{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">14 februari 2017, zoals dat met de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep is besproken en zoals hij dat voor zover nodig heeft aangevuld. In dit rapport is onder meer het volgende vermeld. De verdachte verblijft bij zijn vader en heeft een vriendin. Hij heeft werk bij een sloopbedrijf en zicht op werk als buschauffeur. De verdachte heeft schulden, die voor het grootste deel zijn ontstaan door de vordering van de belastingdienst naar aanleiding van de onderhavige zaak. Hij wordt ondersteund door de Stichting Multi-Care bij het regelen van zijn financiële huishouding. De reclassering geeft aan dat er geen aanwijzingen zijn dat de verdachte in een radicaal netwerk verkeert, noch dat hij zelf religieus geradicaliseerd zou zijn. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag/gemiddeld. De voornaamste risicofactor is de loyaliteit van de verdachte richting zijn jongere broer.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">7.</span>De reclassering adviseert, bij een bewezenverklaring, aan de verdachte een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, een ambulante behandeling gericht op het verwerken van het vertrek van zijn broer en de daaruit voortvloeiende problemen bij de forensische polikliniek van Palier, of soortgelijke ambulante forensische zorg, alsmede de verplichting om zich in te spannen voor het afbetalen van schulden en het vinden van passende dagbesteding.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">8.</span>Het hof heeft voorts kennis genomen van de overige zich in het dossier bevindende stukken van Reclassering Nederland van 20 november (het hof begrijpt: september) 2016, 24 februari 2016 en 17 september 2015, waaruit onder meer blijkt dat de verdachte zich coöperatief en begeleidbaar opstelt, afspraken nakomt en heeft aangetoond in staat te zijn met de juiste hulp, zowel op psychisch als praktisch gebied, een positieve draai te kunnen geven aan zijn leven.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">9.</span>Tenslotte heeft het hof acht geslagen op de inhoud van de Pro Justitia rapportage betreffende de verdachte, opgemaakt door drs. T.W. van de Kant, GZ-psycholoog, en J.L.J. Volders, forensisch milieurapporteur, d.d. 8 januari 2016, waarvan de korte inhoud hierboven in hoofdstuk 13. ‘Strafbaarheid van de verdachte’ reeds is uiteengezet. Voorts is in dit rapport vermeld dat de broer van de verdachte nog steeds in Syrië verblijft en dat de verdachte ook contact heeft met zijn broer, hetgeen de verdachte tevens heeft bevestigd ter terechtzitting in hoger beroep van 17 februari 2017. Hoewel het contact tussen de broers thans als oppervlakkig wordt beschreven door de verdachte, is het wel voorstelbaar dat hij zich zal inzetten voor (de veiligheid van) zijn broer. Dit geheel maakt het volgens de deskundigen voorstelbaar dat de verdachte op termijn opnieuw tot grensoverschrijdend gedrag zou kunnen komen wanneer zijn broer een beroep op hem doet.</div>\n<p class=\"lf-p\">Straf 10. Het hof heeft bij de op te leggen straf voorts acht geslagen op de omstandigheid dat het dossier geen aanwijzingen bevat dat de verdachte uit ideologische motieven of uit sympathie voor de in Syrië gevoerde gewelddadige Jihadstrijd heeft gehandeld. Daargelaten of de verdachte primair vanuit zorgen voor zijn broer heeft gehandeld, in zaken als deze dient van de straf een duidelijk signaal uit te gaan. Niet alleen dient deze verdachte ingescherpt te worden dat zijn handelen strafbaar en strafwaardig is, ook aan anderen dient duidelijk te zijn dat het financieel ondersteunen van een (dierbaar) persoon die zich als Jihadstrijder in Syrië bevindt, geen reden mag zijn om de norm terzijde te stellen. Hierbij ziet het hof er niet aan voorbij dat de verdachte door het vertrek van zijn broer naar Syrië ook persoonlijk verdriet heeft ervaren.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">11.</span>Gezien de ernst van de feiten is het hof van oordeel dat op de bewezen verklaarde feiten niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Voor het opleggen van een taakstraf, zoals door de verdediging (subsidiair) is bepleit, is dan ook geen plaats.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">12.</span>Nu uit het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep aannemelijk is geworden dat de verdachte thans op actieve wijze doende is zijn leven een wending ten goede te geven, is het hof van oordeel dat het onvoorwaardelijke deel van de op te leggen gevangenisstraf niet langer behoeft te zijn dan de tijd die de verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">13.</span>Het hof zal daarnaast – gelet op de omstandigheid dat uit de voormelde rapportages blijkt dat de loyaliteit van de verdachte richting zijn jongere broer een risicofactor vormt – een forse voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen, teneinde de verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen. Het hof zal aan dit voorwaardelijke deel, in verband met het recidiverisico en de aard en de omvang van de thans bewezen verklaarde feiten, een proeftijd voor de duur van drie jaren verbinden. Voorts zal het hof aan het voorwaardelijke deel de bijzondere voorwaarden verbinden, zoals deze zijn opgenomen in het reclasseringsrapport van 14 februari 2017, met uitzondering van de verplichting dat de verdachte zich zal inspannen voor het vinden van een passende dagbesteding. Nu de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard dat hij bijna 40 uur per week bij een sloopbedrijf werkt en dat hij op zaterdag als buschauffeur werkzaam is, acht het hof het opleggen van deze bijzondere voorwaarde niet meer noodzakelijk.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">14.</span>Alles afwegende is het hof van oordeel van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 14 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van 3 jaren en met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals hieronder vermeld, een passende en geboden reactie vormt.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">16.</span>Vordering tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis 1. De advocaat-generaal heeft, in geval van een veroordeling tot een onherroepelijke gevangenisstraf, gevorderd dat de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte zal worden opgeheven.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">2.</span>Gelet op de hierna op te leggen duur van de onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, acht het hof geen termen (meer) aanwezig om de onmiddellijke gevangenneming van de verdachte ter terechtzitting te gelasten. Het hof wijst de vordering derhalve af.</div>\n<p class=\"lf-p\">17Toepasselijke wettelijke voorschriften Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47, 55, 56, 57, 225 en 421 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en de artikelen 2 en 3 van de Sanctiewet 1977, zoals zij rechtens gelden dan wel golden.</p>\n<p class=\"lf-p\">18BESLISSING Het hof:</p>\n<p class=\"lf-p\">Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3, 4A en 4B ten laste gelegde heeft begaan.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaart het onder 1, 2, 3, 4A en 4B bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.</p>\n<p class=\"lf-p\">Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 14 (veertien) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 (drie) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren of ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde: zich gedurende de proeftijd zal melden bij Reclassering Nederland op het adres Bezuidenhoutseweg 179 te 2594 AH Den Haag, zo frequent en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht. Gedurende deze periode moet de veroordeelde zich houden aan de aanwijzingen die de reclassering hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde; gedurende de proeftijd zal meewerken aan een behandeling gericht op het verwerken van het vertrek van zijn jongere broer en de daaruit voortvloeiende problemen bij de forensische psychiatrische polikliniek van Palier of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven; zich gedurende de proeftijd zal inspannen voor het afbetalen van zijn schulden, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.</p>\n<p class=\"lf-p\">Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.</p>\n<p class=\"lf-p\">Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit arrest is gewezen door mr. M.I. Veldt-Foglia, mr. R.A.Th.M. Dekkers en mr. E.F. Lagerwerf-Vergunst, in bijzijn van de griffier mr. L.A.M. Karels.</p>\n<p class=\"lf-p\">Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 10 maart 2017.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie voor verdere achtergronden o.a.: ECLI:NL:GHDHA:2016:1733, Gerechtshof Den Haag, 20 juni 2016. De uitspraak is inmiddels onherroepelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding, Ideologie en strategie van het jihadisme (december 2009), p. 49. Zie ook: http://www.memrijttm.org/at-cairo-conference-leading-sunni-clerics-urge-sunnis-worldwide-to-mobilize-for-jihad-against-the-alawite-regime-in-syria-and-its-shiite-supporters.html, geraadpleegd op 21 april 2016.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, Transformatie van het jihadisme in Nederland. Zwermdynamiek en nieuwe slagkracht (Den Haag, juni 2014), p. 41-43.</p>\n<p class=\"lf-p\">Report of the IICISAR, A/HRC/27/CRP.2, d.d. 19 november 2014, p. 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Report of the Independent International Commission of Inquiry on the Syrian Arab Republic (verder: IICISAR), A/HRC/23/58 d.d. 18.07.2013, p. 18; United Nations Security Council report S/2015/206, d.d. 23.03.2015, p. 4 op www.un.org/en/ga/search/view_dos.asp?symbol=S/2015/206; Bill Roggio, Al Nusra Front claims attack at the Iranian Consulate in Damascus d.d. 02.05.2012, op: http://www.longwarjournal.org/threatmatrix/archives/2012/04/al_nu;</p>\n<p class=\"lf-p\">Human Right Watch, He didn’t have to die, March 2015, op: www.hrw.org/sites/default/reports/syria0315_ForUpload.pdf, p. 60; Report of the IICISAR, A/HRC/28/69 d.d. 05.02.2015, p. 34; Human Right Watch, You can still see their blood, Executions, Indiscriminate Shootings, and Hostage Taking by Opposition Forces in Latakia Countryside, d.d. October 2013, p. 66-68; Jennifer Cafarella, Jabhat al-Nusra Deepens its Foothold in Northwestern Syria, ISW Backgrounder d.d. 10.11.2014; Oral Update of IICISAR d.d. 18.03.2014, p. 5 en 8; Report of the IICISAR, A/HRC/25/65 d.d. 12.02.2014, p. 10-11 en Report of the IICISAR, A/HRC/23/58 d.d. 18.07.2013, p. 15.</p>\n<p class=\"lf-p\">Report of the IICISAR, A/HRC/25/65, d.d. 12.02.2014, p. 8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Report of the IICISAR, A/HRC/25/65, d.d. 12.02.2014, p. 7 e.v.; Report of the IICISAR, A/HRC/23/58, d.d. 18.07.2013, p. 12; Oral Update of the IICISAR, d.d. 18.03.2014, p. 2-3 e.v.; Amnesty International Briefing, Rule of Fear: ISIS abuses in detention in Northern Syria, d.d. 19.12.2013, p. 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Report of the IICISAR, A/HRC/27/60, p. 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Abu Mohammed al-Adnani, ‘Hada wa’d Allah’ (Dit is de belofte aan Allah), op www.youtube.com/watch?v=cAWCSDkrzLs; Mark Tran &amp; Matthew Weaver, ‘ISIS declares caliphate in area straddling Iraq and Syria’, d.d. 30.06.2014, op http://www.theguardian.com/world/2014/jun/30/isis-announces-islamic-caliphate-iraq-syria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, Leven bij ISIS, de mythe ontrafeld (Den Haag, Januari 2016), p. 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Ibid., p. 7 Security Council Al-Qaída Sanctions Committee amends entry of one entity on its Sanctions List, SC/11019, d.d. 30 mei 2013, op www.un.org/News/Press/docs/2013/sc11019.doc.htm; Consolidated List of Groups, Persons and Entities subject to EU financial sanctions, op www.ec.europa.eu/external_relations/cfsp/sanctions/list/version4/global/global.xml.</p>\n<p class=\"lf-p\">Dit Verdrag is op 9 december 1999 gesloten te New York. Zie Trb. 2000, 12 (rectificatie in Trb. 2001, 62 samen met Trb. 2002, 110).</p>\n<p class=\"lf-p\">Trb. 2002, 110.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken II 2001-2002, 28 031, nr. 3, p. 2-4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken II 2012-2013, 33 478, nr. 3, p. 2-3.</p>\n<p class=\"lf-p\">FATF Standards, FATF IX Special Recommendations, October 2001 (incorporating all subsequent amendments until February 2008. Zie http://www.fatfgafi.org/media/fatf/documents/reports/ FATF%20Standards %20-%20IX%20Special%20Recommendations%20and%20IN%20rc.pdf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie The FATF Recommendations, International standards on combating money laundering and the financing of terrorism &amp; proliferation, February 2012, updated 2016, p. 13 voor Aanbeveling 5 inzake het strafbare feit van terrorismefinanciering: 5. ‘Countries should criminalise terrorist financing on the basis of the Terrorist Financing Convention, and should criminalise not only the financing of terrorist acts but also the financing of terrorist organisations and individual terrorists even in the absence of a link to a specific terrorist act or acts. Countries should ensure that such offences are designated as money laundering predicate offences.’ Op p. 4 is de omzettingstabel van de nummering van de aanbevelingen opgenomen. Zie: http://www.fatf-gafi.org/media/fatf/documents/recommendations/pdfs/FATF_Recommendations.pdf.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken II, 2012-2013, 33 478, nr. 3, p. 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Financial Action Task Force, Mutual Evaluation Report, Anti-Money Laundering and Combating the Financing of Terrorism, The Netherlands, 25 February 2011, p. 66.</p>\n<p class=\"lf-p\">Brief van de Minister van Financiën aan de Tweede Kamer van 4 maart 2011, kenmerk: FM/2011/6465 M betreffende Verslag plenaire vergadering FATF februari 2011. In die zin ook Kamerstukken II, 2012-2013, 33 478, nr. 3, p. 1.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken II, 2012-2013, 33 478, nr. 6, p. 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken II, 2012–2013, 33 478, nr. 6, p. 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken II, 2012-2013, 33 478, nr. 3, p. 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken II, 2012–2013, 33 478, nr. 6, p. 6. Zie ook: Kamerstukken II, 2012-2013, 33 478, nr. 3, p. 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken II, 2012–2013, 33 478, nr. 3, p. 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken II, 2012-2013, 33 478, nr. 3, p. 5; Kamerstukken II, 2012–2013, 33 478, nr. 6, p. 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">The FATF Recommendations, International standards on combating money laundering and the financing of terrorism &amp; proliferation, February 2012, updated 2016, p. 37.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken II, 2012-2013, 33 478, nr. 3, p. 5.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken II, 2012–2013, 33 478, nr. 6 p. 3-4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet terroristische misdrijven van 24 juni 2004, Stb. 290 (i.w.tr. op 10 augustus 2004), gewijzigd bij Wet van 20 november 2006, Stb. 580 (inwerkingtreding op 1 februari 2007) en laatstelijk gewijzigd bij Wet van 10 juli 2013, Stb. 292 (inwerkingtreding op 1 september 2013).</p>\n<p class=\"lf-p\">Kaderbesluit van 13 juni 2002, 2002/475/JBZ. Zie Kamerstukken II, 2012-2013, 33 478, nr. 3, p. 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stb. 2009, 245.</p>\n<p class=\"lf-p\">Trb. 2006, 34. Zie Kamerstukken II, 2012-2013, 33 478, nr. 3, p. 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken II, 2012-2013, 33 478, nr. 3, p. 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken II, 2012-2013, 33 478, nr. 3, p. 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken II, 2012-2013, 33 478, nr. 3, p. 7. De Interpretative note is als bijlage bij dit Kamerstuk gevoegd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken II, 2012-2013, 33 478, nr. 3, p. 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken II, 2012-2013, 33 478, nr. 3, p. 3-4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet van 15 februari 1980, tot het treffen van sancties tegen bepaalde staten of gebieden, Stb. 1980, 93; Inwerkingtreding op 21 april 2980, Stb. 1980, 170. Zie artikel 2. lid 1 Sanctiewet 1977.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stb. 2002, 270; inwerkingtreding op 7 juni 2002. Zie hierover: Kamerstukken II, 2001-2002, 28251, nr. 3, p. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Trb. 2002, 240.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad van de Europese Unie van 27 mei 2002 tot vaststelling van bepaalde specifieke beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met Usama bin Laden, het Al Qaida-netwerk en de Taliban, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 467/2001 van de Raad tot instelling van een verbod op de uitvoer van bepaalde goederen en diensten naar Afghanistan, tot versterking van het verbod op vluchten en verlenging van de bevriezing van tegoeden en andere financiële middelen ten aanzien van de Taliban van Afghanistan (PB L 139/9).</p>\n<p class=\"lf-p\">Het Sanctiecomité bestaat uit vertegenwoordigers van de Veiligheidsraad. https://www.un.org/sc/suborg/en/sanctions/un-sc-consolidated-list. Dit wordt de VN-Sanctielijst genoemd.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken houdende beperkende maatregelen tegen personen en entiteiten die banden hebben met Osama bin Laden, Al-Qa’ida en Taliban (Sanctieregeling Osama bin Laden, Al-Qa’ida en Taliban 2002), Stcrt. 2002, 117.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken houdende beperkende maatregelen tegen personen en entiteiten die banden onderhouden met Osama bin Lanen, Al-Qa’ida en Taliban, Stcrt. 2011, 18099.</p>\n<p class=\"lf-p\">Stcrt 2016, 67860.</p>\n<p class=\"lf-p\">Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 5 december 2016, nr. MinBuza-2016.822620, houdende beperkende maatregelen tegen personen en entiteiten die banden hebben met ISIS en Al Qaida (Sanctieregeling ISIS en Al Qaida 2016), Stcrt. 2016, 67860. https://www.un.org/press/en/2013/sc11019.doc.htm Uitvoeringsverordening (EU) nr. 632/2013 van de Commissie van 28 juni 2013 tot 194e wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al-Qa‘ida-netwerk (PB L 179/85).</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeringsverordening (EU) nr. 583/2014 van de Commissie van 28 mei 2014 tot 214e wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al-Qa'ida-netwerk (PB L 160/27).</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeringsverordening (EU) nr. 630/2014 van de Commissie van 12 juni 2014 tot 215e wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al-Qa'ida-netwerk (PB L 174/35).</p>\n<p class=\"lf-p\">Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met de Minister van Financiën van 18 december 2007, nr. DJZ/BR/1222-07, houdende maatregelen met het oog op de strijd tegen het terrorisme (Sanctieregeling terrorisme 2007-II), Stcrt 2007, 248. Nadien is deze regeling nog twee maal gewijzigd: Stcrt. 2009, 63 en Stcrt. 2010, 5507.</p>\n<p class=\"lf-p\">Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Financiën van [datum], nr. [nummer A] tot aanwijzing van de heer [man 1] als persoon jegens wie de Sanctieregeling terrorisme 2007-II van toepassing is (Stcrt. 2014, [nummer B], gepubliceerd op [datum]).</p>\n<p class=\"lf-p\">Wet terroristische misdrijven van 24 juni 2004, Stb. 290 (i.w.tr op 10 augustus 2004), gewijzigd bij Wet van 20 november 2006, Stb. 580 (inwerkingtreding op 1 februari 2007) en laatstelijk gewijzigd bij Wet van 10 juli 2013, Stb. 2013, 292 (inwerkingtreding op 1 september 2013).</p>\n<p class=\"lf-p\">Kaderbesluit 2002/475/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 inzake terrorismebestrijding, PbEU L 164/3, zoals gewijzigd bij het Kaderbesluit (2008/919/JBZ) van de Raad van 28 november 2008, PBEU L 330/21.</p>\n<p class=\"lf-p\">ECLI:NL:GHDHA:2015: 1082, para. 10.3; Gerechtshof Den Haag, 30 april 2015. Deze uitspraak is nog niet onherroepelijk. Zie ECLI:NL:PHR:2016:969.</p>\n<p class=\"lf-p\">J. de Hullu, Materieel strafrecht, IV.4.2. Oogmerk als bijzondere vorm van opzet, Kluwer:2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken II, 2012-2013, 33 478, nr. 3, p. 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Een Ad Hoc Comité van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, ingesteld bij resolutie 51/210 van 17 december 1996 tracht te komen tot afronding van een ontwerp voor een alomvattend verdrag inzake internationaal terrorisme. Dit verdrag is bedoeld als aanvulling op de bestaande 13 verdragen en 3 protocollen die sinds 1963 in VN-verband tot stand zijn gekomen tegen specifieke vormen van terrorisme. De totstandkoming van dit verdrag draagt bij aan de vervolmaking van het mondiale internationaalrechtelijke kader voor de bestrijding van terrorisme met inbegrip van de normen zoals neergelegd in de internationale mensenrechtenverdragen.</p>\n<p class=\"lf-p\">Kamerstukken I, vergaderjaar 2003-2004, 28 463, C, p. 10-11; Zie in deze zin: J. de Hullu, Materieel strafrecht, IV.4.2. Oogmerk als bijzondere vorm van opzet, Kluwer: 2015.</p>\n<p class=\"lf-p\">AMB-001, AMB-002, AMB-016, AMB-026 en AMB-047.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overzichtsproces-verbaal d.d. 6 augustus 2015, nr. 56287 ‘Goudbrasem’, documentcode 1-OPV-01, p. 8.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overzichtsproces-verbaal d.d. 6 augustus 2015, nr. 56287 ‘Goudbrasem’, documentcode 1-OPV-01, p. 44, 55 en 59; Proces-verbaal d.d. 25 augustus 2015, nr. 56287 ‘Goudbrasem’, documentcode 1-OPV-01a (aanvullend dossier, geen paginanummer); AMB-001, AMB-002, AMB-016, AMB-026 en AMB-047; Doc-015-07, Doc-015-08, Doc-015-02, Doc-015-03, Doc-015-09, Doc-015-05, Doc-015-06, Doc-033, Doc-043, het proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-03, p. 775 e.v., alsmede de verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 17 februari 2017.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 1 maart 2016, p. 2.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-03, p. 775 e.v.; verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 17 februari 2017.</p>\n<p class=\"lf-p\">DOC-039.</p>\n<p class=\"lf-p\">Overzichtsproces-verbaal d.d. 30 juli 2015, documentcode 2-OPV-01; AMB-006, AMB-024, AMB-035 en Doc-025.</p>\n<p class=\"lf-p\">DOC-003 en AMB-024.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-04, p. 4.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 17 februari 2017.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-04, p. 784 ev.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-04, p. 787-788.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-03, p. 778-779.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 17 februari 2017; proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-02, p. 768 ev.; proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-03, p. 776.</p>\n<p class=\"lf-p\">ECLI:NL:RBDHA:2015:14365, rechtbank Den Haag d.d. 10 december 2015 ([naam onderzoek]). Dit vonnis is nog niet onherroepelijk.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-03, p. 778.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-03, p. 781 en 783 en proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-02, p. 773.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-03, p. 778.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 1 maart 2016, p. 6.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-02, p. 772.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-02, p. 773.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-02, p. 773 en proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-03, p. 781.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-02, p. 773.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 17 februari 2017.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-02, p. 773 en 781.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-02, p. 772.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 17 februari 2017.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-02, p. 773.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mokka, p. 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mokka, p. 358 en 369.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 17 februari 2017.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mokka, p. 14 en 369.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mokka p. 14 en 426.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mokka, p. 15.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mokka, p. 15 en 430.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mokka, p. 15 en 454.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mokka p. 15 en 455-456.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mokka p. 15 en 458.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mokka p. 15 en 459-462.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mokka p. 15 en 469.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mokka, p. 7.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mokka p. 490-492.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mokka p. 490-492.</p>\n<p class=\"lf-p\">Mokka p. 491; http://www.ander-z.com/eerste-onthoofding-buiten-het-kalifaat-fransman-algerije-onthoofd/; zie tevens: http://www.volkskrant.nl/buitenland/-franse-gijzelaar-gourdel-onthoofd-in-algerije~a3754499/ Mokka, p. 15 en 431.</p>\n<p class=\"lf-p\">Security Council Al-Qa’ida Sanctions Committee amends entry of one entity on its Sanctions List, SC/11019, d.d. 30 mei 2013, op www.un.org/News/Press/docs/2013/sc11019.doc.htm.</p>\n<p class=\"lf-p\">Uitvoeringsverordening (EU) nr. 632/2013 van de Commissie van 28 juni 2013 tot 194e wijziging van Verordening (EG) nr. 881/2002 van de Raad tot vaststelling van beperkende maatregelen tegen sommige personen en entiteiten die banden hebben met het Al-Qa‘ida-netwerk (PB L 179/85).</p>\n<p class=\"lf-p\">Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken in overeenstemming met de Minister van Veiligheid en Justitie en de Minister van Financiën van [datum], nr. [nummer A] tot aanwijzing van de heer [man 1] als persoon jegens wie de Sanctieregeling terrorisme 2007-II van toepassing is (Stcrt. 2014, [nummer B], gepubliceerd op [datum]).</p>\n<p class=\"lf-p\">Overzichtsproces-verbaal d.d. 6 augustus 2015, nr. 56287 `Goudbrasem’, documentcode 1-OPV-01; AMB-026 en AMB-047, alsmede Doc-033, Doc-043 en het proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-03, p. 781.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 17 februari 2017.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] d.d. 12 december 2014, documentcode G01.05, p. 844; proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 1] d.d. 23 juni 2015, documentcode G09-01, p. 860 ev. en proces-verbaal van verhoor getuige [betrokkene 2] d.d. 26 juni 2015, documentcode G10-01, p. 862-863.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-03, p. 781.</p>\n<p class=\"lf-p\">Verklaring van de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg d.d. 1 maart 2016, p. 3.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 17 juni 2015, documentcode V01-05, p. 796.</p>\n<p class=\"lf-p\">Proces-verbaal van verhoor van de verdachte van 17 juni 2015, Verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep van 17 februari 2017.</p>\n<p class=\"lf-p\">Abu Mohammed al-Adnani, ‘Hada wa’d Allah’ (Dit is de belofte aan Allah), op www.youtube.com/watch?v=cAWCSDkrzLs; Mark Tran &amp; Matthew Weaver, ‘ISIS declares caliphate in area straddling Iraq and Syria’, d.d. 30.06.2014, op http://www.theguardian.com/world/2014/jun/30/isis-announces-islamic-caliphate-iraq-syria.</p>\n<p class=\"lf-p\">Zie: ECLI:NL:HR:2003:AL6161, Hoge Raad 23 december 2003.</p></div>", "next": 0}