{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">De Raad neemt de in de tweede alinea bedoelde maatregelen aan, rekening houdend met de bijzondere kenmerken en beperkingen van de ultraperifere gebieden en zonder afbreuk te doen aan de integriteit en de samenhang van de communautaire rechtsorde, met inbegrip van de interne markt en het gemeenschappelijk beleid. ». 56° Artikel 228 wordt als volgt gewijzigd : a) in lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door : « Bij de uitoefening van de bevoegdheden welke hem bij dit lid zijn toegekend, besluit de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, behalve in de gevallen, waarin de Raad, overeenkomstig lid 2, eerste alinea, met eenparigheid van stemmen besluit.» ; b) lid 2 wordt vervangen door : « 2.Onder voorbehoud van de aan de Commissie te dezer zake toegekende bevoegdheden, neemt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen op voorstel van de Commissie een besluit over de ondertekening, die vergezeld kan gaan van een besluit inzake de voorlopige toepassing vóór de inwerkingtreding, en over de sluiting van de akkoorden. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen wanneer het akkoord betrekking heeft op een gebied waarvoor, wat de aanneming van de interne voorschriften betreft, eenparigheid vereist is, alsook wanneer het gaat om akkoorden als bedoeld in artikel 238.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van de in lid 3 vastgestelde voorschriften zijn dezelfde procedures van toepassing voor een besluit tot opschorting van de toepassing van een akkoord en voor het bepalen van de standpunten die namens de Gemeenschap worden ingenomen in een lichaam dat is opgericht uit hoofde van een op basis van artikel 238 gesloten akkoord, wanneer dat lichaam besluiten dient te nemen met rechtsgevolgen, met uitzondering van besluiten tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van het akkoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Europees Parlement wordt onverwijld en volledig op de hoogte gebracht van elk besluit uit hoofde van dit lid dat betrekking heeft op de voorlopige toepassing of de opschorting van akkoorden, of de bepaling van het standpunt van de Gemeenschap in een bij een op basis van artikel 238 gesloten akkoord opgericht lichaam. ». 57° Het volgende artikel wordt ingevoegd : « Artikel 236 1.Wanneer een besluit is genomen tot schorsing van de stemrechten van de vertegenwoordiger van de regering van een lidstaat overeenkomstig artikel F.1, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, worden deze stemrechten ook geschorst ten aanzien van dit Verdrag. 2. Voorts kan de Raad, wanneer een ernstige en voortdurende schending door een lidstaat van in artikel F, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie genoemde beginselen is geconstateerd overeenkomstig artikel F.1, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten tot schorsing van bepaalde rechten die uit de toepassing van dit Verdrag op de lidstaat in kwestie voortvloeien. De Raad houdt daarbij rekening met de mogelijke gevolgen van een dergelijke schorsing voor de rechten en verplichtingen van natuurlijke en rechtspersonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verplichtingen van de lidstaat in kwestie uit hoofde van dit Verdrag blijven in ieder geval verbindend voor die lidstaat. 3. De Raad kan daarna met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten om krachtens lid 2 genomen maatregelen te wijzigen of in te trekken in verband met wijzigingen in de toestand die tot het opleggen van de maatregelen heeft geleid.4. De Raad neemt de in de leden 2 en 3 bedoelde besluiten zonder rekening te houden met de stem van de vertegenwoordiger van de regering van de lidstaat in kwestie.In afwijking van artikel 148, lid 2, wordt een gekwalificeerde meerderheid omschreven als hetzelfde aandeel van de gewogen stemmen van de betrokken leden van de Raad als is vastgelegd in artikel 148, lid 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit lid is ook van toepassing wanneer stemrechten worden geschorst overeenkomstig lid 1. In dergelijke gevallen wordt een besluit waarvoor eenparigheid van stemmen is vereist, genomen zonder de stem van de vertegenwoordiger van de regering van de lidstaat in kwestie. ». 58° Het Protocol betreffende de sociale politiek en de daaraan gehechte Overeenkomst betreffende de sociale politiek worden ingetrokken.59° Het Protocol betreffende het Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's wordt ingetrokken. ARTIKEL 3 Het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal wordt gewijzigd overeenkomstig de bepalingen van dit artikel. 1° In artikel 10, lid 2, worden de eerste en tweede alinea vervangen door : « 2.De regeringen van de lidstaten dragen in onderlinge overeenstemming de persoon voor die zij voornemens zijn tot voorzitter van de Commissie te benoemen; de voordracht wordt door het Europees Parlement goedgekeurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In onderlinge overeenstemming met de voorgedragen voorzitter dragen de regeringen van de lidstaten de overige personen voor die zij voornemens zijn tot leden van de Commissie te benoemen. ». 2° In artikel 13 wordt de volgende eerste alinea ingevoegd : « De Commissie werkt onder de politieke leiding van haar voorzitter. ». 3° Aan artikel 20 wordt de volgende alinea toegevoegd : « Het aantal leden van het Europees Parlement bedraagt niet meer dan zevenhonderd.». 4° Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd : a) in lid 3 wordt de eerste alinea vervangen door : « 3.Het Europees Parlement stelt een ontwerp op voor het houden van rechtstreekse algemene verkiezingen volgens een in alle lidstaten eenvormige procedure of volgens beginselen die alle lidstaten gemeen hebben. » ; b) het volgende lid wordt toegevoegd : « 4.Het Europees Parlement bepaalt, na raadpleging van de Commissie en met de goedkeuring van de Raad die hiertoe met eenparigheid van stemmen een besluit neemt, de voorschriften en algemene voorwaarden voor de vervulling van de taken van zijn leden. ». 5° Artikel 30 wordt vervangen door : « Artikel 30 1.Een comité, bestaande uit de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten, heeft tot taak de werkzaamheden van de Raad voor te bereiden en de door de Raad verstrekte opdrachten uit te voeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het comité kan in de in het reglement van orde van de Raad genoemde gevallen procedurebesluiten nemen. 2. De Raad wordt bijgestaan door een secretariaat-generaal onder leiding van een secretaris-generaal, hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, die wordt bijgestaan door een plaatsvervangend secretaris-generaal, die tot taak heeft het secretariaat-generaal te leiden.De secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal worden door de Raad met eenparigheid van stemmen benoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Raad beslist over de organisatie van het secretariaat-generaal. 3. De Raad stelt zijn reglement van orde vast.». 6° In artikel 33 wordt de vierde alinea vervangen door : « Het Hof van Justitie is onder dezelfde voorwaarden bevoegd uitspraak te doen inzake elk door het Europees Parlement en de Rekenkamer ingesteld beroep dat op de vrijwaring van hun prerogatieven is gericht.». 7° Artikel 45 C wordt als volgt gewijzigd : a) in lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door : « De Rekenkamer legt het Europees Parlement en de Raad een verklaring voor waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de regelmatigheid en de wettigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, die in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen wordt bekendgemaakt.» ; b) in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door : « 2.De Rekenkamer onderzoekt de wettigheid en de regelmatigheid van de ontvangsten en uitgaven en gaat tevens na of een goed financieel beheer werd gevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij brengt zij in het bijzonder verslag uit over onregelmatigheden. » ; c) lid 3 wordt vervangen door : « 3.De controle geschiedt aan de hand van stukken, en, zo nodig, ter plaatse bij de overige instellingen van de Gemeenschap, in de gebouwen van alle instanties die ontvangsten of uitgaven namens de Gemeenschap beheren, en in de lidstaten, inclusief in de gebouwen van alle natuurlijke of rechtspersonen die betalingen uit de begroting ontvangen. De controle in de lidstaten geschiedt in samenwerking met de nationale controle-instanties of, indien deze laatste niet over de nodige bevoegdheden beschikken, in samenwerking met de bevoegde nationale diensten. De Rekenkamer en de nationale controle-instanties van de lidstaten werken samen in onderling vertrouwen en met behoud van hun onafhankelijkheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze instanties en diensten delen aan de Rekenkamer mee of zij voornemens zijn aan de controle deel te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overige instellingen van de Gemeenschap, de instanties die ontvangsten of uitgaven namens de Gemeenschap beheren, de natuurlijke of rechtspersonen die betalingen uit de begroting ontvangen en de nationale controle-instanties of, indien deze niet over de nodige bevoegdheden beschikken, de bevoegde nationale diensten, zenden de Rekenkamer op verzoek alle bescheiden en inlichtingen toe die nodig zijn voor de vervulling van haar taak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van het beheer van de ontvangsten en uitgaven van de Gemeenschap door de Europese Investeringsbank wordt het recht van toegang van de Rekenkamer tot informatie waarover de Bank beschikt, door een regeling tussen de Rekenkamer, de Bank en de Commissie bepaald. Bij ontstentenis van een regeling heeft de Rekenkamer desalniettemin toegang tot de informatie die nodig is voor de controle op de door de Bank beheerde ontvangsten en uitgaven van de Gemeenschap. ». 8° In artikel 78 quater wordt de eerste alinea vervangen door : « De Commissie voert de begroting overeenkomstig de bepalingen van het ter uitvoering van artikel 78novies vastgestelde reglement uit onder haar eigen verantwoordelijkheid, binnen de grenzen der toegekende kredieten en met het beginsel van goed financieel beheer.De lidstaten werken met de Commissie samen om te verzekeren dat de toegekende kredieten volgens het beginsel van goed financieel beheer worden gebruikt. ». 9° Artikel 78octies, lid 1, wordt vervangen door : « 1.Op aanbeveling van de Raad, die besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, verleent het Europees Parlement aan de Commissie kwijting voor de uitvoering van de begroting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Te dien einde onderzoekt het, na de Raad, de rekeningen en de financiële balans genoemd in artikel 78quinquies, het jaarverslag van de Rekenkamer tezamen met de antwoorden van de gecontroleerde instellingen op de opmerkingen van de Rekenkamer, de in artikel 45 C, lid 1, tweede alinea, genoemde verklaring, alsmede de relevante speciale verslagen van de Rekenkamer. ». 10° Het volgende artikel wordt ingevoegd : « Artikel 96 1.Wanneer een besluit is genomen tot schorsing van de stemrechten van de vertegenwoordiger van de regeringen van een lidstaat overeenkomstig artikel F.1, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, worden deze stemrechten ook geschorst ten aanzien van dit Verdrag. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorts kan de Raad, wanneer een ernstige en voortdurende schending door een lidstaat van in artikel F, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie genoemde beginselen is geconstateerd overeenkomstig artikel F.1, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten tot schorsing van bepaalde rechten die uit de toepassing van dit Verdrag op de lidstaat in kwestie voortvloeien. De Raad houdt daarbij rekening met de mogelijke gevolgen van een dergelijke schorsing voor de rechten en verplichtingen van natuurlijke en rechtspersonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verplichtingen van de lidstaat in kwestie uit hoofde van dit Verdrag blijven in ieder geval verbindend voor die lidstaat. 3. De Raad kan daarna met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten om krachtens lid 2 genomen maatregelen te wijzigen of in te trekken in verband met wijzigingen in de toestand die tot het opleggen van de maatregelen heeft geleid.4. De Raad neemt de in de leden 2 en 3 bedoelde besluiten zonder rekening te houden met de stemmen van de vertegenwoordiger van de regering van de lidstaat in kwestie.In afwijking van artikel 28, vierde alinea, wordt een gekwalificeerde meerderheid omschreven als hetzelfde aandeel van de gewogen stemmen van de betrokken leden van de Raad als is vastgelegd in artikel 28, vierde alinea.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit lid is ook van toepassing wanneer stemrechten worden geschorst overeenkomstig lid 1. In dergelijke gevallen wordt een besluit waarvoor eenparigheid van stemmen is vereist, genomen zonder de stem van de vertegenwoordiger van de regering van de lidstaat in kwestie. ».</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-4\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie wordt gewijzigd overeenkomstig de bepalingen van dit artikel. 1° Aan artikel 107 wordt de volgende alinea toegevoegd : « Het aantal leden van het Europees Parlement bedraagt niet meer dan zevenhonderd.». 2° Artikel 108 wordt als volgt gewijzigd : a) in lid 3 wordt de eerste alinea vervangen door : « 3.Het Europees Parlement stelt een ontwerp op voor het houden van rechtstreekse algemene verkiezingen volgens een in alle lidstaten eenvormige procedure of volgens beginselen die alle lidstaten gemeen hebben. » ; b) het volgende lid wordt toegevoegd : « 4.Het Europees Parlement bepaalt, na raadpleging van de Commissie en met de goedkeuring van de Raad die hiertoe met eenparigheid van stemmen een besluit neemt, de voorschriften en algemene voorwaarden voor de vervulling van de taken van zijn leden. ». 3° Artikel 121 wordt vervangen door : « Artikel 121 1.Een comité, bestaande uit de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten, heeft tot taak de werkzaamheden van de Raad voor te bereiden en de door de Raad verstrekte opdrachten uit te voeren Het comité kan in de in het reglement van orde van de Raad genoemde gevallen procedurebesluiten nemen. 2. De Raad wordt bijgestaan door een secretariaat-generaal onder leiding van een secretaris-generaal, hoge vertegenwoordiger voor het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, die wordt bijgestaan door een plaatsvervangend secretaris-generaal, die tot taak heeft het secretariaat-generaal te leiden.De secretaris-generaal en de plaatsvervangend secretaris-generaal worden door de Raad met eenparigheid van stemmen benoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Raad beslist over de organisatie van het secretariaat-generaal. 3. De Raad stelt zijn reglement van orde vast.». 4° In artikel 127, lid 2, worden de eerste en tweede alinea vervangen door : « 2.De regeringen van de lidstaten dragen in onderlinge overeenstemming de persoon voor die zij voornemens zijn tot voorzitter van de Commissie te benoemen; de voordracht wordt door het Europees Parlement goedgekeurd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In onderlinge overeenstemming met de voorgedragen voorzitter dragen de regeringen van de lidstaten de overige personen voor die zij voornemens zijn tot leden van de Commissie te benoemen. ». 5° In artikel 132 wordt de volgende eerste alinea ingevoegd : « De Commissie werkt onder de politieke leiding van haar voorzitter. ». 6° In artikel 146 wordt de derde alinea vervangen door : « Het Hof van Justitie is onder dezelfde voorwaarden bevoegd uitspraak te doen inzake elk door het Europees Parlement en de Rekenkamer ingesteld beroep dat op de vrijwaring van hun prerogatieven is gericht.». 7° Artikel 160 C wordt als volgt gewijzigd : a) in lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door : « De Rekenkamer legt aan het Europees Parlement en aan de Raad een verklaring voor waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de regelmatigheid en de wettigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, die in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen wordt bekendgemaakt.» ; b) in lid 2 wordt de eerste alinea vervangen door : « 2.De Rekenkamer onderzoekt de wettigheid en de regelmatigheid van de ontvangsten en uitgaven en gaat tevens na of een goed financieel beheer werd gevoerd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij brengt zij in het bijzonder verslag uit over onregelmatigheden. » ; c) lid 3 wordt vervangen door : « 3.De controle geschiedt aan de hand van stukken, en, zo nodig, ter plaatse bij de overige instellingen van de Gemeenschap, in de gebouwen van alle instanties die ontvangsten of uitgaven namens de Gemeenschap beheren, en in de lidstaten, inclusief in de gebouwen van alle natuurlijke of rechtspersonen die betalingen uit de begroting ontvangen. De controle in de lidstaten geschiedt in samenwerking met de nationale controle-instanties of, indien deze laatste niet over de nodige bevoegdheden beschikken, in samenwerking met de bevoegde nationale diensten. De Rekenkamer en de nationale controle-instanties van de lidstaten werken samen in onderling vertrouwen en met behoud van hun onafhankelijkheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze instanties en diensten delen aan de Rekenkamer mee of zij voornemens zijn aan de controle deel te nemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De overige instellingen van de Gemeenschap, de instanties die ontvangsten of uitgaven namens de Gemeenschap beheren, de natuurlijke of rechtspersonen die betalingen uit de begroting ontvangen en de nationale controle-instanties of, indien deze niet over de nodige bevoegdheden beschikken, de bevoegde nationale diensten, zenden de Rekenkamer op verzoek alle bescheiden en inlichtingen toe die nodig zijn voor de vervulling van haar taak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van het beheer van de ontvangsten en uitgaven van de Gemeenschap door de Europese Investeringsbank wordt het recht van toegang van de Rekenkamer tot informatie waarover de Bank beschikt, door een regeling tussen de Rekenkamer, de Bank en de Commissie bepaald. Bij ontstentenis van een regeling heeft de Rekenkamer desalniettemin toegang tot de informatie die nodig is voor de controle op de door de Bank beheerde ontvangsten en uitgaven van de Gemeenschap. ». 8° Aan artikel 170 wordt de volgende alinea toegevoegd : « Het Economisch en Sociaal Comité kan door het Europees Parlement worden geraadpleegd.». 9° In artikel 179 wordt de eerste alinea vervangen door : « De Commissie voert de begroting overeenkomstig de bepalingen van het ter uitvoering van artikel 183 vastgestelde reglement uit onder haar eigen verantwoordelijkheid, binnen de grenzen der toegekende kredieten en met het beginsel van goed financieel beheer.De lidstaten werken met de Commissie samen om te verzekeren dat de toegekende kredieten volgens het beginsel van goed financieel beheer worden gebruikt. ». 10° Artikel 180 ter, lid 1, wordt vervangen door : « 1.Op aanbeveling van de Raad, die besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, verleent het Europees Parlement aan de Commissie kwijting voor de uitvoering van de begroting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Te dien einde onderzoekt het, na de Raad, de rekeningen en de financiële balans genoemd in artikel 179 bis, het jaarverslag van de Rekenkamer tezamen met de antwoorden van de gecontroleerde instellingen op de opmerkingen van de Rekenkamer, de in artikel 160 C, lid 1, tweede alinea, genoemde verklaring, alsmede de relevante speciale verslagen van de Rekenkamer. ». 11° Het volgende artikel wordt ingevoegd : « Artikel 204 1.Wanneer een besluit is genomen tot schorsing van de stemrechten van de vertegenwoordiger van de regering van een lidstaat overeenkomstig artikel F.1, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, worden deze stemrechten ook geschorst ten aanzien van dit Verdrag. 2. Voorts kan de Raad, wanneer een ernstige en voortdurende schending door een lidstaat van in artikel F, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie genoemde beginselen is geconstateerd overeenkomstig artikel F.1, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten tot schorsing van bepaalde rechten die uit de toepassing van dit Verdrag op de lidstaat in kwestie voortvloeien.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Raad houdt daarbij rekening met de mogelijke gevolgen van een dergelijke schorsing voor de rechten en verplichtingen van natuurlijke en rechtspersonen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verplichtingen van de lidstaat in kwestie uit hoofde van dit Verdrag blijven in ieder geval verbindend voor die lidstaat. 3. De Raad kan daarna met gekwalificeerde meerderheid van stemmen besluiten om krachtens lid 2 genomen maatregelen te wijzigen of in te trekken in verband met wijzigingen in de toestand die tot het opleggen van de maatregelen heeft geleid.4. De Raad neemt de in de leden 2 en 3 bedoelde besluiten zonder rekening te houden met de stemmen van de vertegenwoordiger van de regering van de lidstaat in kwestie.In afwijking van artikel 118, lid 2, wordt een gekwalificeerde meerderheid omschreven als hetzelfde aandeel van de gewogen stemmen van de betrokken leden van de Raad als is vastgelegd in artikel 118, lid 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit lid is ook van toepassing wanneer stemrechten worden geschorst overeenkomstig lid 1. In dergelijke gevallen wordt een besluit waarvoor eenparigheid van stemmen is vereist, genomen zonder de stem van de vertegenwoordiger van de regering van de lidstaat in kwestie. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">ARTIKEL 5 De aan het besluit van de Raad van 20 september 1976 gehechte akte betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen wordt gewijzigd overeenkomstig de bepalingen van dit artikel. 1° Aan artikel 2 wordt de volgende alinea toegevoegd : « In geval van wijzigingen in dit artikel dient het in elke lidstaat gekozen aantal vertegenwoordigers een passende vertegenwoordiging van de volkeren van de in de Gemeenschap verenigde staten te waarborgen. ». 2° In artikel 6, lid 1, wordt, na het vijfde streepje, het volgende streepje ingevoegd : « - lid van het Comité van de Regio's;\". 3° Artikel 7, lid 2, wordt vervangen door de volgende tekst : « 2.Tot de inwerkingtreding van een eenvormige verkiezingsprocedure of van een procedure gebaseerd op beginselen die alle lidstaten gemeen hebben en behoudens de overige bepalingen van deze akte gelden voor de verkiezingsprocedure in elke lidstaat de nationale bepalingen. ». 4° Artikel 11 wordt vervangen door de volgende tekst : « Artikel 11 « Tot de inwerkingtreding van de in artikel 7 bedoelde eenvormige procedure of procedure gebaseerd op beginselen die alle lidstaten gemeen hebben, onderzoekt het Europees Parlement de geloofsbrieven van de vertegenwoordigers.Hiertoe neemt het Europees Parlement nota van de officieel door de lidstaten bekendgemaakte uitslagen en beslist het over de bezwaren die eventueel kunnen worden ingebracht op grond van de bepalingen van deze akte met uitsluiting van de nationale bepalingen waarnaar deze akte verwijst. ». 5° Artikel 12, lid 1, wordt vervangen door de volgende tekst : « 1.Tot de inwerkingtreding van de in artikel 7 bedoelde eenvormige procedure of procedure gebaseerd op beginselen die alle lidstaten gemeen hebben en behoudens de overige bepalingen van deze akte, voorziet iedere lidstaat in passende procedures om de zetels die tijdens de in artikel 3 bedoelde periode van vijf jaar zijn opengevallen, voor het resterende tijdvak te doen bezetten. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">TWEEDE DEEL VEREENVOUDIGING ARTIKEL 6 Het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, met inbegrip van de bijlagen en protocollen, wordt gewijzigd overeenkomstig de bepalingen van dit artikel teneinde vervallen bepalingen van dat Verdrag te schrappen en de tekst van sommige bepalingen ervan dienovereenkomstig aan te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">I. De artikelen van het Verdrag 1° In artikel 3, onder a), worden de woorden \"de afschaffing\" vervangen door \"het verbod\", worden de woorden \"van de douanerechten\" vervangen door \"op douanerechten\" en wordt het lidwoord \"de\" vóór \"douanerechten\" en vóór \"kwantitatieve\" geschrapt.2° Artikel 7 wordt geschrapt.3° Artikel 7 A wordt als volgt gewijzigd : a) de eerste en tweede alinea krijgen een nummer en worden dus lid 1 en lid 2;b) in het nieuwe lid 1 worden de verwijzingen naar de volgende artikelen geschrapt : \"7 B\", \"artikel 70, lid 1,\" en \"en 100 B\";het nieuwe lid 1 luidt dan als volgt : « 1. De Gemeenschap stelt de maatregelen vast die ertoe bestemd zijn de interne markt geleidelijk tot stand te brengen in de loop van een periode die eindigt op 31 december 1992, overeenkomstig de bepalingen van het onderhavige artikel en van de artikelen 7 C en 28, artikel 57, lid 2, en de artikelen 59, 84, 99 en 100 A, onverminderd de andere bepalingen van dit Verdrag. » ; c) als lid 3 wordt toegevoegd de tekst van artikel 7 B, lid 2, die als volgt luidt : « 3.Op voorstel van de Commissie stelt de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de noodzakelijke beleidslijnen en voorwaarden vast om een evenwichtige vooruitgang in het geheel der betrokken sectoren te garanderen. ». 4° Artikel 7 B wordt geschrapt.5° Artikel 8 B wordt als volgt gewijzigd : a) in lid 1 wordt de zinsnede \"nadere regelingen die op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement vóór 31 december 1994 met eenparigheid van stemmen door de Raad worden vastgesteld\" vervangen door \"door de Raad met eenparigheid van stemmen, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement vastgestelde nadere regelingen\";b) in lid 2, eerste zin, wordt de verwijzing naar \"artikel 138, lid 3\" vervangen door \"artikel 138, lid 4\";c) in lid 2, tweede zin, wordt de zinsnede \"nadere regelingen die op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement vóór 31 december 1993 met eenparigheid van stemmen door de Raad worden vastgesteld\" vervangen door \"door de Raad met eenparigheid van stemmen, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement vastgestelde nadere regelingen\".6° In artikel 8 C, tweede zin, worden de woorden \"Vóór 31 december 1993 stellen\" en \"zij\" geschrapt en luidt de zin als volgt : \"De lidstaten stellen onderling de nodige regels vast en beginnen de internationale onderhandelingen die met het oog op deze bescherming vereist zijn.». 7° In artikel 8 E worden de woorden \"vóór 31 december 1993 en vervolgens\" geschrapt.8° In artikel 9, lid 2, worden de woorden \"hoofdstuk 1, eerste afdeling,\" vervangen door \"artikel 12\".9° In artikel 10 wordt lid 2 geschrapt waardoor lid 1 ongenummerd overblijft.10° Artikel 11 wordt geschrapt.11° In Hoofdstuk 1, De douane-unie, wordt het opschrift \"Eerste afdeling - Afschaffing van de douanerechten tussen de lidstaten\" geschrapt.12° Artikel 12 wordt vervangen door de volgende tekst : « Artikel 12 In- en uitvoerrechten of heffingen van gelijke werking zijn tussen de lidstaten verboden.Zulks geldt eveneens voor douanerechten van fiscale aard. ». 13° De artikelen 13 tot en met 17 worden geschrapt.14° Het opschrift \"Tweede afdeling - Vaststelling van het gemeenschappelijk douanetarief\" wordt geschrapt.15° De artikelen 18 tot en met 27 worden geschrapt.16° Artikel 28 wordt vervangen door de volgende tekst : « Artikel 28 De rechten van het gemeenschappelijk douanetarief worden door de Raad vastgesteld met gekwalificeerde meerderheid van stemmen op voorstel van de Commissie.». 17° In de inleidende zin van artikel 29 worden de woorden \"dezer afdeling\" vervangen door \"van dit hoofdstuk\".18° In de titel van hoofdstuk 2 worden de woorden \"Afschaffing van de\" vervangen door \"Verbod op\".19° In artikel 30 worden de woorden \", onverminderd de volgende bepalingen,\" geschrapt.20° De artikelen 31, 32 en 33 worden geschrapt.21° In artikel 34 wordt lid 2 geschrapt waardoor lid 1 ongenummerd overblijft.22° Artikel 35 wordt geschrapt.23° In artikel 36 worden de termen \"30 tot en met 34\" vervangen door \"30 en 34\".24° Artikel 37 wordt als volgt gewijzigd : a) in lid 1, alinea 1, worden de woorden \"geleidelijk\" en \"aan het einde van de overgangsperiode\" geschrapt;b) in lid 2 worden de woorden \"de afschaffing der douanerechten en der kwantitatieve beperkingen\" vervangen door \"het verbod op douanerechten en kwantitatieve beperkingen\";c) de leden 3, 5 en 6 worden geschrapt en lid 4 wordt hernummerd tot nieuw lid 3;d) in het nieuwe lid 3 worden de woorden \", gelet op het ritme van de mogelijke aanpassing en van de noodzakelijke specialisatie\" geschrapt. 25.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd : a) in lid 3, wordt in de eerste zin de verwijzing naar bijlage II vervangen door een verwijzing naar bijlage I en de tweede zin die begint met de woorden \"Evenwel, binnen twee jaar na... » , geschrapt. b) in lid 4 worden de woorden \"van de lidstaten\" geschrapt.26.</p>\n<p class=\"lf-p\">Artikel 40 wordt als volgt gewijzigd : a) lid 1 wordt geschrapt en de leden 2, 3 en 4 worden hernummerd tot nieuwe leden 1, 2 en 3;b) in het nieuwe lid 1, eerste alinea, wordt het woord \"zal\" vervangen door \"wordt\" en wordt het woord \"worden\" geschrapt;c) in het nieuwe lid 2, eerste alinea, wordt de verwijzing naar lid 2 vervangen door een verwijzing naar lid 1;d) in het nieuwe lid 3 wordt de verwijzing naar lid 2 vervangen door een verwijzing naar lid 1.27° Artikel 43 wordt als volgt gewijzigd : a) in lid 2, derde alinea, worden de woorden \"tijdens de eerste twee etappes met eenparigheid en vervolgens\" geschrapt;b) in de leden 2 en 3 wordt de verwijzing naar artikel 40, lid 2, vervangen door een verwijzing naar artikel 40, lid 1.28° De artikelen 44, 45 en 47 worden geschrapt.29° In artikel 48, lid 1, worden de woorden \"vrije\", \"wordt\" en \"uiterlijk aan het einde van de overgangsperiode tot stand gebracht\" geschrapt;artikel 48, lid 1, wordt als volgt gelezen : « 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap is vrij. » 30° Artikel 49 wordt als volgt gewijzigd : a) in de inleidende zin worden de woorden \"Zodra dit Verdrag in werking treedt, stelt de Raad\" vervangen door \"De Raad stelt\" en wordt het woord \"geleidelijk\" geschrapt;b) onder b) en c) worden de woorden \"volgens plan geleidelijk\" geschrapt. 31° Artikel 52, eerste alinea, wordt als volgt gewijzigd : a) in de eerste zin worden de woorden \"worden de beperkingen... tijdens de overgangsperiode geleidelijk opgeheven\" vervangen door \"zijn de beperkingen... verboden\"; b) in de tweede zin worden de woorden \"Deze geleidelijke opheffing zal eveneens betrekking hebben op... » vervangen door \"Dit verbod heeft eveneens betrekking op... ». 32° Artikel 53 wordt geschrapt.33° Artikel 54 wordt als volgt gewijzigd : a) lid 1 wordt geschrapt en de leden 2 en 3 worden hernummerd tot nieuwe leden 1 en 2; b) in het nieuwe lid 1 worden de woorden \"Teneinde het algemeen programma uit te voeren of, bij gebreke van dit programma, een etappe af te leggen bij de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging voor een bepaalde werkzaamheid, beslist de Raad\" vervangen door de woorden \"Teneinde de vrijheid van vestiging voor een bepaalde werkzaamheid te verwezenlijken, beslist de Raad... ». 34° In artikel 59, eerste alinea, worden de woorden \"worden de beperkingen op het vrij verrichten van diensten binnen de Gemeenschap in de loop van de overgangsperiode geleidelijk opgeheven\" vervangen door \"zijn de beperkingen op het vrij verrichten van diensten binnen de Gemeenschap verboden\".35° In artikel 61, lid 2, wordt het woord \"geleidelijke\" geschrapt.36° Artikel 62 wordt geschrapt.37° Artikel 63 wordt als volgt gewijzigd : a) lid 1 wordt geschrapt en de leden 2 en 3 worden hernummerd tot nieuwe leden 1 en 2;b) in het nieuwe lid 1 worden de woorden \"Teneinde het algemeen programma uit te voeren of, bij gebreke van dat programma, een etappe af te leggen bij de verwezenlijking van de vrijheid tot het verrichten van een bepaalde dienst\" vervangen door : \"Teneinde de vrijheid tot het verrichten van een bepaalde dienst te verwezenlijken\" en de woorden \"vóór het einde van de eerste etappe met eenparigheid en vervolgens\" geschrapt;het nieuwe lid 1 wordt dan als volgt gelezen : « 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Teneinde de vrijheid tot het verrichten van een bepaalde dienst te verwezenlijken, stelt de Raad op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Economisch en Sociaal Comité alsook van het Europees Parlement, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen richtlijnen vast. » ; c) in het nieuwe lid 2 worden de termen \"De in de leden 1 en 2 bedoelde voorstellen en besluiten\" vervangen door \"De in lid 1 bedoelde richtlijnen\".38° In artikel 64, eerste alinea, worden de termen \"artikel 63, lid 2\" vervangen door \"artikel 63, lid 1\".39° De artikelen 67 tot en met 73 A, 73 E en 73 H worden geschrapt.40° In artikel 75 wordt lid 2 geschrapt en lid 3 wordt hernummerd tot nieuw lid 2.41° In artikel 76 worden de woorden \"bij de inwerkingtreding van dit Verdrag\" vervangen door \"op 1 januari 1958 of, voor de toetredende staten, op de datum van hun toetreding\".42° Artikel 79 wordt als volgt gewijzigd : a) in lid 1 worden de woorden \"Uiterlijk vóór het einde van de tweede etappe dienen in het verkeer binnen de Gemeenschap de discriminaties te zijn opgeheven\" vervangen door \"In het verkeer binnen de Gemeenschap dienen de discriminaties te worden opgeheven\";b) in lid 3 worden de woorden \"binnen twee jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag\" geschrapt.43° In artikel 80, lid 1, worden de woorden \"Met ingang van de tweede etappe is het aan een lidstaat\" vervangen door \"Het is aan een lidstaat\".44° In artikel 83 worden de woorden \"onverminderd de bevoegdheden van de afdeling vervoer van het Economisch en Sociaal Comité\" vervangen door \"onverminderd de bevoegdheden van het Economisch en Sociaal Comité\".45° In artikel 84, lid 2, worden de termen \"artikel 75, leden 1 en 3,\" vervangen door \"artikel 75\".46° In artikel 87 worden de twee alinea's van lid 1 samengevoegd tot één lid met de volgende tekst : « 1.De verordeningen of richtlijnen dienstig voor de toepassing van de beginselen neergelegd in de artikelen 85 en 86 worden door de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement, vastgesteld. ». 47° In artikel 89, lid 1, worden de woorden \", zodra zij in functie is getreden,\" geschrapt.48° Na artikel 90 wordt het opschrift \"Tweede afdeling - Dumping\" geschrapt.49° Artikel 91 wordt geschrapt.50° Vóór artikel 92 wordt het opschrift \"Derde afdeling\" vervangen door \"Tweede afdeling\".51° In artikel 92, lid 3, onder c), wordt de tweede zin beginnend met de woorden \"Echter worden de op 1 januari 1957 bestaande steunmaatregelen\" en eindigend met de woorden \"ten aanzien van derde landen,\" geschrapt en het punt aan het einde van de eerste zin wordt vervangen door een komma.52° In artikel 95 wordt de derde alinea geschrapt.53° De artikelen 97 en 100 B worden geschrapt.54° In artikel 101, tweede alinea, worden de woorden \"gedurende de eerste etappe met eenparigheid en daarna\" geschrapt.55° In artikel 109 E, lid 2, onder a), eerste streepje, worden de woorden \"onverminderd artikel 73 E,\" geschrapt.56° Artikel 109 F wordt als volgt gewijzigd : a) in lid 1, tweede alinea, worden de woorden \"op aanbeveling van, naar gelang van het geval, het Comité van Presidenten van de Centrale Banken van de lidstaten (hierna \"Comité van Presidenten\" te noemen) of de Raad van het EMI\" vervangen door \"op aanbeveling van de Raad van het EMI\".b) in lid 1 wordt de vierde alinea die als volgt luidt : \"Het Comité van Presidenten wordt ontbonden aan begin van de tweede fase\", geschrapt;c) in lid 8 wordt de tweede alinea die als volgt luidt : \"In de gevallen waarin dit Verdrag in een raadgevende rol van het EMI voorziet, wordt vóór 1 januari 1994 Comité van Presidenten gelezen in plaats van EMI\", geschrapt.57° Artikel 112 wordt als volgt gewijzigd : a) in lid 1, eerste alinea, worden de woorden \"vóór het einde van de overgangsperiode\" geschrapt;b) in lid 1, tweede alinea, worden de woorden \"De Raad stelt met eenparigheid tot aan het einde van de tweede etappe en met gekwalificeerde meerderheid daarna\" vervangen door \"De Raad stelt met gekwalificeerde meerderheid\".58° In artikel 129 C, lid 1, eerste alinea, derde streepje, worden de woorden \"uiterlijk op 31 december 1993 op te richten Cohesiefonds\" vervangen door \"opgerichte Cohesiefonds\".59° In artikel 130 D, tweede alinea, worden de woorden \"De Raad richt volgens dezelfde procedure uiterlijk op 31 december 1993 een Cohesiefonds op, dat een financiële bijdrage levert\" vervangen door \"Een door de Raad volgens dezelfde procedure opgericht Cohesiefonds levert een financiële bijdrage\".60° In artikel 130 S, lid 5, tweede streepje, worden de woorden \"het Cohesiefonds dat overeenkomstig artikel 130 D uiterlijk op 31 december 1993 wordt opgericht\" vervangen door \"het overeenkomstig artikel 130 D opgerichte Cohesiefonds\".61° In artikel 130 W, lid 3, wordt de uitdrukking \"ACS-EEG-Overeenkomst\" vervangen door \"ACS-EG-Overeenkomst\".62° In artikel 131, eerste alinea, worden de woorden \"België\" en \"Italië\" geschrapt;de verwijzing naar bijlage IV wordt vervangen door een verwijzing naar bijlage II. 63° Artikel 133 wordt als volgt gewijzigd : a) in lid 1 worden de woorden \"de algehele afschaffing van\" vervangen door \"het verbod op\", wordt het woord \"die\" vervangen door \"dat\" en worden de woorden \"geleidelijk plaatsvindt\" vervangen door \"geldt\"; lid 1 wordt dan als volgt gelezen : « 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De goederen van oorsprong uit de landen en gebieden delen bij invoer in de lidstaten in het verbod op douanerechten dat overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag tussen de lidstaten geldt. » ; b) in lid 2 worden de woorden \"worden de\" vervangen door \"zijn\", de woorden \"geleidelijk opgeheven\" en \"de bepalingen van\" geschrapt, wordt de verwijzing naar de artikelen 13, 14, 15 en 17 geschrapt en het woord \"verboden\" ingevoegd;lid 2 wordt dan als volgt gelezen : « 2. Bij invoer in elk land en gebied zijn douanerechten op goederen uit de lidstaten en uit de andere landen en gebieden overeenkomstig artikel 12 verboden. » ; c) in lid 3, tweede alinea, worden de woorden \"De in vorenstaande alinea bedoelde rechten worden echter geleidelijk teruggebracht tot het peil van ... » vervangen door \"De in vorenstaande alinea bedoelde rechten mogen het peil van..., niet te boven gaan. » ; de tweede zin beginnend met de woorden \"De percentages\" en eindigend met de woorden \"van herkomst uit de Gemeenschap\" wordt geschrapt; d) in lid 4 worden de woorden \"reeds bij de inwerkingtreding van dit Verdrag\" geschrapt.64° Artikel 136 wordt vervangen door de volgende tekst : « Artikel 136 De Raad stelt op basis van de in het kader van de associatie van de landen en gebieden met de Gemeenschap bereikte resultaten en van de in dit Verdrag neergelegde beginselen met eenparigheid van stemmen de bepalingen vast betreffende de wijze van toepassing en de procedure van de associatie van de landen en gebieden met de Gemeenschap.». 65° Artikel 138 wordt als volgt gewijzigd, waarbij artikel 1, artikel 2 zoals gewijzigd bij artikel 5 van dit Verdrag, en artikel 3, lid 1, van de aan het besluit van de Raad van 20 september 1976 gehechte Akte betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, erin worden opgenomen;bijlage II bij die Akte blijft van toepassing : a) in plaats van de leden 1 en 2, die zijn vervallen krachtens artikel 14 van de Akte betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, wordt de tekst van de artikelen 1 en 2 van die Akte ingevoegd;de nieuwe leden 1 en 2 worden dan als volgt gelezen : « 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vertegenwoordigers in het Europees Parlement van de volkeren van de in de Gemeenschap verenigde staten worden gekozen door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen. 2. Het aantal in elke lidstaat gekozen vertegenwoordigers is als volgt vastgesteld : België 25 Denemarken 16 Duitsland 99 Griekenland 25 Spanje 64 Frankrijk 87 Ierland 15 Italië 87 Luxemburg 6 Nederland 31 Oostenrijk 21 Portugal 25 Finland 16 Zweden 22 Verenigd Koninkrijk 87. In geval van wijzigingen in dit lid dient het in elke lidstaat gekozen aantal vertegenwoordigers een passende vertegenwoordiging van de volkeren van de in de Gemeenschap verenigde staten te waarborgen. »; b) na de nieuwe leden 1 en 2 wordt de tekst van artikel 3, lid 1, van bovengenoemde Akte ingevoegd;het nieuwe lid 3 luidt dan als volgt : « 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vertegenwoordigers worden gekozen voor een periode van vijf jaar. » ; c) het huidige lid 3, zoals gewijzigd bij artikel 2 van dit Verdrag, wordt hernummerd tot lid 4;d) lid 4, zoals toegevoegd bij artikel 2 van dit Verdrag, wordt lid 5.66° In artikel 158 wordt lid 3 geschrapt.67° In artikel 166, eerste alinea, tweede zin, worden de woorden \"Op de datum van toetreding wordt echter\" geschrapt en de woorden \"van 1 januari 1995\" ingevoegd waardoor de tweede zin als volgt wordt gelezen : \"Voor de periode van 1 januari 1995 tot en met 6 oktober 2000 wordt echter een negende Advocaat-Generaal aangewezen.». 68° In artikel 188 B, lid 3, wordt de tweede alinea die als volgt luidt : \"Bij de eerste benoemingen echter worden vier leden van de Rekenkamer, die bij loting worden aangewezen, voor een ambtsperiode van slechts vier jaar benoemd.» , geschrapt. 69° In artikel 197 wordt de tweede alinea die begint met de woorden \"Het omvat met name... \", geschrapt. 70° In artikel 207 worden de tweede, de derde, de vierde en de vijfde alinea geschrapt.71° Op de plaats van artikel 212 wordt de tekst ingevoegd van artikel 24, lid 1, tweede alinea, van het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben;dit nieuwe artikel 212 luidt dan als volgt : « Artikel 212 De Raad stelt met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van de andere betrokken instellingen, het statuut vast van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen, alsmede de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van deze Gemeenschappen. ». 72° Op de plaats van artikel 218 wordt de aangepaste tekst ingevoegd van artikel 28, eerste alinea, van het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben; dit nieuwe artikel 218 luidt dan als volgt : « Artikel 218 De Gemeenschap geniet, overeenkomstig de bepalingen van het aan dit Verdrag gehechte Protocol van 8 april 1965 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen, op het grondgebied van de lidstaten de voorrechten en immuniteiten welke nodig zijn ter vervulling van haar taak.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ditzelfde geldt voor de Europese Centrale Bank, het Europees Monetair Instituut en de Europese Investeringsbank. ». 73° In artikel 221 worden de woorden \"Binnen een termijn van drie jaar te rekenen vanaf de inwerkingtreding van dit Verdrag, verlenen de lidstaten ... » vervangen door \"De lidstaten verlenen... ». 74° In artikel 223 worden de leden 2 en 3 samengevoegd en vervangen door de volgende tekst : « 2.De Raad kan met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie wijzigingen aanbrengen in de lijst van de producten waarop de bepalingen van lid 1, b), van toepassing zijn, die hij op 15 april 1958 heeft vastgesteld. ». 75° Artikel 226 wordt geschrapt.76° Artikel 227 wordt als volgt gewijzigd : a) in lid 3 wordt de verwijzing naar bijlage IV vervangen door een verwijzing naar bijlage II;b) na lid 4 wordt een nieuw lid ingevoegd dat als volgt luidt : « 5.De bepalingen van dit Verdrag zijn van toepassing op de |$$|AOAland-eilanden, overeenkomstig Protocol nr. 2 bij de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden. » ; c) het oude lid 5 wordt hernummerd tot nieuw lid 6 waarin punt d) betreffende de |$$|AOAland-eilanden wordt geschrapt;aan het einde van punt c) wordt de punt-komma vervangen door een punt. 77° In artikel 229, eerste alinea, worden de woorden \"met de organen van de Verenigde Naties, van hun gespecialiseerde organisaties en van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel\" vervangen door \"met de organen van de Verenigde Naties en van hun gespecialiseerde organisaties\".78° In artikel 234, eerste alinea, worden de woorden \"vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag\" vervangen door \"vóór 1 januari 1958 of, voor de toetredende staten, vóór de datum van hun toetreding\".79° Vóór artikel 241 wordt het opschrift \"Oprichting van de instellingen\" geschrapt.80° De artikelen 241 tot en met 246 worden geschrapt.81° Aan artikel 248 wordt de volgende nieuwe alinea toegevoegd : « Krachtens de Toetredingsverdragen zijn de teksten van dit Verdrag in de Deense, de Engelse, de Finse, de Griekse, de Ierse, de Portugese, de Spaanse en de Zweedse taal eveneens gelijkelijk authentiek.».</p>\n<p class=\"lf-p\">II. De bijlagen 1° Bijlage I \"Lijsten A tot en met G bedoeld in de artikelen 19 en 20 van het Verdrag\" wordt geschrapt.2° Bijlage II \"Lijst genoemd in artikel 38 van het Verdrag\" wordt hernummerd tot bijlage I en de verwijzing onder nr.ex 22.08 en nr. ex 22.09 naar \"bijlage II van het Verdrag\" wordt vervangen door een verwijzing naar \"bijlage I van het Verdrag\". 3° Bijlage III \"Lijst van onzichtbare transacties\" genoemd in artikel 73 H van het Verdrag\" wordt geschrapt.4° Bijlage IV \"Landen en gebieden overzee waarop toepasselijk zijn de bepalingen van het vierde deel van het Verdrag\" wordt hernummerd tot bijlage II.Deze bijlage wordt bijgewerkt en luidt dan als volgt : « BIJLAGE II LANDEN EN GEBIEDEN OVERZEE waarop toepasselijk zijn de bepalingen van het vierde deel van het Verdrag - Groenland - Nieuw-Caledonië en onderhorigheden - Frans Polynesië - de Franse Zuidelijke en Zuidpool-gebieden - Wallis-archipel en Futuna-eiland - Mayotte - Saint Pierre en Miquelon - Aruba - Nederlandse Antillen : - Bonaire - Curaçao - Saba - Sint Eustatius - Sint Maarten - Anguilla - Caymaneilanden - Falklandeilanden - South Georgia en de Zuidelijke Sandwich-eilanden - Montserrat - Pitcairn - St. Helena met onderhorigheden - Brits Antarctica - Brits gebied in de Indische Oceaan - Turks- en Caicoseilanden - Britse Maagdeneilanden - Bermuda-eilanden. ».</p>\n<p class=\"lf-p\">III. De Protocollen en overige akten 1° De volgende protocollen en akten worden geschrapt : a) Het Protocol tot wijziging van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen.b) Het Protocol betreffende de binnenlandse handel van Duitsland en de daarmee samenhangende vraagstukken.c) Het Protocol betreffende enkele bepalingen van belang voor Frankrijk.d) Het Protocol betreffende het Groothertogdom Luxemburg.e) Het Protocol betreffende de regeling toe te passen op de producten vallende onder de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal ten aanzien van Algerije en de Overzeese Departementen van de Franse Republiek.f) Het Protocol betreffende de aardolie en sommige derivaten daarvan.g) Het Protocol betreffende de toepassing van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap op de niet-Europese delen van het Koninkrijk der Nederlanden.h) De Toepassingsovereenkomst betreffende de associatie van de landen en gebieden overzee met de Gemeenschap. - Het Protocol betreffende het tariefcontingent voor de invoer van bananen (ex 08.01 van de Naamlijst van Brussel). - Het Protocol betreffende het tariefcontingent voor de invoer van ongebrande koffie (ex 09.01 van de Naamlijst van Brussel). 2° Aan het einde van het Protocol betreffende de statuten van de Europese Investeringsbank wordt de lijst van ondertekenaars geschrapt.3° Het Protocol betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap wordt als volgt gewijzigd : a) de woorden \"HEBBEN te dien einde als hun gevolmachtigden AANGEWEZEN :\" en de lijst van Staatshoofden en hun gevolmachtigden worden geschrapt; b) de woorden \"DIE, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten,\" worden geschrapt en de volgende zin begint dan als volgt : \"HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT omtrent de volgende bepalingen welke... » ; c) aan artikel 3 wordt de aangepaste tekst van artikel 21 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen als nieuwe vierde alinea toegevoegd;deze nieuwe vierde alinea luidt als volgt : « De artikelen 12 tot en met 15 en 18 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen zijn van toepassing op de rechters, de griffier en de toegevoegde rapporteurs van, alsmede op de advocaten-generaal bij het Hof van Justitie, onverminderd de bepalingen van de voorgaande alinea's nopens de vrijstelling van rechtsvervolging van de rechters. » ; d) artikel 57 wordt geschrapt;e) de woorden \"TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder dit protocol hebben gesteld\" worden geschrapt;f) de lijst van ondergetekenden wordt geschrapt.4° In artikel 40 van het Protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank worden de woorden \", dat gehecht is aan het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben\" geschrapt.5° In artikel 21 van het Protocol betreffende de statuten van het Europees Monetair Instituut worden de woorden \", dat gehecht is aan het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben\" geschrapt.6° Het Protocol betreffende Italië wordt als volgt gewijzigd : a) in de laatste alinea die begint met de woorden \"ERKENNEN in het bijzonder, dat\" wordt de verwijzing naar de artikelen 108 en 109 vervangen door een verwijzing naar de artikelen 109 H en 109 I;b) de lijst van ondergetekenden wordt geschrapt.7° Het protocol betreffende goederen van oorsprong en van herkomst uit bepaalde landen onderworpen aan een bijzondere regeling bij invoer in een van de lidstaten wordt als volgt gewijzigd : a) in de inleidende zin van punt 1 : - worden de woorden \"bij de inwerkingtreding van het Verdrag\" vervangen door \"op 1 januari 1958\"; - na de woorden \"op de invoer\" wordt de dubbele punt geschrapt en de tekst van punt a) toegevoegd, zodat het einde van de inleidende zin nu als volgt luidt : « ... op de invoer in de Benelux-landen, van goederen van oorsprong en van herkomst uit Suriname en de Nederlandse Antillen. » ; b) in punt 1 worden de punten a), b) en c) geschrapt; c) in punt 3 worden de woorden \"Vóór het einde van het eerste jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag delen de lidstaten ... » vervangen door \"De lidstaten delen ... » ; d) de lijst van ondergetekenden wordt geschrapt.8° Het Protocol betreffende de invoer in de Europese Gemeenschap van in de Nederlandse Antillen geraffineerde aardolieproducten wordt als volgt gewijzigd : a) de slotformule \"TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden, hun handtekening onder dit protocol hebben gesteld.» wordt geschrapt; b) de lijst van ondergetekenden wordt geschrapt.9° In het Protocol betreffende de bijzondere regeling van toepassing op Groenland wordt artikel 3 geschrapt.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-7\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 7</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, met inbegrip van de bijlagen, protocollen en overige aangehechte akten, wordt gewijzigd overeenkomstig de bepalingen van dit artikel teneinde vervallen bepalingen van dat Verdrag te schrappen en de tekst van sommige bepalingen ervan dienovereenkomstig aan te passen I. De artikelen van het Verdrag 1° In artikel 2, lid 2, worden de woorden \"in toenemende mate\" geschrapt.2° In artikel 4 worden, in de inleidende zin, de woorden \"worden afgeschaft en\" geschrapt.3° Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd : a) in het eerste streepje worden de woorden \"een HOGE AUTORITEIT (hierna \"de Commissie\" te noemen)\" vervangen door \"een COMMISSIE\";b) in het tweede streepje worden de woorden \"GEMEENSCHAPPELIJKE VERGADERING (hierna \"het Europees Parlement\" te noemen)\" vervangen door \"een EUROPEES PARLEMENT\";c) in het derde streepje worden de woorden \"een BIJZONDERE RAAD VAN MINISTERS (hierna \"de Raad\" te noemen)\" vervangen door \"een RAAD\".4° In artikel 10 wordt lid 3 geschrapt.5° In artikel 16 worden de eerste en de tweede alinea geschrapt.6° Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd, waarbij artikel 1, artikel 2 zoals gewijzigd bij artikel 5 van dit Verdrag, en artikel 3, lid 1, van de aan het besluit van de Raad van 20 september 1976 gehechte Akte betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, erin worden opgenomen;bijlage II bij die Akte blijft van toepassing : a) in plaats van de leden 1 en 2, die zijn vervallen krachtens artikel 14 van de Akte betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, wordt de tekst van de artikelen 1 en 2 van die Akte ingevoegd;de nieuwe leden 1 en 2 worden dan als volgt gelezen : « 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vertegenwoordigers in het Europees Parlement van de volkeren van de in de Gemeenschap verenigde staten worden gekozen door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen. 2. Het aantal in elke lidstaat gekozen vertegenwoordigers is als volgt vastgesteld : België 25 Denemarken 16 Duitsland 99 Griekenland 25 Spanje 64 Frankrijk 87 Ierland 15 Italië 87 Luxemburg 6 Nederland 31 Oostenrijk 21 Portugal 25 Finland 16 Zweden 22 Verenigd Koninkrijk 87. In geval van wijzigingen in dit lid dient het in elke lidstaat gekozen aantal vertegenwoordigers een passende vertegenwoordiging van de volkeren van de in de Gemeenschap verenigde staten te waarborgen. »; b) na de nieuwe leden 1 en 2 wordt de tekst van artikel 3, lid 1, van bovengenoemde Akte ingevoegd;het nieuwe lid 3 luidt dan als volgt : « 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vertegenwoordigers worden gekozen voor een periode van vijf jaar. » ; c) het huidige lid 3, zoals gewijzigd bij artikel 3 van dit Verdrag, wordt hernummerd tot lid 4;d) lid 4, zoals toegevoegd bij artikel 3 van dit Verdrag, wordt lid 5.7° In artikel 32 bis, eerste alinea, worden de woorden \"vanaf de datum van toetreding\" vervangen door \"van 1 januari 1995\". 8° In artikel 45 B, lid 3, wordt de tweede alinea die begint met de woorden \"Bij de eerste benoemingen echter... » , geschrapt. 9° In artikel 50 wordt de aangepaste tekst van de leden 2 en 3, van artikel 20 van het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben, ingevoegd als nieuwe leden 4 en 5;deze nieuwe leden 4 en 5 luiden dan als volgt : « 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het gedeelte van de uitgaven van de begroting der Gemeenschappen, dat wordt gedekt door de in artikel 49 bedoelde heffingen, wordt vastgesteld op 18 miljoen rekeneenheden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Commissie legt elk jaar aan de Raad een verslag voor, op grond waarvan de Raad onderzoekt of er aanleiding bestaat dit bedrag aan te passen aan de ontwikkeling van de begroting der Gemeenschappen. De Raad beslist met de eenparigheid bedoeld in artikel 28, vierde alinea, eerste zin. Deze aanpassing vindt plaats op grondslag van een beoordeling van de ontwikkeling van de uitgaven die voortvloeien uit de toepassing van dit Verdrag. 5. Het gedeelte van de heffingen, dat dient ter dekking van de uitgaven van de begroting der Gemeenschappen, wordt door de Commissie ter beschikking gesteld voor de tenuitvoerlegging van de begroting volgens het tijdschema dat is opgenomen in de financiële reglementen, vastgesteld krachtens artikel 209, sub b, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en artikel 183, sub b), van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. ». 10° Artikel 52 wordt geschrapt.11° Op de plaats van artikel 76 wordt de aangepaste tekst ingevoegd van artikel 28, eerste alinea, van het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Gemeenschappen gemeen hebben;het nieuwe artikel 76 luidt dan als volgt : « Artikel 76 De Gemeenschap geniet, overeenkomstig de bepalingen van het Protocol van 8 april 1965 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen, op het grondgebied van de lidstaten de voorrechten en immuniteiten welke nodig zijn ter vervulling van haar taak. ». 12° Artikel 79 wordt als volgt gewijzigd : a) in de tweede zin van de eerste alinea wordt de zinsnede die begint met de woorden \"met betrekking tot het Saargebied... » geschrapt en de puntkomma vervangen door een punt; b) na de eerste alinea wordt een tweede alinea ingevoegd die als volgt luidt : « Overeenkomstig de bepalingen van Protocol nr.2 bij de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden zijn de bepalingen van dit Verdrag van toepassing op de |$$|AOAland-eilanden. » ; c) in de huidige tweede alinea, in het inleidende gedeelte, worden de woorden \"In afwijking van de voorgaande alinea\" vervangen door \"In afwijking van de voorgaande alinea's\";d) in de huidige tweede alinea wordt punt d) betreffende de |$$|AOAland-eilanden geschrapt.13° In artikel 84 worden de woorden \", van de bijgevoegde protocollen en van de overeenkomst met betrekking tot de overgangsbepalingen\" vervangen door \"en van de bijgevoegde protocollen\".14° Artikel 85 wordt geschrapt.15° In artikel 93 worden de woorden \"Organisatie voor Europese economische samenwerking\" vervangen door \"Organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling\". 16° In artikel 95, derde alinea, worden de woorden \"Na afloop van de overgangsperiode, als voorzien in de overeenkomst met betrekking tot de overgangsbepalingen, kunnen, indien... » vervangen door \"Indien... » en de woorden \"passende wijzigingen\" door \"kunnen passende wijzigingen\". 17° In artikel 97 wordt de tekst \"Dit Verdrag wordt gesloten voor een tijdsduur van vijftig jaren, te rekenen van het tijdstip van zijn inwerkingtreding\" vervangen door \"De geldigheidsduur van dit Verdrag verstrijkt op 23 juli 2002\".</p>\n<p class=\"lf-p\">II. De tekst van bijlage III \"Speciaal staal\" Aan het einde van bijlage III worden de initialen van de gevolmachtigden van de Staatshoofden en Regeringsleiders geschrapt.</p>\n<p class=\"lf-p\">III. De protocollen en overige aan het Verdrag gehechte akten 1° De volgende akten worden geschrapt : a) briefwisseling tussen de regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de regering van de Franse Republiek betreffende het Saargebied;b) overeenkomst met betrekking tot de overgangsbepalingen.2° Het Protocol betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal wordt als volgt gewijzigd : a) de titels I en II van het Protocol worden vervangen door de tekst van de titels I en II van het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap;b) artikel 56 en het aan dat artikel voorafgaande opschrift \"Overgangsbepaling\" worden geschrapt;c) de lijst van ondergetekenden wordt geschrapt.3° Het Protocol betreffende de betrekkingen met de Raad van Europa wordt als volgt gewijzigd : a) artikel 1 wordt geschrapt;b) de lijst van ondergetekenden wordt geschrapt. ARTIKEL 8 Het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, met inbegrip van de bijlagen en protocollen, wordt gewijzigd overeenkomstig de bepalingen van dit artikel teneinde vervallen bepalingen van dat Verdrag te schrappen en de tekst van sommige bepalingen ervan dienovereenkomstig aan te passen.</p>\n<p class=\"lf-p\">I. De artikelen van het Verdrag 1° In artikel 76, tweede alinea, worden de woorden \"de inwerkingtreding van het Verdrag\" vervangen door \"1 januari 1958\".2° In artikel 93, eerste alinea, worden in de inleidende zin de woorden \"Een jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag schaffen de lidstaten\" vervangen door \"De lidstaten verbieden\";aan het einde van de inleidende zin wordt het woord \"af\" geschrapt. 3° De artikelen 94 en 95 worden geschrapt.4° In artikel 98, tweede alinea, worden de woorden \"Binnen twee jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag stelt de Raad\" vervangen door \"De Raad stelt\".5° Artikel 100 wordt geschrapt.6° Artikel 104 wordt als volgt gewijzigd : a) in de eerste alinea worden de woorden \"na de inwerkingtreding van dit Verdrag\" vervangen door \"na 1 januari 1958 of, voor de toetredende staten, na de datum van hun toetreding,\";b) in de tweede alinea worden de woorden \"na de inwerkingtreding\" vervangen door \"na de in de voorgaande alinea bedoelde data\" en worden de woorden \"door enige persoon of onderneming gesloten worden\" vervangen door \"door enige persoon of onderneming zijn gesloten\".7° Artikel 105 wordt als volgt gewijzigd : a) in de eerste alinea worden de woorden \"vóór de inwerkingtreding\" vervangen door \"vóór 1 januari 1958 of, voor de toetredende staten, vóór de datum van hun toetreding,\";aan het einde van deze alinea worden de woorden \"na de inwerkingtreding van dit Verdrag\" vervangen door \"na de genoemde data\"; b) in de tweede alinea worden de woorden \"tussen de ondertekening en de inwerkingtreding van dit Verdrag\" vervangen door \"tussen 25 maart 1957 en 1 januari 1958 of, voor de toetredende staten, tussen de ondertekening van de Toetredingsakte en de datum van hun toetreding,\".8° In artikel 106, eerste alinea, worden de woorden \"vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag\" vervangen door \"vóór 1 januari 1958 of, voor de toetredende staten, vóór de datum van hun toetreding,\".9° Artikel 108 wordt als volgt gewijzigd, waarbij artikel 1, artikel 2 zoals gewijzigd bij artikel 5 van dit Verdrag, en artikel 3, lid 1, van de aan het besluit van de Raad van 20 september 1976 gehechte Akte betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, erin worden opgenomen;bijlage II bij die Akte blijft van toepassing : a) in plaats van de leden 1 en 2, die zijn vervallen krachtens artikel 14 van de Akte betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, wordt de tekst van de artikelen 1 en 2 ingevoegd;de nieuwe leden 1 en 2 worden dan als volgt gelezen : « 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vertegenwoordigers in het Europees Parlement van de volkeren van de in de Gemeenschap verenigde staten worden gekozen door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen. 2. Het aantal in elke lidstaat gekozen vertegenwoordigers is als volgt vastgesteld : België 25 Denemarken 16 Duitsland 99 Griekenland 25 Spanje 64 Frankrijk 87 Ierland 15 Italië 87 Luxemburg 6 Nederland 31 Oostenrijk 21 Portugal 25 Finland 16 Zweden 22 Verenigd Koninkrijk 87. In geval van wijzigingen in dit lid dient het in elke lidstaat gekozen aantal vertegenwoordigers een passende vertegenwoordiging van de volkeren van de in de Gemeenschap verenigde staten te waarborgen. » ; b) na de nieuwe leden 1 en 2 wordt de tekst van artikel 3, lid 1, van bovengenoemde Akte ingevoegd;het nieuwe lid 3 luidt dan als volgt : « 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vertegenwoordigers worden gekozen voor een periode van vijf jaar. » ; c) het huidige lid 3, zoals gewijzigd bij artikel 4 van dit Verdrag, wordt hernummerd tot lid 4;d) lid 4, zoals toegevoegd bij artikel 4 van dit Verdrag, wordt lid 5.10° In artikel 127 wordt lid 3 geschrapt.11° In artikel 138, eerste alinea, worden de woorden \"vanaf de datum van toetreding\" vervangen door \"van 1 januari 1995\". 12° In artikel 160 B, lid 3, wordt de tweede alinea die begint met de woorden \"Bij de eerste benoemingen echter... » , geschrapt. 13° In artikel 181 worden de tweede, de derde en de vierde alinea geschrapt.14° Op de plaats van artikel 191 wordt de aangepaste tekst ingevoegd van artikel 28, eerste alinea, van het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Gemeenschappen gemeen hebben;het nieuwe artikel 191 luidt dan als volgt : « Artikel 191 De Gemeenschap geniet, overeenkomstig de bepalingen van het Protocol van 8 april 1965 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen, op het grondgebied van de lidstaten de voorrechten en immuniteiten welke nodig zijn ter vervulling van haar taak. ». 15° Artikel 198 wordt als volgt gewijzigd : a) na de tweede alinea wordt een nieuwe derde alinea ingevoegd, die als volgt luidt : « Overeenkomstig Protocol nr.2 bij de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden zijn de bepalingen van dit Verdrag van toepassing op de Äland-eilanden. » ; b) in de huidige derde alinea wordt punt e) betreffende de |$$|AOAland-eilanden geschrapt en aan het einde van punt d) wordt de puntkomma vervangen door een punt.16° In artikel 199, eerste alinea, worden de woorden \"Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel\" vervangen door \"Wereldhandelsorganisatie\".17° Titel VI - \"Bepalingen met betrekking tot de beginperiode\", met inbegrip van Afdeling 1 - \"Oprichting van de instellingen\", Afdeling 2 - \"Bepalingen voor de eerste toepassing van het Verdrag\" en Afdeling 3 - \"Overgangsbepalingen\", alsmede de artikelen 209 tot en met 223 worden geschrapt.18° Aan artikel 225 wordt de volgende nieuwe alinea toegevoegd : « Krachtens de Toetredingsverdragen zijn de teksten van dit Verdrag in de Deense, de Engelse, de Finse, de Griekse, de Ierse, de Portugese, de Spaanse en de Zweedse taal eveneens gelijkelijk authentiek.».</p>\n<p class=\"lf-p\">II. De bijlagen Bijlage V - \"Eerste programma voor onderzoek en onderwijs bedoeld in artikel 215 van het Verdrag\", met inbegrip van de tabel \"Samenstelling volgens grote stelposten\", wordt geschrapt.</p>\n<p class=\"lf-p\">III. De Protocollen 1° Het Protocol betreffende de toepassing van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie op de niet-Europese delen van het Koninkrijk der Nederlanden wordt geschrapt.2° Het Protocol betreffende het statuut van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie wordt als volgt gewijzigd : a) de woorden \"HEBBEN te dien einde als hun gevolmachtigden AANGEWEZEN\" en de lijst van staatshoofden en van hun gevolmachtigden worden geschrapt; b) de woorden \"Die, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten,\" worden geschrapt en de volgende zin begint dan als volgt : \"HEBBEN OVEREENSTEMMING BEREIKT omtrent de volgende bepalingen welke... » ; c) aan artikel 3 wordt de aangepaste tekst van artikel 21 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen als nieuwe vierde alinea toegevoegd;deze nieuwe vierde alinea luidt als volgt : « De artikelen 12 tot en met 15 en 18 van het Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen zijn van toepassing op de rechters, de griffier en de toegevoegde rapporteurs van, alsmede op de advocaten-generaal bij het Hof van Justitie, onverminderd de bepalingen van de voorgaande alinea's nopens de vrijstelling van rechtsvervolging van de rechters\"; d) artikel 58 wordt geschrapt;e) de woorden \"TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder dit protocol hebben gesteld\" worden geschrapt;f) de lijst van ondergetekenden wordt geschrapt.</p>\n<p class=\"lf-p\">ARTIKEL 9 1. De Overeenkomst van 25 maart 1957 betreffende bepaalde instellingen welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben en het Verdrag van 8 april 1965 tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben met uitzondering van het in lid 5 bedoelde Protocol, worden ingetrokken, onverminderd de hiernavolgende leden die ertoe strekken de wezenlijke bestanddelen van de bepalingen ervan te behouden.2. De algemene en bijzondere bevoegdheden welke het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie toekennen aan het Europees Parlement, aan de Raad, aan de Commissie, aan het Hof van Justitie en aan de Rekenkamer, worden, overeenkomstig de bepalingen onderscheidenlijk in die Verdragen en in dit artikel gesteld, uitgeoefend door één Europees Parlement, één Raad, één Commissie, één Hof van Justitie en één Rekenkamer.</p>\n<p class=\"lf-p\">De taak welke het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie aan het Economisch en Sociaal Comité toekennen, wordt onder de voorwaarden onderscheidenlijk in die Verdragen gesteld, vervuld door één Economisch en Sociaal Comité. De bepalingen van de artikelen 193 en 197 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap zijn op dat Comité van toepassing. 3. De ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen maken deel uit van één administratie welke deze Gemeenschappen gemeen hebben en vallen onder de bepalingen die worden aangenomen in toepassing van artikel 212 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.4.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Europese Gemeenschappen genieten, overeenkomstig de bepalingen van het in lid 5 bedoelde Protocol, op het grondgebied van de lidstaten de voorrechten en immuniteiten welke nodig zijn ter vervulling van hun taak.Ditzelfde geldt voor de Europese Centrale Bank, het Europees Monetair Instituut en de Europese Investeringsbank. 5. In het Protocol van 8 april 1965 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen wordt een artikel 23 ingevoegd, overeenkomstig hetgeen was voorzien in het Protocol houdende wijziging van dat Protocol;dit artikel 23 luidt als volgt : « Artikel 23 Dit protocol is eveneens van toepassing op de Europese Centrale Bank, de leden van haar organen en haar personeel, onverminderd de bepalingen van het protocol betreffende de statuten van het Europees Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Europese Centrale Bank wordt bovendien vrijgesteld van elke fiscale en parafiscale heffing bij de uitbreiding van haar kapitaal, alsmede van de verschillende formaliteiten welke hieraan verbonden zijn in de staat waar de zetel van de Bank gevestigd is. De werkzaamheden van de Bank en van haar organen, uitgeoefend overeenkomstig de statuten van het Europese Stelsel van centrale banken en van de Europese Centrale Bank, geven geen aanleiding tot de heffing van omzetbelasting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bovengenoemde bepalingen zijn eveneens van toepassing op het Europees Monetair Instituut. De ontbinding of liquidatie ervan brengt geen enkele heffing met zich mee. ». 6. De ontvangsten en uitgaven van de Europese Gemeenschap, de administratieve uitgaven van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de daarop betrekking hebbende ontvangsten en de ontvangsten en uitgaven van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, met uitzondering van die van het Voorzieningsagentschap en van de gemeenschappelijke ondernemingen, worden opgevoerd op de begroting van de Europese Gemeenschappen volgens de onderscheiden bepalingen van de Verdragen tot oprichting van deze drie Gemeenschappen.7. Onverminderd de bepalingen van artikel 216 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, van artikel 77 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, van artikel 189 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en van artikel 1, tweede alinea, van het Protocol betreffende de statuten van de Europese Investeringsbank, stellen de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten in onderling overleg de bepalingen vast die noodzakelijk zijn voor het regelen van bepaalde problemen die eigen zijn aan het Groothertogdom Luxemburg en die voortvloeien uit het instellen van één Raad en één Commissie die de Gemeenschappen gemeen hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">ARTIKEL 10 1. Het schrappen of intrekken in dit Deel van vervallen bepalingen en het aanpassen van sommige bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie zoals deze van kracht waren vóór de inwerkingtreding van dit Verdrag van Amsterdam, laten de rechtsgevolgen van de bepalingen van de drie eerstgenoemde Verdragen, in het bijzonder de rechtsgevolgen die voortvloeien uit de daarin gestelde termijnen, en van de bepalingen van de Toetredingsverdragen onverlet.2. De rechtsgevolgen van de op basis van die Verdragen vastgestelde en van kracht zijnde akten, blijven onverlet.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hetzelfde geldt met betrekking tot het intrekken van de Overeenkomst van 25 maart 1957 betreffende bepaalde instellingen welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben en van het Verdrag van 8 april 1965 tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben. ARTIKEL 11 De bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie betreffende de bevoegdheden van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en de uitoefening van die bevoegdheden, zijn van toepassing op de bepalingen van dit Deel en op het in artikel 9, lid 5, bedoelde Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Gemeenschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">DERDE DEEL ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN ARTIKEL 12 1. De artikelen, titels en afdelingen van het Verdrag betreffende de Europese Unie en van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, zoals gewijzigd bij de bepalingen van dit Verdrag, worden hernummerd volgens de concordantietabellen in de bijlage bij dit Verdrag en maken daarvan een integrerend deel uit.2. De onderlinge verwijzingen naar artikelen, titels en afdelingen in het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, alsmede de onderlinge verwijzingen tussen die twee Verdragen, worden dienovereenkomstig aangepast.Hetzelfde geldt voor onderlinge verwijzingen in de andere Gemeenschapsverdragen naar artikelen, titels en afdelingen van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. 3. Verwijzingen in andere instrumenten of akten naar de artikelen, titels en afdelingen van de in lid 2 genoemde Verdragen worden beschouwd als verwijzingen naar die artikelen zoals hernummerd bij lid 1, onderscheidenlijk naar de leden van die artikelen zoals hernummerd bij sommige bepalingen van artikel 6.4. Verwijzingen in andere rechtshandelingen of akten naar leden van artikelen van de in de artikelen 7 en 8 bedoelde Verdragen worden beschouwd als verwijzingen naar die leden zoals hernummerd bij sommige bepalingen van de voornoemde artikelen 7 en 8. ARTIKEL 13 Dit Verdrag wordt voor onbeperkte tijd gesloten.</p>\n<p class=\"lf-p\">ARTIKEL 14 1. Dit Verdrag zal door de Hoge Verdragsluitende Partijen worden bekrachtigd overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen.De akten van bekrachtiging zullen worden nedergelegd bij de regering van de Italiaanse Republiek. 2. Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand die volgt op het nederleggen van de akte van bekrachtiging door de ondertekenende staat die als laatste deze handeling verricht. ARTIKEL 15 Dit Verdrag, opgesteld in één exemplaar, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Zweedse taal, zijnde de teksten in elk van deze talen gelijkelijk authentiek, zal worden nedergelegd in het archief van de regering van de Italiaanse Republiek die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toezendt aan de regeringen der andere ondertekenende staten.</p>\n<p class=\"lf-p\">TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder dit Verdrag hebben gesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gedaan te Amsterdam, de tweede oktober negentienhonderd zevenennegentig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bijlage Concordantietabellen bedoeld in artikel 12 van het Verdrag van Amsterdam A. Verdrag betreffende de Europese Unie Voor de raadpleging van de tabel, zie beeld PROTOCOLLEN A. Protocol gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie PROTOCOL INZAKE ARTIKEL J.7 VAN HET VERDRAG BETREFFENDE DE EUROPESE UNIE DE HOGE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN, Indachtig de noodzaak om de bepalingen van artikel J.7, lid 1, tweede alinea, en lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie volledig uit te voeren, Indachtig het feit dat het beleid van de Unie overeenkomstig artikel J.7 het specifieke karakter van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten onverlet laat, de uit het Noord-Atlantisch Verdrag voortvloeiende verplichtingen van bepaalde lidstaten waarvan de gemeenschappelijke defensie gestalte krijgt in de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO), eerbiedigt en verenigbaar is met het in dat kader vastgestelde gemeenschappelijke veiligheids- en defensiebeleid, Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepaling, die aan het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt gehecht : De Europese Unie ontwikkelt binnen een jaar na de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam samen met de West-Europese Unie regelingen voor intensievere onderlinge samenwerking.</p>\n<p class=\"lf-p\">B. Protocollen gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap PROTOCOL TOT OPNEMING VAN HET SCHENGEN-ACQUIS IN HET KADER VAN DE EUROPESE UNIE DE HOGE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN, Constaterend dat de door sommige lidstaten van de Europese Unie op 14 juni 1985 en 19 juni 1990 te Schengen ondertekende overeenkomsten inzake de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, alsmede de daarmee samenhangende overeenkomsten en de op grond ervan vastgestelde voorschriften, erop gericht zijn de Europese integratie te bevorderen en met name de Europese Unie in staat te stellen zich sneller te ontwikkelen tot een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid, Geleid door de wens de bovenvermelde overeenkomsten en voorschriften in het kader van de Europese Unie op te nemen, Bevestigend dat de bepalingen van het Schengen-acquis slechts van toepassing zijn indien en voor zover zij verenigbaar zijn met het Unie- en het Gemeenschapsrecht, Rekening houdend met de bijzondere positie van Denemarken, In aanmerking nemend dat Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland geen partijen bij, noch ondertekenaars van bovengenoemde overeenkomsten zijn; dat deze lidstaten evenwel de mogelijkheid moet worden geboden sommige of alle daarin vervatte bepalingen te aanvaarden, Erkennend dat het bijgevolg noodzakelijk is gebruik te maken van de bepalingen van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap die betrekking hebben op nauwere samenwerking tussen sommige lidstaten en dat die bepalingen uitsluitend als laatste hulpmiddel moeten worden gebruikt, In aanmerking nemend dat het noodzakelijk is geprivilegieerde betrekkingen in stand te houden met de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen, die beide hun voornemen hebben bevestigd om, op basis van de op 19 december 1996 in Luxemburg ondertekende Overeenkomst, door de hierboven bedoelde bepalingen gebonden te worden, Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen, die aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap worden gehecht : ARTIKEL 1 Het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden, partijen bij de Schengen-overeenkomsten, worden gemachtigd onderling een nauwere samenwerking aan te gaan binnen de werkingssfeer van die overeenkomsten en de daarmee samenhangende bepalingen, zoals opgesomd in de bijlage bij dit protocol, hierna het Schengen-acquis te noemen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze samenwerking vindt plaats binnen het institutionele en juridische kader van de Europese Unie en met inachtneming van de toepasselijke bepalingen van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.</p>\n<p class=\"lf-p\">ARTIKEL 2 1. Vanaf de datum van inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam en onverminderd het bepaalde in lid 2 van dit artikel, is het Schengen-acquis, met inbegrip van de besluiten van het bij de overeenkomsten van Schengen opgerichte Uitvoerend Comité die vóór die datum zijn aangenomen, met onmiddellijke ingang van toepassing op de dertien in artikel 1 genoemde lidstaten.Vanaf dezelfde datum treedt de Raad in de plaats van het Uitvoerend Comité.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Raad neemt met eenparigheid van stemmen van zijn in artikel 1 genoemde leden alle nodige maatregelen om uitvoering te geven aan dit lid. De Raad stelt met eenparigheid van stemmen, in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van de Verdragen, de rechtsgrondslag vast voor elk van de bepalingen en besluiten die het Schengen-acquis vormen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van dergelijke bepalingen en besluiten en in overeenstemming met die vaststelling oefent het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen de bevoegdheden uit die het bij de desbetreffende toepasselijke bepalingen van de Verdragen zijn verleend. Het Hof van Justitie is in geen geval bevoegd ten aanzien van maatregelen of besluiten met betrekking tot de handhaving van de openbare orde en de bescherming van de binnenlandse veiligheid.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zolang bovengenoemde maatregelen niet zijn genomen en onverminderd artikel 5, lid 2, worden de bepalingen en besluiten die het Schengen-acquis vormen, geacht te zijn gebaseerd op titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie. 2. Het bepaalde in lid 1 is op de lidstaten die Protocollen betreffende de toetreding tot de Schengen-overeenkomsten hebben ondertekend van toepassing vanaf de data die de Raad met eenparigheid van stemmen van zijn in artikel 1 genoemde leden vaststelt, tenzij aan de voorwaarden voor toetreding van een staat tot het Schengen-acquis is voldaan voordat het Verdrag van Amsterdam in werking treedt. ARTIKEL 3 Na de vaststelling bedoeld in artikel 2, lid 1, tweede alinea, behoudt Denemarken met betrekking tot de onderdelen van het Schengen-acquis die hun rechtsgrondslag in titel III A van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap hebben, dezelfde rechten en verplichtingen ten opzichte van de andere ondertekenende partijen van de Schengen-overeenkomsten als vóór genoemde vaststelling.</p>\n<p class=\"lf-p\">Met betrekking tot de onderdelen van het Schengen-acquis die hun rechtsgrondslag in titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie hebben, behoudt Denemarken dezelfde rechten en verplichtingen als de andere ondertekenende partijen van de Schengen-overeenkomsten.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, die niet door het Schengen-acquis gebonden zijn, kunnen te allen tijde verzoeken om aan alle of aan enkele van de bepalingen van dit acquis deel te nemen De Raad neemt een besluit over dit verzoek met eenparigheid van stemmen van zijn in artikel 1 genoemde leden en van de vertegenwoordiger van de regering van de betrokken staat.</p>\n<p class=\"lf-p\">ARTIKEL 5 1. Voorstellen en initiatieven om voort te bouwen op het Schengen-acquis vallen onder de toepasselijke bepalingen van de Verdragen. Wanneer Ierland of het Verenigd Koninkrijk of beide de Voorzitter van de Raad niet binnen een redelijke termijn schriftelijk hebben meegedeeld dat zij wensen deel te nemen, wordt de in artikel 5 A van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of artikel K.12 van het Verdrag betreffende de Europese Unie bedoelde machtiging in dit verband geacht te zijn verleend aan de in artikel 1 genoemde lidstaten, en aan Ierland of het Verenigd Koninkrijk indien een van beide aan de samenwerking op de gebieden in kwestie wenst deel te nemen.eb 2. De in de eerste alinea van lid 1 bedoelde toepasselijke bepalingen van de Verdragen zijn ook van toepassing indien de Raad de in artikel 2, lid 1, tweede alinea, bedoelde maatregelen niet heeft aangenomen. ARTIKEL 6 De Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering van het Schengen-acquis en de verdere ontwikkeling ervan op basis van de op 19 december 1996 te Luxemburg ondertekende Overeenkomst. Te dien einde worden passende procedures overeengekomen in een overeenkomst die de Raad, met eenparigheid van stemmen van zijn in artikel 1 genoemde leden, met die staten sluit. In die overeenkomst worden bepalingen opgenomen inzake de bijdrage van IJsland en Noorwegen in de kosten die aan de uitvoering van dit Protocol zijn verbonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">De Raad sluit, met eenparigheid van stemmen, met IJsland en Noorwegen een afzonderlijke overeenkomst voor de vaststelling van de wederzijdse rechten en verplichtingen van Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland enerzijds en IJsland en Noorwegen anderzijds, op gebieden van het Schengen-acquis die op deze staten van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">ARTIKEL 7 De Raad stelt met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vast op welke wijze het Schengen-Secretariaat in het secretariaat-generaal van de Raad wordt opgenomen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-8\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor de onderhandelingen over de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie worden het Schengen-acquis en de verdere maatregelen die de instellingen binnen de werkingssfeer van dat acquis nemen, beschouwd als een acquis dat door alle staten die kandidaat zijn voor toetreding volledig moet worden aanvaard BIJLAGE SCHENGEN-ACQUIS 1. Het op 14 juni 1985 te Schengen ondertekende Akkoord tussen de Regeringen van de Staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen.2. De op 19 juni 1990 te Schengen ondertekende Overeenkomst tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden, ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen ondertekende Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, met bijbehorende Slotakte en gemeenschappelijke verklaringen.3.</p>\n<p class=\"lf-p\">De protocollen en overeenkomsten inzake de toetreding tot het Akkoord van 1985 en de Uitvoeringsovereenkomst van 1990, die zijn gesloten met Italië (ondertekend te Parijs, op 27 november 1990), Spanje en Portugal (ondertekend te Bonn, op 25 juni 1991), Griekenland (ondertekend te Madrid, op 6 november 1992), Oostenrijk (ondertekend te Brussel, op 28 april 1995) en Denemarken, Finland en Zweden (ondertekend te Luxemburg, op 19 december 1996), met de bijbehorende Slotakten en verklaringen.4. De besluiten en verklaringen die zijn aangenomen door het bij de Uitvoeringsovereenkomst van 1990 ingestelde Uitvoerend Comité, alsook besluiten die ten behoeve van de uitvoering van de Overeenkomst zijn genomen door de instanties waaraan het Uitvoerend Comité bevoegdheden op het gebied van besluitvorming heeft verleend.</p>\n<p class=\"lf-p\">PROTOCOL BETREFFENDE DE TOEPASSING VAN BEPAALDE ASPECTEN VAN ARTIKEL 7 A VAN HET VERDRAG TOT OPRICHTING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP OP HET VERENIGD KONINKRIJK EN IERLAND DE HOGE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN, Geleid door de wens bepaalde vraagstukken met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk en Ierland te regelen, Gelet op het feit dat tussen het Verenigd Koninkrijk en Ierland al sedert vele jaren bijzondere reisregelingen bestaan, Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen, die aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie worden gehecht : ARTIKEL 1 Onverminderd artikel 7 A van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, de andere bepalingen van dat Verdrag of van het Verdrag betreffende de Europese Unie, de uit hoofde van deze Verdragen aangenomen maatregelen en de internationale overeenkomsten die door de Gemeenschap of door de Gemeenschap en haar lidstaten met één of meer derde staten zijn gesloten, heeft het Verenigd Koninkrijk het recht aan zijn grenzen met andere lidstaten ten aanzien van personen die het Verenigd Koninkrijk wensen binnen te komen de controles te verrichten die het nodig acht om : a) het recht op binnenkomst in het Verenigd Koninkrijk te verifiëren van burgers van staten die verdragsluitende partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en hun gezinsleden die bij het Gemeenschapsrecht verleende rechten uitoefenen, alsmede van burgers van andere staten aan wie dergelijke rechten zijn toegekend bij een overeenkomst waardoor het Verenigd Koninkrijk gebonden is;en b) te bepalen of aan andere personen al dan niet toelating wordt verleend om het Verenigd Koninkrijk binnen te komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niets in artikel 7 A van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of in een andere bepaling van dat Verdrag of van het Verdrag betreffende de Europese Unie of in een uit hoofde daarvan aangenomen maatregel doet afbreuk aan het recht van het Verenigd Koninkrijk om dergelijke controles in te voeren of uit te oefenen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder het Verenigd Koninkrijk worden in dit artikel ook de grondgebieden verstaan waarvan de externe betrekkingen onder de verantwoordelijkheid van het Verenigd Koninkrijk vallen.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Het Verenigd Koninkrijk en Ierland kunnen onderling regelingen blijven treffen betreffende het personenverkeer tussen hun grondgebieden (\"het gemeenschappelijk reisgebied\" of \"the Common Travel Area\"), met volledige inachtneming van de rechten van de in artikel 1, eerste alinea, onder a), van dit Protocol bedoelde personen. Zolang zij dergelijke regelingen handhaven, zijn de bepalingen van artikel 1 van dit Protocol derhalve van toepassing op Ierland op dezelfde wijze en onder dezelfde voorwaarden als op het Verenigd Koninkrijk. Niets in artikel 7 A van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of in een andere bepaling van dat Verdrag of van het Verdrag betreffende de Europese Unie of in een uit hoofde daarvan aangenomen maatregel doet afbreuk aan deze regelingen ARTIKEL 3 De andere lidstaten hebben het recht aan hun grenzen of op enig punt van binnenkomst op hun grondgebied voor de in artikel 1 van dit Protocol aangegeven doeleinden dergelijke controles te verrichten op personen die hun grondgebied wensen binnen te komen vanuit het Verenigd Koninkrijk, of enig ander grondgebied waarvan de externe betrekkingen onder de verantwoordelijkheid van dit land vallen, dan wel vanuit Ierland, zolang de bepalingen van artikel 1 van dit Protocol op Ierland van toepassing zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niets in artikel 7 A van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap of in een andere bepaling van dat Verdrag of van het Verdrag betreffende de Europese Unie of in een uit hoofde daarvan aangenomen maatregel doet afbreuk aan het recht van de overige lidstaten om dergelijke controles in te voeren of te verrichten.</p>\n<p class=\"lf-p\">PROTOCOL BETREFFENDE DE POSITIE VAN HET VERENIGD KONINKRIJK EN IERLAND DE HOGE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN, Geleid door de wens bepaalde vraagstukken met betrekking tot het Verenigd Koninkrijk en Ierland te regelen, Gelet op Protocol betreffende de toepassing van bepaalde aspecten van artikel 7 A van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap op het Verenigd Koninkrijk en Ierland, Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen, die aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie worden gehecht : ARTIKEL 1 Onder voorbehoud van artikel 3 nemen het Verenigd Koninkrijk en Ierland niet deel aan de aanneming door de Raad van overeenkomstig titel III A van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voorgestelde maatregelen. In afwijking van artikel 148, lid 2, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap wordt de gekwalificeerde meerderheid omschreven als hetzelfde aandeel van de gewogen stemmen van de betrokken leden van de Raad als is vastgelegd in het voornoemde artikel 148, lid 2. Voor besluiten van de Raad die met eenparigheid van stemmen moeten worden aangenomen, is eenparigheid van de leden van de Raad vereist, met uitzondering van de vertegenwoordigers van de regeringen van het Verenigd Koninkrijk en van Ierland.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ingevolge artikel 1 en onder voorbehoud van de artikelen 3, 4 en 6 zijn de bepalingen van titel III A van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, de overeenkomstig die titel aangenomen maatregelen, de bepalingen in door de Gemeenschap overeenkomstig die titel gesloten internationale overeenkomsten en de beslissingen van het Hof van Justitie ter uitlegging van die bepalingen of maatregelen niet bindend voor, noch van toepassing in het Verenigd Koninkrijk en Ierland; bedoelde bepalingen, maatregelen en beslissingen laten de bevoegdheden, rechten en verplichtingen van deze staten onverlet; bedoelde bepalingen, maatregelen en beslissingen laten het op het Verenigd Koninkrijk en Ierland van toepassing zijnde acquis communautaire onverlet en maken geen deel uit van het op die staten van toepassing zijnde Gemeenschapsrecht ARTIKEL 3 1. Binnen een termijn van drie maanden na de indiening van een voorstel of een initiatief bij de Raad overeenkomstig titel III A van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap kunnen het Verenigd Koninkrijk en Ierland de Voorzitter van de Raad er schriftelijk van in kennis stellen dat zij wensen deel te nemen aan de aanneming en toepassing van de voorgestelde maatregel, waarna deze staten daartoe gerechtigd zijn.In afwijking van artikel 148, lid 2, wordt een gekwalificeerde meerderheid omschreven als hetzelfde aandeel van de gewogen stemmen van de betrokken leden van de Raad, als is vastgelegd in het voornoemde artikel 148, lid 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor besluiten van de Raad die met eenparigheid van stemmen moeten worden aangenomen, is eenparigheid van de leden van de Raad vereist, met uitzondering van de leden die geen kennisgeving hebben gedaan. Een overeenkomstig dit lid aangenomen maatregel is bindend voor alle lidstaten die aan de aanneming ervan hebben deelgenomen. 2. Indien na een redelijke termijn een maatregel als bedoeld in lid 1 niet met deelneming van het Verenigd Koninkrijk of Ierland kan worden aangenomen, kan de Raad deze maatregel overeenkomstig artikel 1 aannemen zonder de deelneming van het Verenigd Koninkrijk of Ierland. In dat geval is artikel 2 van toepassing.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 4</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Na de aanneming van een maatregel door de Raad overeenkomstig titel III A van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap kunnen het Verenigd Koninkrijk en Ierland de Raad en de Commissie er te allen tijde van in kennis stellen dat zij die maatregel wensen te aanvaarden. In dat geval is de procedure van artikel 5 A, lid 3, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap mutatis mutandis van toepassing</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-5\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 5</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor een lidstaat die niet gebonden is door een overeenkomstig titel III A van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap aangenomen maatregel, mag deze maatregel geen andere financiële gevolgen hebben dan de ermee gepaard gaande administratieve kosten voor de instellingen</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-6\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 6</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Indien het Verenigd Koninkrijk of Ierland in gevallen als bedoeld in dit Protocol gebonden is door een door de Raad overeenkomstig titel III A van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap aangenomen maatregel, zijn de desbetreffende bepalingen van dat Verdrag, met inbegrip van artikel 73 P, in verband met die maatregel van toepassing op de staat in kwestie ARTIKEL 7 De artikelen 3 en 4 laten het Protocol tot opneming van het Schengen-acquis in het kader van de Europese Unie onverlet.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 8</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Ierland kan de Voorzitter van de Raad er schriftelijk van in kennis stellen dat het niet langer onder de bepalingen van dit Protocol wenst te vallen. In dat geval zijn de normale Verdragsbepalingen van toepassing op Ierland PROTOCOL BETREFFENDE DE POSITIE VAN DENEMARKEN DE HOGE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN, Herinnerend aan het Besluit van de Staatshoofden en Regeringsleiders, in het kader van de Europese Raad bijeen op 12 december 1992 in Edinburgh, betreffende bepaalde problemen die Denemarken met betrekking tot het Verdrag betreffende de Europese Unie aan de orde heeft gesteld, Kennis genomen hebbend van de positie van Denemarken met betrekking tot het burgerschap, de Economische en Monetaire Unie, het defensiebeleid en justitie en binnenlandse zaken zoals neergelegd in het besluit van Edinburgh, Indachtig artikel 3 van het Protocol tot opneming van het Schengen-acquis in het kader van de Europese Unie, Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen, die aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en het Verdrag betreffende de Europese Unie worden gehecht : DEEL I ARTIKEL 1 Denemarken neemt niet deel aan de aanneming door de Raad van overeenkomstig titel III A van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voorgestelde maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In afwijking van artikel 148, lid 2, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, wordt een gekwalificeerde meerderheid omschreven als hetzelfde aandeel van de gewogen stemmen van de betrokken leden van de Raad als is vastgelegd in het voornoemde artikel 148, lid 2. Voor besluiten van de Raad die met eenparigheid van stemmen moeten worden aangenomen, is eenparigheid van de leden van de Raad vereist, met uitzondering van de vertegenwoordiger van de Regering van Denemarken.</p>\n<p class=\"lf-p\">ARTIKEL 2 De bepalingen van titel III A van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, de overeenkomstig die titel aangenomen maatregelen, de bepalingen in door de Gemeenschap overeenkomstig die titel gesloten overeenkomsten en de beslissingen van het Hof van Justitie ter uitlegging van deze bepalingen of maatregelen zijn niet bindend voor noch van toepassing in Denemarken; bedoelde bepalingen, maatregelen en beslissingen laten de bevoegdheden, rechten en verplichtingen van Denemarken onverlet; bedoelde bepalingen, maatregelen en beslissingen laten het op Denemarken van toepassing zijnde acquis communautaire onverlet en maken geen deel uit van het op die staat van toepassing zijnde Gemeenschapsrecht.</p>\n<h4 class=\"lf-art\" id=\"a-3\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 3</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Voor Denemarken hebben de in artikel 1 bedoelde maatregelen geen andere financiële gevolgen dan de ermee gepaard gaande administratieve kosten voor de instellingen ARTIKEL 4 De artikelen 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing op maatregelen tot bepaling van de derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen van de lidstaten in het bezit moeten zijn van een visum of op maatregelen betreffende een uniform visummodel.</p>\n<p class=\"lf-p\">ARTIKEL 5 1. Denemarken beslist binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad een besluit heeft genomen over een voorstel of een initiatief tot uitwerking van het Schengen-acquis uit hoofde van de bepalingen van titel III A van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, of het dit besluit in zijn nationale wetgeving zal omzetten.Indien Denemarken daartoe besluit, wordt daarmee een verplichting volgens internationaal recht geschapen tussen Denemarken en de andere lidstaten die genoemd worden in artikel 1 van het Protocol tot opneming van het Schengen-acquis in het kader van de Europese Unie, alsmede Ierland en het Verenigd Koninkrijk indien die lidstaten deelnemen aan de betrokken onderdelen van de samenwerking. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Indien Denemarken beslist een besluit van de Raad als bedoeld in lid 1 niet in zijn nationale wetgeving om te zetten, overwegen de lidstaten die genoemd worden in artikel 1 van het Protocol tot opneming van het Schengen-acquis in het kader van de Europese Unie, welke passende maatregelen moeten worden genomen. DEEL II ARTIKEL 6 Wat betreft de maatregelen die door de Raad worden aangenomen op het gebied van artikel J.3, lid 1, en artikel J.7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de uitwerking en de uitvoering van besluiten en acties van de Unie die gevolgen hebben op defensiegebied, maar het zal de ontwikkeling van nauwere samenwerking tussen de lidstaten op dit gebied niet belemmeren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarom zal Denemarken niet deelnemen aan de aanneming van die besluiten en acties. Denemarken is niet verplicht bij te dragen aan de financiering van operationele uitgaven in verband met dergelijke maatregelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">DEEL III ARTIKEL 7 Denemarken kan te allen tijde, overeenkomstig zijn grondwettelijke bepalingen, de andere lidstaten mededelen dat het niet langer een beroep wenst te doen op dit Protocol in zijn geheel of op gedeelten ervan. In dat geval zal Denemarken alle geldende desbetreffende maatregelen die in het kader van de Europese Unie zijn genomen, volledig toepassen.</p>\n<p class=\"lf-p\">C. Protocollen gehecht aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap PROTOCOL INZAKE ASIEL VOOR ONDERDANEN VAN LIDSTATEN VAN DE EUROPESE UNIE DE HOGE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN Overwegende dat in artikel F, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie wordt bepaald dat de Unie de grondrechten, zoals die worden gewaarborgd door het op 4 november 1950 te Rome ondertekende Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, eerbiedigt, Overwegende dat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen bevoegd is om te waarborgen dat de Europese Gemeenschap de wet naleeft bij de uitlegging en toepassing van artikel F, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, Overwegende dat krachtens artikel O van het Verdrag betreffende de Europese Unie elke Europese staat die verzoekt lid te worden van de Unie, de in artikel F, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie genoemde beginselen dient te eerbiedigen, In aanmerking nemend dat bij artikel 236 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap een regeling wordt ingesteld voor de schorsing van bepaalde rechten in geval van een ernstige en voortdurende schending van die beginselen door een lidstaat, Eraan herinnerend dat iedere onderdaan van een lidstaat, als burger van de Unie, een bijzondere status en bescherming geniet die door de lidstaten wordt gegarandeerd in overeenstemming met de bepalingen in het Tweede Deel van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, In aanmerking nemend dat bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap een ruimte zonder binnengrenzen tot stand wordt gebracht en aan iedere burger van de Unie het recht wordt verleend op vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten, Eraan herinnerend dat het Europees Verdrag betreffende uitlevering van 13 december 1957 en de Overeenkomst van 27 september 1996 opgesteld op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie betreffende de uitlevering tussen de lidstaten van de Europese Unie, betrekking hebben op het vraagstuk van de uitlevering van onderdanen van lidstaten van de Unie, Geleid door de wens te voorkomen dat het recht op asiel wordt aangewend voor andere doeleinden dan die waarvoor het bedoeld is, Overwegende dat in dit Protocol de uiteindelijke doelstellingen van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 betreffende de status van vluchtelingen worden geëerbiedigd, Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen, die aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap worden gehecht : ENIG ARTIKEL Het niveau van bescherming van de fundamentele rechten en vrijheden in de lidstaten van de Europese Unie in aanmerking nemend, beschouwen de lidstaten elkaar als veilige landen van oorsprong voor alle juridische en praktische doeleinden in verband met asielzaken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dienovereenkomstig kan een asielaanvraag van een onderdaan van een lidstaat door een andere lidstaat uitsluitend in aanmerking worden genomen of ontvankelijk worden verklaard in de volgende gevallen : a) indien de lidstaat waarvan de aanvrager onderdaan is na de inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam maatregelen neemt met gebruikmaking van de bepalingen van artikel 15 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, waarbij op zijn grondgebied wordt afgeweken van zijn verplichtingen uit hoofde van dat Verdrag; b) indien de in artikel F.1, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie bedoelde procedure op gang is gebracht en totdat de Raad hieromtrent een besluit heeft genomen; c) indien de Raad, op basis van artikel F.1, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, ten aanzien van de lidstaat waarvan de aanvrager onderdaan is een ernstige en voortdurende schending van in artikel F, lid 1, genoemde beginselen heeft geconstateerd; d) indien een lidstaat hiertoe eenzijdig besluit in verband met de aanvraag van een onderdaan van een andere lidstaat;in dat geval wordt de Raad onverwijld op de hoogte gesteld; de aanvraag wordt behandeld op basis van het vermoeden dat zij duidelijk ongegrond is zonder op enigerlei wijze, in welk geval dan ook, van invloed te zijn op de beslissingsbevoegdheid van de lidstaat.</p>\n<p class=\"lf-p\">PROTOCOL BETREFFENDE DE TOEPASSING VAN HET SUBSIDIARITEITS- EN HET EVENREDIGHEIDSBEGINSEL DE HOGE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN, Vastbesloten de voorwaarden vast te stellen voor de toepassing van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel van artikel 3 B van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, om de criteria voor de toepassing van die beginselen nauwkeuriger te omschrijven en een strikte inachtneming en consequente toepassing ervan door alle instellingen te waarborgen, Geleid door de wens ervoor te zorgen dat besluiten zo dicht mogelijk bij de burgers van de Unie worden genomen, Rekening houdend met het Interinstitutioneel Akkoord van 25 oktober 1993 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de procedures voor de tenuitvoerlegging van het subsidiariteitsbeginsel, Hebben bevestigd dat de conclusies van de Europese Raad van Birmingham van 16 oktober 1992 en de algemene benadering met betrekking tot de toepassing van het subsidiariteitsbeginsel, waarover de Europese Raad tijdens zijn bijeenkomst van 11-12 december 1992 te Edinburgh overeenstemming heeft bereikt, de leidraad blijven voor het optreden van de instellingen van de Unie en de evolutie van de toepassing van het subsidiariteitsbeginsel, en Hebben te dien einde overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen, die aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap worden gehecht : 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke instelling draagt er bij de uitoefening van haar bevoegdheden zorg voor dat het subsidiariteitsbeginsel in acht wordt genomen.Elke instelling draagt tevens zorg voor de inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, dat inhoudt dat het optreden van de Gemeenschap niet verder gaat dan wat nodig is om de doelstellingen van het Verdrag te verwezenlijken. 2. Bij de toepassing van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel worden de algemene bepalingen en de doelstellingen van het Verdrag in acht genomen, met name wat betreft de volledige handhaving van het acquis communautaire en het institutioneel evenwicht;de door het Hof van Justitie uitgewerkte beginselen inzake het verband tussen nationaal recht en Gemeenschapsrecht komen hierdoor niet in het gedrang en er wordt rekening gehouden met artikel F, lid 4, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, volgens hetwelk \"de Unie zich voorziet van de middelen die nodig zijn om haar doelstellingen te verwezenlijken en haar beleid ten uitvoer te leggen\". 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het subsidiariteitsbeginsel laat de bij het Verdrag aan de Europese Gemeenschap verleende bevoegdheden zoals uitgelegd door het Hof van Justitie, onverlet.De criteria van artikel 3 B, tweede alinea, van het Verdrag hebben betrekking op gebieden waarvoor de Gemeenschap geen exclusieve bevoegdheid heeft. Het subsidiariteitsbeginsel is een leidraad voor de wijze waarop die bevoegdheden op Gemeenschapsniveau moeten worden uitgeoefend. Subsidiariteit is een dynamisch concept, en dient te worden toegepast in het licht van de in het Verdrag neergelegde doelstellingen. Het maakt het mogelijk het optreden van de Gemeenschap binnen de grenzen van haar bevoegdheden uit te breiden wanneer de omstandigheden zulks vereisen, dan wel te beperken of te beëindigen wanneer het niet meer gerechtvaardigd is. 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor ieder voorgesteld wetgevingsbesluit van de Gemeenschap moeten de redenen waarop het is gebaseerd worden opgegeven om aan te tonen dat het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel in acht worden genomen;de redenen voor de conclusie dat een Gemeenschapsdoelstelling beter bereikt kan worden door de Gemeenschap moeten met kwalitatieve of, zo mogelijk, kwantitatieve indicatoren worden gestaafd. 5. Optreden van de Gemeenschap is alleen gerechtvaardigd als aan beide aspecten van het subsidiariteitsbeginsel is voldaan : de doelstellingen van het overwogen optreden kunnen niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt in het kader van hun nationaal grondwettelijk stelsel, en kunnen derhalve beter door een optreden van de Gemeenschap worden verwezenlijkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Om na te gaan of aan bovenstaande voorwaarde is voldaan, worden de volgende richtsnoeren gehanteerd : - de betrokken kwestie heeft transnationale aspecten die door een optreden van de lidstaten niet bevredigend kunnen worden geregeld; - het optreden van de lidstaten alleen of het niet optreden van de Gemeenschap zou in strijd zijn met de voorschriften van het Verdrag (zoals de noodzaak om concurrentievervalsing tegen te gaan of verkapte handelsbeperkingen te voorkomen of de economische en sociale samenhang te versterken) of zou op een andere manier de belangen van de lidstaten aanzienlijk schaden; - een optreden op communautair niveau zou vanwege de schaal of de gevolgen ervan duidelijke voordelen opleveren ten opzichte van een nationaal optreden. 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De vorm van het optreden van de Gemeenschap is zo eenvoudig mogelijk zonder een bevredigende verwezenlijking van de doelstelling van de maatregel en een doeltreffende uitvoering in de weg te staan. De Gemeenschap treedt slechts wetgevend op voorzover nodig. Als dit anderszins op hetzelfde neerkomt, wordt de voorkeur gegeven aan richtlijnen boven verordeningen en aan kaderrichtlijnen boven gedetailleerde maatregelen. Richtlijnen waarin in artikel 189 van het Verdrag is voorzien zijn weliswaar ten aanzien van het te bereiken resultaat verbindend voor elke lidstaat waarvoor zij bestemd zijn, doch aan de nationale instanties wordt de bevoegdheid gelaten vorm en middelen te kiezen. 7. Wat de aard en de omvang van het optreden van de Gemeenschap betreft, laten de maatregelen van de Gemeenschap zoveel mogelijk ruimte voor nationale besluiten, in overeenstemming met het doel van de maatregel en met inachtneming van de voorschriften van het Verdrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onder naleving van het Gemeenschapsrecht wordt erop toegezien dat de gevestigde nationale regelingen en de organisatie en werking van de rechtssystemen van de lidstaten worden gerespecteerd. Behoudens de noodzaak van correcte tenuitvoerlegging bieden de communautaire maatregelen de lidstaten in voorkomend geval alternatieve mogelijkheden om de doelstellingen van de maatregelen te verwezenlijken. 8. Wanneer de toepassing van het subsidiariteitsbeginsel ertoe leidt dat de Gemeenschap niet optreedt, dienen de lidstaten bij hun optreden de algemene bepalingen van artikel 5 van het Verdrag in acht te nemen en alle maatregelen te treffen die geschikt zijn om de nakoming van de uit het Verdrag voortvloeiende verplichtingen te verzekeren en zich te onthouden van alle maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen van het Verdrag in gevaar kunnen brengen.9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Onverminderd haar initiatiefrecht, dient de Commissie : - behalve in zeer urgente of vertrouwelijke gevallen, alvorens wetgevingsteksten voor te stellen, breed overleg te voeren en, telkens als dat dienstig is, overlegdocumenten te publiceren; - de relevantie van al haar voorstellen te rechtvaardigen in het licht van het subsidiariteitsbeginsel; waar nodig worden in de toelichting bij het voorstel hieromtrent nadere bijzonderheden verstrekt. Voor de volledige of gedeeltelijke financiering van een optreden van de Gemeenschap uit de Gemeenschapsbegroting is een toelichting vereist; - er terdege rekening mee te houden dat alle lasten, zij het financiële of administratieve, voor de Gemeenschap, nationale regeringen, lokale overheden, bedrijfsleven en burgers tot een minimum moeten worden beperkt en evenredig moeten zijn met het te bereiken doel; - jaarlijks aan de Europese Raad, het Europees Parlement en de Raad verslag uit te brengen over de toepassing van artikel 3 B van het Verdrag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit jaarverslag wordt ook toegezonden aan het Comité van de Regio's en aan het Economisch en Sociaal Comité. 10. De Europese Raad houdt in het verslag betreffende de vorderingen die de Unie heeft gemaakt, dat hij volgens artikel D van het Verdrag betreffende de Europese Unie aan het Europees Parlement moet voorleggen, rekening met het in punt 9, vierde streepje, bedoelde verslag van de Commissie.11. Met volledige inachtneming van de toepasselijke procedures onderzoeken het Europees Parlement en de Raad, als wezenlijk onderdeel van de algemene behandeling van Commissievoorstellen, of die voorstellen in overeenstemming zijn met artikel 3 B van het Verdrag. Dit geldt zowel voor het oorspronkelijke Commissievoorstel als voor wijzigingen die het Europees Parlement en de Raad daarin willen aanbrengen. 12.</p>\n<p class=\"lf-p\">In het kader van de toepassing van de procedure van de artikelen 189 B en 189 C van het Verdrag wordt het Europees Parlement bij de mededeling van de redenen die de Raad hebben geleid tot het vaststellen van het gemeenschappelijk standpunt, in kennis gesteld van het standpunt van de Raad ten aanzien van de toepassing van artikel 3 B van het Verdrag.De Raad stelt het Europees Parlement in kennis van de redenen op grond waarvan een Commissievoorstel geheel of gedeeltelijk niet in overeenstemming wordt geacht met artikel 3 B van het Verdrag. 13. Het toezicht op de naleving van het subsidiariteitsbeginsel geschiedt overeenkomstig de regels van het Verdrag. PROTOCOL BETREFFENDE DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN VAN DE LIDSTATEN IN VERBAND MET DE OVERSCHRIJDING VAN DE BUITENGRENZEN DE HOGE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN, In aanmerking nemend dat de lidstaten doeltreffende controles aan hun buitengrenzen moeten kunnen garanderen, waar nodig in samenwerking met derde landen, Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepaling, die aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap wordt gehecht : De bepalingen betreffende de maatregelen inzake de overschrijding van de buitengrenzen in artikel 73 J, punt 2, onder a), van titel III A van het Verdrag laten de bevoegdheid van de lidstaten om met derde landen over overeenkomsten te onderhandelen of overeenkomsten te sluiten onverlet, mits daarbij het Gemeenschapsrecht en andere internationale overeenkomsten terzake worden geëerbiedigd.</p>\n<p class=\"lf-p\">PROTOCOL BETREFFENDE HET PUBLIEKE-OMROEPSTELSEL IN DE LIDSTATEN DE HOGE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN, Van oordeel dat het publieke-omroepstelsel in de lidstaten rechtstreeks verband houdt met de democratische, sociale en culturele behoeften van iedere samenleving en met de noodzaak pluralisme in de media te behouden, Hebben overeenstemming bereikt over de volgende interpretatieve bepalingen, die aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap worden gehecht : De bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap doen geen afbreuk aan de bevoegdheid van de lidstaten om te voorzien in de financiering van de publieke omroep, voorzover deze financiering wordt verleend aan omroeporganisaties voor het vervullen van de publieke opdracht zoals toegekend, bepaald en georganiseerd door iedere lidstaat, en voorzover deze financiering de voorwaarden inzake het handelsverkeer en de mededingingsvoorwaarden in de Gemeenschap niet zodanig verandert dat het gemeenschappelijk belang zou worden geschaad, waarbij rekening wordt gehouden met de verwezenlijking van de opdracht van deze publieke dienst.</p>\n<p class=\"lf-p\">PROTOCOL BETREFFENDE DE BESCHERMING EN HET WELZIJN VAN DIEREN DE HOGE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN, Verlangend te zorgen voor een betere bescherming en eerbiediging van het welzijn van dieren als wezens met gevoel, Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepaling, die aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap wordt gehecht : Bij het formuleren en uitvoeren van het beleid van de Gemeenschap op het gebied van landbouw, vervoer, interne markt en onderzoek, houden de Gemeenschap en de lidstaten ten volle rekening met hetgeen vereist is voor het welzijn van dieren, onder eerbiediging van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en gebruiken van de lidstaten met betrekking tot met name godsdienstige riten, culturele tradities en regionaal erfgoed.</p>\n<p class=\"lf-p\">D. Protocollen gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie PROTOCOL BETREFFENDE DE INSTELLINGEN IN HET VOORUITZICHT VAN UITBREIDING VAN DE EUROPESE UNIE DE HOGE VERDRAGSLUITENDE PARTIJEN, Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen, die aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen worden gehecht : ARTIKEL 1 Op de datum van inwerkingtreding van de eerstvolgende uitbreiding van de Unie heeft, niettegenstaande artikel 157, lid 1, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, artikel 9, lid 1, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en artikel 126, lid 1, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie één onderdaan van elke lidstaat zitting in de Commissie, mits de weging van de stemmen in de Raad voor die datum is gewijzigd, hetzij via een herweging van de stemmen, hetzij via een dubbele meerderheid, op een wijze die voor alle lidstaten aanvaardbaar is, waarbij rekening wordt gehouden met alle ter zake strekkende elementen, met name een compensatie voor de lidstaten die afstand doen van de mogelijkheid een tweede persoon voor te dragen als lid van de Commissie.</p>\n<h4 class=\"lf-art\"><span class=\"lf-art-num\">ARTIKEL 2</span></h4>\n<p class=\"lf-p\">Uiterlijk een jaar voordat de Europese Unie meer dan 20 leden telt, wordt een conferentie van vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten bijeengeroepen om de bepalingen van de Verdragen inzake de samenstelling en de werking van de instellingen volledig te herzien PROTOCOL BETREFFENDE DE PLAATS VAN DE ZETELS VAN DE INSTELLINGEN, VAN BEPAALDE ORGANEN EN DIENSTEN VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN EN VAN EUROPOL DE VERTEGENWOORDIGERS VAN DE REGERINGEN DER LIDSTATEN, Gelet op artikel 216 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, artikel 77 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en artikel 189 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, Wijzend op en bevestigend het besluit van 8 april 1965, zulks onverminderd de daarin vervatte bepalingen betreffende de zetel van toekomstige instellingen, organisaties en diensten, Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen, die aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen worden gehecht : ENIG ARTIKEL a) Het Europees Parlement heeft zijn zetel te Straatsburg, voor de twaalf periodes van de maandelijkse voltallige zittingen met inbegrip van de begrotingszitting.De bijkomende voltallige zittingen worden gehouden te Brussel.</p>\n<p class=\"lf-p\">De commissies van het Europees Parlement zetelen te Brussel. Het secretariaat-generaal van het Europees Parlement en zijn diensten blijven in Luxemburg gevestigd. b) De Raad heeft zijn zetel te Brussel.In de maanden april, juni en oktober houdt de Raad zijn zittingen in Luxemburg. c) De Commissie heeft haar zetel te Brussel.De in de artikelen 7, 8 en 9 van het besluit van 8 april 1965 genoemde diensten zijn gevestigd in Luxemburg. d) Het Hof van Justitie en het Gerecht van eerste aanleg hebben hun zetel te Luxemburg.e) De Rekenkamer heeft zijn zetel te Luxemburg.f) Het Economisch en Sociaal Comité heeft zijn zetel te Brussel.g) Het Comité van de Regio's heeft zijn zetel te Brussel.h) De Europese Investeringsbank heeft haar zetel te Luxemburg.i) Het Europees Monetair Instituut en de Europese Centrale Bank hebben hun zetel te Frankfurt.j) De Europese Politiedienst (Europol) heeft zijn zetel te Den Haag.</p></div>", "next": 239422}