{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Indien een bij een herstructurering betrokken instelling voor collectieve belegging het oproepingsbericht voor de algemene vergadering die zich over de herstructurering moet uitspreken, toevoegt aan het informatiedocument dat ze aan haar deelnemers verstuurt, wordt dit oproepingsbericht op een veel efficiëntere wijze ter kennis gebracht van de deelnemers dan via een loutere publicatie in de pers. Dit verantwoordt dat een instelling voor collectieve belegging in dit geval de mogelijkheid heeft, voorzien in artikel 178, om onder bepaalde voorwaarden geen oproepingsbericht te publiceren in het Belgisch Staatsblad en een nationaal verspreid blad. Deze werkwijze kan bovendien een aanzienlijke kostenbesparing opleveren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op te merken valt dat de website waarop de in artikel 178 vermelde documenten kosteloos ter beschikking worden gesteld, voor iedereen - en dus niet slechts via een paswoord - toegankelijk moet zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovendien moet het exacte adres van de webpagina worden toegevoegd aan het informatiedocument; het volstaat dus niet om de startpagina van een website te vermelden, waarna de deelnemers nog verschillende keren moeten doorklikken. Tot slot dient het schematische en chronologisch overzicht dat bij het informatiedocument moet worden gevoegd, de deelnemers in staat te stellen om eenvoudig na te gaan op welk moment bepaalde documenten kunnen worden geconsulteerd op deze webpagina.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de mogelijkheid vermeld in artikel 178 kan tot eind 2013 slechts gebruik worden gemaakt indien kan worden aangetoond (i) dat de betrokken instelling voor collectieve belegging of het betrokken compartiment geen houders van rechten van deelneming aan toonder heeft, dan wel (ii) dat het informatiedocument tijdig werd bezorgd aan alle houders van rechten van deelneming aan toonder. Dit vereist uiteraard dat deze houders van rechten van deelneming kunnen worden geïdentificeerd. In die twee gevallen bestaan twee opties : - ofwel wordt toch een oproeping gepubliceerd, maar moet deze minder bijkomende gegevens bevatten dan in beginsel is vereist tot eind 2013; - ofwel wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid vermeld in artikel 178, en dient het informatiedocument de oproeping te bevatten (maar met minder bijkomende gegevens dan in beginsel vereist tot eind 2013).</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 179 voorziet in het recht van de deelnemers van de betrokken instellingen voor collectieve belegging om hun rechten van deelneming te laten inkopen of terugbetalen of, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan, te laten omzetten in rechten van deelneming van een andere, gelijkaardige, instelling voor collectieve belegging. De deelnemers kunnen dit recht uitoefenen gedurende een welbepaalde periode, die aanvangt zodra zij in kennis zijn gesteld van het informatiedocument over de voorgenomen herstructurering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Volgens artikel 180 mogen voor een instelling voor collectieve belegging met een aangestelde beheervennootschap geen kosten in verband met de herstructurering in rekening worden gebracht bij de bij de herstructurering betrokken instellingen voor collectieve belegging of hun deelnemers. In de praktijk zal dus de aangestelde beheervennootschap, de promotor of een andere entiteit deze kosten moeten dragen. Voor een zogenaamde zelfbeheerde instelling voor collectieve belegging geldt deze regel niet; voor deze instellingen voor collectieve belegging is artikel 156 naar analogie van toepassing bij herstructurering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 181 bepaalt de regels tot vaststelling van de datum waarop de ruilverhouding (en eventueel de opleg) of de vergoeding wordt bepaald en tot vaststelling van de datum waarop de fusie of herstructurering ingaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de verkrijgende instelling voor collectieve belegging een Belgische instelling voor collectieve belegging is, wordt de ruilverhouding (en eventueel de opleg) of de vergoeding bepaald op de datum waarop de fusie of andere herstructurering is goedgekeurd door het bevoegde orgaan van alle betrokken instellingen voor collectieve belegging. Indien niet alle instellingen voor collectieve belegging de herstructurering goedkeuren op dezelfde datum, geldt dus de datum van goedkeuring door de laatste instelling voor collectieve belegging. De ruilverhouding (en eventueel opleg) of vergoeding worden vervolgens uiterlijk binnen vijf werkdagen gevalideerd. Op voorwaarde dat die validatie plaatsvindt, is de herstructurering dan voltrokken en gaat ze in op de zesde bankwerkdag volgend op de datum van de (laatste) goedkeuring door de betrokken instellingen voor collectieve belegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien bij fusie door oprichting de verkrijgende instelling voor collectieve belegging op dat moment echter nog niet is opgericht, gaat de fusie pas in op het moment van die oprichting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de verkrijgende ICBE geen Belgische instelling voor collectieve belegging is, worden deze data bepaald overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat van herkomst van de verkrijgende ICBE. Verschillende artikelen van het koninklijk besluit verwijzen naar de in artikel 181 bedoelde datum voor de berekening van de ruilverhouding of vergoeding (zie bijvoorbeeld artikel 167 of artikel 172,, § 1, 1° en 3° ). Indien wordt verwezen naar de data vermeld in dit artikel 181, kan het, naargelang het geval, dus zowel gaan over de data bedoeld in § 1, van toepassing wanneer een Belgische instelling voor collectieve belegging optreedt als verkrijgende instelling voor collectieve belegging, als over de data bedoeld in § 2, van toepassing wanneer de verkrijgende instelling voor collectieve belegging een buitenlandse instelling voor collectieve belegging is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bewaarder van de verkrijgende instelling voor collectieve belegging moet op de hoogte zijn van de voltrekking van de fusie of herstructurering om zijn taak naar behoren te vervullen. Daarom schrijft artikel 182 voor dat de beheervennootschap van de verkrijgende instelling voor collectieve belegging (of de verkrijgende instelling voor collectieve belegging zelf indien geen beheervennootschap werd aangesteld) de bewaarder op de hoogte moet brengen. Dit voorschrift viseert enkel de verkrijgende instellingen voor collectieve belegging die Belgisch zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is van belang dat er niet enkel transparantie is over het proces dat kan leiden tot een herstructurering, maar ook over de uitkomst van dat proces.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 183 voorziet daarom in de verplichting tot publicatie van een persbericht over de uitkomst van het herstructureringsproces. Indien de geplande herstructurering effectief doorgaat, moet de verkrijgende (Belgische) instelling voor collectieve belegging een persbericht bekendmaken dat onder meer melding maakt van de beslissingen tot goedkeuring, van het ingaan van de herstructurering en van de precieze ruilverhouding (en eventuele opleg) of vergoeding. Dit persbericht moet ook worden ter kennis gebracht van de FSMA en (desgevallend) van de bevoegde autoriteiten van de op te slorpen buitenlandse ICBE's. Vindt de geplande herstructurering daarentegen geen doorgang nadat het informatiedocument al aan de deelnemers is bezorgd, dan moeten de betrokken (Belgische) instellingen voor collectieve belegging hierover een gezamenlijk persbericht bekendmaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit persbericht moet op voorhand ter kennis worden gebracht van de FSMA. Volgens artikel 184 leidt de voltrekking van de herstructurering tot de schrapping van de inschrijving van de op te slorpen of te splitsen instelling voor collectieve belegging, tenzij deze niet ophoudt te bestaan. Die laatste situatie kan zich voordoen bij de partiële splitsing : de partieel gesplitste instelling voor collectieve belegging houdt dan niet op te bestaan en zal bijgevolg ook niet worden geschrapt van de lijst. Het principe van de automatische schrapping is bovendien beperkt tot de op te slorpen (bij fusie) of te splitsen (bij splitsing) instelling voor collectieve belegging, en geldt dus niet bij bijvoorbeeld inbreng of overdracht van algemeenheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">De inbreng of overdracht leidt, op zich genomen, immers niet tot de ontbinding van de instelling voor collectieve belegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 185 voorziet dat een herstructurering, eens ze is ingegaan, niet meer nietig kan worden verklaard. Afdeling IV. - Uitgifte en openbaar aanbod van effecten van een instelling voor collectieve belegging Onderafdeling I. - Behandeling van aanvragen tot uitgifte, inkoop dan wel compartimentswijziging Artikel 189 De eerste paragraaf van dit artikel neemt artikel 96, § 1 van het koninklijk besluit van 4 maart 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003127 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2005 numac 2005022268 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitbreiding van het netwerk van de sociale zekerheid tot de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, voor wat betreft hun opdrachten inzake het recht op maatschappelijke dienstverlening, met toepassing van artikel 18 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/03/2005 numac 2005000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 14 december 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 tot vaststelling van de criteria voor een harmonieuze verdeling over de gemeentes van de vreemdelingen bedoeld in artikel 54, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2000 sluiten over.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de tweede paragraaf wordt voortaan gepreciseerd dat de schorsing van de uitgifte van rechten van deelneming slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk is en indien deze schorsing gerechtvaardigd is rekening houdend met de belangen van de deelnemers. De schorsing moet worden bekendgemaakt in een te publiceren bericht en moet worden vermeld in het prospectus. Er kan bijvoorbeeld worden verwezen naar een tijdelijke schorsing van nieuwe toetredingen in een compartiment om redenen van liquiditeitsbeheer die in het prospectus worden beschreven, wanneer het netto-actief van het compartiment boven een bij de lancering bepaalde en in het prospectus vermelde drempel is uitgestegen. Een persbericht maakt de schorsing en de redenen ervan bekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bijkomende precisering doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor de instellingen voor collectieve belegging bedoeld in artikel 138 om de uitgifte van rechten van deelneming stop te zetten; deze stopzetting blijft mogelijk onder dezelfde voorwaarden als voorheen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikelen 190 tot 192 Deze bepalingen nemen de tekst van de artikelen 97 tot 99 van het koninklijk besluit van 4 maart 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003127 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2005 numac 2005022268 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitbreiding van het netwerk van de sociale zekerheid tot de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, voor wat betreft hun opdrachten inzake het recht op maatschappelijke dienstverlening, met toepassing van artikel 18 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/03/2005 numac 2005000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 14 december 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 tot vaststelling van de criteria voor een harmonieuze verdeling over de gemeentes van de vreemdelingen bedoeld in artikel 54, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2000 sluiten over.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling II. - Berekening van de netto-inventariswaarde van rechten van deelneming en schorsing ervan; maatregelen bij foutieve berekening van de netto-inventariswaarde van rechten van deelneming Artikelen 193 tot 204 Deze artikelen zijn grotendeels gebaseerd op de artikelen 100 tot 110 van het koninklijk besluit van 4 maart 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003127 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2005 numac 2005022268 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitbreiding van het netwerk van de sociale zekerheid tot de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, voor wat betreft hun opdrachten inzake het recht op maatschappelijke dienstverlening, met toepassing van artikel 18 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/03/2005 numac 2005000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 14 december 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 tot vaststelling van de criteria voor een harmonieuze verdeling over de gemeentes van de vreemdelingen bedoeld in artikel 54, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2000 sluiten. Wel zijn enkele nieuwigheden en aanpassingen aangebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">In artikel 196, voorheen artikel 103 van het koninklijk besluit van 4 maart 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003127 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2005 numac 2005022268 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitbreiding van het netwerk van de sociale zekerheid tot de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, voor wat betreft hun opdrachten inzake het recht op maatschappelijke dienstverlening, met toepassing van artikel 18 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/03/2005 numac 2005000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 14 december 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 tot vaststelling van de criteria voor een harmonieuze verdeling over de gemeentes van de vreemdelingen bedoeld in artikel 54, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2000 sluiten, worden een tweetal wijzigingen doorgevoerd : - voor de voor masters ingevoerde uitzondering op het eerste lid, 4°, wordt verwezen naar de bespreking bij de artikelen 148 tot 158. - bij een fusie of een andere herstructurering wordt zowel het begin als het einde van de schorsingsperiode aangepast, teneinde aan te sluiten met de nieuwe regeling inzake herstructurering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Er wordt een nieuw artikel 197 ingevoerd dat de mogelijkheid voorziet voor een feeder om over te gaan tot de schorsing van de bepaling van de netto-inventariswaarde van haar rechten van deelneming, evenals de uitvoering van de aanvragen tot uitgifte en inkoop van haar rechten van deelneming dan wel compartimentswijziging, gedurende de periode waarin haar master eveneens een dergelijke, tijdelijke, schorsing doorvoert. In dit geval dient de feeder niet te voldoen aan de voorwaarden van artikel 195, eerste lid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij een significante fout bij de berekening van de netto-inventariswaarde blijft de bestaande procedure van toepassing.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze procedure houdt in dat de FSMA, de bewaarder en/of de administratief agent op de hoogte moeten worden gebracht van de significante fout. De administratief agent stelt een herstelplan op en herberekent de netto-inventariswaarde, waarna de commissaris een speciaal verslag opstelt. Vervolgens publiceert de instelling voor collectieve belegging een persbericht over de fout. Volgens het tweede lid van artikel 204 bestaat voortaan echter de mogelijkheid om geen dergelijk bericht te publiceren op voorwaarde dat al de deelnemers die schade hebben geleden, werden geïdentificeerd, volledig vergoed voor hun schade en geïnformeerd over deze vergoeding en de reden hiervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om van deze mogelijkheid gebruik te kunnen maken, moet ook de instelling voor collectieve belegging zelf volledig zijn vergoed voor enige schade die ze zou hebben geleden ingevolge de foutieve berekening van de netto-inventariswaarde. Het artikel bepaalt niet wie de instelling voor collectieve belegging en/of de beleggers moet vergoeden; het is aannemelijk dat dit in de praktijk zal gebeuren door de aangestelde beheervennootschap en/of door de administratief agent van de instelling voor collectieve belegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling III. - Nadere regels inzake de uitgifte en openbaar aanbod van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging Artikelen 205 en 206 De artikelen 205 en 206 zijn gebaseerd op de artikelen 111 en 112 van het koninklijk besluit van 4 maart 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003127 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2005 numac 2005022268 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitbreiding van het netwerk van de sociale zekerheid tot de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, voor wat betreft hun opdrachten inzake het recht op maatschappelijke dienstverlening, met toepassing van artikel 18 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/03/2005 numac 2005000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 14 december 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 tot vaststelling van de criteria voor een harmonieuze verdeling over de gemeentes van de vreemdelingen bedoeld in artikel 54, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2000 sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De maximaal toegestane afwijking, bepaald in uitvoering van artikel 85, § 3, tweede lid, wordt aangepast teneinde deze meer in overeenstemming te brengen met de toepasselijke marktregels. Afdeling V. - Periodieke informatie en boekhouding Artikelen 207 tot 209 Deze artikelen nemen de artikelen 113 tot 115 van het koninklijk besluit van 4 maart 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003127 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2005 numac 2005022268 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitbreiding van het netwerk van de sociale zekerheid tot de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, voor wat betreft hun opdrachten inzake het recht op maatschappelijke dienstverlening, met toepassing van artikel 18 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/03/2005 numac 2005000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 14 december 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 tot vaststelling van de criteria voor een harmonieuze verdeling over de gemeentes van de vreemdelingen bedoeld in artikel 54, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2000 sluiten over. HOOFDSTUK III. - Verhandeling in een andere lidstaat van rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG Artikelen 210 tot 213 Dit hoofdstuk is genomen in uitvoering van artikel 94 van de wet. Het bevat de procedure die Belgische ICBE's moeten volgen indien ze van plan zijn hun rechten van deelneming te verhandelen in een andere lidstaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL III. - Instellingen voor collectieve belegging naar buitenlands recht Artikelen 214 tot 216 Deze titel is van toepassing op alle instellingen voor collectieve beleggingen naar buitenlands recht die hun rechten van deelneming openbaar aanbieden in België (zowel de geharmoniseerde als de niet geharmoniseerde instellingen voor collectieve belegging). De inleidende bepalingen in de artikelen 214 tot 216 bevatten verschillende verplichtingen van toepassing op deze instellingen voor collectieve belegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepalingen leggen aanvullende regels vast inzake de documenten en hun bijwerkingen die aan de FSMA moeten worden voorgelegd en inzake de publicatiewijze in België van de informatie die reeds moet worden verspreid in de lidstaat van herkomst van de instelling voor collectieve belegging. HOOFDSTUK I. - Instellingen voor collectieve belegging naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG Artikel 217 Dit artikel is genomen in uitvoering van artikel 150 van de wet en bevat de bepalingen inzake de bijwerking van de stukken bedoeld in artikel 93, tweede lid van Richtlijn 2009/65/EG en hun vertalingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit dit artikel en uit artikel 154, § 3, van de wet, blijkt dat elke buitenlandse ICBE die haar rechten van deelneming openbaar aanbiedt in België, beschikt over een permanent dossier bij de FSMA dat steeds moet zijn bijgewerkt. Enerzijds bevat dit dossier de informatie over de voor de verhandeling in België geldende regeling en de in België te verhandelen klassen van rechten van deelneming, bedoeld in artikel 154, § 3 van de wet. De ICBE moet de FSMA schriftelijk in kennis stellen van een wijziging aan één van deze elementen vooraleer ze de betrokken wijziging kan implementeren. Anderzijds bevat het dossier de stukken bedoeld in artikel 93, tweede lid, van Richtlijn 2009/65/EG en hun vertaling. De ICBE moet de FSMA onverwijld een nieuwe versie van deze stukken opsturen van zodra deze gewijzigd zijn.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-218\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 218</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Een belegger die het voornemen heeft om in te schrijven op rechten van deelneming van een buitenlandse ICBE moet dit op een correct geïnformeerde wijze kunnen doen. Hierbij is het van belang dat deze belegger een zicht heeft op bepaalde aspecten van de verhandeling in België die zijn beslissing kunnen beïnvloeden om al dan niet in te schrijven en die niet steeds zijn opgenomen in de essentiële beleggersinformatie of het prospectus. Het betreft onder meer de provisies en kosten die worden aangerekend bij uitgifte en inkoop van de rechten van deelneming, of het toepasselijke belastingregime. Ook over meer praktische aspecten, zoals de wijze waarop in België de aanvragen tot uitgifte of inkoop van rechten van deelneming worden behandeld, moet de belegger worden geïnformeerd Indien deze gegevens niet zijn opgenomen in de essentiële beleggersinformatie of in het prospectus, rust de verplichting om deze gegevens aan de belegger mee te delen op de financiële bemiddelaars die instaan voor de verhandeling van deze rechten van deelneming.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voortaan bestaat dus geen verplichting meer voor de ICBE om bij het prospectus een bijlage te voegen die deze gegevens bevat.</p>\n<p class=\"lf-p\">De financiële bemiddelaars moeten de gegevens aan de belegger meedelen vooraleer deze overgaat tot inschrijving. De mededeling moet gebeuren via een duurzame drager, bijvoorbeeld een papieren fiche. Indien de belegger intekent via een website, dient deze informatie bovendien via de website beschikbaar te zijn. In elk geval moet een document dat enkel de informatie bevat die wordt opgesomd in artikel 218 niet ter goedkeuring worden voorgelegd aan de FSMA. Een dergelijk document dat zich beperkt tot het opnemen van deze informatie valt buiten het toepassingsgebied van Titel II, Hoofdstuk I, Afdeling II, Onderafdeling II. Artikelen 219 en 220 Deze artikelen bevatten diverse regels in verband met de verhandeling van rechten van deelneming van buitenlandse ICBE's. HOOFDSTUK II. - Instellingen voor collectieve belegging naar het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte en die niet voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en instellingen voor collectieve belegging naar het recht van staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte Artikelen 221 tot 225 Hoofdstuk II van Titel III regelt bepaalde aspecten van de inschrijving, en de handhaving ervan, van de buitenlandse niet-geharmoniseerde instellingen voor collectieve belegging. De regeling is uitgewerkt op grond van de machtigingen aan de Koning vervat in Boek III, Titel II, van de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze bepalingen nemen verschillende elementen over van de regeling van de artikelen 122 tot 140 van het koninklijk besluit van 4 maart 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003127 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2005 numac 2005022268 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitbreiding van het netwerk van de sociale zekerheid tot de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, voor wat betreft hun opdrachten inzake het recht op maatschappelijke dienstverlening, met toepassing van artikel 18 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/03/2005 numac 2005000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 14 december 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 tot vaststelling van de criteria voor een harmonieuze verdeling over de gemeentes van de vreemdelingen bedoeld in artikel 54, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2000 sluiten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De meeste van deze bepalingen staan voortaan immers in de wet vermeld en maken niet langer het voorwerp uit van een machtiging aan de Koning..</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 153 van het ontwerp dat handelt over de publicatie van een perscommuniqué wanneer de vereffeningswaarde van de rechten van deelneming wordt vastgesteld, wordt van toepassing verklaard op de in dit Hoofdstuk bedoelde instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die niet voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG. TITEL IV. - Wijzigingsbepalingen en diverse bepalingen Artikel 226 Deze bepaling, opgesteld op grond van de machtiging aan de Koning vervat in artikel 296, § 1 van de wet, vervangt de verwijzingen naar de wet van 20 juli 2004Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">20/07/2004 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003063 bron federale overheidsdienst financien Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles door de overeenstemmende verwijzingen naar de wet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-227\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 227</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel neemt de inhoud over van artikel 142 van het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">koninklijk besluit van 4 maart 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003127 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2005 numac 2005022268 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitbreiding van het netwerk van de sociale zekerheid tot de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, voor wat betreft hun opdrachten inzake het recht op maatschappelijke dienstverlening, met toepassing van artikel 18 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/03/2005 numac 2005000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 14 december 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 tot vaststelling van de criteria voor een harmonieuze verdeling over de gemeentes van de vreemdelingen bedoeld in artikel 54, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2000 sluiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-228\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 228</span><span class=\"lf-art-t\">Dit artikel wijzigt artikel 27, § 2 van het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">koninklijk besluit van 10 november 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2006 numac 2006003538 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit op de boekhouding, de jaarrekening en de periodieke verslagen van bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming sluiten op de boekhouding, de jaarrekening en de periodieke verslagen van bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming. De bepaling wordt geherformuleerd teneinde de gevallen te verduidelijken waarin een instelling voor collectieve belegging kan overgaan tot de uitkering van een dividend.</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL V. - Overgangsbepalingen en inwerkingtreding Artikelen 229 tot 231 Voor deze overgangsbepalingen wordt verwezen naar de bespreking van de artikelen 159 tot 188 inzake fusies en andere herstructureringen van instellingen voor collectieve belegging en van compartimenten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-232\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 232</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel preciseert dat de nieuwe bepalingen over de herstructureringsoperaties niet van toepassing zullen zijn op de operaties waarvoor de kennisgeving en het volledig dossier als bedoeld in artikel 89 van het koninklijk besluit van 4 maart 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003127 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2005 numac 2005022268 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitbreiding van het netwerk van de sociale zekerheid tot de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, voor wat betreft hun opdrachten inzake het recht op maatschappelijke dienstverlening, met toepassing van artikel 18 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/03/2005 numac 2005000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 14 december 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 tot vaststelling van de criteria voor een harmonieuze verdeling over de gemeentes van de vreemdelingen bedoeld in artikel 54, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2000 sluiten vóór de datum van inwerkingtreding van het voorliggend besluit aan de FSMA is ingediend.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-233\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 233</span><span class=\"lf-art-t\">Gelet op de artikelen 301, eerste lid en 302 van de wet, neemt dit artikel, voor zover nodig, de overgangsbepaling over van artikel 146 van het</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">koninklijk besluit van 4 maart 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003127 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2005 numac 2005022268 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitbreiding van het netwerk van de sociale zekerheid tot de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, voor wat betreft hun opdrachten inzake het recht op maatschappelijke dienstverlening, met toepassing van artikel 18 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/03/2005 numac 2005000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 14 december 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 tot vaststelling van de criteria voor een harmonieuze verdeling over de gemeentes van de vreemdelingen bedoeld in artikel 54, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2000 sluiten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-234\"><span class=\"lf-art-num\">Artikel 234</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikel vormt een aanvulling op de overgangsbepaling vervat in artikel 305 van de wet, met betrekking tot de invoering van de essentiële beleggersinformatie. Artikel 118, lid 2 van Richtlijn 2009/65/EG laat de lidstaten immers toe om een overgangsperiode in te bouwen die loopt tot 30 juni 2012 en gedurende welke het vereenvoudigd prospectus nog mag worden gebruikt. De toepassing van dit beginsel betreft de verplichtingen van de buitenlandse instellingen voor collectieve belegging, de bepalingen over de herstructureringsoperaties en de bepalingen over de master-feederconstructies Artikelen 235 tot 237 Met deze artikelen wordt o. a. het koninklijk besluit van 4 maart 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003127 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2005 numac 2005022268 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitbreiding van het netwerk van de sociale zekerheid tot de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, voor wat betreft hun opdrachten inzake het recht op maatschappelijke dienstverlening, met toepassing van artikel 18 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/03/2005 numac 2005000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 14 december 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 tot vaststelling van de criteria voor een harmonieuze verdeling over de gemeentes van de vreemdelingen bedoeld in artikel 54, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2000 sluiten opgeheven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wij hebben de eer te zijn, Sire, Van Uwe Majesteit, de zeer eerbiedige en zeer getrouwe dienaren, De Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën, S. VANACKERE De Vice-Eerste Minister en Minister van Economie, J. VANDE LANOTTE _______ Nota's (1) Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's).(2) Richtlijn 2010/43/EU van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft organisatorische eisen, belangenconflicten, bedrijfsvoering, risicobeheer en inhoud van de overeenkomst tussen een bewaarder en een beheermaatschappij.(3) Richtlijn 2010/44/EU van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van sommige bepalingen betreffende fusies van fondsen, master-feederconstructies en de kennisgevingsprocedure.(4) Hetzij omdat zij niet gevestigd zijn in een land van de Europese Economische Ruimte, hetzij omdat zij niet voldoen aan de kenmerken van een icbe als gedefinieerd door Richtlijn 2009/65/EG.(5) Wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/08/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/10/2012 numac 2012003296 bron federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/08/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/02/2015 numac 2015000044 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/08/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2012 numac 2012003256 bron federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie Wet tot invoering van een wettelijke regeling voor Belgische covered bonds sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles.(6) Reeds in het kader van de wet van 4 december 1990 werden de specifieke regels voor de diverse categorieën van instellingen voor collectieve belegging (die werden onderscheiden volgens de categorie van activa waarin het vermogen van de instelling werd belegd) bij koninklijk besluit vastgesteld.Daarbij kan met name worden gedacht aan het koninklijk besluit van 4 maart 1991 met betrekking tot bepaalde instellingen voor collectieve belegging (dat een toepassingsgebied had dat nauw aansloot bij dat van voorliggend ontwerp en van het koninklijk besluit van 4 maart 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003127 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2005 numac 2005022268 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitbreiding van het netwerk van de sociale zekerheid tot de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, voor wat betreft hun opdrachten inzake het recht op maatschappelijke dienstverlening, met toepassing van artikel 18 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/03/2005 numac 2005000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 14 december 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 tot vaststelling van de criteria voor een harmonieuze verdeling over de gemeentes van de vreemdelingen bedoeld in artikel 54, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2000 sluiten met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging), het koninklijk besluit van 29 november 1993 op de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, het koninklijk besluit van 10 april 1995 met betrekking tot vastgoedbevaks en het koninklijk besluit van 18 april 1997 met betrekking tot de instellingen voor belegging in niet-genoteerde vennootschappen en in groeibedrijven (privaks). (7) Wetsontwerp betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, Parl.St. 51, 0909/001, p. 6 en 7. (8) Wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/08/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/10/2012 numac 2012003296 bron federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/08/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/02/2015 numac 2015000044 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/08/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2012 numac 2012003256 bron federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie Wet tot invoering van een wettelijke regeling voor Belgische covered bonds sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles.(9) Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende markten voor financiële instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad.(10) Richtlijn 2006/73/EG van de Commissie van 10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de door beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn. ADVIES 52.261/2 EN 52.262/2 VAN DE RAAD VAN STATE, AFDELING WETGEVING, VAN 24 OKTOBER 2012 Over : - een koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging' (51.261/2); - een koninklijk besluit met betrekking tot de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging' (51.262/2) Op 18 oktober 2012 is de Raad van State, afdeling Wetgeving, door de Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën verzocht binnen een termijn van vijf werkdagen een advies te verstrekken over een koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging'.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het ontwerp is door de tweede kamer onderzocht op 24 oktober 2012. De kamer was samengesteld uit Yves Kreins, kamervoorzitter, Pierre Vandernoot en Martine Baguet, staatsraden, Yves De Cordt en Christian Behrendt, assessoren, en Bernadette Vigneron, griffier.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verslag is uitgebracht door Jean-Luc Paquet, eerste auditeur.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst van het advies is nagezien onder toezicht van Martine Baguet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het advies, waarvan de tekst hierna volgt, is gegeven op 24 oktober 2012.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Raad van State is verzocht om binnen een termijn van vijf werkdagen een advies uit te brengen over een ontwerp van koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging' (52.261/2) en een ontwerp van koninklijk besluit met betrekking tot de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging' (52.262/2).</p>\n<p class=\"lf-p\">Overeenkomstig artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, ingevoegd bij de wet van 4 augustus 1996Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/08/1996 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">08/06/2005 numac 2005015073 bron federale overheidsdienst buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Gabon tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 14 januari 1993 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/08/1996 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">21/10/1999 numac 1999015088 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en internationale samenwerking Wet houdende instemming met het Protocol tussen de regering van het Koninkrijk België en de regering van de Franse Republiek betreffende het kraamgeld, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/08/1996 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/07/1997 numac 1996015142 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Arabische Republiek Egypte tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Kaïro op 3 januari 1991 type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/08/1996 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/06/1998 numac 1998015016 bron ministerie van buitenlandse zaken, buitenlandse handel en ontwikkelingssamenwerking Wet houdende goedkeuring van de Overeenkomst over het Wegvervoer tussen het Koninkrijk België, de Republiek Estland, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ondertekend te Athene op 11 juni 1992 sluiten en vervangen bij de wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie sluiten, moeten in de adviesaanvraag in het bijzonder de redenen worden aangegeven tot staving van het spoedeisende karakter ervan.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het onderhavige geval luidt de motivering in de brief met de adviesaanvraag als volgt : « Pour le projet d'arrêté royal relatif à certains organismes de placement collectifs publics, l'urgence est motivée par le fait que les Directives 2009/65/CE, 2010/43/UE et 2010/44/UE imposent aux Etats membres d'adopter et de publier le 30 juin 2011 au plus tard les dispositions législatives, réglementaires et administratives nécessaires pour se conformer à ces directives et que ces dispositions nationales devaient entrer en vigueur à la même date; que dès lors, il est nécessaire que toutes les mesures soient prises très rapidement afin d'éviter un risque important en matière de protection de l'investisseur parce que la FSMA ne dispose pas d'une base réglementaire claire pour mettre en oeuvre les directives; qu'il s'avère en outre que les OPCVM étrangers qui répondent dans leur Etat d'origine aux conditions prévues par la Directive 2009/65/CE peuvent être commercialisés sur le marché belge, tandis que cette possibilité n'est pas ouverte à l'étranger pour les OPCVM, du fait du défaut de transposition des directives précitées; que, enfin, la Directive 2010/78/UE impose aux Etats membres d'adopter et de publier le 31 décembre 2011 au plus tard les dispositions législatives, réglementaires et administratives nécessaires pour se conformer à cette directive et que ces dispositions nationales devaient entrer en vigueur à la même date.</p>\n<p class=\"lf-p\">Pour le projet d'arrêté royal, [relatif aux sociétés de gestion d'organismes de placement collectif], l'urgence est motivée par le fait que les Directives 2009/65/CE et 2010/44/UE imposent aux Etats membres d'adopter et de publier le 30 juin 2011 au plus tard les dispositions législatives, réglementaires et administratives nécessaires pour se conformer à ces directives et que ces dispositions nationales devaient entrer en vigueur à la même date; que dès lors, il est nécessaire que toutes les mesures soient prises très rapidement afin d'éviter un risque important en matière de protection de l'investisseur parce que la FSMA ne dispose pas d'une base réglementaire claire pour mettre en oeuvre les directives; qu'il s'avère en outre que les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif relevant du droit d'un autre Etat membre peuvent exercer leurs activités en Belgique, tandis que cette possibilité n'est pas ouverte à l'étranger pour les sociétés de gestion d'organismes de placement collectif belges, du fait du défaut de transposition des directives précitées ».</p>\n<p class=\"lf-p\">In de adviesaanvraag wordt het volgende gepreciseerd : « Ces projets complètent la transposition des directives - 2009/65/CE du Parlement européen et du Conseil du 13 juillet 2009 portant coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant certains organismes de placement collectif en valeurs mobilières (OPCVM) dont la date de transposition en droit belge est le 30 juin 2011, - 2010/44/EU de la Commission du 1er juillet 2010 portant mesures d'exécution de la Directive 2009/65/CE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne certaines dispositions relatives aux fusions de fonds, aux structures maître-nourricier et à la procédure de notification, dont la date de transposition est fixée au 30 juin 2011 à l'exception des articles 7 et 29 dont la date de transposition est fixée au 31 décembre 2012, - 2010/43/EU de la Commission du 1er juillet 2010 portant mesures d'exécution de la Directive 2009/65/CE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne les exigences organisationnelles, les conflits d'intérêts, la conduite des affaires, la gestion des risques et le contenu de l'accord entre le dépositaire et la société de gestion, dont la date de transposition en droit belge est le 30 juin 2011.</p>\n<p class=\"lf-p\">Le premier projet d'arrêté royal est relatif à certains organismes de placement collectif publics. En plus de transposer certaines des dispositions des directives mentionnées ci-dessous, il adapte le régime général applicable aux organismes de placement collectif sur un certain nombre de points, en fonction des problèmes constatés sur le marché belge et des questions soulevées dans le cadre de l'application de la loi du 20 juillet 2004 précitée et de l'arrêté royal du 4 mars 2005 relatif à certains organismes de placement collectif publics.</p>\n<p class=\"lf-p\">Il remplacera l'arrêté royal du 4 mars 2005 relatif à certains organismes de placement collectif publics.</p>\n<p class=\"lf-p\">Le second projet d'arrêté royal est relatif aux sociétés de gestion d'organismes de placement collectif. Il détaille un certain nombre d'obligations a charge des sociétés de gestion, en ce qui concerne notamment leur structure de gestion, la prévention et la gestion des conflits d'intérêts et les règles de conduite qu'elles doivent respecter dans l'exercice de leur activité ».</p>\n<p class=\"lf-p\">Beide ontwerpen van koninklijk besluit, die uitvoering verlenen aan de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/08/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/10/2012 numac 2012003296 bron federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/08/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/02/2015 numac 2015000044 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/08/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2012 numac 2012003256 bron federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie Wet tot invoering van een wettelijke regeling voor Belgische covered bonds sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles', strekken ertoe de bij die wet gedeeltelijk uitgevoerde omzetting van richtlijn 2009/65/EG, richtlijn 2010/43/EU en richtlijn 2010/44/EU af te ronden. Die omzetting had tegen 30 juni 2011 voltooid moeten zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De parlementaire procedure voor het aannemen van de wet is afgerond met de goedkeuring ervan door de Senaat [op] 12 juli 2012. De wet is op 3 augustus 2012 bekrachtigd en afgekondigd en op 19 oktober 2012 in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt. Reeds op 12 juli 2012 stond het de adviesaanvrager vrij de afdeling Wetgeving van de Raad van State om advies te verzoeken over de twee voorontwerpen van uitvoeringsbesluit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het advies van de inspecteur van Financiën, waarom op 31 mei 2012 was verzocht, is op 17 juli 2012 uitgebracht. De akkoordbevinding van de minister van Begroting dateert van 16 oktober 2012. Op 18 oktober 2012 is de Raad van State om advies verzocht (1).</p>\n<p class=\"lf-p\">Binnen de korte termijn die hem is toegemeten en gelet op de omvang van die twee ontwerpen (2) en op het grote aantal zaken dat thans bij de Raad van State aanhangig is (3), heeft de Raad van State noch de omzetting van de hierboven vermelde richtlijnen, noch de overige aanpassingen die beide ontwerpen aanbrengen grondig kunnen onderzoeken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aangezien de adviesaanvraag is ingediend op basis van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, zoals het is vervangen bij de wet van 2 april 2003Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/05/2003 numac 2003000376 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling wetgeving van de Raad van State type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">16/04/2003 numac 2003000298 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, en van het Kieswetboek type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/04/2003 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/05/2003 numac 2003000309 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet tot wijziging van de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor Nucleaire Controle en tot regeling van de overdracht van sommige personeelsleden van de Dienst Veiligheid van de Staat op het gebied van de kernenergie sluiten, beperkt de afdeling Wetgeving overeenkomstig artikel 84, § 3, van de voornoemde gecoördineerde wetten haar onderzoek tot de rechtsgrond van het ontwerp, de bevoegdheid van de steller van de handeling en de te vervullen voorafgaande vormvereisten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wat deze drie punten betreft, en onder het uitdrukkelijke voorbehoud dat hierboven is gemaakt, geven de ontwerpen geen aanleiding tot opmerkingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De griffier, De voorzitter, B. Vigneron. Y. Kreins. _______ Nota's (1) De steller van de ontwerpen wordt erop gewezen dat het hoe dan ook noodzakelijk is de ontworpen besluiten snel aan te nemen en bekend te maken, zo niet zou ervan uit kunnen worden gegaan dat, gelet ook op de tijd die is verlopen na de aanneming van de wet door het parlement, de spoedeisendheid die is aangevoerd, niet voldoende bewezen is, wat de wettigheid van de ontworpen teksten kwetsbaar zou maken.(2) Het eerste ontwerp bevat 237 artikelen, en het tweede 35 artikelen.(3) De tweede kamer van de afdeling Wetgeving heeft heden 14 adviezen uitgebracht. 12 NOVEMBER 2012. - Koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de Grondwet, artikel 108;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/08/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/10/2012 numac 2012003296 bron federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/08/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/02/2015 numac 2015000044 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/08/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2012 numac 2012003256 bron federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie Wet tot invoering van een wettelijke regeling voor Belgische covered bonds sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles, de artikelen 7, twwede lid, 8, § 2, eerste lid, 2°, 3°, 10, tweede lid, 18, tweede lid, 37, 41, § 1, derde lid, § 2, derde lid, § 3, vierde lid, § 4, tweede lid, § 5, tweede lid, § 6, tweede en vijfde lid, § 7, tweede, vierde en zesde lid, 44, § 2, derde lid, 46, 50, § 1, 52, § 3, 53, § 1, tweede lid, 54, tweede lid, 60, § 1, tweede lid, 64, § 1, 74, 77, eerste en tweede lid, 78, derde lid, 79, § 3, 80, 81, § 1, tweede lid, 82, tweede lid, 83, tweede lid, 84, 85, § 2, tweede lid, 85, § 3, tweede lid, 86, 88, § 3, vierde lid, 89, 90, 94, 107, § 1, tweede lid, 108, 150, § 2, 155, § 2, eerste lid, 166, § 2, eerste lid, 168, 4° et 5°, b), 175, tweede lid, 176, 178, 5°, b), 201, § 1, tweede lid, § 2, tweede lid, § 3, vierde lid, § 4, tweede lid, § 5, tweede lid, § 6, tweede en vijfde lid, § 7, derde lid, § 8, tweede lid, 212, § 3, tweede en derde lid, 218, vierde lid, 219, § 2, tweede lid, § 4, derde lid, § 5, tweede lid, 222, tweede lid, 224, 235, vierde lid, 248, 262, § 2, tweede lid, 296, § 1;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het koninklijk besluit van 4 maart 1991 met betrekking tot bepaalde instellingen voor collectieve belegging;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het koninklijk besluit van 4 maart 2005Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">09/03/2005 numac 2005003127 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">31/03/2005 numac 2005022268 bron federale overheidsdienst sociale zekerheid Koninklijk besluit tot uitbreiding van het netwerk van de sociale zekerheid tot de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, voor wat betreft hun opdrachten inzake het recht op maatschappelijke dienstverlening, met toepassing van artikel 18 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/03/2005 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/03/2005 numac 2005000107 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Koninklijk besluit tot vaststelling van de officiële Duitse vertaling van het koninklijk besluit van 14 december 2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 mei 1999 tot vaststelling van de criteria voor een harmonieuze verdeling over de gemeentes van de vreemdelingen bedoeld in artikel 54, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 12 januari 2000 sluiten met betrekking tot bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het koninklijk besluit van 10 november 2006Relevante gevonden documenten type koninklijk besluit prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">10/11/2006 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">30/11/2006 numac 2006003538 bron federale overheidsdienst financien Koninklijk besluit op de boekhouding, de jaarrekening en de periodieke verslagen van bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming sluiten op de boekhouding, de jaarrekening en de periodieke verslagen van bepaalde openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het advies van de inspecteur van Financiën, gegeven op 17 juli 2012;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het advies van de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, gegeven op 20 maart 2012;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de akkoordbevinding van de Minister van Begroting, d.d. 16 oktober 2012;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het verzoek om spoedbehandeling, gemotiveerd door de omstandigheid dat de richtlijnen 2009/65/EG, 2010/43/EU en 2010/44/EU aan de lidstaten opleggen om uiterlijk op 30 juni 2011 de noodzakelijke wettelijke, reglementaire en bestuursrechtelijke bepalingen aan te nemen en te publiceren om aan voormelde richtlijnen te voldoen en dat deze nationale bepalingen op dezelfde datum in werking dienden te zijn getreden; dat alle maatregelen derhalve zeer snel dienen te worden genomen om te vermijden dat er een groot risico inzake beleggersbescherming zou optreden aangezien de FSMA niet beschikt over een duidelijke reglementaire grondslag om de richtlijnen ten uitvoer te leggen; dat het bovendien gebleken is dat de buitenlandse ICBE's die in hun lidstaat van herkomst voldoen aan de voorwaarden van richtlijn 2009/65/CE kunnen worden gecommercialiseerd op de Belgische markt terwijl deze mogelijkheid niet openstaat in het buitenland voor de Belgische ICBE's, bij gebrek aan omzetting van voormelde richtlijnen; dat, tenslotte, richtlijn 2010/78/EU aan de lidstaten oplegt om uiterlijk op 31 december 2011 de noodzakelijke wettelijke, reglementaire en bestuursrechtelijke bepalingen aan te nemen en te publiceren om aan voormelde richtlijn te voldoen en dat deze nationale bepalingen op dezelfde datum in werking dienden te zijn getreden;</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op advies 51.261/2 van de Raad van State, gegeven op 24 oktober 2012, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;</p>\n<p class=\"lf-p\">Op de voordracht van de Vice-Eerste Minister en Minister van Financiën en de Vice-Eerste Minister en Minister van Economie, Hebben Wij besloten en besluiten Wij : TITEL I. - Algemene bepalingen Artikel 1.Dit koninklijk besluit heeft de gedeeltelijke omzetting tot doel van (a) Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's) (herschikking),, (b) Richtlijn 2010/78/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot wijziging van de Richtlijnen 98/26/EG, 2002/87/EG, 2003/6/EG, 2003/41/EG, 2003/71/EG, 2004/39/EG, 2004/109/EG, 2005/60/EG, 2006/48/EG, 2006/49/EG en 2009/65/EG wat de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten) betreft, (c) Richtlijn 2010/43/EU van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad wat betreft organisatorische eisen, belangenconflicten, bedrijfsvoering, risicobeheer en inhoud van de overeenkomst tussen een bewaarder en een beheermaatschappij, en (d) Richtlijn 2010/44/EU van de Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van sommige bepalingen betreffende fusies van fondsen, master-feederconstructies en de kennisgevingsprocedure.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-2-21\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder : 1° effecten : a) aandelen en andere met aandelen gelijk te stellen waardepapieren, hierna aandelen te noemen;b) obligaties en andere schuldinstrumenten, hierna obligaties te noemen;c) alle andere verhandelbare waardepapieren waarmee dergelijke effecten via inschrijving of omruiling kunnen worden verworven, met uitsluiting van de in artikelen 143, 2°, en 144 bedoelde technieken en instrumenten;2° geldmarktinstrumenten : instrumenten die al dan niet overeenkomstig artikel 52, § 1, 1° tot 3°, of artikel 70, § 1, 1° tot 3°, zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt en die gewoonlijk op de geldmarkt verhandeld worden, liquide zijn en waarvan de waarde te allen tijde nauwkeurig kan worden vastgesteld;3° OTC-derivaten : financiële derivaten die buiten de beurs (over-the-counter) worden verhandeld;4° beheervennootschap : beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging aangesteld door een instelling voor collectieve belegging, zoals omschreven in artikel 3, 24°, van de wet;5° duurzame drager : elk hulpmiddel dat een belegger in staat stelt om persoonlijk aan die belegger gerichte informatie op zodanige wijze op te slaan dat deze gedurende een voor het doel van de informatie toereikende periode kan worden geraadpleegd en waarmee de opgeslagen informatie ongewijzigd kan worden gereproduceerd;6° op te slorpen instelling voor collectieve belegging : de instelling voor collectieve belegging die optreedt als te ontbinden instelling voor collectieve belegging in het kader van een fusie bedoeld in artikel 671 of 672 van het Wetboek van Vennootschappen;7° fusie zoals bedoeld in artikel 2, lid 1, p), iii), van Richtlijn 2009/65/EG : de rechtshandeling waarbij een of meer instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG of compartimenten daarvan, de op te slorpen instellingen voor collectieve belegging, die blijven bestaan tot zij kwijting voor hun uitstaande schulden hebben gekregen, hun nettoactiva overdragen aan een ander compartiment van dezelfde instelling voor collectieve belegging, aan een instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG die zij vormen of aan een andere, bestaande instelling voor collectieve belegging die voldoet aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG of een compartiment daarvan, de verkrijgende instelling voor collectieve belegging;8° herschikking van de portefeuille : een significante wijziging van de samenstelling van de portefeuille van de instelling voor collectieve belegging;9° synthetische risico- en opbrengstindicatoren : synthetische indicatoren in de zin van artikel 8 van Verordening 583/2010;10° relevante persoon : a) een bestuurder of zaakvoerder van de instelling voor collectieve belegging;b) een werknemer van de instelling voor collectieve belegging, alsook iedere andere natuurlijke persoon van wie de diensten ter beschikking en onder de zeggenschap staan van de instelling voor collectieve belegging, en die betrokken is bij de uitoefening van haar activiteiten;c) een natuurlijke persoon die, in het kader van de delegatie van taken aan derden in de zin van artikel 42 van de wet, rechtstreeks betrokken is bij het verrichten van diensten ten behoeve van de instelling voor collectieve belegging;11° tegenpartijrisico : het risico op verliezen voor de instelling voor collectieve belegging doordat de tegenpartij bij een transactie haar verplichtingen niet nakomt vóór de definitieve afwikkeling van de kasstroom van de transactie;12° liquiditeitsrisico : het risico dat een positie in de portefeuille van de instelling voor collectieve belegging niet tegen beperkte kosten en binnen een voldoende kort tijdsbestek kan worden verkocht, te gelde gemaakt of afgesloten en dat het vermogen van de instelling voor collectieve belegging om te voldoen aan artikel 189 in gevaar komt;13° marktrisico : het risico op verliezen voor de instelling voor collectieve belegging als gevolg van een schommeling in de marktwaarde van posities in haar portefeuille welke toe te schrijven is aan veranderingen in marktvariabelen zoals rentetarieven, wisselkoersen, aandelenkoersen en grondstoffenprijzen of de kredietwaardigheid van een uitgevende instelling;14° operationeel risico : het risico op verliezen voor de instelling voor collectieve belegging als gevolg van ontoereikende interne processen en het falen door mensen en systemen van de instelling voor collectieve belegging of van de beheervennootschap, of als gevolg van externe gebeurtenissen, inclusief juridische en documentatierisico's en risico's als gevolg van verhandelings-, afwikkelings- en waarderingsprocedures die door of voor rekening van de instelling voor collectieve belegging worden beheerd;15° Groep van Tien : de groep van landen die zijn overeengekomen om deel te nemen aan de General Arrangements to Borrow van het IMF;16° de</p>\n<p class=\"lf-p\">wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/08/2002 numac 2002021304 bron federale overheidsdienst kanselarij en algemene diensten Wet tot wijziging van de wet betreffende de afschaffing of herstructurering van instellingen van openbaar nut en andere overheidsdiensten, gecoördineerd op 13 maart 1991 sluiten : de wet van 2 augustus 2002Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">14/06/2018 numac 2018012337 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. - Officieuze coördinatie in het Duits. - Deel I type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003392 bron ministerie van financien Wet betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">04/09/2002 numac 2002003391 bron ministerie van financien Wet tot aanvulling, inzake de verhaalmiddelen tegen de beslissingen van de minister, de CBF, de CDV en de marktondernemingen, alsook inzake de tussenkomst van de CBF en van de CDV voor de strafgerechten, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en tot wijziging van verschillende andere wetsbepalingen type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">02/08/2002 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">15/08/2002 numac 2002021304 bron federale overheidsdienst kanselarij en algemene diensten Wet tot wijziging van de wet betreffende de afschaffing of herstructurering van instellingen van openbaar nut en andere overheidsdiensten, gecoördineerd op 13 maart 1991 sluiten betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;17° de wet : de wet van 3 augustus 2012Relevante gevonden documenten type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/08/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">19/10/2012 numac 2012003296 bron federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie Wet betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/08/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">18/02/2015 numac 2015000044 bron federale overheidsdienst binnenlandse zaken Wet betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen. - Officieuze coördinatie in het Duits type wet prom.</p>\n<p class=\"lf-p\">03/08/2012 pub.</p>\n<p class=\"lf-p\">24/08/2012 numac 2012003256 bron federale overheidsdienst financien, federale overheidsdienst economie, k.m.o., middenstand en energie en federale overheidsdienst justitie Wet tot invoering van een wettelijke regeling voor Belgische covered bonds sluiten betreffende bepaalde vormen van collectief beheer van beleggingsportefeuilles; 18° het koninklijk besluit met betrekking tot beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging : het koninklijk besluit van [...] met betrekking tot beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging; 19° Richtlijn 78/660/EEG : Vierde Richtlijn van de Raad van 25 juli 1978 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g), van het Verdrag betreffende de jaarrekening van bepaalde vennootschapsvormen;20° Richtlijn 83/349/EEG : Zevende Richtlijn van de Raad van 13 juni 1983 op de grondslag van artikel 54, lid 3, sub g), van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening;21° Richtlijn 2001/34/EG : Richtlijn 2001/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 mei 2001 betreffende de toelating van effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd.22° Richtlijn 2006/43/EG : Richtlijn 2006/43/EG van 17 mei 2006 betreffende de wettelijke controles van jaarrekeningen en geconsolideerde jaarrekeningen, tot wijziging van de Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 84/253/EEG van de Raad;</p>\n<p class=\"lf-p\">TITEL II. - Belgische openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die opteren voor de beleggingen die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG of die beleggen in financiële instrumenten en liquide middelen Art. 3.De voorschriften van deze Titel gelden voor alle Belgische openbare instellingen voor collectieve belegging met een veranderlijk aantal rechten van deelneming die hebben geopteerd voor de categorieën van toegelaten beleggingen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, 1° of 2°, van de wet. HOOFDSTUK I. - Bedrijfsvergunning Afdeling I. - Inschrijvingsvoorwaarden Onderafdeling I. - Inhoud van het beheerreglement of de statuten Art. 4.Het beheerreglement of de statuten bevatten ten minste de inlichtingen als bedoeld in de bij dit besluit gevoegde bijlage C.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De statuten of het beheerreglement van een instelling voor collectieve belegging kunnen voorzien in de creatie van categorieën van rechten van deelneming zoals bedoeld in artikel 8, § 2, 2° en 3° van de wet. De aldus gecreëerde categorieën van rechten van deelneming worden hierna als « klassen van rechten van deelneming » aangemerkt</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Het onderscheid tussen klassen van rechten van deelneming beantwoordt aan : 1° de munteenheid waarin de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming wordt uitgedrukt, waarin de aanvragen tot uitgifte of inkoop van rechten van deelneming dan wel compartimentswijziging worden uitgevoerd of waarin eventuele uitkeringen aan de deelnemers plaatsvinden;2° de bijdrage tot de kosten voor het waarnemen van de beheertaken voor instellingen voor collectieve belegging bedoeld in artikel 3, 22°, van de wet of tot de kosten die aan de deelnemers ten laste worden gelegd tot dekking van de verwerving en de realisatie van de activa naar aanleiding van de uitgifte, de inkoop en compartimentswijziging;3° het tarief van de verhandelingprovisie;4° het land waar de rechten van deelneming zullen worden aangeboden;5° de identiteit van de bemiddelaars die instaan voor de verhandeling van de rechten van deelneming;6° de dekking van het wisselkoersrisico;7° andere objectieve elementen die door de FSMA worden aanvaard In het geval bedoeld sub 1°, kan een bijkomend onderscheid worden gemaakt in functie van de dekking van het wisselkoersrisico. § 2. Bij de creatie van een (sub)klasse van rechten van deelneming met dekking van het wisselkoersrisico dienen de statuten of het beheerreglement te voorzien in : 1° precieze regels voor de waardering van de verrichtingen die strekken tot dekking van het wisselkoersrisico;2° precieze regels inzake de toerekening van kosten en de toewijzing van verlies en winst aan de betrokken klasse van rechten van deelneming;3° het vereiste dat de indekkings-verrichtingen op precieze wijze kunnen worden toegewezen aan een bepaalde klasse van rechten van deelneming;4° het vereiste dat de indekking maximaal betrekking heeft op 100 % van de waarde van de activa in de portefeuille. § 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">In vergelijking met de bijdrage tot de kosten voor het waarnemen van de beheertaken voor instellingen voor collectieve belegging bedoeld in artikel 3, 22°, a) of b), van de wet door deelnemers van één of meerdere andere klassen van rechten van deelneming die op één of meerdere punten van een minder gunstig regime genieten, mag de bijdrage van de deelnemers van een klasse van rechten van deelneming niet onbestaande of verwaarloosbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het vorige lid is niet van toepassing voor wat betreft de bijdrage tot de kosten voor het waarnemen van de beheertaken voor instellingen voor collectieve belegging bedoeld in artikel 3, 22°, a), van de wet door deelnemers van een klasse van rechten van deelneming, indien de rechten van deelneming in deze klasse enkel kunnen worden verworven door : 1° instellingen voor collectieve belegging die hetzij rechtstreeks hetzij op grond van een lastgevingsovereenkomst of aannemingsovereenkomst worden beheerd door de vennootschap die deze beheertaken uitoefent, dan wel door een andere onderneming die verbonden is met deze vennootschap in de zin van artikel 11 van het Wetboek van Vennootschappen, en die in het kader hiervan een vergoeding betalen die niet verwaarloosbaar is;of 2° deelnemers die deze rechten van deelneming verwerven en aanhouden op grond van een overeenkomst van discretionair beheer met de vennootschap die deze beheertaken uitoefent, dan wel met een andere onderneming die verbonden is met deze vennootschap in de zin van artikel 11 van het Wetboek van Vennootschappen, en die in het kader hiervan een vergoeding betalen die niet verwaarloosbaar is. § 4. Het onderscheid tussen klassen van rechten van deelneming doet geen afbreuk aan de deelname in het resultaat van de portefeuille van de instelling voor collectieve belegging of het compartiment in functie van de participatie van de deelnemer.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">In de in artikel 6, § 1, 2° en 3°, bedoelde gevallen bepalen de statuten of het beheerreglement de objectieve criteria die worden gehanteerd om bepaalde personen toe te laten om in te schrijven op rechten van deelneming in een klasse van rechten van deelneming die op één of meerdere punten geniet van een gunstiger regime dan rechten van deelneming in één of meerdere andere klassen van rechten van deelneming, dan wel om dergelijke rechten van deelneming te verwerven De objectieve criteria bedoeld in het eerste lid hebben inzonderheid betrekking op het initiële inschrijvingsbedrag van de deelnemer, de minimale beleggingsperiode, het gebruikte distributiekanaal of een ander door de FSMA aanvaard objectief element. Deze objectieve criteria mogen geen afbreuk doen aan het openbaar karakter van het aanbod van de rechten van deelneming in de instelling voor collectieve belegging of het compartiment. Het onderscheid tussen de klassen van rechten van deelneming mag niet louter gebaseerd zijn op het institutioneel of professioneel karakter van de inschrijver.</p>\n<p class=\"lf-p\">De statuten of het beheerreglement bepalen welke schikkingen worden getroffen zodat steeds kan worden nagegaan of, in de in artikel 6, § 1, 2° en 3°, bedoelde gevallen, de personen die hebben ingeschreven op rechten van deelneming in een bepaalde klasse van rechten van deelneming die op één of meerdere punten geniet van een gunstiger regime, dan wel dergelijke rechten van deelneming hebben verworven, aan de gestelde criteria voldoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling II. - De bewaarder A. Algemene bepalingen Art. 8.De activa van een instelling voor collectieve belegging worden in bewaring gegeven bij een bewaarder.</p>\n<p class=\"lf-p\">De personen die de bewaarder vertegenwoordigen of in feite het beleid van de bewaarder bepalen, dienen over voldoende ervaring te beschikken, in het bijzonder met betrekking tot het type van instelling voor collectieve belegging. Art. 9.De opdracht van de bewaarder kan slechts worden beëindigd wanneer de FSMA haar goedkeuring heeft verleend aan de vervanging van de bewaarder of wanneer de instelling voor collectieve belegging niet langer op de lijst is ingeschreven overeenkomstig artikel 33 van de wet.</p>\n<p class=\"lf-p\">B. Taken Art. 10.§ 1. De bewaarder staat in voor de volgende taken : 1° de bewaring van de activa van de instelling voor collectieve belegging en komt hierbij de gebruikelijke verplichtingen na;2° het verrichten, in opdracht van de instelling voor collectieve belegging, van transacties met betrekking tot de activa van de instelling voor collectieve belegging evenals de inning van de dividenden en interesten uit de activa en de uitoefening van de inschrijvings- en toekenningsrechten die eraan zijn verbonden;3° de uitvoering van elke andere instructie van de instelling voor collectieve belegging, tenzij deze in strijd is met de wet, de uitvoeringsbesluiten, het beheerreglement of de statuten, of het prospectus. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bewaarder vergewist zich ervan dat : 1° de transacties met betrekking tot de activa van de instelling voor collectieve belegging, tijdig worden vereffend;2° de activa in bewaring overeenstemmen met de activa vermeld in de boekhouding van de instelling voor collectieve belegging;3° het aantal rechten van deelneming in omloop vermeld in zijn boekhouding overeenstemt met het aantal rechten van deelneming in omloop zoals vermeld in de boekhouding van de instelling voor collectieve belegging;4° de verkoop, de uitgifte, de inkoop, de terugbetaling en de intrekking van rechten van deelneming voor rekening van de instelling voor collectieve belegging overeenkomstig de wet, de uitvoeringsbesluiten, het beheerreglement of de statuten en het prospectus geschieden;5° de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming wordt berekend overeenkomstig de wet, de uitvoeringsbesluiten, het beheerreglement of de statuten en het prospectus;6° de beleggingsbeperkingen bepaald in de wet, de uitvoeringsbesluiten, het beheerreglement of de statuten en het prospectus worden gerespecteerd;7° de regels inzake provisies en kosten bepaald in de wet, de uitvoeringsbesluiten, het beheerreglement of de statuten en het prospectus worden gerespecteerd;8° de opbrengsten van de instelling voor collectieve belegging een bestemming krijgen en worden uitbetaald overeenkomstig de wet, de uitvoeringsbesluiten, het beheerreglement of de statuten en het prospectus.</p>\n<p class=\"lf-p\">C. Master-feederconstructies Art. 11.De in artikel 53, § 1, van de wet bedoelde overeenkomst tot uitwisseling van informatie tussen de bewaarder van de master en de bewaarder van de feeder voorziet in het volgende : 1° de vaststelling van de documenten en categorieën van informatie die tussen beide bewaarders systematisch moeten worden uitgewisseld en of die informatie of documenten door de ene bewaarder aan de andere bewaarder worden verstrekt dan wel op verzoek beschikbaar worden gesteld;2° de wijze van en het tijdschema - waaronder alle geldende uiterste termijnen - voor de doorgifte van informatie door de bewaarder van de master aan de bewaarder van de feeder;3° de coördinatie van de rol van beide bewaarders in de mate die passend is gezien hun respectieve verplichtingen volgens nationaal recht, met betrekking tot operationele aangelegenheden, waaronder : a) de procedure voor de berekening van de netto-inventariswaarde van elke instelling voor collectieve belegging, waaronder alle maatregelen die bescherming kunnen bieden tegen markettimingactiviteiten in overeenstemming met artikel 91, § 2;b) de verwerking van instructies door de feeder voor de aankoop van, inschrijving op, het verzoek om inkoop of terugbetaling van rechten van deelneming in de master, en de afwikkeling van die transacties, waaronder alle regelingen voor overdracht in natura van de activa;4° de coördinatie van boekhoudkundige werkzaamheden bij het afsluiten van het boekjaar;5° welke details inzake inbreuken door de master op het recht en het beheerreglement of de statuten de bewaarder van de master aan de bewaarder van de feeder verstrekt en de wijze van en het tijdschema voor verstrekking;6° de procedure voor de behandeling van ad-hocverzoeken om bijstand van de ene bewaarder aan de andere;7° vaststelling van bepaalde contingente gebeurtenissen waarvan door de ene bewaarder aan de andere bewaarder op ad-hocbasis kennis moet worden gegeven, en de wijze van en het tijdschema voor kennisgeving.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-12\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 12</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Voor zover de feeder en de master een overeenkomst hebben gesloten in overeenstemming met artikel 78 van de wet, voorziet de in artikel 53, § 1, van de wet bedoelde overeenkomst tussen de bewaarder van de master en van de feeder erin dat het recht van de lidstaat dat in overeenstemming met artikel 98 op die overeenkomst van toepassing is eveneens op de overeenkomst tot uitwisseling van informatie tussen beide bewaarders van toepassing is en dat beide bewaarders instemmen met de exclusieve jurisdictie van de rechtbanken van die lidstaat. § 2. Voor zover de overeenkomst tussen de feeder en de master door interne bedrijfsvoeringsregels is vervangen in overeenstemming met artikel 78, tweede lid van de wet, voorziet de overeenkomst tussen de bewaarder van de master en van de feeder erin dat het recht van de lidstaat waarin de feeder is gevestigd of, voor zover dit verschilt, het recht van de lidstaat waarin de master is gevestigd op de overeenkomst tot uitwisseling van informatie tussen beide bewaarders van toepassing is en dat beide bewaarders instemmen met de exclusieve jurisdictie van de rechtbanken van de lidstaat waarvan het recht op de overeenkomst tot uitwisseling van informatie van toepassing is</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-13-26\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 13</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De bewaarder van de master stelt de FSMA, de feeder of, indien van toepassing, de beheervennootschap en de bewaarder van de feeder onmiddellijk in kennis van onregelmatigheden die hij bij de master constateert en die geacht worden een negatief effect op de feeder te zullen hebben. § 2. Met de in § 1 genoemde onregelmatigheden die de bewaarder van de master in de loop van de uitoefening van zijn functie volgens het Belgisch recht ontdekt en die een negatief effect op de feeder kunnen hebben, worden onder meer bedoeld : 1° fouten in de berekening van de netto-inventariswaarde van de master;2° fouten in transacties voor of afwikkeling van de aankoop van, inschrijving op, het verzoek om inkoop of terugbetaling van rechten van deelneming in de master door de feeder;3° door de master veroorzaakte fouten bij de betaling of kapitalisatie van inkomsten, of fouten in de berekening van de bronbelasting;4° inbreuken op de beleggingsdoelstellingen, het beleggingsbeleid of de beleggingsstrategie van de master, zoals beschreven in haar beheerreglement of statuten, prospectus of essentiële beleggersinformatie;5° inbreuken op in de wettelijke bepalingen of in het beheerreglement, de statuten, prospectus of essentiële beleggersinformatie vastgestelde limieten bij beleggingen of het aangaan van leningen D. Instelling voor collectieve belegging beheerd door een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte Art. 14.De hierna vermelde bepalingen gelden in het geval dat een Belgische instelling voor collectieve belegging beheerd wordt door een beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging uit een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-15\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 15</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De bewaarder en de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging, hierna de « partijen bij de overeenkomst » genoemd, nemen in de schriftelijke overeenkomst als bedoeld in artikel 54 van de wet ten minste de volgende gegevens op betreffende de door de partijen bij de overeenkomst te verrichten diensten en te volgen procedures : 1° een beschrijving van de procedures, inclusief de procedures betreffende de bewaarneming, die moeten worden vastgesteld voor elke soort activa van de instelling voor collectieve belegging die aan de bewaarder wordt toevertrouwd;2° een beschrijving van de te volgen procedures indien de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging de statuten, het beheerreglement of het prospectus van een instelling voor collectieve belegging wil wijzigen, met vermelding van de situaties waarin de bewaarder hiervan in kennis dient te worden gesteld, of van de situaties waarin een voorafgaande toestemming van de bewaarder vereist is om de wijziging door te voeren;3° een beschrijving van de middelen en procedures aan de hand waarvan de bewaarder aan de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging alle relevante informatie meedeelt die zij nodig heeft om haar taken te kunnen uitvoeren, met inbegrip van een beschrijving van de middelen en procedures voor de uitoefening van eventueel aan financiële instrumenten verbonden rechten, alsook van de aangewende middelen en procedures om de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de instelling voor collectieve belegging in staat te stellen tijdige en accurate toegang te verkrijgen tot de informatie betreffende de rekeningen van de instelling voor collectieve belegging;4° een beschrijving van de middelen en procedures aan de hand waarvan de bewaarder toegang krijgt tot alle relevante informatie die hij nodig heeft om zijn taken te kunnen uitvoeren;5° een beschrijving van de procedures aan de hand waarvan de bewaarder een onderzoek kan instellen naar de bedrijfsvoering van de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de kwaliteit van de meegedeelde informatie kan beoordelen, inclusief via bezoeken ter plaatse;6° een beschrijving van de procedures aan de hand waarvan de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging de prestaties van de bewaarder kan beoordelen in het licht van zijn contractuele verplichtingen. § 2 De informatie over de middelen en procedures als bedoeld in de bovenstaande punten 3° en 4° kan in een afzonderlijke schriftelijke overeenkomst worden opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-16\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 16</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De partijen bij de overeenkomst nemen in de schriftelijke overeenkomst als bedoeld in artikel 54 van de wet ten minste de volgende gegevens op betreffende de uitwisseling van informatie en de verplichtingen inzake vertrouwelijkheid en het witwassen van geld : 1° een lijst van alle informatie die tussen de instelling voor collectieve belegging, haar beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging en de bewaarder dient te worden uitgewisseld betreffende de inschrijving, terugbetaling, uitgifte, intrekking en inkoop van rechten van deelneming in de instelling voor collectieve belegging;2° de verplichtingen inzake vertrouwelijkheid die op de partijen bij de overeenkomst van toepassing zijn;3° informatie over de taken en verantwoordelijkheden van de partijen bij de overeenkomst ten aanzien van de verplichtingen betreffende de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, voor zover van toepassing. § 2 De verplichtingen als bedoeld in § 1, 2° kunnen niet worden ingeroepen ten aanzien van de FSMA.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-17\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 17</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien de bewaarder of de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging voornemens zijn derden aan te stellen om hun respectieve taken te vervullen, nemen zij in de overeenkomst ten minste de volgende gegevens op : 1° de door beide partijen bij de overeenkomst aangegane verbintenis om regelmatig bijzonderheden te verstrekken over de derden die door een van hen zijn aangesteld voor het vervullen van hun respectieve taken;2° de verbintenis om, op verzoek van één van beide partijen, de andere partij informatie te verstrekken over de gehanteerde criteria voor het selecteren van de derde en de genomen maatregelen om toezicht te houden op de activiteiten die door de geselecteerde derde worden uitgevoerd;3° een verklaring dat de contractuele of niet-contractuele aansprakelijkheid van de bewaarder onverlet wordt gelaten door het feit dat hij de bij hem in bewaring gegeven activa geheel of ten dele aan derden heeft toevertrouwd</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-18\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 18</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De partijen bij de overeenkomst nemen in de betrokken overeenkomst ten minste de volgende gegevens op betreffende wijzigingen in en de beëindiging van de overeenkomst : 1° de geldigheidsduur van de overeenkomst;2° de voorwaarden waaronder de overeenkomst kan worden gewijzigd of beëindigd;3° de voorwaarden die vereist zijn om de overstap naar een andere bewaarder te vergemakkelijken en, in geval van een dergelijke overstap, de procedure volgens welke de bewaarder alle relevante informatie aan de nieuwe bewaarder zal bezorgen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-19\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 19</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer de partijen bij de overeenkomst overeenkomen dat alle informatiestromen tussen hen geheel of gedeeltelijk plaatsvinden langs elektronische weg dient een dergelijke overeenkomst bepalingen te bevatten die garanderen dat er over dergelijke informatie gegevens worden bijgehouden</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-20\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 20</span><span class=\"lf-art-t\">De overeenkomst is onderworpen aan het Belgische recht</span></h4>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-21\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 21</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">De overeenkomst kan betrekking hebben op meer dan één door de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging beheerde instelling voor collectieve belegging. In dat geval vermeldt de overeenkomst de lijst van de betrokken instellingen voor collectieve belegging Onderafdeling III Administratieve procedures en controlemechanismen Art. 22.De bepalingen van deze Onderafdeling gelden enkel voor beleggingsvennootschappen die geen gebruik maken van de mogelijkheid voorzien in artikel 44 van de wet. Art. 23.§ 1. De beleggingsvennootschappen dienen een permanente risicobeheerfunctie in te stellen en in stand te houden. § 2. De in § 1 bedoelde permanente risicobeheerfunctie is hiërarchisch en functioneel onafhankelijk van de operationele diensten.</p>\n<p class=\"lf-p\">De FSMA kan evenwel afwijkingen toestaan van de bepalingen van het eerste lid, indien de betrokken beleggingsvennootschap kan aantonen dat deze afwijking passend en evenredig is gezien de aard, de omvang en de complexiteit van haar bedrijf. De FSMA kan specifieke voorwaarden vastleggen voor het verlenen van deze afwijkingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zelfs in het geval bedoeld in het vorige lid moet een beleggingsvennootschap kunnen aantonen dat zij passende beschermingsmaatregelen tegen belangenconflicten heeft genomen, om zo een onafhankelijke uitvoering van haar risicobeheeractiviteiten mogelijk te maken, alsook dat haar risicobeheerprocedure voldoet aan de vereisten van artikel 41, § 6, derde lid van de wet. § 3. De permanente risicobeheerfunctie : 1° voert het risicobeheerbeleid en de risicobeheerprocedures uit;2° ziet erop toe dat aan het risicolimietensysteem wordt voldaan, inclusief de wettelijke limieten voor het totale risico en het tegenpartijrisico als bedoeld in de artikelen 58, § § 2 tot 5, 59, 62, § 6, 76, § § 2 tot 5, 77 en 80, § 6;3° verstrekt advies aan de raad van bestuur over de identificatie van het risicoprofiel van de beleggingsvennootschap;4° brengt regelmatig verslag uit aan de raad van bestuur over : a) het overeengekomen risicoprofiel;b) de naleving van de relevante risicolimietensystemen;c) de deugdelijkheid en de doeltreffendheid van de risicobeheerprocedure, waarbij met name wordt vermeld of passende corrigerende maatregelen zijn genomen om eventuele onvolkomenheden te verhelpen;5° brengt regelmatig verslag uit aan de effectieve leiding over de huidige omvang van het risico dat de beleggingsvennootschap loopt, en over elke feitelijke of voorzienbare inbreuk op haar limieten, om ervoor te zorgen dat onmiddellijke en passende maatregelen kunnen worden genomen;6° onderzoekt en ondersteunt, in voorkomend geval, de in de artikelen 61 en 79 bedoelde regelingen en procedures voor de waardering van OTC-derivaten. § 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De permanente risicobeheerfunctie beschikt over de nodige autoriteit en heeft toegang tot alle dienstige informatie om de in § 3 beschreven taken te kunnen vervullen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-24\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 24</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De beleggingsvennootschappen stellen een passend en gedocumenteerd risicobeheerbeleid vast dat de risico's onderkent waaraan zij zijn of zouden kunnen worden blootgesteld, zij implementeren dit en houden het in stand Het risicobeheerbeleid omvat alle procedures die noodzakelijk zijn om een beleggingsvennootschap in staat te stellen haar blootstelling aan markt-, liquiditeits- en tegenpartijrisico's te beoordelen, alsook om haar blootstelling te beoordelen aan alle andere risico's, inclusief de operationele risico's, die van wezenlijk belang kunnen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beleggingsvennootschappen behandelen ten minste de volgende elementen in hun risicobeheerbeleid : 1° de technieken, instrumenten en regelingen die hen in staat stellen om te voldoen aan de verplichtingen vermeld in de artikelen 26, 58 en 76;2° de toewijzing, binnen de beleggingsvennootschap, van de verantwoordelijkheden met betrekking tot het risicobeheer. § 2. De beleggingsvennootschappen stellen in hun risicobeheerbeleid als bedoeld in § 1, de voorwaarden, de inhoud en de frequentie vast van de rapportering door de risicobeheerfunctie als bedoeld in artikel 23 aan de raad van bestuur en de effectieve leiding. § 3. De beleggingsvennootschappen houden bij het vaststellen van het risicobeheerbeleid rekening met de aard, de omvang en de complexiteit van hun bedrijf.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-25\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 25</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De beleggingsvennootschappen toetsen, monitoren en evalueren op periodieke wijze : 1° de deugdelijkheid en doeltreffendheid van het risicobeheerbeleid alsook van de regelingen, procedures en technieken als bedoeld in de artikelen 26, 58, § § 2 tot 5 en 76, § § 2 tot 5;2° de mate waarin zij het risicobeheerbeleid en de regelingen, procedures en technieken als bedoeld in de artikelen 26, 58, § § 2 tot 5 en 76, § § 2 tot 5 naleven;3° de deugdelijkheid en doeltreffendheid van de maatregelen die zijn genomen om eventuele onvolkomenheden in de uitvoering van de risicobeheerprocedure te verhelpen. § 2. De beleggingsvennootschappen stellen de FSMA in kennis van elke wezenlijke wijziging in hun risicobeheerprocedure</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-26\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 26</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. De beleggingsvennootschappen stellen passende en doeltreffende regelingen, procedures en technieken vast om : 1° te allen tijde de risico's te kunnen meten en beheren waaraan zij zijn of zouden kunnen worden blootgesteld;2° de naleving te waarborgen van de limieten voor het totale risico en het tegenpartijrisico, overeenkomstig de artikelen 58, § § 2 tot 5, 62, § 6, 76, § § 2 tot 5 en 80, § 6. Deze regelingen, procedures en technieken zijn evenredig met de aard, de omvang en de complexiteit van het bedrijf van de beleggingsvennootschap, en zijn afgestemd op haar risicoprofiel. § 2. Voor de toepassing van § 1 nemen de beleggingsvennootschappen de volgende maatregelen : 1° zij voeren risicometingsregelingen, -procedures en -technieken in die noodzakelijk zijn om te garanderen dat de risico's van ingenomen posities en hun aandeel in het totale risicoprofiel nauwkeurig en op basis van degelijke en betrouwbare gegevens worden gemeten en dat deze risicometingsregelingen, -procedures en -technieken op passende wijze zijn gedocumenteerd;2° zij voeren, in voorkomend geval, a posteriori periodieke tests uit om de geldigheid te evalueren van risicometingsregelingen die modelmatige prognoses en ramingen omvatten;3° zij voeren, in voorkomend geval, periodieke stresstests en scenarioanalyses uit om de eventueel uit wisselende marktomstandigheden voortvloeiende risico's aan te pakken die negatieve gevolgen kunnen hebben;4° zij zetten een gedocumenteerd systeem van interne limieten op, implementeren dit en houden het in stand, voor de maatregelen die worden genomen om de relevante risico's waaraan zij blootgesteld zijn te beheren en te controleren, waarbij rekening wordt gehouden met alle relevante risico's als bedoeld in artikel 24, en waarbij overeenstemming met hun risicoprofiel wordt gewaarborgd;5° zij zorgen ervoor dat de huidige risico-omvang voldoet aan het risicolimietensysteem als bedoeld in het 4° ;6° zij zetten passende procedures op, implementeren ze en houden ze in stand, die in geval van feitelijke of voorzienbare inbreuken op het risicolimietensysteem leiden tot tijdige herstelmaatregelen in het belang van de deelnemers. § 3 De beleggingsvennootschappen hanteren een passende liquiditeitsrisicobeheerprocedure om te waarborgen dat zij in staat zijn om te allen tijde te voldoen aan de verplichting die is opgelegd door artikel 189.</p>\n<p class=\"lf-p\">In voorkomend geval voeren de beleggingsvennootschappen stresstests uit die een beoordeling mogelijk maken van het liquiditeitsrisico waaraan zij in uitzonderlijke omstandigheden blootgesteld zijn. § 4. De beleggingsvennootschappen zorgen ervoor dat het liquiditeitsprofiel van de beleggingen past bij het inkoopbeleid dat in hun statuten of prospectus is vastgelegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling IV. - De commissaris Art. 27.§ 1. De in artikel 107, § 1 van de wet bedoelde overeenkomst tot uitwisseling van informatie tussen de commissaris van de master en de commissaris van de feeder voorziet in het volgende : 1° de vaststelling van de documenten en categorieën van informatie die tussen beide commissarissen systematisch moeten worden uitgewisseld;2° of de onder 1° bedoelde informatie of documenten door de ene commissaris aan de andere commissaris moeten worden verstrekt dan wel op verzoek beschikbaar moeten worden gesteld;3° de wijze van en het tijdschema - waaronder alle geldende uiterste termijnen - voor de doorgifte van informatie door de commissaris van de master aan de commissaris van de feeder;4° de coördinatie van de rol van elke commissaris bij de boekhoudkundige werkzaamheden bij het afsluiten van het boekjaar voor de respectieve instelling voor collectieve belegging;5° vaststelling van aangelegenheden die voor de toepassing van artikel 107, § 2, tweede lid van de wet als in het verslag van de commissaris van de master bekendgemaakte onregelmatigheden zullen worden behandeld;6° de wijze van en het tijdschema voor behandeling van ad-hocverzoeken om bijstand van de ene commissaris aan de andere commissaris, waaronder verzoeken om nadere informatie over in het verslag van de commissaris van de master openbaar gemaakte onregelmatigheden. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">De in § 1 bedoelde overeenkomst omvat bepalingen betreffende de opstelling van verslagen als bedoeld in artikel 143 van het Wetboek van vennootschappen en de wijze van en het tijdschema voor het verstrekken van het verslag van de commissaris voor de master en ontwerpen van dat verslag aan de commissaris van de feeder. § 3. Voor zover de feeder en de master het boekjaar op een andere datum afsluiten, voorziet de in § 1 bedoelde overeenkomst in de wijze van en het tijdschema voor de opstelling door de commissaris van de master van het ad-hocverslag als vereist in artikel 107, § 2, eerste lid van de wet en voor het verstrekken van dit verslag aan de commissaris van de feeder.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-28\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 28</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Voor zover de feeder en de master een overeenkomst hebben gesloten in overeenstemming met artikel 78 van de wet, voorziet de in artikel 107, § 1, van de wet bedoelde overeenkomst tussen de commissaris van de master en de commissaris van de feeder erin dat het recht van de lidstaat dat in overeenstemming met artikel 98 op die overeenkomst van toepassing is eveneens op de overeenkomst tot uitwisseling van informatie tussen beide commissarissen van toepassing is en dat beide commissarissen instemmen met de exclusieve jurisdictie van de rechtbanken van die lidstaat. § 2. In omstandigheden waar de overeenkomst tussen de feeder en de master door interne bedrijfsvoeringsregels is vervangen in overeenstemming met artikel 78, tweede lid van de wet, voorziet de overeenkomst tussen de commissaris van de master en van de feeder erin dat het recht van de lidstaat waarin de feeder is gevestigd of, voor zover dit verschilt, het recht van de lidstaat waarin de master is gevestigd op de overeenkomst tot uitwisseling van informatie tussen beide commissarissen van toepassing is en dat beide commissarissen instemmen met de exclusieve jurisdictie van de rechtbanken van de lidstaat waarvan het recht op de overeenkomst tot uitwisseling van informatie van toepassing is</p>\n<h3 class=\"lf-part\">Afdeling II. - Prospectus en essentiële beleggersinformatie over het</h3>\n<p class=\"lf-p\">openbaar aanbod van effecten en stukken met betrekking tot het openbaar aanbod van effecten Onderafdeling I. - Prospectus en essentiële beleggersinformatie Art. 29.De vertaling van het prospectus, de essentiële beleggersinformatie, het beheerreglement of de statuten, de jaarverslagen en de halfjaarverslagen evenals alle berichten en kennisgevingen aan de deelnemers wordt gemaakt onder de verantwoordelijkheid van de instelling voor collectieve belegging of de onderneming die instaat voor de verspreiding van de informatie die de instelling voor collectieve belegging dient te verstrekken. Art. 30.Het prospectus van een instelling voor collectieve belegging bevat ten minste de gegevens die in de bij dit besluit gevoegde bijlage A zijn opgenomen, voor zover deze informatie niet voorkomt in de stukken die overeenkomstig het derde lid bij het prospectus worden gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De instelling voor collectieve belegging stelt één prospectus op, zelfs indien zij compartimenten heeft. In dat laatste geval worden de bepalingen inzake de informatieverstrekking over de instelling voor collectieve belegging, voor zover mogelijk, toegepast op ieder compartiment.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het beheerreglement of de statuten en het laatst gepubliceerde jaarverslag worden bij het prospectus gevoegd. Art. 31.§ 1. De essentiële beleggersinformatie verschaft informatie over de volgende essentiële elementen van de instelling voor collectieve belegging in kwestie : 1° de identificatie van de instelling voor collectieve belegging;2° een korte beschrijving van haar beleggingsdoelstellingen en beleggingsbeleid;3° een presentatie van de in het verleden behaalde resultaten of, indien relevant, toekomstscenario's;4° kosten en bijhorende lasten;5° het risico- en opbrengstprofiel van de belegging, waaronder voldoende toelichting en waarschuwingen met betrekking tot de risico's die aan beleggingen in de relevante instelling voor collectieve belegging verbonden zijn. De belegger moet deze essentiële informatie kunnen begrijpen zonder dat naar andere documenten wordt verwezen. § 2. De essentiële beleggersinformatie vermeldt duidelijk waar en hoe aanvullende informatie over de aangeboden belegging kan worden verkregen, en vermeldt in elk geval waar en hoe het prospectus en de jaar- en halfjaarlijkse verslagen te allen tijde op verzoek en kosteloos kunnen worden verkregen en in welke taal dergelijke informatie voor de beleggers beschikbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">De woorden « essentiële beleggersinformatie » moeten duidelijk in de essentiële beleggersinformatie worden vermeld. § 3. Het document met de essentiële beleggersinformatie en zijn bijwerkingen worden opgesteld volgens de modaliteiten bepaald in Verordening 583/2010. Art. 32.§ 1. De beleggingsvennootschap, en de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging voor elk door haar beheerd gemeenschappelijk beleggingsfonds, die rechtstreeks of via een andere natuurlijke of rechtspersoon die voor haar rekening en onder haar volledige en onvoorwaardelijke aansprakelijkheid instellingen voor collectieve belegging verkoopt, moet de beleggers geruime tijd voor hun voorgenomen inschrijving op de rechten van deelneming in deze instellingen voor collectieve belegging de essentiële beleggersinformatie over deze instellingen voor collectieve belegging verstrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">De beleggingsvennootschap, en de beheervennootschap voor elk door haar beheerd gemeenschappelijk beleggingsfonds, die niet rechtstreeks of via een andere natuurlijke of rechtspersoon die voor haar rekening en onder haar volledige en onvoorwaardelijke aansprakelijkheid rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging verkoopt aan beleggers, moet op verzoek de essentiële beleggersinformatie verstrekken aan fabricanten en tussenpersonen die beleggers instellingen voor collectieve belegging verkopen of advies verlenen over mogelijke beleggingen daarin of in producten die een risico op dergelijke instellingen voor collectieve belegging inhouden. De tussenpersonen die beleggers instellingen voor collectieve belegging verkopen of advies verlenen over mogelijke beleggingen daarin, moeten aan hun cliënten of potentiële cliënten geruime tijd voor hun voorgenomen inschrijving op de rechten van deelneming in deze instellingen voor collectieve belegging de essentiële beleggersinformatie over deze instellingen voor collectieve belegging verstrekken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Essentiële beleggersinformatie wordt kosteloos verstrekt. § 2. Op verzoek moet de inschrijver het prospectus, het beheerreglement of de statuten alsmede het laatst gepubliceerde jaar- en halfjaarlijks verslag vóór de sluiting van de overeenkomst kosteloos kunnen verkrijgen. Art. 33.§ 1. Het prospectus en de essentiële beleggersinformatie kunnen op een duurzame drager of via een website worden verstrekt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wanneer deze documenten worden verstrekt op een andere duurzame drager dan papier of via een website, moet worden voldaan aan de voorwaarden van Verordening 583/2010. Een papieren afschrift wordt de beleggers op verzoek kosteloos toegezonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast is een bijgewerkte versie van de essentiële beleggersinformatie beschikbaar op de website van de beleggingsvennootschap of de beheervennootschap. § 2. De jaar- en halfjaarlijkse verslagen zijn voor de beleggers beschikbaar op de wijze die in het prospectus en in de essentiële beleggersinformatie wordt vermeld. Een papieren afschrift wordt de beleggers op verzoek kosteloos toegezonden. § 3. Indien een belegger enkel belangstelling vertoont voor een bepaald compartiment van een instelling voor collectieve belegging met verschillende compartimenten, kunnen desgevallend aan deze belegger enkel de elementen van het prospectus worden verstrekt die relevant zijn voor de instelling voor collectieve belegging in het algemeen en dit compartiment.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-34-38\"><span class=\"lf-art-num\">Art. 34</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">§ 1. Onverminderd de toepassing van andere bepalingen van de wet en van dit besluit, kunnen de volgende bijwerkingen aan het prospectus worden gepubliceerd zonder voorafgaande goedkeuring door de FSMA : 1° wijziging van de statutaire zetel en/of hoofdkantoor van de beheervennootschap of de beleggingsvennootschap binnen België;2° wijziging van de naam en/of het adres van de tussenpersonen en dienstverleners die bij de werking van de instelling voor collectieve belegging zijn betrokken;3° functiewijzigingen van de niet-uitvoerende bestuurders van de aangestelde beheervennootschap of de beleggingsvennootschap;4° functiewijzigingen van de uitvoerende bestuurders van de aangestelde beheervennootschap of de beleggingsvennootschap Dergelijke wijzigingen kunnen evenwel slechts in het prospectus worden doorgevoerd mits naleving van de wettelijke bepalingen van toepassing op de benoeming van personen die deelnemen aan de effectieve leiding van de aangestelde beheervennootschap of de beleggingsvennootschap; 5° voor de in het tweede lid van dit punt gedefinieerde instellingen voor collectieve belegging, wijziging, overeenkomstig de vooraf in het prospectus beschreven modaliteiten, van de samenstelling van de korf van waarden, onderliggend aan het instrument dat de instelling voor collectieve belegging hanteert om een bepaald rendement te verkrijgen op vervaldag; Het eerste lid van dit punt is van toepassing op de instellingen voor collectieve belegging die de beleggers op bepaalde vooraf bepaalde data op een algoritme gebaseerde volledige terugbetalingen verstrekken die verband houden met de resultaten van financiële activa, indexen of referentieportefeuilles of met de totstandkoming van prijswijzigingen of andere voorwaarden met betrekking tot die financiële activa, indexen of referentieportefeuilles, dan wel instellingen voor collectieve belegging met vergelijkbare kenmerken; 6° vermindering van de aan de deelnemers of aan de instelling voor collectieve belegging aangerekende provisies en kosten;7° wijziging van de frequentie waarmee provisies en kosten worden berekend en ingehouden;8° verhoging van de frequentie van uitvoering van aanvragen tot uitgifte of inkoop van rechten van deelneming dan wel compartimentswijziging en van de berekening van de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming;9° aanpassing van de gegevens die voortvloeien uit de schrapping van de rechten van deelneming, die waren toegelaten tot de verhandeling op een georganiseerde markt;10° aanpassing van verwijzingen naar de toepasselijke wetgeving;11° wijziging van het fiscaal regime toepasselijk op de deelnemers en/of de instelling voor collectieve belegging;12° niet wezenlijke wijzigingen van het beleggingsbeleid die voortvloeien uit de evolutie van de financiële markten, voor zover deze wijzigingen worden doorgevoerd vóór de aanvang van de initiële inschrijvingsperiode; 13° wijziging van de gegevens opgenomen in het prospectus overeenkomstig de punten I.1.3.,, I.2.3. en I.3.3. van de bij dit besluit gevoegde bijlage A. 14° inkorting of verlenging van een reeds lopende initiële inschrijvingsperiode van een gecommercialiseerd compartiment.In dergelijk geval dient ook een persbericht te worden gepubliceerd, teneinde deze bijwerking van het prospectus kenbaar te maken aan de beleggers; 15° wijziging van de vergoeding van de erkende commissaris en wijziging van de vergoeding voor een bestuursmandaat in de instelling voor collectieve belegging op voorwaarde dat deze wijzigingen door de algemene vergadering van de instelling voor collectieve belegging werden goedgekeurd;16° wijziging van de personen verantwoordelijk voor de inhoud van het prospectus en de essentiële beleggersinformatie;17° wijziging van het adres van de internetsite waar het prospectus, de essentiële beleggersinformatie naast eventuele andere documenten, zoals de statuten, het jaarverslag en het halfjaarlijks verslag, te consulteren zijn;18° wijziging van een niet wezenlijk gegeven, dat geen betrekking heeft op de aard van de instelling voor collectieve belegging en, in voorkomend geval, van haar compartimenten of hun beleggingsbeleid en dat behoort tot de categorie van gegevens waarvoor de FSMA aanvaardt dat zij overeenkomstig deze paragraaf worden gewijzigd. § 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd de toepassing van andere bepalingen van de wet en van dit besluit, kunnen de volgende bijwerkingen aan de essentiële beleggersinformatie worden gepubliceerd zonder voorafgaande goedkeuring door de FSMA : 1° wijziging van de naam en/of desgevallend het adres van de tussenpersonen en dienstverleners die bij de werking van de instelling voor collectieve belegging zijn betrokken;2° voor de instellingen voor collectieve belegging bedoeld in het tweede lid van dit punt, wijziging, overeenkomstig de vooraf in het prospectus beschreven modaliteiten, van de samenstelling van de korf van waarden, onderliggend aan het instrument dat de instelling voor collectieve belegging hanteert om een bepaald rendement te verkrijgen op vervaldag;</p>\n<p class=\"lf-p\">Het eerste lid van dit punt is van toepassing op de instellingen voor collectieve belegging die de beleggers op bepaalde vooraf bepaalde data op een algoritme gebaseerde volledige terugbetalingen verstrekken die verband houden met de resultaten van financiële activa, indexen of referentieportefeuilles of met de totstandkoming van prijswijzigingen of andere voorwaarden met betrekking tot die financiële activa, indexen of referentieportefeuilles, dan wel instellingen voor collectieve belegging met vergelijkbare kenmerken; 3° vermindering van de aan de deelnemers aangerekende provisies en kosten;4° aanpassing van de lopende kosten die niet het gevolg is van de beslissing van de beleggingsvennootschap of van de beheervennootschap van het gemeenschappelijk beleggingsfonds om de aan de instelling voor collectieve belegging aangerekende provisies en kosten te verhogen;5° verhoging van de frequentie van uitvoering van aanvragen tot uitgifte of inkoop van rechten van deelneming dan wel compartimentswijziging en van de berekening van de netto-inventariswaarde van de rechten van deelneming;6° aanpassing van de gegevens die voortvloeien uit de schrapping van de rechten van deelneming, die waren toegelaten tot de verhandeling op een georganiseerde markt;7° wijziging van de synthetische risico- en opbrengstindicator;8° jaarlijkse actualisatie van in het verleden behaalde resultaten;9° aanpassing van verwijzingen naar de toepasselijke wetgeving of naar het prospectus;10° niet wezenlijke wijzigingen van het beleggingsbeleid die voortvloeien uit de evolutie van de financiële markten, voor zover deze wijzigingen worden doorgevoerd vóór de aanvang van de initiële inschrijvingsperiode;11° wijziging van het adres van de internetsite waar het prospectus, de essentiële beleggersinformatie naast eventuele andere documenten, zoals de statuten, het jaarverslag en het halfjaarlijks verslag, te consulteren zijn;12° wijziging van een niet wezenlijk gegeven, dat geen betrekking heeft op de aard van de instelling voor collectieve belegging en, in voorkomend geval, van haar compartimenten of hun beleggingsbeleid en dat behoort tot de categorie van gegevens waarvoor de FSMA aanvaardt dat zij overeenkomstig deze paragraaf worden gewijzigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onderafdeling II. - Berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging Art. 35.De bepalingen van onderhavige onderafdeling betreffen berichten, reclame en andere stukken die betrekking hebben op een openbaar aanbod van rechten van deelneming in een instelling voor collectieve belegging, ongeacht het medium volgens het welke ze worden verspreid.</p></div>", "next": 239953}