{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">Uit voormelde feiten en omstandigheden blijkt dat de verdachte en zijn toenmalige partner het appartement volledig naar hun smaak en inzicht hebben kunnen uitrusten en inrichten. De kosten hiervan, alsmede de aankoopkosten van het appartement, zijn voor rekening gekomen van [Vennootschap 10], van welk bedrijf medeverdachte [Medeverdachte 1] enig aandeelhouder en directeur was. Op basis van voormelde feiten en omstandigheden is tevens aannemelijk dat de verdachte en zijn toenmalige partner een vrijwel exclusief gebruiksrecht van het appartement hadden. Voor het gebruik van het appartement heeft de verdachte geen huur betaald aan voornoemde vennootschap dan wel aan [Medeverdachte 1]. De verdachte en [Medeverdachte 1] hebben verklaard dat de verdachte de kosten voor gas en licht voor zijn rekening nam en de werkster betaalde.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zoals uit de bewijsmiddelen kan worden opgemaakt, zijn de kosten voor het waterverbruik voor rekening van [Vennootschap 10] gekomen. Een reële vergoeding voor het gebruik van het appartement acht het hof de gestelde betalingen voor gas, licht en de werkster niet. Dat het gebruik van het appartement, vrijwel om niet, voor de verdachte waarde had, spreekt naar het oordeel van het hof voor zich. Daar komt bij dat het appartement volledig naar de wensen van hem en zijn toenmalige partner was uitgerust en ingericht. De omstandigheid dat de verdachte in Antwerpen redelijk anoniem met zijn nieuwe partner kon samenzijn, gaf het appartement voor hem eveneens toegevoegde waarde. De verdachte heeft daaromtrent verklaard dat hij een bekend figuur is in Rotterdam en dat hij zijn nieuwe relatie niet direct zichtbaar en in de krant wilde hebben.</p>\n<p class=\"lf-p\">Aldus heeft de verdachte met het gebruik van het appartement naar het oordeel van het hof een gift aanvaard in de zin van artikel 362 dan wel artikel 363 Sr.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van de geldbedragen De verdachte was toen hij de geldbedragen ontving, te weten op 16 maart 2001, 25 januari 2002 en 13 november 2002, ambtenaar, namelijk hoofd van de gemeentelijke tak van dienst [Vennootschap 1].</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van de vraag of het door [Vennootschap 11] (verder in dit verband ook: [Vennootschap 3]) naar de [bank 7]-rekening van de verdachte overgemaakte bedrag van totaal € 1.212.359,55 (verder te noemen: 1,2 miljoen euro) moet worden aangemerkt als een gift, in de hiervoor bedoelde zin, van medeverdachte [Medeverdachte 1] aan de verdachte, is zowel in eerste aanleg, als in hoger beroep uitvoerig gedebatteerd. In dat debat stond de kwestie centraal of de hiervoor genoemde overboekingen in mei en juni 2004 door de verdachte van (€ 500.000,-- plus € 517.520,-- is totaal:) € 1.017.520,-- naar de rekening van [getuige 16] hun grondslag hadden in een tussen [Vennootschap 3], vertegenwoordigd door [Medeverdachte 1], enerzijds en [getuige 16], dan wel diens onderneming [vennootschap 42], anderzijds gesloten overeenkomst met als datum 15 januari 2002 (D/3153).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Openbaar Ministerie staat – kort samengevat – op het standpunt dat die overeenkomst (in het dossier veelal als ‘consultancy agreement’ aangeduid) geantedateerd is en ook overigens valselijk is opgemaakt. De overeenkomst zou onderdeel zijn van een schijnconstructie en pas achteraf, namelijk omstreeks juni 2004 zijn opgemaakt met de bedoeling om te verhullen dat het naar de Zwitserse bankrekening overgemaakte bedrag van 1,2 miljoen euro in werkelijkheid een gift van [Medeverdachte 1] aan de verdachte was. In het verlengde hiervan heeft het Openbaar Ministerie voorts gemotiveerd gesteld dat van het door de verdachte aan [getuige 16] betaalde bedrag van € 1.017.520,-- via omwegen uiteindelijk alsnog een bedrag van ten minste € 524.000,-- aantoonbaar aan de verdachte ten goede is gekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdediging heeft deze stellingen van het Openbaar Ministerie met tal van argumenten betwist. De kern van die betwisting is dat de in de Egyptische marineleiding goed ingevoerde en invloedrijke Egyptenaar [getuige 16] bij uitstek de geschikte persoon was om te kunnen bewerkstelligen, althans faciliteren, dat [Vennootschap 3] door haar te produceren duikboten van de Zwaardvis-klasse zou kunnen verkopen aan de Egyptische overheid. Met het oog daarop heeft [Vennootschap 3] zich bij de ‘consultancy agreement’ jegens [getuige 16] als vergoeding voor zijn diensten verbonden tot betaling van (onder meer) een ‘non-refundable prepayment’ ter hoogte van € 1.200.000,--. Omdat [Medeverdachte 1] deze [getuige 16], een vriend en zakenrelatie van de verdachte, in 2002 nog niet goed kende, heeft hij met de verdachte afgesproken dat hij het bedrag van 1,2 miljoen euro tijdelijk op meergenoemde Zwitserse bankrekening van de verdachte zou storten, waarna deze, als de tijd daarvoor gekomen zou zijn, het bedrag in opdracht van [Medeverdachte 1] zou doorbetalen aan [getuige 16]. Aldus is geschied in mei/juni 2004.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdachte bestrijdt met klem dat uit dat doorbetaalde bedrag nadien enige betaling door [getuige 16] is gedaan die direct of indirect aan hem, verdachte, ten goede is gekomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De rechtbank heeft in haar vonnis overwogen niet onaannemelijk te achten dat de door [Vennootschap 3] op de bankrekening van de verdachte gestorte bedragen voor [getuige 16] bestemd waren. Op grond daarvan heeft de rechtbank niet overtuigend bewezen geacht dat de verdachte door de ontvangst van die bedragen een gift heeft aangenomen en hem om die reden vrijgesproken van dat deel van de tenlastelegging.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof overweegt hieromtrent als volgt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vast staat dat meergenoemd geldbedrag door [Vennootschap 3] aan de verdachte is overgemaakt. Het is evenwel niet aannemelijk geworden dat het bedrag van 1,2 miljoen euro niet voor de verdachte bestemd was. Een aantal omstandigheden is daarvoor van belang.</p>\n<p class=\"lf-p\">De gang van zaken geschetst door de medeverdachte [Medeverdachte 1] is niet voor de hand liggend. Waarom per se via de verdachte – als havendirecteur daarvoor toch niet de eerst aangewezen persoon - aan [getuige 16] betaald moest worden (terwijl dit ook bijvoorbeeld via een derdenrekening, desnoods in het buitenland, had gekund) is niet aannemelijk geworden; uit de wijze waarop de overschrijvingen naar de verdachte zijn gedaan voor een bedrag van in totaal ruim € 1,2 miljoen – enige de overschrijving vergezellende omschrijving ontbreekt - blijkt niet van een betaling bestemd voor [getuige 16]; de verdachte heeft het bestaan van de Zwitserse [bank 7]-rekening voor anderen geheim gehouden. Wel heeft hij [gemachtigde] gevraagd of die gemachtigde wilde worden voor zijn rekening in Zwitserland en hem op 7 oktober 2003 daadwerkelijk gemachtigd; hij heeft tegen [gemachtigde] gezegd dat niemand van deze rekening afwist, dat het geld op die rekening afkomstig was van door hem in zijn vorige functie ontvangen bonussen, bestemd om na zijn overlijden verdeeld te worden over zijn vriendin, zijn ex-vrouw en zijn familie bij een plotseling overlijden van hemzelf. Over [getuige 16] heeft de verdachte niet gerept. De machtiging en hetgeen de verdachte aan [gemachtigde] heeft verteld sporen niet met de door de verdediging geschetste gang van zaken; ook spoort hiermee niet het opheffen van de rekening (definitief in juli 2004); [getuige 4] – vele jaren de persoonlijk secretaresse en rechterhand van de medeverdachte [Medeverdachte 1] - was niet op de hoogte van de consultancy-overeenkomst; zij heeft de naam [getuige 16] pas in 2004 gehoord; onder meer op grond van bestandsgegevens van een digitale versie van de consultancy-overeenkomst, die is aangetroffen op de onder [getuige 4] in beslag genomen laptop, bestaan er sterke aanwijzingen dat de overeenkomst niet al op 15 januari 2002 doch in de periode van 27 mei 2004 tot 5 juni 2004 is opgemaakt; [Directeur vennootschat 14] (verder: [directeur vennootschap 14]), directeur van [Vennootschap 14] en in die hoedanigheid nauw betrokken bij pogingen om onderzeeërs aan Egypte te leveren, heeft nooit van [getuige 16] gehoord en kende uitsluitend [agent] als agent in Egypte; volgens [directeur vennootschap 14] was [agent] een heel invloedrijk man, die voor contacten op hoog niveau kon zorgen en hij had de indruk dat de verdachte erg gelukkig was met deze agent; de naam [getuige 16] komt in de periode 2002-2004 in de agenda van de medeverdachte [Medeverdachte 1] niet voor;</p>\n<p class=\"lf-p\">in de administratie van [Vennootschap 3] Holding is geen exemplaar van de consultancy-agreement aangetroffen; door de verdachte, medeverdachte [Medeverdachte 1] en [getuige 16] zijn onderling tegenstrijdige verklaringen afgelegd over aspecten van de consultancy-agreement; de medeverdachte [Medeverdachte 1] heeft verklaard dat het terugtrekken van het Amerikaanse bedrijf [vennootschap 43] uit het consortium waarvan ook [Vennootschap 14] deel uitmaakte – in de tweede helft van 2001 – de aanleiding was om met [getuige 16] in zee te gaan. Volgens [getuige 16] was het terugtrekken van [vennootschap 43], welke gebeurtenis hij in 2003 plaatst, de aanleiding om te concluderen dat hij geen succes voor [Vennootschap 3] zou kunnen boeken en om tot beëindiging van de consultancy-agreement te komen; [getuige 16] heeft verklaard dat de medeverdachte [Medeverdachte 1] hem een vergoeding van € 1 miljoen zou betalen; de verdachte en [Medeverdachte 1] hebben verklaard dat er € 1,2 miljoen aan [getuige 16] moest worden betaald; de medeverdachte [Medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij, de verdachte en [getuige 16] samen een afspraak hebben gemaakt dat de vergoedingen voor [getuige 16] via de Zwitserse bankrekening van de verdachte zouden lopen; de verdachte heeft verklaard dat hij niet bij de besprekingen is geweest en dat hij niet weet wat [Medeverdachte 1] en [getuige 16] hebben afgesproken; [getuige 16] heeft niet verklaard over betalingen aan hem via een bankrekening van de verdachte; hij heeft verklaard dat hij in 2003 aan [Medeverdachte 1] heeft kenbaar gemaakt dat hij dacht geen succes te zullen hebben en dat zijn kosten op ongeveer € 1 miljoen zouden uitkomen; hij zou toen op verzoek van [Medeverdachte 1] een factuur aan [Vennootschap 3] Holding hebben verzonden, waarop in 2004 is uitbetaald; de betalingen van de verdachte aan [getuige 16] zijn in elk geval niet binnen de termijnen genoemd in de consultancy-agreement betaald, maar aanzienlijk later; uit de rekeningoverzichten en de geldstromen die via de [bank 7]-rekening van de verdachte zijn gelopen valt op te maken dat hij vrij heeft beschikt over de gelden op die rekening; niet aannemelijk is tenslotte geworden dat de medeverdachte [Medeverdachte 1] € 1,2 miljoen zou hebben betaald aan een derde, die geen enkel succes heeft geboekt voor zijn bedrijf en waarvan ook niet te verwachten viel dat dat in de toekomst nog het geval zou zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Gelet op de hierboven genoemde omstandigheden acht het hof de door de verdediging gegeven uitleg over de betalingen op de rekening van de verdachte niet aannemelijk geworden en moet het ervoor gehouden worden dat de gestelde consultancy-agreement met [getuige 16] in feite niet heeft bestaan. Deze overeenkomst is achteraf verzonnen en vastgelegd in een geantedateerd stuk, toen inmiddels ernstig rekening gehouden moest worden met het aan het licht komen van de financiële verbondenheid van het [Vennootschap 1]/[vennootschap 2] met de [Vennootschap 3]-groep die in de loop van de voorgaande jaren was ontstaan. De rekening is opgeheven en met een valse voorstelling van zaken is getracht alsnog een dekking te creëren voor de betalingen op die rekening die in 2001 en 2002 hadden plaatsgevonden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Of uit het door de verdachte aan [getuige 16] betaalde totaalbedrag nadien enige betaling door [getuige 16] is gedaan die direct of indirect aan de verdachte ten goede is gekomen, is – gelet op hetgeen hierboven is overwogen - niet relevant. Het hof zal het verweer op dat punt onbesproken laten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof verwerpt het verweer. De door de verdachte verrichte stortingen op de Zwitserse bankrekening van [verdachte] moeten worden aangemerkt als giften voor een bedrag van in totaal € 1,2 miljoen.</p>\n<p class=\"lf-p\">In dit oordeel ligt besloten dat er geen noodzaak is voor toewijzing van het verzoek van de raadsman tot voeging bij de processtukken van de correspondentie uit februari 2015 tussen hem en [getuige 17], noch van het subsidiaire verzoek tot het horen van [getuige 17] als getuige. Het hof wijst die verzoeken af.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van het al dan niet beoogd zijn van een tegenprestatie Vervolgens is de vraag aan de orde of de verdachte wist of redelijkerwijs kon vermoedden dat de giften hem werden gedaan met het oog op een tegenprestatie.</p>\n<p class=\"lf-p\">Van belang in dit verband is dat er vanaf 1995 reeds zakelijke contacten tussen de verdachte, als hoofd van de gemeentelijke tak van dienst [Vennootschap 1], en (het [Vennootschap 3]-concern van) medeverdachte [Medeverdachte 1] bestonden. Die contacten hebben zich tussen 1995 en 2000 verder ontwikkeld. [Medeverdachte 1] heeft verklaard dat het [vennootschap 2], hoofdzakelijk in de persoon van de verdachte, bij de in die periode gerealiseerde projecten instrumenteel is geweest. In 1999 heeft de verdachte voorts een regisserende rol gespeeld bij de totstandkoming van een lening van het [Vennootschap 1] aan [vennootschap 24]van [Medeverdachte 1], in het kader van de ontwikkeling van de Tweede Maasvlakte. Het hof acht op grond hiervan aannemelijk geworden dat de verdachte vanwege zijn functie en invloed in de Rotterdamse haven voor [Medeverdachte 1] zeer belangrijk was. Voor de verdachte was [Medeverdachte 1] een voorzienbaar speler in de haven van Rotterdam. Aannemelijk was dat de verdachte en [Medeverdachte 1] in de toekomst op zakelijk gebied nog meer met elkaar te maken zouden krijgen, gelet ook op de nauwe samenwerking met de gemeente, waarover [Medeverdachte 1] heeft verklaard.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verklaring van de medeverdachte [Medeverdachte 1], inhoudende dat de verdachte per se de kosten voor gas en licht van het appartement en de werkster wilde betalen, “omdat hij alle schijn van belangenverstrengeling wilde tegengaan”, duidt erop dat de verdachte zich realiseerde dat zijn integriteit als hoofd van de gemeentelijke tak van dienst [Vennootschap 1] bij het gebruik van het appartement in het geding kon komen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent dat de verdachte vermoedde dat de gift bestaande uit het gebruik van het appartement hem werd gedaan teneinde hem te bewegen in zijn bediening iets te doen of na te laten en in ieder geval zo door de buitenwereld gezien zou kunnen worden. Al zag hij het mogelijk zelf als een vriendendienst, hij vermoedde dat dit objectief bezien wel eens anders kon liggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ook ten aanzien van het bedrag van 1,2 miljoen euro oordeelt het hof dat de verdachte wist of minst genomen vermoedde dat hem in privé de vrije beschikking over dat bedrag werd gelaten om hem te bewegen in zijn bediening iets te doen of na te laten. Reeds de omvang van het banksaldo en de geruime tijd waarin dit voor hem ter beschikking stond is daarvoor redengevend. Tevens is hierbij van betekenis dat het bedrag is gestort op zijn Zwitserse nummerrekening, ten aanzien waarvan de verdachte zich actief heeft ingespannen om zijn betrokkenheid bij die rekening niet prijs te geven, nadat de FIOD op het spoor was gekomen van de stortingen door [Vennootschap 3] op de rekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ten aanzien van het causaal verband De verdediging heeft zich (meer subsidiair) op het standpunt gesteld dat het [Vennootschap 3]-concern als gevolg van zijn ambitie om onderzeeboten aan Taiwan te leveren, de potentie had om de Rotterdamse haven grote schade toe te brengen. [vennootschap 1] zou die schade hebben voorkomen door, als compensatie voor het afzien door [Vennootschap 3] van levering van onderzeeboten aan Taiwan, een reeks aan garantieverplichtingen ten behoeve van [Vennootschap 3] op zich te nemen. Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de verdachte verklaard dat hij ervan overtuigd was en is dat in de ten laste gelegde periode een reële dreiging van China met een boycot jegens Nederland bestond, indien [Medeverdachte 1] zijn plannen voor levering van onderzeeboten aan Taiwan doorzette.</p>\n<p class=\"lf-p\">Niet is echter gebleken dat de verdachte indertijd zelf enig onderzoek heeft verricht naar het realiteitsgehalte van een boycot. Met name heeft hij niet onderzocht wat het realiteitsgehalte was van de plannen van [Medeverdachte 1]. Ook nadat de verdachte, volgens zijn eigen verklaring bij de FIOD eind november/begin december 2004 (het hof begrijpt: 2002), ermee bekend was geworden dat [Medeverdachte 1] van de centrale overheid geen compensatie zou verkrijgen, is niet gebleken dat hij heeft onderzocht waarom de overheid daarvan afzag. Klaarblijkelijk heeft hij die afwijzende beslissing van de centrale overheid eenvoudig naast zich neergelegd. Bovendien heeft de verdachte feitelijk een blanco cheque afgegeven, namelijk na te noemen raamovereenkomst voor een bedrag van minimaal 100 miljoen euro. Dit duidt erop dat de verdachte ten opzichte van de medeverdachte [Medeverdachte 1] en het [Vennootschap 3]-concern, een opmerkelijk onkritische houding heeft ingenomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Deze onkritische houding van de verdachte valt zonder het element van omkoping niet te begrijpen. De giften moeten de verdachte zodanig hebben beïnvloed, dat hij gaandeweg steeds gemakkelijker beslissingen nam ten voordele van [Medeverdachte 1] en het [Vennootschap 3]-concern. De nodige prudentie – waarvan bij gebreke van aanwijzingen voor het tegendeel aannemelijk is dat hij die jegens andere partijen betrachtte – was in de besluitvorming ten aanzien van [Medeverdachte 1] en het [Vennootschap 3]-concern ver te zoeken. Hierin is het causaal verband gelegen tussen de giften enerzijds en het aangaan van na te noemen raamovereenkomsten op 28 december 2002 en de afgifte van de volgende garanties anderzijds. Omkoping kan immers een langdurig proces zijn van beïnvloeding en gewenning, waarbij het omslagpunt in het denken van de omgekochte niet precies is aan te wijzen, maar wel op enig moment – mogelijk jaren later - in gedragingen tot uiting kan komen. Voor een bewezenverklaring van omkoping is niet vereist dat de tegenprestatie (direct) op de gift is gevolgd.</p>\n<p class=\"lf-p\">In de periode van 20 september 2002 tot en met 9 juni 2004 heeft de verdachte namens het [Vennootschap 1], dan wel - vanaf 1 januari 2004 - het [Vennootschap 2], en daarmee als ambtenaar, schriftelijke garanties afgegeven ten behoeve van de volgende leen- dan wel koopovereenkomsten, aangegaan door bedrijven behorende tot of gelieerd aan het [Vennootschap 3]-concern:  de garantie d.d. 20 september 2002 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [vennootschap 12] ten bedrage van € 3.500.000,-;  de garantie d.d. 18 oktober 2002 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [bank 3] ten bedrage van € 10.000.000,-;  de garantie d.d. 3 maart 2003 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Bank 4] ten bedrage van € 23.040.657,-;  de garantie uit mei 2003 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Bank 4] ten bedrage van € 23.012.510,-;  de garantie d.d. 13 juni 2003 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Bank 5] ten bedrage van € 12.500.000,-;  de garantie d.d. 13 juni 2003 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Bank 5] ten bedrage van € 12.500.000,-;  de garantie d.d. 12 september 2003 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Bank 2] ten bedrage van € 36.000.000,;  de garantie d.d. 5 november 2003 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Bank 1] ten bedrage van € 25.000.000,-;  de garantie d.d. 24 december 2003 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Bank 2] ten bedrage van € 16.000.000,-;  de garantie d.d. 2 maart 2004 afgegeven door het [vennootschap 2] aan [Bank 1] ten bedrage van € 7.200.000,-;  de garantie d.d. 2 maart 2004 afgegeven door het [vennootschap 2] aan [Bank 1] ten bedrage van € 6.400.000,-;  de garantie d.d. 29 april 2004 afgegeven door het [vennootschap 2] aan de curatoren in het faillissement van [Vennootschap 15], onder wie [curator 2], ten bedrage van € 4.893.440,-;  de garantie d.d. 29 april 2004 afgegeven door het [vennootschap 2] aan de curatoren in het faillissement van [Vennootschap 14], onder wie [curator 2], ten bedrage van € 621.830,-;  de garantie d.d. 10 mei 2004 afgegeven door het [Vennootschap 2] aan [persoon 1] ten bedrage van € 2.500.000,-;  de garantie d.d. 10 mei 2004 afgegeven door het [Vennootschap 2] aan [vennootschap 30] ten bedrage van € 2.500.000,-;  de garantie d.d. 10 mei 2004 afgegeven door het [Vennootschap 2] aan [vennootschap 31] ten bedrage van € 2.500.000,-;  de garantie d.d. 4 juni 2004 afgegeven door het [Vennootschap 2] aan [Bank 1] ten bedrage van € 25.000.000,-;  de garantie d.d. 4 juni 2004 afgegeven door het [Vennootschap 2] aan [Bank 2] ten bedrage van € 19.000.000,-;</p>\n<p class=\"lf-p\"> de garantie d.d. 9 juni 2004 afgegeven door het [Vennootschap] 2] aan de curatoren in het faillissement van [vennootschap] 15], onder wie [curator 2], ten bedrage van € 4.893.440,-.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdachte en de medeverdachte [Medeverdachte 1] hebben voorts twee zogeheten raamovereenkomsten opgemaakt en ondertekend. De verdachte treedt daarbij op namens [vennootschap] 1] en de medeverdachte [Medeverdachte 1] namens [Vennootschap 11]. Bij deze overeenkomsten verbindt het [Vennootschap 1] zich om, ter compensatie van het in de overeenkomsten nader omschreven nadeel dat [Vennootschap 3] lijdt, zich jegens schuldeisers van (groepsmaatschappijen van) [Vennootschap 3] garant te stellen voor verplichtingen uit hoofde van geldleningen, tot een bedrag van maximaal 20 miljoen euro, respectievelijk minimaal 100 miljoen euro. Beide overeenkomsten zijn gedateerd op 28 december 2002.</p>\n<p class=\"lf-p\">De bereidheid van de verdachte om de medeverdachte [Medeverdachte 1] en het [Vennootschap 3]-concern ter wille te zijn als hiervoor omschreven, kan niet anders worden gekwalificeerd dan als het bieden van een voorkeursbehandeling. Aldus heeft de verdachte naar het oordeel van het hof in strijd met zijn plicht als ambtenaar gehandeld, welke plicht onder meer inhoudt dat de ambtenaar integer handelt, neutraal te werk gaat en aan anderen geen persoonlijke voorkeurspositie toekent. Zodoende heeft de verdachte tevens gehandeld in strijd met artikel 50 van het Algemeen Rijksambtenarenreglement.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdachte heeft erkend dat hij de [gemeente] en het [vennootschap 2] niet, althans niet volledig, heeft geïnformeerd over de afgifte van de garanties. Pas op 26 augustus 2004 tijdens een vergadering met de Raad van Commissarissen van het [vennootschap 2] heeft hij open kaart gespeeld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Conclusie Op grond van het vorenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte giften heeft aangenomen, redelijkerwijs vermoedende dat deze hem werden gedaan teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen. Daarmee heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het misdrijf van artikel 363, eerste lid, Sr.</p>\n<p class=\"lf-p\">9Bewezenverklaring Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 3, 4 en 6 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">3.</span>hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks a)(D/1410) 27 februari 2004 en/of b)(D/1414) 2 maart 2004 en/of c)(D/1427) 4 juni 2004, althans in of omstreeks de periode van 1 februari 2004 tot en met 30 juni 2004 te Amsterdam en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) een of meerdere certifica(a)t(en) en/of verklaring(en) (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of heeft doen en/of laten opmaken en/of vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid – a)(D/1410) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 27 februari 2004, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven -)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig had van de raad van commissarissen van het [Vennootschap 2] voor het aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(s) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat): \"5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of the supervisory board of the Guarantor.\" en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat):</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantees. en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van de inhoud van dat geschrift) en/of b)(D/1414) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 2 maart 2004, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven -)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig had van de raad van commissarissen van het [Vennootschap 2] voor het aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(s) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat): \"5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of the supervisory board of the Guarantor.\" en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat):</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantees. en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van de inhoud van dat geschrift) en/of c)(D/1427) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 4 juni 2004, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven -)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig had van de raad van commissarissen van het [Vennootschap 2] voor het aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(s) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat): \"5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of the supervisory board of the Guarantor. However, the members of de supervisory board of the Guarantor are aware of, and have not voiced any objection against, the Guarantor entering into the Guarantee.\" en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat):</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantees. en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van de inhoud van dat geschrift) zulks telkens met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken en/of hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks a)(D/1410) 27 februari 2004 en/of b)(D/1414) 2 maart 2004 en/of c)(D/1427) 4 juni 2004, althans in of omstreeks de periode van 1 februari 2004 tot en met 30 juni 2004, althans in 2003 en/of 2004 te Amsterdam en/of Rotterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt (van) en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft afgeleverd een of meerdere valse en/of vervalste certifica(a)t(en) en/of verklaring(en) (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware(n) dat/die geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruik maken hierin dat dat/die certifica(a)t(en) en/of verklaring(en) is/zijn overgelegd bij en/of verstuurd aan a)[advocatenkantoor 1] en/of [Bank 1] en/of [Vennootschap 5] en/of b)[advocatenkantoor 1] en/of [Bank 1] en/of [Vennootschap 6] en/of c)[advocatenkantoor 1] en/of [Bank 1] en/of [Vennootschap 4] en/of [Vennootschap 7] en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat - (telkens) in strijd met de waarheid</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>a)(D/1410) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 27 februari 2004, stond vermeld en/of was opgenomen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig had van de raad van commissarissen voor het aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(s) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat): \"5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of the supervisory board of the Guarantor.\" en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat):</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantees. en/of b)(D/1414) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 2 maart 2004, stond vermeld en/of was opgenomen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig had van de raad van commissarissen van het [Vennootschap 2] voor het aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(s) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat): \"5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of the supervisory board of the Guarantor.\" en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat):</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantees. en/of c)(D/1427) in een certificaat en/of verklaring, gedateerd 4 juni 2004, stond vermeld en/of was opgenomen</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat hij (verdachte) geen (voorafgaande) toestemming en/of goedkeuring nodig had van de raad van commissarissen van het [Vennootschap 2] voor het aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(s) en/of aangaan van en/of afgeven van (een) garantie(s) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de volgende passage (onder punt 5 van het certificaat): \"5. Execution and delivery of the Guarantees does not require the approval of the supervisory board of the Guarantor. However, the members of de supervisory board of the Guarantor are aware of, and have not voiced any objections against the Guarantor entering into the Guarantee. en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de volgende passage (onder punt 6 van het certificaat):</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>the undersigned does not have any direct or indirect interest in providing the Guarantees, the transactions contemplated thereby or the activities and transactions which the Guarantees serve to enable, except only for such interests as may result from his employment by the Guarantor in relation to the benefits the Guarantor may derive from providing the Guarantees.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">4.</span>hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks a)(D/27 en/of D/45) 26 en/of 27 februari 2003 en/of b)(D/28 en/of D/46) 25 februari 2004 en/of c)(D/29) 28 februari 2003 en/of d)(D/30) 27 februari 2004, althans in of omstreeks de periode van 26 februari 2003 tot en met 27 februari 2004, althans in 2003 en/of 2004 te Rotterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) (een) bevestigingsbrie(f)/(ven) (en/of zogeheten \"letter(s) of representation\") en/of (een) jaarrekening(en) en/of (een) jaarverslag(en) (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of vervalst en/of heeft doen en/of laten opmaken en/of vervalsen, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk - immers opzettelijk in strijd met de waarheid – a)(D/27 en/of D/45) in een bevestigingsbrief en/of letter of representation, gedateerd 27 februari 2003, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven -)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat bij het opmaken van de jaarrekening 2002 (van het [Vennootschap 1]) rekening is gehouden met alle bekende feiten en omstandigheden die van belang zijn voor het inzicht dat een jaarrekening beoogt te geven en/of (inhoudende)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat alle activa, alsmede alle rechten die voor activering in aanmerking komen, met juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting, zijn opgenomen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat alle bekende voorwaardelijke en onvoorwaardelijke verplichtingen, ten behoeve van derden gegeven zekerheden en aangegane verbintenissen om activa niet te bezwaren, met de juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting daarbij zijn opgenomen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat alle bekende risico's (waaronder claims) voortvloeiend uit de bedrijfsvoering in de balans voldoende voorzieningen zijn getroffen of in de risicoparagraaf zijn vermeld en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat eventuele gebeurtenissen na balansdatum, welke van invloed zijn op de waardering van activa en passiva toereikend zijn genomen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van de inhoud van dat geschrift en/of b)(D/28 en/of D/46) in een bevestigingsbrief en/of letter of representation, gedateerd 25 februari 2004, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven -)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat bij het opmaken van de jaarrekening 2003 (van het [Vennootschap 1]) rekening is gehouden met alle bekende feiten en omstandigheden die van belang zijn voor het inzicht dat een jaarrekening beoogt te geven en/of (inhoudende)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat alle activa, alsmede alle rechten die voor activering in aanmerking komen, met juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting, zijn opgenomen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat alle bekende voorwaardelijke en onvoorwaardelijke verplichtingen, ten behoeve van derden gegeven zekerheden en aangegane verbintenissen om activa niet te bezwaren, met de juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting daarbij zijn opgenomen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat alle bekende risico's (waaronder claims) voortvloeiend uit de bedrijfsvoering in de balans voldoende voorzieningen zijn getroffen of in de risicoparagraaf zijn vermeld en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat eventuele gebeurtenissen na balansdatum, welke van invloed zijn op de waardering van activa en passiva toereikend zijn genomen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden, en/of c)(D/29) in een jaarrekening en/of jaarverslag, gedateerd 28 februari 2003, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven -)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat de jaarrekening (over het jaar 2002) een getrouw beeld geeft van de financiële positie op 31 december 2002 en van de baten en lasten over 2002 in overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de jaarrekening zoals deze zijn opgenomen in het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van de inhoud van dat geschrift en/of d)(D/30) in een jaarrekening en/of jaarverslag, gedateerd 27 februari 2004, opgenomen/ingevuld en/of doen en/of laten invullen/opnemen (- zakelijk weergegeven -)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat de jaarrekening (over het jaar 2003) een getrouw beeld geeft van de financiële positie op 31 december 2003 en van de baten en lasten over 2003 in overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de jaarrekening zoals deze zijn opgenomen in het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden en/of dat geschrift voorzien van een handtekening (zulks ter bevestiging van de inhoud van dat geschrift) zulks telkens met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; zulks al dan niet terwijl hij bij het begaan van het/de genoemde feit(en), voor zover begaan vóór 1 januari 2004, gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid en/of middel hem door zijn ambt geschonken, immers handelde verdachte in zijn hoedanigheid van directeur van het [Vennootschap 1]; en/of hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks a)(D/27 en/of D/45) 26 en/of 27 februari 2003 en/of 3 maart 2003 en/of b)(D/28 en/of D/46) 25 februari 2004 en/of 1 maart 2004 en/of c)(D/29) 28 februari 2003 en/of d)(D/30) 27 februari 2004 althans in of omstreeks de periode van 26 februari 2003 tot en met 1 maart 2004, althans in 2003 en/of 2004 te Rotterdam en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt (van) en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft afgeleverd een of meer valse en/of vervalste bevestigingsbrie(f)/(ven) (en/of zogeheten \"letter(s) of representation\") en/of (een) jaarrekening(en) en/of (een) jaarverslag(en) (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware(n) dat/die geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, bestaande dat gebruik maken hierin dat die bevestigingsbrie(f)/(ven) (en/of zogeheten \"letter(s) of representation\") en/of (een) jaarrekening(en) en/of (een) jaarverslag(en) is/zijn overgelegd bij en/of verstuurd aan a)de accountantsdienst Rotterdam (ADR) en/of de heer [getuige 9] en/of de heer [getuige 10] en/of b)de accountantsdienst Rotterdam (ADR) en/of de heer [getuige 9] en/of de heer [getuige 19] en/of c)de gemeenteraad en/of het college van Burgemeester en Wethouders van de [gemeente] en/of d)de gemeenteraad en/of het college van Burgemeester en Wethouders van de [gemeente] en bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat - (telkens) in strijd met de waarheid</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>a)(D/27 en/of D/45) in een bevestigingsbrief en/of letter of representation, gedateerd 27 februari 2003, stond vermeld en/of was opgenomen (- zakelijk weergegeven -)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat bij het opmaken van de jaarrekening 2002 (van het [Vennootschap 1]) rekening is gehouden met alle bekende feiten en omstandigheden die van belang zijn voor het inzicht dat een jaarrekening beoogt te geven en/of (inhoudende)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat alle activa, alsmede alle rechten die voor activering in aanmerking komen, met juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting, zijn opgenomen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat alle bekende voorwaardelijke en onvoorwaardelijke verplichtingen, ten behoeve van derden gegeven zekerheden en aangegane verbintenissen om activa niet te bezwaren, met de juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting daarbij zijn opgenomen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat alle bekende risico's (waaronder claims) voortvloeiend uit de bedrijfsvoering in de balans voldoende voorzieningen zijn getroffen of in de risicoparagraaf zijn vermeld en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat eventuele gebeurtenissen na balansdatum, welke van invloed zijn op de waardering van activa en passiva toereikend zijn genomen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden en/of b)(D/28 en/of D/46) in een bevestigingsbrief en/of letter of representation, gedateerd 25 februari 2004, stond vermeld en/of was opgenomen (- zakelijk weergegeven -)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat bij het opmaken van de jaarrekening 2002 (van het [Vennootschap 1]) rekening is gehouden met alle bekende feiten en omstandigheden die van belang zijn voor het inzicht dat een jaarrekening beoogt te geven en/of (inhoudende)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat alle activa, alsmede alle rechten die voor activering in aanmerking komen, met juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting, zijn opgenomen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat alle bekende voorwaardelijke en onvoorwaardelijke verplichtingen, ten behoeve van derden gegeven zekerheden en aangegane verbintenissen om activa niet te bezwaren, met de juiste omschrijving in de balans, respectievelijk de toelichting daarbij zijn opgenomen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat alle bekende risico's (waaronder claims) voortvloeiend uit de bedrijfsvoering in de balans voldoende voorzieningen zijn getroffen of in de risicoparagraaf zijn vermeld en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat eventuele gebeurtenissen na balansdatum, welke van invloed zijn op de waardering van activa en passiva toereikend zijn genomen en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden en/of c)(D/29) in een jaarrekening en/of jaarverslag, gedateerd 28 februari 2003, stond vermeld en/of was opgenomen (- zakelijk weergegeven -)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat de jaarrekening (over het jaar 2002) een getrouw beeld geeft van de financiële positie op 31 december 2002 en van de baten en lasten over 2002 in overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de jaarrekening zoals deze zijn opgenomen in het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden en/of d)(D/30) in een jaarrekening en/of jaarverslag, gedateerd 27 februari 2004, stond vermeld en/of was opgenomen (- zakelijk weergegeven -)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>dat de jaarrekening (over het jaar 2003) een getrouw beeld geeft van de financiële positie op 31 december 2003 en van de baten en lasten over 2003 in overeenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de jaarrekening zoals deze zijn opgenomen in het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">–</span>dat alle bekende werkelijke of mogelijke overtredingen van wet- en/of regelgeving aan de accountant (ADR) zijn verstrekt, waarmee bij de opstelling van de jaarrekening rekening moet worden gehouden; zulks al dan niet terwijl hij bij het begaan van het/de genoemde feit(en), voor zover begaan vóór 1 januari 2004, gebruik heeft gemaakt van macht, gelegenheid en/of middel hem door zijn ambt geschonken, immers handelde verdachte in zijn hoedanigheid van directeur van het [Vennootschap 1];</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">6.</span>hij, in of omstreeks de periode van 01 februari 2001 tot en met 30 augustus 2004, te Rotterdam, althans in Nederland, en/of te Antwerpen althans in België, en/of te Zürich althans in Zwitserland, en/of te Curaçao, althans te Nederlandse Antillen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als (voormalig) ambtenaar van de [gemeente] en/of als werknemer en directeur in dienst van [vennootschap 2] één of meer gift(en) en/of belofte(n), en/of dienst(en) heeft aangenomen van [Medeverdachte 1] en/of de vennootschap [vennootschap 10] en/of de vennootschap [Vennootschap 11] , en/of andere vennootschappen van het [concern], welke gift(en) en/of belofte(n), en/of dienst(en) heeft/hebben bestaan in (onder meer),</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het gebruik van een aan die [Medeverdachte 1] en/of die vennootschap [vennootschap 10] toebehorend appartement, en de daar aanwezige inrichting en inventaris, [appartement], zulks om niet, althans tegen een (aanmerkelijk) lagere vergoeding dan in overeenstemming was met de waarde en/of staat van dat appartement, in elk geval een niet zakelijke vergoeding, en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een geldbedrag van 45.359,55 euro aan hem, verdachte, op of omstreeks 16 maart 2001 betaald door of namens die vennootschap [Vennootschap 11], en/of door of namens [Medeverdachte 1], en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een geldbedrag van 667.000,- euro aan hem, verdachte, op of omstreeks 25 januari 2002 betaald door of namens die vennootschap [Vennootschap 11], en/of door of namens [Medeverdachte 1], en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>een geldbedrag van 500.000,- euro aan hem, verdachte, op of omstreeks 13 november 2002 betaald door of namens die vennootschap [Vennootschap 11], en/of door of namens [Medeverdachte 1], en/of wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze gift(en) en/of belofte(n), en/of dienst(en), hem, verdachte, gedaan en/of verleend en/of aangeboden werd(en) ten einde hem te bewegen om in zijn functie van diensthoofd van het [Vennootschap 1] en/of als directeur van het [vennootschap 2], al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten, en/of wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze gift(en) en/of belofte(n), en/of dienst(en), hem, verdachte, gedaan en/of verleend en/of aangeboden werd(en) ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem in zijn functie van diensthoofd van het [Vennootschap 1] en/of als directeur van het [vennootschap 2], al dan niet in strijd met zijn plicht, in zijn bediening was gedaan of nagelaten, te weten (onder meer)</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het (al dan niet valselijk en/of onbevoegd) opmaken van een overeenkomst, gedateerd op 28 december 2002, waarbij het [Vennootschap 1] zich ten opzichte van schuldeisers van groepsmaatschappijen van [Vennootschap 11] garant stelde voor verplichtingen uit hoofde van geldleningen tot een minimum bedrag van 100.000.000,- euro (D3) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>het (al dan niet valselijk en/of onbevoegd) opmaken van een overeenkomst, gedateerd op 28 december 2002, waarbij het [Vennootschap 1] zich ten opzichte van schuldeisers van groepsmaatschappijen van [Vennootschap 11] garant stelde voor verplichtingen uit hoofde van geldleningen tot een maximum bedrag van 20.000.000,- euro (D 1234) en/of -het (onbevoegd) (doen of laten) opmaken en/of afgeven van één of meer garanties, te weten (onder meer) -de garantie d.d. 20 september 2002 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [vennootschap 12] ten bedrage van 3.500.000,- euro (D-1604), en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de garantie d.d. 18 oktober 2002 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [bank 3] NV ten bedrage van 10.000.000,- euro (D-1313), en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de garantie d.d. 3 maart 2003 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Bank 4] ten bedrage van 23.040.657,- euro (D-1204), en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de garantie mei 2003 aan [Bank 4] door het [Vennootschap 1] ten bedrage van 23.012.500,- euro (D-1205), en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de garantie d.d. 13 juni 2003 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Bank 5] ten bedrage van 12.500.000,- euro (D-1101), en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de garantie d.d.13 juni 2003 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Bank 5] ten bedrage van 12.500.000,- euro (D-1106), en/of -de garantie d.d. 12 september 2003 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Bank 2] ten bedrage van 36.000.000,- euro (D-1701), en/of -de garantie d.d. 5 november 2003 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Bank 1] ten bedrage van 25.000.000,- euro (D-1403), en/of -de garantie d.d. 24 december 2003 afgegeven door het [Vennootschap 1] aan [Bank 2] ten bedrage van 16.000.000,- euro (D 1716);</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de garantie d.d. 2 maart 2004 afgegeven door het [vennootschap 2] aan [Bank 1]ten bedrage van 7.200.000,- euro ( D -1409) en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de garantie d.d. 2 maart 2004 afgegeven door het [vennootschap 2] aan [Bank 1] ten bedrage van 6.400.000,- euro (D-1413), en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de garantie d.d. 29 april 2004 afgegeven door het [vennootschap 2] aan [curator 2] ten bedrage van 4.893.440,- euro (D-1750), en/of</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>de garantie d.d. 29 april 2004 afgegeven door het [vennootschap 2] aan [curator 2] ten bedrage van 621.830,- euro, en/of -de garantie d.d. 10 mei 2004 afgegeven door het [vennootschap 2] aan [persoon 1] ten bedrage van 2.500.000,- euro (D-1850), en/of -de garantie d.d.10 mei 2004 afgegeven door het [vennootschap 2] aan [vennootschap 30] ten bedrage van 2.500.000,- euro (D-1900), en/of -de garantie d.d. 10 mei 2004 afgegeven door het [vennootschap 2] aan [vennootschap 31] ten bedrage van 2.500.000,- euro (D-1801), en/of -de garantie d.d. 4 juni 2004 afgegeven door het [vennootschap 2] aan [bank 1] ten bedrage van 25.000.000,- euro (D-1426), en/of -de garantie d.d. 4 juni 2004 afgegeven door het [vennootschap 2] aan [Bank 2] ten bedrage van 19.000.000,- euro (D-3002), en/of -de garantie d.d. 9 juni 2004 afgegeven door het [vennootschap 2] aan [curator 2] ten bedrage van 4.893.440,- euro ( D 1751), en/of het (telkens) niet, althans niet volledig en naar behoren informeren van het College van Burgemeester en Wethouders van de [gemeente] en/of van de (externe en/of interne) accountant en/of de administratie en/of de juridische afdeling van de [gemeente] en/of van de Raad van Commissarissen van het [Vennootschap 2] en/of de administratie en/of de juridische afdeling van het [vennootschap 2] van het feit dat hij, verdachte, deze garanties zou afgeven en/of had afgegeven en/of (aldus) – in strijd met in artikel 50, eerste lid, Algemeen Rijksambtenarenreglement voor ambtenaren opgenomen betamelijkheidsnorm - een voorkeursbehandeling heeft gegeven aan [Medeverdachte 1] en/of de venootschap [Vennootschap 10] en/of vennootschap [Vennootschap 11] en/of andere vennootschappen van het [concern].</div>\n<p class=\"lf-p\">Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</p>\n<p class=\"lf-p\">Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.</p>\n<p class=\"lf-p\">10Bewijsvoering Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.</p>\n<p class=\"lf-p\">In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.</p>\n<p class=\"lf-p\">11Strafbaarheid van het bewezen verklaarde Het onder feit 3 bewezen verklaarde levert op:</p>\n<p class=\"lf-p\">Valsheid in geschrift, meermalen gepleegd. en Opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onder feit 4 bewezen verklaarde levert op:</p>\n<p class=\"lf-p\">Valsheid in geschrift, als ambtenaar gepleegd, meermalen gepleegd en Opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het onder feit 6 bewezen verklaarde levert op:</p>\n<p class=\"lf-p\">Als ambtenaar een gift aannemen, wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem gedaan wordt teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen, meermalen gepleegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">12Strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">13Vordering van de advocaten-generaal De advocaten-generaal hebben gevorderd – zo begrijpt het hof - dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van de feiten 1, 2, 3, 4, 5 en 6 met inachtneming van de overschrijding van de redelijke termijn zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren en zes maanden. Daarnaast is gevorderd dat het hof de gevangenneming van de verdachte zal bevelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">14Strafmotivering De op te leggen straffen zijn bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdachte heeft zich op de bewezen verklaarde wijze schuldig gemaakt aan de omkoping door medeverdachte [Medeverdachte 1]. [Medeverdachte 1] heeft de verdachte gebruik laten maken van een appartement in Antwerpen, zonder dat daar een wezenlijke tegenprestatie tegenover stond. Daarnaast heeft de verdachte op zijn Zwitserse bankrekening een bedrag van in totaal ongeveer 1,2 miljoen euro ontvangen van een aan [Medeverdachte 1] gelieerde onderneming. Op die manier is de verdachte – een ambtenaar of daaraan gelijk te stellen – ertoe bewogen in strijd met zijn plicht – kort samengevat – de aan [Medeverdachte 1] gelieerde vennootschappen op de manieren zoals bewezen verklaard te bevoordelen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast heeft de verdachte op de bewezenverklaarde wijze zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift ten aanzien van een aantal certificaten, jaarverslagen en andere in de bewezenverklaring opgenomen documenten.</p>\n<p class=\"lf-p\">Koning van de Rotterdamse haven, zo werd de verdachte tot medio 2004 nog wel eens genoemd. Als hoofd van de tak van dienst het [Vennootschap 1] en later als directeur van het [Vennootschap 2] had de verdachte vergaande invloed op het reilen en zeilen van de Rotterdamse haven. Hij was voorstander van maakindustrie en had naar eigen zeggen het belang van werkgelegenheid voor ogen. Voor de [gemeente] was [vennootschap] van groot belang. De jaarlijkse afdracht vormde een belangrijke pijler van de gemeentebegroting. De verdachte opereerde in een moeilijk speelveld van vrije markt en politieke belangen. Hij kreeg daarbij van gemeentewege veel vrijheid. Van die vrijheid heeft de verdachte misbruik gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kennelijk gedreven door de wens naar financieel gewin, heeft de verdachte de van hem te eisen integriteit – en daarmee zijn plicht – geschonden. Dat heeft velen geschokt, zowel in de Rotterdamse haven als daarbuiten. De verdachte stond op een voetstuk en is daar hard vanaf gevallen. Over de financiële gevolgen van de door de verdachte getekende garanties wordt ook nu nog geprocedeerd en bij wie uiteindelijk ook de civielrechtelijke aansprakelijkheid komt te liggen, duidelijk is dat de benadeling aanzienlijk zal zijn.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bij de keuze voor de aan de verdachte op te leggen straf staat voorop, dat het hof hem van een aantal door het Openbaar Ministerie bewezen geachte feiten zal vrijspreken. Het zal daarom niet verbazen, dat reeds daarom de straf lager zal zijn dan gevorderd.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verdachte ziet zich nog altijd met de gevolgen van zijn handelen geconfronteerd. Hij is destijds ontslagen en heeft nadien in Nederland geen werk meer gevonden. En al is hij de pensioengerechtigde leeftijd inmiddels gepasseerd, hij werkt nog om inkomen te genereren. Op zijn pensioenuitkeringen rust naar eigen zeggen door het Openbaar Ministerie gelegd conservatoir beslag. Met deze gevolgen houdt het hof rekening.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit betekent niet dat het handelen van de verdachte zonder gevolgen kan blijven. Het doel van strafoplegging is niet enkel leedtoevoeging of vergelding. Ook anderen dienen ervan te worden weerhouden dat zij zich aan vergelijkbare strafbare feiten schuldig maken. De voorheen prominente positie van de verdachte maakt daarnaast dat velen kennis hebben genomen van zijn handelen en zich wellicht hebben afgevraagd of de hoge heren zich nu werkelijk alles kunnen permitteren. In de keuze voor de hierna uit te spreken gevangenisstraf ligt het antwoord op die vraag besloten: nee.</p>\n<p class=\"lf-p\">Redelijke termijn Niettegenstaande bovengenoemde feiten en omstandigheden stelt het hof omtrent de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) het volgende vast.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 22 november 2005 is de verdachte voor de aanvang bij zijn verhoor bij de FIOD-ECD medegedeeld dat hij wordt verdacht van valsheid in geschrift zoals strafbaar gesteld in artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht en dat hij als verdachte in het strafrechtelijk onderzoek met betrekking tot vermoedelijk gepleegde strafbare feiten in verband met afgegeven garanties namens het [Vennootschap 1] en Havenbedrijf Rotterdam N.V. zal worden gehoord. Bij deze gelegenheid is de verdachte voorts medegedeeld dat hij niet tot antwoorden verplicht is. De verdachte is vervolgens nog meerdere malen als verdachte door de FIOD-ECD gehoord.</p>\n<p class=\"lf-p\">Vervolgens is de akte van uitreiking van de dagvaarding om ter (regie)zitting in eerste aanleg van 29 oktober 2008 te verschijnen op 7 oktober 2008 aan een schriftelijk gemachtigde uitgereikt. De inhoudelijke behandeling ter terechtzitting in eerste aanleg is op 6 september 2010 aangevangen en op 15 oktober 2010 is vonnis gewezen.</p>\n<p class=\"lf-p\">De officier van justitie en de raadsman hebben op 28 respectievelijk 29 oktober 2010 appel ingesteld. Op 22 december 2010 is het dossier ter griffie van het hof ontvangen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Op 7 september 2011 is de verdachte gedagvaard om ter (regie)zitting in hoger beroep te verschijnen. Bij die gelegenheid heeft het hof bepaald dat de onderhavige zaak nog niet zittingsgereed was. Bij nadere terechtzitting van 25 september 2012 is, op verzoek van de verdediging, de zaak verwezen naar de rechter-commissaris om een groot aantal getuigen te horen. Bij nadere terechtzitting van 17 oktober 2014 is de zaak, op verzoek van de verdediging, verwezen naar de raadsheer-commissaris om wederom een groot aantal getuigen te horen. Op 17 maart 2015 is de inhoudelijke behandeling begonnen. Op 30 juni 2015 heeft dit hof uitspraak gedaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Naar het oordeel van het hof is op 22 november 2005 de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid van het EVRM, aangevangen, nu de mededeling van het Openbaar Ministerie, - kort gezegd inhoudende -, dat de verdachte wordt verdacht van valsheid in geschrifte zoals strafbaar gesteld in artikel 225 Sr en dat hij als verdachte in het strafrechtelijk onderzoek met betrekking tot vermoedelijk gepleegde strafbare feiten in verband met afgegeven garanties namens het [Vennootschap 1] en [vennootschap 2] zal worden gehoord, een handeling is waaraan de verdachte in redelijkheid de verwachting heeft kunnen ontlenen dat tegen hem ter zake van een bepaald strafbaar feit door het Openbaar Ministerie een strafvervolging zou worden ingesteld.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof stelt vast dat vanaf de aanvang van de redelijke termijn op 22 november 2005 bijna 9,5 jaar is verstreken tot het heden wijzen van het arrest, 30 juni 2015. De duur van de onderhavige zaak is onder meer afhankelijk geweest van de complexiteit van de zaak, het op verzoek van de verdediging te verrichten onderzoek als ook het gelijktijdig berechten van de zaak met de medeverdachte. Niettegenstaande voornoemde feiten is naar het oordeel van het hof de redelijke termijn in de afzonderlijke fasen van de procedure als ook in het geheel overschreden. Het hof zal gelet op voornoemde overschrijding rekening houden door de overwogen gevangenisstraf geheel voorwaardelijk op te leggen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Daarnaast is de verdachte inmiddels op gevorderde leeftijd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wel ziet het hof aanleiding de verdachte naast voornoemde voorwaardelijke gevangenisstraf te veroordelen tot het betalen van een geldboete. Uiteindelijk zal de omkoping zijn ingegeven door de zucht naar financieel gewin. Daarbij past een financiële straf. Bij de vaststelling van de geldboete is rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het hof zal niet de gevorderde gevangenneming bevelen. De hierna uit te spreken gevangenisstraf laat voor een dergelijk bevel geen ruimte.</p>\n<p class=\"lf-p\">15Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 57, 225 en 363 van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.</p>\n<p class=\"lf-p\">16BESLISSING Het hof:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart de dagvaarding ter zake van feit 5 “en/of een of meer bank(en) en/of financiële instelling(en)”, nietig.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 1, 2 en 5 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 3, 4 en 6 ten laste gelegde heeft begaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart het onder 3, 4 en 6 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt de verdachte tot een geldboete van € 75.000,-, (vijfenzeventigduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 365 (driehonderdvijfenzestig) dagen hechtenis.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit arrest is gewezen door mr. S.K. Welbedacht, mr. H.C. Wiersinga en mr. M.M. van der Nat, in bijzijn van de griffiers mr. M.Th.A. de Ridder en mr. S.N. Keuning.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 30 juni 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">Tenzij anders vermeld wordt bij gebruik voor het bewijs van processen-verbaal gedoeld op processen-verbaal in de zin van artikel 344, eerste lid, onder 2, van het Wetboek van Strafvordering.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten een certificate op 27 februari 2004 ondertekend te Rotterdam door [verdachte], D/1410.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten een certificate op 2 maart 2004 ondertekend te Rotterdam door [verdachte], D/1414.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten een certificate op 4 juni 2004 ondertekend te Rotterdam, door [verdachte], D/1427.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten een akte van oprichting van [vennootschap 2]. statutair gevestigd te Rotterdam, d.d. 31 december 2003, D/25.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van ambtshandeling, d.d. 16 oktober 2006, van de FIOD-ECD, met dossier nummer 34898, 1/AH/11, p.1 en 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg d.d. 14 september 2010, zoals opgenomen in het proces-verbaal van die terechtzitting op p. 37.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg d.d. 14 september 2010, zoals opgenomen in het proces-verbaal van die terechtzitting op p. 35.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor, d.d. 6 september 2005, van de FIOD-ECD, dossiernummer 34898, G29/1, inhoudende de op 6 september 2005 afgelegde verklaring van [getuige 8], p. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor, d.d. 17 augustus 2005, van de FIOD-ECD, dossier nummer 34898, G24/1, inhoudende de op 17 augustus 2005 afgelegde verklaring van [getuige 9], p. 12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor, d.d. 19 december 2005, van de FIOD-ECD, dossiernummer 34898, V1-9, inhoudende de op 19 december 2005 afgelegde verklaring van [verdachte], p. 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor, d.d. 6 september 2005, van de FIOD-ECD, dossiernummer 34898, G29/1, inhoudende de op 6 september 2005 afgelegde verklaring van [getuige 8], p. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor d.d. 6 september 2005, van de FIOD-ECD, dossiernummer 34898, G29/1, inhoudende de op 6 september 2005 afgelegde verklaring van [getuige 8], p. 16.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor d.d. 22 augustus 2005, van de FIOD-ECD, dossiernummer 34898, G26/1, inhoudende de op 22 augustus 2005 afgelegde verklaring van [getuige 10], p. 20.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten een brief, ondertekend te Rotterdam op 26 februari 2003 door [verdachte], Algemeen Directeur Havenbedrijf Rotterdam, gedateerd 27 feb. 2003, met als onderwerp Jaarrekening 2002, D/45.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten het jaarverslag 2002, van het [Vennootschap 1], inhoudende Deel II Jaarrekening 2002, ondertekend te Rotterdam, op 28 februari 2003, de Algemeen Directeur, mr. [verdachte], p. 38, D/29.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten het jaarverslag 2002, van het [Vennootschap 1], inhoudende een accountantsverklaring ondertekend en opgesteld door de accountant [getuige 10] RA en de directeur van de Accountantsdienst Rotterdam [getuige 9], d.d. 28 februari 2003, p. 62, D/29.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten het jaarverslag 2003, van het [Vennootschap 1], inhoudende Deel II Jaarrekening 2003, ondertekend te Rotterdam, op 27 februari 2004, de Algemeen Directeur, mr. [verdachte], p. 40, D/30.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten het jaarverslag 2003, van het [Vennootschap 1], inhoudende een accountantsverklaring ondertekend en opgesteld door de accountant [getuige 10] RA en de directeur van de Accountantsdienst Rotterdam [getuige 9], d.d. 27 februari 2004, p. 63, D/30.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor, d.d. 6 september 2005, van de FIOD-ECD, dossiernummer 34898, G29/1, inhoudende de op 6 september 2005 afgelegde verklaring van [getuige 8], p. 16.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor, d.d. 17 augustus 2005, van de FIOD-ECD, dossiernummer 34898, G24/1, inhoudende de op 17 augustus 2005 afgelegde verklaring van [getuige 9], p. 12 .</p>\n<p class=\"lf-p\">De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 14 september 2010, zoals opgenomen in het proces-verbaal van die terechtzitting op p. 37.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor, van de FIOD-ECD d.d. 19 december 2005, dossiernummer 34898, V1-9, inhoudende de op 19 december 2005 afgelegde verklaring van [verdachte], p. 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor, van de FIOD-ECD d.d. 3 augustus 2005, dossiernummer 34898, G25-1, inhoudende de op 3 augustus 2005 afgelegde verklaring van [getuige 11], p. 10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor, van de FIOD-ECD d.d. 17 augustus 2005, dossiernummer 34898, G24-1, inhoudende de op 17 augustus 2005 afgelegde verklaring van [getuige 9], p. 6 en 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor, van de FIOD-ECD d.d. 17 augustus 2005, dossiernummer 34898, G24-1, inhoudende de op 17 augustus 2005 afgelegde verklaring van [getuige 9], p. 8 en 9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor, van de FIOD-ECD, d.d. 17 augustus 2005, dossiernummer 34898, G24-1, inhoudende de op 17 augustus 2005 afgelegde verklaring van [getuige 9], p. 10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor, van de FIOD-ECD, d.d. 22 augustus 2005, dossiernummer 34898, G26-1, inhoudende de op 22 augustus 2005 afgelegde verklaring van [getuige 10], p. 10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor, van de FIOD-ECD, d.d. 22 augustus 2005, dossiernummer 34898, G26-1, inhoudende de op 22 augustus 2005 afgelegde verklaring van [getuige 10], p. 15.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal ter terechtzitting in eerste aanleg, 14 september 2010, zoals opgenomen in het proces-verbaal van die terechtzitting op p. 37 Proces-verbaal ter terechtzitting in eerste aanleg, 14 september 2010, zoals opgenomen in het proces-verbaal van die terechtzitting op p. 38.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor, d.d. 6 september 2005, van de FIOD-ECD, dossiernummer 34898, G29/1, inhoudende de op 6 september 2005 afgelegde verklaring van [getuige 8], p. 10 en 12.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten een akte van aankoop d.d. 30 april 1999, dossiernummer 34898, D-6001 en een proces-verbaal van de FIOD-ECD d.d. 24 oktober 2008, dossiernummer 34 898, 1/AH/30, p. 11.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 17 maart 2015, p. 10 van het proces-verbaal van die terechtzitting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten een onderhandse verkoopovereenkomst d.d. 19 februari 1999, dossiernummer 34898, D-8014.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten een uittreksel uit het handelsregister van de Kamers van Koophandel d.d. 27 november 2006, dossiernummer 34898, D-4065.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten een proces-verbaal van de federale gerechtelijke politie Antwerpen d.d. 15 januari 2009, dossiernummer 34898, G/50, p. 1 en 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten een factuur van ‘Haus der Küchen’ Krüttgen, gericht aan [vennootschap 10], dossiernummer 34898, D-6018.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van verhoor van de verdachte van de FIOD-ECD d.d. 24 november 2005, dossiernummer 34898, V1-2, p. 20.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geschriften, te weten een faxbericht d.d. 8 juni 2000 aan [Vennootschap 15], ter attentie van [getuige 4], dossiernummer 34898, D-9 en een faxbericht d.d. 9 juni 2000 aan [Vennootschap 15], ter attentie van [getuige 4], dossiernummer 34898, D-10.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten een proces-verbaal van de federale gerechtelijke politie Antwerpen d.d. 13 januari 2009, dossiernummer 34898, G/52, p. 1 tot en met 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten een factuur van [vennootschap 48] d.d. 26 oktober 2000, dossiernummer 34898, D-6019.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten een rekeningafschrift van de [bank 3a] d.d. 2 november 2000, op naam van [vennootschap 10], dossiernummer 34898, D-6020.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geschriften, te weten een factuur d.d. 27 augustus 1999 van het bedrijf Koot, D-6012, een rekeningafschrift van de [bank 3a] d.d. 1 oktober 1999, D-6013, een brief van Deloitte Belastingadviseurs d.d. 19 februari 2004, gericht aan de Belastingdienst/Rijnmond kantoor Rotterdam, D-6014, p. 1, een factuur van Koot d.d. 15 maart 2000, gericht aan [vennootschap 10], D-6015, een rekeningafschrift van de [bank 3a] d.d. 5 april 2000, D-6016, en een onderzoeksrapport van de Belastingdienst Rijnmond/kantoor Rotterdam voor de vennootschapsbelasting over de jaren 1997 tot en met 2002 van [vennootschap 10], D-6005, p. 7 tot en met 9, alle dossiernummer 34898.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten een proces-verbaal van de federale gerechtelijke politie Antwerpen d.d. 13 januari 2009, dossiernummer 34898, G/54, p. 2, 7 en 8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van ambtshandeling van de FIOD-ECD d.d. 24 oktober 2008, dossiernummer 34898, 1-AH-30, p. 24-26.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten een proces-verbaal van de federale gerechtelijke politie Antwerpen d.d. 15 januari 2009, dossiernummer 34898, G/53, p. 1 en 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten een proces-verbaal van de federale gerechtelijke politie Antwerpen d.d. 15 januari 2009, dossiernummer 34898, G/50, p. 4 tot en met 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg van 6 september 2010, proces-verbaal van de terechtzitting van de meervoudige kamer voor strafzaken in de rechtbank Rotterdam op 6, 7, 14, 16, 21 september en 5 oktober 2010, p. 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 17 maart 2015, p. 10-11 van het proces-verbaal van die terechtzitting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van verhoor van de FIOD-ECD d.d. 2 december 2005, dossiernummer 34 898, proces-verbaalcode G38/4, p. 15.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten een formulier ‘Kontoeröffnung’ van de [bank 7], dossiernummer 34898, D-5500, met als bijlage een aantal formulieren (D-5502 t/m D-5508), alle ondertekend door de verdachte op 10 februari 2000.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten transactieoverzichten rekening [nummer] vanaf 10 februari 2000 tot en met 30 juni 2004, dossiernummer 34898, D/5514, p. 1/8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van ambtshandeling, d.d. 4 augustus 2009, van de FIOD-ECD, dossiernummer 34898, codenummer 1-AH-39, p. 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten een rekeningafschrift d.d. 16 maart 2001 van [bank 7], dossiernummer 34898, D-5516.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten een rekeningafschrift d.d. 25 januari 2002 van [bank 7], dossiernummer 34898, D-5522.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten transactieoverzichten rekening [nummer] vanaf 10 februari 2000 tot en met 30 juni 2004, dossiernummer 34898, D/5514, p. 4/8 en andere geschriften, te weten een verzoek tot overboeking aan de [bank 8], d.d.</p>\n<p class=\"lf-p\">8 november 2002, D-5076, een als bijlage bij genoemd verzoek tot overboeking gevoegd rekeningafschrift [bank 8] van rekening [nummer 1] ten name van [vennootschap] 11 d.d. 13 november 2002 en een eveneens als bijlage bij genoemd verzoek tot overboeking gevoegd rekeningafschrift van [bank 8] van rekening 16117701 ten name van [Vennootschap 11] d.d. 19 november 2002, alle dossiernummer 34898.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van ambtshandeling van de FIOD-ECD d.d. 2 december 2009, dossiernummer 34898, codenummer 1-AH-39A, p. 86, 89 en 90.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van ambtshandeling van de FIOD d.d. 12 juli 2012, dossiernummer 34898, codenummer 1-AH-45, p. 49.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten transactieoverzichten rekening [nummer] vanaf 10 februari 2000 tot en met 30 juni 2004, dossiernummer 34898, D/5514, p. 112 en geschriften, te weten een handgeschreven ongedateerde brief van de verdachte aan de heer [relatiemanager], D-5542, een proces-verbaal van ambtshandeling van de FIOD d.d. 12 juli 2012, codenummer 1-AH-47, waaruit blijkt dat de heer [relatiemanager] de relatiemanager was van [verdachte] en tevens CEO van [bank 7] en een faxbericht d.d. 1 juni 2004 van [verdachte] aan [relatiemanager], D-5544, alle dossiernummer 34898.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten transactieoverzichten rekening [nummer] vanaf 10 februari 2000 tot en met 30 juni 2004, dossiernummer 34898, D/5514, p. 8/8, een proces-verbaal van ambtshandeling van de FIOD-ECD d.d. 2 december 2009, dossiernummer 34898, codenummer 1-AH-39A, p. 112, en een geschrift, te weten D-5544 voornoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten D-5544 voornoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten een brief d.d. 24 april 2008 van [advocaat Zwitserland] aan Juge d'instruction du Canton de [onderzoeksrechter Zwitserland], dossiernummer 34898, D-7005.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van verhoor van de FIOD-ECD d.d. 29 november 2005, dossiernummer 34898, proces-verbaalcode G38/1, p. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van ambtshandeling van de FIOD-ECD d.d. 12 juli 2012, codenummer 1-AH-48.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie noot 64.</p>\n<p class=\"lf-p\">De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 17 maart 2015, p. 9, 10 en 17 van het proces-verbaal van die terechtzitting.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het proces-verbaal van verhoor van getuige van de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Rotterdam d.d. 13 mei 2013, p. 2, 11 en 18.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een geschrift, te weten een verslag van het interview d.d. 16 september 2004 met de verdachte, dossiernummer 34898, D/3061, p. 9.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van verhoor van de FIOD-ECD d.d. 17 augustus 2005, dossiernummer 34898, proces-verbaalcode G27/1, p. 13.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van ambtshandeling, d.d. 22 november 2005, van de FIOD-ECD, dossiernummer 34898, proces-verbaalcode 1/AH/1, p. 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van verhoor van de FIOD-ECD d.d. 24 november 2005, dossiernummer 34898, proces-verbaalcode V1-2, p. 19.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van ambtshandeling, d.d. 22 november 2005, van de FIOD-ECD, dossiernummer 34898, proces-verbaalcode 1/AH/1, p. 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een proces-verbaal van ambtshandeling, d.d. 24 oktober 2008, van de FIOD-ECD, dossiernummer 34898, 1-AH-30, p. 42 tot en met 55.</p>\n<p class=\"lf-p\">De documenten met D-nummers in de voetnoten 88 tot en met 107 betreffen steeds geschriften, afkomstig uit dossiernummer dossiernummer 34898.</p>\n<p class=\"lf-p\">D/1604 (garantieovereenkomst [Vennootschap 1] d.d. 20 september 2002).</p>\n<p class=\"lf-p\">D/1313 (garantie-overeenkomst [Vennootschap 1] d.d. 18 oktober 2002) D/1203 (garantie [Vennootschap 1] d.d. 3 maart 2003) D/1205 (garantie [Vennootschap 1] uit mei 2003) D/1101 (garantie [Vennootschap 1] d.d. 13 juni 2003) D/1106 (garantie [Vennootschap 1] d.d. 13 juni 2003) D/1701 (guarantee [Vennootschap 1] d.d. 12 september 2003) D/1403 (guarantee [Vennootschap 1] d.d. 5 november 2003) D/1716 (guarantee [Vennootschap 1] d.d. 24 december 2003) D/1409 (guarantee [vennootschap 2] d.d. 2 maart 2004) D/1413 (guarantee [vennootschap 2] d.d. 2 maart 2004) D/1750 (garantstelling [VENNOOTSCHAP 2] d.d. 29 april 2004) D/1760 (garantstelling [VENNOOTSCHAP 2] d.d. 29 april 2004) D/1850 (garantie-overeenkomst [Vennootschap 2] d.d. 10 mei 2004) D/1900 (garantie-overeenkomst [Vennootschap 2] d.d. 10 mei 2004) D/1801 (garantie-overeenkomst van [Vennootschap 2] d.d. 10 mei 2004) D/1426 (guarantee [Vennootschap 2] d.d. 4 juni 2004) D/3002 (guarantee [Vennootschap 2] d.d. 4 juni 2004) D/1751 (garantstelling [Vennootschap 2] d.d. 9 juni 2004) D/1234 D/3 De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 19 maart 2015, p. 8, 9 en 12 van het proces-verbaal van die terechtzitting.</p></div>", "next": 0}