{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Wij zien momenteel volgende operationele pistes die best strategisch gecoördineerd worden: 1. Een realisatie-akkoord met het federale niveau Het Vlaams gewest onderhandeld momenteel met het federale niveau (met de kabinetten Dedonder en Van Peteghem, overleg op 20/11/'23 en op 21/12/'23) m.b.t. de aankoop van de 33 ha bosgebied, opgenomen in het GRUP Defensie. Bedoeling van het Vlaams gewest is op korte termijn een principeakkoord met het federale niveau te sluiten m.b.t. de modaliteiten voor de verkoop van dit bosgebied (o.a. timing en berekening kostprijs op basis van de afbraakwerken, sanering, aanleg bos en paden, beheer bos, ...).</p>\n<p class=\"lf-p\">Perspective volgt deze onderhandelingen, daar deze ook gaan over en invloed kunnen hebben op de ontwikkeling van het Brussels deel van de site. Zo wordt bv. de geschatte opbrengst van de Brusselse stadwijk (RPA) meegenomen in de kostenberekening die Defensie opmaakte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een ideaal scenario lijkt ons dat het Brussels gewest actief aansluit bij de huidige dynamiek en dit i.f.v. een principeakkoord tussen het federale niveau, het Vlaams gewest én het Brussels gewest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit akkoord kan dan ook een aantal principes en modaliteiten vastleggen m.b.t. de overdracht van de Brusselse delen van de site zoals de prijsbepaling van de 13 ha parkgebied die dan kan afgestemd worden op de voordelige prijs-bepaling die het Vlaams gewest wenst vast te leggen voor de 33 ha Vlaams bosgebied. De samenwerking in het Defensie-dossier heeft bewezen dat een afgestemd standpunt tussen de gewesten voordelig is aan de onderhandelingstafel met het federale niveau.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het te sluiten akkoord tussen de gewesten en het federale niveau kan dan verder ook principes vastleggen m.b.t. volgende onderwerpen: - het inrichten van delen van de site, voorafgaand aan het vrijkomen van de terreinen. Het nieuwe Defensie-hoofdkwartier zal pas ten vroegste in 2028 in gebruik genomen worden. Een gedeeltelijke ontharding en aanplant voorafgaand aan de verhuis van Defensie en aan de overdracht van de terreinen (en ook voorafgaand aan de realisatie van de stedelijke delen van het project) vergroot de ecologische waarde en de attractiviteit van de zone, wat voordelig is voor zowel het federale niveau als de gewesten en best wordt bepaald in hetzelfde akkoord dat de overdrachts-modaliteiten bepaald. - het gedeeld gebruik van de, in het Vlaams gewest gelegen, atletiekpiste tussen (de militairen van) Defensie en externe (ook Brusselse) gebruikers waarbij o.a. een rechtstreekse verbinding tussen het Brussels park en de piste dient gerealiseerd te worden. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De opmaak van een gezamenlijk inrichtingsplan voor het Brussels-Vlaamse parkbos Het is evident dat een integraal en inter-gewestelijk plan de beste garantie is om een ecologisch en publiek geheel te realiseren voor de 49 ha Brussels-Vlaamse open ruimte waarbij de beboste delen, de (productieve) bosranden, de open delen (o.a. de `clairière'), het waternetwerk, de te ontwikkelen uitrustingen (project H, eventuele intercommunale begraafplaats, atletiekpiste,..), de actieve verbindingen en de landwegen alsook de integratie in de Vlaams-Brusselse ecologische corridor, als één coherent geheel uitgewerkt worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit proces kan dan ook een gecoördineerde fasering met de nodige actoren langs beide kanten van de gewestgrens (o.a. LB, ANB, gemeentes, ...) bepaald worden. 3. Het eventueel realiseren van een natuur-begraafplaats voor de intercommunale `Teraardebestelling' Het RPA omvat de mogelijkheid 0.8 ha begraafplaats te realiseren op het zuidelijk deel van het Brusselse parkgebied. Dit voornamelijk om het gebrek aan begraafmogelijkheden voor moslims op te vangen. Met de Intercommunale (en ook Leefmilieu Brussel) zullen gesprekken gevoerd worden m.b.t. het al of niet realiseren van deze begraafplaats alsook de timing, de overdracht van dit deel van het terrein (dat evt. vroeger kan vrijkomen dan de rest van de Defensie-site) en de concrete inrichting. 4. De onderhandelingen m.b.t. de mobiliteit in en rond de begraafplaatsen De ambitie om de auto's voor bezoekers uit de begraafplaatsen te weren (gekoppeld aan een verdere ontharding), evenals de ingebruikname van het nieuwe crematorium (op de begraafplaats van Evere) gaat gepaard met onderhandelingen om in de nodige parkeercapaciteit rond de begraafplaatsen te voorzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een deel van deze onderhandelingen kunnen in het kader van de door Beliris voorziene heraanleg van de Bordetlaan gevoerd worden. Beslist werd reeds dat de studie voor deze heraanleg ook het in het RPA opgenomen landschapsplein tussen de Bordet-laan en het H-gebouw zal omvatten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een specifiek aspect van deze onderhandelingen betreft de bereikbaarheid van de intercommunale begraafplaats `Teraardebestelling'. De grote wandelafstand tussen de ingang van de begraafplaats van Schaarbeek en het intercommunale deel (te Zaventem) behoeft afstemming met het Vlaams gewest en de gemeente Zaventem. De aanleg van een parking op het Zaventemse deel van de begraafplaats van Evere, naast het nieuwe crematorium (inclusief een doorgang naar de intercommunale begraafplaats) lijkt daarbij de meest gepaste oplossing. 5. Afstemming van de economische ontwikkeling Een gecoördineerde Brusselse strategie (perspective, Citydev, ) is essentieel om de gewenste economische ontwikkeling (met focus op stedelijke activiteiten die zich ruimtelijk en functioneel integreren in een compacte en leefbare wijk) op de meest efficiënte manier te realiseren.Ook hier kan afstemming met de in het GRUP voorziene economische activiteiten interessant zijn vanwege de verschillende context van beide economische zones.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder zal de economische ontwikkeling ook een rol spelen in de gezamenlijke onderhandelingen met het federale niveau (aankoop, ..). 6. Project H Een studie is nodig om te verifiëren of delen van het bestaande H-gebouw van Defensie (momenteel 30.000 m2) gerecupereerd kunnen worden i.f.v. een aantal Brusselse publieke voorzieningen in relatie met het park. Het betreft de combinatie van een technische studie (met o.a. de nodige betontesten) en een programmatorische studie (welke uitrustingen door welke actoren). Er werd reeds een beperkte technische analyse van het H-gebouw uitgevoerd door ROTOR en er werden reeds programmatorische workshops georganiseerd met o.a. Brussel-stad en Evere (o.a. scholen), communautaire actoren (o.a. sport), Brussel Leefmilieu (o.a. voedsel).\" 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Advies van de Gewestelijke Mobiliteitscommissie Gelet op het advies van de Gewestelijke Mobiliteitscommissie van het Brussels Hoofstedelijk Gewest van 18 december 2023 dat in de volgende termen is opgesteld: \"Algemeen 1.De Commissie is verheugd over het feit dat dit RPA een aantal positieve bepalingen bevat, zoals het voorschrift dat elektriciteitsleidingen niet onder beplante gebieden mogen worden geplaatst, de aanwezigheid van talrijke autovrije zones, een maximum van 25% voor autoverkeer, de doelstelling van bodemdoorlaatbaarheid, ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Over het RPA - Strategisch luik Mobiliteit - Verandering van de stromen &amp; verankeringspunten 2. De Jules Bordetlaan (auto COMFORT) en Leopold III-laan (auto PLUS) zijn twee van de drie randwegen van de beoogde autoloze stadswijk in het ontwerp.Als zodanig zullen ze het autoverkeer in deze wijk moeten opvangen. In het RPA is er sprake van ze om te vormen tot \"parkway\", d.w.z. rustige stadsboulevards die het comfort en de veiligheid van actieve vervoerswijzen verbeteren. De Commissie is nu al ingenomen met het voornemen van het RPA om de Leopold III-laan een promenadekarakter te geven en op de Jules Bordetlaan ruimte vrij te maken voor actieve vervoerswijzen. Men dient evenwel grondig na te denken over hoe de verschillende vervoerswijzen op deze routes kunnen worden gecombineerd om deze verschillende doelstellingen te bereiken. 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie herinnert eraan dat op de Jules Bordetlaan afwegingen zullen moeten worden gemaakt in het licht van de ambities van het RPA, de multimodale specialisatie van de wegen en de fysieke beperkingen van deze as. Mobiliteit - Openbaar vervoer 4. De Commissie verheugt zich over de intentie in het RPA om te zorgen voor aangepaste, veilige en multimodale verbindingen om dit momenteel geïsoleerde gebied opnieuw te verbinden (...), met name door te zorgen voor aansluiting op het netwerk van het openbaar vervoer. 5. De Commissie stelt vast dat een verlenging van tram 55 ter sprake komt in de documenten die aan het publiek zijn voorgelegd.Ze betreurt dat dit punt niet is uitgewerkt bij de presentatie tijdens de zitting, om de aansluiting tussen de mogelijke verlenging van tram 55 en het project metro 3 te begrijpen. 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overigens wijst de Commissie erop dat het RPA geen melding maakt van het project metro 3.Dit verbaast de Commissie des te meer omdat het om een belangrijk dossier gaat voor de mobiliteit in Brussel en de haltes ervan zich niet zo ver van het voorliggend project bevinden, maar toch te ver weg zijn om te voet te bereiken (ongeveer een kilometer tussen het geplande station Bordet en het midden van de nieuwe wijk die in het RPA wordt beoogd). Daarom moet worden gewaakt over de kwaliteit van het bovengronds openbaar vervoer om de nieuwe wijk desgevallend te laten aansluiten op de eindhalte Bordet van metrolijn 3. 7. De Commissie staat positief tegenover de voorgestelde optie om tram 55 te verlengen.Maar de Commissie herinnert eraan dat in het project metro 3 de voornaamste hypothese in dit stadium het schrappen van tram 55 is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat geval raadt de Commissie aan de verlenging van tram 8 op de Jules Bordetlaan te overwegen, hoewel ze zich ervan bewust is dat het tracé daarvan momenteel nog niet is vastgelegd en dat men ook rekening moet houden met de luchthaventram. De hierboven vermelde opties zijn onvoldoende uitgewerkt. De Commissie vraagt daarom meer duidelijkheid over de beslissingen inzake mobiliteit die in het kader van het RPA Defensie zijn genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mobiliteit - Mobipunt &amp; Parkeren 8. Er worden verschillende parkeersystemen vermeld: lineair bovengronds parkeren langsheen de lus, bovengrondse parkeertorens en ondergronds (privé)parkeren.Gezien de ambities van het gewestelijk mobiliteitsplan Good Move om het parkeren op straat te verminderen en gezien de aanwezigheid van parkeergelegenheid buiten de straat in het ontwerp, beveelt de Commissie aan dat de nieuwe wijk niet meer dan het minimum aan parkeergelegenheid op straat en/of bovengronds omvat. Deze parkeergelegenheid zou in de eerste plaats bedoeld zijn om te voldoen aan de noden van mensen met een handicap, leveringen, bezoekers ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierdoor komt er niet alleen plaats vrij voor andere functies in de openbare ruimte, maar wordt het er ook rustiger. In verband daarmee verwijst de Commissie hier naar het nieuwe project Erasmus Gardens, dat zowel kosteloze bovengrondse parkeerplaatsen (met beperkte parkeerduur) als te betalen ondergrondse parkeerplaatsen omvat. De ondergrondse betaalparkeerplaatsen staan leeg en de bovengrondse zijn erg gewild, met een modal shift-doelstelling die duidelijk niet wordt gehaald. 9. De parkeerstrategie in het RPA is flexibel zodat ze achteraf nog kan worden aangepast, met name aan fluctuerende noden en aan de programmering en de fasering van het project.Die flexibiliteit is weliswaar gunstig, maar de Commissie herinnert er toch aan dat de beschikbaarheid van parkeerplaatsen ook invloed heeft op het soort mobiliteit binnen een project.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij roept de regering dan ook op om meer ambitie aan de dag te leggen als ze wil bijdragen aan de modal shift die het plan Good Move beoogt. Om nog eens terug te grijpen naar het voorbeeld van de Erasmus Gardens: de Commissie stelt vast dat de beschikbaarheid van parkeerplaatsen bewoners aantrekt die hun auto willen gebruiken. De Commissie wijst erop dat parkeren een fundamentele hefboom is als het RPA een verandering in mobiliteit wil aanmoedigen. 10. Het ontwerp omvat het opzetten van een netwerk van Mobipunten (microplatformen voor mobiliteit, ook wel Mobility Hubs genoemd).De Commissie nodigt de initiatiefnemers van het project uit om te onderzoeken of het relevant is deze Mobipunten te combineren met parkeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mobiliteit - Grootstedelijke systemen 11. Het RPA maakt deel uit van de voortzetting van het plan Good Move en het netwerk dat binnen de perimeter van het project is ontwikkeld, valt binnen de categorieën PLUS, COMFORT en WIJK.De mogelijkheid om een hele nieuwe wijk te bouwen en daarbij rekening te houden met de ambities van Good Move en andere milieuplannen en -strategieën, is een kans om buurten tot rust te brengen. Daartoe en om het principe van verkeersluwte toe te passen op de wijk, adviseert de Commissie voorrang te geven aan eenrichtingsstraten om van meet af aan ruimte vrij te maken voor andere functies dan autoverkeer. In dezelfde lijn adviseert zij het nodige te doen om doorgaand verkeer tussen wijken (mensen die door de wijk rijden om files op de hoofdwegen te vermijden) maar ook binnen de wijk te verhinderen. 12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als onderdeel van het voetgangersnetwerk verheugt de Commissie zich in de aanleg van voetgangersoversteekplaatsen met een constant profiel van 15 meter in de woon- en winkelgebieden. Stedelijkheid - Geluidshinder 13. De Commissie plaatst vraagtekens bij de keuze voor residentiële verstedelijking binnen de perimeter van het RPA Defensie, aangezien het gebied dicht bij de luchthaven ligt en intensief wordt overvlogen door vliegtuigen die vertrekken uit Zaventem (vandaar de ligging binnen grenzen van het LDEN lawaai van 55 dB en het LNIGHT lawaai van 45 dB).Deze ontwikkeling druist ook in tegen het streven naar minder kwetsbaarheid van de bevolking voor geluidsoverlast (men kan weliswaar trachten de woningen te isoleren, maar men kan uiteraard niet de buitenruimten isoleren of beletten dat bewoners hun ramen openzetten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Zou deze ontwikkeling niet veeleer ten gunste van kantoren, diensten of stedelijke industrieën moeten plaatsvinden? Over het RPA - Verordenend luik Bijzondere voorschriften per gebied 14. Het verordenend luik voorziet enerzijds in structurerende en boomrijke openbare ruimten en anderzijds in gebieden met landschappelijk ingebedde wegen met parkeerplaatsen voor actieve vervoerswijzen.De Commissie vraagt in het verordenend luik rustpunten op te nemen voor mensen die hun traject moeten opsplitsen en benadrukt het belang van deze infrastructuur voor actieve mobiliteitsvormen (vooral de zwakste). 15. In het verordenend sluik staat dat fietspaden in openbare ruimten met bomen minstens drie meter breed moeten zijn.De Commissie vraagt dat het RPA zou voldoen aan de normen voor PBM wat de breedte van fietspaden betreft (zie Good Move en de gids \"BABE\" voor de juiste breedten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Over het MER Mobiliteit en luchtkwaliteit 16. De Commissie betreurt dat de berekeningen over de luchtkwaliteit wegens tijdsdruk zijn verricht aan de hand van \"verouderde\" gegevens van een model.Hoewel de negatieve impact op de luchtkwaliteit naar schatting minimaal zal zijn, zou hij toch kunnen leiden tot overschrijding van de huidige normen op meerdere plaatsen. De nieuwe richtlijnen zullen immers binnenkort worden opgesteld en ongetwijfeld strenger zijn dan de huidige, vanwege de nieuwe kennis die is opgedaan over de impact van slechte luchtkwaliteit op de gezondheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over het gelijktijdig openbaar onderzoek van het RPA Maximiliaan en het RPA Defensie 17. De Commissie betreurt het dat beide RPA's tegelijkertijd aan een openbaar onderzoek worden onderworpen.Sommige organisaties zetelen trouwens in twee adviesraden die gemandateerd zijn om adviezen uit te brengen: de Gewestelijke Mobiliteitscommissie en de Milieuraad. Er zijn eerst door een opdrachthouder binnen perspective.brussels presentaties gegeven in de Commissie, waarna de leden van de GMC een paar weken de tijd hadden om een advies uit te brengen. Gezien de grote hoeveelheid documenten die moet worden bekeken, is de overlapping van twee openbare onderzoeken evenwel verre van optimaal.\" 6. Advies van Leefmilieu Brussel Gelet op het advies van Leefmilieu Brussel van 19 december 2023: « Algemene aspecten Om te beginnen willen we erop wijzen dat Leefmilieu Brussel betrokken was bij de uitwerking van het RPA en het MER - die beide parallel en op een iteratieve manier werden verwezenlijkt - en voortdurend input heeft geleverd aan de projectauteurs en aan Perspective, in samenwerking met het ANB en Omgeving voor het luik GRUP Defensie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aan het RPA Defensie werd in 2019 begonnen, onder meer met de bedoeling de visie te schragen die werd ontwikkeld door de OPEN-strategie van het platform Top Noordrand, om met het oog op ecosysteemdiensten de open ruimten en ecologische verbindingen tussen Vlaanderen en het Brussels Gewest te versterken. Het is ook een ontwerpplan dat past binnen het Brussels Ecologisch Netwerk, de strategie Good Soil en het nieuwe waterbeheerplan, en niet te vergeten de strategie Good Food (ook al is professionele stadslandbouw niet de prioriteit).</p>\n<p class=\"lf-p\">Naar aanleiding van de ervaring met de eerste RPA's heeft Leefmilieu Brussel bij het opstellen van het RPA voorgesteld verschillende studies te verrichten om terdege rekening te houden met de aandachtspunten op het vlak van milieu en klimaat. Zo zijn meerdere voorbereidende studies verwezenlijkt: - Biodiversiteitsinventaris door Perspective en Omgeving; - Inventaris materialen voor gebouw H en aanbevelingen voor de rest van de site, in het kader van een opdracht ter ondersteuning van publiek bouwheerschap, gefinancierd door Leefmilieu Brussel (Renolution); - Onderzoek van de bodemkwaliteit volgens de nieuwe IBKB-methode, gefinancierd door Leefmilieu Brussel (strategie Good Soil); - Tot slot heeft Perspective ook een beroep gedaan op de Facilitator Stadslandbouw (Good Food Strategy) om een denkoefening te ontwikkelen over de opkomende praktijk van boslandbouw in een stedelijke omgeving, met het oog op het geplande bos op het Vlaamse grondgebied (GRUP).</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit RPA werd begeleid door de Facilitator Duurzame Wijken, overeenkomstig de werkwijze Be Sustainable. Een eerste begeleiding vond plaats in het kader van de voorafgaande studies van Perspective.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een 2e begeleiding vond plaats ter gelegenheid van de analyse van het luik duurzaamheid van de offertes voor de studieopdracht. Ten slotte werd een 3e begeleiding aangeboden om in te gaan op zeer specifieke duurzaamheidskwesties voor het gedeelte \"gemengde wijk\" van het RPA Defensie. Dit heeft gezorgd voor een bijdrage aan de ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen van het strategisch luik en aan het verordenend luik, en voor de inpassing ervan in de doelstellingen van het LKEP 2023 (Plan Lucht Klimaat Energie).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ter herinnering, de belangrijkste doelstellingen van het RPA Defensie zijn: 1. De open ruimten in het gebied verbeteren en met elkaar verbinden door de ontwikkeling van een intergewestelijk grootstedelijk landschapspark van meer dan 45 hectare (waarvan 15 hectare op het Brusselse grondgebied);2. Een grootstedelijk netwerk voor actieve mobiliteit uitrollen, met nieuwe verbindingen tussen de Groene Wandeling en routes voor het GEN-fietsnetwerk;3. Een nieuwe, duurzame, gemengde wijk creëren langs de Leopold III-Laan, gebaseerd op een groene omgeving van hoge kwaliteit; 4. De economische dynamiek van dit zeer aantrekkelijke gebied consolideren en versterken, gezien de ligging op de luchthavencorridor, met +- 150.000 m2 aan economische activiteiten (een mix van tertiaire en productieve activiteiten) en +- 50.000 m2 aan faciliteiten, diensten, winkels en hotels Sinds 2019 hebben de crisissen op het vlak van klimaat, gezondheid en biodiversiteit een steeds acutere impact op ons en roepen ze op diepgaande veranderingen in onze praktijken om te komen tot een grondgebied dat in staat is deze crises op sociaal, ecologisch en economisch gebied te doorstaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontwerp-RPA stelt een ambitieuze visie voor inzake duurzame ontwikkeling, maar bepaalde aspecten van het RPA blijven problematisch en zouden baat hebben bij een aanpak die zich kan aanpassen aan de evolutie van de aandachtspunten, aan de evolutie van zwakke of gevoelige functies versus sterke of onderling compatibele functies, aan nieuwe praktijken op het vlak van veerkracht die dit gebied in staat stellen zich te ontwikkelen tot een plaats voor activiteiten, ontspanning en eventueel om te wonen als de omstandigheden dat ooit toelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">We hebben dan ook nog steeds vragen over een aantal punten, waarop aangepaste en overlegde antwoorden moeten komen: - Op het vlak van bewoonbaarheid zou het RPA, gezien de nabijheid van de nationale luchthaven, nog verder moeten gaan in zijn mechanismen om rekening te kunnen houden met geluidsoverlast door luchtvaart met betrekking tot de zogeheten gevoelige functies (huisvesting - gezondheid van de bewoners, scholen - gezondheid van leerlingen en leerkrachten, instellingen voor gezondheidszorg). Als bij de uitvoering van het RPA blijkt dat de geluidsniveaus nog steeds even problematisch zijn (ter herinnering: geluidsniveaus met een Lden van meer dan 55dB(A)), zal daar uitsluitend de ontwikkeling kunnen worden toegestaan van functies die niet gevoelig zijn voor lawaai, ook rekening houdend met goede akoestische isolatie en geen bewoning onder de bestaande luchtvaartroutes. - Inzake de uitbreiding van de begraafplaats in het parkgebied moet een hele reeks voorafgaande voorwaarden worden bestudeerd voordat een dergelijk programma kan worden overwogen, aangezien het aanzienlijke beperkingen met zich meebrengt voor het parkgebied, de rand ervan, de verontreinigde bodem, de strategie good soil, de aan te leggen robuuste ecologische corridor, enz. - Gekoppeld aan het huidige werk aan het GBP, de evaluatie van de ontwerp-OGSO's, de strategie shifting economy, de strategie Good Food of het plan voor het beheer van hulpbronnen en afval (zie de noden van Net Brussel), dient men nog verder te gaan in de prioriteit die in de gemengde wijk moet worden gegeven aan productieve activiteiten (in de verschillende subzones van de wijk), ten gevolge van het bedrijventerrein Da Vinci.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit dient ook te worden gekoppeld aan de aandachtspunten inzake mobiliteit, toegankelijkheid en stedelijke logistiek.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerkingen over het strategische luik van het RPA - in de begrippenlijst, blz. 19, ? \"plan\" Good Food vervangen door \"strategie\" en de tekst corrigeren die niet overeenstemt met de strategie GF 2022-20302 ? De § met betrekking tot de Bemiddelaar Duurzame Wijken vervangen door \"Door te kiezen voor opname van het RPA in de werkwijze Be Sustainable, om de klimaattransitie te versnellen en de veerkracht van projecten op de schaal van de wijken in de stad te versterken, heeft Perspective gebruik gemaakt van de begeleiding door het BDW-team, dat in elke uitwerkingsfase zijn advies en technische en operationele begeleiding biedt. Dienst aangeboden door Leefmilieu Brussel\" (LB is geen departement) Landschap - In het kader van de 3 zones van de landschapsstrategie die meer bepaald op pagina 48 en volgende zijn beschreven, wenst Leefmilieu Brussel eraan te herinneren dat het element met betrekking tot een mogelijke uitbreiding van de begraafplaats helemaal op het einde van de procedure voor het uitwerken van het RPA is gekomen en dat deze nieuwe functie a priori niet verenigbaar is met het ontwerp van grootstedelijk park zoals dat in het hele project wordt opgevat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze nieuwe functie zou niet alleen in een van de meest verontreinigde zones komen, maar zou ook de oppervlakte die daadwerkelijk bestemd is voor biodiversiteit en voor de functie eetbaar park verkleinen en extra barrières opwerpen voor de robuuste ecologische verbinding die het parkproject nochtans beoogt. Daardoor zal de druk van toekomstig recreatief gebruik op het gebruik als beschermde natuur toenemen. De begraafplaats zou komen in de randzone, die voor deze ecologische verbindingen het gevoeligst en het meest strategisch is. - Ook vraagt Leefmilieu Brussel zich af wat de reële winst is van deze uitbreiding in een nieuwe, meer natuurlijke en landschappelijke vorm (met onder meer een veel meer verspreide begraving dan op een klassieke begraafplaats), gezien het structurele probleem van de verzadiging van de begraafplaatsen in heel het Brussels Gewest en gezien de beperkingen van dit nieuwe, \"natuurlijker\" model op het vlak van beheer, grondwerken, onderhoud (beperkt extensief beheer) en toegankelijkheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Weegt de toegevoegde waarde op het vlak van bijkomende ruimte op tegen het verlies voor de biodiversiteit? - In het kader van de gewestelijke werkgroep rond begraafplaatsen zou men best de noden vooraf verfijnen en alle mogelijkheden bestuderen om de oppervlakten van de bestaande begraafplaatsen op het gewestelijk grondgebied te optimaliseren voor begravingsdoeleinden, alvorens te overwegen een nieuw begraafplaatsgebied aan te leggen. Men zou daarnaast moeten zoeken naar nieuwe mogelijke vormen van begraafplaatsen, beter geïntegreerd in het landschap en toegankelijker voor het publiek. Het afsluiten (doordringbaarheid voor wilde dieren) zal een van de te bestuderen evoluties zijn, meer bepaald in het kader van een ecologisch netwerk.</p>\n<p class=\"lf-p\">En vervolgens denken aan evolutie in de wetgeving om tegelijk bestaande begraafplaatsen te laten evolueren op een manier die meer rekening houdt met milieu en biodiversiteit, en andere soorten begraafplaatsen in de stad te bedenken. - Terecht herinnert u aan de doelstellingen van Leefmilieu Brussel als eventuele toekomstige beheerder van het gewestelijk grootstedelijk park. Bij deze gelegenheid wijzen wij erop dat Leefmilieu Brussel geen beheerder van begraafplaatsen is. - Pagina 82 (actie 05) zoals de hypothesen voorgesteld worden, brengen zij alleen de landschappelijke voordelen voor het voetlicht en nauwelijks de impact op het leefmilieu, gekoppeld aan bodemkwaliteit, verontreiniging, het onderbreken van ecologische verbindingen en het kwetsbaar maken van de randzone. - Op meerdere plaatsen noemt u de oppervlakten van de verschillende onderdelen van het project.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat is belangrijke informatie en afgaand op wat u schrijft, lijkt het ons niet altijd coherent te zijn. Een tabel zou moeten worden toegevoegd met daarin, op een gekruiste wijze, de oppervlakten per gewest en per functietype, zodat men, afhankelijk van de gezochte informatie, zou kunnen beschikken over een gemeenschappelijke basis en een betrouwbare bron (pagina 72 en andere). - Met name wat het project van een grootstedelijk park betreft, zijn de aandachtspunten voor het RPA Defensie talrijk. Leefmilieu Brussel heeft erop toegezien dat dit toekomstige park niet overgeprogrammeerd wordt, zodat het de ecosysteemdiensten kan vervullen die van een dergelijke plek verwacht worden, meer bepaald in het licht van de klimaatverandering, de biodiversiteitscrisis en de nood aan ruimte voor leven.</p>\n<p class=\"lf-p\">De strategie Good Food en het luik stadslandbouw daarin passen eveneens binnen die benadering en worden in het RPA meegenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maar in het licht van de strategie, zoals aangehaald in de begrippenlijst van het RPA, zou het nuttig zijn nog een stap verder te gaan en de termen van het verhaal te verfijnen door uitdrukkelijk de eetbare en voedende dimensie van het grootstedelijk park toe te voegen. Het betreft het parkgebied en de randen ervan, die geïllustreerd zouden kunnen worden met specifiekere voorbeelden van boslandbouw (bv. grasachtigen onder eik) en geschikte bomen (kerselaars, appel- en perenbomen, pruimelaars, hazelaars, kastanje, walnoot ...). Ook betreft het de open plek en de randen daarvan, gekoppeld aan landbouw- en veeteeltpraktijken (begrazing, schaapskooi, boomgaarden). Een dichtheid zou kunnen worden voorgesteld voor de fruitbomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mobiliteit - De mobiliteitsstrategie van het RPA is in onze ogen niet helemaal uitgewerkt. Moeilijkheden zijn onder meer de afstand tussen de toekomstige metrohalte bij Bordet, die zo groot is dat niet gezegd kan worden dat de wijk goed bediend zal zijn door de metro. De toekomstige tramlijn op de Leopold III-laan grenst aan meerdere strategische industriezones of economische activiteiten, wat de mogelijkheid beperkt om tot meer oversteekplaatsen te komen en heeft geleid tot een tunnel als oplossing, wat weinig zin heeft voor de goede economische bereikbaarheid van de toekomstige wijk. Als de hinder door luchtverkeer in de toekomst zou afnemen en het gebied bewoonbaar wordt, zou het bovendien gepast zijn dat er, zoals in het RPA opgenomen, een rustige buurt komt (Good Move). Maar het principe van verkeersluwe straten, toegepast op dit gebied, is niet voldoende beschreven. Sommige keuzes zullen onvermijdelijk botsen met de toegang en de logistiek die nodig zijn voor een goede werking van de geplande productieactiviteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">STEDELIJKHEID Blz. 196 e.v., Actie 6 in verband met geluidsimpact, meerdere Correcties: - de nieuwe paragraaf over de plaats van luchthavens is betwistbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor Leefmilieu Brussel is vliegtuiglawaai van invloed op alle gebieden waar overheen gevlogen wordt, en een goede inrichting houdt in dat gevoelige functies daar niet worden gevestigd. Veronderstellen dat een goede inrichting deze overlast kan verminderen geldt niet voor vliegtuiglawaai; deze benadering is uitsluitend geldig voor het verminderen van weg- of spoorweglawaai. Het compromis is dan geweest een veeleisend verordenend voorschrift te formuleren inzake geluidsisolatie, waardoor vliegtuiglawaai in woningen draaglijk wordt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Maar het zal niet toelaten ramen te openen, te genieten van buitenruimtes zoals terrassen, tuinen of zelfs openbare pleinen, kortom echt in de wijk te wonen. De laatste zin met betrekking tot visuele en auditieve afleiding is nauwelijks te begrijpen en lijkt ons niet van toepassing op het wijkproject van het RPA Defensie. - De maatregel die stelt dat geluid van water vliegtuiglawaai kan overstemmen is bedrieglijk, omdat het betekent dat een inrichting van het type geiser of waterval nodig is om tot een dergelijk resultaat te komen, wat niet geschikt is voor de wijk. Te schrappen maatregel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Blz. 198 e.v., Actie 7 betreffende het energiebeheer: - Voor Leefmilieu Brussel schetst het strategisch luik goed welke denkoefeningen over aandachtspunten rond energie te verrichten zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alleen stellen wij voor nadruk te leggen op energieterugwinning door aan de lijst van systemen een systeem toe te voegen dat \"alle ter plaatse verloren warmte recupereert, zoals warmte van koelgroepen, van ventilatiesystemen, van koeltorens, datacenters en afvalwater (douches of ander), en zelfs afvalwarmte van buiten de zone, afkomstig van het crematorium van Evere en de verschillende datacenters in Zaventem.\" - In het verlengde van de shifting economy en de strategie Good Food zullen de gangmakers van de ontwikkeling van de economische zones er in het bijzonder voor moeten zorgen dat de ontwikkeling van de sectoren Good Food mogelijk wordt en dat de distributie van een commercieel Good Food aanbod verzekerd is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het verhaal van deze nieuwe wijk zou de site moeten worden voorgesteld als een bevoorrechte plek om Good Food producten Brussel binnen te brengen, gekoppeld aan de productie in de nabije stadsrand en met oppervlaktepotentieel voor het vestigen van logistieke elementen of verkooppunten: logistieke hub voor voeding, verwerkingshal. Gezien de ligging, aan de rand van de landbouwzone van het Woluweveld en bij de toegang tot van het Brusselse Gewest, zou het interessant zijn van elementen rond Good Food belangrijke hefbomen te maken voor de ontwikkeling en de nieuwe identiteit van deze wijk. - We veroorloven ons ook te herinneren aan het verzoek van Net Brussel inzake de stedelijke industriezone, die ook zodanig moet worden geïmplementeerd dat er plaats is voor een infrastructuur van het type recyclagepark of kringwinkel, wetend dat er nieuwe modellen worden bestudeerd die geschikter zijn voor de stad en beter zijn geïntegreerd in het stadsweefsel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerkingen over het verordenend luik van het RPA Algemeen voorschrift 0.9, meer bepaald inzake milieuvergunningen Voorschrift 0.11 is onontbeerlijk voor projecten waarvoor een milieuvergunning vereist is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is van cruciaal belang dat het gehandhaafd blijft in alle verordenende delen van het RPA, inclusief het RPA Defensie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vergunningen die zijn afgeleverd vóór de goedkeuring van het RPA, moeten kunnen worden verlengd, ondanks wijzigingen in het planologisch kader. Dat is het geval voor de tijdelijke vergunningen voor de Europese school, niet alleen op stedenbouwkundig niveau, maar ook op het niveau van de milieuvergunning. AV 0.13, zoals nu opgesteld, heeft echter alleen betrekking op de stedenbouwkundige vergunning, wat betekent dat er in het geval van verlening geen milieuvergunning meer kan worden afgeleverd, wat de stedenbouwkundige vergunning zal uithollen. Het verordenend luik van het RPA mag dus AV 0.11 van het GBP niet opheffen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemeen voorschrift 0.12 met betrekking tot geluidsisolatie Dit voorschrift inzake geluidsisolatie betreft alleen woningen, terwijl we hierboven in ons advies hebben aangegeven dat andere functies als gevoelig worden beschouwd4, meer bepaald voorzieningen zoals kinderdagverblijven, scholen of gezondheidszorg. Daarom moet het toepassingsgebied van dit algemene voorschrift worden uitgebreid tot deze andere functies.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook wordt opgemerkt dat het samengaan van productie- en woonfuncties eveneens strenge maatregelen vereist op het vlak van akoestisch comfort.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijzondere voorschriften A.5.3. inzake hergebruikte bestaande infrastructuur Aangezien de site momenteel heel wat infrastructuur bevat (wegen, gebouwen), menen wij dat het noodzakelijk zou zijn een maximum te bepalen voor of strenger te beperken wat hergebruikt zou kunnen worden (voor het park) om te garanderen wat in het eerste deel van het voorschrift wordt bepleit, namelijk een bodem die daadwerkelijk doorlatend is. In zijn huidige vorm zou het voorschrift te laks kunnen worden geïnterpreteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">A.5.7. inzake plantensoorten Kleine correctie: in het Nederlands (en in het Frans), vervang \"graslaag en strooisellaag\" door \"kruidlaag\" (idem in het Frans).</p>\n<p class=\"lf-p\">Strooisellaag (litière) is geen vegetatielaag, het is de verteringslaag (afgestorven bladeren bv.).</p>\n<p class=\"lf-p\">A.5.9. inzake de verlichting Aan het voorschrift toevoegen wat overigens in voorschrift A.6.10 is aangegeven: dat de verlichting naar beneden moet worden gericht, ook in het parkgebied! A.8 Woongebied \"defensie\" In ons advies over het strategisch luik hebben we een aantal bemerkingen geformuleerd over de bewoonbaarheid van de toekomstige wijk, gezien de ligging onder de luchtroutes van en naar de luchthaven van Zaventem. Ook moet worden opgemerkt dat het MER in zijn conclusies op pagina 380 stelt: \"Comfortvoorzieningen dienen zich te focussen op de geluidsimpact van het vliegtuiglawaai. De geluidsbelasting ervan is uniform in het plangebied en de WGO-advieswaarde worden er overschreden met minstens 10 dB(A), zowel voor de hinder gewogen parameter Lden, het maximaal geluidsniveau t.a.v. ontwaakreacties, als voor de slaapverstoringsparameter Lnight.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op basis van de geluidsgegevens is het terrein in zijn huidige staat niet geschikt voor woningbouw. Het geluid zou moeten worden teruggebracht tot minder dan 55 dB(A) Lden om woningbouw (zij het met geluidsisolatie) te overwegen die de bewoners ten volle ten goede zou komen (zie het door de auteur van het MER voorgestelde gedeelte over regelgeving en aanbevelingen).\" Zoals aangegeven in de inleiding van ons advies, vragen we ons af hoe het RPA de parameter van de evolutie van de situatie beter zou kunnen integreren en in het bijzonder beter rekening zou kunnen houden met de geluidshinder indien de situatie niet verbetert, wat we vrezen gezien het economisch belang van de luchthaven van Zaventem en de milieuvergunning die op het moment van het schrijven van dit advies in openbaar onderzoek is...</p>\n<p class=\"lf-p\">Het lijkt ons verkieslijk het \"woongebied Defensie\" om te vormen tot een \"gemengd gebied Defensie\", om de mogelijkheid te versterken om er andere functies te ontwikkelen indien de bewoonbaarheid even problematisch blijkt te zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de functievermenging te verbeteren maar ook om de productieve activiteiten te versterken, pleit Leefmilieu Brussel er overigens voor dat in de verordenende luiken van het RPA huisvesting niet als eerste mogelijke bestemming zou verschijnen in deze gemengde gebieden. Dit roept enorme gebruiksconflicten in het leven en leidt vaak tot monofunctionaliteit. Wij stellen veeleer voor de volgorde van de bestemmingen om te keren om gemengd gebruik te benadrukken, en huisvesting als laatste te plaatsen in dit gebied (huisvesting is al sterk aanwezig via de woongebieden), wat een goed signaal zou zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het voorschrift zou dan luiden: \"Deze gebieden zijn bestemd voor productieactiviteiten, handelszaken en groothandel, voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten en kantoren, evenals voor huisvesting\" Een andere vraag die opkomt bij het lezen van dit voorschrift, die voortvloeit uit het denkwerk ter gelegenheid van het werk aan de GBP, is: waarom moet de oppervlaktevergroting in een gemengd gebied gemotiveerd worden en onderworpen aan SRO en huisvesting niet? Het zou andersom moeten zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">A.1. 5. Inzake de fietspaden Het RPA mag niet afwijken van de normen in Good Move, met name voor fietspaden.</p>\n<p class=\"lf-p\">A.5.2. inzake de eventuele uitbreiding van de begraafplaats in parkgebied (pagina 241 e.v.) Zoals vermeld in het strategisch luik, heeft deze mogelijke uitbreiding een aanzienlijke impact op het project van een grootstedelijk park, zoals gedragen in het hele ontwerp-RPA (strategie Open). Dit bijzonder voorschrift detailleert een reeks voorwaarden die de verdienste hebben dat ze de aandachtspunten van een zo effectief mogelijke inpassing in het landschap benadrukken. Twee elementen blijven evenwel problematisch voor Leefmilieu Brussel: de fysieke omheining en de verwijzing naar de geldende regelgeving. Naast het feit dat een begraafplaats een grote impact heeft op de bodem (die bovendien verontreinigd is), heeft dit omheiningsconcept een aanzienlijke impact op de rol van de parkrand.</p>\n<p class=\"lf-p\">En dus zou een uitbreiding, als ze er dan toch zou moeten komen, voor Leefmilieu Brussel betekenen dat de begraafplaatsfunctie wordt uitgebreid maar volgens een totaal nieuwe typologie, die nog niet voorkomt in de geldende wetgeving, en waarvoor dus eerst niet alleen vooraf de wetgeving dient te evolueren maar ook aanvaard moet worden voor dit nieuwe type begraafplaats, dat veel minder dicht is en veel meer open naar de omgeving dan de huidige begraafplaatsen. Zie onze opmerkingen over het strategisch luik.</p>\n<p class=\"lf-p\">B.1.2. of in C.2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De definitie van een bosrand in het Brussels Gewest toevoegen zoals dat in het Vlaams Gewest in artikel 3.2 staat. \"Bosranden hebben een gelaagde vegetatiestructuur die herkenbaar is aan de boomlaag, de struiklaag en de kruidlaag. De breedte van de bosrand bedraagt ten minste 15 m.\" C.2.2. inzake de verklarende woordenlijst de definitie van het GRB We hebben geen opmerkingen over de strategie voor hemelwaterbeheer, waarin terdege rekening is gehouden met alle principes en aanbevelingen van het GRB. Eén drukfout: \"évopo-transpirer une pluie dire\" moet \"évapo-transpirer une pluie differée\" zijn op blz. 246.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de MER-documenten dient dezelfde definitie van het GRB te worden gebruikt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om een mechanisme in te bouwen dat enige garanties biedt voor het verwezenlijken van de robuuste ecologische verbinding (park), lijkt het ons noodzakelijk een voorschrift op te nemen zoals dat van het Vlaamse Gewest, dat de verwezenlijking van het economisch gebied koppelt aan de verwezenlijking van het bos. Voor het RPA Defensie zou dit het Stedelijk Industriegebied en het Sterk Gemengde Gebied betreffen. In Vlaanderen gaat het mechanisme als volgt: \"Omgevingsvergunningen voor de aanleg van wegenis in de bestemmingszone kunnen enkel verleend worden nadat minimaal 85% van de bestemmingszone Artikel 3.Bosgebied bouwvrij gemaakt werd en minimaal 15% van de bestemmingszone Artikel 3.Bosgebied aangeplant werd als een bos.\" Het bureau dat verantwoordelijk is voor het MER zou een becijferd voorstel kunnen doen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerkingen over het participatieve luik Er was ons aangekondigd dat uit de eerste RPA's lessen zouden worden getrokken om het participatieproces voor de volgende RPA's te verbeteren. Er zijn wel degelijk workshops geweest, in de COVID-periode online samen georganiseerd door het Brussels en het Vlaams Gewest, over een reeks thema's met betrekking tot de diagnose.</p>\n<p class=\"lf-p\">Over de ontwerpfase, die als onderdeel van het opstellen van een RPA voor een gloednieuwe wijk ook zou moeten leiden tot een nieuwe identiteit en zelfs een draagvlakproces voor deze transformatie op gang zou moeten brengen, is geen enkele informatie verstrekt en er zijn amper bijeenkomsten of co-constructies over geweest, waardoor de toekomstige actoren van ter plaatse gemobiliseerd hadden kunnen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een van de meest burgergerichte benaderingen voor het ontwikkelen van de site is beslist het programmeren van de voorziening binnen het te renoveren gebouw H, waarvoor het RPA een tijdelijk gebruik voorstelt om een idee te kunnen krijgen van meerdere functies ervan. Hierboven hadden we het meer bepaald al over de koppelingen die moeten worden gelegd met onder andere de strategie Good Food.</p>\n<p class=\"lf-p\">Opmerkingen over het milieueffectenrapport (MER) Leefmilieu Brussel werd bij de uitwerking van het MER betrokken. We kregen meermaals de kans om de nodige opmerkingen te maken zodat een volledig effectenrapport kon worden opgesteld, conform de geldende regelgeving.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij lezing van de definitieve documenten wijzen wij ten slotte op de volgende elementen: Aanbevelingen - Met betrekking tot bodembeheer, blz. 483 e.v., zijn de meeste aanbevelingen relevant. Eén aanbeveling heeft evenwel betrekking op de noodzaak om gebouw H te slopen omdat de bodemverontreiniging onder het gebouw zal worden verwijderd. Dit is het bespreken waard, omdat de verontreiniging perfect ter plaatse mag blijven als ze geen risico voor de gezondheid vormt. Dit mag geen argument zijn ten gunste van de sloop. - De aandachtspunten inzake bodembeheer zijn in het RPA Defensie belangrijk gezien de grote veranderingen die ter plaatse gepland zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niettemin moet worden gezorgd dat het afgraven van grond wordt beperkt, dat de grond zo veel mogelijk wordt hergebruikt wanneer hij schoon of licht verontreinigd is, om onnodige CO2-uitstoot te voorkomen en de degelijke grond ter plaatse te houden. - Tot slot moet worden opgemerkt dat de voorgestelde locatie voor de uitbreiding van de begraafplaats midden in een verontreinigd gebied ligt; we verwijzen de lezer naar onze voorgaande opmerkingen hierover. - Op pagina 305 verbaast het ons dat het MER de wetgeving over ingedeelde inrichtingen expliciteert voor het Vlaamse gedeelte, maar niet voor het Brusselse. In het kader van de functievermenging in het Brussels Gewest dient men de besluiten inzake buurtlawaai en ingedeelde inrichtingen, die niet zijn opgenomen in de tabel op pagina 300, na te leven. - Op het ingezoomde deel (pagina 334) zijn Lden en Ln niet correct (het is oranje op de kaart van het Brussels Gewest en geel op in ingezoomde deel). Dat ligt misschien aan een niet aangegeven wijziging in de legende. De ingezoomde delen op pagina 358 en 359 zijn wel correct.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de bijlagen bij het MER moet de definitie van het GRB in overeenstemming worden gebracht met de definitie in het verordenend luik van het RPA, d.w.z. die in de verklarende woordenlijst op pagina 246.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afgezien van het bovenstaande hebben wij geen verdere opmerkingen over het MER. Tot besluit vraagt Leefmilieu Brussel dat de in dit advies geformuleerde voorstellen en opmerkingen worden opgenomen in het RPA en het MER ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten slotte herinnert Leefmilieu Brussel eraan dat de ingedeelde inrichtingen, in de zin van de ordonnantie betreffende de milieuvergunningen van 5 juni 1997, automatisch onderworpen zijn aan een effectenrapport (voor inrichtingen van klasse 1B) of een effectenstudie (voor inrichtingen van klasse 1A), ongeacht of zij al dan niet zijn opgenomen in de perimeter van een bijzonder bestemmingsplan waarvoor een MER of een RPA is opgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sommige aspecten van de toekomstige projecten zullen tijdens die vergunningsaanvragen worden geanalyseerd. Leefmilieu Brussel zal zich over die aspecten definitief uitspreken op basis van de bijkomende inlichtingen en de studies die zullen worden uitgevoerd naar aanleiding van de te volgen procedures voor de projecten. Dat is met name het geval voor het strategisch ontwerp van het HQ van Defensie.\" 8. Advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen Gelet op het advies van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen van het Brussels Hoofstedelijk Gewest van 20 december 2023: « I.ERFGOEDCONTEXT Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld De operationele perimeter van het RPA/GRUP \"Defensie\" wordt begrensd door de Begraafplaats van Brussel, de Jules Bordetlaan, de Leopold III-laan, het Woluweveld, het Woluwebos en de Begraafplaats van Evere.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gewestgrens loopt door deze perimeter. Het dossier hoort thuis binnen een kader dat wordt gedeeld door het Brussels Gewest met een RPA (Richtplan van Aanleg) en het Vlaams Gewest met een GRUP (Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan).</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit verzoek heeft betrekking op het ontwerp van RPA \"Defensie\" en het bijbehorende milieueffectenrapport (MER) en voldoet aan de voorwaarden van het ministerieel besluit van 07.06.2019 dat instructies geeft om over te gaan tot de ontwikkeling van dit RPA. De perimeter binnen het Brussels Gewest omvat de Begraafplaats van Brussel, beschermd als site door het regeringsbesluit van 06.02.1997, en het graf van René Magritte en zijn echtgenote Georgette Berger, dat zich bevindt op de Begraafplaats van Schaarbeek, en dat is beschermd als monument door het regeringsbesluit van 22.01.2009. Andere onroerende goederen die zijn opgenomen in de inventaris van het architecturaal erfgoed bevinden zich in de onmiddellijke omgeving van de perimeter, maar zijn er niet in opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld II. HET VERZOEK Het RPA bestaat uit een strategisch luik met indicatieve waarde en een verordenend luik, voorafgegaan door een informatief luik.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het project streeft naar de verwezenlijking van de volgende visies op verschillende schaalniveaus: ? Schaal van het grondgebied: Een groene corridor als verbinding; ? Schaal van de metropool: Een grootstedelijke as als drager voor verandering; ? Lokale schaal: Een uitvoerbaar stedelijk project;</p>\n<p class=\"lf-p\">Om aan deze visies tegemoet te komen, heeft het ontwerp van RPA vier hoofddoelstellingen voor deze perimeter: ? De open ruimten valoriseren en met elkaar verweven; ? Het mobiliteitsnet verduidelijken en er een hiërarchie in aanbrengen; ? Een duurzame, gemengde en dichte wijk tot stand brengen; ? De economische dynamiek verstevigen en versterken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld III. ADVIES KCML In het algemeen verwelkomt en ondersteunt de KCML de intenties van het RPA en is ze verheugd over het belang dat wordt gehecht aan de landschapsaspecten binnen de interventieperimeter, waarvan een groot deel bestemd is voor de groene ruimten met het oog op het creëren van een ecologische groene corridor van gewestoverschrijdend belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van deze ecologische continuïteit herinnert de KCML aan het advies dat ze heeft uitgebracht over een project voor de afbraak/heropbouw van de voormalige brandweerpost aan de Jules Bordetlaan 162, waarvan de voorgestelde inplanting indruiste tegen het principe van een ecologische corridor dat in het ontwerp van RPA werd aangekondigd: https://crms.brussels/sites/default/files/avis/ 712/EVR20059_712_PU_Jules_Bordet_162.pdf Wat het erfgoed betreft, formuleert de KCML de volgende opmerkingen over de ambities voor de beschermde Begraafplaats van Brussel.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de voorschriften in overdruk (voorschrift B.3.1) plant het RPA de creatie van verschillende doorsteken voor actieve vervoerswijzen ter hoogte van de Begraafplaats van Brussel. In deze doorsteken is ook voorzien in het voorontwerp van Gemeentelijk Ontwikkelingsplan van de gemeente Evere. Hoewel de KCML niet gekant is tegen het principe om één of meerdere extra toegangen tot de begraafplaats te creëren om de doorlaatbaarheid van de groene ruimte te vergroten, dringt ze erop aan dat dergelijke ingrepen onderworpen worden aan een gedetailleerde voorafgaande studie van de impact van de ingrepen op het erfgoedkundig en het biologisch belang en op het zeer specifieke beheer en de zeer specifieke werking van de begraafplaats. Aan de andere kant vraagt de KCML, zoals ze al had gevraagd in haar advies over het voorontwerp van GemOP van Evere, dat de begraafplaats, die vooral een plaats van ingetogenheid en sereniteit is, uitsluitend wordt voorbehouden voor voetgangers, in overeenstemming met de geldende regelgeving. Ze is daarom gekant tegen de aanleg van een corridor voor actieve vervoerswijzen, die volgens haar te ingrijpende gevolgen zal hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paden voor actieve vervoerswijzen kunnen gemakkelijk rond de begraafplaats worden aangelegd, langs de rand ervan, zoals trouwens is bepaald in het gewestelijk plan Good Move.</p>\n<p class=\"lf-p\">Advies van de KCML over het GemOP van Evere: https://crms.brussels/sites/default/files/avis/667/ EVR40004_667_URB_PCD.pdf Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld In het MER van het RPA (p. 223-224) wordt gewezen op de aanwezigheid binnen de operationele perimeter van de archeologische site met referentie 212712 in de Centrale Archeologische Inventaris. Voor alle geplande werkzaamheden op deze site moet worden gezorgd voor toezicht door de bevoegde diensten. 8. Advies van Brupartners Gelet op het advies van Brupartners van 21 december 2023: \"Vooraf Brupartners brengt zijn advies uit op grond van artikel 30, § 5 van het Brussels Wetboek van Ruimtelijke Ordening (BWRO).Dit artikel bepaalt dat de Regering de ontwerpen van richtplan van aanleg (RPA) en het milieueffectenrapport (MER) ervan terzelfder tijd ter advies aan verschillende instanties (waaronder Brupartners) en aan het openbaar onderzoek moet voorleggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De RPA sluiten aan op de oriëntaties van het Gewestelijk Ontwikkelingsplan en bepalen : - de bestemmingen ; - de structurering van de openbare wegen, de openbare ruimten en het landschap ; - de kenmerken van de constructies ; - de bescherming van het erfgoed ; - de organisatie van de mobiliteit en het parkeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een RPA omvat een strategisch luik (met een indicatieve waarde, dat de belangrijkste gedragsbeginselen voor de ontwikkeling van de perimeter aangeeft) en een regelgevend luik (met bindende kracht, dat de fundamentele elementen omvat die moeten worden gereglementeerd en die zowel aan particulieren als aan overheden worden opgelegd).</p>\n<p class=\"lf-p\">Een RPA vervangt strijdige reglementaire bepalingen van andere plannen in de perimeter in kwestie (reglementaire bepalingen van het GBP, de BBP, de stedenbouwkundige verordeningen, de gewestelijke en gemeentelijke mobiliteitsplannen en de geldende verkavelingsvergunningen).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontwerp van RPA Defensie beslaat ongeveer honderd hectare langs de Leopold III-laan en voorziet erin om : ? Een nieuwe duurzame en gemengde wijk tot stand te brengen ; ? De economische dynamiek in dit gebied te consolideren en versterken (150.000 m2 voor tertiaire en productieactiviteiten en 50.000 m2 voor voorzieningen, diensten, winkels en horeca) ; ? Vorm te geven aan een grootstedelijk netwerk voor actieve mobiliteit (nieuwe verbindingen tussen de Groene Wandeling en de fiets-GEN-routes) ; ? De open ruimten in het gebied tot hun recht te laten komen en met elkaar te verbinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geplande herontwikkeling gaat veel verder dan het kader van het ontwerp van RPA en reikt tot over de gewestelijke grens (het hele ontwerp beslaat meer dan 300 hectare). Het territoriale planningsproces voor dit gebied is dan ook versnipperd tussen het Brussels en het Vlaams Gewest. Gelet op deze bijzondere situatie hebben de twee Gewesten een overeenkomst gesloten om een samenwerking te waarborgen tussen de twee gewestelijke besturen die verantwoordelijk zijn voor de opstelling van een gemeenschappelijk kader voor de ontwikkeling van de site en de omgeving ervan. De Gewesten zijn aldus overeengekomen om hun ambities inzake territoriale ontwikkeling op elkaar af te stemmen en hebben hun ambities rond de volgende drie pijlers gestructureerd : 1. Transregionale mobiliteit via de omvorming van de Leopold III-laan ;2. Internationale economische ontwikkeling ;3. Een netwerk van open ruimtes tot stand brengen. Advies 1. Algemene beschouwingen 1.1 Interregionale samenwerking Brupartners juicht de interregionale samenwerking toe die in het kader van de territoriale ontwikkeling van dit gebied de boventoon voert. 1.2 Huisvesting Brupartners stelt vast dat er minimumdoelen inzake « openbare huisvesting » zijn voorzien (NVDR : er is een drempel van « minimaal 25% openbare huisvesting » vastgesteld).</p>\n<p class=\"lf-p\">Brupartners stelt vast dat de meerderheid van de terreinen die zich in de perimeter van het ontwerp van RPA bevinden, openbare terreinen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brupartners vindt het noodzakelijk om tegemoet te komen aan de vele behoeften aan sociale huisvesting (in het bijzonder in de context van schaarste aan openbare terreinen en grondreserves in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest). Derhalve stelt hij voor om zoveel mogelijk terreinen in openbaar bezit te behouden en om er, wanneer deze terreinen voor de functie « huisvesting » worden bestemd, sociale woningen op te ontwikkelen. In dit opzicht vindt hij dat de toekomstige ontwerpen van RPA in minimumdrempels voor sociale huisvesting zouden moeten voorzien (die kunnen variëren al naargelang de terreinen in publiek of privaat bezit zijn).</p>\n<p class=\"lf-p\">Brupartners benadrukt dat het soort woningen dat in een welbepaalde perimeter wordt aangeboden, gemengd moet zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit opzicht herhaalt Brupartners de doelstelling van de regering dat 15% van alle woningen op het hele gewestelijk grondgebied en per gemeente van sociale aard moet zijn, evenwichtig gespreid per gemeente en per wijk 1. Hij wenst dat dit ontwerp van RPA binnen het kader van deze doelstelling zou vallen (rekening houdend met het woningaanbod in de omgeving van de perimeter van het ontwerp van RPA), met name door erin duidelijk te bepalen welk deel van de woningen voor sociale huisvesting moet worden bestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast stelt Brupartners vast dat, volgens de algemene voorschriften van dit ontwerp van RPA, de projecten inzake bouw/uitbreiding/bestemmingswijziging van meer dan 3.500 m2 een minimumdrempel van 25% openbare huisvesting bevatten. Geen van de projecten in het ontwerp van RPA vermeldt echter enige vloeroppervlakte. Hij vraagt derhalve verduidelijkingen aangaande de geschatte afmetingen/vloeroppervlakten/aantallen nieuwe woningen voor de verschillende ontwerpen van RPA. Daarnaast dringt Brupartners in het bijzonder erop aan dat er zou worden voorzien in een diversiteit van de typologie van woningen binnen de hoge gebouwen en binnenterreinen die op de site zijn gepland. Hij is van oordeel dat de sociale mix niet alleen op de site moet worden bereikt, maar ook binnenin de gebouwen zelf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om comfortabele leefomstandigheden binnenin de gebouwen te verzekeren, stelt Brupartners vast dat er geluidsnormen zullen worden vastgesteld gelet op de locatie van dit RPA (dicht bij de luchthaven). Hij vraagt zich af wat de impact van geluidsoverlast buiten de gebouwen op de levenskwaliteit zal zijn. Anderzijds vraagt hij zich af wat de impact van de vaststelling van deze geluidsnormen zal zijn op de prijs en dus op de toegankelijkheid van de woningen die binnen de perimeter van dit ontwerp van RPA zullen worden gevestigd. 1.3 Diensten en voorzieningen Collectieve diensten en voorzieningen moeten het welzijn en de sociale cohesie van een wijk bevorderen. In dit opzicht juicht Brupartners de wens toe om het aanbod van diensten en voorzieningen te vergroten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast is Brupartners van oordeel dat de behoeften op het gebied van kinderopvang- en schoolplaatsen moet worden geëvalueerd en dat het ontwerp van RPA, waar nodig, op de vastgestelde behoeften moet inspelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot dringt Brupartners erop aan dat het aanbod van diensten en voorzieningen gelijktijdig met de woningen moet worden ontwikkeld en dat het lokale gebruik ervan moet worden aangemoedigd om de bewoonbaarheid van de wijk te vergroten. 1.4 Economische activiteiten Brupartners vraagt om aandachtig te blijven voor het evenwicht tussen de functies die op de site worden ontwikkeld. Zo vindt hij het bijvoorbeeld relevant om er de ontwikkeling van een handelsaanbod toe te staan en dringt hij aan op de mogelijkheid om kleine buurtwinkels te ontwikkelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brupartners benadrukt ook het belang van de ontwikkeling van zorgdiensten (zoals medische centra en dokterspraktijken). 1.5 Mobiliteit Brupartners herhaalt dat, om de gewestelijke mobiliteitsambities waar te maken (de rol van de auto terugdringen), het onontbeerlijk is dat er coherente alternatieven voor de concrete begeleidende maatregelen komen (de frequentie van het openbaar vervoer verhogen, gedeelde verplaatsingswijzen bevorderen, ...). 1.6 Parkeren Brupartners vindt het van essentieel belang om de parkeeruitdagingen aan te gaan. In dit opzicht ziet hij het aanbieden van ondergrondse parkeerplaatsen voor bezoekers (en niet alleen voor buurtbewoners) als een mogelijke oplossing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij is immers van oordeel dat dit het niet alleen zou toelaten om de druk op het bovengronds parkeren te verlichten, maar ook om de kwaliteit van de openbare ruimte en de toegankelijkheid van het gebied te verbeteren en er het potentieel voor sociaaleconomische activiteiten te maximaliseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om het ter beschikking stellen van ondergrondse parkeerplaatsen voor bezoekers mogelijk te maken, zijn de representatieve werkgevers- en middenstandsorganisaties van mening dat een verhouding « 1 appartement/1 parkeerplaats » in combinatie met bepalingen die de betrokken parkings toegankelijk maken voor het publiek, noodzakelijk is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoewel een dergelijke voorziening legitiem kan zijn in bijzonder problematische wijken in termen van parkeren, betwijfelen de representatieve werknemersorganisaties of een veralgemeende verhouding « 1 appartement/1 parkeerplaats (open voor bezoekers) » aangewezen is (met name gelet op het feit dat bijna de helft (45%) van de Brusselse gezinnen geen eigen voertuig heeft). In dit opzicht vinden deze organisaties deze verhouding binnen de perimeter van dit ontwerp van RPA dan ook nutteloos.</p>\n<p class=\"lf-p\">Meer in het algemeen herinnert Brupartners eraan dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het aantal parkeerplaatsen « op de openbare weg » wilde verminderen, maar deze vermindering met een gelijkwaardige verhoging van het aanbod aan parkeerplaatsen « buiten de openbare weg » wilde compenseren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tot slot dringt Brupartners erop aan dat er rekening zou worden gehouden met de voorschriften van de DBDMH op het gebied van ondergronds parkeren voor elektrische voertuigen. 1.7 Groene ruimten en biodiversiteit Brupartners herinnert aan het belang van de aanwezigheid van groene ruimtes en het behoud van biodiversiteit. Hij juicht dan ook de samenwerking toe tussen het Vlaams en Brussels Gewest om een interregionaal park van meer dan 45 hectare te ontwikkelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien stelt hij vast dat dit park grote groene ruimten met elkaar zal verbinden (begraafplaatsen van Brussel en Schaarbeek in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en landbouwgronden in het Vlaams Gewest) om zo een groene ruimte van meer dan 200 hectare te creëren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit verband nodigt Brupartners uit om na te denken over de meest aangewezen middelen om deze sites op elkaar te laten aansluiten en om terzelfder tijd de specifieke kenmerken van de verschillende ruimten te eerbiedigen, met name rust en privacy die begraafplaatsen nodig hebben. 1.8 Duurzaamheid en circulariteit Brupartners benadrukt dat dit ontwerp van RPA de ambitie zou moeten hebben om een project te ontwikkelen dat duurzaam is (afval- en waterbeheer, ...) en gericht is op de circulaire economie. 1.9 Toegang tot water In overeenstemming met het voornemen van de regering om verschillende maatregelen in te voeren om water toegankelijker te maken, stelt Brupartners voor om te overwegen gratis openbare drinkwaterpunten binnen de perimeter van dit ontwerp van RPA te installeren. 1.10 Planning van de werken De projecten voor de herontwikkeling van deze wijk zullen grootschalige werken omvatten. Brupartners dringt erop aan dat deze werken zoveel mogelijk op een rationele en complementaire manier zouden worden georganiseerd. Daarnaast dringt hij erop aan dat de impact als gevolg van de uitvoering van deze werken zo veel mogelijk zou worden geanticipeerd en beperkt. » 9. Advies van de gemeente Evere Gelet op het advies van de gemeente Evere van 21 december 2023: \"DE RAAD, vergaderd in openbare zitting, Gelet op het ministerieel besluit van 7 juni 2019Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/06/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2019 numac 2019041219 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van een ontwerp van richtplan van aanleg voor het gebied \"Maximiliaan-Vergote\" type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/06/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2019 numac 2019041217 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel Besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone « ex-NAVO/Defensie » type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/06/2019 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2019 numac 2019041218 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone \"Heizel\" sluiten tot opmaak van een ontwerp van richtplan van aanleg (RPA) voor de zone \"ex-NAVO/Defensie\"; Gelet op het ontwerp van richtplan van aanleg \"Defensie\" goedgekeurd in eerste lezing door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering op 14 september 2023;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het feit dat het ontwerpplan van 20 oktober tot 22 december 2023 ter openbare raadpleging is voorgelegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de adviesaanvraag van de Regering van 8 november 2023;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het ontwerp van GRUP Defensie op het grondgebied van Zaventem en het advies van het college van Burgemeester en Schepenen van 28/11/2023;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de gezamenlijke nota mobiliteit begraafplaatsen/crematoria van de gemeenten Evere en Schaarbeek, de stad Brussel en de intercommunales voor Teraardebestelling en Cremabru (zie bijlage);</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het advies van het college van Burgemeester en Schepenen van 08/02/2022 over de stedenbouwkundige opties voorgesteld in de strategische visie van het RPA Bordet;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op volgend advies: Overwegende dat de gemeente Evere verheugd is over het werk dat Perspective.Brussels en de Regering hebben verricht om het ontwerp van RPA Defensie op te stellen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente werd geraadpleegd tijdens de verschillende fasen van het opstellen van het RPA;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende evenwel dat de gemeente Evere vaststelt dat het ontwerpplan op bepaalde punten ingaat tegen de dienstverlening die zij haar burgers wenst te bieden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de wegenis van de Eversestraat zal worden onthard en enkel toegankelijk zal zijn voor voetgangers, fietsers en beheervoertuigen van de kerkhoven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat, volgens artikels A.2.3 en A.2.4 van de bijzondere voorschriften, de toegang en parking voor de begraafplaatsen wordt gegarandeerd in de zone voor structurerende openbare ruimten met versterkte milieu-integratie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat deze zone te ver van de ingangen van de kerkhoven en het crematorium gelegen is om bezoekers op comfortabele wijze toelaten deze sites te bereiken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat er werd vastgesteld dat er naar aanleiding van het opstellen van het RPA Defensie in het Brussels Gewest en het GRUP Defensie in het Vlaams Gewest, onvoldoende rekening werd gehouden met de mobiliteit (bereikbaarheid en parkeren) in en rond de verschillende kerkhoven en het crematorium;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat door het voorstel om gemotoriseerd verkeer, met uitzondering van beheervoertuigen, te verbieden in de Eversestraat, elke toegang tot de kerkhoven via bijkomende ingangen langs deze straat onmogelijk wordt gemaakt alsook het parkeren op de openbare weg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat dit voorstel het ontwikkelen van een nieuwe toegang tot de percelen van de intercommunale voor Teraardebestelling, waarvan de gemeente Evere aandeelhouder is, onmogelijk maakt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de intercommunale voor Teraardebestelling een nieuwe toegang tot zijn percelen nodig heeft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat in het MER het bundelen van parkeerplaatsen in parkeersilos en gedeelde parkings als positief omschreven wordt terwijl er geen onderzoek is gebeurd naar de relatie met de kerkhoven en het crematorium;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat er ook geen rekening werd gehouden met de verwachte en te verwachten evolutie van de behoeften van de verschillende entiteiten: de opening van het crematorium voor mens en dier zal meer activiteiten genereren dan nu het geval is; het aantal begravingen op de multireligieuze begraafplaats en de behoefte aan bijkomende ruimte buiten de perimeter van de begraafplaatsen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat er in het strategische luik van het ontwerpplan niets wordt vermeld over de noodzaak om voldoende publieke parkings te behouden en te creëren in de nabije omgeving van de ingangen van de verschillende begraafplaatsen en het crematorium;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dientengevolge dat er, alvorens dit ontwerp van RPA goed te keuren, een globale mobiliteitsstudie moet uitgevoerd worden samen met het Vlaams Gewest zodat de nodige maatregelen kunnen getroffen worden teneinde deze faciliteiten van collectief belang op comfortabele wijze te kunnen bereiken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de gezamenlijke nota (in bijlage) van de gemeenten Evere, Schaarbeek, stad Brussel en de intercommunales voor Teraardebestelling en Cremabru;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het advies van het college van Burgemeester en Schepen op datum van 28/11/2023 betreffende het ontwerp van GRUP Defensie waarin eveneens gepleit wordt voor een globale mobiliteitsstudie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het feit dat het perceel gelegen naast het kerkhof van Evere een actieve site betreft die gebruikt wordt als gemeentelijke opslagplaats, volkstuinen en boomgaarden en dientengevolge niet kan gebruikt worden om een bijkomende toegang of parkeerruimte te creëren voor de kerkhoven en het crematorium;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het strategisch mobiliteitsplan van het ontwerp van RPA gebaseerd is op infrastructurele verbindingen met de Croydonlaan en de Bazellaan gelegen buiten de perimeter van het RPA Defensie en volgens het Gewestelijk Bestemmingsplan gelegen in een zone voor stedelijk industriegebied (en dus niet in een zone voor wegenis);</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat deze verbindingen gelegen zijn in de perimeter van het RPA Bordet dat pas in de beginfase van zijn ontwikkeling zit;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dientengevolge dat de uitvoerbaarheid van het RPA Defensie afhankelijk is van het welslagen van het RPA Bordet;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat in art. A.11 begraafplaatsgebied met bomen, gewag wordt gemaakt van een minimale boombedekkingsgraad van 35%;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat in art. 5.7 parkgebied sprake is van een minimale boombedekkingsgraad van 50% en dat zodoende de toekomstige begraafplaats in die zone eveneens onderworpen is aan deze boombedekkingsgraad;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat dit te hoge percentages betreffen voor een zone toegewijd aan begraafplaatsen en dat deze percentages voor veel ongewenste schaduw en problemen zullen zorgen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een perceel van 0,8 ha wordt voorzien voor de intercommunale voor Teraardebestelling;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat het H-vormige Defensiegebouw gehandhaafd blijft;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende de aanleg van een stadspark, een bocagelandschap, een herbebossingsgebied en een stadslandbouwgebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie: De gemeente Evere steunt het principe van een RPA op de site die werd geïdentificeerd in samenhang met het RPA Bordet. De gemeente herinnert aan de elementen uit haar advies over de stedenbouwkundige opties die in de strategische visie van het RPA Bordet werden voorgesteld. De gemeente verwelkomt een groot aantal ambitieuze voorstellen. Het oordeel van de gemeente over het project van het RPA Defensie is echter gemengd, op basis van de volgende elementen: De gemeente kan zich vinden in het idee om geen woningen te plannen in de zone van het RPA Defensie, op voorwaarde dat de doelstellingen van het RPA Bordet op zijn minst worden bereikt. Het gemeentebestuur wijst er echter op dat bepaalde vooronderstellingen van het RPA Defensie (overlast van de luchthaven Brussel-Nationaal) niet zijn vervuld voor de bewoners die al in of rond de perimeter wonen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente kan voorstander zijn van het idee om geen economische activiteiten te plannen in de zone van het RPA Defensie, op voorwaarde dat de doelstellingen van het RPA Bordet en de visie van de gemeente voor dit laatste worden nagestreefd om belangrijke werkgelegenheidspools te behouden op het grondgebied Evere in het bijzonder en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De gemeente maakt zich zorgen over de uittocht van bedrijven naar buiten Brussel, zonder antwoord op het vlak van werkgelegenheid, transregionale mobiliteit (afgezien van de aankondiging van de tram naar Brussel-Nationaal), fiscale compensatie voor de gemeenten en gemengde stedelijke functies;</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Evere wijst erop dat dit RPA nauw amenhangt met het RPA Bordet en dat dit laatste alleen kan worden uitgevoerd als het project Albert-Bordet metrolijn 3 binnen hetzelfde tijdsbestek als de RPA's wordt voltooid;</p>\n<p class=\"lf-p\">In de RPA-documenten staat dat het project zich inschrijft in een logica die de mobiliteit moet overzichtelijker maken. Het lijkt er echter op dat een instrument als een RPA niet bedoeld is om een visie op mobiliteit op grotere schaal te ontwikkelen. Het project bestudeert mobiliteit niet op een globale manier, uitgaande van de huidige realiteit. Het project beperkt zich tot de politieke doelstellingen van het plan Good Move, zonder rekening te houden met de methodologie van dit plan, die gebaseerd is op studies van de huidige situatie en overleg met alle belanghebbenden. Drie aspecten lijken volledig over het hoofd te zijn gezien in deze aanpak: het feit dat een deel van de Jules Bordetlaan wordt gebruikt voor residentiële doeleinden, de noodzaak om de Germinal-woonwijk te ontsluiten en de mobiliteit in, rond, naar en van de begraafplaatsen en het crematorium.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mobiliteitsvisie van het ontwerp van RPA is hoofdzakelijk gebaseerd op de aanleg van een tramlijn op de Jules Bordetlaan, maar noch de MIVB, noch het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hebben deze visie ooit in de praktijk gebracht. De gemeente vreest dat het ontwerp van RPA hiervan afhangt. De gemeente eist dat de intenties met betrekking tot dit aspect worden verduidelijkt vóór de definitieve goedkeuring van het RPA Defensie. Het ontwerp van RPA legt veel nadruk op voetgangersroutes. De gemeente juicht dit initiatief toe, maar wil de aandacht vestigen op de noodzaak om ervoor te zorgen dat deze ruimtes toegankelijk en veilig zijn, met name voor mensen die minder zichtbaar zijn in de openbare ruimte (vrouwen, ouderen, gehandicapten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiervoor zijn oppervlakken nodig die toegankelijk zijn voor mensen met beperkte mobiliteit en verlichting die aanwezig en veilig is;</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat de mobiliteit en het gebruik van de toegang tot de begraafplaatsen betreft, moet een algemene mobiliteitsstudie worden uitgevoerd op en rond de verschillende begraafplaatsen en het crematorium, rekening houdende met de huidige en toekomstige behoeften (met inbegrip van de mogelijke belangrijke ontwikkeling van de intercommunale crematie- en begrafenisactiviteiten). De nodige maatregelen moeten worden genomen om een toegangsweg te behouden voor voertuigen van bezoekers naar de percelen van de intercommunale voor Teraardebestelling zonder te passeren langs de begraafplaats van Evere of over de gronden van de gemeente Evere die bestemd zijn voor opslag, moestuinen of boomgaarden. Er moet rekening worden gehouden met de toename van het aantal plechtigheden in het crematorium door de mogelijke toevoeging van een tweede oven, alsook met de toename van het aantal plechtigheden op de multireligieuze begraafplaats, zoals uit recente statistieken blijkt. De gemeente Evere moest voor de milieuvergunning van het crematorium voldoen aan de voorwaarden voor parkeren buiten de straat op haar begraafplaats. Ze heeft het aantal parkeerplaatsen op haar begraafplaats uitgebreid. Men mag niet vergeten dat een begraafplaats een plaats is voor meditatie en begrafenisplechtigheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze momenten zijn niet altijd verenigbaar met de aanwezigheid van parkeerplaatsen of autoverkeer. Begraafplaatsen trekken ontegensprekelijk veel verkeer aan (waaronder een groot aantal mensen met beperkte mobiliteit en families in rouw). Er moet een aanzienlijk aantal parkeerplaatsen in de straat worden gehandhaafd om te voldoen aan de eisen van perioden met veel bezoekers (Allerheiligen) en uitzonderlijke ceremonies. De gemeente eist dat er voldoende parkeergelegenheid blijft in de buurt van de voetgangerstoegangen tot de begraafplaatsen en het crematorium. De gemeente Evere vraagt ook om in het ontwerp RPA de mogelijkheid op te nemen om een openbare parkeerplaats aan te leggen in de buurt van de bestaande parking van het Hgebouw van Defensie, om het parkeren op de begraafplaatsen te beperken of zelfs helemaal af te schaffen;</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente verheugt zich over het voorstel om een gemeenschappelijk voorplein aan te leggen voor de begraafplaatsen van Evere en Schaarbeek om de toegang tot deze voorzieningen overzichtelijker te maken. De gemeente betreurt echter dat er niet is nagedacht over de mogelijkheid om dit voorplein te animeren met percelen die bestemd zijn voor voorzieningen of handel. Begraafplaatsen kunnen namelijk een economisch of verenigingsleven creëren (detailhandel in begrafenisartikelen, bloemen, uitvaartondernemingen, horeca, ruimtes voor meditatie, etc.);</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente verwelkomt het voorstel om 0,8 ha te reserveren voor de uitbreiding van de begraafplaats. Als samenwerkend lid van deze intercommunale heeft de gemeente de behoefte aan uitbreiding van de percelen altijd ondersteund. De gemeente wijst erop dat de behoeften van de begraafplaats veel groter zijn, maar dat deze mogelijkheid nu al moet worden verwelkomd;</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente verwelkomt het idee om een groot metropolitaan park aan te leggen tussen Evere en Zaventem op de voormalige Defensie-site. De gemeente zou echter graag zien dat de intenties van het RPA worden verduidelijkt met betrekking tot de visie voor dit park. De documenten zijn namelijk onduidelijk als het gaat om zowel het park als biodiversiteitszone als voor stadslandbouw. De gemeente ziet een park als een openbare ruimte die voorziet in de behoeften van burgers die op zoek zijn naar koele plekken in de zomer, ontmoetingsplekken, wandelpaden, sportvoorzieningen, voorzieningen voor kinderen, voorzieningen voor jongeren, culturele voorzieningen, ruimtes voor economische activiteit (restaurants, cafés), vrijheid voor huisdieren en contact met de natuur.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gemeentebestuur vraagt om na te denken over de duidelijkheid en de educatieve waarde van deze zones, in het bijzonder wat betreft het bosgebied, zodat ze plaatsen van biologische versterking kunnen worden, maar ook van burgerlijk leven. Het gemeentebestuur wijst erop dat er twee scholen zijn aan de rand van de perimeter die educatieve activiteiten in de open lucht in hun lesprogramma hebben opgenomen (natuurwandelingen voor de school Clair Vivre Germinal, openluchtschool voor de school Marie Popelin), en de aanwezigheid van dit gebied zou een extra educatief instrument kunnen zijn. Tot slot steunt de gemeente het stadslandbouwinitiatief, op voorwaarde dat het wordt uitgevoerd in het kader van projecten voor sociale cohesie en burgerprojecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente wijst erop dat ze al percelen ter beschikking stelt voor een sociaal cohesieproject in het kader van sociale huisvesting, voor een moestuin, een imkerij en een boomgaard voor burgers. Ze hoopt dat deze projecten voorrang zullen krijgen bij de ontwikkeling van het RPA. De gemeente moedigt de oprichting van een educatieve boerderij zonder winstoogmerk aan in dit kader. De gemeente maakt zich echter zorgen over het toekomstige beheer van deze site. Gezien de financiële realiteit van de gemeente zal ze niet in staat zijn om de site alleen te onderhouden en te beheren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot de programmatische visie voor gebouw H complimenteert de gemeente het voornemen om dit gebouw te behouden en met alle belanghebbenden na te denken over de functie ervan. De gemeente wil graag prioriteit in dit proces en zou graag zien dat het grootste deel van het gebouw wordt gebruikt voor voorzieningen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat de heraanleg van de Eversestraat betreft, maakt de gemeente zich zorgen over de blijvende toegang tot de begraafplaatsen aan de achterkant van de begraafplaats van Schaarbeek. Deze toegangen moeten bestudeerd worden als hoofd- of secundaire toegang tot de begraafplaatsen. De gemeente stelt zich vragen over de toegang voor hulpdiensten, politie en technische diensten tot het volledige gebied dat ontwikkeld zal worden op de voormalige Defensie-site. De gemeente vraagt ook aandacht voor de kwaliteit van de straatverlichting langs de Eversestraat, die door veel fietsers en voetgangers wordt gebruikt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Op een meer macroscopisch niveau maakt de gemeente zich zorgen over het isolement van de woonwijk Germinal tussen de Jules Bordetlaan, de Leopold III-laan en het park van Evere. De aanleg van een groot stadspark zou het gevoel van isolement kunnen versterken en de functies van de RPA's Defensie en Bordet zullen ook moeten worden bekeken in relatie tot de behoeften van deze wijk;</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente vraagt of er rekening is gehouden met de huidige stedenbouwkundige ontwikkeling van de percelen rond de Jules Bordetlaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente vraagt de minimale boombedekkingsgraad van 35% waarvan sprake in art. 5.2, te verminderen tot 25%;</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente vraagt eveneens dat de minimale boombedekkingsgraad van 50% waarvan sprake in art. 5.7, te verminderen tot 25% voor de inrichting van een begraafplaats in parkgebied;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op artikel 117 van de nieuwe gemeentewet;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op artikel 7 van de ordonnantie van 14 mei 1998 tot organisatie van het administratief toezicht op de gemeenten van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;</p>\n<p class=\"lf-p\">Beslist;</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1</span><span class=\"lf-art-t\">Dit advies op te sturen naar de regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Deze beraadslaging wordt opgenomen in de lijst van beraadslagingen die aan de toezichthoudende autoriteit moeten worden toegezonden.\" XI. Advies van de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie Gelet op het advies van de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie van 25 maart 2024: \"1. ADVIES Het plan heeft tot doel om een einde te maken aan de monofunctionaliteit waardoor het gebied wordt gekenmerkt. Op het niveau van het gebied lijkt de meest volledige combinatie van programma's en toepassingen essentieel. Het doel is tweeledig: dit nieuwe stadsdeel verdichten met woningen en tegelijk de integratie van bedrijven in de stad verbeteren. De vestiging van een mix van 150.000 m2 woningen, 150.000 m2 economische activiteiten en 50.000 m2 voorzieningen/diensten/handelszaken langs de Leopold III-laan is bedoeld om de gewenste stedelijke toestand te creëren. Het project biedt een functionele mix, die breekt met het principe van een eenmalige programmering waarin het projectgebied uiteindelijk is omhuld Het gebied kampt momenteel met een gebrek aan openbare ruimte van hoge kwaliteit. De structurering en de hiërarchisering van deze openbare ruimten is een essentiële voorwaarde voor de aantrekkelijkheid van de toekomstige programma's en voorzieningen. De landschappen, de biotoop, de openbare voorzieningen en pleinen, de straten worden elementen die een prominente plaats innemen in de aantrekkelijkheid van het gebied.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om de nodige voorwaarden te creëren voor de invoering van kwalitatieve openbare ruimten, heeft het project de ambitie om een duurzame, geïntegreerde en hiërarchische mobiliteit te ontwikkelen door de implementatie van het STOP-principe (plan Good Move).</p>\n<p class=\"lf-p\">De context wordt uiteengezet in de bijlage bij dit advies. 1.1. ALGEMEEN Participatie Veel reclamanten, waaronder de Raad voor het Leefmilieu (RLBHG), Inter-Environnement (IEB) en de Gewestelijke Mobiliteitscommissie (GMC), betreuren dat het openbaar onderzoek van twee RPA tegelijk werd opgestart. Zij zijn van mening dat dit een belemmering vormt voor de effectieve behandeling van de dossiers, gezien de honderden pagina's die moeten worden geanalyseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De RLBHG vraagt om een formeel verbod op het gelijktijdig opstarten van het openbaar onderzoek van twee RPA en wil graag dat de Regering aangeeft of ze bereid is om deze weg in te slaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De RLBHG en IEB vragen ook dat informatiesessies deel uitmaken van het georganiseerde participatieproces en gepaard gaan met groepsdiscussies, bij voorkeur 's avonds.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het geval van de twee RPA die gezamenlijk aan een openbaar onderzoek werden onderworpen, gaat de deadline voor het indienen van het advies voor de Raad vooraf aan het tijdstip van het 'informatiepunt' om vragen te gaan stellen aan de projectverantwoordelijke. De Raad vraagt dat de Regering bij de organisatie van informatie- en participatiemomenten rekening houdt met deze termijnen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie stelt vast dat zowel particuliere als openbare reclamanten tijdens het openbaar onderzoek er terecht meermaals over klagen dat de tijd te kort is om kennis te nemen van de dossiers, in het bijzonder wanneer meerdere grote dossiers tegelijk aan een openbaar onderzoek worden onderworpen. Deze reclamanten zijn ook van mening dat de burgerparticipatieprocessen moeten worden verbeterd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals zij al opperde in haar initiatiefadvies over de toekomstige hervorming van het BWRO (advies van 30 juni 2023), stelt de Commissie voor om een advies te vragen aan de nieuwe Participatiedienst die in deze legislatuur binnen Perspective is opgericht, teneinde gebruik te maken van relevante aanbevelingen over deze kwesties.. 1.2. PERIMETER De Commissie stelt vast dat een grensoverschrijdend project voor het eerst met succes werd uitgevoerd en als een geheel in overweging werd genomen, ondanks de beperkingen die door de territoriale bevoegdheden van de partners werden opgelegd. De Commissie kan een dergelijke samenwerking alleen maar toejuichen en hoopt dat deze in de toekomst kan worden herhaald, binnen en buiten het Gewest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze betreurt echter dat het bedrijventerrein CityDev niet is geïntegreerd, aangezien dit zou hebben gezorgd voor een meer stedelijke continuïteit tussen de nieuwe woonwijk en de bestaande bewoonde wijken. 1.3. OPERATIONALISERING VAN HET RPA CityDev herinnert eraan dat dit RPA voorziet in talrijke infrastructuren - meer bepaald wegen en parken - zonder de actoren te identificeren die belast zouden ze met de realisatie ervan. Als CityDev een gedeeltelijke operator van de ontwikkeling van het RPA zou zijn, zou het niet mogelijk zijn om de inrichtingen van deze infrastructuren voor zijn rekening te nemen. CityDev wil echter een rol spelen in de operationalisering van een deel van het RPA. Daartoe moeten een aantal van de in punt '3.5. Mobiliteit' aangehaalde essentiële punten worden gewijzigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">CityDev stelt zich vragen over de mogelijkheden voor het concretiseren van algemeen voorschrift 0.11., waarbij aan de houder van een SV binnen het RPA een termijn van één jaar wordt opgelegd om openbare operatoren van sociale woningen of met sociale woningen gelijkgestelde woningen eventueel te laten beslissen of ze de toegelaten woningen willen aankopen.</p>\n<p class=\"lf-p\">CityDev herinnert eraan dat, ook als het RPA op lange termijn moet worden overwogen, de inplanting van de ondernemingen ook wordt georganiseerd via langlopende erfpachtovereenkomsten. Het RPA Defensie moet worden uitgevoerd in overeenstemming met het behoud van de bestaande erfpachtovereenkomsten. Alleen hun vrijwillige vertrek aan het einde van de huurovereenkomst of de hernieuwing kan het moment zijn om na te denken over de mogelijke herontwikkelingen volgens de voorschriften van het RPA. De Commissie deelt de bezorgdheid van CityDev, gezien de zeer lange duur van erfpachtovereenkomsten. Ze stelt zich vragen over het operationele karakter van het plan op korte of middellange termijn. 1.4. HUISVESTING Brupartners stelt vast dat minimumdoelstellingen voor 'openbare woningen' zijn voorzien (een drempel van 'minimum 25% van de openbare woningen' is vastgelegd) en dat het grootste deel van de in de perimeter van het ontwerp van RPA aanwezige terreinen openbare gronden zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de overtuiging dat het noodzakelijk is om tegemoet te komen aan de talrijke behoeften aan sociale woningen (met name in de context van de schaarste aan openbare terreinen en grondreserves in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest), stelt Brupartners voor dat de publieke eigendom van de grond zoveel mogelijk moet worden gehandhaafd en dat er, wanneer deze terreinen aan de functie 'huisvesting' zijn toegewezen, sociale woningen moeten worden ontwikkeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat verband is hij van mening dat de toekomstige ontwerpen van RPA moeten voorzien in minimumdrempels voor sociale woningen (die kunnen variëren afhankelijk van het feit of de terreinen openbaar of privé-eigendom zijn).</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Evere kan voorstander zijn van het idee om geen huisvesting op te nemen in het gebied van het RPA Defensie, op voorwaarde dat de doelstellingen van het RPA Bordet ten minste worden bereikt. Ze herinnert er echter aan dat sommige van de vooronderstellingen van het RPA Defensie (hinder in verband met de luchthaven Brussel-Nationaal) niet worden beantwoord voor de bewoners die al aanwezig zijn in of rond de perimeter.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brupartners dringt aan op de noodzaak van een mix in het type van woningen dat in een bepaalde perimeter wordt voorgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die laatste wil dat dit ontwerp van RPA kadert binnen de regeringsdoelstelling om 'op het hele gewestelijke grondgebied te beschikken over 15% woningen van sociale aard, evenwichtig gespreid per gemeente en per wijk' (rekening houdend met het aanbod van woningen in de buurt van de perimeter van het ontwerp van RPA), door onder meer duidelijk te bepalen welk deel van de woningen voor sociale huisvesting zal worden bestemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brupartners stelt vast dat, volgens de algemene voorschriften van dit ontwerp van RPA, de bouw-, uitbreidings- en bestemmingswijzigingsprojecten van meer dan 3.500 m2 een minimumdrempel van 25% sociale woningen bevatten. Geen enkel project in het ontwerp van RPA vermeldt echter de vloeroppervlakte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brupartners vraagt daarom verduidelijkingen over de bouwprofielen, de vloeroppervlaktes en het geraamde aantal nieuwe woningen van de verschillende ontwerpen van RPA. Bovendien dringt Brupartners in het bijzonder aan op een diversiteit aan woningtypes binnen de hoge gebouwen en de huizenblokken die op de site worden overwogen. Brupartners is immers van mening dat deze sociale gemengdheid niet alleen op de site, maar ook in de gebouwen zelf tot stand moet worden gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Adviesraad voor Huisvesting (ARH) is van mening dat bij afwezigheid van een prioritaire aankoop van woningen door de BGHM of een overname van het beheer /aankoop door een SVK, die de toepassing van een sociale of matige huur garandeert, de operatoren die in aanmerking komen voor de aankoop in de zin van het RPA (gemeenten, OCMW 's, vennootschappen met een sociaal oogmerk, ...) in staat zullen zijn om verkoop- of huurprijzen te hanteren die ontoegankelijk zijn voor het Brusselse publiek dat lijdt onder een gebrekkige huisvesting.</p>\n<p class=\"lf-p\">In tegenstelling tot het huidige besluit betreffende de stedenbouwkundige lasten dat lasten oplegt vanaf een vloeroppervlakte van 1.000 m2 voor woningbouw-, uitbreidings- of bestemmingswijzigingsprojecten, verhogen de RPA deze drempel tot 2.500 m2 (of zelfs 3.500 m2 voor het RPA Defensie). De ARH vraagt zich af of het RPA afwijkt van het besluit betreffende de stedenbouwkundige lasten voor de projecten van minder dan 2.500 m2 of de twee systemen worden gecumuleerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Anderzijds, terwijl het besluit betreffende de stedenbouwkundige lasten de drempel voor het automatisch aanvaarden van een voorstel tot realisatie van de ontwikkelaar vastlegt op 15% van de 'omkaderde' woningen (woningen gecreëerd voor ION of AIS) of 'geconventioneerde' woningen (art. 10, § 2), verhogen de RPA deze drempel de facto tot 25%, maar verwijzen ze enkel naar 'geconventioneerde' woningen, d.w.z. woningen die financieel minder bereikbaar zijn dan 'omkaderde' woningen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De ARH is van mening dat de RPA de gelegenheid zouden moeten zijn om het systeem van stedenbouwkundige lasten te versterken en een hefboom te vormen om de productie van echt betaalbare woningen voor de bestaansonzekere doelgroep met huisvestingsproblemen te versnellen, vooral omdat de ontwikkeling van vastgoed in de strategische polen waarop de RPA zijn gericht, onvermijdelijk zal leiden tot een stijging van de grondprijs en dus van de kosten van het kopen en huren in deze perimeters.</p>\n<p class=\"lf-p\">IEB dringt er sterk op aan dat alle openbare terreinen door het Gewest worden teruggekocht en niet aan derden wordt doorverkocht. Zo zal het Gewest de volledige controle hebben over het programma dat het er wil ontwikkelen. Wat betaalbare woningen betreft, is het gebrek aan ambitie van het RPA Defensie wederom in het oog springend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Terwijl het RPA Max, dat aan een openbaar onderzoek werd onderworpen, van plan is om 25% openbare woningen op te leggen in het kader van huisvestingsprojecten van meer dan 2.000 m2, wijkt het RPA Defensie verder af van deze drempel om deze op 3.500 m2 te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bepaling die in het RPA Max is opgenomen, gekend als de 'Heyvaert-clausule', zou volgens IEB algemeen van toepassing moeten zijn in het hele Brusselse Gewest. Ze lijkt nuttig om de vastgoedontwikkelaars effectief te dwingen om deel te nemen aan de bouw van sociale woningen. Een beperking die het huidige mechanisme van stedenbouwkundige lasten slechts in zeer beperkte mate weet te vervullen. Deze bepaling lijkt IEB zeer ontoereikend wanneer het om openbare terreinen gaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie vraagt om de volgende quota na te leven: 50% van de woningen moet in een van de categorieën van de Huisvestingscode vallen, en binnen deze 50% moet 25% uit sociale openbare woningen bestaan zoals gedefinieerd door de BGHM. De Commissie is voorstander van de bepaling van quota voor sociale woningen in de plannen (RPA, BBP, zelfs in de herziening van het GBP) en van de veralgemening van de scheiding van de grondeigendom en de gebouwen voor openbare projecten, twee modaliteiten waarvoor ze een onderzoek van de Regering heeft gevraagd, om onder andere op korte termijn meer sociale woningen te creëren, gezien de sociale noodsituatie waaraan tegemoet moet worden gekomen (zie advies van 21 maart 2024).</p>\n<p class=\"lf-p\">Akoestisch comfort voor de toekomstige bewoners Enkele reclamanten, waaronder Brupartners, IEB en de RLBHG, stellen vast dat er geluidsnormen dienen te worden bepaald met betrekking tot de locatie van dit RPA (nabijheid van de luchthaven). Ze stellen zich enerzijds vragen over de impact van de aan de buitenkant van de gebouwen geleden geluidshinder op de levenskwaliteit en anderzijds over de impact van de bepaling van deze geluidsnormen op de prijs en dus op de toegankelijkheid van woningen die in de perimeter van dit ontwerp van RPA zullen worden gevestigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De GMC, IEB en Leefmilieu Brussel (LB) plaatsen vraagtekens bij de keuze voor een residentiële verstedelijking binnen de perimeter van het RPA Defensie, aangezien het gebied dicht bij de luchthaven ligt en intensief wordt overvlogen door vliegtuigen die vertrekken uit Zaventem (vandaar de ligging binnen grenzen van het LDEN lawaai van 55 dB en het LNIGHT lawaai van 45 dB).</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze ontwikkeling druist ook in tegen het streven naar minder kwetsbaarheid van de bevolking voor geluidsoverlast (men kan weliswaar trachten de woningen te isoleren, maar men kan uiteraard niet de buitenruimten isoleren of beletten dat bewoners hun ramen openzetten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Zou deze ontwikkeling niet veeleer ten gunste van kantoren, diensten of stedelijke industrieën moeten plaatsvinden? Wat het akoestisch comfort betreft, plaatst de ARH vraagtekens bij de verenigbaarheid van de ambities van het RPA met de huidige luchtcorridors en verzoekt hij de overheid na te denken over de toekomstige organisatie van de luchtcorridors om de ontwikkeling van het RPA mogelijk te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">LB en de RLBHG stellen vast dat het voorschrift betreffende de geluidsisolatie enkel betrekking heeft op woningen, terwijl andere functies (kinderdagverblijven, scholen of gezondheidszorg) als gevoelig worden beschouwd. Er wordt dus gevraagd om het toepassingsgebied van dit voorschrift tot deze andere functies uit te breiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens het MER sluit het RPA Defensie aan bij het plan Quiet.Brussels dat voorziet in het waarborgen van het geluidscomfort van gebouwen of, met andere woorden, het waarborgen van hun akoestische prestaties, zowel met betrekking tot geluid afkomstig van buiten als op het vlak van buurtlawaai, met name voor gevoelige functies, zoals huizen, scholen en ziekenhuizen, door middel van verordenende, normatieve en begeleidende maatregelen, of door financiële incentives.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie stelt vast dat de keuze om op deze plaats woningen te vestigen, die nadelig zijn voor de levenskwaliteit van de bewoners, noodzakelijkerwijs inhoudt dat passende regelingen moeten worden getroffen op het vlak van het geluid. 1.5 MOBILITEIT Brupartners herinnert eraan dat, om de gewestelijke ambities op het vlak van mobiliteit (verkleinen van de plaats van de auto) te realiseren, de implementatie van coherente alternatieven en concrete begeleidende maatregelen van essentieel belang is (verhogen van de frequentie van het openbaar vervoer, bevorderen van gedeelde verplaatsingswijzen, ...).</p>\n<p class=\"lf-p\">De GMC stelt vast dat een verlenging van tram 55 ter sprake komt in de documenten die aan een openbaar onderzoek zijn onderworpen. Ze betreurt dat dit punt niet is uitgewerkt bij de presentatie tijdens de zitting, om de aansluiting tussen de mogelijke verlenging van tram 55 en het project metro 3 te begrijpen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast wijst de Commissie erop dat het RPA geen melding maakt van het project metro 3. Dit verbaast de GMC des te meer omdat het om een belangrijk Brussels mobiliteitsdossier gaat en de haltes ervan zich niet zo ver van dit project bevinden, maar toch te ver weg zijn om te voet te bereiken (ongeveer een kilometer tussen het geplande station Bordet en het midden van de nieuwe wijk die in het RPA wordt beoogd).</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarom moet worden gewaakt over de kwaliteit van het bovengronds openbaar vervoer om de nieuwe wijk desgevallend te laten aansluiten op de eindhalte Bordet van metrolijn 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Enkele reclamanten, waaronder LB, IEB en CityDev zijn van mening dat de mobiliteitsstrategie niet volledig is uitgewerkt en tamelijk onduidelijk is over de organisatie van de bediening door het openbaar vervoer in het gebied: de wijk is niet goed bereikbaar met de metro, de toekomstige tramlijn op de Leopold III-laan wordt omringd door verschillende industrieterreinen of strategische economische activiteiten. Dit beperkt de mogelijkheid om tot meer oversteekplaatsen te komen en heeft geleid tot een tunnel als oplossing, wat weinig zin heeft voor de goede economische bereikbaarheid van de toekomstige wijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het RPA voorziet in een verkeersluwe wijk (Good Move), maar het principe van de verkeersluwe mazen wordt niet voldoende beschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Sommige keuzes zullen onvermijdelijk botsen met de toegang en de logistiek die nodig zijn voor een goede werking van de geplande productieactiviteiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor IEB zal de herziening van het huidige programma van het RPA om er alternatieve functies voor de huisvesting te ontwikkelen, vergezeld moeten gaan met een bijwerking van het MER om de implicaties van deze veranderingen voor de mobiliteit nader te bestuderen, akte te nemen van de stopzetting van het RPA Bordet en alternatieve scenario's voor openbaarvervoersdiensten aan te bieden: scenario met voltooiing van metro 3 tegen 2032, scenario met stopzetting van metro 3 en behoud en verbetering van lijn 55, scenario met uitbreiding van de toekomstige lijn 8.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeenten Evere en Schaarbeek zijn van mening dat op het vlak van de mobiliteit en het gebruik van de toegangen tot de begraafplaatsen, een globaal mobiliteitsonderzoek zou moeten worden uitgevoerd in en rond de verschillende begraafplaatsen en het crematorium, rekening houdend met de huidige en toekomstige behoeften (inclusief de mogelijke belangrijke ontwikkeling van de activiteit van de intercommunales voor begrafenis- of crematiediensten).</p>\n<p class=\"lf-p\">De gemeente Evere is van mening dat een tool als een RPA niet bedoeld is om een visie over mobiliteit op grotere schaal te implementeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontwerp heeft de mobiliteit niet op een globale manier bestudeerd, uitgaande van de huidige realiteit. Het is beperkt tot het deel uitmaken van de politieke doelstellingen van het Good Move-plan zonder rekening te houden met de methodologie van deze laatste, die is gebaseerd op studies van As Is-situaties en overleg met alle belanghebbenden.</p>\n<p class=\"lf-p\">CityDev herinnert eraan dat het aangelegde gebied voor landschapswegen tussen het GSI van de Da Vinci-site en het GSI Defensie (percelen F en L) ontwikkelingssynergieën tussen deze zones verhindert die anders rond dezelfde logistieke ontsluiting zouden kunnen worden georganiseerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor CityDev blijven verschillende punten problematisch: - In een GSI betekent het opleggen van een `bovenwereld' van ten minste 27,20 meter hoog een minimum van 11,70 meter boven de sokkel die verplicht is toegewezen aan complementaire functies van de productieve `benedenwereld'. Dit maakt de ontwikkeling van het project ingewikkeld, zelfs onmogelijk, omdat de verdiepingen zeker alleen kunnen worden bestemd voor de kantoorfunctie of een daarmee gelijkgestelde functie, waarvoor CityDev vaststelt dat het in dat verband moeilijk is om te concurreren met de fiscale aantrekkelijkheid van het aangrenzende Vlaamse Gewest.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens CityDev is het beter om indicatief te blijven, maar zonder een minimum op te leggen. - De aanleg van een tunnel naar de site Da Vinci 'noord' ten koste van een directe verbinding met de Leopold III-laan lijkt onrealistisch. De impact van een dergelijke infrastructuur op de site Da Vinci 'noord' is te groot (het lijdt al onder een gebrekkige toegankelijkheid) en levert niets positiefs op in termen van toegankelijkheid en werking, zowel voor de activiteitensite als voor de te ontwikkelen wijk. - Bovendien is het aangewezen om het GSI te verbinden met de Leopold III-laan (en niet alleen met de zijstraat, de Bourgetlaan) idealiter via twee directe aansluitingen, en de modaliteiten voor de aanleg van de laan te specificeren om deze verbindingen effectief te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Anders kan de levensvatbaarheid van alle - huidige en toekomstige - economische zones niet worden gegarandeerd. - De aanleg van een bovengronds kruispunt, in plaats van de tunnel die door het RPA wordt overwogen, zou het mogelijk maken om een 'spiegelverbinding' te maken ten opzichte van Da Vinci 'noord' om deze site te openen in de richting van de uitgang, vanaf de Straatsburgstraat. Dit zou een aanzienlijke verbetering voor het gemotoriseerde verkeer zijn, maar ook voor de actieve vervoerswijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brussel Mobiliteit werd al bij deze denkoefening betrokken. Het RPA Defensie - door het ontbreken van het RPA Bordet - kan een gelegenheid zijn om dit project nieuw leven in te blazen. - De 'zuidelijke' verbinding (tussen Da Vinci en de toekomstige weg langs gebouw H) moet worden verwijderd, rekening houdend met overwegingen inzake ruimtegebrek en onteigening van een daaruit voortvloeiende onderneming, en de geringe toegevoegde waarde die deze verbinding zou hebben op het vlak van mobiliteit. - Uit de superpositie van het bestemmingsplan van het RPA Defensie en de bestaande situatie blijkt dat de perimeter van de geplande weguitbreiding op de site Da Vinci zeker de onteigening van de 2 naburige bedrijven en de sloop van hun gebouw zal vereisen. Dit houdt verband met het feit dat de weguitbreidingen de 30 m grondinname behouden die ze op de perimeter van het RPA hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">De dimensionering van wegen buiten de perimeter van het RPA moet op deze plaats worden teruggebracht tot de enige ruimten die nodig zijn voor verkeer, terwijl de ideale principes worden aangegeven waarnaar deze moet neigen. Daarvoor zou een specifieke kleur en een specifiek voorschrift beter zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is ook aangewezen dat deze bestemming als terreinweg die momenteel wordt toegewezen aan een productiebestemming, geen mogelijke ontwikkelingen van de bestaande bedrijven teniet doet, op grond van het feit dat ze zich in het weggedeelte van het RPA zouden bevinden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een specifieke clausule moet de voortzetting van de activiteiten kunnen garanderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">CityDev betwist het feit dat de strategische component van het ontwerpplan altijd de principes van omleiding van gemotoriseerd verkeer op de wegen van de site Da Vinci opneemt ten gunste van zacht verkeer en openbaar vervoer op de Bordetlaan. Deze voorstellen werden namelijk nog niet onderzocht om er de betrouwbaarheid van te verzekeren. CityDev is van mening dat deze omleiding de goede werking van het bedrijventerrein Da Vinci in het gedrang zou brengen, terwijl de onteigening van een momenteel florerend bedrijf is vereist.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens het MER kadert het RPA Defensie binnen het Good Move-plan, dat overeenstemt met het gewestelijk mobiliteitsplan voor het BHG, dat in 2020 door de Brusselse Regering werd aangenomen. Het definieert de belangrijkste beleidsrichtsnoeren op het gebied van mobiliteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie sluit zich aan bij de vraag van de gemeenten om een globaal mobiliteitsonderzoek uit te voeren in en rond de verschillende begraafplaatsen en het crematorium, rekening houdend met de huidige en toekomstige behoeften (inclusief de mogelijke belangrijke ontwikkeling van de activiteit van de intercommunales voor begrafenis- of crematiediensten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ze is van mening dat er moeten worden toegezien op de kwaliteit van de bediening van het bovengronds openbaar vervoer. Als het project van de eindhalte Bordet voor metrolijn 3 wordt bevestigd, zal het moeten worden afgestemd op de nieuwe wijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie sluit zich ook aan bij de bekommernissen van CityDev.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder meer de kaarten P235-238 moeten wellicht worden aangepast (verwarring over de tunnelzone).</p>\n<p class=\"lf-p\">Parkeren De gemeente Schaarbeek is van mening dat het ontwerp van RPA rekening had moeten houden met de openbare ruimten die het begraafplaatsgebied bedienen, de toegang tot en het parkeren bij de verschillende begrafenis- en begraafplaatsentiteiten, evenals de mogelijkheid van parkeerplaatsen die aan de behoeften voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brupartners acht het essentieel om een antwoord te bieden op de uitdagingen in verband met het parkeren. Het ziet in dit opzicht het ter beschikking stellen van ondergrondse parkeerplaatsen voor bezoekers (en niet alleen voor de omwonenden) als een mogelijke oplossing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brupartners is namelijk van mening dat dit niet alleen de druk op het bovengrondse parkeren moet verlichten, maar ook de kwaliteit van de openbare ruimte en de toegankelijkheid van het gebied moet verbeteren en het potentieel voor socio-economische activiteiten zo groot mogelijk moet maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brupartners wijst erop dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest het aantal parkeerplaatsen op de openbare weg wilde verminderen, maar deze vermindering wilde compenseren met een gelijkwaardige toename van het aanbod aan parkeerplaatsen buiten de openbare weg. Tot slot benadrukt Brupartners dat er rekening moet worden gehouden met de voorschriften van de DBDMH inzake het ondergronds parkeren van elektrische voertuigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gezien de ambities van het gewestelijk mobiliteitsplan Good Move om het parkeren op straat te verminderen en gezien de aanwezigheid van parkeergelegenheid buiten de openbare weg in het ontwerp, beveelt de GMC aan dat de nieuwe wijk niet meer dan het minimum aan parkeergelegenheid op straat en/of bovengronds omvat. Deze parkeergelegenheid zou in de eerste plaats bedoeld zijn om te voldoen aan de noden van mensen met een handicap, leveranciers, bezoekers ...</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierdoor komt er niet alleen plaats vrij voor andere functies in de openbare ruimte, maar wordt het er ook rustiger. In dat verband verwijst de GMC hier naar het nieuwe project Erasmus Gardens, dat zowel kosteloze bovengrondse parkeerplaatsen (met beperkte parkeerduur) als te betalen ondergrondse parkeerplaatsen omvat. De ondergrondse betaalparkeerplaatsen staan leeg en de bovengrondse zijn erg gewild, met een modal shift-doelstelling die duidelijk niet wordt gehaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">De parkeerstrategie in het RPA is flexibel zodat ze achteraf nog kan worden aangepast, met name aan fluctuerende noden en aan de programmering en de fasering van het project. Ook al is deze flexibiliteit positief, toch wil de GMC eraan herinneren dat de beschikbaarheid van parkeerplaatsen ook een invloed op het soort mobiliteit binnen een project heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zij roept de Regering dan ook op om meer ambitie aan de dag te leggen als ze wil bijdragen aan de modal shift die het plan Good Move beoogt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om nog eens ter verwijzen naar het voorbeeld van de Erasmus Gardens: de Commissie stelt vast dat de beschikbaarheid van parkeerplaatsen bewoners aantrekt die hun auto willen gebruiken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De GMC wijst erop dat parkeren een fundamentele hefboom is als het RPA een verandering in mobiliteit wil aanmoedigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een reclamant wil ook de aandacht vestigen op het probleem van de mobiliteit rond de verschillende begraafplaatsen en uitvaartcentra die zich binnen de perimeter van het RPA Defensie bevinden. Volgens hem zijn de specifieke kenmerken van de werking en het gebruik van uitvaartondernemingen niet op een concrete en bevredigende manier geïntegreerd en werden de behoeften niet op een globale en gecoördineerde manier geanalyseerd. Hij dringt aan op de noodzaak om te zorgen voor de nodige parkeergelegenheid en voldoende en gemakkelijke toegangen voor deze zeer speciale plaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij pleit ervoor dat de alternatieven die uit deze analyses voortvloeien, het mogelijk moeten maken om in te spelen op de veranderingen van de inrichtingen op de verschillende sites (vermindering en rationalisering van het autoverkeer op de begraafplaatsen ten voordele van de rust van de plaats en de biodiversiteit).</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens het MER maken de begraafplaatsen integraal deel uit van het GRUP/RPA Defensie. Met de betrokken actoren (Stad Brussel, Schaarbeek, Evere en de Intercommunale Begrafenisvereniging) wordt gewerkt aan de planning van een parkeersysteem dat is aangepast aan de behoeften van het uitvaartcentrum, de begraafplaatsen en het aangrenzende project Gebouw H. In het MER wordt ook vermeld dat het project een gemengd systeem van bovengrondse parkeerplaatsen (gelegen langs de logistieke lus), en een systeem van siloparkeerplaatsen zal toepassen om in de parkeerbehoefte te voorzien. De parkingsilo's zullen strategisch zijn gelegen, met een toegang langs de laad- en loszone, waardoor de verkeersdruk maximaal op de laad- en loszone wordt afgewenteld. Bovengrondse parkeerplaatsen worden enkel gebruikt voor kortparkeren en worden zo veel mogelijk in de omgevingsaanleg van de nieuwe lus geïntegreerd. Het aantal parkeerplaatsen zal later worden bepaald aan de hand van een mobiliteitsstudie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ondergrondse constructies moeten er echter tot een minimum worden beperkt. Eventuele ondergrondse parkeergarages moeten binnen de strikte grenzen van de bebouwde volumes blijven. Een specifiek percentage open terrein wordt toegewezen aan de verschillende percelen in overeenstemming met hun ligging op het plan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie sluit zich aan bij het verzoek om een globaal mobiliteitsonderzoek uit te voeren, met inbegrip over het parkeren, in en rond de verschillende begraafplaatsen en het crematorium, rekening houdend met de huidige en toekomstige behoeften (inclusief de mogelijke belangrijke ontwikkeling van de activiteit van de intercommunales voor begrafenis- of crematiediensten).</p>\n<p class=\"lf-p\">Voetgangerswegen Plus en Comfort Het RPA kadert binnen de voortzetting van het plan Good Move en het netwerk dat binnen de perimeter van het project is ontwikkeld, valt binnen de categorieën PLUS, COMFORT en WIJK. De mogelijkheid om een hele nieuwe wijk te bouwen en daarbij rekening te houden met de ambities van Good Move en andere milieuplannen en -strategieën, is een kans om buurten tot rust te brengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daartoe en om het principe van verkeersluwte toe te passen op de wijk, adviseert de GMC om voorrang te geven aan eenrichtingsstraten om van meet af aan ruimte vrij te maken voor andere functies dan autoverkeer.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dezelfde lijn adviseert zij het nodige te doen om doorgaand verkeer tussen wijken (mensen die door de wijk rijden om files op de hoofdwegen te vermijden) maar ook binnen de wijk te verhinderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van het voetgangersnetwerk is de Commissie verheugd over de aanleg van voetgangersoversteekplaatsen met een constant profiel van 15 meter in de woon- en winkelgebieden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het verordenende gedeelte staat dat fietspaden in openbare ruimten met bomen minstens drie meter breed moeten zijn. De GMC vraagt om het RPA in overeenstemming te brengen met de normen voor PBM wat de breedte van fietspaden betreft (zie Good Move en de gids 'BABE' voor de breedtes).</p>\n<p class=\"lf-p\">De KCML vraagt dat de begraafplaats, die vooral een plaats van ingetogenheid en sereniteit is, uitsluitend wordt voorbehouden voor voetgangers, in overeenstemming met de geldende regelgeving. Ze is daarom gekant tegen de aanleg van een corridor voor actieve vervoerswijzen, die volgens haar te ingrijpende gevolgen zal hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Paden voor actieve vervoerswijzen kunnen gemakkelijk rond de begraafplaats worden aangelegd, langs de rand ervan, zoals trouwens is bepaald in het gewestelijk plan Good Move.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het MER wordt vermeld dat gezien de grote socio-culturele en recreatieve aantrekkingskracht die rond het H-gebouw wordt gepland, er dient te worden onderzocht of een directe verbinding met het grootstedelijk actief mobiliteitsnetwerk wenselijk is. Hierbij wordt gedacht aan een aftakking, langs de Jules Bordetlaan, van de Groene Wandeling, die momenteel langs de Eenboomstraat (ten westen van de begraafplaats van Brussel) loopt en/of een nieuwe verbinding, via het park, tussen de Groene Wandeling en de GEN-routes Brussel-Luchthaven, Brussel-Leuven en Vilvoorde-Sterrebeek. In de huidige situatie is het H-gebouw reeds maximaal ontsloten op een kwalitatief en hoogstaand netwerk voor fietsers en voetgangers. In het planvoorstel wordt bijkomend de Eversestraat autoluw gemaakt en is er ontsluiting via de interne wegenis van het plangebied. Hierdoor verhoogt de kwaliteit van het actief mobiliteitsnetwerk nog.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie sluit zich aan bij de verzoeken van de GMC en de KCML. Er is ook nood aan een verbinding met het actieve grootstedelijke mobiliteitsnetwerk. 1.6 LEEFMILIEU Duurzaamheid en circulariteit Brupartners dringt erop aan dat dit ontwerp van RPA de ambitie zou hebben om een project te ontwikkelen dat duurzaam is (beheer van afvalstoffen, van water, ...) en op de circulaire economie is gericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie steunt de noodzaak van een ambitieuze circulaire economie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Groene ruimten en biodiversiteit Brupartners herinnert aan het belang van de aanwezigheid van groene ruimten en het behoud van biodiversiteit. Het is blij met het samenwerkingsproces tussen het Vlaams Gewest en het Brussels Gewest dat de ontwikkeling van een intergewestelijk park van meer dan 45 hectare mogelijk maakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast stelt Brupartners vast dat dit park grote groene ruimten (begraafplaatsen van Brussel en Schaarbeek in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en landbouwgrond in het Vlaams Gewest) zal verbinden om een groene ruimte van meer dan 200 hectare te creëren.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat verband nodigt Brupartners uit om een reflectie op gang te brengen om de meest geschikte middelen te bepalen, om de communicatie tussen deze sites mogelijk te maken. Daarbij moet ervoor worden gezorgd dat de specifieke kenmerken van de verschillende ruimten worden nageleefd, met name de rust en privacy die nodig zijn voor begraafplaatsen.</p>\n<p class=\"lf-p\">LB herinnert eraan dat het element met betrekking tot de mogelijke uitbreiding van de opgravingsbegraafplaats er op het einde van het uitwerkingsproces van het RPA is gekomen en dat deze nieuwe functie niet compatibel is met het project van een grootstedelijk park.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze nieuwe functie zou niet alleen in een van de meest verontreinigde gebieden worden ondergebracht, maar zou ook de oppervlakte verkleinen die daadwerkelijk voor biodiversiteit en voor de functie van een voedselpark nodig is en extra barrières opwerpen voor de robuuste ecologische verbinding die het parkproject nochtans beoogt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daardoor zal de druk van toekomstig recreatief gebruik op het gebruik als beschermde natuur toenemen. De begraafplaats zou komen in de randzone, die voor deze ecologische verbindingen het gevoeligst en het meest strategisch is.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de voorgestelde hypotheses (pagina 82, actie 05) wordt enkel de nadruk gelegd op de landschappelijke voordelen, maar nauwelijks op de milieuvoordelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De RLBHG vraagt dat de groene ruimten het voorwerp uitmaken van een specifieke bescherming in het RPA. Het lijkt hem paradoxaal om ze op reeds bebouwde gebieden te voorzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is ook van essentieel belang om een gewestelijke (of zelfs grootstedelijke) strategie voor het behoud en de creatie van groene ruimten uit te werken, hun ontwikkeling te bevorderen daar waar ze bestaan (die al een interessante biologische waarde hebben) en de reconversie van bebouwde gebieden aan te moedigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De RLBHG vestigt de aandacht op de kwestie van de biodiversiteit op de begraafplaatsen. Het is belangrijk om te benadrukken dat er een polariteit bestaat van bestuiversoorten. Het RPA moet hier bijzondere aandacht aan besteden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De RLBHG vestigt de aandacht van de Regering ook op het feit dat er moet voor worden gezorgd dat de bodems niet vervuild zijn, te meer als die bestemd zijn voor de ontwikkeling van de stadslandbouw.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een reclamant steunt het project om 14 van de 40 ha van de site (in het Brusselse gebied) om te vormen tot een natuurlijke groene zone.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hij vraagt om 10 ha van deze oppervlakte om te vormen tot een braakland uit één stuk om een opeenvolging van kleine poelen van verschillende diepten te creëren, om de rest van het gebied met struiken en kreupelbossen aan te planten, teneinde het te verbinden met het door het Vlaams Gewest geplande bos van 30 ha. Hij vraagt dat het hele gebied dus wordt bestemd voor het behoud van een kwaliteitsvolle natuur en dat de voetpaden niet intrusief zijn (paden waarmee de fauna en flora met respect kan worden geobserveerd).</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens het MER zijn de indices voor de huidige ecosysteemdiensten reeds toereikend (figuur 5-11) voor de toekomstige open ruimte waar de huidige zones 1, 4a en 4c zich bevinden (figuur 5-9). Het verwijderen van verharding zal zorgen voor een betere infiltratie van hemelwater in de bodem. Dit kan leiden tot een toename van de (micro)biologische activiteit in de bovenste bodemlaag. Op langere termijn kan dit zorgen voor een hogere biodiversiteit, een minder compacte bodem en verrijkte vruchtbaarheidsparameters. De vegetatie kan op haar beurt leiden tot verkoeling. Dit kan positief worden beoordeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de zones 4b, 5a en 5b (figuur 5-9), die in het ecologisch park komen te liggen, is de bodem lokaal te compact en kunnen de bodemparameters worden verbeterd, bv. door frezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het plaatsen van bomen en planten en het verwijderen van verharding zal op langere termijn de bodem verluchten, de biodiversiteit verhogen en zo ook de vruchtbaarheidsparameters verrijken. De verbetering van deze parameters zou de plantengroeiondersteuning en de biodiversiteitshabitat, alsmede de regulering van de watercyclus, kunnen verbeteren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze ecosysteemdiensten zijn van cruciaal belang voor de succesvolle uitvoering van het geplande ecologische park in deze zones. Dit kan als een positieve impact worden beschouwd. Anderzijds mag de waardevolle biodiversiteit die in alle gebieden, en vooral in zone 5, aanwezig is, bij toekomstige projecten niet worden verwaarloosd. Het is ook belangrijk te onthouden dat een goede biodiversiteit (en in het bijzonder bepaalde soorten) kan gedijen in bodems met weinig nutriënten (geen bemesting).</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie is van mening dat de functie van groene ruimte vooral een parkfunctie is en dat de voorgestelde ontwikkeling in overleg met het Vlaams Gewest het mogelijk maakt om een onderscheid te maken tussen de gebruiken en om een substantieel deel gewijd aan biodiversiteit te garanderen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waterbeheer In overeenstemming met de wens van de Regering om verschillende maatregelen in te voeren om water toegankelijker te maken, stelt Brupartners voor om de installatie van gratis en openbare drinkwaterpunten binnen de perimeter van dit ontwerp van RPA te overwegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De RLBHG vestigt de aandacht op het feit dat de specifieke behoeften in termen van riolering, zowel voor het afvalwater als voor het regenwater, moeten worden bestudeerd zodra er concrete projecten zullen zijn voorgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie deelt de mening van de RLBHG over de noodzaak om de doelstellingen op het niveau van de uitvoering van concrete projecten op te volgen. 1.7 VOORZIENINGEN Brupartners is van mening dat de behoeften aan plaatsen in kinderdagverblijven of scholen moeten worden beoordeeld en dat het ontwerp van RPA in voorkomend geval aan de geïdentificeerde behoeften moet voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brupartners dringt erop aan dat het aanbod van diensten en voorzieningen samen met de woningen wordt ontwikkeld en dat het lokale gebruik ervan wordt bevorderd om de wijk leefbaarder te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De RLBHG is verbaasd dat het RPA geen duidelijke doelstellingen inzake collectieve voorzieningen bevat. Bovendien worden er in de aan een openbaar onderzoek onderworpen documenten geen op basis van de huidige bewoners uitgevoerde studie van de behoeften voorgesteld en evenmin voorspellingen van de toekomstige behoeften die voortvloeien uit de nieuwe woonwijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het ontwerp van RPA wordt dus vermeld dat de plaatsen voor fietsen op een flexibele manier kunnen worden ontwikkeld op basis van de mobiliteitsstromen. Volgens de RLBHG moet vanaf het begin in een groot aantal beveiligde fietsparkeerplaatsen worden voorzien, zodat de stroom van fietsverplaatsingen zich kan ontwikkelen vanaf de eerste ingebruikname van de nieuwe te bouwen wijk. De Raad vraagt eveneens dat in het ontwerp van RPA voldoende toegankelijke toiletten en waterfonteinen worden voorzien.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie is het eens met het advies van de RLBHG. Op verschillende plaatsen, onder meer in gebouw H, zijn er wel degelijk voorzieningen geïnstalleerd. 3.8. DE EUROPESE SCHOOL CityDev begrijpt dat aan de tijdelijke Europese school de mogelijkheid wordt geboden om zich permanent te vestigen, door middel van ingrijpende werkzaamheden, voor zover ze voor 2037 worden uitgevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Als dit inderdaad het geval is, vormt deze mogelijkheid een belemmering voor de interventie van CityDev in dit gebied, dat zeker het meest interessante deel van het GSI was (percelen F en L).</p>\n<p class=\"lf-p\">Naast de ruimtebehoeften die CityDev in dit GSI uit, is de Commissie van mening dat een Europese school wel degelijk een plaats heeft binnen de Europese wijk, om de identiteit van de Europese wijk te verankeren die tegenwoordig veel te monofunctioneel en technocratisch is. Ze steunt daarom het verzoek om te overwegen deze school te verplaatsen en deze ruimte dus vrij te maken voor andere functies.</p></div>", "next": 239202}