{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Bedoelde projecten moeten het voorwerp uitmaken van een geschreven overeenkomst met de Minister die de vaststelling van de budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft. Art. 51.§ 1. Onderdeel B4 van het budget van de algemene ziekenhuizen bevat in voorkomend geval het op 30 juni 2002 verschuldigde bedrag aan recyclage. § 2. Voor de acute ziekenhuizen die in het kader van een herstructurering, een fusie, een samenwerkingsverband, een groepering of een samenwerking met een of meer ziekenhuizen vrijwillig bedden sluiten vanaf 1 juli 2002 tot 30 juni 2004 wat leidt tot een vermindering van hun budget bij toepassing van artikel 88, § 1, wordt Onderdeel B4 vermeerderd met een bedrag gelijk aan 20 % van het budget van de Onderdelen B1 en B2, dat voor deze sluiting vrijgemaakt werd, voor zover de sluiting minstens 30 bedden betreft, met het oog op het behoud van de tewerkstelling in het ziekenhuis. De toekenning van dit bedrag is ondergeschikt aan het sluiten van een overeenkomst tussen de instelling en de Minister die het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft. Art. 52.§ 1.Voor de werkingskosten van erkende samenwerkingsverbanden zoals bedoeld in Hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 10 juli 1990Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/07/1990 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2015 numac 2015000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen voor de erkenning van samenwerkingsverbanden van psychiatrische instellingen en diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/07/1990 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2015 numac 2015000297 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen voor de erkenning van initiatieven van beschut wonen ten behoeve van psychiatrische patiënten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende vaststelling van de normen voor de erkenning van samenwerkingsverbanden van psychiatrische instellingen en diensten, wordt een vergoeding toegekend aan de ziekenhuizen die van het samenwerkingsverband deel uitmaken overeenkomstig de hiernavolgende regelen : 1° de vergoeding omvat op jaarbasis : a) een basisvergoeding per samenwerkingsverband van 1.466,88 EUR; b) een bedrag van 29.337,59 EUR (index per 1 januari 2002) voor de private sector en 29.716,47 EUR voor de openbare sector per 300 000 inwoners die door het samenwerkingsverband worden bediend. 2° om voor de financiering in aanmerking te komen dienen door de inrichtende macht van het samenwerkingsverband bij de Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft, te worden ingediend : a) een afschrift van het besluit van erkenning en van verlenging van erkenning.De inrichtende macht is hiervan vrijgesteld indien de overheid die de erkenning heeft verleend deze beslissing overmaakt aan de Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft; b) een afschrift van de overeenkomst, en van de wijzigingen aan deze overeenkomst, bedoeld in artikel 9 van het voormeld koninklijk besluit.3° het bedrag van deze financiering wordt toegekend aan één van de erkende psychiatrische ziekenhuizen die deel uitmaken van het samenwerkingsverband.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze financiering wordt aan het samenwerkingsverband overgemaakt. Een schriftelijke overeenkomst tussen het samenwerkingsverband en het ziekenhuis regelt de wijze waarop de financiering wordt overgemaakt. 4° Om het voordeel van de financiering bedoeld in het eerste lid te behouden moeten de samenwerkingsverbanden elk jaar vóór 1 mei aan het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur Gezondheidszorgen, een rapport voorleggen betreffende hun activiteiten tijdens het verstreken dienstjaar. § 2. Binnen de grenzen van een op 638.070,50 EUR (index per 1 januari 2002) vastgesteld beschikbaar budget wordt via Onderdeel B4 van een psychiatrisch ziekenhuis een forfaitair bedrag toegekend voor de samenwerkingsverbanden zoals bedoeld in artikel 1, 2°, van het koninklijk besluit van 10 juli 1990Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/07/1990 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2015 numac 2015000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen voor de erkenning van samenwerkingsverbanden van psychiatrische instellingen en diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/07/1990 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/2015 numac 2015000297 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit houdende vaststelling van de normen voor de erkenning van initiatieven van beschut wonen ten behoeve van psychiatrische patiënten. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende de normen voor de erkenning van samenwerkingsverbanden van psychiatrische instellingen en diensten die deelnemen aan de verwezenlijking van de proefprojecten betreffende de bemiddelingsfunctie. De samenwerkingsverbanden die wensen deel te nemen aan dit project dienen hun aanvraag te richten aan het Bestuur van de Gezondheidszorg, Boekhouding en Beheer van Ziekenhuizen. Het dossier, ingediend ter ondersteuning van hun aanvraag, moet aantonen dat ze aan de volgende criteria voldoen : - het statuut hebben van een overlegplatform geestelijke gezondheidszorg; - binnen elk samenwerkingsverband dient minstens één instelling van elk van de volgende vijf deelsectoren voor geestelijke gezondheidszorg deel te nemen aan dit pilootproject : (1) een psychiatrisch ziekenhuis; (2) een psychiatrische afdeling van een algemeen ziekenhuis; (3) een psychiatrisch verzorgingstehuis; (4) een initiatief voor beschut wonen of (5) een centrum voor geestelijke gezondheidszorg; - de deelnemende samenwerkingsverbanden sluiten een samenwerkingsakkoord waarin onder meer bepaald wordt welk samenwerkingsverband de functie van de globale coördinatie en rapportering op zich neemt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het budget voor de betoelaging van de bemiddelaars wordt verdeeld onder de participerende samenwerkingsverbanden met als verdeelsleutel het bevolkingsaantal in de regio van het samenwerkingsverband voor zover zij zullen voldoen aan de contractuele verplichtingen. De samenwerkingsverbanden die de algemene coördinatie en rapportering op zich nemen ontvangen bijkomend jaarlijks een forfaitair budget van 25.522,82 EUR. De bovengenoemde financiering wordt toegekend aan het psychiatrisch ziekenhuis dat deel uitmaakt van het participerende samenwerkingsverband. Een schriftelijke overeenkomst tussen het ziekenhuis en het samenwerkingsverband regelt de modaliteiten inzake overmaking van de financiering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er worden schriftelijke overeenkomsten gesloten tussen de in aanmerking genomen samenwerkingsverbanden, de Minister van Volksgezondheid en de Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft. Deze overeenkomsten bepalen met name het voorwerp en de duur van het project, de rechtvaardiging van de uitgaven, de verplichtingen inzake rapportering aan het Ministerie van Sociale zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur van de Gezondheidszorg, Boekhouding en Beheer der ziekenhuizen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 53</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Teneinde te voldoen aan de wettelijke verplichtingen inzake de hoofdgeneesheer wordt Onderdeel B4 van het budget van financiële middelen verhoogd met een bedrag van 191,83 EUR voor de privé-ziekenhuizen en 190,71 EUR voor de openbare ziekenhuizen, waarde vastgesteld op 1 januari 2002 per bestaand en erkend bed op 1 januari voorafgaand aan het dienstjaar waarin het budget vastgesteld wordt. De aldus toegekende financiering moet verplicht opgelegd worden met aftrek van de kosten met betrekking tot de uitoefening van de functie van hoofdgeneesheer</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-54\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 54</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Teneinde te voldoen aan de aanduiding om een bedrijfsrevisor aan te stellen, zoals voorzien in artikel 80 van de wet op de ziekenhuizen, wordt Onderdeel B4 van het budget op forfaitaire wijze als volgt verhoogd : 1° voor alle ziekenhuizen erkend onder kenletter Sp en voor alle psychiatrische ziekenhuizen : 20,89 EUR, waarde vastgesteld op 1 januari 2002, voor de privésector en 20,47 EUR voor de openbare sector per bestaand en erkend bed op 1e januari, voorafgaand aan het dienstjaar waarin het budget vastgesteld wordt;2° voor alle andere ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten : 40,74 EUR, waarde vastgesteld op 1 januari 2002, voor de private sector en 40,57 EUR voor de openbare sector per bestaand en erkend bed op 1 januari voorafgaand aan het dienstjaar waarin het budget vastgesteld wordt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-55\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 55</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§1. Voor de registratie van de activiteiten van de spoedgevallendienst en de MUG's, van de minimale verpleegkundige gegevens en van de minimale klinische gegevens wordt op jaarbasis een basisbedrag toegekend van 18.330,36 EUR voor de algemene privé-ziekenhuizen en 18.118,68 EUR voor de algemene openbare ziekenhuizen vermeerderd met 141,75 EUR voor de algemene privé-ziekenhuizen en 140,74 EUR voor de algemene openbare ziekenhuizen (waarde op 1 januari 2002) per bestaand en erkend bed op 1 januari voorafgaand aan het dienstjaar waarvan het budget wordt vastgesteld. Die bepaling is niet van toepassing op de bestaande en erkende bedden met kenletter A, T en K. De bedragen per bed worden respectievelijk op 205,36 EUR en 203,65 EUR gebracht op het ogenblik dat de registratie en vermelding van de gegevens met betrekking tot de spoedgevallendienst en MUG's verplicht zullen worden volgens de richtlijnen en modaliteiten door Ons te bepalen. § 2 Voor de registratie van de minimale psychiatrische gegevens in de diensten A, T en K van de algemene ziekenhuizen worden de volgende bedragen toegekend : - een eenmalige vergoeding van 3.543,75 EUR voor de private sector en 3.518,39 EUR voor de openbare sector; - een bedrag van 141,75 EUR voor de private sector en van 140,74 EUR voor de openbare sector (waarde op 1 januari 2002) per erkend en bestaand A-, T- en K-bed op 1 januari voorafgaand aan het dienstjaar waarin het budget vastgesteld wordt. § 3. Indien deze gegevens zoals bedoeld in §§ 1 en 2 niet overeenkomstig de gestelde regelen worden medegedeeld aan de Minister van Volksgezondheid, wordt het budget verhoudingsgewijs voor de resterende periode van het dienstjaar verminderd tot op het ogenblik dat de gegevens op een correcte wijze medegedeeld zijn geweest.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-56\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 56</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Teneinde te voldoen aan de wettelijke verplichtingen met betrekking tot de verpleegkundige-ziekenhuishygiënist en de geneesheer-ziekenhuishygiënist, zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 7 november 1988, wordt Onderdeel B4 van het budget, met ingang van 1 juli van het dienstjaar, voor beide functies verhoogd met : 46.650,83 EUR (index op 1 januari 2002) per fulltime equivalent verpleegkundige-ziekenhuishygiënist,72.908,27 EUR (index 1 januari 2002) per fulltime equivalent geneesheer-ziekenhuishygiënist. Het respectievelijk aantal fulltime equivalenten wordt als volgt berekend : - voor de verpleegkundige-ziekenhuishygiënist : Bi x C/1 000 - voor de geneesheer- ziekenhuishygiënist : Bi x C/2 400 Waar : Bi = aantal verantwoorde bedden vastgesteld volgens bijlage 3 van dit besluit voor de betrokken dienst op 1 juli van het dienstjaar Voor het dienstjaar dat begint op 1 juli 2002 zal echter het aantal bestaande en erkende bedden op 1 januari 2002 worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">C = coëfficiënt per dienst Deze coëfficiënt wordt per dienst als volgt vastgesteld : - voor de psychiatrische ziekenhuizen : A = 0,2 T = 0,1 K = 0,2; voor de ziekenhuizen en Sp-diensten en geïsoleerdë G-diensten Sp = 0,2 G = 1; - voor de acute ziekenhuizen : C = 3 D = 2,3 C+D (I)= 4,6 E = 2,3 M = 2,3 N = 4,6 L = 4,6 G = 1,5 A = 0,2 T = 0,1 K = 0,2 Het aldus bepaalde bedrag wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan 10 percent van voornoemd budget teneinde de werkingskosten te dekken die inherent zijn aan de activiteit van voornoemde functies. § 2. Teneinde de initiatieven \" toezicht op de nosocomiale infecties \" te bevorderen en te stimuleren in de acute ziekenhuizen, wordt Onderdeel B4 verhoogd met een forfaitair bedrag van 3.920,22 EUR voor de ziekenhuizen die deelnemen aan het opvragen van gegevens in het kader van één van volgende protocols : 1. toezicht pneumonieën en bacteremieën in de eenheden intensieve zorgen volgens het protocol van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - Louis Pasteur en de Belgische Maatschappij voor Intensieve en Spoedgevallengeneeskunde;2. toezicht op septicemieën over het hele ziekenhuis volgens het protocol van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - Louis Pasteur of 3.toezicht op infecties van de operatiewonden volgens het protocol van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - Louis Pasteur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om te kunnen genieten van dit bedrag, dienen de ziekenhuizen zich te verbinden tot : - het verzamelen van gegevens volgens één van voornoemde protocollen gedurende minstens één trimester in het jaar; - het overdragen van de voormelde gegevens over het betreffende trimester voor het einde van de tweede maand die volgt op het beschouwde trimester aan het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - Louis Pasteur; - het storten aan het Wetenschappelijk Instituut Volksgezonheid Louis Pasteur van een bedrag van 2.231,04 EUR op rekeningnummer 001-1660480-13 aan het IWP Patrimonium met de vermelding \"toezicht op nosocomiale infecties\" en de naam van het ziekenhuis. Vanaf ontvangst van betaling zal het voormelde Instituut de gevraagde registratiemiddelen doorsturen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De storting dient voor einde maart van ieder jaar vereffend te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - Louis Pasteur zal ieder ziekenhuis een feed-back geven met de analyse van de individuele gegevens en de nationale gegevens. Het zal eveneens iedere zes maanden aan de Minister die de vaststelling van het budget onder zijn bevoegdheid heeft een rapport overmaken met onder andere de nationale gegevens alsook de adviezen of aanbevelingen terzake. § 3. Om het voordeel van de financiering voorzien in § 1 te behouden dienen de ziekenhuizen deel te nemen aan een samenwerkingsplatform op het gebied van de ziekenhuishygiëne waarvan de doeleinden zullen worden vastgelegd door een overeenkomst tussen het platform en de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft. Het aantal platforms wordt vastgelegd op één per provincie met een maximum van tien voor het gehele land. Om de kosten van het secretariaat van voornoemd platform te dekken wordt een bedrag van 2.478,94 EUR toegekend via Onderdeel B4 van één van de aan het platform deelnemende ziekenhuizen. Hiertoe dient een overeenkomst gesloten te worden tussen het ziekenhuis en het platform en moet worden medegedeeld aan de Minister van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur van de Gezondheidszorg. Art. 57.Met het oog op de betaling voor de uitvoering van de administratieve taken van de geneesheren-diensthoofden bedoeld in de wet van 26 juni 1990Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1990 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/07/2009 numac 2009000474 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke sluiten, wordt Onderdeel B4 van het budget van financiële middelen van de ziekenhuizen die geesteszieken opnemen die het voorwerp zijn van een beschermingsmaatregel in het kader van de wet van 26 juni 1990Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1990 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/07/2009 numac 2009000474 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke sluiten als volgt verhoogd : 1° met een forfaitair bedrag van 4.970,72 EUR voor de privésector en met 4.935,18 EUR voor de openbare sector (index 1 januari 2002) per jaar, op voorwaarde dat minstens één geesteszieke die het voorwerp is van een beschermingsmaatregel in het kader van de wet van 26 juni 1990Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1990 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/07/2009 numac 2009000474 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke sluiten in het ziekenhuis is opgenomen tijdens het dienstjaar voorafgaand aan de vaststelling van het budget; 2° met een forfaitair bedrag van 248,54 EUR voor de privésector en 246,76 voor de openbare sector (index 1 januari 2002) opgenomen geesteszieke die het voorwerp is van een beschermingsmaatregel in het kader van de wet van 26 juni 1990Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/06/1990 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/07/2009 numac 2009000474 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke sluiten, opgenomen tijdens het dienstjaar voorafgaand aan de vaststelling van het budget. Voor de vaststelling van het budget op 1 juli 2002 wordt er voor de toepassing van de punten 1 en 2 niettemin rekening gehouden met de gegevens betreffende het jaar 2000. Art. 58.Met het oog op de permanente opleiding van het verpleegkundig personeel bevat Onderdeel B4 van het budget van financiële middelen een forfaitair bedrag waarvan de waarde gelijk is aan deze van 30 juni 2002. Art. 59.Ter dekking van de lasten van een personeelslid, voor 3/4 tewerkgesteld, voor het interne vervoer van de opgenomen patiënten, wordt Onderdeel B4 van het budget van financiële middelen vermeerderd met een bedrag waarvan de waarde gelijk is aan die van 30 juni 2002. Art. 60.Om het de psychiatrische ziekenhuizen mogelijk te maken de bijkomende kosten te dragen die niet gedekt worden door de reeds toegekende uitkering ingevolge de tewerkstelling van de gesubsidieerde contractuelen, wordt er aan de bedoelde ziekenhuizen per VTE een forfaitair bedrag van 6.232,22 EUR voor de privé-ziekenhuizen en van 6.309,60 EUR voor de openbare ziekenhuizen toegekend (waarde op 1 januari 2002).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovengenoemd bedrag wordt toegekend voor zover aan de volgende voorwaarden wordt voldaan : - het tewerkstellingsvolume in het psychiatrisch ziekenhuis moet, zoals bepaald in de omzendbrief van 10 juni 1988 behouden blijven; - het ziekenhuis moet de minimale psychiatrische gegevens overzenden; - per verpleegeenheid dient een document opgesteld te worden dat de volgende gegevens bevat : - de doelgroep van de eenheid; - de te bereiken doelstelling; - het therapieprogramma (observatie en behandeling) ; - het behandelend team; - de planning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit stuk moet per burgerjaar uiterlijk tegen 1 mei van het volgend burgerlijk jaar aan het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu - Bestuur van de Gezondheidszorg- worden bezorgd. Art. 61.Voor de registratie van de minimale psychiatrische gegevens wordt op jaarbasis een basisbedrag toegekend van 6.987,70 EUR per psychiatrisch privé-ziekenhuis en 7.043,60 EUR per openbaar psychiatrisch ziekenhuis met minder dan 150 erkende bedden en 13.975,40 EUR per psychiatrisch privé-ziekenhuis en 14.087,20 EUR per psychiatrisch openbaar ziekenhuis met minstens 150 erkende bedden, vermeerderd met 139,75 EUR voor de privé-ziekenhuizen en 140,87 EUR voor de openbare ziekenhuizen (waarde op 1 januari 2002) per bestaand en erkend bed op 1 januari dat aan het dienstjaar van vaststelling van het budget voorafgaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien die gegevens niet overeenkomstig de geldende regels worden medegedeeld aan de Minister van Volksgezondheid, wordt vanaf de betreffende datum het budget voor de resterende periode van het dienstjaar verminderd tot wanneer de gegevens correct medegedeeld zijn geweest. Art. 62.De bedragen toegekend op 30 juni 2002 voor de evaluatie van de kwaliteit van de medische en verpleegkundige activiteiten en de bevordering van de medische activiteit in het geheel van de ziekenhuisactiviteiten, blijven vanaf 1 juli 2002 van toepassing. Art. 63.Teneinde de multidisciplinaire coördinatie van de zorg aan patiënten met het oog op hun ontslag en een continuë efficiente kwaliteitszorg te bevorderen, wordt een forfaitair bedrag, dat hierna vastgesteld wordt, toegekend aan de psychiatrische ziekenhuizen en Sp-diensten die het zorgmodel « Casemanagement » wensen uit te testen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De deelname van de ziekenhuizen geschiedt op vrijwillige basis via een basisopleiding en een permanente begeleiding door wetenschappelijke teams.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaturen moeten ingediend worden bij het Ministerie van Sociale zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur van de Gezondheidszorg, Directie Gezondheidszorgbeleid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de ziekenhuizen die in aanmerking komen op grond van de criteria bepaald door de Minister die het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft, wordt Onderdeel B4 vermeerderd met een forfaitair bedrag van 18.592,01 EUR (waarde op 1 januari 2002) voor een personeelslid, belast met een actieve caseload van minstens 10 patiënten, die permanent en systematisch gevolgd moeten worden volgens het in het eerste lid bedoelde model.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om het voordeel van de bovengenoemde financiering te behouden, moeten de ziekenhuizen : - de onderrichtingen van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur van de Gezondheidszorg, Directie Gezondheidszorgbeleid opvolgen; - elk kwartaal een anoniem gemaakt rapport over de opvolging van elke patiënt indienen. Art. 64.Teneinde de initiatieven \"multidisciplinaire kwaliteit in ziekenhuizen\" te ontwikkelen en te stimuleren en de haalbaarheid van de functie kwaliteitscoördinatie in de verschillende organisatiemodellen binnen het ziekenhuis te onderzoeken, wordt een forfaitair bedrag van 41.104,11 EUR (waarde op 1 januari 2002) toegekend aan de ziekenhuizen die in het kader van de kwaliteitsproefprojecten in aanmerking werden genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om van voormeld bedrag te kunnen genieten, dienen de ziekenhuizen aan het Bestuur van de Gezondheidzorg projectvoorstellen te zenden die volgende elementen moeten bevatten : 1. een gedetailleerde beschrijving van de manier waarop de functie in kwaliteitscoördinatie concreet zal worden ingevuld (curriculum, vorming en profiel - plaats in het organigram van het ziekenhuis - verbinding tussen de verschillende departementen (medisch - verpleegkundig - paramedisch - administratief...) - al dan niet de aanwezigheid van een begeleidende werkgroep en de samenstelling ervan...); 2. een concreet project inzake multidisciplinaire kwaliteit.Het project mag reeds een jaar aan de gang zijn, maar moet nog lopen. De kwaliteitsprojecten in het kader van de BIOMED-projecten zoals decubituspreventie, het verpleegkundig dossier, het medisch dossier, de transfusies... komen hiervoor niet in aanmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft zal de proefprojecten selecteren op advies van een begeleidend comité opgericht bij het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de voormelde financiering te behouden, dienen de ziekenhuizen tijdens de duur van het proefproject vorderingsstaten en een eindrapport op te maken overeenkomstig de richtlijnen van het voornoemde begeleidend comité. Art. 65.Met het oog op de financiering van de kosten betreffende een mobiele equipe of een mobiel supportteam voor de erkende palliatieve functie wordt Onderdeel B4 van het budget van financiële middelen als volgt vermeerderd : a) algemene ziekenhuizen : - voor de ziekenhuizen met minder dan 500 bedden met een bedrag van 72.740,04 EUR overeenstemmend met een bezetting van 1/2 VTE arts met voldoende vorming en/of ervaring in palliatieve zorgen, 1/2 VTE gegradueerde verpleegkundige en 1/2 VTE psycholoog; - voor de ziekenhuizen met 500 bedden of meer, een bedrag van 72.740,04 EUR vermenigvuldigd met het aantal bedden van het ziekenhuis gedeeld door 500.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de vaststelling van het aantal bedden wordt enkel rekening gehouden met de bestaande en erkende acute bedden op 1 januari voorafgaand aan het dienstjaar van vaststelling van het budget,. b) Geïsoleerde G-diensten of Sp-diensten met uitzondering van Sp-diensten voor palliatieve verzorging : met een forfaitair bedrag van 11.485,27 EUR (waarde op 1 januari 2002) voor de diensten met minder dan 40 erkende bedden en met 20.418,26 EUR (waarde op 1 januari 2002) voor de diensten met 40 of meer erkende bedden. Het bedrag wordt toegekend op basis van de erkende bedden op 1 januari voorafgaand aan het dienstjaar van vaststelling van het budget c) Om het voordeel van de in de punten a) en b) bedoelde financiering te behouden, moeten de ziekenhuizen een evaluatierapport met betrekking tot de palliatieve functie indienen. Dit rapport moet opgemaakt worden volgens het model en de registratievoorwaarden, bepaald door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft en de Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft en moet voor de 1e mei die volgt op het beschouwde burgerlijk jaar gezonden worden aan het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur van de Gezondheidszorg, Boekhouding en Beheer der Ziekenhuizen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-66\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 66</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de registratie van de minimale psychiatrische gegevens in de psychiatrische verzorgingstehuizen wordt aan het psychiatrisch ziekenhuis dat een overeenkomst heeft afgesloten met één of meerdere psychiatrische verzorgingstehuizen, op jaarbasis een basisbedrag toegekend van 2.478,94 EUR per psychiatrisch verzorgingstehuis, vermeerderd met 53,73 EUR (waarde op 1 januari 2002) per bestaand en erkend bed in een psychiatrisch verzorgingstehuis op 1 januari dat aan het dienstjaar van vaststelling van het budget voorafgaat Dit bedrag wordt, op basis van de in het eerste lid bedoelde overeenkomst, door de beheerder integraal doorgestort aan het desbetreffend psychiatrisch verzorgingstehuis.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toekenning van het in het eerste lid bedoelde bedrag is afhankelijk van het bewijs dat ten minste twee personeelsleden van het desbetreffend psychiatrisch verzorgingstehuis de registratiecursus, georganiseerd door het Departement van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu hebben gevolgd. Art. 67.Onderdeel B4 van het budget van financiële middelen van de psychiatrische ziekenhuizen omvat op 1 juli 2002 de toegekende bedragen op 30 juni 2002 voor de banen « T1 en T2 ». Art. 68.Teneinde de erkende MUG-functie te financieren, wordt een forfaitair bedrag van 222.145,85 EUR (waarde op 1 januari 2002) toegekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het behoud van deze financiering is afhankelijk van het verzamelen en overzenden van de gegevens met betrekking tot de activiteit van de MUG-functie overeenkomstig de richtlijnen van de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft en de Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft. Art. 69.§ 1. Binnen de grenzen van het beschikbare budget dat vastgesteld is op 2.771.449 EUR, wordt het Onderdeel B4 verhoogd met een forfaitair bedrag voor de ziekenhuizen die deelnemen aan de realisatie van de pilootstudies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om in aanmerking te komen moeten deze studies aan volgende criteria voldoen : - de studie moet het ziekenhuisbeheer betreffen, hetzij de constitutieve elementen van het budget van financiële middelen, hetzij de kwaliteit van de ziekenhuiszorgen, hetzij het verzamelen van de ziekenhuisgegevens; - de studie dient een onderwerp te behandelen hetwelk het geheel der ziekenhuizen of een categorie van ziekenhuizen aanbelangt en de resultaten moeten kunnen veralgemeend worden tot deze ziekenhuizen; - de promotor van de studie dient feedback te waarborgen van de studie tegen het ziekenhuis of ziekenhuizen dewelke gegevens ter beschikking hebben gesteld alsook naar het geheel van de betrokken sector; - de gegevens van de studie dienen rechtstreeks vanuit één of meerdere ziekenhuizen te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De studies dienen het voorwerp uit te maken van een geschreven overeenkomst tussen de Minister dewelke het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft, de Minister dewelke de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, de betrokken ziekenhuizen en de promotor van de studie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze overeenkomsten dienen de criteria te vermelden die dienden als basis voor de selectie van de betrokken ziekenhuizen en de promotor van de studie, het doel en de duur van de studie, de financiering toegekend aan het ziekenhuis, de verantwoording van de uitgaven, het bedrag en de wijze waarop het ziekenhuis de promotor van de studie vergoedt alsook de verplichtingen van de promotor om de studie betreffende de feedback naar de deelnemende ziekenhuizen en het rapport te bezorgen aan de Minister die het budget van financiële onder zijn bevoegdheid heeft en aan de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft. § 2. Pilootstudies kunnen eveneens gerealiseerd worden in het kader van de bemiddelingsfunctie in de algemene ziekenhuizen. De na te leven modaliteiten en voorwaarden met betrekking tot deze pilootstudies zullen worden vastgelegd in een overeenkomst met de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft. Art. 70.Met het oog op de bevordering van een efficiënt opname- en ontslagbeleid in de acute ziekenhuizen, wordt Onderdeel B4 vermeerderd met een forfaitair bedrag van 5.104,56 EUR (waarde op 1 januari 2002) voor de ziekenhuizen die een samenwerkingsprotocol over het bovengenoemde beleid afgesloten hebben met de huisartsen van de aantrekkingszone van het ziekenhuis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit protocol, opgesteld volgens het model en de specifieke doelstellingen bepaald door de Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft en door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, moet ingediend worden bij het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur van de Gezondheidszorg.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een overleggroep, op voorstel van het Bestuur van de Gezondheidszorg, samengesteld uit vertegenwoordigers van de huisartsen en de hoofdgeneesheren van de acute ziekenhuizen wordt door de Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft en de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft samen met het Bestuur van de Gezondheidszorg belast met de opvolging en de evaluatie van de ingediende projecten. Art. 71.Binnen de grenzen van het beschikbare budget dat op 781.064,81 EUR is vastgesteld (index 1 januari 2002) wordt Onderdeel B4 verhoogd met een forfaitair bedrag voor de ziekenhuizen die deelnemen aan de verwezenlijking van pilootprojecten die verband houden met een betere opvang van kinderen in de ziekenhuizen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze pilootstudies hebben betrekking op : 1° het valoriseren van de ervaring opgedaan met specifieke psychiatrische programma's voor adolescenten in de K-diensten. De ziekenhuizen die aan dit project deelnemen, zullen op basis van volgende criteria geselecteerd worden : - de diensten moeten zowel voorzien in een residentiële eenheid, partiële hospitalisatie als in ambulante begeleiding; - er moet een functionele band zijn met de sociale diensten, de jeugdbescherming, enz.; - het aantal opnamen van adolescenten in de betrokken K-dienst; - het ziekenhuis moet ervaring hebben inzake onderzoeken met betrekking tot psychische problemen bij adolescenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betrokken ziekenhuizen, de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft en de Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft, zullen geschreven overeenkomsten sluiten die het voorwerp, de duur van het project, de wijze van rechtvaardiging van de uitgaven en de verplichtingen inzake rapportering aan de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, nader bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag, waarmee het Onderdeel B4 van de betrokken ziekenhuizen zal worden verhoogd, is vastgesteld op 45.317,75 EUR (index 1 januari 2002). 2° De ondersteuning en de ontwikkeling van de opvang van kinderen in de spoedgevallendiensten. De ziekenhuizen die aan dit project deelnemen, zullen op basis van volgende criteria geselecteerd worden : - een hoog aantal spoedopnamen van kinderen van minder dan 14 jaar (uitgezonderd de opnamen voor neonatologie) ; - minstens beschikken over een E-dienst met minimum 30 bedden, een pediater die permanent aanwezig is in het ziekenhuis en een pediatrische verpleegkundige die permanent aanwezig is voor de begeleiding van de kinderen tijdens de eerste opvang; - beschikken over aparte boxen en aangepaste ruimten voor de opvang van kinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betrokken ziekenhuizen, de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft en de Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft, zullen geschreven overeenkomsten sluiten die het voorwerp, de duur van het project, de regeling voor de rechtvaardiging van de uitgaven en de verplichtingen inzake rapportering aan de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft en de Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft nader bepalen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag, waarmee het Onderdeel B4 van de betrokken ziekenhuizen zal worden verhoogd, is vastgesteld op 69.309,51 EUR (index 1 januari 2002).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 72</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het budget toegekend aan de ziekenhuizen ter dekking van de kosten betreffende de vakbondspremie en de aansluiting bij de confederatie van de non-profitsector of elke andere gelijkwaardige organisatie voor de openbare sector, bedoeld in artikel 16, 23), wordt vastgesteld op 0,1240 EUR per verantwoorde verpleegdag waarvan sprake in bijlage 3</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-73\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 73</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de grenzen van het op 8.713.457 EUR (index 1 januari 2002) vastgestelde beschikbare budget wordt Onderdeel B4 vermeerderd met een forfaitair bedrag voor de ziekenhuizen die deelnemen aan de verwezenlijking van proefprojecten betreffende de behandeling van psychiatrische patiënten. Deze pilootprojecten betreffen : a) het aanbod van een intensieve klinische behandeling voor de geïnterneerden met als doel een in de mate van het mogelijke mogelijke resocialisatie van deze patiënten. De ziekenhuizen die aan dit project wensen deel te nemen moeten aan volgende criteria voldoen : 1. beschikken over het statuut van psychiatrisch ziekenhuis;2. over erkende bedden beschikken;3. er moet een functionele relatie bestaan tussen de kandidaat-instelling en de Commissie ter bescherming van de maatschappij;4. minstens 5 jaar ervaring hebben met de verzorging van patiënten die met het statuut « geïnterneerden op proef » door een Commissie ter bescherming van de maatschappij voor verdere behandeling naar een psychiatrisch ziekenhuis zijn gestuurd;5. de instelling moet gedurende het jaar 2000 patiënten behandeld hebben die voldoen aan het statuut zoals omschreven onder criterium 4;6. de instelling moet kunnen aantonen dat zij in de mogelijkheid is om een afzonderlijke eenheid van 8 bedden te creëren.De afzonderlijke eenheid dient te beschikken over ontvangst- en consultatieruimten, en bij voorkeur afzonderlijke kamers, voldoende sanitaire voorzieningen een een intern observatie-, alarm- en beveiligingssysteem Er moeten schriftelijke overeenkomsten gesloten worden tussen de in aanmerking genomen ziekenhuizen, en de Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft, die met name het voorwerp en de duur van het project, de rechtvaardigheid van de uitgaven, de verplichtingen inzake rapportering aan het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur van de Gezondheidszorg, Boekhouding en Beheer van de Ziekenhuizen bepalen. b) het onthaal en de behandeling van de patiënten met gedrags- en/of agressieve stoornissen. De ziekenhuizen die aan dit project wensen deel te nemen moeten aan de volgende criteria voldoen : 1. het statuut hebben van een psychiatrisch ziekenhuis;2. beschikken over erkende A-bedden;3. minstens 5 jaar ervaring hebben met het behandelen van patiënten die voldoen aan de volgende insluitings- en uitsluitingscriteria : * Insluitingscriteria : - patiënten die elke therapeutische setting ontwrichten; - patiënten met uitgesproken gedragsstoornissen of agressief gedrag die in de voorgeschiedenis verschillende overplaatsingen en wijzigingen van settings hebben gekend en waarbij geen of onvoldoende therapeutisch resultaat werd berkeikt; - de agressieproblematiek kan zowel auto- als heteroagressief gedrag omvatten, kan verwikkeld zijn met een toxicomane problematiek en kan eventueel met een acuut psychotisch syndroom overeenstemmen. * Uitsluitingscriteria : - patiënten zijn jonger dan 18 jaar of ouder dan 50 jaar; - patiënten vertonen een duidelijke mentale handicap (IQ lager dan 65), en zijn niet in staat tot het aanleren van nieuw gedrag; - patiënten met een chronisch onomkeerbare organische pathologie. - patiënten met crimineel gedrag zonder specifieke psychiatrische pathologie of toxicomane patiënten zonder uitgesproken agressieproblemen; - chronische psychotische toestanden waarbij weinig of geen verandering wordt verwacht. 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaat-instelling moet kunnen aantonen dat zij in de mogelijkheid is om een afzonderlijke eenheid van minstens 8 bedden en maximum 12 bedden te creëren.De afzonderlijke eenheid dient te beschikken over ontvangst- en consultatieruimten, en bij voorkeur afzonderlijke kamers (minstens 60 %), voldoende sanitaire voorzieningen en een intern observatie-, alarm- en beveiligingssysteem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien moet het bewijs geleverd worden van een bijzondere inspanning ter ondersteuning van de kwaliteit van het werk van het personeel via bijkomende vorming of extra begeleiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moeten schriftelijke overeenkomsten gesloten worden tussen de in aanmerking genomen ziekenhuizen, de Minister van Volksgezondheid en de Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft welke het voorwerp, de duur van het project, de wijze waarop de uitgaven gerechtvaardigd worden en de verplichtingen inzake rapportering aan het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur van de Gezondheidszorg, Boekhouding en Beheer van de ziekenhuizen nader bepalen. c) de gezinsplaatsing van kinderen met geestesstoornissen. De ziekenhuizen die aan dit project wensen mee te werken, moeten hun aanvraag indienen bij het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur van de Gezondheidszorg, Boekhouding en Beheer van de ziekenhuizen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het dossier ingediend ter ondersteuning van hun aanvraag moet aantonen dat ze aan de volgende criteria beantwoorden : 1. beschikken over het statuut van psychiatrisch ziekenhuis;2. over erkende K-bedden beschikken;3. in staat zijn de plaatsing van 15 kinderen te waarborgen door het bewijs te leveren van het bestaan van samenwerkingsovereenkomsten met de gezinnen. Er moeten schriftelijke overeenkomsten afgesloten worden tussen de in aanmerking genomen ziekenhuizen, de Minister van Volksgezondheid en de Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft. In die overeenkomsten wordt het voorwerp, de duur van het project, de wijze waarop de uitgaven verantwoord worden en de verplichtingen inzake rapportering aan het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur van de Gezondheidszorg, Boekhouding en Beheer van de ziekenhuizen bepaald. d) het onthaal en de behandeling van kinderen met gedrags- en/of agressieve stoornissen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ziekenhuizen die aan dit project wensen mee te werken, moeten hun aanvraag indienen bij het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur van de Gezondheidszorg, Boekhouding en Beheer van de Ziekenhuizen. Het dossier ingediend ter ondersteuning van hun aanvraag moet aantonen dat ze aan de volgende criteria beantwoorden : 1. beschikken over erkende K-bedden;2. over minstens vijf jaar ervaring beschikken inzake de behandeling van patiënten die voldoen aan de insluitings- en uitsluitingscriteria : * Inclusiecriteria : - patiënten van 12 tot 19 jaar : - agressieve patiënten of patiënten met duidelijke gedragsstoornissen; - de agressiviteit kan zich zowel via auto-agressieve als via hetero-agressieve gedragsstoornissen manifesteren. *Uitsluitingscriteria : - patiënten met een duidelijke geestelijke handicap (IQ lager dan 65) en die niet in staat zijn om nieuw gedrag te leren; - patiënten met een crimineel gedrag in afwezigheid van een specifiele pathologische handicap of toxicomane patiënten zonder duidelijke problemen van agressiviteit. 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kandidaatinstelling moet kunnen aantonen dat het in staat is om een afzonderlijke eenheid van minstens 8 bedden op te richten.De afzonderlijke eenheid moet over ontvangst- en consultatieruimten beschikken alsmede over, bij voorkeur afzonderlijke, kamers, over voldoende sanitaire voorzieningen en over een intern observatie-, alarm- en beveiligingssysteem.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien moet het bewijs geleverd worden dat een speciale inspanning ter ondersteuning van de kwaliteit van het werk van het personeel via de bijkomende vorming of begeleiding worden gerealiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moeten schriftelijke overeenkomsten afgesloten worden tussen de in aanmerking komende ziekenhuizen, de Minister van Volksgezondheid en de Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft, welke het voorwerp, de duur van het project, de wijze waarop de uitgaven verantwoord worden en de verplichtingen inzake rapportering aan het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur van de Gezondheidszorg, Boekhouding en Beheer van de ziekenhuizen nader bepalen. e) de behandeling thuis van kinderen met geestesstoornissen. De ziekenhuizen die aan dit project wensen mee te werken, moeten hun aanvraag indienen bij het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur van de Gezondheidszorg, Boekhouding en Beheer van de ziekenhuizen. Het dossier ingediend ter ondersteuning van hun aanvraag moet aantonen dat ze over K- en/of E-bedden beschikken en dat er een overeenkomst met een centrum voor gezondheidszorg werd afgesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er moeten schriftelijke overeenkomsten afgesloten worden tussen de in aanmerking komende ziekenhuizen, de Minister van Volksgezondheid en de Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft dewelke het voorwerp, de duur van het project, de wijze waarop de uitgaven aangetoond moeten worden en de verplichtingen inzake rapportering aan het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu, Bestuur van de Gezondheidszorg, Boekhouding en Beheer van de ziekenhuizen nader bepalen. Art. 74.In het kader van de eindeloopbaanproblematiek wordt Onderdeel B4 van de ziekenhuizen vermeerderd overeenkomstig de bepalingen zoals bedoeld onder de hiernavolgende §§ 1 en 2. § 1. Private en openbare ziekenhuizen waarvan het protocolakkoord hetzelfde regime voorziet als de privé-sector. 1° Definities Voor de toepassing van huidig lid dient men te verstaan onder : « het sociaal akkoord » : het sociaal akkoord van 1 maart 2000 afgesloten tussen de federale regering en de representatieve organisaties van de private non-profit sector en het protocol nr. 120/2 van 28 november 2000 van het Gemeenschappelijk Comité voor het geheel van de openbare diensten; « de sociale akkoorden » : de collectieve arbeidsovereenkomst, afgesloten in het bevoegde paritaire comité of de protocolakkoorden afgesloten in de bevoegde onderhandelingscomités, voorzien door de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.; « eindeloopbaanmaatregelen » : de maatregelen genomen in de sociale akkoorden, zijnde de toekenning van een voordeel vanaf 45 jaar, 50 jaar en 55 jaar, toegekend onder vorm van een vrijstelling van arbeidsprestaties van respectievelijk 2 uur vanaf 45 jaar, 4 uur vanaf 50 jaar en 6 uur vanaf 55 jaar of onder vorm van een bijkomend voordeel equivalent aan de financiering van de toepasbare vrijstelling van arbeidsprestaties voor de personen die opteren voor het voortzetten van hun arbeidstijd. « personeelsleden » : het verplegend en verzorgend personeel dat effectief verplegende en verzorgende taken uitoefent, evenals het verplegend en verzorgend personeel dat hen omkadert en het gelijkgesteld personeel. Onder gelijkgesteld personeel dient te worden verstaan, de werknemers die elke maand, en dit gedurende de referentieperiode van 12 maanden voorafgaand aan de maand tijdens dewelke de aanvraag is ingediend, 2 van de 5 onregelmatige prestaties (zondag, zaterdag, feestdag, nachtdienst of onderbroken diensten) verrichten, waarbij de ziekte- of vakantieperiode geneutraliseerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze drie personeelscategorieën dienen te werken in het ziekenhuis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het personeel dat tewerkgesteld is in de diensten die beschouwd worden als niet-ziekenhuisactiviteiten, vallen buiten beschouwing. « arbeidsduur » : de wekelijkse arbeidsduur zoals overeengekomen in het arbeidscontract of zoals het van toepassing is op het personeelslid van een openbaar ziekenhuis. 2° Financieringsregels a) Teneinde de eindeloopbaanmaatregelen te financieren, wordt aan de ziekenhuizen een forfaitair bedrag toegekend, vastgesteld volgens de hierna vastgestelde regelen en voor zover de principes van het sociaal akkoord ten laatste op 30 juni 2001 omgezet werden in een collectieve arbeidsovereenkomst, afgesloten in het bevoegde paritaire comité of in een protocolakkoord afgesloten in de bevoegde onderhandelingscomités, voorzien in de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. Het forfaitair bedrag zal toegekend worden binnen de beperking van de voorwaarden van de collectieve arbeidsoverenkomst of het protocolakkoord hierboven beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het forfaitair bedrag wordt als volgt berekend : F = F1 + F2 Waarbij : F1 = het verschuldigd bedrag voor het personeelslid dat voor de wekelijkse vrijstelling van arbeidsprestaties opteert en wordt als volgt berekend : F1 = A x H/38 x X/12 x T/S Waarbij : A = EUR 34.134,94 (index per 1 juni 2001) verhoogd met 1 % vanaf 1 oktober 2001 H : aantal uren van vrijstelling van arbeidsprestaties waarop een voltijdse werknemer recht heeft S : wekelijks arbeidsregime toegepast in het ziekenhuis X : het aantal maanden in de periode vermeld onder c) , 1., 2., 3., 4., in de vereiste leeftijd, gedurende dewelke de maatregel van de eindeloopbaan vastgesteld onder 1°, van toepassing is op het personeel T : aantal te presteren uren per week zoals blijkt uit het arbeidscontract of de individuele benoemingsakte En waarbij : F2 = het verschuldigd bedrag voor het personeelslid dat opteert voor de premie, wordt als volgt berekend : F2 = A x H/38 x H/12 x T/S Waarbij : A = EUR 40.456,22 (index per 1 juni 2001) verhoogd met 1 % vanaf 1 oktober 2001 H = equivalent aantal uren van vrijstelling van arbeidsprestaties in het kader van de toekenning van een premie voor een voltijdse werknemer En S, T en X hebben dezelfde betekenis als in de formule F1. b) Inlichtingen te verstrekken door de ziekenhuisinstelling 1) de naam en voornaam van het personeelslid, 2) zijn geboortedatum, 3) zijn functie, 4) de gekozen optie tussen de vrijstelling van arbeidsprestaties en de premie, 5) de kostenplaats, zoals bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 14 augustus 1987 tot bepaling van de minimumindeling van het algemeen rekeningstelsel van de ziekenhuizen waar de lasten in rekening gebracht worden, 6) het aantal uren van vrijstelling van arbeidsprestaties dat hij kan verkrijgen ten opzichte van zijn leeftijd, 7) het wekelijks uurregime van kracht in het ziekenhuis, 8) het aantal maanden in de vereiste leeftijd tussen de eerste van de maand waarin de verjaardag valt en het einde van de periode waarvan vermelding onder c) , 1., 2., 3. en 4; 9) het aantal door het personeelslid te presteren uren zoals blijkt uit het arbeidscontract of de individuele benoemingsakte Deze inlichtingen dienen medegedeeld worden naargelang de instructies die, indien mogelijk, aan de ziekenhuizen tegen 30 juni 2001 zullen verstuurd worden.c) Toekenningsmodaliteiten 1.Periode van 1 augustus 2001 tot 30 november 2002 Voor de periode van 1 augustus 2001 tot 30 november 2002 wordt een voorlopig bedrag F toegekend, op basis van de inlichtingen medegedeeld tegen ten laatste 31 juli 2001.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eens de periode verstreken, zal worden overgegaan tot de definitieve berekening van F op basis van de inlichtingen, opgesteld op 30 november 2002, en medegedeeld tegen ten laatste 28 februari 2003.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verschil tussen de definitieve F en de voorlopige F zal via Onderdeel C2 van het budget van financiële middelen vereffend worden. 2. Periode van 1 december 2002 tot 30 november 2003 Voor de periode van 1 december 2002 tot 30 november 2003 wordt een voorlopig bedrag F toegekend, op basis van de inlichtingen medegedeeld tegen ten laatste 31 oktober 2002. Eens de periode verstreken, zal worden overgegaan tot de definitieve berekening van F op basis van de inlichtingen, opgesteld op 30 november 2003, en medegedeeld tegen ten laatste 28 februari 2004.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verschil tussen de definitieve F en de voorlopige F zal via Onderdeel C2 van het budget van financiële middelen vereffend worden. 3. Periode van 1 december 2003 tot 31 december 2004 Voor de periode van 1 december 2003 tot 31 december 2004 wordt een voorlopig bedrag F toegekend, op basis van de inlichtingen medegedeeld tegen ten laatste 31 oktober 2003. Eens de periode verstreken, zal worden overgegaan tot de definitieve berekening van F op basis van de inlichtingen, opgesteld op 30 december 2004, en medegedeeld tegen ten laatste 31 maart 2005.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verschil tussen de definitieve F en de voorlopige F zal via Onderdeel C2 van het budget van financiële middelen vereffend worden. 4. Vanaf 2005 Het voorlopig berekend bedrag bij toepassing van punt 3. vermenigvuldigd met 12/13 vormt de provisie die van toepassing blijft vanaf 1 januari 2005.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het definitieve bedrag voor de periode van 1 januari 2005 tot 31 december 2005 zal vastgesteld worden op basis van de inlichtingen medegedeeld tegen ten laatste 1 mei 2006 en zal het voorlopige budget dat gestort werd voor de beschouwde periode vervangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Telkens een definitief bedrag zal berekend zijn, zal dit bedrag de provisie vormen geldig voor het boekjaar dat volgt op de vaststelling van dit definitief bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elk van de volgende burgerjaren, zal het definitief bedrag vastgesteld worden op basis van de inlichtingen die tegen 1 mei van het jaar dat volgt op het beschouwde boekjaar medegedeeld worden en zal het voorlopige budget vervangen dat gestort werd voor de beschouwde periode.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verschil tussen de definitieve F en de voorlopige F zal via Onderdeel C2 van het budget van financiële middelen vereffend worden. d) Bijkomende bepalingen Voor de personeelsleden die geopteerd hebben voor de wekelijkse vrijstelling van arbeidsprestaties, dient de beheerder het bewijs te leveren dat de vrijgemaakte arbeidstijd gecompenseerd werd door nieuwe aanwervingen of door een verhoging van de wekelijkse arbeidsduur van andere personeelsleden.De werknemers die aangeworven zijn onder het regime van de Sociale Maribel of het interdepartementaal begrotingsfonds worden niet in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gerecupereerde arbeidstijd per sector dient gecompenseerd te worden in dezelfde sector, hetzij : - de diensten waar het personeel gedekt wordt door het Onderdeel B2 van het budget van financiële middelen, - de gemeenschappelijke diensten waarvan sprake in artikel 11, § 1, van huidig besluit; - en de medisch-technische diensten, de consultaties en de apotheek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarom dient de beheerder, op hetzelfde ogenblik als de inlichtingen die dienen voor de definitieve berekening, een lijst met volgende inlichtingen over te maken : - naam en voornaam van het aangeworven personeelslid of van het personeelslid dat het voorwerp uitmaakt van een vermeerdering van zijn arbeidstijd; - kostenplaats voor imputatie; - bijkomende VTE; - aanvangsdatum van het contract; - einddatum van het contract.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kopie van het arbeidscontract of van de individuele benoemingsakte dient bij deze lijst gevoegd te worden. e) Sancties Indien de beheerder niet binnen de vereiste termijn de inlichtingen betreffende de uitwerking van de definitieve budgetten mededeelt, zullen de voorlopige bedragen zoals bedoeld onder de punten c) , 1., 2., 3. en 4., teruggevorderd worden. § 2. Andere openbare ziekenhuizen dan deze uit § 1. 1° Definities Voor de toepassing van huidige paragraaf dient verstaan te worden onder : « protocol nr.120/2 » : het protocol nr. 120/2 van 28 november 2000 afgesloten tussen het Gemeenschappelijk Comité voor het geheel van de openbare diensten; « de sociale akkoorden » : de protocolakkoorden afgesloten in de bevoegde onderhandelingscomités, voorzien in de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel; « eindeloopbaanmaatregelen » : de maatregelen genomen binnen de sociale akkoorden, zijnde de toekenning van een voordeel vanaf 45 jaar, 50 jaar en 55 jaar, toegekend onder vorm van een vrijstelling van prestaties van respectievelijk 2 uur vanaf 45 jaar, 4 uur vanaf 50 jaar en 6 uur vanaf 55 jaar of onder vorm van een bijkomend voordeel evenredig met de financiering van de toepasbare vrijstelling van arbeidsprestaties voor de personen die opteren voor het voortzetten van hun arbeidstijd; « personeelsleden » : het verplegend en verzorgend personeel dat effectief verplegende en verzorgende taken uitoefent, evenals het verplegend en verzorgend personeel dat hen omkadert en het gelijkgesteld personeel. Onder gelijkgesteld personeel dient te worden verstaan, het personeel zoals vastgesteld in de verschillende sociale akkoorden, echter beperkt tot de definitie onder § 1, 1°;</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze drie personeelscategorieën dienen te werken in het ziekenhuis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het personeel dat tewerkgesteld is in de diensten die beschouwd worden als niet-ziekenhuisactiviteiten, vallen buiten beschouwing; « arbeidsduur » : de wekelijkse arbeidsduur zoals deze van toepassing is op het personeelslid van een openbaar ziekenhuis. 2° Financieringsregels a) Teneinde de eindeloopbaanmaatregelen te financieren, wordt aan de ziekenhuizen een forfaitair bedrag (F) toegekend, vastgesteld volgens de hierna vastgestelde regelen en voor zover de principes van het protocol nr.120/2 ten laatste op 30 juni 2001 omgezet werden in een protocolakkoord afgesloten in de bevoegde onderhandelingscomités, voorzien in de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten, tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het forfaitair bedrag zal toegekend worden binnen de beperking van de voorwaarden van de collectieve arbeidsovereenkomst of het protocolakkoord hierboven beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het forfaitair bedrag wordt als volgt berekend : F = F1 + F2 Waarbij : F1 = het verschuldigd bedrag voor het personeelslid dat voor de wekelijkse vrijstelling van arbeidsprestaties opteert en als volgt wordt berekend : F1 = A x H/38 x X/12 x T/S Waarbij : A = EUR 34.134,94 (index per 1 juni 2001) verhoogd met 1 % vanaf 1 oktober 2001 H : aantal uren van vrijstelling van arbeidsprestaties waarop een voltijdse werknemer recht heeft S : wekelijks arbeidsregime toegepast in het ziekenhuis T : aantal te presteren uren per week zoals blijkt uit de individuele benoemingsakte of het arbeidscontract X : het aantal maanden in de periode vermeld onder c) , 1., 2., 3., 4., in de vereiste leeftijd, gedurende dewelke de maatregel van de eindeloopbaan vastgesteld onder 1°, van toepassing is op het personeel En waarbij : F2 = het verschuldigd bedrag voor het personeelslid dat opteert voor de premie, wordt als volgt berekend : F2 = A x H/38 x X/12 x T/S Waarbij : A = EUR 40.456,22 (index per 1 juni 2001) verhoogd met 1 % vanaf 1 oktober 2001;</p>\n<p class=\"lf-p\">H = equivalent aantal uren van vrijstelling van arbeidsprestaties in het kader van de toekenning van een premie voor een voltijdse werknemer;</p>\n<p class=\"lf-p\">S, T en X hebben dezelfde betekenis als in de formule F1. b) Inlichtingen te verstrekken door de ziekenhuisinstelling : 1.de naam en voornaam van het personeelslid; 2. zijn geboortedatum;3. zijn functie;4. de gekozen optie tussen de vrijstelling van arbeidsprestaties en de premie;5. de kostenplaats, zoals bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 14 augustus 1987 tot bepaling van de minimumindeling van het algemeen rekeningstelsel van de ziekenhuizen waar de lasten in rekening gebracht worden;6. het aantal uren van vrijstelling van arbeidsprestaties dat hij kan verkrijgen, naargelang zijn leeftijd;7. het wekelijks uurregime van kracht in het ziekenhuis; 8. aantal maanden in de vereiste leeftijd tussen de eerste van de maand waarin de verjaardag valt en het einde van de periode waarvan vermelding onder c) , 1., 2., 3. en 4; 9. het aantal door het personeelslid te presteren uren zoals blijkt uit het arbeidscontract of de individuele benoemingsakte. Deze inlichtingen dienen medegedeeld te worden overeenkomstig de instructies die, indien mogelijk, aan de ziekenhuizen tegen 30 juni 2001 zullen verstuurd worden. c) Toekenningsmodaliteiten 1.Voor de periode van 1 juli 2001 tot 30 juni 2002 wordt een voorlopig bedrag F toegekend, op basis van de inlichtingen medegedeeld tegen ten laatste 31 juli 2001.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eens de periode verstreken, zal worden overgegaan tot de definitieve berekening van F op basis van de inlichtingen, opgesteld op 30 juni 2002, en medegedeeld tegen ten laatste 30 september 2002.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verschil tussen de definitieve F en de voorlopige F zal via Onderdeel C2 van het budget van financiële middelen vereffend worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zowel voor de voorlopige berekening als voor de definitieve, indien blijkt dat het totale bedrag van de tussenkomst voor het personeel dat onder een vastgesteld protocolakkoord valt groter is dan het budget zoals bedoeld onder punt 5, zal een lineaire verminderingscoëfficiënt toegepast worden overeenkomstig punt 6. 2. Periode van 1 juli 2002 tot 30 juni 2003 Voor de periode van 1 juli 2002 tot 30 juni 2003 wordt een voorlopig bedrag F toegekend, op basis van de inlichtingen medegedeeld tegen ten laatste 31 mei 2002. Eens de periode verstreken, zal worden overgegaan tot de definitieve berekening van F op basis van de inlichtingen, opgesteld op 30 juin 2003, en medegedeeld tegen ten laatste 30 september 2003.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verschil tussen de definitieve F en de voorlopige F zal via Onderdeel C2 van het budget van financiële middelen vereffend worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zowel voor de voorlopige berekening als voor de definitieve, indien blijkt dat het totale bedrag van de tussenkomst voor het personeel dat onder een vastgesteld protocolakkoord valt, groter is dan het budget zoals bedoeld onder punt 5, zal een lineaire verminderingscoëfficiënt toegepast worden overeenkomstig punt 6. 3. Periode van 1 juli 2003 tot 30 juni 2004 Voor de periode van 1 juli 2003 tot 30 juni 2004 wordt een voorlopig bedrag F toegekend, op basis van de inlichtingen medegedeeld tegen ten laatste 31 mei 2003. Eens de periode verstreken, zal worden overgegaan tot de definitieve berekening van F op basis van de inlichtingen, opgesteld op 30 juni 2004, en medegedeeld tegen ten laatste 30 september 2004.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verschil tussen de definitieve F en de voorlopige F zal via Onderdeel C2 van het budget van financiële middelen vereffend worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zowel voor de voorlopige berekening als voor de definitieve, indien blijkt dat het totale bedrag van de tussenkomst voor het personeel dat onder een vastgesteld protocolakkoord valt, groter is dan het budget zoals bedoeld onder punt 5, zal een lineaire verminderingscoëfficiënt toegepast worden overeenkomstig punt 6. 4. Vanaf 2004 Het voorlopig bedrag berekend bij toepassing van punt 3.vormt de provisie die van toepassing blijft vanaf 1 juli 2004.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het definitieve bedrag voor de periode van 1 januari 2004 tot 31 december 2004 zal vastgesteld worden op basis van de inlichtingen medegedeeld tegen ten laatste 1 mei 2005 en zal het voorlopige budget dat gestort werd voor de beschouwde periode vervangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Telkens een definitief bedrag wordt berekend, zal dit bedrag de provisie vormen geldig voor het boekjaar dat volgt op de vaststelling van dit definitief bedrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elk van de volgende burgerlijke jaren, zal het definitief bedrag vastgesteld worden op basis van de inlichtingen die tegen 1 mei van het jaar dat volgt op het beschouwde boekjaar medegedeeld worden en zal het voorlopige budget dat gestort werd voor de beschouwde periode vervangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verschil tussen de definitieve F en de voorlopige F zal via Onderdeel C2 van het budget van financiële middelen vereffend worden. 5. Het budget waarvan sprake onder de punten 1., 2. en 3., wordt als volgt per protocolakkoord vastgesteld : 1° het protocolakkoord gesloten in het Onderhandelingscomité C voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, onderafdeling Vlaams Gewest en Vlaamse Gemeenschap : - voor 2001 : 2.330.942,81 EUR - voor 2002 : 4.684.939,72 EUR - voor 2003 : 6.633.134,94 EUR 2° het protocolakkoord gesloten in het Onderhandelingscomité C voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, onderafdeling Waals Gewest en Franse Gemeenschap : voor 2001 : 3.545.868,98 EUR voor 2002 : 7.126.690,94 EUR voor 2003 : 10.091.249,61 EUR 3° het protocolakkoord gesloten in het Onderhandelingscomité C voor de provinciale en plaatselijke overheidsdiensten, onderafdeling Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor 2001 : 919.932,87 EUR voor 2002 : 1.849.285,69 EUR voor 2003 : 2.618.499,30 EUR 4° het protocolakkoord gesloten in het Comité van de sector XVIII voor het universitair ziekenhuis van Gent en voor de de psychiatrische ziekenhuizen van Rekem en Geel voor 2001 : 1.267.231,70 EUR voor 2002 : 2.547.105,97 EUR voor 2003 : 3.604.123,96 EUR 5° protocolakkoord gesloten in het Comité van de sector IX, onderwijs van de Franse Gemeenschap, voor het universitair ziekenhuis Sart-Tilman in Luik : voor 2001 : 642.292,12 EUR voor 2002 : 1.291.277,37 EUR voor 2003 : 1.826.975, EUR 6° protocolakkoord gesloten in het Comité van de sector XVI voor de psychiatrische ziekenhuizen van Doornik en Bergen voor 2001 : 373.575,54 EUR voor 2002 : 751.117,38 EUR voor 2003 : 1.062.719,54 EUR 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De lineaire verminderingscoëfficiënt waarvan sprake in de punten 1., 2. en 3., wordt op volgende manier vastgesteld : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld Waarbij : C = verminderingscoëfficiënt toe te passen per protocolakkoord zoals bedoeld onder punt 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">B = het budget waarvan sprake onder punt 5. voor het betreffende protocolakkoord F = het forfaitair bedrag zoals bedoeld onder punt 2°, a) , d) Bijkomende bepalingen Voor de personeelsleden die geopteerd hebben voor de wekelijkse vrijstelling van arbeidsprestaties, dient de beheerder het bewijs te leveren dat de vrijgemaakte arbeidstijd gecompenseerd werd door nieuwe aanwervingen of door een verhoging van de wekelijkse arbeidsduur door andere personeelsleden.De werknemers die aangeworven zijn onder het regime van de Sociale Maribel of onder dat van het inderdepartementaal begrotingsfonds worden niet in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gerecupereerde arbeidstijd per sector dient gecompenseerd te worden in dezelfde sector, hetzij : - de diensten waar het personeel gedekt wordt door het Onderdeel B2 van het budget van financiële middelen; - de gemeenschappelijke diensten waarvan sprake in artikel 11, § 1, van huidig besluit; - en de medisch-technische diensten, de consultaties en de apotheek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daartoe dient de beheerder, op hetzelfde ogenblik als de inlichtingen die dienen voor de definitieve berekening, een lijst met volgende inlichtingen over te maken : - naam en voornaam van het aangeworven personeelslid en van het personeelslid dat het voorwerp uitmaakt van een vermeerdering van zijn arbeidstijd; - kostenplaats voor verrekening; - bijkomende VTE; - aanvangsdatum van het contract; - einddatum van het contract.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een kopie van het arbeidscontract of van de individuele benoemingsakte dient bij deze lijst gevoegd te worden. e) Sancties Indien de beheerder niet binnen de vereiste termijn de inlichtingen betreffende de uitwerking van de definitieve budgetten mededeelt, zullen de voorlopige bedragen zoals bedoeld onder de punten c) , 1., 2., 3. en 4., teruggevorderd worden. Art. 75.De bedragen toegekend op 30 juni 2002 en die betrekking hebben op de kosten bedoeld in artikel 15, 9°, 15°,16° en 26° van dit besluit blijven behouden op 1 juli 2002. Art. 76.Voor de ziekenhuizen bedoeld in art 15, 27°, wordt er een bedrag (M) toegekend berekend als volgt : (M) = A+B Waarbij : A = het budgetverschil overeenstemmend met het verschil tussen de op 30 juni 2002 toegekende punten en de punten die op 30 juni 2002 toegekend zouden worden, als men de bepalingen van artikel 46 van dit besluit had toegepast;</p>\n<p class=\"lf-p\">B = de budgetvermindering bedoeld in artikel 42, § 8 van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 op zijn waarde van 30 juni 2002;</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 10. - Onderdeel B5 van het budget Art. 77.§ 1. Onderdeel B5 van het budget van de acute ziekenhuizen wordt vastgesteld overeenkomstig de hiernavermelde regels : a) 15 % van het beschikbare budget wordt onder de ziekenhuizen verdeeld op basis van de omzet van de voor elk ziekenhuis terugbetaalde farmaceutische specialiteiten en generische geneesmiddelen, met uitzondering van de bloedproducten toegediend aan de gehospitaliseerde patiënten, van elk ziekenhuis gedurende het laatst gekende dienstjaar;b) 29 % van het beschikbare budget wordt onder de ziekenhuizen verdeeld op basis van het aantal punten toegekend aan elk ziekenhuis. Voor de toekenning van het aantal punten worden de volgende berekeningen uitgevoerd : 1° Het aantal bestaande en erkende bedden wordt gewogen.Daarbij wordt aan elk type bed de volgende coëfficiënt toegekend : Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld 2° Tot 150 gewogen bedden wordt 0,40 punten per schijf van 25 gewogen bedden toegekend.Wanneer er meer dan 150 gewogen bedden zijn, wordt 0,26 punten per schijf van 10 gewogen bedden toegekend; c) 3 % van het beschikbare budget wordt onder de ziekenhuizen verdeeld op basis van het aantal punten toegekend aan elk ziekenhuis teneinde rekening te houden met de overeenkomstig de erkenningsnormen op te richten farmaceutische structuur.Voor de toekenning van het aantal punten wordt rekening gehouden met de grootte van het ziekenhuis, namelijk : ziekenhuizen met minder dan 450 gewogen bedden : 0 punten ziekenhuizen met 450 tot 649 gewogen bedden : 2 punten ziekenhuizen met 650 tot 849 gewogen bedden : 3 punten ziekenhuizen met 850 tot 1.049 gewogen bedden : 4 punten ziekenhuizen met 1.050 tot 1.249 gewogen bedden : 5 punten ziekenhuizen met 1.250 en meer gewogen bedden : 6 punten; d) 19 % van het beschikbare budget wordt onder de ziekenhuizen verdeeld op basis van de in elk ziekenhuis vastgestelde uitgaven, tijdens het laatst gekende dienstjaar, wat betreft de courante producten, de steriele producten, de producten voor magistrale bereidingen, hechtingsproducten en synthesemateriaal.Deze uitgaven worden in het aan de ziekenhuizen opgelegde algemeen rekeningenstelsel opgenomen respectievelijk onder de nummers 6002, 6003, 6004, 6007 en 6013.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de vastgestelde uitgaven wordt de tegemoetkoming afgetrokken van de ziekte- en invaliditeitsverzekering bepaald in bijlage 10 van dit besluit; e) 34 % van het beschikbare budget wordt onder de ziekenhuizen verdeeld op basis van een aantal punten toegekend aan elk ziekenhuis op de volgende manier : Voor de hiernavermelde verstrekkingen betreffende het laatst gekende dienstjaar worden de volgende punten toegekend : zware heelkunde : 0,25 punten per volledige schijf van 100 verstrekkingen reanimatie : 0,25 punten per volledige schijf van 250 verstrekkingen interventionele radiologie : 0,25 punten per volledige schijf van 750 verstrekkingen zeer zware heelkunde : 0,25 punten per volledige schijf van 50 verstrekkingen. Desgevallend kunnen, indien het ziekenhuis geen enkel punt krijgt voor de zware en zeer zware heelkunde, de verstrekkingen van deze twee categorieën worden opgeteld teneinde punten voor de zware heelkunde te bekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorvermelde verstrekkingen worden verduidelijkt in bijlage 11 van dit besluit; f) De budgetten die voor elk ziekenhuis op basis van punten a) , tot e) , worden bepaald, worden samengeteld en het totaal vormt het theoretische budget B5. De overgang van het op 31 december 1996 vastgestelde budget naar het theoretische budget gebeurt geleidelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De correctie voor het dienstjaar dat aanvangt op 1 juli 2002 wordt vastgesteld op 50 % van het verschil tussen het budget dat vastgesteld is op 31 december 1996 en het theoretisch budget. De correctie zal op 100 % gebracht worden over een periode van drie jaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het budget dat voor ieder ziekenhuis wordt vastgesteld na correctie mag niet lager zijn dan 94.697,64 EUR voor de private ziekenhuizen en 93.965,78 EUR voor de openbare ziekenhuizen (index op 1 januari 2002).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het geheel van de aldus vastgestelde budgetten mag het nationaal beschikbare budget niet overschrijden. § 2. Onderdeel B5 van de diensten en bedden erkend onder kenletter Sp wordt bepaald op basis van de hiernavermelde regels : a) per erkend en bestaand bed wordt een bedrag toegekend van 661,11 EUR (index 1.januari 2002); b) wanneer het een geïsoleerde Sp-dienst betreft, mag het voor het geheel van de bedden van de dienst toegekende bedrag niet minder dan 37.320,50 EUR (index 1.januari 2002) bedragen voor de ziekenhuizen met 75 bedden en meer, en niet minder dan 18.660,25 EUR(index 1. januari 2002) bedragen voor de ziekenhuizen met minder dan 75 bedden;c) onverminderd de bepalingen van punt b) , mag het totaal van de toegekende budgetten het nationaal beschikbare budget niet overschrijden. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderdeel B5 van de psychiatrische ziekenhuizen wordt bepaald op basis van de hiernavermelde regels : - het aantal bestaande en erkende bedden wordt gewogen. Daarbij dient er verwezen te worden naar de in § 1, b) , 1° opgenomen tabel; - de waarde van Onderdeel B5 wordt daarna als volgt vastgesteld (index 1 januari 2002) : - voor de ziekenhuizen met minder dan 75 gewogen bedden : 21.592,58 EUR - voor de ziekenhuizen met 75 tot 119 gewogen bedden : 57.446,92 EUR - voor de ziekenhuizen met 120 tot 149 gewogen bedden : 86.170,38 EUR - voor de ziekenhuizen met 150 tot 179 gewogen bedden : 114.893,83 EUR - voor de ziekenhuizen met 180 en meer gewogen bedden : 150.881,46 EUR Het totaal van de toegekende budgetten mag het nationale beschikbare budget niet overschrijden. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met ingang van 1 juli 2002 worden de bij toepassing van de §§ 1, tot 3, toegekende bedragen met 10 % verminderd, indien het ziekenhuis niet aan de volgende voorwaarde voldoet : - de aan een ziekenhuisapotheek verbonden apothekers moeten de titel van ziekenhuisapotheker hebben, bekomen krachtens het koninklijk besluit nr. 77.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zolang de in het eerste lid bedoelde titel niet is toegekend, volstaat een stuk waarin geattesteerd wordt dat er een bijkomende opleiding als ziekenhuisapotheker gevolgd werd § 5. Het behoud van de bij toepassing van de §§ 1, tot 3, toegekende financiering is ondergeschikt aan het deelnemen aan de evaluatie van de activiteit van de ziekenhuisapotheek, van de werking van het medisch-farmaceutisch comité en van het rationeel gebruik van de geneesmiddelen georganiseerd door de Overlegstructuur tussen de ziekenhuisbeheerders, de artsen en de verzekeringsinstellingen. §. 6. Om het rationele gebruik van de infectiewerende geneesmiddelen in de ziekenhuizen te stimuleren, wordt er een budget van 934.558,59 EUR verdeeld onder de acute ziekenhuizen die op vrijwillige basis verzoeken om een afgevaardigde bij het antibiotherapiebeheer te financieren.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ziekenhuizen worden na advies van de « Commissie ter coördinatie van het antibioticabeleid » van het Ministerie van Sociale zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu geselecteerd door de Minister die het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft en de Minister die de volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft en dat volgens een rangschikking uitgevoerd op grond van de volgende criteria : - het bestaan van een functionele beheersgroep antibiotherapie; - het bestaan van een formulier van de infectiewerende geneesmiddelen in het ziekenhuis; - het bestaan van schriftelijke aanbevelingen voor de empirische en etiologische infectiewerende behandelingen en de infectiewerende profylaxe; - de aanwerving van een arts of apothekerafgevaardigde bij het antibiotherapiebeheer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De functie van gedelegeerd arts voor het antibiotherapiebeheer kan bekleed worden door iemand die aan de volgende voorwaarden voldoet : - specialist zijn in de klinische biologie, en over een bijzondere bekwaamheid inzake klinische biologie beschikken; - specialist zijn in de inwendige geneeskunde of pediatrie en over een bijzondere bekwaamheid inzake infectiewerende pathologie beschikken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De functie van gedelegeerd apotheker bij het antibiotherapiebeheer kan bekleed worden door een apotheker die voldoet aan de voorwaarden van artikel 18 van het koninklijk besluit van 4 maart 1991 houdende vasstelling van de normen waaraan een ziekenhuisapotheek moet voldoen om te worden erkend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een wezenlijke voorwaarde geldend voor de drie beschreven profielen bestaat erin dat de afgevaardigde voor het antibiotherapiebeleid melding kan maken van een experiment in de antibiotherapieraad en van een ziekenhuisactiviteit van minstens drie jaar in programma's ter evaluatie en verbetering van het voorschrijven van infectiewerende geneesmiddelen. Die activiteiten kunnen gestaafd worden met interne educatieve documenten en/of enquêteverslagen aan het comité voor ziekenhuishygiëne, aan het medisch-farmaceutisch comité en aan de hoofdgeneeshheer alsmede met eventuele mededelingen aan de wetenschappelijke vergaderingen of nationale of internationale wetenschappelijke publicaties.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dossiers inzake kandidaatstelling van ziekenhuizen moeten gezonden worden aan het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu - Bestuur van de Gezondheidszorg. Die moeten de volgende gegevens bevatten : 1. De lijst met de personen die deel uitmaken van de beheersgroep antibiotherapie en hun functies in het ziekenhuis;2. De notulen van de vergaderingen van de beheersgroep antibiotherapie van het verstreken jaar of van stukken waaruit blijkt dat de groep regelmatig vergadert;3. Een exemplaar van het formulier van de infectiewerende geneesmiddelen in het ziekenhuis;4. Een exemplaar met de schriftelijke aanbevelingen voor de empirische en etiologische infectiewerende behandelingen en de infectiewerende profylaxe in het ziekenhuis;5. Een aanvraag voor de financiering van een afgevaardigde voor het antibiotherapiebeheer met de naam van de kandidaat of kandidaten voorgesteld door het Comité voor Ziekenhuishygiëne en het Medisch-Farmaceutisch Comité, ondertekend door zowel de beheerder als de hoofdgeneesheer en vergezeld van zijn of haar curriculum vitae, activiteitenrapporten inzake het antibiotherapiebeleid in de ziekenhuizen, van een brief met zijn of haar motivering en het advies van de Medische Raad van de instelling over de kandidatuur of kandidaturen. Onderdeel B5 van het budget van de geselecteerde ziekenhuizen wordt vermeerderd met een forfaitair bedrag (M) berekend als volgt : (M) = B/Aantal hS-punten*aantal hi-punten Waarbij : B = het beschikbare budget;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantal hS-punten = totaal aantal punten voor de geselecteerde ziekenhuizen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Aantal hi-punten = aantal punten voor het geselecteerde ziekenhuis.</p>\n<p class=\"lf-p\">In voorkomend geval wordt (M) beperkt tot 72.908,26 EUR overeenstemmend met 1 Voltijds Equivalent.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om het aantal punten te bepalen wordt er rekening gehouden met het aantal C-, D-, L-, NIC-, E-, G- en M-bedden van het geselecteerde ziekenhuis met een weging, vastgesteld als volgt : - C-, D-, L-en Nic-bedden : 3 punten per bed - E- en G-bedden : 2 punten per bed - M-bedden : 1 punt per bed Na de beëindiging van het dienstjaar moeten de geselecteerde ziekenhuizen hun door de in lid 2 bedoelde Commissie geëvalueerde activiteitenrapport opsturen Onderafdeling 11. - Onderdeel B6 van het budget Art. 78.Onderdeel B6 van het budget wordt vastgesteld op de waarde op 30 juni 2002.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niettemin, voor wat betreft de uitgaven van prestaties in het kader van de eindeloopbaanproblematiek voor wie in de collectieve arbeidsovereenkomsten afgesloten in de bevoegde paritaire commisise of protocolakkoorden afgesloten in de bevoegde overlegcommités voorzien door de wet van 19 december 1974Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/1974 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/10/2012 numac 2012000586 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten dewelke de relaties tussen publieke overheden en de vakbonden met betrekking tot deze overheid regelt, zijn de bepalingen van artikel 74, §§ 1, en 2, van dit besluit mutatis mutandis van toepassing op Onderdeel B6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 12. - Onderdeel B7 van het budget Art. 79.§ 1. Onderdeel B7A wordt vanaf 1 juli 2002 vastgesteld als volgt : B7A = A + B + C + D Waarbij : A. = gelijk aan het bedrag dat resulteert uit de optelling van de volgende elementen : 1. het budgetverschil overeenstemmend met het verschil van de op 30 juni 2002 toegekende punten en de punten dewelke zouden toegekend zijn, indien men de bepalingen van artikel 46 van dit besluit toegepast had;2. de vermindering van het budget bedoeld in artikel 42, § 8, van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 op zijn waarde op 30 juni 2002;3. de op 30 juni 2002 toegekende bedragen, bij toepassing van artikel 22bis , § 3, 1°, en 47, 1°, van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 voor wat de op basis van artikel 7 van het koninklijk besluit van 27 oktober 1989 toegekende uitrusting betreft;4. de bedragen die equivalent zijn met de vermindering van de totale budgetten voor klinische biologie en medische beeldvorming en de partiële budgettaire doelstellingen voor dialyse en de forfaitaire ligdagen (wat de niet-chirurgische daghospitalisatie betreft), die toegepast zal worden bij wijziging in de financieringsregels in deze verschillende sectoren op dusdanige wijze dat de weerslag voor de betrokken ziekenhuizen geneutraliseerd wordt voor zover deze bedragen tot een verhoging van het globaal budget van de ziekenhuizen bedoeld in artikel 87 van de wet op de ziekenhuizen aanleiding geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bedragen worden over de ziekenhuizen verdeeld op basis van eenzelfde percentage van het Onderdeel B2;</p>\n<p class=\"lf-p\">B = de waarde op 30 juni 2002 van de financiering toegekend bij toepassing van artikel 48, § 14, van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986;</p>\n<p class=\"lf-p\">C = de waarde op 30 juni 2002 van de financiering toegekend bij toepassing van artikel 48, § 28, van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om het voordeel van de financiering uit B en C te behouden, dienen de ziekenhuizen te voldoen aan de voorwaarden uit bijlage 12 van dit besluit;</p>\n<p class=\"lf-p\">D = het bedrag van de verdeling van een budget van 9.915,741 EUR in functie van de volgende regels : - de verdeelsleutel van het in het vorige lid bedoelde budget is gelijk aan T x N Waarbij T = het relatieve aandeel uitgedrukt in percentage van de sociale patronale lasten in voorkomend geval beperkt teneinde de equivalente sociale voordelen te bereiken in vergelijking met de brutoverloning van de gesalarieerde artsen weerhouden onder N, gewogen naargelang de categorie van geneesheer namelijk de contractuele geneesheer, de statutaire geneesheer en de geneesheer van openbaar ambt met uitzondering van de assistent-geneesheren;</p>\n<p class=\"lf-p\">N = aantal gesaliarieerde geneesheren uitgedrukt in aantal voltijdse equivalenten gedurende het laatst gekende jaar voor dewelke de patronale bijdragen werden betaald, en die toebehoren tot de categorieën van de contractuele geneesheren, de statutaire geneesheren en de geneesheren van openbaar ambt, met uitzondering van de assistent-geneesheren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om van deze financiering te genieten dienen de betrokken ziekenhuizen het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu de lijst van de geneesheren bedoeld in de eerste alinea te bezorgen met vermelding van de naam, voornaam, nationaal nummer, arbeidstijd uitgedrukt in 11den en hun aantal maanden in dienst. § 2. Onderdeel B7B wordt vanaf 1 juli 2002 op de volgende wijze vastgesteld : B7B = A + B + C + D Waarbij : A = het budgetverschil overeenstemmend met het verschil tussen de op 30 juni 2002 toegekende punten en de punten die op 30 juni 2002 toegekend zouden worden, als men de bepalingen van artikel 46 van dit besluit zou toepassen;</p>\n<p class=\"lf-p\">B = de vermindering van het budget bedoeld in artikel 42, § 8, van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 op zijn waarde op 30 juni 2002;</p>\n<p class=\"lf-p\">C = de waarde op 30 juni 2002 van de financiering toegekend bij toepassing van artikel 48, § 14, van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986;</p>\n<p class=\"lf-p\">D = de waarde op 30 juni 2002 van de bij toepassing van artikel 48, § 28, van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 toegekende financiering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om het voordeel van de in C en D bedoelde financiering te behouden, moeten de betrokken ziekenhuizen aan de voorwaarden van bijlage 12 van dit besluit voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 13. - Onderdeel B8 van het budget Art. 80.Onderdeel B8 wordt op volgende manier vastgesteld : 1° Een bedrag van 17.208.768 EUR wordt verdeeld onder de 20 eerste acute ziekenhuizen van een rangschikking, opgemaakt als volgt : Voor elk acuut ziekenhuis worden de volgende ratio's berekend : a) ratio van het aantal O.C.M.W.-dagen t.o.v. het totale aantal dagen; b) ratio van het aantal alleenstaande patiënten ten opzichte van het totale aantal opnamen; c) ratio van het aantal patiënten dat de sociale franchise geniet t.o.v. het totale aantal opnamen; d) ratio van het aantal patiënten met inkomsten lager dan 12.394,68 EUR t.o.v. het totale aantal patiënten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de ratio's b) , en d) , te bepalen, wordt er met name rekening gehouden met de statistieken terzake van het Nationaal Instituut voor Statistiek. De in de punten a, b, c, en d , bedoelde gegevens hebben betrekking op het laatste bekende dienstjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vier bovengenoemde ratio's worden als volgt gewogen : ratio a) : 0,30 ratio b) : 0,20 ratio c) : 0,30 ratio d) : 0,20 De ratio's worden na weging opgeteld om een score te vormen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ziekenhuizen worden naar opklimmende waarde van de verkregen score gerangschikt Het beschikbare budget wordt onder de 20 eerste ziekenhuizen als volgt verdeeld : - onder de 10 eerste ziekenhuizen : 50 % van het beschikbare budget; - onder de 20 ziekenhuizen : 50 % van het beschikbare budget.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de verdeling van voornoemde budgetten onder de begunstigde ziekenhuizen wordt 25 % van het budget verdeeld in functie van het aantal geselecteerde ziekenhuizen en 75 % op basis van de verantwoorde dagen waarvan sprake in bijlage 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om het voordeel van de bovengenoemde financiering te behouden moeten de geselecteerde ziekenhuizen voor het geheel van het ziekenhuis het bewijs leveren dat ze de verbintenistarieven naleven volgens de voorwaarden die in het nationaal akkoord artsen-verzekeringsorganisaties van toepassing zijn op de artsen die zich verbonden hebben om zich aan de tarieven te houden. Bij afwezigheid van een dergelijk nationaal akkoord moeten ze voor het geheel van het ziekenhuis de tarieven navolgen die als basis dienen voor de tegemoetkoming van de ziekteverzekering volgens de voorwaarden die in het laatste nationale akkoord artsen-verzekeringsinstellingen van toepassing waren op de artsen die er zich toe verbonden hebben om zich aan de tarieven van dat akkoord te houden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de voormelde bedragen van het Onderdeel B8 te behouden, moeten de ziekenhuizen : - meewerken aan het systematisch verzamelen en het tijdig doorsturen aan het Departement Volksgezondheid van correcte en volledige gegevens met betrekking tot het sociaal profiel van hun patiënten; - deelnemen aan informatie- en vormingsdagen m.b.t. de begeleiding van patiënten met een zwak sociaal profiel en aan projecten die leiden tot een betere opvang van patiënten met een zwak sociaal profiel; - jaarlijks een verslag uitbrengen waaruit de besteding der middelen in relatie met de doelgroep blijkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft en de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kunnen door een overeenkomst met de betreffende ziekenhuizen de praktische modaliteiten, inclusief deze van registratie, omschrijven op basis waarvan voormelde verplichtingen worden uitgevoerd en gecontroleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer niet aan alle criteria werd voldaan, bepalen de Ministers de percentages van het toegekende bedrag dat moet worden teruggestort als ook de timing van de terugbetaling. 2°. Om rekening te houden met de specifieke taalproblemen en de culturele kenmerken van de opgenomen patiënten, wordt een bedrag van 1.239.467,62 EUR verdeeld onder de acute en psychiatrische ziekenhuizen die op vrijwillige basis vragen om een intercultureel bemiddelaar of een coördinator interculturele bemiddeling in dienst te mogen nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze ziekenhuizen worden na advies van de Coördinatiecel « Interculturele Bemiddeling » van het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu geselecteerd door de Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft en door de Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, volgens een rangschikking opgesteld overeenkomstig de volgende criteria : - het aantal opnamen van onderdanen van een andere Staat dan een Lidstaat van de Europese Unie; - het aantal opnamen van onderdanen van een Lidstaat van de Europese Unie met uitzondering van het Koninkrijk België; - voor de ziekenhuizen waar reeds interculturele bemiddelaars of een coördinator interculturele bemiddeling gefinancierd worden : de resultaten van een evaluatie van hun activiteiten door de Coördinatiecel « Interculturele Bemiddeling ».</p>\n<p class=\"lf-p\">De functie van intercultureel bemiddelaar kan worden vervuld door een persoon die aan de volgende voorwaarden beantwoordt : a) houder zijn van een universitair diploma of van een diploma van het hoger onderwijs van het lange type in de volgende vakgebieden : medische, paramedische en « gezondheidszorg »-richtingen, antropologie, etnologie, filologie, filosofie, sociologie en psychologie, tolk- en vertaalwetenschappen en een beroepservaring kunnen bewijzen in het domein van de interculturele bemiddeling in de gezondheidszorg;b) houder zijn van een diploma van het hoger onderwijs van het korte type in de culturele, sociale of « gezondheidszorgrichtingen », met een theoretische opleiding in het domein van de interculturele gezondheidszorg;c) houder zijn van een diploma van het hoger secundair onderwijs aangevuld met een attest van een specifieke en erkende opleiding in het domein van de interculturele bemiddeling in de gezondheidszorg gelijkwaardig aan het hoger secundair technisch onderwijs, en met een begeleide praktijkervaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een essentiële voorwaarde die geldt voor de drie beschreven profielen is dat een interculturele bemiddelaar, naast een van de nationale talen, tenminste één taal van een van de doelgroepen beheerst. De doelgroepen zijn de verschillende groepen allochtonen die een lage sociaal-economische status hebben en die zich in een achterstandspositie bevinden, evenals de doven en gehoorgestoorden die zich in een doventaal uitdrukken. Voor een coördinator interculturele bemiddeling geldt deze laatste voorwaarde niet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwijkingen van deze profielen kunnen na advies van de Coördinatiecel « Interculturele Bemiddeling » toegestaan worden door de leidinggevende ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dossiers m.b.t. de kandidatuur van de ziekenhuizen moeten voor 31 maart van het burgerlijk jaar van vaststelling van het budget worden toegestuurd aan het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu - Bestuur van de Gezondheidszorgen. Ze dienen de volgende gegevens te omvatten : 1. het aantal opnamen van onderdanen van een andere staat dan een Lidstaat van de Europese Unie;2. het aantal opnamen van onderdanen van een Lidstaat van de Europese Unie met uitzondering van het Koninkrijk België;3. het type interculturele bemiddelaar (profiel a, b, of c, cf.supra) of coördinator interculturele bemiddeling (profiel a, b, of c) dat men in dienst wenst te nemen evenals het aanstellingspercentage; 4. enkel voor de ziekenhuizen waar reeds interculturele bemiddelaars gefinancierd worden : een verslag van de activiteiten van de interculturele bemiddelaars in het ziekenhuis;5. enkel voor de ziekenhuizen waar reeds coördinatoren interculturele bemiddeling gefinancierd worden : een verslag van de activiteiten van deze coördinatoren, evenals van de externe of interne tolken, of interculturele bemiddelaars waarop ze in het kader van hun activiteiten een beroep hebben gedaan. De Coördinatiecel « Interculturele Bemiddeling » zal richtlijnen voor het opstellen van de verslagen genoemd onder 4 en 5 aan de betrokken ziekenhuizen meedelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ziekenhuizen kunnen drie types aanvragen indienen : 1. Een aanvraag voor het aanstellen van een intercultureel bemiddelaar : Voor interculturele bemiddelaars geldt als een absolute voorwaarde dat de betrokkene een taal van een van de doelgroepen beheerst.Er kan een interculturele bemiddelaar gefinancierd worden op voorwaarde dat er een voldoende hoog aantal allochtone patiënten in het ziekenhuis opgenomen wordt, en (voor ziekenhuizen waar reeds een initiatief loopt) er een voldoende hoog aantal kwalitatief hoogstaande interventies plaatsvindt. Interculturele bemiddelaars moeten deelnemen aan de supervisie- en vormingsbijeenkomsten georganiseerd door de Coördinatiecel Interculturele Bemiddeling. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag voor het aanstellen van een coördinator interculturele bemiddeling : er kan een coördinator interculturele bemiddeling gefinancierd worden op voorwaarde dat er een voldoende hoog aantal allochtone patiënten in het ziekenhuis opgenomen wordt, en (voor ziekenhuizen waar reeds een initiatief loopt) er een voldoende hoog aantal kwalitatief hoogstaande interventies plaatsvindt uitgevoerd door de coördinator zelf, interne of externe tolken of interculturele bemiddelaars die onder leiding van de betrokken coördinator werken. Een bedrag dat overeenstemt met 0.4 voltijdsequivalent (verder : VTE) kan toegekend worden op voorwaarde dat er maandelijks in een algemeen ziekenhuis minimaal 20 interventies door interne of externe tolken of externe interculturele bemiddelaars gerealiseerd worden, of wanneer er ten minste 1 VTE interculturele bemiddelaar in de instelling in dienst is die de door betrokken coördinator begeleid wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">In psychiatrische instellingen volstaan 10 interventies per maand.Interculturele bemiddelaars die door het ziekenhuis aangeworven worden op andere middelen dan de B8 dienen aan dezelfde criteria te voldoen als de interculturele bemiddelaars die met dit mechanisme gefinancierd worden. Wanneer dat niet het geval is (en wanneer er geen afwijking van het gevraagde profiel toegestaan werd) , kunnen ze niet in aanmerking genomen worden voor de toekenning van een coördinator interculturele bemiddeling. Ook moeten ze deelnemen aan de supervisie- en vormingsbijeenkomsten georganiseerd door de Coördinatiecel « Interculturele Bemiddeling ». Bedragen overeenstemmend met een hoger VTE kunnen toegekend worden bij een hoger aantal interventies door de coördinator, interne of externe tolken of externe interculturele bemiddelaars, en/of de aanwezigheid van een hoger VTE aan interculturele bemiddelaars binnen de instelling. 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een aanvraag voor de financiering van een coördinator interculturele bemiddeling en een intercultureel bemiddelaar : Het toegekende VTE voor beide functies samen stemt overeen met het VTE dat voor een aanvraag van een intercultureel bemiddelaar (cf.1) toegekend zou worden. Voor 1 VTE wordt daarbij een bedrag overeenstemmend met 0,4 VTE voor een coördinatiefunctie toegekend, en 0.6 VTE voor een bemiddelingsfunctie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een ziekenhuis waar het initiatief reeds loopt kan deze financiering enkel voortgezet worden wanneer er of 1 VTE intercultureel bemiddelaar in het ziekenhuis werkt, of wanneer er een halftijdse interculturele bemiddelaar in dienst is en er daarnaast in algemene ziekenhuizen minimaal 10 interventies (voor psychiatrische instellingen 5) per maand uitgevoerd worden door de coördinator zelf, interne of externe tolken, of externe interculturele bemiddelaars.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Onderdeel B8 van het budget van de geselecteerde ziekenhuizen wordt verhoogd voor een voltijdsequivalent met een forfaitair bedrag van maximaal : 37.184,03 EUR voor de personen bedoeld onder punt a ; 34.705,09 EUR voor de personen bedoeld onder punt b ; 29.747, 22 EUR voor de personen bedoeld onder punt c op basis van : het kandidatuurdossier; enkel voor de ziekenhuizen waar reeds interculturele bemiddelaars actief zijn : de resultaten van een evaluatie van de bemiddelingsactiviteiten in de betrokken ziekenhuizen uitgevoerd door de Coördinatiecel Interculturele Bemiddeling; het advies van de Coördinatiecel Interculturele Bemiddeling van het hiervoor genoemde Ministerie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het totale bedrag dat voor het aanwerven van coördinatoren interculturele bemiddeling uitgegeven kan worden, is beperkt tot 322.261,58 EUR. De toekenning van deze financiering kan gekoppeld worden aan de deelname aan projecten uitgewerkt door de Coördinatiecel Interculturele Bemiddeling Afdeling III. - Deel C van het budget Onderafdeling I. - Onderdeel C1 van het budget Art. 81.De aanloopkosten worden aanvaard op basis van de werkelijke uitgaven, en in het budget opgenomen, overeenkomstig artikel 2, 1°, van het koninklijk besluit van 14 december 1987 betreffende de jaarrekeningen van de ziekenhuizen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Onderdeel C2 van het budget Art. 82.De inhaalbedragen worden vastgesteld overeenkomstig de bepalingen voorzien in Hoofdstuk 10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Onderdeel C3 van het budget Art. 83.Onderdeel C3 van het budget van de financiële middelen wordt vastgesteld op zijn waarde van 30 juni 2002.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 4. - Onderdeel C4 van het budget Art. 84.Onderdeel C4 van het budget van de financiële middelen van de palliatieve bedden en Sp-diensten voor palliatieve verzorging, de eenheden voor de behandeling van zware brandwonden en de psychiatrische ziekenhuizen is gelijk aan een bedrag berekend als volgt : (B1 + B2) x ((JR-Ref) )/JR) Waar : B1 + B2 = het budget voor de onderdelen B1 en B2;</p>\n<p class=\"lf-p\">JR = het aantal verpleegdagen gerealiseerd tijdens het laatst bekende dienstjaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ref = het referentieaantal waarvan sprake in artikel 89. Afdeling IV. - Indexering van de delen van het budget</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-85\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 85</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1. a) . Het deel B wordt geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen van de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/1971 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2009 numac 2009000070 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel tot koppeling aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 156 van 30 december 1982 en de artikelen 24 en 25 van de programmawet van 2 januari 2001. b) Het deel B dat bij het begin van elk dienstjaar wordt vastgesteld, wordt opgesteld in functie van het geldende indexcijfer van de comsumptieprijzen en van de indexhypothesen, die in aanmerking worden genomen voor de berekening van de Staatsbegroting, bekend op het ogenblik van de betekening. Na beëindiging van het dienstjaar wordt er een positieve of negatieve aanpassing uitgevoerd in functie van de werkelijke indexgegevens. § 2. De delen A en C van het budget worden niet geïndexeerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">HOOFDSTUK VII. - Vaststelling van het vaste en variabele gedeelte van het budget Art. 86.§ 1. Het vaste gedeelte van het budget van de financiële middelen wordt gevormd : door het budget van de Onderdelen A1, A2, A3, B3, B4, B5, B6, B7, B8, C1, C2, C3 en C4. Dat laatste Onderdeel betreft enkel de palliatieve ziekenhuizen en Sp-diensten voor palliatieve verzorging, de eenheden voor de behandeling van zware brandwonden en de psychiatrische ziekenhuizen; 80 % van de budgetten van de Onderdelen B1 en B2. § 2. Het variabel gedeelte van het budget van de financiële middelen wordt gevormd door 20 % van de budgetten van de Onderdelen B1 en B2. § 3. Het vaste en variabele gedeelte bepaald overeenkomstig §§ 1, en 2, wordt in twee gedeelten opgesplitst, waarbij het ene berekend wordt op basis van het aantal verpleegdagen van het laatst bekende dienstjaar voor de in artikel 99, § 2, bedoelde patiënten en het andere op basis van het aantal verpleegdagen van het laatst bekende dienstjaar voor de in artikel 100 bedoelde patiënten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zodra het dienstjaar is beëindigd wordt de bovengenoemde opsplitsing op basis van de specifieke gegevens van dit dienstjaar herzien. HOOFDSTUK VIII. - Vaststelling van het referentieaantal bedoeld in artikel 97, § 1, e), van de wet op de ziekenhuizen Art. 87.§ 1. Voor de acute ziekenhuizen en de Sp-diensten, buiten de Sp-diensten voor palliatieve verzorging, wordt geen referentieaantal vastgesteld. § 2.Voor palliatieve ziekenhuizen en Sp-diensten voor palliatieve verzorging en de eenheden voor de behandeling van zware brandwonden wordt er een enkel referentieaantal vastgesteld, en dit op volgende wijze : Aantal bedden x 365 x 0,8 § 3. Voor de psychiatrische ziekenhuizen wordt er een enkel referentieaantal vastgesteld, en dat op de volgende wijze : |gS aantal bedden per dienst op 1 januari X 365 X T waarbij : T = A, T, Tf = 80 % Ad, An, Td, Tn = 56 % K = 70 % Kd = 35 % Kn = 42 % HOOFDSTUK IX. - Aanpassing van het budget Afdeling 1. - Acute ziekenhuizen Onderafdeling 1. - Afschaffing van ziekenhuisbedden Art. 88.§ 1. In geval van afschaffing van ziekenhuisbedden, begrepen in het aantal verantwoorde bedden bedoeld in artikel 46, § 1, 1°, zijn de volgende regels van toepassing : 1. Onderdeel A1 wordt, voor wat de afschrijvingslasten voor de forfaitair vastgestelde medische en niet-medische uitrusting betreft, proportioneel aangepast in functie van de wijziging van de bedcapaciteit;2. de Onderdelen B1, B2 en B5 van het budget worden proportioneel verminderd in functie van de wijziging van de bedcapaciteit. Wanneer de sluiting minstens 30 bedden of minstens 5 % van hun capaciteit betreft voor de ziekenhuizen van 600 of meer bedden en als er na het einde van het dienstjaar blijkt dat de verantwoorde activiteiten, uitgedrukt in termen van verantwoorde bedden, het aantal verantwoorde bedden behouden of op een hoger aantal dan dat vastgelegd na sluiting, worden de verminderingen waarvan sprake in de 1e alinea niet meer volledig of gedeeltelijk toegepast, naargelang het geval. § 2. In geval van afschaffing van ziekenhuisbedden die niet begrepen zijn in het aantal verantwoorde bedden bedoeld in artikel 46, § 1,1°, wordt er geen enkele vermindering van het budget uitgevoerd, behalve voor wat de Onderdelen A1 en B5 waarop de bepalingen van § 1, van toepassing zijn, betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Opening van ziekenhuisbedden Art. 89.In geval van opening van ziekenhuisbedden zijn volgende regels van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval het aantal ziekenhuisbedden vermeerderd wordt : - met een vermindering van het aantal verantwoorde bedden in een ander ziekenhuis, wordt het budget van de onderdelen A1, B1, B2 en B5 vermeerderd met een bedrag dat overeenstemt met die waarvoor het budget van het andere ziekenhuis verminderd wordt bij toepassing van artikel 88, § 1. In dat geval mag het bedrag nooit hoger liggen dan dat bedoeld in het volgende gedachtenstreepje; - bij toepassing van artikel 31 van de gecoördineerde wet op de ziekenhizen worden de Onderdelen B1, B2 en B5 vermeerderd met een bedrag dat overeenstemt met het respectieve gedeelte van de Onderdelen B1, B2 en B5 van het budget van financiële middelen dat overeenstemt met het aantal uitgebate bedden; - wanneer de beddenopening minstens 30 bedden of tenminste 5 % van hun capaciteit betreft voor de ziekenhuizen van 600 bedden en meer, wordt er na beëindiging van het dienstjaar onderzocht of de verantwoorde activiteiten uitgedrukt in termen van verantwoorde bedden geheel of gedeeltelijk overeenstemmen met de toename van de bedden in het ziekenhuis. Indien dit niet het geval is, of als de toename maar gedeeltelijk is, wordt het budget van de Onderdelen B1, B2 en B5 die bij toepassing van het eerste en tweede gedachtenstreepje werden toegevoegd, geheel of gedeeltelijk verminderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Omschakeling van ziekenhuisbedden Art. 90.§ 1. Indien één of meer acute diensten van een ziekenhuis naar één of meerdere andere acute diensten omgeschakeld worden, wordt Onderdeel B2 van het budget van de financiële middelen van het ziekenhuis in min of in meer herzien, en dit in functie van de waarde van het aantal punten toegekend aan de gesloten dienst of diensten en aan de nieuwe dienst of diensten bij toepassing van artikel 46, § 2. § 2. Indien één of meer acute diensten van een ziekenhuis omgeschakeld worden naar één of meer Sp-diensten of diensten van een psychiatrische ziekenhuis, zijn de regels van onderafdeling 1 van toepassing. Afdeling 2. - Sp-diensten, geïsoleerde G-diensten en Psychiatrische Ziekenhuizen Art. 91.§ 1. In geval van afschaffing van ziekenhuisbedden of in geval bijkomende bedden in gebruik genomen worden, zijn volgende regels van toepassing : 1° het referentieaantal voor de psychiatrische ziekenhuizen wordt aangepast overeenkomstig de bepalingen van artikel 87, § 3;2° ingeval van vermindering van het aantal bedden wordt Onderdeel A1 van het budget, voor wat de forfaitair vastgestelde afschrijvingslasten betreft, proportioneel aangepast in functie van de wijziging van de bedcapaciteit.In geval van een beddenoverdracht wordt het erop betrekking hebbende bedrag overgedragen naar het budget van het ziekenhuis dat de overgedragen bedden verkrijgt; 3° a) in geval het aantal ziekenhuisbedden verminderd wordt, worden de onderdelen B1, B2 en B5 verminderd met een bedrag in evenredigheid met de vermindering van de bedcapaciteit van het ziekenhuis;b) ingeval het aantal ziekenhuisbedden wordt vermeerderd : - door vermindering van een aantal bedden in een andere Sp-dienst of psychiatrisch ziekenhuis, worden de Onderdelen B1, B2 en B5 van het budget vermeerderd met het bedrag waarmee het budget in het ander ziekenhuis wordt verminderd;in geen geval mag dit bedrag hoger zijn dan dat bedoeld in de volgende gedachtenstreep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de vermindering plaatsvindt in een acuut ziekenhuis is er enkel overdracht van budget indien het bedden betreft zoals bedoeld in artikel 46, § 1, 1°; - door toepassing van artikel 31 van de gecoördineerde wet op de ziekenhuizen, worden de Onderdelen B1, B2 en B5 van het budget vermeerderd met het bedrag dat gelijk is aan het respektievelijk aandeel van de Onderdelen B1, B2 en B5 overeenstemmend met het aantal bedden dat in gebruik genomen wordt. § 2. Indien één of meerdere diensten van een psychiatrisch ziekenhuis omgeschakeld worden in één of meerdere andere diensten met andere personeelsnomen wordt Onderdeel B2 van het budget van financiële middelen van het ziekenhuis, zowel naar beneden als naar boven, herzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit laatste geval wordt de herziening slechts toegekend voor zover het bijkomend personeel effectief aangeworven wordt. De personeelsnormen zijn deze zoals bedoeld in artikel 48 van dit besluit. HOOFDSTUK X. - Voorwaarden en regelen voor de herziening van het budget Afdeling 1. - Herziening van sommige bestanddelen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-92\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 92</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Worden na beëindiging van het boekjaar van ambtswege herzien, rekening houdend met de regelen voorzien in Hoofdstuk VI : 1. Onderdeel A1, met uitzondering van de afschrijvingslasten dewelke forfaitair worden bepaald overeenkomstig artikel 29, de Onderdelen A3 en C1;2. de maatregel betreffende de uitgaven van de in artikel bedoelde verstrekkingen alsmede de naleving van de verschillende maatregelen betreffende de toename van het personeel in de ziekenhuisdiensten;3. Onderdeel B4 voor wat de activiteiten betreft waarvoor een rapport wordt gevraagd;4. de splitsing van het vast en variabel gedeelte zoals bedoeld in artikel 86, § 3;5. voor de Sp-diensten voor palliatieve verzorging, de eenheden voor zware brandwonden en de psychiatrische ziekenhuizen, de vergoeding, overeenkomstig Afdeling 2, van de activiteiten ten opzichte van het referentieaantal die in meer worden gerealiseerd of die niet gerealiseerd worden;6. de aanpassing aan de werkelijkheid voor de indexhypothesen van Deel B, gebruikt bij de betekening van het budget zoals bedoeld in artikel 85,§ 1,b;7. de correcties aan de budgetten van de Onderdelen B1, B2 en B5 zoals bedoeld in de artikelen 88,§ § 1,2 en 8. Afdeling 2. - Herziening van de budgetten B1 en B2 ingevolge de niet-realisatie of overschrijding van het referentieaantal Art. 93.§ 1. Op de Sp-diensten voor palliatieve verzorging en de eenheden voor de behandeling van zware brandwonden zijn de volgende regels van toepassing : 1° voor de verpleegdagen die ten opzichte van het referentieaantal niet gerealiseerd worden, wordt er een bedrag toegekend dat overeenstemt met de waarde per referentieaantal van het variabele gedeelte van de budgetten B1 en B2, vermenigvuldigd met het aantal niet-gerealiseerde verpleegdagen;2° er wordt geen enkel bedrag toegekend voor de verpleegdagen die boven het referentieaantal gerealiseerd worden, en dat met inbegrip van de verpleegdagen die boven een bezetting van meer dan 100 % gerealiseerd worden. § 2. Voor de psychiatrische ziekenhuizen is de volgende regel van toepassing : - er wordt geen enkel bedrag toegekend voor de verpleegdagen die niet of ten opzichte van het referentieaantal in plus gerealiseerd worden, en dat met inbegrip van de dagen die boven een bezetting van meer dan 100 % gerealiseerd worden. HOOFDSTUK XI. - Nieuwbouw of belangrijke structurele wijzigingen Afdeling 1. - Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-94\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 94</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit hoofdstuk bepaalt voor alle ziekenhuizen de regelen met betrekking tot de vaststelling van het budget voor de hiernavolgende gevallen : 1. nieuwbouw;2. fusie van twee of meerdere ziekenhuizen Afdeling 2.- Nieuwbouw</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-95\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 95</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van uitbating zonder opening van bijkomende bedden, van een nieuw gebouw of een nieuwe vleugel van een ziekenhuis, welke betrekking heeft op minstens de helft van de bedden, en voorzover er in de in artikel 8 bedoelde diensten een vermeerdering van de oppervlakte van minstens 10 % toegepast wordt, wordt Onderdeel B1 vermeerderd met een bedrag berekend door de toename van de oppervlakte te vermenigvuldigen met het totaal van de gemiddelde kosten per werkeenheid van de ziekenhuizen van de groep betreffende de algemene kosten, het onderhoud en de verwarming met dien verstande dat de psychiatrische ziekenhuizen één enkele groep vormen. Onderdeel B2 wordt niet gewijzigd. Art. 96.De onderdelen A en C en de onderdelen B3, B4, B5 en B6 van het budget worden vastgesteld overeenkomstig de regels van Hoofdstuk VI. Afdeling 3. - Fusie van ziekenhuizen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-97\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 97</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Ingeval van fusie tussen twee of meer ziekenhuizen gelden de volgende regelen : 1. Onderdelen B1 en B2 van het budget van de nieuwe entiteit worden vastgesteld door optelling van de respectievelijke Onderdelen B1 en B2 van de betrokken ziekenhuizen;2. in voorkomend geval worden de referentieaantallen van de nieuwe eenheid verkregen overeenkomstig de regels van artikel 87. § 2. a) In 2002 wordt aan de tussen 1 januari 2000 en 31 december 2001 gefuseerde ziekenhuizen een eenmalig bedrag toegekend, berekend zoals aangegeven in punt b) , voorzover ze aan de volgende voorwaarden voldoen : 1° het tijdens het eerste volledige jaar na de fusie toegekende totale aantal punten ligt voor Onderdeel B2 lager dan het totaal aantal punten dat tijdens het jaar voorafgaand aan de fusie aan de toekomstige fuserende ziekenhuizen werd toegekend;2° het bij toepassing van 1° vastgestelde puntenverschil is te wijten aan de onderstaande diensten : - C-, D- en E-bedden wat het aantal bijkomende punten uitgedrukt per bed betreft; - medische producten van de verpleegeenheden : wat het aantal per bed uitgedrukte punten betreft; - operatiekwartier : wat de waarborg van financiering van twee operatiezalen per vestigingsplaats betreft waar de erkende chirurgische bedden zich bevinden; - spoedgevallen : wegens het verschil tussen de vóór en de na fusie toegekende punten; - pediatrie : wat de waarborg van financiering van 7 voltijdse equivalenten voor 15 erkende bedden betreft. 3° het puntenverschil dat voor de berekening van het bedrag in aanmerking wordt genomen, is gelijk aan : - datgene berekend bij toepassing van 1° indien dat aantal lager ligt dan dat hetwelk voor de in 2° bedoelde diensten berekend werd; - datgene hetwelk berekend werd voor de in 2° bedoelde diensten indien dat aantal lager ligt dan dat hetwelk bij toepassing van 1° berekend werd. b) het bedrag bedoeld onder a) , wordt berekend als volgt : [(PAF - PHF) x V] - (BTHF - BTAF) Waarbij : PAF = het totaal van de punten toegekend aan de ziekenhuizen vóór fusie voor de betrokken diensten tijdens het jaar vóór de fusie;</p>\n<p class=\"lf-p\">PHF = de punten toegekend aan het gefusioneerde ziekenhuis voor de betrokken diensten tijdens het jaar na de fusie;</p>\n<p class=\"lf-p\">V = de aan de PHF toegekende puntenwaarde;</p>\n<p class=\"lf-p\">BTHF = het thesauriebudget van het gefusioneerde ziekenhuis van de Onderdelen B1 en B2 berekend bij toepassing van artikel 60, 2°, van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986;</p>\n<p class=\"lf-p\">BTAF = het totaal van de thesauriebudgetten van de Onderdelen B1 en B2 berekend bij toepassing van artikel 60, 2°, van het ministerieel besluit van 2 augustus 1986 van de ziekenhuizen voor de fusie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de berekening van BTAF en BTHF worden de volgende gegevens in aanmerking genomen : - het quotum van verpleegdagen vóór en na fusie, vastgesteld bij toepassing van artikel 53; - het aantal werkelijke dagen vóór en na fusie; - de waarde per dag van de Onderdelen B1 en B2 van kracht de dag vóór en na de fusie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien BTAF hoger is dan BTHF : het resultaat van (BTHF - BTAF) is gelijk aan nul.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien BTAF lager is dan BTHF : het resultaat van (BTHF - BTAF) wordt van [(PAH - PHF) x V] afgetrokken. c) het in punt a) bedoelde bedrag wordt toegekend aan de betrokken ziekenhuizen via Onderdeel C2 van het budget van financiële middelen. HOOFDSTUK XII. - Gezinsplaatsing Art. 98.§ 1. Voor de erkende functie van gezinsplaatsing wordt jaarlijks een budget van financiële middelen, een afzonderlijk referentieaantal van verpleegdagen en een prijs per referentieaantal toegekend. § 2. Het in § 1, bedoeld budget van financiële middelen is gelijk aan een prijs van 37,61 EUR per dag vermenigvuldigd met een referentieaantal dat op jaarbasis gelijk is aan het aantal dagen gedurende dewelke de patiënten effectief in een gezin hebben verbleven evenwel beperkt tot een maximum aantal dagen gelijk aan een 100 % bezetting van de erkende plaatsen. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Provisioneel wordt voor het referentieaantal, op jaarbasis, uitgegaan van een aantal dagen gelijk aan 95 % bezetting van het aantal erkende plaatsen. § 4. Het budget van financiële middelen voor de functie van gezinsplaatsing kan in min of in meer worden herzien om rekening te houden met een teveel of een tekort van ontvangsten ingevolge de toepassing van § 3, of ingevolge de toepassing van regelen die voor één of voor meerdere dienstjaren gelden. § 5. Per dag verblijf in een pleeggezin wordt aan de inrichtende macht van het ziekenhuis dat voor de functie van psychiatrische gezinsverpleging werd erkend provisioneel een forfaitair bedrag van 16,55 EUR ter beschikking gesteld om de kosten in het pleeggezin, andere dan deze verbonden aan de verzorging van de patiënt, te dekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiervan wordt een forfaitair basisbedrag van 15,05 EUR aan het pleeggezin toegekend, vermeerderd met bedragen toegewezen op grond van criteria van kwaliteit van de huisvesting, en van zorgbehoefte van de patiënt. Deze criteria worden door de inrichtende macht bepaald in het inwendig reglement dat dient goedgekeurd te worden door de Minister die de vaststelling van het budget van financiële middelen onder zijn bevoegdheid heeft. Het globaal bedrag dat aan de pleeggezinnen wordt uitgekeerd mag voor alle patiënten samen nooit meer bedragen dan gemiddeld 16,55 EUR per dag. Indien dit bedrag toch zou worden overschreden zullen de bedragen waarmee het basisbedrag wordt vermeerderd worden aangepast. Teneinde het definitief bedrag per dag verblijf in een pleeggezin te kunnen vaststellen, worden door de inrichtende macht alle noodzakelijke gegevens medegedeeld aan het Bestuur der Verzorgingsintellingen, Dienst Boekhouding en Beheer der ziekenhuizen, van het Ministerie van Sociale Zaken,Volksgezondheid en Leefmilieu. § 6. De in §§ 2 en 5 bedoelde bedragen worden geïndexeerd overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/1971 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/02/2009 numac 2009000070 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten houdende inrichting van een stelsel tot koppeling aan het indexcijfer van de consumptieprijzen, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 13 december 1989 en door de artikels 24 en 25 van de programmawet van 2 januari 2001. § 7. Voor de inrichtingen bedoeld in artikel 6 van de wet van 18 juni 1850 op de behandeling van de krankzinningen, gewijzigd bij de wetten van 28 december 1873, 7 april 1964 en 26 juni 1990, wordt het budget van financiële middelen en het quotum van verpleegdagen verminderd met het budget van financiële middelen en het referentieaantal dat voor de overeenstemmende periode wordt toegekend voor de functie van gezinsplaatsing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de eerste toepassing van de §§ 1, 2, en 3, van dit artikel gebeurt deze aanpassing verhoudingsgewijs voor de resterende periode van het dienstjaar. HOOFDSTUK XIII. - Vereffening van het budget Afdeling 1. - Patiënten die vallen onder één van de verzekeringsinstellingen bedoeld in de wet van 14 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/11/2008 numac 2008000938 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen van het jaar 2007 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/10/2010 numac 2010000576 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2008 numac 2008001027 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/02/2009 numac 2009000104 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2011 numac 2011000117 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/01/2012 numac 2012000022 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/07/2013 numac 2013000466 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Gecoördineerde wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen Art. 99.§ 1. Onder verzekeringsinstelling bedoeld in de wet van 14 juli 1994Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/11/2008 numac 2008000938 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen van het jaar 2007 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/10/2010 numac 2010000576 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/12/2008 numac 2008001027 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/02/2009 numac 2009000104 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2011 numac 2011000117 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/01/2012 numac 2012000022 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/07/1994 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/07/2013 numac</p></div>", "next": 239406}