{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten genomen reglement van de CBFA dat de rapporteringsinhoud, -frequentie en -wijze bepaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien kan de CBFA voorschrijven dat haar geregeld andere cijfergegevens of uitleg wordt verstrekt om te kunnen nagaan of de voorschriften van deze Titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen zijn nageleefd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In bijzondere gevallen kan de CBFA afwijkingen toestaan van het in het eerste lid bedoelde reglement.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in het eerste lid bedoelde reglement wordt genomen na raadpleging van de betrokken beroepsverenigingen. Art. 82.Onverminderd artikel 69, behoren relaties tussen de instelling voor collectieve belegging en een bepaalde deelnemer niet tot de bevoegdheid van de CBFA, tenzij het toezicht op de instelling voor collectieve belegging dit vergt. Afdeling II. - Revisoraal toezicht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-83\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 83</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De instellingen voor collectieve belegging moeten een commissaris aanstellen die de opdracht van commissaris uitoefent zoals bedoeld in het Wetboek van vennootschappen Artikel 141, 2°, van het Wetboek van vennootschappen is niet van toepassing op de instellingen voor collectieve belegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van het Wetboek van vennootschappen met betrekking tot de benoeming, de bezoldiging, het ontslag, de herroeping en de bevoegdheden van de commissaris van rechtspersonen die worden beheerst door het Wetboek van vennootschappen, zijn van toepassing op de commissaris die is aangesteld bij een gemeenschappelijk beleggingsfonds. § 2. De opdracht van commissaris mag bij instellingen voor collectieve belegging enkel worden toevertrouwd aan één of meer revisoren of één of meer revisorenvennootschappen die daartoe door de CBFA zijn erkend overeenkomstig artikel 52 van de wet van 22 maart 1993.</p>\n<p class=\"lf-p\">De instellingen voor collectieve belegging mogen plaatsvervangende commissarissen aanstellen, die de taak van de commissaris waarnemen als hij langdurig verhinderd is. De voorschriften van dit artikel en van artikel 84 zijn van toepassing op deze plaatsvervangers. Art. 84.Overeenkomstig artikel 33, § 2, van de wet van 22 juli 1953Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/07/1953 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/2009 numac 2009000714 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende oprichting van een Instituut van de bedrijfsrevisoren en organisatie van het publiek toezicht op het beroep van bedrijfsrevisor, gecoördineerd op 30 april 2007. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende oprichting van een Instituut der Bedrijfsrevisoren, doen de erkende revisorenvennootschappen, voor de uitoefening van de taak van commissaris bedoeld in artikel 83, een beroep op een erkende revisor die zij aanduiden. De voorschriften van deze wet en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen, die de aanstelling, de taak en de verplichtingen van en de verbodsbepalingen voor commissarissen, alsook de andere op hen toepasselijke sancties dan strafrechtelijke sancties regelen, gelden zowel voor de revisorenvennootschappen als voor de erkende revisoren die hen vertegenwoordigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een erkende revisorenvennootschap mag een plaatsvervangend vertegenwoordiger aanstellen onder haar leden die voldoen aan de aanstellingsvoorwaarden. Art. 85.Het Instituut der Bedrijfsrevisoren brengt de CBFA op de hoogte telkens als een tuchtprocedure wordt ingeleid tegen een erkende revisor of een erkende revisorenvennootschap wegens een tekortkoming in de uitoefening van zijn of haar taak bij een instelling voor collectieve belegging. Art. 86.Voor de aanstelling van commissarissen en plaatsvervangende commissarissen bij instellingen voor collectieve belegging is de voorafgaande instemming van de CBFA vereist. Deze instemming moet worden gevraagd door het vennootschapsorgaan dat de aanstelling voorstelt. Bij aanstelling van een erkende revisorenvennootschap slaat deze instemming zowel op de vennootschap als op haar vertegenwoordiger en, in voorkomend geval, op haar plaatsvervangend vertegenwoordiger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze instemming is ook vereist voor de hernieuwing van een opdracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de aanstelling van de commissaris krachtens de wet geschiedt door de voorzitter van de rechtbank van koophandel of het hof van beroep, kiest hij uit een lijst van erkende revisoren die door de CBFA is goedgekeurd. Art. 87.De CBFA kan haar instemming overeenkomstig artikel 86 met een commissaris, een plaatsvervangend commissaris, een erkende revisorenvennootschap of een vertegenwoordiger of plaatsvervangend vertegenwoordiger van een dergelijke vennootschap, steeds herroepen bij beslissing die is gemotiveerd door redenen die verband houden met hun statuut of hun opdracht als erkende revisor of erkende revisorenvennootschap, zoals bepaald door of krachtens deze wet. Met deze herroeping eindigt de opdracht van commissaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een commissaris ontslag neemt, worden de CBFA en de instelling voor collectieve belegging daarvan vooraf in kennis gesteld, met opgave van de motivering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het erkenningsreglement bedoeld in artikel 52, eerste lid, van de wet van 22 maart 1993 regelt de procedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij afwezigheid van een plaatsvervangend commissaris of een plaatsvervangend vertegenwoordiger van een erkende revisorenvennootschap zorgt de instelling voor collectieve belegging of de erkende revisorenvennootschap, met naleving van artikel 86, binnen twee maanden voor zijn vervanging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voorstel om een commissaris bij een instelling voor collectieve belegging van zijn opdracht te ontslaan, zoals geregeld bij de artikelen 135 en 136 van het Wetboek van vennootschappen, wordt ter advies voorgelegd aan de CBFA. Dit advies wordt meegedeeld aan de algemene vergadering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-88\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 88</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De commissarissen verlenen hun medewerking aan het toezicht door de CBFA, op hun eigen uitsluitende verantwoordelijkheid en overeenkomstig deze paragraaf, volgens de regels van het vak en de richtlijnen van de CBFA. Daartoe : 1° vergewissen zij zich ervan dat de instellingen voor collectieve belegging de passende maatregelen hebben genomen voor de administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie en voor de interne controle in het vooruitzicht van de naleving van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en van het beheerreglement of de statuten;2° bevestigen zij voor de CBFA dat de jaarverslagen, de halfjaarlijkse verslagen en de driemaandelijkse financiële staten die haar door de instellingen voor collectieve belegging worden bezorgd krachtens artikel 76, § 1, alsook de periodieke informatie die haar wordt verstrekt krachtens artikel 81, volledig, juist en volgens de geldende regels zijn opgesteld;3° brengen zij bij de CBFA periodiek verslag uit of, op haar verzoek, bijzonder verslag uit over de organisatie, de werkzaamheden en de financiële structuur van de instelling voor collectieve belegging;4° brengen zij, in het kader van hun opdracht bij de instelling voor collectieve belegging of in het kader van een revisorale opdracht bij de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of elke andere entiteit die, rechtstreeks of onrechtstreeks, beheertaken uitoefent voor rekening van de instelling voor collectieve belegging, bij de bewaarder, alsook bij een onderneming die, in de zin van artikel 11 van het Wetboek van vennootschappen, verbonden is met de beleggingsvennootschap of de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, op eigen initiatief verslag uit bij de CBFA, zodra zij kennis krijgen van : a) beslissingen, feiten of ontwikkelingen die de positie van de instelling voor collectieve belegging financieel of op het vlak van haar administratieve, boekhoudkundige, financiële of technische organisatie of van haar interne controle, op betekenisvolle wijze beïnvloeden of kunnen beïnvloeden;b) beslissingen of feiten die kunnen wijzen op een overtreding van het Wetboek van vennootschappen, de statuten, deze Titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen;c) andere beslissingen of feiten die kunnen leiden tot een weigering om de rekeningen te certificeren of tot het formuleren van een voorbehoud Tegen commissarissen die te goeder trouw informatie hebben verstrekt als bedoeld in het 4° van deze paragraaf, kunnen geen burgerrechtelijke, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke vorderingen worden ingesteld, noch professionele sancties worden uitgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De commissarissen delen aan de leiders van, naargelang van het geval, de beleggingsvennootschap of de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging de verslagen mee die zij, overeenkomstig het eerste lid, 3°, aan de CBFA richten. Voor deze mededelingen geldt de geheimhoudingsplicht zoals geregeld bij artikel 76 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten. Zij bezorgen de CBFA een kopie van de mededelingen die zij aan deze leiders richten en die betrekking hebben op zaken die van belang kunnen zijn voor het toezicht dat zij uitoefent. § 2. De CBFA kan eisen dat de juistheid van de gegevens die haar worden verstrekt met toepassing van artikel 80, wordt bevestigd door de commissaris van de instelling voor collectieve belegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De commissarissen kunnen door de CBFA, op verzoek van de Nationale Bank van België of de Europese Centrale Bank, worden gelast te bevestigen dat de gegevens die de instellingen voor collectieve belegging aan deze autoriteiten moeten verstrekken, volledig, juist en volgens de geldende regels zijn opgesteld. HOOFDSTUK V. - Schrapping van de inschrijving, intrekking van de inschrijving en van de vergunning, uitzonderingsmaatregelen en bestuursrechtelijke sancties Art. 89.Bij beslissing die met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis wordt gebracht, schrapt de CBFA de inschrijving van instellingen voor collectieve belegging en, in voorkomend geval, van compartimenten, die hun bedrijf niet binnen drie maanden na hun inschrijving hebben aangevat, die afstand doen van hun inschrijving of die hun bedrijf hebben stopgezet. Voor de beleggingsvennootschappen trekt zij eveneens de vergunning in. Art. 90.Wanneer, met overtreding van artikel 52, § 3, tweede lid, geen aanvulling bij het prospectus over een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging wordt gepubliceerd, kan de CBFA, wanneer zij kennis heeft van een feit dat de publicatie van een dergelijke aanvulling rechtvaardigt, het aanbod opschorten tot de betrokken aanvulling bij het prospectus wordt gepubliceerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De CBFA kan de beslissing tot opschorting van de verrichting openbaar maken op kosten van de bieder.</p>\n<p class=\"lf-p\">De CBFA kan eenieder die in gebreke blijft om zich binnen de door haar bepaalde termijn te voegen naar een bevel tot opschorting van de verrichting dat hem werd gegeven overeenkomstig dit artikel, na die persoon te hebben gehoord of ten minste behoorlijk te hebben opgeroepen, een dwangsom opleggen die, per kalenderdag, niet meer mag bedragen dan 50.000 euro, noch meer dan 2.500.000 euro voor de miskenning van eenzelfde bevel tot opschorting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conform artikel 121, § 1, eerste lid, 4°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten kan beroep worden ingesteld tegen de door de CBFA krachtens het derde lid van dit artikel genomen beslissingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-91\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 91</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Oordeelt de CBFA : 1° dat een aanbod dreigt te geschieden of geschiedt onder voorwaarden waarbij het publiek kan worden misleid, met name over de risico's die inherent zijn aan de voorgestelde belegging of de rechten die verbonden zijn aan de effecten die het voorwerp uitmaken van het aanbod;of, 2° dat berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, het publiek kunnen misleiden, met name over de risico's die inherent zijn aan de voorgestelde belegging of de rechten die verbonden zijn aan de effecten die het voorwerp uitmaken van het aanbod, dan geeft ze daarvan, naargelang van het geval, kennis aan de bieder en/of de instelling voor collectieve belegging en/of de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en/of de personen op wier initiatief berichten, reclame en andere stukken worden gepubliceerd die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, en/of de door hen aangestelde bemiddelaars, en maant zij hen, in voorkomend geval, aan tot het nemen van bepaalde maatregelen die hieraan een einde kunnen stellen Wordt met deze kennisgeving geen rekening gehouden, dan kan de CBFA beslissen het aanbod op te schorten. Zij kan tevens beslissen tot opschorting of intrekking van de in het eerste lid bedoelde berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen. Tot slot kan zij de in het eerste lid bedoelde personen bevelen een rechtzetting te publiceren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het tweede lid bedoelde beslissingen worden met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de in het eerste lid bedoelde personen en, in het geval van een aanbod in de zin van artikel 3, 1°, b), van de betrokken marktondernemingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De CBFA kan de beslissing tot opschorting van het aanbod of tot opschorting of intrekking van de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, openbaar maken. Indien de in het tweede lid bedoelde rechtzetting niet binnen de vastgestelde termijn is geschied, kan de CBFA tevens het bevel tot rechtzetting openbaar maken, en, in voorkomend geval, zelf de gevraagde rechtzetting publiceren. De in dit lid bedoelde maatregelen van de CBFA gebeuren, naargelang van het geval, op kosten van de bieder en/ of de instelling voor collectieve belegging en/of de aangestelde beheervennootschap van de instellingen voor collectieve belegging en/of de personen op wier initiatief berichten, reclame en andere stukken worden gepubliceerd die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen, en/of de door hen aangestelde bemiddelaars.</p>\n<p class=\"lf-p\">De CBFA kan eenieder die in gebreke blijft om zich binnen de door haar bepaalde termijn te voegen naar een bevel tot opschorting of intrekking dat hem werd gegeven overeenkomstig het tweede lid, na die persoon te hebben gehoord of ten minste behoorlijk te hebben opgeroepen, een dwangsom opleggen die, per kalenderdag niet meer mag bedragen dan 50.000 euro, noch meer dan 2.500.000 euro voor de miskenning van eenzelfde bevel tot opschorting of intrekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conform artikel 121, § 1, eerste lid, 4°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten kan beroep worden ingesteld tegen de door de CBFA krachtens het vijfde lid van dit artikel genomen beslissingen. Art. 92.§ 1. Onverminderd de artikelen 90 en 91, stelt de CBFA, wanneer zij vaststelt dat een instelling voor collectieve belegging niet werkt overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen of overeenkomstig de bepalingen van het beheerreglement of de statuten, dat haar beheer of haar financiële positie de goede afloop van haar verbintenissen in het gedrang dreigt te brengen, of dat haar beheerstructuren, haar administratieve, boekhoudkundige, technische of financiële organisatie of haar interne controle ernstige leemten vertonen, of dat de rechten verbonden aan de effecten van de instelling voor collectieve belegging die het voorwerp uitmaken of hebben uitgemaakt van een openbaar aanbod, in het gedrang dreigen te komen, de termijn vast waarbinnen deze toestand moet worden verholpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de toestand na afloop van deze termijn niet is verholpen, kan de CBFA : 1° haar standpunt omtrent de krachtens het eerste lid gedane vaststellingen openbaar maken;deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de beleggingsvennootschap en/of de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging; 2° een speciaal commissaris aanstellen;3° elke uitgifte of elke inkoop van rechten van deelneming opschorten voor de termijn die zij bepaalt;4° de bevoegde marktondernemingen verzoeken de verhandeling van de effecten van de instelling voor collectieve belegging te schorsen;5° de vervanging gelasten van bestuurders van de beleggingsvennootschap of van de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging binnen een termijn die zij bepaalt en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt, in de plaats van de voltallige bestuurs- en beheerorganen van de beleggingsvennootschap en/of van de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging één of meer voorlopige bestuurders aanstellen die alleen of collegiaal, naargelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen personen.De CBFA maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad ; 6° de inschrijving van de instelling voor collectieve belegging en, in voorkomend geval, de vergunning van de beleggingsvennootschap herroepen. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het in § 1, tweede lid, 2° bedoelde geval is de schriftelijke, algemene of bijzondere toestemming van de speciaal commissaris vereist voor alle handelingen en beslissingen van alle organen van de beleggingsvennootschap en/of de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die, rechtstreeks of onrechtstreeks, betrekking hebben op de beheerde beleggingsinstelling, inclusief de algemene vergadering, alsook voor alle handelingen en beslissingen van de personen die instaan voor het beheer; de CBFA kan evenwel de verrichtingen waarvoor een toestemming is vereist, beperken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De speciaal commissaris mag elk voorstel dat hij nuttig acht, ter beraadslaging voorleggen aan alle organen van de beleggingsvennootschap of de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, inclusief de algemene vergadering, en aan de personen die instaan voor het beheer. De bezoldiging van de speciaal commissaris wordt vastgesteld door de CBFA en, naargelang van het geval, gedragen door de beleggingsvennootschap of door de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De leden van de bestuurs- en de beheerorganen en de personen die instaan voor het beheer, die handelingen stellen of beslissingen nemen zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voortvloeit voor de instelling voor collectieve belegging of voor derden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de CBFA de aanstelling van een speciaal commissaris openbaar heeft gemaakt in het Belgisch Staatsblad, met opgave van de handelingen en beslissingen waarvoor zijn toestemming vereist is, zijn alle handelingen en beslissingen zonder deze vereiste toestemming nietig, tenzij de speciaal commissaris die bekrachtigt. Onder dezelfde voorwaarden zijn alle beslissingen van de algemene vergadering zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris nietig, tenzij hij die bekrachtigt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De CBFA kan een plaatsvervangend commissaris aanstellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij ernstig gevaar voor de houders van effecten van de instelling voor collectieve belegging kan de CBFA een speciaal commissaris aanstellen zonder dat er voorafgaandelijk een termijn zoals bedoeld in § 1, eerste lid werd vastgesteld. § 3. In het in § 1, tweede lid, 3°, bedoelde geval zijn de leden van de bestuurs- en beheerorganen van de beleggingsvennootschap en/of de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, en de personen die instaan voor het beheer, die handelingen stellen of beslissingen nemen ondanks de schorsing, hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voortvloeit voor de instelling voor collectieve belegging of voor derden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de CBFA de schorsing openbaar heeft gemaakt in het Belgisch Staatsblad, zijn alle hiermee strijdige handelingen en beslissingen nietig. § 4. In het in § 1, tweede lid, 5°, bedoelde geval wordt de bezoldiging van de voorlopige bestuurder(s) vastgesteld door de CBFA en gedragen door de beleggingsvennootschap of door de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De CBFA kan op elk tijdstip de voorlopige bestuurder(s) vervangen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een meerderheid van deelnemers van de instelling voor collectieve belegging of van de aandeelhouders van de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, wanneer zij aantonen dat het beheer van de betrokkenen niet meer de nodige waarborgen biedt. § 5. De in § 1 bedoelde beslissingen van de CBFA hebben voor de beleggingsvennootschap en/of de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging uitwerking vanaf de datum van hun kennisgeving met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs en, voor derden, vanaf de datum van hun bekendmaking overeenkomstig de voorschriften van §§ 1 en 2. § 6. Paragraaf 1, eerste lid, en § 5 zijn niet van toepassing bij herroeping van de inschrijving van een failliet verklaarde instelling voor collectieve belegging. Art. 93.Onverminderd artikel 327, § 5 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, is de CBFA niet bevoegd inzake fiscale aangelegenheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de CBFA kennis heeft van het feit dat een beleggingsvennootschap en/of een aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging een bijzonder mechanisme heeft ingesteld met als doel of gevolg fiscale fraude door derden te bevorderen, zijn echter § 1, eerste en tweede lid, 2°, en § 2 van artikel 92 van toepassing. Art. 94.De CBFA brengt onmiddellijk de beslissingen die zij overeenkomstig de artikelen 89 tot 92 heeft genomen ter kennis van de autoriteiten die toezicht houden op de instellingen voor collectieve belegging van de andere Lidstaten van de Europese Economische Ruimte waar een instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht haar effecten openbaar aanbiedt. Zij houdt deze autoriteiten op de hoogte van de behandeling van het beroep tegen deze beslissingen overeenkomstig de artikelen 121, § 1, eerste lid, 4°, en 122, 22°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten. Art. 95.De instellingen voor collectieve belegging waarvan de inschrijving is ingetrokken of herroepen op grond van de artikelen 89 en 92, blijven onderworpen aan deze Titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen tot de terugbetaling van de houders van effecten van de instelling voor collectieve belegging die het voorwerp hebben uitgemaakt van een openbaar aanbod, tenzij de CBFA hen vrijstelt van bepaalde voorschriften.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel is niet van toepassing bij de herroeping van de inschrijving van een failliet verklaarde instelling voor collectieve belegging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-96\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 96</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschreven maatregelen, kan de CBFA een beleggingsvennootschap en/of een aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging een termijn opleggen waarbinnen : a) zij zich moet conformeren aan welbepaalde voorschriften van deze Titel of de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen, of b) zij de nodige aanpassingen moet aanbrengen in haar beheerstructuur, haar administratieve, boekhoudkundige, technische of financiële organisatie of haar interne controle. Indien de instelling voor collectieve belegging na afloop van de termijn in gebreke blijft, kan de CBFA haar, na haar te hebben gehoord of ten minste behoorlijk te hebben opgeroepen, een dwangsom opleggen van maximum 2.500.000 euro per overtreding of 50.000 euro per dag vertraging. § 2 Onverminderd de andere bij deze wet voorgeschreven maatregelen en onverminderd de bij andere wetten of andere reglementen voorgeschreven maatregelen, kan de CBFA, wanneer zij een overtreding vaststelt van de bepalingen van deze wet of de met toepassing ervan genomen maatregelen, een instelling voor collectieve belegging naar Belgisch recht een administratieve geldboete opleggen die niet minder mag bedragen dan 5.000 euro en, voor hetzelfde feit of geheel van feiten, niet meer mag bedragen dan 2.500.000 euro. § 3. De met toepassing van § 1 of § 2 en de artikelen 90 en 91 opgelegde dwangsommen en geldboetes worden geïnd ten gunste van de Schatkist door de Administratie van het Kadaster, de Registratie en Domeinen. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conform artikel 121, § 1, eerste lid, 4°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten kan beroep worden ingesteld tegen de door de CBFA krachtens §§ 1, tweede lid, en 2, genomen beslissingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL III. - Institutionele instellingen voor collectieve belegging HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Afdeling I. - Institutionele instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming Art. 97.Onder institutionele instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming wordt verstaan, een instelling : 1° met als uitsluitend doel de collectieve belegging in één van de in artikel 7, eerste lid, 2°, 3°, 4° en 9° bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen waarvoor een markt bestaat, overeenkomstig de bepalingen van deze Titel, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en haar beheerreglement of statuten;2° waarvan de financiële middelen uitsluitend worden aangetrokken bij institutionele of professionele beleggers die voor eigen rekening handelen, en waarvan de rechten van deelneming uitsluitend door dergelijke beleggers kunnen worden verworven;3° waarvan de rechten van deelneming, op verzoek van de deelnemers, rechtstreeks of onrechtstreeks, ten laste van haar activa worden ingekocht of terugbetaald tegen een prijs die wordt berekend op basis van de inventariswaarde;4° waarvan de rechten van deelneming op naam zijn gesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-98\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 98</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 11, §§ 1, 2, en 4, artikel 12, eerste en derde lid, en artikel 13 zijn van toepassing op de institutionele gemeenschappelijke beleggingsfondsen met een veranderlijk aantal rechten van deelneming. § 2. Het beheerreglement van een institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds mag worden gewijzigd bij beslissing van de algemene vergadering van deelnemers. § 3. Elk institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds met een veranderlijk aantal rechten van deelneming heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden « institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds naar Belgisch recht met een veranderlijk aantal rechten van deelneming » of « institutioneel open fonds naar Belgisch recht », ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op zijn naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen het fonds overeenkomstig artikel 7, eerste lid heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op zijn naam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-99\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 99</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 14, eerste lid en artikel 15, § 1 en § 3 tot en met § 6 en artikel 16 zijn van toepassing op de institutionele beleggingsvennootschap met een veranderlijk aantal rechten van deelneming. § 2. Een institutionele beleggingsvennootschap mag geen andere werkzaamheden verrichten dan omschreven in artikel 4, eerste lid, 1°, b), en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel. § 3. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van vennootschappen, bevat de naam van een institutionele beleggingsvennootschap met een veranderlijk aantal rechten van deelneming en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden « institutionele beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal naar Belgisch recht » of « institutionele Bevek naar Belgisch recht » ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen zij overeenkomstig artikel 7, eerste lid heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op haar naam. § 4. In afwijking van artikel 1 van het Wetboek van vennootschappen mag een institutionele beleggingsvennootschap met een veranderlijk aantal rechten van deelneming worden opgericht door een institutionele of professionele belegger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 646, § 1, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen is niet van toepassing. Afdeling II. - Institutionele instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming Art. 100.Onder institutionele instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming wordt verstaan, een instelling : 1° met als uitsluitend doel de collectieve belegging in één van de in artikel 7, eerste lid, 2° tot 6°, 8° en 9° bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en haar beheerreglement of statuten;2° waarvan de financiële middelen uitsluitend worden aangetrokken bij institutionele of professionele beleggers die voor eigen rekening handelen, en waarvan de rechten van deelneming uitsluitend door dergelijke beleggers kunnen worden verworven;3° waarvan de rechten van deelneming niet worden ingekocht op verzoek van de deelnemers ten laste van haar activa;4° waarvan de rechten van deelneming op naam zijn gesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-101\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 101</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 11, § 1, § 2 en § 4, artikel 12, eerste en derde lid, artikel 13 en artikel 18, § 3, zijn van toepassing op de institutionele gemeenschappelijke beleggingsfondsen met een vast aantal rechten van deelneming. § 2. Het beheerreglement van een institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds mag worden gewijzigd bij beslissing van de algemene vergadering van deelnemers. § 3. Elk institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds met een vast aantal rechten van deelneming heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden « institutioneel gemeenschappelijk beleggingsfonds naar Belgisch recht met een vast aantal rechten van deelneming » of « institutioneel besloten fonds naar Belgisch recht », ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op zijn naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen het fonds overeenkomstig artikel 7, eerste lid heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op zijn naam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-102\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 102</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 19, eerste lid en artikel 20, § 1, § 3 en § 4 zijn van toepassing op de institutionele beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming. § 2. Een institutionele beleggingsvennootschap mag geen andere werkzaamheden verrichten dan omschreven in artikel 4, eerste lid, 1°, b) en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel. § 3. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van vennootschappen, bevat de naam van een institutionele beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden « institutionele beleggings-vennootschap met vast kapitaal naar Belgisch recht » of « institutionele Bevak naar Belgisch recht » ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen zij overeenkomstig artikel 7, eerste lid heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op haar naam. § 4. In afwijking van artikel 1 van het Wetboek van vennootschappen mag een institutionele beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming worden opgericht door een institutionele of professionele belegger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 646, § 1, tweede lid van het Wetboek van vennootschappen is niet van toepassing. Afdeling III. - Institutionele instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen Art. 103.Onder institutionele instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen wordt verstaan, een instelling : 1° met als uitsluitend doel de collectieve belegging in de categorie van toegelaten beleggingen bedoeld in artikel 7, eerste lid, 7°, overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en haar beheerreglement of statuten;2° waarvan de financiële middelen uitsluitend worden aangetrokken bij institutionele of professionele beleggers die voor eigen rekening handelen, en waarvan de effecten uitsluitend door dergelijke beleggers kunnen worden verworven;3° waarvan de rechten van deelneming niet worden ingekocht op verzoek van de deelnemers ten laste van haar activa;4° waarvan de rechten van deelneming op naam zijn gesteld. Niettegenstaande het eerste lid, 2°, mag de overdrager van de schuldvorderingen die geen institutionele of professionele belegger is, effecten van de instelling verwerven of haar op een andere wijze financiële middelen verstrekken, in de mate dat de aldus verstrekte financiële middelen voornamelijk worden verstrekt om ten gunste van de andere beleggers de risico's van tekortkomingen in de betalingen van de schuldvorderingen te beheren.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-104\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 104</span><span class=\"lf-art-t\">De bepalingen van artikel 22, tweede en derde lid, zijn van toepassing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-105\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 105</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 11, §§ 1, 2 en 4, artikel 12, eerste en derde lid, 13 en artikel 18, § 3 zijn van toepassing op de institutionele gemeenschappelijke fondsen voor belegging in schuldvorderingen Het beheerreglement van een institutioneel gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen mag worden gewijzigd bij beslissing van de algemene vergadering van deelnemers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk institutioneel gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden « institutioneel gemeenschappelijk fonds voor belegging in schuldvorderingen naar Belgisch recht », ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op de naam. Art. 106.§ 1. Artikel 24, eerste lid, artikel 25, § 3, eerste lid, tweede lid en derde lid, eerste zin, § 4, artikel 26, § 1, eerste en derde lid en §§ 2 tot 4, artikel 27, § 1, eerste tot zevende lid en § 2 zijn van toepassing op de institutionele vennootschap voor belegging in schuldvorderingen. § 2. Een institutionele vennootschap voor belegging in schuldvorderingen mag geen andere werkzaamheden verrichten dan omschreven in artikel 4, eerste lid, 1°, b), en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel. § 3. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van vennootschappen, bevat de naam van de institutionele vennootschap voor belegging in schuldvorderingen en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden « institutionele vennootschap voor belegging in schuldvorderingen naar Belgisch recht » of « institutionele VBS naar Belgisch recht », ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. § 4. In afwijking van artikel 1 van het Wetboek van vennootschappen mag een institutionele beleggingsvennootschap in schuldvorderingen worden opgericht door een institutionele of professionele belegger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 646, § 1, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen is niet van toepassing. HOOFDSTUK II. - Bedrijfsvergunning en bedrijfsuitoefening Afdeling I. - Inschrijving</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-107\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 107</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de CBFA en na open raadpleging, de verplichtingen en de voorwaarden met betrekking tot de inschrijving waaraan de institutionele instellingen voor collectieve belegging bedoeld in de artikelen 97 en 100 moeten voldoen alvorens hun werkzaamheden aan te vatten, gelet op de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor zij geopteerd hebben. Art. 108.De institutionele instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen moeten zich, alvorens hun werkzaamheden aan te vatten, laten inschrijven bij de Federale Overheidsdienst Financiën op de lijst van de institutionele instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen. Deze verplichting geldt, in voorkomend geval, tevens voor de compartimenten van de instelling voor collectieve belegging. Art. 109.Een institutionele instelling voor collectieve belegging in schuldvorderingen wordt ingeschreven op deze lijst op voorlegging van een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van haar statuten of van haar beheerreglement De Koning bepaalt de inschrijvingsvoorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk document dat ter bevestiging van deze inschrijving wordt afgegeven door de Federale Overheidsdienst Financiën en elk document dat met het oog op de uitvoering van de verrichtingen van de beleggingsinstelling naar deze inschrijving verwijst, moet vermelden dat de inschrijving geen beoordeling inhoudt van de opportuniteit en de kwaliteit van de verrichtingen, evenmin als van de positie van de instelling voor collectieve belegging. Afdeling II. - Bedrijfsuitoefening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-110\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 110</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Koning stelt de verplichtingen en verbodsbepalingen vast waaraan de institutionele instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk en een vast aantal rechten van deelneming zijn onderworpen De Koning stelt de verplichtingen en verbodsbepalingen vast waaraan de institutionele instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen zijn onderworpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die besluiten worden door de Koning genomen op advies van de CBFA en na open raadpleging. Art. 111.Artikel 67, § 1, eerste lid, §§ 2 en 4 en artikel 83, § 1, eerste en derde lid, zijn van toepassing op de institutionele instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De institutionele instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen mogen steeds bijkomend of tijdelijk termijnbeleggingen, liquide middelen en effecten in bezit hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan bepalen volgens welke regels de institutionele instellingen voor collectieve belegging in schuldvorderingen hun boekhouding moeten voeren, in voorkomend geval per compartiment, inventarisramingen moeten verrichten en hun jaarrekening moeten opstellen en openbaar maken. HOOFDSTUK III. - Toezicht op de institutionele instellingen voor collectieve belegging Art. 112.De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de CBFA, de toepassing van de artikelen 80 tot 96 van deze wet uitbreiden tot de institutionele instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk en een vast aantal rechten van deelneming, gelet op de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor zij geopteerd hebben.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL IV. - Private instellingen voor collectieve belegging HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Afdeling I. - Private instellingen voor collectieve belegging</h3>\n<p class=\"lf-p\">met een veranderlijk aantal rechten van deelneming Art. 113.Onder private instelling voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming wordt verstaan, een instelling : 1° met als uitsluitend doel de collectieve belegging in één van de in artikel 7, eerste lid, 2°, 3°, 4° en 9° bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen waarvoor een markt bestaat, overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en haar beheerreglement of statuten;2° waarvan de financiële middelen uitsluitend worden aangetrokken bij private beleggers die voor eigen rekening handelen, en waarvan de rechten van deelneming uitsluitend kunnen worden verworven door dergelijke beleggers of door andere beleggers onder de door de Koning vastgestelde voorwaarden;3° waarvan de rechten van deelneming, op verzoek van de deelnemers, ten laste van de activa van deze instelling rechtstreeks of onrechtstreeks worden ingekocht of terugbetaald tegen een prijs die wordt berekend op basis van de inventariswaarde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-114\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 114</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 11, § 1, 2 en 4, artikel 12, eerste en derde lid en artikel 13 zijn van toepassing op de private gemeenschappelijke beleggingsfondsen met een veranderlijk aantal rechten van deelneming. § 2. Het beheerreglement van een privaat gemeenschappelijk beleggingsfonds mag worden gewijzigd bij beslissing van de algemene vergadering van deelnemers. § 3. Elk privaat gemeenschappelijk beleggingsfonds met een veranderlijk aantal rechten van deelneming heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden « privaat gemeenschappelijk beleggingsfonds naar Belgisch recht met een veranderlijk aantal rechten van deelneming » of « privaat open fonds naar Belgisch recht », ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op zijn naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen het fonds overeenkomstig artikel 7, eerste lid heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op zijn naam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-115\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 115</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 14, eerste lid, artikel 15, §§ 1, 3 tot 6 en artikel 16 zijn van toepassing op de private beleggingsvennootschap met een veranderlijk aantal rechten van deelneming. § 2. Een private beleggingsvennootschap mag geen andere werkzaamheden verrichten dan omschreven in artikel 4, eerste lid, 1°, c), en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel. § 3. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van vennootschappen, bevat de naam van de private beleggingsvennootschap met een veranderlijk aantal rechten van deelneming en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden « private beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal naar Belgisch recht » of « private Bevek naar Belgisch recht » ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen zij overeenkomstig artikel 7, eerste lid heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op haar naam. Afdeling II. - Private instellingen voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming Art. 116.Onder private instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming wordt verstaan, een instelling : 1° met als uitsluitend doel de collectieve belegging in één van de in artikel 7, eerste lid, 2° tot 6°, 8° en 9° bedoelde categorieën van toegelaten beleggingen overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en haar beheerreglement of statuten;2° waarvan de financiële middelen uitsluitend worden aangetrokken bij private beleggers die voor eigen rekening handelen, en waarvan de rechten van deelneming uitsluitend kunnen worden verworven door dergelijke beleggers of door andere beleggers onder de door de Koning vastgestelde voorwaarden;3° waarvan de rechten van deelneming niet worden ingekocht op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa van de instelling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-117\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 117</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 11, §§ 1, 2 en 4, artikel 12, eerste en derde lid, artikel 13 en artikel 18, § 3 zijn van toepassing op de private gemeenschappelijke beleggingsfondsen met een vast aantal rechten van deelneming. § 2. Het beheerreglement van een privaat gemeenschappelijk beleggingsfonds mag worden gewijzigd bij beslissing van de algemene vergadering van deelnemers. § 3. Elk privaat gemeenschappelijk beleggingsfonds met een vast aantal rechten van deelneming heeft een eigen naam; ofwel bevat deze naam de woorden « privaat gemeenschappelijk beleggingsfonds naar Belgisch recht met een vast aantal rechten van deelneming » of « privaat besloten fonds naar Belgisch recht », ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op zijn naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen het fonds overeenkomstig artikel 7, eerste lid heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op zijn naam.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-118\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 118</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 19, eerst lid en 20, §§ 1, 3 en 4, zijn van toepassing op de private beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming. § 2. Een private beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming mag geen andere werkzaamheden verrichten dan omschreven in artikel 4, eerste lid, 1°, c), en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar statutair doel. § 3. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van vennootschappen, bevat de maatschappelijke naam van de private beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming en alle stukken die van haar uitgaan, de woorden « private beleggingsvennootschap met vast kapitaal naar Belgisch recht » of « private Bevek naar Belgisch recht » ofwel volgen deze woorden onmiddellijk op haar naam. Indien uit deze naam niet blijkt voor welke categorie van toegelaten beleggingen zij overeenkomstig artikel 7, eerste lid heeft geopteerd, moet de aanduiding van die categorie altijd onmiddellijk volgen op haar naam. Afdeling III. - Private privaks</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-119\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 119</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder private privak wordt verstaan, de instelling voor collectieve belegging met een vast aantal rechten van deelneming die geregeld is bij statuten : 1° met als uitsluitend doel de collectieve belegging in de in artikel 7, eerste lid, 8°, bedoelde categorie van toegelaten beleggingen overeenkomstig de bepalingen van deze wet, de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen en haar statuten;2° waarvan de financiële middelen uitsluitend worden aangetrokken bij private beleggers die voor eigen rekening handelen, en waarvan de effecten uitsluitend kunnen worden verworven door dergelijke beleggers of door andere beleggers onder de door de Koning vastgestelde voorwaarden;3° waarvan de rechten van deelneming niet worden ingekocht op verzoek van de deelnemers ten laste van de activa van de instelling. Art. 120.Onder private privak wordt verstaan, de beleggingsvennootschap met een vast aantal rechten van deelneming die is opgericht als gewone commanditaire vennootschap, als commanditaire vennootschap op aandelen of als naamloze vennootschap, voor een maximale duur van 12 jaar en die is ingeschreven op de lijst van de private privaks bedoeld in artikel 123, § 2 Een private privak mag geen andere werkzaamheden verrichten dan omschreven in artikel 4, eerste lid, 1°, c), en zij mag geen andere activa bezitten dan die welke noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van haar doel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer zij is opgericht als naamloze vennootschap, wordt het dagelijks bestuur van de vennootschap opgedragen aan één enkele vennootschap die geen bestuurder is. Wanneer zij is opgericht als gewone commanditaire vennootschap of als commanditaire vennootschap op aandelen is deze vennootschap de enige beherende vennoot. De Koning bepaalt welke vennootschappen kunnen belast worden met het dagelijks bestuur van een private privak en aan welke voorwaarden deze vennootschappen zijn onderworpen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-121\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 121</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De private privak is onderworpen aan het Wetboek van vennootschappen voorzover daarvan niet wordt afgeweken door deze Titel en de ter uitvoering ervan genomen besluiten. § 2. In afwijking van artikel 78 van het Wetboek van vennootschappen moeten de naam van de private privak en alle stukken die van haar uitgaan de woorden « private privak naar Belgisch recht » bevatten ofwel moeten deze woorden de onmiddellijk volgen op haar naam. § 3. In afwijking van artikel 93, tweede lid van het Wetboek van vennootschappen moet de private privak in alle gevallen een jaarrekening opstellen volgens de regels die de Koning heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 92, § 1, van dat Wetboek. § 4 In afwijking van artikel 97 van het Wetboek van vennootschappen moet de private privak haar jaarrekening neerleggen bij de Nationale Bank van België volgens de nadere regels die volgen uit de artikelen 98. en volgende van dat Wetboek. § 5. In afwijking van artikel 141, 1° en 2°, van het Wetboek van vennootschappen moet de private privak de controle van haar jaarrekening ingevolg de toepassing van artikel 142 van dat Wetboek opdragen aan een of meer commissarissen. In afwijking van artikel 144, eerste lid, 6°, van dat Wetboek mag (mogen) deze commissaris(sen) die kennis heeft (hebben) gekregen van overtredingen van de statutaire bepalingen aangaande het statuut als instelling voor collectieve belegging, in geen geval de melding van deze overtredingen, die bovendien omstandig moet zijn en met opgave van de overtreden bepalingen, uit het verslag weglaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gevallen bepaald door de Koning zendt (zenden) de commissaris(sen) een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het verslag aan de CBFA. § 6. In afwijking van de artikelen 184, eerste lid, 187 en 193 van het Wetboek van vennootschappen wordt de wijze van vereffening en van aanstelling van de vereffenaar(s) statutair bepaald, mag de beleggingsvennootschap geen nieuwe beleggingen meer verrichten in niet-genoteerde vennootschappen na het proces-verbaal van de invereffeningstelling en moeten in alle gevallen tijdens de vereffening jaarrekeningen worden opgemaakt volgens de regels die de Koning heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 92, § 1 van dat Wetboek. HOOFDSTUK II. - Bedrijfsvergunning en bedrijfsuitoefening Afdeling I. - Inschrijving</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-122\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 122</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de CBFA en na open raadpleging, de verplichtingen en de voorwaarden met betrekking tot de inschrijving waaraan de private instellingen voor collectieve belegging bedoeld in de artikelen 113 en 116 moeten voldoen alvorens hun werkzaamheden aan te vatten, gelet op de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor zij geopteerd hebben. Art. 123.§ 1. De private privaks moeten zich, alvorens hun werkzaamheden aan te vatten, bij de Federale Overheidsdienst Financiën laten inschrijven op de lijst van de private privaks Deze lijst kan worden onderverdeeld in rubrieken en subrubrieken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk document dat ter bevestiging van deze inschrijving wordt afgegeven door de Federale Overheidsdienst Financiën en elk document dat met het oog op de uitvoering van de verrichtingen van de beleggingsinstelling naar deze inschrijving verwijst, moet vermelden dat de inschrijving geen beoordeling inhoudt van de opportuniteit en de kwaliteit van de verrichtingen, evenmin als van de positie van de instelling voor collectieve belegging. § 2. De Federale Overheidsdienst Financiën stelt, op basis van de gegevens die zij bij de inschrijving heeft ontvangen, informatie ter beschikking van het publiek betreffende de identiteit van de vennootschappen die zijn ingeschreven op of geschrapt van de lijst van de private privaks alsmede van de vennootschap bedoeld in artikel 120, derde lid. Afdeling II. - Bedrijfsuitoefening</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-124\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 124</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Koning stelt, bij besluit genomen na advies van de CBFA en na open raadpleging, de verplichtingen en verbodsbepalingen vast waaraan de private instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk en een vast aantal rechten van deelneming alsook de private privaks zijn onderworpen. Art. 125.§ 1. De Koning kan de regels bepalen die de private privak en de vennootschap bedoeld in artikel 120, derde lid, moeten naleven om belangenconflicten met de effectenhouders van de private privak te vermijden. § 2. Een private privak mag niet zoveel effecten van eenzelfde vennootschap verwerven dat zij, rekening houdend met de structuur en de spreiding van de aandeelhouderskring van die vennootschap, met deze effecten een invloed zou kunnen uitoefenen op het bestuur van de bedoelde vennootschap of op de aanstelling van haar leiders De Koning legt de grenzen vast voor het bezit van effecten van eenzelfde categorie van eenzelfde emittent door een private privak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een private privak mag zich er niet toe verbinden om op een welbepaalde manier te stemmen met de effecten die zij beheert, of om te stemmen volgens de instructies van andere personen dan de deelnemers die in algemene vergadering bijeen zijn. Een private privak mag zich er niet toe verbinden om effecten niet te verkopen, om een voorkooprecht te verlenen of om enige andere overeenkomst te sluiten die haar beheerautonomie zou belemmeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke andersluidende overeenkomst is nietig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan voorzien in uitzonderingen op het eerste tot het vierde lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste tot het vierde lid zijn niet van toepassing in de gevallen waarin een private privak dochterondernemingen heeft opgericht die zelf instellingen voor collectieve belegging zijn in de zin van artikel 4. § 3. De private privaks kunnen steeds bijkomend of tijdelijk : 1° termijnbeleggingen van maximaal 6 maanden of liquide middelen houden;2° genoteerde effecten houden voorzover : a) zij deze effecten reeds houden op het ogenblik van de aanvraag tot opname in de notering van een beurs of een andere georganiseerde en openbare markt voor effecten;b) deze effecten worden verkregen door omruiling van niet-genoteerde effecten, met uitzondering van hun eigen effecten;3° in het kader van indekkingsverrichtingen, handelen in al dan niet genoteerde afgeleide financiële instrumenten op al dan niet genoteerde onderliggende materiële of financiële activa. De Koning bepaalt wat onder « bijkomend of tijdelijk » dient te worden verstaan. HOOFDSTUK III. - Toezicht op de private instellingen voor collectieve belegging Art. 126.De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de CBFA, de toepassing van de artikelen 80 tot 96 van deze wet uitbreiden tot de private instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk en een vast aantal rechten van deelneming, gelet op de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor zij geopteerd hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">BOEK III. - INSTELLINGEN VOOR COLLECTIEVE BELEGGING NAAR BUITENLANDS RECHT Art. 127.De instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht waarvan de werkzaamheden zijn onderworpen aan de bepalingen van dit Boek, moeten zich, alvorens hun werkzaamheden aan te vatten, bij de CBFA laten inschrijven. Deze verplichting geldt, in voorkomend geval, tevens voor de compartimenten van de instelling voor collectieve belegging. Art. 128.De CBFA schrijft de instellingen voor collectieve belegging in, alsook de compartimenten die voldoen aan de voorwaarden in dit Boek en de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen. Art. 129.De CBFA stelt elk jaar een lijst op van de instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht en de compartimenten die krachtens dit Boek zijn ingeschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze lijst en alle wijzigingen die er tijdens het jaar in worden aangebracht, worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze lijst kan worden onderverdeeld in rubrieken en subrubrieken.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL I. - Instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 85/611/EEG Art. 130.Een instelling voor collectieve belegging naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte, die aan de voorwaarden van Richtlijn 85/611/EEG voldoet en die van de bevoegde autoriteiten van de lid-Staat waar zij is gevestigd de toelating heeft gekregen om haar werkzaamheden uit te oefenen, legt de volgende stukken voor aan de CBFA wanneer zij voornemens is haar rechten van deelneming in België openbaar aan te bieden : 1° een verklaring van de bevoegde autoriteiten waaruit blijkt dat zij voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 85/611/EEG;2° naargelang van het geval, haar fondsreglement of statuten;3° haar prospectus;4° in voorkomend geval haar laatste jaarverslag en haar daaropvolgend halfjaarlijks verslag;5° gegevens over de wijze waarop zij haar rechten van deelneming openbaar wenst aan te bieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid bedoelde instelling voor collectieve belegging moet een kredietinstelling naar Belgisch recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 13 van de wet van 22 maart 1993, een bijkantoor van een kredietinstelling die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en geregistreerd is conform artikel 65 van de wet van 22 maart 1993, een beursvennootschap naar Belgisch recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 53 van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht die is ingeschreven op de lijst bedoeld in artikel 145 van deze wet of een bijkantoor van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ressorteert onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en geregistreerd conform artikel 203 van deze wet, aanwijzen die of dat instaat voor de uitkeringen aan de deelnemers, voor de verkoop of de inkoop van de rechten van deelneming, alsmede voor de verspreiding van de informatie die de instelling voor collectieve belegging moet verstrekken in het Nederlands, in het Frans of in het Duits.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze instelling voor collectieve belegging wordt twee maanden na deze mededeling ingeschreven op de in artikel 129 bedoelde lijst en kan vanaf dan haar rechten van deelneming openbaar aanbieden, tenzij de CBFA vóór het verstrijken van de termijn van twee maanden bij gemotiveerd besluit vaststelt dat de voorgenomen wijze van openbaar aanbieden van rechten van deelneming niet in overeenstemming is met de wettelijke en reglementaire bepalingen terzake.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-131\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 131</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, mogen pas worden gepubliceerd na goedkeuring door de CBFA. De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de CBFA : 1° gelet op de aard van het aanbod, de minimuminhoud vastleggen van de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen;2° de termijnen en de wijze vaststellen voor de publicatie van de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen. De artikelen 58 tot 62, 90, 91 en 96 van deze wet zijn van toepassing op de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-132\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 132</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De CBFA mag bij gemotiveerd besluit schorsingsen verbodsmaatregelen jegens een in artikel 130 bedoelde instelling voor collectieve belegging nemen die haar rechten van deelneming in België openbaar aanbiedt met schending van artikel 131 en de wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de openbare aanbieding van rechten van deelneming Artikel 92, § 1, tweede lid, 1° en 4° en § 4 en artikel 96 zijn van toepassing. Art. 133.Voor de beleggingsinstellingen als bedoeld in artikel 130 gelden de artikelen 78, 79 en 82.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL II. - Instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van een andere lid-Staat van de Europese Economische Ruimte en niet voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 85/611/ EEG en instellingen voor collectieve belegging die ressorteren onder het recht van staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte Art. 134.De Koning bepaalt, onverminderd artikel 135, de voorwaarden waaraan de in deze Titel bedoelde beleggingsinstellingen naar buitenlands recht moeten voldoen om te worden ingeschreven en om hun inschrijving te handhaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een weigering van inschrijving door de CBFA wordt gemotiveerd en ter kennis gebracht van de verzoekers.</p>\n<p class=\"lf-p\">De CBFA kan, bij gemotiveerd besluit, schorsingsof verbodsmaatregelen nemen jegens een beleggingsinstelling in geval van niet-naleving van de bepalingen van deze Titel of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-135\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 135</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de beleggingsinstellingen als bedoeld in artikel 134 gelden de artikelen 52 tot 62, 75, 76, 77, 78, 79, 80, tweede lid, 82, 90, 91 en 92, § 1, tweede lid, 1°, 3°, 4° tot 6° en § 4</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-136\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 136</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging dan wel een dergelijk aanbod aankondigen of aanbevelen, mogen pas worden gepubliceerd na goedkeuring door de CBFA. De Koning kan, bij besluit genomen na advies van de CBFA : 1° gelet op de aard van het aanbod, de minimuminhoud vastleggen van de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen;2° de termijnen en de wijze vaststellen voor de publicatie van de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen. De artikelen 58 tot 62, 90, 91 en 96 van deze wet zijn van toepassing op de berichten, reclame of andere stukken die betrekking hebben op het aanbod dan wel het aanbod aankondigen of aanbevelen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-137\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 137</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met de goedkeuring van de Minister van Financiën kan de CBFA, op basis van het wederkerigheidsbeginsel, met de toezichthoudende autoriteiten van de Staat van herkomst van de beleggingsinstellingen of de vennootschappen die bij hun bedrijf betrokken zijn en ressorteren onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte, alsook met de toezichtsautoriteiten die instaan voor hun toezicht in andere Staten dan België, overeenkomen welke verplichtingen en verbodsbepalingen voor de uitoefening van hun bedrijf in België gelden, hoe het toezicht wordt opgevat en uitgeoefend en op welke wijze de samenwerking en de informatie-uitwisseling zoals bedoeld in de artikelen 74 tot 76 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten met deze autoriteiten worden georganiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om regels en modaliteiten te kunnen vaststellen die beter aansluiten bij zowel de aard en spreiding van de werkzaamheden van de beleggingsinstellingen en de vennootschappen die bij hun bedrijf betrokken zijn, als bij het toezicht, mogen de overeenkomsten afwijken van de bepalingen van deze Titel en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzover er een algemeen toezicht bestaat dat voldoet aan de criteria van deze Titel, mogen deze overeenkomsten vrijstelling verlenen van de toepassing van bepaalde voorschriften van deze Titel en van de ter uitvoering ervan genomen besluiten en reglementen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in dit artikel bedoelde overeenkomsten mogen voor de beleggingsinstellingen waarop zij betrekking hebben, of de vennootschappen die bij hun bedrijf betrokken zijn en ressorteren onder het recht van Staten die geen lid zijn van de Europese Economische ruimte, waarop zij betrekking hebben, geen gunstigere regels bevatten dan voor beleggingsinstellingen of vennootschappen die bij hun bedrijf betrokken zijn, die onder het recht van een andere lid-Staat van de Europese Economische Ruimte ressorteren en in België bedrijvig zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overeenkomsten moeten een opzeggingsclausule met opzegging van ten hoogste 6 maanden bevatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De CBFA publiceert in haar jaarverslag de lijst en de wezenlijke inhoud van de op grond van dit artikel gesloten overeenkomsten.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL III. - BEHEERVENNOOTSCHAPPEN VAN INSTELLINGEN VOOR COLLECTIEVE BELEGGING BOEK I. - TOEPASSINGSGEBIED Art. 138.De bepalingen van dit deel gelden voor de vennootschappen naar Belgisch recht waarvan het gewone bedrijf bestaat in het beroepsmatige collectieve beheer van portefeuilles van openbare instellingen voor collectieve belegging, alsook voor de ondernemingen naar buitenlands recht die dit bedrijf in België uitoefenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze vennootschappen worden hierna « beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging » genoemd. Art. 139.De bepalingen van dit deel gelden niet voor : 1° de beleggingsondernemingen als bedoeld in Boek II, Titel II tot en met IV van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten die over een vergunning beschikken om de beleggingsdienst bedoeld in artikel 46, 1°, 3 van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten te verrichten, wanneer zij deze dienst verrichten voor instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht;voor deze ondernemingen gelden niettemin de artikelen 147, 153, § 1, vierde tot zesde leden, 153, § 2, 154, § 3, 168, 170 en 174; 2° de kredietinstellingen als bedoeld in Titel II tot IV van de wet van 22 maart 1993 wanneer zij de beleggingsdienst bedoeld in artikel 46, 1°, 3 van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten verrichten voor instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht;de artikelen 147, 153, § 1, vierde tot zesde leden, 153, § 2, 154, § 3, 168, 170 en 174 zijn niettemin van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">BOEK II. - BEHEERVENNOOTSCHAPPEN VAN INSTELLINGEN VOOR COLLECTIEVE BELEGGING NAAR BELGISCH RECHT TITEL I. - Bedrijfsvergunning HOOFDSTUK I. - Vergunning Art. 140.Iedere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht die haar werkzaamheden in België wenst uit te oefenen, moet, vooraleer deze aan te vatten, een vergunning verkrijgen van de CBFA. Een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging mag een of meer beheertaken uitoefenen als bedoeld in artikel 3, 9°, a), b) of c), en, bijkomend, een of meer beleggingsdiensten verrichten als bedoeld in artikel 3, 10°. Niettemin, 1° is de uitoefening van de beheertaak bedoeld in artikel 3, 9°, c) enkel toegestaan aan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die tevens over een vergunning voor de beheertaken bedoeld in artikel 3, 9°, a) en/of b) beschikt; 2° is het bijkomend verrichten van de beleggingsdienst bedoeld in artikel 3, 10°, b) enkel toegestaan aan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die tevens over een vergunning beschikt om de beleggingsdienst bedoeld in artikel 3, 10°, a) bijkomend te verrichten. Art. 141.§ 1. De aanvrager vermeldt de beheertaken bedoeld in artikel 3, 9°, a), b) of c) en de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 3, 10°, a) of b) die hij voornemens is te verrichten en waarvoor hij de vergunning wenst te verkrijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de vergunningsaanvraag wordt een programma van werkzaamheden gevoegd dat beantwoordt aan de door de CBFA gestelde voorwaarden en waarin, met name, de wijze wordt vermeld waarop de aanvrager de voorgenomen beheertaken bedoeld in artikel 3, 9° zal uitoefenen alsook de omvang van de voorgenomen werkzaamheden, de organisatiestructuur van de vennootschap, de nauwe banden die zij heeft met andere personen en de categorie van toegelaten beleggingen van de instellingen voor collectieve belegging waarvoor hij de beheertaken wenst te verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager moet alle inlichtingen verstrekken die nodig zijn om zijn aanvraag te kunnen beoordelen. § 2. Paragraaf 1 is eveneens van toepassing op de vergunningsaanvragen die worden ingediend door een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die reeds over een vergunning beschikt, maar bijkomende beheertaken als bedoeld in artikel 3, 9° of bijkomende beleggingsdiensten als bedoeld in artikel 3, 10° wenst te verlenen waarvoor haar vergunning niet geldt of die het beheer wenst waar te nemen van instellingen voor collectieve belegging die geopteerd hebben voor een andere categorie van toegelaten beleggingen dan vermeld in het programma van werkzaamheden bedoeld in § 1. De artikelen 142 tot en met 146 zijn van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager deelt de CBFA onverwijld alle nodige gegevens mee opdat het vergunningsdossier permanent up-to-date zou zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-142\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 142</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de aanvraag om een vergunning uitgaat van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die hetzij de dochteronderneming is van een andere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, van een beleggingsonderneming, van een kredietinstelling of van een verzekeringsonderneming met vergunning in een andere lid-Staat van de Europese Economische Ruimte, hetzij de dochteronderneming van de moederonderneming van een andere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, van een beleggingsonderneming, van een kredietinstelling of van een verzekeringsonderneming met vergunning in een andere lid-Staat, hetzij onder de controle staat van dezelfde natuurlijke of rechtspersonen als een andere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, beleggingsonderneming, kredietinstelling of verzekeringsonderneming met vergunning in een andere lid-Staat, raadpleegt de CBFA, vooraleer een beslissing te nemen, de nationale toezichthoudende autoriteiten van deze andere Lidstaten voor de beheervennootschap(pen) van instellingen voor collectieve belegging, beleggingsonderneming(en), kredietinstelling(en) of verzekeringsonderneming(en) waaraan krachtens hun recht een vergunning is verleend</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-143\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 143</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De CBFA verleent de aangevraagde vergunning aan de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van hoofdstuk II. Zij spreekt zich uit over een aanvraag binnen twee maanden na voorlegging van een volledig dossier en uiterlijk binnen negen maanden na ontvangst van de aanvraag De beslissingen inzake vergunning vermelden de beheertaken die de vennootschap mag uitoefenen en de beleggingsdiensten die zij mag verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissingen inzake vergunning worden binnen vijftien dagen met een ter post aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs ter kennis gebracht van de aanvragers.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragers kunnen beroep instellen conform artikel 122, 23°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten tegen de door de CBFA krachtens dit artikel genomen beslissingen inzake vergunning. Art. 144.Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beheer van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, kan de CBFA de vergunning van de beheervennootschap beperken tot het uitoefenen van welbepaalde beheertaken en het verrichten van welbepaalde beleggingsdiensten, dan wel voorwaarden stellen aan het uitoefenen van welbepaalde beheertaken of het verrichten van welbepaalde beleggingsdiensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvragers kunnen beroep instellen conform artikel 122, 23°, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten tegen de door de CBFA krachtens dit artikel genomen beslissingen inzake vergunning. Art. 145.De CBFA maakt elk jaar een lijst op van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging waaraan krachtens dit Boek een vergunning is verleend. Deze lijst en alle wijzigingen die er tijdens het jaar in werden aangebracht, worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de lijst van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging worden de beheertaken vermeld bedoeld in artikel 3, 9°, a), b) of c) en de beleggingsdiensten bedoeld in artikel 3, 10°, a) of b), die de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging mag verrichten. Tevens wordt vermeld of de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging haar werkzaamheden overeenkomstig de hoofdstukken VI en VII op het grondgebied van andere Lidstaten van de Europese Economische Ruimte uitoefent via de vestiging van een bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lijst kan worden onderverdeeld in rubrieken en subrubrieken. Art. 146.De CBFA stelt de Commissie van de Europese Gemeenschappen in kennis van elke vergunning die zij verleent aan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht die een dochteronderneming is van een of meer moederondernemingen die ressorteren onder het recht van een of meer Staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte. In de kennisgeving aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen wordt ook de identiteit opgegeven van deze moederonderneming(en) en, in voorkomend geval, de financiële structuur van de groep die de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging waaraan een vergunning is verleend, controleert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op verzoek van de Commissie van de Europese Gemeenschappen verstrekt de CBFA haar dezelfde inlichtingen, wanneer haar een vergunningsaanvraag wordt voorgelegd van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht die voldoet aan de voorwaarden van het eerste lid in de gevallen bedoeld in artikel 7, §§ 4 en 5, eerste lid, van Richtlijn 93/22/EEG. In de in artikel 7, § 5, tweede tot vierde lid van Richtlijn 93/22/EEG bedoelde gevallen, zal de CBFA haar beslissingen over de vergunningsaanvraag van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht bedoeld in het eerste lid, beperken of opschorten, volgens de regels en voor de duur die met toepassing van deze bepalingen zijn vastgesteld door de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze bepaling worden de in artikel 7 van voornoemde Richtlijn voorkomende termen « onderneming/beleggingsonderneming » en « beleggingsondernemingen » gelezen als respectievelijk « beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging » en « beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging ». Art. 147.Alleen de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht en de in België krachtens de Boeken III en IV werkzame beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht, mogen in België openbaar gebruik maken van de term « beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging », met name in hun naam, in de opgave van hun doel, in hun effecten, waarden, stukken of reclame.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien gevaar voor verwarring bestaat, kan de CBFA eisen dat er een verklarende vermelding wordt toegevoegd aan de benaming van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht die in België gebruik mogen maken van de in het eerste lid vermelde termen. HOOFDSTUK II. - Vergunningsvoorwaarden Afdeling I. - Rechtsvorm</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-148\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 148</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Iedere beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht moet worden opgericht in de rechtsvorm van een naamloze vennootschap. Afdeling II. - Minimumkapitaal</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-149\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 149</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om een vergunning te verkrijgen als beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, moet het volgestorte gedeelte van het minimumkapitaal ten minste 125.000 euro bedragen Voor bestaande vennootschappen die een vergunning als beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging aanvragen, worden, voor de toepassing van het eerste lid, de uitgiftepremies, de reserves en het overgedragen resultaat gelijkgesteld met minimumkapitaal. Artikel 158 is eveneens van toepassing. Afdeling III. - Aandeelhouderskring</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-150\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 150</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een vergunning wordt pas verleend nadat de CBFA in kennis is gesteld van de identiteit van de natuurlijke of rechtspersonen die, rechtstreeks of onrechtstreeks, een al dan niet stemrechtverlenende deelneming van ten minste 5 % bezitten in het kapitaal van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging. De kennisgeving moet vermelden welke kapitaalfracties en hoeveel stemrechten deze personen bezitten. Wanneer verschillende personen de deelneming gezamenlijk of in onderling overleg bezitten, zijn de artikelen 2, § 2 en 3, tweede zin, van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen van toepassing, alsook de maatregelen die met toepassing van deze artikelen krachtens genoemde wet zijn genomen Artikel 2, § 1, van dezelfde wet is van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunning wordt geweigerd wanneer de CBFA, gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beheer van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, niet overtuigd is van de geschiktheid van de in het eerste lid bedoelde natuurlijke of rechtspersonen. Afdeling IV. - Leiding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-151\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 151</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De effectieve leiding van de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging moet aan ten minste twee natuurlijke personen worden toevertrouwd; voor de uitoefening van deze functies moeten zij de vereiste professionele betrouwbaarheid en de passende ervaring bezitten, met name gelet op het programma van werkzaamheden als bedoeld in artikel 141 Iedere vervanging van deze personen moet vooraf aan de CBFA worden gemeld. Art. 152.Personen die worden bedoeld in één van de gevallen als beschreven in de artikelen 1 tot 3, 3bis, §§ 1 en 3, en 3ter van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen, mogen noch de functie van zaakvoerder, bestuurder of directeur uitoefenen, noch vennootschappen vertegenwoordigen die een dergelijke functie uitoefenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het eerste lid opgesomde functies mogen evenmin worden uitgeoefend door : 1° personen die werden veroordeeld tot een gevangenisstraf van minder dan drie maanden of een geldboete voor een misdrijf bedoeld in voornoemd koninklijk besluit nr.22 van 24 oktober 1934; 2° personen die werden veroordeeld wegens overtreding van : a) de artikelen 148 en 149 van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten;b) de artikelen 104 en 105 van de wet van 22 maart 1993;c) de artikelen 38, vierde lid, en 42 tot 45 van het koninklijk besluit nr.185 van 9 juli 1935 op de bankcontrole en het uitgifteregime voor titels en effecten; d) de artikelen 31 tot 35 van de bepalingen betreffende de private spaarkassen, gecoördineerd op 23 juni 1967;e) de artikelen 13 tot 16 van de wet van 10 juni 1964.op het openbaar aantrekken van spaargelden; f) de artikelen 110 tot 112ter van Titel V van Boek I van het Wetboek van koophandel of de artikelen 75, 76, 78, 150, 175, 176, 213 en 214 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten;g) artikel 4 van het koninklijk besluit nr.41 van 15 december 1934 tot bescherming van het gespaard vermogen door reglementering van de verkoop, op afbetaling, van premie-effecten; h) de artikelen 18 tot 23 van het koninklijk besluit nr.43 van 15 december 1934 betreffende de controle op de kapitalisatieondernemingen; i) de artikelen 200 tot 209 van de wetten op de handelsvennootschappen, gecoördineerd op 30 november 1935;j) de artikelen 67 tot 72 van het koninklijk besluit nr.225 van 7 januari 1936 tot reglementering van de hypothecaire leningen en tot inrichting van de controle op de ondernemingen van hypothecaire leningen of artikel 34 van de wet van 4 augustus 1992 op het hypothecair krediet; k) de artikelen 4 en 5 van het koninklijk besluit nr.71 van 30 november 1939 betreffende het leuren met roerende waarden en demarchage met roerende waarden en goederen of eetwaren; l) artikel 31 van het koninklijk besluit nr.72 van 30 november 1939 tot regeling van de beurzen voor de termijnhandel in goederen en waren, van het beroep van de makelaars en tussenpersonen die zich met deze termijnhandel inlaten en van het regime van de exceptie van spel; m) artikel 29 van de wet van 9 juli 1957 tot regeling van de verkoop op afbetaling en van zijn financiering of de artikelen 101 en 102 van de wet van 12 juni 1991 op het consumentenkrediet;n) artikel 11 van het koninklijk besluit nr.64 van 10 november 1967 tot regeling van het statuut van de portefeuillemaatschappijen; o) de artikelen 53 tot 57 van de wet van 9 juli 1975Relevante gevonden documenten type wet</p>\n<p class=\"lf-p\">prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/07/1975 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/12/2014 numac 2014000890 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de controle der verzekeringsondernemingen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende de controle der verzekeringsondernemingen;p) de artikelen 11, 15, § 4, en 18 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen;q) artikel 139 van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst;r) de artikelen 38 tot 43 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten;s) artikel 25 van de wet van 22 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/05/2003 numac 2003003328 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende de openbare aanbiedingen van effecten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/05/2003 numac 2003003276 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten met het oog op de inrichting van een nieuwe categorie van instellingen voor collectieve belegging, private privak genaamd, en houdende diverse fiscale bepalingen sluiten betreffende de openbare aanbiedingen van effecten;t) de artikelen 205 tot 211 van deze wet;u) de artikelen 90, 91, 126 tot 128, 170, 171, 196, 345 tot 349, 387 tot 389, 433, 434, 647 tot 653, 773 en 788 van het Wetboek van vennootschappen;3° personen die werden veroordeeld door een buitenlandse rechtbank voor soortgelijke misdrijven als bedoeld in 1° en 2°;in die gevallen is artikel 2 van voornoemd koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de personen bedoeld in het 2° en, voor de veroordelingen vermeld in dit 2°, in het 3° van het tweede lid van dit artikel kan de CBFA afwijkingen toestaan op de verbodsbepalingen waarvan sprake in dit tweede lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan de bepalingen van dit artikel aanpassen om ze in overeenstemming te brengen met de wetten die de erin opgesomde teksten wijzigen. Afdeling V. - Organisatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-153\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 153</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet beschikken over een eigen en voor haar voorgenomen beheertaken en beleggingsdiensten passende beheersstructuur. Zij moet ook beschikken over de in materieel, menselijk en technisch opzicht vereiste middelen voor een eigen en voor haar voorgenomen beheertaken en beleggingsdiensten passende administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie Zij moet met name beschikken over controle- en beveiligingsmechanismen op informaticagebied die zijn toegesneden op de beheertaken die zij voornemens is te verrichten en de beleggingsdiensten die zij wil verlenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij moet ook beschikken over passende internecontroleprocedures, waaronder met name een regeling voor het beheer van beleggingen in financiële instrumenten met het oog op het beleggen van het eigen vermogen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze procedures moeten onder meer waarborgen dat elke transactie waarbij een beheerde instelling voor collectieve belegging of, in voorkomend geval, één van haar compartimenten betrokken is, kan worden gereconstrueerd wat betreft de oorsprong en de aard van de transactie, de betrokken partijen, en het tijdstip en de plaats waar zij heeft plaatsgevonden, en dat de activa van de beheerde instellingen voor collectieve belegging worden belegd, naargelang het geval, overeenkomstig het reglement van het gemeenschappelijk beleggingsfonds of de statuten van de instelling voor collectieve belegging en de geldende wettelijke bepalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet een methode voor risicobeheer toepassen die specifiek is afgestemd op de categorie van toegelaten beleggingen van de beheerde instellingen voor collectieve belegging en waarmee zij te allen tijde het risico van de posities kan controleren en meten en kan nagaan wat het aandeel daarvan is in het totale-risicoprofiel van de portefeuille van de beheerde instellingen voor collectieve belegging of, in voorkomend geval, van de verschillende compartimenten van die instellingen voor collectieve belegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet een methode hanteren die een accurate en onafhankelijke evaluatie moet toelaten van de waarde van de OTC-derivaten in de portefeuille of, in voorkomend geval, in de portefeuille van de verschillende compartimenten, van elke beheerde instelling voor collectieve belegging. Zij moet de CBFA volgens de gedetailleerde regels en de periodiciteit die deze Commissie heeft vastgelegd bij reglement genomen conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten, in kennis stellen van de soorten financiële derivaten, de onderliggende risico's, de kwantitatieve begrenzingen en de gekozen methodes voor de raming van de inherente risico's aan de derivaten voor elke beheerde instelling voor collectieve belegging of, in voorkomend geval, voor de verschillende compartimenten van deze beheerde instellingen voor collectieve belegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet dusdanig georganiseerd zijn dat zij, naast de informatie die is bekendgemaakt in het prospectus en in de jaar- en halfjaarlijkse verslagen van de beheerde instellingen voor collectieve belegging, op verzoek van de effectenhouders aanvullende inlichtingen kan verstrekken over de kwantitatieve begrenzingen die gelden voor het risicobeheer van de beheerde instellingen voor collectieve belegging, over de gehanteerde methoden om deze begrenzingen na te leven en over de recente ontwikkelingen op het vlak van risico's en rendement van de activa die de categorie van toegelaten beleggingen vormen waarvoor de beheerde instellingen voor collectieve belegging geopteerd hebben. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet zodanig gestructureerd en georganiseerd zijn dat er een minimaal risico wordt gelopen dat belangenconflicten tussen haarzelf en haar cliënten, tussen haarzelf en de beheerde instellingen voor collectieve belegging, tussen haar cliënten onderling, tussen haar cliënten en de beheerde instellingen voor collectieve belegging of onderling tussen de beheerde instellingen voor collectieve belegging, afbreuk doen aan de belangen van de beheerde instellingen voor collectieve belegging of van haar cliënten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-154\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 154</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Met het oog op een efficiëntere uitoefening van haar beheertaken voor de instellingen voor collectieve belegging die zij beheert, mag een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging het voor eigen rekening uitoefenen van één of meer van haar beheertaken voor instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in artikel 3, 9°, a), b) of c) op grond van een lastgevings- of een aannemingsovereenkomst toevertrouwen aan een derde, mits met name aan de volgende voorwaarden is voldaan : 1° de beslissing om bepaalde beheertaken te laten uitoefenen door een derde moet vooraf ter kennis worden gebracht van de CBFA;in die kennisgeving moet zijn aangetoond dat voldaan is aan de voorwaarden van dit artikel; 2° de uitoefening van een passend toezicht op de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en op de beheerde instellingen voor collectieve belegging mag niet worden belemmerd;3° er mag geen afbreuk worden gedaan aan de voor de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging geldende verplichting om haar beheertaken bij instellingen voor collectieve belegging uit te oefenen conform artikel 9;4° onverminderd artikel 22, eerste lid, mag de uitoefening van de beheertaken als bedoeld in artikel 3, 9°, a) en b), enkel worden toevertrouwd aan een onderneming die onderworpen is aan prudentieel toezicht;die onderneming moet beschikken over een passende administratieve, boekhoudkundige, financiële en technische organisatie voor de haar toevertrouwde beheertaken en voor de categorie van toegelaten beleggingen waarvoor de beheerde instelling voor collectieve belegging heeft geopteerd; haar bestuurders en de personen die in feite de effectieve leiding waarnemen, moeten de vereiste professionele betrouwbaarheid en de voor die functies passende ervaring bezitten; 5° onverminderd het 4°, ingeval een beheerde instelling voor collectieve belegging die geopteerd heeft voor een categorie van toegelaten beleggingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, 1° of 2°, de uitoefening van de beheertaken, bedoeld in artikel 3, 9°, a), toevertrouwt aan een derde : a) mag de uitoefening van die beheertaak enkel worden toevertrouwd aan een onderneming die de beleggingsdiensten mag verrichten als bedoeld in artikel 46, 1°, 3, van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, of aan een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging;b) moeten de criteria voor beleggingsspreiding worden nageleefd die periodiek worden vastgesteld door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of door de beheerde instelling voor collectieve belegging. De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de CBFA, de voorwaarden waaronder de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging aan een derde de uitoefening mogen toevertrouwen van de beheertaken als bedoeld in artikel 3, 9°, a) voor de beheerde instellingen voor collectieve belegging die voor een andere categorie van toegelaten beleggingen hebben geopteerd dan bedoeld in artikel 7, eerste lid, 1° of 2°; 6° onverminderd het 4°, mag de uitoefening van het administratief beheer van een beheerde instelling voor collectieve belegging enkel worden toevertrouwd aan in een België gevestigde onderneming;</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze voorwaarde geldt niet voor de opdracht en taken bedoeld in artikel 22, eerste lid, op voorwaarde dat de CBFA met deze delegatie van beheertaken voorafgaandelijk heeft ingestemd; 7° wanneer de uitoefening van beheertaken wordt toevertrouwd aan een onderneming die ressorteert onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte, moet deze onderneming in haar lid-Staat van herkomst onderworpen zijn aan een gelijkwaardig toezicht als bedoeld in punt 4 dat op permanente wijze wordt uitgeoefend door een openbare autoriteit.De samenwerking tussen de betrokken toezichthoudende autoriteiten moet worden gewaarborgd via samenwerkingsovereenkomsten; 8° de uitoefening van beheertaken als bedoeld in artikel 3, 9°, a) en b), i), iii), iv) en ix), mag niet worden toevertrouwd aan of waargenomen door de bewaarder van de door de beheervennootschap beheerde instelling voor collectieve belegging, noch door enige andere onderneming waarvan de belangen strijdig kunnen zijn met de belangen van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging of met de belangen van de instellingen voor collectieve belegging of hun deelnemers;9° er worden maatregelen getroffen die de leiders van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, in staat stellen de werkzaamheden van de onderneming waarmee de lastgevings- of aannemingsovereenkomst is gesloten, te allen tijde daadwerkelijk te controleren;10° de leiders van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, moeten te allen tijde bijkomende instructies kunnen geven aan de onderneming waaraan de beheertaken zijn toevertrouwd, en moeten de lastgevings- of aannemingsovereenkomst met onmiddellijke ingang kunnen herroepen indien dit in het belang is van de beheerde instellingen voor collectieve belegging of van hun effectenhouders;11° er worden maatregelen ingevoerd om de continuïteit te waarborgen van de beheertaken waarop de lastgevings- of aannemingsovereenkomst betrekking heeft ingeval er, om welke redenen ook, een einde wordt gesteld aan deze overeenkomst;12° in het prospectus van de instelling voor collectieve belegging moeten de beheertaken worden vermeld die de beheervennootschap van die instelling voor collectieve belegging, van de beheerde instellingen voor collectieve belegging aan een derde mag toevertrouwen. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging mag niet in die mate gebruik maken van de in § 1 voorziene mogelijkheid dat de bij artikel 153 in materieel, menselijk en technisch opzicht vereiste middelen niet langer volstaan om de naleving van dit artikel 153 te waarborgen. § 3. Indien de derde aan wie de uitoefening van bepaalde beheertaken is toevertrouwd conform § 1 zelf een beroep doet op een derde entiteit voor de uitoefening van de hem opgedragen beheertaken, zijn de §§ 1. en 4 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de instellingen voor collectieve belegging die geopteerd hebben voor de categorie van toegelaten beleggingen bedoeld in artikel 7, eerste lid, 5° of 7°, bepaalt de Koning, bij besluit genomen na advies van de CBFA, de voorwaarden waaronder de delegatie door de in het eerste lid bedoelde derde van materiële taken verbonden aan beheertaken bedoeld in artikel 3, 9°, b), mag afwijken van het eerste lid. § 4. Het feit dat de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging bepaalde beheertaken bedoeld in artikel 3, 9° aan een derde heeft toevertrouwd, mag in geen enkel geval gevolgen hebben voor haar aansprakelijkheid of voor de aansprakelijkheid van de bewaarder. Art. 155.Als de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging nauwe banden heeft met andere natuurlijke of rechtspersonen, mogen die banden geen belemmering vormen voor een passend individueel of geconsolideerd prudentieel toezicht op de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging nauwe banden heeft met een natuurlijke of rechtspersoon die ressorteert onder het recht van een Staat die geen lid is van de Europese Economische Ruimte, mogen de voor die persoon geldende wettelijke, reglementaire en bestuursrechtelijke bepalingen of hun uitvoering, geen belemmering vormen voor een passend individueel of geconsolideerd prudentieel toezicht op de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging. Afdeling VI. - Hoofdbestuur</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-156\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 156</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De statutaire zetel en het hoofdbestuur van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moeten in België gevestigd zijn. Afdeling VII. - Cliëntenbescherming</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-157\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 157</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die de beleggingsdienst van individueel portefeuillebeheer mag verrichten, moet aansluiten bij de beleggersbeschermingsregeling bedoeld in Titel V van de wet van 6 april 1995Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/04/1995 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/05/2012 numac 2012000346 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van de parlementaire overlegcommissie bedoeld in artikel 82 van de Grondwet en tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL II. - Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden HOOFDSTUK I. - Minimum eigen vermogen Art. 158.Het eigen vermogen van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging mag niet dalen onder het bedrag van het overeenkomstig artikel 149. vastgestelde minimumkapitaal.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten, definieert de CBFA bij reglement : 1° het begrip « eigen vermogen »;2° het extra bedrag aan eigen vermogen dat vereist is op basis van de totale waarde van de portefeuilles van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, alsook de voorwaarden waaronder de beheervennootschap niet hoeft te voorzien in dat extra bedrag aan eigen vermogen;3° het begrip « portefeuilles van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging ». HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in de kapitaalstructuur Art. 159.§ 1. Onverminderd artikel 150 van deze wet en de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen, moet iedere natuurlijke of rechtspersoon, die al dan niet stemrechtverlenende aandelen die al dan niet het kapitaal vertegenwoordigen van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht, wenst te verwerven, zodanig dat hij rechtstreeks of onrechtstreeks ten minste 5 % van het kapitaal of van de stemrechten zou bezitten, de CBFA vooraf kennis geven van zijn voornemen alsook van de kapitaalfractie en het aantal stemrechten die zijn deelneming vertegenwoordigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een dergelijke kennisgeving aan de CBFA is ook vereist wanneer een natuurlijke of rechtspersoon voornemens is zijn deelneming zodanig te vergroten dat de kapitaalfractie of de stemrechten in zijn bezit de drempel zouden bereiken of overschrijden van 10 %, 15 %, 20 % en vervolgens per schijf van 5 %.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 1, § 3, § 4, tweede lid, en 2 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen en hun uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing. § 2. Indien de verwerver een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, een beleggingsonderneming of een kredietinstelling is waaraan in een andere lid-Staat van de Europese Economische Ruimte een vergunning is verleend, of een moederonderneming van zo een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, een beleggingsonderneming of een kredietinstelling dan wel een natuurlijke of rechtspersoon die zo een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, een beleggingsonderneming of een kredietinstelling controleert, en indien de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging waarin de verwerver een deelneming wil verkrijgen daardoor een dochteronderneming wordt of onder de controle komt van deze beheervennootschap, deze beleggingsonderneming of deze kredietinstelling, deze moederonderneming of deze natuurlijke of rechtspersoon, zal de CBFA de overeenkomstig artikel 142 bepaalde toezichthoudende autoriteiten raadplegen omtrent de identiteit van de verwerver. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de bij § 1, eerste lid, voorgeschreven kennisgeving, kan de CBFA zich verzetten tegen de voorgenomen verwerving, indien zij, gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beheer van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, niet overtuigd is van de geschiktheid van de natuurlijke of rechtspersoon die de kennisgeving heeft verricht. Indien er geen bezwaar is, kan zij een termijn vaststellen voor de uitvoering van de voorgenomen verwerving. § 4. Iedere natuurlijke of rechtspersoon die aandelen in een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging bezit voor een kapitaalfractie van 5 % of meer of die ten minste 5 % van de stemrechten verlenen en die voornemens is deze aandelen geheel of gedeeltelijk, rechtstreeks of onrechtstreeks, te vervreemden, waardoor zijn deelneming onder de in § 1, eerste lid, bedoelde drempels zou dalen, moet ten minste één maand vóór deze vervreemding aan de CBFA meedelen welke kapitaalfractie en hoeveel stemrechten enerzijds bij deze vervreemding betrokken zijn en anderzijds na afloop hiervan nog in zijn bezit zullen zijn; voor zover de identiteit van de verwerver(s) bekend is, deelt hij die mee aan de CBFA. § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zodra zij daarvan kennis heeft, stelt de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging de CBFA in kennis van de verwervingen of vervreemdingen van haar aandelen die een stijging boven of daling onder één van de drempels als bedoeld in § 1, eerste lid, tot gevolg hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tevens deelt zij de CBFA ten minste eens per jaar de identiteit mee van de aandeelhouders of vennoten die rechtstreeks of onrechtstreeks aandelen bezitten die ten minste 5 % van het kapitaal vertegenwoordigen of ten minste 5 % van de stemrechten verlenen alsook welke kapitaalfractie en hoeveel stemrechten zij aldus bezitten. § 6. Wanneer de CBFA grond heeft om aan te nemen dat de invloed van natuurlijke of rechtspersonen die rechtstreeks of onrechtstreeks aandelen bezitten in het kapitaal van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging die ten minste 5 % van het kapitaal of 5 % van de stemrechten vertegenwoordigen, een gezond en voorzichtig beheer van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging zou kunnen belemmeren, kan de CBFA onverminderd de andere bij deze wet bepaalde maatregelen : 1° de uitoefening schorsen van de aan de aandelen verbonden stemrechten in bezit van de betrokken aandeelhouders of vennoten.Op verzoek van elke belanghebbende kan zij toestaan dat de door haar bevolen maatregelen worden opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Haar beslissing wordt op de meest geschikte wijze ter kennis gebracht van de betrokken aandeelhouders of vennoten. De beslissing is uitvoerbaar zodra zij ter kennis is gebracht. De CBFA kan haar beslissing openbaar maken; 2° voornoemde personen aanmanen om, binnen de termijn die zij bepaalt, aandelen in hun bezit over te dragen. Als zij binnen deze termijn niet worden overgedragen, kan de CBFA bevelen de aandelen te sekwestreren bij de instelling of de persoon die zij bepaalt. Het sekwester brengt dit ter kennis van de vennootschap die het register van de aandelen op naam dienovereenkomstig wijzigt en, zelfs al worden de aandelen aan toonder niet aangeboden, de uitoefening van de hieraan verbonden rechten enkel aanvaardt vanwege het sekwester.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het sekwester handelt in het belang van een gezond en voorzichtig beheer van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en in het belang van de houder van de gesekwestreerde aandelen. Het oefent alle rechten uit die aan de aandelen zijn verbonden. De bedragen die het sekwester als dividend of anderszins int, worden aan voornoemde houder overgemaakt. Om in te schrijven op kapitaalverhogingen of op andere al dan niet stemrechtverlenende effecten, om te kiezen voor dividenduitkering in aandelen van de vennootschap, om in te gaan op openbare overname- of ruilaanbiedingen en om nog niet volgestorte aandelen vol te storten, is de instemming van voornoemde houder vereist. De aandelen die zijn verworven in het kader van dergelijke verrichtingen, worden van rechtswege toegevoegd aan voornoemd sekwester.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding van het sekwester wordt vastgesteld door de CBFA en betaald door voornoemde houder. Het sekwester kan deze vergoeding aftrekken van de bedragen die hem worden gestort als sekwester dan wel door voornoemde houder in het vooruitzicht of na uitvoering van de hierboven bedoelde verrichtingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-160\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 160</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De CBFA brengt elke rechtstreekse of onrechtstreekse verwerving van een deelneming in een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging naar Belgisch recht, door één of meer natuurlijke of rechtspersonen die ressorteren onder één of meer Staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte en waardoor deze vennootschap een dochteronderneming wordt, ter kennis van de Commissie van de Europese Gemeenschappen Bij deze kennisgeving wordt ook de identiteit opgegeven van de betrokken natuurlijke of rechtspersonen, het bedrag van de deelneming en de financiële structuur van de groep die de deelneming verwerft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op verzoek van de Commissie van de Europese Gemeenschappen verstrekt de CBFA haar dezelfde kennisgevingen en inlichtingen, wanneer haar overeenkomstig artikel 159 een voorgenomen deelnemingsverwerving wordt voorgelegd zoals beschreven in het eerste lid, in de gevallen bedoeld in artikel 7, §§ 4 en 5, eerste lid, van de Richtlijn 93/22/EEG. De CBFA beperkt of verbiedt de verwerving van een deelneming in de gevallen bedoeld in artikel 7, § 5, tweede tot vierde lid, van voornoemde Richtlijn, volgens de regels en voor de duur die met toepassing van deze bepalingen zijn vastgesteld door de Raad van de Europese Unie of de Commissie van de Europese Gemeenschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze bepaling worden de in artikel 7 van voornoemde Richtlijn voorkomende termen « onderneming/beleggingsonderneming » en « beleggingsondernemingen » gelezen als respectievelijk « beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging » en « beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging ». HOOFDSTUK III. - Leiding en leiders Art. 161.De statuten van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging kunnen de raad van bestuur toestaan alle of een deel van de in artikel 522, § 1, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen bedoelde bevoegdheden over te dragen aan een in deze raad opgericht directiecomité, waarvan hij de leden benoemt en ontslaat en de bezoldiging vaststelt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bevoegdheidsdelegatie kan evenwel noch slaan op de vaststelling van het algemeen beleid, noch op de handelingen die bij andere bepalingen van datzelfde Wetboek van vennootschappen zijn voorbehouden aan de raad van bestuur.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-162\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 162</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Onverminderd artikel 147, mogen de bestuurders of directeuren van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en alle personen die, onder welke benaming of in welke hoedanigheid ook, deelnemen aan het bestuur of het beheer van de vennootschap, al dan niet ter vertegenwoordiging van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, op de voorwaarden en binnen de grenzen vastgesteld in dit artikel, mandaten als bestuurder of zaakvoerder waarnemen in dan wel deelnemen aan het bestuur of het beheer van een handelsvennootschap of een vennootschap met handelsvorm, een onderneming met een andere Belgische of buitenlandse rechtsvorm, of een Belgische of buitenlandse openbare instelling met industriële, commerciële of financiële werkzaamheden. § 2 De externe functies als bedoeld in § 1 worden beheerst door de interne regels die de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging moet invoeren en doen naleven teneinde : 1° te vermijden dat personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, door de uitoefening van die functies, niet langer voldoende beschikbaar zijn om deze leiding waar te nemen;2° te voorkomen dat bij de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging belangenconflicten zouden optreden, alsook risico's die gepaard gaan met de uitoefening van die functies, met name op het vlak van transacties van ingewijden;3° te zorgen voor een passende openbaarmaking van die functies.</p>\n<p class=\"lf-p\">De CBFA bepaalt, bij reglement dat conform artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de Koning, hoe die verplichtingen ten uitvoer worden gelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de CBFA in gebreke blijft het in het vorige lid bedoelde reglement vast te stellen of het in de toekomst te wijzigen, is de Koning gemachtigd om zelf daartoe het initiatief te nemen. § 3. De mandatarissen van een vennootschap die worden benoemd op de voordracht van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, moeten personen zijn die deelnemen aan de effectieve leiding van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging dan wel personen die zij aanwijst.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bestuurders die niet deelnemen aan de effectieve leiding van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, mogen geen bestuurder zijn van een vennootschap waarin de beheervennootschap een deelneming bezit, tenzij zij niet deelnemen aan het dagelijks bestuur van die vennootschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging mogen geen mandaat uitoefenen dat een deelname aan het dagelijks bestuur inhoudt, tenzij in een vennootschap als bedoeld in artikel 167. van deze wet of in artikel 32, § 4, van de wet van 22 maart 1993, waarmee de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging nauwe banden heeft, in een instelling voor collectieve belegging die geregeld is bij statuten, in een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, in een patrimoniumvennootschap waarin zij of hun familie, in het kader van het normale beheer van hun vermogen, een significant belang bezitten of in een vennootschap waarvan zij de enige leiders zijn en waarvan het bedrijf beperkt is tot het verlenen van beheerdiensten aan de voornoemde vennootschappen of tot dat van een patrimoniumvennootschap. § 4. De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging notificeert zonder uitstel aan de CBFA de functies uitgeoefend buiten de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging door de in § 1 bedoelde personen met het oog op het toezicht op de naleving van de bepalingen voorzien in dit artikel.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-163\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 163</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van faillissement van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging zijn, met betrekking tot de boedel, alle betalingen nietig en zonder gevolg die deze vennootschap, hetzij in contanten, hetzij anderszins, heeft gedaan aan haar bestuurders of zaakvoerders in de vorm van tantièmes of andere winstdeelnemingen, tijdens de twee jaren die het tijdstip voorafgaan dat door de rechtbank is vastgesteld als het ogenblik waarop zij haar betalingen heeft gestaakt Het eerste lid is niet van toepassing wanneer de rechtbank erkent dat geen enkele ernstige en duidelijke fout van deze personen heeft bijgedragen tot het faillissement. HOOFDSTUK IV. - Fusies van en overdrachten tussen beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging Art. 164.De toestemming van de CBFA is vereist : 1° voor fusies van beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging of van dergelijke vennootschappen en andere in de financiële sector bedrijvige instellingen;2° wanneer tussen beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging of tussen dergelijke vennootschappen en andere in de financiële sector bedrijvige instellingen, het bedrijf integraal of gedeeltelijk wordt overgedragen. De CBFA kan haar toestemming enkel weigeren binnen drie maanden nadat zij van het project in kennis is gesteld, om redenen die verband houden met het gezond en voorzichtig beheer van de betrokken beheervennootschap(pen) van instellingen voor collectieve belegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als zij niet binnen voornoemde termijn optreedt, wordt de toestemming geacht te zijn verkregen. Art. 165.Iedere gehele of gedeeltelijke overdracht tussen beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging of tussen dergelijke vennootschappen en andere in de financiële sector bedrijvige instellingen, van rechten en verplichtingen die voortkomen uit verrichtingen van de betrokken vennootschappen of instellingen, waarvoor toestemming is verleend overeenkomstig artikel 164 aan derden tegenstelbaar zodra de toestemming van de CBFA is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. HOOFDSTUK V. - Verplichtingen en verbodsbepalingen Art. 166.Een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging mag, behoudens toestemming van de CBFA, geen andere werkzaamheden uitoefenen dan toegestaan op grond van haar vergunning. Art. 167.Een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging mag, behoudens toestemming van de CBFA, geen deelnemingen bezitten in handelsvennootschappen of in vennootschappen die de vorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit verbod geldt niet voor deelnemingen in vennootschappen die alle of een deel van de in artikel 3, 9° en 10° bedoelde werkzaamheden uitoefenen, noch voor deelnemingen in vennootschappen die uitsluitend het bezit van deelnemingen in dergelijke vennootschappen tot doel hebben. Art. 168.De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging zorgt voor een strikte scheiding tussen haar verschillende werkzaamheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij mag voor rekening van de beheerde instellingen voor collectieve belegging of van haar cliënten geen verrichtingen uitvoeren waar zij persoonlijk belang bij heeft. Voor natuurlijke personen die de leiding hebben of werknemer zijn van de beheervennootschap, geldt hetzelfde verbod.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning bepaalt, bij besluit genomen na advies van de CBFA, de regels die de aangestelde beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de in artikel 154 bedoelde derden moeten naleven om belangenconflicten te vermijden met de effectenhouders van instellingen voor collectieve belegging die zij beheert. Art. 169.De beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging dient zich in haar relaties met de instellingen voor collectieve belegging die zij beheert en met de cliënten, te houden aan artikel 26 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan, na advies van de CBFA en na open raadpleging, de bepalingen van artikel 26 van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten</p></div>", "next": 239897}