{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">gemeentelijke handleiding Art. D.III.9. Een gemeentelijke stedenbouwkundige handleiding kan afwijken van de inhoud met een indicatieve waarde van de gewestelijke stedenbouwkundige handleiding mits een motivering waarbij wordt bewezen dat de afwijkingen : 1° rekening houdende met de specificiteiten van het grondgebied waarop hij betrekking heeft, worden gerechtvaardigd;2° de hoofdlijnen van het al dan niet bebouwde landschap overeenkomstig een continuïteitlogica of in strijd daarmee naleven, versterken of opnieuw samenstellen. Art. D.III.10. Wanneer de gewestelijke stedenbouwkundige handleiding in werking treedt of na de inwerkingtreding van een gemeentelijke stedenbouwkundige handleiding gewijzigd wordt, past de gemeenteraad de gemeentelijke stedenbouwkundige handleiding binnen drie jaar aan de aanwijzingen en normen van de gewestelijke handleiding aan. De gemeentelijke handleiding kan bij die gelegenheid afwijken van de bepalingen van de gewestelijke handleiding overeenkomstig artikel D.III.9. De gemeentelijke raad kan beslissen om de bepalingen van de gemeentelijke handleiding te handhaven die van de latere gewestelijke handleiding bij gewone gemotiveerde beraadslaging ten opzichte van de voorwaarden van artikel D.III.9 afwijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zo niet hebben de aanwijzingen van de gewestelijke handleiding de overhand op die van de tegengestelde gemeentelijke handleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D. III.1. Wanneer een gewestelijke handleiding en een gemeentelijke handleiding op een bepaald grondgebied aanwijzingen geven over eenzelfde thema, zijn de aanwijzingen die bepaald worden in de gemeentelijke handleiding van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De normen van de gewestelijke handleiding en van de gemeentelijke handleiding zijn cumulatief van toepassing. Afdeling 2. - Band tussen de gemeentelijke plannen en de gemeentelijke handleiding Art. D.III.12. In geval van tegenspraak tussen een gemeentelijk plan en de aanwijzingen van de gemeentelijke handleiding, hebben de aanwijzingen van het plan de overhand. Afdeling 3. - Band tussen de handleidingen en de vergunningen Art. D.III.13. Een vergunning mag in afwijking van de normen van een stedenbouwkundige handleiding slechts onder de volgende voorwaarden toegekend worden : 1° bij wijze van uitzondering, d.w.z. wegens de noodzaak om ze toe te kennen voor de optimale uitvoering van het ontwerp; 2° indien de afwijkingen de coherente uitvoering van de handleiding in de rest van zijn toepassingsgebied niet in het gedrang brengen. De in het eerste lid bedoelde afwijkingen zijn van toepassing op de handelingen die onder andere wetgevingen met betrekking tot hetzelfde ontwerp ressorteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.III.14. Een vergunning kan afwijken van de inhoud met een indicatieve waarde van de gewestelijke en gemeentelijke stedenbouwkundige handleidingen mits een motivering waarbij wordt bewezen dat de afwijkingen : 1° rekening houdende met de specificiteiten van het ontwerp worden gerechtvaardigd;2° de hoofdlijnen van het al dan niet bebouwde landschap overeenkomstig een continuïteitlogica of in strijd daarmee naleven, versterken of opnieuw samenstellen. De in het eerste lid bedoelde afwijkingen zijn van toepassing op de handelingen die onder andere wetgevingen met betrekking tot hetzelfde ontwerp ressorteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL IV. - Overgangsrecht HOOFDSTUK I. - Gewestelijke stedenbouwkundige verordeningen Art. D.III.15. De bepalingen van het algemeen reglement op de gebouwen dat inzake stedenbouw toepasselijk is in de beschermde gebieden van sommige gemeenten, van het algemeen reglement op de gebouwen in landelijk gebied en van het algemeen reglement inzake uithang- en reclameborden worden aanwijzingen in de zin van artikel D.III.2, 1°, en krijgen een indicatieve waarde op de datum van inwerkingtreding van het Wetboek. Ze worden in de gewestelijke stedenbouwkundige handleiding opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van de algemene regeling betreffende de bereikbaarheid en het gebruik van ruimten en gebouwen of gedeelten van gebouwen die voor het publiek of voor gemeenschappelijk gebruik bestemd zijn, door personen met verminderde beweeglijkheid en die van de stedenbouwkundige regeling op de akoestische kwaliteit van bouwwerken in de zones B, C en D van de plannen voor langetermijnontwikkeling van de luchthavens Liège-Bierset en Charleroi-Sud zijn normen in de zin van artikel D.III;2, 2°, en behouden hun reglementaire waarde op de datum van inwerkingtreding van het Wetboek. Ze worden in de gewestelijke stedenbouwkundige handleiding opgenomen. HOOFDSTUK II. - Gemeentelijke stedenbouwkundige verordening. Art. D.III.16. De op de datum van inwerkingtreding van het Wetboek vigerende gemeentelijke stedenbouwkundige verordening wordt een gemeentelijke stedenbouwkundige handleiding. Haar bepalingen worden aanwijzingen in de zin van artikel D.III.5, eerste lid, of normen in de zin van artikel D.III.5, tweede lid, volgens de elementen waarop ze slaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.III.17. Het ontwerp van gemeentelijke stedenbouwkundige verordening dat voorlopig door de gemeenteraad vóór de inwerkingtreding van het Wetboek aangenomen is, wordt verder behandeld volgens de vóór die datum vigerende bepalingen. Artikel D.III.6, § 5, tweede en derde leden, kan nochtans toegepast worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij haar goedkeuring door de Regering wordt bedoelde verordening een gemeentelijke stedenbouwkundige handleiding en krijgt ze een indicatieve waarde met uitzondering van de als dusdanig geïdentificeerde normen die een reglementaire waarde hebben. HOOFDSTUK III. - Erkenning Art. D.III.18. De private of openbare natuurlijke of rechtspersonen die erkend zijn voor de opmaking of de herziening van de stedenbouwkundige verordeningen op de datum van inwerkingtreding van dit Wetboek worden erkend in de zin van artikel D.I.13 onder de voorwaarden van hun erkenning. De erkenning voor de opmaking of de herziening van een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening geldt als erkenning voor de opmaking of de herziening van een gemeentelijke stedenbouwkundige handleiding. HOOFDSTUK IV. - Toelagen Art. D.III.19. De in uitvoering zijnde toelagen voor de opmaking van een gemeentelijke stedenbouwkundige verordening blijven onderworpen aan de bepalingen die bij hun toekenning van toepassing zijn. Op met redenen omkleed voorstel van de gemeenteraad kan de Regering evenwel de in de in uitvoering zijnde toelagen bedoelde termijnen verlengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">BOEK IV. - Stedenbouwkundige vergunningen, aangiften en attesten Titel I. - Algemeen HOOFDSTUK I. - Begrippen Art. D.IV.I. § 1. De handelingen en werken worden : 1° ofwel onderworpen aan een bebouwingsvergunning of aan een stedenbouwkundige vergunning;2° ofwel onderworpen aan een aangifte;3° ofwel vrijgesteld van elke voorafgaande vergunning of aangifte. Iedereen die erom verzoekt, verkrijgt een stedenbouwkundig attest nr. 1 of 2. § 2. De Regering bepaalt in de vorm van een nomenclatuur de lijst van de handelingen en werken die wegens hun aard of impact : 1° vrijgesteld worden van een stedenbouwkundige vergunning;2° of vrijgesteld worden van de aangifte;3° of vrijgesteld worden van de tussenkomst van een architect;4° of een beperkte impact hebben. Die lijst geldt echter niet voor handelingen en werken betreffende onroerende goederen, die op de beschermingslijst opgenomen zijn, op de monumentenlijst geplaatst zijn, in een in artikel 209 van het Wetboek van Erfgoed bedoeld beschermingsgebied of in een landschap dat voorkomt in de in artikel 233 van hetzelfde Wetboek bedoelde inventaris van de archeologische vindplaatsen, behalve als die onroerende goederen bestanddelen zijn van het in artikel 187, 13° van hetzelfde Wetboek bedoelde klein volkspatrimonium.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.2. § 1. De bebouwingsvergunning machtigt de bebouwing van een goed en bepaalt voor de betrokken omtrek de doelstellingen van aanleg van het grondgebied en van stedenbouw in overeenstemming met het ontwerp van grondgebied bepaald in de schema's indien ze bestaan en van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bedoelde vergunning gaat uit van de doelstellingen en maatregelen voor de uitvoering van het (de) schema ('s) indien het(de) bestaat(n) of van toepassing is(zijn). § 2. De stedenbouwkundige vergunning machtigt de handelingen en werken die ze bepaalt overeenkomstig de eventueel vastgestelde lasten en voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitvoering van meerdere al dan niet aanpalende bouwwerken die geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor de woning of voor een bijkomende functie van de woning en die een geheel vormen, kunnen het voorwerp uitmaken van één en dezelfde aanvaag om stedenbouwkundige vergunning. Het gaat in dit geval om een stedenbouwkundige vergunning voor groepen van bouwwerken. § 3. De aangifte machtigt de handelingen en werken die ze bepaalt. § 4. Het stedenbouwkundig attest nr. 1 omvat de inlichtingen betreffende de stedenbouwkundige toestand van een goed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de inlichtingen die zijn opgenomen in het attest nr. 1, wordt in het attest nr. 2 een beoordeling van het gemeentecollege en van de gemachtigd ambtenaar opgenomen met betrekking tot het ontwerp zoals het concreet door de aanvrager is opgesteld. HOOFDSTUK II. - Handelingen die onderworpen zijn aan de bebouwingsvergunning Art. D.IV.3. § 1. De bebouwing van een goed, met inbegrip de dienovereenkomstige bevordering of reclame wordt onderworpen aan een voorafgaandelijke schriftelijke en uitdrukkelijke vergunning van de bevoegde overheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder de bebouwing van een goed wordt de uitvoering van een algemeen ontwerp op basis van de stedenbouwkundige conceptie m.b.t. op dat goed dat minstens twee onbebouwde kavels opgedeeld moet worden, verstaan die hoofdzakelijk het optrekken beoogt van gebouwen die geheel of gedeeltelijk voor bewoning bestemd zijn, of de plaatsing van een vaste of verplaatsbare installatie die geheel of gedeeltelijk gebruikt kan worden voor bewoning en, in voorkomend geval, de bouw of de inrichting van openbare of gemeenschappelijke ruimten, technische infrastructuren of gebouwen waarin functies ondergebracht zijn die als aanvulling op de woonfunctie dienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opdeling waarvan sprake is de indeling die uitgevoerd wordt bij iedere akte tot aanwijzing, overdracht of oprichting van een zakelijk recht, met uitsluiting van de hypotheek of het onderpand.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opdeling beoogt hoofdzakelijk de bouw beoogt van gebouwen die geheel of gedeeltelijk voor bewoning bestemd zijn, of nog de plaatsing van een vaste dan wel verplaatsbare installatie die geheel of gedeeltelijk voor bewoning gebruikt kan worden wanneer meer dan de helft van de opgerichte gebouwen geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor de woning. § 2. Op voorstel van de aanvrager of van ambtswege kan de overheid die de bebouwingsvergunning verstrekt van de omtrek van de vergunning uitsluiten, alle of sommige kavels die niet geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor het optrekken van een woning of de plaatsing van een vaste of verplaatsbare installatie die geheel of gedeeltelijk gebruikt kan worden voor bewoning of die voor die bestemming ongeschikt zijn wegens een technische of een juridische reden of nog die reeds gebouwd of gebruikt zijn voor de plaatsing van een vaste of verplaatsbare installatie in de zin van artikel D.IV.4, § 1, 1°, indien zij acht dat er geen belang is om desbetreffende voorschriften op te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK III. - Handelingen en werken onderworpen aan een stedenbouwkundige vergunning Art. D.IV.4. De volgende handelingen en werken worden onderworpen aan een voorafgaandelijke schriftelijke en uitdrukkelijke vergunning van de bevoegde overheid : 1° op een terrein bouwen of het gebruiken voor de oprichting van één of meer vaste installaties : onder \"het bouwen en plaatsen van vaste inrichtingen\" wordt verstaan het oprichten van een gebouw of een constructie of het plaatsen van een inrichting, zelfs uit niet-duurzame materialen, die in de grond is ingebouwd, aan de grond is bevestigd of op de grond steun vindt ten behoeve van de stabiliteit, en bestemd is om ter plaatse te blijven staan, al kan zij ook uit elkaar genomen of verplaatst worden;2° één of meer uithangborden of reclamezuilen plaatsen;3° bouwwerken afbreken;4° herbouwen;5° een bestaand gebouw verbouwen;onder \"verbouwen\" verstaat men de aanleg- en inrichtingswerken, daarbij inbegrepen de instandhoudings- of onderhoudswerken die schade toebrengen aan de draagstructuren van het gebouw of het bouwwerk of die een wijziging van het gebouwde volume of de architectuur als gevolg hebben; 6° een nieuwe woning inrichten in een bestaand bouwwerk;7° de bestemming van een gebouw geheel of gedeeltelijk wijzigen, voor zover deze wijziging voorkomt op een lijst die de Regering heeft opgemaakt met inachtneming van de volgende criteria : a) de weerslag op de omgeving;b) de hoofdfunctie van het gebouw;c) de verdeling van de oppervlakten en van de toegelaten handelsactiviteiten;8° het bodemreliëf merkbaar wijzigen;9° bebossen of ontbossen;er is evenwel geen vergunning nodig voor de bosbouw in bosgebieden; 10° losstaande hoogstammige bomen vellen in groengebieden die krachtens het geldend plan van aanleg of een gemeentelijk schema zijn ingericht, alsmede bomen vellen die geplant zijn op een goed dat het voorwerp van een verkavelings- of bebouwingsvergunning heeft uitgemaakt;11° een merkwaardige boom, struik of haag vellen, nadelig zijn voor hun stelsel van wortels of het aspect ervan wijzigen wanneer ze worden opgenomen op een gemeentelijke lijst bepaald volgens de modaliteiten vastgesteld door de Regering;de Regering kan een lijst van werken bepalen die nadelig zijn voor het stelsel van wortels of die het aspect van de merkwaardige bomen, struiken en hagen wijzigen; 12° de plantengroei verwijderen of wijzigen in elk gebied waarvan de Regering de bescherming noodzakelijk acht, met uitzondering van de tenuitvoerlegging van een bijzonder plan voor het beheer van een domaniaal natuurreservaat, bedoeld in artikel 14 van de</p>\n<p class=\"lf-p\">wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud, van het plan voor het beheer van een erkend natuurreservaat bedoeld in artikel 19 van dezelfde wet of van het plan voor het actief beheer van een Natura 2000-locatie bedoeld in artikel 27 van dezelfde wet;13° kerstbomen telen;14° een terrein doorgaans gebruiken voor : a) de opslag van één of meer afgedankte wagens, schroot, materialen of afvalstoffen;b) de plaatsing van één of meer mobiele installaties, zoals woonwagens, caravans, afgedankte voertuigen en tenten, met uitzondering van mobiele installaties die door een vergunning bedoeld in het Wetboek van Toerisme of het decreet van de Duitstalige Gemeenschap van 9 mei 1994 zijn toegelaten; 15° in de zin van boek III van het Wetboek van Erfgoed, instandhoudingswerken (laten) ondernemen i.v.m. onroerende goederen, opgenomen op de in hetzelfde goed bedoelde beschermingslijst of beschermd krachtens hetzelfde boek, behalve als de werken geen wijzigingen brengen aan hun buiten- of binnenaanzicht, noch aan hun bouwmateriaal, noch aan de kenmerken die de beschermingsmaatregelen gerechtvaardigd hebben, en die onderworpen zijn aan een voorafgaande aangifte volgens de nadere regels, de inhoud en de procedure vastgesteld door de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover ze er niet van worden vrijgesteld, kunnen de volgende handelingen en werken onderworpen worden aan een vergunning door beraadslaging van de gemeenteraad zodra hij er de noodzaak van onder verwijzing naar de inhoud van zijn gemeentelijke stedenbouwkundige handleiding rechtvaardigt : 2° de handelingen en werken die niet bedoeld zijn in het eerste lid; 2° de handelingen en werken onderworpen aan een aangifte overeenkomstig artikel D.IV.5. HOOFDSTUK IV. - Handelingen en werken onderworpen aan een aangifte Art. D.IV.5. De Regering bepaalt de lijst van de in artikel D.IV.4, eerste lid, bedoelde handelingen en werken die wegens hun aard of hun impact een voorafgaandelijke stedenbouwkundige aangifte vereisen waarvan de Regering de nadere regels en de inhoud vastlegt, en die per zending opgestuurd moet worden naar het gemeentecollege.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regeling van de stedenbouwkundige aangifte is ook van toepassing wanneer de in het eerste lid bedoelde handelingen en werken betrekking hebben op een wijziging van de stedenbouwkundige vergunning tijdens de uitvoering. HOOFDSTUK IV. - Aanmeldingsplichtige handelingen en werken Art. D.IV.5. De Regering legt de lijst vast van de handelingen en werken bedoeld in artikel D.IV.4, lid 1, waarvoor wegens de aard of de impact ervan een per schrijven aan het gemeentecollege te richten, voorafgaande stedenbouwkundige aanmelding vereist wordt waarvan de Regering de nadere regels en de inhoud vastlegt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De regeling van de stedenbouwkundige aanmelding is eveneens van toepassing wanneer de handelingen en werken bedoeld in lid 1 betrekking hebben op een wijziging van de lopende stedenbouwkundige vergunning. HOOFDSTUK V. - Vergunningsvrije of aanmeldingsvrije handelingen en werken Art. D.IV.6. Naast de handelingen opgenomen in de lijst, vastgelegd door de Regering wegens de ligging van het project of wegens de oppervlakte ervan, is geen stedenbouwkundige vergunning vereist voor : 1° de schenkingsakten;2° de onopzettelijke daden;3° de akten van verdeling om uit een onverdeeldheid van erfrechten te treden, op voorwaarde dat er niet meer kavels dan mede-erfgenamen zijn;4° de verdeling van een goed gelegen langs de weg en aan dezelfde kant van een openbare weg die voldoende toegerust is met water- en elektriciteitsleidingen en rioleringen, die voorzien is van een wegverharding en breed genoeg is, rekening houdend met de ligging en voor zover de voorwaarden van het Waterwetboek inzake zuivering van afvalwater voor betrokken goed in acht genomen zijn wanneer : a) het goed sinds minstens vijf jaar gelegen is tussen twee, hoogstens honderd meter van elkaar verwijderde, bestaande bouwwerken; b) in de U-omtrekken bedoeld in artikel D.II.64, § 3, 2°, betreft de verdeling een goed dat aangrenst aan een bebouwd goed en hoogstens tien kavels, de achterliggende kavels uitgezonderd, geheel of gedeeltelijk voor bewoning bestemd en hoogstens 10 meter breed aan de straatkant en met een oppervlakte van elk hoogstens 5 are en voor zover de toegangen tot de binnenin gelegen grondstukken die bebouwd zouden kunnen worden niet bedreigd worden; 5° in het kader van een stedenbouwkundige vergunning voor groepen van bouwwerken : a) de verkoop, met inbegrip van de verkoop op plan,van een bouwwerk dat geheel of gedeeltelijk bestemd is voor bewoning, in overeenstemming met de grenzen van de kavels, vastgelegd in de vergunning; b) de aanleg van één of meerdere kavels in overeenstemming met de grenzen vastgelegd in de vergunning, die geheel of gedeeltelijk voor bewoning bestemd zijn, wanneer minstens twee derde van de bouwwerken het voorwerp hebben uitgemaakt van de aanmelding bedoeld in artikel D.IV.76 waarbij bevestigd wordt dat de werken zijn uitgevoerd en dat ze overeenstemmen met de verstrekte vergunning of reeds op plan zijn verkocht; 6° de verdeling van een goed gelegen binnen de omtrek van een bebouwingsplan dat de grenzen bevat van de aan te leggen kavels bestemd voor bewoning voor zover elke kavel voortvloeiend uit de verdeling gelegen is langs een openbare weg die voldoende toegerust is met water- en elektriciteitsleidingen, die voorzien is van een wegverharding en breed genoeg is, rekening houdend met de ligging en voor zover de voorwaarden van het Waterwetboek inzake zuivering van afvalwater voor betrokken goed in acht genomen zijn.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel II. - Procedure HOOFDSTUK I. - Bevoegde overheden Afdeling 1. - Gemeentecollege</h3>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 1. - Algemeen Art. D.IV.7. Het gemeentecollege van de gemeente op welks grondgebied de handelingen en werken gepland zijn, beslist over de vergunningsaanvragen : 1° ofwel zonder voorafgaand advies van de gemachtigd ambtenaar;2° ofwel na advies van de gemachtigd ambtenaar;3° ofwel na eensluidend advies van de gemachtigd ambtenaar. Het gemeentecollege beslist over de ontvankelijkheid van de aanmeldingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemeentecollege verstrekt de stedenbouwkundige attesten : 1° ofwel zonder voorafgaand advies van de gemachtigd ambtenaar;2° ofwel na advies van de gemachtigd ambtenaar;3° ofwel na eensluidend advies van de gemachtigd ambtenaar. Onderafdeling 2. - Vergunningen Art. D.IV.8. Het gemeentecollege beslist zonder voorafgaand advies van de gemachtigd ambtenaar indien voorhanden zijn voor het grondgebied waar de handelingen en werken in hun geheel gepland zijn : 1° ofwel tegelijk een gemeentelijk ontwikkelingsplan dat, los van artikel D.II.14, lid 1, het gehele gemeentelijk grondgebied bestrijkt, en een gemeentelijke commissie; na afloop van een termijn van drie jaar te rekenen van de inwerkingtreding van het Wetboek beslist het college overeenkomstig artikel D.IV.9 of een gemeentelijke stedenbouwkundige handleiding die minstens de gegevens bevat bedoeld in artikel D.III.5, lid 1, 1° en 2°, niet is goedgekeurd of goedgekeurd is geacht overeenkomstig artikel D.III.6; 1° ofwel tegelijk een gemeentelijk ontwikkelingsplan dat betrekking heeft op één of meerder U-omtrekken, en een gemeentelijke commissie; na afloop van een termijn van drie jaar te rekenen van de inwerkingtreding van het Wetboek beslist het college overeenkomstig artikel D.IV.9 of een gemeentelijke stedenbouwkundige handleiding die minstens de gegevens bevat bedoeld in artikel D.III.5, lid 1, 1° en 2°, niet is goedgekeurd of goedgekeurd is geacht overeenkomstig artikel D.III.6; 3° ofwel een bebouwingsplan;4° ofwel een niet-vervallen stedenbouwkundige vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemeentecollege beslist eveneens zonder voorafgaand advies van de gemachtigd ambtenaar wanneer de vergunningsaanvraag betrekking heeft op de handelingen en werken bedoeld in artikel D.IV.4, 1°, 2°, 6°, 10° tot 13° of met een beperkte impact vastgelegd door de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemeentecollege kan evenwel in de hypotheses bedoeld in de leden 1 en 2 het advies van de gemachtigd ambtenaar inwinnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.9 Het gemeentecollege beslist na voorafgaand advies van de gemachtigd ambtenaar : 1° in de gevallen, niet beoogd bij artikel D.IV.8; 2° in de gevallen bedoeld in artikel D.IV.8, wanneer de aanvraag één of meerdere afwijkingen inhoudt ten opzichte van de plannen, de stedenbouwkundige handleidingen of de bebouwingsvergunning; 3° in de gevallen bedoeld in artikel D.IV.8, wanneer de aanvraag één of meerdere afwijkingen inhoudt ten opzichte van de normen van de gemeentelijke stedenbouwkundige handleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemeentecollege kan evenwel de vergunning weigeren zonder het advies van de gemachtigd ambtenaar in te winnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.10. Het gemeentecollege kan de vergunning slechts verstrekken na eensluidend advies van de gemachtigd ambtenaar : 1° wanneer de aanvraag een afwijking inhoudt van het gewestplan of van de normen van de gewestelijke stedenbouwkundige handleiding;2° wanneer de aanvraag betrekking heeft op goederen opgenomen in een Natura 2000-gebied dat voor- of vastgesteld wordt overeenkomstig de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud;3° wanneer de aanvraag betrekking heeft op onroerende goederen die op de beschermingslijst staan, beschermd zijn, gelegen zijn in een in artikel 209 van het Wetboek van Erfgoed bedoelde beschermingsgebied of in een landschap dat voorkomt op de in artikel 233 van genoemd Wetboek bedoelde inventaris van de archeologische vindplaatsen;4° wanneer de aanvraag betrekking heeft op een goed opgenomen in het plan voor permanente bewoning. Het gemeentecollege kan evenwel de vergunning weigeren zonder het advies van de gemachtigd ambtenaar in te winnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Aanmeldingen Art. D.IV.11. Het gemeentecollege onderzoekt de ontvankelijkheid van de aanmeldingen bedoeld in artikel D.IV.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 4. - Stedenbouwkundige attesten Art. D.IV.2. Het gemeentecollege verstrekt zonder advies van de gemachtigd ambtenaar : 1° de stedenbouwkundige attesten nr.1; 2° de stedenbouwkundige attesten nr.2 met betrekking op projecten vallend onder het toepassingsgebied van artikel D.IV.8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.13 Het gemeentecollege verstrekt na voorafgaand advies van de gemachtigd ambtenaar de stedenbouwkundige attesten nr. 2 met betrekking op projecten vallend onder het toepassingsgebied van artikel D.IV.9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemeentecollege kan evenwel het stedenbouwkundig attest nr. 2 verstrekken zonder het advies van de gemachtigd ambtenaar in te winnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.14 Het gemeentecollege verstrekt na eensluidend advies van de gemachtigd ambtenaar de stedenbouwkundige attesten nr. 2 met betrekking op projecten vallend onder het toepassingsgebied van artikel D.IV.10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemeentecollege kan evenwel het stedenbouwkundig attest nr. 2 verstrekken met een ongunstig advies zonder het advies van de gemachtigd ambtenaar in te winnen. Afdeling 2. - De gemachtigd ambtenaar Onderafdeling 1. - Vergunningen Art. D.IV.15. De vergunning wordt door de gemachtigd ambtenaar verstrekt wanneer zij geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op : 1° handelingen en werken overwogen door een publiekrechtelijk persoon, opgenomen op de lijst vastgelegd door de Regering;2° handelingen en werken van openbaar nut opgenomen op de lijst vastgelegd door de Regering;3° handelingen en werken die zich uitstrekken op het grondgebied van meerdere gemeenten; 4° handelingen en werken gelegen in een gebied voor openbare nutsvoorzieningen en gemeenschapsvoorzieningen op het gewestplan of in de gebieden van de spoorweg- of luchthaveninfrastructuren en van de autonome havens bedoeld in artikel D.II.16; 5° handelingen en werken gelegen in de omtrekken van de herin te richten locaties of van de locaties onderworpen aan landschappelijk of leefmilieuherstel van gewestelijk belang;6° handelingen en werken gelegen in de omtrek bedoeld in artikel 1, 5°, van het decreet betreffende de ontsluitingsinfrastructuur voor economische bedrijvigheid;7° openbare bouwwerken en nutsvoorzieningen of gemeenschapsvoorzieningen;8° handelingen en werken gelegen in een omtrek van hoog gewestelijk belang; 9° handelingen en werken overwogen in een ontginningsgebied of in een gebied met aanhorigheden van steengroeven op het gewestplan of met betrekking tot de vestiging bestemd voor ontginning of benutting van siergesteenten bedoeld in artikel D.II.59; 10° handelingen en werken in verband met hernieuwbare energie, opgenomen op de lijst vastgesteld door de Regering wegens hun einddoel van gewestelijk belang;11° handelingen en werken in een omtrek voor stedelijke verkaveling; de omtrek wordt door de Regering op eigen initiatief of op voorstel van de gemeenteraad of van de gemachtigd ambtenaar bepaald; behalve wanneer hij de omtrek voorstelt, maakt de gemeenteraad zijn advies over binnen vijfenveertig dagen na ontvangst van de aanvraag van de gemachtigd ambtenaar; bij ontstentenis wordt het advies geacht gunstig te zijn; wanneer het advies ongunstig is, wordt de procedure niet voortgezet; de omtrek heeft betrekking op elk stedenbouwkundig project tot herwaardering en ontwikkeling van de stedelijke functies in een klein gebied op plaatselijk niveau die de oprichting, de wijziging, de uitbreiding, de vernietiging of het overstek van de wegen door gronden en van openbare ruimten vereisen; de ontwerp-omtrek en de effectbeoordeling betreffende het stedenbouwkundige project worden eerst onderworpen aan de bijzondere bekendmakingsmaatregelen en aan de raadpleging van de gemeentecommissie, als ze bestaat, met inachtneming van de in artikel D.I.5 bedoelde modaliteiten; het gemeentecollege maakt zijn advies over binnen zeventig dagen na ontvangst van de aanvraag van de gemachtigd ambtenaar; bij ontstentenis wordt het advies gunstig geacht; na uitvoering van het ontwerp of op voorstel van de gemeenteraad of van de gemachtigd ambtenaar wordt de omtrek door de Regering opgeheven of gewijzigd; het besluit tot vastlegging, wijziging of opheffing van de omtrek, wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van lid 1 worden de vergunningen die gedeeltelijk betrekking hebben op handelingen en werken van openbaar nut, opgenomen op de lijst vastgelegd door de Regering, of op openbare bouwwerken en nutsvoorzieningen of gemeenschapsvoorzieningen, niet beoogd bij lid 1, 1°, 3° tot 6° en 8° tot 11°, verstrekt door het gemeentecollege. De Regering kan de lijst van die handelingen en werken vastleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Stedenbouwkundig attest Art. D.IV.16. De gemachtigd ambtenaar verstrekt het stedenbouwkundig attest nr. 2 met betrekking op projecten vallend onder het toepassingsgebied van artikel D.IV.15. Afdeling 3. - De Regering Art. D.IV.17. De Regering is rechtstreeks bevoegd om te beslissen over de vergunningsaanvragen bedoeld in artikel D.IV.15, waarvan zij de lijst vastlegt, evenals voor de dienovereenkomstige aanvraag voor het stedenbouwkundig attest nr. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering is bevoegd om te beslissen over de beroepen tegen de beslissingen genomen door het gemeentecollege na advies van de gemachtigd ambtenaar, zonder advies van de gemachtigd ambtenaar overeenkomstig artikel D.IV.8, lid 1, of door de gemachtigd ambtenaar over de vergunningsaanvragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering is bevoegd om een ontwerp-decreet te onderzoeken, te weigeren of bij het Parlement in te dienen met het oog op het verstrekken van de vergunningen in verband met de handelingen en werken waarvoor er dringende redenen van algemeen belang bestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering is bevoegd om te beslissen over de vergunningsaanvragen bedoeld in artikel D.II.50. Afdeling 4. - Het Parlement Art. D.IV.18. § 1. Op grond van een ontwerp-decreet ingediend door de Regering beslist het Parlement over de vergunningsaanvragen in verband met de handelingen en werken waarvoor er dringende redenen van algemeen belang bestaan, namelijk : 1° volgende handelingen en werken voor de inrichting van de infrastructuren en onthaalgebouwen van de gewestelijke luchthavens Luik-Bierset en Charleroi-Brussels South : a) wat betreft de luchthaven Luik-Bierset : - de uitbreiding van het vrachtgebied noord voor de vliegtuigparkings; - het TGV-vrachtstation; b) wat betreft de luchthaven Charleroi-Brussels South : - de verlenging van de start- en landingsbaan, met inbegrip van de opritten; - de controletoren; - de uitbreiding van het luchthavenstation; - het spoorwegstation en de spoorwegeninfrastructuren; 2° ter uitvoering van het samenwerkingsakkoord van 11 oktober 2001 tussen de federale overheid, het Vlaamse, het Waalse en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende het meerjareninvesteringsplan 2001-2012 van de NMBS, de handelingen en werken op het grondgebied van het Waalse Gewest in verband met het GEN;3° de handelingen en werken in verband met het meerjarig investeringsplan van de NMBS; 4° in het kader van de uitvoering van het gewestelijk structuurplan (deel 3, punt 1.4), aangenomen door de Waalse Regering op 27 mei 1999, de handelingen en werken in verband met de structurerende openbaar-vervoersmodi voor Charleroi, Luik, Namen en Bergen; 5° de ontbrekende schakels in het wegen- en waterwegennet op het grondgebied van het Waalse Gewest van het trans-Europese vervoersnet bedoeld in beschikking nr.884/2004/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 29 april 2004 tot wijziging van beschikking nr. 1692/96/EG betreffende communautaire richtsnoeren voor de ontwikkeling van een trans-Europees vervoersnet. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een vergunningsaanvraag betrekking heeft op een lichte wijziging in een vergunning verstrekt door het Parlement, wordt die aanvraag onderworpen aan de procedure van artikel D.IV.17, lid 1. Afdeling 5. - Algemene afvaardiging voor de beroepen Art. D.IV.19. De algemene afvaardiging voor de beroepen is bevoegd om de beroepen bedoeld in artikel D.IV.17, lid 2, te behandelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De algemene afvaardiging voor de beroepen is bevoegd om te beslissen over de beroepen tegen de beslissingen genomen door het gemeentecollege overeenkomstig artikel D.IV.8, lid 2. Daarnaast beslist zij over de opschorting, door de gemachtigd ambtenaar overeenkomstig artikel D.IV.64, van de vergunning verstrekt door het gemeentecollege overeenkomstig artikel D.IV.8, lid 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering is gemachtigd om haar binnen de bevoegdheden die haar toegekend worden overeenkomstig artikel D.IV.17, de beroepen geheel of gedeeltelijk toe te vertrouwen tegen de andere de beslissingen genomen door het gemeentecollege zonder voorafgaand advies van de gemachtigd ambtenaar. HOOFDSTUK II. - Aanvraag- en aanmeldingsdossiers Afdeling 1. - Vergunningsaanvraagdossier Art. D.IV.20. § 1. Bij elke vergunningsaanvraag wordt een dossier gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering bepaalt de vorm en de inhoud van de vergunningsaanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze bepaalt hoeveel dossierexemplaren de aanvraag moet bevatten, alsook de schaal en de inhoud van de verschillende plannen die erbij gevoegd moeten worden. § 2. De aanvraag moet de juridische mogelijkheid voor de aanvrager om de vergunning die hij aanvraagt uit te voeren, niet verantwoorden. De Regering kan een lijst uitzonderingen vaststellen. Wanneer de aanvraag evenwel het bestaan of de aanleg van een erfdienstbaarheid ten opzichte van het Burgerlijk Wetboek inhoudt, wordt er bij het dossier een document gevoegd waaruit blijkt dat betrokken eigenaars werden ingelicht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.21. Wanneer de aanvraag betrekking heeft op handelingen en werken waarvoor een afwijking van het gewestplan of van de normen van de stedenbouwkundige handleiding vereist is, wordt bij de aanvraag een bewijs gevoegd dat de voorwaarden vastgesteld bij artikel D.II.61 of D.II.62 of D.III.13 in acht genomen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">D.IV.21. Wanneer de aanvraag betrekking heeft op handelingen en werken waarvoor een afwijking van een structuurplan, van een stedenbouwkundige handleiding of van de bebouwingsvergunning vereist is, wordt bij de aanvraag een bewijs gevoegd dat de voorwaarden vastgesteld bij de artikelen D.II.12, D.III.14 of D.IV.81 in acht genomen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.22. De aanvraag voor een bebouwingsvergunning bevat hoe dan ook : 1° de doelstellingen inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw voor de betrokken omtrek, met inbegrip van de grafische afbeelding ervan;2° de maatregelen voor de uitvoering van de doelstelling, die volgens het project omvatten : a) de structuur van de betrokken omtrek, met een duidelijke opgave van : - de woningendichtheid; - de bestemmingen per perceel; - het groene en het blauwe lint; - de verkeersnetten; - de technische netten en uitrustingen; - de oriëntaties met betrekking tot de plaats van vestiging en de hoogte van de bouwwerken en werken, evenals tot de verstrengeling van de wegen en de openbare ruimtes; b) de rooilijn van de wegen;c) de grenzen van de aan te leggen kavels;d) het technisch dossier in verband met de opening, de wijziging of de opheffing van een gemeenteweg.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvraag voor een bebouwingsvergunning kan de maatregelen voor de uitvoering van de doelstellingen omvatten, meer bepaald : 1° de oriëntaties in verband met de architectuur van de bouwwerken en de werken en de inrichting van de directe omgeving ervan;2° de vermelding van een fasering in de ontwikkeling van de verschillende gebieden. Art. D.IV.23. Wanneer de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning betrekking heeft op de gegroepeerde bouw van woningen die later in kavels opgedeeld moeten worden zonder dat er vooraf een bebouwingsvergunning vereist is, worden in de aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning de grenzen van de kavels aangeduid. Afdeling 2. - Aanvraagdossier voor een stedenbouwkundig attest Art. D.IV.24. § 1. De aanvraag voor de stedenbouwkundige vergunning nr. 1 bevat de kadastergegevens van het goed waarvoor de informatie wordt opgevraagd. § 2. De aanvraag voor de stedenbouwkundige vergunning nr. 1 bevat, naast de kadastergegevens van het goed waarvoor de informatie wordt opgevraagd, de uiteenzetting van het project met afbeeldingen of in tekstvorm.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de aanvraag betrekking heeft op handelingen en werken waarvoor een afwijking van het gewestplan of van de normen van de stedenbouwkundige handleidingen vereist is, wordt bij de aanvraag een bewijs gevoegd dat de voorwaarden vastgesteld bij artikel D.II.61 of D.II.62 of D.III.13 in acht genomen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de aanvraag betrekking heeft op handelingen en werken waarvoor een afwijking van een structuurplan, van een stedenbouwkundige handleiding of van de bebouwingsvergunning vereist is, wordt bij de aanvraag een bewijs gevoegd dat de voorwaarden vastgesteld bij de artikelen D.II.12, D.III.14 of D.IV.81 in acht genomen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning nr. 2 heeft een aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning nr. 1 als onmiddellijk gevolg. § 3. De Regering kan de vorm van de aanvragen voor een stedenbouwkundig attest bepalen. Afdeling 3. - Aanmeldingsdossier Art. D.IV.25. De Regering legt de inhoud van het aanmeldingsdossier vast. HOOFDSTUK III. - Berekening van de termijnen voor vergunningen en beroepen Art. D.IV.26. Op straffe van nietigheid moet elk schrijven met vaste dagtekening van de verzending en de ontvangst van de akte gebeuren, ongeacht de uitreikingsdienst die gebruikt wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering kan een lijst opstellen van de verzendingsprocédés die zij aanvaardt om elke verzending en elke ontvangst van een vaste dagtekening te voorzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elk schrijven moet ten laatste op de vervaldag van de voorgeschreven termijn verzonden worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.27. De dag van ontvangst van de akte, die als begindatum van de termijn geldt, wordt niet meegerekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.28. De vervaldag is in de termijn inbegrepen. Indien die dag evenwel een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag is, wordt de vervaldag uitgesteld tot de eerstkomende werkdag. HOOFDSTUK IV. - Projectvergadering Art. D.IV.29. § 1. Voor de indiening van de aanvraag van een attest of een vergunning kan de projectontwerper verzoeken dat er een projectvergadering gehouden wordt met de bevoegde overheid om over diens aanvraag te beslissen. In dat geval krijgt betrokkene binnen de vijftien dagen na zijn aanvraag een oproeping om bedoelde vergadering bij te wonen. Tijdens die vergadering ontmoet hij de vertegenwoordiger(s) van de overheid bevoegd om te beslissen over zijn aanvraag of van de bevoegde overheid om een eensluidend advies over die aanvraag in te dienen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de gemachtigd ambtenaar advies moet uitbrengen over het project, wordt hij eveneens voor de vergadering uitgenodigd. Hij kan zich laten vertegenwoordigen. De overheid kan elke instantie bedoeld in artikel D.IV.36 uitnodigen. De projectontwerper kan zijn project met hen bespreken en het eventueel aanpassen voor hij zijn aanvraag afrondt. Ter informatie notuleert de projectontwerper of diens gemachtigde de vergadering. De notulen worden elektronisch verstuurd naar de aanwezige partijen, die over dertig dagen beschikken om hun bemerkingen te laten geworden aan de projectontwerper, zoniet worden de notulen goedgekeurd geacht. § 2. Het houden van die vergadering in aanwezigheid van de gemachtigd ambtenaar is verplicht wanneer de aanvraag betrekking heeft op : 1° een oppervlakte, groter dan 4 000 m2, voor de verkoop van goederen in de kleinhandel;2° een oppervlakte voor kantoorruimte, groter dan 15 000 m2;3° meer dan 150 woningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergadering wordt gehouden binnen de twintig dagen na de aanvraag bedoeld in paragraaf 1 en omvat een liggingsplan en een opsplitsing van de handels, kantoren en woningen in aantal en oppervlakte. HOOFDSTUK V. - Indiening van aanvraag of aanmelding Afdeling 1. - Algemeen Art. D.IV.30. De vergunningsaanvragen bedoeld in de artikelen D.IV.8 tot en met D.IV.10 en D.IV.15, lid 2, de aanmeldingen bedoeld in artikel D.IV.11 en de aanvragen voor een stedenbouwkundig attest bedoeld in de artikelen D.IV.12 tot en met D.IV.14 worden per schrijven aan het gemeentecollege gericht of tegen ontvangstmelding in het gemeentehuis afgeleverd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunningsaanvragen bedoeld in de artikelen D.IV.15 en D.IV.17, leden 1 en 3, en de aanvragen voor een stedenbouwkundig attest bedoeld in de artikelen D.IV.16 tot en met D.IV.17 worden per schrijven aan de gemachtigd ambtenaar gericht of tegen ontvangstmelding ingediend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de mogelijkheid om de aanvraag of de aanmelding middels een formulier op een papieren informatiedrager in te dienen, kan de Regering nadere regels en de voorwaarden voor de indiening ervan via elektronische weg vastleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.31. Binnen de twintig dagen na de ontvangst van het schrijven of van de ontvangstmelding van de aanvraag van de vergunning of van het stedenbouwkundig attest nr. 2 : 1° richt het gemeentecollege of de gemachtigd ambtenaar, als de aanvraag volledig is, een bericht van ontvangst per schrijven aan de aanvrager, waarin de termijn vermeld staat waarin de beslissing overeenkomstig artikel D.IV.47 of D.IV.49 medegedeeld dient te worden; 2° richt het gemeentecollege of de gemachtigd ambtenaar, indien het dossier onvolledig is, per schrijven een opsomming van de ontbrekende stukken aan de aanvrager en wijst hem erop dat de procedure opnieuw begint te lopen te rekenen vanaf ontvangst ervan.Elke aanvraag die twee maal de hoedanigheid « onvolledig » krijgt, wordt onontvankelijk verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.32. Indien de aanmelder niet over de ontvankelijkheid van zijn aanmelding wordt ingelicht binnen de vijftien dagen, wordt de aanmelding ontvankelijk geacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het gemeentecollege de aanmelder bericht dat de aanmelding onvolledig is, wordt hem een opsomming van de ontbrekende stukken opgestuurd en wordt hij erop gewezen dat de procedure opnieuw begint te lopen te rekenen vanaf ontvangst ervan. Elke aanmelding die twee maal de hoedanigheid « onvolledig » krijgt, wordt onontvankelijk verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.33. Het ontvangstbewijs waarmee bevestigd wordt dat de vergunning of het stedenbouwkundig attest nr. 2 volledig is geeft aan of het advies van de gemachtigde ambtenaar al dan niet vereist is alsmede, in voorkomend geval, de bijzondere maatregelen van openbaarmaking waaraan ze onderworpen is, of de diensten of commissies waarvan de raadpleging wordt gevraagd, alsook de desbetreffende termijnen waarbinnen de beslissing van het gemeentecollege, van de gemachtigd ambtenaar of van de Regering moet worden verzonden. Afdeling 2 - Wijziging van de vergunningsaanvraag in de loop van de procedure Art. D.IV.34. § 1. Voor de beslissing van de bevoegde overheid kan de aanvrager, mits instemming van eerstgenoemde, wijzigingsplannen en, in voorkomend geval, een voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering of het effectenonderzoek voorleggen. § 2. In voorkomend geval kunnen het gemeentecollege, evenals de andere bevoegde overheden via de gemeente de wijzigingsplannen, het aanvullend vervolg op de voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering of het effectenonderzoek aan nieuwe bekendmakingsmaatregelen en aan het advies van de voorheen geraadpleegde overheden, diensten of commissies die voorheen in de loop van de procedure zijn geraadpleegd, voorleggen. In dat geval licht de bevoegde overheid de aanvrager daarover in.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer bij de wijzigingsplannen een aanvullend effectenonderzoek is gevoegd, worden ze onderworpen aan nieuwe bekendmakingsmaatregelen en aan het advies van de diensten of commissie die voorheen in de loop van de procedure zijn geraadpleegd. Het gemeentecollege, de gemachtigd ambtenaar, de algemene afvaardiging voor de beroepen of de Regering lichten de aanvrager daarover in.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bijzondere bekendmakingsmaatregelen en de raadpleging van voornoemde diensten en commissies zijn niet vereist : 1° wanneer de overwogen wijziging voortvloeit uit een voorstel vervat in de bemerkingen of bezwaren geopperd tijdens het openbaar onderzoek of daar rechtstreeks mee te maken heeft;2° wanneer de overwogen wijziging slechts een beperkte draagwijdte heeft en het voorwerp of de algemene structuur van het project of diens wezenskenmerken niet aantast. § 3. Wanneer de overwogen wijziging aan de voorwaarden van § 2, lid 3, voldoet en de indiening van wijzigingsplannen onnodig is, wordt dit in de vergunning als duidelijke, nauwkeurige en niet-willekeurige voorwaarde opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.35. Voor de indiening van de wijzigingsplannen en van de voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering of van het effectenonderzoek wordt een ontvangstbewijs of -melding afgeleverd, die in de plaats treedt van, respectievelijk, het bewijs bedoeld in artikel D.IV.30 of de aanmelding bedoeld in artikel D.IV.31. HOOFDSTUK VI. - Raadplegingen Art. D.IV.36. De aanvraag van een vergunning of een stedenbouwkundig attest nr. 2 vereist hoe dan ook : 1° het advies van het gemeentecollege, wanneer genoemd college niet de bevoegde overheid is om over de aanvraag te beslissen; 2° het advies van de gemachtigd ambtenaar overeenkomstig de artikelen D.IV.9 en D.IV.10; 3° het advies van de gemeentelijke commissie wanneer de vergunning of het stedenbouwkundig attest nr.2 enkel verstrekt kan worden na eensluidend advies van de gemachtigd ambtenaar of door laatstgenoemde, of door de Regering; 4° het advies van de betrokken administratie wanneer het goed waarop de aanvraag van een vergunning of een stedenbouwkundig attest nr.2 betrekking heeft op een goed gelegen langs een gewestelijke of een provinciale weg; 5° het advies van DGO3 : a) bij afwezigheid van de omtrek bedoeld in artikel D.II.64, § 2, 6°, wanneer de aanvraag van een vergunning of een stedenbouwkundig attest nr. 2 betrekking heeft op een goed gelegen is in de nabijheid van een hoogrisicogebied zoals bedoeld in artikel D.II.28, § 2, of in de nabijheid van een vestiging die een hoog risico inhoudt voor de personen, de goederen of het leefmilieu in de zin van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de leefmilieuvergunning; b) wanneer de aanvraag een dergelijke vestiging betreft;6° het advies van DGO3 wanneer de handelingen en de werken waarvoor een vergunning wordt aangevraagd de integriteit van de betrokken locatie ofwel alleen ofwel in samenhang met andere plannen en ontwerpen zouden kunnen aantasten en betrekking hebben op onroerende goederen gelegen : a) in of in de nabijheid van een domaniaal natuurreservaat of een erkend natuurreservaat, een wetenschappelijk waardevolle ondergrondse holte, een biologisch waardevol vochtig gebied of een bosreservaat zoals bedoeld bij de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud;b) in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied dat voor- of vastgesteld wordt overeenkomstig de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud; 7° het advies van DGO3 wanneer de vergunningsaanvraag betrekking heeft op activiteiten bedoeld in artikel D.II.32, § 4; 8° het advies van de beheerders van telecommunicatienetten en andere rechtverkrijgenden wanneer het ontwerp de opening, de wijziging of de opheffing van een weg betreft. De Regering kan de lijst opmaken van de handelingen en werken waarvoor het advies bedoeld in 6° niet ingewonnen moet worden daar zij de locaties bedoeld onder 6° van lid 1 en de daar beschermde soorten niet significant zouden kunnen aantasten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.37. De bevoegde overheid richt tegelijk met het ontvangstbewijs voor de volledige aanvraag een adviesaanvraag met een exemplaar van de vergunningsaanvraag aan de diensten en commissies bedoeld in artikel D.IV.36.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de gevallen bedoeld in de artikelen D.IV.9 en D.IV.10 richt het gemeentecollege binnen dezelfde termijn een exemplaar van de aanvraag van een vergunning of van een stedenbouwkundig attest nr. 2, samen met een afschrift van het ontvangstbewijs en de adviesaanvragen bedoeld in artikel D.IV.36, aan de gemachtigd ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.38. De in artikel D.IV.36 bedoelde diensten of commissies, de gemachtigd ambtenaar uitgezonderd, geven advies binnen dertig dagen na de aanvraag van de bevoegde overheid; na afloop van deze termijn wordt het advies gunstig geacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De termijn bedraagt zestig dagen voor het advies van het gemeentecollege, vereist overeenkomstig artikel D.IV.36, lid 1, 1°, wanneer de aanvraag een openbaar onderzoek of het advies van de gemeentecommissie vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.39. In de gevallen bedoeld in de artikelen D.IV.9 en D.IV.10 deelt het gemeentecollege in voorkomend geval de documenten i.v.m. de bijzondere maatregelen van openbaarmaking onmiddellijk na sluiting van het openbaar onderzoek of de adviezen van de diensten of commissies bedoeld in paragraaf D.IV.9 onmiddellijk na inontvangstname aan de gemachtigd ambtenaar mee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.40. De gemachtigd ambtenaar verstuurt zijn advies binnen de vijfendertig dagen na de aanvraag van het gemeentecollege of van de verzending bedoeld in artikel D.IV.37, lid 2; na afloop van deze termijn wordt het advies gunstig geacht. HOOFDSTUK VII. - Aanvullende formaliteiten Afdeling 1. - Openbare onderzoeken Art. D.IV.41. De Regering legt de lijst van de aanvragen van stedenbouwkundige vergunningen, van bebouwingsvergunningen en van stedenbouwkundige attesten nr. 2 vast die wegens de impact van betrokken projecten onderworpen zijn aan : 1° ofwel een openbaar onderzoek;2° ofwel een buurtraadpleging. De aanvragen die een afwijking van het gewestplan inhouden worden onderworpen aan een openbaar onderzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.42. De buurtraadpleging wordt verricht via de kennisgeving van een advies voor de indiening van de aanvraag binnen de acht dagen na het ontvangstbewijs van de aanvraag bedoeld in artikel D.IV.31, schriftelijk en individueel, aan de eigenaars en bewoners van de panden gelegen naast het (de) betrokken perceel (percelen) waarop het project betrekking heeft of gelegen aan de andere kant van de openbare weg, binnen een straal van 25 meter gemeten vanaf de grenzen van het (de) betrokken perceel (percelen) waarop het project betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kennisgeving aan de eigenaars wordt in de woonplaats verricht en op grond van de kadastrale legger, beschikbaar op het ogenblik van het ontvangstbewijs van de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de eigenaars en bewoners van de betrokken panden een elektronisch adres aan het gemeentebestuur hebben medegedeeld met het oog op het krijgen van kennisgevingen, kan de kennisgeving bedoeld in lid 1 via dit elektronisch adres plaatsvinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personen bedoeld in lid 1 richten hun bemerkingen aan het gemeentecollege binnen de vijftien dagen na de kennisgeving. Afdeling 2. - Opening en wijziging van gemeentewegen Art. D.IV.43. § 1. De vergunningsaanvraag die een aanvraag tot opening, wijziging of opheffing van een gemeenteweg bevat wordt onderworpen aan een openbaar onderzoek. Binnen de vijftien dagen te rekenen van de sluiting van het openbaar onderzoek maakt het college de aanvraag en de resultaten van het openbaar onderzoek aan de gemeenteraad over. § 2. De gemeenteraad neemt kennis van de resultaten van het openbaar onderzoek en stemt, binnen de zestig dagen te rekenen van de ontvangst van de aanvraag, in voorkomend geval, in met de opening, wijziging of opheffing van de gemeenteweg; zoniet wordt van een weigering uitgegaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij weigering door de gemeenteraad van de opening, de wijziging of de opheffing van de weg, weigert de bevoegde overheid de vergunning. In dat geval heeft het beroep bedoeld in artikel D.IV.65 eveneens betrekking op voornoemde weigering van de gemeenteraad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de dertig dagen van de aanplakking bedoeld in artikel D.IV.72 wordt er voor de derden die een belang aantonen, tegen de voorwaarden van artikel D.IV.65, leden 2, 3 en 4, bij de Regering een beroep geopend tegen de instemming van de gemeenteraad met de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Voorafgaandelijk verkrijgen van een erfgoedcertificaat Art. D.IV.44. Voor het Franstalig gebied wordt elke aanvraag tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning, een bebouwingsvergunning of stedenbouwkundig attest voor een monument opgenomen op de beschermingslijst, beschermd of voorlopig vallend onder de gevolgen van bescherming krachtens artikel 208 van het Wetboek of voor een goed opgenomen op de lijst van het uitzonderlijk onroerend erfgoed, bedoeld in artikel 187, 12°, van hetzelfde Wetboek, samen met het erfgoedcertificaat ingediend volgens de nadere regels van het Wetboek van Erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 4. - Voorafgaandelijke aanneming van een bebouwingsschema Art. D.IV.45. Behoudens in de lijst handelingen en werken vastgesteld door de Regering kan iedere stedenbouwkundige of iedere bebouwingsvergunning voor een vakantiedorp, een week-endverblijfpark of een toeristisch kampeerterrein in de zin van het Wetboek van Toerisme of in de zin van artikel 1 van het decreet van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap van 9 mei 1994 betreffende de campings en de kampeerterreinen alleen worden verstrekt in woongebieden of gedeelten daarvan, in woongebieden met een landelijk karakter, gebieden waarvan de inrichting onderworpen is aan een overlegprocedure of recreatiegebieden die het voorwerp zijn geweest van een bebouwingsschema, goedgekeurd door de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt verstaan onder : 1° vakantiedorp : gegroepeerd geheel van minstens vijftien vaste woningen die gebouwd worden door dezelfde privaat- of publiekrechtelijke natuurlijke of rechtspersoon en die bestemd zijn voor ontspanningsverblijven;2° weekendverblijfpark : elk geheel van percelen gelegen op een verkaveling dat voor weekendverblijven bestemd is, namelijk elk bouwwerk van maximum zestig vierkante meter bruttovloeroppervlakte. Art. D.IV.46. In de omtrekken van herin te richten locaties, bedoeld in de artikelen D.II.64, § 3, 3°, en D.V.2, wordt het verstrekken van elke vergunning voor de andere handelingen en werken dan die bedoeld in artikel D.V.3, § 2, ondergeschikt gemaakt aan de inwerkingtreding van een bebouwingsschema dat de gehele omtrek bestrijkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien artikel D.53, § 1, lid 2, van Boek I van het Milieuwetboek toegepast wordt, kan de vergunning verstrekt worden zonder voorafgaande aanneming van een bebouwingsschema. HOOFDSTUK VIII. - Beslissingen over aanvragen van vergunningen en stedenbouwkundige attesten Afdeling 1. - Termijn Onderafdeling 1. - Beslissing van het gemeentecollege Art. D.IV.47. De beslissing van het gemeentecollege tot toekenning of weigering van de vergunning of ter aflevering van het stedenbouwkundig attest nr. 2 moet per schrijven medegedeeld worden aan de aanvrager en aan de gemachtigd ambtenaar, met inachtneming van volgende termijnen te rekenen van de datum van het bewijs van verzending of van het ontvangstbewijs bedoeld in artikel D.IV.30 : 1° dertig dagen wanneer de aanvraag noch het voorafgaande advies van de gemachtigd ambtenaar, noch bijzondere maatregelen van openbaarmaking, noch het advies van de in artikel D.IV.36 bedoelde diensten of commissies vereist; 2° vijfenzeventig dagen wanneer de aanvraag het voorafgaande advies van de gemachtigde ambtenaar of bijzondere maatregelen van openbaarmaking of het advies van de in artikel D.IV.36 bedoelde diensten of commissies vereist; die termijn wordt met vijftien dagen verlengd wanneer de termijn van het openbaar onderzoek dertig dagen bedraagt; 3° honderd vijftien dagen wanneer de aanvraag het voorafgaande advies van de gemachtigd ambtenaar, evenals bijzondere maatregelen van openbaarmaking of het advies van de in artikel D.IV.36 bedoelde diensten of commissies vereist; die termijn wordt met vijftien dagen verlengd wanneer de termijn van het openbaar onderzoek dertig dagen bedraagt, en met zestig dagen voor een procedure van opening, wijziging of opheffing van de gemeenteweg overeenkomstig artikel D.IV.43.</p>\n<p class=\"lf-p\">De termijnen bedoeld in lid 1 kunnen door het gemeentecollege met dertig dagen verlengd worden mits instemming van de aanvrager. De verlengingsaanvraag wordt per schrijven aan de aanvrager gericht, minstens tien dagen voor het vervallen van de termijn. De aanvrager dient zijn antwoord per schrijven in, binnen de vijf dagen na de aanvraag. Bij ontstentenis wordt de verlengingsaanvraag geacht verworpen te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het schrijven worden de personen vermeld aan wie de beslissing wordt medegedeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.48. Is er geen schrijven binnen de termijnen bedoeld in artikel D.IV.47, dan wordt de onderzoeksprocedure voor de vergunningsaanvraag afgesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval moet de overheid de aanvrager het bedrag terugbetalen, dat zij als dossierskosten inde.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager kan bij eenvoudig schrijven zijn aanvraag reactiveren, het ontvangstbewijs van zijn schrijven geldt als ontvangstbewijs in de zin van artikel D.IV.31 en de procedure wordt overeenkomstig Titel III van dit Boek verdergezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager kan niettemin, in plaats van zijn aanvraag te reactiveren, een beroep indienen tegen het uitblijven van een beslissing van de overheid overeenkomstig artikel D.IV.65. In dat geval wordt het advies van het gemeentecollege gunstig geacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is er geen schrijven binnen de termijnen bedoeld in artikel D.IV.47, dan wordt het stedenbouwkundig attest nr. 2 ongunstig geacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Beslissing van de gemachtigd ambtenaar of van de Regering Art. D.IV.49. De beslissing van de gemachtigd ambtenaar of van de Regering tot toekenning of weigering van de vergunning of ter aflevering van het stedenbouwkundig attest nr. 2 moet per schrijven medegedeeld worden aan de aanvrager, met inachtneming van volgende termijnen te rekenen van de datum van het bewijs van verzending of van het ontvangstbewijs bedoeld in artikel D.IV.31 : 1° zestig dagen wanneer de handelingen en de werken een beperkte impact hebben en wanneer de aanvraag geen bijzondere bekendmakingsmaatregelen noch, het advies van het gemeentecollege uitgezonderd, het advies van de diensten of commissies bedoeld in artikel D.IV.36 vereist; 2° negentig dagen wanneer de aanvraag noch bijzondere bekendmakingsmaatregelen, noch, het advies van het gemeentecollege uitgezonderd, het advies van de diensten of commissies bedoeld in artikel D.IV.36 vereist; 3° honderddertig dagen wanneer de aanvraag bijzondere bekendmakingsmaatregelen of het advies van de diensten of commissies bedoeld in artikel D.IV.36 vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">De termijnen bedoeld in lid 1 kunnen door de gemachtigd ambtenaar of de Regering met dertig dagen verlengd worden mits instemming van de aanvrager. De verlengingsaanvraag wordt per schrijven aan de aanvrager gericht, minstens tien dagen voor het vervallen van de termijn. De aanvrager dient zijn antwoord per schrijven in, binnen de vijf dagen na de aanvraag. Bij ontstentenis wordt de verlengingsaanvraag geacht verworpen te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.50. § 1. Wordt de beslissing van de gemachtigd ambtenaar niet binnen de termijnen bedoeld in artikel D.IV.49 verzonden, dan wordt de onderzoeksprocedure voor de vergunningsaanvraag afgesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval moet de overheid de aanvrager het bedrag terugbetalen, dat zij als dossierskosten inde.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager kan bij eenvoudig schrijven zijn aanvraag reactiveren, het ontvangstbewijs van zijn schrijven geldt als ontvangstbewijs in de zin van artikel D.IV.31 en de procedure wordt overeenkomstig Titel III van dit Boek verdergezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aanvrager kan niettemin, in plaats van zijn aanvraag te reactiveren, een beroep indienen tegen het uitblijven van een beslissing van de overheid overeenkomstig artikel D.IV.65. In dat geval wordt het advies van de gemachtigd ambtenaar gunstig geacht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is er geen schrijven binnen de termijnen bedoeld in artikel D.IV.49, dan wordt het stedenbouwkundig attest nr. 2 ongunstig geacht. § 2. Wordt de beslissing van de Regering niet binnen de termijnen bedoeld in artikel D.IV.49 verzonden, dan wordt de vergunning geacht verworpen te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.51. Voor de vergunningsaanvragen bedoeld in artikel D.IV.18 onderzoekt de Regering de vergunningsaanvraag. Zij weigert de vergunning of stelt haar voorstel tot toekenning vast binnen de termijnen bedoeld in artikel D.IV.49. Bij onstententis wordt de vergunning geweigerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de Regering beslist het Parlement voor te stellen om de vergunning toe te kennen, dient zij binnen de vijfenveertig dagen na haar beslissing bedoeld in het eerste lid een ontwerp-decreet in, samen met het volledige dossier van de vergunningsaanvraag en de behandeling ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Beslissing van het Parlement Art. D.IV.52. § 1. Het Parlement verleent, amendeert of weigert bij decreet, binnen de zestig dagen te rekenen van de indiening van het ontwerp-decreet bij het Bureau van het Parlement, de voorgestelde vergunning. § 2. Voor de beslissing kan het Parlement de aanvrager verzoeken wijzigingsplannen in te dienen en, in voorkomend geval, de voorafgaande korte uiteenzetting van de milieueffectenrapportering of van het effectenonderzoek. In dat geval wordt artikel D.IV.34, §§ 2 en 3, toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Parlement verleent, amendeert of weigert bij decreet, binnen de zestig dagen te rekenen van de indiening van documenten bedoeld in lid 1 van deze paragraaf bij het Bureau van het Parlement, de voorgestelde vergunning. § 3. Bij ontstentenis van beslissing van het Parlement binnen voornoemde termijn wordt de vergunning geweigerd. Binnen de dertig dagen na die weigering neemt het Parlement bij decreet akte van de stilzwijgende weigering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.53. De termijnen waarvan sprake in de artikelen D.IV.51 en D.IV.52 worden geschorst tussen 16 juli en 15 augustus.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 4. - Aflevering van het stedenbouwkundig attest nr. 1 Art. D.IV.54. Het stedenbouwkundig attest nr. 1 wordt binnen de dertig dagen na ontvangst van de aanvraag verstrekt. Afdeling 2. - Motivering van de beslissing over de vergunningsaanvraag Onderafdeling 1. - Algemeen Art. D.IV.55. Op grond van een gepaste motivering kan de stedenbouwkundige vergunning of de bebouwingsvergunning geweigerd worden, met of zonder voorwaarden afgeleverd worden of afwijkingen toestaan, bepaald in dit Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de verenigbaarheid met de inhoud van het gewestplan, de schema's en de handleidingen, kan de vergunning of de weigering van de vergunning met name gegrond worden op de motieven en voorwaarden bedoeld in deze afdeling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Motieven in verband met het bouwrijp maken van gronden Art. D.IV.56. De stedenbouwkundige vergunning of de bebouwingsvergunning wordt geweigerd of aan voorwaarden verbonden als er op een grond handelingen en werken verricht moeten worden als de grond in de volgende gevallen bebouwd moet worden : 1° wanneer de grond geen toegang heeft tot een weg die voldoende uitgerust is met water- en elektriciteitsleidingen, over een wegverharding beschikt en breed genoeg is, rekening houdend met de ligging;2° wanneer de grond niet voldoet aan de voorwaarden inzake zuivering van afvalwater van het Waterwetboek;3° wanneer gevraagd wordt te bouwen of te herbouwen op het gedeelte van een stuk grond dat door een rooilijn is getroffen of andere dan instandhoudings- en onderhoudswerken uitgevoerd moeten worden aan een door een rooilijn getroffen gebouw;de vergunning kan evenwel verstrekt worden : a) indien uit de adviezen van de bevoegde overheden blijkt dat de rooilijn ter plaatse van het gebouw niet voor ten minste vijf jaar, te rekenen van de afgifte van de vergunning, tot stand zal kunnen worden gebracht.In geval van onteigening na het verstrijken van die termijn, wordt bij het bepalen van de vergoeding geen rekening gehouden met de waardevermeerdering die uit de vergunde werken voortvloeit; b) als de werken betrekking hebben op de isolatie van de buitenschil van een gebouw;4° wanneer de bebouwing ervan de toegang zou bedreigen tot de binnenin gelegen grondstukken die bebouwd zouden kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de toepassing van artikel D.IV.43 kan de bevoegde overheid, op initiatief van de aanvrager of van ambtswege, de uitvoering van de vergunningen ondergeschikt maken aan de opening, de opheffing of de wijziging van gemeente-, of gewestelijke wegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Motieven in verband met de bescherming van de personen, de goederen of het leefmilieu Art. D.IV.57. De vergunning kan ofwel geweigerd worden, ofwel ondergeschikt worden gemaakt aan bijzondere voorwaarden ter bescherming van de personen, de goederen of het leefmilieu wanneer de handelingen of werken verband houden met : 1° een nieuwe inrichting of de wijziging van een bestaande inrichting die een hoog risico vormt op een zwaar ongeval in de zin van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning, rekening houdend met de noodzaak om een geschikte overdracht te bewaren ten opzichte van meer bepaald de gebieden bestemd voor bebouwing, de plaatsen die bezocht worden door het publiek of een domaniaal natuurreservaat, een erkend natuurreservaat, een wetenschappelijk waardevolle ondergrondse holte, een biologisch waardevol biologisch gebied of een Natura 2000-gebied, zoals bedoeld bij de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud; 2° rekening houdend met de noodzaak om een geschikte overdracht te bewaren ten opzichte van een bestaande inrichting die een risico vormt op een zwaar ongeval in de zin van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning, elk ontwerp gelegen in een omtrek van kwetsbare gebieden zoals bedoeld in artikel D.II.64, § 2, 6°, indien de ligging ervan het risico op een zwaar ongeval zou kunnen verhogen of de gevolgen ervan zou kunnen verergeren; 3° onroerende goederen die blootgesteld worden aan een groot natuurrisico of grote geotechnische druk zoals overstromingen begrepen in de gebieden onderhevig aan het overstromingsrisico in de zin van artikel D.53 van het Waterwetboek, de instorting van een rotswand, de aardverschuiving, de mijnverzakkingen of het aardbevingsgevaar; 4° onroerende goederen gelegen : a) in of in de nabijheid van een domaniaal natuurreservaat of een erkend natuurreservaat, een wetenschappelijk waardevolle ondergrondse holte, een biologisch waardevol vochtig gebied of een bosreservaat zoals bedoeld bij de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud;b) in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied dat voor- of vastgesteld wordt overeenkomstig de wet van 12 juli 1973Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten op het natuurbehoud. Onderafdeling 4. - Motieven in verband met de lopende planologie Art. D.IV.58. De weigering van een vergunning kan gegrond worden op de lopende herziening van het gewestplan of de opmaak of de herziening van een gemeentelijk structuurplan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De weigering om een vergunning af te geven die gegrond is op die reden vervalt indien het nieuwe plan of het structuurplan niet in werking getreden zijn binnen de drie jaar volgend op de beslissing tot opmaak of herziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij uitzondering op de verplichting om een nieuwe vergunningsaanvraag in te dienen, wordt het oorspronkelijke verzoek, op aanvraag van de verzoeker, onderworpen aan een nieuwe beslissing die, in geval van weigering, niet meer gegrond kan zijn op voormelde reden. Afdeling 3. - Diverse bepalingen Onderafdeling 1. - Volgorde van de werken Art. D.IV.59. De vergunning kan bepalen in welke volgorde de werken uitgevoerd moeten worden en binnen welke termijn moet worden voldaan aan de voorwaarden waaraan ze is onderworpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Stedenbouwkundige lasten Art. D.IV.60. Naast de voorwaarden nodig voor de haalbaarheid of de integratie van het ontwerp kan de bevoegde overheid het verstrekken van de vergunningen ondergeschikt maken aan de lasten die ze nuttig acht, de aanvrager op te leggen, mits inachtneming van het evenredigheidsbeginsel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lasten worden overgenomen door de aanvrager en dekken de aanleg of de hernieuwing van wegen, openbare groengebieden, de uitvoering of de renovatie van bouwwerken of openbare of gemeenschappelijke voorzieningen en alle milieuvriendelijke maatregelen, met inbegrip van verscheidene ondergrondse leidingen en kabels, evenals elke maatregel voor het leefmilieu.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Financiële waarborgen en kosteloze overdracht Art. D.IV.61. De bevoegde overheid kan het verstrekken van de vergunning ondergeschikt maken aan het stellen van financiële waarborgen voor de uitvoering van de voorwaarden of de stedenbouwkundige lasten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien kan zij, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, de afgifte van de vergunning afhankelijk stellen van een verklaring waarin de aanvrager zich er, zodra de werken zijn aangevat, toe verbindt de eigendom van wegen, openbare ruimtes, bouwwerken of goederen waar dergelijke bouwwerken of voorzieningen opgericht kunnen worden, vrij van alle lasten en kosteloos aan de gemeente of aan het Gewest af te staan. Afdeling 4. - Beslissingen over aanvragen van stedenbouwkundige attesten nr. 2 Art. D.IV.62. Het stedenbouwkundig attest nr. 2 kan gegrond worden op de motieven bedoeld in afdeling 2 van dit hoofdstuk. Het kan zich eveneens uitspreken over de gegevens bedoeld in afdeling 3 van hetzelfde hoofdstuk. HOOFDSTUK IX. - Beslissing over de aanmeldingen Art. D.IV.63. Het gemeentecollege kan zich uitdrukkelijk uitspreken over de ontvankelijkheid van de aanmelding en de overeenstemming ervan met de lijst vastgesteld overeenkomstig artikel D.IV.5 en er kennis aan de aanmelder van geven binnen de dertig dagen na ontvangst van het schrijven of van de ontvangstmelding bedoeld in artikel D.IV.30.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij ontstentenis kan de aanmelder de handelingen en de werken uitvoeren. HOOFDSTUK X. - Toezicht van de gemachtigd ambtenaar op de vergunningen Art. D.IV.64. § 1. De gemachtigd ambtenaar moet, wat betreft de vergunningen verstrekt door het gemeentecollege, erop toezien dat : 1° de procedure voor het verstrekken van de vergunning regelmatig is;2° de vergunning met redenen omkleed is; 3° de vergunning overeenstemt met de dwingende bepalingen getroffen krachtens het Wetboek of, bij ontstentenis, met de afwijking toegestaan overeenkomstig de artikelen D.II.55 tot en met D.II.62 of D.II.63; 4° de vergunning overeenstemt met de bepalingen met informatiewaarde van het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan in de gevallen bedoeld in artikel D.II.12, van het (de) bebouwingsschema('s), van de stedenbouwkundige handleiding(en) of van de bebouwingsvergunning of, bij ontstentenis, dat zij gegrond is op een afwijking toegestaan overeenkomstig de artikelen D.II.12, D.III.14 of D.IV.81; 5° de vergunning overeenstemt met de wet van 12 juli 1956Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1956 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/07/2011 numac 2011000414 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot vaststelling van het statuut der autosnelwegen sluiten tot vaststelling van het statuut der autowegen en de perceelsgewijze plannen goedgekeurd door de Regering overeenkomstig artikel 6 van die wet. Indien de vergunning niet voldoet aan de punten 1° tot en met 5° van vorig lid, schort de gemachtigd ambtenaar de beslissing van het gemeentecollege op. § 2. Binnen dertig dagen na ontvangst van de beslissing van het gemeentecollege wordt de opschorting door de gemachtigd ambtenaar per schrijven meegedeeld aan de aanvrager, het gemeentecollege en de Regering. De gemachtigde ambtenaar bepaalt de aard van de onregelmatigheid in de procedure, het gebrek aan redenen, of de bepaling waarmee de vergunning niet conform is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In zijn schrijven gericht aan het gemeentecollege, nodigt de gemachtigd ambtenaar het college uit om zijn beslissing in te trekken. § 3. Als het gemeentecollege de vergunning intrekt, wordt deze beslissing binnen de twintig dagen na ontvangst van de opschorting medegedeeld aan de aanvrager, aan de gemachtigd ambtenaar en aan de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval beslist het gemeentecollege binnen de termijn bedoeld in artikel D.IV.47 opnieuw over de vergunningsaanvraag en wordt ingegaan op de motieven van de opschorting en de intrekking. § 4. Bij ontstentenis van intrekking kan de Regering of de algemene afvaardiging voor de beroepen de schorsing opheffen of de vergunning nietig verklaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen veertig dagen na ontvangst van de opschorting wordt de opheffing van de opschorting of de nietigverklaring van de vergunning door de Regering of door de algemene afvaardiging voor de beroepen per schrijven meegedeeld aan de aanvrager, het gemeentecollege en de gemachtigde ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij ontstentenis van mededeling binnen de voorziene termijn wordt de vergunning vernietigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van vernietiging beslist het gemeentecollege binnen de termijn bedoeld in artikel D.IV.47 opnieuw over de vergunningsaanvraag en wordt ingegaan op de motieven ervan. HOOFDSTUK XI. - Beroepen Afdeling 1. - Beroepsgerechtigden Art. D.IV.65. De aanvrager kan per schrijven een met redenen omkleed beroep bij de algemene afvaardiging voor de beroepen of de Regering indienen binnen de dertig dagen : 1° ofwel na de ontvangst van de beslissing van het gemeentecollege bedoeld in artikel D.IV.47; 2° ofwel na de ontvangst van de beslissing van de gemachtigd ambtenaar bedoeld in artikel D.IV.49; 3° ofwel na het vervallen van de termijnen, respectievelijk bedoeld in de artikelen D.IV.47 en D.IV.49.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beroep wordt neergelegd ten zetel van de afvaardiging voor de beroepen. Bij het beroep wordt een afschrift gevoegd van de plannen van de aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning en van de beslissing waarop het beroep slaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien het beroep onvolledig is, richt de algemene afvaardiging voor de beroepen een opsomming van de ontbrekende stukken aan de bezwaarindiener. Heeft de bezwaarindiener bedoelde ontbrekende stukken niet ingediend binnen de vijftien dagen na ontvangst van voornoemde opsomming, is het beroep onontvankelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de bezwaarindiener de ontbrekende stukken binnen de verplichte termijn indient, gaan de termijnen voor de behandeling en de beslissing pas in te rekenen van de ontvangst van dit afschrift.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.66. Het gemeentecollege kan een met redenen omkleed beroep bij de Regering instellen binnen dertig dagen na ontvangst van de beslissing van de gemachtigd ambtenaar, bedoeld in artikel D.IV.49, of na het vervallen van de termijnen bedoeld in artikel D.IV.49.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.67. De gemachtigd ambtenaar kan binnen dertig dagen na ontvangst ervan een met redenen omkleed beroep bij de Regering instellen tegen de vergunning : 1° indien de beslissing van het gemeentecollege afwijkt van het advies dat door de gemeentelijke commissie is uitgebracht in het kader van een verplichte raadpleging van laatstgenoemde;2° bij gebreke van een gemeentelijke commissie, wanneer bij gelegenheid van het openbaar onderzoek ingericht overeenkomstig het Wetboek individuele en gemotiveerde bemerkingen over het ontwerp gedurende genoemd onderzoek werden geopperd en niet aan die bemerkingen tegemoet werd gekomen bij beslissing van het college door : a) vijfentwintig personen ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente waar het ontwerp gelegen is als het een gemeente van minstens tienduizend inwoners betreft;b) vijftig personen ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente waar het ontwerp gelegen is als het een gemeente van tienduizend tot vijfentwintigduizend inwoners betreft;c) honderd personen ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente waar het ontwerp gelegen is als het een gemeente van vijfentwintigduizend tot vijftigduizend inwoners betreft;d) tweehonderd personen ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente waar het ontwerp gelegen is als het een gemeente van vijftigduizend tot honderdduizend inwoners betreft;e) driehonderd personen ingeschreven in het bevolkingsregister van de gemeente waar het ontwerp gelegen is als het een gemeente van meer dan honderdduizend inwoners betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de vergunning dient dit artikel te worden opgenomen. Afdeling 2. - Procedure Art. D.IV.68. Binnen tien dagen na ontvangst van het beroep bezorgt de algemene afvaardiging voor de beroepen : 1° aan de persoon die het beroep instelde : een ontvangstbewijs met de datum waarop de hoorzitting door de adviescommissie over de beroepen plaatsvindt;2° aan de andere partijen : een afschrift van het dossier betreffende het beroep en het verzoek tot verhoor. De algemene afvaardiging voor de beroepen wint het advies in van de commissie en, in de vijfenveertig dagen te rekenen van de ontvangst van het beroep, verzoekt de aanvrager, het gemeentecollege, de gemachtigd ambtenaar of hun vertegenwoordigers, evenals de commissie, om op de hoorzitting te verschijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uiterlijk tien dagen voor het houden van de hoorzitting richt de algemene afvaardiging voor de beroepen per schrijven het kader m.b.t. het ontwerp aan de verzochte personen, namelijk : 1° de situatie en, in voorkomend geval, de afwijkingen van het gewestplan of van de bebouwingsschema's, de stedenbouwkundige handleidingen of van een bebouwingsvergunning;2° de opneming van het onroerend goed op de inventaris van het onroerend erfgoed of op de beschermingslijst, als het beschermd is of zal zijn in de zin van artikel 208 van het Wetboek van Erfgoed;zijn toestand in een beschermingsgebied bedoeld in artikel 209 van genoemd Wetboek, zijn lokalisatie in een omtrek vermeld in de artikelen D.IV.15, 11°, D.V.I, D.V.6, D.V.8 of D.V.9, in een onteigeningsplan of op een locatie vermeld in de in artikel 233 van het Wetboek van Erfgoed bedoelde inventaris of die het voorwerp uitmaakt van gelijkwaardige formaliteiten krachtens de in het Duitse taalgebied toepasselijke wetgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het schrijven is eveneens een eerste analyse van het beroep vervat, gegrond op de gegevens die in dat stadium van de procedure deel uitmaken van het dossier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de vijftig dagen na het verzoek van de algemene afvaardiging voor de beroepen brengt de commissie haar advies uit. Bij ontstentenis wordt het advies geacht gunstig te zijn voor de beroepsindiener. Afdeling 3. - Beslissing Art. D.IV.69. Binnen de vijfenzestig dagen na ontvangst van het beroep bedoeld in artikel D.IV.19, leden 2 en 3, deelt de algemene afvaardiging voor de beroepen haar beslissing per schrijven aan de aanvrager aan het gemeentecollege en de gemachtigd ambtenaarde mee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de beslissing niet verstuurd wordt binnen de termijn bedoeld in lid 1, wordt de beslissing waartegen een beroep is ingediend bevestigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.70. Binnen de vijfenzestig dagen na ontvangst van het beroep bedoeld in artikel D.IV.17, lid 2, deelt de algemene afvaardiging voor de beroepen een gemotiveerd voorstel tot beslissing aan de Regering mee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de dertig dagen te rekenen van de ontvangst van het voorstel tot beslissing of, bij ontstentenis, binnen de vijfennegentig dagen na de ontvangst van het beroep geeft de Regering per schrijven kennis van haar beslissing aan de aanvrager, aan het gemeentecollege en aan de gemachtigd ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de beslissing van de Regering niet verstuurd wordt, wordt de beslissing waartegen een beroep is ingediend bevestigd. HOOFDSTUK XII. - Vergunningen verstrekt door het Parlement Art. D.IV.71. De door het Waalse Parlement verstrekte vergunning is uitvoerbaar te rekenen van de bekendmaking van het decreet in het Belgisch Staatsblad en de vergunning wordt door het Parlement per schrijven medegedeeld aan de aanvrager, aan het gemeentecollege en aan de gemachtigd ambtenaar. HOOFDSTUK XIII. - Formaliteiten ter afronding van het beslissingsstadium Afdeling 1. - Aanplakking van de vergunning of de aanmelding Art. D.IV.72. Een bericht waarbij wordt aangekondigd dat de vergunning is verleend of dat de handelingen en werken het voorwerp uitmaken van het beschikkende gedeelte van het vonnis bedoeld in artikel D.VII.21 wordt door de aanvrager aangeplakt op een plaats op het terrein langs de openbare weg, leesbaar vanaf de openbare weg ofwel wanneer het om werken gaat voor de opening van de werf en tijdens de gehele duur ervan, ofwel, in de andere gevallen, vanaf de voorbereidingen, vooraleer de handeling(en) is (zijn) uitgevoerd en tijdens de hele duur van de uitvoering ervan. Gedurende die periode moeten de vergunning en het bijgevoegde dossier of een door de gemeente of de gemachtigde ambtenaar voor echt verklaard afschrift van deze documenten permanent, het vonnis bedoeld in artikel D.VII.15of het dossier betreffende de teruggavemaatregelen bedoeld in artikel D.VII.21 ter beschikking liggen van de in artikel D.VII.3 bedoelde ambtenaren op de plaats waar de werken en handelingen worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.73. De uitvoerbaarverklaring wordt aangeplakt op de grond tegen de grens met het publieke domein en op zichtbare wijze vanaf het publieke domein, door toedoen van de aanmelder, gedurende de gehele duur van de uitvoering van de handelingen en werken. Afdeling 2. - Kennisgeving van de aanvang van de werken Art. D.IV.74. De houder van de vergunning brengt per schrijven het gemeentecollege en de gemachtigd ambtenaar op de hoogte van de aanvang van de handelingen en werken, vijftien dagen voor hun begin. Afdeling 3. - Aanwijzing van de plaats van vestiging van nieuwbouw Art. D.IV.75. De aanvang van werken met betrekking tot nieuwbouw, met inbegrip van de uitbreiding van de grondinneming van bestaande bouwwerken, wordt ondergeschikt gemaakt aan de aanwijzing ter plaatse van de vestiging door toedoen van het gemeentecollege.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de aanwijzing wordt er een proces-verbaal opgesteld. Afdeling 4. - Aanmelding van voltooiing van de werken Art. D.IV.76. Volgens de bepalingen die de Regering kan vastleggen, wordt er binnen de termijn van zestig dagen te rekenen van de datum van het verzoek dat de vergunninghouder of de eigenaar van het goed tegelijk aan het gemeentecollege en aan de gemachtigde ambtenaar richt, een verklaring opgesteld waaruit blijkt dat : 1° de werken al dan niet voltooid zijn binnen de termijn waarin ze voltooid hadden dienen te worden;2° de werken al dan niet zijn uitgevoerd in overeenstemming met de afgeleverde vergunning. Als de werken niet zijn voltooid binnen de termijn of indien ze niet overeenstemmen met de afgeleverde vergunning, dient de aangifte, al naar gelang het geval, de lijst van de werken inhouden die niet zijn uitgevoerd en aangeven waarin de vergunning niet is nageleefd. Afdeling 5. - Vaststelling van de uitvoering van de stedenbouwkundige voorwaarden of lasten en tienjarige verantwoordelijkheid Art. D.IV.77. § 1. Niemand kan tot de verdeling overgaan van, al naar gelang, een deel van een goed dat het voorwerp uitmaakt van een bebouwingsvergunning of van een deel van een goed dat het voorwerp uitmaakt van een stedenbouwkundige vergunning voor groepen van bouwwerken of andere, die stedenbouwkundige lasten tot gevolg heeft, of de opening, de wijziging of de opheffing van een gemeenteweg voordat de houder van de vergunning ofwel de opgelegde handelingen, werken en lasten heeft uitgevoerd ofwel de financiële waarborgen heeft verstrekt die nodig zijn voor de uitvoering ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het volbrengen van die formaliteit wordt vastgesteld in een attest verstrekt door het gemeentecollege en per schrijven gericht aan de houder van de vergunning. Een afschrift van dat schrijven wordt aan de gemachtigd ambtenaar gericht. § 2. In voorkomend geval worden in de vergunning de kavels bepaald, die afgestaan kunnen worden zonder dat de houder de opgelegde werken en lasten heeft uitgevoerd of de financiële waarborgen heeft geleverd die nodig zijn voor uitvoering ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.78. Behalve wanneer de voorzieningen door de overheid zijn uitgevoerd, blijft de houder van de vergunning met de aannemer en de projectontwerper tien jaar lang voor de uitrusting hoofdelijk aansprakelijk tegenover het Gewest, de gemeente en de kopers van de percelen, binnen de in de artikelen 1792 en 2270 van het Burgerlijk Wetboek bepaalde perken. Afdeling 6. - Bekendmaking Art. D.IV.79. Er mag geen publiciteit omtrent een bebouwingsvergunning of een stedenbouwkundige vergunning voor groepen van bouwwerken worden gemaakt zonder melding van de gemeente waar het goed is gelegen, de datum en het nummer van de vergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Titel III. - Gevolgen van de vergunning HOOFDSTUK I. - Algemeen Art. D.IV.80. De stedenbouwkundige vergunning en de definitieve bebouwingsvergunningen verlenen de houder ervan voor de toepassing van het Wetboek verworven rechten onder voorbehoud van de bepalingen van deze titel en onverminderd de burgerlijke rechten van de derden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.81. Onverminderd de verplichtingen voortvloeiend uit de artikelen D.IV.59 tot D.IV.61 heeft de bebouwingsvergunning enkel informatiewaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een stedenbouwkundige vergunning kan ervan afwijken mits een motivering waaruit blijkt dat de afwijkingen : 1° de doelstellingen nagestreefd door de bebouwingsvergunning waarvan overwogen wordt af te wijken, niet bedreigd worden;2° verantwoord zijn rekening houdend met de specifieke kenmerken van het ontwerp;3° de krachtlijnen van het bebouwde en onbebouwde landschap naleven, versterken of hernieuwen, overeenkomstig een logica van continuïteit of onderbreking. De afwijkingen bedoeld in lid 2 zijn van toepassing op de handelingen vallend onder andere wetgevingen met betrekking tot hetzelfde ontwerp.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.82. Voor zover de stedenbouwkundige vergunning, de bebouwingsvergunning of de vergunning voor groepen van bouwwerken die de opening, de wijziging of de opheffing van een gemeenteweg inhoudt het technisch dossier bevat bedoeld in artikel D.IV.22, lid 1, 2°, gelden zij als stedenbouwkundige vergunning voor de uitvoering van de handelingen en werkzaamheden betreffende die weg.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bebouwingsvergunning of de stedenbouwkundige stelt de gemeente van elke andere formaliteit inzake rooilijn vrij. HOOFDSTUK II. - Vergunningen met beperkte duur Art. D.IV.83. § 1. De vergunning heeft een beperkte duur : 1° in volgende gevallen : a) voor vergunde handelingen en werken in afwachting van de inbedrijfstelling van een technisch ingravingscentrum;b) voor de handelingen en werken uitgevoerd in afwachting van de ontginning in een gebied met aanhorigheden voor ontginningsgebieden of in een ontginningsgebied of voor aanhorigheden die onontbeerlijk zijn voor de ontginning of in een ontginningsgebied; c) voor handelingen en werken in verband met niet-landbouwactiviteiten in landbouwgebied, zoals bedoeld in artikel D.II.31, § 2, leden 1 en 3; d) voor het plaatsen van één of meer uithangborden of reclamezuilen;e) voor het vestigen van opslagruimtes voor gebruikte voertuigen, voor schroot, materialen of afvalstoffen;f) voor het gewoonlijk gebruik van een grond voor het plaatsen van een of meer verplaatsbare inrichtingen die voor bewoning kunnen gebruikt worden, zoals woonwagens, kampeerwagens, afgedankte voertuigen, tenten; g) voor steengroeven met siergesteenten overeenkomstig artikel D.II.59; 2° voor tijdelijke infrastructuren m.b.t. gemeenschapsvoorzieningen of openbare nutsvoorzieningen; 3° voor projecten betreffende tijdelijke of testinrichtingen in de zin van het decreet betreffende de milieuvergunning.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunning kan voor een beperkte duur worden toegekend indien ze betrekking heeft op handelingen en werken in een gebied dat niet voor bebouwing bestemd is. § 2. Na afloop van de toegestane termijn moet de vergunningsgerechtigde de plaats in haar oorspronkelijke staat herstellen zoals voor de uitvoering van de vergunning. De bevoegde overheid kan eisen dat waarborgen gesteld worden voor de uitvoering van de verplichtingen in verband met het herstel in oorspronkelijke staat. HOOFDSTUK III. - Het vervallen van vergunningen Afdeling 1. - Het vervallen van de bebouwingsvergunning Art. D.IV.84. Binnen de vijf jaar na verzending ervan vervalt de bebouwingsvergunning waarbij de houder ervan handelingen, werken of lasten worden opgelegd voor het overige deel indien de houder de opgelegde handelingen, werken of lasten niet heeft uitgevoerd of de vereiste financiële waarborgen niet heeft verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de vijf jaar na verzending ervan vervalt de bebouwingsvergunning waarbij de houder ervan geen handelingen, werken of lasten worden opgelegd voor het deel van het goed dat het voorwerp niet heeft uitgemaakt van de registratie van één van de handelingen bedoeld in artikel D.IV.3, § 1, lid 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.85. Indien de uitvoering van de bebouwingsvergunning gefaseerd mag verlopen, bepaalt de vergunning het tijdstip waarop de vijfjarige vervaltermijn ingaat voor elke fase buiten de eerste.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.86. In afwijking van artikel D.IV.84 vervalt de bebouwingsvergunning overeenkomstig de artikelen D.IV.87 tot en met D.IV.90 wanneer deze vergunning overeenkomstig artikel D.IV.82 geldt als stedenbouwkundige vergunning voor de uitvoering van handelingen en werken voor wegen. Afdeling 2. - Het vervallen van de stedenbouwkundige vergunning Art. D.IV.87. § 1. De vergunning vervalt voor de overige werken indien deze niet volledig werden uitgevoerd binnen vijf jaar na de verzending ervan. § 2. De vergunning kan evenwel met twee jaar verlengd worden op verzoek van de begunstigde ervan. Deze aanvraag wordt ingediend vijfenveertig dagen voor verstrijken van de verjaringstermijn bedoeld in paragraaf 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verlenging wordt toegestaan door het gemeentecollege. In het in artikel D.IV.15 bedoelde geval wordt de verlenging echter door de Regering of de gemachtigde ambtenaar toegestaan. In het in artikel D.IV.18 bedoelde geval wordt de verlenging echter door de Regering toegestaan. § 3. Indien de uitvoering van de werken gefaseerd mag verlopen, bepaalt de vergunning voor elke fase behalve de eerste, het tijdstip waarop de vervaltermijn van §§ 1 en 3 ingaat. Die andere fasen kunnen in aanmerking komen voor de verlenging bedoeld in § 2. § 4. Op gemotiveerd verzoek van de vergunningsaanvraag kan de bevoegde overheid om de te beslissen over de vergunningsaanvraag in zijn beslissing de termijnen bedoeld in de paragrafen 1 en 3 aanpassen, zonder dat die termijnen evenwel respectievelijk vijf en zeven jaar mogen overschrijden. Afdeling 3. - Gemeenschappelijke bepalingen Art. D.IV.88. De vergunning vervalt van rechtswege.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemeentecollege kan het verval vaststellen in een proces-verbaal dat het per zending aan de houder van de vergunning richt. Een afschrift van dat schrijven wordt aan de gemachtigd ambtenaar gericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.89. Wanneer de bebouwingsvergunning of de stedenbouwkundige vergunning opgeschort is overeenkomstig de artikelen D.IV.92 en D.IV.93, wordt de vervaltermijn van de vergunning dienovereenkomstig opgeschort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.90. De vervaltermijn wordt van rechtswege opgeschort gedurende de hele procedure, namelijk vanaf de indiening van het verzoek tot aan de kennisgeving van de eindbeslissing, wanneer tegen de vergunning een beroep tot nietigverklaring werd ingediend voor de Raad van State of wanneer een verzoek tot onderbreking van de vergunde werken hangende is bij een rechtbank van de gerechtelijke orde. Als de begunstigde van de omstreden vergunning niet de hoedanigheid van partij in het geding heeft, geeft de vergunning verstrekkende overheid de begunstigde kennis van de aanvang en van het einde van de periode waarin de vervaltermijn opgeschort is. HOOFDSTUK IV. - Opschorting van de vergunning Art. D.IV.91. Wanneer de uitvoering van een project één of meerdere machtigingen vereist beoogd in een andere wetgeving inzake administratieve ordehandhaving, mogen de handelingen en werken die toegelaten worden door de stedenbouwkundige of bebouwingsvergunning, niet uitgevoerd worden door de houder zolang hij niet in het bezit is van bedoelde machtigingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in artikel D.IV.84 en volgende bedoelde vervaltermijn wordt opgeschort zolang de beslissing i.v.m. de machtiging niet is toegezonden. Wordt de machtiging geweigerd, dan vervalt de vergunning van rechtswege de dag waarop de machtiging in laatste instantie wordt geweigerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.92. Een stedenbouwkundige of een bebouwingsvergunning kan in volgende gevallen worden opgeschort : 1° door de gemachtigd ambtenaar, overeenkomstig artikel D.IV.64; 2° bij een toevallige ontdekking van archeologische goederen tijdens de uitvoering van de vergunning, in de voorwaarden van artikel 245 van het Wetboek van Erfgoed. Art. D.IV.93. De door het gemeentecollege verstrekte vergunning wordt opgeschort zolang de aanvrager niet door de kennisgeving ervan aan de gemachtigd ambtenaar is ingelicht. HOOFDSTUK V. - Intrekking van de vergunning Art. D.IV.94. Onverminderd de algemene regels, van toepassing op de intrekking van bestuursakten, kan een bebouwingsvergunning of een stedenbouwkundige vergunning enkel in volgende gevallen ingetrokken worden : 1° na de opschorting van de vergunning door de gemachtigd ambtenaar, overeenkomstig artikel D.IV.64; 2° bij een toevallige ontdekking van archeologische goederen tijdens de uitvoering van de vergunning, in de voorwaarden van artikel 245 van het Wetboek van Erfgoed. HOOFDSTUK VI. - Overdracht van de vergunning Art. D.IV.95. § 1. Bij overdracht van de bebouwingsvergunning of van de stedenbouwkundige vergunning, geven de overdrager en de verkrijger gezamenlijk kennis ervan aan de overheid die bevoegd is om de vergunning in eerste aanleg te verstrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kennisgeving bevat de schriftelijke bevestiging van de verkrijger dat hij kennis heeft genomen van de vergunning en van de eventuele voorwaarden en lasten, opgelegd door de bevoegde overheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bevoegde overheid verstrekt een bericht van ontvangst van de kennisgeving en licht er de gemachtigd ambtenaar over in. § 2. Bij ontstentenis blijven de overdrager of diens rechtverkrijgenden hoofdelijk verantwoordelijk met de overdrager voor de opgelegde voorwaarden en verplichtingen bedoeld in de artikelen D.IV.59 tot en met D.IV.61. HOOFDSTUK VII. - Afzien van de vergunning Art. D.IV.96. § 1. De houder van een niet-uitgevoerde bebouwings- of stedenbouwkundige vergunning kan ervan afzien. De overdracht van één of meerdere kavels vormt geen uitvoering in de zin van dit artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het afzien ervan moet uitdrukkelijk zijn en mag niet afgeleid worden uit de latere indiening van een andere vergunningsaanvraag. § 2. Wanneer de vergunning betrekking heeft op een goed dat eigendom is van meerdere eigenaren of voorwerp is van zakelijke rechten, kan er enkel van worden afgezien na instemming van alle houders van een zakelijk recht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.97. De houder van de vergunning deelt het gemeentelijk college en de gemachtigd ambtenaar per schrijven mee dat hij van de vergunning afziet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om redenen van zorgvuldige ordening van de ruimte kan het gemeentecollege of de gemachtigd ambtenaar binnen de dertig dagen na de kennisgeving bedoeld in lid 1 weigeren dat van de bebouwingsvergunning wordt afgezien. HOOFDSTUK VIII. - Wijziging van de bebouwingsvergunning Art. D.IV.98. Een bebouwingsvergunning kan, ofwel op initiatief van het gemeentecollege ofwel op verzoek van de houder van een zakelijk recht op een kavel waarop ze betrekking heeft, gewijzigd worden voor zover de wijziging geen afbreuk doet aan de rechten die voortvloeien uit uitdrukkelijke overeenkomsten tussen de partijen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gewone heroverschrijving van alle of van een deel van de documenten vervat in de bebouwingsvergunning in een authentieke akte of in een onderhandse overeenkomst mag niet worden beschouwd als een overeenkomst zoals bedoeld in het eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.99. § 1. De bepalingen die de bebouwingsvergunning regelen, zijn van toepassing op de wijziging ervan. Het aanvraagdossier bedoeld in artikel D.IV.22 moet evenwel enkel de gegevens bevatten die verband houden met de overwogen wijziging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemeentecollege richt per schrijven een eensluidend afschrift van de aanvraag aan alle houders van een zakelijk recht op een kavel. Het bewijs van de zendingen wordt bij de aanvraag gevoegd. De eventuele bezwaren worden per schrijven binnen de dertig dagen na ontvangst van het eensluidend afschrift van de aanvraag aan de gemachtigd ambtenaar gericht. § 2. Bij initiatief van het gemeentecollege wordt de wijzigingsaanvraag behandeld overeenkomstig artikel D.IV.15. § 3. Indien het een aanvraag betreft van een houder van een zakelijk recht op een kavel en alvorens de aanvraag in te dienen, richt laatstgenoemde er een eensluidend afschrift van per schrijven aan alle houders van een zakelijk recht op een kavel die de aanvraag niet medeondertekend hebben. Het bewijs van de zendingen wordt bij de aanvraag gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eventuele bezwaren worden per schrijven binnen de dertig dagen na ontvangst van het eensluidend afschrift van de aanvraag gericht aan het gemeentecollege.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.100. De wijziging van de bebouwingsvergunning heeft geen enkele weerslag op de vervaltermijn van de bebouwingsvergunning waarvan de wijziging is aangevraagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Titel IV. - Gevolgen van het stedenbouwkundig attest Art. D.IV.101. In het stedenbouwkundig attest nr. 1 zijn de inlichtingen opgenomen en geattesteerd als in onderstaande lijst en met betrekking tot de kadastrale percelen of delen ervan die in de aanvraag worden vermeld : 1° de voorschriften van het gewestplan, met inbegrip van het gebied, de tracés, de omtrekken, de inrichtingsmaatregelen en de toe te passen bijkomende voorschriften;2° indien het onroerende goed wegens de ligging geheel of gedeeltelijk onderworpen is aan de toepassing van een gewestelijk stedenbouwkundige handleiding;3° de ligging tegenover het ontwerp-gewestplan;4° de ligging ten opzicht van een gemeentelijk structuurplan of een ontwerp van gemeentelijk structuurplan, een gemeentelijke stedenbouwkundige handleiding of een ontwerp van gemeentelijke stedenbouwkundige handleiding of nog een bebouwingsvergunning;5° als het goed onderworpen is aan het voorkooprecht of opgenomen is in de grenzen van een onteigeningsplan en, al naargelang het geval, de aanwijzing van de gerechtigden van het voorkooprecht of van de onteigenende overheid, evenals de datum van het overeenstemmende regeringsbesluit; 6° als het goed : a) gelegen is in één van omtrekken van kwetsbare gebieden, herin te richten locaties, stadsheropleving of stadsvernieuwing, beoogd in respectievelijk de artikelen D.II.64, § 2, 6°, D.V.1, D.V.6, D.V.8 of D.V.9; b) ingeschreven is op de beschermingslijst bedoeld in artikel 193 van het Wetboek van Erfgoed;c) beschermd is in toepassing van artikel 196 van hetzelfde Wetboek;d) gelegen is in een in artikel 209 van hetzelfde Wetboek bedoeld beschermingsgebied;e) gelegen is in een gebied dat opgenomen is in de inventaris van archeologische sites bedoeld in artikel 233 van hetzelfde Wetboek;7° als het goed uitgerust is met een installatie voor de zuivering van afvalwater en toegang verschaft tot een weg die voldoende toegerust is met water- en elektriciteitsleidingen, met een wegverharding en voldoende breed is, rekening houdende met de ligging;8° de gegevens betreffende het goed die ingevoerd zijn in de gegevensbank in de zin van artikel 10 van het decreet van 5 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten1 betreffende het bodembeheer; 9° als het goed geheel of gedeeltelijk gelegen is in een omtrek in de zin van artikel D.II.64.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente en de Regering kunnen de lijst der inlichtingen die in het attest dienen te worden opgenomen, aanvullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering legt de bovenbedoelde gegevens ter inzage van de gemeenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.102. De door het gemeentecollege of de gemachtigd ambtenaar uitgesproken beoordeling over het beginsel en de voorwaarden van het verstrekken van een stedenbouwkundige of bebouwingsvergunning die aangevraagd zou zijn om een dergelijke ontwerp uit te voeren, blijft geldig voor een duur van twee jaar te rekenen vanaf de afgifte van het stedenbouwkundig attest nr. 2 voor de bestanddelen van de aanvraag tot het verkrijgen van de vergunning die betrekking hebben op het attest nr. 2 en onder voorbehoud van de milieueffectenrapportering die het ontwerp ondergaat, van de resultaten van de onderzoeken en andere raadplegingen en van het behoud van de normen die van toepassing zijn op het tijdstip van het attest.</p>\n<p class=\"lf-p\">De algemene afvaardiging voor de beroepen en de Regering zijn, bij het nemen van hun beslissing, evenwel niet verbonden door de beoordeling vervat in het stedenbouwkundig attest nr. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Titel V. - Gevolgen van de aanmelding Art. D.IV.103. De aanmelder is ertoe gemachtigd de handelingen en werken die met de aanmelding overeenstemmen uit te voeren binnen de dertig dagen na het bericht van ontvangst van de volledigheid van de aanmelding, indien het gemeentecollege er zich niet tegen verzet binnen de termijn vastgesteld in artikel D.IV.63.</p>\n<p class=\"lf-p\">Titel IV. - Verplichtingen tot informatieverstrekking over het administratieve statuut van de goederen HOOFDSTUK I. - Vermeldingen in akten van overdracht Art. D.IV.104. § 1. In elke akte onder de levenden, ongeacht of hij onderhands of authentiek is, in elke akte van overdracht, ongeacht of hij een akte van aanwijzing, oprichting of overdracht is van een zakelijk recht of van een persoonlijk genotsrecht van meer dan negen jaar, met inbegrip van de akten tot vestiging van een hypotheek of een genotspand, evenwel met uitzondering van de overdrachten die voortspruiten uit een huwelijkscontract of de wijziging van een huwelijkstelsel en van de overdrachten die voortspruiten uit een wettelijk samenlevingscontract of uit de wijziging van een dergelijke overeenkomst met betrekking tot een bebouwd of een onbebouwd goed, moeten worden vermeld : 1° de gegevens bedoeld in artikel D.IV.101; 2° het bestaan, het voorwerp en de datum van de verkavelingsvergunningen, van de bebouwingsvergunningen, van de bouw- en stedenbouwkundige vergunningen die afgegeven zijn na 22 april 1962, evenals van de stedenbouwkundige attesten die minder dan twee jaar oud zijn;3° de gegevens betreffende het goed die ingevoerd zijn in de gegevensbank bodemtoestand in de zin van artikel 10 van het decreet van 5 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten1 betreffende het bodembeheer; 4° de omtrekken bedoeld in artikel D.II.64; 5° de bemerkingen van het gemeentecollege of de gemachtigd ambtenaar overeenkomstig artikel D.IV.107.</p>\n<p class=\"lf-p\">In elke akte wordt daarnaast aangegeven : 1° dat er geen enkele mogelijkheid bestaat om op het goed werken en handelingen te verrichten zoals bedoeld in artikel D.IV.4, §§ 1 en 2, zonder een stedenbouwkundige vergunning gekregen te hebben of een aanmelding te hebben verricht; 2° dat er regels bestaan met betrekking tot het verval van de bebouwings- en stedenbouwkundige vergunningen;3° dat men ondanks het bestaan van een stedenbouwkundig attest niet ontheven wordt van de verplichting om de vereiste vergunning aan te vragen en te verkrijgen. § 3. De Regering legt de gegevens bedoeld in artikel D.IV.101 ter inzage van de notarissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering legt de voorwaarden en nadere regels voor de toegang tot de gegevens bedoeld in artikel D.IV.101 vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.105. Tot de vermelding verplicht zijn de houder van het overgedragen recht, diens gemachtigde of de instrumenterend ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien zij de te vermelden inlichtingen niet kunnen verstrekken, dienen deze te worden opgevraagd bij de betrokken administraties, overeenkomstig de regels die vastgesteld zijn ter uitvoering van artikel D.IV.110. Bij gebreke van een antwoord van het betrokken bestuur binnen de voorziene termijn wordt door de houder van het overgedragen recht, diens gemachtigde of de instrumenterend ambtenaar in de akte de datum vermeld waarop het aangetekend schrijven met het verzoek om het verstrekken van inlichtingen is verstuurd of de datum van het ontvangstbewijs van het verzoek om het verstrekken van inlichtingen, evenals aangegeven wordt dat de inlichtingen niet zijn verstrekt en dat de akte verleden wordt ondanks het uitblijven van een antwoord vanwege het bestuur. HOOFDSTUK II. - Akte voorafgaand aan elke verdeling Afdeling 1. - Verdeling na toekenning van een vergunning Art. D.IV.106. Vóór elke akte tot aanwijzing, overdracht of oprichting van een zakelijk recht met betrekking tot een kavel vallend onder een bebouwingsvergunning of een stedenbouwkundige verguning voor groepen van bouwwerken moet voor de notaris akte verleden worden van de verdeling die betrekking heeft op de kavels en waarin de vergunning vermeld wordt evenals, in voorkomend geval, de nadere wijze van beheer van de delen die gemeen zijn aan alle of een deel van de kavels.</p>\n<p class=\"lf-p\">De akte wordt overgeschreven op de hypotheekbewaring van het arrondissement waarin het goed gelegen is, op benaarstiging van de notaris die de akte ontvangen heeft, binnen de twee maanden na ontvangst van die akte. Afdeling 2. - Niet-vergunningsplichtige verdeling Art. D.IV.107. § 1. Bij verdeling van een goed dat niet het voorwerp uitmaakt van een aanvraag van een bebouwingsvergunning en waarvan alle of een deel van de te vormen kavels geheel of gedeeltelijk voor bewoning bestemd zijn, deelt de notaris het gemeentecollege en de gemachtigd ambtenaar minstens dertig dagen voor de voorziene datum voor de openbare verkoop of de ondertekening van de akte het plan van verdeling mee, evenals een verklaring waarin de aard van de handeling en de bestemming van elke gevormde kavel die in de akte vermeld zal worden, nader worden aangegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemeentecollege of de gemachtigd ambtenaar delen hun opmerkingen eventueel ter informatie mee. Daarvan wordt in de akte melding gemaakt, evenals van de vermeldingen beoogd bij artikel D.IV.104, § 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Desnoods worden bedoelde inlichtingen opgevraagd bij de besturen op de wijze vastgesteld in artikel D.IV.110 en, bij ontstentenis van een antwoord binnen de voorziene termijn, kan de akte verleden worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de onderhandse en de authentieke akten waarmee bedoelde verrichtingen worden vastgesteld, wordt dezelfde verklaring en dezelfde vermeldingen opgenomen. § 2. Dit artikel geldt voor elke akte tot aanwijzing, overdracht of oprichting van een zakelijk recht op een niet-bebouwd deel van een onroerend goed. HOOFDSTUK III. - Akte na de wijziging van de bebouwingsvergunning Art. D.IV.108. Wanneer de aanvrager een wijziging van de bebouwingsvergunning verkregen heeft vóór iedere akte tot aanwijzing, overdracht of oprichting van een zakelijk recht of iedere andere akte waarbij een persoonlijk genotsrecht van meer dan negen jaar wordt toegekend, dient er een akte voor notaris verleden te worden van de wijzigingen die in de bebouwingsvergunning worden aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De akte die verband houdt met de kavel wordt overgeschreven op de hypotheekbewaring van het arrondissement waarin het goed gelegen is, op benaarstiging van de notaris die de akte ontvangen heeft, binnen de twee maanden na ontvangst van die akte. HOOFDSTUK IV. - Informatie over de overdracht van de vergunningen Art. D.IV.109. Ter gelegenheid van elke akte tot aanwijzing of overdracht van onroerende zakelijke rechten op de vestiging zoals bedoeld in artikel 1 van de wet tot herziening van het hypothecair stelsel van 16 december 1851 wordt door de notaris voor de aanwezige partijen artikel D.IV.95 opgelezen, met vermelding in de akte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Titel VII. - Te verstrekken inlichtingen Art. D.IV.110. De Regering bepaalt : 1° de voorwaarden waaronder bij de betrokken besturen afschriften of uittreksels worden verkregen van gewestplannen, van desbetreffende reglementaire voorschriften, van rooiplannen, gewestelijke en gemeentelijke stedenbouwkundige handleidingen, van gemeentelijke structuurplannen alsmede van oppervlakten die aan een voorkooprecht zijn onderworpen;2° de voorwaarden waaronder belangstellende derden bij diezelfde besturen gegevens kunnen verkrijgen over de inhoud van de verstrekte stedenbouwkundige of bebouwingsvergunningen;3° de voorwaarden waaronder naburige eigenaars bij diezelfde besturen gegevens kunnen verkrijgen over een aanvraag van een stedenbouwkundige of bebouwingsvergunning;4° de voorwaarden waaronder belangstellenden bij diezelfde besturen inlichtingen kunnen verkrijgen over de bestemming van een goed dat ze wensen te kopen, waarop ze een erfpacht of opstal willen vestigen; 5° de voorwaarden waaronder degenen die de inlichtingen bepaald bij artikel D.IV.101 dienen te verstrekken, deze kunnen verkrijgen bij betrokken besturen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Titel VIII. - Vergunningen in verband met andere administratieve diensten Art. D.IV.111. In afwijking van artikel D.IV.4 wordt de onderzoeksvergunning afgegeven door de Regering wanneer ze wordt aangevraagd door de houder van een mijnprospectievergunning of door de houder van een mijnconcessie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemeentecollege brengt vooraf advies uit binnen een termijn van dertig dagen. Wordt deze termijn niet in acht genomen, dan wordt het advies gunstig geacht. Indien het advies ongunstig is, beslist de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Regering of haar afgevaardigde kunnen de vergunning verstrekken in afwijking van het gewestplan of een rooiplan voor een gemeenteweg of door af te wijken van handleidingen en structuurplannen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.112. In afwijking van de artikelen D.IV.4 en D.IV.15 wordt in het geval van een gemengd project in de zin van artikel 1, 11°, van het decreet van 11 maart 1999Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/03/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/1999 numac 1999027439 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende de milieuvergunning sluiten betreffende de milieuvergunning, een eenmalige vergunning, die de stedenbouwkundige vergunning in de zin van dit Wetboek vervangt, verstrekt overeenkomstig de bepalingen bedoeld in hoofdstuk XI van bovenbedoeld decreet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.113. Het is toegestaan om de activiteiten die toegelaten zijn bij een vergunning die is verstrekt vóór de inwerkingtreding van het gewestplan en die niet beantwoorden aan de voorschriften ervan, verder te zetten tot en met de afloop van de geldigheidstermijn van bedoelde vergunning. De hernieuwing van deze machtiging kan door de bevoegde overheid verstrekt worden voor zover dit verenigbaar is met de algemene bestemming van overwogen gebied, onverminderd artikel D.II.63.</p>\n<p class=\"lf-p\">Titel IX. - Overgangsrecht HOOFDSTUK I. - Procedure Art. D.IV.114. In afwachting van de oprichting van de afvaardiging voor de beroepen worden de bevoegdheden bedoeld in artikel D.IV.19, lid 1, uitgeoefend door DGO 4 en de bevoegdheden bedoeld in artikel D.IV.19, leden 2 en 3, worden uitgeoefend door de Regering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.115. De aanvragen van bouwvergunningen, stedenbouwkundige vergunningen, verkavelingsvergunningen of bebouwingsvergunningen waarvan het bericht van ontvangst dateert van voor één van de wijzigingen van de wetgeving inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw, van toepassing in het Waalse Gewest, worden verder behandeld op grond van de bepalingen die van toepassing waren op de datum van het ontvangstbewijs van de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunningsaanvragen bedoeld in artikel D.IV.18 waarvan het ontvangstbewijs dateert van vóór de datum van inwerkingtreding van dit Wetboek worden verder behandeld volgens de bepalingen van het Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergunningen verstrekt door de Regering overeenkomstig artikel 2 van het decreet van 17 juli 2008Relevante gevonden documenten type decreet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/07/2008 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/07/2008 numac 2008202678 bron ministerie van het waalse gewest Decreet betreffende enkele vergunningen waarvoor er dringende redenen van algemeen belang bestaan sluiten betreffende enkele vergunningen waarvoor er dringende redenen van algemeen belang bestaan, evenals de vergunningen bedoeld in de artikelen 5 tot 17 van hetzelfde decreet, gedeeltelijk nietig verklaard bij het arrest van 22 november 2012 en van 13 februari 2014 van het Grondwettelijk Hof, die vallen onder één van de categorieën bedoeld in artikel D.IV.18, § 1, van het Wetboek kunnen als ontwerp-decreet ingediend worden bij het Parlement overeenkomstig artikel D.IV.51.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.116. De aanvragen tot opening, wijziging of opheffing van een gemeenteweg waarvan het openbaar onderzoek afgesloten is op datum van inwerkingtreding van het Wetboek worden verder behandeld op grond van de bepalingen die van kracht waren op de datum van het ontvangstbewijs van de aanvraag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.117. De artikelen D.IV.69, lid 2, en D.IV.70, lid 3, zijn enkel van toepassing op vergunningsaanvragen waarvan het bewijs van ontvangst of de ontvangstmelding dateert van na de datum van inwerkingtreding van het Wetboek. HOOFDSTUK II. - Rechtsgevolgen Afdeling 1. - Bebouwingsvergunningen Onderafdeling 1. - Rechtsgeldigheid Art. D.IV.118. De verkavelingsvergunningen die van kracht zijn op de datum van inwerkingtreding van het Wetboek worden bebouwingsvergunningen en krijgen informatiewaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bebouwingsvergunningen die van kracht zijn op de datum van inwerkingtreding van het Wetboek, met inbegrip van de vergunningen die de waarde van stedenbouwkundig en leefmilieuverslag hebben gekregen, krijgen informatiewaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Verval Art. D.IV.119. De verkavelingsvergunningen en de bebouwingsvergunningen die van kracht zijn op de datum van inwerkingtreding van het Wetboek vervallen volgens de artikelen D.IV.84 tot D.IV.90, met uitsluiting van artikel D.IV.87.</p>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.120. § 1. De verkavelingen die op 22 april 1962 in uitvoering waren, mogen zonder vergunning worden voortgezet indien de verkavelaars van een voorafgaand akkoord van het bestuur van de stedebouw doen blijken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het akkoord vervalt evenwel, behoudens overmacht, indien op 1 oktober 1970 geen van de werken is aangevat die in bedoeld akkoord zijn voorzien in verband met de geplande en in het akkoord aanvaarde aanleg van nieuwe verkeerswegen, wijziging of opheffing van bestaande verkeerswegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijn werken aangevangen, dan komt de vergunning te vervallen indien deze werken niet voltooid zijn voor 31 december 1972.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de verkavelingen langs een bestaande, voldoende uitgeruste weg moesten worden uitgevoerd, vervalt het akkoord eveneens indien de verkoop van minstens een derde van de percelen niet voor 1 oktober 1970 is geregistreerd. § 2. Komen te vervallen, behoudens overmacht : 1° de voor 1 januari 1965 afgegeven verkavelingsvergunningen die de aanleg van nieuwe verkeerswegen of de wijziging of opheffing van bestaande verkeerswegen omvatten, indien op 1 oktober 1970 geen aanvang is gemaakt met enig in de vergunning voorgeschreven werk tot uitvoering van die wegen;2° de met ingang van 1 januari 1965 verstrekte vergunningen waarvan de voorgeschreven uitvoeringswerken niet voltooid zijn binnen drie jaar te rekenen van 1 oktober 1970.Deze termijn wordt eventueel verlengd tot de vijfde verjaardag van de afgifte der vergunning. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Komen eveneens te vervallen : 1° de voor 1 januari 1966 afgegeven vergunningen voor verkavelingen, uit te voeren langs een bestaande voldoende uitgeruste weg, wanneer de verkoop van minstens één van de percelen niet voor 1 oktober 1970 aan de registratieformaliteit is onderworpen;2° de met ingang van 1 januari 1966 afgegeven vergunningen voor verkavelingen, uit te voeren langs een bestaande, voldoende uitgeruste weg, wanneer de verkoop of de verhuring voor meer dan negen jaar, van minstens een derde van de percelen niet binnen vijf jaar, te rekenen vanaf de datum der vergunning, aan de registratieformaliteit is onderworpen. Onderafdeling 3. - Wijziging Art. D.IV.121. De verkavelingsvergunningen die bebouwingsvergunningen geworden zijn en de bebouwingsvergunningen worden gewijzigd volgens de modaliteiten van de artikelen D.IV.98 tot D.IV.100.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling 2. - Het vervallen van de stedenbouwkundige vergunningen</h3>\n<p class=\"lf-p\">Art. D.IV.122. De op de datum van inwerkingtreding van het Wetboek niet-vervallen stedenbouwkundige vergunningen vervallen volgens de artikelen D.IV.87 tot D.IV.90.</p>\n<p class=\"lf-p\">BOEK V. - Operationele ruimtelijke ordening en stedenbouw Titel I. - Te herontwikkelen locaties HOOFDSTUK I. - Algemeen Art. D.V.1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder : 1° « locatie » : een onroerend goed of een geheel van onroerende goederen dat bestemd was voor een andere activiteit dan huisvesting en waarvan het behoud in zijn huidige toestand strijdig is met de zorgvuldige inrichting van de plaats of een destructurering van het stadsweefsel uitmaakt;de activiteit van elke natuurlijke of rechtspersoon die niet voldoet aan de wettelijke bepalingen die de uitoefening van zijn activiteit regelen wordt geacht niet uitgeoefend te zijn; de locatie wordt afgebakend door een omtrek die het geheel van bovenbedoelde onroerende goederen omvat; de omtrek kan ook het volgende bevatten : a) één of meerdere onroerende goederen of delen ervan die nog bestemd zijn voor een activiteit, op voorwaarde dat de herinrichting van de bedrijfsruimte de voortzetting ervan toelaat;b) één of meerdere onroerende goederen of delen ervan gebruikt als zetel van een activiteit maar waarvan de bestemming herroepbaar is;c) één of meerdere onroerende goederen of gedeelten ervan die gebruikt worden of bestemd zijn voor huisvesting;2° « een locatie herontwikkelen » : de uitvoering van herontwikkelings - of saneringshandelingen, sanering van het terrein in de zin van artikel 2, 10°, van het decreet van 5 december 2008Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/07/1973 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2010 numac 2010000473 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op het natuurbehoud Duitse vertaling van de federale versie sluiten1 betreffende het bodembeheer, bouw- of herbouwwerken en -handelingen met inbegrip van de desbetreffende onderzoeken;de Regering kan de lijst van de handelingen en werken vaststellen. HOOFDSTUK II. - Procedure Art. D.V.2. § 1. De Regering kan besluiten tot de herinrichting van een site waarvan zij de omtrek vastlegt, hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van een gemeente, een intercommunale met ruimtelijke ordening of huisvesting als maatschappelijk doel, een vereniging van gemeenten, een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, een gemeentebedrijf, de \"Société wallonne du Logement\" (Waalse Huisvestingsmaatschappij) en de door haar erkende openbare vastgoedmaatschappijen, de \"Société publique d'Aide à la Qualité de l'Environnement\" (Openbare maatschappij voor hulpverlening inzake de verbetering van het leefmilieu) bedoeld in artikel 39 van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, één of meer eigenaars of houders van een zakelijk recht. § 2. Het regeringsbesluit berust op een dossier waarin de omtrek verantwoord wordt ten opzichte van de criteria van artikel D.V.1 en dat een programma-ontwerp bevat voor de herontwikkeling van de locatie, met het oog op herstel, renovatie of sanering ervan.</p></div>", "next": 239153}