{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze paragraaf, en behoudens andersluidende regeling door de bevoegde gewestelijke of gemeenschapsregelgever : 1° gaan de vorderingen met betrekking tot belastingen, sociaal zekerheidsbijdragen, retributies of soortgelijke door de overheid of de Europese Unie opgelegde heffingen of vergoedingen waaraan de wet of de bevoegde gewestelijke of gemeenschapsregelgever desgevallend een scheepsvoorrecht heeft verbonden maar waaraan geen scheepsvoorrangsrecht is verbonden, voor op alle andere scheepsvoorrechten;en 2° worden de vorderingen tot vergoeding van schade waaraan de wet of de bevoegde gewestelijke of gemeenschapsregelgever desgevallend een scheepsvoorrecht heeft verbonden, gelijkgesteld met de in artikel 2.2.5.14, § 1, 3° bedoelde vorderingen. § 4. Indien de opbrengst ontoereikend is, worden de in rang gelijkstaande vorderingen betaald naar evenredigheid.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22518\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Oorzaken van tenietgaan Behalve in de gevallen bedoeld in artikel 2.2.5.10, gaan de scheepsvoorrechten teniet : 1° door het verloop van een vervaltermijn van één jaar; 2° ten aanzien van de betrokken schuldeisers en de betrokken, daadwerkelijk voor beperking van aansprakelijkheid vatbare vorderingen, door de vorming van een beperkingsfonds als bedoeld in de artikelen 2.3.2.47</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22519\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.19</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tenietgaan door vrijwillige vervreemding De scheepsvoorrechten gaan teniet door vrijwillige vervreemding, mits : 1° de akte van vervreemding wordt ingeschreven overeenkomstig artikel 2.2.1.12; 2° de vervreemding tweemaal en met een tussentijd van ten minste acht dagen wordt bekendgemaakt : a) in het Belgisch Staatsblad;b) op de website van het Belgisch Scheepsregister;c) op de desgevallend bijkomend door de Koning voorgeschreven elektronische wijze;3° de schuldeiser binnen een maand na de inschrijving of na de laatste bekendmaking geen verzet betekent aan de vroegere of aan de nieuwe eigenaar. Het recht van voorrang van de schuldeiser blijft echter bestaan op de koopprijs, zolang deze niet is betaald of verdeeld</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22520\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.20</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tenietgaan door verval § 1. De in artikel 2.2.5.18, 1°, bedoelde vervaltermijn loopt : 1° met betrekking tot het scheepsvoorrecht bedoeld in artikel 2.2.5.14, eerste lid, 1°, van de dag waarop de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst is beëindigd of, in het geval van overlijden of letselschade, van de dag van het overlijden respectievelijk van het ontstaan van het letsel; 2° met betrekking tot het scheepsvoorrecht bedoeld in artikel 2.2.5.14, § 1, 2°, a), van de dag waarop de verrichtingen beëindigd zijn; 3° met betrekking tot het scheepsvoorrecht bedoeld in artikel 2.2.5.14, § 1, 2°, b), van de dag waarop de bijdrage opeisbaar is; 4° met betrekking tot het scheepsvoorrecht bedoeld in artikel 2.2.5.14, § 1, 3°, a), van de dag waarop de schade veroorzaakt is; 5° met betrekking tot het scheepsvoorrecht bedoeld in artikel 2.2.5.14, § 1, 3°, b), van de dag van het overlijden respectievelijk van het ontstaan van het letsel; 6° met betrekking tot het scheepsvoorrecht bedoeld in artikel 2.2.5.14, § 1, 3°, c), van de dag waarop de lading of de bagage is of moest worden afgeleverd; 7° met betrekking tot het scheepsvoorrecht bedoeld in artikel 2.2.5.14, § 1, 4°, van de dag waarop de bevoorrechte schuldvordering is ontstaan of, met betrekking tot een administratieve boete, van de dag waarop tegen de beslissing van de sanctionerende overheid geen beroep meer kan worden aangetekend of van de dag waarop de rechterlijke beslissing in kracht van gewijsde is gegaan; 8° met betrekking tot het scheepsvoorrecht bedoeld in artikel 2.2.5.14, § 1, 5°, van de dag waarop bijdragen verschuldigd werden aan de inningsinstelling van deze bijdragen; 9° met betrekking tot de door de bevoegde gewestelijke of gemeenschapsregelgever ingestelde scheepsvoorrechten, behoudens andersluidende regeling, van de dag waarop de bevoorrechte schuldvordering is ontstaan. § 2 Het verloop van de in artikel 2.2.5.18, 1° bedoelde vervaltermijn doet het scheepsvoorrecht niet teniet indien : 1° door een bevoorrechte schuldeiser voor de afloop ervan een bewarend beslag op het schip wordt gelegd dat wordt gehandhaafd en leidt tot de gedwongen verkoop;of 2° voor de afloop ervan op het schip uitvoerend beslag wordt gelegd; of 3° bewarend of uitvoerend beslag op het schip wordt verhinderd door de wet, in welk geval de vervaltermijn gedurende de verhindering niet loopt. Afdeling 4. - Scheepsretentierechten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22521\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.21</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Andere regelgeving HOOFDSTUK III van titel XVII van boek III van het Burgerlijk Wetboek is niet op het in artikel 2.2.5.22 bedoelde scheepsretentierecht van toepassing</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22522\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.22</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Scheepsretentierecht van de scheepswerf § 1. Behoudens afwijkend beding beschikt de met de bouw, uitrusting, ombouw of herstelling van een schip belaste scheepswerf over een scheepsretentierecht. § 2. Het scheepsretentierecht geeft de scheepswerf het recht om de afgifte van het zeeschip dat hij in zijn bezit heeft en waarop zijn schuldvordering betrekking heeft op te schorten totdat deze vordering is voldaan. § 3. In geval van gedwongen verkoop van het zeeschip na beslag, moet de scheepswerf het zeeschip aan de koper afgeven De scheepswerf die zijn scheepsretentierecht liet inschrijven, heeft evenwel recht op betaling van zijn vordering uit de opbrengst van de verkoop, nadat de schuldeisers met een scheepsvoorrangsrecht, een scheepsvoorrecht en de scheepshypotheekhouders zijn betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is het zeeschip waarop het scheepsretentierecht betrekking heeft, niet in België geregistreerd, dan beperkt het Belgisch Scheepsregister zich tot de neerlegging van de betrokken akte in het register van neerlegging. Het Belgisch Scheepsregister gaat alsnog tot de inschrijving van het scheepsretentierecht over zodra het zeeschip is geregistreerd. In afwachting daarvan heeft de neerlegging het in het tweede lid bedoelde gevolg. Vanaf de neerlegging heeft de scheepswerf bovendien voorrang op de nadien geregistreerde pandhouders in de zin van titel XVII van boek III van het Burgerlijk Wetboek. § 4. Het scheepsretentierecht gaat teniet wanneer het zeeschip, anders dan ten gevolge van gedwongen verkoop, ophoudt zich in het bezit van de scheepswerf te bevinden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22523\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.23</span><span class=\"lf-art-t\">Andere retentierechten Andere retentierechten dan dit bedoeld in artikel 2.2.5.22 kunnen niet aan derden worden tegengesteld. Afdeling 5. - Scheepshypotheken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen Art. 2.2.5.24. Andere regelgeving Deze afdeling geldt onverminderd : 1° afdeling 5 van hoofdstuk 3 van de Hypotheekwet;2° het koninklijk besluit nr.225 van 7 januari 1936 tot reglementering van de hypothecaire leningen en tot inrichting van de controle op de ondernemingen van hypothecaire leningen; 3° hoofdstuk 2 van titel 4 van boek VII van het Wetboek van economisch recht, voor zover zij op door een scheepshypotheek gewaarborgde kredieten van toepassing zijn. Art. 2.2.5.25. Voor scheepshypotheek vatbare goederen Schepen, schepen in aanbouw en schepen in verbouwing kunnen worden bezwaard met een scheepshypotheek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22526\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.26</span><span class=\"lf-art-t\">Vestigen van de scheepshypotheek Een scheepshypotheek kan worden gevestigd bij overeenkomst tussen de partijen en in de andere gevallen door de wet bepaald</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22527\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.27</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bekwaamheid van de scheepshypotheekgever § 1. Op straffe van volstrekte nietigheid kan een scheepshypotheek alleen worden gevestigd door degene die bekwaam is om het schip, het schip in aanbouw of het schip in verbouwing te vervreemden. § 2. Schepen van minderjarigen en van onbekwaamverklaarden kunnen niet anders met scheepshypotheek bezwaard worden dan wegens de oorzaken en met inachtneming van de vormen die bij de wet bepaald zijn</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22528\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vestiging door de gezagvoerder of een lasthebber Een scheepshypotheek kan slechts worden gevestigd door de gezagvoerder of een lasthebber wanneer deze daartoe over een uitdrukkelijke lastgeving beschikt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22529\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.29</span><span class=\"lf-art-t\">Vorm De scheepshypotheek kan worden gevestigd bij authentieke of bij onderhandse akte</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22530\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.30</span><span class=\"lf-art-t\">Woonstkeuze De akte van scheepshypotheekvestiging bevat keuze van woonplaats door de schuldeiser op een adres in België</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebreke van keuze van woonplaats mogen alle betekeningen en kennisgevingen betreffende de inschrijving gedaan worden aan het in de akte vermelde adres van de schuldeiser of, bij gebrek aan adres in België, aan de procureur des Konings te Brussel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De schuldeiser of zijn vertegenwoordigers kunnen de gekozen woonplaats wijzigen of schrappen door een verklaring in onderhandse of authentieke vorm, die zij in het zeeschepenregister of het binnenschepenregister kunnen laten inschrijven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22531\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.31</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Scheepshypotheek op schepen in aanbouw Een scheepshypotheek kan worden gevestigd op een schip in aanbouw zodra de scheepsbouwovereenkomst ondertekend is en, ingeval de scheepsbouwer voor eigen rekening bouwt, zodra het schip geregistreerd of teboekgesteld is</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22532\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.32</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voorwaardelijke of vernietigbare scheepshypotheek § 1. Wanneer het recht van de scheepshypotheekgever op het schip onderworpen is aan een opschortende of ontbindende voorwaarde, of wanneer dit recht vatbaar is voor vernietiging, is de scheepshypotheek onderworpen aan dezelfde voorwaarde of vatbaar voor dezelfde vernietiging, naargelang het geval. § 2. In afwijking van artikel 2.2.5.27, § 1, kan de opdrachtgever bij een scheepsbouwovereenkomst die nog geen eigendomsrecht op het schip heeft verworven, een hypotheek vestigen onder opschortende voorwaarde dat hij dit recht verwerft</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22533\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.33</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afbakening van de scheepshypotheek Op straffe van volstrekte nietigheid, moet de scheepshypotheek worden verleend op één of meer duidelijk aangewezen schepen en voor een bepaald bedrag Onverminderd artikel 2.2.1.27 kan de aanwijzing van het schip of de schepen gebeuren aan de hand van alle nuttige gegevens, waaronder deze betreffende de registratie of de teboekstelling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22534\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.34</span><span class=\"lf-art-t\">Ondeelbaarheid van de scheepshypotheek Een scheepshypotheek kan worden gevestigd op meer dan één schip</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens afwijkend beding is de scheepshypotheek ondeelbaar en blijft zij voor het geheel bestaan op al de bezwaarde schepen en op ieder gedeelte ervan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22535\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.35</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Scheepsbestanddelen, scheepstoebehoren en vracht De op een schip, een schip in aanbouw of een schip in verbouwing gevestigde scheepshypotheek strekt zich uit tot : 1° de scheepsbestanddelen; 2° behoudens afwijkend beding als bedoeld in artikel 2.2.4.8, het scheepstoebehoren en de vracht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22536\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.36</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Individualisering van scheepsbouwmaterialen Behoudens afwijkend beding, strekt de scheepshypotheek op een schip in aanbouw of in verbouwing zich uit tot op de werf aanwezige en met het oog op de verwerking, inbouw in of plaatsing aan boord van het betrokken schip geïdentificeerde materialen, scheepsbestanddelen, scheepstoebehoren en andere zaken die eigendom zijn van de scheepseigenaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22537\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.37</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zaakvervanging § 1. Wanneer het schip averij heeft opgelopen doch de vergoeding niet wordt aangewend voor de herstelling ervan en de zekerheid dientengevolge ontoereikend is geworden, wordt de vordering van de hypothecaire schuldeiser eisbaar, en kan hij zijn rechten eveneens op die vergoeding uitoefenen. § 2. Wanneer het schip verloren is gegaan of onzeewaardig is geworden, wordt de vordering van de hypothecaire schuldeiser eisbaar, en kan hij zijn rechten eveneens op de geredde voorwerpen of op de opbrengst ervan uitoefenen. § 3. Indien hij bewijst dat de averij, het verlies of de onzeewaardigheid is ontstaan buiten zijn persoonlijke schuld, heeft de schuldenaar het recht om, in plaats van betaling van de vordering, een gelijkwaardige scheepshypotheek te doen vestigen op een ander schip of een andere gelijkwaardige zekerheid te verschaffen. § 4. De voorgaande paragrafen gelden behoudens afwijkend beding en onder voorbehoud van de bepalingen betreffende het ruimen van wrakken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22538\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.38</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Scheepshypotheek tot zekerheid van een kredietopening § 1. De scheepshypotheek verleend tot zekerheid van een geopend krediet is geldig. Haar rang wordt bepaald naar de dagtekening van haar inschrijving, ongeacht de tijdstippen waarop de door de kredietgever aangegane verbintenissen worden uitgevoerd, welke uitvoering kan worden bewezen door alle wettelijke middelen. § 2. De kredietgever behoudt tegenover derden het recht om over de scheepshypotheek te beschikken, zelfs indien verbintenissen op het krediet toe te rekenen, vertegenwoordigd zijn door verhandelbare titels. Nochtans kan de houder van deze titels door een verzet de gevolgen schorsen van akten van opheffing of andere, die aan zijn recht nadeel zouden toebrengen Het verzet moet betekend worden aan het Belgisch Scheepsregister en aan de kredietgever en het moet keuze van woonplaats bevatten binnen België.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzet wordt door het Belgisch Scheepsregister ingeschreven en van deze inschrijving wordt melding gemaakt onderaan op het origineel van het exploot. Het verzet heeft slechts gevolg gedurende twee jaar, indien het niet vernieuwd wordt kan de opheffing ervan worden verleend bij een eenvoudig exploot.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22539\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.39</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Scheepshypotheek tot zekerheid van toekomstige schuldvorderingen Een scheepshypotheek mag worden verleend tot zekerheid van toekomstige schuldvorderingen indien deze op het ogenblik van de vestiging ervan bepaald of bepaalbaar zijn. Haar rang wordt bepaald naar de dagtekening van haar inschrijving, ongeacht de tijdstippen waarop de gewaarborgde schuldvorderingen ontstaan</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22540\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.40</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Opzegbaarheid van bepaalde scheepshypotheken Indien een scheepshypotheek wordt gevestigd tot zekerheid van toekomstige schuldvorderingen die over een onbepaalde duur kunnen ontstaan of tot zekerheid van schuldvorderingen uit hoofde van een overeenkomst van onbepaalde duur, kan de persoon tegen wie de scheepshypotheek wordt ingeschreven of de derde-bezitter van het schip de scheepshypotheek steeds opzeggen met een opzegging van minstens drie maanden en maximum zes maanden, welke aan de schuldeiser wordt gericht bij aangetekende zending met ontvangstmelding. De opzeggingstermijn gaat in op de dag van de ontvangstmelding Inzake toekomstige schuldvorderingen heeft de opzegging tot gevolg dat de scheepshypotheek enkel nog strekt tot zekerheid van gewaarborgde schuldvorderingen die bestaan bij het verstrijken van de opzeggingstermijn. Inzake overeenkomsten van onbepaalde duur, blijven slechts die schuldvorderingen door de scheepshypotheek gewaarborgd welke bij het verstrijken van de opzeggingstermijn tengevolge van de uitvoering van de overeenkomst bestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wie de scheepshypotheek opzegt, kan eisen dat de schuldeiser hem schriftelijk de inventaris meedeelt van de schuldvorderingen die nog gewaarborgd zijn op het einde van de opzeggingstermijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22541\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.41</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gewaarborgde interest De scheepshypotheek die is ingeschreven voor een kapitaal dat interesten opbrengt, waarborgt ten hoogste drie jaar interest in dezelfde rang als de hoofdsom</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22542\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.42</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onderlinge rang Tussen de hypothecaire schuldeisers onderling wordt de rang bepaald door de dag van de inschrijving en, indien de scheepshypotheken op dezelfde dag zijn ingeschreven, door het volgnummer van de inschrijving</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22543\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.43</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Inbezitstelling van het schip § 1. In de hypotheekakte kan worden bedongen dat, bij niet-nakoming van de jegens hem aangegane verbintenissen, de hypothecaire schuldeiser gerechtigd is zich het bezit van het schip te doen toewijzen indien hij de eerste ingeschrevene is en indien dit recht door de inschrijving openbaar is gemaakt. § 2. De schuldeiser wordt in het bezit van het schip gesteld bij beschikking, op verzoekschrift overeenkomstig artikel 1025 en volgende van het Gerechtelijk Wetboek verleend door de ondernemingsrechtbank die rechtsmacht heeft over het arrondissement waarin de thuishaven van het schip is gelegen De inbezitstelling wordt steeds, binnen een termijn van tien dagen, voorafgegaan door een bevel tot betaling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit bevel bevat : 1° de opgave van de titel krachtens welke het gedaan wordt en een volledig afschrift van die titel, tenzij de betekening ervan aan de schuldeiser reeds is gedaan in de loop van de drie jaar die aan de beschikking voorafgaan of wanneer het een authentieke of een onderhandse akte betreft waarbij een scheepshypotheek wordt gevestigd;2° de opgave van dag, maand en jaar;3° de naam, het beroep en de woonplaats van de vervolgende partij;4° de keuze van woonplaats in België, waaraan elke betekening, zelfs van een aanbod van gerede betaling, vervolgens geldig wordt gedaan;5° de naam en de woonplaats van de gerechtsdeurwaarder en de opgave van het adres van zijn kantoor;6° de naam en de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, de verblijfplaats van de schuldenaar;7° de opgave van het verschuldigd bedrag en de vermelding dat, bij gebreke van betaling, zal worden overgegaan tot de inbezitstelling van het schip, waarvan tevens de naam, de soort, de tonnenmaat en de aard van zijn beweegkracht wordt opgegeven;8° de vermelding van de persoon aan wie afschrift van het exploot wordt afgegeven. Over het verzoekschrift kan eerst uitspraak worden gedaan vijftien dagen na de betekening ervan aan de eigenaar, met aanmaning om zijn bezwaren, zo er bestaan, binnen die tijd aan de rechtbank mede te delen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beschikking is slechts voor tenuitvoerlegging vatbaar nadat zij aan de eigenaar is betekend. § 3. Tegen de beschikking bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, kan voor de ondernemingsrechtbank verzet worden gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzet wordt aan de vervolgende partij betekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegen het op dat verzet gewezen vonnis kan binnen vijftien dagen na de betekening beroep worden ingesteld. § 4. De beschikking bedoeld in paragraaf 2, eerste lid en het vonnis bedoeld in paragraaf 3, derde lid, zijn uitvoerbaar niettegenstaande verzet.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank kan de uitvoering van het vonnis afhankelijk maken van de stelling van een zekerheid die hij bepaalt en waarvan hij, zo daartoe grond bestaat, de modaliteiten vaststelt. § 5. Heeft de eigenaar zijn woonplaats niet binnen België, of heeft hij er zijn woonplaats niet gekozen, dan worden de andere dan de in paragraaf 2 vermelde betekeningen gedaan aan de griffie van de ondernemingsrechtbank.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in dit artikel gestelde termijnen worden niet verlengd naargelang van de afstanden. § 6. De uitoefening door de schuldeiser van de door de vorige paragrafen toegekende rechten wordt niet geschorst door het overlijden of het faillissement van de schuldenaar of van de scheepshypotheekgever of door een hem betreffende gerechtelijke reorganisatie. § 7. De beschikking, het vonnis of het arrest wordt betekend aan al de ingeschreven schuldeisers, ter woonplaats door hen in de inschrijving gekozen, alsmede tweemaal en met een tussentijd van ten minste acht dagen bij uittreksel bekendgemaakt : 1° in het Belgisch Staatsblad;2° op de website van het Belgisch Scheepsregister;3° op de desgevallend bijkomend door de Koning voorgeschreven elektronische wijze. § 8. Het beschikkend gedeelte van de beschikking, het vonnis of het arrest wordt betekend aan de gekende gezagvoerder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bevindt het schip zich in een vreemd land, dan mag van dat beschikkend gedeelte aan de gezagvoerder kennis worden gegeven via het MIK. § 9. De schuldeiser die in het bezit van het schip is gesteld moet de door de kapitein als vertegenwoordiger van de scheepseigenaar of de reder zonder bedrog aangegane verbintenissen eerbiedigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij is aansprakelijk voor zijn beheer. § 10. Gedurende een jaar te rekenen van de aan de ingeschreven schuldeisers gedane betekening of van de laatste bekendmaking, mogen de schuldenaar, de eigenaar en elke ingeschreven of van een uitvoerbare titel voorziene schuldeiser de in bezit van het schip gestelde schuldeiser verzoeken tot de verkoop van het schip over te gaan op de wijze voorgeschreven bij de artikelen 2.2.6.38, 2.2.6.39 en 2.2.6.40.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op aanvraag van elke belanghebbende, de schuldenaar, de eigenaar, de ingeschreven schuldeisers en, in voorkomend geval, de van een uitvoerbare titel voorziene schuldeisers, die de verkoop hebben gevorderd, behoorlijk opgeroepen, kan de beslagrechter evenwel gelasten dat, zelfs in het buitenland, tot de verkoop zal worden overgegaan door een scheepsmakelaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval bepaalt hij de voorwaarden waaronder de verkoop zal geschieden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22544\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.44</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Zuivering na vrijwillige vervreemding § 1. De scheepshypotheek gaat teniet door vrijwillige vervreemding van het schip, het schip in aanbouw of het schip in verbouwing, mits de nieuwe eigenaar, binnen zes maanden na de inschrijving van zijn titel of, in geval van vervolging in de loop van die zes maanden, binnen vijftien dagen na de betekening van het bevel dat aan de beslaglegging voorafgaat, aan alle ingeschreven schuldeisers, aan de door hen bij de inschrijving gekozen woonplaats, betekent : 1° een uittreksel uit zijn titel bevattende de dagtekening en de aard van de akten, de aanwijzing van de partijen, de naam, de soort en de tonnenmaat van het schip, de prijs en de lasten die van de prijs deel uitmaken, dan wel de waardering van de zaak, indien deze geschonken is of overgedragen anders dan door verkoop;2° de opgave van de datum van inschrijving van zijn titel;3° een tabel in drie kolommen, waarvan de eerste de dagtekening van de inschrijvingen bevat, de tweede de naam van de schuldeisers en de derde het bedrag van de ingeschreven schuldvorderingen Ingeval de titel van de nieuwe eigenaar naast een met hypotheek bezwaard schip andere onroerende of roerende goederen, desgevallend schepen omvat, dan zal, indien daartoe reden bestaat, de prijs van ieder schip waarop bijzondere en afzonderlijke inschrijvingen zijn genomen, in de kennisgeving worden opgegeven bij vergelijkende waardering naar evenredigheid van de totale in de titel vermelde prijs. § 2. De nieuwe eigenaar verklaart in de akte van kennisgeving dat hij de hypothecaire schulden en lasten zal voldoen ten belope van de prijs of van de opgegeven waarde, zonder enige aftrek ten voordele van de verkoper of van wie ook.</p>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens afwijkend beding in de titels van schuldvordering, heeft hij het genot van elke tijdsbepaling en van elk uitstel van betaling, aan de oorspronkelijke schuldenaar verleend, en hij neemt de termijnen in acht die tegen de laatstgenoemde zijn bedongen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De niet vervallen schuldvorderingen die slechts voor een gedeelte batig zijn gerangschikt, zijn onmiddellijk opeisbaar, ten belope van dit gedeelte ten aanzien van de nieuwe eigenaar, en voor het geheel ten aanzien van de schuldenaar. § 3. Indien een van de ingeschreven schuldeisers een rechtsvordering tot ontbinding bezit en ze wil instellen, moet hij zulks op straffe van verval verklaren ter griffie van de rechtbank voor welke de rangregeling moet worden vervolgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verklaring moet binnen vijftien dagen na de kennisgeving worden gedaan en binnen tien dagen worden gevolgd door het instellen van de eis tot ontbinding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Te rekenen van de dag waarop de schuldeiser verklaart dat hij de rechtsvordering tot ontbinding wil instellen, is de zuivering geschorst; zij kan pas worden hervat nadat de schuldeiser afstand heeft gedaan van de rechtsvordering tot ontbinding, of nadat deze vordering is afgewezen. § 4. Binnen vijftien dagen na de kennisgeving, gedaan op verzoek van de nieuwe eigenaar, kan iedere ingeschreven schuldeiser vorderen dat het schip in openbare veiling verkocht wordt, op voorwaarde : 1° dat deze vordering door een gerechtsdeurwaarder aan de nieuwe eigenaar wordt betekend, uiterlijk binnen veertig dagen na de kennisgeving gedaan ten verzoeke van de laatstgenoemde;2° dat zij een bod bevat waarbij de verzoeker of een door hem aangewezen persoon de prijs verhoogt met vijf procent boven de prijs die in de overeenkomst was bedongen of door de nieuwe eigenaar was opgegeven;dit bod slaat op de hoofdprijs en de lasten, zonder enige aftrek ten nadele van de ingeschreven schuldeisers; de kosten van de eerste overeenkomst moeten niet in aanmerking worden genomen; 3° dat dezelfde betekening binnen dezelfde termijn gedaan wordt aan de vorige eigenaar en aan de hoofdschuldenaar;4° dat het origineel en de afschriften van deze exploten worden ondertekend door de verzoekende schuldeiser of door zijn gemachtigde, voorzien van een uitdrukkelijke volmacht, die in dit geval verplicht is afschrift van zijn volmacht te geven;zij moeten in voorkomend geval ook ondertekend worden door de opbieder; 5° dat de verzoeker aanbiedt persoonlijke of hypothecaire borg te stellen ten belope van vijfentwintig procent van de prijs en van de lasten, ofwel, wanneer hij een gelijk bedrag in consignatie gegeven heeft, dat hij afschrift betekent van het bewijs van consignatie;6° dat de betekening dagvaarding inhoudt om met het oog op de aanneming van die borg binnen drie dagen te verschijnen voor de rechter van de plaats waar het schip ligt en, wanneer het in de vaart is, vóór de rechter van de thuishaven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opbieder kan in geen geval worden verplicht om in zijn hoger bod andere goederen te begrijpen dan het schip dat voor zijn schuldvordering met hypotheek bezwaard is. Behoudens het verhaal van de nieuwe eigenaar op zijn rechtsvoorgangers, tot vergoeding van de schade die hij ingevolge de verdeling van door hem verkregen goederen of door de splitsing van bedrijven mocht lijden. § 5. In de rechtspleging tot aanneming van de borg wordt geen vonnis tot voeging gewezen en worden de niet-verschenen partijen niet opnieuw gedagvaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt de borg verworpen, dan wordt het opbod van onwaarde verklaard en blijft de koper verbonden, ten ware andere schuldeisers een opbod hadden gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wordt de borg aangenomen, dan wijst het vonnis de ministeriële ambtenaar aan die belast is met de verkoop, en bepaalt het de dag waarop deze zal geschieden. Daartoe wordt overgegaan volgens de eerste voorwaarden of volgens een nieuw lastenkohier, in gemeen overleg opgemaakt door de opbieder en de belanghebbende partijen. § 6. Wanneer overeenkomstig de voorgaande paragrafen een hoger bod is betekend, heeft iedere ingeschreven schuldeiser het recht zich in de plaats van de vervolgende partij te doen stellen, overeenkomstig artikel 1609 van het Gerechtelijk Wetboek, ingeval de opbieder of de nieuwe eigenaar geen gevolg aan de rechtspleging geeft binnen een maand nadat het hoger bod is gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De artikelen 1610 en 1611 van het voornoemde wetboek zijn mede op het hoger bod van toepassing. § 7. Ten minste tien dagen vóór de toewijzing wordt een aankondiging van de herveiling bekendgemaakt : 1° in het Belgisch Staatsblad;2° op de website van het Belgisch Scheepsregister;3° op de desgevallend bijkomend door de Koning voorgeschreven elektronische wijze. De in het vorige lid bedoelde aankondiging vermeldt : 1° de datum en de aard van de akte van vervreemding waarop het hoger bod is gedaan, en, in voorkomend geval, de naam van de notaris voor wie ze werd verleden;2° de in de akte vermelde prijs of de waardering;3° het bedrag van het hoger bod;4° de namen, het beroep, de woonplaats van de vorige eigenaar en van de opbieder;5° de naam van het schip alsmede de aard van de voortstuwing ervan en in voorkomend geval het vermogen van de voortstuwingsmiddelen, de materialen van de romp, het bouwjaar, de afmetingen en de tonnenmaat;6° de ligplaats;7° de dag, het uur en de plaats van de toewijzing. Een aankondiging met dezelfde gegevens kan worden aangeplakt op de meest in het oog vallende of andere geschikte plaatsen aan boord of aan wal. § 8. De door de paragrafen 4 en 7 voorgeschreven formaliteiten moeten in acht worden genomen op straffe van nietigheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op straffe van verval moeten de middelen van nietigheid worden voorgedragen overeenkomstig artikel 1331, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1331, vijfde lid, is van toepassing. § 9. De opbieder wordt, zelfs in geval van indeplaatsstelling bij de vervolging, koper verklaard, indien zich geen andere bieder aanmeldt op de dag voor de toewijzing bepaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 2.2.6.46 van dit wetboek en de artikelen 1585, 1586, 1589, 1590, 1591 en 1595 van het Gerechtelijk Wetboek zijn op het hoger bod van toepassing. § 10. Diegene aan wie het schip wordt toegewezen, is gehouden de toewijzingsprijs te voldoen en bovendien de verkrijger of de begiftigde die het bezit verloren heeft, te vergoeden voor de wettig gemaakte kosten van zijn overeenkomst, voor die van de inschrijving in het betrokken scheepsregister, voor die van de kennisgeving en voor die welke door hem zijn gemaakt om de herverkoop te bekomen. § 11. De schuldeiser die de veiling heeft gevorderd en van zijn vordering afstand doet, kan, zelfs indien hij het bedrag van het bod betaalt, de openbare veiling niet beletten, tenzij al de overige hypothecaire schuldeisers daarin uitdrukkelijk toestemmen, of tenzij dezen, na door een deurwaarder te zijn aangemaand om binnen vijftien dagen de veiling te vervolgen, aan die aanmaning geen gevolg geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit geval behoort het bedrag van het bod aan de schuldeisers, volgens de rang van hun schuldvorderingen. § 12. Indien het schip na herveiling wordt toegewezen aan de in paragraaf 1 bedoelde nieuwe eigenaar, kan deze het bedrag dat de bij zijn titel bedongen prijs te boven gaat, en de interest van dat bedrag te rekenen van de dag van elke betaling, op de verkoper verhalen als naar recht. § 13. Onder voorbehoud van artikel 2.2.6.46 is toewijzing ten gevolge van een hoger bod bij vrijwillige vervreemding niet vatbaar voor enig ander hoger bod.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eisen tot nietigverklaring moeten, op straffe van verval, worden ingesteld binnen vijftien dagen na de verkoop. § 14. Indien de schuldeisers geen veiling hebben gevorderd overeenkomstig paragraaf 4, blijft de waarde van het schip onherroepelijk bepaald op de prijs die in de overeenkomst was bedongen of door de nieuwe eigenaar was opgegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inschrijvingen die niet in batige rang komen ten opzichte van de prijs, worden doorgehaald voor het gedeelte dat de prijs te boven gaat, ingevolge de minnelijke of gerechtelijke rangregeling, opgemaakt overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek. Artikel 2.2.5.51 is op die inschrijvingen van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nieuwe eigenaar bevrijdt zich van de scheepsvoorrechten en scheepshypotheken, hetzij door aan de batig gerangschikte schuldeisers het bedrag te betalen van de opeisbare schuldvorderingen of van de schuldvorderingen die hij vrij is te voldoen, hetzij door de prijs ten belope van de schuldvorderingen in consignatie te geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De nieuwe eigenaar blijft onderworpen aan de batig gerangschikte scheepsvoorrechten en scheepshypotheken, voor de niet opeisbare schuldvorderingen waarvan geen bevrijding is ingetreden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22545\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.45</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Erkenning van vreemde hypotheken en gelijkgestelde rechten Naar vreemd recht gevestigde hypotheken, scheepsverbanden en inschrijfbare of anderszins registreerbare lasten van dezelfde aard op schepen worden erkend en zijn uitvoerbaar op voorwaarde dat : 1° dergelijke hypotheken, scheepsverbanden en lasten werden gevestigd en openbaar gemaakt in overeenstemming met het recht van het land waarin het schip geregistreerd of teboekgesteld is;2° het register en alle in overeenstemming met het onder 1° bedoelde recht verplicht neer te leggen stukken door het publiek kunnen worden geraadpleegd, en dat uittreksels uit het register en afschriften van de stukken kunnen worden verkregen;3° hetzij het register, hetzij de stukken bedoeld onder 2°, ten minste vermelden : a) de naam en het adres van de persoon ten gunste van wie de hypotheek, het scheepsverband of de andere last werd gevestigd dan wel de vestiging ervan aan drager;b) het maximaal gewaarborgde bedrag, indien zulks wordt voorgeschreven door het recht bedoeld onder 1° of indien dit bedrag is vermeld in het stuk waardoor de hypotheek, het scheepsverband of de andere last werd gevestigd;c) de datum en de andere gegevens die, overeenkomstig het recht bedoeld onder 1°, de rang bepalen ten opzichte van andere hypotheken, scheepsverbanden en lasten. Onderafdeling 2. - Openbaarheid Art. 2.2.5.46. Tijdstip van inschrijving De scheepshypotheek kan worden ingeschreven zolang zij bestaat Zij kan echter niet meer worden ingeschreven : 1° bij overlijden van de schuldenaar, later dan drie maanden na het openvallen van de erfenis;2° na inschrijving van de akte van vervreemding;3° na faillissement van de schuldenaar;4° na doorhaling van de registratie of de teboekstelling. Het gevolg van de inschrijvingen genomen vóór de opening van een faillissement wordt geregeld door de bijzondere wetten op het faillissement.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22547\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.47</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vermeldingen bij de inschrijving Behalve hetgeen in artikel 2.2.1.19 is voorgeschreven, vermeldt het Belgisch Scheepsregister, in voorkomend geval : 1° de voet en de vervaldag van de interest, alsook de termijn van terugbetaling van de hoofdsom;2° de voorwaarden waaraan de schuldvordering is onderworpen;3° het beding van inbezitstelling van het schip;4° de keuze van woonplaats. Art. 2.2.5.48. Geldigheidsduur van de inschrijving De inschrijving van de scheepshypotheek houdt op van kracht te zijn indien zij niet is hernieuwd voor het verloop van vijftien jaar te rekenen van de dag waarop zij is geschied De inschrijving wordt hernieuwd na indiening bij het Belgisch Scheepsregister van twee door de schuldeiser ondertekende borderellen waarin de te hernieuwen inschrijving nauwkeurig wordt aangewezen; anders geldt zij enkel als eerste inschrijving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een hernieuwing van de inschrijving na het verstrijken van de in het eerste lid bepaalde termijn geldt eveneens als eerste inschrijving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22549\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.49</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overdracht van scheepshypotheekrechten Wanneer een scheepshypotheekrecht wordt overgedragen bij een onderhandse akte, moet de titel van scheepshypotheekvestiging, voorzien van de vermelding van de inschrijving, aan het Belgisch Scheepsregister worden voorgelegd. Het Belgisch Scheepsregister maakt op de onderhandse akte melding van de overdracht Hetzelfde geldt voor overdracht bij een authentieke akte, verleden krachtens een onderhandse lastgeving of in het buitenland opgemaakt in de vorm bij de buitenlandse wet voorgeschreven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22550\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.50</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Doorhaling en vermindering van de inschrijvingen De inschrijvingen worden doorgehaald of verminderd krachtens een akte waarbij de begunstigde van de hypotheek opheffing verleent en toestemt in de doorhaling of vermindering, krachtens een vonnis dat in laatste aanleg is gewezen of in kracht van gewijsde is gegaan, of krachtens een vonnis dat uitvoerbaar is verklaard niettegenstaande verzet De doorhaling of de vermindering door het Belgisch Scheepsregister gebeurt op overlegging, hetzij van een expeditie van de authentieke akte van opheffing, hetzij van de akte in brevet en van een ondertekend afschrift, hetzij van twee originelen van de onderhandse akte, hetzij van een door de griffier afgeleverd afschrift van het vonnis, naargelang het geval.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een woordelijk uittreksel uit de authentieke akte is voldoende, wanneer de notaris daarin verklaart dat de akte geen voorwaarde of voorbehoud bevat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is de akte van opheffing onderhands, dan wordt alleen tot gehele of gedeeltelijke doorhaling overgegaan op voorlegging van de akte van hypotheekvestiging, die is voorzien van de vermelding van de inschrijving. Het Belgisch Scheepsregister maakt er melding op van de gehele of gedeeltelijke doorhaling van de inschrijving.</p>\n<p class=\"lf-p\">De akte van hypotheekvestiging moet eveneens worden voorgelegd wanneer het een authentieke akte van opheffing betreft, die werd verleden krachtens een onderhandse lastgeving of die in het buitenland werd opgemaakt in de door de toepasselijke vreemde wet voorgeschreven vorm.</p>\n<p class=\"lf-p\">De akte van opheffing of het vonnis wordt ingeschreven in het betrokken scheepsregister.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22551\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.51</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ambtshalve doorhaling na gedwongen verkoop In geval van gedwongen verkoop van een schip, kunnen alle bezwarende inschrijvingen betreffende het schip ambtshalve door het Belgisch Scheepsregister worden doorgehaald op voorlegging van een getuigschrift van de Belgische gerechtsdeurwaarder die tot de gedwongen verkoop van het schip is overgegaan In dit getuigschrift bevestigt de gerechtsdeurwaarder dat het schip gedwongen werd verkocht voor vrij en onbelast en dat de koper de prijs heeft betaald aan de schuldeisers of, bij gebreke van dergelijke betaling, dat hij een betaling heeft verricht die hem bevrijdt voor het geheel van de sommen waartoe hij gehouden is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het getuigschrift wordt ingeschreven in het betrokken scheepsregister.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is het schip niet in België geregistreerd of teboekgesteld, dan beperkt het Belgisch Scheepsregister zich tot de neerlegging van het getuigschrift in het register van neerlegging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22552\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.52</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Rechterlijke bevoegdheid inzake eisen tot doorhaling of vermindering Behoudens afwijkend beding, wordt de eis tot doorhaling of vermindering van de inschrijving van een scheepshypotheek, als hoofdvordering ingesteld, gebracht voor de ondernemingsrechtbank van het arrondissement waar het schip zijn thuishaven heeft Bij ontstentenis van een thuishaven is de rechtbank te Antwerpen bevoegd voor zeeschepen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22553\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.53</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Rechtsvorderingen tegen de schuldeisers De rechtsvorderingen tegen de schuldeisers, waartoe de inschrijvingen aanleiding kunnen geven, worden ingesteld door dagvaarding aan hun persoon, of aan de laatste in het scheepsregister vermelde gekozen woonplaats, en zulks niettegenstaande het overlijden, hetzij van de schuldeisers, hetzij van hen bij wie zij woonplaats hebben gekozen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22554\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.5.54</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Doorhaling op bevel van de rechtbank De rechtbank beveelt de doorhaling wanneer de inschrijving gedaan is zonder gegrond te zijn op de wet of op een titel, of wanneer zij geschied is krachtens een titel die hetzij onregelmatig, hetzij vervallen of gekweten was, of wanneer de scheepshypotheek op wettelijke wijze is tenietgegaan. HOOFDSTUK 6. - Scheepsbeslag Afdeling 1. - Bewarend scheepsbeslag Onderafdeling 1. - Bewarend beslag op zeeschepen Art. 2.2.6.1. Begrippen In deze onderafdeling wordt verstaan onder : 1° \"zeevordering\" : een aanspraak gemaakt op grond van één van de volgende oorzaken : a) schade door een schip veroorzaakt door aanvaring of anderszins;b) verlies van mensenlevens of lichamelijk letsel, veroorzaakt door een schip of in verband met de exploitatie van een schip;c) berging;d) overeenkomsten betreffende het gebruik of de huur van een schip onder een charterpartij of anderszins;e) overeenkomsten betreffende goederenvervoer per schip onder een charterpartij, een cognossement of anderszins;f) verlies van of schade aan per schip vervoerde goederen en reisgoed;g) averij-grosse;h) bodemerij;i) sleepdiensten;j) loodsdiensten;k) leveringen, waar ook, van goederen of materiaal aan een schip voor het beheer of het onderhoud ervan;l) bouw, herstelling of uitrusting van een schip of dokkosten;m) lonen van kapiteins, officieren of bemanningsleden;n) uitgaven van de kapitein en van afzenders, bevrachters of agenten, verricht voor rekening van het schip of de eigenaar ervan;o) geschillen over de eigendom van een schip;p) geschillen tussen scheepsmede-eigenaars over de eigendom, het bezit, de exploitatie of de exploitatie-opbrengsten van een schip;q) scheepshypotheek en scheepsverband;2° \"persoon\" : iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon, iedere personen- of kapitaalsvennootschap, alsmede de Staten en de openbare besturen en instellingen;3° \"eiser\" : een persoon die te zijnen gunste het bestaan van een zeevordering aanvoert.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2262\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Internationale en materiële toepassing § 1. Deze onderafdeling is van toepassing op het bewarend beslag op een Belgisch zeeschip, door een persoon die zijn woonplaats of hoofdzetel in België heeft. § 2. Op het bewarend beslag bedoeld in artikel 2.2.6.3, § 1 zijn de volgende bepalingen van deze afdeling mede van toepassing : 1° artikel 2.2.6.2, § 4; 2° artikel 2.2.6.3, § 2 tot 5; 3° artikel 2.2.6.6; 4° artikel 2.2.6.7; 5° artikel 2.2.6.8; 6° artikel 2.2.6.9; 7° artikel 2.2.6.10; 8° artikel 2.2.6.11; 9° artikel 2.2.6.12; 10° artikel 2.2.6.13; 11° artikel 2.2.6.14; 12° artikel 2.2.6.15; 13° artikel 2.2.6.16; 14° artikel 2.2.6.17; 15° artikel 2.2.6.18; 16° artikel 2.2.6.19; 17° artikel 2.2.6.21, § 1, tweede en derde lid. § 3 In het bijzonder is de Belgische wet van toepassing op de procedureregels betreffende het scheepsbeslag, het verkrijgen van de in artikel 2.2.6.4 bedoelde machtiging en alle andere incidenten die zich naar aanleiding van een beslag kunnen voordoen. § 4. Deze afdeling is niet van toepassing op het uitvoerend beslag op een zeeschip.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2263\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Andere regelgeving § 1. De rechtstreeks werkende bepalingen van het Scheepsbeslagverdrag 1952 zijn van toepassing op voorvallen die vallen binnen het in artikel 8(1) of 8(2) van dat verdrag omschreven toepassingsgebied. § 2. De artikelen 1413, 1414 en 1415 van het Gerechtelijk Wetboek zijn niet van toepassing op het door het Scheepsbeslagverdrag 1952 of deze onderafdeling geregelde beslag van toepassing. § 3. De artikelen 516 en 633 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op de territoriale bevoegdheid van de gerechtsdeurwaarder respectievelijk beslagrechter ter zake van het in deze afdeling geregelde beslag. § 4. Deze onderafdeling geldt onverminderd artikel 28 van het VN-Zeerechtverdrag. § 5. Deze onderafdeling geldt onverminderd artikel 507 het het Strafwetboek. § 6. Deze afdeling geldt onverminderd de rechten en bevoegdheden van de overheden om een schip in beslag te nemen, aan te houden of anderszins te beletten zee te kiezen, welke worden geregeld door publiekrechtelijke bepalingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2264\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Grondvereisten Op een zeeschip kan uitsluitend bewarend beslag worden gelegd met machtiging van de rechter en ter verzekering van een zeevordering, of verzekering van een andere vordering vastgesteld door de wet</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2265\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor beslag vatbare schepen § 1. Onverminderd paragraaf 4 mag het beslag worden gelegd hetzij op het schip waarop de zeevordering betrekking heeft, hetzij op enig ander schip dat toebehoort aan degene die op het tijdstip van het ontstaan van de zeevordering eigenaar was van het schip waarop deze zeevordering betrekking heeft, zelfs wanneer het beslagen schip gereed is om uit te varen; ter zake van een zeevordering bedoeld onder o), p), q) van artikel 2.2.6.1, 1° mag evenwel op geen ander schip beslag worden gelegd dan op dat, waarop de vordering betrekking heeft. § 2. Schepen worden geacht dezelfde eigenaar te hebben wanneer alle scheepsaandelen toebehoren aan dezelfde persoon of personen. § 3 Voor dezelfde vordering kan door dezelfde eiser slechts eenmaal beslag op een schip worden gelegd, en slechts eenmaal een borgtocht of andere zekerheid worden gesteld; indien op een schip beslag is gelegd of een borgtocht of een zekerheid is gesteld, hetzij om opheffing van het beslag te verkrijgen, hetzij om beslaglegging te voorkomen, zal een volgend beslag op het schip of op ieder ander schip van dezelfde eigenaar door dezelfde schuldeiser voor dezelfde zeevordering worden opgeheven, en zal het schip door de rechter worden vrijgegeven, tenzij de eiser ten genoegen van de rechtbank bewijst dat de borgtocht of de zekerheid onherroepelijk was opgeheven voordat het volgend beslag is gelegd of dat er een andere geldige reden is om het beslag te handhaven. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer, in geval van een bevrachting van een schip met overgave van rederschap, alleen de bevrachter ter zake van een op dat schip betrekking hebbende zeevordering aansprakelijk is, kan de eiser, met inachtneming van deze afdeling, beslag leggen op dat schip of op ieder ander schip dat aan de bevrachter toebehoort, maar ter zake van die zeevordering mag geen beslag worden gelegd op enig ander schip dat toebehoort aan de eigenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vorige lid is eveneens van toepassing op alle gevallen, waarin een ander persoon dan de eigenaar voor een zeevordering aansprakelijk is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2266\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Tegenborgstelling Het beslag wordt als niet bestaande beschouwd indien de beslaglegger binnen de bepaalde termijn niet de zekerheden stelt die de rechter voor het verlenen van de machtiging tot het leggen van bewarend beslag kan eisen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2267\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beslagexploot Het beslagexploot bevat, behalve de vermeldingen voorgeschreven in artikel 1389 van het Gerechtelijk Wetboek : 1° een afschrift van de uitspraak op grond waarvan beslag wordt gelegd;2° een beknopte beschrijving van het in beslag genomen schip;3° het uur van de betekening. De Koning kan nader bepalen welke gegevens in verband met de beschrijving van het schip in het exploot moeten worden vermeld</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2268\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Betekening en aanzegging § 1. Een afschrift van het beslagexploot wordt terstond aan boord van het schip betekend aan de gezagvoerder of, bij diens afwezigheid, aan de hoogst in rang aan boord aanwezige officier. Zo de betekening niet op die wijze kan geschieden, bestaat de betekening in de terhandstelling van het afschrift aan de Procureur des Konings in wiens rechtsgebied het schip zich bevindt De betekening geldt als verbod tot afvaart van het schip. Een schip waarop beslag is gelegd kan evenwel binnen dezelfde haven of waterweg worden verplaatst op bevel van de bevoegde haven- of waterwegbesturen of hun bevoegde personeelsleden. Dit bevel moet worden bezorgd aan de rechter die de machtiging bedoeld in artikel 2.2.6.4 heeft gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beslagexploot kan worden aangeplakt op de meest in het oog vallende of andere geschikte plaatsen aan boord of aan wal. § 2. De vorige paragraaf verhindert niet dat het beslagexploot bovendien wordt betekend aan de scheepseigenaar, de reder, de scheepsgebruiker, de bewaker bedoeld in artikel 2.2.6.10, de scheepsagent of de schuldenaar. § 3. Het beslag wordt aangezegd : 1° naar keuze van de beslaglegger, aan de Scheepvaartpolitie of de Scheepvaartcontrole;2° aan de bevoegde haven- of waterwegbesturen of hun bevoegde personeelsleden. De in het vorige lid bedoelde aanzegging vermeldt dat zij geldt als aanmaning de afvaart van het in beslag genomen schip te beletten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2269\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Scheepsdocumenten Onverminderd artikel 2.2.4.8, slaat de machtiging tot inbeslagneming van rechtswege op de scheepsdocumenten zonder welke het schip niet mag afvaren De in eerste lid bedoelde documenten worden door de gerechtsdeurwaarder bewaard tot de opheffing van het bewarend beslag of de tenuitvoerlegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Koning kan een lijst van de in het eerste lid bedoelde scheepsdocumenten vaststellen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22610\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.10</span><span class=\"lf-art-t\">Bewaking De gerechtsdeurwaarder kan in elke stand van het geding een bewaker van het in beslag genomen schip aanstellen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22611\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.11</span><span class=\"lf-art-t\">Inschrijving Het beslagexploot wordt binnen vijftien dagen ingeschreven in een door het Belgisch Scheepsregister gehouden scheepsregister</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De inschrijving gebeurt op overlegging aan het Belgisch Scheepsregister van het beslagexploot en van een door de gerechtsdeurwaarder ondertekend afschrift van dit exploot.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is het schip waarop beslag werd gelegd niet in België geregistreerd of teboekgesteld, dan beperkt het Belgisch Scheepsregister zich tot de neerlegging van het exploot in het register van neerlegging. Het Belgisch Scheepsregister gaat alsnog tot de inschrijving van het beslag over zodra het schip is geregistreerd of teboekgesteld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22612\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Nieuw beslag op hetzelfde schip Een reeds ter inschrijving aangeboden of ingeschreven bewarend beslag verhindert niet dat een nieuw beslag op hetzelfde schip wordt toegestaan Dit nieuwe beslag wordt ingeschreven overeenkomstig artikel 2.2.6.11.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22613\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Geldigheidsduur § 1. Buiten het geval van schorsing bedoeld in paragraaf 2, geldt het beslag gedurende drie jaar te rekenen van de datum van de beschikking waarbij de machtiging tot beslag bedoeld in artikel 2.2.6.4 is verleend Bij het verstrijken van deze termijn : 1° houdt het beslag van rechtswege op gevolg te hebben;2° wordt van het beslag op een in België geregistreerd of teboekgesteld schip geen melding meer gemaakt in de getuigschriften die het Belgisch Scheepsregister verstrekt, tenzij de inschrijving is hernieuwd. § 2. De vordering over de zaak zelf schorst de in paragraaf 1 bepaalde termijn tot de dag waarop de eindbeslissing gewezen is op de vordering over de zaak zelf van de rechter niet meer vatbaar is voor gewone rechtsmiddelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze schorsing heeft evenwel slechts plaats wanneer de vordering over de zaak zelf, voor het verstrijken van de geldigheidstermijn van het beslag, door het Belgisch Scheepsregister in het betrokken register ingeschreven is. Deze schorsing loopt ten einde bij het verloop van drie jaar te rekenen van de inschrijving van de vordering, tenzij, vóór het verstrijken van die termijn, de inschrijving hernieuwd is voor een nieuwe termijn van drie jaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hernieuwing geschiedt op voorlegging aan het Belgisch Scheepsregister van een verzoekschrift in twee exemplaren, houdende nauwkeurige aanduiding van de te hernieuwen inschrijving en van de oorzaak van de schorsing van de geldigheidsduur van het beslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke eindbeslissing die niet meer vatbaar is voor de gewone rechtsmiddelen en gewezen is op de vordering over de zaak zelf, wordt op verzoek van de meest gerede partij ingeschreven na de inschrijving van de vordering.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22614\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.14</span><span class=\"lf-art-t\">Verzoek tot hernieuwing De schuldeiser die bewijst dat er gegronde redenen zijn om het beslag te handhaven, kan gemachtigd worden om het te hernieuwen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De hernieuwing wordt gevraagd bij een met redenen omkleed verzoekschrift dat wordt ondertekend door een advocaat of gerechtsdeurwaarder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoekschrift wordt, op straffe van verval, ten minste vijftien dagen vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van het beslag, door een advocaat of gerechtsdeurwaarder ingediend bij de rechter die het beslag heeft toegestaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op dit verzoekschrift wordt beschikt binnen de in artikel 1418 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalde termijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beschikking die hernieuwing weigert, is niet vatbaar voor hoger beroep.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22615\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.15</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beschikking tot hernieuwing De beschikking waarbij de hernieuwing van het bewarend beslag wordt toegestaan, bevat de nauwkeurige opgave van het te hernieuwen bewarend beslag De rechter die de hernieuwing toestaat, bepaalt de duur ervan. De termijn gaat in op de dag waarop de inschrijving in het scheepsregister hernieuwd wordt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22616\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.16</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Betekening en aanzegging van de beschikking tot hernieuwing De beschikking waarbij de hernieuwing van het beslag wordt toegestaan, wordt betekend en aangezegd overeenkomstig artikel 2.2.6.8 Zij wordt als niet bestaande beschouwd, indien de hernieuwing van de inschrijving niet gedaan is vóór het verstrijken van de geldigheidsduur van het bestaande beslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hernieuwing van de inschrijving gebeurt op overlegging aan het Belgisch Scheepsregister van een verzoekschrift in twee exemplaren, dat de te hernieuwen inschrijving nauwkeurig bepaalt en waarbij een door de gerechtsdeurwaarder ondertekend afschrift van het exploot van betekening en van de beschikking wordt gevoegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22617\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.17</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Inschrijving van vervreemdings- of hypotheekakten Een in een scheepsregister ingeschreven of behoorlijk ter inschrijving aangeboden beslag verhindert niet dat vervreemdings- of hypotheekakten later worden ingeschreven, ongeacht hun datum; die akten kunnen echter tegen de beslagleggende schuldeisers niet worden ingeroepen, zolang de inschrijving van het beslagexploot niet vervallen is</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22618\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vervreemding na inschrijving De vervreemding die plaats heeft nadat het scheepsbeslag is ingeschreven in een scheepsregister, of behoorlijk ter inschrijving is aangeboden, kan worden uitgevoerd indien de verkrijger, vóór de dag bepaald voor de toewijzing, het vereiste geld in consignatie heeft gegeven tot betaling van kapitaal en toebehoren van de opeisbare bedragen verschuldigd aan de hypothecaire schuldeisers die ingeschreven zijn, de bevoorrechte schuldeisers die verzet doen en de schuldeisers van wie het beslag is ingeschreven Onverminderd van de artikelen 2.2.5.19 en 2.2.5.44, § 1, mogen alle belanghebbenden evenwel overeenkomen dat het in consignatie te geven bedrag gelijk zal zijn aan de prijs die voor de verkrijging betaald is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In onderlinge overeenstemming tussen alle partijen kunnen de in het eerste en tweede lid bedoelde bedragen in bewaring worden gegeven bij een door hen gekozen financiële instelling. Indien partijen het niet over de te kiezen financiële instelling eens raken wordt het bedrag in bewaring gegeven bij de Deposito- en Consignatiekas.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de aldus gestorte gelden geleend zijn, hebben de uitleners slechts hypotheek na de hypothecaire schuldeisers die ingeschreven zijn, de bevoorrechte schuldeisers die verzet doen en de schuldeisers van wie het beslag is ingeschreven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22619\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.19</span><span class=\"lf-art-t\">Doorhaling § 1. De inschrijvingen betreffende het bewarend beslag worden doorgehaald overeenkomstig artikel 2.2.5.50</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De inschrijvingen kunnen ook worden doorgehaald ingevolge een exploot van opheffing betekend aan het Belgisch Scheepsregister door de gerechtsdeurwaarder die het beslag heeft gelegd. Daarbij handelt die gerechtsdeurwaarder op verzoek van de beslaglegger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beslagexploot of het in artikel 2.2.6.14 bedoelde verzoekschrift tot hernieuwing, voorzien van de melding van de inschrijving, wordt in ieder geval aan het Belgisch Scheepsregister bezorgd. § 2. De eis tot doorhaling of vermindering van de inschrijving van het beslag, als hoofdvordering ingesteld, wordt gebracht voor de beslagrechter van de plaats waar de machtiging bedoeld in artikel 2.2.6.4 is gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtsvorderingen tegen de schuldeisers, waartoe de inschrijvingen aanleiding kunnen geven, worden ingesteld door dagvaarding aan hun persoon, of aan de laatste in het register vermelde gekozen woonplaats, en zulks niettegenstaande het overlijden, hetzij van de schuldeisers, hetzij van hen bij wie zij woonplaats hebben gekozen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22620\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.20</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Opheffing Onverminderd de toepassing van het VN-zeerechtenverdrag, verleent de beslagrechter binnen wiens rechtsgebied op het schip beslag is gelegd, opheffing van het beslag, wanneer voldoende borgtocht of zekerheid is gesteld of in geval van kantonnement, behalve ingeval het beslag werd gelegd ter zake van een zeevordering bedoeld onder o) of p) van artikel 2.2.6.1, 1°. In dat geval kan de beslagrechter de bezitter van het schip, wanneer deze voldoende borgtocht of andere zekerheid stelt, toestaan de exploitatie van het schip voort te zetten of kan hij het beheer van dat schip tijdens de duur van het beslag regelen Bij gebreke van overeenstemming tussen partijen over de genoegzaamheid van de borgtocht of de zekerheid stelt de beslagrechter de aard en het bedrag daarvan vast, en desgevallend de voorwaarden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoek tot opheffing van het beslag tegen een zodanige zekerheidstelling kan niet worden uitgelegd als een erkenning van aansprakelijkheid en evenmin als een afstand van het voordeel van de wettelijke beperking van de aansprakelijkheid van de scheepseigenaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22621\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.21</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Rechtsmacht ten gronde § 1. Ingeval Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken van toepassing is, zijn de Belgische rechters bovendien bevoegd om uitspraak te doen in het bodemgeschil op voorwaarde dat : 1° in België bewarend beslag op het zeeschip is gelegd;en 2° de eiser zijn woonplaats of zijn hoofdzetel heeft in België, de zeevordering is ontstaan in België, de zeevordering is ontstaan tijdens een reis tijdens welke het beslag gelegd is, de vordering voortvloeit uit een aanvaring of uit omstandigheden bedoeld in artikel 13 van het Aanvaringsverdrag 1910 of artikel 2.7.2.2, § 2 van dit boek, de schuldvordering is ontstaan ter zake van berging, of de schuldvordering is verzekerd door een scheepshypotheek of een scheepsverband op het schip waarop beslag is gelegd Ingeval Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken niet van toepassing is, zijn de Belgische rechters bevoegd om uitspraak te doen in het bodemgeschil in alle gevallen waar in België bewarend beslag op het zeeschip is gelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vorige leden gelden onverminderd de rechtsmacht die de Belgische rechters ontlenen aan andere toepasselijke regels. § 2. Indien in België bewarend beslag op het zeeschip is gelegd maar de Belgische rechters geen rechtsmacht hebben om in het bodemgeschil uitspraak te doen, moet de borgtocht of andere zekerheid, welke overeenkomstig artikel 2.2.6.20 gesteld moet worden om opheffing van het bewarend beslag te verkrijgen, de uitvoerbaarheid waarborgen van alle veroordelingen die later mochten worden uitgesproken door de rechter die bevoegd is om te beslissen in het bodemgeschil en de beslagrechter stelt de termijn vast waarbinnen de eiser een vordering voor de bevoegde rechter moet instellen. § 3. Indien de overeenkomsten tussen partijen hetzij een beding tot toekenning van bevoegdheid aan een andere rechter, hetzij een scheidsrechterlijk beding inhouden, kan de beslagrechter een termijn bepalen waarbinnen de beslaglegger zijn vordering ten gronde moet instellen. § 4. Indien de rechtsvordering in de gevallen bedoeld in de paragrafen 2 en 3 niet binnen de aldus vastgestelde termijn wordt ingesteld, kan de verweerder de opheffing van het beslag of de teruggave van de gegeven waarborg vorderen. § 5. Dit artikel is niet van toepassing op de gevallen bedoeld in de Herziene Rijnvaartakte van 17 oktober 1868.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22622\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.22</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Andere vorderingsrechten en volgrechten Geen enkele bepaling van deze onderafdeling mag worden geacht een vorderingsrecht te scheppen dat, afgezien van de bepalingen van deze afdeling, niet zou bestaan volgens de wet die de rechter, bij wie het geding aanhangig is, moet toepassen Deze onderafdeling kent aan de eiser geen enkel volgrecht toe waarin niet is voorzien door de in het vorige lid bedoelde wet of door de bepalingen inzake scheepszekerheidsrechten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Bewarend beslag op goederen aan boord Art. 2.2.6.23. Grondvereisten Op verbruiksgoederen, lading en andere goederen die zich aan boord van een schip bevinden, alsmede op de titels op die goederen, kan bewarend beslag worden gelegd overeenkomstig het Gerechtelijk Wetboek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beslagexploot wijst de goederen en titels aan waarop bewarend beslag wordt gelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Persoonlijke bezittingen van de gezagvoerder, de bemanning of de passagiers, levensmiddelen bestemd voor gebruik door de gezagvoerder, de bemanning of de passagiers, en een hoeveelheid bunkers noodzakelijk om in de kajuiten en de andere leefruimten gedurende een maand in verwarming en koeling te voorzien, zijn niet vatbaar voor beslag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22624\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.24</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bewaargeving van het in beslag genomen goed § 1. Ingeval het artikel 2.2.6.24 bedoelde beslag de afvaart van het schip belet of kan beletten, kan de scheepseigenaar, de reder en de scheepsgebruiker in elke stand van het geding het in beslag genomen goed in bewaring geven of doen geven bij een erkende of aangestelde sekwester Te dien einde wendt de scheepseigenaar, reder of scheepsgebruiker zich via verzoekschrift tot de beslagrechter, die bepaalt op welke wijze en onder welke voorwaarden het beslagene in bewaring wordt gegeven. § 2. Om de in paragraaf 1 bedoelde bewaargeving kan eveneens worden verzocht door iedere andere belanghebbende. Alsdan gaat de beslagrechter na of de bewaargeving verantwoord is in het licht van de omstandigheden. § 3. Ingeval het in artikel 2.2.6.23 bedoelde beslag soortgoederen betreft, en indien het beslag de afvaart van het schip belet of kan beletten, kan iedere belanghebbende, in de plaats van de beslagen of de in beslag te nemen goederen, eenzelfde hoeveelheid goederen, met dezelfde kenmerken en van dezelfde hoedanigheid, in bewaring geven of doen geven bij een erkende of aangestelde sekwester.</p>\n<p class=\"lf-p\">De belanghebbende wendt zich te dien einde via verzoekschrift tot de beslagrechter die bepaalt op welke wijze en onder welke voorwaarden de goederen in bewaring worden gegeven. Op grond van de door de belanghebbende voorgelegde stukken, gaat de beslagrechter in het bijzonder na of de hoeveelheid, de kenmerken en de hoedanigheid van de aangeboden goederen overeenstemmen met de hoeveelheid, de kenmerken en de hoedanigheid van de beslagen of te beslagen goederen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eens de aangeboden goederen overeenkomstig de door de beslagrechter bepaalde wijze en voorwaarden in bewaring werden gegeven, zijn de oorspronkelijk beslagen of de in beslag te nemen goederen van rechtswege bevrijd; vanaf dat ogenblik rust het beslag van rechtswege op de in bewaring gegeven goederen. § 4. Ingeval het in artikel 2.2.6.23 bedoelde beslag soortgoederen betreft, en indien het beslag de afvaart van het schip belet of kan beletten, kan iedere belanghebbende de in beslag genomen goederen met toelating van de beslagrechter bevrijden of het beslag erop verhinderen door in de Deposito- en Consignatiekas of in handen van een erkende of aangestelde sekwester een bedrag in bewaring te geven, dat ten hoogste de waarde van de beslagen of te beslagen goederen vertegenwoordigt en in geen geval het bedrag van de schuld in hoofdsom, intresten en kosten mag overstijgen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslagrechter stelt de waarde van de beslagen of te beslagen goederen vast, en bepaalt aan de hand daarvan het in bewaring te geven bedrag. De beslagrechter bepaalt eveneens op welke wijze en onder welke voorwaarden het bedrag in bewaring moet worden gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eens het bedrag in bewaring werd gegeven, zijn de oorspronkelijk beslagen of de in beslag te nemen goederen van rechtswege bevrijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vanaf dat ogenblik rust het beslag van rechtswege op het in bewaring gegeven bedrag. § 5. Zodra er ingevolge de toepassing van paragrafen 1, 2, 3 of 4 geen beslagen goederen meer aan boord van het schip zijn, is het schip in alle geval vrij om af te varen. § 6. De voorgaande paragrafen gelden onverminderd het recht tot kantonnement overeenkomstig de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek. Afdeling 2. - Uitvoerend scheepsbeslag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22625\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.25</span><span class=\"lf-art-t\">Internationale en materiële toepassing Deze afdeling is van toepassing op elk uitvoerend beslag op een schip in België of in de Belgische zeegebieden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22626\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.26</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Andere regelgeving § 1. De artikelen 516 en 633 van het Gerechtelijk Wetboek zijn van toepassing op de territoriale bevoegdheid van de gerechtsdeurwaarder respectievelijk beslagrechter ter zake van het in dit hoofdstuk geregelde beslag. § 2. Deze afdeling geldt onverminderd artikel 28 van het VN-Zeerechtverdrag. § 3. Deze afdeling geldt onverminderd artikel 507 van het Strafwetboek</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22627\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.27</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Grondvereisten § 1. Op een schip kan uitsluitend uitvoerend beslag worden gelegd : 1° krachtens een ten aanzien van de scheepseigenaar uitvoerbare titel; of 2° krachtens een ten aanzien van een andere persoon uitvoerbare titel, op voorwaarde dat de vordering ten opzichte van die persoon wordt gewaarborgd door een scheepszekerheidsrecht op het betrokken schip. § 2. Buiten de in paragraaf 1 bepaalde gevallen kan bewarend beslag op een schip niet in uitvoerend beslag worden omgezet</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22628\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voorafgaand bevel Het bevel dat voorafgaat aan het beslag bevat op straffe van nietigheid opgave van het verschuldigde bedrag en van het schip waarop bij niet-betaling beslag zal worden gelegd Het bevel bevat een beknopte beschrijving van het in beslag genomen schip. De Koning kan nader bepalen welke gegevens in dat verband in het bevel moeten worden vermeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22629\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.29</span><span class=\"lf-art-t\">Betekening van het bevel Het voorafgaand bevel wordt betekend aan de schuldenaar</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Is het schip geen eigendom van de schuldenaar, dan wordt het voorafgaand bevel bovendien betekend aan de scheepseigenaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22630\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.30</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Inschrijving van het bevel tot omzetting Wanneer bewarend scheepsbeslag wordt omgezet in uitvoerend scheepsbeslag, geldt de inschrijving van het voorafgaand bevel voor de toepassing van dit hoofdstuk als inschrijving van het exploot van uitvoerend beslag Het bevel moet ten laatste binnen vijftien dagen worden ingeschreven in het zeeschepenregister of het binnenschepenregister en de nauwkeurige aanduiding bevatten van de inschrijving van het bewarend beslag dat in uitvoerend beslag is omgezet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is het schip niet in België geregistreerd of teboekgesteld, dan beperkt het Belgisch Scheepsregister zich tot de neerlegging van het exploot in het register van neerlegging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22631\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.31</span><span class=\"lf-art-t\">Tijdstip van beslaglegging Het beslag mag worden gelegd tegelijk met of na de betekening van het voorafgaand bevel bedoeld in artikel 2.2.6.28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Laat de schuldeiser na het bevel meer dan een jaar verstrijken, dan is hij ertoe gehouden dit te hernieuwen alvorens beslag te leggen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22632\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.32</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beslagexploot Het exploot van beslaglegging bevat, behalve de vermeldingen voorgeschreven in artikel 1389 van het Gerechtelijk Wetboek, een beknopte beschrijving van het in beslag genomen schip. De Koning kan nader bepalen welke gegevens in dat verband in het exploot moeten worden vermeld Is het beslag gedaan bij een van het voorafgaand bevel onderscheiden exploot, dan wordt zulks in het proces-verbaal van beslaglegging vermeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22633\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.33</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Betekening en aanzegging van het beslag § 1. Een afschrift van het beslagexploot wordt terstond aan boord van het schip betekend aan de gezagvoerder of, bij diens afwezigheid, aan de hoogst in rang aan boord aanwezige officier. Zo de betekening niet op die wijze kan geschieden, bestaat de betekening in de terhandstelling van het afschrift aan de Procureur des Konings in wiens rechtsgebied het schip zich bevindt De betekening geldt als verbod tot afvaart van het schip. Een schip waarop beslag is gelegd kan evenwel binnen dezelfde haven worden verplaatst op bevel van de bevoegde haven- of waterwegbesturen of hun bevoegde personeelsleden. Dit bevel moet worden bezorgd aan de rechter die, in voorkomend geval, de machtiging bedoeld in artikel 2.2.6.4 heeft gegeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beslag kan worden aangeplakt op de meest in het oog vallende of andere geschikte plaatsen aan boord of aan wal. § 2. Binnen drie dagen na de betekening bedoeld in paragraaf 1, wordt het beslag bovendien betekend aan de scheepseigenaar en aan de schuldenaar, indien het in beslag genomen schip zijn eigendom niet is. § 3. De in paragrafen 1 en 2 bepaalde formaliteiten en termijnen worden in acht genomen op straffe van nietigheid. § 4. De voorgaande paragrafen verhinderen niet dat het beslag bovendien wordt betekend aan de reder, de scheepsgebruiker, de bewaker bedoeld in artikel 2.2.6.34 of de scheepsagent. § 5. Het beslag wordt aangezegd : 1° naar keuze van de beslaglegger, aan de Scheepvaartpolitie of de Scheepvaartcontrole;2° de bevoegde haven- of waterwegbesturen of hun bevoegde personeelsleden. De in het vorige lid bedoelde aanzegging vermeldt dat zij geldt als aanmaning de afvaart van het in beslag genomen schip te beletten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22634\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.34</span><span class=\"lf-art-t\">Bewaking De gerechtsdeurwaarder kan in elke stand van het geding een bewaker van het in beslag genomen schip aanstellen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22635\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.35</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Inschrijving Behoudens toepassing van artikel 2.2.6.30, wordt het beslagexploot overeenkomstig de artikelen 2.2.6.11 en 2.2.6.12 ingeschreven in het betrokken scheepsregister De artikelen 2.2.6.18 en 2.2.6.19 zijn op de inschrijving en haar gevolgen van overeenkomstige toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is het schip niet in België geregistreerd, dan beperkt het Belgisch Scheepsregister zich tot de neerlegging van het exploot in het register van neerlegging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22636\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.36</span><span class=\"lf-art-t\">Geldigheidsduur Het beslag geldt gedurende drie jaar te rekenen van de datum van de betekening bedoeld in art. 2.2.6.33, § 1, eerste lid</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij het verstrijken van deze termijn : 1° houdt het beslag van rechtswege op gevolg te hebben;2° wordt van het beslag op een in België geregistreerd of teboekgesteld schip geen melding meer gemaakt in de getuigschriften die het Belgisch Scheepsregister verstrekt, tenzij de inschrijving is hernieuwd. Het beslag kan worden hernieuwd. De artikelen 2.2.6.14, 2.2.6.15 en 2.2.6.16 zijn op deze hernieuwing van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22637\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.37</span><span class=\"lf-art-t\">Doorhaling Behoudens toepassing van artikel 2.2.6.51, worden de inschrijvingen betreffende uitvoerend beslag doorgehaald overeenkomstig artikel 2.2.5.50</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De inschrijvingen kunnen ook worden doorgehaald ingevolge een exploot van opheffing betekend aan het Belgisch Scheepsregister door de gerechtsdeurwaarder die het beslag heeft gelegd. Daarbij handelt die gerechtsdeurwaarder op verzoek van de beslaglegger.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beslagexploot of het in artikel 2.2.6.30 bedoelde bevel tot omzetting, voorzien van de melding van de inschrijving, wordt in ieder geval aan het Belgisch Scheepsregister bezorgd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22638\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.38</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beschikking tot aanvang van de verkoopprocedure Binnen acht dagen na de inschrijving van het exploot van beslaglegging of, indien een voorafgaand bewarend beslag is gelegd, binnen acht dagen na het bevel tot omzetting van het bewarend in uitvoerend beslag, wordt bij de beslagrechter een verzoekschrift ingediend tot het aanstellen van een openbare of ministeriële ambtenaar die met de verkoop zal worden belast In zijn beschikking wijst de rechter de plaats aan waar de verkoop zal geschieden. Deze plaats kan gelegen zijn buiten het arrondissement waar het schip zich bevindt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op verzoekschrift van een betrokken partij kan de rechter gelasten dat, zelfs in het buitenland, tot de verkoop zal worden overgegaan door een scheepsmakelaar. Alsdan bepaalt hij de voorwaarden voor de verkoop.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22639\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.39</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verkoopvoorwaarden In de verkoopvoorwaarden, opgemaakt door de aangestelde openbare of ministeriële ambtenaar, worden de plaats, de dag en het uur van de verkoop vermeld</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22640\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.40</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Inzage en geschillen § 1. Minstens vijftien dagen vóór de verkoop maant de aangestelde openbare of ministeriële ambtenaar bij gerechtsdeurwaardersexploot aan om inzage van de verkoopvoorwaarden te nemen : 1° de schuldenaar tegen wie het beslag geschiedt;2° de scheepseigenaar, indien hij niet de schuldenaar is;3° de ingeschreven en de verzetdoende schuldeisers, hetzij aan de in hun inschrijving gekozen woonplaats, hetzij aan hun woonplaats, hetzij aan hun maatschappelijke zetel. Het exploot vermeldt plaats, dag en uur van de verkoop Bovendien geeft de aangestelde openbare of ministeriële ambtenaar bij een aangetekende zending kennis van de verkoopvoorwaarden aan iedere derde die schuldeiser beweert te zijn. § 2. Bezwaren tegen de verkoopvoorwaarden zijn alleen ontvankelijk indien zij bij de aangestelde openbare of ministeriële ambtenaar worden aangebracht binnen acht dagen na de aanmaning. De aangestelde openbare of ministeriële ambtenaar maakt er proces-verbaal van op en schorst alle verrichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na neerlegging ter griffie van het proces-verbaal door de aangestelde openbare of ministeriële ambtenaar, bepaalt de beslagrechter de dag en het uur voor het onderzoek en de berechting van de bezwaren. De partijen worden door toedoen van de griffier bij gerechtsbrief opgeroepen en worden gehoord indien zij verschijnen. Op de vastgestelde zitting bepaalt de rechter de dag en het uur voor het onderzoek en de berechting van de geschillen. In voorkomend geval bepaalt de beslagrechter voor de toewijzing een nieuwe termijn. De beslissing is niet vatbaar voor verzet, noch voor hoger beroep. § 3. De schuldeiser die een rechtsvordering tot ontbinding kan instellen, is op straffe van verval, gehouden deze vóór de dag van de toewijzing in te stellen en zijn beslissing daartoe vóór de dag van de toewijzing te betekenen aan de aangestelde openbare of ministeriële ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De aangestelde openbare of ministeriële ambtenaar brengt de in paragraaf 1 genoemde partijen van het instellen van de vordering tot ontbinding op de hoogte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Te rekenen van de dag waarop de beslissing tot het instellen van de rechtsvordering tot ontbinding aan de aangestelde openbare of ministeriële ambtenaar wordt betekend, wordt de verkoopprocedure geschorst ten aanzien van het schip waarop de vordering tot ontbinding betrekking heeft, en zij kan eerst worden hervat nadat de schuldeiser van de rechtsvordering tot ontbinding afstand heeft gedaan of nadat deze eis is afgewezen. Ten aanzien van andere schepen van de schuldenaar kan de verkoopprocedure eveneens worden geschorst, op aanvraag van de partijen en op beslissing van de beslagrechter.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vervolgende partij en de ingeschreven schuldeisers kunnen in het geding tot ontbinding tussenkomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22641\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.41</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onderhandse verkoop Tot de dag vóór de in de verkoopvoorwaarden aangegeven dag van de verkoop, kan de beslagrechter bepalen dat de verkoop onderhands zal geschieden bij een overeenkomst die hem ter goedkeuring wordt voorgelegd De vordering kan worden ingesteld door de beslaglegger, de schuldenaar tegen wie het beslag geschiedt, de scheepseigenaar, de ingeschreven schuldeisers en de verzetdoende schuldeisers.</p>\n<p class=\"lf-p\">De eiser betekent de dagvaarding aan al de in het vorige lid vermelde andere partijen en aan de aangestelde openbare of ministeriële ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beslagrechter kan de vordering inwilligen wanneer aan de hand van een onafhankelijk waarderingsrapport en een raadpleging van de markt aannemelijk wordt gemaakt dat de in de overeenkomst bedongen verkoopprijs overeenstemt met de marktwaarde van het schip.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien door één van de partijen vóór de afloop van de rechtspleging een gunstiger aanbod wordt voorgelegd, kan de beslagrechter bepalen dat de verkoop overeenkomstig dit aanbod zal geschieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ingevolge dit artikel toegelaten onderhandse verkoop vervangt de in de artikelen 2.2.6.42 tot 2.2.6.44 geregelde openbare verkoop en heeft dezelfde gevolgen als de toewijzing bij openbare verkoop.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bezwarende inschrijvingen kunnen worden doorgehaald overeenkomstig artikel 2.2.5.51.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22642\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.42</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Veilingwijze De openbare verkoop verloopt volgens een door de aangestelde openbare of ministeriële ambtenaar passend geachte veilingwijze die in de verkoopvoorwaarden wordt omschreven en die de nodige waarborgen biedt voor het bekomen van een eerlijke prijs</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22643\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.43</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hoger bod Iedere persoon heeft recht een hoger bod te doen gedurende vijftien dagen na de verkoop en in de vormen en onder de voorwaarden gesteld in artikel 1592 van het Gerechtelijk Wetboek. In afwijking van artikel 1592, laatste lid van het Gerechtelijk Wetboek, kan echter niet ter zitting worden beslist dat de formaliteit van het hoger bod niet zal worden toegepast In geval de formaliteit van het hoger bod wordt toegepast, handelt de aangestelde openbare of ministeriële ambtenaar zoals bepaald is in de artikelen 1593 en 1594 van het Gerechtelijk Wetboek.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22644\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.44</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vordering tot nietigverklaring Een uittreksel uit de akte van toewijzing wordt betekend aan de beslagen schuldenaar, aan de scheepseigenaar indien hij niet de schuldenaar is, aan alle ingeschreven schuldeisers en aan degenen die zich hebben aangemeld Het uittreksel bevat de naam, de voornaam en de woonplaats van de beslaglegger, van de partij tegen wie het beslag geschiedt en van de koper, de dag van de toewijzing, de prijs waarvoor de toewijzing is gedaan en de naam van de aangestelde openbare of ministeriële ambtenaar die de verkoop heeft gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op straffe van verval worden de vorderingen tot nietigverklaring ingesteld binnen acht dagen na de betekening.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22645\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.45</span><span class=\"lf-art-t\">Einde van de dienst van de gezagvoerder De definitieve toewijzing van het schip doet de dienst van de gezagvoerder ophouden</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22646\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.46</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In gebreke blijven en wederverkoop Voldoet de koper niet aan de voorwaarden van de toewijzing, dan wordt het schip ten laste van hem aan wie het toegewezen is, verkocht na een ingebrekestelling die betekend is aan de in gebreke blijvende koper en zonder gevolg is gebleven binnen drie dagen na de betekening De wederverkoop geschiedt door de reeds aangestelde openbare of ministeriële ambtenaar, onder dezelfde veilingsvoorwaarden doch na nieuwe bekendmakingen in de vormen en onder de voorwaarden voorgeschreven in artikel 2.2.6.40.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voldoet de koper na ingebrekestelling alsnog aan de voorwaarden van de toewijzing, dan wordt het bewijs van de voldoening door de koper betekend aan de aangestelde openbare of ministeriële ambtenaar en aan degene die de ingebrekestelling heeft laten verrichten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22647\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.47</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overgang van rechten op de prijs Onder voorbehoud van de volgende bepalingen, gaan de rechten van de ingeschreven schuldeisers over op de prijs van de toewijzing</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22648\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.48</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Te betalen bedragen De aangestelde openbare of ministeriële ambtenaar geeft aan de koper een bewijs af, waarin de bedragen zijn vermeld die hij op grond van de verkoop gehouden is te betalen, te weten : 1° de prijs;2° de interesten;3° de kosten, rechten en erelonen;4° alle andere bijkomende kosten. Art. 2.2.6.49. Betaling De koper betaalt de in artikel 2.2.6.48, 1°, 2° en 4°, bedoelde bedragen op de in de verkoopvoorwaarden bepaalde wijze Hij betaalt het in artikel 2.2.6.48, 3°, bedoelde bedrag in handen van de aangestelde openbare of ministeriële ambtenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door deze betalingen is de koper bevrijd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22650\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.50</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanstelling van een vereffenaar De aangestelde openbare of ministeriële ambtenaar legt het dossier van de procedure van toewijzing en rangregeling neer ter griffie van de beslagrechter. Hij dient bij de beslagrechter een verzoek in om een vereffenaar te doen aanstellen Het dossier en het verzoekschrift worden neergelegd binnen acht dagen, te rekenen : 1° van het verstrijken van de termijn van acht dagen, bepaald in 2.2.6.49, indien de toewijzing binnen die termijn niet bestreden wordt; 2° van het verstrijken van de termijn van een maand na het wijzen van het vonnis waarbij op de vordering tot nietigverklaring is beschikt; of 3° ingeval tegen het vonnis hoger beroep is ingesteld, te rekenen van de aanzegging van het arrest aan de benoemde openbare of ministeriële ambtenaar door de meest gerede partij. De artikelen 2.3.2.51, § 1, 2, 3, 4, 6, tweede lid en 7 en 3.3.3.21, § 1, 2, 3, 4, 6, tweede lid en 7 zijn op de vereffenaar van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22651\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.51</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kennisgeving aan het Belgisch Scheepsregister Binnen de in artikel 2.2.6.50 bepaalde termijn overhandigt de aangestelde openbare of ministeriële ambtenaar twee ondertekende afschriften van de akte van toewijzing en verkoping aan het Belgisch Scheepsregister De aangestelde openbare of ministeriële ambtenaar geeft aan het Belgisch Scheepsregister tevens het in artikel 2.2.5.46 bedoelde getuigschrift af.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Belgisch Scheepsregister schrijft de akte en het getuigschrift in het zeeschepenregister of het binnenschepenregister in.</p>\n<p class=\"lf-p\">Is het schip niet in België geregistreerd of teboekgesteld, dan beperkt het Belgisch Scheepsregister zich tot de neerlegging van de stukken in het register van neerlegging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22652\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.52</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bekendmaking Binnen vijftien dagen nadat de griffier hem kennis heeft gegeven van de beschikking van de beslagrechter, zendt de vereffenaar aan de ingeschreven en de verzetdoende schuldeisers en aan degenen die zich aan de aangestelde openbare of ministeriële ambtenaar kenbaar hebben gemaakt, een bericht om hen te laten weten dat hij benoemd is en dat zij overeenkomstig artikel 2.2.6.58 ter griffie aangifte moeten doen Het bericht wordt door de zorg van de vereffenaar binnen dezelfde termijn bekendgemaakt : 1° in het Belgisch Staatsblad;2° op de website van het Belgisch Scheepsregister;3° op de desgevallend bijkomend door de Koning voorgeschreven elektronische wijze. Art. 2.2.6.53. Aangifte van schuldvorderingen Binnen een maand na de verzending door de vereffenaar van het bericht bedoeld in artikel 2.2.6.52 moeten de schuldeisers, op straffe van verval van hun rechten op de prijs van de toewijzing, aan de griffie van de ondernemingsrechtbank de aangifte doen geworden van het bedrag of van de voorlopige raming van hun schuldvordering en, indien daartoe grond bestaat, van het scheepsvoorrecht of van de scheepshypotheek waarop zij aanspraak maken en van de rechtsvorderingen die zij hebben ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze aangifte bevat keuze van woonplaats in het gerechtelijk arrondissement waar het schip in beslag is genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bewijsstukken worden bijgevoegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22654\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.54</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Stuiting van de verjaring De verjaring van de schuldvordering houdt op te lopen vanaf de datum waarop de aangifte verzonden is, indien deze binnen de termijnen op de griffie van de ondernemingsrechtbank is toegekomen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22655\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.55</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Lijst van de schuldvorderingen en advies Bij het verstrijken van de termijn voor aangifte van de schuldvorderingen legt de vereffenaar binnen de maand de lijst van de aangegeven schuldvorderingen ter griffie van de ondernemingsrechtbank neer, met vermelding van de scheepshypotheken en de scheepsvoorrechten waarop de schuldeisers zich beroepen Hij voegt hierbij zijn advies over de gegrondheid van deze schuldvorderingen, de scheepszekerheidsrechten en een ontwerp van verdeling of van rangregeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22656\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.56</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Berechting van geschillen Binnen acht dagen nadat de vereffenaar de in artikel 2.2.6.55 bepaalde stukken heeft neergelegd, roept de griffier de vereffenaar, de schuldenaar tegen wie het beslag geschiedt en de schuldeiser bij gerechtsbrief en binnen de termijnen van dagvaarding op om voor de ondernemingsrechtbank te verschijnen op dag en uur door de rechter vooraf bepaald, ten einde aldaar uitspraak te horen doen over de geschillen inzake schuldvorderingen en, indien daartoe grond bestaat, over de tegenspraken omtrent de rang van de scheepszekerheidsrechten De schuldeisers kunnen op de griffie van de ondernemingsrechtbank inzage nemen van het dossier.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22657\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.57</span><span class=\"lf-art-t\">Conclusies De geschillen en tegenspraken worden voorgelegd in de vorm van conclusies</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22658\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.58</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Hangende gedingen Indien een schuldvordering vóór haar aangifte het voorwerp is geweest van een rechtsvordering waarover geen uitspraak is gedaan in een eindbeslissing over de zaak zelf, wordt deze vordering, volgens de regels bepaald in de artikelen 661 tot 663 van het Gerechtelijk Wetboek, verwezen naar de ondernemingsrechtbank waarbij het onderzoek van de schuldvorderingen aanhangig is Indien de vordering onderworpen is geweest aan de rechter in hoger beroep, doet de griffier, op verzoek van de vereffenaar een afschrift van de beslissing in hoger beroep toekomen aan de ondernemingsrechtbank waarbij het geschil inzake de schuldvorderingen aanhangig is.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22659\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.59</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vonnis Na het advies van de vereffenaar te hebben gehoord, doet de ondernemingsrechtbank bij een enkel vonnis uitspraak over de gezamenlijke geschillen en tegenspraken die haar zijn voorgelegd. Zij sluit de tabel van de verdeling der gelden af Zijn sommige geschillen echter niet in staat van wijzen, dan kan de rechtbank de rechten van de partijen vereffenen, met inbegrip van het bedrag van de betwiste schuldvorderingen dat, voorlopig in consignatie gegeven, later in dezelfde vormen wordt verdeeld indien daartoe grond bestaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegen het vonnis staat geen verzet open.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22660\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.60</span><span class=\"lf-art-t\">Interesten De interesten en rentetermijnen, verschuldigd aan de gerangschikte schuldeisers, houden op te lopen vanaf de toewijzing</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22661\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.61</span><span class=\"lf-art-t\">Kennisgeving van het vonnis Binnen acht dagen geeft de griffier bij gerechtsbrief kennis van het vonnis aan de vereffenaar en aan de partijen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22662\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.62</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afzonderlijke berechting van schuldvorderingen Op dezelfde wijze als in het vorige artikel bepaald wordt gehandeld voor de eisen betreffende de schuldvorderingen waarover nog uitspraak moet worden gedaan Worden zij afgewezen, dan wordt hun bedrag, overeenkomstig de verdelingstabel, verdeeld over de definitief in aanmerking genomen schuldeisers.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22663\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.63</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aanwending van de prijs De prijs van de toewijzing wordt bij voorkeur aangewend tot betaling van de schuldvorderingen die in aanmerking zijn genomen in het definitief proces-verbaal van verdeling of van rangregeling Deze aanwending kan worden ingeroepen tegen alle andere schuldeisers en, indien daartoe grond bestaat, tegen het faillissement van de schuldenaar, dat na de toewijzing is uitgesproken, of de gerechtelijke reorganisatie van de schuldenaar, die na de toewijzing is gehomologeerd of bevolen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22664\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.64</span><span class=\"lf-art-t\">Hoger beroep De griffier van het hof geeft aan de vereffenaar bericht van het hoger beroep en van de bepaling van de dag waarop het wordt opgeroepen</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Van het arrest, gewezen nadat het advies van de vereffenaar is gehoord, wordt hem, terzelfdertijd als aan partijen, door de griffier bij gerechtsbrief kennis gegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22665\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.65</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Borderellen van toewijzing Binnen vijftien dagen na het verstrijken van de termijn van hoger beroep of, indien daartoe grond bestaat, binnen vijftien dagen na de kennisgeving van het arrest, geeft de vereffenaar aan de schuldeisers de borderellen van toewijzing af Deze worden opgemaakt voor het bedrag dat aan de schuldeisers is toegekend, onder aftrek van het deel der kosten en erelonen van de vereffenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De borderellen worden uitvoerbaar verklaard door de beslagrechter.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22666\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.66</span><span class=\"lf-art-t\">Kwijting De schuldeisers geven kwijting voor het bedrag dat hun toegewezen is en brengen het in mindering van hun vordering</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-22667\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.6.67</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Kosten en erelonen van de vereffenaar De staat der kosten en erelonen van de vereffenaar wordt begroot door de beslagrechter, die tevens in de loop van de vereffening kan bevelen dat aan de vereffenaar een voorschot wordt gestort De beschikking tot begroting bepaalt de verdeling van het bedrag der kosten en erelonen naar evenredigheid van de geplaatste bedragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toegewezen bedragen worden betaald aan de vereffenaar, op overlegging van de uitgifte van de beschikking. HOOFDSTUK 7. - Overheidsschepen Afdeling 1. - Belgische overheidsschepen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2271\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.7.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Belgische overheidsschepen en hun ladingen § 1. Onder voorbehoud van artikelen 2.2.7.2 en andere uitdrukkelijke uitzonderingen zijn Belgische overheidsschepen en hun ladingen aan dit wetboek onderworpen. § 2. De vorige paragraaf geldt onverminderd : 1° de uitzonderingen en afwijkingen welke voortvloeien uit toepasselijk supranationaal en internationaal recht;2° de immuniteit die Belgische overheidsschepen en hun ladingen voor vreemde rechtbanken genieten overeenkomstig het internationaal recht. Art. 2.2.7.2. Beslag op Belgische overheidsschepen § 1. Tenzij wanneer op het schip een scheepshypotheek werd gevestigd, kan op Belgische gezagsschepen en de zich aan boord ervan bevindende zaken noch bewarend, noch uitvoerend beslag worden gelegd dan met betrekking tot de gevestigde scheepshypotheek. § 2. Artikel 1412bis van het Gerechtelijk Wetboek is niet op Belgische overheidsschepen van toepassing. Afdeling 2. - Vreemde overheidsschepen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2273\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.7.3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Internationale en materiële toepassing § 1. In afwijking van artikel 2.2.7.4, is uitsluitend deze afdeling van toepassing ingeval het vreemde overheidsschip niet behoort tot een Staat die bij het Staatsschepenverdrag 1926 of het Staatsschepenprotocol 1934 Partij is, of ingeval de eiser of de verweerder geen onderdaan van een dergelijke Staat is. § 2. Deze afdeling is mede van toepassing op alle vorderingen die met betrekking tot vreemde overheidsschepen worden gebracht voor Belgische rechtbanken ingeval het schip geen zeeschip is in de zin van het Staatsschepenverdrag 1926 is, maar wel een schip in de zin van artikel 1.1.1.3 van dit wetboek. § 3. Deze afdeling geldt onder voorbehoud van andere België bindende verdragen betreffende de immuniteit van Staten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2274\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.7.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Andere regelgeving Onverminderd artikel 2.2.7.3, § 1, zijn de rechtstreeks werkende bepalingen van het Staatsschepenverdrag 1926 en het Staatsschepenprotocol 1934 van toepassing op alle vorderingen die met betrekking tot vreemde overheidsschepen worden gebracht voor Belgische rechtbanken</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2275\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.7.5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vreemde overheidsschepen en hun ladingen § 1. Vreemde overheidsschepen, de aan vreemde Staten toebehorende ladingen en de in vreemde overheidsschepen vervoerde ladingen en passagiers, evenals vreemde Staten die eigenaar van dergelijke schepen zijn of deze exploiteren of eigenaar zijn van dergelijke ladingen, zijn wat betreft de aanspraken in verband met de exploitatie van deze schepen of het vervoer van deze ladingen, onderworpen aan dezelfde regels inzake aansprakelijkheid en aan dezelfde verbintenissen als die welke op particuliere schepen, ladingen en rederijen van toepassing zijn. § 2. Ten aanzien van de in paragraaf 1 bedoelde aansprakelijkheden en verbintenissen zijn de regels betreffende de bevoegdheid van de rechtbanken, de rechtsvorderingen en de rechtspleging dezelfde als voor aan particulieren toebehorende koopvaardijschepen en voor particuliere ladingen en hun eigenaars. § 3. Rechtsvorderingen wegens aanvaring, scheepvaartongevallen, berging of averij-grosse betreffende de aan de vreemde Staten toebehorende ladingen, die voor regerings- en niet voor handelsdoeleinden worden vervoerd aan boord van koopvaardijschepen, alsmede de rechtsvorderingen uit hoofde van overeenkomsten betreffende die ladingen, kunnen worden ingesteld voor de rechtbanken bevoegd overeenkomstig paragraaf 2</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2276\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.7.6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vreemde gezagsschepen en hun ladingen Artikel 2.2.7.5, § 1 en 2 is niet van toepassing op vreemde gezagsschepen en op de aan de vreemde Staten toebehorende ladingen die aan boord van vreemde gezagsschepen worden vervoerd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2277\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.7.7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verweermiddelen Vreemde Staten kunnen alle verweermiddelen, verjaringen en beperkingen van aansprakelijkheid inroepen, waarvan particuliere schepen en hun eigenaars zich kunnen bedienen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2278\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.2.7.8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beslag op vreemde overheidsschepen en vreemde overheidsladingen § 1. Vreemde gezagsschepen en de aan de vreemde Staten toebehorende ladingen die aan boord van vreemde gezagsschepen worden vervoerd zijn onbeslagbaar. § 2. De aan vreemde Staten toebehorende ladingen, die voor regerings- en niet voor handelsdoeleinden worden vervoerd aan boord van koopvaardijschepen, zijn onbeslagbaar. § 3. Indien er naar het oordeel van de rechter waarbij de zaak aanhangig is gemaakt, twijfel bestaat of het schip of de lading een vreemd gezagsschip respectievelijk een lading bedoeld in paragrafen 1 of 2 is, zal, met het oog op de opheffing van een door het gerecht bevolen beslag, een verklaring ondertekend door de diplomatieke vertegenwoordiger van de betrokken Staat gelden als bewijs De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt aan de rechter bezorgd : 1° hetzij door tussenkomst van de Belgische regering, indien zij een dergelijke verklaring ontvangt;2° hetzij door de vreemde Staat zelf, indien deze voor de rechter verschijnt. Indien de vreemde Staat meent dat zijn nationale belangen worden geschaad, kan hij zich daarop beroepen om zich van het leveren van bewijs of het overleggen van stukken te onthouden.</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Titel 3. - REDERS HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen Afdeling 1. - Scheepsmede-eigendom</h3>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2311\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.1</span><span class=\"lf-art-t\">Internationale toepassing § 1. Het op scheepsmede-eigendom toepasselijke recht wordt bepaald overeenkomstig artikel 2.2.4.1</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit recht bepaalt in het bijzonder de rechten en de bevoegdheden van de scheepsmede-eigenaars en van de scheepsbeheerders, en in het bijzonder de vraag of één of meer scheepsmede-eigenaars en de scheepsbeheerder de scheepsmede-eigenaars jegens derden kan binden. § 2. Artikel 2.3.1.9, § 1, laatste lid is van toepassing op de rechtspleging in België.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2312\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Materiële toepassing § 1. Behoudens de in de volgende paragrafen bepaalde afwijkingen, is deze afdeling van toepassing op elke scheepsmede-eigendom, ongeacht zijn vorm, benaming of oorzaak. § 2. Tenzij alle mede-eigenaars overeenkomen hun onverdeeldheid te onderwerpen aan deze titel, zich scheepsaandelen toekennen en de desbetreffende akte laten inschrijven in een scheepsregister, is deze afdeling niet van toepassing : 1° op het gemeenschappelijk vermogen van echtgenoten of wettelijk samenwonenden waarvan een schip deel uitmaakt;2° op de onverdeeldheid tussen mede-erfgenamen van een scheepseigenaar;3° op de gezamenlijke eigendom van een schip in hoofde van de deelgenoten in een feitelijke vereniging;4° op de mede-eigendom van een schip in aanbouw tussen de opdrachtgever en de scheepswerf. § 3. Deze afdeling is niet van toepassing op : 1° de rechtsverhouding tussen de mede-eigenaars van scheepsaandelen;2° de gezamenlijke eigendom van een schip in hoofde van de deelgenoten in een vennootschap zonder rechtspersoonlijkheid;3° de eigendom van een geheel schip die deel uitmaakt van het vermogen van een rechtspersoon;4° de rechtsverhoudingen tussen de aanbieders en eigenaars, en de eigenaars onderling, van vastgoedcertificaten in de zin van de wet van 16 juni 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1969 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/1998 numac 1998000217 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling sluiten9 op de openbare aanbieding van beleggingsinstrumenten en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt. Art. 2.3.1.3. Andere regelgeving § 1. Op scheepsmede-eigendom zijn niet van toepassing : 1° hoofdstuk III van titel II van boek II van het Burgerlijk Wetboek betreffende de mede-eigendom;2° het Wetboek van Vennootschappen. § 2. Artikel 108 van het Wetboek van internationaal privaatrecht is niet van toepassing op de vertegenwoordiging door één of meer scheepseigenaars of door de quiratair scheepsbeheerder.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2314\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.4</span><span class=\"lf-art-t\">Afwijkende bedingen Bedingen die afwijken van de artikelen 2.3.1.1, § 2, 2.3.1.2, 2.3.1.3, 2.3.1.6, 2.3.1.8, § 6, 2.3.1.9, 2.3.1.12 en 2.3.1.17 zijn nietig</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2315\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Meerderheidsregel § 1. De scheepsmede-eigenaars nemen al de beslissingen die hun gemeenschappelijk belang raken bij gewone meerderheid van stemmen. § 2. Iedere scheepsmede-eigenaar beschikt over een stemrecht in evenredigheid met zijn scheepsaandelen. § 3. De meerderheid van stemmen wordt gevormd door de stemmen van de scheepsmede-eigenaars waarvan de scheepsaandelen meer dan de helft van de waarde van het schip vertegenwoordigen. § 4. De scheepsmede-eigenaars die beschikken over een meerderheid van stemmen moeten de andere scheepsmede-eigenaars niet raadplegen. § 5. In afwijking van paragraaf 1, is voor een wijziging of afwijking van een door de gezamenlijke scheepsmede-eigenaars onder elkaar gesloten overeenkomst eenstemmigheid vereist</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2316\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.6</span><span class=\"lf-art-t\">Redelijkheid en billijkheid Scheepsmede-eigenaars moeten zich jegens elkaar gedragen naar redelijkheid en billijkheid</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2317\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Vertegenwoordigingsbevoegdheid De scheepsmede-eigenaars kunnen worden vertegenwoordigd door één of meer onder hen, op voorwaarde dat de vertegenwoordiger of vertegenwoordigers beschikken over een meerderheid van de scheepsaandelen Artikel 2.3.1.9, § 1, eerste en tweede lid en § 2 alsook artikel 2.3.1.10 zijn van overeenkomstige toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2318\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Benoeming van een quiratair scheepsbeheerder § 1. De scheepsmede-eigenaars kunnen een quiratair scheepsbeheerder benoemen. § 2. Een quiratair scheepsbeheerder kan maar moet geen scheepsmede-eigenaar zijn. Hij kan een rechtspersoon zijn. § 3. Door de benoeming van een quiratair scheepsbeheerder wordt de in artikel 2.3.1.7 bedoelde vertegenwoordigingsbevoegdheid geschorst. § 4. Indien meer dan één quiratair scheepsbeheerder is benoemd, beslissen dezen in gemeen akkoord. § 5. De quiratair scheepsbeheerder is een lasthebber De bepalingen van het Burgerlijk Wetboek betreffende de lastgeving zijn van toepassing behoudens de in dit wetboek bepaalde afwijkingen of afwijkend beding. § 6. De benoeming van een quiratair scheepsbeheerder wordt tegenstelbaar aan derden door inschrijving in een scheepsregister bedoeld in artikel 1.2.1.1, § 1, 1°.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2319\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bevoegdheden van de quiratair scheepsbeheerder § 1. De quiratair scheepsbeheerder is bevoegd om in naam en voor rekening van de scheepsmede-eigenaars alle rechtshandelingen te stellen die voor het normaal gebruik van het schip nodig zijn, met inbegrip van het sluiten van bevrachtings-, vervoer- en verzekeringsovereenkomsten, het laten uitvoeren van buitengewone herstellingen en het vormen van een beperkingsfonds Hij is onder meer bevoegd om in naam en voor rekening van de scheepsmede-eigenaars het werkgeversgezag over de bemanning uit te oefenen en om de gezagvoerder aan te stellen en te ontslaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij vertegenwoordigt de scheepsmede-eigenaars tegenover derden en in rechte, als eiser en als verweerder.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd andere wijzen van betekening, kan de betekening aan één of meer scheepsmede-eigenaars in zaken betreffende het betrokken schip of de betrokken reis worden gedaan aan de quiratair scheepsbeheerder. § 2. De quiratair scheepsbeheerder kan met betrekking tot het schip slechts daden van beschikking stellen op grond van een uitdrukkelijke lastgeving. § 3. In geval van twijfel worden de bevoegdheden van de quiratair scheepsbeheerder ruim uitgelegd. § 4. Contractuele beperkingen van de bevoegdheid van de quirataire scheepsbeheerder kunnen niet aan derden worden tegengeworpen, zelfs niet wanneer ze openbaar zijn gemaakt, tenzij die derden te kwader trouw zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23110\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.10</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verantwoordingsplicht § 1. De quiratair scheepsbeheerder moet in verband met zijn beheer aan iedere scheepsmede-eigenaar op diens verzoek inzage verschaffen van alle stukken en gegevens en daarover toelichting verschaffen. § 2. De quiratair scheepsbeheerder moet minstens eenmaal per jaar en in elk geval binnen de twee maanden na het einde van zijn beheer, aan de scheepsmede-eigenaars rekenschap afleggen van zijn beheer, met overlegging van alle desbetreffende stukken en gegevens die betrekking hebben op het aandeel van elke van hen. Hij moet aan ieder van hen uitkeren wat hem toekomt. § 3. De scheepsmede-eigenaars beslissen binnen de twee maanden over het verlenen van kwijting aan de quiratair scheepsbeheerder</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23111\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beëindiging van de lastgeving § 1. De scheepsmede-eigenaars kunnen de lastgeving aan de quiratair scheepsbeheerder te allen tijde herroepen. § 2. De lastgeving aan de quiratair scheepsbeheerder eindigt wanneer de scheepsmede-eigendom wordt beëindigd. § 3. De herroeping en de beëindiging van de lastgeving van de quiratair scheepsbeheerder worden tegenstelbaar aan derden door inschrijving in het betrokken scheepsregister</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23112\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Benoeming van een gerechtelijk quiratair scheepsbeheerder § 1. De rechter kan op verzoek van elke scheepsmede-eigenaar een gerechtelijk quiratair scheepsbeheerder benoemen : 1° ingeval het normale gebruik van het schip blijvend wordt verhinderd ingevolge staking van stemmen, de ernstige niet-nakoming door een andere scheepsmede-eigenaar van zijn verplichtingen, of andere ernstige omstandigheden;2° ingeval de door de scheepsmede-eigenaars benoemde quiratair scheepsbeheerder zijn taak niet naar behoren vervult. § 2. Behoudens afwijkende beslissing, zijn de artikelen 2.3.1.8, § 2 tot 6, 2.3.1.9, § 1 tot 3 en 2.3.1.10, § 1 en 2 op de gerechtelijk quiratair scheepsbeheerder van toepassing en geldt de lastgeving voor onbepaalde duur. § 3. Door de benoeming van een gerechtelijk quiratair scheepsbeheerder wordt de lastgeving aan de door de scheepsmede-eigenaars benoemde quiratair scheepsbeheerder beëindigd en wordt de in artikel 2.3.1.7 bedoelde vertegenwoordigingsbevoegdheid geschorst De rechter beveelt alle maatregelen die hij nuttig acht om de gerechtelijk quiratair scheepsbeheerder in staat te stellen zijn opdracht te vervullen. § 4. Voor de toepassing van dit artikel is de ondernemingsrechtbank van de plaats waar het zeeschip zijn thuishaven heeft bevoegd. Indien er geen thuishaven is aangeduid, is de rechtbank te Antwerpen bevoegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23113\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.13</span><span class=\"lf-art-t\">Kosten, winst en verlies De scheepsmede-eigenaars dragen bij in de kosten en delen in de winst en het verlies in evenredigheid met hun scheepsaandelen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23114\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aansprakelijkheid van scheepsmede-eigenaars De aansprakelijkheid van de scheepsmede-eigenaars wordt bepaald door afdeling 2 van dit hoofdstuk, met dien verstande dat zij elk slechts aansprakelijk zijn naar evenredigheid met hun scheepsaandelen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23115\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.15</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beschikking over scheepsaandelen § 1. Elke scheepsmede-eigenaar is bevoegd om over zijn scheepsaandelen te beschikken. § 2. De scheepsmede-eigenaar blijft gehouden tot de schulden ontstaan voor de inschrijving van de overdracht van zijn scheepsaandelen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23116\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.16</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gedwongen overname van scheepsaandelen De ontslagen gezagvoerder, het ontslagen bemanningslid en de quiratair scheepsbeheerder waarvan de lastgeving werd beëindigd hebben, wanneer zij zelf scheepsmede-eigenaar zijn, het recht om hun scheepsaandelen aan de andere scheepsmede-eigenaars over te dragen tegen betaling van hun waarde. Zij moeten daar schriftelijk om verzoeken binnen de maand nadat hun aanstelling of lastgeving werd beëindigd Behoudens afwijkende overeenkomst, nemen de andere scheepsmede-eigenaars de betrokken scheepsaandelen over in evenredigheid met de scheepsaandelen die hen voordien reeds toebehoorden; de overdrager kan zich echter niet verzetten tegen een overname door één enkele scheepsmede-eigenaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij gebrek aan overeenstemming binnen de maand worden de waarde en de nadere voorwaarden van de overdracht bepaald door de rechter. De ondernemingsrechtbank van de plaats waar het schip zijn thuishaven heeft is bevoegd om van deze vordering kennis te nemen. Indien er geen thuishaven is aangeduid, is de rechtbank te Antwerpen bevoegd voor zeeschepen en de rechtbank te Brussel voor binnenschepen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23117\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.17</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Beëindiging van scheepsmede-eigendom § 1. Scheepsmede-eigendom wordt beëindigd door : 1° vrijwillige verkoop van het schip, waartoe werd besloten met toepassing van de meerderheidsregel bedoeld in artikel 2.3.1.5; 2° verkoop ingevolge een rechterlijke beschikking verleend overeenkomstig paragraaf 2;3° gedwongen verkoop;4° vereniging van alle scheepsaandelen in één hand; 5° verkrijgende verjaring overeenkomstig artikel 2.2.4.5, § 3; 6° abandonnement, prijsmaking, verbeurdverklaring en andere wijzen van gedwongen eigendomsovergang geregeld door of krachtens bijzondere wetten;7° tenietgaan van het schip;8° oprichting door de gezamenlijke scheepsmede-eigenaars van een vennootschap of rechtspersoon die de eigendom van het schip overneemt. § 2. Wanneer het normale gebruik van het schip blijvend wordt gehinderd ingevolge staking van stemmen, een ernstige niet-nakoming door een andere scheepsmede-eigenaar van zijn verplichtingen of andere ernstige omstandigheden, kan op verzoek van een scheepsmede-eigenaar een rechterlijke beschikking worden verleend waarbij de verkoop van het schip wordt bevolen en waarbij de wijze van verkoop wordt bepaald De ondernemingsrechtbank van de plaats waar het schip zijn thuishaven heeft is bevoegd om van deze vordering kennis te nemen. Indien er geen thuishaven is aangeduid, is de rechtbank te Antwerpen bevoegd voor zeeschepen en de rechtbank te Brussel voor binnenschepen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23118\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verjaring § 1. Vorderingen tussen scheepsmede-eigenaars in verband met de scheepsmede-eigendom verjaren door verloop van twee jaar na het feit waaruit de vordering is ontstaan of na de beëindiging van de scheepsmede-eigendom, naargelang welk tijdstip het vroegste valt. § 2. Vorderingen tussen scheepsmede-eigenaars en quiratair scheepsbeheerders in verband met de scheepsmede-eigendom verjaren door verloop van twee jaar na het feit waaruit de vordering is ontstaan of na de beëindiging van de lastgeving, naargelang welk tijdstip het vroegste valt. § 3. Regresvorderingen van en tegen scheepsmede-eigenaars en quiratair scheepsbeheerders in verband met de scheepsmede-eigendom kunnen, ook na de in paragrafen 1 en 2 bedoelde termijnen, worden ingesteld binnen drie maanden nadat tegen de eiser een rechtsvordering is ingesteld of nadat hij het schadegeval in der minne heeft geregeld. Afdeling 2. - Aansprakelijkheid van scheepseigenaars en reders</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23119\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.19</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Andere regelgeving Deze afdeling geldt onverminderd : 1° de hoofdstukken 5, 6 en 7 van titel 2 van dit boek, in het bijzonder de bepalingen betreffende de scheepszekerheidsrechten, het scheepsbeslag en de overheidsschepen;2° afdeling 2 van hoofdstuk 2 van deze titel, in het bijzonder de bepalingen betreffende de aansprakelijkheidsbeperking;3° titel 6 van dit boek, in het bijzonder de bepalingen betreffende de contractuele aansprakelijkheid van de vervrachter, de bevrachter, de vervoerder, de sleper en de duwer; 4° titel 7 van dit boek, in het bijzonder artikel 2.7.2.10, artikel 2.7.5.11 en de bepalingen betreffende de aansprakelijkheid wegens verontreiniging. 5° artikel 2.7.5.14, § 2; 6° artikel 1384, lid 3 van het Burgerlijk Wetboek;7° de bepalingen betreffende de strafrechtelijke aansprakelijkheid, de burgerlijke aansprakelijkheid voor de betaling van geldboeten, en de administratieve sancties;8° de wet van 3 juli 1978Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/03/1999 numac 1998015183 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, van 1969, en de Bijlage, gedaan te Londen op 27 november 1992 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/1998 numac 1998009790 bron ministerie van justitie Wet houdende omzetting in Belgisch gerechtelijk recht van de Europese richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs sluiten6 betreffende de arbeidsovereenkomsten;9° de wet van 10 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/02/2003 numac 2003002035 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen sluiten betreffende de aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen;10° de wet van 3 mei 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/1969 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">11/06/1998 numac 1998000217 bron ministerie van binnenlandse zaken Wet tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden . - Duitse vertaling sluiten0 tot regeling van de arbeidsovereenkomst wegens scheepsdienst voor de zeevisserij en tot verbetering van het sociaal statuut van de zeevisser;11° de wet van 3 juni 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/03/1999 numac 1998015183 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met het Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, van 1969, en de Bijlage, gedaan te Londen op 27 november 1992 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/11/1998 numac 1998009790 bron ministerie van justitie Wet houdende omzetting in Belgisch gerechtelijk recht van de Europese richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/10/1998 numac 1998003503 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van artikel 327bis van het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/08/1998 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/10/1998 numac 1998003502 bron ministerie van financien en ministerie van justitie Wet tot wijziging van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en beleggingsadviseurs sluiten3 houdende diverse arbeidsbepalingen. Artikel 3 van de wet van 10 februari 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/02/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/02/2003 numac 2003002035 bron federale overheidsdienst personeel en organisatie Wet betreffende de aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen sluiten betreffende de aansprakelijkheid van en voor personeelsleden in dienst van openbare rechtspersonen is mede van toepassing op openbare rechtspersonen die optreden als scheepseigenaar, reder of scheepsgebruiker.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23120\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.20</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Afwijkende bedingen Bedingen die afwijken van de artikelen 2.3.1.19 en 2.3.1.22, § 1, 1°, a) zijn nietig. Art. 2.3.1.21. Eigen daden De scheepseigenaar en de reder staan in voor de nakoming van de door henzelf aangegane verbintenissen en zijn aansprakelijk voor hun eigen onrechtmatige daden waardoor aan derden schade wordt berokkend</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23122\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.22</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verbintenissen aangegaan door of voor de gezagvoerder § 1. De scheepseigenaar staat in voor de verbintenissen : 1° die door de kapitein zelf worden aangegaan binnen de uitoefening van zijn scheepsdienst, tenzij : a) de kapitein uitdrukkelijk verklaart op te treden voor een andere partij, van wie tegelijkertijd de naam en de zetel of een verblijfplaats worden meegedeeld;hetzij b) de scheepseigenaar bewijst dat de kapitein onbevoegd was om te handelen en dat de wederpartij van deze onbevoegdheid op de hoogte was of behoorde te zijn;2° die worden aangegaan door een andere persoon die uitdrukkelijk verklaart voor de kapitein te handelen, tenzij de scheepseigenaar bewijst dat : a) deze persoon onbevoegd was om te handelen en dat de wederpartij respectievelijk de betrokken derde van deze onbevoegdheid op de hoogte was of behoorde te zijn;hetzij b) de betrokken verbintenis onverenigbaar is met een eerder door hemzelf of door de kapitein aangegane verbintenis met hetzelfde voorwerp of betreffende dezelfde aangelegenheid, en dat de wederpartij respectievelijk de betrokken derde van deze verbintenis op de hoogte was of behoorde te zijn;hetzij c) noch hijzelf, noch de reder van de betrokken verbintenis op de hoogte was of redelijkerwijze vermocht te zijn. § 2 In geval van onvolledigheid, dubbelzinnigheid of tegenstrijdigheid van bedingen betreffende de identiteit van de door de kapitein of de voor hem handelende partij, is alleszins de scheepseigenaar verantwoordelijk overeenkomstig § 1. § 3. Paragraaf 1 is van overeenkomstige toepassing op de vertegenwoordiging bij het stellen van rechtshandelingen in uitvoering van artikel 2.4.2.5, § 1, 4°.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23123\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.23</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Daden van de gezagvoerder De scheepseigenaar is aansprakelijk voor de door de gezagvoerder binnen de uitoefening van zijn taak gestelde onrechtmatige daden waardoor aan derden schade wordt berokkend</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23124\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.24</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Daden van aangestelden § 1. De scheepseigenaar is aansprakelijk voor : 1° de in de uitoefening van hun scheepsdienst gestelde onrechtmatige daden van de in zijn dienst tewerkgestelde bemanningsleden waardoor aan derden schade wordt berokkend;2° de in dienst van het schip gestelde onrechtmatige daden van de andere, desgevallend slechts tijdelijke, aangestelden van de scheepseigenaar of de reder waardoor aan derden schade wordt berokkend. § 2. Onverminderd de bijzondere bepalingen betreffende de betrokken dienstverlening, is de scheepseigenaar aansprakelijk voor de onrechtmatige daden van de verstrekkers van loods-, sleep- en vast- en losmaakdiensten en hun personeelsleden waardoor aan derden schade wordt berokkend Het vorige lid is niet van toepassing wanneer de dienstverstrekker de leiding van de vaarmanoeuvres heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23125\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.25</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aansprakelijkheid na eigendomsoverdracht Na eigendomsoverdracht blijft de aansprakelijkheid rusten op hem die scheepseigenaar was op het ogenblik waarop de onrechtmatige daad werd gesteld of de verbintenis tot stand kwam</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23126\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.26</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Gehoudenheid in solidum Ingeval naast de op grond van de voorgaande artikelen aansprakelijke scheepseigenaar een andere persoon voor dezelfde verbintenissen instaat of voor dezelfde schade aansprakelijk is, zijn de scheepseigenaar en deze andere persoon in solidum aansprakelijk</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23127\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.27</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verhaalsrecht De scheepseigenaar die op grond van de artikelen 2.3.1.22, 2.3.1.23 of 2.3.1.24 werd veroordeeld kan verhaal uitoefenen tegen de aansprakelijke schadeveroorzaker en de aansprakelijke reder, die tegenover hem in solidum gehouden zijn. Afdeling 3. - Scheepsagenten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-23128\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.1.28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Betekeningen, kennisgevingen en mededelingen § 1. Onverminderd de mogelijkheden tot betekening, kennisgeving, neerlegging en mededeling bepaald in hoofdstuk VII van het eerste deel van het Gerechtelijk Wetboek, kunnen betekeningen, kennisgevingen en mededelingen van gerechtelijke en buitengerechtelijke akten aan een scheepseigenaar, een scheepsmede-eigenaar, een reder of een scheepsgebruiker geldig worden gedaan aan de scheepsagent, op voorwaarde dat deze laatste, hetzij vooraf, hetzij naderhand, schriftelijk verklaart dat hij daartoe gevolmachtigd is en dat bij hem woonstkeuze is gedaan. § 2. De vorige paragraaf is van toepassing op de rechtspleging in België. HOOFDSTUK 2. - Zeevaart Afdeling 1. - Verplichte verzekeringen Onderafdeling 1. - Maritieme vorderingen Art. 2.3.2.1. Omzetting van Richtlijn 2009/20/EG Deze onderafdeling voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2009/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de verzekering van scheepseigenaars tegen maritieme vorderingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2322\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.2.2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Begrippen In deze afdeling en in de erop betrekking hebbende bepalingen van boek 4 wordt verstaan onder : 1° \"scheepseigenaar\", in afwijking van artikel 2.1.1.2, 1°, de geregistreerde eigenaar van een zeeschip of enig andere persoon, zoals de rompbevrachter, die verantwoordelijk is voor het exploiteren van het schip; 2° \"zeeschip\", in afwijking van artikel 1.1.1.3, § 1, 7° : een zeeschip bedoeld in Richtlijn 2009/20/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de verzekering van scheepseigenaars tegen maritieme vorderingen; 3° \"verzekering\" : een verzekering met of zonder vrijstelling, bijvoorbeeld een aansprakelijkheidsverzekering van het type dat momenteel wordt verstrekt door de leden van de \"International Group of P&amp;I Clubs\", en andere doeltreffende vormen van verzekering, waaronder aangetoonde individuele verzekering, en financiële zekerheid die soortgelijke dekkingsvoorwaarden bieden. Art. 2.3.2.3. Materiële toepassing § 1. Deze onderafdeling is van toepassing op zeeschepen van 300 brutoton of meer. § 2. Deze afdeling is van toepassing op estuaire schepen. § 3. Deze afdeling is niet van toepassing op oorlogsschepen, marinehulpschepen of andere schepen die eigendom zijn van of geëxploiteerd worden door een Staat en voor niet-commerciële overheidsdiensten worden gebruikt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2324\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.2.4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verzekeringsplicht § 1. De eigenaars van Belgische schepen moeten voor die schepen een verzekering hebben. § 2. De eigenaars van vreemde schepen moeten voor die schepen over een verzekering beschikken wanneer die schepen een onder de Belgische rechtsbevoegdheid vallende haven binnenvaren. § 3. De in de eerste en tweede paragraaf bedoelde verzekering dekt maritieme vorderingen waarvoor op grond van het LLMC-Verdrag een bovengrens geldt. Het bedrag van de verzekering voor elk schip per incident is gelijk aan het toepasselijke maximumbedrag voor de beperking van de aansprakelijkheid overeenkomstig het LLMC-Verdrag</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2325\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.2.5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verzekeringsbewijzen § 1. Het bestaan van de in artikel 2.3.2.4 bedoelde verzekering wordt aangetoond aan de hand van één of meer door de verzekeringsverstrekker uitgereikte verzekeringsbewijzen die zich aan boord van het schip bevinden De door de verzekeringsverstrekker uitgereikt verzekeringsbewijzen omvatten de volgende informatie : 1° de naam van het schip, het IMO-identificatienummer van het schip en de haven van registratie;2° de naam van de scheepseigenaar en het adres van zijn hoofdvestiging;3° type en looptijd van de verzekering;4° de naam en het adres van de hoofdvestiging van de verzekeringsverstrekker en, in voorkomend geval, het adres van het kantoor waar de verzekering is gesloten. Indien het verzekeringsbewijs noch in de Engelse, noch in de Franse, noch in de Spaanse taal is gesteld, bevat de tekst een vertaling in één van deze talen. § 2. Ongeacht paragraaf 1 rust de bewijslast met betrekking tot de doeltreffendheid van de verzekering of de soortgelijkheid van de dekkingsvoorwaarden, bedoeld in artikel 2.3.2.2, 3° op de scheepseigenaar. De scheepvaartcontroleurs kunnen in verband daarmee alle bijkomende inlichtingen opvragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 2. - Verontreiniging en wrakken Art. 2.3.2.6. Begrippen § 1. In deze onderafdeling en in de erop betrekking hebbende bepalingen van boek 4 wordt verstaan onder : 1° \"verzekeringscertificaat\" : een CLC-certificaat, een BUNKER-certificaat of een WRC-certificaat; 2° \"CLC-certificaat\" : een certificaat bedoeld in artikel VII.2 van het CLC-Verdrag 1992; 3° \"BUNKER-certificaat\" : een certificaat bedoeld in artikel 7.2 van het BUNKER-Verdrag; 4° \"WRC-certificaat\" : een certificaat bedoeld in artikel 12, lid 2 van het WRC-Verdrag;5° \"brutotonnenmaat\" : de brutotonnenmaat berekend in overeenstemming met de voorschriften voor de meting vervat in bijlage 1 van het TMC-Verdrag; § 2. Tevens gelden voor de toepassing van deze onderafdeling en de erop betrekking hebbende bepalingen van boek 4 de begripsomschrijvingen vervat in het CLC-Verdrag 1992, het BUNKER-Verdrag en het WRC-Verdrag.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2327\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.2.7</span><span class=\"lf-art-t\">Materiële toepassing Deze onderafdeling is eveneens van toepassing op estuaire schepen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2328\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2.3.2.8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Verzekerings- en certificatieplicht voor Belgische schepen § 1. De eigenaar van een Belgisch schip dat meer dan 2.000 ton olie in bulk als lading vervoert, moet een verzekering of andere financiële zekerheid, zoals een bankgarantie of een certificaat uitgereikt door een internationaal vergoedingsfonds, in stand houden tot dekking van zijn aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging uit hoofde van het CLC-Verdrag 1992, tot beloop van het beperkt bedrag van zijn aansprakelijkheid vastgesteld in artikel V.1 van het CLC-Verdrag 1992. § 2. De geregistreerde eigenaar van een Belgisch schip met een brutotonnenmaat van meer dan 1.000 moet een verzekering of andere financiële zekerheid, zoals een bankgarantie of door een soortgelijke instantie verstrekte garantie, in stand houden tot dekking van zijn aansprakelijkheid uit hoofde van het BUNKER-Verdrag, tot beloop van het beperkt bedrag van zijn aansprakelijkheid krachtens de toepasselijke nationale of internationale beperkingsregeling, doch in geen geval hoger dan een bedrag berekend in overeenstemming met artikel 6.1(b) van het LLMC-Verdrag. § 3</p></div>", "next": 239096}