{"html": "<div class=\"lf-doc\"><div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>niet voldaan heeft aan de op haar rustende verplichting ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolgde artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers in dat artikel bedoeld, immers hebbende [naam B.V. 6] , A. de betaling vanuit het project [naam project] ter hoogte van in totaal EUR 15.000,00 op rekeningnummer [rekeningnummer 5] , zonder rechtsgrond en/of tegenprestatie doorgestort naar rekeningnummer [rekeningnummer 6] (D-440);</div>\n<p class=\"lf-p\">B. de betalingen vanuit het project [naam project] ter hoogte van in totaal EUR 49.000,00 op rekeningnummer [rekeningnummer 6] van [naam Holding] laten storten, zonder hiertoe aanwezige rechtsgrond en/of tegenprestatie (D-440); en/of C. EUR 10.000,00 contant in ontvangst genomen van [naam project] ten behoeve van de betaling van de door [naam B.V. 6] . verrichte werkzaamheden en deze EUR 10.000,00 niet verantwoord in een kasboek (D-250); en/of D. zonder rechtsgrond en/of tegenprestatie EUR 36.500,00 aan inkomsten van debiteuren, doorgestort naar rekeningnummer [rekeningnummer 6] (D-442); en/of E. de door [naam Holding] in privé opgenomen EUR 2.000,00 niet teruggevorderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">F. een Ford Transit verkocht zonder de opbrengst hiervan aan de vennootschap ten goede te laten komen, althans zonder in de administratie inzicht te geven in de verwerking van deze opbrengst; en/of G. het restantsaldo op bankrekeningnummer [rekeningnummer 5] van EUR 1.590,08 overgeschreven naar rekeningnummer [rekeningnummer 6] , althans een bedrag van EUR 1.590,08 niet aan de curator overgedragen; en/of H. geen kasboek en/of (volledige) administratie bijgehouden en/of op verzoek van de curator niet de zwarte ordner(s) (D-02-03-001/ D-02-04-002) en/of andere bestaande facturen/kwitanties, bankafschriften, uitgeleverd, tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte, al dan niet tezamen met één of meer andere(n), (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte al dan niet tezamen met één of meer anderen, (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven;</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>als bestuurder van de besloten vennootschap [naam B.V. 6] , welke vennootschap op 21 augustus 2012 in staat van faillissement is verklaard, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 21 augustus 2012 tot en met 18 november 2014, in de gemeente [gemeente 4] en/of [gemeente 5] en/of [gemeente 1] , althans elders in Nederland, wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, hetzij zonder geldige reden opzettelijk weg is gebleven en hetzij heeft geweigerd de vereiste inlichtingen te geven, hetzij opzettelijk verkeerde inlichtingen heeft gegeven, immers is verdachte vier keer, althans meerdere malen, aangeschreven (D-129, D-128, D-127, D-126) door de curator om tot het verstrekken van inlichtingen over te gaan en heeft verdachte verzuimd om naar aanleiding van deze brieven contact met de curator op te nemen;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">10.</span>de besloten vennootschap [naam B.V. 7] , welke vennootschap op 28 oktober 2014 in staat van faillissement is verklaard, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2014 tot en met 18 november 2014, in de gemeente [gemeente 1] , althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of een rechtsperso(o)n(en), althans alleen, eenmaal, althans meerdere malen, ter bedrieglijke verkorting van de rechten van haar schuldeisers, 2. niet voldaan heeft aan de op haar rustende verplichting ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolgde artikel 15i, eerste lid van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en het bewaren en tevoorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers in dat artikel bedoeld, immers is/hebbende [naam B.V. 7] , B. ondanks herhaaldelijk verzoek van de curator, op 30 oktober 2014 en/of 6 november 2014, geen administratie aangeleverd, terwijl tijdens de doorzoeking aan de [adres 1] te [plaats 1] en/of [adres 2] te [gemeente 1] , ordners en/of bescheiden zijn aangetroffen die niet aan de curator zijn overgelegd, tot het plegen van welk(e) bovenomschreven strafbare feit(en) verdachte, al dan niet tezamen met één of meer andere(n), (telkens) opdracht heeft gegeven, dan wel aan welke bovenomschreven verboden gedraging(en) verdachte al dan niet tezamen met één of meer anderen, (telkens) feitelijke leiding heeft gegeven.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>als bestuurder van de besloten vennootschap [naam B.V. 7] , welke vennootschap op 28 oktober 2014 in staat van faillissement is verklaard, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 28 oktober 2014 tot en met 18 november 2014, in de gemeente [gemeente 7] en/of [gemeente 8] en/of [gemeente 1] , althans elders in Nederland, wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, hetzij zonder geldige reden opzettelijk weg is gebleven en hetzij heeft geweigerd de vereiste inlichtingen te geven, hetzij opzettelijk verkeerde inlichtingen heeft gegeven, immers is verdachte twee keer, althans meerdere malen, aangeschreven (D215, D-264) door de curator om tot het verstrekken van inlichtingen over te gaan en heeft verdachte verzuimd om naar aanleiding van deze brieven contact met de curator op te nemen.</div>\n<p class=\"lf-p\">Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strafbaarheid van het bewezenverklaarde Het onder 2, 4, 5, 6, 8 en 10 bewezenverklaarde levert op: telkens: bedrieglijke bankbreuk, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachte feitelijke leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onder 3 bewezenverklaarde levert op: medeplegen van valsheid in geschrift.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onder 7, 9 en 11 bewezenverklaarde levert op: telkens: als bestuurder van een rechtspersoon, wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen zonder geldige reden weigeren de vereiste inlichtingen te geven.</p>\n<p class=\"lf-p\">Strafbaarheid van de verdachte Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oplegging van straf en/of maatregel Standpunt van het openbaar ministerie De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte (voor alle ten laste gelegde feiten) zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 16 maanden met aftrek van voorarrest. Verder heeft advocaat-generaal gevorderd dat verdachte voor de duur van vijf jaren wordt ontzet uit het recht om bestuurder van een rechtspersoon te zijn en dat de uitspraak openbaar wordt gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft het hof in overweging gegeven verdachte een taakstraf op te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Oordeel van het hof Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straffen bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verdachte heeft zich welbewust en stelselmatig laten lenen als katvanger voor faillissementsfraude in verschillende vormen. Hij werd daarbij steeds formeel de bestuurder van bedrijven en heeft in die hoedanigheid telkens nagelaten een deugdelijke administratie te voeren en na de faillissementen heeft hij de oproepen van de curatoren om contact op te nemen genegeerd en geen stukken uitgeleverd. Daarnaast heeft hij belangrijke documenten valselijk opgemaakt dan wel oplaten maken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verdachte kan worden bestempeld als beroepsfraudeur en heeft daarover verklaard dat de financiële verleiding van de BV-handel te groot was om ermee te stoppen. Op die manier heeft hij zich verrijkt ten koste van anderen en zijn schuldeisers met lege handen blijven staan. Verdachte heeft geen verantwoordelijkheid voor zijn eigen handelen getoond, schuift de schuld in de schoenen van anderen en heeft zich respectloos getoond ten aanzien van de zakelijke belangen van anderen. Het hof rekent dit verdachte zwaar aan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de bewezen verklaarde feiten past naar het oordeel van het hof in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uit het uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 18 maart 2024 blijkt dat verdachte in de vijf jaar voorafgaand aan het bewezenverklaarde niet onherroepelijk is veroordeeld voor enig strafbaar feit. Het strafrechtelijk verleden van verdachte is daarom geen aanleiding om een hogere straf op te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voorts zal het hof rekening houden met de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor een verdachte geldt als redelijke termijn per rechterlijke instantie een periode van 24 maanden. Verdachte is in deze zaak voor het eerst verhoord op 1 september 2015. Het vonnis van de rechtbank is uitgesproken op 18 juli 2019, ruim drie jaar en tien maanden later. Dat levert een overschrijding van de redelijke termijn van 22 maanden op.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verdachte is op 31 juli 2019 in hoger beroep gekomen. De uitspraakdatum van dit arrest is 15 mei 2024, ruim 4 jaar en 9 maanden later. De eerste zitting bij het hof was niet binnen 24 maanden gepland en werd aangehouden om een reden die aan het hof te wijten is. De oorzaak van de twee eerdere aanhoudingen heeft bij medeverdachte [medeverdachte 3] gelegen. Het hof zal de overschrijdingen daarom compenseren in de strafoplegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof heeft bij de beoordeling van de strafoplegging rekening gehouden met de inhoud van de e-mailberichten met bijlage d.d. 14 mei 2024 van de raadsvrouw betreffende de gezondheidstoestand van verdachte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Alles afwegende komt het hof tot de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van negen maanden met aftrek van voorarrest. Daarnaast zal het of verdachte ontzetten uit het recht om als bestuurder van een rechtspersoon op te treden en zal het de publicatie van dit arrest door middel van toezending aan de Kamer van Koophandel gelasten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenuitvoerlegging Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij: curator in het faillissement van [naam B.V. 3] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 28.382,57. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof is van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij: curator in het faillissement van [naam B.V. 5] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 51.552,08. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof is van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij: curator in het faillissement van [naam B.V. 7] De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 359.187,58. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof is van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 51, 57, 194, 225 en 341 van het Wetboek van Strafrecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.</p>\n<p class=\"lf-p\">BESLISSING Het hof:</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep, voor zover gericht tegen de beslissing ter zake van het onder 2, onderdeel B, het onder 6, onderdeel A en B (voor zover het gaat om het bedrag van € 18.200,-), en het onder 10, onderdeel A, tenlastegelegde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vernietigt het vonnis waarvan beroep voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en doet in zoverre opnieuw recht:</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 tenlastegelegde heeft begaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart het onder 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10 en 11 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelast dat deze uitspraak openbaar wordt gemaakt door middel van toezending aan de Kamer van Koophandel en schat de kosten daarvan op nihil, te betalen door de verdachte, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door nul dagen hechtenis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ontzet de verdachte van het recht tot uitoefening van het beroep van bestuurder van een rechtspersoon voor de duur van 5 (vijf) jaren.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij: curator in het faillissement van [naam B.V. 3] Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij: curator in het faillissement van [naam B.V. 5] Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vordering van de benadeelde partij: curator in het faillissement van [naam B.V. 7] Verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering tot schadevergoeding en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus gewezen door mr. W.M. Weerkamp, voorzitter, en mr. H.J. Deuring en mr. R.G.J. Welbergen, raadsheren, in tegenwoordigheid van mr. R.W.P. Soons, griffier, en op 15 mei 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van het gerechtshof van 15 mei 2024.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tegenwoordig: mr. R.G.J. Welbergen, voorzitter, mr. A. Hermelink, advocaat-generaal, J.R.M. Roetgerink, griffier.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorzitter doet de zaak uitroepen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdachte is niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig.</p>\n<p class=\"lf-p\">De voorzitter sluit het onderzoek en spreekt het arrest uit.</p>\n<p class=\"lf-p\">Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal, dat door de voorzitter en de griffier is vastgesteld en ondertekend.</p>\n<p class=\"lf-p\">De paginanummers waarnaar wordt verwezen, betreffen het proces-verbaal van de FIOD, Gefisnummer [nummer 6] , ambtsedig opgemaakt en ondertekend te Zwolle op 24 mei 2016 (aantal doorgenummerde pagina’s: 4562), tenzij anders vermeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-017, p. 2092-2101.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-548, p. 4382-4385.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-008, p. 2037-2043.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-448, p. 3988.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-141, p. 2742-2743.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-124, p. 2668-2671.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-531, p. 4302.</p>\n<p class=\"lf-p\">V03-01, p. 1603-1607.</p>\n<p class=\"lf-p\">V04-01, p. 1651-1667 AMB-039, p. 1131-1132.</p>\n<p class=\"lf-p\">AMB-042, p. 1138-1139.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-329, p. 3633.</p>\n<p class=\"lf-p\">G-013, p. 1855-1859.</p>\n<p class=\"lf-p\">V02-03, p. 1554-1568.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-001, p. 1985-1997.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-002, p. 1998-2001.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-146, p. 2761-2762.</p>\n<p class=\"lf-p\">AG-002, p. 521-523.</p>\n<p class=\"lf-p\">G-014, p. 1860-1866.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-137, p. 2707-2732.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-054, p. 2246-2252.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-055, p. 2254-2260.</p>\n<p class=\"lf-p\">AMB-038, p. 1109-1130.</p>\n<p class=\"lf-p\">V02-01, p. 1547-1553.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-113, p. 2484.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-193, p. 3012.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-166, p. 2921-2922.</p>\n<p class=\"lf-p\">AG-003, p. 558-560.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-168, p. 2925-2926.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-168, p. 2925-2926.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-011, p. 2060-2066.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-015, p. 2080-2083.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-353, p. 3768-3773.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-354, p. 3774-3777.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-003, p. 2002-2009.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-004, p. 2010-2014.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-065, p. 2315.</p>\n<p class=\"lf-p\">V10-01, p. 1773-1791.</p>\n<p class=\"lf-p\">V06-01, p. 1680-1697.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal ter terechtzitting van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle , van 17 juni 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">V03-06, p. 1640-1647.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-169, p. 2929-2930.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-066, 2316.</p>\n<p class=\"lf-p\">AG-004, p. 598-600 AMB-021, p. 1029-1038.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-006, p. 2023-2029.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-007, p. 2030-2036.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-602, p. 4522-4526.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal ter terechtzitting van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle , van 17 juni 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal ter terechtzitting van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle , van 17 juni 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">V03-07, p. 1648-1650.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-173, p. 2936-2937.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-277, p. 3378-3398.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-278, p. 3399-3401.</p>\n<p class=\"lf-p\">V07-01, p. 1698-1714.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-026, p. 2158.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-027, p. 2159.</p>\n<p class=\"lf-p\">AG-005, p. 623-627.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal ter terechtzitting van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle , van 17 juni 2019.</p>\n<p class=\"lf-p\">AMB-032, p. 1066-1093.</p>\n<p class=\"lf-p\">AMB-030, p. 1062-1065.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-516, p. 4175-4195.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-012, p. 2067-2072.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-012a, p. 2073-2075.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-174, p. 2938-2939.</p>\n<p class=\"lf-p\">AG-006, p. 639-641.</p>\n<p class=\"lf-p\">V03-03, p. 1618-1624.</p>\n<p class=\"lf-p\">AMB-021, p. 1029-1038.</p>\n<p class=\"lf-p\">6-PV, p. 389-439.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-194, p. 3016-3022.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-260, p. 3316-3317.</p>\n<p class=\"lf-p\">D-294, p. 3474-3490.</p>\n<p class=\"lf-p\">AG-001, p. 498-512.</p>\n<p class=\"lf-p\">7-PV, p. 440-497.</p>\n<p class=\"lf-p\">AMB-028, p. 1060.</p>\n<p class=\"lf-p\">AMB-032, p. 1066-1093.</p>\n<p class=\"lf-p\">AMB-032, p. 1066-1093.</p></div>", "next": 0}