{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Dat is met name het geval met de artikelen 3:88 en 3:170 (punt I, b), c), d) en e), 3:88, punt II.A, 1° ) en met de artikelen 3:89, § 1, en 3:171, § 1 (punt III.A, punt III.D, 1°, punt III.E, tweede en vierde lid, en punt IV.A, § 1). 5. Ter vervanging van het begrip \"kapitaal\" in vennootschappen die overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen en verenigingen geen kapitaal meer hebben, hebben de stellers van het ontwerp geopteerd voor de term \"inbreng\", in het enkelvoud.De term \"inbreng\" wordt ook gebruikt in de rekeningen van de vennootschappen met een kapitaal, waarbij dat kapitaal voortaan als een subrubriek van de rubriek \"inbreng\" wordt voorgesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die keuze geeft een fundamenteel probleem in zoverre aldus als inbrengen worden voorgesteld: - in alle soorten vennootschappen, bedragen aan de passiefzijde van de balans, terwijl de inbrengen zoals gedefinieerd in artikel 1:8, § 2, eerste en tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen tot de activa behoren (1); - in de vennootschappen met kapitaal, bedragen die niet noodzakelijk de tegenprestatie voor inbrengen vertegenwoordigen, maar ook, in voorkomend geval, omzettingen van herwaarderingsmeerwaarden of van reserves, zoals met name bepaald door artikel 3:89, § 2, I, 1°, en punt C.1 van het deel \"Resultaatverwerking\" van de \"Resultatenrekening\" van bijlage 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In zoverre is het besluit niet in overeenstemming met artikel 1:8 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, waarin de inbreng wordt gedefinieerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient dienovereenkomstig te worden geopteerd voor een geschiktere term, ofwel dient ervoor gezorgd te worden dat het begrip \"inbreng\" geen betrekking heeft op de omzettingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de stellers van het ontwerp ervoor opteren de term \"inbreng\" te handhaven, moet die op zijn minst in de Franse tekst in het meervoud worden gebruikt zoals in de meeste andere rubrieken van de jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen. In de meeste vennootschappen bestaan er immers meerdere inbrengen, die in de overeenstemmende boekhoudkundige rubriek worden samengebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De wijziging waarvoor wordt geopteerd, moet systematisch en coherent worden toegepast in heel het ontwerpbesluit en zijn bijlagen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hoe dan ook moet de methode die de stellers van het ontwerp kiezen, inhouden dat begrippen worden gebruikt die niet identiek worden verwoord als in richtlijn 2013/34/EU. Wat dat betreft dient het ontwerp te worden aangevuld met een bepaling die stelt dat een bepaald begrip dezelfde betekenis heeft als het overeenstemmende begrip dat in de richtlijn voorkomt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderzoek van het ontwerp Aanhef 1. Er wordt verwezen naar opmerking 1 die bij de voorafgaande vormvereisten gemaakt is en naar de algemene opmerkingen 1 tot 3.2. Uit de aan de Raad van State overgezonden tabel waarin voor elke bepaling van het ontwerp wordt aangegeven welke bepaling daarvan de rechtsgrond vormt, kan opgemaakt worden dat de artikelen 3:161 en 5:1 tot 5:4 van het ontwerp rechtsgrond zouden ontlenen aan de artikelen 44 en 46 van de wet van 22 december 1995 `houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid'. Ook naar die bepalingen dient dus in de aanhef verwezen te worden. 3. De artikelen 9:8 en 9:9 van het ontwerp strekken ertoe wijzigingen aan te brengen in het koninklijk besluit van 21 oktober 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/05/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten0 `tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het wetboek van Economisch recht'. In de aanhef van dat koninklijk besluit wordt bij wijze van rechtsgrond verwezen naar die artikelen III.82 tot en met III.95. In het tweede lid van de aanhef van het ontworpen besluit dient dan ook naar die artikelen verwezen te worden in plaats van naar \"artikelen 16, 17, 18 en 19\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarenboven dient in de aanhef eveneens melding te worden gemaakt van dat koninklijk besluit van 21 oktober 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/05/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten0 en alle besluiten die volgens het eerste artikel 9:1 opgeheven zouden worden (2)(3). In dat artikel dienen de besluiten opgegeven te worden met vermelding van de daarin aangebrachte wijzigingen die nog steeds gelden (4). 4. In de aanhefverwijzing betreffende het advies van de Raad van State (veertiende lid van de aanhef) dient vermeld te worden dat de adviesaanvraag bij de Raad aanhangig gemaakt is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, en niet 3°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973. Bijgevolg moeten het twaalfde en het dertiende lid van de aanhef vervallen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dispositief Artikelen 1:3, 1:4, 1:6 en 1:10 In de artikelen 1:3, 1:4, 1:6 en 1:10 van het ontwerp is sprake van \"technische voorschriften vastgesteld door BOSA en de Stafdienst ICT van de FOD Justitie\", welke instanties een federale overheidsdienst en een specifieke dienst van de FOD Justitie zijn, die beide onder de verantwoordelijkheid van een minister staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">De taak om die technische voorschriften vast te stellen, dient bijgevolg aan een minister opgedragen te worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-3\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 1:3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Aangezien het begrip \"derden\" velerlei betekenissen kan hebben, is het een te ruim begrip en moet het vervangen worden door een begrip dat beter past bij de bedoeling van deze bepaling, bijvoorbeeld door uit te gaan van de redactie van artikel 2:12, § 1, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen De vraag rijst zelfs of het wel nuttig is de woorden \"door derden of de notarissen\" op te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een soortgelijke opmerking kan bij het vervolg van het ontwerp gemaakt worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 1:9 1. In de Franse tekst van paragraaf 3, eerste lid, moeten de woorden \", ainsi que le texte des mentions sont présentés\" ingevoegd worden tussen het woord \"associations\" en het woord \"sans\".2. In paragraaf 3, tweede lid, schrijve men \"formulier I gebruikt waarvan het model voorkomt in bijlage 1\" in plaats van \"het formulier I gebruikt waarvan het model bij dit besluit is gevoegd\".3. In paragraaf 3, vijfde lid, dienen de verwijzingen toegevoegd te worden naar de overeenkomstige artikelen van boek 6 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. Artikel 2:1 Artikel 4 van het koninklijk besluit van 24 december 1934 `betreffende de toepassing der wetten op het onvrijwillig bezitsverlies van toonderpapier', waarnaar verwezen wordt in artikel 2:1, tweede lid, dient aangepast te worden zodat rekening gehouden wordt met de bepalingen van boek XX van het Wetboek van economisch recht, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en van het ontworpen besluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 2:3 en 2:4 Gelet op de artikelen 1:2, 1:4 en 2:132 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen mag het vereffeningssaldo niet aan de leden van de vereniging uitgekeerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er valt dan ook niet in te zien wat de stellers van het ontwerp bedoelen met \"alle geldsommen en andere effecten die het (...) aan de leden heeft toegekend\" en met \"de activa die (...) nog zijn geconsigneerd ten bate van de leden\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3:22 1. In het tweede lid, 1°, dient naar \"afdeling 3\" verwezen te worden in plaats van naar \"afdeling III\".2. Wat het vierde lid betreft, zouden de stellers van het ontwerp moeten nagaan of het niet opportuun is om eveneens naar de vzw's, de ivzw's en de stichtingen te verwijzen. Artikel 3:57 De woorden \"of bij toepassing van artikel 12:10 van hetzelfde wetboek\" zijn overbodig, aangezien de bepaling waarnaar ze verwijzen reeds deel uitmaakt van de bepalingen die net daarvoor vermeld staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Die woorden moeten dan ook worden weggelaten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Boek 3, titel 1, hoofdstuk 4, afdeling 1, onderafdeling 2 Het opschrift van deze onderafdeling zou beter als volgt luiden: \"Opmaak van de geconsolideerde jaarrekening van de vennootschappen met rechtspersoonlijkheid waarvan de openbaarmaking door het Wetboek van vennootschappen en verenigingen is voorgeschreven\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3:70</span><span class=\"lf-art-t\">Paragraaf 4 moet niet alleen voor de vennootschappen maar ook voor de vzw's, de ivzw's en de stichtingen gelden</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 3:75, 3:192 en 9:10 De afdeling Wetgeving vraagt zich af waarom in paragraaf 5 van artikel 3:75 naar de artikelen 3:47 en 3:51 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen verwezen wordt. In geen van beide laatstgenoemde bepalingen is immers sprake van een lijst van giften.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een soortgelijke vraag rijst in verband met artikel 3:192, § 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">In samenhang daarmee rijst tevens de vraag wat de bedoeling is van het uitstel van de inwerkingtreding van de artikelen 3:75, § 5, en 3:192, § 5, waarin artikel 9:10, tweede lid, voorziet, en of dat uitstel wel aanvaard kan worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-77\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3:77</span><span class=\"lf-art-t\">In paragraaf 2 zijn de begrippen \"nominale waarde\" en \"fractiewaarde\" niet relevant voor vennootschappen zonder kapitaal</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het dispositief moet geherformuleerd worden zodat het ook in die vennootschappen van toepassing is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3:82 1. In punt VIII, tweede lid, A, dient, wat de besloten vennootschappen en de coöperatieve vennootschappen betreft, eveneens te worden verwezen naar de gegevens die in de artikelen 5:44 en 6:43 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen worden vermeld.2. In de Franse tekst van punt VIII, tweede lid, A, moeten de woorden \"parts sociales\" vervangen worden door de woorden \"actions ou parts\".3. In de Franse tekst van punt VIII, tweede lid, B, moeten de woorden \"d'actions ou\" ingevoegd worden voor de woorden \"ou parts\", en moet het woord \"tenues\" vervangen worden door het woord \"détenues\".4. In de Franse tekst van punt VIII, tweede lid, C, moeten de woorden \"d'actions ou\" ingevoegd worden voor de woorden\" \"de parts\".5. In de Franse tekst van punt VIII, tweede lid, D, moeten de woorden \"d'actions ou\" ingevoegd worden voor de woorden \"de parts\".Voorts moeten de woorden \"alsmede, in voorkomend geval, het aantal van deze aandelen dat respectievelijk door de vennootschap zelf en door haar dochters wordt gehouden\", die redundant zijn ten opzichte van punt B, geschrapt worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3:85 1. In de Franse tekst van punt II, tweede lid, moeten de woorden \"le nombre de parts tenues\" vervangen worden door de woorden \"le nombre d'actions ou parts détenues\".2. In de Franse tekst van punt III, B, vierde lid, moeten de woorden \"assorties de tiers\" vervangen worden door de woorden \"assorties de garanties\". Artikel 3:89 1. In de Franse tekst van paragraaf 1, punt III.E, vierde lid, moeten de woorden \"par la société\" worden weggelaten. 2. In paragraaf 1 moet na punt VII de ondertitel \"VIII. Geldbeleggingen\" ingevoegd worden. 3. In paragraaf 2, punt III.A, b), dient eveneens naar artikel 6:118, § 1, eerste lid, 4°, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen te worden verwezen. 4. In de Franse tekst van paragraaf 2, punt V, tweede lid, moet het woord \"Ils\" vervangen worden door de woorden \"Ces subsides\". Artikel 3:90 In de Franse tekst van punt II.D, tweede lid, moeten de woorden \"autres que les frais d'émission d'emprunts et les primes de remboursement\" tussen twee gedachtestreepjes geplaatst worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze opmerking geldt eveneens voor artikel 3:172, punt II.D. Artikel 3:104 1. Aangezien paragraaf 3, eerste lid, de daarin bedoelde vennootschappen voorschrijft hun geconsolideerde jaarrekening op te stellen overeenkomstig de internationale boekhoudnormen die het vermeldt, kan het tweede lid van die paragraaf geen toepassing meer vinden en is dat lid dan ook overbodig. Dat lid moet geschrapt worden. 2. In de Franse tekst van diezelfde paragraaf 3 moeten de woorden \"sont tenues de préparer\" vervangen worden door de woorden \"sont tenues d'établir\". Artikel 3:128 De verwijzing naar artikel 3:126 klopt blijkbaar niet, aangezien de stellers van het ontwerp zo te zien naar artikel 3:127 willen verwijzen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 3:161 1. De verwijzing naar artikel 4:2 in paragraaf 1, tweede lid, lijkt onjuist.In de Franse tekst moeten voorts de woorden \"aux articles\" vervangen worden door de woorden \"à l'article\". Bovendien moeten de woorden \"van onderhavig besluit\" weggelaten worden. 2. In paragraaf 2, moet de verwijzing naar de artikelen 3:47, § 3, en 3:51, § 3, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen vervangen worden door een verwijzing naar de artikelen 1:28 en 1:30 van datzelfde Wetboek.3. De verwijzing naar artikel 4:3 in paragraaf 2 lijkt onjuist. Artikel 3:164 1. In punt V.A, eerste lid, zijn de woorden \"in de zin van onderhavige titel\" onduidelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er dient verwezen te worden naar een specifieke bepaling van het ontworpen besluit of van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen. 2. In punt XII.B, moeten de woorden \"het beginsel geponeerd\" vervangen worden door de woorden \"het beginsel waarvan sprake\". Dezelfde opmerking geldt voor punt XX. 3. In punt XIX, eerste en tweede lid, zouden de stellers van het ontwerp zich moeten afvragen of niet verwezen moet worden naar geassocieerde ondernemingen en verbonden ondernemingen, zoals in artikel 3:82, punt XIX, in plaats van naar geassocieerde vennootschappen of verbonden vennootschappen. 4. In punt XXI.A, moeten de woorden \"en zaakvoerders\" in de inleidende zin en in de tekst na het tweede gedachtestreepje driemaal worden weggelaten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-167\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 3:167</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de Franse tekst van punt I, tweede lid, is niet duidelijk waarop het woord \"ils\" betrekking heeft in de zinsnede \"s'ils sont d'importance significative\". De tekst moet worden verduidelijkt Artikel 3:171 1. In de Franse tekst van paragraaf 1, punt I, moeten de woorden \"et d'apport\" weggelaten worden.2. De woorden \" § 2,\" moeten worden toegevoegd voor de woorden \"De inhoud van bepaalde rubrieken van het passief worden (sic) als volgt gedefinieerd:\" In die zinsnede moet het woord \"worden\" vervangen worden door \"wordt\". Artikel 3:172 1. In de Franse tekst van punt I.F, 1°, a), moeten de verwijzingen naar de artikelen 2:39 en 2:42 vervangen worden door verwijzingen naar respectievelijk de artikelen 3:39 en 3:42. 2. In de Franse tekst van punt I.F, 3°, moeten de woorden \"de la société\" vervangen worden door de woorden \"de l'ASBL, de l'AISBL ou de la fondation\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 5:3 1. In het eerste lid moeten de woorden \"zoals bedoeld in\" vervangen worden door de woorden \"bedoeld in\".2. In punt III is het achtste lid identiek aan het negende lid.Indien men wil verwijzen naar het overeenstemmende lid van artikel 191/2 van het koninklijk besluit van 30 januari 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/07/1987 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/2007 numac 2007000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. - Duitse vertaling sluiten4 `tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen', zou het beter zijn om het achtste lid te vervangen door de volgende tekst: \"Onder initiële beroepsopleiding verstaat men de opleiding gegeven aan personen in de onderneming tewerkgesteld in kader van de systemen van alternerend leren en werken en met als doel het behalen van een diploma of van een officieel certificaat. De duur van deze opleiding bedraagt ten minste zes maanden.\" 3. Onverminderd opmerking nr.2 die hiervoor is gemaakt, dient de Nederlandse tekst van het voornoemde punt III, achtste lid, in het Nederlands gesteld te worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6-1-67\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 6:1</span><span class=\"lf-art-t\">In de inleidende zin moeten de woorden \"van deze afdeling\" vervangen worden door de woorden \"van dit boek\"</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Boek 7 1. De structuur van boek 7, alsook het opschrift ervan en het opschrift van de twee titels van dat boek, moeten worden aangepast teneinde duidelijk te maken dat titel 1 van toepassing is op de naamloze vennootschappen en op de besloten vennootschappen, terwijl titel 2 bovendien van toepassing is op de coöperatieve vennootschappen.2. De stellers van het ontwerp worden voorts verzocht na te gaan of de bepalingen van titel 2, of soortgelijke bepalingen, niet toepasselijk verklaard moeten worden op de VZW's, teneinde te zorgen voor de uitvoering van artikel 9:3, § 1, eerste lid, van het Wetboek van vennootschappen, welk artikel evenwel louter in een facultatieve machtiging voorziet. Artikel 7:1 In paragraaf 1, 6°, moet niet naar artikel 1:21 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen verwezen worden om het affiliatieverband te beschrijven, maar wel naar artikel 1:20 ervan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-2\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:2</span><span class=\"lf-art-t\">In de Franse tekst van het eerste lid moet de komma na de woorden \"le droit de vote\" vervangen worden door een puntkomma</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-8\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:8</span><span class=\"lf-art-t\">In de Franse tekst van het tweede lid moet het woord \"lorsqu'un\" vervangen worden door het woord \"lorsqu'aucun\"</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 7:12 1. In paragraaf 1 moet ook verwezen worden naar artikel 6:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, na de verwijzing naar artikel 5:24 ervan, alsook naar artikel 6:28 van datzelfde Wetboek, na de verwijzing naar artikel 5:29 ervan.2. In paragraaf 4 zou de tekst duidelijker zijn, indien de woorden \"aan de verplichtingen zoals die voortvloeien uit dit besluit\" vervangen werden door de woorden \"aan de verplichtingen die voortvloeien uit dit besluit\".3. In paragraaf 5, tweede lid, d), is de verwijzing naar punt 5° onjuist.4. In de Franse tekst van paragraaf 5, derde lid, moeten de woorden \"qu'ils désignent\" vervangen worden door de woorden \"qu'elles désignent\".5. De paragrafen 6 en 7, waarin verplichtingen overgenomen worden die rechtstreeks voortvloeien uit verordening (EU) nr.2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 `betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)' (hierna: de AVG), kunnen enkel gehandhaafd blijven indien gepreciseerd wordt dat deze in de tekst opgenomen zijn overeenkomstig de relevante bepalingen van die verordening (5).</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 7:13 1. De verwijzing naar artikel 7:12, 6°, in paragraaf 1 is onjuist.2. De verwijzing naar artikel 7:12, 5°, in paragraaf 2, eerste lid, moet vervangen worden door een verwijzing naar artikel 7:12, § 5.3. In paragraaf 2, derde en vierde lid, moeten de woorden \"De hoedanigheid als\" vervangen worden door de woorden \"De hoedanigheid van\".4. In paragraaf 2, vierde lid, moeten de woorden \"de opname als lid\" vervangen worden door de woorden \"de inschrijving als lid\".5. In paragraaf 2, vijfde lid, zijn de woorden \"ontlenen hun hoedanigheid aan deze machtiging\" moeilijk te begrijpen. Die bewoordingen moeten verduidelijkt worden.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7-14\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 7:14</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Teneinde inzonderheid gevolg te geven aan opmerking 37 in advies 03/2019 dat door de Gegevensbeschermingsautoriteit gegeven is op 16 januari 2019, verdient het aanbeveling om aan het begin van artikel 7:14, § 2, de volgende woorden in te voegen en die bepaling aldus te stellen: \"Onverminderd de andersluidende wettelijke en reglementaire bepalingen, moet hij die ..., het vertrouwelijk karakter ervan in acht nemen\"</p>\n<p class=\"lf-p\">Boek 8 Het opschrift van boek 8 wekt de indruk dat het enkel van toepassing is op de naamloze vennootschappen. Krachtens artikel 5:2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen kunnen de artikelen 7:145, 1:215 en 7:218 van datzelfde Wetboek, waaraan dat boek 8 uitvoering geeft, echter eveneens van toepassing zijn op de genoteerde besloten vennootschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dat verband rijst de vraag of de uitvoeringsbepalingen waarin boek 8 voorziet eveneens van toepassing zijn op laatsgenoemde vennootschappen, te meer daar het voornoemde artikel 5:2 weliswaar in een overeenkomstige toepassing voorziet voor de wettelijke regels, maar het evenwel niets bepaalt in verband met een mogelijke toepassing van de bepalingen die zorgen voor de uitvoering van die regels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Teneinde elke mogelijke twijfel weg te nemen, dient te worden gepreciseerd dat de bepalingen van boek 8 ook van toepassing zijn op de genoteerde besloten vennootschappen in de zin van artikel 1:11 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 8:1 De stellers van het ontwerp worden verzocht te preciseren of de regels die vastgesteld worden in artikel 8:1 eveneens van toepassing zijn op het openbaar verzoek tot verlening van volmachten met het oog op de deelname aan een algemene vergadering van de obligatiehouders (artikel 7:176 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen). In voorkomend geval dient dat gepreciseerd te worden in artikel 8:1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien dat niet het geval is, moeten de stellers voorzien in bepalingen tot uitvoering van het voornoemde artikel 7:176. Indien aan dat artikel uitvoering gegeven wordt door het ontworpen besluit, moet in de aanhef naar dat artikel verwezen worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 8:6 1. Artikel 8:6 bevat de uitvoeringsbepaling bedoeld in artikel 7:218, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, maar niet de uitvoeringsbepaling bedoeld in artikel 7:218, § 1, tweede lid, van datzelfde Wetboek. Zulk een bepaling zou opgenomen moeten worden in het ontworpen besluit, waarbij eventueel voorzien wordt in een uitbreiding van het toepassingsgebied en waarbij de tekst van de artikelen 8:3 en 8:4 wordt aangepast. 2. In het eerste lid, 3°, moeten de woorden \"van dit artikel\" worden weggelaten. Artikel 9:9 1. In de bepaling onder 2°, tweede lid, moet in de Franse tekst het cijfer \"100\" vervangen worden door het cijfer \"110\".2. De bepaling onder 29° (en niet \"30° \" in de Franse tekst) is moeilijk te begrijpen en moet verduidelijkt worden. Bijlage 5 De vermelding \"van dit boek\" die tot viermaal toe voorkomt, is onjuist en moet gecorrigeerd worden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De griffier, De voorzitter, Béatrice Drapier Pierre Vandernoot _______ Nota's 1. Zo zijn de woorden \"de inbreng van de consoliderende vennootschap\" in artikel 3:158, eerste lid, onduidelijk: ze kunnen namelijk zo worden opgevat dat het gaat om een inbreng die door de consoliderende vennootschap is gedaan, terwijl het gaat om de inbrengen die deze heeft ontvangen of die de vennootschappen opgenomen in de consolidatie hebben ontvangen.2. Het ontwerp bevat twee artikelen 9:1. 3. Beginselen van de wetgevingstechniek - Handleiding voor het opstellen van wetgevende en reglementaire teksten, www.raadvst-consetat.be, tab \"Wetgevingstechniek\", aanbeveling 29. 4. Ibid., aanbeveling 138. 5. Zie de artikelen 32 tot 34 van de AVG. Raad van State, afdeling Wetgeving Advies 65.817/2 van 3 april 2019 over een ontwerp van koninklijk besluit `tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen'.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 29 maart 2019 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Minister van Justitie, belast met de Regie der gebouwen verzocht binnen een termijn van vijf werkdagen een advies te verstrekken over een ontwerp van koninklijk besluit `tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen'.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 3 april 2019. De kamer was samengesteld uit Pierre Vandernoot, kamervoorzitter, Luc Detroux en Patrick Ronvaux, staatsraden, en Béatrice Drapier, griffier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verslag is uitgebracht door Jean-Luc Paquet, eerste auditeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Pierre Vandernoot.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 3 april 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rekening houdend met het tijdstip waarop dit advies gegeven wordt, vestigt de Raad van State de aandacht op het feit dat, wegens het ontslag van de regering, de bevoegdheid van deze laatste beperkt is tot het afhandelen van de lopende zaken. Dit advies wordt evenwel gegeven zonder dat wordt nagegaan of het ontwerp onder die beperkte bevoegdheid valt, aangezien de afdeling Wetgeving geen kennis heeft van alle feitelijke gegevens die de regering in aanmerking kan nemen als zij moet beoordelen of het nodig is een verordening vast te stellen of te wijzigen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, moeten in de adviesaanvraag in het bijzonder de redenen aangegeven worden tot staving van het spoedeisende karakter ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het onderhavige geval luidt de motivering in de brief met de adviesaanvraag als volgt: \"Het verzoek om het advies binnen een termijn van 5 dagen te geven, is gemotiveerd door de uiterste noodzakelijkheid van deze bijlagen bij het ontwerpbesluit, waarover reeds een advies is verleend en die nog zo vlug mogelijk opnieuw in IKW moet worden voorgesteld alvorens het getekend en bekendgemaakt zou kunnen worden. Daarnaast is het noodzakelijk dat zowel de bijlagen als het besluit inwerking treden op hetzelfde moment als het Wetboek. Immers, de bijlagen van dit ontwerpbesluit geven eveneens uitvoering aan bepalingen van het Wetboek, waarvan het ontbreken of het niet tijdig bekend maken ervan, tot heel veel toepassingsproblemen zou kunnen leiden, wat de rechtszekerheid niet ten goede komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rekening gehouden met de termijn van inwerkingtreding van het koninklijk besluit na de bekendmaking ervan evenals de zorg om de bestemmelingen ervan zo vlug mogelijk op te hoogte te stellen, zodat deze laatsten op tijd de nodige beschikkingen kunnen nemen, is het ook noodzakelijk dit koninklijk besluit en het Wetboek in de beste termijn te laten bekendmaken\".</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangezien de adviesaanvraag ingediend is op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten `op de Raad van State', gecoördineerd op 12 januari 1973, beperkt de afdeling Wetgeving, overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat die drie punten betreft, geeft het ontwerp aanleiding tot de volgende opmerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de Franse tekst van de twee formulieren die respectievelijk opgenomen zijn in bijlage I en bijlage II, moeten, waar het gaat om de identificatie van de rechtspersoon, de woorden \"Nom\", \"Nom actuel\" en \"Nouveau nom\" respectievelijk vervangen worden door de woorden \"Dénomination\", \"Dénomination actuelle\" en \"Nouvelle dénomination\", teneinde ze met name in overeenstemming te brengen met artikel 2:3 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het ontwerpbesluit, en inzonderheid in artikel 1:7 ervan, wordt trouwens dezelfde terminologie gehanteerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De griffier, Béatrice Drapier De voorzitter, Pierre Vandernoot 29 APRIL 2019. - Koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen FILIP, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, artikelen 2:7, § 3, 2:12, § 1, 2:23, § 2, 2:104, 2:134, 3:1, 3:2, 3:3, 3:8, 3:13, 3:15, 3:29, 3:30, 3:33, 3:37 tot 3:41, 3:47, 3:51, 5:24, 5:69, § 2, 6:24, 7:28, 7:82, §§ 3 en 5, 7:145, zevende lid, 7:215, §§ 2 en 3, en 7:218;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het Wetboek van economisch recht, artikelen III.82 tot III.95;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid, artikelen 44 en 46;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/10/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/10/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/11/2010 numac 2010000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening, artikelen 49, vierde lid, en 50, derde lid;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de wet van 1 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/04/2007 numac 2007003185 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van artikel 220 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, van artikel 121, § 1, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en van artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek en tot invoeging van artikel 41 in de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/11/2007 numac 2007000937 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de openbare overnamebiedingen en van de artikelen 5 en 6 van de wet van 1 april 2007 tot wijziging van artikel 220 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, van artikel 121, § 1, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en van artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek en tot invoeging van artikel 41 in de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen. - Duitse vertaling type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/05/2007 numac 2007011220 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 6 juli 1971 houdende oprichting van DE POST en tot wijziging van de wet van 26 december 1956 op de Postdienst sluiten op de openbare overnamebiedingen, artikel 8, tweede lid, 5° en 8° ;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de wet van 11 juli 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/07/1987 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/2007 numac 2007000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. - Duitse vertaling sluiten1 op de Deposito- en Consignatiekas, artikel 4;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het koninklijk besluit van 24 december 1934 betreffende de toepassing der wetten op het onvrijwillig bezitsverlies van toonderpapier;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het koninklijk besluit van 30 januari 2001Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/07/1987 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/2007 numac 2007000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. - Duitse vertaling sluiten4 tot uitvoering van het Wetboek van vennootschappen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het koninklijk besluit van 26 juni 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/07/1987 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/2007 numac 2007000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. - Duitse vertaling sluiten6 op de openbaarmaking van akten en stukken van verenigingen zonder winstoogmerk, van internationale verenigingen zonder winstoogmerk, van stichtingen en van organismen voor de financiering van pensioenen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het koninklijk besluit van 26 juni 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/07/1987 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/2007 numac 2007000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. - Duitse vertaling sluiten6 betreffende de vereenvoudigde boekhouding van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het koninklijk besluit van 19 december 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/07/1987 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">13/02/2007 numac 2007000038 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. - Duitse vertaling sluiten7 betreffende de boekhoudkundige verplichtingen en de openbaarmaking van de jaarrekening van bepaalde verenigingen zonder winstoogmerk, internationale verenigingen zonder winstoogmerk en stichtingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het koninklijk besluit van 8 oktober 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/04/2007 numac 2007003185 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van artikel 220 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, van artikel 121, § 1, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en van artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek en tot invoeging van artikel 41 in de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/11/2007 numac 2007000937 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de openbare overnamebiedingen en van de artikelen 5 en 6 van de wet van 1 april 2007 tot wijziging van artikel 220 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, van artikel 121, § 1, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en van artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek en tot invoeging van artikel 41 in de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen. - Duitse vertaling type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/05/2007 numac 2007011220 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 6 juli 1971 houdende oprichting van DE POST en tot wijziging van de wet van 26 december 1956 op de Postdienst sluiten0 tot uitvoering van artikel 19bis, derde lid, van de wet van 27 juni 1921Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/06/1921 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/08/2013 numac 2013000498 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen. - Duitse vertaling van wijzigingsbepalingen sluiten betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het koninklijk besluit van 27 april 2007Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">26/04/2007 numac 2007003185 bron federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van artikel 220 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, van artikel 121, § 1, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en van artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek en tot invoeging van artikel 41 in de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/11/2007 numac 2007000937 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet op de openbare overnamebiedingen en van de artikelen 5 en 6 van de wet van 1 april 2007 tot wijziging van artikel 220 van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, van artikel 121, § 1, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en van artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek en tot invoeging van artikel 41 in de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen. - Duitse vertaling type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">01/04/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/05/2007 numac 2007011220 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie Wet tot wijziging van de wet van 6 juli 1971 houdende oprichting van DE POST en tot wijziging van de wet van 26 december 1956 op de Postdienst sluiten3 op de openbare uitkoopbiedingen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het koninklijk besluit van 21 oktober 2018Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/05/2007 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">12/06/2007 numac 2007003215 bron federale overheidsdienst financien Wet op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen sluiten0 tot uitvoering van de artikelen III.82 tot en met III.95 van het wetboek van economisch recht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het advies van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen, gegeven op 8 november 2018;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het advies van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, gegeven op 17 december 2018;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, gegeven op 16 januari 2019;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het advies van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, gegeven op 12 maart 2019;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de regelgevingsimpactanalyse van 30 januari 2019, uitgevoerd overeenkomstig de artikelen 6 en 7 van de wet van 15 december 2013Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/12/2013 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/12/2013 numac 2013021138 bron federale overheidsdienst kanselarij van de eerste minister Wet houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging sluiten houdende diverse bepalingen inzake administratieve vereenvoudiging;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 5 februari 2019;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, gegeven op 11 februari 2019;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op advies 65.614/2 van de Raad van State, gegeven op 27 maart 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de de uiterste noodzakelijkheid van deze bijlagen bij het ontwerpbesluit, waarover reeds een advies is verleend en die nog zo vlug mogelijk opnieuw in IKW moet worden voorgesteld alvorens het getekend en bekendgemaakt zou kunnen worden. Daarnaast is het noodzakelijk dat zowel de bijlagen als het besluit inwerking treden op hetzelfde moment als het Wetboek. Immers, de bijlagen van dit ontwerpbesluit geven eveneens uitvoering aan bepalingen van het Wetboek, waarvan het ontbreken of het niet tijdig bekend maken ervan, tot heel veel toepassingsproblemen zou kunnen leiden, wat de rechtszekerheid niet ten goede komt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Rekening gehouden met de termijn van inwerkingtreding van het koninklijk besluit na de bekendmaking ervan evenals de zorg om de bestemmelingen ervan zo vlug mogelijk op te hoogte te stellen, zodat deze laatsten op tijd de nodige beschikkingen kunnen nemen, is het ook noodzakelijk dit koninklijk besluit en het Wetboek in de beste termijn te laten bekendmaken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op advies 65.817/2 van de Raad van State, gegeven op 3 april 2019, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 3°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de voordracht van de Minister van Justitie, de Minister van Economie, de Minister van Financiën en de Minister van Middenstand en op het advies van de in Raad vergaderde Ministers, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : BOEK 1. - Oprichting en formaliteiten inzake openbaarmaking Artikel 1:1. Alle akten, uittreksels van akten, beslissingen en stukken waarvan de openbaarmaking wordt opgelegd door het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, door de Verordening (EG) nr. 2157/2001 van de raad van 8 oktober 2001 betreffende het statuut van de Europese Vennootschap (SE) en door de Verordening (EG) nr. 1435/2003 van de raad van 22 juli 2003 betreffende het statuut voor een Europese Coöperatieve Vennootschap (SCE) worden neergelegd in het dossier bedoeld in artikel 2:7 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-2\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 1:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomstig artikel 1:1 worden de dossiers bijgehouden van: 1° de rechtspersonen die worden beheerst door het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, waarvan de zetel in België is gelegen, met uitzondering van de Europese politieke partijen en de Europese politieke stichtingen;2° de buitenlandse rechtspersonen, waarvan een bijkantoor in België is gevestigd, alsook van de Europese economische samenwerkingsverbanden waarvan de zetel in een andere Staat is gelegen en die een bijkantoor hebben in België. Het dossier kan geheel of gedeeltelijk elektronisch zijn</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-3-72\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 1:3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Behoudens in geval van overmacht of onbeschikbaarheid van een elektronisch systeem geschiedt de neerlegging bedoeld in artikel 1:1 elektronisch: 1° voor de authentieke akten, door de notarissen overeenkomstig de technische voorschriften vastgesteld door de Minister van Justitie;2° voor de onderhandse akten, door alle hoofdelijk aansprakelijke vennoten, het vertegenwoordigingsbevoegd orgaan of hun gemachtigde of door de notarissen volgens de technische voorschriften vastgesteld door de Minister van Justitie. Deze elektronische neerlegging houdt tevens verzending in naar de diensten van het Belgisch Staatsblad</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-4\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 1:4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De elektronische neerlegging wordt ondertekend door middel van een geheel van elektronische gegevens dat aan een bepaalde persoon kan worden toegerekend en het behoud van de integriteit van de inhoud van de uitgifte of kopie van de akte, het uittreksel, de beslissing of het stuk aantoont en, in voorkomend geval, de hoedanigheid van notaris, overeenkomstig de technische voorschriften vastgesteld door de Minister van Justitie Verslagen of aan de akte gehechte stukken die krachtens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen gelijktijdig moeten worden neergelegd met de openbaar te maken akte waarop zij betrekking hebben en die, ingevolge overmacht of onbeschikbaarheid van het elektronisch systeem, niet op elektronische wijze kunnen worden neergelegd met de akte, worden gelijktijdig afzonderlijk neergelegd op papier.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-5\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 1:5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval van een neerlegging op elektronische wijze van een onderhandse akte of stuk, worden de originele stukken bewaard op de zetel van de rechtspersoon. De neerlegging gaat gepaard met een door alle hoofdelijk aansprakelijke vennoten, het vertegenwoordigingsbevoegd orgaan of hun gemachtigde of door de notaris elektronisch ondertekende verklaring die bepaalt dat de originele stukken en de neergelegde elektronische kopieën eensluidend zijn. Onder deze voorwaarden genieten de elektronische kopieën dezelfde bewijswaarde als het origineel stuk, onverminderd de mogelijkheid om het tegenbewijs te leveren</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-6\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 1:6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Online raadplegingen gebeuren volgens de technische voorschriften vastgesteld door de Minister van Justitie, behalve voor wat betreft het deel van het in artikel 2:7, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde elektronisch databanksysteem dat wordt beheerd door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat en vrij raadpleegbaar is Wanneer een neergelegd stuk niet elektronisch beschikbaar is, kan via de door de Minister van Justitie bepaalde webpagina een aanvraag tot scanning van het gevraagde papieren stuk worden gedaan. De aangevraagde stukken mogen evenwel niet vóór 1 januari 1997 zijn neergelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De griffier beschikt vanaf de aanvraag over een termijn van 15 dagen om het te scannen document in te voeren in het elektronisch dossier.</p>\n<p class=\"lf-p\">De griffier brengt op het gescande stuk diens elektronische handtekening aan. Deze geldt echter niet als waarmerking.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-7-76\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 1:7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Wanneer een rechtspersoon voor het eerst een bij het in artikel 1:2, eerste lid, bedoelde dossier te voegen akte, uittreksel van een akte, beslissing of stuk neerlegt, schrijft deze zich hetzij rechtstreeks elektronisch in, hetzij wordt zij door de instrumenterende notaris, hetzij door de griffie van de ondernemingsrechtbank ingeschreven in het rechtspersonenregister van de Kruispuntbank van Ondernemingen Bij de inschrijving worden volgende gegevens vermeld: 1° de naam van de rechtspersoon en haar eventuele afgekorte benaming of letterwoord;2° de rechtsvorm van de rechtspersoon voluit geschreven;3° het adres van de zetel;is die zetel niet in België gevestigd, het adres van de zetel in het buitenland en het adres van een bijkantoor naar keuze in België; in voorkomend geval, het register waar het dossier van de buitenlandse rechtspersoon werd aangelegd en het nummer waaronder deze rechtspersoon in dit register werd ingeschreven; 4° in voorkomend geval, het bedrag van het kapitaal;5° de datum van de oprichtingsakte van de rechtspersoon;6° in voorkomend geval, het e-mailadres en de website van de rechtspersoon;7° de identiteit van de personen die gemachtigd zijn de rechtspersoon te besturen en te vertegenwoordigen en, in voorkomend geval, van de leden van de raad van toezicht, of van de vereffenaar;8° in voorkomend geval, de identiteit van de persoon of personen aan wie het dagelijks bestuur is opgedragen;9° de datum van ontbinding wanneer de rechtspersoon voor een bepaalde tijd is aangegaan;10° het einde van het boekjaar;11° in voorkomend geval, de datum van de jaarvergadering;12° ingeval van overneming van de rechtspersoon door fusie of splitsing, naam en ondernemingsnummer van de overnemende rechtspersonen;13° ingeval de oprichting het gevolg is van een fusie of splitsing van rechtspersonen, naam en ondernemingsnummer van de fuserende of splitsende rechtspersonen;14° datum van de vrijwillige ontbinding;15° datum van de sluiting van de vereffening;16° de identiteit van de benoemde vertegenwoordiger van de rechtspersoon voor de werkzaamheden van het bijkantoor.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de elektronische inschrijving door alle hoofdelijk aansprakelijke vennoten, het vertegenwoordigingsbevoegd orgaan of hun gemachtigde, vermelden de griffier of de notaris bij de inschrijving het ondernemingsnummer dat zij ontvangen van de Kruispuntbank van Ondernemingen alsmede de datum van de neerlegging van de akte, uittreksel van een akte, beslissing of stuk. § 2. Wanneer een van de vermeldingen van de inschrijving niet meer in overeenstemming is met de werkelijke toestand, moet de rechtspersoon binnen een maand na wijziging van de toestand, de wijziging van haar inschrijving vragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betreffende wijziging wordt medegedeeld mits vermelding van het ondernemingsnummer van de rechtspersoon. § 3. Voor de opgaven tot inschrijving of tot wijziging van de inschrijving worden, onverminderd de elektronische neerlegging door alle hoofdelijk aansprakelijke vennoten, het vertegenwoordigingsbevoegd orgaan of hun gemachtigde, de formulieren I en II (bijlagen 1 en 2 bij dit besluit), gebruikt, waarvan het model bij dit besluit is gevoegd en die verkrijgbaar zijn ter griffie van de ondernemingsrechtbanken of op de internetsite van de Federale Overheidsdienst Justitie. De inschrijving of wijziging door de notarissen en door alle hoofdelijk aansprakelijke vennoten, het vertegenwoordigingsbevoegd orgaan of hun gemachtigde geschiedt elektronisch volgens de modaliteiten vastgesteld door dit besluit. In functie van de noodwendigheden van de technologische evoluties kan de Minister van Justitie andere modaliteiten vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Iedere inschrijving of wijziging wordt gedagtekend en ondertekend door haar organen, een bijzonder gemachtigde of de notaris.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een inschrijving van een Europees economisch samenwerkingsverband wordt ondertekend door haar leden, een bijzonder gemachtigde of de notaris. § 4. De elektronische inschrijving of de wijziging ervan in het rechtspersonenregister van de Kruispuntbank van ondernemingen geschiedt door alle hoofdelijk aansprakelijke vennoten, het vertegenwoordigingsbevoegd orgaan of hun gemachtigde of door de instrumenterende notaris op elektronische wijze overeenkomstig de technische voorschriften vastgesteld door de Minister van Economie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-8\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 1:8</span><span class=\"lf-art-t\">Het ondernemingsnummer van de rechtspersoon wordt vermeld op alle in het dossier op te nemen stukken</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De griffier of zijn gevolmachtigde viseert al de stukken die in het materiële deel van de dossiers moeten worden opgenomen, geeft ze een volgnummer en bergt ze er in op. De griffier houdt een inventaris bij van de stukken. Deze inventaris vermeldt voor ieder neergelegd stuk het volgnummer, het onderwerp en de neerleggingsdatum.</p>\n<p class=\"lf-p\">De stukken die in het elektronische deel van de dossiers worden opgenomen, krijgen een volgnummer. Een inventaris van de stukken die het elektronische deel bevat, wordt automatisch bijgehouden. Deze inventaris vermeldt voor ieder neergelegd stuk het volgnummer, het onderwerp en de neerleggingsdatum.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de elektronische neerlegging door alle hoofdelijk aansprakelijke vennoten, het vertegenwoordigingsbevoegd orgaan of hun gemachtigde, bezorgen de notaris of de griffier de betrokken rechtspersoon een elektronische kopie of een fotokopie van de inschrijving of wijziging alsmede een ontvangstmelding van de neergelegde akte, uittreksel van een akte, proces-verbaal of document.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-9\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 1:9</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De akten, uittreksels van akten, beslissingen en stukken die in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt, worden, onverminderd de elektronische neerlegging, neergelegd ter griffie samen met een kopie. Indien een akte, een uittreksel van een akte, een beslissing of een stuk betrekking heeft op een verrichting die door verschillende rechtspersonen moeten worden bekendgemaakt in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, dan moeten er zoveel neerleggingen met bijgevoegde kopie geschieden als er betrokken rechtspersonen zijn De akten, beslissingen en stukken die in de vorm van een mededeling in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt, worden neergelegd in één exemplaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De tekst van de mededelingen wordt in één exemplaar neergelegd. § 2. Elk neergelegd papieren stuk moet aan de volgende voorwaarden beantwoorden: 1° op wit of ivoorkleurig papier van goede kwaliteit zijn opgesteld;2° 297 millimeter lang en 210 millimeter breed zijn (Formaat A4);3° alleen op de voorzijde beschreven zijn;4° per neergelegd bescheid slechts eenzelfde taal gebruiken;5° getypt, gedrukt of gefotokopieerd zijn, uitsluitend in zwarte letters met een scherp contrast tussen tekst en papier en duidelijk leesbaar zijn;6° naargelang het geval, ondertekend zijn door de notaris die de akte opmaakt, door personen die bevoegd zijn om de rechtspersoon tegenover derden te vertegenwoordigen of door de hiertoe door de rechtspersoon gemachtigde notaris of ondernemingsloket, waarbij de naam en de hoedanigheid van de ondertekenaars dienen te worden vermeld;7° bovenaan elk blad een horizontale strook van ten minste 20 millimeter open laten. Het in 3° van vorig lid bedoelde vereiste geldt niet voor expedities van authentieke akten, evenmin als voor de vermelding van de naam en handtekening van de ondertekenaars.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het in 6° van het eerste lid bedoelde vereiste geldt niet voor de tekst van de mededelingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovenaan elk neergelegd stuk worden vermeld: 1° de naam van de rechtspersoon zoals die (voluit) in de statuten voorkomt;2° de rechtsvorm;3° de nauwkeurige aanduiding van het adres van de zetel (postcode, gemeente, straat, nummer, eventueel busnummer);4° het ondernemingsnummer;5° het precieze onderwerp van de bekendmaking, wanneer het stuk moet worden bekendgemaakt. Het 4° is niet van toepassing op papieren akten en uittreksels van akten met betrekking tot de oprichting van de rechtspersoon. § 3. In de kopieën bestemd voor het Belgisch Staatsblad, van akten, uittreksels van akten, stukken en beslissingen bedoeld in de artikelen 2:8, § § 1 en 2, 2:9, § 1, 2:10, § 1, 2:11, § 1, 2:14 tot 2:17, 2:33, 2:35, 2:47, § 2, 2:102, 2:103, 2:105, § 4, 2:136, 2:137, 2:138, § 4, 5:69, § 3; 7:82, § 4, 12:22 en 13:8 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en in de tekst van de mededelingen mag niets zijn geschrapt noch verbeterd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hiervoor wordt het formulier I gebruikt waarvan het model bij dit besluit is gevoegd en dat verkrijgbaar is op de internetsite van het Belgisch Staatsblad of in gedrukte vorm ter griffie van de ondernemingsrechtbanken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De neerlegging van akten, uittreksels van akten, stukken en beslissingen bedoeld in het eerste lid dient niet door mededeling in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad te worden bekendgemaakt wanneer die akten, uittreksels van akten, stukken en beslissingen zelf in deze bijlagen worden bekendgemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer verschillende stukken waarvan de neerlegging door mededeling in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad dient te worden bekendgemaakt, tegelijk worden neergelegd, volstaat één enkele mededeling waarin het onderwerp van elk onderscheiden stuk nauwkeurig wordt vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De mededeling van de neerlegging ter griffie van een uitgifte of van een dubbel of kopie van de akten of beslissingen bedoeld in de artikelen 2:8, § 1, 2:9, § 1, 2:10, § 1, en 2:11, § 1, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, evenals van de authentieke of onderhandse volmachten, en van de andere stukken die tegelijk met deze akten worden neergelegd in toepassing van deze zelfde bepalingen en van de artikelen 5:7, 5:9, 5:126, 5:130, 5:132, 5:133, 6:8, 6:10, 6:108, 6:110, 7:7, 7:12, 7:179, 7:191, 7:197, 7:198, 14:10, 14:25, 14:35 en 14:40 van hetzelfde Wetboek, komt na de vermelding van de naam en hoedanigheid van de neerleggers onderaan het uittreksel bestemd voor bekendmaking in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad. § 4. Paragraaf 2, eerste lid, 1°, 2°, 3°, 4° en 7°, is niet van toepassing op de akten, uittreksels uit akten, stukken en beslissingen bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, neergelegd door de rechtspersonen waarvan de zetel in het buitenland gevestigd is, behalve indien deze stukken betrekking hebben op de in België gevestigde bijkantoren van deze rechtspersonen. § 5. De verbetering van een vergissing in een in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad bekendgemaakte akte, uittreksel van een akte, beslissing of stuk wordt neergelegd en bekendgemaakt overeenkomstig de voorgaande paragrafen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verbetering van een vergissing in een stuk waarvan de neerlegging werd bekendgemaakt door mededeling in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, gebeurt door neerlegging ter griffie, overeenkomstig de voorgaande paragrafen, van één of meer verbeterde of bijkomende bladen, waarop \"verbetering\" is vermeld. Zij worden gevoegd bij een blad waarop de gegevens bedoeld in paragraaf 2, vierde lid zijn vermeld alsook de aanduiding van het stuk waarop de verbetering betrekking heeft. De verbeterde of bijkomende bladen worden in het dossier bewaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">De neerlegging van verbeterde of bijkomende bladen wordt door uittreksel in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-10\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 1:10</span><span class=\"lf-art-t\">§ 1. Onverminderd de elektronische neerlegging bepaald in artikel 1:3, gebeuren neerleggingen door overlegging ter griffie</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Mogen evenwel per gewone of aangetekende brief aan de griffie worden toegezonden: 1° de akten, stukken en beslissingen waarvan de neerlegging door mededeling wordt bekendgemaakt;2° de tekst van de mededelingen;3° de akten, uittreksels van akten, verklaringen stukken en beslissingen die in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt. § 2. De ter griffie neer te leggen stukken worden slechts in ontvangst genomen als de bepalingen van artikel 1:7 en 1:9, §§ 1 en 2, § 3, tweede lid, in acht werden genomen en als de kosten van bekendmaking betaald zijn op de in § 3 voorgeschreven wijze. § 3. De kosten voor de bekendmaking in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van akten, uittreksels van akten, stukken en beslissingen worden betaald met een cheque op naam van het Belgisch Staatsblad, getrokken op een kredietinstelling waarop de wet van 25 april 2014Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/05/2014 numac 2014003225 bron federale overheidsdienst financien Wet inzake het statuut van en het toezicht op de onafhankelijk financieel planners en inzake het verstrekken van raad over financiële planning door gereglementeerde ondernemingen en tot wijziging van het Wetboek van vennootschappen en van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">28/05/2014 numac 2014003234 bron federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand enenergie, federale overheidsdienst justitie en federale overheidsdienst financien Wet tot wijziging van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen, de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, de wet van 16 februari 2009 op het herverzekeringsbedrijf, de wet van 6 april 1995 inzake het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de wet van 21 december 2009 op het statuut van de betalingsinstellingen en van de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld en de toegang tot betalingssystemen, de wet van 28 april 1999 houdende omzetting van Richtlijn 98/26/EG van 19 mei 1998 betreffende het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen en de wet van 15 december 2004 betreffende financiële zekerheden en houdende diverse fiscale bepalingen inzake zakelijkezekerheidsovereenkomsten en leningen met betrekking tot financiële instrumenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">25/04/2014 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">07/05/2014 numac 2014003194 bron federale overheidsdienst financien en federale overheidsdienst justitie Wet op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen sluiten op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen en beursvennootschappen van toepassing is, of met een bankoverschrijving of storting. De betalingsmiddelen worden bij het voor het Belgisch Staatsblad bestemde stuk gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de betaling geschiedt met een bankoverschrijving of storting bestaat het bewijs ervan hetzij in een kopie van het formulier van de overschrijving of de storting ten voordele van de rekening van het Belgisch Staatsblad waarop de stempel is aangebracht van de financiële instelling die de overschrijving heeft verricht, hetzij in een kopie van het rekeninguittreksel dat bevestigt dat de betaling daadwerkelijk is verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betaling met een bankoverschrijving of storting moet in geval van een wijzigende akte het ondernemingsnummer, of in geval van een oprichting de naam en het adres van de zetel, bij de mededelingen vermelden.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van elektronische neerlegging geschiedt de betaling van de kosten voor de bekendmaking via elektronische betaling volgens de technische voorschriften vastgesteld door de Minister van Justitie.</p>\n<p class=\"lf-p\">In geval van elektronische neerlegging door de notarissen wordt de betaling van de kosten voor de bekendmaking in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad van akten, uittreksels van akten, stukken en mededelingen geregeld via elektronische uitwisseling van gegevens. De modaliteiten van deze uitwisseling worden uitgewerkt in een protocol tussen de Minister van Justitie en de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-11\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 1:11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bekendmaking in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, van een akte, een uittreksel van een akte, een stuk, een beslissing of een mededeling, geldt voor de betrokken neergelegde stukken als ontvangstbewijs</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-12-81\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 1:12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uiterlijk de tweede werkdag na de datum van de neerlegging zendt de griffier aan het bestuur van het Belgisch Staatsblad de kopieën van akten, uittreksels van akten, stukken en beslissingen, alsmede de tekst van de mededelingen, die hij heeft ontvangen en die in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad moeten worden bekendgemaakt De zendingen bestaan uit de op dezelfde dag in ontvangst genomen kopieën en exemplaren en de daarop betrekking hebbende mededelingen; zij worden verzonden hetzij bij een ter post aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs overhandigd, hetzij door teletransmissie wanneer die documenten op elektronische wijze werden neergelegd.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-13\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 1:13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De griffies en de door de Minister van Justitie aangeduide dienst houden, ieder wat hem betreft, een staat bij waarin de datum van verzending wordt aangetekend van de stukken die naar het Bestuur van het Belgisch Staatsblad worden toegezonden of overhandigd Zolang de Minister van Justitie de in het eerste lid bedoelde dienst niet heeft aangeduid, worden deze taken waargenomen door de stafdienst ICT van de FOD Justitie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-14\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 1:14</span><span class=\"lf-art-t\">Wanneer bekendmaking vereist is, vindt zij plaats in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad binnen de termijnen door de wet bepaald</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-15\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 1:15</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Binnen een maand na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad zendt het bestuur van het Belgisch Staatsblad aan het Bureau voor publicaties van de Europese Unie de gegevens betreffende de oprichting en de sluiting van de vereffening van een Europese vennootschap (SE), een Europese coöperatieve vennootschap (SCE) of een Europees economisch samenwerkingsverband (EESV)</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-16\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 1:16</span><span class=\"lf-art-t\">De Minister van Justitie stelt het tarief vast van de kosten van bekendmaking van de in artikel 1:1 bedoelde stukken</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-17\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 1:17</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer aan de griffie een integrale kopie wordt gevraagd, worden de uittreksels uit de in artikel 1:2 bepaalde dossiers afgegeven op een fotokopie of beschikbaar gesteld op elektronische wijze Elektronische kopieën worden niet voor eensluidend gewaarmerkt, tenzij de aanvrager hier uitdrukkelijk om verzoekt. De waarmerking gebeurt via een elektronische systeemhandtekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de mate dat de elektronische kopie betrekking heeft op stukken die zijn opgenomen in het deel van het in artikel 2:7, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde elektronisch databanksysteem dat wordt beheerd door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat, gebeurt de in het tweede lid bedoelde waarmerking via een elektronische systeemhandtekening van de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De betaling van de kosten voor de waarmerking door de griffie van elektronisch neergelegde stukken kan door elektronische betaling volgens de technische voorschriften vastgesteld door de Minister van Justitie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-18\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 1:18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van dit boek vinden geen toepassing op de stukken die overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen en verenigingen niet moeten worden neergelegd ter griffie maar toch moeten worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. Zij worden door de belanghebbenden rechtstreeks aan het Belgisch Staatsblad gezonden, en in de vorm van een aankondiging bekendgemaakt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-19\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 1:19</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer hetzij de zetel, hetzij het bijkantoor dat bepalend is geweest voor de plaats waar het dossier moest worden neergelegd, van een rechtsgebied naar een ander wordt overgebracht wordt het dossier bedoeld in artikel 1:2 van de ene griffie naar de andere overgezonden binnen vijftien dagen te rekenen vanaf de neerlegging van de wijzigende akte van de rechtspersoon op de griffie van de rechtbank waar het register met die inschrijving zich bevindt. De materiële overzending geschiedt door toedoen van de griffier van de ondernemingsrechtbank van het rechtsgebied waarbinnen hetzij de zetel, hetzij het bijkantoor dat bepalend is geweest voor de plaats waar het dossier moest worden neergelegd zich bevond</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-20\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 1:20</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het rechtspersonenregister, onderdeel van de Kruispuntbank van Ondernemingen, notificeert aan de centrale, handels- of vennootschapsregisters van de Europese Economische Ruimte de informatie aangaande de opening en de sluiting van ontbindings- en insolventieprocedures van Belgische vennootschappen, en dit via het Europese systeem van gekoppelde registers als bedoeld in artikel 22 van richtlijn 2017/1132/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-21\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 1:21</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De informatie met betrekking tot de stopzetting van een vennootschap, via elektronische weg ontvangen via het Europese systeem van gekoppelde registers als bedoeld in artikel 22 van richtlijn 2017/1132/EU van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 aangaande bepaalde aspecten van het vennootschapsrecht, wordt kosteloos bekendgemaakt in de Bijlagen bij het Belgisch Staatsblad, en dit door toedoen van de beheersdienst van de Kruispuntbank van Ondernemingen De beheersdienst van de Kruispuntbank van Ondernemingen gaat vervolgens zelf over tot aanpassing van de gegevens in het rechtspersonenregister.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-1-22\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 1:22</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De bepalingen van dit besluit zijn van overeenkomstige toepassing op de openbaarmaking van akten en stukken van de organismen voor de financiering van pensioenen voorgeschreven door de wet van 27 oktober 2006Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/10/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2006 numac 2006023149 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">27/10/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/11/2010 numac 2010000647 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen. - Officieuze coördinatie in het Duits sluiten betreffende het toezicht op de instellingen voor bedrijfspensioenvoorziening.</p>\n<p class=\"lf-p\">BOEK 2. - Consignatieprocedure en bestemming van de activa bij gerechtelijke ontbinding TITEL 1. - Gerechtelijke ontbinding van vennootschappen Art. 2:1. Het vonnis dat overeenkomstig artikel 2:101, tweede lid, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen de sluiting van de vereffening van een vennootschap uitspreekt, beveelt het deposito in de Deposito- en Consignatiekas van alle geldsommen en andere effecten die het aan de schuldeisers of aan de vennoten of aandeelhouders heeft toegekend, maar niet aan hun kunnen worden afgeleverd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De consignatie geschiedt overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 december 1934 betreffende de toepassing der wetten op het onvrijwillig bezitsverlies van toonderpapier.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2-2\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de rechter de door de rechtbank aangewezen vereffenaars of de personen die overeenkomstig artikel 2:79 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen als vereffenaars worden beschouwd veroordeelt op grond van artikel 2:143, § 1, van hetzelfde wetboek, kan hij de activa die op de dag van het vonnis nog zijn geconsigneerd ten bate van de vennoten of aandeelhouders ten belope van het bedrag van de veroordeling bestemmen voor de uitvoering daarvan TITEL 2. - Gerechtelijke ontbinding van verenigingen Art. 2:3. Het vonnis dat overeenkomstig artikel 2:134, § 3, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen de sluiting van de vereffening van een VZW of van een IVZW uitspreekt, beveelt het deposito in de Deposito- en Consignatiekas van alle geldsommen en andere effecten die het aan de schuldeisers of aan de leden heeft toegekend, maar niet aan hun kunnen worden afgeleverd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De consignatie geschiedt overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 december 1934 betreffende de toepassing der wetten op het onvrijwillig bezitsverlies van toonderpapier.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2-4\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2:4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer een vordering wordt ingesteld tegen de door de rechtbank aangewezen vereffenaars, kan de rechtbank op de activa die op de dag van het te vellen vonnis nog geconsigneerd zouden zijn ten bate van de leden, een inhouding bevelen ten gunste van de eiser, ten belope van wat hem verschuldigd blijft op de dag van de sluiting van de vereffening om ze te bestemmen voor de aflossing van het saldo van zijn schuldvordering Wanneer de rechter de door de rechtbank aangewezen vereffenaars veroordeelt op grond van artikel 2:143, § 2, van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, kan hij de activa die op de dag van het vonnis nog zijn geconsigneerd ten bate van de leden ten belope van het bedrag van de veroordeling bestemmen voor de uitvoering daarvan.</p>\n<p class=\"lf-p\">BOEK 3. - Jaarrekening, geconsolideerde jaarrekening en formaliteiten inzake de openbaarmaking TITEL 1. - Gemeenschappelijke bepalingen voor vennootschappen met rechtspersoonlijkheid, VZW,'s, IVZW's en stichtingen. HOOFDSTUK 1. - Algemene principes.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:1</span><span class=\"lf-art-t\">De jaarrekening moet een getrouw beeld geven van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de toepassing van de bepalingen van deze titel, titel 2 en titel 3 niet volstaat om te voldoen aan dit voorschrift moeten aanvullende inlichtingen worden verstrekt in de toelichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-2\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De jaarrekening moet duidelijk worden opgesteld en stelselmatig weergeven, enerzijds, de aard en het bedrag, op de dag waarop het boekjaar wordt afgesloten, van de bezittingen en rechten van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting, van haar schulden en verplichtingen evenals van haar eigen middelen, en anderzijds, voor het op die dag afgesloten boekjaar, de aard en het bedrag van haar kosten en haar opbrengsten. § 2. Compensatie tussen tegoeden en schulden, tussen rechten en verplichtingen en tussen kosten en opbrengsten is verboden, behalve in de gevallen voorzien door deze titel, titel 2 of titel 3 van onderhavig boek. In dergelijke gevallen worden de te verrekenen bedragen als brutobedragen in de toelichting bij de jaarrekening vermeld. § 3. In de toelichting worden per soort vermeld de rechten en verplichtingen die niet in de balans voorkomen en die het vermogen, de financiële positie of het resultaat van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting aanmerkelijk kunnen beïnvloeden Belangrijke rechten en verplichtingen die niet kunnen worden becijferd, worden op passende wijze vermeld in de toelichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-3\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De balans wordt opgesteld na toewijzing, dit wil zeggen, rekening houdend met de beslissingen tot besteding van het saldo van de resultatenrekening en van het overgedragen resultaat Wanneer die toewijzing bij gebreke van een beslissing van het bevoegde orgaan niet definitief is, wordt de balans opgesteld onder de opschortende voorwaarde van die beslissing. § 2. De beginbalans van een boekjaar moet, onverminderd de toepassing van artikel 3:59, tweede lid, overeenstemmen met de eindbalans van het voorafgaande boekjaar.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-4\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het rekeningenstelsel van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting moet zodanig worden opgevat of aangepast dat de balans en de resultatenrekening zonder toevoeging of weglating voortvloeien uit de balans van de desbetreffende rekeningen, opgemaakt na het in overeenstemming brengen bedoeld in artikel III.90, § 1, van het Wetboek van economisch recht</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-5\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:5</span><span class=\"lf-art-t\">In de jaarrekening worden de bedragen in euro uitgedrukt. HOOFDSTUK 2. - Waarderingsregels Afdeling 1. - Algemene beginselen</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het bestuursorgaan van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting bepaalt de regels die gelden voor de waardering van de inventaris bedoeld in artikel III.89, § 1, van het Wetboek van economisch recht. Deze regels worden bepaald met nakoming van de bepalingen van deze titel, titel 2 en titel 3, doch rekening houdende met de eigen kenmerken van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting Deze regels worden vastgelegd in het boek bedoeld in artikel III.89, § 1, van het Wetboek van economisch recht. Ze worden samengevat in de toelichting; overeenkomstig hetgeen is bepaald in artikel 3:1, eerste lid, moet deze samenvatting voldoende nauwkeurig zijn zodat inzicht wordt verkregen in de toegepaste waarderingsmethoden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd paragraaf 2 wordt bij de vaststelling en toepassing van deze waarderingsregels ervan uitgegaan dat de vennootschap, VZW, IVZW of stichting haar bedrijf zal voortzetten. § 2. De bepalingen van deze titel, titel 2 en titel 3 zijn van toepassing op de vennootschappen, VZW's, IVZW's en stichtingen in vereffening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien de vennootschap, VZW, IVZW of stichting - al dan niet ingevolge een beslissing tot invereffeningstelling - besluit haar bedrijf stop te zetten of indien, in tegenstelling met het bepaalde in paragraaf 1, derde lid, er niet meer kan van worden uitgegaan dat de vennootschap, VZW, IVZW of stichting haar bedrijf zal voortzetten, worden de waarderingsregels dienovereenkomstig aangepast en geldt in het bijzonder het volgende: a) de oprichtingskosten moeten volledig worden afgeschreven;b) voor de vaste en de vlottende activa moet zo nodig tot aanvullende afschrijvingen of waardeverminderingen worden overgegaan om de boekwaarde terug te brengen tot de vermoedelijke realisatiewaarde;c) een voorziening moet worden gevormd voor de kosten die verbonden zijn aan de beëindiging van de werkzaamheden, inzonderheid voor de aan het personeel uit te keren vergoedingen. Hetzelfde geldt, ingeval een bedrijfsonderdeel of een vestiging van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting wordt gesloten. In dat geval is het tweede lid van toepassing op de activa, de passiva en de verplichtingen die betrekking hebben op dat bedrijfsonderdeel of die vestiging.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-7\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien in uitzonderingsgevallen blijkt dat de toepassing van een in dit hoofdstuk bedoelde waarderingsregel niet leidt tot nakoming van het bepaalde in artikel 3:1, eerste lid, moet daarvan worden afgeweken ten einde te voldoen aan de in het voornoemde artikel bedoelde verplichting Dergelijke afwijking wordt bij de waarderingsregels in de toelichting vermeld en verantwoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">De geraamde invloed ervan op het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting wordt vermeld bij de waarderingsregels in de toelichting bij de jaarrekening over het boekjaar waarin de afwijkende waarderingsregel voor het eerst wordt toegepast.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-8\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:8</span><span class=\"lf-art-t\">De waarderingsregels bedoeld in artikel 3:6, § 1, eerste lid, moeten van het ene boekjaar op het andere identiek blijven en stelselmatig worden toegepast</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ze worden evenwel gewijzigd wanneer, onder meer uit hoofde van belangrijke veranderingen in de activiteiten van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting, in de structuur van haar vermogen of in de economische dan wel technologische omstandigheden de vroeger gevolgde waarderingsregels niet langer aan het voorschrift van artikel 3:1, eerste lid, beantwoorden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het tweede en het derde lid van artikel 3:7 zijn van toepassing op deze wijzigingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepaling is niet van toepassing op de jaarrekening over het eerste boekjaar waarop voor een vennootschap, VZW, IVZW of stichting de bepalingen van deze titel, titel 2 of titel 3 van toepassing zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-9\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:9</span><span class=\"lf-art-t\">Elk bestanddeel van het vermogen wordt afzonderlijk gewaardeerd</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-10\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:10</span><span class=\"lf-art-t\">De waarderingen moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-11\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:11</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er moet rekening worden gehouden met alle voorzienbare risico's, mogelijke verliezen en ontwaardingen, ontstaan tijdens het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft of tijdens voorgaande boekjaren, zelfs indien deze risico's, verliezen of ontwaardingen slechts gekend zijn tussen de balansdatum en het ogenblik waarop de jaarrekening door het bestuursorgaan van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting wordt opgesteld. In de gevallen waarin, bij gebreke aan objectieve beoordelingscriteria, de waardering van de voorzienbare risico's, de mogelijke verliezen en de ontwaardingen onvermijdelijk aleatoir is, wordt hiervan melding gemaakt in de toelichting, wanneer de betrokken bedragen rekening houdend met de doelstelling van artikel 3:1, eerste lid, belangrijk zijn Er moet rekening worden gehouden met de kosten en de opbrengsten die betrekking hebben op het boekjaar of op voorgaande boekjaren, ongeacht de dag waarop deze kosten en opbrengsten worden betaald of geïnd, behalve indien de effectieve inning van deze opbrengsten onzeker is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten laste van het boekjaar moeten inzonderheid worden geboekt: het geraamde bedrag van de belastingen op het resultaat van het boekjaar of op het resultaat van vorige boekjaren, alsmede de bezoldigingen, uitkeringen en andere sociale voordelen die in de loop van een volgend boekjaar zullen worden betaald voor diensten die tijdens het boekjaar of tijdens vorige boekjaren zijn verricht. Wanneer de opbrengsten of de kosten in belangrijke mate worden beïnvloed door opbrengsten of kosten die aan een ander boekjaar moeten worden toegerekend, wordt daarvan melding gemaakt in de toelichting.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-12\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De methoden en grondslagen voor de omrekening van in vreemde valuta uitgedrukte bezittingen, schulden en verplichtingen, alsmede de methoden voor de omrekening van de financiële staten van bijkantoren in het buitenland, worden in de toelichting vermeld bij de in artikel 3:6, § 1, bedoelde waarderingsregels. Afdeling 2. - Aanschaffingswaarde - Beginselen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de toepassing van de artikelen 3:7, 3:35, 3:45, 3:47, 3:49, 3:51 en 3:55, wordt elk actiefbestanddeel gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde en voor dat bedrag in de balans opgenomen, onder aftrek van de desbetreffende afschrijvingen en waardeverminderingen Onder aanschaffingswaarde wordt verstaan: of de aanschaffingsprijs zoals bepaald in artikel 3:14, of de vervaardigingsprijs zoals bepaald in artikel 3:15, of de inbrengwaarde zoals bepaald in artikel 3:17.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-14\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:14</span><span class=\"lf-art-t\">De aanschaffingsprijs omvat, naast de aankoopprijs, de bijkomende kosten zoals niet terugbetaalbare belastingen en vervoerkosten</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanschaffingsprijs van een actiefbestanddeel verkregen in ruil voor een tegenprestatie anders dan in geld is de marktwaarde van deze tegenprestatie; is deze waarde moeilijk vast te stellen, dan is de aanschaffingsprijs de marktwaarde van het verkregen actiefbestanddeel.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze waarden worden geschat op de datum van de ruil.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-15\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:15</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De vervaardigingsprijs omvat naast de aanschaffingskosten van de grondstoffen, verbruiksgoederen en hulpstoffen, de productiekosten die rechtstreeks aan het individuele product of aan de productengroep toerekenbaar zijn evenals het evenredig deel van de productiekosten die slechts onrechtstreeks aan het individuele product of aan de productengroep toerekenbaar zijn, voor zover deze kosten op de normale productieperiode betrekking hebben. Het staat de vennootschappen, VZW's, IVZW's en stichtingen echter vrij deze onrechtstreekse productiekosten niet geheel of gedeeltelijk in de vervaardigingsprijs op te nemen; in geval van deze mogelijkheid gebruik wordt gemaakt, wordt zulks in de toelichting bij de waarderingsregels vermeld</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-16\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:16</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de aanschaffingswaarde van immateriële en materiële vaste activa mag de rente op vreemd vermogen dat wordt gebruikt voor hun financiering worden opgenomen, doch slechts voor zover zij betrekking heeft op de periode welke de bedrijfsklaarheid van deze vaste activa voorafgaat In de vervaardigingsprijs van voorraden en bestellingen in uitvoering mag de rente op vreemd vermogen dat wordt gebruikt voor hun financiering slechts worden opgenomen voor zover deze rente betrekking heeft op voorraden of bestellingen waarvan de productie of uitvoering meer dan één jaar bestrijkt en zij op de normale productieperiode van deze voorraden of de normale uitvoeringstermijn van deze bestellingen betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het opnemen van de rente op vreemd vermogen in de aanschaffingswaarde van immateriële of materiële vaste activa of van voorraden of bestellingen in uitvoering, wordt bij de waarderingsregels in de toelichting vermeld.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-17\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:17</span><span class=\"lf-art-t\">De inbrengwaarde stemt overeen met de bedongen waarde van de inbreng</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In geval van bestemming voor of inbreng in een onderneming die geen vennootschap met eigen rechtspersoonlijkheid is en die geen VZW, IVZW of stichting is, moet onder inbrengwaarde worden verstaan de waarde van de goederen bij de inbreng of de bestemming. De inbrengwaarde mag niet hoger zijn dan de prijs die op het ogenblik van de inbreng of de bestemming voor de aankoop van de betrokken goederen op de markt zou moeten worden betaald.</p>\n<p class=\"lf-p\">De belastingen en kosten met betrekking tot de inbreng zijn niet begrepen in de inbrengwaarde; indien zij niet volledig ten laste worden gebracht van de resultatenrekening van het boekjaar in de loop waarvan de inbreng is geschied, worden ze opgenomen in de rubriek \"Oprichtingskosten\".</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-18\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wat de goederen betreft die worden verkregen tegen betaling van een lijfrente: 1° wordt onder aanschaffingswaarde verstaan het kapitaal dat op het ogenblik van de aanschaffing nodig is om de rente te betalen, in voorkomend geval verhoogd met het bedrag dat bij de aanschaffing werd betaald en met de kosten;2° wordt een voorziening gevormd ten belope van het bedrag van het hiervoorgenoemde kapitaal;deze voorziening wordt jaarlijks aangepast</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-19\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:19</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De aanschaffingswaarde van deelnemingen of aandelen ontvangen als vergoeding voor inbrengen die niet bestaan in contanten of die voortkomen uit de omzetting van vorderingen, stemt overeen met de conventionele waarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen. Als evenwel die conventionele waarde lager is dan de marktwaarde van de ingebrachte goederen en waarden of van de omgezette vorderingen, dan stemt de aanschaffingswaarde overeen met de hogere marktwaarde In afwijking van het eerste lid worden de deelnemingen of aandelen van een vennootschap die een vennootschap, VZW, IVZW of stichting ontvangt bij fusie of splitsing als bedoeld in artikel 3:56, in ruil voor de deelnemingen of aandelen die zij in de overgenomen of gesplitste vennootschap bezat, bij die fusie of splitsing in haar boekhouding opgenomen tegen de waarde waarvoor de deelnemingen of aandelen van de overgenomen of gesplitste vennootschap hierin op die datum stonden geboekt. De verdeling van de boekwaarde van de deelnemingen of aandelen in de gesplitste vennootschap over de verschillende verkregen deelnemingen of aandelen in de verkrijgende vennootschappen vindt plaats pro rata de reële waarde van de toegewezen vermogens.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een gelijkgestelde verrichting als bedoeld in artikel 3:56 worden de deelnemingen of aandelen die de vennootschap, VZW, IVZW of stichting ten gevolge van de verrichting ontvangt tezamen met de deelnemingen of aandelen die zij in de overdragende vennootschap behoudt in haar boekhouding opgenomen tegen de waarde waaraan de deelnemingen of aandelen in de overdragende vennootschap op die datum stonden geboekt. De boekwaarde van de deelnemingen of aandelen in de overdragende vennootschap op de datum van de verrichting wordt verdeeld over de behouden deelnemingen of aandelen in de overdragende vennootschap en de (verschillende) verkregen deelnemingen of aandelen in de verkrijgende vennootschap(pen) pro rata de reële waarde van het door de overdragende vennootschap behouden vermogen en de reële waarde van het (de) overgedragen vermogen(s).</p>\n<p class=\"lf-p\">Ingeval bij fusie, splitsing of hiermee gelijkgestelde verrichtingen als bedoeld in artikel 3:56 een opleg in geld is verkregen, wordt het bedrag hiervan afgetrokken van de boekwaarde, en bij voorrang van de aanschaffingswaarde, van de deelnemingen of aandelen van de overgenomen, gesplitste of overdragende vennootschap, inzover die opleg wordt onttrokken aan het kapitaal, de uitgiftepremie of in voorkomend geval de inbreng; in de overige gevallen wordt dat bedrag in resultaat genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij inbreng van een bedrijfsafdeling of een algemeenheid van goederen als bedoeld in artikel 3:57, worden de als tegenprestatie ontvangen deelnemingen of aandelen bij de inbreng in de boekhouding van de inbrenger opgenomen tegen de nettowaarde waarvoor de ingebrachte goederen hier op die datum voorkwamen. § 2. De bijkomende kosten met betrekking tot het aanschaffen van financiële vaste activa en van geldbeleggingen mogen ten laste worden genomen van de resultatenrekening van het boekjaar in de loop waarvan ze werden aangegaan.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-20\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:20</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de artikelen 3:9, 3:13, 3:25, 3:30, 3:34, 3:46, 3:47, 3:48, 3:49, 3:50 en 3:52 mogen het klein materieel evenals de grond- en hulpstoffen die bestendig worden hernieuwd en waarvan de aanschaffingswaarde te verwaarlozen is in verhouding tot het balanstotaal, op het actief worden opgenomen voor een vast bedrag indien de hoeveelheid, de waarde en de samenstelling ervan niet aanmerkelijk veranderen van het ene boekjaar tot het andere. In dit geval wordt de prijs voor de hernieuwing van deze bestanddelen opgenomen onder de bedrijfskosten</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-21\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:21</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De aanschaffingswaarde van activa met identieke technische of juridische kenmerken wordt bepaald hetzij door individualisering van de prijs van elk bestanddeel, hetzij volgens de methode van gewogen gemiddelde prijzen, volgens de methode \"Fifo\" (eerst in - eerst uit) of volgens de methode \"Lifo\" (laatst in - eerst uit) Indien de methode wordt gewijzigd, mag de aanschaffingswaarde van de goederen die geacht worden eerst te zijn ingekomen, niet lager zijn dan de waarde waarvoor ze, voor toepassing van de desbetreffende waardeverminderingen, voorkwamen in de inventaris bij het afsluiten van het boekjaar tevoren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer, inzonderheid bij toepassing van de Lifo-methode, de boekwaarde van de voorraden aanzienlijk verschilt van de waarde berekend op basis van de marktwaarde op balansdatum, moet het totale bedrag van dit verschil, per voorraadpost die in de balans voorkomt, in de toelichting worden vermeld. Dit verschil kan door de in de artikelen 1:24, 1:28 en 1:30 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen bedoelde kleine vennootschappen, VZW's, IVZW's en stichtingen door middel van een totaalbedrag voor het geheel van de betrokken posten worden opgegeven.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-22-112\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:22</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien, bij het begin van het eerste boekjaar waarin voor een vennootschap, VZW, IVZW of stichting deze titel toepasselijk wordt, de aanschaffingswaarde van bepaalde actiefbestanddelen niet kan worden wedersamengesteld, is de aanschaffingswaarde van elk van die bestanddelen gelijk aan de waarde waarvoor ze, vóór toepassing van de desbetreffende afschrijvingen en waardeverminderingen, in de inventaris van het boekjaar tevoren voorkwamen De in toepassing van het vorige lid bepaalde aanschaffingswaarde: 1° maakt in voorkomend geval, het voorwerp uit van afschrijvingen of waardeverminderingen overeenkomstig afdeling 3 van dit hoofdstuk;2° wordt, voor de toepassing van artikel 3:21, beschouwd als aanschaffingswaarde van de eerst ingekomen goederen. De herwaarderingsmeerwaarden die geboekt werden voor het eerste boekjaar waarop voor een vennootschap, VZW, IVZW of stichting de bepalingen van deze titel van toepassing zijn, de kapitaalsubsidies die bekomen werden voor datzelfde boekjaar alsook de door een vennootschap ontvangen uitgiftepremies moeten in de jaarrekening slechts opgenomen worden voor zover ze nog als zodanig in de boekhouding van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting voorkwamen op het einde van het voorafgaande boekjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zijn door een vennootschap meerwaarden geboekt tijdens een boekjaar dat voorafgaat aan het boekjaar dat ingaat na 31 december 1983, dan mogen deze meerwaarden in rubriek III \"Herwaarderingsmeerwaarden\" behouden blijven. Afdeling 3. - Afschrijvingen en waardeverminderingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:23</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Onder \"afschrijvingen\" verstaat men de bedragen ten laste van de resultatenrekening genomen, met betrekking tot oprichtingskosten en tot immateriële en materiële vaste activa waarvan de gebruiksduur beperkt is, ten einde hetzij het bedrag van deze oprichtingskosten en van de eventueel geherwaardeerde aanschaffingskosten van deze vaste activa te spreiden over hun waarschijnlijke nuttigheids- of gebruiksduur, hetzij deze kosten ten laste te nemen op het ogenblik waarop zij worden aangegaan Onder \"waardeverminderingen\" verstaat men correcties op de aanschaffingswaarde van de actiefbestanddelen, andere dan die vermeld in het vorige lid, om rekening te houden met al dan niet als definitief aan te merken ontwaardingen bij het afsluiten van het boekjaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingen worden afgetrokken van de actiefposten waarop ze betrekking hebben.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-24\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:24</span><span class=\"lf-art-t\">De afschrijvingen en de waardeverminderingen moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-25\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:25</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De afschrijvingen en waardeverminderingen zijn specifiek voor de actiefbestanddelen waarop ze betrekking hebben. Voor actiefbestanddelen met volkomen identieke technische of juridische kenmerken mogen echter globale afschrijvingen of waardeverminderingen geacteerd worden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-26\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:26</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De afschrijvingen en de waardeverminderingen moeten stelselmatig worden gevormd volgens de door de vennootschap, VZW, IVZW of stichting overeenkomstig artikel 3:6, § 1, vastgelegde methoden. Ze mogen niet afhangen van het resultaat van het boekjaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-27\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:27</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De waardeverminderingen mogen niet worden gehandhaafd in die mate waarin ze op het einde van het boekjaar hoger zijn dan wat vereist is volgens een actuele beoordeling, conform de normen waarvan sprake in artikel 3:24, van de minderwaarden waarvoor ze werden gevormd. Afdeling 4. - Voorzieningen</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorzieningen voor risico's en kosten beogen naar hun aard duidelijk omschreven verliezen of kosten te dekken die op de balansdatum waarschijnlijk of zeker zijn, doch waarvan het bedrag niet vaststaat Onverminderd artikel 3:11, eerste lid, vertegenwoordigt een voorziening op balansdatum de beste schatting van de kosten die als waarschijnlijk worden beschouwd of, in geval van een verplichting, de beste schatting van het bedrag dat vereist is om die verplichting op de balansdatum na te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorzieningen mogen niet worden gebruikt voor waardecorrecties op activa.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-29\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:29</span><span class=\"lf-art-t\">De voorzieningen voor risico's en kosten moeten voldoen aan de eisen van voorzichtigheid, oprechtheid en goede trouw</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-30\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:30</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorzieningen voor risico's en kosten worden geïndividualiseerd naar gelang van de risico's en kosten met dezelfde aard die ze moeten dekken. Onder de risico's en kosten met dezelfde aard moeten de soorten van risico's en kosten worden verstaan die bij wijze van voorbeeld in artikel 3:32 zijn vermeld</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-31\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:31</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De voorzieningen voor risico's en kosten moeten stelselmatig worden gevormd volgens de door de vennootschap, VZW, IVZW of stichting overeenkomstig artikel 3:6, § 1, vastgelegde methoden. Ze mogen niet afhangen van het resultaat van het boekjaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-32\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:32</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voorzieningen moeten, onder meer, gevormd worden met het oog op: a) de verplichtingen die op de vennootschap, VZW, IVZW of stichting rusten inzake rust- en overlevingspensioenen, werkloosheid met bedrijfstoeslag en andere gelijkaardige pensioenen of renten;b) de kosten van grote herstellings- of onderhoudswerken;c) de verlies- of kostenrisico's die voor de vennootschap, VZW, IVZW of stichting voortvloeien uit persoonlijke of zakelijke zekerheden, verstrekt tot waarborg van schulden of verbintenissen van derden, uit verbintenissen tot aan- of verkoop van vaste activa, uit de uitvoering van gedane of ontvangen bestellingen, uit termijnposities of overeenkomsten in deviezen, termijnposities of overeenkomsten op goederen, uit technische waarborgen verbonden aan reeds door de vennootschap, VZW, IVZW of stichting verrichte verkopen of diensten, uit hangende geschillen;d) de kosten van een milieuverplichting. Art. 3:33. De voorzieningen voor risico's en kosten mogen niet worden gehandhaafd in die mate waarin ze op het einde van het boekjaar hoger zijn dan wat vereist is volgens een actuele beoordeling, conform de normen waarvan sprake in artikel 3:29, van de risico's en kosten waarvoor ze werden gevormd. Afdeling 5. - Herwaarderingsmeerwaarden</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:34</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De herwaarderingen zijn specifiek voor de actiefbestanddelen waarop ze betrekking hebben. Voor actiefbestanddelen met volkomen identieke technische of juridische kenmerken mogen echter globale herwaarderingen geacteerd worden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-35\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:35</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De vennootschappen, VZW's, IVZW's en stichtingen mogen de materiële vaste activa, de deelnemingen en aandelen die onder de financiële vaste activa voorkomen of bepaalde soorten hiervoor genoemde vaste activa herwaarderen, wanneer de waarde van deze activa, bepaald in functie van hun nut voor de vennootschap, VZW, IVZW of stichting, op vaststaande en duurzame wijze uitstijgt boven hun boekwaarde. Wanneer de betrokken activa noodzakelijk zijn voor de voortzetting van het bedrijf van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting of van een onderdeel daarvan, mogen zij slechts worden geherwaardeerd in de mate waarin de aldus uitgedrukte meerwaarde wordt verantwoord door de rentabiliteit van de vennootschap of de activiteiten van de VZW, IVZW of stichting of van het betrokken onderdeel daarvan De geherwaardeerde waarde die voor deze vaste activa in aanmerking wordt genomen wordt verantwoord in de toelichting bij de jaarrekening waarin de herwaardering voor het eerst werd toegepast. § 2. Heeft de herwaardering betrekking op materiële vaste activa met een beperkte gebruiksduur, dan wordt op basis van de geherwaardeerde waarde afgeschreven volgens een overeenkomstig artikel 3:6, § 1, opgemaakt plan dat ertoe strekt de toerekening van de geherwaardeerde waarde te spreiden over de vermoedelijke residuele gebruiksduur van de betrokken activa. § 3. De geboekte meerwaarden worden rechtstreeks toegerekend aan rubriek III van het passief \"Herwaarderingsmeerwaarden\" en daar behouden zolang de goederen waarop zij betrekking hebben, niet werden gerealiseerd. Deze meerwaarden mogen nochtans: 1° worden overgebracht naar een reserve tot het beloop van de op de meerwaarde geboekte afschrijvingen;2° bij latere vastgestelde minderwaarde worden afgeboekt tot het beloop van het nog niet afgeschreven gedeelte van de meerwaarde. Een herwaarderingsmeerwaarde mag nooit rechtstreeks of onrechtstreeks aangewend worden om overgedragen verliezen geheel of gedeeltelijk aan te zuiveren voor het nog niet afgeschreven gedeelte van de herwaarderingsmeerwaarde. Afdeling 6. - Bijzondere regels Onderafdeling 1. - Bijzondere regels betreffende de oprichtingskosten Art. 3:36. De oprichtingskosten worden slechts op het actief geboekt voor zover ze niet ten laste worden genomen gedurende het boekjaar waarin ze werden besteed.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten die worden gemaakt in het kader van een herstructurering worden alleen dan onder de activa opgenomen, wanneer het gaat om welbepaalde kosten die verband houden met een ingrijpende wijziging in de structuur of de organisatie van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting en die kosten ertoe strekken een gunstige en duurzame invloed te hebben op de rentabiliteit van de vennootschap of de activiteiten van de VZW, IVZW of stichting. In de toelichting moet bij de waarderingsregels worden verantwoord dat aan deze voorwaarden is voldaan. De herstructureringskosten die het karakter hebben van bedrijfskosten of van financiële kosten worden geactiveerd door ze op zichtbare wijze in mindering te brengen van het totaal bedrag respectievelijk van de bedrijfskosten en van de financiële kosten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-37\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:37</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de oprichtingskosten worden passende afschrijvingen geboekt, per jaarlijkse tranches van ten minste twintig percent van de werkelijk uitgegeven bedragen. De afschrijving van de kosten bij uitgifte van leningen mag echter gespreid worden over de looptijd van de leningen Onderafdeling 2. - Bijzondere regels betreffende immateriële vaste activa Art. 3:38. Andere dan van derden verworven immateriële vaste activa worden slechts tegen vervaardigingsprijs op het actief geboekt voor zover die niet hoger is dan een voorzichtige raming van de gebruikswaarde of van het toekomstig rendement voor de vennootschap, VZW, IVZW of stichting van deze vaste activa.</p>\n<p class=\"lf-p\">De kleine vennootschappen bedoeld in artikel 1:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en kleine VZW's, IVZW's en stichtingen bedoeld in de artikelen 1:28 en 1:30 van hetzelfde wetboek vermelden in de toelichting het bedrag van de onder de immateriële vaste activa opgenomen kosten van ontwikkeling.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-39\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:39</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Voor immateriële vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt overgegaan tot afschrijvingen volgens een overeenkomstig artikel 3:6, § 1, opgesteld plan. Er mag, overeenkomstig de fiscale bepalingen ter zake, een versneld afschrijvingsplan voor worden toegepast. Wanneer de toepassing van een plan voor versnelde afschrijving met zich brengt dat aanzienlijk vlugger wordt afgeschreven dan economisch verantwoord, wordt in de toelichting melding gemaakt van het verschil tussen het gecumuleerd bedrag van de geboekte afschrijvingen en dat van de economisch verantwoorde afschrijvingen. Tevens wordt de invloed aangegeven van de tijdens het boekjaar of tijdens vorige boekjaren geboekte versnelde afschrijvingen op het bedrag van de afschrijvingen in de resultatenrekening van het boekjaar Voor de in het vorige lid bedoelde vaste activa wordt overgegaan tot aanvullende of niet-recurrente afschrijvingen wanneer, ingevolge hun technische ontwaarding of wegens de wijziging van economische of technologische omstandigheden, hun boekhoudkundige waarde hoger is dan hun gebruikswaarde voor de vennootschap, VZW, IVZW of stichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afschrijvingen met toepassing van het eerste lid op immateriële vaste activa met beperkte gebruiksduur mogen slechts worden teruggenomen, wanneer blijkt dat het daarvoor toegepaste afschrijvingsplan, wegens gewijzigde economische of technologische omstandigheden, een te snelle afschrijving tot gevolg heeft gehad. De afschrijvingen met toepassing van het tweede lid, die niet langer verantwoord blijken, moeten worden teruggenomen ten belope van het surplus ten opzichte van de overeenkomstig het eerste lid geplande afschrijvingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kosten van ontwikkeling en goodwill worden, indien hun gebruiksduur niet met zekerheid kan worden geraamd, afgeschreven over een periode van ten hoogste tien jaar. De periode waarover goodwill wordt afgeschreven, wordt verantwoord in de toelichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Afschrijvingen en waardeverminderingen op goodwill worden niet teruggenomen. § 2. Voor immateriële vaste activa waarvan de gebruiksduur niet is beperkt wordt slechts tot waardeverminderingen overgegaan in geval van duurzame minderwaarde of ontwaarding.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 3. - Bijzondere regels betreffende materiële vaste activa Art. 3:40. De gebruiksrechten betreffende materiële vaste activa waarover de vennootschap, VZW, IVZW of stichting beschikt op grond van leasing of gelijkaardige overeenkomsten zoals omschreven in respectievelijk titel 2 en 3 van dit boek, worden, onverminderd de toepassing van de artikelen 3:23 en 3:42, § 1, onder de activa opgenomen voor het gedeelte van de volgens de overeenkomst te storten termijnen, dat strekt tot de wedersamenstelling van de kapitaalwaarde van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overeenkomstige verplichtingen aan de passiefzijde worden ieder jaar gewaardeerd ten belope van het gedeelte van de in de volgende boekjaren te storten termijnen, dat strekt tot de wedersamenstelling van de kapitaalwaarde van het goed waarop de overeenkomst betrekking heeft.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-41\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:41</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De meer- of minderwaarde die wordt vastgesteld bij de overdracht van een afschrijfbaar materieel vast actief met afsluiting door de cedent van een leasingovereenkomst die op dat zelfde goed slaat, wordt opgenomen in de overlopende rekeningen en wordt elk jaar in resultaat genomen naar verhouding van de afschrijving van dit geleaste vast actief voor het betrokken boekjaar</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-42\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:42</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Voor materiële vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt overgegaan tot afschrijvingen volgens een overeenkomstig artikel 3:6, § 1, opgesteld plan. Er mag, overeenkomstig de fiscale bepalingen ter zake, een versneld afschrijvingsplan voor worden toegepast. Wanneer de toepassing van een plan voor versnelde afschrijving met zich brengt dat aanzienlijk vlugger wordt afgeschreven dan economisch verantwoord, wordt in de toelichting melding gemaakt van het verschil tussen het gecumuleerd bedrag van de geboekte afschrijvingen en dat van de economisch verantwoorde afschrijvingen. Tevens wordt de invloed aangegeven van de tijdens het boekjaar of tijdens vorige boekjaren geboekte versnelde afschrijvingen op het bedrag van de afschrijvingen in de resultatenrekening van het boekjaar Voor de in het vorige lid bedoelde vaste activa wordt overgegaan tot aanvullende of niet-recurrente afschrijvingen wanneer, ingevolge hun technische ontwaarding of wegens de wijziging van economische of technologische omstandigheden, hun boekhoudkundige waarde hoger is dan hun gebruikswaarde voor de vennootschap, VZW, IVZW of stichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">De afschrijvingen met toepassing van het eerste lid op materiële vaste activa met beperkte gebruiksduur mogen slechts worden teruggenomen, wanneer blijkt dat het daarvoor toegepaste afschrijvingsplan, wegens gewijzigde economische of technologische omstandigheden, een te snelle afschrijving tot gevolg heeft gehad. De afschrijvingen met toepassing van het tweede lid, die niet langer verantwoord blijken, moeten worden teruggenomen ten belope van het surplus ten opzichte van de overeenkomstig het eerste lid geplande afschrijvingen. § 2. Voor materiële vaste activa waarvan de gebruiksduur niet is beperkt wordt slechts tot waardeverminderingen overgegaan in geval van duurzame minderwaarde of ontwaarding.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-43\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:43</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de buiten gebruik gestelde of niet meer duurzaam tot de activiteit van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting bijdragende materiële vaste activa, wordt in voorkomend geval tot een niet-recurrente afschrijving overgegaan om rekening te houden met de waarschijnlijke realisatiewaarde ervan Onderafdeling 4. - Bijzondere regels betreffende financiële vaste activa Art. 3:44. § 1. De niet opgevraagde bedragen op deelnemingen en aandelen worden vermeld in de toelichting per onderrubriek waarin de nog vol te storten deelnemingen en aandelen zijn opgenomen. § 2. Voor de deelnemingen en de aandelen die in de rubriek \"Financiële vaste activa\" zijn opgenomen wordt tot waardevermindering overgegaan in geval van duurzame minderwaarde of ontwaarding, verantwoord door de toestand, de rentabiliteit of de vooruitzichten van de vennootschap waarin de deelnemingen of de aandelen worden aangehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de vorderingen, inclusief de vastrentende effecten, die in de financiële vaste activa zijn opgenomen, worden waardeverminderingen toegepast, zo er voor het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling hiervan op de vervaldag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 5. - Bijzondere regels betreffende vorderingen terugbetaalbaar op meer dan een jaar en op ten hoogste een jaar Art. 3:45. § 1. Vorderingen worden in de balans opgenomen voor hun nominale waarde, onverminderd de toepassing van paragraaf 2 en van de artikelen 3:46 en 3:51. § 2. Bij de boeking van een vordering in de balans voor haar nominale waarde worden in voorkomend geval in de overlopende rekeningen van het passief geboekt en pro rata temporis in resultaat genomen op grond van de samengestelde interesten: a) de rente die op basis van de overeenkomst tussen partijen in de nominale waarde van de vordering begrepen is;b) het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de nominale waarde van de vordering;c) het disconto op renteloze of abnormaal laag rentende vorderingen, wanneer deze vorderingen: 1° terugbetaalbaar zijn na meer dan één jaar te rekenen vanaf het ogenblik waarop zij in het vermogen van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting zijn opgenomen, en 2° betrekking hebben hetzij op als opbrengst geboekte bedragen in de resultatenrekening, hetzij op de prijs van de overdracht van vaste activa of van een activiteitsbranche. Het in sub c) bedoelde disconto wordt berekend op basis van de voor dergelijke vorderingen geldende marktrente op het ogenblik waarop de vordering werd opgenomen in het vermogen van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bedrag van de rente mag niet worden gecompenseerd met de kosten en provisies in verband met deze verrichtingen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-46\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:46</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op de vorderingen terugbetaalbaar op meer dan een jaar en op ten hoogste een jaar worden waardeverminderingen toegepast, zo er voor het geheel of een gedeelte van de vordering onzekerheid bestaat over de betaling hiervan op de vervaldag. Op deze vorderingen mogen eveneens waardeverminderingen worden toegepast wanneer hun realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan hun boekwaarde vastgesteld overeenkomstig artikel 3:45 Onderafdeling 6. - Bijzondere regels betreffende voorraden Art. 3:47. § 1. De grond- en hulpstoffen, het gereed produkt, de handelsgoederen en de voor verkoop bestemde onroerende goederen worden gewaardeerd tegen aanschaffingswaarde of tegen de marktwaarde op balansdatum als die lager is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De waardering tegen de lagere marktwaarde, met toepassing van het eerste lid, mag niet worden gehandhaafd indien achteraf de marktwaarde hoger is dan de lagere waarde waartegen de voorraad werd gewaardeerd. § 2. De goederen in bewerking worden, onverminderd de toepassing van artikel 3:48, gewaardeerd tegen vervaardigingsprijs.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-48\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:48</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van de goederen in bewerking worden waardeverminderingen toegepast, indien hun vervaardigingsprijs, vermeerderd met het geraamde bedrag van de nog te maken kosten hoger is dan de nettoverkoopprijs op de datum van de jaarafsluiting Er worden aanvullende waardeverminderingen geboekt op de activa bedoeld in artikel 3:47 en in het eerste lid van dit artikel, om rekening te houden hetzij met de evolutie van hun realisatie- of marktwaarde, hetzij met de risico's inherent aan de aard van de betrokken producten of van de gevoerde activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 7. - Bijzondere regels betreffende bestellingen in uitvoering Art. 3:49. De bestellingen in uitvoering worden gewaardeerd tegen vervaardigingsprijs vermeerderd, naarmate de produktie of de werkzaamheden vorderen, met het verschil tussen de in de overeenkomst bepaalde prijs en de vervaardigingsprijs, wanneer dit verschil met voldoende zekerheid als verworven mag worden beschouwd; een vennootschap, VZW, IVZW of stichting kan echter ook als regel aannemen de bestellingen in uitvoering of bepaalde soorten daarvan op de balans te blijven boeken tegen hun vervaardigingsprijs.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bestellingen in uitvoering mogen rechtstreeks worden gecompenseerd met de ontvangen vooruitbetalingen per overeenkomst, waarbij ofwel het debetsaldo wordt gepresenteerd als bestelling in uitvoering ofwel het creditsaldo wordt gepresenteerd als ontvangen vooruitbetaling. Bij het begin van elk boekjaar wordt de saldering tegen geboekt. In geval gebruik wordt gemaakt van deze mogelijkheid tot compensatie worden de bedragen vóór saldering in de toelichting vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de toelichting worden bij de waarderingsregels de methoden en criteria vermeld die voor de waardering van bestellingen in uitvoering zijn toegepast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de risico's en kosten verbonden aan de verdere uitvoering van deze bestellingen worden, overeenkomstig de artikelen 3:11, 3:29, 3:31, 3:32 en 3:33 voorzieningen gevormd, voor zover deze risico's niet zijn gedekt door waardeverminderingen, geboekt met toepassing van artikel 3:50.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-50\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:50</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van de bestellingen in uitvoering worden waardeverminderingen toegepast, indien hun vervaardigingsprijs, vermeerderd met het geraamde bedrag van de nog te maken kosten, hoger is dan de in de overeenkomst bedongen prijs Er worden aanvullende waardeverminderingen geboekt op de bestellingen in uitvoering, om rekening te houden hetzij met de evolutie van hun realisatie- of marktwaarde, hetzij met de risico's inherent aan de aard van de betrokken producten of van de gevoerde activiteit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 8. - Bijzondere regels betreffende geldbeleggingen en liquide middelen Art. 3:51. De vastrentende effecten worden gewaardeerd op grond van hun aanschaffingswaarde. Wanneer evenwel hun actuariële rendement berekend bij de aankoop, met inachtneming van hun terugbetalingswaarde op vervaldag, verschilt van hun nominale rendement, wordt het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de terugbetalingswaarde pro rata temporis voor de resterende looptijd van de effecten in resultaat genomen als bestanddeel van de renteopbrengst van deze effecten en, naar gelang van het geval, toegevoegd aan of afgetrokken van de aanschaffingswaarde van de effecten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inresultaatneming van dit verschil geschiedt op geactualiseerde basis, uitgaande van het actuariële rendement bij aankoop.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vennootschappen, VZW's, IVZW's en stichtingen hebben echter de mogelijkheid om: 1° het verschil tussen de aanschaffingswaarde en de terugbetalingswaarde op lineaire basis pro rata temporis in resultaat te nemen;2° de vastrentende effecten voor hun aanschaffingswaarde in de balans te behouden wanneer de weerslag van de inresultaatneming van het actuariële rendement van de effecten ten opzichte van de inresultaatneming van het louter nominale rendement, te verwaarlozen zou zijn. Het eerste en het tweede lid zijn van toepassing op effecten met een rendement dat, volgens de uitgiftevoorwaarden, uitsluitend voortkomt uit het verschil tussen de uitgifteprijs en de terugbetalingswaarde.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-52\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:52</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Op geldbeleggingen en liquide middelen worden waardeverminderingen toegepast wanneer de realisatiewaarde op de datum van de jaarafsluiting lager is dan de aanschaffingswaarde</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-53\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:53</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Er worden aanvullende waardeverminderingen geboekt op de geldbeleggingen en liquide middelen om rekening te houden hetzij met de evolutie van hun realisatie- of marktwaarde, hetzij met de risico's inherent aan de aard van de betrokken producten of van de gevoerde activiteit Onderafdeling 9. - Bijzondere regels betreffende uitgestelde belastingen Art. 3:54. § 1. De uitgestelde belastingen op kapitaalsubsidies en gerealiseerde meerwaarden worden oorspronkelijk gewaardeerd tegen het normale bedrag van de belasting die erop zou zijn geheven indien die subsidies en meerwaarden zouden zijn belast ten laste van het boekjaar waarin zij werden geboekt. Zij worden evenwel gewaardeerd na aftrek van de weerslag van de belastingverminderingen en vrijstellingen waarvan op het ogenblik dat deze subsidies en meerwaarden worden geboekt kan worden vermoed dat zij, in een nabije toekomst, zullen leiden tot een lagere belasting op deze subsidies en meerwaarden. § 2. De uitgestelde belastingen op ontvangen kapitaalsubsidies worden geleidelijk afgeboekt via overboeking naar de post \"Onttrekkingen aan de uitgestelde belastingen\" van de resultatenrekening, gelijkmatig met de afboeking van de kapitaalsubsidies in de passiefpost waarop zij betrekking hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">De uitgestelde belastingen op gerealiseerde meerwaarden worden geleidelijk afgeboekt via overboeking naar de post \"Onttrekkingen aan de uitgestelde belastingen\" van de resultatenrekening, gelijkmatig met de opneming van de betrokken meerwaarden in het belastbaar resultaat. § 3. Behoudens toepassing van paragraaf 2 mag het gepassiveerde bedrag van de uitgestelde belastingen slechts worden aangepast in zover, ingevolge een wijziging in de fiscale toestand van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting, het effectieve bedrag van de geraamde belasting die in een nabije toekomst op deze subsidies en meerwaarden zal zijn verschuldigd, waarschijnlijk sterk zal verschillen van het bedrag aan passiefzijde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 10. - Bijzondere regels betreffende schulden Art. 3:55. De artikelen 3:45 en 3:51 zijn van overeenkomstige toepassing op de schulden van overeenstemmende aard en looptijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 11. - Bijzondere regels betreffende bestanddelen verworven in het kader van een fusie, splitsing of hiermee gelijkgestelde verrichting Art. 3:56. § 1. Bij een fusie door overneming, een fusie door oprichting van een nieuwe vennootschap of een met fusie door overneming gelijkgestelde verrichting zoals gedefinieerd in de artikelen 12:2, 12:3 en 12:7 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, alsook bij uitvoering van deze verrichtingen door VZW's, IVZW's of stichtingen zoals bedoeld in artikel 13:1 van hetzelfde wetboek, worden alle actief- en passiefbestanddelen van de overgenomen vennootschap, VZW, IVZW of stichting, inclusief de verschillende bestanddelen van het eigen vermogen, de afschrijvingen, waardeverminderingen en gevormde voorzieningen, de rechten en verplichtingen alsook de opbrengsten en kosten van het boekjaar, onverminderd de toepassing van artikel 3:77 voor vennootschappen, opgenomen in de boekhouding van de overnemende vennootschap, VZW, IVZW of stichting tegen de waarde waarvoor zij in de boekhouding van de overgenomen vennootschap, VZW, IVZW of stichting voorkwamen op de datum vanaf wanneer de handelingen van de overgenomen vennootschap, VZW, IVZW of stichting boekhoudkundig geacht worden te zijn verricht voor rekening van de overnemende vennootschap, VZW, IVZW of stichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een fusie door oprichting wordt elke fuserende vennootschap, VZW, IVZW of stichting beschouwd als overgenomen vennootschap, VZW, IVZW of stichting en wordt de nieuw opgerichte vennootschap, VZW, IVZW of stichting beschouwd als overnemende vennootschap, VZW, IVZW of stichting. § 2. Een splitsing door overneming, een splitsing door oprichting van nieuwe vennootschappen of een gemengde splitsing zoals gedefinieerd in de artikelen 12:4, 12:5 en 12:6 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, alsook de uitvoering van deze verrichtingen door een VZW, IVZW of stichting zoals bedoeld in artikel 13:1 van hetzelfde wetboek, wordt in de boekhouding van de gesplitste vennootschap, VZW, IVZW of stichting en van de vennootschappen, VZW, IVZW of stichtingen waaraan de overdracht ten gevolge van de splitsing gebeurt, verwerkt zoals bepaald in paragraaf 1, onverminderd de toepassing van artikel 3:78 voor vennootschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor elke vennootschap, VZW, IVZW of stichting waaraan een overdracht gebeurt, is paragraaf 1 evenwel van toepassing op de overgedragen activa en passiva, rechten en verplichtingen en op het overgedragen deel van het eigen vermogen van de gesplitste vennootschap, VZW, IVZW of stichting. § 3. Een met splitsing gelijkgestelde verrichting zoals gedefinieerd in artikel 12:8 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, wordt in de boekhouding van de overdragende vennootschap en van de verkrijgende vennootschap(pen) verwerkt zoals bepaald in paragraaf 2, onverminderd de toepassing van artikel 3:78 voor vennootschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overdragende vennootschap dient hierbij te worden aangemerkt, al naargelang van het geval, hetzij als gesplitste vennootschap, hetzij als verkrijgende vennootschap. § 4. Bij de opname van het eigen vermogen van de overgenomen, gesplitste of overdragende vennootschap, VZW, IVZW of stichting in de boekhouding van de overnemende of verkrijgende vennootschap, VZW, IVZW of stichting, wordt rekening gehouden met de fiscale samenstelling en kwalificatie van de bestanddelen van dit eigen vermogen ten name van de overnemende of verkrijgende vennootschap, VZW, IVZW of stichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling 12. - Bijzondere regels betreffende bestanddelen verworven in het kader van een inbreng van algemeenheid of van bedrijfstak Art. 3:57. Bij inbreng van een bedrijfsafdeling of een algemeenheid van goederen zoals gedefinieerd in de artikelen 12:9 tot 12:11 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen of bij toepassing van artikel 13:1 van hetzelfde wetboek, worden de ingebrachte activa, passiva, rechten en verplichtingen opgenomen in de boekhouding van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting waarin de inbreng gebeurt, tegen de waarde waarvoor zij op het tijdstip van de inbreng in de boekhouding van de inbrengende vennootschap, VZW, IVZW of stichting voorkwamen. HOOFDSTUK 3. - Vorm en inhoud van de jaarrekening Art. 3:58. § 1. De balans en de resultatenrekening worden, onverminderd de toepassing van artikel 3:62, tweede lid, opgesteld overeenkomstig de schema's opgenomen in de bij dit besluit toevoegde bijlage 3 voor wat de vennootschappen betreft en de bijlage 6 voor wat de VZW's, IVZW's en stichtingen betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toelichting bevat de aanvullende gegevens bedoeld in titel 2 voor wat de vennootschappen betreft en in titel 3, voor wat de VZW's, IVZW's en stichtingen betreft. § 2. De niet-genoteerde kleine vennootschappen bedoeld in artikel 1:24 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en de kleine VZW's, IVZW's en stichtingen bedoeld in artikel 1:28 en 1:30 van hetzelfde wetboek kunnen hun balans en hun resultatenrekening opstellen volgens de verkorte schema's opgenomen in de bij dit besluit toevoegde bijlage 4 voor wat de vennootschappen betreft en bijlage 7 voor wat de VZW's, IVZW's en stichtingen betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verkorte toelichting bevat de aanvullende gegevens bedoeld in titel 2 voor wat de vennootschappen betreft en in titel 3 voor wat de VZW's, IVZW's en stichtingen betreft. § 3. De niet-genoteerde microvennootschappen bedoeld in artikel 1:25 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en micro-VZW's, micro-IVZW's en microstichtingen bedoeld in de artikelen 1:29 en 1:31 van hetzelfde wetboek kunnen hun balans en resultatenrekening opstellen volgens microschema's opgenomen in de bij dit besluit toevoegde bijlage 4 voor wat de vennootschappen betreft en bijlage 7 voor wat de VZW's, IVZW's en stichtingen betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">De toelichting bij dit microschema bevat de aanvullende gegevens bedoeld in titel 2 voor wat de vennootschappen betreft en in titel 3 voor wat de VZW's, IVZW's en stichtingen betreft. § 4. De posten van de in paragrafen 1, 2 en 3 bedoelde balans en resultatenrekening, alsmede de vermeldingen in de in deze paragrafen bedoelde toelichting mogen worden weggelaten wanneer zij niet dienstig zijn voor het betrokken boekjaar; wanneer voor deze posten en vermeldingen het bedrag van het voorafgaande boekjaar moet worden vermeld, dan mogen ze slechts worden weggelaten wanneer zij ook voor dat boekjaar niet dienstig zijn. § 5. De posten die met Arabische cijfers zijn aangeduid van de balans en resultatenrekening kunnen worden samengevoegd wanneer hun bedrag niet van materieel belang is voor het geven van een getrouw beeld van het vermogen, de financiële positie en het resultaat van de vennootschap, VZW, IVZW of stichting, of indien die samenvoeging de duidelijkheid ten goede komt, mits de aldus samengevoegde posten in de toelichting bij de jaarrekening afzonderlijk worden vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met materieel belang wordt bedoeld de hoedanigheid van informatie waarvan redelijkerwijze kan worden verwacht dat de weglating of onjuiste vermelding ervan de beslissingen die een gebruiker op basis van de jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening van een vennootschap, of op basis van de jaarrekening van een VZW, IVZW of stichting neemt, zou kunnen beïnvloeden. Het materieel belang van afzonderlijke posten wordt beoordeeld in de context van andere gelijkaardige posten. § 6. De inhoud van de posten in de jaarrekening wordt, waar nodig, nader bepaald in titel 2 voor wat de vennootschappen betreft en in titel 3 voor wat de VZW's, IVZW's en stichtingen betreft.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van deze titels zijn rubrieken de posten van de balans en de resultatenrekening aangeduid met een Romeins cijfer of een hoofdletter en onderrubrieken de posten aangeduid met een Arabisch cijfer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3-59\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 3:59</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Bij elke rubriek en onderrubriek van de balans en van de resultatenrekening wordt het bedrag van de overeenkomstige post van het voorafgaande boekjaar vermeld. Wanneer evenwel een vennootschap, VZW, IVZW of stichting, die haar jaarrekening over het voorafgaande boekjaar heeft opgesteld overeenkomstig artikel 3:58, § 2 of § 3, haar jaarrekening over het nieuwe boekjaar overeenkomstig artikel 3:58, § 1 of respectievelijk artikel 3:58, § 1 of § 2 opstelt, volstaat het dat zij als vergelijkende cijfers voor het voorafgaande boekjaar de bedragen vermeldt die als zodanig voorkwamen in de jaarrekening over dat boekjaar Wanneer de bedragen van het boekjaar niet vergelijkbaar zijn met die van het voorafgaande boekjaar, mogen de bedragen van het voorafgaande boekjaar worden aangepast met het oog op hun vergelijkbaarheid; in dat geval worden deze aanpassingen, behalve indien zij onbelangrijk zijn, in de toelichting bij de waarderingsregels vermeld en onder verwijzing naar de betrokken rubrieken, toegelicht. Worden de bedragen van het voorafgaande boekjaar niet aangepast, dan moet de toelichting de nodige gegevens bevatten om een vergelijking mogelijk te maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor vennootschappen is deze bepaling niet van toepassing op de jaarrekening over het eerste boekjaar waarop de bepalingen van deze titel en van titel 2 van toepassing zijn.</p></div>", "next": 239683}