{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">[Z.T.] heeft - kennelijk vóór 2 november 2004 - teksten van [M.B.] gekregen, waaronder (187)'To catch a wolf', de (199) open brief aan de islamitische oemma en (195)'Millat Ibrahim'. Hij kreeg documenten van [M.B.] meestal via een USB-stick en kwam deze ook wel op internet tegen. [Z.T.] kopieerde ze 'altijd' op zijn computer en stuurde ze dan per e-mail naar [getuige B.], die ze dan meermalen, vanuit diverse internetcafés, op grote schaal verder verspreidde, naar vele andere e-mailadressen en ook via het forum van marokko.nl. [Z.T.] heeft ook aan [M.B.] verteld dat hij verscheidene van diens open brieven aan [getuige B.] had gegeven en dat [getuige B.] deze had verspreid. [M.B.] heeft kort vóór 2 november 2004 een USB-stick en een begeleidende brief in een enveloppe 'nagelaten' aan [R.B.], ter overhandiging aan [Z.T.], na 2 november 2004. In de begeleidende brief aan [Z.T.] wordt de wens geuit dat op de USB-stick vastgelegde bestanden worden verspreid, binnen de rest van de oemma en 'verder aan de wereld'. Tot de op de USB-stick vastgelegde bestanden behoren (187)'To catch a wolf', de (199) open brief aan de islamitische oemma en (205)'Zestien argumenten voor de jihad'.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van betekenis is ook dat het voorlaatst genoemde geschrift als 'open brief' is betiteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verder is - onder meer - nog van belang, in dit verband, dat de verdachte [I.A.] op 6 november 2004 het plan heeft opgevat en met de verdachte [J.W.] besproken om 'To catch a wolf' en 'al die brieven' - waaronder mogelijk mede was begrepen de zojuist genoemde open brief van [M.B.] - te bundelen en te laten afdrukken om ze te verspreiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op het verhandelde ter terechtzitting, in het bijzonder gelet op hetgeen daarbij door de advocaten-generaal en door of namens de verdachten naar voren is gebracht, behoeven andere uitlatingen, al dan niet bij geschrift gedaan, dan de tot nu toe besproken uitlatingen in dit verband geen bespreking.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2.2.4 De misdrijven van 285 Sr: al dan niet schriftelijke bedreiging en bedreiging met een terroristisch misdrijf Blijkens het onderzoek ter terechtzitting en het dossier zijn in deze zaak slechts aan de orde bedreigingen die door uitlatingen in woorden, schriftelijk of mondeling, geschieden. Wat betreft schriftelijke bedreigingen zijn, gelet op het hierboven overwogene, nog alleen de zes hierboven (mede) als bedreigend aangemerkte geschriften aan de orde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op artikel 285 Sr moet worden aangenomen, voor zover thans van belang, dat schriftelijke en mondelinge bedreigende uitlatingen slechts kunnen bijdragen tot het bewijs van het hier aan de orde zijnde oogmerk van de organisatie, indien de volgende aspecten komen vast te staan: dat de bedreigingen voldoende concreet en duidelijk verwoord zijn, dat de bedreigde (groepen) personen daadwerkelijk op de hoogte van de bedreigingen raken, dat de bedreigingen van dien aard zijn en onder zodanige omstandigheden geschieden dat bij de bedreigde (groepen) personen de redelijke vrees kan ontstaan dat datgene waarmee wordt bedreigd, zal worden verwezenlijkt, alsmede dat op dit alles het oogmerk van de organisatie is gericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbij is niet steeds vereist, waar het gaat om een bedreigde groep, dat een en ander voor alle leden van die groep komt vast te staan; in de regel zal het voldoende zijn als het voor een voldoende groot aantal personen die zich tot de bedreigde groep kunnen rekenen, is vast komen te staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mondelinge bedreigingen hebben zich blijkens het onderzoek ter terechtzitting en het dossier onder meer voorgedaan tijdens huiskamerbijeenkomsten en bij andere gelegenheden, echter steeds bij afwezigheid van de bedreigde personen. Niet is vast komen te staan dat de bedreigde persoon of personen daadwerkelijk op de hoogte van die mondelinge bedreigingen zijn geraakt, of dat beoogd was de bedreigde persoon of personen op de hoogte van die bedreigingen te doen geraken. Ook overigens is niet gebleken dat mondelinge bedreigingen door de organisatie waren beoogd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van schriftelijke bedreigingen is uit het onderzoek ter terechtzitting en het dossier slechts gebleken ten aanzien van de zes laatstgenoemde geschriften. Uit voormeld onderzoek en dossier volgt dat de voormelde aspecten ten aanzien van die geschriften in toereikende mate zijn komen vast te staan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebleken is dat de bedreigingen voldoende concreet en duidelijk verwoord zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gebleken is ook dat in die geschriften bedreigde individuele personen daadwerkelijk op de hoogte van de bedreiging zijn geraakt. Dat geldt met name voor Hirsi Ali, Aboutaleb en Wilders, zoals blijkt uit hun verklaring in het vooronderzoek. Wat betreft de in die geschriften bedreigde groepen personen - de bevolking van Nederland, iedereen, de ongelovigen - kan ook in toereikende mate als vaststaand worden aangenomen dat telkens een voldoende groot aantal personen die zich tot de bedreigde groepen konden rekenen, daadwerkelijk op de hoogte van de bedreiging is geraakt. Voor zover niet kan worden geoordeeld dat juist dit op de hoogte raken (van individuele personen en groepen van personen) telkens al door de organisatie was beoogd, is in elk geval in voldoende mate komen vast te staan dat de organisatie beoogde het op de hoogte raken op enig tijdstip, toen of later, te bewerkstelligen. In dit verband is van belang dat het hof heeft vastgesteld dat ook de bedreigende brieven - evenals de opruiende of tot haat of gewelddadig optreden aanzettende brieven - alle door (toedoen van) leden van de organisatie op internet zijn gepubliceerd, op straat uitgedeeld, en/of op grote schaal per e-mail verspreid, alsmede dat ook verspreiding in gebundelde en afgedrukte vorm werd beoogd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorts volgt uit de gebezigde bewijsmiddelen in voldoende mate dat de bedreigingen die door middel van de geschriften reeds zijn geschied of nog waren beoogd, van dien aard waren en onder zodanige omstandigheden geschiedden of zouden geschieden dat bij de bedreigde personen en bij een aantal personen die zich tot de bedreigde groepen konden rekenen, de redelijke vrees kon ontstaan dat de bedreiging zou worden verwezenlijkt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook volgt uit de gebezigde bewijsmiddelen in toereikende mate dat het daarbij niet om individuele acties van leden van de organisatie ging, maar dat op dit alles het oogmerk van de organisatie was gericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof stelt voorts vast dat één van de in de tenlastelegging bedoelde organisaties vanaf 10 augustus 2004 mede tot oogmerk had het plegen van terroristische misdrijven, te weten bedreigingen van de bevolking van Nederland met de volgende terroristische misdrijven: 'een aanslag ondernemen met het oogmerk om de grondwettige regeringsvorm te vernietigen of op onwettige wijze te veranderen, begaan met een terroristisch oogmerk', voorzien in artikel 94 in verbinding met 83 Sr, respectievelijk 'moord, begaan met een terroristisch oogmerk' en/of 'doodslag, gepleegd met een terroristisch oogmerk', voorzien in de artikelen 288a en 289, in verbinding met 83, Sr. Bij die vaststelling komt in het bijzonder ook belang toe aan de geschriften (187)'To catch a wolf' en (186)'Open brief aan het Nederlandse volk'. Deze geschriften behoren tot de zes ten aanzien waarvan hierboven reeds is overwogen dat de voormelde aspecten in toereikende mate zijn komen vast te staan. Uit de gebezigde bewijsmiddelen, en in het bijzonder ook uit de geschriften zelf, volgt ook zonder meer dat de misdrijven waarmee de organisatie het oogmerk had te bedreigen, zouden worden begaan met het oogmerk de fundamentele constitutionele structuren van Nederland te vernietigen of ernstig te ontwrichten, dan wel (een deel van) de bevolking van Nederland ernstige vrees aan te jagen, en aldus met een terroristisch oogmerk als gedefinieerd in artikel 83a Sr.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2.3 Slotsom aangaande oogmerk van de organisatie De slotsom ten aanzien van het oogmerk van de organisatie is dat zowel het oogmerk tot het plegen van misdrijven als - vanaf 10 augustus 2004 - het plegen van terroristische misdrijven aanwezig was, waarbij wordt gezien op de volgende misdrijven:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het in het openbaar, bij geschrift, opruien tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag, als bedoeld in artikel 131 Sr;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het verspreiden en om verspreid te worden in voorraad hebben van een geschrift waarin tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, als bedoeld in artikel 132, eerste lid, Sr;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het in het openbaar, bij geschrift, aanzetten tot haat tegen of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen wegens hun godsdienst of levensovertuiging, als bedoeld in artikel 137d Sr;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bedreigingen met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht en met enig misdrijf tegen het leven gericht, schriftelijk en al dan niet tevens onder een bepaalde voorwaarde, als bedoeld in artikel 285, eerste en tweede lid, Sr; en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bedreigingen met een terroristisch misdrijf, als bedoeld in artikel 285, derde lid, Sr, te weten bedreiging met 'een aanslag ondernemen met het oogmerk om de grondwettige regeringsvorm te vernietigen of op onwettige wijze te veranderen, begaan met een terroristisch oogmerk', alsmede bedreiging met 'moord, begaan met een terroristisch oogmerk' en/of met 'doodslag, gepleegd met een terroristisch oogmerk'.</div>\n<p class=\"lf-p\">Niet bewezen kan worden geacht dat het oogmerk van de organisatie ook op het plegen van andere (terroristische) misdrijven was gericht.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2.4 Standpunten namens de verdachte die nog bespreking behoeven Na het voorgaande kan worden volstaan met de navolgende overweging naar aanleiding van hetgeen namens de verdachte met betrekking tot het oogmerk van de organisatie is betoogd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door de raadsman is aangevoerd dat per uiting dient te worden bezien of deze uiting beschermd wordt door de vrijheden van godsdienst, meningsuiting en 'informatievergaring'. Voor zover daarmee bedoeld is dat een uitvoeriger motivering vereist is dan hierboven op dit punt gegeven, verwerpt het hof dit betoog.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3 DEELNEMING 3.3.1 Inleidend Hiervóór heeft het hof vastgesteld dat er sprake was van een organisatie, dat de verdachte daartoe behoorde en voorts welke (terroristische) misdrijven deze organisatie tot oogmerk had.</p>\n<p class=\"lf-p\">Thans is aan de orde de vraag of de verdachte aan de organisatie heeft deelgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.2 Juridisch kader Volgens bestendige rechtspraak is van deelneming sprake indien een persoon behoort tot de organisatie en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdachte dient in dat verband in zijn algemeenheid te weten dat de organisatie tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven; in zoverre is voorwaardelijk opzet niet voldoende. Niet is vereist dat de verdachte enige vorm van opzet heeft gehad op de door de organisatie beoogde concrete misdrijven, aan enig concreet misdrijf heeft deelgenomen of van enig concreet misdrijf wetenschap heeft gehad.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook is niet nodig dat de verdachte moet hebben samengewerkt of bekend moet zijn geweest met alle personen die deel uitmaken van de organisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Elke bijdrage aan een organisatie kan strafbaar zijn. Een dergelijke bijdrage kan bestaan uit het (mede)plegen van enig misdrijf, maar ook uit het verrichten van hand- en spandiensten en (dus) het verrichten van handelingen die op zichzelf niet strafbaar zijn, zolang van bovenbedoeld aandeel of ondersteuning kan worden gesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de op 10 augustus 2004 in werking getreden wijziging van het Wetboek van Strafrecht is in een nieuw vierde lid van artikel 140 Sr, welk artikellid van overeenkomstige toepassing is verklaard in artikel 140a Sr, bepaald, dat onder deelneming mede wordt begrepen het geven van geldelijke of andere stoffelijke steun aan, alsmede het werven van gelden of personen ten behoeve van de organisatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit artikellid beoogde een verduidelijking te zijn van het begrip deelneming, maar voegde daar overigens niets aan toe en deed daar niets aan af.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.3 In zijn algemeenheid weten Uit het onderzoek ter terechtzitting en het dossier volgt in toereikende mate dat de verdachte in zijn algemeenheid heeft geweten dat de organisatie waartoe hij behoorde tot oogmerk had het plegen van de hiervóór vermelde misdrijven. Het hof leidt dit in het bijzonder af uit het feit dat de verdachte meermalen bijeenkomsten zoals hiervóór omschreven in de woning van [M.B.] heeft bijgewoond, dat door een of meer leden van de groep, in elk geval door [M.B.], opruiende, tot haat of gewelddadig optreden aanzettende en bedreigende teksten zijn opgesteld dan wel vertaald, waaronder teksten inhoudend bedreiging met een terroristisch misdrijf, dat deze teksten zijn verspreid onder meer onder een of meer leden van de groep, dat ook aan de verdachte een aantal van deze opruiende, tot haat of gewelddadig optreden aanzettende en/of bedreigende teksten, waaronder een of meer teksten inhoudend bedreiging met een terroristisch misdrijf, is doorgegeven, en dat de verdachte deze teksten aanwezig heeft gehad en al dan niet ook gehouden.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.4 Deelnemingshandelingen Hetgeen in het vorige hoofdstuk omtrent de misdrijven die als oogmerk van de groep golden is overwogen, neemt niet weg dat, zoals uit de bewijsmiddelen volgt, door een of meer leden van de groep in verband daarvan ook activiteiten werden ontplooid, die, hoewel op zichzelf (destijds) niet strafbaar gesteld, wel aan deze misdrijven verwant waren, in het verlengde daarvan lagen of slechts doordat zij niet in het openbaar plaatsvonden, niet strafbaar zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof denkt daarbij bijvoorbeeld aan oproepen via chatgesprekken om aan de gewapende strijd deel te nemen, het verheerlijken van of oproepen tot de gewelddadige jihad of het martelaarschap, dan wel het ten gehore brengen van audiomateriaal waarop dit gebeurt, het oproepen om ongelovigen te haten, het tonen van beeldmateriaal - kennelijk verband houdend met de gewelddadige jihad -, waarop te zien is dat personen om het leven worden gebracht, dan wel zelfmoordaanslagen plegen, het aan derden vertellen dat bepaalde personen dood moeten, of het opslaan en/of aanwezig hebben van documenten/bestanden met een, op zichzelf genomen, voor een derde bedreigende strekking.</p>\n<p class=\"lf-p\">In zoverre kunnen gedragingen van de verdachte op die gebieden voor de beoordeling van de vraag of hij aan de organisatie heeft deelgenomen van belang zijn. De deelneming kan immers</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>zoals gezegd - bestaan uit, op zichzelf genomen, niet strafbare gedragingen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Indien dan de verdachte behoort tot de organisatie en in zijn algemeenheid weet dat de organisatie het oogmerk heeft het plegen van misdrijven, en terroristische misdrijven, zijn in elk geval de volgende handelingen deelnemingshandelingen omdat deze onder die omstandigheden moeten worden beschouwd als een aandeel in, dan wel ondersteuning van gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie: a. het meermalen bijwonen van voornoemde bijeenkomsten, in samenhang met een of meer van de hierna onder b tot en met i te noemen deelnemingshandelingen; b. het organiseren of faciliteren van voornoemde bijeenkomsten; c. het als spreker of gespreksleider vervullen van een actieve rol op voornoemde bijeenkomsten; d. het ter verspreiding schrijven/opstellen/vertalen of bewerken van opruiende, tot haat of gewelddadig optreden aanzettende of bedreigende geschriften/documenten/bestanden ('bedreigende' al dan niet met een terroristisch misdrijf); e. het verspreiden binnen of buiten de groep van opruiende, tot haat of gewelddadig optreden aanzettende of bedreigende geschriften/documenten/bestanden ('bedreigende' al dan niet met een terroristisch misdrijf) of het daartoe plannen maken; f. het faciliteren van het digitaal verspreiden of anderszins gebruiken van opruiende, tot haat of gewelddadig optreden aanzettende of bedreigende geschriften/documenten/bestanden ('bedreigende' al dan niet met een terroristisch misdrijf), waaronder ook is begrepen het lid maken van een MSN-groep van leden van de groep en het repareren van (hun) computers; g. het in ontvangst nemen en opslaan en/of bewaren van opruiende, tot haat of gewelddadig optreden aanzettende of bedreigende geschriften/documenten/bestanden ('bedreigende' al dan niet met een terroristisch misdrijf), in samenhang met het bijwonen van voornoemde bijeenkomsten; h. het werven voor de gewapende strijd, het verheerlijken van of oproepen tot de gewelddadige jihad of het martelaarschap, dan wel het ten gehore brengen van audiomateriaal waarop dit gebeurt; i. het tonen van beeldmateriaal - kennelijk verband houdend met de gewelddadige jihad -, waarop te zien is dat personen om het leven worden gebracht, dan wel zelfmoordaanslagen plegen.</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3.5 Deelneming toegespitst op de verdachten Uit het onderzoek ter terechtzitting en het dossier volgt in toereikende mate dat de verdachte een of meer van bovenbedoelde deelnemingshandelingen heeft verricht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Hierbij verdient opmerking dat niet is gesteld of gebleken dat het materiaal dat het hof in de bewijsvoering betrekt, aan de verdachte na zijn vrijlating in 2003 is teruggegeven nadat dit eerder in beslag was genomen. Het verweer van de verdediging dat het vertrouwensbeginsel meebrengt dat de inhoud van dit materiaal de verdachte niet kan worden tegengeworpen, behoeft daarom geen bespreking.</p>\n<p class=\"lf-p\">Na het voorgaande behoeft hetgeen overigens door of namens de verdachte met betrekking tot de deelneming van de verdachte is betoogd geen verdere bespreking nu dat aan de voorgaande vaststellingen niet kan afdoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bewezen is dan ook dat de verdachte hetgeen hem is ten laste gelegd heeft gepleegd, een en ander zoals in de bewezenverklaring vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">4 VOORWAARDELIJKE VERZOEKEN De verdediging heeft de hieronder geformuleerde voorwaardelijke verzoeken gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.1 Oproepen getuigen Het (bij dupliek ter terechtzitting van 30 november 2010 gedane) verzoek om in het geval het hof niet tot vrijspraak van de tenlastegelegde feiten zou besluiten, - naar het hof begrijpt - het onderzoek te heropenen en als getuigen te doen oproepen:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1.</span>[getuige B.] 2. [N.A.] 3. [I.A.] 4. [Z.A.] 5. [S.A.] 6. [J.W.] 7. [R.B.] 8. [M. el M.] 9. [M.B.] 10. [Y.E.] 11. [N. el F.] 12. [A.H.] 13. [R. al I.] 14. [Z.T.] 15. [M. el M.].</div>\n<p class=\"lf-p\">Het hof overweegt als volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorwaarde waaronder het verzoek is gedaan is vervuld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Getuige [getuige B.] De verdediging is in dit hoger beroep in de gelegenheid geweest de getuige ter terechtzitting te ondervragen. Niet gemotiveerd is waarom de getuige opnieuw zou moeten worden opgeroepen. De noodzaak tot zijn oproeping is (ook anderszins) niet gebleken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoek tot zijn oproeping wordt daarom afgewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overige getuigen Het hof heeft eerder gedane verzoeken met betrekking tot deze getuigen gemotiveerd afgewezen ter terechtzitting van 2 augustus 2010. Hetgeen thans bij dupliek ter onderbouwing van het verzoek is aangevoerd is in de kern niets anders dan aan het eerder gedane verzoek ten grondslag was gelegd. Het voegt daar niets wezenlijks aan toe. Het hof verwijst naar hetgeen het heeft overwogen naar aanleiding van dat eerder gedane verzoek, zoals vervat in het van de terechtzittingen van 16 juli 2010 en 2 augustus 2010 opgemaakte proces-verbaal. Op grond van die overwegingen oordeelt het hof ook thans dat het onaannemelijk is dat de getuigen [Z.A.] en [R. al I.] binnen een aanvaardbare termijn ter terechtzitting zullen verschijnen en voorts dat horen van de getuigen [R.B.], [M. el M.], [M. el M.], [I.A.], [Y.E.], [N. el F.], [A.H.], [Z.T.], [M.B.], [N.A.], [J.W.] en [S.A.] ter terechtzitting niet noodzakelijk is. Het verzoek ten aanzien van deze getuigen wordt om die reden afgewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.2 Aanvullen dossier Het verzoek in het geval het hof enige verklaring van [A.], [I.], [S.], [B.] en [O.] tot het bewijs zal bezigen, het openbaar ministerie te gelasten het dossier te completeren met alle verklaringen van getuigen die in de Piranha-zaak zijn gehoord, voor zover verklaringen van die getuigen ook in het onderhavige dossier zijn opgenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof overweegt als volgt. Het hof zal de desbetreffende verklaringen niet voor het bewijs bezigen. De voorwaarde is dus niet vervuld en daarom behoeft het verzoek geen verdere bespreking.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.3, 4.4 en 4.5 Prejudiciële vragen; andere misdrijven; AIVD-berichten en CIE-informatie Het verzoek, indien het hof van oordeel is dat zich nieuwe interpretatievragen aandienen betreffende het begrip \"gestructureerd samenwerkingsverband\" en dat bij de beantwoording daarvan het Kaderbesluit kan worden betrokken, een of meer prejudiciële vragen te stellen aan het Europese Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Eenzelfde verzoek voor het geval dat het hof voor de uitleg van de begrippen 'deelneming', 'organisatie' en 'oogmerk' bij een terroristische organisatie zoveel mogelijk aansluiting wenst te zoeken bij de bedoelingen van de internationale wetgever.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoek, indien het hof zou oordelen dat het oogmerk van de organisatie zou zien op het plegen van andere misdrijven dan die strafbaar zijn gesteld in de artikelen 131, 132, 137d en 285 Sr, dit vóór het wijzen van het arrest expliciet kenbaar te maken, de verdediging in de gelegenheid te stellen zich daarover nader uit te laten en een regieziting te plannen teneinde de verdediging in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over eventuele onderzoekswensen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoek, indien het hof voornemens is AIVD-berichten of CIE-informatie voor het bewijs te gebruiken, de bronnen van de informatie te doen horen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof overweegt als volgt. Zoals volgt uit de overwegingen van het hof ten aanzien van de desbetreffende onderwerpen zijn de voorwaarden als verbonden aan de hiervóór onder 4.3, 4.4 en 4.5 weergegeven verzoeken niet vervuld, zodat de verzoeken geen verdere bespreking behoeven.</p>\n<p class=\"lf-p\">4.6 Verstrekken afschrift last Minister Het verzoek, indien het hof overweegt de OVC-gesprekken tot het bewijs te bezigen, te gelasten dat een afschrift van de last van de Minister inhoudende zijn toestemming aan de stukken wordt toegevoegd en in afschrift aan de verdediging wordt verstrekt, zulks ter toetsing van de rechtmatigheid van de onderhavige inbreuk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof overweegt als volgt. Gelet op hetgeen hiervóór ten aanzien van het gebruik van de OVC-gesprekken is overwogen, in het bijzonder dat er geen twijfel over kan bestaan dat de Minister toestemming tot de inzet van het desbetreffende middel heeft gegeven, is de noodzaak van het verzochte niet gebleken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het verzoek wordt daarom afgewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bewezen verklaarde Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: onder 1 hij in de periode van 1 mei 2003 tot en met 9 augustus 2004 in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie die werd gevormd door hem, verdachte, en [N.A.] en [I.A.] en [Z.A.] en [S.A.] en en [R.B.] en [M. el M.] en [M.B.] en [Y.E.] en [N. el F.] en [A.H.] en [R. al I.] en [M. el M.] en [Z.T.] en [J.W.], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, te weten:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het in het openbaar, bij geschrift, tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag opruien, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het verspreiden of het, om verspreid te worden, in voorraad hebben van één of meer geschriften waarin tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het aanzetten tot haat en geweld, zoals bedoeld en omschreven in artikel 137d Sr, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bedreiging met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht of met enig misdrijf tegen het leven gericht, zulks al dan niet schriftelijk en onder (een) bepaalde voorwaarde(n); onder 2 primair hij in de periode van 10 augustus 2004 tot en met 10 november 2004 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie die werd gevormd door hem, verdachte, en [N.A.] en [I.A.] en [Z.A.] en [S.A.] en [R.B.] en [M. el M.] en [M.B.] en [Y.E.] en [N. el F.] en [A.H.] en [R. al I.] en [M. el M.] en [Z.T.] en [J.W.], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven en terroristische misdrijven, te weten:</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het in het openbaar, bij geschrift, tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag opruien, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het verspreiden of het, om verspreid te worden, in voorraad hebben van één of meer geschriften waarin tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag wordt opgeruid, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het aanzetten tot haat en geweld, zoals bedoeld en omschreven in artikel 137d Sr, en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bedreiging met enig misdrijf waardoor de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar wordt gebracht of met enig misdrijf tegen het leven gericht, zulks al dan niet schriftelijk en onder (een) bepaalde voorwaarde(n), en</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bedreigingen met een terroristisch misdrijf.</div>\n<p class=\"lf-p\">Hetgeen onder 1 en 2 primair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het bewezen verklaarde levert op:</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van het onder 1 en 2 primair, eerste alternatief, bewezen verklaarde de voortgezette handeling van het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van het onder 2 primair, tweede alternatief, bewezen verklaarde het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oplegging van straffen De rechtbank Rotterdam, nevenvestigingsplaats Den Haag, heeft de verdachte voor het onder 1, 2A en 2B (zoals de tenlastelegging toen luidde) ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden met aftrek van voorarrest, met beslissingen omtrent het beslag.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegen voormeld vonnis is door de verdachte en het openbaar ministerie hoger beroep ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">De advocaten-generaal hebben gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 23 maanden met aftrek van voorarrest. Zij hebben voorts gevorderd dat alle in beslag genomen en nog niet aan de verdachte teruggegeven voorwerpen worden verbeurd verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van (terroristische) misdrijven, meer in het bijzonder van opruiing, verspreiding ter opruiing, aanzetten tot haat of gewelddadig optreden, alsmede bedreigingen, onder meer met een terroristisch misdrijf. De door de organisatie beoogde misdrijven vormen een ernstig gevaar voor de openbare orde en kunnen leiden tot ontwrichting van de samenleving doordat onrust wordt gestookt en vrees wordt aangejaagd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals het hof eerder heeft overwogen waarborgt het samenstel van fundamentele rechten en vrijheden en de daaraan ter bescherming van de rechten en vrijheden van anderen gestelde beperkingen dat mensen van heel verschillende pluimage in ons land in vrijheid en in vrede met elkaar kunnen leven. Deze waarborg wordt teniet gedaan indien men zich niet houdt aan de gestelde beperkingen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Door zijn deelneming aan bedoelde organisatie, die misdrijven tot oogmerk heeft die juist die beperkingen minachten, heeft de verdachte het fundamentele recht van de mensen in ons land om in vrijheid en vrede met elkaar te kunnen leven aangetast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof acht dit een zeer ernstig vergrijp tegen de samenleving, waarvoor een onvoorwaardelijke gevangenisstraf de enige passende sanctie is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Anders dan de rechtbank en de advocaten-generaal ziet het hof geen aanleiding te differentiëren naar de mate van deelneming, nu het aandeel van de verdachte niet wezenlijk verschilt van dat van de overige deelnemers aan de organisatie, welke haar kracht juist ontleent aan de bundeling van de bijdragen van die deelnemers.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof neemt in aanmerking dat de verdachte blijkens een hem betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie van 21 oktober 2010 niet eerder is veroordeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof acht, alles afwegende, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van de voorwerpen die verbeurd worden verklaard - kort gezegd - gegevensdragers, heeft het hof vastgesteld dat dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke een of meer van de bewezen verklaarde feiten zijn begaan, hetzij met behulp van welke een of meer van die feiten zijn begaan, hetzij die tot het begaan van een of meer van die feiten zijn vervaardigd of bestemd. De overige voorwerpen worden teruggegeven. Van die voorwerpen heeft het hof het voorgaande niet of onvoldoende kunnen vaststellen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 33, 33a, 56, 57, 140 en 140a van het Wetboek van Strafrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beslissing Het hof:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 primair ten laste gelegde heeft begaan zoals hierboven in de rubriek bewezen verklaarde omschreven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 2 primair meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart dat het bewezen verklaarde de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en ook de verdachte daarvoor strafbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (vijftien) maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in deze zaak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart verbeurd de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">1)</span>dertien boeken, BVS.1.1.L 13 Islamitische boeken;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2)</span>75 cassettebandjes, BVS.17.N alle fundamentalistisch, jihad gericht;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3)</span>8 cassettebandjes, uit BVS.17.N nr. 1/2/16/28/35/52/66 en 80;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6)</span>randapparatuur, BVS.1.104 USB-stick;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7)</span>een computer LITEONIT, BVS.L.111 computer met uitzondering van harde schijf;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8)</span>een harddisk, MAXTOR Diamond, uit BVS.1.111 1e harde schijf;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9)</span>een harddisk MAXTOR Fireball ATA 133, uit BVS.1.111 2e harde schijf;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12)</span>twee stuks randappartuur, BVS.VITO 1 en 2 USB Flash disk.</div>\n<p class=\"lf-p\">Gelast de teruggave aan de verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4)</span>een computer, SONY vaio, BVS.1.101 laptop notebook excl voeding muv harde schijf;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">5)</span>een harddisk, TOSHIBA MK6409MAV, uit BVS.1.101 gedemonteerd uit volgnummer 4;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10)</span>een computer, BVS.H.101 computer met uitzondering van harde schijf;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11)</span>een harddisk, Western Digital caviar2160 wm336313584, uit BVS.H.101 gedemonteerd uit volgnummer 10.</div>\n<p class=\"lf-p\">Dit arrest is gewezen door de achtste meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. L.A.J. Dun, mr. J.M.J. Chorus en mr. I.M.H. van Asperen de Boer-Delescen, in tegenwoordigheid van mr. J. Mulder, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 december 2010.</p></div>", "next": 0}