{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Procedure voor de uitwerking en het concept van het RPA Overwegende dat een reclamant uiting geeft aan zijn algemene ontevredenheid over het gebrek aan adequate democratische waarborgen in het RPA, waarbij hij de nadruk legt op de aanzienlijke territoriale gevolgen op lokale en gewestelijke schaal, alsook op de mogelijkheid voor het RPA om af te wijken van de hogere normen (GBP, GSV ...); dat een reclamant benadrukt dat het problematische karakter van het RPA als instrument blijkt uit de herzieningen of de fundamentele vraagtekens bij vijf (Josaphat, Wet, Ninoofsepoort, Zuid en Mediapark) van de laatste acht RPA's; dat hij stelt dat de snelle goedkeuring van de RPA's verschillende gevolgen heeft, met name het gebrek aan tijd voor grondige herzieningen, tekortkomingen in hun onderlinge afstemming op andere teksten, ontoereikende impactstudies, een gebrek aan beoordeling van de cumulatieve effecten en het ontbreken van overlegcommissies ondanks hun duidelijke lokale impact; dat deze reclamant bijgevolg vraagt om een moratorium op alle RPA's die in de herfst van 2019 zijn opgestart, en dit totdat de hervorming van het BWRO, die de RPA's heeft ingevoerd in de regelgeving, is geëvalueerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering stelt dat het RPA een instrument voor ruimtelijke ordening is waarvan de inhoud, uitwerkingsprocedure en effecten zijn vastgelegd door het BWRO; dat het niet tot de bevoegdheid van het RPA Mediapark behoort om deze aspecten opnieuw te definiëren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten erop wijzen dat de afbeeldingen in het strategische luik niet noodzakelijkerwijs overeenstemmen met de vereisten die zijn vastgelegd in de voorschriften van het verordenende luik; dat zij vragen om de afbeeldingen te wijzigen in het licht van het verordenende luik;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering benadrukt dat de illustraties (axonometrieën, doorsneden, zichten ...) die in het strategische luik van het RPA zijn opgenomen en de verschillende voorgestelde stadsvormen weergeven, louter ter informatie worden gegeven en dat ze bedoeld zijn om de geest van de tekst te verduidelijken voor de lezer; dat deze aanwijzing in het begin van het strategische luik is vermeld;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de projecten zullen worden uitgevoerd in overeenstemming met de plannen die zijn ingediend in het kader van de specifieke vergunningsaanvragen voor de projecten en in overeenstemming met de bepalingen van dit RPA; dat de afbeeldingen zijn aangepast naar aanleiding van de wijzigingen die in het plan zijn aangebracht; 2. PERIMETER Overwegende dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie het betreurt dat de perimeter van het RPA niet de omliggende wegen, noch de Reyerslaan, noch de verbinding met het project Parkway E40, bevat, en dat ze van mening is dat de keuze voor deze perimeter het totaalbeeld van het mobiliteitssysteem waarin het RPA zich bevindt, beperkt;dat ze, als het RPA de grote omliggende verkeersassen (waaronder de Reyerslaan en de E40) niet opneemt, pleit voor een algemene en coherente aanpak van de mobiliteit in de wijk;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat deze aanbeveling wordt gedeeld door de Raad voor het Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, die ook betreurt dat de Reyerslaan en de omgeving ervan niet in de perimeter van het RPA zijn opgenomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie ook het belang benadrukt van een analyse van het tramproject en de mobiliteitskwesties in een ruimere perimeter dan die van het RPA Mediapark;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat de perimeter van het RPA Mediapark overeenstemt met de perimeter zoals bedoeld in het ministerieel besluit van 8 mei 2018Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/05/2018 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/05/2018 numac 2018031021 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone \"Mediapark\" sluiten; dat de site die deel uitmaakt van de perimeter van het RPA Mediapark overeenstemt met het hefboomgebied nr. 12, dat bekend staat als 'RTBF-VRT', zoals beoogd in het vroegere Gewestelijk Ontwikkelingsplan; dat voor deze site als dusdanig reeds een Masterplan is opgesteld dat op 25 november 2010 werd goedgekeurd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering; dat deze site overeenstemt met de 'Reyerspool', die in de Algemene Beleidsverklaring van de Regering voor de legislatuur 2014-2019 is geïdentificeerd als een van de tien 'prioritaire gewestelijke ontwikkelingspolen' en een van de vier 'competitiviteitspolen' van het Gewest, bestemd voor communicatie en beeld; dat de perimeter van het RPA Mediapark beperkt is tot de perimeter die strikt noodzakelijk is voor de uitvoering en de toegankelijkheid van het stadsproject 'mediapark.brussels', ontwikkeld door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de gemeente Schaarbeek, de RTBF en de VRT in het kader van hun overeenkomst van 9 december 2013 en gericht op de herontwikkeling van de site van de RTBF en de VRT, in het verlengde van het Masterplan dat werd goedgekeurd voor het hefboomgebied nr. 12 'RTBF-VRT' van het vroegere Gewestelijk Ontwikkelingsplan, dat in het nieuwe GPDO wordt aangemerkt als een van de twaalf prioritaire interventiepolen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de strategische visie van het RPA Mediapark de conclusies bevat van het door de Regering goedgekeurde Masterplan E40, dat een globale visie op mobiliteit en de omvorming van de grote infrastructuren (E40, Reyerslaan enz.) van de Reyerswijk omvat; dat het RPA Mediapark een strategische visie op de openbare ruimten en de mobiliteit op gewestelijke schaal behelst; Dat het MER rekening houdt met de lopende of geplande grote projecten voor herinrichting van de mobiliteit, inzonderheid met de herinrichting van de Middenring en het project Parkway E40; Dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering op 31 maart 2022 het tracé van de 'Mediatram' heeft goedgekeurd op basis van het voorkeursscenario bepaald door de effectbeoordeling; dat het tramproject losstaat van het RPA Mediapark en op gewestelijke schaal moet worden bekeken, zodat het de perimeter van het RPA Mediapark overschrijdt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de tweede versie van het RPA Mediapark is herzien om de geplande doortocht van de tramlijn niet te hinderen; dat het addendum bij het MER de impact van het tramproject op de perimeter van het RPA heeft geanalyseerd en een voorkeurstracé vaststelt; dat het tramproject het onderwerp zal zijn van specifieke studies over de omvang van het volledige tracé in het kader van de ermee verband houdende vergunningsaanvragen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Schaarbeek ook meldt dat ze het jammer vindt dat de gebouwen Silver en Diamant, het toekomstige Frame- gebouw Diamantpoort en het begin van de verschillende verbindingen tussen de nieuwe wegen en het bestaande netwerk niet werden toegevoegd aan de perimeter van het RPA, gelet op de uitdagingen op het vlak van mobiliteit en ruimtelijke ordening; dat ze vraagt om de denkoefening over het RPA Mediapark uit te breiden om er die gebouwen en de aangrenzende percelen tot aan de E40 in op te nemen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Schaarbeek het wenselijk vindt dat het Gewest het toezicht op de herontwikkeling van die percelen voor zijn rekening zou nemen om te zorgen voor coördinatie en samenhang met de rest van de site en om de problemen op te lossen in verband met de parkeeringangen in de straat tegenover de Emile Maxlaan en in verband met de integratie van de zij- en achtergevels van de gebouwen Silver en Diamant, die momenteel niet in het project zijn opgenomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC zich schaart achter het advies van de gemeente Schaarbeek;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat de perimeter van het RPA is vastgesteld bij ministerieel besluit van 8 mei 2018Relevante gevonden documenten type ministerieel besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/05/2018 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/05/2018 numac 2018031021 bron brussels hoofdstedelijk gewest Ministerieel besluit houdende instructie om over te gaan tot de uitwerking van het Richtplan van Aanleg voor de zone \"Mediapark\" sluiten; dat de site die zich bevindt binnen de perimeter van het RPA Mediapark overeenkomt met het hefboomgebied nr. 12 'RTBF-VRT', zoals beoogd in het Gewestelijk Ontwikkelingsplan; Dat de strategische visie van het RPA de conclusies bevat van het door de Regering goedgekeurde Masterplan E40, dat een globale visie op mobiliteit en de omvorming van de grote infrastructuren (E40, Reyerslaan enz.) van de Reyerswijk omvat; dat het ontwerp van RPA een strategische visie op de openbare ruimten op gewestelijke schaal behelst; Dat het project voor de herdefiniëring van de snelweg E40 niet rechtstreeks verbonden is met de Kolonel Bourgstraat, aangezien de snelweg ervan gescheiden is door een groep bestaande gebouwen langs deze straat; dat er echter verbindingen zijn gepland met de Kolonel Bourgstraat via een centrale weg voor de actieve vervoerswijzen en het openbaar vervoer door de site, die de Evenepoelstraat en de Kolonel Bourgstraat met elkaar verbindt; dat er ook een lusvormige weg is gepland ter hoogte van de Diamantpoort en dat deze de Kolonel Bourgstraat verbindt met de Reyerslaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het niet noodzakelijk werd geacht om de gebouwen Silver en Frame, die in aanbouw of reeds volledig gebouwd zijn, erin op te nemen; Dat het strategische luik van het RPA erover waakt dat de Diamantpoort de omgeving van die gebouwen integreert; Dat wat de parkingingang langs het gebouw Silver betreft, het RPA in een zone met toegangswegen tot de Reyerslaan voorziet langs site A; Dat de door de gemeente Schaarbeek gevraagde coördinatie een algemeen aanvaarde praktijk is, maar dat het niet binnen het bestek van het plan valt om er het principe en de nadere regels van vast te leggen, onder voorbehoud van wat zal worden bepaald met betrekking tot de opvolging van het plan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Schaarbeek en een reclamant vaststellen dat het strategische luik van het RPA bepaalt dat \"de Georginpoort het kruispunt herkwalificeert en op termijn de openluchtparking op het aangrenzende perceel annexeert\"; dat ze hieruit afleidt dat de Georginpoort niet goed kan worden geïntegreerd in de openbare ruimte zonder de annexatie van een deel van het perceel van de Peugeot- concessiehouder (perceel 11382); dat ze daarom nauwkeurige antwoorden wil krijgen over de ontwikkeling van dit deel van het RPA en zich ervan wil vergewissen dat dit deel het project op coherente wijze integreert;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Schaarbeek opmerkt dat het strategische luik van het RPA de openbare ruimten die grenzen aan de site behandelt als zijnde een onderdeel van de perimeter van het RPA, maar dat deze perimeter niet alle openbare ruimten die fungeren als toegangspoort tot de site omvat; dat zij erop wijst dat de openbare ruimten aan de ingang van de site het voorwerp zullen moeten uitmaken van specifieke stedenbouwkundige of verkavelingsvergunningen; dat zij vraagt dat een totaalvisie wordt verzekerd, met name door op dit punt een gecoördineerde studie uit te voeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie (GOC) het advies van de gemeente Schaarbeek deelt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering aangeeft dat de precieze inrichting van de openbare ruimten niet binnen de mate van gedetailleerdheid van het RPA Mediapark valt; dat dit RPA zich beperkt tot het vastleggen van de strategische doelstelling om de openbare ruimte te herdefiniëren, zonder de middelen te specificeren om een soepelere uitvoering van de projecten mogelijk te maken; Dat het strategische luik richtsnoeren bevat voor de afgifte van toekomstige vergunningen voor de heraanleg van de percelen en openbare ruimten die liggen naast of grenzen aan de perimeter van het RPA; dat deze richtsnoeren bedoeld zijn om de integratie van deze percelen of ruimten aan te moedigen in overeenstemming met de algemene filosofie van het plan; Dat de aspecten met betrekking tot het grondbeheer van deze percelen niet binnen het toepassingsgebied van het RPA vallen;</p>\n<p class=\"lf-p\">B. STRATEGISCH LUIK VAN HET RPA 1. DE REYERSWIJK OPNIEUW AANTREKKELIJK MAKEN 1.A. De openbare ruimten Overwegende dat reclamanten het gebrek aan kwaliteitsvolle openbare ruimten in het RPA betreuren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering uiteenzet dat het strategische luik van het RPA aanbeveelt om open ruimten en landschappelijke gebieden te ontwikkelen, inzonderheid het stadspark van 9,8 ha dat zal bestaan uit een opeenvolging van landschappelijke delen met contrasterende ruimtelijke kenmerken en voor verschillende gebruiken zal kunnen worden aangewend; hetzelfde geldt voor de steegjes die landschappelijke kwaliteiten zullen moeten bezitten; Dat de toegangspoorten tot de perimeter een opmerkelijke architectuur moeten krijgen; Dat het verordenende luik bepaalt dat voor de vele sites die rond het stadspark liggen, de onbebouwde ruimten moeten worden aangelegd en beplant in het kader van de continuïteit van de openbare ruimten en dat het parkgebied zo moet worden ontwikkeld dat het zijn landschappelijke rol kan vervullen; Dat het verordenende luik verschillende soorten ruimten binnen het parkgebied bepaalt die welbepaalde landschappelijke kwaliteiten hebben (perimeter van groene ruimten, specifieke ruimten in het parkgebied, enz.); dat het ook bepaalt dat de openbare ruimten die zich in het gebied van structurerende ruimten bevinden, evenals de wegen, moeten worden beplant; Dat het precieze ontwerp van de openbare en landschappelijke ruimten niet tot het detailniveau van het plan behoort;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige reclamanten van mening zijn dat het ontwerp meerwaarde zal verlenen aan de wijk zelf en aan de omliggende wijken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat Perspective de sterke ambities van het RPA met betrekking tot de kwaliteit van de openbare ruimten waardeert en goedkeurt, met name de verbindingen tussen een nieuw tot stand gebrachte grote ruimte en de bestaande openbare ruimten; dat het belang van het waarborgen van de samenhang van deze ruimten met de algemene filosofie van het RPA wordt onderstreept;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie (GOC) vreest dat het RPA Mediapark een gesloten 'campus' zal blijven zonder interactie tussen de verschillende bewoners van de site en met de buitenwereld;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat er kritiek is geuit over de integratie van het RPA, dat als te veel op zichzelf gericht wordt beschouwd, in relatie tot het leven van de wijk en tot het bestaande gebouwenbestand;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Schaarbeek erop wijst dat de aanleg van openbare ruimten de specifieke identiteit van de site moet respecteren en in harmonie moet zijn met de omliggende wijken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering benadrukt dat de bestaande site momenteel volledig is omsloten en een breuklijn vormt met de context en het stedelijke weefsel; Dat het MER stelt dat de ontsluiting van de site, door haar verbinding met de wijken, haar stedelijke structuur zoveel mogelijk moet verlengen; dat in het MER ook wordt uiteengezet dat de ontwikkeling van de site de verstedelijking in de onmiddellijke omgeving moet respecteren; dat in het MER in dit verband wordt aanbevolen dat de typologieën van de nieuwe bouwwerken in wisselwerking staan met die van de traditionele huizen en de bestaande gebouwen, om verbindingen met de aangrenzende wijken tot stand te brengen door de bewoners ontspanningsruimten te bieden en in te spelen op de in de wijk vastgestelde tekortkomingen; dat in het MER ook wordt gesteld dat de morfologie van de site atypisch is en de mogelijkheid biedt om een specifiek raster samen te stellen dat afwijkt van het traditionele Brusselse raster;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze aanbevelingen zijn opgenomen in het RPA Mediapark; Dat het strategische luik een fysieke en functionele interwijkverbinding tussen bestaande bewoners en toekomstige gebruikers beoogt door de programmering van voorzieningen aan de rand; dat, om de stedelijke continuïteiten door de site heen te versterken, het de bedoeling is om de openbare ruimten langs de grote verkeersassen en de doorgang voor de actieve vervoerswijzen te verbeteren, met name langs de hele noordboog; dat de openbare toegang tot het park deze openheid versterkt; Dat het strategische luik bepaalt dat de architecturale typologieën van het Mediapark een dialoog moeten aangaan met het bestaande omringende weefsel, waarbij soms de laagbouwtypologieën van de rijtjeshuizen worden nagebootst en soms de gedurfde en radicale architectuur van de bestaande tv-zetels opnieuw wordt geïnterpreteerd; dat, om dit te bereiken, het RPA Mediapark voorziet in verschillende morfologieën naargelang van de huizenblokken, waarbij de blokken die het dichtst bij de bestaande bouwwerken liggen, moeten dienen als een 'verbindingsproject', waarin de nieuwe bouwwerken de bestaande bouwprofielen verlengen met een vrij lage en horizontale architectuur; wat in het verordenende luik van het RPA Mediapark wordt vertaald door belangrijkere hoogtebeperkingen dan voor de andere huizenblokken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de bijwerking van het MER na de aanneming van het tweede ontwerp van RPA aangeeft dat de aangebrachte wijzigingen erop gericht zijn de dichtheid van de site te verminderen ten opzichte van de vorige versie, dankzij een verlaging van de gebouwde volumes; dat zij derhalve positief zijn wat betreft de integratie van de site in de bestaande wijk; Dat het project daarom deels past in het omliggende stedelijke kader, maar er in andere opzichten bewust van afwijkt om een specifieke en innovatieve structuur te vormen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Schaarbeek en reclamanten van mening zijn dat het RPA Mediapark tekortschiet wat betreft de ontwikkelingen en de vereiste verbindingen met de aangrenzende wijken; dat zij aanbevelen dat de Diamantpoort en de aansluitingen tussen Kolonel Bourg en de E40 worden herzien en dat deze aansluitingen worden verzekerd in de operationele ontwikkelingsfasen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat de strategische visie van het RPA de conclusies bevat van het door de Regering goedgekeurde Masterplan E40, dat een globale visie op de mobiliteit en de omvorming van de grote infrastructuren (E40, Reyerslaan enz.) van de Reyerswijk omvat; dat het RPA een strategische visie op de openbare ruimten op gewestelijke schaal behelst; Overwegende dat het project voor herdefiniëring van de snelweg E40 niet voorziet in een rechtstreekse verbinding met de Kolonel Bourgstraat aangezien de snelweg ervan gescheiden is door een groep bestaande gebouwen langs deze straat; dat er echter verbindingen zijn gepland naar de Kolonel Bourgstraat via de centrale weg die voorbehouden is voor de actieve verplaatsingswijzen en het openbaar vervoer die de site doorkruisen en de Evenepoelstraat en de Kolonel Bourgstraat met elkaar verbinden; Dat het strategische luik van het RPA rekening houdt met de interface tussen de site en de gebouwen Diamant en Silver Tower door te eisen dat de omgeving van deze gebouwen zou worden opgenomen bij de Diamantpoort; dat er ook een lusvormige weg is gepland ter hoogte van de Diamantpoort en dat die weg de Kolonel Bourgstraat verbindt met de Reyerslaan; Dat het niet aan het RPA Mediapark is om de inrichting van de openbare ruimte nader te bepalen; dat deze aspecten zullen worden bepaald in het stadium van de operationalisering van het RPA Mediapark;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige reclamanten hun bezorgdheid uiten over het stadslandschap dat zal worden gepresenteerd aan wie Brussel binnenkomt via de stadsboulevard bij Diamant, Meiser en in het algemeen in dit hele gebied; dat zij het belangrijk vinden dat het project blijk geeft van een zekere moderniteit om mensen die de stad binnenkomen, welkom te heten en dat het rekening houdt met de huidige en toekomstige sociale en milieuproblemen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering aangeeft dat ze haar goedkeuring heeft gehecht aan het Masterplan E40, dat de ambitie koestert de stadstoegang autoluw te maken, door er het openbaar vervoer en de actieve vervoerswijzen in te integreren en de op de snelweg teruggewonnen ruimte te bestemmen voor groene ruimten en de verdichting van de wijk; Dat de strategische visie van het RPA Mediapark de conclusies bevat van dat plan en een strategische visie op de openbare ruimten op gewestelijke schaal behelst; Dat het RPA Mediapark erop gericht is de Reyerssite en open ruimten, openbare ruimten en een stadspark open te stellen om de stedelijke structuur te verbeteren in vergelijking met de huidige toestand;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat daarnaast wordt verwezen naar de overwegingen die nauwkeuriger zijn uitgewerkt in het deel over de algemene overwegingen over het RPA (A);</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat Brupartners de door het RPA nagestreefde doelstelling van universele toegankelijkheid van de site vaststelt en goedkeurt; dat Brupartners erop aandringt dat deze doelstelling bij de uitvoering van het RPA daadwerkelijk zou worden bevestigd, bijvoorbeeld door te voorzien in voldoende banken in de openbare ruimte en door het park, de routes, de bushaltes en de toiletten compatibel te maken met de normen op het vlak van toegankelijkheid voor PBM;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat wordt verzocht bijzondere aandacht te besteden aan de kwaliteit van de openbare ruimten, met name het kinderdagverblijf Ukkepuk, de toegangswegen en de groene ruimten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat wordt voorgesteld om de kwaliteit van de openbare ruimten te verbeteren door gemeenschappelijke moestuinen en waterfonteinen aan te leggen en door het aantal straatstenen op het Mediaplein te verminderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Schaarbeek benadrukt dat het belangrijk is om tijdens de studies en besprekingen voortdurend overleg te plegen tussen de gemeentelijke diensten om de continuïteit van de ontwikkelingen ten opzichte van de omliggende wegen en openbare ruimten te garanderen en dat ze moeten aansluiten bij de beheermethodes van de betrokken beheersorganen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Schaarbeek vindt dat het beheer van de openbare ruimten een nieuwe aanpak vereist, gezien de diversiteit van de gebruiksvormen en de geplande ontwikkelingen, en de milieudoelstellingen van het plan, en dat er overleg moet worden gepleegd tussen de verschillende gewestelijke en gemeentelijke beheersorganen over de beheermethoden, en dat er op dit vlak afspraken moeten worden gemaakt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Schaarbeek aanvoert dat het RPA moet aansluiten bij het nieuwe Lichtplan dat momenteel wordt uitgewerkt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat deze opmerkingen onder de fase van de operationalisering vallen en dat niet de taak is van het RPA Mediapark om die aspecten te specificeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten uiting geven aan een gevoel van onveiligheid door de bezoekers van de openbare ruimte en een gebrek aan verlichting;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten hun bezorgdheid uiten over de risico's op het vlak van onveiligheid en onbeschaafd gedrag in het park;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten vrezen dat de creatie van commerciële benedenverdiepingen ertoe zal leiden dat de openbare ruimten niet zullen worden ingenomen buiten de openingsuren van de handelszaken, wat voor onveiligheid zal zorgen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant suggereert dat het toestaan van woningen op de benedenverdieping de onveiligheid zou kunnen verminderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie voorstelt om de functiegemengdheid van de benedenverdiepingen van de gebouwen te stimuleren om bij te dragen tot het sociale leven en de veiligheid in de wijk, door kleine buurtwinkels, voorzieningen, horeca enz. te combineren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat het addendum bij het MER tot de conclusie komt dat objectieve veiligheid mogelijk is op de site; dat het verschillende aanbevelingen en aandachtspunten formuleert om dit aspect te verbeteren (het ontwerp van de openbare ruimte, de aanleg van de noord-zuidas, het samengaan van de verschillende actieve vervoerswijzen, de doortocht van de tram ...); dat om het veiligheidsgevoel van de verschillende gebruikers van de site te garanderen, het addendum bij het MER met name voorstelt om de functionele mix op de site te regelen; Dat, wat de inhoud en de mate van algemeenheid betreft, het RPA voorziet in de grote principes voor de inrichting van de openbare ruimte binnen zijn perimeter; dat het RPA voorziet in een functiegemengdheid op de site die moet zorgen voor een verlevendiging van de verschillende ruimten op verschillende momenten van de dag, zodat het veiligheidsgevoel op de site wordt verbeterd, met name in het park, maar ook in de omgeving van de site; dat, meer specifiek, de handelszaken op de meeste sites hoofdzakelijk een bestemming krijgen op de benedenverdiepingen; dat dit begrip ook de horecasector omvat, die over het algemeen latere openingstijden heeft; dat die bestemmingstypes zeer zichtbaar zijn om klanten aan te trekken; dat sommige benedenverdiepingen een bestemming als huisvesting kunnen krijgen, wat zorgt voor sociale controle buiten de kantooruren; dat de VRT en RTBF trouwens op elk moment van de dag plaats bieden aan activiteiten, ook buiten de openingsuren van de handelszaken en de horeca; dat de realisatie en de bezetting van de sites F en G, die gedeeltelijk uitkijken over het Georginbos, een vorm van sociale controle over het park zullen waarborgen en het onveiligheidsgevoel zullen verminderen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de definitie van een project voor een openbare ruimte trouwens later moet worden uitgevoerd, in de fase van de vergunningsaanvragen, en deze bekommernis moet omvatten; dat dit project, indien van toepassing, maatregelen zou kunnen omvatten om de gevoelens van onveiligheid te voorkomen, rekening houdend met de aanbevelingen van het MER; dat het niet binnen de mate van algemeenheid van het plan valt om in te gaan op de operationele details van het project en de ermee verband houdende aanbevelingen op te nemen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten vrezen voor geluidsoverlast van het Mediaplein;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Raad voor het Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vraagtekens plaatst bij de mogelijke overlast voor de huisvesting ten gevolge van de organisatie van evenementen op het plein tussen de gebouwen van de RTBF en de VRT; dat hij aanbeveelt om vooraf duidelijk de maximale omvang en de geluidsnormen van de evenementen vast te leggen, zodat de bescherming van de biodiversiteit en van de woonfunctie op de site niet wordt verstoord;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie daarentegen van mening dat dit plein bedoeld is om plaats te bieden aan grote culturele evenementen, die van geval tot geval moeten worden onderzocht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat in het MER wordt aanbevolen dat het park plaats zou bieden aan meerdere gebruiksmogelijkheden en ruimten zou kunnen bevatten voor de programmering van evenementen in verband met de ontwikkeling van een mediapool; dat het MER van mening is dat de aanleg van het 'Mediaplein' in het westen en, meer in het algemeen, van een dicht beplante open ruimte positieve gevolgen zal hebben; dat het in dit verband benadrukt hoe belangrijk het is om zorgvuldig het juiste type landschapsinrichting te kiezen; dat het addendum trouwens de geluidsbronnen op de site heeft geïdentificeerd, met inbegrip van de evenementenactiviteiten; dat het tot de conclusie is gekomen dat geen van deze activiteiten a priori onverenigbaar is met de huisvestingsactiviteit; dat het in het algemeen, om lawaaihinder te beperken, aanbeveelt om passende normen vast te stellen voor de architectuur van de gevels (om de aangrenzende functies te beschermen en het lawaai te absorberen teneinde de effecten van nagalm en verspreiding te vermijden) en om gebruik te maken van materialen met een doeltreffende akoestische werking: of het nu gaat om de muren, de plafonds of de beglazing, het is mogelijk om de verspreiding van geluid te beperken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat in het strategische luik de aanbevelingen van het addendum over de landschapsinrichting van het Mediaplein inhoudelijk en qua mate van gedetailleerdheid zijn overgenomen; dat in het addendum is aangegeven dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan de inrichting van het Mediaplein om de geluidsoverlast voor de woningen die zich daar bevinden, te beperken; dat ook aan de gebouwen die verbonden zijn met de openbare ruimten en in het bijzonder het Mediaplein, en aan de inrichting van de openbare ruimten (bv.: type verharding) bijzondere aandacht moet worden besteed en dat er passende maatregelen moeten worden getroffen om de geluidsoverlast zoveel mogelijk te beperken; dat het niet binnen de mate van algemeenheid van het plan valt om de details van deze maatregelen te definiëren, aangezien deze kwesties zullen moeten worden bestudeerd in het kader van de vergunningsaanvragen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de definitie van geluidsnormen niet binnen het bestek van het plan valt, noch binnen de mate van nauwkeurigheid ervan; dat die normen zullen worden bestudeerd in de fase van de uitvoering van het plan; dat voor het overige het verloop van die evenementen in elk geval zal moeten voldoen aan de geldende normen op het gebied van geluidshinder; 1.B. Een verbonden wijk: mobiliteit (tram, wegen, verkeersstromen, zachte mobiliteit) a) Algemene overwegingen over de aanpak van de mobiliteit in het RPA Mediapark Overwegende dat het RPA het verwijt krijgt dat het de wijk behandelt als een weg- of snelweggebied, zonder rekening te houden met de bewoners, de handel en hun welzijn; Overwegende dat de Regering stelt dat het RPA Mediapark tot doel heeft een gemengde wijk te creëren met nieuwe kwaliteitsvolle woningen, openbare voorzieningen, bestemmingswinkels en buurtwinkels, georganiseerd rond een stadspark dat de biodiversiteit bevordert; dat het RPA Mediapark de conclusies van het door de Regering goedgekeurde Masterplan E40 overneemt, dat een globale visie op mobiliteit en de omvorming van de grote infrastructuren (E40, Reyerslaan enz.) van de Reyerswijk omvat; dat deze nieuwe visie tot doel heeft het wegkarakter van de wijk te doorbreken om geleidelijk plaats te maken voor de actieve vervoerswijzen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat Leefmilieu Brussel het belang benadrukt van de ontwikkeling van de mobiliteitsstrategie van het RPA naargelang van de verschillende projecten die er deel van uitmaken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie (GMC) de voortzetting van de denkoefeningen over de mobiliteit en de ontwikkeling ervan binnen een ruimere perimeter dan die van het RPA noodzakelijk acht, en dat zij aandringt op een monitoring van de mobiliteit binnen een ruimere perimeter;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Schaarbeek, de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie (GOC) en sommige reclamanten van mening zijn dat de mobiliteitskwestie niet op een alomvattende en samenhangende manier is aangepakt op wijkniveau en dat er nood is aan een denkoefening binnen een ruimere perimeter; dat ze vragen om een referentiedocument (mobiliteitsplan op het niveau van de site en van de wijk) met een faseringsplan voor de uitvoering ervan wordt opgesteld om de goede werking en de evolutie van het RPA Mediapark tijdens zijn ontwikkelingsfasen te kunnen beoordelen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering eraan herinnert dat de strategische visie van het RPA de conclusies bevat van het door de Regering goedgekeurde Masterplan E40, dat een globale visie op mobiliteit en de omvorming van de grote infrastructuren (E40, Reyerslaan enz.) van de Reyerswijk omvat; dat de gewestelijke instanties die bevoegd zijn voor de ontwerp van RPA van het Gewestelijk Mobiliteitsplan Good Move betrokken zijn geweest bij de ontwikkeling van het ontwerp van RPA om de samenhang tussen deze twee plannen te garanderen; dat het plan een zachtere mobiliteit bevordert door een functionele mix te creëren die het autoverkeer beperkt en de actieve vervoerswijzen en het openbaar vervoer stimuleert;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de studieperimeter van het MER over de mobiliteitskwestie is vastgelegd in het licht van de perimeter van het plan en van de effecten ervan; dat het MER de impact van het ontwerp van RPA heeft onderzocht over een gebied dat is uitgebreid in vergelijking met dat van het ontwerp van RPA; dat het MER met name aanbeveelt de aanwezigheid van de auto op de site zelf zoveel mogelijk terug te dringen via passende ontwikkelingen door de aanleg van lusvormige systemen op de site (in plaats van doodlopende straten) aan te moedigen; om alternatieve oplossingen in te voeren voor individueel autobezit door een groter aanbod van deelauto's te creëren; om de doorgang van openbaar vervoer binnen de site mogelijk te maken; om te voorzien in parkeerplaatsen binnen privéruimten die dienovereenkomstig worden geplaatst, aangelegd en gedimensioneerd; te voorzien in ruimten bestemd voor actieve vervoerswijzen in de openbare ruimten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze verschillende aanbevelingen in het ontwerp van RPA werden opgenomen via de creatie van twee lusvormige wegen, de aanleg van voorbehouden parkeerplaatsen voor deelvoertuigen langs de wegen, de creatie van een weg die is voorbehouden voor de actieve verplaatsingswijzen en het openbaar vervoer binnen de site, door te voorzien in een tramlijn, door te voorzien in fietslokalen in verband waarmee het strategische luik bepaalt dat ze ruim moeten zijn en rekening moeten houden met de evolutie van de verplaatsingswijzen als alternatief voor de personenauto, en door de weg in eigen bedding voor te behouden voor de actieve vervoerswijzen en door in het strategische luik te bepalen dat de wegen moeten beschikken over een oppervlak van 20 m breed, geschikt voor alle vormen van gebruik, waardoor er meer ruimte kan worden vrijgemaakt voor de actieve vervoerswijzen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze verlaging van de dichtheid bovendien, aangezien het ontwerp van RPA is gewijzigd en de dichtheid naar beneden is bijgesteld, bovendien een gunstig effect zal hebben op het verkeer dat door het project zal worden gegenereerd; Dat deze aspecten op zich geen fasering van de uitvoering vormen, maar er eerder voor zorgen dat de ontwikkeling van de site in overeenstemming is met de mobiliteitsdoelstellingen die voor het netwerk zijn vastgelegd; Dat voor het overige de mobiliteitsvraagstukken die verband houden met de uitvoering van het plan moeten worden behandeld in het kader van de follow-up van het plan; dat de indicatoren voor de follow-up van het plan op het gebied van mobiliteit die in het MER worden opgesomd, betrekking hebben op de verzadiging van de vervoerswijzen als alternatief voor de auto (bus, tram, trein, fietsenstallingen, deelfietsen en deelauto's enz.), de berekening van de verzadigingsgraad die is aangepast aan elke dienst die tot doel moet hebben de noodzaak van een wijziging van het aanbod op te sporen, die vervolgens moet worden meegedeeld aan de betrokken dienst, en de frequentie en de gebruiksgraad van het aanbod van het openbaar vervoer (tram- en buslijnen); b) Openbaar vervoer en creatie van de Mediatram b.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bereikbaarheid met het openbaar vervoer Overwegende dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie, Leefmilieu Brussel en sommige reclamanten positief en goedkeurend staan tegenover het plan om de site voor te behouden voor de actieve vervoerswijzen en een goede bediening met het openbaar vervoer te bieden, dankzij de toevoeging van een tramproject in het westelijke deel, zowel voor het Mediapark als voor de omliggende wijken; dat een reclamant erop wijst dat de uitbreiding van het tramnet het mogelijk zal maken om de mediapool te verbinden met een van de belangrijkste stations van Brussel en met het structurerende netwerk van het openbaar vervoer van het oosten van het Gewest, wat essentieel is voor de bereikbaarheid ervan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige reclamanten verheugd zijn over de toename van het aanbod van het openbaar vervoer, die zal leiden tot een verbetering van de actieve verplaatsingswijzen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige reclamanten hun bezorgdheid hebben geuit over de vraag of het RPA ten volle zal kunnen bijdragen aan het doel van de terugdringing van de auto; dat zij wijzen op een gebrek aan duidelijkheid met betrekking tot het tijdschema en de volgorde voor de uitvoering van de diverse noodzakelijke ontwikkelingen, zoals de herinrichting van de Reyerslaan en het Meiserplein, en de uitvoering van het Masterplan Parkway E40, die stuk voor stuk essentieel zijn voor het welslagen van de modal shift;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Evere van mening is dat de uitvoering van het RPA gevolgen zal hebben voor haar grondgebied en dat die uitvoering in overeenstemming is met het gemeentelijk ontwikkelingsplan; dat zij een positief advies uitbrengt maar daarbij wel het belang benadrukt van een toereikend aanbod van het openbaar vervoer, met name door de aanleg van een nieuwe tramlijn; dat zij van mening is dat het aanbod van openbaar vervoer momenteel ontoereikend is en moet worden aangepast in overeenstemming met de ontwikkeling van de site en de grote projecten in de omgeving, zoals de Parkway, de ontwikkeling van woningen langs de Kolonel Bourgstraat, Motorcity enz.;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Sint- Lambrechts-Woluwe verwijst naar haar advies van 8 november 2016 over het Parkway-project en van mening is dat verscheidene opmerkingen uit dat advies ook relevant zijn voor het RPA, met name de adviezen die betrekking hebben op de noodzaak van snelle lijnen van het openbaar vervoer langs de as van of parallel aan de Parkway E40;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten erop wijzen dat er in de bestaande toestand een onvoldoende aanbod aan openbaar vervoer is en dat ze vrezen dat de verdichting van het aantal bewoners de situatie zal verergeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant het belang benadrukt van de bereikbaarheid met het openbaar vervoer voor de toegankelijkheid van het hoofdkantoor van de RTBF en daarom wil dat er talrijke verbindingen worden aangelegd of in gebruik worden genomen, evenals haltes (bus, tram) die zich dicht bij de ingang bevinden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Schaarbeek van oordeel is dat de bereikbaarheid met het openbaar vervoer van de site ontoereikend is gezien de geplande dichtheid en gemengdheid; dat ze vraagt om de trajecten van de buslijnen van de MIVB te herzien in het licht van de toename van de vraag naar openbaar vervoer als gevolg van het plan en de afbraak van het Reyersviaduct; dat zij de aanleg van de tramlijn als onzeker beschouwt en garanties vraagt dat deze gelijktijdig met de uitvoering van het RPA zal worden aangelegd of dat, indien dit niet gebeurt, moet worden gezorgd voor een alternatieve toereikende bediening van de site en de omgeving, tijdens de hele duur van de ontwikkelingsprojecten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige reclamanten van mening zijn dat de geplande wijzigingen van de buslijnen en de invoering van een nieuwe tramlijn niet duidelijk zijn omschreven; dat zij vraagtekens zetten bij de ontwikkeling en uitvoering ervan en verzoeken om garanties om een adequate bediening van de site en de omgeving te waarborgen gedurende de ontwikkeling ervan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant benadrukt dat niet alleen een nieuwe tramlijn moet worden aangelegd, maar dat ook de bestaande buslijnen moeten worden verbeterd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie ook het belang benadrukt van een analyse van het tramproject en de mobiliteitskwesties in een ruimere perimeter dan die van het RPA Mediapark;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat de strategische visie van het RPA de conclusies bevat van het door de Regering goedgekeurde Masterplan E40, dat een globale visie op mobiliteit en de omvorming van de grote infrastructuren (E40, Reyerslaan enz.) van de Reyerswijk omvat; dat het ontwerp van RPA een strategische visie op de openbare ruimten op gewestelijke schaal behelst; dat het RPA ook een strategische visie op de openbare ruimten op gewestelijke schaal omvat; dat het aanbod aan openbaar vervoer werd bestudeerd in het kader van de mobiliteitsstudie van het Masterplan Parkway/E40; dat het MER van 2019 vermeldde dat deze studie had uitgewezen dat, in afwachting van meer structurerende oplossingen (zoals de inplanting van een tramlijn), het verhogen van de frequentie van de busdiensten een alternatieve oplossing is om aan de stijgende vraag te voldoen; dat de precieze ontwikkelingen van het netwerk pas kunnen worden uitgewerkt in overleg met de operatoren, wanneer de stedelijke ontwikkelingen concreter zijn; dat deze ook moeten worden geïntegreerd in een globaal ontwikkelingsplan, om verbindingscapaciteit aan te bieden stroomopwaarts en stroomafwaarts van de geoptimaliseerde of nieuw aan te leggen lijnen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER de effecten van het plan heeft bestudeerd in termen van mobiliteit op de site, maar ook in de omliggende wijken; dat het MER de bereikbaarheid met het openbaar vervoer van de Mediaparksite heeft bestudeerd en tot de conclusie is gekomen dat deze site geografisch gezien slecht wordt bediend; dat het MER van mening was dat de aanwezigheid van een grote vervoerslijn en de aanleg van twee tot drie structurerende stations binnen de site noodzakelijk waren om een geloofwaardig alternatief te bieden voor de autoritten; dat het potentieel voor de ontwikkeling van de busdienst een oplossing op korte en middellange termijn lijkt; dat het MER daarom adviseerde het vervoersaanbod aan te vullen met meer structurerende oplossingen, zoals een metro, GEN of tram, om aan de bestaande en toekomstige behoeften te voldoen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het plan er binnen zijn perimeter alles aan doet om de versterking van het openbaarvervoersaanbod te versterken door de integratie van een weg die voorbehouden is voor de actieve verplaatsingswijzen en de doortocht van het openbaar vervoer; dat het RPA Mediapark is gewijzigd om de doortocht van een nieuwe tramlijn in het westen van de site mogelijk te maken, om een kwaliteitsvol openbaarvervoersaanbod in de hand te werken; dat de tramlijn een eigen bedding krijgt als de omstandigheden dat toelaten; Dat het voor het overige niet tot de opdracht van het plan behoort om de structurerende verbindingen van het openbaarvervoersnet buiten de perimeter ervan te versterken; dat een gewestelijke strategie om de structurerende openbaarvervoerslijnen in het oosten van Brussel op korte en middellange termijn te versterken echter cruciaal is om de reeds verzadigde verkeerssituatie in de wijk te verbeteren; dat in het kader van de opvolging van de uitvoering van het plan het globale openbaarvervoersaanbod, met inbegrip van de eventuele herziening van de buslijnen, kan worden aangepast naargelang van de behoeften;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Schaarbeek erop wijst dat de doorgang van de bussen via de Roodebeeklaan richting Diamant problematisch is omdat de rijbaan te smal is om de bussen te laten passeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de mobiliteitsstudie voor het project Parkway E40 suggereerde dat aanvullende en specifieke infrastructuurinrichtingen tot stand zouden moeten worden gebracht als onderdeel van de ontwikkeling van dit project, in coördinatie met de operatoren; Dat het MER de mobiliteit in en rond de site heeft onderzocht; dat het aanbeveelt om actie te ondernemen op het netwerk stroomopwaarts en stroomafwaarts om de vlotte doorstroming van de lijnen en de prestaties van de vervoersverbindingen te verbeteren; dat het voorstelt om een diagnose van het netwerk op grotere schaal op te stellen, door gegevens van Brussel Mobiliteit te vergelijken, om precies te weten waar de bussen vastraken in opstoppingen; dat het aanbeveelt om specifieke inrichtingen in te voeren om de doorstroming van het verkeer te verbeteren, zoals de aanleg van eigen beddingen in en rond de site;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het niet aan het RPA toekomt om een analyse te maken van de vlotte doorstroming van het openbaar vervoer; dat het plan evenwel op de schaal van de perimeter ervan voorziet in de zones en de inrichtingen die nodig zijn om de doorgang van het openbaar vervoer mogelijk te maken; dat het plan de nodige bepalingen invoert om de doorgang van een meer structurerende vervoerswijze, zoals de tram, mogelijk te maken; dat deze verschillende oplossingen worden aanbevolen om te voldoen aan de ambities van het plan om de vlotte doorstroming van het openbaar vervoer op de schaal van de site mogelijk te maken; b.2. Tracé van de Mediatram Doortocht via de Kolonel Bourgstraat Overwegende dat sommige reclamanten gekant zijn tegen het geplande tramtracé, met name de doortocht via de Kolonel Bourgstraat, die als residentieel en vol bochten wordt gezien, en dat ze van mening zijn dat het beter zou zijn de tram via de stadsboulevard van de E40 te laten rijden; dat dit tracé de inwoners van de Sterrenbeeldenwijk en van Evere van de tram zou kunnen laten profiteren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten stellen dat de geologische structuur van de Kolonel Bourgstraat zonder noodzakelijke werkzaamheden voor de versteviging van de weg niet aangepast zou zijn voor een tram en het vrachtverkeer als gevolg van het project;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten van mening zijn dat de doortocht via de Kolonel Bourgstraat een volledige reorganisatie van de weg tussen de grenzen van de openbare en particuliere eigendommen zou vereisen, met de daarmee gepaard gaande noodzakelijke verplaatsingen van de nutsvoorzieningen en van de rioleringen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Schaarbeek het noodzakelijk vindt om een meer gedetailleerde studie uit te voeren over de integratie van de tram in de Kolonel Bourgstraat en verzoekt om te controleren of de capaciteit en het profiel van de Kolonel Bourgstraat toereikend zijn om zowel de geplande tram als de buslijnen erdoor te laten rijden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten erop wijzen dat er tien voetgangersoversteekplaatsen zijn in de Kolonel Bourgstraat en dat de straat niet breed genoeg is; dat ze van mening zijn dat er niet voldoende plaats is om aan weerszijden te voorzien in een tramlijn en een veiligheidszone voor de voetgangers; dat ze het tracé via deze straat onveilig vinden voor de voetgangers;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant laat weten dat de Kolonel Bourgstraat tussen de Grosjeanlaan en de De Lombaerdestraat zo nauw is dat er geen tramhalte kan worden aangelegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige reclamanten van mening zijn dat de tram om veiligheidsredenen met een lagere reissnelheid door de Kolonel Bourgstraat zou moeten rijden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt dat de snelheid van de tram in de Kolonel Bourgstraat zou worden beperkt tot 20 km/uur;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt om de verwijzingen naar de verlaging van de snelheid van de tram te schrappen in het strategische luik, met als reden dat ze in strijd zouden zijn met de gevraagde ambities qua prestatieniveau voor de structurerende lijnen in het kader van het openbaredienstcontract BHG/MIVB;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige reclamanten voorstellen om een fietspad aan te leggen in de Kolonel Bourgstraat, in plaats van doortocht van de tram, die dan op de Parkway zou rijden, om een gemakkelijke toegang tot de naburige wijken te bieden en de aanleg van een lang en ver verwijderd fietspad te vermijden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat de Brusselse Hoofdstedelijke Regering op 31 maart 2022 het tracé van de 'Mediatram' heeft goedgekeurd op basis van het voorkeursscenario zoals bepaald door de effectenstudie; dat de MIVB twee scenario's heeft bestudeerd en dat het voorkeursscenario de doortocht van de tram door de Kolonel Bourgstraat aanbeveelt; dat, indien van toepassing, voor de doortocht van de tram door de Kolonel Bourgstraat een heraanleg van de weg vereist zal zijn om de doorstroming van de tram en de actieve verplaatsingswijzen mogelijk te maken; dat bij deze heraanleg rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid van de doorgang van voetgangers en actieve vervoerswijzen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de herinrichting van de openbare ruimte buiten de perimeter van het RPA, met inbegrip van de Kolonel Bourgstraat, niet binnen het bestek van het RPA valt; dat deze zal worden onderzocht in de fase van de afgifte van de administratieve vergunningen die nodig zijn voor het tramproject; Dat het MER van het RPA niettemin de effecten van de doortocht van de tram binnen de perimeter van het plan onderzoekt; dat het MER het tracé en de gevolgen ervan in detail beschrijft; dat dit tracé de site zal doorkruisen tussen de Meiserpoort, tussen de sites A en B, dat het tracé vervolgens verderloopt tussen de gebouwen Silver/Diamant en site J en dat de tram de perimeter van het RPA Mediapark zal verlaten via de Diamantpoort alvorens de Kolonel Bourgstraat in te rijden; dat het MER tot de conclusie komt dat het gekozen tracé bochtig is en dat dit een positief effect zal hebben op de verkeerssnelheid; dat een lagere verkeerssnelheid bijgevolg de akoestische hinder die wordt veroorzaakt door de doortocht van de tram zal verminderen en ook de veiligheid van de kwetsbare weggebruikers zal bevorderen; dat het niet aan het RPA is om de snelheid van de tram te beperken binnen de Kolonel Bourgstraat, aangezien deze weg geen deel uitmaakt van de perimeter van het RPA, en dat dit aspect het voorwerp uitmaakt van een akkoord tussen de Regering en de MIVB; dat om dezelfde reden, en aangezien dit niet binnen het bestek van het plan valt, de verwijzing naar de snelheid van de tram werd geschrapt uit het strategische luik;</p>\n<p class=\"lf-p\">Verbindingen en renovatieproject van het Meiserplein Overwegende dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie vraagt om meer op de hoogte gehouden te worden over de uitdagingen rond de nieuwe Mediatram-lijn, met name de interactie met het bestaande openbaarvervoersnet, dat goed ontwikkeld is, en de geplande tramtunnel aan Meiser, het tracé (op de Kolonel Bourgstraat in plaats van de E40) en de verbinding met Cora; dat zij zich, net als de GOC en sommige reclamanten, afvraagt hoe die de site zal bereiken bij de overgang van de Rogierlaan naar de Reyerslaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige reclamanten ook vraagtekens plaatsen bij het tracé van de Mediaparktram, die zou vertrekken van het Meiserplein en zou uitkomen bij de Kolonel Bourgstraat, en bij de gevolgen van dit tracé voor de Emile Maxlaan en het Karabiniersplein, met name bij de doortocht via de Meiserpoort; dat zij wijzen op een gebrek aan duidelijke informatie over de manier waarop de tramlijn die Meiserpoort zal bereiken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige reclamanten zich afvragen hoe het project voor de heraanleg van het Meiserplein zal worden geïntegreerd in het RPA en dat ze vrezen dat de inrichtingen die in het kader van dit project voor trams 7, 25 en 62 zijn gerealiseerd, zouden worden afgeschreven als gevolg van de werkzaamheden in verband met het RPA;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten zich zorgen maken over de verenigbaarheid van het Skyline- project met het tramtracé, met name op de hoek van de Kolonel Bourgstraat en de De Lombaerdestraat; dat zij vragen dat de verenigbaarheid van het project met het tramtracé wordt geverifieerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten vaststellen dat het binnenrijden van de tram via de Meiserpoort zou betekenen dat de tram zou moeten passeren door de Wahislaan, die niet de vereiste breedte zou hebben voor de aanleg van een eigen bedding voor de tram;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten van mening zijn dat het tramtracé op de site goed is uitgestippeld, maar vrezen dat er voorbij de Reyerspoort problemen zullen ontstaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat er studies zijn uitgevoerd om het tracé van de toekomstige tramlijn te bepalen; dat als gevolg van deze studies de Regering het tracé van de tram heeft goedgekeurd bij beslissing van 30 maart 2022; dat het voor het overige duidelijk is dat er technische studies zullen worden uitgevoerd om de nadere regelingen en voorwaarden voor de uitvoering van de doortocht van deze tram te preciseren; dat deze overwegingen niet binnen de perimeter van het RPA vallen en bijgevolg ook niet binnen de inhoud van het RPA; dat, wat daarentegen de doortocht van de tram binnen de perimeter van het plan betreft, de MIVB en Brussel Mobiliteit studies hebben uitgevoerd om de beste optie binnen de perimeter van het plan te bepalen; dat voor deze optie is gekozen binnen het kader van het plan; dat voor het overige wordt verwezen naar wat elders is uiteengezet met betrekking tot de inachtneming van het project voor de heraanleg van het Meiserplein; b.3. Bekommernissen in verband met de overlast en hinder als gevolg van de toekomstige tram Geluidshinder Overwegende dat Leefmilieu Brussel erop aandringt om niet alleen rekening te houden met het geluid van de voorbijrijdende trams en een eventueel waarschuwingssignaal voor de voetgangers, maar ook met de trillingen, in het bijzonder bij de Reyerstoren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten zich zorgen maken over de geluidsoverlast, de trillingen en de gevolgen voor het milieu, de architectuur en de oude gebouwen, de veiligheid en hun levenskwaliteit als mogelijk gevolg van het tramverkeer; dat zij zich afvragen welke maatregelen zullen worden genomen om deze overlast en trillingen te beperken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt om te voorzien in goede funderingen om de trillingen als gevolg van de doortocht van de tram te beperken of te voorkomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat de geplande tramlijn bovengronds zal worden aangelegd; dat het MER een geluidsimpact vaststelt als gevolg van het passeren van de tram; dat het aanbeveelt de architectuur van de nieuwe bouwwerken aan te passen aan de constante geluidsknelpunten die met name verband houden met het passeren van de tramlijn; dat met deze aanbeveling rekening moet worden gehouden in het stadium van de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning en de studies die in dit verband worden uitgevoerd; Dat in het RPA wordt bepaald dat, binnen zijn perimeter, de grondverharding langs de tramlijn zo zal worden gekozen dat de akoestische hinder die door het passeren van de tram wordt veroorzaakt, wordt gedempt; dat het niet aan het RPA is om het type fundering of de gekozen materialen nauwkeurig te definiëren, aangezien deze fase tot de tenuitvoerlegging behoort; dat dit aspect zal worden gedefinieerd in het stadium van de vergunningsaanvragen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat in het MER wordt aangegeven dat de beplanting op de site een verhoging van de dempende effecten mogelijk zal maken en het risico van nagalm van het geluid zal beperken; dat het RPA daartoe voorziet in aanplantingen langs de tramsporen; Dat in het MER staat dat het gekozen tracé bochtig is en dat dit een positief effect zal hebben op de verkeerssnelheid; dat hieruit kan worden afgeleid dat een lagere verkeerssnelheid leidt tot minder geluidsoverlast en minder risico's voor de voetgangers als gevolg van de passage van de tram;</p>\n<p class=\"lf-p\">Parkeer- en verkeersproblemen Overwegende dat reclamanten melding maken van bestaande parkeerproblemen in de wijk en van mening zijn dat de doortocht van de tram tot gevolg zou hebben dat het aantal parkeerplaatsen zou afnemen, met name in de Kolonel Bourgstraat;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten zich zorgen maken over de gevolgen van de tram voor de rusthuizen in de Kolonel Bourgstraat wat betreft de parkeergelegenheid voor bezoekers en het verkeer van ambulances en bestelwagens;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten vrezen dat het verkeer hinder zal ondervinden van de tram, waardoor de bussen, de personenauto's maar ook de dienstvoertuigen voor de rusthuizen niet vlot zullen kunnen doorrijden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat de Kolonel Bourgstraat buiten de perimeter van het RPA ligt en dat het tramproject en de doorgang van de tram door deze verkeersas niet binnen het bestek van het RPA vallen; Dat voor het overige wordt verwezen naar wat hierboven is uiteengezet over de doortocht van de tram via de Kolonel Bourgstraat; Dat in het MER en het addendum daarbij kwesties met betrekking tot het parkeerbeleid en de parkeerbehoeften op de site zijn onderzocht; dat in het MER wordt aanbevolen om het aantal zogeheten 'bestemmingsparkeerplaatsen' tot een minimum te beperken in vergelijking met de huidige normen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (d.w.z. parkeerplaatsen voor handelszaken, ondernemingen enz.) en te voorzien in een voldoende aantal parkeerplaatsen voor de woningen, zodat de behoeften van de omwonenden niet worden afgewenteld op de aangrenzende straten; dat ook wordt voorgesteld om het gedeeld gebruik van voertuigen aan te moedigen; Dat de parkeerbehoefte binnen de site opnieuw is beoordeeld in het addendum het MER; dat er wordt aanbevolen om de parkeerstrategie voor auto's te verfijnen, om het aantal parkeerplaatsen per wooneenheid of per oppervlakte te minimaliseren; dat tot de conclusie wordt gekomen dat het aanleggen van parkings niet langer noodzakelijk is in de stad van de toekomst;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat in het MER wordt aanbevolen om in de uitvoeringsfase de fase van de bouwwerkzaamheden gepaard te laten gaan met een wijziging in de manier waarop de ruimten worden gebruikt, met name voor het parkeren; dat de mobiliteitsbehoeften (bewegingen van vrachtwagens en bouwmachines) en de toegang tot de parkeerruimten samen moeten worden uitgedacht; dat specifieke tijdelijke inrichtingen om de toegang tot parkeerplaatsen te garanderen, voorafgaande communicatie en nauwkeurige routemarkering nodig zullen zijn om een vlotte doorstroming van het verkeer op de site te garanderen; Dat, wat het voorwerp ervan betreft, en dus met uitsluiting van de uitvoering, het strategische luik van het RPA de aanbevelingen van het MER en het addendum ervan overneemt; dat het RPA veranderingen in mobiliteitsgewoonten wil aanmoedigen en ondersteunen, in het bijzonder door het gebruik van privévoertuigen te verminderen en het openbaarvervoersaanbod te verhogen en de plaats die aan de actieve vervoerswijzen wordt toegekend, uit te breiden; dat dit alles ongetwijfeld een positieve invloed zal hebben op het verminderen van de autostromen en meteen ook van het parkeren in de omgeving van het project;</p>\n<p class=\"lf-p\">Impact van de tram op de esthetische kwaliteit en de levenskwaliteit van de wijk Overwegende dat sommige reclamanten vrezen dat de werkzaamheden voor de tram zullen leiden tot het kappen van bomen en dat ze het belang benadrukken van het behoud van groene ruimten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de bewoners van de gebouwen langs het Karabiniersplein bezwaar maken tegen het voorstel om een nieuwe tramlijn, die hun uitzicht op het groen en een monument zou verstoren, aan te leggen; dat zij pleiten voor het behoud van het groene scherm en het monument op hun huidige locatie;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant zijn bezorgdheid uit over het verlies aan esthetische kwaliteit van de wijk als gevolg van de masten die nodig zijn voor de traminfrastructuur;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat de tweede versie van het RPA Mediapark is herzien om de geplande doortocht van de tramlijn niet te hinderen; dat het addendum bij het MER de impact van het tramproject op de perimeter van het RPA heeft geanalyseerd en een voorkeurstracé vaststelt; dat de tram een gebied van structurerende ruimten doorkruist voordat hij bij een wegengebied aankomt; dat die gebieden volgens het verordenende luik moeten worden beplant; dat het de geplande handelingen en werken in een gebied van structurerende ruimten afhankelijk maakt van het behoud en de verbetering van de kwaliteit van het stadslandschap; Dat de verplaatsing van het monument voor de martelaren van de twee wereldoorlogen en bijbehorende vegetatie het gevolg zijn van de opties van het Masterplan (waaronder de inplanting van site B) en niet van de doortocht van de tramlijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het plan ertoe strekt de esthetiek van de wijk te heroverwegen door de kwaliteit van de openbare ruimten en de architectuur te verbeteren; dat de wijzigingen aan de bestaande site inherent zijn aan het RPA; dat hun impact moet worden afgewogen tegen de doelstellingen van algemeen belang die met het plan worden nagestreefd en de geplande maatregelen om ze op een aanvaardbare manier te beheren; b.4. Planning, alternatieven en budgetten in verband met de werkzaamheden voor de tram Overwegende dat reclamanten willen weten of er mogelijke alternatieven voor de tram zijn bestudeerd en waarom de tram de meest geschikte oplossing werd geacht;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige reclamanten van mening zijn dat bussen, met name hybride of elektrische bussen, geschikter en goedkoper zouden zijn dan een tram, en voorstellen om de frequentie ervan te verhogen en extra bushaltes aan te leggen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige reclamanten willen weten welk budget er nodig is voor de aanleg van deze nieuwe tramlijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt of er een budget zal worden toegekend aan de versterking van de structuur van de bestaande gebouwen langs de nieuwe tramsporen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering stelt dat de tramlijn een project is dat losstaat van het RPA; dat het buiten het bestek van het RPA valt; dat voor dit project een eigen impactstudie is uitgevoerd, na afloop waarvan een voorkeurstracé werd gekozen; dat het niet aan het RPA Mediapark is om de wenselijkheid, de kosten of zelfs de schadevergoedings- of compensatiemechanismen met betrekking tot dit project van gewestelijke omvang te bepalen; Dat, wat zijn perimeter betreft, een van de doelstellingen van het RPA er echter in bestaat om de plaats van de auto zoveel mogelijk te beperken door om het autogebruik zo veel mogelijk terug te dringen door een prominente plaats te geven aan de actieve vervoerswijzen en door het openbaarvervoersaanbod uit te breiden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER de effecten van het plan heeft bestudeerd in termen van mobiliteit op de site, maar ook in de omliggende wijken, in het licht van de doelstellingen van het plan; dat het MER de bereikbaarheid met het openbaar vervoer van de Mediaparksite heeft bestudeerd en tot de conclusie is gekomen dat deze site geografisch gezien slecht wordt bediend; dat het MER van mening was dat de aanwezigheid van een grote vervoerslijn en de aanleg van twee tot drie structurerende stations binnen de site noodzakelijk waren om een geloofwaardig alternatief te bieden voor de autoritten; dat het potentieel voor de ontwikkeling van de busdienst een oplossing op korte en middellange termijn lijkt; dat het MER daarom adviseerde het vervoersaanbod aan te vullen met meer structurerende oplossingen, zoals een metro, GEN of tram, om aan de bestaande en toekomstige behoeften te voldoen; dat deze oplossing een vermindering met 10 tot 15% van het aantal autoritten en bijgevolg van het aantal parkeerplaatsen mogelijk zou maken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het plan is aangepast om rekening te houden met deze aanbeveling; dat het verschillende ontwikkelingen bevat om de doorgang van een tramlijn binnen de site en in de nabije omgeving ervan mogelijk te maken; dat de zuidwestelijke ingang van het Mediapark in de richting van Diamant is verbreed om de doorgang van de tramlijn in het hart van de wijk te garanderen; dat de grondinname van de voormalige sites N en M (nu site J) dienovereenkomstig is verminderd om ruimte vrij te maken voor de doortocht van de tramlijn;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant aanvoert dat de verlenging van de tramsporen tot binnen de perimeter van het RPA Mediapark slechts zinvol en haalbaar is indien vooraf aan twee voorwaarden is voldaan; dat enerzijds voor de verlenging van het tramspoornet door het Mediapark is vereist dat tram 7 voorafgaandelijk ondergronds wordt gebracht ter hoogte van het Meiserplein en dat een premetrohalte Meiser wordt aangelegd voor die lijn (wat de prestaties ervan zal verbeteren en de aantrekkingskracht van de mediastad vanuit en naar Laken, Etterbeek, Elsene en Ukkel ten goede zal komen); dat anderzijds de uitbreiding van het tramspoornet ook afhankelijk is van de gelijktijdige uitwerking van technische studies over de manier waarop de nieuwe lijn zal aansluiten op de Gemeenschappenlaan en dat in de tracéstudie nota is genomen van het strategische belang van de aanleg van een nieuwe brug tussen de Kolonel Bourgstraat en de bovengenoemde laan; dat zij benadrukt dat de voortgang van deze studies en de uitvoering van dit programma tegelijk moeten plaatsvinden met de ontwikkeling van de Mediaparksite, omdat het anders noodzakelijk zal zijn om in het hart van de Mediaparksite een eindhalte voor de tram te creëren, zonder verbinding met het structurerende openbaarvervoersnetwerk in het oosten van het Gewest (met inbegrip van metrolijn 3);</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant erop wijst dat uit de tracéstudie is gebleken dat het nieuwe tramspoor alleen aan de even kant van de Reyerslaan kan worden aangelegd en dat daarvoor de huidige koker waarmee de lijnen 7 en 25 de premetrohalte Diamant kunnen bereiken, moet worden verwijderd om voldoende ruimte te krijgen voor de aanleg ervan, waardoor lijn 7 verplicht moet worden ingegraven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat Leefmilieu Brussel uiting geeft aan zijn bezorgdheid over de uitvoering ervan binnen de termijnen die gelijklopen met de ontwikkeling van de site, in het besef dat dit project het Mediapark overstijgt; dat LB in dit verband het volgende voorbehoud formuleert: er is een wijziging van het GBP om een lijn met hoge capaciteit toe te voegen, aan de gang, en dit zou op zijn vroegst in 2025-2026 zijn afgerond; dat bij deze wijziging rekening moet worden gehouden met die lijn en de milieueffecten ervan; dat voor die lijn ook een milieueffectenstudie moet worden opgesteld, wat zal leiden tot een extra vertraging die kan oplopen tot 450 dagen in geval van de aanleg van de Gemeenschappenbrug; dat LB tot slot het voorontwerp van bovengrondse heraanleg van het Meiserplein voortijdig acht in het geval het plein opnieuw zou moeten worden opengebroken om de werkzaamheden voor de tram uit te voeren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige reclamanten toegeven dat de overwegingen die in het RPA zijn gemaakt over de uitvoering van het volledige infrastructuurprogramma aan het begin van het gebruik van de site, nietig en zonder voorwerp zijn, behalve indien het project zou worden gespreid in de tijd; dat de aanleg van het tracé van die tram in de praktijk pas zal kunnen beginnen na de sloop van de huidige hoofdkantoren van de RTBF en de VRT, aangezien voor de sloop die weg wordt gebruikt, en dat de woningen pas na de installatie van de tramlijn kunnen worden gebouwd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat Leefmilieu Brussel voorstelt dat, wat betreft de fasering van de werkzaamheden met betrekking tot het RPA en de werkzaamheden met betrekking tot de tram, de MIVB en de MSI een gezamenlijke retroplanning van de verschillende ontwikkelingsfasen opstellen, tegelijk met de planning van de studies, de indiening van de vergunningsaanvragen en de aanvraag voor de werkzaamheden voor de tram, en dat die retroplanning de voorlegging in derde lezing van het RPA Mediapark begeleidt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie erop aandringt om de tijdschema's voor de ontwikkeling van de projecten op elkaar af te stemmen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten de data en de planning van de werkzaamheden voor de tram volgens de fasering van het RPA willen vernemen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat de tram een afzonderlijk project is dat het voorwerp van het RPA overstijgt; dat het niet aan het RPA Mediapark toekomt om de aspecten in verband met de uitvoering ervan, zoals het verloop van de bouwwerkzaamheden, te definiëren; dat de uitvoering van de bouwwerkzaamheden van het RPA en de fasering ervan in het licht van de naastliggende heraanlegprojecten bovendien onder de operationalisering vallen; Dat er studies zijn uitgevoerd om het tracé van de toekomstige tramlijn te bepalen; dat als gevolg van deze studies de Regering het tracé van de tram heeft goedgekeurd bij beslissing van 30 maart 2022; dat het voor het overige duidelijk is dat er technische studies zullen worden uitgevoerd om de nadere regelingen en voorwaarden voor de uitvoering van de doortocht van deze tram te preciseren; dat deze overwegingen niet binnen de perimeter van het RPA vallen en bijgevolg ook niet binnen de inhoud van het RPA; dat, wat daarentegen de doortocht van de tram binnen de perimeter van het plan betreft, de MIVB en Brussel Mobiliteit studies hebben uitgevoerd om de beste optie binnen de perimeter van het plan te bepalen; dat voor deze optie is gekozen binnen het kader van het plan; dat in het MER van 2019 werd aangegeven dat, in afwachting van meer structurerende oplossingen, zoals de integratie van een tramlijn, de verhoging van de frequentie van het busaanbod een alternatieve oplossing vormt om te voldoen aan de toegenomen vraag op korte en middellange termijn; c) Autogebruik: verlaging, verkeersstromen en infrastructuur c.1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vermindering van het autogebruik Overwegende dat reclamanten verheugd zijn over de inspanningen van het RPA om het autogebruik terug te dringen, met name door de aanleg van een nieuwe tramlijn en de bevordering van een autovrije openbare ruimte;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten opmerken dat een vermindering van de autostroom voornamelijk zal plaatsvinden dankzij de voetgangers en de gebruikers van het openbaar vervoer;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten herinneren aan de conclusie van het MER dat de mobiliteitssituatie ondanks de door het project teweeggebrachte verbeteringen problematisch blijft; dat zij van mening zijn dat ondanks deze verbeteringen het geraamde aantal ritten (5.448) per dag hoog blijft en in de piekuren kan oplopen tot 11.720 voertuigen/uur; dat zij benadrukken dat het mobiliteitsgedrag moet worden gewijzigd om de ontwikkeling van de site mogelijk te maken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat Brupartners vaststelt dat de gebruikers van de site momenteel de voorkeur aan het individuele voertuig lijken te geven en van mening is dat er concrete begeleidende maatregelen nodig zijn om deze praktijk te verminderen; dat Brupartners erop aandringt dat de nieuwe ontwikkelingen in verband met de mobiliteit en de verkeerstoename als gevolg van de nieuwe woningen en de activiteiten van het project in de aangrenzende straten zouden worden bestudeerd, rekening houdend met de context van wegen die tijdens de spitsuren al verzadigd zijn; dat Brupartners vraagt de ambities op het gebied van mobiliteit in de praktijk zouden kunnen worden gebracht door de implementatie van coherente alternatieven zoals een verhoging van de frequentie van het openbaar vervoer of de aanmoediging van gedeelde verplaatsingswijzen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige reclamanten aanvoeren dat de modal shift alleen kan slagen door de verplaatsingen per auto aan meer beperkingen te onderwerpen; dat zij van mening zijn dat, hoewel de afwezigheid van bovengrondse parkeerplaatsen in het RPA de levenskwaliteit op de site verbetert, de aanwezigheid van een groot aantal parkeerplaatsen, in het bijzonder de bouw van 90.000 m2 aan ondergrondse parkeergarages, een stimulans zal blijven om met de auto naar de site te komen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige reclamanten suggereren dat een daadkrachtig beleid voor sociale woningen (waarvan de bewoners doorgaans niet zo vaak een auto bezitten) en een verlaging van de dichtheid het mogelijk zouden maken om een plan te ontwikkelen waarvan de gevolgen voor de mobiliteit, in het bijzonder voor het intensieve gebruik van de auto, rechtstreeks kunnen worden beheerst, zonder het Gewestelijk Mobiliteitsplan af te wachten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant van mening is dat verplaatsingen per auto een belangrijke rol zullen blijven spelen om reden van de demografische kenmerken (ouderen, gezinnen met kinderen die naar een kinderdagverblijf of naar school gaan, werknemers die ver van de werkplek wonen);</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat invloed van het project op de mobiliteit in de wijk is bestudeerd in het kader van het MER, dat het project ertoe strekt de actieve vervoerswijzen onder de aandacht te brengen; dat in het MER echte, praktische oplossingen worden voorgesteld om te komen tot een verandering van de mobiliteitsstrategie en een modal shift, wat noodzakelijk is in een reeds verzadigde mobiliteitscontext; Dat het MER met name de aanbeveling bevat om de aanwezigheid van de auto binnen de site zelf zoveel mogelijk terug te dringen via passende ontwikkelingen door de aanleg van lusvormige systemen op de site (in plaats van doodlopende straten) te bevorderen; om alternatieve oplossingen in te voeren voor individueel autobezit door een groter aanbod van deelauto's te creëren; om de doorgang van een tramlijn en van openbaar vervoer binnen de site mogelijk te maken; om te voorzien in parkeerruimten die worden gelokaliseerd en ingericht binnen private ruimten, met dienovereenkomstige afmetingen; om in de openbare ruimten te voorzien in parkeerplaatsen voor de rijdende actieve vervoerswijzen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het RPA Mediapark is herzien om de dichtheid ervan te verminderen; dat in het addendum bij het MER de gevolgen van het project voor de mobiliteit opnieuw zijn onderzocht in het licht van deze wijziging; dat het zijn eerdere conclusies handhaaft en aanvullende aanbevelingen doet; dat in het addendum, op basis van de vaststelling dat het voorkeursscenario voor 2023 de noodzaak met zich meebrengt om te voorzien in ongeveer 2.900 parkeerplaatsen, wat overeenkomt met ongeveer 90.000 m2 aan parkeerruimte, is geoordeeld dat de parkeerstrategie verfijnd moest worden om het aantal parkeerplaatsen per wooneenheid of oppervlakte zoveel mogelijk te beperken; dat tot de conclusie is gekomen dat de aanleg van parkeergarages niet langer noodzakelijk is in de stad van de toekomst; dat de aanleg van deze parkeergarages bijgevolg moet worden geoptimaliseerd door deze infrastructuren op een grote afstand van de bestemmingsplaatsen in te planten en door parkeergarages voor gedeeld gebruik te ontwerpen; dat geoordeeld wordt dat de tram een bevoorrecht instrument zal zijn in de strategie inzake de modal shift;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de verschillende aanbevelingen zijn opgenomen in het RPA Mediapark voor zover ze onder zijn mate van gedetailleerdheid vallen; Dat het RPA Mediapark in het algemeen een autoluwe mobiliteit bevordert en de impact van de nieuwe ontwikkelingen op het wegennet beperkt door twee belangrijke hefbomen: het beperken van de oorzaken van verplaatsingen met de auto via de functionele mix en het bevorderen van het gebruik van actieve verplaatsingswijzen; dat het RPA gericht is op de ontwikkeling van woningen met sociale doeleinden waarvan de bewoners minder vaak een auto gebruiken; Dat in het RPA is voorzien in de aanleg van twee lusvormige wegen die de enige toegangen tot de site vormen voor motorvoertuigen; dat parkeren langs de openbare weg verboden is, behalve voor een paar uitzonderingen die in het verordenende luik worden genoemd, waaronder de gedeelde voertuigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het verordenende luik een strikte afbakening bevat van een parkeergebied in het oostelijke deel van het project; dat dit gebied de bouw van een ondergrondse parkeergarage toestand, zonder die evenwel op te leggen; dat het strategische luik het gedeelde gebruik van de parkeergarages en de optimalisatie van het aantal plaatsen aanbeveelt; dat het plan niet voorziet in de bouw van een parkeergarage van 90.000 m2 overeenkomstig de aanbevelingen van het MER; dat in voorkomend geval de aanleg van een parkeergarage in dit gebied moet worden geanalyseerd in het stadium van de vergunningsaanvragen; dat het aan de vergunningverlenende autoriteiten is om na te gaan of deze aanvragen in overeenstemming zijn met de doelstellingen van het RPA en de behoeften;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het RPA Mediapark maatregelen bevat om de voorwaarden voor de actieve vervoerswijzen aanzienlijk te verbeteren door te voorzien in ruime en hoogwaardige openbare ruimten die gericht zijn op de multimodale knooppunten Meiser en Diamant, door de aanleg van voetgangers- en fietsoversteekplaatsen van die momenteel omringde site, en door aan te sluiten op het bestaande netwerk van de actieve vervoerswijzen (ICT, FietsGEN enz.); dat het RPA het gebruik van de doorsteken door het park voorbehoudt aan de actieve verplaatsingswijzen en tegelijkertijd in het strategische luik bepaalt dat de wegen een oppervlak met een breedte van 20 m hebben dat geschikt is voor alle vormen van gebruik, waardoor er meer ruimte vrijkomt voor de actieve vervoerswijzen; dat in het strategische luik van het RPA Mediapark oversteekplaatsen worden voorgesteld voor de actieve vervoerswijzen die de Reyerslaan oversteken, die worden bestudeerd in het kader van het project voor de aanleg van de Reyerslaan; dat er in het RPA wordt voorzien in de installatie van fietsenstallingen, waarvan het strategische luik aangeeft dat ze moeten beschikken over een ruimte oppervlakte, rekening houden met de evolutie van de verplaatsingswijzen als alternatief voor de individuele auto;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het RPA Mediapark ook voorstelt om de centrale weg te gebruiken voor de doortocht van het openbaar vervoer als dat noodzakelijk blijkt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het RPA Mediapark werd gewijzigd om de doorgang van een tramlijn tussen de poorten Meiser en Diamant mogelijk te maken; dat een dergelijke tramlijn een betere bediening met het openbaar vervoer mogelijk zal maken; Dat een gewestelijke strategie voor de versterking op korte en middellange termijn van de structurerende lijnen van het openbaar vervoer in het oosten van Brussel van cruciaal belang is om de situatie van de reeds verzadigde wegen in de wijk te verbeteren; dat de MIVB een verhoging van de frequentie van de bestaande lijnen van het openbaar vervoer in het Gewest plant op korte en middellange termijn; dat er studies zijn uitgevoerd om het tracé van de toekomstige tramlijn te bepalen; dat als gevolg van deze studies de Regering het tracé van de tram heeft goedgekeurd bij beslissing van 30 maart 2022; dat er voor het overige technische studies zullen worden uitgevoerd om de nadere regelingen en voorwaarden voor de uitvoering van de doortocht van deze tram te preciseren; dat deze overwegingen niet binnen de perimeter van het RPA vallen en bijgevolg ook niet binnen de inhoud van het RPA; dat, wat daarentegen de doortocht van de tram binnen de perimeter van het plan betreft, de MIVB en Brussel Mobiliteit studies hebben uitgevoerd om de beste optie binnen de perimeter van het plan te bepalen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat deze verschillende hefbomen het mogelijk moeten maken de door het RPA Mediapark veroorzaakte toename van het autoverkeer te beperken, met name in de aangrenzende straten; c.2. Verkeer en toename van de verkeersstromen in verband met het project Overwegende dat een reclamant van mening is dat het RPA voornamelijk leidt tot een toename van de verplaatsingsstromen, in plaats van een eenvoudige reorganisatie, en dat de verzadiging met auto's afhangt van factoren die buiten de controle van het project vallen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Sint- Lambrechts-Woluwe erop wijst dat zij geen rechtstreekse gevolgen ondervindt van het RPA, maar dat de stedelijke verdichting van deze site het stedelijk evenwicht van de aangrenzende wijken dreigt te verstoren, met name op het gebied van mobiliteit; dat zij vreest voor een aanzienlijke toename van het autoverkeer in haar woonwijken als gevolg van de aanleg van deze nieuwe dichtbevolkte wijk, de aanwezigheid van talrijke bedrijven, maar ook in verband met de werkzaamheden aan de Reyerslaan en de geplande capaciteitsvermindering van de wegen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Sint- Lambrechts-Woluwe vreest dat de Maartlaan en, in mindere mate, de Sterrenbeeldenlaan, de Plejadenlaan en de Tweehuizenweg, die naar de Grosjeantunnel leiden, nog drukker zullen worden; dat ze vraagt of er maatregelen zijn onderzocht of voorgesteld om het autoverkeer in deze twee doorgangen onder de snelweg te beperken en te temperen; dat ze verwijst naar haar advies van 8 november 2016 over het Parkway-project en meent dat bepaalde opmerkingen uit dat advies ook relevant zijn voor het RPA, met name de opmerkingen met betrekking tot het beheersen van de verkeersstromen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige reclamanten een aanzienlijke toename van het verkeer in de wijk vrezen door de verwachte toestroom van bewoners, werknemers, bezoekers en activiteiten van het Mediapark;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegend dat de Regering erop wijst dat in het MER wordt uiteengezet dat het voorkeursscenario slechts tijdens de ochtendspits (8.00-9.00 uur) een verplaatsing van 1.000 voertuigen per uur zal genereren; dat het MER vond dat het aantal voertuigen dat van en naar de site zou komen binnen een vergelijkbare orde van grootte zou moeten blijven als de huidige situatie; dat het project niet leidde tot een loutere toename van het verkeer, maar eerder een reorganisatie van de verkeersstromen vereiste; dat in het addendum van het MER als gevolg van de geplande verlaging van de dichtheid in het RPA Mediapark de door het project veroorzaakte stroom opnieuw is onderzocht en dat die stroom naar verwachting slechts 810 verplaatsingen zal bedragen tijdens de ochtendspits (8.00-9.00 uur); dat het, in het verlengde van het MER, de aanbeveling bevat om een evolutie van de overstap op andere vervoerswijzen te bepleiten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de verschillende aanbevelingen zijn opgenomen in het RPA Mediapark voor zover ze onder zijn mate van gedetailleerdheid vallen; Dat het RPA Mediapark in het algemeen een autoluwe mobiliteit bevordert en de impact van de nieuwe ontwikkelingen op het wegennet beperkt door twee belangrijke hefbomen: het beperken van de oorzaken van verplaatsingen met de auto via de functionele mix en het bevorderen van het gebruik van actieve verplaatsingswijzen en van het openbaar vervoer; dat in dat verband wordt verwezen naar wat hiervoor is uiteengezet op het vlak van de vermindering van het gebruik van de auto (C.1);</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige reclamanten vrezen dat het door het RPA Mediapark gegenereerde verkeer onaanvaardbare overlast zal veroorzaken; dat zij zich afvragen welke maatregelen zullen worden genomen om deze overlast en trillingen te beperken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat in het MER wordt uiteengezet dat de huidige geluidssituatie door de geplande infrastructuurwerken (vermindering van het verkeer) zou moeten verbeteren en comfortabel zou worden gemaakt voor de inrichtingen van de site; dat in het ontwerpplan de aanbevelingen van de milieueffectenstudie van het plan met betrekking tot mogelijke geluidsoverlast door de activiteiten en bijkomend verkeer zijn opgenomen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat in het strategische luik wordt aanbevolen om de maximumsnelheid op de lusvormige wegen te beperken tot 30 km/uur en op de centrale weg tot 20 km/uur; dat het RPA Mediapark voorziet in het behoud van het bestaande bos, dat een positieve psycho-akoestische rol speelt; dat het strategische luik de aanbeveling bevat om bijzondere aandacht te besteden aan en passende maatregelen te nemen voor de gebouwen die verbonden zijn met de openbare ruimten en in het bijzonder het Mediaplein, alsook voor de aanleg van de openbare ruimten (bv. type verharding) om deze overlast te beperken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige reclamanten vrezen dat de verschillende soorten handelszaken die in het RPA zijn gepland, stromen van vrachtwagens zullen genereren die onverenigbaar zijn met het parkgebied, en vraagtekens zetten bij de manier waarop deze voertuigen zullen worden beheerd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat de site van het RPA hoofdzakelijk is voorbehouden voor de actieve verplaatsingswijzen; dat de ruimten waar het verkeer van bestelwagens toegelaten is, strikt worden afgebakend door het RPA Mediapark; dat het stadspark door geen enkele weg wordt doorkruist en dat het autoverkeer op de parkdoorsteken 'noordboog' en 'centrale weg' strikt wordt beperkt en geregeld door het verordenende luik van het RPA; dat de snelheid van gemotoriseerde voertuigen op de wegen beperkt is tot 30 km/uur; Dat het MER een aantal aanvullende aanbevelingen bevat om de impact van het verkeer van die voertuigen te minimaliseren, die moeten worden geïmplementeerd in de fase van de operationalisering van het RPA; dat in het strategische luik ook wordt aangegeven dat de uurregeling voor de leveringen later wordt vastgesteld;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vreest dat het verkeer zal worden gehinderd door de vele eenrichtingsstraten;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat de invoering van eenrichtingsverkeer op de wegen buiten de perimeter van het RPA niet binnen het bestek van het RPA valt; Dat binnen de perimeter van het RPA het autoverkeer strikt beperkt is; dat, met het oog op het verkeer van de toegelaten voertuigen, de wegen lusvormig zijn ontworpen, met een maximale breedte van 6,40 m, zodat vlot tweerichtingsverkeer mogelijk blijft, zelfs bij occasionele stilstand van een voertuig;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten voorstellen om het centrum voor de technische keuring te verplaatsen van de huidige locatie wegens de toestroom van voertuigen die het genereert;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat dit gebouw zich buiten de perimeter van het RPA bevindt; dat de uitvoering van het RPA deze verplaatsing niet impliceert gezien de geplande regelingen voor het beheer van de mobiliteit ; c.3. Nodige maatregelen en infrastructuren voor het autoverkeer Overwegende dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie vraagt om de breedte van 6,40 meter voor het gemotoriseerd verkeer als maximum te beschouwen, teneinde het lokale karakter van de wegen te behouden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat in het strategische luik van het RPA is vastgelegd dat de breedte van 6,40 m systematisch wordt doorgevoerd voor alle wegprofielen en dat dit de maximaal toegestane breedte is voor tweerichtingsverkeer; dat deze breedte ervoor zorgt dat de weg niet wordt geblokkeerd bij een occasionele stilstand van een voertuig, terwijl er meer ruimte op de rijbaan overblijft voor de actieve vervoerswijzen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Sint- Lambrechts-Woluwe wijst op het belang om het kruispunt van de Maartlaan en de Roodebeeksteenweg te beveiligen, waar een nieuwe toegang en een 'kiss &amp; ride'-zone zijn gepland voor het Angelusinstituut, door maatregelen zoals de verbreding van de voetpaden, de aanleg van fietsvoorzieningen en bijvoorbeeld een rotonde; dat ze ook verzoek om een herbeoordeling, in overleg met de gemeente Schaarbeek, van de geschiktheid van de maatregelen in verband met de eventuele reorganisatie van het verkeer in de Maartlaan en de Herbert Hooverlaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat reclamanten ook aangeven dat volgens hen het kruispunt Maart/Roodebeek, de Maartbrug, de Grosjeanbrug, de rotonde Sterrenbeelden/Plejaden en de rotonde Kolonel Bourg moeten worden heringericht voordat het Mediapark wordt aangelegd;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering uiteenzet dat de strategische visie van het ontwerpplan de conclusies bevat van het door de Regering goedgekeurde Masterplan E40, dat een globale visie op mobiliteit en de omvorming van de grote infrastructuren (E40, Reyerslaan enz.) van de Reyerswijk omvat; Dat de Maartlaan en de Hooverlaan, de Roodebeeksteenweg, de Maartbrug, de Grosjeanbrug, de rotonde Sterrenbeelden/Plejaden en de rotonde Kolonel Bourg geen deel uitmaken van de perimeter van het RPA Mediapark; dat hun herinrichting niet binnen de werkingssfeer van het RPA valt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant vraagt om een ergonomische oplossing voor de leveringen van site D en het afvoeren van afval naar de bovenkant van de Adamsweg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat het RPA de belangrijkste beginselen bevat voor de inrichting of herinrichting van het grondgebied waarop het betrekking heeft; dat het zich, wat zijn onderwerp betreft, niet verzet tegen de invoering van dit type oplossing; Dat niettemin, met betrekking tot datgene wat onder de mate van algemeenheid van het plan valt, de aanleg van de wegen, met inbegrip van de weg die langs site D loopt en aansluit op de Evenepoelstraat, deel uitmaakt van de operationalisering en niet van het detailniveau van het RPA; dat de universele toegankelijkheid van de openbare ruimten is opgenomen in de GSV, waarvan de eisen van toepassing blijven in het kader van het RPA Mediapark; Dat in het plan de toegang voor leveringsvoertuigen tot de site is toegestaan en bovengrondse parkeerzones voor dit soort voertuigen worden aanbevolen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat wat het beheer en de verwijdering van afval betreft, het strategische luik ertoe strekt een optimaal beheer mogelijk te maken (compostering, hergebruik en recycling); dat het pleit voor een bio-kwalitatief ontwerp van de woningen en kantoren aan de hand van een aantal criteria, waaronder vlotte toegang tot de lokalen voor het afval; Dat het voor het overige niet tot de mate van gedetailleerdheid van het RPA Mediapark behoort om in deze fase al te voorzien in de soorten voorzieningen die een plaats moeten krijgen in de openbare ruimten en om de invoering van collectieve infrastructuren vast te stellen; dat die kwesties zullen worden bestudeerd in de fase van de aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning; d) Zachte mobiliteit Overwegende dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie het goedkeurt en positief vindt dat de site wordt voorbehouden voor de actieve vervoerswijzen;dat ze verheugd is over de kwaliteitsvolle voetgangersruimte;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie ook voorstelt om de voetgangerswegen vóór de site in het RPA op te nemen, met name bij de heraanleg van de Reyerslaan van en naar Diamant en Meiser, met voldoende brede voetpaden voor de voetgangers;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Sint- Lambrechts-Woluwe het belangrijk vindt om de wijk, met een park en gericht op de zachte mobiliteit, niet af te sluiten maar op te nemen in een netwerk van 'trage wegen'; dat zij pleit voor een verbetering van de verbindingen met de toekomstige Parkway, maar ook voor een verrijking van het netwerk van veilige wandel- en fietspaden (bruggen voor voetgangers en fietsers, fietspaden, kwaliteitsvolle voorzieningen) dat de verbinding zou maken met de 'wijken met dreven', met name de wijken Steekbok en Sterrenbeelden, maar ook met de verschillende tramhaltes;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige reclamanten de bestaande infrastructuur voor de zachte mobiliteit ongeschikt vinden en een gebrek aan veiligheid op de fietspaden melden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat het Parkway-project, het project voor de heraanleg van de Reyerslaan en de 'wijken met dreven' niet binnen de perimeter van het RPA liggen; dat het niet aan het RPA toekomst om de noodzakelijke herinrichtingen van deze locaties te bepalen; dat het MER aanbeveelt om de aanwezigheid van de auto binnen de site tot een minimum te beperken en de actieve vervoerswijzen te positioneren als reële oplossingen voor dagelijkse mobiliteit in het kader van de ontwikkeling van een mediapool; dat het plan maatregelen bevat om de voorwaarden voor de actieve vervoerswijzen aanzienlijk te verbeteren door te voorzien in ruime en hoogwaardige openbare ruimten die gericht zijn op de multimodale knooppunten Meiser en Diamant, door de aanleg van voetgangers- en fietsoversteekplaatsen van die momenteel omringde site, en door aan te sluiten op het bestaande netwerk van de actieve vervoerswijzen (ICT, FietsGEN enz.);</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat in het MER wordt vastgesteld dat het besluit om de locatie te ontwikkelen ten gunste van de actieve vervoerswijzen het mogelijk maakt om vanaf de ontwerpfase van het project rekening te houden met het harmonieuze samengaan van verschillende vervoerswijzen; dat er niettemin wordt gewezen op een risico op conflicten doordat het openbaar vervoer, zoals de bus, het parkgebied doorkruist, alsmede doordat de voetgangers- en de fietsersstromen naast elkaar bestaan en elkaar kruisen, vooral dan op het Mediaplein; dat in het MER wordt aangevoerd dat de aanleg van een ontmoetingszone een oplossing kan zijn als deze goed is ingericht (goed zicht, bussen die tegen 20 km/uur passeren ...); maar dat deze aspecten onder de uitvoeringsfase van het plan vallen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat in het RPA Mediapark de aanleg van openbare ruimten die verbonden zijn met het bestaande netwerk wordt aanbevolen; dat de centrale weg eindigt in de buurt van de Maartlaan en de twee GFR's 1b en 2b verbindt door de Jules Lebrunstraat en de Maartlaan met elkaar te verbinden; dat de centrale weg op die manier de site verbindt met de wijk van de dreven; dat de aanleg van de Meiserpoort en de weg die langs site A loopt de verbinding maken met de Reyerslaan; Dat het strategische luik van het RPA Mediapark aanzet tot de aanleg van voldoende brede voetpaden om een vlotte doorstroming van het voetgangersverkeer en eventuele programma's te waarborgen; Dat het strategische luik de typische dwarsdoorsnede van een weg schetst, met een voetpadbreedte van 4,30 m;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het MER met name de aanbeveling bevat om de Middenring te herdefiniëren teneinde het oversteken van de laan gemakkelijker te maken; dat in het strategische luik van het RPA wordt aanbevolen om te voorzien in oversteekplaatsen voor de actieve vervoerswijzen die de Reyerslaan oversteken, die momenteel worden onderzocht in het project voor de aanleg van de Reyerslaan; dat het bepaalt dat het toekomstige kruispunt Reyers/Emile Max/interne weg het voor de actieve vervoerswijzen mogelijk zal maken de Reyerslaan over te steken; e) Coördinatie met de andere mobiliteitsprojecten Overwegende dat Brupartners vaststelt dat er in de omgeving van de perimeter van de site heel wat projecten in verband met mobiliteit en herontwikkeling van infrastructuren aan de gang of gepland zijn;dat het er dus op aandringt dat deze ontwikkelingen verenigbaar zouden zijn met de toegankelijkheid van de Mediapark-site;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Schaarbeek vraagt dat er ook gecoördineerde studies zouden worden uitgevoerd naar de lopende mobiliteitsprojecten en naar de verschillende toegangen tot de site, ook die welke geen deel uitmaken van de perimeter van het RPA (de Kolonel Bourgstraat, het kruispunt Kolonel Bourg en de weg die leidt naar het Mediapark (Diamantpoort), het kruispunt Kolonel Bourg en de invoeging ervan in de Reyerslaan, de aanleg van een rotonde op het kruispunt van de Adamsweg, de Evenepoelstraat en de Jules Lebrunstraat, de aanleg van een nieuw kruispunt op de hoek van de Georginlaan en de Momaertslaan, de toegang tot de site tussen de site A en het Silvergebouw);</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering uiteenzet dat de strategische visie van het RPA de conclusies bevat van het door de Regering goedgekeurde Masterplan E40, dat een globale visie op mobiliteit en de omvorming van de grote infrastructuren (E40, Reyerslaan enz.) van de Reyerswijk omvat;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat in het MER rekening is gehouden met de grote lopende of geplande projecten voor de heraanleg van de mobiliteit, met name de heraanleg van de Middenring en het project Parkway E40; dat zij aanvullende studies op lokaal niveau heeft uitgevoerd; dat hieruit onder meer blijkt dat de wijk lokale verplaatsingen zal vereisen, dat er verschillende verbeteringen gepland zijn op de Middenring, onder meer ter hoogte van de Reyerslaan en de overbelaste kruispunten Meiser en Diamant, en dat, binnen de site, een kruispunt Reyers/Emile Max/Interne weg gepland is om de toegang voor voertuigen tot de Reyerslaan te vergemakkelijken; dat een lokale heraanleg noodzakelijk lijkt aan de rotonde Evenepoel/Verlaine; dat het MER de aanbeveling bevat om een specifieke studie uit te voeren naar deze rotonde;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de mobiliteitsprojecten die buiten de perimeter van het RPA Mediapark vallen, niet onder zijn doel vallen; dat ze daarom, in voorkomend geval, het onderwerp zullen zijn van specifieke procedures en studies zoals aanbevolen in het MER; Dat niettemin in het strategische luik de doelstellingen van het RPA zodanig worden vastgesteld om voldoende flexibiliteit ten aanzien van deze projecten en hun verenigbaarheid met het RPA en vice versa te waarborgen; Dat het de goede integratie van elke poort en secundaire verhoging in de Reyerswijk onderzoekt; dat het aangeeft dat de rotonde van de Evenepoelstraat moet worden heringericht op de plaats waar de nieuwe Adamsweg uitkomt; dat de realisatie van het kruispunt Emile Max/oversteekplaats voor voetgangers op de as van de Emile Maxstraat de nieuwe toegang tot de Mediaparksite en een voetgangers- en gelijkvloerse verbinding tussen de Plaskywijk en het Mediapark garandeert; dat de interne weg van het Mediapark rond het Silver-gebouw een bereden weg (actieve vervoerswijzen en gemotoriseerde voertuigen) van hoge kwaliteit wordt, die de toegang tot het park markeert, ondanks de talrijke functionele en ruimtelijke beperkingen; dat voorzieningen voor de actieve vervoerswijzen en het openbaar vervoer zijn nodig in het zuiden van de site, aan de Kolonel Bourgstraat, evenals aan de Evenepoelstraat; dat de verhoging in de Georginlaan moet worden aangelegd op een manier die de biodiversiteit respecteert, waarbij het park in het oosten wordt opengesteld naar de Georginlaan, met name in verband met het Vlan-project; 1.C.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gemobiliseerd voor de mobiliteit: de plaats van de auto en de parkeergelegenheid a) De door het RPA geboden parkeermogelijkheden Overwegende dat de gemeente Schaarbeek wijst op de sterke milieu-ambitie van het strategische luik van het plan, met name door minder plaats vrij te houden voor de auto binnen de perimeter van het project; Overwegende dat Brupartners het van essentieel belang acht om de uitdagingen in verband met parkeren aan te gaan en in dit verband de keuze van het RPA om ondergrondse parkeerplaatsen aan te leggen voor zowel de bezoekers als de omwonenden een goed idee vindt; dat het voorstelt om, teneinde de druk op het bovengronds parkeren te verlichten, maar ook om de kwaliteit van de openbare ruimte en de toegankelijkheid van het gebied te verbeteren en om er de mogelijke sociaaleconomische activiteiten te maximaliseren, voorstelt dat elk appartement zou beschikken over een parkeerplaats, samen met voorzieningen die de toegankelijkheid van de betrokken parkings voor het publiek mogelijk maken; dat het eraan herinnert het de bedoeling van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest was om het aantal parkeerplaatsen 'op de openbare weg' te verminderen, maar om deze vermindering door een gelijkwaardige toename van het aanbod aan parkeren 'buiten de openbare weg' te compenseren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie vaststelt dat, wat de gemotoriseerde voertuigen betreft, het RPA ertoe strekt het bovengronds parkeren van dergelijke voertuigen in de site uit te sluiten, behalve een paar uitzonderingen (dienstvoertuigen, taxi's, voertuigen van PBM en carsharing) en dat enkel ondergronds parkeren toegestaan zal zijn; dat ze meegeeft dat de meningen van de leden van de Commissie hieromtrent verdeeld zijn; dat bepaalde leden de keuze voor ondergronds parkeren goedkeuren, maar vraagtekens plaatsen bij de noodzaak om drie parkings aan te leggen en bij de berekeningswijze van het aantal plaatsen; dat wordt verzocht om de grenzen van het aantal plaatsen te specificeren en gedeeld gebruik van de plaatsen tussen de huisvestings- en de kantoorfunctie op te leggen; dat andere leden daarentegen gekant zijn tegen het verbod op bovengronds parkeren en tegen de beperking van het aantal ondergrondse plaatsen omdat dit negatieve gevolgen zou hebben voor de bereikbaarheid van de site per auto en het comfort van de bewoners;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de GOC meent dat het aantal ondergrondse parkings moet beantwoorden aan de behoeften van de bezoekers (met name voor de grote voorzieningen, RTBF en VRT, de bioscopen ...), ook al moet het autogebruik op termijn worden teruggedrongen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat in het MER wordt aanbevolen om innovatieve oplossingen te vinden op het gebied van het gedeeld gebruik van de parkings; om het autodelen aan te moedigen; dat deze aanbevelingen in het RPA Mediapark worden opgenomen door dat de voorkeur wordt gegeven aan parkings voor gedeeld gebruik (met voorbehouden plaatsen voor deelauto's); dat in het MER meer in het algemeen wordt aanbevolen de aanwezigheid van auto's op de site tot een minimum te beperken, dat deze aanbeveling wordt opgenomen in het RPA Mediapark door middel van twee fundamentele hefbomen, namelijk de functionele mix van de site, die het mogelijk maakt het aantal verplaatsingen te beperken, en de bevordering van de actieve verplaatsingswijzen; dat het strategische luik van het RPA Mediapark werd gewijzigd om ook te voorzien in een minimalisering van het aantal parkeerplaatsen voor voertuigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat in het strategische luik wordt uiteengezet dat het parkeeraanbod qua omvang en aantal voldoende gedimensioneerd moet zijn; dat elk project zal moeten voorzien in een voldoende aantal parkeerplaatsen voor auto's (ondergronds) volgens de parkeeraantallen die overeenstemmen met de gewestelijke mobiliteitsstrategie op het ogenblik van de vergunningsaanvraag, waarbij een verschuiving naar de openbare weg wordt vermeden en rekening wordt gehouden met de evolutie van het aanbod van het openbaar vervoer; dat het verordenende luik dus niet beoogt een precies aantal parkeerplaatsen voor auto's op te leggen; dat dit aspect zal worden onderzocht in de fase van de vergunningsaanvragen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant van mening is dat, ondanks de ambitie inzake gedeeld gebruik van parkeerplaatsen, het aantal parkeerplaatsen waarin het project voorziet, groot blijft, met drie parkings en 2.900 geplande plaatsen; dat dit een milieuprobleem vormt op het vlak van de ondoorlaatbaarheid van de bodems en de koolstofvoetafdruk wegens de hoeveelheid beton die nodig is voor de bouw van die parkings; dat hij suggereert dat de beste manier om het aantal parkeerplaatsen te verminderen, en daarmee het autogebruik te ontmoedigen, zou zijn om de dichtheid van het totale programma op de site te verminderen en een hoog percentage sociale woningen op te nemen, aangezien dat een doelgroep is die minder geneigd is de auto te gebruiken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat het RPA Mediapark, in navolging van de aanbevelingen van het MER, tot doel heeft de aanwezigheid van auto's op de site tot een minimum te beperken; dat het daartoe twee fundamentele hefbomen inzet, namelijk de functiegemengdheid van de site zodat verplaatsingen beperkt kunnen blijven, en de opwaardering van de actieve verplaatsingswijzen; dat het RPA Mediapark daarnaast alternatieven biedt voor individueel autobezit door te voorzien in toegankelijke en zichtbare fietsenstallingen, door parkeergelegenheid op straat voor deelauto's toe te staan en door een tramlijn en een buslijn door de site te laten passeren; Dat het RPA Mediapark is herzien om de dichtheid ervan te verminderen; dat in het addendum bij het MER de gevolgen van het project voor de mobiliteit opnieuw zijn onderzocht; dat in het MER wordt overgegaan tot een beoordeling van het aantal parkeerplaatsen dat nodig is om in te spelen op de behoeften van de nieuwe dichtheid van het project; dat het in het MER geraamde aantal plaatsen veel lager is dan de vereisten van de GSV, met 0,6 of 0,5 parkeerplaatsen per woning;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat de 2.900 parkeerplaatsen waarnaar in het MER wordt verwezen een raming zijn en niet het aantal parkeerplaatsen dat daadwerkelijk zal worden gecreëerd; dat het RPA Mediapark niet het aantal parkeerplaatsen bepaalt; dat elk project zal moeten voorzien in een voldoende aantal parkeerplaatsen voor auto's (ondergronds) in de fase van de vergunningsaanvragen, rekening houdend met de gewestelijke mobiliteitsstrategie op dat ogenblik, de ontwikkelingen in het openbaarvervoersaanbod en, indien van toepassing, effectenstudies die in het kader van die aanvragen zijn uitgevoerd; Dat het MER ook aanbevelingen bevat om het aantal parkeerplaatsen te verlagen (de parkings op een ruime afstand aanleggen, aparte ingangen voor de verdiepingen, aparte toegangen om naar buiten te gaan ...); dat de uitvoering van die aanbevelingen betrekking heeft op de fase van de operationalisering van het RPA en de vergunningsaanvragen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Schaarbeek ook akte neemt van de wil om het parkeren langs de openbare weg te schrappen, en tegelijkertijd wijst op de verzadiging van dit type parkeergelegenheid in de huidige situatie; dat ze vaststelt dat het RPA niet voorziet in de mogelijkheid voor parkeren langs de openbare weg voor de bezoekers, dat de nieuwe televisiesites geen eigen parkeergelegenheid voor hun verzoekers hebben opgenomen en dat het MER in zijn voorkeurscenario een internationaal hotel, een bioscoop met meerdere zaken, minstens twee hogescholen en 24.000 m2 aan winkelruimte omvat; dat ze dus vraagt om te controleren of de geplande parkeergelegenheid zal voldoen aan de behoeften die worden gegenereerd door de programma's die door het plan worden toegestaan;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie het aantal parkeerplaatsen toereikend vindt om te voldoen aan de behoeften van de bezoekers;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat het addendum van het MER tot de conclusie komt dat het aantal benodigde parkeerplaatsen voor de bezoekers overeenkomt met 0,3 plaatsen per woning en 424 plaatsen voor alle sites; dat erop wordt gewezen dat de parkings van de hoofdkantoren van de RTBF en de VRT in aanbouw zijn; dat er in het addendum van uit wordt gegaan dat het aantal nodige parkeerplaatsen voor het voorkeurscenario van het project hoog blijft; dat het aanbeveelt om strategieën in te voeren om dit aantal te verlagen; dat het, om dit bereiken, aanbeveelt om de parkings op een afstand van de bestemmingsplaatsen aan te leggen en parkings voor gedeeld gebruik te ontwerpen; Dat de aanbevelingen van het addendum van het MER worden overgenomen in het RPA Mediapark; dat daarvoor gebruik wordt gemaakt van twee fundamentele hefbomen, namelijk de functiegemengdheid van de site die het mogelijk maakt om het aantal verplaatsingen te beperken, en de bevordering van de actieve verplaatsingswijzen; dat een parkeergebied enkel mogelijk is als dat op een ruime afstand ligt van de bestemmingsplaatsen; dat parkeren in de openbare ruimte verboden is, behalve voor de uitzonderingen die uitdrukkelijk zijn genoemd in het verordenende luik, waaronder parkeerzones voor kort parkeren voor 'kiss &amp; ride'-plaatsen (kinderdagverblijven en bus); dat in het plan wordt gepleit voor het gedeeld gebruik van de parkings, een versterking van de deelauto's en de integratie van een tramlijn en, indien van toepassing, een lijn van het openbaar vervoer op de site; dat voor het overige wordt verwezen naar wat hierboven is gezegd over de beperking van het autogebruik (C.1);</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat een reclamant te kennen geeft dat hij graag een mobiliteitsbeleid wil dat gericht is op de wijk en dat een toegankelijk openbaar parkeerterrein garandeert voor de bewoners van de toekomstige Mediaparksite;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat het RPA Mediapark tot doel heeft de aanwezigheid van motorvoertuigen op de site te verminderen en dat het de actieve vervoermiddelen aanmoedigt; dat een openbaar parkeerterrein dat toegankelijk is voor de bewoners van de toekomstige site in strijd is met de voornoemde doelstelling van het RPA;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat Leefmilieu Brussel vraagt dat alle vergunningsaanvragen een voldoende aantal parkeerplaatsen voorstellen om de bewoners in staat te stellen het gebrek aan kwaliteitsvol openbaar vervoer te compenseren; dat het ook voorstelt dat er een monitoring wordt uitgevoerd zodra de eerste gebouwen (gemengde gebouwen of woningen) worden opgetrokken en dat die bij elke nieuwe vergunningsaanvraag wordt bijgewerkt, met vermelding van het aantal parkeerplaatsen dat nog beschikbaar is voor nieuw op te richten gebouwen of, indien dit niet het geval is, dat dit aantal in overeenstemming is met de huidige normen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie de aandacht vestigt op de problemen als gevolg van foutparkeren en vraagt om erop te letten in de uitvoering van het RPA met de bedoeling foutparkeren te beperken;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat dit type probleem onder de operationalisering van het RPA Mediapark valt; dat deze operationalisering niet onder de mate van gedetailleerdheid van het RPA Mediapark valt; b) Parkeerplaatsen voor tweewielers Overwegende dat de Gewestelijke Mobiliteitscommissie voorstander is van fietsparkeerplaatsen op de benedenverdieping om de overstap naar de actieve vervoerswijzen te vergemakkelijken;dat zij niettemin vraagtekens plaatst bij de normen die zullen worden toegepast op het gebied van beveiligde parkeerplaatsen; dat zij met betrekking tot het aantal plaatsen ertoe oproept om ambitieuze normen op te nemen in het RPA, zoals de normen die worden voorgesteld voor de toekomstige GSV;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat Brupartners het noodzakelijk vindt om te voorzien in voldoende en beveiligde parkeerplaatsen voor fietsen (met name elektrische fietsen) en om de mogelijkheid te onderzoeken een 'fietskit' aan te bieden waarmee mensen kleine reparaties kunnen uitvoeren (banden oppompen, zadelhoogte aanpassen ...);</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat sommige reclamanten van mening zijn dat het bestaande aanbod aan fietsparkeerplaatsen ontoereikend is; dat een andere reclamant daarentegen van mening zijn dat het RPA dit probleem corrigeert door te voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor fietsen en kinderwagens, met name in de buurt van het kinderdagverblijf;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat de filosofie van het RPA Mediapark is om de actieve mobiliteit binnen zijn perimeter aan te moedigen; dat dit zich vertaalt in een toename van de beschikbare ruimte voor de actieve vervoerswijzen in de openbare ruimte en de bouwwerken; dat deze visie is omgezet in een toename van zowel het aanbod als de kwaliteit van parkeerplaatsen voor niet-gemotoriseerde voertuigen; Dat in het strategische luik van het RPA Mediapark wordt opgelegd dat binnen de bouwwerken de parkeerplaatsen voor de actieve mobiliteit worden versterkt en toegankelijk zijn vanuit de openbare ruimte, en dit voor elk project;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het aanbod aan parkeerplaatsen voor niet- gemotoriseerde voertuigen in de openbare ruimte wordt gemaximaliseerd en prioritair gesitueerd is in de buurt van belangrijke openbare voorzieningen en ruimten; dat het aanbod voldoende ruim moet zijn qua afmetingen en qua aantal;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het aanbod voor elk project zal worden gekwantificeerd op basis van de behoeften en de ontwikkeling van het openbaarvervoersaanbod;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het niet binnen de mate van gedetailleerdheid van het RPA Mediapark valt om het aantal parkeerplaatsen te bepalen; dat het aanbod aan parkeerplaatsen voor tweewielers zal worden geanalyseerd als in het kader van de latere aanvragen tot stedenbouwkundige vergunning, in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving; dat het niet binnen het bestek van het RPA als planningsinstrument valt om normen vast te stellen voor het gebruik van deze parkeerplaatsen of voor de verstrekking van onderhoudsmateriaal; c) Laadpalen Overwegende dat reclamanten wijzen op de noodzaak om laadpalen voor elektrische voertuigen te installeren in de buurt van de Mediaparksite; Overwegende dat de VRT ook voorstelt om een snellaadstation voor elektrische voertuigen te installeren in de onmiddellijke nabijheid van het Mediapark, om de site aantrekkelijker te maken en de ontwikkeling van elektrische voertuigen aan te moedigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat Brupartners het eens is met dit verzoek om te zorgen voor voldoende laadpunten; dat het wel aandringt om te voorzien in een rotatiesysteem voor die laadpunten; dat het bovendien vraagt dat er rekening zou worden gehouden met de voorschriften van de DBDMH inzake ondergronds parkeren voor elektrische voertuigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Maatschappij voor Stedelijke Inrichting eraan herinnert dat de terbeschikkingstelling van snellaadpalen in overdekte parkeergarages verboden is volgens artikel 7 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 september 2022 tot bepaling van de ratio's voor oplaadpunten voor parkings, evenals bepaalde bijkomende veiligheidsvoorwaarden die hierop van toepassing zijn; dat bijgevolg in het RPA moet worden voorzien in bovengrondse plaatsen voor het snel opladen van elektrische voertuigen;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat in het strategische luik van het RPA Mediapark wordt aanbevolen dat parkeerplaatsen laadpalen omvatten en dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan het aantal en de kalibratie van de elektrische oplaadpunten in elk project; dat het voornoemde besluit een minimale verhouding oplaadpunten in de ondergrondse parkeergarages vermeldt; dat het verbod uit dat besluit alleen betrekking heeft op 'snelle' oplaadpunten; dat het aanbieden van een dergelijke infrastructuur op straat voor alle soorten elektrische voertuigen niet in overeenstemming is met de mobiliteitsambities van het RPA; dat het RPA parkeergelegenheid op straat toestaat voor een reeks voertuigen (taxi's, personen met beperkte mobiliteit, deelauto's, voertuigen van de hulpdiensten) en dat de installatie van oplaadpunten specifiek voor deze voertuigen op straat niet wordt verboden door het RPA; d) Autodelen Overwegende dat de gemeente Evere van mening is dat de uitvoering van het RPA gevolgen zal hebben voor haar grondgebied en dat die uitvoering in overeenstemming is met het gemeentelijk ontwikkelingsplan;dat zij een positief advies uitbrengt maar daarbij wel benadrukt dat het belangrijk is om een voldoende aantal plaatsen voor carsharing aan te moedigen, te ontwikkelen en erin te voorzien op de site van het RPA;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie ook wijst op het belang van het beschikbaar stellen van gedeelde elektrische voertuigen, ook in de openbare ruimte; dat zij vaststelt dat er een gebrek is aan beheer van het logistieke aspect op dit vlak;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat in het strategische luik van het RPA Mediapark wordt vastgelegd dat de parkings moeten beschikken over plaatsen voor deelauto's; dat het strategische luik de aanbeveling bevat om plaatsen voor deelauto's te kunnen aanleggen voor deelauto's langs de openbare weg en dat dit ook is toegestaan in het verordenende luik; dat het niet verboden is dat die parkeerplaatsen laadpalen voor elektrische voertuigen bevatten en dat bijzondere aandacht moet worden besteed aan het aantal en de kalibratie van de elektrische oplaadpunten in elk project;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het aantal parkeerplaatsen voor deelauto's en de terbeschikkingstelling en het beheer van elektrische voertuigen op de site niet binnen het bestek van het RPA Mediapark vallen; dat deze aspecten in de uitvoeringsfase zullen moeten worden gedefinieerd; 1.D. De functionele mix: programma,voorzieningen, dichtheid, woningen en economische activiteiten a) Creatie van een gemengde wijk Overwegende dat de Raad voor het Leefmilieu van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aanbeveelt dat er een functiegemengdheid zou zijn naast de woonfunctie en dat het aanbod aan handelszaken en voorzieningen op de benedenverdiepingen gevarieerd zou zijn, met name met buurtwinkels, kinderdagverblijven en scholen, kantoren en trefpunten; Overwegende dat de gemeente Schaarbeek van mening is dat het Mediapark-project de ambities van de gemeente weerspiegelt om een nieuwe gemengde wijk te creëren waarin de media centraal staan, met een verscheidenheid aan functies, waaronder winkels, activiteiten, kantoren en scholen die verband houden met de media, en dus in overeenstemming is met de ontwikkelingsaspiraties van de gemeente, gericht op het tot stand brengen van een 'nieuw media- ecosysteem' als een belangrijke gewestelijke aantrekkingspool;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat het MER de aanbeveling bevat om een brede potentiële mix van mogelijke functies binnen elk gebied te bevorderen; dat deze aanbeveling is opgenomen in het RPA Mediapark, dat de creatie aanmoedigt van een gemengde wijk waarin woningen, kantoren, voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten, handelszaken en een park naast elkaar bestaan; Dat in het strategische luik van het RPA Mediapark wordt aanbevolen om het aanbod van diensten en voorzieningen te garanderen dat nodig is om de aantrekkingskracht van de wijk te versterken; dat er ook wordt bepleit voor een bestemming als buurtwinkels, in korte keten en tegemoetkomend aan de behoeften van de bewoners van de wijk en de stad;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het verordenende luik voorziet in sterk gemengde gebieden, woongebieden en gebieden voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten die kunnen worden bestemd voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten; Dat het RPA bovendien, voortbouwend op de aanwezigheid van ondernemingen die actief zijn in de mediasector rond de Reyerswijk, een echt media-ecosysteem wil doen ontstaan; dat in het strategische luik van het RPA wordt gepleit voor de implementatie van synergieën tussen de spelers in de mediasector om de wijk nieuw leven in te blazen; het vergemakkelijken van de vestiging van ondernemingen die actief zijn in de mediasector op de site; het definiëren van de voorwaarden voor het ontstaan van een media- ecosysteem door een gediversifieerd aanbod van lokalen voor te stellen die plaats bieden aan een verscheidenheid van activiteiten in de mediasector;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het verordenende luik voorziet in een specifiek gebied voor voorzieningen van collectief belang of van openbare diensten in de mediasector, bestemd voor de voorzieningen die actief zijn in die sector;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de gemeente Schaarbeek positief staat tegenover de wijzigingen van de oppervlakte voor huisvesting, met een sterkere functiegemengdheid van de wijk tot gevolg;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat Brupartners opmerkt dat de vermindering van het bebouwbare gebied niet evenredig werd doorgevoerd, gezien de voor openbare voorzieningen en woningen voorbehouden ruimte sterk werd verminderd, terwijl de handelsruimte slechts licht werd verminderd; dat het betreurt dat de vermindering voornamelijk ten koste van de woningen en de openbare voorzieningen plaatsvindt en meent dat een beter evenwicht had kunnen worden gevonden door de bouw van hogere gebouwen toe te staan om het verlies aan ruimte te compenseren;</p>\n<p class=\"lf-p\">Overwegende dat de Regering erop wijst dat, in de gewijzigde versie van het RPA Mediapark, de sites H en IJK zijn geschrapt en dat de bebouwbare oppervlakten van de gebouwen in het oostelijke deel van de site zijn verkleind; dat deze wijzigingen zijn aangebracht naar aanleiding van de bezwaren die tijdens het eerste openbaar onderzoek zijn ingediend, om het behoud van de aanwezige biodiversiteit en de veerkracht van de site te bevorderen; dat ook de dichtheid van de site is verkleind; dat deze wijzigingen in het addendum bij het MER als positief worden aangemerkt; Dat die wijzigingen vooral hebben geleid tot een vermindering van de absolute oppervlakte aan woningen; dat deze wijziging toch blijft domineren ([]49%); dat in het addendum van het MER wordt geconcludeerd dat de veranderingen in de totale mix van functies relatief minimaal zijn en dat het gemengde karakter van de wijk erdoor wordt versterkt, wat in overeenstemming is met de oorspronkelijke doelstellingen van het RPA;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat in het MER werd uiteengezet dat de toename van het aantal wooneenheden leidde tot een toename van de behoefte aan voorzieningen (scholen, sportfaciliteiten enz.) en dat deze twee variabelen gekoppeld moeten blijven om de kwaliteit van het nagestreefde gemengde karakter voor de woonfunctie te waarborgen; dat de afname van het aantal wooneenheden dus noodzakelijkerwijs tot gevolg had dat de behoefte aan openbare voorzieningen afnam; Dat in het addendum van het MER toch wordt vastgesteld dat de ruimten die oorspronkelijk waren gepland voor de openbare voorzieningen, slechts in heel geringe mate beïnvloed zijn door de wijzigingen van het project; dat het aandeel openbare voorzieningen ongewijzigd is gebleven (gestegen van 3,7% naar 4,1% in het tweede voorkeursscenario); dat in het MER werd geoordeeld dat dit aandeel voldoende was om te voorzien in de behoeften aan openbare voorzieningen die door het project werden gegenereerd; dat in het addendum bij het MER hieraan wordt toegevoegd dat deze ruimten een mogelijkheid bieden om te voorzien in behoeften die voortkomen uit een bovenlokale schaal (die groter zijn dan de behoeften die door de eigenlijke ontwikkeling van de site worden gegenereerd); dat hiervoor echter een diepgaander beheer nodig is waarbij de Task Force Voorzieningen en, indien van toepassing, de lokale autoriteiten betrokken moeten worden; dat dit aspect, dat van operationele aard is, niet binnen het bestek van het RPA valt;</p>\n<p class=\"lf-p\">Dat het niet wenselijk werd geacht om de hoogte van deze bouwwerken te verhogen; dat het plan werd gewijzigd om bepaalde hoogtes te verlagen, gezien de gevolgen op het vlak van inkijk en/of beschaduwing;</p></div>", "next": 239506}