten\", volgende op die der aanbieding. Elke endossant moet binnen de twee werkdagen, volgende op de dag van ontvangst der kennisgeving, de door hem ontvangen kennisgeving aan zijn endossant meedelen, met aanwijzing van de namen en adressen van degenen die de voorafgaande kennisgevingen hebben gedaan, en zo vervolgens, teruggaande tot de trekker. Deze termijnen lopen vanaf de ontvangst der voorafgaande kennisgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien overeenkomstig het eerste lid een kennisgeving is gedaan aan iemand wiens handtekening op de wisselbrief voorkomt, moet gelijke kennisgeving binnen dezelfde termijn aan diens avalgever worden gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien een endossant zijn adres niet of op onleesbare wijze heeft aangeduid, kan worden volstaan met kennisgeving aan de voorafgaande endossant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij die een kennisgeving heeft te doen, kan zulks doen in iedere vorm, zelfs door enkele terugzending van de wisselbrief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij moet bewijzen dat hij de kennisgeving binnen de voorgeschreven termijn heeft gedaan. Deze termijn wordt gehouden te zijn in acht genomen, wanneer een brief die de kennisgeving behelst, binnen de genoemde termijn ter post is bezorgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wie de kennisgeving niet binnen de bovenvermelde termijn doet, treft geen verval van zijn recht; hij is, bij voorkomend geval, verantwoordelijk voor de door zijn nalatigheid veroorzaakte schade, zonder dat de schadevergoeding het bedrag van de wisselbrief kan te boven gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/47. De trekker, een endossant of een avalgever kan door de clausule \"zonder kosten\", \"zonder protest\", of een andere daarmee gelijkstaande op de wisselbrief gestelde en ondertekende clausule, de houder voor de uitoefening van zijn recht van regres ontslaan van het opmaken van een protest van niet-acceptatie of niet-betaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze clausule ontslaat de houder niet van de aanbieding van de wisselbrief binnen de voorgeschreven termijnen, noch van het doen van de kennisgevingen. Het bewijs van de niet-inachtneming van de termijnen moet worden geleverd door degene die zich daarop tegenover de houder beroept.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de clausule door de trekker gesteld, dan heeft zij gevolgen ten aanzien van allen wier handtekening op de wisselbrief voorkomt; is zij door een endossant of door een avalgever gesteld, dan heeft zij gevolgen alleen ten aanzien van deze endossant of avalgever. Indien de houder, ondanks de door de trekker gestelde clausule, toch het protest doet opmaken, zijn de kosten daarvan voor zijn rekening. Indien de clausule van een endossant of een avalgever afkomstig is, kunnen de kosten van het protest, indien er een is opgemaakt, op allen wier handtekening op de wisselbrief voorkomt, worden verhaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/48. Allen die een wisselbrief hebben getrokken, geaccepteerd, geëndosseerd, of voor aval getekend, zijn hoofdelijk tegenover de houder verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De houder kan deze personen zowel ieder afzonderlijk als gezamenlijk aanspreken, zonder verplicht te zijn de volgorde waarin zij zich hebben verbonden, in acht te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzelfde recht komt toe aan ieder wiens handtekening op de wisselbrief voorkomt en die deze heeft betaald tot voldoening aan zijn regresplicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vordering, ingesteld tegen één der wisselschuldenaars, belet niet de anderen aan te spreken, al hadden dezen zich later verbonden dan de eerst aangesprokene.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/49. De houder kan van degene tegen wie hij zijn recht van regres uitoefent, vorderen : 1° het bedrag van de niet geaccepteerde of niet betaalde wisselbrief met de interest, indien interest bedongen is;2° een interest berekend tegen de wettelijke rentevoet, te rekenen van de vervaldag;3° de kosten van protest, die van de gedane kennisgevingen, alsmede de andere kosten. Zo de uitoefening van het recht van regres vóór de vervaldag plaats heeft, wordt op de wisselsom een korting toegepast. Deze korting wordt berekend volgens het officiële disconto (bankdisconto), geldende ter woonplaats van de houder, op de dag van de uitoefening van het recht van regres.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/50. Hij die de wisselbrief heeft betaald tot voldoening van zijn regresplicht kan van degenen die tegenover hem verbonden zijn, vorderen : 1° de gehele som die hij betaald heeft;2° een interest berekend tegen de wettelijke rentevoet op die som, te rekenen van de dag waarop hij deze betaald heeft;3° de door hem gemaakte kosten. Art. VII.216/51. Elke wisselschuldenaar tegen wie het recht van regres wordt of kan worden uitgeoefend, kan, tegen betaling tot voldoening aan zijn regresplicht, de afgifte vorderen van de wisselbrief met het protest, alsmede een voor voldaan getekende rekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke endossant die de wisselbrief heeft betaald tot voldoening aan zijn regresplicht, kan zijn endossement en dat van de volgende endossanten doorhalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/52. In geval van uitoefening van het recht van regres na gedeeltelijke acceptatie, kan degene die tot voldoening aan zijn regresplicht het niet geaccepteerde gedeelte van de wisselsom heeft betaald, vorderen dat die betaling op de wisselbrief wordt vermeld en dat hem daarvan kwijting wordt gegeven. De houder moet hem daarenboven uitleveren een voor eensluidend getekend afschrift van de wisselbrief, alsmede het protest, om hem de uitoefening van zijn verdere regresrechten mogelijk te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/53. Ieder die een recht van regres kan uitoefenen, kan, tenzij het tegendeel bedongen is, zich de vergoeding bezorgen door middel van een wisselbrief (herwissel), getrokken op zicht op een van degenen die tegenover hem regresplichtig zijn, en betaalbaar te diens woonplaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">De herwissel omvat, behalve de bedragen in de artikelen VII.216/49 en VII.216/50 aangegeven, een makelaarsloon en in voorkomend geval taksen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de herwissel door de houder is getrokken, wordt het bedrag bepaald volgens de koers van een zichtwissel, getrokken van de plaats waar de oorspronkelijke wisselbrief betaalbaar was, op de woonplaats van de regresplichtige. Indien de herwissel is getrokken door een endossant, wordt het bedrag bepaald volgend de koers van een zichtwissel, getrokken van de woonplaats van de trekker van de herwissel op de woonplaats van de regresplichtige Art. VII.216/54. Na afloop van de termijnen vastgesteld : 1° voor de aanbieding van een wisselbrief getrokken op zicht of op zekere tijd na zicht;2° voor het opmaken van het protest van niet-acceptatie of van niet-betaling;3° voor de aanbieding ter betaling in geval van clausule \"zonder kosten\"; Vervalt het recht van de houder tegen de endossanten, tegen de trekker, en tegen de andere wisselschuldenaars, met uitzondering van de acceptant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebreke van aanbieding ter acceptatie binnen de door de trekker voorgeschreven termijn, vervalt het recht van regres van de houder, zowel wegens niet-betaling als wegens niet-acceptatie, tenzij uit de bewoordingen van de wisselbrief blijkt dat de trekker zich slechts heeft willen bevrijden van zijn verplichting, voor de acceptatie in te staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de bepaling van een termijn voor de aanbieding in een endossement is vervat, kan alleen de endossant daarop een beroep doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/55. Wanneer de aanbieding van de wisselbrief of het opmaken van het protest binnen de voorgeschreven termijnen wordt verhinderd door een onoverkomelijk beletsel (wettelijk voorschrift van enige staat of ander geval van overmacht), worden deze termijnen verlengd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De houder is verplicht van de overmacht aan zijn endossant onverwijld kennis te geven, en deze kennisgeving, gedagtekend en door hem ondertekend, op de wisselbrief of op een verlengstuk te vermelden; voor het overige is artikel VII.216/46 toepasselijk. Na het ophouden van de overmacht moet de houder de wisselbrief onverwijld ter acceptatie of ter betaling aanbieden, en, indien nodig, protest doen opmaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de overmacht meer dan dertig dagen aanhoudt, te rekenen van de vervaldag, kan het recht van regres worden uitgeoefend, zonder dat de aanbieding of het opmaken van protest nodig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor wisselbrieven, getrokken op zicht of op zekere tijd na zicht, loopt de termijn van dertig dagen van de dag waarop de houder, al ware het vóór het einde van de aanbiedingstermijn, van de overmacht aan zijn endossant heeft kennis gegeven; voor wisselbrieven, getrokken op zekere tijd na zicht, wordt de termijn van dertig dagen verlengd met de zichttermijn, in de wisselbrief aangegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als gevallen van overmacht worden niet beschouwd feiten welke van zuiver persoonlijke aard zijn voor de houder of voor degene die hij met de aanbieding van de wisselbrief of met het opmaken van het protest heeft belast.\". Art. 118.In hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 103, wordt een afdeling 8 ingevoegd, luidende : \"Afdeling 8. Tussenkomst\". Art. 119.In afdeling 8, ingevoegd bij artikel 118, wordt een onderafdeling 1 ingevoegd, luidende : \"Onderafdeling 1. Algemene bepalingen\". Art. 120.In onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 119, wordt artikel VII.216/56 ingevoegd, luidende : \"Art. VII.216/56. De trekker, een endossant, of een avalgever, kan iemand aanwijzen om, in geval van nood, te accepteren of te betalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de hierna vastgestelde voorwaarden kan de wisselbrief worden geaccepteerd of betaald door iemand die tussenkomst voor een schuldenaar op wie recht van regres kan worden uitgeoefend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De interveniënt kan een derde zijn, zelfs de betrokkene, of een reeds krachtens de wisselbrief verbonden persoon, behalve de acceptant.</p>\n<p class=\"lf-p\">De interveniënt is gehouden, binnen de termijn van twee werkdagen van zijn tussenkomst kennis te geven aan degene voor wie hij tussenkwam.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van niet-inachtneming van die termijn is hij, indien daartoe aanleiding bestaat verantwoordelijk voor de schade, door zijn nalatigheid veroorzaakt, zonder dat de schadevergoeding het bedrag van de wisselbrief kan te boven gaan.\". Art. 121.In afdeling 8, ingevoegd bij artikel 118, wordt een onderafdeling 2 ingevoegd, luidende : \"Onderafdeling 2. Acceptatie bij tussenkomst\". Art. 122.In onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 121, worden de artikelen VII.216/57 tot VII.216/59 ingevoegd, luidende : \"Art. VII.216/57. De acceptatie bij tussenkomst kan plaats hebben in alle gevallen waarin de houder van een voor acceptatie vatbare wisselbrief vóór de vervaldag recht van regres kan uitoefenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer op de wisselbrief iemand is aangewezen om deze, in geval van nood, ter plaatse van betaling te accepteren of te betalen, kan de houder zijn recht tegen degene die de aanwijzing heeft gedaan, en tegen hen die daarna hun handtekeningen op de wisselbrief hebben geplaatst, niet vóór de vervaldag uitoefenen, tenzij hij de wisselbrief aan de aangewezen persoon heeft aangeboden, en van diens weigering tot acceptatie protest is opgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de andere gevallen van tussenkomst kan de houder de acceptatie bij tussenkomst weigeren. Indien hij ze echter aanneemt, verliest hij zijn recht van regres, hetwelk hem vóór de vervaldag toekomt tegen degene voor wie de acceptatie is gedaan, en tegen hen die daarna hun handtekeningen op de wisselbrief hebben geplaatst.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/58. De acceptatie bij tussenkomst wordt op de wisselbrief vermeld; zij wordt door de interveniënt ondertekend. Zij wijst aan voor wie zij is geschied; bij gebreke van die aanwijzing wordt zij geacht voor de trekker te zijn geschied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/59. De acceptant bij tussenkomst is tegenover de houder en tegenover de endossanten die de wisselbrief hebben geëndosseerd na degene voor wie de tussenkomst is geschied, op dezelfde wijze als deze laatste verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niettegenstaande de acceptatie bij tussenkomst kunnen degene voor wie zij werd gedaan, en degenen die tegenover hem regresplichtig zijn, van de houder, tegen terugbetaling van de bij artikel VII.216/49 aangewezen som, de afgifte van de wisselbrief, van het protest en van een voor voldaan getekende rekening vorderen, indien daartoe aanleiding bestaat.\". Art. 123.In afdeling 8, ingevoegd bij artikel 118, wordt een onderafdeling 3 ingevoegd, luidende : \"Onderafdeling 3. Betaling bij tussenkomst\". Art. 124.In onderafdeling 3, ingevoegd bij artikel 123, worden de artikelen VII.216/60 tot VII.216/64 ingevoegd, luidende : \"Art. VII.216/60. De betaling bij tussenkomst kan plaatshebben in alle gevallen waarin, hetzij op de vervaldag, hetzij vóór de vervaldag, de houder recht van regres heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betaling moet de gehele som belopen, welke degene voor wie zij heeft plaatsgehad, moest voldoen. Zij moet plaatshebben uiterlijk op de dag volgende op de laatste dag waarop het protest van niet-betaling kan worden opgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/61. Indien de wisselbrief is geaccepteerd door interveniënten wier woonplaats ter plaatse van betaling is gevestigd, of indien personen wier woonplaats in dezelfde plaats is gevestigd, zijn aangewezen om in geval van nood te betalen, moet de houder de wisselbrief aan al die personen aanbieden, en, indien daartoe aanleiding bestaat, protest van niet-betaling doen opmaken uiterlijk op de dag volgende op de laatste dag waarop dit kan geschieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebreke van protest binnen die termijn zijn degene die het noodadres heeft gesteld of voor wie de wisselbrief is geaccepteerd, en de latere endossanten van hun verbintenis bevrijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/62. De houder die weigert de betaling bij tussenkomst aan te nemen, verliest zijn recht van regres op hen die daardoor zouden zijn bevrijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/63. De betaling bij tussenkomst moet worden vastgesteld door een kwijting, geplaatst op de wisselbrief met aanwijzing van degene voor wie zij is gedaan. Bij gebreke van die aanwijzing wordt de betaling geacht voor de trekker te zijn gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wisselbrief en het protest, indien dit is opgemaakt, moeten worden uitgeleverd aan hem die bij tussenkomst betaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/64. Hij die bij tussenkomst betaalt, verkrijgt de rechten, uit de wisselbrief voortvloeiende, tegen degene voor wie hij heeft betaald, en tegen degenen die tegenover deze laatste krachtens de wisselbrief verbonden zijn. Hij mag echter de wisselbrief niet opnieuw endosseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De endossanten, volgende op degene voor wie de betaling heeft plaatsgehad, zijn bevrijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien zich meer personen tot de betaling bij tussenkomst aanbieden, heeft die betaling de voorkeur welke het grootste aantal bevrijdingen teweegbrengt. De interveniënt die desbewust in strijd hiermede handelt, verliest zijn recht van regres tegen hen die anders zouden zijn bevrijd.\". Art. 125.In hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 103, wordt een afdeling 9 ingevoegd, luidende : \"Afdeling 9. Wisselbrief in verscheidene exemplaren en wisselafschriften\". Art. 126.In afdeling 9, ingevoegd bij artikel 125, wordt een onderafdeling 1 ingevoegd, luidende : \"Onderafdeling 1. Wisselbrief in verscheidene exemplaren\". Art. 127.In onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 126, worden de artikelen VII.216/65 tot VII.216/67 ingevoegd, luidende : \"Art. VII.216/65. De wisselbrief kan in verscheidene gelijkluidende exemplaren worden getrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die exemplaren moeten in de tekst zelf van de titel worden genummerd, bij gebreke waarvan elk exemplaar wordt beschouwd als een afzonderlijke wisselbrief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedere houder van een wisselbrief waarin niet is vermeld dat deze in een enkel exemplaar getrokken is, kan op zijn kosten de levering van meer exemplaren vorderen. Te dien einde moet hij zich tot zijn onmiddellijke endossant wenden, die verplicht is zijn medewerking te verlenen om zijn eigen endossant aan te spreken, en zo vervolgens, teruggaande tot de trekker. De endossanten zijn verplicht de endossementen ook op dee exemplaren aan te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII. 216/66. De betaling op één der exemplaren gedaan bevrijdt, ook al is niet bedongen dat die betaling de kracht der andere exemplaren teniet doet. Echter blijft de betrokkene verbonden door elk geaccepteerd exemplaar dat hem niet is terugbezorgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De endossant die de exemplaren aan verschillende personen heeft overgedragen, alsook de latere endossanten, zijn verbonden door alle exemplaren die hun handtekening dragen en die niet zijn terugbezorgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/67. Hij die één der exemplaren ter acceptatie heeft gezonden, moet op de andere exemplaren de naam van de persoon aanwijzen, in wiens handen dat exemplaar zich bevindt. Deze is verplicht, dit aan de rechtmatige houder van een ander exemplaar uit te leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Weigert hij dit, dan kan de houder zijn recht van regres niet uitoefenen dan nadat hij door een protest heeft doen vaststellen : 1° dat het ter acceptatie gezonden exemplaar hem desgevraagd niet is uitgeleverd; 2° dat hij de acceptatie of de betaling op een ander exemplaar niet heeft kunnen verkrijgen.\". Art. 128.In afdeling 9, ingevoegd bij artikel 125, wordt een onderafdeling 2 ingevoegd, luidende : \"Onderafdeling 2. Wisselafschriften\". Art. 129.In onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 128, worden de artikelen VII.216/68 tot VII.216/69 ingevoegd, luidende : \"Art. VII.216/68. Elke houder van een wisselbrief heeft het recht daarvan afschriften te vervaardigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afschrift moet het oorspronkelijke nauwkeurig weergeven met de endossementen en alle andere vermeldingen die erop voorkomen. Het moet aangeven, waar het afschrift ophoudt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kan worden geëndosseerd en voor aval getekend op dezelfde wijze en met dezelfde gevolgen als het oorspronkelijke.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/69. Het afschrift moet degene in wiens handen het oorspronkelijke stuk zich bevindt, vermelden. Deze is verplicht het oorspronkelijke stuk aan de rechtmatige houder van het afschrift uit te leveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Weigert hij dit, dan kan de houder zijn recht van regres tegen hen, die het afschrift hebben geëndosseerd of voor aval getekend, niet uitoefenen dan nadat hij door een protest heeft doen vaststellen, dat het oorspronkelijke stuk hem desgevraagd niet is uitgeleverd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien na het laatste daarop geplaatste endossement, alvorens het afschrift is vervaardigd, het oorspronkelijke stuk de clausule draagt: \"van hier af geldt het endossement slechts op de kopie\", of enige andere daarmede gelijkstaande clausule, is een nadien op het oorspronkelijke stuk geplaatst endossement nietig.\". Art. 130.In hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 103, wordt een afdeling 10 ingevoegd, luidende : \"Afdeling 10. Tekstveranderingen\". Art. 131.In afdeling 10, ingevoegd bij artikel 130, wordt een artikel VII.216/70 ingevoegd, luidende : \"Art. VII.216/70. In geval van verandering van de tekst van een wisselbrief zijn zij die daarna hun handtekening op de wisselbrief hebben geplaatst, volgens de veranderde tekst verbonden; zij die daarvoor hun handtekening op de wisselbrief hebben geplaatst, zijn verbonden volgens de oorspronkelijke tekst.\". Art. 132.In hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 103, wordt een afdeling 11 ingevoegd, luidende : \"Afdeling 11. Verjaring\". Art. 133.In afdeling 11, ingevoegd bij artikel 132, worden de artikelen VII.216/71 tot VII.216/73 ingevoegd, luidende : \"Art. VII. 216/71. Alle rechtsvorderingen welke uit de wisselbrief tegen de acceptant voortvloeien, verjaren door verloop van drie jaren, te rekenen van de vervaldag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtsvorderingen van de houder tegen de endossanten en tegen de trekker verjaren door verloop van een jaar, te rekenen van de dagtekening van het tijdig opgemaakte protest of, in geval van de clausule \"zonder kosten\", van de vervaldag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtsvorderingen van de endossanten tegen elkander en tegen de trekker verjaren door verloop van zes maanden, te rekenen van de dag waarop de endossant de wisselbrief heeft betaald tot voldoening aan zijn regresplicht, of van de dag waarop hijzelf in rechte is aangesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/72. In geval van verjaring blijft, ten bate van hem die de wisselbrief vóór de vervaldag heeft verkregen, een rechtsvordering bestaan : 1° tegen de trekker die geen fonds bezorgd heeft;2° tegen de trekker, de acceptant of de endossant die zich onrechtmatig verrijkt heeft. Deze rechtsvordering verjaart door verloop van dezelfde termijnen als in artikel VII.216/71 bepaald, te rekenen van de dag waarop de bij dat artikel bepaalde verjaring verkregen was.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/73. De stuiting der verjaring heeft slechts gevolgen tegen degene ten aanzien van wie de daad van stuiting heeft plaatsgehad.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verjaring van de vorderingen die voortvloeien uit een wisselbrief, wordt gestuit door rechtsvervolging; zij wordt geschorst door feiten van overmacht.\". Art. 134.In hoofdstuk 2, ingevoegd bij artikel 103, wordt een afdeling 12 ingevoegd, luidende : \"Afdeling 12. Algemene bepalingen\". Art. 135.In afdeling 12, ingevoegd bij artikel 134, worden de artikelen VII.216/74 tot VII.216/76 ingevoegd, luidende : \"Art. VII. 216/74. De betaling van een wisselbrief waarvan de vervaldag een wettelijke feestdag is, kan eerst worden gevorderd op de eerstvolgende werkdag. Evenzo kunnen alle andere handelingen met betrekking tot wisselbrieven, met name de aanbieding ter acceptatie en het protest, niet plaatshebben dan op een werkdag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een van die handelingen moet worden verricht binnen een zekere termijn waarvan de laatste dag een wettelijke feestdag is, wordt die termijn verlengd tot de eerste werkdag volgende op het einde ervan. De tussenliggende feestdagen zijn begrepen in de berekening van de termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit artikel is de zaterdag gelijkgesteld met een wettelijke feestdag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/75. In de wettelijke of bij overeenkomst vastgestelde termijnen, wordt de dag waarop zij aanvangen, niet medegerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/76. Geen enkele dag uitstel, behalve de in dit hoofdstuk bepaalde, wordt door de wet of door de rechter toegestaan.\". Art. 136.In titel 6/1, ingevoegd bij artikel 100, wordt een hoofdstuk 3 ingevoegd, luidende : \"Hoofdstuk 3. Het orderbriefje\". Art. 137.In hoofdstuk 3, ingevoegd bij artikel 136, worden de artikelen VII.216/77 tot VII.216/80 ingevoegd, luidende : \"Art. VII. 216/77. Het orderbriefje behelst : 1° de benaming \"orderbriefje\", opgenomen in de tekst zelf en uitgedrukt in de taal waarin de titel is gesteld;2° de onvoorwaardelijke belofte tot betaling van een bepaalde som;3° de aanwijzing van de vervaldag;4° die van de plaats waar de betaling moet geschieden;5° de naam van degene aan wie of aan wiens order de betaling moet worden gedaan;6° de vermelding van de dagtekening, alsmede van de plaats waar het orderbriefje is ondertekend;7° de handtekening van degene die de titel uitgeeft (ondertekenaar). Art. VII.216/78. De titel waarin een der vermeldingen, in artikel VII.216/77 aangegeven, ontbreekt, geldt niet als orderbriefje, behoudens in de hieronder in dit artikel genoemde gevallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het orderbriefje waarvan de vervaldag niet is aangewezen, wordt beschouwd als betaalbaar op zicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebreke van een bijzondere aanwijzing wordt de plaats van de ondertekening van de titel geacht te zijn de plaats van betaling en tevens die van de woonplaats van de ondertekenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het orderbriefje dat niet de plaats vermeldt waar het is ondertekend, wordt geacht te zijn ondertekend in de plaats aangegeven naast de naam van de ondertekenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/79 Voor zover zij niet onverenigbaar zijn met de aard van het orderbriefje, zijn daarop toepasselijk de bepalingen over wisselbrieven betreffende : 1° het endossement (artikelen VII.216/12 tot VII. 216/21); 2° de vervaldag (artikelen VII.216/34 tot VII.216/38); 3° de betaling (artikelen VII.216/39 tot VII.216/43); 4° het recht van regres in geval van niet-betaling (artikelen VII.216/44 tot VII.216/51, VII.216/53 tot VII.216/55); 5° de betaling bij tussenkomst (artikelen VII.216/56, VII.216/60 tot VII.216/64); 6° de wisselafschriften (artikelen VII.216/68 en VII.216/69); 7° de tekstveranderingen (artikel VII.216/70); 8° de verjaring (artikelen VII.216/71, VII.216/72 en VII.216/73); 9° de feestdagen, de berekening der termijnen en het verbod van uitsteldagen (artikelen VII.216/74, VII.216/75 en VII.216/76); 10° de betaling van een vermiste wisselbrief (artikelen VII.216/88 tot VII.216/93); 11° het conservatoir beslag (artikel VII.216/96).</p>\n<p class=\"lf-p\">Eveneens zijn op het orderbriefje toepasselijk de bepalingen betreffende de wisselbrief, betaalbaar bij een derde of in een andere plaats dan die van de woonplaats van de betrokkene (artikelen VII.216/5 en VII.216/28), de renteclausule (artikel VII.216/6), de verschillen in de vermelding met betrekking tot de som die moet worden betaald (artikel VII.216/7), de gevolgen van het plaatsen van een handtekening onder de omstandigheden bedoeld in artikel VII.216/8, die van de handtekening van een persoon die handelt zonder bevoegdheid of die zijn bevoegdheid overschrijdt (artikel VII.216/9), en de wisselbrief in blanco (artikel VII.216/11).</p>\n<p class=\"lf-p\">Eveneens zijn op het orderbriefje toepasselijk de bepalingen betreffende het aval (artikelen VII.216/31 tot VII.216/33); indien in het geval bepaald bij artikel VII.216/32, vierde lid, het aval niet vermeldt voor wie het is gegeven, wordt het geacht voor rekening van de ondertekenaar van het orderbriefje te zijn gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vijfde lid van artikel VII.216/3 en de artikelen VII.216/72 en VII.216/95 van dit Wetboek zijn eveneens op het orderbriefje van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/80. De ondertekenaar van een orderbriefje is op dezelfde wijze verbonden als de acceptant van een wisselbrief.</p>\n<p class=\"lf-p\">De orderbriefjes, betaalbaar een zekere tijd na zicht, moeten ter tekening voor \"gezien\" aan de ondertekenaar worden aangeboden binnen de bij artikel VII.216/24 vastgestelde termijnen. De zichttermijn loopt van de dagtekening van het visum, door de ondertekenaar op het orderbriefje geplaatst. Zijn weigering om het gedagtekend visum te plaatsen, wordt vastgesteld door een protest (artikel VII.216/26) en de zichttermijn begint te lopen van de dagtekening van het protest.\". Art. 138.In titel 6/1, ingevoegd bij artikel 100, wordt een hoofdstuk 4 ingevoegd, luidende : \"Hoofdstuk 4. Aanvullende bepalingen\". Art. 139.In hoofdstuk 4, ingevoegd bij artikel 138, wordt een afdeling 1 ingevoegd, luidende : \"Afdeling 1. Fondsbezorging\". Art. 140.In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 139, worden de artikelen VII.216/81 tot VII.216/87 ingevoegd, luidende : \"Art. VII.216/81. Fonds moet worden bezorgd door de trekker, of indien de wisselbrief voor andermans rekening is getrokken, door de lastgever of ordergever.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/82. Fonds is bezorgd wanneer de betrokkene op de vervaldag in het bezit is van een waarde of van een waarborg die toereikend is om hem volledig te dekken en die door de trekker of de ordergever bestemd is om de betaling van de wisselbrief te verzekeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/83. De houder heeft tegenover de schuldeisers van de trekker een bevoorrechte schuldvordering op het fonds dat in handen van de betrokkenen is bij de opeisbaarheid van de wisselbrief, onverminderd de toepassing van artikel XX.111.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien verscheidene wisselbrieven door een zelfde trekker op een zelfde persoon zijn getrokken, en het fonds dat de betrokkene in handen heeft, ontoereikend is om ze alle te kwijten, worden zij op de volgende wijze betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het fonds een zekere en bepaalde zaak is, worden de wisselbrieven tot de betaling waarvan het fonds in het bijzonder was bestemd, vóór alle andere betaald, onverminderd evenwel de rechten die aan de betrokkene door vroegere acceptaties mochten zijn toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebreke van een bijzondere bestemming, worden de geaccepteerde wisselbrieven betaald bij voorrang boven de niet geaccepteerde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het fonds is bezorgd in vervangbare zaken, hebben de geaccepteerde wisselbrieven voorrang boven de niet geaccepteerde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Komen verscheidene geaccepteerde of verscheidene niet-geaccepteerde wisselbrieven gelijktijdig in aanmerking, dan worden zij ponds- pondsgewijs betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alles met dien verstande dat de betrokkene die niet in staat van faillissement verkeert, in geval van acceptatie zijn persoonlijke verbintenissen moet nakomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/84. Het bij artikel VII.216/54 uitgesproken verval heeft niet plaats wanneer de trekker in gebreke blijft aan te tonen dat er fonds bezorgd is op de vervaldag, of wanneer hij, na verstrijking van de in artikel VII.216/54 bepaalde termijnen, op om het even welke wijze de voor betaling van de wisselbrief bestemde gelden heeft ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzelfde geldt wanneer de endossant zich onrechtmatig heeft verrijkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gevallen van dit artikel, verjaart de overblijvende rechtsvordering door verloop van één jaar met ingang van de in artikel VII.216/54 bepaalde datum van verval.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/85. De houder of de trekker van een wisselbrief heeft tegen de betrokkene die niet heeft geaccepteerd, maar fonds in handen heeft, een rechtstreekse vordering tot betaling van de wisselbrief ten belope van het fonds.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/86. De betrokkene kan het fonds niet meer uit handen geven indien de houder hem zulks verbiedt. Dit verbod kan gedaan worden door middel van een gewone brief, die echter moet gevolgd worden door een dagvaarding binnen vijftien dagen na de vervaldag. Het protest van niet-betaling geldt als verbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/87. In het geval van een rechtsvordering als bedoeld in artikel VII.216/29 tweede lid, is de trekker niet verplicht het bestaan van het fonds te bewijzen.\". Art. 141.In hoofdstuk 4, ingevoegd bij artikel 138, wordt een afdeling 2 ingevoegd, luidende : \"Afdeling 2. Betaling van vermiste wisselbrieven\". Art. 142.In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 141, worden de artikelen VII.216/88 tot VII.216/93 ingevoegd, luidende : \"Art. VII.216/88. In geval van onvrijwillige en toevallige buitenbezitstelling van een niet geaccepteerde wisselbrief, kan degene aan wie hij toebehoort de betaling ervan vervolgen op een tweede, derde, vierde exemplaar, enz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/89. Indien de vermiste wisselbrief van acceptatie voorzien is, kan de betaling ervan niet gevorderd worden op een tweede, derde, vierde exemplaar, enz. dan krachtens een beschikking van de voorzitter van de ondernemingsrechtbank en tegen borgstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/90. Indien hij die onvrijwillig en toevallig buiten bezit van een al dan niet geaccepteerde wisselbrief gesteld is, het tweede, derde, vierde exemplaar, enz., niet kan vertonen, kan hij de betaling van de vermiste wisselbrief vragen en ze verkrijgen krachtens een beschikking van de voorzitter van de ondernemingsrechtbank, mits hij van zijn eigendom doet blijken en tegen borgstelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/91. Wordt de betaling geweigerd, dan bewaart de eigenaar van de vermiste wisselbrief al zijn rechten door een akte van protestatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze akte moet opgemaakt worden uiterlijk de tweede dag na de vervaldag van de vermiste wisselbrief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij moet aan de trekkers en aan de endossanten bij deurwaardersexploot worden betekend binnen vijftien dagen te rekenen van haar dagtekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om geldig te zijn moet zij niet noodzakelijk door een rechterlijke beslissing of door een borgstelling zijn voorafgegaan Art. VII.216/92. De eigenaar van de vermiste wisselbrief moet, om zich het tweede exemplaar ervan aan te schaffen, zich tot zijn onmiddellijke endossant wenden, die verplicht is hem zijn naam en zijn medewerking te verlenen om zijn eigen endossant aan te spreken, en zo vervolgens van endossant tot endossant tot aan de trekker van de wisselbrief.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nadat de trekker het tweede exemplaar heeft uitgeleverd, is elke endossant verplicht daarop zijn endossement opnieuw aan te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eigenaar van de vermiste wisselbrief draagt de kosten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/93. De in de artikelen VII.216/89 en VII.216/90 vermelde verbintenis van de borg eindigt na drie jaren, indien er gedurende die tijd noch rechtsvordering noch rechtsvervolging is geweest.\". Art. 143.In hoofdstuk 4, ingevoegd bij artikel 138, wordt een afdeling 3 ingevoegd, luidende : \"Afdeling 3. Bijzondere bepalingen\". Art. 144.In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 143, worden de artikelen VII.216/94 tot VII.216/96 ingevoegd, luidende : \"Art. VII.216/94. Verbintenissen die een Belg in het buitenland ter zake van wisselbrieven en orderbriefjes heeft aangegaan, worden in België slechts dan als geldig erkend, indien hij volgens de Belgische wet de vereiste bekwaamheid bezat om die verbintenissen aan te gaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/95. Het endossement van een wisselbrief of van een orderbriefje draagt de persoonlijke en zakelijke zekerheden, met name de voorrechten en de hypotheek die de betaling ervan waarborgen, op de geëndosseerde over.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens andersluidend beding van het contract van kredietopening, genieten de houders van de wisselbrieven en orderbriefjes welke overeenkomstig de bepalingen van dat contract zijn getrokken of geëndosseerd, de zekerheden die de kredietopening waarborgen, ten belope van het bedrag dat krachtens de kredietopening zal verschuldigd blijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijn de zekerheden niet toereikend om de crediteur en de derden, houders van de wisselbrieven en van de orderbriefjes, te dekken, dan worden die derden betaald bij voorrang boven de crediteur en zo nodig pondspondsgewijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/96. Onverminderd de toepassing van de formaliteiten, voorgeschreven voor de uitoefening van de rechten van regres, kan de houder van een wegens niet-betaling geprotesteerde wisselbrief, met verlof van de beslagrechter, conservatoir beslag leggen op de roerende goederen van de trekkers, acceptanten en endossanten.\". Art. 145.In hoofdstuk 4, ingevoegd bij artikel 138, wordt een afdeling 4 ingevoegd, luidende : \"Afdeling 4. Protesten\". Art. 146.In afdeling 4, ingevoegd bij artikel 145, worden de artikelen VII.216/97 tot VII.216/100 ingevoegd, luidende : \"Art. VII.216/97. § 1. De protesten wegens niet-acceptatie of wegens niet-betaling worden door de gerechtsdeurwaarders opgemaakt. § 2. De protesten worden opgemaakt : 1° aan de woonplaats of zetel aangewezen op het handelspapier, en bij ontbreken van aanwijzing, aan de laatste bekende woonplaats of zetel van de debiteur;2° aan de woonplaats of zetel van de personen die op het handelspapier, hetzij door de trekker, hetzij door de endossant zijn aangewezen om zo nodig het handelspapier te betalen;3° aan de woonplaats of zetel van de derde die bij tussenkomst heeft geaccepteerd. In geval van een valse of onjuiste aanwijzing van de woonplaats of zetel stelt de gerechtsdeurwaarder in de akte vast dat de debiteur niet is gevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/98. De protestakte bevat de volgende vermeldingen, in zoverre ze relevant zijn met het soort handelspapier waarop het protest betrekking heeft : 1° de plaats, datum en aard van het protest;2° het soort handelspapier waarop het protest betrekking heeft;3° de naam en voornamen, rechtsvorm of bijzondere benaming van de begunstigde van het orderbriefje of van de trekker van de wisselbrief, alsook zijn woonplaats of, indien het een rechtspersoon betreft, zijn maatschappelijke zetel en zijn ondernemingsnummer;4° de naam en voornamen, rechtsvorm of bijzondere benaming van de ondertekenaar van het orderbriefje of van de betrokkene van de wisselbrief, alsook de vermelding of hij de wisselbrief al dan niet geaccepteerd heeft, zijn woonplaats of, indien het een rechtspersoon betreft, zijn maatschappelijke zetel en zijn ondernemingsnummer;5° de vervaldag;6° het bedrag van het handelspapier en, indien dat zou verschillen, het bedrag waarvoor het protest werd opgemaakt;7° de reden van de weigering die aanleiding geeft tot het protest;8° de gedetailleerde kosten van de akte;9° de naam en voornamen van de persoon die de protestakte heeft opgemaakt;10° de naam van de verzoeker;11° de aan- of afwezigheid van degene die moet betalen; 12° de naam van de persoon aan wie het in artikel VII.216/99 bedoelde bericht is overhandigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/99. Hij die het protest heeft opgemaakt, laat op de in artikel VII.216/97, § 2, bedoelde woonplaats of zetel een bericht na, met volgende vermeldingen : 1° de naam en het adres van de houder die om het protest verzocht heeft;2° de naam van degene die het protest heeft opgemaakt;3° het bedrag van het geprotesteerde handelspapier. Indien niemand wordt aangetroffen aan de bedoelde woonplaats of zetel, vermeldt de protestakte dit feit en wordt geen bericht nagelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/100. De Koning bepaalt de vorm van de in artikel VII.216/98 bedoelde protestakten en van het in artikel VII.216/99 bedoelde bericht.\". Art. 147.In titel 6/1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 100, wordt een hoofdstuk 5 ingevoegd, luidende : \"Hoofdstuk 5. De cheque\" Art. 148.In hoofdstuk 5, ingevoegd bij artikel 147, wordt een afdeling 1 ingevoegd, luidende : \"Afdeling 1. Uitgifte en vorm van de cheque\". Art. 149.In afdeling 1, ingevoegd bij artikel 148, worden de artikelen VII.216/101 tot VII.216/113 ingevoegd, luidende : \"Art. VII.216/101. De cheque behelst : 1° De benaming \"cheque\", opgenomen in de tekst zelf en uitgedrukt in de taal waarin de titel is gesteld;2° De onvoorwaardelijke opdracht tot betaling van een bepaalde som;3° De naam van degene die betalen moet (betrokkene);4° De aanwijzing van de plaats waar de betaling moet geschieden;5° De vermelding van de dagtekening, alsmede van de plaats waar de cheque is getrokken;6° De handtekening van degene die de cheque uitgeeft (trekker).De handtekening, waarvan sprake, kan vervangen worden door een notariële akte in brevet, die op de cheque gesteld wordt en waaruit de wil blijkt van degene die zou hebben moeten ondertekenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/102. De titel waarin een der vermeldingen, in het voorgaande artikel aangegeven, ontbreekt, geldt niet als cheque, behoudens in de gevallen bepaald in de leden 2 tot 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebreke van een bijzondere aanwijzing wordt de plaats, aangegeven naast de naam van de betrokkene, geacht te zijn de plaats van betaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien meer dan een plaats is aangegeven naast de naam van de betrokkene, is de cheque betaalbaar in de eerst-aangegeven plaats.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebreke van die aanwijzingen of van iedere andere aanwijzing, is de cheque betaalbaar in de plaats waar het hoofdkantoor van de betrokkene is gevestigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cheque welke niet de plaats vermeldt waar hij is getrokken, wordt geacht te zijn ondertekend in de plaats aangegeven naast de naam van de trekker.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII 216/103. De cheque wordt getrokken op een bankier die gedurende de gehele aanbiedingstermijn fonds onder zich heeft ter beschikking van de trekker, en krachtens een uitdrukkelijke of stilzwijgende overeenkomst, volgens welke de trekker het recht heeft bij cheque over dat fonds te beschikken.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van niet-inachtneming van die voorschriften, met uitzondering van het voorschrift volgens hetwelk op een bankier moet worden getrokken, blijft de titel niettemin als cheque geldig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/104. De cheque kan niet worden geaccepteerd. Een vermelding van acceptatie, op de cheque gesteld, wordt voor niet geschreven gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het staat de trekker evenwel vrij de cheque door de betrokkene te laten certificeren of viseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het visum heeft geen ander gevolg dan vast te stellen dat op het ogenblik van het visum het fonds aanwezig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De certificering heeft tot gevolg dat het fonds, op de verantwoordelijkheid van de betrokkene, tot het einde van de aanbiedingstermijn ten behoeve van de houder geblokkeerd blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het visum of de certificering worden geweigerd wanneer het fonds ontoereikend is, rekening houdend met de vroeger gegeven visa en certificaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/105. De cheque kan betaalbaar worden gesteld : 1° Aan een met name genoemde persoon, met of zonder uitdrukkelijke clausule \"aan order\";2° Aan een met name genoemde persoon, met de clausule \"niet aan order\", of een daarmee gelijkstaande clausule;3° Aan toonder. De cheque, betaalbaar gesteld aan een met name genoemde persoon met de vermelding \"of aan toonder\", of een daarmee gelijkstaande uitdrukking, geldt als cheque aan toonder.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cheque zonder vermelding van de nemer geldt als cheque aan toonder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/106. De cheque kan aan de order van de trekker zelf luiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cheque kan worden getrokken voor rekening van een derde.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cheque, met uitzondering van de cheque aan toonder, kan worden getrokken op de trekker zelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/107. Elke in de cheque opgenomen renteclausule wordt als niet geschreven beschouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/108. De cheque kan betaalbaar zijn aan de woonplaats van een derde, hetzij in de plaats waar de betrokkene zijn woonplaats heeft, hetzij in een andere plaats, mits echter de derde een bankier is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/109. De cheque waarvan het bedrag voluit in letters en tevens in cijfers is geschreven, geldt, in geval van verschil, ten belope van de som voluit in letters geschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cheque waarvan het bedrag meermalen is geschreven, hetzij voluit in letters, hetzij in cijfers, geldt, in geval van verschil, slechts ten belope van de kleinste som.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/110. Indien de cheque handtekeningen bevat van personen die onbekwaam zijn zich door middel van een cheque te verbinden, valse handtekeningen of handtekeningen van verdichte personen bevat, of handtekeningen welke, onverschillig om welke andere reden, de personen die deze handtekeningen op de cheque hebben geplaatst of in wier naam zulks is geschied, niet kunnen verbinden, zijn de verbintenissen van de andere personen wier handtekening op de cheque voorkomt, niettemin geldig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/111. Ieder die zijn handtekening op een cheque plaatst als vertegenwoordiger van een persoon voor wie hij niet de bevoegdheid had te handelen, is zelf krachtens de cheque verbonden, en heeft, indien hij betaalt, dezelfde rechten als de beweerde vertegenwoordigde zou hebben gehad. Hetzelfde geldt ten aanzien van de vertegenwoordiger die zijn bevoegdheid heeft overschreden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/112. De trekker staat in voor de betaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke clausule waarbij hij deze verplichting uitsluit, wordt als niet geschreven beschouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/113. Indien een cheque, onvolledig ten tijde van de uitgifte, volledig is gemaakt in strijd met de aangegane overeenkomsten, kan de niet-naleving van die overeenkomsten niet worden tegengeworpen aan de houder, tenzij deze de cheque te kwader trouw heeft verkregen of hem grove schuld bij de verkrijging te wijten is.\". Art. 150.In hoofdstuk 5, ingevoegd bij artikel 147, wordt een afdeling 2 ingevoegd, luidende : \"Afdeling 2. Overdracht\". Art. 151.In afdeling 2, ingevoegd bij artikel 150, worden de artikelen VII.216/114 tot VII.216/124 ingevoegd, luidende : \"Art. VII.216/114. De cheque die betaalbaar is gesteld aan een met name genoemde persoon met of zonder uitdrukkelijke clausule \"aan order\", kan door middel van endossement worden overgedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De cheque die betaalbaar is gesteld aan een met name genoemde persoon met de clausule \"niet aan order\", of een daarmee gelijkstaande clausule, kan slechts worden overgedragen in de vorm en met de gevolgen van een gewone overdracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het endossement kan worden gesteld zelfs ten voordele van de trekker of van elke andere chequeschuldenaar. Deze personen kunnen de cheque opnieuw endosseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/115. Het endossement moet onvoorwaardelijk zijn. Elke voorwaarde waaraan het is onderworpen, wordt als niet geschreven beschouwd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gedeeltelijke endossement is nietig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het endossement van de betrokkene is eveneens nietig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het endossement aan toonder geldt als endossement in blanco.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het endossement aan de betrokkene geldt slechts als kwijting, behoudens wanneer de betrokkene verscheidene kantoren heeft en wanneer het endossement is gesteld ten voordele van een ander kantoor dan dat waarop de cheque is getrokken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/116. Het endossement moet gesteld worden op de cheque of op een daaraan vastgehecht blad (verlengstuk). Het moet worden ondertekend door de endossant.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het endossement kan de geëndosseerde onvermeld laten of bestaan uit de enkele handtekening van de endossant (endossement in blanco). In het laatste geval moet het endossement, om geldig te zijn, op de rugzijde van de cheque of op het verlengstuk worden gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/117. Door het endossement worden alle uit de cheque voortvloeiende rechten overgedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het endossement in blanco is, kan de houder : 1° het blanco invullen, hetzij met zijn eigen naam, hetzij met de naam van een andere persoon;2° de cheque wederom in blanco of aan een andere persoon endosseren;3° de cheque aan een derde overgeven, zonder het blanco in te vullen en zonder hem te endosseren. Art. VII.216/118. De endossant staat in voor de betaling, tenzij het tegendeel bedongen is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij kan een endossement verbieden; in dat geval staat hij tegenover de personen aan wie de cheque later is geëndosseerd, niet in voor de betaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/119. Hij die een door endossement overdraagbare cheque onder zich heeft, wordt beschouwd als de rechtmatige houder, indien hij van zijn recht doet blijken door een ononderbroken reeks van endossementen, ook al is het laatste endossement in blanco gesteld. De doorgehaalde endossementen worden te dien aanzien voor niet geschreven gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een endossement in blanco door een ander endossement is gevolgd, wordt de ondertekenaar van dit laatste geacht de cheque door het endossement in blanco verkregen te hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/120. Een op een cheque aan toonder voorkomend endossement maakt de endossant verantwoordelijk overeenkomstig de bepalingen betreffende het recht van regres; het maakt overigens de titel niet tot een cheque aan order.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/121. Indien een cheque aan toonder of een cheque, die geëndosseerd kan worden, waarop de houder op de wijze bij artikel VII.216/119 bepaald, zijn recht doet gelden, hoe dan ook uit iemands handen is geraakt, is de houder die haar in handen heeft gekregen, niet verplicht de cheque af te staan, tenzij hij deze te kwader trouw heeft verkregen, of, bij dezelver verkrijging, een zware fout heeft begaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/122. Zij die uit hoofde van de cheque worden aangesproken, kunnen de verweermiddelen, gegrond op hun persoonlijke verhouding tot de trekker of tot vroegere houders, niet aan de houder tegenwerpen, tenzij deze bij de verkrijging van de cheque desbewust ten nadele van de schuldenaar heeft gehandeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/123. Wanneer het endossement de vermelding bevat \"waarde ter incassering\", \"ter incasso\", \"in lastgeving\" of enige andere vermelding die niets meer dan een opdracht tot inning in zich sluit, kan de houder alle uit de cheque voortvloeiende rechten uitoefenen, maar hij kan hem niet anders endosseren dan als lastgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De chequeschuldenaars kunnen in dat geval aan de houder slechts de verweermiddelen tegenwerpen welke aan de endossant zouden kunnen worden tegengeworpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opdracht, vervat in een incasso-endossement, eindigt niet door de dood of door de latere onbekwaamheid van de lastgever.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/124. Het endossement, na het protest of de daarmee gelijkstaande verklaring of na het einde van de aanbiedingstermijn op de cheque gesteld, heeft slechts de gevolgen van een gewone overdracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens tegenbewijs, wordt het endossement zonder dagtekening geacht te zijn gesteld vóór het protest of de daarmee gelijkstaande verklaringen of vóór het verstrijken van de in het eerste lid bedoelde termijn.\". Art. 152.In hoofdstuk 5, ingevoegd bij artikel 147, wordt een afdeling 3 ingevoegd, luidende : \"Afdeling 3. Aval\". Art. 153.In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 152, worden de artikelen VII.216/125 tot VII.216/127 ingevoegd, luidende : \"Art. VII.216/125. De betaling van de cheque kan zowel voor zijn geheel bedrag als voor een gedeelte daarvan door een borgtocht (aval) worden verzekerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze borgtocht kan door een derde, behalve door de betrokkene, of zelfs door iemand wiens handtekening op de cheque voorkomt, worden gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/126. Het aval wordt op de cheque of op een verlengstuk gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het kan eveneens bij afzonderlijke akte worden gegeven op voorwaarde dat de plaats waar het is tot stand gekomen, erop vermeld wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het wordt uitgedrukt door de woorden \"goed voor aval\", of door enige andere daarmee gelijkstaande uitdrukking; het wordt door de avalgever ondertekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De enkele handtekening van de avalgever, gesteld op de voorzijde van de cheque, geldt als aval, behalve wanneer de handtekening die is van de trekker.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het aval moet worden vermeld voor wie het is gegeven. Bij gebreke hiervan wordt het geacht voor de trekker te zijn gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. VII.216/127. De avalgever is op dezelfde wijze verbonden als degene voor wie het aval is gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijn verbintenis is geldig, zelfs indien wegens een andere oorzaak dan een vormgebrek de door hem gewaarborgde verbintenis nietig is.</p></div>", "next": 239446}