{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten;en/of 2° in toepassing van bepaalde operationele verplichtingen of verplichtingen in verband met informatieverstrekking die voortvloeien uit de Europese netcodes en richtsnoeren;en/of 3° iedere andere contractuele relatie met deze systeemgebruikers aangesloten op het publiek distributienet middels en na akkoord van de beheerders van het betrokken publiek distributienet. § 6. De transmissienetbeheerder heeft geen enkele contractuele en/of operationele relatie met de CDS gebruikers, behalve eventueel: 1° indien zij hem ondersteunende diensten, diensten inzake vraagbeheer, diensten voor coördinatie en congestiebeheer, diensten inzake deelname aan het capaciteitsvergoedingsmechanisme of diensten inzake de deelname aan de strategische reserve leveren overeenkomstig de Elektriciteits wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten;en/of 2° in toepassing van bepaalde operationele verplichtingen of verplichtingen in verband met informatieverstrekking die voortvloeien uit de Europese netcodes en richtsnoeren;en/of 3° overeenkomstig andere contractuele afspraken met de betrokken CDS beheerder;4° of overeenkomstig andere afspraken voortvloeiend uit de toepasselijke wetgeving. Art. 5.De transmissienetbeheerder organiseert een overlegplatform ten behoeve van een permanente dialoog met de verschillende categorieën systeemgebruikers en marktspelers die op de Belgische elektriciteitsmarkt actief zijn, of hun vertegenwoordigers, aangaande specifieke problemen verbonden met de invoering van dit besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Te dien einde ziet hij er onder meer op toe dat specifieke werkgroepen worden opgericht, dat de betrokken systeemgebruikers, marktspelers of hun vertegenwoordigers worden uitgenodigd en dat de bevindingen en formele aanbevelingen die uit deze werkgroepen voortvloeien aan de minister worden meegedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze aanbevelingen alsook het geheel van de werkzaamheden van het overlegplatform worden openbaar gemaakt op de website van de transmissienetbeheerder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze aanbevelingen kunnen onder geen beding één of meerdere bepalingen van dit besluit wijzigen of vervangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het overlegplatform legt zijn werkagenda en de werkingsregels van zijn werkgroepen en zijn algemene vergadering vast en maakt deze bekend op de website van de transmissienetbeheerder.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 4 - Bevoegdheden van de minister</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De minister duidt een vertegenwoordiger van de Algemene Directie Energie aan om deel te nemen aan de werkgroepen bedoeld in artikel 5, tweede lid. De CREG wordt door de transmissienetbeheerder uitgenodigd als waarnemer aan de vergaderingen van deze werkgroepen De minister kan de transmissienetbeheerder verzoeken, in samenspraak met de transmissienetbeheerder en/of de CREG, om één of meer punten aan het overlegplatform ter bespreking voor te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister keurt het systeembeschermingsplan, het herstelplan en het testplan goed overeenkomstig de artikelen 29 tot 32 en oefent de andere daarin opgenomen bevoegdheden uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister vervolledigt, op voorstel van de transmissienetbeheerder en na raadpleging van de transmissienetgebruikers overeenkomstig de bepalingen in artikel 5, de lijst van de algemene technische minimumeisen en de regelparameters bedoeld in artikel 46, § 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De minister wordt aangewezen als de bevoegde instantie inzake zekerheid van de elektriciteitsvoorziening overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EU) nr. 2019/941 en artikel 11, § 1, vierde lid, van de Elektriciteits wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten. Om een nationale elektriciteitscrisis te voorkomen, te beperken en te remediëren, geeft de minister uitvoering aan de opdrachten die aan de bevoegde instantie worden toegewezen in Verordening (EU) nr. 2019/941. De minister kan aan de Algemene Directie Energie operationele taken delegeren die betrekking hebben op het risicoparaatheidsplan en de risicobeheersing als bepaald in de Verordening (EU) 2019/941.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 5 - Tussenkomst van de CREG</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De eisen en toepassingsmodaliteiten bedoeld in boeken 3 tot en met 9 van dit besluit worden voor elke installatie of aansluitingspunt aangeduid of nader uitgewerkt in het relevant juridisch kader, rekening houdend met de desbetreffende in de gedragscode voorziene voorschriften De CREG ziet toe op de conformiteit van de betreffende bepalingen, vervat in het in het eerste lid bedoelde relevant juridisch kader, met de voorschriften van dit besluit en van de gedragscode, in overeenstemming met de procedure desgevallend daarvoor vastgelegd in de gedragscode, en met de Europese netcodes en richtsnoeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van de beoordeling door de CREG van de afwijkingsaanvragen zoals bedoeld in artikel 60 van de Europese netcode RfG, artikel 50 van de Europese netcode DCC en artikel 80 van de Europese HVDC, verstuurt de CREG een kopie van elke afwijkingsaanvraag naar de Algemene Directie Energie binnen vijf werkdagen na de ontvangst ervan. De CREG maakt haar ook een kopie over van de eventuele bijkomende informatie die ze gevraagd of ontvangen zou hebben binnen vijf werkdagen na ontvangst van deze informatie. De Algemene Directie Energie kan een advies aan de CREG overmaken binnen drie maanden na ontvangst van de kopie van de afwijkingsaanvraag. Als de bijkomende informatie door de Algemene Directie Energie wordt ontvangen voor het verstrijken van de termijn van drie maanden, wordt de termijn om advies te verlenen aan de CREG verlengd met een maand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als de bijkomende informatie door de Algemene Directie Energie wordt ontvangen na het verstrijken van de termijn van drie maanden, beschikt ze over een nieuwe termijn van een maand vanaf de ontvangst van deze informatie om haar advies over te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De CREG wordt om advies verzocht en ontvangt de kennisgevingen zoals voorzien in en overeenkomstig de bepalingen van dit besluit en van de Europese netcodes en richtsnoeren.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 6 - Tussenkomst van de Algemene Directie Energie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De Algemene Directie Energie ontvangt van de transmissienetbeheerder of de CREG de formulieren, verslagen, mededelingen, kennisgevingen en informatie overeenkomstig de bepalingen van dit besluit en van de Europese netcodes en richtsnoeren. § 2. Wanneer de transmissienetbeheerder een kennisgeving aan de CREG doet overeenkomstig de gedragscode, maakt de CREG een kopie voor advies over aan de Algemene Directie Energie van de criteria die, overeenkomstig de gedragscode, ter goedkeuring aan de CREG worden voorgelegd en op basis waarvan de transmissienetbeheerder de te compenseren actieve verliezen op het transmissienet bepaalt. De Algemene Directie Energie stuurt haar advies binnen een maand naar de CREG en naar de transmissienetbeheerder Bij gebrek aan een advies binnen de vooropgestelde termijn wordt de Algemene Directie Energie geacht een gunstig advies te hebben gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De CREG maakt een kopie ter informatie over aan de Algemene Directie Energie van het jaarlijks verslag door de transmissienetbeheerder opgemaakt overeenkomstig de gedragscode met betrekking tot de actieve verliezen in het transmissienet. § 3. De Algemene Directie Energie verleent tevens ambtshalve of op verzoek van de CREG of de transmissienetbeheerder de adviezen overeenkomstig de bepalingen van dit besluit en van de Europese netcodes en richtsnoeren.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 7 - Formaliteiten, kennisgevingen, geheimhouding en openbaarheid, mededelingen en termijnen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-9\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Behoudens andersluidende bepalingen in dit besluit, gebeurt elke kennisgeving, neerlegging of mededeling bedoeld in dit besluit schriftelijk op het door de geadresseerde opgegeven laatste adres. Ingeval er een contactpersoon is aangeduid, worden die neerleggingen, mededelingen of kennisgevingen aan die persoon gericht Bij wijziging van adres of contactpersoon stelt de ontvanger van wie het adres of de contactpersoon is gewijzigd zijn correspondenten zo snel mogelijk van deze wijziging van adres of contactpersoon in kennis en zorgt hij ervoor dat dit adres of de contactpersoon wordt gewijzigd in de documenten waarin het voormalige adres of de voormalige contactpersoon vermeld staat. § 2. Behoudens andersluidende bepalingen in dit besluit, wordt elke indiening, mededeling of kennisgeving van informatie met betrekking tot de uitwisseling van elektriciteit en het beheer van het transmissienet in het kader van dit besluit, uitgevoerd via de door de transmissienetbeheerder bepaalde elektronische middelen voor de uitwisseling van gegevens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke neerlegging, mededeling of kennisgeving aan de CREG in het kader van de goedkeuringsbevoegdheid van die laatste, gebeurt overeenkomstig de toepasselijke wetgeving, uitgezonderd de gedragscode, of dit besluit, per aangetekende zending met ontvangstbewijs of door persoonlijke afgifte met ontvangstbewijs, geadresseerd aan het directiecomité of op een andere wijze zoals uitdrukkelijk schriftelijk overeengekomen met de CREG. Een kopie wordt op dezelfde manier verstuurd aan de Algemene Directie Energie wanneer zij beschikt over een adviesbevoegdheid overeenkomstig de toepasselijke wetgeving of dit besluit. § 3. De datum van kennisgeving wordt bepaald overeenkomstig artikel 1.5 van het Burgerlijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd andersluidende bepalingen in de toepasselijke wetgeving of dit besluit lopen de termijnen vermeld in dit besluit van middernacht tot middernacht. Zij beginnen te lopen op de eerste werkdag volgend op de dag van de handeling of van de gebeurtenis die daartoe aanleiding geeft. De vervaldag is in de termijn inbegrepen. Is die dag echter een zaterdag, zondag of wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag uitgesteld naar de volgende werkdag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebreke aan een wettelijke termijn, zetten de transmissienetbeheerder en alle andere personen voor wie een verplichting van communicatie van informatie of gegevens geldt in dit besluit of de toepasselijke wetgeving, uitgezonderd de gedragscode, zich in om zo spoedig mogelijk deze informatie en/of gegevens met inachtneming van hun vertrouwelijkheidsverplichtingen mee te delen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-10\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Wanneer de transmissienetnetbeheerder verantwoordelijk is voor de openbaarheid, met inbegrip van de bekendmaking van bepaalde informatie en/of gegevens, waarborgt hij deze openbaarheid met inachtneming van de in dit besluit of de toepasselijke wetgeving vastgestelde voorwaarden, modaliteiten en formaliteiten. § 2. Onverminderd de bepalingen van dit besluit inzake niet-openbaarmaking van vertrouwelijke of commercieel gevoelige informatie en gegevens waarvan hij kennis heeft krachtens dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving en zonder daarbij afbreuk te doen aan de door de Elektriciteits wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten of de Europese netcodes en richtsnoeren aan de CREG toegekende opdrachten en reguleringsbevoegdheid, verricht de transmissienetbeheerder de bekendmakingen met betrekking tot de onderwerpen vastgelegd in dit besluit overeenkomstig artikel 11, § 1, tweede lid, 7°, van de Elektriciteits wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, op een via internet toegankelijke server of iedere andere in dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving bepaalde drager. § 3. De transmissienetbeheerder en alle andere personen voor wie een verplichting van communicatie van informatie en /of gegevens geldt in dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving, treffen de nodige maatregelen om een passende beschikbaarheid en betrouwbaarheid van deze informatie en/of gegevens, te garanderen, met name, in voorkomend geval, door deze te actualiseren. § 4. Indien er krachtens de toepasselijke wetgeving of in dit besluit geen regels, eisen, modaliteiten en beginselen zijn bepaald met betrekking tot de communicatie en/of de uitwisseling van informaties en/of gegevens zoals bedoeld in dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving, bepaalt de transmissienetbeheerder deze regels, vereisten, modaliteiten en beginselen. De transmissienetbeheerder zal ter zake op geregelde basis binnen het overeenkomstig artikel 5 georganiseerde overleg, afstemmen met de betrokken partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De transmissienetbeheerder treft de nodige technische, ICT, fysieke en organisatorische maatregelen, in voorkomend geval bij toepassing van de toepasselijke wetgeving, om de veiligheid van de informatienetwerken en -systemen waarvan hij gebruikmaakt in het kader van zijn activiteiten bedoeld in dit besluit, met name ter voorkoming en beheersing van de risico's en incidenten die dergelijke netwerken en systemen bedreigen, te waarborgen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">BOEK 2 - VOORSCHRIFTEN INZAKE ONDERSTEUNENDE DIENSTEN IN TE RICHTEN DOOR DE TRANSMISSIENETBEHEERDER TITEL 1 - Lijst van ondersteunende diensten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-11\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De transmissienetbeheerder richt volgende ondersteunende diensten in: 1° balanceringsdiensten: a) FCR;b) FRR;2° de regeling van de spanning en van het reactief vermogen zoals gedefinieerd in artikel 3, paragraaf 2, punt 21, van de Europese richtsnoeren SOGL;3° de black-startdienst;4° elke eventuele andere ondersteunende dienst al dan niet behorend tot een van de categorieën van 1° tot 3°, zoals beschermingsdiensten, die door de transmissienetbeheerder kan worden ontwikkeld volgens de bepalingen ter zake van de Europese netcodes en richtsnoeren, dit besluit en/of de gedragscode, hetzij in het kader van een harmonisering van de ondersteunende diensten op Europees of nationaal niveau, hetzij in het kader van een behoefte die de transmissienetbeheerder vaststelt om de veiligheid, betrouwbaarheid en efficiëntie van het net te verzekeren. TITEL 2 - Herstelplan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zonder afbreuk te doen aan het herstelplan bedoeld in artikel 23 van de Europese netcode E&amp;R, bepaalt de transmissienetbeheerder de verschillende middelen bestemd om een dienst van herstel van het net te leveren na een spanningsinstorting ervan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 32, § 1, zesde lid, staat de eventuele coördinatie die nodig is met de betrokken distributienetbeheerder of de CDS-beheerder, overeenkomstig artikel 25, lid 1, van de Europese netcode E&amp;R, beschreven in het herstelplan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-14\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 23 van de Europese netcode E&amp;R, bevat het herstelplan de methodologie voor het bepalen van de behoefte aan hersteldiensten, van de keuze van de benodigde types hersteldiensten en van het benodigde volume van iedere hersteldienst. Het potentieel van energiebronnen met eilandbedrijfgeschiktheid en het potentieel van energiebronnen voor noodstroomvoorziening worden hierbij in rekening gebracht</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 3 - Systeembeschermingsplan</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 15</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd het systeembeschermingsplan bedoeld in artikel 11 van de Europese netcode E&amp;R, bepaalt de transmissienetbeheerder de noodzaak en, indien toepasselijk, de verschillende middelen bestemd om een dienst van bescherming van het net te leveren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 16</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De eventuele coördinatie die nodig is met de betrokken distributienetbeheerder, CDS-beheerder, overeenkomstig artikel 13, lid 1, van de Europese netcode E&amp;R, staat beschreven in het systeembeschermingsplan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 17</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd artikel 11 van de Europese netcode E&amp;R, bevat het systeembeschermingsplan, de methodologie voor het bepalen van de behoefte aan beschermingsdiensten, van de keuze van de benodigde types beschermingsdiensten en van het benodigde volume van iedere beschermingsdienst</p>\n<h3 class=\"lf-part\">BOEK 3 - VOORSCHRIFTEN EN MAATREGELEN INZAKE VEILIGHEID EN TOEGANG TOT INSTALLATIES TITEL 1 - Voorschriften betreffende de veiligheid van personen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Belgische wettelijke en reglementaire bepalingen inzake de veiligheid van personen en goederen, en met name het ARAB en het AREI, de Code over het welzijn op het werk alsook de normen NBN-EN 50110-1 en NBN-EN 50110-2 en de op die gebieden rechtstreeks toepasselijke Europese en/of geharmoniseerde normen en standaarden en de eventuele latere wijzigingen, zijn van toepassing op iedere persoon die tussenkomt op het transmissienet, op de bijbehorende infrastructuur en/of installaties, met inbegrip van de transmissienetbeheerder, de transmissienetgebruiker en hun respectievelijke personeel, met inbegrip van hun aannemers, onderaannemers en leveranciers</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 2 - Toegang tot de transmissienetinfrastructuur en de aansluitingsinstallaties beheerd door de transmissienetbeheerder</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-19\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 19</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens andersluidende bepaling in dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving gebeurt de toegang tot elk roerend of onroerend goed beheerd door de transmissienetbeheerder te allen tijde overeenkomstig de toegangs- en veiligheidsprocedures van de transmissienetbeheerder en met zijn voorafgaandelijk uitdrukkelijk akkoord Wanneer de door de transmissienetbeheerder beheerde transmissienetinfrastructuur en aansluitingsinstallaties zich op de site van de transmissienetgebruiker bevinden, passen de transmissienetbeheerder, zijn aannemers, zijn onderaannemers en zijn leveranciers eveneens de toegangs- en veiligheidsprocedures toe van de transmissienetgebruiker voor de toegang tot deze site voor zover deze toegangsprocedures geen afbreuk doen aan de uitvoering van dit besluit.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 3 - Toegang tot de installaties van de transmissienetgebruiker, en de systeemgebruiker</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-20\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 20</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Behoudens andere in de Europese netcodes en richtsnoeren vastgestelde regels en/of modaliteiten heeft de transmissienetbeheerder, in zijn hoedanigheid van relevante netbeheerder of, in voorkomend geval, in zijn hoedanigheid van relevante transmissienetbeheerder, zonder onnodige risico's of beperkingen binnen een redelijke termijn, toegang tot de installaties van de transmissienetgebruiker of, in voorkomend geval van elk andere systeemgebruiker, om er, in voorkomend geval in coördinatie met de relevante netbeheerder, inspecties en testen uit te voeren of te laten uitvoeren en/of testen te organiseren en/of laten organiseren, of andere maatregelen en/of formaliteiten in te stellen of te laten instellen met het oog op het controleren van de conformiteit met dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving Deze toegang wordt verleend in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de betrokken transmissienetgebruiker of de systeemgebruiker. De transmissienetgebruiker of, in voorkomend geval, de systeemgebruiker mag de transmissienetbeheerder de toegang niet ontzeggen op grond van contractuele afspraken met derden met betrekking tot de installaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorts stellen de transmissienetbeheerder, de betrokken transmissienetgebruiker of, in voorkomend geval, de systeemgebruiker zich ter beschikking van elkaar, om elkaar in kennis te stellen van risico's die eventueel gepaard gaan met hun aanwezigheid of die van hun vertegenwoordiger wanneer er testen, metingen en/of formaliteiten worden uitgevoerd. § 2. In de omstandigheden bedoeld in paragraaf 1 en tenzij anders aangegeven in dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving, leeft de transmissienetbeheerder de voorschriften betreffende de veiligheid van personen en goederen na die worden toegepast door de transmissienetgebruiker of, in voorkomend geval, van elk andere systeemgebruiker. Te dien einde voorafgaand aan de uitvoering van de inspecties, testen of andere formaliteiten en/of maatregelen is de transmissienetgebruiker en/of, in voorkomend geval, de systeemgebruiker ertoe gehouden de transmissienetbeheerder schriftelijk te informeren over de toepasselijke voorschriften, met inbegrip van de procedures, en een kopie ervan te verstrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De transmissienetgebruiker of, in voorkomend geval, de systeemgebruiker mag ten aanzien van de transmissienetbeheerder geen strengere vereisten opleggen inzake veiligheid dan aan zijn eigen personeel, behalve indien het niet naleven van deze vereisten een direct gevaar voor de veiligheid en de gezondheid van het personeel van de transmissienetbeheerder, zijn aannemers, onderaannemers of leveranciers inhoudt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de transmissienetgebruiker of, in voorkomend geval, de systeemgebruiker oordeelt dat het personeel van de transmissienetbeheerder, zijn aannemers, onderaannemers of leveranciers persoonlijke beschermingsuitrusting dienen te gebruiken tijdens de uitvoering van hun missie, die zijn oorsprong vindt in de activiteiten van de transmissienetgebruiker of de systeemgebruiker, dan stelt laatstgenoemde deze ter beschikking aan het interveniërende personeel van de transmissienetbeheerder, zijn aannemers, onderaannemers of leveranciers en geeft de nodige instructies voor het correct gebruik ervan. Deze terbeschikkingstelling kan aanleiding geven tot een redelijke financiële tussenkomst van de transmissienetbeheerder, of van zijn aannemers, onderaannemers en leveranciers, aan de transmissienetgebruiker of, in voorkomend geval, de systeemgebruiker. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebrek aan de in paragraaf 2, eerste lid, bedoelde informatie past de transmissienetbeheerder bij de uitvoering van inspecties, testen of andere formaliteiten en/of maatregelen met betrekking tot de installaties van een transmissienetgebruiker of, in voorkomend geval, een systeemgebruiker, zijn eigen voorschriften toe, inzake de veiligheid van personen en goederen. § 4. Wanneer de veiligheid of de technische betrouwbaarheid van het transmissienet het vereist, heeft de transmissienetbeheerder het recht de transmissienetgebruiker of, in voorkomend geval, de systeemgebruiker die hem krachtens dit besluit en/of de toepasselijke wetgeving dergelijke toegang waarborgen, in gebreke te stellen om binnen de in de geschreven ingebrekestelling vastgestelde termijn de noodzakelijke werken welke in de ingebrekestelling zijn gepreciseerd, uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij niet-uitvoering van deze werken binnen de in de ingebrekestelling vastgestelde termijn, na een allerlaatste ingebrekestelling met kopie voor de CREG, heeft de transmissienetbeheerder het recht de beschreven werken uit te voeren die nodig zijn voor het verzekeren van de veiligheid en de betrouwbaarheid van het net. De kosten van de werken vallen ten laste van de transmissienetgebruiker, tenzij hij bewijst dat ze te wijten zijn aan tekortkomingen van de transmissienetbeheerder of, in voorkomend geval, van een andere systeemgebruiker. In dit geval zijn inzake veiligheid van personen en goederen de bepalingen in de paragrafen 2 en 3 van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL 4 - Handelingen van de transmissienetbeheerder in geval van een gevaar voor personen of voor materiële schade of wanneer zijn net zich bevindt in de alarmtoestand, noodtoestand, in black-outtoestand of hersteltoestand</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 21</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de toestand in welke het transmissienet wordt geclassificeerd overeenkomstig artikel 18 van de Europese richtsnoeren SOGL en, in voorkomend geval, de activatie van remediërende maatregelen zoals bedoeld in artikel 20 van de Europese richtsnoeren SOGL, van maatregelen uit het systeembeschermingsplan of van maatregelen uit het herstelplan of van maatregelen uit het risicoparaatheidsplan, neemt de transmissienetbeheerder alle handelingen die hij geschikt oordeelt om een gevaar voor de fysieke integriteit van personen of materiële schade afkomstig van een situatie waarvan hij kennis heeft, of die aan zijn kennis wordt gebracht door een andere netbeheerder, een systeemgebruiker, elke andere actor van de betrokken markt of een betrokken derde, te voorkomen of op te lossen Wanneer de transmissienetbeheerder overgaat tot de activatie van remediërende maatregelen in alarmtoestand, een systeembeschermingsplan of een herstelplan, geeft hij aan de CREG zo spoedig mogelijk kennis van alle handelingen die hij neemt en stelt een verslag op met een gedetailleerde uitleg van de redenen, de uitvoering en de gevolgen van deze handelingen. Dit verslag wordt binnen dertig dagen verstuurd aan de CREG, ter informatie aan de minister en de Algemene Directie Energie evenals, in voorkomend geval, aan de verschillende betrokkene partijen onverminderd de bepalingen van de artikelen 14, 18, 20 en 22 van de Europese netcode E&amp;R. De CREG verstuurt een evaluatieverslag, met inbegrip van eventuele aanbevelingen ter verbetering van het systeembeschermingsplan of herstelplan over de door de transmissienetbeheerder genomen handelingen met toepassing van dit artikel, naar de minister en de transmissienetbeheerder.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">BOEK 4 - OPSTELLEN VAN ELEKTRISCHE SCHEMA'S</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 22</span><span class=\"lf-art-t\">Onverminderd de toepasselijke voorschriften van het AREI voldoen de op te maken elektrische schema's aan de volgende exploitatie eisen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De elektrische schema's zijn van het eendraadstype op een A4 formaat of A3 formaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle uitrustingen en hoogspanningsinstallaties zijn aangeduid op de elektrische schema's via het gebruik van de symboliek IEC serie 617 of volgens elke andere symboliek meegedeeld door de transmissienetbeheerder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een schema geeft de normale exploitatiesituatie van een site weer. In het normale exploitatieschema wordt de stand van de schakelapparatuur aangeduid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 23</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De volgende uitrustingen dienen in het normale exploitatieschema opgenomen te zijn: 1° de railstellen;2° de vermogensschakelaars;3° de rail-, lijn-, kabel- en aardscheiders;4° de toestellen voor het openen onder belasting;5° de generatoren;6° de vermogenstransformatoren, met inbegrip van hun eventuele aardingswijze, en de aansluiting van de hulpwikkelingen;7° de condensatorbatterijen;8° de inductiespoelen;9° de statische compensatoren (SVC);10° de stroomtransformatoren (TI);11° de spanningstransformatoren (TP);en 12° de overspanningsbegrenzers. § 2. In de mate van het mogelijke, wordt bij de opstelling van de eendraadsschema's rekening gehouden met de geografische situatie van de toestellen. Toch wordt hun werkelijke schikking in de velden gerespecteerd. § 3. Het patroon omvat onder meer een gereserveerde plaats voor de nummers van het schema, voor de index van herziening en voor de datum</p>\n<h3 class=\"lf-part\">BOEK 5 - VOORSCHRIFTEN INZAKE BEHEER EN EXPLOITATIE VAN HET TRANSMISSIENET TITEL 1 - Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-24\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 24</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De tussenkomsten en schakelingen van de transmissienetgebruiker die de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net beïnvloeden, kunnen enkel uitgevoerd worden mits het voorafgaandelijk akkoord van de transmissienetbeheerder In geval de transmissienetbeheerder weigert zijn akkoord te geven, geeft hij kennis van zijn gemotiveerde weigering aan de transmissienetgebruiker.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 25</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een uitwisseling in realtime van gegevens met betrekking tot de standen van de schakelaars en de metingen van het actief en het reactief vermogen heeft continu plaats tussen de transmissienetbeheerder en de transmissienetgebruiker volgens de modaliteiten vastgelegd in het relevant juridisch kader</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 26</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De transmissienetgebruiker deelt aan de transmissienetbeheerder onverwijld alle informatie mee betreffende de abnormale werking van zijn installaties die onmiddellijk of op termijn de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het net kan beïnvloeden. Hij verstrekt onverwijld iedere door de transmissienetbeheerder gevraagde bijkomende informatie, onverminderd de bepalingen van artikel 40 van de Europese netcode E&amp;R</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-27\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 27</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De transmissienetbeheerder deelt onverwijld en onder voorbehoud van vertrouwelijkheid overeenkomstig artikel 9, zesde lid en artikel 10, aan de betrokken transmissienetgebruikers de relevante informatie mee waarover hij beschikt met betrekking tot een abnormale werking van het net, rekening houdend met de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het net, onverminderd de bepalingen van artikel 40 van de Europese netcode E&amp;R</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-28\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De transmissienetbeheerder kan afwijken van de regels die zijn vastgesteld in of krachtens dit besluit bij het nemen van maatregelen om de uitbreiding van een storing, om een abnormale werking of om een kritische situatie met betrekking tot de installaties van de transmissienetgebruiker te vermijden voor zover de genomen maatregelen evenredig en noodzakelijk zijn</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 2 - Systeembeschermingsplan, herstelplan en testplan</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-29\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 29</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Op voorstel van de transmissienetbeheerder en na advies van de CREG, keurt de minister de voorstellen goed die bedoeld zijn in artikel 4, lid 2, c) en g), van de Europese netcode E&amp;R. § 2. Overeenkomstig artikel 4, lid 2, d), van de Europese netcode E&amp;R, legt de transmissienetbeheerder aan de minister jaarlijks voor 1 november een voorstel ter goedkeuring voor met een lijst van significante systeemgebruikers met hoge prioriteit. De minister spreekt zich over de voorgelegde lijst uit binnen een termijn van één maand, te rekenen vanaf de dag van ontvangst van die lijst Voor de samenstelling van de lijst bedoeld in het eerste lid, levert de Algemene Directie Energie de noodzakelijke gegevens die verder aangevuld worden door de transmissienetbeheerder. Daarvoor raadpleegt de Algemene Directie minstens: 1° de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken ;2° de Federale Overheidsdienst Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu;3° de distributienetbeheerders. De entiteiten bedoeld in het tweede lid, 1° en 2°, verlenen hun medewerking aan de Algemene Directie Energie bij de identificatie van de onder hun toezicht vallende significante systeemgebruikers met hoge prioriteit bedoeld in het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De entiteiten bedoeld in het tweede lid, 3°, verlenen hun medewerking aan de Algemene Directie Energie, bij de identificatie van de op hun distributienet aangesloten significante systeemgebruikers met hoge prioriteit bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de Europese netcode E&amp;R en overeenkomstig de toepasselijke regelgeving van de betreffende gewestelijke regulerende instantie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-30\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 30</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van het overleg en de goedkeuringen bedoeld in de artikelen 29, 31 en 32, maakt de transmissienetbeheerder alle informatie over opgevraagd door de minister, door de Algemene Directie Energie of door de CREG</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 2. - Systeembeschermingsplan</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-31\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 31</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Onverminderd artikel 11, lid 1, van de Europese netcode E&amp;R, maakt de transmissienetbeheerder, rekening houdend met de termijnen bedoeld in artikel 50 van de Europese netcode E&amp;R en met de geldigheidsduur van de meeste recente goedkeuring, na raadpleging van de CREG en de Algemene Directie Energie, een voorstel van systeembeschermingsplan over aan de minister Na advies van de CREG en in overleg met de minister bevoegd voor Economie, keurt de minister het voorstel van systeembeschermingsplan bedoeld in het eerste lid en de wijzigingen ervan goed of verzoekt de minister aan de transmissienetbeheerder om een nieuw en aangepast voorstel ter goedkeuring voor te leggen. In afwijking hiervan, wordt het voorstel bedoeld in artikel 4, lid 2, d), van de Europese netcode E&amp;R goedgekeurd door de minister volgens de in artikel 29, § 2, bepaalde procedure. § 2. Onverminderd de verplichtingen die van toepassing zijn op nieuwe elektriciteitsproductie-eenheden overeenkomstig de Europese netcode RfG zijn de bestaande elektriciteitsproductie-eenheden, bedoeld in artikel 36, met een maximaal actief vermogen groter dan of gelijk aan 25 MW technisch in staat om op het eerste verzoek van de transmissienetbeheerder de levering van actief en reactief vermogen met het net in te stellen volgens een referentiewaarde bepaald door de transmissienetbeheerder. § 3. De verwijzingen die in andere wetgevende en reglementaire teksten worden gemaakt naar de \"reddingscode\" worden beschouwd als verwijzend naar het systeembeschermingsplan. § 4. Op voorstel van de transmissienetbeheerder, en na advies van de CREG en in overleg met de minister bevoegd voor Economie, bepaalt de minister het afschakelplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met uitsluiting van de elementen die overeenkomstig van de Europese netcode E&amp;R in het systeembeschermingsplan en in het herstelplan worden geregeld, waaronder de automatische en handmatige procedures voor verbruiksontkoppeling, mogen de maatregelen vastgesteld in het kader van het afschakelplan het volgende omvatten zolang geen risicoparaatheidsplan bedoeld in Verordening (EU) 2019/941 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende risicoparaatheid in de elektriciteitssector en tot intrekking van Richtlijn 2005/89/EG, inclusief expliciete handmatige procedures voor verbruiksontkoppeling, is in werking getreden: 1° de verplichting voor de transmissienetbeheerder: a) de aansluitingen geheel of gedeeltelijk te onderbreken;b) de verbindingen met andere netten in de regelzone te onderbreken of te wijzigen;2° de verplichting voor de verbruikers of bepaalde categorieën van verbruikers, in het gehele land of bepaalde delen ervan, de elektriciteit die zij afnemen van het net te verminderen binnen de vooropgestelde limieten;3° het verbod elektriciteit te gebruiken voor bepaalde doeleinden. De maatregelen tot onderbreking van de koppelingen kunnen hetzij door tussenkomst van de netbeheerder worden geactiveerd, hetzij door automatische installaties die onder meer werken op basis van de frequentie gemeten in de regelzone of van een andere fysische grootheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De modaliteiten van de communicatie van en tussen de transmissienetbeheerder en de betrokken ministers voor de toepassing van het afschakelplan worden bij ministerieel besluit vastgelegd. § 5. De maatregelen bedoeld in paragraaf 4 worden toegepast, hetzij in het gehele land, hetzij in een deel ervan overeenkomstig volgende criteria: 1° het niveau van beïnvloeding van de getroffen maatregelen;2° de lokalisering van het probleem;3° de graad van preventie en bescherming;4° in de mate van het mogelijke, het behoud van de integriteit van het net. § 6. De modaliteiten voor de uitvoering van het afschakelplan bedoeld in paragraaf 4 worden in samenwerking met de beheerders van de publieke distributienetten, van de lokale transmissienetten en van het CDS uitgevoerd en houden, voor wat betreft de primordiale behoeften van de natie die elektrische energie vereist, zo veel mogelijk rekening met de volgende prioritaire aansluitingen, geklasseerd in aflopende volgorde van prioriteit: 1° de technische hulpsystemen nodig voor de vitale werking van de netten van de transmissienetbeheerder, de netten van de lokale transmissienetbeheerders, de publieke distributienetbeheerders en de beheerders van CDS;2° de ziekenhuizen bedoeld in artikel 2 van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/07/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2011 numac 2011000186 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Gecoördineerde wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/07/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/06/2010 numac 2010000299 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen. - Duitse vertaling sluiten op de ziekenhuizen en andere verzorginrichtingen;3° de beheerscentrales van noodoproepen 100, 101 en 112 op basis van artikel 2, eerste lid, 61°, van de wet van 13 juni 2005Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2016 numac 2016000435 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/06/2005 numac 2005011238 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet betreffende de elektronische communicatie type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/09/2015 numac 2015000523 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/06/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/03/2011 numac 2011000172 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de elektronische communicatie Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de elektronische communicatie, het Coördinatie- en Crisiscentrum van de Regering bedoeld door het koninklijk besluit van 18 april 1988 tot oprichting van het Coördinatie- en Crisiscentrum van de Regering en de coördinatiecomités van de gouverneurs bedoeld in artikel 32, § 3, van het koninklijk besluit van 22 mei 2019 betreffende de noodplanning en het beheer van noodsituaties op het gemeentelijk en provinciaal niveau en betreffende de rol van de burgemeesters en de provinciegouverneurs in geval van crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen. In geval van gehele of gedeeltelijke onderbreking van de prioritaire aansluitingen volgens het afschakelplan zorgen de transmissienetbeheerder en de beheerders van de ermee verbonden lokale transmissie- en publieke distributienetten, voor zover als mogelijk, voor een hervoeding van de prioritaire aansluitingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd 1°, 2° en 3° van het eerste lid en op voorstel van de in het koninklijk besluit van 31 januari 2003Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/01/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/02/2003 numac 2003014034 bron federale overheidsdienst mobiliteit en vervoer Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 13 september 1998 houdende havenstaatcontrole en wijziging van het koninklijk besluit van 20 juli 1973 houdende zeevaartinspectiereglement sluiten tot vaststelling van het noodplan voor de crisisgebeurtenissen en -situaties die een coördinatie of een beheer op nationaal niveau vereisen bedoelde beheerscel, kunnen de ministers bevoegd voor Economie en Energie, in overleg met de transmissienetbeheerder en de betrokken publieke distributienetbeheerders, bijkomende koppelingen bepalen, die om economische redenen, redenen van veiligheid en openbare orde, redenen van volksgezondheid, of redenen van netbeheer en netherstel worden hervoed. § 7. De minister legt de modaliteiten met betrekking tot de aankondiging van de beperkende maatregelen bedoeld in paragraaf 4 aanbevolen door de transmissienetbeheerder vast, zonder dat de termijnen vereist voor deze publicatie echter de toepassing van de maatregelen kunnen opschorten of vertragen.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 3. - Herstelplan</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-32\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 32</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Onverminderd artikel 23, lid 1, van de Europese netcode E&amp;R, maakt de transmissienetbeheerder, rekening houdend met de termijnen bedoeld in artikel 51 van de Europese netcode E&amp;R en met de geldigheidsduur van de meeste recente goedkeuring, na raadpleging van de CREG en de Algemene Directie Energie, een voorstel van herstelplan over aan de minister Na advies van de CREG en van de Algemene Directie Crisiscentrum van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken en in overleg met de ministers bevoegd voor Economie en Binnenlandse Zaken, keurt de minister het voorstel van herstelplan bedoeld in het eerste lid en de wijzigingen ervan geheel of gedeeltelijk goed of verzoekt de minister in het geval van een gedeeltelijke goedkeuring of een afkeuring aan de transmissienetbeheerder om een nieuw en aangepast voorstel ter goedkeuring voor te leggen. In afwijking hiervan, wordt het voorstel bedoeld in artikel 4, lid 2, d), van de Europese netcode E&amp;R goedgekeurd door de minister volgens de in artikel 29, § 2, bepaalde procedure.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de verplichtingen die van toepassing zijn op nieuwe eenheden overeenkomstig de Europese netcode RfG, de Europese netcode DCC en de Europese netcode HVDC, zijn de bestaande elektriciteitsproductie-eenheden met een maximaal actief vermogen groter dan of gelijk aan 25 MW, de bestaande publieke distributienetten, de bestaande lokale transmissienetten en de bestaande HVDC-systemen die op het transmissienet zijn aangesloten, die allen als bestaand worden beschouwd overeenkomstig artikel 36, technisch in staat om op het eerste verzoek van de transmissienetbeheerder de uitwisseling van actief en reactief vermogen met het net in te stellen volgens een referentiewaarde bepaald door de transmissienetbeheerder.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beheerders van bestaande op het transmissienet aangesloten verbruiksinstallaties, bedoeld in artikel 36, stellen een contactpersoon aan die beschikbaar is tijdens de hersteltoestand zoals gedefinieerd in artikel 18, lid 5, van de Europese richtsnoeren SOGL. Deze contactpersoon voert volgende maatregelen uit: 1° op verzoek van de transmissienetbeheerder, deze informeren over de toestand van zijn installaties en de mogelijkheden om het verbruik te hervatten;2° hiermee rekening houdend, het verbruik stapsgewijs te verhogen volgens de door de transmissienetbeheerder gegeven instructies. De beheerders van bestaande gesloten industriële netten en gesloten distributienetten aangesloten op het transmissienet bedoeld in artikel 36, stellen een contactpersoon aan die beschikbaar is tijdens de hersteltoestand zoals gedefinieerd in artikel 18, lid 5, van de Europese richtsnoeren SOGL.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze contactpersoon voert volgende maatregelen uit: 1° de transmissienetbeheerder informerenover mettname de toestand van zijn CDS, de mogelijkheden om de spanning op de onderstations van zijn CDS voor specifieke CDS gebruikers te herstellen en desgevallend de toestand/beschikbaarheid van hersteldiensten en de eventuele beschikbaarheid van overige middelen in functie van het herstel;2° gevolg te geven aan de door de regionale controlecentra van de transmissienetbeheerder verstrekte aanwijzingen in verband met de hoeveelheid actief en reactief vermogen die via het aansluitingspunt wordt uitgewisseld met het transmissienet. Als een aanbieder van hersteldiensten die is aangesloten op een CDS zijn hersteldiensten uitvoert, verzorgt de op het transmissienet aangesloten CDS-beheerder de coördinatie met de aanbieder van hersteldiensten en de transmissienetbeheerder in real time. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verwijzingen die in andere wetgevende of reglementaire teksten worden gemaakt naar de heropbouwcode worden beschouwd als verwijzingen naar het herstelplan.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 3 - Simulatie en periodieke test</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-33\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 33</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De evaluatie van het systeembeschermingsplan en het herstelplan bedoeld in de artikelen 50 en 51 van de Europese netcode E&amp;R wordt verricht door de transmissienetbeheerder in overleg met de betrokken partijen en op kosten van de transmissienetbeheerder</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 4 - Warmtekrachtkoppelings-eenheden en elektriciteitsproductie-eenheden die hernieuwbare energiebronnen gebruiken.</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-34\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 34</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tenzij anders bepaald in de van toepassing zijnde wetgeving geeft de transmissienetbeheerder, overeenkomstig artikel 11, § 1, tweede lid, 3°, van de Elektriciteits wet van 29 april 1999Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/05/1999 numac 1999011160 bron ministerie van economische zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/04/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/02/2014 numac 2014000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten voorrang aan elektriciteitsproductie-eenheden die hernieuwbare energiebronnen gebruiken en aan warmtekrachtkoppelingseenheden, rekening houdend met de bevoorradingszekerheid.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">BOEK 6 - TYPOLOGIE VAN INSTALLATIES, TECHNISCHE VEILIGHEIDSCRITERIA EN VOORSCHRIFTEN MET MINIMUMEISEN TITEL 1 - Typologie van installaties</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-35\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 35</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Dit boek legt de technische veiligheidscriteria en voorschriften met minimumeisen voor technisch ontwerp en bedrijfsvoering en de eisen voor algemene toepassing vast voor alle transmissienetgebruikers De in het eerste lid bedoelde eisen worden op dergelijke manier vastgesteld en toegepast dat zij bijdragen aan: 1° de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het transmissienet of van de installaties van een andere transmissienetgebruiker;of 2° de spanningskwaliteit van het transmissienet;of 3° de kwalitatieve levering van diensten van vraagsturing, ondersteunende diensten, diensten voor coördinatie en congestiebeheer, strategische reserves en de kwalitatieve terbeschikkingstelling van capaciteit in het kader van het capaciteitsvergoedingsmechanisme aan de transmissienetbeheerder en aan de distributienetbeheerder. § 2. De toepasselijke technische veiligheidscriteria en voorschriften met minimumeisen en eisen voor algemene toepassing van toepassing op elektriciteitsproductie-eenheden worden vastgesteld in functie van de volgende categorieën: 1° elektriciteitsproductie-eenheden in het algemeen;2° synchrone elektriciteitsproductie-eenheden;3° power park modules;4° offshore power park modules;5° de op gelijkstroom aangesloten power park modules. Iedere power park module wordt, voor de toepassing van de regels van dit besluit, steeds beschouwd als een overkoepelend geheel van generatoren verbonden met het transmissienet via een uniek aansluitingspunt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomstig het artikel 5, leden 2 en 3, van de Europese netcode RfG, worden de elektriciteitsproductie-eenheden bedoeld in het eerste lid geklasseerd in de types A, B, C en D, op basis van de volgende drempelcriteria: 1° voor elektriciteitsproductie-eenheden van type A: a) het aansluitingspunt is gesitueerd onder 110 kV;en b) het maximaal vermogen is tussen 0,8 kW inbegrepen en 1 MW niet inbegrepen;2° voor elektriciteitsproductie-eenheden van het type B: a) het aansluitingspunt is gesitueerd onder 110 kV;en b) het maximaal vermogen is tussen 1 MW inbegrepen en 25 MW niet inbegrepen;3° voor elektriciteitsproductie-eenheden van type C: a) het aansluitingspunt is gesitueerd onder 110 kV;en b) het maximaal vermogen is tussen 25 MW inbegrepen en 75 MW niet inbegrepen;4° voor elektriciteitsproductie-eenheden van type D: a) het aansluitingspunt is gesitueerd onder 110 kV wanneer hun maximaal vermogen groter is dan of gelijk aan 75 MW;of b) het aansluitingspunt is gesitueerd op of boven 110 kV, ongeacht het maximaal vermogen. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toepasselijke technische veiligheidscriteria en voorschriften met minimumeisen en eisen voor algemene toepassing van toepassing op installaties, andere dan de elektriciteitsproductie-eenheden zoals bedoeld in paragraaf 2 en dan de asynchrone energieopslagfaciliteiten zoals bedoeld in paragraaf 4, worden in de onderstaande categorieën ingedeeld, meer bepaald op basis van artikel 3, lid 1, van de Europese netcode DCC: 1° de verbruiksinstallaties aangesloten op het transmissienet;2° de installaties van een publiek distributienet, die zijn aangesloten op het transmissienet;3° de publieke distributienetten;4° de gesloten industriële netten en gesloten distributienetten aangesloten op het transmissienet;5° de verbruikseenheden die worden gebruikt door een verbruiksinstallatie of door een CDS om diensten van vraagsturing te leveren aan de relevante netbeheerders en aan de transmissienetbeheerder;6° het lokaal transmissienet. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toepasselijke technische veiligheidscriteria en voorschriften met minimumeisen van toepassing op asynchrone energieopslagfaciliteiten zijn geklasseerd in de types A, B, C of D, op basis van de volgende drempelcriteria: 1° type A: het maximaal actief vermogen is tussen 0,8 kW inbegrepen en 1 MW niet inbegrepen;2° type B: het maximaal actief vermogen is tussen 1 MW inbegrepen en 25 MW niet inbegrepen;3° type C: het maximaal actief vermogen is tussen 25 MW inbegrepen en 75 MW niet inbegrepen;4° type D: het maximaal actief vermogen is gelijk aan of groter dan 75 MW. Voor de toepassing van dit boek, wordt onder maximaal actief vermogen van een asynchrone energieopslagfaciliteit het maximaal actief vermogen bedoeld dat de asynchrone energieopslagfaciliteit technisch gezien in staat is te leveren op het aansluitingspunt met het transmissienet.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 2 - Criteria om installaties te beschouwen als bestaand of nieuw</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-36\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 36</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De installatie van een transmissienetgebruiker, inclusief elektriciteitsproductie-eenheden met pompopslag, wordt in het kader van dit besluit beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 4, lid 2, a) en b), van de Europese netcodes respectievelijk RfG, DCC en HVDC. De installatie van een transmissienetgebruiker die overeenkomstig artikel 4, lid 2, a) en b), van de Europese netcodes RfG, DCC en HVDC niet als bestaande wordt beschouwd, wordt in het kader van dit besluit beschouwd als een nieuwe installatie. § 2. Een asynchrone energieopslagfaciliteit bedoeld in artikel 35, § 4 wordt als bestaand beschouwd indien zij op de datum van 27 april 2019 reeds op het transmissienet is aangesloten. Zo niet, wordt ze als nieuw beschouwd</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 3 - Normen, technische veiligheidscriteria en voorschriften met minimumeisen voor alle installaties aangesloten op het transmissienet</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 37</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Deze titel stelt de eisen vast die van toepassing zijn op elke installatie en aansluiting met het transmissienet, ongeacht of deze als bestaand of nieuw worden beschouwd, overeenkomstig de Europese netcodes RfG, DCC en HVDC of overeenkomstig artikel 36, § 2. § 2. Onder voorbehoud van paragraaf 3 en van bijzondere regels die in dit boek nader worden beschreven, worden onder de technische eisen steeds specifieke eisen voorzien met betrekking tot het aansluitingspunt. § 3. De technische aansluitingseisen voor de HVDC systemen zijn toepasselijk op de wisselstroom aansluitingspunten van deze systemen overeenkomstig artikel 3, lid 4, van Europese netcode HVDC, onder voorbehoud van de uitzonderingen zoals bedoeld in hetzelfde artikel De technische aansluitingseisen voor de op gelijkstroom aangesloten power park modules en voor de remote-end HVDC convertorstations zijn van toepassing op het interfacepunt van dergelijke systemen overeenkomstig artikel 3, lid 5, van de Europese netcode HVDC, onder voorbehoud van de uitzonderingen zoals bedoeld in hetzelfde artikel. § 4. Wanneer meerdere bestaande elektriciteitsproductie-eenheden of asynchrone energieopslagfaciliteiten op hetzelfde aansluitpunt zijn aangesloten, zijn de bepalingen van dit besluit van toepassing op elk van deze elektriciteitsproductie-eenheden of asynchrone energieopslagfaciliteiten afzonderlijk.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-38\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 38</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De procedures voor exploitatie en onderhoud van aansluitingsinstallaties die een invloed hebben op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het transmissienet of installaties van andere transmissienetgebruikers worden opgesteld door de transmissienetbeheerder Indien deze procedures een invloed hebben op de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van de installaties van de aangesloten transmissienetgebruiker worden deze procedures tussen de transmissienetbeheerder en de betreffende systeemgebruiker afgesproken en vastgelegd in het relevant juridisch kader.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 2. - Normen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-39\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 39</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aansluitingsinstallaties en de installaties van de transmissienetgebruikers zijn in overeenstemming met de normen en met de reglementen die van toepassing zijn op elektrische installaties De transmissienetbeheerder preciseert in het relevant juridisch kader op een transparante en niet-discriminerende wijze de op elke transmissienetgebruiker van toepassing zijnde normen, technische verslagen en andere referentieregels en ziet toe op hun naleving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-40\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 40</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het toegelaten niveau van storingen op het transmissienet veroorzaakt door de aansluitingsinstallaties en de installaties van de transmissienetgebruikers wordt bepaald door de normen en Europese en/of geharmoniseerde standaarden die algemeen worden toegepast door vergelijkbare sectoren op Europees niveau en, onder meer, door de technische rapporten CEI 61000-3-6 en CEI 61000-3-7 De transmissienetgebruiker stelt alle aangepaste middelen in het werk om te vermijden dat de installaties, waarvan hij het beheer heeft, op het transmissienet storende verschijnselen veroorzaken die de grenzen, zoals gepreciseerd in het relevant juridisch kader, overschrijden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-41\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 41</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de technische eisen die voortvloeien uit de Europese netcodes RfG, DCC en HVDC, levert de transmissienetbeheerder aan de transmissienetgebruiker een spanning op het aansluitingspunt die ten minste voldoet aan de norm EN 50160. De norm EN 50160 dient als referentiepunt voor alle spanningsniveaus voorzien in dit besluit</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-42\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 42</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De wijzigingen aangebracht aan een norm bedoeld in dit hoofdstuk zijn van toepassing op elke installatie en op elke aansluiting op het transmissienet overeenkomstig artikel 37, § 1, voor zover de norm of een wettelijke verplichting dit voorzien en voor zover er geen aanpassing aan bestaande overeenkomsten vereist is</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 3. - Algemene technische minimumeisen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-43\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 43</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De waarden opgenomen in de tabellen van bijlage 1, A en B zijn van toepassing op de aansluitingsinstallaties, onafhankelijk van hun spanningsniveau. Alle op het transmissienet aangesloten elektriciteitsproductie-eenheden, verbruiksinstallaties, asynchrone energieopslagfaciliteiten, HVDC-systemen of CDS'en voldoen, voor alle installaties op het spanningsniveau van het interfacepunt, aan de in tabellen in bijlagen 1, A en B opgenomen waarden voor dit spanningsniveau van het interfacepunt De installaties op het eerste spanningsniveau onder het spanningsniveau van het interfacepunt zijn zo gedimensioneerd dat ze het maximaal toelaatbare kortsluitvermogen op het aansluitingspunt niet zullen beperken waarbij het maximaal toelaatbare kortsluitvermogen op het aansluitingspunt is de maximale waarde die voor dit spanningsniveau in bijlage 1, A en B is opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze waarden kunnen nader worden vastgesteld in het relevant juridisch kader, waarbij die waarden gelden als één van de relevante specificaties en eisen die het voorwerp uitmaken van de kennisgevingen bedoeld in artikel 2, tweede lid, punten 62 en 64, van de Europese netcode RfG, hoofdstuk 2 van de Europese netcode DCC en titel V van de Europese netcode HVDC.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-44\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 44</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aansluitingsvelden van de aansluitingsinstallaties zijn uitgerust met beveiligingen, teneinde selectief een fout uit te schakelen binnen een maximum toegelaten tijdsinterval, waarin begrepen de tijd voor de werking van de beveiliging, voor de werking van de vermogensschakelaar en het doven van de boog zoals vermeld in de bijlage 2, A en B. De beveiligingen bedoeld in het eerste lid worden door de transmissienetbeheerder gepreciseerd in het relevant juridisch kader</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-45\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 45</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor wat betreft de technische eisen die niet geregeld worden in dit besluit of in de Europese netcodes en richtsnoeren bepaalt de transmissienetbeheerder in het relevant juridisch kader de toepasselijke algemene technische minimumeisen en regelparameters, waarvan onder meer: 1° het eendraadsschema met inbegrip van het eerste aansluitingsveld vanaf het transmissienet, de structuur van het onderstation waarvan dit veld deel uitmaakt en de railstellen van dit onderstation;2° de technisch-functionele minimumspecificaties van de aansluitingsinstallaties</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-46\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 46</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De transmissienetbeheerder bepaalt de technisch-functionele minimumspecificaties aan te wenden voor de installaties van de transmissienetgebruiker, ten einde de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het transmissienet te waarborgen. Deze technisch-functionele minimumspecificaties hebben betrekking op: 1° de effecten teweeggebracht door de installaties van de transmissienetgebruiker ter hoogte van het interfacepunt in termen van: a) de minimale en maximale eenfasige en driefasige kortsluitvermogens die de installaties van de transmissienetgebruiker kunnen injecteren in het transmissienet op het aansluitingspunt;b) de maximale foutafschakeltijd door de hoofd- en reservebeveiligingen;c) de nulpuntschakeling van de installaties van de transmissienetgebruiker (aarding, aardingsimpedanties, wikkelingschakelschema van de transformatoren);d) de maximaal toegelaten niveaus van storingsemissies geïnjecteerd in het transmissienet door de installaties van de transmissienetgebruiker;2° de technische karakteristieken van de installaties van de transmissienetgebruiker aangesloten op het spanningsniveau van het interfacepunt of, bij ontbreken van dergelijke installaties van de transmissienetgebruiker bijvoorbeeld in geval de installaties van de transmissienetgebruiker beginnen met een spanningstransformatie, de technische karakteristieken van de installaties van de transmissienetgebruiker aangesloten op het eerste spanningsniveau rechtstreeks verbonden met het spanningsniveau van het interfacepunt via een enkele transformatie, in termen van: a) isolatieniveau;b) kortsluitvastheid;c) onderbrekingsvermogen van de vermogensschakelaars Deze technische karakteristieken houden rekening met de specifieke vereisten van de verplichte algemene technische minimumeisen, zoals vastgelegd in artikel 43; 3° in het algemeen elke uitrusting die een niet verwaarloosbare invloed kan hebben op de kwaliteit van de spanning of storingen in het transmissienet kan veroorzaken;4° de telecommunicatiemiddelen te installeren bij de installaties van de transmissienetgebruiker;5° na overleg met de transmissienetgebruiker: a) de vergrendelingen en de automatismen te installeren bij de installaties van de transmissienetgebruiker;b) de technische oplossingen en de regelparameters aan te wenden in het kader van het systeembeschermingsplan en het herstelplan. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De algemene technische minimumeisen, regelparameters en andere bepalingen bedoeld in paragraaf 1 worden vastgelegd in het relevant juridisch kader.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-47\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 47</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met inachtneming van de principes bedoeld in de artikelen 43 en 44 bepalen de transmissienetgebruiker en de transmissienetbeheerder in overleg, in het relevant juridisch kader, aangaande de aspecten die niet geregeld worden in dit besluit of in de Europese netcodes en richtsnoeren, en die rechtstreeks verbonden zijn met de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het transmissienet: 1° het eendraadsschema van de structuur van het net van de installaties van de transmissienetgebruiker, dat omvat: a) de spanningsniveaus van de installaties van de transmissienetgebruiker die het (de) interfacepunt(en) bevat(ten);b) alle mogelijke verbindingen tussen de verschillende aansluitingen met inbegrip van de transformatoren evenals de eventuele verbindingen met de elektriciteitsproductie- eenheden;c) de eventuele apparatuur voor het compenseren van reactieve energie;d) voor de transformatoren die verschillende aansluitingen kunnen verbinden, de bepaling van hun wikkelingschakelschema, de nominale spanningen en de eventuele regelstanden;e) alle uitrustingen aangesloten op deze spanningsniveaus die storingen kunnen teweegbrengen;2° de eventuele automatische wederinschakeling van luchtlijnen;3° de exploitatiewijzen (hoofdaansluiting en noodaansluiting)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-48\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 48</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De transmissienetgebruiker deelt uit eigen beweging aan de transmissienetbeheerder alle informatie mee met betrekking tot zijn installaties die een impact hebben op de kwaliteit, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het transmissienet en van de installaties van de andere transmissienetgebruikers</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-49\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 49</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De algemene technische minimumeisen, de regelparameters en de technisch-functionele minimumspecificaties beschreven in de artikelen 43 tot 48 hebben onder meer de volgende doelstellingen: 1° op niet-discriminerende wijze ertoe bijdragen dat de toepasselijke of geplande exploitatievoorwaarden voor het transmissienet op het aansluitingspunt volstaan om de aansluitingsinstallaties, de installaties van de transmissienetgebruikers en, in voorkomend geval, een uitbreiding van het transmissienet te aanvaarden zonder afbreuk te doen aan de goede werking van de installaties van andere transmissienetgebruikers of van het transmissienet en zonder schadelijke terugkoppeling naar de installaties van andere transmissienetgebruikers, of naar het transmissienet te brengen;2° op niet-discriminerende wijze ertoe bijdragen de harmonieuze ontwikkeling van het transmissienet te bevorderen. HOOFDSTUK 4. - Specifieke bepalingen met betrekking tot de aansluitingsinstallaties opgesteld op een terrein waarvan de transmissienetbeheerder het landbeheer krachtens een zakelijk recht niet heeft</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-50\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 50</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. In het geval dat de aansluitingsinstallaties op een terrein staan, dat niet het landbeheer krachtens een zakelijk recht is van de transmissienetbeheerder en waarvan de transmissienetgebruiker het gebruik heeft, dient de transmissienetgebruiker: 1° erop toe te zien, op eigen kosten, dat deze aansluitingsinstallaties op elk moment voor de transmissienetbeheerder toegankelijk zijn;2° alle maatregelen te nemen, die redelijkerwijs van hem verwacht kunnen worden om elke beschadiging aan het transmissienet, aan de aansluitingsinstallaties, en/of aan de installaties van een andere transmissienetgebruiker te voorkomen;3° indien dit technisch mogelijk is, erop toe te zien dat de transmissienetbeheerder het recht en de mogelijkheid heeft op elk moment aanvullende of bijkomende aansluitingsuitrustingen te plaatsen voor deze transmissienetgebruiker;4° erop toe te zien dat de transmissienetbeheerder het recht en de mogelijkheid heeft om op elk moment het geheel of een gedeelte van de aansluitingsuitrustingen, waarvan hij eigenaar is, te vervangen;5° erop toe te zien dat, op geen elk moment, de rechten van de transmissienetbeheerder met inbegrip van de eigendom of het gebruik, de toegang en de effectieve controle op het geheel of een gedeelte van de aansluitingsinstallaties worden aangetast. § 2. De uitvoeringsmodaliteiten voor het uitoefenen van de verplichtingen bedoeld in paragraaf 1 worden gepreciseerd in het relevant juridisch kader</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 5. - Identificatie van de uitrustingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-51\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 51</span><span class=\"lf-art-t\">Elke uitrusting die van een aansluitingsinstallatie deel uitmaakt wordt geïdentificeerd overeenkomstig een code opgesteld door de transmissienetbeheerder</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 52</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Na raadpleging van de transmissienetgebruiker bepaalt de transmissienetbeheerder, volgens de door hem opgestelde code, de te identificeren uitrustingen die deel uitmaken van de installaties van de transmissienetgebruiker Deze bepaling beoogt hoofdzakelijk de uitrustingen bedoeld in artikel 47.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 53</span><span class=\"lf-art-t\">De uitrustingen bedoeld in de artikelen 51 en 52 worden van een identificatieplaat voorzien die de code van de uitrusting duidelijk vermeldt</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 6. - Bijkomende technische eisen voor de compensatie van reactieve energie voor een verbruiksinstallatie bedoeld in artikel 35, § 3, 1°</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-54\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 54</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De transmissienetbeheerder heeft het recht om, behoudens onmiddellijke rechtzetting door de verbruiksinstallatie bedoeld in artikel 35, § 3, 1°, de technische middelen aan te wenden die nodig zijn voor de compensatie van reactieve energie, of, meer in het algemeen, voor de compensatie van ieder verstorend fenomeen, wanneer deze verbruiksinstallatie aangesloten op het transmissienet aanleiding geeft tot een bijkomende afname van reactieve energie, die een correctie noodzaakt, of wanneer ze de veiligheid, de betrouwbaarheid of de efficiëntie van het transmissienet verstoort De transmissienetbeheerder motiveert zijn beslissing en deelt deze mede aan de betrokken transmissienetgebruiker.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL 4 - Aanvullende technische eisen voor de aansluiting op het transmissienet van bestaande elektriciteitsproductie-eenheden en asynchrone energieopslagfaciliteiten</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 1. - Algemeen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-55\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 55</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze titel bepaalt de technische eisen die van toepassing zijn op de aansluiting op het transmissienet van elektriciteitsproductie-eenheden en asynchrone energieopslagfaciliteiten zoals bedoeld in artikel 35, §§ 2 en 4, beschouwd als bestaand overeenkomstig artikel 36, ter aanvulling van de technische vereisten voorzien in titel 3 en de technische vereisten gepreciseerd in het relevant juridisch kader</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 2. - Werkingsvoorwaarden</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-56\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 56</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Een bestaande elektriciteitsproductie-eenheid of een asynchrone energieopslagfaciliteit beschouwd als bestaand overeenkomstig artikel 36, werkt synchroon met het transmissienet: 1° zonder beperking in de tijd indien de frequentie gemeten in de regelzone begrepen is tussen 48.5 Hz en 51 Hz; en 2° tijdens een in gemeenschappelijk akkoord tussen de transmissienetgebruiker en transmissienetbeheerder bepaalde tijd indien de frequentie gemeten in de regelzone tussen 48 Hz en 48.5 Hz, alsook tussen 51 Hz en 52.5 Hz ligt. § 2. Het frequentierelais dat de overgang van een elektriciteitsproductie-eenheid of een asynchrone energieopslagfaciliteit beschouwd als bestaand overeenkomstig artikel 36, naar een eilandbedrijf bewaakt, mag niet geactiveerd worden zolang de frequentie gemeten in de regelzone van het net groter of gelijk is aan 48 Hz, behoudens andersluidende bepaling in het relevant juridisch kader</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 57</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een elektriciteitsproductie-eenheid of een asynchrone energieopslagfaciliteit beschouwd als bestaand overeenkomstig artikel 36, werkt zonder beperking in tijd synchroon met het transmissienet, binnen het gearceerde gebied in de onderstaande grafiek delta U-frequentie, waarin delta U verwijst naar de spanningsafwijking aan de klemmen van de generator uitgedrukt in % van de nominale spanning Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-58\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 58</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Een elektriciteitsproductie-eenheid of een asynchrone energieopslagfaciliteit beschouwd als bestaand overeenkomstig artikel 36, voldoet aan de volgende voorwaarden, behoudens andersluidende bepaling gepreciseerd in het relevant juridisch kader: 1° over haar gehele werkingsdomein synchroon met het transmissienet kunnen werken als de spanning op het aansluitingspunt, uitgedrukt in procent van de nominale spanning op het aansluitingspunt, gedurende een spanningsval met beperkte amplitude, binnen het gearceerde gebied van de onderstaande grafiek blijft Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2° over haar gehele werkingsdomein synchroon met het net kunnen werken als de spanning op het aansluitingspunt, uitgedrukt in procent van de nominale spanning op het aansluitingspunt, gedurende een spanningsval met belangrijke amplitude, binnen het gearceerde gebied van de onderstaande grafiek blijft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld § 2. Specifieke eisen worden in het relevant juridisch kader op objectieve, transparante en niet-discriminerende wijze vastgesteld door de transmissienetbeheerder voor power park modules beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 36, alsook voor de bestaande elektriciteitsproductie-eenheden beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 36, die hernieuwbare energiebronnen gebruiken en voor de warmtekrachtkoppelingseenheden beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 36.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-59\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 59</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tijdens een plotse wijziging of een belangrijke afwijking van de frequentie mag geen enkel toestel van een elektriciteitsproductie-eenheid of een asynchrone energieopslagfaciliteit beschouwd als bestaand overeenkomstig artikel 36, ingaan tegen de werking van de primaire frequentieregeling zoals die in dit besluit voorzien is</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 3. - Beveiligingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-60\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 60</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De transmissienetbeheerder plaatst aan de hoogspanningszijde van de aansluiting een vermogensschakelaar waarvan het onderbrekingsvermogen groter dan of gelijk is aan de standaardwaarde, uitgedrukt in kA, opgesteld per spanningsplan in bijlage 1, A</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-61\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 61</span><span class=\"lf-art-t\">De eenfasige kortsluitstroom mag niet groter zijn dan de driefasige kortsluitstroom</span></h4>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 4. - Specificaties voor productie van reactieve energie</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-62\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 62</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elk elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 36, alsmede de elektriciteitsproductie-eenheden van het type B beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 36, middels dewelke de ondersteunende dienst de regeling van de spanning en het reactief vermogen wordt versterkt zoals bedoeld in, artikel 11, eerste lid, 2°, is een regelende elektriciteitsproductie-eenheid onafhankelijk van het niveau van de spanning van het aansluitingspunt, op dewelke de eisen van dit hoofdstuk van toepassing zijn</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-63\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 63</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onafhankelijk van de andere specificaties omschreven in dit besluit, is elke regelende elektriciteitsproductie-eenheid bedoeld in artikel 62, beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 36, in staat haar levering van reactief vermogen automatisch en zonder verwijl, aan te passen tijdens langzame, in orde van minuten, en plotse, in orde van een fractie van seconde, wijzigingen in de spanning, en manueel op eerste vraag van de transmissienetbeheerder, volgens het relevant juridisch kader</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-64\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 64</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Elke elektriciteitsproductie-eenheid beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 36, die niet in artikel 62 wordt bedoeld, is in staat haar levering van reactief vermogen aan te passen in functie van de noden van het transmissienet, ten minste door de productie van het reactieve vermogen te kunnen omschakelen tussen twee niveaus overeengekomen tussen de transmissienetbeheerder en de betrokken transmissienetgebruiker</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-65\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 65</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Voor elke waarde van het actief vermogen dat op het transmissienet kan geïnjecteerd worden tussen het technisch minimum en het maximaal aansluitingsvermogen bij normale exploitatiespanning, is de elektriciteitsproductie-eenheid bedoeld in artikel 62, beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 36, in staat om een reactief vermogen te kunnen absorberen of leveren tussen -0.1 Pmax en 0.45 Pmax. § 2. Voor elke spanning op het aansluitingspunt tussen 0.9 en 1.05 maal de normale exploitatiespanning, heeft de elektriciteitsproductie-eenheid bedoeld in artikel 62, beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 36, dezelfde mogelijkheden, met uitzondering van een beperking veroorzaakt door spanningsbeperkingen van de generator of veroorzaakt door de statorstroom van de generator Een eventuele statorstroombeperking mag niet tussenkomen bij de snelle regeling van de spanning.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beperkingen op de spanning aan de klemmen van de generator dienen de bepalingen van de artikelen 57 en 58 te respecteren. § 3. In afwijking van wat voorzien is in de paragrafen 1 en 2, zijn de spanning, het actief en het reactief vermogen waarmee dient rekening gehouden te worden voor lokale elektriciteitsproductie-eenheden beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 36, de spanning, het actief en het reactief vermogen aan de uitgang van de lokale elektriciteitsproductie-eenheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-66\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 66</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De spanningsregelaar van een elektriciteitsproductie-eenheid beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 36, bedoeld in artikel 62, is voorzien van een over- en onderbekrachtigingsbegrenzer. Deze werken automatisch en enkel indien het reactief vermogen zich buiten het interval bevindt zoals bepaald bij toepassing van artikel 65</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-67\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 67</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen het werkingsgebied dient elke elektriciteitsproductie-eenheid beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 36, bedoeld in artikel 62, bij trage wijzigingen van de spanning Unet op het aansluitingspunt, op automatische wijze haar reactieve productie Qnet aan te kunnen passen zodat de relatieve gevoeligheidscoëfficiënt aeq begrepen is tussen 18 en 25, Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld waarbij : Qnet het reactief vermogen gemeten aan de hoogspanningszijde van de opvoertransformator betekent;</p>\n<p class=\"lf-p\">Pmax (vorige Pnom) het maximaal vermogen betekent;</p>\n<p class=\"lf-p\">Unet de spanning, gemeten aan de hoogspanningszijde van de opvoertransformator betekent;</p>\n<p class=\"lf-p\">Unorm,exp de normale exploitatiespanning (de gemiddelde spanning waarrond het transmissienet geëxploiteerd wordt) betekent.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-68\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 68</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien een elektriciteitsproductie-eenheid beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 36, die niet bedoeld is in artikel 62, uitgerust is met een regelaar bestemd om de referentiewaarde te volgen van het geproduceerd reactief vermogen, dient deze traag te zijn ten opzichte van de primaire spanningsregeling van de elektriciteitsproductie-eenheden beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 36, bedoeld in artikel 62, waarvan de werking ingrijpt op een schaal van seconden, en snel ten opzichte van de dynamica van de transformatoren met automatische regelschakelaars, inwerkende op een schaal van tientallen seconden tot minuten, om zodoende spanningsschommelingen in het elektrisch systeem te vermijden. De tijdsconstante van gesloten keten van deze regelaar is minstens tussen tien en dertig seconden instelbaar</p>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 5. - Andere bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-69\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 69</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De transmissienetgebruiker en de transmissienetbeheerder bepalen in onderlinge afspraak vastgelegd in het relevant juridisch kader, voor wat betreft de aspecten die niet geregeld worden in dit besluit en die rechtstreeks verbonden zijn met de veiligheid, de betrouwbaarheid en de efficiëntie van het transmissienet, de aan te wenden algemene technische minimumeisen, regelparameters en technisch-functionele minimumspecificaties met betrekking tot de installaties van de transmissienetgebruiker, waaronder: 1° het werkingsgebied van de generator in het actief-reactief diagram in functie van de exploitatiespanning;2° de aanpassing van de turbineregelaar aan het eilandbedrijf van de elektriciteitsproductie-eenheid (mogelijkheid en moment van eilandbedrijf);3° het regelbereik van de versterking van de snelheidsregelaar;4° het reactief statisme;5° de statische en dynamische stabiliteit;6° de weerstand aan een spanningsdip van de generator en van de ondersteunende diensten;7° het bekrachtigingsplafond;8° de synchronisatie met het transmissienet bij normale en buitengewone exploitatie;9° de mogelijkheid van gemeenschappelijke storingen inbegrepen de controle en bediening van elektriciteits-productiegroepen die meerdere elektriciteitsproductie-eenheden met gemeenschappelijke ondersteunende diensten en elektriciteitsproductie-eenheden met gecombineerde cyclus omvatten;10° de Power System Stabiliser;11° de opvoertransformator: vermogen, wikkelverhouding, kortsluitspanning, aarding van het nulpunt, beperking van de eenfasige kortsluitstroom en beperking van transiënte inschakelstromen.Dit laatste systeem wordt enkel geactiveerd bij de inschakeling van dit deel van de installatie om de inschakelstromen te beperken en wordt daarna gedeactiveerd. § 2 De technische minimumeisen, de regelparameters en andere technisch-functionele minimumspecificaties bedoeld in paragraaf 1 worden gepreciseerd in het relevant juridisch kader.</p>\n<p class=\"lf-p\">BOEK 7 - EISEN VOOR ALGEMENE TOEPASSING OP NIEUWE INSTALLATIES AANGESLOTEN OP HET TRANSMISSIENET EN MINIMUMEISEN VAN TOEPASSING OP NIEUWE ASYNCHRONE ENERGIEOPSLAGFACILITEITEN TITEL 1 - Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-70\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 70</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit boek legt de eisen voor algemene toepassing vast voor installaties van de transmissienetgebruikers, bedoeld in artikel 35, beschouwd als nieuw overeenkomstig artikel 36, naast de technische voorschriften voorzien in titel 3 van boek 6 en deze gepreciseerd in het relevant juridisch kader Dit boek legt ook minimumeisen vast voor nieuwe asynchrone energieopslagfaciliteiten bedoeld in artikel 36, § 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-71\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 71</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Eén of meerdere in deze titel vastgestelde technische eisen zijn ook toepasselijk op de aansluitingsinstallaties of de installaties van transmissienetgebruikers beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 36, nadat een van de hierna beschreven specifieke procedures is toegepast: 1° in geval van substantiële modernisering van de installaties van de transmissienetgebruiker bedoeld in artikel 4, lid 1, a), de Europese netcodes respectievelijk RfG, DCC en HVDC, waarvan de procedure is voltooid in overeenstemming met de gedragscode;2° wanneer de CREG beslist om één of meerdere van deze technische eisen bedoeld in deze titel op te leggen overeenkomstig de procedure die wordt beschreven in artikel 4, lid 1, b), van de Europese netcodes respectievelijk RfG, DCC en HVDC, op een categorie van aansluitingsinstallaties of de installaties van transmissienetgebruikers beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 36;3° wanneer de CREG beslist om één of meerdere van deze technische eisen bedoeld in deze titel toe te passen op asynchrone energieopslagfaciliteiten beschouwd als bestaande overeenkomstig artikel 36;4° wanneer een Europese netcode voorziet in de toepassing van bepaalde technische eisen op bestaande aansluitingsinstallaties of bestaande installaties van transmissienetgebruikers. § 2 Individuele of collectieve vrijstelling voor de toepassing van één of meerdere van de in dit boek vastgestelde technische eisen op de aansluitingsinstallaties of installatie van systeemgebruikers, beschouwd als nieuwe overeenkomstig artikel 36, kan worden verleend door de CREG overeenkomstig het bepaalde in artikel 136. § 3. Wanneer het recht bepaald in artikel 6, lid 3, van de Europese netcode RfG, en/of het recht bepaald in artikel 5, lid 3, van de Europese netcode DCC wordt uitgeoefend, kan de transmissienetbeheerder in zijn hoedanigheid van bevoegde netwerkbeheerder zijn toestemming geven voor de demonstratie door middel van simulaties en/of studies, dat de overwogen elektriciteitsproductie-eenheid en/of de kritische belastingen niet aangesloten kunnen blijven, om het industrieel proces zeker te stellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alle geschillen tussen de partijen worden beslecht overeenkomstig artikel 7, lid 5, van de Europese netcode RfG en artikel 6, lid 5, van de Europese netcode DCC. § 4. Wanneer de eigenaar van een productie-installatie, de eigenaar van een verbruiksinstallatie of de eigenaar van een HVDC net weigert overeenstemming te bereiken over bredere frequentiebereiken, langere minimale bedrijfsperioden of specifieke vereisten die van toepassing zijn in geval van gecombineerde frequentie- en spanningsafwijkingen van een productie-eenheid overeenkomstig artikel 13, lid 1, a), ii, van de Europese netcode RfG, artikel 12, lid 2, van de Europese netcode DCC, of artikel 11, lid 2, van de Europese netcode HVDC en dat een overeenstemming niet kan worden bereikt tussen deze eigenaar en de transmissienetbeheerder binnen een termijn van zes maanden, kan elke partij de CREG verzoeken om binnen een termijn van een maand een besluit te nemen over hun geschil, overeenkomstig artikel 7, lid 5, van de Europese netcode RfG, artikel 6, lid 5, van de Europese netcode DCC of artikel 5, lid 5, van de Europese netcode HVDC. § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de eisen specifiek aan een site vast te stellen zijn door de bevoegde transmissienetbeheerder overeenkomstig de Europese netcodes RfG, DCC en HVDC, worden deze voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan de CREG. De CREG verzoekt om het advies van de Algemene Directie Energie die beschikt over een termijn van tien dagen om het advies over te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedere eventuele weigeringsbeslissing van de transmissienetbeheerder om de specifieke exploitatievoorwaarden van toepassing te verklaren wordt steeds op toereikende wijze gerechtvaardigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebrek aan een advies binnen de vooropgestelde termijn wordt de Algemene Directie Energie geacht een gunstig advies te hebben gegeven. § 6. Overeenkomstig het artikel 6, leden 4 en 5, van de Europese netcode RfG zijn enkel de technische eisen zoals vastgesteld in de artikelen 13, tweede lid, a), b) en f), 13, leden 4 en 5, van de netcode RfG en de bijkomende technische eisen betreffende deze parameters van de frequentie zoals vastgesteld in de artikelen 83, §§ 4 en 5, en 88, § 1, toepasselijk op de warmtekrachtinstallaties aangesloten aan de verbruiksinstallaties bedoeld in artikel 35, § 3, 1°.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 2 - Bijkomende technische eisen voor nieuwe installaties</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 1. - Algemeen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 72</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer boek 8 dit expliciet vermeldt, zijn de in deze dit hoofdstuk vastgestelde bijkomende technische eisen ook toepasselijk voor de nieuwe installaties van een publiek distributienet die worden aangesloten op het transmissienet en op de nieuwe publieke distributienetten. Afdeling 1. - Bijkomende technische eisen met betrekking tot de frequentie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-73\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 73</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van artikel 12, lid 1 en van de bijlage I van de Europese netcode DCC, is elke installatie van een transmissienetgebruiker zoals bedoeld in artikel 35, § 3, 1° tot 4°, ten minste in staat verbonden te blijven met het net waarop ze aangesloten is en in bedrijf te blijven binnen de onderstaande frequentiebanden en tijdsperiodes: 1° voor een minimale duur van dertig minuten bij een systeemfrequentie gemeten in de regelzone tussen 47,5 Hz (inbegrepen) en 48,5 Hz;en 2° voor een minimale duur van dertig minuten bij een systeemfrequentie gemeten in de regelzone tussen 48,5 Hz (inbegrepen) en 49 Hz;en 3° zonder beperking in de tijd bij een systeemfrequentie gemeten in de regelzone tussen 49 Hz (inbegrepen) en 51 Hz (inbegrepen);en 4° voor een minimale duur van dertig minuten bij een systeemfrequentie gemeten in de regelzone vanaf 51 Hz (niet inbegrepen) en 51,5 Hz. Afdeling 2. - Bijkomende technische eisen met betrekking tot het behoud van de spanning</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-74\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 74</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Bij toepassing van de artikelen 13, leden 1 en 2 en van de bijlage II van de Europese netcode DCC, is elke installatie van een transmissienetgebruiker zoals bedoeld in artikel 35, § 3, 1° tot 4°, ten minste in staat aangesloten te blijven op het net waarop ze aangesloten is, binnen de spanningsbereiken van het net (gerelateerd aan de spanning op het aansluitingspunt ten opzichte van de referentiespanning 1 pu) en de tijdsperiodes zoals hierna bepaald: 1° wanneer de spanningsbasis voor de waarden pu tussen 110 kV en 300 kV ligt (exclusief deze laatste waarde): a) zonder beperking in de tijd binnen het spanningsbereik tussen 0,90 pu en 1,118 pu;en b) voor een minimale duur van twintig minuten binnen het spanningsbereik tussen 1,118 pu en 1,15 pu;2° wanneer de spanningsbasis voor de waarden pu hoger dan 300 kV ligt: a) zonder beperking in de tijd binnen het spanningsbereik tussen 0,90 pu en 1,05 pu;en b) voor een minimale duur van twintig minuten binnen het spanningsbereik tussen 1,05 pu en 1,10 pu. § 2. Bij toepassing van artikel 13, lid 7, van de Europese netcode DCC, de spanningsbereiken vastgesteld door de relevante transmissienetbeheerder die op zijn aansluitingspunt in acht dienen te worden genomen door eender welk CDS dat is aangesloten op het transmissienet of, in voorkomend geval, op het lokaal transmissienet, bij een spanning van minder dan 110 kV op het aansluitingspunt, is de volgende Spanningsbereik (kV) Duur Plage de tension Durée 0,9 pu - 1,118 pu Onbeperkt 0,90 pu - 1,118 pu Illimité De spanningsniveaus die van toepassing zijn voor dit spanningsbereik is: 6 kV, 10 kV, 11 kV, 12 kV, 15 kV, 26 kV, 30 kV, 36 kV en 70 kV. Afdeling 3. - Bijkomende technische eisen met betrekking tot kortsluiting</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-75\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 75</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomstig artikel 14, lid 1, van de Europese netcode DCC stelt de transmissienetbeheerder, in zijn hoedanigheid van relevante transmissienetbeheerder de maximale kortsluitstroom op het aansluitingspunt vast waartegen elke nieuwe installatie van een transmissienetgebruiker zoals bedoeld in artikel 35, § 3, 1° tot 4°, bestand is, in functie van het spanningsniveau op zijn aansluitingspunt. Afdeling 4. - Bijkomende technische eisen met betrekking tot het reactief vermogen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-76\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 76</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Bij toepassing van artikel 15, lid 1, a) en b), van de Europese netcode DCC beschikken de verbruiksinstallaties, net als de CDS'en, bedoeld in artikel 35, § 3, 1° en 4°, over de vereiste capaciteiten om in staat te zijn om het functioneringspunt van hun aansluitingspunt op permanente basis in het volgende reactief vermogensbereik te behouden, als vastgelegd in het relevant juridisch kader: 1° het effectieve reactieve vermogensbereik voor de opname van reactief vermogen is beperkt tot 33% van het actieve maximaal vermogen in het geval van afname of actieve maximaal vermogen in het geval van injectie;de hoogste van deze twee waarden wordt weerhouden, voor de opname van reactief vermogen, indien de spanning op het aansluitingspunt groter dan of gelijk is aan 30 kV; en 2° het effectieve reactieve vermogensbereik voor de opname van reactief vermogen is beperkt tot 21% van het maximale actieve vermogen in het geval van opname of actieve maximaal vermogen in het geval van injectie;de hoogste van deze twee waarden wordt weerhouden, voor de opname van reactief vermogen, indien de spanning op het aansluitingspunt kleiner is dan 30 kV; en 3° het effectieve reactieve vermogensbereik voor het aanbieden van reactief vermogen is beperkt tot 15% van het actieve maximale vermogen in het geval van afname of actieve maximaal vermogen in het geval van injectie;de hoogste van deze twee waarden wordt weerhouden, voor de levering van reactief vermogen Het maximaal actief vermogen in afname of maximaal actief vermogen in injectie zijn gelijk aan het ter beschikking gestelde vermogen, dat zelf in het relevant juridisch kader wordt vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze capaciteiten worden aangetoond door de transmissienetgebruiker voor zijn verbruiksinstallaties of zijn CDS aan de transmissienetbeheerder, in zijn hoedanigheid van relevante transmissienetbeheerder, voor een beperkt aantal referentiescenario's die in het relevant juridisch kader vooropgesteld en beschreven worden, maar sluiten de absorptie of levering van reactief vermogen in operationele werking buiten de hiervoor vermelde bereiken niet uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er kunnen andere grenzen dan die zoals bedoeld hierboven worden vastgesteld voor een aansluitingspunt op basis van een gezamenlijke analyse van de transmissienetbeheerder, in zijn hoedanigheid van relevante transmissienetbeheerder, en van de eigenaar van de verbruiksinstallaties zoals bedoeld in artikel 35, § 3, 1°, of van de CDS-beheerder, overeenkomstig artikel 15, lid 1, b) en c), van de Europese netcode DCC. § 2. Bij toepassing van artikel 15, lid 2, van de Europese netcode DCC beschikken de op het transmissienet aangesloten gesloten distributienetten over de nodige capaciteiten om in staat te zijn om geen reactief vermogen (op de referentiespanning 1 pu) te leveren op het niveau van hun aansluitingspunt voor een actiefvermogen van lager dan 25% van het maximum actief vermogen in afname of van het maximum actief vermogen in injectie, met dien verstande dat dat het maximum actief vermogen in afname of het maximum actief vermogen in injectie gelijk is aan het ter beschikking gesteld vermogen dat zelf wordt vastgelegd in het relevant juridisch kader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de beschikbare middelen niet volstaan voor de naleving van het eerste lid en een investering nodig blijkt, zal overeenkomstig artikel 15, lid 2, van de Europese netcode DCC een gezamenlijke analyse gerealiseerd worden tussen de transmissienetbeheerder, in zijn hoedanigheid van relevante transmissienetbeheerder, en de CDS-beheerder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze gezamenlijk studie heeft de volgende objectieven: 1° nagaan of hetgeen bepaald is in het eerste lid gerechtvaardigd is voor het aansluitingspunt individueel genomen, of enkel voor een geheel van aansluitingspunten;2° waarborgen dat, indien een investering dient gerealiseerd te worden, deze overeenstemt met de oplossing die het best beantwoordt aan met name de technische en economische beperkingen. Afdeling 5. - Bijkomende technische eisen met betrekking tot de uitwisseling van informatie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-77\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 77</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van artikel 18 van de Europese netcode DCC past iedere nieuwe installatie van een transmissienetgebruiker, zoals bedoeld in artikel 35, § 3, voor hun gegevensuitwisselingen in real-time met de transmissienetbeheerder, de normen toe die door de transmissienetbeheerder op zijn website ter beschikking zijn gesteld, handelend in zijn hoedanigheid van relevante transmissienetbeheerder Deze standaarden worden uitgevoerd op privélijnen voor gegevensoverdracht, met uitzondering van het openbaar internet, omwille van betrouwbaarheids- en cyberbeveiligingsredenen. Deze lijnen en hun stroomvoorziening zijn redundant aan beide uiteinden met een autonomie van meerdere uren. Afdeling 6. - Bijkomende technische eisen met betrekking tot ontkoppeling en herinschakeling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-78\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 78</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Bij toepassing van artikel 19, lid 1, a) tot c), van de Europese netcode DCC kan de transmissienetbeheerder, in overeenstemming met het systeembeschermingsplan eisen dat elke nieuwe installatie van een transmissienetgebruiker zoals bedoeld in artikel 35, § 3, 1° en 4°, over capaciteiten beschikt die een automatische ontkoppeling bij lage frequentie toelaten, met inachtneming van de op het Europees niveau vastgestelde criteria. § 2. Bij toepassing van artikel 19, lid 4, a) tot c), van de Europese netcode DCC mag elke installatie van een transmissienetgebruiker zoals bedoeld in artikel 35, § 3, 1° en 4°, enkel automatisch worden heringeschakeld na een ontkoppeling voor zover dit uitdrukkelijk wordt toegestaan in het relevant juridisch kader. In dit geval dient deze herinschakeling na ontkoppeling de frequentiebanden in acht te nemen zoals die worden vastgesteld in artikel 73 evenals de specifieke voorwaarden die in het relevant juridisch kader zijn gepreciseerd De installatie hierboven bedoeld mag enkel op afstand worden ontkoppeld van het transmissienet wanneer deze ontkoppeling op afstand wordt toegestaan in het relevant juridisch kader. In dit geval dient de ontkoppeling effectief te zijn binnen de tien minuten, tenzij er een andere termijn wordt vastgesteld in het relevant juridisch kader.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK 2. - Bijkomende technische eisen voor nieuwe verbruikseenheden die worden gebruikt door een verbruiksinstallatie of door een gesloten industrieel net om diensten van vraagbeheer te leveren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-79\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 79</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel vult de specifieke bepalingen van de Europese netcode DCC aan voor de verbruikseenheden met vraagsturing om het actief vermogen te regelen, vraagsturing om het reactief vermogen te regelen of vraagsturing om transmissiebeperking te beheren Bij toepassing van artikel 28, lid 2, a), van de Europese netcode DCC zijn de verbruikseenheden waarop deze afdeling toepasselijk is in staat om in bedrijf te zijn binnen de frequentiebanden zoals bedoeld in artikel 73 of binnen uitgebreidere banden in het relevant juridisch kader. Hetzelfde geldt voor de spanningsbereiken, bij toepassing van artikel 28, lid 2, b), van de Europese netcode DCC, zoals aangegeven in artikel 74.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van artikel 28, lid 2, c), van de Europese netcode DCC, leven de in deze afdeling bedoelde verbruiksinstallaties de spanningsbereiken vastgelegd in artikel 74 na.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van artikel 28, lid 2, f) en j), van de Europese netcode DCC wordt de termijn voor aanpassing van elektriciteitsverbruik van de in deze afdeling bedoelde verbruikseenheden voor doeleinden andere dan ondersteunende diensten vastgesteld door de transmissienetbeheerder en ter beschikking gesteld op zijn website.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van artikel 28, lid 2, f) en i), van de Europese netcode DCC worden de bijzonderheden van de kennisgeving voor de aanpassing voor doeleinden andere dan ondersteunende diensten van het elektriciteitsverbruik van de verbruikseenheden zoals in deze afdeling bedoeld vastgesteld door de transmissienetbeheerder. Hetzelfde geldt voor de technische specificaties die de overdracht van informatie mogelijk maken met betrekking tot deze aanpassing van het elektriciteitsverbruik, in de zin van artikel 28, lid 2, e) en l), van de Europese netcode DCC. De transmissienetbeheerder publiceert deze technische specificaties eveneens op zijn website.</p>\n<p class=\"lf-p\">De frequentiegradiënten te verdragen door de in dit artikel bedoelde verbruikseenheden zijn die welke worden vastgesteld in artikel 83, § 2, voor alle elektriciteitsproductie-eenheden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-80\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 80</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel vult de specifieke bepalingen van artikel 29 van de Europese netcode DCC aan voor de verbruikseenheden bedoeld in artikel 35, § 3, 5°, voor vraagsturing op basis van frequentieregeling Bij toepassing van artikel 29, lid 2, a), van de Europese netcode DCC zijn ze in staat in bedrijf te zijn binnen de frequentiebanden zoals opgegeven in artikel 73 of binnen uitgebreidere banden vastgesteld in het relevant juridisch kader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van artikel 29, lid 2, c), van de Europese netcode DCC, leven de in deze afdeling bedoelde verbruiksinstallaties de spanningsbereiken na, vastgelegd in artikel 74, § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van artikel 29, lid 2, d), van de Europese netcode DCC is de bandbreedte van het regelsysteem die ongevoelig is in een dode band rond de nominale systeemfrequentie van 50,00 Hz gelijk aan ca. 200 mHz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van artikel 29, lid 2, e), van de Europese netcode DCC is de maximale frequentieafwijking ten opzichte van de nominale systeemfrequentie van 50,00 Hz gelijk aan 49 Hz tot 51.5 Hz.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van artikel 29, lid 2, g), van de Europese netcode DCC zijn de in deze afdeling bedoelde verbruiksinstallaties in staat om de wijzigingen van systeemfrequentie snel te detecteren en te verwerken, met een evenredige reactie van al de in deze afdeling bedoelde verbruiksinstallaties ten opzichte van de frequentieafwijking: volgens een equivalente statiek, regelbaar tussen 2 en 12%.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">TITEL 3 - Bijkomende technische eisen voor elektriciteitsproductie-eenheden beschouwd als nieuw overeenkomstig artikel 36</h3>\n<h3 class=\"lf-part\">HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-81\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 81</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze titel bepaalt de bijkomende technische eisen in aanvulling op de eisen bepaald in de Europese netcode RfG. Ze zijn van toepassing op elektriciteitsproductie-eenheden beschouwd als nieuw overeenkomstig artikel 36, en op pompcentrales die voldoen aan de technische eisen bepaald in artikel 3, tweede alinea, d), van de Europese netcode RfG, namelijk deze waarvoor de pompcentrale actief is in zijn twee werkingsmodi (pomp- en turbinewerking) De hoofdstukken opgenomen in dit titel beogen respectievelijk: 1° de bijkomende algemene technische eisen met betrekking tot de elektriciteitsproductie-eenheden van het type A, B, C en D in het algemeen;2° de bijkomende technische eisen met betrekking tot de synchrone elektriciteitsproductie-eenheden van het type A, B, C en D;3° de bijkomende technische eisen met betrekking tot power park modules van het type A, B, C en D. HOOFDSTUK 2. - Algemene bijkomende technische eisen met betrekking tot de elektriciteitsproductie-eenheden van het type A, B, C en D beschouwd als nieuwe overeenkomstig artikel 36 Afdeling 1. - Bijkomende technische eisen met betrekking tot beveiligingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-82\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 82</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bijkomende technische eisen inzake beveiliging bepaald in de artikelen 60 en 61 zijn ook van toepassing op alle elektriciteitsproductie-eenheden beschouwd als nieuw overeenkomstig artikel 36, aangesloten op het transmissienet, ongeacht of deze van het type A, B, C of D is. Afdeling 2. - Bijkomende technische eisen met betrekking tot de frequentie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-83\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 83</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Overeenkomstig artikel 13, lid 1, a), i), van de Europese netcode RfG is elke elektriciteitsproductie-eenheid, ongeacht of deze van het type A, B, C of D is, bedoeld in artikel 35, § 2, minstens synchroon met het net waarop ze is aangesloten in staat om te werken in de volgende frequentiebereiken en gedurende de volgende tijdsduren: 1° gedurende minimaal dertig minuten indien de netfrequentie, gemeten in de regelzone, tussen 47,5 Hz (inbegrepen) en 48,5 Hz ligt;en 2° gedurende minimaal dertig minuten indien de netfrequentie, gemeten in de regelzone, tussen 48,5 Hz (inbegrepen) en 49 Hz ligt;en 3° zonder beperking in tijd als de netfrequentie, gemeten in de regelzone, tussen 49 Hz (inbegrepen) en 51 Hz (inbegrepen) ligt;en 4° gedurende minimaal dertig minuten indien de netfrequentie, gemeten in de regelzone, tussen 51 Hz (niet inbegrepen) en tot 51,5 Hz ligt. Bij toepassing van artikel 13, lid 1, a), ii en iii, van de Europese netcode RfG, ongeacht of de elektriciteitsproductie-eenheid van het type B, C of D op het transmissienet aangesloten is, werkt deze synchroon met het transmissienet gedurende een periode die is vastgelegd in afspraak tussen deze elektriciteitsproductie-eenheid en de transmissienetbeheerder in het relevant juridisch kader indien de netfrequentie, gemeten in de regelzone, tussen 51,5 Hz en 52,5 Hz ligt Voor de elektriciteitsproductie-eenheden van het type A aangesloten op het transmissienet deelt de eigenaar de duur van de technische werking mee aan de transmissienetbeheerder en stelt hij deze ter beschikking van de transmissienetbeheerder volgens de modaliteiten vastgelegd in het relevant juridisch kader. § 2. Bij toepassing van artikel 13, lid 1, b), van de Europese netcode RfG is elke elektriciteitsproductie-eenheid, ongeacht of deze van het type A, B, C of D is, bedoeld in artikel 35, § 2, bestand tegen snelheden van frequentievariatie en blijft zij aangesloten op het net waarop ze is aangesloten, volgens de onderstaande profielen van onder- en overfrequentie: Profiel van onderfrequentie Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Profiel van overfrequentie Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld In voorkomend geval is de regeling van de ontkoppelingsbeveiliging in verband met de snelheid van frequentievariatie voor elektriciteitsproductie-eenheden van het type A, B, C of D aangesloten op het transmissienet hoger dan 2 Hz per seconde, gemeten over een gemiddelde duur van 500 milliseconden. De ontkoppelingsbeveiliging is niet in strijd met de minimale eisen inzake werkingsduur die voor de verschillende frequentiebereiken zijn vastgelegd in paragraaf 1. Deze drempel van 2 Hz per seconde kan verminderd worden overeenkomstig het relevant juridisch kader voor technische of veiligheidsredenen voor deze elektriciteitsproductie-eenheden. § 3. Bij toepassing van artikel 13, lid 2, f), i, van de Europese netcode RfG is iedere elektriciteitsproductie-eenheid, ongeacht of deze van het type A, B, C of D is, bedoeld in artikel 35, § 2, zodra deze zijn minimumniveau van regeling heeft bereikt, in staat om de productie van actief vermogen op dat niveau kunnen handhaven. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van artikel 13, lid 4, van de Europese netcode RfG is het in geval van een frequentiedaling onder 49 Hz, wanneer dit technische beperkingen biedt om een constant vermogen te behouden, toegestaan door de transmissienetbeheerder om het actief vermogen van elke elektriciteitsproductie-eenheid van het type A, B, C of D, bedoeld in artikel 35, § 2, te verminderen binnen de limieten van de periode met een overgangsregime (tussen t1 en t2) en een vastgesteld regime (tot en met t3) zoals hieronder gedefinieerd:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Parameters Regeling Paramètres Ré-glage Periode met een overgangs-regime Frequentie-drempel 49 Hz Période de régime transitoire Seuil de fréquence 49 Hz Limiet 2% / Hz Limite 2 % / Hz t 1 (begin) ? 2 s t 1 (début) ? 2 s t 2 (einde) 30 s t 2 (fin) 30 s Periode met een vastgesteld regime Frequentie-drempel 49.5 Hz Période de régime établi Seuil de fréquence 49.5 Hz Limiet 10% / Hz Limite 10 % / Hz t 3 (einde) 30 minuten t 3 (fin) 30 minutes Voor de power park modules, is de vermindering van het maximaal actief vermogen niet toegestaan boven 49 Hz. Echter, voor de waarden onder de drempel van 49 Hz, is een vermindering van het maximaal actief vermogen van 2% per Hz toelaatbaar voor de transmissienetbeheerder (geldig tijdens de overgangsperiode (tussen t1 en t2) en het vastgestelde regime (tot t3)).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van artikel 13, lid 5, van de Europese netcode RfG worden de omgevingsomstandigheden die van toepassing zijn op de toelaatbare vermindering van actief vermogen ten opzichte van het maximaal vermogen als volgt gedefinieerd: 1° hoogte: 400 tot 500 m;2° vochtigheid: 15 tot 20 g H2O/1 kg lucht;3° temperatuur: 0° C. § 5. Bij toepassing van artikel 13, lid 6, van de Europese netcode RfG kan de transmissienetbeheerder in het relevant juridisch kader elke elektriciteitsproductie-eenheid van het type A aangesloten op het transmissienet, de kenmerken opleggen van de uitrusting waarmee de productie van actief vermogen van elke elektriciteitsproductie-eenheid op afstand kan worden geregeld op basis van signalen verstuurd door de transmissienetbeheerder. § 6. Bij toepassing van artikel 13, lid 7, van de Europese netcode RfG, voldoet de automatische koppeling van alle elektriciteitsproductie-eenheden van het type A bedoeld in artikel 35, § 2, aan de volgende voorwaarden: 1° de frequentie ligt tussen 49,9 Hz en 50,1 Hz;en 2° het spanningsniveau ligt tussen 0,85 pu en 1,1 pu;en 3° de minimale vertraging vóór herinschakeling bedraagt zestig seconden. Na herinschakeling is de maximaal toegestane snelheid voor de toename van de actieve vermogen productie beperkt tot 20% van Pmax per minuut.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van koppeling na een storing op de netten in de regelzone, is de toegelaten maximale snelheid voor de toename van de actieve vermogen productie beperkt tot 10% van Pmax per minuut.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke elektriciteitsproductie-eenheid van het type B of C die is aangesloten op het transmissienet is onderworpen aan de voorafgaande toestemming van de transmissienetbeheerder volgens het relevant juridisch kader om automatisch te worden gekoppeld op het transmissienet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomstig artikel 14, lid 4, van de Europese netcode RfG voldoet de herinschakeling op het net na een onverwachte ontkoppeling van elke elektriciteitsproductie-eenheid van het type B, C en D bedoeld in artikel 35, § 2, bovendien aan de volgende voorwaarden: 1° de frequentie ligt tussen 49,9 Hz en 50,1 Hz;en 2° het spanningsniveau ligt tussen 0.9 pu en 1,1 pu; en 3° de minimale vertraging vóór herinschakeling bedraagt zestig seconden. Na herinschakeling is de maximaal toegestane snelheid voor de toename van de actieve vermogen productie beperkt tot 10 % van Pmax per minuut.</p>\n<p class=\"lf-p\">De automatische herinschakeling na een onverwachte ontkoppeling is verboden voor elke elektriciteitsproductie-eenheid van het type B, C of D aangesloten op het transmissienet, tenzij met voorafgaande toestemming van de transmissienetbeheerder in het relevant juridisch kader om zich automatisch te koppelen op het transmissienet. § 7. Bij toepassing van artikel 14, tweede lid, b), van de Europese netcode RfG kan de transmissienetbeheerder in het relevant juridisch kader elke elektriciteitsproductie-eenheid van het type B aangesloten op het transmissienet, een bijkomende uitrusting opleggen om op afstand de productie van actief vermogen van deze elektriciteitsproductie-eenheid te kunnen regelen en verminderen. § 8. Bij toepassing van artikel 15, tweede lid, a) en b), van de Europese netcode RfG bepaalt de transmissienetbeheerder voor elke elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D aangesloten op het transmissienet in het relevant juridisch kader de minimale tijd gedurende dewelke de ingestelde instructie voor het actief vermogen van deze elektriciteitsproductie-eenheid moet worden bereikt en de eventuele toepasselijke tolerantiemarge voor de nieuwe instructie en de tijd om deze te bereiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tolerantiemarge wordt bepaald volgens het onderstaande diagram:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Bij lokale handmatige werking wordt de instructie binnen vijftien minuten met een nauwkeurigheid van 10% van de instructie van het actief vermogen bereikt. § 9. Bij toepassing van artikel 15, lid 2, d), i, van de Europese netcode RfG bepaalt de transmissienetbeheerder voor elke elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op het transmissienet, ongeacht of deze van het type C of D is, in het relevant juridisch kader de te respecteren parameters in de modus van frequentiegevoeligheid (FSM-modus). De elektriciteitsproductie-eenheid is in staat een respons in actief vermogen te geven op de frequentievariaties waarbij op zijn minst rekening wordt gehouden met de volgende parameters: Parameters van de respons in actief vermogen op de frequentievariaties in FSM-modus (verklaringen voor het diagram) Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Vermogen van respons in actief vermogen op de frequentievariaties van de elektriciteitsproductie-eenheden in de FSM-modus, in geval van een dode band en geen ongevoeligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Pref is het actief referentievermogen waaraan ? is gekoppeld. ? is de productievariatie van actief vermogen van de elektriciteitsproductie-eenheid. fn is de nominale frequentie (50 Hz) van het net en gDf is de frequentievariatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van artikel 15, lid 2, d), ii tot v, van de Europese netcode RfG wordt de capaciteit van de respons in actief vermogen op de frequentievariaties gedefinieerd volgens onderstaande waarden:</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Parameter Waarde Paramètre Valeur t1 maximaal 2 seconden voor een elektriciteitsproductieeenheid met inertie (synchrone elektriciteitsproductieeenheid) maximaal 500 milliseconden voor een elektriciteitsproductieeenheid zonder inertie (Power Park Module) t1 2 secondes au maximum pour une unité de production d'électricité avec inertie (unité de production d'électricité synchrone) 500 millisecondes au maximum pour une unité de production d'électricité sans inertie (parc non synchrone de générateurs) t2 30 seconden (15 seconden voor 50% van de maximale frequentievariatie) t2 30 secondes (15 secondes pour 50% de la variation de fréquence maximale) Duur van levering bij vol vermogen Minimaal 15 minuten Durée de fourniture en pleine puissance Minimum 15 minutes</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"p-10\"><span class=\"lf-art-num\">§ 10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van artikel 15, lid 2, e), van de Europese netcode RfG legt de transmissienetbeheerder, in het relevant juridisch kader, de vereiste specificaties vast van elke elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op het transmissienet, ongeacht of deze van het type C of D is, wat betreft het herstel van de frequentie. De elektriciteitsproductie-eenheid is in dit verband in staat om de dienst voor herstel van de frequentie met automatische netactivering te leveren, op een automatische en voortdurende wijze op basis van een instructie, alsook om in realtime en voortdurend een bevestigingssignaal van zijn activering te verzenden. § 11. Bij toepassing van artikel 15, lid 2, g), van de Europese netcode RfG is elke elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op het transmissienet, ongeacht of deze van het type C of D is, in staat om de aanvullende signalen uit te zenden die werden vastgelegd door de transmissienetbeheerder in afspraak met de betreffende transmissienetgebruiker in het relevant juridisch kader. § 12. Bij toepassing van artikel 15, lid 6, e), van de Europese netcode RfG, specificeert de transmissienetbeheerder de minimale en maximale limieten van het percentage van variatie van het actief vermogen, voor zowel de toenemende als de dalende productie van dit vermogen die nodig zijn voor een nieuwe elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D aangesloten op het transmissienet. Afdeling 3. - Bijkomende technische eisen met betrekking tot het algemeen beheer van het net, met inbegrip van de bepalingen voor operationele informatie-uitwisseling</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-84\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 84</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van artikel 14, lid 5, d), van de Europese netcode RfG is elke elektriciteitsproductie-eenheid aangesloten op het transmissienet van het type B, C of D, in staat om de volgende informatie in realtime uit te wisselen met de transmissienetbeheerder: 1° de positie van de vermogensschakelaars op het aansluitingspunt of op een ander interactiepunt met het transmissienet dat werd overeengekomen met de transmissienetbeheerder overeenkomstig het relevant juridisch kader;2° het actief en reactief vermogen op het aansluitingspunt of op een ander interactiepunt met het transmissienet dat werd afgesproken met de transmissienetbeheerder in het relevant juridisch kader alsook het netto actief en reactief vermogen, in geval van een afname andere dan de hulpvoeding van de elektriciteitsproductie-eenheid. Als deze informatie niet beschikbaar is en als dit alternatief in de daaromtrent door de transmissienetbeheerder gepubliceerde specificaties bedoeld in artikel 14, lid 5, d), i), van de Europese netwerkcode RfG of in het relevant juridisch kader, zo voorzien is, deelt de transmissienetgebruiker het bruto actief en reactief vermogen mee in afwijking van het eerste lid De transmissienetbeheerder bepaalt in het relevant juridisch kader de volledige lijst van aan hem mee te delen gegevens, naast de gegevens voorzien hierboven, evenals de communicatieprotocollen en infrastructuren. Afdeling 4. - Bijkomende technische eisen met betrekking tot de spanningsstabiliteit</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-85\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 85</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Bij toepassing van artikel 15, lid 3 en 16, lid 2, c), van de Europese netcode RfG kan de transmissienetbeheerder, in zijn hoedanigheid van relevante netbeheerder, zo nodig eisen dat een elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D aangesloten op het transmissienet beschikt over capaciteiten die een automatische ontkoppeling mogelijk maken, volgens het relevant juridisch kader. In dit geval stelt de transmissienetbeheerder, in zijn hoedanigheid van relevante transmissienetbeheerder, de modaliteiten en regelingen van de automatische ontkoppeling van deze elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D vast. Daartoe deelt de eigenaar van de elektriciteitsproductie-eenheid deze regelingen van de beveiligingen mee aan de transmissienetbeheerder om ze door deze laatste te laten valideren. § 2. Elke elektriciteitsproductie-eenheid van het type A, B, C aangesloten op het transmissienet blijft binnen de volgende spanningsbereiken aangesloten op het transmissienet en op de lokale transmissienetten Spannings-bereiken Werkings-duur Plages de tension Durée de fonctionnement Spanningsniveaus lager dan 300 kV 0,85 pu - 0,90 pu 60 minuten Niveaux de tension inférieur à 300 kV 0.85 pu - 0.90 pu 60 minutes 0.90 pu - 1.118 pu Onbegrensd 0.90 pu - 1.118 pu Illimité 1,118 pu - 1,15 pu Te bepalen tussen de relevante netbe-heerder en de eigenaar van de elektrici-teits-productie-eenheid 1.118 pu - 1.15 pu A convenir entre le gestion-naire de réseau compétent et le propriétaire de l'unité de production d'élec-tricité, dans le contrat de raccor-dement Spanningsniveaus hoger dan 300 kV (voor een aansluiting op het 380 kV net, 1 pu = 400 kV) 0,85 pu - 0,90 pu 60 minuten Niveaux de tension supérieurs à 300 kV (pourun raccordement au réseau 380 kV, 1 pu = 400 kV) 0.85 pu - 0.90 pu 60 minutes 0,90 pu - 1,05 pu Onbe-grensd 0.90 pu - 1.05 pu Illimité 1,05 pu - 1,10 pu Te bepalen tussen de relevante netbe-heerder en de eigenaar van de elektrici-teitsproductieeenheid 1.05pu - 1.10 pu A convenir entre le gestion-naire de réseau compétent et le propriétaire de l'unité de production d'élec-tricité, dans le contrat de raccor-dement Bij toepassing van artikel 16, lid 2, a) en b), van de Europese netcode RfG blijft elke elektriciteitsproductie-eenheid van het type D aangesloten op het transmissienet of op de lokale transmissienetten aangesloten op het transmissienet en op de lokale transmissienetten binnen de volgende spanningsbereiken:</p>\n<p class=\"lf-p\">Span-nings-bereiken Werkings-duur Plages de tension Durée de fonctionnement Spannings-niveaus lager dan 300 kV 0,85 pu - 0,90 pu 60 minuten Niveaux de tension inférieur à 300 kV 0.85 pu - 0.90 pu 60 minutes 0.90 pu - 1.118 pu Onbegrensd 0.90 pu - 1.118 pu Illimité 1,118 pu - 1,15 pu 20 minuten 1.118 pu - 1.15 pu 20 minutes Spannings-niveaus hoger dan 300 kV (voor een aansluiting op het 380 kV net, 1 pu = 400 kV) 0,85 pu - 0,90 pu 60 minuten Niveaux de tension supérieurs à 300 kV (pourun raccor-dement au réseau 380 kV, 1 pu = 400 kV) 0.85 pu - 0.90 pu 60 minutes 0,90 pu - 1,05 pu Onbegrensd 0.90 pu - 1.05 pu Illimité 1,05 pu - 1,10 pu 20 minuten 1.05 pu - 1.10 pu 20 minutes Elke eigenaar van elektriciteitsproductie-eenheid of lokale elektriciteitsproductie-eenheid met een toegangspunt op het transmissienet van het type B, C of D, behalve de elektriciteitsproductie-eenheden binnen een CDS, informeert de transmissienetbeheerder, volgens het relevant juridisch kader, over de totale capaciteit aan reactief vermogen van deze elektriciteitsproductie-eenheid, geeft er een demonstratie van en stelt het ter beschikking van de transmissienetbeheerder volgens de modaliteiten bepaald in afspraak met de betreffende transmissienetgebruiker en vastgelegd in het relevant juridisch kader of overeenkomstig de verplichtingen bedoeld in boek 5 van dit besluit. Afdeling 5. - Bijkomende technische eisen met betrekking tot het herstel van het net</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-86\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 86</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van artikel 15, lid 5, b) en c), van de Europese netcode RfG is elke elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D bedoeld in artikel 35, § 2, in staat zich te ontkoppelen van het net waarop de elektriciteitsproductie-eenheid is aangesloten en zich snel te hersynchroniseren, overeenkomstig de beveiligingsstrategie die werd afgesproken tussen de transmissienetbeheerder en de eigenaar van de betreffende elektriciteitsproductie-eenheid, evenals, in voorkomend geval, met de netbeheerder van het net waarop deze elektriciteitsproductie-eenheid is aangesloten zoals vastgelegde in het relevant juridisch kader Een elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D aangesloten op de transmissienet waarvan de duur van de hersynchronisatie na zijn ontkoppeling meer dan vijftien minuten bedraagt, is in staat zich te ontkoppelen ongeacht op welk werkingspunt de elektriciteitsproductie-eenheid zich bevindt in het diagram van zijn P-Q-capaciteit. In dit geval beperkt de ontkoppelingsactie zich niet tot de signalen van de regelingen van de beveiligingen. De beveiligingsstrategie wordt afgesproken tussen de betreffende eigenaar van de elektriciteitsproductie-eenheid en de transmissienetbeheerder en vastgelegd in het relevant juridisch kader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D aangesloten op het transmissienet is in staat om na een ontkoppeling onafhankelijk kunnen functioneren, ondanks de afwezigheid van enige koppeling van haar hulpmiddelen op het net waarop deze elektriciteitsproductie-eenheid is aangesloten. De minimale werkingsduur wordt, in samenwerking met de transmissienetbeheerder, bepaald door de relevante netbeheerder waarbij deze elektriciteitsproductie-eenheid is aangesloten, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de technologie voor de primaire aandrijving. Afdeling 6. - Bijkomende technische eisen met betrekking tot het algemeen beheer van het net</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-87\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 87</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van artikel 15, lid 6, a), van de Europese netcode RfG bepaalt het relevant juridisch kader, van elke elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D bedoeld in artikel 35, § 2, de detectiecriteria voor het verlies van hoekstabiliteit of het verlies van besturing van deze elektriciteitsproductie-eenheid en bijgevolg haar vermogen om zich in dit geval automatisch te ontkoppelen van het net waarop deze is aangesloten Bij toepassing van artikel 15, lid 6, b), van de Europese netcode RfG bepaalt het relevant juridisch kader, van elke elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D bedoeld in artikel 35, § 2, de kenmerken van de instrumentatie, zo nodig in samenwerking met de relevante transmissienetbeheerder. De kwaliteitsparameters voor de levering, de criteria voor de activering van het apparaat voor het registreren van storingen en vermogensschommelingen, de criteria voor de bemonsteringsfrequentie en de voorwaarden voor toegang tot de geregistreerde gegevens worden in het relevant juridisch kader vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van artikel 15, lid 6, c), van de Europese netcode RfG bepaalt het relevant juridisch kader, van elke elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D bedoeld in artikel 35, § 2, de door de eigenaars van deze elektriciteitsproductie-eenheid te verstrekken simulatiemodellen, zo nodig in samenwerking met de relevante transmissienetbeheerder. Deze geven het gedrag van de elektriciteitsproductie-eenheid in stationaire en dynamische toestand weer. Naargelang het geval legt het relevant juridisch kader ook een model vast dat de tijdelijke elektromagnetische fenomenen weergeeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De formaten van de simulatiemodellen, de in dit verband mee te delen documentatie en de parameters met betrekking tot het kortsluitvermogen worden vastgelegd in het relevant juridisch kader.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van artikel 15, lid 6, d), van de Europese netcode RfG legt het relevant juridisch kader, van elke elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D bedoeld in artikel 35, § 2, de vereisten vast, in afspraak met de eigenaar van de elektriciteitsproductie-eenheid en zo nodig in samenwerking met de relevante transmissienetbeheerder, met betrekking tot de installering van extra apparaten voor de werking of de veiligheid van het net.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij toepassing van artikel 15, lid 6, f), van de Europese netcode RfG bepaalt het relevant juridisch kader, van elke elektriciteitsproductie-eenheid van het type C of D bedoeld in artikel 35, § 2, de vereisten voor de aardingsapparaten van het nulpunt aan de netzijde van de opvoertransformatoren, zo nodig in samenwerking met de relevante transmissienetbeheerder.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK 2. - Bijkomende technische eisen met betrekking tot synchrone elektriciteitsproductie-eenheden van het type A, B, C en D beschouwd als nieuw overeenkomstig artikel 36 Afdeling 1. - Bijkomende technische eisen met betrekking tot de frequentie</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-88\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 88</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Bij toepassing van artikel 13, lid 2, a), c), d) en f), van de Europese netcode RfG is elke synchrone elektriciteitsproductie-eenheid bedoeld in artikel 35, § 2, die van het type A, B, C of D is, in beperkte regelmodus bij overfrequentie (LFSM-O-modus) in staat om de levering van de respons in actief vermogen op de frequentievariaties te activeren volgens de onderstaande waarden. Zodra de frequentiedrempel is bereikt, wordt de operationele modus op hetzelfde niveau voortgezet zonder verdere variatie (geen bijkomende vermindering voor een bijkomende verhoging van de frequentie) Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Parameter SPGM-regeling Paramètre Réglage SPGM Frequentie-drempel 50,2 Hz Seuil de fréquence 50,2 Hz Statische toestand 5% (regelbaar tussen 2% en 12%) Statisme 5% (réglable entre 2% et 12%) Prefreferentievermogen Maximaal vermogen Puissance de référence Pref Puissance maximale Reactietijd Als standaard zo snel als technisch mogelijk (zonder opzettelijke vertraging), in overleg met de transmissienetbeheerder kunnen specifieke bepalingen van toepassing zijn Temps de réaction Par défaut aussi rapidement que techniquement possible (sans délai intentionnel), des dispositions spécifiques pourraient être applicables en accord avec le gestionnaire du réseau de transport.</p>\n<p class=\"lf-p\">Responstijd niveau ? 5 minuten voor een verhoging van het actief vermogen met 20% van Pmax. Een trage reactie is niet van toepassing bij een toename die snel (binnen enkele seconden) volgt op een fase van vermindering ? 8 seconden voor een vermindering van het actief vermogen met 45% van Pmax Temps de réponse échelon ? 5 minutes pour une augmentation de puissance active de 20% de Pmax.</p>\n<p class=\"lf-p\">Une réaction lente n'est pas d'application pour le cas d'une augmentation qui suit rapidement (en quelques secondes) une phase de diminution) ? 8 secondes pour une diminution de puissance active de 45 % de Pmax Regelduur</p></div>", "next": 239966}