{"html": "<div class=\"lf-doc\"><p class=\"lf-p\">stelt de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap tussen de man en de vrouw aldus vast dat de aandelen [B.V. EEN] en de schuld aan [volgt naam] aan de man worden toegedeeld, dit laatste met dien verstande dat de man voor die schuld aan [volgt naam] de vrouw heeft te vrijwaren, en het pand Almere aan [adres] aan de vrouw wordt toegedeeld onder verrekening van een bedrag van € 30.000 met het bedrag dat de man, de neef en [B.V. EEN] aan de vrouw dienen te voldoen;</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3 veroordeelt de man, [B.V. EEN] en de neef hoofdelijk tot betaling aan de vrouw van een bedrag van € 576.961,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 april 2016 tot de dag van volledige betaling;</p>\n<p class=\"lf-p\">3.11. veroordeelt [B.V. EEN] en de neef hoofdelijk in de proceskosten in conventie van de vrouw, tot op heden begroot op € 6.688,34;</p>\n<p class=\"lf-p\">3.12. veroordeelt [B.V. EEN] en de neef hoofdelijk in de proceskosten in reconventie van de vrouw, tot op heden begroot op € 5.160,00.</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">170.</span>Nu het hof het vonnis van de rechtbank gedeeltelijk vernietigt, waaronder de overbedelingsvordering van de man jegens de vrouw, heeft zulks gevolgen voor de financiële afwikkeling tussen de man en de vrouw.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">171.</span>Niet vernietigd is: de negatieve waarde van de VOF De [NAAM] van € 63.428, de vrouw dient de helft van dit bedrag, zijnde € 31.714,-, aan de man te voldoen; de waarde van de Chrysler van € 18.000,-, waarvan de vrouw de helft van de waarde, zijnde € 9.000,-, aan de man dient te voldoen; de verzekeringsuitkering met betrekking tot de speedboot van € 14.364,-, waarvan de man de helft, zijnde € 7.182,-, aan de vrouw dient te voldoen; de AWB schuld van € 9.000,-, waarvan de vrouw de helft, zijnde € 4.500,-, aan de man moet voldoen.</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">172.</span>Derhalve wordt als volgt beslist.</div>\n<p class=\"lf-p\">Beslissing Het hof: vernietigt het bestreden vonnis van 30 maart 2016 alsmede het verbeterde vonnis van 25 mei 2016 voor zover de rechtbank heeft beslist:</p>\n<p class=\"lf-p\">3.2 stelt de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap tussen de man en de vrouw aldus vast dat de aandelen [B.V. EEN] en de schuld aan [volgt naam] aan de man worden toegedeeld, dit laatste met dien verstande dat de man voor die schuld aan [volgt naam] de vrouw heeft te vrijwaren en het pand Almere aan [adres] aan de vrouw wordt toegedeeld onder verrekening van een bedrag van € 30.000 met het bedrag dat de man, de neef en [B.V. EEN] aan de vrouw dienen te voldoen;</p>\n<p class=\"lf-p\">3.3 veroordeelt de man, [B.V. EEN] en de neef hoofdelijk tot betaling aan de vrouw van een bedrag van € 576.961,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 april 2016 tot de dag van volledige betaling;</p>\n<p class=\"lf-p\">3.11. veroordeelt [B.V. EEN] en de neef hoofdelijk in de proceskosten in conventie van de vrouw, tot op heden begroot op € 6.688,34;</p>\n<p class=\"lf-p\">3.12. veroordeelt [B.V. EEN] en de neef hoofdelijk in de proceskosten in reconventie van de vrouw, tot op heden begroot op € 5.160,00, en, in zoverre opnieuw rechtdoende:</p>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>stelt vast dat het liquidatiesaldo dat aan de aandeelhouders van [B.V. EEN] wordt uitgekeerd gelijkelijk tussen de man en de vrouw wordt verdeeld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>stelt vast dat de man en de vrouw beiden gelijkelijk draagplichtig zijn met betrekking tot de schuld aan de heer [volgt naam] ;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>bepaalt dat de woning te Almere aan de [adres] aan de vrouw wordt toegedeeld tegen de waarde zoals vastgesteld door makelaar [naam] te Almere onder gehoudenheid van de vrouw om de hypothecaire geldlening met betrekking tot deze woning als een eigen schuld te voldoen en de man ter zake deze schuld te vrijwaren en onder gehoudenheid van de vrouw om uiterlijk op het moment van de levering aan de man te betalen de somma van € 30.000,- en indien de vrouw de woning niet binnen een half jaar na datum van dit arrest gefinancierd krijgt onder ontslag van de man uit de voormelde hypothecaire geldlening dient de woning te worden verkocht en de netto opbrengst tussen partijen gelijk te worden verdeeld;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>veroordeelt de man om aan de vrouw tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de helft van de verzekeringsuitkering van de speedboot van € 14.364,-, zijnde € 7.182,-;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>veroordeelt de vrouw om aan de man tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de helft van de AWB schuld van € 9.000, -, zijnde € 4.500,-;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>veroordeelt de vrouw om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de man te voldoen de helft van de waarde van de Chrysler van € 18.000, zijnde € 9.000;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>veroordeelt de vrouw om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de man te voldoen de helft van de negatieve waarde van de VOF De [NAAM] van € 63.428,- zijnde € 31.714;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>compenseert de proceskosten in hoger beroep tussen de man en de vrouw en wel in die zin dat ieder der partijen zijn eigen kosten draagt;</div>\n<div class=\"lf-abs\"><span class=\"lf-abs-num\">-</span>wijst af hetgeen de man en de vrouw meer of anders hebben gevorderd; met betrekking tot de neef: -verklaart voor recht dat de neef niet onrechtmatig heeft gehandeld jegens de vrouw; -wijst af hetgeen de neef meer of anders heeft gevorderd; met betrekking tot de broer: -wijst af hetgeen hij in hoger beroep heeft gevorderd; verklaart dit arrest in zoverre uitvoerbaar bij voorraad.</div>\n<p class=\"lf-p\">Dit arrest is gewezen door mrs. A.N. Labohm, A.H.N. Stollenwerck en O.I.M. Ydema, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 juli 2018 in aanwezigheid van de griffier.</p></div>", "next": 0}