{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 1 voor zover het geen uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten als hoofdbestemming toelaat : - voor zover het bij gebrek aan een bijzonder bestemmingsplan andere bestemmingen toelaat dan de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten, om behoorlijk gerechtvaardigde sociale of economische redenen en het de vloeroppervlakten van de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten beperkt, zonder evenwel op te leggen dat de naaste omgeving van de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten moeten bijdragen tot de verwezenlijking van het groen netwerk; 15) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 2.1. a) voor zover het ook toelaat dat deze gebieden bestemd worden voor opslagplaats van de bedrijven gevestigd in het gebied en dat de andere opslagplaatsen zouden onderworpen worden aan speciale regelen van openbaarmaking bij gebrek aan een bijzonder bestemmingsplan, om behoorlijk gerechtvaardigde sociale of economische redenen; 16) voorschrift 1.0.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 2.1 b) voor zover het ook toelaat dat deze gebieden zouden bestemd worden als kantoren zonder bijzonder bestemmingsplan, om behoorlijk gerechtvaardigde sociale of economische redenen; 17) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 3 a) voor zover pas na advies van de bevoegde overlegcommissie tot de onverenigbaarheid van de aard van de activiteiten wordt besloten 18) voorschrift 1.0.4. De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 3 b), voor zover het ook bedrijven toelaat in andere dan afgesloten gebouwen mits speciale regelen van openbaarmaking zonder bijzonder bestemmingsplan, om behoorlijk gerechtvaardigde sociale of economische redenen; 19) voorschrift 1.0.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bedrijfsgebieden met stedelijk karakter § 3 voor zover het een aantasting toelaat van de binnenterreinen van de huizenblokken mits speciale regelen van openbaarmaking voor alle bestemmingen zonder als voorwaarde voor deze aantasting de opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van de huizenblokken voorop te stellen; 20) voorschrift 6.2. De gebieden voor uitrustingen van collectief belang of voor openbare diensten § 1, inzoverre het geen andere bestemming toelaat dan uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten zonder bijzonder bestemmingsplan; 21) voorschrift 6.2 De gebieden voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten § 2 b), voor zover het de aantasting toelaat van de binnenterreinen van de huizenblokken mits speciale regelen van openbaarmaking voor alle bestemmingen zonder als voorwaarde voor deze aantasting de opwaardering van de groen- of minerale kwaliteit van de binnenterreinen van de huizenblokken voorop te stellen; 22) voorschrift B.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 1 (Anderlecht) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden gesteld door voorschrift E.8 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 23) voorschrift B.1. Gebied 4 (Anderlecht) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden gesteld door voorschrift E.8 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 24) voorschrift B.2. Gebied 1 (Oudergem) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden gesteld door voorschrift E.8 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 25) voorschrift B.4. Gebied 1 (Brussel) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden gesteld door voorschrift E.8 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 26) voorschrift B.9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebied 1 (Elsene) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden gesteld door voorschrift E.8 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 27) voorschrift B.15. Gebied 2 (Schaarbeek) voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden gesteld door voorschrift E.8 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 10. VOOR DE SPOORWEGGEBIEDEN VAN HET ONTWERP VAN GEWESTELIJK BESTEMMINGSPLAN 1) voorschrift 9.De spoorwegen § 1.1 voor zover het de bestemming niet beperkt tot de bijhorende nijverheids- en ambachtelijke bedrijven; 2) voorschrift 9.De spoorwegen § 1.2 voor zover het bij gebrek aan een bijzonder bestemmingsplan andere bestemmingen toelaat, hetzij op ongebruikte terreinen, hetzij door de overdekking van de installaties; 3) voorschrift 9.De spoorwegen § 2 voor zover het niet het voorstedelijk openbaar vervoersnet beoogt; 4) voorschrift 9.De spoorwegen § 3 voor zover het de bescherming tegen geluidsoverlast niet opneemt in het begrip `stedelijke integratie en leefmilieu', vermeld bij het derde streepje; 5) voorschrift 6.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gebieden voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten § 1 voor zover het geen bestemming toelaat als spoorweginstallaties en bijbehorende nijverheids- en ambachtelijke bedrijven bedoeld in voorschrift E.9.1 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 6) voorschrift 6.2. De gebieden voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten § 2 voor zover het algemene beperkingen vermeldt voor alle bestemmingen; 11. VOOR DE GROENGEBIEDEN EN DE LANDBOUWGEBIEDEN VAN HET ONTWERP VAN GEWESTELIJK ONTWIKKELINGSPLAN : - Voor de groengebieden van de voorschriften van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan : 1) voorschrift A.1.0.1. de typische woongebieden voor zover het huisvesting, handelszaken, werkplaatsen en kantoren toelaat en dat het de bouw van uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten niet ondergeschikt maakt aan de verenigbaarheid van deze laatste met de algemene bestemming van het gebied; 2) voorschrift A.1.0.2. gemengde woon- en bedrijfsgebieden voor zover het huisvesting, handelszaken, werkplaatsen evenals kantoren toelaat en dat het de bouw van uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten niet ondergeschikt maakt aan de verenigbaarheid van deze laatste met de algemene bestemming van het gebied; 3) voorschrift A.1.0.4. bedrijfsgebieden met stedelijk karakter voor zover het nijverheids-, ambachelijke bedrjiven, handelszaken evenals opslagplaatsen, kantoren en woningen toelaat en het de bouw van uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten niet ondergeschikt maakt aan de verenigbaarheid van deze laatste met de algemene bestemming van het gebied; 4) voorschrift A.2.0. de industriegebieden voor zover het nijverheids- of ambachtelijke bedrijven evenals huisvesting, complementaire dienstverlenende bedrijven als gebruikelijke aanvulling van andere nijverheids- bedrijven en kantoren toelaat en dat het de bouw van uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten niet ondergeschikt maakt aan de verenigbaarheid van deze laatste met de algemene bestemming van het gebied; 5) voorschrift A.4.3.§ 1de groengebieden voor zover het de aanleg van openluchtsportterreinen niet ondergeschikt maakt aan het behoud van de bestaande beplanting en geen bepaalde plantengroei oplegt; 6) voorschrift A.4.3. de groengebieden voor zover het de herbestemming van de bovenvermelde gebieden in andere groengebieden bij middel van een bijzonder bestemmingsplan niet toelaat; 7) voorschrift A.4.6.2.de landelijke gebieden met toeristische waarde, voor zover het de aanleg van recreatieve en toeristische uitrustingen toelaat; 8) voorschrift A.6.2. de gebieden voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten voor zover het eender welke andere bestemming toelaat voor zover deze op behoorlijke wijze is gemotiveerd om sociale of economische redenen, in de mate dat de plaatselijke omstandigheden dit toelaten en nadat de handelingen en werken werden onderworpen aan speciale regelen van openbaarmaking, en dat het de herbestemming van het gebied in andere groengebieden niet ondergeschikt maakt aan de inwerkingtreding van een bijzonder bestemmingsplan; 9) voorschrift A.6.4.1. § 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De begraafplaatsgebieden voor zover het bij gebrek aan een bijzonder bestemmingsplan een bestemming geeft aan begraafplaatsen; 10) voorschrift A.6.4.1. § 2. De begraafplaatsgebieden, voor zover het de herbestemming van het gebied in groengebied of een gebied voor openluchtsport niet ondergeschikt maakt aan de uitwerking van een bijzonder bestemmingsplan en dat het de herbestemming van het gebied in andere gebieden door een bijzonder bestemmingsplan mogelijk maakt; 11) voorschrift A.6.4.2. de gebieden voor openluchtsport, voor zover het geen uitdrukkelijke aanduiding voorziet op het plan van de openluchtsportterreinen; 12) voorschrift A.6.4.4. de reservegebieden, voor zover het het behoud van de bestaande feitelijke toestand oplegt zolang de noodzaak van de herbestemming van het gebied en de uitwerking van een bijzonder bestemmingsplan voor de inrichting ervan niet zijn aangetoond; 13) voorschrift A.9.§ 1. de spoorwegen, voor zover het een bestemming toelaat als spoorweginstallaties en bijbehorende bedrijven evenals andere bestemmingen toelaat nadat de handelingen en werken werden onderworpen aan speciale regelen van openbaarmaking; 14) voorschrift A.9.§ 2. de spoorwegen, voor zover het de uitrusting of de aanpassing van het gebied oplegt ter aanvulling van het stedelijk openbaar vervoersnet; 15) het voorschrift B.19. gebied met minimumprogramma Nr. 1 te Sint-Lambrechts-Woluwe voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden gesteld door voorschrift F.10 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 16) voorschrift A.1.0.2 de gemengde woon- en bedrijfsgebieden voor zover het huisvesting, handelszaken en werkplaatsen toelaat evenals kantoren en het de bouw van uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten niet ondergeschikt maakt aan de verenigbaarheid van deze laatste met de algemene bestemming van het gebied; 17) voorschrift A.1.0.4. de bedrijfsgebieden met stedelijke karakter voor zover het de nijverheids- en ambachtelijke bedrijven en handelszaken toelaat evenals de opslagplaatsen, kantoren en woningen en dat het de bouw van uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten niet ondergeschikt maakt aan de verenigbaarheid van deze laatste met de algemene bestemming van het gebied; 18) voorschrift A.2.0. de industriegebieden, voor zover het nijverheids- of ambachtelijke bedrijven toelaat, evenals huisvesting, de bedrijven voor bijbehorende diensten en de kantoren en dat het de bouw van uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten niet ondergeschikt maakt aan de verenigbaarheid van deze laatste met de algemene bestemming van het gebied; 19) voorschrift A.4.3. § 1. de groengebieden, voor zover het een onderhoud en de inrichting oplegt van het gebied die borg staan voor het esthetische belang of de sociale of pedagogische rol en dat zij de aanleg van openluchtsportterreinen toelaat; 20) voorschrift A.4.3. § 2. de groengebieden, voor zover het de handelingen en werken toelaat die een aanvulling vormen op hun sociale functie; 21) voorschrift A.6.4.2 § 1 de gebieden voor sport in de open lucht, voor zover het spel en sport toelaat die voornamelijk plaatsvinden in de open lucht; 22) voorschrift A.6.4.2. § 2 de gebieden voor openluchtsport, voor zover het de handelingen en werken toelaat die een aanvulling vormen van hun sociale functie; 23) voorschrift A.6.4.4. de reservegebieden, voor zover het het behoud van de bestaande feitelijke toestand oplegt zolang de noodzaak van de herbestemming van het en de uitwerking van een bijzonder bestemmingsplan voor de aanleg ervan gebied niet zijn aangetoond; 24) voorschrift A.9. § 1. de spoorwegen, voor zover het een bestemming toelaat als spoorweginstallaties en als bijbehorende bedrijven evenals andere bestemmingen nadat de handelingen en werken werden onderworpen aan speciale regelen van openbaarmaking; 25) voorschrift A.9. § 2. de spoorwegen, voor zover het de uitrusting of de aanpassing van het gebied oplegt ter aanvulling van het stedelijk openbaar vervoersnet; 26) voorschrift B.2. gebied voor minimumprogramma Nr. 2 te Oudergem voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift F.11. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 27) voorschrift B.16. gebied voor minimumprogramma Nr. 1 te Ukkel voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift F.11 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - Voor de parkgebieden van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan : 1) voorschrift A.1.0.1. de typische woongebieden, voor zover het huisvesting, handelszaken, werkplaatsen en kantoren toelaat en het de bouw van uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten niet ondergeschikt maakt aan de verenigbaarheid van deze laatste met de algemene bestemming van het gebied; 2) voorschrift A.1.0.2. de gemengde woon- en bedrijfsgebieden, voor zover het huisvesting, handelszaken, werkplaatsen evenals kantoren toelaat en het de bouw van uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten niet ondergeschikt maakt aan de verenigbaarheid van deze laatste met de algemene bestemming van het gebied; 3) voorschrift A.1.0.3. de administratiegebieden, voor zover het kantoren evenals huisvesting, handelsondernemingen en werkplaatsen toelaat en het de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten toelaat zonder de verenigbaarheid op te leggen met de algemene bestemming van het gebied; 4) voorschrift A.1.0.4. de bedrijfsgebieden met stedelijk karakter, voor zover het de nijverheids- en ambachtelijke bedrijven en handelszaken toelaat, evenals opslagplaatsen, kantoren en huisvesting en het de bouw van uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten niet ondergeschikt maakt aan de verenigbaarheid van deze laatste met de algemene bestemming van het gebied; 5) voorschrift A.2.0. de industriegebieden, voor zover het de nijverheids- of ambachtelijke bedrijven toelaat evenals huisvesting, bedrijven die bijbehorende diensten verlenen en kantoren en het de bouw van uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten niet ondergeschikt maakt aan de verenigbaarheid van deze laatste met de algemene bestemming van het gebied; 6) voorschrift A.4.3. § 1. de groengebieden, voor zover het de aanleg toelaat van openluchtsportterreinen; 7) voorschrift A.4.6.2. de landelijke gebieden met toeristische waarde, voor zover het de recreatieve en toeristische uitrustingen toelaat; 8) voorschrift A.6.2. de gebieden van collectief belang of van openbare diensten, voor zover het de bouw van uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten niet ondergeschikt maakt aan de verenigbaarheid van deze laatste met de algemene bestemming van het gebied en dat het iedere andere bestemming toelaat die behoorlijk gerechtvaardigd is om sociale of economische redenen inzoverre de plaatselijke omstandigheden dit mogelijk maken zonder de hoofdfunctie in het gedrang te brengen en nadat de handelingen en werken aan speciale regelen van openbaarmaking werden onderworpen; 9) voorschrift A.6.4.1. § 1 de begraafplaatsgebieden, voor zover het een bestemming als begraafplaats toestaat; 10) voorschrift A.6.4.1. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De begraafplaatsgebieden, voor zover het een herbestemming toelaat van het gebied in gebieden voor openluchtsport of in andere gebieden bij bijzonder bestemmingsplan; 11) voorschrift A.6.4.2. § 1. de gebieden voor openluchtsport, voor zover het de spelen en sporten toelaat die in hoofdzaak in de openlucht gebeuren; 12) voorschrift A.6.4.4. de reservegebieden, voor zover het het behoud van de bestaande feitelijke toestand oplegt zolang de noodzaak van de herbestemmings van het en de uitwerking van een bijzonder bestemmingsplan voor de aanleg ervan gebied niet zijn aangetoond; 13) voorschrift B.1. gebied met minimumprogramma Nr. 1 te Anderlecht voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift F.12 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 14) voorschrift B.2. gebied met minimumprogramma Nr. 2 te Oudergem voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift F.12 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 15) voorschrift B.12. gebied met minimumprogramma Nr. 2 te Sint-Jans-Molenbeek voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift F.12 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 16) voorschrift B.15. gebied met minimumprogramma Nr. 1 te Schaarbeek voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift F.12 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 17) voorschrift B.16. gebied met minimumprogramma Nr. 3 te Ukkel voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift F.12 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 18) voorschrift B.17. gebied met minimumprogramma Nr. 1 te Watermaal-Bosvoorde voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift F.12 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 19) voorschrift B.18. gebied met minimumprogramma Nr. 1 te Sint-Lambrechts-Woluwe voor zover het programma ervan niet voldoet aan de voorwaarden bepaald door voorschrift F.12 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - Voor de gebieden voor sport- of vrijetijdsactiviteiten in de open lucht van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan : 1) voorschrift A.6.2. de gebieden voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten, voor zover het de bouw van uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten niet ondergeschikt maakt aan de verenigbaarheid van deze laatste met de algemene bestemming van het gebied; - dat het bij gebrek aan een bijzonder bestemmingsplan handelszaken toelaat die de gebruikelijke aanvulling vormen van de activiteiten bedoeld in voorschrift F.13 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - dat het iedere andere bestemming toelaat die behoorlijk gerechtvaardigd is om sociale of economische redenen inzoverre de plaatselijke omstandigheden dit mogelijk maken zonder de hoofdfunctie in het gedrang te brengen en nadat de handelingen en werken aan speciale regelen van openbaarmaking werden onderworpen; 2) voorschrift A.6.4.2. de gebieden voor openluchtsport, voor zover het mits de inwerkingtreding van een bijzonder bestemmingsplan geen handelszaken toelaat die de gebruikelijke aanvulling vormen van de activiteiten, bedoeld in het 1ste lid van voorschrift F.13 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, in zoverre dit strikt verenigbaar is met de algemene bestemming van het desbetreffende gebied en de kenmerken van het omringende stedelijk kader; 3) voorschrift A.6.4.2. § 2. de gebieden voor openluchtsport, voor zover het de terreinoppervlakte van infrastructuren en bouwwerken met uitzondering van de voorlopige installaties met seizoensgebonden karakter en de open tribunes, niet beperkt tot 20 % van het huizenblok of van het deel van het huizenblok; 4) voorschrift A.6.4.3. de groengebieden, voor zover het geen voorlopige installaties met seizoengebonden karakter, open tribunes en andere constructies toelaat noch de handelszaken die de gebruikelijke aanvulling vormen op de activiteiten opgenomen binnen het gebied F.13 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan mits de inwerkingstreding van een bijzonder bestemmingsplan; 5) voorschrift A.6.4.4. de reservegebieden, voor zover het het behoud van de bestaande feitelijke toestand oplegt zolang de noodzaak van de herbestemming van het gebied en de uirtwerking van een bijzonder bestemmingsplan voor de aanleg ervan niet zijn aangetoond; - Voor de begraafplaatsgebieden van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan : 1) voorschrift A.6.4.1. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De begraafplaatsgebieden, voor zover het de herbestemming van het gebied toelaat in geval het niet wordt uitgevoerd; dat het de herbestemming van deze gebieden in groengebied niet ondergeschikt maakt aan de inwerkingtreding van een bijzonder bestemmingsplan en dat het de herbestemming van deze gebieden in andere gebieden dan woongebied of gemengd gebied toelaat door een gemeentelijk plan van aanleg; - Voor de bosgebieden van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan : 1) voorschrift A.4.3. § 1. de groengebieden, voor zover het de aanleg van openluchtsport-terreinen toelaat; 2) voorschrift A.4.3. § 2. De groengebieden, voor zover het de handelingen en werken toelaat die een rechtstreekse aanvulling vormen op hun sociale functie; 3) voorschrift 7.6.2. de erfdienstbaarheidsgebieden rondom bossen; - voor zover het een bouwverbod oplegt, het bodemverhardingsverbod inbegrepen over een diepte van 60 meter vanaf de bosrand; - het een bouwverbod oplegt, het bodemverhardingsverbod inbegrepen wanneer het bosgebied omgeven is door een openbare weg waarop autoverkeer is toegelaten; - het toelaat de afstand van het bouwverbod te wijzigen in functie van de plaatselijke omstandigheden en mits speciale regelen van openbaarmaking; - Voor de landbouwgebieden van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan : 1) voorschrift A.4.3. § 1. de groengebieden, voor zover het de aanleg van openluchtsportterreinen toelaat; 2) voorschrift A.4.6.2. de landelijke gebieden met toeristische waarde, voor zover het de recreatieve en toeristische uitrustingen toelaat maar geen bouwwerken die noodzakelijk zijn voor de uitbating en huisvesting van de uitbaters; 3) voorschrift A.6.4.4. de reservegebieden, voor zover het het behoud van de bestaande feitelijke wordt toestand oplegt zolang de noodzaak van de herbestemming van het gebied en de uitwerking van een bijzonder bestemmingsplan voor de aanleg ervan niet zijn aangetoond; 12.</p>\n<p class=\"lf-p\">VOORSCHRIFTEN BETREFFENDE BEPAALDE DELEN VAN HET GRONDGEBIED - Voor de grondreservegebieden van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan : 1) voorschrift A.6.4.4. de reservegebieden, voor zover het de bestemming van de sites met hoogbiologische waarde binnen deze perimeters, niet ondergeschikt maakt aan het leveren van het bewijs dat men nergens anders terreinen voor de geplande bestemmingen vindt; - Voor de structurerende ruimten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan : 1) voorschrift 8.De wegen, voor zover het : - niet voorziet dat de handelingen en werken die een wijziging inhouden van de bestaande feitelijke toestand van deze ruimten en de omgeving zichtbaar vanaf de voor het publiek toegankelijke ruimte, de kwaliteit van het stedelijke landschap moeten behouden en opwaarderen; - het planten van bomen op een regelmatige rij in de boomrijke structurende ruimten niet oplegt; 13.</p>\n<p class=\"lf-p\">VOOR DE BIJZONDERE VOORSCHRIFTEN BETREFFENDE DE WEGEN EN HET OPENBAAR VERVOER VAN HET ONTWERP VAN GEWESTELIJK BESTEMMINGSPLAN : 1) voorschrift A.0. Algemene voorschriften, § 5.b, voor zover het voorrang geeft aan de opgelegde planologische maatregelen voor het openbaar vervoer boven deze voor het particulier vervoer; 2) voorschrift A.0. Algemene voorschriften, § 5.c, voor zover het oplegt dat men bij de aanleg van verkeerswegen eerbied moet hebben voor het gebouwd erfgoed; 3) voorschrift A.0. Algemene voorschriften, § 5.d, voor zover een bijdrage tot de progressieve aanleg van een fietswegennet oplegt; 4) voorschrift A.7.3.1. De reservatiegebieden voor de transitparkeerplaatsen, voor zover het enkel instandhoudingshandelingen en -werken toelaat zolang de overheid tot wier bevoegdheid de aanleg van de parkeerterreinen behoort zich niet uitspreekt over de transitparkeerterreinen bedoeld in voorschrift H.25. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; 5) voorschrift A.8.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De hoofdswegen, voor zover het : - niet oplegt dat de handelingen en werken in geval van een aantasting van het bestaand bebouwd weefsel gepaard moeten gaan met maatregelen voor een herstructurering van het stadsweefsel bedoeld in voorschrift H.22.2. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - op de bestemmingskaart, ter informatie, niet het traject aanduidt van de minerale en groene aanleg op en langs de wegen, zoals bedoeld in voorschrift H.22.3 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan niet voorziet; - geen hiërarchisering van de wegen bevat zoals bedoeld in voorschrift H.23.2. van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - oplegt dat de handelingen en werken gepaard moeten gaan met maatregelen voor het gecoördineerd aanbrengen van de kabels en leidingen; 6) voorschrift A.14. § 2.1, voor zover het een uitdrukkelijke aanduiding van de trajecten en stations van het stedelijk openbaar vervoer op het plan oplegt waarbij enkel plaatselijke aanpassingen toegelaten zijn; 7) voorschrift A.14. § 2.3, voor zover het een aanduiding van bepaalde reservaties voor alternatieve trajecten van het stedelijk openbaar vervoer oplegt op het plan; 8) voorschrift A.14. § 3, voor zover het de uitvoering oplegt van een oost-westas bis voor het stedelijk openbaar vervoer; 9) voorschrift A.14. § 5.1. voor zover het een verkeersvoorrang voorziet voor het openbaar vervoer; 14.</p>\n<p class=\"lf-p\">VOOR DE VERKLARENDE WOORDENLIJST VAN HET ONTWERP VAN GEWESTELIJK BESTEMMINGSPLAN De definities van de volgende termen uit de verklarende woordenlijst van de belangrijkste termen gebruikt in de geschreven stedenbouwkundige voorschriften van het bestemmingsplan van het gewestplan van de Brusselse agglomeratie vastgesteld bij koninklijk besluit van 28 november 1979 worden opgeheven daar zij niet meer in overeenstemming zijn met het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan : 1) bijbehorend omdat het een oppervlakte bepaalt zonder plaatseenheid ten aanzien van de hoofdactiviteit;2) ambachtsbedrijf omdat het ten aanzien van de definitie ambachtelijke activiteit niet het onderhoud van roerende goederen omvat;3) bedrijf voor zover het ten aanzien van de definitie productie-activiteit de distributie omvat van goederen of de organisatie van immateriële diensten evenals het handelsbedrijf en voor zover het niet de hoogtechnologische activiteit omvat evenals de beheers- of bestuurswerkzaamheden van de productie-activiteit, de opslag en de handelszaken die horen bij deze activiteit;4) kantoor voor zover het de lokalen omvat bestemd voor de activiteit van medische en paramedische beroepen en voor zover het niet de lokalen omvat bestemd voor de activiteiten van bedrijven die intellectuele diensten aanbieden waarbij de bedrijven van dienstenbedrijven en de productie van immateriële goederen zoals software of multimedia horen;5) stedenbouwkundig karakter van een onroerend goed voor zover het de bewoning omvat van het binnenterrein van een huizenblok;6) stedenbouwkundig karakter van een huizenblok voor zover het niet de stedenbouwkundige kenmerken omvat van niet-bebouwde terreinen waaruit het eveneens kan bestaan evenals de kenemerken van de bewoning van het binnenterrein van het huizenblok;7) stedenbouwkundig karakter van een gebied voor zover het niet, ten aanzien van de definitie kenmerken van de stedelijke omgeving, het stedenbouwkundige karakter omvat van de aanpalende huizenblokken;8) handelszaak voor zover het de bijbehorende kantoren noch de verwante lokalen omvat;9) opslagplaats voor zover het, ten aanzien van de definitie opslag, het opslaan van onroerende goederen omvat;10) huizenblok voor zover het geen begrenzing omvat door gewestelijke grenzen;11) onroerend goed voor zover het geen architecturale precisie omvat in identificatie van het huisadres;12) binnenterrein van een huizenblok voor zover het alle ruimten omvat achter de normale diepte voor de gebouwen die aan de straat grenzen zonder te specifiëren dat deze diepte bepaald is door de achterste lijn van het bouwwerk of, voor de niet-bebouwde terreinen, door de bouwdiepte bepaald door een bijzonder bestemmingsplan of, bij gebrek hieraan, door de gewestelijke of gemeentelijke stedenbouwkundige verordening;13) woning voor zover dit het gebruik omvat als woning van het geheel van de lokalen zonder er de specifieke opvatting van het geheel van de lokalen voor dit gebruik in op te nemen en het de wettelijke vestiging van een andere bestemming niet in aanmerking neemt;14) beplante (eigendom) voor zover dit het maximale begrip omvat van de bedekking van het terrein met planten;15) eigen baan voor zover het ten aanzien van de definitie eigen bedding niet de toegangekelijkeheid omvat voor andere voertuigen dan die van het openbaar vervoer op de georganiseerde oversteekplaatsen;16) verkeerswegen voor zover het niet hun eventuele aanduiding voorziet op de kaart met de verkeerswegen;17) gebied voor zover het de bodembestemming bepaalt per afgebakend gedeelte op het plan en aangeduid door een kleur of grafisch symbool zonder te verduidelijken dat de begrenzing van dit gedeelte van het grondgebied bestaat uit huizenblokken of naast elkaar liggende gedeelten van huizenblokken;</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De volgende grafische voorschriften van het bestemmingsplan van het gewestplan van de Brusselse agglomeratie, vastgesteld bij koninklijk besluit van 28 november 1979, zijn opgeheven omdat zij niet meer in overeenkomst zijn met het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan : 1° Alle gebieden met uitzondering van het spoorweggebied begrepen in de gebieden van gewestelijk belang genummerd van 4 tot 7;2° Alle gebieden, met uitzondering van het administratiegebied begrepen in de administratiegebieden van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan;3° Alle gebieden, met uitzondering van het gebied voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten, begrepen in de gebieden voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan;4° Alle gebieden, met uitzondering van het industriegebied, begrepen in de industriegebieden van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan;5° Alle gebieden, met uitzondering van de landelijke gebieden begrepen in de groengebieden en landbouwgebieden van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan;6° Alle gebieden met minimumprogramma;7° Alle gebieden, met uitzondering van de gebieden van culturele, historische en/of esthetische waarde, begrepen in de perimeters van culturele, historische of esthetische waarde of voor stadsverfraaiing van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan en enkel inzoverre deze geen landschap van culturele, historische en/of esthetische waarde in superpositie bevatten; 8° Alle gebieden, met uitzondering van het reservatiegebied voor de transitparkeerplaatsen, begrepen in de parkingterreinen bedoeld door voorschrift H.25 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan en enkel inzoverre deze geen parkeerterreinen, bedoeld in voorschrift H.25 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, bevatten; 9° Alle wegen begrepen in de structurerende ruimten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, enkel inzoverre deze op het gewestplan niet opgenomen zijn als structurerende ruimte;10° Het reservegebied « Trassersweg » gelegen op het grondgebied van de Stad Brussel;11° Het reservegebied « Scheutbos » gelegen op het grondgebied van Anderlecht en Sint-Jans-Molenbeek;12° Het reservegebied « Wilderpark » gelegen op het grondgebied van Sint-Agatha-Berchem;13° Het noordelijk en zuidelijk gedeelte van het reservegebied « Vorsterie », ingenomen door het gebied voor groene ruimten en door het gebied voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten op het grondgebied van Watermaal-Bosvoorde;14° Het oostelijk en zuidoostelijk gedeelte van het reservegebied « Engeland », ingenomen door het gebied voor groene ruimten en door het gebied voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten op het grondgebied van Ukkel;15° Het traject van de aan te leggen metro (lijn 1A), inzoverre het geen verlenging voorziet vanaf « Amandelbomen » naar het AZ-VUB noch vanaf « Hermann-Debroux » naar het BLOSO;16° Het traject van de aan te leggen metro (lijn 1) inzoverre het geen verlenging voorziet vanaf « Osseghem » naar de Mettewielaan;17° Het traject van de aan te leggen metro (lijn 2) inzoverre het geen verlenging voorziet vanaf « Simonis » tot de Eeuwfeestsquare;18° De grafische voorschriften inzoverre deze geen traject voorzien voor de aan te leggen ondergrondse tram op de Fonsnylaan;19° De grafische voorschriften inzoverre deze niet voorzien in het station HST-Noord Schaarbeek - Rangeerstation;20° De drie transitparkeerterreinen van het HST-station Noord</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De volgende bepalingen van de bijzondere bestemmingsplannen of de volgende bijzondere bestemmingsplannen worden opgeheven wegens gebrek aan overeenstemming met het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan : ANDERLECHT In het op 10 januari 1950 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « WIJK SCHEUTVELD » : - artikel 1. « Gebied voor woningen - aaneensluitende woningen met zijgevels », enkel inzoverre het handelingen en werken toelaat die het groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan in het gedrang brengen; - de grafische voorschriften van het gebied voor woningen van het Bijzonder Bestemmingsplan gelegen binnen het gebied voor sport of vrijetijdsactiviteiten op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan;</p>\n<p class=\"lf-p\">In het op 7 juli 1951 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « WIJK MEIR - UITBREIDING »; - de grafische voorschriften betreffende » het gebied voor openbare gebouwen (legende) », van het oorspronkelijk plan en van het op 27 juli 1961 gewijzigd plan, gelegen in het parkgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, inzoverre zij handelingen en werken toelaten die het groengebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan in het gedrang brengen; - artikel IV.1 » Gebied voor woningen, aaneensluitende woningen », van het oorspronkelijk plan en van het op 27 juli 1961 gewijzigd plan, enkel inzoverre dit, in een typisch woongebied en in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken; - In het op 27 april 1955 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « WIJK VAN DE OUDE KAARSFABRIEK » : - de grafische voorschriften betreffende het « Bouwgebied, gebied voor koeren en tuinen, gebied met een openbare bestemming, gebied voor halfopen bebouwing », van het op 27 juli 1961 en 23 augustus 1979 gewijzigd plan, enkel inzoverre deze handelingen en werken toelaten die het groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan in het gedrang brengen; - de grafische voorschriften van het bouwgebied, gebied voor koeren en tuinen, gebied met openbare bestemming, gebied voor halfopen bebouwing van het plan, gelegen in het parkgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - titel IX a) » bouwgebied », enkel inzoverre deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken, uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en productie-activiteiten; - titel IX b) « Bouwgebied », enkel inzoverre deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, opslagplaatsen toelaat; - titel III, artikel 1 « Gebied voor gesloten bebouwing », enkel inzoverre : 1° het, in een gemengd gebied en in een sterk gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, groothandelszaken toelaat;2° het, in een gemengd gebied en in een sterk gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de productie-activiteiten, handelszaken en uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten; - de grafische voorschriften betreffende het « Gebied voor woningen in gesloten bebouwing, voor koeren en tuinen, voor achtergebouwen (legende) » gelegen in het gebied voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - titel I, artikel 1 « Gebied voor achtergebouwen van maximum 10 meter hoog », enkel inzoverre : 1° het groothandelszaken toelaat;2° het, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken, de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en de productie-activiteiten; - artikel VI, artikel 1 « Gebied voor koeren tuinen », enkel inzoverre het, per onroerend goed geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken en productie-activiteiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">In het op 10 januari 1950 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « WIJK SCHEUTVELD » : - artikel II.1 « Gebied voor woningen - aaneensluitende woningen met zijgevels », enkel inzoverre het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken; - In het op 24 juli 1956 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « WIJK VAN DE LINKEROEVER VAN HET KANAAL VAN CHARLEROI » : - de grafische voorschriften betreffende de « Gebieden voor gesloten bebouwing, voor achtergebouwen, voor koeren en tuinen, opslagplaatsen, openbare gebouwen, wegen » (gebied ten oosten van de Dokter Zamenhof- en V.</p>\n<p class=\"lf-p\">Olivierlaan), inzoverre deze afbreuk doen aan de wezenlijke bepalingen van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - de grafische voorschriften betreffende de « Gebieden voor gesloten bebouwing, voor achtergebouwen, voor koeren en tuinen, wegen » (gebied ten oosten van de Walcourtstraat en ten zuiden van de H. Delensstraat), inzoverre deze afbreuk doen aan de wezenlijke bepalingen van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - titel II, artikel 1 « Gebied voor gesloten bebouwing », inzoverre het, in een typisch woongebied, een gemengd gebied en een sterk gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de vermelde bestemmingen; - titel II, artikel 1 « Gebied voor gesloten bebouwing », enkel inzoverre het, in een typisch woongebied, een gemengd gebied en een sterk gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, groothandelszaken toelaat; - titel III, artikel 1 « Gebied voor achtergebouwen van maximum 7,50m hoog », enkel inzoverre : 1° het, in een typisch woongebied en in een sterk gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en voor productie-activiteiten;2° het, in een typisch woongebied en een sterk gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, groothandelszaken toelaat; - titel IV, artikel 1 « Gebied voor koeren en tuinen », inzoverre het, in een typisch woongebied, een gemengd gebied en een sterk gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken en productie-activiteiten; - titel VI « Gebied voor opslagplaatsen », - In het op 6 november 1956 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « 20= RING EN OMGEVING 38 = BROECKDALWIJK LENNIK » : - de grafische voorschriften betreffende de « Terreinen voor herverkoop of met een openbare bestemming », enkel inzoverre deze, in een stedelijk-industriegebied, een gebied voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten, een groengebied, een typisch woongebied, een woongebied met residentieel karakter, een gemengd gebied, een gebied met sterk gemengd karakter, een parkgebied en een sportgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, geen enkele bestemming vermelden; - alle grafische en geschreven voorschriften van het plan, enkel inzoverre deze, in een perimeter van culturele, historische of esthetische waarde of voor stadsverfraaiing op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, niet voorzien dat de wijziging van de bestaande feitelijke toestand van de bouwprofielen of van het uiterlijk van de gevels die zichtbaar zijn vanaf de voor het publiek toegankelijke ruimten onderworpen is aan bijzondere voorwaarden die voortvloeien uit de noodzaak om de culturele, historische of esthetische kwaliteiten van deze perimeters te vrijwaren of op te waarderen of de verfraaiing ervan aan te moedigen, ook aan de hand van hedendaagse ervaringen; - In het op 9 mei 1959 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « WIJK VOGELENZANG » : - titel II, artikel 1 « Gebied voor woningen in halfopen bebouwing, versie A », enkel inzoverre het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken, uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en productie-activiteiten; - titel II, artikel 9 « Gebied voor woningen in halfopen bebouwing », van het op 7 april 1969 en 24 juli 1973 gewijzigd plan, enkel inzoverre het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de productie-activiteiten; - titel III « Gebied voor de gegroepeerde bouw van sociale woningen », van het op 7 april 1969 en 24 juli 1973 gewijzigd plan, enkel inzoverre deze, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken en uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten; - titel IV » Gebied voor uitrustingen », van het op 7 april 1969 en 24 juli 1973 gewijzigd plan, enkel inzoverre : 1° deze handelingen en werken toelaat die het groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan in het gedrang brengen;2° deze, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten; - de grafische voorschriften van het gebied voor uitrustingen van het Bijzonder Bestemmingsplan, gelegen in het groengebied en het parkgebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - titel V « gebied met openbare en/of half-openbare bestemming », van het op 7 april 1969 en 24 juli 1973 gewijzigd plan, enkel inzoverre deze handelingen en werken toelaat die het groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan in het gedrang brengen; - de grafische voorschriften van het gebied met openbare en/of halfopenbare bestemming van het bijzonder bestemmingsplan, gelegen in het groengebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - de grafische voorschriften betreffende de « Wegen, (legende) », van het op 7 april 1969 en 24 juli 1973 gewijzigd plan, enkel inzoverre deze handelingen en werken toelaten die het groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan in het gedrang brengen; - de grafische voorschriften van het parkeergebied van het plan gelegen in het parkgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - In het op 18 januari 1962 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « DWARSLAAN EN OMLIGGENDE » : - de grafische voorschriften van het plan, enkel inzoverre : 1° deze, in een typisch woongebied en in een parkgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, geen enkele bestemming vemelden;2° deze, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, geen enkele bestemming vermelden; - titel I « Gebied voor sociale woningen », enkel inzoverre deze handelingen en werken toelaat die het groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan in het gedrang brengen; - de grafische voorschriften van het gebied voor sociale woningen van het plan, gelegen in het parkgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - titel II « Openbaar en half-openbaar gebied », enkel inzoverre deze handelingen en werken toelaat die het groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan in het gedrang brengen; - de grafische voorschriften van het openbaar en half-openbaar gebied van het Bijzonder Bestemmingsplan, gelegen in het parkgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - titel II « openbaar en half-openbaar gebied », enkel inzoverre deze, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten; - In het op 18 december 1961 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « HUIZENBLOK 252 TUSSEN DE BUFFON-, A.</p>\n<p class=\"lf-p\">WILLEMIJNS-, M. VAN LIER- EN BROECKSTRAAT » : - titel II « gebied voor gesloten bebouwing », inzoverre : 1° deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, groothandelszaken toelaat;2° deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken en productie-activiteiten; - titel IV, artikel 1 « Gebied voor achtergebouwen », enkel inzoverre : 1° het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, groothandelszaken toelaat;2° het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken en productie-activiteiten; - artikel VI, artikel 1 « Gebied met openbare bestemming », enkel inzoverre het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten; - In het op 15 maart 1962 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « HUIZENBLOKKEN 231 EN 235 TUSSEN DE INSTITUUT-, DE ERASMUS-, DE KAPELAAN- EN DE E.</p>\n<p class=\"lf-p\">DELCOURTSTRAAT » : - titel I « Gebied met openbare bestemming », enkel inzoverre deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten; - titel II « Gebied voor halfopen bebouwing », enkel inzoverre deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken; -In het op 29 november 1963 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « WIJK KLEINMOLEN » : - de grafische voorschriften betreffende het « Gebied voor halfopen bebouwing », enkel inzoverre deze handelingen en werken toelaten die het groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan in het gedrang brengen; - In het op 22 oktober 1964 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « MINNEZANGERSWIJK » : - de grafische voorschriften « woongebied », van het op 19 juni 1973 en 23 januari 1975 gewijzigd plan, enkel inzoverre deze handelingen en werken toelaten die het groengebied en het groengebied met hoogbiologische waarde op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan in het gedrang brengen; - titel II, artikelen 1 en 2 « Gebied voor gesloten en halfopen bebouwing », enkel inzovere deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, de toegelaten bestemmingen (herbestemmingen) niet verduidelijken; - titel IV « Gebied met openbare bestemming », enkel inzoverre deze, in een gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten; - de grafische voorschriften betreffende het « Gebied voor achtergebouwen », enkel inzoverre deze, in een gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, de toegelaten bestemmingen (herbestemmingen) niet verduidelijken; - In het op 22 oktober 1964 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « WIJK SCHEUT NOORD » : - titel II, artikel 1 « Gebied voor gesloten bebouwing », enkel inzoverre het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, groothandelszaken toelaat; - titel II, artikel 1 « Gebied voor gesloten bebouwing », enkel inzoverre het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken, de productie-activiteiten en de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten; - titel III, artikel 1 « Gebied voor achtergebouwen », enkel inzoverre : 1° het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken en productie-activiteiten;2° het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, groothandelszaken toelaat; - titel V, artikel 2 « Gebied met openbare bestemming », enkel inzoverre het handelingen en werken toelaat die het groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan in het gedrang brengen; - de grafische voorschriften van het gebied met openbare bestemming van het plan, gelegen in het parkgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikel 4.2.1 « Gemengd gebied : kantoren en handelszaken », van het op 24 oktober 1991 en 14 september 1995 gewijzigd plan, enkel inzoverre het, in een administratiegebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, niet verduidelijkt dat de handelszaken de gebruikelijke aanvulling moeten zijn op de activiteiten bedoeld in artikelen 7.1 en 7.2 van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikel 4.3.1 « Gemengd gebied : kantoren, hotels, woningen, handelszaken en uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestemming », enkel inzoverre het in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken;</p>\n<p class=\"lf-p\">In het op 16 februari 1965 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « ITTERBEEKSEWIJK ZUID » : - titel I « Gebied voor gesloten bebouwing », enkel inzoverre deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, de toegelaten bestemmingen (herbestemmingen) niet verduidelijkt; - de grafische voorschriften van het plan, enkel inzoverre het plan, in een gebied voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, een weg voorziet; - titel IV en het bestemmingsplan « Gebied met openbare bestemming », enkel inzoverre : 1° deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorzien van de vloeroppervlakte voor de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten;2° deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, het binnenterrein van het huizenblok aantasten zonder de voorwaarden van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan na te leven;</p>\n<p class=\"lf-p\">In het op 12 maart 1965 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « ITTERBEEKSEWIJK » : - titel II. « Gebied voor gesloten en halfopen bebouwing », enkel inzoverre deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, de toegelaten bestemmingen (herbestemmingen) niet verduidelijkt; - titel V « Gebied voor de gegroepeerde bouw van sociale woningen », enkel inzoverre deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de uitrustingen van collectief belang of voor openbare diensten; - het bestemmingsplan (legende) « Gebied voor de gegroepeerde bouw van sociale woningen, gebied met openbare bestemming, wegen », enkel inzoverre het handelingen en werken toelaat die het groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan in het gedrang brengen; - de grafische voorschriften van het gebied voor de gegroepeerde bouw van sociale woningen, van het gebied met openbare bestemming en wegen van het bijzonder bestemmingsplan, gelegen in het parkgebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - het bestemmingsplan (legende) « Gebied voor achtergebouwen », enkel inzoverre het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, de toegelaten bestemmingen (herbestemmingen) niet verduidelijkt; - titels V en II en het bestemmingplan « Gebied voor de gegroepeerde bouw van sociale woningen en gebied voor gesloten en halfopen bebouwing », enkel inzoverre deze niet overeenstemmen met het gebied voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten voorzien op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - de grafische voorschriften van het gebied voor de gegroepeerde bouw van sociale woningen en het gebied voor gesloten en halfopen bebouwing van het plan, gelegen in het gebied voor uitrustingen van collectief belang of voor openbare diensten op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - het bestemmingsplan (legende) « Gebied voor de gegroepeerde bouw van sociale woningen en het gebied voor gesloten en halfopen bebouwing », enkel inzoverre het handelingen en werken toelaat die het groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan in het gedrang brengen; - de grafische voorschriften van het gebied voor de gegroepeerde bouw van sociale woningen en het gebied voor gesloten en halfopen bebouwing van het bijzonder bestemmingsplan, gelegen in het sportgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - het bestemmingsplan « Gebied voor gesloten en halfopen bebouwing », enkel inzoverre het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken;</p>\n<p class=\"lf-p\">In het op 19 februari 1965 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « KRUISPUNT VAN DE VEEWEIDESTRAAT EN DE LUITENANT LIEDELSTRAAT » : - titels I en II « Bouwgebied (I) en gebied voor koeren en tuinen (II) », enkel inzoverre deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, de bestemmingen (herbestemmingen) van het bouwgebied en het gebied voor koeren en tuinen op het bijzonder plan niet verduidelijken; - In het op 28 april 1970 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « KRUISPUNT VAN DE ARISTIDE BRIANDLAAN MET DE BERGENSESTEENWEG » : - de grafische voorschriften betreffende het « Bouwgebied (legende) », enkel inzoverre deze, in een gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, de bestemmingen (herbestemmingen) van het bouwgebied op het bijzonder plan niet verduidelijken; - In het op 17 februari 1971 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « GRONDELWIJK » : - de grafische voorschriften van het wegengebied van het Bijzonder Bestemmingsplan, gelegen in het parkgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, enkel inzoverre deze handelingen en werken toelaten die het groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan in het gedrang brengen; - titel III « Gebied voor groene ruimten », enkel inzoverre deze niet verduidelijkt dat de toegelaten handelingen en werken strikt noodzakelijk moeten zijn voor de sociale, recreatieve, pedagogische of landschapsfunctie van het parkgebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - titel II « Gebied voor woningen en kantoren », enkel inzoverre : 1° deze, in een gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de kantoren;2° deze, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - titel II « Gebied voor woningen en kantoren », enkel inzoverre deze handelingen en werken toelaat die het groengebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan in het gedrang brengen; - de grafische voorschriften van het « Gebied voor woningen en kantoren » van het Bijzonder Bestemmingsplan, gelegen in het parkgebied van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - titel III « Gebied voor groene ruimten », enkel inzoverre deze, in een gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten; - In het op 24 januari 1967 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « LANDELIJKE ZONE » : - artikel 3 « Gebied van openbaar nut », van het op 6 september 1991 en 12 juni 1997 gewijzigd plan, enkel inzoverre het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten; - artikel 4 « Horecagebied », van het op 6 september 1991 en 12 juni 1997 gewijzigd plan, enkel inzoverre het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken; - artikel 5 « Handelsgebied », van het op 6 september 1991 en 12 juni 1997 gewijzigd plan, enkel inzoverre het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken; - artikelen 1 tot 10, enkel inzoverre : 1° deze, in een landbouwgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, niet verduidelijken dat de toegelaten bouwwerken strikt noodzakelijk moeten zijn voor de uitbating en/of de huisvesting van de uitbaters;2° deze handelingen en werken toelaten die het groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan in het gedrang brengen; - artikelen 1 tot 13, enkel inzoverre deze handelingen en werken toelaten die het groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan in het gedrang brengen; - de grafische voorschriften van het landbouw- en moestuingebied en van het gebied voor groene ruimten van het Bijzonder Bestemmingsplan, gelegen in het gebied met hoogbiologische waarde op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikelen 11 tot 13 « Gedeelte voor groene ruimten », enkel inzoverre : 1° deze, in een gebied voor sport- en vrijetijdsactiviteiten in de openlucht op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, niet verduidelijken dat de terreinoppervlakte van de infrastructuren en bouwwerken niet meer mag bedragen dan 20 % van het huizenblok of het gedeelte van het huizenblok;2° deze handelingen en werken toelaten die het groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan in het gedrang brengen; - de grafische voorschriften van het landbouw- en tuinbouwgebied en van het gebied voor groene ruimten van het plan, gelegen in het sportgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - de grafische voorschriften van het gebied (met een gedeelte voor groene ruimten) van het plan, gelegen binnen het landbouwgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - alle geschreven en grafische voorschriften van het plan, enkel inzoverre deze, in een perimeter van culturele, historische of esthetische waarde of voor stadsverfraaiing op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, niet voorzien dat de wijziging van de bestaande feitelijke toestand van de bouwprofielen of van het uiterlijk van de gevels die zichtbaar zijn vanaf de voor het publiek toegankelijke ruimten onderworpen is aan bijzondere voorwaarden die voortvloeien uit de noodzaak om de culturele, historische of esthetische kwaliteiten van deze perimeters te vrijwaren of op te waarderen of de verfraaiing ervan aan te moedigen, ook aan de hand van hedendaagse ervaringen; - In het op 14 augustus 1974 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « OPENBARE ZONE VAN DE MEYLEMEERSCH » : - artikel II, « Industriecomplex voor research.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestemming », van het op 23 maart 1990 en 10 januari 1991 gewijzigd plan, enkel inzoverre het, in een stedelijk-industriegebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de kantoren die behoren bij het bedrijf; - de grafische voorschriften betreffende het « Landbouwgebied met toeristische waarde (legende) », van het op 23 maart 1990 en 10 januari 1991 gewijzigd plan, enkel inzoverre deze, in een groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, de toegelaten bestemmingen (herbestemmingen), niet verduidelijken; - artikel 1 « Gebied voor alleenstaande villa's », enkel inzoverre het afbreuk doet aan de wezenlijke bepalingen van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan;</p>\n<p class=\"lf-p\">In het op 23 mei 1977 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « MISSIEHUIS VAN SCHEUT » : - artikel 1.1° « Woongebied - 1° ) functie », van het op 8 januari 1985 en 20 januari 1990 gewijzigd plan, enkel inzoverre : 1° het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de kantoren en uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten;2° het, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikel 2 « Handelsgebied », van het op 8 januari 1985 en 20 januari 1990 gewijzigd plan, enkel inzoverre het, in een typisch woongebied (lint voor handelskern) op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken, « tertiaire en quartiaire openbare of particuliere activiteiten » en productie-activiteiten; - artikel 8 « Bouwwerken in gebieden met veranderlijke massa », van het op 8 januari 1985 en 20 januari 1990 gewijzigd plan, enkel inzoverre het, in een typisch woongebied (lint voor handelskern) op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten (missiehuis van de Paters van Scheut) en handelszaken; - titel « Bouwwerken in een gebied met veranderlijke massa », van het op 8 januari 1985 en 20 januari 1990 gewijzigd plan, enkel inzoverre deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, geen drempel voorziet van het aantal kamers per hotelinrichting; - artikel 9, « Gebied voor kantoren », van het op 8 januari 1985 en 20 januari 1990 gewijzigd plan, enkel inzoverre : 1° het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de kantoren;2° het, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan;</p>\n<p class=\"lf-p\">In het op 9 juli 1980 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « BARA, BROGNIEZ, CLEMENCEAU » : - Artikel 2.1.1 « Woongebied » van het op 15 april 1988, 27 juli 1988 en 6 juni 1989 gewijzigd plan, enkel inzoverre het, in een typisch woongebied en in een gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten; - artikel 2.1.2 « Gebied voor bijgebouwen voor huisvesting », van het op 15 april 1988, 27 juli 1988 en 6 juni 1989 gewijzigd plan, enkel inzoverre het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten; - artikel 2.1.3, « Gemengde gebieden voor woningen, handelszaken en werkplaatsen », van het op 15 april 1988, 27 juli 1988 en 6 juni 1989 gewijzigd plan, enkel inzoverre : 1° het, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan;2° het, in een gemengd gebied en in een typisch woongebied (lint voor handelskern) op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken en de productie-activiteiten;3° het, in een gemengd gebied en in een typisch woongebied (lint voor handelskern) op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, geen drempel voorziet van het aantal kamers per hotelinrichting; - artikel 2.1.3 « Gemengde gebieden voor woningen, handelszaken en werkplaatsen », enkel inzoverre het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten (zonder de aard van deze uitrustingen te verduidelijken); - artikel 2.1.5 « Kantoorgebieden », van het op 15 april 1988, 27 juli 1988 en 6 juni 1989 gewijzigd plan, enkel inzoverre : 1° het, in een gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de kantoren, handelszaken en uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten;2° het, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikel 2.1.4 « Gebied voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten », en de hierop betrekking hebbende grafische voorschriften, van het op 15 april 1988, 27 juli 1988 en 6 juni 1989 gewijzigd plan, enkel inzoverre de op het bijzonder bestemmingsplan voorziene bestemming niet overeenstemt met het gebied voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikel 2.1.6 a) « Gebieden met meerdere bestemmingen », van het op 15 april 1988, 27 juli 1988 en 6 juni 1989 gewijzigd plan, enkel inzoverre : 1° het, in een typisch woongebied en in een gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de kantoren en de handelszaken;2° het, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikel 2.1.6 b) « Gebied met meerdere bestemmingen », en de hierop betrekking hebbende voorschriften van het op 15 april 1988, 27 juli 1988 en 6 juni 1989 gewijzigd plan, enkel inzoverre het handelingen en werken toelaat die het groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan in het gedrang brengen; - Titel 2.1.7 « Gebieden voor koeren, werkplaatsen en garages », van het op 15 april 1988, 27 juli 1988 en 6 juni 1989 gewijzigd plan, enkel inzoverre : 1° deze, in een gemengd gebied en in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de productie-activiteiten, de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten en handelszaken;2° deze, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - de grafische voorschriften betreffende het « Gebied voor koeren, werkplaatsen en garages, gemengd gebied : woningen, handelszaken en werkplaatsen (legende) », van het op 15 april 1988, 27 juli 1988 en 6 juni 1989 gewijzigd plan, enkel inzoverre de op het bijzonder plan voorziene bestemming (gebied voor koeren, werkplaatsen en garage, gemengd gebied : woningen, handelszaken en werkplaats) niet overeenstemt met het gebied voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikel 2.1.8 « Woongebieden en/of uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten », van het op 15 april 1988, 27 juli 1988 en 6 juni 1989 gewijzigd plan, enkel inzoverre het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten;</p>\n<p class=\"lf-p\">In het op 14 februari 1962 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « INDUSTRIEGEBIED VAN ANDERLECHT » : - de grafische voorschriften betreffende het « Industiegebied », enkel inzoverre deze, in een spoorweggebied, vervoergebied, stedelijk-industriegebied en groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, de bestemmingen (herbestemmingen) van het industriegebied op het bijzonder plan niet verduidelijken; - alle grafische en geschreven voorschriften van het plan, enkel inzoverre deze, in een perimeter van culturele, historische of esthetische waarde of voor stadsverfraaiing op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, niet voorzien dat de wijziging van de bestaande feitelijke toestand van de bouwprofielen of van het uiterlijk van de gevels die zichtbaar zijn vanaf de voor het publiek toegankelijke ruimten, onderworpen is aan bijzondere voorwaarden die voortvloeien uit de noodzaak om de culturele, historische of esthetische kwaliteiten van deze perimeters te vrijwaren of op te waarderen of de verfraaiing ervan aan te moedigen, ook aan de hand van hedendaagse ervaringen; - In het op 7 februari 1991 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « SINT-HELENA EILAND » : - de grafische voorschriften betreffende het « Industriegebied (legende) », enkel inzoverre deze, in een stedelijk-industriegebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, de bestemmingen (herbestemmingen) van het industriegebied op het bijzonder plan niet verduidelijken;</p>\n<p class=\"lf-p\">OUDERGEM - In het op 10 december 1958 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR. 11 TUSSEN DE CH. LECHATSTRAAT, HET HERTOGENDAL, DE KOUTERLAAN EN DE PAUWENSTRAAT » : - artikel 1 « Gebied voor woningen in gesloten en halfopen bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestemming », enkel inzoverre het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelsactiviteiten; - de grafische en geschreven voorschriften van het plan, enkel inzoverre deze, in een perimeter van culturele, historische of esthetische waarde of voor stadsverfraaiing op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan niet voorzien dat de wijziging van de bestaande feitelijke toestand van de bouwprofielen of van het uiterlijk van de gevels die zichtbaar zijn vanaf de voor het publiek toegankelijke ruimten, onderworpen is aan bijzondere voorwaarden die voortvloeien uit de noodzaak om de culturele, historische of esthetische kwaliteiten van deze perimeters te vrijwaren of op te waarderen of de verfraaiing ervan aan te moedigen, ook aan de hand van hedendaagse ervaringen; - In het op 16 november 1956 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR. 21 TUSSEN DE HERDERSTAFLAAN, LAMMERENDRIES, G.</p>\n<p class=\"lf-p\">POELSLAAN EN G. DEMEYLAAN » : - de grafische en geschreven voorschriften van het plan, enkel inzoverre deze, in een perimeter van culturele, historische of esthetische waarde of voor stadsverfraaiing op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, niet voorzien dat de wijziging van de bestaande feitelijke toestand van de bouwprofielen of van het uiterlijk van de gevels die zichtbaar zijn vanaf de voor het publiek toegankelijke ruimten, onderworpen is aan bijzondere voorwaarden die voortvloeien uit de noodzaak om de culturele, historische of esthetische kwaliteiten van deze perimeters te vrijwaren of op te waarderen of de verfraaiing ervan aan te moedigen, ook aan de hand van hedendaagse ervaringen; - In het op vrijdag 25 mei 1951 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR. 43 TUSSEN DE J.</p>\n<p class=\"lf-p\">VAN HORENBEEKLAAN EN DE CH. SCHALLERLAAN » : - De grafische voorschriften betreffende het « gebied voor woningen in halfopen bebouwing. Bestemming », van het op 26 maart 1959 gewijzigd plan, enkel inzoverre : 1° deze, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, handelingen en werken toelaten op het binnenterrein van een huizenblok die geen verband houden met de huisvesting;2° deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorzien van de vloeroppervlakte voor de handels-activiteiten; - de grafische voorschriften betreffende het ambachtsgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestemming, enkel inzoverre : 1° deze, per onroerend goed, geen drempel voorzien van de vloeroppervlakte voor de handelsactiviteiten, kantoren en productie-activiteiten;2° deze, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaten dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - de grafische voorschriften betreffende het « ambachtsgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestemming (2) », van het op 17 april 1962 gewijzigd plan, enkel inzoverre : 1° deze een of meerdere verboden bestemmingen voor opslagplaatsen toelaten in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan 2° deze geen drempel voorzien van de vloeroppervlakte voor de uitrustingen, bepaald door het voorschrift betreffende het typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan - In het op 7 november 1950 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR.14 TUSSEN HERTOGENDAL EN DE WAVERSESTEENWEG » : - de grafische voorschriften betreffende het « gebied voor woningen in gesloten bebouwing. Bestemming », van het op 13 augustus 1955 gewijzigd plan, enkel inzoverre deze, per onroerend goed, geen drempel voorzien van de vloeroppervlakte voor de handelsactiviteiten; - de grafische voorschriften van het ambachtsgebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestemming van het op 13 augustus 1955 gewijzigd plan, enkel inzoverre : 1° deze, in een gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorzien van de vloeroppervlakte voor de handelszaken, kantoren en productie-activiteiten;2° deze, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaten dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan;3° deze, in een gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, een of meerdere verboden bestemmingen (opslagplaatsen) toelaten; - de grafische voorschriften betreffende het gemengd gebied, Bestemming (1) », van het op 13 augustus 1955 gewijzigd plan, enkel inzoverre : 1° deze, per onroerend goed, geen drempel voorzien van de vloeroppervlakte voor de handelsactiviteiten, kantoren en productie-activiteiten;2° deze, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaten dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - de grafische voorschriften van het « gemengd gebied, Bestemming (2) », enkel inzoverre deze een of meerdere verboden bestemmingen, opslagplaatsen, groothandelszaken toelaten in een gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - In het op 20 mei 1960 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR. 17 TUSSEN DE ZWARTKEELTJESLAAN, KOUTERLAAN, J.</p>\n<p class=\"lf-p\">GEYSKENSLAAN, L.CHAUDOIRDREEF EN HET WOLUWEPARK » : - De grafische voorschriften betreffende het « gebied voor woningen in halfopen bebouwing, bestemming » van het oorspronkelijk plan en van het op 10 november en op 27 oktober 1980 gewijzigd plan, enkel inzoverre deze, per onroerend goed, geen drempel voorzien van de vloeroppervlakte voor de handelsactiviteiten; - De grafische voorschriften betreffende het gebied voor woningen in halfopen bebouwing (legende) van het oorspronkelijk plan en het op 10 november 1978 en 27 oktober 1980 gewijzigd plan, enkel inzoverre deze, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, handelingen en werken toelaten op het binnenterrein van een huizenblok die geen verband houden met de huisvesting; - In het op 16 november 1956 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR. 21 TUSSEN DE HERDERSTAFLAAN, LAMMERENDRIES, G.</p>\n<p class=\"lf-p\">POELS EN G. DEMEYLAAN » : - de grafische voorschriften betreffende het « gebied voor woningen in gesloten bebouwing. Bestemming », enkel inzoverre deze, in een typisch woongebied en in een gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorzien van de vloeroppervlakte voor de handelsactiviteiten; - De grafische voorschriften betreffende het « ambachtsgebied (1), Bestemming », enkel inzoverre : 1° deze, in een gemengd gebied en in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorzien van de vloeroppervlakte voor de handelsactiviteiten, kantoren en productie-activiteiten;2° deze, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaten dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - De grafische voorschriften betreffende het « ambachtsgebied (2).</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestemming », enkel inzoverre deze, in een gemengd gebied en in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, een of meerdere verboden bestemmingen (opslagplaatsen) toelaten; - In het op 14 februari 1959 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR 1A TUSSEN DE VERMINKTENLAAN, DE DROUARTLAAN, DE J.J. GOSSIAUXLAAN EN DE M. CHARLENTSTRAAT » : - de grafische voorschriften betreffende het « gebied voor gesloten en halfopen woonbebouwing. Bestemming », van het op 24 februari 1966 en 11 april 1989 gewijzigd plan, enkel inzoverre deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorzien van de vloeroppervlakte voor handelsactiviteiten; - de voorschriften betreffende het « gebied met openbaar karakter, bestemming », van het op 24 februari 1966 en 11 april 1989 gewijzigd plan, enkel inzoverre deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorzien van de vloeroppervlakte voor de uitrustingen; - In het op 8 maart 1988 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR. 20-21 DEMEYLAAN, HERDERSTAFLAAN, DE SNELWEG NAAR NAMEN, DE G.</p>\n<p class=\"lf-p\">POELSLAAN EN STORMBEKKEN » : - de grafische voorschriften betreffende de algemene bepalingen, enkel inzoverre deze niet verduidelijken dat de verbouwingswerken aan de bestaande onroerende goederen, waarvan het wettelijk gebruik niet overeenstemt met de bestemmingen van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, zijn beperkt. - artikel A.1 « Bestemming », enkel inzoverre : 1° het, in een gemengd gebied en in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de kantoren;2° het, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikel C.1, « Bestemming », enkel inzoverre : 1° het, in een gemengd gebied en in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de productie-activiteiten, kantoren en handelszaken;2° het, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikel F 1 « Bestemming », enkel inzoverre het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de kantoren en de productie-activiteiten; - artikel D. 1. « Bestemming », enkel inzoverre : 1° het, in een gemengd gebied en in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, een of meerdere bestemmingen (opslagplaatsen) toelaat die door het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan niet zijn toegelaten;2° het, in een gemengd gebied en in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken en de productie-activiteiten; - artikel E.1 « Bestemming », enkel inzoverre : 1° het, in een gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor kantoren, de handelszaken en de productie-activiteiten;2° het, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikelen F.1, B.1.1 en E.1 « Bestemming », enkel inzoverre het, in een administratiegebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, niet verduidelijkt dat de handelszaken de gebruikelijke aanvulling moeten zijn op de voorziene activiteiten; - In het op 22 september 1961 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR 22 TUSSEN DE LAMMERENDRIES, ED.</p>\n<p class=\"lf-p\">PINOYPLAATS, TH. VANPELAAN, ARONKELKENLAAN EN DE VORSTLAAN » : - artikel 2.A « Bestemming », van het op 21 oktober 1980 en 22 juni 1982 gewijzigd plan, enkel inzoverre het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken; - de grafische voorschriften betreffende de openbare bestemming (legende), van het op 21 oktober 1980 en 22 juni 1982 plan, enkel inzoverre deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, geen drempel voorzien van de vloeroppervlakte voor uitrustingen; - In het op 13 september 196 1goedgekerud bijzonder bestemmingsplan « NR. 25 (GEMEENTEHUIS) » : - artikel 3 betreffende het gebied voor kantoren en kleinhandelszaken, van het op 10 december 1975 en 29 september 1977 gewijzigd plan, enkel inzoverre het, in een administratiegebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, niet verduidelijkt dat de handelszaken de gebruikelijke aanvulling moeten zijn op de voorziene activiteiten; - de grafische en geschreven voorschriften van het op 10 december 1975 en 29 september 1977 gewijzigd plan, enkel inzoverre deze, in een perimeter van culturele, historische of esthetische waarde of voor stadsverfraaiing op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan niet voorzien dat de wijziging van de bestaande feitelijke toestand van de bouwprofielen of van het uiterlijk van de gevels die zichtbaar zijn vanaf de voor het publiek toegankelijke ruimten, onderworpen is aan bijzondere voorwaarden die voortvloeien uit de noodzaak om de culturele, historische of esthetische kwaliteiten van deze perimeters te vrijwaren of op te waarderen of de verfraaiing ervan aan te moedigen, ook aan de hand van hedendaagse ervaringen; - In het op 17 april 1962 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR. 26 HERTOGINNEDAL PRIORIJ » : - de grafische voorschriften van het op 6 juni 1979 en 2 oktober 1981 gewijzigd plan, enkel inzoverre deze niet voldoende de bescherming bieden die vereist is in het gebied van culturele, historische of esthetische waarde of voor stadsverfraaiing op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - de grafische voorschriften betreffende de bouwgebieden van het op 6 juni 1979 en 2 oktober 1981 gewijzigd plan, enkel inzoverre deze bouwwerken toelaten die het groengebied voorzien op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan in het gedrang brengen; - In het op 29 januari 1964 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR. 1B TUSSEN DE DROUARTLAAN, DE VERMINKTENLAAN EN DE GEPLANDE SPLITSING VAN DE WAVERSESTEENWEG » : - de grafische voorschriften betreffende het gebied voor woningen, bijgebouwen, kleine industrie, ambacht (legende), van het op 10 februari 1978 en 9 april 1981 gewijzigd plan, enkel inzoverre deze bouwwerken toelaten die het groengebied, voorzien op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, in het gedrang brengen; - artikel 3.1 « Bestemming » van het op 11 april 1991 en 21 mei 1992 gewijzigd plan, enkel inzoverre het, in een sterk gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de productie-activiteiten en handelszaken; - artikel 4.1 « Bestemming », van het op 11 april 1991 en 21 mei 1992 gewijzigd plan, enkel inzoverre : 1° het, in een sterk gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de kantoren, productie- en handelsactiviteiten;2° het, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikel 2.1 « Bestemming » van het op 11 april 1991 en 21 mei 1992 gewijzigd plan, enkel inzoverre het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor kantoren; - In het op 10 september 1974 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR. 12 BEAULIEUWIJK » : - artikel 2.A « Bestemming », van het op 30 maart 1987 en op 26 januari 1988 gewijzigd plan, enkel inzoverre het, in een administratiegebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, niet verduidelijkt dat de handelszaken de gebruikelijke aanvulling moeten zijn op de activiteiten voorzien in het bijzonder bestemmingsplan; - artikelen 3.1.A, 3.2.A en 3.3.A « Bestemming », enkel inzoverre : 1° deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorzien van de vloeroppervlakte voor de bestemmingen die zij voorzien;2° deze, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaten dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmings-plan; - In het op 28 december 1967 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR. 40 TUSSEN DE STEVENSLAAN, WOUDMEESTERLAAN, PAPIERMOLENSTRAAT, J.</p>\n<p class=\"lf-p\">VAN HORENBEEKLAAN EN HET KERKHOF » : - de grafische en geschreven voorschriften van het plan, enkel inzoverre deze, in een perimeter van culturele, historische of esthetische waarde of voor stadsverfraaiing op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan niet voorzien dat de wijziging van de bestaande feitelijke toestand van de bouwprofielen of van he uiterlijk van de gevels die zichtbaar zijn vanaf de voor het publiek toegankelijke ruimten, onderworpen is aan bijzondere voorwaarden die voortvloeien uit de noodzaak om de culturele, historische of esthetische kwaliteiten van deze perimeters te vrijwaren of op te waarderen of de verfraaiing ervan aan te moedigen, ook aan de hand van hedendaagse ervaringen; - In het op 3 april 1974 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « BPA NR. 41A WOUDMEESTER » : - de grafische en geschreven voorschriften van het plan, enkel inzoverre deze, in een perimeter van culturele, historische of esthetische waarde of voor stadsverfraaiing op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan niet voorzien dat de wijziging van de bestaande feitelijke toestand van de bouwprofielen of van het uiterlijk van de gevels die zichtbaar zijn vanaf de voor het publiek toegankelijke ruimten, onderworpen is aan bijzondere voorwaarden die voortvloeien uit de noodzaak om de culturele, historische of esthetische kwaliteiten van deze perimeters te vrijwaren of op te waarderen of de verfraaiing ervan aan te moedigen, ook aan de hand van hedendaagse ervaringen; - In het op 8 februari 1985 goedgekeurd bijzonder bestemmmingplan « NR. 6 WIJK KONINKLIJKE JACHT » : - artikel II.1 « Bestemming », enkel inzoverre het, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikel III.1 « Bestemming », enkel inzoverre : 1° het, in een gemengd gebied en in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken, productie-activiteiten en kantoren;2° het, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikel IV.1 « bestemming », enkel inzoverre het, in een gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte, per onroerend goed, voor de handelszaken en productie-activiteiten; - artikel V. 1 « bestemming », enkel inzoverre het, in een gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken en productie-activiteiten; - de grafische en geschreven voorschriften van het plan, enkel inzoverre deze, in een perimeter van culturele, historische of esthetische waarde of voor stadsverfraaiing op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan niet voorzien dat de wijziging van de bestaande feitelijke toestand van de bouwprofielen of van het uiterlijk van de gevels die zichtbaar zijn vanaf de voor het publiek toegankelijke ruimten, onderworpen is aan bijzondere voorwaarden die voortvloeien uit de noodzaak om de culturele, historische of esthetische kwaliteiten van deze perimeters te vrijwaren of op te waarderen of de verfraaiing ervan aan te moedigen, ook aan de hand van hedendaagse ervaringen; - de grafische voorschriften van het plan, enkel inzoverre deze, in een spoorweggebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, geen definitie geven van de in dit gebied toegelaten bestemmingen; - de grafische voorschriften, enkel inzoverre deze, in een gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorzien van de vloeroppervlakte voor de uitrustingen; - In het op 16 maart 1984 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR. 28 TUSSEN PUTDAAL, KOLONEL DAUMERIELAAN, TERVURENLAAN, TERVURENSESTEENWEG, VOSSENDREEF EN KARDINAAL MICARALAAN »; - de grafische en geschreven voorschriften van het plan, enkel inzoverre deze, in een perimeter van culturele, historische of esthetische waarde of voor stadsverfraaiing op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan niet voorzien dat de wijziging van de bestaande feitelijke toestand van de bouwprofielen of van het uiterlijk van de gevels die zichtbaar zijn vanaf de voor het publiek toegankelijke ruimten, onderworpen is aan bijzondere voorwaarden die voortvloeien uit de noodzaak om de culturele, historische of esthetische kwaliteiten van deze perimeters te vrijwaren of op te waarderen of de verfraaiing ervan aan te moedigen, ook aan de hand van hedendaagse ervaringen; - de grafische voorschriften betreffende het « gebied voor uitrustingen van collectief belang (legende) », enkel inzoverre deze, in een bosgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, de toegelaten bestemmingen niet verduidelijken; - In het op 28 juli 1988 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR. 8 PARADIJSVOGELWIJK »; - artikel A.1 « bestemming », enkel inzoverre het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken; - de grafische voorschriften betreffende het « Gebied voor sport in de open lucht (legende) », enkel inzoverre deze, in een groengebied voorzien op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, bouwwerken toelaten die dit in het gedrang brengen; - In het op 10 maart 1987 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR. 42 HUIZENBLOK TUSSEN DE WAVERSESTEENWEG, HUGO VAN DER GOESLAAN, CH.</p>\n<p class=\"lf-p\">SCHALLERLAAN EN DE RAND VAN HET ZONI|$$|AdENWOUD » : - artikel II.a) « bestemming (woongebied) », enkel inzoverre : 1° het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de kantoren;2° het, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikel II en artikel III « Garages », enkel inzoverre deze, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, handelingen en werken toelaten op het binnenterrein van een huizenblok die geen verband houden met de huisvesting; - de grafische en geschreven voorschriften van het plan, enkel inzoverre deze, in een perimeter van culturele, historische of esthetische waarde of voor stadsverfraaiing op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, niet voorzien dat de wijziging van de bestaande feitelijke toestand van de bouwprofielen of van het uiterlijk van de gevels die zichtbaar zijn vanaf de voor het publiek toegankelijke ruimten, onderworpen is aan bijzondere voorwaarden die voortvloeien uit de noodzaak om de culturele, historische of esthetische kwaliteiten van deze perimeters te vrijwaren of op te waarderen of de verfraaiing ervan aan te moedigen, ook aan de hand van hedendaagse ervaringen; - de grafische en geschreven voorschriften van het plan, enkel inzoverre deze, in een sterk gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorzien van de vloeroppervlakte voor de uitrustingen; - de grafische voorschriften van het plan, enkel inzoverre deze, in een bosgebied, de drempel van het gebied met bouwverbod tot 40m voorbij dit gebied, niet naleven; - In het op 25 mei 1951 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR. 43 TUSSEN DE J VAN HORENBEEKLAAN EN CH.</p>\n<p class=\"lf-p\">SCHALLERLAAN » : - de grafische en geschreven voorschriften van het plan, enkel inzoverre deze, in een perimeter van culturele, historische of esthetische waarde of voor stadsverfraaiing op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, niet voorzien dat de wijziging van de bestaande feitelijke toestand van de bouwprofielen of van het uiterlijk van de gevels die zichtbaar zijn vanaf de voor het publiek toegankelijke ruimten, onderworpen is aan bijzondere voorwaarden die voortvloeien uit de noodzaak om de culturele, historische of esthetische kwaliteiten van deze perimeters te vrijwaren of op te waarderen of de verfraaiing ervan aan te moedigen, ook aan de hand van hedendaagse ervaringen; - In het op 22 september 1961 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR. 22 TUSSEN DE LAMMERENDRIES, ED.</p>\n<p class=\"lf-p\">PINOYPLAATS, TH. VANPELAAN, ARONSKELKENLAAN EN VORSTLAAN »; - de grafische en geschreven voorschriften van het plan, enkel inzoverre deze, in een perimeter van culturele, historische of esthetische waarde of voor stadsverfraaiing op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, niet voorzien dat de wijziging van de bestaande feitelijke toestand van de bouwprofielen of van het uiterlijk van de gevels die zichtbaar zijn vanaf de voor het publiek toegankelijke ruimten, onderworpen is aan bijzondere voorwaarden die voortvloeien uit de noodzaak om de culturele, historische of esthetische kwaliteiten van deze perimeters te vrijwaren of op te waarderen of de verfraaiing ervan aan te moedigen, ook aan de hand van hedendaagse ervaringen;</p>\n<p class=\"lf-p\">SINT-AGATHA-BERCHEM - In het op 9 augustus 1955 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR. 78-80B3 - WIJK G. REMYSTRAAT EN OMGEVING » : - artikelen II A en 3 van de geschreven voorschriften « woongebied met gesloten bebouwingen, aaneensluitende gebouwen, bestemming », enkel inzovere deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempels voorzien van de vloeroppervlakte voor de handels- en ambachtelijke activiteiten; - Het op op 6 november 1956 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR. 71-72-94-98 GELEGEN TUSSEN DE J. GOFFINSTRAAT, STRIJDERSSTRAAT, OPENVELDSTRAAT, BEHEERSTRAAT EN ONTWIKKELINGSSTRAAT » : - In het bijzonder bestemmingsplan « NR. 4 - WIJK TUSSEN DE MARICOLLENDREEF, AUGUSTE DENIESTRAAT, DILBEEKSTRAAT, ERSEBOOMSTRAAT EN DE GRENSSCHEIDING VAN DE GEMEENTE DILBEEK » : - de geschreven en grafische voorschriften van het op 18 april 1956 goedgekeurd oorspronkelijk plan, inzoverre zij onbeperkt alle bestemmingen toelaten in een woongebied met residentieel karakter en in een gebied voor begraafplaatsen op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikel 1 van de geschreven voorschriften van het op 17 augustus 1966 goedgekeurd plan, « Algemeen », enkel inzoverre : 1° het, in het groengebied en in het parkgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, handelingen en werken toelaat die niet door het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan zijn toegelaten;2° het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de kunstwerken en gebouwen van openbaar nut; - artikel 2 van de geschreven voorschriften van het op 17 augustus 1966 goedgekeurd plan, « gebied voor bouwwerken in gesloten en halfopen bebouwing », enkel inzoverre : 1° het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handels- en ambachtelijke activiteiten, 2° het, in een groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, verboden handelingen en werken toelaat; - artikel 4 van de geschreven voorschriften van het op 17 augustus 1966 goedgekeurd plan, « Koeren en tuinen », enkel inzoverre het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, handelingen en werken toelaat op het binnenterrein van een huizenblok die geen verband houden met de huisvesting; - artikel 7 van de geschreven voorschriften van het op 17 augustus 1966 goedgekeurd plan « gebied voor de gegroepeerde bouw van sociale woningen », enkel inzoverre het, in een parkgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, verboden handelingen en werken toelaat; - artikel 8 van de geschreven voorschriften van het op 17 augustus 1966 goedgekeurd plan, « gebied van openbaar nut », enkel inzoverre : 1° het, in een parkgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, verboden handelingen en werken toelaat;2° het, in een woongebied met residentieel karakter, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de bouw van een wijkkapel en alle aanhorigheden ervan; - In het bijzonder bestemmingsplan « NR. 71 - DORPVLAK » : - de grafische voorschriften van het op 29 april 1957 goedgekeurd oorspronkelijk plan, enkel inzoverre : 1° deze, in een gebied voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, voorzien in een hotelbestemming;2° deze, in een parkgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, verboden handelingen en werken toelaten;3° deze, in een perimeter van culturele, historische of estherische waarde of voor stadsverfraaiing op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, niet voorzien dat de wijziging van de bestaande feitelijke toestand van de bouwprofielen of van het uiterlijk van de gevels die zichtbaar zijn vanaf de voor het publiek toegankelijke ruimten, onderworpen is aan bijzondere voorwaarden die voortvloeien uit de noodzaak om de culturele, historische of esthetische kwaliteiten van deze perimeters te vrijwaren of op te waarderen of de verfraaiing ervan aan te moedigen, ook aan de hand van hedendaagse ervaringen; - artikel 4, II, van het op 29 april 1957 goedgekeurd oorspronkelijk plan, « Woongebied met gesloten bebouwingen », enkel inzoverre het in een typisch woongebied op het gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempels voorziet van de vloeroppervlakte voor de inrichtingen die nodig zijn voor de uitoefening van een kunstenaarsberoep; - artikel 25, II, van het op 29 april 1957 goedgekeurd oorspronkelijk plan, « Reclame », enkel inzoverre het in een typisch woongebied en in een gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken; - afdeling III van het op 29 april 1957 goedgekeurd oorspronkelijk plan, « gebied voor koeren en tuinen », enkel inzoverre zij in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, op het te behouden binnenterrein van een huizenblok, handelingen en werken toelaat op een diepte van meer dan 20 meter vanaf de bouwlijn; - afdeling V « Gebied voor bijgebouwen in gemengde gebieden en gebieden voor handelslinten » van het op 29 april 1957 goedgekeurd oorspronkelijk plan, enkel inzoverre zij, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de inrichtingen die nodig zijn voor de uitoefening van een kunstenaarsberoep en voor de handelszaken; - afdeling A « Park- en groengebieden » van het op 29 april 1957 goedgekeurd oorspronkelijk plan, enkel inzoverre zij in een parkgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, verboden bouwwerken toelaat; - artikel 45, B « Villagebied » van het op 29 april 1957 goedgekeurd oorspronkelijk plan, enkel inzoverre het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, handelingen en werken toelaat op een diepte van meer dan 20 meter vanaf de bouwlijn; - de grafische voorschriften van het op 5 oktober 1962 goedgekeurd plan, enkel inzoverre er, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel is voorzien van de vloeroppervlakte in een « gebied van openbaar nut » van het plan; - de op 25 februari 1965 goedgekeurde voorschriften van het plan; - artikel 1 « Algemeen » van de geschreven voorschriften van het plan, goedgekeurd op 24 februari 1966, enkel inzoverre het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de kunstwerken en de gebouwen van openbaar nut; - artikel A 1,1 van de geschreven voorschriften van het plan, goedgekeurd op 22 juni 1982, « bebouwde gebieden, typisch woongebied, bestemming », enkel inzoverre : 1° het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de vrije beroepen, handelszaken en werkplaatsen;2° het, in een gebied voor uitrustingen van collectief belang of voor openbare diensten op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, vrije beroepen, handelsactiviteiten en werkplaatsen toelaat zonder dat deze behoorlijk gerechtvaardigd zijn om economische en sociale redenen;3° het, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan is toegelaten op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikel A 2, 1 van de geschreven voorschriften van het plan, goedgekeurd op 22 juni 1982, « Woon- en handelsgebied, bestemming », enkel inzoverre : 1° het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de vrije beroepen, kleinhandelszaken en activiteiten met winstgevende en niet-winstgevende doeleinden;2° het, per onroerend goed, grotere kantooroppervlakten toelaat dan toegelaten is op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakte van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikel A 4, 1 van de geschreven voorschriften van het plan, goedgekeurd op 22 juni 1982, « Gebieden voor bijgebouwen, bestemming », enkel inzoverre : 1° het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de vrije beroepen, kleinhandelszaken en activiteiten met winstgevende en niet-winstgevende doeleinden;2° het, in een gebied voor uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, de vestiging van vrije beroepen, handelszaken en werkplaatsen toelaat zonder dat deze behoorlijk gerechtvaardigde zijn om economische en sociale reden;3° het, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan is toegelaten op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikel A 5 van de geschreven voorschriften van het plan, goedgekeurd op 22 juni 1982, « gebied voor uitrusting van collectief belang of van openbare diensten, bestemming », enkel inzoverre : 1° het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de uitrustingen van collectief belang of van openbare diensten;2° het, in een parkgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, verboden handelingen en werken toelaat;3° het, in een groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, verboden handelingen en werken toelaat; - artikel A 8 van de geschreven voorschriften van het plan, goedgekeurd op 22 juni 1982, « gebied met uitgestelde aanleg », enkel inzoverre : 1° het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de vrije beroepen, kleinhandelszaken en kleine werkplaatsen;2° het, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan is toegelaten op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan;3° het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, op te behouden binnenterreinen van huizenblokken, handelingen en werken toelaat op een diepte van meer dan 20 meter vanaf de bouwlijn; - artikel B 3 van het op 22 juni 1982 goedgekeurd plan, « Parkgebied », enkel inzoverre het in een parkgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, verboden handelingen en werken toelaat; - In het bijzonder bestemmingsplan « NR. 5 - MOLENBEEKVALLEI POTAARDEVLAK) » : - het « onteigeningsgebied » van het op 2 juli 1957 goedgekeurd oorspronkelijk plan; - artikel 1 « Algemeen » van het op 16 september 1959 goedgekeurd plan, enkel inzoverre : 1° het, in een gemengd gebied en in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de kunstwerken en de openbare gebouwen;2° het, in een groen- en parkgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, verboden bouwwerken toelaat; - artikel 2 « Gebied voor bouwwerken in open en halfopen bebouwing » van het op 16 september 1959 goedgekeurd plan, enkel inzoverre het in een parkgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, verboden bouwwerken toelaat; - artikel 3 « Gebied voor gesloten bebouwingen » van het op 16 september 1959 goedgekeurd plan, enkel inzoverre : 1° het, in een woon- en gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor handels- en ambachtelijke zaken, 2° het, in een groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, verboden bouwwerken toelaat; - artikel 5 « Gebied voor koeren en tuinen » van het op 16 september 1959 goedgekeurd plan, enkel inzoverre : 1° het, in een gemengd gebied en in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, handelingen en werken toelaat op een diepte van meer dan 20 meter vanaf de bouwlijn;2° het, in een groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, verboden werken toelaat; - artikel 6 « Gebied voor hoogbouw » van het op 16 september 1959 goedgekeurd plan, enkel inzoverre het bestemmingen en handelingen en werken toelaat die verboden zijn in een typisch woongebied en in een groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikel 7 « Gebied voor hoogbouw met handelscentrum en openbaar plein » van het op 16 september 1959 goedgekeurd plan, enkel inzoverre het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, 1° verboden bestemmingen toelaat, 2° per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor het winkelcentrum; - artikel 9 « Gebied van openbaar nut » van het op 16 september 1959 goedgekeurd plan, enkel inzoverre het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor kunstwerken en overheidsgebouwen of gebouwen van openbaar nut; - artikel 10 « Gebied voor kleine ambachtelijke zaken » van het op 16 september 1959 goedgekeurd plan, enkel inzoverre : 1° het, in een typisch woongebied en in een gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de ambachtelijke activiteiten;2° het, in een typisch woongebied en in een gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, handelingen en werken toelaat op een diepte van meer dan 20 meter vanaf de bouwlijn;3° het, in een parkgebied, verboden werken toelaat; - de grafische voorschriften van het op 16 september 1959 goedgekeurd plan, enkel inzoverre deze, in een perimeter van culturele, historische of esthetische waarde of voor stadsverfraaiing op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, niet voorzien dat de wijziging van de bestaande feitelijke toestand van de bouwprofielen of van het uiterlijk van de gevels die zichtbaar zijn vanaf de voor het publiek toegankelijke ruimten, onderworpen is aan bijzondere voorwaarden die voortvloeien uit de noodzaak om de culturele, historische of esthetische kwaliteiten van deze perimeters te vrijwaren of op te waarderen of de verfraaiing ervan aan te moedigen, ook aan de hand van hedendaagse ervaringen; - artikel 1 « Algemeen » van het op 22 oktober 1964 goedgekeurd plan, enkel inzoverre het, in een groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, verboden bouwwerken toelaat; - artikel 2 « Gebied voor bouwwerken in gesloten en halfopen bebouwing » van het op 22 oktober 1964 goedgekeurd plan, enkel inzoverre het, in een groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, verboden bouwwerken toelaat; - artikel 4 « Koeren en tuinen » van het op 22 oktober 1964 goedgekeurd plan, enkel inzoverre het, in een groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, verboden bouwwerken toelaat; - de op 27 augustus 1965 goedgekeurde voorschriften, inzoverre deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorzien van de vloeroppervlakte voor de kunstwerken en gebouwen van openbaar nut; - Het bijzonder bestemmingsplan « NR. 74 - WIJK VAN DE OUDE KERK », goedgekeurd op 23 januari 1958; - In het op 16 april 1973 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « WIJK TUSSEN DE J.</p>\n<p class=\"lf-p\">GOFFINLAAN, LAURALAAN, BASILIEKLAAN EN KLEINE BERCHEMSTRAAT, KATTEPUT, HET VLAK VAN PARUCK » : - artikel 1, enkel inzoverre : 1° het, in een woongebied met residentieel karakter en in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handels- en ambachtelijke zaken;2° het, in een parkgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, verboden bouwwerken toelaat; - artikel 2 « Gebied voor bouwwerken in gesloten en halfopen bebouwing », enkel inzoverre het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handels- en ambachtelijke zaken; - artikel 3 « Gebieden voor bijgebouwen », enkel inzoverre het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handels- en ambachtelijke zaken; - artikel 4 « Gebied voor commercieel gebruik », enkel inzoverre het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor het benzinestation; - artikel 6 « Gebied voor koeren en tuinen », enkel inzoverre : 1° het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, handelingen en werken toelaat op de binnenterreinen van huizenblokken die geen verband houden met huisvesting;2° het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, op te behouden binnenterreinen van huizenblokken, werken en handelingen toelaat op een diepte van meer dan 20 meter vanaf de bouwlijn; - artikel 8 « Gebied voor garageboxen », enkel inzoverre het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, handelingen en werken toelaat die geen verband houden met de huisvesting; - In het op 30 september 1993 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « ELBERS - GELEGEN TUSSEN DE GEMEENTEGRENS EN DE HEYLENSSTRAAT, DE KASTERLINDENSTRAAT EN DE ELBERSSTRAAT » : - artikel 3.1.1. « Woongebied », enkel inzoverre : 1° het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken, horecazaken en kantoren;2° het, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikel 4 « Gemengd woon- en bedrijfsgebied », enkel inzoverre het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor handelsondernemingen en werkplaatsen;</p>\n<p class=\"lf-p\">BRUSSEL - In het op 14 november 1952 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « nr. 50-01bis VAN PRAETWIJK » : - artikel 13 van het oorspronkelijk plan « Handel - reclameboodschappen », enkel inzoverre het, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - In het op 1 september 1953 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « LAENNECLAAN (AANLEG) - WIJK HOUBAZIEKENHUIS » : - de voorschriften betreffende de « Stedenbouwkundige erfdienstbaarheden », enkel inzoverre : 1° deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorzien van de vloeroppervlakte voor de vrije beroepen;2° deze, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaten dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - In het op 20 oktober 1956 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « nr. 48-05- PRINS KARELSQUAREWIJK » : - artikel 1 « Gebied voor woningen in gesloten bebouwing », enkel inzoverre het, in een gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de semi-nijverheidsactiviteiten; - artikel 2 « Gebied voor bijgebouwen en koeren », enkel inzoverre : 1° het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, handelingen en werken toelaat op meer dan 20 m vanaf de bouwlijn;2° het, in een typisch woongebied en in een gemengd gebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, de bestemmingen (herbestemmingen) van het gebied voor bijgebouwen en koeren op het bijzonder bestemmingsplan niet verduidelijkt; - In het op maandag 8 juli 1957 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « nr. 31/1-2 HEEMBEEKSTRAAT » : - artikel 1 « Bestemming », enkel inzoverre : 1° het, in een typisch woongebied en in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de kantoren en bouwwerken met een openbare bestemming;2° het, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan;3° het, in een groengebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, handelingen en werken toelaat die dit in het gedrang brengen (grafische schorsing van het kantoorgebied van het bijzonder bestemmingsplan gelegen in het parkgebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan);4° het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, handelingen en werken toelaat op het binnenterrein van een huizenblok die geen verband houden met de huisvesting; - artikel 9 « Handelszaken en reclameboodschappen », enkel inzoverre : 1° het, in een typisch woongebied en in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de handelszaken, de beroepen of vakken die in gesloten huizen uitgeoefend worden;2° het, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan;3° het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, handelingen en werken toelaat op het binnenterrein van een huizenblok die geen verband houden met de huisvesting; - de grafische voorschriften van het plan die geheel of gedeeltelijk vervat zitten in het gebied van gewestelijk belang van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - In het op 27 februari 1958 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « Nr. 50/05-06 HUIZENBLOKKEN TUSSEN DE WANNEKOUTERLAAN, ARAUCARIA-LAAN, PAGODENLAAN, BEIZEGEM-STRAAT, LASKOUTER EN SCHAPENSTRAAT, VERSAILLESWIJK » : - artikel 1 van Titel I, « Gebied voor alleenstaande of halfopen bebouwde villa's », van het op 5 mei 1967 en 7 april 1969 gewijzigd plan, enkel inzoverre : 1° het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de vrije beroepen;2° het, per huizenblok, grotere kantooroppervlakten toelaat dan voorzien op de kaart van de toelaatbare kantooroppervlakten van het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan; - artikel 7, titel II « Gebied voor gesloten bebouwing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bestemming », van het op 5 mei 1967 en 7 april 1969 gewijzigd plan, enkel inzoverre : 1° het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de ambachtelijke en handelszaken; - artikel 14, Titel III « Gegroepeerde bouwwerken. Bestemming » van het op 5 mei 1967 en 7 april 1969 gewijzigd plan, enkel inzoverre het, in een woongebied met residentieel karakter op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor de kleine beroepen, ambachtelijke zaken en handelszaken; - In het op 24 februari 1960 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR. 31R/2/3/4 - WIJK KONINGINNELAAN » : - de grafische voorschriften van het oorspronkelijk plan, enkel inzoverre deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorzien van de vloeroppervlakte voor het handels- en ambachtelijk gebied, de school en het kinderdagverblijf; - deze, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, de bestemmingen (herbestemmingen) van het gebied voor bijgebouwen op het bijzonder bestemmingsplan niet verduidelijken; - alle voorschriften van het plan, enkel inzoverre deze, in een perimeter van culturele, historische of esthetische waarde of voor stadsverfraaiing op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, niet voorzien dat de wijziging van de bestaande feitelijke toestand van de bouwprofielen of van het uiterlijk van de gevels die zichtbaar zijn vanaf de voor het publiek toegankelijke ruimten, onderworpen is aan bijzondere voorwaarden die voortvloeien uit de noodzaak om de culturele, historische of esthetische kwaliteiten van deze perimeters te vrijwaren of op te waarderen of de verfraaiing ervan aan te moedigen, ook aan de hand van hedendaagse ervaringen; - In het op maandag 28 maart 1960 goedgekeurd bijzonder bestemmingsplan « NR. 49-02/03 - MUTSAARDWIJK » : - het oorspronkelijk plan en de grafische voorschriften van het op 27 september 1962 gewijzigd plan, enkel inzoverre het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, de bestemmingen (herbestemmingen) van het « gebied alleen voor bijgebouwen » op het bijzonder bestemmingsplan niet verduidelijken; - artikel 2.1 « Handel en ambacht », enkel inzoverre het, in een typisch woongebied op het ontwerp van gewestelijk bestemmingsplan, per onroerend goed, geen drempel voorziet van de vloeroppervlakte voor kleinhandelszaken en handelszaken voor de eerste behoeften (benzinestations en garages), werkplaatsen, bergplaatsen, opslagplaatsen, laboratoria en drankwinkels; - artikel 9, titel II, « Gebied voor gesloten of aaneensluitende bouwwerken.</p></div>", "next": 239615}