{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Overwegende dat verschillende gemeenten vragen om modaliteiten in te voeren voor het praktisch beheer van het onderzoek, de aflevering en het toezicht op de uitvoering van twee vergunningen op verschillende percelen, wanneer die met elkaar verbonden zijn op het vlak van het behoud van de woonoppervlakte, vooral wanneer men geconfronteerd wordt met de overdracht naar een aangrenzend gebied dat gelegen is in een andere gemeente, een toestand die zou kunnen leiden tot de overdracht van compensaties tussen twee gemeenten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat men anders zou moeten bepalen dat het \"aangrenzend gebied\" gelegen moet zijn binnen de gemeentelijke grenzen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige gemeenten oordelen dat het BWRO aangepast moet worden om een \"ondubbelzinnig\" onderzoek mogelijk te maken van de vergunningsaanvragen die voortvloeien uit de toepassing van voorschrift 0.12;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat enkele reclamanten opmerken dat ook geen rekening werd gehouden met het luik \"stedenbouwkundige lasten\";</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat andere reclamanten, waaronder gemeenten, vragen om de versoepelingsvoorwaarden van het algemeen voorschrift 0.12 te herzien opdat de compensatie voor het verdwijnen van huisvesting geografisch meer beperkt zou blijven en ten goede zou komen aan de wijk in kwestie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bovendien de gevallen van gebruikswijzigingen zonder bestemmings-wijziging uitgesloten zouden moeten worden van dit voorschrift;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het BROH daarom voorstelt om in punt 1° van voorschrift 0.12 de bewoordingen \" van het gebruik of van de bestemming\" te schrappen en te vervangen door de bewoordingen \"van de bestemming\";</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bovendien de Gemeente Evere vraagt dat rekening zou worden gehouden met de met redenen omklede gevallen van de dringende afbraak van woningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de tekst volgens een reclamant onduidelijk is over de compensatie en dat dit doet vermoeden dat ze kan gebeuren in alle gebieden van het GBP en onder alle voorwaarden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt om de tekst van voorschrift 0.12 aan te vullen met de bewoordingen \"op voorwaarde dat wordt voldaan aan de bijzondere voorschriften van het geïncrimineerde gebied\";</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat twee andere reclamanten oordelen dat de verantwoording van de wijziging van voorschrift 0.12. 1°, lid 2, zwak lijkt en enkel één specifiek probleem oplost : de verbouwing van het Gésuklooster tot hotel in Sint-Joost-Ten-Node;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze twee reclamanten vragen dat dit 2de lid niet zou worden ingevoerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de helft van de leden van de GOC de wijziging voorgesteld door het ontwerp van GBP goedkeuren; dat deze leden menen dat in geval van hoge dichtheid het bouwen moet worden bevoorrecht in een wijk met nog een hoog verdichtingspotentieel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze evenwel wijzen op de moeilijkheid om dit voorschrift toe te passen aangezien er twee vergunningen moeten worden verkregen en de grondbeheersing is op een ander terrein niet gegarandeerd is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze niet akkoord gaan met de idee om het `grensgebied' te beperken tot de gemeentegrenzen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze voorstellen om zich te inspireren op de grenzen van de Wijkmonitoring;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de andere helft van de leden vraagt om het bouwen in een grensgebied niet toe te laten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering het advies van de helft van de leden van de GOC bevestigt en oordeelt dat de voorgestelde wijziging moet worden behouden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat immers, zoals wordt aangehaald door andere leden van de GOC, deze wijziging de bouw van woningen zal toelaten in gebieden met nog een hoog verdichtingspotentieel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het huidige voorschrift al praktische moeilijkheden inhoudt om twee vergunningen te verkrijgen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de invoering van gepaste mechanismen om het verkrijgen van de ene stedenbouwkundige vergunning afhankelijk te maken van het verkrijgen van de andere, niet kan worden geregeld via het bestemmingsplan, maar moet worden behandeld via een wijziging van het BWRO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de beperking van het aangrenzende gebied tot de gemeentegrenzen niet opportuun is aangezien woon- en gemengde gebieden zelf het kader van een gemeentegrens mogen overschrijden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze opmerking ook geldt voor de grenzen van de wijken opgenomen in de Wijkmonitoring;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de bewoordingen \"van het gebruik of van de bestemming\" niet kunnen worden vervangen door de bewoordingen \"van de bestemming\" zoals wordt voorgesteld door het BROH, aangezien deze termen niet enkel van toepassing zijn op punt 1° van voorschrift 0.12 maar ook op andere punten van dit voorschrift;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de wijziging die wordt voorgesteld door het ontwerp van GBP van toepassing moet zijn op vele situaties die zich niet beperken tot een punctueel probleem;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat geen gevolg kan worden gegeven aan het bezwaarschrift waarin wordt gevraagd om voorschrift 0.12 aan te vullen met de bewoordingen \"op voorwaarde dat wordt voldaan aan de bijzondere voorschriften van het geïncrimineerde gebied\", omdat deze toevoeging in tegenspraak zou zijn met algemeen voorschrift 0.1 dat net de gevallen bepaalt waarin de algemene voorschriften, waaronder voorschrift 0.12, van toepassing zijn naast de bijzondere voorschriften; dat de voorgestelde wijzigingen voor voorschrift 0.12, punt 1°, geen wijziging rechtvaardigen van het algemeen systeem dat wordt ingevoerd door algemeen voorschrift 0.1;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering bijgevolg het advies van een deel van de leden van de GOC volgt en oordeelt dat de voorgestelde wijziging voor punt 1° van voorschrift 0.12 moet worden behouden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de bezwaarschriften waarin wordt gevraagd om lid 12° uit voorschrift 0.12 te verwijderen, omdat het percentage van 45 % dat kan worden bestemd voor kantoren overdreven lijkt en omdat de limiet van 200 m² toegestane kantooroppervlakte per woning eveneens buiten proportie is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC oordeelt dat deze vraag niet binnen het kader van de wijzigingen van het ontwerp van GBP valt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de wijziging van het GBP geen wijziging van voorschrift 0.12, punt 2° voorstelt, dat de schrapping van dit punt niet lijkt te beantwoorden aan de doelstellingen van het besluit tot instelling van de gedeeltelijke wijziging van het GBP die beoogt om de economische activiteiten van welke aard ook, dus ook deze die thuis worden uitgeoefend, niet in het gedrang te brengen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat overigens in de algemene voorschriften de vloeroppervlakte niet wordt uitgedrukt in m² maar in een % om zich te kunnen aanpassen aan de vele concrete gevallen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering daarom het advies van de GOC volgt en oordeelt dat deze vraag niet binnen het kader van onderhavige wijziging van het GBP valt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een andere reclamant het onontbeerlijk acht om algemeen voorschrift 0.12.2° uit te breiden tot alle activiteiten die thuis kunnen worden uitgeoefend zonder de huisvesting aan te tasten, aangezien al die activiteiten volkomen verenigbaar zijn met huisvesting en er aanvullend op kunnen zijn en aangezien de aanmoediging van thuiswerk ook sterk bijdraagt tot de vermindering van de verplaatsingen met particuliere voertuigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC oordeelt dat deze vraag niet binnen het kader van de wijzigingen van het ontwerp van GBP valt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de GOC wel voorstelt om ze te analyseren in het kader van het GPDO en een toekomstige wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de kwestie thuiswerk niet wordt onderzocht in het kader van onderhavige wijziging van het GBP en niet beantwoordt aan de motieven voor instelling van deze gedeeltelijke wijziging;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering bijgevolg het advies van de GOC volgt en oordeelt dat deze vraag niet binnen het kader van onderhavige wijziging van het GBP valt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat dezelfde reclamant een bezwaarschrift heeft ingediend met betrekking tot voorschrift 0.12. lid 1 5° en vraagt om te preciseren dat de aldus aangelegde groene ruimten dezelfde verordenende waarde krijgen als de parkgebieden zoals gedefinieerd in bijzonder voorschrift 12;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC oordeelt dat deze vraag niet binnen het kader van de wijzigingen van het ontwerp van GBP valt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering het advies van de GOC volgt en oordeelt dat deze vraag niet binnen het kader van onderhavige wijziging van het GBP valt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de bezwaarschriften met betrekking tot de wijziging van voorschrift 0.12, lid 1 7° ;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant deze wijziging positief vindt, maar zich vragen stelt bij de overeenstemming tussen het gewijzigde voorschrift 0.12 en voorschrift 22, dat in het lintvoor handelskernen de bestemming van de verdiepingen voor handelszaken toestaat als de plaatselijke omstandigheden dat toelaten en na speciale regelen van openbaarmaking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de KCML, het BROH en de gemeente Elsene oordelen dat de wijziging de bezetting van de leegstaande woningen boven de handelszaken toelaat;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige gemeenten oordelen dat dit voorschrift te beperkend is; dat het niet mogelijk zal zijn ervan af te wijken en dat het geen rekening houdt met de typologie van sommige wijken en gebouwen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat krachtens artikel 9 van Titel I van de Gewestelijke Stedenbouwkundige Verordening een aparte ingang naar de verdiepingen niet verplicht is wanneer de gevelbreedte minder dan 6 m bedraagt; dat de gemeente Jette vraagt dat het voorschrift zou preciseren dat de breedte van het betreffende gebouw dit moet toelaten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gemeenten Sint-Gillis en Ukkel vragen dat het GBP een zekere soepelheid aan de dag zou leggen om de coherentie te garanderen met de geldende gewestelijke stedenbouwkundige verordening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeenten Sint-Jans-Molenbeek en Sint-Gillis vragen om, via speciale redenen van openbaarmaking, de oprichting of uitbreiding van een handelszaak in een lint voor handelskernen toe te staan op de bovenverdiepingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Anderlecht en twee andere reclamanten oordelen dat deze wijziging indruist tegen de algemene doelstelling van het plan om de huisvesting te ontwikkelen en de woonfunctie te beschermen, aangezien ze meer mogelijkheden biedt voor de uitbreiding of inrichting van een handelszaak ten koste van huisvesting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze vragen om het voorschrift niet te wijzigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat volgens andere reclamanten een handelszaak de mogelijkheid moet blijven krijgen om haar activiteiten uit te breiden buiten de benedenverdieping of de 1ste verdieping van een gebouw;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het GBP, door een bestaande handelszaak te verhinderen om uit te breiden naar de verdiepingen boven de eerste verdieping, de groei en rentabiliteit belemmert van een dynamische handelszaak die dan moet beslissen om hetzij niet uit te breiden, hetzij de wijk te verlaten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze vragende partij zijn voor het behoud van het huidige voorschrift van het GBP 2001 0.12, 7° ;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC voorstelt om het ontwerp van GBP te amenderen en het gebruik van de eerste verdieping van de handelszaak te onderwerpen aan speciale maatregelen van openbaring;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze aanbeveelt om een beleid te voeren dat aanmoedigt om de verdiepingen van gebouwen waar op het gelijkvloers een handelszaak is gevestigd te gebruiken voor huisvesting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende de vraag van een reclamant over de overeenstemming tussen voorschrift 0.12, 7° en voorschrift 22;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een onderscheid moet worden gemaakt tussen de toepassingsgebieden van deze beide voorschriften;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat voorschrift 0.12 immers enkel van toepassing is wanneer huisvesting in bepaalde gebieden wordt geschrapt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering om deze toepassings-gebieden te verduidelijken, beslist de cumulatieve toepassing van voorschrift 0.12, 7°, uit te breiden tot de bijzondere voorschriften via een wijziging van het algemeen voorschrift 0.1.;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat, in antwoord op het bezwaarschrift van de gemeente Anderlecht, de voorgestelde wijziging beantwoordt aan de algemene doelstelling van de gedeeltelijke wijziging van het GBP die erin bestaat om de woonfunctie te ontwikkelen en te beschermen; Dat immers voorschrift 0.12, punt 7° van het huidige GBP toelaat om woningen te schrappen op alle bovenverdiepingen van een gebouw teneinde er een handelszaak in te planten; dat bijgevolg het voorstel tot wijziging om de inplanting van handelszaken enkel te beperken tot het gelijkvloers en de eerste verdieping, beantwoordt aan de doelstelling om de woonfunctie te beschermen en te ontwikkelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de bezwaarschriften betreffende de typologie van de gebouwen binnen het kader van de GSV vallen en niet binnen het kader van onderhavige wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de analyse van de vergunnings-aanvragen gebeurt op grond van alle verordenende bepalingen, zowel van het GBP als van de GSV;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat, in antwoord op de bezwaarschriften en het advies van de GOC om de organisatie van speciale regelen van openbaarmaking op te leggen, de Regering opmerkt dat lid 1 van voorschrift 0.12 deze maatregelen al oplegt voor de toepassing van heel voorschrift 0.12;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dus wordt tegemoet gekomen aan de bezwaren betreffende dit punt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het, wat de dynamiek van een wijk betreft, nuttig is om te herhalen dat dit voorschrift zich niet tot doel stelt om de bestaande handelszaken te beschermen, maar wel de gebouwen die momenteel zijn bestemd voor huisvesting; dat bijgevolg niet kan worden gesteld dat de voorgestelde wijziging deze dynamiek zou verminderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, tot besluit en in het licht van wat voorafgaat, de wijziging voorgesteld door het ontwerp van plan wordt behouden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de bezwaarschriften met betrekking tot de toevoeging van het OGSO aan de gebieden die onderworpen zijn aan voorschrift 0.12, om daar de huisvesting te beschermen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant aanhaalt dat de toevoeging van de OGSO in dat voorschrift niet nodig is aangezien in de vroegere GSI, die aan de basis liggen van de OGSO, de bestaande huisvesting slechts aanvullend was;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat deze toevoeging aan voorschrift 0.12 indruist tegen het gemengd karakter en verhindert dat de OGSO gebieden met een economische bestemming blijven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het ontwerp van wijziging van het GBP alle inspanningen om het aantal woningen te doen toenemen toespitst op enkel de gebieden waar productieactiviteiten terechtkunnen en die nog maar een gering percentage van de oppervlakte van het Gewest vertegenwoordigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bovendien het onomkeerbare karakter van de conversie in huisvesting een latere wijziging ten voordele van de productieactiviteiten onmogelijk maakt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze reclamanten vragen dat de vermelding van het OGSO niet zou worden toegevoegd in voorschrift 0.12, omdat het een sterke aderlating voor de productieactiviteiten zou betekenen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, voor één van deze reclamanten, dat kritische verzet zou kunnen worden opgeheven als de GSI in de buurt van het kanaal behouden zouden blijven en indien de andere GSI, die worden omgevormd tot OGSO, gecompenseerd zouden worden door nieuwe GSI;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het advies van de GOC om de OGSO niet te integreren in het eerste lid van voorschrift 0.12, om de vervanging van economische activiteiten door huisvesting niet onomkeerbaar te maken en een onderscheid te maken tussen de SGG en de OGSO, in die zin dat de huisvesting zou zijn beschermd in de SGG en niet in de OGSO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de toevoeging van het OGSO in het eerste lid van voorschrift 0.12 bedoeld is om de woningen te beschermen die in deze gebieden worden gecreëerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering de ontwikkeling van huisvesting binnen de OGSO wil bestendigen, net als in de andere gebieden die zijn bestemd voor huisvesting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het nuttig is om te herhalen dat slechts 16 % van de GSI wordt omgevormd tot OGSO in het ontwerp van GBP; dat heel wat ruimten dus hoofdzakelijk voorbehouden blijven voor industriebedrijven; dat de OGSO niet enkel worden ingeplant in gebieden die momenteel bestemd zijn als GSI; dat het ontwerp van wijziging van het GBP bijgevolg niet alle inspanningen om het aantal woningen te doen toenemen toespitst op enkel de gebieden waar de productieactiviteiten terechtkunnen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat sommige gebieden die worden omgevormd tot OGSO gebieden zijn waar huisvesting al toegelaten is, zoals de SGG die meer dan een kwart van de nieuwe OGSO vertegenwoordigen; dat het niet opnemen van OGSO in het eerste lid van voorschrift 0.12 dus zou neerkomen op het verminderen van de bescherming van de huisvesting; dat dit in tegenspraak zou zijn met de motieven voor instelling van de gedeeltelijke wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering bijgevolg deze wijziging behoudt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de bezwaarschriften waarin wordt gevraagd om een voorschrift 0.12 bis in te voeren om de economische activiteiten in de SGG, de OGSO en de GSI te beschermen en die te kunnen compenseren wanneer ze afgeschaft worden, ook in het GGBua;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de reclamanten, om de afschaffing van economische activiteiten te kunnen compenseren, vragen dat men er zich eerst van zou vergewissen dat er voldoende beschikbare ruimte overblijft voor de economische activiteiten; dat ze opmerken dat er tussen het Gewestplan van 1979 en het GBP van 2001 ongeveer 106 ha industriegebieden van bestemming werden gewijzigd zonder dat daarvoor ooit enige compensatie werd geboden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bovendien de huidige voorgestelde wijziging van GBP in de transformatie voorziet van bijna 120 ha gebied voor stedelijke industrie in OGSO, waar huisvesting toegestaan kan worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het advies van de GOC die verwijst naar haar advies betreffende de OGSO en meer bepaald naar het punt betreffende de bewaringsmechanismen voor de bestaande bedrijven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende enerzijds dat de gebieden voor economische activiteiten (GSI, SGG, GHV) in het GBP van 2001 1.287,4 ha vertegenwoordigen en in het gewijzigde ontwerp van GBP, samen met de OGSO, 1.309 ha, dwz dat de oppervlakte waar de inplanting van economische activiteiten mogelijk is wordt opgevoerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat anderzijds het voorwoord van het ontwerp van GBP stelt dat een lijst van de productieactiviteiten van meer dan 1 000 m² werd opgemaakt waaruit blijkt dat ongeveer 700 000 m² vloeroppervlakte van werkhuizen en opslagplaatsen niet wordt gebruikt; dat deze studie duidelijk aantoont dat de oppervlaktes die worden ingenomen door productieactiviteiten in het Brussels Gewest tussen 1997 en 2011 sterk is gedaald (met 17 %);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, in het licht van wat voorafgaat en gezien het feit dat de aanwezigheid van economische activiteiten in de OGSO wordt opgelegd zodra een project 10 000 m² inneemt, de voorgestelde wijzigingen voldoende zijn om te beantwoorden aan de doelstelling van het besluit tot instelling van de gedeeltelijke wijziging van het GBP om te voldoen aan de woningbehoeften met vrijwaring van de economische activiteiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering bijgevolg oordeelt dat geen gevolg moet worden gegeven aan het bezwaarschrift;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bovendien, en met name voor het punt betreffende het bewaringsmechanisme van de bestaande bedrijven, moet worden verwezen naar de antwoorden op de bezwaren betreffende deze aspecten in punt 3.2.3.;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het BROH eveneens de wijziging voorstelt van punt 9° van algemeen voorschrift 0.12, lid 1; dat namelijk enerzijds de omschrijving \"die daarvoor is ontworpen\" zou moeten worden toegelicht en anderzijds zou moeten worden gepreciseerd dat de oprichting of uitbreiding van een handelszaak enkel toegestaan is op het de benedenverdieping en op de eerste verdieping, wat strookt met hetgeen wordt voorzien door de bijzondere voorschriften;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC verwijst naar de incoherentie in het voorschrift, tussen punt 7° dat werd gewijzigd en punt 9° dat niet werd gewijzigd, aangezien punt 9° permissiever is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de GOC vraagt om dit punt te schrappen bij een toekomstige wijziging van het GBP die zou volgen op het GPDO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de vraag om precisering van de woorden \"die daarvoor is ontworpen\" niet binnen het kader van onderhavige wijziging van het GBP valt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het advies van het BROH en de GOC betreffende de incoherentie tussen het gewijzigde punt 7° en punt 9° niet kan worden gevolgd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat immers het gewijzigde punt 7° betrekking heeft op de gevallen waarin een handelszaak wordt opgericht of uitgebreid in een lint van handelskernen, en punt 9° op dezelfde gevallen buiten een lint van handelskernen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het volkomen gerechtvaardigd lijkt om in een lint van handelskernen soepeler op te treden door de inplanting van handelszaken op het gelijkvloers en op de 1ste verdieping toe te laten en om handelszaken buiten het lint van handelskernen enkel toe te laten op het gelijkvloers;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat daarom geen gevolg wordt gegeven aan het bezwaarschrift;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Jette vraagt om bijkomende wijzigingen aan te brengen in algemeen voorschrift 0.12;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze vraagt om de afschaffing van een woning toe te staan om de inplanting mogelijk te maken van de kantoren van een onderneming waarvan de uitbater een andere woning in hetzelfde gebouw betrekt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze tevens vraagt om de afschaffing van een woning toe te staan om de inplanting van een jeugdherberg mogelijk te maken, aangezien die niet kan worden gelijkgeschakeld met andere hotelinrichtingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC oordeelt dat deze vraag niet binnen het kader van de wijzigingen van het ontwerp van GBP valt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering het advies van de GOC volgt en oordeelt dat deze vraag niet binnen het kader van onderhavige wijziging van het GBP valt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Sint-Joost-Ten-Node vraagt om, voor de gemeenten die reeds meer dan 15 % sociale woningen hebben en waar de bevolkingsdichtheid veel hoger is dan het gewestelijk gemiddelde, te voorzien in mogelijke afwijkingen van algemeen voorschrift 0.12., om bepaalde types van economische activiteiten te promoten die verenigbaar zijn met de huisvesting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC oordeelt dat deze vraag niet binnen het kader van de wijzigingen van het ontwerp van GBP valt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat, zoals reeds gezegd, het GBP gen aspecten kan regelen die verbonden zijn aan de sociale gemengdheid of verdichting; dat daarom geen gevolg kan worden gegeven aan het bezwaarschrift;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant, om rechtszekerheid te garanderen voor de bestaande ondernemingen, vraagt om een bewaringsclausule in te voeren die voor bestaande ondernemingen hun behoud en bepaalde uitbreidingsmogelijkheden op hun huidige site garandeert;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het advies van de GOC dat verwijst naar haar advies betreffende de OGSO en meer bepaald naar het punt betreffende het bewaringsmechanisme voor de bestaande bedrijven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering verwijst naar haar antwoord betreffende het bewaringsmechanisme voor de bestaande bedrijven in punt 2.1, algemeenheden en in punt 3.2.3. OGSO; 2.9. Voorschrift 0.14.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Stad Brussel vraagt om de KaSTK te wijzigen met een vermindering van de kantooroppervlaktes om de reconversie in huisvesting te bevorderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC oordeelt dat deze vraag niet binnen het kader van de wijzigingen van het ontwerp van GBP valt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze evenwel vraagt om ze te analyseren in het kader van het GPDO en van een toekomstige wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering het advies van de GOC volgt en oordeelt dat deze vraag niet binnen het kader van onderhavige wijziging van het GBP valt, en een globale bezinning vergt die verder gaat dan het voorwerp van onderhavige wijziging; dat het immers niet gegarandeerd is dat een wijziging van de KaSTK de reconversie van kantoren in woningen zou bevorderen; dat een wijziging van de mazen van het KaSTK een dergelijke reconversie niet verplicht zou maken, terwijl voorschrift 0.9 het behoud en de uitbreiding van de kantoren toelaat los van het KaSTK; dat evenmin de renovatie tot woningen zou kunnen worden verplicht vanwege enerzijds de toepassing van voorschrift 0.9 en anderzijds het feit dat voorschrift 0.14 geen betrekking heeft op de handelingen en werken verbonden aan een renovatie; dat daarom geen gevolg kan worden gegeven aan het bezwaarschrift; 2.10. Voorschrift 0.16 Gelet op de bezwaarschriften waarin wordt gevraagd om de reikwijdte van punt 3, lid 2 van het nieuwe algemeen voorschrift 0.16 te preciseren : \"er wordt in het bijzonder rekening gehouden met de noodzaak om een voldoende afstand te bewaren\", en gelet op de bezwaarschriften waarin wordt gevraagd om de veiligheidsperimeters te preciseren op grond van het type Seveso-inrichting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende echter dat een deel van de ESRBHG en verschillende reclamanten van oordeel zijn dat het verstandig zou zijn om de analyse van de vereiste afstanden geval per geval over te laten aan de vergunnende overheden, en niet algemeen te bepalen in het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeenten Ganshoren, Jette en Anderlecht vaststellen dat er een conflict is tussen voorschrift 0.16 en de keuze van bepaalde OGSO nabij Seveso-sites;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het BIM blij is met de creatie van voorschrift 0.16; dat het BIM en een reclamant evenwel vragen om een bewaringsclausule te voorzien om het industrieel weefsel niet in gevaar te brengen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het BIM voorstelt om de volgende clausule toe te voegen, achter het eerste lid van artikel 2 van het besluit van 29 maart 2012 : \"deze voorwaarde is niet van toepassing op bestaande inrichtingen die in de toekomst als Seveso-bedrijf geklasseerd zouden worden ingevolge een wijziging van de Europese wetgeving\";</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt dat het dossier met de analyse en de conclusies betreffende de naleving van de voorwaarden 2° en 3°, punten 2 en 3 van lid 2 van voorschrift 0.16, deel zou uitmaken van het dossier dat wordt onderworpen aan de speciale regelen van openbaarmaking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt, zoals ook het MER aanbeveelt, om in de voorgestelde bestemmingswijzigingen rekening te houden met de inrichtingen die in de toekomst als Seveso-bedrijf geklasseerd zouden kunnen worden ingevolge een wijziging van de wetgeving;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt om een bijkomend en grondig MER te realiseren en dat te onderwerpen aan een nieuw openbaar onderzoek, om dan met kennis van zaken de gebieden die grenzen aan de COTANCO II-site, te bestemmen in OGSO; dat een milieuvergunning werd afgeleverd voor deze activiteiten tot 20 december 2022;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de twee COTANCO-depots de enige opslagen distributiedepots voor aardolieproducten zijn ten zuiden van Brussel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de reclamant eveneens wijst op de aanwezigheid in de buurt van een bovengrondse pompinstallatie voor aardgas onder hoge druk, die toebehoort aan de NV Fluxys, wat onverenigbaar is met de nabijheid van een OGSO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de reclamant oordeelt dat de potentiële onverenigbaarheden tussen het behoud van de COTANCO-sites en de creatie van de OGSO niet correct werden geanalyseerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de reclamant van mening is dat het MER geen alternatieven of mogelijke pistes voor oplossingen heeft voorgesteld (bufferzones enz....);</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het advies van de GOC die de opstelling van voorschrift 0.16 goedkeurt en het verstandig acht om de analyse van de gepaste afstanden geval per geval toe te vertrouwen aan de overheden die de vergunningen afleveren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de GOC de bezorgdheid van sommige reclamanten deelt over de implicaties van de evolutie van de wetgeving ter zake, de Seveso-criteria zullen immers meer bedrijven betreffen dan nu het geval is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze evenwel wijst op het feit dat de bewaringsclausule die is voorzien in voorschrift 0.9 van het GBP de bestaande bedrijven toelaat om hun activiteiten voort te zetten en uit te breiden en dat het eerste lid van voorschrift 0.16 enkel van toepassing is bij de inplanting van nieuwe inrichtingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering het advies van de GOC volgt en voorschrift 0.16 ongewijzigd laat;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het MER de problematiek van het bestaan van twee Seveso-inrichtingen (COTANCO I en II), waarvan de veiligheidsperimeters gedeeltelijk de OGSO-pool \"Biestebroeck\" dekt, heeft onderzocht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het bijgevolg niet nodig is om een aanvullend MER te realiseren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering, zoals het MER voorstelt, zich moet bezinnen over een reorganisatie, op termijn, van de Seveso-sites; 3. Bijzondere voorschriften 3.1. Woongebieden met residentieel karakter en woongebieden 3.1.1. Voorschriften (algemeen) Overwegende dat twee reclamanten vragen dat de termen \"per gebouw\" en \"per project en per gebouw\" zouden worden vervangen door de term \"per project\" en voorstellen de definitie te ervan herzien;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze vraag met name gemotiveerd is vanuit de dubbelzinnigheid die voortvloeit uit het feit dat een project meerdere gebouwen kan omvatten en vanuit de zorg om het \"verkappen\" van projecten te vermijden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC van mening is dat het nodig is om het glossarium van het GBP te herzien en aan te vullen en de begrippen van project en van gebouw te verduidelijken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze evenwel van mening is dat deze bekommernissen niet kaderen in de wijzigingen die worden voorgesteld in onderhavig ontwerp van GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze doet opmerken dat deze vraag moet worden bestudeerd in het kader van het GPDO en van een toekomstige wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het antwoord op deze opmerkingen gegeven werd in hoofdstuk 2.1. Algemeenheden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hieruit blijkt dat het begrip van gebouw nu al gedefinieerd is in het glossarium van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de regering het advies van de GOC volgt in de zin dat deze vraag niet kadert in de huidige wijziging van het GBP en een globale beschouwing vereist, die haar voorwerp overstijgt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt om, voor elk van de bestemmingen, maximumquota per huizenblok te bepalen, en meer bepaald voor de hotelfunctie, om de zwakke functies, zoals voorzieningen en productieactiviteiten, te beschermen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt om de voorschriften 1.5., 2.5., 3.5. en 4.5. te preciseren, in het bijzonder de begrippen \"verenigbaarheid met wonen\" en \"continuïteit van het wonen\", door quota per huizenblok te bepalen volgens de gebieden, om verschillende interpretaties van deze voorschriften te vermijden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant, met de bedoeling om het patrimonium en de stedenbouwkundige kenmerken van de wijken te beschermen, vraagt om de dalende hotelcapaciteit in het centrum van het Gewest en zijn eerste kroon te herzien;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hij bovendien vraagt dat er een specifiek voorschrift wordt ingevoerd, dat de afbraak van bebouwing van vóór 1950 met het oog op de aanleg of de uitbreiding van hotels verbiedt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt om de toepassing van het voorschrift 1.3. te herzien om de toepassing ervan in het geval van vergunningen betreffende gebouwen met een specifieke configuratie te versoepelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt om de gevallen waarin vergroting van de kantooroppervlakte boven de voorgeschreven maxima wordt toegestaan (voorschrift 2.2.) te beperken, omdat de voorwaarde betreffende sociale en economische redenen te vaag is en gemakkelijk wordt gehaald;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hij vraagt dat deze mogelijkheid zou worden beperkt tot de renovatie van bestaande gebouwen, in overeenstemming met hun bestaande capaciteiten, hun typologie en hun structuur;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt om de mogelijkheid om de verdiepingen aan handelszaken te bestemmen buiten de linten voor handelskernen te verbieden (uitgezonderd bestaande situaties of precieze typologieën) om geen schade te berokkenen aan de bestaande handelszones en de huisvesting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt om de mogelijkheid om het aantal hotelkamers in het gebied tot boven de voorgeschreven maxima op te trekken te beperken tot de renovatie van bestaande gebouwen, in overeenstemming met hun typologie en hun structuur;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt om het voorschrift 0.12 van het GBP betreffende de dienstenactiviteiten in de woongebieden te versoepelen om de afschaffing of de wijziging van een woning toe te laten voor dienstenactiviteiten (type vrije beroepen) van meer dan 75 m², gezien deze bestemmingen verenigbaar zijn met de residentiële functie en er een aanvulling op kunnen betekenen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de KCML en de gemeente Elsene vragen om een grotere gemengdheid toe te laten in de woongebieden om er de reconversie van bestaande bebouwing binnen een huizenblok en hun gebruik als kantoor en/of voor de vervaardiging van immateriële goederen aan te moedigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze vragen om het voorschrift 2.5. in die zin te herzien;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit met name een fijnere vorm van gemengdheid en de nabijheid tussen wonen en werken in de hand zou werken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het BROH, in een context van verdichting van de stad, vraagt om te zorgen voor een zeker percentage openbare voorzieningen en buurtvoorzieningen om te beantwoorden aan de behoeften van de bewoners (bijvoorbeeld een percentage per project);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het BROH en andere reclamanten vragen om de drempels van de toegestane oppervlaktes voor handelszaken in woongebieden met een overwegend residentieel karakter te herzien, gezien deze functie aanvullend is op de huisvesting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze reclamanten voorstellen formuleren in termen van oppervlakte, te bestemmen voor de handel in elk project en per gebouw;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC meerdere van deze opmerkingen deelt, in het bijzonder de vraag om de oppervlaktedrempels van de bestemming in de verschillende gebieden te herzien;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze vraagt om in het glossarium de buurtvoorzieningen van de andere publieke voorzieningen te onderscheiden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze evenwel van mening is dat deze bezorgdheden niet kaderen in de wijzigingen die in onderhavig ontwerp van GBP zijn opgenomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze vraagt dat deze opmerkingen worden geanalyseerd in het kader van het GPDO en van een toekomstige wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het GBP de voorschriften per gebied en niet per huizenblok bepaalt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de voorschriften 1.4. en 2.4. nu al onrechtstreeks de oppervlakte van de hotels beperken door de maximale capaciteit in termen van kamers te beperken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de hotelfunctie een secundaire functie is en dus de hoofdfunctie niet mag aantasten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het bijgevolg niet nodig blijkt om quota per huizenblok vast te leggen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de voorschriften 1.5., 2.5., 3.5. en 4.5. erop gericht zijn om algemene voorwaarden voor de toepassing van de voorschriften voor woongebieden en gemengde gebieden te definiëren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze met name mikken op de handelingen en werken op het binnenterrein van het huizenblok, de stedenbouwkundige kenmerken i.v.m. het omgevende stedelijke kader, de verenigbaarheid van de activiteiten met de huisvesting en de continuïteit van het wonen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze algemene overwegingen niet noodzaken tot het bepalen van quota per huizenblok;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het onderzoek van deze begrippen, zoals reeds gesteld in deel 2.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeenheden, zal worden uitgevoerd door de administratieve overheid die de stedenbouwkundige vergunning aflevert, gelet op het begrip van goede plaatselijke ordening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een definitie van deze termen niet aangewezen lijkt, gezien de variabele context van de projecten; dat het GBP dientengevolge geen rekening kan houden met alle facetten en variaties waarmee deze termen kunnen worden gepreciseerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit bezwaar niet kan worden gevolgd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de bescherming van het erfgoed onder een specifiek beleid valt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de bescherming van de gebouwen van vóór 1932 evenwel verzekerd is inzoverre dat deze automatisch worden beschouwd ingeschreven te zijn in de inventaris van het onroerend erfgoed van het Gewest (BWRO, art. 333), wat met zich brengt dat de Overlegcommissie verplicht een advies moet verstrekken voor elke aanvraag van een stedenbouwkundige vergunning voor die gebouwen (BWRO, art.207);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de bescherming van recentere gebouwen niet onder onderhavige wijziging van het GBP valt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het GBP geen specifieke voorschriften bevat op schaal van het perceel; dat het de problemen met specifieke typologieën niet kan oplossen; dat deze elementen op een precieze manier worden geanalyseerd op het niveau van de stedenbouwkundige vergunningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze klacht niet in onderhavige wijziging van het GBP kadert;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de vergroting van de kantooroppervlakte, voorzien in het voorschrift 2.2., moet beantwoorden aan meerdere voorwaarden, waaronder het feit dat ze de hoofdfunctie van het gebied, namelijk huisvesting, niet mag aantasten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een wijziging van dit voorschrift bijgevolg niet noodzakelijk blijkt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze vraag, zoals de GOC doet opmerken, bovendien niet onder onderhavige gedeeltelijke wijziging van het GBP valt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het voorschrift 0.12, 7° gewijzigd werd om de afschaffing van woningen voor het gebruik door een handelszaak in een lint voor handelskernen te beperken tot de gelijkvloerse en de eerste verdieping van de gebouwen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze wijziging bijgevolg tegemoetkomt aan dezelfde bezorgdheden als de voorwaarden die aan de basis liggen van de voorschriften 1.3. en 2.3., te weten de bestemming van de gelijkvloerse en eerste verdieping van de gebouwen beperken tot de handel; Dat de samenhang tussen deze bepalingen dus geen aanleiding geeft tot wijziging van de voorschriften 1.3. en 2.3.;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er voor de rest verwezen wordt naar de opmerkingen, gemaakt in deel 2.1. Algemeenheden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de mogelijkheid om het aantal hotelkamers op te trekken al beperkt is, aangezien dit alleen toegestaan is via voorschrift 2.4. en niet via 1.4.; Dat er dus een verschil wordt gehanteerd tussen de woongebieden met residentieel karakter en de woongebieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de verhoging van het aantal kamers, voorzien door voorschrift 2.4., zelf beperkt is, enerzijds door een maximaal aantal kamers en anderzijds door de verplichting om te voldoen aan de verplichtingen van voorschrift 2.5., dat de continuïteit van het wonen oplegt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze vraag overigens het kader van onderhavige gedeeltelijke wijziging van het GBP overstijgt, zoals de GOC doet opmerken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de regering verwijst naar haar opmerkingen in deel 2.1. Algemeenheden wat betreft het voorschrift 0.12 voor dienstenactiviteiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hieruit hoofdzakelijk blijkt dat deze vraag het kader van onderhavige gedeeltelijke wijziging van het GBP overstijgt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de bestaande gebouwen op het binnenterrein van een huizenblok profiteren van de bewaringsclausule (voorschrift 0.9 van het GBP); dat ze dus het voorwerp kunnen zijn van verbouwingswerken, ingrijpende renovatiewerken of afbraak- en wederopbouwwerken en dat ze ook het voorwerp kunnen zijn van een vergunning voor wijziging van gebruik of van bestemming, toegestaan in de voorafgaande vergunning binnen de grenzen die in dit voorschrift 09 gedefinieerd zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de regering voor het overige het advies van de GOC volgt en van mening is dat deze vragen niet in onderhavige wijziging van het GBP kaderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de regering verwijst naar haar opmerkingen, gemaakt in deel 2.1. Algemeenheden wat betreft de buurtvoorzieningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hieruit blijkt dat deze vraag een globale beschouwing vereist, die het kader van onderhavige gedeeltelijke wijziging van het GBP overstijgt; Dat hetzelfde geldt voor de problematiek van de buurthandelszaken; 3.2. Gebieden met gemengd karakter 3.2.1. Gemengd gebied a. Algemeenheden Overwegende dat een reclamant vindt dat het ontwerp van GBP geen betere bescherming biedt voor de productieactiviteiten in de gebieden met gemengd karakter; Overwegende dat het besluit van 20 januari 2011 dat de procedure opent voor een gedeeltelijke wijziging van het GBP en dat de inplanting van woningen en schoolvoorzieningen wil bevorderen in de verschillende bebouwbare gebieden van het GBP, evenwel met behoud van de ruimten met een economische bestemming;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het GBP niet is gewijzigd wat de voorschriften betreft in verband met de productieactiviteiten binnen de gebieden met gemengd karakter; dat dit niet aan de orde was in onderhavige wijziging; b. Voorschrift 3.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt dat het voorschrift een percentage economische activiteiten zou opleggen binnen het kader van het voorschrift 3.1., en wel op zijn minst voor de reconversieprojecten met een vloeroppervlakte van minimaal 3500 m²;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC het niet aangewezen acht om dat voorschrift te wijzigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het gemengde karakter immers doeltreffend werkt in bepaalde gemengde gebieden en dat die waar dat niet zo is, doorgaans onherroepelijk zijn ingepalmd door huisvesting; dat het invoeren van percentages voor de economische activiteiten wellicht geen invloed zal hebben op de feitelijke toestand in de gemengde gebieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het gemengde gebied een gebied is met huisvesting als hoofdbestemming;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de economische activiteiten er een secundaire bestemming zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij geen afbreuk mogen doen aan de hoofdfunctie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering het advies van de GOC volgt in die zin dat zij het niet aangewezen acht het voorschrift te wijzigen; c. Voorschrift 3.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt om de kantoor- en handelsoppervlakten te herbekijken en te verlagen om te beantwoorden aan de vereisten van voorschrift 3.5., meer bepaald door maximaal toelaatbare oppervlakten in te voeren in de Vijfhoek en de Eerste Kroon (nauwe percelen);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat andere reclamanten vragen om de mogelijkheid om kantooroppervlakten te vergroten te beperken tot bestaande gebouwen, in overeenstemming met hun capaciteit en typologie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er in feite een gebrek is aan beoordelingscriteria voor de toepassing van de voorwaarden gestipuleerd in voorschrift 3.2. om een uitbreiding van de vloeroppervlakten toe te staan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC meent dat deze bezwaren niet passen in het kader van de voorgestelde wijzigingen in het ontwerp van GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij evenwel vraagt om deze opmerkingen te analyseren in het kader van het GPDO en een toekomstige wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het GBP bepaalt welke bestemmingen toegelaten zijn in de verschillende gebieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het GBP niet tot doel heeft om verschillende toepassingen van de voorschriften te bepalen binnen eenzelfde gebied, afhankelijk van de geografische ligging van de huizenblokken binnen het Brussels gewest;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de beperking van handel en kantoren in de Vijfhoek en de Eerste Kroon een wijziging van de bestemming van de huizenblokken zou vergen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er wordt verwezen naar de overwegingen onder punt 3.1. (voorschriften van de woongebieden met residentieel karakter en woongebieden);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat daaruit blijkt dat het onderzoek van de voorwaarden van voorschrift 3.5. van het GBP van geval tot geval wordt bekeken, op het moment van de aflevering van de stedenbouwkundige vergunningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hetzelfde geldt voor de toepassing van de voorwaarden aangehaald in voorschrift 3.2.;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het GBP de voorwaarden ervan dan ook niet kan preciseren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er geen gevolg kan worden gegeven aan dit bezwaar;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering voor het overige het advies van de GOC volgt in die zin dat deze vragen niet passen in het kader van onderhavige wijziging van het GBP; d. Voorschrift 3.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt om het niet langer mogelijk te maken verdiepingen voor handelszaken te bestemmen buiten de linten voor handelskernen (behoudens bestaande toestanden of bepaalde typologieën), teneinde de bestaande handelszaken en de woonfunctie niet te benadelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC van mening is dat deze vraag pertinent is en vraagt aan de Regering om voorschrift 3.3. in die zin te wijzigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de uitbreiding van een handelszaak buiten het lint voor handelskernen de aanwezigheid van woningen op de bovenverdiepingen van de gebouwen immers kan beperken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat handelszaken van een zekere omvang moeten worden geconcentreerd in de linten voor handelskernen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het GBP toestaat om de bovenverdieping voor handel te bestemmen voor zover de plaatselijke voorwaarden dat toelaten en na speciale maatregelen van openbaarmaking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de naleving van deze voorwaarden van geval tot geval wordt onderzocht door de administratieve overheid die de stedenbouwkundige vergunningen aflevert;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bovendien wordt verwezen naar de overwegingen gestipuleerd onder punt 3.1. (voorschriften van de woongebieden met residentieel karakter en woongebieden); e. Voorschrift 3.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt dat de mogelijkheid om het aantal hotels te vermeerderen tot boven het voorgeschrevene voor het gebied zou worden beperkt tot de renovatie van bestaande gebouwen, in overeenstemming met hun typologie en structuur;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze reclamant vraagt om de capaciteiten te herbekijken en te verlagen teneinde te beantwoorden aan de vereisten van voorschrift 3.5.;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze reclamant eveneens vraagt om een specifiek voorschrift in te voeren dat de afbraak verbiedt van de bestaande bebouwing van voor 1950 met het oog op de oprichting of uitbreiding van hotels;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC meent dat deze bezwaren niet passen in het kader van de wijzigingen voorgesteld in het ontwerp van GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij desalniettemin vraagt om deze opmerkingen te analyseren in het kader van het GPDO en het GBP dat daarop zal volgen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering verwijst naar de overwegingen uiteengezet onder punt 3.1.;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij de GOC volgt in die zin dat deze bezwaren niet passen in het kader van onderhavige wijziging van het GBP; f. Voorschrift 3.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het BIM een wijziging van voorschrift 3.5. vraagt in die zin dat er een bijkomende voorwaarde aan zou worden toegevoegd met betrekking tot het groene netwerk;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC het zinvol vindt om de aanwezigheid van het groene netwerk en van het ecologische netwerk te verdedigen in alle wijken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij van mening is dat voor deze vraag eerder een nieuw algemeen voorschrift zou moeten worden opgesteld met betrekking tot alle gebieden van het GBP, naar het model van voorschrift 0.6.;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering verwijst naar de overwegingen uiteengezet onder punt 2.1. Algemeenheden met betrekking tot een vergelijkbare vraag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze elementen worden onderzocht op het moment van de aflevering van een stedenbouwkundige vergunning;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze vragen niet passen in het kader van de wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt dat de concepten `verenigbaar met het wonen' en `continuïteit van het wonen' zouden worden gepreciseerd, met name door het bepalen van minimum- of maximumquota per huizenblok volgens de gebieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC meent dat deze bezwaren niet passen in het kader van de wijzigingen voorgesteld in het ontwerp van GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij desalniettemin vraagt om deze opmerkingen te analyseren in het GPDO en het GBP dat daarop zal volgen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het GBP de bestemmingen per gebied bepaalt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het definiëren van quota per huizenblok het niet mogelijk maakt om te voldoen aan de specifieke voorwaarden betreffende het respect voor de continuïteit van het wonen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de verenigbaarheid met het wonen van geval tot geval wordt onderzocht op het moment van de aflevering van de stedenbouwkundige vergunning;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het bepalen van minimum- en maximumquota per huizenblok het niet mogelijk maakt om de context van een project in te schatten, maar het nodig maakt om eenzelfde maatregel eenzijdig toe te passen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit voorstel niet kan worden gevolgd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er bovendien wordt verwezen naar de overwegingen gestipuleerd onder punt 3.1. (voorschriften van de woongebieden met residentieel karakter en woongebieden); 3.2.2. Sterk gemengd gebied a. Algemeenheden Overwegende dat de ESRBHG vraagt om binnen de voorschriften voor het sterk gemengd gebied de bouw te garanderen van een redelijke proportie woningen die toegankelijk zijn voor de lage en middelhoge inkomens; Overwegende dat de GOC de bezorgdheid van de ESRBHG deelt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij vraagt om een adequaat mechanisme uit te werken om de kwestie van de sociale diversiteit te regelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het mechanisme een verplichting zal moeten invoeren om binnen het kader van de projecten een deel voor woningen voor de lage en middelhoge inkomens;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij aan de Regering vraagt om de mogelijkheid te onderzoeken een dergelijk mechanisme in te voeren in het GBP of in een onafhankelijke verordening die van toepassing is op alle projecten van een zekere omvang;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het type gewenste woning niet in de voorschriften van het GBP kan worden opgenomen op grond van het BWRO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat andere regelgevende instrumenten een verplichting voor sociale diversiteit van de woningen zouden kunnen opleggen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering het advies van de GOC bijgevolg niet kan volgen aangezien deze kwestie niet past in het kader van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, zoals reeds aangehaald, het probleem van de sociale diversiteit parallel met de gedeeltelijke wijziging van het GBP wordt bekeken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat voor het overige wordt verwezen naar de opmerkingen geformuleerd in de punten 1.21. en 2.1.; b. Voorschrift 4.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten vragen dat voorschrift 4.1. quota zou opleggen voor de verschillende bestemmingen die worden opgenomen, zoals dat voorzien is in het voorschrift van de OGSO of door voorschrift 4.4;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er een percentage zou worden opgelegd voor de reconversieprojecten met een vloeroppervlakte van ten minste 3 500 m²;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat volgens deze reclamanten het ontbreken van een opgelegd percentage om voor te behouden voor de verschillende activiteiten het onmogelijk maakt om de geest van een gemengdheid te handhaven, aangezien de gemengde gebieden worden ingepalmd door huisvesting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC van mening is dat de wijziging van voorschrift 4.1. een meer allesomvattende denkoefening vereist en niet kan worden gewijzigd in het kader van het ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij meent dat de voorgestelde wijziging te complex is om toe te passen aangezien zij een nauwkeurige boekhouding zou vereisen van de toelaatbare drempels voor de verschillende functies in het gebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij bovendien van mening is dat het opleggen van een gemengdheid aan de hand van quota enkel overwogen moet worden voor niet-geürbaniseerde terreinen omdat deze maatregel niet uitvoerbaar is in reeds volledig bebouwde gebieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij desalniettemin vraagt om deze opmerkingen te analyseren in het kader van het GPDO en het volgende GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het GBP steunt op het algemeen principe om in een eerste alinea alle hoofdbestemmingen van het gebied te definiëren en vervolgens, indien nodig, een programma voor de vermenging van functies voor specifieke projecten zoals deze die mogelijk zijn op de braakliggende terreinen bedoeld in voorschrift 4.4.;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering het advies van de GOC volgt en eveneens vindt dat een dergelijke wijziging te complex zou zijn om toe te passen aangezien zij een nauwkeurige boekhouding zou vereisen van de toelaatbare drempels voor de verschillende functies in het gebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij er eveneens op wijst dat het systeem van de quota desgevallend enkel overwogen kan worden voor niet-bebouwde terreinen, aangezien zij moeilijk toe te passen zijn in reeds volledig geürbaniseerde gebieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze kwestie geen voorwerp uitmaakt van de gedeeltelijke wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering het advies van de GOC volgt en vindt dat deze kwestie past in een meer allesomvattende denkoefening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt om de bouw van een minimumaantal geconventioneerde woningen op te leggen in SGG omdat deze gebieden een goede ligging hebben qua aanbod van het openbaar vervoer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze reclamant eveneens vraagt om de GSV te wijzigen inzake de na te leven verhouding parkeerplaatsen/woningen in sterk gemengde gebieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC verwijst naar haar hoger geformuleerde vraag om een instrument in te voeren dat het mogelijk zou maken een minimumaantal woningen voor lagere en middelhoge inkomens op te leggen binnen projecten van een zekere omvang;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een antwoord op deze opmerkingen in het voorgaande te vinden is onder punt 2.1. algemeenheden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een herziening van de verhouding parkeerplaatsen/woning niet past in het kader van onderhavige wijziging van het GBP maar wel in een bredere denkoefening in het kader van een eventuele herziening van de GSV;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt om de gevallen te beperken waarin het toegelaten is de kantooroppervlakten te vergroten tot boven de voorgeschreven oppervlakte aangezien de voorwaarde inzake de sociale en economische redenen te vaag is en gemakkelijk kan worden vervuld;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze mogelijkheid zou worden beperkt tot de renovatie van bestaande gebouwen, in overeenstemming met hun bestaande capaciteiten, typologie en structuur;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC meent dat deze bezwaren niet passen in het kader van de wijzigingen voorgesteld in het ontwerp van GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij desalniettemin vraagt om deze opmerkingen te analyseren in het kader van het GewOP en een toekomstige wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een antwoord op deze opmerkingen in het voorgaande te vinden is, onder punt 3.1.1. (voorschriften voor woongebieden met residentieel karakter en woongebieden);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een wijziging van deze voorschriften niet nodig lijkt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering bovendien het advies van de GOC volgt en er op wijst dat deze vraag niet past in het kader van onderhavige wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een andere reclamant vraagt om de kantoorfunctie te beperken tot de gebruikelijke aanvulling van en het toebehoren bij de andere functies;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC van mening is dat deze bezwaren niet passen in het kader van de wijzigingen aangebracht in het ontwerp van GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij desalniettemin vraagt om deze opmerkingen te analyseren in het kader van het GewOP en een toekomstige wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de verhoging van de kantooroppervlakten het gemengde karakter van het gebied niet mag schaden en omkleed moet worden met sociale of economische redenen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat vloeroppervlakten van meer dan 3 500 m² enkel kunnen worden toegestaan op grond van een BBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het derhalve niet nodig is om de opgelegde beperkingen voor kantoorbestemmingen te herzien;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering voor het overige het advies van de GOC volgt en eveneens vindt dat deze vraag niet past in het kader van onderhavige wijziging van het GBP; c. Voorschrift 4.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt om het niet langer mogelijk te maken om verdiepingen voor handelszaken te bestemmen buiten de linten voor handelskernen (behoudens bestaande toestanden of bepaalde typologieën), teneinde de bestaande handel en woonfunctie niet te benadelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC van mening is dat deze vraag pertinent is en vraagt aan de Regering om voorschrift 4.2. in die zin te wijzigen. Dat de uitbreiding van een handelszaak buiten de linten voor handelskernen de aanwezigheid van woningen op de bovenverdiepingen van de gebouwen immers kan beperken. Dat handelszaken van een zekere omvang moeten worden geconcentreerd in de linten voor handelskernen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een antwoord op deze bevindingen in het voorgaande te vinden is onder punt 3.1.1. (voorschriften van woongebieden met een residentieel karakter en woongebieden);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het bestemmen van bovenverdiepingen voor handel en voor groothandel enkel kan voor zover de plaatselijke voorwaarden dat dulden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een wijziging van dat voorschrift derhalve niet nodig is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze vraag bovendien niet past in het kader van onderhavige wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt om de kantoor- en handelsoppervlakten te verminderen teneinde te voldoen aan de eisen van voorschrift 4.5., meer bepaald in de Vijfhoek en de gemeenten van de eerste kroon, teneinde hun stedenbouwkundige kenmerken te behouden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC van mening is dat deze bezwaren niet passen in het kader van de wijzigingen voorgesteld in het ontwerp van GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij desalniettemin vraagt om deze opmerkingen te analyseren in het kader van het GewOP en een toekomstige wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een antwoord op deze bezwaren in het voorgaande te vinden is onder punt 3.1.1. (voorschriften van de woongebieden met een residentieel karakter en woongebieden) en 3.2.1. f. (gemengde gebieden);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat voorschrift 4.5. de algemene toepassingsvoorwaarden van de voorschriften voor het sterk gemengde gebied wil definiëren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat wat de handelszaken betreft, hun inplanting onderworpen is aan de voorwaarden bepaald in voorschrift 4.2.;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gedetailleerde voorwaarden voor de kantoren zijn terug te vinden in voorschrift 4.1.;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze overwegingen geen herziening vereisen van de kantoor- en handelsoppervlakten binnen de SGG;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering bovendien het advies van de GOC volgt en er op wijst dat deze bezwaren niet passen in het kader van de wijzigingen aangebracht in het ontwerp van GBP; d. Voorschrift 4.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt dat de mogelijkheid om het aantal hotels te vermeerderen tot boven het voorgeschrevene voor het gebied zou worden beperkt tot de renovatie van bestaande gebouwen, in overeenstemming met hun typologie en structuur;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant vraagt, teneinde het erfgoed en de stedenbouwkundige kenmerken van de wijken te beschermen, om de hotelcapaciteit in het centrale deel van het Gewest en zijn eerste kroon te verlagen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat hij daarnaast de invoering vraagt van een specifiek voorschrift dat de afbraak verbiedt van gebouwen van voor 1950 met het oog op de oprichting of uitbreiding van hotels;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze reclamant eveneens een opheffing vraagt van de mogelijkheid om de capaciteit van hotelinstellingen te vergroten via BBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC van mening is dat deze bezwaren niet passen in het kader van de wijzigingen aangebracht in het ontwerp van GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij desalniettemin vraagt om deze opmerkingen te analyseren in het kader van het GewOP en een toekomstige wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een antwoord op deze bezwaren te vinden is onder punt 3.1. (met betrekking tot de woongebieden met residentieel karakter en woongebieden);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering het advies van de GOC volgt en eveneens vindt dat deze bezwaren niet passen in het kader van de wijzigingen aangebracht in het ontwerp van GBP; e. Voorschrift 4.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het BIM vraagt om de limietdatum voor de aanwezigheid van een of meerdere vervallen of verlaten gebouwen of van een of meer braakliggende terreinen niet te wijzigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit enerzijds zij die hun terreinen hebben laten verloederen beloont, terwijl anderzijds biologisch interessante braakliggende terreinen worden opgeheven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bepaalde ongerepte terreinen bestemd zouden kunnen worden voor ontspanning, vooral deze in het centrum;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant vraagt om in plaats van artikel 4.4., waarvan hij de opheffing vraagt, artikel 257 van het BWRO toe te passen, dat voorziet in de mogelijkheid van een onteigening door de Regering van goederen die deel uitmaken van sites die zijn ingeschreven in de inventaris van niet-uitgebate bedrijfsruimten, evenals aangrenzende percelen vereist voor de rehabilitatie en/of de herbestemming van de site;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een andere reclamant een evaluatie vraagt van de toepassing van voorschrift 4.4. alvorens ze te wijzigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze reclamant vraagt om een minimum aan economische activiteiten te voorzien (25 % bijvoorbeeld) en het gedeelte voorbehouden voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten te vergroten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een andere reclamant voorstelt om een minimumpercentage te voorzien voor de zwakke functies (economische activiteiten) en een maximumpercentage voor de sterkte functies (huisvesting);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een deel van de ESRBHG en verscheidene reclamanten immers oordelen dat een herziening van de percentages, voorgesteld in het ontwerp van GBP, het SGG zijn economische hoofdfunctie doet verliezen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant vraagt om het voorschrift te wijzigen, zodanig dat men in termen van grondoppervlakte zou denken voor de economische activiteiten, aangezien deze doorgaans geen verdiepingen gebruiken, terwijl de maxima voor huisvesting in vloeroppervlakte zouden moeten worden uitgedrukt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gemeente Sint-Pieters-Woluwe en andere reclamanten vragen om het aantal terreinen te evalueren en een van de gebouwen die profiteren van dit voorschrift als gevolg van de datumwijziging;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een andere reclamant voorstelt om een `zwevende' datum te bepalen, teneinde te vermijden dat men een zware procedure tot wijziging van het GBP zou moeten invoeren voor de aanpassing ervan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een andere reclamant en het BROH de wijziging van het GBP en de brede toepassing ervan goedkeuren, aangezien dat voorschrift een garantie biedt voor de gemengdheid van functies en de globale visie van een totaalproject;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gemeente Ukkel en een reclamant de wijziging van het programma opgelegd door voorschrift 4.4. goedkeuren, omdat het beantwoordt aan een functioneel evenwicht voor de gemengde programma's en is afgestemd op de behoeften van de wijken in SGG;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gemeente Ukkel, de gemeente Jette en de stad Brussel evenwel van mening zijn dat de verplichting om 5 % voorzieningen te realiseren moeilijk haalbaar kan zijn, in het bijzonder voor de kleine oppervlakten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het BROH van mening is dat men een groter quotum voor voorzieningen zou moeten opleggen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gemeente Ukkel, de gemeente Sint-Joost-ten-Node, de gemeente Anderlecht en de gemeente Jette het verstandiger vinden om dat percentage te vervangen door een globale bezinning over het totaalproject, bijvoorbeeld via stedenbouwkundige lasten die elk project zouden dwingen om op die manier bij te dragen tot de verbetering van het aanbod aan voorzieningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat reclamanten vragen om achter het woord `handelszaken' de woorden `die de gebruikelijke aanvulling van en het toebehoren bij de beoogde bestemmingen zijn' toe te voegen, teneinde meer mogelijkheden te bieden wat de oppervlakte voor productieactiviteiten betreft en om de basisbeginselen van het schema voor de handelsontwikkeling te respecteren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gemeente Schaarbeek vraagt om het minimumpercentage voor huisvesting (35 %) te behouden om het gemengd karakter van het gebied niet in het gedrang te brengen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gemeente Sint-Agatha-Berchem oordeelt dat de wijziging van voorschrift 4.4. een bedreiging zou kunnen vormen voor het behoud van goed gevestigde economische activiteiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant vraagt om kantoren niet langer te vermelden in het programma voorgesteld door voorschrift 4.4., gelet op de grote leegstand van kantoren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het BROH vraagt om een groter quotum op te leggen voor groene ruimten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant vraagt om rekening te houden met de aanbeveling van het MER, dat vraagt om de vastgoedprojecten onder controle te houden, teneinde er borg voor te staan dat de groene ruimten niet alleen ten goede komen aan de bewoners van de nieuwe woningen, maar ook aan de bewoners van de omliggende wijken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant vraagt om in de berekening van 20 % groene ruimte rekening te houden met de tuinterrassen, groene daken, groene parkings;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant vraagt dat de totaalprojecten 20 % sociale woningen zouden bevatten om de meerwaarde te recupereren die wordt gegenereerd door het optrekken van de minimumquota voor de realisatie van woningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het BROH vraagt om te verduidelijken of de lijst van de percentages die worden toegewezen aan de verschillende bestemmingen in het geval van een totaalproject een open of gesloten lijst vormt om uit te maken of de functies die in SGG worden toegelaten via de voorschriften 4.1. tot 4.3. eveneens worden toegelaten bij toepassing van 4.4.;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant vraagt om overgangsmaatregelen te voorzien voor de toepassing van de wijziging van voorschrift 4.4. voorgesteld in het ontwerp van GBP of om de bewaringsclausule 0.9 van het GBP aan te vullen om het mogelijk te maken om bepaalde vergunningen, afgeleverd in toepassing van het GBP 2001, te laten wijzigen door diezelfde bepalingen van het GBP 2001 wanneer ze door hun omvang nog niet volledig zijn uitgevoerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gemeente Vorst vraagt om per project een minimale vloeroppervlakte op te leggen bij wijze van toepassing van voorschrift 4.4. om te vermijden dat de voorzieningen in onaangepaste of onbruikbare lokalen terecht zouden komen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant wijst op een vertaalfout in artikel 4.4. van het besluit van het ontwerp tot wijziging van het GBP : de woorden `activités autorisées' zouden moeten worden vertaald als `activiteiten toegelaten in ...', zoals in het bestaande voorschrift 4.4.;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze reclamant vindt dat het voorschrift niet voldoende duidelijk is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC de Regering eraan herinnert dat zij in haar advies met betrekking tot het GBP van 2001 reeds vroeg om te kunnen beschikken over een evaluatie van de gronden en gebouwen waarop voorschrift 4.4. mogelijk betrekking zou hebben; dat zij is van mening dat deze evaluatie onontbeerlijk is om het nut van dit voorschrift te kunnen bepalen en te kunnen oordelen of het al dan niet behouden moet worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij de Regering dan ook met aandrang verzoekt om haar een inventaris te bezorgen van de betrokken gronden en gebouwen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij van mening is dat een evaluatie van de gevallen waarin voorschrift 4.4. werd gebruikt sinds 2001 eveneens noodzakelijk is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de GOC de Regering vraagt om de scharnierdatum van voorschrift 4.4. niet te wijzigen teneinde diegenen die een grond of gebouw hebben laten verloederen sinds 2001 niet te belonen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij eraan herinnert dat dit voorschrift aanvankelijk tot doel had om stadskankers weg te werken en dat er geen reden is tot uitbreiding van de toepassing van deze overgangsmaatregel, die bedoeld was om een zeer tijdelijk probleem aan te pakken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij eveneens vraagt om de volgende wijzigingen aan te brengen : - Vermelden dat de handelszaken en de kantoren de gebruikelijke aanvulling van en het toebehoren bij de andere functies moeten vormen; - de verwijzing naar 15 % kantoren schrappen, en enkel de activiteiten vergunnen die toegestaan zijn in een gebied voor stedelijke industrie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een lid zijn goedkeuring hecht aan de voorgestelde wijziging van het voorschrift 4.4, alsook aan de voorgestelde scharnierdatum, opdat de nieuwe stadskankers die in tussentijd ontstaan zijn in vastgoedprojecten zouden kunnen worden opgenomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een lid het behoud van de voorschriften met betrekking tot kantoren vraagt omdat dit voorschrift tot doel heeft de sites aantrekkelijk te maken voor vastgoedpromoties. Dat de wijziging van dit punt het nut van dat voorschrift in het gedrang zou kunnen brengen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de GOC overigens haar goedkeuring hecht aan de verhoging van de minimumoppervlakte voor de te verwezenlijken groene ruimten, evenals aan de invoering van een minimumquotum voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het besluit tot goedkeuring van het project van gedeeltelijke wijziging van het GBP erop wijst dat de verplichting om de aanwezigheid aan te tonen van een of meerdere vervallen en verlaten gebouwen of van een of meerdere braakliggende terreinen voor 1 januari 2000 steeds moeilijker na te leven is, aangezien de benodigde documenten om het gevraagde bewijs te leveren stilaan verdwijnen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het wenselijk is om deze voorwaarde te updaten, zodanig dat het enerzijds niet onmogelijk wordt om voorschrift 4.4 toe te passen voor de oude kankers en braakliggende terreinen waarvoor geen bewijsleverende documenten van voor 1 januari 2000 meer voorhanden zijn, en anderzijds om rekening te kunnen houden met de leegstaande en/of vervallen gebouwen en de braakliggende terreinen die er sinds 1 januari 2000 zijn bijgekomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het nodig is een nieuwe scharnierdatum te bepalen teneinde eventuele speculaties op verlaten gebouwen te verhinderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de datum van 1 januari 2011, die voorafgaat aan het besluit van 20 januari 2011 tot instelling van de procedure voor gedeeltelijke wijziging van het GBP, het mogelijk maakt om al deze problemen te verhelpen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER deze analyse bevestigt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het algemeen voorschrift 0.2. reeds tot doel heeft bij te dragen tot de realisatie van het groene netwerk en de instandhouding en realisatie van een percentage groene ruimten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een antwoord op de bezorgdheid om de gebieden interessant te houden vanuit biologisch oogpunt in het bovenstaande te vinden is, onder punt 2.1. (algemeenheden);</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat artikel 257 van het BWRO de goederen beoogt op een site ingeschreven in de inventaris van de niet-uitgebate bedrijfsruimten en aangrenzende percelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het GBP meer algemeen betrekking heeft op elk vervallen of verlaten gebouw en braakliggend terrein;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering niet de bedoeling heeft om de toepassing van voorschrift 4.4. te beperken tot de sites ingeschreven in de inventaris van de niet-uitgebate bedrijfsruimten; dat deze niet allemaal in een sterk gemengd gebied van het GBP gelegen zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er dus geen gunstig gevolg kan worden gegeven aan deze vraag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het huidige voorschrift 4.4 het mogelijk heeft gemaakt om praktisch alle buiten gebruik geraakte sites en verlaten gebouwen te saneren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het onmogelijk is om de inventaris te maken van de gebouwen die in aanmerking komen voor een toepassing van het gewijzigde voorschrift 4.4.;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het de taak is van de aanvrager van de stedenbouwkundige vergunning om de bewijzen te leveren voor leegstand en verloedering van de gebouwen en braakliggende terreinen op 1 januari 2011;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat, zoals het besluit van de Regering van 29 maart 2011 tot instelling van het ontwerp van GBP aangeeft, de sterk gemengde gebieden heel vaak goed gelegen zijn ten aanzien van het openbaar vervoer; dat deze nabijheid, waardoor de impact van het wegverkeer beperkt kan blijven, rechtvaardigt om er de huisvesting te stimuleren; dat deze begunstiging van huisvesting evenwel, wanneer ze algemeen wordt toegepast, de aard van de gebieden zou kunnen veranderen door het inherente gemengde karakter ervan op te heffen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de vermeerdering van het aandeel voorbehouden voor woningen gepaard moet gaan met de verplichting om in de betrokken projecten een minimum van voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten te implementeren, vereist voor het leven in de stad; dat als dusdanig een minimum van 5 % vloeroppervlakte aan deze behoeften kan voldoen zonder de leefbaarheid van de betrokken projecten in het gedrang te brengen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het deel voorbehouden voor economische activiteiten bijgevolg niet vergroot moet worden, en dat er ook geen minimumquotum moet worden voor opgelegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bepaalde gemeenten menen dat het voorschrift 4.4. beantwoordt aan een functioneel evenwicht voor de gemengde programma's en is afgestemd op de behoeften van de wijken in SGG;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de percentages bepaald in het voorschrift op grond van een allesomvattende bezinning over het project als geheel niet vervangen moeten worden, aangezien het voorschrift met betrekking tot de projecten het voorwerp uitmaakt van slechts één aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning, wat de facto een bezinning over het geheel impliceert;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het voorschrift van het OGSO gewijzigd werd, zodanig dat voortaan een minimumaandeel van de vloeroppervlakte voor de bedrijven en een minimumaandeel van de vloeroppervlakte voor huisvesting wordt voorbehouden (nieuw voorschrift 9 bis 4), zodanig dat de economische activiteiten binnen de huizenblokken beter beschermd worden en er een daadwerkelijk gemengd karakter kan worden gegarandeerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat wat voorschrift 4.4. voor het sterk gemengd gebied onderscheidt van dat voor het ondernemingsgebied in een stedelijke omgeving de toepassingsschaal voor beide voorschriften is; dat voorschrift 4.4 immers betrekking heeft op huizenblokken waarvan minstens 15 % van de oppervlakte of op zijn minst 3 500 m² van de grondoppervlakte bestaat uit braakliggend terrein of verlaten gebouwen en van toepassing is op een volledig huizenblok, terwijl de voorschriften van het OGSO ook op een perceel van toepassing kunnen zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit schaalverschil bijgevolg specifieke programmeringen oplegt die de uitvoering ervan mogelijk maken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de wijziging van het programma van voorschrift 4.4. reeds leidt tot een vermindering van de toelaatbare drempels voor kantoren en handelszaken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, gelet op het functionele gemengde karakter, het niet aangewezen lijkt om de kantoren te schrappen of enkel handel toe te laten als gebruikelijke aanvulling; dat het programma de realisatie van beide functies overigens niet oplegt maar toelaat; dat een project dat 40 % toegelaten activiteiten voorstelt in stedelijke industriegebieden immers in overeenstemming met het voorschrift zou zijn; dat het dan ook de taak is van de administratieve overheden die de vergunningen afleveren om de voorgestelde % te onderzoeken voor elk project in het licht van een goede plaatselijke ordening;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het voorschrift 4.4. niet van toepassing is op vergunningsaanvragen betreffende de transformatie van een bestaande economische activiteit, maar op zeer specifieke gevallen, met name braakliggende terreinen en verlaten gebouwen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er dus niet kan worden ingegaan op de vraag om 35 % huisvesting te behouden met als reden dat de huisvesting een bedreiging zou kunnen vormen voor de reeds gevestigde economische activiteiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat, zoals het MER vermeldt, een vermeerdering van de groene ruimten met 20 % een kwaliteitsverbetering van de stedelijke omgeving mogelijk maakt aangezien zij voor voldoende groene ruimte zorgt die zo kan worden ingericht dat zij bijdraagt tot de landschappelijke identiteit van de site en een recreatieve functie kan verlenen aan de huisvesting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het evenwel een aanzienlijke oppervlakte betreft en dat zij niet moet worden vergroot met het risico de realisatie van een gemengd stedelijk project te bemoeilijken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de verplichting om minstens 20 % van de grondoppervlakte voor te behouden voor groene ruimten geenszins betekent dat er niet meer oppervlakte voor kan worden voorzien;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het GBP niet het aangewezen instrument is om na te gaan of de bewoners en nieuwe woningen baat hebben bij de groene ruimten; dat dit aspect wordt geanalyseerd binnen het kader van de stedenbouwkundige vergunningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat wanneer er in de berekening rekening wordt gehouden met de 20 % groene ruimte aan tuinterrassen, groene daken en groene parkings het voorschrift zou voorbijschieten aan zijn doel, met name voldoende grondoppervlakte voorbehouden voor groene ruimten zoals vereist voor een gemengde wijk; dat enkel een grondoppervlakte kan garanderen dat de toekomstige bewoners van de belendende gebouwen er baat bij zullen hebben; dat dit de creatie van een onbebouwde ruimte tot gevolg heeft, bevorderlijk voor de kwaliteitsverbetering van projecten met een zekere dichtheid;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat met betrekking tot de vraag om binnen het voorschrift 4.4. een quotum van 20 % voor sociale woningen te voorzien, er wordt verwezen naar de overwegingen onder punt 2.1. algemeenheden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er binnen het kader van een GBP geen rekening kan worden gehouden met deze vraag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat naast de bestemmingen opgelegd in voorschrift 4.4. ook alle andere bestemmingen bepaald in voorschriften 4.1, 4.2. en 4.3. mogelijk zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het voorschrift 4.4. verlaten gebouwen of braakliggende terreinen beoogt; dat, gelet op dit specifieke gegeven, het niet wenselijk lijkt om overgangsmaatregelen of een wijziging van toepassing van het voorschrift 0.9 te voorzien;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de toepassing van het voorschrift 4.4. overigens niet verplicht is en een mogelijkheid vormt om af te wijken van de andere voorschriften van SGG;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het voorschrift 4.4. quota oplegt in de vorm van percentages van totale vloeroppervlakten voor de projecten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het niet aangewezen lijkt om quota in de vorm van oppervlakten op te leggen, rekening houdend met de verscheidenheid van de projecten; dat dit geen zekerheid geeft over het naleven van een minimaal gemengd karakter voor de projecten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de vertaalfout verbeterd is; f. Voorschrift 4.5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt dat het concept `verenigbaar met de huisvesting' gepreciseerd zou worden, met name door het bepalen van minimum- of maximumquota per huizenblok volgens de gebieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze reclamant oordeelt dat voorschrift 4.5. veel te vaag is en vatbaar is voor uiteenlopende interpretaties van project tot project of van gemeente tot gemeente;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC van mening is dat deze bezwaren niet passen in het kader van de wijzigingen die worden voorgesteld in het ontwerp van GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat zij desalniettemin vraagt om deze opmerkingen te analyseren in het kader van het GPDO en van het GBP dat daarop zal volgen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een antwoord op deze vraag is terug te vinden in de overwegingen onder punt 3.1. (voorschriften voor de woongebieden met residentieel karakter en woongebieden);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering de GOC volgt en eveneens vindt dat deze vraag niet past in het kader van onderhavige wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het BIM vraagt om voorschrift 4.5. zodanig te veranderen dat er elementen met betrekking tot de verwezenlijking van het groene netwerk in zouden worden opgenomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC meent dat deze vraagt eerder past in het kader van een nieuw algemeen voorschrift met betrekking tot alle gebieden van het GBP, naar het model van voorschrift 0.6.;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat er een antwoord werd geformuleerd op deze vraag onder punt 2.1. (algemeenheden);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er geen gevolg kan worden gegeven aan deze vraag; 3.2.3. OGSO a. Algemeenheden Overwegende dat de gemeente Evere, een deel van de ESRBHG, de gemeente Sint-Jans-Molenbeek, het Vlaams Gewest en verschillende reclamanten zich scharen achter het concept van het OGSO, hoewel er volgens sommigen - waaronder een deel van de ESRBHG - wijzigingen nodig zijn aan de voorgestelde voorschriften; Dat de reclamanten aangeven dat de activiteiten in OGSO het voordeel zouden kunnen bieden dat ze plaatselijke werkgelegenheid bieden, in hoofdzaak in kleine bedrijven die toegankelijker zijn voor de Brusselse bevolking en meer een zachte mobiliteit vereisen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat verschillende reclamanten blij zijn met de vaststelling dat verschillende kernpunten van het syntheserapport van de werkgroep van de Raad voor Economische Coördinatie, in het kader van de uitwerking van het GPDO en met betrekking tot de toekomst van de economische activiteiten, een positief antwoord kregen in het ontwerp van wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de voorstellen van het syntheserapport vereisten dat men het evenwicht herstelt tussen de woonfuncties en economische activiteiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat volgens deze reclamanten, de invoering van de OGSO in de voorschriften van het GBP jet voortaan mogelijk zal maken om aan de meeste van die voorstellen tegemoet te komen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een deel van de ESRBHG en verschillende reclamanten daarentegen aanbevelen dat de gebieden voor stedelijke industrie en de gebieden voor havenactiviteiten en vervoer niet getransformeerd zouden worden in OGSO en dat artikel 4 van het ontwerp van GBP geschrapt zou worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat verschillende reclamanten vragen dat het concept van industrie in een stedelijke omgeving in latere instantie ontwikkeld zou worden door dit te integreren in het proces voor de uitwerking van het GPDO, en voorstellen om verschillende voorwaarden op te leggen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het BIM vraagt dat consideransen zouden worden toegevoegd aan titel 2.4. van het besluit tot goedkeuring van het ontwerp van wijziging van het GBP, en dat zou worden voorzien in de verplichting om aandacht te schenken aan de stedenbouwkundige kenmerken van de bouwwerken en de landschapsinrichting van hun naaste omgeving, met het oog op hun integratie in de stedelijke omgeving, om de doorsijpeling en weerkaatsing van geluidsgolven te voorkomen en bij te dragen tot de realisatie van het groene netwerk;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het BIM vraagt om een deel van de OGSO die momenteel onbebouwd zijn te bestemmen als groengebied, om het relatieve aanbod van groene ruimtes per inwoner in stand te houden, de gewestelijke discrepanties ter zake te verminderen en de mogelijke recreatieve druk te verminderen op de gebieden met hoogbiologische waarde in de buurt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het BROH het belang onderstreept om bij de ontwikkeling van de OGSO rekening te houden met de mogelijkheden om er groene corridors in te richten en er het ecologische netwerk te ontwikkelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het BROH vraagt dat men het GBP bij zijn volgende herziening zou rationaliseren op het vlak van gebieden met eenzelfde doelstelling (zoals de SGG en OGSO), dit om het aantal soorten gebieden in het GBP niet te verhogen en de toepassing ervan niet te complex te maken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Economische en Sociale Raad en een reclamant wensen dat het GBP preciezere indicaties zou geven aangaande het type activiteiten dat gekoppeld is aan de nieuwe economie die de Regering graag zou inplanten in de OGSO, aangezien de memorie van toelichting (p. 14) niet representatief is voor alle activiteitensectoren waarop de bepaling betrekking heeft; Overwegende dat een reclamant betreurt dat het ontwerp van wijziging van het GBP niet gepaard gaat met een prospectieve aanpak inzake industrie en reconversie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat verschillende reclamanten vragen dat de GSI niet zouden worden getransformeerd in OGSO zolang de andere alternatieven niet bestudeerd werden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant vraagt om geen nieuwe gebieden open te stellen voor huisvesting door industriegebieden op te offeren zolang de programma's van GGB die bestemd zijn voor de bouw van woningen niet gerealiseerd werden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een andere reclamant vraagtekens plaatst bij het feit dat zowat 20 % van de GSI zou worden omgevormd tot OGSO zonder vooraf rekening te houden met de mogelijkheden inzake de verdichting, de verbouwing van bestaande gebouwen en leegstaande gebouwen in de typische woongebieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt om duidelijk de redenen toe te lichten die aan de basis lagen van de keuze om de bestemming van sommige SGI, die enkele alleenstaande huizenblokken omvatten, te wijzigen in OGSO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze reclamant ook vragen stelt bij het feit dat sommige gebieden, die momenteel zijn voorbehouden voor economische activiteiten en gelegen zijn in vroegere gebieden voor stedelijke industrie volgens het eerste GBP, bijvoorbeeld het GGB Van Volxem, in het kader van het ontwerp van wijziging van het GBP voorbehouden zouden worden voor huisvesting, ondanks de nabijheid van de spoorweg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een deel van de ESRBHG, de KCML en sommige reclamanten vaststellen dat de criteria die in de memorie van toelichting (p.13) worden aangehaald als kenmerk van een OGSO, niet altijd stroken met de effectieve kenmerken van de weerhouden OGSO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de KCML bovendien oordeelt dat het criterium \"er zouden woningen gevestigd kunnen worden zonder de economische hoofdfunctie in gevaar te brengen\" (p. 13 memorie van toelichting) weinig gerespecteerd wordt, gelet op de impact van de evolutie van de grondprijzen die de bestaande ondernemingen zou kunnen verjagen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vindt dat het ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het GBP te snel werd uitgewerkt en vooral inspeelt op private belangen, met name inzake de keuze van de 6 OGSO-polen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC het eens is met een aantal van de door de reclamanten geformuleerde beschouwingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat ze zich vragen stelt bij de dringendheid van een wijziging van het GBP, aangezien de meeste OGSO reeds in gebruik zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat andere gebieden, zoals de GGB die een programma hebben, en de verdichting van de WG ook hadden kunnen dienen voor bijkomende huisvesting om aldus een antwoord te bieden op de bevolkingsgroei;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat ze van mening is dat de wijziging van het GBP er had moeten komen na de goedkeuring van het GPDO en dat sommige beschouwingen over het OGSO betrekking hebben op het stadsproject van het GPDO en geen antwoord vinden in het ontwerp van wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat ze vindt dat de discussie over de elementen die ervoor zorgen dat een onderneming verenigbaar is met huisvesting, had moeten worden gevoerd alvorens het GBP te wijzigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat ze zich overigens afvraagt op welke manier de OGSO een reëel antwoord bieden op de demografische uitdaging en dat ze betreurt dat het ontwerp van GBP geen raming geeft van het potentieel aantal woningen dat zou kunnen worden verwezenlijkt in de OGSO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC van mening is dat men dient te vermijden dat het GBP nog complexer wordt door het aantal bestaande gebieden nog te laten toenemen : Dat ze vindt dat er alternatieven hadden kunnen worden onderzocht in plaats van een nieuw gebied te creëren in het GBP, bijvoorbeeld het wijzigen van het voorschrift met betrekking tot de SGG, het wijzigen van bepaalde huidige GSI in SGG en het wijzigen van sommige huidige SGG waar huisvesting al sterk vertegenwoordigd is in woongebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC de idee deelt dat de ontwikkeling van woningen in de OGSO gepaard moet gaan met kwalitatieve elementen en verwijst naar haar advies met betrekking tot voorschrift 4 bis 3, Overwegende dat ze tot slot meent dat de keuzes die aan de basis lagen van de wijziging van bepaalde gebieden onvoldoende gemotiveerd worden, zoals de wijziging van sommige SGG in OGSO. Dat ze, net zoals sommige reclamanten, trouwens vaststelt dat de voorgestelde criteria voor de keuze van de OGSO slechts gedeeltelijk zijn opgevolgd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering de opmerkingen van sommige gemeenten, van een deel van de ESRBHG, van het Vlaams Gewest en van de Raad van Economische Coördinatie, die zich scharen achter het concept van het OGSO en achter het evenwicht tussen de woonfunctie en de economische activiteiten, positief onthaalt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat ze echter geen positief antwoord kan bieden op de vragen van de GOC, van een deel van de ESRBHG en van verschillende reclamanten om de GSI en GHV niet om te vormen tot OGSO, en bijgevolg artikel 4 van het ontwerp van wijziging van het GBP te schrappen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze de opmerking over de wijziging van het GBP voorafgaand aan de goedkeuring van het GPDO immers hiervoor al heeft beantwoord in deel 1.2. Methodologie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat onderhavige wijziging, zoals reeds gezegd in het voorwoord van het ontwerp van wijziging van het GBP, slechts één manier is om het hoofd te bieden aan de bevolkingsgroei;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, aangezien de huisvestingsbehoeften een snel antwoord vergen, deze wijziging nieuwe gebieden tracht te identificeren die kunnen worden verstedelijkt om woningen en uitrustingen te ontvangen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat via het GPDO een verdichtingsbeleid moet worden uitgewerkt dat de antwoorden die worden geboden door onderhavige wijziging van het GBP zal aanvullen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze in deel 2. 1. Algemeenheden ook al heeft geantwoord op de opmerking van het BIM om in de bijzondere voorschriften, incl. deze betreffende het OGSO, de verplichting op te nemen om toe te zien op de kwaliteit van de stedenbouwkundige kenmerken van de gebouwen en de landschapsinrichting van hun naaste omgeving, om doorsijpeling en weerkaatsing van de geluidsgevolgen te voorkomen en bij te dragen tot de realisatie van het groene netwerk;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze een raming kan geven van de woningen die in de nieuwe OGSO kunnen worden gecreëerd, maar dat deze raming nog zal evolueren naargelang de projecten die zullen worden gerealiseerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het moeilijk is om het aantal potentieel gecreëerde woningen te ramen aangezien het GBP niet de kwesties verdichting en bouwprofielen regelt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een gelijkaardige denkoefening werd gemaakt als deze die aan de basis lag van de voorafgaande studie van het GBP, die een raming gaf van het Brusselse grondpotentieel en het onthaalpotentieel van inwoners; dat hierbij werd, uitgegaan van redelijke hypotheses die werden vastgesteld volgens de gemiddelde woningdichtheid per hectare, afhankelijk van het soort gebied; en dat, wetende dat van de 207 ha OGSO die de wijziging van het GBP voorstelt, een deel voorbehouden moet blijven voor andere bestemmingen, een redelijke raming van het onthaalpotentieel dat wordt gecreëerd door de wijziging van het GBP uitkomt op meer dan 20 000 extra inwoners. Dat dit potentieel net als in de voorafgaande studie een raming is die een vrij duidelijk standpunt geeft over de mogelijkheden die het GBP biedt om het onthaalpotentieel van nieuwe inwoners te verhogen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, gelet op de voorbereidende studie van de beschikbare gronden die een saldo identificeert van 63 000 inwoners die moeten worden gehuisvest, de wijziging van het GBP dus slechts gedeeltelijk beantwoordt aan de vraag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat algemeen voorschrift 0.2. van toepassing is op het OGSO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het zich tot doel stelt om bij te dragen tot het groene netwerk en om 10 % groene ruimte op te leggen op grondniveau, bij alle projecten met een grondoppervlakte van minstens 5 000 m2;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het programma opgenomen in het gewijzigde OGSO-voorschrift 9 bis 4 eveneens tegemoetkomt aan deze verplichting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat er geen enkele geldige reden is om het OGSO anders te behandelen dan de andere gebieden van het GBP die kunnen worden verstedelijkt en waarop voorschrift 0.2 eveneens van toepassing is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dus ook tegemoet werd gekomen aan de opmerking van het BROH aangaande de groene corridors en het ecologische netwerk;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de toename van het aantal soorten gebieden van het GBP de toepassing ervan niet complexer maakt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat immers bij het onderzoek van een vergunningsaanvraag, de vergunnende overheden de voorschriften moeten onderzoeken die van toepassing zijn op de bestemmingszone waarvoor de vergunning werd ingediend;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de creatie van een nieuw gebied de toepassing van het GBP dus niet bemoeilijkt, aangezien behalve de algemene voorschriften de bijzondere voorschriften niet cumulatief worden toegepast;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat, aangaande de vraag om geen nieuwe gebieden open te stellen voor huisvesting zolang het programma van de GGB niet is gerealiseerd, wordt verwezen naar de opmerkingen geformuleerd in deel 1.2. Methodologie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat immers dit standpunt niet kan worden gevolgd aangezien de studie van het grondpotentieel voldoende duidelijk is over het feit dat, zelfs na uitvoering van het programma van de GGB, het grondpotentieel zonder wijziging van het GBP niet voldoende zal zijn om te beantwoorden aan de woningbehoeften als gevolg van de bevolkingsgroei;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de verdichtings- en verbouwingsmogelijkheden van bestaande en leegstaande gebouwen zullen worden onderzocht ter aanvulling van onderhavige wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering het nuttig acht om te herhalen dat de overgang van GSI naar OGSO zich niet tot doel stelt om geen economische activiteit meer toe te laten in deze gebieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze immers de hoofdfunctie blijft van de OGSO en dat het programma voorzien in voorschrift 9 bis 4 zich tot doel stelt om de ontwikkelaars van woningen te verplichten om ruimtes voor economische activiteit te realiseren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit nieuwe voorschrift zowel de economische activiteiten als de huisvesting bevoorrecht en een stedelijke gemengdheid mogelijk maakt die ten goede komt aan het Gewest;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de SGG die worden voorgesteld voor transformatie in OGSO werden geïdentificeerd vanwege de aanwezigheid van economische activiteiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het OGSO de economische activiteiten immers beter beschermt dan het SGG aangezien ze de hoofdfunctie uitmaken van de OGSO; dat deze bescherming nog wordt verhoogd na de wijziging van het OGSO dat voortaan voorziet in een bewaringsclausule voor de bestaande activiteiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een eventuele verhoging van de grondprijzen de bestaande ondernemingen niet zal wegjagen aangezien hun aanwezigheid wordt gegarandeerd door voorschrift 9 bis 4;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat bijna 45 % van de terreinen in de OGSO-polen publiek zijn; dat ze daardoor geen privébelangen dienen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de polen bovendien werden geïdentificeerd op basis van objectieve criteria die zijn uitgelegd in het voorwoord van het ontwerp van wijziging van het GBP; dat deze opmerking dus ongegrond is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bovendien wordt verwezen naar de antwoorden over de wijziging van het voorschrift van het OGSO dat is opgenomen in deel 3.2.3.; b. Bewaringsmechanisme voor de bestaande ondernemingen Overwegende dat de gemeente Jette, de ESRBHG en verschillende reclamanten vragen om in de voorschriften van het OGSO een bewaringsclausule voor de bestaande ondernemingen in te lassen; Overwegende dat de gemeente Jette en verschillende reclamanten voorstellen om in artikel 4 van het ontwerp het volgende voorschrift 4 bis 5 toe te voegen : \"Bewaringsclausule : voor de bestaande gebouwen die in gebruik zijn genomen door productieactiviteiten, ongeacht de oppervlakte van het gebouw, brengt de verwezenlijking van uitbreidingswerken, verbouwingswerken, zware renovatiewerken of afbraakwederop-bouwwerken niet de verplichting met zich mee die is voorzien door 4 bis 3, noch die die is voorzien door 4 bis 4, 1ste lid\";</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze vraag tegemoetkomt aan de noodzaak om de bestaande ondernemingen die gevestigd zijn in de toekomstige OGSO te beschermen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het fenomeen van de verbouwing van industriegebouwen tot woningen reeds werd vastgesteld in SGG;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat voor de projecten van minder dan 10 000 m², voorschrift 4 bis 4 het gemengd karakter van het huizenblok oplegt, wat de verplichting inhoudt om huisvesting te voorzien bij de uitbreiding van een bestaande onderneming;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het volgens de ESRBHG in de meeste gevallen irrealistisch is om de verwezenlijking van woningen op te leggen aan een bestaande onderneming die uitbreidingswerken of renovatiewerken wil uitvoeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, volgens een reclamant, een bestaande onderneming a priori niet altijd beschikt over de vereiste oppervlakte voor de bouw van woningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant wijst op de moeilijke situatie waarin groeiende ondernemingen zouden kunnen belanden om hun uitbreiding te verwezenlijken op hun huidige site;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant voorstelt om een nieuw voorschrift in te voeren om de economische activiteiten in de OGSO, de sterk gemengde gebieden en de GSI te beschermen, naar het voorbeeld van voorschrift 0.12;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat volgens deze reclamant een garantie tot compensatie van de economische ruimtes die zouden verloren worden onvoldoende en onhaalbaar is zonder voorafgaand een inventaris van het huidige potentieel op te stellen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze reclamant oppert dat er tussen het Gewestplan van 1979 en het GBP van 2001 ongeveer 106 ha industriegebieden werden geschrapt, zonder dat daarvoor ooit enige compensatie werd geboden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC deze bekommernissen deelt; dat ze van mening is dat de bestaande ondernemingen die gevestigd zijn in de OGSO moeten kunnen \"afwijken\" van de voorschriften van 4 bis om te kunnen uitbreiden of hun installaties te vernieuwen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze eraan herinnert dat de instandhouding van de productieactiviteiten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest één van de motivaties is van het besluit tot goedkeuring van het ontwerp van wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze derhalve aan de Regering vraagt om te voorzien in een aangepast mechanisme dat tegemoetkomt aan deze bezorgdheid, hetzij door de invoering van een algemeen voorschrift naar het model van het bestaande voorschrift 0.12, hetzij door de toevoeging van een voorschrift binnen de OGSO, dat voor de bestaande ondernemingen voorziet in een vrijstelling van de toepassing van de voorschriften 4 bis 3 en 4 bis 4, 1°, mits onderwerping aan de speciale regelen van openbaarmaking (zie voorstel tot herformulering van het voorschrift verderop);</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering inderdaad oordeelt dat de bestaande ondernemingen in de OGSO moeten worden beschermd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat bijgevolg de Regering het advies van de GOC volgt om een bewaringsmechanisme toe te voegen voor de bestaande ondernemingen in de OGSO, zodat ze verbouwings-, uitbreidings- of zware renovatiewerken kunnen uitvoeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze clausule wordt opgenomen in artikel 9 bis 5 en als volgt wordt geformuleerd : \"Er kan worden afgeweken van voorschrift 9 bis 4 voor verbouwings- of uitbreidingswerken van bestaande gebouwen die hoofdzakelijk zijn bestemd voor productieactiviteiten, in de ondernemingen geïntegreerde diensten, handelszaken of groothandelszaken voor zover aan de volgende voorwaarden wordt voldaan : a) De verbouwing of uitbreiding is nodig voor de behoeften van de bestaande onderneming;b) De verbouwing of uitbreiding wordt behoorlijk omkleed met economische en sociale redenen;c) De handelingen en werken zijn onderworpen aan speciale redenen van openbaarmaking\";c. Mechanisme om meerwaarden te recupereren Overwegende dat de ESRBHG, Mobiel Brussel, de stad Brussel, de gemeente Anderlecht en verschillende reclamanten vragen dat de Regering zonder verwijl een gewestelijk mechanisme zou invoeren om de meerwaarden van gronden, gegenereerd door het ontwerp van demografisch GBP, te gelde te maken; Dat verschillende reclamanten oordelen dat een wijziging van GSI in OGSO zal leiden tot een stijging van de grondwaarde;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gemeente Jette, de ESRBHG en verschillende reclamanten vrezen dat de bestaande ondernemingen in OGSO ertoe aangezet zouden worden om te verhuizen, om een meerwaarde te verwezenlijken door hun terrein te verkopen, wat ernstige gevolgen zou kunnen hebben voor de werkgelegenheid;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat men anderzijds, volgens sommige reclamanten, er ook moet op toezien dat de stijging van de grondprijzen geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van economische projecten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant uiting geeft aan zijn vrees voor speculatieve leegstand op grote schaal in de gebieden bestemd als OGSO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant eveneens vreest dat er een vastgoedbel zou ontstaan als gevolg van de creatie van de OGSO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Anderlecht en een reclamant vragen dat het mechanisme om meerwaarden te gelde te maken rekening zou houden met de aspecten van bodemverontreiniging, zich daarbij baserend op de inventaris van de bodemtoestand die wordt opgesteld door het BIM;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Anderlecht bovendien vraagt dat de meerwaarden van de grondverkoop bij een bestemmingswijziging gerecupereerd zouden worden door de plaatselijke overheid ten gunste van de bevolking;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant voorstelt dat, gezien het feit dat er controle over het grondbezit is, de GOMB, in het kader van haar missie inzake economische expansie, zou instaan voor de omkadering van de controle van de criteria voor de opvang van ondernemingen op terreinen waarvan ze niet de eigenaar is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Ukkel en de gemeente Anderlecht van mening zijn dat de meerwaarden gerecupereerd moeten worden via een vorm van stedenbouwkundige lasten opdat het Gewest/de gemeenten de nodige voorzieningen zouden kunnen verwezenlijken in functie van de bevolkingstoename;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gemeente Anderlecht voorstelt dat het door het Gewest ingevoerde instrument gepaard zou gaan met een strategisch ontwikkelingsplan van de plaatselijke overheid, om te bepalen waar de nodige voorzieningen moeten worden ingeplant die redelijkerwijze niet kunnen worden ingeplant op elk perceel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie en een reclamant vragen om de gerecupereerde meerwaarden aan te wenden voor de verbetering van de bediening met het openbaar vervoer van de betrokken gebieden, omdat die bediening vandaag de dag niet altijd optimaal is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een lid van de Gewestelijke Mobiliteitscommissie echter van oordeel is dat de recuperatie van de meerwaarden zal leiden tot een toename van de meerkosten voor de valorisatie van die terreinen en dus een handicap zal vormen voor de investeringen van de ondernemingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een deel van de Economische en Sociale Raad en een reclamant vragen om in de OGSO een mechanisme te voorzien dat borg staat voor de bouw van een redelijke proportie woningen die toegankelijk zijn voor de lage en middelhoge inkomens, om de nefaste impact van een stijging van de grondprijzen op de economische activiteit tegen te gaan en er voor te zorgen dat iedereen toegang heeft tot een degelijke woning;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC zich achter het verzoek schaart om te voorzien in een gewestelijk mechanisme om de grondmeerwaarden, die voortvloeien uit het ontwerp van demografisch GBP, te recupereren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze betreurt dat dit mechanisme niet eerder werd uitgewerkt zodat het samen met het ontwerp van gedeeltelijke wijziging van het GBP aan het openbaar onderzoek kon worden onderworpen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze vraagt dat dit systeem van toepassing zou zijn voordat het GBP wordt goedgekeurd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze oordeelt dat die recuperatie van de meerwaarden moet gekoppeld zijn aan de transacties (verkoop van terreinen enz....) en niet alleen aan de bestemmingswijzigingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een lid van de GOC voorstelt om zich voor het mechanisme te laten inspireren door artikel 81 van het BWRO betreffende de vergoeding van waardeverminderingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de GOC verdeeld is over het feit of de beoordeling van de recuperatie van de meerwaarde al dan niet gekoppeld dient te worden aan de bodemverontreiniging;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een lid van mening is dat dit zou kunnen leiden tot juridische problemen en een gebrek aan gelijkheid ten opzichte van projecten in andere gemengde gebieden, bijvoorbeeld in sterk gemengd gebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de GOC van mening is dat deze recuperatie van meerwaarden moet gebeuren op gewestelijk niveau en niet op lokaal niveau, en dat ze aangewend moet kunnen worden voor de verwezenlijking van voorzieningen (scholen en mobiliteit) en woningen die toegankelijk zijn voor de lage en middelhoge inkomens;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze onderstreept dat die woningen openbare eigendom zouden moeten zijn voor wat de sociale woningen betreft, en beheerd moeten worden door een overheidsinstantie voor de private middenklasse woningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de GOC bovendien van mening is dat de GOMB kan bogen op interessante ervaring inzake de verwezenlijking van projecten met een cohabitatie tussen huisvesting en ondernemingen, en dus een nuttige adviesrol zou kunnen vervullen of zelfs zou kunnen instaan voor de omkadering van de verwezenlijking van de OGSO, in de gebieden waar er controle over het grondbezit is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het MER aanbeveelt om een deel van de meerwaarden te recupereren om met name de overheidsinfrastructuren te financieren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER voorstelt om het mechanisme van de stedenbouwkundige lasten uit te breiden tot private woningprojecten in de OGSO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER evenwel wijst op het feit dat het in verontreinigde OGSO niet zeker is dat er meerwaarden kunnen worden gerecupereerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering heeft besloten om tegelijk met onderhavige wijziging van het GBP ook het nieuwe besluit betreffende stedenbouwkundige lasten goed te keuren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit, zelfs al is het niet gericht op de recuperatie van de meerwaarden, de overheid de mogelijkheid biedt om de projectontwikkelaars te laten delen in de effecten die ze genereren op de overheidsfinanciën;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering met dit besluit stedenbouwkundige lasten wil opleggen aan private woningprojecten vanaf een bepaalde drempel, ook in de OGSO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering daardoor tegemoetkomt aan de vele bezwaarschriften die ervoor pleiten om de gedeeltelijke wijziging van het GBP te koppelen aan het mechanisme van de stedenbouwkundige lasten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat in het besluit betreffende de stedenbouwkundige lasten echter rekening moet worden gehouden met de bodemvervuiling in sommige OGSO, zoals wordt aanbevolen door het MER, en dit om de realisatie van projecten niet in het gedrang te brengen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het advies van de GOC om de recuperatie van de meerwaarden te verbinden aan de transacties en niet aan de bestemmingen niet kan worden gevolgd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat immers de aflevering van een vergunning de grond een meerwaarde kan geven, en niet het feit dat de woonfunctie wordt toegelaten in het OGSO,, temeer omdat de economische activiteiten de hoofdfunctie blijven van het gebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de inwilliging van dit verzoek zou neerkomen op het recupereren van niet-gerealiseerde meerwaarden op terreinen met een economische bestemming;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ook aan het verzoek van een lid van de GOC om te voorzien in een mechanisme in de aard van het mechanisme voorzien in artikel 81 van het BWRO geen gevolg kan worden gegeven; dat dit een wijziging van het BWRO impliceert, een procedure die niet kan worden voltooid binnen de goedkeuringstermijnen van het GBP; dat overigens wordt verwezen naar dezelfde opmerkingen als werden geformuleerd als antwoord op het verzoek van de GOC om meerwaarden te recupereren op de transacties; d. Cohabitatie ondernemingen/huisvesting Overwegende dat de Economische en Sociale Raad en verschillende reclamanten vragen om een specifieke geluidsisolatie op te leggen voor de woningen die worden gecreëerd in de toekomstige OGSO, om borg te staan voor de verenigbaarheid van ondernemingen en woningen en opdat de maatregelen voor de geluidsbeheersing niet enkel ten laste van de ondernemingen zouden vallen; Dat, volgens een reclamant, deze verplichting geïntegreerd zou kunnen worden in de verplichting om vanaf 2015 de passiefhuisnorm te respecteren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het er volgens verscheidene reclamanten op aankomt om te voorkomen dat bestaande ondernemingen in de OGSO er zouden wegvluchten omdat hen te strenge beperkingen inzake geluidshinder opgelegd zouden worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Jette, de gemeente Vorst, de Stad Brussel en het BIM vragen dat het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21/11/2012 betreffende de strijd tegen de geluids- en trillingenhinder voortgebracht door de ingedeelde inrichtingen zo snel mogelijk zou worden gewijzigd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het BIM vraagt om te voorzien in specifieke maatregelen voor de goede samenleving van de bestemmingen in OGSO, en desgevallend te voorkomen dat woningen te dicht bij ondernemingen worden gevestigd wanneer er vermoeden van onverenigbaarheid is, veeleer dan het vertrek van de onderneming te overwegen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het BIM eveneens vraagt dat de OGSO die zijn ingesloten door industriegebieden, bestemd zouden blijven als GSI;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het BIM wijst op het feit dat heel wat kadastrale percelen in de nieuwe OGSO potentieel of daadwerkelijk verontreinigd zijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de ontwikkeling van woningen een duurzame behandeling van de verontreinigde bodems bevordert en de volksgezondheid en het milieu ten goede komt, maar dreigt zwaar door te wegen op de economische balans;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het BIM en de Stad Brussel vragen dat het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17/12/2012 tot vaststelling van de interventienormen en saneringsnormen inzake bodemverontreiniging herzien zou worden vóór de inwerkingtreding van het gewijzigde GBP, om een juridische leemte te voorkomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het BIM ervoor pleit om voor de OGSO een kwetsbaarheidsklasse te bepalen die niet rechtstreeks afhankelijk is van het GBP maar van het feitelijk gebruik van het terrein, zoals dat het geval is voor de sterk gemengde gebieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een deel van de Economische en Sociale Raad en verschillende reclamanten er eveneens voor pleiten dat de economische activiteiten in OGSO zouden kunnen profiteren van dezelfde bodemsaneringsnormen als die welke geldig zijn voor de economische activiteiten van het oorspronkelijke gebied, om aanzienlijke meerkosten te voorkomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de gemeente Anderlecht vraagt dat steunmaatregelen zouden worden ingevoerd voor de sanering van de gronden, met het oog op de introductie van de huisvesting in deze gebieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat verschillende reclamanten vragen om \"bufferzones\" te voorzien tussen de \"industriële\" functie en de \"woonfunctie\", om ervoor te zorgen dat het gemengde karakter van de functies niet de beide functies zou benadelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de KCML en verschillende reclamanten onderstrepen dat de co-existentie tussen huisvesting en productieactiviteiten niet evident is vanwege de hinder die wordt veroorzaakt door industriële activiteiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant vraagt dat effectief rekening zou worden gehouden met het keuzecriterium van de gebieden bestemd als OGSO dat stipuleert dat \"de economische activiteiten die er thans gevestigd zijn, geen hinder opleveren die ze onverenigbaar maakt met de woonfunctie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat die reclamant bovendien wijst op de noodzaak om GSIrelatief geïsoleerd te houden van de woonfunctie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de KCML vreest dat de oprichting van woningen ofwel zou gebeuren ten koste van de kwaliteit ervan, ofwel door een groot deel van de bestaande industrie te doen verhuizen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC deze bekommernissen deelt en de Regering vraagt om, vóór de inwerkingtreding van het gewijzigd GBP, over te gaan tot de aanpassing van de normen van het besluit van 21/11/2002 betreffende de strijd tegen de geluids- en trillingenhinder voortgebracht door de ingedeelde inrichtingen, evenals het besluit van 17/12/2009 tot vaststelling van de interventienormen en saneringsnormen inzake bodemverontreiniging, met de bedoeling om elke vorm van rechtsonzekerheid te vermijden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de GOC de mening van het BIM deelt en vraagt dat de OGSO zouden worden ingedeeld in een kwetsbaarheidsklasse die niet rechtstreeks afhankelijk is van het GBP, maar van het feitelijke gebruik van het terrein, zoals dat ook het geval is voor de sterk gemengde gebieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de GOC anderzijds vraagt dat de normen van de OGSO geen hindernis zouden vormen voor de bestaande ondernemingen en dat de maatregelen om zich te schikken naar deze normen, niet uitsluitend ten laste zouden vallen van die ondernemingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de GOC van mening is dat men de bestaande ondernemingen dient te helpen om hun hinder te beperken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze overigens ook oordeelt dat het niet altijd verstandig is om, binnen het OGSO in kwestie, bufferzones te voorzien tussen de ondernemingen en de woningen, omdat dit sowieso dan elke vorm van verticale gemengdheid uitsluit;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze van oordeel is dat men de keuze moet kunnen behouden tussen verticale of horizontale gemengdheid en dat dit bepaald moet worden op grond van de specifieke configuratie van elk OGSO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze evenwel de aandacht vestigt op de moeilijkheden die verbonden zijn aan de cohabitatie tussen functies; Dat men met deze moeilijkheden dient rekening te houden om aan de voorwaarden te kunnen voldoen voor de ontwikkeling van de twee functies zonder de bestaande economische activiteit in het gedrang te brengen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering het advies van de GOC en van sommige reclamanten volgt betreffende de goedkeuring van de geluids-, sanerings- en interventienormen inzake bodemverontreiniging;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering immers heeft beslist om tegelijk met onderhavige wijziging van het GBP de volgende besluiten te wijzigen : - het besluit van 21 november 2002 betreffende de strijd tegen geluids- en trillingenhinder voortgebracht door de ingedeelde inrichtingen; - het besluit van 21 november 2002 betreffende de strijd tegen buurtlawaai; - het besluit van 17 december 2009 tot vaststelling van de interventienormen en saneringsnormen inzake bodemveron-treiniging;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Regering, zoals wordt aanbevolen door het MER, het BIM en de GOC, voorstelt om de OGSO in te delen in een kwetsbaarheidsklasse die niet rechtstreeks afhankelijk is van het GBP maar van het feitelijke gebruik van het perceel, zoals dat het geval is voor de SGG;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering het advies van de GOC volgt om geen bufferzones te creëren, aangezien dit elke vorm van verticale gemengdheid uitsluit;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER anderzijds aanbeveelt om voor de ondernemingen steunmechanismen te voorzien voor de sanering, maar dat in sommige gevallen een voldoende woningdichtheid een hefboomeffect zou kunnen creëren voor de bodemsanering;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering de aanbeveling van het MER volgt om de waarden toe te passen die overeenstemmen met een geluidszone van type 4, die momenteel ook van toepassing zijn op de GGB en de SGG;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het criterium volgens welk \"de economische activiteiten die er thans gevestigd zijn, geen hinder opleveren die ze onverenigbaar maakt met de woonfunctie\" niet mag worden beschouwd als het enige criterium waarop de keuze van OGSO gebaseerd is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat immers de stedelijke ontwikkeling en het optimale gebruik van het grondgebied niet toelaten dat men zich tot enkel dit criterium zou beperken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een groot aantal SGI werden behouden en dus geïsoleerd blijven van de woningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat bovendien wordt verwezen naar de opmerkingen geformuleerd in deel 2.1. Algemeenheden, dat de cohabitatie tussen de functies behandelt; e. Beheer van het gemengd karakter binnen de OGSO Overwegende dat het BIM vraagt dat het beheer van de grote OGSO zou gebeuren via een planningsysteem; Dat het BIM vraagt dat een BBP of richtschema verplicht zou worden voor de gebieden 1, 6, 8, 9, 14,15 en 16 van het ontwerp van GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de Stad Brussel eveneens vraagt om een mechanisme in de aard van de richtschema's uit te werken om de inrichting van de OGSO te beheersen, teneinde de problemen rond speculatie en inrichting op te lossen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de KCML onderstreept dat er nood is aan een gecoördineerd beheer van de OGSO op globaal niveau;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de KCML zich afvraagt hoe de percentages huisvesting in de OGSO beheerd zullen worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het BROH eveneens vraagt om een mechanisme in te voeren dat een globaal overzicht biedt van de inrichting van de toekomstige OGSO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit mechanisme verzekerd zou kunnen worden door een aanlegplan of een operationeel masterplan of een partnership tussen verschillende private actoren of een parapubliek organisme;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Sint-Agatha-Berchem zich vragen stelt bij de uitvoerbaarheid van gemengde projecten huisvesting/ondernemingen door privé-actoren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat volgens deze gemeente de gemengde projecten die vandaag zijn uitgevoerd, het werk zijn van een openbare operator, zijnde de GOMB, en dat ze nog niet echt hun nut hebben bewezen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie, het BROH en een reclamant zich scharen achter de ontwikkeling van het gemengd karakter, omdat dit er potentieel kan toe bijdragen om zowel het aantal verplaatsingen als de afstand van de verplaatsingen te verminderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het BROH oordeelt dat de functionele gemengdheid borg moet kunnen staan voor een betere levenskwaliteit in de stad;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat men in de OGSO daarom voorrang moet geven aan de economische activiteiten die zich laten integreren in het stadsweefsel;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat, volgens het BROH, de OGSO eveneens een kans bieden om economische activiteiten aan te trekken die verbonden zijn met de groene, de witte economie en de creatieve economie, alsook voor de ontwikkeling van de overgang naar een functionele economie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het BROH vraagt dat het glossarium van het GBP zou worden onderzocht om te bepalen op welke manier die activiteiten vergund kunnen worden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC het verzoek steunt om te voorzien in een globaal beheersinstrument voor de OGSO, om aldus een goed evenwicht te kunnen garanderen en rekening te houden met de specifieke kenmerken van elk gebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat dit beheersinstrument een richtschema of masterplan zou kunnen zijn en vervolgens vertaald zou moeten worden in een verordenend instrument;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de GOC vaststelt dat een dergelijk instrument reeds bestaat (richtschema Reyers voor de \"Reyers\"-pool) of in aanmaak is voor de meeste OGSO (richtschema Schaarbeek Vorming voor de pool \"Werkhuizenkaai\", Masterplan voorafgaand aan een BBP voor de pool \"Biestebroeck\");</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze vraagt om die werkzaamheden verder te zetten en een globale visie uit te werken voor elk OGSO (waaronder de polen Erasmus en NAVO die nog niet worden gedekt door deze instrumenten);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze van mening is dat, in het kader van die globale visie, een operationele structuur in het bijzonder het mechanisme zou moeten omkaderen voor de recuperatie van de meerwaarden die gegenereerd worden door de wijziging van het GBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering het advies van de GOC volgt aangaande de mogelijkheid om te beschikken over een globale visie op de inrichting van de OGSO-polen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat, zoals wordt onderstreept door de GOC, er al een planningsinstrument bestaat voor de pool Reyers;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een dergelijk instrument ook wordt uitgewerkt voor de polen Mabru, Biestebroeck, Birmingham via het richtschema \"Schaarbeek-Vorming\" en het \"Richtplan Kanaal\";</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een dergelijk instrument nog moet worden opgestart voor de pool \"Erasmus\"; dat een BBP wordt uitgewerkt voor de pool \"Navo\";</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering echter heeft beslist om het MER aan te vullen met illustraties van de stedelijke herstructureringsmogelijkheden in de verschillende OGSO-polen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat deze instrumenten geen verordenende kracht hebben en dus geen mechanisme kunnen opleggen voor de recuperatie van de meerwaarden; dat voor dit punt wordt verwezen naar de opmerkingen die hiervoor al werden geformuleerd met betrekking tot dit verzoek;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de oprichting van een operationele structuur zal kunnen worden onderzocht in het kader van de opstelling van het masterplan; f. Compensaties Gelet op de bezwaarschriften die een compensatie vragen voor de transformatie van GSI in OGSO; Gelet op de bezwaarschriften die vragen om gebieden te behouden die uitsluitend zijn voorbehouden voor industrie en ondernemingen waarvan de activiteiten niet verenigbaar zijn met huisvesting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het advies van de GOC die de bezorgdheid om de industriële activiteit te vrijwaren deelt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat ze denkt dat het moeilijk zal zijn om de oppervlakten van GSI die omgevormd worden tot OGSO te compenseren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze daarom vraagt om te voorzien in een mechanisme dat de bestaande ondernemingen in staat stelt om er te blijven en uit te breiden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering het advies van de GOC volgt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het moeilijk is om te voorzien in een compensatie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze overigens niet gerechtvaardigd is aangezien de economische activiteit de hoofdfunctie blijft van het gebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze het advies van de GOC volgt en een bewaringsmechanisme invoert dat wordt uitgelegd in punt 3.2.3. b; g. Transformatie van bepaalde SGG in OGSO Overwegende dat de Stad Brussel oordeelt dat de voorschriften van de SGG interessanter zijn voor de huisvesting; Dat ze oppert dat de SGG, in specifieke situaties, gewijzigd kunnen worden via BBP;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat een reclamant oordeelt dat het voorbarig is om sommige SGG om te vormen tot OGSO, in afwachting van het GPDO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC van mening is dat de bestemmingswijziging van de gebieden die getransformeerd worden in OGSO geval per geval moet worden onderzocht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de SGG die worden getransformeerd in OGSO de bestaande economische activiteiten in deze gebieden beter beschermen, terwijl de realisatie van woningen is toegestaan zoals al het geval is in de SGG;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de bestemmingswijziging hierna geval per geval wordt onderzocht; h. Erfgoed Overwegende dat de KCML vraagt dat de verwezenlijking van de OGSO in de buurt van het kanaal gepaard zou gaan met de uitwerking van een inventaris van de gebouwen die representatief zijn voor het industrieel erfgoed (19de en 20ste eeuw) en met een studie van hun potentieel; Dat het volgens de KCML weinig zinvol lijkt om de reconversie van de oude industriegebouwen in woningen aan te moedigen, aangezien industriegebouwen zich vaak veel beter lenen tot een andere bestemming dan huisvesting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vreest dat de OGSO een bedreiging zouden kunnen vormen voor het industrieel erfgoed, in het bijzonder op de sites Biestebroeck en Birmingham;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC vraagt dat een inventaris van de gebouwen die representatief zijn voor het industrieel erfgoed en de studie van hun potentieel zouden worden geïntegreerd in de richtschema's of masterplannen ter voorbereiding van de verwezenlijking van de OGSO;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ze onderstreept dat landschapsaspecten ook in de kijker moeten gesteld worden, zoals bijvoorbeeld de Zennebedding;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het MER de effecten van het ontwerp van wijziging op het erfgoed heeft onderzocht en de opmerkelijke elementen van het industrieel erfgoed heeft benadrukt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER oordeelt dat de wijziging van het GBP een gelegenheid is om de elementen met erfgoedwaarde, die soms niet verenigbaar waren met de huidige industriële activiteiten, te behouden en te herwaarderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat ook de interessante landschapsaspecten, zoals de Zennebedding, worden benadrukt in het MER;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat voor het overige de aspecten betreffende de bescherming van het erfgoed en de landschapsaspecten niet onder onderhavige wijziging van het GBP vallen en zullen worden onderzocht in het kader van eventuele BBP en bij het onderzoek van de vergunningsaanvragen; i. Voorschrift 4 bis 1 Overwegende dat een deel van de Economische en Sociale Raad en verschillende reclamanten voorstellen om de functie \"handel\" in de OGSO te beperken tot handelszaken die de gebruikelijke aanvulling vormen op de voorziene bestemmingen, om meer mogelijkheden te bieden inzake de oppervlakte voor productieactiviteiten en om het schema voor de handelsontwikkeling te respecteren; Overwegende dat de gemeente Sint-Joost-Ten-Noode, de gemeente Jette en een reclamant vragen dat het begrip \"in ondernemingen geïntegreerde diensten\" duidelijk zou worden gedefinieerd in het glossarium;</p></div>", "next": 239430}