{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen sluiten;2° de professionele betrouwbaarheid van de personen die lid zijn van het wettelijk bestuursorgaan van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, van het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, van de personen die belast zijn met de effectieve leiding, evenals van de personen die verantwoordelijk zijn voor de onafhankelijke controlefuncties, indien zij voor het eerst voor een dergelijke functie worden voorgedragen bij een onderneming die met toepassing van artikel 36/2 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2017 numac 2017031761 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Wet houdende sociale bepalingen. - Bekendmaking overeenkomstig artikel 224, § 3, van de geïndexeerde bedragen van de retributies sluiten onder het toezicht staat van de Bank. De FSMA verstrekt haar advies over de voornoemde aangelegenheden binnen een termijn van een maand te rekenen vanaf de ontvangst van de door de Bank geformuleerde adviesaanvraag, waarbij alle van de vergunningaanvragende onderneming ontvangen stukken zijn gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwezigheid van advies binnen deze termijn geldt als positief advies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vóór het verstrijken van de termijn van een maand kan de FSMA de Bank er evenwel van in kennis stellen dat zij haar advies uiterlijk binnen 15 dagen na het verstrijken van deze termijn zal verstrekken. § 2. Indien de Bank geen rekening houdt met het advies van de FSMA over de in paragraaf 1, eerste lid bedoelde aangelegenheden, wordt dat met de redenen voor de afwijking vermeld in de motivering van de beslissing over de vergunningsaanvraag. Het voornoemde advies van de FSMA over punt 1°, van paragraaf 1, eerste lid, wordt gevoegd bij de kennisgeving van de beslissing over de vergunningsaanvraag. Art. 28.De Bank verleent een vergunning aan de verzekerings- en herverzekeringsondernemingen die voldoen aan de voorwaarden van Hoofdstuk II van deze Titel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Bank spreekt zich uit over de aanvraag binnen zes maanden na de indiening van een volledig dossier.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslissingen inzake vergunning worden binnen vijftien dagen ter kennis gebracht van de aanvragers met een aangetekende brief of een brief met ontvangstbewijs, met inachtneming van de termijnen bedoeld in het tweede lid. Art. 29.Gelet op de noodzaak van een gezond en voorzichtig beleid kan de Bank voorwaarden verbinden aan de vergunning voor de uitoefening van bepaalde van de voorgenomen activiteiten en, onder meer, de vergunning die voor een tak is aangevraagd, beperken tot sommige van de activiteiten die in het in artikel 35 bedoelde programma van werkzaamheden zijn opgenomen. Art. 30.Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming een vergunning verkrijgt, stelt de Bank de gegevens bedoeld in artikel 22 en de eventuele wijzigingen daarin ter beschikking van de FSMA, om haar toe te laten de bevoegdheden bedoeld in artikel 45, § 1, 3° en § 2, van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen sluiten uit te oefenen. Art. 31.De Bank maakt een lijst op van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen waaraan krachtens dit Boek een vergunning is verleend. Die lijst en alle daarin aangebrachte wijzigingen worden op haar website bekendgemaakt en ter kennis gebracht van EIOPA en de FSMA. De bekendmaking vermeldt de verzekeringstakken of delen van verzekeringstakken of de herverzekeringsactiviteiten waarvoor de vergunning wordt verleend en, in voorkomend geval, de met toepassing van artikel 29 opgelegde beperkingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de vergunning wordt verleend aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die een rechtstreekse of onrechtstreekse dochteronderneming is van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die onder het recht van een derde land ressorteert, stelt de Bank ook de Europese Commissie, EIOPA en de toezichthouders van de andere lidstaten in kennis. Deze kennisgeving bevat de structuur van de betrokken groep. HOOFDSTUK II. - Vergunningsvoorwaarden Afdeling I. - Algemene bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-32\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 32</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behalve met de voorwaarden van dit Hoofdstuk houdt de Bank ook rekening met het vermogen van de onderneming die de vergunning aanvraagt om te voldoen aan de in Titel II van dit Boek bedoelde bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden en om haar ontwikkelingsdoelstellingen te verwezenlijken onder de voorwaarden die nodig zijn voor de goede werking van de sector van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen en van het financiële stelsel evenals voor de bescherming van de verzekeringnemers, de verzekerden en de begunstigden. Afdeling II. - Vennootschapsvorm en doel</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-33\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 33</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt opgericht in de vorm van een naamloze vennootschap, een coöperatieve vennootschap, een onderlinge verzekeringsvereniging, een Europese vennootschap of een Europese coöperatieve vennootschap Verzekeringsondernemingen die overeenkomstig artikel 34, § 2, een niet-levensverzekeringsactiviteit uitoefenen mogen ook worden opgericht in de vorm van een verzekeringsmaatschappij van onderlinge bijstand.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die opgericht zijn in een van de in dit artikel bedoelde vormen zonder onderworpen te zijn aan het Wetboek van Vennootschappen, gelden niettemin de verplichtingen die rusten op naamloze vennootschappen uit hoofde van de artikelen 67, 68, 73, 74, 75, 76, 98, 100, 101, 102, 173, 179, 195 en 1012 van het Wetboek van Vennootschappen. Art. 34.§ 1. Onverminderd artikel 18, tweede lid, 1° beperken de verzekeringsondernemingen hun doel tot de verzekeringsactiviteit en de verrichtingen die daar rechtstreeks uit voortvloeien, met uitsluiting van elke andere handelsactiviteit;2° beperken de herverzekeringsondernemingen hun doel tot het herverzekeringsbedrijf en de daarmee samenhangende verrichtingen, met inbegrip van de functie van holding en activiteiten met betrekking tot de financiële sector, in de zin van artikel 2, punt 8, van Richtlijn 2002/87/EG. § 2. In afwijking van paragraaf 1 beperken de verzekeringsmaatschappijen van onderlinge bijstand hun activiteiten tot de ziekteverzekeringen in de zin van tak 2 als vermeld in Bijlage I en, aanvullend, tot de hulpverlening die behoort tot tak 18 als vermeld in Bijlage I. Aansluiting bij de in het eerste lid bedoelde verzekeringen is voorbehouden aan de volgende personen: 1° wat de maatschappijen van onderlinge bijstand betreft die met toepassing van artikel 43bis, § 5, van de wet van 6 augustus 1990Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1990 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/12/2007 numac 2007001031 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen van het eerste semester 2007 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1990 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/03/2009 numac 2009000060 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen zijn opgericht, de personen die zijn aangesloten bij het ziekenfonds of de ziekenfondsen die bij de verzekeringsmaatschappij van onderlinge bijstand zijn aangesloten;2° wat de verzekeringsmaatschappijen van onderlinge bijstand betreft die met toepassing van artikel 70, §§ 6, 7 en 8 van de voormelde wet van 6 augustus 1990Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1990 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/12/2007 numac 2007001031 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen van het eerste semester 2007 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1990 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/03/2009 numac 2009000060 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten zijn opgericht, de in diezelfde paragrafen bedoelde personen. Afdeling III. - Programma van werkzaamheden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-35\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 35</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het in artikel 22 bedoelde programma van werkzaamheden bevat gegevens of bewijsstukken betreffende: 1° de aard van de risico's of de verbintenissen die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming voornemens is te dekken;2° de aard van de herverzekeringsovereenkomsten die de herverzekeringsonderneming voornemens is te sluiten met cederende ondernemingen;3° de leidende beginselen van de verzekeringsonderneming op het gebied van herverzekering en van de herverzekeringsonderneming op het gebied van retrocessie;4° de kernvermogensbestanddelen die de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste vormen;5° de te verwachten kosten voor de tenuitvoerlegging van het governancesysteem, met name de inrichtingskosten van de administratieve diensten en van het productienet, de technische en financiële middelen ter dekking daarvan en, indien de te dekken risico's behoren tot tak 18 als vermeld in Bijlage I, de middelen waarover de verzekeringsonderneming beschikt om de beloofde hulp te verlenen. § 2 Naast de vereisten van paragraaf 1 bevat het programma van werkzaamheden voor de eerste drie boekjaren: 1° een balansprognose;2° een raming van het solvabiliteitskapitaalvereiste als bepaald in artikel 151, op basis van de in 1°, bedoelde balansprognose, evenals de voor deze raming gehanteerde berekeningsmethode;3° een raming van het minimumkapitaalvereiste als bepaald in artikel 189, op basis van de in 1°, bedoelde balansprognose, evenals de voor deze raming gehanteerde berekeningsmethode;4° een raming van de financiële middelen ter dekking van de technische voorzieningen, het minimumkapitaalvereiste en het solvabiliteitskapitaalvereiste;5° voor niet-levensverzekeringen en herverzekeringen ook het volgende: a)een raming van de beheerkosten, met uitzondering van de inrichtingskosten, met name de lopende algemene kosten en de provisies;b) een raming van de premies of bijdragen en van de schadegevallen;6° voor levensverzekeringen ook een gedetailleerde prognose van de vermoedelijke ontvangsten en uitgaven, zowel voor het directe verzekeringsbedrijf als voor aangenomen herverzekering en overdrachten uit hoofde van herverzekering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-36\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 36</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een verzekerings- of herverzekeringsonderneming waaraan een vergunning is verleend, een vergunning aanvraagt voor de uitbreiding van haar activiteiten met toepassing van artikel 19, legt zij overeenkomstig artikel 35 een programma van werkzaamheden voor. Afdeling IV. - Eigen vermogen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-37\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 37</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verzekerings- of herverzekeringsonderneming toont aan: 1° dat zij voldoende in aanmerking komend kernvermogen aanhoudt om de absolute ondergrens te dekken van het in artikel 189, § 1, 4° bepaalde minimumkapitaalvereiste;2° dat zij in staat is om voldoende in aanmerking komend eigen vermogen aan te houden om doorlopend het solvabiliteitskapitaalvereiste te dekken, overeenkomstig artikel 151;3° dat zij in staat is om voldoende in aanmerking komend kernvermogen aan te houden om doorlopend het in artikel 189 bepaalde minimumkapitaalvereiste te dekken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-38\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 38</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming die een vergunning aanvraagt voor de uitbreiding van haar activiteiten overeenkomstig artikel 19, toont aan dat zij beschikt over voldoende in aanmerking komend eigen vermogen om het respectievelijk in de artikelen 151 en 189 bepaalde solvabiliteitskapitaalvereiste en minimumkapitaalvereiste aan te houden. § 2. Onverminderd paragraaf 1 toont iedere verzekeringsonderneming die levensverzekeringsactiviteiten uitoefent en die een vergunning aanvraagt voor de uitbreiding van haar activiteiten, overeenkomstig artikel 223, tweede lid, tot de risico's die behoren tot de takken 1 of 2 als vermeld in Bijlage I, het volgende aan: 1° dat zij beschikt over voldoende in aanmerking komend kernvermogen om de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste voor levensverzekeringsondernemingen en de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste voor niet-levensverzekeringsondernemingen, als bedoeld in artikel 189, § 1, 4°, d), te dekken;2° dat zij zich ertoe verbindt doorlopend te voldoen aan de minimumverplichtingen van punt 1°, in overeenstemming met artikel 225, § 2, tweede lid. § 3 Onverminderd paragraaf 1 toont iedere verzekeringsonderneming die niet-levensverzekeringsactiviteiten uitoefent voor de risico's die behoren tot de takken 1 of 2 als vermeld in Bijlage I, en die een vergunning aanvraagt voor de uitbreiding van haar activiteiten tot levensverzekeringsrisico's, overeenkomstig artikel 223, tweede lid, het volgende aan: 1° dat zij beschikt over voldoende in aanmerking komend kernvermogen om de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste voor levensverzekeringsondernemingen en de absolute ondergrens van het minimumkapitaalvereiste voor niet-levensverzekeringsondernemingen, als bedoeld in artikel 189, § 1, 4°, d), te dekken;2° dat zij zich ertoe verbindt doorlopend te voldoen aan de minimumverplichtingen van punt 1°, in overeenstemming met artikel 225, § 2, tweede lid.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling V. - Aandeelhouders of vennoten</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-39\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 39</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De vergunning wordt geweigerd wanneer de Bank niet overtuigd is van de geschiktheid van de in artikel 23 bedoelde natuurlijke of rechtspersonen om een gezond en voorzichtig beleid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming te garanderen De beoordeling van de geschiktheid om een gezond en voorzichtig beleid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming te garanderen, gebeurt aan de hand van de volgende criteria: 1° de betrouwbaarheid van de in artikel 23 bedoelde natuurlijke of rechtspersonen;2° de professionele betrouwbaarheid en deskundigheid van elke in artikel 40 bedoelde persoon die het bedrijf van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming feitelijk gaat leiden;3° de financiële soliditeit van de in artikel 23 bedoelde natuurlijke of rechtspersonen, met name in het licht van de aard van de uitgeoefende en voorgenomen activiteiten binnen de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;4° of de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zal kunnen voldoen en blijven voldoen aan de prudentiële verplichtingen die voortvloeien uit deze wet, haar uitvoeringsbesluiten en -reglementen en de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG, inzonderheid of de groep waarvan zij deel zal uitmaken zo gestructureerd is dat effectief toezicht en effectieve uitwisseling van informatie tussen de toezichthouders mogelijk zijn, en dat de verdeling van de verantwoordelijkheden tussen de toezichthouders kan worden bepaald;5° of er gegronde redenen zijn om te vermoeden dat geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd dan wel dat gepoogd wordt of werd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in verband met de voorgenomen verwerving, of dat de voorgenomen verwerving het risico daarop zou kunnen vergroten.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling VI. - Leiding</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-40\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 40</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De leden van het wettelijk bestuursorgaan en van het directiecomité van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de personen belast met de effectieve leiding en de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties zijn uitsluitend natuurlijke personen De in het eerste lid bedoelde personen moeten permanent over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken. § 2. De effectieve leiding van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming moet worden toevertrouwd aan ten minste twee natuurlijke personen. Art. 41.Artikel 20 van de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/08/1999 numac 1999021324 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting, binnen de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden, van een Staatsdienst genoemd \"Belgisch telematica-onderzoeksnetwerk, BELNET\" type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/07/1999 numac 1999009724 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging, wat het tuchtrecht voor de leden van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/06/1999 numac 1999012448 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 7 mei 1999 op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces en de promotiekansen, de toegang tot een zelfstandig beroep en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/06/1999 numac 1999012447 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces en de promotiekansen, de toegang tot een zelfstandig beroep en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/09/1999 numac 1999003333 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 - Sectie 23 « Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid » en Sectie 26 - « Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu » sluiten3 is van toepassing op de in artikel 40 bedoelde personen. Afdeling VII. - Organisatie Onderafdeling I. - Algemene beginselen Art. 42.§ 1. Om een doeltreffend en voorzichtig beleid te garanderen, beschikt iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming over een passend governancesysteem, waaronder toezichtsmaatregelen, dat met name berust op: 1° een passende beleidsstructuur die op het hoogste niveau gebaseerd is op een duidelijk onderscheid tussen, enerzijds, de effectieve leiding van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en, anderzijds, het toezicht op die leiding, en die binnen de onderneming voorziet in een passende functiescheiding en in een duidelijk omschreven, transparante en coherente regeling voor de toewijzing van verantwoordelijkheden;2° een passende administratieve en boekhoudkundige organisatie en interne controle, waaronder met name controleprocedures die een redelijke mate van zekerheid verschaffen over de betrouwbaarheid van de het verslaggevingsproces;3° doeltreffende procedures voor de identificatie, de meting, het beheer en de opvolging van en de interne verslaggeving over de risico's waaraan de onderneming blootstaat of zou kunnen blootstaan, met inbegrip van de voorkoming van belangenconflicten;4° onafhankelijke controlefuncties, namelijk passende onafhankelijke sleutelfuncties inzake interne audit, risicobeheer, compliance en actuariaat;5° een passend integriteitsbeleid;6° een beloningsbeleid dat een gezond en doeltreffend risicobeheer garandeert en dat voorkomt dat de mate waarin er risico's worden genomen, het door de onderneming vastgestelde tolerantieniveau te boven gaat;7° voor de activiteiten van de onderneming passende controle- en beveiligingsmaatregelen op informaticagebied;8° een passend intern waarschuwingssysteem dat met name voorziet in een specifieke onafhankelijke en autonome melding van inbreuken op de normen en de gedragscodes van de onderneming;9° de invoering van passende maatregelen op het vlak van de bedrijfscontinuïteit om te garanderen dat de gegevens en de kritieke functies kunnen worden behouden of zo spoedig mogelijk kunnen worden hersteld en dat de normale activiteit binnen een redelijke tijdspanne kan worden hervat;10° de invoering van passende structuren en systemen om te voldoen aan de verzoeken om informatie die de Bank aan de onderneming richt met toepassing van de artikelen 201 en 312.11° de invoering van procedures om een verslechtering van de financiële omstandigheden vast te stellen en om de Bank onmiddellijk in kennis te stellen wanneer zo'n verslechtering zich voordoet. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in paragraaf 1 bedoelde governancesysteem is uitputtend uitgewerkt en staat in verhouding tot de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die aan het bedrijfsmodel en aan de activiteiten van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zijn verbonden. § 3. De verzekerings- of herverzekeringsonderneming stelt een governancememorandum op dat voor de betrokken onderneming en, in voorkomend geval, de groep of subgroep waarvan zij de uiteindelijke moederonderneming is, het volledige in paragraaf 1 bedoelde governancesysteem bevat en, in het bijzonder, schriftelijk vastgelegde beleidslijnen voor het risicobeheer, de interne controle, de interne audit en, in voorkomend geval, de uitbesteding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de verzekerings- of herverzekeringsonderneming deel uitmaakt van een groep die onder het toezicht staat van de Bank, mag het memorandum dat op het niveau van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt opgesteld, deel uitmaken van het memorandum van die groep, onverminderd de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG. § 4. In de Onderafdelingen II tot IV wordt bepaald welke de reikwijdte is van de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde algemene verplichtingen in specifieke domeinen. Art. 43.Indien de verzekerings- of herverzekeringsonderneming nauwe banden heeft met andere natuurlijke of rechtspersonen, of indien de verzekerings- of herverzekeringsonderneming deel uitmaakt van een groep, mogen die banden of de juridische structuur van de groep geen belemmering vormen voor het individueel prudentieel toezicht op de onderneming of voor het toezicht op de groep waarvan de onderneming deel uitmaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de verzekerings- of herverzekeringsonderneming nauwe banden heeft met een natuurlijke of rechtspersoon die onder het recht van een derde land ressorteert, mogen de voor die persoon geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen of de tenuitvoerlegging ervan geen belemmering vormen voor het individueel prudentieel toezicht op de onderneming of voor het toezicht op de groep waarvan de onderneming deel uitmaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling II. - Vennootschapsorganen Art. 44.Het wettelijk bestuursorgaan draagt de eindverantwoordelijkheid voor de verzekerings- of herverzekeringsonderneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiertoe bepaalt en controleert het wettelijk bestuursorgaan met name: 1° de strategie en de doelstellingen van de onderneming;2° het risicobeleid, met inbegrip van de algemene risicotolerantielimieten. Art. 45.§ 1. Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming die is opgericht als naamloze vennootschap richt een directiecomité op in de zin van artikel 524bis van het Wetboek van Vennootschappen, waaraan alle bestuursbevoegdheden van de raad van bestuur worden overgedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bevoegdheidsdelegatie kan evenwel niet slaan op de vaststelling van het algemeen beleid noch op de handelingen die bij andere bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen of bij deze wet zijn voorbehouden aan de raad van bestuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens toepassing van artikel 56, § 3, is het directiecomité samengesteld uit minstens drie personen die lid zijn van de raad van bestuur. § 2. De meerderheid van de bestuurders van de raad van bestuur zijn geen lid van het directiecomité. § 3. De functie van voorzitter van de raad van bestuur mag niet worden uitgeoefend door een lid van het directiecomité. § 4. Het dagelijks bestuur als bedoeld in artikel 525 van het Wetboek van Vennootschappen mag niet worden opgedragen aan een niet-uitvoerend lid van de raad van bestuur. Art. 46.§ 1. De statuten van de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die anders dan als naamloze vennootschap zijn opgericht, voorzien in de oprichting, binnen het wettelijk bestuursorgaan, van een orgaan, \"directiecomité\" genaamd, waaraan alle bestuursbevoegdheden van het wettelijk bestuursorgaan worden overgedragen, met uitsluiting van de vaststelling van het algemeen beleid en van de handelingen die bij het Wetboek van Vennootschappen of bij deze wet zijn voorbehouden aan het wettelijk bestuursorgaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens toepassing van artikel 56, § 3, is het directiecomité samengesteld uit minstens drie personen die lid zijn van het wettelijk bestuursorgaan. § 2. De meerderheid van de leden van het wettelijk bestuursorgaan zijn geen lid van het in paragraaf 1 bedoelde directiecomité. § 3. De functie van voorzitter van het wettelijk bestuursorgaan mag niet worden uitgeoefend door een lid van het directiecomité. § 4. Het dagelijks bestuur mag aan een niet-uitvoerend lid van het wettelijk bestuursorgaan niet worden opgedragen. Art. 47.De Bank kan op grond van de omvang en het risicoprofiel van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, met name ten opzichte van de groep waarvan ze deel uitmaakt, toestaan dat geheel of gedeeltelijk wordt afgeweken van de verplichtingen van de artikelen 45 en 46.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afwijking kan met name betrekking hebben op: 1° de verplichting om een directiecomité op te richten, onverminderd de naleving van artikel 40, § 2;in dit geval worden de verplichtingen die door of krachtens deze wet zijn opgelegd aan het directiecomité en zijn leden, uitgevoerd door de personen die belast zijn met de effectieve leiding; 2° het combineren van de functies van lid van het directiecomité en voorzitter van het wettelijk bestuursorgaan. Onderafdeling III. - Oprichting van comités binnen het wettelijk bestuursorgaan Art. 48.Onverminderd de taken van het wettelijk bestuursorgaan richt iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming binnen dit orgaan de volgende comités op: 1° een auditcomité;2° een remuneratiecomité;3° een risicocomité, die uitsluitend zijn samengesteld uit leden van het wettelijk bestuursorgaan die er geen uitvoerend lid van zijn en waarvan minstens één lid onafhankelijk is in de zin van artikel 526ter van het Wetboek van Vennootschappen. Art. 49.§ 1. Naast de vereisten van artikel 48 beschikken de leden van het auditcomité over een collectieve deskundigheid op het gebied van de activiteiten van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming en op het gebied van boekhouding en audit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Minstens één lid van het auditcomité beschikt over deskundigheid op het gebied van boekhouding en/of audit. § 2. Het auditcomité heeft minstens de volgende taken: 1° monitoring van het financiële verslaggevingsproces;2° monitoring van de doeltreffendheid van de systemen voor interne controle en risicobeheer van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;3° monitoring van de interne audit en van de desbetreffende activiteiten;4° monitoring van de wettelijke controle van de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening, met inbegrip van de opvolging van de vragen en aanbevelingen geformuleerd door de erkend commissaris;5° beoordeling en monitoring van de onafhankelijkheid van de erkend commissaris, waarbij inzonderheid wordt gelet op de verlening van bijkomende diensten aan de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of aan een persoon waarmee zij een nauwe band heeft. Het auditcomité brengt bij het wettelijk bestuursorgaan geregeld verslag uit over de uitoefening van zijn taken, ten minste wanneer het wettelijk bestuursorgaan de in artikel 199, tweede lid en artikel 201 bedoelde jaarrekening en geconsolideerde jaarrekening en periodieke informatie opstelt die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming respectievelijk aan het einde van het boekjaar en aan het einde van het eerste halfjaar overmaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Bank kan, bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2017 numac 2017031761 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Wet houdende sociale bepalingen. - Bekendmaking overeenkomstig artikel 224, § 3, van de geïndexeerde bedragen van de retributies sluiten, de elementen in de in deze paragraaf opgenomen lijst op technische punten preciseren en aanvullen. § 3. De erkend commissaris: 1° meldt aan het auditcomité jaarlijks alle bijkomende diensten die voor de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en voor de vennootschappen waarmee de verzekerings- of herverzekeringsonderneming een nauwe band heeft, werden verricht;2° voert met het auditcomité overleg over de bedreigingen voor zijn onafhankelijkheid en de veiligheidsmaatregelen die zijn genomen om deze bedreigingen in te perken, zoals door hem onderbouwd;3° bevestigt zijn onafhankelijkheid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming jaarlijks schriftelijk aan het auditcomité.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-50\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 50</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het remuneratiecomité is zodanig samengesteld dat het een kundig en onafhankelijk oordeel kan geven over het beloningsbeleid en de beloningspraktijken en de prikkels die daarvan uitgaan voor de risicobeheersing, de eigenvermogensbehoeften en de liquiditeitspositie. § 2. Het remuneratiecomité verstrekt een advies over het beloningsbeleid dat door het wettelijk bestuursorgaan moet worden vastgesteld en over elke daarin aangebrachte wijziging. § 3. Het remuneratiecomité is belast met het voorbereiden van beslissingen over beloning, met name beslissingen die gevolgen hebben voor de risico's en het risicobeheer van de betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming en waarover het wettelijk bestuursorgaan zich moet uitspreken. Bij de voorbereiding van dergelijke beslissingen houdt het remuneratiecomité rekening met de langetermijnbelangen van aandeelhouders, investeerders en andere belanghebbenden van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, alsook met het algemeen belang Het eerste lid is eveneens van toepassing op beslissingen over de beloning van de personen die verantwoordelijk zijn voor de onafhankelijke controlefuncties. Bovendien oefent het remuneratiecomité rechtstreeks toezicht uit op de beloning van de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties. Art. 51.De leden van het risicocomité bezitten individueel de nodige kennis, deskundigheid, ervaring en vaardigheden om de strategie en de risicotolerantie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming te begrijpen en te bevatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het risicocomité verstrekt advies aan het wettelijk bestuursorgaan over de huidige en toekomstige strategie en risicotolerantie. Het staat het wettelijk bestuursorgaan bij in de uitoefening van het toezicht op de tenuitvoerlegging van deze strategie door het directiecomité.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-52\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 52</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die op geconsolideerde basis voldoet aan ten minste twee van de volgende drie criteria: a) gemiddeld aantal werknemers gedurende het betrokken boekjaar van minder dan 250 personen, b) balanstotaal van minder dan of gelijk aan 43 000 000 euro, c) jaarlijkse netto-omzet van minder dan of gelijk aan 50 000 000 euro, is niet verplicht de in artikel 48 bedoelde comités op te richten binnen haar wettelijk bestuursorgaan maar in dat geval moeten de aan die comités toegewezen taken worden uitgevoerd door het wettelijk bestuursorgaan als geheel.Wanneer de voorzitter van dit orgaan ingevolge een met toepassing van artikel 47 toegestane afwijking, een uitvoerend lid is, neemt hij het voorzitterschap van het wettelijk bestuursorgaan niet waar als dit optreedt in de hoedanigheid van één van de in artikel 48 bedoelde comités. § 2 De Bank kan aan ondernemingen die niet voldoen aan de voorwaarde van paragraaf 1 maar die zo georganiseerd zijn dat het wettelijk bestuursorgaan en het directiecomité voldoende ondersteund worden bij hun respectieve taken inzake beloningsbeleid als bedoeld in de artikelen 77, § 5 en 80, § 3, een vrijstelling verlenen van de verplichting om binnen het wettelijk bestuursorgaan een remuneratiecomité op te richten. § 3. De Bank kan toestaan dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die een dochteronderneming of een kleindochteronderneming is van een gemengde financiële holding, van een gemengde verzekeringsholding, van een verzekeringsholding, van een financiële holding, van een andere verzekerings- of herverzekeringsonderneming, van een kredietinstelling, van een beleggingsonderneming, van een AICB-beheerder of van een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, afwijkt van de bepalingen van deze Onderafdeling en kan specifieke voorwaarden vastleggen voor het verlenen van deze afwijkingen, voor zover er binnen de betrokken groepen of subgroepen één of meer comités zijn opgericht in de zin van de artikelen 49 tot 51, die bevoegd zijn voor de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en voldoen aan de vereisten van deze wet. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de artikelen 49, § 1, en 51, eerste lid, kunnen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen bepalen dat één enkel comité instaat voor de taken van het risicocomité en het auditcomité.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-53\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 53</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van deze Onderafdeling doen geen afbreuk aan de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen over het auditcomité en het remuneratiecomité in genoteerde vennootschappen in de zin van artikel 4 van dat Wetboek Onderafdeling IV. - Onafhankelijke controlefuncties Art. 54.§ 1. Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming neemt de nodige maatregelen om blijvend te beschikken over de volgende passende onafhankelijke controlefuncties: 1° een compliancefunctie;2° een risicobeheerfunctie;3° een interneauditfunctie;4° een actuariële functie. De personen die de in het eerste lid bedoelde functies uitoefenen zijn onafhankelijk van de bedrijfseenheden en operationele functies van de onderneming en beschikken over de nodige bevoegdheden en middelen om hun functie naar behoren te kunnen uitoefenen. De beloning van deze personen wordt vastgesteld volgens de verwezenlijking van de doelstellingen waar hun functie op gericht is, onafhankelijk van de resultaten van de activiteiten waarop toezicht wordt gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personen die verantwoordelijk zijn voor de in het eerste lid bedoelde functies rapporteren minstens eenmaal per jaar rechtstreeks aan het wettelijk bestuursorgaan over de uitvoering van hun taak, en lichten het directiecomité in; voor de interneauditfunctie kan dit in voorkomend geval via het auditcomité gebeuren. § 2. Bij zijn beoordeling van het passende karakter van de in paragraaf 1 bedoelde functies houdt de Bank rekening met de bepalingen van artikel 42, § 2. Art. 55.§ 1. De compliancefunctie moet ervoor zorgen dat de onderneming, de leden van haar wettelijk bestuursorgaan, de leden van haar directiecomité, haar effectieve leiding, werknemers, gevolmachtigden en verzekerings- of herverzekeringsagenten en -subagenten, de wettelijke en reglementaire bepalingen die de verzekerings- of herverzekeringsactiviteit regelen, inzonderheid de regels inzake integriteit en gedrag die van toepassing zijn op die activiteit, naleven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De compliancefunctie beoordeelt ook de mogelijke gevolgen van wijzigingen in het rechtskader voor de activiteiten van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en identificeert en beoordeelt compliancerisico's.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid doet geen afbreuk aan de bepalingen van artikel 87bis van de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/12/2019 numac 2019015296 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits - Deel II type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/08/2002 numac 2002009786 bron federale overheidsdienst justitie Wet houdende wijziging van het Wetboek van vennootschappen alsook van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen sluiten. § 2. Naast de in artikel 54, § 1, derde lid bedoelde rapportering, licht de persoon die verantwoordelijk is voor de compliancefunctie het wettelijk bestuursorgaan en het directiecomité regelmatig in over de naleving van de in paragraaf 1 bedoelde wettelijke en reglementaire bepalingen en richt deze persoon daarover aanbevelingen aan deze organen. Art. 56.§ 1. De risicobeheerfunctie wordt zo opgezet dat het in het tweede lid bedoelde risicobeheersysteem ten uitvoer kan worden gelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het risicobeheersysteem bestaat uit strategieën, processen en rapporteringsprocedures die nodig zijn om op individueel en geaggregeerd niveau de risico's waaraan de onderneming blootstaat of zou kunnen blootstaan, alsook de onderlinge afhankelijkheid tussen die risico's voortdurend te onderkennen, te meten, te bewaken, te beheren en te rapporteren. § 2. Het risicobeheersysteem is doeltreffend en goed geïntegreerd in de organisatiestructuur en de besluitvormingsprocedures van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en wordt op passende wijze in acht genomen door de personen die de onderneming daadwerkelijk besturen of andere sleutelfuncties vervullen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meer in het bijzonder zijn de personen die belast zijn met de risicobeheerfunctie actief betrokken bij de uitstippeling van de risicostrategie van de onderneming en bij alle beleidsbeslissingen die een significante invloed hebben op de risico's en kunnen zij een volledig beeld geven van het hele scala van risico's die de onderneming loopt. § 3. Het hoofd van de risicobeheerfunctie is een lid van het directiecomité waarvan de risicobeheerfunctie de enige functie is waarvoor hij individueel verantwoordelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van het eerste lid, 1° op grond van de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die inherent zijn aan de activiteiten van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, en rekening houdend met een passende organisatie van de risicobeheerfunctie op het niveau van de groep waarvan de onderneming deel uitmaakt, kan de Bank toestaan dat een lid van het hoger kaderpersoneel binnen de onderneming de risicobeheerfunctie vervult, mits er in hoofde van deze persoon geen belangenconflict bestaat;2° mag het lid van het directiecomité dat verantwoordelijk is voor de risicobeheerfunctie, ook de verantwoordelijkheid op zich nemen voor de compliancefunctie evenals voor de taken van de actuariële functie die geen risico's kunnen opleveren, op voorwaarde dat de drie onafhankelijke controlefuncties los van elkaar worden uitgeoefend en dat dit geen belangenconflicten doet rijzen. Voor verzekerings- of herverzekeringsondernemingen met een balanstotaal van meer dan 3 miljard euro, dient voor de toepassing van het tweede lid, 2°, de voorafgaande toestemming van de Bank te worden gevraagd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-57\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 57</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Naast de rapportering bedoeld in de artikelen 54, § 1, derde lid en 55, § 2, lichten de personen die verantwoordelijk zijn voor de risicobeheerfunctie en de compliancefunctie, zonder dit aan het directiecomité te moeten voorleggen, uit eigen beweging het wettelijk bestuursorgaan in over hun bezorgdheid en waarschuwen zij het in voorkomend geval indien specifieke risico-ontwikkelingen een negatieve invloed op de onderneming hebben of zouden kunnen hebben, met name haar reputatie zouden kunnen schaden Het eerste lid doet geen afbreuk aan de verantwoordelijkheden die voor het wettelijk bestuursorgaan voortvloeien uit deze wet en de Europese regelgeving. Art. 58.§ 1. De interneauditfunctie bezorgt aan het wettelijk bestuursorgaan en aan het directiecomité een onafhankelijke beoordeling van de kwaliteit en de doeltreffendheid van de interne controle, het risicobeheer en het governancesysteem van de onderneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming waarborgt in een auditcharter ten minste dat de interneauditfunctie onafhankelijk is en dat haar taken betrekking hebben op alle activiteiten en entiteiten van de onderneming, ook in geval van uitbesteding. § 2. De persoon die verantwoordelijk is voor de interneauditfunctie deelt zijn bevindingen en aanbevelingen mee aan het wettelijk bestuursorgaan en aan het directiecomité.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-59\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 59</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De actuariële functie heeft de volgende taken: 1° coördineren van de berekening van de technische voorzieningen;2° ervoor zorgen dat de methodologieën, onderliggende modellen en hypothesen die gehanteerd worden voor de berekening van de technische voorzieningen, adequaat zijn;3° beoordelen van de toereikendheid en de kwaliteit van de gegevens die gebruikt worden bij de berekening van de technische voorzieningen;4° toetsen van de beste schattingen aan de ervaring;5° informatie verstrekken aan het wettelijk bestuursorgaan en aan het directiecomité over de betrouwbaarheid en geschiktheid van de berekening van de technische voorzieningen;6° toezien op de berekening van de technische voorzieningen in de gevallen bedoeld in artikel 137, tweede lid;7° advies uitbrengen over het algemeen onderschrijvingsbeleid;8° advies uitbrengen over de geschiktheid van de herverzekeringsregelingen;9° ertoe bijdragen dat het in artikel 84 bedoelde risicobeheersysteem doeltreffend wordt toegepast, in het bijzonder wat betreft de risicomodellering die ten grondslag ligt aan de berekening van de kapitaalvereisten als bedoeld in de artikelen 74 en 75, en wat betreft de in artikel 91 bedoelde beoordeling;10° advies uitbrengen over het winstdelings- en restornobeleid evenals over de naleving van de regelgeving ter zake. § 2 De actuariële functie wordt uitgeoefend door personen die kennis hebben van actuariële en financiële wiskunde die in verhouding staat tot de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die aan de activiteiten van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zijn verbonden, en die kunnen aantonen dat zij over relevante ervaring met de toepasselijke beroeps- en andere normen beschikken.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-60\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 60</span><span class=\"lf-art-t\">Onverminderd de bepalingen van de artikelen 48 tot 59 kan de Bank, bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2017 numac 2017031761 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Wet houdende sociale bepalingen. - Bekendmaking overeenkomstig artikel 224, § 3, van de geïndexeerde bedragen van de retributies sluiten, nader bepalen wat moet worden verstaan onder een passende beleidsstructuur, een passende interne controle, een passende onafhankelijke risicobeheerfunctie, een passende onafhankelijke interneauditfunctie, een passende actuariële functie, en, op advies van de FSMA, een passende onafhankelijke compliancefunctie, en nadere regels vaststellen overeenkomstig de Europese regelgeving. Afdeling VIII. - Hoofdbestuur</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-61\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 61</span><span class=\"lf-art-t\">Het hoofdbestuur van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is in België gevestigd. Afdeling IX. - Bescherming</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">van de schuldeisers uit hoofde van verzekering Art. 62.De verzekeringsondernemingen sluiten zich aan bij een regeling voor de bescherming van levensverzekeringen die door hen gefinancierd wordt en die bij in gebreke blijven garandeert dat de schuldeisers uit hoofde van verzekering met betrekking tot levensverzekeringsovereenkomsten met gewaarborgd rendement die vallen onder tak 21 als vermeld in Bijlage II of met betrekking tot alle andere categorieën van overeenkomsten die vallen onder een dergelijke, door of krachtens de wet ingestelde regeling, schadeloos worden gesteld onder de voorwaarden van deze regelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL II. - Bedrijfsuitoefeningsvoorwaarden HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen Art. 63.Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming moet blijvend voldoen aan de door of krachtens Hoofdstuk II van Titel I van dit Boek vastgelegde voorwaarden. HOOFDSTUK II. - Wijzigingen in de kapitaalstructuur Art. 64.Onverminderd de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2017 numac 2017031761 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Wet houdende sociale bepalingen. - Bekendmaking overeenkomstig artikel 224, § 3, van de geïndexeerde bedragen van de retributies sluiten0 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, moet iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die besloten heeft om, rechtstreeks of onrechtstreeks, een gekwalificeerde deelneming in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht te verwerven of te vergroten, waardoor het percentage van de gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal de drempel van 20 %, 30 % of 50 % zou bereiken of overschrijden, dan wel de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zijn dochteronderneming zou worden, de Bank daarvan vooraf schriftelijk kennis geven met vermelding van de omvang van de beoogde deelneming en de in het tweede lid bedoelde relevante informatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Bank publiceert op haar website een lijst met de voor de beoordeling vereiste relevante informatie die in verhouding staat tot en afgestemd is op de aard van de kandidaat-verwerver en de voorgenomen verwerving en die haar samen met de in het eerste lid bedoelde kennisgeving moet worden verstrekt. Art. 65.§ 1. De Bank zendt de kandidaat-verwerver snel en in elk geval binnen twee werkdagen na ontvangst van de kennisgeving en van alle in artikel 64 bedoelde informatie, alsook na de eventuele ontvangst, op een later tijdstip, van de in paragraaf 2 bedoelde informatie, een schriftelijke ontvangstbevestiging. Zij vermeldt daarin de datum waarop de beoordelingsperiode afloopt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beoordelingsperiode waarover de Bank beschikt om de in artikel 66 bedoelde beoordeling te verrichten, bedraagt ten hoogste zestig werkdagen te rekenen vanaf de datum van de ontvangstbevestiging van de kennisgeving en van alle documenten die vereist zijn op basis van de in artikel 64, tweede lid bedoelde lijst. § 2. De Bank kan tijdens de beoordelingsperiode, doch niet na de vijftigste werkdag daarvan, aanvullende informatie opvragen die noodzakelijk is om haar beoordeling af te ronden. Dit verzoek wordt schriftelijk gedaan en vermeldt welke aanvullende informatie nodig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf de datum van het verzoek van de Bank om informatie tot de ontvangst van een antwoord daarop van de kandidaat-verwerver wordt de beoordelingsperiode onderbroken. De onderbreking duurt ten hoogste twintig werkdagen. Het staat de Bank vrij om na het verstrijken van de uiterste datum die overeenkomstig het vorige lid is vastgesteld, aanvullende verzoeken ter vervollediging of verduidelijking van de informatie te formuleren, maar deze verzoeken mogen geen onderbreking van de beoordelingsperiode tot gevolg hebben. § 3. De Bank kan de in paragraaf 2, tweede lid bedoelde onderbreking verlengen tot ten hoogste dertig werkdagen: 1° indien de kandidaat-verwerver buiten de Europese Economische Ruimte is gevestigd of aan een niet-communautaire reglementering onderworpen is;of 2° indien de kandidaat-verwerver een natuurlijke of rechtspersoon is die niet aan toezicht onderworpen is krachtens: a) Richtlijn 2009/138/EG;b) Richtlijn 2009/65/EG;c) Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr.1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010; d) Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU;e) Richtlijn 2013/36/EU.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-66\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 66</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij de beoordeling van de in artikel 64 bedoelde kennisgeving en informatie, en van de in artikel 65, § 2, bedoelde aanvullende informatie, toetst de Bank, met het oog op een gezond en voorzichtig beleid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die het doelwit is van de voorgenomen verwerving en rekening houdend met de vermoedelijke invloed van de kandidaat-verwerver op de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, de geschiktheid van de kandidaat-verwerver en de financiële soliditeit van de voorgenomen verwerving aan alle in artikel 39, tweede lid bedoelde criteria De Bank kan zich in de loop van de in artikel 65 bedoelde beoordelingsperiode verzetten tegen de voorgenomen verwerving indien zij gegronde redenen heeft om aan te nemen, op grond van de criteria van artikel 39, tweede lid, dat de kandidaat-verwerver niet geschikt is om een gezond en voorzichtig beleid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming te waarborgen, of indien de informatie die de kandidaat-verwerver heeft verstrekt onvolledig is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de Bank na voltooiing van de beoordeling besluit zich tegen de voorgenomen verwerving te verzetten, stelt zij de kandidaat-verwerver daarvan schriftelijk in kennis binnen twee werkdagen en zonder de beoordelingsperiode te overschrijden. Op verzoek van de kandidaat-verwerver kan een passende motivering van het besluit voor het publiek toegankelijk worden gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de Bank zich na afloop van de beoordelingsperiode niet heeft verzet tegen de voorgenomen verwerving, wordt deze geacht te zijn goedgekeurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Bank mag voor de voltooiing van de voorgenomen verwerving een maximumtermijn vaststellen en deze in voorkomend geval verlengen. Art. 67.Voor het verrichten van de in artikel 65 bedoelde beoordeling werkt de Bank in nauw overleg samen met iedere andere betrokken toezichthouder en, in voorkomend geval, met de FSMA, indien de kandidaat-verwerver een van de volgende personen of instellingen is: 1° een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een kredietinstelling, een beleggingsonderneming, een AICB-beheerder of een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging waaraan een vergunning is verleend volgens het recht van een andere lidstaat, of, al naargelang het geval, door de FSMA;2° de moederonderneming van een van de in punt 1°, bedoelde ondernemingen;3° een natuurlijke of rechtspersoon die de controle heeft over een van de in punt 1°, bedoelde ondernemingen. Hiertoe wisselt de Bank met deze autoriteiten zo spoedig mogelijk alle informatie uit die relevant of van essentieel belang is voor de beoordeling. In dit verband verstrekt zij op verzoek alle relevante informatie en, uit eigen beweging, alle essentiële informatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de in het eerste lid bedoelde gevallen vermeldt de Bank in haar besluit steeds de eventuele standpunten of bedenkingen van de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor de kandidaat-verwerver of, al naargelang het geval, van de FSMA. Art. 68.Iedere natuurlijke of rechtspersoon die besloten heeft om niet langer een rechtstreekse of onrechtstreekse gekwalificeerde deelneming in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming te bezitten, stelt de Bank daarvan vooraf schriftelijk in kennis met vermelding van het bedrag van de voorgenomen deelneming na de afstoting. Een dergelijke persoon stelt de Bank evenzo in kennis van zijn beslissing om de omvang van zijn gekwalificeerde deelneming zodanig te verkleinen dat het percentage van de door hem gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal onder de drempel van 20 %, 30 % of 50 % daalt of dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming ophoudt zijn dochteronderneming te zijn. Art. 69.Indien de bij de artikelen 64 of 68 voorgeschreven voorafgaande kennisgevingen niet worden verricht of indien een deelneming wordt verworven of vergroot ondanks het in artikel 66, tweede lid bedoelde verzet, kan de voorzitter van de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de verzekerings- of herverzekeringsonderneming haar zetel heeft, uitspraak doende als in kort geding, de in artikel 516, §§ 1 en 4 van het Wetboek van Vennootschappen bedoelde maatregelen nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De procedure wordt ingeleid bij dagvaarding door de Bank.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 516, § 3, van het Wetboek van Vennootschappen is van toepassing. Art. 70.Onverminderd de wet van 2 mei 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2017 numac 2017031761 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Wet houdende sociale bepalingen. - Bekendmaking overeenkomstig artikel 224, § 3, van de geïndexeerde bedragen van de retributies sluiten0 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen, moet iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die, rechtstreeks of onrechtstreeks, een deelneming heeft verworven in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht, dan wel zijn deelneming in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht rechtstreeks of onrechtstreeks heeft vergroot, waardoor het percentage van de gehouden stemrechten of aandelen in het kapitaal de drempel van 5 % van de stemrechten of het kapitaal bereikt of overschrijdt zonder dat hij aldus een gekwalificeerde deelneming verkrijgt, de Bank daarvan schriftelijk kennis geven binnen een termijn van tien werkdagen na de verwerving of de vergroting van de deelneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedere alleen of in onderling overleg handelende natuurlijke of rechtspersoon die niet langer een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming bezit van meer dan 5 % van de stemrechten of het kapitaal in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, die geen gekwalificeerde deelneming was, dient binnen een termijn van tien werkdagen eenzelfde kennisgeving te verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kennisgevingen bedoeld in het eerste en tweede lid vermelden de exacte identiteit van de verwerver of verwervers, het aantal verworven of vervreemde aandelen en het percentage van de stemrechten en van het kapitaal van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die na de verwerving of vervreemding worden gehouden, alsook de vereiste informatie als opgegeven in de lijst die de Bank overeenkomstig artikel 64, tweede lid, op haar website publiceert. Art. 71.Zodra zij daarvan kennis hebben, stellen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de Bank in kennis van de verwervingen of vervreemdingen van hun aandelen die een stijging boven of daling onder een van de drempels bedoeld in artikel 64 tot gevolg hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tevens delen zij aan de Bank onmiddellijk alle informatie mee waarvan zij kennis hebben en die een invloed kan hebben op de situatie van hun aandeelhouders of vennoten ten aanzien van de in artikel 39, tweede lid bedoelde beoordelingscriteria. Deze informatieverplichting geldt eveneens voor de in artikel 23 bedoelde personen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder dezelfde voorwaarden delen zij de Bank ten minste eens per jaar de identiteit mee van de alleen of in onderling overleg handelende aandeelhouders of vennoten die rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming bezitten in hun kapitaal, alsook welke kapitaalfractie en hoeveel stemrechten zij aldus bezitten. Zij delen de Bank evenzo mee voor hoeveel aandelen en voor hoeveel hieraan verbonden stemrechten zij een kennisgeving van verwerving of vervreemding hebben ontvangen overeenkomstig artikel 515 van het Wetboek van Vennootschappen, ingeval een dergelijke kennisgeving aan de Bank niet statutair is voorgeschreven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-72\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 72</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de Bank grond heeft om aan te nemen dat de invloed van een natuurlijke of rechtspersoon die rechtstreeks of onrechtstreeks een gekwalificeerde deelneming bezit in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming, een gezond en voorzichtig beleid van die verzekerings- of herverzekeringsonderneming kan belemmeren, kan zij, onverminderd de andere bij deze wet bepaalde maatregelen: 1° de uitoefening schorsen van de stemrechten verbonden aan de aandelen die in het bezit zijn van de betrokken aandeelhouder of vennoot;zij kan, op verzoek van elke belanghebbende, toestaan dat de door hem bevolen maatregelen worden opgeheven; haar beslissing wordt op de meest geschikte wijze ter kennis gebracht van de betrokken aandeelhouder of vennoot; haar beslissing is uitvoerbaar zodra zij ter kennis is gebracht; de Bank kan haar beslissing openbaar maken; 2° de betrokken aandeelhouder of vennoot aanmanen om, binnen de termijn die zij bepaalt, de aandeelhoudersrechten in zijn bezit over te dragen Als zij binnen de vastgestelde termijn niet worden overgedragen, kan de Bank bevelen de aandeelhoudersrechten te sekwestreren bij de instelling of de persoon die zij bepaalt. Het sekwester brengt dit ter kennis van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming die het register van de aandelen op naam dienovereenkomstig wijzigt en de uitoefening van de hieraan verbonden rechten enkel aanvaardt vanwege het sekwester. Het sekwester handelt in het belang van een gezond en voorzichtig beleid van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en in het belang van de houder van de gesekwestreerde aandeelhoudersrechten. Het oefent alle rechten uit die aan de aandelen zijn verbonden. De bedragen die het sekwester als dividend of anderszins int, worden slechts aan de voornoemde houder overgemaakt indien deze gevolg heeft gegeven aan de in het eerste lid, 2° bedoelde aanmaning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om in te schrijven op kapitaalverhogingen of andere al dan niet stemrechtverlenende effecten, om te kiezen voor dividenduitkering in aandelen van de vennootschap, om in te gaan op openbare overname- of ruilaanbiedingen en om nog niet volgestorte aandelen vol te storten, is de instemming van de voornoemde houder vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aandeelhoudersrechten die zijn verworven in het kader van dergelijke verrichtingen worden van rechtswege toegevoegd aan het voornoemde sekwester.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vergoeding van het sekwester wordt vastgesteld door de Bank en betaald door de voornoemde houder. Het sekwester kan zijn vergoeding aftrekken van de bedragen die hem worden gestort in zijn hoedanigheid van sekwester of die hem worden gestort door de voornoemde houder in het vooruitzicht of na uitvoering van de in dit artikel bedoelde verrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien na afloop van de overeenkomstig het eerste lid, 2°, eerste zin, vastgestelde termijn, stemrechten werden uitgeoefend door de oorspronkelijke houder of door een andere persoon, buiten het sekwester, die optreedt voor rekening van deze houder, of niettegenstaande een schorsing van hun uitoefening overeenkomstig het eerste lid, 1°, kan de rechtbank van koophandel van het rechtsgebied waar de verzekeringsonderneming haar zetel heeft, op verzoek van de Bank, alle of een deel van de beslissingen van de algemene vergadering nietig verklaren wanneer het aanwezigheids- of meerderheidsquorum dat is vereist voor de genoemde beslissingen, zonder de onwettig uitgeoefende stemrechten niet zou zijn bereikt. Art. 73.Indien de deelneming in een verzekerings- of herverzekeringsonderneming wordt verworven door een onderneming die onder het recht van een derde land ressorteert, waardoor de verzekerings- of herverzekeringsonderneming een dochteronderneming van deze onderneming wordt, stelt de Bank de Europese Commissie, EIOPA en de toezichthouders van de andere lidstaten daarvan in kennis. HOOFDSTUK III. - Algemene werkingsvoorwaarden Afdeling I. - Minimum eigen vermogen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-74\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 74</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming houdt in aanmerking komend eigen vermogen aan in de zin van de artikelen 140 tot 150, om permanent het overeenkomstig artikel 151 vastgestelde solvabiliteitskapitaalvereiste te dekken. Art. 75.Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming houdt bovendien in aanmerking komend kernvermogen aan in de zin van de artikelen 140 tot 150, om permanent het overeenkomstig artikel 189 vastgestelde minimumkapitaalvereiste te dekken. Afdeling II. - Bewaring van documenten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-76\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 76</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming bewaart alle documenten die betrekking hebben op haar activiteiten op haar zetel of op elke andere plaats die vooraf door de Bank is goedgekeurd in overleg met de FSMA. Onverminderd andere wettelijke bepalingen betreffende de bewaring van documenten, kan de Bank bij reglement vastgesteld overeenkomstig artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2017 numac 2017031761 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Wet houdende sociale bepalingen. - Bekendmaking overeenkomstig artikel 224, § 3, van de geïndexeerde bedragen van de retributies sluiten de termijn en de modaliteiten bepalen voor de bewaring van de in het eerste lid bedoelde documenten. Afdeling III. - Leiding en leiders Onderafdeling I. - Toezicht en beoordeling door het wettelijk bestuursorgaan Art. 77.§ 1. Het wettelijk bestuursorgaan beoordeelt periodiek en minstens eenmaal per jaar de doeltreffendheid van het in artikel 42 bedoelde governancesysteem van de onderneming en de mate waarin het voldoet aan de verplichtingen die door of krachtens deze wet en, in voorkomend geval, door de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG zijn opgelegd. Het ziet erop toe dat het directiecomité de nodige maatregelen neemt om eventuele tekortkomingen aan te pakken. § 2. Het wettelijk bestuursorgaan oefent effectief toezicht uit op het directiecomité en is verantwoordelijk voor het toezicht op de beslissingen die door het directiecomité en door de effectieve leiding van de onderneming worden genomen. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het wettelijk bestuursorgaan beoordeelt in het bijzonder de goede werking van de in artikel 54 bedoelde onafhankelijke controlefuncties. § 4. In het jaarlijks verslag van het wettelijk bestuursorgaan wordt de individuele en collectieve deskundigheid van de leden van de in artikel 48 bedoelde comités gerechtvaardigd. § 5. Het wettelijk bestuursorgaan legt de algemene beginselen van het beloningsbeleid vast en beoordeelt deze regelmatig, en minstens eenmaal per jaar, en is verantwoordelijk voor het toezicht op de tenuitvoerlegging ervan. Voor die beoordeling kan het een beroep doen op de onafhankelijke controlefuncties. § 6. Het wettelijk bestuursorgaan waakt erover dat het in artikel 42, § 3, bedoelde governancememorandum geactualiseerd wordt en dat het geactualiseerde governancememorandum aan de Bank wordt overgemaakt. § 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het wettelijk bestuursorgaan keurt een schriftelijk vastgelegd beleid goed dat waarborgt dat de informatie die met toepassing van de artikelen 312 tot 316 aan de Bank wordt meegedeeld, altijd adequaat is; § 8. Het wettelijk bestuursorgaan keurt het in artikel 95 bedoelde verslag over de solvabiliteit en de financiële positie goed voordat het gepubliceerd wordt. Het waakt erover dat dit verslag jaarlijks geactualiseerd wordt en dat het geactualiseerde verslag aan de Bank wordt overgemaakt. § 9. Het wettelijk bestuursorgaan besluit welke maatregelen moeten worden getroffen naar aanleiding van de bevindingen en aanbevelingen van de interne audit en zorgt ervoor dat deze maatregelen worden uitgevoerd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-78\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 78</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het wettelijk bestuursorgaan ziet in het bijzonder toe op de integriteit van de boekhoudsystemen en van de systemen voor financiële verslaggeving, met inbegrip van de regelingen voor de operationele en financiële controle. Het beoordeelt de werking van de interne controle minstens eenmaal per jaar en waakt erover dat deze controle een redelijke mate van zekerheid verschaft over de betrouwbaarheid van het verslaggevingsproces, zodat met name de jaarrekening en de financiële informatie in overeenstemming zijn met de geldende regelgeving. § 2. Het wettelijk bestuursorgaan houdt toezicht op het publicatie- en communicatieproces dat door of krachtens deze wet en, in voorkomend geval, door de Europese regelgeving is opgelegd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-79\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 79</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De erkend commissaris brengt verslag uit bij het wettelijk bestuursorgaan, in voorkomend geval via het auditcomité, over belangrijke kwesties die bij de uitoefening van zijn wettelijke controle van de jaarrekening naar voren zijn gekomen, en inzonderheid over ernstige tekortkomingen in de interne controle met betrekking tot het financiëleverslaggevingsproces Onderafdeling II. - Door het directiecomité te nemen maatregelen Art. 80.§ 1. Onverminderd de bevoegdheden van het wettelijk bestuursorgaan neemt het directiecomité onder toezicht van het wettelijk bestuursorgaan de nodige maatregelen voor de naleving en de tenuitvoerlegging van de bepalingen van artikel 42. § 2. Het directiecomité brengt minstens eenmaal per jaar verslag uit aan het wettelijk bestuursorgaan, de erkend commissaris en de Bank, over de beoordeling van de doeltreffendheid van het in artikel 42 bedoelde governancesysteem en over de maatregelen die in voorkomend geval worden genomen om eventuele tekortkomingen aan te pakken. Het verslag rechtvaardigt waarom deze maatregelen voldoen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd zijn andere taken, voert het directiecomité het beloningsbeleid uit dat door het wettelijk bestuursorgaan wordt vastgelegd. § 4. Het directiecomité neemt ook de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de risico's bedoeld in Afdeling IV van dit Hoofdstuk beheerst. § 5. Het directiecomité van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming verklaart aan de Bank dat de informatie die haar wordt bezorgd overeenkomstig de artikelen 312 tot 316 volledig is en de situatie van de onderneming correct weergeeft, rekening houdend met haar risicoprofiel, en dat zij is opgesteld volgens de voorschriften die door of krachtens deze wet, de uitvoeringsmaatregelen van Richtlijn 2009/138/EG en de instructies van de Bank zijn vastgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling III. - Benoemingen, ontslagen en uitoefening van externe functies Art. 81.§ 1. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen stellen de Bank voorafgaandelijk in kennis van het voorstel tot benoeming van de leden van het wettelijk bestuursorgaan en van de leden van het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, van de personen belast met de effectieve leiding, evenals van de verantwoordelijken voor de onafhankelijke controlefuncties.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van de krachtens het eerste lid vereiste kennisgeving delen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan de Bank alle documenten en informatie mee die haar toelaten te beoordelen of de personen waarvan de benoeming wordt voorgesteld, overeenkomstig artikel 41 over de voor de uitoefening van hun functie vereiste professionele betrouwbaarheid en passende deskundigheid beschikken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid is eveneens van toepassing op het voorstel tot hernieuwing van de benoeming van de in het eerste lid bedoelde personen, evenals op de niet-hernieuwing van hun benoeming, hun afzetting of hun ontslag. § 2. De benoeming van de in paragraaf 1 bedoelde personen wordt voorafgaandelijk ter goedkeuring voorgelegd aan de Bank.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer het de benoeming betreft van een persoon die voor het eerst voor een functie als bedoeld in paragraaf 1 wordt voorgedragen bij een onderneming die met toepassing van artikel 36/2 van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2017 numac 2017031761 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Wet houdende sociale bepalingen. - Bekendmaking overeenkomstig artikel 224, § 3, van de geïndexeerde bedragen van de retributies sluiten onder het toezicht staat van de Bank, raadpleegt de Bank eerst de FSMA. De FSMA deelt haar advies mee aan de Bank binnen een termijn van een week na ontvangst van het verzoek om advies. § 3. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen stellen de Bank in kennis van de eventuele taakverdeling tussen de leden van het wettelijk bestuursorgaan, tussen de leden van het directiecomité of, bij ontstentenis van een directiecomité, tussen de personen belast met de effectieve leiding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Belangrijke wijzigingen in de taakverdeling als bedoeld in het eerste lid, geven aanleiding tot de toepassing van de paragrafen 1 en 2.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-82\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 82</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De personen die verantwoordelijk zijn voor de in artikel 54 bedoelde onafhankelijke controlefuncties kunnen niet zonder voorafgaande goedkeuring van het wettelijk bestuursorgaan uit hun functie worden verwijderd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-83\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 83</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De leden van het wettelijk bestuursorgaan, de leden van het directiecomité, en, bij ontstentenis van een directiecomité, de personen belast met de effectieve leiding, besteden de nodige tijd aan de uitoefening van hun functies in de onderneming. § 2. Onverminderd paragraaf 1 en artikel 42 mogen de leden van de organen van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming en alle personen die, onder welke benaming of in welke hoedanigheid ook, deelnemen aan het bestuur of het beleid van de onderneming, al dan niet ter vertegenwoordiging van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, onder de voorwaarden en binnen de grenzen vastgesteld in dit artikel, mandaten als bestuurder of zaakvoerder waarnemen in dan wel deelnemen aan het bestuur of het beleid van een handelsvennootschap of een vennootschap met handelsvorm, een onderneming met een andere Belgische of buitenlandse rechtsvorm of een Belgische of buitenlandse openbare instelling die industriële, commerciële of financiële activiteiten uitoefent. § 3 De externe functies als bedoeld in paragraaf 2 worden beheerst door de interne regels die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming invoert en doet naleven teneinde: 1° te vermijden dat personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, door de uitoefening van die functies niet langer voldoende beschikbaar zouden zijn om de effectieve leiding waar te nemen;2° te voorkomen dat bij de verzekerings- of herverzekeringsonderneming belangenconflicten zouden optreden alsook risico's die gepaard gaan met de uitoefening van die functies, onder andere op het vlak van transacties van ingewijden;3° te zorgen voor een passende openbaarmaking van die functies.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Bank bepaalt, bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2017 numac 2017031761 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Wet houdende sociale bepalingen. - Bekendmaking overeenkomstig artikel 224, § 3, van de geïndexeerde bedragen van de retributies sluiten, hoe die verplichtingen ten uitvoer moeten worden gelegd. § 4. De mandatarissen van een vennootschap die worden benoemd op voordracht van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, moeten leden van het directiecomité van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming zijn, dan wel personen die door het directiecomité zijn aangewezen. § 5. De leden van het wettelijk bestuursorgaan die geen lid zijn van het directiecomité van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, mogen geen mandaat uitoefenen in een vennootschap waarin de verzekerings- of herverzekeringsonderneming een deelneming bezit, tenzij zij niet deelnemen aan het dagelijks bestuur van die vennootschap. § 6. De leden van het directiecomité, of, bij ontstentenis van een directiecomité, de personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming, mogen geen mandaat uitoefenen dat een deelname aan het dagelijks bestuur inhoudt, tenzij in: 1° een vennootschap als bedoeld in artikel 89, lid 1, van Verordening (EU) nr.575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012, waarmee de verzekerings- of herverzekeringsonderneming nauwe banden heeft; 2° een instelling voor belegging in schuldvorderingen die geregeld is bij statuten in de zin van de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/08/1999 numac 1999021324 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting, binnen de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden, van een Staatsdienst genoemd \"Belgisch telematica-onderzoeksnetwerk, BELNET\" type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/07/1999 numac 1999009724 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging, wat het tuchtrecht voor de leden van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/06/1999 numac 1999012448 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 7 mei 1999 op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces en de promotiekansen, de toegang tot een zelfstandig beroep en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/06/1999 numac 1999012447 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces en de promotiekansen, de toegang tot een zelfstandig beroep en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/09/1999 numac 1999003333 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 - Sectie 23 « Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid » en Sectie 26 - « Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu » sluiten7 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen of een instelling voor collectieve belegging die geregeld is bij statuten in de zin van de voornoemde wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/08/1999 numac 1999021324 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting, binnen de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden, van een Staatsdienst genoemd \"Belgisch telematica-onderzoeksnetwerk, BELNET\" type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/07/1999 numac 1999009724 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging, wat het tuchtrecht voor de leden van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/06/1999 numac 1999012448 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 7 mei 1999 op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces en de promotiekansen, de toegang tot een zelfstandig beroep en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/06/1999 numac 1999012447 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces en de promotiekansen, de toegang tot een zelfstandig beroep en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/09/1999 numac 1999003333 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 - Sectie 23 « Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid » en Sectie 26 - « Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu » sluiten7 of de wet van 19 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">29/06/1999 numac 1999009706 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Strafwetboek, van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 17 april 1878 houdende de voorafgaande titel van het Wetboek van Strafvordering, van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964, van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie, van de wet van 20 juli 1990 betreffende de voorlopige hechtenis, van de wet van 5 maart 1998 betreffende de voorwaardelijke invrijheidsstelling en tot wijziging van de wet van 9 april 1930 tot bescherming van de maatschappij tegen de abnormalen en de gewoontemisdadigers, vervangen door de wet van 1 juli 1964 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/08/1999 numac 1999021324 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting, binnen de Federale diensten voor wetenschappelijke, technische en culturele aangelegenheden, van een Staatsdienst genoemd \"Belgisch telematica-onderzoeksnetwerk, BELNET\" type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/07/1999 numac 1999009724 bron ministerie van justitie Wet tot wijziging, wat het tuchtrecht voor de leden van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/08/1999 numac 1999021323 bron diensten van de eerste minister Wet houdende oprichting van het Paleis voor Schone Kunsten in de vorm van een naamloze vennootschap van publiek recht met sociale doeleinden en tot wijziging van de wet van 30 maart 1995 betreffende de netten voor distributie voor omroepuitzendingen en de uitoefening van televisie-omroepactiviteiten in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/06/1999 numac 1999012448 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek naar aanleiding van de wet van 7 mei 1999 op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces en de promotiekansen, de toegang tot een zelfstandig beroep en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/06/1999 numac 1999012447 bron ministerie van tewerkstelling en arbeid Wet op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, de toegang tot het arbeidsproces en de promotiekansen, de toegang tot een zelfstandig beroep en de aanvullende regelingen voor sociale zekerheid type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/1999 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/09/1999 numac 1999003333 bron ministerie van financien Wet houdende tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting voor het begrotingsjaar 1999 - Sectie 23 « Ministerie van Tewerkstelling en Arbeid » en Sectie 26 - « Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu » sluiten4 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders;3° een onderneming met een activiteit in het verlengde van het verzekerings- of herverzekeringsbedrijf, zoals verzekeringsbemiddeling of schaderegeling;4° een patrimoniumvennootschap waarin zij of hun familie, in het kader van het normale beheer van hun vermogen, een significant belang bezitten. De personen die deelnemen aan de effectieve leiding van een verzekeringsmaatschappij van onderlinge bijstand, mogen daarenboven deelnemen aan het dagelijks bestuur van een ziekenfonds, van een landsbond van ziekenfondsen of van een andere maatschappij van onderlinge bijstand als bedoeld in de voornoemde wet van 6 augustus 1990Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1990 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/12/2007 numac 2007001031 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen van het eerste semester 2007 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">06/08/1990 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">17/03/2009 numac 2009000060 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten waarbij de leden van deze verzekeringsmaatschappij van onderlinge bijstand zich kunnen aansluiten. § 7. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen brengen de functies die buiten de verzekerings- of herverzekeringsonderneming worden uitgeoefend door de in paragraaf 1 bedoelde personen, zonder uitstel ter kennis van de Bank, ten behoeve van het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit artikel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Bank bepaalt de modaliteiten van de in het eerste lid bedoelde kennisgeving. Afdeling IV. - Risicobeheer</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-84\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 84</span><span class=\"lf-art-t\">Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming zorgt ervoor dat haar risico's worden beheerst overeenkomstig de bepalingen van deze Afdeling</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-85\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 85</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het risicobeheersysteem waarin artikel 56 voorziet, bestrijkt de risico's waarmee rekening moet worden gehouden bij de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste overeenkomstig artikel 151, § 4, alsook de risico's waarmee bij die berekening niet of onvolledig rekening wordt gehouden. § 2. Bovendien bestrijkt het risicobeheersysteem minstens de volgende gebieden: 1° onderschrijving en reservering;2° beheer van activa/passiva (asset-liability management - ALM);3° beleggingen, in het bijzonder in afgeleide instrumenten en vergelijkbare verbintenissen;4° beheer van het liquiditeits- en concentratierisico;5° beheer van het operationeel risico;6° herverzekering en andere risicomatigingstechnieken De in artikel 42, § 3, bedoelde schriftelijk vastgelegde beleidslijnen voor het risicobeheer bestaan uit beleidslijnen voor de in deze paragraaf opgesomde gebieden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-86\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 86</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de in artikel 129 bedoelde matchingopslag of de in artikel 131 bedoelde volatiliteitsaanpassing toepassen, stellen zij een liquiditeitsplan op met een raming van de inkomende en uitgaande kasstromen in verband met de activa en passiva waarop die opslagen en aanpassingen worden toegepast</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-87\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 87</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot het beheer van activa/passiva voeren de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen een regelmatige beoordeling uit van: 1° de gevoeligheid van hun technische voorzieningen en hun in aanmerking komend eigen vermogen voor de hypothesen die ten grondslag liggen aan de extrapolatie van de relevante risicovrije rentetermijnstructuur als bedoeld in artikel 126, § 2;2° bij toepassing van de in artikel 129 bedoelde matchingsopslag: a) de gevoeligheid van hun technische voorzieningen en hun in aanmerking komend eigen vermogen voor de hypothesen die ten grondslag liggen aan de berekening van de matchingsopslag, met inbegrip van de berekening van de fundamentele spread als bedoeld in artikel 130, § 1, 2°, en het mogelijke effect van een gedwongen verkoop van activa op hun in aanmerking komend eigen vermogen;b) de gevoeligheid van hun technische voorzieningen en hun in aanmerking komend eigen vermogen voor wijzigingen in de samenstelling van de toegewezen activaportefeuille;c) het effect dat een verlaging van de matchingopslag tot nul zal teweegbrengen;3° bij toepassing van de in artikel 131 genoemde volatiliteitsaanpassing: a) de gevoeligheid van hun technische voorzieningen en hun in aanmerking komend eigen vermogen voor de hypothesen die ten grondslag liggen aan de berekening van de volatiliteitsaanpassing, en het mogelijke effect van een gedwongen verkoop van activa op hun in aanmerking komend eigen vermogen;b) het effect dat een verlaging van de volatiliteitsaanpassing tot nul zal teweegbrengen De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen leggen de in het eerste lid bedoelde beoordelingen jaarlijks voor aan de Bank in het kader van de informatieverstrekking bedoeld in artikel 312. Indien de verlaging van de matchingopslag of de volatiliteitsaanpassing tot nul, zou resulteren in niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste, dient de onderneming ook een analyse in van de maatregelen die zij zou kunnen nemen om het niveau van het in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste te herstellen of het risicoprofiel te verlagen om te garanderen dat het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt nageleefd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de in artikel 131 bedoelde volatiliteitsaanpassing wordt toegepast, omvat het schriftelijk vastgelegde beleid inzake risicobeheer als bedoeld in artikel 42, § 3, een beleid inzake de criteria voor de toepassing van de volatiliteitsaanpassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-88\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 88</span><span class=\"lf-art-t\">Wat het beleggingsrisico betreft, tonen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen aan dat zij voldoen aan de bepalingen van de artikelen 190 tot 198</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-89\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 89</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Om overmatig vertrouwen in externe kredietbeoordelingsinstellingen te vermijden, beoordelen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen bij het gebruik van externe kredietbeoordelingen bij de berekening van de technische voorzieningen en het solvabiliteitskapitaalvereiste de geschiktheid van deze externe kredietbeoordelingen, in het kader van hun risicobeheer, door in voorkomend geval gebruik te maken van aanvullende beoordelingen teneinde te voorkomen dat zij zich automatisch laten leiden door deze externe beoordelingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-90\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 90</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij verzekerings- of herverzekeringsondernemingen die gebruikmaken van een geheel of gedeeltelijk intern model dat goedgekeurd is overeenkomstig de artikelen 167 en 168, vervult de risicobeheerfunctie de volgende extra taken: 1° ontwerpen en toepassen van het interne model;2° toetsen en valideren van het interne model;3° bijhouden van informatie over het interne model en over de daarin aangebrachte wijzigingen;4° analyseren van de werking van het interne model en opstellen van samenvattende verslagen daarover.5° verstrekken van informatie aan het wettelijk bestuursorgaan en het directiecomité over de werking van het interne model en daarbij aangeven waar verbeteringen noodzakelijk zijn, en op de hoogte houden van deze organen van de vorderingen die gemaakt zijn bij het verhelpen van eerder geconstateerde zwakke punten. Afdeling V. - Beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit (Own Risk and Solvency Assessment) Art. 91.§ 1. In het kader van haar risicobeheersysteem beoordeelt elke verzekerings- of herverzekeringsonderneming haar eigen risico en solvabiliteit (Own Risk and Solvency Assessment of \"ORSA\").</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze beoordeling heeft minstens betrekking op: 1° de algehele solvabiliteitsbehoeften, waarbij rekening wordt gehouden met het specifieke risicoprofiel evenals met de algemene risicotolerantielimieten en de strategie van de onderneming, die goedgekeurd zijn door het wettelijk bestuursorgaan;2° of de in Afdeling II van Hoofdstuk VI vastgelegde kapitaalvereisten en de in Afdeling I, Onderafdeling II van Hoofdstuk VI vastgelegde vereisten inzake technische voorzieningen permanent worden nageleefd;3° de mate waarin het risicoprofiel van de onderneming afwijkt van de hypothesen die ten grondslag liggen aan het solvabiliteitskapitaalvereiste zoals vastgelegd in artikel 151 en berekend met de standaardformule overeenkomstig de artikelen 153 tot 166, of met een geheel of gedeeltelijk intern model overeenkomstig de artikelen 167 tot 188. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van paragraaf 1, tweede lid, 1°, beschikt de onderneming over procedures die in verhouding staan tot de aard, de omvang en de complexiteit van de risico's die aan haar activiteiten verbonden zijn en waarmee zij de korte- en langetermijnrisico's waaraan zij blootstaat of zou kunnen blootstaan, op adequate wijze kan identificeren en beoordelen. De onderneming toont de relevantie aan van de methodes die zij gebruikt voor deze beoordeling. § 3. Wanneer de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de in artikel 129 bedoelde matchingopslag, de in artikel 131 bedoelde volatiliteitsaanpassing of de in de artikelen 668 en 669 bedoelde overgangsmaatregelen toepast, beoordeelt zij de naleving van de kapitaalvereisten, als bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 2°, waarbij deze opslagen, aanpassingen en overgangsmaatregelen zowel wel als niet in aanmerking worden genomen. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebruikmaking van een intern model wordt de beoordeling in het in paragraaf 1, tweede lid, 3° bedoelde geval samen met de herkalibratie verricht waarbij de resultaten van het interne model worden afgestemd op de risicomaatstaf en de kalibratie van het solvabiliteitskapitaalvereiste. § 5. De beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit maakt integraal deel uit van de strategie van de onderneming en wordt systematisch in aanmerking genomen bij de strategische beslissingen van de onderneming. § 6. De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen verrichten de in paragraaf 1 bedoelde beoordeling minstens eenmaal per jaar en verrichten deze onverwijld na een significante wijziging in hun risicoprofiel. § 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen stellen de Bank in het kader van de informatieverstrekking met toepassing van artikel 312 in kennis van de conclusies van elke beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit. § 8. De beoordeling van het eigen risico en de solvabiliteit dient niet om een kapitaalvereiste te berekenen. Het solvabiliteitskapitaalvereiste mag alleen worden aangepast overeenkomstig de artikelen 323, 373 tot 379 en 383. Afdeling VI. - Uitbesteding</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-92\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 92</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming die functies, activiteiten of operationele taken uitbesteedt, blijft volledig verantwoordelijk voor de nakoming van al haar verplichtingen uit hoofde van deze wet of de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG. De uitbesteding van operationele taken mag niet tot het volgende leiden: 1° er wordt wezenlijk afbreuk gedaan aan de kwaliteit van het governancesysteem van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming;2° het operationele risico neemt onnodig toe;3° er wordt afbreuk gedaan aan het vermogen van de Bank om na te gaan of de verzekerings- of herverzekeringsonderneming de verplichtingen nakomt die door of krachtens deze wet of door de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG zijn opgelegd;4° de continuïteit en de toereikendheid van de dienstverlening aan de verzekeringnemers, de verzekerden en de begunstigden van verzekeringsovereenkomsten of de personen die bij de uitvoering van de herverzekeringsovereenkomsten zijn betrokken, wordt ondermijnd. Vóór de uitbesteding van functies, activiteiten of operationele taken die belangrijk of kritiek zijn, stellen de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen de Bank tijdig in kennis daarvan en van latere belangrijke ontwikkelingen met betrekking tot deze taken. Afdeling VII. - Verrichtingen die beperkt of verboden zijn en betalingen die nietig kunnen worden verklaard Art. 93.§ 1. Verzekerings- of herverzekeringsondernemingen mogen rechtstreeks of onrechtstreeks leningen, kredieten of borgstellingen verlenen aan en verzekeringsovereenkomsten sluiten voor 1° de leden van hun wettelijk bestuursorgaan, de leden van hun directiecomité of alle personen die deelnemen aan hun effectieve leiding, en de algemene lasthebbers;2° de in artikel 23, eerste lid bedoelde personen en de leden van hun verschillende organen en de personen die deelnemen aan hun effectieve leiding;3° de ondernemingen of instellingen waarin de in 1°, bedoelde personen een gekwalificeerde deelneming bezitten of een functie uitoefenen als bedoeld in 1° ;4° personen die verbonden zijn met de in 1°, bedoelde personen.Worden in dit verband als \"verbonden personen\" beschouwd: echtgenoten, partners die volgens hun nationaal recht als gelijkwaardig met een echtgenoot of echtgenote worden aangemerkt en bloedverwanten in de eerste graad, onder de voorwaarden, ten belope van de bedragen en met de normale marktwaarborgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de in het eerste lid bedoelde leningen, kredieten en borgstellingen moet uitdrukkelijk kennis worden gegeven binnen een termijn die het wettelijk bestuursorgaan in staat stelt zich ertegen te verzetten, wanneer zij op cumulatieve basis voor een bepaalde persoon, onderneming of instelling meer bedragen dan 100 000 euro.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ongeacht het orgaan dat moet beslissen, mogen de leden die een rechtstreeks of onrechtstreeks persoonlijk of functioneel belang hebben, geen zitting hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in het tweede lid bedoelde leningen, kredieten en borgstellingen worden ter kennis gebracht van de Bank volgens de frequentie en de regels die zij bepaalt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de in het eerste lid bedoelde verrichtingen niet tegen de normale marktvoorwaarden worden gesloten, kan de Bank eisen dat de overeengekomen voorwaarden worden aangepast op de datum waarop deze verrichtingen uitwerking hadden. Zo niet zijn de leden van het wettelijk bestuursorgaan die de beslissing hebben genomen, tegenover de onderneming hoofdelijk aansprakelijk voor het verschil. § 2. In afwijking van de bepalingen van het Wetboek van Vennootschappen en niettegenstaande paragraaf 1, mogen rechtstreeks of onrechtstreeks geen leningen, kredieten of borgstellingen worden verleend, ook niet via een krediet- of een borgtochtverzekeringsovereenkomst, aan personen om hen in staat te stellen rechtstreeks of onrechtstreeks in te schrijven op aandelen of andere effecten die recht geven op dividenden van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming of van een vennootschap waarmee er een nauwe band bestaat of die het recht verlenen om dergelijke effecten te verwerven, of om dergelijke aandelen of andere effecten te verwerven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-94\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 94</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van faillissement van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming zijn, met betrekking tot de boedel, alle betalingen nietig en zonder gevolg die deze onderneming, hetzij in contanten, hetzij anderszins, heeft gedaan aan de leden van haar wettelijk bestuursorgaan en de leden van haar directiecomité, in de vorm van tantièmes of andere winstdeelnemingen, in de loop van de twee jaren die voorafgaan aan het tijdstip dat door de rechtbank is vastgesteld als het ogenblik waarop zij haar betalingen heeft gestaakt Het eerste lid is niet van toepassing wanneer de rechtbank erkent dat geen enkele door deze personen begane kennelijk grove fout tot het faillissement heeft bijgedragen. Afdeling VIII. - Mededeling van informatie over de situatie van de verzekerings- of herverzekeringsonderneming Art. 95.Rekening houdend met de informatie vereist in artikel 312, § 3, en de beginselen van artikel 312, § 4, publiceren de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen jaarlijks een verslag over hun solvabiliteit en financiële positie (Solvency and Financial condition Report of \"SFCR\" ).</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-96\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 96</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het in artikel 95 bedoelde verslag over de solvabiliteit en de financiële positie bevat de volgende informatie: 1° een beschrijving van de activiteiten en de resultaten van de onderneming;2° een beschrijving van het governancesysteem en een beoordeling van de mate waarin het is afgestemd op het risicoprofiel van de onderneming;3° een beschrijving, voor elke risicocategorie afzonderlijk, van de risicopositie, -concentratie, -matiging en -gevoeligheid;4° een beschrijving, voor de activa, technische voorzieningen en andere passiva afzonderlijk, van de voor de waardering ervan gehanteerde grondslagen en methodes, met een uitleg over de belangrijkste verschillen met de grondslagen en methodes die voor de waardering ervan worden gehanteerd in de financiële staten;5° een beschrijving van de wijze waarop het reglementair kapitaal wordt beheerd, waaronder minstens de volgende elementen: a) de structuur en het bedrag van het kapitaal, alsook de kwaliteit ervan;b) het bedrag van het solvabiliteitskapitaalvereiste en van het minimumkapitaalvereiste;c) de in artikel 162 bedoelde optie voor de berekening van het solvabiliteitskapitaalvereiste;d) informatie die inzicht verschaft in de belangrijkste verschillen tussen de hypothesen die ten grondslag liggen aan respectievelijk de standaardformule en enig door de onderneming gehanteerd intern model voor de berekening van haar solvabiliteitskapitaalvereiste;e) wanneer tijdens de rapporteringsperiode niet wordt voldaan aan het minimumkapitaalvereiste of duidelijk niet is voldaan aan het solvabiliteitskapitaalvereiste, en zelfs als de problemen inmiddels zijn opgelost: het bedrag van het tekort, met een uitleg over de oorzaak en de gevolgen ervan, waarbij ook wordt vermeld welke corrigerende maatregelen zijn getroffen. § 2 Wanneer de matchingopslag als bedoeld in artikel 129 wordt toegepast, bevat de in paragraaf 1, 4° bedoelde beschrijving ook een beschrijving van de matchingopslag en van de portefeuille van verplichtingen en toegewezen activa waarop de matchingopslag wordt toegepast, alsook een kwantificering van het effect van een wijziging van de matchingopslag tot nul op de financiële positie van de onderneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in paragraaf 1, 4° bedoelde beschrijving bevat ook een verklaring waarin wordt aangegeven of de in artikel 131 bedoelde volatiliteitsaanpassing wordt toegepast door de onderneming, evenals een kwantificering van het effect van een wijziging van de volatiliteitsaanpassing tot nul op de financiële positie van de onderneming. § 3. De in paragraaf 1, 5°, a) bedoelde beschrijving bevat een analyse van alle belangrijke veranderingen ten opzichte van de vorige rapporteringsperiode en een uitleg over alle belangrijke verschillen in de waarde van de betrokken elementen in de financiële staten, evenals een korte beschrijving van de overdraagbaarheid van het kapitaal. § 4. In de in paragraaf 1, 5°, b) bedoelde informatie over het solvabiliteitskapitaalvereiste worden het bedrag dat overeenkomstig de bepalingen van Afdeling II van Hoofdstuk VI is berekend, en het bedrag van de eventuele kapitaalopslagfactor die overeenkomstig artikel 323 is opgelegd, of het effect van de specifieke parameters die de verzekerings- of herverzekeringsonderneming krachtens artikel 166 dient te hanteren, afzonderlijk vermeld. Daarbij wordt beknopte informatie gevoegd over de reden waarom de Bank die kapitaalopslagfactor heeft opgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de informatie over het solvabiliteitskapitaalvereiste wordt in voorkomend geval vermeld dat het definitieve bedrag ervan beoordeeld moet worden in het kader van het toezicht dat door de Bank wordt uitgeoefend. § 5. De krachtens dit artikel vereiste informatie wordt integraal gepubliceerd of, mits de Bank dit toestaat, onder verwijzing naar informatie die qua aard en strekking gelijkwaardig is en die in het kader van andere wettelijke of reglementaire bepalingen gepubliceerd is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-97\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 97</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Bij belangrijke ontwikkelingen die duidelijk van invloed zijn op de relevantie van de informatie die krachtens de artikelen 95 en 96 wordt meegedeeld, maken de verzekerings- of herverzekeringsondernemingen passende informatie bekend over de aard en de gevolgen van die belangrijke ontwikkeling. § 2. Voor de toepassing van paragraaf 1 worden in elk geval als belangrijke ontwikkelingen aangemerkt: 1° de vaststelling dat het minimumkapitaalvereiste niet wordt nageleefd en het feit dat de Bank de onderneming niet in staat acht om haar een realistisch plan inzake financiering op korte termijn voor te leggen of dat zij dit plan niet ontvangt binnen een maand na de datum waarop de niet-naleving werd vastgesteld;2° de vaststelling dat het solvabiliteitskapitaalvereiste duidelijk niet wordt nageleefd en het feit dat de Bank geen realistisch saneringsplan ontvangt binnen twee maanden na de datum waarop de niet-naleving werd vastgesteld In het geval bedoeld in het eerste lid, 1°, maakt de onderneming onmiddellijk het tekortschietende bedrag bekend en geeft zij daarbij uitleg over de oorzaak en de gevolgen ervan, waarbij ook wordt vermeld welke corrigerende maatregelen zijn getroffen. Wanneer ondanks een in eerste instantie realistisch geacht plan inzake financiering op korte termijn, de niet-naleving van het minimumkapitaalvereiste drie maanden na de vaststelling ervan nog niet is verholpen, wordt het tekortschietende bedrag aan het eind van deze periode bekendgemaakt en wordt daarbij uitleg gegeven over de oorzaak en de gevolgen ervan, waarbij ook wordt vermeld welke corrigerende maatregelen zijn getroffen en welke verdere corrigerende maatregelen zijn gepland.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval bedoeld in het eerste lid, 2°, maakt de onderneming onmiddellijk het tekortschietende bedrag bekend en geeft zij daarbij uitleg over de oorzaak en de gevolgen ervan, waarbij ook wordt vermeld welke corrigerende maatregelen zijn getroffen. Wanneer ondanks een in eerste instantie realistisch geacht saneringsplan de duidelijke niet-naleving van het solvabiliteitskapitaalvereiste zes maanden na de vaststelling ervan nog niet is verholpen, wordt het tekortschietende bedrag aan het eind van deze periode bekendgemaakt en wordt daarbij uitleg gegeven over de oorzaak en de gevolgen ervan, waarbij ook wordt vermeld welke corrigerende maatregelen zijn getroffen en welke verdere corrigerende maatregelen zijn gepland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-98\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 98</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Naast de al krachtens de artikelen 95 tot 97 verplicht bekend te maken informatie of uitleg over hun solvabiliteit en hun financiële positie mogen verzekerings- of herverzekeringsondernemingen uit eigen beweging ook alle andere informatie en uitleg hierover bekendmaken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-99\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 99</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De verzekerings- of herverzekeringsondernemingen beschikken over passende structuren en systemen om aan de vereisten van de artikelen 95 tot 97 te voldoen, en over een schriftelijk vastgelegd beleid dat waarborgt dat de overeenkomstig de artikelen 95 tot 97 bekendgemaakte informatie altijd adequaat is</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-100\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 100</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Bank kan toestaan dat een verzekerings- of herverzekeringsonderneming informatie als bedoeld in artikel 96, § 1, 1°, tot 4°, en § 2, niet bekendmaakt indien: 1° door de bekendmaking van die informatie de concurrenten van de onderneming duidelijk onterecht worden bevoordeeld;2° de onderneming wegens verplichtingen jegens de verzekeringnemers of relaties met andere tegenpartijen, een geheimhoudingsplicht heeft. Wanneer de Bank heeft toegestaan dat bepaalde informatie niet bekend wordt gemaakt, vermeldt de betrokken onderneming dit in haar verslag over haar solvabiliteit en haar financiële positie, met opgave van de redenen hiervoor In het geval van een verzekeringsonderneming kan de in dit artikel bedoelde toestemming maar worden verleend of geweigerd nadat de Bank het advies van de FSMA heeft gevraagd. Deze laatste verleent haar advies binnen vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afwezigheid van advies binnen deze termijn geldt als een gunstig advies. Art. 101.De Bank kan de inhoud en de wijze van indiening van de in deze Afdeling bedoelde informatie preciseren bij reglement vastgesteld met toepassing van artikel 12bis, § 2, van de wet van 22 februari 1998Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/03/1998 numac 1998003158 bron ministerie van financien Wet tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021086 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sommige sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/03/1998 numac 1998021087 bron diensten van de eerste minister Wet houdende sociale bepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">22/02/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/12/2017 numac 2017031761 bron federaal agentschap voor geneesmiddelen en gezondheidsproducten Wet houdende sociale bepalingen. - Bekendmaking overeenkomstig artikel 224, § 3, van de geïndexeerde bedragen van de retributies sluiten. HOOFDSTUK IV. - Portefeuilleoverdracht en andere bijzondere verrichtingen Art. 102.De voorafgaande toestemming van de Bank is vereist voor: 1° de strategische beslissingen van een verzekerings- of herverzekeringsonderneming;2° fusies waarbij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming is betrokken, evenals splitsingen van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen;3° de overdracht van alle of een deel van de activiteiten, met inbegrip van de volledige of de gedeeltelijke overdracht van een portefeuille, waardoor de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten worden overgedragen. De Bank beslist binnen drie maanden na ontvangst van een volledig dossier van het project. Zij mag haar toestemming enkel weigeren om redenen die verband houden met het vermogen van de onderneming om te voldoen aan de bepalingen die door of krachtens deze wet of de maatregelen tot uitvoering van Richtlijn 2009/138/EG zijn opgelegd of die verband houden met een gezond en voorzichtig beleid van de onderneming of indien de beslissing de stabiliteit van het financiële stelsel ernstig zou kunnen aantasten. Als zij niet binnen de voornoemde termijn optreedt, wordt de toestemming geacht te zijn verkregen, onverminderd artikel 104, § 1, 2°.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer ze betrekking hebben op verzekeringsovereenkomsten ter dekking van in België gelegen risico's of verbintenissen, zijn de in het eerste lid, 3° bedoelde overdrachten ten gunste van een verzekeringsonderneming van een derde land slechts toegestaan indien het Belgische bijkantoor van die verzekeringsonderneming als overnemer optreedt en daardoor gehouden is tot naleving van de wettelijke en reglementaire beperkingen die inherent zijn aan de overgedragen risico's en verbintenissen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-103\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 103</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Bank bepaalt per geval, naargelang van de specifieke kenmerken van de verrichting en van de betrokken onderneming of de betrokken ondernemingen, de inhoud van het dossier over de in artikel 102 bedoelde verrichtingen. Het dossier over de in artikel 102, eerste lid, 3° bedoelde verrichtingen bevat ten minste: 1° de identificatie van de tegenpartij bij de overeenkomst tot overdracht;2° een beschrijving van de over te dragen overeenkomsten;3° de over te dragen actief- en passiefbestanddelen;4° de vermelding van de lidstaten en de derde landen waar de over te dragen risico's en verbintenissen gelegen zijn;5° de vermelding van de lidstaten waar de overdragende onderneming een bijkantoor heeft dat bij de overdracht betrokken is;6° alle andere informatie die door de Bank wordt opgevraagd in het kader van de goedkeuring van de overdracht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-104\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 104</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Behoudens de in artikel 102, tweede lid bedoelde voorwaarden kan de toestemming van de Bank maar worden verleend voor verrichtingen als bedoeld in artikel 102, eerste 1, 3°, indien voldaan is aan de volgende voorwaarden: 1° indien de overnemende onderneming onder het recht van een andere lidstaat ressorteert, dienen de toezichthouders van die lidstaat te hebben verklaard dat deze onderneming, mede gelet op de voorgenomen overdracht, het vereiste in aanmerking komend eigen vermogen bezit ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste als bedoeld in de wetgeving die op deze onderneming van toepassing is;2° wanneer de toestemming wordt gevraagd door een verzekeringsonderneming, in haar hoedanigheid van overdragende onderneming, is voor de gehele of de gedeeltelijke overdracht van een portefeuille van verzekeringsovereenkomsten die afgesloten zijn via een in een andere lidstaat gevestigd bijkantoor of in het kader van het vrij verrichten van diensten, bovendien de voorafgaande instemming vereist van de toezichthouders van de betrokken lidstaten van ontvangst.Hiertoe deelt de Bank onverwijld het voorstel van overdracht mee aan de toezichthouders van de betrokken lidstaten Indien die toezichthouders niet gereageerd hebben binnen een termijn van drie maanden na hun raadpleging, worden zij geacht te hebben ingestemd. § 2. Wanneer de Bank geraadpleegd wordt door de toezichthouders van een lidstaat over een verrichting als bedoeld in artikel 102, eerste lid, 3° waarbij een verzekerings- of herverzekeringsonderneming naar Belgisch recht als overnemer optreedt, levert de Bank binnen drie maanden na de ontvangst van het verzoek, een attest af waarin al dan niet bevestigd wordt dat de overnemende onderneming, mede gelet op de voorgenomen overdracht, het vereiste in aanmerking komend eigen vermogen ter dekking van het solvabiliteitskapitaalvereiste als bedoeld in artikel 151 bezit.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-105\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 105</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Bank stelt de FSMA in kennis van de aanvragen tot goedkeuring van overdrachten van verzekeringsovereenkomsten die zij ontvangt met toepassing van artikel 102, eerste lid, 3°, alsook van haar beslissingen daarover</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-106\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 106</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De Bank publiceert in het Belgisch Staatsblad een uittreksel van elke beslissing tot goedkeuring, met toepassing van artikel 102, eerste lid, 2° en 3°, van een fusie of een overdracht van rechten en verplichtingen die voortvloeien uit verzekerings- of herverzekeringsovereenkomsten. Onverminderd de artikelen 17 en 18 van de Wet Verzekeringen is elke gehele of gedeeltelijke overdracht van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit deze verrichtingen tegenwerpbaar aan derden, met name aan de verzekeringnemers, de verzekerden en de begunstigden, zodra de goedkeuring van de Bank in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd is De in het eerste lid bedoelde uittreksels worden ter informatie ook op de website van de Bank gepubliceerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is niet mogelijk om de overdrachten die de Bank heeft goedgekeurd krachtens artikel 102, eerste lid, 2° en 3°, nietig of niet-tegenwerpbaar te verklaren krachtens artikel 1167 van het Burgerlijk Wetboek of van de artikelen 17, 18 of 20 van de faillissements wet van 8 augustus 1997Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/10/1997 numac 1997009766 bron ministerie van justitie Faillissementswet type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/08/1997 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">05/11/1997 numac 1997003522 bron ministerie van financien Wet tot wijziging van artikel 38 van het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992 om het fietsgebruik voor het woon-werkverkeer fiscaal aan te moedigen sluiten. HOOFDSTUK V. - Uitoefening van verzekerings- of herverzekeringsactiviteiten in het buitenland Afdeling I. - Oprichting of verwerving van dochterondernemingen in het buitenland Art. 107.Iedere verzekerings- of herverzekeringsonderneming die voornemens is om rechtstreeks of onrechtstreeks, in het buitenland een dochteronderneming te verwerven of op te richten die het verzekerings- of herverzekeringsbedrijf uitoefent, stelt de Bank daarvan in kennis.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betrokken verzekerings- of herverzekeringsonderneming voegt bij de in het eerste lid bedoelde kennisgeving informatie over de activiteiten, de organisatie, de leiding en de aandeelhoudersstructuur van de betrokken onderneming. Afdeling II. - Opening van bijkantoren in het buitenland Onderafdeling I. - Opening van bijkantoren in het buitenland door een verzekeringsonderneming Art. 108.§ 1. Iedere verzekeringsonderneming die op het grondgebied van een andere lidstaat een bijkantoor wenst te vestigen om er een verzekeringsactiviteit uit te oefenen waarvoor zij in België een vergunning heeft verkregen, stelt de Bank daarvan in kennis.</p></div>", "next": 239882}